Hoe de waarheid na te streven (8)
Principes voor het onderscheiden van het kaliber van mensen
De afgelopen dagen hebben we gecommuniceerd over het onderwerp hoe we kaliber in verschillende aspecten kunnen onderscheiden, nietwaar? (Dat klopt.) Kunnen jullie, door onze communicatie over de specifieke uitingen van verschillende aspecten en niveaus van kaliber, afleiden wat goed kaliber is, wat gemiddeld kaliber is, wat slecht kaliber is en wat een totaal gebrek aan kaliber is? We hebben heel wat over dit aspect gecommuniceerd, jullie moeten dus in staat zijn deze inhoud samen te vatten en die vervolgens te koppelen aan de specifieke uitingen in het dagelijks leven. Op deze manier zal jullie beoordeling van jezelf en van anderen nauwkeuriger zijn. Als je niet weet hoe je dit moet samenvatten, zul je, wanneer je in het dagelijks leven bepaalde mensen tegenkomt, niet in staat zijn hen te onderscheiden, en zul je ook niet in staat zijn je eigen uitingen en onthullingen in verschillende aspecten te onderscheiden. Zou dat niet betekenen dat je voor niets hebt geluisterd? Je moet bedreven zijn in het samenvatten. Wat betekent samenvatten? Het betekent dat je binnen de specifieke inhoud van al deze verschillende aspecten de principes vindt voor het onderscheiden of begrijpen van verschillende soorten dingen. Op deze manier wordt het doel van het samenvatten bereikt. Wanneer je de principes hebt gevonden, zul je in staat zijn de waarheidsprincipes te gebruiken om mensen en dingen te bekijken, en zul je in staat zijn anderen te onderscheiden en ook jezelf te onderscheiden. Dit bewijst dat je de waarheid begrijpt. Wanneer je een aspect van de waarheid begrijpt en in staat bent het toe te passen, zul je in dit aspect intrede in de waarheidswerkelijkheid bereiken. Zouden we dan niet de specifieke inhoud van verschillende aspecten van kaliber moeten samenvatten? (Ja.) We moeten deze samenvatten. Alleen op deze manier kunnen jullie de waarheidsprincipes met betrekking tot kaliber duidelijk begrijpen.
De waarheidsprincipes gebruiken om het kaliber van mensen te beoordelen
I. Uitingen van goed kaliber
Je moet de principes kennen om een algemene beoordeling van mensen met een goed kaliber te kunnen maken, nietwaar? (Klopt.) We hebben in detail over veel specifieke uitingen gecommuniceerd, waarbij we deze specifieke uitingen gebruiken om te beoordelen hoe iemands kaliber is. Wat zijn dan de algemene uitingen van mensen met een goed kaliber? Ze hebben in hun hart bepaalde specifieke principes voor de manier waarop ze zich gedragen en voor de manier waarop ze handelen. Zelfs wanneer ze de waarheid niet begrijpen of de waarheid nog niet hebben gehoord, hebben ze enkele van de meest fundamentele principes voor de manier waarop ze mensen en dingen bekijken, evenals voor de manier waarop ze zich gedragen en de manier waarop ze handelen. Dat wil zeggen, ze hebben bepaalde grenzen voor hun zelf-gedrag. Tot op zekere hoogte stemmen deze grenzen overeen met de waarheidsprincipes of komen er dichtbij in de buurt. Op z’n minst komen ze dicht in de buurt van de normen van het geweten en verstand van menselijkheid. Nadat ze enkele waarheden zijn gaan begrijpen door Gods woorden te eten en te drinken en de begieting en voorziening van Gods woorden te aanvaarden, kunnen ze, zelfs als ze niet veel zaken of speciale omgevingen hebben ervaren, toch enkele waarheidsprincipes in hun hart begrijpen en bevatten. In het werkelijke leven zijn ze dan in staat deze principes toe te passen in hun omgang met verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen. Natuurlijk gaat het er bij hun omgang met verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen niet alleen om dat ze simpele, eendimensionale kwesties afhandelen. In plaats daarvan kunnen ze, wanneer ze verschillende complexe en verweven mensen, gebeurtenissen en dingen tegenkomen, Gods woorden en de waarheidsprincipes toepassen om deze aan te pakken en ermee om te gaan. Dit is een uiting van mensen met een goed kaliber als het gaat om zaken waarbij principes betrokken zijn. Omdat hun kaliber goed is, kunnen ze door de begieting en voorziening van Gods woorden voor zichzelf de principes in Gods woorden vinden voor de manier waarop verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen moeten bekijken en ermee om moeten gaan. Mensen met een dergelijk goed kaliber kunnen zelfstandig werk op zich nemen en elke taak zelfstandig voltooien. Dit is een uiting van goed kaliber. Wat is de voornaamste uiting? (De voornaamste uiting is dat ze door de begieting en voorziening van Gods woorden voor zichzelf de principes in Gods woorden kunnen vinden voor het bekijken van en omgaan met verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, waardoor ze in staat zijn zelfstandig problemen op te lossen en zelfstandig werk op zich te nemen.) Precies – door Gods woorden te eten en te drinken, kunnen ze de waarheid begrijpen en de principes vinden voor de manier waarop ze verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen moeten bekijken en ermee om moeten gaan, waardoor ze in staat zijn zelfstandig werk op zich te nemen. Alleen dit is wat het betekent om een goed kaliber te hebben. Eerder zeiden we dat het zelfstandig op zich kunnen nemen van werk vereist dat men over verschillende vaardigheden beschikt. Wanneer we nu de waarheidsprincipes gebruiken om dit te meten, is dit een uiting van mensen met een goed kaliber.
II. Uitingen van gemiddeld kaliber
Wat zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber? Ze zijn beslist een stuk minder dan die van mensen met een goed kaliber. Echter, ongeacht of mensen een goed of gemiddeld kaliber hebben, voordat ze de voorziening van Gods woorden ontvangen en de waarheid begrijpen, zullen ze niet de juiste principes hebben voor hoe ze zich gedragen. Het bereiken van een begrip van de principes voor hoe men zich moet gedragen, moet gebaseerd zijn op het ontvangen van de voorziening van Gods woorden en het begrijpen van de waarheid. Alleen door echte ervaringen kan men geleidelijk de principes voor hoe men zich gedraagt gaan begrijpen. Als het iemand is met een gemiddeld kaliber, kan hij bij het lezen van Gods woorden alleen de basisbetekenis en de vereiste normen begrijpen die in Gods woorden worden uitgedrukt. Hij begrijpt deze dingen als doctrine, maar wanneer hij met situaties wordt geconfronteerd, is hij nog steeds niet in staat de waarheidsprincipes toe te passen. Alleen door de begeleiding en voorziening van anderen, of na veel dingen te hebben ervaren, kan hij enkele fundamentele waarheidsprincipes gaan begrijpen. Waar verwijst ‘fundamenteel’ hier naar? Het betekent dat de principes die hij begrijpt en bevat voornamelijk eendimensionale en relatief eenvoudige principes zijn, die hem in staat stellen gewone problemen aan te pakken en op te lossen. Wanneer hij echter wordt geconfronteerd met complexe situaties of contexten, weet hij niet hoe hij volgens de principes moeten handelen. Om sommige complexe problemen of veelomvattende taken aan te pakken, moet hij vertrouwen op de begeleiding en hulp van mensen die de waarheid begrijpen. Dit zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber. Wat is opvallend aan de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber? Ze kunnen niet zelfstandig de waarheid begrijpen of beoefeningsprincipes in Gods woorden vinden. Ze kunnen niet nauwkeurig begrijpen wat de normen die God vereist werkelijk zijn. Ze hebben iemand nodig die met hen communiceert, hen ondersteunt, hen helpt de dingen te toetsen, en het hun duidelijk vertelt en hen eraan herinnert. Alleen op deze manier weten ze: ‘Dit is een waarheidsprincipe. Ik moet het onthouden. Ik moet in overeenstemming hiermee praktiseren. Ik moet het werk uitvoeren in overeenstemming met deze werkregeling. Dit is wat betreft hun begrip. Ten tweede, wat betreft het doen van werk: wanneer ze werk doen waarin ze geen ervaring hebben, kunnen ze de waarheidsprincipes niet snel toepassen wanneer het erom gaat hoe ze verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen moeten bekijken of ermee om moeten gaan. Ze kunnen slechts wat eendimensionaal werk afhandelen op basis van het begrijpen van enkele fundamentele waarheidsprincipes. Wanneer ze worden geconfronteerd met complex werk waarbij meerdere waarheidsprincipes betrokken zijn, hebben ze anderen nodig om de dingen te toetsen, en hen te ondersteunen en hen bij te staan. Dit zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber. Wat betreft persoonlijk begrip, hebben ze anderen nodig om met hen te communiceren en te helpen de dingen te toetsen. Ze moeten veel luisteren – niet slechts naar één aspect van de waarheid, maar naar verschillende aspecten, en uiteindelijk hebben ze iemand nodig die hen vertelt wat de basisprincipes van de verschillende aspecten van de waarheid zijn, zodat ze sommige daarvan in hun hart kunnen begrijpen. Wanneer ze echter complexe situaties tegenkomen, weten ze opnieuw niet hoe ze die moeten begrijpen en zullen ze nog steeds moeten zoeken. Dit is wat betreft begrip. Wat betreft het aanpakken van diverse zaken op het werk of in het dagelijks leven: hun vermogen om problemen aan te pakken reikt slechts zo ver dat ze zich aan de waarheidsbeginselen houden bij het uitvoeren van eendimensionaal werk. Wanneer ze worden geconfronteerd met complex werk waarbij meerdere waarheidsprincipes betrokken zijn, vinden ze het behoorlijk moeilijk en moeten ze zoeken en iemand de dingen laten toetsen. Ze kunnen zelf niet garanderen dat ze het werk goed kunnen doen en kunnen niet bepalen of wat ze doen in overeenstemming is met de waarheidsprincipes. Soms zullen er afwijkingen in hun werk zijn. Deze afwijkingen zijn echter louter afwijkingen en geen verdraaiingen. Als het verdraaiingen waren, dan zou dat wijzen op een slecht kaliber. Er is een onderscheid tussen afwijkingen en verdraaiingen: afwijkingen betekenen dat het werk niet volledig in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, niet adequaat wordt gedaan, of onvoldoende is overwogen, maar de richting is niet verkeerd. Het is alleen zo dat hun werk niet genoeg aan de norm voldoet, omdat ze onvoldoende werkervaring of een nogal oppervlakkig begrip van de waarheid hebben en de waarheidsprincipes niet nauwkeurig genoeg vatten. Het kan in de buurt komen van het voldoen aan de norm, maar moet nog verbeterd worden om volledig aan de norm te voldoen. Dit zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber. Wat is het voornaamste kenmerk van dit soort mensen? (Dat ze niet zelfstandig een taak goed kunnen uitvoeren; ze hebben hulp en ondersteuning van anderen nodig om bepaald werk af te ronden.) Hun kenmerk is dat ze, of het nu gaat om begrip of het vervullen van hun plicht, relatief zwakker zijn. Ze kunnen over het algemeen niet zelfstandig een taak goed uitvoeren, en hebben ondersteuning, toetsing en aansporing van anderen nodig. Daarom is het fundamentele verstand dat mensen met een gemiddeld kaliber zouden moeten bezitten, dat ze bij de dingen die ze doen meer zoeken en meer afwachten. Wanneer ze iets niet kunnen doorzien, moeten ze onmiddellijk en nederig zoeken – ofwel door in Gods woorden naar de waarheidsprincipes te zoeken die als basis voor zichzelf kunnen dienen, ofwel door te zoeken bij hun meerderen – en niet blindelings of op een verwarde manier handelen. Als je, na een tijdje te hebben gewerkt, merkt dat je over veel dingen onduidelijkheid hebt, vat ze dan onmiddellijk samen en noteer ze, en zoek bij je meerderen. Het doel is om je meerderen te laten toetsen en controleren of het werk dat je in deze periode hebt gedaan afwijkingen of hiaten bevat. Wees niet te zelfgenoegzaam door te denken dat je werkervaring hebt, en heb geen te hoge dunk van jezelf. Je moet zelfkennis hebben. De uitingen van gemiddeld kaliber zijn al besproken, wat zijn dus de kenmerken van mensen met een gemiddeld kaliber? (Ze zijn niet in staat zelfstandig werk te doen; ze hebben anderen nodig om hen te ondersteunen, te helpen en de dingen te toetsen.) En wat zijn hun kenmerken wat betreft het begrijpen van Gods woorden? (Wat betreft het begrijpen van Gods woorden, kunnen ze slechts enkele basisprincipes begrijpen, maar zijn ze niet in staat deze praktisch toe te passen in het werk.) En wat zijn hun kenmerken wat betreft werkvermogen? (Wat betreft werkvermogen kunnen mensen met een gemiddeld kaliber de waarheidsprincipes niet snel toepassen om verschillende kwesties te bekijken of aan te pakken. Bovendien kunnen ze slechts één enkele werkitem bijhouden; als het gaat om meerdere werkitems, kunnen ze de principes niet bevatten. Ze zijn niet in staat verschillende werkitems op basis van hun belangrijkheid of urgentie te prioriteren om ze goed te voltooien, laat staan het werk op een redelijke manier te regelen. Ze moeten iemand hebben die de dingen toetst, hen in de juiste richting stuurt en hen voortdurend helpt en ondersteunt.) Dat klopt. Mensen met een gemiddeld kaliber kunnen zelfstandig wat eendimensionaal werk doen of, op basis van een bepaald niveau van werkervaring, wat eenvoudig werk aanpakken. Wanneer ze echter worden geconfronteerd met complexe kwesties, vooral werk waarbij meerdere waarheidsprincipes betrokken zijn, raken ze in de war en weten ze niet hoe ze het in de praktijk moeten brengen. Het ene moment denken ze dat het op deze manier moet worden gedaan, en het volgende moment denken ze dat het op die manier moet worden gedaan, maar ze weten gewoon niet welke manier in overeenstemming is met de waarheidsprincipes. Ze zijn niet in staat in te schatten welke gevolgen zullen ontstaan nadat de taak is voltooid. In dergelijke situaties weten ze niet welk pad ze moeten volgen. Mensen met een gemiddeld kaliber kunnen opgewassen zijn tegen één werkitem, maar wanneer ze worden geconfronteerd met meerdere werkitems of iets complexer werk, raken ze in de war. Sommige leiders en werkers onder jullie kunnen bijvoorbeeld één werktitem aanpakken wanneer die aan hen wordt toegewezen, maar als ze twee of drie werkitems toegewezen krijgen, kunnen ze die niet aan. Zelfs al willen ze die goed doen, het lukt hen niet. Wanneer ze druk bezig zijn met werk, raken ze, zodra iemand het ene of het andere probleem aankaart, in de war en weten ze niet hoe ze die moeten oplossen. Als gevolg daarvan wordt geen van de werkitems goed gedaan. Dit zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber. Mensen met een gemiddeld kaliber kunnen niet tegelijkertijd twee of drie werkitems op zich nemen. Vooral wanneer ze complexe of speciale situaties tegenkomen, raken ze onmiddellijk in de war en weten ze niet wat ze moeten doen. Als gevolg daarvan wordt het werk dat ze goed hadden kunnen doen niet goed gedaan, en komen de werkitems waarvoor ze verantwoordelijk zijn in de problemen en lopen ze vertraging op. Daarom kunnen mensen met een gemiddeld kaliber geen twee of drie werkitems op zich nemen en zijn ze alleen geschikt voor eenvoudige, afzonderlijke werkitems. Sommige leiders en werkers denken altijd dat het heel eenvoudig is om werk te verrichten. Wanneer andere mensen op problemen wijzen, zijn ze altijd onverschillig en zien ze deze dingen niet als problemen. Ze denken zelfs dat die mensen niet goed bij hun hoofd zijn en dat ze de dingen te ingewikkeld maken. Uiteindelijk ontstaan er grote problemen, zijn ze niet in staat die op te lossen, en rapporteren ze die pas op dat moment aan hun meerderen. Zulke leiders en werkers hebben te weinig ervaring en missen inzicht. In hun werk gaan ze er altijd van uit dat alles soepel zal verlopen. Daarbij houden ze zich slechts aan enkele regels en blijven koppig vasthouden aan één enkel pad. Hoe ernstig de problemen die zich voordoen ook zijn, ze beseffen het niet; sterker nog, ze beseffen niet dat deze problemen het algehele werk zullen vertragen als ze onopgelost blijven. Dit zijn de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber.
Over het algemeen kunnen mensen met een gemiddeld kaliber, als ze in alle aspecten van hun menselijkheid aan de norm voldoen, in principe opgewassen zijn tegen eendimensionaal werk. De reden dat ik zeg dat ze niet zelfstandig veelomvattend werk kunnen voltooien, is dat hun kaliber hen er alleen toe in staat stelt eendimensionaal werk goed te doen. Als het gaat om bepaald werk dat verband houdt met hun interesses, hobby's en sterke punten, kunnen ze daar, wat hun kaliber betreft, tegen opgewassen zijn. Wanneer ze echter worden geconfronteerd met de complexiteit van veelomvattend werk, raken ze in de war. Zelfs als ze enige praktische ervaring hebben, is hun kaliber niet toereikend voor de taak. Sommige mensen vragen: “Komt dit doordat ik jong ben?” Nee, dat is niet zo. Als je kaliber gemiddeld is, zul je, zelfs wanneer je in de veertig of vijftig bent, nog steeds niet in staat zijn om veelomvattend werk op je te nemen. Waarom zeg Ik dit? Nadat je door daadwerkelijk werk uit te voeren enige ervaring hebt opgedaan, ben je in staat bepaald eendimensionaal werk aan te pakken. Je bent echter alleen in staat het werk zelfstandig goed te voltooien in situaties waarin je begeleiding krijgt, iemand de dingen toetst, of anderen de voortgang in de gaten houden – je zult nooit in staat zijn zelfstandig veelomvattend werk op je te nemen. Dit geeft aan dat je een gemiddeld kaliber hebt. Sommige mensen kunnen, na enige ervaring te hebben opgedaan door vele jaren verschillende situaties te hebben ondergaan, en na enkele waarheidsprincipes te zijn gaan begrijpen, nog steeds geen veelomvattend werk op zich nemen, vooral werk waarbij ze zelfstandig de leiding moeten nemen. Wanneer ze complexe situaties tegenkomen, raken ze in de war en kunnen ze taken niet prioriteren op basis van belangrijkheid of urgentie. Zulke mensen hebben absoluut een gemiddeld kaliber. Werkervaring vormt slechts één aspect van iemands werkvermogen; het is niet de dominante factor. De dominante factor is iemands kaliber en zijn vaardigheden in verschillende aspecten. Werkervaring dient slechts als referentie. Natuurlijk is werkervaring ook waardevol, omdat die voortkomt uit persoonlijke ervaring, maar deze praktische werkervaring stelt je niet in staat de principes van veelomvattend werk nauwkeuriger te bevatten. Als je kaliber goed is en je de waarheidsprincipes werkelijk begrijpt, kun je, zelfs als je geen werkervaring hebt, of als je persoonlijke ervaring niet uitgebreid is, toch zelfstandig algemeen werk op je nemen en zelfstandig de leiding over het werk nemen. Mensen met een gemiddeld kaliber kunnen echter niet zelfstandig algemeen werk voltooien; ze kunnen alleen eendimensionaal werk voltooien en hebben veelvuldige aansporing, toetsing, hulp en begeleiding nodig. Daarom moeten degenen onder jullie met een gemiddeld kaliber niet denken dat het feit dat je bepaald eendimensionaal werk goed kunt doen, betekent dat je opgewassen bent tegen veelomvattend werk of zelfstandig de leiding over het werk kunt nemen. Dit is een illusie en een onjuist begrip. Er is een kloof tussen in staat zijn bepaald eendimensionaal werk zelfstandig te voltooien en in staat zijn veelomvattend werk zelfstandig te voltooien – dat wil zeggen, in staat zijn zelfstandig de leiding over het werk te nemen. Dit is iets wat jullie door ervaring geleidelijk zullen leren begrijpen. Deze woorden zijn misschien niet gemakkelijk te begrijpen – alleen degenen die vele jaren als leiders of werkers hebben gediend en praktische ervaring hebben, kunnen ze begrijpen. Gewone broeders en zusters zullen het misschien niet begrijpen, toch? Leiders en werkers die veelomvattend werk op zich hebben genomen, hebben praktische ervaring en begrijpen de verschillen daartussen – ze hebben principes in hoe ze hun werk doen. Mensen met een gemiddeld kaliber schieten hierin echter tekort. De uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber zijn hiermee volledig samengevat.
III. Uitingen van slecht kaliber
Laten we vervolgens de uitingen van mensen met een slecht kaliber samenvatten. De uitingen van mensen met een slecht kaliber zijn zeker slechter dan die van mensen met een gemiddeld kaliber. Wat zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber? Ze zijn als volgt: hoewel ze door hun eigen zoeken of het eten en drinken van Gods woorden op een letterlijk niveau de betekenis van elke zin en passage van Gods woorden kunnen begrijpen – evenals wat Gods bedoelingen en vereisten zijn – ze de waarheidsprincipes of Gods vereiste normen helemaal niet begrijpen. Dat wil zeggen, ze begrijpen Gods vereiste normen niet voor hoe men mensen en dingen moet bekijken, hoe men zich moet gedragen en hoe men moet handelen, noch welke waarheidsprincipes daarbij betrokken zijn. Wanneer ze zelfstandig Gods woorden eten en drinken, kunnen ze deze dingen niet begrijpen, en na in het dagelijks leven mensen, gebeurtenissen en dingen te hebben ervaren, begrijpen ze het nog steeds niet. Zelfs na communicatie blijft het hun onduidelijk wat de waarheidsprincipes zijn. Dit soort mensen heeft één kenmerk: hoewel ze niet begrijpen wat de waarheidsprincipes zijn, kunnen ze door op hun gevoelens te vertrouwen de regels samenvatten die ze moeten volgen. Wat ze kunnen onthouden zijn regels – een soort rigide dogma of reeks regels. God communiceert bijvoorbeeld over één aspect van de waarheidsprincipes, en geeft hieromtrent voorbeelden van de positieve uitingen, negatieve uitingen, het zuivere begrip en het verwrongen begrip van mensen, naast verschillende andere uitingen – en wat halen mensen met een slecht kaliber hier uiteindelijk uit? Ze zeggen: “Ik snap het nu. God staat niet toe dat men dit of dat doet. God staat niet toe dat men dit of dat eet. God staat niet toe dat men deze of gene woorden zegt, of die termen gebruikt.” Dit is wat ze onthouden, en ze houden hier rigide aan vast, in de veronderstelling dat dit de waarheidsprincipes zijn. Ze geloven dat als ze zich aan deze regels, uitspraken en manieren van handelen houden, ze zich aan de waarheidsprincipes houden. Hoe vaak je ze ook vertelt dat dit louter het vasthouden aan regels is, ze zullen het niet aanvaarden. Ze staan erop zich aan deze regels te houden, in de overtuiging dat dit het praktiseren van Gods woorden en het praktiseren van de waarheid is. Er valt niets te beginnen met zulke mensen die geen geestelijk begrip hebben. Als ze bereid zijn zich aan regels te houden, laat hen dat dan doen – zolang hun bedoelingen niet verkeerd zijn, is het oké. Ik zei bijvoorbeeld een keer: “Wanneer jullie bidden, moeten jullie eerbiedig zijn; bid niet achteloos. In een geschikte omgeving is het het beste om te knielen om te bidden, om je voor God neer te werpen om te bidden, en tijdens het bidden moeten jullie je hart tot rust te brengen voor God en met een toegewijd hart bidden. Dit is eerbiedig zijn en een Godvrezend hart hebben.” Mensen met een slecht kaliber onthielden, nadat ze dit hadden gehoord, slechts één regel: “Om eerbiedig en met een Godvrezend hart te bidden, moet men knielen.” Ze behandelden het moeten knielen om te bidden als een waarheidsprincipe, en hielden zich er dienovereenkomstig aan, in de overtuiging dat dit het praktiseren van de waarheid is. Ze stonden er dus op om, ongeacht de omgeving, te knielen om te bidden. Zelfs wanneer ze tijdens de maaltijd wilden bidden, knielden ze onder de tafel om te bidden. Tijdens het werken op het land, ongeacht hoe vuil de grond was of wat er in de aarde kon zitten, knielden ze om te bidden. Zelfs wanneer ze werden geconfronteerd met rampen of ingrijpende gebeurtenissen terwijl ze zich onder ongelovigen bevonden, moesten ze, als ze tot God wilden bidden, een verborgen plek vinden om te knielen en te bidden. Ze geloofden dat het alleen in overeenstemming was met Gods bedoelingen als je op deze manier bad, dus moesten ze, ongeacht de omstandigheden, knielen om te bidden. Ze dachten dat ze de waarheid praktiseerden wanneer ze dit deden. Bovendien zagen ze zichzelf als de vroomste mensen, als degenen die Gods weg het meest nauwgezet volgden, als degenen die de waarheid het meest liefhadden, en als degenen die zich het meest aan de waarheid en aan Gods woorden konden onderwerpen. Zie je, dit zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber. Dit soort mensen is zwakker en problematisch wat betreft begrip. Ze pinnen principes altijd rigide vast op één enkele zin of regel. Ze gebruiken de methode van het begrijpen van woorden en kennis om de waarheid te begrijpen, en praktiseren de waarheid natuurlijk ook door zich aan regels, woorden, uitspraken en formaliteiten te houden. Hoe je ook over de waarheidsprincipes communiceert, ze beschouwen deze nadat ze deze hebben gehoord slechts als zinnen, regels, manieren van handelen of slogans. Voor hen gaat het louter om het volgen van regels. Ze zien het praktiseren van de waarheid als iets eenvoudigs, als het louter naleven van wat wel en niet mag, en dat is het dan.
Mensen met een slecht kaliber bekijken mensen en dingen, gedragen zich en handelen op basis van regels waarmee ze alles beoordelen en benaderen. Ongeacht hoe hun externe omgeving, de mensen om hen heen, de gebeurtenissen en de dingen veranderen, blijven ze onveranderlijk vasthouden aan één regel. Als je zegt dat ze de waarheid niet liefhebben en de waarheid niet praktiseren, voelen ze zich in hun hart onrecht aangedaan. Ze zeggen: “Ik heb zoveel opgegeven, zoveel lijden doorstaan, zoveel van Gods woorden nageleefd en zoveel van Gods woorden gepraktiseerd – waarom zeg je dan dat ik de waarheid niet liefheb en de waarheid niet praktiseer? Waarom zeg je zelfs dat ik vasthoud aan regels? Mij wordt onrecht aangedaan!” Op welk probleem wijst het dat ze in staat zijn om zulke woorden uit te spreken? Wat zijn de belangrijkste uitingen van mensen met een slecht kaliber? In welke opzichten is hun kaliber slecht? Ze missen volledig het vermogen de waarheid te bevatten. Hoeveel er dus ook over enig aspect van de waarheid wordt gecommuniceerd, voor hen wordt het uiteindelijk allemaal gereduceerd tot één enkele manier van handelen, één enkele regel, één enkele zin of één enkele formaliteit, in plaats van op een principe. Als iemand een zin uitspreekt of een term gebruikt die in strijd is met hun regel, beschouwen zij dit als een schending van de waarheidsprincipes. Dit is problematisch. Daarom gebruiken mensen met een slecht kaliber, om te beginnen, verschillende regels, formaliteiten, louter woorden en manieren van handelen als maatstaf om te bepalen dat zijzelf de waarheidswerkelijkheid bezitten. Daarnaast is er nog een andere problematische kwestie: ze gebruiken vaak de doctrines die ze voortdurend verkondigen, en de regels en manieren van handelen waaraan ze vaak vasthouden, om anderen en zelfs God aan af te meten. Niet alleen meten ze God en anderen hieraan af, ze oordelen en beperken anderen en God ook vaak. Ik zei bijvoorbeeld eens: “Ik durf over het algemeen geen koude dingen te eten. Nadat Ik ervan gegeten heb kan Mijn maag het niet verdragen, Ik eet dus in principe geen rauw en koud voedsel.” Iemand met een slecht kaliber hoorde dit en zei: “Ik begrijp U nu. In de toekomst zal ik ervoor moeten zorgen dat ik U geen rauw en koud voedsel geef. Onder geen beding zal ik U ooit rauw en koud voedsel laten eten.” Maar toen het hoogzomer werd en het extreem warm weer was, en de aardbeien op de boerderij rijp werden, at Ik op een dag twee aardbeien. Toen hij dit zag, kwamen er allerlei gedachten in zijn hoofd op: ‘U at toch nooit rauwe en koude dingen? Zijn aardbeien niet koud? Heeft U niet eerder gezegd dat het eten van koude dingen Uw maag van streek maakt? Waarom eet U dan vandaag aardbeien? Liegt U niet?’ Hij dacht dit in zijn hart; hij sprak het alleen niet hardop uit. Zeg Mij, was zijn kijk op de zaken accuraat? (Nee.) In welk opzicht was die inaccuraat? (Hij nam één ding dat God zei als een regel om dingen aan af te meten, zonder rekening te houden met de context waarin God sprak.) Hij wist niet waarnaar deze woorden van Mij verwezen. Onder normale omstandigheden maakt het eten van rauwe en koude dingen Mijn maag van streek, maar er zijn uitzonderingen. Wanneer Ik bijvoorbeeld lichamelijk werk heb verricht en Mijn lichaam warm is geworden, en de temperatuur rond de dertig graden ligt, kan Ik in zulke gevallen een kleine hoeveelheid rauw en koud voedsel eten, zolang het niet ijskoud is. Het is niet zo dat Ik het absoluut niet kan eten. Toen Ik zei: “Ik kan het niet eten”, verwees Ik naar normale omstandigheden; bij zinderend zomerweer kan Ik er best een kleine hoeveelheid van eten. De persoon met een slecht kaliber kon deze woorden niet begrijpen. Toen hij ze hoorde, behandelde hij ze als een regel of formule. Toen er zich speciale omstandigheden voordeden, probeerde hij ze toch in deze formule in te passen. Toen hij zag dat ze niet pasten, kon hij er met zijn hoofd niet bij: “Heeft U niet gezegd dat U geen rauwe en koude dingen kunt eten? Waarom eet U ze nu dan? Liegt U niet?” Waar schoot hij tekort in zijn vermogen Mijn woorden te begrijpen? (Hij had geen bevattingsvermogen.) Zijn tekortkoming lag in zijn onvermogen om deze kwestie te beoordelen en te begrijpen in het licht van veranderingen in de omgeving en speciale omstandigheden. Als een persoon met voldoende kaliber dit ziet, zal hij weten dat het, nadat ik heb gewerkt en Mijn lichaam is opgewarmd, en het warm weer is en deze vruchten niet te koud zijn, voor Mij geen probleem is een kleine hoeveelheid te eten, en dat dit heel normaal is. Hij kan deze kwestie begrijpen en doorgronden. Maar een persoon met een slecht kaliber kan het niet doorgronden; hij blijft op dit punt steken en ontwikkelt noties in zijn hart. Wat is het gevolg zodra zich noties vormen? Het leidt er gemakkelijk toe dat hij oordeelt en veroordeelt. Is dit niet het geval? (Ja.) Natuurlijk is deze kleine kwestie geen groot probleem, maar hij kan het in zijn hart niet loslaten: ‘Is dit geen liegen? Dus U liegt ook!’ Je ziet, hij is er snel bij om zelfs over deze zeer kleine kwestie iemand te beperken en een oordeel te vellen. En dat terwijl er nog niet eens belangrijke kwesties zijn aangesneden – hij heeft al noties ontwikkeld. Mensen met een slecht kaliber kunnen zelfs zulke kleine kwesties niet doorzien en hebben totaal geen onderscheidingsvermogen. Welke kwestie ze ook bekijken, ze passen star regels toe. Ze geloven dat alleen degenen die kunnen vasthouden aan regels de waarheid hebben. Hoezeer jouw woorden en daden ook in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, zolang ze ingaan tegen de noties en verbeeldingen van zulke mensen en botsen met de regels die zij erkennen, zullen ze in hun hart over jou oordelen en je veroordelen. Ook al zeggen ze het niet hardop, toch zullen ze noties of vooroordelen tegen jou ontwikkelen. Deze mensen met een slecht kaliber, ongeacht hoeveel preken ze horen of over welke aspecten van de waarheid wordt gecommuniceerd, reduceren alles altijd tot één enkele uitspraak, één enkele manier van handelen of één enkele regel, en ze houden met groot enthousiasme vast aan deze uitspraken, manieren van handelen en regels. Ze geloven zelfs dat ze mensen zijn die de waarheid praktiseren, en dat ze zich werkelijk aan de waarheid onderwerpen en God werkelijk vrezen. Soms ontroeren ze zichzelf zelfs tot tranen toe, denkend dat ze God werkelijk liefhebben en dat niemand in de wereld God meer liefheeft dan zij. In werkelijkheid is datgene waaraan ze vasthouden slechts één enkele regel of één enkele manier van handelen. Zo praktiseren ze en kunnen er onveranderlijk in volharden, in de overtuiging dat ze de waarheid hebben verkregen en door God volmaakt zijn gemaakt. Zeg Mij, is dit niet problematisch? (Ja.)
Zien jullie vaak voorbeelden van mensen die vasthouden aan regels? (Ja.) Je vertelt de persoon die kookt bijvoorbeeld dat het weer warmer wordt en dat hij dus elke dag wat verkoelende kruidenthee of koude dranken moet maken, en bij het bereiden van het eten wat koude gerechten moet serveren – wat westerlingen salade noemen – om de eetlust van mensen op te wekken. Iemand met een slecht kaliber prent dit in zijn geheugen: wanneer het weer erg warm is, moeten mensen koude gerechten eten en koude dranken drinken. Hij onthoudt dit goed en houdt zich er nauwgezet aan. Maar op een dag, wanneer de temperatuur daalt, trekt hij zich er niets van aan of het koud is of niet en denkt: ‘Het is nu zomer, dus ik moet koude gerechten en koude dranken bereiden. Ik zal ze elke dag bereiden zodat je er volop van kunt genieten en je helemaal kunt afkoelen. Het kan me niet schelen of de temperatuur daalt of niet!’ Hij bereidt niet alleen koude gerechten, maar spoelt zelfs de noedels af met koud water, en serveert na de maaltijd koude dranken, waar hij zelfs een paar ijsblokjes aan toevoegt. Als ze dit zien zeggen sommige mensen: “Het is zo koud vandaag. Hoe kun je dan toch koude gerechten bereiden? En je doet zelfs ijsblokjes in de koude dranken – probeer je ons te laten bevriezen?” De persoon die kookt voelt zich gekwetst en zegt: “Ben ik echt zo kwaadwillig? De zomer is zo warm – doe ik dit niet gewoon om iedereen te helpen afkoelen en wat meer te laten eten? Is dit niet het volgen van principes en rekening houden met iedereen? Wat doe ik verkeerd? En nu zeggen jullie dat ik probeer jullie te laten bevriezen – ben ik echt zo verstoken van deugd? Is mijn menselijkheid echt zo slecht? Jullie houden gewoon te weinig rekening met mij!” Volgt hij principes door op die manier eten te bereiden? Wat is hier het principe? Dat is het eten en drinken aanpassen aan het seizoen en de temperatuur. In de zomer, wanneer het weer warm is, relatief koele gerechten of dranken nuttigen die de eetlust van mensen kunnen opwekken – dit is een principe, nietwaar? Het is een principe. Maar hoe moet dit principe nu de temperatuur plotseling is gedaald worden toegepast? (Wanneer de temperatuur plotseling daalt, kan degene die kookt niet langer vasthouden aan het bereiden van koude gerechten of salades zoals hem eerder was geadviseerd, maar moet hij zich aanpassen aan het weer, en in plaats daarvan warme gerechten maken. Hij kan niet vasthouden aan regels.) Dat klopt. Wanneer het weer in de zomer af en toe afkoelt, kun je niet vasthouden aan het bereiden van koude gerechten en koude dranken in de zomer – je kunt niet vasthouden aan deze regel. Wanneer de temperatuur plotseling daalt, dient met ook het eten en de drank die mensen nuttigen onmiddellijk te veranderen. Er moeten geen koude gerechten en koude dranken meer worden bereid, en er moeten absoluut geen ijsblokjes worden toegevoegd. In plaats daarvan zou je warme gerechten moeten koken, wat warme noedels moeten bereiden, en het eten en drinken moeten aanpassen aan de temperatuur en het weer. Dit is het principe. Maar de persoon met een slecht kaliber blijft, zolang het zomer is, vasthouden aan het bereiden van koude dranken en koude gerechten, ongeacht de temperatuur of de weersomstandigheden. Wat is hier het probleem? (Vasthouden aan regels.) Dit is vasthouden aan regels, niet in staat zijn om principes flexibel toe te passen naargelang de omstandigheden. Dit zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber in hun manier waarop ze dingen aanpakken: ze onthouden één uitspraak en behandelen die als een regel om aan vast te houden, en ze kunnen, ongeacht hoe de omgeving, mensen, gebeurtenissen en dingen veranderen, principes niet flexibel toepassen om zaken aan te pakken. Het doel van het vaststellen van principes voor eten en drinken was ervoor te zorgen dat mensen zodanig eten dat hun lichaam zich comfortabel voelt. Zulke principes zijn helemaal geen regels. Degenen die echter vasthouden aan regels, zonder rekening te houden met de temperatuur of het weer, noch erom te geven of je je comfortabel voelt bij het eten, blijven vasthouden aan het bereiden van koude gerechten en koude dranken zolang het zomer is – dit wordt vasthouden aan regels genoemd. Praktiseren volgens principes betekent dat alles wat men doet gericht is op het bereiken van dat uiteindelijke goede resultaat. Vasthouden aan regels daarentegen heeft geen oog voor het resultaat en richt zich uitsluitend op formaliteiten en manieren van handelen. Dit is precies hoe mensen met een slecht kaliber kwesties aanpakken: welke dingen zich ook voordoen, ze hanteren steeds dezelfde aanpak.
Mensen met een slecht kaliber kunnen niets doorzien van wat er op hun pad komt. Zelfs wanneer ze Gods woorden lezen of naar preken luisteren, is hun begrip verwrongen en bevat het onvermijdelijk afwijkingen. Ze houden vast aan een regel, een manier van handelen of een ritueel, wat totaal iets anders is dan de waarheidsprincipes, en bijgevolg ontstaan er veel verwrongen dingen. Er kan worden gezegd dat het begrip van mensen met een slecht kaliber bij elke kwestie een enigszins verwrongen aard heeft. Hoewel ze in eenvoudige en gemakkelijk beheersbare dingen gehoorzaamheid en onderwerping kunnen bereiken zonder verwrongenheid te tonen, kunnen ze, bij zaken die op principes gebaseerd zijn, of bij relatief complexe kwesties, de waarheidsprincipes niet bevatten en weten ze alleen maar vast te houden aan regels. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Mensen met een slecht kaliber missen het vermogen de waarheid te bevatten volledig en weten alleen maar vast te houden aan regels. Zulke mensen zijn ook behoorlijk lastig. Ze zijn erg enthousiast en vastberaden wanneer het gaat om het vasthouden aan regels. Als je met hen communiceert en zegt: “Wat je doet is vasthouden aan regels, niet het in acht nemen van de waarheidsprincipes”, kunnen ze dat niet aanvaarden. Ze hebben het gevoel: ‘Ik houd standvastig vast aan principes en kan geen compromissen sluiten met anderen! Anderen houden zich niet aan de principes en worden daarvoor veroordeeld, maar wanneer ik me er wel aan houd, word ik ook veroordeeld. Dit is oneerlijk!’ Zie hoe koppig ze zijn, je kunt ze gewoon niet overtuigen. Zijn jullie zulke mensen tegengekomen? (Ja.) Ik zeg bijvoorbeeld tegen sommige mensen: “Als je wilt leren dansen, kun je elke dag, wanneer het niet te druk is met het werk, twee uur vrijmaken om te oefenen. Als je dat een tijdje volhoudt, zul je het leren.” Ze onthouden de zin ‘het volhouden om elke dag twee uur te oefenen’ en geloven dat dit de waarheid praktiseren is en het vasthouden aan principes. Daarna blijven ze, hoe druk ze het ook hebben met de plicht die ze vervullen, toch elke dag twee uur dansen oefenen. In een periode waarin het met het kerkwerk van ’s ochtends tot ’s avonds erg druk is en ze in principe geen twee uur op een dag over hebben, staan ze er toch op om twee uur dansen te oefenen. Wanneer anderen hen eraan herinneren dat dit het kerkwerk zou kunnen vertragen, weigeren ze te luisteren en zeggen ze: “God heeft me opgedragen om elke dag twee uur dansen te oefenen. Ik moet dit doen. Als ik dit niet doe, betekent het dat ik opstandig ben en me niet onderwerp.” Als je ze zegt het niet te doen, zijn ze daartoe niet bereid. Ze zijn niet in staat om dingen flexibel aan te pakken of Mijn woorden flexibel toe te passen op basis van de behoeften van het werk of de behoeften van de omgeving. Ze begrijpen niet waarom ze twee uur zouden moeten oefenen, wat de betekenis is van twee uur oefenen, of welk resultaat ermee bereikt moet worden. Ze begrijpen deze dingen niet en deze dingen zijn hun onduidelijk. Voor hen betekent de waarheid praktiseren simpelweg vasthouden aan één enkele uitspraak, een regel of een formaliteit – dat is in hun ogen de waarheid praktiseren. Of er nu wel of geen resultaat wordt bereikt, of wat het resultaat ook blijkt te zijn, ze blijven koppig één enkel pad volgen en weigeren hoe dan ook om te keren, al worden ze door tien paarden weggetrokken. Zelfs als ze afwijken bij het praktiseren, zullen ze het voortdurend op die manier doen. Ook wanneer hun wordt verteld dat ze absurd bezig zijn, blijven ze erop staan het te doen. Zijn zulke mensen niet erg lastig? Wie er ook met hen communiceert, het werkt niet. Nadat je de dingen met veel moeite duidelijk hebt uitgelegd, begrijpen ze deze kwestie vandaag misschien, maar morgen zullen ze in een andere kwestie vasthouden aan regels, ze zullen eindeloos aan regels vasthouden, en je zult ze voortdurend moeten corrigeren. Ze slaan ofwel naar links ofwel naar rechts af, en wijken ofwel op dit gebied ofwel op dat gebied af – ze wijken voortdurend af, zonder einde. Als je naar hen kijkt, maak je je zorgen, maar je kunt ze niet corrigeren, hoe je het ook probeert. Waarom? Omdat hun kaliber te slecht is. Ze kunnen nooit onderscheid maken tussen positieve en negatieve dingen, goed en fout, juist en onjuist, de waarheid en regels. Ze hebben geen norm om deze zaken af te bakenen, geen vermogen om ze af te bakenen, en kunnen ze simpelweg niet afbakenen. Daarom kunnen mensen met een slecht kaliber alleen op regels gebaseerd werk en klusjes doen, of eendimensionaal werk waar geen waarheidsprincipes bij komen kijken, zoals het elke dag volgen van een vast schema, het ene ding op een bepaalde tijd doen en het andere op een andere vaste tijd – dat wil zeggen, ze kunnen alleen die eenvoudige taken aan waarbij vasthouden aan het schema, aan formaliteiten en aan een manier van doen voldoende is om het werk goed uit te voeren. Maar ze kunnen werk dat wat complexer is niet aan. Zodra er van hen wordt vereist dat ze handelen volgens de waarheidsprincipes en ze bepaalde resultaten moeten bereiken, zijn ze niet in staat dit te volbrengen. Als je ze een taak toewijst die vereist dat ze de waarheidsprincipes flexibel toepassen, verschillende kwesties naar behoren aanpakken en zich aanpassen aan de omgeving, raken ze in de war en kunnen ze het niet volbrengen. Ze moeten iemand hebben om hen te helpen en te instrueren; je kunt niet van hen verwachten dat ze het werk zelfstandig goed doen. Hoe moeten zulke mensen worden behandeld? Hoewel ze hun plicht dagelijks routinematig kunnen blijven vervullen, weten ze, wanneer ze met onverwachte situaties worden geconfronteerd, niet hoe ze moeten reageren en kunnen ze zelfs ophouden met het vervullen van hun plicht. Bij zulke mensen is het noodzakelijk om regelmatig naar hun werk te informeren en het te inspecteren door te vragen: “Is er in deze periode sprake geweest van hinder of verstoringen in het kerkwerk? Zijn er complexe problemen geweest waarvan je niet wist hoe je ze moest aanpakken?” Na erover te hebben nagedacht, zeggen ze: “Alles is goed gegaan in deze periode. Iedereen vervult zijn plicht en kan normaal samenkomen en Gods woorden eten en drinken. Niemand heeft gehinderd of verstoord, en ik heb niet gehoord dat iemand dwalingen verspreidt om anderen te misleiden.” Ze kunnen geen problemen identificeren en weten niet wat ze moeten rapporteren, en ze kunnen zelfs geen vragen opwerpen. Daarom kun je niet van hen verwachten dat ze kwesties die zich in het werkelijke leven of bij het vervullen van hun plicht voordoen, zelfstandig aanpakken of oplossen. Je kunt ook niet van hen verwachten dat ze bij hun meerderen zoeken of hun vragen stellen wanneer ze niet weten hoe ze iets moeten aanpakken. Ze kunnen niets van dit alles bereiken omdat hun kaliber onvoldoende is. Als zulke mensen geen problemen rapporteren aan hun meerderen, denken anderen misschien dat ze geen problemen hebben. Dit is echter niet het geval. Ze zijn zelfs niet in staat gewone problemen te identificeren; zelfs wanneer problemen zich voor hen opstapelen, zien ze die niet als problemen. En dus lossen ze ook geen problemen op. Ze hebben een hoofd met twee ogen en twee oren; ze kunnen zien, horen en spreken, en toch kunnen ze geen problemen identificeren of oplossen. Omdat ze totaal geen kaliber hebben en het vermogen missen om problemen te identificeren en aan te pakken, heeft het geen nut, hoe scherpzinnig ze er ook uitzien. Ze kunnen wat ze zien of horen niet in hun hoofd verwerken om erover na te denken en te onderscheiden of dit problemen zijn of hoe ze moeten worden aangepakt. Als ze problemen met betrekking tot de waarheidsprincipes niet kunnen aanpakken, zullen ze deze ook niet rapporteren aan hun meerderen. Ze zijn totaal niet in staat om ook maar iets van dit alles te doen. Toont dit niet aan dat ze een slecht kaliber hebben? Zijn dit niet de uitingen van mensen met een slecht kaliber? (Ja.) Als je iemand met een slecht kaliber vraagt: “Zijn er in deze periode problemen geweest in het werk? Zijn er gebieden waar je de principes niet begrijpt?”, antwoordt hij: “Er zijn geen problemen; iedereen is druk geweest en de dingen gaan best goed!” Voor hem is alles gewoon prima. Als je als leider of werker hem simpelweg gelooft wanneer hij zegt dat alles goed is, dan ben je al te dwaas en net als hij iemand met een slecht kaliber. Mensen met een goed kaliber weten niet alleen hoe ze zich op de hoogte moeten laten stellen van problemen, ze moeten ze ook zelfstandig kunnen identificeren. Ze kunnen gesprekken voeren over problemen, en de problemen zullen al pratende vanzelf aan het licht komen. Wanneer je een probleem ontdekt en je iemand met een slecht kaliber vraagt hoe hij het heeft aangepakt, antwoordt hij: “Welk probleem? Hoe komt het dat ik het niet heb opgemerkt?” Mensen met een slecht kaliber kunnen geen problemen identificeren. Je zult dus bij het uitvoeren van werk bedreven moeten zijn in het je op de hoogte stellen van problemen en het identificeren ervan. Je moet het problemen bij de horens vatten en niet meer loslaten, en vervolgens helpen bij het aanpakken en oplossen ervan. Je moet weten hoe je een praatje moet maken met mensen die een slecht kaliber hebben. Je moet weten hoe je ze vragen moet stellen en op een gemoedelijke manier navraag moet doen, om zo problemen te identificeren. Tijdens het praatje zullen ze onbewust zelf de problemen ter sprake brengen. Wanneer je niet op deze manier een praatje kunt maken, kun je deze problemen niet identificeren. Omdat je op deze manier met hen praat, raken ze geïnspireerd en identificeren ze plotseling deze problemen. Als je niet voor deze benadering kiest om je op de hoogte te stellen van de situatie, zullen ze deze zaken die ze zien gewoon niet als problemen beschouwen. Wanneer er dus problemen aan het licht komen tijdens je gesprekken, moeten ze beetje bij beetje duidelijk worden gemaakt; net als wanneer je tandpasta uit een tube knijpt. Ze zullen zich pas enigszins schamen wanneer alle problemen zijn opgelost. Toont dit niet aan dat ze een slecht kaliber hebben? (Ja.) Dit zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber: zelfs wanneer er problemen zijn, kunnen ze die niet identificeren, en omdat ze geen problemen kunnen identificeren, zijn ze nooit in staat om ze ter sprake te brengen of op te lossen. Zeg Mij, als ze geen problemen kunnen identificeren, kunnen ze hun werk dan goed doen? Kunnen ze hun werk goed doen door vast te houden aan regels? (Nee.) Absoluut niet. Dit is een uiting van het hebben van een slecht kaliber. Als je zegt dat hun kaliber slecht is, denken ze zelfs: ‘Mijn kaliber is uitstekend! Nadat God ergens over heeft gesproken, haal ik daar onmiddellijk een manier van handelen of een regel uit; en ik kan er een leven lang aan vasthouden. Zie je wel? Is mijn kaliber niet goed? Jullie zijn geen van allen in staat om de belangrijkste punten te bevatten, maar ik wel. Mij werd bijvoorbeeld verteld dat ’s zomers warm weer is en we koude gerechten moeten eten. Dus blijf ik koude gerechten bereiden en koude dranken serveren – ik kan vasthouden aan deze instructie. Zie je wel, niemand van jullie kan eraan vasthouden, en jullie praten altijd over principes. Zijn principes niet gewoon regels? Als je vasthoudt aan regels, is dat dan niet vasthouden aan principes?’ Ze denken zelfs dat hun kaliber goed is, in de overtuiging dat ze de belangrijkste punten van een kwestie kunnen bevatten, en dat ze uit een lange preek één enkele uitspraak, manier van handelen, regel, of zelfs één zin of woord kunnen pikken waarvan ze vinden dat ze die moeten volgen. Zeg Mij, is dit niet problematisch? Er zijn nogal wat van zulke mensen. Wanneer je communiceert over de verschillende details van de waarheid, kunnen ze het niet begrijpen en zeggen ze zelfs: “Wat een gedoe! Je houdt maar niet op met praten. Gaat het er niet gewoon om die woorden niet te zeggen of dat soort dingen niet te doen? Houd gewoon vast aan die ene uitspraak, en dat is alles – het komt allemaal neer op één uitspraak. Waarom zou je het zo lastig maken? Je maakt zelfs onderscheid tussen gesteldheden, omgevingen en de menselijkheid van verschillende soorten mensen, en je maakt onderscheid tussen verwrongen en puur begrip. Zijn er echt zoveel details bij betrokken? Waarom zo kieskeurig zijn? Je bent zo pietluttig!” Ze veroordelen zelfs anderen. Dit zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber.
Wat zijn de kenmerken van mensen met een slecht kaliber? Ze begrijpen de waarheidsprincipes niet; om welk aspect van de waarheidsprincipes het ook gaat, ze behandelen het als een soort regel of formule, en vervolgens volgen ze het met onvermoeibaar enthousiasme. Ze kunnen veel doctrines verkondigen en dus denken ze dat ze de waarheidsprincipes begrijpen, maar in werkelijkheid begrijpen ze de waarheid helemaal niet. Als je enkele van de principes uitlegt voor leiders en werkers die werk doen, en zulke mensen vraagt om werk te doen en verschillende problemen aan te pakken op basis van een begrip van deze principes, zullen deze mensen met een slecht kaliber absoluut niet in staat zijn om ze toe te passen. Ze begrijpen deze waarheidsprincipes niet, noch kunnen ze deze waarheidsprincipes toepassen om werk te doen. Wanneer ze aan de slag gaan om werk te doen, draait het uitsluitend om het vasthouden aan regels, het volgen van protocollen en het mechanisch toepassen van dogma’s. Er zijn sommige mensen die willen vasthouden aan de waarheidsprincipes, maar omdat hun kaliber slecht is en ze geen begrip van de waarheid kunnen bereiken, zijn ze niet in staat om vast te houden aan de principes. Ongeacht welk werk ze doen, wanneer ze met problemen worden geconfronteerd, weten ze zich geen raad en raken ze zelfs overweldigd – ze zijn niet in staat om enig werk goed te doen. Wanneer hun meerderen met hen communiceren over principes, hebben ze het gevoel dat ze die allemaal hebben begrepen, doorgrond, gevat en onthouden. Maar wanneer ze in het werkelijke leven problemen tegenkomen, raken ze in de war, aangezien de doctrines en regels die ze hebben begrepen van geen nut zijn, dus denken ze: ‘Wat moet ik nu doen?’ Ze weten niet waar ze met het werk moeten beginnen, ze weten niet welke methoden ze moeten gebruiken om het werk te doen, ze weten niet hoe ze de werkregelingen moeten implementeren, en nog minder weten ze welke problemen op dit moment moeten worden opgelost om de normale voortgang van het kerkwerk te garanderen – ze weten niets van dit alles. Als gevolg daarvan zijn er, ongeacht hoe lang ze werken, geen resultaten en kunnen de werkregelingen niet worden geïmplementeerd. Ze slagen er niet eens in om een oplossing te vinden voor de vraag hoe ze het kerkleven goed kunnen maken. Ze kunnen zelfs het meest elementaire werk niet implementeren en weten niet hoe ze het moeten implementeren. Ze kunnen mensen alleen maar doctrines voorhouden en hen vragen vast te houden aan regels. Als het gaat om het implementeren van werkregelingen en het doen van concreet kerkwerk, raken ze in de war en zijn ze niet in staat om het te doen. Ze denken bij zichzelf: ‘Hoe moeten deze werkregelingen worden geïmplementeerd? Aan welke regels moet worden vastgehouden?’ Ze kunnen deze dingen niet helder zien. Maar ze hebben nog één laatste redmiddel: ze geloven dat zolang ze maar meer bijeenkomsten houden, de problemen kunnen worden opgelost. Hun manier van werken bestaat er dan ook uit dat ze onophoudelijk bijeenkomsten organiseren en onophoudelijk preken houden. Wanneer hun prediking iedereen in beweging brengt en enthousiast maakt, denken ze dat de problemen allemaal zijn opgelost en dat er geen problemen meer zijn, en dat zolang iedereen enthousiast is, het werk allemaal naar behoren is gedaan. Na enkele dagen van bijeenkomsten blijkt echter dat niet alleen de werkelijke problemen onopgelost blijven, en de plichten die mensen vervullen nog steeds geen resultaten opleveren, maar dat er helemaal geen vooruitgang wordt geboekt in het kerkwerk. Toch zijn ze nog steeds in de stemming om preken te houden. Mensen met een slecht kaliber bereiken geen resultaten, hoe lang ze ook werk verrichten, en kunnen de werkregelingen niet implementeren, hoeveel tijd ze ook krijgen – ze zijn noch efficiënt noch effectief. Dit zijn de uitingen van mensen met een slecht kaliber. De uitingen van mensen met een slecht kaliber zijn zoals Ik zojuist heb beschreven, om nog maar te zwijgen van degenen zonder kaliber. Ongeacht hoeveel preken ze horen of hoeveel waarheid anderen met hen communiceren, ze kunnen de waarheidsprincipes niet vatten, en kunnen zelfs de meest elementaire regels waaraan moet worden vastgehouden niet vatten. Wanneer iemands kaliber in die mate tekort schiet, liggen de waarheidsprincipes buiten zijn bereik. Zelfs als anderen de waarheid met hem communiceren, kan hij geen beoefeningspad vinden. Hij moet iemand hebben die hem specifieke instructies geeft voordat hij weet hoe hij moet praktiseren. Zulke mensen zijn alsof ze gereïncarneerd zijn uit beesten; hun geest is altijd beneveld en onduidelijk, en ze kunnen nooit onderscheiden wat principes zijn en wat regels zijn. In hun hart zeggen ze: ‘Waarom krijg ik van het horen van deze dingen altijd hoofdpijn en word ik er slaperig van?’ Uiteindelijk komen ze tot een conclusie: ‘Niet alleen liggen de waarheidsprincipes buiten mijn bereik, ik kan zelfs niet aan de regels vasthouden. Ik zal dus in de toekomst zo helder mogelijk schijnen met de warmte die in mij is, me zoveel inspannen als mijn vermogen toelaat, en gewoon doen wat ik in staat ben te doen, en dat is genoeg. Sommigen van deze mensen troosten zichzelf zelfs door te zeggen: “Ik weet niet hoe ik me aan regels moet houden, noch begrijp ik de waarheidsprincipes, maar ik heb een hart dat God liefheeft!” Als ze God werkelijk zouden kunnen liefhebben, zou dat niet slecht zijn, maar met zo’n slecht kaliber begrijpen ze de waarheid niet eens – kan hun liefde voor God dan oprecht zijn? Mensen zonder kaliber missen in alle opzichten bevattingsvermogen en bezitten niet eens het vermogen om zich aan regels te houden. Sommige mensen met een slecht kaliber kunnen, wanneer ze de waarheid praktiseren, zich op zijn minst een gedeeltelijk begrepen principe, een regel of een formule vastklampen en daardoor een klein beetje van de waarheid in praktijk brengen. Degenen zonder kaliber kunnen echter niet eens op regels gebaseerde dingen bevatten of eraan vasthouden – dit type persoon is nog meelijwekkender.
Het kaliber van mensen evalueren op basis van de vraag of ze al dan niet geestelijk begrip hebben
Als we het kaliber van mensen evalueren aan de hand van de waarheidsprincipes, dan zijn de relevante uitingen de uitingen waarover we zojuist hebben gecommuniceerd. Dus, als we de vraag of mensen al dan niet geestelijk begrip hebben gebruiken om hun kaliber te evalueren, hoe moeten we dit dan aanpakken? Mensen met een goed kaliber hebben beslist geestelijk begrip, nietwaar? (Ja.) Met geestelijk inzicht hebben wordt bedoeld dat ze de waarheid kunnen begrijpen, de waarheidsprincipes kunnen bevatten, en de waarheid kunnen gebruiken om verschillende problemen op te lossen die zich voordoen in het proces van het geloven in God en die verband houden met de waarheidsprincipes, en dat ze tevens de verschillende interne kwesties van Gods huis met behulp van de waarheid kunnen aanpakken. Hoe zit het dan met de verschillende kwesties van de buitenwereld? Omdat degenen met een goed kaliber geestelijk begrip hebben en het vermogen bezitten om verschillende zaken aan te pakken, kunnen ze ook enkele principes gebruiken die relatief gebaseerd zijn op normale menselijkheid, of enkele principes die dicht bij positieve dingen staan, om zaken van de buitenwereld aan te pakken. Ondanks oppervlakkige verschillen zijn de basisprincipes van verschillende dingen dezelfde, en de principes die in de verschillende dingen schuilgaan zijn in wezen wat mensen met een goed kaliber kunnen bevatten. Over het algemeen kan dus worden gezegd dat mensen met een goed kaliber geestelijk begrip hebben. Geestelijk begrip hebben betekent niet dat men in staat is om te communiceren met het spirituele rijk; het betekent veeleer dat men de fundamentele wetten en de principes van verschillende dingen kan vatten. Dit is een directe, eenvoudige en heldere manier om het te zeggen. In staat zijn om de fundamentele wetten van dingen van de buitenwereld en de principes die te maken hebben met de waarheid te begrijpen, is een uiting van mensen met een goed kaliber. Hoe kunnen we dus de uitingen van mensen met een gemiddeld kaliber peilen aan de hand van de vraag of ze geestelijk begrip hebben? Mensen met een gemiddeld kaliber hebben geestelijk begrip van de helft van de dingen, maar niet van de andere helft; ze begrijpen sommige delen, terwijl ze andere niet begrijpen. De delen waar ze geestelijk begrip hebben, zijn de delen die hun kaliber kan bereiken. Door te luisteren naar communicatie over de verschillende waarheden met betrekking tot het geloof in God, kunnen ze die gaan begrijpen, en zelfs zonder iemands instructie kunnen ze de principes doorgronden die daarin begrepen moeten worden. De delen waar ze geen geestelijk begrip hebben, zijn de delen waar hun kaliber tekortschiet. Zonder begeleiding en instructie van anderen hebben ze geen beoefeningsprincipes, kunnen ze hun plicht niet normaal vervullen of problemen oplossen, en hebben ze begieting, begeleiding en instructie nodig om te weten hoe ze werk moeten doen en problemen moeten aanpakken – dit zijn de uitingen van het feit dat ze geen geestelijk begrip hebben. Van mensen met een gemiddeld kaliber kan worden gezegd dat ze in wezen geestelijk begrip hebben, maar dat hun niveau van geestelijk begrip tekortschiet in vergelijking met dat van mensen met een goed kaliber – ze begrijpen slechts de helft. Waar schiet het tekort? Het schiet tekort in de mate waarin ze de waarheidsprincipes begrijpen – ze zijn niet in staat om zelfstandig verschillende werkitems voltooien. Als we dus mensen met een slecht kaliber evalueren aan de hand van de vraag of ze al dan niet geestelijk begrip hebben, hoe moeten we dit dan aanpakken? Is het gemakkelijk te evalueren? Hebben mensen met een slecht kaliber geestelijk begrip? (Nee.) Je kunt al aan hun uitingen zien dat mensen met een slecht kaliber geen geestelijk begrip hebben, omdat ze zich alleen maar aan regels houden. Mensen zonder kaliber hebben in feite geen menselijke geest, en het niet hebben van een menselijke geest betekent dat ze net zo verstoken van geestelijk begrip zijn als beesten. Voor zulke mensen is het onnodig om te evalueren of ze al dan niet geestelijk begrip hebben. Wanneer een persoon zonder geest zaken bekijkt of met verschillende mensen omgaat, kan hij ze niet evalueren, en heeft hij geen gezichtspunten met betrekking tot positieve of negatieve dingen. Hij hanteert alleen wat berekeningen om zijn eigen belangen te beschermen en verliezen te vermijden. Wanneer je een gezichtspunt uitdrukt, en als hij je kent en weet dat je een goed kaliber en een zuiver bevattingsvermogen hebt, en dat je een positief persoon bent, dan sluit hij zich aan bij jouw gezichtspunt. Maar als hij je niet kent, kijkt hij op je neer. Hoe correct jouw gezichtspunt ook is of hoezeer het ook in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, hij aanvaardt het niet. Hij weet niet dat het correct is, weet niet dat het iets is wat mensen zouden moeten aanvaarden, en weet niet hoe voordelig dit goede gezichtspunt voor hem zou kunnen zijn of hoeveel hulp het hem zou kunnen bieden – ze zijn zich van dit alles niet bewust. Wanneer daarentegen een negatief persoon een negatief gezichtspunt naar voren brengt, en als deze negatieve persoon dominant is en iemand is die hij hoogacht en vereert, aanvaardt hij het negatieve gezichtspunt, zelfs als hij weet dat het hem later schade zal berokkenen. Wat voor soort persoon is hij? (Iemand die geen kaliber heeft.) Het is een persoon die geen kaliber heeft, wat betekent dat het hem ontbreekt aan het vermogen om dingen te onderscheiden. In welke situatie hij ook terechtkomt, hij kan die niet doorzien en kent geen van de principes waaraan hij zich zou moeten houden. Dit soort persoon kan slechte daden begaan wanneer hij slechte of kwaadaardige mensen volgt, en hij kan enkele goede dingen doen wanneer hij goede mensen volgt – het ontbreekt hem aan het vermogen om dingen te onderscheiden. Daarom zeg Ik dat hij een dode persoon zonder geest is. Mensen met een slecht kaliber kunnen, na vele jaren met mensen met een goed kaliber of met positieve individuen te hebben samengeleefd, beïnvloed worden door wat ze horen en zien, en kunnen enkele goede dingen leren, zich aan enkele goede regels houden, en vasthouden aan enkele positieve uitspraken en manieren van handelen of positieve gedachten en gezichtspunten. Dode mensen zonder geest kunnen echter zelfs positieve gedachten en gezichtspunten, goede manieren van handelen, goede regels, juiste gedachtegangen of positieve levenswijzen en algemene kennis van het dagelijks leven niet leren of naleven. Wanneer ze zelfstandig beginnen te leven, wordt hun leefsituatie – die van een verward iemand – volledig blootgelegd. Dit zijn de uitingen van dode mensen zonder geest.
Mensen met geestelijk begrip hebben op zijn minst een gemiddeld kaliber. Als de waarheid binnen hun bereik ligt en ze die kunnen begrijpen, dan zijn het mensen met een goed kaliber. Mensen zonder geestelijk begrip zijn zeker ofwel degenen met een slecht kaliber, of degenen zonder enig kaliber – deze twee soorten mensen ontbreekt het absoluut aan geestelijk begrip. Alleen van mensen met een goed kaliber kan worden gezegd dat ze volledig geestelijk begrip hebben, terwijl mensen met een gemiddeld kaliber een gemiddeld niveau van geestelijk begrip hebben. Dat wil zeggen, er zijn veel zaken waarin hun kaliber tekortschiet en ze zijn niet in staat geestelijk begrip te bereiken. Alleen in gewone zaken kunnen ze geestelijk begrip bereiken en dingen zelfstandig aanpakken. Wanneer ze worden geconfronteerd met complexe zaken of veelzijdig werk, kunnen ze deze dingen niet zelfstandig aanpakken omdat de betrokken waarheidsprincipes hun bereik en begrip te boven gaan. Daarom is hun niveau van geestelijk begrip vrij gemiddeld. Het kenmerk van mensen met een slecht kaliber is dat de waarheidsprincipes hun begrip te boven gaan, en ze zich, omdat ze de waarheidsprincipes niet kunnen begrijpen, alleen maar aan regels houden. Ze snappen niet eens wat het concept van de waarheidsprincipes is, en ze geloven dat de waarheidsprincipes slechts regels zijn. Daarom is het heel duidelijk dat dit soort mensen geen geestelijk begrip heeft. Een belangrijk kenmerk van hun gebrek aan geestelijk begrip is dat de gedachten en gezichtspunten die ze openbaren in hun begrip van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen allemaal verwrongen zijn. Hoe moet ‘verwrongen’ hier worden begrepen? Het betekent volledig losstaan van de ontwikkelingslijn van het denken van normale mensheid en van de ontwikkelingslijn van de behoeften van normale mensheid – dit is verwrongen zijn. Wanneer je luistert naar de denklogica van wat deze mensen zeggen, vind je die bizar, en telkens wanneer je hen een gezichtspunt hoort uitdrukken of over iets hoort praten, ben je stomverbaasd. Wat betekent ‘stomverbaasd’? Het betekent dat wanneer je hen iets hoort zeggen, je het ongelooflijk vindt en bij jezelf denkt: ‘Hoe kunnen ze zo'n idee hebben? Waarom is het zo anders dan wat normale mensen denken? Dit idee is zo vreemd – waarom voelt het een beetje onzinnig aan? In je hart vind je het bijzonder ongemakkelijk en absurd. Het zijn vooral mensen van wie de woorden anderen altijd stomverbaasd doen staan, die geneigd zijn tot verwrongenheid. Je vraagt hun bijvoorbeeld: “Heb je al iets gegeten?” Ze antwoorden: “Het is behoorlijk koud vandaag.” Is er enig verband tussen deze twee dingen? (Nee.) Je zegt: “Waarom heb je vandaag zo weinig aan?” Ze zeggen: “Ik heb vandaag een kopje gemberthee gedronken.” Heeft hun reactie enig verband met jouw vraag? Bevat hun antwoord normaal denken en normale logica? (Nee.) Hoe zou iemand met normaal denken en normale logica moeten reageren? Ze zouden kunnen zeggen: “Ik heb zo weinig aan omdat het binnen erg warm is, en bovendien is het buiten erg zonnig en is de temperatuur relatief hoog.” Of ze zouden kunnen zeggen: “Ik heb zo weinig aan omdat ik net klaar ben met sporten en ik het warm heb gekregen.” Maar als iemand vraagt: “Waarom heb je zo weinig aan?” en ze antwoorden: “Omdat ik vandaag gevoerde schoenen draag”, heeft dit antwoord niets met de vraag te maken. Hun gedachtegang en de logica die ze volgen wanneer ze denken, komen niet overeen met het denken en de logica van normale menselijkheid. Het is een heel vreemd idee en een heel vreemde gedachtegang waar geen mens met het denken van normale menselijkheid op zou komen. En dus heb je een ongemakkelijk gevoel na naar hun antwoord te hebben geluisterd. Je wilt een gesprek met hen voeren, maar je kunt geen aansluiting met hen vinden – ze geven altijd irrelevante antwoorden, waardoor het onmogelijk is om het gesprek voort te zetten. Iemand was bijvoorbeeld kleding aan het leren maken, en Ik vroeg haar: “Hoe gaat het met het leren kleding maken? Kun je gewatteerde kleding maken?” Wat zou een reactie zijn die in overeenstemming is met normaal denken en normale logica? (Ofwel “Dat kan ik”, ofwel “Dat kan ik niet”.) Dat zou normaal denken en normale logica weerspiegelen. Of ze zou ook kunnen zeggen: “Soms doe ik het wat beter, en mijn instructeur zegt dat het oké is, net acceptabel. Maar als het gaat om enkele van de complexere delen, is mijn werk onvoldoende en moet het opnieuw worden gedaan.” Zijn dit reacties van iemand met normaal denken en normale logica? (Ja.) Hoe reageerde deze persoon zonder normaal denken en normale logica? Ik vroeg: “Kun je nu dit type gewatteerde kleding maken?” Ze antwoordde: “Ik was dit type kleding aan het leren maken toen ik hier net kwam.” Ik vroeg: “Kun je het dus nu maken?” Ze bleef antwoorden: “Ik was dit type kleding aan het leren maken toen ik hier net kwam.” Ik dacht bij Mezelf: ‘Ik begrijp het niet. Je was dit type kleding aan het leren maken toen je net kwam – kun je het dus nu maken? Waarom kan ik dit niet doorgronden?’ Toen ik haar reactie hoorde, vond ik het ongemakkelijk. Ik vroeg of ze dit type kleding kon maken, en ze zei dat ze het aan het leren maken was toen ze net aankwam. Ik begreep niet hoe ze erin geslaagd was om op dat onderwerp over te stappen – wat had dat te maken met de vraag of ze het kon maken of niet? Ik dacht bij Mezelf: ‘Ik kan deze overstap naar een ander onderwerp gewoon niet volgen. Zelfs toen ik twee of drie keer achter elkaar vroeg: “Kun je het dus nu maken?”, bleef ze antwoorden: “Toen ik hier net kwam, was ik dit aan het leren maken, en mijn instructeur begeleidde me bij het maken hiervan – ik werk hier voornamelijk aan.” Ik kreeg nog steeds niet het antwoord dat ik zocht, en tot op de dag van vandaag weet ik nog steeds niet of ze het kan maken of niet. Analyseer de logica achter haar woorden en de reden waarom ze op deze manier sprak. (Haar reactie had niet echt iets met de vraag te maken. Mensen die het horen zullen proberen haar betekenis te raden, maar ze zullen nog steeds niet weten of ze het echt kan maken of niet.) Wilde ze het mij laten weten of niet? Wilde ze mij een accuraat antwoord geven? Hier gaf ze een hint: “Ik heb U al verteld dat toen ik hier net kwam, ik dit voornamelijk aan het leren maken was, en nu is het een week geleden – dus natuurlijk kan ik het maken. Zou U niet moeten kunnen begrijpen wat ik bedoel? Hoe kunt U het niet begrijpen?” Kunnen jullie deze betekenis uit haar reactie halen? (Nee.) Als haar reactie je in staat stelde een accuraat antwoord te krijgen en te weten of ze het wel of niet kon, dan zou haar reactie logisch zijn. Maar haar reactie geeft je slechts een vage betekenis en laat je niet werkelijk weten of ze het wel of niet kan. Mensen die altijd zo spreken – zijn dat geen erg verwarde mensen? Als ze opzettelijk op deze manier reageren, dan is het een kwestie van karakter. Als ze het niet opzettelijk doen en hun reactie geen noodzakelijk verband houdt met het antwoord dat je probeert te krijgen, dan is er een probleem met hun denken en logica. Als er een probleem is met hun denken en logica, betekent dit dan niet dat ze een slecht kaliber hebben? Zijn ze niet geneigd tot verwrongenheden? Dit is een uiting van een neiging tot verwrongenheden. Die persoon dacht: ‘Ik vertel U dat ik dit aan het leren maken was toen ik hier net kwam, het onvermijdelijke resultaat is dus dat ik het kan maken. Wat ze wilde overbrengen was het antwoord: “Ik kan het maken.” Mensen met normaal denken hebben geen accuraat antwoord gekregen nadat ze dit hebben gehoord. Daarom houdt haar reactie: “Ik was dit type kleding aan het leren maken toen ik hier net kwam”, geen logisch verband met het feit dat ze wilde overbrengen dat ze het kan maken. Was haar reactie dan geen verwarde uitspraak? (Ja.) Verwarde woorden spreken terwijl men denkt dat men goed kan communiceren en dat men de vraag al heeft beantwoord – weerspiegelt dit geen slecht kaliber? (Ja.) Dit is een uiting van een slecht kaliber. Die persoon heeft niet het denken en de logica van normale menselijkheid. Hoe je het ook vraagt, ze zal niet in staat zijn te beseffen wat de kern van het probleem is of waarom je steeds hetzelfde blijft vragen. Wanneer je het voor de derde keer vraagt, zal ze nog steeds dezelfde reactie geven en zelfs een ongeduldig gevoel krijgen en denken: ‘Waarom blijft U het vragen? Ik heb het U al verteld, en U snapt het nog steeds niet en blijft het maar vragen!’ Zelfs nadat het haar drie keer is gevraagd, zal ze nog steeds niet in staat zijn te beseffen dat haar antwoord onduidelijk is en niet het antwoord is dat de ander zoekt, dat ze haar bewoordingen zou moeten veranderen en duidelijk zou moeten aangeven of ze het wel of niet kan, en de ander niet zou moeten laten raden. Ze is niet in staat te beseffen hoe haar woorden anderen laten voelen of hoe zij daarop reageren – ze kan dit alles niet doorzien. Dit toont aan dat ze geen kaliber heeft. Hoe vaak je het ook vraagt, ze zal dezelfde reactie geven en zelfs het gevoel hebben dat wat ze zegt oprecht en niet onwaar is, denkend: “Hoe vaak U ook naar hetzelfde heeft gevraagd, ik heb hetzelfde antwoord gegeven – ik oefen me erin om een eerlijk mens te zijn, en ik zeg wat ik denk.” Is dit geen weerspiegeling van een slecht kaliber? (Ja.) Wanneer je naar Jan vraagt, praat zo’n persoon altijd over Piet en Hans. Wanneer je naar Piet en Hans vraagt, praat hij altijd over Jan. Mensen zonder normaal denken hebben verwarde gedachten, en hun denken is een warboel. Dit is een belangrijke uiting van een slecht kaliber. Kortom, dit zijn de uitingen van mensen met verschillende kalibers. Of je hun kaliber nu evalueert aan de hand van hun vermogen of onvermogen om de waarheidsprincipes te begrijpen en toe te passen, of aan de hand van de vraag of ze al dan niet geestelijk begrip hebben, dit zijn de uitingen. Hoewel we in enigszins algemene termen hebben gesproken, kunnen jullie mijn woorden in grote lijnen koppelen aan het werkelijke leven, nietwaar? (Ja.) Hebben we het onderwerp kaliber dan niet min of meer samengevat? (Ja.) Dat besluit onze discussie over het onderwerp kaliber.
De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten
De barrières tussen zichzelf en God en iemands vijandigheid jegens God loslaten
I. Iemands noties en verbeeldingen over God loslaten: iemands noties en verbeeldingen over Gods werk loslaten
F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen
Zeg mij, heeft de mate waarin mensen zich tegen God verzetten en tegen Hem in opstand komen iets te maken met de vraag of hun kaliber goed of slecht is? Verzetten mensen zich tegen God en komen ze tegen Hem in opstand vanwege een slecht kaliber? Hebben jullie deze vraag ooit overwogen? Is dit een vraag die het overwegen waard is? (Ja.) Sommige mensen zeggen: ‘Omdat we een slecht kaliber hebben, omdat het kaliber dat God ons heeft gegeven niet goed is, verzetten we ons hevig tegen God en komen we hevig tegen Hem in opstand.’ Is deze uitspraak correct? (Nee.) Gebaseerd op onze eerdere communicatie over de verschillen tussen aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden, tot welke categorie behoort kaliber? (Aangeboren condities.) Het behoort tot aangeboren condities. Dus, weet je of de verschillende aspecten van aangeboren condities verband houden met de menselijkheid en verdorven gezindheden van mensen? Laten we beginnen met kaliber – bepaalt kaliber de mate waarin een persoon tegen God in opstand komt en zich tegen Hem verzet? (Nee.) Waarom zeggen we dat het dat niet bepaalt? Dit houdt verband met de reden waarom mensen zich tegen God verzetten en tegen Hem in opstand komen. Komen mensen tegen God in opstand en verzetten ze zich tegen Hem vanwege een slecht kaliber? (Nee, het is omdat we verdorven gezindheden hebben.) Dat klopt – dit komt overeen met de werkelijkheid. Je verzet tegen en opstandigheid jegens God, en je onvermogen om je aan de waarheid te onderwerpen, zijn niet te wijten aan een slecht kaliber, ze zijn te wijten aan het feit dat je een verdorven gezindheid hebt. Je kunt dus niet klagen dat God je een laag kaliber heeft gegeven, alleen omdat je Hem kunt weerstaan. Kaliber, of elk ander aspect van je aangeboren condities, is inherent een conditie die je zelf hebt; het is een intrinsieke, aangeboren conditie die je als schepsel bezit. Ongeacht welk aspect van aangeboren condities het is, het leidt niet tot verzet tegen God, en het heeft geen relatie met een verdorven gezindheid. Lang zijn betekent bijvoorbeeld niet dat je minder verdorven gezindheden hebt. Mooi zijn of een lichte huid hebben betekent niet dat je geen verdorven gezindheden hebt. Door je geboorte deel uitmaken van een ras dat mensen hoogachten en bewonderen, betekent niet dat je geen verdorven gezindheden hebt. Met andere woorden, ongeacht welke aangeboren condities God een persoon heeft gegeven, en ongeacht hoe de aangeboren condities van een persoon eruitzien, ze hebben geen relatie met de verdorven gezindheid van die persoon. Het uiterlijk van een persoon leidt bijvoorbeeld op zichzelf niet tot het weerstaan van God. Omdat mensen echter een verdorven gezindheid hebben, kunnen ze, wanneer iemand er goed uitziet, denken: ‘Ik ben mooi, dus ik zou status moeten hebben en gerespecteerd moeten worden.’ Dit zijn uitingen van een verdorven gezindheid. Sommige mensen gebruiken hun aantrekkelijke uiterlijk om hun sterke punten te benutten, en onthullen zo veel foutieve uitspraken en handelingen. Deze uitspraken en handelingen worden allemaal veroorzaakt door hun verdorven gezindheid, niet door hun aangeboren condities. Ongeacht of je een goed of slecht kaliber hebt, kaliber op zichzelf leidt niet tot weerstand tegen God. Als je een goed kaliber hebt maar de waarheid niet begrijpt of aanvaardt, zul je God nog steeds weerstaan en tegen Hem in opstand komen omdat je een verdorven gezindheid hebt. Als je een slecht kaliber hebt maar de waarheid kunt aanvaarden, en zodra je begrijpt wat God je opdraagt te doen of niet te doen, je je daaraan kunt houden, en je in staat bent niet te handelen op basis van je verdorven gezindheid, dan zul je niet tegen God in opstand komen, noch zul je slinks zijn en laks worden, of plichtmatig, eigenzinnig, of willekeurig en roekeloos zijn. Ongeacht of je een slecht kaliber hebt of niet, zul je, zolang je een verdorven gezindheid hebt, zelfs als je Gods woorden kunt begrijpen, nog steeds in opstand komen tegen God en Hem weerstaan. Omdat je een verdorven gezindheid als je leven hebt, ontwikkel je vanzelfsprekend verschillende satanische gedachten en gezichtspunten, en satanische filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, evenals satanische gezichtspunten die ten grondslag liggen aan hoe je mensen en dingen bekijkt, en je zult opscheppen, jezelf verdedigen, en voortdurend willen opvallen en jezelf boven anderen willen verheffen. Je zult zelfs anderen willen beheersen en over hen willen heersen. Deze uitingen komen allemaal voort uit de satanische aard van mensen. Als je verschillende dingen doet op basis van je satanische aard en satanische leven, dan zul je, ongeacht of je een goed of slecht kaliber hebt, God weerstaan. Kaliber op zichzelf leidt er niet toe dat je God weerstaat. Je hebt een slecht kaliber, maar kun je handelen volgens Gods woorden zolang je ze begrijpt? Als je geen verdorven gezindheid hebt of niet leeft volgens je verdorven gezindheid, dan kun je dit absoluut bereiken. Neem bijvoorbeeld het hebben van een bepaald sterk punt – mensen denken vaak: ‘Aangezien ik dit sterke punt heb, ben ik superieur aan anderen; ik zou status in Gods huis moeten hebben, ik zou een leider of een steunpilaar in Gods huis moeten zijn. Deze gedachten worden niet veroorzaakt door het hebben van een sterk punt, maar door een verdorven gezindheid. Omdat mensen een verdorven gezindheid als hun leven hebben, worden alle dingen die ze openbaren, uitleven en tentoonspreiden, evenals hun perspectieven, standpunten en principes bij het bekijken van verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen, allemaal veroorzaakt doordat ze een verdorven gezindheid als hun leven hebben. Deze worden niet veroorzaakt door enige aangeboren conditie die God hun heeft gegeven. Begrijpen jullie het? (Ja.) Wat bedoel ik met het communiceren van deze woorden? Het doel van deze communicatie is om jullie in staat te stellen jullie werkelijke situatie duidelijker te begrijpen en te erkennen, en te erkennen hoe jullie kaliber is – wees geen persoon die geen verstand heeft, en ga geen zinloze strijd aan over de vraag of je een gemiddeld of slecht kaliber hebt, en maak ook geen zinloze excuses om te illustreren dat je kaliber niet slecht is. Deze handelingen hebben geen waarde. Deze communicatie is bedoeld om je in staat te stellen je kaliber en je verschillende vermogens nauwkeurig te begrijpen, en vervolgens je juiste positie te vinden en je te gedragen volgens je juiste stand. Dit zal je meer helpen om een fatsoenlijk schepsel te zijn, je goed op stellen in je positie als schepsel, en de plichten van een schepsel te vervullen. Natuurlijk zal het je tot op zekere hoogte ook meer helpen om je verdorven gezindheid af te werpen. Ongeacht op welk niveau je kaliber of verschillende vermogens zich bevinden, ze bepalen niet de mate waarin je God weerstaat en tegen Hem in opstand komt. Met andere woorden, er zou ook gezegd kunnen worden dat je verdorven gezindheid niet afhangt van de klasse van je kaliber, en nog minder van hoe je aangeboren condities zijn. De verdorven gezindheid van mensen ontstaat in hun aangeboren, intrinsieke vlees. Nadat mensen door Satan waren verdorven, werd hun verdorven gezindheid hun innerlijke leven. Wanneer je je verdorven gezindheid nog niet hebt afgeworpen, maak je misbruik van je aangeboren condities om te spreken en te handelen op basis van dit satanische leven. Dit betekent dat je, voordat je je verdorven gezindheid hebt afgeworpen, misbruik maakt van de verschillende aangeboren condities die God je heeft gegeven om je eigen doelen te bereiken. En dus kunnen we dit zeggen: als je je verdorven gezindheid niet afwerpt, maak je misbruik van de verschillende aangeboren condities die God je heeft gegeven of vertrap je die. Als je in het proces bent van het nastreven van de waarheid en het beoefenen van de waarheid om je verdorven gezindheid af te werpen, maak je op de juiste en effectieve manier gebruik van de verschillende aangeboren condities die God je heeft gegeven. Wanneer je transformeert van het hebben van een verdorven gezindheid als je leven naar het hebben van de waarheid als je leven, gebruik je de aangeboren condities die God je heeft gegeven op de juiste en correcte manier – met andere woorden, op een meer betekenisvolle manier. Begrijpen jullie het nu? Aangeboren condities op zichzelf zijn niet de grondoorzaak van de weerstand van de mensheid tegen God. De werkelijke grondoorzaak van de weerstand en opstandigheid van de mensheid jegens God ligt in de satanische verdorven gezindheid van mensen en het leven dat door Satan in mensen is geïmplanteerd. Is dit niet het geval? (Ja.) Is deze kwestie jullie nu in grote lijnen duidelijk? (Ja.)
6. Diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden
Voordat we over het onderwerp kaliber communiceerden, hebben we gecommuniceerd over enkele uitingen in drie aspecten: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Over welke uitingen hebben we de vorige keer gecommuniceerd? (De vorige keer hebben we gecommuniceerd over uitingen als: ijverig zijn in het doen van dingen, dingen methodisch doen, sterk beginnen maar zwak eindigen, voorzichtigheid betrachten, grootspraak en opscheppen, slordigheid, jezelf graag etaleren, de armen minachten en de rijken bevoordelen, in de gunst proberen te komen bij machthebbers, een uitzonderlijk geheugen hebben, enzovoort.) We zullen hier niet verder over communiceren. We zullen doorgaan met te communiceren over de diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en de onthullingen van verdorven gezindheden. Wanneer deze uitingen zich voordoen, moet je weten tot welk type uiting ze behoren, en je moet in staat zijn ze te onderscheiden en te doorzien; alleen dan kun je ze accuraat benaderen. Als een bepaalde uiting betrekking heeft op aangeboren condities die onveranderlijk zijn, dan hoef je je er niet mee bezig te houden. Als het gaat om bepaalde gebreken of tekortkomingen van menselijkheid die kunnen worden overwonnen, gecorrigeerd of veranderd, dan moet je proberen ze te corrigeren en te veranderen. Als het niet nodig is ze te overwinnen en ze jouw plichtsvervulling of jouw nastreven van de waarheid niet beïnvloeden, dan hoef je er geen aandacht aan te besteden. Als een uiting noch een probleem van aangeboren condities noch een probleem van menselijkheid is, maar betrekking heeft op verdorven gezindheden, dan moet die worden veranderd. Als je die niet transformeert of verandert, en een levensvorm die wordt gedomineerd door verdorven gezindheden wortel schiet en macht in jou uitoefent, dan zijn de dingen die je uitleeft en onthult niet louter kleine problemen zoals niet met anderen kunnen opschieten, anderen mishagen of er niet in slagen hen op te bouwen. In plaats daarvan bereikt wat je uitleeft en onthult het niveau waarop je de waarheid schendt, de waarheidsprincipes schendt, God weerstaat, God verwerpt en je tegen God keert – het kan zelfs worden gezegd: waarop je een positie tegenover God inneemt. Precies omdat verdorven gezindheden van deze aard zijn, moet je, zodra deze uitingen betrekking hebben op verdorven gezindheden, deze verdorven gezindheden leren kennen, en vervolgens de waarheid zoeken, de principes van het beoefenen van de waarheid begrijpen en bevatten, en in overeenstemming met de waarheidsprincipes praktiseren om deze verdorven gezindheden te vervangen, zodat deze verdorven gezindheden niet langer jouw leven domineren, en in plaats daarvan de waarheid je leven wordt en jouw dagelijks leven en wat jij uitleeft domineert.
Vergeetachtigheid
We zullen verder communiceren over de diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. De laatste uiting waarover we de vorige keer hebben gecommuniceerd, was het hebben van een goed geheugen, nietwaar? (Ja.) Tot welk aspect behoort vergeetachtigheid dan? (Aangeboren condities.) Dit is een aangeboren conditie en ook een gebrek van menselijkheid – uitsluitend deze twee aspecten. Is vergeetachtigheid een verdorven gezindheid? (Nee.) Duidelijk niet. Sommige mensen zijn vergeetachtig omdat ze van nature een slecht geheugen hebben, terwijl anderen vergeetachtig worden door veroudering van de hersenen en afnemend geheugen naarmate ze ouder worden. Als vergeetachtigheid aangeboren is, behoort het tot aangeboren condities; als het is verworven, dan is het een gebrek van menselijkheid. Is het niet uiteraard zo dat van nature vergeetachtig zijn ook als een gebrek wordt gezien? (Ja.)
Bedreven zijn in plannen voordat men dingen doet en bijzonder berekenend zijn
Bedreven zijn in plannen voordat men dingen doet – tot welk aspect behoort dit? (Een verdienste van menselijkheid.) Dit is een verdienste van menselijkheid. Voordat ze iets doen, plannen mensen die bedreven zijn in plannen vooruit, en volgen vervolgens de stappen; daarbij zijn ze niet impulsief, roekeloos of overhaast. Ze handelen op een doordachte manier en storten zich niet in een opwelling op de dingen, maar overwegen vooraf hoe ze moeten gaan, met wie ze moeten gaan, wat ze in speciale omstandigheden moeten doen, welke documenten of spullen moeten worden meegenomen, of ze afhankelijk van de omgeving enkele essentiële dagelijkse benodigdheden moeten meenemen, enzovoort. Ze zijn in staat al deze dingen in hun overwegingen mee te nemen. Voordat ze dingen doen, treffen ze grondige voorbereidingen, waarbij ze meer factoren in overweging nemen en nauwgezetter zijn in hun overwegingen. Ze zullen vooraf het onderscheid tussen gunstige en ongunstige omstandigheden inschatten, en ze zullen differentiëren tussen het beste scenario en de slechtst mogelijke gevolgen. Ze zullen redelijke regelingen treffen om de beste resultaten te bereiken. Omdat ze bedreven zijn in plannen en het treffen van redelijke regelingen, is de manier waarop ze zaken afhandelen doorgaans grondiger. Onverwachte situaties wat betreft de dingen en reisplannen die ze regelen komen minder vaak voor, en de resultaten van hun werk zijn doorgaans beter. Mensen die met hen samenwerken voelen zich niet angstig, maar voelen zich juist meer op hun gemak. Kan er dus worden gezegd dat bedreven zijn in plannen, relatief gezien, behoort tot een verdienste van menselijkheid? (Ja.) Tot zover het bedreven zijn in plannen. Is het dan ook goed om berekenend te zijn, of niet? (Het is niet goed. Het is een gebrek van menselijkheid.) Bedreven zijn in plannen is een verdienste en een sterk punt van menselijkheid – het is positief – terwijl berekenend zijn een gebrek van menselijkheid is. Bijvoorbeeld, als twee mensen een maaltijd nuttigen die in totaal tien yuan kost, en bij het betalen betaalt een berekenend persoon vijf yuan en vijftig cent terwijl de andere persoon vier yuan en vijftig cent betaalt, dan voelt hij: ‘Dit is niet juist – hij heeft vijftig cent minder betaald. We zouden beide vijf yuan moeten betalen om het eerlijk en redelijk te laten zijn.’ Hij rekent zelfs zo'n klein bedrag na. Als hij het gevoel heeft dat hij tekort is gedaan, voelt hij zich ongemakkelijk en zoekt hij altijd naar een kans om zijn verlies via sluwe middelen terug te winnen. Als hij er niet in slaagt zijn verlies op deze manier terug te winnen, kan hij niet goed eten of slapen. Berekenend zijn is een gebrek van menselijkheid. Als dit ernstig wordt en hij zelfs in grote zaken berekenend is, waarbij hij altijd probeert voordeel uit anderen te halen en van hen te profiteren, of omwille van zijn berekeningen vaak zijn toevlucht neemt tot listen, dan is dit niet langer louter een gebrek van menselijkheid, maar heeft het betrekking op een verdorven gezindheid. Als het feit dat iemand berekenend is geen gevolgen heeft voor anderen en hun belangen niet schaadt, en alleen een rol speelt bij triviale zaken van het dagelijks leven, waarbij het uiteindelijk leidt tot frequente mislukkingen of slechte resultaten bij het aanpakken van zaken, dan is dit een gebrek van menselijkheid.
Wat voor soort probleem is gierig zijn? (Een gebrek van menselijkheid.) Welke uitingen vormen gierig zijn? Bijvoorbeeld, als een gierig persoon op het punt staat ergens heen te rijden en iemand zegt: “Het ligt toevallig op de route, kun je me een lift geven? Het kost je maar vijf minuten, en ik kan je wat geld voor benzine geven”, dan is hij bang dat de persoon na de rit misschien niet betaalt en verzint hij een smoes om hem een lift te weigeren – dit is gierig zijn. Er zijn ook mensen die, wanneer iemand iets van hen wil lenen en ze het niet willen uitlenen, zeggen: “Ik gebruik het momenteel zelf. Ik ben niet echt in de positie om het aan jou uit te lenen. Je zou het aan iemand anders moeten vragen.” Ze zijn buitengewoon vrekkig en gierig; ze hebben geen normale interpersoonlijke interacties en zijn erg bang dat anderen van hen profiteren; tegelijkertijd hopen ze altijd van anderen te profiteren. Dit wordt gierig zijn genoemd. Er zijn ook mensen die, wanneer je tien yuan wilt lenen om een maaltijd en wat andere dingen te kopen, de zaak overdenken: ‘Ik leen je hoogstens vijf yuan voor de maaltijd – niet meer, nog geen cent!’ Wanneer ze je de volgende dag ziet vragen ze zelfs: “Hoe was die maaltijd? Heb je de volle vijf yuan gebruikt?” Hun woorden hinten subtiel op: “Schiet op en betaal me terug! Je bent me nog geld schuldig voor die maaltijd. Als je me niet terugbetaalt, zul je me op een maaltijd moeten trakteren!” Dit soort mensen is buitengewoon bekrompen in hun zelf-gedrag en bedreven in berekenen. Ze zijn niet alleen bedreven in berekenen als het gaat om materiële zaken, maar zijn ook bijzonder bedreven in berekenen wat betreft interpersoonlijke interacties. Wat iemand ook tegen hen zegt, ze zoeken er altijd iets achter en overdenken de achterliggende betekenis. Als de woorden hen schaden of inbreuk maken op hun belangen, slaan ze onmiddellijk terug. Zelfs in gesprekken proberen ze voordeel te behalen en weigeren ze pertinent ook maar enig verlies te lijden. Dit is niet langer louter bekrompen of gierig zijn – het is een verdorven gezindheid. Als het er alleen maar om gaat dat men in dagelijkse materiële en financiële interacties altijd probeert voordeel te behalen en verlies te vermijden, is dit louter een gebrek van menselijkheid en heeft het niet het niveau van een verdorven gezindheid bereikt. Als het echter de principes van de manier waarop men zich gedraagt en handelt betreft, dan is het niet langer een gebrek van menselijkheid, maar heeft dit het niveau van een verdorven gezindheid bereikt. Waar behoort vrijgevigheid dan toe? (Een verdienste van menselijkheid.) Dit kan worden geclassificeerd als een verdienste van menselijkheid. In interacties met anderen maken vrijgevige mensen zich niet zo druk om winst en verlies. Wanneer anderen kleine voordeeltjes behalen of iets kleins van hen aannemen, of wanneer iemand soms geleend geld niet aan hen terugbetaalt, zijn ze wat zulke dingen betreft niet echt berekenend. Ze zijn relatief vrijgevig en tolerant ten opzichte van anderen – dit is een verdienste van menselijkheid.
Bekrompenheid
Wat voor soort probleem is bekrompenheid? (Een gebrek van menselijkheid.) Het is een gebrek van menselijkheid. Wat zijn de uitingen van bekrompenheid? (De neiging om je druk te maken over onbeduidende zaken.) Bijvoorbeeld, als je tijdens een maaltijd tegen een bekrompen persoon zegt: “Je hebt echt een grote eetlust – je eet meer dan de meeste mensen”, dan wordt hij boos: “Noem je me een veelvraat?” Je maakte een opmerking die hem onbedoeld kwetste of van streek maakte, en hij trekt het zich aan en kan het niet loslaten. Hij kan een halve maand boos op je blijven en weigeren met je te praten, en je hebt geen idee wat de oorzaak hiervan is. In werkelijkheid maakte je slechts een terloopse opmerking zonder enige bedoeling om hem te bespotten, maar totaal onverwacht blaast hij deze opmerking op, in de overtuiging dat hij werd uitgelachen. Hij trekt zich zelfs deze kleine kwestie aan en overdrijft het eindeloos, blaast de dingen buiten proportie op en toont helemaal geen vergevingsgezindheid – dit is bekrompenheid. Hoe bekrompen kunnen dit soort mensen wel niet zijn? Ze kunnen net zo eigenzinnig zijn als kinderen – niemand durft hen te provoceren. Wanneer je met hen omgaat, moet je altijd voorzichtig zijn en durf je niet normaal met hen te praten, want als je dat wel doet, kan alles wat je zegt hen beledigen of kwetsen, en dat zal gevolgen hebben – de volgende keer dat jullie elkaar ontmoeten, zullen ze je een norse blik toewerpen, oogcontact vermijden en zelfs hard op dingen slaan. Als je met hen probeert te praten, zullen ze je negeren. Zowel de dingen met hen uitpraten als proberen hen te paaien zal niet werken. Als je in hun buurt gaat zitten, zullen ze je ontwijken en je negeren. Ze hebben altijd kinderachtige driftbuien en gedragen zich koppig, ongeacht hun leeftijd – is dit geen bekrompenheid? (Ja.) Dit is een gebrek van menselijkheid. Zulke mensen zijn erg moeilijk in de omgang. Wanneer de broeders en zusters met een open hart met elkaar communiceren en elkaars tekortkomingen aanwijzen, durft niemand dit soort mensen ergens op te wijzen. Maar als ze niet bij deze communicatie worden betrokken, worden ze ontevreden en beginnen ze bepaalde gedachten te ontwikkelen: ‘Jullie communiceren allemaal met een open hart met elkaar en helpen elkaar, maar mij behandelen jullie niet als een broeder of zuster. Helemaal niets tegen hen zeggen is niet goed – je moet wel iets tegen hen zeggen: “Je bent geweldig, maar soms is je humeur niet zo goed. Wij hebben echter ook onze fouten en letten vaak niet op wat we zeggen.” Als je het niet op die manier verwoordt en alleen maar zegt dat ze een slecht humeur hebben en kleingeestig zijn, zal het niet werken – ze zullen boos worden. Wanneer je met hen omgaat, moet je bijzonder voorzichtig zijn en je woorden zorgvuldig kiezen. Als je ook maar één ding zegt dat ongepast is, zul je de gevolgen moeten dragen. Daarom is het bijzonder vermoeiend om met hen om te gaan. Ongelovigen hebben hier een term voor, ze zeggen dat dit soort mensen ‘glazen harten’ hebben, wat betekent dat ze bijzonder snel gekwetst zijn. Om het minste of geringste voelen dit soort mensen zich gekwetst, beginnen ze te huilen, weigeren ze te eten, kunnen ze niet slapen en worden ze negatief. Ze zeggen: “Jullie zeggen allemaal dat ik niet deug. Niemand van jullie mag me, niemand van jullie praat met me, en jullie ontwijken me allemaal en willen niet in mijn buurt zijn.” Is dit niet kinderachtig? (Ja.) Iemand zegt: “Je hart is zo breekbaar, als glas – het breekt bij het minste pijntje. Wie zou je durven ontmaskeren? Wie zou met je durven omgaan? Iedereen is bang om dat te doen.” Zeggen dat dit soort mensen een kwaadaardige menselijkheid heeft, zou niet objectief zijn – ze doen echt geen slechte daden. Het is alleen zo dat ze bijzonder prikkelbaar zijn – ze zijn koppig, maken zich druk om kleinigheden en hebben het humeur van een kind. Je kunt niet met hen in botsing komen of hen provoceren. Als je tegenover hen vergevingsgezind bent, zeggen ze dat je op hen neerkijkt en hen niet serieus neemt; als je hen serieus behandelt, zeggen ze dat je overdreven kritisch op hen bent – wat je ook doet, het is verkeerd. Wanneer je met dit soort mensen omgaat, en als je benadering passend is en je erin slaagt hen tevreden te stellen, dan kunnen ze, zelfs als hun kaliber enigszins slecht is, hun plicht goed vervullen. Maar als je benadering niet passend is en iets hen van streek maakt, worden ze negatief, en moet je je hersens pijnigen om manieren te bedenken om hen te sussen. Mensen die bekrompen zijn, zijn erg lastig. Om een triviale kwestie kunnen ze zolang huilen dat hun ogen vuurrood worden. Als een triviale kwestie niet gaat zoals zij willen, kunnen ze urenlang pruilen. Wanneer ze uit hun humeur zijn, kunnen ze een halve maand lang geen aandacht aan anderen schenken of met hen praten. Zulke mensen hebben een slecht humeur en zijn bekrompen, maar ze doen nog steeds het werk dat ze verondersteld worden te doen – ze doen het alleen met boosheid. Zodra hun humeur verbetert, kunnen ze weer goed werken. Over het geheel genomen is dit gebrek en dit probleem van hun menselijkheid ernstig. Waarschijnlijk zullen ze een gespannen sfeer creëren en zowel zichzelf als anderen problemen bezorgen en tot last zijn. Dit soort mensen mist de grootmoedigheid van volwassenen of de volwassen houding voor wereldlijke betrekkingen. Ze lijken een beetje op kinderen van een jaar of tien. Je kunt niet zeggen dat ze verstandig zijn, want dat zijn ze niet echt, maar je kunt ook niet zeggen dat ze onvolwassen zijn, want ze praten altijd als volwassenen. Als je hen als volwassenen behandelt, dan is het mogelijk dat alles wat je zegt hen mishaagt en hen het gevoel geeft beperkt te worden, waardoor ze plotseling een driftbui krijgen als een kind. Maar als je hen als kinderen behandelt, hebben ze het gevoel dat je op hen neerkijkt. Kortom, ze zijn erg abnormaal. Dit is een gebrek van menselijkheid. Als iemand zo’n probleem heeft, moet hij veranderen en ernaar streven te leren tolerant en verdraagzaam te zijn, te leren problemen op de juiste manier en met de juiste houding te benaderen en op te lossen, en met anderen om te gaan op de rationele manier van normale mensen. Zelfs als de meeste mensen de waarheid of de juiste manier van doen niet aanvaarden, moet je je hierdoor niet laten beperken of beïnvloeden, noch moet je je hierdoor laten inperken of binden. Je moet blijven volharden de dingen op de juiste manier te doen. Zelfs als je voelt dat het moeilijk is, moet je niet opgeven – dit maakt ook deel uit van het leerproces. Geleidelijk aan zullen jouw menselijkheid, inzicht en andere aspecten rijpen, en zul je groeien. Wat is het teken van groei? Dat is in staat zijn harmonieus met de meeste mensen om te gaan; dat is in staat zijn het te verdragen, het te begrijpen en het correct te benaderen wanneer iemand iets onaangenaams zegt, een grap maakt of iets kwetsends tegen je zegt. Als wat anderen zeggen onaangenaam klinkt, maar jouw werkelijke situatie weerspiegelt, moet je het aanvaarden en erkennen. Als iemand onbedoeld iets zegt dat je beledigt, en je ziet dat het onopzettelijk was, moet je ervoor kiezen tolerantie te tonen. Als iemand het opzettelijk op je gemunt heeft en een aantal zeer kwetsende dingen zegt, dan moet je kalmeren, tot God bidden en zoeken: ‘Waarom heeft hij het zo op mij gemunt? Wat is zijn bedoeling? Is hij een kwaadaardig persoon, of is dit een onthulling van een verdorven gezindheid? Als hij een kwaadaardig persoon is, dan moet ik hem beter onderscheiden en op mijn hoede voor hem zijn. Als wat hij zegt juist is en in overeenstemming met de waarheid, zal ik het aanvaarden; als het onjuist is, dan is het ook niet nodig om met hem in discussie te gaan. Als hij een verdorven gezindheid onthult, zal ik kijken of hij de waarheid kan aanvaarden. Als hij de waarheid kan aanvaarden, dan zal ik met hem over de waarheid communiceren. Als hij de waarheid niet aanvaardt, dan kan ik alleen maar verdraagzaamheid tonen. Lost dat de kwestie niet op? Op deze manier kun je, wanneer je met allerlei soorten mensen omgaat, hen met wederzijdse tolerantie en wederzijdse hulp tegemoet treden en harmonieus met hen omgaan – dit is altijd beter dan een bekrompen persoon te zijn. Bekrompen mensen bezorgen enerzijds anderen aanzienlijk ongemak, en anderzijds slagen ze er niet in om in enige groep te passen, waardoor ze erg geïsoleerd en misplaatst overkomen. Sommige goedhartige mensen zullen medelijden met je hebben, en iedereen zal je eigenlijk willen helpen, omdat jullie allemaal broeders en zusters zijn, maar wanneer je jezelf altijd isoleert en op deze manier alleen blijft, denk je dan niet dat je ongemakkelijk overkomt op anderen? (Ja.) Waarom val je uit de toon? Het is omdat je dit gebrek van menselijkheid hebt. Je moet er dus aan werken om het te overwinnen en geleidelijk te veranderen, nietwaar? (Ja.)
Een slecht humeur hebben
Een slecht humeur hebben, opvliegend zijn – tot welk aspect behoort dit? (Een gebrek van menselijkheid.) Een slecht humeur hebben kan ook opvliegend zijn worden genoemd – telt dit als een gebrek van menselijkheid? (Nee.) Hoe moet dit worden bekeken? Een persoon die een goed humeur heeft, zijn kwaadaardigheid achter een glimlach verbergt, altijd op een zachte en vriendelijke manier spreekt, nooit met iemand ruzie maakt en altijd zegt wat andere mensen willen horen – is dit goed? (Nee.) Als iemand zegt dat deze persoon grof is, zeggen ze: “Grof zijn is goed; grove mensen veroorzaken geen problemen.” Als iemand zegt dat ze kaal zijn, zeggen ze: “Kaal zijn is goed; kale mensen zijn slim.” Dat wil zeggen, wat anderen ook zeggen of hoe anderen hen ook behandelen, hij verliest nooit zijn geduld en wordt nooit boos – is zo’n persoon goed? (Nee.) Wat betreft de vraag welke mensen hij echt mag, wat zijn gedachten en gezichtspunten zijn over goede mensen en goede dingen en over kwaadaardige mensen en slechte dingen, en of hij goede mensen goedkeurt en kwaadaardige mensen verafschuwt, of juist kwaadaardige mensen goedkeurt en goede mensen verafschuwt – hij heeft over deze dingen geen duidelijke gezichtspunten of standpunten, en hij geeft nergens commentaar op. Ongeacht welke kwestie hij tegenkomt, hij wimpelt de kwestie altijd af met een glimlach, en hij is bijzonder meegaand en heeft geen opvliegend karakter. Is dit een verdienste van menselijkheid? (Nee.) Een goed humeur hebben is geen verdienste van menselijkheid. Is een slecht humeur hebben dan een gebrek van menselijkheid? Kan het hebben van een goed of slecht humeur bepalen hoe iemands menselijkheid is? (Nee.) Sommige mensen kan het bijvoorbeeld niet schelen wanneer ze iemand zien die zijn plicht plichtmatig uitvoert, en als ze zien dat iemand het werk van de kerk verstoort voelen ze geen verontwaardiging; ze zeggen zelfs: “Het geeft niet, je zult er wel beter in worden – neem de tijd. God heeft nauwgezette bedoelingen met ons; we moeten Gods liefde en Zijn genade terugbetalen, en we mogen niet plichtmatig zijn. Let hier de volgende keer op.” Hebben deze mensen een goed humeur? (Ja.) Sommige mensen zeggen wanneer ze zien dat iemand de belangen van Gods huis niet beschermt: “Zou je kunnen proberen de belangen van Gods huis te beschermen? Het zou zo geweldig zijn als je rekening zou houden met Gods bedoelingen. We moeten goede mensen zijn – als we geen goede mensen zijn, zal God niet van ons houden. In de manier waarop we ons gedragen, moeten we op zijn minst de belangen van Gods huis beschermen – let hier in de toekomst op.” Wordt hierin een slecht humeur getoond? (Nee.) Hun humeur is best goed, toch? Sommige mensen worden nooit boos, wat er ook gebeurt. Wanneer ze zien dat sommige mensen tijdens het prediken van het evangelie vaak valse cijfers rapporteren om de Boven en Gods huis te bedriegen, zeggen ze: “Als de meerderheid van de mensen op deze manier valse cijfers rapporteert, dan is dit de stroom van het werk van de Heilige Geest – we moeten ons eraan onderwerpen!” Iemand weerlegt hen en zegt: “Valse cijfers rapporteren is liegen en God bedriegen; dat kan ik niet doen.” Ze antwoorden: “Waarom niet? Andere mensen rapporteren valse cijfers, en rapporteren alleen het goede nieuws en niet het slechte. Waarom ben je zo dwaas?” Wanneer ze zien dat mensen valse cijfers rapporteren, zijn ze blij. Wanneer ze zien dat sommige mensen zich aan de principes houden en weigeren valse cijfers te rapporteren, worden ze boos en woedend, slaan ze op tafel en zeggen ze: “Waarom rapporteer je geen valse cijfers? Wil je tegen de stroom van de Heilige Geest ingaan? Als je geen valse cijfers rapporteert, zal ik je van je functie ontheffen! Ik zal je verwijderen!” Wat vinden jullie ervan dat ze op deze manier hun geduld verliezen? (Het is slecht.) Dit is een uitbarsting van boosaardige woede. Is het niet laaghartig dat ze hun geduld niet verliezen wanneer ze dat wel zouden moeten doen en het willekeurig verliezen wanneer ze dat niet zouden moeten doen, dat ze het kwade gerechtvaardigd noemen, het rapporteren van valse cijfers de stroom van de Heilige Geest noemen, het hogelijk prijzen, en het zelfs bevorderen? (Ja.) Wanneer ze zien dat iemand weigert valse cijfers te rapporteren, slaan ze op tafel, worden ze boos, kijken ze woedend en willen ze hen ontheffen of verwijderen – dit is ‘donderende woede’! De grote rode draak heeft een ‘Donderoperatie’; dat machtsvertoon van de duivel wordt een ‘Donderoperatie’ genoemd, en dit is de ‘donderende woede’ van deze mensen. Als je weigert valse cijfers te rapporteren en ze slaan op tafel en ontketenen hun donderende woede tegen je, zouden jullie je in zo'n situatie dan aan de principes durven houden, door alleen de werkelijke cijfers te rapporteren en te weigeren valse cijfers te rapporteren? Zouden jullie durven opstaan en hen bekritiseren en ontmaskeren, door te zeggen: “Je dwingt mensen om valse cijfers te rapporteren – je bent een duivel! Je noemt het volgen van antichristen in het rapporteren van valse cijfers zelfs de stroom van de Heilige Geest. Is dit niet de Heilige Geest lasteren en God lasteren? Je onderscheidt goed niet van kwaad en je lastert de Heilige Geest, en toch beschouw je jezelf als een gerechtvaardigde engel. Je staat niemand toe om in te gaan tegen jouw eis om valse cijfers te rapporteren, en je verliest zelfs je geduld. Je hebt niet het minste gevoel van gerechtigheid. Niet alleen ontmasker en veroordeel je geen slechte dingen, maar je laat ook je woede enorm de loop tegen degenen die zich aan de waarheid houden en weigeren valse cijfers te rapporteren, en je ontketent zelfs je ‘donderende woede’ tegen hen. Is dit niet opzettelijk het werk van Gods huis verstoren en hinderen? Is dit gedrag niet van dezelfde aard als wat de grote rode draak doet?” Dus, als we nogmaals kijken of een slecht humeur hebben werkelijk een gebrek van menselijkheid is of juist een verdienste van menselijkheid, kunnen we stellen dat dit niet kan worden gegeneraliseerd. Het hangt af van de vraag welke situaties ertoe leiden dat een persoon zijn geduld verliest en welke niet, evenals van de vraag waarom die persoon doorgaans een slecht humeur heeft. Het hangt af van wat die persoon nastreeft, of die persoon principes heeft voor zijn zelf-gedrag, en hoe zijn houding ten opzichte van de waarheid precies is, evenals hoe zijn houding is ten opzichte van God, Gods werk, de belangen van Gods huis en het werk van de kerk. Als ze, omwille van het hooghouden van de waarheidsprincipes, het beschermen van de belangen van Gods huis en het beschermen van het werk van Gods huis, consequent een slecht humeur hebben wanneer ze worden geconfronteerd met diverse kwaadaardige mensen, gebeurtenissen en dingen, dan is dit een verdienste van hun menselijkheid. Maar als ze nooit boos of kwaad worden wanneer ze worden geconfronteerd met diverse kwaadaardige dingen of dingen die God weerstaan, alsof ze er niets mee te maken hebben, dan is dit geen gebrek van hun menselijkheid – dit is een slechte menselijkheid, een compleet gebrek aan een gevoel van gerechtigheid, en het behoort natuurlijk tot de categorie van verdorven gezindheden. Hoe moet humeur dan worden bekeken? Dat een persoon een goed humeur heeft, betekent niet noodzakelijkerwijs dat zijn menselijkheid goed is, en dat een persoon een slecht humeur heeft, betekent niet noodzakelijkerwijs dat zijn menselijkheid slecht is – het hangt er vanaf waar zijn slechte humeur op gericht is. Als hun slechte humeur is gericht op dingen die kwaadaardig en duister zijn en niet in overeenstemming zijn met de waarheid – als het is gericht op dingen die de principes van Gods huis schenden, de belangen van Gods huis schaden en het werk van de kerk hinderen en verstoren – en ze vaak boos worden en hun geduld verliezen omdat ze zich over deze dingen angstig, geagiteerd en bezorgd voelen, dan is dit geen slechte menselijkheid. Dit is rekening houden met Gods bedoelingen, dit is een verdienste van menselijkheid. Omgekeerd, als ze, wanneer ze met deze negatieve dingen worden geconfronteerd, niet in woede uitbarsten, niet naar voren treden om de belangen van Gods huis of Gods getuigenis te beschermen, en zich niet aan de waarheidsprincipes houden en naar voren treden om deze dingen te stoppen of in te perken, maar in plaats daarvan toestaan dat deze hinder en verstoringen ongecontroleerd toenemen en zich verspreiden, dan is hun karakter, hoewel zulke mensen een heel goed humeur lijken te hebben, in werkelijkheid laaghartig. Is dit niet het geval? (Dat is zo.) Hoe moet de kwestie van het hebben van een slecht humeur worden bekeken? Het hangt af van de vraag op welke zaken het slechte humeur van een persoon is gericht; je moet kijken hoe het karakter van die persoon is, wat hij nastreeft en welk pad hij bewandelt, en welke houding hij heeft ten opzichte van de waarheid, ten opzichte van God, ten opzichte van het werk van Gods huis en ten opzichte van de belangen van Gods huis. Is deze manier van kijken accuraat? (Ja.) Als een persoon geen gevoel van gerechtigheid heeft, maar opvliegend is, snel woedend wordt en erg heetgebakerd is wanneer hij in zijn dagelijks leven met mensen omgaat, vaak ziedend van woede is, en vaak ruzie maakt en de confrontatie met anderen aangaat over triviale zaken, en zelfs grove taal gebruikt, dan is dit geen gebrek van menselijkheid – dit is een laaghartig karakter. Als we het bekijken in termen van verdorven gezindheden, is de gezindheid van deze persoon venijnig, en niemand durft hem te provoceren. Ze verliezen hun geduld niet omwille van het beschermen van gerechtvaardigde doelen, het beschermen van positieve dingen, het hooghouden van de waarheidsprincipes of het beschermen van de belangen en het werk van Gods huis, maar veeleer omwille van het beschermen van al hun eigen belangen, hun reputatie, status, ijdelheid, materiële bezittingen, geld, enzovoort. Het slechte humeur van zo'n persoon kan worden geclassificeerd als een laaghartig karakter. Een slecht humeur moet worden bekeken op basis van de situatie, waarbij in overweging wordt genomen waarop iemands slechte humeur is gericht en wat de bedoelingen erachter zijn. Als ze, om hun eigen belangen of hun reputatie en status te beschermen, werkelijk hun geduld kunnen verliezen en stennis kunnen schoppen over een enkele opmerking, dan is hun karakter laaghartig. Als ze over het algemeen vrij grootmoedig zijn als het gaat om zaken die hun persoonlijke belangen betreffen – ze laten het bijvoorbeeld meestal rusten en verliezen hun geduld niet wanneer mensen af en toe opmerkingen maken die tegen hen zijn gericht en hun trots een beetje kwetsen, of wanneer mensen een beetje van hen profiteren – als ze zich niet druk maken over kleine dingen en meegaand kunnen zijn in de omgang met anderen, maar wel hun geduld verliezen wanneer ze zien dat iemand het werk van de kerk hindert en verstoort en schade toebrengt aan de belangen van Gods huis, dan is dit geen slecht karakter. Het is veeleer het gevoel van gerechtigheid dat de menselijkheid behoort te hebben; het is een verdienste van menselijkheid.
De neiging hebben om te mokken
De neiging hebben om te mokken – tot wat voor soort probleem behoort dit? (Een gebrek van menselijkheid.) Dit is een gebrek van menselijkheid. Wat voor soort mensen hebben de neiging om te mokken? (Bekrompen mensen.) Bekrompen mensen, lichtgeraakte mensen en kinderen hebben allemaal de neiging om te mokken. Wanneer ze op een klein probleem stuiten, worden ze om het minste of geringste boos, weigeren ze met je te praten, weigeren ze je te zien en nemen ze je telefoontjes niet aan. Je zegt onbedoeld iets dat hen kwetst, en ze beginnen te mokken, negeren je lange tijd, en zelfs als ernaar wordt gevraagd, zeggen ze niets. Je vraagt hun: “Wat is er aan de hand? Als er een probleem is, laten we het dan oplossen. Als ik je iets schuldig ben, zal ik het goedmaken. Als iets wat ik zei je heeft gekwetst, bied ik mijn excuses aan, en ik kan doen wat je ook maar wilt dat ik doe.” Toch blijven ze zwijgen en mokken. Zijn zulke mensen niet lastig? (Ja.) Dit is abnormale menselijkheid. Problemen met betrekking tot menselijkheid die niet het niveau bereiken van kwesties aangaande karakter, behoren allemaal tot gebreken van menselijkheid. Een gebrek betekent dat iets wat aanwezig zou moeten zijn binnen normale menselijkheid bij iemand ontbreekt – iemands houding of de manier waarop men zich gedraagt en zaken aanpakt is abnormaal of onvolwassen en voldoet niet aan de norm van verstand voor normale menselijkheid. Dit is een gebrek. De neiging om te mokken irriteert enerzijds anderen, waardoor ze niet graag met zulke mensen omgaan, anderzijds is mokken een uiting van kinderachtigheid en onvolwassenheid. Over het algemeen gedragen alleen kinderen van een jaar of tien zich op deze manier – volwassenen vertonen deze uitingen niet. Wanneer zo iemand een goede relatie met je heeft, zijn jullie als twee handen op één buik. Maar wanneer de relatie tussen jullie bekoelt, wordt hij vijandig, mokt hij, weigert hij met je te praten, geeft hij alles terug wat je hem hebt gegeven en breekt hij definitief met je. Maar wie weet – op een dag verzoent hij zich misschien weer en worden jullie net zo hecht als voorheen. Dit zijn uitingen van onvolwassenheid. Al deze uitingen van onvolwassenheid worden gebreken van menselijkheid genoemd. De neiging hebben om te mokken is een gebrek van menselijkheid. Mensen die geneigd zijn te mokken, stellen bij het uitvoeren van hun plicht gemakkelijk dingen uit. Je weet nooit wanneer ze misschien dagenlang gaan zitten mokken omdat iemand iets zei dat hen kwetste. Hoe belangrijk de plicht ook is, ze kunnen ermee ophouden zonder iets te zeggen. Je denkt misschien dat ze hun plicht nog steeds normaal vervullen, maar in werkelijkheid zijn ze al lang met hun werk gestopt. Daarom is het absoluut noodzakelijk om nooit belangrijk werk toe te wijzen aan mensen die de neiging hebben om te mokken, vooral geen taken die zich in kritieke fasen bevinden, aangezien ze buitengewoon eigenzinnig zijn, altijd emotioneel en geneigd om te mokken, en het hun aan rationaliteit ontbreekt, wat er gemakkelijk toe leidt dat ze hun werk in de steek laten tijdens het vervullen van hun plicht. Als dit werk absoluut door hen moet worden gedaan of als er niemand anders is om hen te vervangen, dan moet men, wanneer men hun het werk toewijst, iemand op hun werk laten toezien. Als er iemand anders is die hen kan vervangen, dan zou relatief belangrijk werk niet aan hen moeten worden toegewezen. Sommige mensen hebben bijvoorbeeld een beetje kaliber en kunnen het werk van een kerkleider aan, maar wanneer een broeder of zuster iets zegt dat hen kwetst, beginnen ze te mokken: “Ik stop ermee! Jullie kunnen wie jullie maar willen leider laten zijn. Ik ga terug naar huis om mijn leven te leiden – ik ben er klaar mee!” Zodra ze beginnen te mokken, bestaat de kans dat ze hun plicht opgeven en vertrekken, en wie weet wanneer ze terugkomen. Zijn zulke mensen betrouwbaar? (Nee.) Ze reageren hun woede af op hun plicht en het werk van de kerk, en geven hun plicht op elk willekeurig moment op. Is dit geen uiting van onvolwassenheid? (Ja.) Dat ze hun plicht en het werk van de kerk behandelen alsof het een kinderspel is, zoals vadertje en moedertje spelen, is een uiting van onvolwassenheid. Wanneer kinderen vadertje en moedertje spelen, is het maar een spelletje – als ze overstuur raken, stoppen ze met spelen; daardoor loopt niets vertraging op. Maar wanneer mensen kerkwerk of een bepaalde plicht op dezelfde manier behandelen als wanneer een kind vadertje en moedertje speelt, en ermee stoppen wanneer ze maar willen – vertraagt dat de boel dan niet? Dit vertraagt niet alleen hun eigen zaken – als ze een kerkleider zijn, wordt ook het werk van de kerk door hen vertraagd. Als ze een belangrijke plicht vervullen, dan wordt die belangrijke plicht vertraagd. Daarom moet men bij het selecteren van de mensen die men wil gebruiken, overwegen of ze het probleem hebben dat ze de neiging hebben om te mokken. Als ze dit probleem inderdaad hebben, is het dan ernstig? Hoe ernstig is het? Zullen ze hun werk opgeven? Zullen ze, wanneer ze mokken, in een driftbui naar huis gaan en stoppen met het vervullen van hun plicht, en weigeren terug te keren, ongeacht wie hen daarom vraagt? Dit soort mensen is erg moeilijk aan te pakken. Gebruik hen nooit – het zijn stekelig mensen. Hen overhalen werkt niet, hen disciplineren werkt niet, en hoe men ook over de waarheid communiceert, ze vinden het moeilijk het te aanvaarden. Pas wanneer ze er zelf uitkomen en het uit zichzelf begrijpen, kunnen ze herstellen en terugkeren naar normaal verstand. Daarom kan het, afgezien van verdorven gezindheden, ook zo zijn dat iemands menselijkheid veel gebreken of tekortkomingen vertoont, waardoor hij, zodra hij iets onaangenaams meemaakt, zo negatief wordt dat hij niet meer kan herstellen. Zelfs als hij enige vastberadenheid heeft en bereid is de waarheid na te streven om redding te verkrijgen, en zelfs als hij van plan is zijn plicht goed te vervullen en als schepsel aan de norm te voldoen, kan hij, wanneer er zich moeilijkheden of onaangename situaties voordoen, niet meer verder. Daarom moet iemand, als hij de waarheid wil nastreven en zijn plicht goed wil vervullen, de waarheid zoeken om eventuele gebreken of tekortkomingen die in zijn menselijkheid kunnen bestaan, op te lossen. Als je geen hart bezit dat een enorm verlangen naar God heeft of naar de waarheid hunkert, en je niet bereid bent deze gebreken van menselijkheid te overwinnen of onvoldoende vastberadenheid hebt om dit te doen, dan zullen de uitdagingen waar je voor komt te staan talrijk zijn. Als je deze persoonlijke gebreken niet eens kunt veranderen of overwinnen, zal het nog moeilijker zijn om je verdorven gezindheid af te werpen.
Ervan houden om te profiteren
Laten we het nu hebben over “ervan houden om te profiteren” – wat voor soort probleem is dit? (Een gebrek van menselijkheid.) Is dit een gebrek van menselijkheid? Ervan houden om te profiteren is een karakterprobleem. Als iemand in elke situatie profiteert, zelfs van zoiets kleins als een groente, een stuk papier of een klein flesje water, is dit een probleem met zijn karakter – zijn karakter is laaghartig. Dit is geen gebrek van menselijkheid. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Zulke mensen hebben een laaghartig karakter en geen integriteit. Wanneer ze gaan winkelen, proberen ze altijd af te dingen en vragen ze om korting. Wanneer ze groenten op de markt kopen, maken ze eindeloos ruzie over een paar cent. Wanneer ze in een hotel verblijven en gratis artikelen zien zoals wegwerphanddoeken, tandenborstels en tandpasta, nemen ze alles mee naar huis zonder ook maar één ding achter te laten, uit angst iets mis te lopen. Sommige mensen zeggen: “Houden ze ervan om te profiteren omdat ze arm zijn?” Nee, dit soort persoon heeft nu eenmaal dit soort karakter. Zijn familie komt geen geld tekort, maar toch staat hij erop om te profiteren. Na in God te zijn gaan geloven, profiteert dit soort persoon zelfs van Gods huis. Sommige mensen eten niet in hun eigen huis, maar gaan altijd naar het gasthuis om gratis maaltijden mee te pikken, waarbij ze doen alsof ze daar zijn om te helpen dingen voor het gasthuis te doen. Ze gebruiken stiekem de bezittingen van de broeders en zusters. Ze vermijden het gebruik van hun eigen spullen en gebruiken altijd de bezittingen van anderen. Ze dragen hun eigen kleren niet en dragen altijd die van iemand anders. Wanneer ze iemand de was zien doen, vragen ze hem meteen een paar kledingstukken voor hen mee te wassen, en geven ze hem uiteindelijk zeven of acht kledingstukken om te wassen – dit is duidelijk profiteren. Zo’n soort karakter hebben ze nu eenmaal. Hoewel hun familie duidelijk geld heeft, lenen ze toch geld van de broeders en zusters. Wanneer hun wordt gevraagd wanneer ze het zullen terugbetalen, zeggen ze: “Ik betaal het terug als ik geld heb. Als ik geen geld heb, hoe kan ik het dan terugbetalen? Ik heb geen geld – alleen mijn leven!” Wat betekenen deze woorden? Ze willen het geld duidelijk niet terugbetalen en zijn dat ook nooit van plan geweest – ze willen alleen maar profiteren, andermans geld gebruiken voor hun eigen plezier en het vrijelijk uitgeven. Dit is hun doel. Wanneer ze zien dat iemand iets nieuws heeft gekocht, raken ze erg geïnteresseerd en denken ze er voortdurend over na om het te lenen. Als de eigenaar het nodig heeft en het niet wil uitlenen, dwingen ze hem het toch uit te lenen. Ze gebruiken het totdat het oud of kapot is en zelfs dan geven ze nog niet terug. Ze behandelen het alsof het van henzelf is. Dit soort persoon profiteert overal, leent dingen en geeft ze nooit terug. Is dit een gebrek van menselijkheid? (Nee.) Dit is een gebrek aan integriteit en het hebben van een laaghartig karakter. Hebben jullie weleens dit soort persoon gezien? (Ja.) Er zijn er nogal wat van. Zeg Mij, kan dit soort persoon de waarheid beoefenen? (Nee.) Wat voor soort mensen zijn de meesten van deze individuen? Zijn het geen schurken? Hoeveel ze ook van anderen profiteren, hun geweten voelt geen zelfverwijt. Zeg Mij, hebben ze een geweten? (Nee.) Wat voor soort personen zijn mensen zonder geweten? Laten we niet zeggen of het goede of kwaadaardige mensen zijn – ze missen op zijn minst de meest fundamentele normen en condities van menselijkheid die vereist zijn om de waarheid te beoefenen. We hebben eerder gecommuniceerd dat iemand, om de waarheid te beoefenen, op zijn minst een geweten moet bezitten. Het geweten van een mens omvat een gevoel van schaamte. Hebben degenen die altijd van anderen profiteren zonder enig zelfverwijt in hun geweten te voelen, een gevoel van schaamte? (Nee.) Kunnen mensen zonder een gevoel van schaamte de waarheid beoefenen? (Nee.) Ze doen kwaad zonder iets te voelen en zonder enig verwijt van hun geweten. Daarom heeft het doen van rechtvaardige daden en het bewandelen van het juiste pad geen aantrekkingskracht op hen – hun menselijkheid heeft geen behoefte aan zulke dingen. Wat zijn hun behoeften? Hun behoefte is om hun eigen belangen te beschermen tegen enig verlies, en tegelijkertijd de belangen van anderen toe te eigenen om ze voor zichzelf te gebruiken. Hun menselijkheid kent geen gevoel van verwijt of zelfverwijt voor zulk gedrag, noch enig gevoel van schaamte. Daarom is het voor dit soort persoon erg moeilijk om de waarheid te beoefenen. Zijn credo voor de manier waarop hij zich gedraagt is: niets van wat gunstig is voor hemzelf, of het nu in materiële zin is of in psychologische zin, mag worden opgegeven, zelfs niet een klein beetje. Ze willen altijd de goede en waardevolle dingen van anderen bezitten, zich toe-eigenen of zelfs onder dwang afpakken. Zodra ze de kans hebben, zullen ze de goede dingen van anderen voor zichzelf in beslag nemen. Ze kunnen het zich absoluut niet veroorloven de kans te missen, en als ze die wel missen, zullen ze daar een leven lang spijt van hebben. Dit is hun credo in hoe ze zich gedragen. Omdat ze door dit credo worden beheerst, voelen ze zich gerechtvaardigd en op hun gemak wanneer ze van anderen profiteren en de voordelen van anderen als de hunne opeisen, en voelen ze een groot gevoel van voldoening. Als ze er niet in slagen te profiteren of een kans daartoe missen, voelen ze dat ze hebben gefaald en beschouwen ze zichzelf als dwaas. Wanneer ze profiteren, voelen ze zich goed, verheugd en vredig. Maar wanneer ze een kans zien om te profiteren en dat niet doen, voelen ze zich overstuur en onrustig: als ik hier niet van profiteer, is het zonde. Als iemand anders ervan profiteert, ben ik dan niet degene die iets misloopt? Kijk daarnaar – kan iemand die door dit credo wordt beheerst, proberen een goed mens te zijn? (Nee.) Bij het beoefenen van de waarheid moeten mensen veel dingen loslaten, zoals hun gekoesterde gevoel van trots, status en andere psychologische dingen, evenals sommige materiële dingen. Dit alles brengt persoonlijke belangen met zich mee, en het beoefenen van de waarheid vereist dat mensen tegen deze dingen in opstand komen, ze overwinnen, ze afwerpen en ze loslaten. Mensen die ervan houden om te profiteren, kunnen dit helemaal niet. Ze kunnen hun trots of status niet loslaten, en ze zijn nog minder in staat om enige materiële belangen op te geven. Bij het beoefenen van de waarheid kunnen ze niets van dit alles doen. Kunnen ze dus de waarheid beoefenen? (Nee.) Daarom is het voor hen buitengewoon moeilijk om de waarheid te beoefenen. Ze willen alle psychologische en materiële goede dingen voor zichzelf bezitten en kunnen ze nooit loslaten, wat direct in strijd is met de principes van het beoefenen van de waarheid en ertegen ingaat. Daarom kunnen ze de waarheid niet in praktijk brengen. Kijk maar eens naar degenen die er in het bijzonder van houden om te profiteren – hoe ver gaan ze? Wanneer ze bij iemand thuis op bezoek zijn, zorgen ze er zelfs voor dat ze wat van hun water hebben gedronken en wat van hun eten hebben gegeten voordat ze vertrekken. Zeg Mij, kunnen mensen met dit soort karakter de waarheid beoefenen? (Nee.) Hun norm om alles te meten is gebaseerd op het principe of ze kunnen profiteren en voordelen kunnen behalen. Persoonlijk gewin is het principe waaraan ze alles meten. Hun zelf-gedrag is uitsluitend gericht op het profiteren van anderen. Zolang ze geen verliezen lijden en kunnen profiteren, vinden ze het de moeite waard. Ze geloven dat men er in zijn gedrag op uit moet zijn om voordeel te behalen, en dat iemand pas intelligent en gewiekst is als hij er vaak in slaagt voordeel te behalen – als iemand niet weet hoe hij moet profiteren, is die persoon dwaas! Hun norm voor zelf-gedrag is alleen te profiteren en nooit verliezen te lijden. Ze nemen deze benadering als norm voor de manier waarop ze zich gedragen – kunnen ze de waarheid beoefenen? (Nee.) Heeft de waarheid enige plaats in hun hart? Kan die de macht hebben in hun hart? (Nee.) Welke waarheden kunnen ze dan beoefenen? (Helemaal geen.) Ze kunnen helemaal geen waarheden beoefenen – hun karakter is te laag, waardoor anderen hen verachten. Er zijn mensen die een plicht in Gods huis vervullen. Gods huis verstrekt hun enkele artikelen voor dagelijks gebruik, en ze vragen vaak om meer met het excuus dat de artikelen op zijn, terwijl ze in werkelijkheid nog wat over hebben. Waarom vragen ze altijd om meer? Ze denken: ‘Als ik hier niet van profiteer en iemand anders wel, ben ik dan niet degene die iets misloopt?’ Kijk eens aan – wat voor soort karakter is dit? De norm die dit soort persoon gebruikt om alles aan af te meten, is gebaseerd op het principe of ze kunnen profiteren en voordelen kunnen behalen. Hun hart wordt volledig in beslag genomen door gedachten aan belangen. Hoe je ook met hen communiceert over positieve dingen of de waarheid, ze weigeren het te aanvaarden, wat niets te maken heeft met hun kaliber of met de vraag of ze het kunnen begrijpen – het is hun credo voor de manier waarop ze zich gedragen dat problematisch is. Ze zullen positieve dingen absoluut niet aanvaarden of beoefenen, noch zich aan de waarheidsprincipes houden. Hun karakter is buitengewoon laag. Zeg Mij, is het nodig om met dit soort persoon over de waarheid te communiceren? (Nee.) Waarom niet? (Omdat hij de waarheid nooit zal beoefenen.) Het ontbreekt hem aan een gevoel van geweten in hun menselijkheid en hij bezit niet de basiscondities voor het beoefenen van de waarheid. Zijn hart is uitsluitend gericht op profiteren en voordelen behalen. Men kan zeggen dat dit soort persoon het simpelweg onwaardig is de waarheid te horen en het onwaardig is naar preken over het verkrijgen van redding te luisteren. Zoals jullie zien begrepen jullie niet helemaal wat voor soort probleem het houden van profiteren was, of wel? Jullie dachten zelfs dat het een gebrek van menselijkheid was. Is het een gebrek van menselijkheid? (Nee.) Jullie begrijpen het nu, nietwaar? Wat voor soort probleem is het? (Het is een karakterprobleem – dit soort persoon is van een laag karakter.)
De neiging hebben om liefdadigheid te geven
Laten we het nu hebben over de neiging hebben om liefdadigheid te geven. Als er geen motieven achter iemands neiging om liefdadigheid te geven zitten, en het slechts een gedraging of een gangbare praktijk in zijn dagelijks leven is, dan zou deze neiging om liefdadigheid te geven als een verdienste van menselijkheid moeten worden beschouwd. Geven is in elk geval beter dan ontvangen. Iemand die de neiging heeft om liefdadigheid te geven, heeft op zijn minst een hart dat met anderen meevoelt en een element van vriendelijkheid in zijn menselijkheid, en hij is niet gierig en hecht niet veel belang aan materiële dingen. Bovendien zal hij, wanneer hij over relatief overvloedige materiële goederen beschikt, de spullen die hij over heeft, of die hij zelf niet gebruikt maar waar anderen wel iets aan hebben, aan anderen geven, zodat hun leven een beetje comfortabeler of gemakkelijker wordt. Afgaande op het motief achter deze handelingen, hebben mensen die de neiging hebben om liefdadigheid te geven op zijn minst een vriendelijke menselijkheid, en vertonen ze wezenlijke uitingen van medeleven en medelijden met anderen – het is een verdienste van hun menselijkheid. Zulke mensen hebben een relatief goed karakter, veel beter dan dat van kwaadaardige mensen die ervan houden om van anderen te profiteren en zich willekeurig de bezittingen van anderen toe-eigenen – ze bezitten meer integriteit. Ze geven liefdadigheid en helpen anderen zonder er iets voor terug te verlangen, zonder uit te zijn op de lof van anderen of op een goede reputatie. Dit is simpelweg de houding waarmee ze zich gedragen, of hun manier van leven. Wanneer ze bijvoorbeeld zien dat iemand kleding tekortkomt, geven ze onmiddellijk hun overtollige kleding aan die persoon zodat deze ze kan dragen. Wanneer ze zien dat de familie van een ander arm is en vaak niet genoeg te eten heeft, geven ze deze familie wat van de rijst van hun eigen familie, zodat zij ook genoeg te eten hebben. Wanneer ze een nieuwe computer kopen en zien dat de computer van iemand anders nauwelijks te gebruiken is, geven ze hun oude computer aan die persoon zodat hij deze kan gebruiken. Ze geven liefdadigheid zonder er iets voor terug te verlangen – dit is simpelweg hun karakter. Dit is een verdienste van menselijkheid en kan ook worden geclassificeerd als een uiting van een goed karakter. De gedraging van de neiging hebben om liefdadigheid te geven is helemaal niet slecht, maar er zijn mensen die, omdat ze de neiging hebben om liefdadigheid te geven, vaak denken: “Ik ben vriendelijk, ik ben nobel, ik ben vrijgevig. Het leven van veel mensen is verbeterd nadat ze mijn liefdadigheid en hulp hebben ontvangen. Ik ben een object van Gods redding. Als God iemand zoals ik niet redt, wat voor soort persoon zou Hij dan wel redden?” Ze beschouwen zichzelf vaak als “een goed mens die de neiging heeft om liefdadigheid te geven”. Stel dat iemand tegen hen zegt: “Je menselijkheid is niet goed. Je doet veel dingen die ingaan tegen de waarheid, en je hebt de waarheid niet lief.” Ze zullen boos worden nadat ze dit hebben gehoord. Wat is hier het probleem? Sommige mensen komen uit relatief welgestelde gezinnen, en de broers en zussen in hun omgeving hebben allemaal gunsten van hen ontvangen. Die mensen overpeinzen dus vaak: ‘Ik heb deze mensen in de kerk heel goed behandeld – ze hebben allemaal enige hulp van mij ontvangen. Heb ik geen prestige en status in de harten van deze mensen? Ben ik niet degene met het beste kaliber en de beste menselijkheid in de kerk? Zou ik geen leider moeten zijn? Zouden de broeders en zusters niet allemaal naar mij moeten luisteren?’ Wat voor soort probleem is dit? Is dit geen probleem van verdorven gezindheden? (Ja.) Alleen maar omdat ze een beetje goed gedrag vertonen, zijn ze zich niet meer bewust van hun eigen werkelijke waarde, behandelen ze dit gedrag als kapitaal, willen ze altijd een kerkleider zijn, en krijgen ze een opgeblazen ego, denkend dat ze uitzonderlijk zijn. Ze brengen de verschillende verdorven gezindheden die door Gods woorden worden blootgelegd niet in verband met zichzelf. Ze geloven dat hun neiging om liefdadigheid te geven betekent dat ze een goed mens zijn, dat ze geen verdorven gezindheden hebben, dat alles wat ze doen juist is, dat ze een leider en een voorbeeld in de kerk zouden moeten zijn, en dat de broeders en zusters hen allemaal zouden moeten navolgen. Waarvan zijn dit onthullingen? (Van verdorven gezindheden.) Dit heeft het niveau van verdorven gezindheden bereikt. Hoewel de neiging hebben om liefdadigheid te geven een verdienste van menselijkheid is, is het dan een correcte gedachte of zienswijze om op basis hiervan te oordelen dat hij een goed mens is die zeker gered zal worden? Ze beschouwen hun goede gedrag, dat ze de neiging hebben om liefdadigheid te geven, als een uiting van een goed karakter en nobele integriteit, en beschouwen het zelfs als het beoefenen van de waarheid en het zich onderwerpen aan God. Dit is een ernstige fout. Dit is arrogantie en zelfgenoegzaamheid, en een compleet gebrek aan zelfbewustzijn. De neiging hebben om liefdadigheid te geven kan worden beschouwd als goed gedrag. Iemand die de neiging heeft om liefdadigheid te geven, heeft hooguit een relatief goed karakter, veel beter dan degenen die profiteren. Je kunt echter niet beweren dat je een goed mens bent, dat je geen verdorven gezindheden hebt en de waarheidswerkelijkheid bezit, en dat je gekwalificeerd bent om een kerkleider te zijn en boven anderen te staan en bevelen uit te delen, simpelweg omdat je dit goede gedrag vertoont, namelijk dat je de neiging hebt om liefdadigheid te geven. Dit is een arrogante gezindheid. Hoewel je de neiging hebt om liefdadigheid te geven en anderen te helpen – en enkele van deze goede gedragingen vertoont – wat een verdienste van menselijkheid is, bewijst dit niet dat je geen verdorven gezindheden hebt. Als je je neiging om liefdadigheid te geven en anderen te helpen als kapitaal behandelt en de ambitie ontwikkelt om een kerkleider te worden en jezelf boven anderen te verheffen, is dit een kwestie van verdorven gezindheden. Zie je nu het onderscheid? Een goed karakter hebben betekent niet dat men geen verdorven gezindheden heeft. Sommige mensen gaan in wezen redelijk goed met anderen om en houden redelijk goed contact met hen – ze profiteren niet van anderen en ze geven zelfs liefdadigheid en helpen anderen – ze hebben enkele verdiensten van menselijkheid. Na enige tijd met hen te hebben doorgebracht, ontdek je echter dat ze erg arrogant zijn, dat ze graag opscheppen, en dat ze soms zelfs leugens vertellen en behoorlijk bedrieglijk zijn. Als je kritiek op hen hebt, weigeren ze die te aanvaarden en zijn ze enigszins venijnig, slaan ze zelfs op tafel en zeggen ze: “Ik geloof al zoveel jaren in God – wie heeft er geen liefdadigheid van mij ontvangen? Vraag het de broeders en zusters – heb ik ooit van iemand geprofiteerd? Heb ik ooit iemand geschaad of gekwetst?” Maakt het feit dat je anderen niet hebt geschaad je tot een goed mens? Is anderen niet schaden niet gewoon het absolute minimum dat een mens zou moeten doen? Welke reden heb je om hoogmoedig te zijn? Niemand schaden of kwetsen is wat een mens behoort te doen – het is geen verdienste. Niet van anderen profiteren betekent niet dat je in staat bent de waarheid te beoefenen en je aan God te onderwerpen. Je zou moeten leren over jezelf na te denken en in staat te zijn de kritiek en hulp van anderen te aanvaarden – pas dan zul je iemand met verstand zijn. Je wordt nu gesnoeid omdat je een verdorven gezindheid hebt geopenbaard en je handelingen niet in overeenstemming zijn met de waarheid. Dit is geen ontkenning van het feit dat je goede gedrag, namelijk dat je de neiging hebt om liefdadigheid te geven, een positief ding is, en het is ook geen ontkenning van je karakter. Veeleer worden snoeien en ontmaskering in praktijk gebracht omdat je een fout hebt gemaakt en de waarheidsprincipes hebt geschonden. Als je het kunt aanvaarden, dan ben je iemand die de waarheid liefheeft en de waarheid kan beoefenen. Als je het niet aanvaardt, dan is je neiging om liefdadigheid te geven hooguit een verdienste van menselijkheid. Maar omdat de arrogantie, venijnigheid en boosaardigheid binnen je verdorven gezindheden overheersen, kun je de waarheid niet aanvaarden, en dus ben je volkomen laaghartig en waardeloos. Wanneer ze ermee worden geconfronteerd dat ze worden gesnoeid, maken dit soort mensen daar een enorme scène van, praten ze over hun kwalificaties en pronken ze met dat beetje goede gedrag dat ze hebben vertoond. Ze gedragen zich als dolle honden en krijgen driftbuien. Dat beetje goede imago dat ze hadden, verdwijnt volledig, en hun aard wordt grondig blootgelegd. Iedereen ziet dit duidelijk en zegt: “Deze persoon heeft een ernstig verdorven gezindheid – het is een kwaadaardig persoon, een driftkop! Het is maar goed dat hij niet als kerkleider is gekozen. Als hij een kerkleider was geworden, zou hij niet de minste kritiek kunnen verdragen – als iemand zou proberen hem te ontheffen, zou hij die persoon nooit met rust laten en zou hij tot de dood tegen hem vechten. Dat zou rampzalig zijn!” Als je alleen maar naar één goede gedraging van hem kijkt of naar één eigenschap van zijn menselijkheid, kun je simpelweg niet zien hoe zijn verdorven gezindheden zijn, wat zijn houding ten opzichte van de waarheid is, of of hij zich aan de waarheid kan onderwerpen. Wanneer hij een verdorven gezindheid openbaart en vervolgens ontmaskering en snoeien ondergaat, zal zijn houding ten opzichte van de waarheid beetje bij beetje aan de oppervlakte komen en worden blootgelegd. Daarom kan iemands karakter, of de verdiensten en tekortkomingen van zijn menselijkheid, niet volledig bepalen of hij de waarheid aanvaardt. Als we kijken naar zijn karakter of de verdiensten en tekortkomingen van zijn menselijkheid, is het ook onmogelijk om te zien hoe zijn houding ten opzichte van de waarheid is. Pas wanneer hij een verdorven gezindheid openbaart, of wanneer hij ermee wordt geconfronteerd dat hij wordt ontmaskerd en gesnoeid, zal zijn houding ten opzichte van de waarheid worden onthuld, en pas dan kun je weten of hij de waarheid liefheeft, of hij de waarheid kan beoefenen, en hoeveel hoop hij heeft om uiteindelijk gered te worden. Aan de neiging van zulke mensen om liefdadigheid te geven en anderen te helpen, kun je zien welke verdiensten en gebreken van menselijkheid ze hebben. Vervolgens kun je uit hun reeks problemen – zoals dat ze arrogant en zelfgenoegzaam worden, en een leider willen worden en boven anderen willen staan vanwege hun neiging om liefdadigheid te geven en anderen te helpen – duidelijk hun houding ten opzichte van de waarheid opmaken. En op basis van hun houding ten opzichte van de waarheid kun je duidelijk zien of ze redding kunnen verkrijgen. Door deze gedragingen kun je de verdiensten en tekortkomingen van hun menselijkheid onderscheiden, hun karakter onderscheiden, en tegelijkertijd leren het verschil te zien tussen menselijkheid en een verdorven gezindheid. Je kunt echter niet volledig zeggen of ze uiteindelijk gered kunnen worden of wat hun lot zal zijn. Beoordelen of iemand gered kan worden is iets complexer – je moet ook kijken of hij de waarheid kan aanvaarden, over zichzelf kan nadenken en oprecht berouw heeft wanneer hij een verdorven gezindheid openbaart; het moet op basis van deze aspecten worden beoordeeld.
Graag met anderen omgaan en teruggetrokken zijn
Graag met anderen omgaan – welk aspect is dit? (Een aangeboren conditie.) Dit is een aangeboren conditie, een methode voor wereldlijke betrekkingen wanneer men zich in groepen mensen bevindt. Sommige mensen genieten van de omgang met anderen, ze krijgen er nooit genoeg van, en ze zijn, ongeacht de persoonlijkheid van de andere mensen, in staat en bereid om met hen om te gaan. Sommige mensen vermijden echter liever menigten en gaan liever niet met anderen om. Dit houdt enigszins verband met iemands aangeboren persoonlijkheid. Als het om persoonlijkheid gaat, gaat het beslist om aangeboren condities. Graag met anderen omgaan houdt verband met iemands persoonlijkheid; het betreft niet de verdiensten of tekortkomingen van menselijkheid, en heeft natuurlijk ook niets te maken met welke verdorven gezindheid dan ook. Dit is een relatief eenvoudige uiting. Teruggetrokken zijn – onder welk aspect valt dit? (Het is een deel van iemands aangeboren persoonlijkheid.) (Het is een gebrek van menselijkheid.) Er is hier enige onenigheid – wat voor soort kwestie is teruggetrokken zijn dan precies? (Teruggetrokken zijn geeft aan dat iemands persoonlijkheid slecht is.) Een slechte persoonlijkheid hebben is een gebrek van menselijkheid. Persoonlijkheid zelf is ook een aspect van iemands aangeboren condities, dus deze eigenschap van teruggetrokken zijn is zowel een aangeboren conditie als een gebrek van menselijkheid. Dit behoort niet tot een verdorven gezindheid en heeft geen betrekking op iemands zelf-gedrag. Teruggetrokken zijn betekent dat men altijd mensen vermijdt, niet bereid is zijn gedachten met anderen te communiceren, liever dingen alleen doet, niet graag met anderen omgaat en niet graag onder de mensen leeft. Zulke mensen zitten het liefst in hun eentje of in een hoekje. Wanneer er veel mensen zijn, hebben ze geen zin om te praten. Ze zijn niet goed in het communiceren met anderen. Wanneer ze wel met anderen communiceren, voelen ze zich angstig en raken in paniek, of ze belanden in gênante en ongemakkelijke situaties. Dit is een persoonlijkheidskwestie binnen de aangeboren condities en is natuurlijk ook een gebrek van menselijkheid, nietwaar? (Ja.)
Timide zijn en stoutmoedigheid
Laten we nu eens kijken naar timide zijn – wat voor soort probleem is dit? (Een aangeboren conditie.) (Een gebrek van menselijkheid.) Het is een aangeboren conditie en ook een gebrek van menselijkheid. Zeg Mij, wat betekent het om timide te zijn? Bang zijn om ’s nachts naar buiten te gaan, bang zijn voor muizen, duizendpoten en schorpioenen, evenals bang zijn om in de problemen te komen en niet bereid zijn om ingewikkelde kwesties onder ogen te zien – dit zijn allemaal uitingen van timide zijn. Sommige mensen vallen flauw van de schrik als ze een slang zien. Sommige mensen worden zo bang als ze over een auto-ongeluk horen dat ze over hun hele lichaam beven. Sommige mensen worden, wanneer ze horen dat gelovigen in God worden vervolgd en kunnen worden gearresteerd, veroordeeld en gevangengezet, zo bang dat ze niet durven te geloven. Er zijn er ook die niet in een achtbaan durven. Zulke mensen durven nergens aan deel te nemen of iets te proberen als er ook maar iets is wat ze niet kunnen doorzien, of als het iets is wat ze nog niet eerder hebben gedaan. Ze durven niet alleen geen gevaarlijk werk of gevaarlijke activiteiten te proberen, maar ze zijn ook bang om dingen te doen die normale mensen in het dagelijks leven zouden moeten doen. Als hun bijvoorbeeld wordt gevraagd om te leren autorijden, zeggen ze: “Ik durf niet te rijden. Er zijn zoveel auto’s op de weg en ze rijden zo hard – wat als ik word aangereden?” Iemand zegt: “Waarom maak je je altijd zorgen over een auto-ongeluk? Kun je niet gewoon wat voorzichtiger rijden?” Ze blijven echter bang: “Zodra de auto begint te rijden, heb ik er geen controle meer over. Als er echt een ongeluk gebeurt, kan niemand dat nog in de hand houden!” Ze denken altijd in een negatieve richting; dus kunnen ze niets bereiken. Timide zijn is een aangeboren conditie, en het is ook een gebrek van menselijkheid. Timide mensen zijn overdreven voorzichtig en nauwgezet in alles wat ze doen. Ze maken gewoonlijk geen grote fouten en begaan geen grote wandaden. Maar vanuit welk perspectief dan ook kan dit niet als een verdienste worden beschouwd – dit is een gebrek van menselijkheid. Hoe zit het dan met stoutmoedig zijn? Welke termen worden gewoonlijk geassocieerd met stoutmoedig zijn? (Dwaas stoutmoedig zijn, roekeloos handelen uit stoutmoedigheid.) ‘Roekeloos handelen uit stoutmoedigheid’, ‘buitensporig stoutmoedig zijn’ en ‘hondsbrutaal zijn’ verwijzen allemaal naar stoutmoedig zijn. Is dus stoutmoedig zijn goed of niet? (Dat hangt van de zaak af.) Het hangt af van de situatie en wat voor soort persoon het betreft. Als we het vanuit het perspectief van menselijkheid bekijken, kan stoutmoedig zijn niet worden geclassificeerd als een verdienste of een tekortkoming – we zullen het categoriseren als een aangeboren conditie. Iemands stoutmoedigheid moet worden bekeken in relatie tot de zaak; daarnaast moet je kijken of hij grenzen heeft in wat hij doet en hoe zijn karakter is. Als zijn karakter slecht is, kan stoutmoedigheid ertoe leiden dat hij de wet overtreedt, kwaad doet en misdaden begaat, overal misbruik van maakt, onrechtmatig verkregen winsten maakt en anderen oplicht en bedriegt. Als iemand hem geld aanbiedt om een wandaad te begaan, is hij in staat om dat te doen. Om er voordeel uit te halen, durft hij elke slechte daad te begaan, zonder rekening te houden met de gevolgen of met anderen. Is het goed om op deze manier roekeloos uit stoutmoedigheid te handelen? (Nee.) Sommige mensen bedriegen overal anderen omwille van hun bedrijf. Het bedrijf dat ze runnen is illegaal – het is slechts een lege vennootschap zonder daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten. Maar door hun stoutmoedigheid en hun vermogen om te bedriegen, verdienen ze tijdelijk een fortuin, wonen ze in villa’s en rijden ze in sedans – ze genieten van een heel goed leven. Het geld en de materiële bezittingen waarvan ze genieten, zijn echter allemaal door bedrog verkregen; het is het resultaat van hun stoutmoedigheid. Is dit een goede zaak? Zeg Mij, is deze stoutmoedigheid goed? (Nee.) Daarom moet je bij stoutmoedige mensen kijken naar het pad dat ze nemen. Als ze door hun stoutmoedigheid anderen durven op te lichten en te bedriegen, begaan ze groot kwaad. Hoe meer je bedriegt en hoe meer je misbruik maakt van anderen, des te zwaarder de straf die je in de toekomst zult ontvangen, nietwaar? Brengt dit geen onheil? (Ja.) Als je timide bent en anderen wilt oplichten en bedriegen, zul je je wat minder bedrog plegen, en zal de straf die je in de toekomst ontvangt lichter zijn. Is het dus voor zulke mensen, die niet het juiste pad bewandelen, beter om enigszins timide of enigszins stoutmoedig te zijn? (Enigszins timide zijn is beter.) Voor deze mensen die niet het juiste pad bewandelen, die in staat zijn anderen op te lichten en te bedriegen, die de wet negeren en altijd proberen de mazen in de wet uit te buiten om onverwachte winsten te maken, en die op elk moment de wet kunnen overtreden, is stoutmoedigheid een ramp – het is een gebrek en een tekortkoming van hun menselijkheid. Timide zijn daarentegen wordt een goede zaak – het beschermt hen zelfs. Timide mensen verdienen wat geld zodat ze in de basisbehoeften van hun familie en zichzelf kunnen voorzien, en ook van wat luxe kunnen genieten, en daar blijft het bij. De straf die ze in de toekomst ontvangen zal lichter zijn. Stoutmoedige mensen durven roekeloos wandaden te begaan, en anderen te bedriegen en op te lichten, waarbij ze nemen wat van anderen is, zodat ze zelf meer hebben om van te genieten. Ze maken misbruik van anderen – zullen ze dat in de toekomst niet moeten compenseren? (Ja.) Als ze een volgend leven hebben, zal de straf die ze dan ontvangen zwaar zijn – ze zullen het misschien niet eens in één of twee levens volledig kunnen compenseren. Sommige mensen besteden hun hele leven aan het runnen van restaurants of het doen van zaken, en verdienen een vermogen van één of twee miljoen of zelfs tientallen miljoenen, maar ze kunnen er zelf niet van genieten omdat het allemaal wordt gebruikt om schulden af te lossen. Zelfs tegen de tijd dat ze in de zeventig of tachtig zijn, hebben ze nog steeds niet alles afbetaald. Wat is hier aan de hand? Dit is causale vergelding – misschien komt het doordat ze in hun vorige levens uit hebzucht te veel van anderen hebben afgenomen, zodat ze gedurende deze meerdere levens schulden hebben moeten aflossen. Is het niet zo dat ze in hun vorige levens te hebzuchtig, te stoutmoedig waren en te veel misbruik van anderen hebben gemaakt, wat resulteerde in vergelding in hun huidige leven? (Ja.) Voor mensen die niet het juiste pad bewandelen, is het feit dat ze een beetje timide zijn een bescherming, terwijl stoutmoedigheid een slecht teken is.
Als een persoon het juiste pad bewandelt, is stoutmoedigheid dan goed? (Ja.) Wat is er goed aan? (Als ze stoutmoedig zijn, kunnen ze ook wanneer ze met vervolging worden geconfronteerd volharden in hun geloof in God.) Deze stoutmoedigheid verwijst niet louter naar fysieke moed. Bij het soort stoutmoedigheid dat fysieke moed is, is het roekeloosheid en onbezonnenheid – het is enigszins impulsief en blind. Bijvoorbeeld, als je stoutmoedig bent en je wordt gearresteerd omdat je in God gelooft, zul je dan bang zijn om gemarteld te worden? Zul je bang zijn voor de dood? Zul je bang zijn om twintig of dertig jaar gevangengezet te worden? Als je bang bent, dan is het feit dat je zegt: “Ik ben niet bang” wanneer je in God begint te geloven, roekeloosheid, geen ware stoutmoedigheid. Welke uiting is geen roekeloosheid? Dat is dat je, wanneer je in God begint te geloven, een zekere moed, maar ook een oprecht geloof hebt. Waar verwijst dit oprechte geloof naar? Het betekent dat je bij het geloven in God de vastberadenheid hebt: ‘Als ik word vervolgd, gearresteerd en gemarteld omdat ik in God geloof, moet ik bereid zijn mijn leven te geven. Hoe ik ook word gekweld of in welke mate dan ook, ik zal de kerk niet verraden of een judas worden – ik vrees de dood niet!’ Dit is één aspect. Het andere aspect is dat, als je werkelijk wordt gearresteerd en vervolgd, en de grote rode draak je bedreigt om je de kerk te laten verraden, je Satans listige plannen kunt doorzien, er niet door beperkt wordt en standvastig in je getuigenis kunt staan, en zegt: “Alles wat een mens betreft, inclusief zijn leven en dood, is in Gods handen. Ik ben niet bang!” Dit is noch roekeloosheid noch louter moed; dit is oprecht geloof. Dit oprechte geloof hebben en in staat zijn standvastig in je getuigenis te staan, is jouw verdienste. Stel dat je geen oprecht geloof hebt en alleen maar zegt: “Ik ben niet bang – het ergste wat er kan gebeuren is dat ik sterf”, maar wanneer je wordt gearresteerd, ben je zo bang dat je in je broek plast. Nadat je bent gearresteerd, is het eerste wat je denkt: ‘Zal ik gemarteld worden? Zal mijn vlees lijden? Als er een elektrisch brandijzer tegen mijn lichaam wordt gedrukt, zal ik dat dan kunnen doorstaan? Als de marteling erg zwaar is, zal ik dan sterven? Als ik sterf, zal God Zich mij dan niet herinneren? Zal ik dan geen redding kunnen verkrijgen? Als ik het echt niet kan verdragen, zal ik de kerk verraden en een judas worden. Als ik word gestraft en vernietigd nadat ik een judas ben geworden, dan is dat maar zo – dan lijd ik tenminste nu geen pijn.’ Verlies je in dat geval niet je getuigenis? Stel dat de Communistische Partij je vervolgens bedreigt en je familie gebruikt om je te chanteren – door je kinderen niet toe te staan naar de universiteit te gaan, je ouders de toegang tot een ziektekostenverzekering te ontzeggen, en alle rechten van je familie af te nemen – dan zul je bang worden en geen oprecht geloof hebben. Waar zal je moed dan gebleven zijn? Ben je werkelijk stoutmoedig? Als je geen oprecht geloof hebt, dan is je stoutmoedigheid slechts roekeloosheid. Alleen wanneer je een oprecht geloof hebt, is je moed oprecht. Als je, voordat je wordt gearresteerd, denkt: ‘God zal niet toestaan dat ik word gearresteerd’ en als je door deze gedachte moediger wordt, is dat geen ware standvastigheid of waar geloof. Stel dat je, voordat je wordt gearresteerd, dit alles al hebt doordacht en zegt: “Het leven en de dood van een mens zijn in Gods handen. Als God werkelijk mijn leven wil nemen, behoor ik me te onderwerpen. Wat mijn toekomstige bestemming betreft, die wordt bepaald door één enkel woord van God. Hoe God mij ook behandelt en welke bestemming Hij mij ook schenkt, het is allemaal Gods rechtvaardigheid, en ik zal me onderwerpen. Als God arrangeert dat ik in de gevangenis sterf, is dat mijn eer – ik ben bereid dit leven aan God te offeren. Hoe groot het lijden ook is dat ik ervaar, ik zal één onveranderlijk credo hebben, namelijk dat ik mijn leven in Gods handen toevertrouw, en hoe Satan mij ook kwelt, teistert of martelt, ik zal er nooit aan toegeven. Ik maak me er geen zorgen over of ik zal sterven. Zelfs als ik sterf, is het onder Gods soevereiniteit en heeft Hij het voorbeschikt. Ik zal God nog steeds danken en prijzen!” Dit is het soort geloof dat je moet hebben; alleen met zo’n geloof kun je ware moed hebben. Stel dat je, voordat je wordt gearresteerd, voordat dat je werkelijk overkomt, deze zaken hebt doorzien, een oprecht geloof in God hebt, een oprechte onderwerping aan God, en een oprecht begrip en een oprechte aanvaarding van de zaken van leven en dood, en je jezelf volledig in Gods handen kunt toevertrouwen, en dat, wanneer je werkelijk wordt gearresteerd en wordt geconfronteerd met de mogelijkheid dat het je dood wordt, deze inzichten in je hart onveranderd blijven – dan zal je geloof niet wankelen. Als je geloof ongeacht de omstandigheden niet wordt verbrijzeld of verslagen, zul je altijd moed hebben. Stel dat je, voordat je wordt gearresteerd, voordat dat je werkelijk overkomt, deze dingen niet hebt doordacht en alleen maar hoopvol denkt: ‘Ik ben bereid mijn leven te offeren. Mijn leven is door God gegeven – in het ergste geval zal ik als martelaar voor God sterven!’ In dat geval zul je met stomheid geslagen zijn wanneer de grote rode draak je martelt en je vervolgens tot tien jaar gevangenisstraf veroordeelt: ‘Ik dacht dat met mijn dood alles voorbij zou zijn. Als ik de marteldood zou sterven, zou God Zich mij herinneren. Ik had niet verwacht dat ik er niet in zou slagen dat getuigenis af te leggen en uiteindelijk tot tien jaar veroordeeld zou worden. Tien jaar – dat is geen tien dagen of tien maanden! Hoe word ik geacht dit te verdragen?’ Zal het, aangezien je voorheen niet over deze dingen hebt nagedacht, gemakkelijk zijn om ze op dit moment te doorgronden? Het zal best wel moeilijk zijn, nietwaar? (Ja.) Wanneer er moeilijkheden ontstaan, denken mensen alleen maar aan hoe ze die moeten aanpakken en hoe ze eraan kunnen ontsnappen. Als je drang om aan moeilijkheden te ontsnappen sterk is, dan zal je drang om je eraan aan te passen wanneer je in een benarde situatie verkeert uiterst zwak zijn. Daarom wordt het, wanneer je met moeilijkheden wordt geconfronteerd, heel moeilijk voor je om je aan zo’n omgeving te onderwerpen. Hoe moeten dergelijke situaties dan worden opgelost? Je moet onmiddellijk de waarheid zoeken en deze zaken doordenken; je moet ook het pad uitstippelen voor hoe je de waarheid moet beoefenen. Wat zul je bijvoorbeeld denken als je voor tien jaar gevangengezet wordt? ‘Zal mijn vrouw (of man) van me scheiden? Hoe oud zullen mijn kinderen na tien jaar zijn? Ik zal mijn verantwoordelijkheid jegens hen niet hebben vervuld – zullen ze me verstoten en weigeren voor me te zorgen als ik oud ben? Hoe zal ik leven nadat ik ben vrijgelaten? Na tien jaar zullen mijn ouders oud zijn, en ik zal mijn verantwoordelijkheid als kind jegens hen niet hebben vervuld – zou ik dan niet tekortschieten in mijn plicht als kind? Zal Gods werk na tien jaar voltooid zijn? Ik zal in de gevangenis niets hebben gewonnen – ik zal geen bijeenkomsten hebben bijgewoond of naar preken hebben geluisterd, en ik zal de waarheid niet hebben begrepen. Zal ik gedurende deze tien jaar niet achterblijven? Zal dit niet betekenen dat ik ben geëlimineerd? Zal God me nog steeds willen? Als ik dit lijden onderga, zal God Zich dit dan herinneren? Als Hij Zich dit niet herinnert en ik geen redding kan verkrijgen, zal ik deze tijd in de gevangenis dan niet voor niets hebben doorgebracht? Er zal in tien jaar veel veranderen, en ik zal niets winnen terwijl ik veel verlies.’ Als je over deze dingen nadenkt, komen de moeilijkheden naar voren. Hoe zou je deze moeilijkheden onder ogen moeten zien? Zou je niet moeten nadenken over hoe je elke dag doorkomt? Als je deze dingen niet hebt doordacht en niet op een punt bent gekomen waarop je de waarheid begrijpt en zaken helder ziet, dan zullen je leven en dood wanneer je wordt gearresteerd afhangen van één enkele gedachte: een moment van timiditeit en angst, één enkele gedachte of één enkel idee, kan ertoe leiden dat je een judas wordt, de kerk verraadt en al je eerdere inspanningen verspilt. Als je deze zaak niet kunt doordenken of doorzien, zal het heel moeilijk zijn om je geen zorgen te maken over je vooruitzichten en lot, en zal het heel moeilijk zijn om je leven en dood in Gods handen toe te vertrouwen en Hem te laten orkestreren zoals Hij wil. Als je zaken van leven en dood niet kunt doorzien en nog steeds een mentaliteit hebt om je geluk te beproeven en je erdoorheen te willen modderen, dan zul je, wanneer je met een bepaalde situatie wordt geconfronteerd, worden onthuld. Al degenen die judassen werden toen ze werden gearresteerd en de ‘Drie Verklaringen’ ondertekenden, deden dat van de ene op de andere dag, en ze werden door Satan gebrandmerkt met het merkteken van het beest. Het leven en de dood van een mens hangen soms af van één enkele gedachte. Zonder de waarheid is het heel moeilijk om crises te doorstaan. Wat is dus ware stoutmoedigheid? Als iemand iets bereikt door te vertrouwen op een uitbarsting van brute kracht, is dat dan ware stoutmoedigheid? Dat is het niet – het is impulsiviteit. Een werkelijk moedig persoon beschikt in zijn hart over een zekere mate van onderscheidingsvermogen ten aanzien van veel positieve en negatieve dingen. Hij is in staat om innerlijk in te stemmen met positieve dingen, ze te aanvaarden en ze stellig te erkennen, en bereikt het punt waarop hij in staat is zich te onderwerpen aan de waarheid en aan Gods soevereiniteit. Alleen op deze manier kun je ware moed hebben. Als je deze dingen niet in je hart bezit, is je stoutmoedigheid slechts een dwaze stoutmoedigheid – als een pasgeboren kalf dat niet bang is voor een tijger. Daarom vereist het geloven in God en het volgen van Hem in een land dat God weerstaat niet alleen moed, maar, nog belangrijker, geloof. Je durft in God te geloven, niet omdat je stoutmoedig bent, maar omdat je geloof hebt. Sommige mensen zeggen: “Ik denk dat ik in God geloof, simpelweg omdat ik stoutmoedig ben en niet bang ben voor vervolging.” Deze uitspraak kan juist zijn. Je gelooft vanwege overmoed, maar in het licht van je dwaasheid, onwetendheid en eenvoud toont God je speciale genade, door bepaalde situaties voor je te arrangeren, en je de begieting en voorziening van de waarheid te geven. Hierdoor ga je heel wat waarheden begrijpen en verkrijgen. Na verloop van tijd krijgt je overmoed elementen van oprecht geloof, en pas dan groeit je moed, en durf je meer toekomstige situaties of vervolging onder ogen te zien. Als een persoon geen oprecht geloof heeft en vertrouwt op een uitbarsting van kracht, en zegt: “Ik durf in God te geloven! Ik ben niet bang voor vervolging of om gearresteerd en gevangengezet te worden!” – zal dat soort moed niet van lange duur zijn. Zonder de voorziening van de waarheid, zonder dat God situaties in het werkelijke leven arrangeert om je te trainen, om je ertoe te brengen te beoefenen, en om je te leren hoe je verschillende dingen onder ogen moet zien, is je stoutmoedigheid puur overmoed, en is het helemaal geen oprecht geloof. Begrijpen je dit? (Ja.) Als het werkelijk overmoed is, dan maakt dat je tot een roekeloos, dwaas, onwetend persoon. Sommige mensen die in God geloven hebben heel eenvoudige gedachten, en stellen zich de dingen heel ongecompliceerd voor, zonder ook maar enigszins te anticiperen op welke gevaren het volgen van God met zich mee zal brengen. Ze beseffen echter pas wanneer ze tegenslagen ondervinden dat het volgen van God geen ongecompliceerde zaak is. Als iemands stoutmoedigheid een verdienste van menselijkheid is, dan is hij op zijn minst eenvoudig en ongecompliceerd, niet gecompliceerd, en maakt hij zich geen zorgen over dit en dat. Maar stel dat je stoutmoedigheid wordt gedreven door de wens zegeningen te verkrijgen, en je denkt: ‘Als je in God gelooft, kun je in de hemel komen, grote zegeningen verkrijgen, en aan de rampen ontsnappen en de dood vermijden, ik zal dus geloven, wat er ook gebeurt!’ Met andere woorden, je geloof wordt gedreven door een uitbarsting van overmoedige brute kracht; het is niet zo dat je op een eenvoudige manier in God verlangt te geloven; in plaats daarvan doe je het omdat je zegeningen wilt najagen. In dat geval is je stoutmoedigheid op z’n best overmoed en kan die niet worden geclassificeerd als een verdienste van menselijkheid. Daarom moet je bij stoutmoedige mensen kijken hoe hun menselijkheidsessentie is. Als ze geen geweten en verstand hebben en slechts overmoedig zijn, dan hebben ze weinig waarde en kunnen ze niets zinvols bereiken. Maar als ze in staat zijn in God te geloven en de waarheid te aanvaarden, dan hebben zulke mensen waarde. Als een persoon stoutmoedig is maar geen bevattingsvermogen heeft, de waarheid niet kan begrijpen en uitsluitend in God gelooft om zegeningen te verkrijgen, en hij bereid is zijn familie en carrière op te geven en geen vervolging vreest om zegeningen te verkrijgen – dan is dit geen verdienste van menselijkheid, maar veeleer een verkeerde gedachte en een verkeerd gezichtspunt. Stemmen verkeerde gedachten en gezichtspunten overeen met Gods bedoelingen? (Nee.) Of iemand timide of stoutmoedig is, betreft zijn aangeboren condities en heeft weinig te maken met de essentie van zijn menselijkheid.
Als we niet zouden communiceren over de diverse uitingen van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden, zouden jullie ze dan zelf kunnen onderscheiden? (We zouden dat misschien kunnen bij eenvoudige uitingen, maar niet bij complexere.) Nu er is gecommuniceerd over het onderscheid tussen aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden, kunnen jullie ze nu onderscheiden? (We kunnen ze iets beter onderscheiden dan voorheen.) Als Ik enkele meer ongebruikelijke voorbeelden geef, zullen jullie ze dan kunnen onderscheiden op basis van waarover Ik heb gecommuniceerd? Dat is moeilijk te zeggen, nietwaar? Dan zullen we de volgende keer verder communiceren over kwesties die met dit onderwerp te maken hebben. Naarmate we meer communiceren, zullen jullie enkele regels ontdekken om verschillende soorten kwesties te onderscheiden. Wat betreft de diverse uitingen van menselijkheid, aangeboren condities en verdorven gezindheden, kunnen jullie over het algemeen de uitingen onderscheiden waarover is gecommuniceerd. Wat betreft de uitingen waarover niet is gecommuniceerd, zijn misschien alleen mensen met geestelijk begrip of degenen die weten hoe ze de waarheid moeten zoeken in staat om er enkele van te onderscheiden. Degenen met een slecht kaliber schieten misschien tekort en zijn niet in staat ze te onderscheiden. Zij moeten dus meer luisteren en meer vragen stellen. Als we niet over deze kwesties communiceren, zullen ze voor jullie altijd vaag blijven, en wat jullie zeggen zal ook onduidelijk zijn; er zal altijd een kloof zijn tussen jullie begrip en een puur begrip van de waarheid, nietwaar? (Ja.)
Vandaag hebben we gecommuniceerd over kwesties van kaliber. Kunnen jullie nu onderscheiden hoe het kaliber van mensen is? (We kunnen het ruwweg onderscheiden.) Als je het niet kunt onderscheiden, neem dan de tijd en ervaar dingen. In het dagelijks leven zul je deze zaken tegenkomen. Leer de woorden uit onze communicatie toe te passen op het werkelijke leven, en ze beetje bij beetje te koppelen aan de uitingen van mensen – daarbij zul je jezelf onderscheiden en anderen onderscheiden, jezelf leren kennen en anderen leren kennen. Geleidelijk aan zul je in staat zijn deze dingen in te schatten en hiervoor een norm ontwikkelen. De principes voor hoe je mensen en dingen bekijkt, en voor hoe je je gedraagt en hoe je handelt, zullen steeds duidelijker worden. We hebben veel gecommuniceerd over de diverse aspecten van het onderscheiden van aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. Over welke uitingen of welke onthullingen van menselijkheid we ook communiceren, het zijn geen loze woorden – deze dingen kun je allemaal in het werkelijke leven tegenkomen, zien en voelen. Daarom moet je leren om verschillende zaken en verschillende soorten mensen te bekijken door ze te toetsen aan Gods woorden. Alleen door te leren de diverse gesteldheden en zaken uit onze communicatie te toetsen aan het werkelijke leven, kun je geleidelijk vooruitgang boeken in het bekijken van mensen en dingen, en in hoe je je gedraagt en handelt, een nauwkeurig begrip ontwikkelen van diverse zaken die met de waarheid te maken hebben, en geleidelijk de diverse waarheidsprincipes gaan bevatten. Begrijpen jullie dit? (Ja.) Hoewel de zaken die we hebben besproken voornamelijk worden gebruikt om de diverse gesteldheden en onthullingen die mensen vertonen te onderscheiden, en je niet direct in staat stellen de waarheid te begrijpen en binnen te gaan, zullen deze zaken allemaal van invloed zijn op je begrip van de waarheid en je intrede in de waarheidswerkelijkheid. Daarom, hoewel deze zaken volgens de noties van mensen misschien alleen betrekking lijken te hebben op menselijkheid, aangeboren condities of enkele duidelijke verdorven gezindheden, houdt elke zaak en elke uitspraak verband met de intrede van mensen in de waarheid. En dus zijn deze zaken dingen die je onder ogen moet zien op het pad van het binnengaan in de waarheid – je kunt ze niet vermijden. De diverse zaken en uitingen van menselijkheid, of ze nu positief of negatief zijn, zijn allemaal dingen waar je in diverse situaties in het dagelijks leven mee zult worden geconfronteerd en die je zult tegenkomen. Als je, wanneer je met diverse zaken wordt geconfronteerd, geen ervan kunt onderscheiden en ze allemaal generaliseert, en de waarheidsprincipes uit onze communicatie als regels of doctrines beschouwt, dan zul je nooit in staat zijn de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Hoe komt dat? Omdat je nooit zult begrijpen wat de waarheid is.
Goed, dat is alles voor de communicatie van vandaag. Tot ziens!
25 november 2023