De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Getuigenissen van ervaringen met het oordeel van Christus

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Nooit meer ‘aardig’ zijn

Door Lin Fan, Spanje

Ik heb mijn kinderjaren doorgebracht met het geluid van mijn vloekende en tierende stiefmoeder. Om met mijn stiefmoeder en de mensen om mij heen op te kunnen schieten leefde ik later, toen ik wel beter wist, onder de satanische overlevingswetten: ‘Je kunt beter je mond houden dan op problemen wijzen’, ‘zwijg om jezelf te beschermen en probeer enkel te ontkomen aan schuld’, en ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’. Hierdoor kreeg ik lof van anderen en iedereen zei dat ik zo gemakkelijk was in de omgang. Hieruit leidde ik geleidelijk aan enige levenslessen af: als ik in deze duistere en kwade maatschappij wilde overleven, moest ik goed met de mensen om me heen op kunnen schieten. Pas dan zou ik erbij horen. Toen ik bij de kerk kwam, gedroeg ik me nog steeds volgens diezelfde principes. Steeds als ik op een probleem stuitte in de vervulling van mijn plicht, hield ik me gedeisd, bang dat als ik op het probleem zou wijzen ik mensen tegen de borst zou stuiten en dit slecht voor mij zou uitpakken. Ik bracht de waarheid niet in praktijk en dit schaadde het werk van de kerk en was een overtreding jegens God. De tuchtiging en het oordeel van Gods woorden hebben mij mijn ware gezicht als ‘aardig’ persoon getoond, en het heeft me enige kennis bijgebracht over het wezen van die ‘aardige’ mensen. Ik zag dat ‘aardig’ zijn anderen en mijzelf schade toebracht, dat ik een onomkeerbaar pad was ingeslagen – het pad van verzet tegen God. Daarom besloot ik de beperkingen van mijn mentaliteit van ‘aardig zijn’ af te werpen, de moed te hebben om de waarheid in praktijk te brengen en een beetje van de gelijkenis met een eerlijk mens uit te leven.

In 2018 werd ik uitgekozen voor een leiderspositie in het middenkader. Ik was God erg dankbaar voor deze gelegenheid om te oefenen en nam me voor mijn plicht naar behoren te vervullen om God tevreden te stellen en te voldoen aan Gods verwachtingen van mij. Toen ik net mijn plicht op me had genomen, was ik nog niet zo bekend met sommige zaken van de kerk. Ik vormde samen met zuster Liu een team en zij vervulde deze plicht al meer dan een jaar en was redelijk bekend met de diverse aspecten van het werk van de kerk. Steeds als ik op een probleem stuitte, vroeg ik zuster Liu, en regelmatig hielp zij mij. Maar ik begon me geleidelijk aan te realiseren dat zuster Liu op bijeenkomsten alleen over woorden en doctrines sprak en geen werkelijkheid van het in praktijk brengen van Gods woorden had. Ook was ze heel passief en deed geen echt werk als het aankwam op de vervulling van haar plicht. Als de broeders en zusters verslag bij haar deden van problemen, probeerde ze deze niet op te lossen. Ze pakte met name de valse leiders in de kerk die nodig vervangen moesten worden niet aan, maar bleef in plaats daarvan het probleem voor zich uit schuiven. In deze periode vertelde zuster Liu diverse keren hoe kerkleidster zuster Zhang gewoon de formaliteiten afwerkte, hoe zij nooit enig echt werk had gedaan bij de vervulling van haar plicht en niets dan woorden en doctrines uitte tijdens de bijeenkomsten. Bovendien accepteerde zuster Zhang zelfs de suggesties of hulp van anderen niet. Maar toch leek zuster Liu, nadat ze dit had gezegd, geenszins van plan zuster Zhang te vervangen. Toen ik later zuster Zhang ontmoette kwam ik erachter dat ze echt was zoals zuster Liu had gezegd, dus zei ik tegen zuster Liu: “Als we volgens het principe meten wat in zuster Zhang zichtbaar is, dan is zij een valse leidster die de waarheid niet nastreeft, geen echt werk verricht en zonder het werk van de Heilige Geest is. Ze zou vervangen moeten worden.” Maar zuster Liu antwoordde slechts luchthartig: “Zuster Zhang is misschien niet bekwaam genoeg, maar op dit moment is ze nog steeds in staat enig werk te doen. Laten we proberen haar te helpen.” In mijn hart dacht ik: In onze werkregeling staat dat valse leiders in de kerk meteen nadat ze zijn ontdekt moeten worden vervangen. Zuster Zhang is al ontmaskerd als een valse leidster, dus moet ze vervangen worden! Ik stond op het punt dit te gaan zeggen, toen ik bij mezelf dacht: Zuster Liu vervult haar plicht als leidster nu al zo lang, ze zou zich bewust moeten zijn van de vereisten van de werkregeling. Als ik aandring, denkt ze dan dat ik zeg dat zij geen echt werk doet, denkt ze dat ik moeilijk doe en dat ik moeilijk ben in de omgang? O! Ik ben hier nieuw en er is nog zoveel dat ik niet begrijp. Bovendien zal ik ook nog wel een tijdje met haar werken. Als ik nu hierover ruzie krijg met zuster Liu, hoe moeten we dan nog samen onze plicht vervullen? Ik moet het maar gewoon vergeten! Nu ik dit dacht, zei ik maar niets meer.

Later heb ik meerdere malen met zuster Zhang overlegd, maar haar gesteldheid verbeterde niet. Toen berichtten de andere broeders en zusters in de kerk mij dat zuster Zhang geen echt werk deed, en ik realiseerde me dat de kwestie urgent was. Ik verkwistte geen tijd en ging terug naar zuster Liu om de vervanging van zuster Zhang te bespreken. Maar zuster Liu zocht uitvluchten: “De hoogste leiders zijn de brieven met beschuldigingen aan het verifiëren. Ze wordt vervangen als zij bevestigen dat ze een valse leidster is.” In mijn hart dacht ik: Als ze echt een valse leidster is, moet ze zo snel mogelijk vervangen worden. Als we wachten tot de brieven geverifieerd zijn voordat we haar vervangen, wordt het werk van de kerk uitgesteld en wordt het binnengaan in het leven van de broeders en zusters ook uitgesteld. Daarmee gaan we tegen God in! Ik wilde met zuster Liu spreken over het belang van het vervangen van valse leiders, maar toen dacht ik: Als ik er een punt van maak dat zuster Zhang vervangen moet worden, denkt zuster Liu dan dat ik te arrogant en verwaand ben, dat ik alleen maar probeer mezelf te bewijzen in mijn nieuwe functie door hier te proberen indruk te maken? Daar komt nog bij dat zuster Liu niet heeft gezegd dat zuster Zhang niet aangepakt zou worden, ze heeft alleen maar gezegd dat we moesten wachten op de bevestiging van het hoger kader voordat we iets ondernamen. Ik kan me dus maar beter rustig houden. Het is maar voor een paar dagen. En zo hield ik mijn woorden voor me. Een aantal dagen later kregen wij, de leiders van het middenkader, een ernstige berisping van de leiders van het hogere kader omdat we niet onmiddellijk de valse leidster in de kerk hadden aangepakt. Ze zeiden dat we de uitverkorenen van God niet hadden beschermd, dat we medeplichtigen waren, het schild van Satan, dat we onze broeders en zusters kwaad deden. Toen pas werd zuster Zhang snel afgezet. Terwijl dit geregeld werd, ontdekte ik dat zuster Zhang al heel lang geen echt werk had verricht. Ze was nooit doeltreffend geweest in het evangeliewerk van de kerk waarvoor zij verantwoordelijk was en alle broeders en zusters leefden in negativiteit en zwakte. Sommigen wilden zelfs niet meer naar een bijeenkomst. Toen ik zag welke grote schade de kerk was toegebracht door niet onmiddellijk een valse leidster aan te pakken, voelde ik veel zelfverwijt in mijn hart. Maar ik besteedde niet meer tijd aan gedachten over de zaak en een poging mezelf te kennen. Ik dacht dat het volstond dat zuster Zhang vervangen was.

Vervolgens ontstonden er problemen in alle aspecten van het werk van de kerken waar zuster Liu verantwoordelijk voor was. Als ze gesnoeid en aangepakt werd door de leiders van het hogere kader, had ze niet alleen geen berouw maar leefde ze ook nog in negativiteit en verzet en was ze niet meer bereid haar plicht te vervullen. Toen ik de toestand van zuster Liu zag, wilde ik haar op deze problemen wijzen, zodat ze erover na kon denken, maar ik maakte me ook zorgen: Als ik tegen haar zeg dat ze over zichzelf moet nadenken, zal ze dan zeggen dat ik geen rekening met haar houd, dat ik geen liefde heb voor haar? Het zou het samenwerken bemoeilijken als onze relatie zou bekoelen. Ik heb er een tijdje over nagedacht en daarna heb ik zeer omzichtig Gods wil naar haar gecommuniceerd en haar geadviseerd niet meer negatief te zijn. Daarna klaagde zuster Liu vaak en discussieerde ze over goed en fout – het ontbrak haar duidelijk aan het werk van de Heilige Geest. Ik dacht eraan hoe zuster Liu nooit echt werk had gedaan sinds wij onze plichten samen vervulden en hoe ze het niet accepteerde als ze werd gesnoeid en aangepakt, en niet probeerde de waarheid te zoeken. Dit waren de tekenen van een valse leidster! Het was op dat moment dat de leiders van het hogere kader mij vroegen een evaluatie te schrijven over zuster Liu. Mijn hart was hier echt over in conflict: moest ik eerlijk zijn over wat zich normaal gesproken in zuster Liu manifesteerde? Als ik dit niet meldde zou ik een valse leidster beschermen en het werk van het huis van God niet ondersteunen. Maar de meeste broeders en zusters wisten niet wat er werkelijk aan de hand was. Ze konden dit niet onderscheiden en ze steunden allemaal zuster Liu min of meer. Als ik mijn nek uitstak en haar problemen rapporteerde, zouden ze dan slecht over me denken? Bovendien bracht ik iedere dag met zuster Liu door. Ze had me geholpen toen ik problemen had. Als ik haar zou rapporteren en ze zou echt vervangen worden, zou ze me dan haten? Na de voor- en nadelen te hebben afgewogen, bagatelliseerde ik dus bij het schrijven van haar evaluatie de tekenen dat zuster Liu faalde in het uitvoeren van echt werk en haar gebrek aan intrede. Nadat de evaluatie ingeleverd was, voelde ik grote onrust in mijn hart. Ik realiseerde me dat ik de feiten had verborgen en God had bedrogen. In mijn geest voelde ik een grote aanklacht. In de daaropvolgende dagen viel ik steeds in slaap tijdens het lezen van Gods woorden en werd ik niet verlicht of geïllumineerd gedurende bijeenkomsten en communicaties. Ik voelde Gods begeleiding niet en kon de problemen in de kerk niet herkennen. Een aantal dagen later, na een onderzoek en de bevestiging dat zuster Liu een valse leidster was die geen echt werk deed, zette de leiders van het hogere kader haar af. Hoewel zuster Liu was afgezet, had ik om mijn relatie met haar te behouden de waarheid verloochend en gezondigd. Als ik hieraan dacht, werd ik door schaamte en zelfverwijt overmand. Ik bad onmiddellijk tot God en begon over mezelf na te denken.

Later las ik in Gods woorden: “De meest fundamentele en belangrijke onderdelen van je menselijkheid zijn het geweten en de rede. Wat voor iemand is de mens die geen geweten heeft en die het aan de rede van de normale menselijkheid ontbreekt? Over het algemeen gesproken is dat een persoon die geen menselijkheid heeft of een persoon met een slechte menselijkheid. […] Dergelijke mensen zijn nonchalant in hun daden en houden zich afzijdig van alles wat hen niet persoonlijk aangaat. Zij hebben geen oog voor de belangen van Gods huis en schenken geen aandacht aan Gods wil. Zij nemen de last niet op zich om voor God te getuigen of hun plichten uit te voeren en hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. […] Zelfs zijn er mensen die een probleem constateren maar blijven zwijgen. Ze zien dat anderen onderbrekingen en verstoringen opwerpen, maar doen ze niets om hen tegen te houden. Ze hebben geen enkele aandacht voor de belangen van Gods huis, noch denken ze aan hun eigen plicht of de verantwoordelijkheid die ze dragen. Ze spreken, handelen, treden naar voren, verrichten inspanning en besteden energie alleen ten bate van hun eigen ijdelheid, aanzien, positie, belangen en eer” (‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’) Ook las ik een communicatie die luidde: “Allen die de verschijningsvorm van valse leiders en antichristen aanschouwen, die hen kunnen herkennen, maar hun verantwoordelijkheid niet nemen, beschermen de uitverkorenen niet en ondersteunen het werk van God niet, omdat ze bang zijn mensen te beledigen, omdat ze ‘aardig’ zijn. Zulke mensen hebben God niet lief en God vervolmaakt zulke mensen niet. God vervolmaakt ‘aardige’ mensen niet. Zulke mensen zijn glad, geslepen, bedrieglijk, ze waaien met alle winden mee, ze zijn niets goeds, ze zijn de klassieke duivels en Satan” (‘De relatie tussen de liefde voor God zoeken en vervolmaakt worde’ in Preken en communicatie over het binnengaan in het leven IX). Het lezen van Gods woorden en deze communicatie maakte me heel verdrietig en ik kon de tranen van schaamte niet inhouden. Ik zag dat ik een ‘aardig’ persoon was, dat ik alles in het werk zou stellen om mezelf te beschermen als er iets gebeurde, niets deed om de belangen van het huis van God te behartigen en geen verantwoordelijkheidsgevoel had voor het werk van de kerk en voor de intrede in het leven van de broeders en zusters. Ik wist maar al te goed dat zuster Zhang als valse leidster was ontmaskerd. Het werk van de kerk en de intrede van de broeders en zusters in het leven, waar zij verantwoordelijk voor was, was belemmerd geweest, en ik wist dat het een zonde tegenover God en een belediging van Gods gezindheid was om valse leiders niet onmiddellijk af te zetten. Toch ging ik liever tegen mijn geweten in en was ik God liever onwelgevallig dan de mensen. Bijgevolg bleef de valse leidster Gods uitverkorenen in de kerk meer dan twee maanden schaden. Maar desondanks richtte ik de blik nog steeds niet naar binnen. Toen er zich serieuze kwesties voordeden in de diverse werkzaamheden waarvoor zuster Liu verantwoordelijk was en zij niet alleen het snoeien en behandeld worden door het hoger kader niet accepteerde, maar ook nog met negativiteit reageerde, had ik meteen hulp moeten bieden en aanwijzingen moeten geven en de aard en consequenties van die uiting aan het licht moeten brengen en moeten ontleden, zodat de zuster onmiddellijk tot inkeer had kunnen komen. Maar ik had mijn eigen belangen beschermd en alleen een paar troostende woorden en wat advies geboden. Toen mij gevraagd werd een evaluatie van zuster Liu te schrijven was ik me er duidelijk van bewust dat ze het werk van de Heilige Geest al kwijt was, dat ze de problemen in de kerk niet kon oplossen, dat ze een valse leidster was. Maar om mijn eigen status te beschermen had ik geprobeerd de ware feiten te verbergen en zuster Liu te beschermen. Ik zag dat ik steeds weer een valse leider had beschermd, dat ik liever had dat het werk van de kerk eronder leed dan dat ik de waarheid in praktijk bracht en aan rechtvaardigheid trouw bleef. Ik zag ook dat ik alleen mijn eigen belangen had behartigd en totaal niets had gegeven om het werk van de kerk en of mijn broeders en zusters nu leefden of stierven. Door zo op te treden was ik een beschermend schild voor de valse leider, een handlanger van Satan die zich met het werk van Gods huis komt bemoeien en het komt verstoren. Waar was mijn menselijkheid? Ik was een ‘aardig’ persoon, die zelfzuchtig en laaghartig, glad en geslepen was! De kerk had mij zo’n belangrijke plicht opgelegd. Ik riep dat ik Gods liefde wilde terugbetalen en God tevreden wilde stellen, maar eigenlijk had ik geprobeerd God te bedriegen. Als ik problemen tegenkwam draaide ik mijn ellebogen altijd naar buiten1 door aan Satans kant te gaan staan om me tegen God te verzetten. Met mijn handelen had ik Gods gezindheid al lang geleden beledigd en dit had Gods minachting en haat opgeleverd. Mijn schaamte was grenzeloos. Ik kon alleen maar tot God bidden: “O God! Steeds ben ik weer tegen uw wil ingegaan, heb ik mezelf in bescherming genomen, de waarheid niet in praktijk gebracht, het werk van de kerk belemmerd en het leven van de broeders en zusters geschaad. Ik ben tegen u opgestaan, heb me tegen u verzet en als ik geen berouw toon moet ik de straf van uw rechtvaardigheid ondergaan. O God! Ik heb gezondigd, ik wil u berouw tonen, de waarheid in praktijk brengen om mijn overtredingen goed te maken.”

Later deden mijn broeders en zusters tijdens een bijeenkomst verslag van hoe broeder Li, waar ik mee samenwerkte, geen echt werk deed. Ze berichtten dat hij zich tijdens bijeenkomsten altijd alleen aan de formaliteiten hield en niet altijd onmiddellijk communiceerde en een oplossing zocht als men op problemen en moeilijkheden stuitte bij de uitvoering van plichten. Later zocht ik broeder Li op om een aantal keren met hem te communiceren. Maar hij was het alleen maar eens met wat ik zei en na een oppervlakkige erkenning bleef het daarbij. Enige tijd later begonnen de broeders en zusters weer te rapporteren dat broeder Li geen echt werk liet zien, hetgeen al sinds lange tijd het werk van de kerk in de weg stond, waardoor het werk niet kon vorderen. Gemeten op basis van principe was broeder Li ook een valse leider die geen echt werk verrichtte. Ik zou dit onmiddellijk aan het hoger kader moeten melden en hem af laten zetten. Maar zodra we het erover hadden om broeder Li aan te geven, keerden de zorgen en ongerustheid terug in mijn hart: “Van ons allemaal hier heeft broeder Li het langst zijn plicht vervuld. Hij wordt als ‘ouderling’ beschouwd. Ook ik ga vaak bij hem te rade over zaken van de kerk en hij helpt mij altijd. Wat zou hij van mij denken als hij weet dat hij is afgezet door mijn verslag? Zou hij zeggen dat ik ondankbaar ben? Hoe gênant zou het daarna zijn elkaar tegen te komen. Diverse andere medewerkers hebben broeder Li niet aangegeven. Ik kan dus maar beter mijn nek niet uitsteken, niet moeilijk doen en ik het pas aanpakken als het hoger kader het heeft ontdekt. Maar als ik de situatie niet onmiddellijk meld en broeder Li laat afzetten, ben ik wel de intrede in het leven van de broeders en zusters aan het uitstellen en me aan het mengen in het werk van de kerk en dit aan het belemmeren.” Mijn hart was zo verscheurd dat ik niet wist wat ik moest doen. Dus verspilde ik mijn tijd niet en bad tot God en zocht Hem. Ik dacht aan Gods woorden: “Je moet mijn woorden altijd binnenin je laten werken, ongeacht wie tegenover je staat; je moet in staat zijn om stevig te staan in je getuigenis van mij en rekening houden met mijn lasten. Je kunt niet verward zijn, het blindelings met mensen eens zijn zonder je eigen ideeën te hebben, maar moet in plaats daarvan de moed hebben om op te staan en bezwaar te maken tegen dingen die niet van mij komen. Als je duidelijk weet dat iets verkeerd is, maar je houdt je stil, dan ben je niet iemand die de waarheid beoefent. Als je weet dat iets verkeerd is en het onderwerp dan verdraait, maar Satan blokkeert je weg – je spreekt zonder enig effect te bereiken en bent niet in staat tot het eind vol te houden – dan draag je nog steeds de angst mee in je hart, en is je hart dan niet nog steeds vol van gedachten van Satan?” (‘Hoofdstuk 12’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “[…] iedereen heeft gezegd dat ze rekening zouden houden met Gods last en het getuigenis van de kerk zouden verdedigen. Wie heeft werkelijk rekening gehouden met Gods last? Vraag jezelf af: ben jij iemand die rekening heeft gehouden met Gods last? Kun jij rechtvaardigheid beoefenen voor God? Kun jij opstaan en voor mij spreken? Kun jij standvastig de waarheid in praktijk brengen? Ben jij moedig genoeg om te vechten tegen de daden van Satan? Ben jij in staat om je gevoelens aan de kant te zetten en Satan te ontmaskeren omwille van mijn waarheid? Kun jij toestaan dat mijn wil vervuld wordt in jou? Heb je je hart geofferd als de doorslaggevende tijd daarvoor komt? Ben jij iemand die mijn wil doet? Vraag jezelf dit af en denk er vaak over na” (‘Hoofdstuk 13’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Iedere verwijtende vraag van God bevatte Zijn verwachtingen van mij. Als er iets in de kerk voorviel dat de principes van de waarheid geweld aandeed, verwachtte God van mij dat ik aan Zijn kant stond, de moed had Satan te ontmaskeren, het werk van de kerk te steunen en gevoel voor rechtvaardigheid te hebben. Maar uit wat mij getoond was en wat zich in mij had geopenbaard, bleek dat ik niet iemand was die dacht aan Gods wil of de waarheid in praktijk bracht. Om mijn eigen belangen te beschermen en zijn beeld van mij in zijn hart hoog te houden, aarzelde ik om de situatie te melden toen ik zag dat broeder Li een valse leider was en vervangen diende te worden, zelfs toen ik problemen ontdekte. Ik probeerde de zaak voor afhandeling te dumpen bij het hoger kader en hield totaal geen rekening met de belangen van het huis van God. Ik zag hoe zelfzuchtig en geslepen mijn aard was! Als het er echt op aan kwam, waarom was ik dan altijd ‘aardig’ en durfde ik niet naar voren te treden om het werk van de kerk te verdedigen?

Later las ik de woorden van God: “De verdorven gezindheid van de mens is het gevolg van het feit dat Satan hem vergiftigt en vertrapt, en de verschrikkelijke schade die Satan heeft aangebracht in zijn denken, moraliteit, inzicht en verstand. Juist omdat deze fundamentele dingen van de mens door Satan zijn verdorven, en volslagen anders zijn dan hoe God ze oorspronkelijk heeft gemaakt, keert de mens zich tegen God en begrijpt hij de waarheid niet” (‘Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Als je eenmaal gelooft en vóór God komt maar nog steeds op die oude manier leeft, is je geloof in God dan wel zinvol? Is het wel waardevol? Het doel en de beginselen van jouw leven en de manier waarop je leeft zijn niet veranderd, en het enige wat je boven ongelovigen plaatst is je erkenning van God. Je lijkt God te volgen, maar je levensgezindheid is nog steeds zelfs niet een beetje veranderd. Uiteindelijk zul je niet worden gered. Nu dit zo is, gaat het dan niet slechts om een leeg geloof en om een lege vreugde?” (‘Alleen door de waarheid in praktijk te brengen kun je de ketenen van een verdorven gezindheid van je afwerpen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Daarna las ik de woorden in een communicatie: “Kunnen mensen binnen de kerk, die naar de filosofie van Satan leven en proberen nooit iemand te beledigen wel door God worden geprezen? Ze kunnen absoluut niet door God worden geprezen. Zij die proberen nooit iemand te beledigen, leggen geen getuigenis af. Ze staan niet aan de kant van God en zijn categorisch ongehoorzaam aan God. Mensen die proberen anderen nooit te beledigen, hebben de werkelijkheid van de waarheid niet, dus zij kunnen niet worden gered! Zij die proberen anderen nooit te beledigen zijn diep verdorven door Satan en leven naar Satans filosofie. Anderen zien hen als goede mensen, maar God ziet hen als mensen die de principes van de waarheid niet bezitten en aan de kant van Satan staan en Satan gehoorzamen. Is dat niet het geval? Tegenwoordig zijn er veel zulke mensen in de kerk. Als hun ideeën niet veranderen, zullen ze vroeger of later in het verderf worden gestort. Als je niet aan Gods zijde kunt staan, is het gedaan met je” (‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven, deel 151’). Het lezen van deze woorden verlichtte mijn hart. Toen realiseerde ik me pas dat de reden dat ik altijd mijn eigen belangen behartigde en ‘aardig’ probeerde te zijn als er zich een probleem voordeed, was dat de overlevingswetten van Satan – ‘Je kunt beter je mond houden dan op problemen wijzen’, ‘zwijg om jezelf te beschermen en probeer enkel te ontkomen aan schuld’, ‘Hoe minder problemen, hoe beter’, en ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’ – al sinds lange tijd mijn leven waren geworden. Zozeer dat ik sinds mijn jeugd voorzichtig en weloverwogen was geweest bij mijn interactie met familie, buren en vrienden, omdat ik dacht dat ik alleen een plaats in de wereld had als mijn verhouding met anderen goed was en ik niemand beledigde. Zelfs als ik anderen iets verkeerd zag doen, durfde ik er niet over te praten. Ik had alleen oog voor mijn eigen belangen en leefde zonder zelfrespect. Nadat ik in God was gaan geloven en mijn plicht begon te vervullen, was ik toch volgens deze satanische overlevingswetten blijven handelen. Als ik een valse leider zag verschijnen in de kerk die het werk de kerk verlies toebracht, dacht ik als eerste aan mijn eigen belangen. Ik beledigde nog liever God dan anderen mensen, ik durfde me niet aan de principes van de waarheid te houden en aan Gods zijde te staan. Steeds weer ging ik achteloos om met het werk van de kerk. Ik was Satans slaaf en werd veracht door God. Toen ik er deze keer achter kwam dat broeder Li een valse leider was, probeerde ik nog steeds me aan de interpersoonlijke filosofieën van Satan te houden, om zijn beeld van mij in zijn hart te behouden. Ik hield rekening met mijn eigen belangen. Ik zag dat ik, door ‘aardig’ zijn als uitgangspunt in het leven te nemen, ik meer en meer zelfzuchtig en laaghartig, glad en geslepen was geworden zonder maar een zweem van menselijkheid. Tegelijkertijd kwam ik erachter dat ‘aardige’ mensen ook vals en kruiperig zijn, ze onderbreken en verstoren in alle opzichten het werk in het huis van God, het zijn de lakeien van Satan die deskundig zijn in anderen schade en vernietiging toebrengen, het zijn hielenlikkers, de vijanden van God. God veracht en minacht ‘aardige’ mensen en Hij redt en vervolmaakt ze niet. Als ik niet tot inkeer kwam en het pad van een ‘aardig’ mens bleef volgen, zou ik uiteindelijk geëlimineerd en gestraft worden door God! Nu ik dit wist, realiseerde ik me dat mijn gesteldheid heel gevaarlijk was, dat ik zo niet door kon gaan. Ik moest God echt mijn berouw tonen, de waarheid in praktijk brengen en iemand met gevoel voor rechtvaardigheid zijn.

Later deed ik het hoger kader verslag van de situatie van broeder Li. Ze onderzochten en verifieerden de situatie en stelden vast dat broeder Li een valse leider was en vroegen mij hem van zijn plichten te ontheffen. Ik voelde me wel wat beschroomd in mijn hart bij de gedachte dat ik broeder Li zou vervangen, hem zou ontmaskeren en ontleden omdat hij geen echt werk verrichtte. Ik wilde de confrontatie met hem niet aangaan, ik was bang hem verdriet te doen. Op dat moment dacht ik aan Gods woorden: “Als je de motivatie en zienswijze van een ‘aardig mens’ hebt, zul je hierin altijd ten val komen en mislukken. Wat moet je dus doen in dergelijke situaties? Als je zoiets tegenkomt, moet je tot God bidden. Vraag God je kracht te geven, dat Hij je je aan de principes laat houden, laat doen wat je te doen staat, principieel met dingen laat omgaan, standvastig laat zijn en het werk van Gods huis geen kwaad laat overkomen. Als je je eigen belangen, aanzien en zienswijzen van een ‘aardig mens’ kunt vergeten, als je doet wat je te doen staat met een eerlijk en overtuigd hart, dan heb je Satan verslagen en dit aspect van de waarheid gewonnen” (‘Pas als je jezelf kent, kun je op zoek gaan naar de waarheid’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). In een communicatie stond dat “enkelen van Gods uitverkorenen een gevoel van rechtvaardigheid hebben. Voor de bescherming van de uitverkorenen en het werk van Gods huis hebben zij de moed valse leiders en antichristen te ontmaskeren. Zulke mensen zijn eerlijk en openhartig, het zijn de geliefden van God en degenen die de waarheid echt liefhebben. Alleen zij die van de waarheid houden en daar echt blijk van geven zijn degenen die oprecht berouw tonen, en dat zijn precies degenen die gered zullen worden” (‘Preken en communicatie over Gods woord “God Himself, the Unique II” (XX)’ in ‘Preken en communicatie over het binnengaan in het leven XII’). Uit Gods woorden en deze communicatie kun je afleiden dat God van eerlijke mensen met een gevoel voor rechtvaardigheid houdt, dat dat de mensen zijn die gered en vervolmaakt worden. Nu was er een valse leider verschenen in de kerk. God keek hoe ik deze zaak benaderde, of ik mijn eigen persoonlijke belangen beschermde of de belangen van de kerk ter harte nam, of ik in staat was de waarheid in praktijk te brengen en geen concessies aan Satan te doen. In het verleden had ik geen acht geslagen op Gods wil en had ik Gods hoop op mij beschaamd. Deze keer in de zaak van de vervanging van broeder Li zou ik Gods kritische blik aanvaarden, zou ik mijn eigen bedoelingen rechtzetten en wat broeder Li ook over mij dacht of hoe hij mij ook zou behandelen, ik moest mijn eigen belangen niet beschermen. Valse leiders ontmaskeren en vervangen was mijn dure plicht, mijn verantwoordelijkheid. Ik moest het werk van de kerk steunen, rekening houden met de intrede in het leven van de broeders en zusters, aan Gods zijde staan en onmiddellijk broeder Li vervangen en zijn manifestatie aan het licht brengen. Als broeder Li iemand was die de waarheid nastreefde, dan zou zijn vervanging hem helpen over zichzelf na te denken. Dit zou zijn intrede in het leven ten goede komen en het zou hem ervan weerhouden verdere overtredingen jegens God te begaan. En dus bad ik tot God: moge God mij de weg wijzen en moed geven om met broeder Li te communiceren. Nadat ik de tekenen van de tekortkoming van broeder Li om echt werk te doen aan het licht gebracht en ontleed had, haatte hij mij niet alleen niet, maar bovendien toonde hij berouw en zei: “Dat ik nu word vervangen, is Gods rechtvaardigheid. Het is de liefde en bescherming van God voor mij. Als je mij hier niet op had gewezen, zou ik niet hebben geweten hoeveel schade ik aan de kerk toebracht. God zij dank! Ik zal hierover nadenken. Vertel mij welke verdorvenheid er nog meer in mij is. Dat helpt mij goed over mezelf na te denken …” De woorden van broeder Li ontroerden mij. Ik dacht dat het hem verdriet zou doen als ik zijn tekenen aan het licht zou brengen, maar dat bleek ik me maar te hebben ingebeeld. Als ik hem er niet op had gewezen had ik hem pas echt geschaad. Op dat moment voelde ik me standvastig en vredig in mijn geest en bijzonder dicht bij God. En zo begreep ik dus echt dat ik de broeders en zusters alleen maar echt kon helpen door de waarheid in praktijk te brengen en aan de kant van de rechtvaardigheid te staan. Toen ik later broeders en zusters de principes van de waarheid zag overtreden, toonde ik nog wel eens het perspectief van ‘aardig’ zijn en angst anderen te beledigen, maar dan kwam ik onmiddellijk voor God om te bidden, verloochende ik mezelf en ging met die dingen om volgens de principes van de waarheid. God zij dank. Door het effect van de woorden van God ben ik in staat dit beetje praktijk en intrede te hebben!

Nadat ik het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden had ervaren en de feiten bloot waren gelegd, zag ik dat de ‘aardigen’ geslepen, snood, gewetenloos en zonder menselijkheid waren en geen kans hadden om door God te worden gered. Ik was ook dankbaar voor de begeleiding en het leiderschap van Gods woorden. Daardoor had ik de beperkingen van mijn mentaliteit van ‘aardig zijn’ af kunnen werpen en een beetje van de gelijkenis met een eerlijk mens uit kunnen leven. Terwijl ik dit ervoer had ik echt leren waarderen hoe de waarheid en rechtvaardigheid aan de macht waren in het huis van God. In het huis van God kunnen alleen die mensen standvastig zijn en door God worden goedgekeurd, die de waarheid in praktijk brengen, volgens de principes van de waarheid handelen en een eerlijk persoon zijn met gevoel voor rechtvaardigheid. In de toekomst zou ik al het mogelijke doen om de waarheid na te streven, om iemand te zijn met gevoel voor rechtvaardigheid, om mijn plicht goed te vervullen, God tevreden te stellen en Zijn hart troost te brengen!

Voetnoten:

1. De ellebogen naar buiten draaien: een Chinese uitdrukking met de betekenis van ‘de voorkeur geven aan een buitenstaander, in plaats van iemand uit de eigen groep”.

Vorige:De les in gehoorzaamheid

Volgende:Van start gaan op het pad van het geloof in God

Gerelateerde media

  • Er schuilt een groot geluk in eerlijkheid

    Van kleins af aan heb ik altijd van mijn ouders geleerd: “Je moet niet het hart hebben om anderen kwaad te doen, maar je moet waakzaam zijn om zelf niet te worden gekwetst.” Daarnaast heb ik zelf veel mensen bedrogen zien

  • Jaloersheid – de geestelijke chronische ziekte

    Een zuster en ik werkten samen aan het herzien van artikelen. Toen we samenkwamen, besefte ik dat het niet uitmaakte of het nu ging om zingen, dansen, het ontvangen van Gods woord of het communiceren van de waarheid, ze was in elk opzicht beter dan ik. De broeders en zusters van het gastgezin hadden haar allemaal graag en wilden met haar praten. Hierdoor was mijn hart erg onrustig en het voelde alsof ik genegeerd werd − zelfs tot het punt waar ik dacht dat zolang zij daar was, er voor mij geen plaats was. In mijn hart begon ik te voelen dat ik haar beu was en niet bereid om haar te vergezellen bij het vervullen van onze taken. Ik hoopte dat ze zou weggaan zodat de broeders en zusters mij graag zouden hebben en mij hoog zouden achten.

  • Dit is een echt goed mens

    Door Moran, provincie Shandong Sinds mijn kindertijd heb ik altijd veel belang gehecht aan hoe andere mensen mij zagen en inschatten. Ik wilde opgehe…

  • Je kunt mensen niet beoordelen op basis van hun uiterlijk

    In mijn hart geloofde ik altijd dat mijn vader een goed mens was. Maar op een dag vernam ik plots dat mijn vader uit de kerk was gewezen. Ik was op dat moment helemaal verbijsterd en kon het niet begrijpen. In mijn hart was mijn vader ’s werelds beste mens. Hoewel hij een slecht humeur heeft, zorgde hij steeds goed voor ons zussen en heeft hij ons nooit geslagen of uitgescholden. Ondanks de moeilijkheden die ons gezin ondervond, zorgde hij er altijd voor dat we ons niet minderwaardig voelden, ongeacht hoe veel hij daarvoor moest lijden.