Punt negen: Ze doen alleen hun plicht om zich te onderscheiden en hun eigen belangen en ambities te voeden; ze denken nooit aan de belangen van Gods huis en verraden die belangen zelfs in ruil voor persoonlijke glorie (deel 5)

II. De belangen van antichristen

C. Plannen smeden voor hun eigen voordeel

Vandaag zetten we onze communicatie voort over punt negen van de diverse uitingen van antichristen en het deel van dit punt dat betrekking heeft op de belangen van antichristen. De vorige keer heb ik gecommuniceerd over het derde punt van de belangen van antichristen: voordelen. Bij dat punt heb ik specifieke uitingen van verschillende aspecten opgesomd, en heb ik voornamelijk het gedrag van antichristen behandeld, hun gedachten en gezichtspunten, en de diverse dingen die ze doen terwijl ze door deze gedachten en gezichtspunten worden beheerst. De vorige keer heb ik over twee aspecten gecommuniceerd: het eerste was de bezittingen van Gods huis verduisteren, en het tweede was broeders en zusters gebruiken om hen te dienen en voor hen te werken. Dit zijn twee specifieke uitingen van antichristen die plannen smeden voor hun eigen voordeel. Begrijpen jullie, nu ik hierover heb gecommuniceerd, de aard-essentie van antichristen? Er is eigenlijk geen groot verschil tussen verdorven mensen wat betreft de diverse uitingen van antichristen, of het nu gaat om hun gezindheid of hun aard-essentie. De overeenkomsten zijn groter dan de verschillen; ze verschillen alleen in het feit of ze een goede of slechte menselijkheid hebben, en er is alleen een duidelijk verschil als het gaat om hun houding ten opzichte van de waarheid. Hoewel de verdorven gezindheden van mensen allemaal hetzelfde zijn, zijn antichristen in staat de waarheid te haten, zich tegen God te verzetten, over God te oordelen en God te lasteren, en zijn ze ook in staat kwaad te doen en het werk van de kerk te verstoren. Dit zijn de gebieden waarop antichristen en gewone verdorven mensen duidelijk verschillen. Alle mensen hebben de gezindheid van een antichrist, maar als ze geen kwaad hebben gedaan, het werk van de kerk niet hebben verstoord en niet rechtstreeks de confrontatie met God zijn aangegaan, kunnen ze niet als antichrist worden gekenmerkt. Hoewel verdorven mensen dezelfde of vergelijkbare gedachten, gezichtspunten en verdorven gezindheden hebben, is het, als iemands menselijkheidsessentie niet die van een kwaadaardige persoon is, een duidelijk verschil tussen hen en antichristen. De meeste mensen kunnen dit verschil niet zien, gooien mensen met de gezindheid van een antichrist en mensen die de weg van een antichrist bewandelen op één hoop, en merken hen aan als antichristen – het is gemakkelijk om goede mensen te schaden door dit te doen! Als jullie de essentie van antichristen niet helder begrijpen, is dat ook een enorme belemmering voor jullie om jezelf te begrijpen. Als je ziet dat jouw verdorven gezindheid hetzelfde is als die van een antichrist, zul je denken dat je een antichrist bent, en als je ziet dat de weg waarop je je bevindt dezelfde is als die van een antichrist, zul je ook denken dat je een antichrist bent. Je zult jezelf nog steeds als een antichrist kenmerken als je ziet dat de manier waarop je dingen doet en je gedachten en gezichtspunten hetzelfde zijn als die van een antichrist. Als je jezelf op deze drie manieren als een antichrist ziet, zul je jezelf als een antichrist kenmerken. Welke gevolgen zal dit hebben? Je zult zeker tot op zekere hoogte negatief worden en jezelf opgeven. Jezelf op zo’n manier begrijpen is enigszins verwrongen. Is het dan onnodig om je antichristelijke gezindheid te begrijpen? Nee, natuurlijk is het nodig. Het doel van het communiceren over en het ontleden van de gezindheid van antichristen is om jullie in staat te stellen vergelijkingen met jezelf te trekken en ertoe te komen dat jullie jezelf werkelijk begrijpen. Als je alleen maar begrijpt dat je een gemiddelde verdorven gezindheid hebt, maar niet erkent dat je de gezindheid van een antichrist hebt, is je begrip van jezelf erg oppervlakkig en eenzijdig; het is niet wat het zou moeten zijn. Jullie zijn je hier nu misschien nog niet van bewust. De meeste mensen denken: ‘Ik bewandel niet de weg van een antichrist, ik ben geen antichrist en ik heb ook niet de essentie van een antichrist, dus is het voor mij niet nodig om ertoe te komen te begrijpen dat ik de gezindheid van een antichrist heb, in staat ben de weg van een antichrist te bewandelen en een antichrist zou kunnen worden. Als dit mijn begrip van mezelf was, zou ik mezelf dan niet naar beneden halen?’ Daarom zijn jullie niet erg geïnteresseerd in deze onderwerpen over het ontmaskeren van antichristen. Ongeacht of je geïnteresseerd bent of niet, als je iemand bent die de waarheid nastreeft, zal er uiteindelijk een dag komen dat je deze aspecten van de waarheid en deze uitspraken geleidelijk gaat begrijpen. Ik heb mensen gehoord die over hun ervaringsinzicht communiceren, maar helemaal niets zeggen over dat ze de gezindheid van een antichrist hebben of de weg van een antichrist bewandelen. Het is duidelijk dat hun gedachten, gezichtspunten en gezindheid precies hetzelfde zijn als die van een antichrist – ze zijn identiek – maar dit begrijpen ze niet. Dit is voldoende bewijs dat de mate waarin veel mensen zichzelf begrijpen erg oppervlakkig is, in die zin dat ze alleen kunnen begrijpen dat ze een verdorven gezindheid hebben, dat ze zich tegen God verzetten en tegen God in opstand komen, dat hun menselijkheid niet erg goed is en dat ze de waarheid niet erg liefhebben. Wat ze tot uiting brengen en openbaren is in feite de gezindheid van een antichrist, en de weg die ze bewandelen is die van een antichrist, maar dit begrijpen ze niet. Waarom begrijpen ze het niet? Dat komt doordat ze de diverse uitingen die verband houden met de gezindheid van een antichrist niet begrijpen, en er zijn zelfs veel mensen die bang zijn om te zeggen dat ze de gezindheid van een antichrist hebben of zich op de weg van een antichrist bevinden. Zelfs als ze het begrijpen, durven ze het niet te zeggen; als ze het hardop zeggen, is het alsof ze worden vervloekt of veroordeeld. Is jouw situatie in werkelijkheid niet hetzelfde, of je het nu zegt of niet? Kan het iets veranderen aan het feit dat je de gezindheid van een antichrist hebt? Nee, dat kan het niet. Het feit dat je dit niet begrijpt, bewijst dat je begrip van de waarheid te oppervlakkig is en dat je geen waar begrip van jezelf hebt.

3. Hun positie gebruiken om door bedrog voedsel, drank en andere begeerlijke dingen te verkrijgen

Vervolgens zullen we communiceren over de derde uiting van antichristen die plannen smeden voor hun eigen voordeel: het gebruiken van hun positie om door bedrog voedsel, drank en andere begeerlijke dingen te verkrijgen. Natuurlijk kan ‘hun positie gebruiken’ ook worden genoemd: onder de vlag van het geloof in God door bedrog voedsel, drank en andere begeerlijke dingen verkrijgen. Hebben jullie ooit geprobeerd dit punt eerder te overpeinzen en erover nagedacht? (Nee, dat hebben we niet.) Hebben jullie dit soort persoon ooit gezien? Hebben jullie meningen over dit soort persoon? Hebben jullie gevoelens van afkeer of walging? Voelen jullie minachting voor dit soort persoon? (Ja.) Wat voor soort persoon zijn ze? Hoe is hun menselijkheid? Waarom doen ze deze dingen? Wat is hun gezichtspunt in het geloof in God? Is dit soort persoon iemand die door God wordt gered? Wat is, per slot van rekening, het doel van hun geloof in God? Ze hebben hun families en carrières verlaten en blijken gegeven van het doorstaan van ontberingen en het betalen van een prijs, maar wat is, per slot van rekening, hun doel met het gebruiken van hun positie om door bedrog voedsel en drank te verkrijgen? Weten ze dat, wanneer ze dit doen, God het verafschuwt en misnoegd is? Hebben jullie eerder over deze vragen nagedacht? Eerlijk gezegd hebben de meesten van jullie dat niet. En waarom niet? Sommigen zeggen: “Er zijn te veel van dit soort mensen in de samenleving, dus is het niet zo erg om er een paar in Gods huis te hebben. Bovendien zijn we zelf niet noodzakelijkerwijs zo puur.” Je beschouwt jezelf als iemand die de waarheid nastreeft, en toch neem je nooit je eigen daden, gedachten en ideeën, of de daden en gedragingen van anderen, om een verband te leggen tussen die zaken en de waarheid, en gebruik je nooit het perspectief van de waarheid om ze te bekijken en te definiëren. Ben je dan nog steeds iemand die de waarheid nastreeft? Hebben de waarheden die je in je geloof in God bent gaan begrijpen nog steeds waarde en betekenis voor je? Nee, dat hebben ze niet. Al degenen die doen alsof ze geestelijk zijn terwijl ze geen geestelijk begrip hebben, hebben een valse geestelijkheid, en ze geven om niets anders dan de hele dag star vasthouden aan regels of woorden en doctrines spreken, wat lijkt op wat oude geleerden deden: ‘zich volledig wijden aan het bestuderen van boeken van wijzen en geen aandacht schenken aan externe zaken’. Mensen die doen alsof ze geestelijk zijn, denken dat hetgeen andere mensen doen, wat het ook is, geen betrekking op hen heeft, dat hoe andere mensen ook denken de zaak van andere mensen is, en ze weigeren te leren hoe ze mensen moeten onderscheiden, dingen moeten doorzien en Gods bedoelingen moeten begrijpen op basis van Gods woorden. De meeste mensen zijn zo; wanneer ze klaar zijn met luisteren naar een preek of het lezen van Gods woorden, noteren ze het op papier, bewaren het in hun hart en behandelen het als doctrines of regels die ze voor de vorm naleven en dan zijn ze er klaar mee. Wat betreft hoe de dingen die om hen heen gebeuren of de diverse gedragingen en uitingen die ze bij mensen om hen heen zien verband houden met deze waarheden, daar denken ze nooit over na en dat proberen ze nooit in hun hart te overpeinzen, en ze bidden of zoeken evenmin. De geestelijke levens van de meeste mensen verkeren in een dergelijke toestand. Daarom zijn veel mensen traag en oppervlakkig bij het binnengaan van de waarheid; hun geestelijk leven is buitengewoon eentonig, ze volgen slechts regels en er zijn geen principes voor de manier waarop ze dingen doen. Er kan worden gezegd dat in het geval van veel mensen hun geestelijk leven losstaat van het werkelijke leven en leeg is, en dus hebben ze, zelfs als het gaat om de overduidelijke gedragingen en uitingen van kwaadaardige mensen en antichristen, absoluut geen begrippen, laat staan definities, noch hebben ze ideeën of tonen ze enig onderscheidingsvermogen. Wat betreft de gedragingen, uitingen en uitspraken van antichristen bij het smeden van plannen voor hun eigen voordeel, hebben jullie misschien heel wat gezien, maar in jullie hart hebben jullie nooit geprobeerd te overpeinzen wat voor soort mensen ze precies zijn, of ze de waarheid kunnen verkrijgen in hun geloof in God, of ze mensen zijn die de waarheid nastreven, en dergelijke vragen. Jullie drijven veeleer de hele dag zonder werkelijke betrokkenheid door jullie plichten heen, gaan bij alles wat jullie doen plichtmatig te werk, en zoeken niet om de waarheid te kunnen verkrijgen of de waarheidswerkelijkheid te begrijpen en binnen te gaan. Antichristen gebruiken hun positie om plannen te smeden voor hun eigen voordeel en gebruiken het geloof in God als voorwendsel om door bedrog allerlei begeerlijke dingen te verkrijgen in Gods huis. Deze begeerlijke dingen omvatten natuurlijk voedsel en drank, evenals bepaalde materiële genietingen en dergelijke. De essentie van zulke mensen is hetzelfde als de materialistische essentie van antichristen waarover we eerder spraken – het is het karakter van hetzelfde soort persoon. Ze zijn er alleen maar op uit om allerlei soorten materiële behandeling te genieten; ze streven de waarheid niet na, en nog minder bereiden ze goede daden voor. Ze doen alleen maar alsof ze de waarheid nastreven en lijken dat aan de oppervlakte te doen. Wat ze in het diepst van hun hart nastreven, zijn in wezen de vleselijke genoegens van eten, drinken en goed behandeld worden die voortdurend in hun gedachten zijn. Er zijn nogal wat van dit soort mensen; elke kerk heeft er waarschijnlijk wel een of twee, en misschien zelfs meer. Vandaag zal Ik niet in theoretische zin spreken over de uitingen, het gedrag en de essentie van deze mensen. Ik zal eerst spreken over een paar specifieke representatieve gevallen en jullie allemaal laten luisteren, er inzichten uit laten verkrijgen en laten zien hoe mensen zoals deze verband houden met dit punt waarover we communiceren en of ze hun positie gebruiken en de vlag van het geloof in God voeren om door bedrog voedsel, drank, geld en materiële dingen te verkrijgen. Probeer dit type persoon te onderscheiden, en denk er dan over na of de mensen met wie jullie in contact komen deze uitingen hebben waarover we praten. Als jullie iemand te binnen schiet, kunnen jullie ook een paar voorbeelden geven. Zeg Mij, is het beter om voorbeelden te geven of om gewoon in het algemeen zo te communiceren? (Het is beter om voorbeelden te geven.) Wat is het voordeel van het geven van voorbeelden? Allereerst zijn de meeste mensen bereid om naar deze verhalen en praktijkgevallen te luisteren. Ze hebben personages en een plot, en de meeste mensen vinden ze interessant. Het is net als wanneer je over je persoonlijke ervaring praat: als je er een artikel over schrijft, zullen mensen het meestal een of twee keer lezen en dat is het dan, maar als je er een film of een toneelstuk over maakt, zullen meer mensen ernaar kijken, en het niet slechts één keer bekijken. Op deze manier zullen mensen grondiger en met meer helderheid naar dit aspect van de waarheid of naar de relevante mensen, gebeurtenissen en dingen kijken, en zal het een diepere indruk op hen maken. Bovendien helpt het geven van enkele specifieke voorbeelden mensen om nauwkeuriger vergelijkingen en verbanden te leggen tussen elk aspect van de waarheid en zichzelf.

Geval één: doen alsof men werkt, met het doel om eten en drinken bij elkaar te schrapen

Laten we eerst enkele voorbeelden waar Gods uitverkoren volk algemeen bekend mee is. Sommige leiders en werkers komen op een nieuwe werkplek, waar ze verschillende broeders en zusters ontmoeten en enkele goede dingen ontdekken, en denken: ‘Dit zijn goede dingen. Waarom heb ik ze niet?’ Hebben ze geen ongepaste gedachten? Hun hebzucht heeft de kop opgestoken. Zodra hebzucht de kop opsteekt, zijn deze verachtelijke en schaamteloze nietsnutten erbij en komen ze met om het even welk excuus om op die plek te werken en niet weg te gaan. Wat is hun doel om niet weg te gaan? (Er op een dag hun voordeel mee kunnen doen.) Dat klopt, ze willen er hun voordeel mee doen. Als ze dit voordeel niet krijgen, zullen ze ’s nachts niet goed slapen. Ze zijn bezorgd dat als ze ergens anders heen gaan, iemand anders dit voordeel zal krijgen en zij deze kans niet meer zullen krijgen, dus komen ze met een excuus om op die plek te prediken en te werken. Eigenlijk denken ze in hun hart altijd aan deze begeerlijke dingen, en hun ogen zijn altijd gericht op deze begeerlijke dingen. Uiteindelijk vestigen ze zich op die plek, en de meeste broeders en zusters zijn dol op hen, weten dat ze predikers zijn, aanbidden hen en kijken naar hen op. Nu is het tijd voor deze leiders en werkers om te vermelden dat er iets is wat ze willen, dus bedenken ze allerlei manieren om het onderwerp aan te snijden, maar hoe meer ze zeggen, hoe angstiger ze worden. Ze overpeinzen: ‘Hoe moet ik om dit ding vragen? Ik mag de broeders en zusters niet laten weten dat ik dit ding leuk vind en het wil hebben. Ik moet ervoor zorgen dat ze het me uit eigen beweging geven; ik moet zorgen dat ze niet denken dat ik erom vraag, maar dat ze denken dat het iets is wat ze me vrijwillig geven, en natuurlijk dat het iets is wat ik verdien te hebben.’ Hierna vragen ze de broeders en zusters: “Hoe is jullie ingang in het leven de laatste tijd geweest?” De broeders en zusters zeggen: “Sinds jij bent gekomen, is ons kerkleven verbeterd en is iedereen verkwikt.” “Het feit dat jullie verkwikt zijn, betekent dat de toestand van jullie geest beter is. Het gaat ook goed met jullie zaken. Als god het wil, zullen jullie zaken in de toekomst nog beter gaan.” Terwijl de leiders en werkers spreken, sturen ze het gesprek in de richting van het ding dat ze willen. Wanneer het de broeders en zusters duidelijk wordt dat de leiders en werkers dat ding willen, zeggen ze dat de leiders en werkers er wat van mee moeten nemen als ze weggaan. De leiders en werkers zeggen: “Nee, ik mag niets meenemen. Dit is niet in overeenstemming met de principes. God zou niet blij zijn.” “Het is geen probleem. Je verdient het om wat te hebben.” “Zelfs als ik het verdien, mag ik het niet doen.” Nadat ze dit hebben gezegd, zijn ze bezorgd dat de broeders en zusters het hun niet daadwerkelijk zullen geven, dus zeggen ze wat dingen op een indirecte manier, om de broeders en zusters hen te laten bedanken voor hun goedheid, terwijl ze tegelijkertijd proactief het ding dat ze willen ter sprake brengen, zodat de broeders en zusters eraan denken om hun wat te geven. Naderhand wordt het de broeders en zusters duidelijk wat de leiders en werkers bedoelen, en zeggen ze: “Laten we het nu niet over die zaak hebben. We kunnen erover praten wanneer je weggaat.” Wanneer de leiders en werkers de broeders en zusters dit horen zeggen, zijn ze dolblij in hun hart en denken ze: ‘Uitstekend. Ik krijg eindelijk wat ik wil!’ En dan denken ze: ‘Als ik morgen meteen wegga, zal het de mensen te veel opvallen dat ik dat ding wil. Ik zal in plaats daarvan over twee of drie dagen vertrekken.’ Wanneer de derde dag eindelijk aanbreekt, geven de broeders en zusters hun bij hun vertrek een heel zwaar pakket. De leiders en werkers zien dat het pakket het ding is dat ze wilden, maar doen alsof ze het niet hebben gezien en weigeren het niet. Ze nemen het pakket gewoon zonder een woord te zeggen aan. Wat voor soort mensen zijn dit? Het zijn mensen die hun werk gebruiken als een middel – en hun arbeid als betaalmiddel – als onderdeel van een plan om begeerlijke dingen te verkrijgen; mensen die broeders en zusters afpersen om dingen te verkrijgen. Is dit geen vorm van bedrog? Wat is het doel van hun werk? Begeerlijke dingen krijgen door anderen op te lichten. Zodra ze een plek ontdekken met iets begeerlijks en die iets heeft wat ze willen, houden ze halt en willen ze niet weggaan. Ze nemen elk goed ding mee naar hun eigen huis. Na enkele jaren leider of werker te zijn geweest, hebben ze veel dingen in hun huis door bedrog van broeders en zusters verkregen. Sommigen van hen verkregen door bedrog geheime familierecepten of erfstukken van broeders en zusters, en sommigen van hen verkregen door bedrog plaatselijke specialiteiten. Het geloof in God van deze mensen lijkt erop alsof ze van plaats naar plaats rondtrekken en werk doen zonder er iets voor terug te vragen, maar in feite hebben ze veel te veel begeerlijke dingen door bedrog van broeders en zusters verkregen.

Nadat een leider bij een bepaalde kerk is aangekomen, ziet hij dat de jujubes in dat gebied in het hele land bekend zijn, en denkt: ‘Ik ben dol op jujubes. Als ik hier geboren was, zou ik elke dag jujubes kunnen eten, maar helaas kan ik niet erg veel dagen blijven en zijn de jujubes nog niet rijp. Wanneer zal ik ze kunnen eten? Ik weet het – ik kan een reden bedenken om te blijven totdat de jujubes rijp zijn, dan zal ik ze kunnen eten, nietwaar?’ Naderhand komt hij met het excuus dat de meeste broeders en zusters hier in een slechte toestand verkeren en niets bereiken in hun werk, dus moet hij hier voor lange tijd gestationeerd worden en hard proberen elk onderdeel van het werk op gang te krijgen voordat hij vertrekt. Is dat echter wat hij werkelijk in zijn hart denkt? (Nee.) In zijn hart berekent hij: ‘Wanneer de jujubes rijp zijn en ik er wat mee kan nemen, vertrek ik.’ Zijn hart is vervuld van deze gedachte, en het doet hem halt houden en hij stationeert zich daar. Gedurende zijn tijd daar predikt hij wat woorden en doctrines en doet hij wat oppervlakkige dingen, maar hij bereikt niet veel op het gebied van werk. Uiteindelijk zijn de jujubes rijp, en zijn hart loopt over van geluk: ‘Eindelijk kan ik jujubes eten. De dag waar ik van heb gedroomd is eindelijk hier!’ Zodra de jujubes rijp zijn, begint hij ze te eten, terwijl hij tegelijkertijd in zijn hart overpeinst: ‘Het is niet goed voor mij om hier gewoon elke dag jujubes te eten. Ik kan niet blijven alleen om jujubes te eten. Wat als de broeders en zusters het merken? Ik moet een manier bedenken om ze mij wat mee te laten geven. Als ze ze mij niet geven, moet ik hard proberen nog iets te zeggen om deze zaak op gang te helpen.’ Zodra de broeders en zusters die daar wonen zien dat hij graag jujubes eet, zeggen ze dat ze hem wat mee zullen geven wanneer hij weggaat. Wanneer hij dit hoort, is hij blij, maar zijn mond zegt: “Dat kan ik niet doen. Het is niet in overeenstemming met de principes. Gelovigen mogen dit niet begeren. Zou ik dan geen misbruik van jullie maken? Ik mag het niet aannemen zonder jullie te betalen. Wanneer ik wegga, zal ik jullie ervoor betalen.” Deze woorden die hij zegt, zijn slechts woorden. Wanneer hij zijn buik zo goed als vol heeft gegeten en het tijd is om te gaan, denkt hij in zijn hart nog steeds: ‘Zullen ze me niets geven, of me alleen maar slechte geven? Ik wil grote, goede jujubes eten.’ Twee dagen voordat hij weggaat, zegt hij steeds: “Alle jujubes zijn zo goed als geplukt, nietwaar? Wanneer zullen ze volgend jaar rijp zijn?” Waarmee hij de broeders en zusters eraan wil herinneren niet te vergeten hem jujubes mee te geven. De broeders en zusters begrijpen het allemaal zodra ze het horen: “Het lijkt erop dat we hem absoluut jujubes mee moeten geven voordat hij weggaat, en we moeten goede plukken om aan hem te geven; anders zou hij het ons wel eens moeilijk kunnen maken.” Wanneer het eindelijk tijd is dat hij vertrekt, geven de broeders en zusters hem drie grote dozen mee. Hij kan ze niet alleen dragen en laat andere mensen onder hem helpen. Vlak voordat hij vertrekt, eet hij er zoveel als hij kan – zelfs als hij er misselijk van wordt, vindt hij het de moeite waard. Hij is bang dat hij ze niet meer zal kunnen eten nadat hij is vertrokken. Wanneer hij vertrekt, is het nog steeds met tegenzin, en denkt hij: “Deze keer had ik net genoeg. Volgend jaar kom ik rond deze tijd weer. Ik hoef niet te vroeg te komen, maar ik mag niet te laat komen. Precies wanneer de jujubes rijp zijn, moet ik komen. Zo kan ik verse jujubes eten, en wanneer ze gedroogd zijn, kan ik gedroogde jujubes eten. Ik kan er ook wat meer meenemen als ik wegga.” Berekent hij dit niet tot in de puntjes? Alles waar zijn hart aan denkt zijn deze dingen. Hij denkt er altijd aan om zijn voordeel te doen en plannen te smeden om begeerlijke dingen te krijgen, en dingen van broeders en zusters af te troggelen die in zijn eigen belang zijn. Hij zal geen enkel begeerlijk ding dat hij ziet aan zich voorbij laten gaan. Zelfs als het iets is dat niet opvalt, zolang hij het opmerkt en het in zijn gedachten blijft hangen, zal het gegarandeerd uiteindelijk in zijn handen vallen. Is dit niet het gedrag van een antichrist? Zijn de menselijkheid en het karakter van dit soort mensen niet bijzonder laaghartig? Hoe goed mensen van dit soort oppervlakkig gezien ook ontberingen kunnen lijden en een prijs kunnen betalen, en hoe goed ze hun familie ook kunnen verlaten en hun carrière kunnen opgeven, kan men stellen dat het mensen zijn die de waarheid nastreven? Absoluut niet. Deze mensen zijn het soort dat door bedrog voedsel en drank verkrijgt onder de vlag van het geloof in God.

Sommige mensen gaan naar allerlei plaatsen om het evangelie te prediken en werk te doen, en wanneer ze thuiskomen, brengen ze van elke plaats verschillende lokale specialiteiten mee, of zelfs dingen die ze van broeders en zusters hebben afgeperst. Of het nu gaat om merkkleding of elektronica, zolang het hen opvalt, laten ze het niet aan zich voorbijgaan en vragen ze om het te mogen hebben. Als je het hun niet geeft, zullen ze allerlei excuses bedenken om je te snoeien, zullen ze je laten begrijpen waarom ze je snoeien, en zullen ze niet rusten totdat je het hun uiteindelijk geeft. Deze mensen troggelen allerlei begeerlijke dingen voor zichzelf af onder de vlag van het vervullen van hun plicht, en ze zijn meedogenloos wanneer ze proberen deze begeerlijke dingen te verkrijgen. Soms geven broeders en zusters hun een kleinigheidje, maar deze mensen vinden dat het niet veel geld waard is en zeggen: “Nee, dank je. God heeft mij rijkelijk gezegend. Ik heb aan niets gebrek.” Ze gebruiken dit soort woorden om te weigeren, en misleiden de broeders en zusters zodat die dol op hen zijn en hen hoogachten. Mocht het ding dat de broeders en zusters hun geven echter iets zijn waar deze mensen van hebben gedroomd, en iets wat ze nodig hebben en waar ze voortdurend aan denken, dan willen ze deze dingen verduisteren wanneer ze ze zien, en zullen ze zich absoluut niet inhouden. Sommige vrouwen verduisteren cosmetica, goede kleding en goede schoenen uit de handen van broeders en zusters, en sommige mannen troggelen apparaten, motorfietsen of elektronica af van broeders en zusters. Ze komen in actie om elk begeerlijk ding te bezitten. Ongeacht welk goed ding broeders en zusters hebben, zolang het deze mensen opvalt, zullen ze allerlei manieren bedenken om het door bedrog te verkrijgen. Bovendien komen deze mensen zelfs met allerlei voorwendselen en bedenken ze allerlei excuses om samen te komen voor een diner, en doen ze zich tegoed aan voedsel en drank. In welke mate? Waar ze ook gaan, kijken ze wiens familie geld heeft en wiens familie goed eet, dan blijven ze bij die familie en gaan ze niet weg. Vervolgens komen ze met allerlei voorwendselen om bijeenkomsten voor medewerkers te houden en diners te geven. En wat zijn hun openingswoorden bij elk diner? “Onze bijeenkomst vandaag is een bijeenkomst van het koninkrijk. Deze tafel met voedsel geeft ons een voorproefje van het banket van het koninkrijk.” De mensen die hun hielen likken, haasten zich om te zeggen: “Amen. God zij gedankt!” Er zijn enkele zogenaamde leiders en werkers die zich overal waar ze gaan tegoed doen aan voedsel en drank. Elke maaltijd moet voedzame ingrediënten bevatten, en er moet vis en vlees zijn, en de gerechten moeten zelfs elke week veranderen; ze mogen niet herhaald worden. Na het diner moeten ze voortreffelijke thee drinken en excuses maken door te zeggen: “Ik kan niet zonder thee. Ik heb elke dag een zware werklast en moet ’s nachts tot laat doorwerken. Als ik niet wat thee drink om wakker te worden, zal ik ’s nachts niet kunnen werken.” Dit is wat hun mond zegt, maar wat denken ze in hun hart? ‘Het was niet gemakkelijk om de positie te bereiken die ik vandaag heb. Moet ik mijn gewicht niet een beetje in de schaal leggen? Ook heb ik ervan gedroomd om enkele van de betere dingen in het leven te genieten. Moet ik dan niet allerlei manieren bedenken om deze dingen nu te genieten? Als ik mijn macht niet gebruik nu ik die heb, zal ik de gelegenheid niet meer hebben om dat te doen wanneer die weg is. Ik moet zoveel mogelijk eten en drinken. Wie weet of er een dag komt dat ik deze positie niet meer heb en deze dingen niet meer kan genieten. Deze gelegenheid zal ik niet meer hebben. Zal mijn hele leven dan geen verspilling zijn?’ Dit soort mensen verkrijgt door bedrog voedsel en drank onder de vlag van het doen van werk. Ze doen een beetje werk en prediken een paar woorden en doctrines, en willen vervolgens begeerlijke dingen aftroggelen en goede dingen eten.

Er was eens iemand die op een bepaalde plaats werkte, en de broeders en zusters die daar woonden moesten elke dag een kip slachten voor deze persoon. Hij ontwikkelde een gewoonte, namelijk elke dag één kip eten. Hoe voelen jullie je na dit te hebben gehoord? (Vol walging.) De broeders en zusters hielden kippen voor de eieren en slachtten alleen een kip om te eten als die oud was. Sinds die persoon aankwam, moesten zelfs legkippen worden geslacht, en als gevolg daarvan waren er steeds minder kippen, en de broeders en zusters waren ten einde raad. Later werd hij uit zijn functie ontheven en ging hij naar huis, maar hij kon deze problematische tekortkoming nog steeds niet veranderen. Hij liet zijn vrouw elke dag een kip voor hem slachten om te eten; anders maakte hij ruzie met haar. Wat voor soort persoon is dit? Kip eten was een deel geworden van wie hij was. Hij at het elke dag, bij elke maaltijd. Zelfs nadat hij uit zijn functie was ontheven, moest hij het nog steeds eten – hij was er afhankelijk van geworden. Heeft deze persoon geen probleem? Wat zeggen jullie, is dit soort mensen goed? (Nee.) Kortom, alle mensen die de vlag van het geloof in God voeren en die kansen die zich voordoen tijdens het vervullen van hun plicht gebruiken om broeders en zusters bij elke gelegenheid hun bezittingen af te persen en bij elke gelegenheid door bedrog voedsel en drank te verkrijgen, zijn geen goede mensen. Hun essentie is die van een antichrist. Waar ze ook gaan werken en wat voor soort werk ze ook doen, ze selecteren eerst gastgezinnen die relatief welgesteld zijn en relatief gerieflijk leven om door hen ontvangen te worden. Wat is hun doel bij het zoeken naar deze plaatsen? Om goed te eten en in een mooi huis te verblijven – om het vlees te bevredigen. Er zijn plekken waar ze niet kunnen verblijven vanwege de ongunstige omgeving, maar laten ze hun hebzucht en deze gedachten die ze hebben los? Nee, dat doen ze niet. Ze gaan op zoek naar andere plekken zoals deze om hen te ontvangen. Als gevolg daarvan zien deze mensen, nadat ze enkele jaren op plekken in het buitenland hebben gewerkt, er heel anders uit, en wanneer ze naar huis terugkeren, herkennen de broeders en zusters daar hen niet – hun gezichten zijn voller, hun buiken ronder; ze zijn beter gekleed; ze zijn kieskeuriger en stellen zich aan. Hoe gaat het met de groei van hun leven? Hun leven is helemaal niet gegroeid; ze eten en kleden zich alleen maar goed, zijn dik geworden en hebben gegeten tot ze een onderkin en een dikke buik kregen. In een vreselijke omgeving zoals het vasteland van China is het, ongeacht welke plicht iemand vervult, een zenuwslopende aangelegenheid. Hoewel ze soms goed kunnen eten en in welgestelde gasthuizen kunnen verblijven, zullen ze niet kunnen aankomen. Wat voor soort mensen zijn dan degenen die kunnen eten totdat ze een onderkin en een dikke buik hebben? (Mensen die zich tegoed doen aan de voordelen van status.) Het zijn degenen die altijd denken aan wat ze zullen eten en drinken en wat ze zullen genieten bij hun drie maaltijden per dag. Als mensen van dit soort geen goede maaltijd hebben, zijn ze niet in de stemming om te werken of hun plichten te vervullen. Als hun maag niet tevreden is, is hun geest niet in balans: ‘Ik heb vandaag zo slecht gegeten. Er was helemaal geen vlees, en na het eten hebben jullie me geen thee aangeboden. Daarom zal ik jullie negeren. Wanneer jullie over het werk van de kerk communiceren, zal ik niet spreken. Ik zal wraak op jullie nemen. Wie heeft gezegd dat het geen probleem was als jullie me geen goede maaltijden geven? Ik moet zulk voedsel eten, en toch willen jullie dat ik met jullie communiceer. Geen sprake van!’ Dit is wat ze denken, maar ze kunnen het niet hardop zeggen. Ze zeggen alleen maar: “Ik ben gisteravond te laat opgebleven om te werken, dus moet ik vanmiddag een dutje doen.” Zijn ze geen grote oplichters? Ze slapen tot vier of vijf uur’s middags, en er zijn veel mensen die op hen wachten, maar ze willen niet opstaan. Plotseling ruiken ze appels en springen ze uit bed, bang dat ze geen hap zullen krijgen. Dit is hoe ze werken, en dit is hoe ze hun plichten vervullen. Waar deze mensen ook heen gaan, en hoe ze ook de woorden van God eten en drinken of naar preken luisteren, ze zullen hun intenties en doelstellingen niet veranderen, noch zullen ze hun ambities en verlangens loslaten. Alle materiële dingen zijn het doel van hun streven in dit leven; goed eten, zich goed kleden en een goede behandeling genieten zijn de doelen van hun geloof in God in dit leven. Ze denken dat als ze door in dit leven in God te geloven voortdurend goede dingen kunnen eten, mooie kleren kunnen dragen en in prettige huizen kunnen wonen, en broeders en zusters hen kunnen laten onderhouden – als ze deze dingen door bedrog kunnen verkrijgen – ze in dit leven tevreden zullen zijn. In deze wereld levert een gewone baan waarbij men hard werkt niet veel geld op, en is het niet gemakkelijk om geld te verdienen door zaken te doen – ze zullen dit soort dingen niet kunnen genieten. Na er dus over te hebben gepeinsd, denken ze nog steeds dat het het beste is om in God te geloven, omdat ze niet veel inspanning hoeven te leveren. Het enige wat ze hoeven te doen is een paar woorden zeggen, een beetje rondrennen en een beetje risico nemen, en dan kunnen ze goed eten en zich goed kleden, zelfs veel mensen hen laten bedienen en een behandeling als een vip genieten. Ze denken dat zo leven geweldig is, en dat ze rijkelijk gezegend zijn omdat ze in God geloven. Ze zeggen dan ook vaak onoprechte dingen in het bijzijn van broeders en zusters, zoals: “God heeft ons te veel geschonken, te rijkelijk, en meer dan de mens ooit heeft gevraagd of gewenst.” Deze woorden zijn juist, maar zijn volledig in strijd met hun persoonlijke streven en karakter, en hun gedachten, intenties en doelstellingen. Alles wat ze zeggen, misleidt mensen. Hun uiterlijke verschijning van rondrennen en zich inzetten is ook allemaal om mensen te misleiden. Alleen de berekeningen, intenties en hebzucht in hun hart zijn waar. Dit is het karakter van deze mensen. Wat ze ook doen of waar ze ook heen gaan, deze materiële genoegens nemen de eerste plaats in hun hart in, en ze zullen ze nooit loslaten of vergeten. Hoe je ook over de waarheid communiceert, en hoe je ook over Gods bedoelingen communiceert, ze zullen hun plichten vervullen terwijl ze koppig vasthouden aan deze hebzucht en deze verlangens, en deze intenties en doelstellingen koesteren, en of ze nu status hebben of niet, hun intenties zullen niet veranderen.

Geval twee: wrok omdat men niet naar het buitenland kan gaan

Toen Ik op het vasteland van China werkte, was er een leider die dacht dat hij met ons mee naar het buitenland kon gaan, en hij was daar erg blij om. Hij dacht: ‘Eindelijk heb ik het gemaakt. Eindelijk kan ik samen met god grote zegeningen genieten! Voorheen heb ik samen met god ontberingen geleden. Vandaag ben ik eindelijk beloond. Ik verdien dit. Ik ben op zijn minst een leider en ik heb veel tegenspoed meegemaakt, dus wanneer dit goede ding op mijn pad komt, zou ik eraan moeten kunnen deelnemen – ik zou dit begeerlijke ding moeten kunnen genieten.’ Dit is wat hij dacht. Maar nadat Ik hem een tijdlang van dichtbij had meegemaakt, merkte Ik dat hij beginselloos was in de dingen die hij zei en deed, dat hij geen goede menselijkheid had, dat zijn intentie en verlangen om gezegend te worden vrij sterk waren en dat hij soms gesnoeid moest worden. Nadat hij verscheidene keren was gesnoeid, dacht hij: ‘Nu is het met me gedaan. De boven heeft me doorzien en ze hebben het niet meer gehad over naar het buitenland gaan. Het lijkt erop dat er geen hoop voor mij is om naar het buitenland te gaan.’ Hij was deze dingen voortdurend in zijn hart aan het overpeinzen. In feite konden we zien dat hij niet iemand was die de waarheid nastreefde, dat hij totaal ongeschikt was om naar het buitenland te gaan, en dat hij, zelfs als hij naar het buitenland zou gaan, geen enkel werk zou kunnen doen, dus spraken we er niet met hem over. Hij had het idee dat hij geen kans maakte om naar het buitenland te gaan, dus begon hij andere plannen te maken. Op een dag ging hij weg en kwam nooit meer terug. Hij liet alleen een brief achter waarin stond: ‘Ik heb zoveel jaren in god geloofd en enig werk gedaan. Nu gaan jullie naar het buitenland, maar ik ben niet geschikt om met jullie mee te gaan. De komende dagen zal ik besteden aan het compenseren hiervan. God verafschuwt mij, dus ik zal hem verlaten. Ik zal hem niet laten kijken naar iemand die hij verafschuwt. Ik zal me verbergen.’ Deze woorden klonken alsof ze steek hielden, en er was geen groot probleem mee. Vervolgens zei hij: “Zo is het al sinds mijn geboorte. Met wie ik ook ben, ik word gewoon gebruikt. Ik kan met anderen ontberingen lijden, maar niet samen met hen van zegeningen genieten.” Wat bedoelde hij hiermee? (Hij dacht dat hij door God was gebruikt.) Dat is precies wat hij bedoelde. Vooral toen hij zei: “Met wie ik ook ben, ik kan alleen maar met hen lijden, ik ben niet in staat om samen met hen van zegeningen te genieten”, bedoelde hij: ‘Ik heb samen met jullie zoveel ontberingen geleden en zoveel risico’s gedragen, maar nu het tijd is om samen met jullie van zegeningen te genieten, zijn jullie niet bereid.’ Door deze woorden te zeggen was hij aan het klagen, en er was wrok in hem ontstaan als gevolg van deze kwestie. Met zijn mond zei hij: “God verafschuwt mij. Ik zal god verlaten. Ik zal hem geen afkeer laten voelen”, maar in zijn hart koesterde hij eigenlijk wrok: ‘Jullie gaan naar het buitenland om van zegeningen te genieten en willen van mij af!’ Is dit wat er werkelijk is gebeurd? (Nee.) Wat is er dan gebeurd? Hij dacht dat we hem snoeiden omdat we van hem af wilden, niet omdat hij de waarheid niet nastreefde of beginselloos was bij wat hij zei en deed. Hij begreep niet dat hij een probleem had. In plaats daarvan dacht hij: ‘Ik heb samen met jou ontberingen geleden, dus ik zou samen met jou van zegeningen moeten genieten. Je moet me beslist het koninkrijk laten binnengaan en mij een van het volk van het koninkrijk laten worden. Wat ik ook doe, je mag me nooit verlaten.’ Is dit niet wat hij dacht? (Ja.) Wat is de essentie van deze manier van denken? (Het is dezelfde essentie als die van Paulus toen hij probeerde handel te drijven met God in ruil voor een kroon.) Dat klopt, het is de essentie van Paulus. Hij geloofde in God, volgde God, leed ontberingen en betaalde een prijs om een kroon te krijgen en gezegend te worden. Hij had geen waar geloof, noch streefde hij de waarheid na. Hij probeerde alleen maar handel te drijven met God. Als de handel mislukte, hij niet werd gezegend en hij het gevoel had dat hij aan het kortste eind trok, werd hij woedend, voelde hij dat de hele zaak verloren was, liet hij alle voorzichtigheid varen en ontstond er wrok in zijn hart. Dit zijn de dingen die hij toonde terwijl hij sprak. Wat deed deze persoon vervolgens? Naderhand ging deze persoon zaken doen en had hij verschillende jongedames om zich heen hangen. Ook al zei hij niet dat hij niet in God geloofde, hij deed zijn plicht niet en was geen volgeling van God. Niemand had ooit gedacht dat hij zijn kans om God te volgen zou opgeven en vervolgens zaken zou gaan doen, alleen maar omdat hij een beetje gesnoeid was. Zijn woedende houding en de manier waarop hij zich eerder uitte, waren als twee verschillende mensen. Dit was zijn aard die zich blootlegde. Voorheen deed hij dit alleen maar niet omdat de juiste situatie zich niet voordeed. Dit is één aspect. Een ander aspect is dat hij verborg wie hij was, deed alsof hij dat niet was en zich inhield om het te niet doen. Als je werkelijk een goed mens bent, moet je, ongeacht welke situatie je tegenkomt, eerst standvastig op je plek blijven staan en weten wie je bent. Bovendien, kunnen mensen die werkelijk enige menselijkheid bezitten dingen en wandaden doen die verstoken zijn van menselijkheid? (Nee.) Dat kunnen ze absoluut niet. Uit deze kwestie is duidelijk dat wanneer mensen niet in staat zijn de waarheid te aanvaarden, dit het meest opstandige is, en dat ze in het grootste gevaar verkeren. Als ze nooit in staat zijn de waarheid te aanvaarden, zijn het niet-gelovigen. Als het verlangen van zulke mensen om gezegend te worden wordt vernietigd, zullen ze God verlaten. Hoe komt dit? (Omdat wat ze nastreven is om gezegend te worden en van genade te genieten.) Ze geloven in God, maar streven de waarheid niet na. Voor hen is redding een versiering en een mooi klinkend woord. Wat hun hart nastreeft zijn beloningen, een kroon en begeerlijke dingen – ze willen in dit leven honderdvoudig ontvangen en in de komende wereld het eeuwige leven verkrijgen. Als ze deze dingen niet kunnen krijgen, zullen ze niet geloven; hun ware gezicht zal zich vertonen en ze zullen God verlaten. Waar ze in hun hart in geloven is niet Gods werk, noch zijn het de waarheden die God uitdrukt, en wat ze nastreven is niet redding, laat staan hun plicht als schepsel goed te vervullen; veeleer is het hetzelfde als Paulus – rijkelijk gezegend te worden, grote macht te hebben, een grote kroon te dragen en op hetzelfde niveau te staan als God. Dit zijn hun ambities en begeerten. Daarom vechten ze, telkens wanneer er een voordeel of begeerlijk ding in Gods huis is, om het te bemachtigen, beginnen ze mensen te rangschikken op basis van hun kwalificaties en anciënniteit, en overpeinzen ze: ‘Ik ben gekwalificeerd. Ik zou hier een deel van moeten hebben. Ik moet vechten om het te krijgen.’ Ze plaatsen zichzelf op een voorname plek in Gods huis en denken vervolgens dat het niet meer dan passend is dat ze van deze voordelen van Gods huis genieten. In de kwestie van naar het buitenland gaan was de eerste gedachte van die persoon bijvoorbeeld dat hij zou moeten kunnen deelnemen, dat de meeste mensen niet zo goed waren als hij, niet zoveel ontberingen hadden geleden als hij, niet zo gekwalificeerd waren als hij, niet zoveel jaren in God hadden geloofd als hij en niet zo lang leider waren geweest als hij. Hij gebruikte elk excuus en elke beoordelingsmethode om zichzelf te rangschikken. Hoe hij mensen ook rangschikte, hij plaatste zichzelf altijd vooraan en in de gelederen van degenen die gekwalificeerd waren. Uiteindelijk vond hij het niet meer dan passend dat hij deze behandeling zou genieten. Zodra hij dit niet kreeg, en zodra zijn fantasie om gezegend te worden en dingen in zijn belang te verkrijgen werd vernietigd, zou hij er iets aan doen, woedend worden en met God redetwisten in plaats van zich te onderwerpen en de waarheid te zoeken. Het is duidelijk dat zijn hart al vervuld was van deze dingen die hij nastreefde, en het is voldoende om aan te tonen dat de dingen die hij nastreefde volledig onverenigbaar zijn met de waarheid. Hoeveel werk hij ook deed, zijn doel en bedoeling waren niets anders dan een kroon te krijgen – zoals het doel en de bedoeling van Paulus waren – en hij klampte zich er stevig aan vast en gaf nooit op. Hoeveel er ook met hem over de waarheid werd gecommuniceerd, hoezeer hij ook werd gesnoeid, ontmaskerd en ontleed, hij hield nog steeds koppig vast aan de bedoeling om gezegend te worden en wilde die niet loslaten. Toen hij Gods goedkeuring niet ontving en zag dat zijn verlangen om gezegend te worden werd vernietigd, werd hij negatief en trok hij zich terug, gaf hij zijn plicht op en liep hij weg. Hij had zijn plicht niet werkelijk vervuld en had niet werkelijk goede dienst verleend bij het verspreiden van het evangelie van het koninkrijk, en dit onthult volledig dat hij geen waar geloof in God had, zich niet werkelijk onderwierp en geen greintje ware ervaringsgetuigenis had – hij was slechts een wolf in schaapskleren die zich in een kudde schapen schuilhield. Uiteindelijk werd een persoon die tot op het bot een niet-gelovige was grondig onthuld en geëlimineerd, en kwam er een einde aan zijn leven als gelovige. Dit is één geval.

Dit was geen geïsoleerd geval. Dit was niet de enige persoon die struikelde en werd onthuld door de kwestie van naar het buitenland gaan. Het voorbeeld dat we zojuist gaven ging over een man, maar er was nog iemand anders, een vrouw. Aanvankelijk was het plan ook om deze vrouw met ons mee naar het buitenland te laten gaan. Toen dit gebeurde, was ze vanbinnen erg blij en begon ze de zaak te plannen en voor te bereiden, maar uiteindelijk kon ze om verschillende redenen niet gaan. Destijds werd ze niet geïnformeerd omdat de situatie te gevaarlijk was. Tijdens een bijeenkomst voor medewerkers kwam ze op een keer achter deze beslissing. Analyseer dit: wat zou het resultaat kunnen zijn toen deze vrouw erachter kwam? (Als iemand de denkwijze van een normale persoon had, zou hij waarschijnlijk geen erg sterke reactie hebben nadat hij erachter kwam. Hij zou bedenken dat hij niet naar het buitenland kon gaan omdat de situatie gevaarlijk was, en hij zou de zaak correct kunnen afhandelen. Als deze vrouw er echter achter kwam, zou ze misschien woedend zijn geworden en hebben geprobeerd met God te redetwisten.) Dat klopt, jullie hebben het karakter van dit soort mensen enigszins begrepen. Zo zijn dit soort mensen – ongeacht wat de zaak is, ze zullen niet aan het kortste eind trekken, maar eerder hun voordeel doen. In alles moeten ze iedereen overtreffen en beter zijn dan iedereen. In alles moeten ze de beste zijn; ze moeten elk begeerlijk ding krijgen, ze vinden het onaanvaardbaar om ergens geen deel aan te hebben. Nadat de vrouw achter deze zaak kwam, werd ze op dat moment boos en rolde ze over de grond terwijl ze een driftbui had. Haar demonische kant werd tentoongesteld, en ze las haar medewerkers de les en reageerde haar woede op hen af. Waar kwam haar woede vandaan? Het leek alsof ze boos was op de broeders en zusters, maar op wie was ze eigenlijk boos? (Ze was boos op God.) Dit is wat er aan de hand was. Wat was dan de oorzaak van haar woede? Waar lag de wortel ervan? (Haar verlangens werden niet bevredigd.) Ze verkreeg niet iets begeerlijks en haar doel werd niet bereikt. Ze slaagde er deze keer niet in een voordeel te behalen; in plaats daarvan kregen andere mensen het voordeel en kon zij niet deelnemen, dus was ze woedend; ze kon niet langer doen alsof; ze uitte en liet alle ontevredenheid en wrok in haar hart de vrije loop. In het verleden moest ze altijd als eerste weten wat de Boven deden. Ze wilde altijd contact hebben met de Boven en ging niet om met broeders en zusters. Ze behandelde zichzelf altijd als een hooggeplaatste persoon, niet als een gemiddeld lid, dus dacht ze dat zij deze keer ook naar het buitenland moest gaan – als niemand anders mocht, moest zij gaan. Zij was de voornaamste kandidaat en zij zou het genoegen moeten hebben om op deze manier behandeld te worden. Dit was wat haar hart werkelijk dacht. Nu zag ze dat ze niet het genoegen zou hebben om op deze manier behandeld te worden, al de ontberingen die ze deze jaren had geleden waren allemaal voor niets; ze had niets van de status die ze moeizaam had beheerd of van de behandeling die ze wilde. In dit ogenblik vielen al deze dingen in het niet. Ongelooflijk genoeg kon ze een begeerlijk ding van zo’n omvang niet door bedrog verkrijgen; ongelooflijk genoeg werd ze gedumpt, dus dacht ze dat ze geen hoge plaats in Gods hart innam en een gemiddelde persoon was. De verdedigingslinie in haar hart was volledig ingestort, en ze deed niet meer alsof en verborg dingen niet. Ze begon een driftbui te krijgen, tegen mensen te schreeuwen, zich af te reageren, boos te worden en te onthullen wat natuurlijk voor haar was, zonder zich te bekommeren om wat anderen zeiden of hoe zij het zagen. Naderhand werd ze naar een team gestuurd om een plicht te doen. Terwijl ze haar plicht deed, deed ze veel slechte dingen, en de broeders en zusters in het team schreven uiteindelijk samen een brief waarin ze eisten dat ze zou worden verdreven. Wat was de oorzaak dat ze werd verdreven? Broeders en zusters gaven door dat het kwaad dat ze deed in één zin kon worden beschreven: zoveel dat het niet allemaal kon worden opgeschreven! Met andere woorden, ze deed te veel kwaad en de aard van wat ze deed was te ernstig – het kon niet duidelijk worden overgebracht in slechts een of twee zinnen, noch kon het worden verteld in slechts een of twee verhalen. Ze deed talloze slechte dingen en het maakte mensen boos, dus verdreef de kerk haar. Deze slechte dingen die ze deed, werden niet gedaan voordat de kwestie van naar het buitenland gaan zich voordeed, dus waarom was ze in staat deze dingen te doen nadat die kwestie zich voordeed? Omdat de kwestie van naar het buitenland gaan niet uitpakte zoals ze wenste. Het is duidelijk dat de slechte dingen die ze deed en de lelijkheid die ze onthulde een soort wraak en afreageren waren, puur veroorzaakt doordat ze dit begeerlijke ding niet kreeg. Zeg Mij, wanneer iemand die werkelijk de waarheid nastreeft en menselijkheid bezit een situatie als deze tegenkomt, zelfs als hij veel waarheden niet begrijpt, is hij dan in staat om deze uitingen te vertonen? Is hij in staat om deze dingen te onthullen? Iedereen die een beetje menselijkheid, een beetje geweten en een beetje schaamtegevoel heeft, zal deze dingen niet doen, maar zich inhouden. Hoewel zijn hart niet blij is, ontevreden is en een beetje gekwetst is, overweegt hij dat hij slechts een gemiddelde persoon is, dat hij niet moet vechten om dit ding te krijgen, dat degenen die in God geloven de waarheid moeten nastreven, zich in alles aan Gods orkestraties moeten onderwerpen, dat ze geen keus moeten hebben, en dat mensen schepselen zijn en op geen enkele manier indrukwekkend zijn. Hij zal een paar dagen ongelukkig zijn, maar dan is het vergeten en vergeven. Hij zal nog steeds geloven zoals hij hoort te geloven, en zal geen kwaad doen of wraak nemen vanwege deze zaak, noch zal hij zich afreageren vanwege deze zaak. Daarentegen zijn mensen die de waarheid niet nastreven en wier karakter erbarmelijk is, in staat om al deze slechte daden, die ze nooit eerder hebben gedaan, te vertonen, alleen maar vanwege één kleine zaak. Dit verklaart het probleem. Het verklaart de menselijkheidsessentie van dit soort mensen, en verklaart de ware strevingen van dit soort mensen, namelijk dat hun ware gezicht volledig aan het licht wordt gebracht door de onthulling van deze kwestie. Ten eerste is hun essentie door en door die van een antichrist. Ten tweede hebben ze nooit de waarheid nagestreefd, noch hebben ze zichzelf ooit behandeld als het voorwerp van redding en zich ooit onderworpen aan Gods orkestraties en regelingen. Ze streven geen onderwerping aan God na; ze streven alleen status en genot na; ze streven alleen een goede behandeling na, en streven er alleen naar om op hetzelfde niveau te staan als God. Wat God ook geniet, zij genieten het ook. Op deze manier volgen ze God niet voor niets. Dit zijn de dingen die ze nastreven. Dit is de aard-essentie van dit soort mensen; het is hun ware gezicht en het innerlijke landschap van hun hart. Deze kwestie maakte een einde aan twintig jaar geloof voor deze vrouw – het ging allemaal verloren.

Zeg Mij, waar zouden deze twee mensen nu moeten zijn? In de kerk of ergens anders? (In de ongelovige wereld.) Waarom zeg je dat? Hoe hebben jullie dit besloten? Waar zijn jullie woorden op gebaseerd? (Omdat het niet-gelovigen zijn, en hun geloof in God niet tot doel heeft het vervullen van hun plichten als schepselen na te streven. Uiteindelijk kunnen mensen als deze niet standvastig staan in hun geloof, en kunnen ze alleen maar terugkeren naar de wereld.) Uiteindelijk kunnen ze niet standvastig staan in hun geloof, maar het is nog niet het einde, dus hoe komt het dat ze verdwenen zijn? Je moet kijken naar wat ze vanbinnen dachten. Ze konden alleen maar dingen als deze doen en keuzes als deze maken wanneer er enige activiteit in hun hart gaande was. Op welke manier analyseerden en beoordeelden ze deze zaak waardoor ze een pad als dit kozen? In hun hart dachten ze: ‘Ik heb al die jaren in god geloofd en veel ontberingen geleden. Ik heb altijd verlangd naar de dag waarop ik naam voor mezelf kan maken. Door bij de boven te zijn, kan ik naam voor mezelf maken en mijn gezicht laten zien. Nu heb ik eindelijk een kans om naar het buitenland te gaan. Dit is enorm! Dit is iets waar ik nooit aan durfde te denken voordat ik in god geloofde. Dit is hetzelfde als een kroon krijgen door in god te geloven, maar het blijkt dat ik geen deel zal uitmaken van zo’n groot begeerlijk ding. Ik ben niet in staat het te krijgen. Voorheen dacht ik dat ik een vaste plek in gods hart had, maar nu zie ik dat dat niet het geval is. Het lijkt erop dat ik geen enkel begeerlijk ding kan krijgen door god te volgen. Ze dachten niet aan mij toen het ging om een groot ding als naar het buitenland gaan, dus is er dan niet nog minder kans dat ik in de toekomst een kroon krijg? Het is niet zeker wie die zal krijgen, en het lijkt erop dat er geen hoop is dat ik het zal zijn.’ Waren ze nog steeds bereid God te volgen toen ze dachten dat er geen hoop was? Wat was hun doel om eerder ontberingen te lijden en een prijs te betalen? Het was alleen vanwege dat beetje hoop, vanwege die kleine ideeën die ze in hun hart koesterden, dat ze zo handelden en zich op die manier uitten. Kunnen ze blijven geloven, nu hun hoop is vernietigd en hun ideeën voor niets zijn? Kunnen ze nog steeds tevreden zijn met het blijven in Gods huis en het doen van hun plicht? Kunnen ze bereid zijn niets te verkrijgen en zich te onderwerpen aan Gods orkestraties en regelingen? De ambities en begeerten van antichristen zijn zo groot dat ze absoluut niet bereid zullen zijn dat hun inspanningen en de prijs die ze betaalden dit resultaat hebben. Waar ze van dromen is dat de prijs die ze betalen en hun inspanningen hun in ruil daarvoor een kroon en begeerlijke dingen opleveren, dat ongeacht welk begeerlijk ding Gods huis heeft, zij een deel zouden moeten krijgen – het is prima als andere mensen dat niet krijgen, maar zij moeten dat wel. Kunnen mensen met zulke sterke ambities en hebzucht hun plicht doen zonder er iets voor terug te krijgen, en zich inspannen zonder er iets voor terug te krijgen? Ze kunnen dit absoluut niet volbrengen. Sommige mensen zeggen: “Laat hen de waarheid nastreven. Zullen ze het niet kunnen volbrengen wanneer ze eenmaal naar veel waarheden hebben geluisterd?” Er zijn andere mensen die zeggen: “Als God hen tuchtigt en oordeelt, zal dat hen dan niet veranderen?” Is dit het geval? God tuchtigt en oordeelt mensen als deze niet, en redt mensen als deze niet. Dit is precies het soort mensen dat Hij zal elimineren. Wat is er anders aan wat Ik zei vergeleken met wat jullie zojuist zeiden? Is wat jullie zeiden de ware activiteit van hun hart? Is het de uiting van de essentie van dit soort mensen? (Nee.) Wat is het dan dat jullie zeiden? (Gevoelens en lege theorieën.) De aard van wat jullie zeiden neigt een beetje naar analyse en beoordeling, en beoordeelt en definieert hen op basis van theorie. Het zijn niet hun ware gedachten en onthullingen, noch zijn het hun ware zienswijzen. Dit is een uiting van dit soort mensen die de essentie van een antichrist hebben. Als er een begeerlijk ding is dat ze niet hebben gekregen, een voordeel dat ze niet hebben genoten of een baat die ze niet hebben gekregen, zijn ze woedend, verliezen ze de moed bij het geloven in God en het nastreven van de waarheid, zijn ze onwillig om in God te geloven, willen ze weglopen en willen ze slechte dingen doen. Ze doen slechte dingen om zich af te reageren en wraak te nemen – hun misverstanden over God en hun wrok jegens God af te reageren. Moeten deze mensen worden aangepakt? Moet hun worden toegestaan hun plicht in de kerk te blijven doen? (Nee.) Hoe moeten deze mensen dan worden aangepakt? (Ze moeten worden verdreven.) Is er iemand die stopte met geloven omdat hij niet naar het buitenland kon gaan? (Ja.) Wat zijn dit soort mensen? (Niet-gelovigen. Ze geloven alleen in God om ernaar te streven gezegend te worden, en wanneer hun ambities en begeerten niet worden bevredigd, verraden ze God.) Ze zijn in staat te stoppen met in God te geloven vanwege een klein ding als dit. Van mensen als deze kan niet worden gezegd dat ze een waar geloof of een vals geloof hebben – hun karakter is zo laag!

Geval drie: het onmogelijk vinden om verder te leven na terugkeer naar huis op het platteland

Sommige mensen worden op het platteland geboren en hun gezinnen hebben niet veel geld om van te leven. De gebruiksvoorwerpen in hun dagelijks leven zijn eenvoudig, en afgezien van een hard bed, een kast en een bureau is er geen ander meubilair in hun huis. Hun vloer is van baksteen of aarde – ze hebben niet eens betonnen vloeren. Hun omstandigheden zijn zeer bescheiden. Nadat ze in God zijn gaan geloven, vervullen ze hun plicht om het evangelie te prediken en gaan ze naar enkele welvarende gebieden. Er was zo’n vrouw die rondkeek en zag dat de meeste broeders en zusters hardhouten vloeren of tegelvloeren in hun huis hadden; er zat behang op de muren; hun huizen waren heel schoon en ze konden zich elke dag wassen. Ze hadden ook veel meubilair in huis: televisiemeubels en grote kasten, evenals banken en airconditioning. In hun slaapkamers stonden Simmons-bedden en hun keukens waren voorzien van allerlei apparatuur: koelkasten, magnetrons, ovens, fornuizen, afzuigkappen, enzovoort. Het was een duizelingwekkend gezicht. Daarnaast waren er in grote steden als deze plekken waar ze de lift kon nemen om tussen verdiepingen op en neer te gaan. Deze plek opende haar ogen, en nadat ze daar een tijdje had gewerkt en het evangelie had gepredikt, wilde ze niet meer terug. Hoe kwam dit? Ze dacht: ‘Het aarden huis van mijn gezin kan op geen enkele manier tippen aan deze plek. We geloven allemaal in god, dus hoe komt het dat deze mensen zoveel beter leven dan mijn gezin? Het leven van deze mensen is als de hemel. Mijn gezin woont in een varkensstal – het is zoveel slechter dan hoe deze mensen wonen!’ Na deze vergelijking te hebben gemaakt, was ze van streek, voelde ze zich nog meer gehecht aan deze plek en had ze nog minder zin om terug te gaan. Ze dacht: ‘Als ik hier langere tijd kan werken, dan hoef ik niet naar huis, toch? Dat aarden hol is niet geschikt voor mensen om in te verblijven.’ Ze bleef een tijdje in de grote stad en leerde eten, zich kleden en van het leven genieten zoals de stadsmensen deden, en ze leerde leven zoals de stadsmensen. Ze vond het leven in die dagen zo goed. Het was goed om geld te hebben. Arm zijn bood mensen geen toekomst. Op arme mensen werd alleen maar neergekeken door anderen, en ze keken zelfs op zichzelf neer. Hoe meer ze erover nadacht, hoe minder ze terug wilde, maar ze kon er niets aan doen – ze moest naar huis. Na thuiskomst voelde ze een mengeling van verschillende gevoelens in haar hart; het was erg moeilijk te verdragen. Zodra ze het huis binnenging, zag ze dat de vloer van aarde was, en toen ze op het kachelbed ging zitten, voelde het zo hard en ongemakkelijk aan. Toen ze de muren aanraakte, zat haar hand onder het vuil. Wanneer ze iets lekkers noemde dat ze wilde eten, begreep niemand de namen, en er waren geen badvoorzieningen wanneer ze zich voor het slapengaan wilde wassen. Ze vond het te min om zo te leven, en ze koesterde wrok tegen haar ouders omdat ze zo arm waren dat ze niets konden betalen wat ze wilde, en ze verloor altijd haar geduld met hen. Sinds haar terugkeer leek het wel of ze een ander mens was geworden. Ze keek met een afkeurende blik naar haar gezinsleden en keek met een afkeurende blik naar alles in haar huis; ze vond het zo boers dat ze dacht dat ze er niet meer kon wonen, en dat als ze er zou blijven wonen, ze zou sterven van al haar klachten. Het huis verlaten had haar ogen geopend, maar het was iets slechts geworden, waardoor haar ouders erg boos op haar waren. Op dat moment kwam er een idee in haar hoofd op: ‘Als mijn ouders niet in god geloofden, en als ik niet in god geloofde, dan zou ons leven zeker beter zijn dan nu. Zelfs als we niet op Simmons-bedden konden slapen, zouden we tenminste beter kunnen eten en tegels op de vloer kunnen leggen.’ Ze dacht dat dit een gevolg was van het geloven in God, dat in God geloven betekende dat men arm moest zijn, dat men geen goed leven kon hebben als men in God geloofde, en dat men geen goede dingen kon eten of mooie kleren kon dragen. Vanaf dat moment kon deze uitmuntende heldin, die in verschillende provincies iets had bereikt, zich niet meer overeind slepen en voelde ze zich de hele dag slaperig. Ze had moeite om ’s ochtends op te staan, en het eerste wat ze deed was zich klaarmaken en make-up opdoen, en vervolgens kleren aantrekken die mensen in de stad vaak dragen. Dan keek ze nors en peinsde ze erover wanneer ze van dit plattelandsleven verlost zou zijn en kon leven zoals de mensen in de stad. De preken die ze vroeger hield en de vastberadenheid die ze had, waren allemaal verdwenen – ze was het allemaal vergeten. Ze wist niet eens of ze een gelovige was. Zo snel veranderde ze. Omdat haar ogen een beetje waren geopend en haar leefomgeving en levenskwaliteit waren veranderd, werd ze onthuld.

Voorheen ging deze vrouw overal heen om te prediken en werk te doen. Ze had grote vastberadenheid en kracht, maar dat was slechts uiterlijk. Zelfs zij wist niet wat ze diep vanbinnen nastreefde, waar ze van hield en wat voor soort persoon ze was. Eén ervaring van naar de stad gaan had de gesteldheid van haar leven tot in de kern veranderd, en één periode van het ervaren van een welvarende levensstijl had de richting van haar leven volledig veranderd. Wat was precies de reden? Wie heeft haar veranderd? Het kon God niet zijn, toch? Natuurlijk niet. Wat was dan de reden? Het kwam doordat de omgeving haar had onthuld, haar aard-essentie had onthuld, en haar streven en het pad waarop ze zich bevond had onthuld. Op welk pad bevond ze zich? Het was niet het pad van het nastreven van de waarheid, noch was het het pad van Petrus, noch was het het pad van degenen die worden gered en vervolmaakt, noch was het het pad van het zoeken om de plicht van een schepsel te vervullen; het was veeleer de weg van een antichrist. Specifiek is de weg van een antichrist die van het nastreven van reputatie, het nastreven van status en het nastreven van materiële genoegens. Dit is de essentie van zulke mensen. Als dit niet de dingen waren die ze nastreefde, en ze een persoon was die de waarheid nastreefde, dan zou een kleine verandering in de omgeving als deze haar absoluut niet onthullen. Hooguit zou haar hart een beetje zwak zijn, zou ze een beetje van streek zijn en zou het een beetje pijnlijk voor haar zijn, of zou ze wat dwaze uitingen hebben, maar niet in die mate dat ze op zo’n overduidelijke wijze zou worden onthuld. Wat is de essentie van het streven van zulke mensen? Ze streven dezelfde dingen na als ongelovigen, en dezelfde dingen als ieder mens in deze wereld die roem, gewin en kwade trends nastreeft. Ze houden van de modieuze outfits van ongelovigen, van de manier waarop ongelovigen kwade trends volgen, en nog meer van de obsessie van ongelovigen met een extravagante, vleselijke levensstijl. Door één verandering in haar omgeving, veranderden de levensvisie van deze vrouw en haar houding tegenover deze wereld en het leven dus volledig. Ze dacht dat in God geloven en de waarheid nastreven niet het belangrijkste was, en dat wanneer mensen in deze wereld leven, ze van het vlees en van het leven moeten genieten, trends moeten volgen en moeten zijn zoals de charismatische en zwierige figuren in de maatschappij die de hoofden doen omdraaien als ze voorbijkomen, anderen jaloers maken en ervoor zorgen dat mensen hen verafgoden. Er zijn mensen die – nadat ze met meer omgevingen in aanraking zijn gekomen, ze allerlei soorten mensen hebben ontmoet en hun ogen zijn geopend – beter in staat zijn deze kwade trends en de mensheid te doorzien, omdat ze de waarheid nastreven en Gods bedoelingen begrijpen. Hun hart is beter in staat het pad te verafschuwen waarop wereldse mensen zich bevinden, het te onderscheiden en het volledig op te geven in hun streven om het pad te bewandelen dat God hun wijst. Wat betreft de mensen die de waarheid niet nastreven en die de essentie van een antichrist hebben: zodra hun ogen worden geopend en ze verschillende omgevingen tegenkomen, nemen hun ambities en begeerten niet alleen niet af, maar groeien ze juist en worden ze groter. Nadat hun ambities en begeerten groter zijn geworden, benijden deze mensen nog meer het leven van de mensen in de wereld die van goede dingen genieten en geld en invloed hebben, en ontwikkelen ze diep in hun hart minachting voor het leven van gelovigen. Ze denken dat de meeste gelovigen de wereld niet nastreven, geen geld, status of invloed hebben en niet veel van de wereld gezien hebben; dat ze niet zo charismatisch zijn als ongelovigen, dat ze niet zo goed als ongelovigen begrijpen hoe ze van het leven moeten genieten en dat ze niet zo veel pronken als ongelovigen. Als gevolg daarvan groeit er diep in hun hart verzet en vijandigheid tegen het geloof in God. Daarom is het bij veel mensen met de essentie van een antichrist, vanaf het moment dat ze in God begonnen te geloven tot nu, niet te zeggen of ze daadwerkelijk iemand zijn met de essentie van een antichrist, maar op een dag, wanneer de juiste omgeving zich voordoet, zal die hen onthullen. Voorheen, toen de mensen die werden onthuld nog niet waren onthuld, volgden ze ook de regels en deden ze wat ze moesten doen. Wat Gods huis hun ook vroeg te doen, ze deden het, en ze waren in staat lijden te verdragen en een prijs te betalen. Ze leken plichtsgetrouw te zijn, mensen te zijn die op het juiste pad waren, en de gelijkenis en manier van doen te hebben van mensen die in God geloofden. Echter, wat ze uiterlijk ook deden, hun essentie en het pad waarop ze zich bevonden doorstonden de tand des tijds niet, noch de beproeving van verschillende omgevingen. Ongeacht hoeveel jaar iemand in God gelooft, en ongeacht hoe sterk het fundament van iemands geloof is, als hij de essentie van een antichrist heeft en zich op het pad van een antichrist bevindt, zal hij noodzakelijkerwijs materiële genoegens nastreven, een extravagante levensstijl nastreven, een rijke materiële behandeling nastreven en bovendien elk soort begeerlijke zaak nastreven, terwijl hij tegelijkertijd de houding en benadering benijdt die wereldse mensen ten opzichte van het leven hebben. Dit is zeker. Daarom, hoewel iedereen nu naar preken luistert, de woorden van God eet en drinkt en zijn plichten vervult, zullen mensen die deze dingen doen maar de waarheid niet nastreven, noodzakelijkerwijs materiële dingen nastreven. Deze dingen zullen voorrang hebben in hun hart, en zodra de juiste omgeving of omstandigheid zich voordoet, zullen hun verlangens groeien en een rol gaan spelen. Zodra het zover is, is dat het moment waarop ze onthuld zullen worden. Als mensen de waarheid niet nastreven, zal deze dag vroeg of laat voor hen komen. Wat betreft mensen die de waarheid nastreven, die de waarheid begrijpen en voor wie de waarheid hun fundament is: wanneer deze verzoekingen en omgevingen komen, zijn ze in staat ze correct te benaderen, ze te verwerpen en standvastig te staan in hun getuigenis voor God. Wanneer deze verzoekingen komen, zijn ze ook in staat te onderscheiden wat positief en wat negatief is, en weten ze of het iets is wat ze willen. Het is net zoals sommige vrouwen niet geïnteresseerd zijn in mannen die hen het hof maken, ongeacht hoeveel geld de mannen hebben. Waarom zijn ze niet geïnteresseerd? Omdat de mannen geen goed karakter hebben. Sommige vrouwen zoeken geen partner omdat er geen rijke mannen zijn die hen het hof maken. Als een man met geld hen het hof zou maken en een designerjurk van 20.000 yuan voor hen zou kopen, zouden ze zich aangetrokken voelen, en als hij dan een nertsmantel ter waarde van 100.000 yuan voor hen zou kopen, of een grote diamant, een mooi groot huis en een auto, zouden ze onmiddellijk bereid zijn met hem te trouwen. Was het dan waar of onwaar toen deze vrouwen vroeger zeiden dat ze niet zouden trouwen? Het was een leugen. Daarom zijn er veel mensen die zeggen dat ze de wereld niet nastreven en de vooruitzichten en genoegens van de wereld niet nastreven, maar dat is wanneer er geen verleidingen op hun weg geplaatst worden; de omgeving is er niet bevorderlijk voor. Zodra zich een bevorderlijke omgeving voordoet, zullen ze er diep in vallen en niet in staat zijn zichzelf eruit los te maken. Het is net als het voorbeeld dat we zojuist gaven. De vrouw maakte zichzelf niet los uit de situatie. Na een tijdje van het stadsleven te hebben genoten, wist ze niet meer wie ze was en raakte ze de weg kwijt. Als ze in een paleis werd geplaatst, zou ze er dan voor moeten zorgen dat haar ouders zo snel mogelijk zelfmoord pleegden om haar naam niet te bezoedelen? Zulke mensen zijn in staat om elke soort stommiteit te begaan omwille van hun genot, reputatie, extravagante levensstijl en hoge levenskwaliteit. Ze zijn waardeloos en hebben een laaghartig karakter. Hebben zulke mensen ooit de waarheid nagestreefd? (Nee.) Waar kwamen de preken die ze hield dan vandaan? Had ze preken om te houden? Wat ze hield waren geen preken, maar was doctrine. Ze voerde een toneelstukje op en misleidde mensen, ze hield geen preken. Ze hield zoveel preken, dus hoe komt het dat ze niet eens haar eigen problemen kon oplossen? Wist ze dat ze op dit punt kon belanden? Zag ze de dingen helder? Ze hield zoveel preken, en toch kon ze, na een tijdje van het leven in de stad te hebben genoten, verzoekingen als deze niet overwinnen en niet standvastig staan in haar getuigenis. Waren het dan preken die ze hield? Het is duidelijk dat dat niet zo was. Dit is het derde geval.

Geval vier: offergaven frauduleus gebruiken om schulden af te lossen

Voorheen, toen ik op het vasteland van China was, moesten we een relatief veilige plek vinden voor medewerkers om bijeen te komen, dus vonden we een gastgezin. Dit gezin was bereid ons te ontvangen en hielp die plek te beschermen. Echter, na verloop van tijd begon het gezin te denken: ‘Het lijkt erop dat jullie van plan zijn hier voor langere tijd bijeen te blijven komen. Jullie kunnen nergens anders bijeenkomen dan in mijn huis, dus ik moet de gelegenheid aangrijpen om van de situatie te profiteren. Zou ik geen dwaas zijn als ik dat niet deed?’ Op een keer, toen we bijeenkwamen voor een medewerkersvergadering en nog niet alle aanwezigen waren gearriveerd, kwam er zonder duidelijke reden iemand naar het huis van het gastgezin, ging in de woonkamer zitten en ging niet weg. De gastheer kwam en zei dat deze persoon was gekomen om een schuld te innen, en dat zijn gezin enkele jaren geleden geld van deze persoon had geleend en het niet had terugbetaald. Wat denken jullie dat hier aan de hand was? Deze persoon had eerder kunnen komen, of hij had later kunnen komen, maar hij kwam toevallig precies op dit moment om een schuld te innen. Was dit gewoon toeval, of had iemand het zo gepland? Men kon niet anders dan achterdochtig zijn. Er was iets niet pluis. Wat was er aan de hand? Was het niet zo dat het gezin slechte bedoelingen had en die persoon opzettelijk had gebeld om langs te komen? (Ja.) Ik zei: “Zorg dat hij onmiddellijk weggaat.” De gastheer zei: “Hij gaat niet weg voordat hij is betaald.” Ik zei: “Waarom betaal je hem niet terug?” De gastheer draaide eromheen en impliceerde dat ze hun schuld niet zouden betalen, zelfs als ze het geld hadden – ze wilden een gratis lening. De schuldeiser wachtte daar en was nog steeds niet vertrokken tegen de tijd dat enkele andere medewerkers op het punt stonden te arriveren. Wat was de gastheer van plan? Was dit geen vooropgezet plan? (Ja.) Later zei ik tegen iemand dat hij de gastheer geld moest geven en hem de schuldeiser onmiddellijk moest laten wegsturen. Nadat de gastheer het geld had gekregen, vertrok de schuldeiser binnen een half uur. Het gezond verstand zegt ons dat de schuldeiser niet terug zou moeten komen, maar de kous was nog niet af. Een maand later kwam de schuldeiser opnieuw vóór een medewerkersvergadering. De gastheer zei dat de vorige keer slechts een deel van de schuld was afbetaald, niet alles. Met welke bedoeling zei hij dit? Om Gods huis opnieuw schulden voor hem te laten afbetalen. Het ging hetzelfde als de vorige keer: nadat de gastheer het geld had gekregen, vertrok de schuldeiser. Vanaf dat moment kwam de schuldeiser nooit meer terug wanneer we daarheen gingen om bijeen te komen, omdat we de schuld van de gastheer al in twee betalingen hadden afbetaald. De gastheer was bang dat als hij vooraf zoveel geld zou vragen, we niet zouden instemmen met betalen, dus vroeg hij het in twee delen. Hoe moet dit geld worden gezien? Leende Gods huis het aan hem, of manipuleerde hij Gods huis om het hem te geven? (Hij manipuleerde Gods huis.) In feite lichtte hij Gods huis op om hem het geld te geven. Waarom gaf Gods huis hem dan het geld? Hadden we hem het geld niet kunnen weigeren? Het is immers redelijk en wettig om het hem niet te geven, maar dat zou betekenen dat de medewerkers niet bijeen konden komen. Dus wat was onze redenering om het hem te geven? Destijds was mijn gedachte om dit geld als huur te beschouwen. Als we een hostel of sportarena zouden huren, zou ons dat dan ook geen geld kosten? We kunnen niet op die plaatsen bijeenkomen en het is ook niet veilig. Hier helpt de gastheer deze plek te beschermen en is onze veiligheid gegarandeerd. Is het dan redelijk dat Gods huis wat geld uitgeeft om zijn schulden af te betalen? (Ja.) Het is alleen zo dat het geld niet op een openlijke manier werd gegeven. In een omgeving als het land van de grote rode draak is het echter vaak nodig om dit soort dingen te doen.

Sommige mensen hebben een kwaadaardige menselijkheid en zijn niet helemaal bereid om de ontvangstplicht te vervullen. We gebruiken hen om de plek waar we zijn te beschermen, dus moeten we hen toestaan enigszins van de situatie te profiteren. Kunnen ze echter, nadat ze hebben geprofiteerd, nog steeds redding verkrijgen? Nee, dat kunnen ze niet. Het is niet zo dat God hen niet zou redden, maar dat dit soort persoon geen redding kan bereiken. Ze lichten iedereen op en profiteren van iedereen. Wanneer ze hun plichten vervullen en proberen enkele goede daden voor te bereiden, moeten ze er altijd door oplichting iets begeerlijks uit verkrijgen, en met wie ze ook omgaan, ze houden zich aan het principe om altijd alleen maar te profiteren en nooit aan het kortste eind te trekken. Dit is het principe dat ze volgen bij het vervullen van plichten in Gods huis. Waar komen deze ‘goede daden’ dan vandaan? Ze zijn gekocht en betaald door Gods huis, in plaats van dat deze mensen de goede daden zelf voorbereiden; ze bereiden geen goede daden voor. Ze bieden een plek, Gods huis geeft geld uit en beschouwt het als huur. Dit heeft niets met goede daden te maken, en het is geen goede daad van hen. Wat voor gedrag is het wanneer iemand onder de vlag van het bieden van een plek voor broeders en zusters namens Gods huis handelt om door bedrog geld of voorwerpen van Gods huis te verkrijgen? Wat voor karakter heeft dit soort persoon? Kan hun gedrag door God worden herinnerd? Op welk niveau staat hun karakter in de harten van mensen en in Gods hart? Goede daden voorbereiden is iets wat jij hoort voor te bereiden – je bereidt goede daden voor omwille van je bestemming, en alles wat je doet is voor jezelf, niet voor anderen. Door te doen wat je moet doen, heb je al een beloning ontvangen en heb je de begeerlijke zaak verkregen die je van plan was te verkrijgen, dus hoe ziet God jou in Zijn hart? Je doet goede dingen om iets in je eigen belang te verkrijgen, niet om de waarheid te verkrijgen of het leven te verkrijgen, laat staan om God tevreden te stellen. Kan God zulke mensen nog redden? Nee, dat kan Hij niet. Ze bereiden slechts een kleine goede daad voor en vervullen een kleine verplichting en plicht, maar toch steken ze hun hand uit en vragen om betaling van Gods huis; ze benadelen Gods huis stukje bij beetje, bedenken allerlei manieren om Gods huis op te lichten en begeerlijke zaken te verkrijgen, en zorgen ervoor dat ze nooit aan het kortste eind trekken, alsof ze handel drijven. Als zodanig is deze goede daad geen goede daad – hij is veranderd in een slechte daad, en niet alleen zal God deze niet gedenken, Hij zal deze mensen ook hun recht om gered te worden ontnemen en dit recht opheffen. Toen die gastheer Gods huis zijn schuld voor hem liet afbetalen, had dat niet een wat frauduleus karakter? Dit is wat antichristen doen. Wanneer ze geld willen, pakken ze dat niet op een openlijke manier aan; ze pakken het veeleer aan op een manier die frauduleus van aard is, waarbij ze de gelegenheid aangrijpen om dingen af te persen. Redt God degenen die de offergaven aan God afpersen? (Nee, dat doet Hij niet.) Als deze mensen berouw tonen en een waar geloof hebben, moeten ze dan gered worden? (Nee.) Waarom niet? (Het feit dat deze mensen frauduleus konden handelen tegenover Gods huis, betekent dat God geen plaats heeft in hun hart – het zijn typische niet-gelovigen.) Zullen niet-gelovigen berouw tonen? Het soort niet-gelovigen dat antichrist is, zal geen berouw tonen. Hun eigen belangen staan centraal bij alles wat ze doen, en ze zullen nooit berouw tonen, zelfs niet als ze sterven. Ze geven niet toe dat ze iets verkeerds hebben gedaan, noch geven ze toe dat ze kwaad hebben gedaan, dus waarvoor zouden ze berouw tonen? Berouw is voor mensen die menselijkheid hebben, die een geweten en verstand hebben, en die hun verdorvenheid duidelijk kunnen zien en toegeven. Toen dat gastgezin een kleine plicht vervulde, moesten ze er door oplichting iets begeerlijks uit verkrijgen en lieten ze zelfs een kans als deze niet voorbijgaan. Het waren grote oplichters. Dit is het vierde geval.

Geval vijf: loon eisen voor het werken voor het huis van God

Op het vasteland van China is er werk dat relatief gevaarlijk en riskant is, en waarvoor mensen met enig verstand en bepaalde kwalificaties nodig zijn om het uit te voeren. Destijds was er iemand die deze kwalificaties had, dus regelde de Boven dat hij wat werk zou doen. Terwijl hij dit werk deed, deed hij een verzoek en zei dat hij, zodra hij dit werk begon te doen, niet meer elke dag naar zijn vaste baan kon gaan, en dat zijn gezin het een beetje moeilijk had om rond te komen. Gods huis gaf hem wat geld voor levensonderhoud, en hij was er erg blij mee en nam het werk aan dat hem werd gegeven; zijn werkprestaties waren echter slechts gemiddeld. Na een tijdje had zijn gezin geen problemen meer om rond te komen, maar er kwam iets anders naar voren dat hij bij Gods huis aankaartte, en Gods huis gaf hem nog wat geld voor levensonderhoud, om ervoor te zorgen dat hij kon rondkomen. Hij stemde er met tegenzin mee in om zijn werk te blijven doen, maar hoe goed deed hij het? Het was een grote puinhoop. Als hij zin had om iets te doen, deed hij een beetje, en als hij geen zin had om iets te doen, deed hij het helemaal niet. Dit vertraagde het werk en zorgde ervoor dat het werk van de kerk enige schade leed, en andere mensen moesten het herstellen. Later nam Gods huis contact met hem op om hem te vertellen dat hij zich moest inspannen voor zijn werk, en dat Gods huis hem zou blijven helpen bij het oplossen van eventuele moeilijkheden die hij had. Hij zei het niet rechtstreeks tegen Gods huis, maar vertelde een paar broeders en zusters privé: “Kom ik geld voor levensonderhoud tekort? Welk groot probleem kan dat beetje geld oplossen? Door dit werk te doen, los ik zo’n enorm probleem op voor gods huis. Gods huis zou ook grote problemen voor mij moeten oplossen. Op dit moment heeft mijn zoon geen collegegeld, en dit probleem is niet opgelost. Dit kleine beetje geld is niet wat ik tekortkom.” Deze woorden waren wat hij werkelijk dacht, maar hij kon het niet over zijn hart verkrijgen om het rechtstreeks tegen Gods huis te zeggen; in plaats daarvan kwam het aan het licht toen hij privé zijn hart luchtte. Hoe moet deze situatie worden opgelost? Moet Gods huis hem blijven gebruiken, of iemand anders zoeken? (Iemand anders zoeken.) Waarom? Zijn karakter en essentie zijn al onthuld. Niet alleen wilde hij dat Gods huis in het levensonderhoud van zijn gezin zou voorzien, hij wilde ook dat Gods huis het collegegeld van zijn zoon zou betalen, en later zei hij dat zijn vrouw ziek was en wilde hij dat Gods huis haar behandeling zou betalen. Vroeg hij niet steeds meer? Hij dacht dat hij door dit kleine ding voor Gods huis te doen een grote bijdrage had geleverd, en dat Gods huis onvoorwaardelijk in alles moest voorzien wat hij nodig had. Als hij een vaste baan had, zou hij het zich dan kunnen veroorloven om zijn zoon naar de universiteit te sturen? Zou hij de behandeling van zijn vrouw kunnen betalen? Niet noodzakelijkerwijs. Waarom vroeg hij Gods huis dan voortdurend om geld toen hij dit beetje werk in Gods huis deed? Wat dacht hij? Wat was zijn kijk op de zaak? Hij dacht dat Gods huis zonder hem niemand anders zou hebben om het werk te doen, dus moest hij deze kans grijpen om redenen te vinden om Gods huis om meer geld te vragen, hij mocht het niet voor niets laten schieten, en als hij deze kans miste, zou die verkeken zijn. Is dit niet wat hij bedoelde? Hij dacht dat dit werk doen was als een baan hebben en geld verdienen, dus moest hij Gods huis afpersen. Naderhand, toen hij besefte dat hij Gods huis niet kon afpersen, deed hij zijn werk niet. Is dit iemand die werkelijk in God gelooft? (Nee.)

Mensen die werkelijk in God geloven, zijn niet bang om ontberingen te verdragen terwijl ze hun plicht vervullen. Sommige mensen noemen de moeilijkheden die hun gezin heeft niet terwijl ze hun plicht vervullen. Sommige mensen in arme gebieden vervullen de ontvangstplicht, en wanneer er broeders en zusters komen en er geen rijst te eten is, gaan ze geld lenen maar zeggen ze niets. Als ze iets zouden zeggen, zou Gods huis hun dan het geld kunnen geven? (Ja.) Gods huis kan zich de dingen veroorloven die ze nodig hebben om broeders en zusters te ontvangen. Waarom zeggen ze dan niets? Als je het hun zou aanbieden, zouden ze het weigeren. Nadat ze geld hebben geleend, zullen ze het geleidelijk zelf terugbetalen. Ze willen geen geld van Gods huis. Antichristen zijn precies het tegenovergestelde. Ze stellen voorwaarden, steken hun hand uit en stellen eisen voordat ze enig werk hebben gedaan. Hoe komt het dat ze zo gemakkelijk hun hand uitsteken? Hoe kunnen ze hun hand uitsteken op zo’n ‘zelfverzekerde’ manier? Zulke mensen hebben geen schaamte, toch? Nadat ze om wat geld hebben gevraagd, willen ze meer. Als ze geen geld krijgen, zullen ze geen werk doen – ze laten de valk niet los voordat ze de haas hebben gezien: ‘Ik zal de hoeveelheid werk doen waarvoor jij me betaalt. Als je me niet betaalt, vergeet dan maar dat je me enig ander werk voor je laat doen. Dit is een baan voor mij, en als er geen voordeel voor mij in zit, doe ik die niet. Ik breng mezelf in gevaar om mijn plicht te vervullen, dus er moet iets voor mij in zitten, en het moet in verhouding staan tot wat ik erin stop. Ik mag niet aan het kortste eind trekken!’ Dus moeten ze vragen om de dingen die ze vinden dat ze verdienen, en moeten ze excuses zoeken om erom te vragen – ze moeten hun hersens pijnigen om erom te vragen, en allerlei manieren bedenken om erom te vragen. Als het hun gegeven kan worden, is dat nog beter, en als het hun niet gegeven wordt, laten ze alles vallen en vertrekken ze, en hebben ze geen verlies geleden. Daarnaast denken ze dat al dit werk dat Gods huis doet risico’s met zich meebrengt, en dat als Gods huis hun niet de dingen geeft waar ze om vragen, het bang zou zijn dat ze het zouden aangeven, en dat het niemand anders heeft die geschikt is, dus moet het hen gebruiken, en als het hen gebruikt, moet het hen betalen. Is dit niet een beetje frauduleus van aard? Is dit niet een beetje uitbuitend van aard? Kunnen zulke mensen als gelovigen worden beschouwd? Dit zijn niet-gelovigen die geen deel uitmaken van Gods huis – ze zijn niet eens vrienden van de kerk. Wanneer vrienden van de kerk zien dat gelovigen geweldige mensen zijn, helpen ze hen dekking te geven en helpen ze sommige dingen te doen. Zulke mensen kunnen een beetje gezegend worden. Daarentegen geloven antichristen puur in God om begeerlijke dingen te verkrijgen. Als ze geen begeerlijke dingen kunnen krijgen, zullen ze geen enkele plicht doen, geen enkele verplichting vervullen en zich helemaal niet inzetten. Wanneer Gods huis regelt dat ze een plicht vervullen, vragen ze eerst welke begeerlijke dingen het biedt, en als het niets begeerlijks biedt, doen ze het niet. Welk verschil is er tussen hen en de oplichters van de ongelovige wereld? Deze mensen willen nog steeds gered worden en door God gezegend worden. Vragen ze niet om onmogelijke dingen? Als deze mensen geen laaghartig karakter en geen schaamte hadden, hoe zou hun hart dan in staat zijn zulke verdraaide manieren van handelen te bedenken? Hoe kunnen ze dit soort houding hebben ten opzichte van het vervullen van hun plicht? Zijn jullie in staat deze dingen te doen? (Ja, wij zijn dat ook.) In welke mate? Is er een grens? Op welk punt zou je denken dat het heel ernstig was en dat je niet langer door kon gaan met deze dingen te doen? (Soms voelt mijn hart zich berispt en wordt mijn geweten aangeklaagd. Er zijn ook momenten waarop ik bang ben dat anderen de dingen die ik heb gedaan zullen ontmaskeren, dus doe ik ze niet meer.) Ongeacht wat mensen doen, hun karakter is van extreem belang. Iemand die helemaal geen schaamte heeft, is in staat om elke soort slechte daad te doen. Hij is een door en door slecht mens. Er is geen grens aan wat hij doet, en hij handelt niet volgens zijn geweten. Wat voor soort mensen zijn degenen wier menselijkheid geen geweten heeft? Het zijn beesten en demonen, en God zal hen niet redden. Mensen die in staat zijn om Gods offergaven door bedrog te verkrijgen en de offergaven aan God door afpersing te verkrijgen terwijl God Zijn werk uitvoert, en die om betaling van Gods huis vragen, zijn geen goede mensen. Ze denken dat Gods huis gemakkelijk op te lichten is, en dat niemand verantwoordelijk is voor het beheer van de zaken in Gods huis, en dat niemand de eigenaar is van de zaken in Gods huis, dus kunnen ze deze zaken naar believen bezitten en door bedrog verkrijgen. Ze denken dat ze hierdoor een voordeel hebben behaald. Is dit voordeel werkelijk zo gemakkelijk te behalen? Het voordeel dat je hebt behaald was niet groot, maar wat is het gevolg van het behalen ervan? Je leven verliezen.

Als iemand werkelijk enige menselijkheid en een beetje geweten heeft, zal hij dan in staat zijn deze dingen te doen? Je gelooft in God, en toch ben je in staat Hem op te lichten en de offergaven aan Hem door afpersing te verkrijgen. Wat voor soort persoon ben je? Ben je wel een persoon? Alleen demonen doen dit soort dingen. Beesten doen deze dingen niet. Kijk maar naar een hond. De eigenaar van de hond heeft hem grootgebracht en hij beschermt het huis voor zijn eigenaar. Wanneer er een slecht mens komt, slaat hij alarm en valt hij hem aan. Hij gaat achter iedereen aan die de spullen van zijn eigenaar meeneemt. Wanneer de kippen, eenden en ganzen op het erf van zijn eigenaar weglopen, helpt hij ze zoeken. Wanneer de varkens in de stal van zijn eigenaar vechten, probeert hij ze uit elkaar te halen. De hond weet dat zijn eigenaar wil dat hij op de varkens let, dus is hij in staat deze verantwoordelijkheid te vervullen. De hond gaat niet in discussie met zijn eigenaar en zegt niet: “Ik heb voor jou op de varkens gelet, dus hoe komt het dat jij me geen kip of iets te eten geeft?” Dat zegt hij nooit. Zelfs een hond is in staat het huis van zijn eigenaar te beschermen en zijn verplichtingen voor zijn eigenaar te vervullen zonder vergoeding, maar deze mensen kunnen zich niet eens met dieren meten. Na het vervullen van een kleine verplichting denken ze dat ze aan het kortste eind hebben getrokken, en na het vervullen van enkele verantwoordelijkheden en het leveren van enige inspanning voelen ze zich ongemakkelijk, voelen ze dat de regeling ongelijk was en dat ze zijn gebruikt, dus bedenken ze allerlei manieren om het recht te trekken. Wanneer je in God gelooft, beschermt God je en leidt Hij je, en schenkt Hij je zoveel waarheden. Hoe kun je er dan niet aan denken Hem terug te betalen? Je denkt er niet aan Hem terug te betalen, maar God maakt er geen punt van. Wanneer je echter een kleine verplichting vervult, ga je naar God om het recht te trekken. Wanneer je een kleine verplichting vervult, wil je dingen afpersen en door bedrog iets verkrijgen – je bedenkt allerlei manieren om het goed te maken. Zoek je niet de dood? Is wat God je heeft gegeven niet veel? Wat verdienen mensen, gezien hun uitingen? Hebben mensen de dingen die ze genieten en vandaag hebben omdat ze die verdienden? Nee. Dat zijn dingen die God je heeft geschonken en dingen waarmee Hij je heeft gezegend. Je bent al rijkelijk bedeeld. God heeft je het leven, de waarheid en de weg geschonken zonder er iets voor terug te vragen. Hoe heb je Hem terugbetaald? Wanneer je een beetje van je verplichtingen en plichten doet, voelt het vanbinnen moeilijk te verdragen en alsof je verlies hebt geleden, en bedenk je allerlei manieren om het recht te trekken. Als je het recht wilt trekken, kan God je er iets voor teruggeven. Maar zul je, nadat je het hebt gekregen, nog steeds gered kunnen worden? Er zal een dag komen waarop deze mensen precies weten wat het belangrijkste is en wat het meest waardevol is. Mensen die de essentie van een antichrist hebben, zullen nooit de waarde van de waarheid kennen. Wanneer de dag komt waarop hun uitkomst wordt onthuld, en waarop alles wordt onthuld en openbaar gemaakt, dan zullen ze het weten. Zal het dan niet te laat zijn? De uitkomst van alle dingen is nabij, en alle dingen zullen voorbijgaan. Alleen Gods woorden en Zijn waarheid zullen voor eeuwig blijven bestaan. Degenen die de waarheid bezitten en Gods woorden beoefenen, zullen samen met Zijn woorden en met Zijn waarheid blijven bestaan. Dit is de waarde en macht van Gods woorden. Antichristen zullen echter nooit duidelijkheid hebben over dit feit, dus pijnigen ze hun hersens, bedenken ze allerlei manieren en gebruiken ze elk mogelijk middel om plannen te smeden voor diverse voordelen onder de vlag van het geloven in God, en gebruiken ze nog onhandigere frauduleuze middelen om Gods offergaven te verkrijgen, en Zijn offergaven te verduisteren en zich toe te eigenen. Al de handelingen en gedragingen van deze mensen zijn tot op de letter in Gods notitieboekje opgetekend. Wanneer de dag komt waarop hun uitkomsten worden onthuld, zal God ieders uitkomst bepalen op basis van deze optekeningen. Al deze dingen zijn waar. Of je het nu gelooft of niet, al deze dingen zullen worden onthuld. Dit is het vijfde geval. Wat voor soort persoon is deze man? Is zijn karakter nobel of laaghartig? (Laaghartig.) In Gods ogen is hij geen eervolle persoon; hij is laag. Hij wordt kortweg aangeduid als een ‘ploert’.

Geval zes: een zware inspanning leveren om een ambt te verkrijgen omwille van voedsel en kleding

Nadat ze in God zijn gaan geloven, streven veel mensen altijd status na en streven ze ernaar dat andere mensen hen hoogachten. In Gods huis willen ze zich altijd onderscheiden van de massa en aan het hoofd van de kudde staan. Omwille van deze dingen verlaten ze hun familie en geven ze hun carrière op, lijden ze ontberingen en betalen ze een prijs, en uiteindelijk krijgen ze hun zin en worden ze leider. Nadat ze leider zijn geworden, is het leven van deze mensen werkelijk anders. Ze uiten elk aspect van het beeld dat en de stijl die ze vroeger in hun hoofd hadden van hoe ambtsdragers zijn, van hoe ze zich kleden en opmaken tot hoe ze praten en handelen. Ze leren hoe ze moeten praten als een functionaris, leren hoe ze mensen moeten commanderen en leren hoe ze mensen hun privézaken voor hen kunnen laten regelen. Simpel gezegd: ze leren hoe ze een functionaris moeten zijn. Wanneer ze naar een plek gaan om leider te zijn, betekent dit dat ze daarheen gaan om een functionaris te zijn. Wat betekent het om een functionaris te zijn? Dat ze ‘een zware inspanning leveren om een ambt te verkrijgen omwille van voedsel en kleding’. Dit is een zaak die betrekking heeft op fysieke genoegens. Wat is er aan hun leven anders dan voorheen, nadat ze leider zijn geworden? Wat ze eten, wat ze dragen en de dingen die ze gebruiken zijn anders. Wanneer ze eten, vinden ze het heel belangrijk dat het voedzaam en smakelijk is. Het merk en de stijl van de kleding die ze dragen vinden ze heel belangrijk. Na een jaar op een bepaalde plek leider te zijn geweest, zijn ze pafferig en dik geworden, ze zijn van top tot teen gekleed in merkkleding, en hun mobiele telefoon, computer en de apparaten in hun huis zijn allemaal van topmerken. Hadden ze deze omstandigheden voordat ze leider waren? (Nee.) Nadat ze leider waren geworden, deden ze geen moeite om geld te verdienen, dus waar haalden ze het geld vandaan om al deze dingen te kopen? Hebben de broeders en zusters deze dingen aan hen geschonken, of heeft Gods huis deze dingen aan hen toegewezen? Hebben jullie ooit gehoord dat Gods huis deze dingen aan elke leider en werker toewijst? (Nee.) Hoe zijn ze er dan aan gekomen? In ieder geval waren dit geen dingen die ze door hun eigen harde werk hadden verkregen; het waren dingen die ze kregen nadat ze status hadden verworven en ‘functionaris’ waren geworden – waarbij ze genoten van de voordelen van status – door anderen af te persen, en door bedrog en inbeslagnames. Waren er overal in de kerken mensen zoals deze onder alle verschillende rangen van leiders en werkers met wie jullie in contact kwamen? Wanneer ze net leider zijn geworden, hebben ze niets, maar in minder dan drie maanden hebben ze computers en mobiele telefoons van topmerken. Nadat ze leider zijn geworden, vinden sommige mensen dat ze een behandeling van hoog niveau moeten genieten – wanneer ze uitgaan, moeten ze in een auto rijden; de computers en mobiele telefoons die ze gebruiken moeten beter zijn dan die welke gewone mensen gebruiken, ze moeten van een topmerk zijn, en wanneer het model oud is, moet het vervangen worden door een nieuw exemplaar. Heeft Gods huis deze regels? Gods huis heeft deze regels nooit gehad, en er is geen enkele broeder of zuster die dit denkt. Waar komen deze dingen die deze leiders genieten dan vandaan? Ten eerste kregen ze deze dingen door broeders en zusters af te persen en rijke mensen deze dingen voor hen te laten kopen onder de vlag van het doen van het werk van Gods huis. Daarnaast kochten ze deze dingen zelf door offergaven te ontvreemden en te stelen. Is dit geen uitschot dat door bedrog voedsel en drank verkrijgt? Is dit anders dan de mensen in de vorige paar gevallen die ik heb gedeeld? (Nee.) Wat hebben ze gemeen? Ze gebruikten allemaal hun positie om offergaven te verduisteren en offergaven te verkrijgen door afpersing. Sommige mensen zeggen: “Zijn ze, door in Gods huis te werken en leider of werker te zijn, niet gekwalificeerd om deze dingen te genieten? Zijn ze niet gekwalificeerd om samen met Hem in Gods offergaven te delen?” Zeg mij, zijn ze dat? (Nee.) Als ze wat dingen moeten kopen om het werk van Gods huis te doen, heeft Gods huis in dit geval regels die stellen dat ze die dingen mogen kopen, maar kopen deze mensen dingen binnen de bepalingen van de regels? (Nee.) Waaraan zien jullie dat ze dat niet doen? (Als ze het echt nodig hadden voor het werk, zouden ze vinden dat iets prima was zolang het gebruikt kon worden, maar wat antichristen nastreven zijn luxe merkspullen, en ze gebruiken overal het beste van. Hieraan kunnen we zien dat ze hun status gebruiken om deze materiële dingen te genieten.) Dat klopt. Als het nodig was voor het werk, zou iets prima zijn zolang het gebruikt kon worden. Waarom moeten ze zulke chique en dure dingen gebruiken? En hebben andere mensen, toen ze deze dingen kochten, deelgenomen aan de beslissing en ermee ingestemd? Is dit geen probleem? Als andere mensen mede hadden besloten, zouden ze er dan allemaal mee hebben ingestemd dat ze deze luxe dingen kochten? Absoluut niet. Het is overduidelijk dat ze deze dingen hebben verkregen door offergaven te stelen. Dit is glashelder. Ook heeft Gods huis een regel – in elke kerk is noch het bewaren van offergaven, noch het samenwerken om werk uit te voeren ooit de taak van slechts één persoon. Waarom konden deze mensen dan afzonderlijk naar believen offergaven gebruiken en uitgeven? Dit is niet in overeenstemming met de principes. Is de aard van deze dingen die ze doen niet die van het stelen van offergaven? Ze kochten deze dingen en verkregen ze zonder de instemming en goedkeuring van andere leiders en werkers, laat staan dat ze andere mensen op de hoogte stelden, en zonder dat iemand anders wist wat ze deden. Lijkt de aard hiervan niet een beetje op stelen? Dit wordt het stelen van offergaven genoemd. Stelen is bedriegen. Waarom wordt het bedriegen genoemd? Omdat ze deze chique dingen kochten en verkregen onder de vlag van het doen van het werk van Gods huis. Dit soort gedrag wordt fraude genoemd, en het wordt bedrog genoemd. Ben ik te ver gegaan door het op deze manier te kenmerken? Maak ik van een mug een olifant? (Nee.) Niet alleen dit, maar nadat deze zogenaamde leiders een tijdje op een plek hebben verbleven, peilen ze heel duidelijk welk werk de broeders en zusters daar in de wereld doen, welke sociale contacten ze hebben, welke voordelen ze van deze mensen kunnen verkrijgen en door oplichting kunnen loskrijgen, en welke contacten ze kunnen gebruiken. Bijvoorbeeld, welke broeders en zusters in een ziekenhuis werken, voor een overheidsinstantie of bij een bank, of wie ondernemer is, wiens familie een winkel heeft, een auto bezit of een groot huis, enzovoort, die dingen peilen ze heel duidelijk. Vallen deze dingen onder het werk van deze leiders? Waarom peilen ze deze dingen? Ze willen deze contacten gebruiken, en ze willen deze broeders en zusters die speciale posities in de wereld hebben gebruiken om dienst aan hen te verlenen, hen te dienen en hen van gemakken te voorzien. Denk je dat ze dit doen om het werk van de kerk te doen, en dat ze over de waarheid communiceren om de moeilijkheden van Gods uitverkoren volk aan te pakken? Is dat wat ze aan het doen zijn? Er zit een intentie en een doel achter al deze dingen die ze doen. Wanneer ware leiders en werkers werken, richten ze zich op het oplossen van problemen en op het goed doen van het werk van de kerk. Ze schenken geen aandacht aan dingen die niets met het werk van de kerk te maken hebben. Ze richten zich er alleen op te vragen wie in de kerk zijn plicht oprecht vervult, wie zijn plicht effectief doet, wie de waarheid kan aanvaarden en beoefenen, en wie zijn plicht trouw vervult. Vervolgens bevorderen ze hen, en onderzoeken ze die mensen die hinder en verstoringen veroorzaken en pakken ze hen aan volgens de principes. Alleen mensen die zo praktiseren zijn ware leiders en werkers. Doen antichristen deze dingen? (Nee.) Wat doen ze wel? Ze doen dingen en treffen voorbereidingen om begeerlijke dingen voor zichzelf te vergaren, en omwille van hun eigen belangen, maar zetten zich niet in voor het werk van de kerk en hechten er geen belang aan. Daarom hebben ze, nadat ze ergens voet aan de grond hebben gekregen, zo goed als uitgezocht welke broeders en zusters welke diensten voor hen kunnen verlenen. Wie bijvoorbeeld in een farmaceutische fabriek werkt, kan hun gratis medicijnen geven als ze ziek zijn, en hun geïmporteerde medicijnen van hoge kwaliteit geven; wie bij een bank werkt, kan het voor hen gemakkelijk maken om geld te storten of op te nemen; enzovoort. Ze zoeken al deze dingen heel duidelijk uit. Ze verzamelen deze mensen om zich heen zonder er acht op te slaan of de menselijkheid van deze mensen goed is. Zolang deze mensen hen volgen en bereid zijn hun helpers en ondersteuners te zijn, zullen antichristen hun begeerlijke dingen geven, en hen dichtbij houden, koesteren en beschermen, terwijl deze mensen werken om de positie van deze antichristen in de kerk te verstevigen en de macht van deze antichristen in stand te houden. Wanneer je wilt dus zien of een kerkleider echt werk verricht, vraag hem dan naar de werkelijke situatie van de broeders en zusters in die kerk, en hoe het met het werk van de kerk gaat, en je zult duidelijk kunnen zien of hij daadwerkelijk iemand is die echt werk verricht. Sommige mensen zoeken de familiezaken en levensomstandigheden van broeders en zusters in de kerk duidelijk uit. Als je hun vraagt wie er in een farmaceutische fabriek werkt, wiens familie een winkel heeft, wiens familie een auto heeft, wiens familie grote zaken doet, of wie er bij welke plaatselijke afdeling dan ook werkt en dingen voor broeders en zusters kan doen, kunnen ze je dat precies vertellen. Als je hun vraagt wie de waarheid nastreeft, wie plichtmatig is bij het uitvoeren van zijn plicht, wie een antichrist is, wie mensen probeert voor zich te winnen, wie het evangelie effectief predikt, of hoeveel potentiële ontvangers van het evangelie er ter plaatse zijn, weten ze deze dingen niet. Wat voor soort mensen is dit? Ze willen alle sociale contacten gebruiken op de plek waar ze zijn, en hen verenigen om een kleine sociale groep te vormen. Daarom kan de plek waar deze leiders zijn geen kerk worden genoemd. Nadat zij ermee klaar zijn, is het een sociale groep geworden. Wanneer deze mensen samenkomen, openen ze hun hart niet om over elkaars ervaringsinzicht te communiceren; in plaats daarvan kijken ze wie de sterkere contacten heeft, wie een hoge positie in de maatschappij heeft en zeer succesvol is, wie bekend is in de maatschappij, wie invloed heeft in de maatschappij, en wie bijzonder handige diensten en begeerlijke dingen aan de leider kan leveren. Wie deze mensen ook zijn, zij hebben status in het hart van de leider. Is dit niet wat antichristen doen? (Ja.) Wat doen antichristen? Bouwen ze de kerk op? Ze breken de kerk af en vernietigen de kerk, en verstoren en hinderen het werk van Gods huis. Ze zijn bezig hun eigen onafhankelijke koninkrijk te creëren, hun eigen privégroep en kliek. Dit is wat antichristen doen.

Ik heb al zoveel jaren contact met jullie, maar vraag ik wat jullie families doen, hoe welvarend jullie families zijn en wat jullie achtergronden zijn? (Nee.) Waarom vraag ik deze dingen niet? Het heeft geen zin om die dingen te vragen. Gods huis is niet de maatschappij. Het is niet nodig om bij anderen in de gunst te komen of door omkoping contacten te verkrijgen. Vragen naar deze dingen heeft helemaal geen verband met het geloof in God. Maak van Gods huis niet de maatschappij. Wat je familieachtergrond ook is, of die nu arm of rijk is, in welke omgeving je ook woont, of het nu een stad of het platteland is, het maakt niet uit. Als je de waarheid niet nastreeft, maakt het niet uit hoe hoog je positie in de maatschappij vroeger ook was. Daar zal ik niet naar kijken. Wanneer ik met mensen praat, heb ik nooit naar hun familiesituatie gevraagd. Als ze erover willen praten, luister ik, maar ik heb deze dingen nooit behandeld als belangrijke informatie waarnaar ik moet vragen, laat staan dat ik heb geprobeerd informatie te vergaren om mensen te gebruiken. Wanneer antichristen echter naar deze dingen vragen, doen ze dat beslist niet alleen om een praatje te maken; ze doen het om begeerlijke dingen te vergaren. Als bijvoorbeeld iemands familie een winkel heeft die gezondheidsproducten verkoopt en hen deze tegen groothandelsprijs kan aanbieden, werken ze zich bij die familie in de gunst; of als iemand een vriend heeft die ze kunnen gebruiken om hen te helpen mooie dingen te kopen, onthouden ze dat. Ze houden een lijst bij van deze ‘contacten’ en deze mensen die ze als speciale talenten beschouwen, en gebruiken hen op cruciale momenten. Ze denken dat deze mensen allemaal getalenteerd zijn en van groot nut voor hen zijn. Is deze zienswijze juist? (Nee.) Mensen die de waarheid niet nastreven, en die van de wereld en van Satan zijn, zien deze dingen als belangrijker dan het leven en de waarheid. Als een bepaald iemand vroeger een gewone werker in de maatschappij was, en een leider dit hoort en hem meteen geen aandacht meer wil schenken, hoe oprecht die persoon ook streeft in zijn geloof, en wanneer de leider ziet dat iemand vroeger een kaderlid was en zijn familie welvarend is, een superieure levensstijl heeft en aan de top leeft, en de leider daarom bij hem slijmt, is dit dan een goede leider? (Nee.) Zijn jullie ooit aan dit soort behandeling onderworpen geweest? Wat dachten jullie nadat jullie aan dit soort behandeling waren onderworpen? Voelden jullie dat er geen liefde of warmte was in Gods huis? Vertegenwoordigen antichristen Gods huis? Ze vertegenwoordigen Gods huis niet. Ze vertegenwoordigen Satan. Hun handelswijze en essentie zijn allemaal van Satan en hebben helemaal niets met de waarheid te maken. Ze vertegenwoordigen alleen zichzelf. Er zijn ook antichristen die, nadat ze deze ‘contacten’ in hun greep hebben en contact met hen hebben opgenomen, hen gebruiken om privézaken voor hen te regelen, of zelfs om werk voor hun familieleden te regelen. Zeg mij, gebeurt dit soort dingen? (Ja.) Antichristen zijn maar al te goed tot deze dingen in staat. Iemand zonder geweten, die geen schaamte kent en die tot in het extreme egoïstisch en laaghartig is, is tot alles in staat – hij is in staat om om het even wat te doen dat niet in overeenstemming is met de waarheid en dat indruist tegen de moraal en het geweten. In de ogen van antichristen is het gebruiken van hun positie om hun privézaken te regelen, voordelen te vergaren en dergelijke dus de normaalste zaak van de wereld, en het zou niet ter sprake moeten worden gebracht en onderscheiden of begrepen moeten worden. Het is net zoals ongelovigen zeggen: ‘Een zware inspanning leveren om een ambt te verkrijgen omwille van voedsel en kleding.’ Dit is ook het doel dat antichristen nastreven door leider te zijn. Behalve dat ze streven, werken ze ook hard in deze richting zonder een greintje zelfverwijt, waarbij ze de macht in hun handen gebruiken en hun positie gebruiken om broeders en zusters onder dreiging dingen te laten doen, alsof het volkomen redelijk was, en allerlei praktijken en eisen aan broeders en zusters voorleggen die niet in overeenstemming zijn met de principes. Sommige verwarde mensen die geen onderscheidingsvermogen hebben, worden tegen hun wil door deze leiders gebruikt en gecommandeerd, en er kunnen zelfs mensen zijn die hun eigen geld gebruiken om dingen voor hen te doen maar niets mogen zeggen, en denken dat ze door dit te doen hun plicht vervullen en goede daden voorbereiden. Laat mij je vertellen: je hebt het mis. Door dit te doen, bereid je geen goede daden voor; je helpt eerder een slecht iemand met het doen van slechte dingen, en vergroot de macht van een kwaadaardig iemand. Waarom zeg ik dit? Wanneer je deze dingen doet, is het niet in overeenstemming met de principes. Je vervult je plicht niet. Je helpt een antichrist plannen te smeden voor zijn persoonlijke voordelen, en regelt privézaken voor hem. Dit is niet jouw plicht; het is niet jouw verantwoordelijkheid. Het is niet de opdracht die God je gaf, noch is het het werk van Gods huis. Door dit te doen, dien je Satan en werk je voor Satan. Zal God je gedenken omdat je voor Satan werkt? (Nee.) Wat zal God dan gedenken? Er staat een zin in de Bijbel. De Heer Jezus zei: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van Mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan” (Matteüs 25:40). Dit is wat God heeft bepaald. Wat betekenen deze woorden? Als je in staat bent om iets te doen voor de onaanzienlijkste van de broeders en zusters, dan is dat ding beslist gedaan volgens de principes en volgens Gods eisen. Je kijkt niet naar hoe hoog iemands status is, maar doet dingen volgens principes. Sommige mensen doen alleen dingen, spannen zich in, werken voor degenen met status en steunen hen enthousiast, maar mocht iemand zonder status hen vragen iets te doen, zelfs als het een plicht of verantwoordelijkheid is die ze zouden moeten doen, schenken ze hem geen aandacht. Hoe worden de dingen die ze doen dan gekenmerkt? Vanuit Gods standpunt worden deze dingen gekenmerkt als werken voor Satan, en Hij zal deze dingen helemaal niet gedenken. Dit is het zesde geval. Hebben sommigen van jullie gevallen als deze gezien? (Ik heb er een gezien, God. Vroeger, toen er een antichrist was die leider was waar wij waren, gebruikte ze haar positie om het goede voedsel, nuttige spullen, make-up en andere dingen die door de broeders en zusters waren geschonken voor zichzelf te houden. Sommige dingen waren al over de datum, maar ze gaf ze nog steeds niet aan de broeders en zusters; ze verduisterde al deze dingen. Ook kocht ze een donzen jas, maar later, toen ze zag dat een zuster een donzen jas had gekocht die niet veel kostte en van goede kwaliteit was, bedacht ze allerlei dingen om tegen de zuster te zeggen om haar de jas af te troggelen, en liet ze de zuster meer geld uitgeven om haar eigen donzen jas te kopen.) Men kan stellen dat elke antichrist een kwaadaardig iemand is, dat hij geen menselijkheid of geweten heeft en dat zijn karakter bijzonder laaghartig is. Deze mensen moeten uiteindelijk worden onthuld en geëlimineerd.

In het verleden was er een gezin van drie personen die naar het buitenland kwamen om hun plicht te vervullen. Na aankomst lieten ze de broeders en zusters hen elke dag mee op stap nemen om dingen te kopen – sommigen van hen wilden donzen jassen, sommigen wilden broeken en anderen wilden schoenen. Ze verzonnen smoesjes en zeiden dat ze niet zoveel geld hadden meegebracht. Als ze niet zoveel geld hadden meegebracht, hadden ze geen dingen moeten kopen, maar dat wilden ze hoe dan ook, en ze wilden geen gewone dingen, maar chique dingen, die de broeders en zusters met hun eigen geld betaalden. Terwijl de gezinsleden een tijdje hun plicht vervulden, begonnen mensen hun gedrag af te keuren – het voedsel dat ze aten, de plek waar ze woonden en de dingen die ze gebruikten waren allemaal overdadig! De vader in het gezin liet de broeders en zusters zelfs melk voor hem kopen, en als hij dorst had, dronk hij melk alsof het water was. Hoeveel mensen zijn er in deze wereld die melk kunnen drinken als water? Van welk niveau moeten die mensen zijn? Later liet hij de broeders en zusters mandarijnen en sinaasappels kopen, en ze kochten één grote zak die het gezin in twee dagen op had. Hierna zei hij dat ze extra vitaminen wilden, dus zei hij tegen de broeders en zusters dat ze kersen moesten kopen. Daarbij gebruikte hij Mij zelfs als voorwendsel en zei: “Je moet kersen kopen voor god!” ik zei: “Het is nu winter. Het is niet het seizoen om kersen te eten. Ik zal ze niet eten; koop ze niet voor Mij.” Hij zei: “We moeten ze toch kopen!” Toen de broeders en zusters een enkele doos kersen kochten, had zijn gezin die in een mum van tijd achter de kiezen. Ik had nog nooit iemand gezien die zo kon eten – ze aten fruit alsof het rijst was en dronken melk alsof het water was. En toen het tijd was om te eten, zagen ze dat er vis was en aten ze die gulzig op. De manier waarop ze die aten, zou jullie doen walgen – ze waren als uitgehongerde geesten die nog nooit iets goeds hadden gegeten. Ze dachten dat ze deze kans om goede dingen te hebben moesten benutten, dus haastten ze zich gretig om zich vol te proppen. Uiteindelijk at het kind zoveel dat er iets mis met hem ging. Hierna zei het kind iets met verwrongen logica: “Als ik die vis niet in gods plaats had gegeten, zou ik niet ziek zijn geworden!” Ik was er niet eens bij toen hij die at, en Ik wist er niets van. Hij at die uit eigen beweging – hoe kon hij Mij de schuld geven? Maar hij gaf Mij wel de schuld. Hoe moeten mensen als deze worden aangepakt? (Ze moeten worden verwijderd.) Wat zijn ze? (Duivels en Satans.) Het zijn duivels. Destijds zei ik tegen de plaatselijke kerkleiders: “Verwijder hen en zorg dat ze hier weggaan, zo ver mogelijk weg. Ik wil hun gezichten nooit meer zien!”

Ik ben in sommige kerken geweest en heb met heel wat broeders en zusters omgegaan. Ik heb allerlei slechte en kwaadaardige mensen gezien, maar het aantal mensen met wie Ik normaal kan omgaan is vrij klein. Er is werkelijk geen manier om met de meerderheid van de mensen om te gaan, en er zijn te veel mensen die voor rede niet vatbaar zijn. Alles wat ze zeggen heeft een verwrongen en foutieve logica, en ze presenteren onwaarheden alsof ze waar zijn – het zijn gewoon beesten, duivels en Satans, en ze hebben geen greintje menselijkheid of verstand. Mensen als deze vormen minstens ongeveer een derde van de mensen in elke kerk. Geen van hen is iets waard, en geen van hen kan gered worden; ze zouden allemaal zo snel mogelijk geëlimineerd moeten worden. De mensen met wie Ik graag omga zijn degenen die de waarheid kunnen aanvaarden, die relatief eerlijk zijn en die vanuit hun hart kunnen spreken. Ongeacht welke verdorvenheden ze openbaren of welke afwijkingen ze hebben, zolang ze bereid zijn om over de waarheid te communiceren en de waarheid kunnen aanvaarden, kan Ik met hen overweg. Wat bedrieglijke mensen en degenen die graag van anderen profiteren betreft, daar sla Ik geen acht op. Sommige mensen willen altijd met zichzelf pronken wanneer ze in Mijn aanwezigheid zijn en ervoor zorgen dat Ik hen hoogacht. Ze gedragen zich op de ene manier in Mijn bijzijn en op een andere manier achter Mijn rug om Mij te bedriegen. Mensen als deze zijn duivels, en ze zouden zo ver mogelijk weggestuurd moeten worden; Ik wil ze nooit meer zien. Wanneer mensen zwakheden en tekortkomingen hebben, kan Ik hen steunen en voorzien, en wanneer ze een verdorven gezindheid hebben, kan Ik met hen over de waarheid communiceren, maar Ik laat me niet in met duivels en luister niet naar wat duivels zeggen. Sommige mensen zijn nieuwe gelovigen en er zijn waarheden die ze niet begrijpen, dus zijn ze in staat om onwetend te spreken en te handelen. We kunnen over de waarheid communiceren, maar als je sommige waarheden begrijpt en dan opzettelijk stennis schopt, onredelijk tegenover Mij handelt en Mij bekritiseert, zal Ik je niet dulden. Waarom zal Ik je niet dulden? Je bent niet iemand die gered kan worden, dus waarom zou Ik je dulden? Iemand duldenbetekent dat Ik hem kan tolereren en geduldig met hem kan zijn. Ik ben geduldig met onwetende mensen en de gemiddelde verdorven persoon, maar niet met vijanden of duivels. Als duivels en vijanden doen alsof ze mooiklinkende dingen tegen je zeggen en je omkopen, je bedriegen of je tijdelijk geluk geven, kun je dan geloven wat ze zeggen? (Nee, dat kunnen we niet.) Waarom niet? Omdat ze de waarheid niet kunnen aanvaarden, hebben jullie dit al duidelijk gezien, en deze mensen zijn al onthuld. Ze zijn niet eerlijk wat betreft de dingen die ze zeggen, wanneer ze over de waarheid communiceren is het allemaal hypocriet, en het is moeilijk te onderscheiden of wat ze zeggen waar of onwaar is. Als je deze dingen nauwkeurig kunt zien, kun je er zeker van zijn dat het duivels en Satans zijn. Alleen door hen te verwijderen of te verdrijven kan het probleem grondig worden opgelost. Sommige mensen zeggen: “Waarom krijgen ze niet een beetje speelruimte?” Deze mensen kunnen onmogelijk berouw hebben; het is voor hen niet mogelijk om berouw te hebben. Ze zijn net als Satan – hoe almachtig en wijs God ook is, vanuit zijn perspectief is dit niet de essentie die God zou moeten hebben. Hij behandelt God niet als God, en hij denkt dat zijn sluwe plannen wijsheid zijn, dat zijn aard-essentie de waarheid is en dat God niet de waarheid is. Dit is een zuivere Satan, en hij is voorbestemd om God tot het einde vijandig gezind te zijn. Kwaadaardige mensen zijn dus voorbestemd om de waarheid niet lief te kunnen hebben en de waarheid niet na te kunnen streven, en als zodanig redt God hen niet. Hen uit de kerk verwijderen en uit Gods huis verdrijven is de meest juiste beslissing en is in het geheel niet verkeerd.

De antichristen over wie Ik vandaag heb gecommuniceerd en die Ik heb vandaag ontleed, zullen nooit de richting en doelen die ze nastreven veranderen. Ze geven prioriteit aan eigenbelang bij alles wat ze nastreven, waarbij ze hun uiterste kracht gebruiken en hun hersens pijnigen om in Gods huis door bedrog voedsel en drank te verkrijgen. Ze hebben zich nooit oprecht voor God ingezet; ze willen alleen maar door bedrog voedsel en drank verkrijgen, hun belangen veiligstellen en zich van een goede behandeling verzekeren. Ze denken dat God dit niet ziet, er niets van weet en het niet nauwkeurig kan onderzoeken, dus streven ze deze dingen vastberaden na. Natuurlijk is dit hoe hun aard-essentie is – ze hebben de waarheid niet lief en kunnen niet het pad van het nastreven van de waarheid bewandelen, dus zijn ze gedoemd om als antichristen te worden gekenmerkt. Dit is het soort mensen dat God elimineert, en het soort mensen dat Gods huis zou moeten verdrijven zodra ze worden ontdekt. Vanaf het moment dat wordt ontdekt dat iemand zich op de weg van een antichrist bevindt, via het moment waarop hij een reeks dingen doet die niet in overeenstemming zijn met de waarheid, tot de dag waarop hij als antichrist wordt gekenmerkt, dit alles toont iedereen dat antichristen niet veranderen. Hun uiteindelijke uitkomst is om door Gods huis te worden verdreven en door God te worden geëlimineerd – ze zijn niet in staat tot verandering. Wat hebben jullie er dan aan om deze dingen te weten? Sommige mensen zeggen: “Wij verkrijgen geen voedsel en drank door bedrog. We streven de waarheid na en willen onze plicht als schepselen vervullen. We volgen God en onderwerpen ons aan Zijn orkestraties en regelingen. We handelen niet als antichristen en zijn niet van plan de weg van antichristen te bewandelen. Wat voor nut heeft het voor ons om van deze gevallen te weten?” Voor gewone broeders en zusters kunnen deze uitingen en onthullingen van antichristen als een waarschuwing dienen voor iedere persoon, en hen laten weten welk pad juist is en welke gedragingen en manieren van dingen doen in overeenstemming zijn met Gods bedoelingen. Voor kerkleiders en werkers op alle niveaus is dit een levend bewijs voor het onderscheiden van antichristen. Wat voor nut heeft het onderscheiden van antichristen voor het werk van de kerk? Het helpt jullie antichristen nauwkeurig te identificeren en hen op het juiste moment uit de kerk te verdrijven, waardoor de kerk zuiverder wordt en vrij van de verstoringen, hinder en schade van deze antichristen, zodat degenen die werkelijk de waarheid nastreven en die zich oprecht voor God kunnen inzetten een schone en rustige omgeving hebben, vrij van de verstoringen van duivels en Satans. Als het dus gaat om de waarheid van het onderscheiden van antichristen, ongeacht of je hen onderscheidt vanuit het perspectief van feiten en uitingen, of op basis van de waarheidsprincipes, moeten jullie beide aspecten onder de knie krijgen. Het is bevorderlijk voor jullie ingang in het leven en voor het werk van de kerk – dit is iets wat jullie zouden moeten begrijpen.

Vandaag heb Ik over verschillende gevallen gesproken. Deze zaken zijn allemaal gedragingen, manieren van dingen doen en uitingen van de venijnigheid, de schaamteloosheid en het totale gebrek aan enige morele ondergrens van antichristen. Dit zouden allemaal gevallen moeten zijn die om jullie heen zijn gebeurd, en men kan stellen dat de manieren van dingen doen en de uitingen van antichristen allemaal tot op zekere hoogte in jullie bestaan. Met andere woorden, jullie hebben allemaal enkele gezindheden van antichristen en enkele praktijken van antichristen. Daarom moeten jullie, terwijl jullie antichristen onderscheiden, ook je eigen gedrag controleren en onderzoeken en erover nadenken. Sommige mensen zeggen misschien: “U praat altijd over zulke gevallen, zulke roddels, en U treedt in miniem detail. Hoe komt dit ons binnengaan in de waarheid ten goede? Op dit moment hebben we het erg druk met onze plichten, en we willen geen aantekeningen maken over deze dingen of ernaar luisteren. Bij het binnengaan in de waarheid is het genoeg om aan twee dingen vast te houden – het ene is je aan God onderwerpen, en het andere is je plicht naar behoren vervullen. Het is zo simpel!” Het mag dan in theorie zo simpel zijn, maar precies en specifiek gesproken is het niet zo simpel. Als je weinig waarheden begrijpt, zal je binnengaan ruw en oppervlakkig zijn, en als de waarheden die je begrijpt algemeen zijn, zullen de details die je ervaart ook gering in aantal zijn, en zul je nooit in Gods aanwezigheid worden gezuiverd. God vraagt mensen de waarheid na te streven en de waarheidswerkelijkheden binnen te gaan, dus moeten mensen deze details begrijpen. Wat leiden jullie hieruit af? God heeft besloten jullie te redden, dus moet Hij ernstig jegens jullie zijn en absoluut niet onzorgvuldig, verward of tevreden zijn met ‘bijna goed’ of ‘min of meer goed’. Voor God bestaan ‘min of meer goed’, ‘vier van de vijf’, ‘misschien’ en ‘wellicht’ niet. Als je gered wilt worden en het pad van redding wilt bewandelen, moet je al deze details van de waarheid begrijpen. Als je nu niet tegen de taak opgewassen bent, is dat geen probleem – nu beginnen met het binnengaan in de details van de waarheid is niet te laat. Als je alleen maar tevreden bent met een houding van je plicht goed vervullen zonder fouten te maken, en je kunnen onderwerpen wanneer je dingen overkomen, dan zul je nooit de waarheidswerkelijkheden binnengaan. Elke waarheid die God aan mensen geeft heeft veel specifieke details, en als mensen deze details niet begrijpen, zullen ze nooit de waarheid begrijpen of Gods bedoelingen begrijpen. Is het een goede zaak dat God serieus is jegens mensen? (Ja.) Ongeacht of het nu gaat om het vervullen van hun plichten, hun onderwerping, hun interpersoonlijke relaties, of hoe ze de kwestie van hun vooruitzichten en lot benaderen, of zelfs met betrekking tot de dingen waarover ik nu spreek, zoals hoe antichristen te onderscheiden, hoe het pad van een antichrist niet te bewandelen, en hoe de gezindheid van een antichrist af te werpen, zouden ze deze een voor een moeten vatten. Zodra jullie werkelijk in staat zijn deze details te onderscheiden en niet alleen weten hoe je een beetje eenvoudige en lege doctrine moet prediken, zullen jullie de waarheidswerkelijkheden zijn binnengegaan. Alleen mensen die de waarheidswerkelijkheden binnengaan hebben een kans en de hoop om gered te worden; louter woorden en doctrines prediken is slechts arbeiden. Als mensen de waarheidswerkelijkheden willen binnengaan, moeten ze met deze details beginnen. Anders zullen ze nooit verandering van gezindheid bereiken.

4 april 2020

Vorige: Punt negen: Ze doen alleen hun plicht om zich te onderscheiden en hun eigen belangen en ambities te voeden; ze denken nooit aan de belangen van Gods huis en verraden die belangen zelfs in ruil voor persoonlijke glorie (deel 4)

Volgende: Punt negen: ze doen alleen hun plicht om zich te onderscheiden en hun eigen belangen en ambities te voeden; ze denken nooit aan de belangen van Gods huis en verraden die belangen zelfs in ruil voor persoonlijke glorie (deel 6)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat is jouw begrip van God?

Mensen geloven al heel lang in God, toch weten de meesten niet wat het woord ‘God’ betekent, en volgen ze slechts in verbijstering. Ze...

Het zuchten van de Almachtige

Er is een enorm geheim in je hart, waar je je nooit bewust van bent geweest, want je hebt steeds in een wereld zonder licht geleefd. Je...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger