Artikel tien: Ze verachten de waarheid, schenden in het openbaar principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 1)
Laten we voordat we vandaag met onze bijeenkomst beginnen, naar een gesprek luisteren. Twee mensen zijn aan het praten. De ene zegt: “Als ik gesnoeid zou worden, zouden de broeders en zusters hun plichten niet meer willen vervullen.” De andere zegt: “Zouden ze hun plichten niet meer willen vervullen? Nou en? Als ik ontheven zou worden, zouden de broeders en zusters negatief en zwak worden.” De eerste ziet dat de ander hem overtreft en zegt: “Als ik zou stoppen met geloven, zouden de broeders en zusters bij ons me allemaal volgen.” Toen hij dit hoorde, zei de ander: “Nou, dan ben je invloedrijker dan ik. Maar als ik verwijderd zou worden, zouden veel mensen in onze kerk toch stoppen met geloven. Wat vind je daarvan? Is mijn invloed niet groter dan die van jou?” Begrijpen jullie waar ze het in dit gesprek over hebben? Waar wedijveren die twee om? (Ze wedijveren erom wie beter in staat is mensen voor zich te winnen, wie beter in staat is een onafhankelijk koninkrijk te stichten; ze kijken wie van hen wat geslepener is dan de ander.) Ze wedijveren erom wie geslepener is, wie capabeler is, wie grotere bekwaamheid heeft en wie meer mensen voor zich heeft gewonnen. Wedijveren ze erom wie van hen meer waarheidswerkelijkheid heeft? Wie van hen meer menselijkheid heeft? Wie van hen de waarheid beter begrijpt? (Nee. Ze wedijveren erom voor wie van hen meer mensen het zouden opnemen als ze van hun plicht zouden worden ontheven of zouden worden verwijderd.) Wat voor bekwaamheid is dat, dat ze waar erom wedijveren? Ze wedijveren erom wie het grootste vermogen heeft om mensen te beheersen, te verstrikken en te misleiden. Raad eens: wat voor soort mensen zijn deze twee? (Het zijn beiden antichristen.) Wat zijn het? Zijn het niet allebei kwaadaardige mensen, tirannen? (Dat zijn ze.) Het is overduidelijk dat ze een paar kwaadaardige mensen zijn – ze wedijveren er in het openbaar om wie van hen het grootste vermogen heeft om kwaad te doen, wie mensen beter kan misleiden en beheersen, wie mensen voor zich kan winnen, wie beter in staat is met God te wedijveren om Zijn uitverkorenen. Wie van hen meer mensen kan beheersen, die heeft de grootste bekwaamheid. Daar wedijveren ze om. Zeg Mij, zijn er antichristen die zulke wedstrijden houden? (Die zijn er.) Houden ze die openlijk, of wedijveren ze in het geheim met elkaar? (In het geheim.) Komen er echt gesprekken voor met een inhoud zoals het gesprek tussen de twee in dit verhaal? In werkelijkheid? (Ze komen werkelijk voor.) Zouden ze deze dingen ook openlijk zeggen, gezien ze in het geheim met elkaar wedijveren? De overgrote meerderheid van de antichristen is sluw en boosaardig; ze zouden deze dingen niet openlijk of direct zeggen, om mensen geen munitie tegen hen te geven. Maar dit is hoe ze in het geheim denken, en inderdaad, het is wat ze doen. Hoe ze ook proberen dingen te verbergen, te verhullen en zichzelf te vermommen, hun antichristelijke aard en kwaadwillige aard kunnen niet worden verhuld. Het zal zeker allemaal worden onthuld. Ze zeggen het misschien niet hardop en voor anderen is er niets duidelijk te horen, maar hun daden zijn allesbehalve verhuld of dubbelzinnig, daar is niets geheims of verborgens aan. Ze gaan ook niet achter de rug van mensen om, laat staan dat ze concessies doen. Er is geen enkele dubbelzinnigheid of slordigheid in hun gedrag en handelingen wanneer het erom gaat mensen te verstrikken, hen te misleiden, hen te beheersen en een onafhankelijk koninkrijk te stichten. Ze verzetten zich in het openbaar tegen God en verstrikken en misleiden in het openbaar mensen. Ze hopen dat, als ze gesnoeid zouden worden, veel broeders en zusters het voor hen zouden opnemen, dat ze zich tegen God en Zijn huis zouden verzetten, dat ze negatief en laks zouden worden en hun plichten niet zouden vervullen. Dat zou hen verheugen en hun wens vervullen. Als ze van hun plichten worden ontheven, verlangen ze er wanhopig naar dat veel mensen negatief worden, voor hen opkomen en achter de schermen ter verdediging van hen verklaringen en argumenten aandragen. Ze verlangen er wanhopig naar dat mensen hun verdiensten opsommen en hun juistheid verdedigen. Dat ze zelfs de regelingen van Gods huis oordelen en veroordelen, in hun hart heimelijk tegen God ingaan, Zijn rechtvaardigheid ontkennen en ontkennen dat alles wat Hij zegt en doet de waarheid is, dat het allemaal positieve dingen zijn. En als ze stoppen met geloven, verlangen ze er wanhopig naar dat iedereen hen volgt in hun ongeloof, met hen meegaat en hun volgelingen wordt. Ze verlangen er wanhopig naar dat iedereen ontkent dat God de waarheid is en gelooft dat zij de waarheid hebben, dat alles wat zij doen juist is en dat zij mensen kunnen veranderen en redden. Als ze door de kerk worden verwijderd of verdreven omdat ze kwaad doen, verlangen ze er wanhopig naar dat veel mensen het bestaan van God ontkennen en terugkeren naar de wereld, waar ze mensen worden die niet geloven. Dat zou hen verheugen. Dat zou hun innerlijke balans herstellen en een genoegdoening voor hen zijn. Deze onthullingen van een satanische gezindheid, deze gedragingen, deze essenties en zelfs deze ingewikkelde, gedetailleerde ideeën en gedachten – wie vertegenwoordigen ze? Zijn deze mensen ware broeders en zusters? Hebben ze een waar geloof in God? Onderwerpen ze zich werkelijk aan God? Hebben ze ook maar het kleinste beetje vrees voor God? (Nee.) Hieruit blijkt dat antichristen in hun wezen God vijandig gezind zijn en dat ze Zijn vijanden zijn. Is deze uitspraak nauwkeurig? Is het de waarheid? (Het is nauwkeurig en het is de waarheid.) Het is honderd procent hoe de dingen zijn. De uitspraak is de waarheid, en daar is niets aan af te dingen, want het is een feit, een eeuwig onveranderlijk feit. Zo denken antichristen en dat is wat ze doen. Al hun handelingen en daden worden beheerst door hun persoonlijke ambities en begeerten, en ingegeven en aangezet door hun antichristelijke aard. Kunnen mensen zoals antichristen dan gered worden? (Nee.) Ze zijn bij elke stap God vijandig gezind, en bij elke stap de waarheid vijandig gezind. Wie in hun ogen hun belangen schaadt, wie hun reputatie schaadt, hen berooft van hun begeerten en ambities, van hun hoop op zegeningen, tegen diegene zullen ze in opstand komen en diens vijand zijn – ongeacht of wat diegene deed goed of fout was. Dat is de aard van antichristen. Daarom zullen mensen zoals antichristen, ongeacht welke verkeerde en slechte dingen ze hebben gedaan, of welke dingen ze hebben gedaan die in strijd zijn met de principes en de werkregelingen van Gods huis, niet toestaan dat anderen hen snoeien, of hen ontmaskeren en aanpakken. Wanneer deze dingen hun overkomen, zullen ze zich er niet alleen niet aan kunnen onderwerpen en ze aanvaarden, en niet kunnen erkennen dat wat ze hebben gedaan een slechte daad was – nee, ze zullen valse tegenbeschuldigingen uiten en proberen hun goede naam met alle mogelijke middelen te herstellen. Met alle middelen die tot hun beschikking staan zullen ze proberen hun zonden, hun fouten, af te schuiven op iemand anders en zelf geen enkele verantwoordelijkheid nemen. Sterker nog: hun grootste wens is dat mensen worden bedrogen en misleid zodat ze hun slechte daden rechtvaardigen en hen verdedigen, en dat er meer mensen opstaan en zich voor hen uitspreken. Dit is wat ze het liefst zouden zien.
We eindigen ons verhaal hier. Jullie hebben het goed geraden: die twee zijn inderdaad antichristen. Alleen antichristen kunnen zo’n gesprek voeren, zulke dingen uiten en zulke wensen hebben. Normale, verdorven mensen hebben misschien af en toe een paar van zulke ideeën, maar wanneer hun werkelijk iets overkomt, zullen ze terugkeren voor God om te zoeken en te bidden. Beetje bij beetje zullen ze zich onderwerpen. Allen die ware gelovigen zijn, allen die een geweten en verstand hebben, zullen iets van een Godvrezend hart hebben wanneer ze worden gesnoeid of van hun plicht worden ontheven. Ze zullen iets van een houding van onderwerping aannemen, een bereidheid om zich te onderwerpen. Ze willen niet tegen God ingaan en Hem vijandig gezind zijn. Dit is hoe een gewoon mens met een verdorven gezindheid zich behoort te gedragen. Een antichrist bezit echter niets van dit alles. Hoeveel preken ze ook horen, ze zullen hun begeerten niet loslaten, en ze zullen zulke ambities als het beheersen, voor zich winnen en misleiden van mensen niet loslaten. Sterker nog, deze dingen zullen helemaal niet afnemen; naarmate de tijd verstrijkt en de omstandigheden veranderen, zullen hun ambities en begeerten alleen maar groter en steeds opgeblazener worden. Dit is het radicale verschil tussen de aard-essentie van antichristen en die van gewone, verdorven mensen.
We hebben nu onze communicatie over punt negen van de diverse uitingen van antichristen afgerond. Ditmaal communiceren we over punt tien: ze verachten de waarheid, schenden in het openbaar principes en negeren de regelingen van Gods huis. De waarheid verachten, in het openbaar principes schenden, de regelingen van Gods huis negeren – elk van deze zou op zichzelf al ernstig genoeg zijn, en geen ervan is een onthulling van een gewone, verdorven gezindheid. In elk van deze kan men zien dat de essentie van antichristen die ze omvatten, wreedheid en boosaardigheid met zich meebrengt. Dit zijn de twee duidelijke en ernstige elementen. Kunnen in dit geval arrogantie, onbuigzaamheid en bedrieglijkheid worden gebruikt om de essentie van antichristen te beschrijven? (Nee.) Deze omschrijvingen dringen nauwelijks door tot de kern van de essentie van een antichrist. Alleen de twee gezindheden wreedheid en boosaardigheid kunnen worden gebruikt om de essentie van antichristen te beschrijven.
We zullen deze een voor een doornemen. Ze verachten de waarheid – wat betekent ‘verachten’? (Op iets neerkijken.) (Iets kleineren, minachten en bagatelliseren.) (Iets beneden je waardigheid achten.) De woorden die jullie gebruiken, betekenen allemaal vrijwel hetzelfde. Iets ‘verachten’ betekent het miskennen, erop neerkijken, het bagatelliseren, kleineren en minachten. Algemeen gesproken betekent het zich tegen iets verzetten, er afkerig van zijn en het verafschuwen, vanuit het diepst van je hart, en het niet aanvaarden en het zelfs veroordelen, en dat gepaard laten gaan met een vijandig oordeel en laster. Hoe verhoudt zich dit tot wat jullie zeiden? (Het is gedetailleerder en specifieker.) Het is specifieker en praktischer dan wat jullie zeiden. De meeste definities die jullie gaven, waren synoniemen van ‘verachten’. Wat Ik zei, is een verdere verfijning van de essentie van de handeling en het gedrag van ‘verachten’; het is een concrete, gedetailleerde beschrijving van het gedrag en de essentie van het verachten van de waarheid. Het betekent dat wanneer iemand de waarheid veracht, mensen dan in wat hij doet, in hoe hij in zijn dagelijks leven met de waarheid omgaat en in de houding die hij in zijn hart aanneemt ten opzichte van zaken die de waarheid en positieve dingen betreffen, kunnen zien dat zijn houding ten opzichte van de waarheid er een is van niet-aanvaarding, weerstand en afkeer – en zelfs van oordeel, veroordeling en laster. Dit alles zijn de specifieke manieren waarop ‘de waarheid verachten’ zich manifesteert en wordt onthuld – zo specifiek dat het elk aspect van de houding van zo iemand ten opzichte van de waarheid en zijn benadering ervan omvat: hij heeft een afkeer van de waarheid, Gods woorden en positieve dingen. Hij weerstaat ze vanuit het diepst van zijn hart en aanvaardt ze niet. Wanneer je hem vertelt dat iets Gods woorden zijn, dat het de waarheid is, wat zal zijn houding dan zijn? “Gods woorden, de waarheid – wat maakt het uit! Jullie gebruiken gods woorden en de waarheid voor alles. Is er in het leven van ons mensen niet meer dan gods woorden? We hebben zoveel boeken gelezen, we hebben zoveel onderwijs genoten – was dat allemaal voor niets? Mensen hebben hersenen en verstand; ze hebben het vermogen om zelfstandig over problemen na te denken. Alles baseren op gods woorden en de waarheid – is dat niet een beetje te dogmatisch?” Wat zal zijn houding zijn wanneer hem iets overkomt en je hem vertelt dat hij tot God moet bidden, Hem moet zoeken en Zijn woorden moet lezen? “Gods woorden lezen? Als ons iets overkomt, is het ons eigen probleem. Wat hebben de problemen van de mens met god te maken? Wat hebben ze met de waarheid te maken? Denk je echt dat alles in gods woorden staat, dat het een encyclopedie is? Gods woorden vermelden niet noodzakelijkerwijs alles. Problemen van mensen moeten door mensen worden opgelost, en specifieke problemen vereisen specifieke oplossingen. En als je iets niet aankunt, zoek het dan op het internet op, of raadpleeg er een expert over. Er zijn zelfs professoren hier in onze kerk, en veel van de broeders en zusters zijn studenten. Kunnen wij met z’n allen niet op tegen de waarheid?” Zodra je het hebt over het zoeken van God en het zoeken van de waarheid, zodra je zegt dat ze Gods woorden moeten lezen, halen ze het in hun hoofd om op je neer te kijken. Ze zijn niet bereid om zo te praktiseren; ze zouden het te vernederend en beschamend vinden, en ze denken dat het hen incompetent zou doen lijken. Is dat niet een vorm van iets verachten? Dit is een werkelijke uiting, een werkelijke gedraging, van het verachten van de waarheid. Zulke mensen zijn niet in de minderheid. Ze luisteren misschien vaak naar preken, hebben boeken met Gods woorden in hun handen en vervullen plichten in Gods huis, maar wanneer hen iets overkomt en hun wordt verteld de waarheid te zoeken en Gods woorden te lezen, vinden ze het belachelijk en voelen ze er afkeer van. Ze kunnen het niet aanvaarden; ze hebben er zelfs een afkeer van. Daarom gebruiken ze, wanneer hen iets overkomt, menselijke methoden om het op te lossen, en beweren ze: “Specifieke zaken vereisen specifieke oplossingen, en de problemen van mensen moeten door mensen worden opgelost. Het is niet nodig om god te zoeken. God hoeft niet voor alles te zorgen. Bovendien zijn er sommige dingen waar god niet voor kan zorgen. Dat zijn onze privéaangelegenheden, die niets met god te maken hebben en niets met de waarheid. God zou zich niet moeten bemoeien met onze persoonlijke vrijheid, en hij zou zich niet moeten bemoeien met onze privéaangelegenheden. We hebben het recht om keuzes te maken – en we hebben het recht om te kiezen hoe we leven, hoe we ons gedragen en hoe we spreken. De waarheid en gods woorden zijn voor tijden van de grootste nood, voor kritieke tijden, voor tijden van de grootste noodzaak, wanneer iemand iets overkomt dat hij niet kan oplossen, wanneer hij geen uitweg meer ziet – dan moeten ze gods woorden tevoorschijn halen en ze een beetje lezen, voor verademing, om hun een beetje geestelijke troost te geven. Dat is meer dan genoeg.” Hieruit blijkt dat de houding die mensen als antichristen ten opzichte van de waarheid hebben, er duidelijk een is die niet erkent dat de waarheid het leven van de mens kan zijn, of dat Gods woorden verband houden met alles wat mensen in hun werkelijke leven overkomt. Ze geloven al helemaal niet in het feit dat God alles van de mens in Zijn hand houdt.
Antichristen verachten de waarheid; dit dekt een brede lading. Wat betekent het om te zeggen dat antichristen de waarheid verachten? Wat is de reikwijdte daarvan? We zullen het in drie punten ontleden. Zo zal het voor jullie duidelijker zijn. Ten eerste verachten ze Gods identiteit en essentie. Vertegenwoordigen Gods identiteit en essentie niet de waarheid? (Jawel.) Vervolgens verachten ze het vlees waarin God is geïncarneerd. Zijn het vlees waarin God is geïncarneerd en het werk dat Hij doet niet de waarheid? (Jawel.) Wat overblijft is dat ze de woorden van God verachten. Het eerste is dat ze Gods identiteit en essentie verachten; het tweede kan worden ingekort tot dat ze Christus verachten; en het derde is dat ze de woorden van God verachten. We zullen nu elk van deze punten afzonderlijk ontleden.
I. De identiteit en essentie van God verachten
We zullen eerst communiceren over de houding die antichristen hebben ten opzichte van Gods identiteit en essentie, wat zal aantonen dat ze in dit opzicht de waarheid verachten. Wat is de houding van een antichrist ten opzichte van Gods identiteit en Zijn essentie? Wat denken ze daarover? Hoe definiëren ze die? Hoe beschouwen ze die? Wat houdt Gods essentie in? Gods rechtvaardige gezindheid, Zijn almacht, Zijn heiligheid en Zijn uniciteit. Wat betreft het feit dat Zijn identiteit de Schepper is, dat Hij soeverein is over het lot van de hele mensheid, erkennen antichristen dat? (Nee.) Hoe uit zich het feit dat ze Hem niet als zodanig erkennen specifiek? (Antichristen zullen de mensen die ze tegenkomen, en de gebeurtenissen en dingen die hun elke dag van Godswege overkomen niet aanvaarden; in plaats daarvan zullen ze die kwesties alleen maar overanalyseren en ze benaderen met menselijke noties en verbeeldingen.) Zullen ze die benaderen met menselijke noties en verbeeldingen? De eerste helft van wat je zei was juist: wanneer een antichrist iets overkomt, zal hij de kwestie alleen maar overanalyseren. De tweede helft echter, waar je zei dat ze dingen zullen benaderen met menselijke noties en verbeeldingen – dat zijn gedragingen van gewone, verdorven mensen. Waar we hier over communiceren en wat we hier blootleggen, is dat antichristen de waarheid en het feit van Gods soevereiniteit over het lot van de mensheid verachten. Als je daar bewijs voor wilt vinden, moet je kijken naar de relevante methoden en gedragingen van de antichristen. In feite erkennen antichristen met hun woorden wel dat ‘de mens door god is gemaakt, het lot van de mens in gods handen ligt en mensen zich aan gods heerschappij moeten onderwerpen’ – maar is dit ook de manier waarop ze de dingen aanvaarden wanneer ze hun overkomen? De woorden die ze spreken zijn best aardig en correct, maar zo praktiseren ze niet wanneer hun iets overkomt. Het is hun benadering en hun houding ten opzichte van dingen wanneer hun iets overkomt die onthullen dat de woorden die ze zeggen slogans zijn, geen ware kennis. Wanneer hun dingen overkomen, wat voor soort opvattingen, welke gedachten, uitspraken en houdingen hebben ze dan die bewijzen dat ze de essentie van een antichrist hebben? Wanneer een antichrist iets overkomt, is zijn eerste reactie dan dit te accepteren? Kalm te worden en zich te onderwerpen voor God, en de omgeving te aanvaarden die God heeft gearrangeerd, of die nu goed of slecht is, en of die hem nu ten goede komt of niet – is dat het soort houding dat hij aanneemt? Het is duidelijk dat hij niet zo’n houding heeft. Zijn eerste overweging wanneer hem iets overkomt, is hoe het zijn belangen en positie beïnvloedt. Vervolgens bedenkt hij manieren om eraan te ontsnappen, een uitweg te vinden, het te ontwijken. Omdat hij geen verantwoordelijkheid voor de zaak wil nemen, zoekt hij slinks naar redeneringen en excuses; hij gebruikt menselijke methoden om de zaak op te lossen en hij gebruikt zijn hersenen om de kwestie te analyseren en aan te pakken. Hij zal zelfs de verantwoordelijkheid op anderen afschuiven, klagend dat deze persoon fout is en deze niet doet wat hem is opgedragen. Hij zal er spijt van hebben dat hij in eerste instantie onzorgvuldig en nalatig is geweest, en in eerste instantie zus en zo heeft gehandeld. Zijn houding ten opzichte van de omstandigheden die op zijn pad komen, de omstandigheden die God orkestreert wordt duidelijk gekenmerkt door weerstand, ontwijken, weigeren en niet-aanvaarden. Zijn eerste reactie op die omstandigheden is zich te verzetten tegen hun komst. Zijn tweede is menselijke methoden te gebruiken om ze glad te strijken, de storm met menselijke middelen te doorstaan, en zelfs menselijke middelen te gebruiken om de feiten te verdoezelen en de schade die hij toebrengt aan het werk van de kerk en het binnengaan van het leven van de broeders en zusters stil te houden. Hij zet al zijn mentale energie in om met menselijke middelen zijn slechte daden te verhullen en te verbergen. Hij erkent de aard van de slechte dingen die hij heeft gedaan niet noch welke waarheidsprincipes hij heeft geschonden, en geeft zelfs degenen om hem heen de opdracht: “Laat dit niet uitlekken. Laten we er geen van allen iets over zeggen; niemand anders mag het weten.” Niet alleen onderwerpt hij zich niet en weigert hij deze omstandigheden te aanvaarden – hij zal ook valse tegenbeschuldigingen uiten, bedriegen en feiten achterhouden. Om zijn superieuren of God er niet van op de hoogte te hoeven stellen zal hij proberen de ware feiten te verdoezelen en hopen dat hij de berg tot een molshoop kan reduceren en het kan bagatelliseren. Zo gaan antichristen om met dingen die hun overkomen. Is hun manier van omgaan met dingen consistent met de slogans die ze roepen? Wanneer we de slogans die ze roepen en hun houding wanneer hun dingen overkomen vergelijken, wat is dan een onthulling van hun aard-essentie? (Hun houding wanneer hun dingen overkomen.) Wat is die houding dan precies? Hebben ze een houding van onderwerping? Hebben ze zo’n houding waarbij ze Gods discipline en snoeien nederig zouden aanvaarden? Hebben ze de bereidheid zich te onderwerpen aan Gods soevereiniteit? Zijn hun houding en oprechte gedragingen die van een waar geloof dat, wat hun ook overkomt, God Degene is die de soevereiniteit heeft over alles wat des mensen is? (Nee.) Geenszins. Wat is hun houding dan? Het is vrij duidelijk: ze willen dingen weigeren, dingen verdoezelen en bedriegen; ze willen zich tot het einde toe verzetten en God niet laten handelen of soeverein laten zijn. Ze denken dat ze de bekwaamheid en het vermogen hebben om alles recht te zetten. Op hun terrein mag niemand zich met hun werk bemoeien of hen managen– zij moeten de grootste zijn. Bestaat de god waarin ze geloven dan nog op dat moment? Niet meer – hij is nu een lege huls. Wat is dus hun geloof op dat moment? Het is vaag en hol, en het bevat bedrog. Ze hebben geen oprecht geloof.
Wanneer een antichrist niets overkomt, zal hij doen alsof hij naar preken luistert, Gods woorden leest en lofzangen leert. Hij zal deelnemen aan het kerkleven en proactief deelnemen aan alle werkprojecten van de kerk, en vaak zeggen: “Wij geloven in god, dus moeten we in zijn soevereiniteit geloven en ons aan zijn soevereiniteit onderwerpen. Alles is in gods handen en alles wat hij doet is goed.” Bovendien zal hij anderen vaak instrueren: “Mensen moeten er niet op staan op hun eigen manier te handelen. Wanneer er iets gebeurt, moeten ze tot god bidden, want alles is in zijn handen.” Hij roept deze slogans op hoogdravende wijze en zijn houding lijkt vastberaden en absoluut – maar hij voldoet niet aan de verwachtingen, want wanneer hem iets overkomt, leggen de waarheid van de feiten en wat hij werkelijk onthult zijn ware gestalte en zijn essentie, volkomen en volledig bloot. Het wordt blootgelegd dat hij niet gelooft in het feit van de identiteit en essentie van de Schepper, noch in het feit dat Hij soeverein is over alles. Hij is niet bereid deze feiten te aanvaarden, laat staan ze te erkennen. Erger nog, hij slaagt er niet alleen niet in ze te erkennen of te aanvaarden, maar blijft hardnekkig tot het einde toe in verzet. Wanneer hem iets overkomt, klaagt hij, zo niet over het een, dan wel over het ander. Hij komt niet op een welgemanierde en onderworpen manier voor God om Zijn wil en Zijn bedoelingen te zoeken. Hij komt niet onderworpen voor God en onderwerpt zich niet aan Zijn soevereiniteit en regelingen, en aanvaardt Zijn orkestraties en soevereiniteit niet. Hij aanvaardt Zijn discipline niet onderworpen. In plaats daarvan wenst hij de zaak glad te strijken met menselijke technieken en listen, met menselijke middelen – om de zaak de kop in te drukken, om anderen en God om de tuin te leiden. Hij gelooft dat als hij de zaak gladstrijkt, hij die in feite heeft afgehandeld. Hij gelooft dat als hij de zaak gladstrijkt en zijn fouten en zijn verdorven gezindheid worden verdoezeld, en niemand van deze dingen weet, en niemand in staat is iets verdachts aan hem te ontdekken of de zaak verder te onderzoeken, hij iets groots heeft bereikt. Dan zal hij zich gerust voelen. Afgaande op de woorden en gedragingen van een antichrist, zijn daden en handelingen, en de essentie van zijn gedrag en prestaties, verzet hij zich wanneer hem iets overkomt koppig tegen Gods soevereiniteit. Hij zal die hardnekkig tot het einde toe bestrijden. Wat hij ook verkeerd heeft gedaan, hij zal God niet toestaan hem te snoeien, of omgevingen te arrangeren waarmee Hij hem kan disciplineren, laat staan dat hij Hem toestaat hem te onthulleen en te ontmaskeren. Zodra hij wordt ontmaskerd, zodra de aap uit de mouw komt, raakt hij in paniek en wordt hij zenuwachtig en woedend. Hij zal zelfs de rollen omdraaien en preventief in het wilde weg beschuldigingen uiten, zeggend dat God hem niet heeft beschermd, dat Hij hem niet heeft gezegend, dat Hij onrechtvaardig is. Waarom zou God anders, wanneer dezelfde dingen hem en iemand anders overkwamen, de ander niet onthullen, maar hem wel? Waarom zou God anders, wanneer dezelfde dingen gebeurden de ander niet disciplineren, maar hem wel? Hij zal zelfs zeggen: “Aangezien god niet rechtvaardig is, zal ik mezelf moeten beschermen met menselijke methoden, mijn eigen methoden.” Hij gelooft dat god hem niet kan disciplineren en ontmaskeren wanneer hij iets verkeerds heeft gedaan, maar hem moet dekken, hem bij elke stap groen licht moet geven, de gemakkelijke uitweg, en elke misstap van hem moet gedogen. Hij gelooft dat dat is wat god zou doen. Als God hem onthult en hem niet met speciale gunst behandelt wanneer hem dingen overkomen, en hem geen speciale visie of leiderschap geeft, heeft hij het gevoel dat zo’n God niet beminnelijk is, dat Hij ongeschikt is om de soevereiniteit over zijn lot te hebben. Wanneer hem dus iets overkomt, wil hij zich niet aan God onderwerpen en alles wat van Hem komt als een schepsel aanvaarden. In plaats daarvan wil hij dat God hem dient, hem in alles een steuntje in de rug geeft, en hem zelfs niet berispt of disciplineert voor alle overtredingen die hij begaat, of voor alle verdorvenheid, opstandigheid of weerstand die hij openbaart. Uit elk gedrag en elke uiting van een antichrist blijkt dat hij geen waar geloof in God heeft. Dat zogenaamde ware geloof van hem is slechts een poging om voordelen binnen te halen en profijt te trekken. Hij onderwerpt zich niet aan Gods orkestraties, maar zou God orkestreren, in de wens Hem te gebruiken om alle dingen voor hem te doen en deuren voor hem te openen. Hij aanvaardt Gods soevereiniteit en regelingen, of Zijn redding, niet als een verdorven schepsel. In plaats daarvan voelt hij dat hij God een buitengewone gunst bewijst door in Hem te geloven, en dat God dat moet onthouden en hem moet beschermen en onvoorwaardelijk moet zegenen, en hem moet vergeven, ongeacht welke slechte daad hij heeft begaan, en hem een speciale vergiffenis moet verlenen. Het soort mensen dat antichristen zijn, is werkelijk kwaadaardig. Ze hebben totaal geen schaamte. Ze weten niet eens wat voor soort wezen ze zijn of wie ze zijn. Dus wanneer hun iets overkomt, komen ze schaamteloos met rechtvaardigingen en excuses aan. Ze bepleiten hun zaak, oefenen druk uit, schuiven de schuld af en verbergen de feiten – ze verzetten zich tot het einde toe tegen God. Ze zijn bang dat als ze worden ontmaskerd en mensen hen doorzien, ze geen status of prestige meer zullen hebben. Hun geloof in God blijft bij woorden; ze zetten zich nergens voor in en onderwerpen zich niet oprecht, laat staan dat ze ook maar in de buurt van aanvaarding komen. Met betrekking tot het feit van Gods identiteit, kan men dus in de essentie van een antichrist zien dat ze in het diepst van hun hart onwillig zijn – ze zijn niet bereid God de soevereiniteit over hun lot te laten hebben en alles wat van hen is te laten orkestreren. Ze willen God niet soeverein laten zijn – wie zouden ze wel soeverein willen laten zijn? Ze zouden zelf het laatste woord willen hebben, wat impliciet betekent dat ze toestaan dat Satan de dingen manipuleert en dat ze een verdorven gezindheid en Satans verdorven essentie hun leven laten zijn en als koning in hun hart laten heersen. Zo gaat dat nu eenmaal. En wat betreft de essentie van God – hoe behandelt een antichrist die? Een antichrist koestert twijfels over de elementen die Gods essentie omvat. Ze geloven niet; ze twijfelen; ze veroordelen al die elementen niet alleen, ze hebben er zelfs noties over. Soms gebruiken ze zelfs hun verbeeldingen, kennis en hersens om die elementen te analyseren en te interpreteren. Sommige dwaze mensen geloven zelfs dat hun interpretaties behoorlijk goed, geestelijk, legitiem en praktisch zijn. Dat is nog walgelijker.
A. Gods rechtvaardigheid verachten
Zulke mensen als antichristen reageren altijd op Gods rechtvaardigheid en gezindheid met noties, twijfels en weerstand. Ze denken: het is maar een theorie dat god rechtvaardig is. Bestaat er werkelijk zoiets als rechtvaardigheid in deze wereld? In mijn hele leven heb ik nog nooit rechtvaardigheid gevonden of gezien. De wereld is zo duister en boosaardig, en het gaat kwaadaardige mensen en duivels voor de wind; ze leven er tevreden op los. Ik heb niet gezien dat ze hun verdiende loon krijgen. Ik zie niet in waar hier gods rechtvaardigheid in zit. Ik vraag me af, bestaat gods rechtvaardigheid eigenlijk wel? Wie heeft die gezien? Niemand heeft die gezien en niemand kan ervan getuigen. Dit is wat ze bij zichzelf denken. Ze aanvaarden al Gods werk, Zijn woorden en Zijn orkestraties niet vanuit het geloof dat Hij rechtvaardig is, maar twijfelen en oordelen voortdurend, zitten altijd vol noties en zoeken nooit de waarheid om die op te lossen. Dit is de manier waarop antichristen altijd in God geloven. Hebben ze een waar geloof in God? Nee. Antichristen blijven altijd twijfelen aan Gods rechtvaardigheid. Natuurlijk hebben ze hun twijfels over Gods gezindheid, Zijn heiligheid en wat Hij heeft en is. Daar geloven ze niet in, ze gaan alleen af op wat het oog kan zien – als ze iets niet met eigen ogen kunnen zien, zullen ze er nooit in geloven. Ze zijn net als Tomas, die altijd aan de Heer Jezus twijfelde; hij geloofde niet dat de Heer Jezus uit de dood was opgestaan en geloofde niet in Gods geweldige macht. Zou zulk uitschot als antichristen, die geen geestelijk begrip hebben en de waarheid niet najagen, kunnen geloven dat Gods woorden de waarheid zijn? Zouden ze kunnen geloven in Zijn almacht en wijsheid? Ze geloven nergens in; in hun hart hebben ze altijd hun twijfels. Afgaande op de essentie van antichristen, gaan ze uit van wat het oog kan zien, het zijn dus materialisten. Ze kunnen Gods almacht niet zien en ze geloven niet dat Zijn woorden de waarheid zijn, dat het feiten zijn die Hij al heeft verwezenlijkt. Omdat ze geen geestelijk begrip hebben en geen waar geloof, kunnen ze Gods daden onmogelijk zien. Feit is dat ze met hun geloof in God een bijbedoeling hebben. Het zijn moedwillige onruststokers – dienaren van Satan. Kan iemand die de waarheid niet aanvaardt of niet in Gods bestaan gelooft, die alle dingen met menselijke ogen bekijkt, het bestaan van de waarheid ontdekken? Kunnen ze het feit van Gods soevereiniteit over de mensheid ontdekken? Zeker niet. Ze bekijken de dingen met een onderzoekende blik, een achterdochtige blik en een sceptische houding. Ze weerstaan zelfs alles wat God doet. Antichristen staan dus ongelovig tegenover Gods rechtvaardige gezindheid. Ze hebben hun twijfels en aanvaarden die niet. Welke gedragingen van antichristen tonen anderen dat ze de waarheid niet aanvaarden of Gods essentie niet erkennen? Er zijn vele specifieke voorbeelden. Bijvoorbeeld: wanneer er een probleem ontstaat in het werk van de kerk, is de eerste reactie van een antichrist om zichzelf vrij te pleiten en de schuld af te schuiven, ongeacht de ernst van de schuld of de gevolgen. Om niet verantwoordelijk te worden gehouden, zal hij ze zelfs de aandacht van zichzelf afleiden, een paar correcte, aardig klinkende dingen zeggen en een oppervlakkige vertoning opvoeren om de waarheid van de zaak te verdoezelen. In normale tijden kunnen mensen dit niet zien, maar wanneer de antichrist iets overkomt, wordt zijn lelijkheid pas blootgelegd. Als een egel met al zijn stekels overeind, beschermt hij zichzelf uit alle macht en wil hij geen enkele verantwoordelijkheid op zich nemen. Wat voor houding is dit? Is het niet een houding van ongeloof in de rechtvaardigheid van God? Hij gelooft niet dat God alles nauwkeurig onderzoekt of dat Hij rechtvaardig is; hij wil zijn eigen methoden gebruiken om zichzelf te beschermen. Hij denkt: als ik mezelf niet bescherm, zal niemand het doen. God kan me ook niet beschermen. Ze zeggen dat hij rechtvaardig is, maar als mensen in de problemen komen, behandelt hij hen dan echt eerlijk? Absoluut niet – god doet dat niet. Wanneer hij met problemen of vervolging wordt geconfronteerd, voelt hij zich niet gesteund en denkt hij: waar is god nu? Mensen kunnen hem niet zien of aanraken. Niemand kan me helpen; niemand kan mij recht doen en ervoor zorgen dat ik eerlijk word behandeld. Hij denkt dat hij alleen met zijn eigen methoden zichzelf kan beschermen, dat hij anders verlies zal lijden, gepest en vervolgd zal worden – en dat Gods huis hierop geen uitzondering is. Een antichrist zal alles al voor zichzelf gepland hebben voordat hem iets is overkomen. Enerzijds probeert hij zich hardnekkig voor te doen als zo’n machtig persoon dat niemand hem durft lastig te vallen, met hem durft te sollen of hem durft te pesten. Anderzijds leeft hij bij elke stap Satans filosofieën en zijn bestaanswetten na. Waaruit bestaan die voornamelijk? ‘Ieder voor zich en God voor ons allen,’ ‘Laat de dingen voor wat ze zijn als ze je niet persoonlijk raken,’ ‘Verstandige mensen zijn goed in zelfbescherming en proberen alleen maar fouten te vermijden,’ handelen naar de omstandigheden, glad en geslepen zijn, ‘Ik zal niet aanvallen tenzij ik word aangevallen;’ ‘Harmonie is een schat; verdraagzaamheid is een deugd,’ ‘Spreek goede woorden in overeenstemming met de gevoelens en de gedachtegang van anderen, want eerlijkheid irriteert hen,’ ‘Een wijs man onderwerpt zich aan de omstandigheden,’ en andere soortgelijke satanische filosofieën. Hij heeft de waarheid niet lief, maar aanvaardt Satans filosofieën alsof deze positief zijn, in de overtuiging dat die hem zullen kunnen beschermen. Hij leeft naar deze dingen; hij spreekt tegen niemand de waarheid, maar zegt steevast aangename, vleiende dingen om bij anderen in de gunst te komen, beledigt niemand en bedenkt manieren om zichzelf te etaleren zodat anderen hem hoogachten. Hij geeft alleen om zijn eigen jacht naar roem, gewin en status, en doet helemaal niets om het werk van de kerk te ondersteunen. Wanneer iemand iets slechts doet en de belangen van Gods huis schaadt, ontmaskert of rapporteeert hij ze niet, maar doet hij alsof hij het niet heeft gezien. Wanneer we kijken naar de principes die hij toepast voor het aanpakken van zaken en hoe hij omgaat met wat er om hem heen gebeurt, heeft hij dan enige kennis van Gods rechtvaardige gezindheid? Heeft hij er enig vertrouwen in? Hij heeft er geen enkel vertrouwen in. ‘Geen’ betekent hier niet dat hij er geen besef van heeft, maar dat hij in zijn hart twijfels heeft over Gods rechtvaardige gezindheid. Hij aanvaardt noch erkent dat God rechtvaardig is. Wanneer hij veel mensen ziet getuigen dat de waarheid en rechtvaardigheid in Gods huis heersen, weerstaat hij dit en oordeelt hij erover in zijn hart, en zegt: “Waarom heeft de grote rode draak geen vergelding ondergaan voor het vervolgen van gods uitverkorenen? De kwaadaardige mensen onder de ongelovigen pesten gods uitverkoren volk, lasteren hen en oordelen over hen, en ook zij hebben geen vergelding ondergaan. Het gaat hun allemaal voor de wind – waarom worden gelovigen in god altijd gepest?” In zijn hart gelooft hij niet in Gods rechtvaardige gezindheid. Hij gelooft niet dat God ieder mens rechtvaardig behandelt. Ook gelooft hij niet in de gedachte dat God ieder zal vergelden naar zijn daden, en dat alleen degenen die de waarheid nastreven door God gezegend zullen worden en een prachtige bestemming zullen bereiken. Antichristen geloven deze dingen niet. Ze zeggen bij zichzelf: als dit feiten zijn, hoe komt het dan dat ik ze niet heb gezien? Je zegt dat degenen die de waarheid nastreven door god gezegend zullen worden. Welnu, die-en-die in onze kerk streeft de waarheid na, zet zich volledig in voor god en vervult zijn plicht heel trouw. Hoe loopt dat voor hem af? Hij wordt zo opgejaagd door de grote rode draak dat hij nauwelijks naar huis kan; zijn familie is uit elkaar gerukt – hij kan niet eens zijn kinderen zien. Is dat gods rechtvaardigheid? En er is die-en-die, die in de gevangenis werd gegooid omdat hij in god geloofde, waar hij half doodgemarteld werd. Waar was gods rechtvaardige gezindheid toen? Hij stond standvastig in zijn getuigenis; hij was geen Judas. Waarom zegende en beschermde god hem niet? En waarom stond god toe dat de grote rode draak hem half doodsloeg? Er was ook een leider in onze kerk die zijn familie en beroep opgaf voor het werk van de kerk. Hij vervulde jarenlang zijn plicht en doorstond heel wat ontberingen. Uiteindelijk werd hij veroordeeld en verwijderd omdat hij een beetje kwaad had gedaan en het werk van de kerk had verstoord. Waar was gods rechtvaardige gezindheid? En er zijn broeders en zusters die op vrij jonge leeftijd hun plicht in gods huis vervullen, ontberingen verdragen en zwoegen, maar zodra ze een fout maken en de principes schenden, worden ze gesnoeid. Sommigen van hen huilen heel verdrietig omdat ze bang zijn verwijderd en geëlimineerd te worden, en er is niemand om hen te troosten. Waarom kan ik daarin gods rechtvaardigheid niet zien? Op welke manier precies komt gods rechtvaardige gezindheid in deze dingen tot uiting? Waarom kan ik het niet zien? En dan is er ook nog mijn eigen geval – ik ben misschien een beetje plichtmatig in het vervullen van mijn plicht, en ik openbaar misschien soms een beetje een verdorven gezindheid, maar toch heb ik talent. Waarom wil gods huis mij niet promoveren? Bij al zulke zaken kunnen antichristen niet helder zien wat er aan de hand is. Ze zien alleen maar uiterlijke verschijnselen, ze kunnen niet zien wat Gods bedoelingen achter de dingen zijn. Het diepst van hun hart is vervuld van bedenkingen en twijfels, van ideeën en noties – en er zijn vele knopen in hun hart die ze niet kunnen ontwarren. Telkens wanneer ze aan deze dingen denken, worden ze vervuld van wrok en veroordelen en lasteren ze Gods rechtvaardige gezindheid. Gegriefd zeggen ze bij zichzelf: als god rechtvaardig is, waarom worden argeloze mensen dan gesnoeid? Als hij rechtvaardig is, waarom ziet hij het dan niet door de vingers als mensen een beetje verdorvenheid openbaren? Als hij rechtvaardig is, waarom worden sommige mensen, die hun plicht hebben vervuld en heel veel hebben geleden, dan ontslagen, louter omdat ze geen werkelijk werk verrichten? Als hij rechtvaardig is, waarom worden wij, die hem met onwankelbare toewijding volgen, dan vervolgd en gemarteld, waarom lopen we de kans naar de gevangenis te worden gestuurd en in sommige gevallen zelfs dood te worden geslagen? Antichristen hebben voor geen van deze verschijnselen een duidelijke verklaring. Ze weten niet wat er met hen aan de hand is; ze kunnen het niet helder zien. Vaak vragen ze zichzelf af: is de god waarin ik geloof rechtvaardig of niet? Bestaat de god die rechtvaardig nu wel of niet? Waar is hij? Wanneer we met moeilijkheden worden geconfronteerd, wanneer we worden vervolgd – wat doet hij dan? Kan hij ons redden, of niet? Als god rechtvaardig is, waarom vernietigt hij Satan dan niet? Waarom vernietigt hij de grote rode draak niet? Waarom straft hij deze boosaardige mensheid niet? Waarom doet hij ons, die in hem geloven en vreselijk hebben geleden, geen recht en waarom zorgt hij er niet voor dat we eerlijk worden behandeld? Waarom neemt hij het niet voor ons op? We haten duivels en Satan, en we haten kwaadaardige mensen – waarom wreekt god onze grieven niet? Uit het hart van een antichrist welt het ene ‘waarom’ na het andere op, als een machinegeweer, op geen enkele manier te beheersen. Wanneer ze deze dingen niet kunnen beheersen, waarom komen ze dan niet voor God om te bidden en te zoeken, of Zijn woorden te lezen en broeders en zusters op te zoeken voor communicatie? Zullen ze zulke problemen dan niet één voor één oplossen? Is het oplossen van deze problemen werkelijk een moeilijke zaak? Als je een houding van onderwerping aan God en de waarheid aanneemt, een houding van het aanvaarden van de waarheid, vormen deze problemen geen problemen meer – ze kunnen allemaal worden opgelost. Waarom kunnen antichristen dat niet? Omdat ze de waarheid niet aanvaarden, niet geloven dat Gods woorden de waarheid zijn en de waarheid niet erkennen. Ze kunnen zich niet onderwerpen aan Gods gehele soevereiniteit en regelingen, laat staan dat ze de dingen die gebeuren van Hem aanvaarden. Daarom zijn antichristen in hun hart vervuld van twijfels over Gods rechtvaardigheid. Wanneer ze met beproevingen worden geconfronteerd, zullen de twijfels die hun hart vullen tot uitbarsting komen, en innerlijk zullen ze God ondervragen: als god rechtvaardig is, waarom laat hij ons dan zoveel lijden? Als god rechtvaardig is, waarom heeft hij dan geen genade met degenen onder ons die hun deel van ellende hebben doorstaan in het volgen van christus? Als god rechtvaardig is, waarom beschermt hij degenen onder ons die zich voor hem inzetten en hun plichten vervullen niet, en beschermt hij onze families niet? Als god rechtvaardig is, waarom laat hij dan sommige mensen die oprecht in hem geloven in de gevangenis sterven, door toedoen van de grote rode draak? Dan beginnen ze tegen God te tieren: als god rechtvaardig is, zou hij ons niet zoveel moeten laten lijden; als god rechtvaardig is, zou hij ons niet zonder enige reden moeten disciplineren en onthullen; als god rechtvaardig is, zou hij tolerant moeten zijn voor alle slechte daden die we doen, en al onze negativiteit en zwakheid moeten vergeven, en al onze overtredingen door de vingers moeten zien. Als je zelfs deze dingen niet kunt doen, dan ben je geen rechtvaardige god! Dit gaat er allemaal in het hoofd van antichristen om. Ze zitten vol noties over God en zoeken helemaal niet de waarheid om die op te lossen. Wanneer de dag komt dat ze worden blootgelegd, zullen die noties ongetwijfeld tot uitbarsting komen. Dat is de lelijke mentaliteit en het ware gezicht van antichristen.
Antichristen erkennen of aanvaarden de waarheid niet, laat staan dat ze het feit erkennen dat God de Schepper is, dus blijft Gods rechtvaardige gezindheid voor hen een groot, open vraagteken. En met het verstrijken van de tijd, wanneer er gebeurtenissen plaatsvinden en het opkomen van diverse kwesties, wordt dat vraagteken van hen steeds groter – en geleidelijk verandert het in een kruis. Wat betekent dat kruis? Het betekent dat ze het feit dat God rechtvaardig is ronduit ontkennen. En wanneer dat kruis is gezet – wanneer een antichrist ontkent dat God rechtvaardig is – gaan al hun fantasieën en wensen in rook op. Denk hierover na: wat is het beginpunt dat tot een dergelijk gevolg leidt? (Antichristen denken dat ze door in God te geloven gezegend moeten worden en Zijn bescherming moeten ontvangen. Wanneer God dus werk doet dat niet overeenkomt met hun noties en verbeeldingen, vinden ze dat Hij niet rechtvaardig is en kunnen ze het niet van Hem aanvaarden. Ook bidden ze niet tot God en zoeken ze de waarheid niet zodra hun noties over God zijn ontstaan, en kunnen ze die niet tijdig oplossen. Op die manier stapelen hun noties zich op – dat is wat uiteindelijk tot een dergelijk gevolg leidt.) Jullie praten over oppervlakkige verschijnselen; jullie komen niet tot de kern. Waarom zeg ik dat? Omdat er iets aan de wortel ligt van het feit dat antichristen zich zo kunnen gedragen en zulke opvattingen kunnen hebben, van hun vermogen om aan God te twijfelen en Hem te ontkennen. Het wordt natuurlijk bepaald door de aard-essentie van een antichrist. Dat is de wortel – laten we het daarbij laten. De voornaamste dieperliggende oorzaak is dus dat antichristen vanaf het allereerste begin een gebrek aan liefde voor de waarheid of aanvaarding ervan hebben gehad. Waarom aanvaarden ze de waarheid niet? Ook dit heeft zijn dieperliggende oorzaak: ze erkennen niet dat God de waarheid is, dat Zijn woorden de waarheid zijn – en aangezien ze dat niet erkennen, kunnen ze die niet aanvaarden. Gezien het feit dat ze de waarheid niet aanvaarden, kunnen ze dan enig probleem met de blik van de waarheid bekijken? (Nee.) Dat kunnen ze niet – wat zijn dus de gevolgen? Ze kunnen de dingen die hun overkomen niet doorzien, wat het ook moge zijn – grote en kleine dingen die om hen heen gebeuren, of ook de woorden van anderen. Ze kunnen mensen of gebeurtenissen niet doorzien – ze kunnen niets doorzien. Sommige dingen lijken aan de buitenkant te zijn zoals ze zeggen, maar in essentie zijn ze dat niet. Dit heeft met de waarheid te maken. Als je de waarheid niet begrijpt of aanvaardt, kun je dan de waarheid die in deze dingen besloten ligt begrijpen? Dat kun je niet, je kunt dus alleen maar de dingen analyseren en bestuderen met een menselijke blik, met menselijke kennis en met een menselijk brein. Welke resultaten zal een dergelijke studie opleveren? Zullen die in overeenstemming zijn met de waarheid? Zullen die in overeenstemming zijn met Gods vereisten en bedoelingen? Nee, dat zullen ze nooit zijn. Het is net als in het verhaal van Job, dat allen die in God geloven kennen. Iedereen die de waarheid erkent en aanvaardt en die in staat is in God te geloven en zich aan Hem te onderwerpen, prijst en bewondert Job in zijn hart; ze willen allemaal een persoon als Job zijn. Ze prijzen en bewonderen ook Jobs uitingen van lof voor God en zijn kennis van Hem te midden van zijn beproevingen. Mensen kunnen in hun hart begrijpen dat de diverse beproevingen en kwellingen die Job overkwamen het werk van God waren. Over het geheel genomen vormt Job, als persoon, een ideaal voor allen die de waarheid najagen. Ze willen allemaal zijn voorbeeld volgen en zo iemand zijn. Dus, hoe wordt een dergelijk positief resultaat bereikt? Wat is de basis ervan? Het oprechte geloof en de erkenning dat dit de waarheid is, dat dit alles Gods werk is – op deze basis komt men er stap voor stap toe een persoon als Job te willen zijn, iemand te willen worden die God vreest en het kwaad mijdt. Ze geloven in dit alles en erkennen het in hun hart, en uiteindelijk bereiken ze een streven ernaar, dat ze in hun leven gaan najagen. Om een dergelijk resultaat te bereiken, is het het belangrijkste dat men dit alles in zijn hart erkent en erin gelooft. Hebben antichristen dan een dergelijke erkenning en geloof? Die hebben ze niet. Hoe zien antichristen alles wat Job heeft meegemaakt? Denken ze dat alles wat God deed een betekenis had? Kunnen ze zien dat Hij over alles de leiding had? Ze kunnen dat niet zien, noch dat alles wat God deed een betekenis had. Wat zien zij erin? Job had grote rijkdom, met genoeg schapen en ossen om een berg mee te vullen, en de mooiste zonen en dochters van het land. Dit zien ze. En dan, na al zijn lijden, zegende God hem opnieuw. Wat zien ze daarin? Ze zouden zeggen: “Hij gaf iets in ruil voor die zegeningen – hij heeft ze verdiend. Het is alleen maar juist dat god ze heeft geschonken.” Is het gezichtspunt van antichristen in hun algehele begrip van de zaak er een van waaruit ze de waarheid aanvaarden en zich aan God onderwerpen? (Nee.) Wat voor gezichtspunt nemen ze er dan over in? Er is slechts één gezichtspunt van waaruit antichristen de hele zaak bekijken, en dat is het gezichtspunt van een niet-gelovige. Een niet-gelovige kijkt of er winst wordt gemaakt, of voordeel wordt behaald, of verlies wordt geleden; hoe men voordeel kan behalen en hoe niet; wat tot verlies en lijden zou leiden; en wat het niet waard is om te doen, en wat wel. Dit is het standpunt van niet-gelovigen. Niet-gelovigen bekijken, behandelen en doen alles op deze manier, met dit soort essentie. Dit is de houding van antichristen ten opzichte van Gods rechtvaardige gezindheid.
B. Gods almacht verachten
Hoe kijken antichristen tegen Gods almacht aan? Je kunt gerust zeggen dat ‘almacht’ voor een antichrist een zeer beladen woord is, een woord dat zijn ambities en begeerten prikkelt. Dat is omdat ze heel graag zo iemand willen zijn. Almachtig, alvermogend en alomtegenwoordig zijn, tot alles in staat zijn, alles weten en alles kunnen – als iemand dat vermogen zou verkrijgen, als hij die bekwaamheid zou hebben, dan zou alles een fluitje van een cent voor hem zijn. Hij zou voor niemand bang hoeven te zijn; hij zou het hoogste gezag en de hoogste status hebben, en hij zou over anderen kunnen heersen. Hij zou absolute macht hebben om andere mensen te beheersen en te manipuleren. Dit ligt ver buiten het bereik van een antichrist, en het verraadt zijn ambities, zijn begeerten en zijn ware aard. Enerzijds spreekt de zinsnede ‘Gods almacht’ sterk tot hun verbeelding en wekt hun nieuwgierigheid en noties op. Anderzijds zouden ze door het geloof in Hem graag inzicht willen krijgen in Gods almacht, zodat ze hun eigen horizon kunnen verbreden, meer inzicht kunnen verwerven en hun nieuwsgierigheid kunnen bevredigen. En weer een ander aspect is dat ze er ook naar streven zelf alvermogend te zijn, om door duizenden aanbeden te worden, dat steeds meer mensen voor hen neerknielen en hen een plaats in hun hart geven. Hebben antichristen dus oprechte kennis van Gods almacht? Geloven ze er oprecht in? Ook hier is het hetzelfde als met Gods rechtvaardige gezindheid – antichristen zijn niet alleen vervuld van noties, van vage en holle verbeeldingen die niet met de feiten stroken – ze zaaien ook diepe twijfels over Gods almacht. Ze zijn sceptisch; ze geloven er niet in: almacht? Waar ter wereld is er iemand die almachtig is? Waar is er iemand die alomtegenwoordig en alvermogend is? Zo iemand bestaat niet! Er zijn talloze grote en beroemde mensen in de wereld, en er zijn tal van mensen met paranormale krachten: profeten bijvoorbeeld, en allerlei astrologen en duiders van profetieën, en zelfs zij zijn niet alvermogend. Achter ‘gods almacht’ moet vooralsnog een vraagteken worden geplaatst; het moet grondig worden onderzocht. Voor een antichrist bestaat dus Gods essentie van almacht niet, omdat ze geloven: ik kan me niet voorstellen hoe god almachtig zou kunnen zijn en kan het niet begrijpen, dus bestaat deze ‘almacht’ van hem niet. Ik erken het niet. Hoe groot zijn gods bekwaamheden en vermogens nu werkelijk? Niemand – in het verleden, heden of de toekomst – heeft ze gezien of zal ze zien. Antichristen twijfelen voortdurend en zijn in hun hart onzeker, dus wordt alles wat er in de kerk en met de broeders en zusters gebeurt het onderwerp en valt binnen de reikwijdte van hun onderzoek. Wat onderzoeken ze? Ze onderzoeken bij alles wat er plaatsvindt, bij alles wat er in een groep of met een persoon gebeurt, wat God heeft gedaan, hoe Hij heeft gewerkt, of er tekenen en wonderen uit opgemaakt kunnen worden, of er nieuwe en unieke gebeurtenissen zijn die het bevattingsvermogen van de mens te boven gaan of buiten het vermogen en bereik van de mens liggen. Daarnaast onderzoeken ze of er broeders of zusters zijn die hebben gesproken over een ervaring waarin God zulk werk in hen heeft verricht dat de verwachtingen van de mens overtreft. Een voorbeeld hiervan zou zijn dat een meisje, zoals in het volksverhaal, uit de schelp van een rivierslak komt en een feestmaal voor hen bereidt op het moment dat ze het hongerigst zijn. Een ander voorbeeld zou zijn dat er uit het niets goud in hun huis verschijnt, op een moment dat ze krap bij kas zaten, of dat hun achtervolgers wanneer ze worden achtervolgd plotseling blind zouden worden en niets meer zouden kunnen zien, en dat een engel zou neerdalen en tegen hen zou zeggen: “Vrees niet, kind – Ik ben hier om je te helpen.” Een ander voorbeeld zou zijn dat, op een moment dat de broeders en zusters wrede mishandelingen en gruwelijke martelingen ondergaan, gods grote licht zou neerschijnen en de ogen van de daders zou verblinden, waardoor ze over de grond zouden rollen en om genade zouden smeken, en nooit meer de broeders en zusters zouden durven slaan, waarbij god hen had gewroken; of dat ze, op een moment dat ze Gods woorden lazen maar die, hoe ze ook hun best deden, niet konden begrijpen en op het punt stonden in slaap te vallen, in de nevel een gestalte zouden zien die tegen hen zou zeggen: “Slaap niet; word wakker – dit is wat mijn woorden betekenen”; of dat, wanneer hen iets was overkomen en ze op het punt stonden een fout te maken, ze zouden worden gewaarschuwd door een krachtige, innerlijke berisping en discipline dat wat ze op het punt stonden te doen verkeerd zou zijn, en iets anders juist. Als een van deze dingen, die gewone mensen niet kunnen ervaren en waartoe ze niet in staat zijn, zou gebeuren in de kerk, in Gods huis, bij iedereen die God volgt, zou dat volstaan om te bewijzen dat God almachtig is. Als zulke dingen niet gebeuren, of als ze maar zelden gebeuren, en zelfs als beweerd wordt dat ze gebeuren, het toch slechts van horen zeggen is, en de feitelijkheid en geloofwaardigheid ervan dus sterk is gecompromitteerd, is Gods almacht dan een feit, of niet? Bezit God de essentie van almacht, of niet? Een antichrist zet in zijn hart vraagtekens bij deze ideeën.
Terwijl God werkt, spreekt en de mens redt, streven antichristen voortdurend naar deze tekenen, wonderen en paranormale krachten. Ze streven naar dingen die niet met de werkelijkheid of de feiten stroken. Deze dingen die ze nastreven, hebben totaal niets te maken met Gods werk van het redden van de mens, noch met de waarheid, noch met een verandering in de gezindheid van de mens. Maar toch zijn ze vastbesloten ze na te streven. Ze zijn heel nieuwsgierig naar Gods almacht. Ze zullen vaak in hun gebeden God verzoeken: oh, god, wilt u uw almacht aan mij openbaren? Oh, god, bent u niet almachtig? Als u dat bent, vraag ik u deze zaak voor mij te regelen. God, als u almachtig, alvermogend en alomtegenwoordig bent, smeek ik u mij te helpen, want ik sta nu voor uitdagingen. God, als u almachtig bent, smeek ik u de kwalen van mijn lichaam weg te nemen, de omstandigheden waarin ik verkeer weg te nemen, mij te helpen gevaar af te wenden. God, als u almachtig bent, smeek ik u om wanneer ik mijn plicht doe, mij van de ene op de andere dag slim en pienter, getalenteerd en begaafd te maken, zodat ik de professionele vaardigheden kan verwerven zonder ze te hoeven bestuderen, een expert kan worden en me van anderen kan onderscheiden. Oh, god, als u almachtig bent, vraag ik u degenen die mijn geloof in u belasteren en bespotten te straffen en hun vergelding te doen toekomen. Maak hen blind en doof, met zweren op hun hoofd en pus die uit hun voetzolen komt. Laat hen sterven als honden. God, als u almachtig bent, smeek ik u, laat mij uw almacht zien. Ondanks het feit dat God zoveel woorden gesproken en zoveel werk verricht heeft, negeren antichristen het en schuiven het terzijde; ze nemen Gods woorden, Zijn werk en elke stap van Zijn belangrijke werk van het redden van de mens nooit ter harte. Ze nemen het nooit serieus. In plaats daarvan dringen ze aan op tekenen en wonderen, verzoeken ze God wonderen te verrichten te midden van Zijn werk, en vragen ze dat God speciale dingen doet die hun ogen zullen openen en hun nieuwsgierigheid zullen bevredigen, om Zijn bestaan te bewijzen, om te bewijzen dat Hij almachtig is. Wat nog lachwekkender is, is dat antichristen God zelfs in gebed aanroepen: oh, god, ik kan u niet zien, dus mijn geloof is klein. Ik vraag u uw ware persoon aan mij te openbaren, al is het maar in een droom – ik vraag u uw almacht aan mij te openbaren, zodat ik geloof in u kan hebben en vast kan geloven in uw bestaan. Als u dat niet doet, zal ik altijd twijfels hebben in mijn geloof in u. Ze kunnen Gods bestaan niet zien of Zijn essentie en gezindheid kennen te midden van Zijn werk en woorden, maar willen dat Hij extra dingen doet, dingen die voor de mens onvoorstelbaar zijn, om hen te versterken en hun geloof te vestigen. God heeft vele woorden gesproken en veel werk verricht, maar hoe praktisch Zijn woorden ook zijn, hoe opbouwend de waarheden die Hij spreekt ook zijn voor de mensen, hoe dringend ze die ook moeten begrijpen, antichristen zijn er niet in geïnteresseerd en nemen ze niet ter harte. Hoe meer God spreekt, hoe specifieker werk Hij doet, des te meer afkeer, prikkelbaarheid en weerstand ze voelen. Sterker nog, er zal zelfs veroordeling van God en godslastering tegen Hem in hen opkomen; ze zullen tegen Hem tieren: “Ligt uw almacht in deze woorden? Dat is alles wat u doet – woorden uitdrukken? Als u niet sprak, zou u dan niet almachtig zijn? Als u almachtig bent, spreek dan niet. Gebruik geen spraak en communiceer niet over de waarheid en het de mens voorzien van de waarheid om hen in staat te stellen leven te verkrijgen en een verandering van gezindheid te bereiken. Als u ons van de ene op de andere dag allemaal engelen zou laten worden, uw boodschappers – kijk, dat zou almacht zijn!” Terwijl God Zijn woorden spreekt en Zijn werk doet, wordt de aard van antichristen beetje bij beetje, zonder enige verhulling, onthuld en ontmaskerd, en ook hun essentie van afkerigheid en weerbarstigheid jegens de waarheid wordt volledig blootgelegd. De gezindheid en essentie van antichristen die Gods identiteit en Zijn essentie verachten, wordt ook beetje bij beetje blootgelegd en onthuld, met het verstrijken van de tijd en de onophoudelijke vooruitgang die God in Zijn werk boekt. Antichristen streven vage dingen na; ze streven naar het zien van tekenen en wonderen – en onder de heerschappij van deze ambitie en dit verlangen, die niet met de werkelijkheid stroken, wordt hun aard van afkerigheid en haat jegens de waarheid aan het licht gebracht. Daarentegen zien degenen die werkelijk de werkelijkheid en de waarheid nastreven, die in positieve dingen geloven en die liefhebben, Gods almacht in het proces van Zijn werk en woorden – en wat deze mensen kunnen zien, wat ze kunnen verkrijgen en wat ze kunnen kennen, is precies wat antichristen voor eeuwig niet kunnen kennen en niet kunnen verkrijgen. Antichristen geloven dat als mensen het leven van God willen verkrijgen, er tekenen en wonderen moeten plaatsvinden; ze geloven dat het verkrijgen van het leven en de waarheid uit Gods woorden alleen, zonder tekenen en wonderen, en de verandering van gezindheid en redding die daarmee wordt bereikt, een onmogelijkheid is. Voor een antichrist is dat een eeuwige onmogelijkheid – het snijdt geen hout. Daarom wachten en bidden ze onvermoeibaar, in de hoop dat God tekenen en wonderen zal openbaren en wonderen voor hen zal verrichten – en als Hij dat niet doet, dan bestaat Zijn almacht niet. De implicatie hiervan is dat als Gods almacht niet bestaat, God zeker niet bestaat. Dit is de logica van antichristen. Ze veroordelen Gods rechtvaardigheid en ze veroordelen Zijn almacht.
Terwijl God mensen redt, zijn antichristen totaal niet geïnteresseerd in Zijn woorden, Zijn verschillende vereisten en Zijn bedoelingen. Ze verzetten zich hiertegen en hebben er vanuit het diepst van hun hart een afkeer van. Waarin ze geïnteresseerd zijn, is niet de werkelijkheid van alle positieve dingen, noch het feit dat de mens kan worden gered en vervolmaakt door de waarheid na te streven en zich te onderwerpen aan Gods orkestraties. Waarin zijn ze dan wel geïnteresseerd? Ze zijn geïnteresseerd in een god die tekenen en wonderen onthult en wonderen voor hen verricht zodat ze deze kunnen zien, zodat hij hen in staat stelt daardoor inzicht te verkrijgen en hen in staat stelt te veranderen in opmerkelijke mensen, in supermensen, in mensen met speciale krachten, in buitengewone mensen. Ze wensen zich door gods almacht te ontdoen van aanduidingen, identiteiten en statussen zoals ‘gewone mensen’, ‘alledaagse mensen’ en ‘verdorven mensen’. Dus, welke problemen en noties Gods werk hen ook opleveren, ze zoeken de waarheid niet om die op te lossen. Het blijft er niet bij dat ze niet in staat zijn de waarheid te begrijpen of een verandering van gezindheid te bereiken – nee, ze moeten ook over God oordelen, Hem veroordelen en zich tegen Hem verzetten vanwege alles wat Hij doet dat niet met hun noties strookt. In de ogen van antichristen is al het praktische werk dat God doet iets wat ze niet erkennen – het is iets wat door hen wordt veroordeeld. Uiteindelijk zijn het deze zienswijzen en deze definities van God die hen ertoe brengen het bestaan van Gods essentie in hun hart volledig te ontkennen, en nog vollediger het bestaan van Gods essentie te veroordelen, te bezoedelen en te lasteren. Dit komt doordat hun geloof in God is gebaseerd op het fundament dat god almachtig is, dat god hen schadeloos zal stellen voor hun grieven, dat hij hen zal wreken, dat hij voor hen al degenen zal verslaan die zij haten en op wie zij neerkijken – dat god hun begeerten en ambities zal bevredigen. Dit is het fundament van hun geloof in God. Maar wanneer ze om zich heen kijken, zien deze kwaadaardige mensen dat zo’n god niet bestaat en het onmogelijk is dat God iets voor hen zou doen. Vanuit hun perspectief is dit een bijzonder ongunstige situatie voor hen – het is verschrikkelijk. Zodra hun dus veel dingen overkomen, worden hun wantrouwen en twijfels over God steeds sterker, totdat ze besluiten God en Zijn huis te verlaten, de wereld na te jagen, kwade trends te volgen en zich in Satans armen te werpen. Zo loopt het af met deze mensen. Afgaande op de houding die antichristen koesteren ten opzichte van Gods rechtvaardige gezindheid en Zijn almacht, zijn antichristen inderdaad niet-gelovigen. Ze hebben niet het geringste beetje geloof in God, noch het geringste beetje onderwerping aan of aanvaarding van wat God doet. Van positieve dingen en de waarheid voelen ze afkeer en ze verzetten zich ertegen. Daarom bestaat de essentie van antichristen, die van niet-gelovigen, werkelijk, hoe je het ook bekijkt. Het is niet iets wat anderen hun opleggen, en het is niet zo dat er van een mug een olifant wordt gemaakt – deze essentie van hen wordt gedefinieerd op basis van alle zienswijzen en benaderingen die ze openbaren wanneer hun dingen overkomen.
Antichristen kunnen jarenlang in God geloven zonder dat ze het feit zien dat God soeverein is over het lot van de mens. Ze kunnen dat feit niet begrijpen. Is het geen blindheid wanneer ze een feit niet kunnen begrijpen hoewel het recht voor hun ogen wordt gepresenteerd? Gods rechtvaardige gezindheid en Zijn almacht worden vaak geopenbaard in het werk van de kerk, in Zijn uitverkoren volk en in allerlei dingen die gebeuren. Hij laat mensen deze dingen overal zien – maar antichristen, blind als ze zijn, kunnen ze niet zien. Wanneer antichristen God vele jaren hebben gevolgd, zullen ze die beroemde zin uitspreken: “Ik heb zoveel jaren in god geloofd, en wat heb ik daarmee gewonnen?” Het lijkt er op dat ze werkelijk niets hebben gewonnen. God heeft Zijn leven voor de mens uitgestort, maar antichristen hebben niets gewonnen. Is dat niet meelijwekkend? Dat is het werkelijk! Die zin van antichristen illustreert het probleem zo goed. Iedereen die Gods woorden hoort en Zijn werk ervaart, die Zijn woorden als zijn leven aanvaardt, zou zeggen: “We hebben zoveel jaren in God geloofd en we hebben zoveel van Hem gekregen. Niet alleen genade en zegeningen, Zijn bescherming en Zijn barmhartigheid – wat belangrijker is, we hebben zoveel waarheden van God begrepen en gekregen. We leven met de gelijkenis van mensen, met waardigheid. We weten hoe we ons moeten gedragen. We zijn God zoveel verschuldigd. Vergeleken met de prijs die Hij betaalt, met wat Hij voor ons doet, zijn onze kleine moeilijkheden niet eens het vermelden waard. De mens zou Gods liefde moeten vergelden.” Antichristen daarentegen zijn precies het tegenovergestelde. Zij zeggen: “God is de laatste jaren aan het werk geweest, hoe komt het dan dat ik niets heb gewonnen? Jullie zeggen allemaal dat jullie dit en dat hebben gekregen, deze of gene ervaring hebben gehad – maar houden die ervaringen je in leven? Wat stellen die ervaringen nu helemaal voor? Vergeleken met zegeningen, met genade, met het zien van tekenen en wonderen, zijn ze toch volkomen het vermelden niet waard? Daarom heb ik het gevoel dat ik in mijn vele jaren van geloof in god niets heb gewonnen. Vergeleken met het lijden dat ik heb doorstaan, met wat ik voor god heb opgegeven en wat ik voor god heb ingezet, zijn de dingen die ik heb gewonnen het helemaal niet waard geweest! Wat is de waarheid meer dan een paar uitspraken en theorieën? Wat is het meer dan een paar doctrines? Ik heb deze woorden, deze waarheden gehoord, en ik heb niet het gevoel dat er een monumentale verandering in mij is teweeggebracht! Om te beginnen is mijn geest niet zo kwiek als ik over dingen nadenk. Bovendien word ik ouder en wordt mijn gezondheid er niet beter op. Mijn haar is grijs, ik heb meer rimpels op mijn gezicht – ik ben zelfs een paar tanden kwijt en er zijn geen nieuwe voor in de plaats gekomen. God zegt dat degenen die gered zijn als frisse, levendige kinderen zijn, en hier ben ik, een oud wrak, met het gezicht van een oude man. Ik ben niet in een kind veranderd. Volgens gods woorden kunnen grijsaards veranderen in ravenzwarte jongelingen. Hoe komt het dat ik niet ben veranderd? God zegt dat hij mensen volledig zal transformeren, maar dat is bij mij niet gebeurd; ik ben geen nieuw mens geworden. Ik ben nog steeds mezelf, en als me dingen overkomen, moet ik nog steeds zelf uitzoeken hoe ik ermee om moet gaan. Mijn vleselijke moeilijkheden nemen ook toe – ik ben vaak zwak en negatief. En bovendien is mijn geheugen de laatste twee jaar slecht. Ik lees gods woorden zo vaak, maar hij heeft mijn geheugen niet versterkt. Kan god mensen geen speciale gave geven, een die voorkomt dat hun lichaam veroudert? Ik heb het gevoel dat het grootste probleem op dit moment is dat mensen volledig transformeren; de waarheid lijkt dat probleem niet te kunnen oplossen. Als god iets zou zeggen dat iemand werkelijk in een nieuw mens zou kunnen veranderen, met het uiterlijk van een stralende engel, iemand die uit zijn lichaam kon treden, die door massieve muren kon ontsnappen, die, wanneer hij met vervolging en gevaar wordt geconfronteerd, een bezwering kon uitspreken en verdwijnen, en voor altijd ongrijpbaar zou zijn – als een mens nou door veel van gods woorden te lezen geen grijze haren zou krijgen en er geen rimpels in zijn gezicht zouden verschijnen, en er nieuwe tanden zouden groeien om verloren tanden te vervangen – dat zou geweldig zijn! Dat is wat het is om volledig getransformeerd te worden! Als god die dingen zou doen, dan zou ik zonder enig voorbehoud geloven dat hij god is. Als hij doorgaat met spreken en de waarheid prediken, dan zal mijn geloof spoedig opraken; ik zal spoedig niet meer kunnen blijven geloven, en misschien zal ik mijn plicht niet meer kunnen vervullen. Ik zal het niet meer willen.” Terwijl een antichrist God volgt, zullen er in zijn hart vaak dit soort eisen aan Hem opkomen, en zullen zich in zijn noties vaak allerlei twijfels en veeleisende eisen ontwikkelen, en in reactie op zijn omgeving en zijn persoonlijke begeerten zullen er allerlei vreemde gedachten bij hem opkomen. Er is echter één probleem: ze kunnen de woorden die God spreekt niet begrijpen, en ze kunnen het feit niet zien dat God werkt om de mens te redden, laat staan dat ze kunnen begrijpen dat alles wat God doet bedoeld is om de mens te redden, dat het allemaal bedoeld is om de mens in staat te stellen een verandering van gezindheid te bereiken. Naarmate ze dus langer geloven, verliezen ze hun gedrevenheid; naarmate ze langer geloven, komen er gevoelens van negativiteit en moedeloosheid in hun hart op, en krijgen ze gevoelens en gedachten dat ze zich moeten terugtrekken en het moeten opgeven. Vergeet voor het moment de vraag of ze in Gods essentie geloven, deze erkennen of aanvaarden – naarmate ze langer geloven, kunnen ze zich niet eens meer de moeite getroosten zich met de kwestie bezig te houden. Daarom zullen antichristen geen kik geven wanneer je in communicatie zegt dat iets Gods rechtvaardigheid en Zijn almacht en soevereiniteit is, dat mensen zich eraan moeten onderwerpen en het moeten kennen – ze zullen totaal geen zienswijzen uiten. Innerlijk zal er echter afkeer in hen opkomen: ze zullen niet willen luisteren; ze zullen onwillig zijn om te luisteren; sommigen van hen zullen gewoon opstaan en weggaan. Wanneer iedereen naar preken luistert, wanneer anderen over Gods woorden communiceren, wanneer de broeders en zusters met grote ijver over hun ervaringsgetuigenis communiceren – wat doen antichristen dan? Thee drinken, tijdschriften lezen, met hun telefoon spelen, oeverloos kletsen. Door dit gedrag, dit stil protest en verzet, proberen ze te bevestigen dat alles wat God doet nutteloos is: jullie proberen alleen maar dingen goed te praten, jullie houden jezelf voor de gek – god en de waarheid bestaan gewoon niet, en het is gewoon onmogelijk voor de mensheid om door god gered te worden! In hun ogen zijn allen die in de waarheid geloven, zich aan God onderwerpen en geloven in het feit dat God de mensheid kan redden, dwazen – ze zijn allemaal hersenloos en ze zijn allemaal bedrogen. Ze geloven dat het lot van een persoon in zijn eigen handen ligt, dat men het niet door anderen kan laten orkestreren, dat mensen geen marionetten zijn, maar een geest hebben en het vermogen om zelfstandig over problemen na te denken – en als iemand niet eens de controle over zijn eigen lot kan nemen, dan is hij uitschot, een minderwaardig persoon. Dus, wat er ook gebeurt, ze zijn onwillig om hun lot in Gods handen te leggen zodat Hij er controle over heeft. Dit is de houding van antichristen ten opzichte van alles wat God doet. Ze blijven van begin tot eind toeschouwers en niet-gelovigen die de rol van Satans dienaren spelen. Het zijn profiteurs en onruststokers – het zijn kwaaddoeners die zijn binnengeslopen.
C. Gods heiligheid en uniciteit verachten
Antichristen erkennen of geloven in de verste verte niet in de rechtvaardigheid en almacht van Gods gezindheidsessentie, laat staan dat ze er enige kennis van hebben. Het is voor hen natuurlijk nog moeilijker om in Gods heiligheid en uniciteit te geloven, en deze te erkennen en te kennen. Dus wanneer God van mensen vraagt eerlijk te zijn, nuchtere schepselen te zijn die zich aan hun positie kunnen houden, komen er gedachten in antichristen op en ontwikkelen ze een bepaalde houding en een bepaald gevoel. Ze zeggen: “Is god niet verheven? Is hij niet oppermachtig? Dan zouden de eisen die hij aan de mens stelt toch groots en verheven moeten zijn? Ik dacht dat god zo mysterieus was; ik had niet gedacht dat hij zulke onbeduidende eisen aan de mens zou stellen. Kunnen die de waarheid genoemd worden? Ze zijn te eenvoudig! Gods eisen zouden juist verheven moeten zijn: men zou een supermens moeten zijn, een groot man, een bekwaam persoon – dat is wat god van de mens zou moeten eisen. Hij wil dat men een eerlijk iemand is – is dat werkelijk gods werk? Is het geen vervalsing?” In het diepst van hun hart weerstaan antichristen niet alleen de waarheid – bij hen komt hierbij ook godslastering op. Is dat niet de waarheid verachten? Ze zijn vervuld van minachting en spot voor Gods eisen; ze definiëren die en staan er spottend, onverschillig, sarcastisch en lacherig tegenover. Het is duidelijk dat antichristen laaghartig zijn in hun gezindheidsessentie; ze zijn niet in staat dingen of woorden te aanvaarden die waar, mooi en praktisch zijn. Gods essentie is waar en praktisch, en Zijn eisen aan mensen zijn in overeenstemming met wat mensen nodig hebben. ‘Groots en verheven’, zoals de antichristen dat aandragen – wat is dat? Het is vals, grandioos en hol; het verderft en misleidt mensen; het doet hen vallen en leidt hen ver van God. Daarentegen zijn de waarheden die God uitdrukt en Zijn leven getrouw, beminnelijk en praktisch. Zodra men Gods woorden een tijdje heeft ervaren, zal men ontdekken dat alleen Gods leven het meest beminnelijk is, dat alleen Zijn woorden mensen kunnen veranderen en hun leven kunnen zijn, en dat ze zijn wat de mens nodig heeft – terwijl die grootse, verheven meningen en uitspraken van Satan en antichristen lijnrecht tegenover de waarachtigheid en het praktische van Gods eisen aan de mens staan. Daarom zijn antichristen, omdat ze een dergelijke essentie hebben, geheel niet in staat Gods heiligheid en uniciteit te aanvaarden. Het is voor hen absoluut onmogelijk om die dingen te erkennen. En wat betreft de verschillende facetten van de verdorven gezindheid en de verdorven essentie van de mens die door God worden blootgelegd – hun onbuigzaamheid en arrogantie, hun bedrieglijke, boosaardige en venijnige gezindheid en hun afkeer van de waarheid – antichristen aanvaarden die totaal niet. En wat betreft Gods oordeel over de mensen en Zijn strenge berisping van hen, zijn antichristen niet alleen niet in staat daarin Gods heiligheid en beminnelijkheid te kennen, maar hebben ze integendeel in hun hart een afkeer van die woorden die God spreekt en weerstaan die. Telkens wanneer ze Gods woorden lezen die de verdorven gezindheid van de mens tuchtigen, oordelen en blootleggen, haten ze die en willen ze vloeken. Als iemand zegt dat ze een arrogant persoon zijn, een onbuigzaam persoon, een boosaardig persoon die afkerig is van de waarheid, zullen ze met die persoon ruziën en over diens voorouders vloeken; en als iemand hun verdorven essentie blootlegt en hen veroordeelt, reageren ze alsof die persoon hen wilde doden – ze zullen het absoluut niet aanvaarden. Omdat antichristen zo’n essentie hebben en zulke dingen openbaren, worden ze zonder dat ze het weten geïdentificeerd, en onbewust geïsoleerd en onthuld in Gods huis en de kerk. Hun ambitie en begeerte blijven vaak onvervuld, en dus groeit hun haat voor de woorden die God spreekt, voor Zijn bestaan en voor de zinsnede ‘de waarheid heerst in Gods huis’. Als je die zinsnede tegen hen zegt, zullen ze met je willen vechten tot de dood, je dood willen kwellen. Toont dit op zichzelf niet aan dat antichristen God vijandig gezind zijn? Jazeker! Als iemand zou zeggen: “God is uniek; de mens mag niemand aanbidden, behalve Hem, noch enig afgodsbeeld”, zou een antichrist dat dan willen horen? (Nee.) Waarom niet? Deze woorden veroordelen hen, nietwaar? Beroven ze hen niet van hun recht om god te zijn? Zouden ze gelukkig zijn zonder het recht om god te zijn, met die hoop gedoofd? (Nee.) Daarom, als je hen zou ontmaskeren, zodat ze hun aanzien en reputatie verliezen, niemand hen meer aanbidt, ze geen mensen meer voor zich kunnen winnen en geen status meer hebben, dan zullen ze hun kwaadaardige, demonische klauwen naar je uitsteken om je te kwellen. Wanneer er dingen in een kerk gebeuren en iemand die wil rapporteren aan de Boven, zal de leider van de kerk, als hij een antichrist is, dan toestaan dat ze rapporteren? Dat krijgen ze er bij hem niet door. Hij zal zeggen: “Als je dat rapporteert, zijn de gevolgen voor jouw rekening! Als de Boven ons snoeit en mensen in onze kerk verwijdert, zal ik ervoor zorgen dat je spijt krijgt – ik zal ervoor zorgen dat iedereen je in de steek laat. Dan zul je wel merken hoe het voelt om verwijderd te worden!” Jaagt dit de persoon die had willen rapporteren geen angst aan en bedreigt het hem niet? De antichrist zegt: “god is uniek, nietwaar? Prima; dan ben ik ook uniek. Wat ik zeg, gebeurt in onze kerk. Wat je ook wilt doen, je moet via mij gaan – en je komt niet langs mij. Wil je langs mij? Dan zul je over mijn lijk moeten gaan! Ik heers in onze kerk; ik heb het hier voor het zeggen. Ik ben de waarheid – ik ben de unieke!” Is dit geen duivel die zich openbaart? Jazeker – zijn duivelse gelaat komt tevoorschijn en hij spreekt zijn duivelse woorden uit.
Wat betreft de manier waarop antichristen met Gods essentie omgaan: ze gaan van ongeloof en twijfel naar afwachten en uittesten, en uiteindelijk naar oordeel en godslastering. Dit leidt hen stap voor stap in een moeras, een bodemloze afgrond, en het leidt hen naar de weg van verzet tegen God en het zijn van Zijn vijand, volledig in strijd met Hem, en het tot het einde toe tegen Hem tekeergaan, een weg waarvan geen terugkeer mogelijk is. Ze erkennen niet alleen het bestaan van Gods essentie niet, maar integendeel, er ontstaan in hen allerlei noties en verbeeldingen over elk aspect van Gods essentie, waarmee ze de mensen om hen heen en de mensen met wie ze in contact komen misleiden. Hun doel is om meer mensen net als zij te maken, mensen die twijfelen aan Gods bestaan en het bestaan van Zijn essentie. Ze zouden zelfs anderen met zich willen meesleuren wanneer ze sterven. Het is voor hen niet genoeg om zelf slechte dingen te doen – ze willen anderen vinden om hen te vergezellen, om samen met hen slechte dingen te doen, om samen met hen God te weerstaan en het werk van Zijn huis te verstoren, om samen met hen aan God te twijfelen en Hem te ontkennen. Antichristen zijn vervuld van noties en verbeeldingen over elk aspect van Gods essentie. Niet alleen zijn ze niet in staat Gods essentie te kennen uit alles wat Hij doet, maar ze zullen Gods essentie ook rigoureus analyseren, bestuderen, uittesten en erover oordelen, en zelfs in het geheim met God wedijveren, en zeggen: “Bent u niet uniek? Bent u niet de god die soeverein is over het lot van de mensheid? Hoe kon u zulke dingen laten gebeuren met mensen die in u geloven? Als u de unieke god bent, zou u geen enkele vijandelijke macht mogen toestaan uw werkterrein te betreden.” Wat voor praat is dat? Telkens wanneer er iets in de kerk gebeurt, zullen antichristen de eersten zijn die opstaan en ondermijnende dingen zeggen, negatieve en oordelende woorden. Zij zullen de eersten zijn die opstaan en met God redetwisten, Hem confronteren en eisen dat Hij dit en dat doet. Juist op die momenten, wanneer Gods huis met moeilijkheden of netelige problemen wordt geconfronteerd, zijn antichristen opgetogen. Dat zijn de momenten waarop ze het gelukkigst en meest verheugd zijn, waarop ze van vreugde het hoogste gat in de lucht springen. Ze zijn niet alleen niet in staat de belangen van Gods huis te beschermen – nee, ze staan aan de zijlijn, kijken toe en lachen, en wachten gretig tot er opstand uitbreekt in Gods huis, tot al Zijn uitverkorenen worden gearresteerd en uiteengedreven, en het werk van Zijn huis niet verder kan gaan. Ze zouden dan hun geluk niet op kunnen. En telkens wanneer iets wat in Gods huis gebeurt, wordt opgelost en afgehandeld, wanneer de broeders en zusters er een les uit hebben geleerd, dan wordt het ‘vonnis’ over de antichristen geveld. Het is ook dan dat antichristen het meest moedeloos, verdrietig en wanhopig zijn. Ze kunnen het niet verdragen dat de broeders en zusters het goed hebben, of dat volgelingen van God geloof hebben en vol vertrouwen zijn terwijl ze Hem volgen; ze kunnen het niet verdragen dat de broeders en zusters veranderen in hun gezindheid onder de leiding van Gods woorden, en hun plichten trouw vervullen, en het werk steeds beter wordt. Ze kunnen het niet verdragen dat de kerk bloeit, of dat Gods managementplan zich geleidelijk in een goede richting ontwikkelt – en nog meer haten ze het wanneer mensen altijd Gods woorden prediken, van Hem getuigen en Zijn beminnelijkheid en Zijn rechtvaardige gezindheid prijzen. En meer nog, ze verafschuwen het wanneer mensen God zoeken, tot Hem bidden en Zijn woorden zoeken, wat er ook met hen gebeurt, en zich aan Hem onderwerpen en zich schikken naar Zijn orkestratie. Zelfs wanneer antichristen eten van Gods huis, genieten van Gods woorden en van alle voordelen van Zijn huis, wensen ze nog vaak de kans te krijgen om Gods huis uit te lachen. Ze wachten gretig tot alle gelovigen in God worden verspreid en Gods werk niet verder kan gaan. Daarom zullen antichristen, wanneer er iets met Gods huis gebeurt, in plaats van het te verdedigen, of manieren te bedenken om het probleem op te lossen, of de broeders en zusters met al hun macht te beschermen, of zich met hen te verenigen om de kwestie eensgezind aan te pakken, gezamenlijk voor God te komen en zich aan Zijn soevereiniteit te onderwerpen, aan de zijlijn staan, lachen, slecht advies geven, en de boel vernietigen en verstoren. Op een kritiek moment zullen ze zelfs buitenstaanders een handje helpen ten koste van Gods huis, en zo als dienaren van Satan handelen, en opzettelijk de boel verstoren en kapotmaken. Is zo iemand geen vijand van God? Hoe kritieker het moment, hoe duidelijker zijn duivelse gedaante wordt onthuld; hoe kritieker het moment, hoe meer er gebeurt, hoe meer zijn duivelse gedaante, tot in het kleinste detail en in zijn volle omvang, wordt onthuld; hoe kritieker het moment, hoe meer hulp ze buitenstaanders zullen geven ten koste van Gods huis. Wat voor soort wezens zijn zij? Zijn zulke mensen broeders en zusters? Het zijn mensen die destructieve, gruwelijke dingen doen; het zijn Gods vijanden; het zijn duivels, het zijn Satans; het zijn kwaadaardige mensen, antichristen. Het zijn geen broeders en zusters, en ze zijn geen kandidaten voor redding. Als het werkelijk broeders en zusters waren, mensen van Gods huis, dan zouden ze bij elk probleem dat in Zijn huis opkwam, zich met hart en ziel verenigen met hun broeders en zusters om het gezamenlijk het hoofd te bieden en aan te pakken. Ze zouden geen toeschouwers zijn, laat staan toekijken en lachen. Alleen mensen als antichristen zouden aan de zijlijn staan, lachen en gretig wachten tot er slechte dingen met Gods huis gebeuren.
De essentie van antichristen kan in elke kwestie worden blootgelegd. Ze is vrijwel niet te verbergen. Wat ze ook doen, wat de kwestie ook is, alle zienswijzen en gezindheden die ze openbaren zijn afschuwelijk voor de mens en voor God. Niet alleen veroorzaken ze vernietiging, hinder en verstoring bij allerlei dingen die zich voordoen, en lachen ze vanaf de zijlijn – ze gaan ook vaak de confrontatie met God aan en testen Hem uit. Wat betekent dat, God uittesten? (In hun hart geloven ze niet in God, en ze zeggen bepaalde dingen of gebruiken bepaalde trucs om Zijn gedachten te testen, in een poging uit te zoeken wat het is.) Dat zie je vaak gebeuren. Hoe testte Satan God uit in de kwestie met Job? (De eerste keer dat Satan sprak, zei hij dat als God Job zijn huishouden en bezittingen zou ontnemen, hij God niet meer zou aanbidden; de tweede keer zei hij dat als God Jobs vlees en beenderen zou treffen, hij God zou verloochenen. Satan wilde God uittesten door Job rampen te laten overkomen.) Is dat uittesten? Is dat een nauwkeurige definitie van de term? (Nee.) Strikt genomen verwijzen die passages naar een aanklacht. Wat Satan bedoelde met die woorden was: “Zei U niet dat Job een volmaakt mens is? Met alle goede dingen die U hem hebt gegeven, hoe zou hij U niet kunnen aanbidden? Als U hem die goede dingen ontneemt, denkt U dan dat hij U nog steeds zou aanbidden?” Dat is een aanklacht. Wat is dan een beproeving? Satan liet rovers Jobs bezittingen roven en plunderen. Voor Job was dat een beproeving. Hoe is dat een beproeving? Op de volgende manier: “Geloof je niet in god? Zodra ik je deze dingen ontneem, zullen we zien of je dan nog in hem gelooft!” Maar hoe begreep Job het? In de overtuiging dat het een beproeving van God was, worstelde of vocht hij niet, noch zei hij iets – hij onderwierp zich en aanvaardde het van God. Er zijn ook de dingen die de Heer Jezus overkwamen: Satan die Hem uitdaagde stenen in voedsel te veranderen, en Satan die de Heer Jezus alle heerlijkheid en rijkdom van de wereld toonde, en Hem uitdaagde zich ervoor in aanbidding neer te buigen. Dat waren verzoekingen. Welke dingen doen antichristen om God uit te testen? (Antichristen hebben geen Godvrezend hart. Ze doen het kwade, zelfs als ze weten dat het kwaad is; ze willen God uittesten om te zien of Zijn straf hen zal treffen. Omdat ze niet in Gods rechtvaardige gezindheid geloven, ontbreekt het hun aan gewetensbesef wanneer ze het kwade doen.) Dat is uittesten. Ze gaan erin met een ‘laten we het proberen en zien wat ervan komt’-mentaliteit; ze willen precies zien wat God zal doen: “Is god niet majesteitelijk en wraakzuchtig? Wel, ik tiranniseer de kerk en ik heb zoveel slechte dingen achter de rug van god en de mens om gedaan – weet god ervan, of niet? Als ik geen verdriet voel en ik geen vleselijke straf onderga, betekent dat dat god het niet weet.” Ze doen kleine uitvallen om uit te testen of God al dan niet almachtig is, om uit te testen of Hij het binnenste van de harten van mensen waarneemt. Dat is wat uittesten is. Ze willen de waarachtigheid van de zaak bevestigen, uittesten of God werkelijk zal handelen en of Hij werkelijk bestaat. Dat is wat uittesten is.
Er was eens een antichrist op het Chinese vasteland die een groep mensen misleidde. Hij zag dat Gods huis in het buitenland koren organiseerde en gezangen zong, en dacht: als jullie in het buitenland koren kunnen hebben, kunnen wij dat hier ook. Dus bracht hij mensen uit verschillende plaatsen bijeen om in een koor te zingen. Hij verzamelde ook een groot publiek voor hen; het was een heel tafereel. Waarom deed hij dit? Enerzijds stichtte hij een onafhankelijk koninkrijk, wat geen verdere uitleg behoeft. Anderzijds wilde hij aangeven: de god waarin wij geloven is de ware god, en wij hebben het werk van de heilige geest. We bevinden ons misschien in een vijandige omgeving, met de grote rode draak die ons vervolgt en ons nauwlettend en streng in de gaten houdt, maar laten we de mensen laten zien of god ons beschermt of niet. Laten we zien of ons iets kan overkomen; laten we zien of we gearresteerd kunnen worden. Wat voor mentaliteit is dat? (Een van uittesten.) Het is uittesten – het is het voeren van banieren en het gebruiken van zulke slogans als geloven dat God almachtig en alomtegenwoordig is, met als bedoeling te onderzoeken wat God werkelijk zal doen, een weddenschap met Hem aan te gaan en met Hem te wedijveren. Dat wordt ‘uittesten’ genoemd. Als anderen tegen sommige mensen zeggen: “Je kunt dit niet eten; je krijgt er maagpijn van”, zeggen zij: “Ik geloof je niet, ik ga het eten! Laten we zien of God me maagpijn geeft of niet.” Dus eten ze het, en inderdaad, ze krijgen er maagpijn van. Ze denken bij zichzelf: waarom heeft God me niet beschermd? Andere mensen kregen er maagpijn van, maar dat is omdat ze niet in God geloven. Ik geloof in God; waarom kreeg ik er net als iedereen maagpijn van? Wat voor gedrag is dit? (Uittesten.) Het is een gevolg van het feit dat ze God niet kennen. Maar bij antichristen is er iets extra’s: ze erkennen het bestaan van Gods essentie totaal niet. Ze doen dus dingen uit eigen kracht en naar eigen verbeelding, en ze doen die niet uit geloof. In plaats daarvan testen ze God uit. Ze gebruiken hun gedrag en hun kortstondige gedachten en impulsen om te onderzoeken of God bestaat, en of Zijn almacht echt is, en of Hij hen daadwerkelijk kan beschermen. Als hun experiment slaagt, dan zal hun geloof op die basis doorgaan; als het mislukt, als God hen teleurstelt, wat zullen ze dan doen? Ze zullen zeggen: “Ik zal niet meer in god geloven. Het is niet alsof hij om mensen geeft. Iedereen zegt dat god de toevlucht van de mens is – zoals ik het zie, is dat niet noodzakelijkerwijs zo. In het kader van deze woorden is het goed wanneer mensen reserveplannen voor de toekomst maken; ze kunnen het zich niet veroorloven zo naïef te zijn over de dingen. Mensen moeten hun zaken zelf oplossen – ze kunnen niet voor alles op god vertrouwen.” Dat is de conclusie die ze uit hun experiment hebben getrokken. Wat vind je van deze conclusie? Zullen mensen die de waarheid nastreven tot deze conclusie komen? (Nee.) Waarom niet? Als mensen de waarheid nastreven, zullen ze uiteindelijk een goede, positieve prestatie en beloning behalen. Dat wil zeggen dat God Zijn manieren en principes heeft voor hoe Hij reageert en hoe Hij deze dingen behandelt ongeacht wat mensen doen. En mensen hebben hun verplichtingen om na te komen en hun eigen instincten. God schenkt hun hun instincten; Hij heeft hun al principes gegeven, mensen moeten dus volgens die principes en onder de leiding van Gods woorden handelen. Bij sommige dingen lijkt het op het eerste gezicht alsof God de mens zou moeten beschermen, maar komt dat ‘zou moeten’ van de mens of van God? (Van de mens.) Het is verzonnen in de geest van de mens. Dat ‘zou moeten’ is niet de waarheid; het is niet Gods verantwoordelijkheid. Wat gaat God dan precies doen? God heeft Zijn manieren van handelen en Hij heeft Zijn principes. Soms onthult Hij je door je niet te beschermen – Hij ziet welk pad je kiest. Soms vervolmaakt Hij je kennis op een bepaald gebied door middel van een vijandige omgeving, laat Hij je een aspect van de waarheid verkrijgen en helpt je in een bepaald opzicht te veranderen. Hij maakt je sterker en laat je groeien. Kortom, hoe God ook handelt, Hij heeft Zijn principes en redenen, evenals Zijn doelen en doelstellingen. Als je het idee dat “God mij zou moeten beschermen, en Hij op die en die manier zou moeten handelen” als de waarheid beschouwt en het als zodanig hooghoudt, en het gebruikt om eisen aan God te stellen, dan zal er, wanneer God niet op die manier handelt, een conflict ontstaan tussen jou en God. Wanneer dit conflict ontstaat, zal God niet de schuldige zijn. Wie dan wel? (De mens.) Het begint met een probleem in de zienswijzen van mensen, in hun verkeerde standpunt, hun verkeerde positie. Wanneer je God vraagt op een bepaalde manier te handelen, vind je dat je daar alle recht toe hebt. Maar als je een stap terug doet, wanneer je je kunt onderwerpen en kunt aanvaarden, zul je voelen dat je dat recht helemaal niet hebt, en dat dit je verdorven gezindheden en onredelijke eisen zijn. Wanneer je de dingen kunt aanvaarden, zal God je de mate van waarheid en kennis schenken die je zou moeten verkrijgen. Zoals Hij het ziet, is dat het element van de waarheid waarvan het het belangrijkste is dat je het verwerft, niet een of andere onbeduidende genade of zegen. Alleen God weet wat het belangrijkst voor je is, en Hij zorgt voor mensen en geeft aan hen op de juiste tijd en in de juiste mate. Antichristen daarentegen erkennen de waarheid of het werk van de Heilige Geest niet. Wie er ook over de waarheid communiceert en getuigt van Gods liefde en redding, een antichrist zal het niet alleen weigeren te aanvaarden, maar zal er ook door worden afgestoten en zich ertegen verzetten. Dit is het verschil tussen antichristen en gewone verdorven mensen.
We sluiten hier onze communicatie af over het kenmerk van antichristen dat ze Gods identiteit en Zijn essentie van uniciteit ontkennen. Hebben jullie nog vragen? (God, ik heb een vraag. Ik kom veel gelovigen in de Heer tegen wanneer ik het evangelie predik, en ze houden allemaal vast aan die zienswijze van Paulus die luidt: “Want voor mij is leven Christus en sterven winst”. Ze denken dat als ze aan de norm van Paulus’ woorden kunnen voldoen, ze god kunnen worden. Is dit een andere uiting van antichristen, en ook een ontkenning van Gods essentie van uniciteit?) Min of meer. Dat antichristen de uniciteit van God ontkennen komt voornamelijk omdat ook zij god willen zijn. De woorden van Paulus behoren tot hun bijzondere favorieten: “Want voor mij is leven christus, voor mij is leven god, met het leven van god ben ik god.” Ze geloven dat, als deze opvatting juist blijkt, ze de hoop mogen koesteren god te worden, als koning te heersen en controle uit te oefenen over mensen. Als ze niet juist blijkt, dan vervliegt hun hoop als koning te heersen en god te worden. Kortom, Satan wil altijd op gelijke voet staan met God, en de antichristen willen hetzelfde: ook zij bezitten deze essentie. Onder degenen die God volgen, zijn er bijvoorbeeld mensen die God constant verhogen en van Hem getuigen, getuigenis afleggen van Zijn werk en van het effect dat het oordeel en de tuchtiging van Zijn woorden op de mens hebben. Ze prijzen al het werk dat God doet om de mens te redden en ze prijzen ook de prijs die door God is betaald. Antichristen willen toch ook van al deze dingen genieten, of niet? Ze willen ondersteuning, vleierij, verheerlijking en zelfs lof van mensen krijgen. En met welke andere beschamende ideeën komen ze aanzetten? Ze willen dat mensen in hen geloven, in alles van hen afhankelijk zijn. Het is prima als mensen op God vertrouwen, maar als, op hetzelfde moment dat ze op God vertrouwen, hun vertrouwen in de antichristen nog realistischer, nog oprechter voor ze is, dan zullen de antichristen daar bijzonder ingenomen mee zijn. Als je op hetzelfde moment dat je God prijst en de zegeningen telt die God je heeft gegeven, ook de verdienstelijke prestaties van de antichristen opsomt, hun lof zingt onder je broeders en zusters, en alles wat ze doen wijd en zijd verkondigt, dan zullen ze zich in hun hart buitengewoon voldaan voelen en tevreden zijn. Wanneer je dus, gezien vanuit het standpunt van de natuurlijke essentie van de antichrist, zegt dat God gezag heeft, dat Hij rechtvaardig is en dat Hij in staat is mensen te redden, wanneer je zegt dat alleen God zo'n essentie bezit, dat alleen God dit soort werk kan doen en dat niemand Zijn plaats kan innemen of Hem bij het doen van deze dingen kan vertegenwoordigen en dat niemand de essentie bezit om deze dingen te doen – wanneer je dit zegt aanvaarden de antichristen deze woorden niet in hun hart en weigeren ze te erkennen. Waarom aanvaarden ze deze niet? Omdat ze ambities hebben, dat is één kant van de kwestie. De andere kant is dat ze niet geloven dat het geïncarneerde vlees God is en dit ook niet erkennen. Elke keer als iemand zegt dat God uniek is, dat alleen God rechtvaardig is, distantiëren ze zich daarvan in hun hart en verzetten zich er van binnen tegen en zeggen: “Fout, ik ben ook rechtvaardig!” Wanneer jij zegt dat alleen God heilig is, zullen zij zeggen: “Fout, ik ben ook heilig!” Paulus is hier een voorbeeld van: toen mensen het woord van de Heer Jezus Christus verspreidden en zeiden dat de Heer Jezus Christus Zijn kostbare bloed voor de mensheid had gegeven, dat Hij als zondoffer had gediend, de hele mensheid had gered en de hele mensheid van zonde had verlost – hoe voelde Paulus zich toen hij dit hoorde? Erkende hij dat dit alles Gods werk was? Erkende hij dat de Ene die in staat was dit alles te doen Christus was, en dat alleen Christus dit alles kon hebben gedaan? En erkende hij dat alleen de Ene die in staat was dit alles te doen God kon vertegenwoordigen? Dat deed hij niet. Hij zei: “Als Jezus kon worden gekruisigd, dan kunnen mensen ook worden gekruisigd! Als hij zijn kostbare bloed kon geven, dan kunnen mensen dat evengoed! Daarnaast kan ik ook de weg prediken, heb ik meer kennis dan Hij en kan ik lijden verdragen! Als je zegt dat hij christus is, zou ik dan ook niet christus genoemd moeten worden? Als je zijn heilige naam verkondigt, zou je dan ook niet mijn naam moeten verkondigen? Als hij christus genoemd kan worden, als hij god kan vertegenwoordigen, en als hij de zoon van god is, zijn wij het dan niet ook? Wij die in staat zijn te lijden en een prijs te betalen, en die kunnen zwoegen en werken voor god – kunnen wij niet ook christus worden genoemd? Hoe verschilt het door god goedgekeurd en christus genoemd worden van christus zijn?” Kortom, antichristen hebben het aspect van Gods essentie dat Zijn uniciteit is niet begrepen, en ze begrijpen niet wat de uniciteit van God eigenlijk is. Ze geloven: christus zijn of god zijn is iets waar men naartoe werkt op basis van vaardigheid en bekwaamheid, net zoals men macht verwerft door te vechten. Je wordt niet christus genoemd omdat je de essentie van god hebt. Christus zijn is het zwaarbevochten resultaat van iemands eigen vaardigheid; het is net als in de wereld – wie vaardiger en bekwamer is, kan een hoge functionaris worden en het voor het zeggen krijgen. Dit is hun logica. Antichristen erkennen niet dat Gods woorden de waarheid zijn. De essentie en de gezindheid van God waarover wordt gesproken in Gods woorden zijn onbegrijpelijk voor hen. Ze zijn leken en buitenstaanders, ze hebben geen idee. Wat ze zeggen bestaat dus geheel uit woorden van buitenstaanders, woorden zonder enig spiritueel begrip. Als ze een paar jaar hebben gewerkt en denken ze dat ze al in staat zijn om te lijden en een prijs te betalen, dat ze een hele show kunnen maken terwijl ze hun doctrines prediken, dat ze hebben geleerd hoe ze de hypocriet kunnen spelen en anderen kunnen bedriegen, en de goedkeuring van sommigen hebben ontvangen, dan geloven ze natuurlijk ook dat ze christus kunnen worden, god kunnen worden.
Hebben jullie nog vragen? (God, zou U wat meer met ons willen communiceren over wat het betekent om God uit te testen? Op welke manieren uit het uittesten van God zich in mensen?) God uittesten is wanneer mensen niet weten hoe God handelt, en Hem niet kennen of begrijpen, en dus vaak met onredelijke eisen aan Hem komen. Wanneer iemand bijvoorbeeld ziek is, kan hij bidden dat God hem geneest. “Ik laat me niet behandelen – laten we kijken of God me zal genezen of niet.” Als dus, nadat ze geruime tijd hebben gebeden God geen actie heeft ondernomen, zeggen ze: “Aangezien God niets heeft gedaan, neem ik medicijnen en zie ik wel of Hij dit probeert te voorkomen. Als het medicijn in mijn keel blijft steken, of als ik wat water mors, is dat misschien Gods manier om me te hinderen en me ervan te weerhouden het in te nemen.” Dat is wat uittesten is. Of je wordt bijvoorbeeld gevraagd het evangelie te prediken. Onder normale omstandigheden beslist iedereen door communicatie en overleg wat je plichten vereisen en wat je moet doen, en dan handel je wanneer de tijd rijp is. Als er iets gebeurt terwijl je handelt, is dat Gods soevereiniteit – als God je zou willen hinderen, dan zal Hij dat proactief doen. Maar stel dat je in gebed zegt: “O, God, ik ga er vandaag op uit om het evangelie te prediken. Is het in overeenstemming met Uw bedoeling dat ik erop uitga? Ik weet niet of de potentiële ontvanger van het evangelie van vandaag het kan aanvaarden, noch hoe U hier precies leiding over zult geven. Ik vraag om Uw regelingen, om Uw leiding, en dat U mij deze dingen toont.” Nadat je hebt gebeden, zit je daar onbeweeglijk en zegt dan: “Waarom heeft God hier niets over te zeggen? Misschien is het omdat ik Zijn woorden niet genoeg lees, zodat Hij me die dingen niet kan tonen. Als dat zo is, ga ik er meteen op uit. Als ik daar op mijn gezicht val, is dat misschien God die me ervan weerhoudt te gaan, en als alles soepel verloopt en God me niet hindert, is dat misschien God die me toestaat te gaan.” Dat is een test. Waarom noemen we dat een test? Gods werk is praktisch; het is prima als mensen gewoon hun plichten vervullen, hun dagelijks leven regelen en een leven van normale menselijkheid leiden in overeenstemming met de principes. Het is niet nodig om te testen hoe God zal handelen of welke leiding Hij zal geven. Houd je alleen bezig met het doen van wat je moet doen; koester niet altijd extra gedachten zoals: staat God me toe dit te doen, of niet? Als ik dit doe, hoe zal God me dan behandelen? Is het juist van me om het op deze manier te doen? Als iets overduidelijk juist is, houd je dan alleen bezig met het doen ervan; ga niet over dit en dat nadenken. Bidden is natuurlijk prima, bidden om Gods leiding, dat Hij je leven op deze dag zal leiden, dat Hij de plicht die je vandaag vervult zal leiden. Het is genoeg voor een mens om een hart en een houding van onderwerping te hebben. Bijvoorbeeld, je weet dat als je elektriciteit met je hand aanraakt, je een schok krijgt en je leven kunt verliezen. Toch overweeg je het: ik maak me geen zorgen, God beschermt me. Ik moet het gewoon proberen, om te zien of God me zal beschermen, en om te zien hoe Gods bescherming voelt. Vervolgens raak je het met je hand aan, en als gevolg daarvan krijg je een schok – dat is een test. Sommige dingen zijn duidelijk verkeerd en zouden niet moeten worden gedaan. Als je ze toch doet, om te zien wat Gods reactie zal zijn, is dat een test. Sommige mensen zeggen: “God houdt er niet van als mensen zich flamboyant opdoffen en zware make-up dragen. Vervolgens doe ik het bewust toch om te zien hoe het voelt als God me vanbinnen berispt.” Nadat ze zich dus helemaal hebben opgemaakt, kijken ze in de spiegel: mijn hemel, ik lijk wel een levend spook, maar ik voel alleen maar dat het een beetje walgelijk is en ik mezelf niet in de spiegel kan aankijken. Buiten dat voel ik niets – ik voel Gods afkeer niet, en ik voel Zijn woorden niet onmiddellijk neerdalen om me neer te slaan en te oordelen. Wat voor gedrag is dit? (Uittesten.) Als je soms plichtmatig bent in je plicht, en je weet duidelijk dat het zo is, is het voldoende om gewoon berouw te tonen en je te bekeren. Maar jij bidt altijd: “oh, God, ik ben plichtmatig geweest – ik vraag U mij te disciplineren!” Welk doel dient je geweten? Als je een geweten hebt, zou je verantwoordelijkheid moeten nemen voor je eigen gedrag. Je zou het moeten beteugelen. Bid niet tot God – dat gebed wordt een test. Een zeer serieuze zaak nemen en er een grap van maken, een test, is iets wat God verafschuwt. Wanneer mensen tot God bidden en Hem zoeken wanneer ze met een probleem worden geconfronteerd, zullen sommige proeven vaak opduiken. Ook bij sommige van hun houdingen, eisen en manieren van doen in hun behandeling van God is dit het geval. Wat houden deze proeven voornamelijk in? Dat je graag zou willen zien hoe God zal handelen, of dat je graag zou willen zien of God iets wel of niet kan doen. Je zou God willen testen; je zou deze zaak willen gebruiken om te verifiëren hoe God is, om te verifiëren welke woorden die God heeft gesproken juist en nauwkeurig zijn, welke kunnen uitkomen en welke Hij kan volbrengen. Dit zijn allemaal proeven. Komen deze manieren van doen regelmatig bij jullie voor? Stel dat er iets is waarvan je niet weet of je het goed hebt gedaan, of dat het in overeenstemming is met de principes van de waarheid. Hier zijn twee methoden die kunnen bevestigen of wat je in deze zaak hebt gedaan een test is, of dat het positief is. Eén methode is om een nederig en waarheidzoekend hart te hebben en te zeggen: “Dit is hoe ik deze zaak die me is overkomen heb aangepakt en bekeken, en hoe het door mijn aanpak nu is. Ik kan niet inschatten of dit is wat ik eigenlijk had moeten doen.” Wat vind je van deze houding? Dit is een houding van het zoeken van de waarheid – het is geen test. Stel dat je zegt: “Iedereen beslist hier samen over, na communicatie.” Iemand vraagt: “Wie heeft hier de leiding over? Wie is de belangrijkste beslisser?” En jij zegt: “Iedereen.” Je bedoeling is dit: als ze zeggen dat deze zaak in overeenstemming met de principes is afgehandeld, zal ik zeggen dat ik het heb gedaan. Als ze zeggen dat het niet in overeenstemming met de principes is afgehandeld, zal ik beginnen met achter te houden wie het heeft gedaan en wie de beslissing heeft genomen. Op die manier, zullen ze, zelfs als ze aandringen en proberen mij de schuld te geven, die niet op mij kunnen schuiven, en als er iemand te schande wordt gemaakt, zal ik het niet alleen zijn. Als je met zo’n bedoeling spreekt, is dat een test. Iemand kan zeggen: “God verafschuwt het wanneer de mens wereldse dingen volgt. Hij verafschuwt zaken als herdenkingsdagen en feesten van de mensheid.” Nu je dit weet, kun je zulke dingen gewoon zo goed mogelijk vermijden, voor zover de omstandigheden het toelaten. Maar stel dat je opzettelijk wereldse zaken volgt en dingen doet tijdens een feest, en je ze doet met de bedoeling: ik kijk gewoon of God me zal disciplineren omdat ik deze dingen doe, of Hij enige aandacht aan me zal besteden. Ik kijk gewoon welke houding Hij werkelijk tegenover me heeft, hoe diep Zijn afkeer gaat. Ze zeggen dat God dit verafschuwt, ze zeggen dat Hij heilig is en het kwaad verafschuwt, ik zal dus zien hoe Hij het kwaad verafschuwt en hoe Hij me zal disciplineren. Als God me, wanneer ik deze dingen doe, laat overgeven en diarree geeft, en me duizelig maakt, niet in staat om uit bed te komen, dan lijkt het erop dat God deze dingen echt verafschuwt. In dat geval praat Hij niet alleen, dan wijzen de feiten het ook uit. Als je altijd hoopt zo’n tafereel te zien, wat voor gedrag vertoon je dan en welke bedoelingen heb je dan? Je bent aan het uittesten. De mens mag God nooit uittesten. Wanneer je God uittest, verbergt Hij Zich voor je en bedekt Hij Zijn aangezicht voor je, en je gebeden zijn nutteloos. Sommigen vragen misschien: “Werkt het zelfs niet als ik oprecht van hart ben?” Ja, zelfs als je oprecht van hart bent. God laat Zich niet door mensen uittesten; Hij verafschuwt het kwaad. Wanneer je deze boosaardige ideeën en gedachten koestert, zal God Zich voor je verbergen. Hij zal je niet meer verlichten, maar je terzijde schuiven, en je zult doorgaan met het doen van dwaze, hinderende en verstorende dingen totdat je wordt onthuld. Dit is het gevolg wanneer mensen God uittesten.
(God, ik heb een vraag. Ik beheer apparatuur in de kerk en mijn houding ten opzichte van deze plicht is altijd lichtzinnig en weinig serieus. De broeders en zusters wezen me op mijn fouten en snoeiden me, en ze communiceerden met me over het voorbeeld dat God ooit gaf van een man die in het geheim hoestsiroop dronk: God disciplineerde of berispte hem niet, maar elimineerde hem zodra hij het had gedronken. Gods gezindheid duldt geen beledigingen van de mens – die woorden ken ik, maar ik heb de opvatting dat God genadig en liefdevol is en dat Hij mij waarschijnlijk niet op dezelfde manier zal behandelen als die man. Daarom was ik niet bang. Op basis van Gods communicatie van vandaag voel ik dat ik een houding van twijfel heb ten opzichte van Zijn rechtvaardige gezindheid en het gedrag van een antichrist vertoon: ik test God uit, en vrees Hem nooit.) De houding die God tegenover een persoon heeft, is niet gebaseerd op of de vraag of die persoon Hem vreest, noch op de tijdelijke houding die die persoon tegenover een bepaalde kwestie kan aannemen. De slechte gewoonten en onverantwoordelijke manieren die een persoon kan vertonen en openbaren in onbeduidende zaken van het leven, beschouwt God niet als serieuze problemen. Het is al voldoende als je je kunt toeleggen op je essentiële plicht en daar verantwoordelijkheid voor kunt nemen. Als je het gevoel hebt dat je nooit de verantwoordelijkheid voor het beheer van de apparatuur op je zult kunnen nemen en niet al je kracht zult kunnen inzetten om het goed te doen, wat toont dat dan aan? Enerzijds toont het aan dat je niet goed bent in beheer; anderzijds toont het aan dat je niet erg geschikt bent voor de taak. Als je het gevoel hebt dat het op een dag tot een ramp kan leiden als je die taak blijft doen, kun je er beter iemand anders voor aanbevelen. Laat iemand in de kerk die geschikt is voor de taak je vervangen, en ga dan werk doen waar je goed in bent en dat je interesseert, en wees trouw in het vervullen van die plicht. Bovendien, als iemand de waarheid werkelijk liefheeft, werkelijk wenst God te vrezen en het kwaad te mijden, en met waardigheid te leven, zodat hij niet door anderen wordt verafschuwd maar wordt gerespecteerd, dan behoort hij vastbesloten te zijn alles goed te doen. En tegelijkertijd behoort zo iemand voor God de vastberadenheid te hebben om te zeggen: “God, disciplineer mij alstublieft als ik het slecht doe – doe alstublieft Uw werk.” Mensen zijn er slecht in anderen te leiden; op zijn best kunnen ze iemand leren een talent op één gebied te worden. Maar als het gaat om het pad dat iemand bewandelt, zijn levensvisie, de doelen die hij in het leven kiest en wat voor soort mens hij zal kiezen te zijn, kan niemand hem helpen. Alleen Gods woorden en God Zelf kunnen mensen veranderen. Hoe wordt dit gerealiseerd? Doordat mensen zelf hulpeloos zijn moeten ze dat wel aan God overlaten. Aan welke criteria moet een mens dan voldoen om God te laten werken, wanneer zal Hij bereid zijn te werken? Een mens moet allereerst vastberaden zijn, hij moet een dergelijke wens koesteren en zeggen: “Ik weet dat ik er nooit in geslaagd ben deze taak goed uit te voeren. De broeders en zusters waren niet tevreden – en ik was zelf ook niet tevreden – maar ik wil het wel goed doen. Wat moet ik doen? Ik zal in gebed voor God komen en Hem in mij laten werken.” Als je wilt dat God in je werkt, moet je allereest kunnen lijden. Wanneer God je disciplineert, wanneer Hij je berispt, moet je het kunnen aanvaarden. Iets goeds doen begint met in je hart gehoorzaam en aanvaardend zijn. Men kan gerust stellen dat iedereen voordat hij volledig is gered twijfels heeft over Gods rechtvaardigheid en almacht. Het verschil is dat gewone, verdorven mensen, ondanks hun twijfels, hun plicht normaal kunnen vervullen, de waarheid kunnen nastreven en God beetje bij beetje kunnen leren kennen; hun subjectieve verlangen is actief en positief. Bij antichristen is het precies het tegenovergestelde: hun subjectieve verlangens zijn niet gericht op aanvaarding en gehoorzaamheid, en ze streven er niet naar de dingen te aanvaarden; in plaats daarvan zijn ze weerspannig. Ze aanvaarden het niet. Wat is er dan goed aan gewone, verdorven mensen? In het diepst van hun hart aanvaarden ze positieve dingen en hebben ze lief. Het probleem is alleen dat er momenten zijn dat, wanneer ze vanwege hun verdorven gezindheid niet anders kunnen, het slecht doen en de dingen hun te boven gaan en buiten hun bereik liggen, ze vaak negatief en zwak van hart worden en het gevoel hebben dat God hen niet wil, dat Hij hen verafschuwt. Is dat een goed gevoel? Het is goed dit gevoel te hebben – het betekent dat je een kans hebt om gered te worden, en het is een teken dat je gered kunt worden. Als je dat zelfs niet voelt, dan is je hoop de waarheid te verkrijgen en gered te worden zeer gering. Juist het feit dat je dit gevoel hebt, toont aan dat je nog steeds een geweten hebt, en waardigheid, en integriteit – dat er nog steeds rationaliteit in je is. Als je zelfs deze dingen niet hebt, dan ben je werkelijk een antichrist, een niet-gelovige. Momenteel vertoon je slechts wat gedrag van een niet-gelovige, vertoon je een beetje van wat zij onthullen, een beetje van hun gezindheid, maar ben je zelf geen niet-gelovige. Zoals God het ziet, geloof je in Hem en ben je Zijn volgeling, hoewel er voor jou nog veel problemen en tekortkomingen zijn op het pad van het geloof in Hem, in je streven, in je opvattingen en in elk facet van je persoonlijke leven. Hoe moeten deze problemen dan worden opgelost? Dat is eenvoudig. Zolang je voldoet aan de basisvereisten, dat je een geweten en verstand hebt, de waarheid nastreeft en positieve dingen liefhebt, kunnen al deze problemen worden opgelost – het is slechts een kwestie van tijd. Zolang je de waarheid en de kastijding en discipline die van God komen kunt aanvaarden, heb je de eerste horde al genomen. De tweede horde is dat je van jouw kant moet leren je verdorven gezindheid op te lossen, en de verschillende gesteldheden die in je opkomen wanneer je iets overkomt. Je moet leren problemen met Gods woorden op te lossen door Gods woorden te lezen, naar communicatie te luisteren en de ervaringsgetuigenissen van de broeders en zusters te horen. Het betekent dat je in staat moet zijn vaak voor Hem te komen en Hem openlijk te vertellen over je omstandigheden, je gesteldheden en de problemen waarmee je wordt geconfronteerd. Je moet oprecht Zijn snoeien, Zijn discipline en kastijding aanvaarden, en zelfs het feit dat hij je onthult en de houding die Hij tegenover jou aanneemt. Je hart moet open voor Hem blijven, niet afgesloten. Zolang je hart openblijft, kunnen je geweten en rede een doel dienen, en zal de waarheid in je kunnen binnengaan en verandering in je teweegbrengen. Al deze problemen kunnen dan worden opgelost. Ze zijn niet onoplosbaar; geen ervan vormt een groot probleem. Het is gebruikelijk dat mensen hun plicht plichtmatig vervullen. Dit is de meest voorkomende toestand, een toestand waarin de hele verdorven mensheid zich bevindt. De ene toestand is vol leugens zijn, de andere is bij alles de kantjes ervan aflopen, plichtmatig en onverantwoordelijk handelen, in een staat van aanmodderen verkeren, in een toestand van erdoorheen rommelen – dit is de norm voor de hele verdorven mensheid. Deze dingen zijn veel minder ernstig dan de weerstand van de mens tegen God en zijn weigering van de waarheid. Het is niet eens waar God bij de mens naar kijkt. Als God mensen tot op de gram zou afwegen, dan zou Hij hen al niet willen als ze ook maar één verkeerd woord zouden zeggen; als ze ooit maar een kleine fout zouden maken, zou Hij hen niet willen; als mensen jeugdig onstuimig zouden zijn en ongeduldig handelden, zou God hen niet mogen, en zouden ze degenen zijn die Hij zou verlaten en elimineren. Als dat zo zou zijn, zou geen enkel mens gered worden. Sommigen zullen zeggen: “Zei U niet dat God mensen veroordeelt en hun uitkomst bepaalt op basis van hun gedrag?” Dat is een andere kwestie. Op het pad dat de mens in zijn streven naar waarheid aflegt teneinde een verandering van gezindheid en redding te bereiken, komen zulke gesteldheden, zoals God die ziet, in de mens het meest voor, ze zijn zo gewoon en alledaags als maar kan. God kijkt er niet eens naar. Waar kijkt Hij wel naar? Hij kijkt of je een positief streven hebt, en wat je houding is ten opzichte van de waarheid en positieve dingen, en ten opzichte van het nastreven van een verandering van gezindheid. Hij kijkt of je zo’n verlangen hebt, of je je inspant. Wanneer God ziet dat je deze dingen hebt, dat je geweten je berispt wanneer je verkeerd handelt, dat je het weet te haten, dat je weet hoe je in gebed voor God moet komen, Hem moet belijden en berouw moet tonen, dan zegt Hij dat je hoop hebt, dat je niet geëlimineerd zult worden. Denk je dat Gods rechtvaardige gezindheid, Zijn genade en liefde allemaal holle frasen zijn? Juist omdat Hij zo’n essentie heeft, heeft God tegenover elk soort mens een bepaalde houding, en deze houdingen zijn buitengewoon praktisch – ze zijn helemaal niet hol.
Deze communicatie over de essentie van antichristen waar we nu al een tijdje mee bezig zijn, is bedoeld voor iedereen. Deels zodat ze antichristen kunnen begrijpen en onderscheiden, kunnen vaststellen wie ze zijn en hen kunnen verwerpen en deels om iedereen te laten weten dat iedereen een gezindheid van een antichrist heeft, net als antichristen, maar dat alleen ware antichristen geëlimineerd en verlaten moeten worden, terwijl gewone mensen met een gezindheid van een antichrist degenen zijn die God zal redden, niet degenen die Hij zal elimineren. Wanneer we met mensen communiceren over de essentie van antichristen en elk aspect van hun gezindheid, dan gaat het niet over het veroordelen van mensen – het gaat over het redden van mensen, het hun een pad geven, het hun duidelijk laten zien welke verdorven gezindheden ze feitelijk hebben. Het gaat over waar God het werkelijk over heeft als Hij zegt dat de mensheid Zijn vijand is, en waarom Hij dat zou zeggen – welke soorten verdorven gezindheid de mens precies heeft, en welke onthullingen van weerstand en opstandigheid tegen God in de mens Hem ertoe brengen zo te spreken en deze veroordelingen uit te spreken. Juist omdat God de mens wil redden, omdat Hij de mensheid, Zijn volgelingen, of degenen die Hij heeft uitverkoren, niet verlaat, spreekt en werkt Hij onvermoeibaar op zo’n manier. Wanneer God op deze manier spreekt en werkt, gaat het er niet louter om mensen te laten begrijpen hoe beminnelijk Hij is, hoe oprecht en geduldig Hij met mensen is, hoeveel moeite Hij heeft gedaan. Wat is het nut van het begrijpen van deze dingen? Wanneer mensen deze dingen begrijpen, voelen ze hoogstens een klein beetje dankbaarheid voor God – maar hun verdorven gezindheid is helemaal niet opgelost. God spreekt met zo’n serieus geduld om mensen te laten zien dat God Zich heeft ingespannen voor het redden van mensen en vastbesloten is dit te doen. Hij maakt geen grapjes; God wil de mensheid redden, en Hij is vastbesloten dat te doen. Hoe moet dit worden zien? Er is geen aspect van de waarheid waarover God vanuit één kant of één hoek spreekt, en Hij spreekt ook niet op één enkele manier – Hij vertelt het de mensen vanuit verschillende hoeken, in verschillende stijlen, in verschillende woorden en in verschillende gradaties, opdat mensen hun verdorven gezindheid en zichzelf zullen kennen, en van daaruit de richting van hun streven zullen begrijpen, en wat voor pad ze moeten nemen. Hij doet dit opdat mensen hun satanische, verdorven gezindheid zullen verlaten en veranderen, en de filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, manieren van overleven, en manieren en wijzen van leven waarmee Satan mensen verderft, zullen loslaten, en in plaats daarvan zullen leven volgens de manieren, wijzen, richtingen en doelen die God de mensen heeft getoond en verteld. God doet dit alles niet om mensen over te halen, om hen Zijn nauwgezette bedoelingen te laten zien, of hoe moeilijk het is om alles te doen wat Hij doet. Dat hoef je niet te weten. Richt je er alleen op om in de woorden die God spreekt te vinden wat je zou moeten beoefenen, en de waarheid en Gods bedoelingen daarin te begrijpen; ga de waarheidswerkelijkheid binnen; leef volgens de waarheidsprincipes, en gedraag je en handel volgens de waarheidsprincipes, en voltooi de opdracht die door God is gegeven, zodat je redding bereikt. God zal dan tevreden zijn, en de zaak van de redding van de mens zal in zijn geheel zijn volbracht, wat ook de mens ten goede komt. En wat betreft die keren dat wat mensen zeggen nog veel doctrine bevat, wanneer ze te oppervlakkig zijn in hun handelingen, wanneer ze altijd plichtmatig zijn, wanneer hun onhebbelijkheden overweldigend zijn – wat vooral voorkomt bij jonge mensen, die niet geneigd zijn regels te volgen, die soms graag uitslapen, die enkele gewoonten hebben die niet helemaal redelijk of stichtelijk voor anderen zijn – forceer deze dingen niet. Doe het rustig aan. Zolang je bereid bent de waarheid na te streven en je je kunt inspannen met Gods woorden, en vaak voor God kunt komen en je hart voor Hem kunt openen, zal Hij werken. Niemand kan een ander veranderen door menselijke kracht of menselijke middelen, inclusief je ouders, die jou niet kunnen veranderen.
Dat je vandaag naar Gods huis bent gekomen, is het werk van God. En dat je hier, zelfs in dit tijdperk, te midden van de kwade trends, veilig en standvastig naar preken kunt luisteren en je plicht kunt vervullen zonder een cent te verdienen – dit is het werk van God. Waarom doet God dit? Wat waardeert God in jou? Dat je enig gevoel van gerechtigheid hebt en dat je een geweten hebt; dat je afkerig bent van kwade trends en dat je van positieve dingen houdt; en dat je uitkijkt naar de komst van Gods koninkrijk, naar de heerschappij van Christus en de waarheid. Je hebt deze wensen, en die waardeert God in jou, en daarom heeft Hij je naar Zijn huis gebracht. Denk je dat God die gebreken en slechte gewoonten van je niet ziet? God ziet je gebreken – Hij kent ze allemaal. Als Hij ze kent, waarom pakt Hij ze dan niet aan? Zulke dingen veroorzaken in veel gevallen een innerlijk conflict bij mensen. Ze zeggen: “Zou God iemand als ik redden? Kan iemand als ik redding bereiken? Ik ben zo boosaardig en verdorven, zo onwillig om me aan discipline te onderwerpen, zo opstandig – en ik weersta en betwijfel God. Hoe kon God mij dan toch uitkiezen?” Waar zit je mee? Alleen God kan je redden; je moet geloven dat Hij dat kan. Het is voldoende als je je er gewoon op richt naar Gods woorden te luisteren, ze te aanvaarden en te beoefenen. Blijf niet steken in die andere zaken – wees niet altijd negatief vanwege deze dingen. Niemand probeert je gebreken tegen je te gebruiken; niemand heeft munitie tegen je. God kijkt niet naar die dingen. Als je wordt gehinderd in je streven naar het juiste pad en de waarheid door de slechte gewoonten, gebreken of onhebbelijkheden die zulke onbeduidende kleinigheden van het dagelijks leven teweegbrengen, is dat dan niet zonde? Is dat het waard? (Nee.) Er zijn heel wat mensen die in zo’n gesteldheid vastzitten. Sommige mensen zeggen dat het hun persoonlijkheid is, dat ze te haastig zijn, dat ze in alles wat ze doen te grof zijn, en dat ze niet van studeren houden. Ze zeggen dat ze ook slechte gewoonten hebben: ze staan’s ochtends niet graag op en gaan’s avonds niet graag naar bed, en ze houden van gamen; ze houden ervan om soms maar wat te kletsen, en soms vinden ze het leuk om grappen te vertellen. Ze vragen: “Zou God mij redden?” Is het geen probleem dat je zoveel noties en verbeeldingen over jezelf hebt? Waarom zoek je niet een beetje? Wat is Gods opvatting werkelijk, en wat zeggen Zijn woorden werkelijk? Worden deze dingen in Zijn woorden als problemen genoemd? Sommige mensen zeggen dat ze zich graag opdoffen en zich altijd moeten inhouden. Anderen zeggen dat ze ervan houden vlees te eten en daarbij een buitensporige eetlust tentoonspreiden. Dit zijn kleine problemen. Deze gebreken, deze persoonlijkheden of deze levensgewoonten zijn op zijn hoogst gebreken in de menselijkheid van een persoon; ze worden niet beschouwd als een verdorven gezindheid. Wat mensen werkelijk moeten oplossen, is hun verdorven gezindheid. Verlies het grotere geheel niet uit het oog. Wanneer je leert dat je een verdorven gezindheid hebt, en je je erop begint te richten hierover na te denken en dit te onderscheiden, en je er moeite voor doet, en het begint te haten, zullen die kleine gebreken van je langzaam veranderen – ze zullen geen problemen meer vormen. Sommige jonge mensen houden van plezier maken. Zodra ze hun gepaste werk hebben gedaan, is het prima dat ze even plezier maken. Sommige jonge vrouwen houden ervan mooi te zijn, zich op te doffen en make-up op te doen. Dat is ook prima, zolang het niet te ver gaat en ze geen vreemde kleding dragen of dikke make-up opdoen. Het is allemaal prima; niemand beperkt hen. Geen van deze dingen is een probleem. Deze levensgewoonten, deze eisen die je aan de kwaliteit van je leven stelt en deze kleine persoonlijkheidsproblemen – geen daarvan zou je ertoe kunnen brengen God te weerstaan, noch zouden ze je ertoe kunnen brengen tegen de waarheid in te gaan. Wat je werkelijk ertoe brengt God te weerstaan, wat je ervan weerhoudt voor Hem te komen en je ertoe brengt tegen Hem in opstand te komen, is je verdorven gezindheid. Wanneer je je verdorven gezindheid kunt ontdekken, kennen en haten, en je het subjectieve verlangen krijgt om volgens de waarheidsprincipes te beoefenen, kunnen al deze kleine gebreken worden opgelost. En als je verdorven gezindheid is opgelost – is het grootste probleem, je weerstand tegen God, opgelost – zullen die kleine gebreken van je dan nog steeds als problemen worden beschouwd? Wanneer die tijd komt, zul je wat betreft zulke kleine dingen als hoe je je gedraagt en hoe je leeft, wat je eet, wat je drinkt, hoe je ontspant, hoe je je plicht doet en hoe je met anderen omgaat, beetje bij beetje principiëler worden. Pas dan zul je leren dat het oplossen van je verdorven gezindheid de grote zaak van je leven was en blijft, dat zodra je verdorven gezindheid is opgelost, alle andere problemen dat ook zijn. Wanneer je het probleem van opstandigheid tegen God hebt opgelost, is het moment aangebroken dat je met de gelijkenis van een mens leeft, met waardigheid. Het kan zijn dat er nu enkele kleine gebreken zijn die je niet langer vertoont. Mensen kunnen je prijzen en zeggen dat je een goede jongere bent, dat je oprecht bent in je geloof in God, dat je op een gelovige in God lijkt. Maar als God zegt dat je nog steeds tegen Hem in opstand kunt komen, dan zijn je uiterlijke goede gedragingen nutteloos, hoe geweldig ze ook mogen zijn. Het fundamentele probleem is niet opgelost – je verdorven gezindheid is nog niet opgelost, en je kunt nog steeds tegen God in opstand komen. Je bent nog zo ver van redding verwijderd! Wat voor nut heeft het als je alleen maar goede gedragingen vertoont? Bedrieg je jezelf daar niet gewoon mee?
Welk probleem is nu van vitaal belang voor jullie om op te lossen? (Het probleem van een verdorven gezindheid.) Sommigen zeggen misschien: “Ik draag graag kleurrijke kleding, maar Gods huis houdt daar niet van, dus zal ik me tegen dit gedrag verzetten.” Dat hoef je niet te doen – draag ze als je wilt. Sommigen zeggen: “Ik hou ervan om poeder en make-up op te doen en er elke dag mooi uit te zien als ik mensen zie – dat is zo fijn!” Zolang je de tijd hebt, is dat prima. Sommigen zeggen: “Ik hou van lekker eten – ik hou van pittig en ook van zuur.” Zolang je de middelen, de kans en de vrije tijd hebt, kun je dat naar hartenlust eten. Zelfs als je deze verlangens onbevredigd zou laten, ze zou bedwingen en ertegen in opstand zou komen, zou je verdorven gezindheid niet worden opgelost. Wat zou het bedwingen ervan opleveren? Je zou veel vleselijk lijden ondergaan, maar je zou je in je hart behoorlijk onrecht aangedaan voelen – en wat voor negatief gevolg zou dat dan als bijkomend effect op je hebben? Je zou het gevoel hebben dat je veel voor God hebt geleden, dat je de waarheid hebt verkregen, terwijl je in feite niets zou hebben of niets zou zijn. Je kleedt je misschien elegant, waardig en sober – je lijkt misschien een broeder of zuster en bent welgemanierd – maar als je niet eens de waarheidsprincipes kunt vinden wanneer je een plicht moet vervullen, en als je zelfs het werk van de kerk zou kunnen verstoren en hinderen, is je fundamentele probleem dan opgelost? (Nee.) Daarom is, hoe je het ook bekijkt, het meest fundamentele het begrijpen van Gods woorden, de waarheid, het binnengaan van de waarheidswerkelijkheid, en het oplossen van je verdorven gezindheid. Verspil je inspanningen niet aan een paar onbeduidende problemen en uiterlijke gedragingen door er lang bij stil te staan en ze niet los te laten, je in je hart altijd schuldig te voelen en het idee te hebben in het krijt te staan. Los die dingen niet altijd op alsof het geweldig belangrijke zaken zijn. Het gevolg daarvan is dat je verdorven gezindheid voor altijd onopgelost blijft. Als zelfs jij niet weet wat voor persoon je bent, of wat voor verdorven gezindheid je hebt – als je daar niet het minste begrip van hebt, zal dat de boel dan niet in de war schoppen? Wanneer je je verdorven essentie leert kennen, zullen die kleine problemen van je geen problemen meer zijn. Naarmate je de waarheid begrijpt, de waarheidswerkelijkheid binnengaat en volgens de waarheidsprincipes leert handelen, zul je vanzelfsprekend geleidelijk van die kleine problemen verlost worden. Het is net als met een rusteloze persoonlijkheid hebben of juist veel treuzelen, of spraakzaam zijn of juist zwijgzaam – dit zijn geen problemen. Het zijn persoonlijkheidskwesties. Sommige mensen hebben een duidelijke uitspraak, terwijl anderen dat niet hebben; sommige mensen zijn wat stoutmoediger en durven voor veel mensen te spreken, terwijl anderen minder stoutmoedig zijn en niet durven te spreken als er veel mensen zijn; sommige mensen zijn extravert, terwijl anderen introvert zijn. Niets van dit alles is een probleem. Wat is wel een probleem? De gezindheid van antichristen die God weerstaat – dat is een probleem. Het is het grootste probleem, de bron van alle verdorvenheid van de mens. Als je het probleem van een verdorven gezindheid oplost, is geen enkel ander probleem nog een probleem.
Nog meer vragen? (God, ik heb een vraag: in mijn streven naar de waarheid heb ik een normaal geestelijk leven, maar mijn hart dat de waarheid liefheeft en nastreeft, is niet zo groot. Wanneer ik voel dat mijn gesteldheid verkeerd is, streef ik een paar dagen ijverig, maar als die dagen voorbij zijn, verslap ik weer. Deze gesteldheid komt steeds weer terug, en ik weet dat het een gezindheid is die afkerig is van de waarheid, maar ik kan het nog steeds niet bij de wortel aanpakken.) Daar is geen ontkomen aan – zo gaat de mens het leven binnen. Door dit probleem altijd te willen oplossen, maak je een fout. Een voorbeeld: sommige vrouwen hebben bij het zoeken naar een echtgenoot het criterium dat het niet erg is als hij er maar gemiddeld uitziet, maar hij moet romantisch zijn. Hij moet onthouden wanneer en waar ze elkaar voor het eerst ontmoetten, en haar verjaardag, en hun jubileum, enzovoort. Hij moet elke gedenkwaardige dag onthouden, en hij moet er ook aan denken om van tijd tot tijd te zeggen: “Ik hou van je, mijn liefste!” en om van tijd tot tijd cadeautjes voor haar te kopen. Ze zal hem op de proef stellen: “Wat was de datum van onze eerste afspraak? Wanneer is het Valentijnsdag?” Ze zijn vaak op zoek naar dat soort romantiek en prikkels, en als hun leven wat saaier wordt, ergeren ze zich eraan en klagen ze bij hun man: “Kijk jou nou, jij oen. Je weet niets van romantiek. Het is zo saai om mijn dagen met jou door te brengen! Mijn leven is in jouw handen geruïneerd!” Zijn er niet veel vrouwen die dit gebrek vertonen? En als ze horen dat de man van een ander romantisch is, dat hij weet hoe hij een vrouw moet verleiden, dat hij zijn vrouw als een prinses behandelt, worden deze vrouwen ondragelijk jaloers en wensen ze dat ze die man voor zichzelf konden inpikken. Ze zijn simpelweg niet bereid een alledaags, gewoon leven te leiden. Heb jij dit gebrek vertoond? (Ja.) Wanneer God werk doet en mensen redt, zijn er niet zoveel spannende, opwindende momenten, en Hij zal geen verrassingen voor je creëren. Het is alledaags en gewoon – dat is wat het betekent om praktisch te zijn. Het nastreven van de waarheid vereist geen gevoel. Zolang je dat streven maar in je hart hebt; zolang je af en toe onderzoekt of het pad dat je bewandelt afwijkt, of er nalatigheden zijn in de plicht die je vervult of verliezen zijn veroorzaakt door menselijke fouten, en je communiceert om te zien of broeders en zusters in deze tijd nieuwe inzichten of kennis hebben opgedaan bij het vervullen van hun plicht die jij nog niet hebt, of er verdraaiingen zijn geweest in je begrip van Gods woorden bij het lezen ervan, of er dingen in stonden die buiten je bereik lagen, die je niet hebt ervaren of hebt genegeerd, enzovoort – zolang al dergelijke paden, doelen en richtingen normaal en correct zijn, is dat voldoende. Zolang je algemene richting juist is, is dat genoeg. Zoek geen opwinding en zoek geen verrassingen. Niemand zal je verrassen. In God geloven en de waarheid nastreven is net als het normale leven van een mens. Het is grotendeels vrij alledaags, omdat je in deze wereld leeft, waar niets bovennatuurlijk is en niets losstaat van het werkelijke leven. Zo alledaags is het. Maar er is een verschil tussen dit soort alledaags leven en het leven van degenen die niet geloven: terwijl je in God gelooft en je plicht vervult, leer je voortdurend over je verdorven gezindheid, corrigeer en verander je voortdurend je relatie met God, en leer je voortdurend over de waarheden die je niet begrijpt, en ken en aanvaard je de waarheden die je niet kent of begrijpt. Dat is het verschil. Dat is al een heel groot verschil – wat zouden jullie dan nog meer kunnen verlangen? Gebeuren er niet genoeg dingen in Gods huis, in de kerk en om je heen? De dingen die zijn gebeurd vanaf het begin van Gods werk tot nu zijn voldoende voor mensen om over na te denken. De dagen gaan zo snel voorbij: tien, twintig jaar vliegen voorbij, en dan, in nog een flits, zijn er dertig, vijftig jaar voorbij. Dan is een mensenleven zo ongeveer voorbij. Welke andere opwinding is er nog te zoeken? Deze dingen zijn opwindend genoeg. Alle dingen die om je heen gebeuren, zouden je in staat moeten stellen unieke dingen te ontdekken, de waarheid te onthullen en je te verrassen. Dat is niet alledaags, toch? (Nee, dat is het niet.) De waarheid nastreven bestaat niet uit het zoeken naar opwinding. Zo is het voor mensen, die in hun normale menselijkheid leven, in deze materiële wereld. Ga niet op zoek naar opwinding – op zoek gaan naar opwinding en gevoel is wat mensen doen die te veel tijd hebben. Bij het vervullen van hun plichten en het nastreven van de waarheid, hebben mensen elke dag nieuwe lessen te leren. Sommigen zullen zeggen: “Waarom leer ik dan niet?” Wel, het kan zijn dat je vooruitgang wat langzamer is; als er elke maand dingen zijn die je leert, is dat voldoende. Zolang je vooruitgang boekt en de waarheid nastreeft, zul je resultaat behalen. Heeft deze communicatie het probleem opgelost? (Ja.) Hoe? Welke woorden hebben het opgelost? (Het is opgelost doordat ik heb leren inzien dat de zienswijzen achter mijn streven in mijn geloof in God niet praktisch zijn – mijn manier van nastreven is niet pragmatisch. Ik ben altijd op zoek naar prikkels, altijd op zoek naar het voelen van dingen, en behandel God met niet meer dan noties en verbeeldingen, en onderhoud een relatie van respectvolle afstand met Hem, terwijl ik negeer dat mensen zwakheden zullen vertonen bij het binnengaan in hun leven en terwijl ze binnengaan zullen groeien, en dat ze met allerlei omstandigheden geconfronteerd zullen worden. Dat is normaal.) Je hebt het correct begrepen. Wanneer er zich geen omstandigheden voordoen, moeten mensen hun plichten vervullen zoals ze dat behoren te doen, en doorgaan met hun streven zoals het hoort. Zoek geen opwinding, of voel dingen; wees niet overgevoelig en zeg: “Waarom ben ik vandaag in een slecht humeur? Oh, mijn relatie met God is afstandelijk – ik zal me haasten en bidden!” Er is geen noodzaak voor zo’n overgevoeligheid. God vindt het niet erg; Hij bekommert zich niet om die onbeduidende zaken van jou! Je kunt zeggen: “Ik heb dagen niet gebeden, maar ik zoek God vaak in mijn hart wanneer ik handel, en ik onderhoud een Godvrezend hart.” Daar is geen probleem mee. Sommigen zullen zeggen: “Oh, ik ben zo druk geweest met mijn plicht dat ik al dagen Gods woorden niet heb gelezen.” Je hebt die procedure overgeslagen – je hebt die genegeerd – maar in de loop van het vervullen van je plicht heb je veel problemen ontdekt, en je hebt iets van een verdorven gezindheid geopenbaard, en je hebt in die periode naar de communicatie van anderen geluisterd, wat je zeer heeft gesticht. Is dat geen werkelijke winst? Lees je Gods woorden niet om de waarheid te begrijpen en te verkrijgen? Wat is het nut ervan om erop aan te dringen dat je dat op een bepaalde manier of in een bepaalde vorm doet? Goed. We sluiten de communicatie van vandaag hier af. Vaarwel! (Dank U, God, en vaarwel!)
30 maart 2020