Hoe de waarheid na te streven (9)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

Het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God

I. Het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over God: het loslaten van de eigen noties en verbeeldingen over Gods werk

F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen

In deze periode heeft het onderwerp van onze communicatie een relatief brede reikwijdte bestreken, nietwaar? (Ja.) Het omvatte enkele meer specifieke kwesties van menselijkheid, en ook enkele kwesties van het leven van mensen. Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over onderwerpen die met kaliber te maken hebben, en daarna hebben we gecommuniceerd over hoe we aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden kunnen onderscheiden. Onze communicatie over het onderwerp kaliber is in grote lijnen afgerond; vanaf nu kunnen jullie op basis van deze inhoud precies beoordelen hoe iemands kaliber is. Tijdens de communicatie over deze drie aspecten – aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden – hebben we gecommuniceerd over enkele uitingen en onthullingen van mensen in het dagelijks leven, om te beoordelen of deze onder hun aangeboren condities, menselijkheid of verdorven gezindheden vallen. Hebben jullie door onze communicatie over de drie aspecten van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden nu een concreet begrip van de fundamentele structuur van de mens als schepsel? (We kunnen het iets beter begrijpen dan voorheen.) De reden dat we communiceren over de drie aspecten van uitingen die in het leven van mensen worden onthuld, is dat de geschapen mensheid is samengesteld uit aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Ongeacht of je een man of een vrouw bent, of je jong of oud bent, ongeacht tot welk ras je behoort of in welk land je woont, in welke periode je leeft, of in wat voor soort sociale omgeving en achtergrond je leeft – kortom, ongeacht wat je uiterlijke verschijning is – zolang je een geschapen mens bent, ben je samengesteld uit deze drie aspecten: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Met andere woorden, ieder mens die tot de verdorven mensheid behoort, is samengesteld uit aangeboren condities, menselijkheid en het leven van verdorven gezindheden. Dat wil zeggen, ieder geschapen mens bezit aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Natuurlijk zijn de aangeboren condities van een persoon door God voorbeschikt. Menselijkheid wordt deels beïnvloed door aangeboren condities, en deels geconditioneerd en beïnvloed door de opvoeding thuis, de sociale omgeving en Satans onderwijs. Verdorven gezindheden daarentegen zijn iemands satanische gezindheden en satanische aard, voortgebracht door de misleiding en de verderfelijke invloed van Satan. Deze verdorven aard is deels het gevolg van iemands familie, deels van de maatschappij, en deels van de invloeden en conditionering die een persoon in verschillende omgevingen ervaart. Vanuit dit perspectief is geen enkel geschapen mens eigenlijk een mysterie, omdat hij is samengesteld uit deze drie aspecten: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Daarom zou het eigenlijk gemakkelijk moeten zijn om te onderscheiden wat voor soort persoon iemand is. Als we de aangeboren condities die door God zijn voorbeschikt en geschonken buiten beschouwing laten, hoeven we alleen maar te onderscheiden hoe iemands menselijkheid is en welke verdorven gezindheden hij heeft – deze bepalen hoe de essentie van deze persoon is. Door op deze manier onderscheid te maken, worden de dingen heel duidelijk. Het is geen moeilijke zaak om op basis van deze dingen te onderscheiden wat iemands essentie is. Door op deze te onderscheiden, heb je een duidelijke basis en een duidelijke maatstaf.

6. Diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden

Eerder hebben we enkele specifieke uitingen van aangeboren condities opgesomd, die geen betrekking hebben op verdorven gezindheden. Aangeboren condities vormen de basis waarop mensen hun overleven baseren en zijn condities die de geschapen mensheid zou moeten bezitten. Of het nu gaat om condities met betrekking tot iemands geboorte, zoals de tijd, omgeving en plaats van geboorte, of aspecten zoals iemands uiterlijk, kaliber, sterke punten, instincten, interesses en hobby's, en persoonlijkheid – deze maken allemaal deel uit van iemands aangeboren condities. Deze aangeboren condities verderven mensen niet, en natuurlijk bevatten deze aangeboren condities ook geen verdorven gezindheden. Over het algemeen zijn aangeboren condities een aantal basiscondities die een geschapen mens moet bezitten om te overleven en te leven. Menselijkheid verwijst naar datgene wat wordt uitgeleefd met betrekking tot het geweten en verstand van normale menselijkheid, wat wordt onthuld vanuit een lichaam dat aangeboren condities bezit. Wat verdorven gezindheden betreft, dit is eenvoudig – verdorven gezindheden zijn het resultaat van Satans verderfelijke invloed op het leven van dit lichaam dat aangeboren condities en menselijkheid bezit. Is dit een beetje abstract? Over het geheel genomen zijn geschapen mensen schepselen die worden gedomineerd door verdorven gezindheden en die het basisgeweten en -verstand van de menselijkheid bezitten. Deze schepselen hebben diverse aangeboren condities die door God zijn voorbeschikt. Dit is de basisstructuur van de door God geschapen mensheid. Hierin zijn aangeboren condities en verdorven gezindheden gemakkelijker te begrijpen. Menselijkheid daarentegen kan wat abstracter zijn. Simpel gezegd is menselijkheid een unieke eigenschap van de geschapen mensheid die hen onderscheidt van andere levende wezens. Schepselen die deze unieke eigenschap hebben, bezitten geweten en verstand, karakter, en ook het vermogen om goed van kwaad te onderscheiden. Deze unieke eigenschappen, die de mensheid onderscheiden van andere levende wezens, vormen menselijkheid. Deze menselijkheid omvat natuurlijk het vermogen om zich uit te drukken met behulp van taal, het vermogen om goed van kwaad te onderscheiden, het vermogen om te begrijpen, het vermogen om nieuwe dingen te aanvaarden, het vermogen om de woorden van de Schepper te aanvaarden, en het vermogen om Gods opdracht te aanvaarden en elke zaak aan te pakken. Dit is menselijkheid. De eenvoudigste manier om menselijkheid te begrijpen is dat het een inherente eigenschap van de geschapen mensheid is die hen onderscheidt van andere levende wezens. De meest fundamentele kenmerken van deze eigenschap zijn geweten en verstand. Dit is de eenvoudigste manier om het te begrijpen. Hierin bevinden zich enkele details, zoals de integriteit en het karakter die de menselijkheid zou moeten bezitten, het onderscheiden tussen positieve dingen en negatieve dingen, en de selectie en uitvoering van positieve dingen. In wezen vormen deze dingen de dingen die mensen zouden moeten begrijpen en weten over de drie aspecten van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Hebben jullie eerder over deze kwesties nagedacht? (We hebben er niet eerder over nagedacht.) Wanneer jullie deze kwesties voor het eerst tegenkomen, kunnen jullie ze dan begrijpen? Kunnen jullie ze bevatten? (We kunnen ze enigszins begrijpen.) Heeft iemand het gevoel dat dit onderwerp waarover we praten te diepgaand en wat abstract is, en dat het, net als het bespreken van filosofie, een beetje onbegrijpelijk is? Op basis van de specifieke uitingen van deze drie aspecten: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden, waarover we deze dagen hebben gecommuniceerd, zou wat zojuist is besproken voor jullie niet abstract moeten zijn. De specifieke uitingen van deze drie aspecten zouden voor jullie begrijpelijk moeten zijn. Zouden bovendien de relaties tussen deze drie aspecten niet ook duidelijk moeten zijn? Menselijkheid bestaat uit de integriteit, het karakter, het geweten en het verstand die een persoon onthult op basis van het fundament van het hebben van fundamentele aangeboren condities. Verdorven gezindheden zijn wat binnen de menselijkheid wordt uitgeleefd door middel van aangeboren condities, en het zijn de diverse gezindheden die door mensen worden uitgeleefd en die worden gedomineerd door het leven dat Satan hen inprent. Op deze manier zijn, ongeacht welke aangeboren condities een persoon bezit, deze slechts het meest fundamentele uiterlijke omhulsel, terwijl het leven dat de essentie van een persoon werkelijk kan domineren, de verdorven gezindheden zijn die Satan hem inprent. Dat wil zeggen, om te onderscheiden wat de essentie van een persoon is, moet je kijken naar de gezindheden die hij onthult. Als de gezindheden die hij onthult de verdorven gezindheden arrogantie, onbuigzaamheid, bedrieglijkheid, boosaardigheid of venijnigheid zijn, dan is deze persoon, ongeacht of zijn karakter goed- of kwaadaardig is, in essentie van Satan, omdat zijn leven Satans verdorven gezindheid is. Daarom hangt de eigenschap van een persoon af van het leven dat hij vanbinnen bezit, niet van wat zijn aangeboren condities zijn. Als zijn leven Satans verdorven gezindheid is, dan is hij, ongeacht hoe nobel of groots zijn aangeboren condities uiterlijk ook mogen lijken, in essentie van Satan, en is hij een lid van de verdorven mensheid. Als iemands leven een leven is waarin de waarheid zijn leven is, dan maakt hij, ongeacht hoe gewoon, normaal of geminacht zijn aangeboren condities uiterlijk ook mogen lijken – en zelfs als hij uiterlijk enkele zwakheden, tekortkomingen en gebreken van zijn menselijkheid vertoont – nog steeds deel uit van de mensheid die gered is. Hij behoort in essentie aan God toe en is niet van Satan. Zijn essentie verandert. Zodra zijn essentie verandert, verandert ook aan wie hij toebehoort – hij behoort toe aan de waarheid en aan God. Daarom is de bepalende factor voor aan wie een persoon toebehoort, zijn essentie en zijn uiteindelijke uitkomst niet zijn aangeboren condities, en uiteraard ook niet uitsluitend zijn menselijkheid, maar veeleer wat zijn leven is. Als iemands leven van begin tot eind een leven is waarin verdorven gezindheden zijn leven zijn, en hij van Satan is, dan zal hij aan Satan toebehoren; als hij de waarheid als zijn leven heeft, behoort hij aan God toe, en dus zal zijn plek bij God zijn, in de prachtige bestemming die God voor de mensheid heeft bereid. Aan wie behoren mensen momenteel toe, op basis van de diverse uitingen en de essentie van mensen in alle aspecten? Hebben mensen een leven waarin de waarheid hun leven is? (Nee.) Waar hangt iemands essentie dan precies van af? (Van wat hij als zijn leven heeft.) Precies; wat je leven vanbinnen ook is, dat is wat je essentie is. Als het leven in jou verandert, en het niet langer verdorven gezindheden zijn die je leven zijn, maar de waarheid, dan behoor je wat je essentie betreft aan God toe en behoor je aan de waarheid toe. Natuurlijk verandert de eigenschap van het mens-zijn van mensen niet – mensen zijn nog steeds mensen, en wat hun eigenschap betreft, zijn ze nog steeds geschapen mensen. Echter, omdat je leven is veranderd, is ook veranderd aan wie je toebehoort. Samenvattend zijn aangeboren condities basiscondities die de geschapen mensheid vormen. Dat wil zeggen, zolang je een geschapen mens wordt genoemd, moeten deze aangeboren condities in jou bestaan – het zijn de basiscondities. Menselijkheid is wat wordt onthuld vanuit en uitgeleefd vanuit iemands normale menselijkheid terwijl hij onder zijn aangeboren condities leeft. Verdorven gezindheden zijn het leven dat inherent is aan de verdorven mensheid, verborgen onder aangeboren condities en het omhulsel van de menselijkheid. De relaties en het onderscheid tussen deze drie aspecten, evenals de rollen die ze elk spelen of de functies die ze elk vervullen in de geschapen mensheid, zijn precies zoals beschreven. Eerder hebben we gecommuniceerd over enkele uitingen met betrekking tot deze drie aspecten van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden die mensen onthullen. De inhoud met betrekking tot deze drie aspecten gaat echter veel verder dan waarover we hebben gecommuniceerd. We zullen dus vandaag verder moeten communiceren over dit onderwerp.

Stotteren en stamelen

Waar waren we de vorige keer gebleven met betrekking tot de diverse onthullingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden? Verlegenheid en stoutmoedigheid, toch? (Ja.) Die communicatie is afgerond. Laten we nu eens kijken naar stotteren en stamelen tijdens het spreken – wat voor soort probleem is dit? (Een aangeboren conditie.) Dit is een aangeboren conditie en ook een soort lichamelijk gebrek. Natuurlijk verschillen de vormen van stotteren. Sommige stotteraars rekken een enkele lettergreep uit, terwijl anderen een enkele lettergreep blijven herhalen en er de hele dag over doen zonder een volledige zin te kunnen uitspreken. Kortom, dit is een aangeboren conditie en uiteraard is het ook een soort lichamelijk gebrek. Heeft dit betrekking op een verdorven gezindheid? (Nee.) Het heeft geen betrekking op een verdorven gezindheid. Als iemand zegt: “Je stamelt als je spreekt; je bent wel erg sluw!” of: “Je stottert zelfs als je praat; hoe kun je zo arrogant zijn?” – zijn zulke uitspraken dan juist? (Nee.) Stotteren, als een gebrek of tekortkoming, houdt geen verband met enig aspect van iemands verdorven gezindheden. Daarom is stotteren een aangeboren conditie en een soort lichamelijk gebrek. Het is duidelijk dat het geen betrekking heeft op iemands verdorven gezindheden en er op geen enkele manier verband mee houdt. Er is nog een andere situatie met betrekking tot stotteren: sommige mensen stamelen gewoonlijk niet als ze spreken, maar als je hun een vraag stelt, aarzelen en haperen ze; ze doen er de hele dag over om een enkele zin uit te spreken, en ook dan kun je kunt nog niet opmaken wat ze proberen te zeggen. Hun spraak is nooit specifiek genoeg, waardoor je altijd naar hun betekenis moet raden – wat jij ook raadt, dat wordt hun betekenis. In andere gevallen glimlachen ze in plaats van de betekenis duidelijk te maken. Kortom, ze geven gewoon geen direct antwoord op je vraag. Je vraagt hun bijvoorbeeld: “Waar kom je vandaan?” Ze zeggen: “Ik... ik... nou, ik was gewoon wat aan het rondlopen en...” Nadat je dit hebt gehoord, weet je nog steeds niet waar ze vandaan kwamen. Of je vraagt hun: “Hoe beoordeel je het kaliber van die persoon?” Ze zeggen: “Zijn... kaliber, nou... niemand, weet je... heeft er... eh... echt... duidelijkheid over.” Waarom spreken ze op zo'n haperende en gefragmenteerde manier? Is dit stotteren of stamelen? Dat lijkt het niet te zijn. Waarom spreken ze dan zo? Als het niet door stotteren of stamelen komt, wat is dan de reden? (Ze worden gedomineerd door een verdorven gezindheid.) Dit is duidelijk een onthulling van een gezindheid. Het betekent dat wanneer ze iets uitdrukken of iets doen, ze worden gedomineerd door een gezindheid, die deel uitmaakt van hun leven, en die hen ertoe aanzet te spreken en te handelen om een bepaald doel te bereiken. Wat is dit doel? Het is om de ware feiten te verbergen, om te vermijden dat je de ware feiten worden verteld; ze willen de dingen niet zo duidelijk uitleggen. Waarom handelen ze op deze manier? Het is omdat ze geloven dat als ze uitleggen wat er werkelijk aan de hand is, ze de gevolgen zullen moeten dragen – dat ze ofwel iemand beledigen, ofwel zichzelf schade berokkenen. Ze willen deze gevolgen niet dragen; ze willen niet dat je de ware feiten kent. Dit is een manier en stijl van spreken en handelen die wordt gedomineerd door een verdorven gezindheid. Het leven dat hen domineert om op deze manier te handelen, vertegenwoordigt hun aard, en dat ze op deze manier handelen bewijst dat ze totaal geen waarheid bezitten. Ze spreken niet volgens de waarheidsprincipes. Hoe moet men dan spreken om volgens de waarheidsprincipes te spreken? Om dit te doen, moet men een eerlijk iemand zijn, precies zoals God zegt: “Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee.” Doen ze dit? (Nee.) Wat doen ze dan? Ze zeggen noch ja als het ja is, noch nee als het nee is. Welke methode gebruiken ze? Ze spreken dubbelzinnig en gebruiken bedrieglijke en boosaardige methoden om hun bedoelingen uit te drukken, om zo doel, zichzelf te beschermen, te bereiken. Ze gebruiken de methoden die Satan hun heeft geïnstrueerd en ingeprent om een zaak aan te pakken of iets uit te drukken. Dit is duidelijk de verdorven gezindheid van Satan. Dit is geen oppervlakkige onthulling van menselijkheid, maar een onthulling van een manier van handelen onder de dominantie van Satans verdorven gezindheid.

Genieten van sensatie

Laten we doorgaan met een andere uiting: genieten van sensatie en een afkeer hebben van saaiheid; alles doen en elke keuze qua levensstijl maken omwille van de sensatie. Wat voor soort probleem is dit? Valt dit allereerst onder interesses en hobby's binnen aangeboren condities? (Ja.) Is dat zo? Denk goed na – hoort het daar werkelijk thuis? Is genieten van sensatie normaal in de rationaliteit van een persoon? (Het is niet normaal.) Is het dan gepast om het onder aangeboren condities te categoriseren? (Nee.) Als we het zo bekijken, is het niet gepast. Onder wat voor soort probleem valt deze uiting? Als we zeggen dat genieten van sensatie een verdorven gezindheid is, wat voor soort verdorven gezindheid is het dan? Is het arrogantie, bedrieglijkheid of venijnigheid? (Het is geen van deze.) Het houdt geen verband met enig type verdorven gezindheid. Wat voor soort probleem is het dan? (Het is een probleem van menselijkheid.) Wat voor soort probleem van menselijkheid is het? Is het enigszins over de schreef gaan? (Ja.) Het is zich ongepast gedragen, op een manier die over de schreef gaat, genieten van sensatie en rusteloos zijn. Rusteloosheid duidt op een gebrek aan normale menselijkheid. Dit heeft geen betrekking op het geweten, maar weerspiegelt voornamelijk een gebrek aan rationaliteit in normale menselijkheid. Zulke mensen kunnen zich niet aan één taak houden of hun plichten vervullen op een manier die trouw is aan de regels en getuigt van plichtsbesef. Ze zijn niet in staat om dingen als volwassenen te doen; het ontbreekt hun aan volwassen denken, een volwassen stijl om zich te gedragen en een volwassen manier om de dingen te doen. Op zijn minst is dit een gebrek van hun menselijkheid. Natuurlijk bereikt dit niet het niveau van een probleem van hun karakter, maar het betreft de houding waarmee ze zich gedragen en handelen. Genieten van nieuwigheid en sensatie, inconsistent zijn in alles wat ze doen, niet in staat zijn om vol te houden, rusteloos en ongepast zijn, en altijd sensatie willen zoeken en nieuwe, hippe dingen willen uitproberen – problemen van dit type vallen onder gebreken van menselijkheid. Mensen die van sensatie genieten, missen de rationaliteit van normale menselijkheid; het is niet gemakkelijk voor hen om de verantwoordelijkheden en het werk te dragen die volwassenen zouden moeten dragen. Welk werk ze ook doen, wanneer ze het langere tijd doen en het zijn nieuwheid verliest, vinden ze het saai, verliezen ze de interesse om het te doen en willen ze op zoek gaan naar een gevoel van nieuwigheid en sensatie. Zonder sensatie vinden ze de dingen saai en kunnen ze zelfs een gevoel van geestelijke leegte ervaren. Wanneer ze zich zo voelen, wordt hun hart rusteloos en willen ze sensatie zoeken of dingen die hen interesseren. Ze willen voortdurend iets onconventioneels doen. Telkens wanneer ze het werk dat ze doen of de zaken die ze afhandelen saai of oninteressant vinden, verliezen ze het verlangen om ermee door te gaan. Zelfs als het werk is dat ze zouden moeten doen of werk dat zinvol en waardevol is, kunnen ze het niet volhouden. Kijk eens hoeveel ongelovigen er zijn die regelmatig drugs gebruiken. Wat de redenen hierachter ook zijn, ze gebruiken drugs omdat ze op zoek zijn naar een kick en irrationele sensaties die verder gaan dan wat normale mensen ondervinden. Mensen die van sensatie genieten, zijn vergelijkbaar met degenen die om te worden gestimuleerd afhankelijk zijn van drugs. In de manier waarop ze zich gedragen ontbreekt het hun aan de rationaliteit van normale mensen en ze jagen altijd graag onrealistische en transcendente sensaties na bij het kiezen van hun levensstijl. Dit is erg gevaarlijk. Mensen van dit type lijken uiterlijk vaak geen grote problemen te hebben. Als je zulke mensen niet onderscheidt of hun essentie of de essentie van dit soort probleem niet doorziet, zou je kunnen denken: ‘Deze mensen hebben gewoon onstabiele gezindheden; ze zijn in de dertig of veertig, maar zijn nog steeds onvolwassen als kinderen.’ In werkelijkheid zoeken mensen van dit type diep vanbinnen voortdurend naar sensatie. Wat ze ook doen, het ontbreekt hun aan de gedachten en het bewustzijn van volwassenen, evenals aan de benadering en houding waarmee volwassenen zaken aanpakken. Daarom zijn zulke mensen erg problematisch. Misschien is hun menselijkheid niet slecht en is hun karakter niet bijzonder verachtelijk, maar door dit gebrek van hun menselijkheid is het erg moeilijk voor hen om competent te zijn voor belangrijk werk, vooral voor bepaalde belangrijke werkitems. Wanneer je de waarheid met hen communiceert, zeggen ze: “Ik begrijp alles; ik kan het alleen niet doen.” Ze kunnen niet op een gepaste en plichtsgetrouwe manier, met de gedachten en houdingen van normale mensen, leven of werken. Hun hart is altijd rusteloos. Mensen met zulke uitingen zijn ook erg problematisch. Hiermee sluiten we onze bespreking af over de uiting van het genieten van sensatie.

Gevoeligheid

Laten we het vervolgens hebben over gevoeligheid. Laten we de eenvoudigste manier gebruiken om het te categoriseren, te beginnen met de eliminatiemethode. Is gevoeligheid een aangeboren conditie? (Nee.) Is het dan een verdorven gezindheid? (Nee.) Als iemand een uiting van gevoeligheid heeft, is dit dan een onthulling van een verdorven gezindheid? (Nee.) Met gevoeligheid wordt niet bedoeld dat je jeuk krijgt na het eten van een bepaald soort voedsel, of dat je gaat niezen en tranende ogen krijgt na het ruiken van een bepaalde geur; er wordt geen pollenallergie, pinda-allergie of enige allergie voor conserveermiddelen of chemische verbindingen mee bedoeld – er wordt geen lichamelijke gevoeligheid mee bedoeld. Lichamelijke gevoeligheid verwijst naar het hebben van een gevoelig gestel, dat vatbaar is voor allergische reacties die worden veroorzaakt door bepaalde externe schadelijke geuren of stoffen – dit is lichamelijke gevoeligheid. Lichamelijke gevoeligheid is slechts een instinct binnen iemands aangeboren condities – het maakt deel uit van iemands aangeboren gestel. Dit wordt niet bedoeld met de gevoeligheid die hier wordt besproken. Na het uitsluiten van aangeboren condities, en overwegende dat dit type gevoeligheid over het algemeen niet escaleert tot het niveau van een verdorven gezindheid – wat betekent dat er geen specifieke onthulling van een verdorven gezindheid is – wat voor soort probleem is deze gevoeligheid dan? (Het is een probleem van menselijkheid.) Is dit een verdienste van menselijkheid of een tekortkoming? (Het is een tekortkoming van menselijkheid.) Dit is duidelijk een tekortkoming van menselijkheid – als je dit niet eens kunt inzien, dan ben je te onwetend. Is gevoelig zijn goed of niet? Aangezien het een tekortkoming van menselijkheid is, is het zeker niet goed. Wat betekent gevoeligheid? Zeg het in jullie eigen woorden. (Een overgevoelige geest hebben.) Is een overgevoelige geest hebben een geestesziekte? Zeg Mij, raken de zenuwen van mensen over het algemeen overgevoelig? Zenuwen bevinden zich in menselijk spierweefsel en komen niet in contact met buitenlucht, stof of andere substanties – hoe zouden ze dus overgevoelig kunnen raken? Als een persoon altijd gevoelig is, is dit dan geen probleem in zijn gedachten? Als er een probleem is in zijn gedachten, betekent dit dan dat er een probleem is met zijn geest? (Ja.) Een probleem met de geest wordt gestuurd door zijn gedachten, en als het wordt gestuurd door zijn gedachten, dan is het een probleem dat verband houdt met zijn menselijkheid. Wanneer het gaat om een blik, een woord of een woordkeuze van iemand, of wanneer ze in bepaalde omgeving of bepaald soort situatie tegenkomen, zullen ze er te veel betekenis aan toekennen, zullen ze het op zichzelf betrekken, en zullen ze vervolgens vervallen in emoties van angst, beklemming, verdriet en moedeloosheid. Ze zullen soms zelfs vervallen in negativiteit, of – erger nog – negatieve uitingen, zoals wraakzucht, vijandigheid, enzovoort vertonen. Deze uitingen bewijzen ten volle dat gevoeligheid een soort gebrek van menselijkheid is. Een gebrek betekent dat als jij dit soort probleem hebt, de menselijkheid die je onthult abnormaal is. Ongeacht of dit probleem wordt veroorzaakt door je gedachten, mentale gesteldheid of verstand, of door specifieke noties en gezichtspunten in een bepaald opzicht, in alle gevallen is dit een gebrek binnen je menselijkheid. Het leidt ertoe dat de menselijkheid die je onthult abnormaal is, niet in overeenstemming is met de rationaliteit en het geweten van normale menselijkheid, noch met de gedachten en gezichtspunten die worden voortgebracht door de denkpatronen van normale menselijkheid, of met de houding die men behoort te hebben bij de omgang met anderen en het aanpakken van zaken. Samenvattend is wat in dit aspect van menselijkheid wordt onthuld in essentie een abnormale mentale gesteldheid. Sommige mensen worden bijvoorbeeld overgevoelig omdat iemand onbedoeld naar hen kijkt – ze nemen aan dat de persoon op hen neerkijkt, en ze worden ongelukkig en huilen zelfs van het verdriet dat dit bij hen veroorzaakt. Zeg Mij, is dit geen abnormale mentale gesteldheid? Is dit geen geestesziekte? Is wat Ik zeg nauwkeurig? (Ja.) Deze uiting van menselijkheid is, om precies te zijn, een geestesziekte. Anderen doen hun niets aan, en toch huilen ze meerdere dagen onbedaarlijk en kunnen ze er niet overheen komen. Dit is een gebrek van menselijkheid. Wanneer je mensen van dit type om je heen hebt, voel je je bijzonder beklemd en beperkt. Je weet niet wanneer je door hen in de problemen kunt raken of jezelf in moeilijkheden kunt brengen, en je moet uiterst voorzichtig zijn wanneer je in hun bijzijn spreekt en je woorden steeds opnieuw overwegen: ‘Als ik dit woord zeg, zullen ze dan denken dat ik op hen neerkijk? Als ik niet met hen praat, zullen ze dan denken dat ik een bepaalde mening over hen heb? Als ik een paar woorden tegen hen zeg, zullen ze dan denken dat ik een bijbedoeling heb? Wat is nu precies de gepaste manier om te handelen?’ Uiteindelijk kom je tot een conclusie: mensen van dit type zijn gewoon geestesziek – echt lastig! Hoe je hen ook benadert, het is nooit goed; wat je ook zegt of wat je ook doet, ze vatten het nooit correct op. Hun menselijkheid is bijzonder abnormaal. Nadat je lange tijd met zulke mensen hebt doorgebracht, wil je alleen maar afstand van hen nemen en hen vermijden, en verlang je niet naar enig verder contact. Mensen van dit soort hebben niet het denken van normale menselijkheid – ze zijn geestesziek. Gevoeligheid verwijst naar deze uitingen; het is een gebrek van menselijkheid. Hoewel het een gebrek van menselijkheid is, is het niet eenvoudiger dan een verdorven gezindheid. Als iemand een gebrek of probleem van menselijkheid heeft, zullen er veel problemen ontstaan wanneer hij met anderen omgaat; het zal moeilijk zijn om met hem op te schieten, en het zal ook moeilijk zijn om hem te corrigeren. Dit is een uiting van menselijkheid.

Koppigheid

Laten we het hebben over een andere uiting – koppigheid. Wat voor soort probleem is dit? (Het is een gebrek van menselijkheid.) Laten we eerst aangeboren condities uitsluiten – koppigheid is beslist geen aangeboren conditie, het is niet door God gegeven. Bovendien bereikt koppigheid niet het niveau van een verdorven gezindheid. Daarom is het een gebrek van menselijkheid. Wat zijn de specifieke uitingen van koppigheid? Is er een zekere correlatie tussen koppigheid en absurditeit? (Er is enige correlatie.) Tot op zekere hoogte is er een correlatie. Wat zijn dan de uitingen van koppigheid? Geef eens een voorbeeld. Wat voor soort mensen is vatbaar voor koppigheid? Welke woorden en daden zijn uitingen van koppigheid? (Koppige mensen hebben de neiging zich te fixeren wanneer ze met bepaalde mensen, gebeurtenissen en dingen te maken krijgen.) Zich fixeren op dingen is één aspect. Geef eens een voorbeeld – op wat voor soort zaken fixeren ze zich? (Wanneer iemand op hun problemen wijst, komen ze graag met excuses en gebruiken ze foutieve en absurde redeneringen. Ze klampen zich altijd vast aan een zin of een woordkeuze om zichzelf te verdedigen, en weigeren de waarheid te aanvaarden of te aanvaarden dat ze worden gesnoeid. Ze blijven vasthouden aan hun redenering om zichzelf te rechtvaardigen, en leggen de redenen achter hun handelingen uit.) Wanneer anderen hen snoeien of met hen communiceren over de waarheidsprincipes, aanvaarden ze dat niet. In plaats daarvan benadrukken ze voortdurend hun eigen excuses en rechtvaardigingen, beweren dat hun bedoelingen correct zijn, en erkennen hun eigen fouten niet in het minst. Dit is één uiting van gefixeerd zijn. Sommige mensen begaan roekeloze wandaden en worden van hun functie ontheven, maar reflecteren niet op zichzelf. In plaats daarvan zeggen ze: “Hoe dan ook, God heeft geen welgevallen in mij, en ik ben niet iemand die de waarheid liefheeft, dus dat is het – het heeft geen zin om nog hoger te willen reiken.” Iemand adviseert hen: “Je moet niet zo negatief zijn. Je kaliber stelt je in staat de waarheid te begrijpen – je moet ernaar streven hoger te reiken!” Ze antwoorden: “Als God heeft voorbeschikt dat je geen goede bestemming zult krijgen, dan is het nutteloos, zelfs als je ernaar streeft hoger te reiken. Hoeveel moeite je ook doet of hoe goed je het ook doet, het is nutteloos.” In hun hart begrijpen ze God voortdurend verkeerd en gaan ze de strijd met Hem aan. Wat anderen ook zeggen, ze weigeren het te aanvaarden. Hoezeer wat je zegt ook overeenkomt met hun gesteldheid of hoezeer het hen ook zou kunnen helpen om een ommekeer te maken en enige groei te bereiken, ze aanvaarden het nog steeds niet. Ze zijn ervan overtuigd dat hun eigen gedachten juist zijn. Is dit een uiting van koppigheid? (Ja.) Ze geloven vastberaden en stellig: ‘God heeft geen welgevallen in mij. Wat ik ook doe, God zal me geen genade tonen – ik ben door God opzijgezet. Ik weet dat ik niet iemand ben die de waarheid liefheeft, het heeft dus geen zin om ernaar te streven hoger te reiken. Als ik enige plicht kan doen, doe ik gewoon een beetje. Als ik een arbeider word genoemd, dan is dat maar zo. Maar goed, ik hobbel wel een beetje mee. Zolang er een sprankje hoop is, zal ik niet weggaan.’ In feite zouden ze, op basis van hun kaliber en diverse andere condities, niet zo negatief moeten zijn – ze zijn nog altijd in staat om enkele waardevolle dingen te doen, en ze kunnen enkele resultaten bereiken bij het vervullen van hun plichten. Echter, vanwege hun koppigheid weigeren ze ernaar te streven hoger te reiken, keren ze niet op hun schreden terug en hebben ze geen berouw; in hun hart geloven ze dat God hun geen genade zal tonen. Anderen ontvangen in verschillende mate licht en verlichting en God toont hun vaak enige genade. Zij kunnen dit echter niet voelen en dus koesteren ze in hun hart enige wrok jegens God. Is dit koppigheid? (Ja.) Sommige mensen denken: ‘Degenen die in Gods huis worden gepromoveerd en gecultiveerd, zijn allemaal mensen die bedreven zijn in het spreken, gaven en sterke punten hebben, en goed zijn in het presenteren van zichzelf. Mensen zoals wij, die niet weten hoe we onszelf moeten presenteren en het aan welsprekendheid ontbreekt, worden door Gods huis over het hoofd gezien. God geeft ons geen kansen. Zelfs als we talenten hebben, is het nutteloos. Zelfs als we kaliber en bevattingsvermogen hebben, maakt het niet uit – we moeten nog steeds aan de zijlijn staan. Vooral omdat we uit een arm milieu komen, een gemiddeld uiterlijk hebben en niet weten hoe we ons moeten kleden, zullen we nergens opvallen. Ons hele leven zal er gewoon zo uitzien – geen status in de wereld en geen status in Gods huis.’ Is dit een uiting van koppigheid? (Ja.) Kunnen jullie aan de hand van deze twee voorbeelden duidelijk uitleggen wat koppigheid is? (Koppig vasthouden aan de eigen ideeën en weigeren naar wie dan ook te luisteren.) (Vasthouden aan je starre opvatting.) In de spreektaal wordt het vasthouden aan een starre opvatting genoemd, maar niet alle vormen hiervan zijn koppigheid – het hangt ervan af of de starre opvatting waaraan ze vasthouden juist is of niet. Als de starre opvatting waaraan iemand vasthoudt juist is, dan is het nog acceptabel. Als iemand bijvoorbeeld vasthoudt aan zijn starre opvatting en zegt: “Ongeacht wanneer, een persoon moet altijd naar zijn geweten handelen”, dan is deze opvatting relatief positief. Maar als de starre opvatting waaraan ze vasthouden onjuist is en niet overeenkomt met de feiten, en ze toch weigeren deze los te laten en niemand hen van gedachten en gezichtspunten kan doen veranderen, wat ze ook zeggen, dan is dit koppigheid. Koppigheid is een verwrongen manier van begrijpen – er is sprake van wanneer mensen koppig vasthouden aan verwrongen gedachten en gezichtspunten. Het is niet in overeenstemming met de menselijkheid of het gezond verstand, laat staan dat het in overeenstemming is met Gods vereisten; natuurlijk heeft het ook absoluut niets met de waarheid te maken. Met koppigheid wordt bedoeld het volharden in verwrongen gedachten en gezichtspunten gedreven door de onstuimigheid en emoties van iemands menselijkheid. Mensen die dit soort uitingen vertonen, zijn koppige mensen. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld, nadat ze het snoeien hebben aanvaard en zichzelf hebben leren kennen, het gevoel dat ze in deze kwestie fout zaten en berouw zouden moeten hebben. Ze zien het als een overtreding en ze geloven dat het juist was dat ze werden gesnoeid, dat het snoeien gelukkig op tijd kwam en dat er zonder dat snoeien een grote fout zou zijn begaan. Koppige mensen denken echter niet zo. Ze zeggen: “Mij snoeien is op mij neerkijken – ze pesten me omdat ze me onsympathiek vinden. Misschien ben ik in het oog van de storm beland en heb ik pech gehad. Ze waren toevallig boos en konden nergens hun frustratie kwijt, dus reageerden ze het op mij af door me te snoeien.” Anderen zeggen: “Het is niet zoals jij denkt dat het is. Waarom onderzoek je niet wat je verkeerd hebt gedaan? Heb je die zaak volgens de principes aangepakt? Heb je de waarheidsprincipes geschonden?” Ze onderzoeken deze dingen niet. In plaats daarvan analyseren, begrijpen en benaderen ze zaken met emoties en onstuimigheid. Kortom: koppige mensen aanvaarden in de overgrote meerderheid van de gevallen geen positieve dingen of de waarheid – ze aanvaarden niet eens positieve gedachten en gezichtspunten. Wat hun ook overkomt of welke situatie ze ook tegenkomen, ze benaderen het op een koppige manier en houden er met absolute zekerheid aan vast. Zelfs wanneer je de waarheid met hen communiceert, aanvaarden ze die niet en geloven ze dat datgene waaraan ze vasthouden volledig in overeenstemming is met de feiten. Wat zeggen ze vaak? “Wat je hoort is onbetrouwbaar; alleen wat je ziet is echt. Wat ik zie zijn de feiten. Zelfs als wat je zegt de waarheid is, als je het niet hebt gezien, heb je niet het recht erover te spreken.” Ze geloven dat wat ze zien de feiten zijn, en dat hoe deze feiten er aan de oppervlakte uitzien in wezen precies overeenkomt met hoe ze werkelijk zijn. Het heeft geen zin om over de waarheid te praten – in hun ogen is de waarheid slechts een façade, slechts een dekmantel, louter mooi klinkende woorden. Daarom aanvaarden ze die niet. Ze geloven blindelings: ‘Wat ik zeg is waar – het is geen leugen – want ik heb de waarheid van de feiten gezien. Ik heb gezien hoe de feiten zich ontvouwden.’ Wanneer een koppig persoon bijvoorbeeld een echtpaar ziet ruziën, waarbij zowel de man als de vrouw schreeuwen over scheiden, concluderen ze dat ze zeker zullen scheiden. Anderen zeggen: “Het feit dat je hen zag ruziën over scheiden, betekent niet per se dat ze echt willen scheiden. Mensen spreken harde woorden als ze boos zijn. Eigenlijk is dit echtpaar meestal erg liefdevol – er is een sterke basis voor hun relatie. Hoewel ze hun hele leven hebben geruzied, kunnen ze niet zonder elkaar leven. De vrouw vertelde iemand die op de hoogte is van de situatie dat het onmogelijk voor hen is om te scheiden. Op basis van deze feiten en hun gebruikelijke manier van leven, is het onmogelijk dat ze zullen scheiden.” De koppige persoon gelooft het niet. Later gaat hij kijken en ziet hij dat het echtpaar werkelijk niet is gescheiden. Toch gelooft hij nog steeds koppig: ‘Ze zijn alleen aan de oppervlakte niet gescheiden; privé, in het geheim, zijn ze al gescheiden. Ze hebben het alleen niet openbaar gemaakt omwille van de kinderen.’ Je ziet, ze klampen zich nog steeds koppig vast aan deze zaak. Ze geloven alleen in wat hun ogen zien en in hun eigen oordeel, en houden er halsstarrig aan vast dat hun oordeel en hun gedachten en gezichtspunten juist zijn. Zelfs als de feiten niet zo zijn of de essentie en de wortel van het probleem niet zo zijn, geloven ze nog steeds dat het zo is. Hun begrip van alle zaken berust uitsluitend op hun eigen vooroordelen, onstuimigheid en emoties – ze oordelen niet op basis van de aard van de feiten of de wortel van het probleem. Zelfs als de situatie verandert, blijven hun manier van begrijpen en hun gedachten en gezichtspunten onveranderd. Dit zijn de uitingen van koppige mensen.

Wanneer koppige mensen specifieke problemen tegenkomen, brengen hun manier van omgaan met de problemen en de gezindheid die ze onthullen een verdorven gezindheid met zich mee. Koppigheid is een groot gebrek van menselijkheid. Natuurlijk bereikt dit niet het niveau van karakter of integriteit – het gaat alleen maar om de houding, de gedachte en het gezichtspunt waarmee ze met anderen omgaan en zaken aanpakken. Als een persoon koppig is, is dat voldoende om aan te tonen dat zijn menselijkheid een gebrek heeft. Wanneer dit gebrek in een specifieke zaak wordt onthuld, is wat ze onthullen niet langer alleen maar een gebrek van menselijkheid. Als ze in een bepaalde situatie koppig vasthouden aan hun verwrongen begrip en gezichtspunten, in de overtuiging dat deze in overeenstemming zijn met de waarheid, en niet wil luisteren, wie de waarheid ook met hen communiceert – en zich zelfs enkele koppige gedragingen en uitspraken eigen maken – dan is dit niet langer slechts een probleem van hun menselijkheid. Hiermee is al het niveau van een probleem met hun gezindheid bereikt – het heeft het niveau van een verdorven gezindheid bereikt. Bijvoorbeeld wat betreft het aanvaarden van snoeien: als ze de principes schenden bij het doen van dingen en roekeloze wandaden begaan, behoren ze het snoeien te aanvaarden. Zelfs als ze het snoeien niet aanvaarden, zouden ze nog wel de bijbehorende straf en kastijding moeten aanvaarden. In plaats van dit correct te begrijpen, klagen ze echter over hun pech en zeggen ze: “Ik liep toevallig in de vuurlinie. De persoon die me snoeide was gewoon boos en kon zijn woede nergens kwijt – het was gewoon toeval dat hij tegen deze zaak van mij aanliep, dat was de reden dat hij me snoeide.” Hun gedachte, gezichtspunt en houding ten opzichte van het gesnoeid worden zijn een onthulling van een verdorven gezindheid. Wat voor soort verdorven gezindheid? (Onbuigzaamheid en afkeer van de waarheid.) Afkeer van de waarheid en onbuigzaamheid. Hun gedachten en gezichtspunten met betrekking tot mensen en dingen vallen onder de koppigheid van hun menselijkheid, maar de verdorven gezindheden die aanleiding geven tot deze koppige gedachten en gezichtspunten zijn onbuigzaamheid en afkeer van de waarheid. Dit maakt de essentie van het probleem ernstig – zulke mensen zijn niet-gelovigen. Koppigheid is een gebrek van menselijkheid. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van de verdorven gezindheden die koppigheid met zich meebrengt? Onbuigzaamheid en afkeer van de waarheid – dit brengt het naar het niveau van verdorven gezindheden. Wat merken jullie hieruit op? Sommige gebreken in menselijkheid, die betrekking hebben op de gedachten, gezichtspunten en houdingen waarmee mensen zich gedragen en handelen, kunnen escaleren tot verdorven gezindheden. Stotteren is bijvoorbeeld een gebrek van menselijkheid. Een persoon die stottert, zal stotteren, wat hij ook zegt. Stotteren op zich is geen verdorven gezindheid en bereikt niet het niveau van een verdorven gezindheid. Als de woorden die op een stotterende manier worden gesproken echter bepaalde gedachten in zich dragen, en deze gedachten worden voortgebracht onder de invloed van een verdorven gezindheid, dan brengen de gedachten achter hun woorden een verdorven gezindheid met zich mee, ongeacht of de persoon van nature een stotteraar is of niet. Stotteren is een spraakprobleem – het heeft geen relatie met een verdorven gezindheid. De gedachten en gezichtspunten achter het gebruik van een stotterende manier van spreken worden echter getriggerd of veroorzaakt door een verdorven gezindheid. Zo zie je dus, wanneer een gebrek van menselijkheid voortkomt uit aangeboren condities, heeft het geen relatie met een verdorven gezindheid. Maar wanneer een gebrek van menselijkheid verband houdt met verachtelijke, verwrongen of negatieve elementen van iemands karakter, dan heeft het wel te maken met een verdorven gezindheid. Begrijpen jullie het? (Ja.)

Gevoelloosheid

Laten we een andere uiting bespreken, gevoelloosheid. Wat voor probleem is dit? (Een gebrek van menselijkheid.) Gevoelloosheid is een gebrek van menselijkheid. Wat zijn de typische uitingen van gevoelloosheid in mensen? Traag reageren, in een langzaam tempo bewegen en een gebrek aan flexibiliteit tonen bij het doen van dingen, en bij het nadenken over problemen weinig ideeën hebben of slechts relatief weinig aspecten ervan kunnen overdenken. Dit alles wordt gevoelloos zijn genoemd. Welk aspect van menselijkheid betreft gevoelloosheid? Het betreft de diepgang van iemands kijk op mensen en dingen, de diepgang van iemands zelf-gedrag en handelingen, evenals iemands intelligentie of kaliber als het gaat om het bekijken van mensen en dingen en het eigen zelf-gedrag en handelen. Wat voor soort persoon wordt over het algemeen beschreven met de term ‘gevoelloos’? (Een persoon met een relatief slecht kaliber.) Gevoelloosheid betekent dat een persoon een slecht kaliber en een lage intelligentie heeft en traag reageert – het hebben van deze uitingen is gevoelloosheid. Gevoelloosheid is een groot gebrek van menselijkheid. Met deze gevoelloosheid wordt niet bedoeld dat je arm of been gevoelloos is en je er geen gevoel meer in hebt – het is niet dit soort fysieke ongevoeligheid. Er wordt ook geen persoonlijkheidskenmerk als saai, stijf of star zijn mee bedoeld. In plaats daarvan is het een mentale reactie of een uiting van iemands intelligentie wanneer hij problemen aanpakt. Meestal verkeert zo iemand in een toestand waarin hij zich gevoelloos en traag van begrip voelt en niet reageert op de mensen, gebeurtenissen en dingen om zich heen. Dat wil zeggen, ze zien dingen maar kunnen de essentie van die dingen niet doorzien en kunnen de problemen daarin niet opmerken. Wanneer je hen eraan herinnert dat hier een probleem is, hebben ze niet eens een reactie en weten ze niet dat het een probleem is. Zelfs als iemand hen op het probleem wijst, kunnen ze de ernst van het probleem of de essentie van het probleem nog niet doorzien. Bijgevolg pakken ze veel zaken heel langzaam aan. Dit is gevoelloosheid. Gevoelloosheid op zich is een gebrek van menselijkheid. Wat gevoelloze mensen betreft: ongeacht hun leeftijd of de vraag of enig deel van hun fysieke lichaam gevoelloos is, kunnen ze, voor wat betreft de uitingen van hun menselijkheid op dit vlak, geen specifiek, essentieel werk doen, noch werk op zich nemen dat technisch of heel gespecialiseerd van aard is. Uiteraard zijn zulke mensen ook niet in staat om leiders en werkers te zijn. Als een leider of werker gevoelloos is, dan zullen er problemen ontstaan in het werk dat hij doet, het zal tot stilstand komen en verlamd raken. Hij is niet in staat om problemen op te merken, en hij is niet in staat om ze onmiddellijk op te lossen. Wanneer zich dus allerlei problemen voordoen, kan hij die niet opmerken, en kunnen de problemen niet worden opgelost. Hij kan de problemen niet onderkennen en weet dus ook niet hoe hij deze moeten aanpakken, en hij weet ook niet welk werk het belangrijkst is. Elke dag kan hij slechts wat oppervlakkig werk op een routinematige manier doen. Welke werkregelingen de Boven ook uitvaardigt, hij geeft die wel door, maar daarna heeft hij geen idee of ze naar behoren kunnen worden uitgevoerd, welke resultaten kunnen worden bereikt, of welke gevolgen ze zullen hebben. Hij kan niets doorzien. Ongeacht hoeveel mensen om hem heen kwaad doen, of verstoringen of hinder veroorzaken, hij kan het niet waarnemen. Hij weet ook niet hoeveel werk er moet worden opgevolgd of welk specifiek werk er moet worden uitgevoerd. Iemand vraagt hem: “Heb je het werk toegewezen en geregeld?” Hij zegt: “Het is allemaal geregeld. Ik heb met hen gecommuniceerd en de werkregeling één keer hardop voorgelezen – iedereen weet het.” Is dit het uitvoeren van de werkregeling? (Nee.) Het uitvoeren van de werkregeling vereist ten eerste dat de verantwoordelijkheden van de leiders en werkers goed worden toegewezen, dat wordt gespecificeerd welke leider welk werk moet aanpakken, en dat wordt gewaarborgd dat elk onderdeel van het werk aan specifieke mensen wordt toegewezen. Bovendien moet de leiders en werkers specifiek worden verteld hoe ze het moeten doen en volgens welke principes. Al deze zaken moeten duidelijk worden uitgelegd, zodat iedereen weet hoe het werk moet worden gedaan. Alleen dit is wat het betekent om werk toe te wijzen. Bij het uitvoeren van werk lezen sommige mensen de werkregeling alleen maar hardop aan anderen voor en laten ze iedereen zijn begrip en gevoelens erover delen, en daar blijft het bij. Zolang hij maar ziet dat iedereen druk bezig is met het vervullen van zijn plichten, gaat hij ervan uit dat de werkregeling naar behoren is uitgevoerd. Als je hem op dit punt vraagt: “Ondervinden de broeders en zusters moeilijkheden bij het vervullen van hun plichten? Zijn er nog steeds problemen? Heb je gecommuniceerd om ze op te lossen?”, dan antwoordt hij: “Ik heb niets over problemen gehoord – ik zal het gaan uitzoeken.” In werkelijkheid heeft de persoon die de leiding heeft over het werk geen problemen of moeilijkheden ter sprake gebracht. Die moeilijkheden bestaan echter wel degelijk. Het is omdat hij te gevoelloos is dat hij die niet kan opmerken. Hij kan het bijvoorbeeld niet eens waarnemen wanneer twee mensen niet met elkaar kunnen samenwerken en onderling om status wedijveren tijdens het vervullen van hun plichten, en dit het werk beïnvloedt. Hij zegt zelfs: “Hun relatie is best goed – ze voeren gesprekken en communiceren met elkaar. Als ze niet konden samenwerken, zouden ze niet praten.” Mensen vragen hem: “Wedijveren ze met elkaar om status? Kunnen ze harmonieus samenwerken?” Hij antwoordt: “Daar weet ik niets van.” Pas na een onderzoek wordt ontdekt dat die twee niet in staat zijn om samen te werken en met elkaar concurreren – concurreren over wie verhevener preken houdt, wiens stem luider is en wie langer spreekt. Deze dingen zijn allang opgemerkt door Gods uitverkoren volk. Als je die persoon vraagt: “Zijn deze problemen onmiddellijk opgelost?”, zal hij zeggen: “Nee, ze zijn niet opgelost. Ik wist niet dat dit werk was dat ik moest doen.” Hij weet niet eens zo'n groot probleem op te lossen – is hij niet zwakzinnig? (Ja.) Hij leest de werkregelingen één keer hardop voor en eist vervolgens dat iedereen verklaringen aflegt en geloften doet om zijn plicht goed te vervullen, en daarna beschouwt hij zijn werk als gedaan. Hij zegt bij zichzelf: ‘Ik herinner me wie de kerkleider is, wie specifiek verantwoordelijk is voor welk onderdeel van het werk, en wie de leiding heeft over het filmproductiewerk.’ Maar hij kan gewoon niet zien hoe die specifieke onderdelen van het werk moeten worden uitgevoerd. Dit is hoe gevoelloos en traag van begrip zijn eruitziet – hij is een dwaas individu. Hij kan geen problemen opmerken en weet niet hoe hij over enig aspect van de waarheidsprincipes moeten communiceren. Als het gaat om problemen die de waarheidsprincipes betreffen, weet hij niet hoe hij de waarheid moeten communiceren om ze op te lossen. Als het gaat om problemen met betrekking tot personeel of administratief werk, kan hij er ook geen enkele van waarnemen. Zelfs als hij ziet dat iemand het werk niet kan doen, weet hij niet hoe hij dit moeten oplossen. Hij kan niets doorzien. Dit is wat het betekent om gevoelloos te zijn. Hij weet alleen hoe hij enkele doctrines moeten verkondigen, maar hij is niet bekwaam in het werk – hij heeft een gevoelloze en trage uitstraling. Zeg Mij, is zo iemand een leider die aan de norm voldoet? (Nee.) Als leiders en werkers gevoelloos zijn, is dit problematisch – ze zullen helemaal geen werk kunnen doen. Als ze het werk dat ze behoren te doen niet doen, en wanneer iemand een probleem meldt, ze het ook niet aanpakken, dan is dit niet langer simpelweg een kwestie van gevoelloosheid, maar een gebrek aan normale menselijkheid en het verliezen van de normale functie van geweten en verstand.

Gevoelloosheid is een gebrek van menselijkheid. Hoewel dit gebrek niet het niveau van een verdorven gezindheid bereikt, is dit probleem op zichzelf al fataal. Daar staat een levend persoon, met functionerende zintuigen en ledematen, maar hij mist gewoonweg het vermogen van een normaal mens om mensen en dingen te bekijken, of om zich te gedragen en te handelen. Wanneer hij werk doet, is hij als een nutteloos persoon zonder gedachten – hij kan geen enkel probleem opmerken, laat staan dat hij in staat om problemen op te lossen wanneer anderen die ter sprake brengen, en hij kan niet zien welk werk er gedaan moet worden. In zijn gedachten is het alsof niets hem aangaat. Als gevolg daarvan kan hij geen enkel werk doen – hij is een nietsnut, een nutteloos persoon. Is dit probleem niet ernstig genoeg? Zie je, koppige mensen en gevoelige mensen hebben tenminste actieve gedachten – ze bezitten het denken van een normaal mens; dat wil zeggen, hun geest is voortdurend aan het werk. Maar de geest van gevoelloze mensen is simpel; het is alsof hun geest verlamd is, het is alsof ze dood zijn. Hoewel ze ogen hebben, is er wat ze ook zien geen reactie in hun geest, en ze zullen het in hun geest niet overdenken; ze hebben geen gedachten en zijn volledig houten poppen. Wat zijn houten poppen? Het zijn mensen die uit hout zijn gesneden; uiterlijk lijken ze op mensen, maar wanneer je tegen hen spreekt, reageren ze niet. Je vraagt hun om op het huis te passen, maar wanneer het huis wordt beroofd, doen ze niets. Je vraagt hun: “Waarom heb je niet op het huis gepast?” en ze reageren nog steeds niet. Als een persoon nergens op reageert, is dit erg problematisch. Met andere woorden, de functies die de instincten van de menselijkheid zouden moeten uitvoeren – zoals de functies van gedachte en bewustzijn, en de functies die de ogen, oren, hersenen en het hart zouden moeten uitvoeren – kunnen niet worden uitgevoerd. Ze hebben niet de gedachten die mensen met een normale menselijkheid zouden moeten bezitten, of schieten daarin tekort. Dit is wat gevoelloos zijn wordt genoemd. Gevoelloze mensen verschillen niet zoveel van nutteloze mensen. Sommige mensen zeggen: “Je zegt dat zulke mensen gevoelloos zijn, dat hun ogen, oren en hersenen hun functies niet kunnen uitvoeren. Maar als je hen beledigt, reageren ze wel. Als ze verlies lijden, reageren ze wel. Kunnen ze dan nog wel als dwaze mensen worden beschouwd?” Zelfs sommige dieren kunnen menselijke spraak begrijpen – ze kunnen zowel de goede als de slechte dingen begrijpen die je over hen zegt. Als iemand, als mens, menselijke spraak niet kan begrijpen, dan schiet hij tekort ten aanzien van de norm om mens te zijn. Daarom moet, om te meten of iemand mens is, de norm voor mensen worden gebruikt. Waarom noem Ik dieren? Het is om je te laten weten dat je een levend wezen bent dat binnen de categorie van geschapen mensen valt, en geen dier. Als jij, als mens, niet eens de gedachten hebt die dieren bezitten, dan schiet je veel te kort. Zelfs dieren weten dat ze goed moeten zijn voor degenen die hen goed behandelen en in hun dagelijkse maaltijden voorzien en zich aan hen moeten hechten. Als jij, als mens, dergelijke menselijkheid mist, verdien je het dan nog wel om mens genoemd te worden? Waarom maak Ik deze vergelijking? Het is om je te laten weten dat je geen dier of een dier van een hoger niveau bent; je bent een persoon, je bent het wezen van het hoogste niveau onder alle door God geschapen dingen – een mens. Je beschikt over taalvaardigheid, denkvermogen en het vermogen om de waarheid te begrijpen. God heeft je geschapen om de meester onder alle dingen te zijn, om alle dingen en andere levende wezens te beheren. Je bent de rentmeester van alle levende wezens onder alle dingen. Om ze te beheren, moet je boven hen staan. Je moet beter zijn dan zij om het vermogen te hebben hen te beheren. Daarom worden dieren niet genoemd om je te kleineren, maar om je eraan te herinneren en je te laten begrijpen dat je beter zou moeten zijn dan zij. Je zou de vermogens die je menselijkheid zou moeten bezitten, evenals de verschillende soorten gezond verstand en vaardigheden die je sinds je geboorte hebt verworven, moeten gebruiken om ze te beheren en te leiden, en te doen wat een mens zou moeten doen, wat God je heeft opgedragen te doen. Als je jezelf als een geschapen mens beschouwt, zou je de norm voor de geschapen mensheid moeten gebruiken om je menselijkheid en je essentie te meten. Deze norm zou niet lager mogen zijn dan de norm die God voor de mensheid heeft vastgesteld. Daarom moet de norm voor mensen worden gebruikt om iemands kaliber en de problemen in verschillende aspecten van zijn menselijkheid te meten. Veel mensen zijn mentaal gevoelloos en reageren traag wat betreft menselijkheid, wat ertoe leidt dat ze veel van hun plichten slecht vervullen tijdens het doen van hun plichten – ze zijn incompetent in kerkwerk en ze zijn niet in staat om te beoefenen volgens de waarheidsprincipes. Daarom moet je jezelf en je eigen grenzen kennen. Als je niet dit soort kaliber of menselijkheid bezit, of als je in je menselijkheid het gebrek gevoelloosheid hebt, dan zou je er niet naar moeten streven om een leider of supervisor te worden. Als je leider of supervisor wordt, zal de kerk, voor het werk van welke kerk je ook verantwoordelijk bent, verlamd raken. Voor welk onderdeel van het werk je ook verantwoordelijk bent, dat werk zal een complete puinhoop worden. Als je er niet toe in staat bent, zou je opzij moeten gaan staan en diegenen het werk laten doen die het wel kunnen uitvoeren. Begrijpen jullie dat? (Ja.) Zelfkennis bezitten, en vervolgens leren plaats te maken voor degenen die capabeler zijn en anderen aan te bevelen – dit is het beoefeningsprincipe. Sommige mensen zeggen: “Ik ben zo gevoelloos dat ik niet kan zien wie er goed is – hoe kan ik dan iemand aanbevelen?” Als je niet kunt zien wie een goed kaliber heeft en geen aanbevelingen kunt doen, moet je enkele lessen leren. Wanneer je iemand ziet die de waarheid begrijpt en anderen kan onderscheiden, zou je van hem moeten leren. Door meer met hen te communiceren, zul je in staat zijn enkele dingen te leren. Aangezien je het gebrek van gevoelloosheid in je menselijkheid hebt, moet je niet kieskeurig of selectief zijn wat betreft welke plichten je doet. Jijzelf hebt dit gebrek, er zijn dus niet veel soorten werk en plichten die je kunt doen. Als er met veel moeite een geschikte positie voor je wordt gevonden, en je toch kieskeurig en selectief blijft, dan is dit geen probleem van gevoelloosheid of een gebrek van menselijkheid, maar een verdorven gezindheid. Welke verdorven gezindheid? Die van arrogantie, van zich niet onderwerpen, en van je eigen grenzen niet kennen. Je bent niets, je bent slechts een nietsnut en een idioot, en toch wil je nog steeds plichten doen die waardig zijn, die niet vermoeiend zijn en die door anderen hoog worden geacht – dit duidt op een arrogante gezindheid. Als je erg gevoelloos bent, en werk hebt dat je zou moeten doen en zaken waarvoor je zou moeten zorgen, maar je ze noch doet noch opmerkt, als je niet eens de moeite neemt om een vinger uit te steken wanneer er dingen misgaan, en het zelfs negeert wanneer je ziet dat iets de belangen van Gods huis schaadt, denkend: dit is geen probleem in mijn eigen huis, dus ik zal me er niet mee bemoeien, dan is dit niet louter gevoelloosheid, maar een gebrek aan geweten en verstand. Als je ook maar een beetje geweten en verstand hebt en de zaken van Gods huis als je eigen zaken behandelt, dan zou je je verantwoordelijkheid moeten vervullen en niet moeten toestaan dat de belangen van Gods huis worden geschaad. Maar als het je ontbreekt aan deze goede bedoeling en geen enkele goede daad verricht, ben je dan niet iemand die traag van begrip en gevoelloos is? Dat besluit onze bespreking over de uiting van gevoelloosheid.

Schaamteloos dikhuidig zijn

Laten we het nu hebben over schaamteloos dikhuidig zijn. Wat voor soort probleem is schaamteloos dikhuidig zijn? (Een gebrek van menselijkheid.) Is het een gebrek? (Het is een probleem van een slecht karakter.) Een slecht karakter betekent een slechte menselijkheid. Welk aspect van menselijkheid betreft schaamteloos dikhuidig zijn? Het betreft geweten en verstand, evenals integriteit en waardigheid. Dit betreft het aspect van iemands karakter. Wat zijn de specifieke uitingen van schaamteloos dikhuidig zijn? Welke dingen geven aan dat een persoon schaamteloos dikhuidig is? Welke schaamteloze dingen ze ook doen, het zijn beslist uitingen van schaamteloos dikhuidig zijn. Vleien en kruipen zonder het gevoel te hebben dat het dit gênant overkomt – is dit niet schaamteloos dikhuidig zijn? (Ja.) Waarom zeggen we dat dit schaamteloos dikhuidig zijn is? Omdat dit gedrag aangeeft dat een persoon geen gevoel van schaamte heeft. Hij kan woorden spreken die in strijd zijn met het geweten van normale menselijkheid of die niet in overeenstemming zijn met de feiten, hoe gênant of onaangenaam die woorden ook zijn, zonder te blozen of hartkloppingen te krijgen. Het kan hem niet schelen hoe anderen hem zien nadat ze deze woorden hebben gehoord; zelfs als anderen hem uitlachen, kan het hem niet schelen. Het ontbreekt hem aan een gevoel van schaamte, nietwaar? (Ja.) Is het ontbreken van een gevoel van schaamte niet precies wat schaamteloos dikhuidig zijn is? Ook wanneer iemand duidelijk niets voorstelt, maar toch in het openbaar wedijvert om status en om een leider te zijn, is dit schaamteloos dikhuidig zijn, nietwaar? (Ja.) Niet alleen wedijvert hij in het openbaar, maar tijdens verkiezingen vervalst hij ook stembiljetten. Daar waar anderen één stem per persoon uitbrengen, brengt hij twee stemmen op zichzelf uit – is dit niet schaamteloos dikhuidig zijn? (Ja.) Wanneer anderen niet op hem stemmen, stemt hij op zichzelf. Zulke mensen wedijveren onbeschaamd en zonder enig gevoel van schaamte om leider te worden – hoe schaamteloos dikhuidig moeten ze wel niet zijn! Over het algemeen willen degenen die van status houden en ambitie hebben zich allemaal van hun beste kant laten zien, zodat anderen hen misschien tot leider kiezen. Zodra ze tot leider worden gekozen, voelen ze zich behoorlijk trots, maar als ze niet worden gekozen, voelen zich ongelukkig en ontevreden – dit is een normale uiting. Schaamteloos dikhuidige mensen zijn echter niet zo. Zij zullen alle mogelijke middelen gebruiken om een leider te worden. Ze zeggen: “Iedereen heeft een hekel aan me en zal niet op me stemmen, maar ik zal een manier vinden om een leider te worden. Zelfs als ik moet valsspelen en achterbakse middelen moet toepassen, ik zal ervoor zorgen dat iedereen op mij als leider stemt!” Anderen zeggen: “Zelfs als je een leider wordt, zal iedereen nog steeds een hekel aan je hebben. We hebben geen goede dunk van je en je reputatie is slecht. Als je wat werk regelt, zal niemand naar je luisteren.” Hij antwoordt: “Zelfs als jullie niet naar me luisteren, zal ik toch proberen een leider te zijn!” Hoe schaamteloos dikhuidig moeten zulke mensen wel niet zijn! Betekent dit dat zulke mensen zelfkennis missen? (Ja.) Ze missen zelfkennis en hebben iets gewelddadigs over zich. Afgaande op de gedachten en zienswijzen van schaamteloos dikhuidige mensen hebben ze met betrekking tot hun zelf-gedrag geen gevoel van schaamte in hun menselijkheid, geven ze niet om integriteit, karakter, geweten of een gevoel van gêne, noch geven ze om moraliteit en de norm voor hun zelf-gedrag – ze negeren dit alles. Afgaande op hun gedachten en bewustzijn, zijn ze uiterst dwaas, onwetend en laaghartig. Er wordt dus gezegd dat ze een armzalig, slecht karakter hebben. De schaamteloze dingen die ze doen, worden dus onmiskenbaar gedreven door hun foutieve gedachten en zienswijzen. Tijdens kerkverkiezingen staan ze erop zichzelf te kiezen, op zichzelf te stemmen en een leider te worden – het is onaanvaardbaar voor hen geen leider te worden. Als ze het niet worden, zullen ze de broeders en zusters haten omdat ze niet op hen hebben gestemd. Zodra ze erachter komen dat je niet op hen hebt gestemd, zullen ze je onsympathiek vinden. Wat je ook zegt, ze komen met een tegenargument. Ze zijn buitengewoon hard in de manier waarop ze met je spreken, alsof ze vuur spuwen. Ze denken er ook over na hoe ze wraak op je kunnen nemen en je leed kunnen toebrengen, en misschien weigeren ze zelfs hun hele leven met je te praten. Wat in deze specifieke handelingen van zulke mensen wordt onthuld, is een verdorven gezindheid. Wat voor soort verdorven gezindheid is het? (Venijnigheid.) Op zijn zachtst gezet is het arrogantie en het overschatten van hun eigen capaciteiten – ze willen gewoon een leider zijn. Afgaande op hun manier van doen en verschillende uitingen, zijn het echter mensen die een venijnige gezindheid hebben. De verdorven gezindheid van deze schaamteloos dikhuidige mensen die een laaghartige menselijkheid hebben, is heel duidelijk. Al hun handelingen kunnen het niveau van verdorven gezindheden bereiken. Schaamteloos dikhuidig zijn is één uiting van hun karakter; in hun spreken en handelen worden ze dan beheerst door dit aspect van hun karakter, en bijgevolg begaan ze veel schaamteloze daden en onthullen ze verschillende verdorven gezindheden, zoals arrogantie en venijnigheid. Daarom vallen de laaghartige uitingen die in iemands karakter worden onthuld tot op zekere hoogte binnen verdorven gezindheden; deze uitingen zijn allemaal verbonden en verstrengeld met hun aard-essentie, en hun specifieke openbaringen van enige verdorven gezindheid komen voort uit hun laaghartige karakter. Een laaghartig karakter en verdorven gezindheden zijn dus met elkaar verbonden. De verdorven gezindheden van mensen worden voortgebracht nadat mensen door Satan zijn verdorven. Zo zijn bijvoorbeeld aspecten van een laaghartig karakter binnen de menselijkheid van mensen, zoals koppigheid, bekrompenheid en schaamteloos dikhuidig zijn, allemaal het resultaat van het feit dat mensen door Satan zijn verdorven en beïnvloed. Voordat mensen de waarheid aanvaarden, aanvaarden ze allemaal eerst de verdorvenheid en misleiding van vele foutieve, boosaardige en negatieve gedachten en zienswijzen – ze aanvaarden deze foutieve en absurde dingen in hun hart als hun leven, en dit betekent dat verdorven gezindheden hun leven worden.

Schaamteloos dikhuidig zijn heeft nog enkele andere uitingen. Sommige leiders en werkers voeren duidelijke handelingen uit die hinder en verstoringen veroorzaken, waarbij ze degenen boven hen bedriegen terwijl ze dingen achterhouden voor degenen onder hen, of ingaan tegen werkregelingen, en hun handelingen brengen zelfs grote schade toe aan het kerkwerk. Toch denken ze er niet alleen niet over na en leren ze hun eigen problemen niet kennen, noch geven ze het kwaad dat ze hebben gedaan, dat ze het kerkwerk hebben verstoord, toe. Integendeel, ze geloven zelfs dat ze het goed hebben gedaan, en willen lof en beloningen ontvangen, en lopen overal op te scheppen en te getuigen over hoeveel werk ze hebben verricht, hoeveel lijden ze hebben doorstaan, hoeveel bijdragen ze hebben geleverd tijdens hun werk, hoeveel mensen ze hebben gewonnen door het evangelie te prediken tijdens hun werk, enzovoort. Ze erkennen helemaal niet hoeveel kwaad ze hebben gedaan of welke grote schade ze aan het kerkwerk hebben toegebracht. Natuurlijk hebben ze ook geen berouw, laat staan dat ze op hun schreden terugkeren. Zeg Mij, zijn zulke mensen niet schaamteloos dikhuidig? (Dat zijn ze.) Als je hun vraagt: “Heb je het kerkwerk uitgevoerd volgens de waarheidsprincipes? Was jouw werk in overeenstemming met de werkregelingen van Gods huis?”, dan vermijden ze het onderwerp. Wanneer andere mensen vervolgens onthullen dat ze tijdens hun werk Gods offergaven ernstige verliezen hebben toegebracht – soms gaat het om bedragen van enkele honderden yuan, soms om enkele duizenden, en soms zelfs om tienduizenden – wat is dan hun reactie wanneer hun wordt gevraagd die te vergoeden? Normale mensen met geweten, verstand en een gevoel van schaamte zouden instorten wanneer ze dit hoorden, en zich vanuit het diepst van hun hart vernederd en beschaamd voelen. Ze zouden ervan overtuigd zijn dat ze hun werk niet goed hadden gedaan en daardoor bij God in de schuld stonden, en dus zouden ze niet proberen zichzelf te rechtvaardigen; zelfs als ze enig concreet werk hadden gedaan en veel lijden hadden doorstaan, zouden ze het niet de moeite van het vermelden waard vinden. Als hun werk werkelijk goed was gedaan, had het dan zoveel schade kunnen toebrengen aan het werk van Gods huis? Dat zou onmogelijk zijn geweest. Alleen al afgaande op de schade die ze hebben aangericht, kan worden bewezen dat hun werk slecht is gedaan. Ze zouden dus hun fout moeten toegeven en berouw moeten tonen. Ongeacht of de verliezen die ze hebben veroorzaakt schadevergoeding vereisen, moeten ze op zijn minst het feit erkennen dat hun werk verstoringen en hinder voor het kerkwerk heeft veroorzaakt. Alleen volkomen schaamteloze mensen zouden weigeren dit feit te erkennen. Zij zouden zeggen: “Zelfs als ik de verliezen vergoed, zal ik niet erkennen dat ik fouten heb gemaakt of iets verkeerds heb gedaan in mijn werk. Zelfs als ik de schulden terugbetaal, ben ik nog altijd een verdienstelijk persoon, beter dan de gemiddelde persoon in Gods huis. Ik heb een glorieuze geschiedenis gehad!” Wat voor menselijkheid is dit? Zeg Mij, hebben dit soort mensen enig gevoel van schaamte? Weten ze überhaupt hoe je de woorden ‘gevoel van schaamte’ spelt? Als ze werkelijk geen gevoel van schaamte hebben, is dat problematisch. Als ze in hun hart duidelijk weten dat ze kwaad hebben gedaan, maar hardnekkig weigeren het mondeling te erkennen, zijn zulke mensen dan niet erg onbuigzaam? Als ze in hun hart erkennen dat ze kwaad hebben gedaan en het ook mondeling kunnen erkennen, dan worden ze nog steeds als mensen die een geweten bezitten beschouwd – ze hebben nog altijd een gevoel van schaamte in zich. Als ze niet alleen weigeren het mondeling te erkennen, maar ook opstandig zijn in hun hart, zich voortdurend verzetten en zelfs overal beweringen verspreiden dat Gods huis hen oneerlijk behandelt en dat ze het slachtoffer zijn van pech, dan is hun probleem ernstig. Hoe ernstig? Ze hebben in het geheel geen geweten of verstand. Geweten moet zowel een gevoel van rechtvaardigheid als goedheid omvatten. Eén aspect van een gevoel van rechtvaardigheid is dat mensen een gevoel van schaamte moeten hebben. Alleen wanneer mensen schaamte kennen, kunnen ze oprecht zijn, een gevoel van rechtvaardigheid bezitten, en positieve dingen liefhebben en eraan vasthouden. Als je echter een gevoel van schaamte mist in je geweten en in je gevoel van rechtvaardigheid, en je geen schaamte kent – en als je, zelfs nadat je iets verkeerds hebt gedaan, je er niet voor schaamt, en niet weet hoe je over jezelf moet nadenken of jezelf moet haten, en geen spijt voelt, en het je niet kan schelen hoe anderen je ontmaskeren, en je niet bloost en geen schaamte voelt – dan is je geweten als persoon problematisch, en kan er ook worden gezegd dat je geen geweten hebt. In dat geval is het moeilijk te zeggen of je hart slecht of kwaadaardig is – het is mogelijk dat je hart kwaadaardig is, dat het het hart van een wolf is; niet positief maar negatief. Mensen zonder geweten en zonder menselijkheid zijn demonen. Als je iets verkeerds doet en helemaal geen schaamte voelt, en geen wroeging of schuldgevoel voelt, en je niet alleen niet over jezelf nadenkt maar ook in discussie gaat, je verzet en probeert jezelf te verdedigen en te rechtvaardigen, waarbij je jezelf hult in een mooi uitziende façade, dan is je menselijkheid, afgemeten aan de norm van menselijkheid, problematisch. Hoe je verstand ook is, als je tekortschiet ten aanzien van de norm van het geweten, dan is het moeilijk te zeggen of je daadwerkelijk menselijkheid hebt of niet. Laten we het er niet over hebben wat je innerlijke geest is, waar je vandaan kwam, of welk kwaad je in het verleden hebt gedaan; laten we het niet hebben over je vorige leven. Alleen al afgaande op het geweten dat je als mens in dit leven behoort te hebben, geldt dat je, als je geen gevoel van schaamte hebt, niet voldoet aan de norm van een mens. Sommige mensen zeggen: “Ik ben schaamteloos dikhuidig, dus ik pak gewoon wat ik wil.” Maar het hangt ervan af waar je dat doet – als je dat in Gods huis doet, zal het niet werken. Gods huis is niet een plek waar je van kunt leven. Als je erop staat om van de kerk te leven, zul je ongetwijfeld onheil over jezelf afroepen. Sommige mensen denken: ‘Ik ben zo dikhuidig als een krokodil. Waar ik ook kom, ik gedraag me altijd zo, alsof de plek van mij is! Het kan me niet schelen wat anderen over me zeggen – wie kan mij iets maken? Mensen kunnen je misschien niets maken, maar aangezien je in God gelooft, zou je aandacht moeten besteden aan hoe God alles wat je doet meet en evalueert, hoe God je definieert en welke oordelen Hij over je velt. Als je hier geen aandacht aan besteedt, ben je dan nog wel iemand die in God gelooft? Als je je zelfs hier niet om bekommert, dan ben je een niet-gelovige. Je kunt negeren wat mensen over je zeggen, maar zou je je niet moeten bekommeren om Gods evaluatie van jou, Zijn kijk op jou en de oordelen die Hij over je velt? Als Gods evaluatie van jou is dat je schaamteloos dikhuidig bent, geen greintje verlegenheid kent en verstoken bent van een gevoel van schaamte, dat je menselijkheid het aan veel dingen ontbreekt en dat je enkele zeer belangrijke dingen mist, dan zou je je opnieuw moeten gaan gedragen – je moet berouw tonen en stoppen met het verzinnen van je eigen redeneringen. Zelfs als je duizenden excuses hebt, is het enkele feit dat je schaamteloos dikhuidig bent genoeg om vast te stellen dat er een enorm probleem is met je menselijkheid en geweten. Alleen al hieraan afgemeten is je probleem zeer ernstig. Als je kunt begrijpen wat Ik zeg, zou je berouw moeten tonen en in je hart moeten ophouden met het bedenken van je eigen redeneringen. Je redenering komt voort uit onstuimigheid, uit emoties, uit Satan – zelfs als jij gelooft dat je redenering niet verkeerd is, is het niet de waarheid. Gods beoordeling van jou is niet volledig gebaseerd op je verdorven gezindheden. Voordat God je verdorven gezindheden in overweging neemt, kijkt Hij eerst naar je menselijkheid. Hoe je menselijkheid is en hoe je houding ten opzichte van elke zaak is, wordt bepaald door je karakter. Wat God waarneemt is ongetwijfeld nauwkeurig, en de norm waaraan Hij je meet is ook in overeenstemming met de waarheid. Ongeacht wie Hij meet, het is nooit gebaseerd op iemands uiterlijke verschijning, maar op wat iemand daadwerkelijk doet, zijn openbaringen en uitingen in zijn dagelijks leven, zijn gedachten, zienswijzen en houding bij het aanpakken van elke zaak, evenals zijn houding ten opzichte van positieve dingen, ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van God. Hoe God je uiteindelijk ook definieert of evalueert, je zult geen onrecht worden aangedaan. Het is niet gebaseerd op je tijdelijke uiting of incidentele overtreding; het is een evaluatie die gebaseerd is op je algehele uitingen. Daarom is Gods evaluatie van ieder mens nauwkeurig en objectief. Is dat niet zo? (Ja.) De uiting van schaamteloos dikhuidig zijn betreft iemands karakter. Natuurlijk bereikt het tot op zekere hoogte ook het niveau van een verdorven gezindheid. Omdat zulke mensen dit aspect van menselijkheid hebben, leidt dit ertoe dat ze bepaalde dingen doen, en wanneer ze deze dingen doen, onthullen ze hun verdorven gezindheid. Ongeacht welk soort verdorven gezindheid wordt onthuld, de verdorven gezindheden die worden onthuld en de handelingen die worden uitgevoerd door schaamteloos dikhuidige mensen zijn onlosmakelijk verbonden met hun menselijkheid. Of iemands verdorven gezindheden kunnen veranderen en kunnen worden afgeworpen, hangt dus af van hoe zijn karakter is. Als zijn karakter boosaardig is, als hij de waarheid weerstaat, wordt afgestoten door en afkerig is van de waarheid, en weigert de waarheid te aanvaarden, dan zullen zijn verdorven gezindheden moeilijk af te werpen zijn, en zal hij geen redding kunnen verkrijgen. Als hij echter, wat zijn karakter betreft, geen kwaadaardige persoon is, en hij de waarheid kan bevatten en aanvaarden, niet koppig is en geen problemen van een laaghartig karakter heeft, dan kunnen zijn verdorven gezindheden worden afgeworpen. Iedereen heeft verdorven gezindheden, maar wat bepaalt of men verdorvenheid kan afwerpen en redding kan verkrijgen? (Het hangt af van hoe iemands karakter is.) Precies – het hangt af van de vraag of iemands menselijkheid goed of slecht is.

Geneigd zijn tot achterdocht

Laten we het vervolgens hebben over geneigd zijn tot achterdocht. Welke uiting die we zojuist hebben besproken, is enigszins vergelijkbaar met geneigd zijn tot achterdocht? (Gevoeligheid.) Wat voor soort probleem is gevoeligheid? (Een gebrek van menselijkheid.) Geneigd zijn tot achterdocht is een niveau erger dan gevoeligheid; het probleem is ernstiger. Gevoeligheid is slechts een teken van een enigszins onvolwassen menselijkheid, zoals die van een kind, terwijl geneigd zijn tot achterdocht bepaalde specifieke gedachten en gezichtspunten met zich meebrengt – het is wat algemeen bekend staat als te veel nadenken, wat wijst op een slecht karakter. Iemand vraagt bijvoorbeeld een persoon die geneigd is tot achterdocht om te helpen een artikel te kopen dat tien yuan kost en benadrukt nadrukkelijk: “Je mag absoluut niet over de tien yuan heengaan. Als het te duur is, koop het dan niet.” Na dit te hebben aangehoord, overdenkt deze persoon: ‘Ben je niet alleen maar beleefd? Je wilt eigenlijk een artikel dat honderd yuan kost, maar je schaamt je te veel om dit te zeggen. Dan koop ik het wel voor je – om je blij te maken en je een positief gevoel over mij te geven.’ Als hij het vervolgens meebrengt, blijkt dat de ander zegt: “Het is te duur. Ik heb maar tien yuan; zoveel geld heb ik niet.” Heeft hij dus, door een artikel van honderd yuan voor die persoon te kopen, hem uiteindelijk geen verlies laten lijden? Toch kan hij de andere persoon niet begrijpen. In plaats daarvan vermoedt hij dat die persoon geen extra geld wil uitgeven en van hem probeert te profiteren. Zeg Mij, zijn zulke mensen die geneigd zijn tot achterdocht niet erg lastig? (Ja.) In welk opzicht zijn ze lastig? (Hun gedachten zijn te gecompliceerd.) Mensen met al te gecompliceerde gedachten zijn moeilijk om mee om te gaan. Zeg Mij, zijn mensen met een persoonlijkheid die recht door zee is bereid om met zulke mensen om te gaan? (Nee.) Je weet niet wat ze vanbinnen denken of in welke richting hun gedachten gaan, en je kunt hun bedoelingen niet doorzien noch begrijpen op welke manier ze aan je twijfelen. Dus wanneer je iets aan hen toevertrouwt om af te handelen, ook al is het duidelijk een heel eenvoudige, kleine zaak, maken ze het heel gecompliceerd en omslachtig. Omdat ze de zaken daarbij overcompliceren, voel zelfs jij je uitgeput en denk je: ‘Het was beter geweest om het zelf te doen.’ Je wilt niet met zulke mensen omgaan en wilt hen gewoon vermijden. Stel bijvoorbeeld dat je iets hebt dat je niet meer nodig hebt. Het zou gewoon zonde zou zijn om het daar te laten liggen en het zou jammer zijn om het weg te gooien. Dus geef je het aan zo iemand. Niet alleen waardeert hij dit niet, hij wantrouwt het ook in zijn hart: ‘Waarom geef je dit aan mij? Daar moet iets achter zitten. Probeer je me te laten denken dat je een goed persoon bent, zodat ik bij jou in het krijt kom te staan, of probeer je me te vragen iets voor je te doen?’ Je had nooit verwacht dat hij zo veel over zo’n kleine zaak zou nadenken, dat het geven van een kleinigheid tot zo veel wantrouwen zou kunnen leiden. Je moet een heleboel dingen zeggen om zijn wantrouwen weg te nemen. Is dit niet erg lastig? Je begint een afkeer van deze persoon te voelen en vanaf dat moment gooi je, als je iets over hebt, het liever weg dan het aan hem te geven. Waarom zou je het niet aan hem geven? Het is niet omdat je harteloos bent, maar omdat je geen problemen wilt veroorzaken. Er was ooit iemand die net een plek had gehuurd, en er waren geen schoonmaakspullen aanwezig. Dus bracht Ik wat schoonmaakspullen van huis mee; sommige flessen schoonmaakmiddelen waren vol, terwijl andere halfvol waren. De persoon die de plek huurde, keek ernaar en zei: “Hoewel U deze dingen gratis aan mij hebt gegeven, ga ik U niet bedanken – deze zijn gebruikt. Als ze nieuw waren geweest, had U ze dan aan mij gegeven?” Zijn deze woorden niet kwetsend? (Ja.) Waarom zijn ze kwetsend? (Een goede bedoeling werd door hem op deze manier verdraaid.) Hij zag Mijn goede bedoeling aan voor een slechte bedoeling. Ik heb je niet gevraagd om Mij te bedanken, noch heb Ik je gevraagd om voor de spullen te betalen. Het is simpelweg zo dat je een plek huurt en er geen schoonmaakspullen aanwezig zijn. Het is lastig voor je om eropuit te gaan en ze te kopen. Ik heb gewoon wat van de schoonmaakspullen die ik heb meegebracht om de dingen gemakkelijker voor je te maken. Ik probeerde niet bij je in de gunst te komen door je deze dingen te laten gebruiken – Ik ben je niets verschuldigd en Ik heb je ook niet gevraagd Mij iets verschuldigd te zijn. Zo’n eenvoudige zaak wekt zijn achterdocht op: “Hmpf! Wat is hier zo geweldig aan? U hebt me een paar dingen gebracht en nu denkt U dat ik U iets verschuldigd ben! De spullen die U hebt meegebracht zijn sowieso niet veel soeps – hoe zouden ze goed kunnen zijn als U ze zomaar weggeeft?” Deze persoon is echt moeilijk om mee om te gaan. Ik heb niet gezegd dat deze spullen een of ander zeldzaam wondermiddel waren – het zijn gewoon wat alledaagse schoonmaakmiddelen. Als je ze niet wilt gebruiken, hoeft dat niet. Waarom de dingen zo gecompliceerd maken? Ik besefte dat deze persoon moeilijk is om mee op te schieten en moeilijk om mee om te gaan. Zou het niet minder gedoe zijn geweest als Ik helemaal niets had meegebracht? Niet noodzakelijkerwijs. Helemaal niets meebrengen zou waarschijnlijk ook problemen hebben veroorzaakt. Hij zou misschien nog steeds het volgende hebben gedacht: ‘Ik huur deze plek, en U hebt me niet eens schoonmaakspullen gebracht. We worden verondersteld broeders en zusters te zijn, en toch hebt U me helemaal geen liefde getoond!’ Ze zouden nog steeds iets te zeggen hebben gehad. Het karakter van zulke mensen is erg slecht. Ze gebruiken altijd hun eigen voorkeuren en normen om te meten of anderen goed of slecht zijn. Ze onderzoeken en meten anderen voortdurend met een strenge blik, en denken dat zij moreel superieur zijn daar waar anderen allemaal een duistere kant hebben, en dat andere mensen altijd hun eigen motieven hebben, ongeacht hoe ze handelen, terwijl alleen zij niet verdorven zijn en volmaakt zijn.

Mensen die geneigd zijn tot achterdocht hebben een slecht karakter. Aangezien ze een slecht karakter hebben, zullen ze onvermijdelijk handelen onder invloed van dit karakter. Wat ze openbaren, zullen verdorven gezindheden zijn, het zal zeker geen normale menselijkheid zijn. Als het geen normale menselijkheid is, wat is het dan precies? Dit houdt verband met verdorven gezindheden. Als het gaat om geneigd zijn tot achterdocht, zijn de representatieve verdorven gezindheden die door zulke mensen worden geopenbaard in hun handelingen en interacties met anderen beslist boosaardigheid en bedrieglijkheid. Hun gedachten zijn nu eenmaal zo gecompliceerd, zo boosaardig en verraderlijk. Aangezien ze zelf geen vinger uitsteken tenzij het hun iets oplevert, nemen ze aan dat iedereen hetzelfde is. Zelfs als je niet zo’n persoon bent, zullen ze het niet geloven, en zelfs als je het probeert uit te leggen, zal het niet helpen – dat is gewoon hoe ze jou zien. Ze gebruiken een boosaardige methode en een boosaardige gezindheid om alle dingen, zaken en mensen te bekijken. Zelfs als wat je doet gepast is, in overeenstemming is met de behoeften van menselijkheid, in overeenstemming met de rationaliteit van menselijkheid, of in overeenstemming met de waarheidsprincipes, zullen ze er een reeks vraagtekens bij zetten en je vragen: “Waarom doe je dit? Wat is je motief?” Je zegt: “Ik heb geen motief”, maar ze zullen het gewoon niet geloven – ze staan erop je een motief in de schoenen te schuiven en je te dwingen het toe te geven. Zijn zulke mensen niet lastig? (Ja.) Het is voor mensen die geneigd zijn tot achterdocht moeilijk om met anderen op te schieten. Zulke mensen zijn zeker niet eenvoudig en open, en het zijn natuurlijk geen eerlijke mensen. In hun karakter ontbreken de elementen eerlijkheid, vriendelijkheid en rationaliteit in wezen allemaal. Wat zijn dan de belangrijkste componenten van hun karakter? Paranoia, bedrieglijkheid, boosaardigheid, een gebrek aan eenvoud en oneerlijkheid. Ze beschouwen alle mensen en alle kwesties als zeer gecompliceerd. Zelfs als je eerlijk met hen spreekt, zullen ze analyseren en overdenken waarom je het zei. Zelfs als ze lange tijd met je zijn omgegaan en weten hoe jouw karakter is, zullen ze nog altijd vaak een houding van achterdocht jegens je aannemen wanneer ze met je praten, zaken aanpakken of met je omgaan. Zulke mensen zijn dus erg lastig. De omgang met hen brengt veel rompslomp en formaliteiten met zich mee, en je moet ook veel huiswerk doen en ze leren kennen – te weten komen aan welke dingen ze een hekel hebben, en wat ze niet graag doen of waar ze niet graag over praten. Anders kun je hen, als je niet oppast, beledigen of, in hun ogen, kwetsen. Ze behandelen mensen op deze manier, dus hoe behandelen ze God? (Ze behandelen God op dezelfde manier.) Zouden ze God met oprechtheid behandelen? (Nee.) Wanneer de kerk bijvoorbeeld regelt dat ze een plicht vervullen, beginnen ze te peinzen: ‘Weet God dat ik deze plicht vervul? Zal Hij het Zich herinneren? Hoeveel moeite moet ik doen om ermee weg te komen en om ervoor te zorgen dat God het Zich herinnert? Na hun plicht een tijdje te hebben vervuld, peilen ze ook hoe de leiders en werkers hen zien en of ze negatieve beoordelingen over hen hebben. Wat voor soort menselijkheid is dit nu eigenlijk? Afgaande op de menselijkheid die tot uiting komt in de houding waarmee ze zaken aanpakken, zijn zulke mensen erg lastig, en is het niet gemakkelijk voor hen om de waarheid te aanvaarden. Hoe komt dat? Omdat het moeilijk voor hen is om eerlijke mensen te zijn; hun geweten mist een gevoel van gerechtigheid, hun verstand is niet gezond en hun manier van oordelen over dingen is irrationeel. Waarom zeg Ik dat het irrationeel is? Omdat ze betrekkelijk extreem zijn, de neiging hebben zich op dingen te fixeren, en verachtelijk zijn – ze bekijken de dingen niet met de denkwijze van een normale menselijkheid. Ze zijn niet open en openhartig, maar leven juist op een bijzonder duistere manier. Toch hebben ze nooit het gevoel dat ze op een duistere manier leven en denken ze zelfs dat ze slimmer zijn dan anderen, en dat ze met meer verfijning en aandacht voor detail leven dan anderen. Ze bewonderen vooral hun eigen slimheid. Dit wordt jezelf slim wanen genoemd. Mensen die zichzelf slim wanen, schieten erg tekort wat betreft het verstand van hun menselijkheid, en wat betreft het gevoel van gerechtigheid in hun geweten. Daarom is de menselijkheid van zulke mensen slecht, en zijn anderen niet bereid om contact met hen te hebben. Wie er ook iets zegt, zulke mensen zullen er een probleem van maken. Wat ze interpreteren zijn allemaal extreme dingen die verwrongen zijn, van onstuimigheid, van Satan en van emoties – het zijn allemaal dingen die duister en negatief zijn, dingen die in strijd zijn met de waarheid en de waarheid weerstaan. Deze dingen kunnen mensen helemaal niet op het juiste pad leiden. Mensen van dit soort zijn dus erg weerzinwekkend en walgelijk. Ze leven in duistere hoekjes en in hun eigen kleine wereldje. Ze zijn bijzonder narcistisch en vol zelfbewondering, en denken dat ze een voortreffelijker, nobeler, eervoller en waardiger leven leiden dan anderen – niemand mag hen aanraken. In feite is het karakter van zulke mensen erg laag, en hebben ze geen echte waardigheid. Wat wordt bedoeld met een gebrek aan echte waardigheid, is dat hun karakter bijzonder slecht is, omdat wat voortkomt uit hun menselijkheid allemaal duistere dingen zijn die niet in de openbaarheid kunnen worden gebracht, geen oprechte en eerlijke dingen. Daarom hebben zulke mensen geen noemenswaardige waardigheid. Welke gevolgen kan het hebben wanneer mensen geneigd zijn tot achterdocht? In duidelijke bewoordingen: zulke mensen zitten vol sluwe trucs. Geneigd zijn tot achterdocht betekent dat deze mensen veel sluwe plannen koesteren. Kijk eens hoe de duivelskoningen Gods uitverkoren volk onderdrukken en arresteren. Ze beramen talloze sluwe plannen, waardoor mensen uiteindelijk zodanig worden geschaad dat hun gezinnen uiteenvallen; sommigen sterven en anderen raken van hun familie gescheiden. Dat is het werk van demonen en duivelskoningen. Daarom deugt niemand van degenen die geneigd zijn tot achterdocht. Gelovigen in God zouden mensen en dingen moeten bekijken op basis van de waarheidsprincipes, ze mogen zich niet overgeven aan willekeurige achterdocht, en er moet bewijs zijn voor wat ze zeggen. De gedachten die je ontwikkelt wanneer je een persoon of een zaak bekijkt, zouden op zijn minst positief moeten zijn en voor anderen aanvaardbaar. Beter nog, ze zouden in overeenstemming moeten zijn met de waarheidsprincipes, behulpzaam moeten zijn voor anderen en een positieve invloed op hen moeten hebben. Geen van de gedachten en gezichtspunten die worden gegenereerd door mensen die geneigd zijn tot achterdocht, zijn echter in overeenstemming met de waarheid; op zijn minst zijn het geen positieve dingen – dat wil zeggen, het perspectief van waaruit zulke mensen problemen overwegen, of de gedachten en ideeën die ze voortbrengen, zijn gewoon niet in overeenstemming met de waarheid. Daarom leven mensen van dit soort in duistere hoekjes en hebben ze geen noemenswaardige integriteit of waardigheid. De dingen die voortkomen uit hun gedachten zijn allemaal duister en boosaardig – deze dingen zijn niet in overeenstemming met de waarheidsprincipes en zullen geen positieve invloed hebben op mensen of hun leven. Als je de diverse gedachten en gezichtspunten aanvaardt die voortkomen uit de achterdocht van zulke mensen, word je vergiftigd en door hen naar beneden gehaald – dit staat gelijk aan door Satan verdorven worden. Als je echter onderscheidingsvermogen hebt ten aanzien van zulke mensen en hen als een negatief voorbeeld behandelt, kun je enige vooruitgang boeken en enig onderscheidingsvermogen verkrijgen in het begrijpen van negatieve dingen. Hiermee sluiten we onze bespreking over geneigd zijn tot achterdocht af.

Onbekwaamheid

Laten we het vervolgens hebben over onbekwaamheid. Iedereen begrijpt wat onbekwaamheid betekent – het verwijst naar het onvermogen om ook maar iets goed af te handelen, naar het feit dat iemand machteloos overkomt. Dat is wat mensen bedoelen wanneer ze vaak zeggen: “Waarom ben je zo onbekwaam? Je hebt echt geen vooruitzichten!” Is onbekwaamheid goed? (Nee.) Laten we het dan eens categoriseren – wat is het? (Het is een gebrek van menselijkheid.) Onbekwaamheid is duidelijk een gebrek van menselijkheid. Onbekwaamheid betekent dat een persoon een zeer lage intelligentie tentoonspreidt bij het aanpakken van zaken en over slechte overlevingsvaardigheden beschikt – dit wordt onbekwaamheid genoemd. Sommige mensen spreken op een onhandige manier en zijn niet in staat zichzelf uit te drukken; sommigen hebben zelfs verlegen, introverte persoonlijkheden – wanneer ze voor veel mensen moeten spreken of in de schijnwerpers staan, krijgen ze plankenkoorts, voelen ze zich timide en durven ze niet te spreken, en ze worden vaak door anderen gepest. Sommige kwaadaardige mensen geloven dat het pesten van zulke mensen gerechtvaardigd is, en dat het erg leuk en plezierig is – ze drijven de spot met zulke mensen en plagen hen elke dag. Onbekwame mensen zijn slecht in staat om zaken aan te pakken. Het kan zijn dat sommigen van hen ook slechte overlevingsvaardigheden hebben, niet in staat zijn om geld te verdienen, en altijd erg schuchter en overdreven voorzichtig zijn in het bijzijn van anderen. Wanneer ze indrukwekkende mensen zien, vermijden ze hen en durven ze niet te spreken. Zelfs wanneer ze worden gepest, durven ze zich niet te verzetten, uit angst dat ze anderen zouden kunnen beledigen. Afgaande op de uitingen van onbekwaamheid in de menselijkheid van mensen van dit soort, is dit slechts een soort gebrek van menselijkheid. Niemands onbekwaamheid heeft er ooit toe geleid dat ze foutieve gedachten en gezichtspunten ontwikkelden of enige nadelige gevolgen voor zichzelf of anderen teweegbrachten; daarom is onbekwaamheid slechts een gebrek van menselijkheid. Wil iemand een onbekwaam persoon zijn? (Nee.) Niemand wil een onbekwaam persoon zijn – hoe komt dat? Onbekwame mensen worden gepest en iedereen kijkt op hen neer, nietwaar? (Ja.) Als je gevraagd zou worden te kiezen tussen kwaadaardig zijn en onbekwaam zijn, zou je zeker kiezen voor kwaadaardig zijn in plaats van onbekwaam zijn. Je zou bij jezelf denken: ‘Ik zal nooit een onbekwaam persoon zijn! In deze maatschappij worden onbekwame mensen slecht behandeld en gepest, ze zijn impopulair; waar ze ook gaan, er wordt op hen neergekeken en ze worden door anderen met de voeten getreden. Ze hebben niet alleen geen gevoel van eigenwaarde, er kan hen zelfs hun recht op overleven worden ontnomen. Maar een kwaadaardig persoon zijn is anders – waar kwaadaardige mensen ook gaan, anderen vrezen hen en behandelen hen met groot respect. Niemand durft hen te provoceren. Waar ze ook gaan, ze genieten privileges en kunnen zelfs over anderen heen walsen. Kwaadaardige mensen gedijen overal ter wereld uitstekend.’ Als jullie nu gevraagd zou worden te kiezen, zou niemand van jullie er voor kiezen om een onbekwaam mens te zijn – jullie zouden er allemaal voor kiezen om een kwaadaardig mens te zijn. Is dit een juist gezichtspunt? (Nee.) Waarom is het niet juist? Met welk waarheidsprincipe is dit in tegenspraak? Onbekwaamheid is een gebrek van menselijkheid. De meest voorkomende uitingen zijn het onvermogen om ook maar iets goed aan te pakken, gediscrimineerd worden en buitengesloten worden. Omdat onbekwame mensen worden gepest en in de maatschappij met de voeten worden getreden, is niemand bereid om onbekwaam te zijn. Mensen benijden allemaal degenen die capabel en vaardig zijn. Ze willen zelfs allemaal boven anderen uitsteken, macht en invloed verwerven, en over anderen heen walsen, zodat ze binnen elke groep privileges en prestige genieten. Zo voorkomen ze niet alleen dat anderen hen pesten, maar kunnen ze ook zelf anderen naar believen pesten. Is deze manier van denken en dit gezichtspunt juist? Is het in overeenstemming met de waarheid? (Nee.) Jullie hebben naar zoveel waarheden geluisterd, en toch keuren jullie zelfs nu nog kwaadaardige mensen goed – dit betekent dat jullie gezindheid ook behoorlijk boosaardig is. Wie je ook ziet die kwaadaardig is, je benijdt en bewondert hem. Je weet diep in je hart heel goed dat kwaadaardige mensen slecht zijn, en toch kun je het niet helpen hen te volgen, omdat je het gevoel hebt dat je daardoor een steun in de rug hebt en voorkomt dat je wordt gepest. Wanneer je onbekwame mensen ziet, voel je een afkeer van hen en kijk je op hen neer, en wil je hen zelfs vertrappen. Maar heb je er ooit over nagedacht hoeveel kwaad je zou doen en hoeveel vergelding je ten deel zou vallen als je kwaadaardige mensen zou volgen? Wat zouden je kansen zijn om redding te ontvangen als je kwaadaardige mensen zou volgen? Zou je kunnen voorkomen dat je kwaad doet als je kwaadaardige mensen zou volgen? Laten we zeggen dat je kwaadaardige mensen volgt, hen trouw dient en als hun ondergeschikte optreedt. Ze laten je misschien een graantje meepikken, en je kunt hen misschien volgen om in dit leven over anderen heen te walsen en het beste eten en drinken te hebben, groot genot te ervaren, te voorkomen dat je wordt gepest, en status onder anderen te verwerven. Maar je moet heel wat kwaad doen om van deze dingen te genieten! Weet je hoeveel vergelding je deel zal zijn en hoe zwaar de straf zal zijn die je zult ontvangen? Is dit het juiste pad? (Nee.) Dus, zijn jullie nog steeds bereid de prijs te betalen door ervoor te kiezen kwaad te doen en straf te ontvangen, alleen maar om niet als onbekwaam te worden beschouwd en te voorkomen dat jullie worden gepest – om jullie bestemming en lot op te offeren in ruil voor plezier in dit leven? Is dit jullie mening en gezichtspunt? Sommige mensen huldigen daadwerkelijk dit soort gezichtspunt – ze kiezen er liever voor om kwaadaardige mensen te zijn dan onbekwaam te zijn en gepest te worden. Is dit niet de wens om het pad van kwaadaardige mensen te bewandelen? Onbekwaamheid is slechts een gebrek van menselijkheid – wat is daar zo erg aan? Is anderen pesten en kwaad doen werkelijk de betere keuze? Als God je niet laat verhongeren en je van eten voorziet, zou je dan werkelijk kunnen verhongeren? Als God je toestaat te leven met vreugde, vrijheid, geluk, blijdschap en vrede, zal het je aan geen van deze dingen ontbreken. Wat maakt het dan uit als anderen je pesten? Niemand kan deze dingen van je afnemen – wat God je schenkt, kan niemand afnemen. Als je kwaadaardige mensen volgt en het pad van kwaadaardige mensen bewandelt, zullen de geneugten die je ervaart allemaal zondige geneugten zijn. Bovendien zal al het geld of materiële genot dat je verkrijgt door kwaad te doen, verkregen zijn door gewelddadige toe-eigening. Het genot dat je in dit leven ervaart, zal overtreffen wat God je heeft gegeven, en dus zul je het in de toekomst met meerdere levens moeten terugbetalen. Wanneer je in dit leven de geneugten van het vlees verkrijgt ten koste van het ontvangen van straf – bewandel je dan niet het verkeerde pad? Jullie zouden er liever voor kiezen om kwaadaardige mensen te zijn dan gepest te worden – dit weerspiegelt jullie perceptie en waardering van het kwaad in het diepst van jullie ziel. Wat is er dan zo erg aan onbekwaam zijn? Vanuit het perspectief van menselijkheid bezien is het een soort gebrek. Het is echter ook een aangeboren conditie, iets wat mensen niet kunnen veranderen. Onbekwame mensen zijn niet onbekwaam geworden door hun eigen keuze. Hoewel het een gebrek is, is het geen verdorven gezindheid, het is geen probleem van iemands karakter. Wat is er dan zo erg aan? Als je vanwege je onbekwaamheid en lage status vaak wordt gepest en de onrechtvaardigheid en het kwaad van deze wereld en de duisternis van deze maatschappij diep kunt begrijpen, en als gevolg daarvan oprecht voor God komt om Gods soevereiniteit te aanvaarden, en je bereidwillig onderwerpt aan Gods heerschappij en orkestraties, en God de leiding over je lot laat nemen – is deze onbekwaamheid dan niet een vorm van bescherming voor je? Onbekwaamheid is geen negatief ding; het is slechts een soort gebrek van menselijkheid. Waar verwijst gebrek naar? Het betekent een tekortkoming, een klein probleem, een smet – het is slechts iets dat onvolmaakt is, wat enigszins tekortschiet, niet helemaal naar wens is, of niet ideaal is, maar het wijst niet op een slecht of verachtelijk karakter. Waarom kunnen jullie dit kleine gebrek dan niet tolereren? Bovendien kan dit kleine gebrek grote voordelen opleveren voor je ingang in het leven. Men zou ook kunnen zeggen dat sommige mensen, omdat ze dit gebrek van menselijkheid hebben, deze aangeboren conditie, beter in staat zijn om God met heel hun hart tot het einde toe te volgen. Uiteindelijk zijn ze, omdat ze de waarheid kunnen aanvaarden, zich aan God kunnen onderwerpen en een Godvrezend hart bezitten, in staat hun verdorven gezindheden af te werpen en redding te ontvangen. Vanuit dit perspectief is het een zegen – mensen zouden niet moeten weigeren onbekwaam te zijn. Wat is er zo erg aan onbekwaam zijn? De verdorven gezindheid van een persoon zal niet verergeren door onbekwaamheid. God zal niet op iemand neerkijken of weigeren hem te redden omdat hij onbekwaam is, noch zal onbekwaamheid van invloed zijn op het aanvaarden van de waarheid of het gered worden. Jullie moeten dus van gedachte en gezichtspunt veranderen – ze zitten er nog behoorlijk ver naast. Sommige mensen zeggen: “Ik ben liever een kwaadaardig persoon dan een onbekwaam persoon. Onbekwame mensen hebben geen vooruitzichten, er wordt door iedereen op hen neergekeken, en ze kijken zelfs op zichzelf neer. Een onbekwaam persoon zijn is zinloos; een kwaadaardig persoon zijn is geweldig – je kunt doen wat je wilt, iedereen pesten die gemakkelijk te pesten lijkt, en niemand durft zich te verzetten. Hoe glamoureus is het om zo te leven!” Welk voordeel zit er in glamour? Als je voorspoedig bent en glamoureus in de wereld leeft, zullen je vooruitzichten en bestemming worden geruïneerd. Je zult niet langer voor God kunnen komen, en je zult je niet langer verbonden voelen met God; God zal je niet langer aanspreken en de leefomgeving en werkomgeving van Gods huis zullen je niet langer aanspreken. Je zult God verlaten en op zoek gaan naar een leefomgeving waar je je sterke punten kunt benutten en je waarde kunt realiseren. Gods huis beperkt het kwaad van mensen, en geen enkel kwaadaardig persoon kan iets bereiken of standvastig staan in Gods huis. Als je van kwaadaardige mensen houdt en er een wilt worden, kun je dan nog wel in Gods huis blijven? Vroeg of laat zul je worden weggezuiverd. Niet alleen zul je er niet in slagen een goede bestemming te verkrijgen, maar na de dood zul je ook straf ontvangen voor het kwaad dat je hebt gedaan. Daarom is onbekwaamheid, hoewel het een gebrek van menselijkheid is, geen verdorven gezindheid, noch betekent het dat iemands menselijkheid boosaardig is. Wie heeft er geen gebreken? Onbekwaamheid is net zoiets als dat sommige mensen geboren worden met een stotter of dat sommige mensen een beetje lelijk geboren worden – dit zijn allemaal aangeboren gebreken. Mensen hebben verschillende huidskleuren – sommige mensen worden blank geboren, sommigen worden geboren met een gele huid, en sommigen worden geboren met een zwarte huid. Dit is een aangeboren conditie. Mensen met een gele huid lijken misschien niet zo gezond, ze hebben niet zo’n geweldige teint – dit is een klein gebrek. Mensen met een zwarte huid komen robuuster over, en toch wil niemand een zwarte huid hebben. Mensen met een blanke huid worden over het algemeen benijd, maar zelfs onder hen hebben sommigen het gevoel dat het niet goed is om te bleek zijn, en dus houden ze ervan om te zonnen en zo een bronzen kleur te krijgen, in de overtuiging dat het hen er gezond uit laat zien en hun huid een gloed geeft. Zie je, onbekwaamheid is hetzelfde als de diverse aangeboren condities van mensen – het is gewoon een soort gebrek. Is het dus een groot probleem? (Nee.) Daarom heeft dit probleem, hoewel het een gebrek van menselijkheid is, geen invloed op je aanvaarding van de waarheid of je begrip van de waarheid. Verzetten jullie je er dan nog steeds tegen om een onbekwaam mens te zijn? (Niet meer.) Zullen jullie nog steeds onbekwame mensen pesten als jullie ze tegenkomen? (Nee.) Jullie pestten hen vroeger nogal eens, nietwaar? Zullen jullie nog steeds neerkijken op onbekwame mensen en hen kleineren wanneer jullie ze tegenkomen? (Nee.) Als je zelf een onbekwaam mens bent, zou je al helemaal niet op jezelf moeten neerkijken. Als je onbekwaam bent, het zij zo – oefen je erin een eerlijk mens te zijn volgens Gods woorden. Ook al ben je misschien onhandig, je moet eerlijk zijn en niet bedrieglijk. God houdt van zulke mensen. Waar houdt God van? Het is niet je onbekwaamheid. Het is dat je, vanwege je onbekwaamheid, bereid bent een eerlijk persoon te zijn; het is dat je, omdat er op je wordt neergekeken en je niet in de gunst van mensen kunt komen, manieren bedenkt om een eerlijk persoon te zijn om God blij te maken en God tevreden te stellen, en je doet wat God zegt. Op deze manier wordt je onbekwaamheid een voordeel, nietwaar? (Ja.) Is jullie gezichtspunt nu veranderd? (Ja.) Natuurlijk zijn niet alle onbekwame mensen noodzakelijkerwijs in staat om de waarheid te aanvaarden. Sommige mensen hebben, naast het gebrek van onbekwaamheid in hun menselijkheid, ook problemen met hun karakter. Dit kan niet worden gegeneraliseerd. Op zichzelf is onbekwaamheid geen groot probleem, maar je moet ook kijken naar hoe iemands karakter is. Als iemand bedrieglijk is of een verachtelijk karakter heeft – als hij schaamteloos dikhuidig, geneigd tot achterdocht, gevoelig of koppig is, of zelfs een venijnige gezindheid heeft – dan deugt die persoon niet. Een onbekwaam persoon is dus niet noodzakelijkerwijs iemand met een goed karakter. Goed, dat is alles voor onze bespreking over onbekwaamheid.

Goedhartigheid

De volgende uiting is goedhartigheid. Deze uiting is een verdienste van menselijkheid. Na zoveel te hebben besproken, zijn we eindelijk aanbeland bij een verdienste van menselijkheid; er zijn werkelijk niet veel verdiensten van menselijkheid. Goedhartigheid is een soort verdienste van menselijkheid. Aangezien het een verdienste is, moeten we het er in detail over hebben, omdat de meeste mensen de uitingen van de weinige verdiensten van menselijkheid die in mensen te vinden zijn, niet bezitten. Laten we dus eens kijken: waar liggen de verdiensten van goedhartigheid? (Goedhartigheid betekent dat iemand betrekkelijk oprecht is. Wanneer hij dingen aanpakt, voelen anderen zich betrekkelijk gerustgesteld. Hij neemt de verantwoordelijkheid op zich om de taken die hem zijn toevertrouwd goed uit te voeren.) (Goedhartige mensen vertonen een betrekkelijk goed moreel gedrag, houden rekening met anderen en denken in het belang van anderen.) In het belang van anderen denken – dit is een nobele stijl! Zulke mensen zijn nobel, maar is goedhartigheid zo nobel? (Nee.) Goedhartigheid betekent simpelweg dat de gedachten van iemand niet zo complex zijn; hij is betrekkelijk eenvoudig, niet bedrieglijk; hij is genereus en niet hard tegen anderen, en in de omgang met anderen berekent hij geen persoonlijk gewin en verlies. Iemand beledigt hem, en hij is een tijdje overstuur, maar dan denkt hij: ‘Laat maar’, en hij laat de zaak rusten. Iemand is hem lange tijd geld schuldig en betaalt het niet terug. Hij overdenkt dit: ‘Het zou gênant zijn om hem aan te sporen te betalen. Bovendien heeft hij het zwaar, en in die tijd had ik het beter dan hij. Ik heb het uitgeleend, en daarmee is de kous af. Ik beschouw het gewoon als hulp aan de armen.’ Je ziet, zijn gedachten zijn betrekkelijk grootmoedig en tolerant. Wanneer anderen hem bijvoorbeeld verkeerd begrijpen, vindt hij dat niet erg en verdedigt hij zichzelf niet. Wanneer anderen over hem oordelen en hem dwaas noemen, kan het hem niet schelen. Wanneer hij zijn plicht vervult, vindt hij het niet vermoeiend en doet hij dingen die anderen niet willen doen. Iemand bespot hem en zegt: “Iedereen rust uit, waarom blijf jij doorwerken?” Hij antwoordt: “Wat is er mis mee om wat meer te doen? Het put me niet uit. Kan werken iemand echt uitputten? Als anderen het niet doen, laat ze dan maar. Aangezien ik het kan doen, doe ik gewoon wat meer.” Hij maakt zich niet druk over zulke zaken en gaan gewoon aan het werk. Hij maakt zich niet erg druk over winst en verlies, noch maakt hij zich erg druk over aanzien of status. Zelfs wanneer hij zelf verlies lijdt, zegt hij er niets van. Wanneer anderen op moeilijkheden stuiten, neemt hij het initiatief om te helpen. Zijn hulp is zonder eigen bedoeling en doel, en als anderen hem een gunst terug willen doen, vindt hij dat een beetje helpen niets bijzonders is en gewoon iets is wat hij behoort te doen. Zelfs als anderen zijn hulp niet waarderen nadat hij die heeft gegeven, maakt hij zich niet druk over zulke dingen. Wanneer het tijd is om anderen te helpen, zal hij ze nog steeds helpen. Zijn er veel van zulke mensen? (Niet veel.) Er zijn niet veel van zulke mensen. Hoewel ze goedhartig zijn, hebben ze bepaalde grenzen wat betreft de manier waarop ze zich gedragen. Sommige mensen willen bijvoorbeeld altijd misbruik maken van zo iemand en houden hem voor een dwaas. Na misbruik van hem te hebben gemaakt, zeggen ze wat aangename woorden om hem te paaien, en na een tijdje maken ze opnieuw misbruik van hem. Wanneer de goedhartige persoon ziet dat hier geen einde aan zal komen, maakt hij zich er niet druk over, en gaat hij niet met hen in discussie of in debat. In zijn hart weet hij dat zulke mensen niet goed zijn en niet geschikt zijn om mee om te gaan, dus negeert hij hen vanaf dat moment. Hij oordeelt echter niet achter hun rug om over hen. Hooguit zegt hij wanneer iemand naar zo’n soort persoon vraagt: “Die persoon houdt er gewoon van om kleine voordeeltjes te behalen.” Hij overdrijft niet, noch oordeelt hij over mensen met onstuimigheid; hij spreekt simpelweg over de zaak die aan de orde is. De menselijkheid van goedhartige mensen is werkelijk heel goed. Hun verdienste is dat ze zich niet te veel druk maken over dingen. Wat ze ook doen, ze handelen niet op basis van onstuimigheid, emoties of gevoelens; ze doen alleen wat mensen zouden moeten doen en vervullen de verantwoordelijkheden die mensen zouden moeten vervullen. Binnen de reikwijdte van normale interpersoonlijke relaties doen ze wat ze behoren te doen. Wat ze ook kunnen doen, ze doen hun best om het te doen, streven ernaar om anderen te helpen, en doen dit oprecht en serieus. Sommigen van hen verwachten niet eens een beloning en denken: ‘Ik steek gewoon een helpende hand toe. Je hoeft niet het gevoel te hebben dat je mij veel verschuldigd bent, en evenmin hoef je te denken dat je mij dit kleine beetje nooit kunt terugbetalen, zodat je je in mijn aanwezigheid altijd slaafs gedraagt en overdreven respect voor mij toont. Dat is onnodig.’ Zulke individuen hebben de beste menselijkheid onder de mensen. Ze zijn niet bedrieglijk, noch zijn ze hard voor anderen. Ze hebben een warm hart en er is een vriendelijke kant aan hun menselijkheid. Ze doen alles waartoe ze in staat zijn, maken zich niet erg druk over persoonlijk gewin en verlies, en geven niet veel om beloningen. Dit is een verdienste van menselijkheid. Kijk om jullie heen en zie wie zulke verdiensten bezit. Als een persoon zo'n karakter bezit, dan kan hij worden beschouwd als een goed persoon, een fatsoenlijk persoon onder de verdorven mensheid. Ze maken zich niet druk over dingen, zijn niet bedrieglijk, zijn niet hard voor anderen en helpen anderen zonder winstbejag. Ze zijn bijzonder tolerant ten opzichte van anderen en heel grootmoedig in hun zelf-gedrag. Wat betekent het om heel grootmoedig te zijn? Het betekent dat je je niet eindeloos druk maakt over triviale zaken, en geen wrok koestert wanneer anderen misbruik van je maken. Dit wordt grootmoedig zijn genoemd, en het is een belangrijke verdienste van menselijkheid. Zowel goedhartigheid als grootmoedigheid zijn een verdienste. Dit in tegenstelling tot degenen die kleinzielig zijn, vatbaar voor achterdocht, overgevoelig en koppig – deze mensen maken zich eindeloos druk over triviale zaken, worden om het minste of geringste boos, zwellen op van woede, hebben een angstaanjagend kille uitdrukking, negeren iedereen die tegen hen spreekt, en denken aan niets anders dan hoe ze wraak op anderen kunnen nemen. Dit zijn allemaal geen dingen die normale mensen zouden moeten hebben. Goedhartige mensen denken niet aan die complexe zaken, noch koesteren ze achterdochtige gedachten over anderen. Alles wat ze in hun hart hebben is wat normale mensen zouden moeten hebben; het strookt in het bijzonder met het geweten en verstand van menselijkheid, evenals met de norm van een gevoel van gerechtigheid en goedheid in menselijkheid. Wanneer je met hen omgaat, voel je je heel ontspannen en voel je dat de dingen heel eenvoudig zijn – er zijn niet zoveel lastige zaken, en je hoeft nergens voor op je hoede te zijn. Je hoeft niet te speculeren over hun gedachten of raadspelletjes te spelen. Zelfs als je hen per ongeluk kwetst, hoef je je geen zorgen te maken over eventuele gevolgen – natuurlijk hoef je ook geen gevolgen te dragen. Het is mogelijk dat wanneer je boos bent, je onstuimig wordt en een paar harde woorden naar hen schreeuwt. Op dat moment ruziën en discussiëren ze ook met je, maar na de ruzie koesteren ze geen wrok, noch zullen ze tegen je samenzweren of wraak op je nemen. Je hoeft je geen zorgen te maken dat ze het je moeilijk zullen maken of op je zullen vitten als ze status verkrijgen, noch hoef je je zorgen te maken dat ze je zonder reden als doelwit zullen kiezen. Ze hebben zulke dingen niet in zich – ze zijn gewoon zo eenvoudig. Vanaf dat moment zullen ze je absoluut niets blijven nadragen. Als de zaak voorbij is, is ze voorbij. Wanneer ze daarna tegen je spreken, behandelen ze je weer normaal. Zelfs als ze op dat moment boos waren en ruzie met je maakten, koesteren ze daarna geen wrok meer tegen je. Ze weten dat je alleen maar een paar boze woorden hebt gezegd, en ze kunnen het begrijpen: ‘Wie spreekt er geen harde woorden als hij boos is? Het was niet opzettelijk. Bovendien heeft iedereen verdorven gezindheden, heeft iedereen wel eens een slecht humeur, en is iedereen wel eens onstuimig. Zolang iedereen daarna maar kalmeert, zijn fouten toegeeft en erover nadenkt dat hij verdorven gezindheden heeft onthuld en er niet in is geslaagd volgens de principes te handelen, is alles in orde.’ Ze zullen je vergeven. Dit in tegenstelling tot kwaadaardige mensen die je meedogenloos achtervolgen en niet zullen stoppen totdat ze je te gronde richten. Goedhartige mensen zijn over het algemeen niet op wraak uit. Als je iets doet dat hen beledigt, haten ze je misschien soms, maar ze zullen absoluut de moraliteit van menselijkheid niet schenden en geen verachtelijke middelen gebruiken om je te kwellen. Hoewel ze verdorven gezindheden hebben en misschien wat dingen zeggen of doen op basis van die verdorven gezindheden – zoals het aanhalen van fouten die je in het verleden hebt gemaakt of jou snoeien – zullen ze geen dingen uit de lucht grijpen of de macht die ze uitoefenen gebruiken om je aan te vallen of wraak op je te nemen. Zelfs als ze je willen aanvallen of wraak op je willen nemen en ze dit soort verdorven gezindheid hebben, zullen ze, omdat hun menselijkheid de verdienste van goedhartigheid bezit, worden beteugeld wanneer ze wraak willen nemen. Ze zullen in staat zijn de dingen binnen de juiste perken te houden. Als een verdorven mens met macht nog altijd dit niveau weet te bereiken, is dat al heel prijzenswaardig. De meeste mensen zijn, als ze deze verdienste niet bezitten, niet in staat om zelfs maar deze mate van beteugeling te bereiken en kunnen zich er niet van weerhouden anderen aan te vallen en wraak op hen te nemen.

De uiting of onthulling van goedhartigheid is een verdienste van de menselijkheid. Deze verdienste van de menselijkheid zal mensen in grote mate beteugelen of aansporen, waardoor ze een zekere mate van controle en beteugeling kunnen verkrijgen wanneer hun verdorven gezindheid wordt onthuld. Als zo'n goedhartig persoon iemand is die geestelijk begrip heeft, die de waarheid kan bevatten en de waarheid kan aanvaarden, dan kan deze verdienste van zijn menselijkheid hem in staat stellen zich strikter aan de waarheidsprincipes te houden wanneer hij mensen en dingen bekijkt, en wanneer hij zich gedraagt en handelt, is dat niet zo? (Ja.) Een bedrieglijk persoon daarentegen is veel sluwer en is anders dan een goedhartig persoon. Nadat hij iets slechts heeft gedaan, denkt hij niet alleen niet over zichzelf na, maar verergert hij zijn wangedrag zelfs en voert hij zijn wangedrag tot het einde toe door. Dit verandert hem in een duivel, wat volledig in strijd is met de principes waarnaar een goedhartig persoon handelt. Bijvoorbeeld, als iemand een goedhartig persoon is en deze verdienste van de menselijkheid bezit, dan zal hij, wanneer hij met je ruziet, spreken op basis van feiten. Hij zal niet overdrijven, niet uit het niets enkele negatieve dingen over je verzinnen of je belasteren en je integriteit beledigen omdat hij boos op je is. Hij zou zulke dingen absoluut niet doen. Wanneer hij met je ruziet, onthult hij misschien een arrogante of venijnige gezindheid, maar de woorden die hij spreekt worden absoluut beteugeld door zijn geweten, verstand en goedhartige menselijkheid. Op deze manier wordt, op een bepaald niveau, de mate van schade die je wordt toegebracht verminderd. Kwaadaardige mensen missen echter het goedhartige aspect van menselijkheid. Hoe maken kwaadaardige mensen ruzie? “Jij bent een slet, een prostituee! Ik beledig acht generaties van je voorouders en vervloek acht generaties van je voorouders!” Ze zullen allerlei harde en kwaadwillige dingen zeggen. Zo zijn kwaadaardige mensen – hun karakter is verachtelijk. Sommige mensen met een verachtelijk karakter baseren hun beledigingen niet op feiten. Waarom baseren ze die niet op feiten? Omdat het hun aan geweten ontbreekt en ze niet aan de normen van het geweten voldoen. Wanneer ze anderen beledigen, worden ze niet beperkt door hun geweten. Ze slingeren roekeloos beledigingen naar je hoofd en spreken alle beledigingen uit die in hen opkomen. Welke woorden hun haat ook maar kunnen uiten, je hart diep kunnen verwonden en je gek van woede kunnen maken – dat zijn de woorden die ze zullen uitspreken. Hun beledigingen kunnen je praktisch doodergeren. Zulke mensen hebben geen goedheid in hun hart en zijn vol kwaadwilligheid. Wat kwaadaardige mensen onthullen zijn voornamelijk arrogantie en venijnigheid, deze twee soorten gezindheden. In essentie dragen de woorden die ze je toeslingeren vervloekingen in zich, zijn ze vervuld van Satans kwaadwilligheid en hebben ze enorme vernietigende kracht; ze kunnen zelfs de meest kwaadwillige woorden van vervloeking uiten. Als je menselijkheid hebt of als je menselijkheid goedhartig is, dan kun je zulke beledigingen niet uiten en kun je geen dingen uit de lucht grijpen. Dit komt omdat je een besef van geweten hebt en je rationaliteit bezit, en het aspect van goedaardig en goedhartig zijn binnen je geweten je in hoge mate beteugelt en controleert, waardoor het onmogelijk voor je is om zulke beledigingen te uiten. Wanneer iemand je beledigt, ben je woedend en wil je acht generaties van zijn voorouders beledigen en hem vervloeken, en zeggen dat hij naar de hel moet gaan. Je overdenkt dit echter: ‘Welk recht heb ik om hem te vervloeken? Ik ben God niet, en ik heb niet het laatste woord.’ Je wilt ook op jouw beurt hem beledigen met vulgaire woorden, maar overdenkt: ‘Als ik vulgaire woorden gebruik, zal zelfs ik daarvan walgen – wat zullen de mensen om me heen wel van me denken? Zou dat niet betekenen dat ik geen integriteit of waardigheid heb? Zou ik me dan niet als een feeks gedragen? Zo'n persoon wil ik niet zijn. Je kunt het niet over je hart verkrijgen om hem te beledigen. Wat je zegt wordt dus in grote mate beteugeld, en wat je over je lippen kunt krijgen is zeer beperkt. Hooguit zeg je misschien: ‘Jij bent Satan, je verdorven gezindheid is ernstig, je kunt geen redding verkrijgen, en God houdt niet van je.’ Je zegt misschien hooguit een paar van zulke dingen, maar dan overdenk je: ‘Of God van iemand houdt of niet, is niet aan mij om te beslissen’, en dus ontbreekt het je aan zelfvertrouwen wanneer je dat zegt. Wanneer iemand je beledigt en je vervloekt, en je vertelt dat je naar het achttiende niveau van de hel moet gaan, denk je bij jezelf: ‘Iemand vervloeken, hem vertellen dat hij naar het achttiende niveau van de hel moet gaan – die woorden zijn veel te hard! Zoiets zou ik niet kunnen zeggen. Ik moet milder zijn met mijn woorden!’ Waarom ben je in staat deze gedachten te hebben? Omdat wat er in jouw menselijkheid bestaat, anders is dan dat wat er in de menselijkheid van kwaadaardige mensen bestaat. Als je goedhartig en goedaardig bent, en je geweten en verstand hebt, zullen de woorden die je zegt heel rationeel zijn. Je zou, binnen de grenzen van je geweten, wat boze woorden kunnen uitspreken of wat vuile woorden kunnen laten ontglippen, maar nadat je ze hebt gezegd, voel je je zelf heel overstuur en heb je de andere persoon niet echt gekwetst – je woorden missen vernietigende kracht. Kwaadaardige mensen raken steeds verheugder naarmate ze anderen meer beledigen, terwijl jij juist steeds meer van streek raakt naarmate je anderen meer beledigt – je denkt bij jezelf: ‘Laat maar, het is waardeloos en zinloos om je te verlagen tot hetzelfde niveau als zo'n verachtelijk karakter en kwaadaardig persoon. Ik zal niet meer met hen ruziën. Ruziën met een kwaadaardig persoon is net zo volkomen ineffectief als proberen met Satan over de waarheid te spreken. Het is niet nodig om met hem te ruziën of je druk te maken over dingen. Blijf in de toekomst gewoon uit de buurt van zulke mensen. Zou het in je opkomen om hen kwaad te doen? Zou het in je opkomen om wraak op hen te nemen en een kans te zoeken om ze een lesje te leren? Zo'n wreed hart heb je niet. Je blijft gewoon tegen jezelf zeggen: ‘Laat maar. Een paar beledigingen van hen hebben me geen schade berokkend; ik ga daar geen ophef over maken.’ Sommige mensen troosten zichzelf zelfs door te zeggen: “Hoe dan ook, God heeft me niet vervloekt. Hun vervloekingen hebben geen enkel effect.” In feite kun je, omdat je geweten en verstand hebt, en je binnen je menselijkheid goedhartig en goedaardig bent, die beledigingen simpelweg niet uiten. Je vindt ze vuil en vernederend. Als die woorden uit jouw mond zouden komen, zou je het gevoel hebben dat ze tegen je geweten ingaan. Als het gaat om verzinsels of ongegronde zaken, kun je ze al helemaal niet uitspreken. Het feit dat je ze niet kunnen uitspreken, beschermt je. Hun woorden hebben aanzienlijke vernietigende kracht en hebben je schade berokkend – dit is hun slechte daad. Hoe is deze slechte daad ontstaan? Het komt doordat hun menselijkheid verachtelijke eigenschappen bevat. Wanneer ze conflicten of geschillen met je hebben, zwelt hun verdorven gezindheid grenzeloos aan, en kunnen ze je naar believen vervloeken. Ze hebben zo’n verachtelijk karakter, het is dus vanzelfsprekend dat ze een verdorven gezindheid onthullen. Als jij daarentegen een goedhartig en goedaardig persoon bent met geweten, verstand en menselijkheid, zou je in dit soort situaties niet alleen je verdorven gezindheid niet uiten, maar zou je menselijkheid in grote mate de onthulling van je verdorven gezindheid beteugelen. Dit is buitengewoon gunstig voor je. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof je schade hebt geleden, in het nadeel bent en hen niet kunt verslaan in een ruzie, waardoor je een lachertje voor anderen wordt. In feite heeft je menselijkheid je beschermd, en voorkomen dat je kwaad doet, dingen doet die geen welgevallen vinden bij God, of woorden spreekt die God niet welgevallig zijn. Heeft het je op deze manier niet tot op zekere hoogte beschermd? (Ja.) Deze verdienste van menselijkheid heeft je in hoge mate beschermd en voorkomen dat je bij het onthullen van een verdorven gezindheid verder dingen doet die God niet welgevallig zijn of die Hij verafschuwt, of woorden spreekt die God verafschuwt en veroordeelt. Hoewel dit niet telt als een goede daad, heb je op zijn minst geen kwaad gedaan. Wat je in deze situatie hebt gedaan, zal niet worden veroordeeld, en je zult er niet voor worden gestraft. Kwaadaardige mensen daarentegen zullen niet alleen worden veroordeeld, maar ook worden gestraft voor de dingen die ze doen onder de heerschappij van hun verachtelijke karakter. Ze zullen de gevolgen en de verantwoordelijkheid moeten dragen. Daarom lijken mensen van wie de menselijkheid diverse verdiensten bezit in sommige situaties misschien gezichtsverlies te lijden en aan status en waardigheid in te boeten en vooral de kans mis te lopen om het initiatief te nemen om hun gelijk te bepleiten, maar dat betekent niet dat ze schade lijden. Sommige mensen zeggen: “Als het geen schade lijden is, betekent dat dan dat het misbruik maken is?” Het kan niet worden afgemeten aan de hand van het lijden van schade of het misbruik maken. Waaraan moet het dan wel worden afgemeten? Het moet als volgt worden afgemeten: het maakt niet uit of je schade lijdt in een bepaalde situatie; het belangrijkste is dat je er baat bij kunt hebben. In deze situatie zijn het de verdiensten van je menselijkheid die je gedrag hebben beschermd, waardoor is voorkomen dat je kwaad doet en waardoor is gewaarborgd dat je niet door God wordt veroordeeld. Heb je hier geen baat bij? Nu kun je onmogelijk straf ondergaan als gevolg van het doen van kwaad. Is dit geen goede zaak voor je? (Ja.) Hoewel het geen goede daad is die je actief hebt verricht, noch een handeling waarbij je actief vasthoudt aan de waarheidsprincipes, heb je binnen het kader van het hebben van verdiensten in je menselijkheid iets gedaan dat de waarheidsprincipes niet schendt. Op deze manier word je beschermd. Hoewel het niet herinnerd zal worden, wordt het op zijn minst niet veroordeeld. En dus hoef je geen enkele verantwoordelijkheid te dragen of straf te ondergaan. Is dit geen goede zaak? (Ja.) In het proces van het volgen van God heb je op zijn minst een zuiver geweten, ongeacht of wat je doet in overeenstemming is met de waarheid en ongeacht hoe God het bekijkt. Zelfs als God het Zich niet herinnert, moet je op zijn minst vermijden dat God je veroordeelt of haat. Dit is het meest fundamentele principe dat je moet volgen. Zijn verdiensten van de menselijkheid niet heel belangrijk voor mensen? (Ja.) Heb dus niet voortdurend tegenzin, alleen maar omdat je denkt dat het hebben van enkele verdiensten van menselijkheid je impopulair maakt bij mensen, dat je altijd de kans zult mislopen om voordeel te behalen of baten te verkrijgen, en dat alle voordelen door anderen zullen worden ingepikt terwijl jij altijd degene zult zijn die schade lijdt. Wat is er zo erg aan schade lijden? Op zijn minst is wat je geniet datgene wat God je oorspronkelijk heeft gegeven, en heb je niet genomen wat aan anderen toebehoort. Als je misbruik maakt, is dat niet juist – het betekent dat je van het deel van anderen hebt genomen. Als je neemt wat niet aan jou toebehoort, zul je door God worden veroordeeld. Mensen zouden geen dingen moeten doen die door God worden veroordeeld. Sommige mensen zeggen: “Ik weet niet wat voor soort handelingen ik moet verrichten die door God herinnerd zullen worden.” Maar weet je welke handelingen door God worden veroordeeld? Als je dat weet, dan zou je op zijn minst deze grens moeten eerbiedigen: doe geen dingen die door God worden veroordeeld. Begrijp je dit? (Ja.) Nu we deze zaken verder hebben gesproken, zou je het moeten begrijpen.

De verdienste van goedhartigheid in menselijkheid ontbreekt bij de meeste mensen. Als iemand deze verdienste echter werkelijk bezit, dan is hij werkelijk een goed persoon te midden van de verdorven mensheid – zulke mensen zijn zeer zeldzaam. Als jij deze verdienste werkelijk bezit, zal God je zegenen, God zal je bij elke stap genade tonen. In menselijke termen betekent het dat God bij elke stap voor je zal zorgen. Hoe zorgt Hij voor je? Gods zorg voor jou bestaat eruit dat, hoewel je altijd aan anderen denkt en je eigen belangen opgeeft, en anderen misbruik van je maken, zij Gods zegeningen niet kunnen ontvangen. Ze kunnen alleen leven door misbruik van anderen te maken en zullen dit in het volgende leven moeten terugbetalen. Jij leeft echter door Gods zegeningen. Hoewel anderen misschien misbruik van je maken, verlies je in werkelijkheid niets. Zeg Mij, is dit goed? (Ja.) Zie je, goedhartige mensen lijken oppervlakkig gezien altijd verlies te lijden. Mensen zien hen als eenvoudig en argeloos. Ze maken bij het spreken en handelen altijd misbruik van goedhartige mensen, ze behandelen hen als dwazen, pesten hen, troggelen hen hun zowel geld als voordelen af, en eigenen zich veel van hun bezittingen toe. Maar zie je goedhartige mensen iets tekortkomen? Het ontbreekt hun aan niets. Ze zijn in alles overvloedig voorzien. Wanneer ze dingen doen, getuigt het van intelligentie en wijsheid en maken ze zich geen zorgen. Welke plicht Gods huis hun ook toewijst, ze maken zich niet druk over winst of verlies, noch ruziën of wedijveren ze. Ze doen simpelweg wat hun gevraagd wordt te doen. Wat de taak ook is, ze maken zelden fouten. Zelfs als er af en toe kleine problemen of kleine fouten optreden, zijn die niet opzettelijk. Ze leggen hun hart in wat ze doen, ze halen de minimale ondergrens wat betreft hun geweten en verstand, en ze kunnen Gods nauwkeurige onderzoek aanvaarden. Daarom kunnen zulke mensen Gods zegeningen ontvangen. Aangezien je weet dat goedhartigheid een verdienste van menselijkheid is, zou je hier dan niet naar moeten streven in je zelf-gedrag? (Ja.) Maak je niet druk over kleine kwesties, en wees niet als iemand die zo prikkelbaar is dat niemand hem durft te benaderen of te provoceren – wees niet zo'n persoon. Als anderen een beetje misbruik van je maken, heb dan niet altijd het gevoel dat ze je pesten. Wat is er zo erg aan om een beetje eenvoudiger en argelozer te zijn? Sommige mensen zijn overdreven geslepen en willen altijd bewijzen dat ze niet dwaas zijn, en zeggen: “Houd me niet voor een dwaas. Ik heb hersens! Ik kan zien wie me niet mag of me slecht behandelt. Ik kan zien wie op me neerkijkt en wiens woorden vol sarcasme of verborgen steken zitten.” Het is nutteloos om zulke dingen te kunnen zien en horen. Dit is slechts kleinzielige slimheid en geslepenheid. Het betekent niet dat je wijsheid hebt of dat je werkelijk slim bent wanneer je dit beetje geslepenheid bezit. Integendeel, mensen zullen op je neerkijken, omdat zelfs dieren dit soort geslepenheid en deze kleinzielige gedachten bezitten. Waarom zeg Ik dit? Degenen die veel met dieren omgaan, weten dit allemaal: zelfs kleine dieren kunnen het begrijpen wanneer je aangename of onaangename dingen over hen zegt. Als bijvoorbeeld een hond je onaangename woorden hoort zeggen, zal hij onmiddellijk ongelukkig worden, terwijl hij het ook kan opmerken als je enkele overduidelijk aangename woorden zegt. Als mensen zich altijd afmeten aan dingen die zelfs kleine dieren bezitten, degradeert dat dan niet hun eigen eigenschap van mens-zijn? Door de norm voor het afmeten van de geschapen mensheid te verlagen, devalueer je jezelf. Zeg niet altijd dingen als: “Denk niet dat ik dwaas ben en behandel me niet als een driejarige. Als je me maisbrood geeft, zal ik het beslist niet eten; je moet me in plaats daarvan knoedels brengen. Wie weet er niet dat knoedels heerlijk zijn?” Gebruik zulke dwaze woorden niet in een poging te bewijzen dat je niet dwaas bent. Als je werkelijk niet dwaas bent, streef er dan naar om aan de normen van menselijkheid te voldoen. Wat er in het geweten en verstand van mensen aanwezig zou moeten zijn, wat de uitingen van de verdiensten van menselijkheid zijn, wat de uitingen van de tekortkomingen van menselijkheid en een slecht karakter zijn – communiceer over deze aspecten en begrijp ze. Communiceer een beetje over wat mensen in hun menselijkheid zouden moeten bezitten en wat de geschapen mensheid zou moeten bezitten, streef er vervolgens naar en werk er hard aan om deze dingen te bezitten. Zal dit je persoonlijke waarde niet verhogen? Zul je ooit ergens komen door je intelligentie voortdurend te vergelijken met die van een driejarige? Kun je op die manier ooit opgroeien? Een driejarig kind zegt: “Ik kan melk uit een plastic zuigfles drinken,” en jij zegt: “Ik kan uit een glazen fles drinken, en ik ben niet bang om mijn handen te branden.” De driejarige zegt: “Ik kan links van rechts onderscheiden wanneer ik schoenen aantrek,” en jij zegt: “Ik kan de voorkant van de achterkant onderscheiden wanneer ik een trui aantrek. Kun jij dat doen?” Zul je op deze manier ooit ergens komen? Als je intelligentie, karakter en de diverse vermogens die je menselijkheid zou moeten bezitten blijven steken in de fase van een driejarig kind of een minderjarige, dan zal het heel moeilijk voor je zijn om een volwassen persoon te worden of anderen je als een volwassene te laten behandelen. Hoe kun je ervoor zorgen dat anderen je als een volwassene behandelen? Je moet de dingen doen die volwassenen zouden moeten doen en de dingen die geschapen mensen zouden moeten doen. Je moet de menselijkheid bezitten die geschapen mensen behoren te hebben. Wat zou deze menselijkheid op zijn minst moeten bezitten? Geweten, verstand en diverse aspecten van een goed karakter. Op deze manier zul je geleidelijk verbeteren en vooruitgang boeken met betrekking tot de gebreken en problemen van je menselijkheid. Dan zal het veel gemakkelijker worden om de waarheid binnen te gaan, en zullen er minder obstakels zijn.

De verdienste van goedhartigheid in menselijkheid is vrij zeldzaam en wordt door de meeste mensen niet bezeten. Hoe kan men deze verdienste dan bereiken? Wanneer je geen enkele waarheid begrijpt, is het heel moeilijk om deze verdienste van de menselijkheid te bezitten en zo'n persoon te zijn. Zodra je echter enkele waarheden begrijpt, zul je een pad hebben om zo'n persoon te worden, en zul je hoop hebben dit te bereiken. Of je het kunt bereiken en uiteindelijk resultaten kunt behalen, hangt af van de vraag of je de waarheid kunt verkrijgen en het leven kunt binnengaan. Hoe moet men praktiseren om deze verdienste te bereiken? Wat iemand ook doet of tegen je zegt, laat de manier waarop je ze behandelt niet beïnvloeden door onstuimigheid of emoties. Analyseer niet wat zijn bedoelingen met jou zijn, hoeveel schade hij jou persoonlijk heeft berokkend, of hoeveel schade hij aan je reputatie heeft toegebracht. Behandel geen van deze zaken op basis van je verstand, menselijke wil of filosofieën voor wereldlijke betrekkingen. Hoe moet je ze dan wel behandelen? Behandel alle dingen op basis van Gods woorden en de waarheidsprincipes. Streef ernaar om ervoor te zorgen dat je in elke omgeving en bij het ontmoeten van elke persoon, of je nu met hem spreekt, met hem omgaat of een specifieke zaak afhandelt, de waarheidsprincipes zoekt en ernaar handelt. Deze benadering zal in grote mate een optimaliserend effect hebben op je menselijkheid. Dat wil zeggen, het zal een zekere mate van ondersteuning bieden aan het geweten en verstand van je menselijkheid, je helpen een gevoel van gerechtigheid te ontwikkelen en je in staat stellen mensen en dingen vanuit de juiste positie en het juiste perspectief te bekijken. Dit is wat optimalisatie wordt genoemd. Optimalisatie is je oorspronkelijk slechte menselijkheid goed maken, deze normaal maken. Hoe is je oorspronkelijk slechte menselijkheid dan ontstaan? Deze is voortgekomen uit de invloed en heerschappij van verdorven gezindheden. Als je je nu gedraagt op basis van Gods woorden en de waarheidsprincipes, en op deze basis handelt, dan zal je menselijkheid, wanneer je handelt, in grote mate worden beïnvloed door Gods woorden en de waarheid. Deze invloed is wat optimalisatie wordt genoemd. Natuurlijk betekent deze optimalisatie niet dat door één enkele gebeurtenis je menselijkheid zal veranderen en je karakter nobel zal worden. In plaats daarvan is dit het resultaat wanneer je gedurende een lange periode Gods woorden en de waarheid als je criterium, stijl en richting voor het handelen beoefent en ervaart, gedurende welke tijd je de waarheid steeds beter zult begrijpen en zaken steeds meer in overeenstemming met principes zult afhandelen. Op deze manier zal je menselijkheid geleidelijk veranderen en zich in een positieve richting ontwikkelen. Je zult steeds meer een besef van geweten ontwikkelen, steeds vriendelijker worden en steeds meer een gevoel van gerechtigheid hebben. Je verstand zal steeds normaler worden, en je zult niet langer handelen op basis van onstuimigheid of impulsief zijn. Zo zal de beteugeling die je menselijkheid heeft over je verdorven gezindheid in grote mate steeds sterker worden. Gefundeerd op een dergelijke conditie van menselijkheid zal de beteugeling over je onthullingen van verdorven gezindheden steeds sterker en steeds krachtiger worden. Daardoor zul je steeds minder verdorven gezindheden onthullen, en zal het niveau ervan steeds oppervlakkiger worden. De acties die je onderneemt of de gezichtspunten die je onthult, zullen steeds meer in overeenstemming zijn met positieve dingen en de waarheidsprincipes. Dit soort fenomeen, dit soort onthulling, geeft aan dat het leven van een persoon een transformatie ondergaat. Specifiek, als je mensen en dingen bekijkt, en je gedraagt en handelt, volgens Gods woorden, met de waarheid als je criterium, dan zal je menselijkheid steeds normaler worden, en zullen je onthullingen van verdorven gezindheden steeds meer afnemen. Geleidelijk zul je je verdorven gezindheid afwerpen. Dit is een positieve cyclus. Als je echter mensen en dingen bekijkt, en je gedraagt en handelt, volgens Satans logica, dan zal dit in grote mate je menselijkheid bezoedelen en aantasten. Je verdorven gezindheid zal steeds meer toenemen en steeds ernstiger worden. Dit is een vicieuze cyclus. Mensen en dingen bekijken, en je gedragen en handelen, volgens Gods woorden is een positieve cyclus. Mensen en dingen bekijken en je gedragen en handelen volgens Satans logica kan er alleen maar toe leiden dat je eindeloos ronddraait in het leven en de setting van een vicieuze cyclus, en je nooit kunt losmaken. Als je een positieve cyclus wilt binnengaan, is de eenvoudigste en meest directe benadering om te beginnen met over jezelf na te denken over en jezelf te begrijpen. Daarbij moet je uitgaan van de gebreken van je menselijkheid en je onthullingen van verdorvenheid, en je verdorven gezindheden oplossen met Gods woorden en de waarheidsprincipes als basis, en zo het resultaat bereiken dat je in staat bent de waarheid te beoefenen en je aan God te onderwerpen. Op deze manier zal je leven een positieve cyclus binnengaan, zal je menselijkheid steeds normaler worden, en zullen je verdorven gezindheden geleidelijk worden getransformeerd en afgeworpen. Dit is het proces van het binnengaan van het leven. Het is ook het noodzakelijke proces dat mensen moeten volgen om hun verdorven gezindheden af te werpen en redding te verkrijgen. Uiteraard is dit ook een pad naar intrede. De gebreken en tekortkomingen van de menselijkheid, evenals de problemen van een verachtelijk karakter en een gebrek aan integriteit die we hebben besproken – als je deze problemen in jezelf herkent, zou je de waarheid moeten zoeken om ze op te lossen. Vervang ze vervolgens door het beoefenen van Gods woorden en de waarheid. Op deze manier zul je een positieve cyclus binnengaan. Uiteindelijk is wat je verkrijgt niet alleen een transformatie van menselijkheid, maar ook het afwerpen van je verdorven gezindheden. De basis van je verdorven gezindheden waarop je vertrouwt om te overleven, zal worden getransformeerd. Door op deze manier te praktiseren, krijg je hoop op redding. Als je de waarheid echter niet zoekt, of de waarheid niet op deze manier beoefent, en je in je hart denkt: ‘Je zegt dat ik kleinzielig ben, dat ik gebreken en tekortkomingen in mijn menselijkheid heb, zoals koppig zijn, schaamteloos dikhuidig zijn en vatbaar voor achterdocht. Nou, zo ben ik nu eenmaal, en zo zal ik leven. Ik zal niet veranderen. Zeg maar wat je wilt! Hoe dan ook, ik wil gewoon geen schade lijden. Zolang ik voordeel kan behalen, vind ik het prima!’ – als dit je gedachten en gezichtspunten zijn, dan zul je helaas in de verschrikkelijke spiraal van een vicieuze cyclus vallen, en er nooit uit kunnen komen. Wat zal het uiteindelijke gevolg zijn? Het zal er een zijn die je waarschijnlijk niet wilt zien: je verdorven gezindheden zullen voor altijd je leven zijn. Ze zullen je je hele leven stevig binden, diep geworteld raken in je gedachten en het diepst van je ziel, en het zal onmogelijk voor je zijn je ervan te ontdoen. Wat betekent het dat het onmogelijk is je ervan te ontdoen? Het betekent dat je geen hoop hebt op het verkrijgen van redding, en dat je geen deel hebt aan de bestemming die God voor de mensheid heeft bereid. Dit is het gevolg. Als je dit gevolg niet wilt zien, begin dan met binnengaan en praktiseren langs het pad dat Ik heb beschreven, en bereik een positieve cyclus. Dan zul je uiteindelijk zeker resultaten oogsten. Begrijpen jullie het? (Ja.)

Hoewel we in de communicatie van vandaag niet veel verschillende onderwerpen hebben behandeld, hebben we veel inhoud besproken. Laten we de communicatie van vandaag hier afronden. We zullen later verder communiceren over andere onderwerpen en inhoud. Tot ziens!

2 december 2023

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (8)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (12)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat weet jij over het geloof?

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger