Hoe de waarheid na te streven (5)

Aanvulling: Hoe om te gaan met geruchten

Hebben sommige mensen de laatste tijd enkele negatieve geruchten gehoord? (Ja.) Wat was jullie reactie toen jullie deze geruchten hoorden? Waren jullie bang? Waren jullie nieuwsgierig? Willen jullie weten waar deze geruchten precies over gaan? (We willen het niet weten, omdat we al weten dat de grote rode draak vaak geruchten uit het niets verzint. Wat hij ook zegt, het is onwaar. Daarom zijn we niet geïnteresseerd in details over deze geruchten en willen we niet proberen de duivelse woorden die hij spreekt te doorgronden.) De grote rode draak verzint allerlei geruchten om mensen te misleiden en te verderven, en veel mensen worden, na het horen van de geruchten, misleid. Sommige mensen worden bang en durven de ware weg niet te aanvaarden; sommigen die deze hebben aanvaard, gaan ook twijfelen en willen niet langer in God geloven. Deze mensen leken, voordat ze de geruchten van de grote rode draak hoorden, zonder enige twijfel in God te geloven en waren bereid God te volgen en hun plicht te doen. Maar na het horen van de geruchten, ontwikkelen ze onmiddellijk twijfels en hebben ze niet langer het hart om God te volgen en hun plicht te doen. In het bijzonder geven sommigen van degenen die door de grote rode draak worden gearresteerd, toe onder dwang van zijn wrede martelingen en ontkennen ze Gods naam, en sommigen van die mensen ondertekenen de Drie Verklaringen en worden zelfs gedwongen God mondeling te beledigen. Er zijn heel wat van zulke mensen. Jullie hebben allemaal veel geruchten en negatieve propaganda gehoord en hebben ook gezien dat de grote rode draak mensen die in God geloven hersenspoelt na hen te hebben gearresteerd – er zijn zelfs heel wat mensen misleid. Bovendien gebruikt hij ook degenen die God verraden om dienst aan hem te verlenen. Hij zorgt ervoor dat ze de kerk in de gaten houden en mensen die in God geloven volgen en schaduwen. Om religieus geloof uit te roeien en Gods kerk te elimineren, behandelt de grote rode draak de onderdrukking en arrestatie van Gods uitverkoren volk als belangrijk nationaal werk, als een politieke missie, en voert hij dit met grote grondigheid en inspanning uit. Dit zorgt ervoor dat veel mensen die in God geloven bang worden, zodat ze niet in God durven te geloven en hun plicht niet durven te doen. Vooral na het horen van de geruchten die door de grote rode draak zijn verzonnen, worden veel mensen misleid. Wat deze geruchten betreft: Gods huis heeft ze al lang geleden samengevat en onderscheiden, dus het is niet nodig om ze hier te bespreken. Als je werkelijk wordt gearresteerd, en de grote rode draak deze geruchten gebruikt om te proberen je te hersenspoelen, je dwingt een standpunt in te nemen en je dwingt de Drie Verklaringen te ondertekenen, wat moet je dan doen? Jullie weten nu dat de geruchten die door de grote rode draak zijn verzonnen allemaal onwaar, misleidend en bedrieglijk zijn. Het is jullie houding om er niet naar te luisteren, er niet naar te kijken en ze niet te geloven, maar als deze geruchten je zouden worden voorgelegd, waardoor je ze zou horen, ze zou zien en zelfs zou denken dat ze feitelijk waren, zou je dan aan het wankelen worden gebracht? Wat zou je in je hart denken? Zou je de waarheid over de feiten willen weten? Zou je ze willen verifiëren? Wat betreft de grote rode draak die geruchten verzint om mensen te misleiden en te intimideren, of geruchten en atheïsme gebruikt om mensen te hersenspoelen en ideologisch werk te verrichten, moeten we over de waarheid communiceren om mensen immuun te maken? Is dit een noodzakelijk onderdeel van het werk? Sommige mensen zeggen: “De grote rode draak verzint al zoveel jaren geruchten over ons, vooral de geruchten over Christus, over de man die door de Heilige Geest wordt gebruikt, en over de kerk en het werk van de kerk. We hebben ze nooit opgehelderd, zijn nooit naar voren gekomen om onze houding of ons gezichtspunt duidelijk te maken, hebben ons nooit verdedigd – is dit gepast?” Sommige mensen zijn, vanaf de tijd dat ze in God begonnen te geloven tot nu toe, nog nooit in staat geweest de verschillende geruchten van de grote rode draak en de religieuze wereld duidelijk te onderscheiden. In hun hart hebben ze altijd een vraagteken gehad met betrekking tot deze dingen. Dit vraagteken betekent geen volledig ongeloof, noch volledig geloof; het betekent veeleer dat ze een middenpositie innemen om deze zaken te bekijken, en denken: ‘Deze dingen zouden allemaal geruchten kunnen zijn die door de grote rode draak zijn verzonnen, of het zouden feiten kunnen zijn.’ Weerspiegelt dit ‘zouden kunnen zijn’ een perspectief van het zoeken van de waarheid? (Nee.) Dit is een perspectief waarbij men gelooft dat de geruchten geverifieerd en bevestigd moeten worden, of een perspectief van afwachten en observeren; wachten op mensen die op de hoogte zijn om enkele werkelijke omstandigheden te onthullen. Zeg Mij, welke gevolgen zullen er volgens jullie voortvloeien uit het feit dat mensen een van deze twee perspectieven hebben? Verkeren zulke mensen in gevaar? Welk van deze twee perspectieven kan mensen in staat stellen standvastig te blijven? (Geen van deze twee perspectieven kan mensen in staat stellen standvastig te blijven. Als iemand deze ‘misschien’-gedachte heeft, toont dat aan dat hij nog steeds niet zeker is van de ware weg en nog steeds elementen van scepsis in zich heeft. In dit geval worden geruchten een grote verzoeking voor hem. Als mensen niet zeker kunnen zijn van de ware weg, niet in de waarheid kunnen geloven en de essentie van de grote rode draak niet kunnen doorzien, verkeren ze in feite in groot gevaar.) Deze mensen zijn tot op de dag van vandaag nog steeds niet zeker van de ware weg. Wat is hun essentie? (In essentie zijn het niet-gelovigen.) Het zijn niet-gelovigen. Zijn er veel mensen die een van deze twee perspectieven huldigen? Zeker, er zijn er heel wat. Wanneer deze mensen geruchten horen, ontwikkelen ze in hun hart twijfels over God en willen ze de geruchten tot op de bodem uitzoeken, om erachter te komen of ze waar of onwaar zijn. Omdat ze echter niet weten hoe ze de waarheid moeten zoeken om deze zaak op te lossen, laten ze die uiteindelijk gewoon onopgelost. In feite bestaat dit probleem nog steeds in hun hart en wordt het niet opgelost. Wanneer jullie deze geruchten horen, zoeken jullie dan de waarheid? Zoeken jullie de waarheid om de geruchten te ontleden en te onderscheiden, of onderzoeken jullie de geruchten een voor een om te onderscheiden of ze juist of onjuist zijn en te zien of ze werkelijk waar of onwaar zijn? Nadat jullie de geruchten hebben gehoord, denken jullie in je hart alleen: ‘Ze zijn onwaar, dit is puur de grote rode draak die geruchten verzint en een lastercampagne voert.’ Maar jullie weerleggen ze niet op basis van de waarheid en de feiten, en in werkelijkheid hebben jullie nog steeds twijfels in je hart en gebruiken jullie simpelweg deze doctrinaire uitspraken om je twijfels op te lossen. Kan deze manier van denken jullie in staat stellen standvastig te blijven? Is dit de waarheid zoeken? Toont dit aan dat jullie de waarheid begrijpen en de waarheid hebben verkregen? Is het probleem bij de wortel opgelost? (Nee.) Willen jullie dus de waarheid gebruiken om dit probleem op te lossen, zodat jullie deze geruchten kunnen onderscheiden, niet misleid worden, helemaal geen vragen in jullie hart hebben en jullie je twijfels, achterdocht en behoedzaamheid jegens Mij volledig kunnen uitbannen? Sommige mensen denken: ‘Vanaf de tijd dat we in God begonnen te geloven tot nu toe, hebben we naar Uw preken geluisterd en aanvaard dat U ons begoot en hoedde, en we hebben wat dingen verworven en vooruitgang geboekt. Maar we hebben niet werkelijk met U geleefd of echt contact met U als persoon gehad. Daarom tasten we volledig in het duister en zijn we niet op de hoogte van wat voor soort persoon U bent, hoe Uw persoonlijkheid en karakter zijn, en wat voor soort leven U leidt.’ Dat wil zeggen: als het gaat om de verschillende uitingen en onthullingen van de menselijkheid van dit vlees, evenals Mijn leven, en Mijn houding en specifieke uitingen in de omgang met mensen en zaken, hebben mensen altijd vraagtekens bij deze dingen gezet en er bedenkingen over gehad. Enerzijds komen deze bedenkingen van mensen voort uit het feit dat mensen zelf niet honderd procent zeker zijn van de incarnatie van God, en anderzijds komen ze doordat mensen worden beïnvloed door de geruchten van de religieuze wereld of de grote rode draak omdat hun begrip van de waarheid te oppervlakkig is. Daarom hebben jullie veel speculaties over Mij. Natuurlijk is de inhoud van deze speculaties zeker niet positief of gepast; ze bevatten beslist enkele duistere en negatieve elementen. Het koesteren van deze speculaties – is dit een goede of een slechte zaak voor jullie? Is het een belemmering, een keten of een stimulans? Wat denken jullie? (Als mensen deze negatieve speculaties in hun hart hebben, is dat geen goede zaak maar een belemmering. Het zal ertoe leiden dat mensen op hun hoede zijn voor God; het zal op geen enkele manier helpen bij hun geloof in God.) Welke invloed hebben deze negatieve dingen op jullie? Welke gevolgen zullen ze hebben? Zijn deze dingen in bepaalde omgevingen gevaarlijk voor je? (Ja.) Moet je de waarheid gebruiken om deze dingen op te lossen, aangezien ze een belemmering zijn en geen goede zaak voor je? Of moet je ze opzijzetten, je er niet druk om maken, er niet aan denken en wachten tot er zich daadwerkelijk een probleem voordoet om ze aan te pakken? Wat is jullie houding? (Toen ik geruchten hoorde, heb ik ze inderdaad opzijgezet en me er niet druk om gemaakt. Maar zojuist, door Gods communicatie, heb ik beseft dat wanneer deze problemen zich voordoen, ze met de waarheid moeten worden opgelost. Anders kan men deze belemmering in zijn hart niet afleggen, en in bepaalde situaties kan het slechte gevolgen hebben en zelfs leiden tot scepsis over God en het ontkennen van God, wat erg gevaarlijk is.) Hoewel je openlijk zegt dat dit geruchten zijn, zul je, als je deze geruchten nooit werkelijk onderscheidt en er nooit de juiste houding tegenover hebt, en deze negatieve dingen altijd in je hart meedraagt, er vaak door worden beperkt. Deze geruchten zullen een tikkende tijdbom voor je zijn, die op elk moment en op elke plaats kan ontploffen. De gevolgen hiervan zullen ongetwijfeld onvoorstelbaar zijn, en je zult aan gruzelementen worden geblazen. Zijn degenen die de Drie Verklaringen ondertekenen niet degenen die de bom tot ontploffing hebben gebracht en zichzelf aan gruzelementen hebben geblazen? Nadat ze de Drie Verklaringen hebben ondertekend, laat de grote rode draak nog steeds niet los. Hij eist dat ze mondeling een paar dingen zeggen die God beledigen, en pas dan kan de zaak als afgehandeld worden beschouwd. Hoewel ze in hun hart onwillig zijn, hebben ze het gevoel dat ze geen keuze hebben, en capituleren ze voor Satan om gevangenisstraf te voorkomen. Na God mondeling te hebben beledigd, voelen ze dat hun hoop op het ontvangen van zegeningen vervlogen is, dat ze volledig verloren zijn. Ze hoeven er niet langer over na te denken of die geruchten waar of onwaar zijn, en de zorgen, bezorgdheid, vreesachtigheid en angst die ze gedurende vele jaren van geloof in God hebben meegedragen, verdwijnen volledig. Tegelijkertijd wordt ook hun hoop op redding de bodem ingeslagen. Zeg Mij, zelfs als mensen sceptisch zijn over de geïncarneerde God of over deze stroom, moeten ze God dan beledigen? (Nee.) Wanneer de grote rode draak je opdraagt God te beledigen, waarom gehoorzaam je hem dan? Wie het ook is, zelfs als men de ware weg ontkent, deze stroom ontkent, dan nog moet men God niet beledigen. Wat voor soort mensen zijn degenen die God beledigen? (Mensen die God kunnen beledigen, zijn degenen die een kwaadaardige menselijkheid hebben en ook degenen die de waarheid bijzonder haten en zich onderwerpen aan Satans invloed.) Zeg Mij, als mensen in hun hart werkelijk geloven dat God bestaat, geloven dat God de Schepper is, dat de mensheid door God is geschapen, dat het menselijk leven door God is geschonken en dat God soeverein is over alle dingen, zouden ze God dan beledigen? (Nee.) Dat zouden ze nooit doen. Ongeacht de omstandigheden zouden ze God niet beledigen. Zelfs als ze sceptisch zijn over de naam Almachtige God of over deze stroom die het werk van Almachtige God is, zouden ze God absoluut nooit beledigen. Het soort persoon dat God kan beledigen, ontkent dus niet alleen deze stroom en de geïncarneerde Almachtige God, maar ontkent ook Gods werk en de waarheid die door God wordt uitgedrukt. Tot welke categorie behoren mensen van dit type dan? (Het zijn duivels; het zijn mensen die God in hun hart ontkennen.) Mensen van dit type maken deel uit van de bende van Satan en duivels; ze zijn niet Gods uitverkoren volk, niet Gods schapen – het zijn geen mensen. Nadat sommige mensen door de grote rode draak zijn gearresteerd, gaan ze twijfelen wanneer ze geruchten horen, omdat ze de waarheid niet begrijpen en geen onderscheidingsvermogen hebben. Ze ontwikkelen twijfels over de geïncarneerde God, en onder bedreigingen, verlokkingen en de dwang van wrede martelingen ontkennen ze Gods naam, ontkennen ze deze stroom die het werk van de Heilige Geest is, en ontkennen ze de kerk. Dit komt al neer op het verraden van God. Maar sommige mensen kunnen God zelfs beledigen – dit getuigt van een volkomen gebrek aan geweten en verstand, het is onvergeeflijk en het is het begaan van een onvergeeflijke zonde. Wanneer je mensen beledigt, of hen aanvalt, over hen oordeelt of hen belastert, zou dit in juridische zin hooguit worden gedefinieerd als het misdrijf van smaad of, in de ernstigste gevallen, een persoonlijke aanval. Het is niet echt ernstig en leidt niet tot de dood. Wanneer iemand echter God kan beledigen, verandert de aard van het probleem. Het is niet langer simpelweg God beledigen – het is God lasteren! Wat betekent godslastering plegen? Het betekent het direct aanvallen, belasteren, beledigen of smaden van positieve dingen, de waarheid of God – dit alles is godslastering. God is heilig, God is verheven, God is soeverein over de hele mensheid, God is Degene die de mensheid van leven voorziet, en God is de bron van het menselijk leven. Gods essentie, identiteit en status zijn verheven. God is volmaakt, goed en heilig, Hij is zonder gebreken en onberispelijk. Juist omdat God heilig, volmaakt en verheven is, en omdat God de bron is die de mensheid van leven voorziet, vormt elke smaad, aanval of belediging die door de geschapen mensheid tot God wordt gericht, godslastering. Jullie zouden nu moeten begrijpen wat ‘godslastering’ is, toch? (Elke aanval, belediging of smaad gericht tot God is godslastering.) Als het woord ‘godslastering’ moet worden uitgelegd: dat betekent het belasteren, vellen van een oordeel over of veroordelen van positieve dingen, en het is in het bijzonder het belasteren, vellen van een oordeel over of veroordelen van de waarheid of God. Dit wordt godslastering genoemd. Daarom kan het woord ‘godslastering’ alleen worden gebruikt om de smaad, beledigingen, aanvallen of het oordeel van de mensheid jegens God te beschrijven – dit is relatief treffend. Wanneer mensen over andere mensen oordelen, hen beledigen, hen aanvallen of hen veroordelen, is het, als het niet overeenkomt met de feiten, hooguit smaad. Als het overeenkomt met de feiten, is het geen smaad. Als mensen over God oordelen en God veroordelen, is dat echter het verdraaien van de feiten en het veranderen van waarheid in onwaarheid – dit is godslastering. Wat is de aard van mensen die God durven te veroordelen? Heeft God zonde? (Nee.) God is heilig, God is zonder zonde, dus elke smaad, elke aanval, elk oordeel of elke belediging gericht tot God wordt godslastering genoemd. Degenen die God beledigen, denken: ‘Zolang ik een paar dingen zeg die god beledigen, kan ik worden vrijgelaten en aan gevaar ontsnappen. Gezien de omstandigheden zal god zich dit niet herinneren.’ Vanuit een menselijk perspectief zijn het slechts een paar beledigingen, wat geen groot probleem lijkt te zijn. Maar hoe bekijkt God deze zaak? Dat je God kunt beledigen, toont aan dat je God al in je hart hebt ontkend. Het is alleen omdat je in je hart haat jegens God koestert dat je Hem kunt beledigen. Of je God nu proactief beledigt of door anderen wordt gedwongen Hem te beledigen, het is een uiting van het ontkennen van God en het haten van God. Daarom is dit soort gedrag en handelen godslastering ten voeten uit.

Sommige mensen kunnen verschillende geruchten nooit loslaten en denken altijd dat ze waar zouden kunnen zijn. Ze willen altijd verifiëren of de geruchten die verspreid worden door de grote rode draak (die bestaat uit de regerende partij, de religieuze wereld en ongelovigen) waar zijn – vooral die geruchten en opmerkingen die online zijn geplaatst. Als God Zijn standpunt nooit kenbaar zou maken of Zijn huis geen enkele opheldering zou verschaffen, zouden ze volledig geloven dat deze geruchten waar waren, en zouden ze God ontkennen en God verraden – wat is hier het probleem? Op welke basis geloven ze eigenlijk in God? Als hun geloof gebaseerd is op de vraag of de geruchten waar zijn, is dat een enorme fout. In feite zijn veel geruchten al heel duidelijk ontleed en weerlegd in de preken, communicaties en films van Gods huis; ik hoef hier niet in detail te treden. Welke soorten geruchten willen jullie dan nog steeds verifiëren? Laten we dit onderwerp vandaag openlijk bespreken. Als jullie geruchten willen verifiëren, zal Ik jullie vertellen wat Ik erover te zeggen heb, zodat sommige mensen niet blijven denken: ‘Verbergt U iets voor ons waarvan U niet wilt dat we het weten? We hebben altijd het gevoel dat we U niet volledig kunnen doorgronden. Hoewel we U hebben gevolgd en zoveel waarheden hebben gehoord, zijn we in ons hart nog steeds onzeker over de vraag of de geruchten waar of onwaar zijn, dus lopen we altijd met het idee en de gedachte om ze te verifiëren.’ Als jullie ze willen verifiëren, zeg dat dan ronduit. Laten we openlijk over deze zaak praten. Ik zal jullie vertellen wat Ik erover te zeggen heb – er is niets te verbergen. Wil iemand ze verifiëren? (Nee.) Is de reden dat jullie ze niet willen verifiëren gebaseerd op het fundament dat jullie de geruchten van de grote rode draak niet geloven, of is het omdat jullie een houding hebben van: ‘Ik wil me niet druk maken om deze zaak – ik laat het er gewoon bij zitten?’ Of is het omdat jullie bang zijn na het verifiëren van de geruchten teleurgesteld te zijn en het resultaat niet onder ogen te kunnen zien, en niet weten of jullie standvastig kunnen blijven, en jullie dergelijke gevolgen niet onder ogen willen zien? Ongeacht wat de inhoud van deze geruchten is, of jullie ze nu wel of niet willen verifiëren, of jullie nu wel of niet willen horen wat Ik over deze geruchten te zeggen heb of wat Mijn commentaar erop is, en wat jullie houding ook is, Ik heb slechts één houding: als jullie de waarheid begrijpen, zullen jullie vanzelfsprekend in staat zijn deze geruchten te onderscheiden; als jullie de waarheid niet begrijpen en de waarheid niet zoeken, dan heb Ik geen commentaar. Dit is omdat Ik zoveel woorden heb gesproken die de waarheid uitdrukken; Ik hoef deze geruchten niet aan jullie uit te leggen – dit is niet het werk dat Ik behoor te doen. Kunnen jullie de geruchten nog steeds niet onderscheiden, zelfs na het luisteren naar zoveel preken? Als jullie dat niet kunnen, betekent dit dat jullie de waarheid niet begrijpen. Hoeveel er ook wordt gezegd tegen iemand die de waarheid niet begrijpt, het is nutteloos – het is als spreken tegen ongelovigen; hoeveel je ook zegt, ze zullen het niet begrijpen. Daarom heb Ik geen commentaar als het gaat om welke geruchten dan ook! Ik wil niets uitleggen, niets zeggen, niets rechtvaardigen en niets verdedigen. Wat er in de buitenwereld ook wordt gezegd, Ik heb geen commentaar! Hebben jullie dit duidelijk gehoord? (Ja.) ‘Geen commentaar’ – dit is een soort houding. Wat wil Ik jullie verder zeggen met betrekking tot deze zaak? Dat Gods identiteit en essentie niet zullen veranderen, Gods status niet zal veranderen, Gods gezindheid niet zal veranderen, Gods gezag en kracht niet zullen veranderen, het feit dat God soeverein is over de mensheid en de mensen van leven voorziet niet zal veranderen, het feit van Gods incarnatie niet zal veranderen, en het feit dat God de waarheid, de weg en het leven is, nooit zal veranderen – op geen enkel moment. Zijn deze woorden voldoende om jullie twijfels op te lossen? (Ja.) Dit is alles wat Ik jullie over deze zaak te zeggen heb. Als jullie het begrijpen, aanvaard het dan. Als jullie het niet begrijpen, neem dan de tijd om erover na te denken. Als je nog steeds twijfels in je hart hebt en deze woorden je twijfels niet kunnen oplossen, dan kan Ik verder niets doen. Laat de dingen gewoon hun beloop. Dit is alles wat Ik voor je kan zeggen en doen. Is deze aanpak gepast? (Ja.) Kunnen deze woorden een bepaald effect op mensen hebben? Wanneer je met verschillende ingewikkelde zaken te maken krijgt, als er een scheur ontstaat in de relatie tussen jou en God, of als je ernstige twijfels over God krijgt, en deze woorden het probleem waarmee je momenteel te maken hebt niet kunnen oplossen, dan ben je een niet-gelovige. Wat je aanvaardt is niet de waarheid, maar zijn Satans leugens en om het even welke duivelse woorden die Satan spreekt. Het is net als met Adam en Eva in het begin – God zei: “Jullie mogen van elke boom in de tuin eten, maar van de boom van de kennis van goed en kwaad mogen jullie niet eten, want op de dag dat jullie daarvan eten, zullen jullie zeker sterven.” Ze bewaarden Gods woorden in hun hart nadat ze ernaar hadden geluisterd. Maar toen Satan tegen hen zei: “God zei dat jullie niet van de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad mogen eten – dit is niet noodzakelijkerwijs waar. Als jullie ervan eten, zullen jullie niet zeker sterven”, gingen Adam en Eva onmiddellijk twijfelen. Ze gaven Gods woorden op en geloofden de woorden van de slang. Ze vermoedden dat wat God zei een leugen was. Door wat de slang zei, geloofden ze God niet langer en gehoorzaamden ze God niet langer, maar volgden ze de leugens van de slang volledig. Het is duidelijk wat hiervan het uiteindelijke gevolg was. Terwijl ze geloofden en aanvaardden wat de slang tegen hen zei, ontkenden ze ook wat God had gezegd, en dachten ze dat wat God zei een leugen was. Ze geloofden niet langer dat Gods woorden waar waren, en ze geloofden niet langer in Gods identiteit en essentie. In plaats daarvan waren ze sceptisch over God, en vermoedden ze dat Hij bijbedoelingen met hen had en hen met leugens bedroog. Omgekeerd geloofden ze dat wat de slang zei waar was en dat de slang in hun voordeel sprak. Het uiteindelijke gevolg was dat ze door de slang werden verleid en door Satan werden verdorven. Ze dwaalden af van Gods zorg, verloren Gods bescherming en sloegen een weg in waarvan ze niet konden terugkeren.

Is het probleem van de geruchten voor jullie opgelost? Als het niet is opgelost, verwerk het dan langzaam zelf. Wat betreft hoe om te gaan met geruchten, daarover heb Ik al volop gecommuniceerd. Als er nog steeds mensen zijn die verschillende geruchten niet kunnen doorzien en ze niet kunnen onderscheiden, communiceer hier dan over en los het zelf op. Hoewel deze zaak niet als een grote telt, is het in het dagelijks leven van mensen iets dat vaak hun gedachten kan verstoren en hun leven kan verstoren. Hoewel sommige geruchten niet zover gaan dat ze je onmiddellijk van het leven beroven, zijn ze ook een soort kwelling voor je, als een irritante vlieg die mensen niet bijt maar hen walging bezorgt – ze duiken van tijd tot tijd op om je te verstoren. Vooral wanneer je zwak bent, wanneer je met mislukking of tegenslagen te maken krijgt, of negatief bent, zullen deze geruchten en duivelse woorden opduiken om je te verstoren, om je in je hart te kwellen, je terug te trekken en je beetje bij beetje te laten wegzinken. Precies op deze manier hebben sommige mensen zich teruggetrokken en zijn ze gestopt met geloven. Zie je, de mensen die naar B-groepen of naar gewone kerken zijn gestuurd, verkeren in groot gevaar – maar verkeren de mensen die voltijds hun plicht doen niet in gevaar? Sommigen van hen verkeren ook in groot gevaar. Welke groep onder hen? De groep mensen die er voortdurend niet in slaagt de waarheid te begrijpen. Hoeveel van Gods woorden ze ook hebben gehoord, ze begrijpen ze niet. In hun hart twijfelen ze altijd: ‘Waarom kan ik niet opmaken welke van Gods woorden de waarheid zijn? Iedereen zegt dat de waarheid de weg, het leven is – waarom voel ik niet dat het het leven is? Ik heb ook veel van Gods woorden gehoord, maar het leven in mij is niet veranderd; ik ben nog steeds mezelf, ik ben niet veranderd!’ Ze begrijpen nooit wat de waarheid is, ze begrijpen Gods werk nooit, en visies blijven hen altijd onduidelijk. Zulke mensen verkeren in gevaar. Mensen van dit type zoeken, wanneer ze geruchten horen, nooit de waarheid om ze te onderscheiden; ze weten alleen hoe ze geruchten moeten ontwijken en verwerpen. Als ze ze kunnen ontwijken, ontlopen ze gelukkig een ramp; als ze ze niet kunnen ontwijken, worden ze door Satan gevangengenomen. Zeg Mij, is het toeval dat zulke mensen door Satan gevangengenomen kunnen worden? (Nee.) Degenen die de waarheid nooit begrijpen, die nooit begrijpen wat in God geloven is – zijn deze mensen Gods schapen? Kunnen ze Gods woorden begrijpen? (Dat kunnen ze niet.) Deze mensen begrijpen Gods woorden nooit en zoeken evenmin de waarheid; en ze houden zich altijd bezig met: ‘Wanneer zal Gods dag komen? Wanneer zullen we het koninkrijk van de hemel binnengaan?’ Wat betreft de dingen die mensen zouden moeten begrijpen in hun geloof in God, daar hebben ze geen enkele van begrepen. Wat kunnen ze toch verward zijn! Zeg Mij, wanneer Ik tot dit soort verwarde personen spreek, welk gevoel heb Ik dan in Mijn hart? Is het eer of verdriet? Of is het een gevoel van verontwaardiging? Het zien van deze mensen irriteert Mij. Wat kunnen deze verwarde dwazen verkrijgen door in God te geloven? Nadat de grote rode draak hen arresteert en hersenspoelt, worden ze onthuld en geëlimineerd. Deze mensen begrijpen de waarheid in het geheel niet, en Gods huis wil zulke mensen niet. Het is door de grote rode draak dat ze worden onthuld en geëlimineerd. Zeg Mij, is dit liefdeloos? (Nee.) Als zulke mensen niet door de grote rode draak werden gearresteerd, en niet misleid werden door deze geruchten, zouden ze zich dan altijd aan de kerk vastklampen? Welke omstandigheden kunnen ertoe leiden dat ze zich terugtrekken? (Het is precies door de geruchten van de grote rode draak. Nadat ze de geruchten horen en deze geloven, trekken ze zich terug.) Het is precies door de demonische klauwen van de grote rode draak, dit contrast, dat ze worden gevangengenomen en uiteindelijk niet langer geloven. In feite kunnen deze mensen de waarheid niet bevatten, kunnen ze geen enkele plicht doen en kunnen ze geen enkele dienst verlenen. In Gods huis zijn ze slechts opvulling, profiteren ze en wachten ze op de dood. Ieder van hen bevindt zich in een meelijwekkende gesteldheid, en toch beweren ze volgelingen van God te zijn, Gods uitverkorenen te zijn – zijn ze niet schandelijk? Degenen die God volgen, moeten op zijn minst mensen zijn, geen dode mensen zonder geest, geen beesten. Ze moeten mensen zijn die de woorden die God spreekt kunnen begrijpen. Alleen degenen die Gods woorden kunnen begrijpen en de waarheid kunnen begrijpen, zijn Gods schapen. Alleen Gods schapen kunnen oprecht hun plicht doen en God volgen. Degenen die niet Gods schapen zijn, zijn geen oprechte volgelingen. Ze infiltreren de kerk met een doel, namelijk om zegeningen te verkrijgen. Er is geen God in hun hart. Hoeveel jaar ze ook geloven, ze kunnen onmogelijk ooit een Godvrezend hart hebben. Duivels, Satans en degenen die bezeten zijn door onreine geesten en boze geesten weten ook dat dit de ware weg is, en ook zij verlangen naar zegeningen. Maar wil God zulke mensen? (Dat wil Hij niet.) Verschillende boze geesten en onreine geesten bezitten dieren, en nadat ze vele jaren van cultivatie ondergaan en bovennatuurlijke wezens worden, willen ze altijd in mensen veranderen. Ze zijn niet bereid om als onreine geesten, boze geesten of verschillende dierlijke geesten te blijven; ze willen naar een hoger niveau stijgen – menselijk zijn. Zo willen deze verwarde dwazen ook hun rang verhogen, en willen ze Gods uitverkorenen zijn. Zeg Mij, wil God zulke mensen? Dat wil Hij niet. Zelfs als ze de kerk infiltreren, zal het tevergeefs zijn; ze moeten hoe dan ook worden weggezuiverd. Zodra ze zijn weggezuiverd, zal Gods huis zuiver zijn en zal de kerk zuiver zijn. Degenen die overblijven, moeten op zijn minst mensen zijn die Gods identiteit en essentie erkennen, die erkennen dat God de waarheid, de weg en het leven is, en die bereidwillig dienst kunnen verlenen aan God. Kunnen die verwarde dwazen dit bereiken? Ze kunnen dit bij lange na niet bereiken. Het zijn allemaal dode mensen zonder geest, en toch willen ze altijd zegeningen, willen ze altijd het koninkrijk binnengaan, willen ze altijd naar de hemel gaan. Hun ambitie en begeerte zijn niet klein, maar ze kijken niet eens naar wat ze zijn – ze overschatten zichzelf! Het is juist dat zulke mensen worden geëlimineerd. Vinden jullie het jammer? (Nee.) Vanaf het begin zei God: “Ik verlang naar uitmuntendheid in mensen, niet naar grote aantallen.” Dit is de door God vereiste norm voor Zijn uitverkoren volk, evenals een vereiste en principe met betrekking tot het aantal mensen in de kerk. ‘Ik verlang naar uitmuntendheid in mensen’ – verwijst ‘uitmuntendheid’ hier naar de goede soldaten van het koninkrijk of naar overwinnaars? Geen van beide is nauwkeurig. ‘Uitmuntendheid’ verwijst, om het nauwkeurig te stellen, naar degenen die normale menselijkheid bezitten, degenen die werkelijk menselijk zijn. Als je in Gods huis de plichten kunt vervullen die een mens behoort te vervullen, als je als mens kunt worden gebruikt, en als je de verantwoordelijkheden, plichten en verplichtingen van een mens kunt vervullen zonder dat anderen aan je trekken, je sleuren of je duwen, en je geen nutteloos afval bent, geen profiteur, geen leegloper – als je de verantwoordelijkheden en verplichtingen van een mens op je kunt nemen en de missie van een mens op je kunt nemen – alleen dit is aan de norm voldoen als mens! Kunnen die leeglopers en degenen die geen normale taken uitvoeren de missie van een mens op zich nemen? (Nee.) Sommige mensen zijn niet bereid om verantwoordelijkheid op zich te nemen; anderen kunnen die niet op zich nemen – zij zijn nutteloos afval. Degenen die de verantwoordelijkheden van een mens niet op zich kunnen nemen, kunnen niet menselijk worden genoemd. Kijk naar degenen die een verstandelijke beperking hebben, die idioot zijn, cerebrale parese hebben of lichamelijk verlamd zijn – kunnen zij standaardmensen worden genoemd? (Nee.) Waarom niet? Zulke mensen hebben geen vermogen om te leven, geen vermogen om te overleven en geen vermogen om voor zichzelf te zorgen. Ze zijn voor hulp en zorg volledig afhankelijk van anderen, ze leven zonder in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien, en ze zijn niet in staat de verantwoordelijkheden en verplichtingen van een mens op zich te nemen. Degenen die niet in staat zijn hun eigen plicht in Gods huis op zich te nemen, zijn geen normale mensen, en God wil hen niet. Of je nu een leider of werker bent, of specifiek werk doet dat professionele vaardigheden vereist, je moet in staat zijn het werk waarvoor je verantwoordelijk bent op je te nemen. Naast het feit dat je in staat bent je eigen leven en overleving te managen, gaat je bestaan niet louter om ademhalen, niet om eten, drinken en plezier maken, maar om in staat te zijn de missie die God je heeft gegeven op je te nemen. Alleen zulke mensen zijn het waard om schepselen te worden genoemd en om mens te worden genoemd. Degenen in Gods huis die altijd willen profiteren en zich er altijd doorheen proberen te bluffen, in de hoop zich er tot het einde toe doorheen te sjoemelen en zegeningen te verkrijgen, kunnen geen enkel werk en geen enkele verantwoordelijkheid op zich nemen, laat staan enige missie. Zulke mensen moeten worden geëlimineerd, en dat is niet jammer. Dit is omdat wat wordt geëlimineerd niet menselijk is – ze zijn niet gekwalificeerd om mens te worden genoemd. Je mag ze nutteloze mensen, leeglopers of nietsnutten noemen; in ieder geval zijn ze het niet waard om mens te worden genoemd. Wanneer je hun werk toewijst, kunnen ze het niet zelfstandig voltooien; en wanneer je hun een taak toewijst, kunnen ze hun verantwoordelijkheid niet op zich nemen en de verplichting die ze behoren te vervullen niet nakomen – met zulke mensen is het gedaan. Ze zijn het leven niet waard; ze verdienen de dood. Dat God hun leven spaart, is al Zijn genade, het is een uitzonderlijke gunst.

Wat betreft het onderwerp geruchten, zullen we hier stoppen. Als jullie nog problemen hebben, kunnen jullie ze ter sprake brengen en erover communiceren of de waarheid zoeken om ze zelf op te lossen. We zullen er niet meer over spreken, goed? Heeft iemand bezwaren? (Nee.) Als er problemen zijn die Ik niet heb besproken, kunnen jullie zelf een manier bedenken om ze op te lossen. In deze zaak heb Ik Mijn verantwoordelijkheid vervuld. Stel dat iemand zegt: “We hebben het antwoord dat we willen nog niet gekregen; zijn die geruchten waar of onwaar? Geef ons alstublieft een duidelijk antwoord.” Al geef ik jullie een duidelijk antwoord, welk probleem zou dat kunnen oplossen? Daarom zeg Ik dat jullie dit antwoord zelf moeten vinden. Ik heb hier geen commentaar op. Het hangt er allemaal van af of jullie onderscheidingsvermogen hebben. Degenen die de waarheid hebben verkregen, zullen nooit worden misleid. In feite hebben deze geruchten veel mensen onthuld. Degenen die jarenlang in God hebben geloofd maar de waarheid niet hebben verkregen, zijn allemaal onthuld – dit is Gods wijsheid. Dit is Mijn antwoord. Begrijpen jullie het? (Ja.) Wat wil Ik jullie dus vertellen? Wat Ik wil zeggen, staat allemaal in de delen van Het Woord verschijnt in het vlees en in alle preken. Deze woorden zijn wat Ik tegen jullie wil zeggen. Zijn ze niet genoeg? (Jawel.) Als sommige mensen blijven aandringen en zeggen: “Heeft U dan enig antwoord met betrekking tot de geruchten?”, dan zeg Ik: “Nee, Ik heb nog steeds geen commentaar.” Ik heb al veel van wat Ik wil zeggen in alle preken gezegd. Als jullie bereid zijn de waarheid te zoeken, en jullie deze woorden kunnen aanvaarden en naleven, dan zullen jullie problemen worden opgelost. Als jullie deze woorden niet aanvaarden, zullen jullie problemen voor altijd problemen blijven. Ik heb Mijn verantwoordelijkheid vervuld; het heeft niets meer met Mij te maken. Hebben jullie het duidelijk gehoord? (Ja.)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

Het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God

I. Het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God: het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over Gods werk

F. Gods werk verandert de aangeboren eigenschappen van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen

Laten we verder communiceren over het onderwerp ‘Hoe de waarheid na te streven’. In deze periode bespreken we nog steeds de inhoud met betrekking tot ‘loslaten’ binnen ‘Hoe de waarheid na te streven’, en praten we over het hoofdonderwerp ‘het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God’. Het eerste aspect van dit onderwerp is het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God. Binnen dit aspect hebben we de noties en verbeeldingen van mensen over Gods werk besproken, wat een relatief ingewikkelde kwestie met zich meebrengt: het onderscheid tussen aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden. Hier zitten veel details in. Wanneer mensen in het dagelijks leven met kwesties te maken krijgen, halen ze altijd begrippen door elkaar en kunnen ze niet duidelijk onderscheiden tot welke categorie een bepaalde kwestie behoort of hoe ze die begrippen moeten differentiëren. Wat bijvoorbeeld bepaalde uitingen betreft, kunnen mensen niet onderscheiden of ze betrekking hebben op menselijkheid of op aangeboren eigenschappen. En bij sommige andere uitingen kunnen mensen niet zeggen of het kwesties zijn die verband houden met verdorven gezindheden of met menselijkheid. Mensen kunnen deze zaken niet onderscheiden. Mensen beschouwen bepaalde problemen en gebreken van aangeboren eigenschappen vaak als verdorven gezindheden, of beschouwen bepaalde tekortkomingen en problemen van menselijkheid als verdorven gezindheden. Soms, zelfs wanneer het een onthulling van een verdorven gezindheid is, beschouwen ze het in plaats daarvan als een onthulling van een aangeboren eigenschap die niet kan veranderen. Daarom zijn mensen in de loop van hun geloof in God vaak erg verward over kwesties van aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden, en kunnen ze deze niet onderscheiden. De vorige keer hebben we over een deel hiervan gecommuniceerd en natuurlijk enkele voorbeelden gegeven, maar Ik heb het gevoel dat het niet specifiek genoeg was. Vandaag zullen we de kwesties binnen deze drie categorieën nemen en er specifieker over communiceren. Ik zal het hebben over enkele specifieke uitingen en voorbeelden, en dan zullen jullie onderscheiden tot welke categorie ze behoren: aangeboren eigenschappen, menselijkheid of verdorven gezindheden. Als jullie ze niet kunnen onderscheiden, zullen we ze samen onderzoeken. Hoe klinkt dat? (Goed.) De vorige keer hebben we wat meer gecommuniceerd over aangeboren eigenschappen, dus in dat opzicht kunnen jullie de zaken natuurlijk wat beter onderscheiden. Maar er zijn nog steeds enkele dingen die zich min of meer op de grens bevinden of vergelijkbaar zijn met aspecten binnen de menselijkheid, en mensen kunnen nog steeds niet onderscheiden of die dingen onder aangeboren eigenschappen of onder menselijkheid moeten worden gecategoriseerd. Ik zal enkele uitingen of enkele gedragingen en handelingen voorstellen, en dan zeggen jullie onder welk aspect ze moeten worden gecategoriseerd. Wat is het voordeel van communiceren op deze manier? Wanneer je eenmaal weet tot welk aspect een bepaalde uiting behoort, weet je hoe je die moet benaderen en hoe je ermee moet omgaan.

6. Diverse uitingen van aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden

IJver bij het doen van dingen en luiheid

Laten we beginnen met de eerste uiting: ijverig zijn bij het doen van dingen, wat betekent dat men heel hardwerkend is. Tot welk aspect behoort dit? (Dit is een uiting van iemands menselijkheid.) Is dit dan een verdienste of een tekortkoming van de menselijkheid? (Een verdienste van de menselijkheid.) Heel ijverig en hardwerkend zijn is een verdienste van de menselijkheid. Houden van netheid en reinheid, en het handhaven van hygiëne – wat voor soort uiting is dit? (Een verdienste van de menselijkheid.) (Dit is een goede leefgewoonte, het valt onder de aangeboren eigenschappen.) Is het een aangeboren conditie? Is dit niet een verdienste en een sterk punt van iemands menselijkheid? (Ja.) Zojuist zei iemand dat het een aangeboren eigenschap was; dit is onjuist. Dit heeft betrekking op iemands menselijkheid, evenals op leefgewoonten; het is natuurlijk ook een verdienste en een sterk punt van de menselijkheid. De volgende uiting: sommige mensen zijn lui; ze houden van gemak en haten arbeid, en werken niet graag. Wanneer ze niet werken, zijn ze bijzonder op hun gemak, maar wanneer ze beginnen te werken, verslechtert hun humeur – ze worden kribbig, geïrriteerd en boos. Wanneer er werk te doen is, voelen ze zich loom, hebben ze een gebrek aan energie en willen ze niet werken. Maar als het gaat om eten, drinken en plezier maken, hebben ze grenzeloze energie. Luiheid – wat voor soort probleem is dit? (Slechte menselijkheid.) Op zijn minst is dit een tekortkoming van de menselijkheid, een gebrek en een aanzienlijk probleem in de menselijkheid. Het stijgt nog niet tot het niveau van slechte menselijkheid. Als zulke mensen anderen graag commanderen en uitbuiten, en anderen het werk laten doen terwijl ze zelf niets doen, wat voor soort probleem is dit dan? (Slechte menselijkheid.) Wanneer hun wordt gevraagd wat werk te doen, komen ze met allerlei redenen en excuses om het te ontwijken; ze willen simpelweg niet werken. Ze komen niet openlijk voor hun bedoelingen uit, maar gebruiken in plaats daarvan verschillende methoden, tactieken, of leugens en bedrog, in een poging anderen het werk te laten doen terwijl zij het ontwijken om van hun vrije tijd te genieten. Wat voor soort probleem is dit? (Een verdorven gezindheid, een boosaardige gezindheid.) Is het louter een verdorven gezindheid? Mensen die anderen graag uitbuiten en commanderen, hebben in de eerste plaats een slechte menselijkheid en een laaghartig karakter. Ten tweede leggen hun sluwe methoden om anderen te commanderen hun bedrieglijke, boosaardige gezindheid bloot. Hun uitingen van het graag uitbuiten en commanderen van anderen tonen zowel aan dat ze een slechte menselijkheid hebben als dat hun verdorven gezindheid ernstig is – bedrieglijk en boosaardig. Zie je, sommige uitingen weerspiegelen louter een slechte menselijkheid of een bepaalde tekortkoming in iemands menselijkheid, en stijgen niet tot het niveau van een verdorven gezindheid. Sommige uitingen, gebaseerd op het fundament van een laaghartige menselijkheid, hebben echter direct betrekking op verdorven gezindheden. Daarom is geen enkele uiting zo eenvoudig. Sommige uitingen hebben niet slechts betrekking op één kwestie, maar op twee kwesties.

Oppervlakkigheid

Oppervlakkigheid – onder welk aspect valt dit? (Dit is een tekortkoming van de menselijkheid.) Juist, dit is een tekortkoming van de menselijkheid. Als het er louter om gaat dat iemand zich graag optut, zichzelf graag mooi maakt en graag complimenten krijgt over dat hij er goed, mooi, knap of jeugdig uitziet – en wil dat anderen een hoge dunk of een positieve kijk op zijn uiterlijk hebben – dan beperkt dit zich tot een kwestie van menselijkheid. Wat voor soort kwestie van menselijkheid? Het is duidelijk geen verdienste, maar een tekortkoming. Sommige mensen zeggen misschien: “Iedereen houdt van schoonheid – hoe kan dit een tekortkoming zijn?” Waarom zeg Ik dan dat oppervlakkigheid een tekortkoming van de menselijkheid is? Aangezien oppervlakkigheid een tekortkoming is, zijn de uitingen ervan niet legitiem. Oppervlakkigheid gaat niet over er gepast, waardig, vroom of serieus uitzien, waardoor men een indruk van waardigheid en fatsoen geeft. Het bevindt zich niet op het niveau van er gepast uitzien. Het is buitensporiger en ernstiger dan zich begrijpelijk genoeg bezighouden met de vraag of men er gepast uitziet. Wanneer mensen oppervlakkig zijn, besteden ze bijzondere aandacht aan zich optutten, zichzelf etaleren en de aandacht van anderen op hun uiterlijk vestigen. Dit gaat zo ver dat ze zelfs een beetje schaamteloos zijn – met andere woorden: deze mensen worden in veel zaken beïnvloed en beperkt door de kwestie van het uiterlijk. Dit is een tekortkoming van de menselijkheid. Sommige mensen schamen zich bijvoorbeeld om naar buiten te gaan zonder make-up op te hebben. Ze schamen zich om anderen te ontmoeten, tenzij ze wat parfum opdoen. Ze zijn altijd met deze zaken bezig en willen zich altijd bovenmatig optutten om ervoor te zorgen dat andere mensen hen hoogachten en aardig vinden. Dit is overdreven oppervlakkig zijn – als het zo ver gaat, wordt het een tekortkoming. Deze tekortkoming is de normale menselijkheid, en de vereiste normen voor normale menselijkheid, al te buiten gegaan. Te oppervlakkig zijn is een tekortkoming van de menselijkheid. Daarmee sluiten we onze bespreking van deze uiting af.

Graag in de schijnwerpers staan

De volgende uiting is graag in de schijnwerpers staan. Wat voor soort uiting is dit? (Het is een tekortkoming van iemands menselijkheid; het is zichzelf graag op de voorgrond plaatsen, zichzelf graag etaleren.) Zit hier dan een verdorven gezindheid in? (Ja, want als iemand graag in de schijnwerpers staat, wil hij zichzelf etaleren en wil hij opvallen.) Graag in de schijnwerpers staan en zichzelf altijd willen etaleren – wat voor soort probleem is dit? Komt het doordat iemand leiderschapscapaciteiten heeft, of doordat hij de waarheid begrijpt en het gevoel heeft een last te dragen? Als hij dat gevoel heeft, werkvermogen heeft en een taak op zich kan nemen, komt dat niet neer op graag in de schijnwerpers staan. Wat voor soort probleem is graag in de schijnwerpers staan dan wél? In één opzicht is het een tekortkoming van iemands menselijkheid. Mensen van dit type staan graag in de schijnwerpers. Waar ze ook gaan, ze etaleren zichzelf graag, uit angst dat ze niet door anderen gezien zullen worden. Ze spreken ook op een nogal opzichtige, overdreven en luide manier. Hoe meer mensen er zijn, hoe gretiger ze zijn om te spreken, omdat ze altijd een plek in de menigte willen hebben. Graag in de schijnwerpers staan kan niet worden beschouwd als een uiting van slechte menselijkheid. Het heeft geen betrekking op iemands karakter, en het is louter een tekortkoming van de menselijkheid, een soort gebrek of probleem. Waarom zeg Ik dat het een gebrek of probleem van de menselijkheid is? Omdat het een uiting is van een gebrek aan verstand. Deze mensen proberen voortdurend in de schijnwerpers te staan, maar zijn ze werkelijk in staat het werk op zich te nemen? Waarom willen ze altijd in de schijnwerpers staan? Komt het doordat ze worden gedreven door ambitie en begeerte? Komt het doordat ze houden van status, van verheven worden en van zichzelf in het middelpunt van de belangstelling plaatsen? Komt het doordat ze graag aanzien onder de mensen hebben, beter dan anderen zijn en anderen graag leiden? (Ja.) Wordt de menselijkheid van dit soort persoon niet blootgelegd? Wat voor soort menselijkheid is het? Menselijkheid met een gebrek aan verstand. Is dit niet een tekortkoming van de menselijkheid? (Ja.) In één opzicht is het een tekortkoming van de menselijkheid. In een ander opzicht plaatst dit soort persoon zichzelf niet slechts af en toe op de voorgrond en etaleert hij zichzelf niet slechts af en toe; veeleer staat hij graag in de schijnwerpers omdat hij wordt gedreven door ambitie en begeerte, van status en macht houdt en graag het laatste woord heeft. Heeft dit dan niet ook betrekking op een verdorven gezindheid? (Ja.) Wat voor soort verdorven gezindheid is dit? (Een arrogante.) Dit is arrogantie. Wat geeft hem het recht om in de schijnwerpers te staan? Wat geeft hem het recht om het laatste woord te hebben en anderen te leiden? Sommige mensen zeggen: “Ik begrijp de waarheid en ik heb het gevoel een last te dragen.” Zelfs als je dat gevoel hebt, blijft het nodig om te kijken of je werkelijk werk kunt doen. Het is niet zo dat alleen maar omdat je heb gevoel hebt een last te dragen en dat wilt doen, je het ook daadwerkelijk goed kunt. Er is geen logisch verband tussen deze twee dingen. Het willen doen en het graag doen betekent niet dat je het kunt of dat je vaardig bent in leiderschapswerk. Je staat graag in de schijnwerpers, je houdt van status – betekent dat dat iedereen jou moet verkiezen? Wat zijn de principes voor het verkiezen van kerkleiders? (Het moet gebaseerd zijn op de vraag of de persoon werkvermogen heeft, of hij iemand is die de waarheid nastreeft, en of hij een juist iemand is.) Op zijn minst moet je een juist iemand zijn. Je moet een geestelijk begrip hebben, het vermogen hebben om de waarheid te bevatten, en ook werkvermogen hebben. Alleen dan voldoe je aan de voorwaarden om te worden gecultiveerd en word je een kandidaat voor cultivering. Je moet aan al deze voorwaarden voldoen. Als je aan geen van deze voorwaarden voldoet, zou iedereen jou dan als leider verkiezen alleen maar omdat je graag in de schijnwerpers staat? Dat zou nooit gebeuren. Dus als je altijd graag in de schijnwerpers staat, jezelf altijd graag etaleert, is dit dan geen arrogantie? (Ja.) Het is arrogantie en zelfoverschatting. Arrogantie is, vanuit het perspectief van de menselijkheid, een gebrek aan verstand. Als het wordt gemeten aan de hand van de waarheid, is dit een verdorven gezindheid, en een satanische gezindheid. De uiting van graag in de schijnwerpers staan is zowel een tekortkoming van de menselijkheid als een verdorven gezindheid, wat ook twee kwesties met zich meebrengt. Hoewel graag in de schijnwerpers staan niet het niveau bereikt van een gebrekkige of slechte menselijkheid, is het niettemin een specifieke uiting van een gebrek aan verstand en ook een uiting van een arrogante gezindheid. Als iemand alleen maar graag in de schijnwerpers staat, en geen mensen onderdrukt of kwelt, en niet de middelen van kwaadaardige mensen gebruikt om tweedracht te zaaien of kliekjes te vormen, dan is dit slechts een tekortkoming van zijn menselijkheid. Als hij echter de uitingen van kwaadaardige mensen of antichristen vertoont, en zich ook bezighoudt met enkele slechte daden, dan escaleert deze tekortkoming van de menselijkheid – wat wordt het dan? Een slechte, verschrikkelijke en kwaadaardige menselijkheid – deze aspecten worden gebruikt om een dergelijke menselijkheid te kenmerken. Bovendien omvatten de uitingen van de verdorven gezindheden die zulke mensen onthullen zowel arrogantie als venijnigheid; natuurlijk zijn er ook meer specifieke uitingen. De menselijkheid van zulke mensen moet dus worden gekenmerkt op basis van de mate waarin ze deze verdorven gezindheden onthullen. Als ze alleen maar graag in de schijnwerpers staan en geen uitingen van een kwaadaardige menselijkheid vertonen – zonder mensen te onderdrukken of te kwellen, zonder kliekjes te vormen en in het geheim een onafhankelijk koninkrijk te stichten, of onorthodoxe methoden te gebruiken om mensen te misleiden en hen te laten gehoorzamen – dan is deze voorliefde voor in de schijnwerpers staan louter een tekortkoming van de menselijkheid. Maar zodra zulke slechte daden worden begaan, is dit niet langer louter een tekortkoming van de menselijkheid. Wat voor soort probleem is het dan? (Het is een slechte, verschrikkelijke en kwaadaardige menselijkheid.) Precies. Het is niet langer louter een tekortkoming van de menselijkheid, maar veeleer een kwaadaardige menselijkheid. Graag in de schijnwerpers staan is louter een tekortkoming van de menselijkheid. Als zo iemand een geestelijk begrip, een bepaald kaliber en werkvermogen heeft, zouden jullie hem dan als leider kiezen? (Ja.) Waarom zouden jullie hem kiezen? (Omdat hij geen kwaadaardige persoon is.) Zijn verlangen om in de schijnwerpers te staan is louter een onthulling van een verdorven gezindheid. Er zit geen element van kwaadaardigheid in zijn verlangen om in de schijnwerpers te staan, en hij is geen kwaadaardige persoon. Zolang hij aan de voorwaarden voldoet om leider te zijn, kan hij worden verkozen en verder worden gecultiveerd. Hoewel graag in de schijnwerpers staan een uiting is van een slecht verstand in de menselijkheid, kan hij worden verkozen, gezien het feit dat hij werk kan doen, werkvermogen heeft, een geestelijk begrip heeft, het vermogen heeft om de waarheid te bevatten, en bovendien bereid is wat werk te doen en supervisor te zijn. Waarom kan hij worden verkozen? Omdat zijn menselijkheid aan de norm voldoet, evenals zijn kaliber. Zolang hij geen kwaadaardige persoon of antichrist is, geen mensen zou kwellen of onderdrukken en niet zou proberen een onafhankelijk koninkrijk te stichten, kan hij als leider worden verkozen. Maar als zijn verlangen om in de schijnwerpers te staan elementen van een kwaadaardige menselijkheid bevat, moet zo iemand dan worden verkozen? (Nee.) Nog voordat hij als leider is verkozen, begint hij al slinkse middelen te gebruiken, in het geheim kliekjes te vormen en met stemmen te knoeien. Om zijn doelen te bereiken, haalt hij duistere manoeuvres uit en is hij zelfs in staat om geruchten te verzinnen en kwaad te spreken over enkele goede mensen die relatief serieus de waarheid nastreven en hun plichten doen. Hij doet veel dingen die ingaan tegen de waarheid en de menselijke moraal, en begaat enkele slechte daden. Kunnen jullie zo iemand tot leider verkiezen? (Nee.) Waarom niet? (Omdat zijn menselijkheid kwaadaardig is.) Om specifiek te zijn, omdat hij een kwaadaardige persoon is; hij voldoet niet aan de principes van Gods huis voor het inzetten van mensen. Gods huis zet geen kwaadaardige mensen in. Wat zijn de gevolgen als Gods uitverkorenen in handen van kwaadaardige mensen vallen? Ten eerste zullen ze worden gekweld en onderdrukt. Ten tweede zal de kerk als los zand uiteenvallen en wanordelijk worden. In dit geval zou je niet je plichten doen, maar kwaadaardige mensen dienen, door kwaadaardige mensen worden beheerst en kwaadaardige mensen volgen. Wat zouden de gevolgen hiervan zijn? Je hoop op het verkrijgen van redding zou in duigen liggen. Begrijp je het nu? (Ja.) Als dus twee mensen allebei graag in de schijnwerpers staan en allebei een arrogante verdorven gezindheid hebben, op welke basis zouden jullie dan een van hen als leider kiezen? (Op basis van zijn menselijkheid.) Dat klopt, op basis van zijn menselijkheid. De onthullingen van diverse verdorven gezindheden, zoals arrogantie, bedrieglijkheid en onbuigzaamheid, zijn universeel; iedereen is in dit opzicht hetzelfde. Waarin ligt dan het onderscheid? In de menselijkheid van mensen. Oppervlakkig gezien zijn sommige mensen ongeremder, terwijl anderen conservatiever zijn; sommigen zijn relatief verward en slordig, terwijl anderen relatief scherpzinnig en nauwgezet zijn. Sommigen zijn extraverter en opgewekter, terwijl anderen introverter zijn. De uiterlijke uitingen van de persoonlijkheden van mensen verschillen, en hun menselijkheidsessentie is zeker ook niet dezelfde. Sommige mensen hebben grenzen van geweten en moraal, terwijl anderen die niet hebben. Sommigen zijn zelfs kwaadaardig, meedogenloos en venijnig – ze doden zonder hun hand daarvoor om te draaien en verslinden mensen met huid en haar. Ze zijn tot alles in staat. Daarom hebben kwaadaardige mensen er geen enkel probleem mee om anderen te kwellen. Als jullie in handen van kwaadaardige mensen vallen, zullen jullie goede dagen voorbij zijn en zullen jullie daarna in duisternis leven. Als iemand in handen van kwaadaardige mensen valt, is dat hetzelfde als in handen van de grote rode draak vallen. Hebben jullie dit ervaren? (Ja.) De meest prominente en duidelijke uitingen van kwaadaardige mensen wat betreft hun menselijkheid zijn kwaadaardigheid, venijnigheid, meedogenloosheid, een gebrek aan morele grenzen en geen gewetensnormen. Afgaande op hun houding ten opzichte van God en ten opzichte van de waarheid, hebben ze absoluut geen Godvrezend hart. Ze zijn brutaal en roekeloos durven alles en hebben geen gewetensgrenzen. Wat de waarheid betreft, die aanvaarden ze in het geheel niet. Oppervlakkig gezien kunnen ze inspanning verrichten en ontberingen verdragen in hun plichten, en ze kunnen ook aalmoezen geven. Maar ze hebben niet de minste vrees in de omgang met God en de waarheid. Telkens wanneer het gaat om van God getuigen, van de geïncarneerde God getuigen, van Gods identiteit en essentie getuigen, van Gods daden getuigen, of getuigen van hoe God een prijs betaalt voor de mensheid en hoe God het bloed van Zijn hart en Zijn leven gebruikt om de mensheid te redden, hebben ze niets te zeggen en willen ze niet spreken. In hun hart verachten ze God. Maar wanneer ze van zichzelf getuigen, hebben ze genoeg te zeggen en praten ze eindeloos. Graag in de schijnwerpers staan is louter een tekortkoming van de menselijkheid. Als zulke mensen geen kwaad doen en wel grenzen van geweten en moraal hebben, dan kunnen ze, mits ze enkele waarheden kunnen begrijpen, zaken over het algemeen afmeten aan de grenzen van hun geweten; hun geweten functioneert. Als ze bijvoorbeeld iemand van het andere geslacht leuk vinden en diegene willen benaderen, beteugelen ze zichzelf van nature omdat hun menselijkheid gewetensgrenzen heeft en ze een gevoel van integriteit en schaamte hebben. Kwaadaardige mensen geven echter niet om zulke dingen. Als ze iemand leuk vinden, benaderen ze diegene onder dwang; als de ander niet instemt, bedenken ze allerlei manieren om diegene te kwellen, te onderwerpen of problemen voor diegene te veroorzaken. Mensen met gewetensgrenzen worden door hun geweten beteugeld; er zijn bepaalde overtredingen die ze niet zullen begaan en bepaalde grenzen die ze niet zullen overschrijden omdat ze een gevoel van integriteit en schaamte hebben. Als ze de waarheid begrijpen en hun aanvaarding ervan relatief diep en sterk is, zullen ze een Godvrezend hart hebben. Omdat ze God duchten en vrezen, zullen ze over het algemeen bepaalde grenzen niet overschrijden. Daarom is het zo gunstig voor jullie om iemand met gewetensgrenzen als leider te hebben. Op zijn minst zal hij je geen pijn doen, laat staan je hinderen of schaden, en hij kan jullie ook enige voorziening en hulp bieden. Maar kwaadaardige mensen zijn anders. Ze gebruiken niet louter woorden om je te misleiden; ze gebruiken ook verschillende methoden om je te kwellen, te onderdrukken en te vertrappen. Als je hen niet gehoorzaamt, niet naar hen luistert of ruzie met hen hebt over iets, zullen ze je niet alleen aanvallen, maar je ook veroordelen, je in verlegenheid brengen en zelfs proberen je te onderwerpen. Op deze manier zul je volledig in hun handen vallen. Het grootste verschil tussen gewone verdorven mensen en kwaadaardige mensen ligt in de vraag of hun menselijkheid goed of slecht is, en of hun geweten functioneert. Kwaadaardige mensen hebben geen geweten, dus hebben ze ook geen gevoel van integriteit of schaamte en zijn ze in staat om elke soort slechte daad te begaan. Hoewel de menselijkheid van gewone verdorven mensen ook tekortkomingen en gebreken vertoont, worden zij beteugeld door geweten en verstand, dus zijn er veel soorten grenzen die zij niet kunnen overschrijden. Zelfs als ze niet in God geloven, zullen ze bepaalde overduidelijke slechte daden niet begaan; ze zijn bijvoorbeeld niet in staat om daden als seksuele immoraliteit of diefstal te begaan. Denk er eens over na: was je voordat je in God geloofde, toen je in de wereld was, in staat om je in te laten met promiscuïteit als iemand je daarvoor de gelegenheid gaf? Waar verwijst promiscuïteit naar? Het verwijst naar het hebben van meerdere seksuele partners, of zelfs tegelijkertijd iets hebben met verschillende mensen van het andere geslacht, zonder enig gevoel van wangedrag of innerlijke beschuldiging te hebben. Konden jullie zoiets doen? (Nee.) Kijk naar die promiscue vrouwen, prostituees en wellustelingen – zij kunnen zulke dingen doen. Zijn jullie niet anders dan deze mensen? (Ja.) Waarin ligt het verschil? In de vraag of men het geweten en verstand van de menselijkheid heeft. Geweten en verstand geven je een gevoel van integriteit en schaamte, dus zul je geen promiscue daden begaan en heb je een norm: ‘Je zo gedragen is niet goed; ik zal niet zo iemand zijn. Ik zal een duidelijke grens trekken tussen mezelf en die mensen. Zelfs als ik zou worden doodgeslagen, zou ik me niet inlaten met promiscuïteit.’ Als ze in zo’n situatie zouden worden verkocht, zouden sommige mensen zeggen: “Ik sterf nog liever dan dat ik zo iemand word!” Sommige mensen verdragen vernedering en onrecht, en gaan er met tegenzin in mee, maar in hun hart zijn ze onwillig en ze zullen elke kans aangrijpen om de situatie te ontvluchten. Anderen zullen dat soort omgeving echter zelf opzoeken, zelfs als anderen proberen hen tegen te houden. Ze doen het zelfs als ze er geen geld mee verdienen – ze genieten er simpelweg van om zich in te laten met promiscuïteit, en het kan hen niet schelen of het winstgevend is. Verschillen deze twee typen mensen niet van elkaar? (Ja.) Dit is precies het verschil tussen de menselijkheid van mensen. Het verschil in menselijkheid is cruciaal. Als jullie de verschillen in de uitingen van menselijkheid tussen verschillende typen mensen kunnen doorzien, zullen jullie in staat zijn mensen te onderscheiden. Daarom kan het beoordelen van een persoon niet volledig gebaseerd zijn op zijn verdorven gezindheid of op zijn uitingen en onthullingen gedurende een korte tijd of rond één incident. Veeleer moet wat voor soort persoon hij werkelijk is, worden beoordeeld op basis van zijn menselijkheid en zijn aard-essentie. Daarmee sluiten we onze bespreking af van de uiting ‘graag in de schijnwerpers’ staan.

Dingen methodisch, met een vooropgezet plan en op een ordelijke manier doen

Laten we overgaan naar een andere uiting. Sommige mensen doen dingen methodisch, met een vooropgezet plan en op een ordelijke manier; ze kunnen door nadenken en overwegen bepalen wat ze eerst moeten doen en wat later. Ze volgen stappen en hebben plannen in plaats van dingen overhaast te doen. Wat ze ook doen, ze volgen stappen, zelfs voor de eenvoudigste taak zoals kleren wassen. Ze scheiden de kleren op kleur en wassen donkere en lichte was apart; ze weten hoeveel water en wasmiddel ze moeten gebruiken op basis van de hoeveelheid wasgoed, waardoor ze verspilling vermijden – dit alles is gepland, goed georganiseerd, nauwgezet en zuinig. Wat voor soort uiting is dit? (Dit is een verdienste en een sterk punt van de menselijkheid.) Kan deze verdienste dan aantonen dat dit soort persoon een goede menselijkheid heeft? (Nee.) Dit is louter een verdienste en een sterk punt van zijn menselijkheid. Het stijgt niet tot het niveau dat het betrekking heeft op iemands karakter of de principes voor het zelf-gedrag, noch heeft het betrekking op een verdorven gezindheid. Het is simpelweg een leefgewoonte of een levenshouding. Sommige mensen doen dingen met een vooropgezet plan, met voorbereiding; ze kunnen patronen zien, en wanneer de taak is volbracht, vinden anderen het bevredigend. Dit zijn mensen met een goed kaliber. Maar voor degenen met een slecht kaliber is het anders – zij doen alles wanordelijk en chaotisch, zonder vooropgezet plan of voorbereiding, op een totaal lukrake manier die eindigt in een complete puinhoop. Wat voor soort probleem is dit? (Een tekortkoming van de menselijkheid.) Waar heeft deze tekortkoming van de menselijkheid betrekking op? (Een extreem slecht kaliber.) Zulke mensen met een extreem slecht kaliber worden simpelweg hersenloos genoemd. Wanneer Ik tegen sommige mensen zeg: “Ben je zo dom als het achtereind van een varken? Hoe kun je zoiets simpels niet begrijpen?”, antwoorden ze met: “Ik ben hersenloos.” Wat betekent het om ‘hersenloos’ te zijn? Het betekent dat men geen kaliber of een slecht kaliber heeft – dit is een probleem van kaliber. Waar valt deze kwestie onder? Is dit niet een aangeboren eigenschap? (Ja.) Als iemand van nature hersenloos is, heeft het dan zin om hem te trainen? Zulke mensen benaderen alles zonder voorbereiding of vooropgezet plan. Een simpele taak kost hun de hele dag, waardoor belangrijke zaken vertraging oplopen. Dit komt neer op geen kaliber of een slecht kaliber hebben. Ongelovigen beschrijven mensen met een slechte menselijkheid vaak als mensen zonder kaliber. Wanneer iemand bijvoorbeeld een ander afval op straat ziet gooien, onhygiënisch ziet zijn of luid in het openbaar ziet schreeuwen, waardoor anderen die studeren of rusten worden gestoord, zegt hij misschien dat die persoon geen kaliber heeft. Voor Mij is dit het niet begrijpen van gedragsnormen en het ontbreken van menselijkheid – hoe kan dit geen kaliber hebben worden genoemd? Verwijst ‘geen kaliber’ hiernaar? Waar verwijst ‘kaliber’ naar? Het verwijst naar de efficiëntie en effectiviteit waarmee dingen worden gedaan – dit wordt kaliber genoemd. Hebben mensen die dingen zonder vooropgezet plan doen dan een slecht kaliber? (Ja.) Dit is ook een tekortkoming van de menselijkheid. Is deze tekortkoming aangeboren? Is ze gemakkelijk te veranderen? Kan ze door training worden veranderd? Kan een varken in een boom leren klimmen? Een varken is daar niet voor geboren – het heeft er het kaliber niet voor. Dingen zonder vooropgezet plan doen is een probleem dat om kaliber draait.

Voortvarend beginnen maar zwak eindigen bij het doen van dingen

Voortvarend beginnen maar zwak eindigen bij het doen van dingen – onder wat voor soort probleem valt dit? (Een gebrek in iemands menselijkheid.) Dit is een gebrek in iemands menselijkheid. Wanneer sommige mensen aan een onderneming beginnen, plannen ze die heel goed, beginnen ze met een aantal grootse stappen, verzamelen ze een groep mensen, maken ze rapporten, wijzen ze taken toe en leggen ze zelfs grote verklaringen van vastberadenheid af. Maar naarmate ze vorderen, verdampt dit alles en volgen ze de zaken niet op, houden ze geen toezicht en inspecteren ze niet wat er gaande is. Als er niemand is die de waarheid begrijpt om toezicht te houden en begeleiding te bieden, kan de onderneming op niets uitlopen of kunnen er zelfs ongewenste gevolgen ontstaan, waardoor het werk in een totale chaos verzandt. Er zijn ook mensen die doctrines heel helder en duidelijk kunnen verwoorden, maar als het erop aankomt daadwerkelijk dingen te doen, hebben ze geen idee hoe ze verder moeten en hebben ze geen concreet plan. Wanneer zich speciale omstandigheden of onverwachte situaties voordoen, weten ze niet hoe ze daarmee moeten omgaan, communiceren ze niet met anderen, zoeken ze geen hulp bij en overleggen ze niet met degenen boven hen. Wanneer ze iets beginnen te doen, lijken ze vol vertrouwen en maken ze een grootse start, alsof ze op het punt staan iets belangrijks te bereiken, maar naarmate ze vorderen, verliezen ze hun enthousiasme en gaan ze er vandoor – het is alsof ze in het niets verdwijnen. Wanneer iemand hun vraagt: “Waar werk je nu aan? Hoe vordert die taak?”, antwoorden ze: “Het gaat niet lukken.” Toch verzuimen ze tijdig te melden dat ze de dingen niet voor elkaar kunnen krijgen, waardoor ze de zaak twee of drie maanden vertragen zonder enig resultaat. Is dit niet om woedend van te worden? (Ja.) Zulke mensen zijn werkelijk verachtelijk! Dit soort persoon begint niet alleen voortvarend om dan zwak te eindigen bij het doen van dingen, maar heeft nog een ander probleem: alles wat hij doet, wordt steeds chaotischer naarmate hij ermee doorgaat. Aanvankelijk heeft hij wellicht een overzicht in zijn hoofd, wat ideeën en een beetje structuur, maar naarmate hij doorgaat, raken zijn gedachten verward. Hij verliest uit het oog waarom hij aan de taak is begonnen of welke resultaten hij verondersteld wordt te bereiken. Wanneer iemand hem adviseert om een beetje te zoeken, zegt hij: “Het is niet nodig om iets te zoeken. Laten we het gewoon op deze manier blijven doen – er zit in ieder geval niemand stil.” Zie je, hij begint de dingen met een enorme vaart, als aanhoudende donder. Maar naarmate hij vordert, bloedt de boel dood. Het is alleen maar donder en geen regen – geen enkel resultaat. Als je niet naar de taak informeert en deze niet opvolgt of inspecteert, laat hij die onafgemaakt op niets uitlopen, zonder zelfs maar verslag uit te brengen. Waar is de vastberadenheid gebleven waar hij in het begin blijk van gaf? Die is vergeten. Hoe zit het met het oorspronkelijke plan dat hij schreef? Spoorloos verdwenen. En die ideeën die hij in het begin had? Verdwenen; vergeten. Dat is nu eenmaal het soort schepsel dat hij is! Wanneer je het aanvankelijke enthousiasme van dit type persoon ziet, lijkt hij een echte doener. Maar in werkelijkheid is hij volkomen nutteloos; hij is simpelweg niet iemand die de dingen op een nuchtere manier doet; hij is een onrustige persoon. Hij wil alleen maar in de schijnwerpers staan, maar wil geen ontberingen verdragen en is bang om verantwoordelijkheid te nemen. Alles wat hij doet, blijft onafgemaakt. Wat voor menselijkheid hebben zulke mensen? (Een slechte menselijkheid.) Zeg Mij, kan dit soort persoon iets bereiken? (Nee.) Hij begint altijd sterk maar eindigt zwak, in complete chaos – dit is zijn stijl. Welke plicht hij ook vervult, hij begint heel enthousiast, luistert naar muziek en neuriet mee. Maar na een tijdje verliest hij zijn interesse, laat hij het werk gewoon vallen en stopt hij ermee. Wat voor soort schepsel is dat? Zijn zulke mensen niet verachtelijk? (Ja.) Ze nemen roekeloos taken op zich waarvan ze weten dat ze die misschien niet kunnen volbrengen, in een poging hun bekwaamheid te tonen. Ze scheppen op en doen grote beweringen – kennen ze hun eigen vermogens niet? Als ze het werk niet kunnen doen of geen resultaten kunnen leveren, waarom zeggen ze dat dan niet gewoon? Ze zouden de boel niet moeten vertragen! In plaats daarvan zwijgen ze en houden ze jouw werk op terwijl ze proberen je om de tuin te leiden. Hebben ze geen laag karakter? (Ja.) Hun karakter is veel te laag! Kan het zulke mensen worden toevertrouwd om dingen af te handelen? (Nee.) Zijn ze het vertrouwen waard? (Nee.) Zulke mensen zijn onbetrouwbaar. Als ze je hun woord geven, zou je hen dan durven geloven? (Nee.) Wat voor mensen zijn ze? Zijn ze geen bedriegers? (Ja.) Hoewel ze je niet bedriegen om financieel gewin of voor seksuele doeleinden, zijn hun gedrag en de manier waarop ze zaken afhandelen enorm verachtelijk en weerzinwekkend. Wat is dan de grondoorzaak van de weerzinwekkendheid van deze mensen? Ze hebben een laag karakter, kennen in hun zelf-gedrag hun plek niet, scheppen graag op, vertonen graag de bekwaamheid die ze menen te hebben, staan graag in de schijnwerpers en pronken graag met zichzelf. Geen enkele bezigheid maken ze af. Tegelijkertijd overschatten ze zichzelf en zijn ze onwetend over hun eigen gestalte en wat voor soort taken ze aankunnen. Toch proberen ze hun bekwaamheid te tonen en nemen ze brutaalweg elk soort belangrijk werk op zich. Nadat ze het werk op zich hebben genomen, blijven ze onverschillig, zelfs wanneer ze het niet goed doen en belangrijke zaken vertragen; zolang ze maar in de schijnwerpers staan, vinden ze het prima. Zijn ze geen gemene, lage mensen? (Ja.) Hebben deze mensen dan niet een heel slechte menselijkheid? (Ja.) Als jullie zo iemand tegenkomen, zouden jullie hem dan belangrijke of grote dingen durven toevertrouwen? (Nee.) Als je er bijvoorbeeld opuit moet om het evangelie te prediken en iemand nodig hebt om op je jonge kind te passen, wat voor soort persoon moet je dan zoeken om te helpen? Zou je iemand als hij durven kiezen, die geen verantwoordelijkheidsgevoel heeft, niet kan volhouden en onbetrouwbaar is? (Nee.) Waarom niet? Omdat hij je kind zou kunnen kwijtraken. Als je hem vraagt hoe je kind verdwaald is geraakt, zal hij zeggen: “Ik weet het niet. Ik dommelde even in en het kind was weg. Hoe kun je mij daar de schuld van geven? Het kind heeft benen en kan zelf lopen – het zat niet aan mij vastgebonden. Je kunt mij niet de schuld geven!” Hij schuift zelfs de verantwoordelijkheid af! Is dit geen schaamteloze schurk? (Ja.) Zaken van leven en dood kunnen absoluut niet aan zulke mensen worden toevertrouwd. In hun zelf-gedrag zijn ze onrustig, en ze hebben geen integriteit of waardigheid. Wanneer er problemen ontstaan, hebben ze het lef om hun toevlucht te nemen tot schaamteloosheid en ontkenning. Hoewel voortvarend beginnen maar zwak eindigen bij het doen van dingen slechts een gebrek in de menselijkheid is, is dit specifieke gebrek een uiterst ernstig probleem; het is een kwestie van integriteit. Sommige mensen staan graag in de schijnwerpers en nemen gretig taken op zich, maar ze durven geen verantwoordelijkheid te nemen. Zodra ze op moeilijkheden stuiten, schuiven ze onmiddellijk de verantwoordelijkheid af en distantiëren ze zich van de situatie. Ze zijn volkomen onverantwoordelijk. Ze zijn ook bijzonder onrustig en kunnen om het even wat ze doen niet volhouden. Wanneer het zo erg wordt, is het niet langer slechts een gebrek in de menselijkheid – het is een kwestie van een werkelijk laag karakter en een slechte menselijkheid. Waarom zeg Ik dat zulke mensen een slechte menselijkheid hebben? Omdat ze onbetrouwbaar zijn – je zou hun niets durven toevertrouwen. Welke taak je hun ook toevertrouwt, ze stemmen er grif mee in, maar zodra je je omdraait, verdwijnen ze en heb je geen idee waar ze mee bezig zijn. Het kan zelfs enkele dagen duren voordat je hen weer ziet. Als je hun niet vraagt hoe de taak vordert, brengen ze geen verslag aan je uit en doen ze alsof er niets is gebeurd. Wat voor soort schepselen zijn ze? Ze zijn volkomen onverantwoordelijk! Ze falen zelfs voor de test en zijn niet te vertrouwen als het gaat om zoiets kleins als dit. Wat denk je dat ze anders nog zouden kunnen bereiken? (Helemaal niets.) Als je hun toevertrouwt om op een kind te passen, kunnen er elk moment problemen ontstaan. Het kind kan vallen en gewond raken, iets eten wat het niet zou moeten eten, of, wanneer het buiten gaat spelen, afdwalen of ontvoerd worden door slechte mensen – dit zijn allemaal mogelijke uitkomsten. Dit komt doordat ze onverantwoordelijk zijn en een extreem laag karakter hebben, en ze bij alles wat ze doen geen gewetensgrenzen in acht nemen en uitsluitend handelen om hun eigen egoïstische begeerten te bevredigen, waarbij ze al het andere negeren. Wanneer je hun een taak toevertrouwt, hebben ze het gevoel dat weigeren jou gezichtsverlies zou kunnen bezorgen. Uit overweging voor hun eigen trots en om hun ijdelheid te strelen, stemmen ze ermee in, maar achteraf nemen ze geen enkele verantwoordelijkheid. Ze spreken grote woorden, maar slagen er niet in de taak goed uit te voeren. Dit is wat het betekent om onbetrouwbaar te zijn. Zijn zulke mensen goed? (Nee.) Kunnen mensen die voortvarend beginnen maar zwak eindigen bij het doen van dingen als leiders worden gekozen? (Nee.) Waarom niet? (Ze zouden het werk van Gods huis kunnen schaden.) Precies. Wanneer ze spreken en beloften doen, lijken ze te hebben wat nodig is, en mensen zijn bereid degenen te vertrouwen die grote woorden spreken. Maar als het erop aankomt daadwerkelijk dingen te doen, zijn hun handelingen onvoorspelbaar. Zelfs als ze het verpesten, informeren ze je niet; en als er problemen ontstaan, geven ze je geen uitleg over wat er is gebeurd. Je hoopt vurig dat ze de dingen goed afhandelen, maar ze maken er uiteindelijk een puinhoop van en zijn hier zelfs volkomen onverschillig over. Ze beschouwen wat je hun hebt toevertrouwd helemaal niet als een serieuze zaak. In hun handelingen zijn ze geneigd onrustig te zijn. Sommigen van hen doen dingen uitsluitend op basis van hun eigen interesses, hobby’s en nieuwsgierigheid; sommigen van hen trekken graag de aandacht en doen alleen dingen om de aandacht te trekken en gezien te worden. Zulke mensen zijn onrustig en onverantwoordelijk, en ze zijn niet in staat om dingen op een nuchtere manier te doen. Dit is behoorlijk problematisch. Dit heeft nog niet eens aangeroerd of ze geestelijk begrip hebben, de waarheid kunnen aanvaarden, onderworpen zijn, of mensen zijn die de waarheid nastreven – dit heeft deze aspecten nog niet eens aangeroerd. Puur wat betreft hun menselijkheid zijn zulke mensen onbetrouwbaar. Kunnen zulke mensen als leiders worden gekozen? (Nee.) Mensen wier menselijkheid niet aan de norm voldoet, hebben niet eens waarde voor cultivering. Waarom niet? Omdat hun karakter te laag is – het ontbreekt hun zelfs aan elementaire integriteit en waardigheid. Daarom zijn ze niet gekwalificeerd om leider te zijn of om als leider te worden gecultiveerd.

Dingen voorzichtig aanpakken

Laten we het vervolgens hebben over het voorzichtig aanpakken van dingen. Wat voor soort uiting is dit? (Het is een verdienste van de menselijkheid.) Dingen voorzichtig aanpakken, niet roekeloos zijn, en wanneer er zich zaken voordoen, deze kalm kunnen benaderen en de waarheid kunnen zoeken – dit is een verdienste van de menselijkheid. In deze boosaardige maatschappij, te midden van diverse groepen mensen met complexe achtergronden, moet je het opduiken van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen voorzichtig benaderen. Zelfs wanneer je je plicht in Gods huis vervult, zijn er enkele complexe situaties onder de verschillende dingen die je tegenkomt, en die moet je voorzichtig benaderen. Wanneer je bijvoorbeeld kwaadaardige mensen tegenkomt die verstoringen veroorzaken terwijl je je plicht doet, moet je eerst onderscheidingsvermogen leren, en vervolgens de situatie benaderen volgens de waarheidsprincipes. Dit is een houding die je ten opzichte van je plicht hoort te hebben. Dingen voorzichtig aanpakken, wat houdt dat in? Het heeft te maken met het verstand van een persoon. Wanneer je zaken tegenkomt die je niet kunt doorzien, moet je voorzichtig zijn. Zelfs als je enkele waarheden begrijpt, moet je dan voorzichtig zijn wanneer je de onderliggende essentie en grondoorzaak van bepaalde speciale zaken nog steeds niet kunt doorzien? (Ja.) Dergelijke situaties vereisen des te meer dat je voorzichtig bent. Voorzichtig zijn is niet conservatief zijn of kleine stapjes nemen. Het betekent ook niet dat je niet durft te handelen of bang bent om verantwoordelijkheid te nemen – het verwijst niet naar deze dingen. De voorzichtigheid waarover hier wordt gesproken, verwijst naar een verdienste van de menselijkheid. Wat zijn de specifieke uitingen van voorzichtigheid? Dat is wanneer je, terwijl je iets doet, eerst de waarheidsprincipes zoekt, en vervolgens de specifieke stappen voor de praktijk, het specifieke beoefeningspad en de gewenste resultaten voor die taak of dat werk zoekt. Dat wil zeggen: je benadert belangrijke zaken en je eigen plicht met een zorgvuldig en voorzichtig hart. Natuurlijk zijn sommige mensen ook bijzonder voorzichtig wanneer ze verschillende kwesties benaderen die ze in hun dagelijks leven tegenkomen; ze zijn niet onzorgvuldig, maar in plaats daarvan ongelooflijk voorzichtig. Dit is geen slechte zaak; het kan ook een verdienste van de menselijkheid worden genoemd, geen tekortkoming. Van voorzichtigheid kan worden gezegd dat het een verdienste van de menselijkheid is; een voorzichtige houding kan mensen alleen maar ten goede komen en zal mensen absoluut op geen enkele manier beperken of binden. Als je niet durft te spreken wanneer er zich zaken voordoen, als je niets durft te doen of met niemand durft om te gaan – als je bang bent dat een vallend blad je hoofd raakt – dan is dit overdreven voorzichtig zijn. Altijd in je eigen kleine wereldje leven, je dagen op een overdreven behoedzame manier doorbrengen – is dit voorzichtigheid? (Nee.) Bang zijn dat je wordt opgelicht als je gaat winkelen, bang zijn dat je geld verliest als je een winkel opent, bang zijn dat als je een huis koopt het een belast verleden blijkt te hebben, bang zijn dat er virussen staan op een computer die je koopt – zo gebonden zijn door overmatige angst dat je niets durft te doen en het moeilijk vindt om ook maar één stap te zetten – dit zijn beslist geen uitingen van het soort voorzichtigheid waar we het hier over hebben. Deze uitingen geven aan dat men onwetend, nutteloos en timide is, onvolwassen, en verstoken van het vermogen om zelfstandig te leven. Het zijn uitingen van een slecht kaliber. Dat wil zeggen: wanneer dergelijke personen worden geconfronteerd met deze boosaardige maatschappij en complexe groepen mensen, hebben ze geen enkele tegenmaatregel. Ze zijn altijd bezorgd, angstig en zo bang dat ze terugdeinzen en niet vooruit durven te gaan. Ofwel ze zijn bang om te worden bedrogen en opgelicht, ofwel ze zijn bang dat hen kwaad wordt gedaan of dat ze worden vermoord. Ze durven met niemand om te gaan en durven geen zaken af te handelen. Wanneer ze naar hun werk gaan, zijn ze bang dat ze hun loon niet uitbetaald krijgen. Sommige vrouwen durven zelfs niet te werken uit angst om slecht behandeld te worden. Sommige mensen durven niet eens hun huis te verlaten, uit angst dat ze slechte mensen tegenkomen, en ze zijn bang dat als ze dingen kopen, deze van hen geroofd zullen worden. Kortom, ze zijn overal bang voor. Is dit niet overdreven voorzichtig zijn? Dit is overdreven behoedzaam zijn. Zijn ze niet gek? Sommige mensen hebben deze mentaliteit, ze maken zich de hele dag zorgen over dit en dat, en het resultaat is dat ze geen zaken durven af te handelen, er niet opuit durven te gaan om mensen te ontmoeten, en alleen maar thuis kunnen blijven. Wat voor soort persoon zijn ze? (Gekken.) Ze zijn gek; ze zijn abnormaal, ze zijn geen mens. Bij gebrek aan enig vermogen om oordelen te vellen, zonder principes of minimumnormen bij wat hij ook doet, is dit soort persoon een gereïncarneerd beest. Hij heeft geen normale menselijkheid, en zijn overdreven behoedzaamheid is geen voorzichtigheid. Waar verwijst voorzichtigheid naar? Voorzichtigheid betekent dingen doen op een afgemeten, methodische en regelgetrouwe manier; op basis van dit principe heel rigoureus handelen; wanneer er dingen gebeuren kalm zijn, niet haastig, roekeloos of impulsief; en de waarheidsprincipes en wijze methoden kunnen zoeken. Dit wordt voorzichtigheid genoemd, en alleen deze voorzichtigheid is een verdienste van de menselijkheid.

Graag praatjes hebben en opscheppen

Graag praatjes hebben en opscheppen – er zijn veel mensen die dat doen. Dit is ook een trend van de kwaadaardige maatschappij. Veel mensen spreken met overdrijving, verzinnen achteloos dingen en kramen maar wat uit. Wat ze zeggen komt helemaal niet overeen met de feiten en ze verkopen een hoop gebakken lucht. Ze geloven nog steeds dat ze bekwaam zijn, en hebben geen enkele integriteit en geen enkel schaamtegevoel. Zijn zulke mensen het vertrouwen waard? (Nee.) Hebben zulke mensen integriteit of waardigheid? (Nee.) Zulke mensen hebben geen integriteit en waardigheid, zijn geen respect waard en zijn onbetrouwbaar. Kan het afhandelen van belangrijke zaken hun dan worden toevertrouwd? (Nee.) Wat voor soort probleem is het dan om graag op te scheppen? (Het is een gebrek in iemands menselijkheid.) Het is een gebrek in de menselijkheid, maar je moet ook kijken naar de menselijkheid van deze persoon – of zijn menselijkheid kwaadaardig is en of hij positieve dingen kan aanvaarden. Als hij slechts ploertig is en, jarenlang beïnvloed door zijn gezinsleven of de sociale omgeving, de slechte gewoonte heeft ontwikkeld om graag op te scheppen, praatjes te hebben en onverantwoordelijk te spreken zonder de gevolgen te overdenken, dan is dit slechts een gebrek in zijn menselijkheid. Hij is niet slecht; hij bevindt zich gewoon op het niveau van ernstig ploertig zijn. Als zo iemand niet alleen graag opschept maar zich ook behoorlijk dominant en venijnig gedraagt in de omgang met anderen, en praatjes heeft en opschept om anderen te onderdrukken en de dingen waarover hij opschept en die hij overdrijft grootser en beter te laten lijken dan de dingen die andere mensen hebben gedaan of bezitten, en ver daarboven verheven, dan is dit niet langer een probleem van zijn ploertigheid. Wat voor soort probleem is het? (Het is het probleem van een kwaadaardige menselijkheid.) Dit is het probleem van een kwaadaardige menselijkheid. Is hier dan sprake van een verdorven gezindheid? (Ja.) Wat voor soort verdorven gezindheid? (Een venijnige.) Hij heeft een arrogante, venijnige gezindheid. Sommige mensen scheppen graag op, simpelweg omdat ze ernstig ploertig zijn. Dit wordt veroorzaakt door hun levensgewoonten en leefomgeving. Ze begrijpen simpelweg niet wat het betekent om naar waarheid te spreken, vanuit het hart te spreken, werkelijke situaties te bespreken, of over het leven en gepaste zaken te praten. Het ontbreekt hun aan dit bewustzijn. Een dergelijke opvoeding ontbreekt in hun gezins- en schoolomgeving, en ontbreekt nog meer nadat ze de maatschappij betreden. Als gevolg daarvan is hun aangeboren ploertigheid heel ernstig. Ze zijn lichtzinnig en het ontbreekt hen aan een gepaste houding. Het is gewoon zo dat ze graag praatjes hebben en graag opscheppen om te pronken en ervoor te zorgen dat anderen een hoge dunk van hen hebben. In hun hart hebben ze geen andere ambities, begeerten of behoeften. Als ze alleen deze uitingen vertonen, is dit slechts ploertigheid; dit is een gebrek in hun menselijkheid. Maar als hun opschepperij een doel heeft, en ze zichzelf door op te scheppen presenteren als zeer capabel en uitzonderlijk bekwaam, evenals superieur aan, anders dan en ver verheven boven gewone mensen, dan is dit niet langer een probleem van ploertigheid. Hun liefde voor opscheppen wordt geleid door specifieke gedachten, gedreven door een hunkering naar status, ambitie en begeerte. Ze gebruiken opscheppen als een manier om anderen te onderdrukken en te imponeren, waardoor anderen zich minderwaardig en niet zo goed als zij voelen, en respectvol naar hen zijn en hen gehoorzamen. Dit is het kwaadaardige van hun menselijkheid. Hun liefde voor opscheppen is erop gericht de overhand te krijgen: ‘Alles wat jij hebt, heb ik ook. Alles wat jij kunt, kan ik ook. Alles wat jij weet, weet ik ook. Alles wat jij hebt gezien, heb ik ook gezien. Ik doe niet voor jou onder!’ Het is zelfs zo dat als jij een bepaald soort voedsel hebt gegeten, zij, ondanks dat ze het overduidelijk nooit hebben gegeten, zullen beweren van wel – en niet alleen dat: ze zullen zeggen dat ze er meer van hebben gegeten, en dat het voedsel dat zij aten beter was dan het voedsel dat jij at. Ze zullen zelfs opscheppen over dingen die gewoon niet zijn gebeurd. Wat is het doel van hun opschepperij? Het is om jou te overtreffen, om met jou te concurreren, en om jou het gevoel te geven dat ze beter zijn dan jij, dat ze net zo goed zijn als jij. Ze worden gedreven door een ambitie en begeerte. Is de uiting van menselijkheid die wordt gedreven door een dergelijke ambitie en begeerte dan slechts ploertigheid, of is het een kwaadaardige menselijkheid? (Het is een kwaadaardige menselijkheid.) Is hier sprake van een verdorven gezindheid? (Ja.) Gedreven worden door ambitie en begeerte – dit is een verdorven gezindheid. Wat voor soort verdorven gezindheid? (Arrogantie en venijnigheid.) Precies. Er zijn deze twee soorten verdorven gezindheid: arrogantie en venijnigheid. Daarnaast is er ook een beetje boosaardigheid. Dat wil zeggen: wat jij ook zegt, ze overdenken het altijd in hun hart, proberen er altijd iets van te maken, en benaderen het altijd met boosaardige gedachten en extreme ideeën. Als jij bijvoorbeeld zegt: “De auto van mijn familie is een Toyota; het is een Japanse auto”, zeggen zij: “Japanse auto’s zijn niet goed. Duitse auto’s zijn beter. De Duitse auto die ik vroeger reed, leverde niet alleen uitstekende prestaties, maar reed ook meer dan tien jaar zonder kapot te gaan – dat is veel beter dan jouw auto!” Ze moeten jou absoluut overtreffen. Jij zegt: “Ik heb niet eens de middelbare school afgemaakt”, zij zeggen: “Ik heb de middelbare school afgemaakt. Je bent jaloers op me, nietwaar?” In werkelijkheid hebben ze niet eens de onderbouw van de middelbare school afgemaakt, maar ze willen jou nog steeds overtreffen. Ze genieten van het gevoel dat anderen jaloers op hen zijn, een hoge dunk van hen hebben en tegen hen opkijken. Zie je, hun reactie op informatie die ze van wie dan ook ontvangen, is altijd boosaardig en extreem. Het ontbreekt hun aan het denken van een normale menselijkheid. Een normaal iemand zou, als hij hoort dat iemand anders iets goeds heeft, kunnen zeggen: “Wat geweldig dat je dat hebt. Zou je me kunnen vertellen over de specifieke kenmerken en voordelen ervan? Ik zou er graag meer over weten.” Iemand met een normale menselijkheid zou op deze manier reageren. Maar mensen die graag opscheppen, hebben geen normale menselijkheid. Ze denken: ‘Waarom zou jij dat hebben en ik niet? Zelfs als ik het niet heb, moet ik toch zeggen van wel, en sterker nog, ik moet zeggen dat het mijne beter is dan het jouwe!’ Als je hun vraagt om het tevoorschijn te halen en het je te laten zien, zeggen ze: “Ik laat het je niet zien!”, terwijl ze het in werkelijkheid helemaal niet hebben. Is dit boosaardig? (Ja.) Met andere woorden: wanneer hun iets overkomt, of wanneer ze informatie zien of ontvangen, is hun reactie altijd extreem, inconsistent met de menselijkheid, en boosaardig. Er is dus ook enige boosaardigheid in hun gezindheid. Anders gezegd: wanneer je normaal met hen praat of communiceert, en je het gevoel hebt dat je niets hebt gezegd dat een ongerechtvaardigde mentale reactie zou kunnen uitlokken, is hun geest al gevuld met een veelheid aan gedachten. Ze zijn al jaloers op je, en opstandig en haatdragend naar jou toe, terwijl ze je ook willen onderdrukken. Hun geest wordt door deze dingen in beslag genomen. Zou je niet zeggen dat dit boosaardig is? (Ja.) Boosaardige mensen zijn niet puur. De meeste uitingen, woorden en handelingen die ze openbaren, zijn onverenigbaar met het geweten en verstand van een normale menselijkheid. Het is mogelijk dat er enige agressie in hun woorden zit; behalve dat deze agressie bevatten, kunnen sommige van hun woorden onwaar zijn, en sommige kunnen opschepperij zijn. Dit komt doordat ze boosaardige gedachten in zich hebben. Gedreven door deze boosaardige gedachten, zijn de woorden die ze spreken allemaal leugens, die allemaal afkomstig zijn van Satan en duivels. Zulke mensen hebben geen menselijkheid; ze zijn niet menselijk. Mensen die graag opscheppen en praatjes hebben, kunnen in twee typen worden verdeeld. Ze moeten worden gekenmerkt op basis van de essentie van hun menselijkheid. Dat wil zeggen: men moet kijken of ze ploertig zijn en of hun menselijkheid kwaadaardig is om te beoordelen welk probleem ze hebben. Als ze een kwaadaardige menselijkheid hebben en ernstig ploertig zijn, in staat om veel slechte daden te begaan, dan zijn ze geen goede mensen en moeten ze worden gekenmerkt als kwaadaardige mensen. Maar als ze alleen maar wat praatjes en wat ploertigheid hebben, maar het niet over hun hart kunnen verkrijgen om slechte dingen te doen, nog steeds enig geweten en verstand hebben, en ook enkele goede dingen kunnen doen, dan kunnen ze nog worden beschouwd als mensen met een goede menselijkheid. Dit is geen groot probleem, en als hun kaliber goed is, kunnen ze zelfs worden gekozen als supervisors of leiders of werkers. Hoewel deze beide typen mensen praatjes hebben en graag opscheppen, komt het erop neer of hun menselijkheid goed of kwaadaardig is. Als ze slechts ploertig zijn, is dit een gebrek in hun menselijkheid en is er geen sprake van een verdorven gezindheid. Als hun opschepperij echter een bedoeling en ambitie achter zich heeft, dan duidt dit op een kwaadaardige menselijkheid, en is er wel sprake van een verdorven gezindheid. Wat hun menselijkheid betreft, deze is kwaadaardig; de verdorven gezindheden die hiermee gepaard gaan, zijn arrogantie, boosaardigheid of venijnigheid. Het brengt zowel een slecht karakter als verdorven gezindheden met zich mee, nietwaar? (Ja.)

Onzorgvuldigheid

Laten we een andere uiting bespreken: onzorgvuldigheid. Bij alles wat men doet onzorgvuldig zijn – onder welk aspect valt dit? (Een gebrek in iemands menselijkheid.) Zulke mensen bekijken alles op een oppervlakkige en algemene manier en zijn niet in staat de belangrijkste punten te vatten. Alles wat ze doen is slordig. Ze kunnen geen nauwgezet werk doen, zoals tekstueel werk of documentbeheer. Ze kunnen ook geen taken aan die precisie vereisen. Bij het maken van kleding naaien ze soms broekspijpen waar de mouwen zouden moeten zitten, maken ze soms van lange mouwen korte mouwen, of maken ze van een taille van 66 centimeter een taille van 60 centimeter. Ze maken de kleding ofwel te groot ofwel te klein. Wat ze ook doen, ze zijn altijd zo onzorgvuldig, zo roekeloos en zo onhandig dat ze niets goed voor elkaar kunnen krijgen. Hoe onzorgvuldig kunnen ze wel niet zijn? Wanneer ze eropuit gaan om iets te regelen, kunnen ze zelfs de dingen vergeten die ze verondersteld worden mee te nemen. Wanneer ze bijvoorbeeld een afspraak hebben met een advocaat voor een rechtszaak, vergeten ze hun identiteitskaart mee te nemen, evenals het bewijsmateriaal waar de advocaat om heeft gevraagd. Ze laten van alles liggen. Soms weten ze niet eens waar ze hun belangrijke bezittingen hebben neergelegd en doen ze geen moeite om het zich te herinneren. Als gevolg daarvan raken ze vaak spullen kwijt en vergeten ze vaak dingen, en de dingen die ze doen en hun dagelijks leven zijn een complete puinhoop. Zulke mensen gaan nooit serieus met hun werk of hun plicht om. Wat ze ook doen is altijd oppervlakkig en slordig – ze krijgen altijd maar een oppervlakkige indruk van zaken die ze waarnemen, krijgen altijd maar een oppervlakkig begrip van woorden die ze horen, zeggen dingen altijd maar in oppervlakkige en algemene bewoordingen, en behouden altijd maar een oppervlakkige indruk van dingen in hun geheugen. Als gevolg daarvan zijn ze niet in staat om belangrijk of vertrouwelijk werk af te handelen; ze zijn niet geschikt voor dergelijke taken. Als hun onzorgvuldigheid alleen hun persoonlijke leven of persoonlijke hygiëne betreft, zonder andere mensen of belangrijke zaken te beïnvloeden, dan is het slechts een gebrek in hun menselijkheid – welke problemen er ook ontstaan, ze kunnen gewoon zelf de verantwoordelijkheid nemen en daarmee is de kous af. Als het echter gaat om een plicht, belangrijk werk, iemands lot en vooruitzichten, de vraag of iemand blijft of vertrekt, enzovoort, dan zijn zulke mensen ongeschikt om deze zaken af te handelen omdat ze te onzorgvuldig zijn. Ten eerste zijn ze niet nauwgezet in deze zaken; ze kijken slechts oppervlakkig, omdat ze te lui zijn om hun hersens te gebruiken of de gedachten en energie erin te steken om ze af te handelen. Ten tweede zijn hun stijl en benadering bij het doen van dingen consequent oppervlakkig en slordig, raken ze vaak spullen kwijt en vergeten ze vaak dingen. Als dit alleen hun persoonlijke leven betreft, is het geen groot probleem. Als het echter belangrijk werk of vertrouwelijke zaken betreft, kunnen ze de boel verpesten of zelfs een grote ramp veroorzaken. Iemand moet bijvoorbeeld dringend naar Parijs, maar door zijn onzorgvuldigheid koopt hij in plaats daarvan een vliegticket naar Rome. Hij is zelfs behoorlijk tevreden en zegt: “Het ticket dat ik vandaag heb gekocht was zo goedkoop!” Anderen kijken ernaar en zeggen: “Natuurlijk is het goedkoop – het was de bedoeling dat je naar Parijs zou gaan; waarom heb je een ticket naar Rome gekocht?” Dit is veel te onzorgvuldig zijn! Zulke mensen bekijken alles met een afwijzende en plichtmatige houding. Ze werpen slechts één blik op iets om er een oppervlakkig idee van te krijgen en daarmee is de kous af. Dit is precies het soort onverantwoordelijke houding dat ze hebben. Natuurlijk wordt deze houding ook gekenmerkt door nergens echt voor te willen gaan en door luiheid – ze zijn te lui om ergens echt voor te gaan, hun hersens te gebruiken of na te denken bij het afhandelen van welke zaak dan ook. Dit soort onzorgvuldige mensen is ongeschikt voor belangrijk werk, vooral voor taken die draaien om tekstueel werk, documentbeheer of werk dat vertrouwelijke professionele vaardigheden vergt. Als zulke mensen leider worden, zijn ze dan opgewassen zijn hun taak? (Nee. Hun werk wordt nooit goed gedaan; het wordt altijd ruwweg en in grote lijnen gedaan, en het blijft altijd onvoltooid. Ze kunnen geen werkelijk werk doen.) Het ontbreekt zulke mensen aan detail in hun werk; ze zijn altijd oppervlakkig en slordig, en handelen de dingen oppervlakkig en plichtmatig af. Hun woorden zijn ook altijd vaag, en ze neigen ernaar termen te gebruiken als ‘ongeveer’, ‘misschien’, ‘waarschijnlijk’ of ‘mogelijk’. Zulke mensen kunnen niets bereiken. Veel werkzaamheden in Gods huis, zoals administratief werk, personeelswerk, werk met betrekking tot het kerkleven en evangeliewerk, brengen specifieke details met zich mee. Wanneer ze worden geconfronteerd met gedetailleerd werk, krijgen zulke onzorgvuldige mensen hoofdpijn en voelen ze zich verward en verstikt; ze zijn niet bereid om zich met zulk gedetailleerd werk bezig te houden. Ze hebben deze luie houding, dus als het op werken aankomt, denken ze altijd: ‘Het is prima om het werk ruwweg te doen; dit komt tenslotte dicht genoeg in de buurt van wat er in de werkregelingen staat.’ Ze behouden altijd deze ‘dicht genoeg in de buurt is prima’-houding – kan het werk op deze manier goed worden gedaan? (Nee.) Wanneer ze mensen beoordelen, doen ze dat ook ruwweg – ze beoordelen leiders en werkers ruwweg, en ze beoordelen de supervisors van elk team ook ruwweg. Wanneer iemand vraagt: “Hoe lang gelooft die supervisor al in God?”, antwoorden ze: “Meer dan drie jaar, zo te zien.” Maar iemand die al drie jaar in God gelooft, heeft misschien nog niet eens een fundament gelegd – kan zo iemand betrouwbaar zijn als supervisor? Onzorgvuldige mensen kunnen dit simpelweg niet doorzien. Daarom is hun spraak altijd doorspekt met termen als ‘ongeveer’, ‘waarschijnlijk’, ‘misschien’, ‘mogelijk’ en ‘zo te zien’; ze gebruiken simpelweg nooit precieze bewoordingen. Wanneer iemand vraagt: “Heeft hij ooit als leider gediend terwijl hij in God geloofde?”, antwoorden ze: “Lijkt van niet, want ik heb hem er niet over horen praten.” Zie je, ze behandelen nooit iets nauwgezet. Als je bij hen op details staat, vertrouwen ze simpelweg op gevoelens en indrukken. Ze zullen niet zeggen: “Ik vraag er onmiddellijk naar en ik laat het je weten.” Ze behandelen het gewoon niet nauwgezet. Bij alles vinden ze het prima zolang het ‘ongeveer klopt’ of ‘dicht genoeg in de buurt komt’. Sommige mensen zeggen: “Waarom zou men zo nauwgezet moeten leven?” Hoewel dit in één opzicht waar is – voor zaken die betrekking hebben op het vleselijke leven kun je een beetje oppervlakkig zijn – kun je als het gaat om kerkelijk werk niet oppervlakkig zijn. Oppervlakkig zijn in het werk heeft invloed op de resultaten ervan. Goede resultaten bij welk werk dan ook worden altijd alleen maar bereikt door specifieke planning, regelingen, opvolging, toezicht en aansporing. Als taken op een globale, oppervlakkige manier worden uitgevoerd, kan geen enkel werk ooit resultaten opleveren. Daarom is onzorgvuldigheid een gebrek in iemands menselijkheid, en zulke onzorgvuldige mensen zijn niet opgewassen tegen belangrijk werk; in het bijzonder zijn ze niet opgewassen tegen het doen van het werk van leiders en werkers. Wat de zaak ook is, zulke mensen horen altijd alleen maar een oppervlakkige beschrijving en nemen dan aan dat ze het begrijpen. Neem het werk van het stichten van kerken, hoe een kerk te stichten, hoeveel mensen er nodig zijn om één kerk te stichten, hoeveel kerken een district vormen, hoeveel districten een regio vormen – de werkregelingen van Gods huis hebben voor dit alles specifieke regels, met ook nog eens aanvullende specifieke regels voor bijzondere omstandigheden. Onzorgvuldige mensen zoeken echter niet naar deze regels en proberen er ook niet over te leren, maar beweren toch te weten hoe ze verder moeten. Wanneer hun wordt gevraagd om details te verstrekken, antwoorden ze: “Het is gewoon kerken stichten. Zodra er een bepaald aantal mensen is, sticht je er een.” Maar wanneer hun wordt gevraagd: “Hoe moet die specifiek worden gesticht?”, weten ze dat niet en kunnen ze de details niet verstrekken. Als ze nieuw zijn als leider en nog niet weten hoe ze een kerk moet stichten, zou dat begrijpelijk zijn. Het probleem is dat ze het niet weten, maar er ook niet nauwgezet in zijn, en niet studeren, en ook niet zoeken. Kunnen zulke mensen kerkelijk werk goed doen? (Nee.) Voor zulke mensen hebben we maar twee woorden: ‘treed af!’ Ze zijn niet opgewassen tegen leiderschapswerk. Geen enkel werk is complexer dan het werk met mensen. Als het je ontbreekt aan een voorzichtig en verantwoordelijk hart, en je werk oppervlakkig is en niet nauwgezet wordt gedaan, dan zul je, hoe goed je kaliber ook is, niettemin niet opgewassen zijn tegen de rol. Te onzorgvuldig zijn, alles alleen maar ruwweg doen, je alleen richten op de hoofdlijnen, je alleen richten op het plichtmatig afhandelen, je niet richten op details, niet weten hoe je dingen nauwgezet moet behandelen – dit alles betekent dat je absoluut niet opgewassen bent tegen het werk van leiders en werkers. Begrepen? (Ja.)

Nauwgezet en zorgvuldig handelen

Slordigheid is een gebrek van de menselijkheid. Is nauwgezet en zorgvuldig handelen, en ook in staat zijn de kern en de belangrijkste punten te vatten, vast te stellen waar problemen liggen en de essentie van problemen te doorzien, dan een verdienste van de menselijkheid? (Ja.) De houding waarmee nauwgezette mensen dingen doen is behoorlijk gepast; ze handelen vrij nauwgezet en serieus, ze zijn in staat zichzelf tot rust te brengen en niet overhaast te zijn – dit is een verdienste van de menselijkheid. Hoewel iemand die deze verdienste van de menselijkheid bezit voltijds werk op zich kan nemen, zullen de resultaten niet erg goed zijn als hij te traag handelt en de efficiëntie van zijn werk niet hoog is. Waar heeft dit betrekking op? Het heeft betrekking op kaliber, een van de aangeboren eigenschappen. Denk je dat iedereen die nauwgezet is, noodzakelijkerwijs goed werk kan leveren? Deze opvatting is onjuist. Sommige mensen handelen te nauwgezet; zozeer dat ze een beetje neurotisch zijn. Bij het wassen van groente wassen ze bijvoorbeeld de voorkant van de bladeren en dan de achterkant, verwijderen ze elk geel blad en snijden ze elk insectengat eruit, om er zeker van te zijn dat de groente helemaal schoon gewassen is. Heel nauwgezet handelen is een verdienste van de menselijkheid, maar als men overdreven nauwgezet is, zozeer dat men principeloos is en overdreven triviale dingen doet, dan wordt het onnodig en inefficiënt. Dit duidt op een slecht kaliber, het onvermogen om dingen tot stand te brengen en de onbekwaamheid om werk op zich te nemen. Sommige mensen die nauwgezet handelen, vatten de principes, vatten de kern en de belangrijkste punten, handelen snel en behendig, met een snel oordeelsvermogen, en zijn in staat problemen snel op te lossen – dit is een goed kaliber hebben. Nauwgezet handelen staat niet gelijk aan efficiënt handelen, en ook niet aan het bereiken van goede resultaten. Het betekent alleen dat men geduldig in staat is gericht te blijven, rustig te zijn, niet overhaast te zijn, niet opzichtig te zijn en niet roekeloos te zijn. Hooguit is dit een verdienste van de menselijkheid, en nog geen goed kaliber. Sommige mensen handelen vrij nauwgezet en lijken vrij gewetensvol, zonder haast of paniek, en vrij rustig. Ze zijn echter inefficiënt bij het afhandelen van zaken en niet in staat prioriteiten te stellen op basis van belangrijkheid en urgentie. Ze bijten zich vast in een onbeduidende taak en werken er eindeloos aan, waardoor anderen gefrustreerd en geërgerd raken en hen wanhopig een flinke schop zouden willen geven. Ze werken te traag, zonder enige efficiëntie – ze zijn gewoon nietsnutten! Iemand met een normaal overlevingsvermogen werkt tien of twintig keer sneller dan zij. Ze doen dingen te traag, en hoeveel ze ook doen, ze kunnen geen methode vinden, kunnen geen principes vinden, hebben de slag niet te pakken en zijn niet efficiënt. Een taak die een uur zou moeten duren, kan hen een hele dag kosten; een taak die een dag zou moeten duren, kan hen vijf dagen kosten; en een taak die vijf dagen zou moeten duren, kan hen tien dagen kosten, waardoor je zowel boos als geërgerd bent als je hen observeert. Sommige vrouwen zijn sloom bij het afhandelen van zaken. Hoewel ze heel goed weten dat ze er binnenkort op uit moeten om iets te regelen, staan ze er toch op om hun haar te wassen. Bij het wassen van hun haar kunnen ze geen methode vinden. In plaats van al hun haar in één keer te wassen, wassen ze het plukje voor plukje, en na een half uur zijn ze nog steeds niet klaar. Zijn ze niet gek? Door het wassen van hun haar stellen ze uiteindelijk de eigenlijke zaken uit. Hoe dringender de zaken zijn, hoe minder haast ze voelen, en ze richten zich zelfs op het afhandelen van die onbeduidende zaken, waardoor ze de belangrijke zaken uitstellen zonder zich zenuwachtig of druk te maken. Als je hen aanspoort, hebben ze zelfs een stapel excuses: “Hoe kan ik deze belangrijke dingen zomaar laten liggen?” Wanneer je zulke mensen ziet, wat denk je dan? Je zou ze zo graag een schop willen geven. Verdienen zulke mensen het niet om geschopt te worden? (Ja.) Zelfs als er werk te doen is, hoef je dat niet door dit soort mensen te laten doen. Ze werken te traag en zijn te onbekwaam! Wanneer jullie zulke mensen zien, die dingen op een slakkengangetje doen, ergeren jullie je dan? (Ja.) Ze zeggen: “Ik doe mijn werk nauwgezet!” Ik zeg: “Waar is jouw nauwgezetheid goed voor? Anderen zijn niet veel minder nauwgezet dan jij, maar ze verzetten meer werk dan jij en doen het beter. Kan jouw nauwgezetheid resultaten bereiken? Dit is de sleutel. Als je nauwgezet handelt en ook efficiëntie en goede resultaten bereikt, dan heeft die nauwgezetheid waarde. Maar als je alleen maar nauwgezet handelt en uiteindelijk noch resultaten noch efficiëntie bereikt, is dat dan nuttig? Het is nutteloos!” Sommige mensen zijn uiterst nauwgezet bij het maken van kleding, maar ze krijgen de maten nooit goed. Ze kunnen niet nauwkeurig beoordelen of de kleding de beoogde drager zou passen, ze kunnen niet zien of de mouwen te lang of te kort zijn, en of de kleding te strak of te los zit, ze kennen de standaardbreedte van de manchetten niet en ze weten niet of de kraag geschikt is. De kleding die door zulke mensen is gemaakt, zal zeker niet aan de norm voldoen. Als men zowel nauwgezet als principieel is, is dit werkelijk een verdienste van de menselijkheid. Maar als men louter nauwgezet is en geen principes heeft, niet in staat is de belangrijkste punten te vatten, zich altijd druk maakt over onbeduidende zaken en daar zinloos over blijft nadenken, is dat irritant. Het woord ‘nauwgezet’ wordt door de meeste mensen over het algemeen als een positieve term beschouwd, maar niet alle gevallen van nauwgezetheid zijn verdiensten. Het hangt van de situatie af. Sommige mensen zijn op een blinde manier nauwgezet, zonder enige principes. Dit is geen nauwgezetheid, maar neurotisch zijn en niet in staat zijn de belangrijkste punten te vatten; het duidt op een slecht kaliber, op het onvermogen om de slag te pakken te krijgen en het onvermogen om de principes te vatten. Daarom moet je naar Mijn mening, zelfs als nauwgezetheid als uiting of manier van handelen een verdienste van de menselijkheid is, ook kijken naar het kaliber van de persoon. Als er geen rekening wordt gehouden met kaliber, dan is een nauwgezette houding bij het handelen desondanks goed. Als men bij het handelen zowel kaliber heeft als efficiënt is, zich aan principes kan houden en bovendien nauwgezet is, is deze nauwgezetheid werkelijk de kers op de taart en oprecht een verdienste van de menselijkheid.

Graag pronken

Laten we het hebben over een andere uiting: graag pronken. Onder wat voor soort probleem valt dit? (Verdorven gezindheden.) Sommige mensen typen bijvoorbeeld heel snel. Om anderen te laten weten dat ze dit sterke punt hebben, slaan ze opzettelijk heel hard op het toetsenbord, alsof ze willen zeggen: “Luister maar naar het ritme van mijn typen, dan weet je hoe snel ik typ!” Sommige mensen zijn afgestudeerd aan de universiteit, dus zeggen ze uit gewoonte dingen als: “toen we nog op de universiteit zaten”, “onze professoren aan de universiteit”, “onze universiteitscampus”, enzovoort. Wat voor uiting is dit? (Pronken.) Dit wordt pronken genoemd. Sommige mensen kopen een nieuwe auto en zijn bang dat anderen niet weten dat het een duur, beroemd merk is. Nadat ze uit de auto zijn gestapt, lopen ze niet weg, maar kijken ze het ene moment of er vingerafdrukken op de ruiten zitten, en controleren ze het volgende moment of er krassen op de lak zitten. Waarom blijven ze rond de auto hangen? Alleen maar om anderen te laten weten dat de auto van hen is. Wat voor uiting is dit? (Pronken.) Sommige mensen hebben een dure telefoon. Om anderen die te laten zien, doen ze, zelfs als de batterij leeg is, alsof ze aan het bellen zijn. Hoe wordt dit genoemd? (Pronken.) Waarom pronken ze? Speelt ijdelheid hier geen rol? Sommige mensen dragen een nertsmantel en trekken die zelfs niet uit wanneer ze een warme kamer binnengaan. Wanneer iemand hun vraagt: “Heb je het niet warm?”, antwoorden ze: “Nee. Ik draag nerts – dat is heel warm!” Ze gaan ervan uit dat anderen er niets van afweten! Wanneer ze hem uittrekken, zorgen ze ervoor dat ze het etiket laten zien, en pronken ze ermee tegenover mensen: “Deze jas is niet alleen van nerts, hij is ook van die-en-die, een duur designermerk. Dat weet je niet eens!” Als anderen het niet weten, waar pronk je dan eigenlijk mee? Is dat niet voor niets pronken? Sommige mensen pronken zelfs tegenover Mij en zeggen: “Draagt U een eendendonsjas? U zou een nertsmantel moeten dragen – die is heel warm!” Ik zeg: “Hij is warm, maar die jas is heel zwaar!” Ze dragen een nertsmantel en pronken er zelfs tegenover Mij mee. Zeg Mij, zijn zulke mensen die graag pronken niet oppervlakkig? Wat hun menselijkheid betreft, hebben ze twee problemen. Het ene is dat ze bijzonder oppervlakkig zijn. Als het gaat om uiterlijke bezittingen en materiële dingen zoals het voedsel dat ze eten, de kleding die ze dragen en de spullen die ze gebruiken: met dat alles willen ze pronken. Ze kunnen het verlangen om te pronken niet onderdrukken en willen deze dingen altijd aan anderen laten zien, om anderen te laten weten dat de kleding die ze dragen en de spullen die ze gebruiken allemaal duur en uitzonderlijk zijn. Wat maakt het uit of anderen het weten? Zelfs als anderen het zien en geen hoge dunk van hen hebben, pronken ze ermee. Is dit niet oppervlakkig? (Ja.) Ze zijn oppervlakkig en kinderachtig – dit is het andere probleem met mensen die graag pronken. Zeg Mij, wat kunnen ze ermee winnen door zo te pronken? Is het alleen maar om hun aanwezigheid te laten voelen? Is dit nodig? Is het niet overbodig? (Ja.) Vroeger, in de jaren tachtig en negentig, als de zolen van iemands leren schoenen ongelijkmatig afsleten, sloeg hij er ijzeren beslag op, wat een hard geluid maakte bij het lopen. Sommige mensen moesten ijzeren beslag op gloednieuwe leren schoenen slaan voordat ze die zelfs maar droegen, alleen maar om anderen te laten weten dat ze een paar leren schoenen bezaten. Dit gaf hun zelfvertrouwen en bezorgde hun een gevoel van genot. Ze dachten: ‘De aandacht van anderen hebben is een goede zaak. Het bewijst dat ik charme heb en dat mijn bestaan wordt bevestigd. Dus moet ik mijn sterke kanten, mijn pluspunten en de goede dingen die ik bezit met iedereen delen.’ Is dit werkelijk delen? Dit wordt met dingen te koop lopen genoemd. Zijn er niet heel wat mensen in deze wereld die graag te koop lopen met dingen? (Ja.) Mensen denken allemaal dat dit heel normaal is, nietwaar? Niemand minacht zulke mensen en niemand kijkt hen vreemd aan, want de wereld is vol van zulke mensen die geobsedeerd zijn door allerlei materiële en geldelijke genoegens, en de genoegens van status. Daarom verheerlijkt deze wereld deze dingen. In Gods huis wekken zulke mensen bij anderen afschuw en minachting op. Waarom? Degenen die in God geloven, gaan, vanaf het begin van het leggen van een fundament tot het geleidelijk begrijpen van de waarheid en de waarde en betekenis van het mens-zijn, minder geven om materiële genoegens en sommige van de oppervlakkige dingen van de wereld. Hun innerlijke drang om uiterlijke bezittingen na te streven neemt af, de doelen en richting van hun streven veranderen, en de behoeften van hun innerlijke wereld worden anders. Ze ontwikkelen een ander perspectief op materiële behoeften en voelen dat zulke dingen allemaal leeg zijn en de behoeften van hun hart niet kunnen bevredigen. Daardoor neemt hun neiging om te pronken en met allerlei dingen te koop te lopen af. Wat zijn enkele dingen waarmee mensen die in God geloven hooguit zouden kunnen pronken of te koop zouden kunnen lopen? Ze zouden te koop kunnen lopen met dingen zoals hun vaardigheden of sterke punten. Sommige mensen die graag zingen, willen bijvoorbeeld altijd dat anderen hun stem horen. Ze zeggen: “Luister eens hoe goed mijn stem klinkt!” Ze zijn bang dat anderen niet weten dat ze goed zingen, en ze willen in dit opzicht voortdurend pronken. Kortom, graag pronken is een gebrek van de menselijkheid. Het is een uiting van onvolwassenheid, kinderachtigheid en oppervlakkigheid in de menselijkheid. Wanneer mensen slechts enkele woorden en doctrines begrijpen, de waarheid niet werkelijk hebben verkregen en de waarheidswerkelijkheid niet werkelijk zijn binnengegaan, is de kans groot dat ze de tekortkoming van het graag pronken vertonen, en dit gebrek van de menselijkheid is niet gemakkelijk te overwinnen. Dit komt doordat, voordat mensen de waarheid hebben verkregen, de dingen waarmee ze kunnen pronken en te koop kunnen lopen hun kapitaal en zelfverzekerdheid om te leven zijn. Je hebt vertrouwen in je zelf-gedrag en bent gemotiveerd om dingen te doen, allemaal omdat je vertrouwt op zaken als uiterlijk, houding, sterke punten, opleidingsniveau, kwalificaties of professionele vaardigheden om te leven. Daarom vertonen de meeste mensen in meer of mindere mate de tekortkoming van het graag pronken, en deze is niet gemakkelijk te overwinnen; het is niet gemakkelijk om ertegen in opstand te komen. Wanneer mensen de waarheid begrijpen en de waarheidswerkelijkheid binnengaan, een zekere gestalte hebben en minder geven om dingen die geen verband houden met de waarheid, gaan ze inzien dat het niet nodig is om te pronken of te koop te lopen, en dat deze dingen niet weergeven dat men menselijkheid of gestalte heeft; en natuurlijk al helemaal niet dat ze vertegenwoordigen dat men gered is of zich aan de waarheid en aan God kan onderwerpen. Daarom vervaagt dit verlangen geleidelijk voor sommige mensen die vroeger graag pronkten, naarmate ze de waarheid begrijpen en de waarheidswerkelijkheid binnengaan, en wordt dit gebrek van de menselijkheid onbewust overwonnen en verdwijnt het. Neem bijvoorbeeld iemand die een ietwat duur T-shirt draagt. Wanneer het per ongeluk een beetje vuil wordt, wordt hij erg zenuwachtig. Iemand anders zegt tegen hem: “Waarom ben je zo zenuwachtig? Is het niet prima als je het gewoon wast?” Hij antwoordt: “Weet je dat dit shirt 200 yuan heeft gekost?” Hij staat erop de prijs te noemen om deze aan anderen te laten weten; pas dan voelt hij zich voldaan. Als die persoon de waarheid begrijpt, kan hij zulke zaken correct benaderen wanneer hij ze weer tegenkomt. Hij zal de prijs niet noemen, en zijn ijdelheid zal intussen tot op zekere hoogte worden beteugeld. Zal dit niet aantonen dat zijn menselijkheid relatief volwassen is geworden en niet langer zo oppervlakkig of kinderachtig is? (Ja.) Zijn voorliefde voor pronken, dit gebrek van zijn menselijkheid, zal zodoende worden overwonnen.

De armen minachten en de rijken bevoordelen

De volgende uiting is de armen minachten en de rijken bevoordelen. Sommige mensen proberen, wanneer ze iemand zien die rijk is, onmiddellijk bij hem in de gunst te komen en zeggen dingen als: “Jouw huid is geweldig. Je ziet er goed uit. Jij bent zo nobel, zelfs je spuug is meer waard dan wij arme stakkers!” Wanneer ze spreken met rijke mensen en degenen met aanzien en status, zijn ze bijzonder zachtaardig. Maar wanneer ze een boer zien, willen ze altijd de spot met hem drijven, en hun directe of indirecte woorden kleineren hem. Ze hebben totaal verschillende houdingen ten opzichte van de armen en de rijken. Ze zijn bereid om aan de behoeften van de rijken te voldoen, zelfs in die mate dat ze bereidwillig hun slaven worden. Maar met de armen is het een ander verhaal – wanneer de armen met moeilijkheden te maken krijgen en om hulp vragen, negeren ze hen. Hun omgang met mensen van weinig aanzien en mensen met een lage sociale status is totaal anders dan hun omgang met degenen met een hoge sociale status. Dit is de armen minachten en de rijken bevoordelen. Wat voor probleem is dit? (Een gebrek van de menselijkheid.) Is het een gebrek van de menselijkheid? Wat voor probleem binnen de menselijkheid is dit? (Een laag karakter hebben.) Het is een probleem van karakter binnen de menselijkheid – een laag karakter hebben. Wanneer ze rijke mensen zien, worden ze onderdanige ondergeschikten en gedragen ze zich op een overdreven slaafse manier. Wanneer ze arme mensen zien, willen ze zich gedragen alsof ze de meester zijn. Wat voor wezens zijn ze? Mensen op deze manier behandelen toont aan dat ze geen principes hebben! Arme mensen komen gewoon een beetje geld tekort en hebben iets slechtere levensomstandigheden – hoe hebben ze jou beledigd? Hebben arme mensen noodzakelijkerwijs een slechte menselijkheid? Hebben rijke mensen noodzakelijkerwijs een goede menselijkheid? Meten en bekijken mensen die de armen minachten en de rijken bevoordelen anderen op basis van de waarheidsprincipes? Duidelijk niet. Ze geloven dat wie geld heeft nobel en geweldig is, en wie arm is, laag en minderwaardig is. Hun maatstaf om mensen te meten is geld. Zijn zulke mensen goede mensen? Hoe is hun menselijkheid? (Hun menselijkheid is slecht.) Wanneer ze een rijke persoon zien, zetten ze een onderdanige grijns op; wanneer ze een arme persoon zien, betrekt hun gezicht onmiddellijk – hun gezicht verandert zo snel! Ze zijn zelfs bereid om een po voor een rijke persoon te dragen, maar zijn niet bereid om zelfs maar een glas water voor een arme persoon in te schenken. Wat voor wezens zijn ze? Hebben ze niet een laag karakter? (Ja.) Is het goed dat zulke mensen leiders zijn? (Nee.) Waarom niet? In welke opzichten zijn ze ongeschikt voor de rol van leiders? (Ze hebben geen principes voor hoe ze mensen behandelen, en hun selectie en inzet van mensen zijn niet gebaseerd op de waarheidsprincipes, maar op de vraag of iemand sociale status en geld heeft. Als ze leider worden, zullen ze degenen met status en geld promoveren. Als deze mensen die gepromoveerd worden kwaadaardige mensen zijn, zullen kwaadaardige mensen de macht in de kerk in handen hebben, en dat zal een ramp zijn.) Zulke mensen zijn niet geschikt om leider te zijn. Ten eerste hebben ze een laag karakter en hebben ze geen gewetensnorm voor wat ze doen. Ten tweede: als ze tot leider zouden worden gemaakt, zouden ze de kerk veranderen in zoiets als de maatschappij – de kerk die ze leiden zou een maatschappelijke groep worden. Ze zouden degenen die rijk en invloedrijk zijn, die aanzien, status en connecties hebben, en die het goed doen in de maatschappij, promoveren en hen tot teamleiders en supervisors maken. Maar die boeren, arme mensen en degenen die laagopgeleid zijn en niet goed zijn in het spreken van aangenaam klinkende woorden, die een goede menselijkheid hebben, kaliber hebben en de waarheid nastreven maar een lage sociale status hebben, daar zouden ze overheen lopen. Zou dit de kerk niet precies zoals de maatschappij maken? Wat voor verschil zou er zijn? Zijn het in de maatschappij niet degenen die rijk zijn en status hebben die de macht in handen hebben? Zijn het niet degenen met aanzien, connecties, macht en invloed die status hebben en in de schijnwerpers staan op alle niveaus, in alle vakgebieden en in alle groepen in de maatschappij? Als Gods huis als de maatschappij zou zijn, zou het dan nog steeds Gods huis zijn? Het zou niet langer Gods huis zijn en zou geen kerk genoemd kunnen worden – het zou een maatschappelijke groep zijn. Het gevolg van het feit dat mensen die de armen minachten en de rijken bevoordelen leiders worden, is precies dit. Zulke mensen worden hielenlikkers van iedereen met status. Zeg Mij, hebben mensen die als hielenlikker fungeren principes? Kent hun zelf-gedrag grenzen? (Nee.) Het zelf-gedrag van zulke mensen kent geen principes of grenzen. Wanneer ze met een gevaarlijke omgeving worden geconfronteerd, zouden ze een judas kunnen worden. Als hun land ten val zou komen, zouden ze verraders worden. Als ze regeringsleiders zouden worden, zouden ze landverraders worden. Dit is precies het soort wezens dat ze zijn! Daarom zijn ze niet geschikt om leider te zijn. Dit komt doordat ze geen werkelijk werk zouden verrichten en de broeders en zusters zouden schaden. Ze zouden over iedereen heen lopen die oprecht de waarheid nastreeft en menselijkheid heeft, terwijl ze degenen met een kwaadaardige menselijkheid, die status hebben en prominent en invloedrijk zijn in de maatschappij, zouden promoveren. Dit staat lijnrecht tegenover de principes van Gods huis voor het promoveren van mensen. Als zulke mensen in Gods huis zouden heersen en daar de macht in handen zouden hebben, zou het werk van de kerk dan soepel en onbelemmerd kunnen verlopen? (Nee.) Het werk van de kerk en Gods uitverkoren volk zouden door toedoen van deze mensen te gronde worden gericht. Deze mensen zouden met elkaar samenspannen, elkaar gebruiken en elkaar steunen. Broeders en zusters die de waarheid nastreven zouden worden gemarginaliseerd en uitgesloten – ze zouden misschien zelfs allemaal aan B-groepen worden toegewezen of worden verwijderd, waardoor ze geen uitweg meer zouden hebben. Zou dit niet het geval kunnen zijn? (Ja.) Hoe zijn de relaties tussen deze mensen? Wanneer ze samenkomen, noemen ze elkaar maatjes, slaan ze hun armen om elkaar heen en scheppen ze op over hun glorieuze verledens in de maatschappij, hebben ze het over wat ze voor elkaar kunnen doen en vragen ze vervolgens wat de ander voor hen kan doen. Ze gebruiken elkaar. In welk opzicht verschillen deze mensen van mensen in de maatschappij? Wanneer ze samen zijn, eten en drinken ze Gods woord niet, communiceren ze niet over de waarheid, communiceren ze niet over hun persoonlijke ervaringsinzicht, praten ze niet over het kennen van zichzelf en ontleden ze hun verdorven gezindheden niet. In plaats daarvan praten ze alleen maar over hoe succesvol de dingen voor hen zijn verlopen in de maatschappij, de dingen die ze hebben gedaan waardoor ze in de schijnwerpers stonden, hun glorieuze verledens, met welke ambtenaren ze hebben gedineerd, bij welke ambtenaren ze in de gunst zijn gekomen – ze praten alleen maar over deze dingen. Geloven deze mensen in God? Ze wedijveren met elkaar over status, achtergrond, vaardigheden en middelen, terwijl ze ook met elkaar samenspannen en elkaar gebruiken – zo zijn hun relaties. Als je een gewoon iemand bent of een boer die niets voor hen kan doen, beschouwen ze je als waardeloos, iemand die hun aandacht totaal niet waard is, en word je opzijgeschoven. Waar hebben ze het over als ze samen zijn? Ze bespreken welk kledingmerk een nieuw kledingstuk heeft uitgebracht, welke nieuwe auto is gelanceerd, wie een diamant van meerdere karaat heeft gekocht, wiens eigendom is geveild, wiens aandelen zijn gedaald of gestegen, wiens bedrijf naar de beurs is gegaan, wie in de gunst is gekomen bij regeringsfunctionarissen, wie met welke bende heeft samengespannen, wie hoeveel geschenken heeft gegeven en hoeveel geld heeft uitgegeven om iets gedaan te krijgen – al deze dingen. Zeg Mij, is dit niet walgelijk? Als ze het in de kerk altijd over deze dingen hebben, zouden het kerkleven en het werk van de kerk dan niet door hen worden verstoord en te gronde gericht? Zeg Mij, kunnen zulke mensen als leiders worden gekozen? (Nee.) Ze zijn opportunisten. Zodra jullie zulke mensen in de kerk ontdekken, moeten jullie hen ontmaskeren en hen wegzuiveren – Gods huis behoudt zulke mensen niet. Opportunisten in Gods huis zijn er alleen maar om wat aan te modderen en zegeningen te ontfutselen. Ze aanvaarden de waarheid helemaal niet en aanvaarden geen positieve dingen. Bovendien vervullen deze mensen hun plicht zonder enige oprechtheid; ze willen zich helemaal niet inzetten en willen alleen maar voordelen behalen. Als er geen voordelen zijn, doen ze niets. Terwijl de broeders en zusters zich richten op het vervullen van hun plichten en ijverig werken, schuiven zij hun plichten opzij en houden ze zich bezig met persoonlijke zaken. Ze geven zich zelfs over aan eten, drinken en plezier maken. Ze gaan ook vaak online en besteden veel tijd aan het onderzoeken van dingen die ze het leukst vinden of het liefst willen, zoals mode, schoonheid, haarstyling en dure gezondheidsproducten. Waar ze ook gaan, lopen ze rond te paraderen en bedriegen ze anderen; ze zoeken mensen van hun soort op, en wanneer ze soortgelijke mensen tegenkomen, kunnen ze het daar onmiddellijk goed mee vinden. Ze kunnen niet opschieten met ware broeders en zusters, en in de kerk zijn ze buitenbeentjes en onmensen. Wanneer jullie zulke mensen zien, moeten jullie bij hen uit de buurt blijven. Bovendien, als de meeste mensen of jullie leiders geen onderscheidingsvermogen hebben en hen nog steeds als oprecht gelovige broeders of zusters beschouwen, moeten jullie naar voren stappen om hen te ontmaskeren en weg te zuiveren. Begrijpen jullie het nu? Waarom moeten zulke mensen worden weggezuiverd? (Omdat zulke mensen gemakkelijk verstoringen in de kerk veroorzaken, een negatieve sfeer binnenbrengen en anderen kunnen beïnvloeden bij het vervullen van hun plicht en het nastreven van de waarheid.) Precies, ze verpesten de sfeer in de kerk. Ze streven zelf de waarheid niet na en beïnvloeden ook anderen, waardoor ze hen tegenhouden. Voor het verrichten van werk ter waarde van één dollar eisen ze tien dollar loon. Het inzetten van zulke mensen is niet eens zo de moeite waard als het houden van een hond. Een hond kan tenminste het huis bewaken en trouw zijn aan zijn baas! Hij haalt achter de schermen geen duistere streken uit, en je hoeft je geen zorgen te maken dat hij later voor problemen zorgt. Wat zouden de gevolgen zijn als de kerk mensen zou toelaten die de armen minachten en de rijken bevoordelen? Zouden ze Gods uitverkoren volk kunnen helpen? Zouden ze van nut kunnen zijn voor anderen? (Nee.) Zodra ze door anderen worden onthuld en doorzien, moeten ze worden weggezuiverd. Als wordt toegestaan dat ze blijven, hinderen en verstoren ze alleen maar, veroorzaken ze alleen maar problemen en brengen ze alleen maar onheil over de kerk. Als je wacht tot ze een grote ramp veroorzaken en pas daarna de rommel opruimt, zou dat erg lastig zijn. We willen geen problemen; we besparen onszelf liever de zorgen. Er zijn genoeg taken en plichten die mensen horen te doen – haal deze problemen niet in huis.

Naar de gunst dingen van degenen die macht hebben

Er is nog een ander type persoon: degenen die graag naar de gunst dingen van degenen die macht hebben. Zijn mensen die naar de gunst dingen van degenen die macht hebben goed of slecht? (Ze zijn slecht.) In welke opzichten zijn ze slecht? Dit soort persoon is buitengewoon snobistisch. Wanneer hij iemand met status ziet, doet hij voortdurend alle moeite om bij hem in de gunst te komen; hij neemt het initiatief om met hem te spreken en zich voor hem open te stellen, hem eten te serveren, zijn kleren te wassen en voor hem schoon te maken. Er is niets wat hij niet bereid is te doen. Als je geen status hebt, doet hij alsof hij je niet ziet, en als je het initiatief neemt om hem te benaderen, betrekt zijn gezicht onmiddellijk wanneer hij je ziet. Zijn zulke mensen goed? Onder welk aspect valt dit soort probleem? (Mensen van dit type hebben een laag karakter en een slechte menselijkheid.) Hun menselijkheid is slecht en hun karakter is laag. In hoeverre is hun menselijkheid slecht? (Ze hebben geen integriteit of waardigheid.) Zijn mensen die actief in de gunst proberen te komen bij degenen die macht hebben goede mensen? (Nee.) Wat voor soort mensen zijn ze dan? Hoe is het karakter van mensen die graag naar de gunst dingen van degenen die macht hebben? Ze hebben twee verschillende gezichten in de omgang met dezelfde persoon. Ze zijn niet bang om door anderen doorzien te worden en laten deze kanten van zichzelf zelfs vrijelijk zien. Hebben deze mensen enige integriteit of enig schaamtegevoel? (Nee.) Kunnen deze mensen die geen integriteit of schaamtegevoel hebben, worden gecategoriseerd als kwaadaardige mensen? (Ja.) Waarom kunnen ze worden gecategoriseerd als kwaadaardige mensen? Ze hebben twee verschillende gezichten in de omgang met anderen. Laten we de oorsprong van deze twee verschillende gezichten analyseren. Deze mensen houden in het bijzonder van status, en ze houden van mensen die aanzien en macht hebben. Wanneer ze mensen met status zien, zijn ze een en al glimlach, volkomen gehoorzaam; ze kruipen voor hen, proberen zonder enige scrupules bij hen in de gunst te komen en vleien hen schaamteloos. Ongeacht of hun doel is om bij die mensen in de gunst te komen, en of ze de bijbedoeling hebben om gewaardeerd en gepromoveerd te worden, is hun houding ten opzichte van anderen problematisch en schendt deze de waarheidsprincipes. Waarom hebben ze dan dit soort houding ten opzichte van mensen met status? (Omwille van hun eigen belangen.) Dit bewijst dat ze in het bijzonder van status houden. Ze hebben zelf niet de bekwaamheid, kwalificaties, vaardigheden of kansen om status te verwerven. Door echter naar de gunst dingen van en dicht bij degenen met status te komen, zijn ze in staat hun verlangen naar status te bevredigen. Daarom kunnen ze zonder enige scrupules of schaamte naar de gunst van anderen dingen en hen vleien. Hun karakter is vrij laag. Het kan hun niet schelen wat voor soort persoon degene met status is. Ze onderscheiden niet of de menselijkheid van deze persoon goed of slecht is, en of deze persoon kwaadaardig is. Zolang deze persoon status of geld heeft, zullen ze bij hem in de gunst proberen te komen, zelfs als hij een kwaadaardige persoon is. Zijn ze niet volkomen principeloos? (Inderdaad.) Voor hen is alles wat mensen met status zeggen correct en goed, en elke manier waarop ze spreken is aanvaardbaar. Zolang iemand status heeft, zijn ze goed voor die persoon. Het ontbreekt hun volkomen aan principes en ze zijn abnormaal goed voor die persoon. Ze hebben werkelijk geen integriteit of schaamtegevoel van enige betekenis. Het kan hun niet schelen hoe anderen hen zien of beoordelen. Het maakt hun niet uit wat anderen van hen denken. Ze denken: ‘Ik mag mensen met status gewoon graag. Ik wil gewoon goed voor hen zijn. Wat is er mis met het bezit van status? Jullie die geen status hebben, zijn mijn vriendelijkheid niet waard!’ Mensen als deze hebben geen principes of waardigheid. Het kan hun niet schelen hoe anderen hen zien of hoe God hen beoordeelt. Dit zijn mensen met een laag karakter. Door op deze manier te handelen, voelt hun geweten niets, en heeft hun verstand geen maatstaf voor oordeelsvorming. Ze hebben geen minimumnormen en ze zijn laf in hun zelf-gedrag. Wanneer ze iemand met status tegenkomen, krimpen ze onmiddellijk ineen, kruipen ze en worden ze als een slaaf; ze nemen de positie van zijn onderdanige ondergeschikte aan. Wie status heeft, wordt hun meester. Hebben zulke mensen integriteit of waardigheid? (Nee.) Ze zijn zelfs in staat tot de meest weerzinwekkende vleierij ten opzichte van mensen met status. Het maakt hun niets uit hoeveel mensen daar getuige van zijn. Ze geven niet om de opvattingen van anderen of hoe anderen hen zien, en ze streven er alleen maar naar hun eigen verlangens te bevredigen. Dit is hoe ze zich gedragen ten opzichte van mensen met status. Maar wat gebeurt er wanneer een persoon met status die verliest? Dan veranderen ze van gezicht. Hoe behandelen ze deze persoon dan? (Ze beginnen hem onmiddellijk te negeren.) Hun gezicht betrekt onmiddellijk en hun houding wordt totaal anders: ‘Je hebt je status verloren, en toch wil je dat ik goed voor je ben? Droom lekker verder!’ Als een persoon die zijn status heeft verloren hun vraagt een glas water in te schenken, negeren ze hem. Als hij hun vraagt een handje te helpen, negeren ze hem. Als hij een openhartig gesprek met hen wil voeren, zeggen ze: “Ben je dat wel waard? Heb je de kwalificaties om met mij te spreken? Wie denk je wel dat je bent?” Wat is hun gezindheid venijnig! Is het een misdaad om geen status te hebben? Verandert iemand zodra hij van zijn officiële functie is ontheven? Is hij niet nog steeds dezelfde persoon? Hoe komt het dat hij nu onwaardig is om met zulke mensen te spreken? Waarom kunnen zulke mensen hem geen handje helpen? Zelfs als het een dier in moeilijkheden was dat menselijke hulp nodig had, zouden mensen het dier op basis van hun geweten moeten helpen, er zachtaardig voor moeten zorgen en erom moeten geven – hoeveel te meer geldt dat dan voor een mens? Toch ontbreekt het hun zelfs aan dit greintje menselijke vriendelijkheid. Naast deze uitingen gaan sommige mensen nog verder. Ze denken: ‘Voorheen was ik goed voor je omdat je status had. Nu je je status hebt verloren, verwacht je nog steeds dat ik je respecteer en jou de kans geef om je aanzien te redden, dat ik jou in gesprekken niet in een lastig parket breng en dat ik je bevelen opvolg zoals voorheen? Mooi niet! Je mag blij zijn dat ik je niet vertrap!’ Wat voor wezens zijn ze eigenlijk? Wanneer iemand in moeilijkheden verkeert, negeren ze hem niet alleen, maar vertrappen ze hem ook achter zijn rug om, op zoek naar kansen om hem te intimideren en te onderdrukken. Wat voor soort mensen zijn ze? (Ze zijn kwaadaardige mensen.) Hun ware gezicht als kwaadaardige mensen komt op deze manier naar voren, nietwaar? Tegenover mensen met status gedragen ze zich als onderdanige ondergeschikten, uiterst correct; hen begroeten ze met een glimlach. Ze zijn er geweldig in om andere mensen op een kruiperige manier naar de mond te praten. Als een of andere functionaris zegt dat er aardappelen op de maan kunnen worden verbouwd, voegen zij daaraan toe: “Aardappelen die op de maan zijn verbouwd, zijn echt verrukkelijk!” Maar wanneer die functionaris zijn status verliest, verandert hun houding volkomen. Wat de voormalige functionaris nu ook zegt, zelfs als het correct is, ze luisteren niet. Zelfs als deze voormalige functionaris oprecht inzicht heeft, negeren ze het, weigeren ze het te aanvaarden en vinden ze hem alleen maar onaangenaam. In hun hart denken ze: ‘Je hebt geen status, dus niets van wat je zegt legt enig gewicht in de schaal. Wat is het nut van wat je zegt, zelfs als het klopt? Zelfs als je de waarheidswerkelijkheid hebt, mag ik je niet. Ik geniet er gewoon van om mensen zonder status te vertrappen – als ik hen niet vertrap, is het een gemiste kans!’ Wat voor wezens zijn ze? Als je geen status hebt, vinden ze je onaangenaam. Hoe goed je ook voor hen bent, het is nutteloos. Hoezeer je hen ook op gelijke voet met jezelf plaatst en hen volgens principes behandelt, het kan hun houding ten opzichte van jou niet veranderen. Hebben zulke mensen menselijkheid? (Nee.) Wat is de uiting van hun gebrek aan menselijkheid? Is het niet venijnigheid? (Ja.) De gezindheid van mensen die graag naar de gunst dingen van degenen die macht hebben is buitengewoon venijnig, en Ik vind zulke mensen gewoonweg walgelijk. In de ogen van zulke mensen worden, wanneer je status hebt, al jouw tekortkomingen en gebreken gezien als verdiensten en sterke kanten. Maar wanneer je geen status hebt, worden al jouw sterke kanten en verdiensten gezien als tekortkomingen en gebreken. Niets van wat je zegt legt enig gewicht in de schaal, en ze vinden alles aan jou onaangenaam. Ze willen je altijd intimideren, vertrappen en onderdrukken. Ze hebben een venijnige gezindheid, nietwaar? (Ja.) Ze intimideren degenen zonder status zoals het hun uitkomt. Ze vinden dat het een zonde is om zachtmoedige mensen niet te pesten. Zelfs als je hen niet provoceert, zullen ze actief fouten zoeken, je intimideren, je vertrappen en met enorme minachting op je neerkijken. Het is alsof geen status hebben een zonde is, waardoor je het niet waard bent om te leven of je in hun aanwezigheid te bevinden; alsof je de problemen over jezelf hebt afgeroepen en ongeluk verdient als je geen status hebt. Wat voor wezens zijn ze? Moet het zulke mensen worden toegestaand om in de kerk te blijven? (Nee.) Kunnen mensen die er bijzonder van houden om naar de gunst te dingen van degenen die macht hebben als leiders worden gekozen? (Nee.) Waarom niet? Dit is nu eenmaal hoe ze zich gedragen ten opzichte van mensen met status – als ze zelf status zouden verwerven, zouden ze dan niet dictatoriaal worden en zichzelf oppermachtig maken? Dat zou een ramp zijn! Ze zouden de werkregelingen van Gods huis, de bestuurlijke decreten van de kerk en de suggesties van de broeders en zusters negeren, en zelfs degenen zonder status onderdrukken, ongeacht wat die zeiden of deden. De kerk zou door hen te gronde worden gericht. Mensen als deze hebben een extreem sterk verlangen naar macht, en zodra ze krijgen wat ze willen, zijn de gevolgen onvoorstelbaar. Mensen die naar de gunst dingen van degenen die macht hebben, zijn bijzonder venijnig en hebben een bijzonder laag karakter. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van hun verdorven gezindheid? (Venijnigheid.) Boosaardigheid, venijnigheid en een afkeer van de waarheid. Wat in het bijzonder boosaardig is, is hoe ze twee totaal verschillende gezichten gebruiken in de omgang met dezelfde persoon, waarbij ze extreem snel veranderen. Is dit niet boosaardig? (Ja.) Zelfs als mensen zonder status hen niet provoceren, nemen ze het initiatief om hen aan te vallen, te intimideren en te vertrappen. Is dit niet venijnig? (Ja.) Ongeacht of de andere persoon status heeft, kunnen zij niet volgens principes handelen en hen niet eerlijk behandelen. Wanneer je tegen hen zegt: “In Gods huis heeft de waarheid de macht en worden mensen eerlijk behandeld”, aanvaarden ze dat dan? (Nee.) Het gaat bij hen gewoon het ene oor in en het andere weer uit, en ze denken: ‘Wat voor eerlijkheid? Mensen zijn nu eenmaal hoog of laag, nobel of nederig. Degenen met status zijn nobel; degenen zonder status zijn waardeloos afval!’ Dit is hun logica en principe voor hoe ze mensen zien en met hen omgaan. Ze aanvaarden de waarheidsprincipes niet en blijven hun verwrongen redeneringen uiten. Zijn ze niet afkerig van de waarheid? (Ja.) Ze benaderen status en macht met behulp van hun eigen logica en principes voor wereldlijke betrekkingen, en hun eigen perspectieven op wereldlijke betrekkingen, en gebruiken hun eigen principes en methoden voor wereldlijke betrekkingen om deze zaken af te handelen, in plaats van de vereisten en principes van Gods huis voor de omgang met mensen. Is dit niet het afwijzen van de waarheid; openlijk verzet tegen de waarheid? In hun hart denken ze: ‘Als je status hebt, ben je de baas in mijn hart.’ God en de waarheid hebben geen plaats in hun hart. Wat voor gezindheid is dit? Zo bazig en zo dwaas koppig zijn – is dit niet het afwijzen van de waarheid? Is dit niet afkerig zijn van de waarheid? (Ja.) Dit is precies zo’n gezindheid. Alleen al wat hun menselijkheid betreft, hebben zulke mensen een laag karakter, zijn ze volkomen walgelijk en zijn ze niet de moeite waard om mee om te gaan. Maar wat hun gezindheid betreft, is het niet louter een kwestie van of ze de moeite waard zijn om mee om te gaan. Deze mensen hebben venijnige, boosaardige gezindheden, en ze zijn geen doelwitten voor redding. Ze zullen allemaal worden gestraft en sterven; hun daden komen neer op een halsmisdaad. Deze mensen proberen blindelings in de gunst te komen bij degenen die macht hebben en vertonen de slaafse houding van schoothondjes, wat walgelijk is. Als ze de functie van kerkleider bekleden, vormen zulke mensen een gevaar. Als jullie zulke mensen als kerkleiders verkiezen, roepen jullie onheil over jezelf af. Sommige districtsleiders, die dwaas zijn en niet in staat om mensen te doorzien, wijzen dit type persoon zelfs aan als kandidaat voor kerkleider, met als gevolg dat de broeders en zusters in de kerk worden bedrogen. Mensen van dit type, die er goed in zijn om bij anderen te slijmen en naar de gunst te dingen van degenen die macht hebben, en die uiterlijk heel ijverig lijken en elk woord van de leiders gehoorzamen, worden gemakkelijk als kandidaten geselecteerd. Dit komt doordat sommige leiders en werkers houden van degenen die bij hen slijmen en die onderdanig zijn, en ze de gevolgen niet kunnen doorzien die dit type hypocriete persoon voor de kerk meebrengt zodra hij leider wordt. Vaak komt, zodra zulke mensen zijn geselecteerd en status verwerven, hun kwaadwillige kant onmiddellijk naar voren en beginnen ze de kerk te verstoren. De leiders die hen hebben geselecteerd, hebben er spijt van wanneer ze zien dat de mensen die ze hebben gekozen kwaadaardige mensen zijn, maar ze kunnen de gevolgen die hun acties voor de kerk hebben meegebracht niet verhelpen. Dit is volledig het gevolg van het feit dat leiders en werkers verdorven gezindheden hebben en zonder principes handelen. Degenen die status en macht vereren, zijn geen mensen die de waarheid liefhebben. Ze proberen in de gunst te komen bij iedereen die status heeft, en ze zetten een onderdanige grijns op telkens wanneer ze leiders en werkers zien. Sommige leiders kunnen deze verleiding niet weerstaan; ze worden dolblij wanneer ze mensen met een onderdanige grijns zien en willen hen promoveren om met hun eigen bekwaamheid te pronken. In feite hebben die mensen, wanneer ze voor hen kruipen en hun een onderdanige grijns schenken, sinistere motieven, maar deze leiders denken dat die mensen werkelijk goed zijn. Zodra die mensen leiders worden, onderwerpen ze zich aan niemand, en negeren ze nu juist de leiders die hen hebben gepromoveerd. Pas dan beseffen die leiders dat deze mensen niet goed zijn, en dat ze de verkeerde mensen hebben gepromoveerd. Wat moet er in zo’n situatie worden gedaan? Moet deze situatie niet worden verholpen? (Ja.) Hoe moet die worden verholpen? (Deze mensen moeten onmiddellijk worden ontmaskerd en vervolgens van hun functie worden ontheven.) Deze mensen kunnen geen werkelijk werk verrichten; het zijn gewoon verwarde mensen die alleen maar weten hoe ze naar de gunst moeten dingen van degenen die macht hebben en bij hen moeten slijmen. De leiders moeten hen onmiddellijk van hun functie ontheffen, en er spijt van hebben dat ze destijds blind waren in zowel hun ogen als hun hart en niet in staat waren mensen te onderscheiden, waardoor ze de verkeerde mensen kozen. Nu is er nog tijd om de situatie onmiddellijk recht te zetten. Zijn jullie nu in staat zulke mensen te doorzien die naar de gunst dingen van degenen die macht hebben? (Ja.) Zulke mensen deugen niet.

Een uitzonderlijk geheugen hebben

Laten we het vervolgens hebben over uitingen met betrekking tot aangeboren eigenschappen. Een uitzonderlijk geheugen hebben – onder welk aspect valt deze uiting? (Aangeboren eigenschappen.) Een bijzonder goed geheugen hebben; dingen nauwkeurig onthouden; artikelen, passages van Gods woorden, gezangen of een werkregeling bijzonder helder en nauwkeurig uit het hoofd leren – onder welk aspect moet dit vallen? (Goed kaliber – een aangeboren eigenschap.) Dit is een aangeboren eigenschap. Wat betreft het specifieke aspect van aangeboren eigenschappen waartoe het behoort, denk Ik dat het niet onder kaliber zou moeten vallen. Als het louter gaat om een goed geheugen, dingen kunnen onthouden, veel onthouden, nauwkeurig onthouden en blijvend onthouden, valt dit hooguit onder de categorie van aangeboren sterke kanten, talenten en vaardigheden. Of iemands kaliber goed is, hangt af van hoe zijn bevattingsvermogen is. Als iemand een uitzonderlijk goed geheugen heeft, in staat is een deel van een liedtekst, een stuk kennis en doctrine, of een professionele vaardigheid bijzonder goed, bijzonder snel en bijzonder blijvend uit het hoofd te leren, maar wat hij uit het hoofd leert louter enkele voorgeschreven en onbuigzame dingen zijn, die geen betrekking hebben op de waarheidsprincipes en niet kunnen worden toegepast of doorgevoerd in het werkelijke leven of werk – als hij simpelweg een goed geheugen heeft – dan is dit slechts een sterke kant en een vaardigheid die valt onder zijn aangeboren eigenschappen, en gaat het niet zo ver dat het met zijn kaliber te maken heeft. Zoals we eerder bespraken, wat is kaliber? (Efficiënt en effectief handelen.) Als je een goed geheugen hebt en ook een goed kaliber, wat voor soort uitingen en kenmerken moet je dan hebben? Dit omvat dat je, met betrekking tot de dingen die je hoort, op basis van het vermogen om dingen nauwkeurig te onthouden, ook de belangrijkste punten kunt bevatten, de principes kunt vinden, een beoefeningspad en een uitvoeringsplan kunt vinden, en deze vervolgens daadwerkelijk, efficiënt en effectief kunt toepassen in het werkelijke leven en werk. Het betekent dat de woorden van God en de waarheidsprincipes die je uit het hoofd hebt geleerd niet op het theoretische niveau blijven, maar worden geïmplementeerd in het vervullen van je plicht, je waarheidswerkelijkheid worden, en werkresultaten opleveren die mensen kunnen zien en die de efficiëntie van het werk verbeteren. Dit is niet alleen een goed geheugen hebben, maar ook een goed kaliber hebben. Het is niet zo dat een goed geheugen gelijkstaat aan een goed kaliber. Bevattingsvermogen hebben, de waarheid kunnen zoeken en de principes voor het beoefenen van de waarheid kunnen vinden wanneer je dingen overkomen, en werk zonder afwijking, nauwkeurig, snel en effectief uitvoeren – alleen dit is een goed kaliber hebben. Een goed kaliber is niet het begrijpen van enkele doctrines en vervolgens veel doctrines kunnen spuien. Veeleer gaat het om het begrijpen en vatten van enkele waarheidsprincipes, en deze vervolgens flexibel kunnen toepassen in je werk en plicht, ze een deel van je werkelijke leven maken en ze transformeren van theorie naar werkelijkheid, waardoor de waarheidsprincipes effect kunnen hebben op en resultaten kunnen bereiken in mensen, wat mensen baten en voordelen brengt. Dit is wat het betekent om kaliber te hebben. Als je vastloopt op het niveau van het begrijpen van woorden en doctrines en het werk niet kunt implementeren, en de principes of de middelen niet kunt vinden – dat wil zeggen, als dit aspect van het waarheidsprincipe voor jou altijd slechts een theorie blijft, en je geen manier, geen methode en geen pad hebt om het in werkelijkheid om te zetten – dan is dit wat het betekent om geen kaliber of een slecht kaliber te hebben. Hoe goed je geheugen ook is, zelfs als het dat van gewone mensen zo ver overtreft dat het bijna een buitengewoon vermogen is, betekent dat niet dat je een goed kaliber hebt. Waar verwijst een goed kaliber naar? Hoe wordt kaliber beoordeeld? (Het wordt beoordeeld op basis van de vraag of een persoon de werkprincipes kan begrijpen en die principes op de juiste manier kan uitvoeren om resultaten te bereiken.) Het wordt beoordeeld op basis van efficiëntie en effectiviteit, toch? (Ja.) Sommige mensen kunnen werkregelingen snel en nauwkeurig onthouden, en kunnen ze ook theoretisch begrijpen. Wanneer het echter op uitvoering aankomt en iemand hun vraagt: “Hoe moet dit werk worden gedaan? Heb je ideeën, plannen of stappen?”, antwoorden ze: “Nee, ik weet niet hoe dat moet.” Dit is geen kaliber hebben. Hooguit is dit een sterke kant op één gebied. Ik herinner Me dat we deze kwestie bespraken toen we voor het eerst over dit onderwerp communiceerden. Jullie zijn het misschien vergeten, en ditmaal hebben jullie een uitzonderlijk geheugen opnieuw onder kaliber gerangschikt. Het is een ernstige fout om iemands sterke kanten en talenten altijd verkeerd te begrijpen, en om een bepaalde sterke kant of een bepaald talent altijd onder een goed kaliber te rangschikken. Als deze kwestie wordt opgelost en jullie begrijpen wat een sterke kant is, wat een talent of vaardigheid is, en wat een waar kaliber is, zal dat gunstig zijn voor het onderscheiden van mensen en voor jullie eigen levensgroei. Het kan jullie op zijn minst helpen jullie arrogante gezindheid een beetje in te dammen, zodat jullie niet langer ten onrechte geloven dat jullie een uitstekend kaliber hebben, simpelweg omdat jullie goed kunnen zingen of dansen. Kunnen jullie deze zaak nu dan nog steeds op deze manier beoordelen? (Nee.) Wat moeten mensen die kunnen zingen dan eigenlijk bezitten om een goed kaliber te hebben? (Ze moeten bevattingsvermogen hebben, weten welke manier van zingen in overeenstemming is met principes, en ook opmerkzaamheid hebben.) Opmerkzaamheid is cruciaal. Zie je, al deze mensen kennen wat muziektheorie, maar het effect van hun zang varieert. Sommige mensen kunnen een pad voor het zingen aanvoelen en zoeken. Ze luisteren naar diverse liederen, verschillende melodieën en verschillende zangstijlen van diverse mensen, en luisteren naar welke zangtechnieken ontroerend en mooi zijn. Uit dit proces halen ze een bepaald gevoel, en vervolgens gaan ze verder met verkennen en trainen op basis van dat gevoel. Na enige tijd hebben ze het idee dat hun zang is verbeterd, en anderen zijn bereid ernaar te luisteren. Geleidelijk aan vergelijken ze dit met de theorieën en bevestigen ze dat dit beoefeningspad juist is. Ze zijn in staat het beoefeningspad te ontdekken om hun manier van zingen te veranderen en hun eerdere onjuiste zangmethoden te corrigeren. Ze kunnen vervolgens de goede, juiste, positieve elementen die ze hebben uitgewerkt verder uitvoeren en toepassen in hun eigen zang. Ze kunnen waarnemen welke manier van zingen juist is en welke onjuist; welke een goed gevoel oplevert en welke een slecht gevoel. Dit is een goed kaliber hebben. Als ze alleen theoretische kennis hebben, maar de theorie niet kunnen integreren in hun daadwerkelijke zang, en hun begrip verwrongen is, dan is hun kaliber niet goed. Kijk naar sommige mensen die zingen – wanneer anderen erop wijzen dat ze een valse stem hebben, kunnen ze dat aanvaarden en, na een of twee jaar training, corrigeren. Hoewel ze nog niet erg bedreven zijn in zingen, zingen ze al met hun authentieke klank en stem. Aan de andere kant zingen sommige mensen met een valse stem, en dit is duidelijk voor iedereen die hen hoort, maar zij denken niettemin dat ze met hun ware stem, hun authentieke klank en stem zingen, en kunnen het verschil niet onderscheiden. Dit toont een afwezigheid van kaliber en een afwezigheid van opmerkzaamheid aan, een onvermogen om dingen waar te nemen. Dit is het verschil tussen kaliber en een sterke kant. Als je zangtalent hebt, is dat jouw sterke kant; het is een aangeboren eigenschap. Maar of je goed kunt zingen en de essentie, principes en hoofdzaken op dit gebied, in dit vak, kunt waarnemen, is een kwestie van kaliber. Als je de essentie, hoofdzaken en principes kunt waarnemen, kun je een zanger worden, een meestervocalist. Als je van zingen houdt, het snel leert en melodie, ritme en toonhoogte nauwkeurig beheerst, kan dit alleen een aangeboren sterke kant worden genoemd, en goed zijn in deze specifieke professionele vaardigheid. Vanwege je zeer gemiddelde en beperkte kaliber zul je echter altijd binnen de grenzen blijven van er alleen maar goed in zijn. Je zult niet het niveau kunnen bereiken waarop je de hoofdzaken beheerst en je zult geen ware zanger en meestervocalist kunnen worden. Dit is de beperking die door je kaliber wordt opgelegd. Mensen met een goed kaliber hebben het potentieel en de capaciteit om zich te ontwikelen, terwijl degenen met een gemiddeld of slecht kaliber dat niet hebben. Op welk gebied je sterke kanten dus ook liggen, als je kaliber slecht is, zul je onvermijdelijk door je kaliber worden beperkt. Hoe getalenteerd je ook bent op een bepaald gebied, hoeveel je er ook van houdt en hoe groot je belangstelling ook is, je zult geen potentieel voor ontwikkeling hebben vanwege je slechte kaliber, omdat je je kaliber niet kunt overtreffen. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Zullen jullie, nu ik dit heb gezegd, je vertrouwen in zingen kwijtraken? Ik heb het simpelweg over deze specifieke kwestie en gebruik één van jullie sterke punten als voorbeeld om te communiceren over het onderscheid tussen kaliber en sterke kanten. Maar Gods huis vereist niet van jullie dat jullie ware meestervocalisten worden, dat jullie met een bepaalde hoge mate van precisie zingen, dat jullie een bepaalde zangstijl ontwikkelen of dat erg succesvolle zangers worden. Deze dingen worden niet vereist. Maak gewoon goed gebruik van jullie bestaande kaliber en sterke kanten – dat is prima. Zolang er sprake is van uiting van ware gevoelens en oprechtheid, is dat voldoende. Wees nu niet ontmoedigd en geef niet op alleen maar omdat Ik zei dat sommigen van jullie een slecht kaliber of een zeer gemiddeld kaliber hebben, met weinig ruimte voor ontwikkeling. Dat is onnodig. Zullen jullie ontmoedigd zijn? (Nee.) Jullie moeten deze zaak op de juiste manier beschouwen. Als Ik jullie situaties niet als voorbeelden had gebruikt, zouden jullie het misschien niet snappen, zouden jullie misschien geen grondig begrip hebben, en wat Ik ook zei, jullie zouden het niet ter harte nemen. Om jullie te helpen het grondig te begrijpen, moest Ik een paar voorbeelden geven, zodat iedereen een beter begrip kan hebben. Zo zal jullie begrip van het onderscheid tussen kaliber en sterke kanten ook nauwkeuriger worden. Hebben jullie bezwaar tegen deze manier van communiceren? (Nee.) Het is goed dat jullie er geen bezwaar tegen hebben. Beschouw dit op de juiste manier. Praktiseer zoals het hoort. Je hart erin leggen en praktiseren in de richting van een goed doel en een goede richting is altijd beter dan geen vooruitgang boeken of vastzitten in je oude gewoonten. Ook al is je kaliber beperkt of slecht, je moet toch moeite blijven doen om te praktiseren en ernaar streven om het maximale te bereiken binnen de omvang van je beperkte kaliber. We moeten ons hele hart en al onze inspanningen inzetten, en deze plicht vervullen en dit werk uitvoeren met een houding van verantwoordelijkheid en trouw. Dit is het beoefeningsprincipe dat je hoort te volgen. Je mag niet negatief worden of opgeven alleen maar omdat je sterke kant geen ontwikkelingspotentieel heeft en je in de toekomst niet in de schijnwerpers zult kunnen staan. Dat is niet acceptabel, en het is duidelijk niet het waarheidsprincipe dat je hoort te volgen in de omgang met deze kwestie. Begrijp je dit? (Ja.)

Binnen elk van deze drie gebieden – aangeboren eigenschappen, menselijkheid en verdorven gezindheden – zijn er veel specifieke details die moeten worden begrepen. Is het nodig dat we over deze zaken communiceren? (Ja.) Van veel aspecten hebben mensen slechts een oppervlakkig begrip, en ze kunnen ze niet duidelijk uitleggen. Ze hebben misschien enkele sterke kanten en denken dan dat ze een nobel karakter hebben, in de overtuiging dat ze eerbaar zijn en vrij van verdorven gezindheden, met een goede menselijkheid en een hoog kaliber. Dit alles komt voort uit het onvermogen van mensen om deze diverse kwesties duidelijk te onderscheiden. Hoe meer details er aan dit soort kwesties zitten, hoe meer er is om over te communiceren; het kan niet in slechts één of twee sessies worden behandeld, maar vereist meerdere communicaties. Goed, we zullen de communicatie voor vandaag hier beëindigen. Tot ziens!

14 oktober 2023

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (4)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (6)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger