Hoe de waarheid na te streven (3)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

De barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten

I. Noties en verbeeldingen over God loslaten: noties en verbeeldingen over Gods werk loslaten

De afgelopen tijd hebben we gecommuniceerd over het onderwerp van het nastreven van de waarheid. De inhoud die bij dit onderwerp betrokken is, is vrij breed, maar hoe breed de inhoud ook is, deze is onlosmakelijk verbonden met enkele kwesties die mensen in hun dagelijks leven tegenkomen en die betrekking hebben op hoe ze mensen en dingen bekijken, en hoe ze zich gedragen en handelen, nietwaar? (Ja.) Dit zijn werkelijke kwesties in het leven van mensen. Ze staan niet los van het dagelijks leven van mensen, en ook niet van de normale menselijkheid van mensen. Deze kwesties omvatten de houdingen en zienswijzen van mensen ten opzichte van verschillende dingen, evenals allerlei belangrijke zaken die mensen in hun bestaan en op hun levensreis tegenkomen. De inhoud van onze laatste communicatie betrof één aspect van de praktijk binnen ‘loslaten’ in ‘Hoe de waarheid na te streven’ – de barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten. Wat houdt deze praktijk in? Ze houdt verband met de relatie tussen mensen en God, nietwaar? (Ja.) De inhoud van de afgelopen paar communicaties betrof hoe men allerlei soorten mensen en allerlei soorten dingen moet bekijken volgens de principes en normen die God vereist, en hoe men met allerlei soorten mensen en allerlei soorten dingen moet omgaan. De inhoud van onze laatste communicatie betrof de relatie tussen mensen en God, en informeerde mensen over hoe ze de verschillende noties en verbeeldingen moeten loslaten die niet in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen, niet in overeenstemming zijn met Gods vereisten en niet in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes. Dit zijn werkelijke problemen die bestaan tussen mensen en God op de reis van het geloof in God en in de loop van het bestaan. We hebben dit grote onderwerp van ‘de barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten’ in vier aspecten verdeeld: het eerste is noties en verbeeldingen, het tweede is onredelijke eisen, het derde is behoedzaamheid en achterdocht, en het vierde is nauwkeurig onderzoeken en uitvorsen. We zijn onze communicatie begonnen met noties en verbeeldingen. Het eerste punt binnen noties en verbeeldingen heeft betrekking op Gods werk – dat wil zeggen: welke noties en verbeeldingen mensen hebben over Gods werk. Hierover hebben we gecommuniceerd. Onze communicatie over dit punt ging over hoe mensen Gods werk bekijken, en welke afwijkingen, noties en verbeeldingen mensen hebben in hun kennis en ideeën over Gods werk; deze noties en verbeeldingen zijn iets wat mensen moeten loslaten. Als mensen deze noties en verbeeldingen loslaten en de waarheid zoeken, zullen ze in staat zijn Gods werk te kennen en een puur begrip van Gods woorden te hebben. Wanneer Gods werk niet overeenkomt met de noties en verbeeldingen van mensen, moeten ze over zichzelf nadenken en proberen zichzelf te kennen, en moeten ze ook hun eigen noties en verbeeldingen loslaten, in plaats van erop te vertrouwen om te peilen hoe Gods werk hoort te zijn, of wat het effect is dat God met Zijn werk in mensen wil bereiken. De noties en verbeeldingen van mensen over Gods werk hebben een directe weerslag op het binnengaan van het leven door mensen en hun houding ten opzichte van God, dus deze noties en verbeeldingen zijn ook iets wat mensen moeten loslaten. We hebben bijvoorbeeld gecommuniceerd dat God het inherente kaliber, de persoonlijkheid, de instincten enzovoort van mensen niet verandert, dat de aangeboren eigenschappenvan mensen en de instincten van hun vlees niet de doelen van Gods werk zijn, en dat Zijn werk gericht is op de verdorven gezindheden van mensen, en op de dingen in mensen die in opstand komen tegen God en onverenigbaar zijn met God. Als mensen zich verbeelden dat Gods werk erop gericht is hun kaliber, hun instincten en zelfs hun persoonlijkheid, gewoonten, leefpatronen enzovoort te veranderen, zal elk afzonderlijk aspect van hun praktijk in het dagelijks leven worden beïnvloed en gestuurd door hun eigen noties en verbeeldingen, en zullen er onvermijdelijk veel verwrongen kanten of extreme dingen zijn. Deze verwrongen kanten en extreme dingen zijn niet in overeenstemming met de waarheidsprincipes en zullen ertoe leiden dat mensen afwijken van het geweten en verstand van de normale menselijkheid, en afstand nemen van het traject van de normale menselijkheid. Stel bijvoorbeeld dat je in jouw noties en verbeeldingen gelooft dat God het kaliber, de vaardigheden en zelfs de instincten van mensen wil veranderen; als je denkt dat dit de dingen zijn die God wil veranderen, wat voor soort streven zul je dan hebben? Je zult een verwrongen en hardnekkig streven hebben – je zult een superieur kaliber willen nastreven, en je zult je richten op het leren van verschillende soorten vaardigheden en het beheersen van verschillende soorten kennis, zodat je een superieur kaliber en superieure vaardigheden krijgt, en een superieur inzicht en superieure zelfontplooiing, en zelfs enkele vermogens die superieur zijn aan die van gewone mensen – op deze manier zul je aandacht besteden aan uiterlijke vaardigheden en talenten. Wat zijn dan de gevolgen van een dergelijk streven voor mensen? Niet alleen zullen ze er niet in slagen het pad van het nastreven van de waarheid in te slaan; ook zullen ze in plaats daarvan het pad van de farizeeën nemen. Ze zullen met elkaar wedijveren om te zien wie een superieur kaliber heeft, wie superieure gaven heeft, wie superieure kennis heeft, wie grotere vaardigheden heeft, wie meer sterke punten heeft, wie meer aanzien onder de mensen geniet, tegen wie door anderen wordt opgekeken en wie door anderen wordt geacht. Op deze manier zullen ze niet alleen niet in staat zijn de waarheid te beoefenen en volgens de waarheidsprincipes te handelen, maar zullen ze ook in plaats daarvan een pad inslaan dat van de waarheid wegleidt.

F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen
1. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet

Gods werk bestaat erin de verdorven gezindheden van mensen, en hun diverse foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten die in strijd zijn met de waarheid, binnen het bereik van hun normale menselijkheid te transformeren, zodat hun geweten en verstand kunnen worden hersteld en geoptimaliseerd. Met andere woorden: hoe meer je de waarheid begrijpt, hoe normaler je geweten en verstand zullen worden, en ze zullen zich ook in een gunstige richting blijven ontwikkelen; dit is absoluut niet bovennatuurlijk. Wat bedoel Ik met dit woord ‘normaal’? Als mensen zich bewust zijn van hun geweten en een gevoel van gerechtigheid hebben, zullen ze goedhartig worden – om het in de woorden van de mens te zeggen: ze zullen begripvol, rechtschapen en redelijk zijn, en niet halsstarrig en geneigd tot vertekeningen. Dit is het effect dat God met betrekking tot de menselijkheid van mensen wil bereiken. Naarmate mensen de waarheid steeds meer begrijpen, is een bijkomend effect dat hun menselijkheid steeds normaler wordt. Als mensen echter streven volgens hun eigen noties en verbeeldingen, zullen deze noties en verbeeldingen een grote negatieve invloed en negatieve sturing uitoefenen op hun streven, en zullen ze hen op allerlei verwrongen en hardnekkig gevolgde, extreme, foutieve en absurde paden leiden. In de noties en verbeeldingen van mensen geloven ze bijvoorbeeld dat Gods werk erop gericht is de menselijkheid van mensen te verheffen, en mensen in staat te stellen menselijke instincten, menselijk kaliber en zelfs menselijke leeftijd en geslacht te overstijgen. Wanneer mensen dergelijke noties hebben, zal het in deze richting zijn dat ze streven, zich inspannen en rondtasten. Op welke dingen zullen ze zich dan richten? Enerzijds zullen ze zich richten op kennis, capaciteiten, vaardigheden, gaven en talenten; anderzijds zullen ze zich richten op het bovennatuurlijke. Weten jullie wat de uitingen van het bovennatuurlijke zijn? (Betekent het dat mensen bij sommige dingen direct kwalitatieve veranderingen ondergaan zonder een prijs te betalen?) Het is zoals wanneer iemand gewoonlijk Gods woorden niet leest, maar hem iets overkomt en Gods woorden plotseling in zijn gedachten verschijnen, of wanneer iemand nooit heeft kunnen zingen of dansen, maar na te zijn geïnspireerd plotseling kan zingen en dansen, en zelfs behoorlijk goed kan dansen, of wanneer iemand nooit een vreemde taal heeft geleerd, maar plotseling een vreemde taal kan spreken. Zijn deze dingen bovennatuurlijk? (Ja.) Stel bijvoorbeeld dat je voor een dringende zaak de deur uit moet, maar niet kunt autorijden. Je bidt uit wanhoop, en onmiddellijk ben je erg geestdriftig, en plotseling kun je autorijden, en je rijdt zelfs net zo zelfverzekerd als een ervaren bestuurder. Iemand vraagt je: “Hoe komt het dat je zo goed rijdt?” Je zegt: “Ik weet het ook niet. Dit is allemaal door God gedaan; ik werd bewogen door de Heilige Geest. Kijk, deze handen van mij zijn niet meer mijn eigen handen; ze worden vastgehouden door de Heilige Geest!” In werkelijkheid doet de Heilige Geest dit niet; in plaats daarvan is een ander soort geest in je gekomen en manipuleert je, zodat je een andere persoon bent geworden en jezelf niet kunt beheersen. Is dit niet het overstijgen van je intrinsieke vaardigheden? Dit is bovennatuurlijk, nietwaar? (Ja.) Wat betekent bovennatuurlijk? Is dit een goed verschijnsel? (Nee, dit maakt een mens abnormaal.) Als je plotseling een taal kent, een vaardigheid bezit of bepaalde kennis begrijpt zonder een tijdje te hebben gestudeerd of door een expert te zijn begeleid, dan is dat bovennatuurlijk. Als iemands levensgezindheid is veranderd zonder dat hij de waarheid hoefde na te streven, hoefde te zoeken, hoefde te wachten of dingen hoefde te ervaren, is dit dan geen beangstigende zaak? (Ja.) Als er nog steeds veel dingen van noties en verbeeldingen in je gedachten en in je onderbewustzijn zijn, moet je die loslaten en niet nastreven, omdat ze geen ware kennis van Gods werk zijn, en ze niet in overeenstemming zijn met de methoden en principes van Gods werk. Gods werk zal jouw normale menselijkheid absoluut niet overstijgen, en het effect dat door Gods werk in jou wordt bereikt, is absoluut niet dat jouw normale menselijkheid wordt getransformeerd in een verheven, bovennatuurlijke menselijkheid. Bovendien zou God jou niet van een normaal iemand in een ongewoon iemand transformeren. Stel dat in de loop van het ervaren van Gods werk je geweten steeds gevoeliger wordt, en je een groter schaamtegevoel ontwikkelt. Je wordt goedhartig, in staat om Gods bedoelingen in acht te nemen, en in staat om het werk van de kerk en de belangen van Gods huis te beschermen. Bovendien gaan je woorden en daden niet in tegen je geweten en verstand, word je geleidelijk in staat om te handelen in overeenstemming met de waarheidsprincipes, en kun je allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen identificeren op basis van Gods woorden. Dit bewijst dat het pad dat je bewandelt in je geloof in God correct is. Maar stel dat je je nog steeds richt op het luisteren naar een of andere stem wanneer je bidt, en wacht op inspiratie, een lichtflits of een bovennatuurlijke openbaring wanneer je bij God zoekt en God smeekt. Bovendien zijn jouw geweten en verstand op geen enkele manier hersteld of gecorrigeerd, heb je geen gevoel van gerechtigheid gekregen en heb je je niet aan God onderworpen. Dit bewijst dat er problemen zijn met jouw streven en het pad dat je bewandelt, en er zou ook kunnen worden gezegd dat je het pad van het nastreven van de waarheid helemaal niet bent ingeslagen. Je streeft er vaak ook onbewust naar om een bovennatuurlijk iemand te worden, en voelt vaak dat je het vlees zou moeten overstijgen – je hebt geen honger als je niet eet, en bent niet moe of slaperig als je een paar dagen niet slaapt of rust – en je streeft er zelfs naar om dingen die je niet begrijpt of niet hebt geleerd bij van het vervullen van je plicht, plotseling te begrijpen en te beheersen wanneer je ze dringend nodig hebt. Deze verbeeldingen over bovennatuurlijke dingen komen allemaal voort uit menselijke noties en verbeeldingen. Omdat mensen Gods werk niet hebben ervaren, zitten ze van nature vol verbeeldingen over Zijn werk. In feite is Gods werk het meest werkelijke en praktische van alle dingen. God handelt nooit volgens de noties en verbeeldingen van mensen; Hij verricht dit soort werk nooit aan mensen. Hij doet slechts een beetje bovennatuurlijk werk onder erg uitzonderlijke omstandigheden en bij heel weinig mensen, maar dit werk is slechts tijdelijk en iets wat nodig is in bijzondere situaties – het is geen werkmethode die vaak in mensen tot uiting komt binnen Gods redding. In Zijn managementwerk wil God mensen redden en in staat stellen hun verdorven gezindheden af te werpen en redding te verkrijgen. De basismethode waarmee God werkt, is mensen van de waarheid voorzien, zodat ze volgens de waarheidsprincipes kunnen praktiseren nadat ze de waarheid hebben begrepen. Daarom, welke noties en verbeeldingen je ook hebt in je gedachten en in je onderbewustzijn, hoe logisch je noties en verbeeldingen ook zijn, hoezeer ze ook aan je geestelijke behoeften voldoen – wat de redenen ook zijn, het zullen altijd noties en verbeeldingen zijn, en je moet ze loslaten en je er niet aan vastklampen. Ongeacht in welke mate Gods werk wordt gedaan, en ongeacht hoe lang het doorgaat, zullen mensen altijd mensen zijn en nooit engelen worden. Zelfs als je van top tot teen wit wordt, met wit haar, een wit geverfd gezicht, en een wit bovenstuk en een witte broek, en je ook nog twee vleugels omdoet, kun je geen engel worden – mensen zullen altijd mensen zijn. Bovendien verwijst ‘mensen’ hier naar mensen met het geweten en verstand van normale menselijkheid, niet naar buitengewone mensen, en nog minder naar ongewone mensen. Deze mensen zijn helemaal niet bovennatuurlijk, maar ze verschillen duidelijk van de ongelovigen die niet in God geloven, in die zin dat ze geen kwaad doen, dat ze de waarheid in praktijk kunnen brengen wanneer ze die eenmaal begrijpen, en dat ze begrijpen hoe ze mensen en dingen moeten bekijken, en zich moeten gedragen en moeten handelen op basis van Gods woorden, en volgens Gods vereisten en de waarheidsprincipes, in plaats van te leven naar hun verdorven gezindheden en naar de verschillende gedachten en gezichtspunten die Satan bij mensen inprent. Ongeacht hoe lang mensen in de loop van hun geloof in God hebben nagestreefd volgens hun eigen noties en verbeeldingen, en ongeacht hoeveel ze denken te hebben verkregen, telt het niet in de ogen van God, en herinnert God Zich er niets van. Waar verwijs Ik naar als Ik dit zeg? Naar het feit dat als je, op basis van jouw noties en verbeeldingen, de diverse normale behoeften van je vlees beteugelt, of hard probeert je instincten, kaliber, vaardigheden, persoonlijkheid, leefpatronen en levensgewoonten te veranderen, ongeacht hoe hard je probeert deze dingen te beteugelen en te veranderen, zelfs als je in staat bent om enige resultaten te boeken, dit dan niet betekent dat je al iets hebt verkregen op het pad van het beoefenen van de waarheid, laat staan dat je al iemand bent die de waarheid nastreeft – God herinnert Zich deze dingen niet. Hebben jullie dit begrepen? (Ja.)

Hoewel de noties en verbeeldingen van mensen onzichtbaar zijn en mensen uiterlijk niet lijken te dwingen om iets te zeggen of te doen, of om een of ander pad te bewandelen, beheersen ze de gedachten en het innerlijk van mensen strak, diep in hun hart en in hun onderbewustzijn. Waarom is dit het geval? Omdat de dingen die mensen liefhebben en nastreven maar al te goed bij hun noties en verbeeldingen passen, en deze dingen ook inspelen op de behoeften van het menselijk vlees en allerlei menselijke verlangens en nieuwsgierigheden bevredigen. In de noties en verbeeldingen van mensen geloven ze bijvoorbeeld dat Gods werk erop gericht is hen te transformeren in buitengewone wezens die verschillen van gewone mensen, en dat ze, wanneer ze door de Heilige Geest worden bewogen, verschillende talen zullen kunnen spreken. Dit overstijgt duidelijk de intrinsieke vermogens van mensen en de normale menselijkheid, maar het bevredigt in zeer grote mate hun ijdelheid, nieuwsgierigheid en geldingsdrang. Met andere woorden: voordat mensen de waarheid hebben verkregen, houden ze van sommige bovennatuurlijke dingen, en deze dingen geven hen het gevoel belangrijk te zijn en superieur te zijn aan en anders te zijn dan gewone mensen – dit is precies wat de verdorven mensheid liefheeft en waarnaar ze verlangt. Iedereen hoopt een uitblinker te zijn onder het menselijk ras, anders te zijn dan alle anderen en uniek en enig in zijn soort te zijn, en iedereen hoopt dat anderen tegen hem opkijken en hem bewonderen. Er is bijvoorbeeld een verschijnsel onder de verdorven mensheid dat als er slechts één exemplaar van iets wordt geproduceerd, die mensen die rijk en prominent zijn koortsachtig wedijveren om het te kopen. In welke mate doen ze dit? In die mate dat dit product uiteindelijk wordt verkocht voor een prijs die meerdere of zelfs meer dan tien keer hoger is dan de oorspronkelijke prijs. De persoon die erin slaagt het te kopen denkt: ‘Kjk, ik heb dit ding te pakken gekregen dat het enige ter wereld is. Ik ben echt machtig, nietwaar? Ik ben beter dan anderen, nietwaar? Niemand anders is zo bekwaam als ik! In hun eigen gedachten zijn ze ingenomen met zichzelf en voelen ze dat ze speciaal, buitengewoon en uiterst bekwaam zijn. Wat voor gezindheid is dit? (Arrogantie.) Dit wordt veroorzaakt door een arrogante gezindheid. Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk wanneer ze hetzelfde kledingstuk dragen als een ander. Als ze een kledingstuk dragen dat andere mensen zich niet kunnen veroorloven en nog nooit eerder hebben gezien, en iedereen die het ziet jaloers is, hoe voelen ze zich dan? (Ingenomen met zichzelf.) Ze zijn bijzonder ingenomen met zichzelf, en ze denken dat ze als geen ander zijn en verheven boven de rest. Wat voor gezindheid veroorzaakt dit? (Arrogantie.) Ook dit wordt veroorzaakt door een arrogante gezindheid. Zie je, bijna 100% van de mensen heeft deze mentaliteit: als ze een technische of professionele vaardigheid onder de knie hebben, denken ze dat ze beter zijn dan anderen en dat niemand zo goed is als zij. Als iemand anders ook dezelfde technische of professionele vaardigheid onder de knie heeft, zijn ze jaloers op die persoon en wensen ze wanhopig dat niemand aan hen kan tippen. Waarom hebben ze zo’n mentaliteit? (Ze willen als geen ander worden.) Als zij de enigen zijn die deze professionele vaardigheid beheersen, zijn ze superieur aan de gemiddelde persoon in hun groep. Omdat ze kennis hebben van deze technische of professionele vaardigheid, zijn ze bang dat anderen die van hen zullen leren. Als anderen hulp bij hen zoeken, instrueren ze hen dan? (Nee.) Ze leren je alleen wat eenvoudige dingen; wat de belangrijkste en meest cruciale dingen betreft, die leren ze aan niemand, en ze laten het aan jou over om die zelf uit te zoeken. Wat denken ze eigenlijk? ‘Als ik het jou leer, hoe kan ik dan nog opvallen? Als iedereen het kon, zou ik dan niet maar een doorsnee iemand worden? Als niemand van jullie weet hoe dit moet, ben ik hier de meest superieure persoon, en moeten jullie allemaal bij mij in de gunst proberen te komen – op die manier krijg ik het gevoel belangrijk te zijn, nietwaar? Ben ik niet degene met de hoogste status en de meest bekwame onder jullie? Onder jullie heb ik het voor het zeggen, nietwaar?’ Omdat ze enige kennis hebben van een professionele of technische vaardigheid, zijn ze erg bang dat anderen die van hen zullen leren, en willen ze niet dat anderen hetzelfde zijn als zij. Ze zijn van streek als iemand dezelfde professionele of technische vaardigheid of specialiteit heeft als zij, dus bedenken ze altijd manieren om iets te leren om anderen te overtreffen. Ze willen superieur zijn aan anderen en willen altijd anderen overtreffen om zich belangrijk te voelen. Is dit het juiste streven? (Nee.) Juist omdat de verdorven mensheid dergelijke verlangens en een dergelijk streven heeft, ontwikkelen ze van nature allerlei noties en verbeeldingen over Gods werk, en streven ze ernaar verheven te zijn boven andere mensen, status en prestige te hebben, zich belangrijk te voelen, als geen ander te worden, en zelfs bovenmenselijke of buitengewone mensen te worden in de ogen van anderen. Daarom moeten mensen deze noties en verbeeldingen over Gods werk loslaten. Hoe moet dit in specifieke zin worden beoefend? Streef geen superieure gaven of talenten na, en streef er niet naar je eigen kaliber of instincten te veranderen, maar vervul veeleer, onder je inherente toestanden – zoals kaliber, vaardigheden en instincten – je plicht volgens Gods vereisten, en doe alles in overeenstemming met wat God vraagt. God eist niet datgene wat jouw vaardigheden of kaliber te boven gaat – je moet het jezelf ook niet moeilijk maken. Het is prima als je gewoon je uiterste best doet op basis van wat je begrijpt en wat je kunt bereiken, en praktiseert volgens wat je eigen toestanden toelaten. Als jouw kaliber en talenten je bijvoorbeeld alleen geschikt maken voor de rol van teamleider, doe dan goed werk als teamleider, zoek uit welke taken en professionele vaardigheden binnen deze rol vallen, pak ze één voor één aan, en voer ze uit volgens de methoden en principes die God je heeft geleerd – zo zul je God tevredenstellen. Stel dat je afgaat op je noties en verbeeldingen, en denkt: ‘Ik ben bekwaam als teamleider. Als ik er dan meer naar streef om het beter te doen, een beetje ontbering verdraag en een beetje een prijs betaal en de Heilige Geest geweldig werk in mij doet, zal ik dan geen kerkleider of leider van een besluitvormingsgroep kunnen worden? Mensen denken misschien dat ik het niet in me heb, maar ik zal God smeken – niets is moeilijk voor God om te bereiken! Ik wil geen teamleider zijn. Ik zal tot God bidden en Hem vragen mij groter werk op me te laten nemen, om me een leider of werker te laten worden. Is dit soort streven juist? (Nee, het is verkeerd.) Waarom zeggen jullie dat het verkeerd is? (Zulke mensen willen altijd dingen doen die hun eigen kaliber en vaardigheden te boven gaan, en kunnen zich niet beperken tot hun eigen werk op basis van hun eigen kaliber en talenten; ze kennen hun plek niet.) Het is niet gepast om altijd een bovenmenselijke persoon te willen zijn; dit is niet wat een normaal iemand moet nastreven.

Sommige mensen zeggen vaak: “Niets is moeilijk voor God”; deze uitspraak is een feit, en iedereen kan dat begrijpen. Maar sommige mensen hebben een verwrongen begrip, ze geloven dat alles wat mensen onmogelijk kunnen doen, door God voor hen kan worden volbracht als ze maar tot Hem bidden, en dat mensen, door op deze manier op God te vertrouwen, hun eigen instincten kunnen overstijgen en bovenmenselijk kunnen worden. Is dit werkelijk het geval? (Nee.) De uitspraak ‘Niets is moeilijk voor God’ verwijst uiteraard naar Gods kracht en essentie, naar Gods almacht, en ook naar Gods soevereiniteit over alle dingen – er is niets wat God niet kan volbrengen. Het betekent echter niet dat mensen normale menselijkheid moeten overstijgen en bovennatuurlijk moeten worden; hoe almachtig God ook is, het werk dat Hij aan mensen verricht, is gebaseerd op hun normale menselijkheid en wordt gedaan binnen het bereik van de normale menselijkheid. God orkestreert en stuurt alle dingen, Hij stuurt mensen, gebeurtenissen en dingen, zodat ze dienst verlenen aan Zijn volbrenging van allerlei dingen, en zo de feiten volbrengen die Hij op het punt staat te volbrengen. Gedurende de periode waarin God allerlei dingen volbrengt, verkeren mensen nog steeds in normale menselijkheid – er is niets aan hen veranderd en ze zijn nog steeds mensen. Hoe almachtig God ook is, en welke methoden God ook gebruikt om ergens soeverein over te zijn of iets te volbrengen, geschapen mensen zijn altijd geschapen mensen; ze leven nog steeds in normale menselijkheid en zijn volstrekt niet bovennatuurlijk. Zouden jullie allemaal zeggen dat dit feiten zijn? (Ja.) Wat betekent ‘niet bovennatuurlijk’? Het betekent dat, wanneer God mensen, gebeurtenissen en dingen orkestreert, mensen niet anders kunnen dan leven, overleven, elk ding doen en in het huidige moment leven onder Gods orkestratie. Maar wanneer je in het huidige moment leeft, is je bewustzijn dan troebel? (Nee.) Je bent nog steeds helder van geest. Is je kaliber dan onmiddellijk verbeterd of veranderd? (Nee.) Het blijft hetzelfde als het oorspronkelijk was. Zijn je instincten dan onmiddellijk veranderd? Nee, die ook niet. Onder Gods soevereiniteit, orkestraties en regelingen is er, ongeacht hoeveel dingen je ervaart, geen enkele verandering in je persoonlijkheid, gewoonten en levenspatronen, en in het kaliber, de vaardigheden en de verschillende functies van je normale menselijkheid. Het is alleen zo dat wanneer mensen Gods werk ervaren, ze allerlei soorten dingen en mensen in hun eigen respectievelijke omgevingen ervaren, met als eindresultaat dat ze tijdens het ervaren van Gods werk inzicht verwerven en enkele lessen leren. Als het mensen zijn die de waarheid nastreven, zijn ze in staat een oogst binnen te halen wat betreft de waarheid en het kennen van God. In de loop van het ervaren van Gods werk is het denken van mensen normaal, is hun bewustzijn niet troebel, en blijven hun kaliber, vaardigheden en instincten hetzelfde als ze oorspronkelijk waren, zonder enige verandering. Daarom verwijst ‘Niets is moeilijk voor God’ naar Gods almacht en Gods orkestratie van alle dingen. Het verwijst niet naar het bovennatuurlijk maken van mensen of het veranderen van de essentie van geschapen mensen. God verandert de essentie van mensen niet; mensen zijn nog steeds mensen, en of je nu man of vrouw bent, in dit opzicht is er geen enkele verandering. God orkestreert alles, en God is almachtig; dit is wat God heeft en is, en dit is wat God bezit. ‘Niets is moeilijk voor God’ betekent niet dat mensen bovennatuurlijk zijn geworden of dat mensen almachtig zijn. Zelfs als sommige personen soms bepaalde dingen kunnen bereiken die hun eigen kaliber of hun lichamelijke instincten te boven gaan, is dat het werk van de Heilige Geest. Het is God die hun deze gave heeft gegeven; het is niet zo dat ze met dit vermogen zijn geboren. Dit komt doordat geschapen mensen niet het vermogen hebben om dit alles wat God heeft verordend te veranderen. Ik zal een eenvoudig voorbeeld geven met betrekking tot de kwestie van het menselijk instinct. Wanneer mensen bijvoorbeeld een beangstigend geluid horen, zijn ze bang en krimpen ze instinctief ineen. Hoe oud je ook bent, je bent al van kinds af aan zo, en je zult zo blijven tot je dood – dit is instinct. Wat betekent ‘instinct’? Het is een inherente functie van het fysieke lichaam en het zal nooit of te nimmer veranderen. Alleen door inherente instincten te bezitten kan een normaal mens het leven en het voortbestaan van normale menselijkheid in stand houden, dus menselijke instincten zijn niet iets wat God van plan is te veranderen. Hebben jullie dit begrepen? (Ja.) Waar verwijst ‘God is almachtig’ naar? (Het verwijst naar Gods eigen gezag en Gods almacht.) Heeft het iets met mensen te maken? (Het heeft niets met mensen te maken, en het betekent niet dat mensen bovennatuurlijke dingen kunnen doen.) Het betekent niet dat mensen die door God worden bestuurd almachtig zijn; zelfs wanneer mensen door God worden beheerst, kunnen ze geen almacht bereiken. Waarom niet? (Omdat mensen niet God zijn; mensen zijn slechts schepselen, terwijl God uniek is.) Dat klopt, zo is het. Mensen blijven altijd mensen. Ze worden geen andere soort, en ze worden natuurlijk al helemaal niet God; de eigenschappen van mensen veranderen niet. De eigenschappen van mensen veranderen niet, veranderen hun instincten dan? (Nee.) De instincten van mensen veranderen niet, en evenmin hun levensgewoonten en levenspatronen, of de inherente persoonlijkheden die door God zijn gegeven. Neem bijvoorbeeld levenspatronen. Mensen werken, net als de meeste schepselen, na zonsopgang en rusten na zonsondergang. Wanneer ze ’s ochtends opstaan, hun hersenen goed uitgerust zijn en hun lichamen prettig aanvoelen, beginnen ze te werken; ’s avonds, wanneer hun lichamen moe beginnen te worden, en ze geeuwen en hun hersenen uitgeput zijn, beginnen ze een rusttoestand in te gaan – dit is een heel normaal levenspatroon. Dit is een gemeenschappelijk kenmerk van mensen, en het is ook een menselijk instinct, en natuurlijk is het ook een levenspatroon dat God voor de mensheid heeft vastgesteld. Dit patroon wordt bepaald volgens de omwenteling van de zon, maan en sterren, en zonsopgang en zonsondergang. Als je dit levenspatroon doorbreekt, zijn er op de korte termijn misschien geen grote problemen – wanneer je af en toe moe bent en wilt slapen, kun je zelfbeheersing uitoefenen en wat thee of koffie drinken, en je fysieke vermoeidheid zal enigszins worden verlicht – maar op de lange termijn zal je lichaam problemen ontwikkelen. Waarom zal het problemen ontwikkelen? Omdat je het levenspatroon hebt geschonden dat God voor mensen heeft vastgesteld. Wanneer je lichaam problemen ontwikkelt en je naar de dokter gaat, zal deze zeggen: “Je moet ’s avonds vroeg naar bed gaan, hooguit om tien uur rusten en om vier of vijf uur ’s ochtends opstaan; over een paar maanden zul je weer beter zijn.” Na drie maanden het advies van de dokter te hebben opgevolgd, zullen al je symptomen van lichamelijk ongemak in wezen verdwijnen, dus zul je denken: ‘Het blijkt dat de problemen met mijn lichaam geen ernstige ziekte waren, maar werden veroorzaakt doordat ik dit normale patroon in mijn leven niet volgde.’ Zie je, zou je niet zeggen dat de levenspatronen van mensen niet doorbroken kunnen worden? (Ja.) Dit levenspatroon van mensen is hetzelfde als dat van andere schepselen; ze werken allemaal na zonsopgang en rusten na zonsondergang. Natuurlijk zijn er schepselen, zoals uilen, die overdag rusten en ’s nachts tevoorschijn komen en actief worden; hun levenspatroon is anders dan dat van mensen en andere schepselen, maar als je dit patroon van hen zou willen doorbreken, zou dat onmogelijk zijn. Daarnaast houden sommige schepselen een winterslaap. Hebben mensen dit patroon? (Nee.) Nee, mensen hoeven geen winterslaap te houden. Het leven van mensen heeft een patroon – ze rusten één of twee dagen per week, ze werken na zonsopgang en rusten na zonsondergang, en handhaven voortdurend dit normale patroon van werk en rust, en zo kan hun leven worden gewaarborgd en hun voortbestaan in stand worden gehouden. Mensen hebben hun eigen levenspatronen, en deze levenspatronen zijn door God vastgesteld. Ze zijn allemaal zinvol en ze dienen allemaal het doel van het in stand houden van het normale leven en voortbestaan van de mensheid. Daarom zal Gods werk absoluut niet de patronen van het menselijk leven en voortbestaan doorbreken zoals mensen zich dat voorstellen, en je deze notie en verbeelding moet je ook loslaten. Als mensen deze patronen die God voor hen heeft vastgesteld met geweld zouden doorbreken of voortdurend zouden willen veranderen omdat ze worden beheerst door ideeën over bovennatuurlijke dingen, dan zou dat dwaas zijn. Als je denkt dat het veranderen ervan je leven zal verheffen en je menselijkheid zal verbeteren, probeer ze dan maar te veranderen en kijk hoe lang je kunt leven, kijk hoe de dingen veranderen in de dagen die volgen, en of je normale menselijkheid wordt verheven, en of je een supermens of een engel wordt. Als je gelooft dat Gods werk een bovennatuurlijk element in zich moet hebben, en dat het je levenspatronen moet veranderen, en je ze ook met geweld wilt veranderen om jezelf transcendent te maken, dan kun je het proberen. Het kan zijn dat je na een aantal jaren proberen de patronen van je leven en voortbestaan werkelijk verandert. Er is slechts één situatie waarin dit zou kunnen gebeuren, en dat is dat je fysieke lichaam niet langer zal bestaan. Op dat moment zul je werkelijk bovennatuurlijk zijn en in een wolkje rook veranderen, en in een ‘hemels wezen’ veranderen en onsterfelijk worden. Als je je fysieke lichaam normaal en gezond wilt houden, en Gods werk en Zijn woorden wilt kunnen aanvaarden terwijl je in een normale gesteldheid verkeert, moet je er niet naar streven een zogenaamde supermens te worden en moet je geen zogenaamde verheven menselijkheid nastreven op basis van je eigen noties en verbeeldingen; in plaats daarvan moet je in de normale menselijkheid leven, het patroon van leven en voortbestaan van je normale menselijkheid handhaven, en ook de instincten van je normale menselijkheid handhaven. Stel geen onredelijke eisen aan God; deze onredelijke eisen komen allemaal voort uit je verbeeldingen en noties. Je instincten, levenspatronen enzovoort zijn niet wat God van plan is te veranderen en zijn geen dingen die Hij met Zijn werk wil veranderen. Een gered iemand is absoluut niet iemand die vol noties en verbeeldingen zit, laat staan dat hij een supermens of een ongewoon iemand is. Veeleer is hij iemand met normale menselijkheid, en met geweten en verstand, iemand die in staat is acht te slaan op Gods woorden, en mensen en dingen te bekijken, en zich te gedragen en te handelen volgens de waarheidsprincipes; hij is iemand die zich in alle dingen aan God kan onderwerpen, die helemaal niet bovennatuurlijk is, en wiens menselijkheid bijzonder normaal en praktisch is.

Mensen die in normale menselijkheid leven, worden ook beperkt door vele lichamelijke instincten en lichamelijke behoeften. Soms stellen mensen bijvoorbeeld het vervullen van hun plichten een paar dagen uit omdat ze te moe of ziek zijn en rust nodig hebben; soms zijn ze bang wegens een gespannen omgeving en kunnen ze de rust niet vinden om hun plichten te vervullen; of ze kunnen zich vaak verschuldigd en verdrietig in hun hart voelen omdat ze, vanwege hun beperkte kaliber en vaardigheden, niet bedreven kunnen zijn in een bepaald soort werk of plicht – dit zijn allemaal normale uitingen die binnen de normale menselijkheid vallen. Soms kunnen mensen worden beperkt door gevoelens en lichamelijke behoeften, en soms kunnen te maken hebben met de beperkingen van lichamelijke instincten, of met de beperkingen van tijd en persoonlijkheid – dit is normaal en natuurlijk. Sommige mensen zijn bijvoorbeeld al van kinds af aan vrij introvert; ze praten niet graag en hebben moeite in de omgang met anderen. Zelfs als volwassenen in de dertig of veertig kunnen ze deze persoonlijkheid nog steeds niet overwinnen: ze zijn nog steeds niet bedreven in spreken, nog steeds niet goed met woorden, nog steeds niet goed in de omgang met anderen. Nadat ze leider zijn geworden, beperkt en hindert deze persoonlijkheidstrek hun werk tot op zekere hoogte, en dit veroorzaakt vaak leed en frustratie bij hen, waardoor ze zich erg beperkt voelen. Introversie en niet graag praten zijn uitingen van normale menselijkheid. Worden ze door God als overtredingen beschouwd, aangezien het uitingen van normale menselijkheid zijn? Nee, het zijn geen overtredingen, en God zal er correct mee omgaan. Wat je problemen, gebreken of tekortkomingen ook zijn, niets van dit is een probleem in Gods ogen. God kijkt alleen naar hoe je de waarheid zoekt, de waarheid beoefent, handelt volgens de waarheidsprincipes en Gods weg volgt onder de inherente omstandigheden van normale menselijkheid – dat is waar God naar kijkt. Laat je daarom in zaken die betrekking hebben op de waarheidsprincipes niet beperken door de basisomstandigheden, zoals het kaliber, de instincten, de persoonlijkheid, de gewoonten en de levenspatronen van de normale menselijkheid. Steek natuurlijk ook geen energie en tijd in pogingen om deze basisomstandigheden te overwinnen, en probeer ze evenmin te veranderen. Als je bijvoorbeeld een introverte persoonlijkheid hebt, en niet graag praat, en niet goed met woorden bent, en niet bedreven bent in de omgang en interactie met mensen, dan is geen van deze dingen een probleem. Hoewel extraverte mensen graag praten, is niet alles wat ze zeggen nuttig of in overeenstemming met de waarheid, dus is introvert zijn geen probleem en hoef je niet te proberen het te veranderen. Je zegt misschien: “Als ik een gewone volgeling was, zou het voor mij geen probleem zijn om een introverte persoonlijkheid te hebben; maar nu ben ik een leider; moet ik mijn introverte persoonlijkheid dan niet veranderen?” Als je die echt wilt veranderen, kun je proberen te leren hoe je met anderen moet omgaan, of een regel opstellen die bepaalt hoeveel je zegt, hoeveel zaken je afhandelt en met hoeveel soorten mensen je op één dag te maken hebt. Als je werkelijk het vermogen hebt om je inherente persoonlijkheid te veranderen, is dit natuurlijk niet noodzakelijkerwijs een slechte zaak wat betreft het doen van het werk van de kerk. Als je echter geboren bent met een introverte persoonlijkheid en niet goed bent met woorden, en niet bedreven in de omgang met anderen, en niet weet hoe je met anderen moet praten en hoe je je tegenover anderen moet verhouden, dan kan niemand dit veranderen. Sommige mensen hebben een introverte persoonlijkheid, ze zijn niet bereid om met anderen te om te gaan of te praten, en bovendien hebben ze niet zoveel te zeggen. Ze hebben altijd het gevoel dat het alleen maar juist is om iets nuttigs te zeggen, en dat het niet nodig is om onnodige dingen te zeggen, dus zijn ze niet bereid om veel te zeggen. Voor sommige mensen kan het zijn omdat ze te jong zijn en geen levenservaring hebben en de woorden missen; voor andere mensen kan het zijn dat ze niet jong meer zijn en al levenservaring hebben, maar nog steeds deze introverte persoonlijkheid hebben. Als je probeert dit soort persoonlijkheid te veranderen en allerlei benaderingen probeert om deze te veranderen, laat Mij je dan vertellen: je zult deze persoonlijkheid je leven lang niet kunnen veranderen, omdat God dit soort werk niet doet. Of je gezicht of uiterlijk nu lijkt op dat van je vader, je moeder of een ander familielid, dit uiterlijk zal niet veranderen, en sterker nog, je persoonlijkheid in het bijzonder zal niet veranderen. Sommige mensen zeggen: “Het is moeilijk om een introverte persoonlijkheid te veranderen, is het dan gemakkelijk om een extraverte te veranderen?” Het is net zo moeilijk om een extraverte persoonlijkheid te veranderen. Extraverte mensen praten graag en er is veel dat ze willen zeggen; als je hun vraagt niet te praten of minder te praten, kunnen ze zichzelf niet beheersen, en als iemand hen beperkt bij het spreken, is het alsof ze van hun leven worden beroofd. Als een introvert iemand wordt gedwongen om met een extravert iemand om te gaan, beïnvloeden ze elkaar dan? In het begin beïnvloeden ze elkaar misschien enigszins; om hun waardigheid te behouden zijn de twee mensen inschikkelijk en tolerant naar elkaar toe, of verdraagzaam en begripvol voor elkaar. Maar na verloop van tijd leren ze elkaar leren en krijgen ze een duidelijk beeld van elkaars persoonlijkheid, en is het niet nodig om zich zo verdraagzaam en attent naar elkaar toe te gedragen, dus keren ze snel terug naar hun oorspronkelijke gesteldheid. Als je oorspronkelijk een introverte persoonlijkheid had, ben je nu nog steeds introvert; wanneer je praat en een gesprek voert, uit je slechts een paar woorden of zinnen, en heb je verder niets te zeggen. Als men vraagt: “Ben je weggeweest?” antwoord je: “Ja.” Als men dan vraagt: “Wanneer ben je teruggekomen?” antwoord je: “Zojuist.” Je zegt niet wat er is gebeurd, en je zegt niet wat die persoon wil horen. Daarentegen spuwen extraverte mensen onophoudelijk woorden uit, als een machinegeweer, en zelfs als je hen onderbreekt, praten ze na een tijdje gewoon door. Kan iemands gewoonlijkheid gemakkelijk veranderen? (Nee.) Dit is iets waarmee alle geschapen mensen worden geboren. Het heeft niets te maken met verdorven gezindheden of de essentie van je menselijkheid; het is simpelweg een manier van zijn die mensen van buitenaf kunnen zien, en een manier waarop men mensen, gebeurtenissen en dingen benadert. Sommige mensen kunnen zichzelf goed uiten, anderen niet; sommigen beschrijven dingen graag, anderen niet; sommigen houden hun gedachten graag voor zichzelf, terwijl anderen hun gedachten niet graag binnenhouden, maar ze hardop willen uiten zodat iedereen ze kan horen, en pas dan zijn ze gelukkig. Dit zijn de verschillende manieren waarop mensen omgaan met het leven en met mensen, gebeurtenissen en dingen; dit zijn de persoonlijkheden van mensen. Je persoonlijkheid is iets waarmee je bent geboren. Als je er na vele pogingen niet in bent geslaagd om deze te veranderen, laat Mij je dan zeggen: je kunt nu een pauze nemen; het is niet nodig om jezelf zo uit te putten. Je persoonlijkheid kan niet worden veranderd, dus probeer deze niet te veranderen. Wat je oorspronkelijke persoonlijkheid ook is geweest, dat blijft je persoonlijkheid. Probeer je persoonlijkheid niet te veranderen om redding te verkrijgen; dit is een foutief en absurd idee – welke persoonlijkheid je ook hebt, die is een objectief feit, en je kunt haar niet veranderen. Wat de objectieve redenen hiervoor betreft: het resultaat dat God in Zijn werk wil bereiken, heeft niets te maken met je persoonlijkheid. Of je redding kunt verkrijgen, staat ook los van je persoonlijkheid. Daarnaast heeft de vraag of je iemand bent die de waarheid beoefent en de waarheidswerkelijkheid heeft, niets te maken met je persoonlijkheid. Probeer daarom niet je persoonlijkheid te veranderen omdat je bepaalde plichten vervult of dient als supervisor van een bepaald werkonderdeel – dit is een onjuist idee. Wat moet je dan doen? Ongeacht je persoonlijkheid of aangeboren omstandigheden, moet je je houden aan de waarheidsprincipes en deze beoefenen. Uiteindelijk meet God niet of je Zijn weg volgt of redding kunt verkrijgen op basis van je persoonlijkheid, of op basis van welk inherent kaliber, welke vaardigheden, capaciteiten, gaven of talenten je bezit, en natuurlijk kijkt Hij ook niet naar hoezeer je je lichamelijke instincten en behoeften hebt beteugeld. In plaats daarvan kijkt God of je, terwijl je God volgt en je plichten doet, Zijn woorden beoefent en ervaart, of je de bereidheid en vastberadenheid hebt om de waarheid na te streven en, uiteindelijk, of je erin bent geslaagd de waarheid te beoefenen en Gods weg te volgen. Dit is waar God naar kijkt. Begrijpen jullie dit? (Ja, we begrijpen het.)

Wanneer sommige vrouwen handelen, razen ze door de dingen heen, ze zijn zo snel en krachtig als de bliksem, en ze nemen tijdige en kordate beslissingen; hun persoonlijkheid is precies als die van een man. Wat is de populaire term die tegenwoordig wordt gebruikt om hen te beschrijven? Mannelijke vrouwen. ‘Mannelijke vrouwen’ zijn niet langer de domme, grote, logge lomperds waarnaar mensen vroeger met deze term verwezen. Het is geen denigrerende term, maar een lovende. Maar hoe beschouwt God deze lovende term? Je bent zo snel en krachtig als de bliksem, en moedig en resoluut doortastend in je handelingen, maar wat zijn de principes van je beoefening en wat is de grondslag van je handelingen? Is het de waarheid? Zijn het de woorden van God? Dit is essentieel. Als een man traag en nauwgezet is in zijn handelingen, is hij in de woorden van ongelovigen als een vrouw met ingebonden voeten – sommigen gebruiken zelfs een denigrerende term en zeggen dat hij ‘een beetje meisjesachtig’ is – maar hoe beziet God hem? Is een van deze dingen een probleem, of iemand nu wel of niet zo snel en krachtig als de bliksem is en moedig en resoluut doortastend is in het doen van dingen, of handelt als een vrouw met ingebonden voeten en een beetje meisjesachtig is in zijn handelingen? (Nee.) Is zo snel en krachtig als de bliksem zijn, en moedig en resoluut doortastend zijn een sterk punt? (Nee, niet noodzakelijkerwijs.) Is het dan een zwakte om te handelen als een vrouw met ingebonden voeten? (Ook niet noodzakelijkerwijs.) Hoewel een van de twee termen, ‘mannelijke vrouwen’ en ‘een beetje meisjesachtig’, lovend is en de andere denigrerend, mag de essentie van deze twee soorten gedragingen of manieren om dingen te doen niet worden beoordeeld op basis van hun letterlijke betekenis. Wat moet worden gebruikt om dit te beoordelen? (De vraag of wat iemand beoefent het woord van God is.) De grondslag van hun handelingen, en ook het effect dat ze beogen te bereiken, moet worden gebruikt om dit te beoordelen. Als de grondslag van hun handelingen uit het woord van God en de waarheidsprincipes bestaat, is het in wezen voor negentig procent zeker dat ze niets verkeerds doen. Als ze niet alleen dingen doen volgens de waarheidsprincipes, maar bovendien het effect dat ze beogen te bereiken het verdedigen van Gods getuigenis en de belangen van Gods huis is, en het stichten van meer broeders en zusters, dan kunnen we er honderd procent zeker van zijn dat ze niets verkeerds doen. Het maakt niet uit of ze moedig en resoluut doortastend zijn of als een vrouw met ingebonden voeten – het maakt niet uit hoe ze uiterlijk handelen – dat is niet belangrijk. Wat belangrijk is, is of de waarheidsprincipes de basis van hun handelingen zijn, en of het doel van hun handelingen en het effect dat ze met hun handelingen beogen te bereiken het beschermen van de belangen van Gods huis en het werk van de kerk is, en het stichten van meer mensen. Is de vorm die hun handelingen aannemen dan belangrijk? (Nee.) Ongeacht of je een mannelijke vrouw bent of als een vrouw met ingebonden voeten, is dit niet waar God naar kijkt; dit is niet de norm die God gebruikt om mensen te evalueren. Als een vrouw dus op een mannelijke vrouw lijkt, en in haar handelingen zo snel en krachtig als de bliksem is, en moedig en resoluut doortastend, is dit dan lof en achting waard? (Nee.) Is zo snel en krachtig als de bliksem zijn, en moedig en resoluut doortastend zijn een principe voor het doen van dingen? (Nee.) Ongeacht of je een man of een vrouw bent, is moedig en resoluut doortastend zijn, en zo snel en krachtig als de bliksem zijn, geen principe voor het doen van dingen. Wat is dan een principe voor het doen van dingen? (Men moet dingen doen volgens de waarheidsprincipes, en het effect dat men beoogt te bereiken moet het beschermen van de belangen van Gods huis en het stichten van meer mensen zijn – dit is een principe.) Dit is een concreet principe. Als je volgens dit principe handelt, beoefen je de waarheid; als je niet volgens dit principe handelt, is in Mijn ogen de uitdrukking die het best definieert dat je moedig en resoluut doortastend bent, en zo snel en krachtig als de bliksem: ‘wild tekeergaan en slechte dingen doen’. Het is duidelijk dat wild tekeergaan en slechte dingen doen niet gebaseerd is op de waarheidsprincipes; hoewel je in je handelingen besluitvaardig en zonder aarzeling lijkt te zijn, en de uitstraling van een leider of koning lijkt te hebben, ga je in werkelijkheid wild tekeer en doe je slechte dingen. Wat zijn de gevolgen van wild tekeergaan en slechte dingen doen? Het veroorzaakt hinder en verstoringen, en saboteert het werk van de kerk. Zal God Zich dit dan herinneren? (Nee.) Niet alleen zal God Zich dit niet herinneren, Hij zal het ook veroordelen. Je zegt dus dat je een mannelijke vrouw bent, en dat je in je handelingen zo snel en krachtig als de bliksem bent, en moedig en resoluut doortastend, maar is dat nuttig? (Nee.) Alleen de waarheid zoeken en handelen volgens de waarheidsprincipes kan een ware vaardigheid worden genoemd; alleen dit is de waarheid beoefenen en de waarheid nastreven, en alleen dit is wat mensen met normale menselijkheid moeten doen. Stel dat je zegt: “Dit is nu eenmaal mijn persoonlijkheid en die kan niet veranderen, dus wat moet ik doen?” Daar is een gemakkelijke oplossing voor. Of je vlot bent of een traag temperament hebt, is geen probleem; laat je hierdoor niet beperken. Het is ook niet nodig dat je hard probeert de methode waarmee je dingen doet te veranderen omdat je volgens de principes wilt handelen. Wat je methode ook is, als de waarheidsprincipes de grondslag van je handelingen zijn, en het effect dat je bereikt het verdedigen van Gods getuigenis, Gods belangen en het werk van Gods huis is, dan zijn dit goede daden en zal God Zich deze herinneren. Daarentegen kun je uiterlijk timide en aarzelend zijn als een vrouw met ingebonden voeten, of zo snel en krachtig als de bliksem, als een leider of een koning, en kunnen je handelingen enige uiterlijke vorm aannemen, maar als je niet volgens de waarheidsprincipes handelt, veroorzaak je hinder en verstoringen, en zijn dit slechte daden, en zullen ze door God worden veroordeeld, en zal God zich deze niet herinneren. Dit is het principe om te beoordelen of iemand goed of kwaadaardig is. Begrijpen jullie het? (Ja.) We zijn klaar met de communicatie over deze dingen: hebben jullie nu enig begrip van welke noties en verbeeldingen mensen hebben met betrekking tot Gods werk? (Ja.) Nu jullie ze begrijpen: kennen jullie enkele van de afwijkingen die mensen hebben in hun geloof in God en bij het nastreven van de waarheid? Is het jullie ook duidelijk hoe jullie moeten praktiseren? (Ja.)

Het doel van het begrijpen van de noties en verbeeldingen van mensen is enerzijds om te voorkomen dat mensen naar deze noties en verbeeldingen leven en het verkeerde levenspad bewandelen. Anderzijds is het om mensen in staat te stellen – terwijl ze deze noties en verbeeldingen loslaten – binnen een normale menselijkheid te leven en hun verantwoordelijkheden en plichten met gemak en vreugde te vervullen, en zichzelf niet te dwingen dingen te doen waartoe ze niet in staat zijn. Als er iets is wat je kunt bereiken en behoort te doen, span je dan tot het uiterste in om het te doen; als iets je kaliber en vermogen te boven gaat, zoek dan iemand om met je samen te werken of vraag andere broeders en zusters om hulp, en doe het naar je beste vermogen – dit zijn de principes. Kortom, wat mensen over deze kwestie moeten begrijpen, is dat tijdens de periode waarin God werkt, ieders menselijkheid zich in de loop van het aanvaarden van Gods woorden geleidelijk in een goede richting ontwikkelt, en wel binnen de inherente basisvoorwaarden van hun menselijkheid, in plaats van verwrongen, bovennatuurlijk of abnormaal te worden. Daarom moet je, als de plicht die je vervult een technische of professionele vaardigheid vergt, om die plicht goed te vervullen de moeite nemen om die technische of professionele vaardigheid ijverig te leren en je erin te verdiepen. Wacht niet blindelings tot God handelt op basis van gedachten en gezichtspunten als dat God almachtig is en dat wat voor mensen onmogelijk is, door God kan worden volbracht als we maar tot Hem bidden, en verbeeldingen over bovennatuurlijke dingen, zonder zelf de moeite te nemen om de vaardigheid te leren. Je moet met je hele hart, al je kracht en je hele verstand datgene doen wat je met jouw kaliber kunt bereiken. En als het gaat om wat je kaliber en vermogens te boven gaat, maak het jezelf dan niet moeilijk, belemmer of belast jezelf niet en zet jezelf op geen enkele manier onder druk, maar wees in plaats daarvan mild voor jezelf. Neem het leren van computervaardigheden. Laten we zeggen dat je al wat ouder wordt, en op basis van je leeftijd, je kaliber en je huidige omstandigheden alleen al leren typen een hele prestatie voor je is. Als je ook nog kunt leren om contact op te nemen met de broeders en zusters en online werk te doen, ben je al heel goed op weg. Je bent echter nooit tevreden en blijft naar meer verlangen – je wilt leren hoe je programma’s schrijft en het netwerk beveiligt, en je wilt werk doen dat alleen netwerkingenieurs en hightechpersoneel kunnen doen. Is dat niet dwaas? (Ja.) Je krijgt deze dingen niet onder de knie, dus word je negatief en klaag je over God: “O God, waarom krijg ik deze dingen niet onder de knie? Waarom heeft U mij dit soort kaliber gegeven? Ik ben zo oud – waarom kunt U mij niet weer jong maken? Is God niet almachtig?” Het is verkeerd van je om zulke gedachten te hebben en zulke eisen te stellen. Wat wordt er bedoeld met ‘doen wat in je macht ligt, en je kaliber, vermogens en instincten niet te boven gaan’? Wat je kaliber en vermogens je ook in staat stellen te bereiken, dat is wat God van je vereist. Wat je te boven gaat, vereist God niet van je, en je hoeft het ook niet van jezelf te eisen. Als je iets niet kunt, zijn er anderen die het wel kunnen; God eist niet dat jij degene bent die het doet. Je zegt: “Ik ben oud – ik weet niet hoe ik video’s moet uploaden, ik weet ook niet hoe ik het netwerk moet beveiligen, laat staan hoe ik programma’s moet schrijven”, en toch sta je erop deze dingen te leren – heb je gevraagd of Gods huis jou nodig heeft om dit werk te doen? Heb je je eigen werk naar behoren gedaan? Heb je naar behoren het werk gedaan dat je kaliber je in staat stelt te volbrengen? Als je het niet naar behoren hebt gedaan, en je er nog steeds op staat dingen te proberen die buiten je bereik en je bevattingsvermogen liggen, en die je je leven lang nooit zult kunnen leren, denk je dan dat je tegen jezelf strijdt, of tegen God? Is dit niet erg lastig? (Ja.) Je wilt altijd jezelf overtreffen en een supermens worden, maar God heeft niet van je vereist dat je dat doet. Er kan maar één reden zijn waarom je een supermens wilt zijn, en dat is dat je wilt pronken en je niet gewonnen wilt geven of wilt toegeven aan de ouderdom. Het is niet om je plicht goed te vervullen dat je ontberingen verdraagt en een prijs betaalt; je doet je plicht niet volgens het principe van je fatsoenlijk gedragen en je plaats goed kennen. Je wilt bewijzen dat je niet oud bent door je eigen kaliber en vermogens uit te dagen. Je denkt: ‘Ik heb het nog steeds in me. Ik ben net zo goed als de rest, ik kan wat andere mensen kunnen!’ Is dit zinvol? (Nee.) Het is niet zinvol. Al deze moeite die je erin steekt is nutteloos en waardeloos. Als je je met je hele hart, je hele verstand en je volle kracht inzet om datgene wat je eigen toestanden je in staat stellen te bereiken naar behoren te doen, zal God tevreden zijn. Daag jezelf niet uit en probeer niet je grenzen te verleggen. God weet wat jouw kaliber en vermogens zijn. Welk kaliber en welke vermogens God je heeft gegeven, is al lang van tevoren door Hem vastgesteld. Deze altijd willen overtreffen is arrogant zijn en jezelf overschatten; het is om moeilijkheden vragen en loopt onvermijdelijk op een mislukking uit. Verwaarlozen zulke mensen hun eigenlijke taken niet? (Ja.) Ze gedragen zich niet volgens de regels en kennen hun plaats niet goed, waardoor ze de plichten van een schepsel niet vervullen – ze volgen deze principes niet in hun handelingen, maar proberen in plaats daarvan altijd te pronken. Er is een tweeledig gezegde: ‘Een oude dame doet lippenstift op – om je iets te geven om naar te kijken.’ Met welk doel zou de ‘oude dame’ dit doen? (Om met zichzelf te pronken.) De oude dame wil je laten zien: ‘Ik ben als oude dame niet gewoon – ik zal je iets bijzonders laten zien.’ Ze wil niet dat er op haar wordt neergekeken, maar wil in plaats daarvan hooggeacht en vereerd worden; ze wil haar grenzen verleggen en zichzelf overtreffen. Getuigt dit niet van een arrogante aard? (Ja.) Als je een arrogante aard hebt, blijf je niet binnen je grenzen en wil je je niet gedragen op een manier die bij je positie past. Je wilt jezelf altijd uitdagen. Alles wat anderen kunnen, wil jij ook kunnen. Wanneer anderen dingen doen waarmee ze opvallen, resultaten boeken of bijdragen leveren, en ieders lof ontvangen, voel je je ongemakkelijk, jaloers en ontevreden. Je wilt dan je huidige taken verlaten om werk op je te nemen waardoor je kunt schitteren, in het verlangen om ook hooggeacht te worden. Maar je bent niet in staat om werk te doen waarmee je opvalt, dus is dit geen tijdverspilling? Is dit niet het verwaarlozen van je eigenlijke taken? (Ja.) Verwaarloos je eigenlijke taken niet, want het verwaarlozen ervan loopt niet goed af. Niet alleen vertraagt het de dingen en verspilt het tijd, waardoor anderen op je neerkijken, het zorgt er ook voor dat God je verafschuwt, en uiteindelijk kwel je jezelf zodat je behoorlijk negatief wordt. Ongeacht de leeftijd van een persoon – of hij nu jong, van middelbare leeftijd of bejaard is – zijn er grenzen aan zijn kaliber en talenten; niemand is volmaakt. Probeer niet volmaakt te zijn, probeer niet alles te weten, kunnen en begrijpen – het is lastig als je dit soort gezindheid hebt.

Waarom is het binnen Gods werk zo dat wanneer Hij tot allerlei soorten mensen spreekt over welk onderwerp of wat voor soort kwestie dan ook, Hij steeds weer over hetzelfde praat terwijl Hij verschillende gesteldheden en situaties aan de orde stelt? Degenen die geen geestelijk begrip hebben, denken: ‘Op deze manier spreken is te gedetailleerd en langdradig; we begrijpen het al.’ Jij begrijpt het misschien al, maar anderen misschien niet; en zelfs als je het begrijpt, kun je dan de problemen van verschillende gesteldheden oplossen? Als je dat niet kunt, betekent dit dat je het nog steeds niet volledig begrijpt, dus doe niet alsof dat wel zo is. De gesteldheden van mensen zijn allemaal verschillend. Pas als alle gesteldheden van elk type persoon zijn besproken, en alle verschillende gesteldheden zijn behandeld – dat wil zeggen: wanneer de gesteldheden van alle soorten mensen binnen een bepaalde grote kwestie allemaal zijn besproken, en iedereen dit aspect van de waarheid begrijpt – pas dan is deze kwestie duidelijk uitgelegd. Wat bedoel Ik hiermee? Dat iedereen verschillende problemen ontwikkelt terwijl men in zijn eigen omstandigheden leeft; ieders problemen zijn verschillend, en ieders persoonlijkheden, sterke punten en de dingen waar men goed in is, zijn ook verschillend. Daarom heeft iedereen zijn eigen persoonlijke toestanden, zijn eigen moeilijkheden en zijn eigen verschillende gedachten en gezichtspunten. Maar hoe verschillend de eigen toestanden van mensen ook zijn, en hoe verschillend hun vermogens, kalibers, visie, persoonlijkheden en gewoonten ook zijn, de verdorven gezindheden en aard-essentie van mensen zijn hetzelfde. Dat wil zeggen: hoe verschillend de diverse omstandigheden van de menselijkheid van mensen ook zijn, mensen bezitten dezelfde gemeenschappelijke kenmerken. Waarom hebben mensen dezelfde gemeenschappelijke kenmerken? Omdat de gezindheidsessentie waarvan mensen afhankelijk zijn om voort te bestaan dezelfde is. Nadat de gesteldheden en problemen van allerlei soorten mensen zijn blootgelegd, is het daarom aan de mens om te praktiseren volgens de waarheden en principes die God vereist; dan zullen de gemeenschappelijke problemen van de mensheid worden opgelost. Ongeacht je persoonlijkheid of kaliber, ongeacht hoe vaardig je bent, en ongeacht of je man of vrouw bent, in het westen of oosten bent geboren, of uit het zuiden of noorden komt, zolang je verdorven gezindheden worden opgelost door de waarheid te aanvaarden, het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden te aanvaarden, en de waarheid te beoefenen, zullen je moeilijkheden worden opgelost. Dit betekent dat alle verschillende gesteldheden die bij mensen ontstaan in de context van de gemeenschappelijke problemen van de mens, ook kunnen worden opgelost. Waarom ontstaan er verschillende gesteldheden bij mensen? Dat komt doordat de inherente toestanden van de menselijkheid die iedere mens bezit, verschillend zijn. Als je bijvoorbeeld in het zuiden woont en enkele levensgewoonten en patronen van zuiderlingen hebt, en qua persoonlijkheid en levensstijl ook enkele kenmerken hebt die specifiek zijn voor zuiderlingen, dan zul je met dit soort achtergrond bepaalde noties en verbeeldingen, bepaalde gedachten en gezichtspunten, en bepaalde gesteldheden ontwikkelen. Als je in het noorden was geboren, zou je de persoonlijkheid en levensgewoonten van noorderlingen hebben, of enkele gesteldheden die voortkomen uit de gebruiken, culturele achtergrond, onderwijsmethoden en dergelijke zaken die eigen zijn aan noorderlingen. Zo verschillen de gesteldheden die ontstaan bij mensen die in het zuiden en het noorden wonen van elkaar. De grondoorzaak en essentie van gesteldheden die voortkomen uit één enkel probleem zijn echter hetzelfde, dus kunnen ze allemaal met dezelfde waarheden worden opgelost. Aangezien dit het geval is, maakt het niet uit of je uit het noorden of het zuiden komt, of uit het oosten of het westen; zolang je een schepsel bent, kunnen je problemen allemaal met waarheden worden opgelost. Hebben jullie het begrepen? Is deze kwestie ingewikkeld? (Nu ik de uitleg heb gehoord, heb ik het gevoel dat het niet meer ingewikkeld is.) Waarom zeg je dat deze kwestie niet ingewikkeld is? (Hoewel de eigen toestanden, achtergronden en persoonlijkheden van mensen verschillend zijn, en dit natuurlijk leidt tot verschillende gesteldheden, is de grondoorzaak van deze verschillende gesteldheden dezelfde, en is de verdorven essentie van mensen dezelfde. Hoeveel verdorven gezindheid mensen ook onthullen, deze kan met dezelfde waarheden worden opgelost; daarom kunnen waarheden de problemen van iedere mens oplossen.) Ongeacht of mensen uit het zuiden, het noorden, het oosten of het westen komen, ongeacht of ze man of vrouw, jong of oud zijn, en ongeacht wat hun eigen omstandigheden zijn, zijn hun verdorven gezindheden dezelfde, en hebben de verschillende gesteldheden, gedachten en gezichtspunten, en houdingen ten opzichte van de waarheid waartoe deze verdorven gezindheden leiden, een gemeenschappelijk kenmerk. Wat is dit gemeenschappelijke kenmerk? Alles wat uit deze verdorven gezindheden voortkomt, is van Satan en is niet in overeenstemming met de waarheid; om specifieker te zijn zou natuurlijk kunnen worden gezegd dat het in strijd is met de waarheid. Daarom zijn mensen allemaal verdorven en hebben ze allemaal dezelfde essentie van verzet tegen God, ongeacht welke verschillen er zijn tussen de rassen, religies of culturen van de verdorven mensheid, en ongeacht of mensen een gele, blanke, bruine of zwarte huid hebben. Dit is iets wat mensen gemeen hebben. Daarom worden mensen, uit welk land ze ook komen en van welk ras ze ook zijn, gezamenlijk aangeduid als verdorven mensen. Dat wil zeggen: of deze mensenrassen nu verheven of onbeduidend, arm of rijk zijn wat betreft hun huidskleur, uiterlijk, levensgewoonten of raciale cultuur, en welk onderwijs ze ook hebben genoten, in ieder geval komen de regels waarop ze voor hun voortbestaan vertrouwen van Satan, zijn deze regels onverenigbaar met de waarheid en verzetten deze regels zich tegen God. Zelfs als mensen behoren tot een welvarend, nobel ras met een verheven religieuze achtergrond, is hun essentie nog steeds die van verdorven mensen. Ze behoren nog steeds tot Satans soort die God weerstaat, ze zijn nog steeds verdorven mensen, ze verzetten zich allemaal tegen God, ze zijn allemaal degenen over wie binnen Gods werk wordt geoordeeld en die binnen Gods werk worden getuchtigd, en degenen onder hen die de waarheid kunnen aanvaarden, zijn degenen die God van plan is te redden. Wat is de implicatie hiervan? Het betekent dat voordat je gered bent, hoe verheven je culturele achtergrond, je opleidingsachtergrond en je religieuze achtergrond ook zijn, je essentie zich nog steeds tegen God verzet en vijandig tegenover God staat. Zodoende verandert de essentie van mensen niet vanwege hun huidskleur, religie, geboorteland, opleidingsachtergrond of culturele achtergrond. Evenzo wordt iemand, ongeacht van welk ras, in Gods ogen niet nobel of onbeduidend vanwege zijn eigen omstandigheden. Wat is in de ogen van God dan de norm om te beoordelen of mensen nobel of onbeduidend zijn? Er is maar één norm, en dat is of je de waarheid aanvaardt. Als je de waarheid aanvaardt, ben je nobel, wat je ras of huidskleur ook is. Als je de waarheid niet aanvaardt, heeft dat geen enkel nut, zelfs als je zegt: “Ik heb een blanke huid, blond haar en blauwe ogen, en mijn familie is al generaties lang van koninklijken bloede”! Al ben je nobel onder de mensheid, als je de waarheid niet aanvaardt, ben je in Gods ogen nog steeds een verdorven mens, hetzelfde als elke andere verdorven mens – er is geen verschil. Hoeveel leden van het menselijk ras ook tegen je opkijken, je vereren en je offergaven brengen, het heeft geen nut en zal je status, identiteit en essentie in Gods ogen niet veranderen. Gods norm voor het beoordelen van de mensheid – wat natuurlijk ook Gods vaste norm en hoge maatstaf is voor het beoordelen van de mensheid – is om haar te beoordelen naar de waarheid. Als je de waarheid liefhebt en de waarheid beoefent, ben je nobel; als je de waarheid niet beoefent, is dit oude vlees van jou een verdorven mens; het is geen cent waard, en is niet eens zo waardevol als een mier op de grond. Met uitzondering van micro-organismen die mensen niet kunnen zien, zijn mieren relatief klein onder alle levende wezens. Hun levenspatronen, overlevingsregels en instincten houden zich volledig aan de wetten die door God zijn vastgesteld. Hun werk- en rustschema verandert afhankelijk van het klimaat en de schommelende temperaturen van de vier seizoenen, en ze zullen deze patronen en regels nooit proactief veranderen. Maar mensen zijn anders. Mensen willen altijd de status quo en de wereld veranderen, ze hebben altijd ambities, en ze houden zich voortdurend bezig met verraad en opstandigheid. Hoewel mieren niet het vermogen hebben om de waarheid te aanvaarden of te begrijpen, verzetten ze zich op zijn minst niet tegen God. Mensen zijn anders; ze treden actief naar voren om God aan te vallen en te weerstaan. Daarom zijn in Gods ogen mensen die de waarheid niet hebben verkregen en niet zijn gered, niets waard. Is dit geen feit? (Ja.) Mensen beoordelen en kenmerken op basis van dit feit is volledig in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Door over deze kwesties te communiceren, horen mensen een juiste opvatting en een juist begrip te hebben van de essentie van de mensheid en het effect dat Gods werk beoogt te bereiken. Nadat je dit aspect van de waarheid hebt begrepen, zul je dan niet minder beperkt zijn wanneer je het evangelie aan mensen predikt of wanneer je met hen omgaat en communiceert, ongeacht wat voor soort persoon ze zijn – ongeacht of ze een religieuze achtergrond hebben, of ze aanzien en status in de maatschappij hebben of een lage sociale status, en of ze blank of van kleur zijn? (Ja.) Als je deze waarheden niet begrijpt, zul je altijd de neiging hebben om mensen van andere rassen hoog aan te slaan, of het gevoel hebben dat je hen niet kunt doorgronden en dat je niet weet hoe je met hen moet communiceren of omgaan. Helpt het begrijpen van deze waarheden jullie niet bij de omgang met die mensen? Het zal jullie helpen om het hele menselijke ras vanuit het juiste standpunt en vanuit de juiste zienswijze te bekijken. Dit is het voordeel van het begrijpen van de waarheid. Wanneer je de waarheid begrijpt, zal je perspectief op de dingen juist zijn en zal het ook relatief ruimdenkend zijn, en niet zo bekrompen. Anders zul je als leider of werker altijd een gebrek aan zelfvertrouwen hebben. Ten eerste zul je het gevoel hebben dat het je aan levenservaring ontbreekt. Ten tweede zul je het gevoel hebben dat je niet genoeg ervaringen hebt opgedaan. Ten derde zul je het gevoel hebben dat je niet goed bent in spreken en dat je de gesteldheden van de meeste mensen niet kunt doorzien; in het bijzonder wanneer je oudere mensen ziet, zul je bang en zenuwachtig zijn, en zul je niet durven spreken. Sommige mensen zeggen: “Vooral wanneer ik zie dat mensen die al lange tijd religieus gelovig zijn enige kennis van de Bijbel hebben, weet ik niet hoe ik het evangelie aan hen moet prediken, en word ik bang en voel ik me hun mindere.” Je begrijpt zoveel waarheden, dus waar ben je bang voor? Is dit niet het onvermogen om zaken te doorzien? Zodra mensen de waarheid begrijpen, horen ze deze zaken en problemen te kunnen oplossen, en zullen ze niet langer door deze dingen worden beperkt.

Welke aspecten van de waarheid hebben jullie begrepen door de onderwerpen waarover we vandaag hebben gecommuniceerd? Hebben jullie een helder beeld van Gods werk, en van hoe God mensen redt, Gods methoden om mensen te redden, en de aspecten van mensen die God verandert? (Ja.) Nu jullie een helder beeld van deze dingen hebben, beseffen jullie dan niet nog meer het belang van het beoefenen van de waarheid en van het beoordelen van alles naar de waarheid? (Ja.) Denken jullie niet nog meer dat het uiterst belangrijk is om de waarheid na te streven en te begrijpen? Als iemand de waarheid niet begrijpt, kan hij geen enkele zaak doorzien, kan hij niet alle soorten mensen doorzien, en kan hij mensen uit alle landen en van alle etniciteiten niet doorzien, en dus is hij een dwaas, een idioot. Wanneer sommige individuen mensen zien die een bril dragen, gaan ze ervan uit dat het professoren of intellectuelen zijn, en dus voelen ze zich beperkt en durven ze niet te spreken, en telkens wanneer ze lange en knappe mensen zien, voelen ze zich hun mindere. Zullen mensen, nadat ze de waarheid hebben begrepen, in wezen niet door deze dingen worden beïnvloed? Enerzijds zullen ze zichzelf niet beperken; anderzijds zullen ze – tot op zekere hoogte – hun houding en zienswijze met betrekking tot de omgang met mensen en dingen verbeteren, en zullen ze er ook enig inzicht in hebben. Dit zal bevorderlijk zijn voor het vervullen van hun plicht, vooral als het gaat om het verrichten van werk door leiders en werkers op alle niveaus.

2. Hoe correct om te gaan met de eigen aangeboren toestanden

Hoe moeten mensen, nadat ze de doelen en ware betekenis van Gods werk hebben begrepen, handelen om correct met hun eigen inherente toestanden om te gaan? Hoeveel principes zijn er? (De principes die in mij opkomen, zijn dat mensen hun eigen persoonlijkheid, kaliber en andere toestanden correct moeten bezien, moeten stoppen met het nastreven van bovennatuurlijke dingen en niet langer moeten proberen een supermens te zijn, alles waartoe ze in staat zijn naar hun beste vermogen moeten doen, en zichzelf niet moeten dwingen om te bereiken wat buiten hun bereik ligt. Zo zal hun leven meer bevrijd zijn en zal hun menselijkheid steeds normaler worden.) Als je wilt voorkomen dat je dwaze of domme dingen doet, moet je allereerst je eigen toestanden begrijpen: wat je kaliber is, wat je sterke punten zijn, waar je goed in bent en waar je niet goed in bent, evenals welke dingen je wel en niet kunt op basis van je leeftijd, geslacht, kennis, inzichten en levenservaring. Dat wil zeggen: het moet je duidelijk zijn wat je sterke en zwakke punten zijn bij de plicht die je vervult en het werk dat je doet, en wat de tekortkomingen en verdiensten van je eigen persoonlijkheid zijn. Wanneer je eigen toestanden, verdiensten en tekortkomingen je duidelijk zijn, moet je vervolgens kijken welke verdiensten en sterke punten behouden moeten blijven, welke tekortkomingen en gebreken overwonnen kunnen worden, en welke helemaal niet overwonnen kunnen worden – deze dingen moeten je duidelijk zijn. Om deze duidelijkheid te verkrijgen, moet je enerzijds de waarheid zoeken, over deze dingen nadenken en er kennis van verwerven door Gods woorden te toetsen aan je werkelijke situatie, en tegelijkertijd bidden dat God deze dingen onthult. Anderzijds kun je het ook aan de broeders en zusters om je heen vragen en hun vragen om je aanwijzingen en tips te geven. Zo zul je een dieper begrip van jezelf krijgen, en zul je meer ideeën en aanknopingspunten hebben als het gaat om de kwestie van jezelf kennen. Er zijn problemen die niet door mensen kunnen worden opgelost. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je snel zenuwachtig wordt wanneer je met anderen spreekt; wanneer je met situaties wordt geconfronteerd, heb je misschien wel je eigen ideeën en gezichtspunten, maar kun je die niet duidelijk verwoorden. Je bent vooral zenuwachtig wanneer er veel mensen aanwezig zijn; je spreekt onsamenhangend en je mond trilt. Sommige mensen stotteren zelfs; anderen zijn, als er leden van het andere geslacht aanwezig zijn, nog slechter te verstaan en weten simpelweg niet wat ze moeten zeggen of doen. Is dit gemakkelijk te overwinnen? (Nee.) Althans op de korte termijn is het niet gemakkelijk voor je om dit gebrek te overwinnen, omdat het deel uitmaakt van je aangeboren toestanden. Als je na enkele maanden oefenen nog steeds zenuwachtig bent, zal de nervositeit in druk veranderen. Dit zal je negatief beïnvloeden doordat het je bang maakt om te spreken, mensen te ontmoeten, bijeenkomsten bij te wonen of preken te houden, en deze angsten zullen je verpletteren. Wat moet je dan doen? Je kunt over deze kwestie nadenken en er met anderen over praten; kijk welke mentaliteit anderen hebben wanneer ze op dit probleem stuiten en hoe ze het oplossen, en dan moet je zelf ook op deze manier praktiseren. Laten we zeggen dat je tijdens de bijeenkomst van vandaag goed in vorm bent; je bent in een vrolijke stemming, en bovendien ben je ook ontroerd door het lezen van Gods woorden, en voel je sterk het verlangen om jezelf te uiten. Het is toevallig een bijeenkomst van een kleine groep met slechts een paar mensen, dus je probeert een paar woorden te communiceren en je voelt je er best goed bij, en niet zenuwachtig. In deze situatie, waarin je niet onder druk staat en je je helemaal niet hebt voorbereid, kun je je heel goed vrijuit uiten, en iedereen is er echt door ontroerd en gesticht. Is dit geen vooruitgang? Begin gewoon te oefenen met praten en communiceren in bijeenkomsten van kleine groepen, waar weinig mensen zijn, en geleidelijk aan zul je normaal kunnen spreken, en je zenuwen zullen beetje bij beetje verdwijnen. Op deze manier oefenen levert de beste resultaten op. Kies eerst een bijeenkomst van een kleine groep waar weinig mensen zijn of een informele omgeving om dit te oefenen. Praat en communiceer spontaan, alsof je aan het kletsen bent, om dit gebrek van jou te overwinnen. Soms ben je na een minuut spreken misschien een beetje zenuwachtig, voel je je minder zelfverzekerd naarmate je meer praat, en heb je minder te zeggen naarmate je verdergaat; praat in zulke gevallen niet verder – rond het snel af en stop. Soms, nadat je een tijdje hebt gesproken, is iedereen misschien bereid om te luisteren en voelt iedereen zich misschien erg bevrijd; in zo’n sfeer zullen je zenuwen en stress verdwijnen zonder dat je het doorhebt. Alleen onder zulke omstandigheden kan dit gebrek van jou geleidelijk worden verbeterd – maar het zal niet worden overwonnen. Als je het gevoel hebt dat je gesteldheid na een maand trainen niet veel is verbeterd, en er zelfs een soort druk in je hart ontstaat waardoor je steeds zenuwachtiger wordt, wat je normale werk, leven en plichtsvervulling beïnvloedt, hoef je niet door te gaan met trainen. Het is genoeg als je je plicht normaal kunt doen. Richt je er gewoon op je plicht goed te doen – dit is juist. Bewaar die tekortkoming, dat gebrek, in je hart, bid in stilte tot God, en zoek dan geschikte gelegenheden om te werken aan het spreken en het omgaan met mensen. Druk uit wat je wilt zeggen door elk woord duidelijk uit te spreken, en gestructureerd en helder te spreken. Zo zal je tekortkoming, dit gebrek, geleidelijk verbeteren. Het is mogelijk dat je na een jaar of twee met de leeftijd volwassener wordt en meer vertrouwd raakt met de mensen om je heen, en dat hun blik, hun meningen en de sfeer die ontstaat wanneer iedereen samen is, misschien geen druk, gebondenheid of beperking meer voor je creëren – dan zou je gebrek onder deze mensen overwonnen en opgelost kunnen worden. Dit is het type persoon dat de ernstigste vorm van dit gebrek heeft; ze kunnen het alleen overwinnen door langdurige harding en training in dergelijke omgevingen. Natuurlijk zijn er ook mensen die dit gebrek geleidelijk oplossen in een korte periode van drie tot vijf maanden. Ze zijn niet zenuwachtig wanneer ze in gewone situaties met anderen omgaan en praten, behalve wanneer ze voor grote gelegenheden staan. Daarom, als je deze tekortkoming, dit gebrek, op de korte termijn kunt overwinnen, doe dat dan. Als het moeilijk te overwinnen is, laat het dan rusten, strijd er niet tegen en daag jezelf niet uit. Natuurlijk moet je niet negatief worden als je het niet kunt overwinnen. Zelfs als je het je leven lang niet kunt overwinnen, zal God je niet veroordelen, want dit is niet je verdorven gezindheid. Je plankenkoorts, je nervositeit en angst – deze uitingen weerspiegelen niet je verdorven gezindheid; of ze nu aangeboren zijn of later in het leven door de omgeving zijn veroorzaakt, ze zijn hooguit een tekortkoming, een gebrek van je menselijkheid. Als je het op de lange termijn, of zelfs je leven lang, niet kunt veranderen, blijf er dan niet bij stilstaan, laat het je niet beperken, en word er ook niet negatief door, want dit is niet je verdorven gezindheid; het heeft geen zin om te proberen het te veranderen of ertegen te strijden. Als je het niet kunt veranderen, aanvaard het dan, laat het bestaan en ga er correct mee om, want je kunt leven met deze tekortkoming, dit gebrek – het feit dat je het hebt, heeft geen invloed op jouw volgen van God en het doen van je plichten. Zolang je de waarheid kunt aanvaarden en je plichten naar je beste vermogen kunt vervullen, kun je nog steeds gered worden; het heeft geen invloed op je aanvaarding van de waarheid en het heeft geen invloed op het verkrijgen van redding. Daarom moet je je niet vaak laten beperken door een bepaalde tekortkoming of een bepaald gebrek in je menselijkheid. Ook moet je niet vaak negatief en ontmoedigd raken, of zelfs je plicht opgeven en het nastreven van de waarheid opgeven, en om diezelfde reden de kans op redding mislopen. Het is het absoluut niet waard; dat is wat een dwaze, onwetende persoon zou doen.

Sommige mensen kunnen bij het zingen alleen de middelste noten halen en kunnen de hoge noten niet bereiken, hoeveel ze er ook voor trainen. Wat kun je hier dan aan doen? Zing gewoon noten in het midden- en lage register; het is prima om die noten gewoon goed te zingen. Als je jezelf voortdurend wilt uitdagen en zegt: “Ik ben goed in het zingen van middelste noten, ik wil mezelf uitdagen om hoge noten te halen”, dan zal het, zelfs als je in deze uitdaging slaagt, zinloos zijn, en zal het niet betekenen dat je de waarheid hebt verkregen. In het beste geval zal het alleen maar betekenen dat je een extra vaardigheid hebt verworven, dat je een extra plicht kunt doen, dat je wat meer liederen kunt zingen en dat je wat meer in de schijnwerpers kunt staan. Maar wat dan nog? Betekent meer in de schijnwerpers staan dat je de waarheid meer beoefent? Is er een verband tussen deze twee dingen? (Nee.) Als je middelste noten kunt zingen, zing ze dan goed. Als je hoge noten niet goed kunt zingen, maar jezelf per se wilt forceren om ze te zingen, en je ze uiteindelijk niet correct kunt zingen, en je jezelf ook nog eens ziek maakt van uitputting, zal God Zich dit niet herinneren. Het maakt niet uit of je hoge of middelste noten kunt zingen; zolang je maar goed kunt zingen, toegewijd bent en alles geeft in je plicht, zonder plichtmatig te zijn, sluw en laks te zijn, roekeloos slechte daden te begaan of hoogdravende ideeën te spuien, en je ernaar streeft – of het nu gaat om techniek, emotie, klankkleur of noten – om op een standaard, prachtige manier te zingen die het hart raakt, en op een manier die mensen kan ontroeren, hun harten voor God tot rust kan brengen en hen kan stichten wanneer ze naar je luisteren, dan is dit het doen van je plicht op een manier die aan de norm voldoet. Als je altijd je grenzen wilt verleggen, en altijd persoonlijke doorbraken wilt maken en jezelf wilt overtreffen, is dit een onthulling van je satanische verdorven gezindheid en is het niet het doen van je plicht. Nadat je je eigen werk naar behoren hebt gedaan, en naar behoren hebt gedaan wat je kunt bereiken, is het prima als je in je vrije tijd iets leert wat nuttig is voor je plicht, maar dit is niet wat God vereist. Stel dat je middelste noten goed zingt, en je in je vrije tijd het zingen van hoge noten oefent. Na een tijdje bereik je een doorbraak, en na twee tot drie jaar hard werken kun je ook hoge noten goed zingen. Je kunt zowel middelste als hoge noten zingen, en beide plichten vervullen; je kunt beide plichten vervullen volgens de waarheidsprincipes, en met heel je hart zingen, zonder plichtmatig te zijn, sluw of laks te zijn, of hoogdravende ideeën te spuien. Dit is nog beter, het is een goede daad, en God zal Zich dit herinneren. Maar stel dat je dit niet kunt bereiken, en steeds blijft denken: ‘God heeft hoge verwachtingen van mij, ben ik niet sluw en laks als ik alleen middelste noten zing? God is niet tevreden!’ Dat is je eigen verbeelding. Je speculeert over God en houdt je bezig met de praktijk van ‘het meten van de edele met de maatstaven van de onedele’. God heeft jou dergelijke vereisten niet opgelegd. Wat God van je vereist, is dat je goed doet wat je behoort te doen binnen het bereik van je inherente kaliber en capaciteiten, en als je het goed doet volgens de principes die God vereist, heeft God je al de volle score gegeven. Maar als je niet probeert goed te doen wat je kunt bereiken, en het niet volgens de principes doet, en altijd sluw en laks bent en altijd hoogdravende ideeën wilt spuien, en de verschillende zangtechnieken niet oefent, maar toch je grenzen wilt verleggen, dan is dit gedrag van jou verstoken van verstand, is het een uiting van arrogantie en onwetendheid, en zal God niet tevreden zijn. Hij zal absoluut niet zeggen: “Deze persoon kan middelste noten zingen en probeert ook hoge noten te zingen. Hoewel hij de hoge noten niet goed kan zingen, is dit behoorlijk gewetensvol van hem, en dat is genoeg.” God zal je niet op die manier zien, dus wees niet zo tevreden met jezelf. God neemt alleen waar of je je gedraagt op een manier die past bij je positie, en of je iemand bent die de plichten van een schepsel goed doet. Hij neemt waar of je er, bij het vervullen van je plicht, met je hele hart en alle kracht aan werkt onder de inherente voorwaarden die God je heeft gegeven, en of je volgens de principes handelt en de resultaten bereikt die God verlangt. Als je al deze dingen kunt bereiken, geeft God je de volle score. Stel dat je de dingen niet in overeenstemming met Gods vereisten doet. Zelfs als je hard je best doet en je inspant, is alles wat je doet slechts pronken en jezelf etaleren, handel je niet volgens de waarheidsprincipes en geef je niet je hele hart en al je kracht om God tevreden te stellen bij het vervullen van je plicht. In dat geval zijn je uitingen en gedrag weerzinwekkend voor God. Waarom verafschuwt God ze? God zegt dat je je niet bezighoudt met je eigenlijke taken, dat je niet je hele hart, al je kracht of je hele verstand in het vervullen van je plicht hebt gelegd, en dat je niet het juiste pad bewandelt. Het kaliber, de gaven en de talenten die God je heeft gegeven zijn al voldoende – het is alleen zo dat je niet tevreden bent, niet toegewijd bent aan je plicht, nooit je plaats kent, altijd hoogdravende ideeën wilt spuien en wilt pronken, waardoor je uiteindelijk een puinhoop maakt van je plichten. Je hebt het kaliber, de gaven en de talenten die God je heeft gegeven niet benut, je hebt je niet volledig ingespannen en je hebt geen resultaten bereikt. Hoewel je misschien heel druk bent, zegt God dat je net een clown bent, niet iemand die zijn plaats kent en zich richt op zijn eigenlijke taken. God houdt niet van zulke mensen. Daarom, wat je plannen en doelen ook zijn, als je uiteindelijk je plicht niet vervult volgens de door God vereiste principes, met je hele hart, je hele verstand en al je kracht, op basis van het inherente kaliber en de inherente gaven, talenten, capaciteiten en andere toestanden die God je heeft gegeven, zal God Zich niet herinneren wat je hebt gedaan, en doe je niet je plicht, maar doe je veeleer kwaad.

Hebben jullie het beoefeningsprincipe begrepen voor hoe je correct moet omgaan met je aangeboren toestanden – dat wil zeggen, je eigen toestanden, verdiensten en tekortkomingen? (Ja.) Wat is de eerste stap? Benut ten eerste ten volle de inherente en bestaande gaven, capaciteiten en sterke punten die God je heeft gegeven, evenals de technische of professionele vaardigheden die je kunt verwerven en bereiken, en houd je niet in. Als je God in al deze dingen tevredenstelt en je het gevoel hebt dat je nog grotere hoogten kunt bereiken, kijk dan in welke technische of professionele vaardigheden je je kunt verbeteren of een doorbraak kunt bereiken, binnen wat jouw kaliber aankan. Je kunt blijven leren en je verbeteren op basis van wat je met je eigen kaliber kunt bereiken. Hoe moet je dan in de praktijk zijn noties en verbeeldingen over Gods werk loslaten? Allereerst moet je begrijpen wat je aangeboren toestanden zijn, wat God je heeft gegeven, hoe je deze dingen moet gebruiken, hoe je hun volledige potentieel kunt benutten en er het absolute maximum uit kunt halen, en hoe je ze kunt omzetten in basistoestanden – in plaats van obstakels – om je plicht toegewijd te vervullen. Begrijp je eigen sterke punten en laat ze tot hun recht komen. Begrijp je eigen gebreken en tekortkomingen en als je ze binnen korte tijd kunt veranderen, doe dat dan; als ze niet gemakkelijk te veranderen zijn, laat ze dan geen struikelblokken of obstakels worden bij het vervullen van je plicht, laat je er niet door beperken of beïnvloeden, laat je er niet door ketenen en zorg dat je er niet aan handen en voeten door gebonden bent. Stel bijvoorbeeld dat je geboren bent met een slechte gezondheid en een zwak gestel, en je dit voortdurend wilt overwinnen, wilt kunnen eten en drinken en laat wilt kunnen opblijven als een normaal mens, maar God jou dat kapitaal niet heeft gegeven. Dan moet je elke dag aanpakken op basis van je eigen toestanden, en dingen doen volgens de principes die God vereist. Daag jezelf niet uit, en laat je eigen gebreken en tekortkomingen geen struikelblokken en obstakels worden op je pad van het volgen van God, het doen van je plicht en het nastreven van de waarheid; laat ze geen aanleiding voor je worden om negatief te zijn. Geef al helemaal niet het nastreven van de waarheid of het doen van je plicht op, en koester geen afgunst en haat jegens anderen alleen maar omdat je bepaalde tekortkomingen, gebreken en onvolkomenheden hebt – van niets van dit alles mag sprake zijn. Je moet correct omgaan met je eigen tekortkomingen en gebreken; als je ze niet kunt veranderen, sta dan toe dat ze bestaan, en zoek vervolgens de waarheid om Gods bedoelingen te begrijpen, om er correct mee om te kunnen gaan en om er niet door beperkt te worden. Waarom moet je dat doen? Dit is het verstand dat normale menselijkheid moet hebben. Als het verstand van je menselijkheid normaal is, moet je je tekortkomingen en gebreken op de juiste manier onder ogen zien; je moet ze erkennen en aanvaarden. Dit is gunstig voor je. Ze aanvaarden betekent niet dat je erdoor beperkt wordt of dat je er vaak negatief door bent. Het betekent dat je er niet door beperkt wordt, en dat je erkent dat je slechts een gewoon lid van de verdorven mensheid bent, met je eigen gebreken en tekortkomingen, zonder iets om je op te beroemen. Je erkent dat het God is die mensen verheft om hun plicht te doen, en dat God van plan is Zijn woord en leven in hen te bewerken, waardoor ze in staat worden gesteld redding te verkrijgen en aan Satans invloed te ontsnappen – dat dit volledig God is die mensen verheft. Iedereen heeft gebreken en tekortkomingen. Je moet toestaan dat je gebreken en tekortkomingen samen met jou bestaan; vermijd of verdoezel ze niet, en voel je daardoor niet vaak innerlijk onderdrukt of zelfs altijd minderwaardig. Je bent niet minderwaardig; als je je plicht met je hele hart, al je kracht en je hele verstand kunt vervullen, naar je beste vermogen, en je een oprecht hart hebt, ben je voor God zo kostbaar als goud. Als je geen prijs kunt betalen en het je aan trouw ontbreekt bij het doen van je plicht, ben je, zelfs als je aangeboren toestanden beter zijn dan die van de gemiddelde persoon, niet kostbaar voor God; dan ben je nog geen zandkorrel waard. Hebben jullie dit begrepen? (Ja.) Of het nu gaat om je natuurlijke uiterlijk, je natuurlijke kaliber en talenten, of de gebreken en onvolkomenheden van een bepaald aspect van je menselijkheid, laat het je niet beperken en laat het je trouw en onderwerping aan God niet beïnvloeden, laat het je nastreven van de waarheid niet beïnvloeden, en laat het natuurlijk al helemaal niet de grote zaak van je redding beïnvloeden. Je moet correct omgaan met je gebreken en onvolkomenheden en toestaan dat ze samen met jou bestaan. Dit betekent dat je niet langer moet proberen ze te veranderen, omdat ze absoluut geen invloed zullen hebben op het vervullen van je plicht met je hele hart, je hele verstand en al je kracht. Natuurlijk zullen ze ook geen invloed hebben op het vervullen van je plicht volgens de principes, laat staan op je levenslange nastreven van de waarheid in je geloof in God, of op hoe je mensen of dingen bekijkt en hoe je je gedraagt en handelt tijdens het nastreven van de waarheid. Natuurlijk moet je niet altijd eisen aan jezelf stellen en denken: ‘Toon deze onvolkomenheid niet, laat anderen mijn gebreken niet zien, en laat anderen niet op mij neerkijken!’ Als je dat doet, zul je een heel vermoeiend leven leiden. Als je toestaat dat je gebreken en tekortkomingen samen met jou bestaan, laat ze dan bestaan. Zelfs als anderen je gebreken zien, kan dit zelfs gunstig voor je zijn, en ook een bescherming, die zal voorkomen dat je arrogant en verwaand wordt. Natuurlijk vergt het voor veel mensen moed om hun eigen gebreken en tekortkomingen te onthullen. Sommige mensen zeggen: “Iedereen onthult zijn eigen sterke punten en verdiensten. Wie zou opzettelijk zijn eigen zwakke punten en gebreken onthullen?” Het is niet zo dat je ze opzettelijk onthult; je staat toe dat ze onthuld worden. Als je bijvoorbeeld verlegen bent en vaak zenuwachtig bent als je spreekt wanneer er veel mensen zijn, kun je het initiatief nemen om tegen anderen te zeggen: “Ik word gauw zenuwachtig als ik spreek; ik vraag alleen of iedereen begrip wil tonen en me niet wil bekritiseren.” Je neemt het initiatief om je gebreken en tekortkomingen aan iedereen te onthullen, zodat ze begrip kunnen tonen en je kunnen tolereren, en zodat iedereen je leert kennen. Hoe meer iedereen je leert kennen, hoe meer je hart tot rust zal komen, en hoe minder je beperkt zult worden door je gebreken en tekortkomingen. Dit zal in feite gunstig en behulpzaam voor je zijn. Het altijd verdoezelen van je gebreken en tekortkomingen bewijst dat je niet wilt dat ze samen met jou bestaan. Als je toestaat dat ze samen met jou bestaan, moet je ze onthullen; wees niet beschaamd of ontmoedigd, voel je niet minderwaardig ten opzichte van anderen, en denk niet dat je niet deugt en geen kans maakt om gered te worden. Zolang je de waarheid kunt nastreven, en je je plicht met je hele hart, al je kracht en je hele verstand volgens de principes kunt doen, en je hart oprecht is, en je niet plichtmatig bent tegenover God, dan maak je kans om gered te worden. Als iemand zegt: “Kijk eens hoe nutteloos en verlegen je bent. Je wordt al zo zenuwachtig als je maar een paar woorden spreekt, en je hele gezicht wordt rood”, dan moet je zeggen: “Ik heb een slecht kaliber en ik ben niet goed in spreken. Als jullie me aanmoedigen, zal ik de moed hebben om te oefenen met spreken.” Denk niet dat je niet deugt, of dat je een schande bent. Aangezien je weet dat dit je gebreken en problemen met je menselijkheid zijn, moet je ze onder ogen zien en ze aanvaarden. Laat je er op geen enkele manier door beïnvloeden. Wat betreft wanneer deze gebreken en tekortkomingen zullen veranderen, houd je daar niet mee bezig. Richt je er gewoon op om op deze manier normaal te leven en je plicht normaal te doen. Je moet alleen onthouden: deze gebreken en tekortkomingen van de menselijkheid zijn geen negatieve dingen of verdorven gezindheden, en zolang het geen verdorven gezindheden zijn, zullen ze geen invloed hebben op het vervullen van je plicht of je nastreven van de waarheid, laat staan op het verkrijgen van redding; wat natuurlijk nog belangrijker is, is dat ze geen invloed zullen hebben op hoe God je ziet. Stelt dat je niet gerust? (Ja.) Als je je nog steeds zorgen maakt dat andere mensen op je neerkijken, is dat een probleem van je arrogante gezindheid, en deze arrogante gezindheid moet je oplossen. Dit is het beoefeningspad om correct met je eigen gebreken en tekortkomingen om te gaan. Maakt praktiseren op deze manier het niet gemakkelijk voor je om deze dingen los te laten en er niet langer door beperkt te worden? (Ja.)

Zullen het normaal vervullen van iemands plicht en de gebreken en tekortkomingen van zijn menselijkheid elkaar beïnvloeden? (Door Gods communicatie begrijp ik nu dat gebreken en tekortkomingen van de menselijkheid geen verdorven gezindheden zijn, en dat ze het normaal vervullen van de plichten van mensen niet beïnvloeden. Zolang mensen hun plichten volgens de waarheidsprincipes doen, behalen ze goede resultaten. Wat betreft de gebreken en onvolkomenheden van de menselijkheid: als we in staat zijn ze te overwinnen, kunnen we dat doen. Als we ze niet op korte termijn kunnen overwinnen, moeten we toestaan dat ze bestaan, en er correct mee kunnen omgaan.) Als je een laag opleidingsniveau hebt, maar academische kennis in je plicht moet gebruiken, is dit dan niet een soort tekortkoming? (Ja.) Hoe kan deze moeilijkheid dan worden opgelost? (Ik kan in plaats daarvan een plicht doen die bij me past op basis van mijn opleidingsniveau. Of, als deze plicht bij me past, maar een zekere mate van academische kennis vereist, kan ik enkele opgeleide broeders en zusters zoeken om met mij samen te werken – we kunnen elkaars sterke punten gebruiken om onze zwakke punten te compenseren, en deze plicht samen vervullen.) Kan de waarheid een laag opleidingsniveau compenseren? (Ja, want wanneer iemand de waarheid heeft, kan hij de dingen doorzien.) Opleiding is iets op het niveau van kennis. Hoe deskundig je ook bent, als je de waarheid niet begrijpt, zul je, wanneer je spreekt of artikelen schrijft, alleen maar correcte grammatica kunnen gebruiken; je zult kwesties die met de waarheid te maken hebben niet duidelijk kunnen uitleggen en niet kunnen oplossen. Daarom is opleiding niet belangrijk; de waarheid is belangrijker dan opleiding. Natuurlijk, als je geen basisopleiding hebt, en als er bij de plicht die je doet academische kennis komt kijken, zul je er niet bekwaam in zijn. Als je de waarheid echter begrijpt, kun je andere mensen begeleiden – je kunt toetsen aan de hand van de waarheidsprincipes. Als je een laag opleidingsniveau hebt en het je ontbreekt aan het vermogen om jezelf uit te drukken, en je wilt preken of over de waarheid communiceren, kun je een opgeleid iemand zoeken om je te helpen je aantekeningen te verbeteren. Dan zul je gemakkelijk resultaten kunnen bereiken wanneer je communiceert of preekt. Maar je moet op zijn minst de waarheid begrijpen. Als je de waarheid niet begrijpt, en ook onopgeleid bent, zul je geen plichten kunnen doen die academische kennis met zich meebrengen, en dus moet je een plicht vervullen die bij je opleidingsniveau past. Lost dit het probleem niet op? (Ja.) Het nastreven van de waarheid is dus het allerbelangrijkste, vanuit welk perspectief je het ook bekijkt. Je kunt de gebreken en tekortkomingen van de menselijkheid vermijden, maar je kunt het pad van het nastreven van de waarheid nooit ontwijken. Ongeacht hoe volmaakt of nobel je menselijkheid ook mag zijn, en of je misschien minder gebreken en tekortkomingen meer sterke punten bezit dan andere mensen, dit betekent niet dat je de waarheid begrijpt, en evenmin kan het je nastreven van de waarheid vervangen. Integendeel, als je de waarheid nastreeft, veel van de waarheid begrijpt, en er een voldoende diep en praktisch begrip van hebt, zal dit veel gebreken en problemen in je menselijkheid compenseren. Stel bijvoorbeeld dat je verlegen en introvert bent, stottert en niet erg hoogopgeleid bent – dat je dus veel gebreken en onvolkomenheden hebt – maar wel praktische ervaring hebt. Hoewel je stottert als je praat, kun je duidelijk over de waarheid communiceren, en deze communicatie sticht iedereen die ernaar luistert, lost problemen op, stelt mensen in staat uit hun negativiteit te komen, en neemt hun klachten en misverstanden over God weg. Zie je, hoewel je je woorden stamelend uitspreekt, kunnen ze problemen oplossen – hoe belangrijk zijn deze woorden! Wanneer leken deze horen, zeggen ze dat je onopgeleid bent, dat je de grammaticaregels niet volgt als je spreekt, en dat de woorden die je gebruikt soms ook niet echt passend zijn. Het kan zijn dat je streektaal of alledaagse taal gebruikt, en dat je woorden de klasse en stijl ontberen van die van hoogopgeleide mensen die heel welsprekend spreken. Je communicatie bevat echter de waarheidswerkelijkheid, ze kan de moeilijkheden van mensen oplossen, en nadat mensen ernaar hebben geluisterd, verdwijnen alle donkere wolken om hen heen en worden al hun problemen opgelost. Zie je, is het begrijpen van de waarheid niet belangrijk? (Ja.) Stel dat je de waarheid niet begrijpt, en hoewel je enige academische kennis hebt en welbespraakt bent, iedereen die je hoort spreken denkt: ‘Jouw woorden zijn slechts doctrines, er zit niet het minste beetje waarheidswerkelijkheid in, en ze kunnen echte problemen helemaal niet oplossen, dus zijn deze woorden van jou niet allemaal leeg? Je begrijpt de waarheid niet. Ben je niet gewoon een farizeeër?’ Hoewel je veel doctrines hebt gesproken, blijven de problemen onopgelost, en je denkt: ‘Ik sprak heel oprecht en serieus. Waarom hebben jullie niet begrepen wat ik zei?’ Je hebt een heleboel doctrines gesproken, maar degenen die negatief waren, blijven negatief, en degenen die misverstanden over God hadden, hebben die misverstanden nog steeds, en geen van de moeilijkheden die bestaan bij het vervullen van hun plichten zijn opgelost – dit betekent dat de woorden die je sprak slechts onzin waren. Ongeacht hoeveel gebreken en tekortkomingen er in je menselijkheid zijn, als de woorden die je spreekt de waarheidswerkelijkheid bevatten, kan je communicatie problemen oplossen; als de woorden die je spreekt doctrines zijn, en ze verstoken zijn van ook maar het geringste beetje praktische kennis, zul je, hoeveel je ook praat, de echte problemen van mensen niet kunnen oplossen. Ongeacht hoe mensen je zien, zolang de dingen die je zegt niet in overeenstemming zijn met de waarheid, en ze de gesteldheden van mensen niet kunnen aanpakken, of de moeilijkheden van mensen niet kunnen oplossen, zullen mensen er niet naar willen luisteren. Wat is dan belangrijker, de waarheid of de eigen toestanden van mensen? (De waarheid is belangrijker.) De waarheid nastreven en de waarheid begrijpen zijn de belangrijkste dingen. Ongeacht welke gebreken je hebt wat betreft je menselijkheid of je aangeboren toestanden, moet je je er dus niet door laten beperken. In plaats daarvan moet je de waarheid nastreven en je diverse gebreken compenseren door de waarheid te begrijpen, en als je enkele tekortkomingen in jezelf ontdekt, moet je ze zo snel mogelijk corrigeren. Sommige mensen richten zich niet op het nastreven van de waarheid, maar richten zich in plaats daarvan altijd op het oplossen van de moeilijkheden, onvolkomenheden en gebreken in hun menselijkheid, en het corrigeren van de problemen met hun menselijkheid, en het blijkt dat ze er jarenlang moeite in hebben gestoken zonder duidelijke resultaten te behalen, en bijgevolg zijn ze teleurgesteld in zichzelf, en denken ze dat hun menselijkheid te slecht is en dat ze niet te redden zijn. Is dit niet erg dwaas?

3. Om de waarheid en het leven te verkrijgen, moet men de waarheid nastreven en zijn verdorven gezindheden oplossen

Sommige mensen lijken zachtaardig, tolerant en verdraagzaam; ze spreken beschaafd en voeren hun werk zo snel en krachtig uit als de bliksem, en hun verschijning is imposant. Hun menselijkheid lijkt volmaakt en ze hebben de gebruikelijke houding van iemand die de leiding heeft. Ze begrijpen echter helemaal geen waarheden, ze proberen doctrines te gebruiken om elk soort probleem op te lossen, en ze zijn niet in staat om enig wezenlijk werk te verrichten of werkregelingen uit te voeren. Zijn ze dan niet nutteloos? Dit zijn typische farizeeën. Uiterlijk zijn farizeeën onberispelijk gekleed, waardig en beheerst; ze zijn beschaafd, kennen de etiquette goed, zijn beleefd, liefdevol, tolerant en geduldig. Hun optreden is buitengewoon correct en ze spreken met anderen met bijzondere zachtaardigheid, bescheidenheid en nederigheid. Je kunt geen onvolkomenheden, barsten of gebreken in hen ontdekken. Afgaande op hun menselijkheid lijken ze bijzonder betrouwbaar, vol inzicht, verfijnd en gracieus, net als de beschaafde en elegante heren waar de Chinezen over spreken. Hun menselijkheid lijkt volmaakt en uiterlijk is er niets op hen aan te merken, maar begrijpen ze Gods bedoelingen? Begrijpen ze de principes voor het doen van allerlei dingen? Deze mensen kunnen tijdens elke bijeenkomst urenlang spreken, en degenen die de waarheid niet begrijpen, vallen in bewondering voor hen neer. Ze denken dat deze mensen zeer welsprekend zijn en zich op een heel duidelijke en logische manier uitdrukken. Maar degenen die de waarheid wel begrijpen, weten na het luisteren naar deze personen dat wat ze zeggen allemaal doctrine is, en dat het de werkelijke moeilijkheden van mensen niet oplost door hun problemen doelgericht aan te pakken. Deze personen gaan voorbij aan wat de werkelijke moeilijkheden van mensen feitelijk zijn, en weten alleen hoe ze lege doctrines moeten prediken en eindeloos over verheven en holle theorieën moeten praten. Na het spreken zijn ze zelfs heel tevreden met zichzelf, in de veronderstelling dat ze de waarheid begrijpen en de waarheidswerkelijkheid bezitten. In feite streven ze er louter naar om de uiterlijke verschijning van hun menselijkheid te verhullen, om die volmaakt en elegant te laten lijken, waardoor die verheven en groots overkomt. Hun essentie en verdorven gezindheden die God weerstaan, zijn echter in het geheel niet veranderd. Hun noties over God, hun opstandigheid jegens Hem, hun misverstanden, behoedzaamheid en achterdocht met betrekking tot God, en vooral hun onredelijke eisen en buitensporige verlangens jegens God vullen hun hele geest. Ze streven de waarheid helemaal niet na, en ze aanvaarden de waarheid ook totaal niet. Hun menselijkheid als ‘volmaakt’ beschrijven is dus ‘volmaakt’ in denigrerende zin gebruiken, want geen enkele menselijkheid is volmaakt; hun ‘volmaaktheid’ is puur een façade en een vermomming. Menselijkheid zonder gebreken bestaat niet; het is een façade, geloof hen niet. Hoe volmaakter iemand aan de buitenkant lijkt, des te meer je op je hoede voor hem moet zijn, hem moet observeren en hem moet onderscheiden. Hoe kun je hem onderscheiden? Ga meer met hem om, praat meer met hem, en kijk of hij zichzelf begrijpt. Stel dat hij zegt: “Ik ben een duivel, ik ben een Satan, ik weersta God, ik ben verdorven! Ik ben een zondaar, een aartszondaar, God vindt mij niet welgevallig, God verafschuwt mij!” of: “Ik ben blind en dwaas, arm en meelijwekkend! Ik ben vuil, ik ben onrein!” Zitten er werkelijke feiten in deze woorden? Is er sprake van enig wezenlijk begrip? (Nee.) Hij heeft hoegenaamd geen begrip van zijn eigen verdorven gezindheden; hij erkent niet eens het feit dat hij verdorven gezindheden heeft. Hij leert alleen maar om wat lege woorden en wat theorieën uit te spreken. Deze lege woorden en theorieën vormen geen begrip dat voortkomt uit wat hij in het diepst van zijn hart heeft gevoeld of ervaren; het zijn slechts mooi klinkende woorden, het is allemaal een façade die hij ophoudt. Als je hem vervolgens vraagt om over zijn eigen ervaringen te vertellen, hoe hij zijn eigen verdorven gezindheden is gaan begrijpen, en welk snoeien hij heeft ondergaan en welke van Gods woorden hij vervolgens heeft gelezen om zijn verdorven gezindheden op te lossen, doet hij alsof hij je niet heeft gehoord, en kraamt hij weer een hoop nutteloze woorden uit: “Mijn kaliber is slecht, ik ben als zondaar geboren, ik ben een onbeduidende persoon op een mestvaalt, ik ben Gods redding niet waardig! Ik heb verdorven gezindheden en ik ben nergens in staat om een getuigenis van God af te leggen; ik houd er gewoon van om status te hebben.” Als je vraagt hoe hij heeft geprobeerd dit op te lossen, zal hij je als reactie een antwoord blijven geven dat er niets mee te maken heeft: “Mensen zouden geen status moeten hebben; zodra mensen status hebben, is het met hen gedaan. Het nastreven van status is een buitensporig verlangen. Probeer gewoon de minst beduidende persoon te zijn, en waar je ook gaat, ga op het laagste krukje zitten, ga op de meest onopvallende plek zitten. Mensen moeten nederig zijn; dit wordt nederigheid genoemd.” Heeft hij enige wezenlijke verandering ondergaan? Heeft hij echte ervaringen opgedaan? (Nee.) Geen van beide is het geval. Heeft hij enig begrip van zijn eigen verdorven gezindheden? (Nee.) Daar heeft hij geen begrip van. Aanvaardt hij dan de waarheid of Gods woorden? (Nee.) Mensen die niet erkennen dat ze verdorven gezindheden hebben, aanvaarden de waarheid nooit. Als ze de waarheid wel zouden aanvaarden, zouden ze al hun woorden en daden en hun onthullingen van verdorvenheid toetsen aan Gods woorden. Wanneer ze verdorvenheid onthulden, zouden ze over zichzelf nadenken en zich afvragen waarom ze in die en die context verdorvenheid onthulden, en wat ze dachten en waardoor ze op dat moment werden beheerst. Door de ontmaskering door Gods woorden en het maken van vergelijkingen, zouden ze ontdekken dat dit een verdorven gezindheid is, en dat ze niet zo heilig of puur zijn als ze zich hadden voorgesteld. Ze zouden ontdekken dat ook zij bedrieglijkheid, egoïstische bedoelingen, ambities en begeerten bezitten, en dat ze simpelweg geen mensen zijn die de waarheidswerkelijkheid bezitten. Hebben ze dergelijke ervaringen opgedaan? Nee. Ze hebben veel woorden gesproken, maar er is geen enkel feit dat bewijst dat ze erkennen dat ze verdorven gezindheden hebben. Ze geloven al zoveel jaren in God, en toch hebben ze hoegenaamd geen ervaring met de waarheid. Ze spreken alleen maar doctrines, en overdenken alleen maar hoe ze een façade kunnen ophouden en zichzelf kunnen verfraaien om de tekortkomingen en gebreken van hun menselijkheid te verdoezelen. Ze verfraaien zichzelf met de uiterlijke gedragingen, handelingen, gezichtsuitdrukkingen en houding en het uiterlijke optreden van valse spiritualiteit, terwijl ze hun verdorven gezindheden strak, stevig en veilig in hun binnenste opgeborgen houden. Ze aanvaarden in het geheel niets van de diverse kwesties van de verdorven gezindheden van de mens die God blootlegt, of de diverse uitspraken die God gebruikt om deze gezindheden bloot te leggen. Ze slaan er geen acht op en nemen ze niet ter harte; ze steken alleen maar moeite in de uiterlijke verschijning van hun menselijkheid. Als je hen vervolgens vraagt om te vertellen over hun begrip van Gods woorden, of ze enig waar begrip of besef hebben van Zijn woorden van tuchtiging en oordeel, Zijn woorden die de verdorven gezindheden van de mensheid blootleggen, of Zijn woorden over Gods gezindheid, dan vermijden ze deze praktische onderwerpen en spuien ze opnieuw een stroom geestelijke theorieën: “God is de Schepper, God is soeverein over alle dingen, Gods daden zijn wonderbaarlijk! God is het waard om geprezen en verheerlijkt te worden, God is uniek, Gods gezag en kracht zijn oppermachtig!” Mensen zeggen: “Vertel dan over jouw eigen ervaring. In welke kwestie heb je Gods gezindheid en Gods heiligheid gezien?” Ze antwoorden: “God is te groot, de mens is te onbeduidend, de mens is onwaardig! In Gods ogen is de mens nog minder dan de mieren op de grond. God verheft de mens!” Hebben ze ook maar iets van dit soort begrip? (Nee.) Ze hebben hoegenaamd geen begrip van dit soort. Wat voor soort persoon is dit? (Een hypocriete farizeeër.) Dit is een hypocriete farizeeër. Hij aanvaardt de waarheid in het geheel niet; Gods woorden en de waarheid zijn in zijn ogen slechts slogans en doctrines. Hij leest gewoonlijk wel Gods woorden, maakt aantekeningen van geestelijke devotions, woont bijeenkomsten bij en leest Gods woorden biddend – hij voert al deze procedures uit zonder er ook maar één over te slaan of weg te laten. Wat heeft hij dan in zich opgenomen door deze woorden van God te lezen? Wat heeft hij verkregen? Hij leest Gods woorden niet om de waarheid te begrijpen, laat staan om Zijn woorden te koppelen aan zijn eigen verdorven gezindheden, zijn noties en verbeeldingen, of zijn verwrongen gedachten en gezichtspunten, zodat hij zijn problemen kan oplossen en een pad krijgt om te volgen in zijn praktijk. Hij leest Gods woorden om zichzelf toe te rusten met doctrines, zodat hij tijdens bijeenkomsten anderen de les kan lezen en kan onderwijzen. Wat hij zegt verschilt elke keer, en hij kan lange tijd onafgebroken praten, waarbij hij verschillende woorden van God selecteert om over te communiceren voor verschillende mensen, met als doel ervoor te zorgen dat anderen hem hoogachten en aanbidden. Sommige mensen zijn er bijzonder bedreven in zichzelf te vermommen – hoe verachtelijk zijn ze wel niet? Wanneer ze luisteren naar woorden die Ik heb gesproken en deze nuttig vinden, leren ze die uit hun hoofd en zoeken ze vervolgens naar gelegenheden om tijdens bijeenkomsten te pronken. In het bijzonder wanneer ze zich onder groepen nieuwe gelovigen bevinden – mensen die nog niet veel preken hebben gehoord en die zich Gods woorden niet kunnen herinneren, zelfs als ze er een paar hebben gelezen – buiten ze deze kans uit en beginnen ze te pronken en met zichzelf te koop te lopen onder die nieuwkomers. Iedereen denkt, na naar hen te hebben geluisterd: ‘Deze persoon is verlicht door de Heilige Geest, hij is geestelijk.’ Dergelijke middelen gebruiken om met zichzelf te pronken om de achting en aanbidding van anderen te winnen – is dit niet verachtelijk? Is dit niet het misleiden van mensen? (Ja.) Dit is het misleiden van mensen.

Als je je hele leven lang de waarheidsprincipes zoekt en Gods woorden als basis zoekt om je verdorven gezindheden en de dingen in je die onverenigbaar zijn met de waarheid op te lossen, zul je uiteindelijk beslist iemand zijn die redding verkrijgt. Maar stel dat je je hele leven lang je inspanningen richt op en paden zoekt voor het oplossen van de tekortkomingen en gebreken van je menselijkheid, en allerlei middelen bedenkt om jezelf te ontdoen van eventuele tekortkomingen en gebreken, zodat je iemand kunt worden die anders is dan de rest, volmaakt en foutloos. Sommige mensen zeggen zelfs: “Ik wil een puur iemand worden, een verheven en groots iemand, iemand die alle normale menselijkheid overstijgt.” Laat Mij je vertellen: door dit te doen, heb je gefaald! Welke tekortkoming of welk gebrek van je menselijkheid je ook probeert op te lossen, het heeft niets te maken met je redding, omdat je niet de waarheid nastreeft om je verdorven gezindheden op te lossen. Als je de gebreken en tekortkomingen van je menselijkheid wel oplost, betekent dit hooguit dat er van buitenaf geen tekortkomingen van menselijkheid in je te zien zijn, en dat je oppervlakkig gezien volmaakt en verfijnd lijkt. Nog afgezien van het feit dat de tekortkomingen en gebreken van je menselijkheid fundamenteel onmogelijk te veranderen zijn: zelfs als ze veranderd zouden worden, zijn je grotere tekortkomingen en gebreken – je verdorven gezindheden – nog steeds in je verborgen! Hoe meer je een façade ophoudt en volmaakte menselijkheid nastreeft die vrij is van gebreken, des te meer zullen je verdorven gezindheden je diep en strak verstrikken en binden, waardoor je nog arroganter, bedrieglijker, boosaardiger en onbuigzamer wordt. En wat is hiervan het gevolg? Het zorgt ervoor dat je verder afdrijft van de waarheid en van het pad van het nastreven van de waarheid. Uiteindelijk zal eliminatie je uitkomst zijn, en zal het met je gedaan zijn. Er is geen enkele kans dat God een uitzondering zal maken en je zal redden, alleen maar omdat je uiterlijk volmaakt bent of een puur iemand lijkt te zijn. Integendeel, hoe meer je een perfecte menselijkheid zonder gebreken nastreeft, des te meer God je zal verafschuwen en niet aan je zal werken. Sommige mensen hebben echter vaak wroeging en verdriet omdat ze verdorven gezindheden onthullen. Terwijl ze wroeging hebben, ontwikkelen ze de vastberadenheid om de waarheid na te streven, zijn ze in staat om ontberingen te lijden en een prijs te betalen om de waarheid te verkrijgen, volharden ze in het dagelijks lezen van Gods woorden, bidden ze tot God en zoeken ze de waarheid in alle zaken. Zo wordt de waarheid hun steeds duidelijker, en bereiken ze geleidelijk enige intrede, verwervingen en een werkelijk uitleven met betrekking tot alle aspecten van de waarheid. Uiteindelijk hebben ze, wanneer ze worden geconfronteerd met allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen, overeenkomstige waarheidsprincipes om te beoefenen en om aan te toetsen. Na vele jaren van ervaring verkrijgen ze, door Gods tuchtiging en oordeel, het snoeien, en ook door de prijs die ze hebben betaald bij het nastreven van de waarheid, geleidelijk de waarheid als hun leven in hun binnenste. Hun hoop op redding wordt steeds groter, en de kans dat ze in opstand komen tegen God en Hem verraden wordt steeds kleiner. Hoewel de gebreken en tekortkomingen van hun menselijkheid en hun inherente omstandigheden in wezen onveranderd blijven, nemen hun verdorven gezindheden gestaag af, weerstaan ze God minder vaak en komen ze minder vaak tegen Hem in opstand, worden ze steeds meer door God geliefd, zijn ze steeds stichtelijker voor anderen en steeds geschikter om te worden gebruikt. Als zulke mensen op dit pad doorgaan, zullen zij zeker degenen zijn die redding verkrijgen; dit zijn degenen die Gods werk beoogt te redden. Observeer de mensen om jullie heen. Kijk wie er altijd aanhoudend moeite steekt in uiterlijkheden, in de gebreken, tekortkomingen en zwakheden van hun menselijkheid, en zijn uiterste best doet om zichzelf te verdoezelen en te vermommen om de achting, bewondering en aanbidding van anderen te winnen, en om status in de harten van mensen te hebben – mensen van dit type zijn farizeeën. Farizeeën hebben slechts één eindresultaat: samen met de muis omkomen. Daarom zeg Ik dat het met mensen van dit type gedaan is en dat ze geëlimineerd worden.

Van begin tot eind is het werk dat God doet niet het veranderen van de tekortkomingen en gebreken in de menselijkheid van mensen, maar slechts het herstellen van het geweten en verstand van de normale menselijkheid. Wat God wil veranderen, zijn de verdorven gezindheden van mensen. Natuurlijk spreekt God ook vaak over het zich ontdoen van de verdorven gezindheden van mensen, om hen daardoor in staat te stellen redding te verkrijgen. Op welk fundament is het herstel van de normale menselijkheid dan gebouwd? Het is gebouwd op het fundament dat mensen hun verdorven gezindheden hebben afgeworpen. Dat de normale menselijkheid van mensen geleidelijk wordt hersteld, betekent dat hun geweten gevoel krijgt, hun verstand steeds normaler wordt en ze in staat zijn om vanuit het perspectief van de normale menselijkheid correcte dingen te doen en correcte woorden te spreken; ze veroorzaken geen hinder of verstoringen, hun spreken en handelen zijn niet impulsief, blind of onstuimig, maar zijn volledig gebaseerd op de principes van Gods woorden, hun verstand is bijzonder normaal en hun menselijkheid is bijzonder rechtschapen en goedhartig. Op basis waarvan kunnen deze dingen dan worden bereikt en kan deze mate van herstel worden behaald? Op basis van het feit dat de verdorven gezindheden van mensen worden veranderd, doordat mensen hun verdorven gezindheden afwerpen door de waarheid te beoefenen en Gods oordeel en tuchtiging te aanvaarden. Als je verdorven gezindheden echter niet worden veranderd of afgeworpen, dan kunnen, zelfs als je menselijkheid relatief goed is en je enig geweten en verstand bezit, zonder de waarheid als je leven, je geweten en verstand niet de leiding nemen. Je zult dan nog steeds vaak door je verdorven gezindheden worden beïnvloed, aangespoord en aangezet om dingen te doen die tegen je geweten en verstand ingaan. Daarom is het, zelfs als je een beetje gevoel van gerechtigheid bezit, slechts een soort wens en vastberadenheid. Je hebt slechts een beetje goedhartige menselijkheid, maar omdat je verdorven gezindheden je leven zijn en je vanbinnen beheersen, is wat je kunt bereiken slechts het niet doen van kwaad en het niet nemen van het initiatief om anderen te bedriegen en te schaden, wat al heel behoorlijk is. Met andere woorden: je kunt er alleen voor zorgen dat je geen kwaad doet wanneer je persoonlijke belangen niet worden geschaad. Zodra je persoonlijke belangen wel worden geschaad, zullen je verdorven gezindheden naar boven komen om je geweten en verstand te onderdrukken, waardoor je je eigen belangen en rechten gaat verdedigen, en zodoende zal het je heel moeilijk vallen om geweten en verstand de leiding te laten nemen. Hoe komt dat? Doordat de waarheid niet je leven is; in plaats daarvan zijn Satans verdorven gezindheden je leven. Daarom kun je slechts een beetje van het geweten of verstand van je menselijkheid openbaren wanneer je belangen niet worden geschaad. Zodra je belangen worden geschaad of bedreigd, zullen je verdorven gezindheden onmiddellijk naar boven komen om je geweten en verstand te onderdrukken, waardoor je dingen gaat doen die tegen het geweten en verstand ingaan – dat wil zeggen: dingen die tegen de moraal en morele gerechtigheid ingaan – en zou je zelfs tot alles in staat kunnen zijn. Natuurlijk kan worden gezegd dat al deze handelingen tegen de waarheid ingaan; dit is onvermijdelijk. Daarom hangt wat iemand uitleeft niet af van de toestand van zijn menselijkheid, maar van wat zijn innerlijke levensessentie is. Als hij werkelijk de waarheid als zijn leven heeft, bevat zijn leven de waarheid, Gods woorden en de weg van het vrezen van God en het mijden van het kwaad. Dan zullen zijn geweten en verstand van normale menselijkheid in een optimale staat blijven en kunnen functioneren, waardoor hij in staat is de waarheid te beoefenen en volgens de principes te handelen. Als iemands levensessentie echter uit zijn verdorven gezindheden bestaat, worden zijn geweten en verstand gereduceerd tot de laagste norm, dat wil zeggen: hij zakt simpelweg niet onder de absolute ondergrens van de menselijkheid. Wat is deze absolute ondergrens? ‘Ik zal niet aanvallen tenzij ik word aangevallen; als ik word aangevallen, zal ik zeker een tegenaanval uitvoeren’; ‘Oog om oog, tand om tand’; ‘Iemand een koekje van eigen deeg geven’. Wat nog meer? ‘Beter een ware schurk dan een valse heer.’ Dit is de absolute ondergrens voor hoe veel ongelovigen zich gedragen. Voor een ongelovige is het al heel behoorlijk om op deze manier te kunnen praktiseren. Wat hebben jullie hieruit begrepen? Als je de waarheid niet nastreeft, zullen je verdorven gezindheden niet worden afgeworpen en zal je levensessentie niet veranderen. En als je levensessentie niet verandert, zullen je geweten en verstand van normale menselijkheid in essentie niet worden hersteld, en zullen ze in vorm slechts niet onder de absolute ondergrens van de menselijkheid zakken. Als je verdorven gezindheden echter zijn afgeworpen en de essentie van je leven is veranderd, zullen het geweten en verstand van je normale menselijkheid tot op zekere hoogte worden geoptimaliseerd en verheven. Waar verwijzen ‘geoptimaliseerd’ en ‘verheven’ hier naar? Het betekent dat je geweten en verstand normaal gaan functioneren – het is niet zo dat ze slechts niet onder de absolute ondergrens komen; in plaats daarvan bereiken ze de norm van het beoefenen van de waarheid. Zogenaamde goede mensen onder ongelovigen vertonen slechts enig geweten en verstand, begaan geen overduidelijke slechte daden en overschrijden de absolute ondergrens van morele gerechtigheid niet. Dit is al heel behoorlijk; ze kunnen als zeer goede mensen worden beschouwd. Mensen die de waarheid als hun leven hebben, stijgen hier echter bovenuit; ze hebben het vermogen om goed van kwaad te onderscheiden, en kunnen verschillende soorten goed en kwaad herkennen, en verschillende soorten mensen. Wat is dan hun basis? Dat zijn de waarheidsprincipes. Ze bezitten de waarheidsprincipes – is dit niet veel hoger dan de norm van geweten en verstand? (Ja.) Omdat ze de waarheid begrijpen en de waarheid als hun leven hebben, en de basis waarop ze verschillende zaken herkennen veel hoger is dan de norm van gewone verdorven mensen, zullen ze erin volharden om volgens de waarheidsprincipes te handelen wanneer ze met complexe zaken worden geconfronteerd. Na het bevatten van de waarheidsprincipes zal hun geest niet verward zijn en zal hun denken helder zijn. Wat betekent helder? Het betekent rationeel. Hoe complex de zaken die ze tegenkomen ook zijn, de waarheidsprincipes voor de praktijk staan in hun hart gegrift; ze hebben de waarheid nauwkeurig en grondig begrepen, en die is al hun leven geworden. Oog in oog met allerlei complexe mensen, gebeurtenissen en dingen, hebben ze een basiscriterium, namelijk vasthouden aan de waarheidsprincipes. Deze waarheidsprincipes stellen hen in staat de essentie van verschillende complexe dingen te doorzien en te zien wat de werkelijkheid van de kwestie is; ze kunnen deze dingen herkennen. Dit is hun rationaliteit. Is deze rationaliteit niet hoger dan die van gewone mensen? (Ja.) Is hun rationaliteit dan, nu ze dit niveau hebben bereikt, niet verheven en geoptimaliseerd? (Ja.) Dit soort normale menselijkheid is wat God wil; God wil geen verwarde mensen. Sommige mensen zeggen: “Ik ben argeloos en laf, en ik word altijd gepest”, terwijl anderen zeggen: “Mijn kaliber is echt slecht, en ik heb geen enkele bekwaamheid en geen enkel talent.” God zegt dat deze dingen niet belangrijk zijn, en dat het belangrijk is of je de waarheidsprincipes begrijpt. Als je de waarheidsprincipes begrijpt, en je spreekt en handelt volgens de normen en principes van het zijn van een eerlijk iemand, dan is het, zelfs als ongelovigen je bespotten als dwaas, geen ware dwaasheid. Waarom niet? Omdat, zodra je de waarheidsprincipes begrijpt, je verstand gezond en geoptimaliseerd wordt, hoger dan dat van gewone mensen. Wanneer je een zaak tegenkomt, raak je niet verward; je hebt de juiste principes, het juiste standpunt en de juiste doelen als basis om ermee om te gaan. Je geest is scherp en je gedachten zijn helder. Je handelt en streeft ernaar om aan die principes en normen te voldoen, en je gaat zeker niet in tegen Gods bedoelingen; je handelt beslist in overeenstemming met Zijn bedoelingen. Nadat je de zaak hebt afgehandeld, ongeacht of mensen het op dat moment doorzagen, zullen ze, zodra er genoeg tijd is verstreken en mensen het begrijpen, allemaal volkomen overtuigd zijn, en weten dat de manier waarop je het hebt afgehandeld zeer heilzaam was. Wat is dan de grondoorzaak van het bereiken van een dergelijk effect? Het is dat je de waarheid als je leven hebt. Alleen dan kan je rationaliteit je in staat stellen om te komen tot nauwkeurige oordelen, nauwkeurige typeringen en nauwkeurige conclusies over wie en wat dan ook, evenals nauwkeurige beoefeningsprincipes, en natuurlijk nauwkeurige principes voor het helpen en begeleiden van mensen. Is je rationaliteit dan niet verheven en geoptimaliseerd? Waar ontleent de normale menselijkheid een dergelijke rationaliteit aan? (De waarheid.) Mensen die de waarheid als hun leven hebben, zijn de mensheid die God wil. Misschien ben je dwaas, argeloos, laf en onbekwaam, misschien ben je niet populair en word je geïntimideerd door mensen in de wereld, maar dit doet er allemaal niet toe; dit is niet waar God naar kijkt. Misschien ben je heel bekwaam in de wereld, bijzonder bedreven in het doorgronden van mensen, het onderscheiden van trends en het meewaaien met alle winden, maar dit is ook nutteloos; het staat niet gelijk aan een gezonde rationaliteit. Alleen wanneer je de waarheid hebt aanvaard, de waarheid hebt begrepen, en alle waarheden hebt begrepen, beoefend en er ervaring mee hebt opgedaan, en de waarheid je leven is geworden, kunnen je identificatie, oordeel en besluitvorming met betrekking tot verschillende zaken nauwkeurig zijn.

Wat het geweten betreft – waar verwijst dit naar, zoals we eerder zeiden? Het geweten is het gevoel van gerechtigheid en de goedhartigheid van normale menselijkheid. Men moet rechtschapen en goedhartig zijn wil men kunnen zeggen dat men een geweten heeft. Hoe kunnen de rechtschapenheid en goedhartigheid van normale menselijkheid dan worden geoptimaliseerd en verheven nadat men in God is gaan geloven? Dit moet worden gebouwd op het fundament van het begrijpen van de waarheid. Dat wil zeggen: wanneer iemand de waarheid begrijpt, zullen de criteria waarnaar hij zich gedraagt en handelt een positief doel zijn, dat een positief effect, positieve waarde en positieve betekenis zal hebben voor hemzelf en voor ieder ander. Wanneer hij de waarheid eenmaal begrijpt, zal hij alles bekijken en afhandelen op basis van de waarheidsprincipes die door God zijn onderwezen. In de ogen van anderen is zo iemand heel rechtschapen. Wat betekent rechtschapenheid? Rechtschapen betekent niet naar links of naar rechts afwijken, niet afwijken in de richting van onstuimigheid, gevoelens, persoonlijke belangen of relaties, of persoonlijke bedoelingen, maar veeleer praktiseren in de richting van het meest correcte, meest gepaste doel, een doel dat het respect, de bewondering en de hoge achting van mensen het meest waard is – of, zou men kunnen zeggen, praktiseren in de richting van een doel dat God als goed beschouwt en goedkeurt. Is dit niet superieur aan de ‘rechtschapenheid’ zoals die door de gewone verdorven mensheid wordt gezien? (Ja.) Wat betekent deze rechtschapenheid? Deze is volledig in overeenstemming met de waarheidsprincipes, geheel gebaseerd op Gods woorden, en gebouwd op het fundament van het geweten. Wanneer iemand de waarheid begrijpt, bezit hij de wegen en principes om problemen op te lossen en zaken af te handelen, dus is het geweten van deze persoon dan niet heel volmaakt? Is het niet geoptimaliseerd? (Ja.) Moet een waar mens, een waar schepsel, dan niet zo’n geweten bezitten? Moet hij geen rechtschapenheid in deze zin bezitten? (Ja.) Een waar mens moet rechtschapenheid in deze zin bezitten, die in overeenstemming is met de waarheid, in plaats van waar mensen over spreken – onwrikbaar rechtschapen en onpartijdig zijn, open en eerlijk, of ‘een echte man verbergt niets en staat altijd in voor zijn daden’. Dat is onstuimigheid, het heeft geen werkelijke inhoud, en het is volledig door mensen geveinsd. Rechtschapenheid heeft de waarheid als basis; er is sprake van werkelijke praktijken die worden uitgeleefd. Het betekent dat iemand met normale menselijkheid de waarheid als bron en uitgangspunt heeft, en in staat is verschillende zaken volgens Gods woorden te behandelen en af te handelen – dit wordt rechtschapenheid genoemd. Goedhartigheid spreekt des te meer voor zich; op zijn minst overtreft goedhartigheid de norm van geweten en verstand. Binnen goedhartigheid is er geen hypocrisie, laat staan venijnigheid. Het is volledig handelen op basis van manieren die gunstig en opbouwend zijn voor mensen, en die tegelijkertijd in overeenstemming zijn met Gods vereisten; het is volledig handelen op basis van het doel en de criteria van het vrezen van God en het mijden van het kwaad, het tevredenstellen van God en het volgen van Gods weg. Dit is het meest goedhartige, meest wonderbaarlijke onder de hemel, in het hele heelal. Iemand die Gods woorden of de waarheid als zijn leven heeft, heeft absoluut het meest goedhartige hart, omdat hij in staat is de waarheid te aanvaarden, en dit voldoet volledig aan de norm die God van mensen vereist. Aangezien hij dit soort menselijkheid bezit, is het gepast om te zeggen dat hij rechtschapen is, en ook om te zeggen dat hij goedhartig is. Dit komt doordat hij in staat is de waarheid te aanvaarden en te beoefenen. Bij het vervullen van zijn plicht gaat hij niet af op zijn gevoelens en heeft hij geen ambities of begeerten. Hij herbergt de giffen van de traditionele cultuur niet in zich, en zijn norm voor het meten van moraliteit en menselijkheid is niet vermengd met ook maar één van Satans filosofieën, gedachten of zienswijzen – deze is volledig in overeenstemming met de waarheid. Zeg Mij dus, is de menselijkheid die een dergelijk geweten en verstand bevat niet al zeer geoptimaliseerd? (Ja.) Omdat dit soort persoon de waarheid bezit, en omdat de essentie van het leven dat hij uitleeft de waarheid is, is zijn menselijkheid die een dergelijke levensessentie bezit, volmaakt. Als jullie het woord ‘volmaakt’ niet graag horen, kan ik het ook ‘geoptimaliseerd’ noemen. Op zijn minst is hij in Gods ogen geoptimaliseerd en wordt hij door God geliefd. God gebruikt het kleine beetje besef van geweten, verstand en schaamtegevoel dat mensen hebben om Zijn woorden en de waarheid in hen te bewerken. Wanneer de waarheid van Gods woorden in je wordt bewerkt, worden je geweten en verstand niet alleen niet verzwakt of verborgen, maar in plaats daarvan normaler en geoptimaliseerd. Dat is de mensheid die God wil. Laten we niet ‘volmaakt’ zeggen, laten we ‘geoptimaliseerd’ zeggen. Waarom niet ‘volmaakt’? Als ik ‘volmaakt’ zeg, zullen sommige mensen die geen geestelijk begrip hebben zeggen: “Heeft U niet gezegd dat we geen volmaakte mensen moeten zijn?” Dus moet ik dit woord vermijden, voor het geval sommige mensen het verkeerd begrijpen. In feite is het zo dat als iets in Gods ogen geoptimaliseerd is, men kan zeggen dat het onder de geschapen mensheid volmaakt is. Deze volmaaktheid is niet de volmaaktheid in de verbeeldingen van mensen, maar een prachtig en goed iets, een macht van gerechtigheid, en ook iets positiefs, de lof, het verlangen, de koestering, het respect en de waardering van mensen waardig. Daarom, als je wilt dat je geweten niet slechts blijft steken bij het niet overschrijden van de laagste grens van menselijkheid in je zelf-gedrag, maar je je geweten gevoeliger en bewuster wilt maken, en je verstand aan Gods vereisten wilt laten voldoen, dan heb je slechts één pad. Dit pad is niet het overwinnen van de verschillende gebreken en tekortkomingen van de menselijkheid, maar het nastreven van de waarheid, je inspannen voor de verschillende waarheden die God mensen onderwijst, en begrijpen wat Gods vereiste normen voor jou zijn als het gaat om verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, en hoe je deze mensen, gebeurtenissen en dingen moet bekijken, behandelen en afhandelen. God heeft voor al deze aspecten vereiste principes en normen. Wat is jouw taak? Het is om in deze richting, naar dit doel, volgens deze normen te praktiseren. Zoek en begrijp ten eerste wat de normen voor het beoefenen van de waarheid zijn. Stel vervolgens eisen aan jezelf volgens de normen die God vereist, en laat tegelijkertijd de verschillende gedachten, zienswijzen, regels, voorschriften enzovoort in je noties en verbeeldingen los die niet in overeenstemming met Gods woorden of de waarheid zijn. Laat Gods woorden dan beetje bij beetje jouw beoefeningsprincipes worden. Vergeet terwijl je leert loslaten het volgende niet: het doel van loslaten is niet om van jou iemand met een leeg hart te maken; God wil dat jouw leven inhoud heeft. Waar verwijst deze inhoud naar? Die verwijst naar Gods vereiste principes voor verschillende zaken. Natuurlijk wil God niet dat mensen de verschillende beoefeningsprincipes tot lege theorieën maken, door er alleen maar over te praten maar ze niet in praktijk te brengen. In plaats daarvan hoopt Hij dat mensen deze waarheidsprincipes tot een vast onderdeel van hun leven kunnen maken, en Gods woorden in hun werkelijke leven kunnen brengen. Neem het vervullen van een plicht – welke norm vereist God in dit opzicht van mensen? Dat ze zich nuchter en op een manier die bij hun positie past gedragen. Dat wil zeggen: bij het vervullen van je plicht moet je nuchter zijn, mag je niet plichtmatig of oppervlakkig zijn, mag je niet voor de vorm werken of je plicht doen met het doel dat anderen het zien, en mag je ook niet pralen; wat natuurlijk nog belangrijker is, is dat je volgens de waarheidsprincipes moet handelen. Je moet handelen op de manier die God je opdraagt, en je moet afzien van het doen van de dingen waarvan God je zegt ze niet te doen. Als je niet volledig kunt afzien van het doen van die dingen, begin er dan mee ze minder te doen, kom in opstand tegen je eigen begeerten en je eigen voorkeuren, en zie er geleidelijk aan volledig van af – is dit niet gemakkelijk te bereiken? (Ja.) In de loop van het nastreven van redding moet je de verschillende verdorven gezindheden die door Gods woorden zijn blootgelegd, oplossen en loslaten. Natuurlijk is het loslaten van deze verdorven gezindheden niet het uiteindelijke doel. Het uiteindelijke doel is om, met als voorwaarde het loslaten van deze verdorven gezindheden, Gods woorden en Gods vereisten te aanvaarden. Deze aanvaarden is niet omwille van het veranderen van je humeur, of om je in staat te stellen met waardigheid te leven; het is omwille van het afwerpen van je verdorven gezindheden. Dit is het uiteindelijke doel, aangezien je pas redding kunt verkrijgen nadat je je verdorven gezindheden hebt afgeworpen.

De grootste belemmering voor mensen om redding te verkrijgen, zijn hun verdorven gezindheden. Jouw lage opleiding, hoge leeftijd, of onhandige manier van spreken en onvermogen om jezelf uit te drukken – geen van deze zijn de grootste belemmeringen voor redding. Je slechte professionele vaardigheden bij het doen van je plicht en je onvermogen om het onder de knie te krijgen – ook dit is niet de grootste belemmering voor je redding. Wat is dan de grootste belemmering voor redding? Dat zijn je verdorven gezindheden. Natuurlijk zijn de verschillende verdorven gezindheden van de mens die in Gods woorden worden blootgelegd, niet gemakkelijk door mensen op te lossen. Dit komt niet doordat mensen niet bereid zijn hun verdorven gezindheden los te laten, of doordat hun gedachten en zienswijzen achterhaald zijn, en het komt natuurlijk al helemaal niet door gebreken of tekortkomingen in hun menselijkheid, of doordat mensen verdoofd of traag van begrip zijn, enzovoort – geen van deze is de wortel van het probleem. Waar ligt het dan aan? Het komt simpelweg doordat de verdorven gezindheden van mensen wortel hebben geschoten in hun hart. Mensen kunnen ze niet zomaar afwerpen omdat ze dat willen, en dus komen hun verdorven gezindheden vaak naar boven om verstoringen en moeilijkheden te veroorzaken terwijl ze hun plichten doen. Stel bijvoorbeeld dat je kerkleider bent, en iets verkeerds hebt gedaan en bent gesnoeid. In dat geval moet je het aanvaarden, toegeven dat je iets verkeerds hebt gedaan, bereid zijn berouw te tonen, en die verkeerde benadering omkeren en volgens de waarheidsprincipes handelen. Dit is een heel eenvoudige zaak, maar je kunt het niet. Je overdenkt: ‘Werd ik zo gesnoeid omdat ze me onsympathiek vinden en me van mijn plicht willen ontheffen?’ Er ontstaan klachten en misverstanden in je hart, en je probeert zelfs met God in discussie te gaan: “U mag me niet en wilt me van mijn plicht ontheffen en me elimineren. Goed, dan moet ik iets duidelijk maken. Ik begon op mijn achttiende in God te geloven, ik ben al die jaren leider geweest, heb mijn gezin verlaten en carrière opgegeven, heb mijn huwelijk en gezin opgegeven – hoe zal dit worden verrekend?” Hoe meer je rekent, hoe meer je je opwindt. Is dit louter een kwestie van niet kunnen loslaten? Nee. Waarom kun je deze dingen niet loslaten? Er is hier een fundamenteel probleem. Wanneer je wordt gesnoeid, voel je dat je onrecht is aangedaan, klaag je en voel je je opstandig in je hart, en probeer je ook in discussie te gaan en jezelf te rechtvaardigen, en vraag je zelfs anderen om voor je op te komen. Waarom gedraag je je zo? (Omdat we verdorven gezindheden hebben.) Er is slechts één reden, één grondoorzaak: je hebt onopgeloste verdorven gezindheden. Sommigen van jullie zullen zeggen: “Komt het doordat mijn aangeboren kaliber en bekwaamheid onvoldoende zijn en ik het werk niet aankan?” Het is mogelijk dat dit voor sommigen van jullie een van de redenen is; vanwege een slecht kaliber ben je ongeschikt voor het werk, en begrijp je ook de waarheid niet, dus doe je dingen die hinder en verstoringen veroorzaken. Komt dit werkelijk alleen doordat je kaliber slecht is? Dat is slechts één aspect. Het fundamentele probleem is dat er iets mis is met je geweten. Dit probleem met je geweten houdt rechtstreeks verband met je verdorven gezindheden. Je hebt dingen gedaan die hinder en verstoringen veroorzaakten en je bent gesnoeid – hoe moet je dit benaderen? Hoe benader je de kwestie dat je ongeschikt bent voor het werk? Als je de waarheid kunt beoefenen, zijn dit geen problemen en kun je ze correct benaderen. Maar hoe gedragen de meeste mensen zich wanneer ze met deze dingen worden geconfronteerd? Ze proberen in discussie te gaan, ze klagen, ze worden negatief en ze spreken zelfs onstuimig: “Is het niet gewoon omdat je denkt dat mijn kaliber slecht is en ik onbekwaam ben? Heeft God mij dit kaliber niet gegeven? Toch klaag je dat ik het werk niet aankan! Als je mij niet mag, had je dat eerder moeten zeggen!” Als er wat hardere woorden worden gebruikt terwijl ze worden gesnoeid, denken ze: ‘Is mijn kans op het verkrijgen van zegeningen vervlogen? Mijn status in dit leven loopt gevaar, en misschien heb ik ook in de komende wereld geen kans meer.’ Hebben ze enige intentie om de waarheid te zoeken? Kunnen ze zich in hun hart onderwerpen? Het valt hen niet gemakkelijk om zich te onderwerpen. Al deze uitingen zijn er uiteindelijk aan te wijten dat mensen verdorven gezindheden hebben. Je kaliber is slecht en je bent ongeschikt voor het werk – dat is slechts een van de natuurlijke gebreken of tekortkomingen van de mensheid; dat is geen probleem. Zelfs als je natuurlijke gebreken en tekortkomingen groot zijn en je ongeschikt bent voor het werk, voelt God helemaal geen afkeer of walging jegens jou. Maar naast het feit dat je ongeschikt bent voor het werk, erken je je eigen problemen niet, en klaag je ook, voel je weerstand, en word je uiteindelijk negatief en geef je je werk op – wat is dit? Dit zijn verdorven gezindheden. Dit is wat je moet oplossen. Nietwaar? (Ja.) Nadat je verdorven gezindheden zijn opgelost, zul je geschikt worden om te worden gebruikt voor werk dat je met jouw kaliber en de toestanden van je menselijkheid aankan. Maar als je je verdorven gezindheden niet oplost, en je niet volgens de waarheid kunt praktiseren, jezelf niet kunt onderwerpen aan het snoeien, of jezelf niet kunt onderwerpen aan ontmaskering, dan zul je, hoe goed je kaliber ook is en hoe superieur de toestanden van je menselijkheid ook zijn, niet geschikt zijn om te worden gebruikt. Begrepen? (Begrepen.) Zeg Mij, wat was de boodschap waarover we zojuist hebben gecommuniceerd? (Bij het geloven in God is het belangrijkste om je eigen verdorven gezindheden te kennen. De nadruk moet liggen op het oplossen van je verdorven gezindheden, niet op uiterlijke gebreken of tekortkomingen van je menselijkheid. Wanneer we met situaties te maken krijgen, raken we altijd verstrikt in uiterlijke zaken, zijn we fundamenteel niet in staat om wezenlijke problemen op te lossen, en zijn we ook niet in staat om onderwerping aan het snoeien of onderwerping aan de omgevingen die God arrangeert te bereiken.) Als je verdorven gezindheden zijn opgelost, en je in de zaken die je tegenkomt de waarheidsprincipes kunt bevatten, en je weet hoe je ze volgens de principes moet afhandelen, dan zul je geschikt zijn om te worden gebruikt bij het doen van je plicht. Ongeacht of je kaliber hoog of laag is en ongeacht hoeveel talent je hebt, zul je, als je verdorven gezindheden niet zijn opgelost, in wat voor positie je ook wordt geplaatst, niet geschikt zijn om te worden gebruikt. Omgekeerd, als je kaliber en capaciteiten beperkt zijn, maar je verschillende waarheidsprincipes begrijpt, inclusief de waarheidsprincipes die je hoort te begrijpen en bevatten binnen het bereik van je werk, en je verdorven gezindheden zijn opgelost, dan zul je iemand zijn die geschikt is om te worden gebruikt. Begrepen? Jullie moeten deze woorden misschien een tijdje laten bezinken om ze volledig te begrijpen.

Momenteel vertrouwen de meeste mensen nog steeds op gaven en houden ze zich nog steeds aan regels bij het doen van hun plicht. Zolang ze niet zondigen en geen kwaad doen, geloven ze dat ze hun plicht hebben vervuld. Ze richten zich niet op het nastreven van de waarheid en het nadenken over zichzelf om hun verdorven gezindheden op te lossen. De meeste mensen raken gewoon verstrikt en lopen vast in benaderingen en gedragingen, maar richten zich niet op het zoeken van de waarheid en het handelen volgens de principes. Ze zijn er tevreden mee gewoon te doen wat ze kunnen, en proberen geen hinder of verstoringen te veroorzaken, of dingen te saboteren, en dat is het dan. De meeste mensen hebben nog niet te maken gehad met snoeien of ontmaskering, en hebben geen tuchtiging en oordeel ervaren, laat staan de fase van zware beproevingen, dus zijn de verdorven gezindheden van de meeste mensen nog niet begonnen te veranderen. Dit is geen goed nieuws, maar het is een feit. Ik zal een voorbeeld geven, en dan zullen jullie weten wat er aan de hand is. Zie je, de meeste mensen die nu plichten doen zijn gewone volgelingen; ze hebben geen status, en ze zijn niet op het punt gekomen waarop ze een werkonderdeel uitvoeren terwijl ze status en macht hebben. Het basisprincipe dat de meeste mensen beoefenen is gehoorzaam en onderworpen zijn. Ze denken dat de leiders in ieder geval communiceren volgens de werkregelingen van de Boven, dus doen ze gewoon wat de leiders vragen, op de manier waarop de leiders hen vragen het te doen, en denken ze dat het niet nodig is om goed van fout te onderscheiden of te onderzoeken of het in overeenstemming is met de waarheid, en dat zolang ze geen fouten maken, het prima is. Is dit de waarheidsprincipes als je leven hebben? (Nee.) Onder welke omstandigheden kan dan worden vastgesteld of je de waarheid als je leven hebt? Wanneer je als leider wordt gekozen om kerkwerk te doen; dit onthult mensen het meest. Of je principes hebt bij het afhandelen van zaken en hoeveel van je verdorven gezindheden je onthult, kan bewijzen of je de waarheidswerkelijkheid bezit, en of je geschikt bent om een leider of een werker te zijn. Als je verdorven gezindheden onthult, hoe moet je daar dan mee omgaan? Moet je jezelf openstellen en over de waarheid communiceren, of moet je jezelf verbergen en vermommen? Dit is ook wanneer mensen het meest worden onthuld. De meeste mensen in de kerk zijn niet in staat om dingen te bekijken volgens de waarheidsprincipes; in plaats daarvan bekijken ze dingen en geven ze er commentaar op volgens hun eigen noties en verbeeldingen, en op basis van hun voorkeuren. De meeste mensen denken: ‘Zolang ik geen grote fouten maak bij het doen van mijn plicht, en ik het werk op deze manier draaiende houd, is dat genoeg. Als ik een grote fout maak en word afgezonderd voor zelfreflectie of overgeplaatst naar een B-groep, dan is dat gewoon pech voor mij.’ Wat blijkt uit deze situatie? Hoewel je in de loop van het doen van je plicht gehoorzaam en onderworpen kunt zijn, en doet wat er gevraagd wordt, betekent dit niet dat je de waarheid als je leven hebt, en het betekent niet dat je iemand bent die zich aan God onderwerpt. Wanneer je als leider wordt gekozen en die status verkrijgt, zul je worden onthuld. Waarom? Wanneer je status hebt, zul je doen wat je maar wilt, de leiding over alles nemen, volledige dominantie laten gelden en een onafhankelijk koninkrijk stichten; je zult handelen op basis van onstuimigheid, op basis van je verdorven gezindheden, en op basis van je eigen begeerten en ambities. Dus ben je nog steeds niet geschikt om te worden gebruikt. Tot nu toe kan worden gezegd dat negenennegentig procent van de mensen zich in dit soort gesteldheid en toestand bevindt. De meeste mensen hebben hun plicht al vele jaren vervuld, zijn uiterlijk relatief gehoorzaam geworden en zijn zich uiterlijk relatief goed gaan gedragen, maar betekent dit dan dat ze geen verdorven gezindheden meer hebben? (Nee.) Hun gedrag is niet langer losbandig, uiterlijk gedragen ze zich goed, en ze lijken een beetje het fatsoen van een heilige te hebben, maar hun verdorven gezindheden zijn niet in het minst veranderd omdat ze niet actief de waarheid zoeken om hun eigen verdorven gezindheden op te lossen. Wanneer er problemen ontstaan in hun werk, of ze nu door de leiders of de Boven worden gesnoeid, denken ze hooguit: ‘Prima, als ze me zeggen het te corrigeren, zal ik het corrigeren. Ik zal gewoon wat meer ontbering verdragen, wat meer tijd besteden, en opschieten en het opnieuw doen.’ Ze hebben louter dit soort houding en mentaliteit. Dit vertegenwoordigt geen onderwerping aan de waarheid, en het vertegenwoordigt geen ware onderwerping. Waar komt deze mentaliteit vandaan? Die komt voort uit het feit dat mensen in hun geloof in God een positief verlangen hebben, een verlangen om goede mensen te zijn, een verlangen om schepselen te zijn die aan de norm voldoen. Deze wens brengt dit soort mentaliteit teweeg in het dagelijks leven van mensen en bij het vervullen van hun plicht; in menselijke termen is het: ‘Veroorzaak geen problemen, laten we ons allemaal gedragen.’ Waar verwijst ‘zich gedragen’ naar? Is dit een waarheidsprincipe? Dit zorgt er alleen maar voor dat je gehoorzaamt, je aan regels houdt en geen problemen veroorzaakt. Dit is de minimale vereiste voor mensen, en het schiet tekort om een waarheidsprincipe te zijn. Wat is dan het waarheidsprincipe? Dat je actief Gods bedoelingen moet zoeken. Wanneer je verdorven gezindheden onthult, wanneer je egoïstische begeerten hebt of onstuimigheid onthult, wanneer verdorven gezindheden ervoor zorgen dat er een gesteldheid in je ontstaat, moet je deze uitingen actief vergelijken met Gods woorden. Met Gods verlichting, begeleiding, hulp, steun, en zelfs het strenge oordeel en de tuchtiging van Gods woorden, verander je beetje bij beetje je houding ten opzichte van Gods woorden, wordt je mate van aanvaarding van Gods woorden steeds hoger, en erken je Gods woorden in toenemende mate en zeg je er in toenemende mate ‘amen’ op. Vervolgens neem je Gods woorden in je op, laat je foutieve en absurde gedachten en zienswijzen los, en houd je niet langer vast aan de erfenis van de mens; je bent in staat de waarheid te aanvaarden, en om de mensen, gebeurtenissen en dingen om je heen af te handelen, en je perspectief, standpunt en zienswijze ten aanzien van mensen, gebeurtenissen en dingen te veranderen, in overeenstemming met Gods woorden en de waarheidsprincipes. Dit is het pad naar het oplossen van je verdorven gezindheden. Hebben jullie nu dan dit soort proactieve praktijk? Ik denk dat negenennegentig procent van de mensen dat niet heeft. De artikelen met ervaringsgetuigenissen van de meeste mensen gaan over het ervaren van een omgeving die hen dwong op een bepaalde manier te handelen en over het bereiken van ‘onderwerping aan God’ in hun daden. Ze zijn behoorlijk tevreden met zichzelf en denken dat ze de waarheidswerkelijkheid bezitten. Hoewel je een getuigenisartikel hebt geschreven, gaat het in feite over pralen, over voor jezelf getuigen en jezelf vestigen: ‘Kijk, ik heb een getuigenis. Ik heb God niet teleurgesteld. Ik heb in deze omgeving vastgehouden aan mijn plicht!’ De artikelen met ervaringsgetuigenissen van sommige andere mensen gaan over hoe ze, nadat ze zijn gesnoeid, nadenken en tot een besef komen, waarbij ze zich realiseren dat ze plichtmatig waren en God niet tevredenstelden, en nu bereid zijn berouw te tonen. Er is een periode waarin ze berouw tonen, waarin het lijkt alsof ze niet langer plichtmatig zijn, maar zijn hun verdorven gezindheden veranderd? Nee. Achter de schermen zijn ze nog steeds zo arrogant en aanmatigend. Het standpunt, het perspectief en de zienswijzen van waaruit ze mensen en dingen bekijken en behandelen, zijn helemaal niet gebaseerd op Gods woorden. Hun verdorven gezindheden zijn dus nog helemaal niet begonnen te veranderen! Wat is dan de verandering waar je over spreekt? Het is louter een verandering van gedrag, levensstijl, en misschien je toon, manier van uitdrukken en stijl in de omgang met anderen en bij het afhandelen van zaken. Je geloof is ook sterker geworden; je bent in staat de waarheid te zoeken nadat je in verschillende omgevingen vele malen bent gesnoeid, en je begrijpt nu vele waarheden, en je vastberadenheid om God te volgen is groter dan voorheen – deze aspecten zijn allemaal veranderd. Deze veranderingen maken mensen zelfverzekerder dat ze redding zullen verkrijgen, meer bereid om de waarheid na te streven, en hoopvoller en optimistischer over het volgen van God. Welke beproevingen of tegenspoed er ook op hun pad komen, ze zullen niet zo negatief worden dat ze hun geloof verlaten. Dit zijn echter louter veranderingen van wat uiterlijk wordt uitgeleefd in normale menselijkheid. Deze relatief positieve en proactieve gedachten en zienswijzen nemen geleidelijk de harten van mensen in beslag. Deze veranderingen zijn tekenen dat hun hart ontwaakt en nieuw leven wordt ingeblazen. Dat wil zeggen: mensen worden proactiever en ambitieuzer, en verlangen meer naar positieve dingen, waardoor ze zelfverzekerder worden bij het nastreven van Gods woorden, Zijn werk en Zijn vereisten. Natuurlijk hebben ze ook een duidelijker idee van het belangrijkste werk dat God doet – het werk van het redden van mensen. Op basis van deze toestanden vervullen veel mensen hun plichten op een meer nuchtere manier, op een meer regelgetrouwe manier, en gehoorzamer dan voorheen. De efficiëntie van hun plichten verbetert, vooral in technisch werk, dat nu sneller vordert. Ze zijn niet zo traag als voorheen, toen taken die een paar dagen in beslag zouden moeten nemen, zich een week of langer voortsleepten – nu zijn er binnen slechts een paar dagen resultaten. Dit is natuurlijk goed nieuws. Maar wat is het slechte nieuws? Het slechte nieuws is dat wat jullie onthullen en vertonen louter veranderingen van gedrag, gedachten en denkwijze zijn, en enkele tekenen dat relatief positieve, proactieve, optimistische elementen in jullie onderbewustzijn ontwaken. Deze tekenen betekenen echter niet dat jullie verdorven gezindheden zijn begonnen te veranderen. Dit nieuws is niet erg goed, of wel? (Nee.) Hoewel het niet erg goed is, is dit een onvermijdelijk proces voor de verdorven mensheid om redding te bereiken. Zo beklagenswaardig, armzalig en onvolwassen zijn mensen, en zo traag is de snelheid waarmee ze het leven binnengaan en verdorven gezindheden afwerpen. De fundamentele reden voor deze trage snelheid is dat een dergelijke mensheid het vermogen ontbeert om de waarheid te aanvaarden, en dat ze zo verdoofd is voor de waarheid, positieve dingen en alles wat van God komt.

Sommige mensen geloven al meer dan tien, twintig of dertig jaar in God, maar beseffen nu pas dat ze na al die jaren slechts enigszins zijn veranderd van uiterlijk gedrag en een lichte ontwaking in hun hart hebben ervaren, maar dat er geen fundamentele verandering in hun verdorven gezindheden heeft plaatsgevonden. Sommigen zien enkele gedragsveranderingen bij zichzelf en denken dat dit een verandering van levensgezindheid is, en scheppen zelfs tegenover anderen op: “Kijk, is mijn levensgezindheid niet veranderd?” In werkelijkheid ben je alleen van gedrag veranderd; je vertoont niet de werkelijke uitingen van een verandering van gezindheid en hebt geen normale menselijkheid uitgeleefd. Hoe kan men dan zien of er een verandering in je gezindheid heeft plaatsgevonden? Dit is geen gelaatkunde; men kan het niet zien door naar je uiterlijk te kijken of door te luisteren naar wat je zegt, en al helemaal niet door jou je voornemens en wensen te horen uiten – voornemens en wensen zijn totaal holle dingen. Hoe kan men het dan wel zien? Men kan het zien door te kijken of je, zonder dat iemand je aanspoort, toezicht op je houdt of je zelfs maar steunt en helpt, het pad en het vermogen hebt om elke zaak volgens Gods woorden te bekijken en aan te pakken, en of je Gods woorden als je leven in je hart hebt om je te beteugelen bij alles wat je doet. Als je dit niveau niet hebt bereikt, laten we het dan over een lager niveau hebben: of je het bewustzijn hebt om Gods woorden als principe te gebruiken voor alles wat je doet en zegt. Als je dit niet kunt bereiken, heb je helaas de waarheid niet als je leven. Je verdorven gezindheden zijn nog steeds je leven; ze kunnen je nog steeds altijd en overal beheersen, en je bewustzijn, gedachten en gezichtspunten domineren. Altijd en overal zul je iedere mens, elke gebeurtenis en elk ding behandelen en aanpakken op basis van je eigen emoties, humeur, verlangens, oordeel, perspectief en voorkeuren. Je verkeert nog steeds in groot gevaar; je kunt je plicht nog steeds niet zelfstandig vervullen en je kunt niet zelfstandig leven – je moet altijd op anderen vertrouwen, en zonder de steun van anderen zul je vallen. Dit betekent dat je gestalte te klein is; het bewijst dat je de waarheid niet als je leven hebt verkregen. Wat betekent het om de waarheid niet als leven te hebben verkregen? Het betekent dat je slechts een of twee principes hebt die je beteugelen, zodat je geen slechte dingen doet of grote fouten maakt. Dat wil zeggen: wanneer je rationaliteit normaal is en niemand je opstookt of aanspoort, zul je God absoluut niet opzettelijk lasteren of vervloeken, en zul je absoluut niet opzettelijk het werk van de kerk hinderen en verstoren. Het feit dat je dit niet opzettelijk zult doen, betekent echter niet dat je er niet toe in staat bent; je doet het misschien niet proactief, maar je kunt het nog steeds passief doen. Waar verwijst passief hier naar? Het betekent dat je verdorven gezindheden op elk moment de kop kunnen opsteken om je te beheersen en je van alles te laten zeggen en doen, en je op elk moment een persoon of zaak vanuit foutieve en absurde gezichtspunten te laten bekijken, om vervolgens je verdorven gezindheden te gebruiken om een zaak aan te pakken of met een bepaald type persoon om te gaan. Stel bijvoorbeeld dat je iets verkeerds hebt gedaan en denkt: ‘Ik mag de Boven, de leiders of wie dan ook dit niet laten weten.’ Wat de reden hiervoor ook is, je hebt in ieder geval je eigen duivelse ideeën, dus verberg je het en zeg je niets. Maken je verdorven gezindheden hier de dienst uit, of maakt de waarheid de dienst uit? Het is duidelijk dat je verdorven gezindheden de dienst uitmaken. Je verdorven gezindheden domineren je, waardoor je het verbergt en niets zegt, en je kunt je er niet van losmaken. Wat betekent het om je er niet van te kunnen losmaken? Het betekent dat, hoewel je bereid bent de waarheden die je begrijpt te beoefenen, het je aan de kracht ontbreekt om dit te doen; je kunt je verdorven gezindheden simpelweg niet overwinnen. Dit betekent dat je in de problemen zit; je kunt de waarheid niet beoefenen. Als je dingen wilt verbergen en anderen wilt bedriegen, ben je absoluut in staat om dingen te verbergen en bedrog te plegen, vooral tegenover de Boven, door alleen het goede nieuws te melden, niet het slechte, en zelfs degenen boven je te bedriegen en dingen te verbergen voor degenen onder je. Je zegt: “Ik houd echt van de waarheid en ik ben iemand die de waarheid beoefent. Ik maak zorgvuldig aantekeningen van elke waarheid die God spreekt, overdenk die, vat die samen en breng die vervolgens in het werkelijke leven in praktijk.” Je denkt zo, je hebt deze wens, maar dat betekent niet dat je de waarheid hebt beoefend. Waarom niet? Omdat je veel foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten in je hebt die je hart al in beslag hebben genomen. Bijgevolg zijn verdorven gezindheden je leven geworden. Je verdorven gezindheden maken de dienst uit en domineren je gedachten en handelingen. Zelfs als je de waarheid wilt beoefenen, is het nutteloos; je kunt het niet opbrengen om het te doen. Daarom kun je zelfs als je je plicht vervult, maar je verdorven gezindheden niet worden opgelost, onmogelijk volgens de principes handelen – het is al heel wat als je je ervan kunt weerhouden om proactief en openlijk over God te oordelen, Hem te weerstaan of Hem te lasteren. Maar met verdorven gezindheden die in je hart heersen, kun je niet anders dan in opstand komen tegen God en Hem weerstaan. Misschien denk je: ‘Ik probeer alleen maar de Boven te bedriegen, dingen voor de Boven te verbergen en God te bedriegen in situaties waarin ik passief ben of op momenten van wanhoop, en ik onderdruk mensen alleen maar of openbaar alleen maar onstuimigheid op momenten van wanhoop.’ Komt het werkelijk door tijdelijke momenten van wanhoop? Nee, het is het resultaat van je diepgewortelde verdorven gezindheden die de dienst uitmaken. Het is onvermijdelijk. Waarom is het onvermijdelijk? Omdat de waarheden die je begrijpt voor jou slechts een soort bereidheid zijn, een soort geloof; ze zijn nog niet je leven geworden. Ongeacht of je kennis hebt en of je kaliber hoog of laag is, is de waarheid op zijn minst nog niet je leven geworden. Dat wil zeggen: de waarheid maakt niet de dienst uit in jou; wat in jou de dienst uitmaakt, dat zijn satanische gezindheden en Satans filosofieën. Wanneer je wordt gedomineerd door satanische gezindheden, leef je volgens satanische gezindheden en leef je nog steeds onder Satans invloed. Wanneer je belangen en trots niet worden geschaad, wanneer je status, roem en gewin niet in het geding zijn, ben je bereid een beetje van de waarheid te beoefenen. Maar zodra je roem, gewin, status of bestemming in het geding zijn, grijpen je verdorven gezindheden je stevig en strak vast en beheersen ze je. Je hebt nog steeds geen ware onderwerping aan God; de kans is nog steeds honderd procent dat je God en de waarheid zult verraden. Zijn je verdorven gezindheden dan opgelost, afgaande op deze verschijnselen? Zijn ze afgeworpen? Is de waarheid je leven geworden? Wanneer er iets gebeurt, en de waarheden die je begrijpt je verdorven gezindheden niet kunnen overwinnen, je keuzes en verlangens niet kunnen overwinnen, je begeerten, ambities, status en reputatie niet kunnen overwinnen, dan zijn de waarheden die je begrijpt niet je leven. Wanneer de waarheid je leven wordt, kun je deze verdorven gezindheden als vanzelf overwinnen. Als je je verdorven gezindheden niet kunt overwinnen, toont dat aan dat de waarheid nog niet de dienst in je uitmaakt, en dat die nog niet je leven is geworden. Je zegt dat je de waarheid liefhebt, maar dit is slechts je verlangen en je wens; het vertegenwoordigt niet je leven. Mensen met normale menselijkheid hebben allemaal positieve verlangens. Betekent het verlangen om een goed mens te zijn dat je een goed mens bent? (Nee.) Betekent het liefhebben van de waarheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid dat je de waarheid, eerlijkheid en rechtvaardigheid bezit? Nee – je bezit deze dingen niet, je verlangt er slechts naar. Waar verwijst verlangen naar? (De prachtige wens van een mens.) Juist, het is slechts een wens. Het heeft niets te maken met hoe jij je daadwerkelijk gedraagt, of wel? (Nee.)

Hebben jullie nu de waarheid als jullie leven? (Nee.) Hoe kan men zien of je de waarheid als je leven hebt? Men kan het zien door te kijken of de waarheden die je begrijpt je verdorven gezindheden kunnen overwinnen wanneer je belangen in strijd zijn met de waarheid, wanneer je belangen op het punt staan schade op te lopen of te worden bedreigd. Als dat het geval is, ben jij iemand die de waarheid als zijn leven heeft. Zo niet, dan bewijst dit dat je gestalte erg klein is. Hoe klein? Je hebt de waarheid niet als je leven. Dit is de werkelijkheid. Sommige mensen zeggen: “Als we de waarheid niet als ons leven hebben, waarom kunnen we dan nog steeds alles opgeven om onze plichten in Gods huis te doen? Waarom kunnen we dan nog steeds lijden en een prijs betalen voor God?” Sommigen zeggen zelfs: “Ik bezit al enige toewijding; ik ben al tot een overwinnaar gemaakt.” In werkelijkheid zijn zulke uitspraken vermengd met de noties en verbeeldingen van mensen. Het is niet verkeerd dat mensen voornemens en aspiraties hebben. Het verlangen van mensen naar het licht, naar gerechtigheid, en ook hun verlangen om de waarheid na te streven, om redding te verkrijgen, enzovoort – deze prachtige wensen kunnen iets van hun bewustzijn veranderen, de richting van het pad dat ze bewandelen, en natuurlijk enkele van hun gedragingen, en uiterlijk enkele aspecten van hun houding en hun manier van leven. Waar verwijst verandering hier naar? Stel bijvoorbeeld dat je momenteel geloof hebt, je gesteldheid heel goed is, je niet negatief bent en je plicht bijzonder soepel verloopt. Bijgevolg heb je het gevoel dat je bijzonder trouw bent, en dat je kans maakt om je wens om redding te verkrijgen te verwezenlijken, en vind je het prima om welke ontbering dan ook te verdragen. Maar goede tijden duren niet lang. Tijdens het vervullen van je plicht stuit je op enkele tegenslagen en mislukkingen, word je gesnoeid, maak je veel omwegen, en word je zelfs misleid en onderdrukt door antichristen, waardoor je veel grieven te verduren krijgt. Je voelt dan ongemak in je hart. Je begrijpt de waarheid niet, je weet niet waarom deze dingen zijn gebeurd, en je krijgt geen antwoorden door tot God te bidden, dus ben je overstuur. In grote mate brengt het gebeuren van deze dingen een zekere klap en verwoesting toe aan je voornemen om te verlangen naar de waarheid en het licht. Na deze verwoesting te hebben ondergaan, wil je je plicht niet meer doen en heb je het gevoel dat het zinloos is. Wat is hier aan de hand? Hoe ben je zo snel veranderd? Waarom ben je net een compleet andere persoon dan voorheen? Als je gestalte had en de waarheid als je leven had, zou je toewijding niet veranderen. Maar omdat je de waarheid niet als je leven hebt, zijn je innerlijke gesteldheid, je mentaliteit en je gedrevenheid om in God te geloven en je in te zetten altijd onstabiel en schommelen ze tussen warm en koud. Tijdens periodes waarin alles soepel verloopt en je in een goed humeur bent, ben je gedreven, heb je veel te zeggen tijdens het bidden, ben je bereid Gods woorden te lezen, werk je heel hard bij het doen van je plicht, en vind je het prima om druk of moe te zijn en om welke ontbering dan ook te verdragen. Maar zodra de dingen enigszins ongunstig worden, word je negatief en zwak, en verlies je de gedrevenheid om je plicht te doen. Wanneer je één maaltijd overslaat of iets minder slaapt, voel je dat het een enorme ontbering is, en komen er klachten op in je hart: ‘Waarom zou ik lijden? Ik verdien niet eens geld met het doen van mijn plicht, het is het niet waard!’ Zie je, je mentaliteit is compleet anders. Waarom heeft er zo’n grote verandering plaatsgevonden? Omdat je de waarheid niet als je leven hebt, en je verdorven gezindheden nog steeds in je bestaan. Wanneer mensen enthousiast zijn, hebben ze het gevoel dat ze geen ambities of begeerten hebben, of eisen voor God. In werkelijkheid maken hun verdorven gezindheden nog steeds de dienst in hen uit; deze dingen blijven onveranderd. Wanneer mensen positief zijn, zijn ze heel enthousiast en bijzonder gedreven, en kan niemand hen tegenhouden. Wanneer ze negatief zijn, zijn ze als een plas brij en kan niemand hen omhoogtrekken. Ze vervallen altijd in uitersten en ze zijn compleet onstabiel. Dit toont aan dat het hun aan iets ontbreekt in hun normale menselijkheid. Waar ontbreekt het hun aan? Het ontbreekt hun aan de waarheid als hun leven – dat is het. Je gesteldheid schommelt tussen warm en koud, dan weer negatief, dan weer positief. Waar komt dit door? Het zijn je verdorven gezindheden die problemen veroorzaken. Vandaag laten ze je het ene denken, morgen het andere; in ieder geval komen deze gedachten altijd overeen met je verlangens, je onstuimigheid en je huidige gesteldheid, humeur en emoties. Maar het is anders wanneer mensen de waarheid in zich hebben. Als de waarheid je leven wordt, zal die je altijd in staat stellen om een nauwkeurige en ware definitie te hebben van wat je doet, en dit zal nooit veranderen. Je zult niet schommelen tussen warm en koud, en je zult niet negatief worden en in het slop raken door één mislukking en val, of door een beetje snoeien of een kleine tegenslag. Ook zul je niet zo positief zijn dat je je gedraagt als een ijverige jonge hond en drie dagen en nachten wakker blijft. In plaats daarvan zul je normale rationaliteit hebben. Nietwaar? (Ja.) Wanneer mensen eenmaal de waarheid begrijpen en de waarheid hun leven wordt, verkrijgen ze duidelijkheid over visies. Ze weten waarom ze God moeten volgen, waarom ze hun plicht moeten doen, welke resultaten ze moeten bereiken bij het vervullen van hun plicht, en ze kennen het doel, de betekenis en de waarde van het verdragen van deze ontberingen. Ze begrijpen al deze waarheidsprincipes grondig in hun hart, zonder verwarring of onduidelijkheid. En dus lijden ze gewillig en zonder te klagen, hebben ze regels en principes bij alles wat ze doen, en verliezen ze nooit hun geloof in God; wanneer ze zich negatief voelen, klagen ze niet over God en verlaten ze Hem niet, en wanneer ze zich positief voelen, stellen ze geen extra eisen aan God en is hun gesteldheid heel normaal. Zijn jullie nu zo? (Nee.) Wat moet er dan worden gedaan? (Vanaf nu moeten we ons richten op het nastreven van de waarheid om onze verdorven gezindheden op te lossen; er is geen ander pad.) Er is geen ander pad dan het nastreven van de waarheid. Laat Mij je vertellen: als je de waarheid niet nastreeft, en verdorven gezindheden altijd als je leven de dienst blijven uitmaken, zul je geen goede bestemming hebben; in het beste geval zul je als arbeider eindigen. Maar als je de waarheid nastreeft, zal je kans op het verkrijgen van redding groot zijn, en zullen de zegeningen die je uiteindelijk ontvangt ook groot zijn. Als je de waarheid nastreeft, zul je vrij zijn van de slavernij van verdorven gezindheden, zullen verdorven gezindheden niet langer je leven zijn, en zul je bijgevolg werkelijk kans maken op redding. Als je de waarheid niet nastreeft, en je verdorven gezindheden onopgelost blijven, en je uitsluitend wilt vertrouwen op zelfbeheersing en wilskracht om goede dingen te doen en geen kwaad te begaan, dan is het moeilijk te zeggen of je überhaupt het einde van het pad kunt halen. Begrepen? (Begrepen.) Wat is het grootste probleem dat mensen moeten oplossen in hun geloof in God? (Verdorven gezindheden.) Het oplossen van verdorven gezindheden is het allerbelangrijkste. Denk niet: ‘Ik doe nu voltijds een plicht in Gods huis, ik zet me voltijds in, dus ben ik een overwinnaar!’ God spreekt over het maken van een groep overwinnaars – wat wordt er bedoeld met overwinnaars? ‘Zij volgen het lam waarheen het maar gaat’ (Openbaring 14:4). Dit zijn overwinnaars in de eenvoudige zin van het woord. Men kan niet tevreden zijn met slechts een overwinnaar zijn. Een overwinnaar zijn in deze eenvoudige zin betekent niet dat men zijn verdorven gezindheden heeft afgeworpen, en het betekent niet dat men de waarheid als zijn leven heeft. Degenen die uiteindelijk worden gered, zijn niet zomaar overwinnaars – zo eenvoudig is het niet. Overwinnaars zijn slechts degenen die de seculiere wereld, Satan, boosaardige trends en boosaardige regimes overwinnen – dat is wat overwinnaars zijn. Als je slechts enkele waarheidsprincipes begrijpt, en je tijdelijk het vlees en gevoelens kunt overwinnen, of niet wordt beperkt door diverse ongegronde geruchten, of niet wordt verstoord door kwaadaardige mensen of niet-gelovigen, voldoet dit nog steeds niet volledig aan de norm van een overwinnaar. Slechts deze paar kleine ervaringen hebben is niet van grote waarde. Wat is waardevol? De waarheid als je leven hebben is het meest waardevolle. Hoe kan men de waarheid tot zijn leven maken? Er is slechts één pad: je moet Gods woorden meer lezen, en Gods woorden meer beoefenen en ervaren. Alleen zo kun je de waarheid uit Gods woorden verkrijgen en ertoe komen de waarheid als je leven te hebben. Als je de waarheid gebruikt om je te begeleiden gedurende je hele leven, in je dagelijks leven en voor de principes waarnaar je handelt en waarnaar je je opstelt – als je op deze manier beoefent – zul je de waarheidswerkelijkheid hebben. Wanneer je de waarheidswerkelijkheid bezit, zullen je vroegere satanische gezindheden opzij worden geschoven. Bedenk voordat je beslist hoe te handelen: ‘Wat ik denk, vertegenwoordigt niet de waarheidsprincipes. Ik moet zien wat Gods woorden zeggen.’ Als je elke keer op deze manier nadenkt, en als je elke keer volgens Gods woorden spreekt en beoefent, zal de waarheid dan niet beetje bij beetje je leven binnengaan? Vele kleine druppels vormen een oceaan. Laat de waarheid beetje bij beetje je hart binnengaan om je dagelijks leven, je gezichtspunten, je huidige bestaansstatus en je gesteldheid te veranderen. Naarmate je gesteldheid geleidelijk verandert en zich in een goede richting ontwikkelt, zal de kans dat je kwaad doet en hinder en verstoringen veroorzaakt blijven afnemen, zal de kans dat je pronkt blijven afnemen, terwijl je getuigenissen van het praktiseren volgens de waarheidsprincipes zullen blijven toenemen. Wanneer er zich kritieke kwesties van goed en kwaad voordoen, overwinnen de waarheidsprincipes je satanische verdorven gezindheden, en je persoonlijke verlangens, voorkeuren en plannen. Pas dan zul je een ware overwinnaar zijn, iemand die de waarheid als zijn leven heeft, en iemand die redding kan verkrijgen. Anders, als je slechts handelt op basis van je voorkeuren en denkt: ‘Op deze manier handelen is goed, ik doe deze dingen graag en gewillig en ik heb geen klachten’ – wat voor nut heeft dat dan? Je hebt geen klachten, maar wat zijn je beoefeningsprincipes? Je beoefening komt volledig voort uit de voorkeuren van je verdorven gezindheden, uit foutieve gedachten en gezichtspunten, uit egoïstische bedoelingen, uit ambities en begeerten, uit gevoelens en uit onstuimigheid – ze wordt volledig geleid door je verdorven gezindheden. Dit is een leven dat verdorven gezindheden onthult, niet een leven dat de waarheid onthult. God herinnert het zich niet alleen niet, maar Hij zal het ook veroordelen. Je moet alles in het werk stellen om ervoor te zorgen dat wat je uitleeft, de woorden die je spreekt en de dingen die je doet, en de gedachten en gezichtspunten die je onthult, allemaal in overeenstemming zijn met de waarheid; om ervoor te zorgen dat die foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten die door verdorven gezindheden worden voortgebracht, steeds minder worden in je hart; en om ervoor te zorgen dat wat je in je hart denkt en je gezichtspunten over zaken allemaal verband houden met de waarheid, en allemaal in overeenstemming zijn met de waarheid. Je moet dit aspect nastreven en je erop richten, dan zullen er steeds meer veranderingen in je plaatsvinden, en zal je gesteldheid steeds beter worden. Tegenwoordig kunnen veel mensen woorden en doctrines spreken, en ze duidelijk en logisch verwoorden, maar als het gaat om het spreken over de waarheidswerkelijkheid, hebben ze niets te zeggen, en zijn ze niet in staat om ook maar een beetje praktisch begrip uit te drukken. Wat is hier aan de hand? (We hebben de waarheid niet.) Je leven is nog altijd het leven van verdorven gezindheden, het leven van Satan, en het is niet het leven van de waarheid.

Hebben jullie begrepen wat we zojuist hebben gecommuniceerd? Als jullie werkelijk inzien dat jullie verdorven gezindheden nog niet zijn afgeworpen en dat jullie nog steeds volgens verdorven gezindheden leven, zullen jullie dan negatief worden? (Zojuist, toen ik God hoorde zeggen dat onze verdorven gezindheden niet zijn veranderd, voelde ik een grote kloof in mijn hart en dacht ik: ik heb al die jaren voortdurend Gods woorden gegeten en gedronken, en heb me gericht op het beoefenen van de waarheid in specifieke situaties – hoe kan het dan dat mijn verdorven gezindheden nog steeds niet zijn veranderd? Ik voelde me een beetje teleurgesteld en negatief. Maar doordat God beetje bij beetje begeleiding gaf en communiceerde, begreep ik dat ik alleen wat uiterlijke goede gedragingen vertoon, maar dat mijn verdorven gezindheden nog steeds de dienst uitmaken in mij; er is inderdaad geen enkele verandering opgetreden. God zei dat mensen bij het doen van dingen eerst moeten nadenken en dat, hoe goed hun ideeën ook zijn, ze niet de waarheidsprincipes vertegenwoordigen, en dat ze moeten zien wat de waarheid in Gods woorden zegt, en zich erin moeten oefenen om de waarheid te zoeken en volgens Gods woorden te praktiseren telkens wanneer ze iets doen, en dat dan langzaamaan hun gesteldheid zal veranderen. Nadat ik Gods communicatie had gehoord, leek ik weer hoop te zien, en voelde ik dat er een pad was, en was ik niet langer negatief.) Negatief zijn is verkeerd; je mag onder geen enkele omstandigheid negatief zijn. Het afwerpen van verdorven gezindheden is de grote zaak van het verkrijgen van redding. Hoe meer iets een verdorven gezindheid is, des te meer je je moet richten op het oplossen ervan. Je moet alles op alles zetten en er je volledige aandacht aan besteden. Je mag niet negatief zijn, en je mag niet opgeven. Hoewel jullie je nu beginnen te richten op het nastreven van de waarheid, weten jullie soms nog steeds niet hoe jullie moeten praktiseren. Nu met jullie over het beoefeningspad praten is bevorderlijker voor jullie binnengaan van het leven, en tegelijkertijd kan het een gevoel van crisis in jullie doen ontwaken, en jullie in staat stellen je op de waarheid te richten, de waarheid zo spoedig mogelijk te begrijpen en de waarheidswerkelijkheid zo spoedig mogelijk binnen te gaan. Wees niet zelfgenoegzaam, en wees niet tevreden met jullie huidige situatie. Jullie zijn slechts gehoorzaam geworden en zijn je slechts goed gaan gedragen, en jullie zijn een beetje verstandiger dan voorheen, maar jullie zijn nog ver verwijderd van het afwerpen van jullie verdorven gezindheden! De feiten zijn overduidelijk, dus wat voor nut heeft het om negatief te zijn? Negatief zijn kan geen werkelijke problemen oplossen. Jullie moeten uitzoeken waar het probleem vandaan komt en van daaruit proberen het op te lossen. Het is niet te laat om nu te beginnen. Wanneer zal het te laat zijn? Het zal te laat zijn wanneer Gods werk eindigt. Hebben jullie het voornemen om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan en ertoe te komen de waarheid als jullie leven te verkrijgen? (We hebben nu dit voornemen.) In feite is het binnengaan van de waarheidswerkelijkheid niet moeilijk. Denk er maar eens over na, er zijn veel woorden van communicatie over de waarheid gesproken, en ze zijn heel gedetailleerd en specifiek. Er lijkt veel inhoud te zijn, maar de principes veranderen niet, en het beoefeningspad verandert niet. Wanneer je een verdorven gezindheid onthult, grijp dat idee of die gedachte dan bewust aan, en overdenk in je hart: ‘Dit is een verdorven gezindheid, dus hoe moet ik die oplossen? Ik heb die niet eerder opgelost. Ik geloof al zoveel jaren in God, maar ik heb me alleen gericht op uiterlijke handelingen en op pronken, en ik heb er nooit over nagedacht dat ik nog steeds verdorven gezindheden heb. Vandaag ontdekte ik plotseling dat ik zo’n gedachte in me heb. Waar kwam deze gedachte vandaan? Uit een verdorven gezindheid. Hoe moet deze verdorven gezindheid dan worden opgelost?’ Bid tot God en zoek de waarheid, en vraag ook mensen om je heen die ervaringen hebben gehad; zij zullen je leiden om de waarheid te zoeken en het probleem op te lossen. Wanneer iedereen samen is, moeten jullie elkaar steunen en helpen, en begripvol voor elkaar zijn. Ieders gestalte is hetzelfde, en niemand moet tegen een ander opkijken of op een ander neerkijken. Als iedereen elkaar op deze manier helpt en steunt, en ieders gestalte geleidelijk groeit, en jullie uiteindelijk allemaal redding verkrijgen en samen het koninkrijk binnengaan, zou dat dan niet goed zijn? (Ja.) Goed, laten we onze communicatie hier voor vandaag beëindigen. Tot ziens!

9 september 2023

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (2)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (8)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie doormaken cruciaal en van groot belang voor jullie bestemming en jullie lot, dus jullie moeten alles...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger