Uitweiding drie: Hoe Noach en Abraham Gods woorden gehoorzaamden en zich aan Hem onderwierpen (deel 2)

Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over het tiende punt van de diverse uitingen van antichristen: ‘Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis’. Over welke details hebben we specifiek gecommuniceerd? (God heeft voornamelijk gecommuniceerd over hoe men met Gods woord moet omgaan.) Houdt dit verband met punt tien? (Ja. Want in het punt ‘Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis’ is een van de gedragingen van antichristen dat ze slechts luisteren naar wat Christus zegt, maar het noch gehoorzamen noch zich eraan onderwerpen. Ze gehoorzamen Gods woorden niet en ze praktiseren ook niet volgens Gods woorden. Tijdens de vorige bijeenkomst heeft God gecommuniceerd over hoe men met Gods woord moet omgaan, hoe men Gods woord moet gehoorzamen en vervolgens hoe men Gods woord in praktijk moet brengen en moet uitvoeren.) Dit wordt allemaal begrepen, toch? Tijdens onze vorige bijeenkomst heb Ik twee verhalen verteld: het ene was het verhaal van Noach en het andere dat van Abraham. Dit zijn twee klassieke verhalen uit de Bijbel. Veel mensen kennen en begrijpen deze verhalen, maar na ze begrepen te hebben, weten maar heel weinig mensen hoe ze met de woorden en vereisten van God moeten omgaan. Wat was dus het hoofddoel van onze communicatie over deze twee verhalen? Het was om mensen te laten weten hoe ze, als mens en als schepsel, met Gods woorden en vereisten moeten omgaan – en de positie te leren die een schepsel moet innemen, en de houding die hij moet hebben, wanneer hij wordt geconfronteerd met Gods vereisten en wanneer hij naar Gods woorden luistert. Dit zijn de belangrijkste dingen. Dit is de waarheid die mensen horen te leren kennen en begrijpen toen we de vorige keer over deze twee verhalen communiceerden. Dus, nadat we over deze twee verhalen hebben gecommuniceerd, is het jullie nu duidelijk hoe je je aan Christus moet onderwerpen en Zijn woorden moet gehoorzamen, welke houding mensen moeten hebben, en wat hun perspectief en positie moeten zijn ten opzichte van Christus en ten opzichte van de woorden die door Christus worden gesproken, evenals hoe mensen met de woorden en vereisten die van God komen moeten omgaan, en welke waarheden hierin begrepen moeten worden? (Nummer één is oprecht zijn tegenover Christus, nummer twee is leren Christus te respecteren, en nummer drie is Zijn woorden gehoorzamen, met ons hart naar de woorden van God luisteren.) Jullie herinneren je de regels. Als Ik niet over deze regels had gesproken, zouden jullie ze dan uit de twee verhalen die Ik heb verteld hebben kunnen afleiden? (Het enige wat we kunnen concluderen is dat we alles moeten gehoorzamen wat God zegt.) Alles wat jullie kunnen afleiden zijn eenvoudige, dogmatische en theoretische manieren van handelen; jullie zijn nog steeds niet in staat de waarheden hierin te begrijpen of te kennen die mensen moeten zoeken en begrijpen. Laten we dus in detail communiceren over de verhalen van Noach en Abraham.

I. Noachs houding ten opzichte van Gods woorden

Laten we het eerst hebben over het verhaal van Noach. In de vorige bijeenkomst hebben we in grote lijnen de oorzaken en uitkomsten van het verhaal van Noach behandeld. Waarom waren we niet specifieker? Omdat de meeste mensen de oorzaken, uitkomsten en specifieke details van dit verhaal al kennen. Als er details zijn die je niet helemaal duidelijk zijn, kun je die in de Bijbel vinden. We communiceren niet over de specifieke details van dit verhaal, maar over hoe Noach, de hoofdpersoon van het verhaal, met de woorden van God omging, welke aspecten van de waarheid mensen hieruit moeten begrijpen, en wat Gods houding was, wat Hij dacht en wat Zijn beoordeling van Noach was nadat Hij elke stap had gezien die Noach had gezet. Dit zijn de details waarover we moeten communiceren. Gods houding ten opzichte van Noach en Zijn beoordeling van wat Noach deed zijn voldoende om ons te leren welke normen God precies vereist van de mensheid, van degenen die Hem volgen, van degenen die Hij redt. Valt hierin waarheid te zoeken? Waar waarheid te zoeken valt, is het de moeite waard om deze in detail te ontleden, te overpeinzen en erover te communiceren. We zullen de specifieke details van Noachs verhaal niet behandelen. Vandaag zullen we communiceren over de waarheid die gezocht kan worden in Noachs diverse houdingen ten opzichte van God, evenals de vereisten en bedoelingen van God die mensen moeten begrijpen uit Gods beoordeling van Noach.

Noach was een gewoon lid van de mensheid, dat God aanbad en volgde. Toen Gods woorden tot hem kwamen, was zijn houding niet om er traag op te reageren, te treuzelen of er de tijd voor te nemen. In plaats daarvan luisterde hij met grote ernst naar Gods woorden, luisterde hij met grote zorg en aandacht naar elke uitspraak van God, luisterde hij ernstig naar alles wat God hem opdroeg en probeerde hij het te onthouden, zonder ook maar enigszins nalatig te durven zijn. Zijn houding ten opzichte van God en Gods woorden getuigde van een Godvrezend hart, wat aantoonde dat God een plaats in zijn hart had en dat hij aan God onderworpen was. Hij luisterde nauwlettend naar wat God zei, naar de inhoud van Gods woorden, naar wat God hem vroeg te doen. Hij luisterde aandachtig – niet analyserend, maar aanvaardend. Er was geen weigering, antipathie of ongeduld in zijn hart; in plaats daarvan nam hij kalm, zorgvuldig en aandachtig elk woord en elke zaak waarin God vereisten aan hem stelde in zich op. Nadat God hem elke instructie had gegeven, legde Noach tot in detail en op zijn eigen manier alles vast wat God had gezegd en hem had toevertrouwd. Vervolgens legde hij zijn eigen werkzaamheden opzij, brak met de routines en plannen van zijn oude leven en begon zich voor te bereiden op alles wat God hem had toevertrouwd te doen en hij maakte alles voor wat nodig was voor de ark die God hem had gevraagd te bouwen gereed. Hij durfde geen enkel woord van God te veronachtzamen, noch iets van wat God vroeg, noch enig detail van wat er in Gods woorden van hem werd vereist. Op zijn eigen manier legde hij de hoofdpunten en bijzonderheden vast van alles wat God hem vroeg en toevertrouwde, en overpeinsde en overdacht die vervolgens keer op keer. Vervolgens ging Noach op zoek naar alle materialen die God hem had gevraagd voor te bereiden. Natuurlijk maakte hij na elke instructie die God hem gaf, op zijn eigen manier gedetailleerde plannen en trof regelingen voor alles wat God hem had toevertrouwd en hem had opgedragen te doen – en vervolgens bracht hij stap voor stap zijn plannen en regelingen in praktijk en voerde ze uit, evenals elk detail en elke afzonderlijke stap die God vroeg. Gedurende het hele proces was alles wat Noach deed, of het nu groot of klein was, of het nu opmerkelijk was in de ogen van de mens of niet, wat hem door God was opgedragen te doen, en wat door God was gesproken en vereist. Uit alles wat in Noach tot uiting kwam nadat hij Gods opdracht had aanvaard, blijkt duidelijk dat zijn houding ten opzichte van Gods woorden niet slechts een kwestie was van luisteren en verder niets – laat staan dat Noach na het horen van deze woorden een moment koos waarop hij in een goede bui was, waarop de omgeving goed was of waarop de timing gunstig was om dit uit te voeren. In plaats daarvan legde hij al zijn werkzaamheden opzij, brak met zijn dagelijkse routine en maakte de bouw van de ark die God had bevolen vanaf dat moment de grootste prioriteit in zijn dagelijks leven en bestaan, en voerde die dienovereenkomstig uit. Zijn houding ten opzichte van Gods opdracht en Gods woorden was niet lichtzinnig, plichtmatig of grillig, laat staan dat die afwijzend was; in plaats daarvan luisterde hij zorgvuldig naar Gods woorden en zette hij zich met hart en ziel in om ze te onthouden en te overpeinzen. Zijn houding ten opzichte van Gods woorden was een van aanvaarding en onderwerping. Voor God is dit de enige houding die Hij van een waar schepsel ten opzichte van Zijn woorden vereist. Er was geen weerstand, geen plichtmatigheid, geen eigenzinnigheid of roekeloosheid in deze houding, noch was deze vermengd met de menselijke wil; het was, geheel en al, de houding die een geschapen mens behoort te hebben.

Nadat hij Gods opdracht had aanvaard, begon Noach plannen te maken voor hoe hij de ark kon bouwen die God hem had toevertrouwd. Hij zocht naar diverse materialen, en de mensen en gereedschappen die nodig waren voor het bouwen van de ark. Natuurlijk kwam hier heel wat bij kijken; het was niet zo gemakkelijk en eenvoudig als de tekst suggereert. In dat pre-industriële tijdperk, een tijdperk waarin alles met de hand werd gedaan, door middel van fysieke arbeid, is het niet moeilijk om je voor te stellen hoe zwaar het was om zo’n ark te bouwen, zo’n kolos, om de taak van het bouwen van een ark zoals die hem door God was toevertrouwd te voltooien. Natuurlijk waren de manieren waarop Noach plande, voorbereidde, ontwierp en diverse dingen vond, zoals materialen en gereedschappen, geen eenvoudige zaken, en Noach had misschien nog nooit zo’n enorme boot gezien. Nadat hij deze opdracht had aanvaard, wist Noach door tussen de regels van Gods woorden door te lezen en afgaande op alles wat God had gezegd dat dit geen eenvoudige zaak en geen gemakkelijke taak was. Dit was geen eenvoudige of gemakkelijke taak – wat waren de implicaties hiervan? Om te beginnen betekende het dat Noach, na het aanvaarden van deze opdracht, een zware last op zijn schouders zou dragen. Bovendien was dit, afgaande op hoe God Noach persoonlijk ontbood en hem persoonlijk instrueerde hoe de ark te bouwen, geen gewone zaak, het was geen kleinigheid. Afgaande op de details van alles wat God zei, was dit niet iets dat een gewoon mens kon dragen. Het feit dat God Noach ontbood en hem de opdracht gaf een ark te bouwen, laat zien hoe belangrijk Noach was in Gods hart. Wat deze zaak betreft, was Noach natuurlijk in staat enkele van Gods bedoelingen te begrijpen – en toen hij dat had begrepen, besefte Noach wat voor leven hij de komende jaren tegemoet zou gaan, en was hij zich bewust van sommige van de moeilijkheden die hij zou tegenkomen. Hoewel Noach besefte en begreep hoe moeilijk de taak was die God hem had toevertrouwd, en hoe groot de beproevingen zouden zijn die hem te wachten stonden, was hij niet van plan te weigeren, maar was hij in plaats daarvan Jehova God diep dankbaar. Waarom was Noach dankbaar? Omdat God hem onverwachts zoiets belangrijks had toevertrouwd, en hem persoonlijk elk detail had verteld en uitgelegd. Nog belangrijker was dat God Noach ook het hele verhaal had verteld, van begin tot eind, waarom de ark gebouwd moest worden. Dit was een zaak van Gods eigen managementplan, het was Gods eigen zaak, maar God had hem over deze zaak verteld, dus Noach voelde het belang ervan aan. Kortom, afgaande op deze diverse tekenen, afgaande op de toon van Gods woorden en de diverse aspecten van wat God Noach meegaf, kon Noach het belang aanvoelen van de taak van het bouwen van de ark die God hem had toevertrouwd. Hij kon dit in zijn hart beseffen en durfde het niet licht op te vatten, noch durfde hij enig detail over het hoofd te zien. Daarom formuleerde Noach, zodra God klaar was met het geven van Zijn instructies, zijn plan en ging hij aan de slag met het treffen van alle regelingen voor het bouwen van de ark, het zoeken naar mankracht, het voorbereiden van allerlei materialen en, in overeenstemming met Gods woorden, het geleidelijk bijeenbrengen van de diverse soorten levende wezens in de ark.

Het hele proces van het bouwen van de ark was vol moeilijkheden. Laten we voorlopig even buiten beschouwing laten hoe Noach de gierende wind, de brandende zon en de striemende regen, de verzengende hitte en de bittere kou, en de vier wisselende seizoenen, jaar na jaar, doorstond. Laten we eerst spreken over wat voor kolossale onderneming het bouwen van de ark was, en over zijn voorbereiding van de diverse materialen, en de talloze moeilijkheden waarmee hij werd geconfronteerd tijdens het bouwen van de ark. Wat hielden deze moeilijkheden in? In tegenstelling tot wat mensen denken, gingen sommige fysieke taken niet altijd de eerste keer goed, en Noach moest vele mislukkingen doorstaan. Als iets er verkeerd uitzag nadat hij het had gebouwd, haalde hij het weer uit elkaar, en nadat hij het uit elkaar had gehaald, moest hij materialen voorbereiden en alles opnieuw doen. Het was niet zoals in het moderne tijdperk, waar iedereen alles met elektronische apparatuur doet, en zodra die is ingesteld, het werk volgens een vast programma wordt uitgevoerd. Wanneer zulk werk tegenwoordig wordt uitgevoerd, is het gemechaniseerd, en zodra je een machine aanzet, kan die het werk gedaan krijgen. Maar Noach leefde in een tijdperk van een primitieve samenleving waarin al het werk met de hand gedaan werd. Je moest al het werk met je eigen twee handen doen, je ogen en verstand gebruiken, en je eigen ijver en kracht. Natuurlijk moesten mensen bovenal op God vertrouwen; ze moesten God overal en altijd zoeken. Terwijl hij allerlei moeilijkheden tegenkwam, en in de dagen en nachten die hij doorbracht met het bouwen van de ark, moest Noach niet alleen de diverse situaties het hoofd bieden die zich voordeden tijdens het voltooien van deze kolossale onderneming, maar ook de diverse omstandigheden om hem heen, evenals de spot, laster en het verbale geweld van anderen. Hoewel we die scènes niet persoonlijk hebben meegemaakt toen ze plaatsvonden, kunnen we ons niet enkele van de diverse moeilijkheden voorstellen waarmee Noach werd geconfronteerd en die hij ervoer, en de diverse uitdagingen waarmee hij te maken kreeg? Tijdens het bouwen van de ark was het eerste waarmee Noach te maken kreeg het onbegrip van zijn familie, hun gezeur, geklaag en zelfs verguizing. Ten tweede werd hij gelasterd, bespot en geoordeeld door degenen om hem heen – zijn familieleden, zijn vrienden en allerlei andere mensen. Maar Noach had slechts één houding, namelijk Gods woorden gehoorzamen, ze tot in het kleinste detail in praktijk brengen en hier nooit van afwijken. Wat had Noach zich voorgenomen? ‘Zolang ik leef, zolang ik nog kan bewegen, zal ik Gods opdracht niet opgeven.’ Dit was zijn motivatie terwijl hij de grote onderneming van het bouwen van de ark uitvoerde, en de houding die hij had toen Gods bevelen hem gegeven werden en nadat hij Gods woorden had gehoord. Geconfronteerd met allerlei problemen, moeilijke situaties en uitdagingen, deinsde Noach niet terug. Ondanks dat Noach vanbinnen overstuur en bezorgd was wanneer sommige van zijn moeilijkere technische taken vaak mislukten en schade opliepen, voelde hij zich vaak buitengewoon gemotiveerd wanneer hij aan Gods woorden dacht, wanneer hij zich elk woord herinnerde dat God hem had bevolen, en Gods verheffing van hem. ‘Ik kan niet opgeven, ik kan niet verwerpen wat God mij heeft bevolen en toevertrouwd te doen; dit is Gods opdracht, en aangezien ik die heb aanvaard, aangezien ik de woorden heb gehoord die door God zijn gesproken en de stem van God heb gehoord, en aangezien ik dit van God heb aanvaard, moet ik me absoluut onderwerpen; dat is wat een mens behoort te bereiken.’ Dus, ongeacht met wat voor moeilijkheden hij werd geconfronteerd, ongeacht wat voor spot of laster hij tegenkwam, ongeacht hoe uitgeput en hoe moe zijn lichaam werd, verzaakte hij niet wat hem door God was toevertrouwd, en hield hij voortdurend elk woord dat God had gezegd en bevolen in gedachten. Ongeacht hoe zijn omgevingen veranderden, ongeacht de grote moeilijkheid waarmee hij werd geconfronteerd, hij vertrouwde erop dat niets hiervan voor altijd zou duren, dat alleen Gods woorden nooit voorbij zouden gaan, en dat alleen dat wat God beval te doen zeker zou worden volbracht. Noach had een waar geloof in God in zich, en de onderwerping die hij behoorde te hebben, en hij ging door met het bouwen van de ark die God hem had gevraagd te bouwen. Dag na dag, jaar na jaar werd Noach ouder, maar zijn geloof nam niet af, en er was geen verandering in zijn houding en vastberadenheid om Gods opdracht te voltooien. Hoewel er momenten waren waarop zijn lichaam moe en uitgeput was, en hij ziek werd, en hij in zijn hart zwak was, namen zijn vastberadenheid en volharding om Gods opdracht te voltooien en zich aan Gods woorden te onderwerpen niet af. Gedurende de jaren dat Noach de ark bouwde, beoefende Noach het luisteren naar en zich onderwerpen aan de woorden die God had gezegd, en hij beoefende ook een belangrijke waarheid; dat een schepsel en een gewoon mens Gods opdracht moet voltooien. Ogenschijnlijk was het hele proces eigenlijk maar één ding: de ark bouwen, goed en volledig uitvoeren wat God hem had opgedragen. Maar wat was er nodig om dit goed te doen, en om het succesvol te voltooien? Het vereiste geen menselijke ijver, of hun slogans, laat staan een paar eden die in een opwelling werden gezworen, noch de zogenaamde bewondering van mensen voor de Schepper. Het vereiste deze dingen niet. Tegenover Noachs bouw van de ark zijn de zogenaamde bewondering van mensen, hun eden, hun ijver en hun geloof in God in hun geestelijke wereld allemaal van geen enkel nut; tegenover Noachs ware geloof en ware onderwerping aan God lijken mensen zo armzalig, beklagenswaardig, en de weinige doctrines die ze begrijpen lijken zo hol, bleek, krachteloos en zwak – om nog maar te zwijgen van schandelijk, verachtelijk en smerig.

Het kostte Noach 120 jaar om de ark te bouwen. Deze 120 jaren waren geen 120 dagen, of 10 jaren, of 20 jaren, maar decennia langer dan de levensverwachting van normale mensen tegenwoordig. Gezien de duur en moeilijkheidsgraad om dit te volbrengen en de omvang van de benodigde bouwkunde, zou de ark dan ooit zijn voltooid als Noach geen waar geloof had gehad, als zijn geloof slechts een gedachte was geweest, een houvast voor zijn hoop, zijn ijver, of een soort vaag en abstract geloof? Als zijn onderwerping aan God slechts een mondelinge belofte was geweest, als het slechts een notitie op een briefje was geweest, zoals jullie die nu maken, had de ark dan gebouwd kunnen worden? (Nee.) Als zijn onderwerping aan het accepteren van Gods opdracht niets anders was geweest dan wil en vastberadenheid, een wens, had de ark dan gebouwd kunnen worden? Als Noachs onderwerping aan God slechts een zaak van formeel dingen opgeven, inspanning en het betalen van een prijs, of in theorie meer werk doen, een hogere prijs betalen en loyaal zijn aan God, of een zaak van slogans, had de ark dan gebouwd kunnen worden? (Nee.) Dat zou te moeilijk zijn! Als Noachs houding ten opzichte van het accepteren van Gods opdracht slechts een soort transactie was geweest, als Noachs het slechts had geaccepteerd om gezegend en beloond te worden, had de ark dan gebouwd kunnen worden? Absoluut niet! Iemands ijver kan 10 of 20 jaar aanhouden, of 50 of 60 jaar, maar als de dood dan nabij is en hij ziet dat hij niets heeft gewonnen, verliest hij zijn geloof in God. Deze ijver die 20, 50 of 80 jaar aanhoudt wordt geen onderwerping of waar geloof. Dit is zeer tragisch. Het ware geloof en de ware onderwerping die in Noach werden aangetroffen is precies wat er aan de huidige mens ontbreekt en precies wat de huidige mens niet kan zien, en wat hij geringschat, afwijst, en zelfs op neerkijkt. Als je het verhaal vertelt van Noach die de ark bouwt, word je altijd overspoeld door een stortvloed aan opgewonden discussies. Iedereen kan erover praten, iedereen heeft er iets over te zeggen. Maar niemand denkt eraan of probeert uit te zoeken wat er in Noach werd aangetroffen, welk beoefeningspad hij had, welke door God gewenste houding, en welke zienswijze hij had ten aanzien van Gods geboden, wat voor karakter hij had als het ging om het luisteren naar en in praktijk brengen van Gods woorden. Dus zeg Ik dat de mensen van tegenwoordig niet waardig zijn om het verhaal van Noach te vertellen, want als ze dit verhaal vertellen, behandelen ze Noach als niet anders dan een legendarisch figuur of zelfs als een gewone oude man met een witte baard. In gedachten vragen ze zich af of er wel echt zo iemand is geweest, hoe hij echt was, en doen ze geen poging om te begrijpen hoe Noach kwam tot die uitingen nadat hij Gods opdracht aanvaardde. Als we nu teruggaan naar het verhaal van Noach die de ark bouwt, vind je het dan een belangrijke of een onbelangrijke gebeurtenis? Is het slechts een gewoon verhaal van een oude man die in lang vervlogen tijden een ark heeft gebouwd? (Nee.) Van alle mensen was Noach het voorbeeld van Godvrezendheid, onderwerping aan God en Gods opdracht volbrengen dat het meeste navolging verdient. Hij werd door God goedgekeurd en zou een voorbeeld moeten zijn voor hen die God nu volgen. En wat was het meest kostbaar aan hem? Hij had maar één houding tegenover de woorden van God: te luisteren en aanvaarden, aanvaarden en zich onderwerpen, en zich te onderwerpen tot de dood. Het was deze houding, die het kostbaarst van alles was, die hem Gods goedkeuring opleverde. Als het op Gods woorden aankwam, was hij niet plichtmatig, was hij niet slechts mechanisch, en onderwierp hij ze niet aan diepgaand onderzoek of analyse, hij weerstond of verwierp ze niet vanbinnen, om ze vervolgens naast zich neer te leggen; in plaats daarvan luisterde hij aandachtig, aanvaardde hij ze, beetje bij beetje, in zijn hart, en overpeinsde vervolgens hoe hij ze in praktijk kon brengen, hoe hij ze kon implementeren, hoe hij ze kon beoefenen zoals oorspronkelijk bedoeld, zonder enige afwijking. En terwijl hij Gods woorden overpeinsde, zei hij bij zichzelf: ‘Dit zijn de woorden van God, het zijn Gods instructies, Gods opdracht, ik ben verplicht, ik moet me onderwerpen, ik kan geen details weglaten, ik kan niet tegen ook maar een van Gods wensen ingaan, noch kan ik ook maar een van de details van wat Hij zei over het hoofd zien, anders zou ik het niet waard zijn mens genoemd te worden, zou ik Gods opdracht onwaardig zijn, en Zijn verheffing onwaardig. Als ik er in dit leven niet in slaag alles te voltooien wat God mij heeft verteld en aan mij heeft toevertrouwd, dan zal ik met spijt rondlopen. Sterker nog, ik zal Gods opdracht en Zijn verheffing van mij onwaardig zijn, en zal de Schepper niet onder ogen durven komen.’ Alles wat Noach in zijn hart had gedacht en overwogen, elk perspectief van hem en elke houding van hem, bepaalden stuk voor stuk dat hij uiteindelijk in staat was Gods woorden in praktijk te brengen, Gods woorden werkelijkheid te maken, Gods woorden tot vervulling te brengen, en ervoor te zorgen dat ze door zijn harde werk werden vervuld en volbracht en door hem in een werkelijkheid werden omgezet, en zodat Gods opdracht niet op niets uitliep. Afgaande op alles wat Noach dacht, elk idee dat in zijn hart opkwam, en zijn houding ten opzichte van God, was Noach Gods opdracht waardig, was hij een man die door God werd vertrouwd, en iemand die God gunstig gezind was. God neemt elk woord en elke daad van mensen waar, Hij neemt hun gedachten en ideeën waar. In Gods ogen had Hij, aangezien Noach zo kon denken, niet verkeerd gekozen; Noach kon Gods opdracht en Gods vertrouwen dragen, en hij was in staat Gods opdracht te voltooien: hij was de enige keuze onder de hele mensheid.

In Gods ogen was Noach Zijn enige keuze voor het volbrengen van zo’n grote onderneming als het bouwen van een ark. Wat werd er dan in Noach gevonden? Twee dingen: waar geloof en ware onderwerping. In Gods hart zijn dit de normen die Hij van mensen vereist. Simpel, toch? (Ja.) De ‘enige keuze’ bezat deze twee dingen, dingen die zo simpel zijn – maar afgezien van Noach zijn ze in niemand anders te vinden. Sommige mensen zeggen: “Hoe kan dat? We hebben onze gezinnen en carrières opgegeven, we hebben werk, toekomstperspectieven en opleiding laten gaan, we hebben onze bezittingen en kinderen achtergelaten. Kijk eens hoe groot ons geloof is, hoeveel we van God houden! In welk opzicht doen we onder voor Noach? Als God ons vroeg een ark te bouwen – nou, de moderne industrie is sterk ontwikkeld, en hebben wij geen toegang tot hout en voldoende gereedschappen? Wij kunnen ook in de brandende zon werken als we machines gebruiken; wij kunnen ook van zonsopgang tot zonsondergang werken. Wat is er nou zo bijzonder aan het voltooien van zo’n klein klusje? Noach deed er honderd jaar over, maar wij zouden het in minder tijd doen zodat God Zich geen zorgen hoeft te maken – het zou ons maar tien jaar kosten. U zei dat Noach de enige keuze was, maar tegenwoordig zijn er veel perfecte kandidaten; mensen zoals wij die hun gezin en carrière hebben opgegeven, die waar geloof in God hebben, die zich werkelijk inzetten – zij zijn allemaal perfecte kandidaten. Hoe kon U zeggen dat Noach de enige keuze was? U slaat ons te laag aan, nietwaar?” Is er een probleem met deze woorden? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “In Noachs tijd waren wetenschap en technologie nog erg onderontwikkeld, hij had geen elektriciteit, geen moderne machines, niet eens de eenvoudigste elektrische boren en kettingzagen, of zelfs maar spijkers. Hoe heeft hij het in vredesnaam voor elkaar gekregen om de ark te bouwen? Tegenwoordig hebben we al deze dingen. Zou het voor ons niet ongelooflijk gemakkelijk zijn om deze opdracht te voltooien? Als God vanuit de lucht tot ons sprak en ons opdroeg een ark te bouwen, vergeet dan het idee van slechts een – we zouden er gemakkelijk tien kunnen bouwen. Het zou niets voorstellen, kinderspel. God, gebied ons wat U maar wilt. Wat U ook vereist, vertel het ons. Het zou helemaal niet moeilijk zijn voor ons allemaal samen om een ark te bouwen! We zouden er tien, twintig, zelfs honderd kunnen bouwen. Zoveel als U wilt.” Zijn de dingen zo simpel? (Nee.) Zodra Ik zeg dat Noach de enige keuze was, willen sommige mensen de strijd met Mij aanbinden, ze zijn niet overtuigd: “U heeft een hoge dunk van de ouden omdat ze er niet meer zijn. De mensen van nu zitten vlak onder Uw neus, maar U kunt niet zien wat er zo goed aan hen is. U bent blind voor alle goede dingen die de hedendaagse mensen hebben gedaan, voor al hun goede daden. Noach deed maar één klein dingetje; is het niet omdat er toen geen industrie was en alle fysieke arbeid zwaar was, dat U vindt dat wat hij deed het waard is om herinnerd te worden, dat U hem een voorbeeld en een model vindt, en blind bent voor het lijden van de mensen van nu en de prijs die wij voor U betalen, en voor ons geloof vandaag?” Is dit het geval? (Nee.) Ongeacht het tijdperk of de periode, ongeacht de omstandigheden in de omgeving waarin mensen leven, deze materiële voorwerpen en de algemene omgeving doen er niet toe, ze zijn niet belangrijk. Wat is belangrijk? Wat het belangrijkst is, is niet het tijdperk waarin je leeft, of je een bepaalde technologie beheerst, noch hoeveel van Gods woorden je hebt gelezen of gehoord. Wat het belangrijkst is, is of mensen al dan niet waar geloof bezitten, of ze ware onderwerping hebben of niet. Deze twee dingen zijn het belangrijkst, en geen van beide mag ontbreken. Als jullie in de tijd van Noach geplaatst zouden worden, wie van jullie zou deze opdracht dan kunnen voltooien? Ik durf te zeggen dat zelfs als jullie allemaal zouden samenwerken, jullie dit niet zouden kunnen volbrengen. Jullie zouden nog niet eens de helft kunnen doen. Voordat alle materialen zelfs maar voorbereid waren, zouden velen van jullie weggerend zijn, klagend over God en twijfelend aan Hem. Een klein aantal van jullie zou met grote moeite kunnen volharden, volharden dankzij jullie vasthoudendheid, ijver en gedachten. Maar hoe lang zouden jullie kunnen volharden? Wat voor motivatie hebben jullie nodig om door te gaan? Hoeveel jaar zouden jullie het volhouden zonder waar geloof en ware onderwerping? Dit hangt af van karakter. Degenen met een beter karakter en een beetje geweten zouden het acht of tien jaar kunnen volhouden, twintig of dertig, misschien zelfs vijftig. Maar na vijftig jaar zouden ze bij zichzelf denken: ‘Wanneer komt God? Wanneer komt de watervloed? Wanneer zal het teken verschijnen dat door God gegeven is? Ik heb mijn hele leven één ding gedaan. Wat als de vloed niet komt? Ik heb in mijn leven veel geleden, ik heb vijftig jaar volhard – dat is goed genoeg, God zal het Zich niet herinneren of mij veroordelen als ik nu opgeef. Dus, ik ga mijn eigen leven leiden. God spreekt of reageert niet. Ik kijk de hele dag naar de blauwe lucht en witte wolken en zie niets. Waar is God? Degene die ooit heeft gedonderd en gesproken – was dat God? Was het een illusie? Wanneer komt hier een einde aan? Het maakt God niets uit. Hoe ik ook om hulp roep, ik hoor alleen maar stilte, en Hij verlicht of begeleidt me niet wanneer ik bid. Laat maar zitten!’ Zouden ze nog waar geloof hebben? Naarmate de tijd verstreek, zouden ze waarschijnlijk gaan twijfelen. Ze zouden denken aan verandering, ze zouden een uitweg zoeken, Gods opdracht opzijzetten en hun kortstondige ijver en kortstondige geloften opgeven; omdat ze hun eigen lot in handen willen nemen en hun eigen leven willen leiden, zouden ze Gods opdracht naar de achtergrond van hun gedachten verdringen. En wanneer God hen op een dag persoonlijk kwam aansporen, wanneer Hij vroeg naar de voortgang bij het bouwen van de ark, zouden ze zeggen: “Ah! God bestaat echt! Er is dus echt een God. Ik moet gaan bouwen!” Als God niet sprak, als Hij hen niet opjoeg, zouden ze dit niet als een dringende zaak zien; ze zouden denken dat het wel kon wachten. Zo’n wispelturige denkwijze, deze houding van met tegenzin voortmodderen – is dit de houding die mensen met waar geloof zouden moeten tonen? (Nee.) Het is verkeerd om zo'n houding te hebben; het betekent dat ze geen waar geloof bezitten, laat staan ware onderwerping. Wanneer God persoonlijk tot je sprak, zou je kortstondige ijver je geloof in God aantonen, maar wanneer God je opzijzette en je niet aanspoorde, niet op je toezag of geen navraag deed, zou je geloof verdwijnen. De tijd zou verstrijken, en wanneer God niet tot je sprak of aan je verscheen, en geen inspecties van je werk uitvoerde, zou je geloof volledig verdwijnen; je zou je eigen leven willen leiden en je eigen zaakjes willen regelen, en Gods opdracht zou naar de achtergrond van je gedachten verdwijnen; je ijver, eden en vastberadenheid van destijds zouden niets meer betekenen. Denken jullie dat God een grote onderneming aan zo iemand zou durven toevertrouwen? (Nee.) Waarom niet? (Ze zijn onbetrouwbaar.) Dat klopt. Eén woord: onbetrouwbaar. Je bezit geen waar geloof. Je bent onbetrouwbaar. En dus ben je niet geschikt om door God met wat dan ook te worden toevertrouwd. Sommige mensen zeggen: “Waarom ben ik ongeschikt? Ik zal elke opdracht uitvoeren die God me toevertrouwt – wie weet, misschien kan ik het wel volbrengen!” Je kunt dingen in je dagelijks leven op een onzorgvuldige manier doen, en het maakt niet uit als de resultaten een beetje tekortschieten. Maar dingen die door God zijn toevertrouwd, dat wat God volbracht wil zien – wanneer zijn die ooit simpel? Als ze werden toevertrouwd aan een domkop of een bedrieger, aan iemand die in alles wat hij doet plichtmatig is, iemand die, na het aanvaarden van een opdracht, geneigd is overal en op elk moment te kwader trouw te handelen, zou dat een grote onderneming niet vertragen? Als jullie gevraagd werd te kiezen, als je een grote onderneming aan iemand moest toevertrouwen, aan wat voor soort persoon zou je die dan toevertrouwen? Wat voor soort persoon zou je kiezen? (Een betrouwbaar persoon.) Op zijn minst moet deze persoon betrouwbaar zijn, karakter hebben, en ongeacht de tijd, of hoe groot de moeilijkheden zijn die hij tegenkomt, zou hij met hart en ziel alles geven om te voltooien wat je hem had toevertrouwd, en verantwoording aan je af te leggen. Als dat het soort persoon is aan wie mensen een taak zouden toevertrouwen, hoeveel te meer geldt dat dan voor God! Dus, voor deze grote gebeurtenis, de vernietiging van de wereld door watervloeden, een gebeurtenis die de bouw van een ark vereiste, en iemand die het waard was om te overleven en te blijven bestaan, wie zou God kiezen? Ten eerste zou Hij, in theorie, iemand kiezen die geschikt was om te blijven bestaan, die geschikt was om in het volgende tijdperk te leven. In werkelijkheid moet deze persoon allereerst Gods woorden kunnen gehoorzamen, hij moet waar geloof in God hebben, en wat God ook zei – ongeacht wat het inhield, of het overeenkwam met zijn eigen noties, of het naar zijn smaak was, of het overeenstemde met zijn eigen wil – als de woorden van God beschouwen. Wat God hem ook vroeg te doen, hij zou nooit de identiteit van God mogen ontkennen, hij moet zichzelf altijd als een schepsel beschouwen en het gehoorzamen van Gods woorden altijd als een roeping beschouwen; dit is het soort persoon aan wie God deze specifieke onderneming toevertrouwt. In Gods hart was Noach precies zo iemand. Niet alleen was hij iemand die het waard was om in het nieuwe tijdperk te blijven bestaan, maar hij was ook iemand die een zware verantwoordelijkheid kon dragen, die zich zonder compromissen tot het einde toe aan Gods woorden kon onderwerpen, en die zijn leven zou gebruiken om te voltooien wat God hem had toevertrouwd. Dit was wat Hij in Noach vond. Vanaf het moment dat Noach Gods opdracht aanvaardde, tot het moment dat hij elke afzonderlijke taak voltooide die hem was toevertrouwd – gedurende deze hele periode speelden Noachs geloof en zijn houding van onderwerping aan God een absoluut cruciale rol; zonder deze twee dingen had het werk niet voltooid kunnen worden en zou deze opdracht niet zijn volbracht.

Als Noach bij het aanvaarden van Gods opdracht zijn eigen ideeën, plannen en noties had gehad, hoe zou de hele onderneming dan veranderd zijn? Om te beginnen zou hij, wanneer hij geconfronteerd werd met elk detail dat God hem meedeelde – de specificaties en soorten materialen, de manier en methoden om de hele ark te bouwen, en de schaal en afmetingen van de hele ark – toen hij dit alles hoorde, hebben gedacht: ‘Hoeveel jaar zou het kosten om zoiets groots te bouwen? Hoeveel inspanning en ontbering zou het kosten om al deze materialen te vinden? Ik zou uitgeput raken! Zulke uitputting zou mijn leven vast verkorten, toch? Kijk eens hoe oud ik ben, en toch laat God me niet met rust, en vraagt Hij me zoiets veeleisends te doen – zou ik het kunnen verdragen? Nou, ik doe het wel, maar ik heb een list achter de hand: ik doe gewoon in grote lijnen wat God zegt. God zei dat ik een soort waterdicht dennenhout moest vinden. Ik heb gehoord van een plek waar ik wat kan krijgen, maar het is behoorlijk ver weg en best gevaarlijk. Het vinden en verkrijgen ervan zal veel inspanning kosten, dus wat als ik in de buurt een vergelijkbare soort kan vinden als vervanging, eentje die min of meer hetzelfde is? Het zou minder riskant zijn en minder inspanning kosten – dit zou toch ook wel goed zijn?’ Had Noach zulke plannen? Als hij die had gehad, zou dit dan ware onderwerping zijn? (Nee.) Bijvoorbeeld: God zei dat de ark honderd meter hoog gebouwd moest worden. Zou hij, toen hij dit hoorde, hebben gedacht: honderd meter is te hoog, niemand zou erop kunnen komen. Zou het niet levensgevaarlijk zijn om naar boven te klimmen en eraan te werken? Dus ik maak de ark een beetje lager, laten we het op vijftig meter houden. Dat zal minder gevaarlijk zijn en gemakkelijker voor mensen om erop te komen. Dat zou toch prima zijn? Zou Noach zulke gedachten hebben gehad? (Nee.) Dus als hij die wel had gehad, denken jullie dan dat God de verkeerde persoon zou hebben gekozen? (Ja.) Noachs ware geloof en onderwerping aan God stelden hem in staat zijn eigen wil opzij te zetten; zelfs als hij zulke gedachten had gehad, zou hij er nooit naar hebben gehandeld. God wist dat Noach op dit punt betrouwbaar was. Allereerst zou Noach geen enkele wijziging aanbrengen in de details die door God waren voorgeschreven, noch zou hij er zijn eigen ideeën aan toevoegen, laat staan dat hij de door God voorgeschreven details zou veranderen voor zijn eigen persoonlijke voordeel; in plaats daarvan zou hij alles wat God vroeg tot op de letter uitvoeren, en ongeacht hoe moeilijk het was om aan materialen te komen om de ark te bouwen, ongeacht hoe zwaar of uitputtend het werk was, zou hij zijn uiterste best doen en al zijn energie gebruiken om het naar behoren te voltooien. Is dit niet wat hem betrouwbaar maakte? En was dit een werkelijke uiting van zijn ware onderwerping aan God? (Ja.) Was deze onderwerping absoluut? (Ja.) En ze was nergens mee bezoedeld, ze bevatte geen van zijn eigen neigingen, ze was niet vermengd met persoonlijke plannen, laat staan met persoonlijke noties of belangen; in plaats daarvan was het zuivere, eenvoudige, absolute onderwerping. En was dit gemakkelijk te bereiken? (Nee.) Sommige mensen zijn het er misschien niet mee eens: “Wat is daar zo moeilijk aan? Houdt het niet gewoon in dat je niet nadenkt, dat je als een robot bent, dat je alles doet wat God ook zegt – is dat niet gemakkelijk?” Wanneer het moment komt om te handelen, ontstaan er moeilijkheden; de gedachten van mensen veranderen altijd, ze hebben altijd hun eigen neigingen, en dus zijn ze geneigd te twijfelen of Gods woorden volbracht kunnen worden. Gods woorden zijn voor hen gemakkelijk te aanvaarden wanneer ze die horen, maar wanneer het moment komt om te handelen, wordt het zwaar; zodra de ontbering begint, zijn ze geneigd negatief te worden, en is het niet gemakkelijk voor hen om zich te onderwerpen. Het is dus duidelijk dat Noachs karakter en zijn ware geloof en onderwerping werkelijk navolgenswaardig zijn. Is het jullie nu duidelijk hoe Noach reageerde en zich onderwierp toen hij geconfronteerd werd met Gods woorden, bevelen en vereisten? Deze onderwerping was niet bezoedeld met persoonlijke ideeën. Noach eiste van zichzelf absolute onderwerping, gehoorzaamheid en uitvoering van Gods woorden, zonder af te dwalen, of slimme trucjes uit te halen, of te proberen slim te zijn, zonder een hoge dunk van zichzelf te hebben en te denken dat hij God suggesties aan de hand kon doen, dat hij zijn eigen ideeën aan Gods bevelen kon toevoegen, en zonder zijn eigen goede bedoelingen in te brengen. Is dit niet wat er beoefend moet worden wanneer je probeert absolute onderwerping te bereiken?

Hoe lang deed Noach erover om de ark te bouwen nadat God hem dat had bevolen? (Honderdtwintig jaar.) Gedurende deze honderdtwintig jaar deed Noach één ding: hij bouwde de ark en verzamelde verschillende soorten levende wezens. En hoewel dit maar één ding was, niet veel verschillende taken, bracht dit ene ding een enorme hoeveelheid werk met zich mee. Dus wat was het doel hiervan? Waarom bouwde hij deze ark? Wat was het doel en de betekenis hiervan? Het was opdat elk soort levend wezen zou overleven wanneer God de wereld door een vloed vernietigde. Dus Noach deed wat hij deed om voorafgaand aan Gods vernietiging van de wereld, voorbereidingen te treffen voor het overleven van elk soort levend wezen. En was dit voor God een zeer dringende zaak? Kon Noach aan de toon van Gods spreken en de essentie van wat God beval, horen dat God haastig was en dat Zijn bedoeling dringend was? (Ja.) Stel bijvoorbeeld dat jullie wordt verteld: “De pest komt eraan. Het is zich in de buitenwereld gaan verspreiden. Jullie moeten één ding doen, en snel ook: schiet op en koop voedsel en mondkapjes. Dat is alles!” Wat horen jullie hierin? Is het dringend? (Dat is het.) Dus wanneer moet dit gedaan worden? Moet je wachten tot volgend jaar, het jaar daarop, of over een paar jaar? Nee – dit is een dringende taak, een belangrijke zaak. Zet alle andere dingen opzij en zorg eerst dat dit gebeurt. Is dit wat jullie uit deze woorden horen? (Ja.) Dus wat moeten degenen die aan God onderworpen zijn doen? Ze moeten onmiddellijk de taak waar ze mee bezig zijn opzijzetten. Niets anders doet ertoe. God is erg haastig met betrekking tot dat wat Hij zojuist heeft bevolen te doen; ze moeten geen tijd verspillen aan het doen en uitvoeren van deze taak, die voor God dringend is en die God bezighoudt; ze moeten die voltooien voordat ze andere klussen uitvoeren. Dit is wat onderwerping betekent. Maar als je het analyseert door te denken: ‘Komt er een pest aan? Verspreidt die zich? Als die zich verspreidt, laat die zich dan maar verspreiden – die verspreidt zich niet naar ons. Als dat wel gebeurt, zien we dan wel verder. Mondkapjes en voedsel kopen? Mondkapjes zijn altijd verkrijgbaar. En het maakt niet uit of je ze draagt of niet. We hebben nu nog voedsel, waarom zouden we ons daar zorgen over maken? Waarom die haast? Wacht tot de pest hier is. We hebben nu andere dingen aan ons hoofd.’ Is dit onderwerping? (Nee.) Wat is dit? Dit wordt gezamenlijk aangeduid als opstandigheid. Meer specifiek is het onverschilligheid, verzet, analyse en onderzoek, evenals minachting in het hart, de gedachte dat dit nooit zou kunnen gebeuren en het niet geloven dat het echt is. Is er waar geloof in zo’n houding? (Nee.) Hun algehele gesteldheid is deze: met betrekking tot de woorden van God, en ten opzichte van de waarheid, hebben ze steevast een houding van treuzelen, van onverschilligheid, van achteloosheid; in hun hart zien ze dit helemaal niet als belangrijk. Ze denken: ‘Ik zal luisteren naar de dingen die U zegt die betrekking hebben op de waarheid, en naar Uw verheven preken – ik zal niet aarzelen om deze te noteren zodat ik ze niet vergeet. Maar de dingen die U zegt over het kopen van voedsel en mondkapjes hebben geen betrekking op de waarheid, dus ik kan ze verwerpen, ik kan ze in mijn hart belachelijk maken, en ik kan U behandelen met een houding van onverschilligheid en desinteresse. Het is genoeg dat ik met mijn oren luister, maar wat ik in mijn hart denk is niet Uw zaak, het gaat U niets aan.’ Was dit Noachs houding ten opzichte van Gods woorden? (Nee.) Waaruit blijkt dat hij niet zo was? We moeten hierover praten; het zal je leren dat Noachs houding ten opzichte van God totaal anders was. En er zijn feiten om het te bewijzen.

In dat pre-industriële tijdperk, toen alles met de hand moest worden uitgevoerd en voltooid, was elke handmatige taak erg zwaar en tijdrovend. Toen Noach Gods opdracht hoorde, toen hij alle dingen hoorde die God beschreef, besefte hij hoe serieus deze zaak was en hoe ernstig de situatie. Hij wist dat God de wereld zou vernietigen. En waarom zou Hij dit doen? Omdat de mensen zo kwaadaardig waren, niet in Gods woord geloofden en Gods woord zelfs ontkenden, en God die mensheid verafschuwde. Verafschuwde God die mensheid slechts een dag of twee? Zei God in een opwelling: “Vandaag mag Ik deze mensheid niet. Ik zal deze mensheid vernietigen, dus schiet op en maak een ark voor Mij”? Is dit het geval? Nee. Na Gods woorden te hebben gehoord, begreep Noach wat God bedoelde. God had die mensheid niet slechts een of twee dagen verafschuwd; Hij wilde haar vurig vernietigen, zodat de mensheid opnieuw kon beginnen. Maar deze keer wilde God niet opnieuw een andere mensheid scheppen; in plaats daarvan zou Hij Noach het geluk ten deel laten vallen om te overleven als de meester van het volgende tijdperk, als de voorvader van de mensheid. Toen hij dit aspect van Gods bedoeling begreep, kon Noach in het diepst van zijn hart Gods dringende bedoeling voelen, hij kon Gods urgentie aanvoelen – en dus voelde Noach, toen God sprak, behalve dat hij zorgvuldig, nauwlettend en ijverig luisterde, iets in zijn hart. Wat voelde hij? Urgentie, de emotie die een waar schepsel behoort te voelen na het beseffen van de dringende bedoelingen van de Schepper. En dus, wat dacht Noach in zijn hart, toen God hem had bevolen een ark te bouwen? Hij dacht: ‘Vanaf vandaag maakt niets méér uit dan het bouwen van de ark, is niets zo belangrijk en urgent als dit. Ik heb de woorden uit het hart van de Schepper gehoord, ik heb Zijn dringende bedoeling gevoeld, dus ik moet niet treuzelen; ik moet de ark waarover God sprak en waar Hij om vroeg, met de grootste spoed bouwen.’ Wat was Noachs houding? Zijn houding was er een van niet nalatig durven zijn. En op welke manier voerde hij het bouwen van de ark uit? Zonder uitstel. Elk detail van wat God had gezegd en wat door God was opgedragen voerde hij uit en volbracht hij met de grootste spoed en met al zijn energie, zonder ook maar enigszins plichtmatig te zijn. Kortom, Noachs houding ten opzichte van het bevel van de Schepper was onderwerping. Hij was er niet ongeïnteresseerd in, en er was geen weerstand in zijn hart, noch was er onverschilligheid. In plaats daarvan probeerde hij ijverig de bedoeling van de Schepper te begrijpen terwijl hij elk detail in zijn geheugen prentte. Toen hij Gods dringende bedoeling begreep, besloot hij het tempo op te voeren, om wat God hem had toevertrouwd met grote spoed te voltooien. Wat betekende dit, ‘met grote spoed’? Het betekende in zo min mogelijk tijd voltooien wat voorheen een maand zou hebben gekost, het misschien wel drie of vijf dagen voor op schema afkrijgen, zonder ook maar enigszins te treuzelen of het minste uitstel, en voortgaan met het hele project naar het beste van zijn vermogen. Natuurlijk probeerde hij bij het uitvoeren van elke klus zijn uiterste best te doen om verliezen en fouten te minimaliseren, en het werk niet op zo’n manier te doen dat het opnieuw moest worden gedaan; ook voltooide hij elke taak en procedure volgens schema en deed hij ze goed, waarbij hij de kwaliteit waarborgde. Dit was een ware uiting van niet treuzelen. Dus, wat was de voorwaarde voor zijn vermogen om niet te treuzelen? (Hij had Gods bevel gehoord.) Ja, dat was de voorwaarde en de context hiervoor. Waarom was Noach in staat om niet te treuzelen? Sommige mensen zeggen dat Noach ware onderwerping bezat. Wat bezat hij dan waardoor hij zo’n ware onderwerping kon bereiken? (Hij nam Gods hart in acht.) Dat klopt! Dit is wat het betekent om een hart te hebben! Mensen met een hart zijn in staat Gods hart in acht te nemen; degenen zonder hart zijn lege hulzen, dwazen, ze weten niet hoe ze Gods hart in acht moeten nemen. Hun mentaliteit is: ‘Het kan me niet schelen hoe urgent dit voor God is, ik doe het zoals ik wil – ik ben in ieder geval niet aan het niksen of lui.’ Dit soort houding, dit soort negativiteit, het totale gebrek aan proactiviteit – dit is niet iemand die Gods hart in acht neemt, noch iemand die begrijpt hoe Gods hart in acht te nemen. Bezitten ze in dat geval waar geloof? Zeker niet. Noach nam Gods hart in acht, hij had waar geloof en was dus in staat Gods opdracht te voltooien. En dus is het niet genoeg om simpelweg Gods opdracht te aanvaarden en bereid te zijn enige inspanning te leveren. Je moet ook Gods bedoelingen in acht nemen, alles geven en trouw zijn – wat vereist dat je een geweten en verstand hebt; het is wat mensen behoren te hebben, en dat is wat Noach bezat. Wat zeggen jullie, om in die tijd zo’n grote ark te bouwen, hoeveel jaar zou het hebben geduurd als Noach had getreuzeld, en geen gevoel van urgentie, geen gevoel van beklemming, geen efficiëntie had gehad? Had het in honderd jaar voltooid kunnen zijn? (Nee.) Het zou verscheidene generaties van voortdurend bouwen hebben geduurd. Enerzijds zou het bouwen van een massief object als een ark jaren duren; bovendien zou ook het verzamelen en verzorgen van alle levende wezens jaren duren. Was het gemakkelijk om deze wezens te verzamelen? (Nee.) Dat was het niet. En dus, na Gods bevelen te hebben gehoord en Gods dringende bedoeling te hebben begrepen, besefte Noach dat dit noch gemakkelijk noch eenvoudig zou zijn. Hij besefte dat hij het moest volbrengen volgens Gods wensen, en de door God gegeven opdracht moest voltooien, zodat God tevreden en gerustgesteld zou zijn, zodat de volgende stap van Gods werk soepel kon verlopen. Zo was het hart van Noach. En wat voor hart was dit? Het was een hart dat Gods bedoelingen in acht nam. Afgaande op Noachs gedrag bij het bouwen van de ark, was hij absoluut een man van groot geloof en twijfelde hij honderd jaar lang op geen enkele manier aan Gods woord. Waarop vertrouwde hij? Hij vertrouwde op zijn geloof in en onderwerping aan God. Noach was in staat zich absoluut te onderwerpen. Wat zijn de details van zijn absolute onderwerping? Zijn inachtneming. Hebben jullie dit hart? (Nee.) Jullie kunnen doctrines spreken en slogans roepen, maar jullie kunnen niet praktiseren, en wanneer jullie met moeilijkheden worden geconfronteerd, kunnen jullie Gods bevelen niet ten uitvoer brengen. Wanneer jullie praten, praten jullie heel duidelijk, maar als het op de daadwerkelijke uitvoering aankomt en jullie met enige moeilijkheid worden geconfronteerd, worden jullie negatief, en wanneer jullie een beetje lijden, beginnen jullie te klagen en willen jullie het gewoon opgeven. Als er acht of tien jaar lang geen zware regen zou vallen, zouden jullie negatief worden en aan God twijfelen, en als er nog eens twintig jaar voorbij zouden gaan zonder zware regen, zouden jullie dan negatief blijven? Noach besteedde meer dan honderd jaar aan het bouwen van de ark en werd nooit negatief en twijfelde nooit aan God; hij bleef gewoon doorgaan met het bouwen van de ark. Wie anders dan Noach had dit kunnen doen? In welke opzichten schieten jullie tekort? (We bezitten geen normale menselijkheid of geweten.) Dat klopt. Jullie bezitten Noachs karakter niet. Hoeveel waarheden begreep Noach? Denken jullie dat hij meer waarheden begreep dan jullie? Jullie hebben zoveel preken gehoord. De mysteries van Gods incarnatie, de innerlijke waarheid van Gods drie werkfasen, Gods managementplan; dit zijn de hoogste en diepzinnigste mysteries die aan de mensheid zijn uitgedrukt, en dit alles is aan jullie duidelijk gemaakt, dus hoe komt het dat jullie nog steeds niet Noachs menselijkheid bezitten en niet in staat zijn te doen wat Noach kon doen? Jullie geloof en menselijkheid zijn zo inferieur aan die van Noach! Het kan gezegd worden dat jullie geen waar geloof hebben, of het minimale geweten of verstand dat de menselijkheid zou moeten bezitten. Hoewel jullie naar veel preken hebben geluisterd en de waarheden oppervlakkig gezien lijken te begrijpen, kunnen de kwaliteit van jullie menselijkheid en jullie verdorven gezindheid niet onmiddellijk worden veranderd door naar meer preken te luisteren of door waarheden te begrijpen. Zonder onderscheidingsvermogen ten aanzien van deze dingen vinden mensen dat ze niet al te zeer onderdoen voor de heiligen van weleer, en denken ze bij zichzelf: ‘Wij aanvaarden nu ook Gods opdracht en luisteren naar het woord van God uit Gods eigen mond. Wij nemen ook elk afzonderlijk ding dat God ons vraagt te doen serieus. Iedereen communiceert samen over deze dingen, en doet vervolgens het werk van plannen, inzetten en uitvoeren. Waarin verschillen wij van de heiligen van weleer?’ Is het verschil dat jullie nu zien groot of niet? Het is enorm, voornamelijk wat betreft karakter. De mensen van vandaag zijn zo verdorven, egoïstisch en verachtelijk! Ze steken geen vinger uit tenzij ze er profijt van hebben! Goede dingen doen en goede daden voorbereiden is zo zwaar voor hen! Ze zijn bereid een plicht te doen maar hebben geen wilskracht, ze zijn bereid te lijden maar kunnen het niet verdragen, ze willen een prijs betalen maar kunnen het niet opbrengen, ze zijn bereid de waarheid te beoefenen maar kunnen het niet uitvoeren, en ze wensen God lief te hebben maar kunnen dit niet in praktijk brengen. Zeg Mij eens hoezeer dit type menselijkheid tekortschiet! Hoeveel waarheid moet worden begrepen en bezeten om dit te compenseren?

We hebben zojuist gecommuniceerd over Noachs inachtneming van Gods bedoelingen, wat een kostbaar deel van zijn menselijkheid was. Er is nog iets anders – wat is het? Na Gods woorden te hebben gehoord, kende Noach één feit; zo kende hij ook Gods plan. Het plan was niet om simpelweg een ark te bouwen om als gedenkteken te dienen, of om een pretpark te creëren, of om een groot gebouw als herkenningspunt te maken – dat was niet het geval. Uit wat God zei, kende Noach één feit: God verafschuwde deze mensheid, die boosaardig was, en had vastgesteld dat deze mensheid door een vloed zou worden vernietigd. Degenen die zouden overleven tot het volgende tijdperk, zouden intussen door deze ark van de vloed worden gered; die zou hen in staat stellen te overleven. En wat was de kernkwestie in dit feit? Dat God de wereld met een vloed zou vernietigen, en dat Hij wilde dat Noach een ark zou bouwen en zou overleven, en dat elke soort levend wezen zou overleven, maar dat de mensheid zou worden vernietigd. Was dit iets belangrijks? Dit was geen onbeduidende familiekwestie, noch een kleine zaak over een individu of een stam; het betrof een grote operatie. Wat voor grote operatie? Een die verband hield met Gods managementplan. God ging iets groots doen, iets dat de hele mensheid betrof, en dat verband hield met Zijn management, met Zijn houding ten opzichte van de mensheid en met haar lot. Dit is het derde stuk informatie dat Noach vernam toen God hem deze onderneming toevertrouwde. En wat was Noachs houding toen hij hierover hoorde uit Gods woorden? Was het er een van geloof, twijfel of totaal ongeloof? (Geloof.) In welke mate geloofde hij? En welke feiten bewijzen dat hij dit geloofde? (Toen hij Gods woorden hoorde, begon hij ze in praktijk te brengen en bouwde hij de ark zoals God had gezegd, wat betekent dat zijn houding ten opzichte van Gods woorden een van geloof was.) Uit alles wat in Noach tot uiting kwam – van het niveau van uitvoering en tenuitvoerbrenging nadat Noach had aanvaard wat God hem had toevertrouwd, tot het feit van wat uiteindelijk werd volbracht – kan worden opgemaakt dat Noach absoluut geloof had in elk woord dat God had geuit. Waarom had hij absoluut geloof? Hoe kwam het dat hij geen twijfels had? Hoe komt het dat hij niet probeerde te analyseren, dat hij dit niet in zijn hart onderzocht? Waar heeft dit mee te maken? (Geloof in God.) Dat klopt, dit was Noachs ware geloof in God. Daarom luisterde Noach niet simpelweg naar alles waarover God sprak en elk van Zijn woorden, en aanvaardde hij het niet alleen; in plaats daarvan had hij ware kennis en geloof in het diepst van zijn hart. Hoewel God hem de diverse details niet had verteld, zoals wanneer de vloedwateren zouden komen, of hoeveel jaar het zou duren voordat ze kwamen, of wat de omvang van deze overstromingen zou zijn, of hoe het zou zijn nadat God de wereld had vernietigd, geloofde Noach dat alles wat God had gezegd al een feit was. Noach behandelde Gods woorden niet als een verhaal, of een mythe, of een gezegde, of een geschrift, maar geloofde in het diepst van zijn hart, en was er zeker van dat God dit ging doen, en dat niemand kan veranderen wat God besluit te volbrengen. Noach vond dat mensen maar één houding konden hebben ten opzichte van Gods woorden en datgene wat God wenst te volbrengen, namelijk dit feit aanvaarden, zich onderwerpen aan wat door God wordt bevolen, en de taken die God hun vraagt uit te voeren goed uitvoeren – dit was zijn houding. En juist omdat Noach zo’n houding had – niet analyseren, niet onderzoeken, niet twijfelen, maar geloven vanuit het diepst van zijn hart, en vervolgens besluiten uit te voeren wat God vereiste, en zijn deel te doen in wat God wenste dat er volbracht zou worden – juist hierdoor werd het feit van de bouw van de ark en het verzamelen en overleven van elke soort levend wezen gerealiseerd. Als Noach, toen hij God hoorde zeggen dat Hij de wereld met overstromingen zou vernietigen, twijfelde; als hij dit niet volledig durfde te geloven, omdat hij het niet had gezien, en niet wist wanneer het zou gebeuren, aangezien er veel onbekenden waren, zouden zijn gemoedstoestand en overtuiging ten aanzien van het bouwen van de ark dan zijn beïnvloed, zouden die zijn veranderd? (Ja.) Hoe zouden die zijn veranderd? Tijdens het bouwen van de ark zou hij misschien de kantjes ervan af hebben gelopen, of Gods specificaties hebben genegeerd, of niet elke soort levend wezen in de ark hebben verzameld zoals God vroeg; God zei dat er één mannetje en één vrouwtje moesten zijn, waarop hij misschien zou hebben gezegd: “Voor sommigen is het genoeg om alleen een vrouwtje te hebben. Ik kan sommigen van hen niet vinden, dus laat die maar zitten. Wie weet wanneer de vloed die de wereld vernietigt zal plaatsvinden.” De grote onderneming van het bouwen van de ark en het verzamelen van elke soort levend wezen duurde honderdtwintig jaar. Zou Noach deze honderdtwintig jaar hebben volgehouden als hij geen waar geloof in Gods woorden had gehad? Absoluut niet. Met inmenging van de buitenwereld en diverse klachten van zijn familieleden, zou het voor iemand die niet gelooft dat de woorden van God een feit zijn, erg moeilijk zijn om de daad van het bouwen van een ark te volbrengen, helemaal als het honderdtwintig jaar zou duren. De vorige keer vroeg ik jullie of honderdtwintig jaar een lange tijd was. Jullie zeiden allemaal van wel. Ik vroeg jullie hoe lang jullie het zouden volhouden, en toen Ik uiteindelijk vroeg of jullie het vijftien dagen zouden kunnen volhouden, zei niemand van jullie dat hij dat zou kunnen, en de moed zonk Mij in de schoenen. Jullie doen enorm onder voor Noach. Jullie zijn niet eens gelijk aan één haar op zijn hoofd, jullie bezitten nog geen tiende van zijn geloof. Wat zijn jullie beklagenswaardig! Ten eerste zijn jullie menselijkheid en integriteit te laag. Ten tweede kan worden gezegd dat jullie streven naar de waarheid in wezen afwezig is. En dus zijn jullie niet in staat waar geloof in God voort te brengen, noch hebben jullie ware onderwerping. Dus hoe hebben jullie het tot nu toe kunnen volhouden – hoe komt het dat jullie, terwijl Ik communiceer, daar nog steeds zitten te luisteren? Er zijn twee aspecten in jullie te vinden. Enerzijds willen de meesten van jullie nog steeds goed zijn; jullie willen geen slechte mensen zijn. Jullie willen de goede weg bewandelen. Jullie hebben dit beetje vastberadenheid, jullie hebben dit beetje goede aspiratie. Tegelijkertijd zijn de meesten van jullie bang voor de dood. In hoeverre vrezen jullie de dood? Bij het minste teken van problemen in de buitenwereld zijn er onder jullie die extra moeite doen om hun plicht te vervullen; maar wanneer de dingen weer afkoelen, doen ze zich tegoed aan comfort en steken ze veel minder moeite in hun plicht. Ze zijn altijd met hun vlees bezig. Is er, vergeleken met het ware geloof van Noach, enig waar geloof in wat er in jullie tot uiting komt? (Nee.) Dat denk Ik ook. En zelfs als er een beetje geloof is, is het zielig klein en niet in staat de toets van beproevingen te doorstaan.

Ik heb nog nooit werkregelingen opgesteld, maar Ik heb vaak gehoord dat ze worden voorafgegaan door woorden als deze: “Op dit moment verkeren diverse landen in ernstige wanorde, wereldse trends worden steeds boosaardiger en God zal het menselijk ras straffen; we moeten onze plicht naar de norm vervullen door zus en zo te doen, en onze trouw aan God aanbieden.” “Tegenwoordig worden de plagen steeds erger, wordt de omgeving steeds ongunstiger, worden de rampen steeds ernstiger, worden mensen geconfronteerd met de dreiging van ziekten en de dood, en alleen als we in God geloven en meer ten overstaan van God bidden, zullen we de plaag vermijden, want alleen God is onze toevlucht. Tegenwoordig moeten we, geconfronteerd met zulke omstandigheden en zo’n omgeving, goede daden voorbereiden door zus en zo te doen, en onszelf toerusten met de waarheid door zus en zo te doen – dit is absoluut noodzakelijk.” “De insectenplaag van dit jaar was bijzonder ernstig, de mensheid zal met hongersnood worden geconfronteerd en zal spoedig te maken krijgen met plunderingen en sociale instabiliteit, dus degenen die in God geloven, moeten vaak voor God komen om te bidden en om Gods bescherming te vragen, en moeten een normaal kerkleven en een normaal geestelijk leven onderhouden.” Enzovoort. En dan, zodra het voorwoord is uitgesproken, beginnen de specifieke regelingen. Elke keer hebben deze voorwoorden een tijdige en beslissende rol gespeeld in het geloof van mensen. Dus Ik vraag me af, zouden de werkregelingen niet worden uitgevoerd als deze voorwoorden en verklaringen niet werden gedaan? Zouden de werkregelingen zonder deze voorwoorden geen werkregelingen zijn? Zou er geen reden zijn om ze uit te vaardigen? Het antwoord op deze vragen is zeker nee. Wat Ik nu wil weten is: welk doel hebben mensen met hun geloof in God? Wat is precies de betekenis van hun geloof in God? Begrijpen ze wel of niet de feiten die God wenst te volbrengen? Hoe moeten mensen met Gods woorden omgaan? Hoe moeten ze met alles omgaan wat de Schepper vraagt? Zijn deze vragen het overwegen waard? Als mensen aan de norm van Noach zouden worden gehouden, is het Mijn mening dat geen van hen de titel ‘schepsel’ zou verdienen. Ze zouden niet waardig zijn om voor God te komen. Als het geloof en de onderwerping van de mensen van vandaag zouden worden gemeten aan de hand van Gods houding ten opzichte van Noach en de normen waarmee God Noach selecteerde, zou God dan tevreden met hen kunnen zijn? (Nee.) Ze schieten ernstig tekort! Mensen zeggen altijd dat ze in God geloven en Hem aanbidden, maar hoe komt dit geloof en deze aanbidding in hen tot uiting? Eigenlijk uit het zich in hun afhankelijkheid van God, hun eisen aan Hem, evenals hun onmiskenbare opstandigheid jegens Hem, en zelfs hun minachting voor de geïncarneerde God. Zou dit alles kunnen worden beschouwd als minachting van de mens voor de waarheid en de openlijke schending van principes? Dat is in feite het geval – dit is de essentie ervan. Telkens wanneer deze woorden in de werkregelingen voorkomen, is er een toename in het ‘geloof’ van mensen; telkens wanneer werkregelingen worden uitgevaardigd, wanneer mensen de vereisten en betekenis van de werkregelingen beseffen en in staat zijn ze uit te voeren, geloven ze dat er een toename is geweest in hun niveau van onderwerping, dat ze nu onderwerping bezitten – maar bezitten ze in feite werkelijk geloof en ware onderwerping? En wat is dit veronderstelde geloof en deze veronderstelde onderwerping precies wanneer gemeten naar de norm van Noach? Het is eigenlijk een soort transactie. Hoe zou dit in vredesnaam als geloof en ware onderwerping kunnen worden beschouwd? Wat is dit zogenaamde ware geloof van mensen? “De laatste dagen zijn hier – ik hoop dat God snel zal optreden! Het is zo’n zegen dat ik hier zal zijn wanneer God de wereld vernietigt, dat ik het geluk zal hebben om over te blijven en niet zal lijden onder de verwoestingen. God is zo goed, Hij houdt zoveel van mensen, God is zo groot! Hij heeft de mens zozeer verheven, God is werkelijk God, alleen God zou zulke dingen kunnen doen.” En hun zogenaamde ware onderwerping? “Alles wat God zegt is juist. Doe wat Hij vraagt; zo niet, dan word je in de catastrofes gestort en is het allemaal voorbij voor je, niemand zal je kunnen redden.” Hun geloof is geen waar geloof, en hun onderwerping is ook geen ware onderwerping – dit zijn niets dan leugens.

Tegenwoordig weet vrijwel iedereen in de wereld van Noachs bouw van de ark, toch? Maar hoeveel mensen zijn op de hoogte van het achterliggende verhaal? Hoeveel mensen begrijpen het ware geloof en de ware onderwerping van Noach? En wie weet – en geeft erom – wat Gods beoordeling van Noach was? Niemand schenkt hier aandacht aan. Wat toont dit aan? Het toont aan dat mensen de waarheid niet nastreven en niet van positieve dingen houden. Is er iemand die na de vorige keer, nadat Ik over de verhalen van deze twee figuren had gecommuniceerd, is teruggegaan naar de Bijbel om de details van deze verhalen te lezen? Waren jullie ontroerd toen jullie de verhalen van Noach, Abraham en Job hoorden? (Ja.) Benijden jullie deze drie mensen? (Ja.) Willen jullie zoals zij zijn? (Ja.) Hebben jullie dus gedetailleerde communicaties gehad over hun verhalen, en over de essentie van hun gedrag, hun houding ten opzichte van God en hun geloof en onderwerping? Waar moeten mensen die zoals dit soort mensen willen zijn, beginnen? Ik heb het verhaal van Job lang geleden voor het eerst gelezen, en ik had ook enig begrip van de verhalen van Noach en Abraham. Telkens wanneer Ik lees en in Mijn hart nadenk over wat de drie mannen lieten zien, wat God tegen hen zei en met hen deed, en hun diverse houdingen, voelt het alsof Ik ga huilen – Ik ben ontroerd. Dus wat ontroerde jullie toen jullie ze lazen? (Nadat ik naar Gods communicatie had geluisterd, kwam ik er eindelijk achter dat Job, toen hij zijn beproevingen onderging, dacht dat God voor hem leed, en omdat hij niet wilde dat God leed, vervloekte hij de dag waarop hij geboren was. Telkens wanneer ik dit las, voelde ik dat Job Gods bedoelingen werkelijk in acht nam en was ik erg ontroerd.) Wat nog meer? (Noach maakte zulke ontberingen door bij het bouwen van de ark, maar toch was hij in staat Gods bedoelingen in acht te nemen. Abraham kreeg op honderdjarige leeftijd een kind en was vervuld van vreugde, maar toen God hem vroeg zijn kind te offeren, was hij in staat te gehoorzamen en zich te onderwerpen, maar wij kunnen dat niet. Wij hebben niet de menselijkheid, het geweten of het verstand van Noach of Abraham. Ik ben vol bewondering wanneer ik hun verhalen lees, en zij zijn voorbeelden voor ons om na te volgen.) (De vorige keer dat U communiceerde, noemde U dat Noach in staat was het bouwen van de ark honderdtwintig jaar lang vol te houden en dat hij de dingen die God hem beval te doen perfect voltooide en Gods verwachtingen niet beschaamde. Als ik dit vergelijk met mijn houding ten opzichte van mijn plicht, zie ik dat ik helemaal geen doorzettingsvermogen heb. Hierdoor voel ik me zowel schuldig als ontroerd.) Jullie zijn allemaal ontroerd, toch? (Ja.) We zullen voorlopig niet over dit onderwerp communiceren; we zullen dit alles bespreken nadat we klaar zijn met de verhalen van Noach en Abraham. Ik zal jullie vertellen welke delen Mij ontroerden, en we zullen zien of het dezelfde waren die jullie ontroerden.

We hebben zojuist gecommuniceerd over Noachs ware geloof in God. De vaststaande feiten van zijn bouw van de ark zijn voldoende om zijn ware geloof aan te tonen. Noachs ware geloof wordt gedemonstreerd in al zijn handelingen, in al zijn gedachten en ideeën, en in de houding waarmee hij handelde ten opzichte van wat God hem had bevolen. Dit is genoeg om Noachs ware geloof in God aan te tonen – een geloof dat boven elke twijfel verheven is en vrij van vervalsing. Ongeacht of wat God hem vroeg te doen in overeenstemming was met zijn eigen noties, ongeacht of het was wat hij van plan was te doen in zijn leven, en ongeacht hoe het botste met de dingen in zijn leven, en los van hoe moeilijk deze taak was, had hij slechts één houding: aanvaarding, onderwerping en tenuitvoerbrenging. Uiteindelijk tonen de feiten aan dat de ark die door Noach werd gebouwd, elke soort levend wezen redde, evenals Noachs eigen gezin. Toen God de vloed neerzond en het menselijk ras begon te vernietigen, droeg de ark Noachs gezin en diverse soorten levende wezens, drijvend op het water. God vernietigde de aarde door veertig dagen lang een grote zondvloed te sturen, en alleen Noachs gezin van acht mensen en de diverse levende wezens die de ark binnengingen overleefden; alle andere mensen en levende wezens werden vernietigd. Wat blijkt uit deze feiten? Omdat Noach waar geloof en ware onderwerping aan God bezat – door Noachs ware medewerking met God – werd datgene wat God wenste te doen gerealiseerd; het werd werkelijkheid. Dit was waarom God Noach gunstig gezind was, en Noach stelde God niet teleur; hij voldeed aan de belangrijke opdracht die God hem had gegeven, en voltooide alles wat God hem had toevertrouwd. Dat Noach Gods opdracht kon voltooien, kwam enerzijds door Gods bevelen, en tegelijkertijd was het ook grotendeels te danken aan Noachs ware geloof en absolute onderwerping aan God. Juist omdat Noach deze twee kostbaarste dingen bezat, werd hij door God bemind; en juist omdat Noach waar geloof en absolute onderwerping bezat, zag God hem als iemand die moest overblijven, en als iemand die waardig was om te overleven. Iedereen behalve Noach was het voorwerp van Gods afschuw, wat impliceerde dat ze allemaal onwaardig waren om te midden van Gods schepping te leven. Wat moeten we zien in de bouw van de ark door Noach? Ten eerste hebben we Noachs nobele karakter gezien; Noach bezat een geweten en verstand. Ten tweede hebben we Noachs ware geloof en ware onderwerping aan God gezien. Dit alles is navolging waard. Juist vanwege Noachs geloof en onderwerping aan Gods opdracht werd Noach bemind in de ogen van God, een schepsel dat door God werd bemind – wat een gelukkige en gezegende zaak was. Alleen zulke mensen zijn waardig om in het licht van Gods aangezicht te leven; in Gods ogen zijn alleen zij het leven waard. Mensen die het leven waard zijn: wat betekent dit? Het betekent degenen die waardig zijn om te genieten van alles waarvan genoten kan worden dat God aan de mensheid heeft geschonken, waardig om in het licht van Gods gelaat te leven, waardig om Gods zegeningen en beloften te ontvangen; mensen zoals deze zijn bemind door God, zij zijn ware geschapen menselijke wezens, en zijn degenen die God wenst te winnen.

II. Abrahams houding ten opzichte van Gods woorden

Laten we nu eens kijken naar de dingen in Abraham die navolging door latere generaties verdienen. Abrahams voornaamste daad voor God was precies die daad waarmee latere generaties zeer bekend zijn en die ze heel goed kennen: het offeren van Isaak. Elk aspect van wat Abraham in deze kwestie openbaarde – of het nu zijn karakter, zijn geloof of zijn onderwerping was – is het waard om door latere generaties nagevolgd te worden. Wat waren dan precies de specifieke uitingen die in hem zichtbaar werden en die navolging verdienen? Natuurlijk waren deze verschillende dingen die hij openbaarde niet hol, en nog minder waren ze abstract, en ze waren zeker niet door iemand verzonnen; er is bewijs voor al deze dingen. God schonk Abraham een zoon; God Zelf vertelde dit aan Abraham, en toen Abraham honderd jaar oud was, kreeg hij een zoon met de naam Isaak. Het is duidelijk dat de oorsprong van dit kind buitengewoon was, hij was als geen ander – hij was persoonlijk door God geschonken. Wanneer een kind persoonlijk door God is geschonken, denken mensen dat God ongetwijfeld iets groots in hem gaat verrichten, dat God hem iets groots zal toevertrouwen, dat God buitengewone daden aan hem zal verrichten, dat Hij het kind uitzonderlijk zal maken, enzovoort – dit waren de dingen waar Abraham en andere mensen hoge verwachtingen van hadden. En toch liepen de dingen anders en overkwam Abraham iets dat niemand had kunnen verwachten. God schonk Isaak aan Abraham, en toen de tijd van het offeren kwam, zei God tegen Abraham: “Je hoeft vandaag niets te offeren, alleen Isaak – dat is genoeg.” Wat betekende dit? God had Abraham een zoon gegeven, en toen deze zoon net op het punt stond volwassen te worden, wilde God hem terugnemen. Andere mensen zouden dit als volgt bekijken: “U was Degene die Isaak gaf. Ik geloofde dit niet, toch stond U erop dit kind te geven. Nu vraagt U dat hij als offer wordt geofferd. Betekent dit niet dat U hem terugneemt? Hoe kunt U terugnemen wat U aan mensen hebt gegeven? Als U hem wilt nemen, neem hem dan. U kunt hem gewoon in stilte terugnemen. Het is niet nodig mij zoveel pijn en moeite te bezorgen. Hoe kunt U vragen dat ik hem eigenhandig opoffer?” Was dit een heel moeilijke eis? Het was buitengewoon moeilijk. Bij het horen van deze eis zouden sommige mensen zeggen: “Is dit werkelijk God? Op deze manier handelen is zo onredelijk! U was het die Isaak gaf, en nu vraagt U hem terug. Heeft U werkelijk altijd gelijk? Is alles wat U doet altijd juist? Niet noodzakelijkerwijs. De levens van mensen zijn in Uw handen. U zei dat U mij een zoon zou geven, en dat is precies wat U hebt gedaan; U hebt dat gezag, net zoals U het gezag hebt om hem terug te nemen – maar is de manier waarop U hem terugneemt en deze kwestie niet een beetje onverdedigbaar? U hebt mij dit kind gegeven, dus U zou hem moeten toestaan op te groeien, grote dingen te doen en Uw zegeningen te mogen zien. Hoe kunt U vragen dat hij sterft? In plaats van zijn dood te bevelen, had U hem net zo goed niet aan mij kunnen geven! Waarom hebt U hem dan aan mij gegeven? U hebt Isaak aan mij gegeven, en nu zegt U me hem te offeren – bezorgt U mij hiermee geen extra pijn? Maakt U het mij niet moeilijk? Wat was dan in de eerste plaats het nut ervan dat U mij deze zoon gaf?” Ze kunnen de logica achter deze eis niet begrijpen, hoe ze het ook proberen; hoe ze het ook verwoorden, het klinkt voor hen onhoudbaar, en geen mens is in staat het te begrijpen. Maar vertelde God Abraham de redenering hierachter? Vertelde Hij hem de redenen ervoor en wat Zijn bedoeling was? Deed Hij dat? Nee. God zei alleen: “Offer Isaak tijdens het offer van morgen”, dat was alles. Gaf God een uitleg? (Nee.) Wat was dan de aard van deze woorden? Bekeken met het oog op Gods identiteit waren deze woorden een bevel, een bevel dat uitgevoerd zou moeten worden, dat men moest gehoorzamen en waaraan men zich moest onderwerpen. Maar zou het, vanuit het oogpunt van wat God zei en de zaak zelf, voor mensen niet moeilijk zijn om te doen wat ze behoren te doen? Mensen vinden dat dingen die gedaan moeten worden redelijk moeten zijn, en in overeenstemming moeten zijn met menselijke gevoelens en algemene menselijke gevoeligheden – maar was iets hiervan van toepassing op wat God zei? (Nee.) Had God dus een uitleg moeten geven, en Zijn gedachten en Zijn bedoeling moeten uitdrukken, of zelfs maar een beetje van wat Hij bedoelde tussen de regels van Zijn woorden door moeten onthullen zodat mensen het konden begrijpen? Deed God iets van dit alles? Dat deed Hij niet, en Hij was het ook niet van plan. Deze woorden bevatten wat door de Schepper werd vereist, wat Hij beval en wat Hij van de mens verwachtte. Deze heel eenvoudige woorden, deze onredelijke woorden – dit bevel en deze eis die geen rekening hielden met de gevoelens van mensen – zouden door andere mensen, door iedereen die dit tafereel zag, slechts als moeilijk, zwaar en onredelijk worden beschouwd. Maar voor Abraham, die er daadwerkelijk bij betrokken was, was zijn eerste gevoel na het horen hiervan hartverscheurende pijn! Hij had dit door God geschonken kind ontvangen, hij had al die jaren besteed aan zijn opvoeding en al die jaren van gezinsgeluk genoten, maar met één zin, één bevel van God, zou dit geluk, dit levende menselijke wezen, verdwenen en weggenomen zijn. Waar Abraham mee werd geconfronteerd was niet louter het verlies van dit gezinsgeluk, maar de pijn van eeuwige eenzaamheid en gemis na het verliezen van dit kind. Voor een bejaarde man was dit ondraaglijk. Na het horen van zulke woorden zou ieder gewoon mens toch tranen met tuiten huilen? Bovendien zouden ze in hun hart God vervloeken, over God klagen, God verkeerd begrijpen en proberen met God te redetwisten; ze zouden alles tentoonspreiden waartoe ze in staat zijn, al hun bekwaamheden, en al hun opstandigheid, onbeschoftheid en onredelijkheid. En toch, hoewel hij evenveel pijn had, deed Abraham dit niet. Zoals ieder normaal mens voelde hij onmiddellijk die pijn, ervoer hij onmiddellijk het gevoel dat zijn hart werd doorboord, en voelde hij onmiddellijk de eenzaamheid van het verliezen van een zoon. Deze woorden van God hielden geen rekening met menselijke gevoelens, waren voor mensen onvoorstelbaar en onverenigbaar met de noties van mensen, ze werden niet gesproken vanuit het perspectief van menselijke gevoelens; ze hielden geen rekening met menselijke moeilijkheden of menselijke emotionele behoeften, en ze hielden zeker geen rekening met menselijke pijn. God wierp Abraham deze woorden koudweg toe – bekommerde God Zich erom hoe pijnlijk deze woorden voor hem waren? Uiterlijk leek God zowel onverschillig als onbekommerd; alles wat Abraham hoorde was Gods bevel en Zijn eis. Voor iedereen zou deze eis onverenigbaar lijken met de menselijke cultuur, conventies, gevoeligheden, en zelfs met de menselijke moraal en ethiek; deze eis overschreed een morele en ethische grens en ging in tegen de sociale normen en regels van de mens voor de omgang met mensen, evenals tegen de gevoelens van de mens. Er zijn zelfs mensen die geloven: ‘Deze woorden zijn niet alleen onredelijk en immoreel – sterker nog, ze veroorzaken gewoon problemen zonder goede reden! Hoe konden deze woorden door God zijn gesproken? Gods woorden zouden redelijk en eerlijk moeten zijn, en de mens volledig moeten overtuigen; ze zouden niet zonder goede reden problemen moeten veroorzaken, en ze zouden niet onethisch, immoreel of onlogisch moeten zijn. Zijn deze woorden werkelijk door de Schepper gesproken? Zou de Schepper zulke dingen kunnen zeggen? Zou de Schepper de mensen die Hij heeft geschapen zo kunnen behandelen? Dat kan onmogelijk het geval zijn.’ En toch kwamen deze woorden inderdaad uit de mond van God. Afgaande op Gods houding en op de toon van Zijn woorden, had God besloten wat Hij wilde, en was er geen ruimte voor discussie, en hadden mensen niet het recht om te kiezen; Hij gaf de mens niet het recht om te kiezen. Gods woorden waren een eis, ze waren een bevel dat Hij aan de mens had uitgevaardigd. Voor Abraham waren deze woorden van God onverbiddelijk en onbetwistbaar; ze waren een onverbiddelijke eis die God aan hem stelde, en stonden niet ter discussie. En welke keuze maakte Abraham? Dit is het kernpunt waarover we zullen communiceren.

Na het horen van Gods woorden begon Abraham met zijn voorbereidingen, terwijl hij zich gekweld voelde en alsof er een zware last op hem drukte. Hij bad in stilte in zijn hart: ‘Mijn Heer, mijn God. Alles wat U doet is het waard geprezen te worden; deze zoon is door U gegeven, en als U hem wilt terugnemen, dan behoor ik hem terug te geven.’ Abraham had weliswaar pijn, maar was zijn houding niet duidelijk uit deze woorden? Wat kunnen mensen hier zien? Ze kunnen de zwakheid van de normale menselijkheid zien, de emotionele behoeften van de normale menselijkheid, evenals de rationele kant van Abraham, en de kant van hem met waar geloof en ware onderwerping aan God. Wat was zijn rationele kant? Abraham was zich er terdege van bewust dat Isaak door God was gegeven, dat God de macht had om hem te behandelen zoals Hij wilde, dat mensen hierover geen oordelen zouden moeten vellen. Hij wist dat alles wat door de Schepper wordt gesproken de Schepper vertegenwoordigt, en dat of het nu redelijk lijkt voor de mens of niet, en of het nu overeenkomt met menselijke kennis, cultuur en moraal of niet, Gods identiteit en de aard van Zijn woorden niet veranderen. Hij wist duidelijk dat als mensen Gods woorden niet kunnen begrijpen, vatten of doorgronden, dat dan hun zaak is, dat er geen reden is waarom God deze woorden moet uitleggen of toelichten, en dat mensen zich niet alleen zouden moeten onderwerpen wanneer ze Gods woorden en bedoelingen begrijpen, maar slechts één houding ten opzichte van Gods woorden zouden moeten hebben, ongeacht de omstandigheden: luisteren, dan aanvaarden, dan zich onderwerpen. Dit was Abrahams duidelijk waarneembare houding ten opzichte van alles wat God hem vroeg te doen, en daarin ligt de rationaliteit van de normale menselijkheid besloten, evenals waar geloof en ware onderwerping. Wat moest Abraham bovenal doen? Niet alles wat goed en fout is van Gods woorden analyseren, niet onderzoeken of ze voor de grap waren gezegd, of om hem te beproeven, of iets anders. Abraham onderzocht zulke dingen niet. Wat was zijn onmiddellijke houding ten opzichte van Gods woorden? Dat Gods woorden niet met logica kunnen worden beredeneerd – of ze nu redelijk zijn of niet, de woorden van God zijn de woorden van God, en er zou geen ruimte voor keuze en geen onderzoek moeten zijn in de houding van mensen ten opzichte van Gods woorden; het verstand dat mensen zouden moeten hebben, en wat ze zouden moeten doen, is luisteren, aanvaarden en zich onderwerpen. In zijn hart wist Abraham heel duidelijk wat de identiteit en essentie van de Schepper zijn, en welke plaats een geschapen mens behoort in te nemen. Juist omdat Abraham zo’n rationaliteit en dit soort houding bezat, offerde hij, hoewel hij immense pijn leed, Isaak zonder bedenkingen of enige aarzeling aan God, en gaf hij hem terug aan God zoals Hij wenste. Hij vond dat hij, aangezien God het had gevraagd, Isaak aan Hem moest teruggeven, en niet zou moeten proberen met Hem te redetwisten, of zijn eigen wensen of eisen moest hebben. Dit is precies de houding die een schepsel tegenover de Schepper behoort te hebben. Het moeilijkste van dit alles was het kostbaarste aan Abraham. Deze woorden die God sprak waren onredelijk en hielden geen rekening met menselijke gevoelens – mensen kunnen ze niet doorgronden of aanvaarden, en ongeacht het tijdperk, of wie dit overkomt, deze woorden zijn niet logisch, ze zijn onuitvoerbaar – toch vroeg God nog steeds dat dit gedaan zou worden. Wat moest er dus gedaan worden? De meeste mensen zouden deze woorden onderzoeken, en na dit een paar dagen te hebben gedaan zouden ze bij zichzelf denken: ‘Gods woorden zijn onredelijk – hoe kon God op deze manier handelen? Is dit geen vorm van kwelling? Heeft God de mens niet lief? Hoe kon Hij mensen zo kwellen? Ik geloof niet in een God die mensen zo kwelt, en ik kan ervoor kiezen me niet aan deze woorden te onderwerpen.’ Maar Abraham deed dit niet; hij koos ervoor zich te onderwerpen. Hoewel iedereen gelooft dat wat God zei en vereiste verkeerd was, dat God zulke eisen niet aan mensen zou moeten stellen, was Abraham in staat zich te onderwerpen – wat het kostbaarste van alles aan hem was, en precies wat andere mensen missen. Dit is Abrahams ware onderwerping. Bovendien was het eerste waar hij zeker van was, na te hebben gehoord wat God van hem vereiste, dat God dit niet voor de grap had gezegd, dat het geen spelletje was. En aangezien Gods woorden deze dingen niet waren, wat waren ze dan wel? Het was Abrahams diepe overtuiging dat het waar is dat geen mens kan veranderen wat God heeft besloten dat gedaan moet worden, dat er geen sprake is van grappen, verzoekingen of kwellingen in Gods woorden, dat God betrouwbaar is, en dat alles wat Hij zegt – of het nu redelijk lijkt of niet – waar is. Was dit niet Abrahams ware geloof? Zei hij: ‘God heeft me gezegd Isaak te offeren. Nadat ik Isaak had gekregen, heb ik God niet naar behoren bedankt – vraagt God hier om mijn dankbaarheid? Dan moet ik mijn dank op de juiste manier tonen. Ik moet laten zien dat ik bereid ben Isaak te offeren, dat ik bereid ben God te danken, dat ik Gods genade ken en me die herinner, en dat ik God geen zorgen zal baren. Ongetwijfeld heeft God deze woorden gesproken om me te onderzoeken en te beproeven, dus ik moet het voor de vorm doen. Ik zal alle voorbereidingen treffen, dan zal ik samen met Isaak een schaap meenemen, en als God op het moment van het offer niets zegt, zal ik het schaap offeren. Het is genoeg om het gewoon voor de vorm te doen. Als God me echt vraagt Isaak te offeren, dan moet ik ervoor zorgen dat hij de schijn ophoudt op het altaar; als het zover is, laat God me misschien toch het schaap offeren en niet mijn kind’? Was dit wat Abraham dacht? (Nee.) Als hij dat had gedacht, zou er geen pijn in zijn hart zijn geweest. Als hij zulke dingen had gedacht, wat voor integriteit zou hij dan hebben gehad? Zou hij waar geloof hebben gehad? Zou hij ware onderwerping hebben gehad? Nee, dat zou hij niet.

Gezien de pijn die Abraham voelde en die bij hem opkwam toen het ging om de kwestie van het offeren van Isaak, is het duidelijk dat hij absoluut in Gods woord geloofde, dat hij in elk woord geloofde dat God zei, alles wat God zei vanuit het diepst van zijn hart precies zo begreep als God het bedoelde, en geen argwaan jegens God koesterde. Is dit waar geloof of niet? (Dat is het.) Abraham had waar geloof in God, en dit illustreert een zaak; dat Abraham een eerlijk mens was. Zijn enige houding ten opzichte van Gods woorden was er een van gehoorzaamheid, aanvaarding en onderwerping – hij zou gehoorzamen aan alles wat God zei. Als God zou zeggen dat iets zwart was, dan zou Abraham, zelfs als hij het niet als zwart kon zien, geloven dat wat God zei waar was, en ervan overtuigd zijn dat het zwart was. Als God hem vertelde dat iets wit was, zou hij ervan overtuigd zijn dat het wit was. Zo simpel is het. God vertelde hem dat Hij hem een kind zou schenken, en Abraham dacht bij zichzelf: ‘Ik ben al honderd jaar oud, maar als God zegt dat Hij me een kind gaat geven, dan ben ik mijn Heer, God, dankbaar!’ Hij had niet al te veel andere ideeën, hij geloofde gewoon in God. Wat was de essentie van dit geloof? Hij geloofde in de essentie en identiteit van God, en zijn kennis van de Schepper was echt. Hij was niet zoals die mensen die zeggen dat ze geloven dat God almachtig is en de Schepper van de mensheid, maar in hun hart twijfels koesteren zoals: ‘Stammen mensen echt af van apen? Er wordt gezegd dat god alle dingen heeft geschapen, maar mensen hebben dit niet met hun eigen ogen gezien.’ Wat God ook zegt, die mensen hangen altijd tussen geloof en twijfel, en vertrouwen op wat ze zien om te bepalen of dingen waar of onwaar zijn. Ze twijfelen aan alles wat ze niet met hun ogen kunnen zien, daarom zetten ze, telkens wanneer ze God horen spreken, vraagtekens bij Zijn woorden. Ze onderzoeken en analyseren zorgvuldig, ijverig en behoedzaam elk feit, elke zaak en elk bevel dat God naar voren brengt. Ze denken dat ze in hun geloof in God Gods woorden en de waarheid moeten onderzoeken met een houding van wetenschappelijk onderzoek, om te zien of deze woorden werkelijk de waarheid zijn, anders lopen ze het risico opgelicht en bedrogen te worden. Maar Abraham was niet zo, hij luisterde met een zuiver hart naar Gods woord. Deze keer vroeg God Abraham echter om zijn enige zoon, Isaak, aan Hem te offeren. Dit deed Abraham pijn, maar hij koos er toch voor zich te onderwerpen. Abraham geloofde dat Gods woorden onveranderlijk waren en dat Gods woorden werkelijkheid zouden worden. Geschapen mensen zouden Gods woord als vanzelfsprekend moeten aanvaarden en zich eraan moeten onderwerpen, en tegenover Gods woord hebben geschapen mensen niet het recht om te kiezen, laat staan dat ze Gods woord zouden moeten analyseren of onderzoeken. Dit was de houding die Abraham had ten opzichte van Gods woord. Hoewel Abraham veel pijn had, en hoewel zijn liefde voor zijn zoon en zijn onwil om hem op te geven hem intense stress en pijn bezorgden, koos hij er toch voor zijn kind aan God terug te geven. Waarom ging hij Isaak aan God teruggeven? Als God Abraham dit niet had gevraagd, was het niet nodig dat hij het initiatief nam om zijn zoon terug te geven, maar aangezien God het had gevraagd, moest hij zijn zoon aan God teruggeven, er waren geen excuses aan te voeren, en hij moest niet proberen met God te redetwisten – dit was de houding die Abraham had. Hij onderwierp zich aan God met zo’n zuiver hart. Dit was wat God wilde en dit was wat God wenste te zien. Abrahams gedrag en wat hij bereikte toen het ging om de kwestie van het offeren van Isaak, was precies wat God wilde zien, en deze kwestie was God die hem beproefde en verifieerde. En toch behandelde God Abraham niet zoals Hij Noach behandelde. Hij vertelde Abraham niet wat de redenen waren achter deze zaak, het proces of alle informatie erover. Abraham wist maar één ding, namelijk dat God hem had gevraagd Isaak terug te geven – dat was alles. Hij wist niet dat God hem hiermee beproefde, noch was hij zich bewust van wat God in hem en zijn nakomelingen wilde volbrengen nadat hij aan deze proef was onderworpen. God vertelde Abraham daar niets over, Hij gaf hem gewoon een eenvoudig bevel, een verzoek. En hoewel deze woorden van God heel eenvoudig waren en geen rekening hielden met menselijke gevoelens, maakte Abraham Gods verwachtingen waar door te doen wat God wenste en vereiste: hij offerde Isaak als een offer op het altaar. Elke beweging van hem toonde aan dat zijn offeren van Isaak niet louter voor de vorm was, dat hij het niet op een plichtmatige manier deed, maar oprecht was en het vanuit het diepst van zijn hart deed. Hoewel hij het niet kon verdragen Isaak op te geven, hoewel het hem pijn deed, koos Abraham, geconfronteerd met wat de Schepper had gevraagd, voor de manier die geen enkel ander mens zou kiezen: absolute onderwerping aan wat de Schepper vroeg, onderwerping zonder compromissen, zonder excuses en zonder enige voorwaarden – hij handelde precies zoals God hem vroeg. En wat bezat Abraham, toen hij kon doen wat God vroeg? Ten eerste was er in hem het ware geloof in God; hij was er zeker van dat de Schepper God was, zijn God, zijn Heer, Degene die soeverein is over alle dingen en die de mensheid heeft geschapen. Dit was waar geloof. Ten tweede had hij een zuiver hart. Hij geloofde elk woord dat door de Schepper werd gesproken, en was in staat elk woord dat door Hem werd gesproken eenvoudig en direct te aanvaarden. En nog een ander aspect: hoe moeilijk wat de Schepper vroeg ook was, hoeveel pijn het hem ook zou brengen, hij koos een houding van onderwerping, niet proberen met God te redetwisten, of Hem te weerstaan, of te weigeren, maar volledige en totale onderwerping, handelend en beoefenend in overeenstemming met wat God vroeg, volgens elk woord van Hem en het bevel dat Hij uitvaardigde. Precies zoals God vroeg en wenste te zien, offerde Abraham Isaak als een offer op het altaar, hij offerde hem aan God – en alles wat hij deed bewees dat God de juiste persoon had gekozen, en dat hij in Gods ogen rechtvaardig was.

Welk aspect van de gezindheid en essentie van de Schepper werd geopenbaard toen God Abraham vroeg Isaak te offeren? Dat God degenen die rechtvaardig zijn, die door Hem worden erkend, volledig behandelt volgens Zijn eigen vereiste normen, wat volledig in overeenstemming is met Zijn gezindheid en essentie. Er kan geen compromis zijn in deze normen; er kan niet ‘min of meer’ aan worden voldaan. Aan deze normen moet precies worden voldaan. Het was niet genoeg voor God om de rechtvaardige daden te zien die Abraham in zijn dagelijks leven verrichtte, God had Abrahams ware onderwerping jegens Hem nog niet waargenomen, en daarom deed God wat Hij deed. Waarom wenste God ware onderwerping in Abraham te zien? Waarom onderwierp Hij Abraham aan deze laatste proef? Omdat, zoals we allemaal weten, God wenste dat Abraham de vader van vele volken zou zijn. Is ‘de vader van vele volken’ een titel die een gewoon mens zou kunnen dragen? Nee. God heeft Zijn vereiste normen, en de normen die Hij vereist van iedereen die Hij wil en vervolmaakt, en iedereen die Hij als rechtvaardig ziet, zijn dezelfde: waar geloof en absolute onderwerping. Gezien het feit dat God zo’n groot ding in Abraham wilde verrichten, zou Hij dan overhaast te werk zijn gegaan en het hebben gedaan zonder deze twee dingen in hem te zien? Absoluut niet. Daarom was het, nadat God hem een zoon had gegeven, onvermijdelijk dat Abraham zo’n proef zou ondergaan; dit was wat God had besloten te doen, en wat God al had gepland te doen. Pas nadat de dingen verliepen zoals God wenste, en Abraham aan Gods vereisten had voldaan, begon God te plannen om de volgende stap van Zijn werk te doen: Abrahams nakomelingen zo talrijk maken als de sterren aan de hemel en het zand aan het zeestrand – hem de vader van vele volken maken. Terwijl de uitkomst van Zijn eis aan Abraham om Isaak te offeren onbekend bleef en nog verwezenlijkt moest worden, zou God niet overhaast handelen; maar toen het eenmaal verwezenlijkt was voldeed wat Abraham bezat aan de normen van God, wat betekende dat hij alle zegeningen zou ontvangen die God voor hem had gepland. Uit het offeren van Isaak kan dus worden opgemaakt dat God verwachtingen van mensen heeft en vereiste normen voor hen heeft voor welk werk Hij ook in hen doet, of welke rol Hij ook wenst dat zij spelen of welke opdracht Hij ook van hen vereist te aanvaarden in Zijn managementplan. Er zijn twee soorten resultaten voor Gods verwachtingen van mensen: de ene is dat als je niet kunt doen wat Hij van je vraagt, je zult worden geëlimineerd; de andere is dat als je het wel kunt, God in je zal blijven volbrengen wat Hij wenst in overeenstemming met Zijn plan. Het ware geloof en de absolute onderwerping die God van mensen eist, zijn in werkelijkheid niet al te moeilijk voor mensen om te bereiken. Maar of ze nu gemakkelijk of moeilijk zijn, dit zijn de twee dingen die volgens God in mensen gevonden moeten worden. Als je in dit opzicht de toets kunt doorstaan, zal God oordelen dat je aan de norm voldoet, en zal God niets meer van je vragen; als je dat niet kunt, dan is dat een andere zaak. Het feit dat God Abraham vroeg zijn zoon te offeren, toont aan dat Hij niet vond dat het feit dat Abraham tot dan toe een Godvrezend hart en waar geloof in Hem bezat alles was wat nodig was, dat ‘min of meer’ goed genoeg was. Dat was absoluut niet de manier waarop God het eiste; Hij stelt eisen op Zijn manier, en volgens wat mensen kunnen bereiken, en hierover valt niet te onderhandelen. Is dit niet Gods heiligheid? (Dat is het.) Zo is de heiligheid van God.

Zelfs een goed mens als Abraham, die puur was, waar geloof had en rationaliteit bezat, moest Gods beproeving aanvaarden – hield deze beproeving in de ogen van de mensheid niet een beetje weinig rekening met menselijke gevoelens? Maar dit gebrek aan rekening houden met menselijke gevoelens is precies de belichaming van Gods gezindheid en essentie, en Abraham onderging dit soort beproeving. In deze beproeving toonde Abraham God zijn compromisloze geloof en compromisloze onderwerping aan de Schepper. Abraham doorstond de beproeving. Gewoonlijk had Abraham nooit enige wisselvalligheden ervaren, maar nadat God hem op deze manier had beproefd, werd bewezen dat zijn gebruikelijke geloof en onderwerping werkelijk waren; het was niet uiterlijk, het was geen leus. Het feit dat Abraham onder deze omstandigheden nog steeds tot compromisloze onderwerping in staat was – nadat God zulke woorden had gesproken en zo’n eis aan hem had gesteld – betekende één ding heel zeker: in Abrahams hart was God God, en zou Hij altijd God zijn; de identiteit en essentie van God waren onveranderlijk, ongeacht eventuele veranderende factoren. In zijn hart zouden mensen altijd mensen zijn en hadden ze niet het recht om de strijd aan te gaan, te redetwisten of zich te meten met de Schepper, noch hadden ze het recht om de woorden die door de Schepper waren gesproken te analyseren. Abraham geloofde dat als het ging om de woorden van de Schepper of wat de Schepper ook vroeg, mensen niet het recht hadden om te kiezen; het enige wat ze behoorden te doen was zich onderwerpen. Abrahams houding was veelzeggend – hij had waar geloof in God, en in dit ware geloof werd ware onderwerping geboren, en dus ongeacht wat God met hem deed of van hem vroeg, of welke daad God ook uitvoerde, of het nu iets was wat Abraham zag, waarover hij hoorde of wat hij persoonlijk ervoer, niets daarvan kon zijn ware geloof in God beïnvloeden, nog minder kon het zijn onderworpen houding ten opzichte van God beïnvloeden. Wanneer de Schepper iets zei dat geen rekening hield met menselijke gevoelens, iets wat een ongerechtvaardigde eis aan de mens stelde, ongeacht hoeveel mensen aanstoot namen aan deze woorden, ze weerstonden, ze analyseerden en onderzochten, of ze zelfs verachtten, Abrahams houding bleef onverstoord door de omgeving van de buitenwereld. Zijn geloof en onderwerping aan God veranderden niet, en het waren niet slechts woorden die uit zijn mond kwamen, of formaliteiten; in plaats daarvan gebruikte hij feiten om te bewijzen dat de God in wie hij geloofde de Schepper was, dat de God in wie hij geloofde de God in de hemel was. Wat kunnen we zien aan alles wat zich in Abraham manifesteerde? Zien we zijn twijfels over God? Had hij twijfels? Onderzocht hij Gods woorden? Analyseerde hij ze? (Dat deed hij niet.) Sommige mensen zeggen: “Als hij Gods woorden niet onderzocht of analyseerde, waarom voelde hij zich dan verscheurd?” Mag hij zich van jou niet diepbedroefd voelen? Hij voelde zich zo diepbedroefd en was toch in staat zich te onderwerpen – ben jij in staat je te onderwerpen, zelfs als je je niet diepbedroefd voelt? Hoeveel onderwerping is er in jou? Dat zulke droefheid en pijn geen effect hadden op Abrahams onderwerping, bewijst dat deze onderwerping werkelijk was, en geen leugen. Dit was het getuigenis van een geschapen mens voor God ten overstaan van Satan, van alle dingen en van de hele schepping, en dit getuigenis was zo krachtig, zo kostbaar!

Wat is het precies in de verhalen van Noach en Abraham, en in het verhaal van Job, in hun gedrag en spreken, en in hun houding en in al hun woorden en daden toen Gods woorden en handelingen tot hen kwamen, dat latere generaties zo ontroerde? Wat mensen het meest ontroerde met betrekking tot de houding van deze drie individuen ten opzichte van Gods woorden, en met betrekking tot hun gedrag, spreken en houding na het horen van Gods woorden, en na het horen van wat God gebood en vereiste, is hoe puur en volhardend hun oprechtheid jegens God, de Schepper, was. Mensen van vandaag zouden deze puurheid en volharding misschien domheid en obsessiviteit noemen; maar voor Mij waren hun puurheid en volharding de meest ontroerende en aangrijpende dingen aan hen, en meer nog, de dingen die voor andere mensen zo onbereikbaar lijken. Aan de hand van deze individuen heb Ik werkelijk ingezien en aanschouwd hoe een goed mens eruitziet; aan hun gedrag en spreken, evenals aan hun houding wanneer ze met Gods woorden werden geconfronteerd en wanneer ze naar Gods woorden luisterden, zie Ik hoe de mensen die God als rechtvaardig en volmaakt beschouwt zijn. En wat is het meest opvallende gevoel dat Ik ervaar na het lezen en begrijpen van de verhalen van deze mensen? Het is de diepe herinnering aan, gehechtheid aan en bewondering voor deze individuen. Is dit niet een gevoel van ontroerd zijn? Waarom heb Ik dit gevoel? In de lange geschiedenis van de mensheid is er nooit een geschiedenisboek geweest dat zich richtte op het vastleggen, prijzen en verspreiden van de verhalen van deze drie mensen, noch heeft iemand hun verhalen gebruikt om latere generaties te onderwijzen en hen behandeld als mensen die door latere generaties moeten worden nagevolgd. Maar er is één ding dat de mensen van de wereld niet weten: in verschillende tijden hoorde elk van deze drie mannen iets anders van God, ontving elk van hen een andere opdracht van God, werden aan elk van hen andere eisen gesteld door God, deed elk van hen iets anders voor God en voltooide elk van hen ander werk dat hun door God was toevertrouwd – toch hadden ze één ding gemeen. Wat was dat? Ze maakten allemaal Gods verwachtingen waar. Na God te hebben horen spreken, waren ze in staat te aanvaarden wat God hun had toevertrouwd en van hen had gevraagd, en daarna waren ze in staat zich te onderwerpen aan alles wat God zei en zich te onderwerpen aan alles dat ze God van hen hoorden eisen. Wat deden ze dat Gods verwachtingen waarmaakte? Onder de hele mensheid werden ze voorbeelden voor het luisteren naar, aanvaarden van en zich onderwerpen aan Gods woorden, en voor het afleggen van een klinkend getuigenis voor God tegenover Satan. Aangezien ze voorbeelden voor de mensheid waren, en volmaakt en rechtvaardig in Gods ogen, wat is uiteindelijk het belangrijkste stuk informatie dat dit ons geeft? Dat dit het soort persoon is dat God wil, een persoon die in staat is te begrijpen wat God zegt, die zijn hart gebruikt om te luisteren naar de woorden van de Schepper, ze te vatten, te bevatten, te begrijpen, en zich eraan te onderwerpen en ze ten uitvoer te brengen; dit soort persoon is geliefd door God. Ongeacht hoe groot de toetsen en beproevingen zijn waaraan God hen onderwerpt voordat Hij hun rechtvaardige daden bevestigt, zodra ze een klinkend getuigenis voor God afleggen, worden ze dat wat het kostbaarst is in Gods handen, en iemand die voor altijd zal leven in de ogen van God. Dit is het feit dat het ons vertelt. Dit is wat Ik jullie wil vertellen door te communiceren over de verhalen van Noach en Abraham, en wat jullie moeten begrijpen. De implicatie is dat degenen die de woorden van de Schepper nog steeds niet begrijpen, en nog steeds niet weten dat luisteren naar de woorden van de Schepper hun verantwoordelijkheid, verplichting en plicht is, en zich er niet van bewust zijn dat het aanvaarden van en zich onderwerpen aan de woorden van de Schepper de houding is die geschapen mensen behoren te hebben, ongeacht hoeveel jaar ze God hebben gevolgd – zulke mensen zijn degenen die door God zullen worden geëlimineerd. God wil zulke mensen niet, Hij verafschuwt zulke mensen. Hoeveel mensen zijn uiteindelijk in staat om te luisteren naar de woorden van de Schepper, ze te aanvaarden en zich er volledig aan te onderwerpen? Zoveel als daartoe in staat zijn. Degenen die God al vele jaren volgen maar toch de waarheid verachten, schaamteloos de principes schenden en niet in staat zijn Gods woorden te aanvaarden en zich eraan te onderwerpen, of ze nu in het vlees of in het spirituele rijk worden gesproken, zullen uiteindelijk één uitkomst tegemoet zien: eliminatie.

Het is nu dertig jaar geleden dat God vlees werd en naar de aarde kwam om te werken. Hij heeft vele woorden gesproken en vele waarheden uitgedrukt. Hoe Hij ook spreekt, welke methoden Hij ook gebruikt om te spreken, en hoeveel inhoud Hij ook spreekt, Hij heeft slechts één vereiste voor mensen: dat ze in staat zijn te luisteren, te aanvaarden en zich te onderwerpen. Er zijn er echter velen die deze meest eenvoudige vereiste niet kunnen vatten of uitvoeren. Dit is zeer zorgwekkend en het toont aan dat de mensheid zo diep verdorven is, grote moeite heeft met het aanvaarden van de waarheid en niet gemakkelijk gered kan worden. Zelfs nu, in de context dat mensen erkennen dat de mens door God is geschapen en het feit dat de geïncarneerde God God Zelf is, verzetten mensen zich nog steeds tegen God, weerstaan ze Hem en verwerpen ze Gods woord en Zijn vereisten. Ze onderzoeken, analyseren en verwerpen zelfs de woorden die door Gods incarnatie zijn gesproken en staan er onverschillig tegenover, zonder te begrijpen hoe schepselen Gods woord zouden moeten behandelen en welke houding ze ten opzichte van Gods woord zouden moeten hebben. Dit is werkelijk triest. Zelfs nu weten mensen niet wie ze zijn, welke positie ze moeten innemen of wat ze moeten doen. Sommige mensen klagen zelfs voortdurend over God en zeggen: “Waarom drukt God altijd waarheden uit in Zijn werk? Waarom eist Hij altijd dat we de waarheid aanvaarden? Wanneer God spreekt en werkt, zou Hij ons moeten raadplegen, en Hij zou het ons niet altijd moeilijk moeten maken. We hebben geen reden om Hem absoluut te gehoorzamen, we willen mensenrechten en vrijheid, we zouden door handopsteking moeten stemmen over de eisen die God ons stelt, en we zouden ook allemaal discussies moeten voeren en tot consensus moeten komen. Het huis van God zou democratie moeten invoeren en iedereen zou de uiteindelijke beslissingen samen moeten nemen.” Zelfs nu houden veel mensen deze zienswijze erop na, en hoewel ze het niet openlijk zeggen, hebben ze het in hun hart. Als Ik niet het recht heb om iets van jou te vragen, als Ik niet het recht heb om te vragen dat je gehoorzaamt aan wat Ik zeg, en om je absolute onderwerping te eisen aan wat Ik zeg, wie dan wel? Als je gelooft dat de God in de hemel het recht heeft om dat te doen, en dat de God in de hemel het recht heeft om vanuit de lucht via de donder tot je te spreken, prima! Dat betekent dat Ik niet geduldig en ernstig hoef te zijn of Mijn adem hoef te verspillen door tegen jou te praten – Ik wil niets meer tegen je zeggen. Als je gelooft dat de God in de hemel het recht heeft om vanuit de lucht, vanuit de wolken tot jou te spreken, ga dan je gang en luister, ga en zoek naar Zijn woorden – wacht tot de God in de hemel vanuit de lucht, in de wolken, te midden van het vuur tot je spreekt. Maar er is één ding waar je helderheid over moet hebben: als die dag werkelijk komt, zal dat het uur van jouw dood zijn. Het zou beter zijn als die dag niet kwam. ‘Het zou beter zijn als die dag niet kwam’ – wat betekenen deze woorden? God is mens geworden om persoonlijk van aangezicht tot aangezicht met de mensen op aarde te spreken, om waarheden uit te drukken die mensen alles vertellen wat ze behoren te doen. Toch zijn mensen spottend en luchthartig; in hun hart verzetten ze zich heimelijk tegen God en strijden ze met Hem. Ze willen niet luisteren, in de overtuiging dat God op aarde niet het recht heeft om mensen te willen besturen. Maakt deze houding die mensen hebben God blij, of ergert die Hem? (Die ergert Hem.) En wat zal God doen wanneer Hij geërgerd is? Mensen zullen geconfronteerd worden met Gods toorn – jullie begrijpen dit toch? De toorn van God, niet de beproeving van God; dit zijn twee afzonderlijke concepten. Wanneer de toorn van God over mensen komt, zijn ze in gevaar. Denken jullie dat God toornig is op degenen die Hij liefheeft? Is Hij toornig op degenen die het waard zijn om in het licht van Gods aangezicht te leven? (Nee.) Op wat voor soort persoon is God toornig? God voelt afkeer en walging voor degenen die Hem al vele jaren volgen en toch Zijn woorden nog steeds niet begrijpen, die nog steeds niet weten dat ze naar Gods woorden behoren te luisteren, die het besef missen om Gods woorden te aanvaarden en zich eraan te onderwerpen, en Hij wenst hen niet te redden. Jullie begrijpen dit toch? Wat zou dus de houding van mensen moeten zijn ten opzichte van God, de geïncarneerde God en de waarheid? (We zouden moeten luisteren, aanvaarden en ons onderwerpen.) Dat klopt. Jullie moeten luisteren, aanvaarden en je onderwerpen. Niets is eenvoudiger dan dit. Na het luisteren moet je het in je hart aanvaarden. Als je niet in staat bent iets te aanvaarden, moet je blijven zoeken totdat je tot volledige aanvaarding in staat bent – zodra je het aanvaardt, moet je je vervolgens onderwerpen. Wat betekent het om je te onderwerpen? Het betekent praktiseren en ten uitvoer brengen. Wuif dingen niet weg nadat je ze hebt gehoord, door uiterlijk te beloven ze te doen, ze te noteren, ze op schrift te stellen, ze met je oren te horen zonder ze ter harte te nemen, en gewoon op oude voet verder te gaan en te doen wat je wilt wanneer de tijd komt om te handelen, waarbij je wat je hebt opgeschreven naar de achtergrond van je geest verdringt en als onbelangrijk beschouwt. Dit is geen onderwerping. Ware onderwerping aan Gods woorden betekent met je hart ernaar luisteren en ze begrijpen, en ze werkelijk aanvaarden – ze aanvaarden als een onontkoombare verantwoordelijkheid. Het is niet simpelweg een kwestie van zeggen dat men Gods woorden aanvaardt; in plaats daarvan is het Zijn woorden vanuit het hart aanvaarden, je aanvaarding van Zijn woorden omzetten in praktische handelingen en Zijn woorden zonder enige afwijking ten uitvoer brengen. Als wat je denkt, wat je ter hand neemt om te doen en de prijs die je betaalt allemaal bedoeld zijn om aan Gods eisen te voldoen, dan is dat het ten uitvoer brengen van Gods woorden. Wat impliceert ‘onderwerping’? Het impliceert praktiseren en ten uitvoer brengen, Gods woorden omzetten in werkelijkheid. Als je de woorden die God spreekt en Zijn eisen in een notitieboekje opschrijft en ze op papier zet, maar ze niet in je hart vastlegt, en je doet wat je ook maar wilt wanneer de tijd komt om te handelen, en als het van buitenaf lijkt alsof je hebt gedaan wat God vroeg, maar je het volgens je eigen wil hebt gedaan, dan is dit niet luisteren naar, aanvaarden van en je onderwerpen aan Gods woorden. Dit is de waarheid verachten, het is schaamteloos principes schenden en de regelingen van Gods huis negeren. Het is opstandigheid.

Eens vertrouwde Ik iemand een taak toe. Terwijl Ik de taak aan hem uitlegde, maakte hij er zorgvuldig aantekeningen van in zijn notitieboekje. Ik zag hoe zorgvuldig hij was in het opschrijven ervan – hij leek een last voor het werk te ervaren en een zorgvuldige, verantwoordelijke houding te hebben. Nadat Ik de klus aan hem had overgedragen, wachtte Ik op een update. Er gingen twee weken voorbij en nog steeds had hij geen bericht teruggestuurd. Dus nam Ik het op Mij om hem op te zoeken en vroeg hoe het stond met de taak die Ik hem had gegeven. Hij zei: “Oh nee – ik ben het vergeten! Vertel me nog eens wat het was.” Wat vinden jullie van zijn antwoord? Dat was het soort houding dat hij had bij het doen van een klus. Ik dacht: ‘Deze persoon is werkelijk onbetrouwbaar. Ga bij Mij weg, en snel! Ik wil je niet meer zien!’ Zo voelde Ik Me. Dus zal Ik jullie een feit vertellen: jullie mogen de woorden van God nooit associëren met de leugens van een bedrieger – dat te doen is een gruwel voor God. Er zijn er die zeggen dat ze mensen van hun woord zijn, dat hun woord hun eer is. Als dat zo is, kunnen ze dan, als het om Gods woorden gaat, doen wat die woorden zeggen wanneer ze die horen? Kunnen ze die net zo zorgvuldig ten uitvoer brengen als ze hun persoonlijke zaken regelen? Elke zin van God is belangrijk. Hij spreekt niet voor de grap. Wat Hij zegt, moeten mensen ten uitvoer brengen en doen. Wanneer God spreekt, raadpleegt Hij dan mensen? Dat doet Hij zeker niet. Stelt Hij jullie meerkeuzevragen? Dat doet Hij zeker niet. Als je kunt beseffen dat Gods woorden en opdracht bevelen zijn, dat de mens moet doen wat ze zeggen en ze ten uitvoer moet brengen, dan heb je de verplichting om ze ten uitvoer te brengen en uit te voeren. Als je denkt dat Gods woorden slechts een grapje zijn, slechts terloopse opmerkingen die gedaan kunnen worden – of niet – zoals het je uitkomt, en je behandelt ze als zodanig, dan ben je volkomen zonder verstand en ongeschikt om een mens genoemd te worden. God zal nooit meer tot je spreken. Als iemand altijd zijn eigen keuzes maakt als het gaat om Gods vereisten, Zijn bevelen en Zijn opdracht, en ze met een plichtmatige houding behandelt, dan is hij het soort persoon die God verafschuwt. Als jij, wat betreft de dingen die Ik je beveel en je rechtstreeks toevertrouw, het altijd nodig hebt dat Ik toezicht op je houd en je aanspoor, dat Ik dingen met je opvolg, Mij altijd zorgen laat maken en navraag laat doen, en vereist dat Ik alles bij elke stap voor je controleer, dan behoor je te worden geëlimineerd. Er zijn veel van dit soort mensen onder degenen die momenteel uit het huis van God worden geëlimineerd. Ik geef instructies over een paar dingen en dan vraag Ik hun: “Heb je dat allemaal opgeschreven? Is dit duidelijk? Heb je nog vragen?” Waarop ze reageren met: “Ik heb het allemaal opgeschreven, geen problemen hier, geen zorgen!” Ze stemmen er heel gemakkelijk mee in om ze te doen, leggen zelfs hun hand op hun hart en zweren het Mij. Maar gaan ze deze dingen daadwerkelijk ten uitvoer brengen nadat ze ermee hebben ingestemd? Nee, ze verdwijnen gewoon spoorloos en er komt geen verder nieuws van hen. Ze doen meteen de dingen die ze leuk vinden; ze handelen snel en resoluut. Ze stemmen geredelijk in met de dingen die Ik hun toevertrouw, maar negeren het vervolgens gewoon, en wanneer Ik de zaak later met hen opvolg, ontdek Ik dat ze helemaal niets hebben gedaan. Dit soort persoon heeft geen enkel geweten of verstand. Hij is een nietsnut en niet waardig om een plicht te vervullen. Hij is erger dan een varken of een hond. Wanneer iemand een waakhond houdt, kan de hond wanneer die persoon weg is, helpen het huis en het erf te bewaken wanneer er vreemden voorbijkomen. Er zijn veel mensen die hun taken niet eens zo goed uitvoeren als honden. Sommige mensen moeten altijd iemand hebben die toezicht op hen houdt om ook maar een klein beetje van hun plicht te vervullen, en er moet altijd iemand zijn die hen snoeit en over hen waakt voordat ze iets doen. Is dit een plicht doen? Deze mensen zijn leugenaars! Als ze niet van plan waren het te doen, waarom stemden ze er dan mee in? Is dit niet opzettelijk mensen bedriegen? Als ze dachten dat de taak moeilijk zou zijn, waarom zeiden ze dat dan niet eerder? Waarom beloofden ze het uit te voeren en deden ze het vervolgens niet? Als ze andere mensen bedriegen, kunnen die hun niets doen, maar als ze God bedriegen, wat zijn dan de gevolgen? Met dit soort persoon moet worden afgerekend en hij moet worden geëlimineerd! Denken jullie niet dat mensen die de waarheid verachten en schaamteloos principes schenden slechte mensen zijn? Het zijn allemaal slechte mensen, het zijn allemaal demonen, en ze moeten worden geëlimineerd! Omdat deze mensen roekeloos handelen, principes schenden, opstandig en ongehoorzaam zijn, hun eigen koninkrijk stichten, en omdat ze lui en onverantwoordelijk zijn, hebben ze de kerk grote verliezen toegebracht! Wie kan het zich veroorloven zulke verliezen te vergoeden? Niemand kan zo’n verantwoordelijkheid dragen. Deze mensen klagen, en blijven onovertuigd en ontevreden wanneer ze worden gesnoeid. Zijn deze mensen geen onredelijke demonen? Ze zijn werkelijk niet meer te redden en hadden allang geëlimineerd moeten zijn!

Begrijpen jullie wat het punt is van de verhalen van Noach en Abraham waarover we vandaag hebben gecommuniceerd? Zijn Gods vereisten voor de mens hoog? (Nee.) Wat God van de mens vereist, is wat het meest fundamenteel zou moeten zijn in een geschapen mens; Zijn vereisten zijn helemaal niet hoog, en ze zijn heel praktisch en heel realistisch. Mensen moeten waar geloof en absolute onderwerping bezitten om door God te worden goedgekeurd; alleen degenen die deze twee dingen bezitten, zijn werkelijk gered. Maar voor degenen die diep verdorven zijn, degenen die de waarheid verachten en afkerig zijn van positieve dingen, en voor degenen die de waarheid vijandig gezind zijn, is niets moeilijker dan deze twee dingen! Dit is alleen haalbaar voor degenen die een puur en open hart voor God hebben, die menselijkheid, verstand en geweten bezitten, en die houden van positieve dingen. Zijn deze dingen in jullie aanwezig? En in wie is de volharding en puurheid aanwezig die mensen zouden moeten bezitten in relatie tot God? Qua leeftijd zijn jullie die hier zitten allemaal jonger dan Noach en Abraham, maar qua puurheid kunnen jullie je niet met hen meten. Puurheid, intelligentie en wijsheid bezitten jullie niet; aan kleinzielige listen daarentegen is geen gebrek. Dus, hoe kan dit probleem worden opgelost? Is er een manier om aan Gods vereisten te voldoen? Is er een weg? Waar moeten we beginnen? (Door naar de woorden van God te luisteren.) Dat klopt: door te leren luisteren en je te onderwerpen. Sommige mensen zeggen: “Soms is wat God zegt niet de waarheid, en is het niet makkelijk om je eraan te onderwerpen. Als God een paar woorden van waarheid sprak, zou onderwerping makkelijk zijn.” Zijn deze woorden juist? (Nee.) Wat hebben jullie ontdekt in de verhalen van Noach en Abraham waarover we vandaag spraken? Het woord van God gehoorzamen en zich onderwerpen aan Gods vereisten is de absolute plicht van de mens. En als God iets zegt dat niet overeenkomt met de noties van de mens, moet de mens het niet analyseren of onderzoeken. Wie God ook veroordeelt of elimineert, wat bij hoeveel mensen ook noties en weerstand oproept, Gods identiteit, Zijn essentie, Zijn gezindheid en Zijn status zijn voor altijd onveranderlijk. Hij is voor altijd God. Aangezien je er niet aan twijfelt dat Hij God is, is je enige verantwoordelijkheid, het enige wat je moet doen, gehoorzamen aan wat Hij zegt en praktiseren in overeenstemming met Zijn woord; dit is het beoefeningspad. Een schepsel mag de woorden van God niet onderzoeken, analyseren, bespreken, verwerpen, tegenspreken, ertegen in opstand komen of ze ontkennen; dit wordt door God verafschuwd en is niet wat Hij in een mens wenst te zien. Hoe moeten Gods woorden precies worden behandeld? Hoe moeten jullie praktiseren? Het is eigenlijk heel simpel: leer ze te gehoorzamen, luister ernaar met je hart, aanvaard ze met je hart, begrijp en bevat ze met je hart, en ga ze vervolgens met je hart praktiseren en ten uitvoer brengen. Wat je hoort en in je hart begrijpt, moet nauw verbonden zijn met je beoefening. Scheid de twee niet; alles – wat je praktiseert, waaraan je je onderwerpt, wat je met je eigen hand doet, alles waarvoor je rondrent – moet gekoppeld zijn aan Gods woorden. Vervolgens moet je praktiseren in overeenstemming met Zijn woorden en ze ten uitvoer brengen door je daden. Dat is wat het is om je te onderwerpen aan de woorden van de Schepper. Dit is het pad van het praktiseren van Gods woorden.

18 juli 2020

Vorige: Uitweiding twee: Hoe Noach en Abraham Gods woorden gehoorzaamden en zich aan Hem onderwierpen (deel 1)

Volgende: Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 5)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat is jouw begrip van God?

Mensen geloven al heel lang in God, toch weten de meesten niet wat het woord ‘God’ betekent, en volgen ze slechts in verbijstering. Ze...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger