Uitweiding twee: Hoe Noach en Abraham Gods woorden gehoorzaamden en zich aan Hem onderwierpen (deel 1)

I. Noach bouwde de ark

Vandaag begin Ik met het vertellen van een aantal verhalen. Luister, en zie welk onderwerp Ik bespreek, en of dit enig verband houdt met de thema’s die we eerder hebben behandeld. Deze verhalen zijn niet diepzinnig, jullie zouden ze waarschijnlijk allemaal moeten begrijpen. We hebben deze verhalen eerder verteld, het zijn oude verhalen. Als eerste het verhaal van Noach. In Noachs tijd was de mensheid buitengewoon verdorven: mensen aanbaden afgoden, verzetten zich tegen God, en deden allerlei slechte dingen. Hun slechte daden werden door Gods ogen gezien, de woorden die ze spraken bereikten Gods oren, en God besloot dat Hij dit menselijke geslacht zou uitroeien met een vloed, dat Hij deze wereld zou vernietigen. Moesten alle mensen dan weggevaagd worden, zou er niet één persoon overblijven? Nee. Eén man had geluk, God was hem gunstig gezind, en hij zou geen deel uitmaken van Gods vernietiging: deze man was Noach. Noach zou blijven bestaan nadat God de wereld vernietigde met een vloed. Nadat Hij besloten had om dit tijdperk tot een einde te brengen en dit menselijke geslacht te vernietigen, deed God iets. Wat was dat? Op een dag riep God Noach vanuit de hemel. Hij zei: “Noach, het kwaad van dit menselijke geslacht heeft Mijn oren bereikt, en Ik heb besloten om deze wereld te vernietigen met een vloed. Jij moet een ark bouwen van goferhout. Ik zal je de afmetingen van de ark geven, en jij moet alle soorten levende wezens verzamelen om ze in de ark te plaatsen. Wanneer de ark voltooid is en er een mannetje en een vrouwtje van elk levend wezen dat door God geschapen is aan boord zijn, zal Gods dag komen. Als die tijd aanbreekt zal Ik je een teken geven.” Nadat God deze woorden had geuit, ging God weg. En nadat Noach Gods woorden had gehoord, begon hij met het uitvoeren van elke taak die God hem had opgedragen, zonder iets na te laten. Wat deed hij? Hij zocht naar het goferhout waar God over gesproken had, en naar de verschillende materialen die nodig waren voor het bouwen van de ark. Hij bereidde ook alles voor wat nodig was om alle soorten levende wezens te verzamelen en verzorgen. Beide enorme ondernemingen waren in zijn hart gegrift. Vanaf het moment dat God het bouwen van de ark aan Noach toevertrouwde, dacht Noach nooit: ‘Wanneer gaat God de wereld vernietigen? Wanneer geeft Hij mij het teken dat Hij dat zal doen?’ In plaats van over zulke zaken na te denken, nam Noach alles wat God hem had verteld serieus ter harte en voerde deze vervolgens stuk voor stuk uit. Toen hij had aanvaard wat God hem had toevertrouwd, begon Noach met de realisatie en het uitvoeren van de bouw van de ark waar God over had gesproken, als het belangrijkste ding in zijn leven, zonder maar het minste spoor van nalatigheid. Er gingen dagen voorbij, er gingen jaren voorbij, dag na dag, jaar na jaar. God hield geen toezicht op Noach noch spoorde Hij hem aan, maar al die tijd volhardde Noach in de belangrijke taak die God hem had toevertrouwd. Elk woord dat God had geuit, en elke zin die God had geuit, stond op Noachs hart geschreven zoals woorden op een stenen tafel staan gekerfd. Hij lette niet op veranderingen in de buitenwereld, op de spot van de mensen om hem heen, op de tegenspoed die het met zich meebracht of op de moeilijkheden die zich voordeden; hij volhardde van begin tot einde in datgene wat hem door God was toevertrouwd. Nooit verloor hij de moed of overwoog hij op te geven. Gods woorden stonden op Noachs hart geschreven en hij voerde ze uit in zijn dagelijks leven. Noach maakte alle materialen gereed die hij nodig had om de ark te bouwen. De vorm en specificaties van de ark zoals God die had opgedragen kregen geleidelijk vorm, met elke zorgvuldige slag van Noachs hamer en beitel. In wind en regen, ongeacht hoe mensen hem bespotten of belasterden, ging Noachs leven op deze manier door, jaar na jaar. God bekeek in het geheim elke handeling van Noach, zonder ooit nog een woord tot hem te richten, en Zijn hart werd door Noach geroerd. Maar Noach wist of voelde dat niet; van begin tot einde bouwde hij gewoon de ark en verzamelde hij alle soorten levende wezens uit onwankelbare trouw aan Gods woorden. In Noachs hart waren Gods woorden de hoogste instructie die hij moest volgen en uitvoeren, en ze waren het doel en de richting die hij zijn hele leven nastreefde. Wat God hem dus ook zei, wat God hem ook vroeg te doen, hem opdroeg te doen, Noach aanvaardde het volledig, nam het ter harte; hij beschouwde het als het belangrijkste in zijn leven en behandelde het dienovereenkomstig. Niet alleen vergat hij het niet, en niet alleen bewaarde hij het in zijn hart; hij maakte het ook tot de werkelijkheid in zijn dagelijks leven. Met zijn leven aanvaardde hij Gods opdracht en voerde die uit. En op deze manier werd, plank na plank, de ark gebouwd. Elke stap die Noach zette, elke dag, was gewijd aan de woorden en geboden van God. Het leek er misschien niet op dat Noach aan een wereldschokkende, gewichtige taak werkte, maar in Gods ogen was elke beweging van Noach, zelfs alles wat hij probeerde te bereiken met elke stap die hij zette, al het werk dat zijn hand deed, allemaal kostbaar, gedenkwaardig en waardig om door deze mensheid nagevolgd te worden. Noach hield zich aan wat hem door God was toevertrouwd. Hij bleef standvastig in zijn geloof dat elk door God geuite woord waar was; hieraan twijfelde hij niet. Als gevolg daarvan kwam de ark gereed en konden alle soorten levende wezens erin wonen. Voordat God de wereld vernietigde, gaf Hij Noach een teken waaraan hij kon zien dat de vloed op handen was en dat hij de ark zonder uitstel moest binnengaan. Noach deed precies wat God zei. Toen Noach aan boord van de ark ging, toen geweldige slagregens uit de hemel stortten, zag Noach dat Gods woorden werkelijkheid waren geworden, dat Zijn woorden vervuld waren: Gods toorn was over de wereld gekomen en niemand kon daar iets aan veranderen.

Hoeveel jaar kostte het Noach om de ark te bouwen? (120 jaar.) Wat symboliseert 120 jaar voor de hedendaagse mens? Het is langer dan de levensduur van een normaal mens. Langer misschien zelfs dan de levens van twee mensen. En toch deed Noach 120 jaar lang slechts één ding, elke dag deed hij hetzelfde. In die pre-industriële tijd, in dat tijdperk vóór informatiecommunicatie, in dat tijdperk waarin alles afhing van mensenhanden en fysieke inspanning, deed Noach dag in dag uit precies hetzelfde. 120 jaar lang gaf hij niet op en stopte hij niet. Honderdtwintig jaar: hoe kunnen we ons daar een beeld bij vormen? Zou iemand anders in het menselijke geslacht 120 jaar lang toegewijd kunnen blijven aan het doen van één ding? (Nee.) Dat niemand toegewijd kon blijven aan het doen van één ding is geen verrassing. En toch was er één man die 120 jaar lang volhardde, zonder verandering, in wat God hem had toevertrouwd. Zonder klagen of opgeven, niet vatbaar voor externe invloeden, voltooide hij het uiteindelijk precies zoals God had gezegd. Wat voor zaak was dit? Dit was zeldzaam bij de mensheid, ongewoon – uniek zelfs. In de lange loop van de menselijke geschiedenis, in alle generaties die God hadden gevolgd, was dit volledig ongeëvenaard. Qua afmeting en complexiteit van de techniek die hierbij kwam kijken, de mate van lichamelijk werk en inspanning die het vereiste en de tijd die het kostte, was dit geen eenvoudige onderneming. Daarom was het, toen Noach dit deed, uniek onder de mensheid, en is hij een model en een voorbeeld voor iedereen die God volgt. Noach had maar een paar boodschappen gehoord en op dat moment had God nog niet veel woorden uitgedrukt; daarom staat buiten kijf dat Noach veel waarheden niet begreep. Moderne wetenschap en moderne kennis begreep hij niet. Hij was een uiterst normale man, een onopvallend lid van de mensheid. Toch was hij in één opzicht anders dan wie dan ook: hij wist Gods woorden te gehoorzamen, hij wist hoe hij Gods woorden moest volgen en ernaar te leven, hij wist wat de juiste positie van de mens was en hij was in staat Gods woorden echt te geloven en zich eraan te onderwerpen – niets anders. Deze paar eenvoudige principes waren genoeg om Noach in staat te stellen alles te volbrengen wat God hem had toevertrouwd, en hierin volhardde hij niet slechts een paar maanden, een paar jaren of een paar decennia, maar meer dan een eeuw. Is die tijdspanne niet verbluffend? Wie anders dan Noach had dit kunnen doen? (Niemand.) En hoe komt dat? Sommige mensen zeggen dat het komt doordat men de waarheid niet begrijpt, maar dat stemt niet overeen met de feiten. Hoeveel waarheden begreep Noach? Waarom was Noach tot dit alles in staat? De hedendaagse gelovigen hebben veel van Gods woorden gelezen, ze begrijpen een zekere mate van waarheid – dus waarom zijn zij hiertoe niet in staat? Anderen zeggen dat het komt door de verdorven gezindheden van mensen – maar had Noach geen verdorven gezindheid? Waarom kon Noach dit klaarspelen en kunnen de mensen van tegenwoordig dat niet? (Omdat de mensen van tegenwoordig Gods woorden niet geloven, er niet mee omgaan als de waarheid en zich er niet aan houden als de waarheid.) En waarom kunnen zij Gods woorden niet behandelen als de waarheid? Waarom kunnen zij niet naar Gods woorden leven? (Ze hebben geen Godvrezend hart.) Als mensen dan de waarheid niet begrijpen en niet veel waarheden hebben gehoord, hoe ontstaat er dan een Godvrezend hart in hen? (Ze moeten menselijkheid en geweten hebben.) Dat klopt. In de menselijkheid van mensen moeten twee van de allerkostbaarste dingen aanwezig zijn: het eerste is een geweten en het tweede is een verstand van normale menselijkheid. Het bezit van een geweten en een verstand van normale menselijkheid is de minimumnorm om een persoon te zijn; het is de minimumnorm en meest elementaire norm om een persoon aan te meten. Maar in de mensen van tegenwoordig is dit afwezig, waardoor het niet uitmaakt hoeveel waarheden ze horen en begrijpen: een Godvrezend hart bezitten ligt buiten hun bereik. Dus wat is het essentiële verschil tussen de mensen van tegenwoordig en Noach? (Ze hebben geen menselijkheid.) En wat is de essentie van dit gebrek aan menselijkheid? (Ze zijn beesten en demonen.) ‘Beesten en demonen’ klinkt niet erg fijn, maar het stemt overeen met de feiten; een meer beleefde manier om het te stellen is dat men geen menselijkheid heeft. Mensen zonder menselijkheid en verstand zijn geen mensen, ze zijn zelfs lager dan beesten. Noach was in staat Gods opdracht te vervullen omdat hij, toen hij Gods woorden hoorde, die vast in zijn hart kon bewaren; voor hem was Gods opdracht een levenslange onderneming; zijn geloof was onwankelbaar en zijn wil was onveranderlijk gedurende honderd jaar. Het was omdat hij een Godvrezend hart had, een echte persoon was en het allerbeste verstand had, dat God hem het bouwen van de ark toevertrouwde. Mensen met zoveel menselijkheid en verstand als Noach zijn erg zeldzaam; het zou heel moeilijk zijn nog iemand als hij te vinden.

Noach kon eigenlijk maar één ding doen. Het was heel simpel: nadat hij Gods woorden had gehoord, voerde hij ze uit, en dat zonder compromis. Hij had nooit enige twijfels, hij gaf nooit op. Hij bleef doen wat God hem ook vroeg om te doen, hij voerde het uit en implementeerde het op de manier die God hem had opgedragen zonder compromis, zonder na te denken over het waarom of over zijn eigen winst of verlies. Hij onthield Gods woorden: “God gaat de wereld vernietigen. Je moet zonder uitstel een ark bouwen, en wanneer hij klaar is en het vloedwater komt, zullen jullie allemaal aan boord gaan, en wie niet aan boord van de ark zijn gegaan zullen allemaal omkomen.” Hij wist niet wanneer de dingen waarover God had gesproken vervuld zouden worden, alleen dat wat door God gesproken is in vervulling moet gaan, dat al Gods woorden waar zijn, zonder enig vals woord, en dat het aan God is wanneer zij in vervulling gaan, op welk moment ze werkelijkheid zullen worden. Hij wist dat zijn enige opdracht op dat moment was om alles wat God had gezegd diep in zijn hart te bewaren, en dat hij geen tijd moest verspillen om het uit te voeren. Dat waren Noachs gedachten. Dit is wat hij dacht, en dit is wat hij deed, en dit zijn de feiten. Wat is dan het essentiële verschil tussen jullie en Noach? (Wanneer wij Gods woord horen gaan we er niet toe over om het in praktijk te brengen.) Dit is gedrag, wat is het essentiële verschil? (Het ontbreekt ons aan menselijkheid.) Het is dat Noach de twee dingen bezat die een mens minimaal zou moeten bezitten – het geweten en verstand van normale menselijkheid. Jullie bezitten deze dingen niet. Is het juist om te stellen dat Noach een mens genoemd kan worden, en dat jullie dat niet verdienen? (Ja.) Waarom zeg ik dit? De feiten zijn duidelijk: neem wat Noach deed, jullie zouden niet eens een fractie ervan kunnen doen, laat staan de helft. Noach kon 120 jaar volhouden. Hoeveel jaar zouden jullie vol kunnen houden? 100? 50? 10? Vijf? Twee? Een half jaar? Wie van jullie zou een half jaar vol kunnen houden? Eropuit gaan om het hout te zoeken waar God over gesproken had, het omkappen, de schors eraf halen, het hout drogen, het dan in verschillende vormen en maten zagen – zouden jullie dat een half jaar vol kunnen houden? De meesten van jullie schudden het hoofd – dat zou je nog geen half jaar kunnen volhouden. En drie maanden dan? Sommige mensen zeggen: “Ik denk dat drie maanden ook moeilijk zou zijn. Ik ben klein en fijngebouwd. Er zijn steekmuggen en andere insecten in het bos, mieren en vlooien. Ik zou er niet tegen kunnen als die mij allemaal zouden bijten of steken. En elke dag hout kappen bovendien, dat smerige vermoeiende werk doen in de brandende zon terwijl de wind raast, ik zou binnen twee dagen verbranden. Dat is niet het soort werk dat ik wil doen – is er iets makkelijkers dat mij kan worden opgedragen?” Kun je kiezen wat God je opdraagt om te doen? (Nee.) Als je het nog geen drie maanden kunt volhouden, ben je dan waarlijk gehoorzaam? Bezit je de werkelijkheid van gehoorzaamheid? (Nee.) Je zou het geen drie maanden vol kunnen houden. Is er iemand die het een halve maand zou kunnen volhouden? Sommige mensen zeggen: “Ik weet niet wat goferhout is en ik kan geen bomen omkappen. Ik weet niet eens welke kant de boom op zal vallen als ik hem omhak – wat als hij op me valt? Bovendien, na het omhakken van de bomen zou ik hooguit een of twee boomstammen kunnen tillen. Nog meer en het zou het einde betekenen van mijn rug en schouders, toch?” Je kunt het niet eens een halve maand volhouden. Wat kunnen jullie dan wel doen? Wat kunnen jullie bereiken wanneer jullie gevraagd wordt om Gods woorden te gehoorzamen, om je aan Gods woorden te onderwerpen, om Zijn woorden ten uitvoer te brengen? Wat zijn jullie in staat te doen, behalve omgaan met computers en opdrachten geven? Als dit Noachs tijd was geweest, zou God jullie dan geroepen hebben? Absoluut niet! Jullie zouden niet degenen zijn die God zou roepen; jullie zouden niet degenen zijn die God gunstig gezind zou zijn. Waarom? Omdat je niet iemand bent die in staat is zich te onderwerpen na het horen van Gods woorden. En als je niet dat type mens bent, verdien je het dan om te leven? Verdien je het om te overleven wanneer de vloed komt? (Nee.) Als je dat niet verdient, dan zul je vernietigd worden. Wat voor persoon ben je, als het je niet eens lukt om Gods woorden een halve maand lang uit te voeren? Ben je iemand die werkelijk in God gelooft? Als jij na het horen van Gods woorden niet in staat bent om ze uit te voeren, als je dat geen halve maand kunt volhouden, niet eens twee weken van ontberingen kunt verdragen, wat voor effect heeft dat kleine beetje waarheid dat jij begrijpt dan op je? Als het niet eens enigszins het effect op je heeft om je in het gareel te houden, dan is de waarheid voor jou slechts een zaak van woorden, en heeft het absoluut geen nut. Wat voor persoon ben je als je al die waarheden begrijpt, maar wanneer je gevraagd wordt Gods woorden uit te voeren en vijftien dagen lijden te verdragen, dat niet kunt opbrengen? Ben je dan in Gods ogen een schepsel dat aan de norm voldoet? (Nee.) Vergeleken met Noachs lijden en 120 jaar van volharding is er meer dan alleen maar een kleine afstand tussen jullie – het is niet te vergelijken. De reden dat God Noach riep en hem alles toevertrouwde dat Hij gedaan wilde hebben, was dat Noach in Gods ogen in staat was om Zijn woorden te gehoorzamen. Hij was een man die een grote onderneming toevertrouwd kon worden, hij was betrouwbaar en iemand die kon realiseren wat God wilde dat gedaan werd; in Gods ogen was hij een waar persoon. En jullie? Jullie kunnen geen van deze dingen bereiken. Het is niet moeilijk om je voor te stellen wat jullie zijn in Gods ogen. Zijn jullie mensen? Zijn jullie geschikt om mensen genoemd te worden? Het antwoord is duidelijk: dat zijn jullie niet! Ik heb de tijd zoveel mogelijk ingekort, naar vijftien dagen, slechts twee weken, en niet één van jullie zei dat je het zou kunnen doen. Wat laat dat zien? Dat jullie geloof, loyaliteit, en gehoorzaamheid allemaal niets voorstellen. Wat jullie denken dat geloof, loyaliteit, en gehoorzaamheid is, is niets in Mijn ogen. Jullie beroemen je erop nogal goed te zijn, maar in Mijn ogen schieten jullie vreselijk tekort.

Wat het meest ongelofelijk, bewonderenswaardig en het navolgen waard is in het verhaal van Noach is zijn 120 jaar volharding, zijn 120 jaar van gehoorzaamheid en loyaliteit. Had God Zich vergist in Zijn keuze van een persoon? (Nee.) God is de God die het diepste wezen van de mens waarneemt. Uit die enorme zee van mensen koos Hij Noach uit, riep Hij Noach, en God maakte geen vergissing in Zijn keuze: Noach voldeed aan Zijn verwachtingen en volbracht met succes wat God hem had toevertrouwd. Dit is getuigenis. Dit is wat God wilde, dit is getuigenis! Maar is er in jullie ook maar een spoortje of suggestie hiervan? Dat is er niet. Zo’n getuigenis is duidelijk niet in jullie aanwezig. Wat in jullie wordt onthuld, wat God ziet, is het kenmerk van schaamte; er is daar niets dat mensen tot tranen kan beroeren, wanneer erover gesproken wordt. Met betrekking tot Noachs diverse uitingen, met name zijn sterke geloof in Gods woorden dat een eeuw lang zonder twijfel of verandering bleef, en zijn volharding in het bouwen van de ark die een eeuw lang niet afliet, en wat dit geloof en deze wilskracht van hem betreft, is hij met niemand in deze tijd te vergelijken. Niemand komt bij hem in de buurt. Desondanks geeft niemand een zier om Noachs loyaliteit en gehoorzaamheid, niemand gelooft dat iets hiervan het waard is om door mensen gekoesterd en nagevolgd te worden. Wat is er in plaats daarvan belangrijker voor mensen tegenwoordig? Het herhalen van leuzen en het verkondigen van doctrines. Het lijkt alsof ze vele waarheden begrijpen, en dat ze de waarheid hebben verkregen – maar vergeleken met Noach hebben ze nog geen honderdste bereikt, nog geen duizendste van wat hij deed. Hoezeer schieten zij tekort! Er is een wereld van verschil. Hebben jullie uit hoe Noach de ark bouwde, ontdekt wat voor mensen door God geliefd zijn? Wat voor eigenschappen, hart, en integriteit gevonden worden in hen die door God geliefd zijn? Bezitten jullie alle dingen die Noach bezat? Als je denkt dat je Noachs geloof en karakter hebt, dan zou het enigszins te verantwoorden zijn om voorwaarden te stellen aan God, en om te proberen met Hem te onderhandelen. Als jij denkt dat ze volledig afwezig zijn in jou, dan zal Ik je de waarheid vertellen: vlei jezelf niet – je bent niets. In Gods ogen ben je minder dan een made. En toch durf je voorwaarden te stellen en te onderhandelen met God? Sommige mensen zeggen: “Als ik minder ben dan een made, kan ik dan niet als een hond dienen in Gods huis?” Nee, daar ben je niet geschikt voor. Waarom? Je kon de deur van Gods huis niet eens fatsoenlijk bewaken, dus in Mijn ogen ben je niet eens aan een waakhond gelijk. Zijn deze woorden kwetsend voor jullie? Vinden jullie het onplezierig om dit te horen? Dit is niet bedoeld om je gevoel van eigenwaarde te beschadigen; het is een verklaring gebaseerd op feiten, een op bewijs gebaseerde bewering, en niet in het minst onwaar. Dit is precies hoe jullie handelen, precies wat er in jullie tentoongespreid is; dit is precies hoe jullie met God omgaan, en het is ook hoe jullie met alles wat God jullie toevertrouwt omgaan. Alles wat Ik gezegd heb, is waar en komt uit het hart. We zullen hier eindigen met de bespreking van het verhaal van Noach.

II. Abraham offerde Isaak op

Er is nog een verhaal dat het vertellen waard is: het verhaal van Abraham. Op een dag kwamen er twee boodschappers naar het huis van Abraham, die hen enthousiast ontving. De boodschappers hadden de opdracht gekregen om Abraham te vertellen dat God hem een zoon zou geven. Toen Abraham dat hoorde, was hij onmiddellijk dolblij: “Mijn Heer zij gedankt!” Maar achter hen lachte Abrahams vrouw Sara zachtjes in zichzelf. Haar lach betekende: “Dat is onmogelijk, ik ben oud – hoe zou ik nog een kind kunnen baren? Dat ik een zoon zou krijgen, wat een grap!” Sara geloofde het niet. Hoorden de boodschappers Sara lachen? (Dat deden ze.) Natuurlijk hoorden ze het, en God zag het ook. En wat deed God? Ongezien keek God mee. Sara, die onwetende vrouw, geloofde het niet – maar wordt dat wat God besluit om te doen door mensen verstoord? (Nee.) Het wordt door geen enkel mens verstoord. Als God besluit om iets te doen, zeggen sommige mensen misschien: “Ik geloof het niet, ik ben ertegen, ik weiger, ik maak bezwaar, ik heb hier een probleem mee.” Maar snijden hun woorden hout? (Nee.) Dus wanneer God ziet dat er mensen zijn die het ermee oneens zijn, die iets te zeggen hebben, die niet geloven, is Hij hen dan uitleg verschuldigd? Moet Hij hen het hoe en waarom vertellen van wat Hij doet? Doet God dat? Dat doet Hij niet. Hij slaat geen acht op wat deze onwetende mensen doen en zeggen, het kan Hem niet schelen wat hun houding is. In Zijn hart is datgene wat Hij besloten heeft om te doen al lang vastgesteld: dit is wat Hij zal doen. Alle dingen en gebeurtenissen vallen onder de controle en soevereiniteit van Gods handen, inclusief wanneer iemand een kind krijgt, en wat voor kind dat is – vanzelfsprekend is dat ook in de handen van God. Toen God de boodschappers stuurde om Abraham te vertellen dat Hij hem een zoon zou geven, had God de vele dingen die Hij later zou doen lang van tevoren al gepland. Welke verantwoordelijkheden de zoon op zich zou nemen, wat voor leven hij zou leiden, hoe zijn nakomelingen zouden zijn – God had dat allemaal al lang van tevoren gepland, en daarin zouden zich geen fouten of veranderingen voordoen. Zou dan het gniffelen van een of andere dwaze vrouw iets kunnen veranderen? Het kon niets veranderen. En toen de tijd was aangebroken, deed God wat Hij gepland had, en dit alles werd vervuld zoals God had gesproken en besloten.

Toen Abraham honderd jaar oud was, gaf God hem een zoon. Zijn honderd jaar zonder een zoon waren eentonig en eenzaam geweest. Hoe voelt een honderdjarige man zonder kinderen zich, vooral zonder een zoon? “Er mist iets in mijn leven. God heeft me geen zoon gegeven, en mijn leven is een beetje eenzaam geweest, een beetje spijtig.” Maar hoe was Abrahams gemoed toen God de boodschappers stuurde om hem te vertellen dat hij een zoon zou krijgen? (Vreugdevol.) Naast dat hij overliep van vreugde, was hij ook vol verwachting. Hij dankte God voor Zijn genade, voor het feit dat God hem toestond een kind op te voeden in de jaren die hem nog restten. Wat een geweldige gebeurtenis was dit, en zo is het gegaan. Wat had hij dus om blij over te zijn? (Hij had nakomelingen, zijn familielijn zou voortgezet worden.) Dat is één iets. Er was ook nog een ander bijzonder vreugdevol iets – wat was dit? (Dit kind was persoonlijk door God geschonken) Inderdaad. Als een gewoon mens een kind gaat krijgen, komt God dan om het te vertellen? Zegt Hij: “Ik persoonlijk schenk je dit kind dat Ik je beloofd heb”? Is dat wat God doet? Nee. Dus wat was speciaal aan dit kind? God stuurde boodschappers naar Abraham om persoonlijk tegen hem te zeggen: “Op honderdjarige leeftijd zul je een kind krijgen, één dat persoonlijk door God geschonken is.” Dit is wat speciaal was aan het kind: het was door God voorzegd, en door Hem persoonlijk geschonken. Wat een vreugdevol iets was dit! En zouden er, gezien de bijzondere betekenis van dit kind, niet vele gedachten bij de mensen moeten opkomen? Hoe voelde Abraham zich toen hij de geboorte van dit kind meemaakte? ‘Ik heb eindelijk een kind. Gods woorden zijn in vervulling gegaan; God zei dat Hij me een kind zou geven, en Hij heeft het echt gedaan!’ Toen dit kind geboren was en hij het in zijn armen hield, was het eerste wat hij voelde: ‘Dit kind heb ik niet uit mensenhanden ontvangen, maar uit de handen van God. Dit kind komt precies op de juiste tijd. Het is door God geschonken, en ik moet het goed opvoeden, het goed onderwijzen, en het leren God te aanbidden en Gods woorden te gehoorzamen, want het komt van God. Koesterde hij dit kind danig? (Ja.) Dit was een speciaal kind. Tel daar Abrahams leeftijd bij op, en het is niet moeilijk om je in te denken hoezeer hij deze jongen koesterde. De diepe liefde, tederheid en genegenheid die een normaal mens voor zijn kind voelt, waren ook allemaal in Abraham aanwezig. Abraham geloofde de woorden die God had gesproken en had de vervulling van Zijn woorden met eigen ogen gezien. Ook was hij getuige geweest van deze woorden vanaf het moment dat ze geuit waren totdat ze in vervulling waren gegaan. Hij voelde hoe gezaghebbend Gods woorden zijn, hoe wonderbaar Zijn daden zijn, en, het allerbelangrijkst, hoeveel God om mensen geeft. Hoewel Abraham een reeks complexe en intense emoties voelde als hij naar het kind keek, had hij in zijn hart maar één ding te zeggen tegen God. Zeg eens, wat denken jullie dat hij zei? (Mijn Heer zij gedankt!) “Mijn Heer zij gedankt!” Abraham was dankbaar, en bood God ook zijn diepe dankbaarheid en lofprijs aan. Voor God en Abraham was dit kind van buitengewone betekenis. Dat komt omdat vanaf het moment dat God zei dat Hij Abraham een kind zou geven, Hij al bepaald en besloten had dat Hij iets zou volbrengen: er waren belangrijke zaken, grote zaken, die Hij wilde bereiken middels dit kind. Dit was de betekenis van dit kind voor God. En wat betreft Abraham, vanwege Gods speciale genade jegens hem, omdat God hem een kind had geschonken, was de waarde en betekenis van zijn bestaan in de loop van de volledige menselijke geschiedenis, en met betrekking tot alle mensen buitengewoon, het was meer dan gewoon. En is dat het einde van het verhaal? Dat is het niet. Het cruciale gedeelte moet nog beginnen.

Nadat Abraham Isaak van God kreeg, voedde hij hem op zoals God hem had opgedragen en gevraagd. In zijn dagelijkse leven gedurende die onopvallende jaren nam Abraham Isaak mee wanneer hij ging offeren en vertelde hij hem verhalen over God in de hemel. Stukje bij beetje begon Isaak dingen te begrijpen. Hij leerde God te danken, God te prijzen, gehoorzaam te zijn en offers te brengen. Hij wist wanneer er geofferd werd en waar het altaar was. Nu komen we bij het belangrijkste punt van het verhaal. Op een dag, in een tijd waarin Isaak dingen begon te begrijpen maar nog geen volle wasdom had bereikt, zei God tegen Abraham: “Ik wil voor dit offer geen lam. Offer Isaak in plaats daarvan.” Waren Gods woorden als een donderslag bij heldere hemel voor Abraham, die Isaak zo liefhad? Los van Abraham – die zo oud was – hoeveel mensen in de bloei van hun leven, mensen van in de dertig of veertig – zouden dit nieuws kunnen verdragen? Zou iemand dat kunnen? (Nee.) En wat was Abrahams reactie nadat hij Gods woorden hoorde? ‘Oh? Heeft God een vergissing gemaakt toen Hij sprak? God vergist Zich nooit; hebben mijn oude oren het dan verkeerd verstaan? Laat ik het opnieuw nagaan.’ Hij vroeg: “God, vraagt U mij om Isaak te offeren? Is Isaak het offer dat U verlangt?” God zei: “Inderdaad, dat klopt!” Na deze bevestiging wist Abraham dat Gods woorden niet verkeerd waren en niet zouden veranderen. Het was precies wat God had bedoeld. En was het moeilijk voor Abraham om dat te horen? (Dat was het.) Hoe moeilijk? Abraham dacht: ‘Na al die jaren begint mijn kind eindelijk volwassen te worden. Als hij geofferd wordt als levend offer, betekent dat dat hij geslacht zal worden op het altaar als een lam dat naar de slager wordt geleid. Als hij geslacht wordt, betekent dat dat hij gedood zal worden, en als hij gedood wordt, betekent dat dat ik vanaf vandaag dit kind niet meer zal hebben… Toen hij in zijn gedachten op dit punt aanbeland was, durfde Abraham nog wel verder te denken? (Nee.) Waarom niet? Verder te denken zou nog meer pijn doen, als een mes in zijn hart. Als hij nog verder zou denken, zouden het geen blijde gedachten zijn – het zou een kwelling zijn. Het kind zou niet weggehaald worden, zodat het een paar dagen of jaren niet gezien zou worden maar er nog wel zou zijn; het was niet zo dat Abraham constant aan het kind zou denken en het dan op een geschikt moment weer zou zien wanneer het groot geworden was. Dat was niet het geval. Als het kind eenmaal op het altaar geofferd zou zijn, zou het er niet meer zijn, het zou nooit meer gezien worden, het zou aan God geofferd zijn, en het zou naar God teruggekeerd zijn. Alles zou weer zijn zoals voorheen. Voordat het kind er was, was het leven eenzaam. Zou het pijnlijk zijn geweest als alles zo zou zijn gebleven, en hij nooit een kind had gehad? (Dat zou niet heel pijnlijk zijn geweest.) Een kind te hebben en dan te verliezen – dat is verschrikkelijk pijnlijk. Het is verpletterend! Dit kind teruggeven aan God zou betekenen dat het kind vanaf dat moment nooit meer zou worden gezien, dat zijn stem nooit meer zou worden gehoord. Abraham zou hem nooit meer zien spelen, zou hem niet kunnen opvoeden, zou hem niet aan het lachen kunnen maken, zou hem niet volwassen zien worden, zou geen van de gezinsvreugden die zijn aanwezigheid met zich meebracht kunnen ervaren. Alleen pijn en verlangen zouden nog overblijven. Hoe meer Abraham erover nadacht, hoe moeilijker het werd. Maar ongeacht hoe moeilijk het was, één ding was helder in zijn hart: “Wat God heeft gezegd en wat God gaat doen, was geen grap, het kan niet verkeerd zijn geweest, laat staan dat het kan veranderen. Bovendien is het kind van God gekomen, dus is het heel natuurlijk en terecht dat het aan God geofferd wordt, en als God het wil, is het mijn plicht om hem zonder compromis aan God terug te geven. De afgelopen tien jaar van gezinsvreugde waren een speciale gave, één waar ik overvloedig van genoten heb; ik zou God moeten danken en geen onredelijke dingen van God moeten vragen. Dit kind behoort God toe, ik moet hem me niet toe-eigenen, het is niet mijn bezit. Alle mensen komen van God. Zelfs als mij gevraagd zou worden om mijn eigen leven op te offeren, moet ik niet met God proberen te redetwisten en moet ik geen voorwaarden willen stellen, om maar niets te zeggen over een kind dat door God Zelf voorzegd en geschonken is. Als God zegt dat ik het moet offeren, dan doe ik dat!”

Met elke minuut en elke seconde ging de tijd op die manier voorbij en kwam het moment van het offer steeds dichterbij. Maar in plaats van zich steeds miserabeler te voelen, werd Abraham steeds kalmer. Wat kalmeerde hem? Waardoor kon Abraham aan de pijn ontsnappen en de juiste houding hebben ten opzichte van wat er ging gebeuren? Hij geloofde dat iemands houding ten opzichte van alles wat God heeft gedaan slechts onderwerping moet zijn, niet om te proberen met God te redetwisten. Toen zijn gedachten dit punt hadden bereikt, voelde hij geen pijn meer. Hij nam de jonge Isaak mee en kwam stap voor stap dichter bij de zijkant van het altaar. Er lag niks op het altaar – gewoonlijk zou er al een lam liggen te wachten. “Vader, moet u het offer van vandaag nog klaarmaken?” vroeg Isaak. “Zo niet, wat wordt er vandaag dan geofferd?” Wat voelde Abraham toen Isaak dit vroeg? Zou het kunnen dat hij blij was? (Nee.) Wat deed hij dan? Haatte hij God in zijn hart? Klaagde hij tegen God? Verzette hij zich? (Nee.) Niets van dat alles. Waaruit blijkt dat? Alles wat er vervolgens gebeurde, maakt duidelijk dat Abraham zulke dingen werkelijk niet dacht. Hij legde het brandhout dat hij zou aansteken op het altaar en riep Isaak bij zich. Wat denken mensen op het moment dat Abraham Isaak naar het altaar roept, wanneer ze dat zien? ‘Wat een harteloze oude man ben jij. Jij hebt geen menselijkheid. Jij bent geen mens! Hij is je zoon, kun je dit werkelijk over je hart verkrijgen? Kun je dit echt doen? Ben je werkelijk zo wreed? Heb je zelfs wel een hart?’ Is dat niet wat mensen denken? En dacht Abraham deze dingen? (Nee.) Hij riep Isaak bij zich, pakte het touw dat hij had gereedgemaakt en knevelde Isaaks handen en voeten zonder ook maar een woord te kunnen zeggen. Laten deze daden zien dat hij het offer echt ging brengen of niet? Hij zou het echt doen, ongeveinsd, niet voor de show. Hij hees Isaak op zijn schouders en ongeacht hoe het jonge kind ook worstelde of schreeuwde, Abraham overwoog nooit om op te geven. Kordaat legde hij zijn eigen jonge zoon op het brandhout, om hem op het altaar te verbranden. Isaak huilde, schreeuwde en worstelde – maar Abraham voerde de handelingen voor een offer aan God uit en bereidde alles voor. Nadat hij Isaak op het altaar had gelegd, nam Abraham het mes dat hij gewoonlijk gebruikte om lammeren mee te slachten en hield het stevig in beide handen. Hij hief het mes tot boven zijn hoofd en richtte het op Isaak. Hij sloot zijn ogen, en op het moment dat het mes neer zou komen sprak God tot Abraham. Wat zei God? “Abraham, strek je hand niet naar de jongen uit!” Abraham had nooit gedacht dat God zoiets zou kunnen zeggen op het moment dat hij Isaak aan Hem terug zou geven. Zoiets had hij niet durven denken. En toch beukten Gods woorden één voor één tegen zijn hart. Zo werd Isaak gespaard. Het offer dat die dag daadwerkelijk aan God gebracht zou worden, bevond zich achter Abraham; het was een lam. Dit was lang van tevoren door God voorbereid, maar God had dat niet aan Abraham duidelijk gemaakt. In plaats daarvan zei Hij Abraham te stoppen op het moment dat hij het geheven mes neer wilde brengen. Niemand had zich dit kunnen voorstellen, Abraham niet en Isaak niet. Als we kijken naar Abrahams opoffering van Isaak: was Abraham echt van plan zijn zoon te offeren, of deed hij alleen maar alsof? (Hij was echt van plan om het te doen.) Hij was echt van plan om het te doen. Zijn daden waren puur, er was geen bedrog bij betrokken.

Abraham offerde zijn eigen vlees en bloed als offerande aan God – en toen God hem dit offer liet brengen, probeerde Abraham niet met God te redetwisten door te zeggen: “Kunnen we niet iemand anders gebruiken? Ik volsta, of enig ander persoon.” In plaats van zulke dingen te zeggen, gaf Abraham zijn meest gekoesterde en dierbare zoon aan God. En hoe werd dit offer gebracht? Hij had gehoord wat God zei, en voerde dit vervolgens simpelweg uit. Zou het voor mensen logisch klinken dat als God Abraham een kind had gegeven, Hij nadat dit kind opgegroeid was, Abraham zou vragen om het terug te geven, en dat Hij het terug zou willen nemen? (Dat zou het niet.) Zou dat vanuit menselijk oogpunt gezien niet totaal onredelijk zijn? Zou het niet hebben geleken alsof God een spelletje met Abraham speelde? Het ene moment gaf God Abraham dit kind, en slechts enkele jaren later wilde Hij hem wegnemen. Als God het kind wilde hebben, had Hij hem gewoon weg moeten nemen; het was niet nodig om die persoon zo te laten lijden door hem te vragen het kind op het altaar te offeren. Wat betekende het dat het kind op het altaar geofferd werd? Dat Abraham hem met eigen handen moest slachten en daarna moest verbranden. Is dat iets wat een mens over zijn hart kan verkrijgen? (Nee.) Wat bedoelde God toen Hij om dit offer vroeg? Dat Abraham deze dingen persoonlijk moest doen: hij moest zijn zoon zelf vastbinden, hem zelf op het altaar leggen, hem zelf met een mes doden en hem dan zelf verbranden als offer aan God. In mensenogen lijkt niets daarvan rekening te houden met de gevoelens van de mens; geen van deze dingen is logisch volgens zijn noties, manier van denken, ethische filosofie, of moraal en gewoonten. Abraham leefde niet losgezongen van elke context, en ook niet in sprookjesland; hij leefde in de mensenwereld. Hij had menselijke gedachten en menselijke zienswijzen. En wat dacht hij toen dit hem allemaal overkwam? Was er naast zijn lijden, en los van zekere dingen die hem een raadsel waren, rebellie of verwerping in hem? Ging hij God met woorden te lijf en beschimpte hij Hem? Helemaal niet. Precies het tegenovergestelde: vanaf het moment dat God hem opdroeg om dit te doen, waagde Abraham het niet om daar lichtzinnig mee om te springen; integendeel, hij begon onmiddellijk met de voorbereidingen. En hoe was zijn gemoed toen hij met deze voorbereidingen begon? Was hij blij, vreugdevol en verheugd? Of was hij gepijnigd, verdrietig en zwaarmoedig? (Hij was gepijnigd en zwaarmoedig.) Hij was gepijnigd! Elke stap was zwaar. Nadat deze zaak hem bekend geworden was, en na het horen van Gods woorden, voelde elke dag als een jaar voor Abraham; hij was miserabel, kon geen vreugde ervaren en had een zwaar gemoed. Wat was, desondanks, zijn enige overtuiging? (Dat hij de woorden van God moest gehoorzamen.) Hij zei tot zichzelf: “Gezegend zij de naam van mijn Heer Jehova; ik ben één van Gods volk en moet Gods woorden gehoorzamen. Ongeacht of wat God zegt juist of verkeerd is, en ongeacht hoe Isaak tot mij gekomen is, als God vraagt, dan moet ik geven; dat is het verstand en de houding die een mens moet hebben.” Abraham was niet van pijn en moeite gevrijwaard nadat hij Gods woorden accepteerde; het deed hem pijn en hij had zijn eigen moeilijkheden, en het was niet makkelijk om die te overwinnen! Wat gebeurde er niettemin uiteindelijk? Zoals God had verlangd, bracht Abraham zijn eigen zoon, een jong kind, naar het altaar, en alles wat hij deed werd door God gezien. Zoals God Noach had gezien, zo zag hij ook alles wat Abraham deed, en alles wat hij deed raakte Hem. Ondanks dat het anders afliep dan iedereen had gedacht, was wat Abraham deed uniek onder de mensen. Moet hij een voorbeeld zijn voor iedereen die God volgt? (Ja.) Hij is een voorbeeld voor allen onder de mensen die God volgen. Waarom zeg Ik dat hij een voorbeeld is voor de mensheid? Abraham begreep niet veel waarheden, noch had hij waarheden of preken gehoord die door God persoonlijk tot hem gesproken waren. Hij had eenvoudigweg geloofd, erkend en gehoorzaamd. Wat bezat zijn menselijkheid, dat zo uniek was? (Hij bezat het verstand van een schepsel.) Welke woorden laten dit zien? (Hij zei: “Gezegend zij de naam van mijn Heer Jehova; ik moet de woorden van God gehoorzamen, en of die overeenstemmen met menselijke noties of niet, ik moet me onderwerpen.”) In dit opzicht bezat Abraham het verstand van normale menselijkheid. Bovendien had hij ook het geweten van normale menselijkheid. En waar werd dit geweten zichtbaar? Abraham wist dat Isaak door God was gegeven, dat hij het eigendom van God was, dat hij aan God toebehoorde, en dat Abraham hem aan God terug moest geven wanneer God dat vroeg, in plaats van zich voor altijd aan Isaak vast te klampen; dit is het geweten dat een mens moet hebben.

Bezitten de mensen van vandaag de dag geweten en verstand? (Nee.) Waaraan is dat te zien? Ongeacht hoeveel genade God mensen schenkt, en ongeacht in hoeveel zegeningen of hoeveel genade zij zich verheugen, wat is hun houding als hen gevraagd wordt om Gods liefde terug te betalen? (Weerstand, en soms angst voor ontbering of uitputting.) Bang zijn voor ontbering en uitputting is een concrete uiting van een gebrek aan geweten en verstand. Excuses maken, proberen voorwaarden te stellen en akkoordjes te bereiken zijn ook concrete uitingen, nietwaar? (Ja.) Ook klagen, dingen op een plichtmatige en slinkse manier doen, en de gemakken van het vlees begeren – dat zijn allemaal concrete uitingen. Mensen vandaag hebben geen geweten, en toch prijzen ze vaak Gods genade, en tellen al deze genadegaven op, en zijn tot tranen bewogen terwijl ze die tellen. Maar wanneer ze klaar zijn met tellen is dat het eind van het liedje; ze blijven plichtmatig, blijven dingen voor de vorm doen, blijven bedrieglijk, en ze blijven sluw en lui, zonder enige specifieke uiting van berouw. Wat was dan het nut van het optellen? Dit is een uiting van een gebrek aan geweten. Hoe wordt een gebrek aan verstand dan zichtbaar? Wanneer God je snoeit, klaag je en ben je gekwetst, en dan wil je je plicht niet langer doen en zeg je dat God geen liefde heeft. Wanneer je een beetje moet lijden terwijl je je plicht vervult, of als de omgeving die God voor je schept een beetje moeilijk is, een beetje uitdagend of een beetje zwaar, dan wil je het niet meer doen; en in geen van de verschillende omgevingen die God voor je creëert ben je in staat om je te onderwerpen. Je schenkt alleen aandacht aan het vlees, en je wilt alleen maar losbreken en de vrije loop hebben, Is dit wel of niet verstoken zijn van verstand? Je wilt de soevereiniteit en de arrangementen van God niet accepteren, en je wilt alleen voordeel van Hem behalen. Wanneer je een beetje werk verzet en een beetje lijdt, spreid je je kwalificaties tentoon en denk je dat je boven anderen staat terwijl je de voordelen van status geniet, en begin je rond te lopen als een gezagsdrager. Je hebt geen verlangen om ook maar enig echt werk te verrichten, noch ben je in staat om echt werk te verzetten – je wilt alleen bevelen uitdelen en een gezagsdrager zijn. Je wilt je niet aan de regels storen, doen wat je maar wilt, en op roekeloze wijze wandaden begaan. Afgezien van losbreken en de vrije loop willen hebben, komt er niets anders in je tot uiting. Is dat verstand bezitten? (Nee.) Als God jullie een goed kind zou geven, en jou later ronduit zou vertellen dat Hij het weg ging nemen, wat zou je houding dan zijn? Zou je dezelfde houding kunnen bewaren als Abraham? (Nee.) Sommige mensen zouden zeggen: “Hoe zou ik dat niet kunnen doen? Mijn zoon is twintig jaar, en ik heb hem opgeofferd aan Gods huis, waar hij nu zijn plicht vervult.” Is dit een offer? Je hebt hoogstens je kind simpelweg op het juiste pad geleid – maar je hebt ook een bijbedoeling: je bent bang dat je kind anders in rampspoed verloren zou kunnen gaan. Is dat niet zo? Wat jij doet kan geen offer genoemd worden; het is totaal niet hetzelfde als Abrahams opoffering van Isaak. Het is simpelweg niet met elkaar te vergelijken. Hoe moeilijk moet het uitvoeren van deze instructie voor Abraham – of voor enig ander lid van de mensheid – zijn geweest, toen hij hoorde wat God hem opdroeg? Het moet het moeilijkste zijn geweest dat er is, er is niets moeilijkers. Dit ging niet om het opofferen van iets als een lam of wat geld, en het was geen werelds bezit of materieel object, of een dier waar de persoon die het offer bracht niet mee verbonden was. Dat zijn dingen die een persoon met een vluchtige inspanning kan opofferen – terwijl het offer dat God van Abraham vroeg het leven van een andere persoon betrof. Het was Abrahams eigen vlees en bloed. Hoe moeilijk moet dat zijn geweest! Het kind had ook een speciale achtergrond, in die zin dat hij door God geschonken was. Met welk doel had God hem een kind geschonken? Het was dat Abraham een zoon zou hebben die zou opgroeien tot volwassenheid, zou trouwen en kinderen zou krijgen om zo de familienaam voort te zetten. Maar nu moest dit kind aan God teruggegeven worden voordat het volwassenheid bereikt had, en zouden deze dingen nooit gebeuren. Waarom had God Abraham dan een kind geschonken? Zou een buitenstaander hier iets zinnigs uit kunnen opmaken? Naar menselijke noties is dit onzinnig. De verdorven mensheid is zelfzuchtig; niemand zou hier wijs uit kunnen worden. Abraham kon het ook niet rijmen, hij wist niet wat God uiteindelijk wilde doen, behalve dat Hij hem had gevraagd om Isaak op te offeren. Welke keuze maakte Abraham dus? Wat was zijn houding? Ondanks dat hij niet in staat was dit alles te begrijpen, was hij nog steeds in staat om te doen wat God had bevolen; hij gehoorzaamde Gods woorden en onderwierp zich aan elk woord dat Hij vroeg, zonder verzet en zonder te vragen om een andere optie, laat staan dat hij probeerde voorwaarden te stellen of met God te redetwisten. Voordat Abraham in staat was om te begrijpen wat er gebeurde, was hij in staat om te gehoorzamen en zich te onderwerpen – wat absoluut uitzonderlijk en prijzenswaardig is, en buiten het vermogen ligt van ieder van jullie die hier zitten. Abraham wist niet wat er gaande was, en God had hem het hele verhaal niet verteld; niettemin nam hij het allemaal serieus en geloofde hij dat mensen zich moeten onderwerpen aan wat God ook maar wil doen en dat ze geen vragen moeten stellen, dat als God verder niets zegt, het niet iets is dat mensen hoeven te begrijpen. Sommige mensen zeggen: “Je moet toch zeker wel het naadje van de kous weten? Zelfs als er overlijden bij komt kijken moet je wel weten waarom.” Is dat de houding die een schepsel moet hebben? Als God het je niet toegestaan heeft om het te begrijpen, moet je het dan begrijpen? Als er iets van je gevraagd wordt, dan doe je het. Waarom dingen zo ingewikkeld maken? Als God had gewild dat jij het begreep, had Hij het al wel aan je uitgelegd; en aangezien Hij dat niet heeft gedaan, hoef je het niet te begrijpen. Als het niet nodig is dat je het begrijpt, en als je het niet kunt begrijpen, hangt alles af van hoe je optreedt en of je je aan God kunt onderwerpen. Dit is moeilijk voor jullie, nietwaar? Jullie onderwerpen je niet in zulke omstandigheden, en er is niets anders in jullie dan klagen, verkeerde interpretaties en verzet. Abraham was precies het tegenovergestelde van wat in jullie te zien is. Net als jullie wist hij niet wat God ging doen, noch kende hij de beweegredenen voor Gods handelingen; hij begreep het niet. Wilde hij vragen stellen? Wilde hij weten wat er gaande was? Dat wilde hij, maar als God het hem niet had verteld, waar zou hij dan naartoe kunnen gaan om het te vragen? Wie zou hij kunnen vragen? De dingen van God zijn een mysterie; wie kan vragen beantwoorden over de dingen van God? Wie kan ze begrijpen? Mensen kunnen niet in Gods plaats staan. Vraag het aan iemand anders, en diegene zal het ook niet begrijpen. Je kunt erover nadenken maar je zult er niet uitkomen, het zal je begrip te boven gaan. Als je iets niet begrijpt, betekent dat dan dat je niet hoeft te doen wat God zegt? Kun je simpelweg toekijken, uitstellen, een gelegenheid afwachten, of zoeken naar een andere optie als je iets niet begrijpt? Als je iets niet kunt begrijpen – als het je begrip te boven gaat – betekent dat dan dat je je niet hoeft te onderwerpen? Betekent dat dat je je kunt vastklampen aan je menselijke rechten en zeggen: “Ik heb mensenrechten, ik ben een onafhankelijke persoon, dus wat geeft U het recht om mij dwaze dingen te laten doen? Ik verhef me tussen hemel en aarde – ik kan U ongehoorzaam zijn”? Is dat wat Abraham deed? (Nee.) Omdat hij geloofde dat hij slechts een gewoon en onopvallend schepsel was, een persoon onder Gods soevereiniteit, koos hij ervoor om te gehoorzamen en zich te onderwerpen, om niet lichtzinnig met ook maar één van Gods woorden om te gaan, maar ze volledig in praktijk te brengen. Wat God ook zegt, en wat God hen ook opdraagt, mensen hebben geen andere keuze; ze moeten luisteren, en na te hebben geluisterd, moeten ze het in praktijk brengen. Bovendien moeten mensen, wanneer ze het in praktijk brengen, zich volledig en met een kalm gemoed onderwerpen. Als je erkent dat God jouw God is, dan moet je Zijn woorden gehoorzamen, een plek voor Hem in je hart bewaren, en Zijn woorden in de praktijk brengen. Als God jouw God is, moet je niet proberen te analyseren wat Hij tegen je zegt; hoe Hij ook zegt dat dingen zijn, zo zijn ze, en het maakt niet uit dat jij ze niet begrijpt of kunt bevatten. Het belangrijkste is dat je moet accepteren wat Hij zegt en je eraan moet onderwerpen. Dit is de houding die Abraham had ten opzichte van Gods woorden. Het was juist omdat Abraham deze houding had dat hij in staat was om Gods woorden te gehoorzamen, in staat was zich te onderwerpen aan wat God hem opdroeg om te doen, en iemand kon worden die rechtvaardig en volmaakt was in Gods ogen. Dit was ondanks het feit dat Abraham, in de ogen van al die arrogante en neerbuigende mensen, dwaas en verward leek door het leven van zijn eigen zoon ondergeschikt te maken aan zijn geloof, en hem zomaar op het altaar te leggen om geslacht te worden. Wat een onverantwoordelijke daad was dat, dachten zij; wat een incompetente en harteloze vader was hij, en hoe zelfzuchtig was het van hem om zoiets te doen omwille van zijn geloof! Dit is hoe Abraham door alle mensen werd gezien. Maar was dat hoe God hem zag? Nee. Hoe zag God hem? Abraham was in staat om te gehoorzamen en zich te onderwerpen aan wat God zei. In hoeverre was hij in staat zich te onderwerpen? Hij deed het zonder compromis. Toen God hem vroeg om datgene wat hem het meest dierbaar was, gaf Abraham het terug aan God, en offerde hij het aan God. Abraham gehoorzaamde en onderwierp zich aan alles wat God van hem vroeg. Of het nou bezien werd door de lens van de noties van de mens of door de ogen van de verdorvenen, Gods verzoek leek uiterst onredelijk. Toch was Abraham in staat om zich te onderwerpen. Hier kwam het aan op zijn integriteit, die gekenmerkt werd door waar geloof en ware onderwerping aan God. Waaruit bleken dat ware geloof en die ware onderwerping? Uit slechts twee woorden: zijn gehoorzaamheid. Niets is kostbaarder of waardevoller voor een waar schepsel om te bezitten, en niets is zeldzamer of meer te prijzen. Het is juist dit kostbare, zeldzame en prijzenswaardige iets dat zo afwezig is in volgelingen van God vandaag de dag.

Mensen van vandaag zijn geleerd en bezitten kennis. Ze begrijpen moderne wetenschap en zijn buitengewoon geïnfecteerd, geconditioneerd en beïnvloed door de traditionele cultuur en ontaarde sociale normen. Hun gedachten tollen, ze hebben gecompliceerde noties, en van binnen zijn ze totaal verward. Ondanks dat ze jarenlang naar preken hebben geluisterd, en terwijl ze erkennen en erop vertrouwen dat God de Soeverein van alle dingen is, hebben ze toch een afwijzende, nonchalante houding ten opzichte van elk van Gods woorden. Hun houding met betrekking tot deze woorden is ze te negeren; zich er doof en blind voor te houden. Wat voor persoon is dit? Ze vragen over alles het ‘waarom’; ze voelen de behoefte om alles uit te pluizen en alles volledig te doorgronden. Ze lijken de waarheid heel serieus te nemen; hun uiterlijke gedrag en inspanningen en de externe dingen die ze opgeven suggereren een onverzettelijke houding ten opzichte van geloof en van geloof in God. Maar stel jezelf deze vraag; hebben jullie vastgehouden aan Gods woord en aan al Zijn instructies? Hebben jullie ze allemaal toegepast? Zijn jullie gehoorzame mensen? Als je deze vragen in je hart met ‘nee’ en ‘dat heb ik niet’ blijft beantwoorden, wat voor geloof heb je dan precies? Met welk doel geloof je dan eigenlijk in God? Wat heb je verkregen met je geloof in Hem? Zijn deze dingen het onderzoeken waard? Zijn ze het uitpluizen waard? (Ja.) Jullie dragen allemaal een bril; jullie zijn moderne, beschaafde mensen. Wat is er nou echt modern aan jullie? Wat is er beschaafd aan jullie? Is ‘modern’ zijn en ‘beschaafd’ zijn een bewijs dat je iemand bent die Gods woorden gehoorzaamt? Zulke dingen betekenen niets. Sommige mensen zeggen: “Ik ben hoogopgeleid, en ik heb theologie gestudeerd.” Sommigen zeggen: “Ik heb de klassieke Bijbel meerdere keren doorgelezen en ik spreek Hebreeuws.” Sommigen zeggen: “Ik ben tig keer in Israël geweest en ik heb persoonlijk het kruis aangeraakt dat door de Heer Jezus gedragen is.” Sommigen zeggen: “Ik ben op de Berg Ararat geweest en ik heb de overblijfselen van de ark gezien.” Sommigen zeggen: “Ik heb God gezien,” en “Ik ben opgenomen tot voor God.” Wat heeft dat allemaal voor zin? God vraagt niet iets veeleisends van je, alleen dat je Zijn woorden met oprechtheid gehoorzaamt. Als dat te moeilijk voor je is, kun je verder alles vergeten; niets van wat je zegt zal enig nut hebben. Jullie kennen allemaal de verhalen van Noach en Abraham, maar de verhalen alleen maar kennen is nutteloos. Hebben jullie wel eens nagedacht over wat het meest zeldzaam en prijzenswaardig was in deze twee mannen? Zouden jullie zoals zij willen zijn? (Ja.) Hoezeer wil je dit? Sommige mensen zeggen: “Ik wil zo graag zijn zoals zij; ik denk eraan telkens wanneer ik eet, droom, mijn plicht doe, Gods woorden lees en gezangen leer. Ik heb er al zo vaak voor gebeden, en ik heb zelfs een gelofte opgeschreven. Moge God mij vervloeken als ik Zijn woorden niet gehoorzaam. Het is alleen zo dat ik niet weet wanneer God tot mij spreekt; het is niet alsof Hij het met donderslagen in de lucht aan me duidelijk maakt.” Wat is het nut van dit alles? Wat betekent het als je zegt: “Ik wil het zo graag?” (Dit is slechts wensdenken; het is slechts een aspiratie) Hoe nuttig is een aspiratie? Het is als een gokker die elke dag naar het casino gaat; zelfs wanneer hij alles verloren is, wil hij toch nog gokken. Soms denkt hij misschien: ‘Nog één keertje, en dan beloof ik ermee te stoppen en nooit meer te gokken.’ Hij denkt hetzelfde wanneer hij droomt of eet, maar nadat hij erover nagedacht heeft, gaat hij toch terug naar het casino. Elke keer dat hij gokt, zegt hij dat het de laatste keer is; en elke keer dat hij de deur van het casino uitloopt, zegt hij dat hij nooit terug zal komen – met als resultaat dat na het een leven lang geprobeerd te hebben, het hem nooit lukt om te stoppen. Zijn jullie als die gokker? Jullie nemen je vaak voor om dingen te doen en dan verloochenen jullie je voornemens. Het is een tweede natuur voor jullie om God te bedriegen, en dit is niet makkelijk te veranderen.

III. Een ontmaskering van hoe de mensen van vandaag met Gods woorden omgaan

Waarover gingen de verhalen die Ik net heb verteld? (Over houdingen tegenover God en over hoe we Gods woorden kunnen gehoorzamen en ons aan God kunnen onderwerpen wanneer dingen gebeuren.) Wat was de hoofdzaak die jullie van deze twee verhalen hebben geleerd? (Te gehoorzamen en je te onderwerpen, en om je te gedragen in overeenstemming met de vereisten van Gods woord.) Het is belangrijk om die te leren gehoorzamen, en om gehoorzaamheid aan Gods woorden te praktiseren. Je zegt dat je Gods volgeling bent, dat je een schepsel bent, dat je een mens bent in Gods ogen. Echter, in wat je uitleeft en in wat in jou tot uiting komt, is geen spoor te bekennen van de onderwerping of beoefening die volgt op het horen van Gods woorden. Moeten er dus vraagtekens worden geplaatst bij de termen ‘een schepsel’, ‘iemand die God volgt’ en ‘een mens in de ogen van God’ wanneer die op jou worden toegepast? En hoe groot is dan je hoop op redding, gezien deze vraagtekens? Dit is onbekend, de kans is klein, en jijzelf durft het niet te zeggen. Eerder heb Ik twee klassieke verhalen verteld over hoe men Gods woorden moet gehoorzamen. Iedereen die de Bijbel gelezen heeft en God al vele jaren volgt kent deze twee verhalen al. Maar door het lezen van deze verhalen heeft niemand één van de meest belangrijke waarheden van allemaal opgepikt: Gods woorden gehoorzamen. Laten we, nu we verhalen hebben gehoord over hoe we Gods woorden moeten gehoorzamen, kijken naar verhalen over mensen die Gods woorden ongehoorzaam zijn. Aangezien ongehoorzaamheid aan Gods woorden werd genoemd, moeten dit wel verhalen zijn over de mensen van vandaag. Delen van wat Ik zeg zijn misschien onplezierig om te horen, en het krenkt misschien jullie trots en eigenwaarde, en jullie zullen zien dat het jullie ontbreekt aan integriteit en waardigheid.

Ik heb een aantal mensen gevraagd om groenten te planten op een stuk land. Dit was zodat mensen die hun plicht doen wat organisch voedsel konden krijgen, en geen niet-organische groenten zouden hoeven kopen die behandeld zijn met pesticiden. Dit was iets goeds, toch? In één opzicht leeft iedereen samen, als een grote familie, en kan iedereen samen in God geloven, en afstand bewaren tot de tendensen en twisten van de maatschappij. Het scheppen van zo’n omgeving geeft iedereen de gelegenheid om in alle rust zijn plichten te vervullen. Dat is vanuit een kleinschalig perspectief bezien. Vanuit een grootschaliger perspectief is het ook gepast om groenten te planten die gegeten kunnen worden door mensen die hun plicht doen, en een rol spelen in het verspreiden van Gods evangelie. Als Ik zeg: “Plant wat groenten die gegeten kunnen worden door mensen die in de buurt hun plicht doen”, vallen die woorden dan niet heel eenvoudig te begrijpen? Toen Ik een bepaalde persoon vroeg om dit te doen begreep hij het, en plantte hij een aantal veel gegeten groenten. Volgens Mij is iets als het planten van groenten eenvoudig. Alle gewone mensen kunnen het doen. Het is niet zo moeilijk als het evangelie prediken, of als de verschillende onderdelen van kerkwerk. Dus besteedde Ik er niet zoveel aandacht aan. Enige tijd later ging Ik erheen en zag Ik dat ze allemaal de groenten die ze zelf hadden geplant aten, en Ik hoorde dat er soms wat overbleef, wat ze aan de kippen voerden. Ik zei: “Jullie hebben al die groenten geplant, en jullie hadden een goede oogst. Hebben jullie iets ervan naar de kerken gestuurd? Hebben mensen in de andere kerken de groenten kunnen eten die we hebben geplant?” Sommige mensen zeiden dat ze het niet wisten. Sommigen zeiden dat mensen op andere plekken hun eigen groenten kochten en niet de groenten van hier aten. Iedereen zei iets anders. Het maakte niemand iets uit; zolang zijzelf groenten hadden om te eten, was er volgens hen geen probleem. Is dit niet walgelijk? Daarop zei Ik tegen de persoon die de leiding had: “Het is volkomen redelijk dat jullie eten wat jullie verbouwen, maar andere mensen moeten ook eten. Is het juist dat jullie zoveel geplant hebben en het niet allemaal op konden, terwijl andere plekken nog steeds hun eigen groenten moeten kopen? Had Ik niet tegen je gezegd dat deze groenten niet alleen voor jullie geplant worden om te eten, maar dat je ze ook naar de andere nabije kerken moet sturen?” Vinden jullie dat Ik hun steeds moet blijven vertellen wat ze moeten doen, en expliciete regels moet stellen als het om deze kleine aangelegenheid gaat? Had Ik er grote ophef over moeten maken, iedereen bij elkaar moeten roepen en een preek moeten houden? (Nee.) Ik denk het ook niet. Hoe is het mogelijk dat mensen dit zelfs niet een klein beetje overwegen? Als dat zo zou zijn, zouden ze geen mensen zijn. Dus Ik zei weer tegen die persoon: “Haast je en stuur ze naar de andere kerken. Ga en zorg dat het gedaan wordt.” “Goed”, zei hij, “Ik zal kijken.” Dit was zijn houding. Enige tijd later ging Ik er opnieuw naartoe, en zag Ik een groot oppervlak aan groenten in het veld, van elke denkbare soort. Ik vroeg de mensen die ze hadden geplant of ze een grote oogst hadden gehad. Ze zeiden dat er zoveel was dat ze het niet allemaal op konden eten, en dat sommige groente was gaan rotten. Ik vroeg opnieuw of ze iets naar de nabije kerken hadden gestuurd. Ze antwoordden dat ze het niet wisten, dat ze er niet zeker van waren. Ze zeiden dit op een heel vage en plichtmatige manier. Het was duidelijk dat niemand deze zaak serieus had genomen. Zolang zij voedsel hadden om te eten, gaven ze niets om een ander. Opnieuw ging Ik op zoek naar de persoon die de leiding had. Ik vroeg hem of ze groenten hadden uitgestuurd. Hij zei dat ze dat hadden gedaan. Ik vroeg hoe de bezorging was verlopen. Hij zei dat ze bezorgd waren. Klinkt het op dit punt in jullie oren alsof er een probleem was? De houding van deze mensen was niet juist. Ze hadden geen houding van loyaliteit en verantwoordelijkheid terwijl ze hun plicht deden, wat walgelijk is – maar wat er verder gebeurde, was nog walgelijker. Later vroeg Ik de broeders en zusters in de nabije kerken of er groenten bij hen waren bezorgd. “Ze zijn bezorgd”, zeiden ze, “maar ze waren er nog erger aan toe dan weggegooide groenten die je op een markt op de grond zou aantreffen. Er waren slechts verrotte bladeren vol zand en gruis. Ze waren oneetbaar.” Hoe voelt het voor jullie om dit te horen? Is er woede in jullie harten? Zijn jullie ziedend? (Ja.) En als jullie allemaal ziedend zijn, denken jullie dan dat Ik kwaad zou zijn geweest? Met tegenzin stuurden ze wat groenten, maar ze leverden slecht werk. En door wie kwam het dat het werk zo slecht gedaan was? Er was daar een kwaadaardige persoon die verhinderde dat ze uitgestuurd werden. Wat zei hij nadat Ik had opgedragen dat de groenten bezorgd moesten worden? “Aangezien jij zegt dat ik dit moet doen, zal ik wat rotte bladeren en groenten die we niet willen eten bij elkaar leggen om naar hen te sturen. Dat telt als een bezorging, toch?” Toen Ik dit hoorde, beval Ik dat dit demonische stuk ongeluk uitgeworpen moest worden. Wat voor plek was dit, dat hij zich hier als een tiran durfde te gedragen? Dit is het huis van God. Het is niet de maatschappij, en het is geen vrije markt. Als jij woede-uitbarstingen hebt en je hier als tiran gedraagt, dan ben je hier niet welkom en kan Ik je niet in Mijn buurt verdragen. Scheer je weg! Ga zover mogelijk bij Mij vandaan, ga terug naar waar je vandaan kwam! Vinden jullie het terecht dat Ik het zo heb aangepakt? (Ja.) Waarom? (Dit soort persoon heeft te weinig menselijkheid.) Waarom zijn sommige mensen die in menselijkheid tekortschieten dan niet weggestuurd? Sommige mensen hebben geen geweten of verstand, en streven niet naar de waarheid, maar ze doen geen slechte dingen, verstoren het kerkwerk niet, beïnvloeden anderen niet in het doen van hun plichten en beïnvloeden het kerkleven niet. Personen van dit type moeten voorlopig aanblijven om dienst te doen, maar als zij kwaad doen en hinder en verstoringen veroorzaken, dan is het niet te laat om hen de deur te wijzen. Waarom moest Ik dit stuk ongeluk dus uitwerpen? Hij wilde zich als een tiran gedragen en de lakens uitdelen in het huis van God. Hij beïnvloedde de normale levens van de broeders en zusters en het werk van het huis van God. Sommige mensen zeiden dat hij te zelfzuchtig was, te lui, en dat hij zijn plicht plichtmatig deed. Was dat het geval? Hij stelde zich vijandig op tegenover alle broeders en zusters, tegenover allen die een plicht uitvoeren, en tegenover God. Hij wilde het huis van God overnemen. Hij wilde de lakens uitdelen in het huis van God. Als hij de lakens wilde uitdelen, dan had hij iets goeds moeten doen. Maar hij deed niets goeds. Alles wat hij deed bracht de belangen van het huis van God schade toe en schaadde Gods uitverkoren volk. Zouden jullie zo iemand kunnen tolereren? (Nee.) En als niemand van jullie dat zou kunnen, denk je dan dat Ik het zou kunnen? Er zijn vandaag mensen die er nog steeds niet gelukkig mee zijn dat de kwaadaardige persoon is verwijderd. Ze kunnen hem niet doorzien, en gaan in hun gedachten nog steeds de strijd met Mij aan. Er zijn vandaag mensen die, wanneer die persoon genoemd wordt, nog steeds denken dat Ik deze zaak niet juist heb afgehandeld, die denken dat het huis van God niet rechtvaardig is. Wat voor horde is dit? Weten jullie hoe deze persoon de paksoi plukte die ze hadden verbouwd? Normaal gesproken trek je de hele plant uit om te eten, toch? Trekt ook maar iemand alleen de bladeren eraf? (Nee.) Nou, deze bizarre kerel stond niet toe dat anderen de hele plant er bij de stengel uittrokken; hij zei dat ze slechts de bladeren eraf moesten trekken. Dit was de eerste keer dat Ik zoiets ooit had gezien. Waarom denken jullie dat hij dit deed? Waarom stond hij de anderen niet toe om de hele plant uit te trekken? Omdat als ze de hele plant eruit zouden trekken, het veld leeg zou zijn, en opnieuw geploegd en aangeplant zou moeten worden. Om zich die moeite te besparen vroeg hij anderen om alleen de bladeren eraf te trekken. Toen hij mensen opdroeg om dit te doen, durfde niemand tegen hem in te gaan. Ze waren als zijn slaven – ze deden alles wat hij zei. Hij maakte de regels daar. Dus denken jullie dat het acceptabel zou zijn geweest om hem niet te verwijderen? (Nee.) Om zo’n persoon te laten blijven zou een bron van ellende zijn. Wanneer hij af en toe blijk geeft van iets goeds, is dat omdat het zijn eigen belangen niet raakt. Kijk nauwkeurig naar alles wat hij doet: er is niet één ding dat de belangen van anderen niet verstoort en geen geweld aandoet, niet één ding dat de belangen van het huis van God niet schaadt. Deze persoon is een geboren demon, hij stelt zich vijandig op tegen God, en hij is een antichrist. Kan het zo iemand toegestaan worden om in het huis van God te blijven? Verdient hij het om een plicht te doen? (Nee.) En toch proberen sommige mensen zo iemand te verdedigen. Zijn ze niet vreselijk in de war? Is dit niet walgelijk? Probeer je te laten zien dat je liefde hebt? Als je liefde hebt, voorzie dan voor hem; als je liefde hebt, laat hem jou dan schaden – maar laat hem de belangen van het huis van God geen schade toebrengen! Als je liefde hebt, ga dan met hem mee wanneer hij weggezuiverd wordt – waarom hang je hier nog rond? Zijn deze mensen gehoorzaam en onderworpen? (Nee.) Ze zijn een geboren horde demonen. Die persoon was ongehoorzaam aan alles wat Ik zei. Als Ik ‘west’ had gezegd, dan zou hij naar het oosten gaan, en als ik ‘oost’ zou hebben gezegd, zou hij naar het westen gaan. Hij stond erop om in alles tegen Mij in te gaan. Waarom was het zo moeilijk voor hem om Mij een beetje te gehoorzamen? Betekende het dat zijn deel van hem afgenomen zou worden toen Ik hem vroeg om groenten naar de broeders en zusters te sturen? Ontnam Ik hem het recht om deze groenten te eten? (Nee.) Waarom stuurde hij ze dan niet? Hij hoefde ze niet zelf te dragen, het zou hem geen enkele moeite hebben gekost. Maar niet alleen gaf hij de anderen geen van de goede groenten, hij gaf hun de rotte. Hoe slecht moet hij wel niet zijn om dat te doen? Kan hij een mens genoemd worden? Ik had hem gezegd om groenten te sturen, geen rotzooi. Zoiets eenvoudigs, zo makkelijk, alleen een kwestie van zijn armen bewegen, en toch kon hij het niet eens doen. Is dit een mens? Als zelfs iets als dit te moeilijk voor je is, hoe kun je dan zeggen dat je aan God onderworpen bent? Je zet je hoorns op, je verzet je, en toch probeer je te klaplopen in het huis van God. Zou dat ooit kunnen gebeuren? Zelfs vandaag zijn er nog mensen die het niet vergeten zijn: ‘Je hebt onze gevoelens een keer gekwetst. Je hebt een aantal van ons er eens uitgegooid, maar we waren het er niet mee eens; we wilden dat ze zouden blijven, maar je wilde hun geen kans geven. Ben jij een rechtvaardige god?’ Denken jullie dat demonen ooit zouden zeggen dat God rechtvaardig is? (Nooit.) Hun monden zeggen misschien dat God rechtvaardig is, maar wanneer God optreedt, zit hen dat niet lekker; ze kunnen zich er niet toe zetten om Gods rechtvaardigheid te prijzen. Dit zijn demonen en hypocrieten.

Wat maakt zelfs een klein dingetje als groenten bezorgen duidelijk? Is het makkelijk voor mensen om zich aan God te onderwerpen en Gods woorden te gehoorzamen? (Nee.) Mensen eten voedsel waar God in voorzien heeft, ze wonen in huizen waar God in voorzien heeft, ze gebruiken dingen waar God in voorzien heeft, maar als God hun vraagt om het overschot van hun groenten met anderen te delen, zijn ze dan onderworpen? Kunnen deze woorden in hen uitkomen? In mensen kan dat. Ze kunnen uitgevoerd worden. Maar in demonen, Satans en antichristen zullen ze nooit uitkomen. Die persoon dacht: ‘Als ik deze groenten opstuur, zal iemand zich mijn goede daad dan herinneren? Als anderen deze groenten eten en zeggen dat het de genade van god is, dat god mij gevraagd heeft om het te doen, en als ze allemaal god danken, wie zal mij dan bedanken? Ik ben de held achter de schermen, ik was degene die hard werkte. Ik was het die de groenten geplant heeft. Je moet mij bedanken. En als je dat niet doet, als je niet weet dat ik het was die dit gedaan heeft, dan hoef je er niet op te rekenen dat je de groenten kunt eten die ik verbouwd heb!’ Was dit niet wat hij dacht? En is dit niet slecht? Het is zo slecht! Hoe zou een kwaadaardige persoon ooit de waarheid kunnen praktiseren en de woorden van God kunnen gehoorzamen? Deze persoon is een geboren demon en een Satan. Hij is tegen God gekant, hij verzet zich tegen de waarheid, en hij veracht de waarheid. Hij is niet in staat om Gods woorden te gehoorzamen, dus is het dan nodig dat hij ze gehoorzaamt? Nee. Hoe moet men dan met zo’n kwestie omgaan? Schop hem eruit en vind iemand anders die kan gehoorzamen om zijn plaats in te nemen. Dat is alles, zo simpel is het. Is het gepast om zo met dingen om te gaan? (Het is gepast.) Dat denk Ik ook. Als hij niet gaat, zal hij problemen veroorzaken, en alle anderen schade toebrengen. Sommige mensen zeggen: “Is het omdat hij Uw woorden niet gehoorzaamde dat U ontevreden bent? Hij was U alleen maar ongehoorzaam – was dat nou zo erg? U stuurde hem weg om zoiets triviaals, maar hij heeft eigenlijk niets verkeerds gedaan. Hij heeft alleen wat rotte groenten rondgestuurd, en het is een paar keer voorgekomen dat hij niks verstuurde en U niet gehoorzaamde. Het is maar een futiliteit, toch?” Is dat het geval? (Nee.) Hoe denken jullie dat Ik dit zie? Hij kon niet eens gehoorzamen toen het zoiets kleins betrof, en toch probeerde hij de zaken hier op een onredelijke manier te belemmeren. Dit is het huis van God, niets hier behoort hem toe. Elke grasspriet, elke boom, elke heuvel, elke waterstroom hier – hij heeft over geen van deze dingen enige zeggenschap of de macht om het voor het zeggen te hebben. Hij wilde de regels opstellen, en dingen op onredelijke wijze belemmeren. Wat was hij? Niets van zijn bezit zou van hem afgenomen of gebruikt zijn, noch zou iets dat hem toebehoorde weggestuurd worden; het enige wat hem gevraagd werd was om zijn armen te bewegen en te doen waar hij verantwoordelijk voor was, maar dat kon hij niet eens doen. Aangezien hij dat niet kon doen, erkende Ik hem niet als een gelovige, en moest hij het huis van God uit, hij moest verwijderd worden! Was het redelijk van Mij om dit te doen? (Ja.) Dit zijn de bestuurlijke decreten van het huis van God. Als Ik zo’n kwaadaardige persoon zou aantreffen die slechte daden doet en hem niet zou wegzuiveren, als Ik geen enkele houding ten opzichte van hem zou uiten, hoeveel mensen, denken jullie, zouden dan geschaad worden? Zou dit het huis van God niet in wanorde brengen? En zouden de bestuurlijke decreten van het huis van God geen lege woorden worden? Dus wat wordt er door de bestuurlijke decreten van het huis van God bepaald met betrekking tot deze antichristen en kwaadaardige demonen die ongehoorzaam zijn, verstoringen veroorzaken, dingen onredelijk verhinderen, en zich schaamteloos gedragen? Verwijder hen en verdrijf hen uit het huis van God. Zuiver hen weg uit de gelederen van de broeders en zusters. Ze tellen niet als leden van Gods huis. Wat denk je ervan om zo met hen om te gaan? Als dit soort mensen is weggezuiverd zal al het werk soepel verlopen. Demonen en Satans proberen zelfs iets kleins als het eten van groenten uit te buiten. Zelfs hierin proberen zij de lakens uit te delen en doen ze wat ze willen. Alles waarover we gesproken hebben is iets kleins, maar desalniettemin raakt het aan de meest elementaire van alle waarheden. De meest elementaire van alle waarheden is Gods woorden gehoorzamen. Wat is de gezindheid van hen die dat niet eens kunnen? Bezitten zij het geweten en verstand van normale mensen? Helemaal niet. Dit zijn mensen die het ontbreekt aan menselijkheid.

Naast groenten moeten mensen in hun dagelijks leven ook vlees en eieren eten. Dus zei Ik tegen enkele mensen dat ze een paar kippen moesten houden en deze kippen graan, groenten en dergelijke moesten voeren. Ze moesten vrij kunnen rondscharrelen. Op die manier zouden ze betere eieren leggen dan die op de markt worden verkocht. Het kippenvlees zelf zou ook biologisch zijn; het zou op zijn minst geen hormonen bevatten en niet schadelijk zijn voor mensen wanneer ze het aten. De kippen zouden misschien niet heel veel eieren of vlees produceren, maar de kwaliteit zou gegarandeerd zijn. Begrijpen jullie wat Ik hiermee bedoel? (Ja.) Vertel Mij dan, welke informatie bevatten Mijn zojuist gesproken woorden? Ten eerste, door op deze manier kippen te houden, zouden we wat biologische eieren te eten hebben. Ongeacht hoeveel we er kunnen eten, we zouden op zijn minst geen eieren hoeven te eten die antibiotica bevatten. Dat was wat er van de eieren werd vereist. Ten tweede, wat er van het vlees werd vereist, was dat het geen hormonen bevatte, zodat mensen geen bedenkingen zouden hebben om het te eten. Waren deze twee dingen veel gevraagd? (Nee.) De verzoeken die Ik deed waren niet alleen niet buitensporig, maar ze waren ook praktisch, toch? (Ja.) Later werden de kuikens gekocht en gevoerd. Toen ze begonnen te leggen, aten we de eieren; er was echter een vage smaak van antibiotica, net als bij eieren die in de supermarkt worden gekocht. Ik dacht erover na: hadden ze de kippen voer gegeven dat antibiotica bevatte? Later vroeg Ik de mensen die voor de kippen zorgden wat voor voer de kippen hadden gegeten, en ze zeiden beendermeel. “We hoeven deze kippen niet vroeg te laten leggen. Voer ze volgens normale biologische, vrije-uitloopmethoden. Laat ze normaal eieren leggen,” zei Ik. “We houden ze niet om veel eieren te krijgen, alleen zodat we biologische eieren kunnen eten. Dit is alles wat er wordt vereist.” Wat bedoelde Ik toen Ik dit zei? Ik vertelde hun dat ze de kippen niets moesten voeren dat antibiotica, hormonen en dergelijke bevatte. De kippen moesten ander voer krijgen dan kippen elders aten. Elders zijn kippen na slechts drie maanden volgroeid, leggen ze elke dag eieren en worden ze gebruikt als legmachines tot op de dag dat ze worden geslacht. Levert dit goede eieren op? En is het vlees smakelijk? (Nee.) Ik had gezegd dat de kippen vrij moesten kunnen rondscharrelen, dat ze buiten moesten foerageren, insecten en onkruid moesten eten, en dan wat granen en dergelijke gevoerd moesten krijgen. Hoewel dit minder eieren zou opleveren, zou de kwaliteit beter zijn; het zou goed zijn voor de kippen en voor mensen. Was wat Ik vroeg gemakkelijk te bereiken? (Dat was het.) En was het gemakkelijk te begrijpen? Was er enige moeilijkheid in het gehoorzamen van wat Ik zei? (Het was gemakkelijk te begrijpen. Dit was niet moeilijk.) Ik had niet het gevoel dat er enige moeilijkheid bij betrokken was. Het was gemakkelijk. Ik stelde geen eisen aan het aantal geproduceerde eieren, alleen aan hun kwaliteit. Mensen met een normaal verstand en een normale denkwijze zouden dit begrepen hebben zodra ze het hoorden. Ze zouden het eenvoudig en goed te doen hebben gevonden, en kort daarna zouden ze het hebben uitgevoerd. Dit wordt gehoorzaam zijn genoemd. Dus is dit wat de mensen die de kippen hielden deden? Waren ze hiertoe in staat? Hiertoe in staat zijn, zou betekenen dat men het verstand van normale menselijkheid bezit. Hiertoe niet in staat zijn, zou betekenen dat er een probleem was. Kort nadat Ik dit had gezegd, werd het koud. Volgens de normale natuurwetten zou dit ertoe leiden dat de kippen stoppen met leggen. Maar er gebeurde iets heel veelzeggends: toen het kouder werd, legden de kippen niet minder eieren, ze legden er meer. Er waren elke dag eieren te eten, maar de dooiers waren niet meer zo geel als vroeger, en het eiwit werd steeds harder. De eieren werden steeds minder lekker. Wat was er aan de hand? Ik zei: “Wat is er in hemelsnaam aan de hand? Het is al moeilijk genoeg voor deze kippen om de winter door te komen, waarom proberen jullie ze nu eieren voor de mensen te laten leggen? Dat is toch wel wreed!” Toen Ik later navraag deed, ontdekte Ik dat de kippen nog steeds voer kregen dat elders was gekocht – voer dat garandeerde dat ze bleven leggen, of het nu lente, zomer, herfst of winter was. “Normaal gesproken leggen kippen in dit seizoen niet. We kunnen best zonder eieren. Blijf gewoon voor ze zorgen. In de lente zullen ze weer eieren gaan leggen, en dan zullen het eieren van goede kwaliteit zijn,” zei Ik. “Wees niet gulzig. Ik heb je niet gevraagd ze constant eieren te laten leggen, noch om in de winter nog steeds eieren te leveren. Aangezien Ik dit niet van je heb gevraagd, waarom bleef je ze dan dat voer geven dat je gekocht had? Het is je verboden ze dat nogmaals te voeren.” Was Ik duidelijk genoeg? Ten eerste had Ik niet geëist dat er absoluut eieren te eten moesten zijn, ongeacht het seizoen. Ten tweede had Ik gezegd dat ze de kippen dat voer niet moesten geven, om het legproces niet te versnellen. Was dit kleine verzoek moeilijk te realiseren? (Nee.) Maar het resultaat was dat Ik enige tijd later weer eieren at die onze kippen hadden gelegd. Ik zei tegen Mijzelf: wat een verwarde bende is dit, hoe komt het dat ze niet gehoorzaamden aan wat Ik zei? De kippen legden nog steeds eieren, dus ze hadden het voer beslist niet veranderd – dat was wat er aan de hand was.

Wat kunnen jullie opmaken uit wat er met het houden van de kippen is gebeurd? (Dat mensen zich niet onderwerpen aan Gods woorden en die niet gehoorzamen.) Sommige mensen zeiden: “Gods woorden gehoorzamen – dat betekent gods wil volgen. We moeten gehoorzamen als het om grote en verheven zaken gaat, dat zijn de zaken die gods wil betreffen, de uitvoering van gods werk en zijn grote werk. Alles waar je het over hebt gehad, heeft betrekking op triviale zaken uit het dagelijks leven, die niets te maken hebben met het volgen van gods wil – dus hoeven we niet te doen wat je zegt. Waar je het over hebt, heeft geen betrekking op onze plicht, noch op onze onderwerping en gehoorzaamheid aan gods woorden, dus hebben we het recht ons tegen je te verzetten, en te kiezen of we gehoorzamen of niet. Bovendien, wat weet jij van het normale menselijke leven, van familiezaken? Je begrijpt het niet, dus je hebt geen recht van spreken. Praat geen onzin tegen – we hoeven je hierin niet te gehoorzamen.” Is dit niet wat ze dachten? En was het juist om zo te denken? (Nee.) Waar zat de fout? (In het volgen van Gods wil wordt geen onderscheid gemaakt tussen grote of kleine zaken. Zolang het Gods woorden zijn, moeten mensen gehoorzamen, en moeten ze zich onderwerpen en ze in praktijk brengen.) Sommige mensen zeiden: “Ik gehoorzaam de woorden van god die de waarheid zijn. Ik hoef de woorden die niet de waarheid zijn niet te gehoorzamen. Ik onderwerp me alleen aan de waarheid. ‘Gods weg volgen’ betekent het volgen van, gehoorzamen aan en onderwerping aan dat deel van de woorden uit gods mond die de waarheid zijn. Woorden die betrekking hebben op het leven van mensen en die geen verband houden met de waarheid, kunnen worden genegeerd.” Is zo’n begrip juist? (Nee.) Dus hoe beschouwen jullie de waarheid en de woorden van God? Maakten zij niet een onderscheid tussen de woorden van God en de waarheid? En maakte dit de waarheid niet tot een louter boegbeeld? Beschouwden zij de waarheid niet als hol? Gods schepping van alle dingen, de vormen en kleuren van de bladeren aan de bomen, de vormen en kleuren van de bloemen, het bestaan en de voortgang van alle dingen – heeft dit alles iets te maken met de waarheid? Heeft het iets te maken met de redding van de mens? Is de structuur van het menselijk lichaam verbonden met de waarheid? Niets van dit alles is verbonden met de waarheid, maar het komt allemaal van God. Als niets van dit alles met de waarheid te maken heeft, kun je de juistheid ervan dan niet erkennen? Kun je de juistheid ervan ontkennen? Kun je de wetten van Gods schepping naar believen vernietigen? (Nee.) Dus wat zou je houding moeten zijn? Je moet je aan de wetten ervan houden. Wanneer er dingen zijn die je niet begrijpt, is het juist om wat uit de mond van God is gesproken te vertrouwen. Je hoeft ze niet te bestuderen of te proberen ze te diep te begrijpen – je moet alleen hun wetten niet overtreden. Dit is wat het betekent om te vertrouwen en je te onderwerpen. Als het gaat om de gewoonten, het gezond verstand en de regels van het dagelijks leven, enzovoort, die God van mensen in hun dagelijks leven eist, die niet de redding van de mens raken, hoewel deze zaken misschien niet op hetzelfde niveau of dezelfde graad als de waarheid staan, zijn het allemaal positieve dingen. Alle positieve dingen komen van God, dus mensen zouden ze moeten aanvaarden – deze woorden zijn juist. Bovendien, als mensen, welk verstand en geweten zouden er in hen gevonden moeten worden? Het eerste is dat ze moeten leren gehoorzamen. Wiens woorden gehoorzamen? De woorden van duivels en Satan gehoorzamen? De woorden van mensen gehoorzamen? De woorden van grootse of uitmuntende mensen gehoorzamen? De woorden van antichristen gehoorzamen? Geen van deze. Ze moeten de woorden van God gehoorzamen. Wat zijn de principes en specifieke praktijken van het gehoorzamen van Gods woorden? Je hoeft niet te analyseren of ze juist of onjuist zijn, en je hoeft niet te vragen waarom. Je hoeft niet te wachten tot je ze begrijpt voordat je ze in praktijk brengt. In plaats daarvan moet je eerst luisteren, toepassen, uitvoeren en je eraan houden, wat ook je eerste houding zou moeten zijn. Alleen dan zul je een schepsel zijn, en een geschikt en behoorlijk mens. Als zelfs deze meest elementaire normen van het menszijn je te boven gaan, en God niet erkent dat je een mens bent, kun je dan voor Hem komen? Ben je het waard Gods woorden te horen? Ben je het waard de waarheid te horen? Ben je het waard gered te worden? Je bent voor geen van deze dingen geschikt.

Waren de mensen over wie Ik zojuist sprak in verband met de kippen en eieren gehoorzaam en onderworpen? (Nee.) Als wat beschouwden ze Gods woorden? Als een zuchtje wind dat langs hun oren waaide, en in hun gedachten hadden ze een bepaalde opvatting: ‘Jij zegt wat jij te zeggen hebt, en ik doe wat ik moet doen. Jouw eisen kunnen me niets schelen! Het is genoeg dat ik je eieren lever om te eten – wat maakt het uit wat voor eieren je eet. Je wilt biologische eieren eten? Geen schijn van kans. Droom verder! Je vroeg me om kippen te houden, en zo houd ik ze, maar jij voegt daar je eigen eisen aan toe – heb jij het recht om hierover te spreken?’ Zijn dit mensen die gehoorzamen en zich onderwerpen? (Nee.) Wat proberen ze te doen? Ze proberen in opstand te komen! Het huis van God is de plaats waar God spreekt en werkt, en een plaats waar de waarheid regeert – als deze mensen niet gehoorzamen en zich niet onderwerpen wanneer God iets recht in hun gezicht zegt, kunnen ze dan Gods woord achter Zijn rug om in praktijk brengen? Dat is nog onwaarschijnlijker! Van onwaarschijnlijk tot nog onwaarschijnlijker: als je die twee dingen in ogenschouw neemt, is God dan hun God? (Nee.) Wie is dan hun god? (Zijzelf.) Dat klopt – ze zien zichzelf als een god, ze geloven in zichzelf. In dat geval, wat hebben ze hier dan nog te zoeken? Waarom zwaaien ze met de banier van geloof in God, aangezien ze hun eigen god zijn? Is dit niet het bedriegen van andere mensen? Bedriegen ze zichzelf niet? Als dit de houding is die zulke mensen tegenover God hebben, zijn ze dan in staat te gehoorzamen? (Absoluut niet.) Zelfs met zoiets kleins kunnen ze Gods woord niet gehoorzamen of zich niet aan God onderwerpen. Gods woorden hebben geen effect op hen; ze nemen ze niet in zich op en kunnen zich er niet aan onderwerpen. Kunnen zulke mensen gered worden? (Nee.) Hoe ver zijn ze dan van redding verwijderd? Te ver, ze komen niet eens in de buurt! Is God innerlijk bereid degenen te redden die Zijn woorden niet gehoorzamen, die zich tegen Hem verzetten? Absoluut niet. Zelfs mensen zouden hiertoe niet bereid zijn, als ze dit beoordelen op basis van hun eigen gedachten. Als duivels en Satans als dezen zich tegen je zouden keren, om het in alle opzichten tegen je op te nemen, zou je hen dan redden? Onmogelijk. Niemand wil zulke mensen redden. Niemand wil bevriend zijn met zulke mensen. In de kwestie van het kippen houden – zoiets kleins – werd de aard van mensen blootgelegd; in iets zo kleins waren mensen niet in staat te gehoorzamen wat Ik zei. Is dit geen ernstig probleem?

Laten we het vervolgens hebben over een kwestie met schapen. Natuurlijk heeft het nog steeds betrekking op mensen. De lente was aangebroken. Het weer was warm en de bloemen bloeiden. Het gebladerte was weelderig, het gras was groen. Alles begon te stralen van leven. De schapen hadden de hele winter hooi gegeten en wilden het niet meer. Ze hadden uitgekeken naar het moment dat het gras groen zou worden en ze vers gras konden eten. Dit was ook de tijd waarin de ooien lammeren wierpen, wat betekende dat het nog noodzakelijker voor ze was om groen gras te eten. Hoe hoger de kwaliteit van het gras en hoe meer ervan was, des te meer melk ze zouden produceren en des te sneller de lammeren zouden groeien. Mensen zouden dit ook graag zien, het was iets om naar uit te kijken: een lekker vet lam om te eten als de herfst komt. En gezien de mensen iets hadden om naar uit te kijken, hadden ze dan geen manieren moeten bedenken om de lammeren meer goed gras te voeren, om ze vet te mesten zodat ze sterk en dik werden? Hadden ze niet moeten denken: ‘Het gras op het veld is op dit moment niet goed. De lammeren zullen langzaam groeien als ze het eten. Waar is er goed gras?’ Hadden ze hier niet een beetje moeite voor moeten doen? Maar wie weet wat de persoon die voor de schapen zorgde dacht. Op een dag ging Ik de schapen bekijken. Ik zag dat de lammeren het goed deden, en ze sprongen op als ze mensen zagen en zetten hun voorpoten op de schenen van de mensen om omhoog te reiken, alsof ze met hen wilden praten. Sommige lammeren hadden hoorntjes gekregen, dus Ik hield hun hoorntjes vast en speelde met ze. Het ging goed met die lammeren, maar ze waren erg mager en droog. Ik dacht eraan hoe zacht lammeren zijn, met hun dunne wol maar toch warm, en Ik bedacht dat het beter zou zijn als ze wat vetter waren. Terwijl Ik hierover nadacht, vroeg Ik de persoon die voor de schapen zorgde: “Is dit gras van slechte kwaliteit? Staat er niet genoeg op het veld voor de schapen om te eten? Moet de aarde niet worden omgeploegd en wat nieuw gras worden gezaaid, zodat ze genoeg te eten hebben?” Hij zei: “Er is niet genoeg groen gras om te eten. Op dit moment eten de schapen nog steeds hooi.” Toen Ik dit hoorde, zei Ik: “Weet je niet welk seizoen het is? Waarom laat je ze nog steeds hooi eten? De ooien hebben lammeren geworpen, ze zouden lekker groen gras moeten eten. Waarom laat je ze nog steeds hooi eten? Hebben jullie hier een oplossing voor bedacht?” Hij kwam met een hoop excuses. Toen Ik hem zei het veld om te ploegen, zei hij dat hij dat niet kon – als hij dat deed, zouden de schapen nu niets te eten hebben. Wat denken jullie na dit alles gehoord te hebben? Voelen jullie enige last? (Ik zou manieren hebben bedacht om een goede weide te vinden, of ergens anders wat gras hebben gemaaid.) Dat is één manier om het op te lossen. Je moet een oplossing bedenken. Vul niet alleen je eigen buik en vergeet de rest – de schapen moeten zich ook lekker vol kunnen eten. Later zei Ik tegen een paar andere mensen: “Kan dit veld worden omgeploegd? Zelfs als je in de herfst zaait, kunnen de schapen volgend jaar groen gras eten. Bovendien zijn er op andere plaatsen twee velden; kunnen de schapen daar niet elke dag naartoe worden gedreven om vers gras te eten? Als de twee velden worden afgewisseld, zouden de schapen dan geen vers gras kunnen eten?” Was wat Ik zei gemakkelijk te doen? (Ja.) Sommige mensen zeiden: “Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Je zegt altijd dat dingen gemakkelijk te doen zijn – hoe kan het zo gemakkelijk zijn? Er zijn zoveel schapen, en als ze rondrennen, zijn ze helemaal niet gemakkelijk te hoeden.” Alleen al het hoeden van de schapen was zo’n last voor hen, ze hadden zoveel excuses en moeilijkheden, maar uiteindelijk stemden ze toe. Enkele dagen later ging Ik weer kijken. Het gras was zo hoog gegroeid dat het bijna tot Mijn middel kwam. Ik vroeg me af hoe het zo hoog had kunnen worden als de schapen ervan aten. Na wat vragen kwam Ik erachter; de schapen waren hier helemaal niet geweid. De mensen hadden ook een excuus: “Er is geen schuur op dat veld, de schapen kregen het te warm.” Ik zei: “Waarom bouw je dan niet gewoon een schuur voor ze? Er zijn maar een paar schapen. Wat horen jullie hier te doen? Horen jullie niet deze eenvoudige zaken af te handelen?” Ze antwoordden: “We kunnen niemand vinden om een schuur te bouwen.” Ik zei: “Er zijn mensen om andere dingen te doen, waarom is er niemand om dit te doen? Heb je iemand gezocht? Het enige waar jij om geeft is het eten van de schapen, niet het grootbrengen ervan. Hoe kun je zo egoïstisch zijn? Je wilt lamsvlees eten, maar je laat ze geen groen gras eten – hoe kun je zo onethisch zijn!” Nadat ze ertoe gedwongen waren, werd de schuur gebouwd en konden de schapen groen gras eten. Was het gemakkelijk voor hen om een beetje vers gras te eten? Iets zo eenvoudigs was zo moeilijk voor deze mensen om uit te voeren. Bij elke stap kwamen ze met excuses. Zodra ze een excuus hadden, zodra er ook maar enige moeilijkheden waren, gaven ze het op en wachtten ze op Mij om het op te lossen. Ik moest altijd op de hoogte blijven van wat er gaande was, Ik moest er altijd een oogje op houden, Ik moest altijd druk op hen uitoefenen – Ik kon niet anders dan druk uitoefenen. Waarom zou Ik me zorgen moeten maken over zoiets onbenulligs als het voeren van de schapen? Ik bereid alles voor jullie voor, dus waarom kost het zoveel moeite om jullie een paar van Mijn woorden te laten gehoorzamen? Vraag Ik je om een berg van messen te beklimmen of in een zee van vuur te zwemmen? Of is het te moeilijk om uit te voeren? Is dit niet jouw verantwoordelijkheid? Dit ligt allemaal binnen je vermogen om te bereiken, het valt binnen de reikwijdte van jouw capaciteiten. Het is niet te veel gevraagd. Hoe kan het dat je dit niet kunt volbrengen? Waar ligt het probleem? Heb Ik je gevraagd een ark te bouwen? (Nee.) Hoe groot is dan het verschil tussen wat jou werd gevraagd te doen en het bouwen van een ark? Het is enorm. De taak die je werd gevraagd uit te voeren zou slechts één of twee dagen hebben gekost. Er waren slechts een paar woorden voor nodig. Het was haalbaar. Het bouwen van de ark was een gigantische onderneming, een onderneming van honderd jaar. Ik durf te zeggen dat als jullie in hetzelfde tijdperk als Noach waren geboren, niet één van jullie in staat zou zijn geweest Gods woorden te gehoorzamen. Toen Noach Gods woorden gehoorzaamde, toen hij de ark bouwde, stukje bij beetje, zoals God had opgedragen, zouden jullie de mensen zijn die aan de kant stonden, Noach tegenwerkten, de spot met hem dreven, hem hoonden en hem uitlachten. Jullie zijn absoluut dat soort mensen. Jullie zijn volkomen verstoken van de houding van gehoorzamen en onderwerpen. Integendeel, jullie eisen dat God je bijzondere genade schenkt, en je in het bijzonder zegent en verlicht. Hoe kun je zo schaamteloos zijn? Zeg eens, welke van de dingen waarover Ik zojuist sprak, is Mijn verantwoordelijkheid? Welke moet Ik doen? (Geen enkele.) Dit zijn allemaal menselijke aangelegenheden. Het zijn niet Mijn zaken. Ik zou jullie ermee alleen moeten kunnen laten. Dus waarom moet Ik me ermee bemoeien? Ik doe dit niet omdat het Mijn plicht is, maar voor jullie eigen bestwil. Niemand van jullie maakt zich hier zorgen over, niemand van jullie heeft deze verantwoordelijkheid op zich genomen, niemand van jullie heeft deze goede bedoelingen – dus moet Ik hier meer moeite voor doen. Het enige wat nodig is, is dat jullie gehoorzamen en meewerken, het is heel eenvoudig – maar zelfs dat kunnen jullie niet. Zijn jullie wel mensen?

Er was ook een ander, ernstiger incident. Ergens werd een gebouw gebouwd. Het gebouw was vrij hoog en besloeg een vrij groot oppervlak. Binnen werd een relatief groot aantal meubels geplaatst, en om die gemakkelijk te kunnen verplaatsen, was op zijn minst een set dubbele deuren vereist, die minstens tweeënhalve meter hoog zouden moeten zijn. Normale mensen zouden aan al deze dingen hebben gedacht. Maar iemand stond erop een enkele deur van één meter tachtig te installeren. Hij negeerde de suggesties van alle anderen, ongeacht van wie ze kwamen. Was deze persoon een verward iemand? Hij was een rasechte schoft. Later, toen iemand Mij hierover vertelde, zei Ik tegen die persoon: “Je moet dubbele deuren installeren, en ze moeten hoger zijn.” Hij stemde met tegenzin toe. Nou ja, ogenschijnlijk stemde hij toe, maar wat zei hij bij zichzelf? “Wat heeft het voor zin om ze zo hoog te maken? Wat is er mis mee als ze lager zijn?” Later ging Ik weer kijken. Er was slechts een extra deur toegevoegd, maar de hoogte was hetzelfde. En waarom was de hoogte hetzelfde? Was het onmogelijk om een hogere deur te bouwen? Of zou de deur dan het plafond raken? Wat was het probleem? Het probleem was dat hij niet wilde gehoorzamen. Wat hij werkelijk dacht was: ‘Is het aan jou? Ik ben hier de baas, ik heb het voor het zeggen. Anderen doen wat ik zeg, niet andersom. Wat weet jij nou? Heb jij verstand van bouwen?’ Betekent geen verstand van bouwen hebben dat Ik niet kon zien hoe de verhoudingen waren? Met zo’n lage deur in zo’n hoog gebouw zou iemand van meer dan 1,90 meter als hij erdoorheen zou lopen zonder te bukken, zijn hoofd stoten tegen het kozijn. Wat voor deur was dit? Ik hoefde geen verstand van bouwen te hebben – zeg Mij, was Mijn kijk hierop redelijk? Was het praktisch? Maar zulke praktische overwegingen waren voor die persoon onbegrijpelijk. Het enige wat hij kende was het volgen van regels, en hij zei: “Waar ik vandaan kom zijn de deuren allemaal zo. Waarom zou ik ze zo hoog moeten maken als jij zei? Je vroeg me het te doen, en zo heb ik het gedaan. Als je niets aan me hebt, laat dan maar! Dit is de manier waarop ik dingen doe, en ik ga jou niet gehoorzamen!” Wat voor een creatuur was deze persoon? Denken jullie dat hij nog in het huis van God gebruikt kon worden? (Nee.) Wat moet er dan gebeuren, aangezien hij niet gebruikt kon worden? Hoewel zulke mensen ogenschijnlijk wat moeite doen in het huis van God, en er niet meteen uit worden geschopt, en hoewel de broeders en zusters hen kunnen verdragen, en Ik hen kan verdragen, is het als het op hun menselijkheid aankomt – laten we even buiten beschouwing laten of ze de waarheid begrijpen – dan waarschijnlijk dat ze, werkend en levend in een omgeving als het huis van God, zullen blijven? (Nee.) Moeten we hen eruit schoppen? (Nee.) Is het waarschijnlijk dat ze op de lange termijn in de kerk zullen blijven? (Nee.) Waarom niet? Laten we even buiten beschouwing laten of ze kunnen begrijpen wat ze wordt verteld. Met hun gezindheid zoals die is, beginnen ze, na wat minimale moeite te hebben gedaan, kapsones te krijgen en te proberen het voor het zeggen te hebben. Kan dit in het huis van God standhouden? Ze stellen niets voor, maar denken dat ze heel wat zijn, dat ze een zuil en een steunpilaar zijn in het huis van God, waar ze roekeloos wandaden begaan en proberen de baas te spelen. Ze zullen vroeg of laat in de problemen komen en niet lang blijven. Met zulke mensen is het zo dat, zelfs als het huis van God hen er niet uit schopt, ze na een tijdje zullen merken dat in het huis van God mensen altijd over de waarheid en over principes praten; hier hebben ze geen interesse in, hun modus operandi is hier nutteloos. Waar ze ook gaan en wat ze ook doen, ze zijn niet in staat met anderen samen te werken en willen altijd de baas spelen. Maar het werkt niet, en ze merken dat ze in elk opzicht beperkt zijn. Na verloop van tijd gaan de meeste broeders en zusters de waarheid en principes begrijpen. Terwijl deze mensen proberen te doen wat zij willen, proberen de baas te zijn en de lakens uit te delen, en niet volgens principes handelen, werpen veel mensen hen minachtende blikken toe – kunnen ze dat verdragen? Tegen die tijd zullen ze voelen dat ze onverenigbaar zijn met deze mensen, dat ze hier van nature niet thuishoren, dat ze op de verkeerde plek zijn: ‘Hoe ben ik per ongeluk in het huis van god beland? Ik dacht er te simpel over. Ik dacht dat als ik een beetje moeite deed, ik een ramp kon ontlopen en gezegend zou worden. Het was nooit in me opgekomen dat dit niet het geval zou zijn!’ Ze horen van nature niet thuis in Gods huis; na een tijdje te zijn gebleven verliezen ze hun interesse, raken ze gedemotiveerd, en is het niet nodig hen eruit te schoppen – ze glippen vanzelf weg.

Sommige mensen zeggen: “Is er niets waar U Zich niet mee bemoeit? U bent een bemoeial, nietwaar? U vestigt alleen maar Uw prestige, maakt Uw aanwezigheid kenbaar en laat mensen weten van Uw almacht door U met andermans zaken te bemoeien, nietwaar?” Zeg eens, zou het goedkomen als Ik niet voor deze dingen zou zorgen? In werkelijkheid wil Ik me niet met deze dingen bezighouden, ze zijn de verantwoordelijkheid van leiders en werkers, maar als Ik het niet doe ontstaan er problemen en wordt het toekomstige werk beïnvloed. Zou Ik me met zulke zaken hoeven te bemoeien als jullie ze konden oplossen, als jullie deden wat Ik vroeg? Als Ik Me niet met jullie zou bezighouden, zouden jullie geen enkele menselijke gelijkenis uitleven, en zouden jullie niet goed leven. Jullie zouden niets zelf kunnen doen. En zelfs nu dat het geval is, gehoorzamen jullie Mij nog steeds niet. Ik zal met jullie over iets uiterst eenvoudigs praten: de ongelooflijk kleine kwestie van hygiëne en zorgdragen voor jullie leefomgeving. Hoe handelen jullie in deze kwestie? Als Ik ergens naartoe ga en jullie niet van tevoren op de hoogte breng, zal het er buitengewoon rommelig zijn, en zullen jullie het ter plekke moeten opruimen, wat jullie van streek en ongemakkelijk zal maken. Als Ik jullie van tevoren zou vertellen dat Ik kwam, dan zou de situatie niet zo erg zijn – maar denken jullie dat Ik niet weet wat er achter de schermen gebeurt? Dit zijn allemaal kleine zaken, enkele van de eenvoudigste en meest elementaire punten van normale menselijkheid. Maar jullie zijn zo lui. Zijn jullie echt in staat je plicht goed te doen? Ik verbleef tien jaar lang op verschillende plaatsen op het vasteland van China, waar Ik mensen leerde hoe ze dekens moesten opvouwen en ze in de zon moesten laten drogen, hoe ze huizen moesten schoonmaken en hoe ze fornuizen in huizen moesten aansteken. Maar na tien jaar lang uitleggen, kon Ik het ze niet leren. Is het dat Ik geen instructies kan geven? Nee, deze mensen zijn gewoon te ploertig. Later ben Ik gestopt met lesgeven. Als Ik ergens kwam en een deken tegenkwam die niet was opgevouwen, draaide Ik me gewoon om en vertrok. Waarom zou Ik dit doen? Ik vond het stinken en walgelijk. Waarom zou Ik ergens verblijven waar het erger is dan een varkensstal? Ik weiger dat te doen. Zelfs deze kleine problemen zijn erg moeilijk te veranderen. Als Ik het een stap verder zou nemen naar het volgen van Gods weg en Gods wil, zouden jullie, eerlijk gezegd, niet eens in de buurt komen. Wat is het belangrijkste punt dat Ik vandaag maak? Gods woorden gehoorzamen is erg belangrijk, en je moet het niet negeren. Gods woorden gehoorzamen betekent niet dat je Gods woorden moet analyseren, bestuderen, bespreken of onderzoeken, of dat je de redenen erachter moet onderzoeken en proberen een ‘waarom’ te vinden; in plaats daarvan moet je Zijn woorden in praktijk brengen en ze uitvoeren. Wanneer God tot je spreekt, wanneer Hij je opdraagt een taak uit te voeren of je iets toevertrouwt, wil God vervolgens zien dat je actie onderneemt, en hoe je dit stap voor stap ten uitvoer brengt. Het maakt God niet uit of je deze zaak begrijpt of niet, noch of je er in je hart nieuwsgierig naar bent, of er enige twijfels over hebt. Waar God naar kijkt, is of je het doet, of je de houding van gehoorzamen en onderwerpen hebt.

Toevallig sprak Ik met enkele mensen over de kostuums voor shows. Het voornaamste principe was dat de kleur en stijl van de kostuums fatsoenlijk, waardig, smaakvol en elegant moesten zijn. Ze mochten er niet uitzien als bizarre outfits. Bovendien was het niet nodig om te veel geld uit te geven. Ze hoefden niet van een bepaalde ontwerper te komen, en het was al helemaal niet nodig om naar dure merkwinkels te gaan om ze te kopen. Mijn mening was dat de artiesten er in de kostuums elegant, fatsoenlijk en waardig moesten uitzien, dat ze toonbaar moesten zijn. Er waren geen beperkingen wat kleur betreft, behalve dat alles er niet te eentonig of donker mocht uitzien op het podium. De meeste andere kleuren waren prima: rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo, violet – hier waren geen regels voor. Waarom dit principe? Gods schepping bevat elke kleur. Bloemen verschijnen in kleur, net als bomen, planten en vogels. We moeten dus geen noties of regels over kleur hebben. Nadat Ik dit had gezegd, was Ik bang dat ze het niet zouden begrijpen. Ik bevroeg hen opnieuw, en was pas gerustgesteld toen degenen die Mij hoorden allemaal zeiden dat ze het begrepen. Ze moesten slechts nog het werk ten uitvoer brengen volgens het principe waarover Ik had gesproken. Was dit een eenvoudige zaak? Was het iets groots? Was het een grotere of een kleinere onderneming dan het bouwen van een ark? (Kleiner.) Was het moeilijk vergeleken met Abrahams offer van Isaak? (Nee.) Er kwamen absoluut geen moeilijkheden bij kijken, en het was eenvoudig – slechts een kwestie van kleding. Mensen worden vanaf hun geboorte blootgesteld aan kleding; het was geen moeilijke zaak. Het werd voor de mensen nog gemakkelijker om uit te voeren toen Ik een bepaald principe definieerde. De kern van de zaak was of ze gehoorzaamden en of ze bereid waren het te doen. Na enige tijd, toen er een paar shows en films waren geproduceerd, zag Ik dat de kostuums van alle hoofdrolspelers blauw waren. Ik dacht erover na: ‘Is er een probleem met de denkwijze van de mensen die deze shows produceren? Ik was heel duidelijk in wat Ik zei. Ik had geen regel opgesteld dat de kostuums blauw moesten zijn, en dat iemand die geen blauw droeg niet op het podium mocht. Wat is er mis met deze mensen? Wat zette hen aan en beheerste hen? Zijn de trends in de buitenwereld veranderd en dragen mensen nu alleen nog maar blauw? Nee. De buitenwereld heeft geen regels over kleuren en stijlen, mensen dragen allerlei kleuren. Het is dus vreemd dat een dergelijke situatie zich in onze kerk zou voordoen. Wie gaat over de eindcontrole van de kostuums? Wie heeft de leiding over deze zaak? Is er iemand die aan de touwtjes trekt?’ Er was inderdaad iemand die aan de touwtjes trok; als gevolg daarvan waren alle kostuums, ongeacht de stijl, zonder uitzondering blauw. Wat Ik zei maakte geen verschil. Ze hadden al bepaald dat alle kleding blauw moest zijn – mensen zouden niets anders dan blauw dragen. Blauw vertegenwoordigde spiritualiteit en heiligheid; het was de kenmerkende kleur van het huis van God. Als hun kostuums niet blauw waren, dan zouden ze de show niet laten opvoeren en zouden ze dat niet durven. Ik zei dat het met deze mensen gedaan was. Dit was zoiets eenvoudigs, Ik legde elk punt heel duidelijk uit en zorgde ervoor dat ze het begrepen nadat Ik dat had gedaan; pas toen we het allemaal eens waren, sloot Ik het onderwerp af. En wat was het eindresultaat? Mijn woorden werden gewoon in de wind geslagen. Niemand hechtte er waarde aan. Ze deden en praktiseerden nog steeds wat ze zelf wilden; niemand voerde uit wat Ik zei, niemand vervulde het. Wat bedoelden ze werkelijk toen ze zeiden dat ze het hadden begrepen? Deze mensen praatten Mij naar de mond. Ze roddelden de hele dag door, net als die dames van middelbare leeftijd op straat. Dit was ook de manier waarop ze met Mij spraken en de houding die ze hadden. Dus had Ik een gevoel in Mijn hart: de houding die deze mensen tegenover Christus hadden, was hun houding tegenover God, en het was een zeer zorgwekkende houding, een gevaarlijk teken, een slecht signaal. Willen jullie weten wat het signaleert? Jullie zouden het moeten weten. Ik moet jullie dit vertellen, en jullie moeten goed luisteren: te oordelen naar wat er in jullie tot uiting komt, naar jullie houding ten opzichte van Gods woorden, zullen velen van jullie in de rampen worden gestort; sommigen van jullie zullen in de rampen worden gestort om gestraft te worden, en sommigen om gelouterd te worden, en de rampen kunnen niet worden vermeden. Degenen die gestraft worden, zullen onmiddellijk sterven, zij zullen ten onder gaan. Echter, voor degenen die in de rampen gelouterd worden, als het hen in staat stelt te gehoorzamen en zich te onderwerpen, en in staat stelt standvastig te zijn, en zij getuigenis verkrijgen, is de moeilijkste beproeving voorbij. Anders is er geen hoop voor hen in de toekomst, zullen ze in gevaar zijn en zullen ze geen kansen meer hebben. Horen jullie Mij duidelijk? (Ja.) Klinkt dit als iets goeds voor jullie? Kortgezegd voorspelt het voor Mij niet veel goeds. Ik vind het een slecht teken. Ik heb jullie de feiten gegeven; het is aan jullie om een keuze te maken. Ik zal hier verder niets meer over zeggen, Ik zal Mezelf niet herhalen, Ik zal er niet meer op terugkomen.

Het onderwerp waarover Ik vandaag heb gecommuniceerd is hoe men Gods woorden moet behandelen. Gods woorden gehoorzamen en je eraan onderwerpen is erg belangrijk. In staat zijn ze uit te voeren, te implementeren en in praktijk te brengen is erg belangrijk. Sommige mensen zeggen: “Zelfs nu weten we nog steeds niet hoe we Christus precies moeten behandelen.” Hoe men Christus moet behandelen is heel eenvoudig: je houding tegenover Christus is je houding tegenover God. In Gods ogen is je houding tegenover God je houding tegenover Christus. Natuurlijk is de houding die je tegenover Christus hebt de houding die je tegenover God in de hemel hebt. Jouw houding tegenover Christus is de meest waarachtige van allemaal – die kan worden gezien, en is precies datgene wat God nauwkeurig onderzoekt. Mensen willen begrijpen hoe ze met God moeten omgaan op de manier die God wenst, en dit is eenvoudig. Er zijn drie punten: het eerste is oprecht zijn; het tweede is respect, leren hoe je Christus moet respecteren; en het derde – en dit is het belangrijkste punt – is Zijn woorden gehoorzamen. Zijn woorden gehoorzamen: betekent dit luisteren met je oren, of met iets anders? (Met onze harten.) Heb je een hart? Als je een hart hebt, luister er dan mee. Alleen als je met je hart luistert, zul je begrijpen en in staat zijn om wat je hoort in praktijk te brengen. Elk van deze drie punten is heel eenvoudig. Hun letterlijke betekenis zou gemakkelijk te begrijpen moeten zijn, en logischerwijs zouden ze gemakkelijk uit te voeren moeten zijn – maar hoe jullie ze uitvoeren, en of jullie daartoe in staat zijn, is aan jullie; Ik zal het niet verder uitleggen. Sommige mensen zeggen: “Je bent maar een gewoon mens. Waarom zouden we oprecht tegen je moeten zijn? Waarom zouden we je moeten respecteren? Waarom zouden we jouw woorden moeten gehoorzamen?” Ik heb Mijn redenen. Het zijn er ook drie. Luister goed en kijk of wat Ik zeg steekhoudt. Als dat zo is, moeten jullie het aanvaarden; als jullie vinden dat het niet zo is, hoeven jullie het niet te aanvaarden en kunnen jullie een ander pad zoeken. Reden nummer één is dat, sinds je deze fase van Gods werk hebt aanvaard, je elk woord dat Ik heb gezegd hebt gegeten, gedronken, ervan hebt genoten en biddend gelezen. Nummer twee is dat je zelf erkent dat je een volgeling van Almachtige God bent, dat je een van Zijn gelovigen bent. Kunnen we dus zeggen dat je erkent dat je een volgeling bent van het gewone vlees waarin God is geïncarneerd? Dat kan. Kortom, nummer twee is dat je erkent dat je een volgeling van Almachtige God bent. Reden nummer drie is de allerbelangrijkste: van de hele mensheid ben Ik de enige die jullie als mensen ziet. Is dit punt belangrijk? (Ja.) Welke van deze drie punten kunnen jullie niet aanvaarden? Zeg eens, is één van de punten waar Ik zojuist over heb gesproken onwaar, niet objectief, niet feitelijk? (Nee.) In totaal zijn er dus zes punten. Ik zal niet in detail treden over elk ervan; overdenk ze zelf maar. Ik heb al uitgebreid over deze onderwerpen gesproken, dus jullie zouden het moeten kunnen begrijpen.

4 juli 2020

Vorige: Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 4)

Volgende: Uitweiding drie: Hoe Noach en Abraham Gods woorden gehoorzaamden en zich aan Hem onderwierpen (deel 2)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat is jouw begrip van God?

Mensen geloven al heel lang in God, toch weten de meesten niet wat het woord ‘God’ betekent, en volgen ze slechts in verbijstering. Ze...

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie leven cruciaal en van het uiterste belang voor jullie bestemming en jullie lot. Daarom moeten jullie...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger