315 Gods wegen kunnen niet doorgrond worden

I

We zien uw majesteit, uitrijzend boven de hemelen.

We zullen nooit zonder eerbied voor u komen.

Wie kan uw wil kennen, uw woede durven te voelen?

Wie verlangt naar uw majesteit, wanneer zal het komen?

Hier liggen wij, gewiegd in uw handen,

gekoesterd in uw liefde zoals die van een moeder,

maar uw woede maakt ons bang.

Oh, u bent de moeder waar we van houden,

vader die we liefhebben en respecteren.

Onze harten verstoppen zich voor u, al dwalen we niet ver.

En oh, in onze harten voelen we u dichtbij,

we voelen u oh zo dichtbij.

Zonder het te weten voelen we dat u ondoorgrondelijk bent.

Oh, dan kunnen we u alleen van ver respecteren.

Oh, maar we kunnen u gewoon van ver respecteren.


II

Onze harten houden van u, al vrezen we u nog steeds,

waar zijn woorden goed voor?

Hoe kunnen passies van de mens zulke gevoelens uitdrukken?

Het enige dat we kunnen doen is met lege handen voor u komen,

en u eenvoudigweg smeken, kinderlijk en angstig.

U voorziet al onze noden, wat het ook is.

Eindeloos veel lof stijgt op uit onze blije harten.

Oh, u hebt alles onbaatzuchtig gegeven, geen eisen geen klachten.

Zelden zien we uw gezicht, ook al hebben we uw alles verkregen.

Oh, wij hebben zelf zoveel onzuiverheden in ons,

maar toch heeft u lang geleden ons hele wezen verkregen.

Oh, hoe kunnen vleselijke ogen de vervolmaakte waarheden zien,

oh, waarheden die u lang geleden vervolmaakt heeft?


III

Sinds de oude tijden, paal naar paal,

zijn alle dingen onthuld in uw ogen.

Wij vallen stil, niemand durft met u te vergelijken.

Uw woord zal voor altijd verder blijven stromen.

En hoe groots uw rijkdom, kan niemand zeggen.

Wie durft uw schoonheid met makkelijke woorden te verheffen?

En wie durft lichtjes te zingen over uw mildheid?

Oh, het ene moment bent u ver weg van ons, dan in ons midden,

ver weg, dan dichtbij leunend, nu ver, nu dichtbij.

Oh, niemand heeft ooit uw voetafdrukken of uw schaduw gezien.

Vrolijke herinneringen zijn al wat ons rest.

Oh, zoet zo zoet de smaak die nablijft.

Oh, zoet de smaak van uw aanwezigheid die nablijft.


IV

U overspant de hemel en de aarde,

wie kent het kompas van uw daden?

Wij zien maar een korrel op een zanderig strand,

wachten stil tot uw beschikking.

Bescheiden als een mier,

hoe kunnen we vergelijken met u hoog verheven?

Oh, uw loutering van ons is rijk, zo rijk aan medelijden.

Wij zien uw rechtvaardigheid verborgen in uw genade, oh,

oh, rechtvaardigheid verborgen in uw heilige majesteit,

zien het verborgen in uw liefde en uw daden.

Oh, wie kan uw daden tellen, veel te talrijk.

Oh, wie kan ze tellen, er zijn er zo veel.

Oh, wie kan uw daden tellen, veel te talrijk.

Oh, wie kan ze tellen, er zijn er zo veel.

Vorige: 314 Ik ben gehecht aan God

Volgende: 316 Lof voor nieuw leven in het koninkrijk

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Contact
Neem contact op via Messenger

Gerelateerde inhoud

124 Lied van de overwinnaars

Het koninkrijk groeit in deze wereld. Het ontstaat onder de mensen. Het komt op onder de mensen. Geen macht kan Gods koninkrijk vernietigen. God begeeft Zich onder Zijn mensen en leeft tezamen met Zijn volk. Iedereen die God waarlijk liefheeft, hoe gezegend zij zijn!

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek