Punt tien: Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis (deel 6)
III. Het verachten van de woorden van God
Vandaag gaan we verder met de communicatie over het tiende punt van de diverse uitingen van antichristen: “Ze verachten de waarheid, schenden schaamteloos principes en negeren de regelingen van Gods huis”, waarbij we ons richten op het derde deel, dat handelt over hun verachting voor de woorden van God. Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we over twee aspecten van dit deel gecommuniceerd. Welke twee waren dat? (Het eerste was dat antichristen willekeurig knoeien met de woorden van God en deze interpreteren. Het andere was dat antichristen Gods woorden ontkennen wanneer die niet overeenstemmen met hun noties.) Beide aspecten hebben betrekking op het feit dat antichristen Gods woorden verachten. De verachting van antichristen voor Gods woorden komt op vele manieren tot uiting; het houdt verband met hun essentie, hun houding ten opzichte van God en hoe ze alle aspecten behandelen die op God betrekking hebben. Gods woorden omvatten een breed scala aan inhoud. De verachting van antichristen voor Gods woorden is dus niet zomaar een simpele houding die ze tegenover Zijn woorden hebben. De redenen voor hun verachting zijn veelzijdig, niet enkelvoudig. Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over twee specifieke uitingen van hoe antichristen Gods woorden verachten. Vandaag zullen we communiceren over een andere uiting.
C. Antichristen vorsen uit of Gods woorden uitkomen
Antichristen verachten Gods woorden – hebben ze een waar geloof in wat God zegt, in alle inhoud die door God is gesproken? (Nee.) Daar is feitelijk bewijs voor. Ze geloven niet werkelijk, dus wat is hun houding ten aanzien van de vraag of alle woorden die door God zijn gesproken overeenkomen met de werkelijkheid, of ze kunnen uitkomen, of ze feitelijk zijn? Geloven ze werkelijk, of twijfelen ze en kijken in hun hart afwachtend toe? Ze twijfelen stellig en kijken in hun hart afwachtend toe. Vandaag zullen we communiceren over deze uiting van antichristen: ze vorsen uit of Gods woorden uitkomen. Wat betekent ‘uitvorsen’? Waarom wordt de uitdrukking ‘uitvorsen’ gebruikt? (God, uitvorsen betekent in het geheim toekijken, gluren.) Deze uitleg is in wezen juist. Iedereen begrijpt nu de betekenis van ‘uitvorsen’; het betekent in het geheim kijken en afwachtend observeren, heimelijk kijken zonder door anderen te worden opgemerkt, in de schaduw handelen, niet in het openbaar of zodat anderen het kunnen zien; het is een kleinzielige manoeuvre. Het is duidelijk dat de persoon die deze manoeuvre uitvoert, dit niet in het openbaar doet, maar in het geheim. Dus, afgaande op deze uitingen en uitleg, wat voor gedrag is het wanneer antichristen Gods woorden uitvorsen? (Het verachten van de waarheid.) Waaruit blijkt dat dit het verachten van de waarheid is? Waarom kunnen antichristen Gods woorden niet gewoon vrijmoedig, gerechtvaardigd en in het openbaar lezen? Waarom vorsen ze die uit? Is uitvorsen werkelijk een soort handeling? Uit de uitleg blijkt duidelijk dat uitvorsen niet iets is wat openlijk wordt gedaan; het is niet iets wat kan worden onderscheiden aan de hand van uiterlijke verschijningen, uitdrukkingen of handelingen. In plaats daarvan zijn al deze gedachten verborgen, worden bewaard in het hart, zijn niet waar te nemen door anderen, en het is moeilijk om uit hun uitdrukkingen en handelingen op te maken wat ze denken – dit wordt uitvorsen genoemd. Dit is een houding ten opzichte van Gods woorden die niet openlijk in het openbaar kan verschijnen; het is duidelijk een onjuiste houding. Het is een houding waarbij Gods woorden worden behandeld vanuit het perspectief van een derde partij, vanuit een vijandig gezichtspunt, vanuit een gezichtspunt van aarzelende observatie, nauwkeurig onderzoek, twijfel en weerstand. Kan op basis van deze gedragingen worden gezegd dat het feit dat antichristen uitvorsen of Gods woorden zullen uitkomen, een manifestatie is van het verachten van Gods woorden die ernstig van aard is? (Ja.) Het feit dat antichristen uitvorsen of Gods woorden zullen uitkomen, weerspiegelt hun gezindheid en hun ware houding ten opzichte van Gods woorden, wat tot uiting komt in hun hart, gedachten en heimelijk gekoesterde meningen.
Welke van Gods woorden vorsen antichristen uit? Welke van Gods woorden zijn in hun ogen hun heimelijk, grondig onderzoek en analyse waard? Dat wil zeggen, in welke specifieke inhoud die door God is gesproken zijn antichristen bijzonder geïnteresseerd, hoewel ze er tegelijkertijd vaak aan twijfelen en deze in hun hart afwachtend observeren? Welke van Gods woorden zijn volgens antichristen de moeite waard om tijd en energie aan te besteden om die in hun hart uit te vorsen? (Sommige van Gods profetieën, mysteries en woorden met betrekking tot de vooruitzichten, het lot en de bestemming van mensen.) Profetieën, bestemmingen, mysteries – dit zijn dingen waar de meeste mensen om geven en het zijn vooral dingen die antichristen in het diepst van hun hart nooit kunnen loslaten. Met welke van Gods woorden houden antichristen zich specifiek relatief gezien het meest bezig en welke vorsen ze vaak uit in hun hart? Omdat het erom gaat of deze woorden zullen uitkomen, of ze zullen worden verwezenlijkt, of ze zullen zien dat die daadwerkelijk uitkomen, zijn het beslist de beloften die God aan de mensheid heeft gedaan die antichristen het meest bezighouden, toch? (Juist.) Ook woorden die betrekking hebben op God die mensen vervloekt en straft, kwaadaardige mensen straft, allen straft die tegen Gods woorden ingaan. En dan zijn er profetieën over de catastrofes – is dit niet ook een gebied waar antichristen zich mee bezighouden? (Ja.) Wat nog meer? (De woorden over wanneer God de aarde zal verlaten.) Wanneer God de aarde zal verlaten, wanneer God verheerlijkt zal worden, wanneer Gods grote werk voltooid zal zijn, wanneer God een einde aan deze mensheid zal maken, nietwaar? (Juist.) Hoeveel punten zijn er in totaal? (Vier.) Het eerste betreft Gods woorden over beloften en zegeningen voor de mens. Het tweede betreft Gods woorden over vervloekingen en straf voor de mens. Het derde betreft Gods woorden die de catastrofes profeteren. Het vierde betreft Gods woorden over wanneer Hij de aarde zal verlaten en Zijn grote werk voltooid zal zijn. En er is nog een punt, het belangrijkste punt, een categorie van Gods woorden die antichristen bijzonder graag uit willen vorsen, en dat zijn Gods woorden over Zijn gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie. Waarom moet deze laatste worden toegevoegd? Antichristen geloven niet dat Gods woorden zullen uitkomen; ze vorsen vaak Gods woorden uit. Wat wekt dus vooral hun twijfels op, wat brengt hen ertoe Gods woorden uit te vorsen? Hun voornaamste ongeloof betreft God. Fundamenteel zijn antichristen niet-gelovigen, het zijn duivels; ze twijfelen aan Gods bestaan, geloven niet dat er een God in deze wereld is, geloven niet in het bestaan van God, noch in alles wat God doet. Ze twijfelen dus volkomen aan Gods gezindheid, identiteit en essentie. Wat zullen ze gezien hun twijfel dus doen? Als ze kunnen twijfelen aan Gods identiteit en essentie, zullen ze dan, als het gaat om woorden die betrekking hebben op Gods gezindheid, identiteit en essentie, die gewoon kunnen lezen zonder er iets van te merken of erop te reageren? Kunnen ze deze woorden stellig geloven en aanvaarden? (Nee.) Bijvoorbeeld, als iemand altijd vermoedt dat hij geadopteerd is, kan hij dan geloven dat zijn ouders zijn biologische ouders zijn? Kan hij geloven dat de liefde, bescherming en alle offers die zijn ouders voor zijn vooruitzichten hebben gebracht, oprecht zijn? (Nee.) Wanneer hij aan dit alles twijfelt en het niet gelooft, zal hij dan niet bepaalde dingen in het geheim doen? Hij zou bijvoorbeeld soms gesprekken van zijn ouders kunnen afluisteren om te horen of ze zijn afkomst bespreken. Hij zou ook gewoonlijk goed opletten en zijn ouders voortdurend ondervragen over waar hij geboren is, wie hem ter wereld heeft gebracht en hoeveel hij woog bij zijn geboorte – hij zal altijd naar deze dingen vragen. Als zijn ouders hem slaan of disciplineren, zullen zijn vermoedens alleen maar sterker worden. Wat zijn ouders ook doen, hij zal altijd op zijn hoede zijn en twijfelen. Hoe goed zijn ouders hem ook behandelen, hij kan de argwaan in zijn hart niet loslaten. Volstrekken zich al deze argwaan, al deze innerlijke activiteiten, gedachten en houdingen dan niet in het geheim? Zodra hij gaat twijfelen of zijn ouders zijn biologische ouders zijn, zal hij ongetwijfeld dingen achter de schermen gaan doen. Aangezien de essentie van antichristen die van niet-gelovigen is, geloven ze zeker niet in Gods gezindheid, identiteit en essentie, erkennen ze die niet en aanvaarden ze die niet. Geloven en aanvaarden ze met deze houding van ongeloof, niet-erkenning en niet-aanvaarding werkelijk in hun hart de woorden betreffende Gods gezindheid, identiteit en essentie? Zeker niet. Zolang het woorden betreft over Gods gezindheid, identiteit en essentie, koesteren ze twijfel en verzet in hun hart en nemen ze in hun hart een houding van afwachtende observatie aan. Laten we voorlopig niet in detail treden over dit aspect.
De vijf uitingen van antichristen die Gods woorden die zojuist zijn besproken uitvorsen, zijn in wezen heel veelomvattend en representatief. De woorden van God die antichristen uitvorsen hebben een specifieke inhoud en focus. Bekommeren antichristen zich om de vele woorden die verband houden met de ingang in het leven, woorden waarin God mensen troost, enkele mysteries uitlegt of de verdorven gezindheid van de mens ontmaskert, enzovoort? (Nee.) Voor hen zijn deze woorden onbeduidend. Waarom? Omdat antichristen de waarheid niet liefhebben, niet geloven dat Gods woorden de waarheid zijn, en ze niet van plan zijn Gods oordeel en tuchtiging of Gods redding te aanvaarden. Ze hebben geen plannen in die richting, dus beschouwen ze woorden die verband houden met veranderingen in de menselijke gezindheid en de ingang in het leven als onbelangrijk, als niet de moeite waard om te lezen, over na te denken of ter harte te nemen. Ze hebben geen interesse in deze woorden. Ze denken: wat hebben die woorden te maken met onze vooruitzichten en ons lot? Wat hebben ze te maken met onze bestemming? Die woorden gaan over triviale zaken, ze zijn niet de moeite waard om te lezen of naar te luisteren. Als iemand echt overstuur is en er geen andere oplossing voorhanden is, dan zou hij die woorden gewoon voor een tijdje kunnen lezen om de leegte in zijn hart te vullen, of om enkele bijzonder uitdagende obstakels te overwinnen en enkele hardnekkige moeilijkheden op te lossen – dat is alles. Is het niet te eenvoudig om te stellen dat die woorden iemands gezindheid kunnen veranderen? Ze zijn fundamenteel niet van plan hun gezindheid te laten veranderen, niet van plan Gods woorden te aanvaarden als het leven, de weg of de waarheid. Wat ze willen zijn hun vooruitzichten en bestemming, evenals macht. Daarom nemen ze zulke woorden niet serieus en niet ter harte. Vanuit het perspectief van antichristen is de implicatie dat deze woorden simpelweg hun nauwkeurig onderzoek niet waard zijn, laat staan dat het hun tijd waard is ze te analyseren en te onderzoeken of ze de waarheid zijn of dat ze mensen kunnen veranderen. Voor antichristen zijn alle woorden die verband houden met hun lot en bestemming, hun eigen identiteit, status, al hun persoonlijke belangen, enzovoort, van betekenis; ze zijn van het grootste belang. Sommige mensen zeggen: “Aangezien antichristen deze delen van Gods woorden als zo belangrijk beschouwen en er zoveel aandacht aan schenken, hoe kan er dan worden gezegd dat ze Gods woorden uitvorsen? Is dit niet een beetje een onterechte beschuldiging? Is dit niet een beetje vergezocht en niet helemaal passend?” (Nee. Antichristen geloven niet dat Gods woorden zeker zullen uitkomen en volbracht zullen worden, ze geloven niet dat God meent wat Hij zegt, en dat wat Hij zegt gedaan zal worden. Ze lezen Gods woorden niet met een instelling van geloof en erkenning, maar kijken toe of Gods woorden inderdaad kunnen uitkomen.) Is dit het geval? (Ja.) Antichristen hechten waarde aan deze woorden omdat ze hun begeerten kunnen bevredigen. Bovendien, als deze woorden worden volbracht, zou dat hun ambities bevredigen. Als ze deze woorden vastgrijpen en eraan vasthouden, dan hebben ze, wanneer deze woorden uitkomen, op het juiste paard gewed, en was het volgen van God voor hen de juiste zet. Dat ze waarde hechten aan deze woorden betekent echter niet dat ze die vanuit het diepst van hun hart kunnen aanvaarden als de waarheid, als afkomstig van God, noch kan er worden gezegd dat ze deze woorden in hun hart aanvaarden als Gods woorden. Integendeel, ondanks het feit dat ze waarde hechten aan deze woorden, koesteren ze er in hun hart twijfels over; ze kijken slechts afwachtend toe. Er kan ook worden gezegd dat deze woorden op elk moment, op elke tijd en plaats bewijsmateriaal en een pressiemiddel kunnen vormen die ze kunnen gebruiken om God en deze fase van Gods werk te ontkennen. Ze kijken voortdurend en aandachtig toe om te zien of deze woorden tijdens elke stap van Gods werk en elke periode waarin God mensen leidt, worden verwezenlijkt en volbracht. Het is duidelijk dat antichristen voortdurend gefocust zijn op de vraag of Gods woorden uitkomen. Gedurende deze periode is hun houding van vijandigheid jegens God, verzet tegen God en nauwkeurig onderzoek en analyse van God nooit veranderd. Ze staan vijandig tegenover God en onderzoeken Hem nauwkeurig, waarbij ze in hun hart altijd elke handeling en elk woord van God uitvorsen; tegelijkertijd proberen ze ook God en Gods werk te veroordelen. Is dit niet een consequente uiting van antichristen die zich tegen God verzetten? (Ja.) Is er in deze uitingen van antichristen enige zweem van aanvaarding ten opzichte van Gods woorden? Enige zweem van onderwerping? Ook maar het geringste blijk van het behandelen van God als God? (Nee.) We zullen nu een voor een over deze punten communiceren.
1. Het uitvorsen van Gods woorden van beloften en zegeningen voor de mens
Het eerste punt is dat antichristen Gods woorden van beloften en zegeningen uitvorsen. Sinds God Zijn werk begon en sprak, heeft Hij de mensheid, Zijn uitverkoren volk en degenen die naar Zijn woorden luisteren veel verteld over welke zegeningen en genade Hij aan mensen zal schenken, welke zegeningen Hij aan mensen belooft, enzovoort. In verschillende perioden, bij verschillende gelegenheden of in verschillende contexten vertelt God Zijn volgelingen over zegeningen en beloften, en informeert Hij hen dat als ze bepaalde dingen bereiken, God hen op specifieke manieren zal zegenen, en dat ze bepaalde zegeningen en beloften zullen ontvangen, enzovoort. Ongeacht de periode waarin God deze woorden sprak of aan wie God zulke beloften deed, werden deze woorden gesproken binnen bepaalde contexten en in een bepaalde omgeving. Bovendien houden de beloften en zegeningen die God aan mensen schenkt verband met hun positieve uitingen, zoals het nastreven van de waarheid, veranderingen in gezindheid en ware onderwerping aan God. Impliciet zijn Gods beloften en zegeningen aan mensen voorwaardelijk. Mensen hebben het niet voor het zeggen wat deze voorwaarden betreft, noch worden ze bepaald volgens menselijke noties en verbeeldingen; ze worden veeleer bepaald volgens Gods normen en vereisten, waarbij bepaalde principes en regels een rol spelen. Wat betreft hoe Gods woorden uitkomen, worden verwezenlijkt en worden volbracht in verschillende mensen, dit wordt absoluut niet willekeurig door God gedaan – er is een basis voor. Dezelfde daad die door verschillende mensen wordt gedaan, kan resulteren in verschillende behandelingen door God. Er kunnen bijvoorbeeld twee mensen zijn die elk een kerk leiden; de een ontvangt vaak verlichting en illuminatie en ondergaat vaak discipline, wat leidt tot snelle groei in gestalte. De ander daarentegen is misschien relatief ongevoelig en traag in zijn reactie, wat leidt tot tragere vooruitgang. Vanuit een menselijk perspectief zouden deze twee mensen, die hetzelfde werk verrichten en vergelijkbaar gedrag vertonen, dezelfde zegeningen en behandeling van God moeten ontvangen. Er zullen echter in termen van de ingang in het leven die ze ervaren en verwerven bij het vervullen van hun plichten en in hun leven, of de uiterlijke genade die ze ontvangen, beslist verschillen zijn. Deze ‘besliste verschillen’ zijn natuurlijk niet onvermijdelijk. Hoe wijst God dan deze zogenaamde zegeningen en verschillende behandelingen, of verlichting, illuminatie en andere voordelen die mensen van God verkrijgen, toe? God heeft verschillende manieren om met verschillende mensen om te gaan. Sommige mensen zijn lui, ijdel, competitief en jaloers, en hoewel ze oppervlakkig gezien bereid zijn zich in te zetten en enige ontberingen te verdragen, kunnen ze de waarheid gewoon niet aanvaarden of beoefenen. Aan de andere kant zijn er mensen die ijverig zijn. Hoewel ze dezelfde verdorven gezindheden hebben, zijn ze relatief eerlijk en nederig. Ze kunnen de waarheid aanvaarden en accepteren dat ze worden gesnoeid. Ze aanvaarden alles wat God zegt en elke omgeving die God voor hen arrangeert oprecht, begrijpen het en nemen het serieus. Hoewel deze twee mensen dus uiterlijk gezien misschien hetzelfde werk doen en de hoeveelheid werk misschien vergelijkbaar is, zal God toch verschillende zegeningen en verschillende verlichtingen en illuminaties schenken op basis van hun verschillende gezindheden en streven. Oppervlakkig gezien lijdt de persoon die verlichting en illuminatie ontvangt misschien meer en wordt vaak gedisciplineerd, maar zijn gewin is ook groter. Daarentegen wordt de ongevoelige en trage persoon veel minder vaak gedisciplineerd, lijdt hij veel minder, en dus is zijn levensgroei trager en verwerft hij minder. Wie ontvangt in essentie werkelijk Gods zegeningen en beloften? (Degene die meer lijdt en vaak wordt gedisciplineerd.) Het lijkt misschien dat de persoon die Gods beloften en zegeningen ontvangt en wordt gedisciplineerd, vaak met tegenslagen wordt geconfronteerd, verdorvenheid openbaart en wordt ontmaskerd, maar het is hij die vaak Gods verlichting en illuminatie ontvangt. Aan de andere kant leidt de persoon die niet wordt gedisciplineerd een comfortabel, gelukkig en vrij leven. Wanneer hij lui is, wordt hij niet gedisciplineerd; wanneer hij jaloers is, wordt hij niet gedisciplineerd; wanneer hij onverantwoordelijk is in zijn werk, wordt hij niet gedisciplineerd – hij doet zich zelfs tegoed aan de voordelen die status bieden en leeft heel tevreden. Aan wie geven mensen die een geestelijk begrip hebben, die dingen zuiver begrijpen en die positieve dingen liefhebben de voorkeur? Ze geven de voorkeur aan de persoon die het verdraagt gedisciplineerd te worden, vaak met tegenslagen wordt geconfronteerd en verlichting en illuminatie kan ontvangen; ze beschouwen zo iemand als werkelijk door God gezegend. Degenen die de waarheid nastreven, verlangen ernaar zo iemand te zijn. Ze zijn bereid voortdurend voor God te leven, zelfs als dat betekent dat ze vaak door God worden gedisciplineerd en gekastijd. Ze geloven dat dit Gods zegen is en werkelijk Gods belofte. Het hebben van deze ervaringen en verworvenheden bevestigt het bestaan van de zegeningen en beloften die door God zijn uitgesproken. Maar hoe zien antichristen dit? Antichristen meten Gods beloften en zegeningen niet af aan hoeveel waarheid iemand begrijpt, hoeveel waarheid hij heeft verworven of hoeveel positieve verworvenheden hij heeft ontvangen. In plaats daarvan meten ze hoeveel er is verworven vanuit het perspectief van vleselijke voordelen en materiële belangen. Op welke persoon zijn antichristen volgens jullie jaloers? (De persoon die niet wordt gedisciplineerd.) Antichristen zijn jaloers op de persoon die lui en ontrouw is, die nooit wordt gedisciplineerd en geniet van de voordelen van status. Dat antichristen jaloers zijn op zulke individuen bewijst dat er een probleem is met de manier waarop ze dingen bekijken; dit wordt bepaald door hun aard-essentie.
Hoe vorsen antichristen uit of Gods woorden van beloften en zegeningen voor de mens uitkomen? Hoe kijken antichristen ernaar wanneer Gods woorden stellen wie Hij zegent, wie Zijn beloften ontvangt en wie beloften van God kan ontvangen? Ze zeggen: “Mensen die een prijs betalen voor god ontvangen verlichting en illuminatie, hebben gods discipline en leiding, en dat wordt beschouwd als het ontvangen van zegeningen? Is gedisciplineerd worden gods zegen? Alleen dwazen zouden dat denken! Is dat niet verlies lijden? Is dat niet schadelijk voor iemands reputatie? En dat wordt gods zegen genoemd? Is dat hoe gods woorden uitkomen en worden verwezenlijkt? Als dat het geval is, dan wil ik niet zo iemand zijn, ik wil geen lijden en het betalen van een prijs nastreven. Ik aanvaard deze manier van gods werken niet; wat voor soort waarheid is dit? Hoe kan dat worden beschouwd als het redden van mensen?” Er ontstaat weerstand in hun hart; ze aanvaarden niet dat God mensen op deze manier zegent en leidt, aanvaarden niet dat God mensen op deze manier leven schenkt, en aanvaarden niet dat God de waarheid op deze manier in mensen bewerkt. Natuurlijk kunnen er ook mensen in de omgeving van antichristen zijn bij wie, sinds ze in God geloven, de zaken floreren, die meer geld hebben verdiend, auto’s en huizen hebben gekocht, en wier materiële leven is verbeterd, waardoor ze rijk zijn geworden. Bij het zien hiervan denken antichristen: nadat ze in god gingen geloven, ontvingen ze zegeningen en genoten ze gods genade. Uit deze feiten blijkt dat gods beloften en zegeningen voor de mens in zulke mensen worden verwezenlijkt; dat gods woorden zijn uitgekomen. Het lijkt erop dat gods woorden wel degelijk gezag hebben; het aanvaarden van deze fase van gods werk is juist, en men kan grote zegeningen ontvangen, alles zal voorspoedig gaan, en men kan genade van god ontvangen. Na getuige te zijn geweest van zulke feiten, hebben antichristen in hun hart tijdelijk een beetje erkenning en geloof in Gods beloften en zegeningen. Natuurlijk moet deze erkenning en dit geloof vergezeld gaan van een opmerking tussen haakjes: ‘onder voorbehoud van verdere verificatie’. In hun dagelijks leven observeren antichristen voortdurend en verzamelen ze diverse bewijzen om te verifiëren dat Gods zegeningen en beloften uitkomen en in veel mensen worden verwezenlijkt. Al observerend verzamelen deze antichristen dit bewijs en proberen ze te zien welke mensen Gods zegeningen en beloften hebben ontvangen, wat deze mensen hebben gedaan, wat hun houding ten opzichte van God is, hoe ze God volgen en wat hun zienswijzen zijn. Natuurlijk proberen antichristen tijdens deze periode van voortdurende observatie en het verzamelen van bewijs ook het gedrag, de handelingen en de zienswijzen te imiteren van degenen die Gods zegeningen en beloften hebben ontvangen. Als ze zelf enige materiële zegeningen, behandeling en genot ontvangen, geven ze innerlijk toe: gods zegeningen en beloften zijn geen loze woorden; ze kunnen worden verwezenlijkt. Het lijkt erop dat deze god inderdaad god is, hij heeft werkelijk enige bekwaamheid. Hij kan mensen zegeningen en beloften schenken, enige voordelen brengen en in sommige van hun behoeften aan bepaalde belangen voorzien. Het lijkt erop dat ik in hem moet blijven geloven en hem moet blijven volgen; ik mag niet achterblijven of verslappen. De antichristen observeren deze dingen van het begin tot het einde terughoudend. Maar merkt iemand het wanneer ze dit doen? Zijn ze openlijk terughoudend wanneer ze observeren en vertellen ze iedereen: “Ik geloof niet in deze zegeningen en beloften van god”? (Nee.) Aan de oppervlakte kun je het niet zien. Je ziet ze in de gelederen van alle anderen, ze geven net als alle anderen hun baan, huwelijk, familie, enzovoort op en vervullen hun plichten, staan vroeg op en gaan laat naar bed, verdragen ontberingen en betalen een prijs. Ze spreken geen woorden die verstoringen veroorzaken of negatief zijn, uiten geen oordelen, doen geen slechte dingen en veroorzaken geen verstoringen. Er is echter nog één ding: hoe goed ze hun gedrag ook naar buiten toe verbergen, hun innerlijke zienswijzen en gedachten domineren en beïnvloeden toch hun gedrag. Diep vanbinnen kunnen hun terughoudende observatie en het uitvorsen van Gods woorden niet voor God verborgen blijven. Welke aspecten van antichristen kunnen dus voor mensen verborgen blijven, maar niet voor God? Mensen zien alleen het gedrag van anderen, ze zien alleen wat anderen openbaren – God daarentegen kijkt niet alleen hiernaar, maar observeert vooral de harten en diepste gedachten van mensen. Het gedrag en de openbaringen van een persoon liggen relatief aan de oppervlakte, maar de diepten van iemands hart vormen een onzichtbaar rijk, waarin zijn diepere gedachten en vele elementen van zijn aard verborgen zijn. Wanneer antichristen zulke woorden van God als Zijn beloften en zegeningen uitvorsen, wijden ze uiterlijk misschien hun tijd aan God en betalen ze een fysieke prijs, maar hun hart is niet volledig aan God toegewijd. Wat zijn de concrete uitingen van het feit dat ze hun hart niet volledig aan God toewijden? Wat ze ook doen of welke plicht ze ook vervullen, ze steken er niet al hun energie in en doen het niet zonder voorbehoud. Hun streven is er alleen maar op gericht geen duidelijke fouten te maken en ervoor te zorgen dat de basisrichting van het algehele proces juist is. Waarom kunnen ze dit doen? Diep in hun hart, in hun binnenste, koesteren ze een gedachte: of gods woorden uitkomen of niet, bepaalt of god mij kan redden en of hij inderdaad mijn god is. Als deze vraag niet wordt beantwoord, is zelfs de echtheid van gods identiteit en essentie twijfelachtig. Kunnen ze met zulke gedachten diep vanbinnen nog steeds een waar hart jegens God hebben? Deze diepgewortelde gedachten in hun hart belemmeren hen en waarschuwen hen voortdurend: geef je ware hart niet aan god, ga niet tot het uiterste, doe alles wat je doet gewoon voor de vorm, en wees niet dwaas; houd iets achter voor god, zorg ervoor dat je een uitweg voor jezelf openhoudt, en vertrouw je leven of je belangrijkste dingen niet toe aan deze nog onbekende god. Zo denken ze in hun hart. Hebben jullie dit opgemerkt? (Nee.) Deze antichristen kunnen tijdens bijeenkomsten en in de omgang met anderen uiterlijk vriendelijk overkomen, normaal met anderen omgaan en zelfs communiceren over enkele van hun eigen inzichten, begrippen en ervaringen. Ze kunnen uiterlijk oppervlakkig gezien basisgedrag en basisuitingen vertonen die een gelovige zou moeten hebben. Er is echter geen groei of verbetering in hun vrees voor God of oprechtheid jegens Hem. Ongeacht hoe deze mensen een prijs betalen of hoeveel jaar ze hun plicht in Gods huis vervullen, één ding is zeker: hun leven groeit niet – ze hebben geen leven. Op welke gebieden manifesteert dit gebrek aan leven zich? Wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, zoeken ze helemaal geen principes; ze zijn gewoon tevreden als het werk doorgaat, ze nemen de door God uitgesproken principes nooit als hun norm voor de praktijk, aanvaarden slechts oppervlakkig toezicht, controle en leiding van andere mensen, en aanvaarden Gods nauwkeurig onderzoek niet. Dit betekent dat totdat ze duidelijk hebben bevestigd voor wie Gods beloften en zegeningen werkelijk uitkomen, voor welke groep mensen ze worden verwezenlijkt, en totdat ze hebben bevestigd dat zijzelf werkelijk de beloften en zegeningen die God aan de mens geeft van God kunnen ontvangen, hun principes en methoden van handelen, evenals hun houding ten opzichte van Gods woorden, niet zullen veranderen. In zekere zin herinneren ze zichzelf er voortdurend aan, terwijl ze vanbinnen ook nadenken over hoe ze dit in hun discussie met God kunnen gebruiken. Wat is het belangrijkste punt van hun discussie met God? Ze denken: jouw beloften en zegeningen zijn niet verwezenlijkt. Ik heb niet gezien dat ze verwezenlijkt zijn, en ik kan niet zien hoe jij werkt. Ik kan dus jouw identiteit niet bevestigen. Als ik jouw identiteit niet kan bevestigen, hoe kan ik deze woorden van jou dan als de waarheid beschouwen, als gods woorden? Bediscussiëren ze deze zaak niet vanbinnen met God? Ze zeggen: “Als de zegeningen die jij belooft aan mensen te schenken, en de diverse inhoud van jouw beloften aan mensen niet door mij kunnen worden geverifieerd, dan kan mijn geloof in jou niet honderd procent zijn. Er zullen altijd wat onzuiverheden in zitten, en ik kan niet volledig geloven.” Dit is de houding van antichristen. Is zo’n houding beangstigend? (Ja.) Dit type houding lijkt qua aard enigszins op het gezegde onder niet-gelovigen: ‘Verkoop de huid niet voordat je de beer hebt geschoten.’ Ze zeggen: “Jij bent god, jij zou de macht moeten hebben om jouw beloften en zegeningen te verwezenlijken. Als wat jij zegt niet kan worden verwezenlijkt, en mensen die in jou geloven geen grote zegeningen kunnen genieten, geen glorie, rijkdom en eer kunnen genieten, geen genade kunnen genieten en jouw beschutting niet kunnen ontvangen, waarom zouden mensen jou dan volgen?” In de ogen, gedachten en opvattingen van antichristen moeten er voordelen zitten aan het volgen van God; ze zullen geen poot uitsteken zonder voordelen. Als er geen roem, gewin of status te genieten valt, als geen van de werken die ze doen of de plichten die ze vervullen hun de bewondering van anderen oplevert, dan heeft het geen zin om in God te geloven en hun plichten te vervullen. De eerste voordelen die ze moeten verwerven zijn de beloften en zegeningen waarover in de woorden van God wordt gesproken, en ze moeten ook roem, gewin en status binnen de kerk genieten. Antichristen denken dat men door in God te geloven superieur moet zijn aan anderen, bewonderd moet worden, speciaal moet zijn – deze dingen moeten gelovigen in God op z’n minst genieten. Als ze dat niet doen, gaan ze enige twijfel koesteren of deze God waarin ze geloven wel de ware God is. Is de logica van antichristen niet dat ze de woorden “Degenen die in god geloven, moeten de zegeningen en genade van god genieten” als de waarheid beschouwen? Probeer deze woorden eens te analyseren: zijn ze de waarheid? (Dat zijn ze niet.) Nu is het duidelijk dat deze woorden niet de waarheid zijn, het is een drogreden, het is de logica van Satan en ze houden geen verband met de waarheid. Heeft God ooit gezegd: “Als mensen in Mij geloven, zullen ze zeker gezegend worden en zullen ze nooit tegenspoed lijden”? Welke regel van Gods woorden spreekt hierover? God heeft zulke woorden nooit gezegd of dit gedaan. Als het gaat om zegeningen en tegenspoed, is er een waarheid die gezocht moet worden. Wat is de wijze uitspraak waaraan mensen zich moeten houden? Job zei: “Moeten we dan voorspoed uit de hand van God aanvaarden, en tegenspoed niet?” (Job 2:10). Zijn deze woorden de waarheid? Dit zijn de woorden van een mens; ze kunnen niet tot de hoogte van de waarheid worden verheven, maar ze stemmen in zeker opzicht wel overeen met de waarheid. In welk opzicht stemmen ze overeen met de waarheid? Of mensen nu gezegend worden of tegenspoed lijden, het ligt allemaal in de handen van God, het valt allemaal onder de soevereiniteit van God. Dit is de waarheid. Geloven antichristen dit? Nee, dat doen ze niet. Ze erkennen dit niet. Waarom geloven of erkennen ze dit niet? (Hun geloof in God is bedoeld om gezegend te worden – ze willen alleen maar gezegend worden.) (Omdat ze te egoïstisch zijn en alleen de belangen van het vlees nastreven.) In hun geloof wensen antichristen alleen maar gezegend te worden. Ze willen geen tegenspoed lijden. Wanneer ze iemand zien die gezegend is, die voordeel heeft behaald, die genade heeft ontvangen en die meer materieel genot en grote voordelen heeft ontvangen, geloven ze dat dit door God is gedaan; en als ze zulke materiële zegeningen niet ontvangen, dan is dit geen actie van God. De implicatie is: als jij werkelijk god bent, dan kun jij mensen alleen maar zegenen; je zou tegenspoed van mensen moeten afwenden en niet moeten toestaan dat ze met lijden te maken krijgen. Pas dan heeft het waarde en zin dat mensen in jou geloven. Als mensen, nadat ze jou zijn gevolgd, nog steeds door tegenspoed worden getroffen, als ze nog steeds lijden, wat heeft het dan voor zin om in jou te geloven? Ze geven niet toe dat alle dingen en gebeurtenissen in de handen van God zijn, dat God soeverein is over alles. En waarom geven ze dit niet toe? Omdat antichristen bang zijn om tegenspoed te lijden. Ze willen alleen maar profiteren, voordeel behalen, zegeningen genieten; ze wensen Gods soevereiniteit of orkestratie niet te aanvaarden, maar alleen voordelen van God te ontvangen. Dit is het egoïstische en verachtelijke gezichtspunt van antichristen. Dit is een reeks uitingen die door antichristen worden vertoond met betrekking tot zulke woorden van God als Zijn beloften en zegeningen. Over het geheel genomen hebben deze uitingen voornamelijk betrekking op de zienswijzen achter het streven van antichristen, op hun opvattingen, evaluaties en begrip van dit soort dingen dat God voor mensen doet. Hoewel ze Gods woorden uiterlijk misschien niet openlijk lasteren of weerstaan, is hun benadering van dit soort woorden van God en van de methode waarmee God dit soort dingen doet, diep vanbinnen er een van laster, twijfel, veroordeling en selectiviteit. Wanneer de woorden van Gods beloften en zegeningen in sommige mensen uitkomen, prijzen ze Gods macht en roemen ze Zijn naam en Zijn liefde. Wanneer echter wat God doet niet overeenkomt met hun noties en verbeeldingen over beloften en zegeningen, ontkennen antichristen in hun hart onmiddellijk Gods bestaan, de juistheid van alles wat God doet, en vooral Gods soevereiniteit en het feit dat Hij het menselijk lot orkestreert en arrangeert. Al deze manifestaties van antichristen worden misschien niet uiterlijk geopenbaard, en ze verspreiden hun opvattingen misschien niet in expliciete taal, maar het gezichtspunt waarmee ze deze woorden van God in hun hart terughoudend observeren en uitvorsen, verandert niet. Hoe anderen ook communiceren over zaken van de ingang in het leven of hoe mensen gered kunnen worden, de mentaliteit en houding van antichristen om uit te vorsen of zulke woorden van God als Zijn beloften en zegeningen zullen uitkomen en hoe ze zullen worden verwezenlijkt, zullen niet opzij worden gezet. Antichristen klappen misschien jubelend en juichen, en prijzen Gods macht wanneer Gods beloften en zegeningen worden verwezenlijkt. Maar al snel, wanneer Gods beloften en zegeningen niet worden verwezenlijkt of niet volgens hun noties uitkomen, vervloeken ze God en schelden Hem heimelijk uit in hun hart, en lasteren ze Zijn naam. Daarom fluctueren de gesteldheden van sommige mensen in het dagelijks leven enorm, zelfs wanneer alles vredig is en er geen problemen zijn. Wanneer ze blij zijn, kunnen ze in de zevende hemel zijn, maar wanneer ze neerslachtig zijn, kunnen ze wegzinken in een helse wanhoop. Hun stemmingen zijn wispelturig en onvoorspelbaar, waardoor anderen zich verbijsterd afvragen wat er aan de hand is. Wanneer ze blij zijn, zeggen ze: “God is werkelijk god. God is zo groot, gods gezag bestaat werkelijk, god houdt zoveel van mensen!” Maar wanneer ze ongelukkig zijn, wordt het buitengewoon moeilijk voor hen om zelfs maar het woord ‘god’ uit te spreken. Dezelfde persoon die luidkeels Gods naam prijst, is ook degene die God in zijn hart lastert, ontkent, blasfemeert, uitscheldt en vervloekt. Ze staan vroeg op en gaan laat naar bed om hun plichten te vervullen, waarbij ze een prijs betalen die de meeste anderen niet kunnen betalen, maar ze zijn ook degenen die via hun plichten hun frustraties uiten, de belangen van Gods huis verraden, het werk opzettelijk verstoren en hun plichten en werk opzettelijk verwaarlozen. Uiterlijk is dit allemaal dezelfde persoon, maar afgaande op hun gedragingen en gezindheden doen zulke tegenstrijdige uitingen het lijken alsof er twee verschillende mensen bij betrokken zijn. Dit vormt een probleem. Uit deze uitingen van antichristen blijkt duidelijk dat ze Gods woorden fundamenteel niet aanvaarden als de waarheid of als de woorden van God. Afgaande op de essentie van antichristen, zullen ze bovendien Gods woorden nooit beschouwen als de waarheid, noch als de waarheidsprincipes die ze hun hele leven moeten hooghouden. Dit is het eerste punt van antichristen die uitvorsen of Gods woorden uitkomen – ze vorsen Gods woorden van beloften en zegeningen uit. Voor antichristen zijn Gods beloften en zegeningen onlosmakelijk verbonden met de materiële behandeling, geestelijke behandeling, leefomgeving en andere dergelijke dingen die ze in dit leven genieten, en daarom besteden ze speciale aandacht aan dit aspect. Ze gebruiken de vervulling van Gods woorden van beloften en zegeningen als een norm om de omvang van Gods kracht en de echtheid van Gods identiteit te meten. Ze overpeinzen dit en denken er in het geheim over na – dit is wat er wordt bedoeld met uitvorsen. Antichristen tonen geen interesse in de diverse waarheden over de ingang in het leven zoals die door God zijn gesproken. Zodra echter Gods woorden van beloften en zegeningen worden genoemd, lichten hun ogen op van hebzucht en steekt hun begeerte de kop op. Aan de oppervlakte zeggen ze: “We moeten ons onvoorwaardelijk inzetten voor god, we moeten onze plichten vervullen volgens gods vereisten”, maar waar zijn hun ogen werkelijk op gericht? Ze zijn gefixeerd op zulke woorden van God als Zijn beloften en zegeningen. Zodra ze deze vastgrijpen, laten ze niet meer los. Dit is hoe antichristen zich gedragen ten opzichte van Gods woorden van beloften en zegeningen voor de mens.
2. Het uitvorsen van Gods woorden van vloeken en straf voor de mens
Het tweede punt is dat antichristen Gods woorden van vloeken en straf voor de mens uitvorsen. Antichristen hebben ten aanzien van de vloeken en straf die in Gods woorden worden genoemd dezelfde zienswijze en hetzelfde standpunt als ten aanzien van het eerste punt. Hoe vorsen ze dit soort woorden uit? Wanneer ze zien welk type mensen God met Zijn woorden bedoelt te vervloeken en welk type Hij bedoelt te straffen, welke woorden God heeft gesproken om zulke mensen te vervloeken, op welke manier God zulke mensen straft, en ook welke methode en woorden God gebruikt om welk type mensen te vervloeken, beginnen ze in hun dagelijks leven te observeren, en wachten ze af hoe deze woorden van God worden verwezenlijkt en of ze al zijn uitgekomen. Er is bijvoorbeeld een kerkleider die het geld van Gods huis verduistert, de broeders en zusters willekeurig kwelt en onderdrukt, tiranniek en roekeloos in de kerk optreedt, zonder principes werkt, Gods bedoelingen niet zoekt en niet harmonieus met anderen samenwerkt. Gods woorden stellen dat dit type persoon zal worden vervloekt en gestraft. Een antichrist observeert: god houdt niet van zulke mensen, hij verwerpt hen. Maar hoe verwerpt hij deze persoon? De persoon leeft elke dag heel comfortabel en onderdrukt de broeders en zusters zonder te worden berispt; de broeders en zusters moeten het maar verdragen. Dus hoe komen deze woorden van god uit? Ik zie niet in hoe ze zouden kunnen uitkomen; misschien is gods vervloeking van zulke mensen louter een zegswijze. Gods woorden behoren gezag te hebben, en wanneer god heeft gesproken, behoren mensen zich in hun hart ongemakkelijk en berispt te voelen. Ik moet observeren en zien of hij zich ongemakkelijk voelt in zijn hart, ik moet een praatje met hem maken en hem uithoren. Dus vraagt de antichrist aan de persoon: “Hoe heb jij de dingen de laatste tijd ervaren?” “Best goed. God leidt ons. Het kerkleven is niet slecht, de broeders en zusters zijn allemaal op het juiste spoor gekomen, ze houden er allemaal van om Gods woorden te lezen, en het evangeliewerk vordert ook goed.” “Wanneer het werk niet vlot vordert, raak je dan niet van streek? Word je dan niet negatief? Disciplineert God je? Voel je je vanbinnen berispt?” “Nee, waarom zou ik enige berisping voelen als het werk zo goed wordt gedaan? Sterker nog, God zegent me.” De antichrist denkt: god heeft zo iemand niet vervloekt, dus de woorden die god sprak over het vervloeken van kwaadaardige mensen, het vervloeken van degenen die god weerstaan, zijn niet verwezenlijkt! Deze leider heeft zulke duidelijke daden van verzet tegen god en verstoring van het kerkwerk begaan; gods vloeken hadden over hem moeten komen. Hoe komt het dat het niet is gebeurd? Het is moeilijk te zeggen of gods woorden van vloeken tegen mensen wel of niet werkelijkheid kunnen worden. Ik zal dus blijven observeren. Er is een uitspraak in Gods woorden: “Verzet leidt tot de dood!” In de ogen van de antichrist zijn er veel mensen die God weerstaan. Sommige mensen spraken bijvoorbeeld enkele godslasterlijke en lasterlijke woorden tegen God en verwierpen deze fase van Gods werk toen ze voor het eerst in contact kwamen met deze fase van Gods werk en de waarheid niet begrepen. De antichrist denkt bij zichzelf: zijn dit mensen die god weerstaan? Als ze dat zijn dan zou dit verzet volgens gods woorden tot hun dood moeten leiden. Maar na zoveel jaren lijkt het erop dat niemand van deze mensen is gestorven; gods woorden zijn niet uitgekomen! Als ze niet sterven, dan zouden deze mensen op zijn minst een arm of been moeten breken, of thuis de een of andere ramp moeten meemaken, zoals een familielid dat sterft, of hun huis dat instort, of een auto-ongeluk. Geen van deze tegenslagen heeft zich voorgedaan, dus hoe kan er worden gezegd dat verzet tot de dood leidt? Het kan zijn dat ons begripsvermogen slecht is en we nog steeds niet weten hoe gods woorden uitkomen en worden verwezenlijkt. Of gods woorden zullen uitkomen of niet, weten mensen niet; het is moeilijk te zeggen. De antichrist bekijkt aan de hand van deze waarneembare feiten en zijn eigen mentale analyse, en vanuit zijn ‘unieke’ perspectief, of deze woorden van God al dan niet uitkomen en hoe ze uitkomen. Hij plaatst altijd een groot vraagteken bij deze zaak; hij weet niet wat de uiteindelijke uitkomst van deze zaak is, hoe hij deze gebeurtenissen moet verklaren of hoe hij deze verschijnselen moet opvatten. Natuurlijk bidt hij hier vaak over: o god, verlicht me alsjeblieft, laat me begrijpen hoe jij mensen vervloekt en straft, en hoe jouw woorden uitkomen, zodat ik een Godvrezend hart kan ontwikkelen, zodat je vrees en geen dingen doe die jou weerstaan. Is dit gebed nuttig? Zal God hier gehoor aan geven? (Nee.) God neemt niet eens de moeite; hij beschouwt deze gebeden als het zinloze gezoem van vliegen en andere insecten. Waarom geeft God geen gehoor aan zulke gebeden? Omdat elke zin die de antichrist uitspreekt is bedoeld om uit te testen, te provoceren, te lasteren en te blasfemeren. Voor zo iemand geldt dat, hoewel God hem niet openlijk heeft neergeslagen of veroordeeld, alles wat hij doet, zijn gedachten, zienswijzen en standpunt, in Gods ogen veroordeeld is. Deze uitingen van de antichrist zijn allemaal verborgen in het hart; hij doet deze dingen in het verborgene en vorst ze heimelijk uit. Natuurlijk veroordeelt en vervloekt God hem ook in Zijn hart.
Wat betreft Gods woorden van vloeken en straf voor de mens: antichristen geloven die niet en begrijpen die niet; ze onderzoeken en analyseren ze vaak nauwkeurig: hoe komen deze woorden precies uit? Kunnen ze werkelijk uitkomen? Voor wie zullen ze uitkomen? Ontvangen degenen die door god worden vervloekt en gestraft werkelijk vloeken en straf? Is het met het menselijk oog te zien? Behoort god het niet allemaal zichtbaar te maken voor het menselijk oog? Ze overpeinzen deze zaken voortdurend in hun hart en behandelen ze als belangrijke en gewichtige kwesties in hun dagelijks leven. Wanneer ze maar tijd of gelegenheid hebben, overpeinzen ze die. Wanneer de omgeving juist is en zulke gebeurtenissen plaatsvinden, of wanneer zulke onderwerpen aan de orde zijn, worden hun standpunt en zienswijze duidelijk onthuld. Ze onderzoeken deze woorden van God grondig en belasteren ze. Ze proberen deze woorden vanuit een menselijk perspectief en op een menselijke manier te begrijpen, terwijl ze ook uittesten of deze woorden verwezenlijkt kunnen worden, of ze in het dagelijks leven zijn uitgekomen en praktische effecten hebben gehad. Waarom doen ze dit? Waarom kunnen ze hierover piekeren en deze dingen onvermoeibaar in hun hart overpeinzen? Omdat ongeacht hoeveel waarheden God uitdrukt, deze in het hart van antichristen niet genoeg zijn om Gods identiteit of essentie te bewijzen. Het enige dat Gods identiteit en essentie kan bewijzen, is of Gods woorden uitkomen en worden verwezenlijkt. Met andere woorden, of Gods woorden worden verwezenlijkt en uitkomen, is hun enige criterium om Gods identiteit en essentie te toetsen. Evenzo is de vraag of Gods woorden van vloeken en straf voor de mens uitkomen hun criterium geworden om Gods identiteit en essentie te toetsen. Dit is de belangrijkste gedachte en zienswijze van antichristen bij het beoordelen van God. Antichristen toetsen en evalueren Gods woorden van vloeken en straf voor mensen, waarbij ze menselijke perspectieven en begripsmethoden gebruiken en vertrouwen op menselijk denkvermogen. Wanneer ze, wat ze ook proberen, de feiten niet kunnen zien en het schouwspel niet kunnen waarnemen dat ze wensen te zien, ontkennen ze herhaaldelijk Gods identiteit en essentie in hun hart. Hoe minder ze kunnen zien, hoe meer ze hun ontkenning van God intensiveren, en hoe meer ze twijfelen of wat ze hebben geïnvesteerd en waarvoor ze zich hebben ingezet, de moeite waard is geweest. Wanneer antichristen er echter getuige van zijn dat enkele kwaadaardige mensen in Gods huis, die God lasteren of het werk van Gods huis verstoren, of mensen die God lasteren en weerstaan, in verschillende mate straf ontvangen of Zijn vloek over zich afroepen, en zien wat er van deze mensen terechtkomt, hebben ze ontzag voor God en voelen ze plotseling: god is werkelijk geducht. Wat hij ook zegt, het wordt volbracht. Die persoon die eerst volkomen gezond was, overleed plotseling omdat ze gisteren god uitschold! Een ander persoon, die zo sterk was als een os, werd plotseling ziek omdat hij aanzienlijke verliezen toebracht aan het werk van gods huis en het niet eens erkende, waardoor hij gods vloek over zich afriep. Bij iemand anders, omdat ze enig wangedrag had begaan en enkele slechte daden in de kerk had gedaan, werd haar familie getroffen door onheil en sindsdien heerst er geen vrede meer in haar huis. Weer een ander persoon, die altijd godslasterlijk over god sprak, is nu gek geworden en beweert god te zijn. Dit is bezeten worden door demonen; god heeft hem overgeleverd aan Satan en hem in een woonplaats van onreine demonen geplaatst. Hem laten lijden onder bezetenheid door boze geesten is niet iets wat mensen teweeg kunnen brengen; alleen god heeft het gezag om dit te doen. god heerst soeverein over alles – hij leverde die persoon over aan de boze geesten, en zij namen bezit van hem, waardoor hij zijn verstand en gevoel voor schaamte verloor en naakt door de straten rende. Kijk eens wat er van deze mensen is geworden, de straffen en vloeken die ze hebben ondergaan; wat hebben ze allemaal gedaan? Nadat ze dit hebben samengevat slaat het hart van de antichristen op hol: tot deze mensen behoren degenen die god openlijk uitscholden, degenen die god openlijk lasterden en oordeelden, en degenen die opzettelijk verstoringen en hinder veroorzaakten in gods huis. Het lijkt erop dat er niets goeds uit voortkomt als je tegen god ingaat! God is werkelijk geducht! Als je andere mensen beledigt, kunnen ze je niet veel maken, maar als je god beledigt, is dat ernstig. Je moet verantwoordelijkheid nemen voor je gedrag; de prijs is te hoog! In het minste geval word je misschien gek en levert god je over aan onreine demonen, wat zeker betekent dat je naar de hel gaat; in het ergste geval zal god je vleselijke bestaan in dit leven tenietdoen en je vernietigen, en in de komende wereld – dat spreekt voor zich – zul je geen bestemming hebben, het koninkrijk niet kunnen binnengaan en geen zegeningen ontvangen. Afgaande op de verschillende manieren waarop ze god weerstonden, moet ik voorzichtiger zijn en enkele principes voor mezelf vaststellen. Ten eerste moet ik god niet openlijk uitschelden; als ik toch moet schelden, moet ik het stilletjes in mijn hart doen. Ten tweede, zelfs als ik het verlangen en de ambitie heb om god te zijn, kan ik het niet onthullen of anderen laten weten. Ten derde moet ik mijn gedrag en bewegingen beheersen en niets doen dat verstoringen veroorzaakt. Als ik verliezen toebreng aan het werk van gods huis en god boos maak, zou dat verschrikkelijk zijn! Als het niet zo’n ernstig geval is, verlies ik alleen mijn leven, als het ernstiger is, word ik vervloekt en in de put van de afgrond vallen, en dat zou mijn einde betekenen. Wanneer antichristen deze dingen zien gebeuren, voelen ze dat Gods woorden zijn uitgekomen en dat God zo groot en geducht is. Door deze gebeurtenissen realiseren en erkennen ze de grootsheid en ontzagwekkendheid van God. Zijn al deze gedachteprocessen in het hart van antichristen en de principes voor hun handelen die ze uit deze dingen opmaken, niet de activiteiten van hun innerlijke wereld? Alles wat ze in hun hart jegens God doen, staat bekend als uitvorsen.
Antichristen zeggen niet openlijk: “God vervloekt geen mensen, gods woorden zijn niet uitgekomen”, noch zeggen ze openlijk: “God heeft die en die gestraft, god heeft die en die vervloekt. Gods woorden zijn uitgekomen, god is werkelijk groot.” In plaats daarvan beramen, plannen en overpeinzen ze deze zaken diep in hun hart. Wat is hun doel bij het overpeinzen? Ze bedenken wat ze moeten doen als Gods woorden uitkomen, en wat ze moeten doen als Gods woorden niet uitkomen of niet worden verwezenlijkt. Het doel van hun uitvorsen is niet om Gods daden te begrijpen, niet om Gods gezindheid te begrijpen, en nog minder om de waarheid te verkrijgen en een schepsel te zijn dat aan de norm voldoet – het is veeleer om met behulp van menselijke methoden en strategieën met al deze zaken om te gaan, om Gods vloeken en straf het hoofd te bieden. Dit is wat antichristen in hun hart beramen. Kan deze reeks gedachten ten aanzien van Gods woorden bewijzen dat ze God vijandig gezind zijn? Kan het bewijzen dat ze God voortdurend hebben gelasterd en godslasterlijk over Hem hebben gesproken? (Ja.) Absoluut! Dit is wat antichristen doen. Als Gods woorden uitkomen, hebben ze tegenmaatregelen klaar; als Zijn woorden niet uitkomen, hebben ze daar ook tegenmaatregelen voor – hun tegenmaatregelen veranderen afhankelijk van of Gods woorden wel of niet uitkomen. Als Gods woorden uitkomen, gedragen antichristen zich correct, houden ze zich voorzichtig bezig met taken binnen Gods huis, houden ze zich gedeisd, zijn ze niet aanmatigend of onbeschaamd, en blijven ze voorzichtig om niets verkeerds te doen. Als Gods woorden niet uitkomen, zullen ze schaamteloos plichtmatig handelen. Hoe dan ook, of Gods woorden in hun ogen nu wel of niet uitkomen, hun hart zal God nooit werkelijk als God beschouwen, hun hart kan nooit volledig aan God worden gegeven. Hun plichten en handelingen worden niet met het hart uitgevoerd, maar worden gedaan met listen, trucs en veinzerij, met bedrog, verhulling en heimelijkheid. Wat ze denken, overpeinzen en betwijfelen in het diepst van hun hart, delen ze nooit openlijk met anderen of met God. In plaats daarvan beschouwen ze hun eigen gedachten en ideeën hardnekkig als de waarheid, als de juiste en goede richting en het juiste en goede doel om uit te voeren en te beoefenen. In de ogen van antichristen is het erg belangrijk of Gods woorden van vloeken en straf voor de mens uitkomen, aangezien het bepaalt hoe ze handelen en zich gedragen in het dagelijks leven, hoe ze met werk omgaan en hoe ze de broeders en zusters behandelen; het bepaalt ook welk gedrag ze openbaren, welke handelingen ze uitvoeren en ook welke uitingen ze vertonen. Wanneer Gods woorden uitkomen, gedragen antichristen zich correct en argeloos, beheersen ze hun activiteiten, proberen ze niets te doen dat verstoringen of hinder veroorzaakt en proberen ze geen woorden te spreken die hinderen of verstoren, die Gods woorden of Zijn werk lasteren. Als deze woorden van God niet uitkomen, voelen ze zich vrij om Gods werk zonder enige scrupules te oordelen en te veroordelen. Op deze manier verzetten antichristen zich voortdurend tegen God en ageren ze tegen Hem in het diepst van hun hart – zou het mogelijk zijn dat ze niet worden onthuld en geëlimineerd? Deze houding, gezindheid en essentie van hen zijn die van een ware vijand van God. Hoewel antichristen niet kunnen doen wat ze willen, verbergen ze helemaal niet wat ze denken, wat ze plannen, wat ze overpeinzen of welke zienswijzen ze hebben in het diepst van hun hart, omdat ze God niet vrezen. Wat is de reden dat ze God niet vrezen? Ze geloven niet in het bestaan van God, noch geloven ze dat God het diepste van het hart van de mens waarneemt. Daarom beschouwen antichristen in hun logica het volgende als de meest briljante strategie om te overleven: wat ik doe en uitleef, wat zichtbaar is voor anderen, kan een maatstaf worden om te beoordelen wat voor soort persoon ik ben. Maar wat ik in mijn hart denk, hoe ik plan en wat ik van plan ben, hoe mijn innerlijke wereld is, of ik god laster en godslasterlijk over hem spreek, god oordeel, of in god geloof en hem prijs – zal niemand van jullie weten als ik het niet zeg. Veel succes met mij te veroordelen! Als ik niet spreek, kan niemand van jullie zelfs maar hopen te weten wat ik denk of plan in mijn hart, of wat mijn houding en zienswijze ten opzichte van god is, en niemand kan mij van enige zonde beschuldigen. Dit is het plan van antichristen. Ze geloven dat dit het hoogste gedragsprincipe is in het leven en in de omgang met mensen. Zolang hun gedrag niet verkeerd is en er geen fouten zitten in hun handelingen, kan niemand zich bemoeien met wat ze in hun hart denken. Zijn antichristen niet erg slim? (Nee.) Hoezo zijn ze niet slim? Ze vermommen zich zo goed. Wanneer ze bidden, doen ze dat op de straathoeken, en de woorden die ze in het bijzijn van anderen zeggen zijn allemaal correct, er zijn geen fouten in te vinden. Hoe langer ze geloven, hoe spiritueler ze worden. Wat ze werkelijk in hun hart denken, zeggen ze alleen achter gesloten deuren tegen hun familie, en sommigen vertellen het zelfs niet aan hun familie. Niemand kan hen dus doorzien. Maar ze vergeten één ding: wat maakt het uit of mensen hen kunnen doorzien of niet? Het is onbeduidend; geen mens kan het lot van een ander bepalen. Het doet er niet toe of mensen hen kunnen doorzien of niet; het is irrelevant en beslist niets. Het belangrijkste is dat God niet alleen naar het uiterlijke gedrag van mensen kijkt, maar dat Hij ook de diepten van hun hart waarneemt. Juist omdat antichristen niet geloven en niet weten dat God het diepste van het hart van de mens waarneemt, denken ze dwaas en absurd: niemand kan zich bemoeien met wat ik in mijn hart denk, noch mensen, noch god. God kan het diepste van het hart van de mens waarnemen, jouw gedachten bepalen dus hoe God je definieert. God veroordeelt mensen niet alleen op basis van hun uiterlijke gedrag, maar vooral op basis van hun innerlijke gedachten. Dit is waar antichristen dwaas zijn; terwijl ze Gods woorden uitvorsen, vergeten ze een belangrijke zaak: God neemt heimelijk ook hun gedachten waar. Ze vorsen uit of Gods woorden uitkomen, en de conclusie waartoe ze komen is dat ze Gods woorden en Zijn bestaan behoren te ontkennen. God, die hen in het geheim waarneemt, ziet de houding die ze diep in hun hart ten opzichte van God en Gods woorden hebben; Hij ziet al het bewijs van hun laster en blasfemie jegens God, hun ontkenning en veroordeling van God, en neemt ook het uiterlijke gedrag waar dat wordt voortgebracht en gecontroleerd door al deze gedachten en zienswijzen. Wat stelt God, op basis van hun gedachten en gedrag, uiteindelijk vast dat zo iemand is? Een antichrist, een vijand van God die nooit gered kan worden. Dit is het resultaat. Zijn antichristen slim? Ze zijn verre van slim; ze hebben zichzelf in het verderf gestort. Ze geloven dat ze bijzonder goed kunnen nadenken, dat hun denken heel logisch is en dat ze bijzonder bedreven zijn in het beramen van plannen. Na het beramen van deze plannen beschikken ze over tegenmaatregelen en methoden voor diverse onverwachte gebeurtenissen en voor allerlei dingen die God doet, zodat alles altijd leidt tot de beste resultaten en het meeste gewin. Ze voelen zich vaak voldaan en bewonderen zichzelf, waarbij ze hun eigen bekwaamheden en vaardigheden waarderen. Ze geloven dat ze de slimste persoon ter wereld zijn: ze kunnen begrijpen wat de bron van Gods woorden is, op wie ze gericht zijn, wat de context achter Gods woorden is, welke houding ze moeten aannemen wanneer Gods woorden zijn uitgekomen, en welke tegenmaatregelen ze moeten inzetten als Gods woorden niet uitkomen. Ze feliciteren zichzelf vaak omdat ze zo slim en volmaakt zijn, omdat ze intelligenter zijn dan de gemiddelde mens. Waar feliciteren ze zichzelf mee? Ze hebben het gevoel dat het nauwkeurig onderzoeken, analyseren en wedijveren met God en het uitvorsen van Gods woorden in het diepst van hun hart heel spannend is en iets dat hun een groot gevoel van voldoening geeft. Daarom bewonderen ze zichzelf werkelijk en feliciteren ze zichzelf dat ze zulke mensen zijn. Zijn antichristen niet dwaas? Wedijveren met andere mensen stelt je misschien inderdaad in staat te bepalen wie van jullie superieur is aan de ander, en kan je zelfs bewust maken van het voordeel dat je hebt en je een gevoel van eigenwaarde geven. Maar wanneer je met God wedijvert, Gods woorden, Gods daden en alles wat God doet uitvorst, hoe heet dat dan? En wat zijn de gevolgen daarvan? Dit is de dood tarten! Je kunt filmsterren, zangers, beroemdheden, grote figuren uitvorsen – wie dan ook, maar degene die je absoluut niet mag uitvorsen is God. Als je dat doet, kies je het verkeerde doelwit om uit te vorsen. In de huidige wereld van geavanceerde informatie en diverse hulpmiddelen die de informatiestroom vergemakkelijken, wordt het uitvorsen van iemands doen en laten, zijn gedachten en zienswijzen en zijn dagelijks leven misschien niet als schandelijk beschouwd. Echter, voor iemand die in God gelooft en Hem volgt, die Gods woorden hoogacht en ze elke dag eet en drinkt, is het diep in je hart voortdurend uitvorsen van al Gods daden, al Gods woorden en al Gods werk een schandalige opstandigheid! Mensen hebben verdorven gezindheden; wanneer je je verdorvenheid voor God openbaart, kan God je de waarheid verschaffen zodat je die begrijpt en kent, en je tijd geven om transformatie te realiseren. God kan de verdorvenheid, overtredingen en zonden van mensen vergeven en zal ze Zich niet herinneren. Het enige dat God niet kan vergeven of tolereren, is dat antichristen totaal geen aan God onderworpen hart hebben, dat ze God altijd nauwkeurig onderzoeken, dat ze Gods werk en Gods woorden, voortdurend en aanhoudend uitvorsen, altijd en overal. Wat probeer je te doen? Wil je de juistheid van God uittesten? Voor wie denk je dat je de screening uitvoert? Wil je de bron en het motief analyseren waarom God deze dingen doet? Wie denk je wel dat je bent? Je doet dit alles en je beschouwt jezelf niet als een buitenstaander? Kan God het voorwerp van jouw uitvorsen zijn? Kan God het voorwerp van jouw nauwkeurig onderzoek zijn? Dat jij Gods nauwkeurig onderzoek aanvaardt, Gods begeleiding aanvaardt, Gods oordeel en tuchtiging aanvaardt, aanvaardt dat je door Hem wordt gesnoeid, en al zulke positieve praktijken die verandering van gezindheid inhouden – dat is legitiem. Zelfs wanneer je God soms verkeerd begrijpt, wanneer je zwak en negatief bent en over God klaagt, rekent God het je niet aan, noch veroordeelt Hij je. Maar dit ene ding: dat je God altijd uitvorst, altijd probeert de juistheid van Gods woorden en Gods werk te onderscheiden – dat is iets dat God absoluut niet zal vergeven of tolereren; dit is Gods gezindheid. Werkelijk verdorven mensen zijn geen beesten; ze verzetten zich niet op deze manier tegen God, noch houden ze er zulke zienswijzen en houdingen op na, noch behandelen ze God op deze manier. Er is slechts één ding, één rol die zich schaamteloos en openlijk tegen God kan verzetten, en dat is Satan. God herinnert Zich de overtredingen en verdorvenheid van mensen niet, maar Satans verzet, confrontatie, blasfemie en laster tegen God zullen nooit door God worden vergeven. God redt alleen verdorven mensen, niet Satan. Antichristen, onveranderlijk in hun aard en in het bezit van de essentie van antichristen, kunnen Satan vertegenwoordigen, in de plaats van Satan in opstand komen tegen God, en Gods woorden uitvorsen. Wat is Gods houding tegenover hen? Het is er een van vervloeking en veroordeling. Antichristen kunnen niet anders dan zo handelen, en ze tarten de dood.
3. Het uitvorsen van Gods woorden die de catastrofes profeteren
Zojuist hebben we gecommuniceerd over twee punten die te maken hebben met hoe antichristen uitvorsen of Gods woorden uitkomen: het ene punt betrof de woorden van Gods beloften en zegeningen, en het andere de woorden van Gods vervloekingen en straf voor mensen. Laten we vervolgens naar het derde punt kijken: de woorden van God die de catastrofes profeteren. De houding van antichristen ten opzichte van dit soort woorden is hetzelfde als bij de vorige twee punten: ze zijn nieuwsgierig, willen ze nauwkeurig onderzoeken, begrijpen, en ook de dag meemaken waarop deze woorden uitkomen, om getuige te zijn van het aan het licht komen van de feiten. Bij hun omgang met dit soort woorden beramen antichristen ook in het diepst van hun hart plannen, waarbij ze tegenmaatregelen overpeinzen en allerlei twijfels koesteren. Ze observeren en testen of dit soort woorden uitkomen om overeenkomstige tegenmaatregelen te ontwikkelen. Wanneer antichristen deze woorden die de catastrofes profeteren lezen, zijn hun harten vervuld van verwachting voor de dag waarop de catastrofes in vervulling gaan, en zitten ze vol met allerlei fantasieën. Ze hopen dat Gods woorden zullen uitkomen en hopen ook dat de komst van de catastrofes hun horizon zal verbreden en hun wensen en begeerten zal bevredigen. Waarom is dit zo? Omdat de door God voorspelde catastrofes allemaal verband houden met de voltooiing van Gods grote werk, de dag van Gods verheerlijking, het opgenomen worden van de heiligen, het binnengaan van de mensheid in een prachtige bestemming, enzovoort. Daarom zijn antichristen nog meer vervuld van verwachting en nieuwsgierigheid naar dit deel van Gods woorden die de catastrofes profeteren. Antichristen zijn nog meer geïnteresseerd in dit soort woorden dan in de eerste twee punten. Antichristen geloven in hun hart dat als iemand een ramp teweeg kan brengen, zoals een aardbeving, pest, insectenplaag, overstroming, modderstroom of andere natuurrampen, die entiteit een zeer machtig wezen is, dat tot heel veel in staat is en hun navolging, aanbidding en vertrouwen waardig is. Daarom beschouwen antichristen het al of niet uitkomen van woorden zoals Gods profetieën over de catastrofes ook als een maatstaf om te meten of God inderdaad God is. Ze houden in hun hart onvoorwaardelijk vast aan dit soort logisch denken, dit idee en deze zienswijze, in de overtuiging dat deze zienswijze juist en geldig is en een verstandige zet. Vanaf de dag dat ze God begonnen te volgen, vanaf het moment dat ze de woorden van God die de catastrofes profeteren zagen, zijn antichristen hier in hun hart dus mee bezig geweest. Ze maken zich zorgen over wat er in Gods woorden wordt gezegd – wanneer de laatste dagen komen, wanneer Gods grote werk is voltooid, hoe God de mensheid zal tuchtigen, wat voor soort catastrofes God zal brengen om de mensheid te straffen en te vernietigen, welke methode God zal gebruiken om de mensheid in de catastrofes te storten, en hoe alleen degenen die God volgen en Zijn goedkeuring verdienen in staat zullen zijn zulke catastrofes te vermijden en eraan te ontsnappen, en de kwellingen van zulke catastrofes niet zullen hoeven te ondergaan. Antichristen beschouwen de woorden van God die de catastrofes profeteren als zeer belangrijk; ze analyseren ze in hun hart en onthouden en reciteren ze in hun gedachten. Ze onthouden elk woord dat verband houdt met de catastrofes, en overpeinzen ook wanneer en hoe Gods profetieën over de catastrofes zullen uitkomen. Ze peinzen over wat er met hen zal gebeuren als deze profetieën inderdaad uitkomen, en wat ze zullen doen als ze niet uitkomen. Sinds ze deze profetieën hebben gezien, lijken antichristen in hun geloof in God iets te hebben gevonden om naar te streven, een richting en een doel. Terwijl ze wachten tot de catastrofes toeslaan, bereiden ze zich ook op alle mogelijke manieren voor. Om door God beschermd te worden wanneer de grote catastrofes komen, prediken ze het evangelie en geven ze hun baan en gezin op. Tegelijkertijd bidden ze, om te overleven wanneer de catastrofes toeslaan, vaak nederig tot God, in de hoop dat Gods woorden spoedig zullen uitkomen, dat alles wat God wil bereiken snel zal worden volbracht, dat God spoedig glorie zal verkrijgen en rust zal genieten, en dat zij spoedig de zegeningen van het koninkrijk van de hemel mogen genieten. Afgaande op al deze zienswijzen van antichristen, op de woorden en gebeden die ze vaak uiten, lijkt het erop dat antichristen reikhalzend uitzien naar de voltooiing van Gods grote werk en Gods spoedige rust. Zonder dat mensen het in de gaten hebben, gaan achter deze hoop echter de sinistere bedoelingen van antichristen schuil. Ze hopen dat ze door zulke gebeden en valse schijn de catastrofes kunnen vermijden en God tot hun toevluchtsoord kunnen maken. Terwijl ze zich op dit alles voorbereiden, hopen ze ook dat de catastrofes snel zullen komen en dat de woorden van God die de catastrofes profeteren spoedig zullen uitkomen. Binnen de grenzen van wat ze kunnen verdragen, blijven ze een prijs betalen, zich inzetten, lijden en volharden als voorheen, en pijnigen ze hun hersenen om een goede voorstelling te geven die iedereen kan zien. Ze willen dat iedereen erkent hoe groot de prijs is die ze hebben betaald om het evangelie te prediken, hoeveel discriminatie en vervolging ze hebben verdragen, en welke grote kosten ze hebben gemaakt in afwachting van deze dag. Ze hopen dat God, wanneer Hij het lijden dat ze hebben verdragen en de prijs die ze hebben betaald ziet, hen zal behoeden voor elke catastrofe wanneer die toeslaat. Tegelijkertijd hopen ze, vanwege de prijs die ze hebben betaald, het geluk te hebben een van degenen te worden die een goede bestemming zullen hebben en na de catastrofes gezegend zullen worden. Diep vanbinnen, stilletjes en onmerkbaar berekenen antichristen dit alles. Uiteindelijk ervaren antichristen op een dag, door een klein incident, een tegenslag, en hun handelingen en gedragingen lijken te worden veroordeeld. Dit betekent dat hun hoop en fantasieën op het punt staan uiteen te spatten, dat hun begeerten op het punt staan onvervuld te blijven. Op dat moment is dit de eerste gedachte die opkomt in het diepst van hun hart: ik heb zoveel gegeven, ik heb zoveel geleden, ik heb zoveel dagen volhard, ik heb zoveel jaren geloofd, en toch heb ik geen van gods woorden die de catastrofes profeteren zien uitkomen. Zal god de catastrofes daadwerkelijk brengen? Zal dat waarvoor we hebben gebeden en waarop we hebben gewacht ooit door god worden vervuld? Waar is god precies? Zal hij ons daadwerkelijk redden of niet? Bestaan de catastrofes waarover god sprak eigenlijk wel? Als ze niet bestaan, zouden we hier allemaal gewoon weg moeten gaan. In deze god kan niet worden geloofd, er is geen god! Dit is de grens van antichristen. Een kleine tegenslag, misschien een onbedoeld woord van veroordeling en ontmaskering van iemand anders, raakt hun gevoelige plek, en dan barsten ze uit in woede, niet langer in staat zich in te houden of te veinzen. Het eerste wat ze doen is in woede uitbarsten, wijzend naar Gods woorden en zeggend: “Als jouw woorden niet uitkomen, als de catastrofes waarover jij sprak niet plaatsvinden, zal ik niet langer in jou geloven. Oorspronkelijk predikte ik het evangelie, betaalde ik de prijs en vervulde ik mijn plicht alleen vanwege deze woorden die de catastrofes profeteren. Zonder deze woorden zou ik helemaal niet in jou geloven! Het was vanwege deze woorden, vanwege de naderende catastrofes, dat ik geloofde dat jij god bent. Maar nu, na zoveel geleden te hebben, zijn de catastrofes waarover jij sprak niet gekomen. Er zijn zovelen onder de ongelovigen die kwaad doen, en toch is niemand van hen gestraft – niet één van hen is door de catastrofes getroffen. Ze leven nog steeds in zonde en genieten van hun leven, terwijl ik al zoveel jaren concessies doe, alleen maar wachtend op de dag dat jouw woorden die de catastrofes profeteren uitkomen. Maar wat heb jij gedaan, god? Jij hebt nooit, uit consideratie met onze vurige verwachting, ook maar enige tekenen of wonderen getoond, nooit catastrofes laten neerdalen om het ons te laten zien, om ons geloof te versterken, om onze trouw te verstevigen. Waarom doe jij zulke dingen niet? Ben jij niet god? Is het zo moeilijk om de catastrofes te laten neerdalen om deze boosaardige wereld, deze boosaardige mensheid te straffen? We willen ons geloof alleen maar verstevigen door de vervulling van deze dingen, maar jij treedt gewoon niet op. Als jij niet optreedt, dan kunnen we niet meer in god geloven; we zullen niets kunnen verkrijgen, en het heeft geen zin om in god te geloven. Het is niet meer nodig om te geloven, niet meer nodig om onze plichten te vervullen, niet meer nodig om het evangelie te prediken.” Bij een kleine tegenslag, bij een beetje tegenspoed of ontevredenheid in het leven, kunnen de ware aard en de diepste gedachten van antichristen op elk moment en elke plaats worden blootgelegd, wat behoorlijk angstaanjagend is. Wanneer de catastrofes zullen toeslaan, of Gods woorden die de catastrofes profeteren zullen uitkomen, hoe en wanneer ze zullen uitkomen, dit wordt allemaal door God bepaald. Wanneer God mensen over deze dingen vertelt, is dat om hun respect te tonen, om hen als mensen te bejegenen. Het is niet de bedoeling dat mensen deze woorden gebruiken als pressiemiddel tegenover God en om over Hem te oordelen. Antichristen geloven ten onrechte dat, aangezien God deze woorden heeft gesproken, Hij mensen zou moeten toestaan ze tijdens hun leven te zien uitkomen; anders zouden Gods woorden krachteloos zijn. De god wiens woorden krachteloos kunnen worden, zou niet als god beschouwd moeten worden, is het niet waardig god te zijn, en is het niet waardig hun god te zijn; dit is de logica van antichristen.
Van begin tot eind wilden antichristen alleen maar misbruik maken van deze woorden van God die de catastrofes voorspellen. Deze woorden inspireerden hen en brachten hen op het idee om goed menselijk gedrag en al hun offers en het lijden van het vlees in te zetten om in ruil daarvoor de zegen te ontvangen dat ze de catastrofes zouden ontlopen. Hun enige doel was de hele tijd om de catastrofes te ontlopen en zegeningen te verkrijgen. Ze hebben Degene die deze woorden uitdrukte nooit werkelijk als God beschouwd. Van begin tot eind hebben antichristen zich altijd tegen God verzet, waarbij ze, als een manier om Gods woorden uit te vorsen, God voortdurend testten en de maat namen. Als Gods woorden uitkomen en zij hun horizon verbreden, en uitkomen in overeenstemming met hun smaak, zienswijzen en behoeften, dan beschouwen ze God als God. Maar als het ingaat tegen hun wensen, zienswijzen en behoeften, dan wordt Degene die deze woorden sprak door hen niet als God beschouwd. Dit is de zienswijze die antichristen erop nahouden. Het is duidelijk dat ze diep vanbinnen nooit hebben erkend dat God de Schepper is, noch dat God soeverein is over alle dingen. Na een reeks worstelingen, geduldig volharden en een innerlijke strijd te hebben doorstaan, leerden antichristen een les: men mag gods woorden niet lichtvaardig afbakenen, noch kan men de vervulling van gods woorden lichtvaardig en lichtzinnig gebruiken als een maatstaf om zijn identiteit en essentie te meten. We zijn nog niet genoeg gehard en moeten blijven volharden om onze geest te verruimen. Zoals de gezegden luiden: ‘Een groot man heeft een groot hart’; ‘Zolang er leven is, is er hoop.’ Wat maakt het uit als deze woorden niet uitkomen? Geen probleem. Ik heb het al die jaren volgehouden; misschien zullen gods woorden uitkomen en zal ik iets verkrijgen als ik nog een paar jaar volhard. Ik zal het gewoon nog wat langer verdragen, ik waag de gok nog een keer. Ik mag niet boos worden; anders zullen al mijn eerdere inspanningen verspild zijn, en zal al het lijden dat ik heb verdragen tevergeefs zijn geweest. Dat zou zo’n verlies zijn! Als ik nu mijn gedachten bekend zou maken en zou opstaan om god te ontkennen, in twijfel te trekken en te beschuldigen, zou dat geen slimme zet zijn. Ik moet de prijs blijven betalen, ontberingen verdragen en blijven volharden. De zinsnede ‘Wie volhardt tot het einde zal worden gered’ mag niet worden vergeten. Deze uitspraak geldt te allen tijde en blijft de allerhoogste waarheid. Ik moet deze uitspraak hooghouden en zorgen dat deze voortdurend in mijn hart gegrift blijft. Na een periode van negativiteit en stilte ‘stonden’ antichristen eindelijk weer ‘op’.
Tijdens het vervullen van hun plichten in Gods huis ondernemen antichristen allerlei soorten werk en vervullen ze verschillende rollen. Uiterlijk lijkt er geen verandering te zijn, maar hoe langer ze in God geloven en hoe langer ze Hem volgen, hoe meer antichristen innerlijk muggenziften over Gods woorden die de catastrofes profeteren. Waarom is dit zo? Hoe langer ze in God hebben geloofd, hoe meer ze hebben geofferd en hoe meer hebben opgegeven. Ze hebben minder makkelijk een weg terug naar de seculiere wereld. Daarom denken antichristen met betrekking tot deze woorden die de catastrofes profeteren steeds vaker en onbewust: ik hoop dat dit allemaal waar is. Dit moet allemaal uitkomen. Ze beschouwen dit ‘moeten’ en dit vastberaden geloof als hun ware geloof in God. Dit zogenaamde ware geloof drijft hen ertoe hun plichten te vervullen, te lijden en de prijs te betalen, te volharden en nog meer te volharden. He is net zoals de ongelovigen zeggen: “Je moet alles op het spel zetten om te winnen.” Terwijl ze vasthouden aan zo’n overtuiging, vorsen antichristen de dag uit waarop Gods woorden zullen uitkomen. Eindelijk breekt die dag aan – rampen en calamiteiten vinden voortdurend plaats in deze wereld, in verschillende uithoeken, in verschillende landen en onder verschillende etnische groepen. Deze rampen, groot en klein, eisen vele levens, veranderen de leefomgeving van vele mensen, veranderen het ecologische milieu, transformeren talloze verschillende structuren en levenswijzen in de samenleving, enzovoort. Wat er echter ook gebeurt, in de ogen van antichristen komen Gods woorden toch in zekere mate uit, wat in het diepst van hun hart het meest bevredigende is. Ze voelen dat het niet tevergeefs was dat ze al die jaren hebben volhard en gewacht, en dat ze eindelijk getuige zijn geweest van de dag en de fase waarin Gods woorden uitkomen. Maar ze voelen dat ze niet ontmoedigd mogen raken of mogen opgeven; ze moeten blijven volharden en wachten. Wat baart antichristen diep vanbinnen de meeste zorgen, ongeacht hoeveel ze volharden of wachten? Het is dit: de profetieën over hongersnoden, pest en aardbevingen zijn uitgekomen, maar wanneer zullen de profetieën over de grote catastrofes uitkomen? Enerzijds geloven antichristen dat een deel van Gods woorden langzaam en geleidelijk uitkomt, terwijl ze anderzijds twijfelen: zijn deze rampen niet gewoon natuurrampen? Rampen zijn er door de hele geschiedenis heen voortdurend geweest. Is het feit dat deze rampen plaatsvinden de vervulling van gods woorden? Zo niet, wat zijn ze dan? Ik zou niet zo moeten denken; een gelovige in god moet in gods woorden geloven. Maar worden gods woorden zo gemakkelijk vervuld? Hoe heeft god het gedaan? Waarom heb ik het hem niet zien doen? Waarom weet ik er niets van? Als het gods werk is, zouden zijn gelovigen het moeten zien, zou god hun visioenen moeten geven. Maar we hebben gods hand niet gezien, noch gods stem gehoord. Zouden deze gebeurtenissen dan gewoon toeval kunnen zijn? Ik zou niet zo moeten denken; zulke gedachten zouden me zwak kunnen maken. Ik moet blijven geloven dat dit alles de vervulling van gods woorden is; ik beschouw het maar als gods soevereiniteit, als gods woorden die uitkomen, niet als toeval. Op deze manier voelt mijn hart zich meer op zijn gemak. Ze vinden dat deze manier van denken heel slim is en dat ze de situatie goed hebben geanalyseerd, dat ze in staat zijn om niet aan God te twijfelen en tegelijkertijd hun eigen geloof te stabiliseren, en ook de overweldigende onrust en begeerten in hun hart te kalmeren. Terwijl ze tijdelijke concessies en compromissen sluiten, wachten antichristen op de komst van de grote catastrofes. Wanneer zullen de grote catastrofes komen? Wanneer ze komen, zullen de heiligen worden opgenomen in de lucht, maar waar precies zal dat gebeuren? Hoe zal het gebeuren? Zullen ze omhoog vliegen of door gods hand worden opgetild? Wanneer de grote catastrofes plaatsvinden, zullen mensen dan nog altijd hun fysieke lichaam hebben? Zullen ze nog steeds hun huidige kleren dragen? Zullen alle ongelovigen dood zijn? Wat voor toestand of situatie zal dat zijn? Het is onvoorstelbaar voor mensen. Ik kan er beter voorlopig niet aan denken. Ik zal gewoon geloven dat gods woorden zeker zullen uitkomen. Maar kunnen ze werkelijk uitkomen? Wanneer zal die dag komen? Ze blijven zichzelf deze vragen innerlijk stellen en uiten herhaaldelijk twijfels. Aangezien deze catastrofes nauw verwant en intiem verbonden zijn met hun vooruitzichten en lot, geloven antichristen: ik moet voortdurend waakzaam zijn met betrekking tot de vervulling van de profetie over wanneer de grote catastrofes zullen neerdalen, ik moet het te allen tijde in gedachten houden zodat ik mijn kans niet misloop en geen zegeningen verkrijg. Wat is dan hun invalshoek? Ik moet het evangelie wijd en zijd prediken, mijn plichten ijverig vervullen, voorkomen dat ik hinder of verstoringen veroorzaak of fouten maak, en me gedeisd houden en me niet pompeus gedragen. Zolang ik geen fouten maak en niet uit de kerk wordt verdreven, zou dat genoeg moeten zijn. Ik zal het toevluchtsoord zeker kunnen bereiken; dit is gods belofte – wie zou die kunnen wegnemen? Wanneer kleine rampen geleidelijk neerdalen en de hele mensheid in rampen wordt gestort, vinden antichristen diep vanbinnen vrede en een zekere mate van rust. Tegelijkertijd kijken ze uit naar de komst van de grote catastrofes en de dag dat de heiligen worden opgenomen. Hoe dan ook, antichristen blijven de woorden van God die de catastrofes profeteren uitvorsen. Zulk uitvorsen is in Gods ogen gelijk aan Satans uitvorsen. Hij ziet het als twijfel, ontkenning, laster en een analyse van Gods correctheid. Het is het in twijfel trekken van Gods identiteit, het twijfelen aan Gods gezag en almacht, en het twijfelen aan Gods trouw. God staat niet toe dat zulke dingen gebeuren, noch staat Hij toe dat zulke mensen bestaan. Hij zal zulke mensen zeker niet redden. Antichristen denken dat hun tegenmaatregelen, in het geheim bedacht en in hun hart berekend, het slimst en het meest heimelijk zijn. Ze weten echter niet dat God al hun gedachten ziet en ze veroordeelt. Dit is wat God zegt: “Velen zullen op die dag tot mij zeggen: ‘Heer, Heer, hebben we niet in uw naam geprofeteerd? En in uw naam duivelen uitgeworpen? En in uw naam vele wonderlijke werken gedaan?’ En dan zal Ik hun verklaren: ‘Ik heb u nooit gekend. Ga weg van Mij, u die zonde begaat’” (Matteüs 7:22–23). God zegt stilletjes in Zijn hart tegen deze mensen: ga weg van Mij, jullie die ongerechtigheid bedrijven. Jullie vorsen Mijn daden uit, jullie vorsen Mijn woorden uit. Zulke mensen kunnen nooit worden gered. Het is angstaanjagend dat antichristen de vervulling van Gods woorden die catastrofes voorspellen, beschouwen als hun doel en als maatstaf om Gods juistheid te toetsen; het is ook een slechte daad.
Wat betreft de vraag of bepaalde aspecten van Gods woorden zullen uitkomen, hoe ze uitkomen, en wanneer en waar ze uitkomen, heeft God Zijn eigen manieren. Het is louter Gods genade die mensen het grote geluk geeft om deze woorden van God te horen. Het doel dat God heeft met het spreken van deze woorden is niet dat de mensheid ze gebruikt om God aan banden te leggen, om Gods juistheid te onderzoeken of om Gods identiteit te bevestigen. God spreekt deze woorden alleen maar om de mensheid te vertellen dat Hij zulke dingen gaat doen, maar God heeft nooit tegen iemand gezegd: “Ik zal het op deze manier doen, bij deze mensen, op dit moment en op deze wijze.” In de dingen die God de mensheid niet heeft verteld, schuilt een duidelijk signaal: de mensheid hoeft het niet te weten, noch is ze bevoegd om het te weten. Daarom zal de mensheid, als mensen deze zaken altijd proberen uit te vorsen, altijd diep graven, deze zaken altijd willen gebruiken om een pressiemiddel tegenover God te verkrijgen, om Hem te oordelen en te veroordelen, wanneer deze verschijnselen zich voordoen zich onmerkbaar tegen God verzetten. Wanneer jij je tegen God verzet, beschouwt God je niet langer als een mens. Wat ben je dan? In Gods ogen ben je een Satan, een vijand, een duivel. Dit is het deel van Gods gezindheid dat het niet verdraagt door de mens te worden beledigd. Als mensen dit niet begrijpen en vaak een punt maken van de door God geprofeteerde woorden, en proberen ze te gebruiken als pressiemiddel tegenover God, laat Mij je dan vertellen: dit is de dood tarten. Mensen moeten te allen tijde weten wie ze zijn en op welke manier, met wat voor verstand en vanuit welk perspectief ze God en alles wat met God te maken heeft, moeten bejegenen. Zodra mensen hun identiteit en positie als schepselen verliezen, verandert hun essentie. Als je een dier zou worden, zou God je misschien negeren, aangezien je een onbeduidend ding zou zijn. Maar als je een duivel en een Satan zou worden, dan zou je gevaar lopen. Een duivel en een Satan worden betekent een vijand van God worden, en dan zul je nooit hoop op redding hebben. Daarom wil Ik iedereen hier vertellen: vors Gods daden niet uit, vors Gods woorden niet uit, vors Gods werk niet uit, en vors niets uit wat met God te maken heeft. Je bent een mens, een schepsel, analyseer dus Gods correctheid niet. Beschouw God niet als een object van je analyse en nauwkeurig onderzoek, noch als een object van je uitvorsen. Je bent een schepsel, een mens, dus God is jouw God. Wat God zegt, is wat je moet aanvaarden. Wat God je vertelt, is wat je moet aanvaarden. Wat betreft wat God je niet vertelt, die zaken die mysteries en profetieën betreffen, zaken die Gods identiteit betreffen, is één ding zeker: je hoeft deze niet te weten. Dat je deze dingen weet zal je ingang in het leven niet ten goede komen. Aanvaard zoveel als je kunt begrijpen. Laat deze geen obstakels worden in je streven naar een verandering in gezindheid en het streven naar redding. Dit is de juiste weg. Als iemand zich tegen God verzet en dingen betreffende God blijft uitvorsen, en als hij hardnekkig weigert te veranderen en koppig volhardt, en God op deze manier en met zo’n houding behandelt, dan wordt zijn hoop om gered te worden heel klein. Antichristen vorsen Gods woorden uit die de catastrofes profeteren – laten we onze communicatie over dit punt hier afsluiten. En laten we nu doorgaan naar het volgende punt.
4. Het uitvorsen van Gods woorden over wanneer Hij de aarde zal verlaten en Zijn grote werk volbracht zal zijn
Het vierde punt is dat antichristen Gods woorden uitvorsen over wanneer Hij de aarde zal verlaten en wanneer Zijn grote werk volbracht zal zijn. Er staat niet veel hierover in Gods woorden. Als de inhoud van deze beperkte woorden een onderwerp is dat mensen in het bijzonder bezighoudt, zullen ze die vinden, hoe onopvallend of verhuld deze woorden ook zijn. Wanneer ze die hebben gevonden, markeren ze deze met een pen en beschouwen ze als belangrijke woorden om te lezen. Ze delen en lezen deze woorden wanneer ze maar de kans krijgen om zichzelf te waarschuwen en te troosten. Natuurlijk gaat het antichristen niet zozeer om wanneer God de aarde zal verlaten of wanneer Zijn grote werk volbracht zal zijn, maar om de realiteit die schuilgaat achter de woorden die God wil volbrengen. Waar antichristen in hun hart het meest op hopen, is om tijdens hun leven persoonlijk getuige te zijn van het grootse schouwspel van God die de aarde verlaat. Dit zou betekenen dat de God die ze hebben gevolgd de juiste is, dat ze geen verkeerde god hebben gekozen, en dat ze voor hun navolging niet het verkeerde object hebben gekozen. Nu deze dingen bevestigd zijn, geloven ze dat hun kansen om gezegend te worden aanzienlijk toenemen. Bovendien, als ze tijdens hun leven getuige kunnen zijn van het schouwspel van God die de aarde verlaat en het schouwspel van Gods grote werk dat wordt verricht, betekent dit dat hun geloof nog standvastiger zal worden en dat ze God zonder enige twijfel zullen volgen. Als ze dit tafereel zouden zien, zouden ze hun eerdere twijfels en onbegrip over God, en de laster, oordelen en afwijzingen van anderen waarmee ze werden geconfronteerd, allemaal achter zich laten en zou dit hen niet langer belemmeren. Enerzijds kijken antichristen uit naar de komst van deze dag, anderzijds houden ze in de gaten wat God momenteel op aarde doet, of Zijn werk bijna voltooid is, of hij bijna alle woorden die Hij moet spreken heeft gesproken, of de mensen die Hem volgen ware trouw bezitten en of ze compleet zijn gemaakt. Wanneer ze de mensen observeren die nu Christus volgen, merken antichristen op dat de meeste mensen een zwak geloof hebben, vaak fouten maken bij het vervullen van hun plichten, en dat velen vaak worden gesnoeid omdat ze tijdens het vervullen van hun plichten verdorven gezindheden openbaarden. Sommigen worden zelfs naar B-groepen gestuurd, afgezonderd of verdreven. Op basis van deze tekenen hebben ze het gevoel: de dag dat gods grote werk volbracht wordt, lijkt nog ver weg, dat is erg frustrerend! Maar wat kun je doen in je ongeduld? Welk probleem kan dat oplossen? Omdat antichristen niet in Gods woorden geloven, de waarheid niet aanvaarden, geen geestelijk begrip hebben en de waarheid niet begrijpen, kunnen ze niet inschatten of het effect dat Gods werk op mensen heeft normaal is of niet. Ze kunnen niet begrijpen of wat God met mensen heeft gedaan echt enig effect heeft gehad; of Gods woorden mensen werkelijk kunnen redden en veranderen; of mensen, wanneer ze deze woorden aanvaardden, verandering hebben ondergaan, werkelijk iets hebben verworven of Gods goedkeuring hebben ontvangen; noch of deze mensen het koninkrijk van de hemel kunnen binnengaan en zegeningen kunnen ontvangen – en ze kunnen de feiten die ze met eigen ogen waarnemen niet begrijpen of verklaren. Elke gebeurtenis die ze zien, elke gebeurtenis waarover ze in hun gedachten nadenken, is in nevelen gehuld die onmogelijk te verdrijven zijn. Ze denken: deze zaken zijn allemaal ongrijpbaar en moeilijk te doorzien, moeilijk te begrijpen. God die de aarde verlaat en gods grote werk dat wordt voltooid, zijn dat gebeurtenissen die echt plaatsvinden? Kunnen ze werkelijk uitkomen? Enerzijds dwingen antichristen zichzelf te geloven dat de God die ze volgen God is, maar tegelijkertijd kunnen ze niet anders dan twijfelen: is hij god? Hij is een mens, nietwaar? Het is niet goed om zo te denken. De meeste mensen geloven dat hij god is, dus dat zou ik ook moeten doen. Maar nee, ik kan er niet toe komen om het te geloven! Waar kan ik zien dat hij god is? Kan hij zorgen dat gods grote werk wordt volbracht? Kan hij gods werk doen? Kan hij god vertegenwoordigen? Kan hij gods plan voltooien? Kan hij de mensheid redden? Kan hij mensen een prachtige bestemming binnenleiden? Al deze en soortgelijke gedachten worden onbreekbare, niet te openen sloten in het diepst van het hart van antichristen. Ze denken: wat moet ik doen? Er is altijd nog het hoogste principe: wachten en volharden; wie volhardt tot het einde zal worden gered. Ik jaag dan wel niet de waarheid na, maar ik heb wel mijn eigen regels. Als anderen niet weggaan, ga ik ook niet weg. Als anderen volgen, zal ik ook volgen. Ik zal met de stroom meegaan. Als iedereen zegt dat hij god is, dan zal ik hem god noemen. Als iedereen stopt met geloven en god verwerpt, dan zal ik dat voorbeeld volgen. De wet is toch niet te handhaven als iedereen die overtreedt? Wanneer ze zien dat de verspreiding van Gods werk zijn hoogtepunt bereikt, verheugen ze zich heimelijk in hun hart: gelukkig ben ik niet weggegaan toen ik het meest twijfelde en zwak was. Kijk eens wat mijn geloof nu heeft opgeleverd. De dag is bijna daar en steeds meer mensen volgen god. Vooral overzee onderzoeken mensen uit verschillende landen de ware weg en het aantal gelovigen neemt toe. Gods huis produceert steeds meer video's, films, lofzangen en getuigenissen, en trekt daarmee steeds meer aandacht. Zulke resultaten kunnen door geen enkel mens worden bereikt; alleen gods werk kan dit volbrengen. Deze gewone persoon is hoogstwaarschijnlijk christus, god. Aangezien hij christus is, god is, zullen zijn woorden zeker uitkomen. Als zijn woorden niet uitkomen, dan is hij god niet. Logisch geredeneerd is deze conclusie zinnig en correct. Als hij god is, zal er een dag zijn waarop hij de aarde verlaat; als hij god is, kan hij zorgen dat zijn grote werk wordt volbracht. Afgaande op al deze tekenen bewegen de mensen in de kerk die god volgen zich in een positieve richting, naar een goed doel. Alles is ideaal, het is allemaal erg positief. Dit is beter dan wereldse trends volgen; er is geen hoop in het najagen daarvan, het leidt er alleen maar toe dat je wordt mishandeld en uiteindelijk wordt vernietigd. Als iemand in god gelooft, en getuige kan zijn van de dag dat hij de aarde verlaat en zijn grote werk is volbracht, en kan delen in gods glorie – wat een eer zou dat zijn! Als ze hierover nadenken, hebben ze het gevoel: wat ben ik toch slim. Ik heb dit pad gekozen; het lijkt erop dat ik degene ben met een hoog IQ en een scherp intellect. Ze schrijven het niet toe aan Gods genade, maar aan hun eigen intelligentie, hun eigen slimheid. Wat een belachelijk idee is dit!
Antichristen denken: de kwestie dat god de aarde verlaat en dat gods grote werk wordt volbracht, is anders dan zaken als gods beloften en zegeningen, zijn vervloekingen en straf, en zijn profetieën over de catastrofes – deze zaak kan niet worden overhaast; mensen moeten twaalfvoudige volharding en twintigvoudig geduld hebben om op de komst van die dag te wachten. Want wanneer die dag aanbreekt, zal alles volbracht worden. Als ik nu niet kan volharden en de eenzaamheid en het lijden niet kan verdragen, dan zal ik buitengesloten worden wanneer die dag komt. Het zijn nu de laatste loodjes; na zoveel geleden te hebben, zou ik een dwaas zijn als ik niet nog een klein beetje langer zou volharden! Voor antichristen is er dus maar één manier om de komst van die dag mee te maken: gehoorzaam en geduldig wachten, zich niet haasten en leren volharden. Ze denken: aangezien ik ervoor heb gekozen de gok te wagen, moet ik leren volharden, want deze volharding is geen kleine zaak. Als ik tot het einde volhard zal ik zodra deze zaak is volbracht een grote zegen verkrijgen! Als ik in deze periode niet volhard, zal ik met een grote ramp worden geconfronteerd. Deze zaak kan twee kanten opgaan; het kan grote zegen opleveren of een grote ramp. Zie je, antichristen zijn niet dwaas, of wel? Ze missen dan wel geestelijk begrip en geloven niet in de waarheid, het zijn niet-gelovigen – maar ze kunnen deze zaak wel heel nauwkeurig en gedetailleerd analyseren. Maar is dit soort analyse gepast? (Nee.) Zeg Mij, zouden mensen zo’n ‘serieuze’ houding ten opzichte van Gods woorden moeten hebben? Sommige mensen zeggen: “Dit is een grote zaak, die iemands vooruitzichten en bestemming betreft, en de voltooiing van gods grote werk aangaat. Het kan niet lichtvaardig worden opgevat. Mensen moeten het exacte jaar en de exacte maand berekenen voor wanneer god de aarde verlaat. Bovendien moeten de methode en het tafereel van gods vertrek, die tussen de regels van gods woorden worden onthuld, worden geanalyseerd. Als men dit niet serieus neemt en grondig analyseert, zou het missen van zoiets moois tot eindeloze spijt leiden; zo'n gebeurtenis zou zich nooit meer voordoen. Vooral wanneer gods grote werk is volbracht, en de dag en het moment van gods verheerlijking aanbreken, moeten de mensen dit te meer weten.” Waarop iemand vraagt: “Hoe kunnen we het weten als God het niet zegt?” “Dan moet je bidden of god het je in een droom wil openbaren, net als Johannes in het boek Openbaring. Als je een visioen ontvangt, de dag dat gods grote werk wordt volbracht in je droom of visioen ziet, zal dit je geloof in een oogwenk grondig versterken. Je geduld, je wachten, zal niet langer een formaliteit zijn of slechts iets wat je doet; in plaats daarvan zul je gewillig zo wachten en volharden vanuit het diepst van je hart. Dat zou zo geweldig zijn!” Is deze benadering aanvaardbaar? (Nee.)
Ongeacht hoeveel jaar de mensheid de geïncarneerde God nodig heeft, er zal uiteindelijk een dag komen waarop Zijn werk in het vlees is voltooid. Dit betekent dat deze persoon de mensheid uiteindelijk zal verlaten; het is slechts een kwestie van tijd. Het werk van Gods zesduizendjarig managementplan loopt ten einde. We hoeven ons er niet in te verdiepen of dit einde nu tien, twintig, vijftig, tachtig of honderd jaar duurt. Dit is simpelweg Gods manier van spreken. Wat betekent het om te zeggen dat dit Gods manier van spreken is? Het betekent dat hoeveel jaar Gods concept van ‘het einde’ werkelijk is – Gods concept van tijd beslist anders is dan dat van mensen. Heeft het voor ons zin om nauwkeurig te onderzoeken hoeveel jaar het precies is? Nee, dat heeft het niet. Waarom niet? Omdat dit alles in Gods handen ligt; het is niet iets wat mensen te weten kunnen komen door ernaar te vragen, noch iets wat, zodra mensen het weten, door hen kan worden gebruikt om God te beperken. God doet wat Hij wil. Het enige wat volgelingen van God zouden moeten doen, is de waarheid nastreven, hun plichten goed vervullen, het leven verkrijgen, het pad van het vrezen van God en het mijden van het kwaad inslaan, en schepsels worden die werkelijk aan de norm voldoen. Op deze manier zal Gods grote werk inderdaad volledig volbracht worden, en zal God rusten. Wat betekent Gods rust? Het betekent dat de mensheid rust zal hebben. Zodra de mensheid een rustplaats heeft, kan God rusten. Gods rust is de rust van de mensheid. Wanneer de mensheid een normale leefomgeving en orde heeft, brengt dit Gods rust teweeg. Wanneer de mensheid zo’n leefomgeving zal hebben, wanneer ze deze stap zal bereiken, en wanneer God Zijn grote werk volbracht zal hebben en Zijn rustplaats zal binnengaan, is allemaal opgenomen in Gods plan; Hij heeft een tijdschema. In welk tijdperk dit tijdschema van Gods plan valt, welk jaar, welke maand, welk uur en welke minuut, dat weet alleen God Zelf. Mensen hoeven het niet te weten, en het heeft geen zin om het je te vertellen. Zelfs als je het exacte jaar, de exacte maand, het exacte uur en de exacte minuut te horen zou krijgen, zou dat dan je leven kunnen worden? Is dat leven? Het kan het leven niet vervangen. Het enige wat schepselen zouden moeten doen, is naar Gods woorden luisteren, Gods woorden aanvaarden en zich aan Gods woorden onderwerpen, en mensen worden die God vrezen en het kwaad mijden. Maar altijd Gods woorden nauwkeurig willen onderzoeken, uitvorsen of Gods woorden uitkomen, de juistheid van Gods woorden controleren, analyseren en nauwkeurig onderzoeken – dit zijn niet de dingen die schepsels zouden moeten doen. Degenen die erop staan dit pad te bewandelen en deze dingen te doen, zijn duidelijk niet de schepsels die God wil. Ze handelen niet volgens Zijn vereisten, leven niet volgens de regels en voorschriften die God voor mensen heeft vastgesteld. In Gods ogen zijn ze vijanden van God; ze zijn duivels en Satans, niet de voorwerpen van Gods redding. Wat zou daarom met betrekking tot wanneer God de aarde zal verlaten, wanneer Zijn grote werk volbracht zal zijn en wanneer de dag van Gods verheerlijking aanbreekt de juiste zienswijze van de mensheid moeten zijn ten opzichte van deze woorden van God en deze zaak? Men moet geloven dat deze dingen die God heeft gezegd zeker zullen uitkomen, en tegelijkertijd hopen op de voltooiing van Gods grote werk, op de komst van Gods koninkrijk, dat God in glorie aan de talloze volken zal verschijnen, en dat God spoedig Zijn rust zal binnengaan. Dit is waar geschapen mensen, degenen die God volgen, op zouden moeten hopen en om zouden moeten bidden. Dit doen is gepast en is iets anders dan uitvorsen. Echter, altijd het al dan niet uitkomen van Gods woorden gebruiken als middel om God mee onder druk te zetten, om voorwaarden aan God te stellen, dat wordt uitvorsen genoemd en is wat Gods vijanden doen. Ook altijd maar op basis van de vraag of Gods woorden uitkomen beslissen of je de prijs betaald, of je alles opgeeft en of je je plicht vervult, is iets wat vijanden doen. Ware schepsels zouden Gods woorden, Gods identiteit en elk deel van wat God zegt moeten behandelen vanuit het perspectief van schepsels, niet vanuit het perspectief van Satan, boosaardige duivels of Gods vijanden.
5. Het uitvorsen van Gods woorden over Zijn gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie
Het volgende punt waarover we zullen communiceren, betreft Gods woorden over Zijn gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie. Deze woorden bestrijken een enorm gebied; de meeste inhoud van Gods woorden raakt aan Zijn gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie. Enerzijds kunnen mensen door de manier en de toon van Gods spreken, alsook door de inhoud, Gods gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie zien. Anderzijds heeft God duidelijke woorden om de mensheid Zijn gezindheid, Zijn identiteit en Zijn essentie te vertellen en te onthullen. Wat deze twee delen van de inhoud betreft, men kan enerzijds tussen de regels van Gods woorden, uit de inhoud van Gods woorden, de aard van Gods woorden, alsook Gods toon en het publiek dat Hij aanspreekt, Gods gezindheid, identiteit en essentie zien. Anderzijds vertelt God de mensen met duidelijke woorden wat voor gezindheid Hij heeft, wat voor identiteit en essentie Hij heeft. Deze twee delen van de inhoud negeren antichristen fundamenteel; zij zullen hieruit Gods gezindheid, identiteit en essentie niet begrijpen, en zij zullen zeker niet in dit alles wat met God te maken heeft geloven. Omdat het niet-gelovigen zijn, geloven ze niet dat woorden die uit Gods mond komen Gods identiteit en essentie kunnen vertegenwoordigen. Er is echter één punt dat ze niet kunnen ontkennen: Gods woorden hebben de mensen duidelijk onthuld wat voor gezindheid God heeft, wat voor identiteit God heeft en hoe Zijn essentie is – dit deel van Zijn woorden kunnen ze niet ontkennen. Betekent het feit dat ze het niet kunnen ontkennen dan dat er sprake is van werkelijke aanvaarding en oprechte erkenning? Ze erkennen deze woorden niet. Integendeel, wat betreft de inhoud van Gods gezindheid waarover God spreekt – Zijn rechtvaardigheid, heiligheid, liefde, gezag en andere eigenschappen die Zijn bezittingen en wezen betreffen – tonen antichristen niet alleen minachting, geringschatting en verwaarlozing, maar ze benaderen deze woorden ook met een uitvorsende blik. Wanneer God bijvoorbeeld zegt dat Hij rechtvaardig is, zal een antichrist dan beginnen met nauwkeurig onderzoeken: ben je rechtvaardig? Er is niemand in de wereld geweest die durft te beweren dat hij rechtvaardig is. Aangezien jij het wel durft te zeggen, zullen we het eens op de proef stellen. In welke opzichten ben je rechtvaardig? Welke van je daden zijn rechtvaardig geweest? Ik weiger me te laten overtuigen! Als deze uitspraak werkelijk wordt bewaarheid, als je werkelijk een rechtvaardige daad verricht die me overtuigt, dan zal ik toegeven dat je rechtvaardig bent. Maar als wat je doet me niet overtuigt, neem het me dan niet kwalijk dat ik zo bot ben. Ik zal absoluut niet toegeven dat je een rechtvaardige gezindheid hebt! Uiteindelijk breekt de dag aan waarop ze hebben gewacht: een zekere leider werd, ondanks dat hij een grote prijs had betaald en veel had geleden, uiteindelijk gekenmerkt als een valse leider en ontheven van zijn functie omdat hij niet in staat was werkelijk werk te verrichten. Nadat hij van zijn functie was ontheven, werd hij negatief, ontwikkelde hij misvattingen, klaagde hij en had hij een heleboel wrokkige en veroordelende dingen te zeggen. Wanneer deze zaak de oren van de antichrist bereikt en door hem wordt gezien, zegt de antichrist: “Als zelfs iemand als jij van je functie ontheven kan worden, dan is het nog erger voor mensen zoals ik. Als jij geen hoop hebt om gered te worden, als jij niet in overeenstemming bent met gods bedoelingen, wie kan er dan in overeenstemming zijn met gods bedoelingen? Wie zou god dan nog wel in aanmerking kunnen nemen?” Enerzijds verdedigt de antichrist de valse leider en eist hij gerechtigheid voor hem; anderzijds aanvaardt hij ook de wrokkige en veroordelende woorden die door de valse leider worden geuit. Tegelijkertijd strijdt hij in zijn hart heimelijk met God: is god rechtvaardig? Waarom onthef je dan iemand van zijn functie die heeft geleden en een prijs heeft betaald voor het werk van de kerk? Deze persoon is je het meest trouw. Ik heb niemand gezien die trouwer is dan hij; ik heb niemand gezien die meer heeft geleden of een grotere prijs heeft betaald. Hij staat vroeg op en gaat laat naar bed, verdraagt ziekte, zet zijn gevoelens voor zijn familie opzij, zet vleselijk comfort en de vooruitzichten van het vlees opzij, en riskeert zijn leven om voor je te werken. Hij heeft in het verleden zelfs gevangengezeten en geen verraad gepleegd. En toch onthef je hem zomaar van zijn functie, onthul je hem zomaar – ben je werkelijk rechtvaardig? Waar is het bewijs van je rechtvaardigheid? Waarom kan ik het niet zien? Uiteindelijk heeft de antichrist iets in Gods werk gevonden dat hij tegen God kan inzetten, iets waarmee hij de rechtvaardigheid van Gods gezindheid in twijfel kan trekken. Hij denkt bij zichzelf: als god rechtvaardig is, dan zullen de meeste mensen het niet redden; als god rechtvaardig is, dan moeten mensen echt voorzichtig zijn en zal het leven behoorlijk moeilijk worden. Vandaag, nu ik eindelijk iets in gods werk heb gevonden dat ik tegen hem kan gebruiken, kan ik bewijzen dat god niet rechtvaardig is, wat de zaken gemakkelijker maakt. Hierdoor verheugt hij zich heimelijk in zijn hart.
Gods uitverkoren volk heeft bij het volgen van God altijd geleden onder de onderdrukking, arrestatie en wrede vervolging door de grote rode draak. In kerken overal worden Gods uitverkorenen regelmatig gearresteerd en vervolgd. Het komt regelmatig voor dat enkele struikelen of God verraden en daardoor de kerk verlaten. Er zijn er echter ook velen die te midden van arrestatie en vervolging standvastig blijven in hun getuigenis. God gebruikt de dienst van de grote rode draak om die niet-gelovigen te onthullen die Gods huis waren binnengedrongen op zoek naar zegeningen, terwijl Hij tegelijkertijd de uitverkorenen die oprecht in God geloven vervolmaakt. Dit is Gods almacht en wijsheid. Maar hoe zien antichristen deze zaak? Ze twijfelen altijd aan God: waarom redt god zijn uitverkoren volk niet van de arrestatie en vervolging door de grote rode draak? Ze twijfelen aan de geïncarneerde God en koesteren in hun hart altijd noties over God: waarom zouden gods uitverkorenen zulke slagen en martelingen moeten ondergaan? Het is vanwege hun geloof, omdat ze geen Judassen willen zijn. Maar waar is god wanneer ze worden gemarteld? Waarom redt god hen niet? Heeft god de mensen niet lief? Waar is gods liefde? Is het mogelijk dat god het kan verdragen dat degenen die in hem geloven zo waanzinnig worden vernederd door Satan en boosaardige demonen, en buitensporige martelingen ondergaan? Is dit gods liefde? Waar is gods bescherming voor de mensen precies? Waarom kan ik die niet zien? Het lijkt erop dat ik voorzichtiger moet zijn. God kan niet alleen de mensen niet behoeden voor verzoeking of gevaar – het omgekeerde is het geval, hoe meer men streeft, hoe meer vastberadenheid men heeft en hoe meer men god volgt, des te meer krijgt men te maken met beproevingen en des te waarschijnlijker is het dat men pijn en kwelling lijdt. Aangezien god zo handelt, heb ik ook mijn tegenmaatregelen gereed. Deze mensen ondergaan een dergelijke behandeling omdat ze offers hebben gebracht. Zou ik dan deze beproevingen niet kunnen vermijden door niet zo’n prijs te betalen, door niet op deze manier te streven? Zou ik zo’n lijden niet vermijden zonder deze beproevingen? Zou ik niet een comfortabel leven leiden als ik niet zo zou lijden? Als ik toch zegeningen ontvang, waarom zou ik dan zo dwaas zijn om mijn vlees allerlei kwellingen en pijnen te laten ondergaan? God zegt dat hij de mensen liefheeft, maar ik kan deze vorm van gods liefde niet aanvaarden! Jullie kunnen het allemaal interpreteren zoals jullie willen; dat is mijn zaak niet, maar ik zal het niet aanvaarden. Ik moet me gedeisd houden, ik moet er een beetje omheen manoeuvreren, ik moet voorzichtig en op mijn hoede zijn; ik kan niet toestaan dat god me te pakken krijgt en me aan het werk zet. Antichristen koesteren deze dingen in hun hart, wat allemaal misverstanden, tegenstand, oordeel en weerstand tegen God zijn. Ze hebben geen enkele kennis van Gods werk dan ook. Terwijl ze Gods woorden uitvorsen, Gods gezindheid, identiteit en essentie uitvorsen, komen ze tot dergelijke conclusies. Antichristen begraven deze dingen diep in hun hart en vermanen zichzelf: voorzichtigheid is de moeder van de porseleinkast; het is het beste om onopvallend te blijven; je moet je hoofd niet boven het maaiveld uitsteken; en het is eenzaam aan de top! Ongeacht wanneer, steek je hoofd nooit boven het maaiveld uit, klim nooit te hoog; hoe hoger je klimt, hoe harder je valt. Ze geloven niet dat de woorden van God de waarheid zijn, en ze geloven niet dat Zijn gezindheid rechtvaardig en heilig is. Ze beschouwen dit alles vanuit menselijke noties en verbeeldingen, en ze benaderen het werk van God met menselijke perspectieven, menselijke gedachten en menselijke list, waarbij ze de logica en het denken van Satan gebruiken om Gods gezindheid, identiteit en essentie in te perken. Het is duidelijk dat antichristen Gods gezindheid, identiteit en essentie niet alleen niet aanvaarden of erkennen. Integendeel, ze zitten vol noties, tegenstand en opstandigheid jegens God en hebben niet het minste greintje ware kennis van Hem. De definitie die antichristen hebben van Gods werk, Gods gezindheid en Gods liefde bestaat uit een vraagteken – alles is discutabel. Ze zitten hierover vol scepsis, ontkenning en laster. Hoe zit het dan met Zijn identiteit? Gods gezindheid vertegenwoordigt Zijn identiteit; met een dergelijke opvatting over Gods gezindheid als de hunne, spreekt hun opvatting over Gods identiteit vanzelf – directe ontkenning. Dit is de essentie van antichristen.
Ongeacht welk deel van Gods woorden antichristen benaderen, ongeacht welk deel van Gods handelingen ze benaderen, of het nu Gods handelingen in alle dingen zijn of in specifieke individuen, ze gebruiken altijd menselijke perspectieven en Satans logica, evenals de methoden van kennis en logica, om conclusies te trekken en te oordelen, in plaats van ze met een houding van aanvaarding te benaderen als de waarheid. Daarom is de benadering van antichristen met betrekking tot de woorden over Gods gezindheid, identiteit en essentie, en die met betrekking tot het vlees waarin God is geïncarneerd en Gods Geest, feitelijk dezelfde, er is geen verschil. Over het algemeen onderwerpen ze alles wat God Zelf betreft, alles wat over de Schepper gaat, aan hun uitvorsing, en vervolgens aan hun vermoedens, nauwkeurig onderzoek en analyse, wat uiteindelijk leidt tot conclusies van ontkenning en laster. Waarom zijn de conclusies die ze uiteindelijk trekken altijd die van veroordeling en laster, ongeacht vanuit welke hoek of op welke manier antichristen deze woorden van God benaderen? Waarom komen ze tot zulke conclusies? Zou het werkelijk zo kunnen zijn dat er onder de geschapen mensheid niemand is die Gods woorden als de waarheid kan aannemen? Is dit een onvermijdelijk resultaat? Komt dit door God? (Nee.) Wat is dan precies de reden? (Het komt omdat mensen een aard hebben die God weerstaat.) Iedereen heeft een aard die God weerstaat. Waarom kunnen sommige mensen na het lezen van deze woorden erkennen dat ze de waarheid zijn en aanvaarden wat God zegt, terwijl anderen ze kunnen ontkennen, veroordelen en lasteren? Dit toont duidelijk een probleem aan, het geeft aan de essentie in mensen verschillend is. Antichristen aanvaarden in hun behandeling van Gods woorden deze fundamenteel en subjectief niet echt. Ze bieden verzet en testen God uit: je zegt wel dat je god bent, maar hoe zie ik op welke manieren je op god lijkt? Je je zegt wel dat je de gezindheid van god bezit en goddelijkheid hebt, maar welke van je woorden bevestigen dat je goddelijkheid bezit en dat je de gezindheid van god hebt, welke van je daden bevestigen dat je de identiteit en essentie van god hebt? Heb je tekenen en wonderen verricht, of zieken genezen en demonen uitgedreven? Heb je iemand vervloekt en stierf hij onmiddellijk? Heb je iemand uit de dood opgewekt? Wat heb je precies gedaan dat kan bevestigen dat je de gezindheid van god, de identiteit en essentie van god bezit? Antichristen willen altijd deze dingen zien, dingen buiten de waarheid, de weg en het leven, en gebruiken deze dingen om Gods identiteit te bevestigen, om te bevestigen dat Degene die ze volgen God is. Dit uitgangspunt is op zichzelf verkeerd. Wat is het meest elementaire dat de identiteit en essentie van God kan vertegenwoordigen? (God is de waarheid, de weg en het leven.) Dit is het meest elementaire. Waarom slagen antichristen er niet in zelfs dit meest elementaire te begrijpen? Dit is het onderwerp dat we moeten bespreken. Antichristen verachten de waarheid en positieve dingen; ze zijn afkerig van de waarheid en alle positieve dingen; ze haten de waarheid en positieve dingen. In al Gods woorden zien ze niet welke woorden de waarheid zijn of positieve dingen. Kunnen hun demonische ogen dit zien? Kunnen ze het erkennen zonder het te zien? Hun onvermogen om deze woorden als de waarheid te erkennen betekent dat ze Gods identiteit en essentie niet kunnen erkennen. Dit is zeker. Antichristen gebruiken bij het benaderen van Gods woorden over Zijn gezindheid, identiteit en essentie dezelfde aanpak als bij andere woorden van God: ze maken in hun gedachten berekeningen, smeden plannen en denken diep na. Als iets wat God vanuit Zijn identiteit als God zegt onmiddellijk uitkomt, verandert hun houding meteen; als God, als God, iets zegt of doet dat hun een middel geeft dat ze in hun voordeel kunnen gebruiken, hebben ze ook een overeenkomstige tegenmaatregel klaar en verandert hun houding onmiddellijk weer. Zij zijn het die God veroordelen, en zij zijn het ook die zeggen dat God als God is. Volgens hen moet de conclusie wat betreft de vraag of God de gezindheid, identiteit en essentie van God bezit, volledig gebaseerd zijn op wat ze met hun eigen ogen zien en hun eigen intellectuele analyse.
In de afgelopen één of twee jaar heeft de kerk enkele ervaringsgetuigenisvideo’s gemaakt. Verschillende mensen hebben diverse ervaringsgetuigenissen gegeven, die sommige mensen met een onstabiele basis en degenen die enigszins twijfelden, hielpen een steviger fundament te leggen. Uiteraard hebben ze ook in zekere mate bijgedragen aan het stabiliseren van de antichristen. Deze getuigende individuen komen uit verschillende leeftijdsgroepen, verschillende sociale klassen, en sommigen zelfs uit andere landen en etniciteiten. Uit de ervaringsgetuigenissen die ze deelden, blijkt dat ze veranderingen ondergingen door middel van Gods woorden, de waarheid en het leven verkregen, en door het aanvaarden van Gods woorden, door het aanvaarden van deze fase van Gods werk, vele waarheden begrepen, wat bevestigt dat het vlees waarin God is geïncarneerd Gods identiteit en essentie bezit. Natuurlijk voelden antichristen bij het luisteren naar deze ervaringsgetuigenissen diep vanbinnen ook een beetje heimelijke vreugde: gelukkig heb ik god niet openlijk veroordeeld. Gelukkig heb ik me niet gehaast om god te ontkennen. Afgaande op de getuigenissen van zoveel mensen, lijkt deze weg juist. Deze christus, deze gewone persoon, zou wel eens god kunnen zijn. Mijn gok was misschien juist. Als ik op dit pad doorga, en als meer mensen over deze persoon getuigen, als meer mensen voor deze persoon komen, en als meer mensen de identiteit en essentie van deze persoon bevestigen, dan zullen mijn hoop en kans om zegeningen te ontvangen steeds groter worden. Terwijl ze afwachtend observeren, blijven antichristen zichzelf voortdurend aanmoedigen en sporen ze zichzelf aan: haast je niet. Blijf geduldig. Je hoeft alleen maar te volharden. Wie volhardt tot het einde, zal gered worden. Afgaande op de verschillende tekenen die we nu zien, op de schaal en het momentum dat de kerk nu heeft, zijn steeds meer mensen in staat op te staan en te getuigen over deze god, wat bevestigt dat deze weg juist is. Waarom zou ik dan zo dwaas zijn om me te haasten het te ontkennen en zo op te vallen? Doe dat niet, wees niet dwaas. Wacht nog drie tot vijf jaar. Als meer mensen, meer prestigieuze en deskundige mensen, mensen met een sociale status, sterker bewijs leveren dat deze gewone persoon als christus bevestigt, of als meer mensen met wereldwijde bekendheid en status zich bij de kerk aansluiten, en als de schaal van de kerk wereldwijd verder uitbreidt, zal ik dan niet iets winnen? Zal ik dan niet een groot voordeel hebben behaald? Als de kerk macht heeft, zal ik dan niet ook macht hebben? Ik mag absoluut niet weggaan! Als dit allemaal juist is, als deze persoon werkelijk god is, dan zal ik al deze zegeningen mislopen als ik hem nu verwerp of ontken. Ik moet alles op deze persoon zetten. Wie hij is in zijn identiteit en essentie, wiens gezindheid hij vertegenwoordigt, dat kan me niet schelen. Wat mij bezighoudt, is of steeds meer mensen hem volgen, of de macht en de schaal van de kerk toenemen. Als het zich in een goede richting ontwikkelt en onder normale omstandigheden nog groter kan worden, dan hoef ik me geen zorgen te maken over mijn vooruitzichten. Als hij werkelijk het vlees is waarin god is geïncarneerd zoals voorspeld in de Bijbel, dan zal ik enorm gezegend zijn, enorm bevoordeeld. Telkens wanneer ze hieraan denken, vinden antichristen enige troost en vreugde in hun hart: wat dacht je daarvan? Zelfs zonder te geloven dat gods woorden de waarheid zijn, kan ik nog steeds zegeningen ontvangen. Zonder te geloven dat al gods daden rechtvaardig zijn, kan ik nog steeds standvastig blijven. Zonder te geloven dat god mensen kan redden, kan ik nog steeds overleven. Zonder te geloven dat god het diepste hart van de mens waarneemt, kan ik nog steeds normaal mijn plichten in de kerk vervullen. Ik geloof niet in gods almacht en gezag, ik geloof niet dat alles wat god doet zinvol is, en ik geloof niet dat god soeverein is over alle dingen en het lot van de hele mensheid – ik geloof niets van dit alles, en wat dan nog? Ik geloof niet in gods identiteit en essentie, toch kan ik nog steeds aanmodderen in de kerk. Is god niet rechtvaardig? Ik zal me er gewoon door heenslaan, ik zal in de kerk met de stroom meegaan, gewoon volharden. Wie kan me iets doen? Kan ik niet nog steeds volharden tot het einde en zeker gered worden? Wat denken jullie, kan het wensdenken van antichristen slagen? (Nee.) Waar zullen ze zijn wanneer de dag komt dat ze werkelijk Gods rechtvaardige gezindheid zien? Wanneer ze ertoe worden gebracht Gods identiteit en essentie werkelijk te erkennen, toe te geven dat God rechtvaardig is, wanneer hun wordt getoond dat God inderdaad rechtvaardig is, waar zouden ze dan moeten zijn? Kunnen ze werkelijk gered worden? Kan hun volharding werkelijk effectief zijn? Kunnen ze zich er werkelijk doorheen slaan? Kunnen hun volharding, hun compromissen, hun standvastige verduren van ontberingen, hun scherpzinnige intelligentie, werkelijk hun slechte daad, het uitvorsen of Gods woorden uitkomen, tenietdoen? Kunnen hun wensdenken, tegenmaatregelen, samenzweringen, complotten en alles wat ze in hun hart hebben gepland, en het feit dat ze dingen die God betreffen uitvorsen, werkelijk hun streven naar de waarheid vervangen? Kunnen deze dingen hen in staat stellen gered te worden? (Nee.) Waarom eindigen antichristen, die afgaande op deze uitingen zo sluw zijn en alle zaken afhandelen zonder achterdeurtjes open te laten, en alles in het diepste geheim doen, uiteindelijk zo? Er is maar één reden: ze gaan de confrontatie met Gods woorden niet rechtstreeks aan, aanvaarden Gods woorden niet als de waarheid, onderwerpen zich niet aan Gods woorden, maar vorsen in plaats daarvan Gods woorden uit. Dit is de reden waarom antichristen uiteindelijk zo eindigen. Jullie begrijpen dit allemaal, nietwaar? Hoewel ik jullie niet heb verteld hoe je moet handelen of hoe je Gods woorden moet behandelen, weten jullie allemaal, doordat ik jullie deze feiten heb verteld en de gezichtspunten van antichristen en hun houding ten opzichte van Gods woorden heb ontleed, wat voor houding ten opzichte van Gods woorden en wat voor houding voor het begrijpen van Gods woorden de meest correcte zijn en de houding die een schepsel zou moeten hebben, en dat deze houding de houding is die een schepsel zou moeten aannemen.
22 augustus 2020