Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 2)
Vandaag gaan we verder met de communicatie over punt tien van de diverse uitingen van antichristen: ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis. De vorige keer hebben we specifiek gecommuniceerd over het verachten van de waarheid. Laten we daar eerst op terugblikken. Wat was jullie uitleg van ‘verachten’ de vorige keer? (We legden het uit als de waarheid niet belangrijk achten, als neerkijken op, minachten en geringschatten van de waarheid, en als minachting tonen voor de waarheid.) Hebben jullie de essentie van dit woord duidelijk uitgelegd in praktische termen? (Onze uitleg kwam slechts neer op synoniemen van verachten; het was oppervlakkig en verduidelijkte de details van het verachten van de waarheid niet, noch onze houding en uitingen in onze omgang met de waarheid. We zijn er niet in geslaagd de essentie ervan uit te leggen.) Wat is de aard van een dergelijke uitleg? Onder welke categorie valt die? (Woorden en doctrines.) Nog iets anders? Valt het onder kennis? (Ja.) Hoe werd deze kennis verkregen? Die werd verkregen van scholen, van leraren, en ook uit woordenboeken en boeken. Wat is dus het verschil tussen Mijn uitleg en die van jullie? (Gods communicatie gaat over de houding van ieder mens ten opzichte van de waarheid: dat mensen zich er vanuit het diepst van hun hart tegen verzetten, er afkeer van hebben, het verafschuwen, het niet aanvaarden en het zelfs veroordelen, vijandig beoordelen en belasteren. Gods uitleg komt voort uit de essentie van de houding van de mens ten opzichte van de waarheid.) Ik leg de essentie van het woord ‘verachten’ uit vanuit het perspectief van diverse essentiële gedragingen, praktijken, houdingen en zienswijzen. Welke uitleg is werkelijk de waarheid? (Gods uitleg is de waarheid.) Dus waar schiet jullie uitleg tekort? (We begrijpen de waarheid niet. We kijken alleen naar de oppervlakte van de dingen, interpreteren ze letterlijk en benaderen kwesties vanuit kennis en doctrines.) Jullie interpreteren dit woord op basis van de kennis die jullie hebben opgedaan en volgens jullie begrip van de letterlijke betekenis, maar jullie weten helemaal niet hoe dit woord verband houdt met iemands aard-essentie en verdorven gezindheid. Dit is het verschil tussen kennis en doctrines aan de ene kant en de waarheid aan de andere kant. Gebruiken jullie doorgaans ook deze methode en dit perspectief bij het lezen van Gods woorden en het communiceren over de waarheid? (Ja.) Geen wonder dat de meeste mensen, ongeacht hoe ze Gods woorden lezen, niet kunnen begrijpen wat de waarheid erin werkelijk is. Daarom zijn er zoveel mensen die al vele jaren in God geloven, maar de waarheidswerkelijkheid niet begrijpen en er niet in binnengaan. Daarom wordt er altijd gezegd: “Mensen begrijpen de waarheid niet en bezitten niet over het vermogen het te bevatten.”
We communiceren verder over punt tien van de uitingen van antichristen: ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis. Op de vorige bijeenkomst hebben we het verachten van de waarheid onderverdeeld in drie punten. Wat waren die drie? (I. De identiteit en essentie van God verachten; II. Het vlees waarin God geïncarneerd is verachten; III. Het verachten van de woorden van God.) Laten we het onderwerp ‘antichristen die de waarheid verachten, schaamteloos principes schenden en de regelingen van Gods huis negeren’ ontleden aan de hand van deze drie punten. De vorige keer hebben we het eerste punt grotendeels behandeld, maar we hebben niet al te gedetailleerd gecommuniceerd over de heiligheid en uniciteit van Gods essentie. Dit was bedoeld om jullie ruimte voor bezinning te geven, zodat jullie specifieker konden communiceren over de aspecten van Gods rechtvaardigheid en almacht waarover Ik heb gecommuniceerd. Vandaag communiceren we over het tweede punt. Daarin behandelen we hoe antichristen het vlees waarin God geïncarneerd is behandelen, om zo het thema te ontleden van hoe antichristen de waarheid verachten, schaamteloos principes schenden en de regelingen van Gods huis negeren.
II. Het vlees waarin God geïncarneerd is verachten
De zienswijzen en opvattingen die antichristen hebben over de geïncarneerde God – oftewel Christus – en hun relatie met Hem, komen eveneens tot uiting in specifieke uitingen en essentiële openbaringen. Als we de specifieke uitingen van mensen of de concrete praktijken van bepaalde personen zomaar op een rijtje zouden zetten, zouden jullie de rode draad misschien niet duidelijk zien. Laten we het daarom in een aantal punten onderverdelen, om aan de hand daarvan te begrijpen wat precies de houding van antichristen is ten opzichte van het vlees waarin God geïncarneerd is, en om te bevestigen en te ontleden hoe antichristen de waarheid verachten. Het eerste item is kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden; het tweede is nauwkeurig onderzoek en analyse, samen met nieuwsgierigheid; het derde is hoe ze Christus behandelen hangt af van hun humeur; en het vierde is wel luisteren naar wat Christus zegt, maar niet gehoorzamen en zich niet onderwerpen. Wanneer jullie kijken naar de manier waarop elk van deze punten wordt verwoord, en naar de opvattingen en uitingen die jullie uit hun letterlijke betekenis kunnen opmaken: is een ervan dan positief? Is er een punt dat vrij positief lijkt? Wat geeft ‘positief’ aan? Het geeft op zijn minst het bezit van menselijkheid en verstand aan. Het is niet nodig dit te verheffen tot het niveau van onderwerping of de houding en het standpunt dat een schepsel zou moeten aannemen. Als we alleen het menselijk verstand als maatstaf hanteren, welke van deze punten voldoen dan aan de norm?
Laten we eerst naar het eerste punt kijken: kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden. Worden deze drie termen in de menselijke taal als complimenteus of positief beschouwd? (Nee.) Wat voor soort mensen worden doorgaans op deze manier beschreven? (Bedrieglijke mensen, verraders, verachtelijke mensen, slijmerds.) Verraders, verachtelijke mensen en afvalligen; het type mens dat wordt geassocieerd met bedrieglijkheid, laagheid en boosaardigheid. De handelingen van zulke mensen worden in de ogen van anderen meestal als verachtelijk en laag gezien, onoprecht tegenover mensen en niet goedhartig. Ze zijn vaak kruiperig, ze vleien en spreken mooiklinkende woorden. Ze zijn kruiperig tegenover hen die invloed hebben of een hoge status bekleden en vleien hen. Dit type persoon wordt door anderen veracht en doorgaans als een negatief figuur gezien.
Laten we naar het tweede punt kijken: nauwkeurig onderzoek en analyse, samen met nieuwsgierigheid. Worden deze woorden als complimenteus of denigrerend beschouwd? (Denigrerend.) Denigrerend? Leg Mij eens uit waarom jullie die als denigrerend bestempelen. Zonder context zijn deze woorden neutraal en kunnen ze niet complimenteus of denigrerend worden genoemd. Bijvoorbeeld, nauwkeurig onderzoek doen tijdens een wetenschappelijk project, de essentie van een probleem analyseren, nieuwsgierig zijn naar bepaalde dingen – deze uitingen kunnen in principe niet positief of negatief worden genoemd en zijn neutraal. Er is hier echter een context: het object van het nauwkeurige onderzoek, van de analyse en de nieuwsgierigheid van de mens is in dit geval niet een willekeurig onderwerp dat geschikt is voor menselijk onderzoek, maar het vlees waarin God geïncarneerd is. Als we binnen deze context kijken naar de dingen die door dit type mensen worden gedaan, en naar hun uitingen en gedragingen, dan worden deze woorden denigrerend. Welk type mens onderzoekt en analyseert doorgaans het vlees waarin God geïncarneerd is? Zijn het degenen die de waarheid nastreven, of degenen die dat niet doen? Zijn het degenen die werkelijk vanuit hun hart in Christus geloven, of degenen die een sceptische houding ten opzichte van Christus hebben? Vanzelfsprekend zijn het degenen die een sceptische houding hebben. Ze hebben geen oprecht geloof in Christus en zijn, naast dat ze het nauwkeurig willen onderzoeken en analyseren, ook bijzonder nieuwsgierig. Waar zijn ze precies nieuwsgierig naar? We zullen weldra specifiek communiceren over de details van deze uitingen en essenties.
Laten we vervolgens naar het derde punt kijken: hoe ze Christus behandelen hangt af van hun humeur. Dit punt bevat geen specifieke woorden die we kunnen analyseren op hun complimenteuze of denigrerende betekenis. Welk feit wordt onthuld door dit soort uitingen en de concrete praktijken van zulke mensen? Wat voor gezindheid heeft een persoon die zulke dingen doet en zulke uitingen vertoont? Ten eerste, zijn ze onpartijdig in hun behandeling van anderen? (Nee.) Uit welke zinsnede kan dit worden afgeleid? (‘Hangt af van hun humeur.’) Deze zinsnede betekent dat dit soort mensen handelt en andere mensen of zaken behandelt zonder principes, zonder ondergrens en vooral zonder enig geweten of verstand – ze laten zich volledig leiden door hun humeur. Als iemand een gewoon mens behandelt op basis van zijn humeur, is dat misschien geen groot probleem; het zal geen bestuurlijke decreten schenden of Gods gezindheid beledigen, en toont slechts aan dat deze persoon eigenzinnig is, de waarheid niet nastreeft, zonder principes handelt en doet wat hij wil op basis van zijn humeur en voorkeuren, waarbij hij alleen rekening houdt met zijn eigen vleselijke verlangens en gevoelens en niet met de gevoelens van anderen, en geen respect toont voor anderen. Dit is een uitleg gebaseerd op de manier waarop ze een gewoon mens behandelen – maar wie is hier de ontvanger van hun op humeur gebaseerde behandeling? Het is geen gewoon mens, maar het vlees waarin God geïncarneerd is – Christus. Als je Christus behandelt op basis van je humeur, is dat een ernstig probleem. Hoe ernstig dat is, laten we nu buiten beschouwing.
Laten we nu naar het vierde punt kijken: wel luisteren naar wat Christus zegt, maar niet gehoorzamen en zich niet onderwerpen. Er zijn hier geen specifieke termen om precies te typeren wat dit is; het is een soort uiting, een gebruikelijke gesteldheid en een specifieke houding waarmee mensen dingen benaderen, maar het heeft te maken met iemands gezindheid. Wat is de gezindheid van zulke mensen? Ze luisteren, maar gehoorzamen niet en onderwerpen zich niet. Uiterlijk kunnen ze nog wel luisteren, maar is wat ze uiterlijk laten zien hetzelfde als wat ze vanbinnen denken of hun ware innerlijke houding? (Nee.) Uiterlijk kunnen ze zich braaf voordoen en kan het lijken of ze luisteren, maar vanbinnen is het niet zo. Innerlijk is er een stemming en houding van ongehoorzaamheid, een stemming en houding van weerstand. Ze denken: in mijn hart gehoorzaam ik je niet; hoe kan ik je duidelijk maken dat ik niet gehoorzaam? Ik luister slechts met mijn oren naar de woorden die je zegt, maar neem ze totaal niet ter harte en voer ze ook niet uit. Ik zal me tegen je verzetten en je tegenwerken! Dit is wat het betekent om niet te gehoorzamen en je niet te onderwerpen. Als zulke mensen in contact komen en omgaan met gewone individuen, en wat gewone mensen zeggen met zo’n gesteldheid, zienswijze en houding behandelen, of het nu een uiting is die duidelijk of waarneembaar is, wat is dan de gezindheid van zulke mensen? Worden ze beschouwd als wat anderen goede mensen met menselijkheid en rationaliteit noemen? Worden ze als positieve figuren geclassificeerd? Duidelijk niet. Alleen al te oordelen naar he zinsdeel “wel luisteren, en niet gehoorzamen en zich niet onderwerpen”, zijn deze mensen arrogant. Hoe arrogant zijn ze? Extreem, tot op het punt dat ze hun rationaliteit verliezen, volkomen krankzinnig worden, niemand gehoorzamen en aan niemand ook maar enige aandacht schenken. De houding die ze in de omgang met anderen aannemen is: ik kan met je praten, ik kan met je omgaan, maar niemands woorden kunnen mijn hart binnendringen, noch kunnen iemands woorden de principes en leiding voor mijn handelen worden. Ze laten zich alleen leiden door hun eigen gedachten en geven alleen gehoor aan hun innerlijke stem. Ze luisteren niet naar en aanvaarden geen enkele correcte of positieve uitspraak en geen enkel correct of positief principe, maar verzetten zich er in hun hart tegen. Zijn er zulke mensen onder de massa? Worden zulke mensen in een groep als rationeel of irrationeel beschouwd? Worden ze als positieve of negatieve figuren geclassificeerd? (Negatieve figuren.) Hoe zien en behandelen de meeste mensen in een groep hen dan doorgaans? Wat voor methoden gebruiken ze wanneer ze met hen omgaan? Zijn de meeste mensen bereid om met zulke individuen in contact te komen en om te gaan? (Nee.) In de kerk kunnen de meeste mensen niet met zulke individuen opschieten – wat is de reden? Waarom heeft iedereen een hekel aan zulke mensen en voelt iedereen er een afkeer van? Twee zinnen kunnen deze kwestie verklaren. Ten eerste werken deze mensen met niemand samen, ze willen het laatste woord hebben en ze luisteren naar niemand; het is buitengewoon moeilijk om hen naar een ander te laten luisteren, en het is voor hen onmogelijk om de meningen en ideeën van anderen te vragen, of te luisteren naar wat anderen zeggen. Ten tweede zijn ze niet in staat om met wie dan ook samen te werken. Zijn deze twee zinnen niet de meest specifieke uitingen van dit type persoon? Zijn ze niet de essentie van zo’n persoon? (Ja.) Ten eerste, wat hun gezindheid betreft, luisteren ze naar niemand en onderwerpen ze zich aan niemand. Ze willen het laatste woord hebben, willen niet naar anderen luisteren en werken niet met hen samen. In hun hart is er geen plaats voor anderen, noch voor de waarheid of de principes van de kerk – zo is de antichristelijke gezindheid van dit soort mensen. Bovendien zijn ze niet in staat om met wie dan ook samen te werken of op te schieten, en zelfs als ze zich in hun hart met tegenzin bereidwillig voelen, zijn ze nog steeds niet in staat om met anderen samen te werken wanneer het erop aankomt. Wat is hier aan de hand? Ligt hier niet een bepaalde gesteldheid aan ten grondslag? Ze kijken op anderen neer, luisteren niet naar hen, en hoezeer de woorden van anderen ook in overeenstemming zijn met de principes, ze aanvaarden die niet. Als het gaat om samenwerken met anderen, kan dat alleen op hun manier. Is dit een harmonieuze samenwerking? Dit is geen samenwerking; dit is willekeurig actie ondernemen, waarbij één persoon de lakens uitdeelt. Dit is het soort gezindheid dat zulke mensen hebben in hun omgang met anderen, en ze behandelen Christus op dezelfde manier. Is dit het waard om te ontleden? Dit probleem is ernstig en verdient het om ontleed te worden! Laten we het vervolgens bij elk punt hebben over de specifieke uitingen en praktijken van antichristen, en door middel van deze specifieke uitingen en praktijken de essentie van de antichristen leren begrijpen: het verachten van de waarheid, het schaamteloos schenden van principes en het negeren van de regelingen van Gods huis. Laten we beginnen met het ontleden van het eerste punt.
A. Kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden
Kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden – de letterlijke betekenis van deze termen zou iedereen moeten kennen, en mensen die zich zo gedragen, kom je overal tegen. Kruiperig zijn, vleien en mooiklinkende woorden spreken zijn meestal manieren van spreken die men gebruikt om de gunst van anderen te winnen, geprezen te worden of een of ander voordeel te behalen. Dit is de meest voorkomende manier van spreken van degenen die zich bezighouden met vleierij en slijmerij. Je kunt wel zeggen dat alle verdorven mensen zich tot op zekere hoogte zo gedragen. Dit is een manier van spreken die voortkomt uit satanische filosofie. Maar gedragen mensen zich op dezelfde manier tegenover de geïncarneerde God, misschien ook om er voordeel uit te halen? Natuurlijk ligt het niet zo eenvoudig. Wanneer mensen kruiperig en vleiend zijn tegenover het vlees waarin God geïncarneerd is, wat voor zienswijze of gedachte over Christus die ze in hun hart koesteren, veroorzaakt dan zulk gedrag? Zulk gedrag is meestal het gedrag dat mensen tegenover andere mensen vertonen. Als mensen zich ook zo gedragen tegenover de geïncarneerde God, duidt dat impliciet op een probleem: ze beschouwen de geïncarneerde God, Christus, als niet meer dan een gewoon mens te midden van de verdorven mensheid. Uiterlijk gezien heeft Christus botten en vlees en het uiterlijk van een mens. Dit geeft mensen een illusie die ze laat geloven dat Christus louter menselijk is en ze Hem schaamteloos kunnen behandelen volgens de logica en denkwijze die men bij de omgang met mensen hanteert. Volgens die logica en denkwijze is het meestal de beste strategie om bij iemand met status en aanzien een goede indruk achter te laten, en zo makkelijk voordelen of toekomstige promotie te verkrijgen, je woorden aangenaam en tactvol te laten klinken, zodat de luisteraar zich op zijn gemak en prettig voelt. Men moet een vriendelijke gezichtsuitdrukking behouden en niet boos of grimmig kijken, en wat je zegt mag niet doorspekt zijn met intense, kwaadwillige of harde woorden, of woorden die iemands trots kunnen krenken. Alleen met zulke uitingen en woorden kan men een goede indruk achterlaten in de aanwezigheid van zo’n persoon en hem niet afstoten. Het lijkt erop dat aangenaam spreken, vleierij en slijmerij worden beschouwd als de meest oprechte vorm van respect jegens anderen. Evenzo geloven mensen dat ze, om respect te tonen aan Christus en de harmonie te bewaren, er alles aan moeten doen om zich zo te gedragen, en ervoor moeten zorgen dat hun woorden geen kwetsende taal of inhoud bevatten, en zeker niets beledigends. Mensen denken dat dit de beste manier is om met Christus om te gaan en te converseren. Ze behandelen het vlees waarin God geïncarneerd is als een doodgewoon mens met een normale, verdorven gezindheid, en denken dat er geen betere manier is om zich te gedragen of Hem anders te behandelen. Wanneer een antichrist dus voor Christus komt, is wat hij in zijn hart koestert geen vrees, respect of oprechtheid, maar veeleer een verlangen om aangename en tactvolle taal te gebruiken, en neemt hij zelfs zijn toevlucht tot illusies om openlijk kruiperig te zijn en het vlees waarin God geïncarneerd is te vleien. Ze geloven dat alle mensen vatbaar zijn voor deze aanpak, en aangezien het vlees waarin God geïncarneerd is ook menselijk is, denken ze dat ook Hij op deze aanpak reageert en er de voorkeur aan geeft. Uit de manier waarop ze Christus, het vlees waarin God geïncarneerd is, behandelen, blijkt dat antichristen in hun hart het feit dat Christus de essentie van God bezit niet aanvaarden. In plaats daarvan gebruiken ze in hun omgang met het vlees waarin God geïncarneerd is menselijke tactieken, wereldlijke filosofieën over hoe mensen met elkaar om moeten gaan en de gebruikelijke trucs die mensen gebruiken om met anderen om te gaan en hen te manipuleren. Toont de essentie van deze gedragingen het feit aan dat antichristen het vlees waarin God geïncarneerd is verachten? (Ja.)
Antichristen behandelen Christus op dezelfde manier als ze verdorven mensen behandelen. Zodra ze Christus zien, spreken ze alleen woorden van kruiperigheid en vleierij, en kijken dan hoe Christus reageert om te proberen Hem naar de mond te praten. Sommige mensen zeggen bij het zien van Christus: ‘Ik zag je al van ver. Je valt op in de menigte. In tegenstelling tot anderen, die geen halo hebben, heb jij er een boven je hoofd. Ik wist meteen dat je geen gewoon iemand bent. Wie anders in gods huis is niet gewoon, behalve christus? Op het moment dat ik je zag, kon ik het zien, het is onmiskenbaar waar. Het vlees waarin god geïncarneerd is, is inderdaad anders dan anderen.’ Is dit geen schaamteloze onzin? Mijn uiterlijk is gewoon, alledaags. Als Ik in een menigte niets doe of zeg, zou het kunnen dat zelfs na een of twee jaar niemand herkent wie Ik ben. In elke groep ben Ik slechts een gewoon lid; niemand kan iets bijzonders aan Mij zien. Nu werk Ik in de kerk, en vanwege Gods getuigenis luisteren jullie wanneer Ik onder jullie spreek. Maar zonder Gods getuigenis, hoeveel zouden er dan naar Mij luisteren of aandacht aan Mij besteden? Dat blijft een vraag, een onbekende. Sommige mensen zeggen: ‘Hij ziet er voor mij precies uit als god. Ik heb altijd het gevoel gehad dat hij buitgewoon is, anders dan anderen.’ Hoe ben Ik anders? Heb Ik drie hoofden en zes armen? Hoe kun je het verschil zien? God zei eens: Ik laat mensen opzettelijk geen enkel spoor van goddelijkheid in Mij waarnemen. Als God mensen Zijn goddelijkheid niet laat waarnemen, hoe kun jij die dan zien? Is wat deze mensen zeggen niet problematisch? Het is duidelijk niets anders dan het onzinnige gepraat van verachtelijke slijmerds, wier woorden totaal inhoudsloos zijn. Het uiterlijk van de geïncarneerde God is dat van een gewoon mens. Hoe kunnen menselijke ogen Christus’ goddelijkheid onderscheiden? Als Christus niet werkte en sprak, zou niemand Hem kunnen herkennen of Zijn identiteit en essentie kennen. Dit is een feit. En hoe zit het dan met degenen die zeggen: ‘Ik kon op het eerste gezicht zien dat je het vlees bent waarin god geïncarneerd is, anders dan anderen,’ of ‘Zodra ik je zag, wist ik dat je grote dingen kon doen’? Wat zijn dit voor uitspraken? Het is klinkklare onzin! Toen God Zijn getuigenis nog niet had gegeven, hoe kon je het dan niet onderscheiden, hoeveel keer je ook keek? Nadat God Zijn getuigenis had gegeven, toen Ik Mijn werk begon, hoe kon je het dan plotseling op het eerste gezicht zien? Dit zijn duidelijk bedrieglijke woorden, pure waanzin.
Sommige mensen willen zichzelf etaleren wanneer ze Mij ontmoeten of met Mij omgaan. Ze denken: het is een zeldzame kans om de geïncarneerde god te ontmoeten, een buitenkans. Ik moet mijn beste beentje voorzetten en de resultaten van mijn jarenlange geloof in god en de goede prestaties die ik heb geleverd sinds ik de huidige fase van gods werk heb aanvaard, aan god laten zien. Wat bedoelen ze ermee Mij dit te laten weten? Ze hopen op een kans op promotie. In de kerk zouden ze misschien hun leven lang nooit de kans krijgen om op te vallen of promotie te maken; niemand zou op hen stemmen. Ze denken dat hun kans nu is gekomen, dus denken ze goed na over hoe ze kunnen spreken zonder dat ze problemen onthullen en zonder dat het opvalt dat ze zichzelf proberen te etaleren. Ze moeten tactvoller en behendiger zijn, een aantal listen en trucs gebruiken en hun toevlucht nemen tot kleingeestige kunstgrepen. Ze zeggen: “God, we hebben zeker veel baat gehad bij het geloof in jou in de afgelopen jaren! Ons hele gezin gelooft en heeft alles verlaten om zich voor god in te zetten. Maar dat is niet het belangrijkste. Het belangrijkste is dat uw woorden zo geweldig zijn en dat je zoveel werk hebt verricht. We zijn allemaal bereid onze plichten te doen en ons voor god in te zetten.” Waarop Ik zeg: “Maar dit levert eigenlijk geen enkel voordeel op.” “Toch wel – de genade die god heeft gegeven is overvloedig. In gods woorden hebben we veel nieuw licht, nieuwe inzichten en nieuw begrip gekregen. De broeders en zusters zijn allemaal zo energiek en allemaal bereid om zich voor god in te zetten.” “Zijn er ook die zwak en negatief zijn? Zijn er mensen die hinder en verstoringen veroorzaken?” “Nee, ons kerkleven is heel goed. De broeders en zusters streven er allemaal naar god lief te hebben en geven alles op om het evangelie te prediken. Alles wat god zegt is goed. We zijn allemaal gemotiveerd en kunnen niet langer geloven zoals voorheen, We zijn allemaal gemotiveerd en kunnen niet langer geloven zoals voorheen, op zoek naar genade en op zoek naar brood om ons te verzadigen. We moeten alles voor god opgeven, onszelf aan god offeren en ons voor god inzetten.” “Hebben jullie de afgelopen jaren dan enig begrip van Gods woorden gekregen?” “Ja, dat hebben we. Uw woorden, god, zijn zo geweldig, elke zin raakt precies onze kernproblemen en legt onze aard-essentie bloot! We hebben groot licht ontvangen in het begrijpen van onszelf en in uw woorden. God, jij bent de redder van ons hele gezin, van onze hele kerk. Zonder u zouden we lang geleden wie weet waar zijn omgekomen. Zonder u zouden we niet weten hoe we verder moesten gaan. Iedereen in onze kerk verlangt ernaar u te zien en bidt elke dag om u in hun dromen te ontmoeten, in de hoop elke dag bij u te zijn!” Bevat wat ze zeggen ook maar enige wezenlijk gemeende of ware woorden? (Nee.) Wat zijn dit dan voor woorden? Het zijn hypocriete, lege en nutteloze woorden. Wanneer Ik hun vraag te praten over zelfkennis, zeggen ze: “Sinds ik gods werk heb aanvaard, voel ik dat ik een duivel en een Satan ben, en het me aan menselijkheid ontbreekt.” “In welke zin ontbreekt het je aan menselijkheid?” “Ik handel zonder principes.” “Bij welke handelingen ontbreekt het je aan principes?” “Ik kan niet harmonieus met anderen samenwerken, mijn interacties met anderen missen principes, mijn omgang met mensen mist principes. Ik ben een duivel en een Satan, ik kom van Satan, ik ben diep door Satan verdorven. Ik weersta god bij elke gelegenheid en verzet me voortdurend tegen god en ga de confrontatie met hem aan.” Deze woorden klinken op het eerste gezicht goed. Wanneer Ik hun vraag: “Hoe gaat het nu met die-en-die in jullie kerk?” zeggen ze: “Het gaat nu goed met hem. Hij werd uit het kerkleiderschap ontheven, maar toonde vervolgens berouw en de broeders en zusters hebben hem opnieuw verkozen.” “Is die persoon iemand die de waarheid nastreeft?” “Als god zegt dat hij de waarheid nastreeft, dan doet hij dat; als god zegt dat hij dat niet doet, dan doet hij dat niet.” “Deze persoon lijkt enthousiast, maar zijn kaliber is vrij pover, nietwaar?” “Pover? Ja, een beetje. Waarom zouden de broeders en zusters hem anders de vorige keer hebben ontheven?” “Als zijn kaliber pover is, kan hij dan concreet werk doen? Kan hij de plicht van kerkleider vervullen?” Toen ze Mijn woorden hoorden, dachten ze dat ik suggereerde dat iemand met een pover kaliber de plicht niet kan vervullen, en zeiden: “Dan kan hij die niet vervullen. De broeders en zusters kozen hem bij gebrek aan beter; er was niemand die beter was, dus kozen ze hem. De broeders en zusters zeggen allemaal dat zijn kaliber gemiddeld is, maar hij is nog wel in staat om ons te leiden. Als zijn kaliber pover is, denk ik dat de kans bestaat dat de broeders en zusters hem de volgende keer niet zullen kiezen. God, moet ik proberen de broeders en zusters te beïnvloeden?” “Deze zaak hangt af van de gestalte van de broeders en zusters in jullie kerk. Ze kiezen iemand die ze goed vinden op basis van principes – dit proces is correct, maar sommige mensen zijn dwaas en kunnen niet door mensen of zaken heen kijken, en soms kiezen ze de verkeerde persoon.” Wat bedoelde Ik hiermee? Ik stelde louter een feit vast en was er niet op uit deze persoon van zijn taak te ontheffen. Maar hoe vatte de antichrist dit op toen hij dit hoorde? Hij zei het niet hardop, maar dacht bij zichzelf: is dit een hint van god om deze persoon van zijn taak te ontheffen? In dat geval moet ik verder moeten onderzoeken wat god werkelijk bedoelt. Als deze persoon wordt ontheven, wie kan de kerk dan nog leiden, wie kan dit werk doen? De antichristen zijn blind voor God; Hij heeft geen plaats in hun hart. Wanneer ze Christus ontmoeten, behandelen ze Hem niet anders dan een gewoon mens, letten ze voortdurend op Zijn uitdrukking en toon, en passen ze hun woorden aan de situatie aan. Ze zeggen nooit wat er werkelijk aan de hand is, ze zeggen nooit iets oprechts, maar spreken alleen lege woorden en doctrines, in een poging de praktische God die voor hun ogen staat te bedriegen en voor de gek te houden. Ze hebben totaal geen Godvrezend hart. Ze zijn niet eens in staat om vanuit hun hart tot God te spreken, om iets waars te zeggen. Ze praten zoals een slang kronkelt, slinks en indirect. De manier waarop ze spreken en de richting van hun woorden zijn als een meloenrank die langs een paal omhoog klimt. Als je bijvoorbeeld zegt dat iemand van goed kaliber is en promotie zou kunnen krijgen, beginnen ze onmiddellijk te vertellen hoe goed diegene is en wat er in hem tot uiting komt en wordt geopenbaard; en als je zegt dat iemand slecht is, zijn ze er snel bij om te vertellen hoe slecht en boosaardig diegene is, en hoe hij hinder en verstoringen in de kerk veroorzaakt. Wanneer je naar feitelijke situaties informeert, hebben ze niets te zeggen; ze draaien eromheen, wachten tot jij een conclusie trekt en luisteren naar de betekenis in jouw woorden, zodat ze hun woorden kunnen afstemmen op jouw gedachten. Alles wat ze zeggen zijn mooiklinkende woorden, vleierij en kruiperigheid; er komt geen oprecht woord uit hun mond. Zo gaan ze met mensen om en zo behandelen ze God – zo bedrieglijk zijn ze. Dit is de gezindheid van een antichrist.
Sommige mensen komen met Mij in contact en weten niet wat voor soort woorden of zaken Ik graag hoor; toch vinden ze, zelfs zonder het te weten, een manier. Ze kiezen bepaalde onderwerpen uit om met Mij te bespreken, en denken dan: deze onderwerpen interesseren u misschien, het is misschien wat u wilt weten of horen, maar waar u te beleefd voor bent om naar te vragen, ik zal dus het initiatief nemen om het u te vertellen. Wanneer we elkaar ontmoeten, zeggen ze: “Onlangs heeft het in onze regio hevig geregend, waardoor de hele stad onder water kwam te staan. Ook de openbare orde verslechtert; er zijn nu zoveel dieven. Als je naar buiten gaat, loop je het risico bestolen of beroofd te worden. Ik heb gehoord dat op sommige plaatsen veel kinderen zijn ontvoerd en dat de mensen in paniek zijn. De ongelovigen zeggen dat de maatschappij te chaotisch is geworden, volkomen abnormaal. Religieuze mensen blijven zich aan de Bijbel vastklampen en prediken het evangelie. Ze zeggen dat de laatste dagen zijn aangebroken, dat god op het punt staat neer te dalen en dat ons grote catastrofes te wachten staan.” En er zijn mensen die, zodra ze Mij ontmoeten, onmiddellijk zeggen: “Een paar dagen geleden verschenen er op een bepaalde plaats drie manen aan de hemel en veel mensen hebben er foto’s van gemaakt. Sommige traditionele waarzeggers zeggen dat er grote visioenen aan de hemel zullen verschijnen, dat de ware heer is verschenen.” Dit zijn de dingen waarover ze spreken – ze verzamelen informatie over dergelijke maatschappelijke chaos, rampen en diverse ongebruikelijke gebeurtenissen en astronomische verschijnselen, en zijn er bijzonder geïnteresseerd in. Wanneer ze Mij ontmoeten, gebruiken ze dit als gespreksonderwerp om een hechtere relatie met Mij op te bouwen. Sommigen geloven: de geïncarneerde god is een gewoon mens. Het verschil tussen hem en anderen ligt in het feit dat hij gods werk doet en god vertegenwoordigt. Daar waar de meeste mensen hopen op wereldvrede, op een harmonieus en tevreden samenleven van de mensen, is de christus in het vlees anders dan normale mensen. Hij hoopt op grote chaos in de wereld, op het verschijnen van visioenen en op enorme catastrofes, op de snelle voltooiing van gods grote werk en op de snelle afsluiting van gods managementwerk, om de woorden die Hij heeft gesproken te vervullen. Dit zijn de onderwerpen waar hij om geeft en waarin hij geïnteresseerd is. Wanneer ik hem ontmoet, zal ik dus over deze dingen praten, daar zal hij bijzonder blij mee zijn. Wanneer Hij blij is krijg ik misschien promotie en is er wellicht een kans om meer dagen aan zijn zijde door te brengen. Zijn er zulke mensen? Ik ontmoette eens een jong meisje dat een vlotte babbel had; ze was welbespraakt, scherpzinnig en wist precies wat ze tegen wie moest zeggen, bedreven in het bespelen van het publiek, ze wist overal de aandacht naar zich toe te trekken en ze was bijzonder vaardig in de omgang met machthebbers en mensen met status. Toen ze Mij voor het eerst ontmoette, zei ze onmiddellijk: “Op die en die plaats tiert de georganiseerde misdaad welig; er zijn zelf leden van de plaatselijke politie die lid zijn van de bendes. Er was een bendeleider die daar veel slechte dingen deed. Op een dag kwam hij op de weg een hoge functionaris tegen, een hoofdduivel. Zijn auto haalde de auto van de hoofdduivel in, en de hoofdduivel zei tegen zijn lijfwacht: “Van wie is die auto? Ik wil hem niet meer zien!” De volgende dag werd hij uit de weg geruimd.” Komen zulke dingen voor in de maatschappij? (Ja.) Zulke dingen komen inderdaad voor, maar is het nuttig dit bij een ontmoeting met Mij het belangrijkste onderwerp van gesprek te maken? Dit zijn niet de onderwerpen waar Ik om geef of die Ik wil horen, maar dat wist ze niet. Ze dacht dat Ik graag naar deze spannende verhalen luisterde. Zeg Mij, zijn rampen, visioenen, natuurrampen en door de mens veroorzaakte calamiteiten de onderwerpen waar Ik om geef, die Ik wil horen? (Nee.) Het is prima om naar deze dingen te luisteren om de tijd te doden, maar als jij denkt dat Ik ze echt graag hoor, dan vergis je je. Ik ben niet geïnteresseerd in deze dingen, Ik wil ze niet horen. Sommige mensen vragen: “Luistert u als mensen over deze dingen praten?” Ik heb er geen bezwaar tegen er naar te luisteren, maar dat betekent niet dat Ik er graag naar luister, noch betekent het dat Ik deze informatie, deze verhalen, wil verzamelen. Wat betekent dit? Het betekent dat Ik diep in Mijn hart geen enkele nieuwsgierigheid naar deze zaken heb, geen enkele interesse. Sommige mensen denken zelfs: haat u in je hart de grote rode draak niet in het bijzonder? Als u de grote rode draak haat, zal ik u vertellen over een straf die de grote rode draak trof: er was interne strijd onder hoge functionarissen binnen de grote rode draak, verschillende facties bevochten elkaar en het scheelde niet veel of ze hadden een zekere hoofdduivel vermoord. Deze hoofdduivels hebben verschillende moordaanslagen overleefd, het is echt gevaarlijk! Zou u blij zijn dit te horen? Zouden jullie allemaal blij zijn om over zulke dingen te horen? Als jullie blij willen zijn, wees dan blij; als je het niet graag hoort, luister dan niet – het heeft niets met Mij te maken. Kortom, wat deze zaken betreft, of het nu gaat om een epidemie in een bepaald land, hoe de epidemie is ontstaan, hoeveel mensen er zijn gestorven, welk land getroffen is door een grote ramp, de toestand van de regering van een bepaald land, hoe wreed de interne strijd is in de hogere echelons van een bepaald land, of sociale onrust, Ik luister misschien als ik er toevallig over hoor, maar ik zal geen moeite doen om specifieke details over deze gebeurtenissen op te zoeken, naar het nieuws te luisteren, kranten te lezen of online op zoek te gaan naar inhoud die verband houdt met deze gebeurtenissen, alleen maar omdat ik er niets van weet. Dat zal ik absoluut niet doen en ik doe zulke dingen nooit. Ik ben niet geïnteresseerd in deze zaken. Sommige mensen zeggen: “Dit alles staat onder Uw soevereiniteit, het is allemaal Uw werk; daarom bent U niet geïnteresseerd.” Is deze uitspraak juist? Doctrinair gezien klopt het, maar in wezen is dat niet het geval. God heeft de soevereiniteit over het lot van de mens, over elk ras, elke groep mensen, elk tijdperk. Het is heel normaal dat er in elk tijdperk rampen en ongebruikelijke gebeurtenissen plaatsvinden – dit alles is in Gods handen. Ongeacht het tijdperk, of er nu belangrijke of kleine gebeurtenissen plaatsvinden, wanneer de tijd komt dat een tijdperk moet veranderen, moet dat tijdperk voorbijgaan, zelfs als er geen enkel grassprietje of een enkele boom verandert. Dit is een zaak van Gods soevereiniteit. Als het niet de bedoeling is dat een tijdperk eindigt, dan zal het niet eindigen, zelfs niet als hemelse fenomenen drastisch veranderen of er veranderingen plaatsvinden op aarde. Dit alles zijn Gods zaken, die zonder menselijke tussenkomst of hulp plaatsvinden. Mensen zouden zich het beste niet met deze zaken moeten bezighouden en geen bewijsmateriaal en informatie over deze gebeurtenissen moeten verzamelen om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Wat de dingen betreft die God doet, moet je zoveel begrijpen als je kunt, maar niet proberen meer te begrijpen dan mogelijk is. Onder de verdorven mensheid zijn deze zaken maar al te normaal, maar al te alledaags. Al deze zaken – het veranderen van tijdperken, de transformatie van de wereldorde, het lot van een ras, het bestuur en de status van een regime, enzovoort – zijn allemaal in Gods handen, vallen allemaal onder Zijn soevereiniteit. Mensen hoeven alleen maar te geloven, te aanvaarden en zich te onderwerpen; dat is voldoende. Probeer niet meer mysteries te begrijpen, denkend dat hoe meer mysteries je begrijpt, hoe modieuzer je overkomt, alsof je door in God te geloven een grote gestalte en spiritualiteit hebt. Als je zo’n denkwijze hebt, is je kijk op het geloof in God onjuist. Deze zaken zijn niet belangrijk. De werkelijk belangrijke zaak, waar mensen zich het meest mee bezig zouden moeten houden, is de kern van Gods managementplan – de redding van de mensheid, zodat de mensheid gered kan worden binnen het werk van Gods managementplan. Dit is de grootste en meest centrale zaak. Als jij de waarheden en visioenen met betrekking tot deze zaak begrijpt, aanvaard dan wat God in jou doet en de waarheid die Hij je verschaft, en aanvaard het elke keer dat je wordt gesnoeid, geoordeeld en getuchtigd. Als je dit alles aanvaardt, dan is dit waardevoller dan het onderzoeken van hemelverschijnselen, mysteries, rampen of politiek.
Sommige mensen leren een beetje geschiedenis, begrijpen wat van politiek. Enerzijds pronken ze er graag mee, anderzijds denken ze: de geïncarneerde god bezit gods essentie en waarheid. Hij kent het feit dat God soevereiniteit heeft over alle dingen en begrijpt de details ervan. Als ik politiek en geschiedenis begrijp, kan ik dan in zijn behoeften voorzien? Kan ik zijn nieuwsgierigheid naar al deze dingen bevredigen? Ik zeg je, je hebt het mis! Waar ik het meest een afkeer van heb, is ten eerste politiek en ten tweede geschiedenis. Als je over geschiedenis praat en humoristische, verhalende anekdotes deelt, of er terloops over kletst om de tijd te doden, is dat prima. Maar als je deze woorden, deze zaken, als iets serieus behandelt om met Mij te bespreken, om te slijmen, om een relatie op te bouwen, dan vergis je je; ik heb geen enkel verlangen om naar deze dingen te luisteren. Sommige mensen denken ten onrechte: u communiceert over de waarheid en houdt bijeenkomsten voor mensen omdat het moet; diep vanbinnen houdt u het meest van de grote chaos die er in de wereld heerst. U vreest dat de wereld niet chaotisch genoeg is. Wie weet hoe blij u achter de schermen wel niet bent telkens wanneer er een ramp plaatsvindt, misschien steekt u zelfs vuurwerk af om het te vieren! Ik zeg je, dat is niet het geval. Zelfs als de grote rode draak vergaat en instort, zal ik blijven zoals ik ben. Sommige mensen vragen: “Zou U niet blij zijn als de grote rode draak instortte? Wanneer de grote rode draak wordt vernietigd en gestraft, zou U dan geen vuurwerk moeten afsteken? Zou U geen groot feest moeten houden en het met Gods uitverkorenen moeten vieren?” Zeg Mij, is dit wat Ik zou moeten doen? Is het goed of fout om dat te doen? Komt dit overeen met de waarheid? Sommigen zeggen: “De grote rode draak heeft Gods uitverkorenen zozeer vervolgd, ongegronde geruchten over God verspreid en Zijn naam belasterd, God gelasterd en geoordeeld, zouden we het niet een beetje moeten vieren wanneer hij zijn vergelding ontvangt?” Als jullie het willen vieren, sta Ik dat toe, jullie hebben jullie nu eenmaal je stemmingen. Als jullie allemaal verheugd zijn, drie dagen en nachten wakker blijven, samenkomen om Gods woorden te lezen, gezangen te zingen en te dansen om Gods rechtvaardigheid te prijzen, en jullie je erover verheugen dat God eindelijk de grote rode draak, de vijand, heeft vernietigd en onder de voet heeft gelopen, en Gods uitverkorenen niet langer zijn vervolging en marteling zullen ondergaan, niet langer niet naar huis kunnen terugkeren en eindelijk naar hun families kunnen terugkeren, dan is het begrijpelijk dat iedereen blij is. Als jullie dit op deze manier willen vieren en willen ontspannen, dan sta ik dat toe. Maar wat Mij betreft, Ik zal doen wat Ik behoor te doen; Ik neem niet deel aan deze activiteiten. Sommige mensen vragen: “Waarom hebt U zo’n houding? Demotiveert dat de mensen niet? Waarom toont geen passie? Als U op het meest kritieke moment niet aanwezig bent, hoe kunnen we het dan vieren?” Het vieren is niet verkeerd, maar er is één ding waarover we duidelijk moeten communiceren: stel dat de grote rode draak is gestraft, dat God hem heeft geëlimineerd; deze duivelskoning, die ooit diende om Gods uitverkoren volk te vervolmaken, is vernietigd en uitgeroeid – hoe staat het dan met de gestalte van Gods uitverkorenen? Hoeveel waarheid hebben jullie begrepen? Als jullie allemaal je plichten naar behoren kunnen vervullen, allemaal schepselen zijn die aan de norm voldoen, in staat zijn God te vrezen en het kwaad te mijden, waarbij iedereen de gestalte van Job en Petrus bezit, en jullie allemaal al gered zijn, dan is het inderdaad een vreugdevol moment, iets wat het vieren waard is. Als echter op een dag de grote rode draak valt en jullie gestalte niet het niveau hebben bereikt waarop jullie trouw jullie plichten vervullen, als er nog steeds geen vrees voor God in jullie is en jullie niet in staat zijn het kwaad te mijden, extreem ver verwijderd zijn van de gestalte van Job en Petrus, niet in staat zijn jullie werkelijk aan Gods soevereiniteit te onderwerpen en niet kunnen worden beschouwd als schepselen die aan de norm voldoen, waarover zouden jullie dan blij moeten zijn? Is dit niet gewoon genieten van ijdele vreugde? Zo’n viering zou zinloos en waardeloos zijn. Sommige mensen zeggen: “De grote rode draak vervolgt ons zozeer; het is toch zeker oké dat we hem haten? Zijn essentie herkennen zou toch goed moeten zijn? Hij heeft ons zozeer vervolgd; waarom kunnen we niet blij zijn als hij wordt geëlimineerd?” Het is oké om blij te zijn, om je emoties te uiten. Echter, als jij denkt dat de vernietiging van de grote rode draak het einde van Gods managementplan betekent, dat de mensheid is gered, en de vernietiging van de grote rode draak gelijkstelt aan de voltooiing van Gods managementplan, aan jouw eigen redding en vervolmaking, begrijp je het dan niet verkeerd? (Ja.) Dus, wat begrijpen jullie nu? Gods vijand, de grote rode draak, zijn lot en hoe hij is, zijn Gods zaken, en ze hebben geen enkele relatie met jouw streven naar een verandering van gezindheid of redding. De grote rode draak is slechts een contrast, een gebruiksvoorwerp, onderworpen aan Gods orkestraties. Wat hij doet en hoe God hem gebruikt om dienst te doen, zijn Gods zaken, en hebben niets met mensen te maken. Daarom is er iets mis en heb je een probleem als jij je te veel zorgen maakt over zijn lot en jouw hart erdoor laat afleiden. God heeft soevereiniteit over alle dingen, inclusief de grote rode draak en alle duivels en Satans. Wat duivels en Satans ook doen, hoe ze ook zijn, dat heeft geen enkele relatie tot jouw ingang in het leven of verandering van gezindheid. Wat zou je wel bezig moeten houden? Je moet de boosaardige en venijnige essentie van zijn weerstand tegen God herkennen, zijn essentie van vijandigheid tegenover God en dat hij Gods vijand is – dat is wat je moet begrijpen. Wat de rest betreft, welke rampen God over hem brengt, hoe God zijn lot orkestreert, dat heeft niets met jou te maken, en het te weten is van geen enkel nut. Waarom is het van geen enkel nut? Omdat je, zelfs als je het theoretisch weet, niet kunt begrijpen waarom God op zo’n manier handelt. Zelfs als je het ziet, zul je niet begrijpen waarom God ervoor kiest zo te handelen, je kunt de waarheid erachter niet doorgronden. Ik zal dit onderwerp hier afsluiten met deze korte opmerkingen.
De uitingen van antichristen die kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden gebruiken, komen natuurlijk ook voor bij gewone verdorven mensen. Maar wat onderscheidt antichristen van gewone verdorven mensen? In hun kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden is er geen respect, geen oprechtheid. In plaats daarvan proberen ze de geïncarneerde God te bespelen, te testen en Hem te gebruiken, wat aanleiding geeft tot deze praktijken; ze hebben hun eigen doelen. Ze proberen de gewone persoon die ze voor zich zien te bespelen door middel van kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden, ze proberen Christus voor de gek te houden, zodat Christus niet kan doorzien wie ze werkelijk zijn, wat voor soort verdorven gezindheden ze hebben, wat voor soort integriteit, wat voor soort essentie ze bezitten en tot welke categorie mensen ze behoren. Ze willen voor de gek houden en bedriegen, nietwaar? (Ja.) Is er in hun kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden ook maar één oprecht woord? Geen enkel. De intentie en het doel van antichristen zijn om te bedriegen, voor de gek te houden en te bespelen. Zijn deze praktijken niet de essentie van het feit dat antichristen de waarheid verachten? (Ja.) Ze weten dat gewone mensen allemaal graag aangename woorden horen, van vleierij genieten en het fijn vinden als anderen voor hen kruipen, dit geeft hun immers een gevoel van belangrijkheid en doet hun status respectabeler en grootser lijken dan die van de gemiddelde persoon. Maar als iemand zich overdreven onderdanig gedraagt in het bijzijn van Christus, zonder integriteit en waardigheid, ontwijkend spreekt, altijd probeert te bedriegen en altijd probeert feiten te verdoezelen, en Christus met schijn en valsheid behandelt, wordt het omgekeerde effect bereikt, Christus zal hier niet alleen niet intrappen, Hij zal zelfs in Zijn hart een afkeer van je hebben. In welke mate? God zou zeggen dat deze persoon walgelijk is, geen enkele waarheid uitspreekt, alleen maar nadenkt over hoe hij moet slijmen, niets goeds is, geen positief karakter is – dat zo iemand onbetrouwbaar is en niet te vertrouwen. Onbetrouwbaar en niet te vertrouwen; dit is de definitie die aan zulke mensen wordt gegeven. Op het eerste gezicht zijn het slechts deze twee zinnen, maar in werkelijkheid houdt zo iemand niet van de waarheid, kan hij de waarheid niet verkrijgen en is het onwaarschijnlijk dat hij gered wordt. Wat is de betekenis en waarde van het geloof in God van zo iemand als hij de waarheid niet kan verkrijgen en het onwaarschijnlijk is dat hij gered wordt? Als hij geen hinder of verstoringen veroorzaakt, kan hij in Gods huis alleen de rol van contrast of gebruiksvoorwerp spelen, net als de grote rode draak. Wat betekent het om de rol van iets te spelen? Het verwijst naar het tijdelijke karakter ervan, dat ze zover gaan als ze kunnen, alsof ze een kar trekken en dat ze daarbij doorgaan zolang ze deze niet omverwerpen. Waarom laat men hen een rol spelen? Omdat zulke mensen de waarheid niet nastreven. Ze verachten en minachten de waarheid zozeer in hun hart, bespotten en spelen zozeer met de waarheid, dat hun uiteindelijke einde gegarandeerd hetzelfde zal zijn als dat van Paulus: ze zullen het einde niet bereiken. Daarom kan dit type persoon in Gods huis alleen de rol van een tijdelijke dienstdoener spelen. Enerzijds stellen ze degenen die de waarheid werkelijk nastreven in staat om te groeien in onderscheidingsvermogen en begrip. Anderzijds doen zulke mensen, omdat ze het einde van het pad niet kunnen bereiken, wat ze kunnen in Gods huis en verlenen ze zoveel mogelijk dienst.
Op een dag, toen ik naar buiten ging, kwam ik een bekende tegen. Voordat ik iets kon zeggen, vroeg ze Mij eerst: “Het is zo lang geleden dat we elkaar voor het laatst hebben gezien. Ik heb hier elke dag op je gewacht, ik heb u zo erg gemist dat ik niet thuis kon blijven. Ik blijf hier maar naar u zoeken in de menigte die hier komt en gaat!” Ik dacht bij mezelf: deze persoon is misschien geestelijk niet helemaal in orde. Had ik een afspraak met je? Waarom zou je hier elke dag op Mij wachten? Aangezien we elkaar zijn tegengekomen, laten we het over iets wezenlijks hebben. Ik vroeg haar: “Hoe gaat het de laatste tijd met je?” Ze antwoordde: “Oh, begin er niet over. Sinds onze laatste ontmoeting ben ik zo in beslag genomen door gedachten aan u dat ik niet kan eten of slapen. Ik hoopte alleen maar u op een dag weer te zien.” Ik zei: “Laten we het over iets wezenlijks hebben. Hoe is je gesteldheid de afgelopen periode geweest?” “Best goed. Het ging wel.” “Heeft jullie kerk verkiezingen gehouden? Is het nog steeds dezelfde leider?” “Nee, ze hebben die-en-die gekozen.” “Hoe is hij?” “Hij is oké.” “Waarom is de vorige kerkleider dan van zijn taak ontheven?” “Ik weet het niet zeker; hij was oké.” “Wees specifieker, blijf niet alleen maar “oké” zeggen. Is het omdat hij geen concreet werk kon verrichten?” “Ik vond hem oké.” “En de menselijkheid van de nieuwgekozen leider? Hoe is zijn begrip van de waarheid? Kan hij concreet werk verrichten?” “Hij is oké.” Wat ik haar ook vroeg, haar antwoord was altijd “oké”, wat het onmogelijk maakte een gesprek te voeren. Daarom ging ik dus maar. Wat vind je van dit verhaal? Welke titel zou dit verhaal moeten hebben? (“Oké.”) Dit verhaal is “Oké”. In Mijn omgang met veel mensen spreken weinigen vanuit een menselijk verstand, laat staan in overeenstemming met de principes van de waarheid. De mond van de meeste mensen is vol leugens, onzin, drogredenen en aanmatigende woorden; er is geen enkele waarheidsgetrouwe uitspraak. Ik eis niet eens dat elke zin die jij spreekt in overeenstemming is met de waarheid of de waarheidswerkelijkheid heeft, maar je zou op zijn minst als een mens moeten kunnen spreken, wat oprechtheid tonen, wat ware gevoelens tonen. Kan er zonder dat wel een dialoog zijn? Dat kan niet. Jij spreekt altijd lege woorden en vertelt leugens; wanneer je met situaties wordt geconfronteerd, komen er onzin, drogredenen, beledigende woorden en aanmatigende woorden uit, en komen er woorden van rechtvaardiging en verdediging, wat het onmogelijk maakt om met elkaar om te gaan of te communiceren, nietwaar? (Inderdaad.)
Veel mensen eten en drinken de woorden van God en geloven dat deze woorden alleen verband houden met de God in de hemel, alleen met Gods Geest, en alleen met de God die onzichtbaar en ontastbaar is. Omdat die God zo ver weg is, worden Zijn woorden diep genoeg geacht om de waarheid te worden genoemd. Maar van deze gewone persoon die ze voor zich zien, een persoon die zichtbaar is en die ze kunnen horen wanneer Hij spreekt, geloven ze dat Hij weinig te maken heeft met de waarheid, met God of met Gods essentie. Dit komt omdat Hij zichtbaar is en heel dicht bij de mensen staat, Hij maakt geen enkele indruk op hun hart of ogen en wekt bij hen geen enkel gevoel van nieuwsgierigheid op, Hij is niet geheimzinnig. Mensen hebben het gevoel dat deze gewone, tastbare en sprekende persoon te gemakkelijk te doorgronden is, te transparant. Ze denken zelfs dat ze Hem in één oogopslag kunnen doorgronden en dwars door Hem heen kunnen kijken. Dientengevolge behandelen mensen Christus onbewust net als ieder ander mens, net als iedere persoon met status of macht. Strookt dit met de waarheidsprincipes? Hoe kan Christus gelijkgesteld worden met verdorven mensen met status en macht? Wanneer mensen kruipen voor verdorven individuen met status en macht en hen vleien, verkrijgen ze voordelen en hun waardering. De verdorvenen genieten hiervan; ze verlangen naar de kruiperigheid, vleierij en het geslijm van anderen, omdat het hen nobeler en superieur doet lijken, wat hun eigen status en macht verder benadrukt. Christus echter, die Gods essentie bezit, is precies het tegenovergestelde. Wanneer een persoon status en roem heeft, is dat niet omdat hij een nobele essentie of een nobel karakter bezit. Hij zal dus allerlei middelen moeten aanwenden om anderen ertoe te brengen hem te verafgoden en te vleien, om zo zijn roem en status te etaleren. Christus daarentegen, die Gods essentie bezit, heeft van nature de identiteit en status van God, die hoger zijn dan de essentie en status van enig schepsel. Zijn identiteit en essentie bestaan objectief en hebben ter bevestiging geen bewieroking van enig schepsel nodig. Evenmin heeft Hij de kruiperigheid of vleierij van enig schepsel nodig om Zijn identiteit, essentie of Zijn nobele status te demonstreren. Dit komt doordat het een inherent feit is dat Christus de essentie van God bezit; het is Hem niet door enig persoon verleend, laat staan dat het is verdiend door jarenlange ervaring onder de mensheid. Dat wil zeggen, ook zonder alle schepselen blijven de identiteit en essentie van God zoals ze zijn; zonder dat enig schepsel God aanbidt of volgt, blijft Gods essentie onveranderd – dit is een feit dat niet verandert. Antichristen geloven ten onrechte dat mensen, wat Christus ook zegt of doet, mooiklinkende woorden moeten gebruiken, moeten juichen, moeten meelopen en moeten kruipen om zich naar Zijn voorkeuren te schikken en niet tegen Zijn bedoelingen in te gaan. Ze denken dat dit Christus misschien het gevoel van het bestaan van Zijn identiteit en status zou kunnen geven. Dit is een ernstige fout! Hoe verwerft iemand onder de verdorven mensheid met roem, macht en status zijn roem en macht? (Door kruiperigheid en slaafs gedrag.) Dit is één aspect. Daarnaast krijgen ze het voornamelijk door hun strijd en inspanningen onder de mensen, of zelfs door manipulatie, en door het via diverse middelen te verdienen of te bemachtigen. Dat is louter een reputatie, een hoge positie of rang onder de mensen. Deze hoge reputatie, hoge rang en hoge status zorgen ervoor dat iemand zich onderscheidt van de massa, een leider wordt, een beslisser met het recht om de dienst uit te maken. Maar wat is de essentie van deze persoon met status en roem die boven anderen staat onder de mensen? Is er enig verschil tussen hen en anderen? Hun identiteit en essentie zijn exact hetzelfde als die van elke gewone verdorven mens; ze zijn een gewoon schepsel, verdorven onder de macht van Satan, in staat om de waarheid en positieve dingen te verraden, om goed en kwaad om te keren, tegen de feiten in te gaan, kwaad te doen, zich tegen God te verzetten en de Hemel te tarten en te vervloeken. Hun ware identiteit en essentie zijn die van een door Satan verdorven persoon, iemand die zich tegen God kan verzetten, hun roem en status zijn dus louter lege titels. De meedogenloze, wrede en kwaadwillige mensen, die voor status en roem anderen zouden doden of schaden, verwerven hoge posities. Degenen die kunnen intrigeren, die over bepaalde methoden beschikken en complotten kunnen smeden, worden leiders over anderen. Deze individuen zijn kwaadwilliger, wreder en boosaardiger dan gewone verdorven mensen. Ze hebben het graag dat anderen in hun omgang met hen louter mooiklinkende woorden gebruiken, slijmen, kruiperig zijn en hen vleien. Als je de waarheid tegen hen spreekt, riskeer je je leven. Antichristen brengen deze wereldse spelregels en filosofieën voor wereldlijke betrekkingen het huis van God binnen en passen die toe in hun omgang met Christus. Ze gaan ervan uit dat als Christus een stevige positie wil veroveren, Hij ook wel gediend zal zijn van kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden. Door dit te doen, behandelen ze subtiel het vlees waarin God geïncarneerd is als niet meer dan een lid van de verdorven mensheid. Dat is de aanpak van antichristen. Daarom is de gezindheid die antichristen in hun omgang met Christus tentoonspreiden ongetwijfeld boosaardig. Ze hebben een boosaardige gezindheid, speculeren en peinzen graag over de gedachten van mensen, peilen graag de woorden en uitdrukkingen van anderen, en passen graag bepaalde middelen toe – bepaalde spelregels die door wereldse mensen worden gebruikt – bij hun behandeling van Christus en bij zaken die hun omgang met Hem betreffen. Wat is de ernstigste fout die ze begaan? Waarom kunnen ze zo handelen? Waar ligt de wortel? God zegt dat de geïncarneerde God een gewoon mens is. Antichristen zijn, wanneer ze dit horen, verheugd en zeggen: “Welnu, dan zal ik je als een gewoon mens behandelen; nu heb ik een uitgangspunt voor de manier waarop ik je behandel.” Wanneer God zegt dat het vlees waarin God geïncarneerd is Gods essentie bezit, antwoorden antichristen: “Gods essentie? Hoe komt het dat ik die niet zie? Waar is die? Hoe wordt die geuit? Wat openbaart Hij om te bewijzen dat Hij gods essentie bezit? Ik weet alleen dat ik moet kruipen voor degenen met status en hen moet vleien. Met kruiperigheid en vleierij doe ik het nooit fout; dat is altijd de juiste weg. Het is in ieder geval beter dan de waarheid spreken.” Dit is de boosaardigheid van antichristen. Zo geloven en aanvaarden antichristen de waarheid niet, en leven ze uitsluitend volgens Satans filosofie.
Sommige mensen zeggen: “Iedereen houdt van degenen die kunnen kruipen, vleien en aangename woorden kunnen spreken; alleen God houdt niet van zulke mensen. Van wat voor soort persoon houdt God dan eigenlijk? Hoe moet men met God omgaan om door Hem aardig gevonden te worden?” Weten jullie dat? (God houdt van eerlijke mensen, mensen die hun hart uitstorten bij God, mensen die hun hart openen en met God communiceren zonder bedrog.) Nog iets anders? (Degenen die een Godvrezend hart hebben, die in staat zijn naar Gods woorden te luisteren en die te aanvaarden.) (Degenen die een hart hebben dat gericht is op Gods huis, die één van hart en ziel zijn met God.) Jullie hebben allemaal verschillende aspecten van het zijn van een eerlijk persoon genoemd die beoefend moeten worden. Een eerlijk persoon zijn is een vereiste die God aan de mens stelt. Het is een waarheid die de mens moet beoefenen. Wat zijn dan de principes die de mens in zijn omgang met God moet naleven? Wees oprecht: dit is het principe dat gevolgd moet worden bij de omgang met God. Houd je niet bezig met de praktijk van ongelovigen, met kruiperigheid of vleierij; God heeft geen behoefte aan de kruiperigheid en vleierij van de mens. Het is genoeg om oprecht te zijn. En wat betekent het om oprecht te zijn? Hoe moet dit in praktijk worden gebracht? (Je eenvoudig openstellen voor God, zonder je anders voor te doen of iets te verbergen of geheimen te bewaren, met God omgaan met een eerlijk hart, en recht door zee zijn, zonder enige slechte bedoelingen of listen.) Dat klopt. Om oprecht te zijn, moet je eerst je persoonlijke verlangens opzijzetten. In plaats van je te richten op hoe God je behandelt, moet je jezelf blootgeven aan God en zeggen wat er in je hart is. Overdenk of overweeg niet wat de gevolgen van je woorden zullen zijn; zeg wat je denkt, zet je beweegredenen opzij en zeg geen dingen alleen maar om een bepaald doel te bereiken. Je hebt te veel persoonlijke bedoelingen en onzuiverheden; je bent altijd berekenend in de manier waarop je spreekt en overweegt: ik moet hierover praten, en niet daarover, ik moet voorzichtig zijn met wat ik zeg. Ik zal het zo formuleren dat het in mijn voordeel werkt, mijn tekortkomingen verbergt en een goede indruk op god achterlaat. Is dit niet het koesteren van motieven? Al voordat je je mond opendoet, is je geest vervuld van slinkse gedachten, je past wat je wilt zeggen verschillende keren aan, zodat wanneer de woorden uit je mond komen, ze niet meer zuiver zijn en geen greintje echtheid bevatten. Ze bevatten nu je eigen motieven en de listen van Satan. Dit is niet wat het is om oprecht te zijn; dit is het hebben van sinistere motieven en slechte bedoelingen. Bovendien let je bij het praten altijd op de gezichtsuitdrukkingen van mensen en de blik in hun ogen: als ze een positieve uitdrukking op hun gezicht hebben, blijf je praten; zo niet, dan houd je je in en zeg je niets; als de blik in hun ogen geïrriteerd is en het lijkt alsof ze niet graag horen wat je zegt, overdenk je het en zeg je tegen jezelf: ik kan beter iets zeggen wat je interesseert, wat je gelukkig maakt, wat je leuk zult vinden en wat je welwillend jegens mij stemt. Is dit oprecht zijn? Dat is het niet. Sommige mensen melden het niet wanneer ze iemand kwaad zien doen en een verstoring in de kerk zien veroorzaken. Ze denken: als ik dit als eerste meldt, beledig ik die persoon, en als ik me toevallig vergis, zal ik gesnoeid moeten worden. Ik wacht tot anderen het melden, en dan doe ik met hen mee. Zelfs als we het mis hebben, is het geen groot probleem – je kunt immers geen menigte veroordelen. Zoals het gezegde luidt: ‘Hoge bomen vangen veel wind.’ Ik zal ervoor zorgen dat ik niet die hoge boom ben; je moet wel een dwaas zijn om je nek uit te steken. Is dit oprecht zijn? Zeker niet. Zo iemand is sluw; als hij een kerkleider of een supervisor zou worden, zou hij dan geen verlies toebrengen aan het werk van de kerk? Zeker wel. Zo iemand mag absoluut niet worden gebruikt. Kunnen jullie dit soort persoon onderscheiden? Stel bijvoorbeeld dat er een leider is die enkele slechte dingen heeft gedaan en het werk van de kerk heeft verstoord, maar niemand begrijpt wat er werkelijk met deze persoon aan de hand is, noch weet de Boven wat voor iemand hij is – alleen jij weet wat er werkelijk met hem aan de hand is. Zou je in dergelijke omstandigheden de kwestie eerlijk aan de Boven overbrengen? Deze kwestie is wat de mens het duidelijkste openbaart. Als je de zaak verbergt en er met niemand over spreekt, zelfs niet met God, en wacht tot de dag dat die leider zoveel kwaad heeft gedaan dat hij het werk van de kerk in de war heeft gestuurd, en iedereen hem al heeft ontmaskerd en aangepakt, en pas dan opstaat en zegt: “Ik heb altijd al geweten dat hij geen goed persoon is. Alleen dachten sommigen van wel; als ik iets had gezegd, zou niemand me hebben geloofd. Dus heb ik mijn mond gehouden. Nu hij enkele slechte dingen heeft gedaan en iedereen kan zien wie hij is, kan ik vertellen wat er werkelijk met hem aan de hand is,” is dat dan oprecht zijn? (Nee.) Als je, telkens wanneer iemands problemen worden blootgelegd of een probleem wordt gemeld, de menigte volgt en als laatste opstaat om hen te ontmaskeren of het probleem te melden, ben je dan oprecht? Niets van dit alles is oprecht zijn. Als je een hekel aan iemand hebt, of iemand je heeft beledigd, en je weet dat hij geen kwaadaardig persoon is, maar jij, kleingeestig als je bent, hem gaat haten en wraak op hem wilt nemen, hem voor schut wilt zetten, dan bestaat de kans dat je manieren gaat bedenken en naar kansen gaat zoeken om enkele slechte dingen over hem te zeggen tegen de Boven. Misschien benoem je gewoon feiten, zonder die persoon te veroordelen, maar door die feiten te benoemen wordt je bedoeling al onthuld: je wilt de hand van de Boven gebruiken of God iets laten zeggen om die persoon aan te pakken. Door problemen aan de Boven te melden, probeer je je doel te bereiken. Dit is duidelijk vermengd met persoonlijke bedoelingen, en het is zeker niet oprecht zijn. Als het een kwaadaardig persoon is die het werk van de kerk verstoort, en je meldt dit aan de Boven om dat werk te beschermen, en de problemen die je meldt bovendien volledig op feiten berusten, dan is dat anders dan handelen volgens satanische filosofieën. Dan komt het voort uit een gevoel van gerechtigheid en verantwoordelijkheid, en is het de vervulling van je trouw; zo uit oprechtheid zich.
God houdt niet van mensen die kruipen, vleien of mooiklinkende woorden spreken. Van wat voor soort persoon houdt God dan? Hoe wil God dat mensen met Hem omgaan en communiceren? God houdt van eerlijke mensen, Hij houdt ervan dat mensen oprecht tegen Hem zijn. Je hoeft geen rekening te houden met Zijn toon en uitdrukking of bij Hem in de gunst proberen te komen; je hoeft alleen maar oprecht te zijn, een oprecht hart te hebben, een hart waarin je niets verbergt, afschermt of vermomt, en je uiterlijke verschijning moet overeenkomen met je hart. Dat wil zeggen, wanneer je Christus behandelt en met Hem omgaat, hoef je geen enkele moeite te doen, geen ‘huiswerk’ te maken, of van tevoren iets voor te bereiden of te doen; niets van dit alles is nodig. God houdt van oprechtheid: van hart tot hart, normale, natuurlijke gesprekken en omgang. Zelfs als je iets verkeerds zegt of ongepaste woorden gebruikt, is dat geen probleem. Stel bijvoorbeeld dat ik ergens naartoe ga en de kok vraagt: “Heeft u dieetwensen? Welke gerechten eet u en welke niet? Wat moet ik bereiden?” Dan zeg ik: “Niet te zout, geen pittige gerechten, en ook niet te vet en geen gefrituurd. Als basis is zowel rijst als noedels prima.” Zijn deze instructies diepgaand? (Nee.) Iedereen die weet hoe hij moet koken, begrijpt ze onmiddellijk. Je hoeft niet te speculeren of diep na te denken en je hebt geen specifieke instructies of uitleg nodig. Je hoeft bij het koken alleen maar op je ervaring te vertrouwen, het is een eenvoudige zaak. Maar zelfs het eenvoudigste is voor mensen onbereikbaar, omdat ze een verdorven gezindheid hebben en egoïstisch zijn. Ik zeg niet te vet, maar vervolgens gebruiken ze tijdens het koken toch een grote lepel olie voor een klein schaaltje groenten, waardoor het in feite gefrituurd wordt en een zeer vette smaak krijgt. Ik zeg niet te zout, en ze doen er maar een heel klein beetje zout in, zodat het bijna smakeloos is. Kan het met zoveel olie en zo’n flauwe smaak nog lekker zijn? De kok kan zelfs dit kleine ding niet goed doen, en zegt zelfs: “Gods bedoelingen zijn moeilijk te vatten. Elk woord dat god zegt is de waarheid; het is moeilijk voor mensen om het in praktijk te brengen!” Wat betekent ‘moeilijk in praktijk te brengen’? Het probleem is niet dat het moeilijk is in de praktijk te brengen, maar dat je het niet in de praktijk brengt. Je egoïsme is te groot; je hebt altijd je eigen bedoelingen en persoonlijke onzuiverheden. Je wilt altijd dingen doen volgens je eigen wil, alles doen volgens je eigen smaak. Ik zeg: “Maak geen pittige gerechten wanneer je voor mij kookt. Als jullie allemaal van pittig eten houden, maak dan wat niet-pittige gerechten voor Mij.” Maar tijdens het koken staan ze erop het pittig te maken; ze scheppen op en vinden het heerlijk. Ik zeg: “Ik heb je gezegd het niet pittig te maken. Waarom heb je dat toch gedaan?” “Dit gerecht moet pittig zijn. Zonder de kruiden verliest het zijn smaak.” Wat voor persoon is dit? Heeft hij goede bedoelingen? Sommige mensen eten graag vlees; ik zeg: “Als je van vlees houdt, maak dan een vleesrijk gerecht voor jezelf. Doe minder vlees in de gerechten die je voor Mij kookt, of maak gewoon een groentegerecht voor Mij.” Ze stemmen grif toe, maar tijdens het koken negeren ze Mijn verzoek en doen ze grote stukken vlees in de pan, en voegen zelfs chilipepers toe. Het vlees is al vet, en toch frituren ze het ook nog, en bereiden alles naar hun eigen sterke smaak. Als ik hen niet toesta dit te doen, is dat voor hen onaanvaardbaar; ze zeggen zelfs: “Het valt niet mee u tevreden te stellen. Dit is heerlijk! Iedereen eet het, waarom u niet? Kook ik dit niet voor u? Meer eten is goed voor uw gezondheid, het geeft u energie. Als u gezond bent, kunt u dan niet meer preken houden? Ik denk zowel aan u als aan de broeders en zusters in de kerk.” Is deze persoon niet vreselijk lastig? Bij alles wat ze doen spelen hun verlangens, hun eigen meningen en ideeën, een sterke rol. Ze beschikken niet eens over de meest elementaire menselijkheid, en de vraag of ze enige waarheid bezitten of niet hoeven we al helemaal niet te stellen. Is dit oprecht zijn? (Nee.) In het begin, toen deze persoon het Mij vroeg, voelde het alsof hij fatsoenlijk was, alsof hij redelijk goed zou moeten kunnen koken. Maar zodra de maaltijd werd opgediend, wist ik het – hij praat mooi, hij lijkt goed voor Mij te zijn, maar in feite is hij gewoon een egoïstische en verachtelijke kerel.
Het volgende type zie ik vaak; ze is van nature berekenend en scherpzinnig. Wanneer ze met Mij omgaat, brengt ze me al water zodra Ik Mijn medicijn pak; wanneer ik op het punt sta naar buiten te gaan, pakt ze onmiddellijk Mijn tas, en als ze ziet dat het buiten koud is, brengt ze ook een sjaal en handschoenen. Ik denk dan: ze is snel, maar waarom voelt het zo ongemakkelijk? Of ik nu naar binnen of naar buiten ga, kleren of schoenen wil aandoen of een hoed op wil doen, er is altijd iemand sneller dan Ik. Wat voor gevoel denken jullie dat dit Mij geeft? Moet ik blij zijn of geïrriteerd? (Geïrriteerd.) Zouden jullie geïrriteerd raken door dit soort gedrag? (Ja.) Als jullie allemaal geïrriteerd zouden raken, denken jullie dan dat Ik geïrriteerd raak? (Ja.) Sommige mensen voelen zich, nadat ze dit alles voor Mij hebben gedaan, behoorlijk tevreden en trots op zichzelf en zeggen: “Toen ik werkte, mocht mijn baas me graag. Overal waar ik kom, mogen mensen me omdat ik snel van begrip ben.” De implicatie is dat ze weten hoe ze moeten slijmen, kruipen en vleien; ze zijn niet afgestompt, traag of dom; ze zijn snel in hun handelen en scherp van geest. Ze worden dus overal waar ze komen aardig gevonden. Ze zeggen dat iedereen hen aardig vindt, wat betekent dat Ik hen ook aardig zou moeten vinden. Vind Ik hen aardig? Ik erger me er grondig aan! Ik vermijd zulke mensen wanneer ik ze zie. Er zijn anderen die wanneer ze zien hoe de lijfwachten en kruiperige lakeien van onderwereldbazen en opperdemonen in de wereld autodeuren openen en het hoofd van hun baas afschermen, hetzelfde bij Mij doen. Voordat Ik zelfs maar in de auto stap, reiken ze al naar de deur om die te openen, en schermen vervolgens Mijn hoofd af met hun hand, en behandelen Mij zoals ongelovigen een leidinggevend kaderlid behandelen. Ik walg van deze mensen. Deze mensen, die de waarheid niet in het minst nastreven, hebben een menselijkheid die egoïstisch, verachtelijk en smerig is, en het ontbreekt hun aan elk gevoel van schaamte. Wanneer je voor degenen met status en roem kruipt en hen vleit en je onophoudelijk slaafs gedraagt wanneer je met hen omgaat, vinden zelfs sommige oprechte mensen het weerzinwekkend en kijken ze op zulke mensen neer. Als je dit bij Mij doet, vind Ik het nog weerzinwekkender. Gedraag je nooit zo bij Mij; Ik heb het niet nodig, ik walg ervan. Wat Ik nodig heb is niet jouw kruiperigheid, vleierij of geslijm. Ik heb nodig dat je oprecht tegen Mij bent, dat je van hart tot hart spreekt wanneer we elkaar ontmoeten, dat je praat over je begrip, ervaringen en tekortkomingen, dat je de verdorvenheid bespreekt die je openbaart tijdens het vervullen van je plicht, en de dingen waarvan je voelt dat je tekortschiet in je ervaringen. Je kunt al deze dingen zoeken en erover communiceren, en je kunt ze ook onderzoeken. Over welk onderwerp we ook communiceren of praten, je moet altijd oprecht zijn en zo’n hart en houding hebben. Denk niet dat je door te kruipen, te slijmen, te vleien of jezelf in de gunst te werken een goede indruk kunt achterlaten – het is volkomen nutteloos. Integendeel, dergelijk gedrag levert niet alleen geen enkel voordeel op, maar kan je ook in grote verlegenheid brengen en je dwaasheid openbaren.
Degenen die zelfs niet oprecht kunnen zijn tegen Christus, wat voor soort mensen zijn dat? Als je oprecht bent in je behandeling van anderen, ben je bang dat ze je ware situatie zouden kunnen kennen en je zouden kunnen schaden, je bent bang dat ze je zouden kunnen bedriegen, uitbuiten, bespotten of verachten. Maar waar ben je bang voor als je oprecht bent tegen Christus? Als je deze bedenkingen in je hart hebt, is dat een probleem. Als je niet oprecht kunt zijn, is dat ook jouw probleem; het is een gebied waarop je de waarheid moet nastreven en naar verandering moet streven. Als je werkelijk gelooft en erkent dat de persoon voor je de God is in wie je gelooft, de God die je volgt, dan kun je beter niet met Hem omgaan door te kruipen, te vleien en mooiklinkende woorden te spreken. Wees in plaats daarvan oprecht, spreek vanuit je hart en spreek feitelijke woorden. Zeg geen dingen die dienen om te verhullen, spreek geen leugens of woorden die de dingen verbergen, en houd je ook niet bezig met listen of intriges. Dit is de beste manier om met Christus om te gaan. Kunnen jullie dit bereiken? Wat is positief: oprecht zijn, of kruipen en vleien? (Oprecht zijn.) Oprecht zijn is positief, terwijl kruipen en vleien negatief zijn. Als mensen zoiets positiefs als oprecht zijn niet kunnen bereiken, duidt dat op een probleem in hen, een verdorven gezindheid. Is deze eis van Mij buitensporig? Als jullie denken dat deze buitensporig is, als jullie denken dat Ik zo’n behandeling niet verdien, niet verdien dat jullie op zo’n oprechte manier en met zo’n oprechte houding met Mij omgaan, hebben jullie dan een betere methode, een betere manier? (Nee.) Beoefen dan deze aanpak. Laten we onze communicatie over dit punt hier beëindigen.
B. Nauwkeurig onderzoek en analyse, samen met nieuwsgierigheid
Vervolgens behandelen we het tweede punt: nauwkeurig onderzoek en analyse, samen met nieuwsgierigheid. Is dit punt gemakkelijk te begrijpen? Wat betreft de handelingen en woorden van de geïncarneerde God, alsook de persoonlijkheid of gezindheid die in elk van Zijn woorden en daden wordt geopenbaard, of zelfs Zijn voorkeuren – dit zijn dingen die normale mensen correct dienen te behandelen. Degenen die God werkelijk volgen en de waarheid nastreven, beschouwen deze uiterlijke openbaringen van Christus als de normale kant van Zijn vlees. Ze kunnen de woorden die Christus spreekt, als de waarheid aanvaarden, ze beluisteren en vatten, en vanuit deze woorden Gods bedoelingen en de beoefeningsprincipes begrijpen en een beoefeningspad vinden om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Maar antichristen gedragen zich anders. Wanneer zij Christus zien spreken en handelen, dan leeft er geen aanvaarding of onderwerping in hun hart, maar de behoefte naar nauwkeurig onderzoek: “waar komen deze woorden vandaan? Hoe worden ze uitgesproken? De ene zin na de andere – zijn ze van tevoren bedacht of geïnspireerd door de Heilige Geest? Zijn deze woorden aangeleerd of van tevoren voorbereid? Hoe kan het dat ik dat niet weet? Sommige van deze woorden klinken gewoontjes, als alledaags taalgebruik. Dit klinkt niet als god; spreekt god echt zo normaal, zo alledaags? Ik kan er door nauwkeurig onderzoek niet achter komen, ik zal dus observeren wat hij achter de schermen doet. Leest hij kranten? Heeft hij beroemde boeken gelezen? Bestudeert hij grammatica? Met wat voor soort mensen gaat hij gewoonlijk om?” Ze hebben geen houding van onderwerping of aanvaarding van de waarheid, maar onderzoeken Christus veeleer nauwkeurig met de houding van een geleerde die wetenschappelijk onderzoek doet of academische onderwerpen bestudeert. Ze onderzoeken nauwkeurig de inhoud van Christus’ woorden en Zijn manier van spreken, de toehoorders die Christus aanspreekt, alsook welke houding en welk doel Christus heeft telkens wanneer Hij spreekt. Elke keer dat Christus spreekt of handelt, wordt alles wat hun oren bereikt, alles wat ze kunnen zien en alles waarover ze horen een voorwerp van hun nauwkeurige onderzoek. Ze onderzoeken nauwkeurig elk woord en elke zin die Christus spreekt, elke handeling die Hij verricht en elk individu dat Hij behandelt. Zijn manier van omgaan met mensen, Zijn spraak en houding, Zijn blik en gezichtsuitdrukkingen, zelfs Zijn leefgewoonten en routines, en Zijn manier van omgaan met en houding ten opzichte van anderen – dit alles onderzoeken ze nauwkeurig. Door dit nauwkeurige onderzoek concluderen de antichristen: hoe ik ook naar christus kijk, hij lijkt een normale menselijkheid te bezitten; hij is vrij gewoon, hij heeft niets bijzonders, behalve het vermogen om de waarheid uit te drukken. Zou dit werkelijk de geïncarneerde god kunnen zijn? Hoeveel nauwkeurig onderzoek ze ook doen, ze kunnen niet tot een definitieve conclusie komen; hoeveel nauwkeurig onderzoek ze ook doen, ze kunnen niet vaststellen of Christus de god is die ze in hun hart erkennen. Ze zijn degenen die Christus nauwkeurig onderzoeken, niet degenen die Gods werk ervaren – hoe kunnen ze tot kennis van God komen?
Antichristen zijn in hun nauwkeurige onderzoek van Christus niet in staat Gods grootsheid te zien, niet in staat Gods rechtvaardigheid, almacht en gezag te zien. Hoe nauwkeurig hun onderzoek ook is, ze kunnen niet tot de conclusie komen dat Christus de essentie van God bezit; ze zijn niet in staat dit te doorzien en te begrijpen. Sommige mensen zeggen: “Waar je niet doorheen kunt kijken of wat je niet kunt begrijpen, daar is waarheid te zoeken.” Hierop zou een antichrist antwoorden: “Ik zie hier geen waarheid die ik zou kunnen zoeken; er zijn alleen verdachte details die een diepgaand nauwkeurig onderzoek waard zijn.” Na hun nauwkeurige onderzoek en analyse concluderen ze: deze Christus kan alleen wat woorden spreken en heeft verder niets wat hem van gewone mensen onderscheidt. Hij mist speciale gaven, heeft geen unieke bekwaamheden en bezit zelfs niet de bovennatuurlijke krachten om tekenen en wonderen te verrichten zoals Jezus deed. Alles wat Hij zegt, zijn de woorden van een sterveling. Is Hij dus wel echt Christus? Dit resultaat vereist verdere analyse en nauwkeurig onderzoek. Hoe ze ook kijken, ze kunnen de essentie van God in Christus niet zien; hoe nauwkeurig ze het ook onderzoeken, ze kunnen niet concluderen dat Christus de identiteit van God heeft. In de ogen van een antichrist zou het vlees waarin god geïncarneerd is buitengewone krachten, speciale gaven, het vermogen om wonderen te tonen, en de essentie en bekwaamheid moeten bezitten om gods gezag te manifesteren en uit te oefenen. Maar deze gewone persoon voor hen mist al deze kwaliteiten en Hij is ook niet bijzonder welsprekend. Bij veel van de dingen die Hij beschrijft, gebruikt Hij spreektaal die niet past bij menselijke noties en niet eens het niveau van een universiteitsprofessor haalt. Hoezeer antichristen Christus’ spraak ook nauwkeurig onderzoeken, hoe ze Christus’ handelingen, houding en manier van doen ook nauwkeurig onderzoeken, ze kunnen niet zien dat Christus – deze gewone persoon – de essentie van God bezit. In de harten van de antichristen is het dus zo dat wat deze gewone persoon het meest waard maakt te worden gevolgd de vele dingen, woorden en verschijnselen zijn die ze niet kunnen doorzien – dit is wat hun nauwkeurige onderzoek en analyse waard is, dat is hun grootste motivatie om deze persoon te volgen. Welke inhoud en onderwerpen zijn hun nauwkeurige onderzoek en analyse waard? Het zijn de woorden die Christus heeft gesproken over het binnengaan in het leven; gewone mensen kunnen zulke dingen echt niet zeggen, ze beschikken echt niet over zulke woorden. Zulke woorden zijn inderdaad bij geen tweede persoon onder de mensheid te vinden – waar ze vandaan komen, is onbekend. Antichristen onderzoeken het keer op keer nauwkeurig, maar kunnen hierover nooit tot een conclusie komen. Wanneer Ik bijvoorbeeld spreek over hoe iemand is, wat zijn essentie en gezindheid zijn, zullen gewone mensen deze details nauwgezet toetsen aan de betreffende persoon en de zaak verifiëren. Wanneer antichristen deze woorden horen, nemen ze geen houding van aanvaarding aan om de zaak te toetsen en te begrijpen, maar beginnen ze te analyseren. Wat analyseren ze? “Hoe weet je van de situatie van deze persoon? Hoe weet je dat hij zo’n gezindheid heeft? Op welke basis typeer je dit zo? Je hebt niet veel contact met hem gehad, hoe kun je hem dan begrijpen? Wij hebben zo lang contact met hen gehad, waarom kunnen wij hen niet doorzien of begrijpen? Ik moet de persoon observeren en mag je niet alleen op je woord geloven. Wat je zegt, is misschien niet accuraat of correct.” Wanneer ik bepaalde personen instructies geef over een taak of zakelijke aangelegenheid, zullen zij, als mijn begeleiding aansluit bij de professionele kennis die ze hebben en hen tevredenstelt, deze instructies met tegenzin opvolgen. Als de manier en methode van deze begeleiding overeenkomen met de technische kennis die zij bezitten en hen tevredenstellen, zullen zij die met tegenzin uitvoeren. Maar als het hen niet tevredenstelt, zullen zij zich in hun hart verzetten en peinzen: waarom doe je het op deze manier? Is dit niet in strijd met dit vakgebied? Waarom zou ik naar je luisteren? Als wat je zegt verkeerd is, kan ik je raad niet opvolgen; ik moet mijn eigen weg volgen. Als je gelijk hebt, moet ik begrijpen hoe je gelijk hebt, hoe je dit te weten bent gekomen. Heb je het bestudeerd? Als je niet hebt gestudeerd, hoe kun je het dan weten? Als je het niet hebt bestudeerd, zou je het niet moeten begrijpen; als je het wel begrijpt, is dat abnormaal. Hoe is het mogelijk dat je het begrijpt? Wie heeft het je verteld, of heb je het stiekem zelf geleerd? Innerlijk analyseren en onderzoeken ze het nauwkeurig. Elke zin die Ik spreek, elke zaak die Ik behandel, moet door het filter van de antichristen gaan, hun audit ondergaan. Alleen als het hun audit doorstaat, zullen ze het aanvaarden; zo niet, dan zullen ze het bekritiseren, oordelen vormen en weerstand genereren.
Het vlees waarin God geïncarneerd is, is voor alle mensen het grootste mysterie. Niemand kan bevatten wat er in dit opzicht werkelijk gebeurt, noch kan iemand begrijpen hoe Gods essentie in dit vlees wordt gerealiseerd – hoe God een persoon is geworden, hoe deze persoon de woorden uit Gods mond kan spreken en Gods werk kan verrichten, en hoe Gods Geest deze persoon precies leidt en stuurt. In al dit werk hebben mensen noch grote visioenen gezien, noch enige significante bewegingen van dit vlees waargenomen – er lijkt niets bijzonders aan de hand te zijn; alles lijkt normaal. Onmerkbaar heeft God de glorie die in Israël was naar het Oosten gebracht. Door het spreken en werken van deze persoon is een nieuw tijdperk begonnen en is het oude beëindigd, zonder dat iemand besefte hoe het gebeurde. Degenen die werkelijk in God geloven, die eenvoudig en openhartig zijn, die menselijkheid en verstand bezitten, doorgronden deze zaken echter niet. Als ze deze zaken niet doorgronden, wat doen ze dan? Wachten ze alleen maar passief? Nee – zij zien dat deze woorden de waarheid zijn, geloven dat de bron van al deze woorden God is, en erkennen zo het feit dat deze gewone persoon Christus is, en aanvaarden Hem als hun Heer en God, zonder iets anders in overweging te nemen. Antichristen daarentegen kunnen niet zien dat al deze woorden en al dit werk van God komen, dat de bron van al dit spreken en werken God is, en aanvaarden daarom deze gewone persoon niet als hun Heer en God. In plaats daarvan intensiveren ze hun nauwkeurige onderzoek en verzetten ze zich in hun hart. Waartegen verzetten ze zich? ‘Hoeveel je ook spreekt, hoe groot het werk ook is dat je doet, wie je bron ook is, zolang je een gewoon persoon bent, zolang je manier van spreken niet overeenkomt met mijn noties, zolang je er niet majesteitelijk genoeg uitziet om mijn aandacht te trekken of mijn respect te verdienen, zal ik je nauwkeurig onderzoeken en analyseren. Je bent het voorwerp van mijn nauwkeurige onderzoek; ik kan je niet aanvaarden als mijn heer, als mijn god.’ In het proces van hun nauwkeurige onderzoek en analyse slagen antichristen er niet alleen niet in hun noties, opstandigheid en verdorven gezindheden op te lossen, maar nemen hun noties met de dag toe en worden steeds ernstiger. Wanneer bijvoorbeeld een kerkleider wordt ontmaskerd als een antichrist, wat verstoringen en vernietiging in die kerk veroorzaakt, is de eerste reactie van antichristen, wanneer een dergelijke gebeurtenis plaatsvindt, te vragen: “Weet christus hiervan? Wie heeft deze kerkleider aangesteld? Wat is de reactie van christus hierop? Hoe behandelt hij het? Kent christus deze persoon? Heeft christus eerder gezegd dat deze persoon een antichrist is, of deze gebeurtenis voorspeld? Nu er zo’n groot probleem in deze kerk is ontstaan, was christus dan de eerste die het wist?” Ik zeg je dat Ik het niet wist, Ik heb het ook net vernomen. “Dan klopt er iets niet – je bent god, je bent christus; waarom weet je het dan niet? Je zou het moeten weten.” Juist omdat Ik Christus ben, een gewoon persoon, hoef Ik het niet te weten. De kerk heeft haar bestuurlijke decreten en principes voor de manier waarop ze mensen aanpakken. Wanneer antichristen verschijnen, kunnen ze worden verwijderd en verdreven volgens de principes van de kerk. Dit weerspiegelt dat God de macht heeft, het weerspiegelt dat de waarheid de macht heeft. Ik hoef niet alles te weten. Als de kerk er niet in slaagt zaken te behandelen volgens haar bestuurlijke decreten en principes voor het omgaan met mensen, dan zal Ik ingrijpen. Als de broeders en zusters de principes van Gods huis voor het verwijderen en verdrijven van mensen echter begrijpen, hoef Ik me er niet mee te bemoeien. Waar de waarheid de macht heeft, hoef Ik niet in te grijpen. Is dat niet heel normaal? (Ja.) Maar antichristen kunnen hier problemen over creëren en noties ontwikkelen, en deze noties zelfs gebruiken om Christus te ontkennen en het feit te veroordelen dat Christus de essentie van God bezit. Dit is precies wat antichristen doen. Omdat iets niet overeenkomt met hun noties, verbeeldingen of verwachtingen, kunnen ze de essentie van Christus ontkennen. Hun nauwkeurige onderzoek van elk aspect van Christus leidt tot deze conclusie: zij zien de essentie van God niet in Christus; dus kunnen ze deze persoon niet definiëren als iemand die de essentie en identiteit van God heeft. Dit leidt tot een situatie waarin het goed gaat zolang er niets gebeurt. Maar zodra er iets gebeurt, zijn antichristen de eersten zijn die opstaan om de identiteit van Christus te ontkennen en Christus te veroordelen. Dus wat is nu precies het doel van het nauwkeurige onderzoek van antichristen? Hun nauwkeurige onderzoek en analyse zijn niet bedoeld om de waarheid beter te begrijpen, maar om bewijs te vinden en een stok te vinden om mee te slaan, om het feit van Gods incarnatie in het vlees te ontkennen, om het feit te ontkennen dat het vlees waarin God geïncarneerd is Christus is, God is. Dit is het motief en het doel achter het nauwkeurige onderzoek en de analyse van Christus door antichristen.
Antichristen hebben, hoewel ze Christus volgen en zich voordoen als volgelingen, een houding van nauwkeurig onderzoek en analyse, en slagen er uiteindelijk niet in de waarheid te begrijpen of het feit vast te stellen dat Christus de Heer is, God is. Maar waarom blijven ze Hem dan nog steeds, hoewel met tegenzin en onwil, volgen en verblijven ze in Gods huis? Eén punt dat we eerder hebben besproken is dat ze de intentie koesteren zegeningen te ontvangen; ze zijn ambitieus. Een ander punt is dat antichristen een nieuwsgierigheid bezitten die bij gewone mensen niet wordt aangetroffen. Wat voor soort nieuwsgierigheid? Het is hun fascinatie voor vreemde en ongewone gebeurtenissen. Antichristen zijn bijzonder nieuwsgierig naar alle vreemde en ongewone gebeurtenissen, alle gebeurtenissen die in de wereld de wetten van de natuur overstijgen. Ze hebben het verlangen om vele dingen uit te diepen en tot op de bodem uit te zoeken. Wat is de essentie van dit onderzoek? Het is pure arrogantie, het verlangen om alles te begrijpen, om de waarheid achter alles te kennen, opdat ze niet incompetent lijken. Wat de kwestie ook is, ze willen de eersten zijn die het weten, ze het best geïnformeerd zijn en het meest deskundig over de ins en outs van deze kwestie – ze willen in elk opzicht de ‘meeste’ worden. Dus slaan ze ook de kwestie van Gods incarnatie in het vlees niet over en laten ze die niet aan zich voorbijgaan. Ze zeggen: “De incarnatie van god is het grootste mysterie in de mensenwereld. Wat is er precies aan de hand met dit grootste mysterie, dit wonderbaarlijkste ding? Aangezien het de gewone verwachtingen overtreft en dit vlees anders is dan gewone mensen, waar ligt dan het verschil? Ik moet het zelf zien en begrijpen.” Wat bedoelen ze als ze zeggen “zelf zien en begrijpen”? Ze bedoelen: “Ik heb verschillende landen in de wereld bereisd, beroemde bergen en historische plaatsen bezocht, en beroemde en wijze individuen geïnterviewd; het zijn allemaal slechts gewone mensen. De enige die ik niet heb ontmoet of van wie ik niet heb geleerd, is deze christus. Wat is precies de essentie van deze christus? Ik moet het zelf zien en begrijpen.” Wat willen ze precies zien en begrijpen? “Ik heb gehoord dat god tekenen en wonderen kan verrichten. Ze zeggen dat Jezus de heer is, christus is; welke tekenen en wonderen heeft hij verricht om de nieuwsgierigheid van mensen te bevredigen? Ik herinner me een incident waarbij, nadat de heer Jezus een vijgenboom had vervloekt, deze verdorde. Kan deze christus nu hetzelfde doen? Ik moet het zien en begrijpen, en als ik de kans krijg, hem op de proef stellen om te zien of hij zulke daden kan verrichten. Er wordt gezegd dat de geïncarneerde god het gezag van god bezit, waardoor verlamden kunnen lopen, blinden kunnen zien, doven kunnen horen en zieken kunnen worden genezen. Dit zijn wonderbaarlijke en nieuwe gebeurtenissen; in de mensenwereld worden ze beschouwd als uitzonderlijke vermogens die gewone mensen niet hebben. Dit is iets wat ik zelf moet zien.” Daarnaast is er nog een andere, zeer belangrijke kwestie die hun geest bezighoudt. Ze zeggen: “Hoe zit het nu precies met vorige en huidige levens, en de cyclus van reïncarnatie in deze mensenwereld? Gewone mensen kunnen dit niet duidelijk uitleggen. Aangezien god vlees is geworden en god alles bestuurt, weet christus hier dan van? Als ik de kans krijg, moet ik hem daarnaar vragen; ik laat hem mijn uiterlijk onderzoeken en zien of mijn lot goed is, wat ik in mijn vorige leven was, of ik een dier of een mens was. Als hij deze dingen weet, dan zal ik onder de indruk zijn; dat zou hem buitengewoon maken, boven gewone mensen verheven, en mogelijk christus. Ook zeggen ze dat er in de hemel een troon en een woonplaats van god is, weet deze geïncarneerde god dus waar de woonplaats van god en het koninkrijk van de hemel zijn? Er wordt gezegd dat het koninkrijk van de hemel straten heeft die met goud zijn geplaveid, schitterend en prachtig; als deze geïncarneerde god ons mee zou kunnen nemen voor een rondleiding, zou ons hele leven dan niet de moeite waard zijn geweest, ons geloof niet tevergeefs? Bovendien zouden we het land niet hoeven te bewerken; als we honger zouden hebben, zou christus met één zin stenen in voedsel kunnen veranderen. Met vijf broden en twee vissen voedde hij vijfduizend mensen; zou dat geen groot voordeel voor ons zijn? En hoe zit het als christus spreekt? Ze zeggen dat hij levend water geeft, maar waar is dit levende water? Hoe wordt het geleverd, hoe stroomt het? Dit zijn allemaal zaken die het uitdiepen waard zijn, al deze dingen zijn nieuw en onbekend. Als ik slechts één van deze met mijn eigen ogen zou kunnen aanschouwen, dan zou ik in dit leven een persoon met brede kennis en ervaring worden, geen gewoon persoon.” Is dit niet de nieuwsgierigheid die de overhand krijgt? (Ja.)
Sommige mensen komen tot geloof in God, aanvaarden Christus en volgen Christus, niet om de waarheid te verkrijgen, maar met andere ideeën in gedachten. Sommige mensen vragen zodra ze Mij ontmoeten: “Wat betekenen de zeven plagen en zeven schalen in Openbaring? Wat betekent het witte paard? Is de catastrofe van drieënhalf jaar al aangebroken?” Ik antwoord: “Waar vraag je naar? Wat is het boek Openbaring?” Ze reageren: “Ken je het boek Openbaring niet eens? Ze zeggen dat je god bent, maar daar ben ik niet zo zeker van!” Anderen vragen: “Tijdens het prediken van het evangelie komen we mensen tegen die vragen stellen over mystieke zaken. Wat moeten we doen?” Ik wacht niet eens tot ze uitgepraat zijn en zeg: “Eenieder die altijd naar mysteries vraagt in plaats van de waarheid te zoeken, is niet iemand die de waarheid aanvaardt; zij kunnen in de toekomst niet gered worden. Degenen die altijd mysteries zoeken, deugen niet; predik het evangelie niet aan zulke mensen.” Waarom zeg Ik dit? Wie stelt feitelijk deze vragen? Het is niet iemand anders; zij zijn het zelf. Zij willen deze vragen stellen en de antwoorden erop weten, en ze denken dat Ik niet weet wie er naar vraagt, alsof Ik hen niet kan doorzien! Wanneer Ik dit heb gezegd, denken ze: God zei dat ik niet deug, ik stel dus maar geen vragen meer. Wat vind je van Mijn aanpak? Heeft die hen niet effectief de mond gesnoerd? Als Ik hen had geantwoord, zou dat dan niet precies in hun kraam te pas zijn gekomen? Geef je hun een vinger, dan nemen ze de hele hand en stellen ze eindeloos vragen. Heb Ik de plicht om je deze dingen uit te leggen? Wat zou jij überhaupt met deze kennis kunnen doen? Zelfs als Ik het weet, zal Ik het jou niet vertellen. Waarom zou Ik het jou vertellen? Ben Ik een schriftuitlegger? Ben je hier voor studies in de theologie? Je komt om Mij nauwkeurig te onderzoeken, en moet Ik dan zomaar Mijn hart openen voor jouw nauwkeurige onderzoek? Is dat gepast? Jij komt om Mij uit te testen, en moet Ik jou dan maar toestaan Mij uit te testen? Is dat gepast? Jij bent hier niet om de waarheid te aanvaarden; jij komt vragen stellen met een houding van vijandigheid, van twijfel, alsof je me ondervraagt. Ik kan je onmogelijk antwoorden geven. Sommige mensen zeggen: “Is het niet nodig om elke vraag te beantwoorden?” Dat hangt van de zaak af. Zelfs als het om de waarheid en het kerkwerk gaat, moet Ik nog altijd even over de situatie nadenken. Als Ik het jou al eerder heb verteld en jij nog steeds doet alsof je het niet weet, en je doet alsof je alleen maar nederig vragen stelt, dan zal Ik jou niet antwoorden. Ik zal je snoeien, en daarna zul je het begrijpen. Wat onderzoeken antichrist nu precies nauwkeurig, gezien hun studie en analyse van Christus en hun nieuwsgierigheid naar de essentie van Christus en God? Ze onderzoeken de waarheid nauwkeurig. Ze behandelen alles wat God doet als voorwerpen van hun nauwkeurige onderzoek en analyse, en gebruiken dit als een manier om de tijd te doden. Ze volgen God alsof ze geleerden zijn die een bepaald vakgebied of een bepaalde kennis bestuderen, net als niet-gelovigen die een theologische school bezoeken. Kunnen zulke mensen Gods verlichting ontvangen? Kunnen ze licht ontvangen? Kunnen ze de waarheid begrijpen? (Nee.)
Binnen de kerk zijn er bepaalde taken die leden nog nooit eerder hebben uitgevoerd, en andere die gespecialiseerd werk vereisen. Wanneer Ik dergelijk werk begeleid, luisteren sommige mensen ernstig en nederig, en begrijpen ze de principes die in acht moeten worden genomen bij het vervullen van deze plichten, en de waarheidswerkelijkheid die moet worden beoefend en binnengegaan. Maar er zijn ook mensen die zich er het hoofd over breken en de zaak in hun hart nauwkeurig onderzoeken en denken: je hebt deze vakgebieden niet bestudeerd. Kun je überhaupt zoveel vakgebieden leren? Wie kan alles begrijpen en weten? Op basis waarvan begeleid je ons? Waarom zouden we naar je luisteren? Hoewel wat je zegt tijdens je begeleiding soms echt steek houdt, blijft de vraag hoe je dit weet. Als ik iets niet bestudeer, wet ik er niets over. Ik moet nadenken, streven om meer te leren, meer te zien, meer te horen, en proberen het punt te bereiken waarop ik je begeleiding niet nodig heb en het zelf kan doen. Het lijkt erop dat je ook al doende leert en het beetje bij beetje onder de knie krijgt. Ze kijken alleen naar uiterlijke verschijningen en zien niet dat er enerzijds, wat deze persoon ook zegt of doet, principes zijn. Ongeacht welk werk er wordt begeleid, het wordt volgens een principe gedaan, en dit principe is gerelateerd aan de werkelijke behoeften van mensen en de gewenste resultaten van het werkelijke werk. Anderzijds, en dat is het allerbelangrijkste, heeft deze persoon niets geleerd; Zijn kennis, geleerdheid, inzicht en ervaring zijn niet opmerkelijk. Maar er is één ding dat mensen niet moeten vergeten: of Zijn inzicht, kennis, ervaring en expertise nu rijk of opmerkelijk zijn of niet, de bron die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van het huidige werk is niet dit uiterlijke vlees, maar de essentie van dit vlees – God Zelf. Als je dus oordeelt op basis van het uiterlijk van dit vlees – Zijn lengte en uiterlijk, de toon, intonatie en manier van spreken – zul je niet in staat zijn uit te leggen of te doorgronden waarom Hij deze taken kan ondernemen en er bekwaam in kan zijn, je zult het niet doorzien. Betekent het dat het een onoplosbare kwestie is omdat jij het niet kan doorzien? Nee, het kan worden opgelost. Je hoeft het niet te doorzien; je hoeft slechts één ding te weten, te onthouden en te erkennen: Christus is het vlees waarin God geïncarneerd is. De principes, het standpunt en de houding die mensen ten opzichte van Christus zouden moeten hebben, is er geen van nauwkeurig onderzoek, analyse of het bevredigen van hun nieuwsgierigheid, maar een van erkenning, aanvaarding, luisteren en zich onderwerpen. Als je nauwkeurig onderzoekt en analyseert, zal dat je dan uiteindelijk in staat stellen de essentie van God te zien? Dat zal het niet. God staat niemand toe Hem te analyseren of nauwkeurig te onderzoeken; hoe meer je nauwkeurig onderzoekt en analyseert, hoe meer God Zich voor je zal verbergen. Wat voelen mensen wanneer God Zich verbergt? Het concept van God in hun hart wordt vaag, hun concept van de waarheid wordt onduidelijk, en alles wat betrekking heeft op het pad dat ze moeten volgen wordt wazig. Het is alsof een muur je zicht blokkeert; je kunt niet meer zien welke richting je opgaat, het is allemaal wazig. Waar is God? Wie is God? Bestaat God werkelijk? Deze vragen doemen als een zwarte muur voor je op. Dit betekent dat God Zijn aangezicht voor je verbergt, waardoor je Hem niet kunt zien. Al deze visies worden vaag voor je, ze gaan verloren en duisternis vult je hart. Wanneer je hart verduisterd is, heb je dan nog een pad voor je? Weet je dan nog wat je moet doen? Dat weet je niet. Hoe duidelijk je oorspronkelijke richting en doelen ook waren, wanneer je God nauwkeurig onderzoekt en analyseert, zullen ze vaag en donker worden. Wanneer mensen in een dergelijke situatie, een dergelijke gesteldheid, terechtkomen, zijn ze in gevaar; dit is wat er gebeurt met degenen die zich richten op het nauwkeurig onderzoeken van God. Antichristen bevinden zich altijd in een dergelijke situatie, met pikzwarte duisternis voor zich, niet in staat te onderscheiden wat positieve dingen zijn, wat de waarheid is. Wat God ook doet, ze zijn niet in staat te bevestigen dat het inderdaad God is, dat het God Zelf is; hoe ze ook kijken, ze zien de incarnatie slechts als een persoon, omdat ze de dingen altijd nauwkeurig onderzoeken en analyseren blijft God ook hun ogen verblinden. Je ziet hen met hun ogen wijd open, helder en groot, maar ze zijn nog steeds blind. Wanneer God Zijn aangezicht voor mensen verbergt, is het alsof hun hart is afgestompt, ondergedompeld in volslagen duisternis. Ze zien alleen de oppervlakkige verschijnselen, niet in staat het pad te zien dat erin ligt, en slagen er niet in de onderliggende waarheid te begrijpen – laat staan dat ze Gods essentie of Zijn gezindheid zien.
Gods verschijning en werk onderwerpen aan analyse en nauwkeurig onderzoek zal geen resultaten opleveren. Het is van vitaal belang niet in een staat van analyseren en nauwkeurig onderzoeken te vervallen; dat is een pad van negativiteit. Wat is dan het positieve pad? Aangezien je hebt vastgesteld dat dit Gods werk is, dat deze gewone man de vleesgeworden God is die goddelijke essentie bezit, moet je dit onvoorwaardelijk accepteren en je eraan onderwerpen. Mensen voelen dat dit vlees vele aspecten heeft die onaangenaam zijn, vele aspecten die in strijd zijn met menselijke noties en verbeeldingen; dat ligt aan de mensen. God werkt op deze manier. Wat moet veranderen zijn de noties van mensen, hun verdorven gezindheden en hun houding ten opzichte van God, niet het vlees waarin God geïncarneerd is. Mensen moeten hier de waarheid zoeken, Gods bedoelingen zoeken, het juiste perspectief kiezen en de juiste positie innemen in plaats van Hem als God te erkennen en Hem desondanks nog steeds grondig te willen onderzoeken of te analyseren en te bespreken wat Hij doet en zegt. Dat zou een groot probleem zijn. Wanneer jouw positie en jouw invalshoek voor het aanvaarden van de waarheid verkeerd zijn, zal de uitkomst van hoe jij alles bekijkt veranderen, wat het pad en de richting van jouw streven beïnvloedt. In alles wat God doet of zegt, is de vraag of het al dan niet overeenkomt met menselijke noties slechts een tijdelijke kwestie. De bijdrage van alles wat God doet aan de mensheid, en de waarde die dit voor het menselijk leven heeft, zijn eeuwig. Ze kunnen niet worden veranderd door enig persoon, enige academische discipline, enige uitspraak of argument, of enige trend. Dit is de waarde van de waarheid. Het kan zijn dat de woorden en handelingen van deze gewone persoon op dit moment jouw nieuwsgierigheid of ijdelheid niet kunnen bevredigen, en je niet volledig kunnen overtuigen of je hart en mond kan winnen; maar de bijdragen van alle woorden die Hij vandaag spreekt en al het werk dat Hij in dit tijdperk en gedurende deze periode verricht aan de gehele mensheid, aan het gehele tijdperk en aan Gods algehele managementplan, zijn eeuwig onveranderlijk – dit is een feit. Daarom zul jij op een dag beseffen: twintig of dertig jaar geleden heb ik een bepaalde uitspraak van deze gewone persoon nauwkeurig onderzocht, verkeerd geïnterpreteerd, me er tegen verzet en zelfs geoordeeld en veroordeeld. Twintig of dertig jaar later, nu ik die uitspraak opnieuw bekijk, is mijn hart vervuld van schuld en zelfverwijt. Verdorven mensen zijn gering en onbeduidend voor God, ze zijn voor altijd zuigelingen, het vermelden niet waard. Hoeveel werk een persoon ook verricht, vergeleken met hoeveel elk woord dat door God in enige periode en binnen enige context is gesproken bijdraagt aan de mensheid, is het een verschil van dag en nacht! Jij moet dus begrijpen dat God geen object is dat mensen nauwkeurig zouden moeten onderzoeken, analyseren en betwijfelen. Het werk van God en het vlees waarin God geïncarneerd is, zijn hier niet om de nieuwsgierigheid van mensen te bevredigen. Hij doet al dit werk niet om de tijd te doden of de dagen door te brengen – Zijn bedoeling is om de mensen van een tijdperk te redden, om de gehele mensheid te redden, en de resultaten van het werk dat Hij van plan is te volbrengen, zijn bedoeld om voor eeuwig te duren. Antichristen behandelen Christus als een gewoon persoon die ze nauwkeurig kunnen onderzoeken en analyseren om hun nieuwsgierigheid te bevredigen. Wat is de aard hiervan? Kan het worden begrepen of vergeven? Het zijn zondaars voor alle tijden, vervloekt en eeuwig onvergeeflijk! Als een persoon menselijkheid heeft, de waarheid begrijpt en de waarheidswerkelijkheid bezit, is zelfs het nauwkeurig onderzoeken van hem al volkomen weerzinwekkend. Christus behandelen als een gewoon persoon en Hem innerlijk nauwkeurig onderzoeken, alles wat Hij doet met vijandigheid en laster benaderen, en alleen maar proberen om jouw nieuwsgierigheid naar de woorden die Hij spreekt te bevredigen – er zijn zelfs mensen die Mij zien en zeggen: “Communiceer nog wat meer waarheid, communiceer meer over de taal van de derde hemel, vertel meer dingen die we niet weten” – waar zien ze deze persoon voor aan? Iemand om hun verveling te verdrijven? Hoe kenmerkt God deze zaak? Is dit geen godslastering? Als het op mensen is gericht, wordt het spot en bespotting genoemd; als het op God is gericht, is het godslastering.
Wat betreft de inhoud van deze uiting – nauwkeurig onderzoek, analyse en nieuwsgierigheid – openbaart de aard-essentie van antichristen zich als boosaardigheid, als afkerig zijn van de waarheid. Ze negeren alle positieve dingen; ze verachten ze en behandelen ze met een minachtende houding, en sparen zelfs het vlees waarin God geïncarneerd is niet. Ze moeten hun nieuwsgierigheid in alle zaken bevredigen, alles onderwerpen aan hun nauwkeurige onderzoek; ze willen conclusies trekken en alles tot op de bodem uitzoeken om erachter te komen wat er aan de hand is, zodat ze deskundig en intelligent lijken. Dit is de verdorven gezindheid van mensen. Gewend geraakt aan het nauwkeurig onderzoeken van alles, richten ze nu hun nauwkeurige onderzoek op God. En wat brengt dit hun? Vervolmaking en redding? Nee, het brengt hun alleen maar ondergang en vernietiging! Zo worden antichristen getypeerd. Ze zijn vervloekt en verdoemelijk. In hun benadering van het vlees waarin God geïncarneerd is, nemen ze nooit de positie van volgelingen of schepselen in om Hem te aanvaarden en te zien; in plaats daarvan zien en benaderen ze Hem vanuit de invalshoek en het standpunt van een geleerde, van een betweter, van iemand die overloopt van nieuwsgierigheid, en van een arrogant individu dat niet in staat is de waarheid te bevatten en die positieve dingen veracht. Het is overduidelijk dat zulke mensen niet gered kunnen worden.
6 juni 2020