Gods werk kennen I

Dagelijkse woorden van God  Fragment 141

Gods werk in deze tijden kennen is grotendeels kennen wat de voornaamste bediening is van de vleesgeworden God van de laatste dagen, en wat Hij op aarde is komen doen. Ik heb eerder in mijn woorden genoemd dat God op aarde is gekomen (in de laatste dagen) om ons een voorbeeld te geven vóór Zijn heengaan. Hoe geeft God dit voorbeeld? Dat doet Hij door woorden te spreken, en door te werken en te spreken door het hele land. Dit is Gods werk in de laatste dagen; Hij spreekt alleen, om van de aarde een wereld van woorden te maken, zodat iedere persoon wordt voorzien van en verlicht door Zijn woorden en zodat de geest van de mens ontwaakt en hij helderheid verkrijgt over de visies. De vleesgeworden God is in de laatste dagen voornamelijk naar de aarde gekomen om woorden te spreken. Toen Jezus kwam, verspreidde Hij het evangelie van het koninkrijk van de hemel en bracht Hij het verlossingswerk van de kruisiging tot stand. Hij maakte een einde aan het Tijdperk van de Wet en schafte alles af wat oud was. De komst van Jezus beëindigde het Tijdperk van de Wet en luidde het Tijdperk van Genade in; de komst van de vleesgeworden God van de laatste dagen heeft een einde gemaakt aan het Tijdperk van Genade. Hij is voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken, om woorden te gebruiken en de mens zo te vervolmaken, om de mens te illumineren en verlichten en het hart van de mens te ontdoen van de plaats van de vage God. Dit is niet de fase van het werk dat Jezus deed toen Hij kwam. Toen Jezus kwam, verrichtte Hij vele wonderen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Hij deed eveneens het verlossingswerk van de kruisiging. Daardoor geloven de mensen, in hun opvattingen, dat God zo moet zijn. Want toen Jezus kwam, deed Hij niet het werk om het hart van de mens te ontdoen van het beeld van de vage God; toen Hij kwam, werd Hij gekruisigd, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Bovendien verspreidde Hij het evangelie van het koninkrijk van de hemel. In één opzicht ontdoet de vleeswording van God in de laatste dagen de plaats die de vage God inneemt in de opvattingen van de mens. Zodat het beeld van de vage God niet langer in het hart van de mens te vinden is. Door Zijn feitelijke woorden en feitelijke werk, Zijn reizen door alle landen en het uitzonderlijk echte en normale werk dat Hij doet onder de mensen, leert Hij de mens de realiteit van God kennen en ontdoet hij het hart van de mens van de plaats van de vage God. In een ander opzicht gebruikt God de door Zijn vlees gesproken woorden om de mens compleet te maken en om alle dingen tot stand te brengen. Dit is het werk dat God tot stand zal brengen in de laatste dagen.

Wat jullie moeten weten:

1. Gods werk is niet bovennatuurlijk en jullie moeten er geen opvattingen over koesteren.

2. Jullie moeten het voornaamste werk begrijpen dat de vleesgeworden God deze keer is komen doen.

Hij is niet gekomen om de zieken te genezen, demonen uit te werpen of wonderen te verrichten. Hij is ook niet gekomen om het evangelie van bekering te verspreiden of de mens verlossing te schenken. Jezus heeft dit werk namelijk al gedaan en God doet hetzelfde werk niet nog een keer. God is nu gekomen om een einde te maken aan het Tijdperk van Genade en om alle praktijken van het Tijdperk van Genade uit te bannen. De praktische God is voornamelijk gekomen om te laten zien dat Hij echt is. Toen Jezus kwam, sprak Hij enkele woorden; Hij toonde voornamelijk wonderen, deed tekenen en wonderen, genas de zieken en wierp demonen uit. Daarnaast sprak Hij profetieën uit om de mensen te overtuigen en hun te laten inzien dat Hij werkelijk God was en dat Hij een God zonder emoties was. Uiteindelijk voltooide Hij het werk van de kruisiging. De God van nu toont geen tekenen en wonderen, evenmin geneest Hij de zieken en werpt Hij demonen uit. Toen Jezus kwam, vertegenwoordigde het werk dat Hij deed één aspect van God, maar deze keer is God gekomen om de fase van het werk te doen die nu aan de beurt is, want God doet hetzelfde werk niet nog een keer; Hij is de God die altijd nieuw en nooit oud is, dus alles wat je nu ziet zijn de woorden en het werk van de praktische God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods huidige werk kennen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 142

De vleesgeworden God van de laatste dagen is voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken, om alles uit te leggen wat noodzakelijk is voor het leven van de mens, om aan te duiden waar mensen moeten binnengaan, om de mens Gods daden te laten zien, en om de mens de wijsheid, almacht en wonderlijkheid van God te tonen. Door de vele manieren waarop God spreekt, aanschouwt de mens de oppermacht van God, de grootsheid van God en bovendien de nederigheid en verborgenheid van God. De mens ziet dat God oppermachtig is, dat Hij nederig en verborgen is en de minste van allen kan worden. Sommige woorden van Hem worden direct vanuit het perspectief van de Geest gesproken, sommige rechtstreeks vanuit het perspectief van de mens en sommige vanuit het perspectief van een derde persoon. Hieraan kan gezien worden dat de wijze van Gods werk zeer uiteenloopt en Hij de mens het door woorden laat zien. Gods werk in de laatste dagen is normaal en echt, dus wordt de groep mensen in de laatste dagen onderworpen aan de grootste beproevingen. Vanwege de normaliteit en realiteit van God, hebben alle mensen hun intrede gedaan in zulke beproevingen; dat de mens in de beproevingen van God is neergedaald, komt door de normaliteit en realiteit van God. In het tijdperk van Jezus waren er geen opvattingen of beproevingen. Omdat het meeste werk dat Jezus deed in overeenstemming met de opvattingen van de mens was, volgden de mensen Hem en hadden ze geen opvattingen over Hem. De beproevingen van nu zijn groter dan ooit voor de mens. Wanneer er wordt gezegd dat deze mensen uit de grote verdrukking zijn gekomen, wordt deze verdrukking bedoeld. God spreekt nu om geloof, liefde, acceptatie van lijden en gehoorzaamheid in deze mensen op te wekken. De woorden die de vleesgeworden God van de laatste dagen spreekt worden gesproken overeenkomstig de aard en essentie van de mens, het gedrag van de mens en datgene waarin de mens nu moet binnentreden. Zijn woorden zijn zowel echt als normaal: Hij spreekt niet over morgen, Hij kijkt ook niet terug op gisteren; Hij spreekt alleen over de gewenste intrede, wat nu in praktijk moet worden gebracht en begrepen. Als er tegenwoordig iemand zou opstaan die tekenen en wonderen kan tonen, demonen kan uitdrijven, zieken kan genezen en vele wonderen kan verrichten en deze persoon beweert dat hij Jezus is die gekomen is, dan zou dit bedrog zijn, veroorzaakt door boze geesten die Jezus nabootsen. Vergeet dit niet! God doet hetzelfde werk niet nog een keer. Jezus’ fase van het werk is al voltooid en God zal die fase van het werk nooit opnieuw uitvoeren. Gods werk is onverenigbaar met de noties van de mens; het Oude Testament voorspelde bijvoorbeeld de komst van een Messias, en het resultaat van deze profetie was de komst van Jezus. Omdat dit al gebeurd is, zou het niet kloppen als er wéér een Messias kwam. Jezus is al een keer gekomen en het zou niet kloppen als Jezus deze keer weer kwam. Er is voor elk tijdperk een naam en elke naam houdt een kenschetsing van dat tijdperk in. Volgens de noties van de mens moet God altijd tekenen en wonderen laten zien, moet Hij altijd de zieken genezen en demonen uitdrijven en moet Hij altijd net zoals Jezus zijn. Toch is God deze keer helemaal niet zo. Als God in de laatste dagen nog steeds tekenen en wonderen toonde en nog steeds demonen uitdreef en de zieken genas – als Hij precies hetzelfde als Jezus deed – dan zou God hetzelfde werk herhalen en zou het werk van Jezus geen betekenis of waarde hebben. God voert dus één fase van het werk uit in elk tijdperk. Elke fase van Zijn werk, zodra die is voltooid, wordt al spoedig nagebootst door boze geesten. Nadat Satan God op de voet gaat volgen, stapt God over op een andere methode. Zodra God een fase van Zijn werk heeft voltooid, wordt die nagebootst door boze geesten. Jullie moeten dit duidelijk inzien. Waarom is Gods werk nu anders dan het werk van Jezus? Waarom doet God nu geen tekenen en wonderen, werpt Hij geen demonen uit en geneest Hij de zieken niet? Als Jezus’ werk hetzelfde was als het werk in het Tijdperk van de Wet, had Hij dan de God van het Tijdperk van Genade kunnen vertegenwoordigen? Had Hij dan het werk van de kruisiging kunnen volbrengen? Als Jezus net als in het Tijdperk van de Wet de tempel had betreden en de sabbat in acht had genomen, dan zou Hij door niemand vervolgd zijn en door allen omarmd. Had Hij in dat geval gekruisigd kunnen worden? Had Hij dan het werk van verlossing kunnen volbrengen? Wat zou het voor zin hebben als de vleesgeworden God van de laatste dagen tekenen en wonderen liet zien, zoals Jezus deed? Alleen als God een ander aspect van Zijn werk doet in de laatste dagen, een aspect dat een onderdeel van Zijn managementplan vertegenwoordigt, kan de mens meer kennis van God verkrijgen en alleen dan kan Gods managementplan volledig uitgevoerd worden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods huidige werk kennen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 143

God is in de laatste dagen voornamelijk gekomen om Zijn woorden te spreken. Hij spreekt vanuit het perspectief van de Geest, vanuit het perspectief van de mens en vanuit het perspectief van een derde persoon; Hij spreekt op verschillende manieren, waarbij Hij voor een bepaalde tijdsperiode een bepaalde manier gebruikt en Hij de manier van spreken gebruikt om de opvattingen van de mens te veranderen en het hart van de mens te ontdoen van het beeld van de vage God. Dit is het belangrijkste werk dat God doet. Omdat de mens gelooft dat God is gekomen om de zieken te genezen, demonen uit te werpen, wonderen te verrichten en materiële zegeningen aan de mens te schenken, voert God deze fase van het werk uit – het werk van tuchtiging en oordeel – om de opvattingen van de mens te ontdoen van dergelijke dingen, zodat de mens de realiteit en normaliteit van God kan kennen en zodat zijn hart kan worden ontdaan van het beeld van Jezus en vervangen door een nieuw beeld van God. Zodra het beeld van God in de mens oud wordt, wordt het een afgod. Toen Jezus kwam en die fase van het werk uitvoerde, vertegenwoordigde Hij God niet in volle omvang. Hij deed enkele tekenen en wonderen, sprak enige woorden, werd uiteindelijk gekruisigd. Hij vertegenwoordigde één aspect van God. Hij kon niet alles van God vertegenwoordigen, maar veeleer vertegenwoordigde Hij God door één aspect van Gods werk te doen. Dat komt omdat God zo groot en zo wonderbaar is, en Hij ondoorgrondelijk is. Ook doet God maar één aspect van Zijn werk in elk tijdperk. Het werk dat God doet in dit tijdperk is voornamelijk het voorzien in de woorden voor het leven van de mens, de onthulling van de aard, het wezen en de verdorven gezindheid van de mens, en ook de eliminatie van godsdienstige opvattingen, feodale denkpatronen, en achterhaalde denkpatronen; de kennis en cultuur van de mens moeten worden gezuiverd door deze met Gods woorden bloot te leggen. In de laatste dagen gebruikt God woorden, geen tekenen en wonderen, om de mens te vervolmaken. Hij gebruikt Zijn woorden om de mens te ontmaskeren, de mens te oordelen en te tuchtigen en de mens te vervolmaken, zodat de mens in Gods woorden de wijsheid en lieflijkheid van God gaat zien en Gods gezindheid gaat begrijpen, en zodat de mens door Gods woorden de daden van God aanschouwt. In het Tijdperk van de Wet leidde Jehova Mozes uit Egypte met Zijn woorden en sprak Hij enkele woorden tot de Israëlieten; in die tijd werd een deel van Gods daden duidelijk gemaakt, maar omdat het kaliber van de mens beperkt was en niets zijn kennis compleet kon maken, bleef God spreken en werken. In het Tijdperk van Genade zag de mens wederom een deel van Gods daden. Jezus was in staat om tekenen en wonderen te tonen, de zieken te genezen en demonen uit te werpen, en gekruisigd te worden. Na drie dagen stond Hij op uit de dood en verscheen Hij in het vlees aan mensen. De mens wist over God niet meer dan dit. De mens weet alleen wat God hem toont. Als God de mens niet meer zou tonen, zou dit alles zijn wat de mens over God wist. Dus blijft God werken, zodat de kennis van de mens aangaande Hem dieper kan worden en zodat de mens het wezen van God beetje bij beetje leert kennen. God gebruikt in de laatste dagen Zijn woorden om de mens te vervolmaken. Je verdorven gezindheid komt aan het licht door Gods woorden en je godsdienstige opvattingen worden vervangen door de realiteit van God. De vleesgeworden God van de laatste dagen is voornamelijk gekomen om de woorden te vervullen: “het Woord wordt vlees, het Woord komt in het vlees en het Woord verschijnt in het vlees”. Als je hier geen gedegen kennis van hebt, zul je niet standvastig kunnen zijn. In de laatste dagen streeft God er voornamelijk naar om een fase van het werk te volbrengen waarin het Woord in het vlees verschijnt, en dit is één aspect van Gods managementplan. Dus moet jullie kennis duidelijk zijn; hoe God ook werkt, God staat niet toe dat de mens Hem beperkt. Als God dit werk in de laatste dagen niet deed, kon de kennis van de mens aangaande Hem niet verder gaan. Je zou alleen weten dat God gekruisigd kan worden en Sodom kan vernietigen en dat Jezus kan worden opgewekt uit de dood en aan Petrus kan verschijnen … Maar je zou nooit zeggen dat Gods woorden alles tot stand kunnen brengen en de mens kunnen overwinnen. Alleen door het ervaren van Gods woorden kun je van dergelijke kennis spreken en hoe meer je van Gods werk ervaart, hoe grondiger jouw kennis van Hem zal worden. Alleen dan zul je God niet langer beperken tot je eigen opvattingen. De mens leert God kennen door Zijn werk te ervaren; er is geen andere juiste manier om God te leren kennen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods huidige werk kennen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 144

Nu zou het voor jullie allemaal duidelijk moeten zijn dat in de laatste dagen voornamelijk het feit dat “het Woord vlees wordt” door God tot stand wordt gebracht. Door Zijn feitelijke werk op aarde stelt Hij de mens in staat om Hem te leren kennen, met Hem om te gaan en Zijn feitelijke daden te zien. Hij laat de mens duidelijk zien dat Hij in staat is om tekenen en wonderen te tonen, en dat er ook tijden zijn wanneer Hij daartoe niet in staat is; dit is afhankelijk van het tijdperk. Daaruit kun je zien dat God niet onmachtig is om tekenen en wonderen te tonen, maar dat Hij, in plaats daarvan, Zijn werkwijze verandert overeenkomstig het werk dat gedaan moet worden en overeenkomstig het tijdperk. In de huidige fase van het werk toont Hij geen tekenen en wonderen; Hij toonde enkele tekenen en wonderen in het tijdperk van Jezus omdat Zijn werk in dat tijdperk anders was. God doet dat werk nu niet en sommige mensen geloven dat Hij niet in staat is om tekenen en wonderen te tonen, of denken dat Hij God niet is als Hij geen tekenen en wonderen toont. Is dat geen misvatting? God is in staat om tekenen en wonderen te tonen, maar Hij werkt in een ander tijdperk en dus doet Hij dergelijk werk niet. Omdat dit een ander tijdperk is en omdat dit een andere fase van Gods werk is, zijn de daden die God laat zien ook anders. Het geloof van de mens in God is niet het geloof in tekenen en het geloof in wonderen, maar het geloof in zijn echte werk in het nieuwe tijdperk. De mens leert God kennen door de manier waarop God werkt en deze kennis zorgt ervoor dat de mens geloof in God ontwikkelt, dat wil zeggen het geloof in het werk en de daden van God. In deze fase van het werk spreekt God voornamelijk. Wacht niet op tekenen en wonderen; je zult er niet één zien! Dat komt omdat je niet bent geboren in het Tijdperk van Genade. Was dat wel het geval, dan had je tekenen en wonderen kunnen zien, maar je bent geboren in de laatste dagen, dus kun je alleen de realiteit en normaliteit van God zien. Verwacht niet dat je de bovennatuurlijke Jezus ziet in de laatste dagen. Je kunt alleen de praktische vleesgeworden God zien, die niet anders is dan elk normaal menselijk wezen. In elk tijdperk laat God duidelijk andere daden zien. In elk tijdperk maakt Hij een deel van Gods daden duidelijk en het werk van elk tijdperk vertegenwoordigt één aspect van Gods gezindheid en één aspect van Gods daden. De daden die Hij laat zien, variëren op basis van het tijdperk waarin Hij werkt, maar ze voorzien de mens allemaal van een diepere kennis aangaande God en een geloof in God dat meer waar en meer nuchter is. De mens gelooft in God vanwege alle daden van God, omdat God zo wonderbaar en zo groot is, omdat Hij almachtig en ondoorgrondelijk is. Als je gelooft in God omdat Hij in staat is om tekenen en wonderen te doen, de zieken kan genezen en demonen kan uitwerpen, dan zit je ernaast. Sommige mensen zullen dan tegen je zeggen: “Kunnen boze geesten dergelijke dingen ook niet doen?” Komt dit niet neer op het verwarren van het beeld van God met het beeld van Satan? Het geloof van de mens in God komt nu vanwege Zijn vele daden en de enorme hoeveelheid werk die Hij verricht en de vele manieren waarop Hij spreekt. God gebruikt Zijn uitspraken om de mens te overwinnen en hem te vervolmaken. De mens gelooft in God vanwege Zijn vele daden, niet omdat Hij tekenen en wonderen kan tonen; de mensen leren God alleen kennen door getuige te zijn van Zijn daden. Alleen door de feitelijke daden van God te kennen, hoe Hij werkt, welke wijze methoden Hij gebruikt, hoe Hij spreekt en hoe Hij de mens vervolmaakt – alleen door deze aspecten te kennen – kun je de realiteit van God vatten en Zijn gezindheid begrijpen, weten waar Hij van houdt, wat Hij verafschuwt, en hoe Hij op de mens inwerkt. Door de voorkeuren en afkeuren van God te begrijpen, kun je onderscheiden wat positief is en wat negatief is en door je kennis van God is er vooruitgang in je leven. Kortom, je moet kennis van Gods werk verkrijgen en je gezichtspunten over geloven in God rechtzetten.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods huidige werk kennen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 145

Hoezeer je ook streeft, je moet, boven al het andere, het werk begrijpen dat God nu doet en je moet de betekenis van dit werk kennen. Je moet begrijpen en weten wat voor werk God meeneemt wanneer Hij in de laatste dagen komt, wat voor gezindheid Hij meeneemt en wat in de mens wordt compleet gemaakt. Als je het werk dat Hij in het vlees komt doen niet kent of begrijpt, hoe kun je Zijn wil dan vatten en hoe kun je dan Zijn vertrouweling worden? De vertrouweling van God zijn, is in feite niet gecompliceerd, maar evenmin eenvoudig. Als mensen het grondig kunnen begrijpen en in praktijk kunnen brengen, wordt het ongecompliceerd; als mensen het niet grondig kunnen begrijpen, wordt het veel moeilijker en worden ze er ook vatbaar voor dat hun streven hen tot vaagheid brengt. Als mensen in hun streven naar God niet hun eigen positie kunnen innemen en niet weten aan welke waarheid zij zich moeten vasthouden, dan betekent dit dat zij geen fundament hebben en wordt het dus moeilijk voor hen om standvastig te zijn. Er zijn tegenwoordig heel veel mensen die de waarheid niet begrijpen, die het verschil tussen goed en kwaad niet kennen of niet weten wat ze moeten liefhebben of haten. Zulke mensen kunnen met moeite standvastig zijn. De sleutel tot het geloof in God is de waarheid in praktijk kunnen brengen, acht kunnen slaan op Gods wil, Gods werk met de mens kunnen kennen wanneer Hij in het vlees komt en de principes waarmee Hij spreekt. Loop niet met de meute mee. Je moet principes hebben over datgene waarin je moet binnengaan, en je daaraan vasthouden. Als je je stevig vasthoudt aan die dingen die door Gods verlichting in jou zijn aangebracht, zul je daar baat bij hebben. Doe je dat niet, dan waai je met alle winden mee en bereik je nooit werkelijk iets. Als je zo bent, komt dat niet ten goede van je eigen leven. Zij die de waarheid niet begrijpen, volgen altijd anderen: zeggen mensen dat dit het werk van de Heilige Geest is, dan zeg jij ook dat dit het werk van de Heilige Geest is. Zeggen mensen dat dit het werk van een boze geest is, dan ga jij ook twijfelen of zeg jij ook dat dit het werk van een boze geest is. Je praat steevast de woorden van anderen na en kunt zelf niets onderscheiden en evenmin voor jezelf denken. Zo iemand neemt geen standpunt in en kan geen onderscheid maken – zo iemand is een waardeloos hoopje mens! Dergelijke mensen praten steevast de woorden van anderen na: vandaag wordt er gezegd dat dit het werk van de Heilige Geest is, maar waarschijnlijk zal iemand op een dag zeggen dat het niet het werk van de Heilige Geest is, en dat het in feite enkel maar gewoon mensenwerk is – maar jij kan dit niet onderscheiden, en wanneer je vaststelt dat dit gezegd wordt door anderen, zeg jij hetzelfde na. Het is in werkelijkheid het werk van de Heilige Geest, maar je zegt dat het mensenwerk is, ben je dan niet iemand geworden die zich godslasterlijk tegen het werk van de Heilige Geest uit? Sta je hierin dan niet op tegen God omdat je geen onderscheid kunt maken? Misschien zal er op een dag een dwaas verschijnen die zegt dat “dit het werk is van een boze geest”. En wanneer je deze woorden hoort, zul je van slag raken en zul je je opnieuw door de woorden van anderen laten meeslepen. Telkens wanneer iemand een verstoring teweegbrengt, ben je niet in staat om bij je standpunt te blijven. Dat komt allemaal omdat je de waarheid niet bezit. Geloven in God en het streven om God te kennen, zijn geen simpele kwesties. Die dingen bereik je niet door simpelweg bijeen te komen en naar een preek te luisteren en je kunt evenmin door passie alleen vervolmaakt worden. Je moet ervaren en weten en volgens principes handelen, en het werk van de Heilige Geest winnen. Wanneer je ervaring hebt opgedaan, ben je in staat om vele dingen te onderscheiden: je zult dan onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, tussen rechtschapenheid en goddeloosheid, tussen wat van vlees en bloed is en wat van de waarheid is. Je moet tussen al deze dingen onderscheid kunnen maken, dan zul je, ongeacht de omstandigheden, nooit verloren raken. Alleen dit is je werkelijke gestalte.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 146

Het werk van God kennen, is geen simpele kwestie. Je moet normen en een doel hebben in je streven, je moet weten hoe je de ware weg zoekt, hoe je moet nagaan of het al dan niet de ware weg is en of het al dan niet het werk van God is. Wat is het meest fundamentele principe in het zoeken naar de ware weg? Je moet nagaan of er sprake is van het werk van de Heilige Geest, of deze woorden wel of niet de waarheid uitdrukken, van wie er wordt getuigd en wat je eraan hebt. Om onderscheid te maken tussen de ware weg en de verkeerde weg zijn diverse aspecten van basiskennis vereist, het meest fundamentele daarvan is onderscheid kunnen maken of het werk van de Heilige Geest er wel of niet in aanwezig is. Want de essentie van het geloof van de mensen in God is het geloof in de Geest van God, en zelfs hun geloof in de vleesgeworden God is er omdat dit vlees de belichaming is van de Geest van God, een dergelijk geloof is dus nog steeds geloof in de Geest. Er zijn verschillen tussen de Geest en het vlees, maar dit vlees komt van de Geest en is het vleesgeworden Woord, dus waar de mens in gelooft, is nog steeds de inherente essentie van God. Dus moet je bij het onderscheiden of het de ware weg is vooral nagaan of het het werk van de Heilige Geest bevat. Daarna moet je nagaan of er waarheid in die weg is of niet. De waarheid, zoals deze wordt genoemd, is de levensgezindheid van de normale menselijkheid. Anders gesteld is het dat wat van de mens werd vereist toen God hem in het begin schiep, namelijk, volledige normale menselijkheid (waaronder menselijk verstand, menselijk inzicht, menselijke wijsheid en basiskennis van hoe men zich moet gedragen). Dat wil zeggen: je moet nagaan of deze weg mensen een leven van normale menselijkheid kan binnenleiden, of de waarheid waarvan sprake is eisen stelt op basis van de werkelijkheid van de normale menselijkheid, of deze waarheid realistisch en praktisch is, en of ze zeer bijtijds is. Als er waarheid is, kan deze de mensen normale en praktische ervaringen binnenleiden; mensen worden dan bovendien steeds normaler, hun menselijke verstand wordt steeds vollediger, hun leven in het vlees en het geestelijke leven worden steeds ordelijker, en hun emoties worden steeds normaler. Dit is het tweede principe. Er is nog één ander principe, namelijk of de mensen steeds meer kennis van God krijgen of niet, en of de ervaring van dit werk en deze waarheid liefde voor God in hen kunnen opwekken of niet en hen steeds dichter bij God brengen. Daarin kan worden nagegaan of deze weg de ware weg is of niet. Het gaat er in de kern om of deze weg realistisch is en niet bovennatuurlijk, en of deze weg in het leven van de mens kan voorzien of niet. Als aan deze principes wordt voldaan, kun je de conclusie trekken dat deze weg de ware weg is. Ik zeg deze woorden niet om jullie andere wegen te laten aanvaarden in jullie toekomstige ervaringen en ook niet als een voorspelling dat er sprake zal zijn van het werk van een ander nieuw tijdperk in de toekomst. Ik zeg ze zodat jullie er zeker van kunnen zijn dat de huidige weg de ware weg is, zodat jullie niet slechts voor een gedeelte zeker zijn in jullie geloof in het huidige werk en niet in staat er inzicht in te krijgen. Er zijn zelfs veel mensen die wel zeker zijn, maar toch in verwarring volgen. Die zekerheid is niet op principes gebaseerd en zulke mensen moeten vroeg of laat wel verstoten worden. Zelfs mensen die buitengewoon ijverig volgen, zijn drie delen zeker en vijf delen onzeker, waaruit blijkt dat ze geen fundament hebben. Omdat jullie kaliber te laag is en jullie fundament te oppervlakkig, hebben jullie geen begrip van differentiatie. God herhaalt Zijn werk niet, Hij doet geen werk dat niet realistisch is, Hij stelt geen buitensporige eisen aan de mens en Hij doet geen werk dat buiten de rede van de mens valt. Al het werk dat Hij doet, valt binnen de normale rede van de mens en niet buiten de rede van normale menselijkheid, en Zijn werk wordt verricht overeenkomstig normale eisen van de mens. Als er sprake is van het werk van de Heilige Geest, worden de mensen steeds normaler en wordt hun menselijkheid ook steeds normaler. De mensen krijgen steeds meer inzicht in hun verdorven, satanische gezindheid, en van het wezen van de mens. Bovendien verkrijgen zij steeds meer verlangen naar de waarheid. Dat wil zeggen: het leven van de mens blijft zich ontwikkelen en de verdorven gezindheid van de mens kan steeds meer veranderen. Dat is allemaal de betekenis van God die het leven van de mens wordt. Als een weg die dingen die het wezen van de mens uitmaken niet kan openbaren, de gezindheid van de mens niet kan veranderen, de mensen bovendien niet voor Gods aangezicht kan brengen of hun werkelijk begrip van God kan geven, en er zelfs voor zorgt dat hun menselijkheid steeds verder afzakt en hun verstand steeds abnormaler wordt, dan kan deze weg niet de ware weg zijn, maar kan er sprake zijn van het werk van een boze geest of de oude weg. Kortom, het kan niet het huidige werk van de Heilige Geest zijn. Jullie hebben al die jaren in God geloofd, toch hebben jullie geen flauw benul van de principes om onderscheid te maken tussen de ware weg en de verkeerde weg, of om de ware weg te zoeken. De meeste mensen zijn zelfs niet eens geïnteresseerd in deze kwesties, ze gaan gewoon met de meute mee en praten de meerderheid na. Zoeken zulke mensen de ware weg? En hoe kunnen zulke mensen de ware weg vinden? Als je deze kernprincipes vat, zul je niet worden misleid, wat er ook gebeurt. Het is tegenwoordig cruciaal dat de mensen onderscheid kunnen maken. Zoiets moet deel uitmaken van een normale menselijkheid en dit moeten mensen bezitten in hun ervaring. Als de mensen vandaag nog niets kunnen onderscheiden tijdens het volgen, en als hun menselijke rede nog niet is ontwikkeld, dan zijn de mensen te dwaas en is hun streven verkeerd en afwijkend. Je maakt geen enkel onderscheid in je streven vandaag. Hoewel het waar is dat je, zoals je zegt, de ware weg hebt gevonden, heb je die je ook eigen gemaakt? Heb je iets kunnen onderscheiden? Wat is de essentie van de ware weg? Je hebt je, in de ware weg, de ware weg niet eigen gemaakt; je hebt niets van de waarheid verkregen. Dat wil zeggen: je hebt dan niet bereikt wat God van je eist en er is dus geen verandering in je verdorvenheid opgetreden. Als je zo doorgaat met streven, zul je uiteindelijk verstoten worden. Je hebt tot de dag van vandaag toe gevolgd, dan zou je toch zonder verdere twijfels zeker moeten weten dat de weg die je hebt genomen de juiste weg is. Veel mensen zijn altijd onzeker en streven niet langer de waarheid na vanwege wat kleinigheden. Zulke mensen hebben geen kennis van Gods werk; zij volgen God in verwarring. Mensen die Gods werk niet kennen, kunnen Zijn vertrouwelingen niet zijn of van Hem getuigen. Ik adviseer hen die alleen zegeningen zoeken en alleen streven naar wat vaag en abstract is om zo snel mogelijk de waarheid na te streven, zodat hun leven betekenis zal krijgen. Houd jezelf niet langer voor de gek!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen zij die God en Zijn werk kennen, kunnen God behagen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 147

Al het werk dat in zesduizend jaar is uitgevoerd, is met het komen en gaan van de verschillende tijdperken geleidelijk veranderd. De verschuivingen in dit werk zijn gebaseerd op de algehele wereldsituatie en op de ontwikkelingstendensen van de mensheid als geheel; het managementwerk is slechts geleidelijk overeenkomstig veranderd. Het was niet allemaal gepland vanaf het begin van de schepping. Voordat de wereld werd geschapen, of zeer kort daarna, had Jehova het eerste stadium van het werk, dat van de wet, nog niet gepland. Ook het tweede stadium van het werk, dat van de genade, of het derde stadium van het werk, dat van de overwinning, waarin Hij eerst zou beginnen met enkele nakomelingen van Moab en waardoor Hij het hele universum zou overwinnen, was nog niet gepland. Na de schepping van de wereld heeft Hij deze woorden nooit gesproken; evenmin heeft Hij ze ooit na Moab gesproken. Sterker nog, vóór Lot heeft Hij ze nooit uitgesproken. Al Gods werk wordt spontaan verricht. Dit is precies hoe Zijn hele zesduizendjarige managementwerk zich heeft ontwikkeld. Voordat Hij de wereld schiep had Hij zeker geen plan uitgeschreven in de vorm van iets als: “grafisch overzicht voor de ontwikkeling van de mens”. In Zijn werk drukt God direct uit wat Hij is; Hij pijnigt Zijn hersenen niet over de formulering van een plan. Natuurlijk hebben heel wat profeten veel profetieën uitgesproken, maar toch kan er niet gezegd worden dat Gods werk er altijd een van precieze planning is geweest; die profetieën werden gemaakt in overeenstemming met Gods werk op dat moment. Al Zijn werk is het meest actuele werk. Hij voert het uit volgens de ontwikkeling van elk tijdperk en baseert het op hoe de dingen veranderen. Voor Hem is de uitvoering van Zijn werk hetzelfde als het afstemmen van een medicijn op de ziekte; terwijl Hij Zijn werk verricht, observeert Hij en vervolgt Zijn werk verder aan de hand van Zijn waarnemingen. In ieder stadium van Zijn werk kan God Zijn overvloedige wijsheid en bekwaamheid tot uitdrukking brengen. Hij openbaart Zijn overvloedige wijsheid en gezag overeenkomstig het werk van elk bepaald tijdperk en staat toe dat al die mensen die door Hem in dat tijdperk zijn teruggebracht Zijn hele gezindheid zien. Hij voorziet in de behoeften van de mensen in overeenstemming met het werk dat in elk tijdperk moet worden uitgevoerd door het werk te doen dat Hij moet doen. Hij voorziet mensen van wat ze nodig hebben op basis van de mate waarin Satan hen heeft verdorven. Het is net als toen Jehova in het begin Adam en Eva schiep. Hij deed dat zodat ze God op aarde zichtbaar konden maken en zodat ze binnen de schepping van God konden getuigen. Maar Eva zondigde nadat ze door de slang was verleid en Adam deed hetzelfde. In de tuin aten ze samen van de boom van de kennis van goed en kwaad. Jehova had dus nog extra werk aan hen. Toen Hij hun naaktheid zag, bedekte Hij hun lichamen met kleding gemaakt van dierenvellen. Daarna zei Hij tegen Adam: “Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die Ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan … totdat je terugkeert tot de aarde, waaruit je bent genomen: stof ben je, tot stof keer je terug.” Tot de vrouw zei Hij: “Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.” En vanaf dat moment verbande Hij hen uit de hof van Eden en liet hen daarbuiten leven, net zoals de moderne mens nu op aarde leeft. Toen God de mens in het begin schiep, was het niet Zijn plan de mens na Zijn schepping door de slang te laten verleiden en vervolgens zowel de slang als de mens te vervloeken. Zo’n plan had Hij helemaal niet; het was gewoon de manier waarop de dingen zich ontwikkelden die Hem nieuw werk te doen gaf in de schepping. Nadat Jehova dit werk onder Adam en Eva had uitgevoerd op aarde, bleef de mensheid zich nog duizenden jaren ontwikkelen, totdat “Jehova zag dat de goddeloosheid van de mens groot was op de aarde en dat alles wat hij in zijn hart overlegde altijd alleen maar slecht was. Toen kreeg Jehova spijt dat Hij de mens op de aarde had gemaakt. Hij was bedroefd in Zijn hart … Maar Noach vond genade in de ogen van Jehova.” Tegen die tijd had Jehova nog meer nieuw werk te verrichten, omdat de mensheid die Hij had geschapen te zondig was geworden nadat ze door de slang was verleid. Gezien deze omstandigheden, koos Jehova uit de hele mensen het gezin van Noach uit om gespaard te worden, waarna Hij Zijn werk uitvoerde om de wereld met een zondvloed te vernietigen. Tot op de dag van vandaag is de mensheid doorgegaan met deze ontwikkeling en ze raakt steeds meer verdorven. En wanneer de tijd komt dat de menselijke ontwikkeling haar hoogtepunt bereikt, zal dat het einde van de mensheid betekenen. Van het prille begin tot het einde van de wereld is de innerlijke waarheid van Zijn werk altijd zo geweest en zal altijd zo zijn. Op dezelfde manier zullen mensen naar hun soort worden ingedeeld. Het is immers beslist niet zo dat ieder mens vanaf het allereerste begin is voorbestemd om tot een bepaalde categorie te behoren, maar iedereen wordt pas geleidelijk ingedeeld nadat hij een ontwikkelingsproces heeft doorgemaakt. Uiteindelijk zal iedereen die niet volledig gered kan worden, naar zijn of haar ‘voorouders’ worden teruggestuurd. Niets van Gods werk onder de mensheid was al voorbereid tijdens de schepping van de wereld. Het was juist de ontwikkeling van dingen waardoor God Zijn werk onder de mensheid stap voor stap en veel realistischer en praktischer kon uitvoeren. Jehova God schiep bijvoorbeeld de slang niet om de vrouw te verleiden; dat was niet Zijn specifieke plan. Evenmin was het iets wat Hij opzettelijk had voorbestemd. Je zou kunnen zeggen dat dit een onverwachte gebeurtenis was. Dat was de reden waarom Jehova Adam en Eva uit de hof van Eden verbande en plechtig verklaarde nooit meer een mens te scheppen. Maar mensen ontdekken Gods wijsheid alleen op deze basis. Het is zoals ik al eerder zei: “Ik oefen mijn wijsheid uit op basis van Satans intriges.” Het maakt niet uit hoe verdorven de mens ook raakt of hoe de slang hem heeft verleid, Jehova bezit nog steeds Zijn wijsheid. Sinds de schepping van de wereld is Hij daarom voortdurend bezig geweest met nieuw werk, en geen van de stappen van dit werk is ooit herhaald. Satan heeft voortdurend complotten gesmeed; de mensheid werd voortdurend door Satan verdorven, en Jehova God heeft onophoudelijk Zijn wijze werk uitgevoerd. Hij heeft nooit gefaald, noch is Hij sinds de schepping van de wereld ooit opgehouden met Zijn werk. Nadat mensen door Satan waren verdorven, bleef God voortdurend onder de mensen werken om deze vijand, de bron van hun verdorvenheid, te verslaan. Deze strijd woedt al sinds het begin en zal doorgaan tot aan het einde van de wereld. Door al dit werk heeft Jehova God niet alleen de mensen die door Satan verdorven waren Zijn redding laten ontvangen, maar hen ook Zijn wijsheid, almacht en gezag getoond. Bovendien zal Hij hen uiteindelijk Zijn rechtvaardige gezindheid tonen, waarbij Hij de slechten zal straffen en de goeden zal belonen. Tot de dag van vandaag heeft Hij Satan bestreden en is Hij nooit verslagen. Dit komt omdat Hij een wijze God is en Hij Zijn wijsheid uitoefent op basis van Satans intriges. Daarom zorgt God er niet alleen voor dat alles in de hemel zich aan Zijn gezag onderwerpt, maar laat Hij ook alles op aarde onder Zijn voetbank rusten. En niet in de laatste plaats zorgt Hij ervoor dat de slechten die de mensheid belagen en teisteren, onder Zijn tuchtiging vallen. De resultaten van al dit werk zijn te danken aan Zijn wijsheid. Vóór het bestaan van de mensheid had Hij Zijn wijsheid nog nooit geopenbaard, want Hij had geen vijanden in de hemel, op de aarde of waar dan ook in het hele universum, en er bestonden geen duistere krachten die ergens in de natuur iets binnendrongen. Na het verraad van de aartsengel schiep Hij de mensheid op aarde, en het was omwille van de mensheid dat Hij formeel is begonnen aan Zijn millennialange oorlog met Satan, de aartsengel – een oorlog die in ieder volgend stadium meer verhit raakt. Zijn almacht en wijsheid zijn in ieder van deze stadia aanwezig. Alleen dan is alles in de hemel en op aarde getuige geweest van Gods wijsheid, almacht en vooral van Gods werkelijkheid. Tot op de dag van vandaag voert Hij Zijn werk nog steeds op dezelfde realistische manier uit; bovendien laat Hij bij de uitvoering van Zijn werk ook Zijn wijsheid en almacht zien. Hij laat jullie de innerlijke waarheid zien in ieder stadium van het werk, zodat jullie precies kunnen zien hoe Gods almacht kan worden verklaard, en bovendien om een definitieve uitleg van Gods werkelijkheid te krijgen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld

Dagelijkse woorden van God  Fragment 148

Het werk van de Heilige Geest wordt altijd spontaan gedaan; Hij kan Zijn werk op elk moment plannen en het op elk moment uitvoeren. Waarom zeg ik altijd dat het werk van de Heilige Geest realistisch is en dat het altijd nieuw is en nooit oud en altijd het allerverst? Toen de wereld werd geschapen, was Zijn werk nog niet gepland; zo is het niet gegaan! In iedere stap van het werk wordt het juiste resultaat behaald voor die periode, en die stappen lopen elkaar niet in de weg. Vaak zijn de plannen die je misschien in gedachten hebt gewoonweg niet opgewassen tegen het meest recente werk van de Heilige Geest. Zijn werk is niet zo eenvoudig als de mens denkt en evenmin zo gecompliceerd als de mens zich voorstelt – het bestaat uit het voorzien van mensen op elk moment en elke plaats in overeenstemming met hun behoeften op dat moment. Niemand is duidelijker over de essentie van mensen dan Hij, en juist daarom kan niets zozeer aan de realistische behoeften van de mensen voldoen als Zijn werk. Vanuit menselijk perspectief lijkt Zijn werk daarom al millennia van tevoren gepland te zijn. Terwijl Hij te midden van jullie werkt en Hij werkt en spreekt terwijl Hij toekijkt in welke gesteldheden jullie verkeren, weet Hij precies de juiste woorden om te zeggen wanneer Hij elke soort gesteldheid tegenkomt, woorden die precies zijn wat mensen nodig hebben. Neem de eerste stap van Zijn werk: de tijd van tuchtiging. Hierna voerde God Zijn werk uit op basis van wat mensen manifesteerden, hun opstandigheid, de positieve gesteldheden die zich onder hen voordeden en de negatieve gesteldheden, en ook de benedengrens waar mensen naar konden zinken toen die negatieve gesteldheden een bepaald punt bereikten. Deze dingen greep Hij aan om met Zijn werk een veel beter resultaat te verkrijgen. Dat wil zeggen: Hij doet voorzienend werk onder mensen op basis van wat hun gesteldheid ook maar is op enig moment; Hij voert elke stap van Zijn werk uit in overeenstemming met de werkelijke gesteldheden van mensen. De hele schepping is in Zijn handen: hoe zou Hij ze niet kunnen kennen? God voert de volgende stap uit van het werk dat gedaan moet worden altijd en overal in overeenstemming met de gesteldheden van mensen. Dit werk was echt niet al duizenden jaren geleden gepland; dat is een menselijke opvatting! Hij werkt terwijl Hij het effect van Zijn werk observeert, en Zijn werk verdiept en ontwikkelt zich voortdurend; elke keer na het observeren van de resultaten van Zijn werk, voert Hij de volgende stap van Zijn werk uit. Hij gebruikt veel dingen om de overgang geleidelijk te maken en Zijn nieuwe werk door de tijd heen zichtbaar te maken voor de mensen. Deze manier van werken kan in de behoeften van de mensen voorzien, want God kent de mensen maar al te goed. Zo voert Hij Zijn werk uit vanuit de hemel. En de vleesgeworden God voert Zijn werk op dezelfde manier uit door regelingen te treffen en onder de mensen te werken overeenkomstig de feitelijke omstandigheden. Niets van Zijn werk was al geregeld vóór de schepping van de wereld en evenmin was het van tevoren nauwkeurig gepland. Tweeduizend jaar na de schepping van de wereld zag Jehova dat de mensheid zo verdorven was geworden dat Hij bij monde van de profeet Jesaja voorspelde dat Jehova, nadat het Tijdperk van de Wet ten einde was gekomen, Zijn werk van de verlossing van de mensheid zou uitvoeren in het Tijdperk van Genade. Dat was natuurlijk Jehova’s plan, maar dit plan ontstond ook door de omstandigheden die Hij op dat moment waarnam; Hij bedacht dit zeker niet onmiddellijk nadat Hij Adam had geschapen. Jesaja sprak alleen maar een profetie uit, maar Jehova had tijdens het Tijdperk van de Wet van tevoren geen voorbereidingen getroffen voor dit werk. In plaats daarvan zette Hij het in gang aan het begin van het Tijdperk van Genade, toen de boodschapper in Jozefs droom verscheen om hem te verlichten met de boodschap dat God vlees zou worden. Pas toen begon Zijn incarnatiewerk. God had Zijn incarnatiewerk niet, zoals mensen denken, direct na de schepping van de wereld voorbereid; het werd pas besloten aan de hand van het ontwikkelingsniveau van de mensheid en de stand van Zijn oorlog met Satan.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld

Dagelijkse woorden van God  Fragment 149

Als God vlees wordt, daalt Zijn Geest neer op een mens; met andere woorden, Gods Geest kleedt Zich met een stoffelijk lichaam. Hij komt om Zijn werk op aarde te doen, niet om bepaalde beperkte stappen met Zich mee te brengen; Zijn werk is absoluut onbeperkt. Het werk dat de Heilige Geest in het vlees doet, wordt nog steeds bepaald door de resultaten van Zijn werk en Hij gebruikt zulke dingen om de duur van Zijn werk in het vlees te bepalen. De Heilige Geest openbaart rechtstreeks elke stap van Zijn werk en onderzoekt Zijn werk terwijl Hij bezig is; het is niet zo bovennatuurlijk dat het de menselijke fantasie te boven gaat. Het is als Jehova’s scheppingswerk van hemel en de aarde en alle dingen; Hij plande en werkte tegelijkertijd. Hij scheidde het licht van het duister en zo ontstonden de ochtend en de avond – dit duurde één dag. Op de tweede dag schiep Hij de lucht, wat ook één dag duurde. Daarna schiep Hij de aarde, de zeeën en alle schepselen die deze bevolkten, wat nóg een dag duurde. Dit ging zo door tot de zesde dag, toen God de mens schiep en hem liet heersen over alle dingen op aarde. Toen Hij op de zevende dag klaar was met het scheppen van alle dingen, rustte Hij. God zegende de zevende dag en wees hem aan als een heilige dag. Hij besloot deze dag pas heilig te maken nadat Hij alle dingen al geschapen had, niet voordat Hij ze had geschapen. Ook dit werk was spontaan uitgevoerd. Voordat Hij alle dingen schiep, had Hij niet besloten de wereld in zes dagen te scheppen en dan op de zevende dag te rusten; zo liggen de feiten helemaal niet. Zoiets had Hij niet gezegd en ook had Hij dat niet gepland. In geen geval had Hij gezegd dat de schepping van alle dingen op de zesde dag voltooid zou zijn en dat Hij op de zevende dag zou rusten. Integendeel, Hij schiep zoals het Hem op dat moment goed leek. En toen Hij eenmaal klaar was met de hele schepping, was het al de zesde dag. Als Hij al op de vijfde dag klaar was geweest met de hele schepping, zou Hij daarom de zesde dag als heilige dag hebben aangewezen. Maar Hij beëindigde de schepping op de zesde dag, zo werd de zevende dag de heilige dag, wat tot op de dag van vandaag zo is gebleven. Daarom wordt Zijn huidige werk op dezelfde manier uitgevoerd. Hij spreekt en voorziet in jullie behoeften naar gelang de situaties waarin jullie je bevinden. Dat betekent dat de Geest spreekt en werkt naar de omstandigheden van de mens; Hij waakt over alles en is op elk moment en op elke plaats aan het werk. Wat ik doe, zeg, jullie opdraag en schenk, is zonder uitzondering dat wat jullie nodig hebben. Niets van mijn werk staat dus buiten de realiteit; het is allemaal realistisch, want jullie weten allemaal dat “de Geest van God over iedereen waakt”. Als dit allemaal al voor het begin der tijden besloten was, zou het dan niet te zeer bij voorbaat hebben vastgestaan? Je denkt dat God plannen voor zes hele millennia heeft uitgewerkt en vervolgens de mensheid heeft voorbestemd om rebels, opstandig, vals en bedrieglijk te zijn en om de verdorvenheid van het vlees, een satanische gezindheid, de lust in de ogen en van individuele pleziertjes te bezitten. Niets daarvan was door God voorbeschikt maar gebeurde allemaal door het verderf van Satan. Sommigen zullen zeggen: “Was Satan dan ook niet in Gods macht? God had voorbeschikt dat Satan de mens op deze manier zou verderven en daarna voerde God Zijn werk onder de mensen uit.” Zou God nu echt Satan hebben voorbeschikt om de mensheid te verderven? God wil maar al te graag de mensheid een normaal leven laten leiden, dus zou Hij Zich echt met hun levens bemoeien? Als dat zo is, zouden Satan verslaan en de mensheid redden dan geen zinloze inspanningen zijn? Hoe zou de opstandigheid van de mensheid nu voorbeschikt kunnen zijn? Die kwam nu juist door Satans bemoeienis, dus hoe kan die nu door God zijn voorbeschikt? De Satan in Gods greep waarvan jullie je een denkbeeld vormen verschilt enorm van de Satan in Gods macht waarover ik het heb. Volgens jullie bewering dat “God almachtig is, en Satan in Zijn handen,” zou Satan Hem niet hebben kunnen verraden. Zei je niet dat God almachtig is? Jullie kennis is te abstract en staat niet in contact met de werkelijkheid; de mens kan nooit Gods gedachten doorgronden en evenmin Gods wijsheid bevatten! God is almachtig, dat is beslist geen leugen. De aartsengel verraadde God omdat God hem aanvankelijk een deel van het gezag had gegeven. Dit was natuurlijk onvoorzien, net als toen Eva zwichtte voor de verleiding van de slang. Maar hoe Satan zijn verraad ook uitvoert, hij is nog steeds niet almachtig als God. Zoals jullie al zeiden, Satan is alleen maar machtig, maar wat Satan ook doet, Gods gezag overwint altijd. Dat is de ware betekenis achter de uitspraak “God is almachtig, en Satan is in Zijn handen.” Daarom moet de oorlog met Satan stap voor stap worden gevoerd. Bovendien plant God Zijn werk in reactie op Satans listen – dat wil zeggen, Hij redt de mensheid en openbaart Zijn almacht en wijsheid op een manier die bij het tijdperk past. Zo was ook het werk van de laatste dagen niet al eerder of vóór het Tijdperk van Genade voorbestemd. Voorbeschikkingen werden niet op zo’n geordende wijze uitgevoerd als: ten eerste, de uiterlijke gezindheid van de mens veranderen; ten tweede, de mens aan Zijn tuchtiging en beproevingen onderwerpen; ten derde, de mens de beproeving van de dood laten ondergaan; ten vierde, de mens de tijd van liefde voor God laten ervaren en de vastberadenheid van een schepsel tot uitdrukking laten brengen; ten vijfde, de mens Gods wil laten zien en Hem volledig laten kennen, en ten slotte de mens vervolmaken. Dit heeft Hij niet allemaal in het Tijdperk van Genade gepland. Hij is hier juist in het huidige tijdperk mee begonnen. Satan is aan het werk, net als God. Satan brengt zijn verdorven gezindheid tot uitdrukking, terwijl God onomwonden spreekt en enkele essentiële dingen openbaart. Dit is het werk dat nu gedaan wordt en hetzelfde werkprincipe wordt gehandhaafd dat al lang geleden, na de schepping van de wereld, werd toegepast.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld

Dagelijkse woorden van God  Fragment 150

Eerst schiep God Adam en Eva en ook schiep Hij een slang. Van alle dingen was deze slang het giftigst, zijn lichaam bevatte gif waarmee Satan zijn voordeel deed. Het was de slang die Eva tot zonde verleidde. Na Eva zondigde ook Adam, en toen waren beiden in staat het onderscheid tussen goed en kwaad te zien. Als Jehova had geweten dat de slang Eva zou verleiden, en dat Eva Adam zou verleiden, waarom heeft Hij ze dan bij elkaar in een tuin gezet? Als Hij die dingen had kunnen voorspellen, waarom schiep Hij dan een slang en liet die los in de hof van Eden? Waarom waren er in de hof van Eden vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad? Was het Zijn bedoeling dat ze de vruchten zouden eten? Toen Jehova kwam, durfden Adam noch Eva Hem tegemoet te treden, en pas toen wist Jehova dat ze van de vruchten van de boom van de kennis van goed en kwaad hadden gegeten en ten prooi waren gevallen aan de listen van de slang. Uiteindelijk vervloekte Hij de slang en vervloekte Hij ook Adam en Eva. Toen zij beiden van de vrucht van de boom aten, was Jehova Zich er totaal niet van bewust dat ze dat deden. De mensheid raakte zo verdorven dat ze slecht en seksueel losbandig werd, zelfs in die mate dat alles wat ze in hun hart droegen slecht en onrechtvaardig was: het was allemaal vuiligheid. Jehova had er daarom spijt van dat Hij de mensheid had geschapen. Daarna verrichte Hij het vernietigingswerk van de wereld met een zondvloed, wat Noach en zijn zonen overleefden. Sommige dingen zijn niet echt zo geavanceerd en bovennatuurlijk als de mensen zich voorstellen. Sommigen vragen: “Als God wist dat de aartsengel Hem zou verraden, waarom heeft Hij hem dan geschapen?” Dit zijn de feiten: voordat de aarde bestond was de aartsengel de belangrijkste engel van de hemel. Hij had de rechtsbevoegdheid over alle engelen in de hemel; dit was het gezag dat God hem had toegekend. Na God was hij de belangrijkste onder de engelen in de hemel. Later, nadat God de mensheid had geschapen, pleegde de aartsengel op aarde een nog groter verraad tegen God. Ik zeg dat hij God verraadde omdat hij de mensheid wilde besturen en zo Gods gezag wilde overtreffen. Het was de aartsengel die Eva tot zonde verleidde en hij deed dit omdat hij zijn koninkrijk op aarde wilde vestigen en de mensen zover wilde krijgen dat ze God de rug toekeerden en in plaats daarvan de aartsengel zouden gehoorzamen. De aartsengel zag dat zo veel dingen hem konden gehoorzaamden: de engelen, maar ook de mensen op aarde. De vogels en de dieren, de bomen, de bossen, de bergen, de rivieren en alle dingen op aarde waren aan de zorg van de mensen toevertrouwd – dat wil zeggen aan Adam en Eva – terwijl Adam en Eva de aartsengel gehoorzaamden. Zo wenste de aartsengel Gods gezag te overtreffen en God te verraden. Later bracht hij veel engelen ertoe in opstand tegen God te komen en deze werden daarna diverse onreine geesten. Is de ontwikkeling van de mensheid tot vandaag de dag niet veroorzaakt door het verderf van de aartsengel? Mensen zijn alleen zoals ze nu zijn omdat de aartsengel God verraadde en de mensheid heeft verdorven. Dit werk dat stap voor stap wordt uitgevoerd, is lang niet zo abstract en eenvoudig als de mens zich voorstelt. Satan heeft zijn verraad met reden begaan, maar mensen kunnen zo’n eenvoudig feit niet begrijpen. Waarom heeft God, die de hemel, de aarde en alle dingen heeft geschapen, ook Satan geschapen? Als God Satan zo veracht, en Satan Zijn vijand is, waarom heeft Hij Satan dan geschapen? Schiep Hij geen vijand door Satan te scheppen? God heeft niet daadwerkelijk een vijand geschapen; Hij heeft juist een engel geschapen en later verraadde die engel Hem. Zijn status was zo toegenomen dat hij God wilde verraden. Je zou kunnen zeggen dat dit toeval was, maar het was ook onvermijdelijk. Het is vergelijkbaar met hoe een mens onvermijdelijk op een dag zal sterven, nadat hij tot een bepaald punt is volgroeid; de dingen hebben zich gewoon tot dat stadium ontwikkeld. Er zijn absurde dwazen die zeggen: “Aangezien Satan uw vijand is, waarom hebt u hem eigenlijk geschapen? Wist u niet dat de aartsengel u zou verraden? Kunt u niet van eeuwigheid naar eeuwigheid kijken? Kent u de natuur van de aartsengel niet? Aangezien u duidelijk wist dat hij u zou verraden, waarom maakte u hem dan als aartsengel? Niet alleen verraadde hij u, hij leidde ook zoveel engelen met zich mee en daalde af naar de wereld van de stervelingen om de mensheid te verderven. Maar tot op de dag van vandaag hebt u uw zesduizendjarige managementplan nog steeds niet kunnen voltooien.” Zijn die woorden juist? Als je zo denkt, maak je het jezelf dan niet moeilijker dan wel nodig is? Weer anderen zeggen: “Als Satan de mensheid niet tot op heden had verdorven, zou God de mensheid niet op deze manier hebben gered. Gods wijsheid en almacht zouden dan onzichtbaar zijn geweest; waar zou Zijn wijsheid geopenbaard zijn? Daarom schiep God een menselijk ras voor Satan, zodat Hij later Zijn almacht kon openbaren – hoe zou de mens anders Gods wijsheid kunnen ontdekken? Als de mens zich niet tegen God zou verzetten of tegen Hem in opstand zou komen, zou het onnodig zijn om Zijn daden te openbaren. Als de hele schepping Hem zou aanbidden en zich aan Hem zou onderwerpen, zou God geen werk te verrichten hebben.” Dit is nog verder van de realiteit verwijderd, want er is niets vuils aan God en dus kan Hij geen vuiligheid scheppen. Hij openbaart Zijn daden nu alleen om Zijn vijand te verslaan, om de mensen die Hij heeft geschapen te redden en om de duivels en Satan te verslaan, die God haten, verraden en weerstaan en die helemaal in het begin onder Zijn heerschappij vielen en Hem toebehoorden. God wil deze duivels verslaan en zo Zijn almacht aan alles openbaren. De mensheid en alles op aarde valt nu onder Satans domein en valt onder het domein van de goddelozen. God wil Zijn daden aan alle dingen openbaren zodat de mensen Hem leren kennen, en daarmee Satan verslaan en Zijn vijanden definitief verslaan. Het geheel van dit werk wordt bereikt doordat Hij Zijn daden onthult. Zijn hele schepping valt onder Satans domein en dus wil God Zijn almacht aan hen openbaren en zo Satan verslaan. Als Satan er niet was, zou Hij Zijn daden niet hoeven te openbaren. Als Satan de mensheid niet lastig had gevallen, zou God de mensheid hebben geschapen en hen geleid hebben zodat zij in de hof van Eden zouden leven. Waarom heeft God, voorafgaand aan Satans verraad, nooit al Zijn daden aan de engelen of aan de aartsengel geopenbaard? Als alle engelen en de aartsengel Hem in het begin hadden gekend en zich aan Hem hadden onderworpen, dan zou God die zinloze daden van het werk niet hebben uitgevoerd. Door het bestaan van Satan en duivels hebben de mensen zich ook tegen God verzet en lopen ze over van een opstandige gezindheid. Daarom wil God Zijn daden openbaren. Omdat Hij oorlog wil voeren met Satan moet Hij Zijn eigen gezag en al Zijn daden aanwenden om Satan te verslaan. Zo zal Zijn reddingswerk onder de mensen hen in staat stellen Zijn wijsheid en almacht te zien. Gods huidige werk is betekenisvol en lijkt in geen enkel opzicht op datgene waarnaar sommigen verwijzen wanneer ze zeggen: “Is het werk dat u doet niet tegenstrijdig? Is deze opeenvolging van werk niet gewoon problemen voor uzelf veroorzaken? U schiep Satan, stond vervolgens toe dat deze u verraadde en zich tegen u verzette. U schiep mensen en overhandigde ze vervolgens aan Satan, waardoor Adam en Eva konden worden verleid. Al deze dingen deed u opzettelijk – waarom verafschuwt u dan nog steeds de mensheid? Waarom verafschuwt u Satan? Zijn dit niet allemaal dingen die u zelf tot stand hebt gebracht? Wat haat u dan eigenlijk?” Er zijn nogal wat absurde mensen die zulke dingen zeggen. Ze willen God liefhebben, maar diep van binnen klagen ze over God. Wat een tegenstrijdigheid! Je begrijpt de waarheid niet, je hebt te veel bovennatuurlijke gedachten en dan beweer je ook nog eens dat Gods een fout heeft gemaakt – je bent zo absurd! Jij bent het die met de waarheid knoeit; het is niet waar dat God een fout heeft gemaakt! Sommige mensen blijven zelfs maar klagen: “U heeft Satan geschapen en u heeft Satan in de wereld van de mens geworpen en hen aan Satan overgeleverd. Toen de mensen eenmaal een satanische gezindheid hadden, hebt u hen niet vergeven; integendeel, u haatte hen tot op zekere hoogte. Eerst hield u tot op zekere hoogte van hen, maar nu verafschuwt u hen. U bent degene die de mensheid heeft gehaat, maar u bent ook degene die de mensheid heeft liefgehad. Wat is hier precies aan de hand? Is dat niet een tegenstrijdigheid?” Hoe jullie er ook naar kijken, dit is wat er in de hemel is gebeurd: dit was de manier waarop de aartsengel God verraadde en de mensheid werd verdorven, en dit is hoe de mensheid tot op de dag van vandaag doorgaat. Hoe jullie het ook onder woorden brengen, dit is het hele verhaal. Maar jullie moeten goed begrijpen dat het hele doel achter het werk dat God vandaag verricht is om jullie te redden en Satan te verslaan.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld

Dagelijkse woorden van God  Fragment 151

God gebruikt Zijn management van de mensen om Satan te verslaan. Door mensen te verderven brengt Satan hun lot ten einde en verstoort hij Gods werk. Aan de andere kant is Gods werk de redding van de mensheid. Welke stap in Gods werk is niet bedoeld om de mensheid te redden? Welke stap is niet bedoeld om mensen te zuiveren en hen rechtvaardig te laten gedragen en zo te laten leven naar het voorbeeld van beminnelijke personen? Satan doet dit echter niet. Hij verderft de mensheid, hij werkt voortdurend aan het verderf van de mensheid in het hele universum. God doet natuurlijk ook Zijn eigen werk en schenkt geen aandacht aan Satan. Hoeveel gezag Satan ook heeft, dat gezag werd hem toch door God gegeven. God heeft hem gewoon niet al Zijn gezag gegeven, dus wat Satan ook doet, hij kan God nooit overtreffen en blijft altijd in Gods macht. In de hemel heeft God niet één van Zijn daden onthuld. Hij gaf Satan slechts een klein deel van het gezag en stond hem toe invloed uit te oefenen over de engelen. Wat Satan dus ook doet, hij kan het Gods gezag nooit overtreffen, omdat het oorspronkelijke gezag dat God hem gaf beperkt was. Terwijl God werkt, verstoort Satan. In de laatste dagen zullen zijn verstoringen ten einde komen; en zo zal ook Gods werk dan af zijn en het soort mensen dat God wil vervolmaken, zal worden vervolmaakt. God stuurt de mensen op een positieve manier; Zijn leven is levend water, onmetelijk en grenzeloos. Satan heeft de mens tot op zekere hoogte verdorven, maar uiteindelijk zal het levende water van het leven de mens voltooien; Satan kan dat dan niet meer verhinderen en kan zijn werk dan niet meer doen. Zo zal God die mensen helemaal weten te winnen. Zelfs nu weigert Satan dit te accepteren. Hij neemt het voortdurend op tegen God, maar Hij slaat hier geen acht op. God heeft gezegd: “Ik zal zegevieren over al Satans duistere machten en over alle duistere invloeden.” Dit is het werk dat nu in het vlees gedaan moet worden en is ook wat het incarneren betekenisvol maakt, namelijk: het voltooien van het stadium van het werk waarin Satan in de laatste dagen wordt verslagen en alles uitroeien wat aan Satan toebehoort. Gods overwinning over Satan is onvermijdelijk! In feite heeft Satan lang geleden al gefaald. Toen het evangelie zich begon te verspreiden in het land van de grote rode draak – dat wil zeggen toen de vleesgeworden God Zijn werk begon en dit werk in gang werd gezet – was Satan volkomen verslagen, want het doel van de incarnatie was juist om Satan te verslaan. Zodra Satan zag dat God weer vlees was geworden en ook met Zijn werk was begonnen – iets wat geen enkele kracht kan tegen houden – stond hij daarom stomverbaasd bij het zien van dit werk en durfde hij geen verder onheil aan te richten. Aanvankelijk dacht Satan dat hij ook over veel wijsheid beschikte en hij onderbrak en verstoorde Gods werk. Maar hij had niet verwacht dat God opnieuw vlees zou worden of dat God Satans opstandigheid zou gebruiken om als openbaring en oordeel voor de mensheid te dienen, waardoor Hij de mensen zou overwinnen en Satan zou verslaan. God is wijzer dan Satan en Zijn werk overtreft hem. Daarom verklaarde ik eerder: “Het werk dat ik verricht wordt uitgevoerd als antwoord op Satans listen. Uiteindelijk zal ik mijn almacht en Satans machteloosheid openbaren.” God zal Zijn werk in de voorste gelederen verrichten, terwijl Satan erachter aan loopt, totdat hij uiteindelijk wordt vernietigd. Hij zal totaal niet beseffen wat hem overkomt! Hij zal zich de waarheid pas realiseren als hij al verbrijzeld en verpletterd is. Tegen die tijd zal hij al verbrand zijn in de vuurzee. Zal hij dan niet volledig overtuigd zijn? Want Satan heeft dan immers geen snode plannen meer om uit te halen!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Je moet weten hoe de hele mensheid zich tot op heden heeft ontwikkeld

Dagelijkse woorden van God  Fragment 152

Gods werk onder de mensen is onlosmakelijk met de mens verbonden, want dit werk is op de mens gericht. Hij is ook het enige door God geschapen wezen dat van God kan getuigen. Het leven en alle activiteiten van de mens zijn onlosmakelijk met God verbonden; alles wordt door de hand van God bestuurd en men kan zelfs zeggen dat niemand buiten God om kan bestaan. Niemand kan dit ontkennen, want het is een feit. Alles wat God doet, is ten behoeve van de mensheid en gericht tegen de snode plannen van Satan. Alles wat de mens nodig heeft, komt van God en God is de bron van het leven van de mens. De mens kan zich dus gewoonweg niet van God losmaken. God heeft bovendien nooit de intentie gehad om Zich van de mens los te maken. Het werk dat God doet, is ten behoeve van de hele mensheid en Zijn gedachten zijn altijd welwillend. Voor de mens zijn het werk van God en de gedachten van God (dat wil zeggen Gods wil) dus allebei ‘visies’ die de mens moet kennen. Zulke visies zijn ook het management van God en het werk dat onmogelijk door de mens gedaan kan worden. De eisen die God intussen tijdens Zijn werk aan de mens stelt, worden de ‘praktijk’ van de mens genoemd. Visies zijn het werk van God Zelf; of ze zijn Zijn wil voor de mensheid of de oogmerken en betekenis van Zijn werk. Visies kunnen ook als onderdeel van het management worden beschouwd, want dit management is het werk van God en is op de mens gericht, wat wil zeggen dat dit het werk is dat God onder de mensen doet. Dit werk is het bewijs en het pad waardoor de mens God leert kennen en is van het grootste belang voor de mens. Als mensen geen aandacht schenken aan Gods werk maar in plaats daarvan alleen aandacht schenken aan de leerstellingen van geloof in God of aan onbeduidende, onbelangrijke details, dan zullen ze God simpelweg niet kennen en bovendien niet naar Gods hart zijn. Het werk van God dat uitermate nuttig voor de mens is om God te leren kennen wordt visies genoemd. Deze visies zijn het werk van God, de wil van God en de oogmerken en betekenis van Gods werk; ze zijn de mens allemaal tot nut. Praktijk duidt op dat wat de mens behoort te doen, wat de schepselen die God volgen moeten doen, en het is ook de plicht van de mens. Wat de mens behoort te doen, heeft de mens niet vanaf het allereerste begin begrepen, maar zijn de eisen die God tijdens Zijn werk aan de mens stelt. Deze eisen worden gaandeweg diepzinniger en verhevener terwijl God werkt. Tijdens het Tijdperk van de Wet moest de mens bijvoorbeeld de wet volgen en tijdens het Tijdperk van Genade moest de mens het kruis dragen. Het Tijdperk van het Koninkrijk is anders: de eisen aan de mens zijn hoger dan die tijdens het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade. Naarmate de visies verhevener worden, worden de eisen aan de mens ook steeds hoger; ze worden steeds duidelijker en reëler. Ook de visies worden steeds reëler. Deze vele reële visies bevorderen niet alleen de gehoorzaamheid van de mens aan God, maar bevorderen bovendien zijn kennis van God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 153

Vergeleken met eerdere tijdperken is het werk van God tijdens het Tijdperk van het Koninkrijk praktischer, meer gericht op het wezen van de mens en veranderingen in zijn gezindheid, en beter in staat om te getuigen van God Zelf voor allen die Hem volgen. Met andere woorden: God laat met Zijn werk in het Tijdperk van het Koninkrijk meer van Zichzelf zien dan op enig moment in het verleden, wat betekent dat de visies die de mens behoort te kennen, verhevener zijn dan in enig eerder tijdperk. Omdat Gods werk onder de mensen in onbekend terrein terecht is gekomen, zijn de visies die de mens tijdens het Tijdperk van het Koninkrijk leert kennen het meest verheven onder al het managementwerk. Gods werk is op onbekend terrein terechtgekomen, dus zijn de visies die de mens moet kennen de hoogste van alle visies geworden. De resulterende praktijk van de mens is eveneens hoger dan in enig eerder tijdperk, want de praktijk van de mens verandert mee met de visies, en de vervolmaking van de visies markeert ook de vervolmaking van de eisen aan de mens. Zodra Gods management helemaal tot stilstand komt, stopt de praktijk van de mens ook, en zonder het werk van God heeft de mens geen keus dan zich aan de leer van vroegere tijden te houden, hij kan zich nergens anders toe wenden. Zonder nieuwe visies zal er geen nieuwe praktijk door de mens zijn; zonder complete visies zal er geen volmaakte praktijk door de mens zijn; zonder verhevener visies zal er geen verhevener praktijk door de mens zijn. De praktijk van de mens verandert verder met de voetstappen van God, de kennis en ervaring van de mens veranderen eveneens verder met Gods werk. Hoe capabel de mens ook is, toch is hij onlosmakelijk met God verbonden, en als God ook maar even zou stoppen met werken, zou de mens direct sterven vanwege Zijn toorn. De mens heeft niets om over op te scheppen, want hoe verheven iemands kennis vandaag ook is, hoe gedegen zijn ervaringen ook zijn, hij is onlosmakelijk met Gods werk verbonden – want de praktijk van de mens en wat hij in zijn geloof in God dient te zoeken, zijn onlosmakelijk verbonden met de visies. In elke instantie van Gods werk zijn er visies die de mens dient te kennen, en daaropvolgend worden er gepaste eisen aan de mens gesteld. Zonder deze visies als fundament zou de mens simpelweg niet tot praktiseren in staat zijn en zou de mens God evenmin onwankelbaar kunnen volgen. Als de mens God niet kent of Gods wil niet begrijpt, is alles wat de mens doet zinloos en kan God er nooit Zijn goedkeuring aan geven. Hoeveel talenten de mens ook heeft, toch blijft hij onlosmakelijk verbonden met Gods werk en Gods leiding. Hoe goed de mens ook handelt of hoeveel acties de mens ook uitvoert, het werk van God blijft onvervangbaar. En dus is de praktijk van de mens onder alle omstandigheden onlosmakelijk verbonden met de visies. Zij die de nieuwe visies niet aanvaarden, hebben geen nieuwe praktijk. Hun praktijk heeft niets te maken met de waarheid, omdat ze leerstellingen aanhangen en zich aan de dode wet houden; ze hebben helemaal geen nieuwe visies en bijgevolg brengen ze uit het nieuwe tijdperk ook niets in praktijk. Ze zijn de visies kwijtgeraakt en zijn daarmee ook het werk van de Heilige Geest en de waarheid kwijtgeraakt. Zij die zonder de waarheid zijn, zijn het product van dwaasheid, zij zijn de belichaming van Satan. Wat voor persoon iemand ook is, hij kan niet zonder de visies van Gods werk en kan niet verstoken zijn van de aanwezigheid van de Heilige Geest; zodra iemand de visies kwijtraakt, daalt hij onmiddellijk af in Hades en leeft hij in duisternis. Mensen zonder visies zijn mensen die God dwaas volgen, ze zijn zonder het werk van de Heilige Geest en ze leven in de hel. Zulke mensen streven niet naar de waarheid maar in plaats daarvan gebruiken zij de naam van God als een uithangbord. Mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, die de vleesgeworden God niet kennen, die de drie fases van het werk in het geheel van Gods management niet kennen – zij kennen de visies niet en dus zijn ze zonder de waarheid. En zijn zij die de waarheid niet bezitten niet allemaal kwaaddoeners? Zij die bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, die bereid zijn om kennis van God te zoeken en die werkelijk met God meewerken, zijn mensen voor wie de visies als fundament fungeren. Zij worden door God goedgekeurd omdat ze met God meewerken en het is deze medewerking die de mens in praktijk moet brengen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 154

De visies omvatten vele paden om te beoefenen. De visies omvatten ook de praktische eisen aan de mens, alsook het werk van God dat de mens behoort te kennen. In het verleden kwam tijdens speciale bijeenkomsten of de grote bijeenkomsten op verschillende plaatsen maar één aspect van het pad van de praktijk ter sprake. Die praktijk was dat wat tijdens het Tijdperk van Genade in praktijk gebracht moest worden en had vrijwel niets met de kennis van God te maken, want de visie van het Tijdperk van Genade was slechts de visie van Jezus’ kruisiging en er waren geen verhevener visies. De mens werd geacht niet meer te kennen dan het werk van Zijn verlossing van de mensheid door de kruisiging, dus tijdens het Tijdperk van Genade waren er geen andere visies die de mens kon leren kennen. Op die manier had de mens slechts zeer karige kennis van God en naast de kennis van Jezus’ liefde en ontferming waren er maar enkele eenvoudige en jammerlijke dingen die hij in praktijk kon brengen, dingen die bij lange na niet kunnen tippen aan vandaag. In het verleden kon de mens niet spreken over een praktische kennis van Gods werk, welke vorm zijn samenkomst ook aannam, laat staan dat ook maar iemand duidelijk kon zeggen wat het meest geschikte pad van de praktijk voor de mens was om te bewandelen. De mens voegde slechts enkele eenvoudige details toe aan een fundament van verdraagzaamheid en geduld; er was simpelweg geen verandering in het wezen van zijn praktijk, want binnen hetzelfde tijdperk deed God geen nieuwer werk. De enige eisen die Hij aan de mens stelde, waren verdraagzaamheid en geduld, of het kruis dragen. Buiten zulke praktijken waren er geen hogere visies dan de kruisiging van Jezus. In het verleden was er geen sprake van andere visies omdat God niet heel veel werk deed en omdat Hij maar beperkte eisen aan de mens stelde. Op die manier kon de mens, wat hij ook deed, deze grenzen niet overtreden, grenzen die slechts enkele eenvoudige en oppervlakkige zaken inhielden die de mens in praktijk moest brengen. Ik spreek vandaag over andere visies omdat er vandaag meer werk is gedaan, werk dat het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade in zeer grote mate overstijgt. De eisen aan de mens zijn eveneens een stuk hoger dan in voorbije tijdperken. Als de mens niet in staat is om zulk werk volledig te kennen, zou het geen grote betekenis in zich hebben; men kan zeggen dat de mens moeite zal hebben om zulk werk volledig te kennen als hij er niet zijn hele leven echt moeite voor doet. In het overwinningswerk zou enkel maar praten over het pad van de praktijk de overwinning van de mens onmogelijk maken. Alleen praten over de visies zonder enige eisen aan de mens te stellen, zou de overwinning van de mens eveneens onmogelijk maken. Als er alleen over het pad van de praktijk gesproken werd, zou het onmogelijk zijn de mens in zijn achilleshiel te treffen of de opvattingen van de mens te verjagen, en ook zou het onmogelijk zijn om de mens compleet te overwinnen. Visies zijn het belangrijkste instrument om de mens te overwinnen, maar als er geen pad van praktijk was naast de visies, zou de mens geen manier hebben om te kunnen volgen en geen enkele manier hebben om binnen te gaan. Dit is van begin tot eind het principe van Gods werk geweest: in de visies ligt besloten wat in praktijk gebracht kan worden en er zijn dus ook visies naast datgene wat in praktijk gebracht kan worden. De mate van veranderingen in het leven en de gezindheid van de mens gaat samen met veranderingen in de visies. Als de mens het alleen van zijn eigen inspanningen moest hebben, zou het voor hem onmogelijk zijn om enige betekenisvolle verandering te bewerkstelligen. De visies spreken over het werk van God Zelf en over het management van God. Praktijk duidt op het pad van iemands praktische beoefening en op de weg van het menselijk bestaan; in al het management van God is de relatie tussen visies en praktijk de relatie tussen God en de mens. Als de visies werden weggenomen of als ze alleen ter sprake kwamen zonder de praktijk te noemen, of als er alleen visies waren en de praktijk voor de mens werd uitgewist, dan zou men zulke dingen niet als het management van God kunnen beschouwen en kan men al helemaal niet zeggen dat het werk van God ten behoeve van de mensheid wordt verricht; op deze manier zou niet alleen de plicht van de mens worden weggenomen, maar zou het oogmerk van Gods werk ermee ontkend worden. Als de mens van begin tot eind alleen maar in de praktijk bezig moest zijn zonder dat Gods werk een rol speelde en als de mens het werk van God ook niet hoefde te kennen, dan zou men zulk werk al helemaal niet het management van God kunnen noemen. Als de mens God en Gods wil niet kende en zijn praktijk blind beoefende op een vage en abstracte wijze, dan zou hij nooit een volkomen gekwalificeerd schepsel worden. Deze twee dingen zijn dus allebei onontbeerlijk. Als alleen het werk van God er was, dat wil zeggen als alleen de visies er waren en er geen sprake was van medewerking of praktijk door de mens, dan zou men zulke zaken niet het management van God kunnen noemen. Als er alleen sprake was van de praktijk en intrede van de mens, zou dit eveneens onaanvaardbaar zijn, hoe verheven het door de mens bewandelde pad ook was. Het binnengaan van de mens moet gaandeweg veranderen samen met het werk en de visies; het kan niet bij wijze van een gril veranderen. De principes van de praktijk van de mens zijn niet vrij en onbeperkt, maar zijn binnen bepaalde grenzen ingesteld. Zulke principes veranderen tegelijk met de visies van het werk. Daarom komt Gods management uiteindelijk neer op Gods werk en de praktijk van de mens.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 155

Het managementwerk kwam alleen tot stand vanwege de mensheid, wat wil zeggen dat het alleen tot stand kwam vanwege het bestaan van de mensheid. Er was geen management vóór de mensheid of in het begin, toen de hemelen en aarde en alle dingen geschapen werden. Als er in al het werk van God geen praktijk was die de mens ten goede komt, dat wil zeggen: als God geen gepaste eisen stelde aan de verdorven mensheid (als er in al het werk dat God doet geen geschikt pad voor de praktijk van de mens was), dan zou men dit werk niet Gods management kunnen noemen. Als het gehele werk van God alleen bestond uit de verdorven mensheid vertellen hoe men de praktijk moest beoefenen en God Zijn eigen werkzaamheden niet uitvoerde en geen greintje van Zijn almacht of wijsheid toonde, dan zou de mens niets van Gods gezindheid weten, hoe hoog Gods eisen aan de mens ook waren, hoe lang God ook onder de mensen leefde; als dat het geval was, zou zulk werk het helemaal niet verdienen om Gods management genoemd te worden. Het werk van Gods management is eenvoudig gezegd het werk dat God doet en al het werk dat mensen die door God gewonnen zijn onder de leiding van God uitvoeren. Zulk werk kan als management samengevat. Met andere woorden, Gods werk onder de mensen, alsook de medewerking met Hem door allen die Hem volgen worden gezamenlijk management genoemd. Hier wordt het werk van God visies genoemd en de medewerking van de mens praktijk. Hoe verhevener Gods werk (dat wil zeggen hoe verhevener de visies), hoe meer Gods gezindheid aan de mens duidelijk wordt gemaakt, hoe meer het afwijkt van de opvattingen van de mens en hoe verhevener de praktijk en medewerking van de mens worden. Hoe hoger de eisen aan de mens, hoe meer Gods werk afwijkt van de opvattingen van de mens, waardoor ook de beproevingen van de mens toenemen en de normen die aan hem gesteld worden hoger worden. Aan het einde van dit werk zullen alle visies voltooid zijn en zal wat de mens in praktijk moet brengen het hoogtepunt van volmaaktheid bereikt hebben. Dit zal ook de tijd zijn wanneer ieder naar zijn soort wordt ingedeeld, want wat de mens moet weten, zal aan de mens zijn getoond. Wanneer de visies dus hun hoogtepunt bereiken, zal het werk daarmee ook zijn einde naderen en zal de praktijk van de mens ook zijn hoogtepunt bereikt hebben. De praktijk van de mens is gebaseerd op het werk van God, en het management van God komt alleen volledig tot uitdrukking dankzij de praktijk en de medewerking van de mens. De mens is het pronkstuk van Gods werk, het voorwerp van al het management van God en hij is ook het product van Gods gehele management. Als God alleen werkte, zonder medewerking van de mens, zou er niets zijn dat als kristallisatie van Zijn hele werk kon dienen, en dan zou Gods management ook geen greintje betekenis hebben. Behalve door Gods werk, is het alleen doordat God gepaste voorwerpen uitkiest om Zijn werk tot uitdrukking te brengen en de almacht en wijsheid ervan te bewijzen, kan God het oogmerk van Zijn management bereiken, alsook het oogmerk om met behulp van al dit werk Satan volledig te verslaan. Daarom is de mens een onmisbaar onderdeel van het werk van Gods management en is de mens de enige die Gods management vruchten kan laten voortbrengen en zijn ultieme oogmerk kan laten verwezenlijken; geen andere levensvorm dan de mens kan zo’n rol vervullen. Wil de mens de ware kristallisatie van Gods managementwerk worden, dan moet de ongehoorzaamheid van de verdorven mensheid geheel worden uitgebannen. Dit vereist dat de mens een geschikte praktijk krijgt aangereikt voor verschillende tijden en dat God het bijbehorende werk onder de mensen uitvoert. Alleen op deze manier zal er uiteindelijk een groep mensen gewonnen worden die de kristallisatie van Gods managementwerk vormt. Gods werk onder de mensen kan geen getuigenis afleggen van God Zelf door het werk van God alleen; om dat te bereiken, zijn voor zo’n getuigenis levende menselijke wezens vereist die geschikt zijn voor Zijn werk. God zal eerst op deze mensen inwerken, door wie Zijn werk vervolgens tot uitdrukking wordt gebracht en zo zal dit getuigenis van Hem onder alle schepselen afgelegd worden, en daarin zal God dan het oogmerk van Zijn werk bereikt hebben. God werkt niet alleen om Satan te verslaan, want Hij kan niet rechtstreeks getuigenis van Zichzelf afleggen onder alle schepselen. Deed Hij dat wel, dan zou het onmogelijk zijn om de mens volledig te overtuigen, dus God moet wel op de mens inwerken om hem te overwinnen, alleen dan kan Hij getuigenis verkrijgen onder alle schepselen. Als het alleen God was die werkte, zonder de medewerking van de mens, of als de mens niet hoefde mee te werken, dan zou de mens Gods gezindheid nooit kunnen leren kennen en altijd onwetend blijven inzake Gods wil; Gods werk zou dan niet het werk van Gods management genoemd kunnen worden. Als de mens alleen zelf streefde, zocht en hard werkte, zonder het werk van God te begrijpen, zou de mens grappen uithalen. Zonder het werk van de Heilige Geest is wat de mens doet van Satan, is hij opstandig en een kwaaddoener; Satan is te zien in alles wat de verdorven mensheid doet en er is niets wat met God strookt, en het enige wat de mens doet is de manifestatie van Satan. Niets in alles waarvan gesproken is, is zonder visies en praktijk. Op het fundament van visies vindt de mens de praktijk en het pad van gehoorzaamheid, zodat hij zijn opvattingen aan de kant kan zetten en de dingen kan verkrijgen die hij in het verleden niet heeft gehad. God vereist dat de mens met Hem meewerkt, dat de mens zich volledig aan Zijn eisen onderwerpt en de mens vraagt om het werk dat God Zelf doet te aanschouwen, om de almacht van God te ervaren en Gods gezindheid te kennen. Dit alles vormt, samengevat, het management van God. Gods verbintenis met de mens is het management, en het is het grootste management.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 156

Visies hebben vooral betrekking op het werk van God Zelf, de praktijk is iets wat de mens behoort te doen en heeft totaal geen betrekking op God. Het werk van God wordt door God Zelf voltooid en de praktijk van de mens wordt door de mens zelf bewerkstelligd. Wat God Zelf behoort te doen, hoeft de mens niet te doen en wat de mens in praktijk behoort te brengen, heeft niets met God van doen. Het werk van God is Zijn eigen bediening en heeft geen betrekking op de mens. Dit werk hoeft de mens niet te doen en bovendien zou de mens niet in staat zijn om het werk te doen dat God behoort te doen. Wat de mens in de praktijk behoort te brengen, moet de mens tot stand brengen, of het nu het offeren van zijn leven betreft of zich aan Satan overleveren om getuigenis af te leggen – dit alles moet de mens tot stand brengen. God Zelf voltooit al het werk dat Hij geacht wordt te doen en wat de mens moet doen, wordt hem getoond; de uitvoering van het resterende werk wordt aan de mens overgelaten. God doet geen aanvullend werk. Hij doet alleen het werk dat binnen Zijn bediening valt, toont de mens alleen de weg en doet alleen het werk om de weg te openen, niet het werk om de weg te bereiden; iedereen behoort dit te begrijpen. De waarheid in praktijk brengen, betekent de woorden van God in praktijk brengen en dit alles is de plicht van de mens, is wat de mens behoort te doen en heeft absoluut niets van doen met God. Als de mens eist dat God, op dezelfde wijze als de mens, ook kwelling en loutering ondergaat in de waarheid, is de mens ongehoorzaam. Gods werk is het uitvoeren van Zijn bediening en de plicht van de mens is alle aanwijzingen van God op te volgen, zonder enige weerstand. De mens moet zien te bereiken wat hij tot stand behoort te brengen, ongeacht de manier waarop God werkt of leeft. Alleen God Zelf kan eisen stellen aan de mens, dat wil zeggen: alleen God Zelf is in staat om eisen aan de mens te stellen. De mens behoort geen keuze te hebben en behoort zich alleen maar volledig over te geven en in de praktijk aan de slag te gaan; deze rede dient de mens te bezitten. Zodra het werk dat God Zelf behoort te doen, voltooid is, moet de mens het ervaren, stap voor stap. Als de mens aan het eind, wanneer al het management van God is voltooid, nog steeds niet gedaan heeft wat God vereist, dan moet de mens gestraft worden. Als de mens niet aan de eisen van God voldoet, komt dat door zijn ongehoorzaamheid; het betekent niet dat God niet grondig genoeg geweest is in Zijn werk. Allen die Gods woorden niet in praktijk kunnen brengen, die niet aan Gods eisen kunnen voldoen, die niet trouw kunnen zijn en hun plicht niet kunnen vervullen, zullen allemaal gestraft worden. Wat jullie vandaag wordt gevraagd te bereiken, zijn geen aanvullende eisen, maar de plicht van de mens en wat alle mensen behoren te doen. Als jullie niet in staat zijn om zelfs maar jullie plicht te doen, of die goed te doen, roepen jullie dan geen problemen over jezelf af? Flirten jullie dan niet met de dood? Hoe kunnen jullie dan nog steeds verwachten dat jullie een toekomst en vooruitzichten hebben? Het werk van God wordt verricht ten behoeve van de mensheid en de medewerking van de mens wordt verleend ten behoeve van Gods management. Nadat God alles heeft gedaan wat Hij behoort te doen, wordt van de mens geëist dat hij zich volop inzet in zijn praktijk en meewerkt met God. De mens dient zich in het werk van God geen moeite te sparen, zijn trouw te tonen, zich niet te wentelen in talloze opvattingen en niet passief op de dood te gaan zitten wachten. God kan Zichzelf voor de mens opofferen, waarom kan de mens dan niet zijn trouw aan God tonen? God is één van hart en één van zin jegens de mens, waarom kan de mens dan niet een beetje meewerken? God werkt voor de mensheid, waarom kan de mens dan niet wat van zijn plicht uitvoeren ten behoeve van Gods management? Gods werk is zover gekomen, toch zien jullie wel maar handelen jullie nog steeds niet, jullie horen wel maar komen niet in beweging. Zijn zulke mensen niet voor het verderf bestemd? God heeft Zijn alles al aan de mens toegewijd, waarom is de mens dan niet in staat om zijn plicht ernstig te vervullen? Gods werk is voor Hem Zijn eerste prioriteit en het werk van Zijn management is van het grootste belang. Gods woorden in praktijk brengen en aan Gods eisen voldoen, zijn voor de mens zijn eerste prioriteit. Dit behoren jullie allemaal te begrijpen. De woorden die tot jullie gesproken zijn, hebben de kern van jullie wezen bereikt en Gods werk is op onbekend terrein terechtgekomen. Veel mensen begrijpen nog steeds niet de waarheid of onwaarheid van deze weg; ze wachten nog steeds af zonder hun plicht te vervullen. In plaats daarvan onderzoeken ze elk woord en iedere daad van God, ze letten op wat Hij eet en draagt en hun opvattingen worden steeds ernstiger. Maken zulke mensen geen gedoe over niets? Hoe kunnen zij mensen zijn die God zoeken? En hoe kunnen zij mensen zijn die de intentie hebben zich aan God te onderwerpen? Ze zetten hun trouw en plicht op een laag pitje en concentreren zich in plaats daarvan op waar God zich bevindt. Zij zijn een schande! Als de mens alles heeft begrepen wat hij behoort te begrijpen en alles in praktijk heeft gebracht wat hij in praktijk behoort te brengen, zal God zeker Zijn zegen over de mens uitstorten, want wat Hij van de mens eist, is de plicht van de mens en wat de mens behoort te doen. Als de mens niet in staat is om te begrijpen wat hij behoort te begrijpen en niet in praktijk kan brengen wat hij in praktijk behoort te brengen, zal de mens gestraft worden. Zij die niet met God meewerken, zijn vijandig jegens God, zij die het nieuwe werk niet aanvaarden, zijn ertegen, ook als zulke mensen niets doen wat er duidelijk tegen ingaat. Allen die de waarheid volgens de eisen van God niet in praktijk brengen, zijn mensen die bewust ingaan tegen en ongehoorzaam zijn aan de woorden van God, zelfs als zulke mensen speciale aandacht aan het werk van de Heilige Geest schenken. Mensen die Gods woorden niet gehoorzamen en zich niet aan God onderwerpen, zijn opstandig en zij verzetten zich tegen God. Mensen die hun plicht niet vervullen, zijn mensen die niet met God meewerken en mensen die niet met God meewerken, zijn mensen die het werk van de Heilige Geest niet aanvaarden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 157

Wanneer Gods werk en Zijn management een bepaald punt bereiken, zijn allen die naar Zijn hart zijn in staat om aan Zijn eisen te voldoen. God stelt eisen aan de mens volgens Zijn eigen normen en volgens wat de mens moet kunnen bewerkstelligen. Terwijl er sprake is van Zijn management, wijst Hij de mens ook de weg en voorziet Hij de mens van een pad om te overleven. Het management van God en de praktijk van de mens zijn allebei van dezelfde fase van het werk en worden tegelijkertijd uitgevoerd. Praten over Gods management heeft betrekking op veranderingen in de gezindheid van de mens en praten over wat de mens behoort te doen, en over veranderingen in de gezindheid van de mens, heeft betrekking op het werk van God; beide kunnen op geen enkel moment van elkaar gescheiden worden. De praktijk van de mens verandert stap voor stap. Dat komt omdat Gods eisen aan de mens eveneens veranderen en omdat Gods werk voortdurend verandert en voorwaarts gaat. Als de praktijk van de mens in leerstellingen blijft hangen, bewijst dit dat hij Gods werk en leiding is kwijtgeraakt; als de praktijk van de mens nooit verandert of dieper gaat, bewijst dit dat de praktijk van de mens wordt beoefend volgens de wil van de mens en niet de beoefening van de waarheid is; als de mens geen pad heeft om te bewandelen, is hij reeds in de handen van Satan gevallen, en wordt hij door Satan beheerst, wat betekent dat hij door boze geesten beheerst wordt. Als de praktijk van de mens niet dieper gaat, dan zal Gods werk zich niet ontwikkelen en als er geen verandering is in Gods werk, zal de intrede van de mens tot stilstand komen; dit is onvermijdelijk. Als de mens zich door al het werk van God heen altijd aan de wet van Jehova zou houden, zou Gods werk niet voorwaarts kunnen gaan en zou het helemaal niet mogelijk zijn om het hele tijdperk te voleindigen. Als de mens altijd aan het kruis vasthield en geduld en nederigheid beoefende, zou Gods werk onmogelijk voorwaarts kunnen blijven gaan. Zesduizend jaar management kan gewoonweg niet worden voleindigd onder mensen die alleen de wet aanhangen of alleen aan het kruis vasthouden en geduld en nederigheid beoefenen. In plaats daarvan wordt het gehele werk van Gods management afgesloten onder de mensen in de laatste dagen, zij die God kennen en die zijn teruggewonnen uit de greep van Satan en die zich volledig van de invloed van Satan hebben ontdaan. Dit is de onherroepelijke richting van Gods werk. Waarom zegt men dat de praktijk van mensen in de religieuze kerken achterhaald is? Dat komt omdat wat ze in praktijk brengen, losstaat van het huidige werk. In het Tijdperk van Genade was wat ze in praktijk brachten goed, maar het tijdperk is voorbij en Gods werk is veranderd, zodat hun praktijk gaandeweg achterhaald is geraakt. Het is achtergelaten door het nieuwe werk en het nieuwe licht. Op basis van het oorspronkelijke fundament is het werk van de Heilige Geest diverse stappen dieper gegaan. Toch blijven die mensen hangen in de oorspronkelijke fase van Gods werk en klampen ze zich nog steeds vast aan de oude praktijken en het oude licht. Gods werk kan in drie of vijf jaar tijd enorm veranderen, dus zouden er in de loop van 2.000 jaar niet nog grotere transformaties optreden? Als de mens geen nieuw licht of nieuwe praktijk heeft, betekent dit dat hij geen gelijke tred met het werk van de Heilige Geest heeft gehouden. Dit is een gebrek van de mens; het bestaan van Gods nieuwe werk kan niet ontkend worden omdat mensen die het werk van de Heilige Geest eerder hadden zich vandaag nog steeds aan achterhaalde praktijken houden. Het werk van de Heilige Geest gaat altijd voorwaarts en allen die in de stroom van de Heilige Geest zijn, behoren ook dieper voort te gaan en te veranderen, stap voor stap. Ze moeten niet stoppen bij een bepaalde fase. Alleen mensen die het werk van de Heilige Geest niet kennen, zouden bij Zijn oorspronkelijke werk blijven en het nieuwe werk van de Heilige Geest niet aanvaarden. Alleen mensen die ongehoorzaam zijn, zouden niet in staat zijn om het werk van de Heilige Geest te verkrijgen. Als de praktijk van de mens geen gelijke tred houdt met het nieuwe werk van de Heilige Geest, is de praktijk van de mens zeker afgesneden van het huidige werk en strookt die zeker niet met het huidige werk. Zulke ouderwetse mensen zijn simpelweg niet in staat om Gods wil te volbrengen en kunnen al helemaal geen mensen worden die uiteindelijk standvastig zullen staan in hun getuigenis voor God. Het gehele managementwerk kon bovendien niet afgesloten worden te midden van een dergelijke groep mensen. Voor mensen die zich eens aan de wet van Jehova hielden en voor mensen die eens voor het kruis leden, geldt dat als zij de fase van het werk in de laatste dagen niet kunnen aanvaarden, alles wat ze deden dan voor niets en nutteloos geweest zal zijn. De duidelijkste expressie van het werk van de Heilige Geest ligt in het omarmen van het hier en nu, niet het vastklampen aan het verleden. Mensen die geen gelijke tred hebben gehouden met het huidige werk en die zijn afgesneden van de praktijk van vandaag, zijn mensen die het werk van de Heilige Geest tegenwerken en niet aanvaarden. Zulke mensen tarten het huidige werk van God. Hoewel ze vasthouden aan het licht uit het verleden, kan niet ontkend worden dat ze het werk van de Heilige Geest niet kennen. Waarom is er zoveel gesproken over de veranderingen in de praktijk van de mens, over de verschillen in de praktijk tussen het verleden en het heden, over hoe de praktijk werd beoefend in het vorige tijdperk en over hoe dat vandaag wordt gedaan? Er is altijd sprake geweest van die verschillen in de praktijk van de mens, omdat het werk van de Heilige Geest voortdurend voorwaarts gaat en de praktijk van de mens daarmee ook voortdurend moet veranderen. Als de mens in één fase blijft hangen, bewijst dit zijn onvermogen om gelijke tred te houden met Gods nieuwe werk en het nieuwe licht; het bewijst niet dat Gods managementplan niet veranderd is. Mensen buiten de stroom van de Heilige Geest denken altijd dat ze gelijk hebben, maar in feite is Gods werk in hen lang geleden opgehouden en is het werk van de Heilige Geest verre van hen. Het werk van God werd al lang geleden overgedragen aan een andere groep mensen, een groep met wie Hij Zijn nieuwe werk wil voltooien. Omdat mensen van religies niet in staat zijn om Gods nieuwe werk te aanvaarden en slechts vasthouden aan het oude werk van weleer, heeft God deze mensen verlaten en doet Hij Zijn nieuwe werk met de mensen die dit nieuwe aanvaarden. Dit zijn mensen die aan Zijn nieuwe werk meewerken en Zijn management kan alleen op deze manier tot stand gebracht worden. Het management van God gaat altijd voorwaarts en de praktijk van de mens stijgt altijd naar een hoger niveau. God werkt altijd en de mens heeft altijd behoeften, zodat beide hun hoogtepunt bereiken en God en de mens volledige vereniging verkrijgen. Dit drukt de succesvolle voltooiing van Gods werk uit en dit is de uiteindelijke uitkomst van Gods gehele management.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 158

In elke fase van Gods werk zijn er ook bijbehorende eisen aan de mens. Allen in de stroom van de Heilige Geest bezitten de tegenwoordigheid en discipline van de Heilige Geest; mensen die niet in de stroom van de Heilige Geest zijn, bevinden zich onder het bevel van Satan en zijn van elk werk van de Heilige Geest verstoken. Mensen in de stroom van de Heilige Geest zijn degenen die het nieuwe werk van God aanvaarden en die meewerken aan het nieuwe werk van God. Als de mensen in deze stroom niet in staat zijn om mee te werken en de waarheid niet in praktijk kunnen brengen zoals God dat in deze tijd vereist, zullen ze gedisciplineerd worden en in het ergste geval door de Heilige Geest verlaten worden. Mensen die het nieuwe werk van de Heilige Geest aanvaarden, zullen in de stroom van de Heilige Geest leven en zij zullen de zorg en bescherming van de Heilige Geest ontvangen. Mensen die bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest verlicht; mensen die niet bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen, worden door de Heilige Geest gedisciplineerd en mogelijk zelfs bestraft. Wat voor persoon ze ook zijn, als ze zich in de stroom van de Heilige Geest bevinden, zal God de verantwoording nemen voor allen die Zijn nieuwe werk aanvaarden omwille van Zijn naam. Mensen die Zijn naam verheerlijken en bereid zijn om Zijn woorden in praktijk te brengen, zullen Zijn zegeningen ontvangen; mensen die Hem ongehoorzaam zijn en Zijn woorden niet in praktijk brengen, zullen Zijn bestraffing ondergaan. Mensen in de stroom van de Heilige Geest aanvaarden het nieuwe werk en omdat ze het nieuwe werk hebben aanvaard, behoren ze op gepaste wijze met God mee te werken en niet opstandig te handelen door hun plicht niet te vervullen. Dit is Gods enige eis aan de mens. Dat geldt niet voor de mensen die het nieuwe werk niet aanvaarden. Zij bevinden zich buiten de stroom van de Heilige Geest en de discipline en terechtwijzing van de Heilige Geest zijn niet op hen van toepassing. Deze mensen leven de hele dag in het vlees, ze leven volgens hun eigen gedachten; alles wat ze doen, is overeenkomstig de leer die voortkomt uit de analyse en het onderzoek van hun eigen brein. Dit is niet wat er door het nieuwe werk van de Heilige Geest wordt vereist, en er is al helemaal geen sprake van meewerken met God. Mensen die het nieuwe werk van God niet aanvaarden, ontberen de nabijheid van God en moeten het bovendien zonder de zegeningen en bescherming van God stellen. In hun woorden en daden houden ze veelal vast aan de vroegere eisen van het werk van de Heilige Geest; daarbij gaat het om leerstellingen, niet om waarheid. Zulke leerstellingen en regels bewijzen afdoende dat het samenkomen van deze mensen uitsluitend een kwestie van religie is; ze zijn niet de uitverkorenen of het voorwerp van Gods werk. De vergadering van allen onder hen kan men wel een groot religieus congres, maar geen kerk noemen. Dit is een onveranderlijk feit. Zij hebben het nieuwe werk van de Heilige Geest niet; wat ze doen, riekt naar religie, wat ze in praktijk brengen, lijkt vervuld met religie; ze beschikken niet over de nabijheid en het werk van de Heilige Geest en komen al helemaal niet in aanmerking om de discipline of verlichting van de Heilige Geest te ontvangen. Deze mensen zijn allemaal levenloze lijken en maden zonder enige spiritualiteit. Ze hebben geen weet van de opstandigheid en tegendraadse houding van de mens, geen weet van al het kwaad dat de mens doet en al helemaal geen weet van al Gods werk en Gods huidige wil. Ze zijn allemaal onwetende, barbaarse mensen, en ze zijn gespuis dat de titel gelovigen niet verdient! Niets wat ze doen, heeft ook maar iets met het management van God te maken en kan Gods plannen echt niet verstoren. Hun woorden en daden zijn te weerzinwekkend, te zielig en simpelweg niet het noemen waard. Niets dat de mensen buiten de stroom van de Heilige Geest doen, heeft ook maar iets met het nieuwe werk van de Heilige Geest te maken. Daarom zijn ze zonder de discipline van de Heilige Geest, wat ze ook doen, en worden ze bovendien niet door de Heilige Geest verlicht. Want ze zijn allemaal mensen die de waarheid niet liefhebben en die door de Heilige Geest zijn verafschuwd en verworpen. Zij worden kwaaddoeners genoemd, omdat ze in het vlees wandelen en naar eigen believen doen wat ze willen onder de vlag van God. Terwijl God werkt, zijn zij bewust vijandig jegens Hem en rennen ze in de tegenovergestelde richting dan Hij. Dat de mens niet met God meewerkt, is op zichzelf al uiterst opstandig, dus zullen deze mensen die opzettelijk van God weg rennen in het bijzonder hun terechte vergelding niet ontvangen?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en de praktijk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 159

Jullie moeten de visies van Gods werk leren kennen en begrijpen wat de grote lijn van Zijn werk is. Dit is een positieve intrede. Als je eenmaal de waarheid van de visies goed onder de knie hebt gekregen, is je intrede zeker gesteld; hoe Gods werk ook verandert, jouw hart blijft standvastig, jij weet wat de visies inhouden en jij hebt een doel voor je intrede en je streven. Op die manier zal alle ervaring en kennis in je zich verdiepen en meer gedetailleerd worden. Als je eenmaal het grotere geheel voor ogen hebt, zul je in je leven niets meer verliezen en zul je ook niet verdwalen. Als je deze stappen van het werk niet leert kennen, zul je bij elke stap verlies lijden en zal het je meer dan een paar dagen kosten om de zaken om te keren, en zul je je ook niet, zelfs niet binnen een paar weken, op het juiste pad kunnen begeven. Zal dit niet tot oponthoud leiden? Ten aanzien van positieve intrede en praktijk, zijn er veel dingen die jullie je eigen moeten maken. Ten aanzien van de visies van Gods werk, moet je de volgende punten doorgronden: de betekenis van Zijn overwinningswerk, het toekomstige pad naar vervolmaakt worden, wat bereikt moet worden door het ervaren van beproevingen en tegenspoed, de betekenis van oordeel en tuchtiging, de principes achter het werk van de Heilige Geest, en de principes achter vervolmaking en overwinning. Deze behoren allemaal tot de waarheid van de visies. De overige zijn de drie werkstadia in het Tijdperk van de Wet, het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van het Koninkrijk, alsook toekomstige getuigenis. Deze zijn ook de waarheid van visies, en zijn datgene wat het fundamenteelste én het cruciaalste is. Op dit moment is er zo veel wat jullie moeten binnengaan en in praktijk moeten brengen, en het is nu gelaagder en gedetailleerder. Als je geen kennis van deze waarheden hebt, bewijst dit dat je nog moet binnengaan. Meestal is de kennis van de mensen over de waarheid te oppervlakkig; ze zijn niet in staat om bepaalde fundamentele waarheden in praktijk te brengen en weten niet hoe ze moeten omgaan met zelfs de meest triviale zaken. De reden dat de mensen niet in staat zijn de waarheid in praktijk te brengen, is omdat hun gezindheid rebels is, en hun kennis van het werk van tegenwoordig te oppervlakkig en eenzijdig is. Het is dus geen kleine opgave voor de mensen om vervolmaakt te worden. Je bent te rebels en je houdt te veel aan je oude zelf vast; je bent niet in staat aan de zijde van de waarheid te staan, of zelfs maar de meest vanzelfsprekende waarheden in praktijk te brengen. Zulke mensen kunnen niet gered worden, het zijn de mensen die niet overwonnen zijn. Als jouw intrede geen detail of doel heeft, zal jouw groei zeer langzaam verlopen. Als jouw intrede gespeend is van elke realiteit, dan zal jouw streven zinloos zijn. Als je je niet bewust bent van het wezen van de waarheid, zul je niet veranderen. Groei in het leven van de mens en verandering in zijn gezindheid worden bereikt door intrede in de realiteit en, sterker nog, door intrede in specifieke ervaringen. Als je veel specifieke ervaringen hebt tijdens je intrede en je veel echte kennis en intrede hebt, zal je gezindheid snel veranderen. Zelfs als je, op dit moment niet alles weet van de praktijk, zul je toch op zijn minst alles moeten weten van de visies van Gods werk. Zo niet, dan zul je niet binnen kunnen gaan; intrede is pas mogelijk wanneer je kennis hebt van de waarheid. Alleen als de Heilige Geest jou verlicht door middel van je ervaringen, zul je een dieper begrip van de waarheid verkrijgen en een diepere intrede. Je moet het werk van God leren kennen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 160

In het begin, na de schepping van de mensheid, waren het de Israëlieten die dienst deden als de basis van Gods werk. Heel Israël was de basis van Jehova’s werk op aarde. Het werk van Jehova was de mens rechtstreeks te leiden en te hoeden door de wetten uit te vaardigen, zodat de mens een normaal leven kon leiden en Jehova op aarde op een normale manier kon vereren. God kon door de mens niet gezien of aangeraakt worden in het Tijdperk van de Wet. Omdat Hij alleen maar de eerste mensen leidde die door Satan waren verdorven, hen onderwees en hen hoedde, bevatten Zijn woorden uitsluitend wetten, geboden en de normen voor menselijk gedrag, en voorzagen die hun niet van de waarheden van het leven. De Israëlieten onder Zijn leiding waren niet diep door Satan verdorven. Zijn wetswerk was slechts de allereerste fase van het reddingswerk, het allereerste begin van het reddingswerk, en het had vrijwel niets te maken met veranderingen in de levensgezindheid van de mens. Aan het begin van het reddingswerk was het daarom voor Hem niet nodig een vleselijke vorm aan te nemen voor Zijn werk in Israël. Dit is de reden dat Hij een medium, een werktuig, nodig had waarmee Hij Zich met de mens kon inlaten. En zo ontstonden er wezens onder de schepselen die namens Jehova spraken en werkten, en op die manier gingen mensenzonen en profeten onder de mensheid te werk. De mensenzonen werkten onder de mensheid namens Jehova. Dat zij door Jehova “mensenzonen” genoemd werden, betekent dat zulke mensen wetten uitvaardigden namens Jehova. Zij waren ook priesters onder het volk van Israël, priesters die door Jehova werden beschut en beschermd, en in wie de Geest van Jehova werkte; ze waren leiders onder het volk en dienden Jehova rechtstreeks. Anderzijds waren de profeten toegewijd om namens Jehova tot de mensen van alle landen en van alle stammen te spreken. Zij profeteerden ook het werk van Jehova. Of het nu de mensenzonen of de profeten waren, allemaal werden ze verheven door de Geest van Jehova Zelf en ze droegen het werk van Jehova in zich. Onder het volk waren zij degenen die Jehova rechtstreeks vertegenwoordigden; ze deden hun werk alleen omdat ze door Jehova verheven waren en niet omdat ze het vlees waren waarin de Heilige Geest Zelf was geïncarneerd. En dus waren deze mensenzonen en profeten in het Tijdperk van de Wet, hoewel ze op dezelfde manier namens God spraken en werkten, niet het vlees van de geïncarneerde God. Gods werk tijdens het Tijdperk van Genade en de laatste fase was precies het tegenovergestelde, want het werk van het redden en het oordelen van de mens werd door de vleesgeworden God Zelf gedaan, en dus was het eenvoudigweg niet nodig om de profeten en de mensenzonen opnieuw te verheffen om namens Hem te werken. In de ogen van de mens bestaan er geen wezenlijke verschillen tussen de essentie en de methode van hun werk. Daardoor verwarren de mensen voortdurend het werk van de vleesgeworden God met dat van de profeten en de mensenzonen. Het uiterlijk van vleesgeworden God was in wezen hetzelfde als dat van de profeten en de mensenzonen. En vleesgeworden God was zelfs nog normaler en echter dan de profeten. Daarom kan de mens onmogelijk onderscheid tussen hen maken. De mens focust alleen op het uiterlijk en is zich er totaal niet van bewust dat, zelfs al zijn die twee qua werken en spreken aan elkaar gelijk, er tussen hen een essentieel verschil is. Omdat het onderscheidingsvermogen van de mens te slecht is, kan hij geen onderscheid maken tussen eenvoudige zaken, laat staan bij iets wat zo complex is. Wanneer de profeten en diegenen die door de Heilige Geest gebruikt werden, uitspraken deden en werkten, was dit om de plichten van de mensen uit te voeren, was het om de functie van een schepsel te vervullen, en was het iets wat de mens hoort te doen. Maar de woorden en het werk van de vleesgeworden God waren bedoeld om Zijn bediening uit te dragen. Ook al was Zijn uiterlijke vorm die van een schepsel, Zijn werk was niet Zijn functie uitdragen, maar Zijn bediening. De term ‘plicht’ is van toepassing op schepselen, terwijl van ‘bediening’ wordt gesproken in verband met het vlees van de geïncarneerde God. Er bestaat een wezenlijk verschil tussen deze twee; ze zijn niet onderling verwisselbaar. Het werk van de mens bestaat slechts uit het vervullen van zijn plicht, terwijl het werk van God het beheren en uitdragen van Zijn bediening is. Dus, ook al werden er door de Heilige Geest veel apostelen gebruikt en waren veel profeten van Hem vervuld, hun werk en woorden waren alleen maar voor het vervullen van hun plicht als schepselen. Hun profetieën waren misschien wel hoger dan de weg van leven waarover vleesgeworden God sprak, en hun menselijkheid steeg misschien zelfs boven die van vleesgeworden God uit, maar ze voerden nog steeds hun plicht uit en vervulden niet een bediening. De plicht van de mens verwijst naar de functie van de mens; het is datgene wat door de mens te bereiken is. Maar de bediening die door vleesgeworden God wordt uitgevoerd, heeft te maken met Zijn management en die is voor de mens onbereikbaar. Of vleesgeworden God nu spreekt, werkt of wonderen verricht, Hij doet geweldig werk te midden van Zijn management, en zulk werk kan niet in Zijn plaats door een mens worden gedaan. Het werk van de mens bestaat alleen uit het vervullen van zijn plicht als schepsel in enige fase van Gods managementwerk. Zonder Gods management, dat wil zeggen, als de bediening van de vleesgeworden God verloren zou gaan, zou de plicht van een schepsel verloren gaan. Gods werk in het uitvoeren van Zijn bediening bestaat uit het beheren van de mens, terwijl het vervullen door de mens van zijn plicht, het nakomen is van eigen zijn verplichting om aan de eisen van de Schepper te voldoen, en op geen enkele manier opgevat kan worden als het verrichten van iemands bediening. Voor de intrinsieke substantie van God – voor Zijn Geest – is het werk van God Zijn management, maar voor vleesgeworden God, die het uiterlijk van een schepsel heeft, is Zijn werk het uitdragen van Zijn bediening. Wat voor werk Hij ook doet, het is om Zijn bediening te verrichten; het enige wat de mens kan doen is alleen maar zijn best doen binnen het kader van Gods management en onder Zijn leiding.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 161

In het Tijdperk van Genade heeft Jezus ook vele woorden gesproken en veel werk verricht. Waarin verschilde Hij van Jesaja? Waarin verschilde Hij van Daniël? Was Hij een profeet? Waarom wordt er gezegd dat Hij Christus is? Wat zijn de verschillen tussen hen? Het waren allemaal mannen die woorden spraken, en voor de mens leken hun woorden min of meer hetzelfde. Ze spraken allemaal woorden en verrichtten werk. De profeten van het Oude Testament verkondigden profetieën en Jezus kon dat eender doen. Waarom is dat? Het onderscheid is gebaseerd op de aard van het werk. Om dit duidelijk te zien, moet je de aard van het vlees niet in beschouwing nemen, evenmin moet je de diepte of oppervlakkigheid van hun woorden in beschouwing nemen. Je moet altijd eerst hun werk en de effecten van hun werk op de mens in beschouwing nemen. De profetieën die destijds door de profeten werden uitgesproken voorzagen niet in het leven van de mens, en de inspiraties die ontvangen werden door mensen als Jesaja en Daniël waren slechts profetieën en niet de weg van het leven. Zonder de rechtstreekse openbaring van Jehova had geen van hen dat werk kunnen doen, wat onmogelijk is voor stervelingen. Ook Jezus sprak vele woorden, maar zulke woorden waren de weg van het leven waardoor de mens een weg naar het praktiseren kon vinden. Dat wil zeggen: allereerst kon Hij voorzien in het leven van de mens, want Jezus is leven; ten tweede kon Hij de afwijkingen van de mens omkeren; ten derde kon Zijn werk dat van Jehova opvolgen om het tijdperk voort te zetten; ten vierde kon Hij de innerlijke behoeften van de mens bevatten en begrijpen wat de mens tekortkomt; ten vijfde kon Hij een nieuw tijdperk inluiden en het vorige afsluiten. Daarom wordt Hij God en Christus genoemd. Hij is niet alleen anders dan Jesaja, maar ook anders dan alle andere profeten. Neem Jesaja als vergelijking voor het werk van de profeten. Ten eerste kon hij niet in het leven van de mens voorzien; ten tweede kon hij geen nieuw tijdperk inluiden. Hij werkte onder het leiderschap van Jehova en niet om een nieuw tijdperk in te luiden. Ten derde, de woorden die hij sprak gingen hem te boven. Hij ontving openbaringen rechtstreeks van de Geest van God, en anderen zouden het niet begrepen hebben, zelfs als ze ernaar geluisterd hadden. Alleen al deze paar dingen zijn genoeg om te bewijzen dat zijn woorden niet meer waren dan profetieën, niet meer dan een aspect van het werk uitgevoerd namens Jehova. Hij kon echter Jehova niet helemaal vertegenwoordigen. Hij was Jehova’s dienaar, een werktuig van Jehova’s werk. Hij deed alleen werk in het Tijdperk van de Wet en binnen het bereik van Jehova’s werk; buiten het Tijdperk van de Wet deed hij geen werk. Het werk van Jezus was daarentegen anders. Hij overtrof het bereik van Jehova’s werk, Hij werkte als vleesgeworden God en onderging kruisiging om heel de mensheid te verlossen. Dat wil zeggen, Hij deed nieuw werk, buiten het werk dat door Jehova was gedaan. Dit was het inluiden van een nieuw tijdperk. Bovendien kon Hij spreken over wat de mens niet kon bereiken. Zijn werk was werk binnen het management van God en had betrekking op heel de mensheid. Hij werkte niet in maar enkele mensen, en evenmin was Zijn werk bedoeld om een beperkt aantal mensen te leiden. Ten aanzien van de vraag hoe God vlees werd als een mens, hoe de Geest in die tijd openbaringen gaf, en hoe de Geest neerdaalde op een mens om het werk te doen – dit zijn zaken die de mens niet kan zien of kan aanraken. Het is volstrekt onmogelijk dat deze werkelijke feiten als bewijs dienen dat Hij vleesgeworden God is. Het onderscheid kan daarom alleen gemaakt worden bij de woorden en het werk van God die voor de mens tastbaar zijn. Alleen dit is echt. Dit is omdat kwesties van de Geest voor jou niet zichtbaar zijn en omdat die alleen door God Zelf echt gekend worden, en zelfs Gods geïncarneerde vlees weet niet alles; je kunt alleen verifiëren of Hij God is uit het werk dat Hij gedaan heeft. Uit Zijn werk blijkt ten eerste dat Hij een nieuw tijdperk kan laten ingaan; en ten tweede dat Hij in het leven van de mens kan voorzien en de mens kan tonen welke weg hij moet volgen. Dit is genoeg om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Op zijn minst kan het werk dat Hij doet de Geest van God helemaal vertegenwoordigen, en uit zulk werk blijkt dat de Geest van God in Hem is. Aangezien het werk dat uitgevoerd werd door vleesgeworden God voornamelijk bedoeld was om een nieuw tijdperk in te luiden, nieuw werk te leiden en een nieuw rijk te ontsluiten, zijn deze op zich al voldoende om vast te stellen dat Hij God Zelf is. Dit onderscheidt Hem dus van Jesaja, Daniël en de andere grote profeten. Jesaja, Daniël en de anderen kwamen allemaal uit een klasse hoogopgeleide en ontwikkelde mensen, ze waren buitengewone mensen onder leiderschap van Jehova. Het vlees van de geïncarneerde God beschikte ook over kennis en het ontbrak Hem niet aan verstand, maar Zijn menselijkheid was vooral gewoon. Hij was een gewoon mens; je kon met het blote oog geen speciale menselijkheid aan Hem ontdekken, of iets in Zijn menselijkheid bespeuren wat anders was dan bij anderen. Hij was volstrekt niet bovennatuurlijk of uniek, en Hij had geen hogere opleiding, bezat geen kennis of theorie. Het leven waarover Hij sprak en het pad waarop hij voorging, had hij niet bereikt via theorie, kennis, levenservaring of Zijn opvoeding in het gezin. Nee, die waren het rechtstreekse werk van de Geest, wat het werk is van het geïncarneerde vlees. Het is omdat de mens grootse opvattingen heeft over God, en vooral omdat deze opvattingen uit te veel vage en bovennatuurlijke elementen bestaan dat, in de ogen van de mens, een gewone God met menselijke zwakheid, die geen tekenen of wonderen kan bewerkstelligen, zeker niet God is. Zijn dit niet de verkeerde opvattingen van de mens? Als het vlees van de geïncarneerde God geen normaal mens was, hoe kan van Hem dan gezegd worden dat Hij vleesgeworden was? Vleesgeworden zijn betekent een gangbaar, normaal mens zijn; als Hij een transcendent wezen was geweest, dan kon Hij niet vleselijk zijn. Om te bewijzen dat Hij vleselijk was, moest geïncarneerde God normaal vlees hebben. Dit was gewoon om de betekenis van de incarnatie volledig te maken. Dit gold echter niet voor de profeten en mensenzonen. Zij waren begaafde mensen die door de Heilige Geest gebruikt werden; in de ogen van de mens was hun menselijkheid bijzonder hoog en ze verrichtten vele daden die normale menselijkheid overstegen. Dat is de reden dat de mens hen als God zag. Jullie allen moeten dit duidelijk begrijpen, want over deze kwestie zijn alle mensen in voorbije tijden het makkelijkst verward geraakt. Bovendien is de incarnatie het meest mysterieuze van alle dingen en de vleesgeworden God is voor de mens het allermoeilijkst te accepteren. Wat ik zeg draagt bij aan het vervullen van jullie functie en van jullie begrip van het mysterie van de incarnatie. Het heeft allemaal te maken met Gods management, met de visies. Jullie begrip hiervan zal heilzamer zijn bij het verkrijgen van kennis van de visies, dat wil zeggen, Gods managementwerk. Op deze manier zullen jullie ook veel inzicht krijgen in de plicht die verschillende soorten mensen horen uit te voeren. Hoewel deze woorden jullie niet rechtstreeks de weg wijzen, helpen ze toch enorm bij jullie intrede, want in jullie huidige levens hebben jullie een groot tekort aan visies, en dat zal een flinke hindernis vormen die jullie intrede tegenhoudt. Als jullie niet in staat zijn geweest om deze zaken te begrijpen, dan zal er geen drijfveer zijn om binnen te gaan. Hoe kan zo’n streven het jullie mogelijk maken jullie plicht naar beste kunnen te vervullen?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het verschil tussen de bediening van vleesgeworden God en de plicht van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 162

Sommige mensen zullen vragen: “Wat is het verschil tussen het werk dat wordt gedaan door de geïncarneerde God en dat van de profeten en apostelen uit het verleden? David werd ook Heer genoemd, net als Jezus. Hoewel het werk dat ze deden verschillend was, werden ze hetzelfde genoemd. Vertel me eens, waarom waren hun identiteiten niet gelijk? Wat Johannes zag was een visioen, afkomstig van de Heilige Geest, en hij was in staat om de woorden te spreken die de Heilige Geest wilde zeggen. Waarom was de identiteit van Johannes anders dan die van Jezus?” De woorden die door Jezus werden gesproken konden God volledig representeren en ze representeerden volledig het werk van God. Wat Johannes zag was een visioen en hij was niet in staat om het werk van God volledig te representeren. Hoe kan het dat Johannes, Petrus en Paulus vele woorden spraken, net als Jezus, maar toch niet dezelfde identiteit hadden als Jezus? Dat is vooral omdat het werk dat zij deden verschillend was. Jezus representeerde de Geest van God, en was de Geest van God rechtstreeks aan het werk. Hij deed het werk van een nieuwe tijd, het werk dat niemand eerder had gedaan. Hij opende een nieuwe weg, Hij representeerde Jehova en Hij representeerde God Zelf, terwijl Petrus, Paulus en David, ongeacht hoe ze genoemd werden, slechts de identiteit van een schepsel van God representeerden, en werden gezonden door Jezus of Jehova. Dus hoe veel werk ze ook deden, hoe groot de wonderen die ze deden ook waren, ze waren uiteindelijk slechts schepselen van God en niet in staat om de Geest van God te representeren. Zij werkten in de naam van God of werkten na gezonden te zijn door God. Bovendien werkten zij in de tijdperken die was begonnen door Jezus of Jehova en zij verrichtten geen ander werk. Zij waren uiteindelijk slechts schepselen van God. In het Oude Testament spraken veel profeten voorspellingen uit of schreven profetische boeken. Niemand zei dat zij God waren, maar zodra Jezus begon te werken, getuigde de Geest van God dat Hij God was. Waarom is dat zo? Op dit moment zou je dat al moeten weten! Vroeger hebben de apostelen en profeten verschillende brieven geschreven en vele profetieën gedaan. Later hebben mensen sommige daarvan gekozen om op te nemen in de Bijbel en sommige zijn verloren gegaan. Omdat er mensen zijn die zeggen dat alles dat door hen is gezegd afkomstig is van de Heilige Geest, waarom wordt dan een gedeelte daarvan als goed beschouwd en een gedeelte als slecht? En waarom zijn sommigen wel gekozen en anderen niet? Als het inderdaad de woorden zijn die zijn gesproken door de Heilige Geest, zou het dan nodig zijn dat mensen die uitkozen? Waarom is het verslag van de woorden die Jezus heeft gesproken en van het werk dat Hij heeft gedaan verschillend in elk van de vier evangeliën? Is dat niet de schuld van degenen die het opgetekend hebben? Sommige mensen zullen vragen: “Omdat de brieven die zijn geschreven door Paulus en de andere schrijvers van het Nieuwe Testament en het werk dat zij deden gedeeltelijk ontstaan waren uit de menselijke wil en vermengd waren met de opvattingen van de mens, is er dan geen sprake van menselijke onzuiverheid in de woorden die u (God) vandaag de dag spreekt? Bevatten die werkelijk geen menselijke opvattingen?” Dit stadium van het werk dat door God wordt gedaan is totaal verschillend van dat van Paulus en de vele apostelen en profeten. Er is niet alleen een verschil in identiteit, maar er is ook een principieel verschil in het werk dat wordt gedaan. Nadat Paulus neergeslagen was en voor de Heer neerviel, werd hij geleid door de Heilige Geest om te werken en werd hij een gezondene. Daarom schreef hij brieven aan de kerken en deze brieven volgden allemaal de leer van Jezus. Paulus is gezonden door de Heer om te werken in de naam van de Heer Jezus, maar toen God Zelf kwam, werkte Hij niet in de naam van iemand en representeerde Hij niemand anders dan de Geest van God in Zijn werk. God kwam om Zijn werk rechtstreeks te doen: Hij is niet vervolmaakt door een mens en Zijn werk is niet gedaan volgens de leer van een mens. In dit stadium van het werk leidt God niet door te spreken over Zijn persoonlijke ervaringen, maar voert Hij het werk rechtstreeks uit in overeenstemming met wat Hij heeft. Bijvoorbeeld de beproeving van de dienstdoeners, de tijd van tuchtiging, de beproeving van de dood, de tijd van God liefhebben … Dit is allemaal werk dat niet eerder is gedaan en werk van de huidige tijd, in plaats van de menselijke ervaringen. Wat zijn in de woorden die ik heb gesproken de menselijke ervaringen? Zijn ze niet allemaal rechtstreeks afkomstig van de Geest en zijn ze niet voortgekomen uit de Geest? Het is alleen zo dat jouw kaliber zo zwak is dat je niet in staat bent om dieper te kijken tot op de waarheid! De praktische weg van leven waar ik over spreek is het leiden over het pad. Hierover is nooit door iemand gesproken, noch heeft iemand dit pad al eerder ervaren of kende iemand deze realiteit. Voordat ik deze woorden sprak, heeft niemand ze nog gezegd. Niemand heeft ooit over zulke ervaringen gesproken of zulke details besproken. Bovendien heeft nog nooit iemand op deze zaken gewezen om ze te onthullen. Niemand heeft ooit over het pad geleid, dat ik vandaag leid en als dit door een mens zou worden geleid, zou het geen nieuwe weg zijn. Neem Paulus en Petrus bijvoorbeeld. Zij hadden geen eigen persoonlijke ervaringen voordat Jezus voorging op het pad. Het was pas nadat Jezus hen op het pad had geleid, dat zij de woorden die door Jezus waren gesproken en het pad waarop Hij leidde hebben ervaren. Hierdoor hebben ze veel ervaringen opgedaan en hebben zij de brieven geschreven. Op die manier zijn de ervaringen van mensen niet hetzelfde als het werk van God en is het werk van God niet hetzelfde als de kennis zoals beschreven door de opvattingen en ervaringen van mensen. Ik heb keer op keer gezegd dat ik vandaag een nieuw pad leid en nieuw werk doe en mijn werk en mijn uitingen zijn anders dan die van Johannes en alle andere profeten. Ik doe nooit eerst ervaringen op en spreek er dan met jullie over – zo is het zeker niet. Als dat zo zou zijn, zou dat jullie niet al lang geleden hebben vertraagd? In het verleden was de kennis waar velen over spraken zo verheven, maar al hun woorden zijn alleen gesproken op basis van de woorden van de zogenaamde spirituele personen. Zij leidden niet de weg, maar kwamen vanuit hun ervaringen, vanuit wat zij hadden gezien en vanuit hun kennis. Sommige dingen waren afkomstig uit hun opvattingen en sommige dingen bestonden uit ervaringen die ze hadden samengevat. De aard van mijn werk vandaag is totaal anders. Ik heb niet ervaren om geleid te worden door anderen, noch heb ik geaccepteerd om vervolmaakt te worden door anderen. Bovendien is alles wat ik heb gezegd en gedeeld niet als dat van iemand anders en is het nooit door iemand anders gezegd. Vandaag wordt, ongeacht wie jullie zijn, jullie werk uitgevoerd op basis van deze woorden die ik spreek. Wie zou zonder deze uitingen en dit werk in staat zijn om deze dingen (de beproeving van de dienstdoeners, de tijd van tuchtiging …) te ervaren en wie zou in staat zijn om te spreken over deze kennis? Ben je echt niet in staat om dat te zien? Ongeacht in welke stap van het werk, zodra mijn woorden worden uitgesproken, beginnen jullie te communiceren volgens mijn woorden en te werken volgens mijn woorden en dit is niet een weg die een van jullie had bedacht. Ben je, nu je zover bent gekomen, niet in staat om zo’n duidelijke en eenvoudige vraag te zien? Het is niet een weg die door iemand is verzonnen, noch is het gebaseerd op een spiritueel persoon. Het is een nieuw pad en zelfs veel van de woorden die ooit door Jezus zijn gesproken zijn niet langer geldig. Wat ik zeg is de opening van een nieuw tijdperk en het is werk dat op zichzelf staat. Het werk dat ik doe en de woorden die ik spreek zijn allemaal nieuw. Is dat niet het nieuwe werk van vandaag? Het werk van Jezus was ook zo. Zijn werk was ook anders dan dat van de mensen in de tempel en het was ook anders dan het werk van de farizeeën, evenmin leek het op dat wat werd gedaan door het volk van Israël. Mensen wisten niet wat ze ervan moesten denken nadat ze er getuige van waren geweest: “Was dit werkelijk gedaan door God?” Jezus hield zich niet aan de wet van Jehova. Toen Hij de mensen kwam onderrichten was alles wat Hij zei nieuw en anders dan wat was gezegd door de oude heiligen en profeten van het Oude Testament. Daardoor bleven mensen onzeker. Dat is wat het zo moeilijk maakt om met mensen om te gaan. Voordat jullie dit nieuwe stadium van het werk accepteerden, was het pad dat de meerderheid van jullie bewandelden dat van het beoefenen en binnengaan op de grondvesten van het pad van die spirituele personen. Maar vandaag is het werk dat ik doe heel anders en daarom kunnen jullie niet beslissen of het goed is of niet. Het maakt me niets uit welk pad je eerst bent gegaan en het interesseert me ook niet wiens ‘voedsel’ je at of wie je als je ‘vader’ beschouwde. Nu ik ben gekomen en nieuw werk heb gebracht om mensen te leiden, moet iedereen die mij volgt doen wat ik zeg. Ongeacht hoe sterk de ‘familie’ waar je vandaan komt is, je moet mij volgen. Je moet niet handelen volgens je vroegere gebruiken, je ‘pleegvader’ zou zich terug moeten trekken en jij zou voor je God moeten komen om je rechtmatige deel te vragen. Het geheel van jou is in mijn handen en je zou niet te veel blind geloof moeten geven aan je pleegvader; hij kan geen totale controle over je uitoefenen. Het werk van vandaag staat op zichzelf. Alles wat ik zeg vandaag is duidelijk niet gebaseerd op een basis uit het verleden. Het is een nieuw begin en als je zegt dat dit is gemaakt door een mens dan ben je iemand die zo blind is, dat hij niet meer gered kan worden!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over titels en identiteit

Dagelijkse woorden van God  Fragment 163

Jesaja, Ezechiël, Mozes, David, Abraham en Daniël waren leiders of profeten van het uitverkoren volk Israël. Waarom werden zij niet God genoemd? Waarom getuigde de Heilige Geest niet van hen? Waarom getuigde de Heilige Geest van Jezus zodra Hij Zijn werk begon en Zijn woorden begon te spreken? En waarom getuigde de Heilige Geest niet van anderen? Zij, mannen van vlees en bloed, werden “Heer” genoemd. Ongeacht hoe ze genoemd werden, representeert hun werk hun wezen en essentie en hun wezen en essentie representeren hun identiteit. Hun essentie is niet afhankelijk van hun titel; deze wordt gerepresenteerd door wat ze uitdrukten en wat ze naleefden. In het Oude Testament was het heel gewoon om Heer genoemd te worden. Iemand kon wat dan ook genoemd worden, maar zijn essentie en intrinsieke identiteit waren onveranderlijk. Zijn onder die valse Christussen, valse profeten en bedriegers niet ook mensen die “God” worden genoemd? En waarom zijn zij niet God? Omdat ze niet in staat zijn om het werk van God te doen. In de basis zijn zij menselijk, bedriegers van mensen, niet God en daarom hebben zij niet de identiteit van God. Werd David niet ook Heer genoemd door de twaalf stammen? Jezus werd ook Heer genoemd; waarom werd alleen Jezus de geïncarneerde God genoemd? Was Jeremia niet ook bekend als de Mensenzoon? En was Jezus niet bekend als de Mensenzoon? Waarom werd Jezus gekruisigd in naam van God? Is dat niet omdat Zijn essentie anders was? Is dat niet omdat Zijn werk anders was? Maakt een titel uit? Hoewel Jezus ook de Mensenzoon werd genoemd, was Hij de eerste incarnatie van God, Hij was gekomen om de macht te nemen en het werk van de verlossing te volbrengen. Dit bewijst dat de identiteit en essentie van Jezus anders waren dan die van anderen die ook Mensenzoon werden genoemd. Wie van jullie durft vandaag te zeggen dat alle woorden die zijn gesproken door hen die werden gebruikt door de Heilige Geest afkomstig waren van de Heilige Geest? Durft iemand zoiets te zeggen? Als je wel zoiets zegt, waarom is dan het boek met profetieën van Ezra weggedaan en waarom is hetzelfde gedaan met de boeken van die oude heiligen en profeten? Als ze allemaal afkomstig waren van de Heilige Geest, waarom durven jullie het dan om zulke wispelturige keuzes te maken? Ben jij gekwalificeerd om te kiezen wat het werk is van de Heilige Geest? Veel van de verhalen van Israël zijn ook weggedaan. Als je gelooft dat deze geschriften uit het verleden allemaal afkomstig zijn van de Heilige Geest, waarom zijn dan sommige boeken weggedaan? Als ze allemaal afkomstig waren van de Heilige Geest, hadden ze allemaal behouden moeten worden en naar de broeders en zusters van de kerken gestuurd om te lezen. Ze zouden niet gekozen of weggedaan moeten zijn volgens menselijke willekeur; het is verkeerd om dat te doen. Als je zegt dat de ervaringen van Paulus en Johannes vermengd waren met hun persoonlijke inzichten, betekent dat niet dat hun persoonlijke ervaringen en kennis afkomstig was van Satan, maar alleen dat ze dingen hadden die afkomstig waren van hun persoonlijke ervaringen en inzichten. Hun kennis kwam overeen met de achtergrond van hun daadwerkelijke ervaringen in die tijd en wie zou met zekerheid kunnen zeggen dat dat allemaal afkomstig was van de Heilige Geest? Als de vier evangeliën allemaal afkomstig waren van de Heilige Geest, waarom hebben Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes dan allemaal iets anders gezegd over het werk van Jezus? Als jullie dit niet geloven, kijk dan eens naar de verhalen in de Bijbel over hoe Petrus de Heer drie keer loochende: ze zijn allemaal verschillend en ze hebben allemaal hun eigen karakteristieken. Velen die onwetend zijn zeggen: “De vleesgeworden God is ook een mens; kunnen dan de woorden die Hij spreekt volledig afkomstig zijn van de Heilige Geest? Als de woorden van Paulus en Johannes vermengd waren met de menselijke wil, zijn de woorden die Hij spreekt dan werkelijk niet vermengd met de menselijke wil?” Mensen die zulke dingen zeggen zijn blind en onwetend! Lees de vier evangeliën zorgvuldig; Lees wat zij vastlegden over de dingen die Jezus deed en de woorden die Hij sprak. Elk verhaal is, simpel gezegd, verschillend en elk heeft zijn eigen perspectief. Als wat door de auteurs van deze verhalen is geschreven allemaal afkomstig was van de Heilige Geest, zou het allemaal hetzelfde en consistent moeten zijn. Waarom zijn er dan discrepanties? Is het niet heel dwaas van de mens om dit niet te kunnen zien? Als je gevraagd wordt om te getuigen van God, wat voor getuigenis kun je dan geven? Kan zo’n manier van God kennen van Hem getuigen? Als anderen je vragen: “Als de verslagen van Johannes en Lucas vermengd zijn met de menselijke wil, zijn dan niet de woorden die door jullie God zijn gesproken ook vermengd met de menselijke wil?”, zou je dan een duidelijk antwoord kunnen geven? Nadat Lucas en Matteüs de woorden van Jezus hadden gehoord en het werk van Jezus hadden gezien, spraken ze vanuit hun eigen kennis in de vorm van herinneringen waarmee ze sommige feiten beschreven van het werk dat door Jezus was gedaan. Kun je zeggen dat hun kennis volledig was onthuld door de Heilige Geest? Buiten de Bijbel waren er veel spirituele personen met meer kennis dan zij, dus waarom werden hun woorden niet opgepikt door latere generaties? Zijn zij niet ook gebruikt door de Heilige Geest? Weet dat ik in het werk van vandaag niet spreek vanuit mijn eigen inzichten die gebaseerd zijn op het fundament van het werk van Jezus. Ook spreek ik niet mijn eigen kennis uit tegen de achtergrond van het werk van Jezus. Welk werk deed Jezus in die tijd? En welk werk doe ik nu? Wat ik doe en zeg is zonder precedent. Het pad waarop ik nu ga is nooit eerder betreden, er is niet op gelopen door de mensen van vorige generaties en tijden. Vandaag is dat pad uitgebracht, en is dat niet het werk van de Geest? Ook al was het het werk van de Heilige Geest, de leiders uit het verleden hebben allemaal hun werk uitgevoerd op het fundament van anderen; Het werk van God Zelf is echter anders. Het stadium van het werk van Jezus was hetzelfde: Hij heeft een nieuwe weg ontsloten. Toen Hij kwam, predikte Hij het evangelie van koninkrijk der hemelen en zei dat de mensen zich moesten bekeren en berouw tonen. Nadat Jezus Zijn werk had volbracht, gingen Petrus en Paulus en anderen door met het werk van Jezus. Nadat Jezus aan het kruis was geslagen en ten hemel opgestegen, zijn zij door de Geest gestuurd om de weg van het kruis te verspreiden. De woorden van Paulus waren weliswaar verheven, maar ze waren ook gebaseerd op het fundament dat was gelegd door wat Jezus had gezegd, zoals geduld, liefde, lijden, het bedekken van het hoofd, doop en andere leerstellingen om te volgen. Dat was allemaal gesproken op het fundament van de woorden van Jezus. Zij waren niet in staat om een nieuwe weg te openen omdat ze allemaal mannen waren die gebruikt werden door God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over titels en identiteit

Dagelijkse woorden van God  Fragment 164

De uitspraken en het werk van Jezus waren in die tijd niet volgens de leer en Hij voerde Zijn werk niet uit volgens het werk van de wet van het Oude Testament. Het werd uitgevoerd volgens het werk dat gedaan moest worden in het Tijdperk van Genade. Hij werkte volgens het werk dat Hij had voortgebracht, volgens Zijn eigen plan en volgens Zijn bediening. Hij werkte niet in overeenstemming met de wet van het Oude Testament. Niets wat Hij deed was in overeenstemming met de wet van het Oude Testament en Hij is niet gekomen om te werken om de woorden van de profeten te vervullen. Elk stadium van Gods werk was niet speciaal uitgevoerd om de voorspellingen van de oude profeten te vervullen en Hij is niet gekomen om Zich te houden aan de leer of bewust de voorspellingen van de oude profeten uit te voeren. Maar Zijn daden verstoorden de voorspelling van de oude profeten ook niet en ze verstoorden ook niet het werk dat Hij eerder had gedaan. Het meest in het oog springende punt van Zijn werk was dat Hij Zich niet hield aan een leer en in plaats daarvan het werk deed dat Hij Zelf moest doen. Hij was geen profeet of ziener, maar een doener, die daadwerkelijk was gekomen om het werk te doen dat Hij moest doen, en Hij kwam om Zijn nieuwe tijdperk uit te brengen en Zijn nieuwe werk te doen. Natuurlijk vervulde Jezus toen Hij Zijn werk kwam doen, ook veel van de woorden die door de oude profeten waren gesproken in het Oude Testament. Zo heeft het werk van vandaag ook voorspellingen van de oude profeten van het Oude Testament laten uitkomen. Het is alleen dat ik die ‘oude almanak’ niet omhoog houd, dat is alles. Omdat er meer werk is dat ik moet doen, er zijn meer woorden die ik tot jullie moet spreken en dit werk en deze woorden zijn veel belangrijker dan het verklaren van passages uit de Bijbel. Want zulk werk heeft geen echte betekenis of waarde voor jullie en kan jullie niet helpen of veranderen. Ik wil het nieuwe werk niet doen omwille van het vervullen van een passage uit de Bijbel. Als God alleen op aarde is gekomen om de woorden van de oude profeten van de Bijbel in vervulling te laten gaan, wie is dan groter, de geïncarneerde God of die oude profeten? Tenslotte, hebben de profeten het voor het zeggen over God, of heeft God het voor het zeggen over de profeten? Hoe verklaar je die woorden?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over titels en identiteit

Dagelijkse woorden van God  Fragment 165

Elke stap van Gods werk volgt één en dezelfde stroom. Daarom wordt in Gods managementplan van zesduizend jaar elke stap direct gevolgd door de volgende, vanaf de grondvesting der aarde tot op de dag van vandaag. Als er niemand was geweest om de weg te bereiden, zou er ook niemand achteraan hebben kunnen komen, want er zijn mensen die er achteraan komen en er zijn mensen die de weg bereiden. Op die manier is het werk doorgegeven, stap voor stap. Éen stap volgt op de vorige en zonder iemand om de weg te openen, zou het onmogelijk zijn om het werk te beginnen en zou God geen middelen hebben om Zijn werk verder te brengen. Geen stap gaat tegen een andere in en elke stap volgt op de vorige in volgorde om zo een stroom te vormen; dit wordt allemaal gedaan door dezelfde Geest. Maar ongeacht of iemand de weg opent of doorgaat met het werk van een ander, bepaalt dit niet hun identiteit. Is dat niet juist? Johannes opende de weg en Jezus ging door met zijn werk. Bewijst dat dus dat de identiteit van Jezus lager is dan die van Johannes? Jehova voerde Zijn werk uit vóór Jezus, kun je daarom zeggen dat Jehova groter is dan Jezus? Of ze de weg bereidden of met het werk van anderen door gingen is niet belangrijk; wat het meest belangrijk is, is de aard van hun werk en de identiteit die het representeert. Is dat niet juist? Omdat God wilde werken onder de mensen, moest Hij iemand doen opstaan die het werk kon doen van het bereiden van de weg. Toen Johannes net was begonnen met prediken, zei hij: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden.” “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!” Zo sprak hij vanaf het allereerste begin en waarom kon hij deze woorden zeggen? Wat de volgorde betreft waarin deze woorden zijn gezegd, was het Johannes die als eerste de goede boodschap bracht van het koninkrijk van de hemel en Jezus die daar later over sprak. Volgens de opvattingen van mensen was het Johannes die het nieuwe pad opende en was Johannes dus natuurlijk groter dan Jezus. Maar Johannes zei niet dat hij de Christus was en God getuigde niet van hem als de geliefde Zoon van God, maar gebruikte hem slechts om de weg te openen en de weg te bereiden voor de Heer. Hij bereidde de weg voor Jezus, maar hij kon niet werken namens Jezus. Al het werk van de mensen wordt ook in stand gehouden door de Heilige Geest.

In het tijdperk van het Oude Testament was het Jehova die de weg wees en het werk van Jehova representeerde het hele tijdperk van het Oude Testament en al het werk dat in Israël is gedaan. Mozes deed niet meer dan dit werk op aarde te steunen en zijn inspanningen worden beschouwd als de medewerking verleend door mensen. In die tijd was het Jehova die sprak en Mozes opriep en Hij liet Mozes opstaan uit het volk van Israël en liet hem het volk de wildernis in leiden en op weg naar Kanaän. Dit was niet het werk van Mozes zelf, maar het werk dat persoonlijk geleid werd door Jehova. Mozes kan dus niet God genoemd worden. Mozes heeft ook de wet gegeven, maar deze wet is persoonlijk uitgevaardigd door Jehova. Het was gewoon zo, dat Hij Mozes deze heeft laten uitspreken. Jezus gaf ook geboden en schafte de wet van het Oude Testament af en gaf geboden voor het nieuwe tijdperk. Waarom is Jezus God Zelf? Omdat dit niet dezelfde dingen zijn. In die tijd representeerde het werk dat door Mozes werd gedaan niet dat tijdperk en opende het ook niet een nieuwe weg. Hij was iemand die vooruit was gestuurd door Jehova en slechts iemand die werd gebruikt door God. Toen Jezus kwam, had Johannes het werk van het bereiden van de weg al gedaan en was begonnen met het verspreiden van het evangelie van het koninkrijk van de hemel (de Heilige Geest was hiermee begonnen). Toen Jezus kwam, deed Hij meteen Zijn eigen werk, maar er was een groot verschil tussen Zijn werk en het werk van Mozes. Jesaja heeft ook vele profetieën uitgesproken, maar waarom was hij niet God Zelf? Jezus heeft niet zo veel profetieën uitgesproken, maar waarom was Hij God Zelf? Niemand durfde te zeggen dat het werk van Jezus in die tijd allemaal afkomstig was van de Heilige Geest, noch durfden ze te zeggen dat het allemaal kwam door de wil van de mens, of dat het helemaal het werk van God Zelf was. De mens had niet de middelen om deze dingen te analyseren. Het kan gezegd worden dat Jesaja zulk werk deed en zulke profetieën sprak en dat die allemaal afkomstig waren van de Heilige Geest. Ze waren niet rechtstreeks afkomstig van Jesaja zelf, maar waren openbaringen van Jehova. Jezus heeft niet een grote hoeveelheid werk gedaan, niet veel woorden gezegd en niet veel profetieën uitgesproken. Voor de mensen leek Zijn prediking niet bijzonder verheven en toch was Hij God Zelf en dat is onverklaarbaar voor mensen. Niemand heeft ooit geloofd in Johannes of Jesaja of David, noch heeft iemand hen ooit God genoemd, of David de God, of Johannes de God. Niemand heeft ooit zo gesproken en alleen Jezus is ooit Christus genoemd. Deze classificatie is gemaakt volgens het getuigenis van God, het werk dat Hij op zich nam en de bediening dat Hij vervulde. Wat de grote mannen van de Bijbel betreft – Abraham, David, Jozua, Daniël, Jesaja, Johannes en Jezus – kun je aan het werk dat ze deden aflezen wie God Zelf is en welke mensen profeten zijn en wie apostelen. Wie gebruikt werd door God en wie God Zelf was, wordt onderscheiden en bepaald door de essentie en het soort van werk dat ze deden. Als je niet in staat bent om het verschil te zien, bewijst dat dat je niet weet wat het betekent om in God te geloven. Jezus is God omdat Hij zo veel woorden sprak en zo veel werk deed, vooral in het laten zien van de vele wonderen. Op dezelfde manier deed ook Johannes veel werk en sprak veel woorden, evenals Mozes. Waarom werden zij niet God genoemd? Adam werd rechtstreeks geschapen door God. Waarom werd hij niet God genoemd, in plaats van slechts een schepsel? Als iemand tegen je zegt: “Vandaag heeft God zo veel werk gedaan en zo veel woorden gesproken; Hij is God Zelf. Daarom, omdat Mozes zo veel woorden heeft gesproken, moet hij ook God Zelf zijn geweest!”, dan zou je op jouw beurt moeten vragen: “Waarom getuigde God in die tijd van Jezus en niet Johannes, als God Zelf? Kwam Johannes niet vóór Jezus? Wat was groter, het werk van Johannes of dat van Jezus? Voor mensen lijkt het alsof Johannes’ werk groter was dan Jezus’, maar waarom getuigde de Heilige Geest van Jezus en niet van Johannes?” Hetzelfde gebeurt vandaag! In die tijd, toen Mozes het volk van Israël leidde, sprak Jehova tot hem vanuit de wolken. Mozes sprak niet rechtstreeks met Hem, maar werd wel rechtstreeks geleid door Jehova. Dat was het werk van het Israël van het Oude Testament. In Mozes was er geen sprake van de Geest en evenmin van Gods wezen. Hij kon dat werk niet doen en daarom is er een groot verschil tussen het werk dat door hem is gedaan en het werk dat door Jezus is gedaan. Dat is omdat het werk dat zij deden verschillend was! Of iemand wordt gebruikt door God of een profeet is, of een apostel of God Zelf, kan onderscheiden worden door de aard van zijn werk en dat zal een einde maken aan je twijfel. In de Bijbel staat geschreven dat alleen het Lam de zeven zegels kan openen. De eeuwen door zijn er veel verklaarders van de schriften geweest onder die grote figuren, kun je daarom zeggen dat zij allemaal het Lam waren? Kun je zeggen dat hun verklaringen allemaal afkomstig waren van God? Zij zijn slechts verklaarders; ze hebben niet de identiteit van het Lam. Hoe zouden zij waardig kunnen zijn de zeven zegels te openen? Het is waar dat “alleen het Lam de zeven zegels kan openen”, maar Hij komt niet alleen om de zeven zegels te openen. Er is geen noodzaak voor dit werk, het gebeurt terloops. Hij is volkomen duidelijk over Zijn eigen werk. Is het nodig dat Hij zo veel tijd besteedt aan het uitleggen van de Schriften? Moet ‘het tijdperk waarin het Lam de Schriften uitlegt’ toegevoegd worden aan het werk van zesduizend jaar? Hij komt om nieuw werk te doen, maar Hij geeft ook enkele openbaringen over het werk van voorbije tijden en laat mensen zo de waarheid over zesduizend jaar werk begrijpen. Het is niet nodig om al te veel passages van de Bijbel te verklaren; waar het om gaat is het werk van vandaag, dat is belangrijk. Je moet weten dat God niet speciaal is gekomen om de zeven zegels te verbreken, maar om het werk van de redding te doen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over titels en identiteit

Dagelijkse woorden van God  Fragment 166

In het Tijdperk van Genade bereidde Johannes de weg voor Jezus. Johannes kon niet het werk van God Zelf doen maar vervulde slechts de taak van een mens. Johannes was wel de voorloper van de Heer, maar hij kon God niet vertegenwoordigen; hij was slechts een mens die door de Heilige Geest werd gebruikt. Nadat Jezus was gedoopt, daalde de Heilige Geest als een duif op Hem neer. Hij begon toen Zijn werk, dat wil zeggen: Hij begon aan de bediening van Christus. Daarom nam Hij de identiteit van God aan, want Hij kwam van God. Hoe Zijn geloof hiervoor ook was – soms zwak misschien, of soms sterk – dat hoorde allemaal bij het normale mensenleven dat Hij leidde vóór Zijn bediening. Na Zijn doop (dat wil zeggen zalving), rustten de macht en de glorie van God meteen op Hem, en zo begon Hij aan Zijn bediening. Hij kon tekenen en wonderen verrichten, en Hij had macht en gezag, want Hij werkte direct namens God Zelf; Hij deed het werk van de Geest in Zijn plaats en verwoordde de stem van de Geest. Daarom was Hij God Zelf; dit staat buiten kijf. Johannes was iemand die werd gebruikt door de Heilige Geest. Hij kon God niet vertegenwoordigen en het was voor hem ook niet mogelijk om God te vertegenwoordigen. Had hij dat willen doen, dan zou de Heilige Geest dat niet hebben toegestaan, want hij kon het werk niet doen dat God Zelf tot stand wilde brengen. Misschien was er veel in hem dat naar de wil van de mens was, of iets wat afweek; hij kon God nooit rechtstreeks vertegenwoordigen. Zijn fouten en zijn ongerijmdheid vertegenwoordigden alleen hemzelf, maar zijn werk vertegenwoordigde de Heilige Geest. Toch kun je niet zeggen dat hij in alles God vertegenwoordigde. Konden zijn afwijking en tekortkomingen God eveneens vertegenwoordigen? Fouten maken in het vertegenwoordigen van een mens is normaal, maar als iemand afwijkt in het vertegenwoordigen van God, zou dat God dan niet onteren? Zou dat geen godslastering tegen de Heilige Geest zijn? De Heilige Geest laat niet zomaar toe dat iemand de plaats van God inneemt, zelfs niet als hij door anderen wordt bejubeld. Als hij God niet is, zou hij op het einde niet standvastig kunnen blijven. De Heilige Geest laat niet toe dat een mens God naar eigen goeddunken vertegenwoordigt! Zo was het de Heilige Geest die tot Johannes getuigde en was het ook de Heilige Geest die hem openbaarde dat hij de weg voor Jezus moest bereiden, maar het werk van de Heilige Geest op hem was goed afgebakend. Alles wat Johannes moest doen, was de wegbereider zijn voor Jezus, om de weg voor Hem te bereiden. Dat wil zeggen: de Heilige Geest stond hem alleen bij in zijn werk om de weg te bereiden en stond hem alleen toe dat werk te doen – ander werk werd hem niet toegestaan. Johannes vertegenwoordigde Elia en hij vertegenwoordigde een profeet die de weg bereidde. De Heilige Geest stond hem daarin bij; zolang zijn werk het bereiden van de weg was, stond de Heilige Geest hem bij. Als hij echter had beweerd dat hij God Zelf was en gezegd dat hij was gekomen om het verlossingswerk te volbrengen, zou de Heilige Geest hem moeten bestraffen. Hoe belangrijk het werk van Johannes ook was, en ook al werd het door de Heilige Geest gesteund, zijn werk was wel afgebakend. De Heilige Geest verleende Zijn steun weliswaar aan zijn werk, maar de macht die hem toen gegeven werd, beperkte zich tot het bereiden van de weg. Hij kon geen enkel ander werk doen, want hij was slechts Johannes die de weg bereidde, niet Jezus. Het getuigenis van de Heilige Geest is dan ook belangrijk, maar het werk dat de Heilige Geest de mens toestaat om te doen, is nog crucialer. Had Johannes destijds geen onmiskenbaar getuigenis ontvangen? Was zijn werk ook niet geweldig? Maar het werk dat hij deed, kon dat van Jezus niet overtreffen, want hij was slechts een man die door de Heilige Geest werd gebruikt en kon God niet rechtstreeks vertegenwoordigen, dus was het werk dat hij deed afgebakend. Nadat hij het werk had voltooid om de weg te bereiden, heeft de Heilige Geest zijn getuigenis niet langer gesteund, er volgde geen nieuw werk voor hem en hij verdween toen het werk van God Zelf begon.

Sommigen zijn bezeten door een boze geest en roepen luidruchtig uit: “Ik ben God!” Toch worden ze uiteindelijk onthuld, want ze zitten fout in wat ze vertegenwoordigen. Ze vertegenwoordigen Satan en de Heilige Geest slaat geen acht op hen. Hoe hoog je jezelf ook verheft of hoe krachtig je ook roept, je blijft een schepsel en iemand die Satan toebehoort. Ik roep nooit uit: “Ik ben God, ik ben de geliefde Zoon van God!” Maar het werk dat ik doe, is Gods werk. Moet ik schreeuwen? Er is geen reden tot zelfverheffing. God doet Zijn eigen werk Zelf en heeft de mens niet nodig om Hem een status te verlenen of Hem een eretitel te geven: Zijn werk vertegenwoordigt Zijn identiteit en status. Was Jezus vóór Zijn doop niet God Zelf? Was Hij niet het geïncarneerde vlees van God? Je kunt toch zeker niet zeggen dat Hij pas na het verkrijgen van een getuigenis de enige Zoon van God werd? Was er lang voordat Hij Zijn werk begon niet al een man die Jezus heette? Jij kunt geen nieuwe paden voortbrengen of de Geest vertegenwoordigen. Jij kunt het werk van de Geest of de woorden die Hij spreekt niet uiten. Jij kunt het werk van God Zelf niet doen en dat van de Geest kun je niet doen. De wijsheid, het wonder en de onvoorstelbaarheid van God, plus de totale gezindheid waarmee God de mens tuchtigt – al diegenen die jij met geen mogelijkheid kunt uitdrukken. Daarom zou het zinloos zijn als je zou proberen te beweren dat je God bent; je zou dan alleen de naam maar niets van de inhoud hebben. God is Zelf gekomen, maar niemand herkent Hem, toch blijft Hij Zijn werk doen en vertegenwoordigt Hij daarbij de Geest. Of je Hem nu mens of God, de Heer of Christus noemt, of Haar zuster noemt, dat maakt niet uit. Maar het werk dat Hij doet, is dat van de Geest en vertegenwoordigt het werk van God Zelf. Het maakt Hem niet uit hoe mensen Hem noemen. Kan die naam Zijn werk bepalen? Hoe je Hem ook noemt, wat God aangaat is Hij het geïncarneerde vlees van de Geest van God; Hij vertegenwoordigt de Geest en wordt goed bevonden door de Geest. Als je geen ruimte kunt maken voor een nieuw tijdperk, een oud tijdperk niet kunt afsluiten, geen nieuw tijdperk kunt inluiden of nieuw werk kunt doen, kun je geen God genoemd worden!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 167

Zelfs iemand die door de Heilige Geest wordt gebruikt, kan God Zelf niet vertegenwoordigen. Dit wil niet alleen zeggen dat zo iemand God niet kan vertegenwoordigen, maar ook dat het werk dat hij doet God niet rechtstreeks kan vertegenwoordigen. Met andere woorden: de menselijke ervaring kan niet rechtstreeks binnen het management van God worden geplaatst en kan het management van God niet vertegenwoordigen. Het werk dat God Zelf doet, is geheel het werk dat Hij beoogt te doen in Zijn eigen managementplan en dat heeft betrekking op het grootse management. Het werk dat door de mens wordt verricht voorziet in hun persoonlijke ervaring. Het bestaat uit het zoeken naar een nieuw ervaringspad buiten de platgetreden paden, en het begeleiden van hun broeders en zusters terwijl ze door de Heilige Geest geleid worden. Deze mensen voorzien in hun persoonlijke ervaring of de geestelijke geschriften van geestelijke mensen. Hoewel deze mensen door de Heilige Geest worden gebruikt, heeft het werk dat ze doen niets te maken met het grote managementwerk in het plan van zesduizend jaar. Het zijn slechts die mensen die de Heilige Geest heeft doen opstaan in verschillende perioden om het volk in de stroom van de Heilige Geest te leiden, tot de taken aflopen die ze kunnen uitvoeren of tot hun leven erop zit. Het werk dat ze doen, is alleen om een geschikt pad te bereiden voor God Zelf of om een bepaald aspect van het management van God Zelf op aarde voort te zetten. Deze mensen zijn uit zichzelf niet in staat om het grotere werk van Zijn management te doen, evenmin kunnen ze nieuwe uitwegen openen en echt niemand van hen kan al Gods werk uit het voorgaande tijdperk afronden. Daarom vertegenwoordigt het werk dat ze doen slechts een schepsel dat zijn taak uitvoert en kan het niet God Zelf vertegenwoordigen die Zijn bediening ter hand neemt. Dit komt omdat het werk dat ze doen anders is dan wat God Zelf doet. Het werk om een nieuw tijdperk in te luiden, is niet iets wat de mens in Gods plaats kan doen. Dat kan niemand anders dan alleen God Zelf doen. Al het werk dat de mens doet, bestaat uit het uitvoeren van zijn taak als schepsel en wordt gedaan wanneer hij door de Heilige Geest wordt geraakt of verlicht. De leiding die deze mensen verschaffen, bestaat volledig uit het tonen van het pad van de praktijk aan de mens in het dagelijks leven en hoe hij dient te handelen in overeenstemming met Gods wil. Het werk van de mens behelst niet het management van God en vertegenwoordigt evenmin het werk van de Geest. Het werk van Witness Lee en Watchman Nee was bijvoorbeeld om voor te gaan op de weg. Of de weg nu nieuw of oud was, het werk was gericht op het principe om Bijbels te blijven. Of het nu was om de lokale kerk te herstellen of de lokale kerk op te bouwen, hun werk had te maken met het vestigen van kerken. Het werk dat ze deden, was een voortzetting van het werk dat Jezus en Zijn apostelen niet hadden afgemaakt of niet verder hadden ontwikkeld in het Tijdperk van Genade. Wat ze deden in hun werk was herstellen wat Jezus in Zijn werk destijds aan de generaties na Hem had gevraagd te doen, zoals hun hoofd bedekken, de doop ondergaan, brood breken of wijn drinken. Je kunt zeggen dat het hun werk was zich aan de Bijbel te houden en paden binnen de Bijbel te zoeken. Ze zetten geen nieuwe stappen voorwaarts. Men kan in hun werk dan ook alleen de ontdekking van nieuwe wegen in de Bijbel zien, alsmede betere en realistischere praktijken. Maar men kan in hun werk niet de huidige wil van God vinden en al helemaal niet het nieuwe werk dat God in de laatste dagen plant te doen. Het pad dat ze bewandelden was namelijk nog steeds een oud pad – er was geen vernieuwing en geen vooruitgang. Ze bleven zich vasthouden aan het feit van Jezus’ kruisiging, aan de praktijk om mensen tot bekering en het belijden van hun zonden aan te sporen, aan de gezegden dat wie tot het einde volhardt, gered zal worden, dat de man het hoofd van de vrouw is en de vrouw haar man moet gehoorzamen, en nog meer aan de traditionele opvatting dat zusters niet mogen prediken, maar alleen gehoorzamen. Als dergelijk leiderschap was blijven voortbestaan, zou de Heilige Geest nooit in staat zijn geweest om nieuw werk uit te voeren, om mensen van regels te bevrijden of om ze het domein van vrijheid en schoonheid binnen te leiden. Daarom vereist deze fase van het werk, waarmee het tijdperk verandert, dat God Zelf werkt en spreekt; geen mens kan dat anders in Zijn plaats doen. Tot dusver is al het werk van de Heilige Geest buiten deze stroom tot stilstand gekomen en zijn mensen die door de Heilige Geest werden gebruikt de kluts kwijtgeraakt. Aangezien het werk van de mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt verschilt van het werk dat God Zelf doet, zijn hun identiteit en de personen ten behoeve van wie ze handelen eveneens verschillend. Het werk dat de Heilige Geest voor ogen heeft, is namelijk anders, daarom krijgen mensen die eveneens werk doen, verschillende identiteiten en statussen toegemeten. De mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt, kunnen ook wat nieuw werk doen en wat werk uit het voorgaande tijdperk elimineren, maar ze kunnen niet de gezindheid en de wil van God in het nieuwe tijdperk verwoorden. Ze werken alleen om het werk van het voorgaande tijdperk af te danken en niet om het nieuwe werk te doen met het doel de gezindheid van God Zelf rechtstreeks te vertegenwoordigen. Dus, hoeveel achterhaalde praktijken ze ook afschaffen of hoeveel nieuwe praktijken ze ook introduceren, ze vertegenwoordigen nog steeds de mens en schepselen. Wanneer God Zelf echter werk uitvoert, verklaart Hij niet openlijk de afschaffing van de praktijken van het oude tijdperk of kondigt Hij het begin van een nieuw tijdperk niet rechtstreeks aan. Hij is direct en duidelijk in Zijn werk. Hij is openhartig in de uitvoering van het werk dat Hij van plan is te doen; dat wil zeggen: Hij brengt het werk dat Hij teweeg heeft gebracht direct tot uiting, doet direct Zijn oorspronkelijk beoogde werk, waardoor Hij Zijn wezen en gezindheid laat zien. In de ogen van de mens verschillen Zijn gezindheid en daarmee ook Zijn werk van die in voorbije tijdperken. Maar vanuit Gods eigen perspectief is dit slechts een voortzetting en verdere ontwikkeling van Zijn werk. Wanneer God Zelf werkt, uit Hij Zijn woord en begint Hij het nieuwe werk direct. Wanneer de mens werkt, daarentegen, is het na overdenking en studie, of is het een voortvloeisel van kennis en systematisering van praktijken op basis van het werk van anderen. Dat wil zeggen: de essentie van het werk dat de mens doet, is het volgen van een gevestigde orde en “oude paden bewandelen in nieuwe schoenen”. Dit betekent dat zelfs het pad dat de mensen bewandelen die door de Heilige Geest worden gebruikt, is gebaseerd op het pad dat God Zelf in het leven heeft geroepen. De conclusie is dus: de mens blijft mens en God blijft God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 168

Johannes werd geboren volgens een belofte, zoals Izaäk werd geboren als zoon van Abraham. Hij bereidde de weg voor Jezus en deed veel werk, maar hij was God niet. Hij was veeleer een van de profeten, want hij bereidde slechts de weg voor Jezus. Johannes’ werk was ook belangrijk: Jezus begon Zijn werk immers pas officieel nadat hij de weg had bereid. In essentie arbeidde hij gewoon voor Jezus en stond het werk dat hij deed in dienst van het werk van Jezus. Nadat hij de weg had bereid, begon Jezus Zijn werk, werk dat nieuwer, concreter en gedetailleerder was. Johannes deed slechts het eerste deel van het werk; Jezus deed het grootste deel van het nieuwe werk. Johannes deed ook wel nieuw werk, maar hij luidde niet een nieuw tijdperk in. Johannes werd geboren volgens een belofte en zijn naam werd door de engel gegeven. Sommigen wilden hem destijds naar zijn vader Zacharia noemen, maar zijn moeder sprak zich uit: “Dit kind kan die naam niet krijgen. Hij moet Johannes heten.” Dit was allemaal in opdracht van de Heilige Geest. Jezus kreeg Zijn naam ook in opdracht van de Heilige Geest, Hij werd geboren uit de Heilige Geest en werd beloofd door de Heilige Geest. Jezus was God, Christus en de Zoon des mensen. Maar het werk van Johannes was ook belangrijk, waarom werd hij dan niet God genoemd? Wat was het verschil tussen het werk dat Jezus deed en het werk dat Johannes deed? Was de enige reden dat Johannes de weg voor Jezus bereidde? Of omdat dit door God was voorbestemd? Hoewel Johannes ook zei: “Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!” en hij eveneens het evangelie van het koninkrijk van de hemel predikte, ontwikkelde zijn werk zich niet verder en vormde het slechts een begin. Jezus, daarentegen, luidde een nieuw tijdperk in en sloot het oude tijdperk af, maar Hij vervulde tevens de wet van het Oude Testament. Het werk dat Hij deed, was groter dan dat van Johannes en bovendien kwam Hij om de hele mensheid te verlossen – Hij volbracht die fase van het werk. Johannes bereidde slechts de weg. Hoewel zijn werk belangrijk was, zijn woorden veel waren en de discipelen die hem volgden talrijk, bracht zijn werk de mensen alleen een nieuw begin. Mensen kregen van hem nooit leven, de weg of diepere waarheden, evenmin kregen mensen door hem inzicht in de wil van God. Johannes van een groot profeet (Elia) die baanbrekend werk deed voor Jezus’ werk en de uitverkorenen voorbereidde; hij was de voorloper van het Tijdperk van Genade. Dergelijk zaken zijn niet zomaar te onderscheiden aan hun normale menselijke verschijningen. Dit geldt nog meer van toepassing aangezien Johannes’ werk best aanzienlijk was en hij bovendien door de Heilige Geest beloofd was en door de Heilige Geest werd gesteund. Gezien dit feit kan men alleen door het werk dat ze doen onderscheid maken tussen hun respectieve identiteit, want men kan iemands wezen niet aflezen aan zijn uiterlijke verschijning, noch kan de mens vaststellen wat het getuigenis van de Heilige Geest is. Het werk dat Johannes deed en het werk dat Jezus deed, waren niet hetzelfde en waren van verschillende aard. Hieruit kan men opmaken of Johannes al dan niet God was. Het werk van Jezus was initiëren, voortgaan, afronden en tot bloei brengen. Hij voerde deze stappen allemaal uit, terwijl het werk van Johannes slechts een begin maakte. In het begin verspreidde Jezus het evangelie en predikte Hij de weg van bekering, daarna doopte Hij mensen, genas Hij de zieken en wierp Hij demonen uit. Uiteindelijk verloste Hij de mensheid van zonde en voltooide Hij Zijn werk voor het hele tijdperk. Hij trok ook in elke plaats rond, predikte daarbij tot de mensen en verspreidde het evangelie van het koninkrijk van de hemel. In dit opzicht leken Hij en Johannes op elkaar, met het verschil dat Jezus een nieuw tijdperk inluidde en het Tijdperk van Genade voor de mens introduceerde. Uit Zijn mond kwam het woord over wat de mens in praktijk moest doen en de weg die de mens diende te volgen in het Tijdperk van Genade, en uiteindelijk volbracht Hij het verlossingswerk. Johannes had dit werk nooit kunnen uitvoeren. En dus was het Jezus die het werk van God Zelf deed, is Hij het die God Zelf is en Hij vertegenwoordigt God rechtstreeks. De opvattingen van de mens zeggen dat allen die volgens een belofte geboren worden, uit de Geest geboren worden, door de Heilige Geest worden gesteund en nieuwe wegen openen God zijn. Volgens deze redenering zou Johannes ook God zijn, en Mozes, Abraham en David …, ook zij zouden allemaal God zijn. Is dit geen volmaakt lachertje?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 169

Sommigen vragen zich misschien af: waarom moet het tijdperk door God Zelf worden ingeluid? Kan een schepsel Zijn plaats niet innemen? Jullie zijn allemaal op de hoogte dat God vlees wordt met het uitdrukkelijke doel om een nieuw tijdperk in te luiden en uiteraard sluit Hij bij het inluiden van een nieuw tijdperk het voorgaande tijdperk meteen af. God is het begin en het einde; Hij zet Zijn werk Zelf in beweging en dus moet Hij ook Zelf het voorgaande tijdperk afsluiten. Dat is het bewijs van Zijn overwinning op Satan en Zijn overwinning op de wereld. Telkens wanneer Hij Zelf onder de mensen werkt, is dat het begin van een nieuwe strijd. Zonder het begin van nieuw werk zou het oude werk uiteraard niet ten einde lopen. En wanneer het oude werk niet wordt afgerond, is dat bewijs dat de strijd met Satan nog voleindigd moet worden. Alleen als God Zelf komt en nieuw werk onder de mensen uitvoert, kan de mens zich volledig uit de greep van Satan losrukken en een nieuw leven en nieuw begin krijgen. Anders zal de mens voor altijd in het oude tijdperk leven en voor altijd onder de oude invloed van Satan leven. Met elk tijdperk onder leiding van God wordt een deel van de mensheid verlost en zo gaat de mens voort samen met het werk van God naar het nieuwe tijdperk. De overwinning van God betekent een overwinning voor allen die Hem volgen. Als het geschapen mensenras de opdracht kreeg om het tijdperk af te sluiten, zou dit vanuit het gezichtspunt van de mens of van Satan niet meer zijn dan een daad van opstand of verraad tegen God, niet een daad van gehoorzaamheid aan God, en zou het werk van de mens een hulpmiddel worden voor Satan. Alleen als de mens God gehoorzaamt en volgt in een tijdperk dat God Zelf heeft ingeluid, kan Satan volledig overtuigd worden, want dat is de plicht van een schepsel. Daarom zeg ik dat jullie alleen hoeven te volgen en te gehoorzamen, meer wordt er van jullie niet vereist. Dit betekent het dat ieder zich van zijn taak kwijt en ieder zijn respectieve functie uitoefent. God doet Zijn eigen werk en heeft geen mensen nodig om dat in Zijn plaats te doen, evenmin neemt Hij deel aan het werk van schepsels. De mens vervult zijn eigen plicht en neemt niet deel aan het werk van God. Alleen dit is gehoorzaamheid en bewijs van Satans nederlaag. Nadat God het nieuwe tijdperk Zelf heeft ingeluid, daalt Hij niet meer neer om Zelf onder de mensen te werken. Pas dan betreedt de mens het nieuwe tijdperk officieel om zijn plicht te vervullen en zijn opdracht als schepsel uit te voeren. Dit zijn de principes volgens welke God werkt en die niemand mag overtreden. Alleen werken op deze manier is zinvol en redelijk. Het werk van God moet door God Zelf worden gedaan. Hij zet Zijn werk in beweging en Hij voleindigt Zijn werk. Hij plant het werk en Hij bestuurt het, en bovendien brengt Hij het werk tot bloei. Zoals in de Bijbel staat: “Ik ben het Begin en het Einde; ik ben de Zaaier en de Maaier.” Alles wat met het werk van Zijn management te maken heeft, doet God Zelf. Hij heerst over het managementplan van zesduizend jaar; niemand kan Zijn werk in Zijn plaats doen en niemand kan Zijn werk voltooien, want Hij houdt alles in Zijn hand. Hij heeft de wereld geschapen en zal de hele wereld leiden om in Zijn licht te leven. Hij zal ook het hele tijdperk afsluiten en Zijn hele plan zo tot bloei brengen!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 170

Het geheel van Gods gezindheid is geopenbaard in de loop van het zesduizendjarige managementplan. Het is niet alleen geopenbaard in het Tijdperk van Genade, noch alleen in het Tijdperk van de Wet en zelfs nog minder alleen in deze periode van de laatste dagen. Het werk van de laatste dagen vertegenwoordigt oordeel, toorn en tuchtiging. Het werk dat in de laatste dagen wordt verricht is geen vervanging voor het werk van het Tijdperk van de Wet of voor het Tijdperk van Genade. De drie werkfases vormen echter samen één entiteit en ze zijn allemaal het werk van één God. De uitvoering van dit werk is vanzelfsprekend verdeeld in afzonderlijke tijdperken. Het werk dat in de laatste dagen wordt verricht brengt alles tot een einde; het werk dat in het Tijdperk van de Wet wordt verricht was het werk van de aanvang; en het werk in het Tijdperk van Genade was het werk van verlossing. Wat betreft de visies van het werk van dit gehele zesduizendjarige managementplan is niemand in staat om inzicht of begrip te verwerven en blijven deze visies raadsels. In de laatste dagen wordt alleen het werk van het woord verricht om het Tijdperk van het Koninkrijk aan te kondigen, maar het is niet representatief voor alle tijdperken. De laatste dagen zijn niet meer dan de laatste dagen en niet meer dan het Tijdperk van het Koninkrijk, en die vertegenwoordigen niet het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet. Het is eenvoudigweg gedurende de laatste dagen dat al het werk van het zesduizendjarige managementplan aan jullie geopenbaard wordt. Dit is de onthulling van het mysterie. Dit is het soort mysterie dat door geen mens kan worden onthuld. Ongeacht hoe groot het inzicht van de mens in de Bijbel ook is, het blijven alleen maar woorden, want de mens begrijpt de essentie van de Bijbel niet. Door het lezen van de Bijbel kan de mens wellicht enkele waarheden bevatten, een aantal woorden uitleggen of enkele beroemde passages en hoofdstukken onderwerpen aan zijn bekrompen onderzoek, maar hij zal de betekenis die in deze woorden gelegen is nooit uit kunnen puzzelen, want al wat men ziet, zijn dode woorden, niet de taferelen van het werk van Jehova en Jezus. De mens kan het mysterie van dit werk op geen enkele manier ontrafelen. Het mysterie van het zesduizendjarige managementplan is dus het grootste mysterie, het diepst verborgen en geheel ondoorgrondelijk voor de mens. Niemand kan rechtstreeks de wil van God begrijpen, tenzij God die Zelf aan de mens uitlegt en openbaart. Anders blijven deze dingen voor altijd raadsels voor de mens en verzegelde mysteries. Die mensen uit de religieuze gemeenschap maken helemaal niets uit. Als het vandaag niet aan jullie was verteld, hadden jullie het ook niet begrepen. Dit werk van zesduizend jaar is raadselachtiger dan al de profetieën van de profeten. Het is het grootste mysterie vanaf de schepping tot aan het heden en niemand van de profeten door de eeuwen heen heeft het ooit kunnen doorgronden, want dit mysterie wordt pas in het laatste tijdperk onthuld en is nooit eerder geopenbaard. Als jullie dit mysterie kunnen bevatten en als jullie het in zijn geheel kunnen ontvangen, dan zullen alle religieuze mensen door dit mysterie verslagen worden. Alleen dit is de grootste van alle visies. De mens is er het meest op gespitst om dit te bevatten, maar het is tevens het meest onduidelijk voor hem. Toen jullie je in het Tijdperk van Genade bevonden, wisten jullie niet waar het door Jezus of Jehova verrichte werk over ging. Mensen begrijpen niet waarom Jehova wetten heeft ingesteld, waarom Hij de grote massa vroeg om zich aan de wetten te houden of waarom de tempel moest worden gebouwd. Nog minder begrepen de mensen waarom de Israëlieten uit Egypte werden geleid in de woestijn en daarna verder naar Kanaän. Deze kwesties werden tot aan deze dag niet geopenbaard.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (4)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 171

Niemand is in staat onafhankelijk te leven, behalve zij die speciale leiding en begeleiding krijgen van de Heilige Geest. Dat is omdat mensen de bediening en hoede van hen die door God worden gebruikt nodig hebben. Daarom laat God in ieder tijdperk mensen opstaan die zich naarstig inzetten voor het hoeden van de kerken omwille van Zijn werk. Dat betekent dat Gods werk moet worden uitgevoerd door hen aan wie Hij de voorkeur geeft en die Hij goedkeurt. De Heilige Geest moet dat deel van hen gebruiken dat het waard is om gebruikt te worden, zodat de Heilige Geest kan werken. En ze worden geschikt gemaakt voor het gebruik door God doordat zij worden vervolmaakt door de Heilige Geest. Omdat het vermogen van de mens om te begrijpen zo gebrekkig is, moet hij worden gehoed door hen die worden gebruikt door God. Dit gold ook voor het gebruiken van Mozes, in wie God destijds veel bruikbare dingen zag, die Hij ook gebruikte om Gods werk in die fase uit te voeren. In deze fase gebruikt God een mens, terwijl Hij tevens het deel benut dat door de Heilige Geest gebruikt kan worden om te werken. De Heilige Geest bestuurt die mens en vervolmaakt tegelijkertijd het overgebleven, onbruikbare gedeelte.

Het werk dat uitgevoerd wordt door degene die door God wordt gebruikt dient om bij te dragen aan het werk van Christus of de Heilige Geest. God heeft deze mens doen opstaan onder de mensen; hij is hier om alle uitverkorenen van God te leiden. God heeft hem ook op doen staan om het werk van de menselijke samenwerking uit te voeren. Met zo iemand, die het werk van de menselijke samenwerking kan uitvoeren, kunnen meer eisen van God aan de mens en het werk dat de Heilige Geest onder de mensen uit moet voeren via hem verwezenlijkt worden. Je kunt het ook zo zeggen: Gods doel bij het gebruiken van deze mens is dat alle mensen die God volgen Gods wil beter kunnen begrijpen en meer van Gods vereisten kunnen vervullen. Omdat de mensen niet in staat zijn om Gods woorden of Gods wil rechtstreeks te begrijpen, heeft God iemand doen opstaan, die wordt gebruikt om zulk werk uit te voeren. Deze persoon kan ook worden beschreven als een medium via wie God de mens begeleidt, als de ‘vertaler’ die als tolk optreedt tussen God en de mens. Zodoende is zo iemand niet als alle anderen die in Gods huishouden werken of die Zijn apostelen zijn. Net als zij is hij iemand van wie gezegd kan worden dat hij God dient. Maar in het wezen van zijn werk en in de onderliggende reden waarom hij gebruikt wordt door God, verschilt hij in grote mate van de andere werkers en apostelen. Wat betreft het wezen van zijn werk en de onderliggende reden waarom hij gebruikt wordt, doet God de mens die door Hem gebruikt wordt opstaan. Hij wordt door God voorbereid op Gods werk en doet mee aan het werk van God Zelf. Geen enkele persoon zou zijn werk ooit over kunnen nemen; dit is de menselijke samenwerking die naast het goddelijke werk onmisbaar is. Het werk dat uitgevoerd wordt door andere werkers of apostelen, is daarentegen slechts de overdracht en implementatie van de vele aspecten van de regelingen voor de kerken tijdens elke periode, of het werk van het eenvoudigweg geven van leven om het kerkleven in stand te houden. Deze werkers en apostelen zijn niet aangesteld door God, laat staan dat zij kunnen worden gezien als mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt. Ze worden gekozen uit de kerken en nadat ze training hebben ondergaan en gedurende een tijd gevormd zijn, mogen zij die geschikt zijn blijven. Degenen die ongeschikt zijn, worden teruggestuurd naar waar zij vandaan kwamen. Omdat deze mensen zijn gekozen uit de kerken, laten sommigen van hen hun ware aard zien wanneer zij leiders zijn geworden. Sommigen doen zelfs veel slechte dingen en worden uiteindelijk verstoten. De persoon die door God gebruikt wordt, is echter iemand die door God is voorbereid en die een zeker kaliber bezit en menselijkheid heeft. Hij is van tevoren voorbereid en volmaakt gemaakt door de Heilige Geest en hij wordt volledig geleid door de Heilige Geest. Met name waar het om zijn werk gaat, wordt hij geleid en geïnstrueerd door de Heilige Geest. Daardoor wijkt hij niet af van het pad van het leiden van Gods uitverkorenen, want God neemt zeker verantwoordelijkheid voor Zijn eigen werk en God doet altijd Zijn eigen werk.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Over het gebruik door God van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 172

Het werk in de stroom van de Heilige Geest, of het nu Gods eigen werk is of het werk van mensen die gebruikt worden, is het werk van de Heilige Geest. De essentie van God Zelf is de Geest, die de Heilige Geest of de zevenvoudig verhevigde Geest kan worden genoemd. Al met al zijn Zij de Geest van God, al heeft de Geest van God in verschillende tijdperken verschillende namen gekregen. Hun essentie is nog steeds een. Daarom is het werk van God Zelf het werk van de Heilige Geest, terwijl het werk van de vleesgeworden God niets minder is dan de Heilige Geest die aan het werk is. Het werk van mensen die gebruikt worden is ook het werk van de Heilige Geest. Maar toch is het werk van God de volledige uitdrukking van de Heilige Geest, wat absoluut waar is, terwijl het werk van mensen die gebruikt worden vermengd is met veel menselijke dingen en niet de rechtstreekse uitdrukking is van de Heilige Geest, laat staan Zijn volledige uitdrukking. Het werk van de Heilige Geest is gevarieerd en niet beperkt door enige voorwaarde. Het werk van de Heilige Geest varieert van mens tot mens; het geeft blijk van verschillende essenties en verschilt per tijdperk en land. Hoewel de Heilige Geest op veel verschillende manieren en volgens veel principes werkt, is zijn essentie natuurlijk altijd verschillend, hoe het werk ook wordt gedaan en aan welk soort mensen ook. Al het werk dat aan verschillende mensen wordt gedaan heeft zijn principes, en het kan allemaal de essentie van zijn voorwerpen vertegenwoordigen. Dit is omdat het werk van de Heilige Geest een heel specifieke omvang heeft en heel afgemeten is. Het werk dat in het geïncarneerde vlees wordt gedaan is niet hetzelfde als het werk dat aan mensen wordt verricht, en ook verschilt het werk op basis van het kaliber van de persoon aan wie het wordt verricht. Werk dat in het geïncarneerde vlees wordt gedaan wordt niet aan mensen verricht, en is niet hetzelfde werk als het werk dat aan mensen wordt verricht. Kortom: hoe het ook wordt gedaan, het werk dat aan verschillende voorwerpen wordt verricht is nooit hetzelfde, en de principes die Hij bij Zijn werk volgt verschillen op basis van de gesteldheid en aard van de verschillende mensen aan wie Hij werkt. De Heilige Geest werkt aan verschillende mensen op basis van hun intrinsieke essentie en stelt geen eisen aan hen die deze essentie ontstijgen, noch doet Hij werk aan hen dat hun intrinsieke kaliber ontstijgt. Het werk van de Heilige Geest aan de mens stelt mensen dus in staat om de essentie van het voorwerp van dat werk te zien. De intrinsieke essentie van de mens verandert niet; zijn intrinsieke kaliber is beperkt. De Heilige Geest gebruikt mensen of werkt aan hen op basis van de beperkingen van hun kaliber, zodat ze er voordeel van kunnen hebben. Wanneer de Heilige Geest werkt aan mensen die gebruikt worden, krijgen de talenten en het intrinsieke kaliber van die mensen de vrije loop in plaats van tegengehouden te worden. Hun intrinsieke kaliber spant zich in ten dienste van het werk. Men kan zeggen dat Hij de delen van mensen gebruikt die in Zijn werk kunnen worden gebruikt, om met dat werk resultaten te boeken. Werk dat in het geïncarneerde vlees wordt gedaan drukt daarentegen het werk van de Geest rechtstreeks uit en wordt niet verwaterd door de menselijke geest en gedachten. Noch de gaven van de mens, noch de ervaring van de mens, noch de aangeboren toestand van de mens kan dit bereiken. Al het veelvoudige werk van de Heilige Geest heeft als doel om de mens ten goede te komen en op te bouwen. Sommige mensen kunnen echter vervolmaakt worden, terwijl anderen de voorwaarden voor vervolmaking niet bezitten. Dat betekent dat zij niet vervolmaakt kunnen worden en nauwelijks gered kunnen worden, en hoewel ze misschien het werk van de Heilige Geest hebben gehad, worden ze uiteindelijk verstoten. Dat wil zeggen dat hoewel het werk van de Heilige Geest bedoeld is om mensen op te bouwen, men niet kan stellen dat iedereen die het werk van de Heilige Geest heeft gehad volledig vervolmaakt zal worden, want het pad dat veel mensen bij hun streven volgen is niet het pad naar de vervolmaking. Zij hebben alleen het eenzijdige werk van de Heilige Geest, geen subjectieve menselijke medewerking en ook geen juist menselijk streven. Het werk van de Heilige Geest aan deze mensen komt dus om diegenen te dienen die vervolmaakt worden. Mensen kunnen het werk van de Heilige Geest niet rechtstreeks zien en zijzelf kunnen het niet rechtstreeks aanraken. Het kan alleen worden uitgedrukt door hen die de gave van werk hebben, wat betekent dat volgelingen worden voorzien van het werk van de Heilige Geest door middel van de uitdrukkingen van mensen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 173

Het werk van de Heilige Geest wordt volbracht en voltooid langs veel soorten mensen en veel verschillende toestanden. Hoewel het werk van de vleesgeworden God het werk van een volledig tijdperk kan vertegenwoordigen, en de intrede van mensen in een volledig tijdperk kan vertegenwoordigen, moet het werk aan de details van de intrede van mensen nog altijd worden verricht door mensen die door de Heilige Geest worden gebruikt en niet door de vleesgeworden God. Gods werk, of Gods eigen bediening, is dus het werk van Gods geïncarneerde vlees, dat de mens niet in plaats van Hem kan doen. Het werk van de Heilige Geest wordt voltooid via veel verschillende soorten mensen; geen enkele individuele persoon kan het volledig bereiken en geen enkele individuele persoon kan het volledig uitdrukken. Zij die de kerken leiden kunnen het werk van de Heilige Geest evenmin volledig vertegenwoordigen; ze kunnen alleen wat leidend werk doen. Het werk van de Heilige Geest kan zodoende in drie delen worden verdeeld: Gods eigen werk, het werk van mensen die gebruikt worden en het werk aan al diegenen in de stroom van de Heilige Geest. Gods eigen werk is er om het hele tijdperk te leiden; het werk van hen die gebruikt worden is er – door gestuurd te worden of opdrachten te krijgen nadat God Zijn eigen werk heeft gedaan – om al Gods volgelingen te leiden, en dit zijn degenen die met Gods werk samenwerken; het werk dat de Heilige Geest verricht aan hen in de stroom is er om al Zijn eigen werk te handhaven; dat wil zeggen: om Zijn volledige management en Zijn getuigenis te handhaven, en tegelijkertijd diegenen te vervolmaken die vervolmaakt kunnen worden. Tezamen zijn deze drie delen het volledige werk van de Heilige Geest, maar zonder het werk van God Zelf zou het managementwerk volledig stagneren. Het werk van God Zelf omvat het werk van de gehele mensheid, en het vertegenwoordigt ook het werk van het gehele tijdperk, wat betekent dat Gods eigen werk elke dynamiek en trend van het werk van de Heilige Geest vertegenwoordigt, terwijl het werk van de apostelen na Gods eigen werk komt en eruit volgt; het voert het tijdperk niet aan en staat niet voor trends in het werk van de Heilige Geest in een volledig tijdperk. Zij doen alleen het werk dat de mens behoort te doen, wat helemaal niets te maken heeft met het managementwerk. Het werk dat God Zelf doet is een project binnen het managementwerk. Het werk van de mens is alleen de plicht die mensen die gebruikt worden vervullen, en staat los van het managementwerk. Ondanks het feit dat beide het werk van de Heilige Geest zijn, zijn er wegens verschillen in identiteit en weergaven van het werk duidelijke, wezenlijke verschillen tussen Gods eigen werk en het werk van de mens. Bovendien varieert de omvang van het werk dat de Heilige Geest verricht aan voorwerpen met verschillende identiteiten. Dit zijn de principes en omvang van het werk van de Heilige Geest.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 174

Het werk van de mens duidt op zijn ervaring en zijn menselijkheid. Wat de mens levert en het werk dat hij doet, vertegenwoordigen hem. Het inzicht van de mens, het redeneren van de mens, de logica van de mens en zijn rijke verbeelding zijn allemaal inbegrepen in zijn werk. De ervaring van de mens is in het bijzonder in staat om zijn werk aan te duiden, en iemands ervaringen worden de onderdelen van zijn werk. Het werk van de mens kan zijn ervaring uitdrukken. Wanneer sommige mensen op een negatieve manier ervaren, zal de taal van hun communicaties voor het grootste deel bestaan uit negatieve elementen. Als hun ervaring een tijdlang positief is en zij in het bijzonder beschikken over een pad in het positieve aspect, is hun communicatie erg bemoedigend en kunnen mensen daar positieve voorzieningen uit verkrijgen. Als een werker een tijdlang negatief wordt, zal zijn communicatie altijd negatieve elementen bevatten. Dit soort communicatie is deprimerend, en anderen zullen na zijn communicatie onbewust gedeprimeerd raken. De gesteldheid van volgelingen verandert afhankelijk van die van de leider. Zoals een werker vanbinnen is, dat drukt hij uit, en het werk van de Heilige Geest verandert vaak samen met de gesteldheid van de mens. Hij werkt op basis van de ervaring van mensen en dwingt hen niet, maar stelt eisen aan mensen in overeenstemming met hun ervaring zoals die normaal gesproken verloopt. Dat wil zeggen dat de communicatie van de mens verschilt van het woord van God. Wat mensen communiceren, geeft hun individuele inzichten en ervaring weer; het drukt hun inzichten en ervaring uit op basis van Gods werk. Het is hun verantwoordelijkheid om, nadat God werkt of spreekt, uit te zoeken wat ze daarvan moeten praktiseren of binnengaan, en het dan aan volgelingen te bezorgen. Daarom vertegenwoordigt het werk van de mens zijn intrede en beoefening. Natuurlijk is dergelijk werk vermengd met menselijke lessen en ervaring, of enkele menselijke gedachten. Hoe de Heilige Geest ook werkt, aan de mens of in de vleesgeworden God, de werkers drukken altijd uit wat ze zijn. Hoewel het de Heilige Geest is die werkt, is het werk gestoeld op datgene wat de mens intrinsiek is, want de Heilige Geest werkt niet zonder fundering. Met andere woorden: het werk komt niet uit het niets, maar wordt altijd gedaan in overeenstemming met werkelijke omstandigheden en echte voorwaarden. Alleen zo kan de gezindheid van de mens omgevormd worden en kunnen zijn oude noties en oude gedachten veranderd worden. Wat de mens uitdrukt, is wat hij ziet, ervaart en zich kan inbeelden, en het valt te bereiken door het denken van de mens, ook al is het doctrine of zijn het noties. Het werk van de mens kan het bereik van zijn ervaring niet overschrijden, en kan niet overschrijden wat de mens ziet, zich kan inbeelden of zich kan voorstellen, ongeacht de omvang van dat werk. Alles wat God uitdrukt, is wat Hij Zelf is, en dit is onbereikbaar voor de mens, ofwel: de mens kan er met zijn gedachten niet bij. Hij drukt Zijn werk uit van het aanvoeren van de gehele mensheid, en dit staat los van de details van de menselijke ervaring en heeft in plaats daarvan te maken met Zijn eigen management. Wat de mens uitdrukt, is zijn ervaring, terwijl wat God uitdrukt Zijn wezen is, dat Zijn intrinsieke gezindheid is, waar de mens niet bij kan. De ervaring van de mens bestaat uit het inzicht en de kennis die hij heeft verworven op basis van Gods uitdrukking van Zijn wezen. Zulk inzicht en zulke kennis worden het wezen van de mens genoemd, en de basis van hun uitdrukking bestaat uit de intrinsieke gezindheid en het intrinsieke kaliber van de mens – om deze reden worden ze ook het wezen van de mens genoemd. De mens is in staat te communiceren wat hij ervaart en ziet. Niemand kan datgene communiceren wat hij niet heeft ervaren, wat hij niet heeft gezien of waar hij met zijn gedachten niet bij kan; dat zijn dingen die hij niet in zich heeft. Als datgene wat de mens uitdrukt niet uit zijn ervaring komt, is het zijn verbeelding of doctrine. Eenvoudig gesteld: er is geen werkelijkheid in zijn woorden. Als je nooit in contact zou komen met de dingen van de maatschappij, zou je niet duidelijk kunnen communiceren over de complexe maatschappelijke verhoudingen. Als je geen familie had, zou je, als anderen het over familiekwesties hadden, het meeste van wat ze zeiden niet begrijpen. Wat de mens communiceert en het werk dat hij doet, vertegenwoordigen dus zijn innerlijke wezen. Als iemand communiceerde over zijn begrip van tuchtiging en oordeel, maar jij daarmee geen ervaring had, zou je zijn kennis niet durven ontkennen, laat staan dat je er honderd procent vertrouwen in zou durven hebben. Dit is omdat zijn communicatie iets is wat jij nooit hebt ervaren, iets wat je nooit hebt gekend en wat je je niet kunt voorstellen. Op basis van zijn kennis heb je alleen maar een pad om in de toekomst tuchtiging en oordeel te ondergaan. Maar dit pad kan er alleen een van doctrinaire kennis zijn; het kan niet in de plaats komen van je eigen begrip, laat staan van je eigen ervaring. Misschien denk je dat wat zij zeggen helemaal klopt, maar in je eigen ervaring vind je het in veel opzichten onuitvoerbaar. Misschien heb je het idee dat sommige dingen die je hoort totaal onuitvoerbaar zijn; je koestert er op dat moment noties over, en hoewel je het aanvaardt, doe je dat schoorvoetend. Maar in je eigen ervaring wordt de kennis waaruit je noties hebt afgeleid jouw beoefeningspad, en hoe meer je beoefent, des te beter begrijp je de ware waarde en betekenis van de woorden die je hebt gehoord. Nadat je je eigen ervaring hebt gehad, kun je spreken over de kennis die je zou moeten hebben van wat je hebt ervaren. Bovendien kun je ook onderscheid maken tussen hen wier kennis echt en praktisch is, en hen wier kennis op doctrine is gebaseerd en waardeloos is. Of de kennis die je belijdt overeenstemt met de waarheid, hangt er dus voor een groot deel van af of je er praktische ervaring mee hebt. Waar er waarheid zit in jouw ervaring, zal je kennis praktisch en waardevol zijn. Door je ervaring kun je ook onderscheidingsvermogen en inzicht verkrijgen, je kennis verdiepen en je wijsheid en gezonde verstand over hoe je je moet gedragen vergroten. De kennis die wordt uitgedrukt door mensen die de waarheid niet bezitten is doctrine, hoe verheven die ook moge zijn. Dit soort persoon kan best heel intelligent zijn wat dingen van het vlees betreft, maar kan geen onderscheid maken waar het geestelijke kwesties betreft. Dit komt doordat zulke mensen geen enkele ervaring met geestelijke zaken hebben. Dit zijn mensen die niet verlicht zijn met betrekking tot geestelijke zaken, en die geestelijke kwesties niet begrijpen. Welke soort kennis je ook uitdrukt: zolang het jouw wezen is, is het jouw persoonlijke ervaring, jouw echte kennis. Waar mensen die alleen over doctrine praten – dat zijn mensen die noch de waarheid, noch werkelijkheid bezitten – het over hebben, kan ook hun wezen worden genoemd. Zij hebben hun doctrine immers gevormd door diepe bezinning, en deze is het gevolg van hun diepe overpeinzing. Toch is het slechts doctrine, niets meer dan verbeelding!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 175

De ervaringen van alle soorten mensen vertegenwoordigen de dingen binnen hen. Niemand die geen enkele geestelijke ervaring heeft, kan spreken van kennis van de waarheid, of van juiste kennis over verschillende geestelijke dingen. Wat de mens uitdrukt, is wat hij vanbinnen is – dit is zeker. Als men kennis wil hebben van geestelijke zaken en van de waarheid, moet men echte ervaring hebben. Als je niet duidelijk kunt spreken over gezond verstand in het menselijk leven, hoeveel minder zul je dan in staat zijn om over geestelijke zaken te praten? Zij die kerken kunnen leiden, die mensen van leven kunnen voorzien en die apostelen voor de mensen kunnen zijn, moeten werkelijke ervaring hebben; ze moeten een juist begrip van geestelijke zaken hebben, een juist begrip van de waarheid hebben en ervaring van de waarheid hebben. Alleen dergelijke mensen zijn bevoegd om werkers of apostelen die de kerken leiden te zijn. Anders kunnen ze alleen volgen zoals de minsten en kunnen ze niet leiden, laat staan apostelen zijn die mensen van leven kunnen voorzien. Dit is omdat de functie van apostelen niet bestaat uit rondsnellen of vechten; het is het werk verrichten van leven schenken en anderen leiden bij het omvormen van hun gezindheden. Zij die deze functie uitvoeren, hebben de opdracht om een zware verantwoordelijkheid op zich te nemen, een verantwoordelijkheid die niet zomaar iedereen op zich kan nemen. Dit soort werk kan alleen worden ondernomen door zij die levenswezen hebben; dat wil zeggen: zij die de waarheid hebben ervaren. Het kan niet worden ondernomen door zomaar iedereen die kan afzweren, die kan rondsnellen of die bereid is zichzelf in te zetten. Mensen die de waarheid niet hebben ervaren, die niet zijn gesnoeid en over wie niet is geoordeeld, kunnen dit soort werk niet doen. Mensen zonder ervaring, die mensen zonder werkelijkheid zijn, kunnen de werkelijkheid niet duidelijk zien, want zijzelf ontberen dit soort wezen. Dit soort persoon is daarom niet alleen niet in staat leiderschapswerk te doen, maar moet worden verstoten als hij of zij lange tijd van de waarheid verstoken blijft. Het inzicht dat je uitdrukt kan als bewijs dienen van de tegenspoed die je in het leven hebt ervaren, de dingen waarvoor je wordt getuchtigd en de kwesties waarvoor er over je is geoordeeld. Dit gaat ook op voor beproevingen: wanneer iemand wordt gelouterd, wanneer iemand zwak is – dit zijn de gebieden waarop men ervaring heeft, waarop men een pad heeft. Bijvoorbeeld: als iemand gefrustreerd is in zijn huwelijk, zal hij vaak communiceren: “God zij gedankt, God zij geloofd, ik moet aan Gods hartenwens voldoen en mijn hele leven aanbieden, en ik moet mijn huwelijk volledig in Gods handen leggen. Ik ben bereid mijn hele leven aan God te verpanden.” Alle dingen binnenin de mens kunnen aantonen wat hij is middels communicatie. Het tempo waarop iemand spreekt, of men hard of zacht spreekt – zulke dingen zijn geen kwestie van ervaring en kunnen niet vertegenwoordigen wat men heeft en is. Deze dingen kunnen alleen aangeven of iemands karakter goed of slecht is, dan wel of iemands aard goed of slecht is, maar kunnen niet gelijkgesteld worden aan de vraag of iemand ervaring heeft. Het vermogen om zich verbaal uit te drukken, de spreekvaardigheid of het spreektempo zijn gewoon kwesties van oefening en kunnen de ervaring niet vervangen. Wanneer je over je persoonlijke ervaringen spreekt, communiceer je datgene wat je belangrijk vindt en alle dingen binnenin je. Wat ik zeg staat voor mijn wezen, maar wat ik zeg ligt buiten het bereik van de mens. Wat ik zeg is niet datgene wat de mens ervaart, en het is niet iets wat de mens kan zien; evenmin is het iets wat de mens kan aanraken. Maar het is wat ik ben. Sommige mensen erkennen alleen dat wat ik communiceer datgene is wat ik heb ervaren, maar ze erkennen niet dat het de rechtstreekse uitdrukking van de Geest is. Natuurlijk is wat ik zeg datgene wat ik heb ervaren. Ik ben het die zesduizend jaar lang het managementwerk heeft gedaan. Ik heb alles ervaren vanaf het begin van de schepping van de mensheid tot nu; hoe zou ik dat niet kunnen bespreken? Wat de aard van de mens betreft, heb ik met duidelijkheid gezien; ik heb deze lang geleden beschouwd. Hoe zou ik er niet duidelijk over kunnen praten? Aangezien ik de substantie van de mens duidelijk heb gezien, ben ik bevoegd om de mens te tuchtigen en over hem te oordelen, want de gehele mensheid is uit mij voortgekomen, maar is door Satan verdorven. Natuurlijk ben ik ook bevoegd om het werk dat ik heb gedaan te evalueren. Hoewel dit werk niet door mij in het vlees wordt gedaan, is het de rechtstreekse uitdrukking van de Geest, en dit is wat ik heb en wat ik ben. Daarom ben ik bevoegd om het uit te drukken en het werk te doen dat ik hoor te doen. Wat mensen zeggen, is wat ze hebben ervaren. Het is wat ze hebben gezien, waar ze met het hoofd bij kunnen en wat ze met hun zintuigen kunnen waarnemen. Dat is wat zij kunnen communiceren. De woorden die door Gods geïncarneerde vlees worden gesproken, zijn de rechtstreekse uitdrukking van de Geest en drukken het werk uit dat door de Geest is gedaan, dat niet door het vlees is ervaren of gezien, en toch drukt Hij nog steeds Zijn wezen uit, want de essentie van het vlees is de Geest, en Hij drukt het werk van de Geest uit. Het is werk dat al door de Geest is gedaan, hoewel het buiten bereik van het vlees ligt. Na de incarnatie stelt Hij, door de uiting van het vlees, mensen in staat om Gods wezen te kennen en staat Hij mensen toe Gods gezindheid te kennen, en het werk dat Hij heeft gedaan. Het werk van de mens geeft mensen meer duidelijkheid over wat ze moeten binnengaan en wat ze moeten begrijpen; het omvat dat mensen naar het begrijpen en ervaren van de waarheid worden geleid. Het werk van de mens is er om mensen gaande te houden; Gods werk is er om nieuwe paden en nieuwe tijdperken voor de mensheid te banen, en om aan mensen datgene te openbaren wat sterfelijken niet kennen, waardoor ze Zijn gezindheid kunnen kennen. Gods werk is er om de gehele mensheid te leiden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 176

Al het werk van de Heilige Geest wordt verricht om mensen ten goede te komen. Het draait allemaal om het opbouwen van de mens; er is geen werk dat mensen niet ten goede komt. Of de waarheid nu diep of oppervlakkig is, en wat het kaliber ook is van hen die de waarheid aanvaarden – alles wat de Heilige Geest doet, komt mensen ten goede. Maar het werk van de Heilige Geest kan niet rechtstreeks worden gedaan; het moet worden uitgedrukt via de mensen die met Hem samenwerken. Alleen zo kunnen de resultaten van het werk van de Heilige Geest worden verkregen. Wanneer de Heilige Geest rechtstreeks werkt, is dat natuurlijk absoluut niet onzuiver, maar wanneer de Heilige Geest via de mens werkt, wordt het werk erg bezoedeld en is het niet het oorspronkelijke werk van de Heilige Geest. Dit in aanmerking nemende, verandert de waarheid in verschillende maten. Volgelingen ontvangen niet de oorspronkelijke bedoeling van de Heilige Geest, maar een combinatie van het werk van de Heilige Geest en de ervaring en kennis van de mens. Van wat volgelingen ontvangen, is het deel dat het werk van de Heilige Geest is correct, terwijl de ervaring en kennis van de mens die ze ontvangen variabel zijn, omdat de werkers verschillen. Werkers met de verlichting en begeleiding van de Heilige Geest zullen ervaringen hebben op basis van deze verlichting en begeleiding. Binnen deze ervaringen zijn de geest en de ervaring van de mens gecombineerd, evenals het wezen van de menselijkheid, en nadien verwerven zij de kennis die ze horen te hebben, of het inzicht dat ze horen te hebben. Dit is het beoefeningspad van de mens na het ervaren van de waarheid. Dit beoefeningspad is niet altijd hetzelfde, omdat mensen op verschillende manieren ervaren en verschillende dingen ervaren. Zodoende mondt dezelfde verlichting van de Heilige Geest uit in verschillende kennis en beoefening, want zij die de verlichting ontvangen zijn verschillend. Sommige mensen maken tijdens het beoefenen kleine fouten, terwijl anderen grote fouten maken, en weer anderen alleen maar fouten maken. Dit komt doordat mensen verschillen in hun begripsvermogen, en ook omdat hun intrinsieke kalibers verschillen. Sommige mensen hebben een bepaald soort begrip na een boodschap te horen, en sommigen hebben een ander soort begrip na het horen van een waarheid. Sommige mensen wijken lichtelijk af, terwijl sommigen de werkelijke betekenis van de waarheid helemaal niet begrijpen. Het begrip dat iemand heeft, bepaalt daarom hoe men anderen zal leiden; dit is precies waar, want je werk is eenvoudigweg een uitdrukking van je wezen. Mensen die worden aangevoerd door hen die een juist begrip van de waarheid hebben, zullen ook een juist begrip van de waarheid hebben. Zelfs als er mensen zijn met fouten in hun begrip, zijn zij met erg weinigen, en niet iedereen zal fouten hebben. Als iemand fouten heeft in zijn begrip van de waarheid, zullen degenen die hem volgen ongetwijfeld ook onjuist zijn, en deze mensen zullen in elke zin van het woord onjuist zijn. De mate waarin volgelingen de waarheid begrijpen hangt grotendeels van de werkers af. Natuurlijk is de waarheid van God juist, foutloos en absoluut zeker. De werkers zijn echter niet volledig juist en kunnen niet helemaal betrouwbaar worden genoemd. Als werkers een erg praktische manier hebben om de waarheid in praktijk te brengen, zullen volgelingen ook een beoefeningspad hebben. Als werkers geen beoefeningspad hebben om de waarheid te beoefenen, maar alleen doctrine hebben, zullen volgelingen geen werkelijkheid hebben. Het kaliber en de aard van volgelingen zijn aangeboren en zijn niet geassocieerd met werkers, maar de mate waarin volgelingen de waarheid begrijpen en God kennen hangt van de werkers af (dit is alleen het geval voor sommige mensen). Hoe een werker ook is, zo zullen de volgelingen die hij aanvoert zijn. Wat een werker uitdrukt, is zijn eigen wezen, zonder voorbehoud. De eisen die hij stelt aan degenen die hem volgen, zijn wat hij zelf bereid of in staat is om te bereiken. De meeste werkers gebruiken datgene wat ze zelf doen als grondslag om eisen te stellen aan hun volgelingen, ook al is er veel wat hun volgelingen helemaal niet kunnen bereiken – en dat wat men niet kan bereiken, wordt een belemmering voor de eigen intrede.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 177

Er is veel minder afwijking in het werk van hen die snoeiing, behandeling, oordeel en tuchtiging hebben ondergaan, en de uitdrukking van hun werk is veel nauwkeuriger. Zij die bij het werk op hun natuurlijkheid vertrouwen, maken vrij grote fouten. Het werk van niet vervolmaakte mensen drukt te veel van hun eigen natuurlijkheid uit, wat een grote belemmering is voor het werk van de Heilige Geest. Hoe goed iemands kaliber ook is, men moet ook snoeiing, behandeling en oordeel ondergaan voordat men het werk van Gods opdracht kan doen. Als men een dergelijk oordeel niet heeft ondergaan, zal het werk, hoe goed men het ook doet, niet overeenstemmen met de principes van de waarheid en altijd een product zijn van de eigen natuurlijkheid en menselijke goedheid. Het werk van hen die snoeiing, behandeling en oordeel hebben ondergaan is veel nauwkeuriger dan het werk van hen die niet gesnoeid zijn, niet behandeld zijn en geen oordeel hebben ondergaan. Zij die geen oordeel hebben ondergaan drukken niets anders uit dan menselijk vlees en menselijke gedachten, vermengd met veel menselijke intelligentie en aangeboren talent. Dit is niet de nauwkeurige uitdrukking door de mens van Gods werk. Zij die zulke mensen volgen, worden door hun aangeboren kaliber voor hun aangezicht gebracht. Omdat ze te veel uitdrukken van het inzicht en de ervaring van de mens, welke bijna losstaan van Gods oorspronkelijke bedoeling en daar te veel van afwijken, is het werk van dit soort personen niet in staat mensen voor het aangezicht van God te brengen; in plaats daarvan brengt het hen voor het aangezicht van de mens. Zij die geen oordeel en tuchtiging hebben ondergaan, zijn dus niet bevoegd om het werk van Gods opdracht uit te voeren. Het werk van een bevoegde werker kan mensen naar het juiste pad voeren en kan hun intrede in de waarheid bevorderen. Zijn werk kan mensen voor Gods aangezicht brengen. Ook kan het werk dat hij doet variëren van persoon tot persoon en is het niet aan regels gebonden, waardoor het mensen bevrijding en vrijheid biedt, en het vermogen om geleidelijk in het leven te groeien en dieper de waarheid binnen te gaan. Het werk van een onbevoegde werker schiet ruim tekort. Zijn werk is dwaas. Hij kan mensen alleen regels binnenbrengen, en wat hij van mensen vereist, varieert niet van persoon tot persoon; hij werkt niet volgens de werkelijke behoeften van mensen. In dit soort werk zijn er te veel regels en te veel doctrines; het kan mensen de werkelijkheid niet binnenleiden, en kan hen evenmin de normale beoefening van groei in het leven binnenleiden. Het kan mensen alleen in staat stellen zich aan een paar waardeloze regels te houden. Zulke begeleiding kan mensen alleen op een dwaalspoor brengen. Hij zorgt ervoor dat je zoals hem wordt; hij kan je binnenbrengen in wat hij heeft en is. Als volgelingen willen onderscheiden of leiders bevoegd zijn, is het belangrijk dat ze het pad waarop zij leiden en de resultaten van hun werk bekijken, en dat ze nagaan of volgelingen principes ontvangen die overeenstemmen met de waarheid en beoefeningspaden ontvangen die geschikt zijn voor hun omvorming. Je moet onderscheid maken tussen het verschillende werk van verschillende soorten mensen; je moet geen dwaze volgeling zijn. Dit is van belang voor de kwestie van de intrede van mensen. Als je geen onderscheid kunt maken tussen personen wier leiderschap een pad heeft en personen wier leiderschap dat niet heeft, zul je gemakkelijk bedrogen worden. Dit alles is van direct belang voor je eigen leven. Er is te veel natuurlijkheid in het werk van niet vervolmaakte mensen; het is vermengd met te veel menselijke wil. Hun wezen is natuurlijkheid – datgene waarmee ze geboren zijn. Het is niet het leven nadat men is aangepakt, of de werkelijkheid nadat men is omgevormd. Hoe kan zo iemand diegenen steunen die het leven nastreven? Het leven dat de mens oorspronkelijk heeft, is zijn aangeboren intelligentie of talent. Dit soort intelligentie of talent staat vrij ver af van Gods precieze vereisten voor de mens. Als een mens niet is vervolmaakt en zijn verdorven gezindheid niet is gesnoeid en behandeld, zal er een brede kloof zijn tussen wat hij uitdrukt en de waarheid; wat hij uitdrukt zal vermengd zijn met vage dingen, zoals zijn verbeelding en eenzijdige ervaring. Bovendien hebben mensen, ongeacht hoe hij werkt, het idee dat er geen overkoepelend doel is, en geen waarheid die geschikt is voor de intrede van alle mensen. Het meeste wat van mensen wordt vereist, ligt niet in hun vermogen, alsof ze eenden zijn van wie vereist wordt dat ze op stok gaan. Dit is het werk van de menselijke wil. De verdorven gezindheid van de mens, zijn gedachten en zijn noties doordringen alle delen van zijn lichaam. De mens wordt niet geboren met het instinct om de waarheid te beoefenen en heeft evenmin het instinct om de waarheid rechtstreeks te begrijpen. Voeg hieraan de verdorven gezindheid van de mens toe – wanneer dit soort natuurlijke mens werkt, veroorzaakt dat dan geen onderbrekingen? Maar een mens die vervolmaakt is, heeft ervaring met de waarheid die mensen moeten begrijpen, en kennis van hun verdorven gezindheden, zodat de vage en onwerkelijke dingen in zijn werk geleidelijk aan verminderen, de menselijke verwatering minder frequent wordt en zijn werk en dienst steeds dichter bij de door God vereiste maatstaven komen. Zodoende is zijn werk de werkelijkheid van de waarheid binnengegaan en is het ook realistisch geworden. Vooral de gedachten van de mens blokkeren het werk van de Heilige Geest. De mens heeft een rijke verbeelding en redelijke logica, en heeft langdurige ervaring met het afhandelen van zaken. Als deze aspecten van de mens niet gesnoeid en gecorrigeerd worden, zijn ze allemaal belemmeringen voor het werk. Daarom kan het werk van de mens, en vooral het werk van niet vervolmaakte mensen, geen optimale nauwkeurigheid bereiken.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 178

Het werk van de mens blijft binnen een bepaald bereik en is beperkt. Eén iemand kan alleen werk van een bepaalde fase doen, en kan niet het werk van het gehele tijdperk doen – anders zou hij mensen te midden van de regels leiden. Het werk van de mens kan alleen van toepassing zijn op een bepaalde tijd of fase. Dit is omdat de ervaring van de mens een bereik heeft. Men kan het werk van de mens niet vergelijken met het werk van God. De beoefeningswijzen van de mens en zijn kennis van de waarheid zijn allemaal van toepassing op een specifiek bereik. Je kunt niet zeggen dat het pad dat de mens begaat volledig de wil van de Heilige Geest is, want de mens kan alleen verlicht worden door de Heilige Geest, en kan niet volledig gevuld worden met de Heilige Geest. De dingen die de mens kan ervaren vallen allemaal binnen het bereik van normale menselijkheid en kunnen het bereik van gedachten in de normale menselijke geest niet overschrijden. Allen die de werkelijkheid van de waarheid kunnen naleven ervaren binnen dit bereik. Wanneer ze de waarheid ervaren, is dat altijd een door de Heilige Geest verlichte ervaring van normaal menselijk leven; het is niet een ervaringswijze die afwijkt van normaal menselijk leven. Op basis van het leven van hun menselijke levens ervaren ze de waarheid die verlicht is door de Heilige Geest. Bovendien varieert deze waarheid van persoon tot persoon, en de diepgang ervan hangt samen met de gesteldheid van de persoon. Men kan alleen zeggen dat het pad dat zij bewandelen het normale menselijke leven is van iemand die de waarheid nastreeft, en het kan het pad genoemd worden dat bewandeld wordt door een normaal iemand die verlicht is door de Heilige Geest. Men kan niet zeggen dat het pad dat zij bewandelen het pad is dat de Heilige Geest neemt. In de normale menselijke ervaring is, omdat mensen die nastreven niet hetzelfde zijn, het werk van de Heilige Geest evenmin hetzelfde. Bovendien is hun ervaring in verschillende maten gemengd, omdat de omgevingen die mensen ervaren en het bereik van hun ervaring niet hetzelfde zijn, en vanwege de vermenging van hun geest en gedachten. Iedere persoon begrijpt een waarheid volgens zijn eigen verschillende, persoonlijke toestand. Zijn begrip van de werkelijke betekenis van de waarheid is onvolledig en is maar één aspect of verschillende aspecten daarvan. Het bereik van de waarheid die de mens ervaart verschilt van persoon tot persoon, in overeenstemming met ieders toestanden. Zodoende is de kennis van dezelfde waarheid, zoals door verschillende mensen uitgedrukt, niet hetzelfde. Dat wil zeggen: de ervaring van de mens heeft altijd beperkingen en kan niet volledig de wil van de Heilige Geest weergeven. Evenmin kan het werk van de mens worden gezien als het werk van God, zelfs als datgene wat de mens uitdrukt erg nauw overeenstemt met Gods wil, en zelfs als de ervaring van de mens en het vervolmakende werk dat de Heilige Geest doet erg dicht bij elkaar staan. De mens kan alleen Gods dienaar zijn en het werk doen dat God hem toevertrouwt. De mens kan alleen kennis uitdrukken die verlicht is door de Heilige Geest, en kan alleen waarheden uitdrukken die uit persoonlijke ervaringen zijn verkregen. De mens is ongekwalificeerd en voldoet niet aan de voorwaarden om het medium te zijn waardoor de Heilige Geest Zich uit. Hij is niet bevoegd om te zeggen dat zijn werk het werk van God is. De mens heeft de werkprincipes van de mens, en alle mensen hebben verschillende ervaringen en wisselende toestanden. Het werk van de mens omvat al zijn ervaringen onder de verlichting van de Heilige Geest. Deze ervaringen kunnen alleen het wezen van de mens vertegenwoordigen, en vertegenwoordigen niet het wezen van God of de wil van de Heilige Geest. Daarom kan men van het pad dat de mens bewandelt niet zeggen dat het het pad is dat de Heilige Geest bewandelt, want het werk van de mens kan het werk van God niet vertegenwoordigen, en het werk van de mens en de ervaring van de mens zijn niet de volledige wil van de Heilige Geest. Het werk van de mens is vatbaar voor het vervallen in regels, en de methode van zijn werk wordt makkelijk begrensd door een beperkt bereik en kan mensen niet naar een vrije methode voeren. De meeste volgelingen leven binnen een beperkt bereik, en ook hun manier van ervaren heeft een beperkt bereik. De ervaring van de mens is altijd beperkt; de methode van zijn werk is ook beperkt tot een paar types en is niet te vergelijken met het werk van de Heilige Geest of het werk van God Zelf. Dit is omdat de ervaring van de mens per slot van rekening beperkt is. Hoe God Zijn werk ook doet, het is niet aan regels gebonden; hoe het ook wordt gedaan, het is niet beperkt tot één enkele methode. Er is geen enkele regel voor Gods werk – al Zijn werk is vrijgegeven en onbelemmerd. Hoeveel tijd de mens ook besteedt aan het volgen van Hem, hij kan er geen wetten uit afleiden die bepalen op welke manieren God werkt. Hoewel Zijn werk principieel is, wordt het altijd op nieuwe manieren gedaan en heeft het altijd nieuwe ontwikkelingen; het valt buiten het bereik van de mens. In één enkele periode kan God verschillende soorten werk hebben en verschillende manieren om mensen aan te voeren, zodanig dat mensen altijd nieuwe intrede en veranderingen hebben. Je kunt de wetten van Zijn werk niet onderscheiden omdat Hij altijd op nieuwe manieren werkt, en alleen op die manier raken volgelingen van God niet gebonden aan regels. Het werk van God Zelf gaat altijd de noties van mensen uit de weg en gaat er tegenin. Alleen van hen die Hem met een waar hart volgen en nastreven kunnen de gezindheden omgevormd worden, en alleen zij kunnen vrijelijk leven, niet onderworpen aan enige regels of beteugeld door enige religieuze notie. Het werk van de mens stelt eisen aan mensen op basis van hun eigen ervaring en wat zij zelf kunnen bereiken. De maatstaf van deze vereisten is ingeperkt door een bepaald bereik, en ook de beoefeningsmethoden zijn erg beperkt. Volgelingen leven zodoende onbewust binnen dit beperkte bereik; met het verstrijken van de tijd worden deze dingen regels en rituelen. Als het werk van één periode wordt geleid door iemand die geen persoonlijke vervolmaking door God heeft ondergaan en die geen oordeel heeft ontvangen, zullen zijn volgelingen allemaal religieuzen worden, en deskundigen in verzet tegen God. Daarom moet men om een bevoegd leider te zijn oordeel ondergaan hebben en vervolmaking aanvaard hebben. Zij die geen oordeel ondergaan hebben, drukken alleen maar vage en onechte dingen uit, ook al hebben ze misschien het werk van de Heilige Geest. Mettertijd zullen ze mensen vage en bovennatuurlijke regels binnenleiden. Het werk dat God uitvoert stemt niet overeen met het vlees van de mens. Het stemt niet overeen met de gedachten van de mens, maar gaat tegen de noties van de mens in; het is niet bezoedeld door vage religieuze kleuring. De resultaten van Gods werk kunnen niet worden bereikt door iemand die niet door Hem is vervolmaakt; ze liggen buiten bereik van de gedachten van de mens.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 179

Werk in de geest van de mens is te makkelijk voor de mens om te verwezenlijken. Dominees en leiders in de religieuze wereld bijvoorbeeld vertrouwen op hun gaven en functie om hun werk te doen. Mensen die hen lange tijd volgen zullen besmet worden door hun gaven en beïnvloed door iets van hun wezen. Ze richten zich op de gaven, vermogens en kennis van mensen, en ze besteden aandacht aan bovennatuurlijke dingen en veel diepzinnige, onrealistische doctrines (natuurlijk zijn deze diepzinnige doctrines onbereikbaar). Ze richten zich niet op veranderingen in de gezindheden van mensen, maar op het opleiden van mensen om te prediken en werken, het verbeteren van de kennis van mensen en van hun overvloedige religieuze doctrines. Ze richten zich niet op hoeveel de gezindheid van mensen is veranderd, noch op hoeveel mensen van de waarheid begrijpen. Ze houden zich niet bezig met de essentie van mensen, laat staan dat ze proberen de normale en abnormale gesteldheden van mensen te kennen. Ze gaan niet in tegen de noties van mensen en onthullen hun noties niet, laat staan dat ze mensen snoeien om hun tekortkomingen of verdorvenheden. De meesten die hen volgen dienen met hun gaven, en het enige wat zij vrijgeven zijn religieuze noties en theologische theorieën, die geen verband houden met de werkelijkheid en totaal niet in staat zijn om mensen leven te schenken. In feite is de essentie van hun werk het opkweken van talent, het opkweken van iemand die niets heeft tot een getalenteerde afgestudeerde van het seminarie die later zal werken en leiden. Kun jij enige wet ontdekken in Gods zesduizend jaar van werk? Het werk dat de mens doet kent veel regels en beperkingen, en het menselijk brein is te dogmatisch. Hieruit volgt dat wat de mens uitdrukt kennis en realisaties zijn die binnen het bereik van zijn ervaring vallen. De mens kan behalve dit niets uitdrukken. De ervaringen of kennis van de mens komen niet voort uit zijn aangeboren gaven of zijn instinct; ze ontstaan door Gods begeleiding en rechtstreekse hoeden. De mens heeft alleen het vermogen om dit hoeden te aanvaarden, en geen vermogen om rechtstreeks uit te drukken wat goddelijkheid is. De mens is niet in staat de bron te zijn; hij kan alleen een vat zijn dat water van de bron aanvaardt. Dit is het menselijk instinct, het vermogen dat men als menselijk wezen moet hebben. Als iemand het vermogen kwijtraakt om Gods woorden te aanvaarden en het menselijk instinct kwijtraakt, verliest die persoon ook het kostbaarste, en verliest hij de plicht van de geschapen mens. Als iemand geen kennis heeft van of ervaring heeft met Gods woord of Zijn werk, verliest die persoon zijn plicht, de plicht die hij als schepsel hoort te vervullen, en verliest hij de waardigheid van een schepsel. Het is Gods instinct om uit te drukken wat goddelijkheid is, of het in het vlees wordt uitgedrukt of rechtstreeks door de Geest; dit is Gods bediening. De mens drukt zijn eigen ervaringen of kennis uit (dat wil zeggen: hij drukt uit wat hij is) tijdens Gods werk of nadien; dit zijn het instinct en de plicht van de mens, en het is wat de mens moet bereiken. Hoewel de uitdrukking van de mens bij lange na niet bereikt wat God uitdrukt, en hoewel de uitdrukking van de mens aan vele regels is gebonden, moet de mens de plicht vervullen die hij hoort te vervullen en doen wat hij moet doen. De mens moet alles doen wat maar in zijn menselijke vermogen ligt om zijn plicht te vervullen, zonder ook maar het minste voorbehoud.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 180

Jullie moeten weten hoe je Gods werk moet onderscheiden van het werk van de mens. Wat kun je in het werk van de mens zien? Er zitten veel elementen van de ervaring van de mens in zijn werk; wat de mens uitdrukt, is wat hij is. Gods eigen werk drukt ook uit wat Hij is, maar Zijn wezen verschilt van dat van de mens. Het wezen van de mens vertegenwoordigt de ervaring en het leven van de mens (wat de mens in zijn leven ervaart of tegenkomt, of zijn levensfilosofieën), en mensen die in verschillende omgevingen leven drukken verschillende wezens uit. Of je ervaringen met de maatschappij hebt en hoe je werkelijk in je familie leeft en daarbinnen ervaart, is te zien aan wat je uitdrukt, terwijl je aan het werk van de vleesgeworden God niet kunt zien of Hij sociale ervaringen heeft. Hij is Zich terdege bewust van de substantie van de mens en kan alle soorten praktijken openbaren die bij alle soorten mensen horen. Hij is zelfs beter in het openbaren van de verdorven gezindheden en het opstandige gedrag van mensen. Hij leeft niet onder wereldse mensen, maar Hij is Zich bewust van de aard van stervelingen en alle verdorvenheden van wereldse mensen. Dit is Zijn wezen. Hoewel Hij niet met de wereld omgaat, kent Hij de regels voor omgang met de wereld, omdat Hij de menselijke aard volledig kent. Hij weet van het werk van de Geest dat de ogen van de mens niet kunnen zien en de oren van de mens niet kunnen horen, zowel van tegenwoordig als van het verleden. Hieronder vallen wijsheid die geen levensfilosofie is en wonderen die voor mensen moeilijk te doorgronden zijn. Dit is Zijn wezen, open voor mensen en ook verborgen voor mensen. Wat Hij uitdrukt, is niet het wezen van een buitengewoon iemand, maar de intrinsieke eigenschappen en het intrinsieke wezen van de Geest. Hij reist niet door de wereld, maar kent alles wat van de wereld is. Hij contacteert de ‘mensachtigen’ die geen kennis of inzicht hebben, maar Hij drukt woorden uit die hoger zijn dan kennis en boven grote mensen staan. Hij leeft binnen een groep domme en gevoelloze mensen die geen menselijkheid hebben en de gebruiken en het leven van de mensheid niet begrijpen, maar Hij kan de mensheid vragen om normale menselijkheid uit te leven en onthult tegelijkertijd de minne, lage menselijkheid van de mensheid. Dit alles is Zijn wezen, hoger dan het wezen van enig iemand van vlees en bloed. Voor Hem is het onnodig om een ingewikkeld, onhandig en onfris sociaal leven te ervaren om het werk te doen dat Hij moet doen en de substantie van de verdorven mensheid grondig te openbaren. Een onfris sociaal leven komt Zijn vlees niet ten goede. Zijn werk en woorden openbaren alleen de ongehoorzaamheid van de mens en voorzien de mens niet van ervaring en lessen om met de wereld om te gaan. Hij hoeft de samenleving of de familie van de mens niet te onderzoeken wanneer Hij de mens van leven voorziet. Het blootleggen van de mens en oordelen over de mens is geen uitdrukking van de ervaringen van Zijn vlees; het is Zijn openbaring van de onrechtvaardigheid van de mens wanneer Hij de ongehoorzaamheid van de mens al lange tijd kent en de verdorvenheid van de mensheid verafschuwt. Het werk dat Hij doet is allemaal bedoeld om Zijn gezindheid aan de mens te openbaren en Zijn wezen uit te drukken. Alleen Hij kan dit werk doen; het is niet iets wat iemand van vlees en bloed zou kunnen bewerkstelligen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 181

Het werk dat God doet, is niet representatief voor de ervaring van Zijn vlees; het werk dat de mens doet, is representatief voor zijn ervaring. Iedereen praat over zijn persoonlijke ervaring. God kan de waarheid rechtstreeks uitdrukken, terwijl de mens alleen de ervaring kan uitdrukken die overeenstemt met het feit dat hij de waarheid heeft ervaren. Gods werk heeft geen regels en is niet aan tijd of geografische beperkingen gebonden. Hij kan op enig moment en op enige plek uitdrukken wat Hij is. Hij werkt zoals Hij dat wil. Het werk van de mens heeft voorwaarden en context; zonder deze zou hij niet kunnen werken en zijn kennis van God of zijn ervaring van de waarheid niet kunnen uitdrukken. Om te kunnen zeggen of iets Gods eigen werk of het werk van de mens is, moet je eenvoudigweg de verschillen tussen de twee vergelijken. Als er geen werk door God Zelf wordt gedaan en er alleen het werk van de mens is, zul je eenvoudigweg weten dat de leringen van de mens hoog zijn en het vermogen van wie dan ook overstijgen; de tonen waarop ze spreken, de principes waarmee ze met dingen omgaan en hun ervaren en regelmatige werkwijze vallen buiten het bereik van anderen. Jullie allen bewonderen deze mensen van goed kaliber en verheven kennis, maar je kunt uit Gods werk en woorden niet opmaken hoe hoog Zijn menselijkheid is. In plaats daarvan is Hij gewoon en wanneer Hij werkt is Hij normaal en echt, maar ook niet te bemeten door sterfelijken, waardoor mensen een soort eerbied voor Hem voelen. Misschien is iemands ervaring in zijn werk bijzonder gevorderd, of zijn zijn verbeelding en redenering bijzonder gevorderd, en is zijn menselijkheid bijzonder goed; zulke eigenschappen kunnen alleen maar de bewondering van mensen opwekken, maar niet hun ontzag en vrees. Mensen bewonderen allemaal hen die goed kunnen werken, bijzonder diepgaande ervaring hebben en de waarheid kunnen beoefenen, maar zulke mensen kunnen nooit ontzag inboezemen, ze kunnen alleen bewonderd en benijd worden. Maar mensen die Gods werk hebben ervaren, bewonderen God niet; in plaats daarvan voelen ze dat Zijn werk buiten menselijk bereik ligt en niet door de mens kan worden doorgrond, dat het fris en geweldig is. Wanneer mensen Gods werk ervaren, is hun eerste kennis over Hem dat Hij ondoorgrondelijk, wijs en geweldig is, en ze vereren Hem onbewust en voelen het mysterie van het werk dat Hij doet, waar het menselijk verstand niet bij kan. Mensen willen louter in staat zijn om aan Zijn vereisten te voldoen, om aan Zijn verlangens te beantwoorden; ze willen Hem niet overtreffen, want het werk dat Hij doet overstijgt het denken en de verbeeldingskracht van de mens en zou niet in Zijn plaats door de mens kunnen worden gedaan. Zelfs de mens zelf kent zijn eigen tekortkomingen niet, en toch heeft God een nieuw pad gebaand en is Hij gekomen om de mens een nieuwere, mooiere wereld binnen te leiden, en zodoende heeft de mensheid nieuwe vooruitgang geboekt en een nieuw begin gehad. Wat mensen voor God voelen is niet bewondering, of liever: niet alleen bewondering. Hun diepste ervaring is ontzag en liefde; naar hun gevoel is God inderdaad geweldig. Hij doet werk dat de mens niet kan doen en zegt dingen die de mens niet kan zeggen. Mensen die Gods werk hebben ervaren hebben altijd een onbeschrijfelijk gevoel. Mensen met ervaring die diep genoeg is kunnen Gods liefde begrijpen; ze kunnen Zijn lieflijkheid voelen, voelen dat Zijn werk zo wijs, zo geweldig is, en daarom onbeperkte kracht is die in hun midden wordt opgewekt. Het is niet angst of sporadische liefde en respect, maar een diep gevoel voor Gods barmhartigheid en verdraagzaamheid voor de mens. Maar mensen die Zijn tuchtiging en oordeel hebben ervaren voelen Zijn majesteit aan en voelen aan dat Hij geen belediging duldt. Zelfs mensen die veel van Zijn werk hebben ervaren kunnen Hem niet doorgronden; allen die Hem werkelijk vereren weten dat Zijn werk niet overeenstemt met noties van mensen, maar altijd tegen hun noties ingaat. Hij heeft het niet nodig dat mensen Hem volledig bewonderen of de schijn van onderwerping aan Hem vertonen; in plaats daarvan moeten ze ware verering en ware onderwerping bereiken. In zoveel van Zijn werk voelt iedereen met ware ervaring verering voor Hem, wat hoger is dan bewondering. Mensen hebben Zijn gezindheid gezien door Zijn werk van tuchtiging en oordeel, en daarom vereren ze Hem in hun hart. God hoort te worden vereerd en gehoorzaamd, want Zijn wezen en Zijn gezindheid zijn niet dezelfde als die van een schepsel en staan boven die van een schepsel. God bestaat uit Zichzelf en is eeuwigdurend, Hij is een niet geschapen wezen, en alleen God is verering en gehoorzaamheid waard; de mens is hiervoor niet geschikt. Allen die Zijn werk hebben ervaren en Hem werkelijk kennen voelen dus eerbied voor Hem. Maar zij die hun noties over Hem niet laten varen – zij die Hem eenvoudigweg niet als God beschouwen – hebben geen eerbied voor Hem, en hoewel ze Hem volgen, worden ze niet overwonnen; ze zijn van nature ongehoorzame mensen. Wat Hij zoekt te bereiken door zo te werken, is dat alle schepselen een eerbiedig hart voor de Schepper hebben, Hem vereren en zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan Zijn heerschappij. Dit is het eindresultaat dat al Zijn werk beoogt te bereiken. Als mensen die zulk werk hebben ervaren God niet vereren, zelfs niet een klein beetje, en als hun ongehoorzaamheid in het verleden helemaal niet verandert, dan zullen ze beslist verstoten worden. Als iemands houding jegens God alleen uit bewondering voor Hem bestaat, of uit het betuigen van respect voor Hem van een afstand, en niet uit de minste liefde voor Hem, dan is dat het resultaat dat iemand zonder hart van liefde voor God heeft bereikt, en die persoon ontbeert de voorwaarden om vervolmaakt te worden. Als zo veel werk niet in staat is om iemands ware liefde te verkrijgen, dan heeft die persoon God niet gewonnen en streeft hij niet oprecht de waarheid na. Iemand die niet van God houdt, houdt niet van de waarheid en kan zodoende God niet winnen, laat staan Gods goedkeuring verkrijgen. Zulke mensen, hoe ze het werk van de Heilige Geest ook ervaren en hoe ze ook oordeel ervaren, kunnen God niet vereren. Dit zijn mensen met een onveranderlijke aard en extreem kwaadaardige gezindheden. Iedereen die God niet vereert moet worden verstoten, een object van straf worden, net als boosdoeners gestraft worden, en zelfs nog meer lijden dan zij die onrechtvaardige dingen hebben gedaan.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods werk en het werk van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 182

Gods werk is tenslotte anders dan het werk van de mens, en bovendien hoe zouden Zijn uitdrukkingen hetzelfde kunnen zijn als die van hen? God heeft Zijn eigen bijzondere gezindheid, terwijl de mens plichten heeft die hij dient te vervullen. Gods gezindheid komt tot uitdrukking in Zijn werk, terwijl de plicht van de mens vorm krijgt in de ervaringen van de mens en wordt uitgedrukt in het streven van de mens. Daarom wordt het duidelijk door middel van het werk dat wordt gedaan of iets een uitdrukking is van God of van de mens. Het hoeft niet door God Zelf uitgelegd te worden, noch is het nodig dat de mens streeft naar het afleggen van getuigenissen. God Zelf hoeft niemand te beteugelen. Dit komt allemaal als een natuurlijke openbaring; het is niet opgelegd noch is het iets waarbij de mens kan ingrijpen. De plicht van de mens kan worden herkend aan zijn ervaringen en hij hoeft daar geen extra ervaringsgericht werk voor te verrichten. De hele essentie van de mensen kan aan het licht komen wanneer zij hun plicht vervullen, terwijl God Zijn eigenlijke gezindheid uitdrukt tijdens de uitvoering van Zijn werk. Als het mensenwerk is, kan dat niet verdoezeld worden. Als het Gods werk is, dan is het nog onmogelijker dat iemand Gods gezindheid verbergt, laat staan dat de mens er enige zeggenschap over heeft. Van niemand kan worden gezegd dat hij God is, en niemands werk en woorden kunnen worden gezien als heilig of onveranderbaar. Van God kan worden gezegd dat Hij menselijk is, omdat Hij Zichzelf in het vlees heeft gekleed, maar Zijn werk kan niet als het werk of de plicht van de mens worden beschouwd. Evenmin kunnen de uitspraken van God worden gelijkgesteld aan de brieven van Paulus, of kun je in gelijke termen spreken over het oordeel en de tuchtiging van God en de woorden van instructie van de mens. Er zijn dus principes waarmee je het werk van God en het werk van de mens kunt onderscheiden. Ze onderscheiden zich naar hun essentie, niet naar de reikwijdte of tijdelijke doelmatigheid van het werk. Over dit onderwerp maken de meeste mensen principiële vergissingen. Dit komt doordat de mens naar de buitenkant kijkt, die ze kunnen bereiken, terwijl God naar de essentie kijkt die niet door de fysieke ogen van de mens kan worden waargenomen. Als je Gods woorden en werk als de plicht van een gemiddeld mens beschouwt, en het omvangrijke werk van de mens eerder ziet als het werk van de in het vlees geklede God dan als de plicht die de mens vervult, maak je dan geen principiële vergissing? Brieven en biografieën van de mens zijn makkelijk te schrijven, maar alleen op basis van het werk van de Heilige Geest. Maar de uitspraken en het werk van God kunnen niet makkelijk door de mens tot stand worden gebracht of bereikt door menselijke wijsheid en denken. Ook kunnen mensen ze niet grondig verklaren nadat ze deze hebben onderzocht. Als deze principiële kwesties geen reactie in jullie oproepen, dan is jullie geloof kennelijk niet erg waar of verfijnd. Er kan alleen worden gezegd dat jullie geloof vol vaagheid is en zowel verward als zonder principes. Wanneer jullie zelfs de meest essentiële basiskwesties van God en de mens niet begrijpen, is dit soort geloof dan niet een geloof dat het aan iedere ontvankelijkheid ontbreekt?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Waar sta jij ten aanzien van de dertien brieven?

Dagelijkse woorden van God  Fragment 183

Jezus was 33 en een half jaar op aarde. Hij kwam om het werk van de kruisiging te doen, waardoor God een deel van Zijn heerlijkheid verwierf. Toen God in het vlees kwam, kon Hij nederig en verborgen blijven en verschrikkelijk lijden verdragen. Hoewel Hij God Zelf was, verdroeg Hij elke vernedering en elke beschimping. Hij verdroeg grote pijn toen Hij aan het kruis werd genageld om het verlossingswerk te volbrengen. Nadat deze fase van het werk was volbracht, zagen mensen weliswaar dat God grote heerlijkheid had verworven, maar dit was niet Zijn volle heerlijkheid. Het was slechts één deel van Zijn heerlijkheid, dat Hij door Jezus had verkregen. Hoewel Jezus alle moeilijkheden kon verdragen, nederig en verborgen kon blijven, gekruisigd kon worden voor God, verwierf God maar één deel van Zijn heerlijkheid, en Zijn heerlijkheid werd in Israël verkregen. God heeft nog een ander deel van heerlijkheid: naar de aarde komen om praktisch werk te doen en een groep mensen te vervolmaken. Gedurende Jezus’ fase van het werk deed Hij enkele bovennatuurlijke dingen, maar die fase van het werk diende zeker niet alleen om tekenen en wonderen te verrichten. Het diende voornamelijk om te laten zien dat Jezus in staat was om te lijden en voor God te worden gekruisigd, dat Jezus in staat was uit liefde voor God verschrikkelijke pijn te verdragen, en dat Hij, hoewel God Hem verlaten had, nog steeds bereid was Zijn leven voor Gods wil op te offeren. Nadat God Zijn werk in Israël had voltooid en Jezus aan het kruis was genageld, verkreeg God heerlijkheid en legde Hij getuigenis af ten overstaan van Satan. Jullie weten niet en hebben niet gezien hoe God vlees is geworden in China, dus hoe kunnen jullie zien dat God heerlijkheid heeft verkregen? Wanneer God veel werk in jullie doet om jullie te overwinnen en jullie standvastig blijven, dan is deze fase van het werk van God geslaagd en is dit een deel van Gods heerlijkheid. Jullie zien alleen dit en God moet jullie nog vervolmaken, jullie moeten je hart nog geheel aan God geven. Jullie moeten deze heerlijkheid nog in volle omvang zien. Jullie zien alleen dat God jullie hart al overwonnen heeft, dat jullie Hem nooit kunnen verlaten, God helemaal tot het einde zullen volgen en jullie hart niet zal veranderen, en dat dit de heerlijkheid van God is. Waarin zien jullie Gods heerlijkheid? In de effecten van Zijn werk in mensen. Mensen zien dat God zo lieflijk is, zij hebben God in hun hart en willen Hem niet verlaten. Dit is Gods heerlijkheid. Wanneer de kracht van de broeders en zusters van de kerken naar boven komt en zij God vanuit hun hart kunnen liefhebben, de opperste macht zien van het werk dat God doet, de ongeëvenaarde macht van Zijn woorden, wanneer zij zien dat Zijn woorden gezag uitstralen en dat Hij Zijn werk kan aanvangen in de spookstad van het Chinese vasteland, wanneer mensen, ook al zijn zij zwak, hun hart buigen voor God en bereid zijn Gods woorden aan te nemen, en wanneer zij, ook al zijn zij zwak en onwaardig, kunnen zien dat Gods woorden zo lieflijk en zo waardig zijn om te koesteren, dan is dit de heerlijkheid van God. Wanneer de dag komt waarop mensen door God worden vervolmaakt, en zij zich kunnen overgeven wanneer zij voor Hem staan, God volledig kunnen gehoorzamen, en hun vooruitzichten en lot in de handen van God laten, dan heeft God het tweede deel van Zijn heerlijkheid geheel en al verworven. Dat wil zeggen, wanneer het werk van de praktische God geheel is volbracht, komt Zijn werk op het vasteland van China tot een einde. Met andere woorden: wanneer zij die door God waren voorbestemd en gekozen vervolmaakt zijn, zal God heerlijkheid hebben verworven. God zei dat Hij het tweede deel van Zijn heerlijkheid naar het Oosten heeft gebracht, maar dit is onzichtbaar voor het blote oog. God heeft Zijn werk naar het Oosten gebracht: Hij is al naar het Oosten gekomen en dit is Gods heerlijkheid. Hoewel Zijn werk vandaag nog gaande is, zal het zeker worden volbracht omdat God heeft besloten om te werken. God heeft besloten dat Hij dit werk in China zal volbrengen, en Hij heeft besloten dat Hij jullie compleet zal maken. Hij laat jullie dan ook niet ontsnappen – Hij heeft jullie hart al overwonnen. Je zult moeten doorgaan, of je nu wilt of niet, en wanneer jullie door God worden gewonnen, verkrijgt God heerlijkheid. Op dit moment heeft God nog geen volledige heerlijkheid verworven, want jullie moeten nog vervolmaakt worden. Hoewel jullie hart tot God is teruggekeerd, zijn er nog steeds veel zwakheden in jullie vlees, kunnen jullie God niet behagen, kunnen jullie Gods wil niet in acht nemen, en hebben jullie toch veel negatieve dingen waar jullie vanaf moeten komen en moeten jullie nog veel beproevingen en louteringen ondergaan. Alleen op die manier kan jullie levensgezindheid veranderen en kunnen jullie door God gewonnen worden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Een korte toespraak over ‘Het Duizendjarig Koninkrijk is gekomen’

Dagelijkse woorden van God  Fragment 184

Jezus’ werk was in die tijd het werk om heel de mensheid te verlossen. De zonden van allen die in Hem geloofden, werden vergeven; Hij zou je verlossen zolang je maar in Hem geloofde. Als je in Hem geloofde, was je niet langer van de zonde, dan was je van je zonden verlost. Dit was de betekenis van gered zijn en dat je door geloof gerechtvaardigd was. Toch bleef er in de gelovigen datgene achter wat opstandig was en zich tegen God verzette en nog steeds beetje bij beetje weggenomen moest worden. Redding betekende niet dat de mens volledig door Jezus was gewonnen, maar dat de mens niet langer van de zonde was, dat zijn zonden hem vergeven waren. Op voorwaarde dat je geloofde, zou je nooit meer van de zonde zijn. Jezus deed in die tijd veel werk dat Zijn discipelen niet konden begrijpen, en Hij zei veel dat mensen niet begrepen. Dat komt omdat Hij in die tijd geen enkele uitleg gaf. Dus stelde Matteüs enkele jaren na Zijn heengaan een geslachtsregister voor Jezus samen en ook anderen deden veel werk dat uit de wil van de mens was. Jezus kwam niet om de mens te vervolmaken en te winnen, maar om één fase van het werk te doen: het evangelie van het koninkrijk van de hemel aan het licht brengen en het werk van de kruisiging volbrengen. En zo kwam Jezus’ werk met Zijn kruisiging volledig ten einde. Maar in de huidige fase – het overwinningswerk – moeten er meer woorden worden gesproken, moet er meer werk worden gedaan en moeten er vele processen zijn. Zo moeten ook de mysteries van het werk van Jezus en Jehova worden geopenbaard, zodat alle mensen begrip en duidelijkheid in hun geloof mogen hebben, want dit is het werk van de laatste dagen, en de laatste dagen zijn het einde van Gods werk, de tijd waarin het werk wordt voltooid. Deze fase van het werk zal de wet van Jehova en de verlossing van Jezus voor je verduidelijken en is er vooral opdat je het hele werk van Gods managementplan van zesduizend jaar kunt begrijpen, de gehele betekenis en het wezen van dit managementplan van zesduizend jaar kunt waarderen, en het doel kunt begrijpen van al het werk dat Jezus deed en de woorden die Hij sprak, en zelfs je blinde geloof in en adoratie voor de Bijbel. Dit alles zal je helpen een diepgaand begrip te verkrijgen. Je zult zowel het werk dat Jezus gedaan heeft als het werk van God vandaag gaan begrijpen; je zult de hele waarheid, het leven en de weg begrijpen en aanschouwen. Waarom ging Jezus werk weg zonder de eindfase van het werk te verrichten? Omdat de fase van Jezus’ werk niet het werk van afronding was. Toen Hij aan het kruis werd genageld, kwam er ook een einde aan Zijn woorden; na Zijn kruisiging was Zijn werk volledig volbracht. De huidige fase is anders: Gods werk zal pas voltooid zijn nadat de woorden tot het einde toe gesproken zijn en Zijn hele werk is afgerond. Er zijn tijdens Jezus’ fase van het werk veel woorden ongezegd gebleven of niet volledig uitgesproken. Maar het maakte Jezus niet uit wat Hij wel of niet zei, want Zijn bediening was geen bediening van woorden. Daarom ging Hij weg nadat Hij aan het kruis werd genageld. Die fase van het werk ging voornamelijk om de kruisiging en verschilt van de huidige fase. Deze huidige fase betreft voornamelijk de voltooiing, de afwikkeling en de afronding van al het werk. Als de woorden niet helemaal tot hun einde toe worden gesproken, kan dit werk geenszins worden afgerond, want in deze fase van het werk wordt al het werk voltooid en volbracht met behulp van woorden. Jezus deed in die tijd veel werk dat mensen niet konden begrijpen. Hij ging stilletjes weg en tegenwoordig zijn er nog velen die Zijn woorden niet begrijpen, die het verkeerd begrijpen en toch het idee hebben dat ze het goed begrijpen, en niet weten dat ze ernaast zitten. De laatste fase zal Gods werk helemaal voleindigen en afronden. Iedereen zal Gods managementplan gaan begrijpen en kennen. De noties in de mens, zijn bedoelingen, zijn verkeerde en absurde begrip, zijn noties ten aanzien van het werk van Jehova en Jezus, zijn zienswijzen over de heidenvolken, en al zijn afwijkingen en fouten zullen gecorrigeerd worden. En de mens zal alle juiste paden van het leven, al het werk dat God doet en de gehele waarheid begrijpen. Wanneer dat gebeurt, zal deze fase van het werk tot een einde komen. Het werk van Jehova was de schepping van de wereld, dat was het begin; deze fase van het werk is het einde en de afronding van het werk. Gods werk werd aanvankelijk uitgevoerd onder de uitverkorenen van Israël en het luidde een nieuw tijdperk in de heiligste plaats van alle plaatsen in. De laatste fase van het werk wordt uitgevoerd in het meest onreine land van alle landen, om de wereld te oordelen en het tijdperk tot een einde te brengen. In de eerste fase werd Gods werk gedaan in de schitterendste plaats van alle plaatsen en de laatste fase wordt uitgevoerd in de meest duistere plaats van alle plaatsen. Deze duisternis zal verdreven worden, het licht zal voortgebracht worden en de mensen zullen overwonnen worden. Wanneer de mensen uit deze meest onreine en duistere plaats van alle plaatsen zijn overwonnen, en de hele bevolking heeft erkend dat er een God is, die de ware God is, en ieder individu volkomen overtuigd is, dan zal het overwinningswerk op basis van dit feit worden uitgevoerd door het hele universum. Deze fase van het werk is symbolisch: zodra het werk van dit tijdperk is voltooid, zal het werk van zesduizend jaar management volledig afgerond zijn. Zodra de mensen in de meest duistere plaats van alle plaatsen zijn overwonnen, spreekt het voor zich dat dit ook overal elders zo zal zijn. Als zodanig draagt alleen het overwinningswerk in China symboliek van betekenis in zich. China belichaamt alle machten van de duisternis en het volk van China vertegenwoordigt allen die van het vlees, van Satan, en van vlees en bloed zijn. Het Chinese volk is het meest verdorven door de grote rode draak, keert zich het felst tegen God, heeft de laagste en meest onreine menselijkheid, en is dus het archetype van de hele verdorven mensheid. Dit wil niet zeggen dat andere landen helemaal geen problemen hebben; de noties van de mens zijn allemaal gelijk. Hoewel het volk uit deze landen van een goed kaliber kan zijn, moet het zo zijn dat ze tegen God opstaan als ze Hem niet kennen. Waarom stonden de Joden ook tegen God op en tartten zij Hem? Waarom keerden de Farizeeën zich ook tegen Hem? Waarom verraadde Judas Jezus? In die tijd kenden velen van de discipelen Jezus niet. Waarom geloofden de mensen nog steeds niet in Jezus nadat Hij gekruisigd en opgestaan was? Is de ongehoorzaamheid van de mens niet allemaal gelijk? Het volk van China wordt gewoon als voorbeeld gesteld en wanneer ze overwonnen zijn, worden ze modellen en voorbeelden en zullen ze als referenties voor anderen dienen. Waarom heb ik altijd gezegd dat jullie een onderdeel van mijn managementplan zijn? In het volk van China zijn verdorvenheid, onzuiverheid, onrechtvaardigheid, weerstand en opstandigheid het volledigst zichtbaar in al hun verschijningsvormen. Aan de ene kant zijn ze van een ondermaats kaliber en aan de andere kant zijn hun leven en instelling achterlijk. Hun gewoonten, sociale milieu en familie van geboorte zijn ook allemaal ondermaats en echt achterlijk. Hun status is eveneens laag. Het werk in deze plaats is symbolisch, en nadat dit testwerk volledig is uitgevoerd, zal Gods werk dat hierop volgt veel makkelijker zijn. Als deze stap van het werk voltooid kan worden, verloopt het daaropvolgende werk vanzelfsprekend. Zodra deze stap van het werk tot stand is gebracht, zal er groot succes zijn geboekt en zal het overwinningswerk in het ganse universum helemaal voltooid zijn.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, De visie van Gods werk (2)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 185

Nu werken aan de afstammelingen van Moab betekent hen redden die in de diepste duisternis zijn gevallen. Hoewel ze vervloekt waren, is het Gods verlangen om glorie van hen te verwerven, omdat ze eerst allemaal mensen waren bij wie God in hun hart niet voorkwam; uitsluitend ervoor zorgen dat zij zonder God in hun hart Hem gehoorzamen en liefhebben, is ware overwinning en de vruchten van dergelijk werk zijn het meest waardevol en overtuigend. Alleen dit betekent glorie verwerven – dit is de glorie die God wil vergaren in de laatste dagen. Het is echt een verheffing door God dat deze mensen die een lage rang hebben nu in staat zijn om zo’n enorme redding te krijgen. Dit werk is zeer betekenisvol en het is door oordeel dat Hij deze mensen wint. Het is niet Zijn bedoeling om deze mensen te straffen, maar om hen te redden. Als Hij in de laatste dagen nog steeds bezig zou zijn met het overwinningswerk in Israël, zou het geen zin hebben; zelfs als het vrucht zou dragen, zou het geen enkele waarde of grote betekenis hebben en zou Hij niet in staat zijn om alle glorie te verwerven. Hij werkt aan jullie, diegenen die in de diepste duisternis zijn gevallen, diegenen die het meest achtergebleven zijn. Deze mensen erkennen niet dat er een God is en hebben ook nooit geweten dat er een God is. Deze schepselen zijn door Satan zo verdorven, dat ze God zijn vergeten. Ze zijn verblind door Satan en weten niet eens dat er een God in de hemel is. Jullie aanbidden allemaal afgoden en Satan in je hart – zijn jullie soms niet de meest lage, meest achtergebleven personen? Jullie zijn de laagsten van het vlees, zonder enige persoonlijke vrijheid, en jullie hebben ook last van ontberingen. Jullie zijn ook de mensen op het laagste niveau in deze maatschappij, zonder zelfs de vrijheid van geloof. Dit is wat het betekent om in jullie te werken. Dat ik op dit moment aan jullie, de afstammelingen van Moab, werk, is niet bedoeld om jullie te vernederen, maar om het belang van het werk te openbaren. Voor jullie is het een geweldige verheffing. Als iemand verstand en inzicht heeft, zal hij zeggen: “Ik ben een afstammeling van Moab. Ik ben echt niet waardig dat ik nu deze grote verheffing door God of deze grote zegeningen ontvang. In alles wat ik doe en zeg en op basis van mijn status en waarde ben ik zulke grote zegeningen van God absoluut niet waardig. De Israëlieten koesteren grote liefde voor God en de genade die ze genieten wordt hun door Hem geschonken, maar hun status is veel hoger dan de onze. Abraham was heel toegewijd aan Jehova en Petrus was heel toegewijd aan Jezus – hun toewijding was honderd keer groter dan de onze. Op basis van onze daden zijn we absoluut niet waardig om van Gods genade te genieten”. De dienst van deze mensen in China kan geenszins voor Gods aangezicht komen. Het is eenvoudigweg een volslagen puinhoop; dat jullie nu genieten van zoveel van Gods genade is zuiver Gods verhevenheid! Wanneer hebben jullie Gods werk gezocht? Wanneer hebben jullie je leven voor God opgeofferd? Wanneer hebben jullie je familie, je ouders en je kinderen bereidwillig opgegeven? Niemand van jullie heeft een grote prijs betaald! Als de Heilige Geest je niet had aangemoedigd, hoeveel van jullie zouden dan alles hebben kunnen opofferen? Het is enkel omdat jullie gedwongen en genoodzaakt zijn dat jullie tot op de dag van vandaag hebben gevolgd. Waar is jullie toewijding? Waar is jullie gehoorzaamheid? Op basis van jullie daden hadden jullie al lang geleden vernietigd moeten zijn – jullie hadden allemaal van de kaart geveegd moeten zijn. Waardoor zijn jullie geschikt om van zulke grote zegeningen te genieten? Jullie zijn absoluut niet waardig! Wie van jullie heeft zijn eigen weg bedacht? Wie van jullie heeft de ware weg zelf gevonden? Jullie zijn allemaal luie, vraatzuchtige ellendelingen die naar gemak streven! Denken jullie dat jullie zo geweldig zijn? Wat hebben jullie om over op te scheppen? Zelfs als ik niet had gezegd dat jullie de afstammelingen van Moab zijn, zijn jullie aard en geboorteplaats dan echt het meest verheven? Zelfs als ik niet had gezegd dat jullie zijn afstammelingen zijn, zijn jullie dan niet stuk voor stuk waarachtig afstammelingen van Moab? Kan de feitelijke waarheid worden veranderd? Is het ontmaskeren van jullie ware aard op dit moment bezijden de waarheid? Kijk naar jullie slaafse gedrag, jullie levens en jullie karakters – beseffen jullie niet dat jullie de laagste van de laagsten onder de mensheid zijn? Wat hebben jullie om over op te scheppen? Kijk naar jullie plek in de samenleving. Zijn jullie niet op het laagste niveau? Denken jullie soms dat ik het mis heb? Abraham offerde Isaak. Wat hebben jullie opgeofferd? Job offerde alles op. Wat hebben jullie opgeofferd? Zo veel mensen hebben hun leven gegeven, hun hoofd neergelegd, hun bloed vergoten om de ware weg te vinden. Hebben jullie die prijs betaald? Ter vergelijking, jullie komen helemaal niet in aanmerking om van zo’n grote genade te genieten. Worden jullie soms in het ongelijk gesteld als er tegenwoordig wordt gezegd dat jullie de afstammelingen van Moab zijn? Schat jezelf niet te hoog in. Je hebt niets om over op te scheppen. Zo’n grote redding, zo’n grote genade wordt jullie zomaar gegeven. Jullie hebben niets opgeofferd, maar toch genieten jullie vrijelijk van genade. Schamen jullie je niet? Hebben jullie deze ware weg zelf gezocht en gevonden? Was het niet de Heilige Geest die jullie dwong om die weg te aanvaarden? Jullie hadden het nooit in je hart om echt te zoeken en jullie hadden het helemaal niet in je hart om de waarheid te zoeken, om naar de waarheid te verlangen. Jullie hebben enkel achterovergeleund en ervan genoten; jullie hebben deze waarheid verkregen zonder enige inspanning. Welk recht hebben jullie om te klagen? Denk je dat je heel veel waarde hebt? Wat hebben jullie te klagen in vergelijking met diegenen die hun leven hebben opgeofferd en wier bloed is vergoten? Jullie vernietigen zou nu juist en natuurlijk zijn! Jullie hebben geen keuze en moeten wel gehoorzamen en volgen. Jullie zijn gewoon niet waardig! De meesten van jullie zijn geroepen, maar als de omgeving jullie niet had gedwongen of als jullie niet waren geroepen, zouden jullie helemaal niet bereid zijn geweest om tevoorschijn te komen. Wie is bereid om dat los te laten? Wie is bereid om de geneugten van het vlees op te geven? Jullie zijn allemaal personen die gretig genieten van comfort en een luxe leven zoeken! Jullie hebben zulke grote zegeningen gekregen – wat hebben jullie verder nog te zeggen? Waarover zouden jullie kunnen klagen? Jullie hebben mogen genieten van de grootste zegeningen en de grootste genade die er in de hemel is en er is nu werk aan jullie onthuld dat nog nooit eerder op aarde heeft plaatsgevonden. Is dat geen zegen? Omdat jullie je tegen God hebben verzet, zijn jullie nu zo getuchtigd. Door deze tuchtiging hebben jullie Gods genade en liefde gezien en nog meer hebben jullie Zijn rechtvaardigheid en heiligheid gezien. Door deze tuchtiging en door de smerigheid van de mensheid hebben jullie Gods grote kracht gezien en hebben jullie Zijn heiligheid en grootsheid gezien. Is dat niet de meest bijzondere waarheid? Is dat niet een betekenisvol leven? Het werk dat God doet, is vol van betekenis! Dus hoe lager jullie rang is, hoe meer het bewijst dat jullie zijn verheven door God en hoe meer het bewijst hoe waardevol Zijn werk aan jullie nu is. Het is gewoon een onbetaalbare schat die je nergens anders vandaan kunt halen! Door de eeuwen heen heeft niemand zo’n grote redding genoten. Het feit dat jullie positie laag is, laat zien hoe groot Gods verlossing is en het laat zien dat God trouw is aan de mensheid – Hij redt, Hij vernietigt niet.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het belang van het redden van de afstammelingen van Moab

Dagelijkse woorden van God  Fragment 186

Toen God naar de aarde kwam, was Hij niet van de wereld en Hij is geen vlees geworden om van de wereld te genieten. De plaats waarop Zijn werk het best Zijn gezindheid zou onthullen en het meest betekenisvol zou zijn, is precies de plaats waar Hij werd geboren. Ongeacht of het nu een heilig of smerig land is, en ongeacht waar Hij werkt, Hij is heilig. Alles in de wereld werd door Hem geschapen, hoewel alles is verdorven door Satan. Toch zijn alle dingen nog altijd van Hem; ze zijn allemaal in Zijn handen. Hij komt naar een smerig land en werkt daar om Zijn heiligheid te openbaren; Hij doet dit alleen omwille van Zijn werk, dat wil zeggen, Hij ondergaat grote vernedering door op deze manier te werken om de mensen van dit smerige land te redden. Dat wordt gedaan om te getuigen, omwille van de hele mensheid. Dergelijk werk laat mensen Gods rechtvaardigheid zien en Gods oppergezag kan zo beter worden getoond. Zijn grootsheid en oprechtheid komen tot uiting in de redding van een groep lage mensen op wie anderen neerkijken. Dat Hij wordt geboren in een smerig land, bewijst helemaal niet dat Hij laag is; het stelt juist de hele schepping in staat om Zijn grootsheid en Zijn ware liefde voor de mensheid te zien. Hoe meer Hij op deze manier doet, hoe meer het Zijn zuivere liefde, Zijn onberispelijke liefde voor de mens openbaart. God is heilig en rechtvaardig. Hoewel Hij in een smerig land werd geboren en hoewel Hij leeft met die mensen die vol zijn van smerigheid, net zoals Jezus leefde met zondaars in het Tijdperk van Genade, is al Zijn werk soms niet in het belang van het overleven van de hele mensheid? Gaat het er niet om dat de mensheid grote redding kan ontvangen? Tweeduizend jaar geleden woonde Hij een aantal jaren bij zondaars. Dat was in het belang van verlossing. Vandaag leeft Hij in een groep smerige, eenvoudige mensen. Dat is in het belang van redding. Is niet al Zijn werk in het belang van jullie, de mensen? Als het niet was geweest om de mensheid te redden, waarom zou Hij dan, nadat Hij in een kribbe was geboren, zo veel jaren met zondaars hebben geleefd en geleden? En als het niet was om de mensheid te redden, waarom zou Hij dan voor de tweede keer terugkeren in het vlees, geboren in dit land waar demonen samenkomen, en leven met deze mensen die diep verdorven zijn door Satan? Is God soms niet trouw? Welk deel van Zijn werk is niet voor de mensheid geweest? Welk deel is niet voor jullie bestemming geweest? God is heilig. Dat verandert nooit. Hij is niet vervuild door smerigheid, hoewel Hij naar een smerig land is gekomen; dat kan alleen maar betekenen dat Gods liefde voor de mensheid zeer onbaatzuchtig is en het lijden en de vernedering die Hij doorstaat zeer groot zijn! Weten jullie niet hoe groot Zijn vernedering is omwille van jullie allemaal en jullie lot? Hij redt geen belangrijke mensen of zonen van rijke en machtige families, maar Hij redt juist diegenen die eenvoudig zijn en op wie wordt neergekeken. Is dat niet allemaal Zijn heiligheid? Is dat niet allemaal Zijn rechtvaardigheid? Hij wilde liever in een smerig land geboren worden en alle vernedering ondergaan omwille van het overleven van de hele mensheid. God is heel echt – Hij doet geen onecht werk. Wordt niet elke fase van werk op zo’n praktische manier gedaan? Hoewel mensen Hem allemaal zwartmaken en zeggen dat Hij aan tafel zit met zondaars, hoewel mensen Hem allemaal bespotten en zeggen dat Hij leeft met de zonen van smerigheid, dat Hij leeft met de laagste mensen, heeft Hij nog steeds een onbaatzuchtige toewijding en wordt Hij nog steeds op deze manier door de mensen afgewezen. Is het lijden dat Hij doorstaat niet groter dan jullie lijden? Is het werk dat Hij doet niet meer dan de prijs die jullie hebben betaald? Jullie zijn in een smerig land geboren, maar toch hebben jullie Gods heiligheid ontvangen. Jullie zijn geboren in een land waar demonen samenkomen, maar toch hebben jullie enorme bescherming gekregen. Welke keuze hebben jullie? Welke klachten hebben jullie? Is het lijden dat Hij heeft doorstaan niet groter dan het lijden dat jullie hebben doorstaan? Hij is naar de aarde gekomen en heeft nooit van de geneugten van de menselijke wereld genoten. Hij walgt van zulke dingen. God kwam niet naar de aarde om Zich door de mens te laten verwennen met materiële zaken, noch kwam Hij om te genieten van eten, kleding en ornamenten van de mens. Hij schenkt aan dat soort dingen geen aandacht; Hij kwam naar de aarde om voor de mens te lijden, niet om van mooie aardse dingen te genieten. Hij kwam om te lijden, om te werken en om Zijn managementplan af te maken. Hij koos geen leuke woonplaats, woonde niet in een ambassade of een chic hotel en Hij heeft ook geen dienaren die Hem bedienen. Op basis van wat jullie hebben gezien, weten jullie niet of Hij kwam om te werken of te genieten? Zijn jullie soms blind? Hoeveel heeft Hij jullie gegeven? Als Hij op een geriefelijke plaats geboren was, zou Hij dan glorie kunnen verkrijgen? Zou Hij dan kunnen werken? Zou dat dan enige betekenis hebben? Zou Hij de mensheid volledig kunnen overwinnen? Zou Hij in staat zijn om mensen te redden uit het land van smerigheid? Mensen vragen, op basis van hun opvattingen: “Waarom is God in dit smerige land geboren als Hij heilig is? U haat en verafschuwt ons smerige mensen; u verafschuwt onze weerstand en onze opstandigheid, dus waarom woont u bij ons? U bent een oppermachtige God. U had overal geboren kunnen worden, dus waarom moest u in dit smerige land geboren worden? Elke dag tuchtigt u ons en oordeelt u over ons en u weet duidelijk dat we de afstammelingen van Moab zijn, dus waarom woont u nog steeds in ons midden? Waarom bent u geboren in een familie van afstammelingen van Moab? Waarom hebt u dat gedaan?” Zulke gedachten van jullie getuigen van een gebrek aan verstand! Alleen door dit soort werk kunnen mensen Zijn grootheid, Zijn nederigheid en verborgenheid zien. Hij is bereid om alles op te offeren omwille van Zijn werk en Hij heeft al het lijden omwille van Zijn werk verdragen. Hij doet dit omwille van de mensheid en meer nog om Satan te overwinnen, zodat alle schepselen zich onder Zijn heerschappij kunnen onderwerpen. Alleen dat is zinvol, waardevol werk.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het belang van het redden van de afstammelingen van Moab

Dagelijkse woorden van God  Fragment 187

In de tijd dat Jezus in Judea werkte, deed Hij dat openlijk, maar nu werk en spreek ik in het geheim onder jullie. De ongelovigen zijn zich daar volkomen onbewust van. Mijn werk onder jullie is afgesloten voor degenen in de buitenwereld. Deze woorden, deze tuchtigingen en oordelen, zijn alleen bekend bij jullie en niet bij anderen. Al dit werk wordt uitgevoerd in jullie midden en alleen voor jullie ontsloten; niemand onder de ongelovigen weet hiervan, want de tijd is nog niet gekomen. Deze mensen hier zijn er bijna aan toe om compleet te worden gemaakt nadat ze tuchtigingen hebben ondergaan, maar degenen in de buitenwereld weten hier niets van. Dit werk is veel te verborgen! Voor hen is de vleesgeworden God verborgen, maar voor hen in deze stroom kan men zeggen dat Hij open is. Hoewel in God alles open is, alles wordt geopenbaard en alles wordt vrijgegeven, gaat dit alleen op voor hen die in Hem geloven; wat de rest, de ongelovigen betreft, wordt er niets bekendgemaakt. Het werk dat momenteel onder jullie en in China wordt uitgevoerd, is strikt afgesloten, om te voorkomen dat zij ervan weten. Mochten zij lucht krijgen van dit werk, dan zouden zij het alleen veroordelen en aan vervolging onderwerpen. Zij zouden er niet in geloven. Werken in het land van de grote rode draak, deze meest achterlijke plaats, is geen sinecure. Als dit werk openlijk werd gedaan, zou het onmogelijk voort kunnen gaan. Deze fase van het werk kan gewoonweg niet op deze plaats worden uitgevoerd. Als dit werk openlijk werd uitgevoerd, hoe zou men het dan doorgang laten vinden? Zou dit het werk niet nog meer in gevaar brengen? Als dit werk niet verborgen was, maar veeleer werd uitgevoerd zoals in de tijd van Jezus, toen Hij op spectaculaire wijze de zieken genas en demonen uitwierp, zou het dan niet lang geleden al ‘gegrepen zijn’ door de duivels? Zouden zij het bestaan van God kunnen tolereren? Als ik nu de synagogen binnenging om tot de mensen te prediken en ze de les te lezen, zou ik dan niet lang geleden al zijn vermorzeld? Als dat gebeurd was, hoe had mijn werk dan verder kunnen worden uitgevoerd? De reden dat er helemaal geen tekenen en wonderen openlijk worden gemanifesteerd, is om het in de verborgenheid te houden. Voor ongelovigen is mijn werk dus niet te zien, te kennen of te ontdekken. Als deze fase van het werk op dezelfde manier werd gedaan als dat van Jezus in het Tijdperk van Genade, zou het niet zo stabiel kunnen zijn als het nu is. Dus op deze manier in het geheim werken, komt jullie en het werk als geheel ten goede. Wanneer Gods werk op aarde ten einde loopt, dat wil zeggen, wanneer dit geheime werk wordt afgesloten, dan zal deze fase van het werk in de openbaarheid uitbarsten. Allen zullen weten dat er een groep overwinnaars in China is; allen zullen weten dat de vleesgeworden God in China is en dat Zijn werk tot een einde is gekomen. Pas dan zal het de mens gaan dagen: waarom is er in China nog geen sprake van verval of instorting? Het blijkt dat God Zijn werk persoonlijk in China uitvoert en een groep mensen tot overwinnaars heeft vervolmaakt.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het mysterie van de incarnatie (2)

Vorige: Gods werk kennen

Volgende: Gods werk kennen II

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Het zuchten van de Almachtige

Er is een enorm geheim in je hart, waar je je nooit bewust van bent geweest, want je hebt steeds in een wereld zonder licht geleefd. Je...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger