Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 3)
II. Het vlees waarin God geïncarneerd is verachten
Het onderwerp van de vorige communicatie was de tiende uiting van antichristen: ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis. Dit punt verdelen we verder onder in drie secties zodat we er nog gedetailleerder over kunnen communiceren. De eerste sectie is het verachten van Gods identiteit en essentie, de tweede is het verachten van het vlees waarin God geïncarneerd is, en de derde is het verachten van de woorden van God. Deze drie secties worden gebruikt om het tiende punt van de diverse uitingen van antichristen te ontleden. Over de eerste sectie is gecommuniceerd. De tweede sectie, het verachten van het vlees waarin God geïncarneerd is, wordt voor de communicatie in vier delen onderverdeeld. Wat zijn deze vier delen? (Ten eerste, kruiperigheid, vleierij en mooiklinkende woorden; ten tweede, nauwkeurig onderzoek en analyse, samen met nieuwsgierigheid; ten derde, hoe ze Christus behandelen hangt af van hun humeur; en ten vierde, wel luisteren naar wat Christus zegt, maar niet gehoorzamen en zich niet onderwerpen.) Over de eerste twee delen is de vorige keer gecommuniceerd; ditmaal zullen we over het derde deel communiceren.
C. Hoe ze Christus behandelen hangt af van hun humeur
Het derde deel is “hoe ze Christus behandelen hangt af van hun humeur”; Uit deze eenvoudige zin kunnen we verschillende uitingen van antichristen opmaken. Kunnen jullie, naar jullie indruk of op basis van wat jullie hebben gezien en ervaren, voorbeelden geven met betrekking tot dit deel? Sommige mensen zeggen: “Ik heb nooit contact met Christus gehad; ik heb alleen Zijn preken gehoord. Ik heb geen echte ervaring met deze uiting en ik heb ook niet gezien dat anderen dit in werkelijkheid vertonen.” Hebben degenen die wel echte ervaringen met dit deel hebben opgedaan, gevoelens of inzichten die ermee overeenkomen? Geen? Dan moeten we hier echt eens diepgaand over communiceren, nietwaar? (Ja.) Oppervlakkig gezien gaat dit deel over diverse houdingen en uitingen die mensen kunnen vertonen wanneer ze in contact komen met Christus. In feite kan men uit dit deel niet alleen de diverse uitingen en houdingen van mensen ten opzichte van het vlees waarin God geïncarneerd is opmaken, maar kan men in de manier waarop mensen het vlees waarin God geïncarneerd is behandelen, ook hun ware houding en uitingen jegens God onderscheiden. Dat wil zeggen, hieruit is duidelijk op te maken met welke houding mensen God Zelf, die Gods identiteit en essentie heeft, behandelen en of ze een Godvrezend hart en een oprecht geloof hebben en zich werkelijk onderwerpen. Wanneer ze met diverse situaties worden geconfronteerd, onthult de houding van mensen ten opzichte van Christus hun houding ten opzichte van de God waarin ze geloven. Of je bij de behandeling van deze gewone persoon, Christus, noties koestert, oprecht geloof toont of je werkelijk onderwerpt, geeft aan of je oprecht geloof hebt en je werkelijk aan God in wie je gelooft, God Zelf, onderwerpt. In de behandeling van de God in de hemel door mensen – hun houdingen, opvattingen en wat ze werkelijk denken – zijn ze vaag en onthullen ze hun werkelijke houding jegens God niet. Wanneer mensen God echter daadwerkelijk ontmoeten en het tastbare, vlees-en-bloed lichaam zien waarin God geïncarneerd is, wordt hun ware houding jegens God volledig onthuld. De woorden die mensen spreken, de gedachten in hun geest, de gezichtspunten die ze in hun hart vaststellen en koesteren, en zelfs de gedachten en houdingen die ze in hun hart ten opzichte van Christus hebben, zijn in feite verschillende uitingen van hoe ze God behandelen. Aangezien de God in de hemel onzichtbaar en ontastbaar is, hebben mensen feitelijk geen norm om te meten of hun uitingen correct zijn of in overeenstemming met de waarheid. Maar wanneer God als Christus incarneert, verandert dit alles: er ontstaat een norm om al deze uitingen en houdingen van mensen jegens God te meten, waardoor de ware houding van mensen jegens God duidelijk wordt. Vaak denken mensen dat ze een groot geloof in God en een oprecht geloof hebben, en voelen ze dat God groot, verheven en beminnelijk is. Maar zijn deze een weerspiegeling van hun ware gestalte of slechts een stemming? Het is moeilijk te bepalen. Wanneer mensen God niet kunnen zien, is hun behandeling van Hem, hoe goedbedoeld ook, altijd vermengd met vaagheid, holheid en onuitvoerbaarheid, altijd beladen met lege verbeeldingen. Wanneer mensen God daadwerkelijk zien en met Hem in contact komen, worden de omvang van hun geloof in God, hun mate van onderwerping aan God en of ze ware liefde voor God hebben, volledig onthuld. Wanneer God dus incarneert, vooral wanneer Hij een persoon wordt die zo gewoon is als maar kan, wordt dit vlees, deze gewone persoon, voor alle mensen een test en onthult het het geloof en de ware gestalte van iedere persoon. Je was misschien in staat God te volgen toen je Zijn bestaan voor het eerst erkende, maar wanneer je de geïncarneerde God aanvaardt en God een gewoon mens ziet worden, raakt je geest vervuld van noties. Op dit moment wordt de Christus in wie je gelooft – deze gewone persoon – de grootste uitdaging voor je geloof. Laten we daarom vandaag communiceren over de impact die deze gewone persoon, het vlees waarin God geïncarneerd is, Christus, op mensen heeft, en over de werkelijke uitingen die mensen vertonen ten opzichte van deze gewone persoon, Christus, uitingen die hun verschillende werkelijke houdingen en gezichtspunten jegens God onthullen.
De hoofdinhoud van het derde deel is dat mensen Christus behandelen afhankelijk van hun stemming. Waar deze ‘stemming’ precies naar verwijst, is het centrale punt, de focus van de communicatie van vandaag. Natuurlijk is deze ‘stemming’ slechts een metonymie, een generalisatie. Het is niet louter een stemming; er gaan diverse menselijke noties en verbeeldingen achter schuil, allerlei verdorven gezindheden, en zelfs hun satanische aard-essentie. Wanneer mensen geen obstakels ondervinden bij het vervullen van hun plichten in Gods huis, er niets is dat hun stemming beïnvloedt en alles soepel verloopt, kunnen ze vaak tot God bidden en een zeer regelmatig leven leiden, vol vreugde en vrede. De omgeving is harmonieus, de meeste broeders en zusters kunnen goed met elkaar opschieten, God leidt hen vaak bij het vervullen van hun plichten en bij het leren van professionele vaardigheden, Hij geeft verlichting en illuminatie, en de beoefeningsprincipes zijn relatief duidelijk – alles is heel normaal en verloopt harmonieus. Op zulke momenten voelen mensen dat ze een groot geloof in God hebben, voelen ze zich in hun hart bijzonder dicht bij God, kunnen ze vaak voor God komen om te bidden en hun hart uit te storten, voelen ze zich innig verbonden met God en vinden ze God bijzonder beminnelijk. Hun stemming is op dit moment zeer goed; ze leven vaak in vrede en vreugde, spreken actief op bijeenkomsten en zijn in staat om elke dag regelmatig Gods woorden biddend te lezen en gezangen te leren. Wanneer alles zo goed en harmonieus verloopt, danken mensen God voortdurend in hun hart, bidden ze in stilte tot God en nemen ze zich voor zich hun hele leven voor God in te zetten, alles wat ze hebben te offeren en ontberingen te doorstaan en de prijs te betalen om hun plichten goed te vervullen. Ze voelen dat God zo groot is, zo beminnelijk, en ze hebben de vastberadenheid en bereidheid om zichzelf aan God te offeren en hun hele leven aan Hem te wijden. Is deze toestand niet bijzonder constructief en positief? Hieruit lijkt men de trouw van mensen, hun liefde voor God en de offers die ze brengen af te kunnen leiden. Alles lijkt zo prachtig, vredig en harmonieus. Afgaande op deze uitingen streven de mensen er van hun kant slechts naar actief mee te werken met Gods werk en Zijn vereisten, zonder enige wanklank. Dus danken ze God in hun hart voortdurend, danken ze de God in de hemel en danken ze Christus op aarde, vervuld van eindeloze liefde en eerbied voor Christus. Telkens wanneer ze de woorden ‘deze onbeduidende persoon’ tijdens het zingen van gezangen tegenkomen, voelen ze zich immens ontroerd en denken: het is werkelijk deze onbeduidende persoon die mij heeft gered, die mij deze kans heeft gegeven, waardoor ik vandaag mijn plicht als schepsel in Gods huis kan vervullen! Sommige mensen bidden zelfs rechtstreeks: oh, praktische God, geïncarneerde God, Christus: ik dank U, ik prijs U, want U heeft mij al deze zegeningen gegeven, U heeft mij genade geschonken. U bent de God in mijn hart, U bent de Schepper, U bent Degene die ik wil volgen. Ik ben bereid mij mijn hele leven voor U in te zetten. Al deze taferelen zien er zo vredig, zo mooi en zo volmaakt harmonieus uit, alsof het zo gemakkelijk en moeiteloos is gered te worden. Maar kan deze harmonie en vrede werkelijk voor altijd blijven bestaan? Kan die onveranderd blijven? Zo eenvoudig is het niet.
1. Hun gedrag wanneer ze gesnoeid worden
Tijdens het vervullen van hun plichten is het onvermijdelijk dat mensen hun verdorven gezindheden onthullen, morren in de omstandigheden waarmee ze worden geconfronteerd, hun eigen opvattingen hebben en nog vaker dingen grillig en overhaast doen. In zulke situaties is het onvermijdelijk dat mensen te maken krijgen met snoeien. Heeft een persoon die vol enthousiasme is, die vervuld is van verbeeldingen en noties over God, wanneer hij met snoeien wordt geconfronteerd, werkelijk de gestalte om dit alles onder ogen te zien, dit alles oprecht te ervaren en dergelijke situaties met succes te doorstaan? Dit roept een vraag op, en hierin schuilt het probleem. Wanneer mensen voelen dat alles zo prachtig is, wanneer ze voelen dat God zo beminnelijk is, dat God de mensen zo liefheeft, dat Zijn liefde zo groot en zo echt is, en ze dan worden geconfronteerd met snoeien, met onthuld worden, verbijstert dit degenen die de waarheid niet begrijpen vaak en ze voelen zich verward, angstig en bang. Het is alsof ze plotseling in de duisternis zijn gevallen, niet in staat het pad voor zich te zien, niet wetend hoe ze de huidige situatie moeten aanpakken. Wanneer ze voor God komen, zoeken ze dezelfde gevoelens die ze voorheen hadden en bidden ze met dezelfde stemming, dezelfde gedachten, gezichtspunten en houding als voorheen. Maar op dat moment voelen ze dat ze God niet meer kunnen aanvoelen. Wanneer ze voelen dat ze God niet meer kunnen aanvoelen, beginnen ze te denken: wil God me niet meer? Verwerpt God me? Zou het kunnen dat God me vanwege mijn verdorven gezindheid niet meer liefheeft? Gaat God me elimineren? Als dat zo is, ben ik dan niet verloren? Wat is nu nog het nut van mijn bestaan? Wat is het nut van in God geloven? Ik kan net zo goed niet geloven. Als ik niet zou hebben geloofd, had ik nu misschien een goede baan, een harmonieus gezin, een mooie toekomst! Tot nu toe heeft het geloven in God me niets opgeleverd, maar als ik echt stop met geloven, zou dat dan niet betekenen dat al mijn eerdere inspanningen voor niets zijn geweest, dat al mijn eerdere inspanningen en offers tevergeefs zijn geweest? Wanneer zulke overpeinzingen opkomen voelen ze zich plotseling overmand door een gevoel van verlatenheid en onbehagen en denken ze: de God in de hemel is zo ver weg, en deze God op aarde, waarmee kan Hij me, afgezien van door te communiceren en me de waarheid te schenken, nog meer helpen? Wat kan Hij me nog meer geven? Hij lijkt zo onbeduidend en zo weinig meevoelend. Wat is er zo erg aan het bezitten van een beetje verdorven gezindheid? Als dit op een menselijke manier werd afgehandeld, zou God het negeren als mensen een beetje een verdorven gezindheid zouden hebben; Hij zou er mild mee omgaan en niet muggenziften over de kleine fouten van mensen. Waarom snoeit en disciplineert God me zo, en negeert Hij me zelfs, vanwege zo’n geringe kwestie? Het is toch niet zo erg om in dit soort situaties deze verdorven gezindheid te onthullen? Maar God heeft werkelijk een afkeer van me. Heeft Hij de mensen nu echt lief of niet? Waar wordt Zijn liefde onthuld? Hoe heeft Hij de mensen precies lief? Hoe dan ook, op dit moment kan ik Gods liefde niet langer voelen. Wanneer ze Gods liefde niet kunnen voelen, voelen ze zich onmiddellijk heel ver van de God in de hemel, en nog verder van deze Christus op aarde, deze gewone persoon. Wanneer ze deze troosteloosheid in hun hart voelen, bidden ze herhaaldelijk en troosten ze zichzelf keer op keer: wees niet bang, stel je hoop op de God in de hemel. God is mijn schild, God is mijn kracht, God heeft de mensen nog steeds lief. Waar is op dit moment de God over wie ze spreken? In de hemel, te midden van alle dingen, die God is degene die de mensen werkelijk liefheeft, de God naar wie de mensen opzien en die ze aanbidden, die hun schild kan zijn, hun altijd aanwezige hulp, de God die hun hart kan troosten. Hij is de steun voor hun geest, hart en vlees. Maar gezien wat deze God op aarde kan doen, vertrouwen de mensen in hun hart niet meer op Hem. Hun houding verandert. In welke situatie ondergaat hun houding deze verandering? Wanneer ze met snoeien en onthulling te maken krijgen en met tegenslagen worden geconfronteerd – dan wordt hun ware geloof onthuld.
Zodra mensen met snoeien worden geconfronteerd, vindt hun zogenaamde ware geloof onmiddellijk steun bij de vage God in de hemel. Wat is hun houding ten opzichte van de zichtbare God op aarde? De eerste reactie van mensen is Hem af te wijzen en los te laten, niet langer op Hem te vertrouwen of in Hem te geloven, maar Hem te vermijden, zich voor Hem te verbergen en afstand van Hem te nemen. Dit is het soort stemming dat over de mensen komt. Wanneer ze met snoeien worden geconfronteerd, worden de waarheid die mensen begrijpen, hun zogenaamde ware geloof, trouw, liefde en onderwerping, zo broos. Wanneer al deze omstandigheden veranderen, verandert hun houding ten opzichte van de geïncarneerde God dienovereenkomstig. Hun eerdere offers – hun zogenaamde trouw, inzet en de prijs die ze betaalden, evenals hun zogenaamde onderwerping – blijken op dit moment geen vorm van trouw of ware onderwerping te zijn, maar louter enthousiasme. En wat is er vermengd met dit enthousiasme? Het is vermengd met menselijke gevoelens, menselijke goedheid en menselijke loyaliteit. Deze loyaliteit kan ook worden begrepen als onbezonnenheid, zoals in: als ik iemand volg, moet ik ware broederlijke loyaliteit tonen, bereid zijn mijn leven voor hem te geven, me voor hem in te spannen, een kogel voor hem op te vangen, alles voor hem op te offeren. Dit is een uiting is van menselijke onbezonnenheid. Zulke menselijke uitingen worden op dit moment onthuld. Waarom worden ze onthuld? Omdat mensen in hun gedachten en gezichtspunten lijken te hebben aanvaard dat deze gewone persoon de geïncarneerde God is, Christus is, God is, en dat Hij Gods identiteit bezit – maar wanneer we kijken naar hun werkelijke gestalte, de waarheid die ze begrijpen en hun kennis van God, hebben ze deze gewone persoon niet werkelijk aanvaard, noch hebben ze deze gewone persoon als Christus, als God behandeld. Wanneer alles goed gaat, wanneer alles naar wens is, wanneer mensen voelen dat God hen zegent, verlicht, leidt en genade schenkt, en wanneer wat mensen van God ontvangen overeenkomt met hun noties en verbeeldingen, kunnen ze subjectief de gewone persoon van wie God getuigt als de God van de mens aanvaarden. Wanneer al deze omstandigheden echter veranderen, wanneer God al deze dingen wegneemt, en wanneer het mensen aan waar begrip ontbreekt en ze geen ware gestalte bezitten, wordt alles van hen onthuld, en wat ze uitdrukken is precies hun werkelijke houding ten opzichte van God. Hoe ontstaat deze werkelijke houding? Waar komt die vandaan? Die komt voort uit de verdorven gezindheid van mensen en hun gebrek aan kennis van God. Waarom zeg ik dit? Wat is deze verdorven gezindheid in mensen? (Vanaf het moment dat ze door Satan zijn verdorven, waken mensen innerlijk voor God en vormen ze een barrière tegen Hem. Wat God ook doet, ze vragen zich altijd af: gaat God me kwaad doen?) Wordt de relatie tussen de mensen en God alleen maar gehinderd door deze barrière? Is het zo eenvoudig? Het is niet alleen maar een kwestie van een barrière; het is een probleem van twee verschillende essenties. Mensen hebben een verdorven gezindheid – heeft God een verdorven gezindheid? (Nee.) Waarom is er dan onenigheid tussen mensen en God, waarom zijn mensen God vijandig gezind? Waar ligt de reden? Ligt die bij God of bij de mensen? (Bij de mensen.) Bijvoorbeeld, als twee mensen ruzie hebben gehad en niet meer met elkaar spreken, zullen ze als ze toch met elkaar praten, slechts oppervlakkig praten. In hun hart is een barrière gevormd. Hoe ontstaat deze barrière? Die ontstaat omdat ze verschillende gezichtspunten hebben die niet met elkaar te verenigen zijn, en geen van beiden bereid is zijn gezichtspunt op te geven. Dit staat de eenheid in de weg. Zo ontstaan barrières tussen mensen. Maar als we de relatie tussen mensen en God beschrijven als een relatie die louter wordt bepaald door een barrière, is dat dan niet een beetje een understatement dat de kern niet helemaal raakt? Het is waar dat er een barrière is, maar als we alleen de term ‘barrière’ gebruiken om het probleem van de verdorven gezindheid van mensen te verklaren, zou dat te mild zijn. Dit komt omdat mensen, nadat ze door Satan zijn verdorven, een satanische verdorven gezindheid en essentie hebben, en hun aangeboren aard God vijandig gezind is. Satan is God vijandig gezind. Behandelt hij God als God? Heeft hij geloof in God of onderwerpt hij zich aan God? Hij heeft geen waar geloof en onderwerpt zich niet werkelijk aan God – zo is Satan. Mensen zijn hetzelfde als Satan; ze bezitten Satans verdorven gezindheid en essentie, het ontbreekt hun aan waar geloof en ze onderwerpen zich niet aan God. Kunnen we dus zeggen dat er een barrière is tussen mensen en God vanwege dit gebrek aan waar geloof en ware onderwerping? (Nee.) Dit geeft alleen maar aan dat mensen God vijandig gezind zijn. Wanneer wat God doet overeenkomt met de smaak, de stemming en de behoeften van mensen, hun voorkeuren bevredigt en alles soepel en naar wens laat verlopen, dan voelen mensen dat God zeer beminnelijk is. Maar is dit gevoel dat God beminnelijk is op zulke momenten oprecht? (Nee.) Het is slechts een geval van mensen die voordelen plukken en in ruil daarvoor een paar mooie woorden spreken; dit staat bekend als profiteren en dan vriendelijk doen. Weerspiegelen de woorden die mensen in zulke situaties zeggen een ware kennis van God? Is deze kennis van God echt of nep? (Nep.) Deze kennis is niet in overeenstemming met de waarheid, noch met de essentie van God. Het is geen ware kennis, maar een verbeelding, een notie die voortkomt uit menselijke gevoelens en onbezonnenheid. Wanneer deze notie in duigen valt, blootgelegd en onthuld, voelen mensen zich gefrustreerd; het impliceert dat alles wat ze wilden verkrijgen, hen is ontnomen. Is de eerdere perceptie van mensen dat God beminnelijk en op verschillende manieren goed was, niet bekritiseerd en veroordeeld? Dit is precies het tegenovergestelde van wat ze voorheen geloofden. Kunnen mensen dit feit aanvaarden? (Nee.) Wanneer God je niets geeft, laat Hij je eenvoudigweg leven naar Zijn woorden, spreken en handelen, je plicht doen, God dienen, met anderen omgaan, enzovoort, alles volgens Zijn woorden. Wanneer je naar Zijn woorden leeft en je Gods nauwgezette bedoelingen kunt voelen en je God oprecht kunt liefhebben en je aan Hem kunt onderwerpen, dan zijn de onzuiverheden in je minder, en zijn de beminnelijkheid en essentie van God die je voelt oprecht.
Wanneer mensen met discipline en snoeien worden geconfronteerd, ontwikkelen ze noties, klachten en misverstanden over God. Wanneer deze dingen opkomen, voelen mensen plotseling dat God onattent is, alsof Hij niet zo beminnelijk is als ze zich hadden voorgesteld: iedereen zegt dat God beminnelijk is, maar waarom kan ik het niet voelen? Als God inderdaad beminnelijk is, zou Hij me moeten zegenen en troosten. Wanneer ik op het punt sta een fout te maken, zou Hij me moeten waarschuwen in plaats van mij voor schut te laten zetten of een fout te laten maken; Hij zou deze dingen moeten doen voordat ik een fout maak, en zo voorkomen dat ik fouten maak of het verkeerde pad insla! Zulke noties en gedachten malen door de hoofden van mensen wanneer ze met tegenspoed worden geconfronteerd. Op dat moment worden mensen minder open in de manier waarop ze spreken en handelen. Wanneer mensen ermee te maken krijgen dat ze worden gesnoeid, wanneer ze met tegenspoed worden geconfronteerd, verslechtert hun stemming; ze beginnen het gevoel te krijgen dat God hen niet meer zo liefheeft of hen met evenveel genade behandelt, dat ze minder in de gunst staan. Ze denken bij zichzelf: als God mij niet liefheeft, waarom zou ik Hem dan liefhebben? Ik zal God ook niet meer liefhebben. Vroeger beantwoordden ze in hun gesprekken met God alles wat God vroeg; ze waren zeer actief. Ze wilden altijd meer delen, raakten nooit uitgepraat, wilden alles in hun hart uitdrukken en overbrengen, en wensten Gods vertrouweling te zijn. Maar wanneer ze ermee te maken krijgen dat ze worden gesnoeid, krijgen ze het gevoel dat God niet meer zo beminnelijk is, dat God hen niet meer zo liefheeft, en willen ze God ook niet meer liefhebben. Wanneer God iets vraagt, antwoorden ze slechts kortaf en plichtmatig, en bestaan hun antwoorden uit niet meer dan één woord. Als God vraagt: ‘Hoe goed heb je de laatste tijd je plichten vervuld?’ antwoorden ze: ‘Redelijk.’ ‘Heb je moeilijkheden?’ ‘Soms.’ ‘Kun je harmonisch samenwerken met de broeders en zusters?’ In hun gedachten denken ze: hmpf, ik kan niet eens voor mezelf zorgen, hoe kan ik dan harmonisch met anderen samenwerken? ‘Heb je enige zwakheid?’ ‘Het gaat wel.’ Ze zijn niet bereid om verder nog iets te zeggen en tonen een volledig negatieve, klagende houding. Hun hele wezen wordt moedeloos en neerslachtig, vervuld van grieven en een gevoel van verongelijktheid, en ze willen geen woord te veel zeggen. Waarom is dit? Omdat hun stemming nu niet goed is, hun toestand relatief neerslachtig is en ze niet in de stemming zijn om met iemand te praten. Wanneer hen wordt gevraagd: ‘Heb je de laatste tijd gebeden?’ antwoorden ze: ‘Mijn gebeden bestaan nog steeds uit dezelfde woorden.’ ‘Je toestand is de laatste tijd niet goed; heb je de waarheid gezocht toen je met moeilijkheden werd geconfronteerd?’ ‘Ik begrijp alles, ik kan alleen niet positief zijn.’ ‘Je hebt misverstanden over God ontwikkeld. Zie je waar je probleem ligt? Welke verdorven gezindheden weerhouden je ervan om voor God te komen? Wat zorgt ervoor dat je zo negatief bent dat je niet eens zin hebt om voor God te komen om te bidden?’ ‘Geen flauw idee.’ Wat voor houding is dit? (Negatief en confronterend.) Juist, er is geen spoor van onderwerping. In plaats daarvan zitten ze vol klachten en grieven. In hun geestelijke en mentale wereld zien ze god als een soort Boeddha- of Bodhisattva-figuur zoals die door mensen wordt beschreven. Wat mensen ook doen of hoe ze ook leven, deze Boeddha- of Bodhisattva-figuren zullen nooit een woord uiten, ze onderwerpen zich eenvoudigweg aan de manipulaties van mensen. Ze geloven dat god hen niet zou moeten snoeien, laat staan schaden; wat voor verkeerds ze ook doen, god zou hen alleen moeten kalmeren, niet snoeien, ontmaskeren of onthullen, en zeker niet disciplineren. Ze willen in God geloven en hun plicht doen volgens hun eigen stemmingen en gezindheden, doen wat ze willen, en denken dat God, wat ze ook doen, tevreden, gelukkig en aanvaardend zou moeten zijn. De dingen lopen echter niet zoals ze wensen; God handelt niet op deze manier. Mensen denken dan: als hij niet handelt zoals ik me had voorgesteld, is hij dan nog wel god? Is hij nog steeds mijn investering, inspanningen en opoffering waard? Zo niet, dan zou het dwaas zijn mijn oprechte hart aan te bieden, nietwaar? Wanneer dus de tijd is aangebroken dat ze zullen worden gesnoeid, is de aanvankelijke reactie van mensen niet om vanuit het perspectief van een schepsel te luisteren naar wat God te zeggen heeft, of wat Zijn vereisten zijn, of welke menselijke problemen, toestanden of gezindheden God blootlegt, of hoe de mens deze dingen moet accepteren, behandelen of er zich aan onderwerpen. Hoe God ook tot de mensen spreekt of hoe Hij hen ook begeleid, als Zijn toon of manier van spreken niet attent is – als Hij geen rekening houdt met hun stemmingen, eigenwaarde en zwakheid – dan ontwikkelen mensen noties, willen ze God niet als God behandelen en willen ze geen schepsels zijn. Het grootste probleem is hier dat wanneer God voor goede tijden zorgt, waarbij alles gaat zoals mensen willen, mensen bereid zijn zich als schepsels te gedragen. Wanneer God echter voor tegenspoed zorgt om mensen te disciplineren en te onthullen, hen een les te laten leren, ze de waarheid te laten begrijpen en Zijn intentie te laten kennen – in dit tijden keren mensen God onmiddellijk de rug toe en willen geen schepsels meer zijn. Wanneer men geen schepsel wil zijn, zal men zich dan vanuit dat perspectief en die positie aan God kunnen onderwerpen? Zal men de identiteit en essentie van God kunnen aanvaarden? Nee. Wanneer de tijden van goede stemmingen, prima gesteldheden en enthousiasme – de tijden waarin mensen Gods vertrouwelingen willen zijn – plaatsmaken voor tijden waarin ze Hem willen verlaten omdat ze worden gesnoeid, of God bepaalde situaties voor hen schept, wat een dramatische verandering is dat dan! Hoe zit dit precies in elkaar? Wat is precies de waarheid van deze kwestie? Wat is het dat mensen moeten weten? Moet men niet weten welke houding men als schepsel moet hebben tegenover God? Welke principes moeten er worden gevolgd? Welk perspectief en welke positie moet men als persoon – als verdorven mens – precies aannemen jegens alles wat God aan de mens schenkt en jegens de omgevingen die Hij creëert? Welke houding moeten mensen aannemen en welke aanpak moeten ze kiezen wanneer God hen behandelt en snoeit? Moeten mensen dergelijke kwesties niet overdenken? (Ja.) Mensen moeten over deze dingen reflecteren en ze overdenken. Ongeacht wanneer en hoe iemand met God omgaat, de identiteit van de mens verandert in feite niet; mensen zijn altijd schepselen. Als je niet in het reine bent met je status als schepsel, betekent dit dat je opstandig bent en ver verwijderd van het veranderen van je gesteldheid, ver verwijderd van het vrezen van God en het mijden van het kwaad. Als je in het reine bent met je plek als schepsel, wat voor houding moet je dan hebben jegens God? (Onvoorwaardelijke onderwerping.) Op zijn allerminst moet je dit ene ding hebben: onvoorwaardelijke onderwerping. Dit betekent: op elk moment weten dat wat God doet nooit verkeerd is en dat het alleen mensen zijn die de fout ingaan. Ongeacht de situaties waarin je geplaatst wordt – vooral in het geval van tegenspoed, en vooral wanneer God mensen openbaart of ontmaskert – is het eerste wat je moet doen, voor God verschijnen om na te denken over jezelf en je woorden en daden en je verdorven gezindheid te onderzoeken, in plaats van te beoordelen, nauwkeurig te onderzoeken en te oordelen of Gods woorden en daden goed of fout zijn. Als je in je gepaste positie blijft, moet je precies weten wat je hoort te doen. Mensen hebben een verdorven gezindheid en begrijpen de waarheid niet. Dit is niet zo’n groot probleem. Maar wanneer mensen een verdorven gezindheid hebben en de waarheid niet begrijpen, maar ondanks dat nog altijd niet de waarheid zoeken – dan is dit een groot probleem. Je hebt een verdorven gezindheid en begrijpt de waarheid niet, daarom kun je nog steeds willekeurig over God oordelen, en Hem behandelen en met Hem omgaan naar gelang je stemming, voorkeuren en emoties. Maar als je de waarheid niet zoekt en beoefent, zullen de zaken niet zo eenvoudig liggen. Niet alleen zul je je niet aan God kunnen onderwerpen; je zou zelfs Hem verkeerd kunnen begrijpen en over Hem kunnen klagen, Hem kunnen veroordelen, Hem kunnen weerstreven en Hem zelfs in je hart kunnen vervloeken en verwerpen, waarbij je zegt Hij niet rechtvaardig is, dat niet alles wat Hij doet noodzakelijkerwijs goed is. Is het niet gevaarlijk dat je nog altijd zulke dingen zou kunnen veroorzaken? (Dat is het.) Het is erg gevaarlijk. De waarheid niet zoeken kan iemand zijn leven kosten! En dit kan op elk moment en op elke plek gebeuren. Hoe uitbundig je emoties, aspiraties, verlangens of idealen op dit moment ook zijn, en hoezeer je op dit moment ook van God houdt in je hart, het is allemaal tijdelijk. Het is net als wanneer een dominee een huwelijksvoltrekking leidt en beide partijen vraagt: ‘Neem je hem (of haar) tot je man (of vrouw)? In ziekte en gezondheid, in rampspoed, in armoede, enzovoort, ben je bereid je leven met hem (of haar) door te brengen?’ Beide partijen, met tranen in hun ogen en het hart vol emotie, zweren hun leven aan elkaar te wijden en levenslange verantwoordelijkheid voor elkaar te nemen. Wat zijn deze plechtige geloften op dat moment? Het zijn slechts de voorbijgaande emoties en wensen van mensen. Maar bezitten beide partijen werkelijk een dergelijke integriteit? Bezitten ze werkelijk een dergelijke menselijkheid? Dat zal moeten blijken; de waarheid zal in de komende tien, twintig of dertig jaar aan het licht komen. Sommige stellen scheiden na drie tot vijf jaar, sommige na tien jaar, en anderen zetten er na dertig jaar zomaar een punt achter. Waar zijn hun aanvankelijke wensen gebleven? Wat is er met hun plechtige geloften gebeurd? Daar is allang afscheid van genomen. Welke rol spelen deze plechtige geloften? Geen enkele; het zijn slechts wensen, kortstondige emoties – emoties en wensen bepalen niets. Wat is er voor een stel nodig om werkelijk een leven lang samen door te brengen, om samen oud te worden? Ideaal gesproken moeten beide personen op zijn minst integriteit en een oprecht karakter hebben. Concreter gezegd zullen ze tijdens hun leven vele dingen tegenkomen – groot en klein, goed en slecht, ontberingen, tegenslagen, moeilijkheden, meestal dingen die niet naar wens zijn. Dit vereist dat beide partijen oprechte tolerantie, geduld, liefde, consideratie, zorg en andere relatief positieve eigenschappen in de menselijkheid bezitten om elkaar tot het einde van de rit te steunen. Zonder deze kwaliteiten kunnen ze, als ze enkel vertrouwen op geloften en op de aspiraties, wensen en fantasieën uit de tijd dat ze trouwden, het einde zeker niet halen. Hetzelfde geldt voor het geloof in God; als men de waarheid niet zoekt maar slechts vertrouwt op een beetje enthousiasme en een wens, kan men absoluut niet standvastig blijven en God absoluut niet tot het einde volgen.
Hoe kan men in God geloven en Hem volgen zonder afhankelijk te zijn van zijn stemming en zonder door zijn stemming of door zijn omgeving beïnvloed te worden? Hoe kan men dit precies bereiken? Wat is de minimale vereiste voor het geloof in God? Het vereist een houding van liefde voor de waarheid en het zoeken van de waarheid. Sommige mensen vragen: ‘Zijn vastberadenheid en het afleggen van geloften belangrijk?’ Deze zijn onmisbaar, maar het hangt af van het stadium van het geloof. Als iemand in de eerste een of twee jaar van zijn geloof is, kan zonder deze dingen zijn enthousiasme niet worden aangewakkerd. Zonder enthousiasme kan een persoon die in God begint te geloven lauw zijn, niet erg ijverig in zijn streven, maar zich ook niet terugtrekken, en alleen doen wat hem wordt gevraagd. Zo iemand heeft moeite om vooruitgang te boeken en mist een duidelijke houding. Daarom hebben nieuwe gelovigen dit enthousiasme nodig. Dit enthousiasme kan veel positieve dingen voor een persoon met zich meebrengen, waardoor hij snel de waarheid, de visie en het doel van Gods werk kan begrijpen, en snel een fundament kan leggen. Bovendien is het zo dat wanneer mensen zich actief en enthousiast inzetten en een prijs betalen, ze sneller de waarheidswerkelijkheid binnengaan. Aanvankelijk heeft men dit enthousiasme nodig en moet men vastberaden zijn en aspiraties koesteren. Als men echter na meer dan drie jaar geloof in God in het stadium van enthousiasme blijft steken, kan er gevaar dreigen. Waarin schuilt dit gevaar? Mensen blijven hun geloof in God en de kwestie van gezindheidsverandering op basis van hun verbeeldingen en noties benaderen. Ze proberen God te kennen en inzicht te krijgen in Zijn werk en Zijn vereisten voor de mens op basis van hun verbeeldingen en noties. Kunnen zulke mensen de waarheidswerkelijkheid binnengaan of Gods bedoelingen begrijpen? (Nee.) Als een persoon de waarheid niet kan begrijpen, ontstaan er problemen. Is er iemand die in God gelooft en zijn hele leven in een omgeving waarin hij wordt verwend leeft, altijd omgeven door genade en zegeningen? Nee, vroeg of laat moet iedereen geconfronteerd worden met het werkelijke leven en de verschillende situaties die God voor hem heeft gearrangeerd. Wanneer je deze verschillende situaties tegenkomt en in het werkelijke leven geconfronteerd wordt met diverse problemen, welke rol kan je enthousiasme dan spelen? Het kan je er alleen toe aanzetten jezelf te beheersen, een prijs te betalen, te lijden, maar het kan je niet leiden tot het begrijpen van de waarheid of Gods bedoelingen. Als je echter de waarheid zoekt en de waarheid begrijpt, is het anders. Hoe is het anders? Wanneer je de waarheid begrijpt en met deze situaties wordt geconfronteerd, benader je ze niet langer op basis van je enthousiasme of noties. Wanneer je iets tegenkomt, kom je eerst voor God om te zoeken en te bidden, om de waarheidsprincipes te vinden. Je kunt je vervolgens onderwerpen en een dergelijk bewustzijn en een dergelijke houding hebben. Deze houding en dit bewustzijn zijn cruciaal. Het kan gebeuren dat je in een bepaalde beproeving weinig wint, niet te diep in de waarheid doordringt en niet begrijpt wat de werkelijkheid van de waarheid precies is. Tijdens deze beproeving stelt het hebben van een dergelijk onderworpen bewustzijn en een dergelijke onderworpen houding je echter in staat om werkelijk te ervaren hoe mensen, als schepselen, moeten handelen en wat ze moeten doen om zich op de meest normale en juiste manier voor God te gedragen. Hoewel je Gods bedoeling misschien niet begrijpt of niet precies weet wat God wil dat je in een dergelijke omgeving bereikt of verkrijgt, voel je dat je je aan God en aan dergelijke omstandigheden kunt onderwerpen. Vanuit het diepst van je hart kun je de omgeving aanvaarden die God voor je heeft gearrangeerd. Je voelt dat je je juiste plaats als schepsel hebt behouden, niet in opstand bent gekomen tegen God of je tegen Hem hebt verzet, en je hart voelt zich veilig. Terwijl je je veilig voelt, is je steun bij God in de hemel niet vaag, en voel je je niet ver verwijderd van de God op aarde en verwerp je Hem niet. In plaats daarvan ervaar je vanuit het diepst van je hart een beetje meer vrees en ook een beetje meer nabijheid. Wanneer je hiernaar kijkt – het verschil tussen iemand die de waarheid zoekt en zich kan onderwerpen, en iemand die vertrouwt op enthousiasme en slechts een beetje vastberadenheid heeft – is het verschil dan niet groot? Het verschil is enorm. Een persoon die vertrouwt op enthousiasme en alleen vastberadenheid heeft, zal zich, wanneer hij met bepaalde situaties wordt geconfronteerd, verzetten, redetwisten, klagen en zich verongelijkt voelen. Hij zou kunnen denken: waarom behandelt God mij op deze manier? Ik ben nog jong, waarom paait God me niet? Waarom houdt God geen rekening met mijn prestaties uit het verleden? Waarom straft Hij in plaats van mij te belonen? Ik ben nog zo jong, wat weet ik ervan? Zelfs mijn ouders thuis hebben me nooit zo behandeld; ze koesterden me als hun oogappel, hun kleine baby. Nu ik, nadat ik me bij Gods huis heb aangesloten, veel volwassener ben geworden, lijkt de manier waarop God me behandelt werkelijk te weinig attent! Dit zijn de kromme redeneringen die ze verkondigen. Hoe ontstaan zulke kromme redeneringen? Als een persoon de waarheid zoekt en begrijpt, kan hij dan nog steeds deze kromme redeneringen hebben? Als een persoon deze waarheden begrijpt terwijl hij gewoon zijn plicht vervult, kan hij dan nog steeds zulke klachten koesteren en zo onbezonnen reageren wanneer hij met situaties wordt geconfronteerd? (Nee.) Hij zou zeker niet zo spreken. In plaats daarvan zou hij zichzelf zien als een gewoon schepsel en voor God komen, zonder acht te slaan op leeftijd, geslacht, of aanzien en status, en zich eenvoudigweg onderwerpen en naar Gods woorden luisteren. Wanneer mensen kunnen luisteren naar de woorden die God spreekt en naar Zijn vereisten, hebben ze onderwerping in hun hart. Wanneer een persoon zich bewust kan onderwerpen, wanneer hij een houding van onderwerping heeft, staat hij werkelijk in de positie van een schepsel, met liefde, onderwerping en vrees voor God, en vertrouwt hij niet op zijn stemmingen of emoties. De volgende zijn enkele reacties van mensen die ermee te maken krijgen dat ze worden gesnoeid. Wat zijn de belangrijkste reacties? Ze voelen zich slecht, gefrustreerd, verongelijkt en hebben troost nodig. Wanneer ze geen troost of warmte ontvangen, beginnen ze in hun hart klachten en misverstanden over God te koesteren. Ze wensen niet langer tot God te bidden, en diep vanbinnen overwegen ze God te verlaten, en willen ze afstand van Hem nemen – zowel van de God in de hemel als van de God op aarde. Sommige mensen zullen als ik hen een beetje snoei mij de volgende keer dat we elkaar ontmoeten vermijden en willen geen contact met mij. Wanneer ze niet worden gesnoeid, zijn ze gewoonlijk altijd in mijn buurt, bieden ze thee aan, vragen ze of ik iets nodig heb, zijn ze in een goede stemming, ijverig, spraakzaam en hebben ze een nauwe relatie met God. Maar zodra ze worden gesnoeid, is het niet meer hetzelfde – ze bieden geen thee meer aan en groeten niet meer, en als ik hun een paar vragen meer stel, gaan ze gewoon weg en zijn ze nergens meer te bekennen.
Toen ik nog op het Chinese vasteland was, verbleef ik in de huizen van enkele broeders en zusters. Sommige van deze mensen hadden een slechte menselijkheid, sommigen waren nieuwe gelovigen, sommigen ontwikkelden bij ons eerste contact talrijke noties en begrepen de waarheid niet, en anderen streefden de waarheid helemaal niet na. Toen ik zag dat deze mensen hun verdorvenheid onthulden, kon ik hen niet snoeien; ik moest vriendelijk en tactvol spreken. Als je hen echt zou snoeien, zouden ze noties en opstandigheid ontwikkelen. Je moest ze dus overreden en met hen onderhandelen, en meer over de waarheid communiceren om hen te leiden. Als je niet onderhandelde of communiceerde en gewoon directe eisen stelde, zou het absoluut niet werken. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: ‘Deze maaltijd is een beetje te zout; maak hem de volgende keer misschien wat minder zout. Te veel zout eten is niet goed voor je gezondheid. Als gelovigen in God moet je ook gezond verstand toepassen en niet onwetend zijn; je moet positieve dingen aanvaarden. Als je me niet gelooft, kun je een beoefenaar van de traditionele Chinese geneeskunde vragen naar de effecten van te veel zout op de nieren.’ Deze aanpak is voor hen aanvaardbaar. Maar als je zegt: ‘Dit eten is zo zout, probeer je iemand met zout om te brengen? Waarom maak je het altijd zo zout? Het is te zout om te eten! Hoe kun je zo onwetend zijn? Maak het de volgende keer niet zo zout!’ dan werkt dat niet. De volgende maaltijd voegen ze misschien helemaal geen zout toe. Dan zeg je: ‘Waarom is dit zo flauw?’ ‘Flauw? Zei je niet dat het te zout was? Te veel zout is schadelijk voor de nieren, is het dus niet beter om helemaal geen zout te gebruiken? Dan is het niet schadelijk voor de nieren.’ Te streng zijn werkt niet; je moet onderhandelen en overreden. Veel mensen zijn behoorlijk lastig; als je met hen praat, moet je voorzichtig zijn met de manier en het tijdstip waarop je spreekt en ook rekening houden met hun stemming – je moet wat onderhandelen. Soms kun je ze al kwetsen als je per ongeluk een beetje te streng spreekt en kunnen ze innerlijk weerstand bieden. Aan de oppervlakte lijkt er misschien niet veel aan de hand, maar vanbinnen is het anders. Normaal gesproken, als je hen vraagt iets te doen, doen ze het prompt, maar als je hun gevoelens kwetst, worden ze minder enthousiast over het doen van dingen, treuzelen ze en zijn ze volkomen onwillig. Ze zeggen: ‘Hoe kan ik goed voor je zijn als ik in een slecht humeur ben? Ik zal aardiger zijn als ik in een goed humeur ben, maar als dat niet zo is, is het genoeg als ik het minimale doe.’ Wat voor een schepsel is dit eigenlijk? Zijn mensen niet moeilijk om mee om te gaan? (Ja.) Mensen zijn nu eenmaal zo, niet voor rede vatbaar en wars van logica. Wanneer ze later over zichzelf nadenken, buigen ze misschien hun hoofd, belijden ze hun zonden en huilen ze bittere tranen, maar ze reageren nog steeds op dezelfde manier wanneer ze opnieuw met dergelijke zaken worden geconfronteerd en worden gesnoeid. Is dit een persoon die de waarheid zoekt? (Nee.) Wat voor soort persoon is dit? Zo iemand is eigenzinnig en aanvaardt de waarheid helemaal niet. Dit is het soort houding dat mensen tegenover God hebben wanneer ze ermee te maken krijgen dat ze worden gesnoeid en wanneer ze tegenspoed ondervinden. Kortom, ze zijn niet onderworpen, kunnen de waarheid niet aanvaarden, en wanneer ze gekwetst zijn, behandelen ze God onbezonnen. Is dit geen ernstig probleem? Sommige mensen die ik tegenkomen trekken al een lang gezicht, spreken nors, hebben een slechte houding en gooien zelfs met dingen voordat ik hen snoei, als ik alleen nog maar over de zaak spreek. Je kunt niet openhartig tegen hen zijn; je moet om de hete brij heen draaien en tactvol zijn. Kan Ik op zo’n omslachtige manier spreken als mensen doen? Of je het nu kunt aanvaarden of niet, Ik moet zeggen wat waar is – in Gods huis moeten de dingen volgens de waarheidsprincipes worden gedaan. Sommige mensen tonen geen uiterlijke reactie wanneer ze worden gesnoeid, maar innerlijk mokken ze. Kan zo iemand zijn plicht goed vervullen? (Nee.) Als ze hun plicht niet naar behoren kunnen vervullen en fouten blijven maken, moet de kerk hen volgens de principes aanpakken.
2. Hun gedrag jegens Christus toen Hij werd opgejaagd, zonder een plek om Zijn hoofd te rusten
In God geloven en Hem volgen brengt op het vasteland van China elke dag gevaar met zich mee. Het is een buitengewoon zware omgeving hiervoor, een omgeving waarin men op elk moment gearresteerd kan worden. Jullie hebben allemaal te maken gehad met vervolging – en geldt dat ook niet voor Mij? Jullie en Ik leefden in dezelfde omstandigheden. In die omstandigheden moest ik me onvermijdelijk vaak verbergen. Er waren tijden dat Ik twee of drie keer per dag van locatie moest veranderen; er waren zelfs tijden dat Ik ergens heen moest waar Ik nooit van had kunnen dromen. De moeilijkste tijden waren die waarin Ik nergens heen kon – overdag hield Ik een bijeenkomst en’s avonds wist Ik niet waar het veilig was. Soms moest Ik, nadat Ik met veel moeite een plek had gevonden, de volgende dag weer vertrekken, omdat de grote rode draak ons op de hielen zat. Wat denken mensen die werkelijk in God geloven wanneer ze dit zien? Dat God in het vlees naar de aarde is gekomen om de mens te redden, is de prijs die Hij heeft betaald. Dit is een van de vormen van lijden die Hij heeft ondergaan, en het vervult Zijn woorden die luiden: “De vossen hebben holen en de vogels in de lucht hebben nesten, maar de Mensenzoon heeft geen plaats om Zijn hoofd neer te leggen” (Mattheüs 8:20). Het is werkelijk zo – en de geïncarneerde Christus ervaart dit lijden persoonlijk, net als de mens. Iedereen die werkelijk in God gelooft, kan zien hoe zwaar Zijn werk van het redden van de mens is, en daarom zullen ze God liefhebben en Hem danken voor de prijs die Hij betaalt omwille van de mensheid. Degenen met een bijzonder slechte menselijkheid, die kwaadwillig zijn en de waarheid volkomen verwerpen, evenals degenen die Christus louter uit nieuwsgierigheid volgen of wonderen willen zien, denken niet op deze manier wanneer ze zulke taferelen zien. Ze denken bij zichzelf: heb je geen plek om te verblijven? Je bent god, je werkt om mensen te redden, maar je kunt jezelf niet eens redden en je weet niet waar je morgen zult verblijven. Nu heb je niet eens een plek om te schuilen – hoe kan ik dan in je geloven of je volgen? Hoe gevaarlijker de omstandigheden, hoe meer ze zich verheugen en denken: gelukkig heb ik niet alles volledig opgegeven; gelukkig heb ik een slag om de arm gehouden. Zie je wel? Je hebt nu nergens een thuis! Ik wist dat het zover zou komen – je hebt geen plek om je hoofd neer te leggen, en ik moet zelfs helpen een plek te vinden om je onderdak te bieden. Ze zijn onthuld, nietwaar? Als zulke mensen getuige zouden zijn van de kruisiging van de Heer Jezus, hoe zouden ze zich dan gedragen? Toen de Heer Jezus het kruis naar Golgotha droeg, waar waren zulke mensen toen? Konden ze Hem blijven volgen? (Nee.) Ze ontkenden Gods identiteit, Zijn essentie en zelfs Zijn bestaan. Ze sloegen op de vlucht, gingen weg om voor zichzelf te zorgen en volgden God niet langer. Hoeveel preken ze eerder ook hadden gehoord, deze waren allemaal uit hun hart verdwenen zonder een spoor achter te laten. Ze geloofden dat alles wat ze voor zich zagen echt was en van menselijke oorsprong, dat het geen verband hield met God. Ze dachten: deze persoon is gewoon een mens; waar in hem is de identiteit of essentie van god? Als hij god was, zou hij zich dan zo verbergen en verschuilen, opgejaagd door Satan en zonder plek om zijn hoofd neer te leggen, zonder toevluchtsoord? Als hij god was, zou hij plotseling van gedaante moeten veranderen en voor ieders ogen moeten verdwijnen wanneer hij wordt opgejaagd, zodat niemand hem zou kunnen zien. Hij zou moeten weten hoe hij zichzelf onzichtbaar kon maken – dat zou pas god zijn! In de gevaarlijke omgeving van het vasteland van China riskeerden sommige broeders en zusters, toen ze zagen dat Ik naar hun plek was gekomen, hun veiligheid om Mij onderdak te bieden en te beschermen, terwijl anderen op de vlucht sloegen en spoorloos verdwenen. Sommigen keken zelfs geamuseerd toe vanaf de zijlijn. Wie zijn deze mensen? Het zijn de niet-gelovigen, antichristen. Hoe zagen deze mensen de situatie toen Christus van de ene stad naar de andere werd achtervolgd? Hoe interpreteerden ze die? Christus is ook in gevaar. Als hij wordt gearresteerd, is het gedaan met het werk van de kerk en komt het werk van gods huis tot stilstand. Dit bewijst dat waarover god getuigde onjuist was – dat het niet van god komt, maar van de mens. Ik kan maar beter snel naar huis gaan om mijn eigen leven te leiden; ik ga mijn fortuin maken! Dit is het gedrag van een antichrist. Toen Christus werd opgejaagd en zich nergens kon verbergen en geen plek had om Zijn hoofd neer te leggen, werden ze, in plaats van één van hart te zijn om met God te lijden en in zulke omstandigheden het werk van de kerk met Hem voort te zetten, toeschouwers die naar Hem keken en de spot met Hem dreven. Ze zetten anderen zelfs aan om verwoesting, hinder en verstoringen te veroorzaken, en toen sommigen zagen dat Ik me nergens kon verbergen en geen verblijfplaats had, grepen ze bovendien de kans aan om het werk van de kerk te verstoren en zich de eigendommen van Gods huis toe te eigenen. Net zoals toen Jezus werd gekruisigd, dachten veel niet-gelovigen en antichristen: het is gedaan met de kerk, het is afgelopen met gods werk, het is volledig vernietigd door Satan. We kunnen maar beter snel vluchten en de spullen gaan verdelen! Ongeacht met welke omstandigheden ze worden geconfronteerd, deze niet-gelovigen en antichristen zullen altijd hun venijnige gezindheid onthullen en het ware gezicht van niet-gelovigen tonen. Telkens wanneer de kerk ook maar het geringste teken van problemen of ongunstige omstandigheden tegenkomt, willen ze onmiddellijk vluchten, willen ze maar al te graag dat alle broeders en zusters uiteengaan, zich terugtrekken en Christus niet langer volgen. Ze wensen vurig dat deze stroom verkeerd is en dat Gods werk onvoltooid blijft. Dit is het ware gezicht van antichristen. Dit is de houding van antichristen jegens Christus wanneer ze met zulke omstandigheden worden geconfronteerd.
3. Hun gedrag wanneer ze noties over Christus ontwikkelen
Een ander punt zijn de uitingen van antichristen wanneer ze noties hebben over het vlees van de geïncarneerde God. Als ze bijvoorbeeld de geïncarneerde God bepaalde dingen zien doen of bepaalde woorden zien spreken die heel menselijk zijn, en ze geen spoor van goddelijkheid waarnemen, ontwikkelen ze weerstand en brengen ze vanuit het diepst van hun hart noties en veroordeling voort, en denken ze: hoe ik hem ook bekijk, die persoon lijkt niet op god; hij lijkt op niet meer dan een gewoon mens. Als hij als een mens is, kan hij dan nog wel god zijn? Als hij een mens is, zou het dan niet ongelooflijk dwaas zijn om hem zo te volgen? Ze brengen noties voort over de spraak en handelingen van Christus, over de levensstijl van Christus, Zijn kleding en uiterlijk, en zelfs de manier waarop Hij spreekt, Zijn toon, Zijn woordkeus, enzovoort – ze kunnen over al deze dingen noties voortbrengen. Wanneer deze noties ontstaan, hoe gaan ze er dan mee om? Ze koesteren deze gedachten en laten ze niet los, in de overtuiging dat wanneer ze deze noties behouden, ze de sleutel in handen hebben. Ze denken dat ze deze ‘sleutel’ net op tijd hebben gevonden, dat ze met deze noties sterker staan, dat ze de situatie met deze ‘sleutel’ in handen makkelijk aankunnen. Dit is hoe antichristen denken; ze hebben het gevoel dat ze omdat ze noties hebben sterker staan, en ze dus Christus te allen tijde en op elke plaats kunnen ontkennen en het feit kunnen ontkennen dat het vlees waarin God is geïncarneerd de essentie van God bezit. Sommige mensen vragen: “Waarom koesteren antichristen zulke bedoelingen?” Zeg Mij, hopen de antichristen, degenen die tot Satans handlangers behoren, op de succesvolle voltooiing van Gods werk of niet? (Dat hopen ze niet.) Waarom hopen ze daar niet op? Wat verraadt dat? Antichristen zijn van nature afkerig van de waarheid, en alle woorden die God uitdrukt zijn de waarheid, die ze in hun hart grondig weerzinwekkend vinden en die ze niet willen horen of aanvaarden. Gods woorden waarmee Hij de mensheid ontmaskert en oordeelt zijn veroordelingen van deze antichristen en kwaadaardige mensen, en voor hen zijn deze woorden veroordelingen, oordelen en vervloekingen. Ze voelen zich dus ongemakkelijk en onrustig wanneer ze die horen. Wat denken ze in hun hart? al deze woorden die god spreekt, oordelen en veroordelen mij. Het lijkt erop dat iemand als ik niet gered kan worden; ik ben het type dat geëlimineerd en verworpen wordt. Aangezien ik geen hoop heb om gered te worden, wat heeft het dan voor zin om in god te geloven? Maar feit is dat hij nog steeds god is, hij is het vlees waarin god is geïncarneerd, die zoveel woorden heeft gesproken en zoveel volgelingen heeft. Wat moet ik hiermee aan? Deze zaak maakt hen angstig; als zij niets kunnen verkrijgen, willen ze niet dat anderen het wel verkrijgen. Als anderen het kunnen verkrijgen terwijl zij dat niet kunnen, worden ze bitter hatelijk en ongelukkig. Ze hopen dat de geïncarneerde God niet God blijkt te zijn en dat het werk dat Hij doet vals blijkt en niet door God gedaan. Als dit het geval zou zijn, zouden ze zich innerlijk in balans voelen en zou het probleem bij de wortel zijn opgelost. Ze denken bij zichzelf: als deze persoon niet de geïncarneerde god is, zou dat dan niet betekenen dat degenen die hem volgen voor de gek worden gehouden? Als dat het geval zou zijn, zouden deze mensen vroeg of laat uiteengaan. Als ze uiteen zouden gaan en niemand van hen iets zou verkrijgen, dan zou ik gerust kunnen zijn en me in evenwicht kunnen voelen in de wetenschap dat ook ik niets heb verkregen, niet waar? Dit is hun mentaliteit; ze kunnen zelf niets verkrijgen, dus willen ze ook niet dat anderen iets verkrijgen. De beste manier om te voorkomen dat anderen iets verkrijgen, is Christus ontkennen, de essentie van Christus ontkennen, het werk dat Christus heeft gedaan ontkennen en alle woorden ontkennen die Christus heeft gesproken. Op deze manier worden ze niet veroordeeld en berusten ze erin dat ze niets hebben verkregen en hebben ze er vrede mee, en hoeven ze zich over deze zaak geen zorgen meer te maken. Dit is de aard-essentie van mensen zoals antichristen. Hebben ze dus noties over Christus? En wanneer ze noties hebben, lossen ze die dan op? Kunnen ze die loslaten? Dat kunnen ze niet. Hoe worden hun noties voortgebracht? Het is gemakkelijk voor hen om noties voort te brengen: wanneer je spreekt, onderzoek ik je nauwkeurig, en probeer ik het motief achter je woorden te begrijpen en waar ze vandaan komen. Zijn het dingen die je hebt gehoord of geleerd, of heeft iemand je opgedragen ze te zeggen? Heeft iemand je een verslag uitgebracht of een klacht bij je ingediend? Wie ben je aan het blootleggen? Op deze manier onderzoeken ze nauwkeurig. Kunnen ze de waarheid begrijpen? Ze kunnen de waarheid nooit begrijpen; ze weerstaan die in hun hart. Ze zijn afkerig van de waarheid, weerstaan die en haten die, en met dit soort aard-essentie luisteren ze naar preken. Afgezien van theorieën en doctrines, halen ze er niet meer uit dan noties. Wat voor noties? Christus spreekt op deze manier, soms vertelt hij zelfs grappen; dat is niet eerbiedig! Hij gebruikt soms allegorische gezegden; dat is niet serieus te nemen! Hij is niet welsprekend; hij is niet hoogopgeleid! Soms moet hij diep nadenken over zijn woordkeus; hij heeft niet op de universiteit gezeten, toch? Soms spreekt Hij iemand in het bijzonder toe – wie? Heeft iemand een klacht ingediend? Wie was het? Waarom bekritiseert christus mij altijd wanneer hij spreekt? Is hij me de hele dag aan het bekijken en observeren? Loopt hij de hele dag over mensen te piekeren? Wat denkt christus in zijn hart? Het spreken van de geïncarneerde god klinkt niet als de donderende stem van de god in de hemel met zijn onbetwistbare gezag – waarom lijkt wat hij manifesteert zo menselijk? Hij is gewoon een mens, hoe ik hem ook bekijk. Heeft de geïncarneerde god zwakheden? Haat hij mensen in zijn hart? Vertoont Hij in zijn omgang met mensen enige filosofie voor wereldlijke betrekkingen? Zijn deze noties niet talrijk? (Ja.) De gedachten van antichristen zijn gevuld met dingen die niets met de waarheid te maken hebben, die allemaal voortkomen uit Satans denken en logica, uit Satans filosofie voor wereldlijke betrekkingen. Diep vanbinnen lopen ze over van boosaardigheid, ze zijn vervuld van een gesteldheid en een gezindheid die afkerig zijn van de waarheid. Ze komen niet om de waarheid te zoeken of te verkrijgen, maar om God nauwkeurig te onderzoeken. Hun noties kunnen altijd en overal opkomen, en ze brengen noties voort terwijl ze observeren, terwijl ze nauwkeurig onderzoeken. Hun noties vormen zich tijdens hun oordeel en veroordeling, en ze houden in hun hart stevig vast aan deze noties. Wanneer ze de menselijke kant van de geïncarneerde God observeren, brengen ze noties voort. Wanneer ze de goddelijke kant zien, worden ze nieuwsgierig en verbazen ze zich, wat ook leidt tot het voortbrengen van noties. Hun houding tegenover Christus en tegenover het vlees waarin God is geïncarneerd, is er niet een van onderwerping of van oprechte aanvaarding vanuit het diepst van hun hart. In plaats daarvan staan ze tegenover Christus, en observeren en onderzoeken ze nauwkeurig Zijn blik, gedachten en houding, en observeren en onderzoeken ze zelfs nauwkeurig elke uitdrukking van Christus, en luisteren ze naar elke soort toon, intonatie van spreken en woordkeus, en naar waarnaar wordt verwezen in het spreken van Christus, enzovoort. Wanneer antichristen Christus op deze manier observeren en nauwkeurig onderzoeken, is hun houding er niet op gericht de waarheid te zoeken en te begrijpen zodat ze Christus als hun God kunnen aanvaarden en kunnen aanvaarden dat Christus hun waarheid is en hun leven wordt. Integendeel, ze willen deze persoon nauwkeurig onderzoeken, ze willen Hem grondig nauwkeurig onderzoeken en begrijpen. Wat proberen ze te begrijpen? Ze onderzoeken nauwkeurig hoe deze persoon op God lijkt, en als Hij werkelijk op God lijkt, aanvaarden ze Hem. Als Hij, hoe nauwkeurig ze Hem ook onderzoeken, niet op God lijkt, dan geven ze het idee volledig op en blijven ze vasthouden aan noties over de geïncarneerde God, of zoeken ze, in de overtuiging dat er geen hoop is op het ontvangen van zegeningen, een gelegenheid om snel te vertrekken.
Het is heel normaal dat antichristen noties voortbrengen over het vlees waarin God is geïncarneerd. Vanwege hun essentie als antichristen, hun essentie die afkerig is van de waarheid, is het voor hen onmogelijk om hun noties los te laten. Wanneer er niets gebeurt, lezen ze het boek met Gods woorden en zien ze deze woorden als God, maar wanneer ze in contact komen met de geïncarneerde God en merken dat Hij niet op God lijkt, brengen ze onmiddellijk noties voort en verandert hun houding. Wanneer ze niet in contact staan met de geïncarneerde God, klampen ze zich slechts aan het boek met Gods woorden vast en beschouwen ze Zijn woorden als God. Ze kunnen dan nog steeds een vage fantasie koesteren en met de bedoeling zegeningen te ontvangen met tegenzin enige inspanning te verrichten, enkele plichten te doen en een rol te spelen in Gods huis. Maar zodra ze in contact komen met het vlees waarin God is geïncarneerd, krioelt het in hun geest van de noties. Zelfs als ze niet worden gesnoeid, kan hun enthousiasme voor het doen van hun plichten aanzienlijk afnemen. Dit is hoe antichristen omgaan met Gods woorden en het vlees waarin God is geïncarneerd. Ze scheiden Gods woorden vaak van het vlees waarin God is geïncarneerd, waarbij ze Gods woorden als God behandelen en het vlees waarin God is geïncarneerd als mens. Wanneer het vlees waarin God is geïncarneerd niet overeenkomt met hun noties of daarmee in strijd is, keren ze zich snel tot Gods woorden en lezen die biddend, in een poging hun noties met geweld te onderdrukken en op te sluiten. Vervolgens aanbidden ze Gods woorden alsof ze God Zelf aanbidden, en lijkt het alsof hun noties zijn opgelost. In werkelijkheid zijn hun innerlijke onwilligheid, verontwaardiging en minachting jegens Christus echter helemaal niet opgelost. In hun behandeling van Christus brengen antichristen voortdurend noties voort en houden ze daar tot de dood hardnekkig aan vast. Wanneer ze geen noties hebben, onderzoeken ze nauwkeurig en analyseren ze; wanneer ze wel noties hebben, onderzoeken ze niet alleen nauwkeurig en analyseren ze, maar houden ze daar ook hardnekkig aan vast. Ze lossen hun noties niet op en zoeken de waarheid niet; ze zijn ervan overtuigd dat ze gelijk hebben. Zijn ze niet van Satan? (Ja.) Dit zijn de uitingen van antichristen wanneer ze noties hebben over de geïncarneerde God.
4. Hun gedrag wanneer ze worden gepromoveerd of ontslagen
In de kerk hebben sommige mensen een beetje kaliber en enige werkcapaciteit. Wanneer ze worden gepromoveerd, is hun enthousiasme groot, doen ze actief hun plicht, nemen ze verantwoordelijkheid, zijn ze bereid de prijs te betalen en zijn ze ook trouw. Wanneer ze echter van hun positie worden ontheven omdat ze het werk niet kunnen uitvoeren en ze hun status verliezen, verandert hun houding ten opzichte van God. Toen ze status hadden, spraken ze als volgt tegen God: “De broeders en zusters van onze familie zijn zus en zo, het gebouw van onze familie moet worden gerenoveerd, de binnenplaats van onze familie moet worden opgeruimd…” Alles draait om ‘onze familie’. Toen ze werden gepromoveerd, werden ze deel van Gods huis, waren ze ogenschijnlijk één van hart met God, als familie. Ze waren in staat om aan Zijn zijde zorg te dragen voor het werk van Gods huis met inachtneming van Gods hart, en om met God om te gaan als gelijken. Toen ze werden gepromoveerd en in een belangrijke positie werden geplaatst, voelden ze zich vereerd, en voelden ze tegelijkertijd hun verantwoordelijkheid. Of ze nu tegen Mij spraken of tegen de broeders en zusters, ze spraken vaak van ‘onze familie’. Als je dit hoort, zou je denken dat deze persoon niet slecht is, een goed hart heeft, hartelijk is, Gods huis behandelt als zijn eigen huis, heel veel om alles geeft en heel veel verantwoordelijkheid voelt voor alles. Dat deze persoon alles van tevoren bedenkt, en iemand lijkt te zijn die de waarheid nastreeft en graag de prijs betaalt. Maar spreken ze nog steeds zo nadat ze van hun positie zijn ontheven? Zodra ze van hun positie zijn ontheven, zijn ze niet langer in dezelfde stemming – die houding is verdwenen. Ze spreken niet langer over ‘onze familie’, en wanneer hun wordt gevraagd iets te doen, zijn ze niet langer zo enthousiast. Wat denken ze? Toen jij me promoveerde, had ik status en was ik volledig toegewijd aan jou. Nu ik geen status heb, zijn we geen familie meer, doe het dus maar zelf. Je hoeft ook niet met me te overleggen over hoe je het doet, laat het me niet weten, ik heb er niets meer mee te maken. Ik zal gewoon berichten voor je overbrengen en dat is alles – ik zal een beetje doen van wat je me vraagt, maar ik ben niet langer één van hart met jou. Vervolgens behandelen ze je als een buitenstaander. Als jij hun vraagt iets te doen, werken ze op dezelfde manier als ze een klus voor iemand anders zouden doen, oppervlakkig en plichtmatig. Eerder voerden ze misschien vijf taken uit, nu doen ze er maar één of twee, ze lopen plichtmatig het proces af, modderen maar wat aan, doen wat oppervlakkig werk, en dat is het. Waarom is dit zo? Ze zeggen: “Eerder was ik volledig aan je toegewijd, hielp ik je met dit en dat, behandelde ik jouw zaken als mijn eigen zaken, als onze gemeenschappelijke taak, werkend namens jou. Maar toen onthief je me zomaar van mijn positie, zonder ook maar enigszins rekening te houden met mijn gevoelens! Jij houdt geen rekening met mijn gevoelens – hoe kan dan ik voor jou werken? Als jij me opnieuw promoveert en me status geeft, is dat oké. Maar als jij me geen status geeft, vergeet het dan maar. Als jij weer een beroep op me wilt doen om dingen te doen, zal het niet zo goed werken als voorheen. Als jij me gebruikt, moet je me roem en status geven. Als er geen sprake is van status en jij in plaats daarvan gewoon een bevel geeft en verwacht dat ik wat werk verricht, waar is dan de erkenning? Er moet een verklaring zijn!” Nu heeft het geen effect meer als je spreekt. Wanneer je hun vraagt iets te doen, zijn ze niet langer zo toegewijd als voorheen, en zetten ze zich niet langer met heel hun hart en geest in; hun houding is veranderd. Als je hen opnieuw vraagt iets te doen, of als Gods huis hen vraagt iets te doen, behandelen ze het als een extra taak, als iets voor een buitenstaander, alsof het feit dat ze het gaan doen jou al een enorme gunst bewijst. Ze hebben het gevoel dat ze het niet kunnen maken het niet te doen, vooral omdat ze in God geloven. Maar als ze het wel doen, doen ze het onwillig en plichtmatig. Waarom doen ze dit? Ze denken: ik vertrouwde jou eerder voor 100%, behandelde jouw zaken als de mijne, maar toen gooide je me zomaar opzij, wat mijn hart en mijn gevoel van eigenwaarde kwetste; je negeerde me. Goed, als jij onvriendelijk tegen mij bent, neem het mij dan niet kwalijk dat ik harteloos ben. Als je me weer gebruikt, kan ik onmogelijk zijn zoals voorheen, want onze relatie is al stukgelopen. Ik laat me niet zo gemakkelijk commanderen, om te komen wanneer ik geroepen word en te gaan wanneer ik weggestuurd word. Wie ben ik? Als ik niet in god geloofde, zou ik me dan zo door anderen laten manipuleren? Wanneer antichristen van hun positie worden ontheven en hun status verliezen, kan hun houding zo’n aanzienlijke verandering ondergaan. Toen ze status hadden, noemden ze Gods huis weliswaar ‘onze familie’ en spraken ze er vaak over, maar ze behandelden de zaken van Gods huis niet echt als de hunne. Wanneer Gods huis hen nadat ze van hun positie zijn ontheven en hun status hebben verloren vraagt hun plicht te vervullen, zijn ze niet bereid dat te doen zonder erover te onderhandelen, en zelfs dan eisen ze een verklaring of een soort erkenning. Sommigen zeggen zelfs: “De vorige keer heb je me ontslagen en me zomaar opzij gegooid. Vergeet het maar als je nu wilt dat ik iets doe, tenzij de mens die door de heilige geest wordt gebruikt persoonlijk met me spreekt, of de geïncarneerde god zelf met me komt spreken!” Wat zijn ze verwaand! Zeg Mij, zou Gods huis zulke mensen moeten gebruiken? (Nee.) Ze denken dat ze belangrijk zijn, maar in feite hecht Gods huis geen waarde aan zulke mensen. Hoe getalenteerd, bekwaam of vaardig in leiderschap je ook bent, Gods huis zal je niet gebruiken. Er zijn misschien mensen die vragen: “Is dat omdat U niet buigt voor kwaadaardige mensen?” Nee; dit is het bestuurlijk decreet van Gods huis en zijn principe bij het gebruiken van mensen. Als antichristen macht mochten uitoefenen in Gods huis, zou dat dan een goede of een slechte zaak zijn voor de broeders en zusters, voor de kerk? (Een slechte zaak.) Kan Gods huis zoiets slechts doen? Absoluut niet. Voordat ze als antichrist werden onthuld, promoveerde Gods huis hen met tegenzin zodat ze dienst konden verlenen. Kon Gods huis hen nog steeds promoveren toen ze eenmaal als antichrist waren onthuld? Dat is niet mogelijk. Ze koesteren fantasieën en doen aan wensdenken. Sommige antichristen denken als volgt: Hmpf, gods huis kan niet zonder mij functioneren. Niemand in gods huis kan dit werk op zich nemen behalve ik. Wie zou mij kunnen vervangen? Antichristen willen deze bewering doen. Laten we hen laten zien of Gods werk soepel doorgang kan vinden en voltooid kan worden zonder deze antichristen in Gods huis.
Heeft de soepele voortgang en ontwikkeling van allerlei soorten werk in Gods huis nu iets te maken met het verwijderen en uit de kerk verdrijven van allerlei soorten antichristen en kwaadaardige mensen? Dat heeft er alles mee te maken! De antichristen beseffen dit niet; ze zijn zich er niet van bewust dat het werk van Gods huis juist soepel kan verlopen doordat zij worden verwijderd, verdreven en beperkt – ze doen zelfs uit de hoogte en klagen! Waarover klaag je? Je denkt dat je talent en hersens, kaliber en werkcapaciteit hebt, maar wat kun je nu werkelijk doen in Gods huis? Deze mensen spelen slechts de rol van Satans dienaren, ze verstoren en saboteren Gods werk. Zonder hun aanwezigheid zou het kerkleven van Gods uitverkorenen, het leven van het doen van hun plichten en hun dagelijks leven rustiger, soepeler en vrediger verlopen – iets wat antichristen niet beseffen. Deze antichristen overschatten hun capaciteiten en beseffen niet wat ze werkelijk zijn. Ze denken dat Gods huis niet zonder hen kan functioneren, dat het werk niet kan worden uitgevoerd en dat de verschillende onderdelen van professioneel werk niet zonder hen kunnen doorgaan. Ze begrijpen niet dat het rechtvaardigheid en waarheid zijn die macht hebben in Gods huis. Waarom weten ze dat niet? Waarom kunnen antichristen zo’n simpele zaak niet begrijpen? Dit toont alleen maar aan dat antichristen een essentie hebben die afkerig is van de waarheid en vijandig staat tegenover de waarheid. Juist omdat ze afkerig zijn van de waarheid en vijandig staan tegenover de waarheid, weten ze niet wat de waarheid is, weten ze niet wat positieve dingen zijn. Integendeel, ze denken dat hun boosaardige, kwaadwillige gedragingen waarmee ze God weerstaan goed en correct zijn, helemaal foutloos. Ze geloven dat alleen zij de waarheid begrijpen, trouw zijn aan God en dat alleen zij waardig zijn om macht te hebben in Gods huis. Ze hebben het mis! Het is de waarheid die macht heeft in Gods huis. Alle antichristen moeten veroordeeld, verworpen en geëlimineerd worden; ze kunnen onmogelijk een plaats hebben in Gods huis en kunnen alleen maar voor altijd verworpen worden.
Sommige antichristen bezitten enkele gaven, een beetje kaliber en enige bekwaamheid, en zijn bedreven in het spelen van machtsspelletjes. Ze denken dat zij in Gods huis degenen zouden moeten zijn die moeten worden gepromoveerd en op belangrijke posities geplaatst moeten worden. Maar als we er vandaag naar kijken, is dat niet het geval. Deze mensen zijn veroordeeld, ingeperkt en verworpen, en sommigen zijn zelfs uit de kerk verwijderd of verdreven. Ze hadden zich nooit voorgesteld dat zulke ‘nobele’ figuren als zijzelf, met grote vaardigheden en hoge bekwaamheden, daadwerkelijk zouden struikelen in Gods huis en verworpen zouden worden. Ze kunnen maar niet begrijpen waarom. Moeten we dus aan hen blijven werken? Dat is niet nodig. Kun je met Satans redeneren? Proberen te redeneren met Satans is als preken voor doven; er is maar één manier om Satans te beschrijven – onvatbaar voor rede. Het is zoals sommige mensen zeggen: “God vraagt mensen eerlijk te zijn, maar wat is er zo goed aan eerlijk zijn? Wat is er mis met een paar leugens vertellen, met mensen bedriegen? Wat is er mis met vals en bedrieglijk zijn? Wat is er mis met ontrouw zijn? Wat is er mis met glad zijn, met oppervlakkig zijn? Wat is er mis met over god oordelen? Wat is er mis met noties hebben over god? Wat is er mis met in opstand komen tegen god, wat voor grote fout is dat? Het is niet echt een principekwestie!” Sommigen zeggen zelfs: “Is het niet heel normaal dat iemand die bekwaam is zijn eigen onafhankelijke koninkrijk sticht? In deze wereld eten de grote vissen de kleine vissen, jagen de sterken op de zwakken. Als je dat kunt, moet je je gang gaan en je eigen koninkrijk creëren, wat is daar mis mee? Iedereen heeft zoveel macht als zijn vermogen bepaalt, en zou zoveel mensen moeten regeren als zijn macht toelaat!” Anderen zeggen: “Wat is er mis met losbandig zijn? Wat is het probleem met losbandigheid? Wat is er mis met het volgen van kwaadaardige trends?” Enzovoort. Wat voelen jullie na het horen van deze woorden? (Walging.) Alleen maar walging? Wanneer je deze woorden hoort voel je: we dragen allemaal dezelfde menselijke huid, waarom verafschuwen sommige mensen dan deze negatieve dingen niet alleen niet, maar koesteren ze deze zelfs? En waarom verafschuwen sommige mensen deze dingen wel? Waarom is er zo’n groot verschil tussen mensen? Hoe komt het dat degenen die afkerig zijn van de waarheid en positieve dingen, positieve dingen niet liefhebben? Waarom koesteren ze negatieve dingen zozeer, en beschouwen ze die zelfs als schatten? Waarom kunnen ze de boosaardigheid en weerzinwekkendheid van deze negatieve dingen niet erkennen? Zulke overpeinzingen komen op in het hart van mensen. Bij het horen van die woorden van de antichristen, voelen mensen enerzijds walging en zijn ze anderzijds sprakeloos. De aard van zulke mensen is onveranderlijk; ze kunnen niet veranderen, daarom zegt God dat Hij geen duivels of Satans redt. Gods redding is voor de mensheid, niet voor beesten of demonen. Mensen zoals deze antichristen zijn precies wat God bedoelt met duivels en beesten; ze kunnen niet tot de mensheid worden gerekend. Dit is duidelijk, nietwaar?
5. Hun gedrag jegens de kerk in veranderende omstandigheden
Hoe antichristen Christus behandelen, hangt af van hun stemming. Over hoeveel aspecten van dit punt is zojuist gecommuniceerd? Ze behandelen Christus op een bepaalde manier wanneer ze worden geconfronteerd met het gesnoeid worden, dat is één aspect. Wat nog meer? (Wanneer ze noties voortbrengen over de geïncarneerde God, wanneer ze worden gepromoveerd of uit hun functie worden ontheven, en toen Christus werd opgejaagd.) Dat zijn in totaal vier aspecten. Laten we doorgaan met de communicatie. Antichristen zijn afkerig van de waarheid, dus geloven ze niet in God om de waarheid te verkrijgen – ze geloven in God om zegeningen te ontvangen; ze hebben hun eigen plannen, bedoelingen en doelen. Bovendien houden ze van macht en invloed, bij hun geloof in God nemen ze dus een afwachtende houding aan. Hoe nemen ze deze afwachtende houding aan? Door, terwijl ze geloven, ook te observeren of het aantal mensen in Gods huis toeneemt, hoe het evangeliewerk zich verspreidt, of het soepel verloopt of niet, en of de invloed van Gods huis voortdurend groeit. Daarnaast observeren ze ook of het aantal mensen dat hun plicht vervult in Gods huis toeneemt, of er steeds meer mensen zijn die bereidwillig dienst verlenen aan God, en of er steeds meer mensen zijn die bereid zijn dingen te doen voor Gods huis. Ze observeren ook de maatschappelijke achtergrond en het opleidingsniveau van degenen die hun plicht vervullen in Gods huis, hoe hun identiteit en status in de samenleving werkelijk is. Door observatie zien ze dat steeds meer mensen in God geloven, dat het aantal mensen in Gods huis toeneemt, en dat steeds meer mensen bereid zijn hun familie, werk en vooruitzichten op te geven om hun plicht in Gods huis te vervullen. Wanneer ze deze dingen opmerken, voelen ze dat ze niet langer onverschillig kunnen blijven en zich ook moeten wijden aan het werk van Gods huis, aan de gelederen van degenen die hun plicht vervullen, en lid moeten worden zodat ook zij deel kunnen hebben aan de toekomstige zegeningen. Hoewel ze hun plicht kunnen vervullen in Gods huis en daar een rol kunnen spelen, geven ze hun vooruitzichten en bestemming nooit op, en blijven ze in hun hart voortdurend berekenend. Omdat deze groep, deze antichristen, zulke ambities en gezindheden hebben, zal hun houding jegens Christus en God veranderen naarmate de status en roem van Gods huis blijven toenemen. Daarom zijn ze tijdens het vervullen van hun plicht enerzijds druk bezig hun eigen vooruitzichten en bestemming te plannen, te berekenen en te managen; anderzijds houden ze ook de ontwikkeling van Gods huis in de gaten, de invloed ervan in binnen- en buitenland, of het aantal mensen geleidelijk toeneemt, of de schaal van de kerk voortdurend groeit, of de kerk contact heeft gelegd met enkele bekende mensen in de samenleving, of ze een zekere mate van bekendheid in het Westen heeft verworven, en of ze een solide fundament heeft gelegd. Ze houden deze zaken voortdurend in de gaten en informeren ernaar. Er zijn zelfs mensen die niet deelnemen aan het werk van de kerk en hun plicht niet vervullen maar wel voortdurend berekeningen aan het maken zijn met het oog op hun eigen vooruitzichten en bestemming, en grote nieuwsgierigheid tonen naar de ontwikkeling van de kerk. Zo zoeken ze naar deze informatie op de website van de kerk en informeren ze naar deze zaken binnen de kerk. Wanneer ze erachter komen dat het werk van Gods huis in het buitenland zich soepel verspreidt en steeds veelbelovender wordt, dat het werk in het Westen zich beter verspreidt en de situatie verbetert, voelen ze zich gerustgesteld in hun hart. Wijst hun gevoel van geruststelling op een ware verandering in hen? (Nee.) Hoewel ze zich gerustgesteld voelen, bestaat hun houding jegens de geïncarneerde God, jegens Christus, slechts uit een beetje meer ‘respect’ en bewondering, maar ontbreekt de ware onderwerping.
Toen Christus op het vasteland van China werkte, vroegen antichristen zich vaak af: kan de geïncarneerde god worden gearresteerd? Kan hij in handen vallen van de regerende autoriteiten? Toen ze zo dachten, ontwikkelden ze een beetje minachting voor deze ‘onbeduidende persoon’. Toen ze hoorden dat de geïncarneerde God vaak geen plek had die Hij Zijn thuis kon noemen, geen plek om Zijn hoofd neer te leggen, en Zich overal waar Hij maar kon verborg om niet gepakt te worden, werden hun lichte nieuwsgierigheid en zeer terughoudende ‘respect’ voor de geïncarneerde God volledig aan diggelen geslagen. Toen ze echter hoorden dat de geïncarneerde God, Christus, in de Verenigde Staten was, in het land van vrijheid waar de mensheid naar verlangt, voelden ze afgunst jegens de geïncarneerde God – geen respect, maar afgunst. Maar toen ze hoorden dat de geïncarneerde God in het Westen werd verworpen, gelasterd, veroordeeld en geoordeeld onder de mensheid, rezen er golven van onrust op in de diepten van het hart van de antichristen: jij bent god, waarom aanvaarden mensen je dan niet? Jij bent god, waarom aanvaardt de religieuze wereld je dan niet, maar verspreidt ze in plaats daarvan zoveel ongegronde geruchten over je? Waarom kom je niet naar voren om jezelf te verdedigen? Je zou een team van advocaten moeten inhuren! Kijk naar die lasterlijke en smadelijke woorden online, de geruchten die door de religieuze wereld zijn gecreëerd en die je zo vreselijk doen klinken! We schamen ons om je te volgen, en het is ongemakkelijk om deze dingen zelfs maar te noemen. Jij wordt veroordeeld in het Oosten en in het Westen, verworpen door de religieuze wereld, door de mensheid, door deze wereld. We voelen ons onteerd door je te volgen. Dit is de mentaliteit van de antichristen. Terwijl ze zich in hun hart onteerd voelden, ontwikkelden ze ook minachting en sympathie – een uiterst terughoudende sympathie – voor deze ‘onbeduidende persoon’ zoals ze Hem in hun ogen en hart beschouwden. Hoe ontstond deze sympathie? Ze dachten: jij doet zulk groot werk zonder je zorgen te maken over persoonlijk gewin of verlies, wat als onbaatzuchtige toewijding kan worden beschouwd. Waar streef je naar, nu je zo’n groot lijden en vernedering verdraagt? Logischerwijs moet je een goed mens zijn; hoe zou je anders zo’n grote vernedering kunnen verdragen en zoveel pijn kunnen lijden? Het is heel zielig en niet gemakkelijk; je moet je in je hart erg onrechtvaardig behandeld voelen. Zo voelden ze een beetje sympathie voor Christus. Ze dachten bij zichzelf: als ik het was, zou ik zo’n groot lijden niet kunnen verdragen; ik zou mijn zaak bepleiten bij de mensheid. Ik zou enerzijds een team van advocaten inhuren om die valse geruchten online uit te wissen, en anderzijds een aantal wonderen en tekenen tonen in de religieuze wereld om hen te laten zien wie god is – wie waar is en wie vals – om de mond te snoeren van degenen die lasteren en veroordelen, om hen te straffen en een lesje te leren. Zouden ze het dan nog durven doen? Waarom doe je dat niet? Waarom verdedig je jezelf nooit? Komt het doordat je de macht, de moed of de dapperheid mist? Wat is er werkelijk aan de hand? Zou het lafheid kunnen zijn? Oh, je hebt zoveel verborgen in je hart, je verdraagt zulk groot onrecht en zwijgt, je breidt het werk nog steeds uit, spreekt geduldig en ernstig tot de mensen in de kerk en voorziet hen, maar zij hebben altijd noties en zijn opstandig. Je hart moet wel lijden! Gezien het feit dat je dit allemaal kunt verdragen, ben je inderdaad best een goed mens, die sympathie verdient. Zo ontstond hun sympathie. Dit is de sympathie van de antichristen. Vanaf het begin van het blootleggen van antichristen tot nu toe is dit de enige soort ‘goed’ dat ze hebben gedaan. Hoe goed is dit ‘goed’ gedaan? Is het oprecht? (Nee.)
De antichristen volgen Christus en hebben de door Christus gesproken woorden jarenlang aanvaard, maar ze hebben zich nooit geëerd gevoeld dat ze Christus als hun Verlosser in dit leven hebben kunnen aanvaarden, noch hebben ze zich ooit geëerd gevoeld om te mogen lijden zoals Christus deed, net als Christus veroordeeld en verworpen door de wereld. In plaats daarvan beschouwen ze het lijden van Christus als pressiemiddel en gebruiken ze het als bewijs om Christus te verachten en te ontkennen. Ze hebben niet de bereidheid of houding om al dit lijden met Christus te delen. Ze kijken veeleer toe, observeren al het lijden dat Christus doorstaat, observeren hoe de mensheid Christus behandelt, en baseren hun behandeling van Christus op deze observaties. Wanneer Gods naam wordt verkondigd en het evangeliewerk zich geleidelijk onder de hele mensheid verspreidt, en de vooruitzichten van het evangeliewerk veelbelovend lijken, komen antichristen geleidelijk dichter bij de geïncarneerde God, voelen ze een beetje respect en afgunst voor Hem. Tegelijkertijd doen ze grote moeite om dichter bij Gods huis te komen, streven ze ernaar lid te worden van Gods huis en deel uit te maken van de verspreiding van Gods werk. Is het alleen dat? Is het zo simpel? Nee; ze veranderen hun houding ten opzichte van Gods huis en Christus op basis van de status van de uitbreiding van diverse werkprojecten in Gods huis, en doen dat te allen tijde en op elke plaats. Als ze horen dat onder de mensheid, en vooral in het Westen, een bepaald mensenras zegt: “Deze woorden zijn werkelijk Gods woorden, ze hebben werkelijk gezag! In Gods woorden zien we Gods essentie, we zijn er zeker van dat deze gewone persoon God is, en deze weg de ware weg is”, verheugen de antichristen zich heimelijk in hun hart: gelukkig ben ik niet weggegaan; het is werkelijk de ware weg! Kijk, zelfs de westerlingen zeggen waar de geïncarneerde god is. Ik zou meer naar zijn woorden moeten luisteren, ik moet me haasten om naar de preken te luisteren! Op dit moment voelen de antichristen dat Gods stem zo mooi is, zo zuiverend voor hun ziel, ze voelen dat die gekoesterd moet worden. Wanneer Gods huis echter af en toe tegenslagen ondervindt bij de verspreiding van zijn werk overzee en onder de mensheid, of wanneer het werk van Gods huis wordt verstoord of beïnvloed, gehinderd door externe krachten, of zelfs wanneer Gods huis alleen maar met wat moeilijkheden wordt geconfronteerd, worden de antichristen weer onrustig in hun hart: waar is de geïncarneerde god? Spreekt hij? Hoe wordt deze kwestie behandeld? Zet god de dingen recht? Zijn gods uitverkorenen bang geworden? Zijn er mensen die gods huis hebben verlaten? Zijn er bekende of vooraanstaande mensen uit de buitenwereld die zich uitspreken of actie ondernemen voor gods huis, of het voor gods huis opnemen? Ik heb gehoord dat die er niet zijn. Wat moet er dan worden gedaan? Is het gedaan met gods kerk? Moet ik weggaan zolang het nog kan? Is deze onrust aanzienlijk? Op dit moment, denken ze wanneer ze weer naar Gods preken luisteren: spreek niet meer over die loze woorden en spreek niet meer zo hoogdravend. Ik luister nu niet naar je. Gods huis kan elk moment door de wereld worden overspoeld; wat voor nut hebben die woorden? Kunnen ze mensen redden? De invloed van gods huis kan in een oogwenk verdwijnen; de mensen zullen gewoon uiteengaan. Ze willen niet meer luisteren naar wat Ik zeg. Is er nog enig respect over? Enige sympathie? (Geen enkele.) Wat blijft erover? Slechts een verlangen om toe te kijken en de spot te drijven. Sommige mensen zeggen onaardige dingen achter de schermen, spreken schadelijke woorden en verkneukelen zich over de tegenslagen van Gods huis: ik denk dat er problemen op komst zijn, ik denk niet dat je stand kunt houden. Hebben die waarheden enig nut? Zijn jouw woorden effectief? Wat nu? De problemen zijn gekomen, nietwaar? Hun demonische kant komt naar boven. Is niet alles wat antichristen doen gewoon wat duivels zouden doen? Ze missen zelfs de meest fundamentele menselijke moraal; ze zijn volkomen boosaardig en bijten in de hand die hen voedt! Ze eten van Gods huis, genieten van de voorziening van Gods woorden, genieten van Gods bescherming en genade, maar bij het eerste teken van problemen kiezen ze de kant van buitenstaanders, verraden ze de belangen van Gods huis en verkneukelen ze zich over de tegenslagen ervan. Wat zijn ze anders dan duivels? Ze zijn door en door duivels! Wanneer ze zien dat Gods huis aan kracht wint, vallen ze met een ‘plof’ op hun knieën voor de geïncarneerde God, alsof ze volgelingen van God zijn. Maar wanneer ze zien dat Gods huis wordt belegerd en veroordeeld door Satan, werpen ze zich niet langer ter aarde voor God. In plaats daarvan staan ze trots en rechtop, vinden ze zichzelf te waardig om voor wie dan ook te knielen, en wachten ze gretig om de spot met je te drijven. De toon en het volume van hun spreken wanneer ze tegen je praten worden ook luider; ze beginnen uit de hoogte te spreken, gedragen zich abnormaal, hun demonische houding komt naar boven en verandert snel. Zeg Mij, wanneer zullen deze mensen God ooit vrezen? (Nooit.) Dat is helemaal juist, dat is een zeer ware uitspraak. Deze mensen zijn van Satans soort; ze zullen God nooit vrezen omdat ze de waarheid niet aanvaarden – ze zijn van Satan. Dit is de satanische aard-essentie, het afschuwelijke gezicht van antichristen, die van Satan zijn. Ze staan altijd klaar om de spot te drijven met Gods huis, zoeken altijd manieren om de geïncarneerde God belachelijk te maken, bereiden voortdurend materiaal voor en verzamelen dat om Christus te ontkennen en Gods essentie te ontkennen, en ze staan altijd klaar om de kant van buitenstaanders te kiezen en de belangen van Gods huis te verraden. Hoe meer problemen Gods huis ondervindt, hoe gelukkiger en blijer antichristen zijn. Wanneer de broeders en zusters hun plicht normaal kunnen vervullen en alles met betrekking tot het werk in Gods huis op orde is, voelen ze zich ongemakkelijk en ontevreden, wensen ze dat Gods huis snel door problemen wordt getroffen, en hopen ze dat het werk van Gods huis niet soepel verloopt, dat het tegenslagen en obstakels tegenkomt. Kortom, als alles goed gaat in Gods huis en de broeders en zusters hun plicht normaal kunnen vervullen en volgens de waarheidsprincipes kunnen handelen, vinden antichristen geen vreugde in hun hart. Wanneer de broeders en zusters naar Gods woorden luisteren, praktiseren volgens Zijn woorden, God en Christus als groot eren, en kunnen getuigen van Christus en Hem kunnen verhogen, is dat de meest ondraaglijke tijd voor antichristen, de tijd waarin ze het meest worden geoordeeld en gekweld.
Antichristen informeren naar allerlei nieuws in Gods huis. Als ze er lange tijd niet achter kunnen komen hoe de verspreiding van het evangeliewerk van Gods huis vordert, hoe de diverse professionele taken in Gods huis zich ontwikkelen, of ze soepel verlopen, of het aantal mensen overzee toeneemt, of de schaal van de kerk groeit, of er in diverse landen kerken zijn gesticht, of als ze niet horen dat ambitieuzere individuen of mensen van naam in de samenleving Gods huis binnengaan, dan vinden ze dat geloven in de geïncarneerde God saai en oninteressant is. Ze besteden geen aandacht meer aan de geïncarneerde God en overwegen zelfs om zich aan te sluiten bij andere, levendigere of invloedrijkere denominaties. Als ze echter af en toe goed nieuws horen over Gods huis, zoals video’s van getuigenissen van broeders en zusters die de interesse wekken en veel aandacht trekken bij sommige mensenrechtenorganisaties, is hun hart vervuld van geluk, hoop en vreugde. Als Gods huis bijvoorbeeld aandacht krijgt van een bekende groep of er verslag over wordt gedaan, worden ze nog blijer en opgewondener: het lijkt erop dat deze gewone persoon helemaal niet zo eenvoudig is; het lijkt erop dat hij iets groots gaat bereiken! Als de naam van de kerk positief wordt genoemd door een prominent figuur of zelfs een leider, raken antichristen nog meer opgewonden: in dit leven heb ik de grootste en meest nauwkeurige keuze gemaakt, namelijk om almachtige god te volgen. Ik heb besloten om de almachtige god vanaf nu nooit meer te verlaten, hem als god te behandelen en hem in mijn hart te vereren, want deze god wordt gerespecteerd door leider die-en-die. Als hij hem respecteert, dan moet ik hem ook respecteren. Deze god wordt genoemd en erkend door leiders, hoe zou ik er dan spijt van kunnen krijgen om in hem te geloven en hem te volgen? Moet ik hem niet nog vastberadener volgen? Vanaf nu ben ik vastbesloten om nooit meer het idee te koesteren om de kerk van almachtige god te verlaten. Ik moet goed presteren, meer lijden verdragen, een grotere prijs betalen, meer overleggen met de broeders en zusters bij het doen van dingen, en volgen wat de kerk ook maar zegt. Misschien krijg ik in de toekomst, naarmate de kerk groeit en meer roem verwerft, wel een hoge titel en val ik op! Terwijl ze hierover nadenken, voelen ze zich verheugd in hun hart: ik heb zo’n goede, zo’n nauwkeurige keuze gemaakt! Wat ben ik slim! Eerder heb ik zelfs overwogen om weg te gaan – wat was ik toen dwaas en onwetend! Ik was jong en impulsief, geneigd tot verkeerde keuzes en oordelen. Nu ik ouder ben, ben ik stabieler geworden en weet ik hoe ik me moet schuilhouden, en ik zie eindelijk hoop. Gelukkig ben ik niet weggegaan, heb ik die geruchten niet geloofd en ben ik er niet door misleid of beïnvloed. Dat was behoorlijk gevaarlijk! Ik moet in de toekomst voorzichtiger zijn. Het lijkt erop dat deze persoon buitengewoon is, en ik moet hem goed behandelen! Opgewonden en impulsief kochten ze wat gezondheidsproducten en wat mooie dingen om te offeren, en schreven erop: “Opgedragen aan mijn geliefde God, met de volgende items.” Onderaan ondertekenden ze: “Speciaal aangeboden, respectvol ingediend door die-en-die op die-en-die datum.” Dit was een speciaal en waardevol geschenk, maar er zit een verhaal, een bijbedoeling achter. Als jullie dit horen, zouden jullie dan niet zeggen: “Dus zo vat U de offers die mensen aan God geven op”? Het is niet zo dat Ik het zo opvat, en ook handelen niet alle mensen op deze manier, en niet alle offers worden met zulke motieven gebracht. Het valt echter niet te ontkennen dat de daad van het offeren van dingen door sommige mensen inderdaad wordt beïnvloed en gedreven door zulke bedoelingen en zo’n achtergrond. Is dit een objectieve zienswijze? (Ja.)
Wanneer antichristen alles in hun hoofd berekenen, is hun voornaamste overweging eigenbelang. Ze zijn egoïstisch en verachtelijk, en hebben bij alles hun eigen berekeningen. Wat de voortgang van de diverse taken in Gods huis betreft, de meeste van degenen die de waarheid nastreven, evenals de meerderheid van alle gewone gelovigen, wensen niet van zulke zaken op de hoogte te zijn of ernaar te informeren, omdat kennis over deze algemene zaken niet relevant is voor het nastreven van de waarheid. Ervan op de hoogte zijn heeft geen nut; het betekent niet dat je leven of de waarheid bezit, noch impliceert onwetendheid erover dat je een kleine gestalte hebt. Deze zaken staan los van de waarheid en helpen geenszins bij het begrijpen van de waarheid of het bereiken van vrees voor God. Dit is een niveau dat mensen met verstand kunnen bereiken. Antichristen klampen zich echter hardnekkig vast aan deze zaken en behandelen ze als de allerhoogste waarheid. Ze informeren naar deze zaken en verzamelen er informatie over. Nadat ze informatie over deze zaken hebben verzameld, houden ze die niet alleen voor zichzelf; ze verspreiden die overal, in de overtuiging dat iedere broeder en zuster nieuwsgierig is naar deze dingen, hoewel in werkelijkheid veel mensen niet geïnteresseerd zijn. Ik informeer Zelf zelden naar deze zaken. Als Ik toevallig iemand tegenkom die erbij betrokken is, praat Ik er misschien over, maar Ik zoek niet actief mensen op om ernaar te informeren. Er is maar één situatie waar Ik wel naar informeer: hoe bepaald werk gedaan moet worden, wat de voortgang is van jullie werk, en of er problemen zijn of zaken die niet worden opgemerkt. Alleen in dit geval informeer Ik, maar afgezien hiervan informeer Ik absoluut niet uit nieuwsgierigheid of bezorgdheid. Mijn vragen hebben alleen betrekking op het werk, niet op de bron van de informatie, en komen niet voort uit nieuwsgierigheid. Antichristen, die de waarheid niet liefhebben, verdiepen zich graag in deze zaken, en ze hebben daar een specifiek doel mee. Ze gebruiken externe situaties en omgevingen, waaronder de omstandigheden van de kerk in diverse perioden en onder verschillende denominaties, rassen en etnische groepen, om te oordelen over de juistheid of onjuistheid van Gods werk en zelfs om te oordelen of Christus God is. Wat voor soort schepselen zijn zij? Geloven ze in God? Het is duidelijk dat het niet-gelovigen zijn. Hoeveel waarheid je ook communiceert, ze kunnen het niet horen of begrijpen. Ze informeren echter tot in detail naar de externe evaluaties van de kerk en de status en omstandigheden van de kerk in diverse landen, waarin ze zich nauwelijks onderscheiden van niet-gelovigen. Dit zijn de uitingen van niet-gelovigen met een verborgen agenda. Zijn er zulke mensen in jullie omgeving? Misschien hebben jullie het niet gemerkt. Elke keer dat we samenkomen en de diverse essenties van antichristen blootleggen, wordt een deel van deze mensen veroordeeld. Eenmaal ontmaskerd, verdwijnt hun ware aard en durven ze zich niet meer te vertonen. Vooral na deze communicatie zullen sommige mensen niet meer naar deze dingen durven informeren. Maar hoewel ze misschien niet meer direct vragen durven stellen, blijven ze achter de schermen roddels verzamelen. Ze stoppen met vragen onder de broeders en zusters, maar laten zich stiekem op het internet informeren. Daarnaast doen ze hun uiterste best om erachter te komen wat ongelovigen, denominaties en westerse landen over onze kerk denken en zeggen, bijna alsof ze waanzinnig zijn. Is dit niet een beetje gestoord? Ze zijn geobsedeerd, ze kunnen het niet helpen. Mensen die de waarheid niet liefhebben en afkerig zijn van de waarheid zijn niet voor rede vatbaar.
Wat we zojuist hebben blootgelegd is hoe antichristen de kerk en het vlees waarin God is geïncarneerd behandelen op basis van de omstandigheden van de kerk en de verspreiding van Gods werk. Dit is één aspect van hoe antichristen Christus behandelen afhankelijk van hun stemming. Gebeuren deze dingen die Ik heb besproken in de kerk? Zijn het ernstige zaken? Zijn ze het vermelden waard? (Ja.) Wat is de waarde van het communiceren over deze zaken? Betekent het dat na het horen hiervan sommige mensen niet meer zullen durven informeren naar deze zaken, niet meer nieuwsgierig zullen durven zijn naar de situatie en omstandigheden van de kerk? Is dat de enige waarde? (Nee.) Wat is dan de waarde van het blootleggen van deze dingen? Welke waarheid moeten mensen hieruit begrijpen? Als jullie er nog niet over hebben nagedacht, hoeven jullie niets te zeggen. Ik zal er aan het einde met jullie over communiceren. Deze zaken staan te ver van jullie af, dus vinden jullie het misschien moeilijk om ze onmiddellijk onder woorden te brengen. Jullie moeten je gedachten en woorden ordenen; jullie weten misschien niet waar te beginnen, of jullie kunnen het misschien niet duidelijk uitdrukken. De hoeveelheid dingen die mensen begrijpen is te gering, het is heel zielig. Het niet duidelijk kunnen uitleggen van de essentie en oorzaak van een zaak is een teken dat men dingen niet doorziet.
Wanneer mensen in de God in de hemel geloven, zich voor God inzetten en hun plichten voor Hem vervullen, kan men zeggen dat de kerk, Gods huis en God voor mensen in wezen hetzelfde concept zijn. Wie zijn plicht in de kerk vervult, wordt beschouwd als iemand die zich inzet voor God; dingen doen voor Gods huis is hetzelfde als dingen doen voor de kerk, en het betekent ook trouw zijn aan God en Gods opdracht aanvaarden. Deze kunnen door elkaar worden gebruikt en worden als één concept gezien. Wanneer God echter vlees wordt en als een gewoon mens verschijnt, worden voor de meeste mensen de kerk, Gods huis en God (dat wil zeggen, Christus) gemakkelijk van elkaar te scheiden. Mensen denken: dingen doen voor de kerk is hetzelfde als dingen doen voor Gods huis, voor God; dingen doen voor Gods huis is je plicht vervullen. Maar als het gaat om dingen doen voor Christus, weet ik het niet zo zeker. Betekent dat niet dat je een persoon dient? Het voelt op de een of andere manier alsof je voor een persoon werkt. Voor velen is het diep in hun hart moeilijk om deze drie duidelijk te onderscheiden en met elkaar in verband te brengen. De meeste mensen die hun plichten in Gods huis vervullen hanteren wat betreft voor wie ze het doen het volgende basisconcept: wanneer ze hun plichten binnen de kerk vervullen, vervullen ze hun plichten ter wille van de entiteit die de kerk is, ze gebruiken dan deze benaming. Wie is dan de zogenaamde meerdere van de kerk? Natuurlijk is dat de God in de hemel, dat is in ieders gedachten onbetwistbaar. Dingen doen voor Gods huis wordt door de meeste mensen begrepen als het dienen van wat we de titel en groep ‘broeders en zusters’ noemen, en het kan zeker worden gecategoriseerd als het vervullen van je plicht; het vervullen van je plicht is natuurlijk ook op God gericht. Daarom kunnen de kerk, de broeders en zusters en Gods huis in de gedachten van mensen op één lijn worden gesteld, allemaal gericht op de vage God in de hemel. Wat impliceert dit? Voor de meeste mensen geldt dat, of ze nu hun plichten vervullen of zaken regelen in Gods huis, ze het doen voor de kerk als een ontastbare instelling, de tastbare groep van broeders en zusters, en vooral de vage, onzichtbare God in de hemel – het zijn deze drie waarvoor ze hun plichten vervullen. De geïncarneerde God wordt door mensen misschien beschouwd als een lid van de kerk, of als de hoogste leider onder de broeders en zusters, en natuurlijk zijn er die Christus ook als een woordvoerder of vertegenwoordiger van Gods huis zien. Daarom is voor veel mensen het concept van voor wie ze hun plichten in de kerk vervullen erg vaag. Als men bijvoorbeeld wordt gevraagd iets voor de broeders en zusters te doen, of een dienst te verlenen, voelen ze zich volkomen gerechtvaardigd om dat te doen. Of als hun wordt gevraagd iets voor de kerk of Gods huis te doen, dan doen ze dat graag, omdat ze het als hun onmiskenbare plicht beschouwen. Als de geïncarneerde Christus hen echter met een soortgelijke taak belast of deze aan hen toevertrouwt, voelen ze zich ontmoedigd: werk doen voor een persoon? Ik ben niet in God gaan geloven om mensen te dienen; ik ben gekomen om mijn plicht te vervullen. Ik ben hier niet om altijd voor iemand klaar te staan, ik ben hier niet om iemand te dienen of iemand diensten te verlenen! Er zijn veel mensen die hun plicht in de kerk vervullen. Als je hun vraagt iets voor de kerk te doen, iets voor Gods huis of iets voor de broeders en zusters, aanvaarden ze deze taken met vreugde, omdat ze het gevoel hebben dat ze een solide basis hebben om dat te doen. Welke basis? Ik aanvaard dit van God; het is mijn plicht, mijn verantwoordelijkheid. Maar wanneer de geïncarneerde God hun vraagt iets te doen, verdwijnt hun theoretische basis van ‘het van God aanvaarden’, en worden ze onwillig en ongelukkig, niet bereid om het te doen. Ze denken: als het voor de kerk is, is het oké, want ik ben iemand die werk voor de kerk doet; als het voor de broeders en zusters is, dan is dat ook prima, aangezien ze allemaal tot Gods huis behoren, tot God; als het voor Gods huis is, is het ook volkomen gerechtvaardigd, aangezien de naam ‘Gods huis’ zo heilig is, zo groots en nobel is. Dingen doen voor Gods brengt glorie en erkenning. Maar om iets te doen voor een onbeduidend persoon als jij? Hoe kom je erop? Is dat mijn plicht vervullen? Dat voelt niet juist of gepast. Dit is niet mijn plicht vervullen, noch is het werk. Hoe moet ik hiermee omgaan? Ze staan voor een dilemma en weten niet hoe ze het moeten aanpakken. Ze peinzen: ‘dit is geen werk, noch is het het vervullen van mijn plicht, en het komt zeker de broeders en zusters niet ten goede. Als je me vraagt het voor jou te doen, prima, ik doe het gewoon, maar ik zal er niet blij of tevreden over zijn. Dit voelt niet juist of gepast! Wie zal zich herinneren of weten wat ik voor jou doe? Kom ik hiermee bij iemand in een goed blaadje te staan? Levert het me enige beloning op? Telt dit als mijn plicht vervullen? Moet ik het volgens de waarheidsprincipes doen?’ Ze zijn in hun hart onwillig en voelen het als een last, als iets onnodigs, alsof ze een taak aanvaarden die ze niet zouden moeten aanvaarden. Ze voelen zich bezwaard en doen het met tegenzin, terwijl ze de hele tijd hopen op enig voordeel, en zelfs hardop zeggen: ‘Ik wil dit niet doen,’ en grote onwil tonen. Ik zeg je dat als je het niet wilt doen, je het niet hoeft te doen. Ik dwing niemand om persoonlijke taken voor Mij te doen. Als je het wilt doen, doe het; zo niet, dan zoek Ik iemand anders. Wie gewillig is, zal Ik vragen. Is dat niet eenvoudig? Met zoveel volgelingen in Gods huis is het gemakkelijk om iemand te vinden die meegaand en gewillig is om het werk te doen. Ik kan zo iemand vinden. Het is niet essentieel om jou te kiezen; dit is heel gemakkelijk! Is het moeilijk om in Gods huis iemand te vinden die betrouwbaar en onbevangen is en in staat is om taken uit te voeren? (Nee.) Hoewel Ik privé met niemand een bijzonder nauwe of goede relatie heb ontwikkeld, noch persoonlijke vriendschappen of diepe emotionele banden heb gehad, heeft iedereen in De Kerk van Almachtige God gedurende deze dertig jaar al Mijn woorden gegeten, gedronken en beluisterd. Deze mensen, of het nu in essentie is of diep in hun hart, aan de oppervlakte of alleen verbaal, geloven in Mij en volgen Mij. Hoewel Ik niemand rechtstreeks speciale voordelen of beloften heb gegeven, noch iemand rechtstreeks heb geprezen of bevorderd, heeft iedereen die Mij vanaf het begin tot nu toe heeft gevolgd, overvloedig Gods woorden gegeten en gedronken. Hebben deze mensen, of ze nu enkele waarheden of doctrines over hoe zich te gedragen hebben begrepen, niet allemaal behoorlijk wat gewonnen door wat Ik heb gesproken? (Ja.) Vanuit dit perspectief ben Ik jullie niets verschuldigd, toch? Ik zou dit niet moeten zeggen, maar vandaag moet Ik het hier opmerken. Zijn jullie het niet die Mij iets verschuldigd zijn? (Ja.) Jullie zouden dan toch niet onwillig moeten zijn wanneer Ik een van jullie persoonlijk vraag iets te doen, toch? (We zijn gewillig.) Vanuit welk perspectief je het ook bekijkt, zou Ik jullie moeten overreden of vleien, of aangename woorden en beloften moeten gebruiken wanneer Ik jullie vraag iets te doen? (Nee.) Maar sommige mensen zijn onwillig en zeggen: ‘Waarom is het zo oninspirerend om iets voor jou te doen? Het levert niet alleen geen voordeel op, maar het is ook vermoeiend en lastig!’ Hoe voelen jullie je als jullie dit horen? (Verontwaardigd.) Als een gewoon mens, onopvallend in de ogen van de wereld, bezoek zou krijgen van een hooggeplaatste functionaris die hem een taak toevertrouwde, zou hij hem wellicht op alle mogelijke manieren proberen te vleien, zich dolblij en vereerd voelen, en die kleine kwestie zijn hele leven nooit vergeten. Als mensen iemand met status zo kunnen behandelen, waarom kunnen ze dan niet hetzelfde doen voor Christus? Waarom is dat voor hen onmogelijk? Hoe komt dat? (Omdat mensen van nature God vijandig gezind zijn.) Dat klopt; dit bewijst dat punt alleen maar. Mensen kunnen verenigbaar zijn met een Satan met een hoge status, maar vanuit hun hart verachten ze Christus, en weerstaan, verwerpen, ontkennen en verlaten ze Hem. Als hen gevraagd wordt te buigen en een duivel te aanbidden, zouden ze maar wat graag op hun knieën kruipen, maar als het gaat om Christus, deze gewone persoon, van wie ze zoveel hebben ontvangen, zijn ze zelfs niet bereid om op te staan en als gelijken met God te spreken of om te gaan. Wat zijn zulke schepselen? Het zijn duivels, het zijn geen mensen. Later vroeg Ik iemand anders om de taak af te handelen, en deze persoon deed dat prima. De persoon die de boodschap hierover doorgaf, zei: ‘De persoon die de taak dit keer afhandelt, is echt blij, hij doet graag iets voor God.’ Ik zei: ‘Prima, als hij het graag doet, is dat goed. Maar wat is er zo bijzonder aan het doen van zo’n kleine taak? Dat mag je verwachten, het is niet nodig om een boodschap te sturen om het te verkondigen.’ Wat vinden jullie van deze boodschap die werd doorgegeven? Hoe voelen jullie je als jullie het horen? Krijgen jullie er een koud gevoel van? (Ja.) Waarom geeft het je een koud gevoel? (Het is iets wat mensen zouden moeten doen, maar hij probeert zich bij God in de gunst te werken, alsof iets voor God doen God een enorme gunst verleent.) Wat voor soort persoon is degene die dit zei dus? Hoe zit het met zijn karakter? (Hij heeft een pover karakter, hij mist een geweten.) Dit is een gebrek aan menselijkheid.
Er zijn mensen die zodra ze horen over Gods genade en zegeningen, over hoe God voor de mens zorgt, diep in hun hart bewogen raken en God onophoudelijk danken: god heeft de mens zo lief! Ze zijn overweldigend opgewonden! Telkens wanneer deze onderwerpen worden genoemd, vullen de ogen van deze mensen zich met tranen, hun harten worden beroerd en ze nemen zich voor zich ijverig voor God in te zetten. Maar wanneer hen wordt gevraagd iets kleins te doen voor deze zichtbare en tastbare geïncarneerde God, voelen ze zich enorm vernederd en worden onwillig en weigerachtig. Wat is hier aan de hand? (Ze geloven in een vage God, niet in de geïncarneerde God. Ze beschouwen de vage God in de hemel als groots, maar zien de geïncarneerde God als onbeduidend.) Ik heb gehoord dat sommige mensen meer dan bereid zijn om schoenen te poetsen, sokken te wassen en zelfs de was te doen voor de broeders en zusters, maar wanneer hun wordt gevraagd iets kleins voor Christus te doen, ze dan onwillig zijn. Anderen kunnen dit niet aanzien en zeggen: ‘Wat is er mis met deze persoon? Hij doet liever dingen voor de broeders en zusters dan voor Christus. Wat voor soort persoon is dit?’ Er zijn mensen die, wanneer Ik hun een taak opdraag en hen laat handelen volgens de principes van Gods huis en de regels van de kerk, het na het gehoord te hebben niet serieus nemen. Ze zeggen: ‘Waar heb je het over? Ik moet het de broeders en zusters vragen; ik moet rekening houden met de broeders en zusters, zodat het de meerderheid van hen ten goede komt.’ Ik gaf bijvoorbeeld enkele mensen de verantwoordelijkheid om fruitbomen te planten en instrueerde hen ook om de markt te bezoeken om te zien welke soorten fruitbomen geschikt zijn om in dit gebied te worden geteeld. Enerzijds moeten ze geschikt zijn voor het lokale klimaat en de bodem, en anderzijds moeten we kijken welke vruchten de lokale bevolking als zeer voedzaam beschouwt. We moeten die kiezen en in passende hoeveelheden planten. Hoe zouden degenen die Mij toehoorden moeten handelen nadat Ik uitgesproken was? (Ze zouden onmiddellijk moeten uitvoeren wat U vroeg.) Hoe moeten ze het uitvoeren? (Ze moeten relevante informatie opzoeken, navraag doen bij deskundigen, zich informeren over een aantal details en het vervolgens uitvoeren.) Wanneer het op deze manier wordt geïmplementeerd, worden Mijn instructies gevolgd. Er wordt namelijk rekening gehouden met het lokale klimaat en er wordt ook gecontroleerd welke vruchten voedzaam zijn. Welnu, vinden jullie Mijn overwegingen alomvattend en praktisch? Hoe implementeerden degenen die Mijn woorden hoorden ze echter? Ze vroegen alle broeders en zusters in de lokale kerk om hun mening, vroegen iedereen welke vruchten ze graag aten, en telden vervolgens ieders favoriete vruchten op zodat ze in de juiste hoeveelheid en verhouding konden worden geplant. Zo implementeerden ze het. Ze zochten de meningen van de broeders en zusters, omdat ze deze groep, met deze titel, in hun hart als de hoogste beschouwden. Het dienen van de broeders en zusters is het doel en het streven van hun plicht. Ze geloven dat het dienen van de broeders en zusters het dienen van Gods huis is, en het dienen van Gods huis het dienen van de broeders en zusters. Als de broeders en zusters gelukkig en tevreden zijn, is God ook gelukkig en tevreden. De broeders en zusters zijn de volwaardige vertegenwoordigers van God, de symbolen van de waarheid en de woordvoerders van God. De broeders en zusters hebben het laatste woord; zij zijn de steunpilaar in Gods huis. Daarom kan het, wat er ook wordt gedaan, niet los worden gezien van de titel en de groep van de broeders en zusters. Voor iedereen die dingen doet of zijn plicht vervult in Gods huis, zijn alleen de broeders en zusters de juiste objecten van hun dienst. Zo implementeerden ze het; wat Ik zei deed er niet toe. Hoe gedetailleerd Mijn instructies ook waren, voor hen waren het slechts holle doctrines, louter slogans. Ze geloofden dat het de hoogste waarheid was om de broeders en zusters toe te staan hun meningen volledig te uiten, hun ruime spreek- en beslissingsrechten verlenen, en democratie te praktiseren in Gods huis. Het maakte niet uit wat Ik zei, ze zagen het als volgt: jij schiet alleen maar met losse flodders, jij doorloopt de formaliteiten, en vervolgens is het de zaak van de broeders en zusters, niet meer die van jou. Jij kunt aan de kant gaan staan! Het gaat je niets aan wat wij eten en drinken; je hoeft alleen maar met het geld over de brug te komen. Wij hebben te eten en te drinken, en dat is de allerhoogste waarheid. Gods huis dienen, de broeders en zusters dienen, de broeders en zusters gelukkig maken, hen toestaan van volledige mensenrechten en vrijheid te genieten, dat is de hoogste waarheid. Wat voor soort mensen zijn dit? Is dit niet wat antichristen zouden doen? De eerste uiting van de afkeer die antichristen van de waarheid hebben, is dat ze de waarheid veroordelen en ontkennen; vervolgens vinden ze een alternatieve reeks theorieën en slogans die zij levensvatbaar en steekhoudend achten en implementeren die, waarbij ze openlijk de waarheid tarten, openlijk Christus veroordelen en verwerpen. Het is in zo’n kleine kwestie dat antichristen worden geopenbaard. Zijn zij mensen die de waarheid aanvaarden? (Nee.)
Ik hoor sommige mensen vaak zeggen: ‘Oh, kijk hoe overstuur de broeders en zusters zijn’; of: ‘Oh, kijk hoe gelukkig de broeders en zusters zijn’; of: ‘Oh, kijk hoe zwaar de broeders en zusters zijn getroffen; ze lijden echt.’ Waarom hebben de broeders en zusters zo’n hoge status in hun harten? Waarom houden ze zoveel van de broeders en zusters? Hoe groothartig moeten ze wel niet zijn om zoveel mensen lief te hebben? Goed dan; Ik zal iets zeggen en jij doet wat Ik zeg, oké? Je kunt aan zoveel mensen plaats bieden, nog één persoon zoals Ik erbij zou geen probleem moeten zijn, toch? Je zou toch ook aan Mij plaats moeten kunnen bieden? Maar het tegendeel is het geval, ze kunnen geen plaats bieden aan wat Ik zeg, noch aan Mijzelf. Ze kunnen aan alle broeders en zusters plaats bieden, ze kunnen aan iedereen in de kerk plaats bieden, maar plaats bieden aan Christus, dat lukt gewoon niet. Wat voor soort schepsel is dit? Is dit een mens? Is zo iemand het waard een volgeling van Christus te zijn? (Nee.) Hoe moeten we zo iemand dan karakteriseren? (Als een duivel, een antichrist.) Interpreteren ze het concept van democratische verkiezingen in Gods huis niet verkeerd? De broeders en zusters betrekken bij de zaken van Gods huis, hen hun meningen laten uiten, hen leiders laten kiezen en ontslaan, en hen beslissingen laten nemen – denken ze dat de broeders en zusters oppermachtig zijn in Gods huis? Is dit geen misvatting van wat democratische verkiezingen zijn in Gods huis? Wat is het principe van democratische verkiezingen? Betekent het toestaan dat de broeders en zusters democratisch stemmen dat zij het laatste woord hebben? Betekent het de verdorven gezindheden van mensen het laatste woord laten hebben? Betekent het duivels en Satans de macht laten hebben? Nee, het betekent dat de waarheid die in de harten van de broeders en zusters wordt begrepen de macht heeft, niet de broeders en zusters zelf, deze natuurlijke en verdorven mensen. Het is niet toestaan dat de onbezonnenheid de macht heeft, niet toestaan dat de menselijke noties de macht hebben, niet toestaan dat de menselijke opstandigheid en weerstand de macht hebben, en niet toestaan dat de boosaardige gezindheden van mensen de macht hebben – het is de waarheid de macht laten hebben. Sommige mensen vragen: ‘Waarom worden bij sommige kerkverkiezingen antichristen gekozen, of waarom nemen kerkleiders en werkers verkeerde beslissingen?’ Dat komt omdat de gestalte van mensen te gering is; ze begrijpen de waarheid niet en kunnen mensen niet onderscheiden. Het principe van kerkverkiezingen is echter gebaseerd op de waarheidsprincipes; het is gegrondvest op de waarheid. Wat geloven deze antichristen – degenen die geen geestelijk begrip hebben – dus ten onrechte? Ze denken dat in Gods huis de broeders en zusters als groot worden geëerd, dat de broeders en zusters worden verheven, dat de groep met de titel ‘broeders en zusters’ in de ogen van God als eervol wordt gezien. Maar zijn de broeders en zusters werkelijk eervol? Bezitten zij de waarheid? De meeste broeders en zusters bezitten de waarheidswerkelijkheid niet, missen principes in hun handelen, en kunnen zelfs chaos veroorzaken in de diverse werkprojecten van Gods huis. Als de Boven niet tussenbeide zou komen en de problemen niet op tijd zou corrigeren en oplossen, zouden deze broeders en zusters dan hun plichten goed kunnen vervullen? Niet alleen zouden ze hun plichten niet goed kunnen vervullen, maar ze zouden ook veel verstoringen en hinder kunnen veroorzaken. Bezitten deze mensen de waarheid? Zijn ze het waard om als groot te worden geëerd? Dat zijn ze niet. Waarom handelen antichristen dan nog steeds op deze manier? Dit is hun aangeboren aard. Ze vinden een excuus om de waarheid te ontkennen en Christus te veroordelen – is dit niet hun aangeboren aard? Ze hebben de aard van Satan; ze worden er onbeheersbaar door gedreven!
De belangrijkste focus van de communicatie van vandaag is hoe antichristen Christus behandelen afhankelijk van hun stemming. Elk aspect van wat we communiceren is gerelateerd aan de stemming van antichristen. Aan de oppervlakte lijkt het zo, maar hoe ontstaat deze stemming in feite? Deze wordt bepaald door de verdorven gezindheid en essentie van antichristen. Omdat ze de essentie van een antichrist hebben, brengen ze allerlei gedachten voort en onder de heerschappij van deze verschillende gedachten brengen ze verschillende noties, gezichtspunten, perspectieven en standpunten voort, waardoor ze verschillende stemmingen genereren. Wanneer deze stemmingen zijn ontstaan, behandelen antichristen de God in de hemel en de God op aarde – Christus – op verschillende manieren en met verschillende methoden en houdingen. Uit deze manieren, methoden en houdingen blijkt genoegzaam de essentie van antichristen als zijnde afkerig van de waarheid, vijandig tegenover de waarheid, Christus ontkennend en Christus veroordelend. Telkens wanneer ze worden geconfronteerd met zaken die de waarheid betreffen, en de essentie en identiteit van de geïncarneerde God, stellen ze zich bewust tegen God op en spelen ze de rol van Gods vijanden. Wanneer er niets aan de hand is, roepen ze Gods naam, en verwijzen ze in hun uitspraken zelfs voortdurend naar ‘god, mijn god’. Alles wat ze zeggen moet beginnen met een aanroep: ‘God, kijk,’ ‘God, weet u dat,’ ‘God, luister naar mij,’ ‘God, ik heb een zaak te regelen,’ ‘God, dit is de situatie,’ enzovoort. Terwijl ze ‘God’ roepen, zijn hun harten vol noties, vijandigheid en minachting jegens Christus. Wanneer de kerk, Gods huis en Christus met verschillende situaties en omstandigheden worden geconfronteerd, verandert de houding van antichristen jegens Christus en God herhaaldelijk, en ondergaat verschillende transformaties. Wanneer Christus eisen aan hen stelt en hun vriendelijkheid en welwillendheid toont, lijkt hun houding vrij zachtaardig en gedwee; wanneer Christus streng voor hen is en hen snoeit, wordt hun houding jegens Christus er een van afkeer, afschuw en minachting, waarbij ze Hem zelfs vermijden en verwerpen. Wanneer Christus hun duidelijk beloningen en zegeningen belooft, verheugen ze zich heimelijk in hun hart, en proberen ze zelfs bij Hem in de gunst te komen en Hem te vleien, en aarzelen ze niet hun waardigheid en integriteit op te offeren om deze voordelen te verkrijgen. Ongeacht hun houding aanvaarden ze Christus nooit werkelijk en geloven niet in Hem, laat staan dat ze zich oprecht aan Hem onderwerpen. Hun houding jegens Christus is er altijd een van vermijding, veroordeling en oplettende aarzeling, waarbij ze Hem vanuit het diepst van hun hart verwerpen. Waar ze ook zijn of wat hun stemming ook is, hun essentie blijft onveranderd. Zelfs als ze af en toe onverwachte veranderingen of wendingen vertonen, zijn deze tijdelijk. De reden hiervoor is dat de aard-essentie van antichristen vijandig is tegenover Christus, ze zullen dus nooit deze gewone persoon oprecht aanvaarden als hun Heer, hun God.
De communicatie over de verschillende aspecten van hoe antichristen Christus behandelen afhankelijk van hun stemming is in wezen afgerond. De laatste kwestie die moet worden besproken, zoals ik jullie eerder vroeg, is wat de waarde is van het blootleggen van deze zaken, en wat de waarheid is die mensen moeten begrijpen. De waarde van het blootleggen van deze zaken kan eenvoudig aan de hand van twee aspecten worden vastgesteld. Het ene aspect is dat het blootlegt wat de essentie van de ware houding van mensen jegens God werkelijk is, waardoor mensen de verschillende uitingen van de verdorvenheid van de mensheid kunnen herkennen. Dit is gunstig voor het kennen van zichzelf en voor het kennen van de verdorven gezindheden van mensen. Het andere aspect is dat het mensen laat weten wat de juiste houding jegens God eigenlijk zou moeten zijn. Je denkt misschien dat je Hem al als God behandelt, maar in feite zit hier veel onzuiverheid in, veel elementen die van Satan zijn – dit zijn uitingen van antichristen, die God niet erkent of aanvaardt. Dit is een onzuiverheid die gezuiverd moet worden. Hier is zowel vanuit positief als negatief perspectief sprake van waarde: vanuit een negatief aspect laat het je op zijn minst weten dat deze dingen negatief zijn, dat het uitingen van een antichrist zijn. Het positieve aspect is dat het je laat weten dat God niet van deze dingen houdt, Hij aanvaardt niet dat je Hem op deze manier behandelt. De implicatie is dat, hoe correct, hoe goed, hoe logisch of hoe in lijn met menselijke gevoelens mensen ook geloven dat hun behandeling van God is, God het niet gelooft. Als God het niet gelooft, wat moet je dan doen? Als je zegt: ‘Ik zal het op deze manier doen, ik geloof dat het goed is en ik houd eraan vast; of U het nu gelooft of niet, ik ben gewoon oprecht,’ is dit dan oké? (Nee.) We zullen niet bespreken of deze houding correct is met betrekking tot andere zaken; bij de omgang met God is het zeer gevaarlijk op deze manier te handelen, en je moet van koers veranderen. Wat zou de houding van mensen moeten zijn ten opzichte van dingen die God niet kan aanvaarden? De enige houding die mensen zouden moeten hebben, is alles te aanvaarden wat van God komt; of het hun nu goed of slecht lijkt, of het nu aangenaam of hard en onaangenaam klinkt, ze moeten het onvoorwaardelijk aanvaarden en zich onderwerpen, en het behandelen als de waarheid om zichzelf te veranderen en te zuiveren. Wat is de waarde van het blootleggen van deze zaken? Is het niet vanuit zowel negatieve als positieve aspecten behandeld? Wat is dan de waarheid die mensen moeten begrijpen? (God is de waarheid, God is de Schepper. Of Hij nu in het vlees is geïncarneerd of op een andere manier verschijnt, de woorden die Hij spreekt zijn de waarheid, en we moeten ons onvoorwaardelijk onderwerpen en die aanvaarden.) Kan iedereen amen zeggen op deze uitspraak? (Amen.) Ik zeg daar ook amen op; onvoorwaardelijk aanvaarden en je onderwerpen, dit is de waarheid. Ongeacht in welke vorm of op welke manier God verschijnt en onder de mensen leeft, ongeacht in welke vorm God bestaat, God is voor altijd God. Dit is de waarheid, en dit is de waarheid die mensen het best zouden moeten begrijpen. Ten tweede is de houding die een schepsel jegens God moet hebben er een van onvoorwaardelijke onderwerping. Daarnaast is er nog een punt dat mensen niet begrijpen: waarom volgen mensen God? Is het om de verveling te verdrijven? Om hun geest te vullen en hun geestelijke leegte aan te pakken? Is het om hun toekomstige bestemming veilig te stellen? Is het om gereinigd te worden, of om aan een universiteit van de waarheid te studeren? Wat proberen mensen op te lossen door God te volgen? Dit is iets wat mensen moeten weten. (Ze proberen hun verdorven gezindheid op te lossen.) Juist. Mensen volgen God om hun verdorven gezindheid op te lossen. Kunnen mensen hun verdorven gezindheid zelf oplossen? Kunnen mensen met roem, kennis en opleiding het oplossen? Is er iemand onder de mensheid die dit probleem kan oplossen? (Nee.) God is vandaag gekomen om dit probleem op te lossen; alleen de geïncarneerde God, alleen God Zelf kan het oplossen. Waarom kan de geïncarneerde Christus, die er hetzelfde uitziet als een mens, dit probleem oplossen? Mensen beschikken over taal, gedachten en ideeën, waarom kunnen zij het dan niet oplossen? Waar ligt het verschil? (God is de waarheid, de weg en het leven; mensen bezitten de waarheid niet.) God is de waarheid, de weg en het leven. Alleen door dit feit te aanvaarden en het hele vlees waarin God is geïncarneerd te aanvaarden, kunnen de verdorven gezindheden van mensen worden opgelost. Dit impliceert dat mensen voor God komen om hun verdorven gezindheden op te lossen, wat betekent dat ze tot God komen om de waarheid te verkrijgen. Alleen door de waarheid te verkrijgen, kunnen de verdorven gezindheden van mensen worden opgelost. Hoe kun je ze oplossen zonder de waarheid te verkrijgen? Kunnen doctrines een verdorven gezindheid oplossen? Kan kennis dat? Kunnen noties en verbeeldingen dat? Dat kunnen ze niet. Alleen de praktische God in het vlees kan je helpen het op te lossen. Daarom is het zinloos om beroemde figuren, belangrijke personen of wijzen te aanbidden; zij kunnen je werkelijke moeilijkheden niet oplossen of je redden. Bovendien kan het leren van enig vak, beroep of kennisgebied je werkelijke moeilijkheden of werkelijke problemen niet oplossen. Als je zegt: ‘Ik kijk gewoon neer op deze gewone persoon,’ dan moet je zienswijze veranderen. Het feit is zoals het is; zo heeft God gehandeld. Als je God als je leven wilt aanvaarden, moet je elke zin die God spreekt en elke handeling die God verricht aanvaarden. Als je God als de waarheid erkent, dan moet je de onmiskenbaarheid en absoluutheid van het feit geloven en erkennen dat, ongeacht op welke manier of in welke vorm God bestaat of verschijnt, Hij altijd de waarheid is. Welke houding moet je dan aannemen tegenover het vlees waarin God is geïncarneerd, deze gewone persoon, wanneer je dit feit hebt toegegeven? Daarin ligt de waarheid die gezocht moet worden.
Zie je nu we de uitingen hebben blootgelegd van hoe antichristen Christus behandelen afhankelijk van hun stemming, wat de onderliggende waarheid is die mensen moeten begrijpen? Vat een paar punten samen zodat ze duidelijk worden en je deze waarheid begrijpt en er helder over bent. (We hebben vier punten samengevat: het eerste is dat God altijd God is, en dat dit de waarheid is. Het tweede is dat de houding die een schepsel jegens God moet hebben er een is van onvoorwaardelijke onderwerping. Het derde is dat God de waarheid, de weg en het leven is, en alleen door dit feit en het hele vlees waarin God is geïncarneerd te aanvaarden, kunnen de verdorven gezindheden van mensen worden opgelost. Het vierde is dat als mensen God als de waarheid erkennen, ze de onmiskenbaarheid van het feit moeten geloven en erkennen dat, ongeacht op welke manier of in welke vorm God bestaat of verschijnt, Hij altijd de waarheid is.) Zijn deze vier punten cruciaal? (Ja.) Eigenlijk kent iedereen elk van deze punten in termen van doctrine, maar als het gaat om welke waarheidsprincipes een rol spelen bij de vraag hoe ze Christus moeten behandelen, raken mensen wanneer ze met werkelijke situaties worden geconfronteerd in de war. Ze weten niet hoe ze die moeten praktiseren, en de waarheden die ze voorheen begrepen, worden louter doctrines die niet kunnen worden toegepast. Dit toont voldoende aan dat het nutteloos is dat mensen doctrines begrijpen, hoeveel ook; wanneer ze de waarheid niet begrijpen, kunnen hun problemen nog steeds niet worden opgelost.
20 juni 2020