Hoe de waarheid na te streven (4)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

Het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God

I. Het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God: het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over Gods werk

F. Gods werk verandert de aangeboren eigenschappen van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen

Tijdens de vorige bijeenkomst zijn we doorgegaan met communiceren over het onderwerp ‘hoe de waarheid na te streven’. Wat was de belangrijkste inhoud van de communicatie? We hebben gecommuniceerd over de verschillen tussen de aangeboren eigenschappen van mensen en hun verdorven gezindheden, en we hebben ook specifiek over deze twee aspecten gecommuniceerd. Hebben jullie door de communicatie een bepaald begrip gekregen van het werk dat God van plan is te doen en welke aspecten van mensen God wil veranderen bij het redden van mensen? (Ja. Door Gods laatste communicatie begreep ik dat wat God met Zijn werk wil veranderen, de verdorven gezindheden van mensen zijn.) Bij het redden van mensen is God van plan hen te ontdoen van hun verdorven gezindheden; Hij is niet van plan hun aangeboren eigenschappen te veranderen, toch? (Dat klopt.) God drukt de waarheid uit en voorziet mensen van de waarheid, en gebruikt verschillende werkmethoden – dit alles is gericht op de verdorven gezindheden van mensen. Door Zijn werk stelt God mensen in staat de gezindheden af te werpen waarop ze vertrouwen om te overleven, die door Satan zijn verdorven. Op deze manier worden Gods woorden en de waarheid in mensen gewerkt en worden ze hun leven. Dit is het uiteindelijke resultaat dat Gods werk wil bereiken. Wat hebben jullie begrepen van de communicatie over dit aspect? Welke inhoud heeft de diepste indruk op jullie achtergelaten? Denk er even over na. (Gods laatste communicatie heeft me geholpen een foutieve en absurde zienswijze die ik had te corrigeren. In het verleden dacht ik dat God het inherente kaliber, de inherente vermogens en de inherente persoonlijkheid van mensen zou veranderen, maar door Gods communicatie begreep ik dat God geen bovennatuurlijk werk verricht. Gods werk is het veranderen van de verdorven gezindheden van mensen en hun verschillende foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten, wat dingen van Satan zijn. Door Gods woorden te praktiseren, wordt de normale menselijkheid van mensen hersteld, en worden hun geweten en verstand steeds normaler. Tegelijkertijd begreep ik ook het belang van het nastreven van de waarheid. Alleen door de waarheid na te streven en de waarheid te praktiseren, kunnen onze verdorven gezindheden worden opgelost; wanneer Gods woorden ons leven worden, bereiken we dat we door God worden gered. Deze twee aspecten van Gods communicatie hebben een vrij diepe indruk op mij achtergelaten.) De inhoud van de laatste communicatie betrof een waarheid die verband houdt met visies; het betrof enkele specifieke aspecten van Gods werk, de objecten van Gods werk en de resultaten die het wil bereiken. Op basis van de inhoud waarover werd gecommuniceerd, rezen er enkele specifieke vragen. Deze vragen omvatten welke uitingen in het dagelijks leven worden beschouwd als iemands aangeboren eigenschappen, welke uitingen iemands karakter of zijn menselijkheidsessentie weerspiegelen – dat wil zeggen: wat we gewoonlijk aanduiden als enkele uitingen van of iemands menselijkheid goed of slecht is – en welke uitingen onthullingen zijn van verdorven gezindheden. Dit zijn specifieke vragen, nietwaar? Hoewel we, toen we eerder over dit onderwerp communiceerden, enkele voorbeelden hebben gegeven, waren die niet erg gericht of specifiek. Vandaag zullen we specifiek over deze kwestie communiceren om onderscheid te maken tussen de uitingen die mensen onthullen die aangeboren eigenschappen zijn, de uitingen die betrekking hebben op hun karakter, en de uitingen die in de categorie van verdorven gezindheden vallen, waarbij we de specifieke uitingen van deze drie aspecten onderscheiden. Zo zal het duidelijker zijn hoe mensen de talrijke kwesties die ze in hun dagelijks leven tegenkomen, op basis van Gods woorden en de waarheid in verband moeten brengen met deze drie aspecten. Dit omvat welke van de onthullingen van mensen aangeboren aspecten van normale menselijkheid zijn die niet hoeven te worden aangepakt of beteugeld; welke aspecten onthullingen zijn van problemen met de menselijkheid van mensen, en hoe ze deze moeten veranderen en corrigeren, of ze moeten oplossen door de waarheid te zoeken; en welke uitingen in de categorie van verdorven gezindheden vallen, en hoe mensen de essentie van deze gezindheden moeten gaan begrijpen en ze moeten oplossen en afwerpen door de waarheid te aanvaarden en te praktiseren. Deze hebben allemaal specifieke uitingen, en natuurlijk zijn er specifieke beoefeningspaden bij betrokken. Naar gelang de verschillende uitingen van mensen, zullen we communiceren over de principes en beoefeningspaden, zodat mensen kunnen begrijpen hoe ze deze kwesties onder ogen moeten zien en moeten oplossen, en zodat mensen concretere houdingen en beoefeningspaden voor verschillende problemen kunnen hebben. Klinkt het goed om op deze manier te communiceren? (Ja.)

4. Wat aangeboren eigenschappen zijn

We hebben al twee keer eerder gecommuniceerd over de drie kwesties: aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden. Hoewel we niet specifiek en op een gerichte manier hebben uitgelegd tot welke van deze drie kwesties de uitingen en onthullingen van mensen behoren, hebben we wel enkele voorbeelden gegeven toen we over elke kwestie communiceerden. In eerdere communicaties hebben we, toen we deze drie kwesties aanroerden, ook gecommuniceerd over de essentie van deze kwesties of de betrokken beoefeningspaden en beoefeningsprincipes. Wat betreft de drie kwesties die Ik zojuist noemde, wil Ik nu dat iedereen eerst bespreekt waar aangeboren eigenschappen naar verwijzen. Jullie kunnen hier allemaal in grote lijnen over communiceren om eerst een basisbegrip te krijgen. (God, verwijzen aangeboren eigenschappen naar iemands kaliber, vermogens, aangeboren persoonlijkheid en instincten?) We hebben al eerder over deze inhoud gecommuniceerd, dus jullie zouden er allemaal bekend mee moeten zijn. Zijn er nog meer? Worden sterke punten en het uiterlijk beschouwd als aangeboren eigenschappen? (Ja.) Hoe zit het met iemands familieachtergrond? (Ja, dat ook.) En routines en gewoonten qua levensstijl, toch? Nog iets anders? (Ook interesses en hobby’s.) Er is een klein verschil tussen interesses en hobby’s en sterke punten. Het toevoegen van interesses en hobby’s biedt meer specifieke details. Laten we ze op volgorde zetten: ten eerste de familieachtergrond. Ten tweede het uiterlijk. Ten derde de persoonlijkheid. Ten vierde de instincten. Ten vijfde het kaliber. Ten zesde de sterke punten. Ten zevende de interesses en hobby’s. Ten achtste de vermogens. En dan de gewoonten en routines qua levensstijl. Deze laatste twee lijken op elkaar, maar hebben enkele specifieke verschillen. Dit zijn er in totaal tien. Ga je gang en lees ze voor. (Eén: de familieachtergrond. Twee: het uiterlijk. Drie: de persoonlijkheid. Vier: de instincten. Vijf: het kaliber. Zes: de sterke punten. Zeven: de interesses en hobby’s. Acht: de vermogens. Negen: de gewoonten qua levensstijl. Tien: de routines qua levensstijl.) Dit zijn allemaal aangeboren eigenschappen van mensen. Moeten we niet ook specifiek communiceren over aangeboren eigenschappen? Kunnen jullie zonder te communiceren zelf het juiste onderscheid maken? (Nee.) In welke situaties kunnen jullie het onderscheid niet maken? (Soms, wanneer we bepaalde uitingen in iemand zien, kunnen we niet zeggen of deze de persoonlijkheid of instincten van die persoon weerspiegelen, dan wel of het onthullingen zijn van verdorven gezindheden.) (Ook gewoonten en routines qua levensstijl – ik dacht vroeger dat deze werden gevormd op basis van de verworven levensomstandigheden en de achtergrond; ik besefte niet dat het aangeboren eigenschappen konden zijn.) Zie je, wanneer we wat gedetailleerde en specifieke inhoud binnen één hoofdthema uitsplitsen, lijkt het oppervlakkig gezien alsof je deze specifieke details kent, maar in het werkelijke leven haal je ze een beetje door elkaar; het is je nog steeds niet erg duidelijk hoe je ze moet onderscheiden, toch? (Klopt.) We moeten nog steeds wat specifiek communiceren over deze kwestie.

5. Het verschil en het verband tussen aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden

Wat betreft de drie aspecten die we zojuist hebben genoemd – aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden – zullen we een aantal specifieke inhouden voor aangeboren eigenschappen op een rijtje zetten en er één voor één in detail over communiceren. Voor menselijkheid en verdorven gezindheden zullen we ze niet op een rijtje zetten. Terwijl we communiceren over de specifieke inhouden en uitingen van aangeboren eigenschappen, zullen we ook enkele uitingen van menselijkheid en de onthullingen van verdorven gezindheden aanroeren. Wanneer we hierover communiceren, kunnen jullie onderscheiden en differentiëren of ze behoren tot aangeboren eigenschappen, die niet veranderd hoeven te worden, of tot problemen met het karakter van mensen of hun verdorven gezindheden, die opgelost moeten worden door de waarheid te zoeken. Door specifiek te communiceren aan de hand van specifieke voorbeelden en kwesties, zal het onderscheid duidelijker worden, toch? (Ja.)

Voorbeeld 1: arm opgroeien en rijk opgroeien

Sommige mensen komen uit arme gezinnen en zijn economisch benadeeld. Ze hebben het niet breed; ze zitten altijd krap bij kas en moeten elke uitgave berekenen en plannen. Hun benadering als het gaat om het uitgeven van geld is om elk dubbeltje om te draaien. Ze zijn in zulke gezinnen en omstandigheden geboren. Onder welk van de drie aspecten waarover we hebben gecommuniceerd valt dit? Is het een aangeboren eigenschap, menselijkheid, of een verdorven gezindheid? Dit is een aspect van hun familieachtergrond, wat een aangeboren eigenschap is, toch? (Ja.) Is deze familieachtergrond goed of slecht? (Vanuit een menselijk perspectief is deze slecht.) Ze hebben moeite om rond te komen, hun gezinnen zijn verarmd, hun economische omstandigheden zijn niet welvarend of gegoed – dit zijn kwesties die verband houden met hun familieachtergrond. Hoewel dit type persoon in een arm gezin is geboren, nog nooit kaviaar heeft gegeten, nog nooit merkkleding heeft gedragen, nog nooit verschillende luxegoederen heeft mogen ervaren en nog nooit in contact is gekomen met iets exclusiefs of met rijke of beroemde mensen, bezit hij geweten en verstand. In de omgang met anderen profiteert hij nooit van hen. Wanneer hij ziet dat iemand van goede dingen geniet of wanneer hij een rijk iemand ziet, denkt hij er, hoewel hij afgunst voelt, nooit aan om de bezittingen van anderen te stelen of in beslag te nemen. Op welk aspect heeft de onthulling van dit type persoon betrekking? (Zijn karakter, zijn menselijkheid.) Het heeft betrekking op zijn menselijkheid. Is de uiting van zijn menselijkheid in dit opzicht goed of slecht? (Zijn menselijkheid is goed en rechtschapen.) Deze kan nog niet als rechtschapen worden beschouwd; het betekent alleen dat hij niet profiteert van kleine voordeeltjes en de rijken niet vleit. Hij is in staat om zulke zaken correct te behandelen. Hoe is de menselijkheid van dit type persoon? (Zijn menselijkheid is relatief goed.) Dit is een objectieve uitspraak; zijn menselijkheid is relatief goed, wat betekent dat hij qua karakter relatief gezien integriteit en waardigheid bezit. Hoewel zijn familieachtergrond arm en niet nobel is, veracht hij de armen niet, trekt hij de rijken niet voor en profiteert hij niet van anderen. Er is een ander type persoon: geboren in een rijke familie, of zoals ongelovigen zouden zeggen: ‘met een zilveren lepel in de mond geboren’. Hij heeft zich nooit zorgen hoeven maken over eten of kleding, en alles is direct voor hem beschikbaar; welk eten hij ook wil eten, het is binnen handbereik. Zijn familieomstandigheden zijn bijzonder goed en zijn ouders behandelen hem heel goed. Op welk aspect heeft dit betrekking? (Dit heeft ook betrekking op zijn familieachtergrond.) De familieachtergrond is een aangeboren eigenschap. Hoewel dit type persoon een bijzonder goede familieachtergrond heeft, met goede economische omstandigheden en geen zorgen over eten of kleding, en goede dingen heeft gezien, en heeft ervaren wat de wereld te bieden heeft, is hij jaloers en breekt hij zich het hoofd over manieren om mensen te kleineren met wie hij omgaat en die beter en vaardiger zijn dan hijzelf, of die op een bepaald gebied opmerkelijk uitblinken, of die aanzien genieten onder de mensen. Op welk aspect hebben deze uitingen betrekking? (Ik denk dat ze betrekking hebben op zowel verdorven gezindheden als menselijkheid.) Dat klopt. Deze uitingen hebben betrekking op zowel zijn menselijkheid als zijn verdorven gezindheden. Wanneer dit type persoon iemand ziet die beter is dan hijzelf, is hij jaloers en haatdragend en wil hij hem onderdrukken, kwellen en uitsluiten; hij wil hem overtreffen. Als hij alleen deze gedachten heeft maar er niet naar handelt, is hij een persoon met slechte menselijkheid – is zijn menselijkheid boosaardig? (Ja.) Als hij, op basis van deze boosaardige menselijkheid, zich opstandig voelt wanneer hij iemand ziet die beter is dan hijzelf, achter zijn rug om over hem oordeelt en zich zelfs inlaat met duistere manoeuvres om hem te onderdrukken, dan zijn dit specifieke uitingen van een verdorven gezindheid. Wat is de essentie van deze verdorven gezindheid? Venijnigheid. Deze uitingen hebben betrekking op zowel menselijkheid als een verdorven gezindheid. Hoewel de familieomstandigheden van dit type persoon goed zijn en hij goed eet en zich goed kleedt, en je zou verwachten dat hij inzicht heeft en tolerant is ten opzichte van anderen, wil hij in de omgang met mensen altijd van hen profiteren en is hij altijd overdreven berekenend. Wanneer hij ergens met anderen naartoe gaat, muggenzift hij over wie er meer geld heeft uitgegeven en wie de reiskosten heeft betaald, en is hij niet bereid ook maar een cent extra uit te geven. Wanneer hij met anderen samenwerkt, berekent hij altijd wie er meer en wie er minder heeft gedaan, en bedenkt hij altijd manieren om de kantjes eraf te lopen. Op welk aspect heeft dit betrekking? (Het heeft betrekking op zijn menselijkheid.) Welk aspect van menselijkheid? (Egoïsme en laaghartigheid.) Egoïsme en laaghartigheid, graag van anderen profiteren, geen integriteit en waardigheid hebben – dit heeft betrekking op zijn karakter. In de omgang met mensen is hij berekenend en profiteert hij graag van anderen, zelfs als het te behalen voordeel maar een cent is, en neemt hij elke gelegenheid te baat om een voordeel te behalen. Ongeacht of het uit een openbare of particuliere bron is, of van jonge of oude mensen, profiteert hij van iedereen. Ongeacht wie het is, houdt hij zich niet in en profiteert hij telkens wanneer de gelegenheid zich voordoet. Hij is bijzonder veeleisend en berekenend in de omgang met anderen. Zo vroeg je hem de vorige keer om een gunst, en nu heeft hij het gevoel dat je hem iets schuldig bent. Hij zal er alles aan doen om je de gunst te laten terugbetalen, en het moet een nog grotere gunst zijn dan de gunst die hij jou heeft verleend; pas dan heeft hij het gevoel dat het een eerlijke deal is. Is dit niet overdreven berekenend zijn? (Ja.) Dit is overdreven berekenend zijn, bijzonder veeleisend naar anderen toe, en erg sluw. Hoewel het hem aan niets ontbreekt op het gebied van eten en kleding, en hij in alle opzichten een beter leven geniet dan anderen, wil hij, telkens wanneer hij iemand ziet met iets wat hij nog niet eerder heeft gezien, het even gebruiken en uitproberen. Hij voelt de behoefte om alles te hebben wat anderen hebben. Als hij het niet heeft, voelt hij zich ongemakkelijk en uit balans in zijn hart, zozeer dat hij zijn eetlust verliest en niet kan slapen; pas wanneer hij het zelf bezit, is hij voldaan. Wat voor soort kwestie is dit? (Dit is nog steeds een kwestie van menselijkheid.) Deze specifieke uitingen zijn kwesties van zijn menselijkheid, niet van zijn aangeboren eigenschappen. Aangeboren eigenschappen verwijzen alleen naar zijn familieachtergrond en de familieomstandigheden waarvan hij kan genieten, terwijl zijn manieren van zich gedragen en omgaan met dingen betrekking hebben op zijn menselijkheid. Zijn onthullingen en uitingen, zoals zijn houdingen, methoden en motivaties voor hoe hij zich gedraagt en met dingen omgaat, hebben betrekking op de kwestie van zijn karakter; het stijgt nog niet tot het niveau van verdorven gezindheden. Hij is egoïstisch, veeleisend, overdreven berekenend en sluw, en profiteert graag van anderen – zijn dit uitingen van goede of slechte menselijkheid? (Dit zijn uitingen van slechte menselijkheid.) Dit alles zijn uitingen van een laag karakter en slechte menselijkheid. Zijn deze uitingen van slechte menselijkheid zichtbaar en waarneembaar voor anderen? (Ja.)

Voorbeeld 2: een knap uiterlijk en hoge academische kwalificaties

Sommige mensen hebben scherpomlijnde gelaatstrekken en zijn geboren met grote, heldere en intelligente ogen die er levendig en expressief uitzien. Van kinds af aan zijn ze behoorlijk innemend geweest. Onder welk aspect valt dit? (Dit heeft betrekking op hun uiterlijk.) Het uiterlijk behoort tot de aangeboren eigenschappen, toch? (Ja.) Grote ogen en scherpomlijnde gelaatstrekken hebben, van nature het voordeel van een knap uiterlijk bezitten – is dit een aspect van verdorven gezindheden? (Nee.) Heeft het betrekking op kwesties van menselijkheid? (Nee.) Het heeft geen betrekking op menselijkheid of verdorven gezindheden, dus hoeft er niets veranderd te worden. Aangeboren eigenschappen zijn aangeboren; ze zijn met dit uiterlijk geboren en hebben geen enkele kunstmatige verfraaiing of verandering ondergaan. Dit is gewoon hoe ze zijn. Hoewel ze van nature een goed uiterlijk hebben, zijn ze altijd verward wanneer ze in het dagelijks leven met complexe kwesties te maken krijgen en weten ze niet hoe ze die moeten aanpakken. Het ontbreekt hun ook aan onderscheidingsvermogen met betrekking tot mensen, gebeurtenissen en dingen. Het is hun onduidelijk met wie ze kunnen omgaan en wie ze moeten vermijden. Ze weten niet wie er kwaadaardig is en welke contacten problemen kunnen opleveren. Als twintigers weten ze deze dingen niet, en zelfs als ze dertig of veertig zijn, weten ze het nog steeds niet, hoewel ze enige levenservaring hebben. Hoewel ze grote, expressieve ogen hebben, is hun geest behoorlijk in de war. Wat voor soort probleem is dit? (Is dit een probleem met hun aangeboren kaliber?) Hun aangeboren kaliber is niet erg goed. Ze kunnen nooit de principes vinden in de omgang met anderen en het aanpakken van dingen, en ze kunnen verschillende soorten mensen niet doorzien. Ze worden vaak door anderen bedrogen, opgelicht en bespeeld. Hoe is het kaliber van dit type persoon? (Hun kaliber is relatief slecht.) Hun kaliber is niet goed. Expressieve ogen hebben betekent niet noodzakelijkerwijs dat men een wijze geest heeft. Hoewel ze wat hun aangeboren eigenschap betreft een goed uiterlijk hebben, is hun kaliber niet geweldig. Er is echter één ding: tijdens hun schooljaren blonken ze uit in het verwerven van kennis uit schoolboeken; ze konden literatuur snel uit hun hoofd leren en bij het leren van wiskunde, natuurkunde en scheikunde, of een nieuwe taal, hadden ze de stof snel door. Ze kwamen vlot op de universiteit, volgden een masteropleiding en behaalden een doctoraat. Waar zou dit onder moeten vallen? Kan het onder hun goede kaliber vallen? (Nee.) Waar valt het dan onder? (Het valt onder hun sterke punten, wat hun aangeboren eigenschap is.) Dat is juist. Dit type persoon blinkt uit in studeren, het oppikken van kennis en academische vakken. Kennis uit schoolboeken en dingen die theoretisch zijn en gebaseerd op regels neemt hij snel in zich op, zoals aspecten die verband houden met professionele vaardigheden en technologie of formules en regels voor wiskunde, natuurkunde en scheikunde; die kan hij heel goed onthouden. Dit type persoon blinkt uit in het leren van deze dingen en heeft er een bijzondere aanleg voor. Hij kan ze in één oogopslag begrijpen, en hij blinkt vooral uit in examens en het beantwoorden van vragen; als het gaat om het beantwoorden van vragen, doet hij dat met gemak – dit is waar hij zijn sterke punten het beste kan benutten. Je zou kunnen zeggen dat dit type persoon zich op zijn gemak voelt in de zee van kennis. Vertegenwoordigen deze uitingen zijn kaliber? (Nee.) Ze vertegenwoordigen alleen dat hij een bepaald sterk punt heeft. Dit type persoon toont bijzonder uitstekende prestaties op het gebied van kennis, waardoor mensen zien dat zijn sterke punt op dit gebied opvalt. Omdat hij dit sterke punt heeft, en omdat hij bepaalde prestaties heeft geleverd – het behalen van een master- en een doctoraatsgraad, en het verkrijgen van een hoog opleidingsniveau – ziet hij zichzelf te midden van andere mensen als een deskundig individu, een geleerde en een intellectueel van hoog niveau. Hoe meer boeken hij leest, hoe meer hij het gevoel heeft dat hij een gerenommeerd individu is, een superieur iemand, en dat alle anderen gewoon zijn, zonder kennis, niet in staat om zijn geest te begrijpen of te doorzien, en niet op hetzelfde niveau als hij. Als gevolg daarvan voelt hij zich vaak superieur aan anderen en beschouwt hij zichzelf als uitzonderlijk en buitengewoon. Wat voor uiting is dit? (Een verdorven gezindheid.) Welk aspect van verdorven gezindheden? (Arrogantie.) Zijn arrogante verdorven gezindheid leidt ertoe dat hij nog meer neerkijkt op de massa en mensen uit alle lagen van de bevolking nadat hij een hoog opleidingsniveau heeft bereikt. Vanwege zijn hoge graad en diploma wil hij, nadat hij in God is gaan geloven, altijd het laatste woord hebben in de kerk en ambieert hij het leiderschap. Telkens wanneer er een verkiezing is, hoopt hij gekozen te worden. Als hij niet wordt gekozen, wordt hij negatief en geeft hij zichzelf op als hopeloos. Wat de leiders en werkers ook zeggen, hij wil er niet naar luisteren en wil zich ertegen verzetten. Welke plicht hem ook wordt toegewezen, hij voelt een afkeer van deze toewijzing en velt achter de schermen oordelen. In zijn hart denkt hij: ‘Je hebt niet veel kennis. Je woorden zijn niet logisch. In het diepst van mijn hart kijk ik op je neer als kerkleider. Ik weiger voor je te capituleren! Denk niet dat je beter bent dan ik. Laten we een vergelijking maken – laten we kijken wie er in huis heeft wat nodig is. Laten we kijken wie er meer van Gods woorden kan reciteren en wie een groter begrip kan delen. Als je communicatie niet zo goed is als de mijne, weiger ik voor je te capituleren! Hoewel je als leider bent gekozen, hoef ik niet te luisteren naar, uitvoering te geven aan of te gehoorzamen aan alles wat je van me vraagt!’ Wat voor uiting is dit? (Een verdorven gezindheid.) Dit is een specifieke onthulling van een verdorven gezindheid. Heeft dit betrekking op menselijkheid? Omdat dit type persoon een natuurlijk sterk punt heeft en, op basis van dit fundament, uitgebreid studeert, veel kennis verwerft en sociale status verkrijgt, voelt hij zich superieur aan anderen, uniek, en wil hij spreken vanuit een positie boven alle anderen en zich dominant gedragen; te midden van mensen wil hij altijd degene zijn die leidt, naar wie anderen luisteren – heeft dit type persoon een probleem met zijn geweten en verstand? (Ja.) Wat voor soort probleem is dit? Zijn sterke punt maakte het heel gemakkelijk voor hem om door studie een hoog opleidingsniveau te bereiken. Is dit sterke punt op zichzelf een probleem? Is het sterke punt zelf een aspect van verdorven gezindheden? Is het een uiting van slechte menselijkheid? (Nee.) Omdat hij dit sterke punt heeft, heeft hij echter veel kennis verworven en een hoog opleidingsniveau bereikt, wat in overeenstemming is met de beoordeling en definitie van de maatschappij voor status. Dit bracht hem ertoe te geloven dat hij het laatste woord moet hebben in de kerk, een elite moet zijn in elke groep mensen, en boven alle anderen moet staan. Heeft dergelijke menselijkheid enig verstand? Is dergelijke menselijkheid goed? (Zijn menselijkheid is niet goed.) In welke opzichten is zijn menselijkheid niet goed? (Het ontbreekt hem aan verstand en geweten; hij wil altijd boven anderen staan.) Altijd boven anderen willen staan is deels te wijten aan een verdorven gezindheid. Is dit, anders bekeken, vanuit het perspectief van menselijkheid, niet enigszins schaamteloos? (Ja.) Gods huis is niet de maatschappij. Vergelijkt Gods huis academische kwalificaties bij het kiezen van leiders? (Nee.) Waarop baseert Gods huis de verkiezing van leiders? Dat is gebaseerd op de waarheidsprincipes, nietwaar? (Ja.) In Gods huis is de verkiezing van leiders gebaseerd op de waarheidsprincipes, niet op wie hogere academische kwalificaties heeft. Kent hij de principes voor het kiezen van leiders? Jawel, maar hij behandelt deze principes als louter bureaucratische uitspraken en als louter theorieën, en weet niet hoe hij die moet praktiseren of toepassen in het dagelijks leven. Hij verspreidt voortdurend het idee dat alleen degenen met hoge academische kwalificaties een goed kaliber hebben, de waarheid kunnen begrijpen en anderen kunnen leiden. Omdat hij hoge academische kwalificaties, enige kennis en sociale status heeft, en denkt dat Gods huis op dezelfde manier functioneert als de maatschappij, gebruikt hij zijn kennis en hoge academische kwalificaties als kapitaal om te proberen het laatste woord te hebben in Gods huis. Hij wil de principes voor het kiezen van leiders in Gods huis vervangen door zijn eigen manieren om mensen te bekijken en met dingen om te gaan, en door zijn eigen benaderingen, perspectieven en zienswijzen met betrekking tot maatschappelijke positie en status. Is dit geen gebrek aan verstand? (Ja.) Wat is een andere manier om een gebrek aan verstand te beschrijven? (Schaamteloosheid.) In duidelijke bewoordingen is het schaamteloosheid; een andere manier om het te zeggen is dat dit type persoon zeer gebrekkige rationaliteit heeft. Zie je, hoewel hij zogenaamd hoger onderwijs heeft genoten en veel boeken heeft gelezen, heeft geen van die boeken of enige leraar of opvoeder hem ooit geleerd hoe hij moet handelen om verstand te hebben. Nadat hij veel dingen uit boeken heeft geleerd, heeft hij in plaats daarvan het gevoel dat hij kapitaal heeft verworven en superieur is aan gewone mensen. Hoewel zijn sterke punt geen negatief ding is en een aangeboren eigenschap is, kan dit sterke punt gemakkelijk tot een bepaald gevolg leiden – het zorgt ervoor dat hij arrogant en verwaand wordt, zijn verstand verliest en gewaagd brutaal en schaamteloos wordt. Hoewel hij veel boeken heeft gelezen en veel kennis heeft opgedaan, begrijpt hij de betekenis van het woord ‘schaamte’ niet. Daarom gebruikt hij, nadat hij enkele academische kwalificaties heeft behaald, dit als kapitaal om overal te pronken, en wil hij het gebruiken om status te verwerven in Gods huis en het laatste woord te hebben. Hij denkt: ‘Ik heb hoge academische kwalificaties en ik leer dingen snel, wat betekent dat ik een goed kaliber heb. Bovendien ben ik zeer deskundig, heb ik veel van de wereld gezien en ben ik gevat, dus ben ik gekwalificeerd om anderen te leiden.’ De implicatie is dat zijn kennis en sterke punten de waarheid zijn. Dit alles zijn uitingen van een gebrek aan verstand. Heeft dit soort persoon, die het aan verstand ontbreekt, integriteit? Heeft hij waardigheid? (Nee.) Het ontbreken van integriteit en waardigheid – is dit een uiting van goede menselijkheid of van verachtelijke, laaghartige menselijkheid? (Het is een uiting van verachtelijke menselijkheid.) Zulke mensen hebben geen goede menselijkheid. Wat ze het meest koesteren zijn hun academische kwalificaties, sociale status, persoonlijke waarde en positie. Met deze dingen als hun kapitaal zijn ze extreem arrogant en verwaand, en willen ze het laatste woord hebben. Dit is een uiting van verachtelijke menselijkheid. Deze kwestie omvat twee aspecten: het ene heeft betrekking op hun menselijkheid en het andere op hun verdorven gezindheid. Hun perspectief op kwesties en hun houding en zienswijzen bij het aanpakken van kwesties hebben betrekking op hun menselijkheid. Dit soort menselijkheid leidt ertoe dat ze specifieke handelingen, uitingen en onthullingen ontwikkelen, die uitdrukkingen zijn van een verdorven gezindheid.

Voorbeeld 3: zwijgzaam overkomen

Sommige mensen zijn van nature niet spraakzaam; van jongs af aan praten ze niet graag veel. In de omgang met anderen spreken ze in eenvoudige, beknopte bewoordingen, en wanneer hun veel dingen overkomen, hebben ze niet veel gedachten en niet veel woorden om die uit te drukken. Zelfs als ze zich uitdrukken, is het heel eenvoudig. Wat voor soort probleem is dit? (Dit is een probleem met betrekking tot hun persoonlijkheid.) Dit is een probleem met hun persoonlijkheid, wat deel uitmaakt van hun aangeboren eigenschappen. Hun persoonlijkheid is van nature zwijgzaam. Ze gebruiken eenvoudige taal, hebben geen bijzonder complexe gedachten en zijn terughoudend met spreken in de omgang met anderen. Wanneer er tijdens bijeenkomsten over de waarheid wordt gecommuniceerd, luisteren ze alleen naar anderen die spreken, en is het al heel goed als ze een eenvoudige reactie kunnen geven nadat anderen zijn uitgesproken. Als je hun vraagt: “Wat is jouw begrip hiervan?” zullen ze zeggen: “Mijn begrip is vergelijkbaar met dat van jou.” Als je hun vraagt om specifiek te zijn, zullen ze zeggen: “Ik denk er net zo over als jij”, en dan hebben ze niets meer te zeggen. Dit is gewoon hun persoonlijkheid; als je hun vraagt om meer te zeggen, hebben ze niets te zeggen. Dit maakt deel uit van hun aangeboren eigenschappen. Er is een ander type persoon dat, hoewel hij niet veel te zeggen lijkt te hebben en uiterlijk vaak zwijgzaam is, privé graag naar roddels informeert en dingen zegt als: “Uit welk pastoraal gebied komt broeder of zuster die-en-die? Ik heb gehoord dat hij of zij al acht jaar in God gelooft – is hij of zij ooit leider geweest? Hoe oud is hij of zij? Is het waar dat hij of zij gescheiden is en een kind heeft?” Wat voor uiting is dit? Oppervlakkig gezien praat hij niet veel en spreekt hij niet graag bij openbare gelegenheden. Zijn taal is niet erg rijk en het ontbreekt hem aan de woorden om normaal met anderen te communiceren. In andere opzichten heeft hij echter genoeg te zeggen en informeert hij altijd graag naar anderen. Hij zegt dingen als: “Heeft die persoon een dubbele ooglidcorrectie gehad? Haar huid is zo licht – gaat ze vaak naar schoonheidssalons?” of “Ik zie dat die-en-die altijd de nieuwste computer gebruikt, en zijn kleding is allemaal van bekende merken en behoorlijk duur. Is zijn familie gegoed? Wat voor soort bedrijf heeft zijn familie? Is zijn vader ambtenaar?” Welke problemen brengen deze uitingen met zich mee? (Ze brengen problemen met zijn menselijkheid met zich mee.) Graag naar roddels informeren, informatie verzamelen over onbeduidende persoonlijke zaken en graag kletsen over de aangelegenheden van andere mensen – dit zijn uitingen die verband houden met iemands menselijkheid. Zijn deze uitingen goed? (Nee.) In welke opzichten zijn ze niet goed? Welke problemen van menselijkheid brengen ze met zich mee? Hij heeft niemand geschaad of gekweld en heeft andermans belangen niet geschaad, dus waarom worden deze uitingen als slecht beschouwd? (Hij wil altijd op de hoogte zijn van de aangelegenheden van andere mensen en snuffelt voortdurend achter hun rug om in de zaken van anderen. Er is een probleem met het verstand van zijn menselijkheid.) Het houdt verband met het verstand van zijn menselijkheid. Als hij bijvoorbeeld openhartig en ronduit zou vragen: “Broeder die-en-die, hoe oud ben je?”, zou dit dan een normale uiting van menselijkheid zijn? (Ja.) Is het niet open en eerlijk om het zo te vragen? Is het niet gepast? (Ja.) Waarom stellen sommige mensen dan geen vragen of zeggen ze dingen niet rechtstreeks tegen de betrokkenen? Waarom nemen ze hun toevlucht tot duistere manoeuvres achter de rug van anderen om? Als een onderwerp persoonlijk kan worden gevraagd of besproken, moet het in de openbaarheid worden gebracht. Waarom geheimen fluisteren achter de rug van anderen om? Brengt dit niet een bepaalde houding en methode met zich mee qua gedrag en de omgang met dingen? Zijn deze houding en methode goed? (Nee.) Waarom worden deze houding en methode niet als goed beschouwd? Houden deze mensen die graag in het geheim naar dingen informeren ervan om in de privésfeer van anderen te graven en mensen achter hun rug om nauwkeurig te onderzoeken? (Ja.) Waarom onderzoeken ze mensen graag achter hun rug om nauwkeurig? Als ze vragen hebben, waarom stellen ze die dan niet rechtstreeks? Is het een probleem om het iemand in den lijve te vragen? Ze hebben het gevoel dat het niet gemakkelijk of mogelijk is om het rechtstreeks te vragen, dus informeren ze achter de rug van anderen om. Is dit niet waarom ze op deze manier handelen? (Ja.) In feite kunnen sommige dingen rechtstreeks worden gevraagd, zoals iemand vragen stellen als: “Hoeveel jaar geloof je al in God? Heb je op de universiteit gezeten? Wat is je opleidingsniveau? Hoe oud ben je?” Deze dingen kunnen allemaal in den lijve worden gevraagd. Als sommige mensen niet bereid zijn het je te vertellen, vraag het dan niet, en informeer ook niet achter hun rug om. Als je denkt dat ze bereid zouden zijn bepaalde dingen met je te delen, of als jullie tweeën vertrouwd met elkaar zijn en ze je genoeg vertrouwen om te praten, kun je het hun rechtstreeks vragen. Waarom erop staan om overal achter hun rug om te informeren? Is dat echt nodig? Lijkt dat niet behoorlijk laaghartig? Deze mensen durven het niet rechtstreeks te vragen omdat ze bang zijn dat de ander het hun niet zal vertellen. Maar ze willen deze dingen heel graag weten en willen er heel graag achter komen. Als ze er niet achter komen, voelen ze zich ongemakkelijk, maar zodra ze de informatie krijgen, zijn ze op hun gemak, alsof ze een kostbare schat hebben verkregen. Wat voor soort mensen zijn ze? Plezier scheppen in het informeren naar en het bevatten van de privézaken of persoonlijke informatie van anderen – zulke mensen zijn geneigd tot roddelen en tot oordelen over anderen, nietwaar? (Ja.) Als je gelooft dat de ander bereid zou zijn je vragen te beantwoorden, kun je het hem vragen en rechtstreeks achter deze dingen komen. Als de ander vindt dat sommige van je vragen buitensporig zijn en verder gaan dan wat je hoort te vragen, en hij weigert je te antwoorden, dan is dat prima. Als hij je niet wil antwoorden of niet wil dat je bepaalde dingen weet, informeer dan ook niet achter zijn rug om. Als je erop staat de informatie of privézaken van een ander te weten, zal hij je om te beginnen met argwaan gaan bekijken: ‘Waarom wil je deze dingen weten? Waarom probeer je achter mijn rug om dingen over mij te weten te komen? Probeer je me te beheersen, me te kwellen of me te verraden?’ Dat is één aspect. Anderzijds, welke noodzaak is er voor jou om dingen over anderen te weten? Welk recht heb je om dingen over hen te weten? Wil je over iedereen informatie verzamelen? Je moet overal van op de hoogte zijn – ben je gespecialiseerd in het verzamelen van informatie? Is dit jouw baan? Gods huis heeft niemand zo’n opdracht gegeven. Als je voortdurend probeert te informeren naar de privézaken van anderen, en informeert naar dingen waarvan ze niet willen dat je ze weet, zorgt dat ervoor dat ze je erg irritant vinden. Hoe is de menselijkheid van iemand die door anderen irritant wordt gevonden? Op zijn minst is deze persoon schaamteloos. Hoe noemen ongelovigen zo iemand? Een brutale schurk. Zijn menselijkheid is laaghartig, het ontbreekt hem aan waardigheid, hij wil overal naar informeren en hij gedraagt zich ongepast. Is dit niet hoe hij is? (Ja.) Is de menselijkheid van dit type persoon goed of slecht? (Zijn menselijkheid is slecht.) Zijn menselijkheid is op zijn minst niet goed. Dit is één uiting binnen de categorie van het niet hebben van goede menselijkheid – zich ongepast gedragen en altijd duistere manoeuvres uithalen. Oppervlakkig gezien lijkt hij beleefd, respectvol en hoffelijk tegen je, en lijkt hij welgemanierd en gepast in hoe hij zich gedraagt. Achter je rug om haalt hij echter duistere manoeuvres uit, informeert hij naar je leeftijd, familieachtergrond en andere aspecten van jou, zonder openlijk te overleggen of het je rechtstreeks te vragen. In de omgang en informele gesprekken met anderen is hij niet openhartig of rechtdoorzee; in plaats daarvan haalt hij altijd duistere manoeuvres uit achter de ruggen van mensen om en doet hij dingen die het daglicht niet kunnen verdragen. Hij overdenkt voortdurend de privézaken van anderen en wat anderen precies denken, en is altijd bezig met zulke zaken. De menselijkheid van dit type persoon is niet goed, en niemand in welke groep ook mag zo iemand. Het is niet zo dat mensen niet willen dat je persoonlijke dingen weet of dat ze iets voor je verbergen, maar dat je menselijkheid en je methode van je gedragen en met dingen omgaan ervoor zorgen dat anderen je niet mogen. De reden waarom mensen je niet mogen, is dat je methode van je gedragen en met dingen omgaan enigszins louche is; de tactieken die je gebruikt zijn laaghartig en onverkwikkelijk, in plaats van gepast en open en eerlijk. Sommige mensen lijken geen problemen te hebben in de omgang met anderen in den lijve, maar achter hun rug om doen ze dingen altijd op een stiekeme manier. Wanneer anderen weglopen, openen ze snel hun computers om te zien met wie ze hebben gechat, waar ze het over hebben gehad, wat ze in hun dagboeken hebben geschreven en welke inzichten ze hebben. Soms, wanneer iemand een wachtwoord op zijn computer heeft, proberen ze dat aan hen te ontfutselen door te zeggen: “Heb je je computerwachtwoord veranderd? Ik heb het mijne net veranderd in 1234567, misschien moet jij het jouwe ook veranderen.” Met welk doel zeggen ze dit? ‘Ik vertel je mijn wachtwoord – jij zou mij het jouwe ook moeten vertellen, zodat ik de kans krijg om je computer te controleren.’ Sommige mensen durven zelfs in de tassen en spullen van anderen te snuffelen wanneer ze er niet zijn. Als ze bijvoorbeeld iemand een nieuwe koptelefoon zien dragen en willen weten hoe de geluidskwaliteit is, durven ze misschien de koptelefoon te pakken en te luisteren wanneer diegene er niet is. Als je openlijk vraagt om de koptelefoon van die persoon te lenen, en hij stemt toe, dan kun je hem met recht uitproberen. Als hij niet instemt, moet je hem niet uitproberen. Is dat niet de gepaste manier om ermee om te gaan? Of anderen nu instemmen of niet, je moet dingen openlijk afhandelen waar ze bij zijn, niet achter hun rug om. Dit type persoon kan dat gewoon niet – hij haalt altijd duistere manoeuvres uit. In welke mate? Zodra je wegloopt, gaat hij onmiddellijk door je spullen, gaat hij na wat je in je aantekeningen van je geestelijke oefeningen hebt geschreven en kopieert hij het snel, bang om iets te missen. Oppervlakkig gezien lijkt hij te verlangen naar de waarheid, maar zijn acties achter de schermen zijn onverkwikkelijk. Wanneer hij ziet dat je een nieuwe computer koopt, is hij jaloers. Uiterlijk zegt hij dat de nieuwe computer geweldig en snel is, maar innerlijk denkt hij: ‘Snel? Ik hoop dat hij op een dag kapotgaat!’ Op een dag zeg je dat de nieuwe computer niet goed werkt en traag is, en is hij stiekem opgetogen: ‘Eigen schuld, had je maar geen nieuwe moeten gebruiken! Ik heb er nog niet eens een kunnen gebruiken, dus het is beter als jij dat ook niet kunt!’ Zijn geest is vol laaghartige, onverkwikkelijke gedachten die het daglicht niet kunnen verdragen. Sommige mensen zien dat iemand een mooi kledingstuk heeft, en ze willen het ook passen. Maar in plaats van het rechtstreeks te vragen, hebben ze de drang om te wachten op een gelegenheid om het stiekem aan te trekken wanneer de persoon er niet is. Ze bekijken zichzelf in de spiegel en denken dat ze er geweldig uitzien, maar zodra ze de voetstappen horen van de persoon die terugkeert, trekken ze het kledingstuk snel uit en leggen ze het terug op zijn plaats. Hoewel de duistere manoeuvres van dit type persoon en zijn manieren van omgaan met dingen misschien geen verdorven gezindheid inhouden en misschien niet zo ernstig zijn als een verdorven gezindheid, zijn zijn houding ten opzichte van zich gedragen en met dingen omgaan en de manier waarop hij mensen behandelt behoorlijk weerzinwekkend en verfoeilijk, en dit beïnvloedt het normale leven van anderen op een bepaald niveau. Daarom kan worden gezegd dat dit type persoon ernstige problemen heeft met zijn menselijkheid. Hoe ernstig? Hij gedraagt zich ongepast, haalt achter de schermen veel duistere manoeuvres uit, en zijn aanpak van problemen is achterbaks en onverkwikkelijk. Hij is altijd geheimzinnig; hij doet dingen nooit openlijk, en doet dingen altijd achter de rug van mensen om. Wanneer anderen er niet zijn of niet opletten, of wanneer niemand kan zien of ontdekken wat hij doet, doet hij dingen stiekem. De menselijkheid van dit type persoon is niet goed. Hij leeft altijd in donkere hoekjes, gehuld in een sfeer van duisternis, niet in staat om het licht of andere mensen onder ogen te komen. Zijn menselijkheid is laaghartig en onverkwikkelijk. Zijn deze uitingen van zijn laaghartige menselijkheid instinctief? (Nee.) Hij schaamt zich om dingen in het bijzijn van anderen te doen; hij doet ze liever achter hun rug om, en wanneer hij achter de rug van anderen om handelt, toont hij geen enkele terughoudendheid. Heeft dit iets te maken met zijn persoonlijkheid? (Nee.) Als je zegt dat deze duistere manoeuvres of wat hij onthult en uitleeft in zijn menselijkheid betrekking hebben op een bepaald aspect van verdorven gezindheden, zou dat niet nauwkeurig zijn. Zijn duistere manoeuvres zijn echter constant. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof hij geen grote fouten heeft begaan, en wanneer de kerk hem een plicht toewijst, legt hij er meestal zijn hart in en is hij meestal gehoorzaam; hij lijkt uiterlijk zelfs nogal gepast. Maar achter de schermen is het een ander verhaal – als een muis, zodra niemand kijkt, begint hij duistere manoeuvres uit te halen en dingen uit te spoken. Zijn deze mensen niet net als muizen? Ga maar na: als dit hun menselijkheid is en de manier waarop ze met anderen omgaan en met dingen omgaan, als het morele karakter van hun menselijkheid van dit soort is en ze dit soort menselijkheidsessentie hebben, hoe behandelen ze dan God en de waarheid? Behandelen ze God en de waarheid zoals ze mensen behandelen? (Ja.) Ze halen achter de schermen ook duistere manoeuvres uit, nietwaar? Ze proberen op alle mogelijke manieren het toezicht van leiders en werkers te vermijden. In hun bijzijn gedragen ze zich op de ene manier; achter hun rug om op een andere. Ze aanvaarden Gods nauwkeurige onderzoek niet, noch aanvaarden ze in het diepst van hun hart de waarheid. Wat Gods woorden ook zeggen, ze benaderen ze op hun eigen manier. Ze halen wat duistere manoeuvres uit en doen wat dingen voor de show, zodat uiterlijk niemand problemen of wandaden kan zien. Uiterlijk lijken ze niets verkeerds te doen en lijken ze de waarheid te praktiseren, maar achter de schermen hebben ze hun duistere manoeuvres al uitgehaald, en de wandaden zijn al in het geheim begaan, zonder dat iemand het weet. Ze geloven niet in Gods nauwkeurige onderzoek en aanvaarden het niet, en daarom aanvaarden ze de waarheid niet. Wat houdt dit in? Het houdt verdorven gezindheden in. Wanneer ze God, de waarheid en hun plicht behandelen met dit soort menselijkheid en deze manier van omgaan met anderen en met dingen, houden de specifieke uitingen van hun menselijkheid die ze onthullen verdorven gezindheden in. Wat omvatten deze verdorven gezindheden? Ze omvatten op zijn minst bedrieglijkheid. Als hun acties zelfs nog geheimzinniger en bedrieglijker zijn, wat houdt het dan in? (Dan escaleert het tot boosaardigheid.) Het houdt de bedrieglijkheid en boosaardigheid binnen hun verdorven gezindheden in. Bovendien koesteren ze diep in hun hart altijd twijfels over de waarheid en over Gods nauwkeurige onderzoek. Dit is diep in hen geworteld. Ze denken: ‘Niemand weet wat ik achter de schermen doe. Ik heb God nergens gezien, dus God weet het vast ook niet – alleen ik weet het.’ Houdt dit niet ook een verdorven gezindheid in? Op welk aspect van verdorven gezindheden heeft dit betrekking? (Is het onbuigzaamheid?) Ze hebben inderdaad een onbuigzame gezindheid in zich. Is de essentie van deze gedachten dan een afkeer van de waarheid? (Ja.) Hun houding ten opzichte van de waarheid is er een van weerstand en verzet. Naast het feit dat ze onbuigzaam zijn, zijn ze bijzonder afkerig van de waarheid, wat dit tot een ernstige kwestie maakt. Zodra het een verdorven gezindheid inhoudt, is het ernstiger dan alleen slechte menselijkheid. Het houdt opstandigheid tegen God in, verzet tegen God, en de essentie van het ingaan tegen de waarheid. Het betreft de houding van een persoon ten opzichte van God en de waarheid. Zodra het een verdorven gezindheid inhoudt, betreft het de waarheidsprincipes en de noodzaak om verdorven gezindheden met de waarheid op te lossen.

Voorbeeld 4: Geven om uiterlijkheden

Sommige mensen zijn van nature lang, hebben een sierlijk figuur en hebben bovendien goed geproportioneerde, zuivere, verfijnde gelaatstrekken die anderen aangenaam vinden. Wat ze ook dragen, mensen bewonderen hen en zeggen: “Ze zijn echt als een wandelende tijdschriftadvertentie – zo knap, zo mooi, zo verbluffend!” Valt dit onder hun aangeboren eigenschappen, hun menselijkheid of hun verdorven gezindheden? (Dit is hun natuurlijke uiterlijk.) Ze zijn geboren met een goed uiterlijk. Omdat ze van nature aantrekkelijk zijn en een goed figuur hebben, werden ze van jongs af aan door ouderen geprezen, door hun klasgenoten benijd en door hun ouders in het bijzonder vertroeteld. Elke dag kleedden hun ouders hen mooi aan, en voordat ze drie of vijf waren, werden ze de ene dag gekleed als meisje en de volgende dag als jongetje. Kortom, ze waren geliefd als een gekoesterd speeltje. Naarmate ze opgroeien, gaan ze er bijzonder veel van houden om er goed uit te zien. Omdat ze zijn opgegroeid in een moderne, bevoorrechte leefomgeving, ontwikkelen ze de gewoonte om zich mooi aan te kleden. Vooral nadat ze toegang hebben gekregen tot verschillende mode-inzichten, beginnen ze te genieten van het combineren van kleuren, pasvormen en stijlen; ze kleden zich bijzonder smaakvol en stralen een verfijnde houding uit. Zelfs een simpel T-shirt en een spijkerbroek staan hun anders, en in combinatie met een harmonieus gekleurd paar schoenen wordt hun stijl nog indrukwekkender – ze zijn absoluut verbluffend en ongelooflijk knap. Hen alleen al zien is een lust voor het oog. Telkens wanneer ze in het openbaar of op straat verschijnen, trekken ze gegarandeerd veel bekijks. Omdat ze geboren zijn met een goed uiterlijk en deze aangeboren eigenschap hebben, en weten hoe ze zich goed moeten kleden, waardoor ze een bijzonder verfijnde houding uitstralen ongeacht hoe ze zich kleden, genieten zowel mensen van hetzelfde als van het andere geslacht er in het bijzonder van om met hen om te gaan en met hen op te trekken. Mensen zitten graag dichtbij om met hen te praten en te kletsen, en om nauw met hen om te gaan, zodat hun schoonheid hun plezier kan brengen. Is dit hun schuld? (Nee.) Vanwege hun gunstige aangeboren eigenschap zijn mensen altijd tolerant ten opzichte van eventuele problemen, tekortkomingen of gebreken die ze hebben. Zodoende worden ze, waar ze ook gaan, bijzonder goed ontvangen en zijn ze populair. Zelfs als ze iets onaangenaams zeggen, vinden anderen het nog steeds leuk om te horen. Wanneer ze in woede uitbarsten of een grote mond opzetten, vinden mensen dat niet erg en nemen ze er geen aanstoot aan – ze voelen het zelfs aan als een beloning die ze van hen ontvangen. Naarmate deze ervaringen zich opstapelen, geeft hun aangeboren eigenschap hun een gevoel van superioriteit. Ze beginnen te denken: ‘Er goed uitzien, een verfijnde uitstraling hebben en goed gekleed zijn, stelt me in staat om overal waar ik kom populair te zijn – dit is fantastisch! Deze maatschappij, deze mensheid, hecht hier echt waarde aan. Het lijkt erop dat deze aangeboren eigenschap die mijn ouders me hebben gegeven mijn kapitaal is. Een baan vinden is gemakkelijker, en als ik bij examens van iemands papier wil afkijken, hoef ik alleen maar naar hem te kijken en hij geeft het me.’ Veel mensen van het andere geslacht lopen achter hen aan, en onder hetzelfde geslacht zijn er ook velen die hen goed behandelen en voortdurend hun schoonheid en goede uiterlijk prijzen. Na verloop van tijd zorgt dit ervoor dat ze steeds meer van dit voordeel genieten. Dit voordeel brengt hun veel gemakken, veel voordelen en veel voorkeursbehandelingen, waardoor ze van veel dingen kunnen genieten. Zodoende ontwikkelen ze in dit soort omgeving bepaalde eisen voor zichzelf. Ze gaan de deur niet uit zonder make-up op te doen, en als ze ook maar een puistje krijgen, durven ze zich niet te laten zien. Ze zijn voorzichtig met hun dieet, vermijden gekruid voedsel en sojasaus, en maken zich in stilte zorgen: ‘Wanneer gaat dit puistje weg? Ik kan het niet uitknijpen – ik ben bang dat het een litteken achterlaat. Maar als ik het niet uitknijp, zouden de mensen van het andere geslacht die me voorheen bewonderden het dan zien en denken dat ik niet langer aantrekkelijk ben, niet langer de persoon van hun dromen? Zouden ze onverschillig tegen me beginnen te doen? Wat moet ik doen? Ik denk dat ik moet wachten tot het puistje weg is voordat ik naar buiten ga. Ik mag absoluut niet toestaan dat mensen me zo zien; het zou het volmaakte beeld dat ze van me hebben verpesten.’ Sommige mensen moeten de kleuren, pasvormen en stijlen van hun outfits perfect op elkaar afstemmen. Voordat ze de deur uitgaan, moeten ze zichzelf vanuit elke hoek in de spiegel bekijken, en sommigen maken zelfs selfies om er zeker van te zijn dat ze er perfect uitzien in zonlicht of onder kunstlicht, en zorgen ervoor dat aspecten zoals hun huid, teint, kapsel, kleding en houding een lust voor het oog zijn en de genegenheid van anderen wekken, en pas dan voelen ze zich klaar om de deur uit te gaan. Zelfs nadat ze zijn begonnen met het doen van hun plicht, behouden ze deze levensstijl. Als ze door speciale omstandigheden die dag niet hebben gedoucht en er komt iemand van het andere geslacht aan, ontwijken ze die snel. Ze hebben het gevoel dat als ze niet hebben gedoucht, ze niet toonbaar zijn. Omdat ze zoveel eisen stellen aan hun uiterlijk en houding, beïnvloedt dit hun dagelijks leven. Als ze ergens heen gaan waar ze niet kunnen douchen, zijn ze van streek, lijden ze enorm en kunnen ze niet goed eten of slapen. Ze denken: ‘Wat moet ik doen als ik niet kan douchen? Ik heb nog nooit langer dan drie dagen geen douche genomen. Als ik begin te stinken, zullen mensen dan op me neerkijken? Zal mijn imago dan niet langer perfect zijn? Zal ik dan niet langer de droompersoon van anderen zijn? Wat moet ik doen?’ Als ze zich op een plek bevinden met slechte leefomstandigheden en maaltijden die niet voedzaam genoeg of niet goed uitgebalanceerd zijn, beginnen ze zich zorgen te maken: ‘Zal dit mijn huid beïnvloeden? Zal mijn huid ruw worden of verouderen? Krijg ik rimpels? Ik kan niet op deze plek blijven – ik moet hier weg!’ Het gevoel van superioriteit dat hun aangeboren eigenschap met zich meebrengt, maakt hun leven bijzonder gecompliceerd, waardoor ze op een bijzonder vermoeiende en beperkte manier leven. Ze maken zich buitengewoon veel zorgen over hoe anderen over hen denken, in het bijzonder over hoe anderen hun kleding, houding en voorkomen beoordelen, en geven zoveel om hoe anderen hen zien – hoe ver gaat dat? Zo ver dat het hun normale leven, werk en plichtsvervulling beïnvloedt. Het gevoel van superioriteit dat voortkomt uit hun uiterlijk heeft hen erg oppervlakkig gemaakt, erg begaan met hun uiterlijk en erg begaan met hoe anderen hen zien. Wat voor soort probleem is dit? Zijn al deze uitingen een correcte houding voor het aanpakken van kwesties in het dagelijks leven? (Nee.) Zijn dit verwrongen zienswijzen die ze in de loop van hun dagelijks leven hebben ontwikkeld? (Ja.) Waar hebben deze uitingen dan betrekking op? (Ze hebben betrekking op hun menselijkheid.) Welk aspect van hun menselijkheid betreft dit? Wat is het probleem met hoe ze zich gedragen? Is het oppervlakkigheid? (Ja.) Oppervlakkigheid is één probleem binnen hun menselijkheid. Wat nog meer? IJdelheid, bezorgdheid over hoe anderen hen zien, het verlangen om de meest volmaakte persoon in de ogen van anderen te zijn, bijzondere kwetsbaarheid en een bijzonder onvermogen om ontberingen te verdragen. Daarnaast is er ook egoïsme. Om hun imago te behouden, laten ze zich door iedereen dienen en bedienen, terwijl ze weigeren zelfs de geringste ontbering te verdragen. Het gevoel van superioriteit dat hun natuurlijke uiterlijk met zich meebrengt, zorgt ervoor dat ze willen dat iedereen om hen draait. De centrale focus van hun dagelijks leven en het doel dat ze willen bereiken, is het behouden van hun uiterlijk. Bij één gelegenheid merkt iemand bijvoorbeeld tijdens het maken van een foto een stukje sla tussen zijn tanden als hij glimlacht. Vanaf dat moment eet hij geen bladgroenten meer. Zelfs als dat de enige optie is en hij ze wel moet eten, spoelt hij meteen na het eten zijn mond en moet hij beslist in de spiegel nagaan of er niets tussen zijn tanden zit voordat hij eropuit durft te gaan om anderen onder ogen te komen. Is dit een probleem binnen zijn menselijkheid? (Ja.) Deze veelvoorkomende problemen in het dagelijks leven vallen binnen de menselijkheid en zijn niet geëscaleerd tot het niveau van een verdorven gezindheid. De kwesties waarmee hij te maken heeft, houden allemaal alleen verband met aspecten van het menselijk leven – hij probeert zijn schoonheid en de grote mate van aandacht van anderen te behouden door zich te concentreren op zijn fysieke uiterlijk en interne eisen. Wat hij ook doet – of het nu gaat om eten, zich opmaken, of ontberingen verdragen en een prijs betalen – bij het aanpakken van deze kwesties zijn zijn zienswijzen en houding allemaal gericht op het behoud van zijn uiterlijke imago, zodat hij altijd een lust voor het oog is. Hij zorgt ervoor dat anderen een goede indruk van hem hebben en dat hij veel aandacht trekt. Heeft dit betrekking op zijn menselijkheid? (Ja.) Deze uitingen hebben allemaal betrekking op zijn menselijkheid – hij laat zien dat zijn menselijkheid overdreven oppervlakkig is.

Voorbeeld 5: Opzettelijk proberen het andere geslacht aan te trekken

Er is nog een ander type persoon dat er alles aan doet om te pronken wanneer er leden van het andere geslacht in de buurt zijn, en dat probeert zich op een specialere manier te kleden en make-up op te doen om verleidelijker over te komen. Zijn gedrag en uiterlijk zijn bijvoorbeeld nog normaal wanneer hij bij broeders of zusters is met wie hij bijzonder vertrouwd is, maar zodra er iemand van het andere geslacht in zijn eigen leeftijdscategorie ten tonele verschijnt, raakt hij vanbinnen helemaal opgewonden en voelt hij zich genoodzaakt om met een speciale kledingstijl en een speciaal uiterlijk voor de dag te komen. Sommige vrouwen doen onmiddellijk lippenstift op om hun lippen levendiger te maken, werken hun wenkbrauwen bij en doen, als de tijd het toelaat, wat rouge op. Normaal gesproken dragen ze hun haar in een paardenstaart, maar zodra ze iemand van het andere geslacht tegenkomen die bij hen in de smaak valt of die ze aantrekkelijk vinden, verfraaien ze hun imago door hun haar tot op schouderlengte los te laten hangen. Sommige mannen maken ondertussen hun haar glanzender, brengen het in een Koreaans, Hongkongs of westers model, trimmen hun gezichtsbeharing, zetten een bril op, trekken betere kleren aan en spuiten, als de omstandigheden het toelaten, wat eau de cologne op, en dat allemaal om het andere geslacht aan te trekken. Wanneer ze met leden van het andere geslacht spreken, gooien ze er regelmatig wat chique woorden tussendoor om te pronken, met als doel hun culturele verfijning, elegantie, gevatheid en gevoel voor humor te etaleren. Ze doen dit alles met een heel gericht doel – ze doen het uitsluitend om het andere geslacht aan te trekken. Wanneer sommige mensen in de buurt zijn van iemand van het andere geslacht die ze leuk vinden, of iemand van het andere geslacht van vergelijkbare leeftijd, worden ze nog levendiger, praten ze meer en drukken ze zich beter uit; hun ogen worden levendiger en zijn niet langer dof en glazig, en ook hun gezichtsuitdrukkingen worden bijzonder gevarieerd. Wat is hier aan de hand? Waarom komen ze bijzonder gemaakt en onnatuurlijk over wanneer ze het andere geslacht zien? Wanneer leden van het andere geslacht elkaar voor het eerst ontmoeten, zijn ze meestal een beetje verlegen, maar na een paar ontmoetingen raken ze meer vertrouwd en gedragen ze zich natuurlijker. Sommige mensen worden echter bijzonder levendig en geprikkeld telkens wanneer ze het andere geslacht zien. Wat voor soort probleem is dit? (Het gaat om verleiding, wat het niveau van een verdorven gezindheid bereikt.) Wat voor soort verdorven gezindheid is dit? (Boosaardigheid.) Hebben ze geen probleem met hun menselijkheid? (Jawel.) Strikt genomen is dit een probleem met de menselijkheid van zulke mensen. Welk aspect van hun menselijkheid is hier problematisch? Het is een probleem van interacties met het andere geslacht. Hoe beschrijven ongelovigen dit? Ze noemen het een probleem met iemands omgang met anderen, nietwaar? (Ja.) Als het een verdorven gezindheid betreft, kan het redelijkerwijs worden samengevat als boosaardigheid; maar treffender gezegd is het een probleem van de omgang tussen mannen en vrouwen dat betrekking heeft op iemands menselijkheid. Wanneer ze geconfronteerd worden met het andere geslacht, worden sommige mensen bijzonder levendig, en bijzonder positief en proactief. Wat door al dit ‘bijzondere’ tot uiting komt, is een probleem van de omgang met anderen dat betrekking heeft op iemands menselijkheid. Is deze omgang met anderen normaal of abnormaal? (Abnormaal.) Kan deze dan als boosaardig worden beschreven? Is het gepast om te zeggen dat deze boosaardig is? Is het oké om te zeggen dat deze een beetje min is? (Ja.) Zulke mensen zijn een beetje min. Waar er ook iemand van het andere geslacht is op wie ze vallen, ze trekken naar de groep van die persoon toe, staan erop naast hem of haar te zitten, zoeken lichamelijk contact en lonken naar hem of haar. Dit weerspiegelt een probleem met hun karakter – ze zijn ongedisciplineerd, ongemanierd en min. Als iemand oppervlakkig is, zouden zijn uitingen hetzelfde moeten zijn, of hij nu in de aanwezigheid is van hetzelfde geslacht of van het andere geslacht – hij wil er gewoon goed uitzien en door anderen aardig gevonden, bewonderd en gewaardeerd worden. Dit is een probleem van oppervlakkig zijn in zijn menselijkheid. Als het echter zijn bedoeling is om het andere geslacht aan te trekken en lastig te vallen, wordt het een kwestie van zijn omgang met het andere geslacht. Als iemand overdreven oppervlakkig is, zodanig dat het zijn normale leven beïnvloedt, is het slechts een gebrek of probleem binnen één aspect van zijn menselijkheid. Maar als iemand zich specifiek kleedt om leden van het andere geslacht aan te trekken, met als doel er sexy en verleidelijk uit te zien en blikken te trekken, dan is dat boosaardig en min en duidt het op een gebrekkige omgang met anderen. Sommige mensen worden zelfs nog minner naarmate er meer mensen aanwezig zijn, zoeken altijd contact met het andere geslacht en pronken in hun bijzijn. Wat er ook in de mode is onder ongelovigen, zo kleden ze zich. Vooral bij het bijwonen van bijeenkomsten of wanneer ze gefilmd worden, willen ze zich des te meer optutten naarmate er meer leden van het andere geslacht zijn. Sommige vrouwen dragen hemdjes, laten hun haar loshangen, doen intense lippenstift op en brengen rouge aan. Sommigen contouren zelfs hun neus, doen oogschaduw op en dragen allerlei sieraden. Ze kleden zich op elke mogelijke manier die het andere geslacht zal aantrekken. Dit is ernstiger dan oppervlakkig zijn. Als oppervlakkigheid een gebrek of tekortkoming is binnen één aspect van iemands menselijkheid, en een klein probleem is, dan zijn de boosaardige en minne aspecten van betrekkingen met het andere geslacht een groot probleem. Een oppervlakkige persoon zal zich niet noodzakelijkerwijs inlaten met losbandige activiteiten, maar onder degenen die zowel boosaardig als min zijn, is de kans groot dat meer dan negentig procent betrokken raakt bij losbandige activiteiten. Waarom zeg Ik dat? Als iemand veel belang hecht aan zijn interacties met het andere geslacht, en er in het bijzonder van geniet om te pronken en zichzelf te etaleren in het bijzijn van leden van het andere geslacht, dan is de kans heel groot dat zo iemand erin slaagt dat leden van het andere geslacht voor hem vallen. Met welk doel zorgt iemand ervoor dat leden van het andere geslacht op hem vallen? Met het doel om ongepaste relaties aan te gaan. Als hij terloops iemand van het andere geslacht kan verleiden, geeft dit dan niet aan dat hij heel losjes is als het gaat om relaties met het andere geslacht? (Ja.) Zulke mensen hebben geen waardigheid; ze versieren anderen terloops en nemen zelfs het initiatief om toenadering te zoeken. Hoe meer mensen ze versieren, hoe gelukkiger ze worden, en ze wijzen nooit iemand af zolang ze diegene leuk vinden. Wat voor soort persoon is dit? Is dit soort menselijkheid goed, nog even los van welke verdorven gezindheden hij heeft? (Nee.) Ongeacht welke verdiensten of tekortkomingen hij in andere aspecten van zijn menselijkheid mag hebben, als hij bijzonder losjes, lichtzinnig en toegeeflijk is wat betreft zijn omgang met het andere geslacht, is dit alleen al genoeg om aan te tonen dat zijn menselijkheid niet goed is. Als hij op elk moment of op elke plaats in de fout kan gaan of de schreef kan overschrijden, is dit dan geen ernstig probleem? (Ja.) Is zo iemand betrouwbaar? (Nee.) Wat is de wortel van zijn onbetrouwbaarheid? Die ligt in zijn boosaardige aard. Hij kan op elk moment en op elke plaats wellustige gedachten koesteren, en kan op elk moment en op elke plaats het andere geslacht verleiden – zijn gedachten worden uitsluitend hierdoor in beslag genomen. Als de omgeving of omstandigheden het niet toelaten, of als hij niet genoeg tijd heeft om zich op zijn paasbest uit te dossen, vindt hij toch een manier; hij gebruikt flirterige blikken en pronkt met zijn figuur of zijn gezichtsuitdrukkingen, en lonkt naar anderen om hen te verleiden. Zulke mensen zijn waardeloos; ze zijn zo onbetrouwbaar! Ze zijn lichtzinnig, losbandig en losjes, en kunnen op elk moment en op elke plaats anderen ertoe verleiden te zondigen en overtredingen te begaan; zulke mensen hebben geen schaamtegevoel in hun menselijkheid, ze zijn onverbeterlijk. Zijn zulke mensen angstaanjagend? (Ja.) En ze denken niet dat dit beschamende dingen zijn; ongeacht hoeveel mensen er in de buurt zijn, kleden ze zich openlijk zo en pronken ze op deze manier, geven ze toe aan hun lusten en verleiden ze anderen op deze manier. Anderen weten niet eens wat er aan de hand is – terwijl ze nog gericht zijn op hun normale werk, aan het kletsen zijn of met elkaar in gesprek zijn, zijn deze personen al begonnen iemand te versieren door hem of haar flirterige blikken toe te werpen. Kijk eens hoe walgelijk en angstaanjagend zulke mensen zijn! Ze hebben geen enkele schaamte, of wel? Mensen zonder schaamte begaan voortdurend overtredingen, en wat is hun uiteindelijke uitkomst? (Ze zullen uiteindelijk in de hel worden gestraft.) Wat staat er in Gods woorden? ‘Overtredingen voeren mensen naar de hel.’ Als de problemen met jouw menselijkheid heel ernstig zijn, verkeer je zodoende in groot gevaar. Als iemands slechte menselijkheid in een bepaald opzicht een gebrek is, kunnen er kansen liggen om dat te corrigeren. Als een bepaald aspect van zijn menselijkheid echter slecht is omdat hij van nature geen schaamtegevoel heeft en in staat is anderen op elk moment en op elke plaats te verleiden, en hij – zelfs als hij geen duidelijke verdorven gezindheid heeft onthuld – niettemin ernstige overtredingen kan begaan die zware gevolgen kunnen hebben, dan kent het gedrag van zo iemand geen grenzen en is zijn karakter bijzonder gebrekkig, en als hij een paar overtredingen begaat, zou dat hem te gronde kunnen richten. Wat betreft kwesties van menselijkheid heeft hij zijn eigen weg vooruit geblokkeerd. Dit komt doordat zijn menselijkheid zo slecht is en zijn overtredingen zo talrijk zijn dat het genoeg is om hem naar de hel te sturen, en het voor hem voorbij zal zijn voordat hij enige kans heeft om het pad van het nastreven van de waarheid en van het verkrijgen van redding te bewandelen. Het gebrek aan schaamtegevoel is een heel ernstig probleem wat iemands menselijkheid betreft. Strikt genomen bereikt het niet het niveau van een verdorven gezindheid; het is simpelweg een manier, een houding, die iemand aanneemt in zijn gedrag en in de omgang met bepaalde zaken. Deze houding heeft betrekking op zijn menselijkheid en kan leiden tot overtredingen, wat het probleem ernstig maakt.

Voorbeeld 6: Je sterke punten als kapitaal beschouwen

Sommige mensen houden van dansen en leren dansroutines heel snel. Nadat de leraar het drie keer heeft voorgedaan, hebben ze in wezen het ritme en de bewegingen van een dans onder de knie en kunnen ze die nauwkeurig uitvoeren. Ze dansen ook heel goed, hebben prijzen gewonnenen hopen een danscarrière na te streven, misschien als dansleraar of artiest. Op welk aspect heeft dit betrekking? (Dit heeft betrekking op hun interesses en hobby’s.) Dit is hun sterke punt; het is een interesse en een hobby van hen. Ze leren heel snel dansen, wat aantoont dat ze heel goed zijn in dansen; ze begrijpen dit soort dingen van nature nauwkeurig en pikken het gemakkelijk op. Dit is een sterk punt, nietwaar? (Ja.) Ze hebben in dit opzicht een sterk punt. Nadat ze hebben leren dansen, genieten ze ook van dansen, willen ze graag dansen; en bovendien zijn ze van plan in de toekomst een carrière in de dans na te streven, en zijn ze van plan om dans hun toekomstige leven en toekomstige reis te laten vergezellen – dit heeft betrekking op hun interesses en hobby’s. Dans is zowel hun sterke punt als hun interesse en hobby – dit is een aangeboren eigenschap van hen. Sommige mensen hebben deze aangeboren eigenschap, en nadat ze in God beginnen te geloven, kijken ze ook graag naar dansvideo’s. Dus nemen ze de plicht van het dansen in Gods huis op zich, in de hoop dat wat ze hebben geleerd kan worden benut bij het doen van hun plicht en van nut kan zijn in Gods huis, en dat ze hun eigen goede daden kunnen voorbereiden zodat God Zich die zal herinneren. Ze hebben een solide basis in dans, en ze leren ook snel verschillende soorten dans. Tijdens het creëren van dansprogramma’s volgens de vereisten van Gods huis, zijn ze bereid anderen alles wat ze hebben geleerd te onderwijzen zonder iets achter te houden. Hoewel ze meer soorten dans hebben geleerd dan anderen en bekwamer zijn in hun vak, gedragen ze zich niet uit de hoogte. Ze gaan vriendschappelijk met anderen om en onderwijzen heel geduldig wat ze hebben geleerd aan de broeders en zusters. Waarvan is dit een uiting? (Het is een uiting van hun menselijkheid.) Is hun menselijkheid goed of niet? (Hun menselijkheid is goed.) In welke opzichten is die goed? (Ze zijn in staat anderen alles wat ze weten te onderwijzen zonder iets achter te houden, waardoor anderen ook kunnen verkrijgen wat zij hebben – dit is goede menselijkheid.) Ze zijn in staat anderen alles wat ze hebben geleerd te onderwijzen zonder iets achter te houden. Welke andere sterke punten hebben ze? Ze pronken niet echt. De menselijkheid van dit type persoon is goed. Omdat dans een sterk punt van hem is, neemt hij een dansgerelateerde plicht in Gods huis op zich. Maar na enige tijd, vanwege de behoeften van het werk, regelt Gods huis dat hij ander passend werk gaat doen. Hij denkt: ‘Heb ik de twintig jaar die ik aan het leren dansen heb besteed verspild? Nu mij wordt gevraagd werk te doen dat geen verband houdt met dans, voel ik me zo ontevreden! Waarom laat men mij niet mijn sterke punt, mijn specialiteit, gebruiken, in plaats van mij een teamleider of supervisor te maken? Dit is niet mijn sterke punt, en ik weet niet hoe dat moet. Dit is iets wat ik nooit had verwacht.’ Hoewel hij uiterlijk zegt: “Dit maakt allemaal deel uit van Gods regelingen, en ik ben bereid me te onderwerpen”, is hij in werkelijkheid, ongeacht wat de leiders zeggen, niet bereid het te aanvaarden en neemt hij het niet in zich op. Hij denkt: ‘Jullie hebben een gebrek aan professionele kennis en toch komen jullie ons leiden. Het enige wat jullie doen is over doctrine praten. Jullie zijn niet beter dan ik!’ Waarvan is dit een uiting? (Innerlijke opstandigheid.) Wat voor soort probleem is dit? Is dit een openbaring van een verdorven gezindheid? (Ja.) Zijn menselijkheid is over het algemeen redelijk: hij is bereid met anderen samen te werken, vriendelijk te zijn en een goed mens te zijn, zonder te hinderen en te verstoren of opschudding en problemen te veroorzaken, en is wat zijn subjectieve verlangen betreft bereid zich te onderwerpen aan de regelingen van Gods huis en zijn plicht goed te doen. Maar heeft hij dan onderwerping als het gaat om zijn status, of om zaken die niet overeenstemmen met zijn eigen noties en verlangens? Toont hij enige uiting van het zoeken van de waarheid? (Nee.) Wat laat hij dan zien? (Wat hij laat zien is weerstand, geklaag en een gebrek aan onderwerping aan de regelingen van Gods huis.) Dat klopt. Als wat voor soort probleem kunnen deze uitingen dan worden samengevat? (Een verdorven gezindheid.) Hoewel zijn menselijkheid uiterlijk vriendelijk lijkt en hij zich niet openlijk verzet, geen misbaar maakt en niet over leiders oordeelt, is zijn houding ten opzichte van deze zaken een onthulling van zijn verdorven gezindheid. Wat voor soort verdorven gezindheid onthult hij? (Een arrogante gezindheid.) Dat klopt, arrogantie. Hij denkt dat hij bekwaam is op een bepaald gebied en dat zijn menselijkheid behoorlijk goed is, dus gebruikt hij dit als kapitaal om zich te verzetten tegen onderwerping aan de regelingen van de kerkleiders. Hij zoekt de waarheid niet en wil de plicht doen die zijn voorkeur heeft. Zelfs wanneer de kerk hem een passende plicht toewijst, kan hij die niet aanvaarden, en als iets niet overeenstemt met zijn noties en verbeeldingen, weigert hij zich te onderwerpen, zelfs als het een regeling van Gods huis is. Dit zijn onthullingen van opstandigheid en een arrogante gezindheid. Kijk naar deze reeks uitingen die hij vertoont: van de sterke punten van zijn aangeboren eigenschappen, tot zijn menselijkheid, en ten slotte tot zijn verdorven gezindheid – zijn uitingen bestrijken deze drie verschillende aspecten. De sterke punten van zijn aangeboren eigenschappen zijn iets waarmee hij is geboren, en daar valt niets op aan te merken. Wat het ook is waar hij bekwaam in is, het betekent niet dat hij geen verdorven gezindheid heeft en kan niet aantonen of zijn karakter goed of slecht is. Maar iemands superioriteitsgevoel teweeggebracht door bepaalde aangeboren eigenschappen, of de positionering en typering die hem door de wereldse publieke opinie worden opgelegd, kunnen zijn menselijkheid vertekenen. Wat betekent ‘vertekenen’ hier? Het betekent dat omdat iemand enkele aangeboren eigenschappen bezit die door anderen relatief gunstig worden bekeken, en hij bewondering en achting krijgt van sommige mensen in de maatschappij, hij een onjuiste typering van zijn eigen waarde en positie ontwikkelt. Hij denkt dat hij behoorlijk goed is, dat hij superieur is aan anderen, en begint op mensen neer te kijken. Hij gelooft altijd dat hij gelijk heeft en dat alles aan hemzelf goed is, en hij wil dat anderen naar hem luisteren en hem volgen. In dat geval zijn zijn opvattingen en standpunten over de dingen helemaal verkeerd. Met deze foutieve opvattingen en standpunten zal iemand de wereld en de kwaadaardige mensheid volgen. Wat is de implicatie van het volgen van de kwaadaardige mensheid en de kwaadaardige wereld? De implicatie is dat je zult leven volgens de foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten die voortkomen uit deze kwaadaardige wereld en kwaadaardige mensheid, en dat je deze foutieve en absurde gedachten, gezichtspunten en zegswijzen zult gebruiken om alles te onderscheiden en te kenmerken. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat je er redelijk goed uitziet, met welomlijnde gelaatstrekken en een goed figuur – dit zijn aangeboren eigenschappen, die door God zijn gegeven. Hier is niets mis mee; het is simpelweg een feit. Maar onder de verkeerde positionering door deze maatschappij en deze kwaadaardige mensheid kan dit feit ertoe leiden dat je arrogant en toegeeflijk, oppervlakkig en trots wordt. Dat wil zeggen: door het bezitten van aangeboren, superieure eigenschappen, gecombineerd met conditionering, verleiding en vorming door de diverse foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten in deze maatschappij en onder deze mensheid, raakt je menselijkheid vertekend. Waar verwijst ‘vertekend’ naar? Dat jij deze aangeboren eigenschappen bezit, is op zich volkomen normaal – er goed uitzien is niets buitengewoons; het betekent niet dat je de waarheid begrijpt of dat je nobel bent. Het betekent simpelweg dat je er leuk uitziet, dat je toonbaar overkomt en dat mensen misschien bereid zijn iets meer naar je te kijken; je bent niet storend of onaangenaam voor anderen, en dat is alles. Maar in een maatschappelijke omgeving waarin gedachten over schoonheid, aantrekkelijkheid en stijlvolle, hoogwaardige glamour worden verafgood, drijft deze trend je tot het uiterste, waardoor je menselijkheid trots, toegeeflijk en oppervlakkig wordt. Een goed uiterlijk hebben is een aangeboren eigenschap. God heeft je deze aangeboren eigenschap niet gegeven om je trots, toegeeflijk of oppervlakkig te maken, maar wenst veeleer dat je deze normaal bekijkt: ‘Dank God dat Hij mij deze aangeboren eigenschap, dit uiterlijk heeft gegeven; het is Gods genade en schenking, ik behoor God dankbaar te zijn en ik heb niets om over op te scheppen.’ Met zo’n aangeboren eigenschap is wat iemand zou moeten doen, mensen en dingen bekijken en zich gedragen en handelen volgens Gods leringen. Maar na het aanvaarden van diverse gedachten en gezichtspunten van de maatschappij en Satan, gaat hij schoonheid en aantrekkelijkheid als een vorm van kapitaal zien. Vervolgens gebruikt hij dit kapitaal om bij iedereen in elke groep in de gunst te komen, en benut hij deze aangeboren, fundamentele eigenschap om te verkrijgen wat hij wil. Sommigen gebruiken deze aangeboren eigenschap zelfs om dingen te doen die de wet overtreden, morele grenzen overschrijden of tegen de menselijkheid ingaan. De reden dat iemands menselijkheid enkele verwrongen en extreme dingen bevat, is te wijten aan de verergerende invloed van enkele ketterijen, drogredenen en foutieve publieke opinies uit de maatschappij en van de kwaadaardige mensheid. Omdat het mensen van nature aan de waarheid en het vermogen om te onderscheiden ontbreekt, aanvaarden ze van nature deze publieke opinies, zegswijzen en theorieën die afkomstig zijn uit de maatschappij en de kwaadaardige mensheid. Ze beschouwen deze negatieve dingen alsof ze correct waren, en onder de begeleiding van deze foutieve, absurde en kwaadaardige gedachten en gezichtspunten worden hun geweten en verstand niet verheven of gezuiverd, maar raken ze in plaats daarvan vertekend en beschadigd. Als deze maatschappij knappe mannen en mooie vrouwen niet zou prijzen of ophemelen, en als er geen externe gedachten waren die je in de verleiding brachten of vormden – als, waar je ook ging, niemand je ophemelde om je goede uiterlijk, je een speciale behandeling gaf, of je in de verleiding bracht of onder druk zette om diverse dingen te doen – zou je inzien dat een van nature goed uiterlijk bezitten volkomen normaal is en niet iets om over te pochen. Dit betekent dat je de dingen zou doen die je behoort te doen op basis van je inherente, fundamentele eigenschap, en geen dingen zou doen die je niet behoort te doen, alleen maar omdat je zo’n superieure aangeboren eigenschap hebt. Door de verleiding en verdorvenheid van de externe omgeving ga je echter geloven dat een van nature goed uiterlijk bezitten iets buitengewoons is en dat het je beter maakt dan alle anderen. Het ontbreekt je volledig aan zelfbeheersing en je gebruikt je aantrekkelijke uiterlijk om anderen te verleiden, doorbreekt de beperking van geweten en verstand en overschrijdt de grenzen van het zelf-gedrag. In verschillende omgevingen kun je diverse verdorven gezindheden onthullen, buit je je superieure aangeboren eigenschap uit en gebruik je verschillende tactieken om de voordelen te verkrijgen die je verlangt. Dit is de relatie tussen aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden. Soms is er een bepaald verband tussen deze drie aspecten, en natuurlijk is er soms een noodzakelijk verband tussen de eerste twee of de laatste twee. Begrijpen jullie het? (We begrijpen het nu iets beter.) Wat moeten jullie op zijn minst weten? Elke aangeboren eigenschap is op zich niet verkeerd; het is simpelweg een fundamentele eigenschap van iemands menselijkheid. Als het gaat om de menselijkheid van mensen, is er goede en slechte, positieve en negatieve. Hoe ontstaat dan een verdorven gezindheid? Die ontstaat wanneer iemand, op basis van zijn inherente, aangeboren eigenschappen, wordt geconditioneerd door diverse gedachten en filosofieën van Satan, en deze conditionering leidt tot de vorming van diverse foutieve gezichtspunten, die vervolgens een soort levensessentie worden waarop de persoon vertrouwt om te overleven. Dit is wat een verdorven gezindheid is.

Zojuist hebben we gecommuniceerd over de verschillende uitingen van aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden. We hebben tien aangeboren eigenschappen opgesomd, en we hebben zojuist ook gecommuniceerd over diverse uitingen met betrekking tot menselijkheid. Laten we nu samenvatten: over welke verschillende uitingen van menselijkheid hebben we gecommuniceerd? (Wat menselijkheid betreft, zijn er uitingen van goede menselijkheid en die van slechte menselijkheid. God heeft zojuist enkele voorbeelden gegeven. Sommige mensen hebben van nature een bepaald sterk punt op een bepaald gebied en zijn bekwaam in een bepaald technisch beroep, en ze zijn in staat anderen te onderwijzen zonder iets achter te houden. Er zijn ook mensen die geen misbruik maken van anderen. Dit zijn uitingen van relatief goede menselijkheid. God gaf ook voorbeelden van uitingen van slechte menselijkheid. Bijvoorbeeld: laaghartige en smerige menselijkheid bezitten, en er voortdurend van houden om achter de rug van anderen om te snuffelen naar roddels; en, wat betreft de omgang met het andere geslacht, losjes zijn, en het ontbreken van waardigheid en integriteit; en egoïstisch en laaghartig zijn, en graag misbruik maken van anderen, evenals overdreven berekenend zijn in de interacties met anderen, zonder enig geweten of verstand – dit zijn allemaal uitingen van slechte menselijkheid.) Wat is de ergste onder de uitingen van slechte menselijkheid? Welk type persoon is voor jullie het meest onaangenaam? (Degenen die geen schaamtegevoel hebben en bijzonder losjes zijn in de omgang met het andere geslacht.) Losjes, losbandig en zonder schaamtegevoel. Een meer beschaafde manier om het uit te drukken is dat deze mensen ‘geen schaamte kennen’. In gewone taal zijn ze ‘schaamteloos’, of dichter bij de waarheid, ‘ronduit onbeschaamd’. Niemand mag zulke mensen.

Voorbeeld 7: Houden van pikant eten

Sommige mensen zijn geboren op een plek waar het eten van chilipepers gebruikelijk is; misschien vanwege het klimaat, of omdat hun familie die gewoonte heeft en graag chilipepers eet, eten ze die elke dag, en hun dagelijkse eetpatroon wordt vaak gedomineerd door pikante smaken. Dit is duidelijk een aangeboren eigenschap. Welke van de aangeboren eigenschappen is het? (Een leefgewoonte.) Hun leefgewoonte is dat ze bij hun dagelijkse maaltijden niet zonder pikante smaken kunnen; alles wat ze eten moet een pikante smaak hebben. Hoe ver gaat deze voorkeur? Ze maken zelfs zoet voedsel pikant, eten hamburgers en pizza met pikante smaken en doen zelfs chilipepers in de thee en de koffie – zo ver gaan ze met het nuttigen van pikant voedsel. Dit is een leefgewoonte. Speelt ‘goed’ of ‘fout’ hier een rol bij? (Nee.) De voorkeur voor pikant eten wordt veroorzaakt door iemands leefomgeving en leefgewoonten; daarbij is geen sprake van goed of fout. Sommige mensen eten in overdreven mate pikant eten; als er geen pikant eten is, eten ze niet. Of je het kunt aanvaarden of niet, ze staan erop pikant te eten, en niemand kan dat veranderen. Kortom, de liefde voor het eten van chilipepers is een leefgewoonte, er is geen probleem mee en het heeft geen betrekking op de waarheid. Sommige mensen zeggen: “Deze leefgewoonte is zo extreem; moet deze als iets negatiefs worden beschouwd? Moet ze worden bekritiseerd of gereguleerd? Moeten we wat gezondheidskennis bevorderen, en het idee verspreiden dat gezondheid prioriteit heeft wat betreft de principes van eten en leefgewoonten?” Kun je er zeker van zijn dat het eten van chilipepers en pikant eten ongezond is? Ze eten al vele jaren zo, al generaties lang, en ze zijn behoorlijk gezond. In het bijzonder eten mensen op sommige plaatsen chilipepers in een mate die voor anderen moeilijk te aanvaarden is. Wanneer mensen zien hoe pikant hun eten is, voelen ze zich ongemakkelijk, maar toch zijn deze personen sterk, gezond en redelijk goed gebouwd, met het uithoudingsvermogen en de conditie om lichamelijk werk te doen. Dit bewijst dat het eten van chilipepers geen kwaad doet en de gezondheid niet beïnvloedt; en het lijkt erop dat hun pikante eetpatroon ook in overeenstemming is met gezondheidsprincipes. De liefde voor het eten van chilipepers is een van nature aanwezige leefgewoonte. Ongeacht of anderen het leuk vinden of het kunnen aanvaarden, zolang iemand ervan geniet en het de levens of eetpatronen van anderen niet beïnvloedt, kan het worden gehandhaafd. Hierbij is geen sprake van goed of fout; het is geen grote kwestie, en Gods huis velt er geen oordeel over. Sommige mensen zeggen: “Het eten van chilipepers is slecht voor de maag.” Als je bezorgd bent dat het slecht is voor je maag, kun je er simpelweg voor kiezen ze niet te eten. Als anderen al lange tijd pikant voedsel eten en hun maag van streek raakt, zullen ze dat zelf voelen en hun eigen keuze maken. Iedereen heeft dus zijn eigen smaak – of men nu van zoete, zure, bittere of pikante smaken houdt, het is een persoonlijke kwestie. Hoe je ook eet of in welke mate, het is niet nodig je schuldig te voelen. Zolang de eigenschappen en omgeving het toelaten, kun je alle zorgen opzijzetten en eten zonder je bezwaard te voelen. Wat Mij betreft zijn hieromtrent geen voorschriften. Als iemand er iets over te zeggen heeft, kun je antwoorden met: “Dit is mijn vrijheid, het is mijn recht, en je hoeft je er niet mee te bemoeien. Zelfs als ik een maaltijd eet die uitsluitend uit chilipepers bestaat, is dat jouw zaak niet. Of het mijn maag schaadt, is mijn eigen verantwoordelijkheid, niet de jouwe.” Is het oké om zo te spreken? (Ja.) Dat is je eigen zaak; het gaat anderen niet aan, en het gaat Mij ook niet aan. Waarom zeg Ik dit? Omdat deze kwestie geen betrekking heeft op de waarheid, geen betrekking heeft op een verdorven gezindheid en niet een van de problemen is die God wil oplossen bij het redden van mensen. Wat zaken rond leefgewoonten betreft, die kunnen we daarom negeren. Dit is niet iets positiefs, maar het is ook niet iets negatiefs – het is simpelweg een voorkeur die sommige mensen hebben.

Sommige mensen die de ontvangstplicht vervullen, eten graag chilipepers en willen voor alle drie de maaltijden van de dag pikant eten. Wanneer ze koken, bereiden ze daarom voor elke maaltijd pikante gerechten. Sommige mensen die nog nooit chilipepers hebben gegeten, kunnen daar slecht tegen en opperen dat er in plaats daarvan niet-pikante gerechten gemaakt worden. Degene die kookt wil dit echter niet aanvaarden en zegt: “Dat gaat niet. Ik ben gewend om pikant te eten; als ik het niet pikant maak, smaakt het me niet. Je moet oefenen met pikant eten; nadat je het een tijdje hebt gegeten, wen je eraan en ben je niet meer bang voor de pikantheid.” Wat is hier het probleem? (Er is een probleem met zijn menselijkheid.) Wat voor probleem is er met zijn menselijkheid? (Hij dringt anderen dingen op.) Anderen dingen opdringen is niet goed. Is dit niet anderen dwingen te doen wat ze niet willen? Zulke mensen proberen zichzelf in het middelpunt te plaatsen van alles wat ze doen, in de overtuiging dat wat zij fijn vinden het beste is, en dat anderen dat moeten aanvaarden. Als zij iets fijn vinden, proberen ze ervoor te zorgen dat anderen het ook fijn vinden; iedereen moet hen tevredenstellen. Is dit niet egoïstisch en laaghartig? Niet alleen dringen ze anderen dingen op; er zit ook een beetje kwaadwilligheid in. Is de menselijkheid van dit type persoon goed? (Nee.) Mensen met een slechte menselijkheid kunnen anderen niet tot nut zijn; ze kunnen alleen maar pijn veroorzaken, en in ernstige gevallen kunnen ze zelfs schade toebrengen. Zulke mensen zijn te egoïstisch en laaghartig, en ze zijn ook onredelijk onbeschoft. Als iemand verstand heeft, zou hij kunnen zeggen: “Ik eet graag pikant, maar sommige mensen niet. Dus als ik kook, mag ik niet alleen aan mezelf denken. Ik moet zowel pikante als niet-pikante gerechten maken, zodat zowel ik als alle anderen tevreden zijn. Het principe dat ik volg bij het doen van mijn plicht is om iedereen tevreden te stellen, ervoor te zorgen dat iedereen goed eet, en me niet alleen op mezelf te richten. Ik moet deze plicht goed vervullen volgens de principes.” Wat vind je van zo iemand? (Zijn menselijkheid is betrekkelijk goed.) In welke opzichten is die goed? (Hij weet om anderen te geven en voor anderen te zorgen. Het is niet zo dat hij alleen zichzelf tevredenstelt.) Hij is betrekkelijk vriendelijk, nietwaar? Goede menselijkheid omvat vriendelijkheid – rekening houden met anderen en voor hen zorgen. Heeft dit betrekking op iemands menselijkheid? (Ja.) Ongeacht iemands leeftijd, geslacht of temperament, zullen de mensen om hem heen en degenen die met hem omgaan baat hebben bij zijn goede menselijkheid, als hij die heeft. Meer specifiek zullen sommige mensen steun en hulp van hem ontvangen, terwijl anderen in het dagelijks leven door hem zullen worden verzorgd. Dit is één uiting van goede menselijkheid.

Er zijn ook mensen die zo van pikant eten houden dat ze, zelfs wanneer ze eropuit gaan om hun plicht te doen, speciaal op zoek gaan naar gelegenheden die pikante gerechten serveren wanneer het etenstijd is. Als ze een maaltijd zonder pikant eten hebben, voelen ze zich ongemakkelijk: ‘Nu ik hier niet pikant kan eten, trekt het doen van mijn plicht me echt niet meer aan. Ik wil naar huis, waar ik bij elke maaltijd van pikant eten kan genieten – dat zou er wel ingaan! Zonder chilipepers heeft niets smaak; zelfs gesmoord varkensvlees verliest zijn smaak. Wat moet ik doen?’ Dus blijven ze zoeken naar gelegenheden waar ze chilipepers kunnen eten. Later horen ze over een restaurant dat gespecialiseerd is in pikant eten, maar het is meer dan een uur rijden. Ze zeggen: “Hoe ver het ook is, ik moet erheen! Als ik vandaag niet iets pikants eet, doe ik mijn plicht niet. Als ik mijn pikante eten niet krijg, voel ik me niet op mijn gemak en kom ik de dag gewoon niet door!” Iemand zegt tegen hen: “De omgeving buiten is momenteel gevaarlijk, en dit gebied is behoorlijk chaotisch! Laten we daar niet gaan eten.” Maar ze luisteren niet en zeggen: “Waar moeten we bang voor zijn? Eten is wat telt! Ga jij er normaal gesproken ook niet op uit? Wees niet bang, er zal niets gebeuren – God zal ons beschermen!” Na het eten zijn ze tevreden. Zolang ze chilipepers en het heerlijke eten waar ze naar hunkeren kunnen eten, voelt alles precies goed, en zijn ze zo blij dat ze aanhoudend glimlachen, zelfs in hun slaap. Wat voor menselijkheid is dit? (Een egoïstische en laaghartige menselijkheid.) Naast egoïstisch en laaghartig zijn, is er nog een kenmerk: ze houden geen rekening met de objectieve omgeving of toestanden wanneer ze iets willen doen. Zolang ze hun eigen verlangens en voorkeuren kunnen bevredigen, is dat het enige wat telt. Ze zijn bereid elke prijs te betalen voor slechts één hap van iets wat ze willen eten – zelfs als het betekent dat ze tot het uiterste moeten gaan, doen ze wat nodig is om hun doel te bereiken. Is dit louter egoïstisch en laaghartig zijn? Is dit niet ook eigenzinnigheid? (Ja.) Dit is eigenzinnigheid ten top! Iedereen die bij hen is, moet de prijs betalen voor hun eigenzinnigheid en daardoor grieven verdragen. Wat zij zeggen, is wet, en wat zij willen doen, dat gebeurt. Vandaag zijn ze in een slecht humeur, dus willen ze niet eten. Wanneer hun wordt gevraagd waarom ze niet eten, zeggen ze: “Ik ben vandaag boos, ik ben in een slecht humeur, dus heb ik geen zin om te eten.” Later op de avond, wanneer het tijd is om te rusten, gaan ze ook niet slapen. Ze zeggen dat ze niet kunnen slapen en dat ze willen zingen om hun emoties te uiten. Iemand praat op hen in en zegt: “Je verstoort de slaap van anderen als je zingt.” Ze antwoorden: “Ik ben nu in een slecht humeur. Ik wil zingen. Of jullie nu kunnen slapen of niet, is niet mijn zaak. Ik ben in een slecht humeur, en toch troost niemand me en zorgt niemand voor me – jullie zijn allemaal zo egoïstisch!” Is dit niet eigenzinnig zijn? Ze zijn extreem eigenzinnig; ze weten zich niet te gedragen en doen wat ze maar willen. Wanneer ze blij zijn, trekken ze zich niets aan van wat anderen zeggen, en zeggen ze zelfs: “Ik ben een ruimdenkend mens. Ik maak me niet graag druk om dingen.” Maar wanneer ze niet blij zijn, moet iedereen enorm op zijn woorden passen en proberen hen niet van streek te maken, want dat zou tot grote problemen kunnen leiden. Ze kunnen driftbuien krijgen, dingen kapotslaan en zelfs weigeren te eten. In ernstigere gevallen willen ze misschien hun plicht opgeven, het werk neerleggen en naar huis gaan, met de opmerking: “Niemand van jullie behandelt me goed; jullie treiteren me allemaal. Er zijn geen goede mensen in de wereld!” Is dit niet eigenzinnig zijn? (Ja.) Is eigenzinnigheid een probleem binnen iemands menselijkheid? (Ja.) Hij is extreem eigenzinnig – iedereen moet hem ter wille zijn, en als de dingen niet gaan zoals hij wil, wordt hij onmiddellijk vijandig en steekt zijn opvliegendheid de kop op. Niemand mag hem dwarsbomen en iedereen moet hem paaien. Hoewel hij niet jong meer is, blijft zijn menselijkheid onvolwassen, als die van een kind. Waar hij zijn plicht ook doet, hij houdt zich nooit aan de algemene regels. Wanneer hij blij is en wil praten, moet iedereen luisteren, en als iemand niet luistert, koestert hij wrok tegen die persoon. Wanneer je tegen hem spreekt, moet je glimlachen; als je geen uitdrukking toont en niet zo bereid lijkt om te luisteren, wordt hij boos en verliest hij zijn geduld. In de kerk doet hij wat hij wil, wanneer hij wil, zonder er rekening mee te houden hoe het de normale levensroutines van anderen beïnvloedt. Zolang hij op zijn gemak en in een goed humeur is, is dat het enige wat voor hem telt en mogen anderen geen bezwaren uiten. Als iemand een bezwaar uit om weerzin of ongenoegen te tonen, provoceert dat hem en laat hij het er niet bij zitten. Sommige van dit soort mensen zijn jong, met een onvolwassen menselijkheid, maar anderen zijn in de veertig, vijftig, of zelfs zeventig of tachtig, en ze hebben op hun oude dag nog steeds dit soort menselijkheid en zijn bijzonder eigenzinnig. Ongeacht of de omgeving of toestanden het toelaten, doen ze wat ze willen. Ze komen bijvoorbeeld aan op een plek waar de toestanden het niet toelaten om te douchen, maar ze staan erop om te douchen: “Thuis douche ik elke dag; ik kan niet zonder.” Maar deze plek is daar niet voor toegerust; zelfs één keer per week douchen is moeilijk. Wat zou jij dan doen? Iemand met normale menselijkheid weet hoe hij deze situatie moet benaderen en aanpakken. Als het weer vochtig en benauwd is, is het voldoende om zich ’s avonds gewoon te wassen met een teil water om te kunnen slapen – dit is een ontbering die kan worden verdragen. Daar kan men best overheen stappen. Dit type persoon kan dat echter niet aan; als hij niet doucht, kan hij niet slapen, kan hij niet eten en heeft hij zelfs het gevoel dat hij niet kan overleven, dat hij een enorme vernedering ondergaat. Hoe eigenzinnig is hij wel niet? Hij is zo eigenzinnig dat hij zijn plicht niet normaal kan doen, niet normaal met anderen kan omgaan of opschieten en zelfs niet als een normaal mens kan leven. Voor anderen lijkt het alsof dit type persoon een psychische aandoening heeft. Als hij een goede relatie met iemand heeft, zijn ze onafscheidelijk, alsof ze één persoon zijn. Maar als hij een slechte relatie met iemand heeft of als iemand hem ooit heeft beledigd, kan hij het volhouden om zijn leven lang niet tegen diegene te spreken. Wanneer hij die persoon wel ziet, rolt hij met zijn ogen en betrekt zijn gezicht onmiddellijk, alsof hij tegenover een vijand staat – bijzonder extreem. Is de menselijkheid van dit soort persoon normaal? (Nee.) Dit soort persoon is extreem eigenzinnig, en zijn menselijkheid is niet normaal. Wat betekent ‘niet normaal’? Het betekent dat het hem aan normale menselijkheid ontbreekt. Kunnen zulke mensen normaal omgaan en samenwerken met anderen? Kunnen ze normaal onder de mensen leven? Kunnen ze hun plicht goed doen? (Nee.) Zolang ze hun doel willen bereiken – of het nu gaat om een maaltijd nuttigen, genieten van een goede behandeling, of iets doen wat ze willen doen – moet het worden vervuld. Zo niet, dan voelt het alsof het einde zoek is, alsof hun wereld vergaat. Ze raken van streek en beginnen te mopperen, klagen over anderen, klagen over de omgeving en klagen zelfs over God: “Wat voor omgeving heeft God voor mij gearrangeerd, waardoor ik zo lijd? Waarom zijn anderen niet met zulke omgevingen geconfronteerd en hebben ze niet zo geleden? Waarom ben ik degene die lijdt? God is bevooroordeeld!” Zie je, hun demonische aard is naar boven gekomen, nietwaar? Voldoet dit soort menselijkheid aan de norm? (Nee.) Zulke mensen moeten worden aangepakt. Hoe moet dit soort persoon worden aangepakt? (Stuur hem weg naar een gewone kerk.) Als hij het punt bereikt waarop hij zijn plicht niet langer kan doen, en alleen maar hinder en verstoringen veroorzaakt bij het doen van zijn plicht, waardoor iedereen die hem ziet walgt en geërgerd is, en anderen niet met hem kunnen opschieten, dan moet hij onmiddellijk worden weggestuurd – dit soort persoon is als stinkende hondenpoep. Eigenzinnigheid omvat egoïstisch, laaghartig en ook onredelijk onbeschoft zijn. Soms omvat het ook overdreven berekenend, hard en zelfs venijnig en kwaadwillig zijn. Wanneer dit type persoon een tijdje zijn plicht doet, wordt iedereen diep geschaad, en is iedereen die hem ziet bang. Als je probeert hem te vermijden en hem niet te provoceren, heeft hij niettemin iets te zeggen: “Waar verstop je je voor, een dief? Hoe heb ik je beledigd dat je me vermijdt?” Maar als je hem benadert en iets probeert te zeggen, zal hij nog steeds geen normaal gesprek met je voeren. Het ontbreekt hem aan normale menselijkheid, en degenen die met hem omgaan lijden niet alleen verbale schade, maar ook schade aan hun integriteit, emotionele schade en zelfs enige lichamelijke schade. Zulke mensen zijn werkelijk verachtelijk! Zou het gepast zijn om hen te categoriseren als mensen met een slechte menselijkheid? (Ja.) Dit type persoon heeft een slechte menselijkheid en is eigenzinnig. Een eigenzinnige persoon slaagt er niet alleen niet in anderen te stichten, maar zorgt er ook voor dat ze geërgerd raken en walging voelen, en hij kan met niemand opschieten. Zeg Mij, kan een eigenzinnige persoon de waarheid aanvaarden? (Nee.) Wat voor gezindheid heeft hij dan vanbinnen? (Onbuigzaamheid.) Zijn onbuigzaamheid is overduidelijk, maar er is ook nog iets anders – wat is dat? (Afkerig zijn van de waarheid.) Dat klopt. De verdorven gezindheden bezitten van onbuigzaamheid en afkerigheid van de waarheid – dit zijn twee kenmerken van eigenzinnige mensen. Dit type persoon is niet alleen eigenzinnig, maar ook egoïstisch en onredelijk onbeschoft. Zijn onredelijke onbeschoftheid bevat een element van anderen onredelijk en willekeurig lastigvallen. Wanneer je met hem omgaat, werkt vriendelijk praten niet – hij denkt dat je bijbedoelingen hebt. Als je streng praat, denkt hij dat je hem treitert, maar nadat zijn eigenzinnigheid anderen schade heeft berokkend, zal hij nog steeds zeggen: “Het was niet mijn bedoeling om je te kwetsen. Als je je gekwetst voelt, bied ik mijn excuses aan.” Hoewel deze woorden mooi klinken, wordt de eigenzinnige persoon, wanneer de persoon die gekwetst is hem niet vergeeft en hem zelfs bekritiseert, boos en zegt: “Je kunt het gewoon niet loslaten – maak je niet gewoon misbruik van mijn excuses? Denk je dat er over me heen te lopen valt omdat ik mijn excuses heb aangeboden? En nu wijs je op mijn gebreken! Heb ik gebreken? Ben jij gekwalificeerd om ze aan te wijzen?” Is dit geen geval van de waarheid niet aanvaarden? (Ja.) Dit heeft betrekking op zijn verdorven gezindheid. Deze eigenschappen van zijn menselijkheid manifesteren zich natuurlijk ook in bepaalde eigenschappen van verdorven gezindheden – ze zijn met elkaar verbonden. De kenmerken van verdorven gezindheden in dit type mensen omvatten onbuigzaamheid, afkeer van de waarheid en een beetje venijnigheid. Deze aspecten zijn de eigenschappen van hun verdorven gezindheden.

Voorbeeld 8: Menselijke instincten

Aangeboren eigenschappen omvatten nog een aspect, en dat is het menselijk instinct. Bijvoorbeeld: nadat sommige mensen in God zijn gaan geloven, zien ze de waanzinnige onderdrukking, arrestaties en wrede behandeling van Gods uitverkoren volk door de CCP-regering, en worden ze bang, geagiteerd, timide en angstig. Soms worden hun benen zelfs slap en willen ze voortdurend naar het toilet. Waarvan is dit een uiting? (Het instinct.) Dit is een instinctieve reactie. Binnen de normale menselijkheid hebben mensen enkele instinctieve reacties en zijn ze timide en angstig als het gaat om bepaalde angstaanjagende gebeurtenissen, situaties waarbij hun eigen leven op het spel staat, of zaken die gevaar voor henzelf kunnen opleveren, of ze nu informatie horen of met de werkelijkheid worden geconfronteerd. Tegelijkertijd vertonen hun lichamen van nature enkele normale reacties, zoals zenuwachtigheid, spiertrekkingen, tijdelijke doofheid of blindheid, evenals een droge mond, slappe benen, overvloedig zweten en verlies van controle over blaas of darmen. Is het waarschijnlijk dat deze reacties optreden? (Ja.) Deze reacties, of ze nu door het zenuwstelsel worden aangestuurd of een andere oorzaak hebben, zijn in ieder geval reacties die in het vlees worden opgewekt door een externe factor, en deze reacties worden gezamenlijk het instinct genoemd. Het uithoudingsvermogen van het lichaam heeft zijn grenzen; zodra het de grenzen van iemands moed overschrijdt, vertoont het lichaam enkele instinctieve reacties. Deze reacties kunnen door anderen als zwakheden worden gezien, of ze kunnen lachwekkend, erbarmelijk of meelijwekkend lijken, maar dit zijn onmiskenbaar uitingen van iemands aangeboren instincten. Er zijn ook mensen die, wanneer ze met gevaar worden geconfronteerd, hun hoofd in hun handen nemen en huilen, tranen storten of zelfs luid schreeuwen; anderen kruipen misschien in elkaar in een donker hoekje om zich te verstoppen – al zulke reacties zijn instinctieve reacties. Deze instinctieve reacties, of het nu gaat om huilen, lachen of zo buitensporig bang zijn dat men iets vernederends doet – is daar iets goeds of fouts aan? (Nee.) Kunnen we dus van degenen die bang worden wanneer ze horen dat de regering gelovigen arresteert, zeggen dat deze mensen laf zijn en het hun aan menselijkheid ontbreekt? (Nee.) Is de bewering: ‘In God geloven moet gepaard gaan met geloof; men mag niet bang zijn!’ juist? (Nee.) ‘Dit is zwakheid, een uiting van lafheid en onbekwaamheid. Het toont een gebrek aan geloof in God, en het toont aan dat ze niet weten hoe ze op God moeten vertrouwen. Zo iemand is geen overwinnaar!’ Kunnen we dit zeggen? (Nee.) Waarom niet? (Het is simpelweg een fysiologische reactie die optreedt wanneer iemand met externe omstandigheden wordt geconfronteerd.) Dit is een normale fysiologische reactie, geen uiting die wordt aangedreven door een verdorven gezindheid. Dit betekent dat wanneer mensen in zulke omstandigheden deze uitingen en onthullingen hebben, dit niet te wijten is aan de invloed van een verdorven gezindheid, en ook niet komt doordat ze worden gedomineerd door een of andere gedachte of zienswijze binnen hun menselijkheid. Deze reacties zijn niet iets wat je van tevoren bedenkt; het is niet zo dat je, wanneer je met zulke omstandigheden wordt geconfronteerd, plotseling wilde gedachten hebt, en dat je dan, naarmate je er meer over nadenkt, in paniek raakt, je lichaam stuiptrekt, of je zelfs de controle over je blaas of darmen verliest. Dat is niet de reden achter deze reacties. Het komt veeleer doordat je lichaam, na het horen van deze gebeurtenissen of dit nieuws, zonder enige bewuste gedachte, zonder enige mentale filtering of verwerking, heel natuurlijk enkele instinctieve fysiologische reacties produceert. Dit soort natuurlijke reactie wordt dus teweeggebracht door de aangeboren instincten van het vlees. Er is geen sprake van goed of fout, geen onderscheid tussen sterkte en zwakheid, en zeker geen onderscheid tussen positief en negatief. Sommige mensen zeggen: “Hoe de regering haar arrestaties ook uitvoert, ik ben niet bang!” Ik zou zeggen: “Dan ben je een domoor.” Wanneer de grote rode draak je martelt, zullen we eens zien of je bang bent of niet – op dat moment zul je het onmogelijk niet kunnen uitschreeuwen. Wat zul je denken wanneer de pijn zijn hoogtepunt bereikt? “Ik sterf nog liever. Als ik sterf, ben ik vrij, dan heb ik geen pijn meer.” Dit zijn allemaal instinctieve reacties van het vlees, en geen daarvan is een probleem. Sommige mensen zeggen misschien: “Ik ben niet bang; als iemand me slaat, sla ik terug, en als ik niet kan winnen, ren ik gewoon weg.” Maar wanneer je rent en iemand een pistool op je richt, zullen je benen slap worden, zal je hart timide worden, en zul je niet meer roepen: “Ik ben niet bang.” Wanneer je leven op het spel staat, zul je ook bang zijn om te sterven – dit is je instinctieve reactie. Aangezien dit instinctieve reacties zijn, ongeacht welke uitingen men heeft of welke onthullingen van menselijke zwakheid men heeft, wordt het niet als verkeerd beschouwd; ook is het niet beschamend en veroordeelt God het niet. Natuurlijk moet je niet proberen deze reacties te onderdrukken, en omstanders moeten er ook niet de spot mee drijven, want iedereen is hetzelfde – iedereen bestaat uit vlees en bloed. De instinctieve reacties van vlees en bloed zijn zo; jij bent zo, zij zijn zo, iedereen is zo. Het is als wanneer iemand een wolf tegenkomt; wat is zijn eerste instinctieve reactie? ‘Rennen! Zo hard mogelijk rennen!’ En tijdens het rennen kijkt hij of de wolf hem heeft ingehaald, en maakt hij zich zorgen: ‘Wat als hij me inhaalt? Wat als hij in mijn nek bijt – ga ik dan dood? Had ik maar een geweer of een ijzeren staaf.’ Terwijl hij rent, denkt hij alleen maar aan deze dingen. Maar ongeacht waar je aan denkt, is je eerste instinctieve reactie absoluut om snel aan zijn achtervolging te ontsnappen, om zo hard en zo ver mogelijk te rennen, om te voorkomen dat je wordt gepakt en opgegeten. Dit zijn allemaal instinctieve reacties. Wat is je instinctieve reactie? Het gaat erom jezelf te redden, je eigen leven te beschermen en ervoor te zorgen dat je leven niet in gevaar wordt gebracht. Ongeacht of deze instinctieve reacties voor een waarnemer laf, onverdraaglijk of beschamend lijken, zijn ze in werkelijkheid niet beschamend, omdat het de normale uitingen zijn van mensen van vlees en bloed; het zijn natuurlijke onthullingen. Een instinctieve reactie is simpelweg een natuurlijke onthulling, en er is niets beschamends aan. Zo lach je bijvoorbeeld wanneer je een grap hoort. Zelfs als je eten of water in je mond hebt, lach je toch, omdat dit een instinctieve reactie is. Een instinctieve reactie is een door God gegeven, aangeboren functie, die zich van nature voordoet en afspeelt wanneer de omstandigheden ernaar zijn. Instinctieve reacties zijn dus natuurlijke onthullingen. Het kunnen onthullingen zijn van een zwakheid of gebrek van de menselijkheid, of het kunnen onthullingen zijn van een natuurlijke uiting van je vlees. Hoe dan ook, aangezien het een instinctieve reactie is, is er geen sprake van goed of fout. Als je je schaamt, toont dat aan dat het je aan inzicht ontbreekt en dat je menselijkheid nogal oppervlakkig is – je wilt een goede indruk op anderen maken. Als je probeert je instinctieve reacties te onderdrukken, bewijst dat dat je dwaas bent en dat er een probleem met je verstand is. In bijzondere, gevaarlijke omgevingen en situaties, zelfs als je zo bang bent dat je in je broek plast, moet je het niet als iets beschamends zien. In feite is dit een uiting van normale menselijkheid. Iedereen zou in dergelijke omstandigheden deze uitingen hebben – zelfs beroemde of grote mensen vormen hierop geen uitzondering. In zware omstandigheden bestaan er geen supermannen – je bent maar een gewoon mens, niets uitzonderlijks, en niets om over op te scheppen. Zelfs als je zo bang was dat je in je broek plaste, en anderen erachter kwamen, is dat geen schande, want op deze manier zullen mensen niet tegen je opkijken of je verafgoden, en ben je op zijn minst veilig. Dit zou nu duidelijk moeten zijn, toch? Instinctieve menselijke reacties zijn heel normaal en natuurlijk. Wanneer bijvoorbeeld je haar vuil is en je hoofdhuid jeukt, krab je er instinctief aan. Je nagels raken misschien vol vuil en mensen denken dat je onfatsoenlijk of onhygiënisch bent, maar wat kun je eraan doen? Wanneer je haar vuil is, is er vuil, omdat je van vlees en bloed bent, gemaakt van stof, en dit feit moet je erkennen. Uit deze situatie kun je simpelweg opmaken dat je haar vuil is en gewassen moet worden. Wanneer je hoofdhuid jeukt, is krabben een instinctieve reactie. Een instinctieve reactie is een natuurlijke, normale respons, een normale uiting onder de aangeboren eigenschappen en het zenuwstelsel die God heeft geschapen. De uitingen kunnen er soms voor zorgen dat je je schaamt of voelt dat je onfatsoenlijk of onwaardig bent, maar je moet niet proberen ze te veranderen of te onderdrukken. Enerzijds helpt dit je om juist om te gaan met menselijke instincten; anderzijds is het ook opbouwend en bevorderlijk voor je gedrag. Zodra je een bepaald begrip en bewustzijn van dit aspect verkrijgt, hoef je bepaalde aspecten van het menselijk vleselijk instinct niet opzettelijk te verdoezelen als die zich van nature manifesteren en worden onthuld wanneer je met anderen omgaat. En als er soms echt een gênante situatie ontstaat, is het niet nodig om die uit te leggen, of te verhullen of een façade op te houden, omdat het een onthulling van normale menselijkheid is, en het ook een instinctieve menselijke reactie is – dit alles valt binnen de grenzen van wat een normaal mens kan aanvaarden. Wanneer mensen bijvoorbeeld bonen eten, produceert hun lichaam van nature wat gas en laten ze instinctief boeren of winden. Dit is een heel natuurlijke zaak. Jonge mannen en vrouwen vinden vaak dat zulke uitingen beschamend zijn, maar er is in werkelijkheid niets beschamends aan. Dit is simpelweg een normale instinctieve reactie van het lichaam, en het heeft niets te maken met principes van hoe men zich moet gedragen of handelen. Hoewel sommige mensen het misschien niet begrijpen of er misschien ontevreden over zijn, bereikt het absoluut niet het niveau van geen grenzen hebben voor het eigen zelf-gedrag, een slechte opvoeding hebben, onhandelbaar, eigenzinnig of egoïstisch zijn, of een vreselijke of kwaadaardige menselijkheid hebben – het is niet nodig om het tot deze proporties op te blazen. Deze kwestie heeft geen betrekking op zelf-gedrag, en heeft beslist niets te maken met een verdorven gezindheid. Het is niet nodig om de zaak te overdrijven. Deze dingen moeten correct worden benaderd.

Voorbeeld 9: Niet om hygiëne geven

Sommige mensen zijn, omdat ze in onderontwikkelde landen of omgevingen zijn geboren, of in gezinnen met slechte omstandigheden, niet zo kieskeurig over dingen in hun leven. Ze nemen het misschien niet zo nauw met voedselhygiëne, ze dragen misschien lange tijd dezelfde kleren zonder ze te wassen, en merken het misschien niet eens als hun kleren naar zweet ruiken. Wat voor soort uiting is dit? (Een uiting van iemands leefgewoontenleefgewoonten.) Dit is een kwestie van leefgewoonten; het is niet veel aandacht besteden aan hygiëne. Sommige mensen gebruiken dezelfde handdoek voor het wassen van hun gezicht en voeten, en gebruiken die vervolgens om zweet af te vegen wanneer ze overdag buiten gaan werken. Soms, als ze iemand zien die gewond is, gebruiken ze zelfs diezelfde handdoek om de wond te bedekken. Ze tonen helemaal geen bezorgdheid om hygiëne. Wat voor kwestie is dit? Dit houdt verband met de omstandigheden van het gezin waarin ze zijn geboren. Sommige mensen komen uit gezinnen met goede levensomstandigheden, waar iedereen meerdere handdoeken en badhanddoeken heeft, met een duidelijk onderscheid tussen die voor het gezicht en die voor de voeten. Ze baden en wassen hun gezicht elke dag, en de handdoeken en badhanddoeken worden ook dagelijks gewassen, dus lijkt het erop dat ze bijzonder gesteld zijn op hygiëne. Hoe komen zulke gewoonten tot stand? Ze zijn het resultaat van een bepaalde economische basis en financiële omstandigheden in het gezin, die leiden tot deze verfijnde leefgewoonten. Hierdoor lijkt men veel aandacht te hebben voor hygiëne en komt men over als heel respectabel. Oppervlakkig gezien lijkt men uiterst gesteld op hygiëne, maar in werkelijkheid zitten achter dit alles de aangeboren eigenschappen die ertoe hebben geleid. Waarom letten sommige mensen dan niet op deze dingen? Sommige mensen zijn van nature niet geneigd om veel aandacht aan zulke zaken te besteden, en zelfs als ze de middelen hebben, nemen ze deze dingen niet al te serieus – dit is geen belangrijke kwestie. Voor anderen is het te wijten aan hun gezinsomstandigheden en -omgeving. In een gezin van zeven of acht personen gebruiken ze misschien allemaal dezelfde handdoek om hun gezicht en voeten te wassen, waarbij de een hem na de ander gebruikt. Sommige mensen gaan zelfs naar bed zonder hun voeten te wassen en slapen toch diep. Dit heeft geen invloed op hun dagelijks leven of hun zelf-gedrag. Degenen die gesteld zijn op hygiëne, zeggen misschien: “Maar er zitten ziektekiemen op je voeten – ze zijn zo vies!” Waarop anderen misschien antwoorden: “Voeten zijn niet vies; ze zijn de hele dag bedekt en komen niet in contact met de buitenwereld, dus er zijn geen ziektekiemen, er is alleen wat voetzweet. Mensen denken dat voetzweet vies is, maar dat is het eigenlijk niet. Op sommige plaatsen worden voeten zelfs ingezet om voedsel te produceren. Wie weet is het voedsel dat je op de markt koopt wel gemaakt door deeg te mengen met behulp van de voeten van mensen. Dat kun je niet zien, en je eet het – en toch denk je dat je heel erg gesteld bent op hygiëne!” Of iemand nu kieskeurig is of niet, dit alles zijn leefgewoonten of manieren van leven die worden gevormd door aangeboren eigenschappen. Dit heeft niets te maken met hoe men zich gedraagt. Wat voor soort uitingen hebben dan betrekking op iemands gedrag? Wanneer men bijvoorbeeld in een gevaarlijke situation belandt, wanneer men wordt opgejaagd door de grote rode draak, is iedereen gespannen en bang, en zal men enkele instinctieve reacties hebben. Maar sommige mensen zeggen misschien: “Hoe gespannen en bang we nu ook allemaal zijn, we moeten onszelf kalmeren en de problemen van de situatie aanpakken. We moeten eerst de leiders en werkers, en de broeders en zusters uit andere regio’s dekken, zodat ze snel kunnen vertrekken.” Maar anderen denken misschien anders: ‘Hen dekken? Hoe zit het met mij? Wat als ik uiteindelijk niet kan ontsnappen? Ik moet eerst rennen! Wie het eerst rent, wordt niet gepakt, en wordt niet veroordeeld of gemarteld.’ Zie je, wanneer men met gevaar wordt geconfronteerd, geven sommige mensen prioriteit aan het beschermen van anderen en plaatsen ze de veiligheid van hun eigen leven op de achtergrond, hoewel iedereen dezelfde instinctieve reactie van angst heeft – zulke mensen geven blijk van liefde en vriendelijkheid. Anderen denken echter eerst aan zichzelf en rennen weg zonder aan anderen te denken – dit is egoïsme. Weten deze laatsten eigenlijk, wat het geweten van hun menselijkheid betreft, dat ze eerst de leiders en werkers en de broeders en zusters uit andere regio’s moeten beschermen? Begrijpen ze dit logisch gezien? (Ja.) Wanneer iedereen deze logica even goed begrijpt en instinctieve reacties heeft, verschillen mensen wat betreft hun uitingen. Dit weerspiegelt de verschillen in menselijkheid tussen individuen. Sommige mensen zijn egoïstisch en laaghartig, houden alleen rekening met hun eigen belangen en negeren anderen, terwijl anderen goedhartig zijn, onbaatzuchtig kunnen zijn en rekening kunnen houden met anderen, prioriteit geven aan de bescherming van anderen en niet egoïstisch handelen. Weerspiegelt dit verschillende soorten menselijkheid? (Ja.) Dit maakt het onderscheid duidelijk. Dus welk van deze typen mensen, met hun twee verschillende soorten menselijkheid, is in staat de waarheid te aanvaarden en zijn verdorven gezindheid af te werpen? (Het type persoon met een goede menselijkheid is in staat de waarheid te aanvaarden en gemakkelijk zijn verdorven gezindheid af te werpen.) Hoe zit het met egoïstische mensen? (Het is niet gemakkelijk voor hen om de waarheid te beoefenen; zelfs als ze die begrijpen, kunnen ze die niet in praktijk brengen, dus is het moeilijk voor hen om hun verdorven gezindheid af te werpen.) Precies. Hoewel iedereen dus een verdorven gezindheid kan openbaren, zullen mensen, als hun menselijkheden verschillend zijn, eveneens verschillen wat betreft of ze hun verdorven gezindheid kunnen afwerpen. Wanneer mensen verschillende soorten menselijkheid hebben, reageren ze op dezelfde situatie met verschillende houdingen en benaderingen. Dit bepaalt of men uiteindelijk de waarheid en positieve dingen kan aanvaarden, of men het pad van het nastreven van de waarheid kan bewandelen en of men zijn verdorven gezindheid kan afwerpen. Je menselijkheid is cruciaal, nietwaar? Wanneer men met gevaar wordt geconfronteerd, heeft iedereen enkele instinctieve reacties – iedereen voelt angst, paniek en terreur, is onzeker, is bang voor de dood en wil wegrennen. In zo’n kritieke situatie zal iemand met een goede en vriendelijke menselijkheid er eerst aan denken om de leiders en werkers, en de broeders en zusters uit andere regio’s te beschermen – waar hij het eerst aan denkt, is de veiligheid van anderen. Hoewel ook hij instinctieve reacties heeft – angst, paniek, terreur – en van nature ook het instinct van zelfbescherming bezit, is de manier waarop hij met de situatie omgaat niet om eerst zichzelf te beschermen, maar om anderen te beschermen. Dit is hoe iemand met een vriendelijke menselijkheid zich gedraagt. En hoe zit het met hoe een egoïstische persoon zich gedraagt? Hij denkt misschien aan anderen, maar hij beschermt hen niet – hij beschermt eerst zichzelf. Daarom zullen mensen met een vriendelijke menselijkheid, die zich kunnen inleven in anderen en hen kunnen beschermen, waarschijnlijk de waarheid aanvaarden. Het geweten en verstand van hun menselijkheid komen overeen met de eigenschappen die nodig zijn om de waarheid te aanvaarden en hun verdorven gezindheid af te werpen. Wat het egoïstische type persoon betreft, zelfs als hij de waarheid begrijpt, aanvaardt noch beoefent hij die. Wanneer er gevaar dreigt, manifesteert zijn menselijkheid zelfbescherming en egoïsme. Afgaande op deze menselijkheid die hij uit, is het daarom duidelijk dat het hem ontbreekt aan de fundamentele eigenschappen die nodig zijn om de waarheid te aanvaarden en zijn verdorven gezindheid af te werpen. Dit betekent dat in situaties waarin het beoefenen van de waarheid vereist is, zijn geweten en verstand hun functie verliezen. Hij handelt tegen zijn geweten en verstand in. Hij kiest er niet voor om de waarheid te zoeken en de rechtvaardige dingen te doen die hij zou moeten doen, maar kiest er in plaats daarvan voor om tegen zijn geweten en verstand in te gaan, en zelfs in te gaan tegen morele gerechtigheid en tegen de waarheid. Om zichzelf te beschermen en al zijn belangen te waarborgen, bevredigt hij ten volle zijn egoïstische verlangens en de behoeften van zijn belangen. Daarom zal het voor dit type persoon niet gemakkelijk zijn om het pad van het nastreven van de waarheid of het pad van redding te bewandelen. De implicatie hiervan is dat zijn verdorven gezindheid heel moeilijk af te werpen is. Om het enigszins voorzichtig uit te drukken: in plaats van te zeggen dat hij niet in staat is zijn verdorven gezindheid af te werpen, zullen we zeggen dat het heel moeilijk voor hem is om dat te doen. Als we de kwestie nu dus bekijken, hangt de vraag of iemand zijn verdorven gezindheid kan afwerpen en redding kan verkrijgen dan volledig af van zijn aangeboren eigenschappen? (Nee.) Waar hangt het dan van af? (Van zijn menselijkheid.) Het hangt af van zijn karakter, en of het geweten en verstand van zijn menselijkheid kunnen functioneren wanneer hij te maken krijgt met verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen. Met andere woorden: het hangt ervan af of hij volgens zijn geweten en verstand handelt wanneer er dingen gebeuren. Als iemand handelt op instructie van zijn geweten en verstand, zal hij positieve dingen kiezen en de waarheid kiezen. Als hij echter tegen zijn geweten en verstand in handelt, dan zal hij, ongeacht hoeveel waarheid hij begrijpt en of zijn kaliber hoog of laag is, tegen de morele gerechtigheid ingaan, tegen de waarheidsprincipes ingaan en zelfs zijn menselijkheid verbeuren. Wat maakt dit jullie duidelijk? Is menselijkheid cruciaal? (Ja.) Als iemand, ongeacht de situatie, tegen zijn geweten en verstand en tegen morele gerechtigheid in handelt telkens wanneer het zijn belangen betreft, zal hij zijn menselijkheid verbeuren. Hij zal er alles aan doen om zijn eigen belangen veilig te stellen en te beschermen. Wanneer hij met een situatie te maken krijgt, zal hij er dus niet voor kiezen om volgens zijn geweten en verstand te handelen. In plaats daarvan zal hij ertegenin gaan omwille van zijn eigen belangen, en zijn integriteit en waardigheid opofferen om zijn doelen te bereiken. Vanuit dit perspectief bezien streeft dit type persoon, ongeacht hoe goed hij zich gewoonlijk gedraagt, niets anders na dan zijn eigen belangen – zijn verdorven gezindheid is heel moeilijk af te werpen. Hij aanvaardt de waarheid niet – hoe kritieker het moment, en hoe meer hij met de werkelijkheid wordt geconfronteerd, des te meer hij ervoor kiest om tegen zijn geweten, zijn verstand en de waarheid in te gaan; en hoe kritieker het moment, des te meer hij zijn verdorven gezindheid van afkeer van de waarheid en zijn egoïstische, laaghartige menselijkheid openbaart. Daarom is het voor dit type persoon heel moeilijk om zijn verdorven gezindheid af te werpen. Is het inmiddels duidelijk dat iemands menselijkheid een fundamentele eigenschap is voor het afwerpen van een verdorven gezindheid? Wat voor soort menselijkheid iemand heeft, bepaalt of hij uiteindelijk zijn verdorven gezindheid kan afwerpen, of hij uiteindelijk het pad van het nastreven van de waarheid kan bewandelen en of hij uiteindelijk redding kan verkrijgen.

Voorbeeld 10: Van nature zwijgzaam zijn

Sommige mensen zijn van nature zwijgzaam, met een persoonlijkheid die zachtaardig en tolerant is. Ze maken zich zelden druk om dingen en maken zelden ruzie met anderen, en ze zijn ook niet overdreven luidruchtig. Ze praten niet opzichtig en hun stem is zacht. Uiterlijk lijken ze bijzonder zachtaardig, en ze doen de dingen op een methodische en ongehaaste manier. Er zijn zelfs verlegen mensen die niet graag veel mondeling communiceren en niet bereid zijn om te veel met anderen om te gaan. Waar ze ook gaan, ze vallen in wezen nergens op. Op wat voor kwestie hebben deze uitingen betrekking? (Dit is een kwestie die te maken heeft met hun persoonlijkheid.) Dit is een kwestie van hun aangeboren persoonlijkheid. Deze mensen hebben uiterlijk dit soort persoonlijkheid, en innerlijk zijn hun gedachten ook heel eenvoudig. Ze zijn betrekkelijk aardig voor anderen, gaan betrekkelijk eerlijk met anderen om, profiteren niet van anderen, en wanneer ze gunsten of hulp van anderen ontvangen, betalen ze die terug, en ze onthouden de vriendelijkheid van anderen ook in hun hart. Deze mensen lijken uiterlijk goede menselijkheid te hebben: ze doen geen mens of dier kwaad; ze zijn tolerant, ze zijn gevoelig voor anderen en ze maken zich niet druk om dingen met anderen; ze raken niet verstrikt in ruzies en roddelen niet over anderen; ze vellen geen oordeel over mensen achter hun rug om, ze vallen anderen nooit proactief aan en doen anderen nooit proactief kwaad. Wanneer iemand in de problemen zit, weigeren ze nooit als ze kunnen helpen, en ze vragen er niets voor terug. De meeste mensen zouden zeggen dat deze personen vrij gemoedelijk zijn. Lijken deze mensen dus uiterlijk goede menselijkheid te hebben? (Ja.) Maar op een keer vraagt Gods huis hun hoe het gaat: “Hoe is het werk van jullie kerkleiders? Wat vinden de broeders en zusters van hen? Heeft het evangeliewerk in deze periode resultaten opgeleverd? Heeft iemand het werk van de kerk gehinderd of verstoord?” Ze overdenken dit: ‘Waarom vragen ze me hiernaar? Waar sturen ze op aan? Insinueren ze dat ik moet zeggen dat de leiders het niet goed doen? Proberen ze onze leiders te ontslaan? Ze proberen me woorden te ontfutselen en bevestiging van me te krijgen. Nou, ik zeg niets. Als de leiders op een dag van hun positie worden ontheven en erachter komen dat ik hun problemen heb aangegeven, zullen ze me dat dan niet nadragen?’ Dus antwoorden ze: “De leiders hebben het de laatste tijd best goed gedaan; ik heb geen problemen opgemerkt.” Dat is alles wat ze zeggen. Wanneer hun opnieuw wordt gevraagd: “Heb je echt geen problemen opgemerkt?”, antwoorden ze: “Waarom vraag je het zuster die-en-die niet? Zij gaat vaak met de leiders om. Ze trekken nogal vaak met elkaar op en ze kent hen goed. Ik ken hen niet zo goed.” Maar eigenlijk denken ze: ‘Zelfs als ik het wel weet, mag ik niets zeggen. Als ik wat zeg en de leiders worden later van hun functie ontheven, zullen ze me dat dan niet nadragen? Zelfs als ze niet van hun functie worden ontheven, zullen ze het me dan niet moeilijk maken als ze erachter komen dat ik iets slechts over hen heb gezegd? Zouden ze me kunnen kwellen? Zou mijn plicht me worden afgenomen? Ik mag niets zeggen!’ Wat voor uiting is dit? (Het is een uiting van bedrieglijkheid.) En op wat voor probleem heeft dit betrekking? Op een verdorven gezindheid. Dit soort persoon lijkt uiterlijk een van nature goede persoonlijkheid en goede menselijkheid te hebben, maar telkens wanneer het gaat om het evalueren van anderen of het melden van problemen, beweert hij dat hij het niet weet, en zegt hij dat hij nog maar kort gelooft en de waarheid niet begrijpt, dat hij te dwaas is om dingen te doorzien. Wiens problemen hij ook opmerkt, hij meldt het nooit en spreekt zich er nooit over uit. Wanneer iemand achter zijn rug om over de leiders oordeelt of zijn plicht plichtmatig doet, doet hij alsof hij het niet opmerkt of er niets van weet en meldt hij nooit iets. Wanneer de leiders vragen: “Je hebt veel tijd doorgebracht met die-en-die; hoe is zijn plichtsvervulling gewoonlijk? Is hij in staat ontberingen te verdragen en een prijs te betalen?”, antwoordt hij: “Nou, ik zie dat hij ’s ochtends vrij vroeg opstaat en ’s avonds vrij laat naar bed gaat.” In werkelijkheid had hij al lang opgemerkt dat deze persoon vaak naar de video’s van de ongelovige wereld kijkt en geen prijs betaalt bij het doen van zijn plicht, maar hij spreekt de waarheid niet; hij bewaart altijd een oppervlakkige harmonie met iedereen. Uiterlijk lijkt zijn aangeboren persoonlijkheid in orde, en zijn menselijkheid lijkt ook goed, maar wat gaat er schuil achter deze schijn van goede menselijkheid? Hij is een allemansvriend; hij is een allemansvriend die niemand beledigt, nooit iemand kwaad doet, nooit van anderen profiteert en nooit vijanden maakt. Wat is zijn principe voor hoe hij zich gedraagt? (Niemand beledigen.) Hij beledigt niemand, doet niemand kwaad en probeert alleen zichzelf te beschermen. Is dit glad zijn? (Ja.) Zelfs wanneer iemand oprecht met hem communiceert en zegt: “Wij hebben de meeste tijd samen doorgebracht met het doen van onze plichten. Wijs me alsjeblieft op eventuele problemen die je bij mij ziet. Ik beloof het te aanvaarden en te veranderen. Communiceer alsjeblieft ook met mij over de beoefeningsprincipes in dit opzicht” – zelfs wanneer de ander zo serieus is, vertelt hij nog steeds niet de waarheid. In plaats daarvan zegt hij onoprecht: “Jij bent veel beter dan ik. Eigenlijk beseft niemand van jullie het, maar ik ben echt zwak. Ik word negatief, en ik ben ook opstandig.” Hoe oprecht anderen het hem ook vragen, hij zal nog steeds niets zeggen. Hij weigert absoluut om wie dan ook te beledigen en zal nooit één enkele waarheidsgetrouwe uitspraak doen. Hij zal tegen niemand de waarheid spreken en alles in zijn hart verborgen houden. Hieruit blijkt dat het niet het geval is dat hij geen gedachten heeft, want hij is geen robot en hij leeft niet in een vacuüm. Hij heeft wel degelijk meningen over verschillende mensen en zaken, maar hij uit ze nooit en deelt of communiceert ze met niemand. Hij houdt gewoon alles voor zichzelf, deels omdat hij niet wil dat anderen hem doorzien en deels omdat hij niemand wil beledigen. Wat is dus zijn principe voor hoe hij zich gedraagt? Heeft hij geen principes? (Inderdaad.) Hij heeft geen principes. Hij zoekt nooit de waarheid en houdt zich nooit aan principes. Hij richt zich alleen op het verdedigen en beschermen van zichzelf. Zolang hij niet gekwetst wordt, geeft hij niet om wat God vereist. Zijn gedrag heeft geen principes of grenzen en hij beledigt niemand – hij is simpelweg een allemansvriend. Daarom wordt hij in de ogen van anderen ook als een goed mens gezien, want degenen die met hem omgaan ontvangen vaak zijn hulp, en hij weigert nooit wanneer anderen hem om iets vragen, waardoor mensen geloven dat hij een goed mens is. Als je echter de principes waarnaar hij zich gedraagt nauwkeurig onderzoekt, ontdek je dat zijn gedrag geen principes heeft. Zal hij, als het gaat om kwesties die verband houden met verdorven gezindheden, de waarheid zoeken om ze op te lossen? Zal hij praktiseren volgens de waarheidsprincipes? (Nee.) Het antwoord is beslist nee. Deze mensen houden vast aan hun eigen subjectieve begrip en geloven dat ze goede menselijkheid en een goed hart hebben. Ze denken dat ze nooit slechte bedoelingen jegens anderen koesteren, of op zijn minst anderen niet actief kwaad zouden doen of hun belangen niet actief zouden schaden. Wanneer anderen een verzoek of behoefte hebben, reageren ze altijd. In hun opvatting geloven ze dat het niet beledigen of kwetsen van wie dan ook hen tot goede mensen maakt. Door geen vijanden te maken, denken ze dat ze zichzelf niet in een gevaarlijke situatie zullen brengen en dat niemand hen als een vijand zal zien. Zo zullen ze niet gekwetst worden en veilig blijven. Wat is het doel van het gedrag van dit type persoon? Zijn enige doel is zelfbescherming; voor hem is het voldoende om te leven in wat hij beschouwt als de meest comfortabele en veilige haven en comfortzone. Hij heeft niet de intentie om de principes, grenzen of richting van zijn gedrag te veranderen, en hij heeft zeker niet de intentie om zijn verdorven gezindheden af te werpen. Deze mensen zijn allemansvrienden en probleemvermijders. Hoe anderen ook communiceren over de waarheidsprincipes of over de grenzen en principes van hoe men zich moet gedragen, ze zullen hun gedrag niet veranderen. Hebben deze mensen dus goede menselijkheid? (Nee.) Kunnen deze mensen de waarheid aanvaarden of zich aan principes houden? (Nee.) Waarom kunnen ze zich niet aan de waarheidsprincipes houden? Omdat in hun gedachten hun norm voor hoe ze zich gedragen is om allemansvrienden te zijn. Als het gaat om een kwestie die vereist dat ze een mening hebben of een standpunt innemen, blijven ze zwijgen, behouden ze een onverschillige houding en hanteren ze een afzijdige aanpak, waarbij ze onbezorgd en afstandelijk blijven alsof het hen niet aangaat. Als gevolg daarvan zijn er geen scherpe kantjes aan hoe ze zich gedragen en handelen; ze zijn als een gladde aal. Ze geven niet om de mensen en gebeurtenissen om hen heen. Hoe belangrijk de kwesties in enige omgeving of met enige persoon ook zijn, het interesseert hen niet om erom te geven, ernaar te informeren of erover te weten. Ze geloven dat zolang het hen niet aangaat, het niet nodig is om zich zorgen te maken. Er is hier een gezegde voor, hoe gaat dat ook alweer? ‘Streef geen verdiensten na; streef na dat je niet de schuld krijgt.’ Dit is ook een principe waarnaar allemansvrienden zich gedragen. Wat zijn de kenmerken van de verdorven gezindheden van zulke mensen? Bedrieglijkheid, boosaardigheid, onbuigzaamheid, weigeren de waarheid te aanvaarden – ze bezitten bijna alle kenmerken van verdorven gezindheden. Uiterlijk doen ze misschien geen kwaad en begaan ze zelden overtredingen, maar als je de principes en manieren observeert waarop ze zich gedragen, is het meest opvallende kenmerk dat ze zich nooit aan de waarheidsprincipes houden en dat hun gedrag geen grenzen kent. Zelfs wanneer iemand hen beledigt of hun waardigheid kwetst, kunnen ze het verdragen en erom lachen, en onthullen of manifesteren ze nooit hun innerlijke gedachten. Uiterlijk lijken ze heel tolerant, met vriendelijke menselijkheid, en tonen ze geen intentie om aan te vallen of wraak te zoeken. Het is echter niet zo dat ze geen gedachten hebben – ze onthouden wat je hebt gedaan, en op het juiste moment zullen ze tevoorschijn komen en zichzelf beschermen en verdedigen, en je een bepaalde tegenaanval bieden die je misschien niet eens opmerkt. Ze houden zich niet aan de waarheidsprincipes; de principes en de grenzen van hun gedrag dienen uitsluitend om hun eigen belangen, veiligheid en reputatie te verdedigen. Het is correct om dit soort mensen als als boosaardig te beschrijven, en om hen als onbuigzaam, bedrieglijk en afkerig van de waarheid te beschrijven. Sommige mensen zeggen misschien: “Ze hebben de belangen van anderen niet geschaad en ze hebben niets slechts gedaan, dus hoe kun je zeggen dat ze deze verdorven gezindheden hebben? Waar baseer je dit op?” Het is gebaseerd op hun gedachten, zienswijzen en houdingen als het gaat om hoe ze mensen en dingen bekijken en hoe ze zich gedragen en handelen. Hebben jullie dit opgemerkt? (Nu zien we het.) Waarom konden jullie het voorheen niet zien? Wat aan hen heeft je misleid? (We dachten dat ze vrij gemoedelijk waren wat betreft wat ze zeiden en deden, en wat betreft hoe ze met anderen omgingen en samenwerkten, en ze deden niemand kwaad, dus namen we aan dat ze goede menselijkheid hadden. We werden misleid door hun uiterlijke façade.) Uiterlijk een zachtaardige persoonlijkheid hebben en nooit mensen aanvallen of dieren pijn doen, betekent niet dat iemand goede menselijkheid heeft. Wat voor soort onthullingen van menselijkheid vertegenwoordigen een werkelijk goede menselijkheid? (Enerzijds anderen geen kwaad doen en niet van hen profiteren. Bovendien, wanneer er gevaar dreigt, er als eerste aan denken om de leiders en werkers te beschermen, evenals de broeders en zusters die de waarheid nastreven, zonder aan de eigen veiligheid te denken, en de belangen van Gods huis in elke situatie voorop kunnen stellen. Dit zijn allemaal uitingen van goede menselijkheid.) Goedhartig, liefdevol, geduldig en tolerant zijn, respectvol naar anderen, bereid om rekening te houden met anderen, niet van mensen profiteren, betrekkelijk rechtschapen zijn, evenals nederig, bescheiden en niet aanmatigend: het bezit van deze kwaliteiten van menselijkheid, gecombineerd met het vermogen om zich aan de waarheidsprincipes te houden en de belangen van Gods huis te beschermen – dit is goede menselijkheid. Als iemand uiterlijk kwaliteiten van menselijkheid bezit zoals tolerantie, geduld, vriendelijkheid, niet van anderen profiteren, gevoeligheid voor anderen, om anderen geven, maar hij deze grif uit handen geeft en ze zelfs actief verraadt als het gaat om de belangen van Gods huis, heeft hij dan goede menselijkheid? (Nee.) Dit betekent dat zijn menselijkheid niet goed is. Hoe wordt goede menselijkheid gemeten? Wat is de minimale vereiste? (Op zijn minst in staat zijn de belangen van Gods huis te beschermen.) In staat zijn de belangen van Gods huis te beschermen; en dan, op dit fundament, harmonieus met anderen samen te werken, goedhartig en tolerant te zijn, niet van anderen te profiteren, geduldig te zijn, de zwakheden van anderen te begrijpen, gevoelig te zijn voor anderen, liefdevol te zijn, anderen te helpen en te ondersteunen, en te zorgen voor degenen die zwak zijn, enzovoort – dit zijn allemaal kenmerken van goede menselijkheid. Egoïsme, laaghartigheid, hebzucht, hard en overdreven berekenend zijn naar anderen, graag roddelen en mensen onderdrukken, eigenzinnig, opzichtig, bijzonder oppervlakkig, boosaardig, losbandig en brutaal zijn, en een gebrek aan schaamtegevoel hebben – wat voor soort uitingen zijn dit daarentegen? (Dit zijn uitingen van slechte menselijkheid.) Kan iemand met deze uitingen niettemin de belangen van Gods huis beschermen? (Nee.) Het bezitten van de uitingen van goede menselijkheid, samen met het vermogen om de belangen van Gods huis te beschermen – dit is wat werkelijk goede menselijkheid is.

Voorbeeld 11: Vriendelijk lijken maar offergaven verkwisten

Sommige mensen lijken uiterlijk heel vriendelijk; ze zijn in staat geduldig en tolerant te zijn ten opzichte van anderen, en ze bezitten alle kenmerken van goede menselijkheid. Maar als het gaat om het werk van de kerk, Gods offergaven of de belangen van Gods huis, zijn ze in staat dit alles te verraden. Zouden jullie zeggen dat mensen van dit type goede menselijkheid hebben? (Nee.) Wanneer ze bijvoorbeeld dingen kopen voor de broeders en zusters, kiezen sommige mensen artikelen die van goede kwaliteit, goedkoop en praktisch zijn. Maar als het gaat om het uitgeven van offergaven om dingen te kopen, kiezen ze voor dure goederen. Zelfs als het maar een tractor is, willen ze er zelfs een met navigatie. Wat ze ook kopen, ze gaan altijd voor de beste, de duurste en de technologisch geavanceerde opties, en weigeren iets goedkopers te overwegen. Gewoonlijk lijken ze normaal met anderen op te schieten; ze profiteren niet van mensen, zijn behoorlijk tolerant en behandelen anderen in alle opzichten goed. Maar als het gaat om het uitgeven van offergaven, komt hun meedogenloze kant naar boven en komt hun sinistere gezicht tevoorschijn. Kan van hen worden gezegd dat ze goede menselijkheid hebben? (Nee.) Is hun goede menselijkheid werkelijk oprecht? Het is slechts uiterlijke schijn en aanstellerij, het is allemaal een façade. Wanneer het werkelijk gaat om zaken die de belangen van Gods huis betreffen, vooral als het gaat om het uitgeven van offergaven, komt hun hebzucht naar boven en worden hun sinistere gezicht, duivelse gelaat en woeste houding onthuld. Is dit goede menselijkheid? (Nee.) Iemand vraagt bijvoorbeeld het auteursrecht aan voor Het Woord verschijnt in het vlees, en hij zegt: “Als we het aanvragen in naam van de kerk als organisatie, zal dat veel geld besparen. Maar als we het aanvragen in naam van de geïncarneerde Christus, zal het veel meer kosten. We moeten hierop geld besparen; offergaven mogen niet achteloos worden uitgegeven!” Is deze uitspraak juist? Heeft hij principes bij het afhandelen van zo’n belangrijke zaak? Door wie werden deze woorden nu precies uitgedrukt, door God of door de kerk? (Ze werden uitgedrukt door God.) Aan wie zou het auteursrecht dan moeten toebehoren? Is het passender dat het aan God of aan de kerk toebehoort? (Het is passender dat het aan God toebehoort.) Dit is een cruciale kwestie. Wat zijn de gevolgen van zich richten op geld besparen in zo’n kritieke zaak? Welke problemen zouden er kunnen ontstaan? De gevolgen zouden onvoorstelbaar kunnen zijn! Als je de belangen van Gods huis negeert en alleen maar denkt aan geld besparen, wat voor soort persoon ben je dan? Hebben zulke mensen een geweten of menselijkheid? (Ze hebben geen menselijkheid.) Hebben zulke mensen werkelijk menselijkheid, hoe vriendelijk of tolerant ze uiterlijk ook mogen lijken? (Nee.) In de kerk worden alle uitgaven voor eten, drinken en dagelijkse behoeften volledig gedekt door Gods offergaven. Ben Ik ooit kleinzielig tegen jullie geweest over deze uitgaven? De enige vereiste is dat jullie verspilling vermijden, maar heb Ik jullie normale uitgaven ooit nauwkeurig onderzocht? (Nee.) In alle opzichten heb Ik rekening met jullie gehouden en jullie uitgaven nooit nauwkeurig onderzocht, en toch beknibbelen jullie als het op Mij aankomt. Is dit geen gebrek aan menselijkheid? (Ja.) Hoe vriendelijk of tolerant jegens mensen iemand zonder menselijkheid ook lijkt, het is slechts een façade. Wanneer het werkelijk aankomt op momenten waarop geweten en verstand een rol zouden moeten spelen, wordt onthuld dat hij verstoken is van alle menselijkheid. Is hij überhaupt wel menselijk? (Nee.) Hij kan niet menselijk worden genoemd. Wanneer Ik aankopen doe, winkel Ik ook zorgvuldig en zuinig. Ik overweeg wanneer artikelen zijn afgeprijsd en hoe ik ze het best kan kopen, en als iets praktisch, geschikt en redelijk geprijsd is, koop Ik het. Maar Ik koop niet roekeloos, Ik geef geen geld uit aan onwaardige aankopen. Er zijn echter uitgaven die niet kunnen worden vermeden en die moeten worden gedaan, en in die gevallen geef Ik uit volgens principes. Ik probeer ook zuinig te zijn met Mijn eigen eten, kleding en dagelijkse behoeften. Het gaat er niet om dat Ik koop wat Ik maar wil; Ik moet Mijn aankopen zorgvuldig overwegen. Zie je, Ik kleed Me eenvoudig, gepast en toonbaar. Mijn uitgaven volgen principes: Ik koop wat noodzakelijk en praktisch is, en Ik koop niet wat dat niet is. Verkwist en verspil geen geld; geef geen geld uit dat niet mag worden uitgegeven; bespaar waar je moet besparen en vermijd onnodige uitgaven – dit zijn de principes. Wanneer sommige mensen zonder menselijkheid echter een kans zien om Gods offergaven uit te geven, worden hun ogen groot. Zolang het gaat om uitgaven voor eten, kleding, huisvesting of vervoer van mensen, komen ze onmiddellijk ze in actie. Vooral als het gaat om het kopen van kleding voor anderen of het uitdelen van geld voor levensonderhoud, worden ze overdreven enthousiast en heel vrijgevig. In hun hart denken ze: ‘Nou, het is niet mijn geld dat wordt uitgegeven. Het is Gods geld dat wordt uitgegeven, en dit helpt mijn reputatie, dus waarom niet?’ Dus grijpen ze de kans om geld over de balk te smijten. In hun hart koesteren ze slechte bedoelingen en willen ze niets liever dan Gods huis schade toebrengen! Maar als het hun eigen geld was, zouden ze alles berekenen en zouden ze weigeren ook maar een cent meer uit te geven dan nodig is. Hoe vriendelijk ze uiterlijk gewoonlijk ook lijken, zulke mensen hebben geen goede menselijkheid. Naar Mijn mening spreekt hun houding ten opzichte van Gods offergaven boekdelen. Het feit dat ze offergaven kunnen verkwisten en totaal verstoken zijn van een Godvrezend hart toont op zijn minst aan dat ze niet vriendelijk zijn, dat ze laaghartig zijn en dat ze slechte menselijkheid hebben. Is dit niet het geval? (Ja.)

Er zijn veel uitingen die verband houden met iemands aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden. We hebben er vandaag een deel van vluchtig doorgenomen; er zijn waarschijnlijk nog andere uitingen, die we in toekomstige communicaties kunnen behandelen. Laten we onze communicatie voor vandaag hier beëindigen. Tot ziens!

23 september 2023

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (3)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (6)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger