Hoe de waarheid na te streven (6)
De 11 normen voor het evalueren van iemands kaliber
In de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over een belangrijk onderwerp met betrekking tot het nastreven van de waarheid: ‘het loslaten van de barrières tussen zichzelf en God en iemands vijandigheid jegens God’. Binnen dit belangrijke onderwerp spraken we over het loslaten van menselijke noties en verbeeldingen met betrekking tot Gods werk, waarbij onderwerpen aan bod kwamen over de aangeboren voorwaarden, de menselijkheid en de verdorven gezindheden van mensen, en binnen deze onderwerpen werden kwesties met betrekking tot kaliber genoemd. We hebben de vorige keer een beetje gecommuniceerd over de kwesties met betrekking tot kaliber, wat een deel van de noties van mensen heeft opgelost. Hebben jullie, na dit te hebben gehoord, een nauwkeurige definitie van wat kaliber is? Wat is kaliber precies? Hoe moet kaliber worden begrepen? Hoe kan men beoordelen of iemands kaliber goed, gemiddeld of slecht is? Op basis van welke aspecten moet het worden beoordeeld? Hebben jullie over deze vragen gezocht en nagedacht? (Ik heb er een beetje over nagedacht. In de vorige bijeenkomst communiceerde God dat we, om iemands kaliber te evalueren, moeten kijken naar de efficiëntie en effectiviteit waarmee hij dingen doet. Voorheen had ik hier niet veel begrip van en verwarde ik zelfs gaven met kaliber. Wanneer ik bijvoorbeeld zie dat iemand bijzonder goede academische resultaten behaalt of meerdere talen beheerst, dacht ik dat dit erop wees dat hij een goed kaliber had. Pas door naar Gods communicatie te luisteren, kon ik helder beoordelen wat werkelijk een goed kaliber is en wat uit niet meer dan een paar gaven bestaat. Als iemand uiterlijk vrij schrander lijkt, maar een zeer lage efficiëntie heeft bij het vervullen van zijn plicht en nooit in staat is de waarheidsprincipes te bevatten, is zijn kaliber relatief slecht.) Iemands kaliber evalueren aan de hand van de efficiëntie en effectiviteit waarmee hij dingen doet – dit is een algemene manier om het uit te drukken. Naast het kijken naar hun efficiëntie en effectiviteit waarmee ze dingen doen, zijn er specifieke normen voor het evalueren van iemands kaliber: ten eerste, zijn leervermogen. Ten tweede, zijn vermogen om dingen te begrijpen. Ten derde, zijn bevattingsvermogen. Ten vierde, zijn vermogen om dingen te aanvaarden. Ten vijfde, zijn cognitief vermogen. Ten zesde, zijn vermogen om oordelen te vellen. Ten zevende, zijn vermogen om dingen te onderscheiden. Ten achtste, zijn vermogen om op dingen te reageren. Ten negende, zijn besluitvormingsvermogen, wat ook wel zijn uitvoerend vermogen kan worden genoemd. Ten tiende, zijn vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Ten elfde, zijn innovatief vermogen. Hebben jullie ze onthouden? (Ja.) Hoeveel zijn het er in totaal? (Elf.) Lees ze hardop voor. (Eén, leervermogen. Twee, het vermogen om dingen te begrijpen. Drie, bevattingsvermogen. Vier, het vermogen om dingen te aanvaarden. Vijf, cognitief vermogen. Zes, het vermogen om oordelen te vellen. Zeven, het vermogen om dingen te onderscheiden. Acht, het vermogen om op dingen te reageren. Negen, besluitvormingsvermogen. Tien, het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Elf, innovatief vermogen.) Om iemands kaliber te beoordelen, moet je over het algemeen naar deze twee aspecten kijken: de efficiëntie en effectiviteit waarmee hij dingen doet. Om specifiek de efficiëntie en effectiviteit waarmee hij dingen doet te beoordelen, moet je een allesomvattende vaststelling doen op basis van deze elf normen. Op deze manier zul je nauwkeurig kunnen beoordelen hoe iemands kaliber werkelijk is. Om iemands kaliber te beoordelen, is de eerste stap natuurlijk om te kijken naar zijn algehele capaciteiten in verschillende aspecten, en vervolgens naar de efficiëntie en effectiviteit waarmee hij dingen doet. Als hij in verschillende aspecten kaliber en bekwaamheid bezit, dan zal hij zeker dingen doen met zowel efficiëntie als effectiviteit. Als de efficiëntie waarmee iemand dingen doet hoog is en de effectiviteit waarmee hij dingen doet goed is, dan zullen, wanneer jij zijn capaciteiten op elk gebied volgens de elf normen evalueert, deze zeker ook goed zijn. Geen enkele van deze elf capaciteiten kan, afzonderlijk genomen, volledig bepalen of iemands kaliber goed is of niet – het moet in zijn totaliteit worden beoordeeld. Welke van deze elf capaciteiten zijn natuurlijk de belangrijkste? De belangrijkste zijn het vermogen om oordelen te vellen, het vermogen om dingen te onderscheiden, het vermogen om op dingen te reageren en het besluitvormingsvermogen – deze hebben betrekking op iemands vermogen om te handelen nadat een bepaalde theorie is begrepen. De overige capaciteiten hebben betrekking op bevattingsvermogen en leren, wat betrekking heeft op de menselijke geest. Vervolgens zullen we één voor één over deze elf capaciteiten communiceren.
Nummer 1: Leervermogen
Het eerste is leervermogen. Leervermogen verwijst niet uitsluitend naar het verwerven van kennis op een bepaald gebied; het omvat ook het leren van een taal, een specifieke technische vaardigheid, het leren en aanvaarden van iets nieuws, enzovoort – deze vallen allemaal binnen de reikwijdte van leervermogen. Bijvoorbeeld: wanneer een persoon een technische vaardigheid leert, kan hij deze onder normale omstandigheden in principe binnen zes maanden onder de knie krijgen en deze vervolgens zelfstandig toepassen. Als jij het na zes maanden leren ook onder de knie kunt krijgen en deze zelfstandig kunt toepassen, wordt dit beschouwd als het hebben van leervermogen. Als het jou twee keer zo lang kost om het te leren als de gemiddelde persoon – als jij deze vaardigheid na zes maanden nog steeds niet onder de knie hebt en nog eens zes maanden nodig hebt om deze te leren – wijst dit op een slecht kaliber. Dat wil zeggen, wat leervermogen betreft, als jij de technische vaardigheid of kennis binnen het normale tijdsbestek onder de knie kunt krijgen, betekent dit dat je kaliber gemiddeld of bovengemiddeld is. Als je dit tijdsbestek echter overschrijdt en twee of zelfs drie keer zo lang als anderen nodig hebt om de technische vaardigheid of kennis te leren, dan is jouw kaliber slecht. Als je er twee of drie keer langer over doet dan de gemiddelde persoon en je het nog steeds niet kunt leren, en het je aan leervermogen ontbreekt, wat zegt dit dan over je kaliber? Zonder leervermogen voldoe je niet eens aan de algemene norm voor het hebben van een normaal menselijk kaliber. Je bent er erger aan toe dan dat je een slecht kaliber hebt – je hebt helemaal geen kaliber. Onder welke categorie valt het niet hebben van kaliber? Geen kaliber hebben betekent dat men in de categorie valt van zwakzinnigen en idioten, zonder enig leervermogen. Dit is wat leervermogen inhoudt.
Nummer 2: Het vermogen om dingen te begrijpen
Het tweede is het vermogen om dingen te begrijpen. Het vermogen om dingen te begrijpen verwijst naar iemands capaciteit om de principes en de fijne kneepjes te doorgronden van iets wat hij ziet of vaak tegenkomt. Bijvoorbeeld, als je bij het leren van een professionele vaardigheid naar theoretische instructies luistert en praktische demonstraties observeert, en binnen een normaal tijdsbestek de fijne kneepjes en de principes die bij deze vaardigheid komen kijken kunt doorgronden, wordt dit beschouwd als het hebben van een goed kaliber en een zeker vermogen om dingen te begrijpen. Als je het niet onmiddellijk kunt begrijpen, en je het zelfs als iemand opnieuw met je communiceert nog steeds niet kunt begrijpen; en je zelfs wanneer ze je herhaaldelijk hints geven nog steeds niet kunt begrijpen wat de fijne kneepjes zijn om dit te doen en wat de principes zijn die er betrekking op hebben – dan is je vermogen om dingen te begrijpen slecht. Misschien leer je na enige tijd een beetje door al tastend langzaam vooruit te komen in de werkelijke praktijk, maar daar blijft het bij. Als, ongeacht hoeveel tijd je eraan besteedt – of het nu drie of vijf jaar is – wat je kunt begrijpen beperkt blijft tot een bepaald bereik en je je bij het doen van dingen alleen aan bepaalde regels en voorschriften houdt, zonder dat je in staat te zijn de fundamentele principes die erbij betrokken zijn te begrijpen en ze in de werkelijke praktijk toe te passen, betekent dit dat je vermogen om dingen te begrijpen slecht is; zulke mensen hebben een slecht kaliber. Sommige mensen verrichten bijvoorbeeld kerkwerk en nadat je met hen over de waarheidsprincipes hebt gecommuniceerd, voelen ze dat alles wat je hebt gezegd correct is en hebben ze geen twijfels over wat je hebt gecommuniceerd. Ze kunnen echter gewoon niet begrijpen waarom de dingen op deze manier moeten worden gedaan en zijn niet in staat de betrokken principes te bevatten. Vooral wanneer ze in het werkelijke leven of tijdens het vervullen van hun plicht met verschillende problemen of speciale situaties worden geconfronteerd, weten ze niet hoe ze principes moeten toepassen of hoe ze de problemen die ze tegenkomen volgens de principes moeten benaderen en aanpakken. Dit wijst op een gebrek aan vermogen om dingen te begrijpen. Mensen die het vermogen missen om dingen te begrijpen, begrijpen het niet nadat ze communicatie over de waarheid hebben gehoord en doen altijd verzoeken als: “Kun je nog een voorbeeld geven?” of “Kun je het in meer detail uitleggen?” Pas nadat je een voorbeeld geeft en het in detail uitlegt, kunnen ze het een beetje begrijpen. Maar als je over iets diepers communiceert, kunnen ze het opnieuw niet begrijpen en zullen ze je vragen nog een voorbeeld te geven. Waarom vragen ze je steeds maar weer om voorbeelden? Het doel daarvan is dat jullie met voorbeelden soortgelijke situaties uit het dagelijks leven uitleggen, zodat ze zich slechts een bepaalde werkwijze of voorschrift hoeven te herinneren. Waarom doen ze dit? Omdat hun vermogen om dingen te begrijpen zeer slecht is – je zou ook kunnen zeggen dat ze geen vermogen hebben om dingen te begrijpen; ze weten niet hoe ze principes moeten toepassen in het werkelijke leven of tijdens het vervullen van hun plicht. Hoe je ook met hen communiceert, hoeveel specifieke voorbeelden je ook geeft en hoeveel principes je ook duidelijk uitlegt, zelfs als je de principes voor het aanpakken van speciale situaties behandelt, kunnen ze eindeloos luisteren maar het nog steeds niet begrijpen. Ze hebben het gevoel dat wat je zegt slechts theorie is en weten nog steeds niet hoe ze de verschillende problemen waarmee ze in het werkelijke leven worden geconfronteerd, moeten aanpakken. Dit wijst op een gebrek aan vermogen om dingen te begrijpen. Ongeacht hoe anderen dingen aan hen uitleggen, mensen die het vermogen missen om dingen te begrijpen, kunnen het niet bevatten – dit is het hebben van een slecht kaliber. Zijn mensen met een slecht kaliber ook weinig efficiënt en effectief wanneer ze dingen doen? (Ja.) Als iemands vermogen om dingen te begrijpen slecht is, dan zullen zijn efficiëntie en effectiviteit wanneer hij dingen doet zeker slecht zijn; hij zal niet weten welke principes erbij betrokken zijn wanneer hij met iets wordt geconfronteerd, en hij zal niet weten hoe hij principes in het werkelijke leven moet toepassen. Dit wijst op een slecht kaliber. Er is nog een ander type persoon dat steeds meer in de war raakt naarmate de communicatie van anderen gedetailleerder en specifieker is, en niet in staat is het te begrijpen. Wanneer Gods huis bijvoorbeeld communiceert over het onderscheiden van valse leiders en antichristen, zeggen ze na er naar te hebben geluisterd: “Waarom begrijp ik dit niet? Er wordt gecommuniceerd over principes, er worden voorbeelden gegeven en er worden speciale situaties opgesomd, maar het klinkt me allemaal zo verwarrend in de oren. Wat wordt hier nu precies gezegd? Welk soort mensen worden we geacht aan te pakken? Moeten we valse leiders aanpakken, of antichristen? Is onze kerkleider een antichrist? Die persoon lijkt een beetje kwaadaardig – zijn zijn uitingen te wijten aan een verdorven gezindheid of aan een slechte menselijkheid? Wat is hij nu precies, een valse leider of een antichrist? Ik begrijp het nog steeds niet.” Ze begrijpen niet eens wat de waarheidsprincipes zijn waarover je communiceert; hoe meer ze luisteren, hoe verwarder ze raken. Niet alleen slagen ze er niet in deze waarheidsprincipes te verbinden met werkelijke situaties, maar ze raken ook zo verward dat ze niet eens meer weten wat het thema is van wat je zegt. Toont dit niet een gebrek aan vermogen om dingen te begrijpen aan? (Ja.) Stel je bijvoorbeeld een situatie voor waarin iedereen is samengekomen om over één enkel thema te communiceren, waarbij elke persoon zijn mening geeft. Jij communiceert over jouw begrip, Ik druk uit wat mijn opvatting ervan is; een persoon stelt een vraag, een andere persoon stelt een andere vraag – allemaal gecentreerd rond dit thema. Degenen zonder kaliber luisteren naar dit soort discussies en kunnen er geen wijs uit worden. In hun hart denken ze: ‘Waar hebben jullie het allemaal over? Waarom kan ik het niet begrijpen? Ze raken verward. Ze kunnen de onderliggende logica achter de redelijke vragen die door anderen worden gesteld niet zien, of begrijpen waarom die vragen worden gesteld – ze kunnen de redenen hierachter niet doorgronden; ze zijn er nog slechter aan toe dan een toevallige toeschouwer. Degenen met kaliber kunnen, zelfs als ze alleen maar vanaf de zijlijn toekijken, zien wie er gelijk heeft en wie er ongelijk heeft, de reden waarom iemand een bepaalde vraag stelt, of de vragen diepgaand of oppervlakkig zijn, hoe de vragen worden beantwoord – maar degenen zonder kaliber kunnen hier niets van begrijpen en kunnen de onderliggende logica erachter niet begrijpen. Dit toont aan dat ze niet het vermogen hebben om dingen te begrijpen. Wanneer anderen ergens over communiceren, kunnen ze na er naar te hebben geluisterd geen onderscheid maken. Ze weten niet of wat er is gezegd waarheidsgetrouw en objectief is, noch kunnen ze de achtergrond en essentie van de zaak doorzien – ze zijn volkomen radeloos. De reden waarom dit thema wordt besproken, waarom de principes die bij dit thema betrokken zijn herhaaldelijk moeten worden benadrukt, en wiens vragen betrekking hebben op deze principes en wiens niet – dit alles kunnen ze niet begrijpen of er wijs uit worden. Naarmate ze langer blijven luisteren, worden ze slaperig; ze gaan zichzelf beschouwen als louter toeschouwers van deze communicatie, en hun hart raakt vertroebeld. Bij andere mensen is het zo dat, hoe meer er over de waarheidsprincipes wordt gecommuniceerd, hoe helderder en scherper hun geest wordt. Maar voor degenen zonder kaliber geldt dat hoe meer ze luisteren, hoe meer verward ze raken en hoe meer vertroebeld hun gedachten worden. Dit wijst op een gebrek aan vermogen om dingen te begrijpen. Wijst dit niet op een uiterst slecht kaliber? Zulke mensen kunnen ook mensen zonder kaliber worden genoemd. Wat voor soort mensen zijn degenen zonder kaliber? (Zwakzinnigen.) De zwakzinnigen, idioten, dwazen – dit is de categorie mensen met het slechtste kaliber. Dit is het tweede aspect: het vermogen om dingen te begrijpen.
Nummer 3: Bevattingsvermogen
Het derde aspect is bevattingsvermogen. Bevattingsvermogen is vergelijkbaar met het vermogen om dingen te begrijpen, maar gaat een stap verder. Wat is het verschil tussen de twee? Bevattingsvermogen richt zich meer op hoe de principes van de waarheid en de beoefeningspaden in overeenstemming kunnen worden gebracht met de verschillende problemen in het werkelijke leven en hoe deze vervolgens, nadat men deze principes en paden heeft begrepen en onder de knie heeft gekregen, in het werkelijke werk kunnen worden geïmplementeerd. Hier ligt het onderscheid. Mensen met bevattingsvermogen hebben, nadat ze de fundamenten en principes van iets hebben begrepen, een beoefeningspad in hun hart, en een nauwkeurige reikwijdte, een richting en een doel. Ze weten hoe ze deze fundamenten en principes moeten toepassen en kennen ook de beoefeningsprincipes die betrokken zijn bij bepaalde speciale situaties. Stel dat een persoon, na een communicatie over enkele waarheidsprincipes te hebben gehoord, de essentie van sommige problemen kan herkennen en vervolgens de waarheid kan gebruiken om enkele daadwerkelijke problemen in het werkelijke leven op te lossen. Dat wil zeggen, nadat hij deze principes heeft gehoord, begrijpt hij onmiddellijk hoe hij had moeten praktiseren in reactie op een eerdere situatie, en wanneer er zich opnieuw situaties voordoen, weet hij ook hoe hij de principes moet toepassen om ze te benaderen, en heeft hij onmiddellijk een beoefeningspad in zijn hart. Zijn begrip van principes en fundamenten fungeert als een baken, waardoor hij snel weet hoe hij verschillende problemen in het leven of het werk moet aanpakken, en waardoor hij een pad, richting en beoefeningsprincipes heeft. In dat geval heeft zo’n persoon bevattingsvermogen, wat uiteraard een uiting is van een goed kaliber. Stel dat een persoon, nadat hij enige communicatie over de waarheidsprincipes heeft gehoord, weet hoe hij die dingen uit zijn werkelijke leven die veel voorkomen en universeel zijn of die hij heeft ervaren, moet praktiseren en aanpakken. Hij weet echter niet hoe hij deze waarheidsprincipes moet toepassen op speciale, complexe situaties, onverwachte situaties of ongebruikelijke problemen en verschijnselen die hij niet eerder heeft ervaren, en nog steeds moet zoeken en navraag doen om een nauwkeurig antwoord of een specifiek beoefeningsplan te verkrijgen voordat hij weet hoe hij ze moet aanpakken en oplossen. Anders weet hij, zelfs nadat hij van de waarheidsprincipes heeft gehoord, nog steeds niet hoe hij dergelijke zaken of problemen moet aanpakken. Dit geeft aan dat hij een gemiddeld bevattingsvermogen heeft; of, men zou ook kunnen zeggen dat zo’n persoon van gemiddeld kaliber is. Sommige mensen hebben tien of twintig jaar gewerkt, en met enige werkervaring gecombineerd met de heldere communicatie van waarheidsprincipes vanuit Gods huis, weten ze hoe ze veelvoorkomende situaties moeten aanpakken, en hebben ze de bevestiging gekregen dat het correct is om ze op deze manier aan te pakken. Wanneer ze echter worden geconfronteerd met bepaalde complexe, speciale, ongebruikelijke problemen die ze nog nooit in hun werk hebben ervaren, weten ze niet hoe ze deze moeten aanpakken en moeten ze een duidelijk antwoord verkrijgen door navraag te doen voordat ze kunnen beginnen met de aanpak ervan. Als de situatie verandert en complexer wordt dan ze zich hadden voorgesteld of dan de omstandigheden die ze kennen, raken ze in de war, weten ze niet hoe ze ermee moeten omgaan, en weten ze nog minder hoe ze moeten praktiseren en het moeten aanpakken op een manier die in overeenstemming is met de principes. Wanneer ze niet weten hoe ze moeten praktiseren, of ze nu handelen op basis van hun verbeeldingen, hun eigen ambities en begeerten, of het gewoon terzijde schuiven en negeren – ongeacht hoe ze handelen – bewijst het feit dat ze, wanneer ze met een dergelijke situatie worden geconfronteerd, in de war raken en niet weten hoe ze principes moeten toepassen om deze aan te pakken, dat hun kaliber zeer gemiddeld is. Als men algemene situaties kan aanpakken maar niet weet hoe men speciale situaties moet aanpakken, wijst dit op een gemiddeld kaliber. Als ze bij het tegenkomen van enkele bijzondere situaties zo in de war raken dat ze niet eens problemen kunnen aanpakken die ze normaal gesproken wel zouden kunnen aanpakken, wijst dit op een slecht kaliber. Een persoon met een slecht kaliber heeft ook een slecht bevattingsvermogen. Is er een onderscheid tussen iemand met een slecht bevattingsvermogen en iemand die een adequaat bevattingsvermogen heeft? (Ja.)
Sommige mensen kunnen, ongeacht hoe anderen communiceren, de principes niet bevatten. Ze begrijpen alleen doctrines en regels, en kunnen een paar slogans roepen, maar ze weten niet hoe ze werkelijk werk moeten doen en problemen moeten oplossen. Zie je, nadat ze naar de communicatie hebben geluisterd, spreken ze met grote helderheid en structuur, alsof ze het werkelijk begrijpen. Maar in werkelijkheid hebben ze helemaal niet begrepen wat er is gezegd. Als het erom gaat concreet werk te doen, raken ze in de war en weten ze niet waar ze moeten beginnen. Wanneer ze problemen tegenkomen, weten ze niet hoe ze die moeten oplossen. Ze kunnen nog steeds geen concreet werk doen. Bij het behandelen en aanpakken van verschillende mensen en zaken ontbreekt het hun nog steeds aan principes. In hun hart denken ze: ‘Ik begreep de waarheidsprincipes toen ik naar preken luisterde – waarom kan ik ze niet toepassen in praktijksituaties? Waarom werkt datgene wat ik begrijp en waarover ik vaak praat niet?’ Ze raken opnieuw verbijsterd. Mensen met een slecht kaliber weten alleen hoe ze over doctrines moeten praten en zich aan regels moeten houden, maar wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, kunnen ze die niet helder zien, zijn de doctrines die ze kunnen uitspreken volkomen nutteloos, kunnen ze zich niet eens aan de regels houden en kunnen ze geen enkel probleem oplossen. Ze weten niet hoe ze moeten praktiseren wanneer er zich moeilijkheden voordoen. Wanneer bijvoorbeeld iemand het werk van de kerk hindert en verstoort en enkele absurde dingen zegt, kunnen ze niet onderscheiden wat de aard van deze zaak is. Ze weten niet welke dingen als verstoringen en hinder worden beschouwd of wat de aard ervan is; laat staan dat ze weten hoe het probleem moet worden opgelost. Iemand vraagt hun: “Weet je niet hoe je kwaadaardige mensen moet onderscheiden? Waarom ontbreekt het je aan principes wat betreft de aanpak van kwaadaardige mensen?” Ze antwoorden: “Ik begrijp deze doctrines, maar ik weet niet voor het oplossen van welke problemen ze geschikt zijn of op welke mensen ze geschikt zijn om te worden toegepast.” Dit wijst op een gebrek aan bevattingsvermogen, nietwaar? (Ja.) Zie je, nadat ze de principes hadden gehoord waren ze heel goed in staat om ze volgens hun letterlijke betekenis punt voor punt samen te vatten, ze vrij nauwkeurig te onthouden en ze zelfs vloeiend voor te dragen, zonder ook maar één woord te missen. Helaas hebben ze echter in het werkelijke leven, als het gaat om de manier waarop ze mensen en dingen bekijken en hoe ze zich gedragen en handelen, geen enkel beoefeningspad, en weten ze alleen hoe ze slogans moeten roepen, over doctrines moeten praten en zich aan regels moeten houden. Of het nu in het werkelijke leven is of bij het vervullen van hun plicht, wat ze ook tegenkomen, ze weten niet hoe ze de waarheid moeten zoeken of volgens principes moeten praktiseren. Dit wijst op een gebrek aan bevattingsvermogen. Mensen die het bevattingsvermogen missen, lezen Gods woorden weliswaar vaak, maar ze kunnen niet begrijpen wat de waarheid in Gods woorden is of wat de principes zijn. Daarom kunnen ze, wanneer er iets gebeurt, niet de relevante woorden van God vinden om het te onderscheiden en op te lossen, en moeten ze anderen voor hen de relevante woorden van God vinden. Waar richten ze zich altijd op bij het lezen van Gods woorden? Ze zoeken of er specifieke voorbeelden zijn om de zaak uit te leggen. Als er geen voorbeelden zijn, kunnen ze de betekenis van Gods woorden niet begrijpen. Wat bijvoorbeeld Gods woorden betreft die de aard-essentie van mensen blootleggen: als er geen voorbeelden worden gegeven, kunnen ze die niet begrijpen. Ze kunnen geen onderscheidingsvermogen praktiseren door hun eigen gesteldheden te vergelijken met Gods woorden. Alleen als iemand over de waarheid communiceert en hen onderscheidt en ontleedt volgens hun werkelijke gesteldheden, kunnen ze het begrijpen. Zonder dergelijke communicatie kunnen ze Gods woorden niet begrijpen. Zulke mensen klagen altijd bij het lezen van Gods woorden en zeggen: “Waarom zijn er geen specifieke voorbeelden? Hoe word ik geacht dit op mezelf te betrekken? Deze woorden zijn te moeilijk om te begrijpen; hoe ik ze ook lees, ik kan ze niet op mezelf betrekken!” Dit toont aan dat ze Gods woorden niet kunnen begrijpen, laat staan dat ze de waarheid begrijpen of Gods woorden in het werkelijke leven brengen. Wat ze begrijpen zijn slechts eenvoudige doctrines en regels, maar deze doctrines en regels zijn nutteloos in het werkelijke leven. Wanneer er dingen gebeuren, hebben ze nog steeds geen beoefeningspad. Dit geeft aan dat ze geen bevattingsvermogen hebben. Hebben mensen zonder bevattingsvermogen een slecht kaliber? (Ja.) De mensen met het slechtste kaliber zijn degenen die helemaal geen kaliber hebben; zulke mensen kunnen geen wijs uit de verschillende principes die ze horen; ze weten niet waarom deze of gene voorbeelden worden gegeven, waarom bepaalde dingen worden gezegd, of waarom mensen bepaalde uitingen hebben – ze kunnen zulke dingen niet begrijpen, deze dingen gaan hun begrip te boven. Zelfs als je hun een paar voorbeelden geeft, hebben ze het gevoel dat je gewoon verhalen of grapjes vertelt, alsof het kinderen zijn die naar een verhaal luisteren en het interessant en grappig vinden. Als iemand hun vraagt of ze begrijpen wat ze hebben gehoord, zeggen ze van wel, en ze kunnen zelfs de humor van de woorden van anderen nabootsen of imiteren hoe ze mensen berispten. Als je hun vraagt: “Ken je de relevante principes waaraan mensen zich zouden moeten houden?”, antwoorden ze: “Hè? Zijn er principes? Dat heb ik niet meegekregen.” Hebben zulke mensen bevattingsvermogen? (Nee.) Ze hebben geen bevattingsvermogen en kunnen Gods woorden niet begrijpen. Mensen die bevattingsvermogen missen, eten en drinken elke dag routinematig en volgens schema een paar passages of hoofdstukken van Gods woorden, en ze leren lofzangen en wonen ook op geplande tijden bijeenkomsten bij. Maar zodra ze hun boeken sluiten of hun opnames van lofzangen uitzetten, onthouden ze van alles wat ze hebben gegeten en gedronken alleen maar een paar geestelijke uitdrukkingen en enkele dode woorden, zoals die uitdrukkingen die mensen vaak zeggen: “God is soeverein over alles” en “Onderwerp je in alle dingen aan God”; of “Het lot van de mens is door God voorbeschikt” en “Beoefen gewoon het liefhebben van God.” In werkelijke lijdenssituaties kunnen ze alleen pseudo-geestelijke uitdrukkingen uiten, zoals “Ik lijd vanwege gevoelens” of “Ik lijd vanwege het vlees.” Wat de principes betreft die betrekking hebben op het zelf-gedrag, het dagelijks leven, werk en allerlei andere principes van de waarheid, daarvan kennen of begrijpen ze er niet één. Deze dingen ontbreken in hun hart en kunnen er geen plaats in vinden. Waarom kunnen deze dingen er geen plaats vinden? Omdat zulke mensen, wat hun kaliber betreft, deze waarheidsprincipes simpelweg niet kunnen begrijpen, en deze waarheidsprincipes hun begrip te boven gaan. Daarom kunnen deze dingen geen wortel schieten in hun hart. Wat een persoon innerlijk bezit en wat hij in staat is te aanvaarden, getuigt van wat hij kan begrijpen en wat zijn begrip niet te boven gaat. Als iemand helemaal geen kaliber bezit, het bevattingsvermogen mist en de precieze betekenis van Gods woorden niet kan begrijpen, zelfs als hij in de hemel of de derde hemel zou worden geplaatst, zou hij dan Gods woorden kunnen begrijpen? Zou hij de waarheid in praktijk kunnen brengen? Zou hij zich aan God kunnen onderwerpen? (Nee.) Hij zou precies blijven wat hij is. Zijn kaliber zou hetzelfde blijven als het altijd is geweest. Mensen met een slecht kaliber kunnen slechts een zeer beperkte reeks dingen bevatten. Degenen met een goed kaliber kunnen meer bevatten, met meer diepgang en op een hoger niveau. Mensen met een gemiddeld kaliber bevatten veel minder en veel oppervlakkiger dan degenen met een goed kaliber; wat ze kunnen bevatten is beperkt tot een gemiddelde reikwijdte, en het kan niet buiten deze reikwijdte treden omdat hun kaliber hen beperkt. Het ergste zijn degenen die helemaal geen kaliber hebben. Zulke mensen hebben, alleen al wat hun kaliber betreft, hoegenaamd geen bevattingsvermogen. Daarom is hun uiting in het werkelijke leven en bij het vervullen van hun plicht dat ze niets begrijpen; of ze nu tien jaar, twintig jaar of zelfs tot op hoge leeftijd in God hebben geloofd, de doctrines met betrekking tot het geloof in God en de geestelijke uitdrukkingen waarover ze praten, zijn nog steeds dezelfde oude dingen die ze begrepen toen ze voor het eerst begonnen te geloven. Hoeveel jaar ze ook geloven, ze boeken geen enkele vooruitgang. Waarom boeken ze geen vooruitgang? Omdat ze geen bevattingsvermogen hebben, zullen, hoeveel jaar ze ook in God geloven, de dingen die ze in zich kunnen opnemen slechts die dode woorden zijn. Zelfs na vele jaren van geloof verbeteren hun leervermogen, vermogen om dingen te begrijpen, bevattingsvermogen en andere capaciteiten niet. Wat voor soort mensen zijn dit? Het zijn mensen met een uiterst slecht kaliber. Omdat hun kaliber slecht is en hun verschillende capaciteiten niet verbeteren, zal, zelfs als zulke mensen veertig, vijftig, zestig of zeventig jaar oud worden, hun vermogen om voor zichzelf te zorgen zeer zwak blijven. Door hun overlevingsvermogen en vermogen om voor zichzelf te zorgen te observeren, kun je zien hoe het kaliber van zulke mensen is. Dit soort persoon is zwakzinnig, idioot en dwaas, en zijn vermogen om voor zichzelf te zorgen is zeer slecht. Waarom zeg Ik dat hun vermogen om voor zichzelf te zorgen slecht is? Omdat hun leervermogen, vermogen om dingen te begrijpen en bevattingsvermogen allemaal slecht zijn, zijn de ervaring, de kennis, de patronen en de fijne kneepjes die ze in het leven opdoen bij het doen van dingen, zeer beperkt. Zelfs op zestig- of zeventigjarige leeftijd blijven ze hetzelfde. Mensen met een goed kaliber hebben tegen de tijd dat ze in de dertig zijn al enige kennis ontwikkeld van de verschillende problemen waarmee ze in het leven en op hun levenspad worden geconfronteerd, en hebben van deze dingen enig begrip, inzicht en ervaring opgedaan. Door deze ervaring weten ze wat ze moeten doen wanneer ze verschillende problemen tegenkomen, zodat ze beter kunnen leven en zichzelf effectiever kunnen beschermen. Voor mensen met een slecht kaliber blijft hun overlevingsvermogen echter, omdat hun capaciteiten in alle aspecten zwak zijn, zeer slecht, ongeacht hoe oud ze worden. Hoe slecht? Het is zo slecht dat het hun ontbreekt aan het vermogen om zelfstandig te leven. Sommigen zeggen misschien: “Kijk, ze eten smakelijk, slapen vast en zijn in goede lichamelijke gezondheid – hoe kunt U zeggen dat het hun ontbreekt aan het vermogen om zelfstandig te leven?” Wanneer we het over overlevingsvermogen hebben, gaat het niet om de vraag of iemand kan eten of slapen. Als een persoon niet eens weet dat hij moet eten wanneer het tijd is om te eten, is dat geen normaal persoon maar iemand die geestelijk gehandicapt is – dan is het des te minder noodzakelijk het kaliber van zulke mensen te overwegen. De reikwijdte van onze evaluatie van het kaliber van mensen beperkt zich voornamelijk tot degenen die uiterlijk als normaal worden beschouwd. Ze strekt zich niet uit tot mensen met lichamelijke handicaps, een geestelijke handicap, een psychische aandoening of degenen die het vermogen missen om voor zichzelf te zorgen. We zien vaak mensen die zelfs bij het regelen van hun eten, kleding, huisvesting en vervoer geen enkel patroon, geen enkel principe of geen enkele handigheid in hun manier van doen kunnen ontwikkelen. Ongeacht hoe oud ze worden, ze weten niet hoe ze deze aspecten van het leven moeten aanpakken op een manier die in overeenstemming is met principes en menselijkheid. Ze weten bijvoorbeeld niet welke kleding het meest geschikt is voor verschillende seizoenen en volgen gewoon wat anderen doen. Als het buiten koud is, dragen ze kleding die te dun is en vatten ze kou. Ze begrijpen echter niet waarom. Of ze worden ziek van het eten van onhygiënisch voedsel, maar weten niet wat de oorzaak is. Ze kunnen uit deze ervaringen geen conclusies trekken. Zijn ze niet zwakzinnig? Ontbreekt het hun niet aan het vermogen om zelfstandig te leven? (Ja.) Hoe oud ze ook zijn, ze weten niet hoe ze moeten leven en modderen maar wat aan in verwarring. Voor een normaal persoon geldt dat wanneer hij zijn eerste kind krijgt, het hem misschien aan ervaring ontbreekt. Tegen de tijd dat hij een tweede kind krijgt, zal hij echter enige ervaring hebben opgedaan wat betreft de manier waarop hij zijn kind moet verzorgen en voeden. Sommige mensen hebben echter, zelfs nadat ze twee of drie kinderen hebben gekregen, nog steeds geen ervaring opgedaan. Wanneer hun wordt gevraagd hoe ze voor hun kinderen zorgen, zeggen ze: “Ik weet het niet, ik heb me er door heen geslagen. Hoe dan ook, als de kinderen honger hebben, geef ik ze te eten, en als ze vol zitten, is het klaar.” Elk kind dat aan hun handen wordt toevertrouwd, heeft geluk als het overleeft. Met hun beperkte vermogen om te overleven zou geen enkel kind onder hun hoede in leven blijven. Sommige mensen begrijpen niet hoe ze de verschillende problemen die zich voordoen in het leven of bij het overleven moeten aanpakken. Het ontbreekt zulke mensen aan overlevingsvermogen. Wanneer er zich bijvoorbeeld twee problemen tegelijkertijd voordoen, raken ze in de war en weten ze niet wat ze moeten doen of welk probleem ze eerst moeten aanpakken. Ze raken zenuwachtig, gespannen en angstig, en klagen en zeggen: “Waarom gebeurden deze twee problemen tegelijkertijd? Wat moet ik nu doen?” Ze worden zo angstig dat ze niet kunnen eten of slapen. Ze zijn zo wanneer ze in de dertig zijn, en zelfs als ze in de zestig zijn, blijft hun gestalte hetzelfde. Wanneer er zich situaties voordoen en ze geen oplossing kunnen vinden, beginnen ze te huilen. Anderen zeggen: “Waarom huil je? Dit is geen grote kwestie – dit zijn enkele van de meest voorkomende problemen. Je hoeft ze alleen maar op volgorde van belangrijkheid te rangschikken en ze dienovereenkomstig aan te pakken.” Als iemand deze kwesties niet aankan, en er maaltijden door overslaat en er slaap door verliest, of zelfs overweegt een einde aan zijn leven te maken, is hij dan niet uiterst laf? Hij klaagt zelfs: “Waarom is dit niet iemand anders overkomen? Waarom is het mij overkomen?” Het is jou overkomen, pak het dus aan. Als je het niet aankunt, vraag dan iemand in je omgeving die het begrijpt om advies. Zodra je de kwestie hebt opgehelderd, zou je dan niet weten hoe je die moet aanpakken? Wanneer er niets gebeurt, kunnen zulke mensen vrij goed praten, en presenteren ze de ene reeks doctrines na de andere. Maar wanneer er iets gebeurt, raken ze in paniek, raken ze in de war, beginnen ze te snotteren, raakt hun hoofd leeg en raken hun gedachten helemaal in de war – ze weten niet wat ze moeten doen. Als iemand jong is, niet veel heeft meegemaakt in het leven en het hem aan ervaring ontbreekt, is het normaal dat hij zenuwachtig en bang wordt wanneer er dingen gebeuren. Tegen de tijd dat hij in de dertig of veertig is, nadat hij veel dingen in de wereld heeft meegemaakt en ervaring heeft opgedaan, wordt hij echter relatief volwassen en doorgewinterd, en pakt hij zaken met meer standvastigheid en vertrouwen aan. Jonge mensen die dit zien, zijn onder de indruk en denken dat ze op zo iemand kunnen vertrouwen. Als het een persoon aan kaliber en overlevingsvermogen ontbreekt, ontbreekt het hem ook aan het vermogen om voor zichzelf te zorgen. Zonder volwassenen of ervaren mensen in de buurt om te helpen en toezicht voor hem te houden, verandert alles wat hij aanpakt in een complete puinhoop. Zulke mensen hebben een uiterst slecht kaliber. Hoe slecht is het kaliber van sommige mensen precies? Neem bijvoorbeeld sommige huisvrouwen die niet weten hoeveel rijst of hoeveel gerechten er nodig zijn voor een maaltijd voor een gezin van meerdere personen – sommigen koken al twintig of dertig jaar en weten nog steeds niet hoeveel ze voor elke maaltijd moeten bereiden of wat het zoutgehalte van gerechten zou moeten zijn, en kunnen soms niet eens nauwkeurig inschatten of het voedsel goed gaar is. Zo slecht is hun kaliber. Ontbreekt het zulke mensen niet aan functionerende hersenen? Ze hebben de hersenen van varkens! Het ontbreekt zulke mensen aan het vermogen om zelfstandig te leven. Ze hebben geen pad om iets te doen en maken gemakkelijk fouten. Wanneer er iets gebeurt en er niemand is om toezicht voor hen te houden, verandert alles wat ze doen in complete chaos en loopt alles totaal in de soep. Ze zijn idioot en zwakzinnig. Voor dit soort persoon, die het slechtste bevattingsvermogen heeft, geldt dat, ongeacht hoeveel communicatie hij hoort over de waarheidsprincipes, hij alleen doctrines begrijpt. In het werkelijke leven weet hij nog steeds niet hoe hij deze principes moet toepassen. Met andere woorden, de doctrines die hij begrijpt, kunnen hem geen doelen, richting of pad in het werkelijke leven bieden. Dit zijn de mensen met het slechtste bevattingsvermogen. Dat besluit onze communicatie over bevattingsvermogen, de derde capaciteit.
Nummer 4: Het vermogen om dingen te aanvaarden
Wat is het vierde vermogen? Het vermogen om dingen te aanvaarden. Het vermogen om dingen te aanvaarden verschilt enigszins van het vermogen om dingen te begrijpen en het bevattingsvermogen. Bij het vermogen om dingen te aanvaarden gaat het erom of je, wanneer er nieuwe dingen verschijnen, kunt onderscheiden of ze positief of negatief zijn, en welk voordeel of nadeel ze hebben voor je leven, werk en overleving. Het gaat er ook om hoe je ze bekijkt, hoe je ze behandelt en hoe je ze toepast. Als je van goed kaliber bent, zul je, wanneer er nieuwe dingen verschijnen, bijzonder gevoelig en bijzonder opmerkzaam zijn. Nadat je snel informatie over iets nieuws hebt ontvangen, zul je in staat zijn te onderscheiden welke voor- en nadelen het voor mensen heeft. Als het gunstig is voor een bepaalde kwestie in je dagelijkse leven, kun je onmiddellijk de sterke punten ervan gebruiken; als het schadelijk is, zul je ook in staat zijn om de schade of nadelen ervan voor mensen vermijden. Dat wil zeggen, je hebt een zekere mate van acceptatie ten opzichte van nieuwe dingen, en je kunt nieuwe dingen die negatief zijn, schadelijk voor mensen zijn en nadelen hebben, snel doorzien – dit is het hebben van het vermogen om dingen te aanvaarden. Het verschil tussen het vermogen om dingen te aanvaarden aan de ene kant, en het vermogen om dingen te begrijpen en het bevattingsvermogen aan de andere kant, ligt hierin. Het vermogen om dingen te aanvaarden verwijst voornamelijk naar de gevoeligheid van een persoon voor nieuwe dingen en zijn vermogen om ze te onderscheiden. Als je nieuwe dingen snel onderscheidt, in staat bent snel de sterke punten en voordelen ervan te aanvaarden en ze in het werkelijke leven toe te passen om je leven of werk te dienen, en vervolgens de oude dingen die door deze nieuwe dingen zijn vervangen loslaat of elimineert, betekent dit dat je het vermogen bezit om dingen te aanvaarden en een persoon van goed kaliber bent. Hierna komen mensen van gemiddeld kaliber. Zulke mensen zijn bijzonder traag in het aanvaarden van sommige nieuwe dingen die oude dingen al hebben vervangen. Hetzelfde geldt voor nieuwe meningen en nieuwe technologieën. Waar verwijst dit ‘traag’ naar? Het verwijst naar het feit dat ze het pas kunnen aanvaarden wanneer iets nieuws al wijdverbreid is geraakt, heel veel wordt gebruikt en de term ervoor heel gewoon is geworden. Ze hebben geen perceptie van nieuwe dingen en kunnen niet onderscheiden of het positieve dingen of negatieve dingen zijn. Zelfs wanneer er positieve nieuwe dingen verschijnen, verzetten ze zich ertegen en minachten ze die in hun hart; ze hebben altijd hun eigen noties en hun eigen houding, en sluiten zich altijd aan bij wereldse trends. Ze sluiten zich af voor nieuwe dingen, zijn er onontvankelijk voor en verwerpen ze. Pas wanneer iets nieuws zich wijd verspreidt, en veel mensen de voordelen ervan hebben ervaren en beseft, en mensen er baat bij hebben gehad, beginnen ze het te aanvaarden en toe te passen. Dit is het hebben van een gemiddeld kaliber. De manier waarop zulke mensen nieuwe dingen aanvaarden is erg passief; het is geen actieve aanvaarding. Dit komt doordat ze enerzijds geen gevoeligheid hebben voor nieuwe dingen; ze zijn afgestompt, achterlijk en gesloten. Anderzijds komt het ook doordat ze bepaalde noties en meningen hebben over nieuwe dingen, en er een houding van spot en minachting tegenover aannemen. De subjectieve reden hiervoor is dat hun kaliber gemiddeld is en hun vermogen om dingen te aanvaarden gemiddeld is, wat hen erg afgestompt maakt. Wanneer ze nieuwe dingen zien, hebben ze er geen besef van, er geen gevoel voor en nemen ze er geen actieve, accepterende houding tegenover aan. Bovendien zijn ze van nature bijzonder achterlijk, en bijzonder afgestompt en traag van begrip. Deze twee redenen maken hen traag in het aanvaarden van nieuwe dingen. Pas wanneer veel mensen iets al gebruiken, praten over wat de voordelen en het gemak ervan zijn, welke impact het op mensen heeft en welke voordelen het hun oplevert, en ze dit alles met hun eigen ogen hebben gezien – en ook hebben gezien dat de mensen om hen heen het persoonlijk in zekere mate ervaren – aanvaarden ze het langzaam in hun hart en beginnen ze het vervolgens te gebruiken. Op wat voor kaliber wijst dit? Het vermogen van zulke mensen om dingen te aanvaarden is gemiddeld. Het bezitten van een gemiddeld vermogen om dingen te aanvaarden betekent dat iemands kaliber gemiddeld is. Bij het prediken van het evangelie of bij het uitvoeren van bepaald professioneel werk zijn er bijvoorbeeld sommige broeders en zusters die het voortouw nemen bij het uitproberen en toepassen van een nieuwe methode of professionele techniek. Ze voelen snel dat het heel goed is om deze professionele techniek te gebruiken, aangezien daarmee de effectiviteit waarmee ze hun plicht vervullen behoorlijk hoog is en hun efficiëntie ook wordt verhoogd. Ze gaan er dan ook onmiddellijk toe over om deze nieuwe techniek of methode te promoten, en moedigen andere broeders en zusters aan om deze te leren en toe te passen. Mensen van goed kaliber zijn bedreven in het zoeken naar nieuwe technieken en methoden bij het vervullen van hun plicht. Ze kunnen al heel snel iets nieuws helder waarnemen en nauwkeurig beoordelen, en deze kans aangrijpen. Ze kunnen een nieuwe techniek of methode volledig aanvaarden en toepassen in het werk van alledag. Ze kunnen voortdurend conclusies trekken over de sterke en zwakke punten van dit nieuwe en welke resultaten het kan bereiken, en vervolgens aanpassingen doen. Tijdens een verkenningsperiode krijgen ze geleidelijk inzicht in welke aspecten van dit technische vakgebied of dit stukje informatie kunnen worden toegepast in het kerkwerk en welke niet. Daarna verbeteren ze dit nieuwe in hun werk gaandeweg, in overeenstemming met de principes en de vereisten van Gods huis. Hoe meer ze dit nieuwe verbeteren, hoe beter het wordt, totdat het uiteindelijk vrucht afwerpt. Dit is een uiting van goed kaliber. Sommige mensen blijven echter bij het prediken van het evangelie star vasthouden aan de oorspronkelijke methode, en prediken ofwel één-op-één of twee-op-één, of vertrouwen op pure aantallen. Ze zijn afgestompt en traag van begrip, en traag in het aanvaarden van de geavanceerde methode. Hoewel ze met de mond erkennen dat de geavanceerde methode best wel goed klinkt en haalbaar is, koesteren ze in hun hart voortdurend bedenkingen. Ze zijn bang dat als ze deze methode toepassen, dit slechte resultaten zal opleveren, dus durven ze het niet te proberen. Anderen halen hen over en zeggen: “Je hoeft je daar allemaal geen zorgen over te maken. We hebben het al uitgeprobeerd; het levert bijzonder goede resultaten op als we op die manier praktiseren.’ Maar ze durven het nog steeds niet te proberen en blijven vasthouden aan de oorspronkelijke methode. Pas wanneer veel mensen de nieuwe methode gebruiken om het evangelie te prediken, waardoor ze elke maand meer mensen winnen en de efficiëntie verhogen, besluiten ze met tegenzin het een kans te geven. Ze nemen echter nog steeds slechts kleine stapjes en durven hun plannen en strategieën niet volledig te veranderen. Dit is te traag zijn in het aanvaarden van nieuwe dingen; dit is van gemiddeld kaliber zijn. Mensen van slecht kaliber hebben een nog slechter vermogen om dingen te aanvaarden. Ze kunnen iets nieuws niet helder waarnemen, kunnen er geen oordeel over vellen en weten niet hoe ze het moeten behandelen. In hun hart zijn ze onwillig en denken ze: mensen die in God geloven zouden geen nieuwe dingen moeten aanvaarden, en ze zouden geen nieuwe informatie en technologieën moeten aanvaarden. Zoals je ziet zijn ze nogal gesloten. Mensen van bepaalde denominaties gebruiken tot op de dag van vandaag geen elektriciteit, kijken geen televisie en gebruiken geen computers of andere elektrische producten. Wanneer ze de deur uitgaan, gebruiken ze geen modern vervoer; ze rijden niet eens op een fiets. Waar rijden ze dan in rond? Ossenkarren en paardenkoetsen, waarmee ze onderweg stofwolken doen opwaaien. Sommige mensen vragen: “Waarom rijd je niet op een fiets of neem je geen auto?” Ze zeggen: “Die dingen zijn door de mens gemaakt. We zijn bang dat God er niet van houdt als we ze gebruiken.” Dit is een slecht vermogen om dingen te aanvaarden hebben. Mensen met een slecht vermogen om dingen te aanvaarden, bekijken veel dingen op een onjuiste manier. Ze zitten vast in hun oude gewoonten, houden vast aan hun eigen gezichtspunten en zijn onwillig om nieuwe dingen te aanvaarden. Dat ze onwillig zijn, is op zichzelf al een probleem met hun denken en hun verstand. Waar wijst het hebben van een dergelijk probleem op? Om het voorzichtig uit te drukken, het toont aan dat het kaliber van zulke mensen te gemiddeld is. Als ze consequent geen nieuwe dingen kunnen aanvaarden, dan is hun kaliber slecht en zijn ze star van geest. Ze geloven dat Gods werk onveranderlijk is, en dat, welke woorden God ook heeft gesproken, God voor altijd alleen diezelfde woorden zal spreken, en dat welk werk God ook heeft gedaan, God voor altijd alleen datzelfde werk zal doen. Wat deze mensheid en dit tijdperk betreft, geloven ze dat wat ze aanvankelijk zagen en ervoeren voor altijd onveranderd zal blijven en altijd zo zal zijn. Bijvoorbeeld: twintig of dertig jaar geleden hadden mensen een bepaalde notie met betrekking tot hun begrip van kleding. Ze geloofden dat katoen een puur natuurlijk materiaal was en dat alle soorten katoenen textiel goed waren; of het nu ging om gewatteerde jassen, T-shirts of ondergoed, zolang het van katoen was gemaakt, was het beter dan synthetische vezels. Ze hielden gewoon stellig vast aan deze overtuiging. Twintig of dertig jaar later heeft de textielindustrie zich echter ontwikkeld en zijn er veel stoffen verschenen die op katoen lijken, en ook verschillende kledingstukken van synthetische vezels. Er zijn veel stoffen die beter zijn dan katoenen stoffen; ze zijn beter ademend, voeren warmte sneller af, nemen vocht sneller op en vervormen, krimpen of vervagen niet, hoe ze ook worden gewassen. Bovendien dragen ze bijzonder comfortabel en licht, zonder de huid enige schade toe te brengen. Sommige mensen kunnen echter synthetische vezels nog steeds niet aanvaarden. Ze geloven nog altijd dat alleen katoenen textiel goed is, omdat katoen op de grond wordt verbouwd, door God is geschapen en natuurlijk is, terwijl synthetische vezels door de mens zijn gemaakt. Ze beseffen niet dat, hoewel katoen door God is bereid en het beste is, het land vervuild is geraakt en de groene rups die het katoen teistert met elke generatie sterker i geworden. Gewone bestrijdingsmiddelen kunnen het probleem niet oplossen. Uiteindelijk moet het katoen speciale desinfectiebehandelingen ondergaan, zodat het dragen ervan geen jeuk veroorzaakt. Als het goed wordt behandeld, worden de kosten van de kleding hoog, waardoor het tegen extreem hoge prijzen moet worden verkocht. Als het niet goed wordt behandeld, is het niet zo goed als het dragen van kleding van synthetische vezels. Zie je, de kwaliteit van kleding van synthetische vezels is tegenwoordig bijzonder goed; veel professionele atleten dragen het, en de feedback is allemaal heel positief. Maar sommige mensen aanvaarden het, ook na dit te hebben gehoord, nog steeds niet en blijven ervan overtuigd dat katoenen textiel beter is. Zijn zulke mensen niet onwetend en koppig? (Ja.) Deze onwetendheid en koppigheid is een probleem van hun menselijkheid. Hoe is hun kaliber dan? (Hun kaliber is niet goed.) Wanneer iemand iets nieuws ziet, hangt zijn houding bij het vellen van een oordeel of het juist of onjuist is – om te beslissen of hij het aanvaardt of verwerpt – af van zijn kaliber. Als de meeste mensen denken dat het nieuwe juist is, en hij de menigte volgt en het passief aanvaardt, dan is zo iemand op zijn best van gemiddeld kaliber. Als hij niet kan onderscheiden of iets nieuws juist of onjuist is, of het gunstig is voor mensen, en wat de sterke punten en nadelen ervan zijn in vergelijking met de oude dingen waarin hij voorheen stellig geloofde, en niet in staat is de verschillen tussen nieuwe en oude dingen te onderscheiden of te herkennen – als hij over dit alles geen oordeel kan vellen, dan bewijst dit dat hij geen vermogen heeft om nieuwe dingen te aanvaarden; dat wil zeggen, hij heeft geen bevattingsvermogen. Zulke mensen zijn van slecht kaliber. Aanvankelijk missen ze, wanneer er iets nieuws verschijnt, een zekere mate van opmerkzaamheid. Wanneer ze over dit ding horen, hebben ze ook totaal geen vermogen om het te aanvaarden. Uiteindelijk, zelfs als ze het nieuwe met tegenzin aanvaarden, is dat alleen met de hulp en overtuigingskracht van anderen die dan zelfs de voordelen en sterke punten van het nieuwe met oude dingen moeten vergelijken, zodat deze mensen met eigen ogen kunnen zien dat er duidelijke verschillen zijn tussen het nieuwe ding en de oude dingen en dat het nieuwe ding duidelijk superieur is aan de oude dingen, voordat ze het kunnen aanvaarden. In hun hart kunnen deze mensen echter nog steeds niet helder zien wat er goed is aan veel andere nieuwe dingen en hebben ze nog steeds het gevoel dat de oude dingen goed zijn en dat daaraan moet worden vastgehouden. Alleen in omstandigheden waarin ze geen keuze hebben, aanvaarden ze met tegenzin en passief nieuwe dingen. Deze mensen zijn van slecht kaliber. Een persoon van gemiddeld kaliber is iemand die het, met een paar aanwijzingen, onmiddellijk begrijpt en beseft dat hij de dingen op een verwrongen, achterhaalde manier bekeek. Dit is het hebben van een gemiddeld kaliber. Een persoon van slecht kaliber heeft daarentegen herhaalde aanwijzingen en aansporingen nodig, de collectieve overtuigingskracht van iedereen, alsook enkele feiten en concrete voorbeelden die aantonen hoe dit nieuwe mensen ten goede komt nu het wijdverbreid is aanvaard, voordat hij het met tegenzin aanvaardt en gebruikt. Privé kiest hij echter nog steeds voor het oude. Dit is een persoon van zeer slecht kaliber. Het hebben van een slecht kaliber betekent dat men consequent niet de positieve effecten herkent die de verschijning van nieuwe dingen op mensen heeft, en niet in staat is de verschillen tussen nieuwe en oude dingen te vinden, en er consequent niet in slaagt de voordelen en vooruitgang van nieuwe dingen en de nadelen en achterlijkheid van oude dingen te ontdekken of bloot te leggen, en ook dat men altijd vasthoudt aan zijn oude gedachten en gezichtspunten; daarom is zijn vermogen om dingen te aanvaarden zeer slecht. Mensen met een slecht vermogen om dingen te aanvaarden, zijn van slecht kaliber. Mensen van slecht kaliber kunnen de essentie of grondoorzaak van problemen niet doorzien, hoe je de dingen ook aan hen uitlegt. Van dat deel van de mensen dat het slechtste kaliber heeft, kan niet eens worden gezegd dat ze enig vermogen hebben om dingen te aanvaarden – wanneer ze met nieuwe dingen worden geconfronteerd, is het niet de vraag of ze subjectief bereid zijn ze te leren en te aanvaarden; het probleem is veeleer dat ze er totaal geen perceptie van hebben. Of het nu in het dagelijks leven is of bij het vervullen van hun plicht en ongeacht welke nieuwe dingen er verschijnen, bij welke dingen er vooruitgang wordt geboekt of welke dingen er verbeteren, ze hebben geen perceptie en geen besef. Wordt hun onwetendheid over deze dingen veroorzaakt doordat ze het nieuws niet volgen of geen kranten lezen? Nee, het komt doordat het hun kaliber simpelweg ontbreekt aan het vermogen om dingen te aanvaarden. Het is alsof ze geen vermogen hebben dingen op te nemen. Als er iets nieuws verschijnt zijn ze afgestompt, traag van begrip en missen ze perceptie. Zelfs als ze in een bruisende stad wonen, is het alsof ze in een afgelegen bergdorp leven. Ze zijn zich totaal niet bewust van grote of kleine gebeurtenissen die zich in het menselijk leven voordoen. Daarom zijn er binnen hun levenssfeer geen nieuwe dingen die hun eten, kleding, huisvesting en vervoer kunnen beïnvloeden. Ze zijn net als dieren. De dingen in hun gedachtewereld zijn beperkt tot de kleine reeks dingen binnen hun levenssfeer, de dingen die ze kennen uit de tijd dat ze verschillende dingen in de wereld leerden bekijken. Naast deze dingen heeft niets uit de buitenwereld ook maar enige invloed op hen, en ze hebben er geen interesse in. Wat voor soort mensen zijn dit? Hebben ze geen gebrekkig denkvermogen? (Ja.) Natuurlijk zijn de zaken waar we het hier over hebben heel kleine, triviale aspecten van het dagelijks leven; we hebben het niet over nationale aangelegenheden of belangrijk wereldnieuws. Ze zijn zich zelfs niet bewust van de verschijning van iets heel kleins en nieuws, en ze tonen geen enkele mate van aanvaarding. Met deze ‘aanvaarding’ wordt bedoeld hoe de verschijning van iets nieuws hun gedachten en gezichtspunten verandert, voor enkele verbeteringen in hun leven zorgt – waaronder wat betreft levensstijl, basale levenskennis, enzovoort – en leidt tot enige verbetering en vooruitgang in hun vermogen om problemen in het leven aan te pakken. Mensen zonder vermogen om dingen te aanvaarden, behouden altijd hun routinematige, oorspronkelijke manier van leven. In het verleden zeiden mensen bijvoorbeeld vaak dat tofu gestoofd met spinazie iets goeds was, omdat het zowel ijzer als calcium leverde. Nu was er iemand die ermee opgroeide het op deze manier te eten. Later vertelden sommige mensen hem dat voedingswetenschappers hadden ontdekt dat spinazie oxaalzuur bevat, en dat het langdurig eten van spinazie met tofu gemakkelijk kan leiden tot de vorming van stenen in het lichaam. Nadat hij dit heeft gehoord, denkt deze persoon: ‘Wat is oxaalzuur? Wie heeft er ooit oxaalzuur in spinazie gezien? Ik heb het zoveel jaren gegeten en er is niets gebeurd. Ik blijf het eten!’ Hij aanvaardt het niet. Dit is iemand die in geen enkele mate nieuwe dingen of nieuwe gezichtspunten aanvaardt. Daarentegen zullen mensen met het vermogen om dingen te aanvaarden, zodra ze hebben vastgesteld dat spinazie oxaalzuur bevat, nadenken over hoe ze het oxaalzuur kunnen verwijderen. Als ze zich er verder in verdiepen, ontdekken ze dat het blancheren van de spinazie in kokend water het oxaalzuur verwijdert. Degenen met het vermogen om dingen te aanvaarden, zullen bij het horen van nieuwe informatie door navraag de juistheid van de informatie onderscheiden en vaststellen of deze gunstig is voor mensen, en vervolgens zullen ze beslissen of ze deze aanvaarden of verwerpen. Ze zullen vragen stellen, leren over de relevante details en deze kennis vervolgens toepassen in het dagelijks leven, waarbij ze de nadelen of schade voor mensen vermijden die door het betreffende nieuwe ding worden veroorzaakt. Aan de andere kant geven die verwarde mensen, die het vermogen om dingen te aanvaarden volledig missen, niets om welke nieuwe informatie ze ook horen, doen er geen navraag naar, verwerpen ze die direct, en houden ze alleen vast aan oude, achterhaalde dingen. Dit komt uiteindelijk neer op het probleem van hun kaliber. Als het gaat om nieuwe dingen, weten ze niet hoe ze die moeten benaderen of welke principes ze moeten begrijpen, noch overwegen ze welke gevolgen het verwerpen van nieuwe dingen voor hun leven of werk zou kunnen hebben. Kortom, ze koesteren altijd een achterdochtige houding ten opzichte van nieuwe dingen en nieuwe informatie, en durven die niet te aanvaarden. Zulke mensen zijn van slecht kaliber.
Mensen van slecht kaliber kunnen problemen die ze in het leven tegenkomen niet zelfstandig oplossen, hoeveel er ook opduiken. Het ontbreekt dergelijke individuen aan het vermogen om zelfstandig te leven. Wat de kwestie ook is, ze blijven de dingen doen zoals ze destijds van hun voorouders hebben overgenomen. Ze veranderen niets en houden er tot het einde star aan vast. Als je kritiek op hen hebt en zegt dat het verkeerd is om de dingen zo te doen, zullen ze niet luisteren en zelfs extreem koppig worden. Ze zullen met je in discussie gaan: “Zo is het door onze voorouders overgeleverd. De generatie van mijn grootvader en de generatie van mijn ouders deden het allemaal op deze manier, zo is het overgeleverd!” Zijn dingen die zijn overgeleverd noodzakelijkerwijs juist? Ze staan niet stil bij deze vraag, wat hun slechte kaliber bewijst. Als ze het kaliber van een normaal persoon zouden bezitten, zouden ze over deze vraag nadenken. Ze zouden een zekere mate van aanvaarding tonen wanneer ze informatie over nieuwe dingen horen, een zekere mate van aanvaarding. Als ze deze uitingen niet vertonen, betekent dit dat ze geen enkele mate van aanvaarding hebben. Het ontbreekt zulke mensen aan het vermogen om zelfstandig te leven. Hoe oud ze ook worden, ze zeggen altijd: “In de tijd van mijn vader was het zo. In de tijd van mijn grootvader en overgrootvader was het zo. In mijn generatie moet het dus zo blijven.” Deze mensen zijn duidelijk fossielen. Ze zijn als verrotte houtblokken – bekrompen! Ze hebben geen enkel vermogen om nieuwe dingen te aanvaarden, wat aantoont dat ze van zeer slecht kaliber zijn. Hoe je hun ook uitlegt welke verbeteringen nieuwe dingen met zich meebrengen, ze zullen ze niet aanvaarden. Het ontbreekt zulke mensen aan het vermogen om zelfstandig te leven. Oppervlakkig gezien lijken ze weliswaar hun eten, kleding, huisvesting en vervoer zelf te regelen, maar de manieren en methoden die ze gebruiken zijn onder de maat. Ze passen hun levensstijl niet aan de tijd aan, noch aan de ontwikkeling die de mensheid op verschillende gebieden van gezond verstand en kennis heeft doorgemaakt. Zulke mensen zijn degenen met een slecht kaliber. Hoewel ze niet verhongeren, niet bevriezen en geen ernstige ziekten hebben opgelopen, modderen zulke mensen, als we kijken naar hun perspectief op overleven en hun levensstijl, maar wat aan in het leven. Ze kunnen ook worden geclassificeerd als mensen met een gebrekkig denkvermogen, idioten of dwazen. Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk wanneer ze mensen met een gebrekkig denkvermogen of een idioot worden genoemd, maar ook als ze zich er ongemakkelijk bij voelen, is het toch waar. Hun kaliber is werkelijk zo slecht. Ik zou inderdaad graag iets willen zeggen dat je een comfortabel gevoel geeft, maar je bezit daar simpelweg het kaliber niet voor. Het ontbreekt je in elk opzicht aan bekwaamheid en je hebt over geen enkele kwestie correcte, nauwkeurige gedachten of gezichtspunten die in overeenstemming zijn met het denken van een normale menselijkheid. Is dit geen gebrek aan kaliber? Het is al genadig genoeg om je geen nutteloos persoon te noemen. Dit soort persoon dat geen kaliber heeft, is er slechts één stap van verwijderd verstandelijke gehandicapt te zijn. Verstandelijk gehandicapten missen zelfs het vermogen om voor zichzelf te zorgen en zijn volledig afhankelijk van de hulp van anderen. Tijdens de maaltijd moeten hun ouders hen nog steeds hapje voor hapje voeden, en ze weten niet eens of ze zelf vol zitten of niet. Mensen van slecht kaliber hebben een gebrekkig denkvermogen; het zijn idioten en ze zijn er slechts één stap van verwijderd verstandelijk gehandicapt te zijn. Zo slecht is hun kaliber. Zeg Mij, zijn zulke mensen niet meelijwekkend? Zijn ze niet behoorlijk irritant? Mensen van slecht kaliber hebben geen leervermogen, geen vermogen om dingen te begrijpen en geen bevattingsvermogen; laat staan dat ze het vermogen om dingen te aanvaarden bezitten – ze bezitten in geen enkel opzicht enige bekwaamheid. Hoe je de dingen ook uitlegt of welke voorbeelden je hun ook geeft, ze kunnen nog steeds niet bevatten of begrijpen wat er is gezegd. Is dit geen gebrek aan denkvermogen? Hoe je het ook uitlegt, ze kunnen het niet begrijpen. Zelfs als je heel duidelijk spreekt en het grondig uitlegt, snappen ze het nog steeds niet, en vinden ze wat je zegt zelfs heel ongemakkelijk. Het ontbreekt hen aan het denken van een normale menselijkheid en ze komen zelfs met een reeks drogredenen op de proppen om je te weerleggen. Er valt met zulke mensen niet te redeneren; spreek gewoon deze zes woorden tegen ze: “Jullie zijn niet voor rede vatbaar!” Hun kaliber is zo slecht. Hoe kun je je nu niet bezorgd en geïrriteerd over hen voelen? Wat je ook tegen zulke mensen zegt, het is zinloos. Hoe je ook probeert hen te verlichten, ze begrijpen het niet. Zelfs bij een kleine kwestie heb je een hele dag nodig om hen te verlichten, en als je op een iets diepgaandere manier spreekt, zullen ze het niet begrijpen. Je moet de meest oppervlakkige termen gebruiken en veel spreken voordat ze het kunnen begrijpen. En zelfs nadat ze één kwestie hebben begrepen, snappen ze het nog steeds niet wanneer zich een soortgelijk probleem voordoet. Is dit geen gebrek aan denkvermogen? Zo’n persoon met een gebrek aan denkvermogen denkt echter niet dat hij dwaas is. Hij zegt: “Ga er niet van uit dat ik dwaas ben. Als je me tien yuan of tien Amerikaanse dollars aanbiedt, moet je eens kijken welke ik kies – ik zal zeker de Amerikaanse dollars kiezen omdat ik weet dat die meer waard zijn.” Anderen zeggen: “Je bent nog steeds dwaas.” Waarom zeggen anderen dat zulke mensen dwaas zijn? Omdat een gewoon mens niet zo’n soort voorbeeld zou gebruiken om te bewijzen dat hij niet dwaas is, noch zou hij zo’n inferieure methode gebruiken om dit aan te tonen. Juist omdat zulke mensen een extreem slecht kaliber hebben, geen normen hebben voor het evalueren van mensen, gebeurtenissen en dingen, en niet weten hoe ze die moeten evalueren, beschouwen ze zichzelf nooit als dwaas. Werkelijk scherpzinnige mensen zullen, na drie tot vijf jaar consequent te hebben gestreefd en geworsteld te midden van een groep mensen, beseffen dat er in elke groep mensen zijn die beter zijn dan zijzelf, mensen die hen overtreffen. Ze hebben altijd het gevoel dat hun eigen kaliber niet goed genoeg is, dat hun capaciteiten en intelligentie niet goed genoeg zijn. Ze zijn altijd in staat hun eigen tekortkomingen te ontdekken, te erkennen waar ze tekortschieten in vergelijking met anderen, en hun eigen problemen te identificeren; ze kunnen altijd de sterke punten van anderen zien. Dit soort persoon is scherpzinnig en bezit kaliber. Degenen zonder kaliber hebben daarentegen, wanneer ze te midden van een groep mensen leven, altijd het gevoel dat anderen de mindere van henzelf zijn. Ze zien dat sommige mensen bepaalde woorden niet eens kunnen spellen of niet kunnen typen, en ze minachten hen als zijnde van slecht kaliber. Ze gebruiken deze onbeduidende, kleine dingen die ze zelf kunnen doen om te bevestigen dat hun eigen kaliber goed is. Er zijn ook mensen die, wanneer ze zien dat anderen het minder nauw nemen met hun hygiëne of niet weten hoe ze zich goed moeten kleden, zeggen dat ze een slecht kaliber hebben. Ze zijn zelf een beetje schoner, kunnen een façade van verfijning ophouden, of hebben wat kennis en gaven, en beschouwen daarom hun eigen kaliber als goed. Zijn zulke mensen scherpzinnig of dwaas? Ze zijn dwaas. Let erop hoe scherpzinnige mensen spreken: “Waarom heb ik het weer verpest? Ik besef dat ik dwaas ben!” Degenen die vaak zeggen dat ze dwaas zijn en dat ze tekortkomingen hebben, zijn werkelijk scherpzinnig. Degenen die nooit toegeven dat ze dwaas zijn en altijd zeggen: “Denk je dat ik dwaas ben? Probeer me dan maar eens om geld te vragen en kijk of ik het je geef!”, zijn werkelijk dwaas. Dwaasheid wordt in de volksmond “ze niet allemaal op een rijtje hebben” genoemd. Dat hij zulke dwaze dingen kan zeggen, is dat geen dwaasheid? Is dat niet “ze niet allemaal op een rijtje hebben”? (Ja.) Wanneer hij iemand ziet met enkele gebreken of tekortkomingen, of die wanneer hij dingen doet wat steken laat vallen, lacht hij achter diens rug om en zegt: “Hoe kan hij zo dwaas zijn?” Wanneer hij iemand ziet die voortdurend berekent hoe hij voordeel kan behalen en sluwe plannen smeedt, beschouwt hij zo iemand als scherpzinnig en als iemand van goed kaliber. Werkelijk scherpzinnige mensen evalueren de kwaliteit van iemands kaliber en of hij scherpzinnig of dwaas is op basis van zijn diverse capaciteiten. Dwaze mensen kijken echter alleen naar wie berekenend is, wie voordeel behaalt en wie altijd weet te voorkomen dat hij verlies lijdt, en wie bedreven is in het dienen van zichzelf door middel van bedrog, in de overtuiging dat al zulke mensen scherpzinnig zijn en een goed kaliber hebben. In werkelijkheid zijn dit soort mensen allemaal dwaas. Mensen die de kwaliteit van iemands kaliber evalueren op basis van hoe berekenend zo iemand is, zijn zelf dwazen. Zojuist haalden we een van de meest dwaze uitingen aan: hij zegt: “Als je me tien Amerikaanse dollars of tien yuan aanbiedt, moet je eens kijken welke ik kies. Ik zou zeker niet voor de renminbi kiezen – denk maar niet dat ik niet weet dat Amerikaanse dollars meer waard zijn! Als je me vlees of tofu aanbiedt, moet je eens kijken wat ik eet. Denk je dat ik zo dwaas ben om tofu te eten en niet het vlees? Ik weet dat vlees beter smaakt!” Zulke mensen zijn in feite dwazen. Als je echt niet wilt dat anderen je dwaasheid zien, zou je absoluut niet zulke voorbeelden moeten gebruiken. Begrepen? (Ja.) Maken dwaze mensen deze fout vaak? (Ja.) Ze denken zelfs: ‘Kijk eens hoe goed ik ben in het geven van voorbeelden! Zie je hoe scherpzinnig ik ben? Zie ik er dwaas uit voor je? Jij bent degene die dwaas is!’ Het meest dwaze type persoon straalt voortdurend dwaasheid uit. Hiermee wordt de communicatie over dit vermogen afgesloten: het vermogen om dingen te aanvaarden.
Nummer 5: Cognitief vermogen
Het vijfde vermogen is cognitief vermogen. Wat wordt bedoeld met cognitief vermogen? De nadruk ligt voornamelijk op de mate waarin iemand de dingen zelf begrijpt. Om iemands cognitief vermogen te evalueren, moet men kijken zijn mate van begrip van een ding en het tijdsbestek dat hij nodig heeft om de essentie van dat ding te begrijpen. Als het tijdsbestek dat hij nodig heeft heel kort is en zijn mate van begrip diep genoeg, zodat het niveau wordt bereikt waarop hij de essentie van het ding begrijpt, bezit hij cognitief vermogen. Als het tijdsbestek dat een persoon nodig heeft om een ding te begrijpen binnen de normale marge valt, en hij de essentie van dit ding zelf kan begrijpen, de oorzaken en gevolgen helder kan zien, evenals de wortel en essentie van de problemen die erin besloten liggen, en vervolgens in zijn hart tot een begrip van dit ding komt – en, beter nog, als hij een definitie kan geven en een conclusie over dit ding kan trekken – wordt dit een goed kaliber genoemd. Dat wil zeggen, als je als een normaal persoon die het denken van een normale menselijkheid bezit, ongeacht of je man of vrouw bent, of je net volwassen bent geworden of al de middelbare of oude leeftijd hebt bereikt, binnen het normale tijdsbestek tot begrip van de essentie van dit ding zelf komt, dan wordt je kaliber als goed beschouwd. Als het tijdsbestek dat je nodig hebt om dit ding te begrijpen drie of vier keer zo lang is als dat van een normaal persoon – dat wil zeggen, als een persoon van goed kaliber drie dagen nodig heeft, maar jij tien dagen of zelfs een maand nodig hebt – en als je pas tegen de tijd dat je de hele gang van zaken van deze kwestie hebt uitgezocht, en de schade en negatieve gevolgen die door deze kwestie zijn veroorzaakt al zichtbaar zijn geworden, de ernst van deze kwestie en de wortel en essentie ervan begrijpt, dan is je kaliber op zijn best gemiddeld. Met andere woorden, als deze kwestie nog geen ernstige gevolgen heeft veroorzaakt, maar er al wel voortdurend wat negatieve gevolgen aan het licht zijn gekomen, en je je pas tijdens dit proces geleidelijk bewust wordt van de wortel en essentie van deze kwestie, en tot een definitie en conclusie komt, dan wordt je kaliber als gemiddeld beschouwd. Maar als het pas nadat deze kwestie tot negatieve of ernstige gevolgen heeft geleid plotseling tot je doordringt en je begrijpt wat de aard van deze kwestie is, dan is je kaliber extreem slecht. Als deze kwestie al negatieve gevolgen heeft veroorzaakt en je nog steeds niet weet wat het probleem met deze kwestie is of wat de wortel van het probleem is, en je er nog steeds geen conclusie over kunt trekken, dan heb je geen kaliber. Cognitief vermogen is onderverdeeld in deze vier niveaus. Ten eerste zijn er mensen van goed kaliber. Dat wil zeggen, wanneer er net iets is voorgevallen en je onmiddellijk, binnen een paar uur, een conclusie moet trekken – en dit een urgente situatie waarin er negatieve gevolgen zullen zijn als je niet onmiddellijk een oordeel velt, een plan ontwikkelt om de kwestie aan te pakken en op te lossen, of zelfs een plan voor het beperken van de schade bedenkt om de verdere ontwikkeling ervan te stoppen – als je je binnen deze tijdsperiode bewust kunt worden van de grondoorzaak van deze kwestie, en je onmiddellijk en resoluut een nauwkeurig oordeel kunt vellen, nauwkeurig een beslissing kunt nemen en een conclusie kunt trekken, en vervolgens een redelijk plan voor de aanpak ervan kunt formuleren, betekent dit dat je een goed kaliber hebt. Stel echter dat je alleen maar voelt dat er een probleem is met deze kwestie, maar je niet weet waar het probleem ligt of wat de grondoorzaak ervan is, en je binnen de normale tijdsperiode voor de aanpak van deze kwestie niet tot conclusies, oordelen of plannen voor de aanpak ervan komt. In plaats daarvan wacht je alleen maar passief af en kijk hoe je toe hoe de kwestie zich verder ontwikkelt. Pas door deze verdere ontwikkeling probeer je vast te stellen wat de essentie van deze kwestie werkelijk is en vel je een oordeel dat niet erg nauwkeurig is. Vervolgens blijf je afwachten en toekijken, en voordat de kwestie zich volledig heeft ontwikkeld, ben je misschien nog net in staat de essentie van het probleem te doorzien of nog net een oplossing te bedenken, maar je pakt de kwestie nog steeds niet snel genoeg aan. Als dit het geval is, dan is je kaliber zeer gemiddeld. Als deze kwestie zich volledig heeft ontwikkeld en er al gevolgen duidelijk zijn geworden en de essentie van het probleem al volledig aan het licht is gekomen, en je pas dan beseft dat deze kwestie slecht is, en ziet wat de onderliggende oorzaak ervan is – of misschien kun je de grondoorzaak helemaal niet zien, maar onderga je de uiteindelijke consequentie van deze kwestie slechts passief of word je er passief mee geconfronteerd – dan betekent dat dat je kaliber slecht is. Een andere uiting van mensen van slecht kaliber is dat als zulke zaken opnieuw gebeuren, ze dezelfde houding blijven houden, dezelfde methode voor de aanpak ervan, en de zaken met dezelfde snelheid aanpakken. Dat wil zeggen, telkens wanneer zulke zaken zich voordoen, pakken ze die altijd op deze zelfde manier aan, met deze zelfde snelheid en efficiëntie. Hoeveel dingen er ook gebeuren, ze zijn niet in staat de essentie ervan te onderscheiden, noch veranderen ze dienovereenkomstig hun meningen of gezichtspunten over wereldse zaken. Dit zijn mensen van slecht kaliber. Juist omdat het mensen van slecht kaliber zijn, ontbreekt het hun aan het vermogen om zelfstandig te leven; dat wil zeggen, ze hebben geen visie op overleven of op het leven. Dit is een indicatie van het hebben van een slecht kaliber. De uiting van mensen zonder kaliber is deze: wanneer een kwestie zich al heeft voorgedaan, en er misschien zelfs al gevolgen zichtbaar zijn geworden, weten ze nog steeds niet wat er is gebeurd, alsof ze dromen. Dit is geen kaliber en geen cognitief vermogen hebben. Begrijpen jullie het? (Ja.) Met cognitief vermogen wordt voornamelijk het begrijpen van de essenties van verschillende mensen en gebeurtenissen en de grondoorzaken van hun problemen bedoeld; dit is wat cognitief vermogen is. Het betekent dat wanneer je de uitingen, onthullingen en menselijkheid van een bepaald type mensen ziet, je kunt weten met welke problemen ze worden geconfronteerd, wat de grondoorzaak van hun problemen is in de omgeving waarin ze leven, wat de essentie is van de gebeurtenissen die je momenteel observeert en waar de grondoorzaak van de problemen daarin ligt. Cognitief vermogen verwijst voornamelijk naar twee aspecten: de essentie van mensen, gebeurtenissen en dingen doorzien, en de grondoorzaak van hun problemen doorzien. Wat kunnen jullie nog meer begrijpen over cognitief vermogen? Begrijpt iemand het als het vermogen om kennis te begrijpen en te leren? (Nee.) Het cognitief vermogen waar we het over hebben, betreft voornamelijk het vermogen om mensen en gebeurtenissen te bekijken. Als de norm waarmee je mensen en gebeurtenissen bekijkt erg laag is, je begrip erg oppervlakkig is, of je de essentie van mensen, gebeurtenissen of dingen niet kunt begrijpen, dan is je cognitief vermogen erg slecht, of bestaat zelfs helemaal niet. Als je, hoeveel overduidelijk onjuiste woorden of verkeerde gezichtspunten de mensen om je heen ook uiten, hoeveel onjuiste handelingen ze ook verrichten, of hoeveel overduidelijke verdorvenheid ze ook onthullen, de essentie van het probleem niet kunt ontdekken, niet weet wat voor type mensen ze zijn, of ze juiste mensen zijn, of ze mensen zijn die de waarheid nastreven, hoe hun karakter is, of wat de essentie van zulke mensen is – als je geen van deze dingen weet – dan heb je geen cognitief vermogen. Wanneer je met een persoon of kwestie wordt geconfronteerd, heb je geen norm voor beoordeling. Nadat de kwestie voorbij is, ben je niet tot een conclusie over de essentie van dergelijke problemen gekomen, en heb je er al helemaal geen enkel begrip van; en natuurlijk heb je geen principes voor de aanpak van dergelijke zaken en heb je er geen beoefeningspaden voor – dit is wat het betekent om geen cognitief vermogen te hebben. Cognitief vermogen verwijst voornamelijk naar het vermogen van een persoon om mensen, gebeurtenissen en dingen te begrijpen. Hiermee wordt onze bespreking van dit vermogen afgesloten.
Nummer 6: Het vermogen om oordelen te vellen
Het zesde vermogen is het vermogen om oordelen te vellen. Het vermogen om oordelen te vellen houdt in dat, wanneer je met een bepaalde kwestie wordt geconfronteerd, je kunt beoordelen of deze juist of onjuist, goed of fout, en positief of negatief is, en vervolgens jouw oordeel kunt gebruiken om de gepaste manier te bepalen om deze te benaderen en aan te pakken. Wanneer een persoon normaal gesproken met een kwestie wordt geconfronteerd, of het nu iets is wat hij al eerder heeft gezien of niet, al eerder heeft ervaren of niet, en of de kwestie nu relatief positief of relatief negatief is, wat voor houding moet hij er dan tegenover aannemen? Moet hij het verwerpen of het omarmen en aanvaarden? Als je, nadat je het helder ziet, je eigen standpunt hebt en nauwkeurige gezichtspunten hebt gevormd die in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, bewijst dit dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Wanneer je bijvoorbeeld iemand iets hoort zeggen, kun je, na erover te hebben nagedacht, bepalen wat dit betekent, welk doel de spreker wil bereiken, waarom hij deze woorden spreekt, waarom hij een dergelijke woordkeuze en toon gebruikt, en waarom hij een bepaalde blik in zijn ogen heeft wanneer hij het zegt. Je kunt de onderliggende bedoelingen, doelen en motieven zien achter wat hij zegt. Ongeacht hoe je achteraf met deze onderliggende bedoelingen en motieven omgaat, kun je ter plekke enkele van de onderliggende problemen achter de kwestie die zich afspeelt waarnemen. Je weet wat hij wil doen, waarom hij het zo wil doen, het doel dat hij wil bereiken, het effect dat hij met zijn woorden beoogt, en de verborgen middelen, listen en complotten die ermee gepaard gaan. Je kunt enkele aanwijzingen zien, je ervan bewust worden dat het probleem hier geen gewoon probleem is, en je kunt zelfs een gevoel van waakzaamheid in je hart hebben. Dit bewijst dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Als je het vermogen hebt om oordelen te vellen, betekent dit dat je een persoon van goed kaliber bent. Hoe aangenaam iemands woorden ook klinken, hoezeer ze qua doctrine ook met de waarheid overeenstemmen, hoe oprecht zijn houding ook op anderen overkomt, of hoe diep zijn doel ook verborgen is, je kunt het probleem nog steeds beoordelen aan de hand van zijn uiterlijke onthullingen, verschijnselen of wat hij zegt – dit bewijst dat je een goed kaliber hebt en dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Wanneer je bijvoorbeeld met een kwestie wordt geconfronteerd, kun je, ongeacht hoe ver die zich heeft ontwikkeld, door het proces van deze kwestie te begrijpen de essentie van deze kwestie en de grondoorzaak van het probleem doorzien. Dit is het vermogen hebben om oordelen te vellen. Bijvoorbeeld, wanneer er in de kerk antichristen en kwaadaardige mensen zijn die hinderen en verstoren, kun je wat betreft de vraag wie van deze mensen de hoofddader is, wie de volgelingen zijn, wie de hoofdrol speelt in deze kwestie en wie passief is, evenals wat voor invloed deze kwestie zelf op mensen zal hebben, en welke nadelige gevolgen er zullen ontstaan als deze kwestie zich verder ontwikkelt, door de basisomstandigheden van deze kwestie te begrijpen, een oordeel vellen over de hele situatie. Zelfs als jouw oordeel op dat moment tot op zekere hoogte afwijkt van hoe de kwestie uiteindelijk uitpakt, heb je op zijn minst een gezichtspunt, een houding en nauwkeurige principes voor de aanpak van deze kwestie. Dit is voldoende om te bewijzen dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen met betrekking tot deze kwestie. Dat wil zeggen, je hebt het vermogen om te beoordelen wie de hoofddader of aanstichter van een kwestie is, of in hoeverre deze kwestie zich in de toekomst zal ontwikkelen, en wat voor houding je moet aannemen en welke principes je moet toepassen om deze kwestie te benaderen en te voorkomen dat deze tot nadelige gevolgen leidt. Zolang je het vermogen hebt om te oordelen, de logica en methode van jouw oordeel correct zijn, en de basis van je oordeel op zijn minst in overeenstemming is met menselijkheid, of beter nog, in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, bewijst dit dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Zelfs als jouw oordeel tot op zekere hoogte afwijkt van de kwestie zelf, kan er, zolang er een basis is voor jouw oordeel, je oordeel overeenkomt met de patronen van volgens welke de kwestie zelf zich ontwikkelt, en het aansluit bij de grondoorzaak en essentie van vergelijkbare of soortgelijke problemen – en bovendien in overeenstemming is met de waarheidsprincipes – ook worden gezegd dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Het vermogen hebben om oordelen te vellen bewijst dat je over problemen kunt nadenken. Als jouw oordelen aansluiten bij de grondoorzaak, de essentie en alle andere aspecten van de kwestie zelf, dan bewijst dit dat je een persoon van goed kaliber bent.
Ongeacht welke mensen of kwesties men tegenkomt, kan men alleen een daaropvolgend plan voor de aanpak en oplossing ervan hebben wanneer men een correcte denkwijze heeft, en alleen op de voorwaarde dat men beoordeelt of een kwestie juist of onjuist, goed of fout, positief of negatief is. Als een persoon niet weet hoe hij over problemen moet nadenken – specifiek gezegd, als hij problemen niet kan beoordelen – dan kan hij ook geen problemen aanpakken, dat wil zeggen, het ontbreekt hem aan het vermogen om problemen aan te pakken. Iedereen die problemen aanpakt, doet dit op de voorwaarde dat hij beoordeelt of een kwestie juist of onjuist is; anders zullen zijn plan voor het oplossen van het probleem en zijn beoefeningspad een basis missen. Iemand meldt je bijvoorbeeld dat in een bepaalde kerk het kerkleven niet goed is; de meeste mensen zijn negatief en onverschillig, en niet bereid om samen te komen of hun plicht te vervullen. Hoe beoordeel je een dergelijk verschijnsel? Is dit een probleem uit het werkelijke leven? (Ja.) Aangezien het een probleem uit het werkelijke leven is, moet je met een specifiek, praktisch plan komen om het aan te pakken en op te lossen. Moet je, voordat je het probleem oplost, niet beoordelen wat de grondoorzaak en essentie van dit probleem zijn, en welke mensen het veroorzaken? Moet je deze niet beoordelen? (Ja.) Alleen door na te denken kun je een oordeel hebben, en pas na oordeelsvorming kun je de grondoorzaak van het probleem vaststellen, en op basis van de grondoorzaak en essentie van het probleem kun je vervolgens gepaste, geschikte methoden voor de aanpak en plannen voor de oplossing van het probleem bepalen. Als je zou vernemen dat het kerkleven in een bepaalde kerk niet goed is, maar je de reden daarvoor niet weet, hoe zou je dan te werk gaan om te beoordelen waar de grondoorzaak van het probleem ligt? (Mijn eerste gedachte zou zijn dat dit probleem rechtstreeks verband houdt met de kerkleider. Als de kerkleider geen geestelijk begrip heeft, al jaren in God gelooft maar de waarheid niet begrijpt, geen enkel probleem dat hij tegenkomt kan aanpakken, en niet weet hoe hij Gods uitverkoren volk moet leiden om Gods woorden te eten en te drinken of over de waarheid te communiceren, dan zal het een kerk met zo'n valse leider ongetwijfeld aan een goed kerkleven ontbreken.) Dit is één oordeel. Over het algemeen kan bij eenvoudige problemen, als één oordeel nauwkeurig is, dit je in staat stellen de grondoorzaak van het probleem te bevatten. Sommige problemen zijn echter complex, en als de informatie die je begrijpt niet volledig is, is het mogelijk dat je met je ene oordeel de grondoorzaak van het probleem niet kunt bevatten. Zijn er dan ook tweede en derde oordelen? (Ja.) Na je drie oordelen hebt gevormd, is het mogelijk dat een daarvan het meest nauwkeurig is. Aan welke andere oordelen kunnen jullie dan denken? (Waar ik kan bedenken, is dat de mensen in deze kerk over het algemeen een slecht kaliber hebben en een slecht vermogen om de waarheid te bevatten, en dat ze de waarheid niet liefhebben. Daarom zijn de resultaten van het kerkleven daar slecht.) Komt dit overeen met de werkelijkheid? Dit is het tweede oordeel. Zijn er nog andere oordelen? (Ik zou me ook afvragen of er misschien kwaadaardige mensen zijn die hinder in deze kerk veroorzaken.) Dit is het derde oordeel. Welk van deze drie oordelen ligt meer in de lijn van de werkelijke situatie en is realistischer, en welk is hol? (Ik voel dat het tweede oordeel enigszins hol is. In feite is het zo dat, als de kerk een geschikt persoon als leider heeft die verantwoordelijk is voor het werk, de resultaten van het kerkleven dan goed zouden moeten zijn. Door Gods woorden te eten en te drinken en de waarheid te begrijpen, zouden de broeders en zusters zeker vol ijver moeten zijn om hun plichten te vervullen. Ik voel dat het eerste en derde oordeel realistischer zijn.) Het tweede oordeel is holle doctrine. Het eerste en derde oordeel liggen in de lijn van de werkelijke situatie en zijn nauwkeurig. Enerzijds maken deze twee oordelen gebruik van logisch denken; anderzijds zijn ze gebaseerd op enkele verschijnselen die in het werkelijke leven veel voorkomen. Als je veelvoorkomende verschijnselen kunt begrijpen, bewijst dit dat jouw denkwijze correct is en overeenkomt met de logica. Als je de werkelijke situatie niet kunt begrijpen, en jouw oordeel losstaat van het werkelijke leven, bewijst dit dat jouw denkwijze logica mist en er problemen mee zijn, en dat je problemen op een onrealistische, niet-objectieve manier bekijkt. Het eerste en derde oordeel zijn objectief. Eén mogelijke situatie is dat de kerkleider niet weet hoe hij het werk moet doen. Hijzelf heeft geen pad in het binnengaan van het leven, dus heeft hij nog minder een pad als het gaat om het leiden van de kerk en de broeders en zusters. Als gevolg daarvan verbetert het kerkleven daar niet. In feite geloven de meeste mensen in de kerk oprecht in God en zijn ze vol ijver, maar het kerkleven werpt niet echt vruchten af. Elke bijeenkomst volgt dezelfde routine: zingen, bidden, Gods woorden lezen, en vervolgens deelt de leider of diaken enkele oppervlakkige inzichten of doctrines. Er zijn daar maar weinig mensen die kunnen spreken over echt ervaringsinzicht. Daar komt nog bij dat de kerkleider een slecht kaliber heeft en zijn ervaring oppervlakkig is, en hij niet in is staat over de waarheid te communiceren om problemen op te lossen. Het kerkleven lijkt zodoende saai en onplezierig. Er zijn meerdere bijeenkomsten geweest maar niemand heeft er iets aan gehad, dus de meeste mensen hebben het gevoel dat het bijwonen van dergelijke bijeenkomsten minder nuttig is dan thuis Gods woorden te lezen, en ze worden onwillig om ze bij te wonen. Sommige mensen willen, nadat ze een of twee jaar in God hebben geloofd en enige waarheid begrijpen, plichten vervullen. Sommige kerkleiders weten echter niet welke mensen geschikt zijn voor welke plicht of voor wat voor soort werk ze geschikt zijn. Ze zijn niet in staat om mensen redelijkerwijs in te delen of mensen te gebruiken, noch kunnen ze hun eigen ervaringen gebruiken om mensen te ondersteunen en hen te helpen hun plichten te vervullen. Dit kan ertoe leiden dat sommige mensen negatief worden en onwillig om hun plichten te vervullen. In feite kunnen de meeste mensen die bereid zijn hun plicht te vervullen, hun plicht goed vervullen; het ontbreekt hun alleen aan ondersteuning en hulp. Als kerkleiders en diakenen mensen kunnen ondersteunen en helpen in overeenstemming met Gods woorden, zal het aantal mensen in de kerk dat bereid is hun plicht te vervullen toenemen, en zullen ze in staat zijn hun plicht normaal te vervullen. Doordat kerkleiders en diakenen niet weten hoe ze het werk moeten doen, levert het kerkleven slechte resultaten op en blijven sommige problemen lange tijd onopgelost, en na een tijdje worden veel mensen negatief en verliezen ze hun ijver; dit beïnvloedt Gods uitverkoren volk bij het vervullen van hun plicht. Als de resultaten van het kerkleven slecht zijn, komt dit voornamelijk doordat kerkleiders en diakenen niet weten hoe ze kerkwerk moeten doen. Dit is één situatie. Een andere situatie is wanneer antichristen en kwaadaardige mensen de macht in handen hebben en verstoringen in de kerk veroorzaken, en dit gebeurt van tijd tot tijd. Wanneer kerkleiders niet weten hoe ze het werk moeten doen, en er ook antichristen en kwaadaardige mensen zijn die de macht in handen hebben, voortdurend kliekjes vormen, onafhankelijke koninkrijken stichten, en anderen kwellen en onderdrukken, leidt dit ertoe dat sommige broeders en zusters die oprecht in God geloven en bereid zijn hun plicht te vervullen, worden onderdrukt, gekweld en uitgesloten. Ze willen hun plicht vervullen maar krijgen niet de gelegenheid, waardoor ze negatief en zwak worden. Deze mensen die oprecht in God geloven, voelen zich onprettig wanneer ze samenkomen met antichristen en hun aanhangers. Antichristen willen altijd de macht in handen hebben en hun eigen positie vestigen. Wanneer degenen die oprecht in God geloven deelnemen aan bijeenkomsten, willen ze meer van de waarheid begrijpen en hun ervaringen delen, maar de antichristen onderdrukken hen en geven hun de gelegenheid niet. Als gevolg daarvan wordt het kerkleven wanordelijk; mensen vallen uiteen in wanorde, en bijeenkomsten zijn niet langer prettig. Het weinige enthousiasme en de liefde die mensen hadden, gaan verloren, en ze zijn niet langer bereid hun plicht te vervullen. De slechte resultaten van het kerkleven kunnen aan elk van deze redenen te wijten zijn. Dit is waar jullie aan kunnen denken en wat jullie kunnen beoordelen. Als de conclusie waartoe je door oordeelsvorming komt verband houdt met de werkelijke situatie, zelfs als deze er slechts gedeeltelijk mee overeenkomt of louter een mogelijk probleem identificeert, is dit nog steeds een uiting van het hebben van het vermogen om oordelen te vellen. Op zijn minst houden de conclusie en de mening die je door oordeelsvorming bereikt verband met de werkelijke situatie, zijn ze geen doctrine, zijn ze niet hol, en zijn ze niet iets dat nooit bestaat. Dit bewijst dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen. Als de conclusies die je over elke kwestie trekt niet overeenkomen met de normale patronen volgens welke dingen zich ontwikkelen of met de manier waarop een kwestie in het werkelijke leven afloopt, en puur ingebeeld, hol, onrealistisch en onwaar zijn, en geen verband houden met de werkelijke situaties, dan betekent dit dat je geen vermogen hebt om oordelen te vellen of dat je vaak beoordelingsfouten maakt. Hoe zit het dan met het tweede oordeel dat jullie eerder noemden, dat de slechte resultaten van het kerkleven te wijten zijn aan het feit dat de mensen in deze kerk een slecht kaliber hebben en de waarheid niet liefhebben – wat voor soort oordeel is dit? (Het is een beoordelingsfout.) Dit wordt het maken van een beoordelingsfout genoemd. Als je de situaties die zich vaak voordoen bij dergelijke kwesties niet volledig kunt begrijpen – dat wil zeggen, die paar situaties waarvan het het meest waarschijnlijk is dat ze voorkomen – en je door oordeelsvorming slechts op één situatie komt, of je bent in staat je mogelijke situaties in te denken, maar denkt ook aan onmogelijke situaties, wat bewijst dit dan? Het bewijst dat jouw vermogen om oordelen te vellen gemiddeld is. Bij een persoon met een gemiddeld vermogen om oordelen te vellen komen er over een kwestie enkele gedachten op, maar kan hij niet tot zekerheid komen. In dergelijke gevallen is het oordeel dat hij velt onnauwkeurig. Als de oordelen van een persoon soms juist en soms onjuist zijn, en sommige wel overeenkomen met de werkelijke situatie en andere niet, maar de onnauwkeurige oordelen relatief vaker voorkomen, geeft dit aan dat zijn vermogen om oordelen te vellen slecht is. Stel dat de conclusies die hij door oordeelsvorming bereikt volkomen hol zijn, helemaal niet overeenkomen met de patronen volgens welke dingen zich ontwikkelen, en nog minder aansluiten op veelvoorkomende of vaak optredende verschijnselen, en volledig losstaan van de feiten. Zijn oordelen zijn niets anders dan fantasieën, ze hebben geen enkele connectie met de patronen volgens welke dingen zich ontwikkelen of met de menselijkheidsessentie zelf, en zijn volkomen onverenigbaar met de context van het werkelijke leven en de omgeving. Dat wil zeggen, stel dat zijn oordelen losstaan van de werkelijkheid: wat hij door oordeelsvorming bedenkt, zou in het werkelijke leven nooit kunnen gebeuren, en waar hij over spreekt is helemaal niet de essentie van het probleem. Als dit het geval is, dan heeft deze persoon geen vermogen om oordelen te vellen.
Om te evalueren of een persoon het vermogen heeft om oordelen te vellen, is het belangrijkste om te zien of zijn oordelen over verschillende soorten mensen en verschillende soorten dingen nauwkeurig zijn. Stel bijvoorbeeld dat je iemand ziet huilen en je niet weet waarom. Je kunt zien dat hij heel bedroefd en verdrietig huilt, en hij is ook af en toe aan het bidden en Gods woorden aan het lezen, en hij reageert op niemand die tegen hem spreekt. Er wordt je gevraagd te beoordelen wat er met deze persoon aan de hand is, en je zegt: “Hij heeft misschien heimwee. Zijn moeder is een tijdje geleden ziek geworden, dus hij wil naar huis.” Is dit oordeel nauwkeurig? Sommige mensen zeggen: “Hij voelt zich misschien negatief. Meestal wanneer mensen huilen, is dat omdat hun gevoelens zijn gekwetst. Mensen huilen bijvoorbeeld wanneer ze worden gepest of bedrogen. Wanneer hij met een kwestie wordt geconfronteerd en oneerlijk is behandeld, huilt hij altijd en is hij niet bereid om met anderen te spreken of om te gaan. Dit is een uiting van zich negatief voelen.” Sommigen vellen het volgende oordeel: “Vroeger predikte hij vaak het evangelie en vervulde hij zijn plicht buiten, maar nu vervult hij zijn plicht al lange tijd binnen, en hij is er misschien niet aan gewend en voelt zich beklemd.” Zijn er nog andere mogelijkheden? Sommige mensen zeggen: “Misschien heeft hij gisteren geen vlees kunnen eten, wat hem overstuur maakte. Daarom huilt hij.” Anderen zeggen: “Gisteren kwam hij met me praten. Ik dacht dat hij toevallig langsliep, dus ik keek hem alleen maar even aan en zei niets. Zou dat hem boos hebben gemaakt? Zou hij hierom huilen?” Hoe moet deze kwestie worden beoordeeld op een manier die aansluit bij de werkelijke situatie? Is dit gemakkelijk te beoordelen? (Ik kan enkele oordelen vellen. De weinige redenen die zojuist zijn genoemd – heimwee, gekwetste gevoelens, of een sombere, beklemde stemming – deze gesteldheden kunnen er allemaal mogelijk toe leiden dat een persoon huilt. Kleine dingen zoals geen vlees kunnen eten of genegeerd worden wanneer je tegen iemand spreekt, zouden echter niet genoeg moeten zijn om een persoon aan het huilen te maken.) Wat zijn de redenen die een persoon hard kunnen laten huilen? Grieven, verdriet, iemand of iets missen, een gevoel van in de schuld staan. Je zou hem dus moeten vragen: “Waarom huil je? Huil je omdat je oneerlijk bent behandeld en je verdrietig voelt, of omdat je over jezelf nadenkt en voelt dat je God zoveel verschuldigd bent?” Door zo'n oprecht gesprek met hem te voeren, zul je erachter komen waarom hij huilt. Kortom, het is niet mogelijk dat hij huilt omdat hij niet goed heeft gegeten of geen vlees kon eten, noch is het mogelijk dat hij huilt omdat anderen hem negeerden of met hun ogen rolden toen ze hem zagen. Natuurlijk zou het onder normale omstandigheden een persoon niet aan het huilen maken als hij een beetje ontbering lijdt, en af en toe in een niet zo goede stemming zijn zou hem ook niet aan het huilen maken. De dingen die een persoon aan het huilen kunnen maken, zijn gewoonlijk slechts die paar eerder genoemde situaties. Je kunt de reden waarom hij huilt beoordelen op basis van die gebruikelijke situaties, en je kunt vervolgens een oordeel vellen op basis van zijn gebruikelijke, consistente uitingen – zoals het feit dat hij over het algemeen niet huilt tenzij hij iets verdrietigs tegenkomt of iets dat een gevoelige snaar raakt, dat hij niet gemakkelijk tranen laat, en dat hij alleen huilt wanneer hij spreekt over bijzonder aangrijpende zaken en dingen die speciaal zijn ziel raken, of wanneer hij iets verkeerds heeft gedaan of een ernstige fout heeft begaan en voelt dat hij God iets verschuldigd is – door te oordelen op basis van deze context, kun je min of meer uitvinden waarom hij huilt. Eén situatie is dat hij zou huilen als een familielid ernstig ziek wordt of overlijdt, een andere is als hijzelf aan een ernstige ziekte lijdt en zich gekweld voelt. Hij zou ook kunnen huilen omdat hij iets verkeerds heeft gedaan en zodoende een overtreding heeft begaan, en hij voelt dat hij God iets verschuldigd is, waarbij hij zijn uiterste best wil doen om het roer om te gooien maar nog steeds zwakheden heeft en niet in staat is die te overwinnen; deze complexe emoties door elkaar gemengd zouden ertoe leiden dat hij huilt. Deze oordelen komen redelijk overeen met de werkelijke situatie. Door te oordelen op basis van zijn consistente uitingen en de kenmerken van zijn persoonlijkheid, kun je de grondoorzaak uitvinden van waarom hij nu huilt. Op deze manier zal het oordeel relatief nauwkeuriger zijn. Door enerzijds de gestalte van zulke mensen en enkele van de problemen die ze momenteel ervaren te begrijpen, en anderzijds de gebreken van hun menselijkheid zelf, evenals een deel van de verdorvenheid en zwakheden die ze vaak openbaren, kun je in feite de reikwijdte verkleinen, en binnen deze reikwijdte beoordelen wat de grondoorzaak van het probleem van deze persoon is. Het zal relatief nauwkeurig zijn wanneer je op deze manier een oordeel velt.
We zijn nu wel klaar met communiceren over de uitingen van mensen met een goed kaliber, een gemiddeld kaliber en een slecht kaliber wat betreft hun vermogen om oordelen te vellen, nietwaar? (Ja.) Er is ook de categorie van mensen met het slechtste kaliber. Wat er ook gebeurt of wat ze iemand ook zien doen, zulke mensen weten niet hoe ze een oordeel moeten vellen. Waarom niet? Omdat hun kaliber heel slecht is, hebben ze geen vermogen om oordelen te vellen, en weten ze niet hoe ze dingen moeten beoordelen. Stel bijvoorbeeld dat ze iemand iets negatiefs horen zeggen. Als het gaat om wat de essentie en aard van deze negatieve uitspraak zijn, weten ze niet waarop ze hun oordeel moeten baseren, ze hebben geen flauw benul. Dit betekent dat ze niet weten hoe ze over problemen moeten nadenken en niet weten hoe ze dingen moeten beoordelen. Wanneer ze iemand iets zien doen, kunnen ze niet beoordelen wat de aard van deze kwestie is, of op basis van de essentie van de kwestie beoordelen hoe het karakter van deze persoon is; ze weten niet hoe ze deze dingen moeten beoordelen aan de hand van hun ervaringen met hoe ze zich gedragen, en nog minder op basis van Gods woorden. Daarom hebben ze niet het vermogen om oordelen te vellen. Wat is de grondoorzaak van het niet kunnen beoordelen van dingen? Die is dat dit type persoon niet weet hoe hij over problemen moet nadenken, en dat hij als het gaat om het bekijken van mensen en dingen niet weet naar welk aspect ervan hij moet kijken, hoe hij ze moet bekijken, of op welke basis hij ze moet bekijken. En hij weet niet welke conclusies hij achteraf moet trekken, hoe hij conclusies moet trekken, of hoe hij dit type persoon of kwestie moet benaderen en aanpakken zodra hij een conclusie heeft getrokken. Zijn hoofd is ofwel leeg of mistig. Dit is het ontbreken van het vermogen om oordelen te vellen. Het belangrijkste probleem van mensen die het vermogen missen om oordelen te vellen, is dat ze geen van de principes begrijpen of bevatten, en het hun zelfs ontbreekt aan ervaring met hoe ze zich moeten gedragen. Daarom weten ze, wanneer ze met verschillende soorten mensen omgaan, niet met welke soorten mensen het de moeite waard is om mee om te gaan en met welke soorten niet. Ze weten niet welke mensen degenen zijn die relatief vriendelijk zijn en die ook enkele sterke punten hebben waarvan ze kunnen leren om hun tekortkomingen te compenseren en die hen kunnen helpen en waar ze baat bij kunnen hebben; welke soorten mensen kunnen worden getolereerd en met wie met tegenzin kan worden omgegaan; en welke soorten mensen zo'n ongelooflijk kwaadaardige menselijkheid hebben dat het gemakkelijk problemen of geschillen zou kunnen uitlokken wanneer ze met hen zouden omgaan, en dus op afstand moeten worden gehouden – ze hebben hier geen enkel begrip van. Kortom, deze mensen die het vermogen missen om oordelen te vellen, weten niets en kunnen geen enkel persoon of kwestie beoordelen. Maar ze hebben ook hun eigen benadering, een vaste regel die ze volgen. Ze zeggen: “Met wie ik ook dingen afhandel of spreek, ik wimpel ze gewoon af door grapjes te maken. Ik ben niemand vijandig gezind. Of ze nu een goed persoon of een slecht persoon zijn, of ze nu oprecht in God geloven of niet geloven, of ze de waarheid liefhebben of er afkerig van zijn – ik kan met hen opschieten en ik beledig niemand. Wanneer ik kwaadaardige mensen zie, mijd ik ze; wanneer ik volgzame mensen zie, pest ik ze.” Dit is precies hun duivelse logica. Ze weten niet met welke soorten mensen ze moeten omgaan, welke soorten mensen ze op afstand moeten houden, en met welke soorten mensen ze nooit moeten omgaan of zaken moeten doen. Ze passen niet het minste onderscheidingsvermogen toe en beschouwen iedereen als hetzelfde, en behandelen alle mensen op dezelfde manier. Wie het ook is, zolang ze geen gunstige mening over die persoon hebben, zullen ze hem als een buitenstaander of een vijand beschouwen. Hoe goed een persoon ook is, zolang hij hun geen enkel voordeel biedt, zal die persoon door hen met behoedzaamheid worden behandeld. Ze openen hun hart voor niemand en zijn tegenover iedereen op hun hoede. Zijn zulke mensen van goed kaliber of slecht kaliber? (Slecht kaliber.) Aangezien ze een slecht kaliber hebben, hoe kunnen ze dan toch nog zulke gedachten hebben? Zulke mensen zijn gewoon kleingeestig. Wat is het verschil tussen mensen zonder kaliber en degenen die verstandelijk gehandicapt zijn? Mensen zonder kaliber zijn verstandelijk beperkt en idioot. Afgezien van zichzelf voeden en kleden, hun gezicht redden en allerlei berekeningen maken om voordeel te behalen en geen verlies te lijden, hebben ze totaal geen kaliber. Verstandelijk gehandicapten daarentegen maken niet eens berekeningen om hun eigen belangen te beschermen of voordeel te behalen – ze hebben simpelweg helemaal geen gedachten. Verstandelijk beperkten en idioten bezitten, afgezien van enige berekening, absoluut geen overlevingsvermogen, geen kaliber en geen vermogen om oordelen te vellen. Daarom hebben ze geen principes voor hoe ze welke persoon dan ook behandelen; ze gaan gewoon af op hun gevoelens. Zolang ze voelen dat je niet goed voor hen bent, zullen ze je mijden, onwil tegen je voelen, je in hun hart haten en je verwerpen. Hoeveel welwillendheid je ook voor hen hebt of hoe je hen ook helpt, zolang ze het niet duidelijk kunnen waarnemen, zullen ze niet het gevoel hebben dat je vriendelijk tegen hen bent en dat je hen helemaal geen kwaad doet. Ze kunnen niet identificeren of mensen, gebeurtenissen en dingen juist of onjuist, goed of fout, positief of negatief zijn – ze kunnen deze dingen niet beoordelen. Alles wat ze bezitten, zijn een paar berekeningen. Wanneer ze voordeel hebben behaald, voelen ze zich gelukkig; wanneer ze geen voordeel hebben behaald, voelen ze dat ze verlies hebben geleden, oneerlijk zijn behandeld en door anderen zijn uitgelachen. Ze nemen zich voor dat ze de volgende keer anderen geen voordeel zullen laten behalen en anderen niet zullen toestaan om te pronken of de overhand over hen te krijgen – ze zullen anderen geen enkele kans geven. Zeg Mij, wordt het loutere feit dat ze deze berekeningen in hun hoofd hebben beschouwd als het hebben van kaliber? Het is slechts iets beter dan verstandelijk gehandicapt zijn, maar als het op vermogens aankomt, hebben ze er geen enkele – ze hebben geen van de verschillende vermogens voor het afhandelen van diverse soorten zaken. Ze zijn simpelweg idioot en verstandelijk beperkt. Zulke mensen hebben geen kaliber. Begrijpen jullie dat? (Ja.) Het enige dat die mensen hebben wat verstandelijk gehandicapten niet hebben, zijn deze berekeningen; verstandelijk gehandicapten hebben die niet eens. Wanneer zulke mensen dit horen, zijn ze niet overtuigd; ze zeggen: “Jij beweert dat ik geen vermogen heb om oordelen te vellen? Leg wat Amerikaanse dollars en goud bij elkaar, en kijk maar eens of ik ze niet kan herkennen. Ik kan ze onderscheiden! Goud is geel en Amerikaanse dollars zijn papiergeld! Leg platina en zilver bij elkaar, en kijk maar eens of ik geen oordeel kan vellen! Platina en zilver zijn verschillende tinten wit – dat zie ik zo wel!” Is dit niet dwaas? Dit is behoorlijk dwaas. Ze zijn alleen maar in staat onderscheid te maken tussen deze dingen, en toch willen ze erover opscheppen en bewijzen dat ze niet dwaas zijn. Ze hebben zoveel dwaze dingen gedaan, zoveel dingen die een gebrek aan kaliber aantonen – waarom praten ze daar niet over en proberen ze die niet te begrijpen? Het is precies omdat het hun aan kaliber ontbreekt, omdat hun kaliber zo slecht is, en ze deze dingen niet kunnen identificeren of onderscheiden, dat ze een of twee dingen ter sprake brengen die verstandelijk gehandicapten niet kunnen doen om te bewijzen dat ze niet verstandelijk gehandicapt zijn, om te bewijzen dat ze wat verstand en kaliber hebben. Is dit niet dwaas? Dit bewijst hun dwaasheid des te meer. Onze communicatie over de uitingen van mensen die geen kaliber hebben, is nu ook voltooid. Wat is de voornaamste maatstaf voor de vraag of iemand het vermogen heeft om oordelen te vellen? Dat is of hij de denkwijze van normale menselijkheid heeft. Als je de denkwijze van normale menselijkheid niet hebt, zul je niets kunnen beoordelen. Als je de denkwijze van normale menselijkheid hebt, kunnen je oordelen er nog steeds naast zitten, maar het toont op zijn minst aan dat je het vermogen hebt om oordelen te vellen en het denkvermogen van normale menselijkheid bezit. De oordelen die je velt zijn geen speculatie, geen aanname, ze zijn niet hypothetisch en het zijn ook geen gevolgtrekkingen. Veeleer zijn het de diverse conclusies en meningen waartoe je komt door alle aspecten van een kwestie in overweging te nemen. Dit is wat het vermogen om oordelen te vellen wordt genoemd.
Nummer 7: Het vermogen om dingen te onderscheiden
Laten we, nu we de bespreking van het vermogen om oordelen te vellen hebben afgerond, het vervolgens hebben over het vermogen om dingen te onderscheiden. Waar verwijst het vermogen om dingen te onderscheiden naar? Het verwijst voornamelijk naar het onderscheiden of mensen, gebeurtenissen en dingen positief of negatief, juist of onjuist, en goed of fout zijn; het verwijst naar het kenmerken of classificeren van mensen, gebeurtenissen en dingen – het in verschillende categorieën onderbrengen van de mensen, gebeurtenissen en dingen waarmee je wordt geconfronteerd. De bedoeling en het doel van het onderscheiden zijn om mensen in te delen naar hun soort en positieve en negatieve dingen in te delen naar hun soort. Classificeren betekent natuurlijk niet dat vogels in de categorie vogels, dieren in de categorie dieren of planten in de categorie planten worden ingedeeld. Het vermogen om dingen te onderscheiden verwijst niet naar het vermogen om deze te onderscheiden, maar verwijst naar het vermogen om de eigenschappen van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden. Kun je bijvoorbeeld de uitingen, onthullingen en essentie van verschillende mensen categoriseren? Kun je de eigenschappen definiëren van de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die je tegenkomt? Kun je bijvoorbeeld bij het onderscheiden van niet-gelovigen de onthullingen van niet-gelovigen onderscheiden, waardoor je duidelijk kunt herkennen dat het niet-gelovigen zijn? Als je weet welke kenmerken en eigenschappen niet-gelovigen hebben, welke onthullingen van menselijkheid ze vertonen, welke woorden ze spreken, welke handelingen ze verrichten en welke gedachten en gezichtspunten ze bezitten, dan zou je in staat moeten zijn niet-gelovigen te onderscheiden. Wanneer er verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen verschijnen, kan een persoon met een goed kaliber onderscheiden of het positieve dingen of negatieve dingen zijn, positieve mensen of negatieve mensen, of ze gerechtvaardigd of kwaadaardig zijn, en of ze juist of onjuist zijn. Hij kan de eigenschappen van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen definiëren en onderscheiden of ze in overeenstemming zijn met de menselijkheid en met de waarheid. Dit is iemand met een goed kaliber. Hoe zit het dan met mensen met een gemiddeld kaliber? Zij kunnen de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen met duidelijke eigenschappen onderscheiden. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: “Hoe kan er een god zijn? Waar is hij? Waarom kan ik niet vaststellen dat hij bestaat?” Voor dit soort woorden die God overduidelijk ontkennen, hebben ze enig onderscheidingsvermogen en kunnen ze onderscheiden dat zulke mensen niet-gelovigen en negatieve figuren zijn. Ze kunnen overduidelijk kwaad onderscheiden, en overduidelijk negatieve, onrechtvaardige, boosaardige dingen, maar sommige dingen die ogenschijnlijk juist zijn, en waar zelden iemand van heeft gehoord en die in het midden, in grijs gebied vallen, kunnen ze niet onderscheiden, noch zijn ze in staat die anders te behandelen. Ze hebben wel het vermogen om kwaadaardige mensen te onderscheiden die overduidelijke wandaden begaan. Ze weten dat zo iemand kwaadaardig is, en dat als een kwaadaardig persoon als hij een leider zou worden en status zou verwerven, hij een antichrist zou zijn. Maar als deze persoon een slecht karakter heeft en ondanks dat geen slechte daden heeft begaan, zouden ze niet in staat zijn te onderscheiden of hij als een kwaadaardig persoon kan worden gecategoriseerd en welke slechte daden hij zou kunnen begaan, noch zouden ze in staat zijn de eigenschappen van deze persoon te definiëren. Dit is het hebben van een gemiddeld kaliber. Het gedrag van sommige mensen is vrij duidelijk, zoals losbandigheid, afgoderij, het najagen van wereldse zaken, een voorliefde voor roddelen, het regelmatig onderdrukken en pesten van anderen, of het plegen van moord en brandstichting. Ze zouden zeggen dat deze mensen geen goede mensen zijn en mensen zijn die door God worden verafschuwd; ze kunnen dit onderscheid maken. Maar wat betreft sommige mensen van wie het uiterlijke gedrag behoorlijk goed lijkt te zijn – die vaak aalmoezen geven en anderen helpen, geduld tonen tegenover mensen en redelijk goed met anderen kunnen opschieten – en van wie de menselijkheid er van buitenaf behoorlijk goed uitziet, zij zouden niet kunnen onderscheiden of zulke mensen degenen zijn die de waarheid nastreven, of tot welke categorie zij precies behoren. Bij die mensen, gebeurtenissen en dingen die overduidelijk zijn en waar makkelijk een etiket op kan worden geplakt, kunnen ze onderscheiden of ze juist of onjuist zijn, goed of fout, of ze gerechtvaardigd of boosaardig zijn, en of het positieve dingen of negatieve dingen zijn. Ze kunnen dergelijke uiterlijke zaken onderscheiden, maar ze kunnen geen onderscheid maken als het gaat om die mensen, gebeurtenissen en dingen die werkelijk de principes betreffen en verband houden met de waarheid. Ze kunnen niet onderscheiden welke overduidelijk in overeenstemming zijn met de waarheid en welke de waarheid schenden. Dit is het hebben van een gemiddeld kaliber. Sommige mensen dragen bijvoorbeeld kleding van relatief goede stof, die er elegant en hoogwaardig uitziet, en waardoor ze lijken op die hooggeplaatste figuren of de witteboordenelite van de wereld. Als mensen met een gemiddeld kaliber dit zien, zeggen ze: “Dit is kleding waar ongelovigen van houden. Als mensen die in God geloven, zouden we er niet van moeten houden; dit zijn geen positieve dingen.” Het is onjuist om dit te zeggen. Deze kleding ziet er niet verleidelijk of aanlokkelijk uit, maar elegant, waardig en fatsoenlijk, waardoor de drager nobel overkomt. Maar deze mensen beschouwen dergelijke kledingstukken – die de drager nobel en elegant doen overkomen en momenteel ook in de mode zijn – als negatieve dingen en zeggen dat ze boosaardig zijn. Dit betekent dat men niet in staat is deze dingen te onderscheiden, nietwaar? (Ja.) Hoe staat het dan met het vermogen om dingen te onderscheiden van zulke mensen? Het is hooguit gemiddeld. Dit is het hebben van een gemiddeld kaliber. Zulke mensen zijn niet eens in staat sommige dingen te onderscheiden die ongelovigen wel kunnen – ongelovigen met een goed kaliber kunnen goede en slechte menselijkheid onderscheiden, maar deze mensen kunnen dat niet. Ondanks dat ze na in God te zijn gaan geloven enkele doctrines begrijpen, kunnen zulke mensen geen onderscheid maken tussen positieve en negatieve dingen. Ze kunnen dingen onderscheiden die overduidelijk zijn, maar dingen die dat niet zijn, kunnen ze niet onderscheiden. Ze zijn in staat overduidelijk kwaadaardige mensen te onderscheiden, overduidelijke incidenten waarbij hinder en verstoringen worden veroorzaakt, en overduidelijke incidenten waarbij de principes worden geschonden, maar als het gaat om bepaalde mensen, gebeurtenissen en dingen die relatief speciaal, sinister en bizar zijn, en verborgen in de schaduw, kunnen ze die niet onderscheiden. Alleen door de communicatie en aansporingen van anderen, of doordat de mensen zelf iets overduidelijks doen, kunnen ze hen onderscheiden. Anders kunnen ze dat niet. Dit geeft aan dat hun vermogen om dingen te onderscheiden gemiddeld is. Er zijn ook sommige mensen die, ongeacht de omstandigheden, geen mensen, gebeurtenissen of dingen kunnen onderscheiden, noch hun eigenschappen kunnen definiëren. Als het bijvoorbeeld gaat om het evalueren van wat precies de eigenschappen van een bepaalde categorie mensen zijn – of het ware gelovigen of niet-gelovigen zijn, of het mensen zijn die de waarheid nastreven, of dat ze geschikt zijn om te worden gecultiveerd – weten ze deze dingen niet en kunnen ze die niet zien. Zelfs wanneer zulke mensen veel uitingen vertonen en zeer overduidelijke problemen hebben, kunnen ze deze mensen nog steeds niet onderscheiden of hun eigenschappen definiëren. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te onderscheiden. Zelfs als er enkele veelvoorkomende en gemakkelijk te onderscheiden mensen, gebeurtenissen en dingen verschijnen, kunnen ze niet duidelijk zeggen of deze mensen goede mensen of kwaadaardige mensen zijn, of dat dit gerechtvaardigde of boosaardige zaken zijn. Ze weten niet hoe ze er onderscheid tussen moeten maken of ze moeten categoriseren, noch weten ze hoe ze ze moeten classificeren. Zelfs nadat ze Gods woorden hebben gelezen en met anderen hebben gecommuniceerd, kunnen ze hen nog steeds niet onderscheiden. Uiteindelijk laten ze anderen voor hen beslissen en zeggen ze: “Hoe je hen ook kenmerkt, zo zijn ze. Als je hen als gerechtvaardigd kenmerkt, dan zijn ze gerechtvaardigd; als je hen als boosaardig kenmerkt, dan zijn ze boosaardig.” Kortom, ze kunnen zelf geen definities geven of conclusies trekken. Wat de situatie ook is, telkens wanneer het erop aankomt een conclusie te trekken, weten ze zich geen raad en hebben ze niets te zeggen. Is dit niet het ontbreken van het vermogen om dingen te onderscheiden? (Ja.) Zelfs als je hun vraagt te onderscheiden wat de aard en de eigenschappen van het eenvoudigste uiterlijke verschijnsel zijn, weten ze het niet. Ze hebben echter wel één trucje: ze kunnen maar door blijven praten en vertellen wat een persoon heeft gezegd en gedaan. Maar als je hun vraagt: “Is deze persoon eigenlijk een ware gelovige of niet? Is hij iemand die een enorm verlangen naar God koestert?”, antwoorden ze: “Nou, hij gelooft al meer dan tien jaar in God en hij heeft zijn familie en carrière opgegeven. Toen zijn kind drie of vier jaar oud was, vertrouwde hij het toe aan de broeders en zusters en verliet hij het huis om zijn plicht te doen.” Ze zijn berekenend; ze vermijden het om zelf conclusies te trekken en laten in plaats daarvan jou beslissen. Als je hun vraagt: “Is deze persoon dan iemand die de waarheid aanvaardt?”, antwoorden ze: “Nou, sinds hij kerkleider is geworden, staat hij heel vroeg op en gaat hij heel laat naar bed. Wat betreft de vraag of hij iemand is die de waarheid aanvaardt: toen de broeders en zusters hem eens op enkele van zijn problemen wezen, barste hij ter plekke in tranen uit en zei hij dat hij bij God in de schuld stond en het niet goed had gedaan.” “En heeft hij daarna berouw getoond?” “Nou, op dat moment was zijn houding best goed.” Ze overladen je graag met informatie om je te laten zien dat ze heel wat in hun mars hebben, dat ze alles weten en weten hoe ze mensen moeten bekijken, en om te voorkomen dat je hen onderschat. In werkelijkheid kunnen ze mensen niet onderscheiden, noch kunnen ze conclusies trekken. Ze vertellen je gewoon een hoop verschijnselen en informatie, en laten het aan jou over om te onderscheiden wat voor soort persoon dit is, en om conclusies over deze persoon te trekken en zijn eigenschappen te definiëren. Je zegt: “Deze persoon kan in wezen worden beschouwd als iemand die de waarheid aanvaardt. Hij is gedreven in zijn geloof in God en hij is een ware gelovige. Het is alleen zo dat hij, omdat hij een slecht kaliber heeft en het hem aan bevattingsvermogen ontbreekt, nooit de beoefeningsprincipes kan vinden en de waarheid niet kan beoefenen, ondanks het feit dat hij bereid is de waarheid te aanvaarden.” Ze antwoorden: “Hij lijkt me niet iemand met bevattingsvermogen. Telkens wanneer hij over iets onaangenaams praat, huilt hij – het is altijd dezelfde houding.” Zie je? Ze hebben zelf geen vermogen om dingen te onderscheiden, maar ze zijn er wel heel goed in om op de opmerkingen van anderen mee te liften. Is dat niet lastig? De meest voorkomende uiting van mensen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen, is dat ze je graag vertellen over een heleboel verschijnselen, over informatie, over moeilijke problemen, over de loop der gebeurtenissen, of over alles wat ze over een bepaalde situatie hebben waargenomen. Vervolgens wachten ze tot jij het definieert, en nadat jij het hebt gedefinieerd, vinden ze jouw definitie goed en kunnen ze die aanvaarden. Na het te hebben aanvaard, weten ze nog steeds niet waarom je het op deze manier hebt gedefinieerd. Ze kennen de basis of principes achter jouw conclusie niet, noch weten ze hoe ze het betreffende type persoon moeten behandelen of aanpakken. Ze weten niets van al deze dingen. Zelfs na communicatie en studie begrijpen ze het nog steeds niet. Dit toont aan dat ze geen vermogen om dingen te onderscheiden hebben; dit is een uiting van het feit dat ze geen kaliber hebben. Ze maken ook vaak de fout feiten te verdraaien en het ene met het andere te verwarren. Ongeacht over welke kwestie ze commentaar geven, ze slagen er niet in de grondoorzaak of essentie van de zaak te bevatten en trekken in plaats daarvan alleen conclusies op basis van uiterlijke verschijnselen. Ze beschrijven bijvoorbeeld de slechte daden van een antichrist als een overtreding, in de overtuiging dat zolang de antichrist dit maar inziet, hij zich kan bekeren. Als ze een eerlijk iemand een leugen zien vertellen, kenmerken ze hem als een bedrieglijk iemand. Als ze iemand zien die arrogant en zelfgenoegzaam is, kenmerken ze hem als een kwaadaardig persoon. Dit zijn het soort fouten die vaak worden gemaakt door mensen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen. Voor ieder mens is het vermogen om dingen te onderscheiden een soort kaliber dat hij zou moeten bezitten wanneer hij in het leven wordt geconfronteerd met verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen. Het vermogen om dingen te onderscheiden omvat niet alleen het onderscheiden van de essentie van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, maar ook het vaststellen van hun eigenschappen. Hoe nauwkeuriger je deze eigenschappen kunt vaststellen, des te groter het vermogen om dingen te onderscheiden is dat je blijkt te bezitten. Als je vaststellingen niet erg nauwkeurig zijn en er een kloof gaapt tussen je vaststellingen en de essentie en grondoorzaak van de zaak, bewijst dit dat je vermogen om dingen te onderscheiden gemiddeld is. Als je de eigenschappen van mensen, gebeurtenissen en dingen niet kunt vaststellen, noch deze eigenschappen kunt doorzien, bewijst dit dat je geen vermogen om dingen te onderscheiden hebt. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat je, als het om een persoon gaat, alleen zijn talloze uitingen en onthullingen kunt beschrijven, maar zijn essentie niet kunt doorzien. Dat wil zeggen, je kunt alleen praten over hoe deze persoon de neiging heeft negatief te zijn of welke sterke punten hij heeft, je kunt alleen spreken over de vele dingen die deze persoon zijn overkomen, maar je kent zijn karakter, zijn kaliber of zijn houding ten opzichte van de waarheid niet. Je kunt deze wezenlijke kwesties niet doorzien, en je hebt geen definitie voor de mensen, gebeurtenissen en dingen die in zijn omgeving verschijnen of plaatsvinden. Ongeacht of zulke dingen juist of onjuist, gerechtvaardigd of boosaardig, positieve dingen of negatieve dingen, uitingen van goede menselijkheid of slechte menselijkheid zijn, je kunt geen van deze dingen doorzien of onderscheiden. Hoeveel waarheden je ook hebt gehoord of naar hoeveel ervaringsgetuigenissen je ook hebt geluisterd, je bent nog steeds niet in staat om verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden of er onderscheid tussen te maken; in je hart heb je geen definitie voor enige categorie van mensen, gebeurtenissen of dingen. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te onderscheiden, en het is er ook een uiting van dat je geen kaliber hebt.
Als mensen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen geen zelfkennis hebben en bovendien arrogant en zelfgenoegzaam zijn, wat is dan de fout die ze het meest waarschijnlijk zullen maken? Dat ze een paar uitingen die andere mensen vertonen aangrijpen en hen vervolgens willekeurig een etiket opplakken en hen definiëren. Ze zien bijvoorbeeld dat sommige mensen een beetje eigenzinnig zijn en zeggen dan dat ze als kwaadaardige mensen zijn, dat het duivels zijn – is dit niet een enorme fout? Die mensen zijn gewoon een beetje eigenzinnig, en vanwege familieomstandigheden of de omgeving waarin ze zijn opgegroeid, hebben ze een paar slechte levensgewoonten gevormd of een paar slechte gewoonten en gebreken ontwikkeld. Over het algemeen is het karakter van deze mensen niet vriendelijk, maar het is ook niet kwaadaardig, ze kunnen dus geen kwaadaardige mensen worden genoemd. Toch grijpen degenen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen deze paar dingen die een van deze mensen zegt of een of twee dingen die hij doet aan, en definiëren hem vervolgens blindelings en zeggen: “Deze persoon heeft een vreemde, onsociale en eigenzinnige persoonlijkheid. Hij is een kwaadaardig persoon.” Deze definitie is onjuist. Werkelijk kwaadaardige mensen zullen aangename woorden spreken en mensen paaien; ze hanteren tactieken, ze zullen dingen verbergen en bedriegen, en ze zullen met mensen sollen. Sommige kwaadaardige mensen kunnen zelfs aalmoezen geven, anderen helpen en geduld tonen. Degenen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen, zullen over zo iemand zeggen: “Deze persoon is zo goed, hij is een ware gelovige”, maar in werkelijkheid is die persoon een hypocriete farizeeër. Degenen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen, kunnen de essentie van mensen niet doorzien – tijdens verkiezingen stemmen ze zelfs op kwaadaardige mensen zodat deze leiders worden. Waar staat dit aan gelijk? Het staat gelijk aan het helpen en aanzetten tot kwaad. Sommige kwaadaardige mensen tonen hun kwaadaardigheid niet in hun gedrag, en ze onthullen die niet. Hun kwaadaardigheid zit in hun hart. De dingen die ze doen zijn allemaal doelbewust, en hun bedoelingen hebben allemaal een heimelijk karakter. De dingen die ze doen en die jij kunt zien, weerspiegelen in feite niet hun ware bedoelingen. Hun ware bedoelingen, doelen en boosaardigheid zijn allemaal verborgen in hun hart. Als iemand het vermogen om dingen te onderscheiden mist en zulke mensen niet kan onderscheiden, zal hij hen waarschijnlijk beschouwen als goede mensen, als mensen die de waarheid nastreven. Sommige mensen hebben een rechtlijnige persoonlijkheid en gebruiken geen tactieken wanneer ze met anderen omgaan. Ze spreken op een directe manier en zijn qua persoonlijkheid en temperament wat prikkelbaar. Er zijn eigenlijk geen grote problemen met hun menselijkheid, alleen spreken ze soms op botte toon. Wat ze echter onthullen, is precies wat ze innerlijk denken – wat ze innerlijk ook denken, dat is wat ze uiterlijk onthullen. Anderen denken vaak dat deze mensen niet weten hoe ze met iedereen moeten omgaan of hoe ze sociaal moeten zijn, en ze zijn niet gewend aan de manier van spreken van deze mensen. Zulke mensen spreken bijzonder bot en direct, en ze kwetsen anderen altijd onbedoeld. Na verloop van tijd kwetsen ze uiteindelijk iedereen, en mensen koesteren geen goede gevoelens jegens hen. Sommige mensen die geen onderscheidingsvermogen hebben, zeggen dat zo iemand kwaadaardig is, maar in feite is hij niet kwaadaardig. Je zegt dat hij kwaadaardig is – kom dan met de feiten over hoe hij anderen heeft gekweld: wie heeft hij gekweld of onderdrukt? Wie heeft hij geschaad of bedrogen? Als er werkelijk een feitelijk basis bestaat waarop kan worden bewezen dat deze persoon een kwaadaardig persoon is – dat hij anderen niet alleen met zijn woorden schaadt, maar dat er ook kwaadaardigheid in het diepst van zijn hart is, en dat hij werkelijk schadelijk is voor anderen – dan kan hij worden gekenmerkt als een kwaadaardig persoon. Als hij niet de bedoeling heeft anderen te schaden, dan is hij geen kwaadaardig persoon. Hij heeft gewoon een rechtlijnige persoonlijkheid en spreekt op een botte manier – dit is aangeboren. Op een botte manier spreken is hooguit een gebrek en defect van zijn menselijkheid. Hij weet niet hoe hij tactvol moet zijn en zich in gesprekken op gelijke voet met anderen moet opstellen, hij weet niet hoe hij anderen tolerantie moet tonen, hoe hij meegaand en verdraagzaam ten opzichte van anderen moet zijn, hoe hij rekening moet houden met de gevoelens van anderen. Hij weet niets van dit alles. Er ontbreken dingen aan zijn menselijkheid. Toch beschouwen sommige mensen die geen onderscheidingsvermogen hebben zulke individuen als kwaadaardige mensen. In werkelijkheid beschermen deze individuen, wanneer ze dingen doen, meestal de belangen van Gods huis. Hoewel hun toon een beetje bot is wanneer ze met anderen spreken, hebben ze niemand geschaad, noch hebben ze de bedoeling mensen te schaden. Het ontbreekt hen gewoon aan tact in hun spreken en ze houden tijdens het spreken geen rekening houden met de situatie. Vanwege bepaalde defecten en gebreken in de menselijkheid van zulke individuen, denken veel andere mensen ten onrechte dat het kwaadaardige mensen zijn. Ze kunnen echter geen enkel bewijs leveren dat ze kwaad doen. Dit is een verkeerde inschatting, een verkeerde typering van zulke individuen. Werkelijk kwaadaardige individuen mogen dan wel anderen uiterlijk niet schaden, ze mogen dan wel aalmoezen geven en anderen helpen, en hun woorden mogen dan wel begrip, bezorgdheid, zorg en meegaandheid tonen, en deze individuen mogen dan wel zelfs tolerantie en liefde ten opzichte van anderen tonen – hun woorden en daden mogen dan wel vrij goed lijken – maar in bepaalde speciale omstandigheden of speciale zaken, en in zaken die hun eigen belangen betreffen, kunnen ze anderen onderdrukken, schaden en in het geheim tegen hen samenzweren, en ze zullen zelfs niets doen om de belangen van Gods huis te beschermen. Zelfs als iets geen betrekking heeft op hun eigen belangen, zelfs als ze alleen maar een vinger hoeven uit te steken, zullen ze de belangen van Gods huis nog altijd niet beschermen. Wat zulke individuen uiterlijk naleven lijkt buitengewoon goed, en van buitenaf zijn er geen gebreken of defecten in hun menselijkheid te zien, maar het zijn werkelijk door en door kwaadaardige mensen. Veel mensen slagen er niet in zulke individuen te onderscheiden en worden verblind door hun tactieken, hun filosofieën voor wereldlijke betrekkingen en hun complotten en intriges. Als de aard-essentie van een individu van dit soort en de feiten van zijn slechte daden worden blootgelegd, aanvaarden deze mensen dat niet alleen niet, ze beschouwen die persoon zelfs als een goed mens, als iemand die Gods huis zou moeten cultiveren en een belangrijke rol zou moeten geven. Het ontbreekt hun aan onderscheidingsvermogen ten aanzien van zulke personen. Laten we het er niet over hebben of deze mensen een persoon kunnen evalueren volgens Gods woord of de waarheidsprincipes, laten we alleen naar hun kaliber kijken – ze beschouwen zelfs deze overduidelijk kwaadaardige personen als goede mensen, en zelfs wanneer er feiten over de slechte daden van deze personen naar buiten komen, beschouwen ze hen nog steeds als goede mensen – dit betekent dat ze volkomen verward zijn. Mensen die het vermogen om dingen te onderscheiden missen, zijn niet alleen zwakzinnig en idioot, maar ook verward. Deze kwaadaardige individuen hebben anderen onderdrukt en gekweld, en verschillende tactieken gebruikt om met mensen te sollen, maar toch beschouwen deze mensen dit niet als kwaadaardig en kunnen ze niet zien dat het kwaadaardigheid is. Daarnaast is er één overduidelijke uiting van kwaadaardige mensen, namelijk dat ze nooit de belangen van Gods huis beschermen – niet één keer. Zelfs als ze alleen maar één woord hoeven te zeggen of een vinger hoeven uit te steken, zullen ze die nog steeds niet beschermen, laat staan wanneer het gaat om zaken die hun persoonlijke veiligheid, of hun status en reputatie betreffen – in zulke gevallen zullen ze de belangen van Gods huis al helemaal niet beschermen. Sommige mensen kunnen deze overduidelijk kwaadaardige personen niet doorzien. Zeg Mij, hebben zulke mensen kaliber? Kwaadaardige personen hebben een kwaadaardige essentie; ze zullen iedereen onderdrukken. Ongeacht wie het is, zolang een persoon hun status of belangen beïnvloedt, wordt die persoon het doelwit van hun onderdrukking. Degenen die geen onderscheidingsvermogen hebben, kunnen deze zaken niet doorzien. Zijn mensen die geen onderscheidingsvermogen hebben niet verward? (Ja.) Ze weten niet eens of kwaadaardige mensen hen zullen onderdrukken – zeg Mij, hoe verward zijn zulke mensen wel niet? Zijn ze niet volkomen verward? (Ja.) Nadat sommige kwaadaardige individuen van hun functie zijn ontheven, komen bepaalde mensen die absoluut geen vermogen hebben om dingen te onderscheiden zelfs naar voren om voor hen op te komen, hen te verdedigen en te klagen over het onrecht dat ze hebben geleden, alleen maar omdat die kwaadaardige individuen al vele jaren in God geloven, enkele gaven bezitten, welsprekend zijn, tactieken gebruiken en uiterlijk dingen opgeven, zich inzetten en ontberingen verdragen. Deze mensen praten niet over hoeveel kwaad deze kwaadaardige personen hebben gedaan. In plaats daarvan zeggen ze: “Ze geloven al vele jaren in God, hebben God met onwankelbare toewijding gevolgd en veel ontberingen verdragen. Ze zijn zelfs gearresteerd door de grote rode draak en hebben martelingen doorstaan en in de gevangenis gezeten, en ze hebben ook broeder of zuster die-en-die geholpen.” Ze kijken alleen naar deze dingen en negeren de slechte daden van die individuen, en vermelden niet hoeveel kwaad ze hebben gedaan. Zijn ze niet enorm verward? (Ja.) Degenen die volkomen verward zijn, zijn niet meer te redden, ze zijn ongeneeslijk. Mensen die niet het vermogen om dingen te onderscheiden bezitten, zijn mensen zonder kaliber – ze hebben helemaal geen vermogens. Zulke mensen weten niet en kunnen niet onderscheiden of iets juist of onjuist is, of dat een persoon een positief figuur of een negatief figuur is. Ze kunnen de essentie en aard van een persoon niet helder zien, noch aan de hand van zijn gedrag, uitingen, onthullingen van verdorvenheid en de vele feiten van zijn slechte daden de eigenschappen van die persoon samenvatten. Zolang die persoon nog in de kerk is, zullen deze mensen hem als een broeder of zuster behandelen, en hem met oprechte liefde bejegenen. Ze hebben ten opzichte van niemand onderscheidingsvermogen en ze kunnen niemand volgens de principes behandelen. Zulke mensen hebben geen vermogen om dingen te onderscheiden. Ze weten niet en kunnen niet onderscheiden of verschillende zaken gerechtvaardigd of boosaardig zijn, of ze een positief of negatief effect op mensen hebben, en of ze als juist moeten worden beschouwd en aanvaard, of als onjuist moeten worden beschouwd en onderscheiden, verworpen en weerstaan. Wanneer je hun een voorbeeld geeft om een bepaalde zaak uit te leggen, weten ze dat zulke zaken niet goed zijn, dat ze niet in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes en dat ze niet van toepassing zijn in Gods huis. Maar de volgende keer dat zich een soortgelijke zaak voordoet, weten ze nog steeds niet hoe ze die moeten benaderen en kunnen ze de principes niet toepassen – ze begrijpen het alleen als je hun nog een voorbeeld geeft. Je moet zaken één voor één aan hen uitleggen, met behulp van de methode die je gebruikt om een kind iets te leren, om het hen te laten begrijpen. Dit wijst op het ontbreken van het vermogen om dingen te onderscheiden. Of het nu een persoon of een ding is, ze weten niet of het gerechtvaardigd of boosaardig, juist of onjuist, een positief ding of een negatief ding is, of het in overeenstemming is met de waarheid en met de behoeften van de mensheid of niet, noch hoe gelovigen in God het zouden moeten bekijken – ze weten niets van dit alles. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te onderscheiden. Wat is dan de basis voor het evalueren van het niveau van iemands vermogen om dingen te onderscheiden? Het is gebaseerd op de vraag of je definities van de eigenschappen van verschillende dingen nauwkeurig zijn. Als je definities nauwkeurig zijn, dan heb je het vermogen om dingen te onderscheiden. Als de nauwkeurigheid van je definities van de eigenschappen van verschillende dingen boven de vijftig procent ligt, dan is je vermogen om dingen te onderscheiden gemiddeld of bovengemiddeld. Als het de vijftig procent niet haalt, dan is je vermogen om dingen te onderscheiden slecht. Als de nauwkeurigheid niet eens één procent is, dan heb je geen vermogen om dingen te onderscheiden en ben je een persoon zonder kaliber. Of iemand het vermogen om dingen te onderscheiden heeft, wordt op deze manier onderscheiden. Ik zal hier geen voorbeelden meer van geven. Jullie kunnen er zelf over communiceren. Ik laat dit onderwerp aan jullie over.
Nummer 8: Het vermogen om op dingen te reageren
Vervolgens zullen we het achtste vermogen bespreken: het vermogen om op dingen te reageren. Het vermogen om op dingen te reageren, is de manier waarop een persoon een kwestie aanpakt. Of deze kwestie zich nu al heeft voorgedaan, of dat deze kwestie plotseling ontstaat, of dat de verschillende factoren van deze kwestie zijn veranderd, de manier waarop een persoon deze kwestie aanpakt, dat is zijn vermogen om op dingen te reageren. Waar verwijst het vermogen om op dingen te reageren dan voornamelijk naar? Het verwijst naar jouw vermogen om een kwestie te onderscheiden, te beoordelen, te benaderen en aan te pakken. Wanneer je met een mens, gebeurtenis of ding wordt geconfronteerd, wat is dan de aard ervan? Is het een positief of een negatief ding? Hoe moet dit soort zaken onder ogen worden gezien en worden aangepakt? Wanneer het plotseling gebeurt, welke lessen moeten er dan worden geleerd? Wat zijn Gods goede bedoelingen? Als dit soort dingen het werk van de kerk kan schaden, hoe moet het dan worden aangepakt op een manier die in overeenstemming is met de principes en de gevolgen van de aangerichte schade herstelt, zodat het geen verdere schade meer toebrengt aan het werk van de kerk en tevens wordt voorkomen dat de negatieve gevolgen zich verder ontwikkelen? Als je, wanneer je wordt geconfronteerd met een mens, gebeurtenis of ding, op basis van de onderscheidingsprincipes die je hebt begrepen en de waarheidsprincipes die je kent, de essentie en grondoorzaak van dergelijke kwesties, evenals de principes en het plan om ze aan te pakken, nauwkeurig kunt beoordelen, dan ben je een persoon met het vermogen om op dingen te reageren, wat ook betekent dat je iemand met een goed kaliber bent. Als er bijvoorbeeld plotseling iets ten overstaan van je (of jullie) gebeurt, hoe moet je daar dan mee omgaan? Ten eerste moet je duidelijk zien in welke richting het zich zou kunnen ontwikkelen, welke gevolgen het met zich mee zou brengen als het zich verder ontwikkelt, waar de grondoorzaak van het ontstaan ervan ligt en wat de essentie ervan is – je moet al deze dingen kunnen onderscheiden en helder kunnen zien. Gebruik onderscheiding om de kwestie te typeren en vind vervolgens onmiddellijk een plan om deze aan te pakken. Hoe de kwestie moet worden afgehandeld, wie de hoofddader is, wie de volgelingen zijn, wie de hoofdverantwoordelijke is, wie de primaire verantwoordelijkheid moet dragen, hoe er met de verantwoordelijke partijen moet worden omgegaan – je moet al deze kwesties uitzoeken. Bovendien moet je bij het aanpakken van problemen de verliezen tot een minimum beperken en ook de mensen die het werk verrichten op passende wijze herschikken. Alleen op deze manier kunnen fouten onmiddellijk worden gecorrigeerd, de problemen grondig worden opgelost en de situatie worden rechtgezet, waardoor de dingen zich in de juiste, gunstige richting kunnen ontwikkelen. Kortom, als je alle verschillende factoren die bij deze kwestie betrokken zijn in overweging kunt nemen, en de kwestie vervolgens op een correcte manier kunt aanpakken, waarbij je correcte en nauwkeurige principes toepast, dan wordt dit het vermogen om op dingen te reageren genoemd, en dat betekent dat je iemand met een goed kaliber bent. Natuurlijk kunnen deze methode om de kwestie aan te pakken en de principes voor de afhandeling ervan gebaseerd zijn op conclusies en definities waar je toe komt door contact en communicatie met mensen die op de hoogte zijn van de situatie, of door samenwerking en overleg met iedereen. Als je, door te onderzoeken hoe de werkelijke situatie zich heeft ontwikkeld en vervolgens door suggesties te vragen van broeders en zusters die dit soort kwesties begrijpen, uiteindelijk tot een definitie kunt komen, een conclusie kunt trekken, een oplossing kunt bepalen en de kwestie naar behoren kunt aanpakken, waarbij je aanpassingen maakt wat betreft degenen die het werk uitvoeren, de door deze kwestie veroorzaakte verliezen goedmaakt en vervolgens het werk van de kerk zodanig aanpast dat het zich niet langer in een schadelijke richting ontwikkelt, dan wordt dit het vermogen om op dingen te reageren genoemd. Als je kwesties tot op dit niveau kunt afhandelen, kun je worden beschouwd als iemand met een goed kaliber. Natuurlijk betekent het hebben van een goed kaliber niet dat een persoon, wanneer hij met een kwestie wordt geconfronteerd, deze onmiddellijk kan doorzien, snelle beslissingen kan nemen en deze op een alomvattende en gepaste manier kan afhandelen – dit is niet noodzakelijkerwijs het geval. Om problemen aan te pakken moeten mensen een proces doorlopen; ze moeten de verschillende aspecten van de kwestie begrijpen zodat ze de essentie van de dingen kunnen doorzien. Mensen zijn van vlees en bloed, ze doen dingen binnen de reikwijdte van de menselijkheid, en er is een proces vereist. Dit is anders dan het werk van de Geest van God – de Geest van God onderzoekt de hele aarde nauwkeurig, op een allesomvattende manier; God kan altijd de essentie en grondoorzaak van alle dingen en alle problemen zien. Wanneer mensen niet in staat zijn de verborgen dingen achter kwesties te doorzien, worden ze gemakkelijk bedrogen en verblind. Juist daarom moeten mensen de ware stand van zaken achter kwesties diepgaand onderzoeken. Als je, nadat je de werkelijke situaties die achter een kwestie verborgen liggen hebt begrepen, de problemen onmiddellijk kunt aanpakken, afwijkingen kunt oplossen, degenen die direct de leiding hebben en degenen die het werk uitvoeren op gepaste wijze kunt aanpassen, en de normale uitvoering van het werk kunt garanderen, dan bewijst dit dat je het vermogen om op dingen te reageren hebt. Vooral wanneer je wordt geconfronteerd met plotselinge incidenten, bewijst het dat je een persoon met een goed kaliber bent als je verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen volgens de principes kunt aanpakken. Mensen met een gemiddeld vermogen om op dingen te reageren, kunnen, wanneer ze met alledaagse en veelvoorkomende situaties worden geconfronteerd, sommige dingen doen door procedures te volgen en ze op een routinematige manier uit te voeren, maar de resultaten die ze behalen zijn gemiddeld – ze bereiken geen doorbraken en boeken geen aanzienlijke vooruitgang. Zodra ze met speciale situaties of plotselinge incidenten worden geconfronteerd, zijn ze ten einde raad en zijn ze niet in staat deze aan te pakken. Bijvoorbeeld, wanneer sommige mensen het evangelie verkondigen, kunnen ze onder normale omstandigheden elke maand een paar mensen winnen. Dit weerspiegelt een gemiddeld kaliber, en de resultaten van hun evangelieprediking zijn ook gemiddeld, ze zijn niet bijzonder goed. Als er in de kerk plotseling een incident plaatsvindt waarbij antichristen mensen misleiden, raken deze evangeliewerkers in de war en weten ze niet wat ze moeten doen. Het evangeliewerk wordt stilgelegd, en ze weten niet of ze moeten doorgaan met prediken of moeten wachten op werkregelingen. Ze weten niet hoe ze de principes van het werk van de prediking van het evangelie moeten zoeken. In de werkregelingen van Gods huis wordt vaak gezegd: “Het evangeliewerk mag op geen enkel moment en onder geen enkele omstandigheid worden stilgelegd.” Toch leggen ze het evangeliewerk stil, louter en alleen omdat ze worden geconfronteerd met een incident waarbij antichristen mensen misleiden. Vervullen ze hun plicht getrouw? Daarin schieten ze tekort. Onderwerpen ze zich aan Gods orkestraties en regelingen? Ook daarin schieten ze tekort. Wanneer ze worden geconfronteerd met antichristen of valse leiders die roekeloos wandaden begaan en hinder en verstoringen veroorzaken, raken ze in de war. Ze weten niet dat ze degenen die de waarheid begrijpen moeten vragen hoe ze deze kwestie waarmee ze zijn geconfronteerd moeten afhandelen, en nog minder weten ze in Gods woorden te zoeken naar beoefeningsprincipes en een beoefeningspad. Het ontbreekt hun aan dit vermogen om op dingen te reageren. Sommige kerkleiders weten, wanneer ze zien dat een antichrist dwalingen verspreidt om mensen te misleiden, niet hoe ze over de waarheid moeten communiceren om de dwalingen te weerleggen. Ze weten niet wat ze moeten doen, maar blijven bidden: ‘O God, bind Satan alstublieft, sluit Satans mond alstublieft en weerhoud hem ervan dwalingen te verspreiden om mensen te misleiden. Red die onwetende en dwaze mensen alstublieft, en voorkom dat ze door de antichrist worden misleid. O God, breng hen alstublieft terug!’ Alleen maar bidden zonder de waarheid te zoeken – kan dit het probleem oplossen? Als mensen niet meewerken en hun plicht niet vervullen, is het nutteloos. Er zijn veel dingen die mensen zouden moeten doen. Ten eerste moeten ze kijken wat voor achtergrond deze antichrist heeft, welke kenmerken hij vertoont en waarop hij vertrouwt om mensen te misleiden; ze moeten ook kijken of er onder degenen die misleid zijn mensen met een goed kaliber zijn die de waarheid kunnen aanvaarden, en zich haasten om hen terug te winnen. Dit is het werk dat als eerste gedaan moet worden. Maar deze kerkleiders weten dit niet, en weten niet dat ze op deze manier moeten werken. Ze raken gewoon in de war en stampen van angst met hun voeten. Sommige nutteloze individuen huilen zelfs van angst. Wat heeft huilen voor zin? Kan huilen degenen die misleid zijn terugwinnen? Huilen is geen werk doen, noch toont het aan dat je een last draagt. Het is een uiting van incompetentie. Mensen met kaliber worden, wanneer ze met dergelijke kwesties worden geconfronteerd, eerst kalm. Na gebed, zoeken, analyseren en afwegen, en vervolgens communicatie, nemen ze uiteindelijk een beslissing. Mensen met een slecht kaliber zijn, wanneer ze met kwesties worden geconfronteerd, ten einde raad: ze weten niet dat ze moeten bidden en zoeken, noch weten ze een paar mensen te vinden die de waarheid begrijpen om mee te communiceren; ze wachten gewoon passief af. Dit vertraagt de zaken het meest. Je hebt geen oplossing, maar anderen misschien wel – waarom zoek je deze anderen dan niet en vraagt ze om hulp? Slimme mensen vergeten, zelfs tijdens het wachten, niet hun eigen plicht en verantwoordelijkheid te vervullen. Dit vervullen van je plicht en verantwoordelijkheid is proactief, niet passief. Het is niet wachten tot God geboden uitvaardigt of tot God persoonlijk handelt om de situatie te veranderen. In plaats daarvan is het alles in het werk stellen om degenen die kunnen worden teruggewonnen tijdens de wachtperiode terug te winnen. Wat betreft degenen die niet kunnen worden teruggewonnen – zoals de verwarde dwazen, degenen die bezeten zijn door boze geesten, en de niet-gelovigen die alleen maar in God geloven om mee te liften en gratis in hun levensonderhoud te voorzien – daar hoeft men zich niet om te bekommeren. Voor degenen die niet verblind zijn, moet er snel iemand worden geregeld om met hen over de waarheid te communiceren en met hen te bespreken hoe ze de antichrist kunnen onderscheiden. Is dit geen plan om deze situatie aan te pakken? Dit is een tegenmaatregel. Mensen met een slecht kaliber komen niet met dergelijke tegenmaatregelen niet; ze weten alleen maar te huilen en te klagen. Dit is het ontbreken van het vermogen om op dingen te reageren. Als een persoon in gewone situaties in staat is normaal werk te doen, maar met stomheid is geslagen en ten einde raad is zodra hij met speciale situaties wordt geconfronteerd, dan is het vermogen om op dingen te reageren van zo’n persoon hooguit gemiddeld. Als iemand zelfs gewone situaties niet aankan, heeft dit soort persoon geen vermogen om op dingen te reageren. Als hij naar een kerk wordt gestuurd om de verkiezing van een kerkleider te organiseren, weet hij bijvoorbeeld niet wat voor soort persoon hij moet kiezen of hoe hij mensen bij elkaar moet roepen en de verkiezing moet organiseren. Hij begrijpt niet eens de basisprocedures voor verkiezingen. Daar komt nog bij dat er in de kerk sommige mensen zijn die ernstige verdorven gezindheden hebben – degenen die behoren tot de categorie van bullebakken, misdadigers en schurken – en deze mensen grijpen de kans aan om de verkiezing te verstoren. In dit soort situaties zijn degenen zonder vermogen om op dingen te reageren nog minder in staat om het aan te pakken; ze worden gewoon gevangengenomen en geven zich over. Uiteindelijk kunnen ze de broeders en zusters alleen maar vertellen: “Kiezen jullie zelf maar. Wie jullie ook kiezen, wij gaan ermee akkoord.” Wat voor soort schepsels zijn dat? Zijn het geen nietsnutten? Dit is het niet hebben van het vermogen om op dingen te reageren. Mensen zonder vermogen om op dingen te reageren, missen ook werkvermogen. Of het nu in normale situaties of speciale situaties is, wanneer er iets gebeurt, storten ze in en deinzen ze terug; wanneer er iets gebeurt, zijn ze ten einde raad en beginnen ze te huilen. Wanneer er niets gebeurt, kunnen ze een paar woorden spreken en een paar doctrines verkondigen, maar wanneer er iets gebeurt en hun wordt gevraagd een probleem aan te pakken, kunnen ze het niet. Wanneer er bijvoorbeeld enige personen zijn die hun plicht plichtmatig vervullen, weten degenen zonder vermogen om op dingen te reageren dit alleen maar met hen te bespreken waarbij ze zeggen: “Wees alsjeblieft niet plichtmatig – vervul je plicht alsjeblieft goed!” Kan dit het probleem van die personen oplossen? Ze zouden met die personen moeten communiceren over het probleem van hun plichtmatigheid. Als die personen de waarheid niet begrijpen en hun probleem niet kunnen inzien, zouden ze met deze personen over de waarheid moeten communiceren. Als die personen op deze manier handelen, ondanks dat ze weten dat het verkeerd is, zouden ze hen moeten ontleden en snoeien. Als het aan een andere kwestie ligt, zouden ze op basis van die kwestie moeten communiceren. Ze zouden een gepaste handelwijze moeten bepalen op basis van het soort probleem dat is ontstaan, en vervolgens dienovereenkomstig moeten handelen. Als je dit niet kunt doen, dan ontbreekt het je aan het vermogen om op dingen te reageren. Begrijpen jullie het? (Ja.) Als je, wanneer je met een kwestie wordt geconfronteerd, geen oplossing hebt, geen manier om deze aan te pakken en geen principes voor de afhandeling ervan, dan ontbreekt het je aan het vermogen om op dingen te reageren. Hebben zulke mensen niet het slechtste vermogen om op dingen te reageren? (Ja.)
Degenen met het beste vermogen om op dingen te reageren, zijn mensen die, wanneer ze met speciale kwesties of plotselinge situaties worden geconfronteerd, deze onmiddellijk kunnen beoordelen en onderscheiden, en vervolgens relatief gepaste plannen kunnen bedenken om ze aan te pakken. Degenen met een gemiddeld vermogen om op dingen te reageren, kunnen gewone, routinematige kwesties aanpakken wanneer ze daarmee worden geconfronteerd. Ze kunnen volgens procedures te werk gaan om de situatie onder controle te krijgen en te beheren, of aanpassen wie er werk verricht en ze vervangen – ze zijn best in staat om dit soort werk te doen. Maar wanneer ze met plotselinge situaties worden geconfronteerd, kunnen ze die niet aanpakken. Zelfs als de principes hun worden verteld, kunnen ze die niet toepassen; zelfs als hun gezag wordt gegeven en hun wordt gevraagd de kwestie aan te pakken, zijn ze daar nog steeds niet toe in staat. Dit is het hebben van een gemiddeld vermogen om op dingen te reageren. Degenen met een slecht vermogen om op dingen te reageren, pakken zelfs routinematige kwesties niet goed aan. Ze weten alleen hoe ze doctrines moeten verkondigen en zich aan regels moeten houden, en uiteindelijk wordt de grondoorzaak van het probleem helemaal niet opgelost. Een antichrist die verstoringen veroorzaakt en mensen misleidt, is genoeg om hen de prediking van het evangelie te laten stilleggen; een valse leider die onzin uitkraamt, is ook genoeg om hen het evangeliewerk te laten stilleggen. Zijn dit mensen die Gods wil volgen? Daarin schieten ze tekort. Het vermogen om op dingen te reageren van zulke mensen is te slecht. Welke situatie zich ook voordoet, mensen met een slecht vermogen om op dingen te reageren kunnen die niet afhandelen. Als er bijvoorbeeld brand uitbreekt in een kamer, raken ze in paniek en zoeken ze snel naar een brandblusser. Nadat ze de brandblusser hebben gevonden, weten ze niet hoe ze die moeten gebruiken en moeten ze de gebruiksaanwijzing zoeken. Het gevolg is dat de brand zich uitbreidt. Dit gebeurt omdat ze niet weten hoe ze de brandblusser moeten gebruiken en zo de boel vertragen, en het is ook te wijten aan hun gebrek aan vermogen om op dingen te reageren. Ze zijn zelfs niet in staat om zo’n urgente situatie als een brand aan te pakken; dit is het ontbreken van het vermogen om op dingen te reageren. Om een ander voorbeeld te geven: als een kind zich verslikt tijdens het eten, niet kan ademen en zijn ogen in zijn hoofd wegdraaien, raken deze mensen in paniek. Ze weten niet of ze het kind wel of niet naar het ziekenhuis moeten brengen, en ze weten niet of ze het kind wel of niet water te drinken moeten geven. Ze zijn zo bang dat het zweet hun uitbreekt en ze een rood hoofd krijgen, maar ze weten gewoon niet wat ze moeten doen. Na een tijdje hoest het kind een paar keer en kan het eindelijk weer ademen. Ze waren zo lang in paniek, maar hadden geen oplossing om het probleem aan te pakken. Gelukkig liep het goed af voor het kind; anders was het onder hun hoede gestorven. Mensen met een slecht kaliber hebben helemaal geen vermogens en kunnen niets goed doen. De weinige doctrines die ze begrijpen, zijn niets meer dan regels en slogans. Zowel in gewone als speciale situaties zijn ze steevast niet in staat om de situatie af te handelen of aan te pakken. Daarom ontbreekt het zulke mensen des te meer volledig aan het vermogen om op dingen te reageren – ze hebben dat vermogen totaal niet. Welke situatie ze ook tegenkomen, ze kunnen er niet op reageren of deze aanpakken – ze kunnen deze kwesties niet begrijpen. Ze denken dat het kunnen uitspreken van wat woorden en doctrines en het roepen van wat slogans genoeg is, dat dat betekent dat ze over kapitaal beschikken en dat hun leven vervuld is. In werkelijkheid hebben de doctrines die ze kennen wanneer er iets gebeurt helemaal geen nut. Toch beseffen ze niet dat dit een slecht kaliber weerspiegelt. Hun kaliber is zo slecht, maar daar zijn ze zich zelf niet van bewust. Is dit niet een extreem slecht kaliber? (Ja.) Zijn zulke mensen niet dom? (Ja.) Dwaze mensen hebben ze niet allemaal op een rijtje. Wat wordt er bedoeld met ‘ze niet allemaal op een rijtje hebben’? Het betekent dat, ongeacht hoeveel doctrines ze begrijpen of hoeveel regels ze kunnen volgen, geen van deze regels of doctrines het werkelijke probleem kan oplossen wanneer er iets gebeurt. Toch kunnen ze dit nog steeds niet bevatten en denken ze: ‘Waarom zijn deze doctrines en regels niet effectief? Het haalt niets uit als ze er zich het hoofd over breken – hoe ze er ook over nadenken, ze kunnen er nog steeds niet achter komen hoe ze het probleem moeten aanpakken of oplossen. Sommige mensen redden bij het aanpakken van antichristincidenten niet eerst degenen die door de antichristen zijn misleid, noch ondersteunen ze degenen die negatief zijn geworden en niet meer willen samenkomen vanwege de misleiding door de antichristen. Wat doen ze als eerste? Ze houden grote bijeenkomsten om te praten over welke uitingen antichristen vertonen, wat voor soort mensen antichristen zijn, wat de verschillen zijn tussen antichristen en degenen met de gezindheid van antichristen, hoe antichristen precies moeten worden onderscheiden en hoe degenen met een gezindheid van antichristen precies moeten worden onderscheiden. Tegen de tijd dat ze klaar zijn met over dit alles te communiceren, hebben sommigen van de mensen die door de antichristen zijn misleid de kerk al lang verlaten, en wonen sommigen die negatief en zwak zijn geen bijeenkomsten meer bij. Ze hebben het beste moment gemist om deze mensen te redden, wat hun werkelijk grote schade heeft berokkend! Samenvattend hebben degenen met een slecht kaliber ook een groot gebrek als het gaat om hun vermogen om op dingen te reageren – ze zijn er volkomen van verstoken. Kijk niet naar hoe welsprekend iemand is of hoe goed hij onder normale omstandigheden woorden en doctrines kan verkondigen en over theologie kan praten – kijk gewoon of hij het vermogen heeft om problemen aan te pakken wanneer hij met werkelijke situaties wordt geconfronteerd; kijk vooral wanneer zich plotselinge incidenten voordoen of hij het vermogen heeft om oordelen te vellen en het vermogen om dingen te onderscheiden, of hij plannen heeft om de problemen aan te pakken en op te lossen. Als hij dat heeft, bewijst dit dat hij iemand is die zijn eigen mening heeft en weet hoe hij over dingen moet nadenken. Maar als het hem ontbreekt aan het vermogen om dingen te onderscheiden en aan het vermogen om oordelen te vellen, en hij, wanneer er iets gebeurt, in paniek raakt en angstig wordt, en alleen maar grootse doctrines kan verkondigen en slogans kan roepen, dan kan deze persoon geen problemen oplossen en is hij nutteloos. Ongeacht hoeveel moeilijkheden, problemen of gebreken iemand anders heeft, deze persoon gebruikt dezelfde reeks theorieën om ze uit te leggen en aan te pakken, en blijft ze op deze manier gebruiken om te communiceren. Hij is echter nooit in staat om problemen op te lossen – dit duidt op een volkomen gebrek aan vermogen om op dingen te reageren. Het ontbreken van het vermogen om problemen aan te pakken is precies een onvermogen om op dingen te reageren. Degenen die geen vermogen hebben om op dingen te reageren, zijn verstoken van kaliber. Simpel gezegd zijn het dwazen, idioten en mensen met een gebrek aan verstandelijke vermogens. Hoeveel doctrines ze ook kunnen verkondigen, het is nutteloos – ze kunnen simpelweg niet worden gebruikt. Hiermee sluiten we onze communicatie af over het achtste vermogen, het vermogen om op dingen te reageren.
Nummer 9: Besluitvormingsvermogen
Laten we nu kijken naar het negende vermogen, het besluitvormingsvermogen. Besluitvormingsvermogen stelt iemands kaliber zwaar op de proef; de gemiddelde persoon bezit het niet. Mensen die werkelijk het kaliber en het vermogen tot besluitvorming bezitten, zijn degenen die zich op het besluitvormingsniveau bevinden. Waar gaat het bij besluitvormingsvermogen voornamelijk om? Het gaat er voornamelijk om hoe, wanneer er verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen opduiken en de meeste mensen ze niet kunnen doorzien, sommige mensen op basis van Gods woorden en de waarheid verschillende soorten problemen kunnen onderscheiden en aanpakken en met verschillende soorten mensen kunnen omgaan. Dit vermogen om problemen aan te pakken wordt besluitvormingsvermogen genoemd. Degenen die dit vermogen om dingen aan te pakken bezitten, hebben besluitvormingsvermogen; degenen die dit vermogen om dingen af te handelen niet hebben, hebben geen besluitvormingsvermogen. Wat houdt besluitvormingsvermogen in? Het omvat het bevattingsvermogen van mensen, het vermogen om oordelen te vellen, het vermogen om dingen te onderscheiden en het vermogen om op dingen te reageren. Deze worden gezamenlijk besluitvormingsvermogen genoemd. Degenen die besluitvormingsvermogen hebben, kunnen zowel de essentie van problemen beoordelen als de kenmerken van problemen onderscheiden. Uiteraard, en dat is nog belangrijker, kunnen ze de principes en de richting voor het aanpakken van verschillende problemen begrijpen. Alleen degenen die deze dingen kunnen doen, zijn mensen die besluitvormingsvermogen hebben. Laten we bijvoorbeeld zeggen dat iedereen om de beurt praat over een heleboel verschijnselen, feiten, bestaande factoren, omstandigheden, voorwaarden, enzovoort. Op basis van de bovengenoemde verschillende factoren en voorwaarden beslissen degenen die besluitvormingsvermogen hebben uiteindelijk hoe er precies gehandeld moet worden, welke middelen en richting bij het handelen moeten worden gekozen, wat het best haalbare niveau is en wat het minimaal aanvaardbare niveau is – ze hebben een basislijn. Vervolgens pakken ze de problemen aan op basis van de waarheidsprincipes die ze begrijpen. Degenen die dit vermogen hebben, zijn mensen met besluitvormingsvermogen, en zulke mensen zijn degenen met het beste kaliber. Of het nu gaat om zakelijke of technische aspecten, of om het oplossen van problemen, en ongeacht of het ontdekte probleem eenzijdig of veelzijdig, eenvoudig of complex is, ze kunnen de verschillende stukjes informatie die uit alle aspecten naar voren komen gebruiken om de essentie van het probleem te beoordelen, vervolgens de grondoorzaak van het probleem analyseren, en ten slotte beslissen hoe op basis van het probleem en de bestaande voorwaarden moet worden gehandeld. Deze beslissing wordt voornamelijk genomen op basis van wat er onder de bestaande voorwaarden kan worden bereikt, en de handelswijze waartoe ze besluiten is de beste oplossing. Degenen die problemen op deze manier kunnen aanpakken, zijn mensen met besluitvormingsvermogen. Mensen met dit soort besluitvormingsvermogen zijn mensen met een zeer goed kaliber. Alleen zulke mensen zijn geschikt om leiders te zijn en geschikt om een plicht te vervullen in een besluitvormingsgroep. Mensen met een slecht kaliber of een gemiddeld kaliber kunnen zich, wanneer ze met wat voor probleem dan ook worden geconfronteerd, alleen maar beperken tot de kwestie zelf en wat oppervlakkige woorden spreken, en ze zijn totaal niet in staat om het probleem op te lossen. Zelfs als ze anderen raadplegen en de kwestie onderzoeken, kunnen ze uiteindelijk nog steeds niet tot een definitie komen en weten ze niet hoe ze moeten handelen. Dit is het ontbreken van besluitvormingsvermogen. Hoe complex de huidige situatie ook is of hoe moeilijk het probleem dat momenteel moet worden aangepakt ook mag zijn en op hoe groot de belemmering ook is waarop men daarbij kan stuiten, mensen met besluitvormingsvermogen kunnen het naar behoren aanpakken volgens de principes, en hun aanpak is relatief gepast en betrouwbaar. Zulke mensen zijn degenen die besluitvormingsvermogen hebben. Wanneer degenen met een gemiddeld besluitvormingsvermogen met gewone situaties en enkele veelvoorkomende gebeurtenissen in de kerk worden geconfronteerd, kunnen ze die aanpakken. Maar als ze met bepaalde speciale mensen, gebeurtenissen en dingen worden geconfronteerd, raken ze in de war en weten ze niet hoe ze daarmee om moeten gaan of hoe ze deze moeten aanpakken. Ook na lang wikken en wegen kunnen ze nog steeds geen helder oordeel vellen of tot een beslissing komen. Mensen met besluitvormingsvermogen weten dat ze de waarheidsprincipes moeten zoeken die gericht zijn op de kern van het probleem. Mensen zonder besluitvormingsvermogen weten niet waar de kern van het probleem ligt, hoe ze moeten zoeken of wat ze moeten zoeken. Dit is het verschil tussen hen. Als iemand door te zoeken te weten komt wat hij moet doen, geeft dit aan dat hij een gemiddeld kaliber heeft. Wat mensen met een slecht kaliber betreft, zelfs als ze door te zoeken enkele waarheidsprincipes gaan begrijpen en op dat moment het gevoel hebben dat ze weten hoe ze de kwestie moeten aanpakken, kunnen ze dat nog steeds niet wanneer het tijd is om de kwestie aan te pakken. Ze raken in de war: ‘Waarom kan ik de waarheidsprincipes die ik zojuist heb begrepen niet toepassen? Wat mis ik?” Opnieuw raken ze in de war, en uiteindelijk kunnen ze het probleem nog steeds niet oplossen. Dit is het ontbreken van besluitvormingsvermogen; dit is het hebben van een slecht kaliber. Mensen met het slechtste kaliber doen gewoon wat je hun opdraagt. Als je hun niet vertelt wat ze moeten doen, weten ze niet hoe ze moeten handelen. Wanneer mensen op het besluitvormingsniveau hen machtigen, hen de opdracht geven of hen instrueren om een taak uit te voeren, zullen ze die alleen kunnen doen zoals hun is verteld. Wat betreft de vraag waarom de taak precies op die manier moet worden gedaan, welke resultaten de taak geacht wordt te bereiken, of wat ze moeten doen en hoe ze het moeten aanpakken als er zich onverwachte situaties voordoen die afwijken van het oorspronkelijke scenario – ze weten geen van deze dingen, en ze moeten het vragen en wachten tot anderen helpen de kwestie op te lossen. Dit is het ontbreken van besluitvormingsvermogen. Zulke mensen lijken op robots – ze kunnen alleen door anderen worden gemanipuleerd en beheerst; ze hebben geen autonomie. Besluitvormingsvermogen is uitgesloten voor zo iemand die geen kaliber heeft – hij staat heel ver af van het vermogen tot besluitvorming, hij schiet simpelweg tekort in dit vermogen. Besluitvormingsvermogen hoeft slechts in drie niveaus te worden verdeeld: hoog, gemiddeld en laag. Hoog, gemiddeld en laag komen overeen met goed, gemiddeld en slecht. Als het gaat om mensen die geen kaliber hebben is het niet eens de moeite waard om over besluitvormingsvermogen te praten; wat ze ook doen, ze kunnen geen beslissingen nemen. Ze weten bijvoorbeeld niet wat precies gepast is om te dragen wanneer de herfst aanbreekt en het weer koel wordt, en wat gepast is om te dragen wanneer de winter aanbreekt en het weer koud wordt – ze bezitten niet eens deze meest elementaire algemene kennis. Zou het dus geen grap zijn om hun te vragen beslissingen te nemen over belangrijke zaken met betrekking tot het werk van de kerk? Besluitvormingsvermogen is uitgesloten voor mensen die geen kaliber hebben. Besluitvormingsvermogen geldt voornamelijk voor degenen op het niveau van leiders, werkers en supervisors. Er zijn maar heel weinig mensen met een hoog besluitvormingsvermogen. Wat houdt besluitvormingsvermogen nog meer in? Het omvat de gevolgen van de kwestie waarover je een beslissing hebt genomen – of die gevolgen mensen ten goede zullen komen of een negatief effect op hen zullen hebben, en of ze mensen zullen helpen de waarheid beter te begrijpen en volgens principes te handelen. Dit zijn dingen die je moet uitzoeken. Het is niet zo dat het simpelweg in staat zijn om beslissingen te nemen, daadkrachtig te zijn en snel de knoop door te kunnen hakken gelijkstaat aan het hebben van besluitvormingsvermogen. Het hangt er ook van af of de oplossing, het doel en de richting waartoe je hebt besloten correct zijn. Als de behaalde resultaten positief zijn, dan heb je werkelijk besluitvormingsvermogen. Als de behaalde resultaten negatief zijn – als ze mensen op een dwaalspoor brengen, hun grote schade berokkenen of hen ruïneren – dan is dat geen enkele vorm van besluitvormingsvermogen. En dus is de overtuiging die onder mensen leeft, dat alle leidende figuren en prominente figuren besluitvormingsvermogen hebben, en dat alle leidende figuren een relatief hoog kaliber en een relatief hoog besluitvormingsvermogen bezitten, geen nauwkeurig gezichtspunt; het is een volkomen verkeerde mening. Of de beslissingen die je neemt correct zijn, hangt ook af van wat de principes, doelen en richtingen erachter zijn. Als de doelen en richtingen gunstig zijn voor de mensheid, en als ze positieve hulp bieden aan en bevorderlijk zijn voor het zelf-gedrag van mensen, het beoefenen van de waarheid, het verkrijgen van redding, de verandering van gezindheid, het vrezen van God vrezen en het mijden van kwaad, dan is jouw besluitvormingsvermogen werkelijk hoog. Maar als je blinde beslissingen neemt die er uiteindelijk toe leiden dat mensen ernstig worden gekwetst, hun grote schade wordt berokkend, ze op een dwaalspoor worden gebracht, waardoor ze van God afdrijven en hun richting verliezen, dan is dit het schaden van mensen en kan niet worden gezegd dat je besluitvormingsvermogen hebt. Hiermee sluiten we onze bespreking over besluitvormingsvermogen af.
Nummer 10: Het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen
Het volgende vermogen is het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Weten jullie wat dit betekent? Dit is een ongebruikelijk onderwerp. Het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen betekent of je, wanneer je een mens, gebeurtenis of ding benadert, de sterke punten, verdiensten en waardevolle aspecten ervan kunt evalueren en waarderen op basis van de informatie die je kunt waarnemen en bevatten, en deze vervolgens kunt toepassen op je eigen leven en op je zelf-gedrag en handelingen. Als je iets niet kunt evalueren en waarderen, zul je niet kunnen vertellen wat de verdiensten en tekortkomingen ervan zijn, zul je de kern ervan niet begrijpen en zul je er geen enkel voordeel uit kunnen halen. Dit betekent dat je het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen niet hebt. Als je echter dingen kunt evalueren en waarderen, en iets nuttigs uit bepaalde kwesties kunt leren en het kunt toepassen op je werkelijke leven, en als wat je hebt geleerd een zekere mate van hulp kan bieden aan je menselijk leven en aan je keuze van een levenspad, dan bewijst dit dat je een zeker vermogen hebt om dingen te evalueren en te waarderen. Hoe groter je vermogen in dit opzicht is, des te meer het bewijst dat je een goed kaliber hebt. Laten we een eenvoudig voorbeeld nemen: het bekijken van een schilderij. Als je, zelfs als je geen kunst hebt gestudeerd, toch de compositie van een schilderij kunt observeren en de betekenis die het bevat kunt waarnemen vanuit het perspectief van de menselijkheid – en je perspectief bovendien zeer nauwkeurig is en gerelateerd is aan het mens-zijn – en je er enkele concrete dingen in kunt zien die gerelateerd zijn aan het mens-zijn, en deze dingen vervolgens kunt toepassen op je eigen leven of werk, dan bewijst deze uiting dat je het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen hebt. De reikwijdte van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen heeft betrekking op enkele relatief concrete dingen, niet op abstracte dingen. Abstracte dingen omvatten kleuren, kunstwerken, enzovoort. Omdat deze dingen geen betrekking hebben op het mens-zijn, niet concreet genoeg zijn, en ze ver verwijderd zijn van het normale menselijke denken en bepaalde dingen die in het menselijk leven aanwezig zijn, en niet nauw verwant zijn aan het leven, categoriseren we ze niet binnen de reikwijdte van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Voor bepaalde dingen die relatief dicht bij het leven staan, die enkele verborgen betekenissen bevatten of die betrekking hebben op het mens-zijn, geldt dat, als je in staat bent ze te beoordelen, te onderscheiden en toe te passen; als je zowel hun verdiensten als hun nadelen kunt zien, en je er je eigen gedachten en gezichtspunten over hebt, en je de aspecten kunt begrijpen die de menselijkheid van mensen ten goede komen; en als je eventuele verwrongen en onbuigzame elementen die ingaan tegen de waarheid kunt onderscheiden wanneer deze aanwezig zijn; dit het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen wordt genoemd. Als je deze dingen niet kunt beoordelen en, wanneer je naar een concreet ding kijkt, je de sterke punten en nadelen ervan alleen in termen van doctrine kunt onderscheiden, maar niet precies kunt zien op welke aspecten van de menselijkheid het in het dagelijks leven betrekking heeft, dan is je vermogen om dingen te evalueren en te waarderen gemiddeld. Als je naar een kunstwerk kijkt en je, na het herhaaldelijk te hebben bestudeerd, nog steeds niet weet wat het probeert uit te drukken, of waarom de maker het op deze manier heeft gemaakt, en, ongeacht of het kunstwerk betrekking heeft op de menselijkheid of niet, je niet kunt zien welke wezenlijke dingen het bevat, en je de kern ervan niet kunt zien, dan betekent dit dat het je ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen betekent dat je nergens gezichtspunten over hebt en gemakkelijk wordt misleid door maatschappelijke trends of bepaalde negatieve dingen die door mensen worden gepromoot – dat wil zeggen, je zou iets dat inherent negatief is kunnen beschouwen als iets positiefs en het kunnen aanvaarden. Het gevolg hiervan is dat je erdoor vergiftigd zult worden, en als dit ding lange tijd in je blijft en diep in je geworteld raakt, zal het je aanvaarding van de waarheid hinderen en verstoren. Laten we nog een voorbeeld geven met betrekking tot het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Stel bijvoorbeeld dat het ruwe beeldmateriaal van een film drie uur bedraagt, en dat de speelduur van de film na montage twee uur en veertig minuten bedraagt. Is dit de conventionele lengte voor een film? (Nee.) Wat geeft dit aan? (Het geeft aan dat het de filmmakers ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen.) Wat betekent het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen specifiek voor een film? (Het betekent dat ze niet in staat zijn om het betere beeldmateriaal te selecteren, en geen nauwkeurige oordelen kunnen vellen over welk beeldmateriaal behouden moet blijven en welk moet worden weggegooid.) Ze weten niet welk thema de film wil overbrengen of welke scènes nauw verband houden met het thema. Als gevolg daarvan kunnen ze niet beslissen wat ze moeten behouden en wat ze moeten weggooien. Dat wil zeggen, ze weten niet welke scènes of plotwendingen overbodig zijn en slechts zijdelings verband houden met het thema en kunnen worden verwijderd, en welke scènes of plotwendingen het nauwst verbonden zijn met het thema en moeten worden behouden. Omdat het hun ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, tonen ze tijdens de montage ‘genade’, en hebben ze het gevoel dat dit niet kan worden geknipt en dat niet kan worden geknipt. Uiteindelijk verwijderen ze, na aanzienlijke inspanning, alleen scènes met duidelijke problemen of slecht gedraaid beeldmateriaal. De inhoud die niet nauw verband houdt met het thema laten ze er in z’n geheel in. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Ze hebben een onduidelijk begrip van de definitie van een film. Ze begrijpen niets van de specifieke vormen en expressieve technieken van film, de relatie tussen de verschillende scènes en welke scènes werkelijk dé scènes van een film zijn. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Tijdens het filmen zijn ze dus vol zelfvertrouwen; tijdens de montage staat de wanhoop op hun gezicht te lezen; en als het op de beoordeling aankomt, zijn ze doodongerust. Na de beoordeling zijn ze vol vertrouwen over de manier waarop ze verder moeten gaan, omdat ze door de begeleiding van de Boven hebben geleerd welke scènes ze moeten weggooien, waarna ze die zonder aarzelen wegknippen. Tot welke speelduur knippen ze de film uiteindelijk terug? Tot een uur en veertig minuten. De cameramannen zijn behoorlijk overstuur: is dit geen verspilling van de vruchten van onze arbeid? We hebben zes maanden lang gezwoegd om zoveel beeldmateriaal te draaien, maar jij hebt zonder pardon dit en dat laten wegknippen – is dit eigenlijk nog wel een film? Mijn reactie is dat het precies goed om zoveel weg te knippen – dit is hoe een film zou moeten zijn. Wat je had was geen film; het was op z'n best een tv-drama. De waarheid gaat het begrip te boven van mensen met een slecht vermogen om dingen te evalueren en te waarderen – over de waarheid met hen communiceren zal geen enkel resultaat opleveren. Als het gaat om allerlei dingen, ideeën en gezichtspunten, zijn ze niet in staat te beoordelen welke in overeenstemming zijn met de behoeften en normen van normale menselijkheid, welke ingaan tegen normale menselijkheid, welke werkelijk en praktisch zijn, welke hol en ingebeeld zijn, welke in overeenstemming zijn met Gods vereisten, en welke ingaan tegen Gods bedoelingen. Als het om een film gaat, kunnen ze niet onderscheiden welke scènes een ondersteunende rol spelen voor het thema, welke direct ter zake komen, het thema direct overbrengen en essentieel zijn voor het uitdrukken van de kern van het thema, en welke overbodig of onnodig zijn – ze begrijpen er niets van. Als het op montage aankomt, tonen ze altijd ‘genade’ en zijn ze terughoudend om beeldmateriaal weg te knippen. Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Als je, na het draaien van het materiaal, door het in overweging nemen van de ideeën die de film geacht wordt over te brengen en de richting die de film geacht wordt te communiceren, weet welke scènes niet moeten worden opgenomen, welke scènes onvoldoende impact hebben, en welke scènes reserve-opnamen zijn die nooit bedoeld waren om te worden gebruikt, maar die als reserve waren opgenomen voor het geval zich speciale omstandigheden zouden voordoen – als je in je hart over deze zaken hebt nagedacht, en plannen hebt voor hoe deze zaken moeten worden aangepakt en opgelost, dan wordt dit het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen genoemd. Als je geen van deze dingen kunt doen, en de perspectieven en methoden die je gebruikt om over problemen na te denken en ernaar te kijken een basis missen, en je uiteindelijk geen correcte conclusie kunt trekken, dan betekent dit dat het je ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Natuurlijk ontbreekt het de meeste mensen in de kerk aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen gaat niet alleen over in hoeverre je een creatief werk, een artistieke creatie, of iets dat dient als geestelijk voedsel of een filosofische theorie over de menselijkheid van mensen kunt doorzien – de kern is dat je ook een nauwkeurige kijk op deze dingen moet hebben. In één opzicht moet je kijk in overeenstemming zijn met de feiten en met de behoeften van de menselijkheid. In een ander opzicht moet wat je begrijpt of bevat in overeenstemming zijn met positieve dingen en de wetten van alle dingen; het mag niet hol of verwrongen zijn. Uiteindelijk komt het erop neer dat het in overeenstemming moet zijn met de waarheidsprincipes. Als je niet alleen kunt zien welke ideeën en gezichtspunten worden overgebracht, als je niet alleen op dat niveau blijft steken, maar ook kunt zien of deze ideeën en gezichtspunten daadwerkelijk correct zijn, of ze daadwerkelijk in overeenstemming zijn met de behoeften van menselijkheid, of ze daadwerkelijk puur zijn, en of ze daadwerkelijk in overeenstemming zijn met de waarheid – als je al deze dingen kunt doen – dan ben je iemand met een goed vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Mensen met een goed vermogen om dingen te evalueren en te waarderen zijn degenen met een goed kaliber. Als je al deze dingen niet kunt bereiken of ze slechts in gemiddelde mate kunt bereiken, dan is je vermogen om dingen te evalueren en te waarderen slechts gemiddeld. Als je deze zaken echt niet kunt begrijpen – bijvoorbeeld, als je geen audiovisuele werken, literaire en artistieke werken, kunstwerken, enzovoort kunt begrijpen, of ze nu abstract of concreet zijn, en je ze volkomen onbegrijpelijk vindt, als een vreemde taal, en het je binnen je menselijkheid ontbreekt aan de capaciteit om dergelijke dingen te evalueren en te waarderen, dan heb je niet het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen; je bent een persoon zonder kaliber. Als je, door het observeren van de houding of de psychologische gesteldheid en de algehele uitdrukking van de mentale gesteldheid van een personage binnen een scène met bepaalde kleuren, bepaalde belichting en een bepaalde omgeving, kunt zien welke impact deze scène zal hebben op de geest van een kijker, dan bezit je het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Mensen zonder het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen kunnen dit echter niet zien. Ze zeggen: “Wat maakt het uit of de belichting zwak is of niet, of dat de kleuren mooi zijn of niet? Blijft het personage niet hetzelfde? Hoe kun je nu zien wat zijn mentale gesteldheid is? Waarom kan ik het niet zien?” Dit is het ontbreken van het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Hoe je het hun ook uitlegt, ze beweren misschien dat ze het begrijpen, maar in werkelijkheid snappen ze het in hun hart nog steeds niet. Dit vakgebied zal altijd vreemd voor hen blijven. Mensen bij wie het ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, zijn, ongeacht wat voor soort werk ze doen of wat voor soort literaire of artistieke werken ze lezen of bekijken, niet in staat om hun eigen gedachten en gezichtspunten uit te drukken. Vooral bij werk of creaties die het uitdrukken van een diepe betekenis, het uitdrukken van een thema of het bieden van geestelijke begeleiding vereisen, kunnen ze dit niet goed doen en zijn ze niet geschikt voor dergelijke taken. Als je het vermogen bezit om dingen te evalueren en te waarderen en je daarnaast ook de waarheid begrijpt, dan kun je voor het werk van Gods huis taken die betrekking hebben tot film, literatuur en kunst, die te maken hebben met het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, goed uitvoeren, ben je er geschikt voor en kun je dit soort plicht vervullen. Als het je ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, dan heb je een slecht kaliber en ben je niet geschikt voor dit soort werk. Sommige mensen zeggen: “Ik heb al zoveel jaren naar de waarheid geluisterd en begrijp de waarheidsprincipes. Betekent dat dat ik geschikt ben voor dit soort werk?” Dat is nog steeds niet genoeg. Zelfs als je enige waarheid begrijpt, maar dit niet wordt aangevuld met het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, kun je alleen werk verrichten zoals het evangelie prediken of het begieten van de kerk. Voor werk waarbij het draait om het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, zul je echter niet geschikt zijn. Als sommige mensen ten onrechte voor dit soort werk zijn gekozen en nu beseffen dat ze op dit gebied geen potentieel hebben en het ze inherent ontbreekt aan het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, zouden ze daarom onmiddellijk ontslag moeten nemen en zeggen: “Ik kan dit werk niet doen. Mijn menselijkheid bezit niet het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen.” Natuurlijk is het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen, of je het nu bezit of niet, één norm voor het evalueren van iemands kaliber. Hoewel het geen primaire norm is, is voor bepaald speciaal werk het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen ook noodzakelijk. Hiermee sluiten we onze communicatie af over het vermogen om dingen te evalueren en te waarderen. Er is nog één vermogen over: innovatief vermogen. Daarover zullen we de volgende keer communiceren.
Maakt het dingen voor jullie duidelijker als er op deze manier wordt gecommuniceerd? (Ja.) Als ik alleen in algemene bewoordingen zou spreken en zou zeggen: “Het kaliber van een persoon wordt geëvalueerd op basis van hoe efficiënt en effectief hij te werk gaat”, zouden jullie deze doctrine alleen maar kunnen opzeggen, maar het zou jullie nog steeds niet duidelijk zijn naar welke specifieke aspecten kaliber verwijst. Later dacht ik dat het beter zou zijn om specifieker te communiceren; wanneer jullie duidelijkheid krijgen over dit onderwerp, zullen jullie in staat zijn je eigen kaliber nauwkeurig te evalueren en duidelijk te begrijpen. Dit zal jullie helpen om te beseffen wat jullie juiste plaats is en jullie capaciteiten niet te overschatten. Het helder bekijken en begrijpen van je eigen capaciteiten, het bepalen of je kaliber goed, gemiddeld of slecht is, of helemaal niet bestaat, en het identificeren tot welke groep je behoort – jullie op deze manier jullie juiste plaats te laten vinden, stelt jullie in staat om op een welgemanierde manier te handelen en jullie op een welgemanierde manier te gedragen. Ten eerste stelt het jullie in staat om een nauwkeurig begrip van jezelf te krijgen. Ten tweede biedt het, wat betreft het oplossen van jullie verdorven gezindheden, ook een zekere mate van hulp voor het transformeren van jullie arrogante gezindheid. Is dat niet zo? (Ja.) Laten we de communicatie hier voor vandaag beëindigen. Tot ziens!
4 november 2023