Hoe de waarheid na te streven (20)
Vandaag zullen we verder communiceren over ons vorige onderwerp. We hebben eerder gecommuniceerd over de oorsprong van allerlei soorten mensen, en we hebben drie typen besproken. Weten jullie nog wat de drie typen zijn? (Eén type is gereïncarneerd uit dieren, één is gereïncarneerd uit duivels en het laatste is gereïncarneerd uit mensen.) Waar waren we in onze bespreking gebleven? (We waren gebleven bij de bespreking van hoe het type mensen dat is gereïncarneerd uit mensen normale menselijkheid bezit, en hoe ze geweten en verstand hebben binnen hun menselijkheid. Dit omvat de twee kenmerken: onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten wat juist en wat onjuist is.) Het ene is onderscheid maken tussen goed en kwaad, en het andere is weten wat juist en wat onjuist is; dit zijn de kenmerken van mensen. Mensen hebben deze twee kenmerken voornamelijk omdat ze geweten en verstand bezitten; dus degenen die geweten en verstand bezitten, zijn in staat onderscheid te maken tussen goed en kwaad en te weten wat juist en wat onjuist is. We hebben over dit aspect ook gedetailleerd gecommuniceerd. We hebben voornamelijk gecommuniceerd over de uitingen van degenen die geen onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad en niet kunnen weten wat juist en wat onjuist is, waarbij we enkele van hun negatieve uitingen hebben blootgelegd, en daarna hebben we gesproken over wat positieve dingen zijn, nietwaar? (Ja.) Laten we vandaag verder communiceren over het onderwerp van gereïncarneerd zijn uit mensen. Degenen die uit mensen zijn gereïncarneerd, kunnen niet alleen onderscheid maken tussen goed en kwaad, maar ze weten ook wat juist en wat onjuist is. Onderscheid maken tussen goed en kwaad gaat er voornamelijk om te weten wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn – dat wil zeggen, iemand die onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, kan allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen onderscheiden. Zelfs bij dingen die ze niet eerder zijn tegengekomen, zullen ze hun geweten en verstand gebruiken om tot een eenvoudige beoordeling te komen. Als ze zulke dingen tegenkomen en zich ongemakkelijk voelen in hun geweten of deze dingen niet kunnen rijmen met hun verstand, zullen ze een elementaire keuze maken, waarbij ze onbewust de juistheid of onjuistheid, de positieve of negatieve aard, van zulke dingen aanvoelen. Dat wil zeggen, ware mensen zullen de elementaire gevoelens van hun geweten of verstand gebruiken om de onbekende dingen die ze tegenkomen te beoordelen, om te onderscheiden of het positieve dingen of negatieve dingen zijn, en of ze juist of onjuist zijn. Echter, voor mensen die geen geweten en verstand bezitten, is het erg moeilijk om onderscheid te maken tussen goed en kwaad en te weten wat juist en wat onjuist is, of het nu gaat om onbekende dingen of bekende dingen. Ze zijn er al helemaal niet toe in staat om te beoordelen of nieuwe verschijnselen in de samenleving wel of niet juist zijn. Ze kunnen niet onderscheiden of het positieve of negatieve dingen zijn. Als er een positief ding in de samenleving verschijnt, zullen ze zelfs wereldse trends volgen wat betreft de manier waarop ze het behandelen, en wat betreft het veroordelen en verwerpen ervan. Dit is het verschil tussen mensen en niet-mensen. Zie je, hoewel ze er allemaal als mensen uitzien, hebben sommigen de waarheid nog nooit gehoord of nog nooit de voorziening van Gods woorden ontvangen, en toch hebben ze, in wat voor omgeving ze zich ook bevinden, een ondergrens voor hun handelingen – op zijn minst de ondergrens van het geweten. Ze zullen absoluut geen dingen doen die ingaan tegen het geweten of de moraal. Dit komt doordat ze in het diepst van hun hart een afkeer hebben van negatieve dingen, en ze een menselijk geweten en verstand bezitten. Ze hebben dus wat betreft hoe ze zich gedragen en handelen een fundamentele ondergrens die wordt bepaald door de moraal. Niet-mensen echter, als we kijken naar de eigenschappen van hun classificatie, bezitten geen geweten en verstand. Ten eerste kunnen ze geen onderscheid maken tussen positieve en negatieve dingen. Ten tweede voelen ze geen afkeer of walging jegens die negatieve dingen of zelfs niet jegens overduidelijk onjuiste dingen, noch hebben ze het vermogen om ze te weerstaan; ze zijn zelfs in staat om negatieve dingen lief te hebben en kwaadaardige trends te volgen. Wat nog betreurenswaardiger is, is dat sommige mensen die in God geloven en beweren God te volgen, in staat zijn om kwaadaardige trends te blijven volgen en die boosaardige dingen kunnen blijven doen, net als ongelovigen, en dat doen zonder enig gevoel van schaamte, of zelfs maar enig verwijt van hun geweten.
Tegenwoordig maken veel mensen selfies met hun telefoon. Wat voor soort foto’s maken mensen met een normale menselijkheid? Ze maken betekenisvolle foto’s die het onthouden waard zijn, om zo een paar prachtige herinneringen achter te laten. Zelfs als ze foto’s van zichzelf maken, maken ze foto’s die er beschaafd, gepast, waardig en oprecht uitzien. In dit opzicht vallen hun handelingen allemaal binnen het bestek van het geweten en verstand van de normale menselijkheid. Maar degenen zonder geweten en verstand zijn anders; zij maken ook selfies, maar hun selfies zijn problematisch. Wat voor soort foto’s maken sommige vrouwen? Ze maken geen waardige, oprechte en gepaste foto’s. Wanneer ze online zien dat die ongelovige vrouwen provocerende foto’s, geseksualiseerde foto’s of bijzonder bizarre foto’s maken, imiteren ze hen en maken ze ook foto’s die mannen doen kwijlen en wellustige gedachten bezorgen – dat wil zeggen, ze maken specifiek foto’s van zichzelf waarop ze eruitzien als hoeren, lichte vrouwen, of ze maken geseksualiseerde foto’s. Sommige vrouwen dragen graag zware make-up, maken hun gezicht heel wit en hun lippen heel rood, en brengen oogmake-up aan op een manier waardoor ze er uiteindelijk als freaks uitzien; ze nemen voor de camera opzettelijk een verleidelijke, verraderlijk aantrekkelijke houding aan, met een blik in hun ogen die fascinerend en ontuchtig is, waardoor mannen die dit alles zien wellustige gedachten krijgen. Er zijn ook vrouwen die hun lange haar over hun gezicht draperen, hun gezicht iets omhoog kantelen en door de openingen in hun haar een verleidelijke, ontuchtige blik tonen. Kortom, zulke vrouwen maken foto’s met alle uitdrukkingen en houdingen die ze verleidelijk en sexy vinden. Nadat ze die hebben gemaakt, voelen deze vrouwen zich ook bijzonder narcistisch en bewonderen ze van tijd tot tijd hun eigen provocerende foto’s. Sterker nog, ze stellen hun meest gewaardeerde en favoriete selfies in als achtergrond op hun computer of telefoon, en sommige van deze vrouwen plaatsen ze zelfs online. Telkens wanneer ze naar deze foto’s kijken, voelen ze dat ze heel charmant zijn, dat ze geboren zijn om een ster te zijn, en dat als ze niet in God hadden geloofd, ze beslist een grote beroemdheid zouden zijn. Kijk, wat voor pad bewandelen ze? Niet alleen bewonderen ze de foto’s zelf de hele tijd, maar ze laten deze foto’s ook aan de mensen om hen heen zien. Als mensen hen na het zien van de foto’s niet prijzen, voelen ze zich vanbinnen ontevreden. Als ze een gelijkgestemde ontmoeten die hun foto’s bijzonder waardeert en zegt: “Deze foto is zo goed genomen, het is als een foto van een ster! Het lijkt precies op die-en-die”, voelen ze zich nog meer tevreden met zichzelf en zwelgen ze elke dag in dit gevoel. Sommige mensen versieren hun foto’s ook graag, zetten een paar konijnenoren op hun hoofd en voegen kattenbaardjes toe, denkend dat ze schattiger zijn dan konijnen en poesjes. Ze vragen aan iedereen die ze ontmoeten: “Vind je dat ik meer op een konijn of op een poesje lijk?” Wanneer mensen zeggen: “Wie weet hoe je eruitziet?”, worden ze erg boos. Zeg Mij, is het niet pervers voor een mens om geen fatsoenlijk mens te willen zijn, maar een dier te willen zijn? Ze plaatsen deze ‘meesterwerken’ van hen zelfs online, in de hoop van meer mensen lof te oogsten. Er zijn ook mensen die zich bij het maken van selfies verkleden als zwaardvechters of dolende ridders – of als Spider-Man of Batman uit westerse films – of ze verkleden zich als stoere, afstandelijke en mysterieuze figuren. Ze doen dit allemaal in de hoop dat anderen hen leuk zullen vinden en goedkeuren, en ze zijn hier elke dag door geobsedeerd. Zeg Mij, wat voor soort mensen zijn dit? Zijn het normale mensen? Absoluut niet; het zijn niet-mensen. Hoewel het maken van selfies slechts een simpele, onbeduidende bezigheid is binnen de kwaadaardige trends, onthult het iemands voorkeuren en streven, en onthult het zijn karakter, de behoeften van zijn menselijkheid en de dingen die diep in zijn ziel liggen. Waardige en oprechte mensen gebruiken de mobiele telefoon, dit hulpmiddel, om foto’s te maken van positieve, betekenisvolle en waardevolle dingen, terwijl mensen die de eigenschappen van de menselijkheid niet bezitten, foto’s maken van negatieve, boosaardige dingen – dingen waaraan hun eigen aard-essentie behoefte heeft. Er kan worden gezegd dat het soort persoon dat iemand is, bepaalt wat voor soort behoeften hij heeft, wat voor soort foto’s hij maakt, en de manier waarop hij ervoor kiest zich te kleden en zijn imago te presenteren. Mensen met een normale menselijkheid zullen ervoor kiezen om enkele waardige, oprechte, beschaafde, betekenisvolle en waardevolle beelden als aandenken te maken, terwijl mensen zonder normale menselijkheid de kwaadaardige trends van de wereld zullen volgen en de dingen zullen doen die ze leuk vinden. Hoewel het maken van selfies een onbeduidende zaak is, is het voldoende om de diepste voorkeuren en het streven van mensen te zien. Wat de zaak ook is, zelfs als het iets is waarbij mensen met een normale menselijkheid niet heel duidelijk kunnen zien welke dingen positief en welke dingen negatief zijn, zullen zulke mensen, omdat ze door geweten en verstand worden beteugeld, van nature positieve dingen kiezen. Als ze door een kortstondig gebrek aan onderscheidingsvermogen een negatief ding kiezen of onbedoeld iets negatiefs doen, zullen ze dat al snel in hun hart voelen – hun geweten zal hun een verwijt maken, of ze zullen dit niet met hun verstand kunnen rijmen. Wanneer mensen die geen menselijkheid bezitten te maken krijgen met positieve dingen, hebben ze het gevoel dat positieve dingen maar flauw en saai zijn, zo onbeduidend, en dat mensen erop neerkijken. Negatieve dingen daarentegen vinden ze in hun hart heel leuk en bewonderen ze, vooral die dingen die erg populair zijn binnen kwaadaardige trends. Als je een waardige en oprechte foto van dit type persoon maakt, zullen ze er een afkeer van hebben en er hun neus voor ophalen, en zeggen: “Wie maakt er nog zulke foto’s? Het is zo ouderwets!” Zelf kiezen ze ervoor om geseksualiseerde foto’s te maken. Normale mensen vinden zulke foto’s walgelijk en lelijk, maar dit type persoon zegt: “Dit is sexy. Begrijp je wat sexy is? Dit is in de mode; het is hogere kunst. Je snapt niets van kunst!” Niet alleen walgen ze er niet van wanneer ze geseksualiseerde foto’s van zichzelf maken, maar ze hebben zelfs bijzonder veel plezier in het volgen van deze modieuze en geseksualiseerde dingen.
Niet-mensen zijn buitengewoon enthousiast over negatieve dingen. Wanneer er negatieve dingen opkomen onder de kwaadaardige trends, zullen ze er snel meer over te weten komen en zullen ze er een hoge mate van acceptatie voor hebben. Als ze de kans hebben en de omstandigheden het toelaten, zullen ze beslist die dingen uit de kwaadaardige trends doen die ze leuk vinden en goedkeuren. Ze zullen dit absoluut niet weigeren, en zullen absoluut geen toeschouwers zijn, laat staan dat ze deze trends zullen verafschuwen of erbij uit de buurt zullen blijven. In plaats daarvan zullen ze zich erin storten. In het bijzonder volgen sommige mensen die in God geloven ook enkele trendy uitspraken en praktijken die ze uit het Westen horen komen op de voet. Er is in het Westen bijvoorbeeld een feestdag genaamd Halloween, wat eigenlijk een spokenfestival is. Op deze dag dragen volwassenen en kinderen allemaal verschillende kostuums, net als die voor toneel- of theatervoorstellingen. Sommigen verkleden zich als heksen, sommigen als prinsen of prinsessen, en anderen als kikkers, slangen, dinosaurussen, enzovoort. Vervolgens nemen ze mandjes of tassen mee naar verschillende winkelcentra, winkels en huizen en vragen om snoep. Sommige mensen die in God geloven vieren dit festival ook en dragen spokenkostuums. Ze hebben heel veel plezier en denken: ‘Dit is een goede gelegenheid om verschillende rollen te spelen.’ Welke kostuums kiezen ze om te dragen? Ze dragen geen kostuums van relatief positieve figuren, zoals militaire officieren, generaals of helden; ze staan erop de kleding van heksen en medicijnmannen te dragen. Wanneer ze zich als verschillende duivels verkleden om het spokenfestival te vieren, voelen ze zich gelukkig en hebben ze heel veel plezier, zonder te beseffen dat dit iets is wat God verafschuwt en iets dat een negatief ding in de mensenwereld is. Diep vanbinnen heeft dit type persoon geen helder begrip van zulke negatieve dingen, en weet hij niet hoe hij met deze dingen van de traditionele cultuur en deze seculiere trends moet omgaan. Ze hebben ook geen waar begrip van wat ze zelf precies zijn, en weten niet of ze mensen of spoken zijn. Ze weten niet of ze mensen of spoken zijn, maar het is moeilijk om hen zover te krijgen dat ze mensen zijn, terwijl als je hun vraagt spoken of dieren te zijn, ze dat ontzettend leuk vinden en nooit weigeren. Zeg Mij dus, wat voor type persoon is dit precies? Als je hun vraagt een persoon met geweten en verstand te zijn, zullen ze vaak zeggen: “Hoeveel is een geweten waard? Wie geeft er tegenwoordig nog om een geweten? Wie geeft er nog om genegenheid en morele rechtvaardigheid? Wie geeft er nog om moraal?” Maar als je hun vraagt zich te verkleden en voor medicijnman te spelen, of een dinosauruspak aan te trekken om voor dinosaurus te spelen, maken ze geen bezwaar en weigeren ze niet. Zeg Mij, wat voor soort persoon is dit? Hebben ze in hun aard-essentie eigenlijk ook maar een beetje liefde voor positieve dingen? Hebben ze überhaupt een afkeer van negatieve dingen? Als we kijken naar de mensen, gebeurtenissen en dingen die ze kiezen, is het overduidelijk dat ze totaal geen liefde hebben voor positieve dingen, en totaal geen afkeer voelen van negatieve dingen. Integendeel, ze hebben een bijzondere afkeer van positieve dingen en bekijken ze met spot en minachting. Wat negatieve dingen betreft – vooral die negatieve dingen die bijzonder populair zijn en momenteel erg in de mode zijn onder de kwaadaardige trends – die bewonderen ze in het bijzonder en keuren ze goed. In het bijzonder zijn sommige mensen er trots op dat ze kwaadaardige trends kunnen bijhouden en de rollen van duivels, boze geesten en wilde beesten kunnen spelen, en hebben ze het gevoel dat ze anders zijn dan de rest. Het is duidelijk dat dit type persoon geen geweten en verstand heeft; hoe meer iets voortkomt uit kwaadaardige trends, hoe beter het ze bevalt. Vooral sommige oosterse mensen – wanneer ze mensen horen praten over wat populair is in het Westen, wat westerlingen leuk vinden en wat westerlingen dragen en gebruiken – aanvaarden dit alles zonder enig onderscheidingsvermogen toe te passen, en proberen het te imiteren. Zelfs als het iets boosaardigs is, iets wat ingaat tegen geweten en verstand, en ingaat tegen de waarheid, aanvaarden ze het toch. Sommige mensen vragen: “Is dit het aanbidden van buitenlandse dingen en het kruipen voor buitenlanders?” Is dat wat het is? (Nee, in hun aard-essentie houden ze gewoon van deze boosaardige dingen.) Dat klopt. Ze vinden dat dingen die populair zijn onder oosterse mensen niet verfijnd genoeg zijn, dus volgen ze dingen die populair zijn in het Westen, omdat ze uniek en anders dan de rest willen zijn en bij anderen in hoog aanzien willen staan. Hoe het ook zij, dit type persoon bezit de eigenschappen van de menselijkheid niet. Afgaande op hun voorkeuren en streven, afgaande op hun gedachten en gezichtspunten over en onthullingen bij elke kwestie, hebben ze geen geweten en verstand. Hun gedachten en gezichtspunten zijn hetzelfde als die van niet-mensen, en zelfs hetzelfde als die van duivels en Satan. Hun standpunt en perspectief bij het bekijken van zaken zijn precies tegengesteld aan, en vijandig ten opzichte van, het standpunt en perspectief dat God van een normaal mens vereist. Omdat ware mensen echter van nature een menselijk geweten en verstand bezitten, zullen ze elke persoon, gebeurtenis of ding beoordelen op basis van de gevoelens van hun geweten en verstand, de positieve dingen daaruit kiezen, en onderscheiden wat juist en onjuist is.
Sommige mensen worden in de oosterse samenleving beperkt door de traditionele oosterse cultuur en kunnen zich aan enkele oosterse tradities houden. Hoewel ze sommige dingen die ingaan tegen het geweten en de moraal niet doen, houden ze diep vanbinnen wel van deze dingen. Zodra de omgeving verandert, zodra ze de kans krijgen, zullen ze dan ook de ware kant van hun menselijkheid tonen, hun voorkomen volledig veranderen en een niet-menselijke eigenschap onthullen. Hoe moet deze niet-menselijke eigenschap worden verklaard? Die wordt gekenmerkt door het geen onderscheid maken tussen goed en kwaad, het niet weten wat juist en wat onjuist is, en het niet bezitten van het geweten en verstand van de normale menselijkheid. Sommige mensen lijken, wanneer ze in het Oosten zijn, een oprechte stijl te hebben en waardig, deugdzaam en beschaafd te zijn. Ze geven in het bijzonder om hun familie en hebben geen slechte reputatie. Maar wanneer ze in het Westen komen, zijn ze anders. Ze horen sommige mensen zeggen: “Westerlingen zijn bijzonder open, en bijzonder vrij wat betreft relaties tussen mannen en vrouwen.” Eigenlijk strookt dit niet met de feiten, maar volgens hun gedachten en noties geloven ze dat ze, zodra ze in het Westen aankomen, vrij zijn, en zich geen zorgen hoeven te maken over enige reputatie of morele integriteit, of de voorschriften van de traditionele oosterse cultuur. Ze denken dat vrouwen zich niet aan vrouwelijke deugdzaamheid hoeven te houden, en mannen niet hoeven vast te houden aan monogamie, en dat ze, nadat ze naar het Westen zijn gekomen, zich losbandig kunnen gedragen met het andere geslacht, en niemand hen zal uitlachen of bekritiseren. Ze geloven dat dit nu eenmaal de westerse cultuur is, dat dit de maatschappelijke trend is, en niemand zich ertegen verzet. Bewandelen ze niet langer het juiste pad zodra ze zo beginnen te denken? De dingen die ze in hun menselijkheid werkelijk liefhebben, staan op het punt te worden blootgelegd, evenals het ware gezicht van hun menselijkheid. Wanneer oosterse mensen – vooral Chinezen – naar het Westen komen, is hun leven behoorlijk moeilijk en voelen ze zich erg eenzaam in hun eentje. Hun echtgenoten zijn immers achtergebleven in hun thuisland en zij zijn alleen in een vreemd land met onbekende mensen en plaatsen, waar ze niet alleen moeten werken en leven maar ook enkele andere gecompliceerde zaken moeten afhandelen. Daarom is iets dat lijkt op het ‘oorlogskoppel’ populair geworden onder de Chinese gemeenschap in de Verenigde Staten. Dit houdt in dat men een tijdelijke echtgenoot zoekt om een tijdelijk thuis op te zetten en samen te wonen, elkaar te helpen en te ondersteunen om samen de moeilijkheden van het leven het hoofd te bieden, en tegelijkertijd de fysiologische behoeften van het vlees te bevredigen. Omdat het moeilijk is om alleen rond te komen in een vreemd land, zoeken veel mensen iemand van het andere geslacht om een oorlogskoppel te vormen en zo aan hun verschillende behoeften te voldoen. Er wordt gezegd dat het voorkomt dat, nadat sommige oorlogskoppels vele jaren hebben samengewoond, de echtgenoten van beide partijen overkomen, en de twee families zelfs vrienden worden en met elkaar omgaan. Dit is een praktijk die onder ongelovigen in de mode is geraakt en is bedoeld om de moeilijkheden van het leven het hoofd te bieden. Zeg Mij, zijn er onder degenen die in God geloven mensen die zulke dingen doen? (Sommige niet-gelovigen kunnen dit ook doen.) Onder degenen die in God geloven, zijn er velen die de waarheid niet nastreven, en er zijn ook sommigen die overduidelijk niet-gelovigen zijn die totaal niet geïnteresseerd zijn in de waarheid. Sommigen bezitten zelfs geen geweten en verstand. Wanneer deze mensen over deze negatieve dingen horen, hebben ze er diep vanbinnen eigenlijk geen afkeer van; ze vinden deze dingen aanvaardbaar, en sommigen genieten er zelfs van. Ze walgen niet van deze dingen, en denken zelfs: ‘Dit is heel normaal. Ongelovigen doen dit allemaal; het is een trend, geen misdaad. Ten eerste is het niet illegaal. Ten tweede bederft het de publieke moraal niet. Ten derde is dit een fysiologische behoefte van de mens. Het is eerlijk, redelijk en legaal om dit te doen – wat is er mis mee?’ Ze denken dat dit normaal is. Laten we het niet over ongelovigen hebben – als mensen die in God geloven zulke dingen kunnen doen, wat voor soort mensen zijn ze dan? Is er dan niet iets mis met hun menselijkheid? (Ja, dit type persoon heeft geen menselijkheid.) Mensen zonder menselijkheid kunnen zulke walgelijke dingen doen. Mensen met menselijkheid kunnen de gedachten en gezichtspunten achter deze kwaadaardige trend niet eens aanvaarden, laat staan dat ze zulke dingen doen. Ze hebben vanuit het diepst van hun hart een afkeer van deze gedachten en gezichtspunten en verafschuwen ze. Of het nu wordt gedaan met het doel dat beide partijen voor elkaar kunnen zorgen of voor een ander doel, vanuit het perspectief van het geweten en verstand van de menselijkheid is het vormen van een ‘oorlogskoppel’ geen positief ding. Als iemand die in God gelooft niet eens weet of dit soort ding een positief ding is of dat het redelijk is, heeft hij dan geweten en menselijkheid? Sommige mensen zeggen: “Hoewel ik niet weet of dit een positief ding is – ik geloof in God en kan dit dus niet doen. Ongelovigen geloven niet in God of vrezen God niet, ze hebben dus geen besef wanneer ze dit doen, maar ik geloof in God, dus ik kan dit niet doen.” Als ze zo denken, bewijst dit dat ze een menselijk geweten en verstand hebben. Hoewel ze niet weten of deze zaak juist is of niet, noch weten of het een positief ding is of wat God erover zegt, zijn ze in staat het fundamentele geweten en verstand van de menselijkheid te gebruiken om het te beoordelen. Zelfs als ze niet duidelijk kunnen weten of het positief of negatief is, kunnen ze zien dat deze zaak ingaat tegen moraal en menselijkheid en niet gedaan zou moeten worden. Ze hebben een zekere mate van onderscheidingsvermogen met betrekking tot zulke dingen, wanneer ze dus met deze dingen worden geconfronteerd, wijzen ze deze af. Er kan worden gesteld dat degenen die zulke dingen niet afwijzen en ze in hun geheel kunnen aanvaarden, geen mensen zijn; ze hebben geen normale menselijkheid, en bezitten geen geweten en verstand. Het feit dat ze deze negatieve dingen kunnen aanvaarden, toont aan dat hun geweten en verstand helemaal niet functioneren, en dat ze het geweten en het verstand, de minimumnorm voor het maken van onderscheid, niet hebben gebruikt om deze dingen te weerstaan of af te wijzen. Er is dus overduidelijk een probleem met de menselijkheid van dit type persoon. Sommige mensen zeggen: “Er is een probleem met de menselijkheid van dit type persoon, zijn ze dan van dieren of van duivels?” Ongeacht of ze van dieren of van duivels zijn, ze worden gezamenlijk niet-mensen genoemd. Wanneer ze naar het Westen komen en zien dat westerse landen ontwikkeld, welvarend en vrij zijn, en dat hun sociale systemen geavanceerder zijn dan die van oosterse landen, denken dat alles in het Westen juist is en beter dan in het Oosten. Ze denken dat oosterse mensen gesloten, conservatief en wereldvreemd zijn, terwijl westerlingen open, vrij en werelds zijn, en in het bijzonder open zijn wat betreft het huwelijk of relaties tussen de seksen. Ze denken dat het heel normaal is voor mannen en vrouwen om elkaar te omhelzen en te kussen wanneer ze elkaar op straat ontmoeten. Maar in feite hanteren westerlingen principes wanneer ze anderen bij een ontmoeting omhelzen; ze omhelzen niet zomaar achteloos iedereen. In het bijzonder doen volwassenen dit soort dingen niet veel; het zijn vooral jonge mensen die dit graag doen. Het komt integendeel juist op plaatsen voor waar Aziaten samenkomen, dat men vaak een man en een vrouw in het openbaar allerlei intieme handelingen ziet verrichten, vooral in drukke gebieden op straat. Men kan zelfs oudere mensen dit zien doen, wat bijzonder walgelijk is om te zien. Misschien zijn sommige Aziaten naar het Westen gereisd en hebben ze het culturele leven en de etiquette van westerlingen gezien, en beweren vervolgens dat westerlingen vrij, open en seksueel bevrijd zijn. Op basis van deze beweringen beelden veel Aziaten zich willekeurig allerlei boosaardige dingen in. In feite, als je je werkelijk verdiept in de westerse samenleving of diepgaand contact en interactie hebt met westerlingen, zul je ontdekken dat veel dingen compleet anders zijn dan wat Aziaten zich inbeelden en vertellen. Vooral in sommige gemeenschappen met een religieuze achtergrond of meer afgelegen gemeenschappen is men bijzonder conservatief en traditioneel, helemaal niet zoals de mythen die door Aziaten worden verspreid. De beweringen dat westerlingen erg open zijn over relaties tussen de seksen zijn slechts verbeeldingen van mensen, geen feiten. Als iemand werkelijk zo denkt, en deze zogenaamde openheid die hij voor waar aanneemt op zichzelf toepast, en willekeurig toegeeft aan zijn vleselijke lusten, dan is dat zijn eigen probleem; het heeft helemaal niets te maken met de trends, cultuur of tradities van welke samenleving dan ook. Het is niet de westerse cultuur of traditie die hen misleidt, het is veeleer zo dat ze zelf problemen hebben. Is dit niet zo? (Ja.) Wanneer oosterse mensen het over westerlingen hebben, is het eerste wat ze zeggen: “Westerlingen zijn vrij, open en seksueel bevrijd”, waarmee ze impliceren dat mensen in het Westen kunnen overgeven aan wellust of zelfs incest kunnen plegen. Beheerst door zulke gedachten en gezichtspunten, beginnen oosterse mensen nadat ze in het Westen zijn aangekomen zich te buiten te gaan. Dat ze zich te buiten gaan is niet omdat ze deze verschijnselen werkelijk hebben gezien en geïmiteerd, maar omdat het simpelweg in hun aard ligt om boosaardigheid lief te hebben; ze gebruiken de zogenaamde westerse cultuur of westerse tradities slechts als een excuus om aan hun vlees toe te geven. Omdat dit type persoon geen positieve figuur is en de eigenschappen van de menselijkheid niet bezit, en omdat het in hun aangeboren aard ligt om negatieve dingen en alle onjuiste dingen lief te hebben, vinden ze in feite verschillende excuses en voorwendsels om dingen te doen die in strijd zijn met of zelfs vijandig staan tegenover positieve dingen. Bovendien voelen ze zich volkomen gerechtvaardigd en denken ze dat westerlingen tegenwoordig allemaal zo zijn. Is dit feitelijk? Ze kramen niets dan onzin uit en uiten ongegronde beschuldigingen! Het is duidelijk dat wanneer dit type persoon zegt: “Westerlingen zijn vrij, open en seksueel bevrijd”, ze eigenlijk bijbedoelingen hebben – ze willen hun doel bereiken: toegeven aan hun lusten. Waarom kan dit type persoon deze negatieve dingen met zoveel zelfverzekerdheid volgen? Ten eerste hebben ze geen correct begrip van positieve en negatieve dingen; wanneer ze onbekende dingen tegenkomen, kunnen ze die niet beoordelen aan de hand van de minimumnorm van het geweten en verstand. Dit type persoon bezit duidelijk niet de eigenschappen van menselijkheid. Als ze niet kunnen begrijpen dat een overduidelijk positief ding een positief ding is, noch het als een positief ding kunnen aanvaarden, dan bezit dit type persoon beslist niet het geweten en verstand van een normaal mens. Ten tweede, als iemand niet weet wat positieve dingen zijn, noch wat negatieve dingen zijn, dan kan hij natuurlijk geen onderscheid maken tussen goed en kwaad en weten wat juist en wat onjuist is. Omdat ze foutieve gedachten en gezichtspunten hebben, hebben ze er, zelfs als ze enkele onjuiste dingen doen of dingen die ingaan tegen geweten en verstand, totaal geen besef van. Het is heel duidelijk dat dit type persoon geen onderscheid kan maken tussen goed en kwaad en niet weet wat juist en wat onjuist is. Ze bezitten niet het geweten en verstand van normale menselijkheid, en ze weten niet of sommige dingen die in het leven of in het overlevingsproces gebeuren juist of onjuist zijn, noch is het voor hen mogelijk om hun geweten te gebruiken om de juistheid en onjuistheid ervan te beoordelen en te evalueren. Daarom doen ze vaak enkele onjuiste dingen die ingaan tegen geweten en verstand, en hebben nadat ze die hebben gedaan, er totaal geen besef van, en voelen ze zich zelfs volkomen gerechtvaardigd, denkend dat ze juist hebben gehandeld en oprechte mensen zijn. Is dit niet de zaken volledig omdraaien? (Ja.)
Sommige mensen zien dat de kinderen van anderen bijzonder ondeugend zijn en zeggen: “Wat een ondeugend kind; je ziet in één oogopslag dat het niet deugt. Het zal zeker geen plicht vervullen als het opgroeit. Hoe zou het ooit iets kunnen bereiken?” Maar als anderen tegen zo iemand zeggen dat zíjn kind ondeugend is, antwoordt hij: “Wat maakt het uit als het ondeugend is? Dat mijn kind ondeugend is, is een teken van zijn veelbelovende toekomst. Wanneer het opgroeit, zal het boven de massa kunnen uitstijgen; misschien wordt het zelfs wel een hoge ambtenaar!” Wanneer de kinderen van andere mensen ondeugend zijn, zegt hij dat ze niets zullen bereiken wanneer ze opgroeien, maar wanneer zijn eigen kind ondeugend is, zegt hij dat het boven de massa zal kunnen uitstijgen als het opgroeit. Welke van zijn uitspraken is juist? (Geen van beide.) Waarom zegt hij dit dan? Is het eerlijk wat hij zegt? (Nee.) Dat hij zulke dingen kan zeggen, toont aan dat hij geen gewetensbesef heeft. De kinderen van andere mensen zijn nog niet eens volwassen, hoe kan hij dan weten dat ze niets zullen bereiken? Of mensen iets bereiken wanneer ze opgroeien, hangt af van Gods voorbeschikking en het pad dat ze bewandelen; hoe zou dat kunnen afhangen van een enkele zin van hem! Dat hij zulke dingen kan zeggen, toont aan dat hij geen gewetensbesef heeft. Het gaat om hetzelfde probleem van ondeugendheid, maar wanneer hij over zijn eigen kind spreekt, geeft hij er een positieve draai aan, terwijl hij er een negatieve draai aan geeft wanneer hij over de kinderen van anderen spreekt. Zijn zijn woorden eerlijk? (Nee.) Wat voor soort persoon is dan wel eerlijk? (Een persoon met een geweten.) Wat zijn de eigenschappen van een persoon met een geweten? Een persoon met een geweten bezit twee eigenschappen: oprechtheid en vriendelijkheid. Oprecht zijn betekent op zijn minst dat iemand zijn hart op de juiste plaats moet hebben wanneer hij spreekt en handelt. De woorden die men spreekt moeten rechtvaardig, objectief en feitelijk zijn; ze mogen niet bevooroordeeld zijn, dienen om tekortkomingen te verdoezelen, of gebaseerd zijn op gevoelens. Wanneer de kinderen van andere mensen ondeugend zijn, zegt hij dat ze niet zullen deugen als ze opgroeien, maar wanneer zijn eigen kind ondeugend is, zegt hij dat het een veelbelovende toekomst zal hebben als hij opgroeit. Hij geeft twee verschillende beschrijving aan dezelfde uiting van ondeugendheid. Zou je zeggen dat deze persoon oprecht is? (Nee.) Heeft een persoon die uitsluitend op basis van gevoelens spreekt een geweten? (Nee.) Alleen dit punt al is voldoende om te bewijzen dat hij geen geweten heeft. Hij zegt alleen maar aardige dingen over zijn eigen kind, met zegeningen en goede wensen, maar vervloekt de kinderen van andere mensen wanneer hij over hen spreekt. Dit is onvriendelijk en niet oprecht zijn. Omdat hij geen geweten bezit, is hij in staat zulke kwaadwillige woorden te spreken. Zo iemand spreekt niet eerlijk en uit niets anders dan verdraaide redeneringen. Enerzijds toont dit aan dat ze niet oprecht zijn; anderzijds toont het aan dat ze niet vriendelijk zijn. Mensen die niet vriendelijk zijn, zullen de situaties van anderen als slecht beschrijven, hoe die ook zijn. Ze spreken met bijbedoelingen en hopen wanhopig dat het slecht gaat met anderen. In wat ze zeggen klinkt kwaadaardigheid door en een neiging om anderen te vervloeken. Ze spreken altijd op deze manier en voelen zich daar in hun geweten nooit ongemakkelijk over. Ze spreken op deze manier over de zaken van andere mensen, en ze behandelen anderen ook op deze manier. De man van een vrouw heeft bijvoorbeeld een affaire. Uit angst voor wat anderen hierover zullen zeggen, vertelt ze de mensen: “Mijn man heeft een affaire omdat hij gewoon te voortreffelijk is. Hij ziet er goed uit en is capabel. In deze boosaardige samenleving van tegenwoordig zijn die vrouwen zo schaamteloos – ze werpen zich gewoon op hem. Het komt gewoon doordat hij te voortreffelijk is. Dit bewijst ook dat ik me niet in hem heb vergist; ik heb zo’n goede smaak!” Maar als de man van iemand anders een affaire heeft, zegt ze: “Je kunt zien dat hij geen fatsoenlijk persoon is. Hij heeft noch geld noch een goed uiterlijk, en toch jaagt hij op minnaressen. Elke vrouw die bij hem blijft, is blind!” Ze adviseert die persoon zelfs om op te schieten en haar man te verlaten, en een nieuwe te gaan zoeken. Die persoon vraagt: “Jouw man heeft toch ook een affaire, waarom zoek jij dan geen nieuwe?” Ze antwoordt: “Mijn man is anders dan de jouwe. Jouw man is een schoft. De mijne is gewoon te voortreffelijk, en anderen dringen zich aan hem op. Mijn man kon er niets aan doen, terwijl jouw man actief op zoek ging naar een minnares.” Zie je, wat ze over alles zegt, verandert zodra het over haarzelf gaat. Alles wat over haar gaat is te verontschuldigen en een speciaal geval; ze beschrijft het allemaal in een positief daglicht. Maar wanneer het anderen betreft, is het anders; ze beschrijft het allemaal als slecht. Als de ouders van zo iemand dan niet in God geloven, wat zullen ze dan zeggen? “Hoewel mijn ouders niet in God geloven, zijn het goede mensen in de wereld. Ze maken geen ruzie en schelden niet op anderen, en ze helpen iedereen die in de problemen zit. Ze staan wijd en zijd bekend als buitengewoon goede en vriendelijke mensen. Als ze in God geloofden, zouden ze absoluut beter zijn dan wij!” Maar wanneer de ouders van sommige broeders en zusters niet in God geloven, zeggen ze: “Jouw ouders zijn allemaal duivels.” Wanneer de ouders van sommige broeders en zusters wel in God geloven, zeggen ze: “Zelfs al geloven ze in God, ze zijn slechts gelovigen in naam, en ze deugen niet. Als ze in God geloven, waarom steunen ze jou dan niet bij het vervullen van je plicht?” Wat ze zeggen verandert elke keer dat het over henzelf gaat. Ze spreken nooit op basis van objectieve feiten, en hun woorden zijn nooit eerlijk. Ze hebben één norm voor hun eigen zaken en een andere voor die van andere mensen. Diep in hun hart is er geen eerlijke norm om allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen te beoordelen. Alles wat henzelf betreft is goed en positief, en heeft diverse gegronde redenen; alles wat anderen betreft moet worden veroordeeld, vervloekt en verworpen, en is van duivels en Satan. Wat hun familie, verwanten en vrienden betreft, dat zijn allemaal goede mensen, ware gelovigen, en broeders en zusters. Maar als het gaat om de broeders en zusters in de kerk, dan oordelen ze willekeurig over hen, en zeggen ze dat deze een niet-gelovige is, dat die niet toegewijd is aan het vervullen van zijn plicht, en dat ze allemaal verwijderd moeten worden. Als een broeder of zuster een kleine fout maakt of een onbeduidend probleem heeft, grijpen ze dat onmiddellijk aan, maken ze het openbaar, en lezen ze hun vervolgens de les en kleineren ze hen met een strenge blik in hun ogen. Maar wanneer hun eigen verwanten iets verkeerds doen, proberen ze de boel alleen maar glad te strijken en doen ze er alles aan om hen met drogredenen te verdedigen. Is zo iemand wel eerlijk? (Nee.) Ze zijn helemaal niet eerlijk. In de omgang met broeders en zusters en andere mensen ‘houden ze zich aan principes’ met een strenge blik in hun ogen, en hebben ze het gevoel dat ze de waarheidswerkelijkheid bezitten. Ze scheppen vaak op tegenover anderen en zeggen: “Kijk eens hoezeer ik me aan principes houd. Wat een standvastige houding heb ik. Ik kan de waarheid zo goed beoefenen.” Maar als het gaat om hun eigen familiezaken – hun man of vrouw, kinderen, verwanten en zelfs hun hond – verandert hun houding. Als hun hond bijvoorbeeld elke keer blaft wanneer hij een vreemde ziet en in het wilde weg bijt wanneer bekenden op bezoek komen, zeggen ze: “Kijk, deze hond is werkelijk een goede, trouwe bewaker. Hij is absoluut loyaal aan mij, zijn baasje; hij verandert nooit!” Maar als de hond van iemand anders in het wilde weg bijt wanneer hij een bekende ziet, zeggen ze: “Deze hond is blind. Hij kijkt niet eens wie er is. Hij heeft geen enkel principe wanneer het gaat om het bewaken van het huis. Waarom bijt hij blindelings?” Ze zijn niet eens rechtvaardig tegenover honden. Wat voor soort persoon is dit? (Dit is geen mens.) Ze denken dat alles wat ze doen correct en redelijk is, en dat het in overeenstemming is met positieve dingen; ze denken zelfs dat ze zich aan de waarheidsprincipes houden. Maar als het gaat om iets onrechtvaardigs dat ze doen of om enige verdraaide redenering die ze uiten, denken ze nooit dat het verkeerd is en corrigeren het nooit. Als je hen terechtwijst of ontmaskert, aanvaarden ze het niet. Wat is het uiteindelijke resultaat? Het is dat ze halsstarrig vasthouden aan hun eigen beweringen en hun zogenaamde principes, en zich zelfs gedragen alsof ze de belichaming van gerechtigheid zijn en alle zaken beoordelen. In feite zijn het perspectief en het standpunt van waaruit ze de juistheid van dingen beoordelen volledig tegengesteld aan en in strijd met de waarheidsprincipes, maar ze beseffen dit zelf nooit. Ze spuien een hoop ketterijen en foutieve en absurde argumenten, en klampen zich halsstarrig vast aan deze woorden. Ze verzetten zich zelfs tegen de waarheid en proberen in discussie te gaan met degenen die onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad en de waarheid begrijpen. Wat voor soort mensen zijn dit? Het zijn onredelijke mensen. Zelfs als wat ze doen en waar ze op staan in de ogen van mensen niet als verkeerd wordt beschouwd, bezitten ze, afgaande op hun vele uitingen en onthullingen, absoluut geen oprechtheid, vriendelijkheid en verstand, deze eigenschappen van de menselijkheid. Kijkend naar hoe ze de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen in het dagelijks leven behandelen, is zelfs de manier waarop ze een kind of een hond beoordelen verwrongen – hoe slecht hun eigen hond ook is, het is nog steeds de beste ter wereld; en hoe goed de hond van iemand anders ook is, ze kunnen het niet opbrengen om er ook maar één goed ding over te zeggen. Ze zullen een persoon of een zaak absoluut niet rechtvaardig beoordelen, laat staan een persoon of een zaak eerlijk behandelen. In hun menselijkheid zijn er alleen gevoelens en vooroordelen. Ze beschermen alleen hun eigen belangen en alle mensen, gebeurtenissen en dingen die met hen te maken hebben. Ze hebben het gevoel dat er buiten deze dingen in het leven niets is dat de moeite waard is om te doen. Onder elke groep mensen en wat betreft elke zaak, is het een eigenschap van hun aard die ze uiten, dat ze aan alle objectieve mensen, gebeurtenissen en dingen een draai geven en deze verkeerd voorstellen. Ze beoordelen en behandelen hen volledig volgens hun eigen gedachten en gezichtspunten, of op basis van de vraag of ze hen voordeel opleveren.
Mensen van dit type, die de eigenschappen van menselijkheid niet hebben, bezitten niet de oprechtheid, vriendelijkheid en het verstand van menselijkheid. Afgaande op deze uitingen, zijn zulke mensen niet moeilijk om mee om te gaan? (Ja.) Ze zijn moeilijk om mee om te gaan en moeilijk om mee op te schieten. Je kunt hen er nooit toe brengen correcte gedachten en gezichtspunten te aanvaarden, omdat ze niet het vermogen hebben om positieve dingen te aanvaarden. Dit betekent dat ze niet de voorwaarden bezitten om enige correcte gedachten en gezichtspunten te aanvaarden. Daarom worden veel correcte gezichtspunten en positieve dingen door hen verkeerd geïnterpreteerd en verdraaid, en nadat ze zijn verdraaid, worden ze de verschillende gedachten, gezichtspunten en beweringen die eigen zijn aan dit type persoon. Zelfs als ze in God geloven houden ze ongeacht hoeveel van Gods woorden ze hebben gelezen of naar hoeveel preken en communicaties ze hebben geluisterd, in hun hart altijd vast aan hun eigen foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten, en laten ze die nooit los. Zelfs als God hen van de waarheid voorziet, kunnen ze onmogelijk correcte gedachten en gezichtspunten van God aanvaarden, en ze kunnen ook onmogelijk een persoon of een zaak met correcte beschrijvingen en op een correcte manier behandelen of beoordelen. Op basis van de eigenschappen van hun menselijkheid zullen ze allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen alleen maar aan de hand van hun eigenaardige foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten behandelen, en zullen ze daarin volharden. Je kunt dus aan zulke mensen zien dat ze naast arrogante en bedrieglijke gezindheden, nog een andere duidelijk prominente gezindheid hebben, namelijk dat ze bijzonder onbuigzaam zijn. De specifieke uiting hiervan is dat ze bijzonder koppig, dwaas, halsstarrig en zelfs bekrompen zijn. Wanneer je met zo iemand omgaat en enkele onderwerpen bespreekt, of als je, wanneer je met hem omgaat, samen met bepaalde zaken wordt geconfronteerd, zie je dat zijn houdingen en gezindheden ten opzichte van bepaalde zaken bijzonder onbuigzaam, koppig, dwaas en halsstarrig zijn. Een correcte zaak of een correcte gedachte en een correct gezichtspunt die voor een normaal mens natuurlijk heel gemakkelijk te aanvaarden zijn, zijn voor hem heel moeilijk te aanvaarden, en er gaan veel obstakels mee gepaard. Je weet niet of je moet lachen of huilen, en je hebt het gevoel dat deze persoon bijzonder lastig is: ‘Waarom wordt zo’n eenvoudige zaak bij hem een moeilijk probleem? Is hij überhaupt wel menselijk?’ Het is net zo inspannend om hem een correcte zaak of een correct gezichtspunt te laten aanvaarden als een wolf vlees op te laten geven en in plaats daarvan verschillende groenten te laten eten. Het staat gelijk aan hem vragen zijn classificatie te veranderen – zo moeilijk is het. Het kan zijn dat je veel tijd besteed aan het uitleggen van een of andere kleine zaak en veel moeite doet om hem er van te overtuigen het te aanvaarden, wat maar ternauwernood lukt, maar dat wanneer er zich een andere zaak voordoet, hij zijn onbuigzame gezindheid weer openbaart. Die openbaart zich op een bijzonder duidelijke manier – waarbij hij blijk geeft van zijn verwrongen begrip en koppigheid, en zich dwaas, halsstarrig en bekrompen opstelt. Naarmate je meer contact hebt met zulke mensen en meer inzicht in hen krijgt, zul je ontdekken dat de essenties van mensen verschillen. Als het gaat om de essentie van zulke mensen, moet je misschien enorm veel moeite doen om tot hen door te dringen en dingen die betrekking hebben tot enkele onbeduidende zaken duidelijk uit te leggen, om uiteindelijk met grote moeite enige resultaten te bereiken. Wanneer het echter gaat om kwesties die betrekking hebben op gezichts- of standpunten, of om belangrijke zaken, kun je nooit met hen communiceren. Op dat moment zul je weten dat er classificaties voor mensen zijn, en dat ieders classificatie anders is. Als twee mensen niet soepel kunnen communiceren of harmonieus kunnen samenwerken, en niet snel harmonie en consensus over hun gezichtspunten kunnen bereiken wanneer ze een zaak bespreken, dan hebben ze verschillende classificaties. Omdat mensen van het type dat niet weet wat juist en wat onjuist is, in hun menselijkheid niet het vermogen hebben om te onderscheiden wat juist en wat onjuist is, zullen ze nooit beseffen waarom overduidelijk correcte gedachten en gezichtspunten, correcte woorden en correcte zaken correct zijn, of waar hun juistheid in ligt. Ze zullen zeggen: “Waarom is wat jij zegt correct? Waarom is wat ik zeg niet correct? Hoezo is wat jij zegt correct?” Soms moet je, om te bewijzen dat wat je zegt correct is, feiten presenteren en dingen beredeneren, veel voorbeelden geven en veel vergelijkingen maken, en zoveel moeite doen en er veel denkwerk in steken voordat je één zaak duidelijk aan hen kunt uitleggen. Nadat je dat eindelijk hebt gedaan, zul je nog steeds veel denkwerk moeten verrichten en veel moeite moeten doen om de volgende zaak die zich voordoet duidelijk aan hen uit te leggen. Als je dit de hele tijd doet, zul je na verloop van tijd ontdekken dat je hiermee uiteindelijk de classificatie van een persoon niet kunt veranderen, en dat het onbegonnen werk was. Zelfs als je veel moeite doet en grote hoop in hem stelt, zullen de resultaten die je behaalt minuscuul zijn, omdat niemand de classificatie van een persoon kan veranderen. Als iemand niet eens weet wat juist en wat onjuist is, dan is er maar één stap die zijn classificatie kan veranderen, en dat is dat hij terugkeert naar zijn oorspronkelijke vorm om opnieuw te worden gereïncarneerd. Als hij geluk heeft, zal hij als mens worden gereïncarneerd; als hij pech heeft en opnieuw wordt gereïncarneerd als iets anders dan een mens, dan is er nog steeds geen hoop om zulke mensen te laten weten wat juist en wat onjuist is. Zo is het nu eenmaal.
Mensen van dit type, die de eigenschappen van de menselijkheid niet hebben, vertonen nog een ander kenmerk in hun omgang met anderen: ze kunnen allerlei soorten fouten in alle anderen ontdekken, maar wanneer ze zelf deze zelfde fouten hebben, geven ze nooit toe dat het fouten zijn. Ze kunnen simpelweg geen sterke punten of verdiensten in anderen zien; ze pikken er alleen hun fouten uit en leggen hun tekortkomingen bloot, en gebruiken dit als een excuus als ze zeggen dat anderen niet harmonieus met hen kunnen samenwerken, en dat het onvermogen om harmonieus samen te werken allemaal de schuld van anderen is, dat zijzelf helemaal geen schuld hebben, en dat het de anderen zijn die zichzelf moeten leren kennen. Wat is hier het probleem? In hun gedrag en hun omgang met dingen kunnen zulke mensen anderen nooit rationeel behandelen, noch kunnen ze hun eigen problemen op een rationele, correcte en rechtvaardige manier behandelen. Zouden jullie zeggen dat hun houding bij het afhandelen van zaken en het behandelen van mensen correct of incorrect is? (Incorrect.) Maar weten ze dit? (Dat weten ze niet.) Ze beoordelen en bekijken anderen altijd vanuit een moreel superieur standpunt. De manier waarop ze naar anderen kijken en het perspectief van waaruit ze dat doen, houdt in dat ze hun eigen zogenaamde ‘juist en onjuist’ gebruiken om anderen te onderscheiden. Ze zien alles wat anderen doen als verkeerd en inferieur aan henzelf. Als er een geschil ontstaat en ze niet harmonieus kunnen samenwerken, geloven ze dat het allemaal het probleem van andere mensen is en dat het door anderen wordt veroorzaakt, dat anderen verdorven gezindheden hebben, en dat het de anderen zijn die moeten veranderen en transformeren. Ze zien anderen als mensen vol fouten en problemen, zonder ook maar één verdienste, terwijl ze zichzelf als iemand zien met ontelbare verdiensten en iemand die vrij is van welke fouten dan ook. Zou je zeggen dat zulke mensen verstand hebben? (Nee.) Hebben de ogen van mensen zonder verstand enig nut? (Nee.) Ze kunnen gewoon de sterke punten en verdiensten in allerlei soorten mensen niet zien. Integendeel, ze grijpen de tekortkomingen van anderen aan – die in werkelijkheid niet noodzakelijkerwijs tekortkomingen hoeven te zijn – en blazen ze buiten proportie op. De dingen gaan goed als er geen problemen ontstaan, maar zodra er wel een probleem ontstaat, grijpen ze de tekortkomingen van de andere partij aan en laten ze niet los en zeggen: “In welk opzicht ben jij beter dan ik? Als jij beter bent dan ik, waarom is dit probleem dan toch ontstaan?” Hun diepgewortelde opstandigheid barst los, en hun ware innerlijke gezichtspunten worden allemaal blootgelegd. Ze bekijken mensen, gebeurtenissen en dingen nooit op een rationele manier. In hun ogen is elke uiting van andere mensen een probleem, een fout. Vanuit hun gedachten en gezichtspunten kan niets ervan de toets der kritiek doorstaan, het is allemaal verkeerd, het zijn allemaal negatieve dingen, en ze kunnen het allemaal gebruiken als een stok om mee te slaan bij het vaststellen van hun oordeel. Zulke mensen zijn moeilijk om mee om te gaan. Ze bezitten niet het geweten en het verstand van normale menselijkheid. Diep in hun hart betekent hun zogenaamde ‘juist en onjuist’ dus simpelweg dat wat zij denken dat correct is, correct is, en wat zij denken dat niet correct is, incorrect is. Ze beoordelen de juistheid van mensen, gebeurtenissen en dingen op basis van hun eigen evaluatie en voorkeuren, en op basis van hun eigen belangen. Ze zullen mensen en dingen niet eerlijk bekijken. Alles waar ze een hekel aan hebben, waar ze onverenigbaar mee zijn, waar ze geen baat bij hebben, of waar ze op neerkijken, wordt gegeneraliseerd als verkeerd en slecht, zonder enige ruimte voor discussie. Zulke mensen zijn niet alleen moeilijk om mee om te gaan, maar ook angstaanjagend. Als er zo iemand in je buurt is, wordt zijn karakter, zodra al zijn gedachten en gezichtspunten zijn geuit, volledig blootgelegd. Je kunt zien wat er precies diep in zijn ziel zit, waar hij precies van houdt, wat precies zijn behoeften zijn, en wat hij precies nastreeft. Wanneer je deze dingen in hem ziet, kan dit ertoe leiden dat je een leven lang van hem walgt. Natuurlijk zul je, wanneer al deze problemen van hem worden blootgelegd, het antwoord hebben op zijn uitingen, zoals zijn verwrongen begrip, en de koppigheid, dwaasheid, halsstarrigheid en een neiging tot verdraaiingen die hij onthult als gevolg van zijn onbuigzame gezindheid. Wat is dit antwoord? Het is dat zulke mensen geen normale menselijkheid bezitten – dat wil zeggen, ze bezitten niet het geweten en het verstand van een mens; het zijn geen mensen. Als ze een beetje geweten en verstand zouden hebben, zouden ze geen verdraaide redenering aangrijpen en erover spreken alsof die correct was. Na naar zoveel preken te hebben geluisterd in hun geloof in God, zouden ze op zijn minst een beetje waarheid begrepen moeten hebben, en zouden hun gezichtspunten over dingen enigszins veranderd moeten zijn. Waarom bekijken ze de dingen dan nog steeds met de gezichtspunten van ongelovigen, en behandelen ze foutieve gezichtspunten en verdraaide redeneringen als correct en als de waarheid, en veroordelen ze zelfs de waarheid, positieve dingen en correcte dingen als negatieve dingen? Wanneer hun foutieve gedachten en gezichtspunten worden blootgelegd, krijg je het antwoord. Geen wonder dat ze in het leven zoveel dingen kunnen zeggen die zwart en wit omdraaien en feiten verdraaien – het komt door hun volstrekte weigering om de waarheid te aanvaarden. Aangezien ze de eigenschap hebben afkerig van de waarheid te zijn, is het niet meer dan logisch dat ze die dingen onthullen. Dit komt niet door de manier waarop hun ouders hen hebben onderwezen, noch door de invloed van de omgeving, laat staan door wat de maatschappij hen heeft geleerd; dit is de eigenschap van hun menselijkheid. Ze zijn afkerig van de waarheid; ze hebben deze eigenschap. Waar men van houdt, wat voor soort menselijkheid men onthult, wat men van nature in het dagelijks leven onthult, en wat iemands gebruikelijke staat in het leven is – dit alles hangt af van iemands eigenschappen. Niemand kan de eigenschappen van een persoon veranderen. Net als een slang: omdat hij de eigenschap heeft te kronkelen, zal hij nooit in een rechte lijn voortkruipen. Net als een krab: hij loopt zijwaarts, en zelfs als je hem in een krappe ruimte plaatst, zal hij nog steeds zijwaarts lopen. Dit zijn hun eigenschappen, en eigenschappen kunnen niet worden veranderd. Als een persoon geen onderscheid kan maken tussen goed en kwaad of niet weet wat juist en wat onjuist is, kan dit kenmerk worden beschouwd als een eigenschap die hij heeft. Omdat ze deze eigenschap bezitten, onthullen ze van nature in hun dagelijks leven veel dingen die daarmee verband houden – dit is heel normaal.
Sommige mensen weten niet wat juist en wat onjuist is als het gaat om gevoelens of hoe ze met dingen om moeten gaan. Evenzo weten ze ook niet wat juist en wat onjuist is als het gaat om het gedrag tussen mannen en vrouwen. Ze weten bijvoorbeeld niet welke afstand ze moeten bewaren bij de interactie en omgang met het andere geslacht, welke onderwerpen, opmerkingen en manieren van doen ze moeten vermijden, of op welke details ze moeten letten in hun dagelijkse spreken en gedrag. Dit is moeilijk te begrijpen – weten normale mensen niet allemaal dat er grenzen moeten zijn in de omgang met het andere geslacht? (Ja.) Is dit iets dat moet worden aangeleerd? Wanneer iemand een kind is, moeten zijn ouders hem dit misschien leren, maar naarmate hij geleidelijk opgroeit en verstandig wordt, komt hij deze dingen van nature te weten zonder dat zijn familie of de maatschappij hem die hoeft te leren. Het is iets aangeborens, nietwaar? Weten dat er grenzen zijn tussen mannen en vrouwen is een eigenschap van menselijkheid. De eigenschappen van menselijkheid omvatten geweten en verstand. Mensen weten dus absoluut wat het is om een gevoel van schaamte te hebben. Als je een gevoel van schaamte hebt, dan weet je hoe je het andere geslacht moet behandelen. Als je het niet weet, en handelt zonder een gevoel van schaamte – wanneer je niet weet welke manier van doen goed is en welke manier verkeerd, welke manier gepast en rationeel is, en welke manier buitensporig is en de grens overschrijdt – dan is er een probleem met je menselijkheid, want dit zou een normaal mens op zijn minst moeten weten. Als men deze dingen weet en zich eraan kan houden, dan bezit men het geweten en het verstand van menselijkheid; als men niets van deze dingen weet en er zelfs door anderen aan moet worden herinnerd en ze door anderen moet worden beteugeld, dan heeft zo’n soort persoon een groot probleem. Er is in het bijzonder één type persoon dat in gezelschap niet bij mensen van hetzelfde geslacht gaat zitten, maar specifiek naast iemand van het andere geslacht gaat zitten en heel dicht bij hen komt – hij probeert dit niet te vermijden. Wanneer anderen zo iemand erop aanspreken, vindt hij dat zelfs vreemd en zegt hij: “Wat is er mis mee om dicht bij elkaar te zitten? Wat zouden we in het openbaar kunnen doen? Ik ben een volwassene – heb ik jou nodig om op me te letten? Waarom pik je mij er altijd uit?” Hij heeft zelfs het lef om te zeggen: “Wat zouden we in het openbaar kunnen doen?” – heeft hij enig gevoel van schaamte? (Nee.) Is het probleem dat hij daadwerkelijk iets moet doen? Of is het zo dat, zolang hij niets doet, hij de grenzen tussen mannen en vrouwen niet in acht hoeft te nemen? Is er geen onderscheid tussen mannen en vrouwen? (Ja.) Aangezien dat het geval is, zouden er grenzen tussen hen moeten zijn, en het handhaven van deze grenzen wordt ingegeven door het gevoel van schaamte binnen de menselijkheid. Als je een gevoel van schaamte hebt, zul je heel natuurlijk grenzen bewaren bij de interactie met het andere geslacht; je zult geen anderen nodig hebben om toezicht op je te houden, noch zul je door de omgeving hoeven te worden beteugeld – je kunt het zelf doen. Als het je zelfs aan dit beetje gevoel van schaamte ontbreekt en je anderen nodig hebt om op je te letten en je erop aan te spreken, dan verkeert iemand als jij in groot gevaar. Sommige mensen zijn bijzonder losjes wat betreft zaken tussen mannen en vrouwen, ze knipogen en lonken vaak naar het andere geslacht en worden handtastelijk. Sommige mensen houden er met name van om voor het andere geslacht te pronken. Hoe meer leden van het andere geslacht er aanwezig zijn, hoe wilder en opgewondener ze worden, en hoe meer ze met zichzelf pronken. Anderen vinden dit ongepast en onwaardig; zij vinden het echter geen probleem, en voelen zich er ook niet door in hun geweten gekweld. In plaats daarvan denken ze: ‘Dit is heel normaal. Is dit niet hoe het zou moeten zijn tussen mannen en vrouwen? Zijn vrouwen niet op deze wereld gezet voor mannen? En mannen voor vrouwen? Wat is er mis mee om samen een beetje plezier te hebben? Is dit niet iets om blij om te zijn? Het is zo vermoeiend om zo serieus als jullie te zijn. Hebben jullie mensen niet horen zeggen: “Als mannen en vrouwen samenwerken, wordt de last lichter”?’ Zoals je ziet vinden ze elke gedachte of elk gezichtspunt aanvaardbaar. In het bijzonder is het zo dat ze deze foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten volledig aanvaarden, maar positieve uitspraken in het geheel niet; in plaats daarvan weerstaan, weerleggen en verwerpen ze die. Als je probeert hen ergens aan te herinneren, knappen ze daarop af, en in hun hart haten ze je en bejegenen ze je met vijandigheid. Ze aanvaarden niemands advies en staan erop op deze manier te handelen. Sommige mensen verliezen misschien even de controle of laten zich even meeslepen en gedragen zich af en toe een beetje losbandig. Zonder dat anderen hen eraan hoeven te herinneren, voelen ze zich vanbinnen ongemakkelijk en hebben ze het gevoel dat ze in de toekomst voorzichtig moeten zijn. Dit is de uiting die een persoon met geweten en verstand behoort te hebben. Maar dit andere type persoon is al te ver gegaan en heeft de grens op een ernstige manier overschreden; hij geeft zich al over aan vleselijke lusten. Veel mensen kunnen het niet aanzien. Als hij zo doorgaat, zal hij gevaar over zichzelf afroepen, en zal hij door God worden verworpen en geëlimineerd. Toch kan het hem niets schelen, en zegt hij: “Wat voor gevaar kan er schuilen in het toegeven aan lusten?” Hij heeft werkelijk geen enkel besef. Sommige vrouwen in de twintig gaan losjes om met het andere geslacht en overnachten bij mannen thuis. Als dit zou uitlekken, zou het hun reputatie ruïneren, maar op de een of andere manier kan het hun niets schelen. Heeft zo iemand een gevoel van schaamte? (Nee.) Zij heeft totaal geen gevoel van schaamte. Of het nu een man of een vrouw is, als men in zijn hart geen ondergrens heeft wat betreft zaken tussen mannen en vrouwen, en de betekenis van het woord ‘schaamte’ niet kent, dan bevestigt dit ten volle dat diegene de eigenschappen van menselijkheid niet bezit. Als een persoon de eigenschappen van de menselijkheid wel bezit en af en toe een fout maakt met betrekking tot het andere geslacht of iets doet dat te ver gaat, zal hij daar een leven lang spijt van hebben. Telkens wanneer hij eraan denkt, zal hij het warm krijgen, en zal hij een lichte prikkeling in zijn hart voelen; hij zal zich ongemakkelijk en onbehaaglijk voelen, de zaak niet meer ter sprake willen brengen, en hopen dat zoiets in de toekomst nooit meer gebeurt. Wat hij heeft gedaan betekent voor hem een permanente smet. Normale mensen hebben een gevoel van schaamte en een ondergrens wanneer het gaat over zaken tussen mannen en vrouwen; ze zullen zichzelf beheersen en in toom houden, en zulke dingen niet doen. Zelfs als ze toch even de controle verliezen en een fout maken met iemand van het andere geslacht, zullen ze spijt voelen. Ze zullen hun fout niet nog erger maken, noch zich laten gaan en afglijden als de omstandigheden dat toelaten; in plaats daarvan zullen ze in toom worden gehouden. Hoe wordt dit bereikt? Het is het goede resultaat dat je behaalt doordat je je laat beteugelen door je geweten en je verstand. Je geweten en verstand zullen je beteugelen en reguleren, en je een ondergrens geven. Deze ondergrens vormt ook je minimumnorm voor de omgang met zulke zaken; dat wil zeggen, je geweten en verstand zullen je helpen te voorkomen dat je deze ondergrens overschrijdt en je ervan weerhouden zulke dingen te doen. Zodra zwakheid of een of andere speciale reden ertoe leidt dat je tijdelijk niet in staat bent je driften te overwinnen en daardoor een fout maakt met het andere geslacht, zul je diep in je hart afkeer en walging voelen, en zelfs een levenslange wroeging – het zal in dit leven geen tweede keer gebeuren. Mensen zonder menselijkheid geven er echter niet om wanneer ze zulke dingen doen. Ze bazuinen het zelfs overal rond en kijken hoe ze scoren ten opzichte van anderen, denkend dat dit een vaardigheid en een bekwaamheid is, dat dit charme hebben en voordeel behalen wordt genoemd – en dat het zonde zou zijn om het niet te doen. Als zulke mensen de kans krijgen, zullen ze zulke dingen dan weer doen? Het antwoord is absoluut ja – dat zullen ze zeker doen. Ze voelen zich er nooit overstuur over dat ze zulke dingen hebben gedaan, maar scheppen er juist over op. Is dit niet walgelijk? (Het is walgelijk.) Het is al teleurstellend genoeg dat ze zich er niet overstuur over voelen, maar ze scheppen er zelfs over op, wat nog walgelijker is. Wat ze doen wekt bij anderen minachting op, maar zelf voelen ze totaal geen schaamte; zulke mensen zijn het niet waard om een mens genoemd te worden. Ze doen vaak zulke beschamende dingen, en toch voelen ze zich niet beschaamd, vol wroeging of overstuur, en als zich in de toekomst een kans voordoet of de omstandigheden gunstig zijn, zullen ze het weer doen – dit is een uiting van het niet hebben van een gevoel van schaamte. Zeg Mij dan, als zo iemand de waarheid niet beoefent, zal hij zich dan overstuur of terechtgewezen voelen? (Nee.) Dat klopt, hij zal zich ook niet overstuur of terechtgewezen voelen. Hoe komt dat? (Omdat hij geen geweten of verstand heeft.) Als het gaat om het doen van beschamende dingen, voelt een persoon zonder geweten of verstand zich niet beschaamd wanneer hij iets doet wat zelfs ongelovigen beschamend zouden vinden, noch voelt hij zich overstuur wanneer hij het doet. Het is dan nog onwaarschijnlijker dat hij zich overstuur zou voelen wanneer hij dingen doet die in strijd zijn met de waarheid, nietwaar? (Ja.) In de ogen van ongelovigen is het niet beoefenen van de waarheid en het niet nastreven van de waarheid heel normaal; het wordt niet als schandelijk beschouwd, noch wordt het beschouwd als in strijd met de menselijke moraal, omdat de meerderheid van de mensen zo is. Daardoor voelt dat soort persoon er helemaal niets bij. Als een normaal mens wordt gesnoeid omdat hij nalaat de waarheid te beoefenen en in strijd met de principes handelt, zal hij, aangezien hij een geweten en verstand heeft, zich in zijn hart terechtgewezen voelen, en zal zijn geweten onrustig zijn. Maar wanneer een persoon zonder geweten en verstand schaamteloze dingen doet, of dingen die minachting en afkeer bij anderen opwekken, voelt hij zich niet ongemakkelijk of niet op zijn gemak. Is het in zijn ogen niet volkomen normaal dat hij de waarheid niet beoefent? Hij heeft totaal geen besef. Zulke mensen zijn dus reddeloos verloren.
Zeg Mij, zijn degenen die kunnen doorzien wat goed en fout is, wat juist en onjuist is, talrijk? Kijk naar de mensen om jullie heen, waaronder je familie, vrienden en collega’s, en kijk dan naar de broeders en zusters. Zijn onder deze mensen degenen die kunnen onderscheiden en doorzien wat goed en fout is, en wat juist en onjuist is, talrijk of met weinigen? (Met heel weinigen.) Er zijn er niet veel die kunnen weten wat juist en wat onjuist is. Dat wil zeggen, in deze wereld zijn er niet veel mensen met een oprechte en vriendelijke menselijkheid, niet veel die eerlijk en objectief zijn in hun spreken en handelen, en die niet als een dolle slechte dingen doen, en niet veel die redelijk spreken en die geen verdraaide redeneringen gebruiken. Vooral onder ongelovigen zijn zulke mensen veel te schaars. Wanneer je in contact komt met een ongelovige, hoef je hem alleen maar te horen spreken om te weten wat voor soort persoon hij is. Er is te veel onnauwkeurigheid en onzuiverheid in de woorden van ongelovigen. De meesten van hen spreken niet eerlijk en objectief; ze spreken op basis van hun gevoelens en om hun eigen belangen te beschermen. Welke verkeerde woorden ze ook zeggen of welke verkeerde dingen ze ook doen, diep in hun hart hebben ze er geen besef van. Als iemand die in God gelooft wat betreft het niet weten wat juist en wat onjuist is in zijn spreken en handelen net als een ongelovige is – ondanks het feit dat de woorden die ze spreken en de gezichtspunten waaraan ze vasthouden verkeerd zijn, als ze er toch blindelings in volharden en verkeerde gezichtspunten als positieve dingen en de waarheid beschouwen, en zulke gezichtspunten zelfs gebruiken om de waarheid en Gods woorden te vervangen – is er dan enige hoop dat zo iemand gered wordt? (Nee.) Sommige mensen geloven al twintig of dertig jaar in God, of zelfs een heel leven, maar weten nooit wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, noch is het hun ooit duidelijk wat juist en wat onjuist is. Zolang iets gunstig voor hen is, vinden houden ze ervan en verdedigen ze het; als het niet gunstig voor hen is, zeggen ze dat het slecht en verkeerd is, en verwerpen ze het. Ze hebben tot op de dag van vandaag geleefd met zo’n filosofie en houding voor wereldlijke betrekkingen. Toch beweren ze nog steeds dat ze in God geloven en gered willen worden – is dit geen grap? (Dat is het.) Ze beweren ook dat ze volgelingen van God en getuigen voor God zijn. Wat zouden ze kunnen gebruiken om van God te getuigen? Ze weten niet eens wat juist en wat onjuist is, en toch beweren ze dat ze van God willen getuigen – is dit geen klinkklare onzin? Zou God zulke verwarde mensen gebruiken om van Hem te getuigen? (Nee.) Het zou een schande voor God zijn als zulke mensen van Hem zouden getuigen. Ze hebben nooit het gevoel dat iets wat God doet juist is. Wanneer ze beoordeeld worden aan de hand van hun gedachten en gezichtspunten, stemmen veel dingen die God doet hier niet mee overeen, noch stemmen de dingen die God doet overeen met hun noties, en natuurlijk stemmen ze ook niet overeen met hun vleselijke belangen. Vaak gaan Gods woorden of Gods werk in tegen hun wensen, hun persoonlijke begeerten, hun ambities en hun persoonlijke belangen van allerlei aard. Daarom is het heel moeilijk om sommige mensen, die al tien of twintig jaar in God geloven, ook maar één woord te laten zeggen dat uit het hart komt, om ze te laten zeggen dat alles wat God doet juist is en vrij van fouten. Men kan zeggen dat er iets verborgen is in hun hart. Na al die jaren in God te hebben geloofd, bezitten ze ervaring uit de eerste hand: ze hebben het gevoel dat hun begeerten niet zijn bevredigd; ze wilden ambtenaar worden maar werden het niet, ze wilden zegeningen verkrijgen maar kregen ze niet. Het lijkt erop dat Gods huis hen onrechtvaardig behandelt. Ze koesteren in hun hart wrok en het gevoel dat hen onrecht is aangedaan, en willen daar wel uiting aan geven, maar kunnen dat niet. Ze zijn bang dat als ze zich uitspreken, ze God zullen beledigen, anderen een stok zullen geven om hen mee te slaan, of er niet in zullen slagen het positieve beeld dat mensen in hun hart van hen hebben, te behouden. Daarom kroppen ze veel dingen op. Dat ze het niet hardop zeggen, betekent niet dat ze geen gedachten of bepaalde dingen in hun hart hebben. En wat zijn deze zogenaamde ‘dingen’? Het zijn niet de positieve opvattingen en kennis van deze mensen over God en Zijn werk, maar veeleer hun onbegrip, opstandigheid en wrok jegens God, evenals de onrechtvaardigheden waarvan zij menen het slachtoffer te zijn geweest, die zich in de loop van zoveel jaren van geloof in God hebben opgestapeld. Maar omdat het God is in wie ze geloven, kunnen ze het niet zeggen. Waarom is er zoveel in hun hart dat ze niet kunnen uiten? Ook hier zit een reden achter. Alleen dit punt al is voldoende om aan te tonen dat ze de waarheid niet werkelijk hebben begrepen, ondanks dat ze al vele jaren in God geloven. Ze nemen het nastreven van de waarheid niet serieus in hun geloof in God. Wat hun ook overkomt, ze bekijken de dingen niet volgens Gods woorden, noch zoeken ze de waarheid om een beoefeningspad te vinden. Ze hebben Gods woorden nooit als de waarheid en als het leven aanvaard. Ze koesteren of waarderen de waarheid niet, noch zijn ze serieus over hoe ze de waarheid moeten beoefenen. Gedurende de vele jaren dat ze in God hebben geloofd, hebben ze altijd tegenover God gestaan, hebben ze Gods woorden nauwkeurig onderzocht, hebben ze erin rondgeneusd en hebben ze deze in twijfel getrokken. Ze hebben zelfs Gods woorden weerstaan, of Gods woorden en werk beoordeeld en veroordeeld met hun zogenaamde correcte gezichtspunten. Dus, na vele jaren in God te hebben geloofd, zeggen ze eindelijk iets vanuit het hart: “Wat heb ik verkregen door in God te geloven?” De implicatie is dat ze niets hebben verkregen door in God te geloven. In hun hart geloven ze dat ze in de loop der jaren veel hebben geleden en vaak een prijs hebben betaald bij het vervullen van hun plicht in Gods huis, maar hun begeerte naar zegeningen, roem en gewin zijn niet bevredigd. Sommigen geloven zelfs dat God het onrecht dat ze hebben geleden niet heeft rechtgezet, dus voelen ze zich van binnen opstandig, haatdragend en vol grieven. Omwille van het verkrijgen van zegeningen en omwille van hun bestemming, hebben ze geen andere keuze dan gegriefd een beetje van hun plicht te vervullen en een beetje werk te doen in Gods huis, maar uiteindelijk loopt hun hoop op niets uit en verkrijgen ze niets. Bestaan er zulke mensen? Er is in elk geval een deel van hen dat zo is. Dat ze na vele jaren in God te hebben geloofd niets hebben verkregen, is te wijten aan hun eigen problemen. Ze hebben niet het vermogen om de waarheid te bevatten of te begrijpen, en ze volgen God en vervullen hun plicht met de bedoeling om zegeningen te verkrijgen. Hoewel ze zich oprecht een beetje hebben ingezet, en een grote prijs hebben betaald en veel hebben geleden, zijn ze nooit geïnteresseerd geweest in de woorden die God spreekt of de waarheden die God uitdrukt. Ze hebben ze nooit in hun hart aanvaard, noch hebben ze het beoefenen van de waarheid serieus genomen. Daarom weten ze nooit of ze de waarheidswerkelijkheid bezitten of niet. Ze denken: ‘We kunnen over de waarheid communiceren en we begrijpen enkele waarheden, hoe kan er dan worden gezegd dat we de waarheidswerkelijkheid niet bezitten?’ Maar ze kunnen geen enkel oprecht ervaringsgetuigenis schrijven, dus waar is deze waarheidswerkelijkheid van hen? Hun handelingen en daden zijn nog steeds dezelfde als die van ongelovigen; hun gedrag is alleen een beetje veranderd vergeleken met ongelovigen. Wat betreft de manieren en methoden waarop ze zich gedragen, en hun gedachten en gezichtspunten over alle gebeurtenissen en dingen – vooral met betrekking tot positieve dingen en negatieve dingen, en met betrekking tot wat juist en wat onjuist is – hebben ze de dingen nooit bekeken op basis van Gods woorden of de waarheid. In plaats daarvan bekijken ze alles volgens hun eigen gedachten en gezichtspunten. Ze geloven dat alles waar ze van houden een positief ding is, en alles wat ze haten een negatief ding is. Ze bekijken mensen en dingen nooit met Gods woorden als basis, ze zoeken nooit de waarheid en aanvaarden de waarheid nooit in de mensen, gebeurtenissen en dingen die ze tegenkomen – ze laten zich gewoon leiden door hun eigen wensdenken en handelen, leven en vervullen hun plicht geheel naar hun eigen verlangens, bedoelingen en voorkeuren. Ze geloven dat hun vermogen om dingen op te geven, zich in te zetten, te lijden en een prijs te betalen, betekent dat ze al een grote bijdrage aan God hebben geleverd; ze denken dat dit is wat het betekent om in God te geloven, en dat dit het nastreven van de waarheid is. Ze geloven op hun eigen manier in de god die ze zich in hun hart verbeelden, en streven de waarheid op hun eigen manier na. Wanneer ze worden gesnoeid omdat ze bij het vervullen van hun plicht altijd willekeurig en roekeloos naar hun eigen wil handelen, of wanneer ze niet worden gebruikt voor belangrijke taken in Gods huis, voelen ze zich ontmoedigd en teleurgesteld. Uiteindelijk vatten ze alles samen in één uitspraak: “Wat heb ik verkregen door al die jaren in God te geloven?” Ze hebben werkelijk niets verkregen. De reden dat ze de waarheid niet hebben verkregen, is dat ze de waarheid niet nastreven; God kan hier niet de schuld van krijgen. Dit komt doordat God niemand voortrekt, en de waarheid evenmin. Je hebt de waarheid niet verkregen, niet omdat God je niet de kans heeft gegeven of omdat Hij je Zijn woorden niet heeft laten horen, maar omdat je Gods woorden hebt gehoord en ze toch niet overdenkt, er niet over nadenkt en ze niet beoefent of ervaart. Het is omdat je de waarheid niet liefhebt dat je die niet aanvaardt. God heeft je ogen niet gesloten en je hart niet verzegeld; het zijn juist jouw voorkeuren en jouw absurditeit die je hart hebben geblokkeerd zodat je de waarheid niet kunt aanvaarden. Je hebt de waarheid niet verkregen, niet omdat God die niet aan je heeft gegeven, maar omdat je er nooit van hebt gehouden om Gods woorden te lezen, en je Gods woorden of de waarheid niet in je hart aanvaardt. Je behandelt je eigen overtuigingen en gezichtspunten als de waarheid die je moet nastreven en waaraan je je moet onderwerpen – wil je dat mensen jou als God aanbidden? Gods woorden en Gods werk zijn voor jou slechts een formaliteit, een formule; je hebt de waarheid en het leven helemaal niet nagestreefd. Jouw geloof in God kon dus maar op één manier eindigen: dat je werkelijk niets hebt verkregen. Waarom heb je de waarheid niet verkregen? Dit komt niet omdat God je geen genade heeft geschonken, maar vanwege het pad dat je persoonlijk bewandelt. God heeft je vele kansen gegeven, spoort je ernstig en geduldig aan en helpt je, maar je slaat er geen acht op. Ook aanvaard je het niet om gesnoeid te worden. Je streeft altijd naar het verkrijgen van zegeningen of je streeft naar reputatie en status, en geeft nooit op. Dat je uiteindelijke de waarheid niet verkrijgt, wordt volledig veroorzaakt door het pad dat je persoonlijk hebt bewandeld. Je hebt niet het pad van het nastreven van de waarheid bewandeld. Dit heeft niets met God te maken. God trekt niemand voor, en de waarheid evenmin. Wat jouw classificatie ook is, zolang je een mens bent, kun je, zelfs als we aannemen dat jouw vermogen om de waarheid te begrijpen misschien iets slechter is dan dat van een normaal mens, als je desondanks met je hart naar Gods woorden kunt luisteren, Gods woorden kunt aanvaarden en Gods woorden kunt beoefenen – ondanks het feit dat je misschien alleen enkele doctrines begrijpt en je aan enkele regels houdt – toch iets verkrijgen. De meeste mensen kunnen dit, dus waarom jij niet? Anderen luisteren net zo goed naar preken en vervullen hun plicht, dus waarom kunnen zij de waarheid verkrijgen, hun plicht vervullen op een manier die aan de norm voldoet, hun verdorven gezindheden afwerpen en zich aan God onderwerpen, en jij niet? God heeft de omstandigheden voor je gearrangeerd om je plicht te vervullen, in de hoop dat je de waarheid zou begrijpen en in staat zou zijn die in praktijk te brengen. God heeft je niet gehinderd, maar je begeert zelf altijd wereldse dingen en vleselijk plezier, je eet en drinkt Gods woorden niet, en je bent in je hart afkerig van de waarheid en verwerpt die. Je beschouwt Satans filosofieën en geleerdheid en kennis als positieve dingen en als de waarheid, terwijl je Gods woorden en de waarheid negeert en ze beschouwt als je vijand, als iets dat tegen je is. Aangezien je de waarheid in je hart niet liefhebt, waarom geloof je dan in God? Je gelooft in God maar luistert niet naar Gods woorden of aanvaardt Gods woorden niet – kun je dan nog steeds hopen gered te worden? Je aanvaardt de waarheid niet en werpt je verdorven gezindheden niet af, hoe kun je dan gered worden? Je aanvaardt Gods woorden niet en streeft de waarheid niet na, en toch wil je door God worden aanvaard en erkend; dit is een ijdele hoop, het zal niet werken. Je aanvaardt Gods woorden niet en aanvaardt de waarheid niet, dat betekent dus dat er geen plaats is voor God in je hart. Je zult alleen maar verder en verder van God afdwalen. Je zult gewoon als een ongelovige zijn; het zal onmogelijk voor je zijn om redding te verwerven.
Sommige mensen hebben Gods woorden in het diepst van hun hart eigenlijk nooit aanvaard; ze aanvaarden zelfs geen enkel woord van God. Wanneer Gods huis hen niet bevordert of gebruikt, klagen ze: “Hoe komt het dat God mij niet mag? Waarom bevordert Gods huis mij nooit of plaatst het mij nooit in een belangrijke positie? Ik begrijp enkele waarheden, ik heb aspiraties en vastberadenheid, en ik ben bereid me voor God in te zetten! Ik ben opgeleid en bezit kracht, en ik kan lijden en een prijs betalen – waarom wil Gods huis mij dan geen kans geven? Het is onrechtvaardig mij op deze manier te behandelen! Anderen krijgen kansen, dus waarom ik niet? God is niet rechtvaardig!” Waarom kijk je dan niet of je in overeenstemming bent met de principes van Gods huis voor het bevorderen en gebruiken van mensen? Jouw hart is afgesloten voor God, en je bent onwillig ten opzichte van de woorden die God spreekt – heb je in je opgenomen wat God zegt? Heb je ooit Gods woorden gezocht wanneer je dingen doet? Je luistert niet naar wat Gods woorden zeggen, en je zoekt nooit Gods bedoelingen of de waarheidsprincipes, hoe zou Gods huis je dan kunnen gebruiken? Zelfs als God een omgeving voor je arrangeert en Gods huis je een kans geeft om bevorderd en gebruikt te worden, voor welk werk zou je dan bekwaam kunnen zijn? Welk werk zou je op je kunnen nemen? Als zo iemand voor kerkelijk werk zou worden gebruikt, zou hij zeker zijn eigen wil volgen om roekeloos wandaden te begaan en hinder en verstoringen te veroorzaken, wat maar tot één ding zou kunnen leiden: hij zou worden geëlimineerd. Er zijn twee redenen waarom mensen worden geëlimineerd: de ene is dat men een valse leider is die geen werkelijk werk kan doen, en de andere is dat men een antichrist is die roekeloos wandaden begaat, de dingen op zijn eigen manier doet en het werk van de kerk of de belangen van Gods huis niet ondersteunt. Uiteindelijk moeten beiden worden geëlimineerd. Je aanvaardt de waarheid nooit, je bent afkerig van het lezen van Gods woorden, je hart is afgesloten voor God en je zoekt de waarheidsprincipes niet wanneer je dingen doet. Zelfs als God je met genade zou behandelen en je een kans zou geven, en zelfs als Gods huis je zou bevorderen en gebruiken, zou je niet bekwaam zijn in het werk, noch zou je enig werk zelfstandig op je kunnen nemen. Uiteindelijk zou je nog steeds geëlimineerd moeten worden. Je hoopt dat Gods huis je bevordert en gebruikt, maar is jouw mentaliteit positief? Als het niet je doel is om je plicht te vervullen, de waarheid te verkrijgen en Gods liefde terug te betalen, dan bestaat jouw mentaliteit uit niets meer dan ambities en begeerten. Dit wordt veroorzaakt doordat je arrogante gezindheid opspeelt, en dat aanvaardt God niet. Zeg Mij, zou Gods huis het met uitingen zoals die van jou aandurven je te gebruiken? Als je gebruikt zou worden, zou dat alleen maar problemen en schade voor het werk van de kerk opleveren. Je kunt niets goed doen, en nadat je iets hebt gedaan, moeten verscheidene mensen de situatie rechtzetten en de rommel opruimen. Daarom durft Gods huis je niet te gebruiken. Elk onderdeel van het werk van de kerk is heel belangrijk – kun je die op je nemen? Als er iets misgaat, kun je dan de verantwoordelijkheid nemen? Je bent niet bekwaam in het werk en kunt het niet op je nemen, en toch wil je nog steeds dat Gods huis je in een belangrijke positie plaatst – dat is nogal een ambitie! Als je echt bevorderd wilt worden zodat je de leiding krijgt over kerkelijk werk, waarom denk je er dan niet over na om jezelf met meer van de waarheid toe te rusten en meer van de waarheid te begrijpen? Wees geen vijand van Gods woorden. Laat je eigen zogenaamd correcte gedachten en gezichtspunten los, en lees Gods woorden serieus. Zelfs als je alleen maar een houding van onderwerping ten opzichte van Gods woorden zou hebben, zou dat al goed zijn. Je hebt niet eens een houding van onderwerping ten opzichte van Gods woorden, laat staan dat je ze aanvaardt. Als je Gods woorden niet aanvaardt, maar toch bevorderd wilt worden in Gods huis en kerkelijk werk wilt doen, dan zul je het nog geen paar dagen volhouden voordat je wordt geëlimineerd. Het lijkt erop dat mensen van dit type allemaal diep in hun hart hun eigen aspiraties hebben. Deze aspiraties kunnen echter nooit worden verwezenlijkt, en hun hart kan niet tevreden worden gesteld. Hoewel ze al vele jaren in God geloven en hun plichten in Gods huis vervullen, en dingen kunnen opgeven en zich kunnen inzetten, hebben ze, omdat hun hart altijd voor God is afgesloten en ze een onwillige houding ten opzichte van de waarheid hebben, het gevoel dat ze na zoveel jaren in God te hebben geloofd niets hebben verkregen. Ik zeg: “Wat je zegt is helemaal waar; je hebt werkelijk niets verkregen.” Als je na zoveel jaren in God te hebben geloofd werkelijk wat waarheid had verkregen, zou dat inderdaad kostbaar zijn. Als er werkelijk schatten in je waren, dan zou Gods huis werkelijk van iemand zoals jij houden en je koesteren. Helaas ben je niet zo iemand. Wat je hebt verkregen is niet de waarheid, en het zijn ook geen schatten; het is veeleer zo dat wat je hebt verkregen een hoofd vol grieven, opstandigheid, ontevredenheid en klachten is. Je zegt dat je niets hebt verkregen, en dat is correct; dat is werkelijk het geval. Als je werkelijk wat waarheid begreep en wat waarheid had verkregen, dan zou je geen grieven, opstandigheid, klachten en andere dergelijke negatieve dingen in je hart hebben. In plaats daarvan zou je geloof in God, begrip van God, inachtneming van God, onderwerping aan God en vrees voor God hebben – al deze positieve dingen. Het is jammer dat wat er in je zit geen positieve dingen zijn, maar uitsluitend negatieve dingen. Toch houd je er stevig aan vast en denk je dat deze dingen het allerkostbaarst zijn. Terwijl je eraan vasthoudt, denk je dat je in je recht staat en een excuus hebt. Dit is een dwaas idee. Die woede, haat, dat oordeel, en die opstandigheid en wrok van jou zijn niet de waarheid. Het zijn allemaal dingen die van Satan komen; het zijn kwaadaardige tumoren die voortkomen uit Satans verdorven gezindheden. Je moet een manier bedenken om ze op te lossen. Deze dingen kunnen je niet in staat stellen redding te verwerven, noch kunnen ze je in staat stellen de waarheid te aanvaarden en open en bloot voor God te komen om een waar schepsel te worden en de soevereiniteit en regelingen van de Schepper te aanvaarden. Als je deze dingen daarentegen altijd koestert en ze niet loslaat, zal dat er alleen maar toe leiden dat je steeds verder van God afdrijft, en dat je vanbinnen steeds duisterder wordt en steeds dieper zinkt. Uiteindelijk zal het ertoe leiden dat je steeds minder geloof in God hebt, en dat je in toenemende mate een afkeer zult voelen van Gods woorden, Gods werk, Gods vereisten en Gods gezindheidsessentie. Je gelooft in God, maar drijft toch geleidelijk steeds verder van Hem af; dit is geen goed teken. Voor jou is dit een ramp die tot totale ondergang zal leiden. Je zou hier verandering in aan moeten brengen en niet aan deze dingen moeten vasthouden. Als je aan deze negatieve dingen vasthoudt, zal dat je alleen maar in de richting van de ondergang sturen. Je zou er beter aan doen deze dingen in de openbaarheid te brengen om ze te ontleden, ze los te laten en de waarheid te aanvaarden. Sommige mensen zeggen: “Heeft U niet gezegd dat mensen van ons type niet het vermogen hebben om de waarheid te aanvaarden?” Je hebt niet het vermogen om de waarheid te aanvaarden, maar ik vertel je nu: de grieven, ontevredenheid, opstandigheid, wrok, haat en het oordeel in jou zijn allemaal dingen die God weerstaan. Als je dit begrijpt en de problemen in jezelf kunt onderscheiden, zou je deze dingen moeten loslaten. Sommige mensen zeggen: “Ik begrijp de waarheid niet, ik weet dus niet hoe ik moet loslaten.” Weet je dan hoe je je aan regels moet houden? Doe gewoon wat Gods woorden je opdragen te doen. Kun je bijvoorbeeld afzien van het doen van kwaad? Kun je afzien van het oordelen over God? Kun je meer goede dingen doen? Kun je afzien van het volgen van kwaaddoeners? Kun je je hart voor God openen? Kun je problemen aan Gods huis rapporteren wanneer je ze ontdekt? Kun je vanuit het hart spreken wanneer je tot God bidt? Kun je stoppen met het plichtmatig vervullen van je plicht? Als je deze dingen kunt doen, dan is er nog hoop voor je. Als je zelfs deze dingen niet kunt doen, dan zal ik je de waarheid vertellen: je bent afgeschreven. Wat voor je ligt is geen licht, maar duisternis. Je bent nog steeds een persoon die aan Satan toebehoort, en je kunt niet gered worden.
Zelfs als iemand de waarheid niet begrijpt, maar wel geweten en verstand bezit, dan kan hij tot op zekere hoogte onderscheiden wat juist en wat onjuist is, ongeacht wat hij tegenkomt. Mensen zonder geweten en verstand weten in veel zaken echter niet wat juist en wat onjuist is, waardoor anderen hen heel vreemd vinden. Wanneer mensen met hen omgaan of zaken met hen afhandelen, lopen veel dingen mis, en dringen veel woorden niet tot hen door. Bovendien zijn hun gedachten en gezichtspunten heel onconventioneel en extreem. Mensen vinden ze onvoorstelbaar, alsof ze nog nooit in de mensenwereld hebben geleefd. Ze begrijpen veel dingen niet die algemeen als juist worden erkend; niet alleen kunnen ze die niet goedkeuren of aanvaarden, maar ze kunnen zelfs een reeks verdraaide redeneringen en ketterijen uiten. Met name zijn er mensen die binnen een groep vaak dubieuze praktijken toepassen, waarbij ze tweedracht zaaien, feiten verkeerd voorstellen en onwaarheden uiten. Het is alsof ze elke dag niets fatsoenlijks te doen hebben; ze oordelen ofwel over deze persoon of ze oordelen over die zaak, en ze scheppen daar genoegen in. Zelfs als niemand aandacht schenkt aan de dingen die ze zeggen, en niemand in deze dingen geïnteresseerd is, worden ze het toch nooit beu om ze te zeggen en te doen. Ze zaaien altijd tweedracht in de relaties van mensen, oordelen over anderen, stellen achter de schermen feiten verkeerd voor en uiten onwaarheden. Wanneer de dingen niet gaan zoals zij willen, mopperen en klagen ze, en vellen ze zelfs oordelen achter de rug van mensen om. Hun leven is volledig gevuld met deze dingen. Je ziet ze nooit communiceren over hun eigen begrip. Je ziet ze noch communiceren over de verlichting en het licht dat ze uit Gods woorden hebben verkregen, noch communiceren ze over hun ervaring met een bepaalde zaak en delen deze met anderen. Hoe meer dergelijke gepaste zaken worden besproken, des te stiller ze worden. Daarbij ontbreekt het hen aan een proactieve houding missen en lijken ze lusteloos en niet in staat enige energie op te brengen. Waar ze gepassioneerd over zijn, is tweedracht zaaien, feiten verkeerd voorstellen en onwaarheden uiten. Zelfs wanneer ze een of andere zaak bespreken, gedragen ze zich als ongelovigen door deze te bekijken vanuit het perspectief van goed en fout, juist en onjuist. Ze bespreken nooit enige zaak in termen van het geweten en verstand van normale menselijkheid. Ze spelen altijd de rol van muggen, vliegen, ratten, enzovoort onder groepen mensen, en verstoren en hinderen hun normale leven. Zodra zij spreken en hun gezichtspunten uiten, of iets evalueren en beoordelen, voelen mensen zich in hun hart afkerig en verstoord, en sommige mensen met een kleine gestalte, die de waarheid niet begrijpen, worden zelfs door hen misleid en beperkt. Deze mensen spelen nooit een positieve rol in een groep; ze zijn altijd aan het roddelen en feiten aan het verdraaien en onwaarheden aan het uiten. Daarbij praten ze over de fouten van de persoon in kwestie en vervolgens over wat die persoon heeft gedaan. Toch hebben ze nooit het gevoel dat ze hiermee iets verkeerds doen; in plaats daarvan geloven ze dat dit de manier is waarop mensen zouden moeten leven, en dat men alleen door op deze manier te leven gelukkig en vrij kan zijn. Ze beschouwen deze verkeerde levensstijl en manier van omgaan met dingen als juist, als de levensstijl die mensen met een normale menselijkheid zouden moeten hebben, en ze aanvaarden het niet wanneer anderen hen snoeien en ontmaskeren. Als hun aanpak in een bepaalde groep niet werkt, gaan ze naar een andere groep om mensen van hun eigen soort te vinden – anderen die hun weerzinwekkende mentaliteit delen – om samen over goed en fout te oordelen. Zodra ze een gelijkgestemde ziel vinden, hebben ze het gevoel dat elke dag van hun leven heel gelukkig en vreugdevol is. In elke omgeving is de rol die deze mensen spelen die van iemand die feiten verdraait, onwaarheden uit, tweedracht zaait, mensen probeert mee te slepen, en mensen verstoort en aanvalt. Als je hun vraagt welke bijbedoelingen ze precies koesteren wanneer ze dit te doen en welk doel ze willen bereiken, kunnen ze zelf niet duidelijk uitleggen waarom ze het doen. Ze hebben misschien geen duidelijk doel, maar staat de toestand waarin ze gewoonlijk leven toch bol van deze uitingen en praktijken. Zeg Mij, wat is de classificatie van zulke mensen? Als je zegt dat ze hier bijbedoelingen mee hebben, komen ze met allerlei excuses: “Ik had niet de bedoeling om iemands plichtsvervulling te beïnvloeden, ik had niet de bedoeling om iemand te verstoren, en ik had niet de bedoeling om het werk van Gods huis te verstoren. Kan ik niet gewoon zeggen wat ik denk?” Wanneer je hen ontmaskert, worden ze opstandig; ze staan erop het op deze manier te doen, ze staan erop hun eigen zin door te drijven, en ze staan erop op deze manier onder anderen te leven. Ongeacht over wie ze oordelen of welke feiten ze verdraaien en welke onwaarheden ze uiten, is hun manier van leven en zich te gedragen juist? (Nee.) Toch kunnen ze er genoegen in scheppen. Zou je zeggen dat het probleem met zulke mensen heel ernstig is? (Ja.) Ze zijn volwassen, en toch weten ze niet welke woorden en welke handelingen juist, waardevol en zinvol zijn en het doen van fatsoenlijk werk vormen, en weten ze niet welke handelingen het verwaarlozen van hun werk vormen – mensen van dit type zijn in alle opzichten schurken, geen normale mensen. Zou je, ongeacht of ze anderen verstoren, zeggen dat ze menselijkheid hebben gezien het feit dat ze elke dag leven in een toestand van het roekeloos begaan van wandaden zonder te weten of wat ze doen juist of onjuist is, en het verdraaien van feiten, het uiten van onwaarheden en het zaaien van tweedracht als fatsoenlijk werk beschouwen terwijl ze geen enkel besef in hun geweten hebben? Als ze werkelijk een normale menselijkheid hadden, zouden ze moeten weten wat de principes zijn die het spreken en handelen beheersen, en meer nog, ze zouden moeten weten dat men bij zijn zelf-gedrag de waarheid moet begrijpen, en dat dit de grootste behoefte van mensen is. Ze weten echter niet wat mensen nodig hebben of wat mensen zouden moeten doen. Ze hebben geen normale menselijkheid; het zijn beesten. Sommigen zijn zelfs erger dan beesten. Kijk naar katten: overdag slapen ze soms en spelen ze af en toe, en als het donker wordt gaan ze muizen vangen. Muizen zijn schadelijk voor mensen, dus door ze te vangen doen katten iets wat gunstig is voor mensen. Of kijk hoe honden leven. Behalve dat ze met hun baasjes spelen, bewaken honden het huis. Zodra er een vreemde langskomt, beginnen ze te blaffen om hun baasje te waarschuwen en het huis te bewaken. Wanneer hun baasje hen mee naar buiten neemt, blijven ze aan de zijde van hun baasje, en als er een vreemde nadert, beschermen ze hun baasje. Ze vervullen de rol van waakhond en bewaken het huis. Of het nu katten of honden zijn, ze kunnen allemaal gepast werk doen. Natuurlijk doen dieren dit niet doordat ze zich laten leiden door de kracht van hun geweten, maar vanuit instinct. Toen God hen schiep, schiep Hij dit instinct en gaf Hij hun een dergelijke missie, en ze houden zich aan hun missie, en niemand kan dit veranderen. Dieren kunnen zelfs hun verantwoordelijkheden vervullen en gepast werk doen. Als men een mens is, zou je je op z’n minst moeten laten leiden door geweten en verstand. Je zou in je hart normen en een absolute ondergrens moeten hebben met betrekking tot wat je elke dag wel en niet zou moeten doen, welke handelingen verband houden met de waarheid, en welke handelingen het verwaarlozen van je werk vormen. Deze normen en deze absolute ondergrens kunnen snel worden gepeild met behulp van het geweten en verstand van menselijkheid. Wat voor soort mensen zijn bijvoorbeeld losbandig en ongeremd, houden ervan om feiten te verdraaien en onwaarheden te uiten, enzovoort? Normale mensen kunnen beseffen: ‘Dat zijn dingen die worden gedaan door leeglopers en schurken die hun werk verwaarlozen. Normale mensen hebben het veel te druk met gepaste zaken; wie zou die dingen doen? Ze hebben geen enkele zin! Bovendien zijn deze dingen, het verdraaien van feiten, het uiten van onwaarheden en het zaaien van tweedracht, allemaal negatief en verkeerd. Als mensen geweten en verstand hebben, zouden ze die absoluut niet moeten doen. Af en toe kan er een of andere speciale omstandigheid voorkomen – iemand die je beledigt bijvoorbeeld – en je reageert misschien een beetje geïrriteerd omdat je een opvliegend karakter hebt, maar je kunt dit niet tot de norm voor je dagelijks leven maken; je kunt het niet als gepast werk behandelen!’ Dit is iets wat kan worden gepeild met behulp van het geweten en verstand van een normaal mens, zodat hij in staat is af te zien van het doen van deze dingen. Maar mensen die geen geweten en verstand bezitten, behandelen deze dingen als gepast werk. Ze worden niet angstig of bezorgd wanneer hun plicht vertraging oploopt. Wanneer ze hun werk niet hebben afgemaakt en anderen hen aansporen, nemen ze het niet serieus. Anderen hebben het allemaal druk met het vervullen van hun plichten, maar zij doen alsof ze dit niet zien. Telkens wanneer ze daar zin in hebben, kletsen ze wat, waarbij ze ofwel feiten verdraaien en onwaarheden uiten ofwel tweedracht zaaien. Deze uitingen zijn geen uitingen van een normale menselijkheid, maar uitingen van onmensen. Als lid van het menselijk ras zou iedereen, na het bereiken van de volwassenheid, moeten nadenken over enkele gepaste zaken, zoals welke levensbeschouwing men zou moeten aannemen, welke aspiraties en welk streven men zou moeten hebben, waarin men zou moeten geloven, welk pad men zou moeten nemen, hoe men zou moeten leven zodat er waarde en betekenis in dit leven is, enzovoort – er zijn heel veel dingen waarover men zou moeten nadenken en die men zou moeten begrijpen. Dit is in het bijzonder het geval nadat mensen in God zijn gaan geloven en een plicht in Gods huis zijn gaan vervullen, waar de omvang van elk onderdeel van het werk groot is, wat vooruitgang en efficiëntie vereist om het gedaan te krijgen. Iedereen heeft het erg druk – wie heeft de vrije tijd om feiten te verdraaien, onwaarheden te uiten en tweedracht te zaaien? De meeste mensen zouden hun tijd niet aan deze dingen besteden. Bovendien hebben de meeste mensen deze hobby niet; iedereen die dat wel heeft, komt heel eigenaardig en vreemd over. Degenen die het verdraaien van feiten, het uiten van onwaarheden en het zaaien van tweedracht als hobby hebben, zijn onmensen, omdat hun gedrag totaal verschilt van dat van normale mensen, en ingaat tegen de principes die normale mensen voor het doen van dingen zouden moeten bezitten. Daarom zijn zulke mensen ellendelingen die hun gepaste werk verwaarlozen. De dingen die ze doen zijn niet de dingen die normale mensen behoren te doen; de rol die ze spelen is die van een onmens. Toch denken ze zelf dat het heel goed en juist is. Is dit niet het niet weten wat juist en wat onjuist is? (Ja.)
Sommige mensen vertonen achter de rug van mensen om altijd stiekem en indiscreet gedrag. Sommigen kijken bijvoorbeeld graag naar de privégegevens van andere mensen, zoals hun persoonlijke dagboeken en aantekeningen van geestelijke devotions. Sommigen luisteren stiekem naar de gebeden van anderen, of luisteren de gesprekken van anderen af om te zien of ze worden genoemd en wat anderen van hen vinden. Sommigen gluren op de computers van anderen om te zien welke berichten ze hebben, met wie ze contact hebben, naar welke liedjes ze luisteren en welke video’s ze bekijken, en neuzen altijd in het privéleven van anderen rond. Er zijn ook sommige mensen met lange vingers die zonder toestemming in de persoonlijke bezittingen, pakketjes en zelfs het beddengoed van anderen snuffelen. Ze controleren alles wat anderen eten, dragen of gebruiken. Als ze iets goeds vinden, pakken ze het en gebruiken ze het, en als het gebruik ervan hun bevalt, behandelen ze het als hun eigendom. Wanneer anderen wat snacks of gebakjes kopen, kijken ze stiekem wat ze hebben gekocht, en als ze iets lekkers vinden, nemen ze een hap of een stukje. Hun doel is niet alleen maar om even te kijken, maar om het te eten omdat ze gulzig zijn. Als ze willen eten, zouden ze erom kunnen vragen, en niemand zou hen uitlachen. Waarom stelen ze dan het eten van anderen achter hun rug om? Is het juist om dit te doen? (Nee.) Ze weten dat het verkeerd is, maar doen het toch, en doen het vaak, en snuffelen in de spullen van anderen alsof het hun eigen spullen zijn. Als ze worden betrapt, rechtvaardigen ze zichzelf door te zeggen dat ze alleen maar keken, en ze schamen zich hier niet voor. Wanneer er niemand in de buurt is, gaan ze door met snuffelen en stelen. Ze hebben geen gevoel van schaamte; ze weten niet eens of het juist of onjuist is. Wat voor soort persoon doet zulke dingen? Over het algemeen doen verstandige kinderen van zes of zeven jaar deze dingen niet eens. Als een volwassene ze nog steeds doet, komt dat doordat hij er sinds zijn kindertijd aan gewend is. Het is als een dief die gewend is geraakt aan stelen en overal wat meepikt. Zelfs als het hem aan niets ontbreekt, wil hij toch nog stelen; het is een tweede natuur geworden en hij kan er niet mee stoppen. Zelfs als hij ermee zou willen stoppen, kan hij dat niet. Het zijn geboren dieven. Zijn het geen onmensen? (Ja.) Je bent nieuwsgierig en wilt per se de persoonlijke bezittingen van anderen bekijken, maar wat levert dat nou op? Zelfs als je ze bekijkt, behoren ze jou niet toe; je kunt ze niet verkrijgen. Als je echt een keer iets wilt lenen, vraag het de persoon dan gewoon, en gebruik het pas nadat hij ermee instemt. Doe dingen openlijk en eerlijk; wees niet stiekem. Als je de kleren van iemand anders wilt dragen, vraag hem dan openlijk of je ze mag lenen. Je kunt ze alleen dragen als hij ermee instemt ze aan je uit te lenen. Als hij met tegenzin bereid is je iets uit te lenen wat hij waardeert, telt dit als genegenheid tussen broeders en zusters. Als hij het niet aan je uitleent, draag het dan niet stiekem. Gelovigen in God zijn allemaal volwassenen, en toch zijn sommigen van hen nog steeds onfatsoenlijk in hun manier van handelen, en een paar individuen hebben zelfs lange vingers. Ze snuffelen stiekem in de spullen van anderen zonder te weten dat het verkeerd is. Zodra ze worden ontdekt en anderen over hen praten, voelen ze geen schaamte, en denken ze zelfs: ‘Wat maakt het uit als ik in je spullen heb gesnuffeld? Je bent niets kwijtgeraakt, en jouw spullen zijn niet apart gezet als heilig, waarom zou ik er dan geen kijkje in kunnen nemen?’ Kijk, ze gebruiken zelfs een verdraaide redenering. Dit probleem is ernstig; er is niet slechts een probleem met hun gedrag, er is een probleem met hun menselijkheidsessentie. En wat is het probleem met hun essentie? Zulke mensen hebben totaal geen besef wanneer ze iets verkeerds doen. Zodra iemand ontdekt wat ze hebben gedaan en hen corrigeert, weigeren ze niet alleen dat te accepteren, maar rechtvaardigen ze zichzelf ook; ze gebruiken een verdraaide redenering en volharden in hun gedrag. Dit toont aan dat het onmensen zijn. Een kenmerk van onmensen is dat ze nooit toegeven dat ze fout zitten wanneer ze iets verkeerds doen, totaal geen berouw hebben, dat ze blijven geloven dat ze gelijk hebben en dat ze vol rechtvaardigingen zitten. Dat wil zeggen, ze spreken over verkeerde, verwrongen, verdraaide en boosaardige dingen alsof het juiste dingen zijn. Dit is foutieve en absurde redeneringen opvatten alsof ze juist zijn. Degenen die dit kenmerk bezitten, missen geweten en verstand. Mensen die geweten en verstand missen, zijn onmensen. Dit zijn precies de soorten uitingen die onmensen hebben. Wanneer ze stiekem in de spullen van anderen snuffelen, maakt het niet uit hoe je hen ontmaskert of de waarheid met hen communiceert, ze aanvaarden het niet. Niet alleen voelen ze geen berouw, maar ze gebruiken ook een verdraaide redenering en zeggen: “Ik heb gewoon in iemands spullen gesnuffeld – wat is daar nou mis mee? Vergeleken met degenen die zich schuldig maken aan promiscuïteit, moord of brandstichting, en elke denkbare slechte daad hebben begaan, ben ik de beste persoon die er is! Waar zou je nog meer iemand kunnen vinden die zo goed is als ik?” Is dit niet volkomen onredelijk? (Ja.) Als iemand iets verkeerds doet en koppig weigert het toe te geven, is hij reddeloos verloren. Sommige mensen begaan wandaden die zo ernstig zijn dat ze zelfs onaanvaardbaar zijn wanneer ze worden beoordeeld volgens de menselijke moraal, laat staan volgens de waarheid; hun kaliber maakt hen ongeschikt om dit te beseffen. Wat menselijkheid betreft, zodra een persoon geweten en verstand mist, is hij een onmens. Hoe goed, vriendelijk, geweldig of nobel je ook denkt dat je bent, als je niet de uitingen van geweten en verstand hebt, maar in plaats daarvan veel onmenselijke uitingen uitleeft, en zelfs talloze specifieke praktijken en foutieve gedachten en gezichtspunten hebt, dan ben je een onmens. De belangrijkste kenmerken van onmensen zijn dat ze niet de waarheid of positieve dingen, maar foutieve dingen als juiste gezichtspunten aanvaarden, en zelfs in staat zijn om goed en fout door elkaar te halen en zwart in wit kunnen veranderen om mensen te misleiden.
Er is een bepaald soort mens dat, wanneer hij ziet dat zijn dochter knap is, haar wil gebruiken om veel geld te verdienen. Dus huwelijkt hij haar uit aan een rijke man en eist hij veel bruidsschatten. Zodra hij de bruidsschatten in handen krijgt, begint hij goed te eten, te drinken en zich te vermaken. Na een tijdje, wanneer hij bijna al het geld heeft uitgegeven, gaat hij terug naar de familie van de man om meer te vragen. Wanneer de familie zegt dat ze al het bruidsgeld al hebben gegeven en niet meer kunnen geven, huwelijken de ouders het meisje uit aan een andere familie en eisen ze opnieuw heel wat bruidsschatten. De eerste familie ziet dat dit soort mens niet toestaat dat zijn dochter aan hen zal worden uitgehuwelijkt en eist dus de bruidsschatten terug. En wat zegt dit soort mens? “Mijn dochter kan niet met jouw zoon trouwen omdat je niet genoeg bruidsgeld hebt gegeven. We zouden het geld niet aan jou hoeven terug te geven. Wie heeft je gezegd dat niet genoeg moest geven? Je hebt niet genoeg geld gegeven en toch wil je nog altijd dat jouw zoon met mijn dochter trouwt? Geen sprake van!” Nadat ze het geld hebben afgetroggeld, beginnen ze zich van verdraaide redeneringen te bedienen. De eerste familie beseft dat ze met een oplichter, een schurk te maken hebben, dus negeren de familieleden hem gewoon. De tweede familie wordt op dezelfde manier bedrogen. Het meisje wordt met veel heen en weer gepraat aan verschillende families uitgehuwelijkt, en na al dat gedoe trouwt ze uiteindelijk niet, maar verdient haar familie veel geld. Is deze familie goed? (Nee.) Waarom niet? (De ouders gebruikten het huwelijk van hun dochter om mensen geld af te troggelen. Toen hun werd gevraagd het terug te geven, weigerden ze en bediende ze zich van verdraaide redeneringen. Ze hebben helemaal geen verstand. Zulke mensen weten niet wat juist en wat onjuist is, en hebben geen gevoel van schaamte, ze zijn dus slecht.) Ze vertonen al deze gedragingen. Ze weten niet wat juist en wat onjuist is en hebben geen gevoel van schaamte. Ze geven het afgetroggelde geld uit zonder enig zelfverwijt te voelen. Ze eten en drinken zelfs goed en leven elke dag met een gerust geweten. Zeg Mij, zijn er zulke mensen onder degenen die in God geloven? (Die zijn er waarschijnlijk wel.) Die zijn er. Deze mensen hanteren allerlei oplichtingstactieken, waardoor het onmogelijk is je tegen hen te wapenen. De chaotische wereld van de ondeugd van ongelovigen is nu eenmaal zo, maar als iemand die in God gelooft mensen op deze manier kan oplichten, is hij absoluut geen goed mens. Zijn aard is te slecht; hij is zelfs een niet-gelovige terwijl hij in God gelooft. Wordt dit niet bepaald door zijn aard? (Ja.) Hij gelooft niet eens in vergelding, en toch gelooft hij in God – wat voor ellendeling is hij wel niet? Hij troggelt mensen hun bruidsschatten af en laat zijn dochter niet trouwen. Dit is bedrog. Sterker nog, hij licht niet slechts één familie op, maar verscheidene, en toch leeft hij met een gerust geweten. Hij beweert zelfs in God te geloven. Erkent God zo iemand? (Nee.) God erkent zijn geloof niet. Als er zulke mensen in Gods huis zijn, moeten ze worden weggezuiverd. Gods huis wil zulke mensen niet. Oplichters kunnen niet worden veranderd; God redt geen kwaadaardige mensen. Een oplichter zal mensen waar hij zich ook bevindt oplichten. Wanneer hij in Gods huis komt, zal hij dan de broeders en zusters bedriegen? Zal hij Gods huis bedriegen? Dat zal hij zeker. Zal God zo iemand redden? God zal hem niet redden. Wat voor soort mensen zijn oplichters? Om precies te zijn, het zijn onmensen. Onmensen zijn mensen zonder geweten en verstand. Zal zo iemand dan rondgaan om mensen op te lichten terwijl hij in God gelooft? Dat zal hij zeker. Als hij beweert in God te geloven, zullen sommige broeders en zusters hem met liefde behandelen, hem helpen met zijn moeilijkheden en hem geven wat hij nodig heeft. Maar uiteindelijk, naarmate de tijd verstrijkt, ontdekken ze dat deze persoon de waarheid helemaal niet nastreeft en een oplichter is. Zijn ze dan niet opgelicht? Je moet weten hoe je oplichters kunt onderscheiden, zodat je kunt voorkomen dat je opgelicht wordt. Dit is om de broeders en zusters te beschermen tegen oplichting. Als zo iemand wordt ontdekt, moet hij worden verwijderd omdat hij een slechte reputatie heeft en in staat is om allerlei slechte dingen te doen – hij is een schurk in de maatschappij. Hoe kan een schurk redding verwerven? Er mogen geen schurken in de kerk bestaan. Ze zijn niet geschikt om onder Gods uitverkoren volk te leven. Ze moeten worden verwijderd; ze zijn het onwaardig om in Gods huis te blijven.
Er zijn ook mensen die er bijzonder van houden om dingen van anderen te lenen. Of het nu gaat om voedsel, kleding, gereedschap, computers of meubels, ze lenen alles – zelfs geld, sieraden en auto’s. Sommigen hebben hun eigen geld, maar kopen zelf geen dingen; ze lenen gewoon graag van anderen en profiteren bewust van hen. Sommige mensen lenen bijvoorbeeld een auto om eropuit te gaan, en tanken niet bij wanneer ze alle benzine hebben verbruikt. Sommigen lenen zelfs een auto en brengen die niet terug, en wachten tot de eigenaar komt en erom vraagt voordat ze hem teruggeven. Sommige mensen lenen gereedschap en laten het niet voor de eigenaar repareren wanneer ze het kapotmaken, en bieden niet eens hun excuses aan. Sommige mensen lenen geld en geven het allemaal uit, zonder de intentie het terug te betalen; alsof het van henzelf was. Ze hopen gewoon dat de uitlener het vergeet, wat precies is wat ze willen: ze maken opzettelijk misbruik van de situatie. Ze gebruiken het geld van anderen voor zaken, voor eten, drinken en amusement, terwijl ze hun eigen geld sparen om rente op te strijken of in aandelen te investeren. Wanneer hun wordt gevraagd wanneer ze het geld zullen terugbetalen, zeggen ze: “Ik betaal het terug wanneer ik geld heb. Hoe kan ik het terugbetalen als ik nu niets heb!” Zie je? Hun ware aard is blootgelegd, nietwaar? Het was al die tijd hun bedoeling om het nooit terug te betalen. Wat voor soort persoon is dit? Dit is een schurk. Anderen zien dat iemand een mooi horloge heeft, vragen het een paar dagen te lenen en maken het horloge uiteindelijk helemaal vuil. Wanneer de eigenaar het komt terughalen, worden ze boos en zeggen: “Je bent zo gierig! Ik heb het pas een paar dagen en je vraagt het nu al terug!” Wat voor mentaliteit is dit? Altijd de goede dingen van anderen voor zichzelf willen toe-eigenen. Is dit niet hebzuchtig zijn? Ze vinden dat het volkomen legitiem is om dingen lenen. Ze zoeken dus altijd naar gelegenheden om iets van anderen te lenen. Wat ze ook lenen, ze willen het nooit teruggeven in de hoop zich de dingen voor zichzelf toe te kunnen eigenen. Wat voor soort persoon is dit? (Dit is een schoft en een schurk; dit is een onmens.) Er zijn zoveel van dit soort schurken en onmensen onder ongelovigen – we zullen ze niet verder bespreken. Maar zijn er zulke mensen onder degenen die in God geloven? Als zo iemand zich de kerk binnenwurmt, is hij dan geen schoft en een schurk? (Ja.) Dergelijke schurken geloven alleen in God om zegeningen te verkrijgen. Wanneer ze met de broeders en zusters omgaan, willen ze altijd van hen profiteren. Ze letten altijd heel goed op wie onder de broeders en zusters geld heeft, wie invloed heeft, of wiens familie mooie spullen heeft, en ze nemen specifiek deze mensen op de korrel. Ze gebruiken wie ze maar kunnen en gaan om met degene van wie gemakkelijk te profiteren valt. Ze lenen altijd dingen van de broeders en zusters en vertellen hun wat ze moeten doen onder het mom van ‘broeders en zusters zijn één familie’. Ze eisen zelfs dat de broeders en zusters hen gastvrijheid verlenen. Sommige broeders en zusters die nog maar net in God geloven, begrijpen de waarheid niet en hebben geen onderscheidingsvermogen, dus behandelen ze zo iemand als een broeder of zuster, en vinden ze het ongemakkelijk om hem af te wijzen. Maar naarmate de tijd verstrijkt, ontdekken ze dat deze persoon in hun huis op hun zak teert en niet wil vertrekken, eindeloos eet wanneer hij goed voedsel ziet, en zich naar believen bedient van mooie spullen. Bovendien streeft deze persoon de waarheid niet na en vervult hij zijn plicht in het geheel niet. Hij denkt er de hele dag alleen maar aan hoe hij kan profiteren. Dus krijgen ze een afkeer van hem. Wanneer ze zien dat er zulke mensen in Gods huis zijn, ontwikkelen sommigen zelfs noties over God, en denken ze bij zichzelf: hoe kon God zo iemand kiezen? In feite is zo iemand niet door God gekozen; hij heeft zich veeleer de kerk binnengewurmd. De mensen die het evangelie aan hem predikten, kenden zijn ware achtergrond niet, en de kerk heeft hem aanvaard. Dergelijke situaties komen inderdaad voor. God kiest zulke schurken en onmensen absoluut niet. Als zulke kwaadaardige mensen en schurken worden ontdekt, moeten ze worden gemeden en verworpen. Behandel hen niet als broeders en zusters; het zijn gewoon profiteurs. Als je zo’n schurk als een broeder of zuster behandelt en denkt dat hij iemand is die door God is gekozen, dan is je begrip verwrongen. De mensen die God kiest, zijn op zijn minst mensen met een goede menselijkheid die in staat zijn de waarheid te aanvaarden. God zou absoluut nooit schurken en kwaadaardige mensen kiezen, omdat God geen schurken en kwaadaardige mensen redt; God wil zulke mensen niet. Zelfs als zulke mensen in God gaan geloven, zullen ze nog altijd door Hem worden geopenbaard en geëlimineerd. Begrijpen jullie het nu? (Ja.) Mensen krijgen een grondige afkeer van dergelijke individuen nadat ze met hen zijn omgegaan, en verafschuwen hen en walgen van hen. Zou het dan mogelijk zijn dat God, wanneer ze met God omgaan, wel van zulke mensen houdt? Het antwoord is duidelijk: God houdt absoluut niet van zulke mensen, noch zou Hij hen ooit kiezen. Gods huis heeft zulke mensen niet nodig om plichten te vervullen, en ze zijn niet bekwaam voor enig werk. Het zijn gewoon schurken, mensen die maar wat doelloos rondzwerven. Ze komen alleen maar naar Gods huis om te profiteren. Ze denken dat mensen die in God geloven allemaal argeloos zijn, bijzonder oprecht en liefdevol, en bereid om anderen te helpen. Ze denken dat als de gelovigen geld aan hen lenen, ze het te ongemakkelijk zullen vinden om het terug te vragen, en dat zelfs als ze het geld niet teruggeven, de gelovigen hen niet zullen aangeven. Ze denken dat van deze mensen het gemakkelijkst te profiteren valt. En omdat ze geen zin hebben om te werken, lenen ze gewoon geld van de broeders en zusters. Ze kunnen rondkomen zonder te werken, en de kerk kan helpen als ze in de problemen komen. Niet alleen wordt er voor hun huur gezorgd, maar ook hun zakgeld wordt gedekt, en ze brengen hun dagen zorgeloos door. Sommige broeders en zusters hebben geen onderscheidingsvermogen en komen uiteindelijk daadwerkelijk in een situatie terecht waarin ze voor het levensonderhoud van zulke mensen zorgen. Ze laten hen werkelijk profiteren en de mazen in het systeem uitbuiten. Komt dit niet doordat ze geen onderscheidingsvermogen hebben? (Ja.) Mensen zijn te dwaas en hebben geen onderscheidingsvermogen ten aanzien van anderen, dus doen ze soms dwaze dingen. Weten jullie nu hoe je zulke mensen kunt onderscheiden? (Ja.) Aangezien jullie hen kunnen onderscheiden, zouden jullie zulke mensen moeten wegzuiveren. Ze zijn niet Gods uitverkoren volk, dus is het niet nodig hun enige liefde te tonen. Ze willen altijd iets voor niets krijgen en oogsten waar ze niet hebben gezaaid – het zijn schurken! Op welke grond zouden ze jouw zuurverdiende geld uitgeven en jouw spullen naar believen gebruiken? Zo iemand tolereren en verwennen, en zelfs in zijn levensonderhoud voorzien – dit is niet de plicht die God je heeft gegeven, noch is het de opdracht en missie die God jou heeft toevertrouwd. Je hebt geen enkele verantwoordelijkheid of verplichting om hem liefde te tonen. Liefde tonen aan ware broeders en zusters is in overeenstemming met de principes en Gods vereisten; dit is jouw verantwoordelijkheid en verplichting. Voorzien in de behoeften van, helpen en ondersteunen van ware broeders en zusters, zelfs met financiële en materiële hulp, is allemaal in overeenstemming met Gods bedoelingen. Dit zijn goede daden, en God herinnert ze Zich. Maar tegenover deze onmensen hoef je niet beleefd te zijn en het is ook niet nodig om ze met liefde te handelen. Liefde, tolerantie en geduld zijn bedoeld voor ware broeders en zusters. Voor onmensen, voor schoften, schurken en onverlaten is het niet nodig om liefde, tolerantie of geduld te tonen. Dit is het principe. Als je een onverlaat, een profiteur die geen gevoel van schaamte heeft en niet weet wat juist en wat onjuist is, blindelings geduld en liefde toont, is dat dwaas en principeloos, en God herinnert Zich dat in het geheel niet. Dat je deze dingen doet, heeft niets met de waarheid te maken; het wordt niet door God aanvaard en is tevergeefs gedaan.
Sommige mensen vallen regelmatig de broeders en zusters, de leiders en werkers, en Gods huis en zijn werkregelingen aan; ze vallen zelfs God aan en vellen een oordeel over Hem. En wat is hun voorwendsel om dit te doen? “Ik ben eerlijk in wat ik doe. Ik heb geen andere bedoelingen. Ik zeg deze dingen en doe dit met een houding van oprechtheid en een streven naar de waarheid!” Ze klinken heel redelijk en spreken met een air van rechtvaardigheid. In feite is geen enkel woord dat ze spreken en niets wat ze doen in overeenstemming met de waarheid en is alles het resultaat van hun foutieve gedachten en gezichtspunten. Bovendien veroorzaakt het allemaal hinder en verstoringen voor het werk van de kerk, en toch denken ze: ‘Wat ik doe is juist. Ik sta in mijn recht. Je kunt me niet veroordelen!’ Ze geloven in God, en toch vallen ze Hem aan. Hun hart is vol verzet en wrok jegens God, en ze kleineren Hem zelfs en kijken op Hem neer. Ze beseffen niet dat dit verkeerd is en doen in plaats daarvan alsof dit het juiste is, alsof dit hun plicht en verplichting is. Onder de verdorven mensheid kan van zulke mensen worden gezegd dat ze de ernstigste problemen hebben. Hun uitingen en openbaringen zijn niet de typische foutieve gedachten en gezichtspunten of manieren van omgaan met dingen die gewoonlijk bij normale mensen worden gezien, noch zijn het gebreken van menselijkheid. Waarop hebben ze dan wel betrekking? (Ze hebben betrekking op God en het werk van Gods huis.) Ze hebben betrekking op iemands houding ten opzichte van positieve dingen en ten opzichte van God. Deze uitingen van hen hebben niet simpelweg betrekking op relaties tussen mensen of de manieren en methoden van mensen om met dingen om te gaan; ze hebben betrekking op de relatie tussen mensen en God, hoe mensen God behandelen en de houding van mensen ten opzichte van Hem. Niet alleen hebben deze mensen niet de minste onderwerping in hun houding ten opzichte van God, maar in hun hart vallen ze ook vaak al Gods werk en woorden aan die niet overeenstemmen met menselijke noties, vellen ze er een oordeel over en veroordelen ze die. Ze ontkennen zelfs dat al Gods woorden de waarheid zijn, en zijn in staat om alle werkregelingen van Gods huis terzijde te schuiven. Van buitenaf gezien komen ze niet met argumenten of verklaringen en hitsen ze mensen niet op een openlijke en schaamteloze manier op, maar diep in hun hart koesteren ze vaak gedachten waarin ze een oordeel over God vellen en Hem aanvallen. Van tijd tot tijd verspreiden ze enkele foutieve gedachten en gezichtspunten waarin een oordeel over God wordt geveld. Ze verspreiden negativiteit en dood om de harten van mensen te verstoren en hen bij God vandaan te drijven. De essentie van deze mensen is die van antichristen. Antichristen hebben zoveel foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten in hun hart. Hoewel ze die niet schaamteloos in het openbaar durven te uiten, worden deze dingen vanzelf geopenbaard wanneer ze achter de schermen met mensen omgaan. Zeg Mij, hebben zulke mensen problemen? (Ja.) Wat voor probleem? (Zulke mensen hebben de essentie van duivels, want, ondanks dat er geen kwaad bloed is tussen God en hen, en God zoveel waarheden uitdrukt om mensen te redden, vallen ze Hem toch voortdurend aan en vellen ze een oordeel over Hem. Ze haten de waarheid en haten God in hun hart – ze hebben de essentie van duivels.) Zie je, Ik predik hier, en terwijl iedereen luistert, overdenken sommige mensen diep vanbinnen hoe ze het op de juiste wijze kunnen begrijpen en aanvaarden: “Wat is het onderwerp van de preek van vandaag? Hoe moet ik mezelf toetsen aan deze blootgelegde uitingen van verdorvenheid en mezelf leren kennen?” Hun houding is er een van aanvaarding. Deze mensen, die een houding van aanvaarding hebben, die leven binnen het geweten en verstand van normale menselijkheid, verkrijgen vaak enige verlichting en licht. Diep in hun hart schuiven ze Gods werk of positieve dingen niet terzijde. Het is alleen zo dat ze vanwege hun slechte kaliber een beetje traag zijn in het begrijpen van de waarheid, en dat hun gesteldheid soms verkeerd is omdat ze worden beheerst door hun verdorven gezindheden. Hun hart streeft echter naar de waarheid, en hun relatie met God is meestal normaal. Het is alleen zo dat ze soms, wanneer ze worden gehinderd door hun verdorven gezindheden, een negatieve gesteldheid ontwikkelen en niet zo dicht bij God zijn. Maar in hun hart onderzoeken ze God niet nauwkeurig en trekken ze Hem niet in twijfel, noch weerstaan ze Hem of sluiten ze Hem uit, laat staan dat ze een houding hebben waarbij ze God kleineren, God bespotten of zich ten koste van Hem vermaken. Maar er is nog een andere groep mensen en deze is anders. Welk onderwerp er ook wordt besproken, ze luisteren niet naar de preek met een houding van dorst naar de waarheid, of met de bereidheid zich eraan te onderwerpen en deze te aanvaarden. In plaats daarvan luisteren ze met een kritische en onderzoekende houding: “Waarom zeg je dit? Wat is je bedoeling wanneer je deze dingen zegt? Wie probeer je te ontmaskeren en te onthullen? Of wie probeer je aan te vallen en te veroordelen? Wat heeft dit met mij te maken?” Als anderen in staat zijn het te aanvaarden en het op zichzelf toe te passen, voelen ze zich geïrriteerd. Als ze ontdekken dat iemand deze waarheden te hoog gegrepen vindt en ze niet op zichzelf kan toepassen, voelen ze zich erg tevreden en hebben ze een groot gevoel van voldoening: eindelijk kan ik me verkneukelen ten koste van God! Eindelijk heb ik iets tegen Hem in handen! Ze luisteren vaak met zo’n mentaliteit naar preken. Vooral wanneer een deel van de besproken inhoud gericht is op hun gesteldheden en uitingen, is hun houding er niet een van aanvaarding, noch een van nederigheid en deemoed. In plaats daarvan voelen ze weerstand, afkeer en walging in hun hart. Ze hebben het gevoel dat Ik met wat Ik zeg hen alleen maar de les lees en hoogdravende woorden spui. Ze willen niet luisteren en kunnen het niet in zich opnemen. Vooral wanneer hun zere plekken en zwakheden worden geraakt, voelen ze nog meer afkeer en walging, en overvalt hen vanbinnen een uiterst ongemakkelijk gevoel. Hun ongemak komt niet voort uit wroeging of verdriet over het feit dat ze verdorven gezindheden hebben, maar veeleer uit hun weerstand tegen en verwerping van de methode en taal die worden gebruikt om hen te ontmaskeren, evenals uit de inhoud van de ontmaskering en hun eigen ontmaskerde essentie. Onder normale omstandigheden zal een normaal persoon, wanneer hij een taak in het kerkwerk op zich neemt, zolang hij de werkregelingen of de voorziening en begeleiding van de Boven met een houding van nederigheid en onderwerping aanvaardt, na verloop van tijd enige vooruitgang boeken. Hij zal het onder de knie krijgen, enkele methoden uitdenken en enkele principes en beoefeningspaden vinden. Met andere woorden, hij zal voortdurend vooruitgang boeken, veranderen en iets verwerven. Maar degenen die weerstand in hun hart koesteren, zijn anders. Omdat zij alles nauwkeurig willen onderzoeken en hun hart vol is van weerstand, spot en behoedzaamheid jegens God, zijn God en de waarheid voor hen de objecten van hun nauwkeurig onderzoek. Ze dorsten niet naar de waarheid. Wanneer ze hun plichten vervullen, vertrouwen ze op hun gaven of kleine slimmigheidjes om dingen te doen. Zodra ze op problemen of moeilijkheden stuiten, zullen ze niet de waarheid zoeken om die op te lossen. Als het gaat om zaken die de waarheidsprincipes betreffen, hebben ze simpelweg geen flauw benul. Met welke kwesties ze ook worden geconfronteerd, zolang de waarheidsprincipes ermee gepaard gaan, hebben ze het gevoel dat ze zwaar en veeleisend zijn, en buiten hun bereik liggen – alsof je probeert vissen te dwingen om op het land te leven, of varkens om te vliegen. Hoe goed zulke mensen ook hun best doen, ze kunnen de waarheid niet bereiken. Wat ze ook zeggen, ze klinken als leken, waardoor je je afvraagt of ze in al hun jaren van geloof ooit Gods woorden hebben gelezen of over de waarheid hebben gecommuniceerd, en of ze ooit werkelijk het kerkleven hebben geleefd. Het is gewoonweg verbijsterend. Zijn zulke mensen niet erg lastig? Ik heb een term om hen te beschrijven: ze hebben geen geestelijke aura. Dit betekent dat ze zelfs bij het doen van het eenvoudigste ding niet kunnen bedenken hoe ze het moeten doen, en het niet onder de knie kunnen krijgen, zelfs niet als ze zich inspannen. Geen geestelijke aura hebben betekent niet noodzakelijkerwijs dat iemand er suf en traag uitziet. Het betekent veeleer dat hij hersenloos is als het gaat om het doen van dingen. Wat hij ook doet, hij kan de principes of de richting niet vinden, en hoe lang hij het ook doet, hij kan de regels die er voor gelden niet begrijpen. Dit geldt in het bijzonder voor de diverse werkzaamheden in Gods huis. Hoewel zulke mensen misschien opgeleid en relatief jong zijn, en er intelligent uitzien, komen ze bijzonder onhandig over wanneer ze plichten uitvoeren en werk doen in Gods huis. Mensen worden al boos als ze alleen maar naar hen kijken; het is verbijsterend. Hier is een levend, ademend mens, opgeleid en begaafd – hoe kan hij zo incompetent zijn in elk onderdeel van het werk? Hoe kan hij zo onhandig zijn? Het is een feit dat het werk dat hij in de wereld deed niet slecht was, waarom is hij dan zo onhandig en onbekwaam bij het doen van het werk van Gods huis? Er is hier een probleem. Wanneer zulke mensen drie tot vijf jaar in God hebben geloofd, begrijpen ze alleen die paar woorden en doctrines. Ze roepen alleen maar slogans wanneer ze spreken en hanteren absoluut geen principes wanneer ze iets doen. Nadat ze zeven of acht jaar hebben geloofd, is wat ze zeggen nog steeds dezelfde oude kost, zonder ook maar de minste vooruitgang. Ze zijn net als plastic bloemen, ze zijn helemaal niet veranderd. Ze hebben geen zelfkennis, geen intrede in Gods woorden en hebben niets verworven. Wanneer ze over de waarheid communiceren, is het alsof ze verhalen vertellen of over huishoudelijke zaken praten – waarom klinkt het zo onhandig? Anderen zeggen: “We moeten onze plicht met toewijding vervullen, onze oprechtheid tonen, onze plicht goed vervullen en ons inzetten voor God.” Maar wat zeggen zij? “Laten we gewoon hard werken, ons er volledig voor inzetten en goed werk leveren!” Na meer dan tien jaar in God te hebben geloofd, kunnen ze niet eens de woorden “je plicht met toewijding vervullen” uitspreken. Het enige wat ze kunnen zeggen is: “Zet je meer in, doe meer werk, doe dingen voor Gods huis, wijd ons leven aan het werken voor Gods huis. We hebben niet veel, maar we hebben onze kracht!” Dit zijn allemaal dingen die leken zeggen; ze zijn niet eens in staat om geestelijke termen volledig te gebruiken. Zulke mensen geloven al heel wat jaren in God, minstens zeven of acht jaar, of meer dan tien jaar. Ze hebben al die tijd plichten in Gods huis vervuld en meer dan voldoende preken gehoord. Waarom zijn ze dan wanneer ze spreken niet in staat om op de juiste wijze geestelijke termen te gebruiken? Waar denken zulke mensen elke dag aan, waar zijn ze mee bezig, wat overdenken en overwegen ze in hun hart? Het is een compleet mysterie! Als je hen een tijdje observeert, zul je ontdekken dat wat ze elke dag denken, overdenken en waar ze mee bezig zijn, in feite allemaal die vleselijke zaken zijn. Ze zijn bekrompen, kleinzielig en overdreven veeleisend. Ze zijn de hele dag bezig met wie goed is en wie slecht, met persoonlijke wrok en andere van dat soort triviale, betekenisloze dingen, die niets met de waarheid te maken hebben. Hun gedachten, ideeën en gezichtspunten zijn allemaal foutief, onzinnig en absurd. Uiterlijk lijken zulke mensen opgeleid en hebben ze kaliber; sommigen hebben zelfs bedrijven in de maatschappij gerund. Hoe komt het dat ze, nadat ze in God zijn gaan geloven, niet de minste geestelijke aura lijken te hebben? Hoe je ze ook bekijkt, ze lijken gewoon op een houten pop of een robot. Waarom zijn ze zo onhandig, ongeacht welke plicht ze vervullen? Waarom klinken geestelijke termen zo onhandig uit hun mond? Ze zijn niet eens zo goed als een papegaai die spraak kan nabootsen. Als je tegen een papegaai steeds “Amen, dank God!” zegt, kan hij het heel vloeiend leren zeggen. Maar deze mensen kunnen niet eens “dank God” zeggen; ze zeggen “bedankt, God”. En als je kijkt naar hun principes voor de manier om met dingen om te gaan, naar wat ze elke dag in hun hart denken, berekenen en plannen, en naar wat ze liefhebben en waar ze vanbinnen hartstochtelijk naar streven, heeft dat helemaal niets te maken met positieve dingen; het zijn allemaal dingen van boosaardige trends, negatieve dingen. Daarom is wat deze mensen in hun hart denken allemaal boosaardig – deze uitspraak is niet in het minst verkeerd. Zelfs wanneer ze in bijeenkomsten communiceren, zijn de inhoud van hun communicatie en de gedachten en gezichtspunten die ze openbaren allemaal verwrongen. Ze zoeken de waarheid in het geheel niet en zijn niet in staat enige verlichting of illuminatie te verkrijgen. Wanneer anderen communiceren en hun persoonlijke verlichting, illuminatie en begrip van Gods woorden delen, lijkt het of ze zich niet op hun gemak en op hun plaats voelen, en weten ze zich absoluut geen raad. Als het gaat om zwoegen en werken, hebben ze wel wat kracht en zijn ze bereid hard te werken, maar als je hun vraagt om over de waarheid te communiceren, kunnen ze geen woord uitbrengen. Hoeveel jaar zulke mensen ook in God geloven, ze beseffen nooit welk pad mensen in het leven moeten nemen of wat het meest waardevol is om na te streven. Iemand met een beetje geweten en verstand, zelfs als hij niet in God gelooft, kan tegen de tijd dat hij vijftig of zestig is enig gezond verstand en inzicht herkennen dat mensen in het leven zouden moeten bezitten; op een dieper niveau kan hij ook enkele levensfilosofieën herkennen. En dit spreekt helemaal voor zich voor mensen die in God geloven – na tien of twintig jaar te hebben geloofd, kunnen ze enkele waarheden begrijpen en een waar geloof en een Godvrezend hart ontwikkelen. Maar degenen die de waarheid niet liefhebben, hebben, hoeveel jaar ze ook in God geloven, geen enkel besef van of enig gevoel voor zaken die hun leven betreffen, welk pad ze moeten nemen, of geestelijke zaken in het leven. Zelfs als ze honderd worden, zullen ze alleen die paar doctrines kunnen opzeggen en hardnekkig aan die paar gezichtspunten vasthouden. Zijn zulke mensen niet erg lastig? Wat voor soort mensen zijn het? Als zulke mensen een boosaardige menselijkheid hebben, zijn het duivels en Satans. Als het geen kwaadaardige mensen zijn, maar gewoon verwarde, afgestompte en hersenloze mensen, wat zijn ze dan? (Dieren.) Dat betekent dat ze gereïncarneerd zijn uit dieren; dat is absoluut waar. Degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels en degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren delen een gemeenschappelijk kenmerk: ze aanvaarden de waarheid niet en zijn afkerig van de waarheid. Zolang je over de waarheid communiceert, tonen degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels duidelijke afkeer en weerstand; ze hebben duidelijke ideeën, gedachten en gezichtspunten die zich richten tegen elke waarheid. Degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren hebben echter geen duidelijke gedachten en gezichtspunten; ze zijn verward. Ze voelen gewoon een afkeer in hun hart en aanvaarden de waarheid niet. Ze hebben ook enkele verwrongen gedachten en gezichtspunten die volkomen onhoudbaar zijn. Dit zijn gezichtspunten die niet in de openbaarheid kunnen worden gebracht, en die geen normaal mens ooit zou uiten, en toch koesteren ze die ten zeerste. Kortom, de uitingen van zowel degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels als degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren, bestaan eruit dat ze een houding hebben van extreme afkeer en walging ten opzichte van de waarheid: de eersten bezitten een uiterst subjectieve afkeer, walging en veroordeling; de laatsten bezitten een gedachteloze afkeer, walging en afstandelijkheid – hoewel deze houding minder radicaal is, is de aard van hun houding ten opzichte van de waarheid hetzelfde. Hoeveel preken deze twee typen mensen daarom ook horen, ze kunnen er geen wijs uit worden of ze begrijpen, omdat ze die simpelweg niet in zich kunnen opnemen. Als iemand drie of vijf jaar in God heeft geloofd en geestelijke termen niet volledig of goed kan gebruiken, is dit te verontschuldigen. Geestelijke termen zijn immers voor iedereen erg onbekend; het is een nieuw soort taal. Wanneer mensen in God beginnen te geloven, begrijpen ze de geestelijke termen die ze horen niet zo goed, en vele zijn vreemd voor hen. Maar na meer dan vijf jaar in God te hebben geloofd, raken ze er geleidelijk mee vertrouwd omdat ze vaak naar preken luisteren, over de waarheid communiceren en met deze taal in aanraking komen. Ze zullen in staat zijn die met gemak, vloeiend, natuurlijk en vrijuit te spreken. Ze zullen in staat zijn die te gebruiken, en het zal hun eigen taal en een deel van hun leven worden. Dit zijn de uitingen van normale mensen. Degenen die niet de uitingen van normale mensen vertonen, kunnen deze dingen niet bereiken. Zelfs wanneer ze enkele fundamentele geestelijke termen uitspreken, klinkt het erg onhandig en is het voor anderen moeilijk om te begrijpen. Wanneer je met zulke mensen omgaat, is het onwaarschijnlijk dat je hen ook maar één ding hoort zeggen dat opbouwend is voor mensen, of dat rationeel of volledig is. Wat ze ook zeggen, het is onvolledig – het heeft een begin maar geen eind, of een eind maar geen begin – of anders zit er geen logica in hun denken, slechts een stroom van onzin. Na zo lang te hebben geleefd, weten ze nog steeds niet hoe ze moeten praten. Ze kunnen niet uitdrukken, beschrijven of duidelijk uitleggen wat ze denken of wat ze hebben ervaren. Ze spreken altijd op een gefragmenteerde manier, stralen altijd dwaasheid uit, of anders drukken ze verwrongen gedachten en gezichtspunten uit. Vanuit welk perspectief je het ook bekijkt – hun houding ten opzichte van God, de onthullingen en uitingen van hun menselijkheid in het dagelijks leven, of het feit dat ze na zoveel jaren te hebben geleefd niets hebben verworven – zulke mensen zijn onmensen. Is het gemakkelijk voor onmensen om de waarheid te gaan begrijpen? (Nee.) Het wordt nu steeds duidelijker dat het niet gemakkelijk is voor zulke mensen om de waarheid te begrijpen.
Wat betreft het weten wat juist en wat onjuist is, zouden jullie na het bespreken van deze voorbeelden nu niet moeten weten hoe jullie kunnen onderscheiden wat juist en wat onjuist is? De meeste voorbeelden die we hebben besproken, zijn negatief. Door vergelijking met deze negatieve voorbeelden zouden mensen in wezen moeten weten welke dingen positieve dingen zijn. Iedereen die de eigenschappen van menselijkheid bezit, is zich bewust van dergelijke negatieve dingen. Daarom zou een normaal mens zulke dingen alleen onder speciale omstandigheden doen, en nadat hij ze had gedaan, zou hij zich ontdaan en bedroefd voelen, en een houding van berouw hebben. Maar onmensen zijn anders. Zelfs als ze deze dingen honderd jaar lang zouden doen, zouden ze nog steeds niet weten dat ze verkeerd zijn; ze zullen nog steeds denken dat ze gelijk hebben en tot het einde toe volharden. Als je ontmaskert dat wat ze doen verkeerd is, zullen ze tegenwerpen: “Op welke grond zeg je dat wat ik doe verkeerd is? Ik doe dit al zoveel jaren, en niemand heeft ooit gezegd dat ik fout zit.” Hoe voel je je wanneer je hen dit hoort zeggen? (Ik voel dat deze persoon totaal onredelijk is.) Ze zijn totaal onredelijk. Je vertelt hun dat het verkeerd is om dit te doen, maar toch aanvaarden ze het niet en blijven volkomen blind voor wat juist en wat onjuist is. Dan kun je alleen maar sprakeloos achterblijven: “Er valt niet met je te praten; ik ben klaar met dit gesprek!” Is het jullie nu duidelijk wat de uitingen van onmensen zijn? (Ja.) Onmensen begrijpen geen zaken die het leven, die zaken van gevoelens betreffen, hoe ze zich moeten gedragen en met dingen moeten omgaan, of zaken die integriteit en waardigheid betreffen; er zou ook kunnen worden gezegd dat deze dingen hun pet te boven gaan. Met een gerust geweten kiezen ze die foutieve gedachten, gezichtspunten en methoden om mensen en dingen te behandelen, en om zich te gedragen en te handelen. Bovendien volharden ze hier blindelings in en geloven dat dit juist is. Dit onthult dat er absoluut geen geweten of verstand in hun menselijkheid is. Het is dus duidelijk dat deze mensen niet de eigenschappen van menselijkheid bezitten; er kan alleen maar worden gezegd dat het onmensen zijn. Ze bezitten geen greintje geweten of verstand en leven volledig volgens Satans filosofieën, ze denken dat ze heel wat zijn en capituleren voor niemand. Als deze mensen, nadat ze in God zijn gaan geloven, zich een beetje inzetten voor God, denken ze vervolgens dat ze mensen zijn die God liefhebben en zich aan Hem onderwerpen. Zulke mensen beweren misschien dat ze God liefhebben, maar in hun hart koesteren ze nog steeds noties over Hem, en wanneer ze zien dat God dingen doet die niet overeenstemmen met hun noties, kunnen ze nog steeds een oordeel over God vellen en Hem weerstaan. In zulke omstandigheden hebben ze zelfs het lef om schaamteloos te verklaren dat zij degenen zijn die God het meest liefhebben. Zijn ze niet totaal onredelijk? Er zijn zoveel van dit soort mensen in de religie. Ze praten over de Bijbel en lijken uiterlijk alle doctrines te begrijpen, en toch kunnen ze de waarheid die door God is uitgedrukt niet herkennen. Terwijl ze in de Heer Jezus geloven, veroordelen ze de geïncarneerde God. Mensen geloven in God en toch weerstaan ze Hem, en ze kunnen zelfs proberen Hem op een fout te betrappen en Hem aan te vallen. Ze proberen altijd plannen tegen God te smeden, willen altijd een oordeel over God vellen, willen altijd evalueren of Gods woorden goed of fout zijn, evalueren of Gods handelingen goed of fout zijn, en nauwkeurig onderzoeken of God gelijk heeft of niet. Hebben zulke mensen enig geweten of verstand? Je gelooft in God, eet en drinkt Zijn woorden, en geniet van zoveel van Zijn genade en zoveel van Zijn zegeningen, en toch durf je, zodra je ontdekt dat God iets doet dat niet overeenstemt met je noties, een oordeel over God te vellen, God te weerstaan en God te veroordelen. Dit is totaal onredelijk. Mensen die totaal onredelijk zijn, zijn onmensen; ze zijn niet geschikt om in God te geloven en niet geschikt om voor God te komen.
Goed, dat is alles voor onze communicatie van vandaag. Tot ziens!
27 april 2024