Vraag 7: Je zegt dat Paulus de Heer Jezus niet verhief en niet van Hem getuigde. Ik geloof niet wat jij zegt. Broeder Paulus heeft talrijke brieven geschreven. Getuigde hij zo niet telkens van de Heer Jezus?

Antwoord: Hoewel Paulus vele brieven heeft geschreven, heeft hij de Heer Jezus nooit verheven of over Hem getuigd. Zelfs als hij de Heer Jezus noemde, gebruikte hij de naam van Jezus Christus alleen om over zichzelf te getuigen. Zo schrijft hij in zijn brieven vaak: “Van Paulus, door Gods wil apostel van Christus Jezus.” Wat Paulus bedoelde, was dat hij als apostel van de Heer Jezus diende door Gods wil en niet door de wil van de Heer Jezus. Had God in de hemel hem geroepen? Nee, de Heer Jezus had hem geroepen. De Heer Jezus riep hem niet in de gedaante van God, maar in de gedaante van Christus. Maar Paulus zei: “door Gods wil.” Hij erkende niet dat de Heer Jezus, Christus en God een en dezelfde zijn. In zijn brieven maakt Paulus altijd onderscheid tussen God, Christus en de Heilige Geest. Hij dacht dat God God was en Christus Christus. Dat God boven Christus staat en dat alleen de hemelse Vader de hoogste is. We zien dat Paulus geloofde in de God van de hemel, niet in de vleesgeworden Christus. Paulus kende de Heer Jezus namelijk niet. Hij had de Heer Jezus Christus nooit verheven als God. Hij had de woorden van Jezus Christus nooit verheven, noch had hij getuigd van het feit dat ze de woorden van God waren. En hij had mensen de Heer Jezus niet laten vergroten. Dan is de vraag: geloofde Paulus wel echt in Christus? Volgde hij Christus en getuigde hij van Hem? Nee. De ware natuur van wat Paulus deed, is heel ernstig. Kijk naar de woorden van de apostel Johannes: “Iedere geest die belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt van God. Iedere geest die niet belijdt dat Jezus Christus als mens gekomen is, komt niet van God; dat is de geest van de antichrist” (1 Joh. 4:2-3). Deze passage leert ons dat iedereen die niet erkent dat God vleesgeworden is een antichrist is. Als je bedenkt dat Paulus alleen geloofde in de God van de hemel en dus niet echt geloofde in Christus, was Paulus, wat het werk van Jezus Christus betreft, een ongelovige. Paulus zwaaide met de “door Gods wil apostel van Christus Jezus”-vlag en verhief en vestigde zichzelf in alles wat hij deed. Hij wilde altijd dezelfde status hebben als de Heer Jezus Christus. Dit toont aan dat Paulus te ambitieus was. Hij vereerde of gehoorzaamde de Heer Jezus in het geheel niet. Zijn ware natuur, de natuur van haat voor de waarheid en de weerstand tegen God, is nooit veranderd. Dit bewijst eens te meer dat Paulus nooit berouw heeft gehad.

Paulus werkte en verspreidde jarenlang het evangelie, maar hij getuigde of preekte nooit van de woorden van Jezus Christus. We lezen ook nooit hoe Paulus sprak van de waarheden die de Heer Jezus had uitgedrukt, terwijl hij toch talrijke kerken aandeed. We vragen ons serieus af hoeveel woorden van de Heer Jezus Paulus in zijn hart had. We weten dus zeker dat Paulus niet uit was op de waarheid. Hij concentreerde zich namelijk niet op het ervaren van de woorden van de Heer Jezus Christus en bracht ook niet de woorden van de Heer Jezus in praktijk. In plaats daarvan verspreidde hij het evangelie op basis van zijn gaven: menselijke inzet, kennis en kunde. Hoe kon hij dan iemand zijn die de waarheid zocht? Geen wonder dat hij de Heer Jezus nooit echt kende, liefhad of gehoorzaamde. Hoewel hij jarenlang werkte, is zijn oude natuur nooit veranderd. Hij werd juist steeds arroganter en meer geldbelust. Hij vestigde zich door zijn werk en zorgde dat anderen hem volgden en aanbaden. Dat probeerde hij als kapitaal te gebruiken voor een deal met God. Zoals Paulus zelf al eens zei: “Ik heb de goede strijd gestreden, de wedloop volbracht, het geloof behouden. Nu wacht mij de krans van de gerechtigheid die de Heer […]” (2 Tim. 4:7-8). Deze zin verklaart duidelijk Paulus zijn motief voor al die jaren werken: beloningen en de krans. Van begin tot eind was Paulus nooit uit op de waarheid en hij heeft nooit geprobeerd zijn gezindheid te veranderen. Zij doelen en satanische natuur hebben daar niks aan veranderd. De weg die hij nam, was die van de farizeeën. Dat alles bewijst dat hij nooit echt berouw heeft gehad. De Heer Jezus riep Paulus om hem een kans te geven berouw te tonen en om het evangelie te verspreiden. De Heer Jezus kon Paulus, die een demonische natuur had, overwinnen. Dat bewijst dat Hij almachtig is en dat Hij iedereen Zijn werk kan laten dienen.

uit het filmscenario van ‘Pijnlijke herinneringen’

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

Vorige: Vraag 6: Alles waarover je spreekt zijn zonden die broeder Paulus beging voor hij de roeping van de Heer aanvaardde. Maar nadat het felle licht hem had beschenen, reisde hij van hot naar her om het evangelie van de Heer te verspreiden. Hij schreef talrijke brieven om de gelovigen te ondersteunen. Dit bewijst dat broeder Paulus tot inkeer was gekomen. Je kan niet concluderen dat hij een vijand van de Heer Jezus was op basis van zijn daden van voor hij naar de Heer terugkeerde.

Volgende: Vraag 8: Je zegt dat Paulus nooit echt berouw had. Maar Paulus zei dat leven voor hem Christus is. Hoe interpreteer je dat dan?

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.

Gerelateerde inhoud

Vraag (1): De belofte van de Heer luidt dat hij zal wederkeren om ons mee te nemen naar het hemelse koninkrijk, maar toch zeggen jullie dat de Heer al is geïncarneerd om het oordeelswerk in de laatste dagen te doen. De Bijbel voorspelt duidelijk dat de Heer op wolken zal neerdalen met kracht en grote glorie. Dat is iets heel anders dan wat jullie hebben verklaard, namelijk dat de Heer al is geïncarneerd en heimelijk onder de mensen is neergedaald.

Antwoord: Jij zegt dat de Heer de mens beloofde dat Hij zou terugkomen om de mens mee te nemen naar het hemelse koninkrijk. Dat is zeker, want de Heer is trouw. Hij zal altijd Zijn beloften nakomen. Maar we moeten eerst duidelijk stellen dat de terugkeer van de Heer door incarnatie in de laatste dagen om het oordeelswerk te doen, direct verband houdt met hoe we worden opgenomen in het hemelse koninkrijk.

Vraag 2: Als Bliksem uit het oosten de ware weg is, wat is dan de basis van je belijdenis? Wij geloven in de Heer Jezus omdat Hij ons kan redden, maar hoe krijg je bevestigd dat Bliksem uit het oosten de ware weg is?

Almachtige God zegt: “Wat is het meest fundamentele principe in het zoeken naar de ware weg? Je moet nagaan of er sprake is van het werk van de Heilige Geest, of deze woorden wel of niet de waarheid uitdrukken, van wie er wordt getuigd en wat je eraan hebt” (‘Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’).

Vraag (2): Ik geloof al meer dan mijn halve leven in de Heer. Ik heb onvermoeibaar voor de Heer gewerkt en heb voortdurend uitgekeken naar Zijn tweede komst. Als de Heer is gekomen, waarom heb ik dan Zijn openbaring niet ontvangen? Heeft Hij mij afgewezen? Ik ben hier erg door in de war geraakt. Hoe verklaren jullie dit?

Antwoord: De mens denkt dat als hij zijn halve leven in de Heer gelooft, hard voor de Heer werkt en waakzaam wacht op Zijn tweede komst, de Heer hem als Hij weerkeert een openbaring zal geven. Dat is de opvatting en verbeelding van de mens en stemt niet overeen met het feit van Gods werk. De joodse farizeeërs verspreidden de weg van God over land en zee. Gaf de Heer Jezus ze een openbaring toen Hij kwam? En de discipelen die de Heer Jezus volgden, wie van hen volgde de Heer Jezus omdat ze een openbaring hadden gekregen?

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger