Gods werk kennen II

Dagelijkse woorden van God  Fragment 188

Als mensen die in God geloven moeten jullie allemaal beseffen hoe jullie werkelijk de opperste verheerlijking en redding hebben verkregen door het werk van God in de laatste dagen te ontvangen, en het werk van Zijn plan dat Hij tegenwoordig in jullie verricht. God heeft deze groep mensen tot het enige aandachtspunt van Zijn werk gemaakt in het hele heelal. Hij heeft al het bloed van Zijn hart voor jullie opgeofferd; Hij heeft al het werk van de Geest in het hele heelal gevorderd en aan jullie gegeven. Dat is waarom jullie de gelukkigen zijn. Bovendien heeft Hij Zijn glorie verplaatst van Israël, Zijn uitverkoren volk, naar jullie, en door middel van deze groep zal Hij de bedoeling van Zijn plan volledig duidelijk maken. Daarom zijn jullie degenen die het erfdeel van God zullen ontvangen; bovendien zijn jullie de erfgenamen van Gods glorie. Misschien herinneren jullie je allemaal deze woorden: “Want onze lichte last, die maar voor even is, creëert voor ons een veel zwaarder gewicht van glorie, dat voor eeuwig is.” Jullie allen hebben deze woorden eerder gehoord, maar niemand van jullie begreep de ware betekenis ervan. Tegenwoordig zijn jullie je diep bewust van hun echte belang. Deze woorden zullen in de laatste dagen door God worden vervuld, en ze zullen worden vervuld in hen die wreed zijn vervolgd door de grote rode draak in het land waar deze opgerold ligt. De grote rode draak vervolgt God en is de vijand van God, en dus worden de mensen in dit land blootgesteld aan vernedering en vervolging vanwege hun geloof in God, en deze woorden worden als gevolg daarvan vervuld in jullie, deze groep mensen. Omdat het ondernomen wordt in een land dat zich tegen God verzet, heeft al Gods werk te maken met enorme hindernissen, en het vervullen van veel van Zijn woorden kost tijd. Zodoende worden mensen gelouterd als gevolg van Gods woorden, wat ook deel uitmaakt van het lijden. Het is voor God bijzonder moeilijk om Zijn werk uit te voeren in het land van de grote rode draak – maar het is door deze moeilijkheid dat God één fase van Zijn werk uitvoert, waarbij Hij Zijn wijsheid en Zijn wonderbaarlijke daden duidelijk maakt en deze gelegenheid gebruikt om deze groep mensen compleet te maken. Het is door het lijden van mensen, door hun kaliber en door alle satanische gezindheden van het volk van dit vuile land dat God Zijn werk van zuivering en overwinning doet, zodat Hij hierdoor glorie kan verwerven en diegenen kan winnen die van Zijn daden zullen getuigen. Dat is het volledige belang van alle offers die God omwille van deze groep mensen heeft gebracht. Dat wil zeggen: het is door hen die zich tegen Hem verzetten dat God het overwinningswerk doet, en alleen zo kan de grote kracht van God duidelijk worden gemaakt. Met andere woorden: alleen degenen in het onreine land zijn het erven van Gods glorie waardig, en alleen dit kan de grote kracht van God benadrukken. Dit is de reden dat de glorie van God wordt gewonnen van het onreine land en van hen die in het onreine land wonen. Dit is de wil van God. Jezus’ fase van het werk was hetzelfde: Hij kon alleen glorie winnen onder die farizeeërs die Hem vervolgden; als de farizeeërs Hem niet hadden vervolgd en Judas Hem niet had verraden, zou Jezus niet zijn bespot en belasterd, laat staan gekruisigd, en had Hij dus geen glorie kunnen winnen. Daar waar God werkt in elk tijdperk, en waar Hij Zijn werk in het vlees doet, is waar Hij glorie wint en waar Hij diegenen wint die Hij voornemens is te winnen. Dit is het plan van Gods werk, en dit is Zijn management.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Is het werk van God zo eenvoudig als de mens zich voorstelt?

Dagelijkse woorden van God  Fragment 189

In Gods plan van enkele duizenden jaren worden twee delen van het werk gedaan in het vlees: het eerste is het werk van de kruisiging, waarvoor Hij glorie verwerft; het andere is het werk van de overwinning en vervolmaking in de laatste dagen, waarvoor Hij glorie verwerft. Dit is het management van God. Beschouw Gods werk, of Gods opdracht aan jullie, daarom niet als een eenvoudige zaak. Jullie zijn allemaal erfgenamen van Gods veel meer overstijgende en eeuwige gewicht van glorie, en dit is speciaal voorbestemd door God. Van de twee delen van Zijn glorie is één deel zichtbaar in jullie; één deel van Gods glorie is volledig aan jullie geschonken, om te dienen als jullie erfdeel. Dit is Gods verheerlijking van jullie, en het is ook het plan dat Hij lang geleden heeft voorbestemd. Gezien de grootsheid van het werk dat God heeft verricht in het land waar de grote rode draak woont, zou het lang geleden vruchten hebben afgeworpen en zonder meer door de mens zijn aangenomen als het naar elders was verplaatst. Bovendien zou dit werk veel te eenvoudig te aanvaarden zijn voor die geestelijken in het Westen die in God geloven, want de fase van het werk van Jezus dient als precedent. Dit is waarom God niet in staat is deze fase van het werk van het verwerven van glorie elders te verwezenlijken; wanneer het werk gesteund wordt door de mensen en herkend wordt door de naties, kan Gods glorie zich niet vestigen. Dit is nu juist het bijzondere belang van deze fase van het werk in dit land. Er is onder jullie niemand die door de wet wordt beschermd – in plaats daarvan worden jullie door de wet gestraft. Nog problematischer is dat mensen jullie niet begrijpen: of het nu jullie familieleden, jullie ouders, jullie vrienden of jullie collega’s zijn, niemand van hen begrijpt jullie. Wanneer jullie door God worden verlaten, kunnen jullie onmogelijk op aarde blijven wonen. Niettemin kunnen mensen het niet verdragen om weg van God te zijn; dat is het belang van Gods overwinning van mensen en is de glorie van God. Wat jullie deze dag hebben geërfd, overtreft datgene van de apostelen en profeten door de tijden heen en is zelfs groter dan datgene van Mozes en Petrus. Zegeningen kunnen niet in één of twee dagen worden verkregen; ze moeten worden gewonnen door grote opoffering. Dat wil zeggen: jullie moeten een liefde bezitten die loutering heeft ondergaan, jullie moeten een groot geloof bezitten en jullie moeten de vele waarheden hebben waarvan God vereist dat jullie ze verwerven; bovendien moeten jullie je tot gerechtigheid wenden, zonder geïntimideerd of ontwijkend te zijn, en jullie moeten een liefde voor God hebben die aanhoudend is tot aan de dood. Jullie moeten vastberaden zijn, in jullie levensgezindheid moeten veranderingen optreden, jullie verdorvenheid moet worden genezen, jullie moeten alle orkestraties van God zonder morren aanvaarden en jullie moeten helemaal tot de dood gehoorzaam zijn. Dit is wat jullie horen te bereiken, dit is het einddoel van Gods werk, en het is wat God vergt van deze groep mensen. Aangezien Hij aan jullie geeft, zal Hij als tegenprestatie beslist ook van jullie vragen, en zal Hij beslist gepaste eisen aan jullie stellen. Daarom zit er logica achter al het werk dat God doet; dit toont aan waarom God steeds weer werk doet waarbij de norm hoog ligt en er strikte vereisten gelden. Het is hierom dat jullie vervuld moeten zijn van geloof in God. Kortom: al het werk van God wordt omwille van jullie gedaan, zodat jullie het waard kunnen zijn om Zijn erfenis te ontvangen. Dit is niet zozeer omwille van Gods eigen glorie als omwille van jullie redding en de vervolmaking van deze groep mensen die zo zwaar is geteisterd in het onreine land. Jullie moeten de wil van God begrijpen. En daarom maan ik de vele onwetende mensen aan die geen enkel inzicht of verstand hebben: stel God niet op de proef en stel je niet langer teweer. God heeft al leed ondergaan dat nog nooit door enige mens is ondergaan, en Hij heeft al lange tijd in de plek van de mens nog grotere vernedering ondergaan. Wat is er verder nog wat jullie niet kunnen loslaten? Wat zou er belangrijker kunnen zijn dan de wil van God? Wat zou er hoger kunnen zijn dan Gods liefde? Het is voor God al moeilijk genoeg om Zijn werk uit te voeren in dit onreine land; als de mens daarbij nog eens willens en wetens overtredingen begaat, zal het werk van God verlengd moeten worden. Dit komt, kortom, niemand ten goede, niemand is erbij gebaat. God is niet gebonden aan tijd; Zijn werk en Zijn glorie komen voorop. Daarom zal Hij enige prijs betalen voor Zijn werk, hoe lang het ook duurt. Dit is Gods gezindheid: Hij zal niet rusten tot Zijn werk gedaan is. Zijn werk zal pas eindigen wanneer Hij het tweede deel van Zijn glorie verwerft. Als God nergens in het heelal het tweede deel van Zijn werk van het verwerven van glorie voltooit, zal Zijn dag nooit komen, zal Zijn hand Zijn uitverkoren volk nooit verlaten, zal Zijn glorie nooit neerdalen op Israël en zal Zijn plan nooit voltooid zijn. Jullie zouden Gods wil moeten kunnen zien, en jullie moeten zien dat Gods werk niet zo eenvoudig is als de schepping van de hemel en de aarde en alle dingen. Dat komt doordat het werk van tegenwoordig de transformatie is van degenen die verdorven zijn, die zo gevoelloos zijn als maar mogelijk is; het dient om hen te zuiveren die geschapen zijn, maar bewerkt zijn door Satan. Het is niet de schepping van Adam en Eva, laat staan de schepping van het licht, of de schepping van elke plant en elk dier. God maakt de dingen die door Satan zijn verdorven weer zuiver en wint ze dan opnieuw; ze worden dingen die Hem toebehoren, en ze worden Zijn glorie. Dit is niet hoe de mens het zich voorstelt, het is niet zo eenvoudig als de schepping van de hemel en aarde en alles wat die bevatten, of het werk van het vervloeken van Satan tot de pit van de afgrond; veeleer is het het werk van de transformatie van de mens, de verandering van dingen die negatief zijn en Hem niet toebehoren in dingen die positief zijn en Hem wel toebehoren. Dit is de waarheid achter deze fase van Gods werk. Jullie moeten dit begrijpen en voorkomen dat je de dingen al te simplistisch benadert. Het werk van God is anders dan enig normaal werk. De geweldigheid en wijsheid ervan gaan het menselijk verstand te boven. Tijdens deze fase van het werk schept God niet alle dingen, maar Hij vernietigt ze evenmin. In plaats daarvan transformeert Hij alle dingen die Hij heeft geschapen en zuivert Hij alle dingen die door Satan zijn bezoedeld. En zo begint God aan een grote onderneming, wat het volledige belang is van het werk van God. Zie je in deze woorden dat het werk van God echt zo eenvoudig is?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Is het werk van God zo eenvoudig als de mens zich voorstelt?

Dagelijkse woorden van God  Fragment 190

Het 6.000-jarig werk van Gods management is onderverdeeld in drie fasen: het Tijdperk van de Wet, het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van het Koninkrijk. Deze drie fasen van werk zijn allemaal omwille van de redding van de mensheid, dat wil zeggen dat ze zijn voor de redding van mensheid die ernstig verdorven is gemaakt door Satan. Tegelijkertijd zijn ze er echter zodat God strijd voert met Satan. Zoals dus het werk van redding is onderverdeeld in drie fasen, is ook de strijd met Satan onderverdeeld in drie fasen en deze twee aspecten van Gods werk worden tegelijkertijd uitgevoerd. De strijd met Satan is in feite omwille van de redding van de mensheid en omdat het werk van de redding van de mensheid niet iets is dat met succes kan worden voltooid in een enkele fase, is de strijd met Satan ook onderverdeeld in fasen en periodes en wordt oorlog tegen Satan gevoerd in overeenstemming met de behoeftes van de mens en de mate van Satans verdorvenheid in hem. Misschien gelooft een mens, in zijn verbeelding, dat God in deze strijd wapens opneemt tegen Satan, op dezelfde manier als dat twee legers elkaar zouden bestrijden. Dit is enkel datgene wat het intellect van de mens kan bedenken; het is een uiterst vaag en onrealistisch idee, maar toch is het wat de mens gelooft. En omdat ik hier zeg dat de manier om de mens redding te brengen door strijd met Satan is, beeldt de mens zich in dat dit de manier is waarop de strijd wordt gevoerd. Er zijn drie fasen in het werk van de redding van de mens, dat wil zeggen dat de strijd met Satan is verdeeld in drie fasen om Satan voor eens en altijd te verslaan. Doch, de innerlijke waarheid van het gehele werk van de strijd met Satan is dat de effecten daarvan worden behaald tijdens verschillende stappen van het werk: het schenken van genade aan de mens, het worden van een zondoffer voor de mens, het vergeven van de zonden van de mens, het overwinnen van de mens en het vervolmaken van de mens. In werkelijkheid is de strijd met Satan niet het ter hand nemen van wapens tegen Satan, maar de redding van de mens, het bewerken van het leven van de mens en het veranderen van de gezindheid van de mens, zodat hij getuigenis mag geven voor God. Dit is hoe Satan wordt verslagen. Satan wordt verslagen door het veranderen van de verdorven gezindheid van de mens. Wanneer Satan is verslagen, namelijk wanneer de mens volledig is gered, dan zal de vernederde Satan compleet gebonden zijn en op deze manier zal de mens volledig zijn gered. Dus het wezen van de redding van de mens is de oorlog met Satan en die oorlog wordt voornamelijk weerspiegeld in de redding van de mens. De fase van de laatste dagen, waarin de mens moet worden overwonnen, is de laatste fase in de strijd met Satan en is ook het werk van de complete redding van de mens van het domein van Satan. De innerlijke betekenis van de overwinning van de mens is de terugkeer van de belichaming van Satan – de mens die door Satan verdorven is gemaakt – naar de Schepper volgend op zijn overwinning, waardoor hij Satan zal verlaten en compleet naar God terug zal keren. Op deze manier zal de mens volledig worden gered. Daarom is het werk van overwinning het laatste werk in de strijd tegen Satan en de laatste fase in Gods management met als doel Satan te verslaan. Zonder dit werk, zou de volledige redding van de mens uiteindelijk onmogelijk zijn. Satan totaal verslaan zou ook onmogelijk zijn en de mensheid zou nooit in staat zijn om de geweldige bestemming te bereiken of vrij te komen van Satans invloed. Derhalve kan het werk van redding van de mens niet worden voltooid voordat de strijd met Satan is besloten, want de kern van het werk van Gods beheer is omwille van de redding van de mensheid. De eerste mensheid was in de handen van God, maar vanwege Satans verleiding en verdorvenheid, werd de mens gebonden door Satan en viel hij in de handen van de kwade. Zo werd Satan het object om te worden verslagen in het werk van Gods management. Omdat Satan de mens in bezit nam en omdat de mens het kapitaal is dat God gebruikt om Zijn management uit te voeren, moet de mens, om te worden gered, worden teruggegrepen uit de handen van Satan, dat wil zeggen dat de mens terug moet worden genomen na gevangen te zijn gehouden door Satan. Zodoende moet Satan worden verslagen door de veranderingen in de oude gezindheid van de mens, veranderingen die het oorspronkelijke gevoel voor rede van de mens herstellen. Op deze manier kan de mens, die gevangen is gehouden, terug worden gegrepen uit de handen van Satan. Als de mens wordt bevrijd uit de invloed en gebondenheid van Satan, dan zal Satan worden beschaamd, de mens zal uiteindelijk worden teruggenomen en Satan zal worden verslagen. En omdat de mens is bevrijd uit de duistere invloed van Satan, zal de mens de buit worden van deze hele strijd en zal Satan het object worden dat zal worden gestraft wanneer de strijd eenmaal is voltooid, waarna het totale werk van de redding van de mensheid zal zijn voltooid.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het normale leven van de mens herstellen en hem meenemen naar een geweldige bestemming

Dagelijkse woorden van God  Fragment 191

God is geïncarneerd op het Chinese vasteland of, in de woorden van landgenoten uit Hong Kong en Taiwan, het ‘binnenland’. Toen God van de hemel hierboven naar de aarde kwam, was niemand in de hemel of op aarde zich hiervan bewust, want dit is de ware betekenis van Gods verhulde terugkomst. Hij werkt en leeft al lange tijd in het vlees, en toch is niemand zich ervan bewust geweest. Zelfs tot op de dag van vandaag herkent niemand het. Misschien zal dit een eeuwig raadsel blijven. Gods vleeswording deze keer is iets waar geen mens zich mogelijk bewust van kan worden. Ongeacht hoe groot de schaal en hoe krachtig de invloed van het werk van de Geest, God blijft altijd onbewogen en onthult nooit iets. Je kunt stellen dat deze fase van Zijn werk hetzelfde is als wanneer deze in het hemelse rijk zou plaatsvinden. Ook al is het duidelijk voor iedereen die niet blind is, niemand herkent het. Wanneer God deze stage van Zijn werk voltooit, zal de gehele mensheid breken met haar gebruikelijke houding[1] en ontwaken uit haar lange droom. Ik herinner me dat God eens zei: “Vlees worden is deze keer zoals in de schuilplaats van de tijger vallen.” Wat dit betekent is dat God deze keer, zelfs nog meer dan voorheen, extreem gevaar loopt door naar de aarde te komen, omdat God in deze ronde van Gods werk vlees wordt en bovendien geboren wordt waar de grote rode draak verblijft. Waar Hij voor komt te staan, zijn messen en pistolen en knuppels en stokken; waar Hij voor komt te staan, is verzoeking; waar Hij voor komt te staan, zijn menigtes met gezichten vol moordzuchtige bedoelingen. Hij loopt het risico op enig moment gedood te worden. God kwam en bracht toorn met Zich mee. Maar Hij kwam om het werk van vervolmaking te doen, dat wil zeggen dat Hij kwam om het tweede deel van Zijn werk te doen; dat deel dat verdergaat na het werk van de verlossing. Omwille van deze fase van Zijn werk, heeft God er grondig over nagedacht en uiterste zorg aan besteed, en gebruikt Hij alle mogelijke manieren om de aanvallen van verzoeking te ontwijken. Hij verbergt Zichzelf nederig en loopt nooit te koop met Zijn identiteit. Door de mens van het kruis te redden, maakte Jezus alleen maar het werk van de verlossing compleet; Hij deed niet het werk van vervolmaking. Zodoende werd maar de helft van Gods werk gedaan, en het voltooien van het werk van de verlossing was maar de helft van Zijn volledige plan. Terwijl het nieuwe tijdperk op uitbreken stond en het oude op verdwijnen, begon God de Vader na te denken over het tweede deel van Zijn werk en hier voorbereidingen voor te treffen. Deze incarnatie in de laatste dagen was in het verleden niet duidelijk geprofeteerd, wat de weg baande voor de toegenomen geheimhouding van Gods vleeswording deze keer. Zonder dat de massa’s van de mensheid ervan afwisten, kwam God tijdens het ochtendgloren naar de aarde en begon Zijn leven in het vlees. Mensen waren zich niet bewust van het aanbreken van dit moment. Misschien sliepen ze allemaal diep; misschien waren velen die wakker en alert waren aan het wachten, en misschien waren velen in stilte aan het bidden tot God in de hemel. En toch was er onder al deze vele mensen niet één die wist dat God al op aarde was gearriveerd. God werkte op deze manier om Zijn werk soepeler uit te voeren en betere resultaten te behalen, alsmede om zelfs nog meer verzoekingen te voorkomen. Wanneer de lentesluimering van de mens tot een einde komt, zal Gods werk allang beëindigd zijn en zal Hij vertrekken en Zijn leven van op aarde rondzwerven en verblijven beëindigen. Omdat Gods werk vereist dat God in eigen persoon handelt en spreekt, en omdat de mens op geen enkele manier kan ingrijpen, heeft God extreem lijden ondergaan om naar de aarde te komen en Zelf het werk te doen. De mens is niet in staat om Gods werk te vervangen. Om deze reden heeft God gevaren getrotseerd die duizenden malen groter waren dan de gevaren in het Tijdperk van Genade, teneinde neer te dalen naar het land waar de grote rode draak woont om Zijn eigen werk te doen, al Zijn aandacht en zorg in te zetten en deze groep verarmde mensen te verlossen; deze groep mensen die in een mestvaalt vastzit. Ook al weet niemand van Gods bestaan, dat baart God geen zorgen, want dit komt Zijn werk sterk ten goede. Hoe zou iemand Gods bestaan tolereren, gezien dat iedereen extreem weerzinwekkend en kwaadaardig is? Daarom blijft God stil nu Hij op aarde is gekomen. Het maakt niet uit dat de mens gezonken is tot de ergste excessen van wreedheid: niets daarvan deert God; Hij blijft alleen maar het werk doen dat Hij moet doen om de grotere opdracht te vervullen die de hemelse Vader Hem heeft toevertrouwd. Wie van jullie heeft Gods beminnelijkheid herkend? Wie heeft meer zorg betoond over de last van God de Vader dan Zijn Zoon betoont? Wie is in staat de wil van God de Vader te begrijpen? De Geest van God de Vader in de hemel is vaak verontrust, en Zijn Zoon op aarde bidt voortdurend ten behoeve van de wil van God de Vader, en maakt Zich daarbij zulke zorgen dat Zijn hart in stukken breekt. Is er ook maar iemand die weet van de liefde van God de Vader voor Zijn Zoon? Is er ook maar iemand die het hart kent waarmee de geliefde Zoon God de Vader mist? Verscheurd tussen hemel en aarde hebben de twee hun blik voortdurend van verre op elkaar gericht; ze volgen elkaar in de Geest. O mensheid! Wanneer zul je rekening houden met Gods hart? Wanneer zul je Gods bedoeling begrijpen? De Vader en de Zoon zijn altijd afhankelijk van elkaar geweest. Waarom zouden ze dan gescheiden moeten worden: één hierboven in de hemel en één hierbeneden op aarde? De Vader houdt van Zijn Zoon zoals de Zoon van Zijn Vader houdt. Waarom moet de Vader dan met zulk diep, pijnlijk verlangen wachten op de Zoon? Ze zijn misschien nog niet lang gescheiden, maar wie weet hoeveel dagen en nachten de Vader al smacht met pijnlijk verlangen, en hoe lang Hij al hunkert naar de spoedige terugkeer van Zijn geliefde zoon? Hij observeert, Hij zit in stilte en wacht; er is niets wat Hij doet dat niet de spoedige terugkomst van Zijn geliefde Zoon beoogt. De Zoon die naar de einden van de aarde is gezworven: wanneer zullen Zij herenigd worden? Ook al zullen ze, eenmaal herenigd, voor eeuwig samen zijn, hoe kan Hij de duizenden dagen en nachten van scheiding verdragen, de één hierboven in de hemel en de ander hierbeneden op aarde? Decennia op aarde voelen als millennia in de hemel. Hoe zou God de Vader niet bezorgd kunnen zijn? Wanneer God naar de aarde komt, ervaart Hij de talloze wisselvalligheden van de mensenwereld net zoals de mens die ervaart. God is onschuldig, dus waarom moet Hij onderworpen worden aan hetzelfde leed als de mens? Geen wonder dat God de Vader zo dringend smacht naar Zijn Zoon; wie kan Gods hart begrijpen? God geeft de mens te veel; hoe kan de mens Gods hart voldoende terugbetalen? Toch geeft de mens God te weinig; hoe zou God daarover niet bezorgd kunnen zijn?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (4)

Voetnoot:

1. ‘Breken met haar gebruikelijke houding’ duidt op hoe de opvattingen en ideeën van mensen over God veranderen wanneer ze God eenmaal hebben leren kennen.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 192

Er is onder de mens bijna niemand die de urgentie van Gods gemoedstoestand begrijpt, omdat het kaliber van de mens te inferieur is en zijn geest erg afgestompt, waardoor geen van hen let op wat God doet of dat in acht neemt. Om deze reden is God voortdurend slecht op zijn gemak over de mens, alsof de beestachtige aard van de mens op elk moment kan uitbreken. Hieruit valt zelfs nog duidelijker op te maken dat Gods komst naar de aarde samengaat met enorme verzoekingen. Maar omwille van het compleet maken van een groep mensen heeft God, volledig beladen met glorie, de mens over al zijn bedoelingen verteld en niets voor hem verborgen. Hij heeft zich resoluut voorgenomen om deze groep mensen compleet te maken. Daarom: wat voor tegenspoed of verzoeking er ook komt, Hij kijkt weg en negeert het allemaal. Hij doet alleen maar stilletjes Zijn eigen werk. Hij gelooft vast dat, op een dag wanneer God Zijn glorie ontvangt, de mens Hem zal kennen. Hij gelooft dat, wanneer de mens eenmaal door God compleet is gemaakt, de mens Gods hart volledig zal begrijpen. Op dit moment zijn er misschien mensen die God verzoeken, verkeerd begrijpen of de schuld geven: God trekt zich niets van dit alles aan. Wanneer God in glorie neerdaalt, zullen mensen allemaal begrijpen dat alles wat God doet omwille van het geluk van de mens is, en zullen ze allemaal begrijpen dat alles wat God doet als doel heeft dat de mens beter kan overleven. God komt, brengt verzoeking, en Hij komt ook en brengt majesteit en toorn. Wanneer God de mens verlaat, heeft Hij allang Zijn glorie ontvangen, en Hij vertrekt volledig beladen met glorie en met de vreugde van het terugkeren. De God die op aarde werkt trekt Zich geen dingen persoonlijk aan, hoezeer mensen Hem ook verwerpen. Hij blijft slechts Zijn werk doen. Gods schepping van de wereld dateert van duizenden jaren terug. Hij is naar de aarde gekomen om een onmetelijke hoeveelheid werk te doen, en Hij heeft de verwerping en laster door de mensenwereld volledig ervaren. Niemand verwelkomt Gods komst; Hij krijgt een kille begroeting. In de loop van deze meerdere duizenden jaren van moeilijke omstandigheden heeft het gedrag van de mens God allang ernstig gekwetst. Hij let niet meer op de opstand van mensen en heeft in plaats daarvan een ander plan gemaakt om de mens te transformeren en te zuiveren. De hoon, laster en vervolging, het verduren van kruisiging, de uitsluiting door de mens enzovoorts, waar God mee te maken heeft gekregen sinds Hij vlees is geworden: God heeft genoeg van deze dingen geproefd, en wat betreft de tegenspoed van de mensenwereld: God die vlees is geworden heeft al deze tegenspoed volledig ondergaan. De Geest van God de Vader in de hemel vindt zulke aanblikken al lange tijd ondraaglijk. Hij gooit Zijn hoofd in Zijn nek, sluit Zijn ogen en wacht op de terugkeer van Zijn geliefde Zoon. Het enige wat Hij wenst, is dat de mensheid zal luisteren en gehoorzamen en, na zich diep te hebben geschaamd ten overstaande van Zijn vlees, zal kunnen ophouden met rebelleren tegen Hem. Het enige wat Hij wenst, is dat de mensheid in Gods bestaan zal kunnen geloven. Hij stelt allang geen grotere eisen meer aan de mens, want God heeft een te hoge prijs betaald, en toch is de mens op zijn gemak aan het rusten[1] en neemt Gods werk niet in het minst ter harte.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (4)

Voetnoot:

1. ‘Op zijn gemak aan het rusten’ betekent dat mensen nonchalant zijn over Gods werk en het niet belangrijk achten.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 193

Toen God in het Tijdperk van Genade terugkeerde naar de derde hemel, was het eindstadium van Gods werk van het verlossen van de gehele mensheid al aangebroken. Het enige wat op aarde bleef, was het kruis dat Jezus op Zijn rug droeg, het fijne linnen waarin Jezus was gewikkeld en de doornenkroon en scharlaken mantel die Jezus droeg (dit waren voorwerpen waarmee de Joden Hem bespotten). Dat wil zeggen: nadat het werk van de kruisiging van Jezus grote sensatie had veroorzaakt, werd het weer rustig. Vanaf dat moment begonnen de discipelen van Jezus Zijn werk voort te zetten; overal hoedden en begoten ze in de kerken. De inhoud van hun werk was als volgt: ze vroegen alle mensen om berouw te hebben, hun zonden te belijden en zich te laten dopen; en de apostelen trokken er allemaal op uit om het verhaal zoals ingewijden dat kenden, het onopgesmukte verslag van de kruisiging van Jezus, te verspreiden. Daarom viel iedereen zonder het te kunnen helpen voor Jezus neer om zijn zonden te belijden. Bovendien gingen de apostelen overal heen en gaven de woorden door die Jezus had gesproken. Toen begon de bouw van kerken in het Tijdperk van Genade. Wat Jezus in dat tijdperk deed, was ook spreken over het leven van de mens en de wil van de hemelse Vader. Alleen verschilden veel van die uitspraken en werkwijzen sterk van de hedendaagse, omdat het een ander tijdperk was. Toch zijn ze in essentie dezelfde: beide zijn het werk van Gods Geest in het vlees, precies en exact zo. Dit soort werk en uitspraken heeft helemaal tot de huidige dag voortgeduurd, en daarom delen de religieuze instellingen van tegenwoordig dit soort dingen nog altijd en zijn ze totaal onveranderd. Toen Jezus’ werk was voltooid en de kerken al op het juiste pad van Jezus Christus waren gekomen, begon God niettemin Zijn plan voor een andere fase van Zijn werk, wat Zijn vleeswording in de laatste dagen behelsde. Zoals de mens het ziet, had de kruisiging van God het werk van Gods incarnatie al voltooid, de hele mensheid al verlost en Hem de sleutel van Hades al laten bemachtigen. Iedereen denkt dat Gods werk volledig is verwezenlijkt. In feite was vanuit Gods oogpunt maar een klein deel van Zijn werk verwezenlijkt. Het enige wat Hij had gedaan, was de mensheid verlossen; Hij had de mensheid niet overwonnen, laat staan dat Hij het satanische aangezicht van de mens zou hebben veranderd. Om die reden zegt God: “Hoewel mijn geïncarneerde vlees de pijn van de dood doorstond, was dat niet het volledige doel van mijn incarnatie. Jezus is mijn geliefde Zoon en werd omwille van mij aan het kruis genageld, maar Hij heeft mijn werk niet uitputtend voltooid. Hij heeft er maar een deel van gedaan.” Zodoende begon God de tweede ronde van plannen om het werk van de incarnatie voort te zetten. Gods uiteindelijke bedoeling was om alle uit de klauwen van Satan geredde mensen te vervolmaken en te winnen; daarom was God eens te meer bereid om het gevaar van de vleeswording te trotseren. ‘Incarnatie’ verwijst naar Degene die geen glorie brengt (omdat Gods werk nog niet is voltooid), maar die verschijnt met de identiteit van de geliefde Zoon, en die de Christus is, in wie God Zich verheugt. Daarom wordt hiervan gezegd dat het het ‘trotseren van gevaar’ is. Het geïncarneerde vlees heeft geringe kracht en moet grote voorzichtigheid betrachten,[1] en de kracht ervan is tegenovergesteld aan het gezag van de Vader in de hemel. Hij vervult alleen de bediening van het vlees, voltooit het werk van God de Vader en Zijn opdracht zonder in ander werk verwikkeld te raken, en voltooit maar één deel van het werk. Dit is waarom God ‘de Christus’ werd genoemd zodra Hij naar de aarde kwam: dat is de verankerde betekenis van de naam. De reden waarom gezegd wordt dat de komst vergezeld gaat van verzoekingen is dat momenteel maar één stuk van het werk wordt voltooid. Verder is de reden dat God de Vader Hem alleen ‘Christus’ en ‘geliefde Zoon’ noemt, maar Hem niet alle glorie heeft gegeven, nou juist dat het geïncarneerde vlees komt om één stuk werk te doen, niet om de Vader in de hemel te vertegenwoordigen, maar om de bediening door de geliefde Zoon te vervullen. Wanneer de geliefde Zoon de volledige opdracht voltooit die Hij op Zijn schouders heeft genomen, zal de Vader Hem volledige glorie schenken, en ook de identiteit van Vader. Je kunt stellen dat dit ‘de code van de hemel’ is. Omdat Degene die vleesgeworden is en de Vader in de hemel Zich in twee verschillende rijken bevinden, staren de twee alleen maar in de Geest naar elkaar. De Vader houdt het oog gericht op de geliefde Zoon, maar de Zoon kan de Vader van veraf niet zien. Omdat de functies waartoe het vlees in staat is te minuscuul zijn en Hij potentieel op enig moment kan worden gedood, kan men zeggen dat deze komst het grootst mogelijke gevaar loopt. Dit komt erop neer dat God weer eens Zijn geliefde Zoon afstaat aan de kaken van de tijger, waar Zijn leven gevaar loopt, en Hem naar een plaats brengt waar Satan het sterkst is geconcentreerd. Zelfs in deze nijpende omstandigheden heeft God nog altijd Zijn geliefde Zoon overgedragen aan de mensen van een plek vol vuil en losbandigheid, opdat ze ‘Hem opvoeden tot Hij volwassen is’. Dit is omdat dit doen de enige manier is om Gods werk gepast en natuurlijk te laten lijken, en de enige manier om alle wensen van God de Vader te vervullen en het laatste deel van Zijn werk onder de mensheid te voltooien. Jezus heeft maar één fase van het werk van God de Vader volbracht. Vanwege de barrière die is opgeworpen door het geïncarneerde vlees en de verschillen in het te voltooien werk, wist Jezus Zelf niet dat er een tweede terugkeer in het vlees zou zijn. Daarom heeft geen Bijbeluitlegger of profeet gedurfd duidelijk te profeteren dat God opnieuw vlees zou worden in de laatste dagen; dat wil zeggen: dat Hij opnieuw vlees zou worden om het tweede deel van Zijn werk in het vlees te doen. Daarom besefte niemand dat God Zich allang had verscholen in het vlees. Dat is niet verwonderlijk, want pas nadat Jezus was herrezen en naar de hemel was opgestegen aanvaardde Hij deze opdracht. Daarom is er geen duidelijke profetie over Gods tweede incarnatie en kan de mens hier met zijn verstand niet bij. In geen van de vele boeken van profetie in de Bijbel staan woorden die dit duidelijk benoemen. Maar toen Jezus kwam werken, was er al een duidelijke profetie geweest die stelde dat een maagd in verwachting zal zijn en een zoon zal krijgen, wat betekent dat Hij door de Heilige Geest is verwekt. Maar hoe dan ook heeft God nog altijd gezegd dat dit gebeurde met het risico van de dood, dus hoeveel te meer zou dit tegenwoordig het geval zijn? Geen wonder dat God zegt dat deze incarnatie gevaren loopt die duizenden malen groter zijn dan de gevaren die in het Tijdperk van Genade werden gelopen. Op veel plekken heeft God geprofeteerd dat Hij in het land van Sinim een groep overwinnaars zal winnen – het is in het oosten van de wereld dat overwinnaars moeten worden gewonnen. Zodoende is de plek waar God voet zet in Zijn tweede incarnatie zonder twijfel het land Sinim, de precieze plek waar de grote rode draak ligt opgerold. Daar zal God de nakomelingen van de grote rode draak winnen, zodat deze grondig wordt verslagen en beschaamd. God zal deze onder zwaar leed gebukt gaande mensen doen ontwaken, hen wakker te schudden tot ze klaarwakker zijn, hen uit de mist laten lopen en hen de grote rode draak doen verwerpen. Ze zullen uit hun droom ontwaken, de substantie van de grote rode draak herkennen, in staat zijn om hun hele hart aan God te geven, opstaan uit de onderdrukking door de duistere machten, opstaan in het oosten van de wereld en bewijs worden van Gods overwinning. Alleen op deze manier zal God glorie verwerven. Alleen om deze reden bracht God het werk dat in Israël tot een eind kwam naar het land waar de grote rode draak ligt opgerold en is Hij, bijna tweeduizend jaar na Zijn vertrek, opnieuw vleesgeworden om het werk van het Tijdperk van Genade voort te zetten. Wat de mens met het blote oog ziet, is dat God nieuw werk in het vlees opstart. Maar vanuit Gods oogpunt zet Hij het werk van het Tijdperk van Genade voort – maar pas na een tussenperiode van een paar duizend jaar, en alleen met een verandering in de locatie en het programma van Zijn werk. Hoewel de figuur die het lichaam van het vlees heeft aangenomen in het huidige werk volledig van Jezus lijkt te verschillen, stammen Zij uit dezelfde essentie en wortel en komen van dezelfde bron. Misschien hebben Zij uiterlijk veel verschillen, maar de innerlijke waarheden van Hun werk zijn volledig identiek. De tijdperken verschillen immers van elkaar als dag en nacht. Hoe kan Gods werk dan een onveranderlijk patroon volgen? Of hoe kunnen verschillende fasen van Zijn werk elkaar in de weg staan?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (6)

Voetnoot:

1. Met ‘heeft geringe kracht en moet grote voorzichtigheid betrachten’ wordt aangegeven dat de moeilijkheden van het vlees te talrijk zijn en het verrichte werk te beperkt is.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 194

Mensen beseffen tegenwoordig pas dat wat ze tekortkomen niet alleen de toevoer van geestelijk leven en de ervaring van het kennen van God is, maar – nog essentiëler – veranderingen in hun gezindheid. Als gevolg van hun volledige onwetendheid over de geschiedenis en aloude cultuur van hun eigen ras, weten mensen helemaal niets over Gods werk. Alle mensen hopen dat de mens diep in zijn hart verbonden kan zijn met God, maar omdat het vlees van mensen al te verdorven is, verdoofd zowel als afgestompt, heeft dit ertoe geleid dat ze helemaal niets over God weten. Met zijn huidige komst onder de mensen is het doel van God niets minder dan het omvormen van de gedachten en geesten van mensen en van het beeld van God dat ze al miljoenen jaren in hun harten hebben. Hij zal deze gelegenheid te baat nemen om mensen te vervolmaken. Dat wil zeggen: middels de kennis van mensen zal Hij de manier veranderen waarop ze Hem leren kennen en zal Hij hun houding tegenover Hem veranderen. Hij zal mensen in staat stellen een triomfantelijk nieuw begin te maken met het leren kennen van God en zo de vernieuwing en omvorming van de menselijke geest te bereiken. Behandeling en discipline zijn de middelen, terwijl verovering en vernieuwing de doelen zijn. God heeft al tijdenlang de bedoeling om de bijgelovige gedachten weg te nemen die mensen over de vage God hebben gehad, en dit is de laatste tijd ook een urgente kwestie voor Hem geworden. Keken alle mensen bij het overdenken van deze situatie maar naar de langere termijn. Verander de manier waarop elke persoon ervaart, zodat deze urgente bedoeling van God spoedig vrucht mag dragen en de laatste fase van Gods werk op aarde volmaakt tot voltooiing kan worden gebracht. Geef God de trouw die jullie Hem horen te geven en troost voor de laatste keer Gods hart. Hopelijk gaat geen van de broeders en zusters deze verantwoordelijkheid uit de weg en doet geen van hen zijn verantwoordelijkheid alleen maar plichtmatig. God komt deze keer in het vlees om een uitnodiging te beantwoorden en als een scherpe reactie op de toestand van mensen. Dat wil zeggen: Hij komt om mensen te voorzien van wat ze nodig hebben. Wat het kaliber of de opvoeding van mensen ook is, Hij zal hen kort gezegd in staat stellen het woord van God te zien en uit Zijn woord het bestaan en de manifestatie van God op te maken en Gods vervolmaking van hen te aanvaarden. Hij zal de gedachten en opvattingen van mensen veranderen, zodat het oorspronkelijke gelaat van God stevig en diep verankerd raakt in hun harten. Dit is Gods enige wens op aarde. Hoe groots ook de aangeboren aard van mensen, hoe slecht ook hun substantie, hoe hun gedrag in het verleden ook werkelijk was, God schenkt daar geen aandacht aan. Hij hoopt alleen dat mensen het beeld van God dat zij diep in hun hart hebben volledig zullen vernieuwen, de substantie van de mensheid zullen leren kennen, en daardoor een omvorming zullen bewerkstelligen van hun ideologische kijk, naar God zullen kunnen verlangen vanuit de diepten en een eeuwige gehechtheid aan Hem zullen kunnen opwekken: dit is de enige vereiste die God aan mensen stelt.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (7)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 195

Ik heb zo vaak gezegd dat het Gods werk van de laatste dagen wordt verricht om de geest van elke persoon te veranderen, om de ziel van elke persoon te veranderen, zodat hun hart, dat veel trauma heeft ondergaan, wordt hervormd en hun ziel aldus wordt gered, die zo diep door het kwaad is gekwetst; het is om de geest van mensen op te wekken, om hun kille hart te laten ontdooien en om ze tot vernieuwing te brengen. Dit is Gods grootste wens. Zet praatjes over hoe verheven of diepzinnig het leven en de ervaringen van de mens zijn aan de kant; wanneer het hart van mensen is opgewekt, wanneer ze uit hun dromen zijn ontwaakt en heel goed beseffen welk kwaad de grote rode draak heeft aangericht, zal het werk van Gods bediening zijn voltooid. De dag waarop Gods werk wordt voltooid, is ook de dag waarop de mens officieel begint op het juiste pad van geloof in God. Op dat moment zal Gods bediening tot een einde zijn gekomen: het werk van de vleesgeworden God zal volkomen zijn voltooid en de mens zal officieel de plicht gaan vervullen die hij behoort te vervullen – hij zal zijn bediening uitvoeren. Dit zijn de stappen van Gods werk. Dus jullie dienen jullie pad voor intrede tastend te zoeken op basis van jullie kennis van deze dingen. Dit alles dienen jullie te begrijpen. De intrede van de mens zal alleen verbeteren wanneer diep in zijn hart veranderingen hebben plaatsgevonden, want Gods werk is de complete redding van de mens – de mens die is verlost, die nog steeds onder de machten van duisternis leeft en die zichzelf nooit heeft opgewekt – van deze verzamelplaats van demonen; het is opdat de mens bevrijd mag worden van duizenden jaren aan zonde en door God te worden bemind, waarbij de grote rode draak volkomen wordt verslagen, Gods koninkrijk wordt gevestigd en Gods hart sneller rust krijgt; het is om de haat die in jullie opwelt zonder terughoudendheid te ventileren, om die beschimmelde ziektekiemen uit te roeien, om jullie dit leven te laten verlaten dat niet anders is dan dat van een os of een paard, om niet langer een slaaf te zijn, om niet langer vrijelijk vertreden of rond gecommandeerd te worden door de grote rode draak; jullie zullen niet langer van deze mislukte natie zijn, niet langer behoren tot de verschrikkelijke grote rode draak, en jullie zullen geen slaaf meer van hem zijn. Het demonennest zal zeker in stukken worden gereten door God en jullie zullen naast God staan – jullie behoren God toe en behoren niet tot dit imperium van slaven. God verafschuwt deze duistere maatschappij al lang tot op Zijn botten. Hij knarst Zijn tanden, verlangend om Zijn voeten te zetten op deze slechte, verschrikkelijke oude slang, opdat hij nooit meer op mag staan en de mens nooit meer kwaad zal doen; Hij zal geen pardon hebben met zijn vroegere daden, Hij zal zijn misleiding van de mens niet tolereren, en Hij zal afrekenen met elke zonde die hij door de eeuwen heen heeft begaan; God zal deze aanvoerder van al het kwaad[1] allerminst sparen, Hij zal hem volkomen vernietigen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (8)

Voetnoot:

1. “Aanvoerder van al het kwaad” verwijst naar de oude duivel. Deze uitdrukking geeft extreme afkeur aan.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 196

God heeft veel slapeloze nachten doorstaan omwille van het werk met de mensheid. Van hoog boven tot de laagste diepten is Hij afgedaald naar de levende hel waarin de mens leeft om Zijn dagen bij de mens door te brengen. Hij heeft nooit geklaagd over de haveloosheid onder de mensen, en Hij heeft de mens nooit berispt vanwege zijn ongehoorzaamheid, maar verdraagt de grootste vernedering terwijl Hij Zijn werk persoonlijk uitvoert. Hoe kon God tot de hel behoren? Hoe kon Hij Zijn leven in de hel doorbrengen? Maar ten behoeve van de hele mensheid, zodat de ganse mensheid eerder rust kan vinden, heeft Hij vernedering doorstaan en onrecht geleden door naar de aarde te komen, en is Hij persoonlijk de ‘hel’ en het ‘dodenrijk’ binnengegaan, in het hol van de tijger, om de mens te redden. Hoe is de mens gekwalificeerd om tegen God op te staan? Welke reden heeft hij om over God te klagen? Hoe kan hij het lef hebben om God aan te kijken? God is uit de hemel gekomen naar dit uiterst vuile land van kwaad en heeft Zijn grieven nooit geventileerd of over de mens geklaagd, maar aanvaardt in plaats daarvan de plagen[1] en verdrukking van de mens kalm. Hij heeft de onredelijke eisen van de mens nooit terug gesmeten, Hij heeft nooit buitensporige eisen aan de mens gesteld en Hij heeft nooit onredelijke eisen aan de mens gesteld; Hij doet al het werk dat de mens eist gewoon zonder klacht: onderrichten, verlichten, terechtwijzen, de loutering van woorden, in herinnering roepen, aansporen, troosten, oordelen en openbaren. Welke stappen van Hem zijn niet voor het leven van de mens geweest? Hoewel Hij de vooruitzichten en het lot van de mens heeft weggenomen, welke door God uitgevoerde stappen zijn niet voor het lot van de mens geweest? Welke zijn niet ten behoeve van de overleving van de mens geweest? Welke zijn er niet geweest om de mens te bevrijden van dit lijden en van de verdrukking van duistere machten die zo zwart als de nacht zijn? Welke zijn er niet ten behoeve van de mens? Wie kan Gods hart begrijpen, dat als het hart van een liefdevolle moeder is? Wie kan Gods zeer bereidwillige hart vatten? Gods bevlogen hart en vurige verwachtingen zijn terugbetaald met kille harten, met verharde, onverschillige ogen, en met de herhaalde uitbranders en beledigingen van de mens; ze zijn terugbetaald met scherpe opmerkingen, sarcasme en kleinering; ze zijn terugbetaald met de spot van de mens, met zijn vertrappen en verwerping, met zijn onbegrip, klaagzang, vervreemding en vermijding, en met niets anders dan bedrog, aanvallen en bitterheid. Warme woorden zijn onthaald door fronsende wenkbrauwen en het kille verzet van duizend vermanende vingers. God kan slechts volharden, met gebogen hoofd, mensen dienend als een bereidwillige os.[2] Zoveel zonnen en manen, zo vaak heeft Hij de sterren aanschouwd, zo vaak is Hij in de ochtendschemer vertrokken en in de avondschemer teruggekeerd en heeft Hij liggen woelen en draaien van zielenpijn, duizend keer groter dan de pijn van Zijn vertrek bij de Vader, de aanvallen en het breken van de mens verdragen, plus de behandeling en snoeiing van de mens. Gods nederigheid en verborgenheid zijn terugbetaald met het vooroordeel[3] van de mens, met de oneerlijke opvattingen en oneerlijke behandeling van de mens, en de stille manier waarop God in onbekendheid werkt, Zijn verdraagzaamheid en Zijn tolerantie zijn terugbetaald met de gulzige blik van de mens; de mens probeert God dood te stampen, zonder wroeging, en probeert God de grond in te trappen. De houding van de mens in zijn behandeling jegens God is er een van ‘zeldzame slimheid’ en God, die door de mens op de kop gezeten en veracht wordt, wordt platgewalst onder de voeten van tienduizenden mensen, terwijl de mens zelf hoog oprijst, alsof hij de koning van de berg is, alsof hij absolute macht wil grijpen,[4] om audiëntie te houden van achter een scherm, om God de nauwgezette en gezagsgetrouwe bestuurder achter de schermen te maken, die niet terug mag vechten of problemen mag veroorzaken. God moet de rol van de laatste keizer spelen, Hij moet een marionet[5] zijn, zonder enige vrijheid. Er zijn geen woorden voor de daden van de mens, dus hoezo is hij gekwalificeerd om dit of dat van God te eisen? Hoezo is hij gekwalificeerd om God suggesties aan de hand te doen? Hoezo is hij gekwalificeerd om te eisen dat God met zijn zwakheden meevoelt? Hoezo is hij geschikt om Gods barmhartigheid te ontvangen? Hoezo is hij geschikt om Gods grootmoedigheid keer op keer te ontvangen? Hoezo is hij geschikt om Gods vergeving keer op keer te ontvangen? Waar is hun geweten? Hij heeft Gods hart lang geleden gebroken, hij heeft Gods hart lang geleden al in gruzelementen achtergelaten. God kwam fris en monter onder de mensen, in de hoop dat mensen barmhartig jegens Hem zouden zijn, al was het maar met een beetje warmte. Maar de mens is traag om Gods hart te vertroosten, Hij is alleen maar aangevallen en gekweld met sneeuwballen.[6] Het hart van de mens is te gulzig, zijn verlangen is te groot, hij heeft nooit genoeg, hij is altijd ondeugend en dwaas, hij gunt God nooit enige vrijheid of recht van spreken en hij laat God geen andere keuze dan Zich aan vernedering te onderwerpen en de mens toe te staan Hem naar wens te manipuleren.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (9)

Voetnoten:

1. “Plagen” legt de ongehoorzaamheid van de mensheid bloot.

2. “Te maken gekregen met fronsende wenkbrauwen en het kille verzet van duizend vermanende vingers, met gebogen hoofd, mensen dienend als een bereidwillige os” was oorspronkelijk één zin, maar is hier voor de duidelijkheid in twee zinnen gesplitst. Het eerste deel van de zin verwijst naar de daden van de mens, terwijl de tweede zin wijst op het lijden dat God heeft ondergaan en dat God nederig en verborgen is.

3. “Vooroordeel” verwijst naar het ongehoorzame gedrag van mensen.

4. “Alsof hij absolute macht wil grijpen” verwijst naar het ongehoorzame gedrag van mensen. Zij achten zichzelf zeer hoog, ketenen anderen en dwingen ze hen te volgen en voor hen te lijden. Zij zijn vijandig jegens God.

5. “Marionet” wordt spottend gebruikt voor hen die God niet kennen.

6. “Sneeuwballen” markeert het lage gedrag van mensen.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 197

De vleeswording van God heeft schokgolven veroorzaakt in alle religies en terreinen, de oorspronkelijke orde van religieuze kringen is ‘op de kop gezet’ en het hart in beroering gebracht van allen die naar de verschijning van God hunkeren. Wie aanbidt er niet? Wie verlangt er niet naar om God te zien? God is vele jaren persoonlijk onder de mensen geweest, toch heeft de mens dat nooit beseft. Vandaag is God Zelf verschenen en heeft Zijn identiteit aan de massa getoond – hoe kan dit het mensenhart niet verblijden? God deelde eens vreugde en verdriet met de mens en vandaag is Hij herenigd met de mensheid en wisselt hij verhalen van voorbije tijden uit met hem. Nadat Hij uit Judea vertrok, konden mensen geen spoor meer van Hem vinden. Zij hunkeren ernaar om God wederom te ontmoeten, maar beseffen niet dat zij Hem vandaag weer ontmoet hebben en met Hem herenigd zijn. Hoe zou dit geen gedachten aan gisteren kunnen oprakelen? Tweeduizend jaar geleden vandaag aanschouwde Simon Barjona, de nakomeling van de Joden, Jezus de Heiland, hij at met Hem aan dezelfde tafel en nadat hij Hem vele jaren gevolgd had, voelde hij een diepe genegenheid voor Hem. Hij had Hem vanuit het diepst van zijn hart lief; hij hield zielsveel van de Heer Jezus. Het Joodse volk wist totaal niet hoe deze baby met gouden lokken, geboren in een koude kribbe, de eerste beeltenis van Gods vleeswording was. Ze dachten allemaal dat Hij aan hen gelijk was, niemand vond Hem anders – hoe konden mensen deze alledaagse en gewone Jezus ook herkennen? Het Joodse volk zag Hem als een Joodse zoon van die tijd. Niemand beschouwde Hem als een liefderijke God en mensen stelden alleen maar blinde eisen aan Hem, zij vroegen Hem om rijke en overvloedige genadegaven, vrede en vreugde. Zij wisten alleen dat Hij, als een miljonair, alles had wat iemand ooit kon wensen. Toch behandelden mensen Hem nooit als iemand die geliefd was; de mensen in die tijd hielden niet van Hem, protesteerden alleen maar tegen Hem en stelden irrationele eisen aan Hem. Hij verzette Zich nooit, maar verleende de mens voortdurend genadegaven, ook al kende de mens Hem niet. Hij schonk mensen op stille wijze warmte, liefde en barmhartigheid. Hij gaf mensen bovendien nieuwe manieren voor de praktijk om ze uit de banden van de wet te leiden. De mens had Hem niet lief, hij benijdde Hem alleen maar en herkende Zijn uitzonderlijke talenten. Hoe kon de blinde mensheid weten hoe groot de vernedering was die de lieflijke Jezus de Heiland onderging toen Hij onder de mensen kwam? Niemand dacht aan Zijn nood, niemand wist van Zijn liefde voor God de Vader en niemand kon van Zijn eenzaamheid weten; ook al was Maria Zijn aardse moeder, hoe kon zij de gedachten in het hart van de barmhartige Heer Jezus kennen? Wie wist van het onuitsprekelijke lijden dat de Zoon des mensen verduurde? Nadat de mensen in die tijd eisen aan Hem hadden gesteld, verdrongen ze Hem kil naar de achtergrond en wierpen ze Hem eruit. Daarom zwierf Hij door de straten, dag na dag, jaar na jaar, vele jaren dolend tot Hij 33 zware jaren had geleefd, jaren die zowel lang als kort waren geweest. Wanneer mensen Hem nodig hadden, nodigden ze Hem met een glimlach op hun gezicht bij hen thuis uit en probeerden ze eisen aan Hem te stellen – maar nadat Hij Zijn bijdrage aan hen had geleverd, schoven ze Hem onmiddellijk buiten de deur. Mensen aten waarin Zijn mond voorzag, zij dronken Zijn bloed, zij genoten de genadegaven die Hij over hen uitstortte, toch keerden ze zich ook tegen Hem, want zij wisten nooit aan wie zij hun leven te danken hadden. Uiteindelijk nagelden ze Hem aan het kruis, maar toch gaf Hij geen kik. Zelfs vandaag houdt Hij Zich stil. Mensen eten Zijn vlees, zij drinken Zijn bloed, zij eten het voedsel dat Hij voor hen bereidt, en zij bewandelen de weg die Hij voor hen geopend heeft en toch zijn zij nog steeds van plan om Hem te verwerpen; zij behandelen de God die ze hun leven gegeven heeft feitelijk als de vijand en behandelen degenen die net als zij slaven zijn juist als de hemelse Vader. Keren zij zich hiermee niet opzettelijk tegen Hem? Hoe kwam het dat Jezus aan het kruis stierf? Weten jullie dat? Werd Hij niet verraden door Judas, die Hem het meest nabij stond en Hem gegeten, Hem gedronken en van Hem genoten had? Verraadde Judas Jezus niet omdat Hij maar een onbeduidende, normale leraar was? Als mensen echt hadden gezien dat Jezus uitzonderlijk en die Ene uit de hemel was, hoe hadden ze Hem dan 24 uur lang levend aan het kruis kunnen nagelen totdat Hij geen adem meer in Zijn lichaam had? Wie kan God kennen? Mensen genieten alleen maar van God met onverzadigbare hebzucht, maar zij hebben Hem nooit gekend. Zij kregen een vinger maar namen de hele hand en zij maken “Jezus” totaal gehoorzaam aan hun geboden, aan hun orders. Wie heeft er ooit enige barmhartigheid getoond jegens deze Zoon des mensen, die nergens een plaats heeft om Zijn hoofd neer te leggen? Wie heeft er ooit aan gedacht om zijn krachten met Hem te bundelen om de opdracht van God de Vader te vervullen? Wie heeft er ooit een gedachte aan Hem besteed? Wie heeft er ooit oog voor Zijn moeilijkheden gehad? De mens neemt Hem zonder een greintje liefde in de tang; de mens weet niet waar zijn licht en leven vandaan kwamen en plant alleen maar in het geheim hoe hij de “Jezus” van tweeduizend jaar geleden, die pijn onder de mensen heeft ervaren, wederom kan kruisigen. Inspireert “Jezus” werkelijk tot zulke haat? Is alles wat Hij deed al lang vergeten? De haat die zich duizenden jaren heeft opgehoopt, zal uiteindelijk tot uitbarsting komen. Jullie, die als de Joden zijn! Wanneer is “Jezus” ooit vijandig naar jullie geweest dat jullie Hem zo haten? Hij heeft zoveel gedaan en zoveel gesproken – is daar niets van in jullie voordeel? Hij heeft Zijn leven aan jullie gegeven zonder daar iets voor terug te vragen, Hij heeft Zich helemaal aan jullie gegeven – willen jullie Hem nog steeds levend opeten? Hij heeft Zijn alles aan jullie gegeven, zonder iets achter te houden, zonder ooit enige wereldse glorie, de warmte onder mensen, de liefde onder mensen of alle zegeningen onder mensen te genieten. Mensen zijn zo gemeen tegen Hem, Hij heeft nooit alle rijkdommen op aarde genoten, Hij wijdt heel Zijn oprechte, bevlogen hart aan de mens toe, Hij heeft Zich helemaal aan de mensheid toegewijd – en wie heeft Hem ooit warmte geschonken? Wie heeft Hem ooit comfort geboden? De mens heeft alle druk op Hem gelegd, hij heeft alle tegenspoed bij Hem neergelegd, hij heeft Hem met de onfortuinlijkste ervaringen onder de mensen belast, hij verwijt Hem voor alle onrecht en Hij heeft het stilzwijgend aanvaard. Heeft Hij ooit tegen iemand geprotesteerd? Heeft Hij ooit van iemand enige beloning gevraagd? Wie heeft er ooit enige sympathie jegens Hem getoond? Wie van jullie heeft als normaal mens geen romantische kindertijd gehad? Wie heeft geen kleurrijke jeugd gehad? Wie heeft er niet de warmte van dierbaren? Wie is er zonder de liefde van familieleden en vrienden? Wie is er zonder het respect van anderen? Wie is er zonder een warm gezin? Wie is er zonder de troost van vertrouwelingen? En heeft Hij hier ooit iets van genoten? Wie heeft Hem ooit enige warmte geschonken? Wie heeft Hem ooit een greintje comfort geboden? Wie heeft Hem ooit enige menselijke moraliteit getoond? Wie is er ooit tolerant jegens Hem geweest? Wie heeft Hem in moeilijke tijden ooit bijgestaan? Wie heeft er ooit het zware leven met Hem doorstaan? De mens heeft zijn eisen aan Hem nooit bijgesteld; hij stelt gewoon zonder enige scrupules eisen aan hem, alsof Hij met Zijn komst naar de mensenwereld zijn os of paard, zijn gevangene moet zijn en Zijn alles aan de mens moet geven; zo niet, dan zal de mens Hem nooit vergeven, Hem nooit rust gunnen, Hem nooit God noemen en Hem nooit hoogachten. De mens is te streng in zijn houding jegens God, alsof hij God per se dood wil martelen, waarna hij zijn eisen aan God pas bij gaat stellen; anders zal de mens de normen voor zijn eisen aan God nooit naar beneden bijstellen. Hoe zou God zulke mensen niet kunnen verafschuwen? Is dat niet de tragedie van vandaag? Het geweten van de mens is nergens te bekennen. Hij blijft zeggen dat hij Gods liefde zal terugbetalen, maar hij ontleedt God en martelt Hem dood. Is dit niet het ‘geheime recept’ voor zijn geloof in God, door zijn voorouders doorgegeven? De ‘Joden’ zijn overal te vinden en zij doen vandaag nog steeds hetzelfde werk, zij voeren nog steeds hetzelfde werk uit met hun verzet tegen God en toch geloven zij dat ze God hoogachten. Hoe kunnen de ogen van de mens zelf God kennen? Hoe kan de mens, die in het vlees leeft, de vleesgeworden God die van de Geest is gekomen als God behandelen? Wie onder de mensen kan Hem kennen? Waar is de waarheid onder de mensen? Waar is echte rechtvaardigheid? Wie is er in staat om de gezindheid van God te kennen? Wie kan met de God in de hemel wedijveren? Geen wonder dat niemand God gekend heeft toen Hij onder de mensen is gekomen en dat Hij verworpen is. Hoe kan de mens het bestaan van God tolereren? Hoe kan hij toelaten dat het licht de duisternis van de wereld verdrijft? Is dit allemaal niet de eerzame toewijding van de mens? Is dit niet de oprechte intrede van de mens? En is het werk van God niet gecentreerd rondom de intrede van de mens? Ik zou graag willen dat jullie Gods werk samenvoegen met de intrede van de mens, een goede relatie ontwikkelen tussen de mens en God en de plicht doen die de mens behoort te doen naar jullie beste vermogen. Zo zal Gods werk vervolgens tot een einde komen en met Zijn verheerlijking besluiten!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (10)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 198

Tegenwoordig werk ik in Gods uitverkorenen in China om al hun opstandige gezindheden te openbaren en al hun lelijkheid te ontmaskeren, en dit biedt de context om alles te zeggen wat ik moet zeggen. Hierna, wanneer ik de volgende stap van het werk van de overwinning op het volledige heelal uitvoer, zal ik mijn oordeel van jullie gebruiken om over de onrechtvaardigheid van iedereen in het volledige heelal te oordelen, want jullie mensen zijn de vertegenwoordigers van de opstandigen onder de mensheid. Zij die er niet in slagen het nodige te doen zullen alleen maar contrasten en gebruiksvoorwerpen worden, terwijl zij die het nodige weten te doen gebruikt zullen worden. Waarom zeg ik dat zij die dat niet kunnen slechts als contrasten zullen dienen? Dat is omdat mijn huidige woorden en werk allemaal op jullie achtergrond zijn gericht en omdat jullie de vertegenwoordigers en het toonbeeld van de opstandigen onder de gehele mensheid zijn geworden. Later zal ik deze woorden die jullie overwinnen meenemen naar andere landen en gebruiken om de mensen daar te overwinnen, maar toch zou je hen niet hebben gewonnen. Zou dat geen contrast van je maken? De verdorven gezindheden van de gehele mensheid, de opstandige handelingen van de mens en de lelijke beelden en gezichten van de mens – deze worden tegenwoordig allemaal vastgelegd in de woorden die gebruikt worden om jullie te overwinnen. Vervolgens zal ik deze woorden gebruiken om de mensen van elke natie en elke denominatie te overwinnen, want jullie zijn het archetype, het precedent. Maar ik was er niet op uit om jullie moedwillig in de steek te laten; als je er niet in slaagt om succesvol te streven en zodoende ongeneesbaar blijkt te zijn, zou je dan niet eenvoudigweg een gebruiksvoorwerp en een contrast zijn? Ik heb eens gezegd dat mijn wijsheid uitgeoefend wordt op basis van Satans plannetjes. Waarom heb ik dat gezegd? Is dat niet de waarheid achter wat ik op dit moment zeg en doe? Als je er niet in slaagt het nodige te doen, als je niet vervolmaakt wordt maar in plaats daarvan gestraft wordt, zou je dan geen contrast worden? Misschien heb je in jouw tijd heel wat geleden, maar nog altijd begrijp je niets; je bent onwetend over alles in het leven. Ook al ben je getuchtigd en is er over je geoordeeld, je bent helemaal niet veranderd en hebt diep vanbinnen geen leven verworven. Wanneer de tijd komt om jouw werk op de proef te stellen, zul je een beproeving ondergaan die fel is als vuur, en nog grotere tegenspoed. Dit vuur zal je gehele wezen in as veranderen. Hoe zou je niet verstoten kunnen worden, aangezien je iemand bent die geen leven bezit, iemand die vanbinnen geen greintje puur goud heeft, iemand die nog in de oude verdorven gezindheid vastzit, en iemand die niet eens een goed contrast kan zijn? Kan iemand die minder dan een cent waard is en geen leven bezit van enig nut zijn voor het werk van de overwinning? Wanneer die tijd aanbreekt, zullen jullie dagen zwaarder zijn dan die van Noach en Sodom! Dan zullen je gebeden je niet helpen. Hoe kun je later terugkomen en opnieuw berouw beginnen te hebben, wanneer het reddingswerk al is geëindigd? Wanneer al het reddingswerk is gedaan, zal er niet méér zijn; wat er zal zijn, is het begin van het werk van het straffen van de kwaadaardigen. Je verzet je, je komt in opstand en je doet dingen waarvan je weet dat ze slecht zijn. Ben je niet het doel van zware straf? Ik maak dit tegenwoordig duidelijk voor je. Als je ervoor kiest om niet te luisteren, zal het dan, wanneer jou later rampspoed overkomt, niet te laat zijn als je pas dan spijt begint te hebben en begint te geloven? Ik geef je een kans om vandaag berouw te hebben, maar daar heb je geen oren naar. Hoe lang wil je wachten? Tot de dag van de tuchtiging? Ik herinner me je vroegere overtredingen tegenwoordig niet; ik vergeef je telkens weer; ik keer me af van je negatieve kant en kijk alleen naar je positieve kant, want al mijn huidige woorden en werk zijn bedoeld om je te redden en ik ben je niet kwaadgezind. Toch weiger je om binnen te gaan; je kunt goed niet van kwaad onderscheiden en hebt geen waardering voor welwillendheid. Wachten zulke mensen niet gewoon maar op straf en rechtvaardige vergelding?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 199

Toen Mozes op de rots sloeg en het door Jehova geschonken water begon te stromen, kwam dat door zijn geloof. Toen David de lier bespeelde om mij, Jehova, te prijzen – zijn hart vervuld van vreugde – kwam dat door zijn geloof. Toen Job zijn vee dat de bergen bedekte en zijn ongekende rijkdom verloor, en zijn lichaam onder de pijnlijke zweren kwam te zitten, kwam dat door zijn geloof. Toen hij de stem kon horen van mij, Jehova, en de glorie kon zien van mij, Jehova, kwam dat door zijn geloof. Dat Petrus in staat was Jezus Christus te volgen, kwam door zijn geloof. Dat hij omwille van mij aan het kruis genageld kon worden en een glorieus getuigenis kon geven, kwam ook door zijn geloof. Toen Johannes het glorieuze beeld van de Mensenzoon zag, kwam dat door zijn geloof. Toen hij het visioen van de laatste dagen zag, kwam dat des te meer door zijn geloof. Dat de zogezegde menigten van de heidense landen mijn openbaring hebben verkregen, en hebben vernomen dat ik in het vlees ben teruggekeerd om mijn werk onder de mens te doen, komt ook door hun geloof. Al diegenen die door mijn hardvochtige woorden worden geslagen en er toch troost uit putten en worden gered – is dat niet het geval vanwege hun geloof? Mensen hebben zo veel ontvangen vanwege hun geloof, en het is niet altijd een zegening. Ze ontvangen mogelijk niet het soort blijdschap en vreugde dat David voelde, en Jehova schenkt hun mogelijk geen water zoals Hij dat aan Mozes schonk. Job bijvoorbeeld werd door Jehova gezegend wegens zijn geloof, maar hem overkwam ook rampspoed. Of je gezegend bent of rampspoed ondergaat, beide zijn gezegende gebeurtenissen. Zonder geloof zou je dit werk van de overwinning niet kunnen ontvangen, laat staan dat je Jehova’s handelingen tegenwoordig in ogenschouw zou kunnen nemen. Je zou niet kunnen zien, laat staan ontvangen. Deze kwellingen, deze calamiteiten en alle oordelen – als ze jou niet overkwamen, zou je dan tegenwoordig Jehova’s handelingen kunnen zien? Tegenwoordig komt het door geloof dat je overwonnen kunt worden, en overwonnen worden stelt je in staat om in alle handelingen van Jehova te geloven. Het is louter door geloof dat je zulke tuchtiging en zulk oordeel ontvangt. Door deze tuchtiging en dit oordeel word je overwonnen en vervolmaakt. Zonder het soort tuchtiging en oordeel dat je tegenwoordig ontvangt, zou je geloof tevergeefs zijn, want je zou God niet kennen; ongeacht hoezeer je in hem geloofde, je geloof zou slechts een ledige uiting blijven, niet in de werkelijkheid gegrond. Pas nadat je dit werk van de overwinning ontvangt, werk dat jou volledig gehoorzaam maakt, wordt je geloof waar en betrouwbaar en keert je hart zich naar God. Zelfs al onderga je een groot oordeel en grote vervloeking door dit woord, ‘geloof’, toch heb je waar geloof en ontvang je datgene wat het meest waar, echt en kostbaar is. Dit komt doordat het slechts in de loop van oordeel is dat je de ware bestemming van Gods scheppingen ziet; het is in dit oordeel dat je ziet dat men de Schepper lief moet hebben; het is in zulk werk van de overwinning dat je de arm van God aanschouwt; het is in deze overwinning dat je het menselijk leven volledig leert begrijpen; het is in deze overwinning dat je het juiste pad van het menselijk leven verkrijgt en de ware betekenis van ‘mens’ leert kennen; het is alleen in deze overwinning dat je de rechtvaardige gezindheid van de Almachtige en Zijn prachtige, glorieuze aangezicht ziet; het is in het werk van de overwinning dat je over de oorsprong van de mens leert en de ‘onsterfelijke geschiedenis’ van de gehele mensheid begrijpt; het is in deze overwinning dat je de voorouders van de mens en de oorsprong van de verdorvenheid van de mens leert begrijpen; het is in deze overwinning dat je vreugde en troost ontvangt zowel als eindeloze tuchtiging, disciplinering en woorden van berispring van de Schepper voor de mensheid die Hij heeft geschapen; het is in dit werk van de overwinning dat je zegeningen ontvangt zowel als de calamiteiten die de mens toekomen… Komt dit niet allemaal door je kleine beetje geloof? En is je geloof niet gegroeid nadat je deze dingen hebt gewonnen? Heb je niet enorm veel gewonnen? Niet alleen heb je Gods woord gehoord en Gods wijsheid gezien; je hebt ook elke stap van Zijn werk persoonlijk ervaren. Misschien zou je zeggen dat je, als je geen geloof had, dit soort tuchtiging of dit soort oordeel niet zou verduren. Maar je moet weten dat je zonder geloof niet alleen niet in staat zou zijn om dit soort tuchtiging of dit soort zorg van de Almachtige te ontvangen; je zou ook de kans om de Schepper te ontmoeten voor altijd mislopen. Je zou de oorsprong van de mensheid nooit kennen en de betekenis van het menselijk leven nooit begrijpen. Zelfs als je lichaam stierf en je ziel vertrok, zou je nog altijd niet alle handelingen van de Schepper begrijpen, en je zou al helemaal niet weten dat de Schepper na het maken van de mens zulk geweldig werk op aarde heeft gedaan. Ben je, als lid van deze mensheid die Hij heeft gemaakt, bereid om op deze manier onwetend in duisternis te vervallen en eeuwige straf te ondergaan? Als je jezelf afscheidt van de tuchtiging en het oordeel van tegenwoordig, wat is het dan dat je zult tegenkomen? Denk je dat je, eenmaal gescheiden van het huidige oordeel, aan dit moeilijke leven zult kunnen ontsnappen? Is het niet waar dat wanneer je aan ‘deze plek’ zult ontsnappen, je van de hand van de duivel pijnlijke kwelling of wrede mishandeling zult ondergaan? Zou je misschien ondraaglijke dagen en nachten meemaken? Denk je dat je, alleen maar omdat je vandaag aan dit oordeel ontsnapt, die toekomstige marteling voor altijd uit de weg kunt gaan? Wat zal er op je weg komen? Kan het echt het Shangri-La zijn waarop je hoopt? Denk je dat je eenvoudigweg aan die toekomstige eeuwige tuchtiging kunt ontsnappen door op de vlucht te gaan voor de werkelijkheid, zoals je nu doet? Zul je na vandaag ooit weer dit soort kans en dit soort zegening kunnen vinden? Zul je die kunnen vinden wanneer je rampspoed overkomt? Zul je die kunnen vinden wanneer de gehele mensheid de rust binnengaat? Je huidige gelukkige leven en dat harmonieuze gezinnetje van je – kunnen die je toekomstige eeuwige bestemming vervangen? Als je waar geloof hebt, en als je veel verwerft vanwege je geloof, dan is dat alles wat jij – een schepsel – hoort te verwerven en ook wat je in de eerste plaats had moeten hebben. Niets komt je geloof en je leven meer ten goede dan dergelijke overwinning.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (1)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 200

Nu moet je weten hoe je overwonnen kunt worden, en hoe mensen zich gedragen nadat ze overwonnen zijn. Je kunt wel zeggen dat je overwonnen bent, maar kun je gehoorzaam zijn tot in de dood? Je moet in staat zijn om te volgen tot het bittere eind, ongeacht of er vooruitzichten zijn, en je mag het geloof in God niet verliezen ongeacht de omstandigheden. Uiteindelijk moet je twee aspecten van getuigenis bereiken: het getuigenis van Job – gehoorzaamheid tot in de dood; en het getuigenis van Petrus – de hoogste liefde van God. Aan de ene kant moet je zijn als Job: hij had alle materiële bezittingen verloren en werd ondergedompeld in de pijn van het vlees, toch verwierp hij de naam van Jehova niet. Dit was Jobs getuigenis. Petrus was in staat God lief te hebben tot in de dood. Toen hij aan het kruis werd gehangen en zijn dood in de ogen keek, had hij God nog steeds lief; hij dacht niet aan zijn eigen vooruitzichten en streefde geen schitterende verwachtingen of extravagante gedachten na, en hij streefde er alleen naar om God lief te hebben en aan al Gods plannen te gehoorzamen. Dat is de norm waaraan je moet voldoen voordat je kunt zeggen dat je getuigenis hebt gegeven, voordat je kunt worden beschouwd als iemand die na overwonnen te zijn is vervolmaakt. Als mensen op dit moment hun eigen inborst en positie echt kenden, zouden ze dan nog verwachtingen en dromen blijven najagen? Je moet dit weten: ik moet God volgen, ongeacht of God mij vervolmaakt; alles wat Hij nu doet is goed en wordt gedaan voor mijn bestwil en zodat onze gezindheid verandert en wij ons van Satans invloed kunnen bevrijden, zodat we in het onreine land geboren kunnen worden en ons toch kunnen ontdoen van de onreinheid, de zonde en de invloed van Satan van ons kunnen afschudden en die achter ons kunnen laten. Dit wordt sowieso al van jou verwacht, maar het gaat God uitsluitend om overwinning, die wordt behaald zodat mensen kunnen besluiten om te gehoorzamen en zich aan al Gods plannen kunnen onderwerpen. Zo zullen dingen volbracht worden. Op dit moment zijn de meeste mensen al overwonnen, maar in hun binnenste heerst nog veel opstandigheid en ongehoorzaamheid. De ware gestalte van mensen is nog te kleinzielig en ze kunnen alleen worden vervuld van energie wanneer er verwachtingen en vooruitzichten zijn; bij het ontbreken van verwachtingen en vooruitzichten worden ze negatief en overwegen ze zelfs om God te verlaten. En mensen verlangen er verder niet echt naar om naar een normale menselijkheid te leven. Dat is onaanvaardbaar! Daarom moet ik nog steeds over overwinning spreken. In feite vindt vervolmaking tegelijkertijd plaats met overwonnen worden: als je overwonnen bent, bereik je ook al het eerste effect van volmaaktheid. Het verschil tussen overwonnen worden en volmaakt zijn ligt in de mate waarin mensen veranderen. Overwonnen worden is de eerste stap naar vervolmaking en houdt niet in dat iemand al helemaal vervolmaakt is, en bewijst evenmin dat God hem volledig voor zich gewonnen heeft. Nadat mensen zich hebben overwonnen verandert hun gezindheid enigszins, maar zulke veranderingen vallen in het niet bij mensen die volledig voor God gewonnen zijn. Wat nu wordt uitgevoerd, is de eerste stap in de vervolmaking van mensen – hen overwinnen – en als je al niet overwonnen kan worden, kun je ook niet worden vervolmaakt en volledig voor God worden gewonnen. Je zult een en ander aanhoren over tuchtiging en oordeel, maar niet genoeg om je hart te veranderen. Daarom zul je een van de zijn die worden verstoten; het is alsof je naar een tafel met een heerlijke feestmaaltijd kijkt zonder ervan te eten. Is dat voor jou geen tragisch scenario? Daarom moet je verandering nastreven: of het nu overwonnen worden of vervolmaking is, bij beide draait het erom dat er iets in jou verandert en of je al of niet gehoorzaam bent, en dit bepaalt of je wel of niet voor God kan worden gewonnen. Onthoud dat ‘overwonnen worden’ en ‘vervolmaakt worden’ gewoon gebaseerd zijn op de mate van jouw verandering en gehoorzaamheid, net als op hoe zuiver jouw liefde voor God is. Op dit moment moet je volledig kunnen worden vervolmaakt, maar allereerst moet je overwonnen worden – je moet genoeg weten over Gods tuchtiging en oordeel, je moet over het geloof beschikken om te volgen en iemand zijn die verandering nastreeft en kennis van God. Dan pas ben je iemand die vervolmaking nastreeft. Jullie moeten inzien dat jullie overwonnen zullen worden in de loop van jullie vervolmaking, en dat jullie vervolmaking zal plaatsvinden in de loop van de tijd dat jullie overwonnen worden. Op dit moment kun je streven naar vervolmaking of kaliberverbetering of uiterlijke verandering, maar het belangrijkste is dat je inziet dat alles wat God nu doet betekenis heeft en goed is: het geeft jou, die bent geboren in een land vol vuiligheid, de kans om aan de vuiligheid te ontsnappen en haar af te schudden, het staat je toe de invloed van Satan te overwinnen en zijn duistere invloed achter te laten. Door je hierop te richten, word je beschermd in dit land. Welke getuigenis zal uiteindelijk van je worden verlangd? Je bent geboren in een vuil land maar kunt heilig worden, om nooit meer door vuil bezoedeld te worden, je kunt binnen het domein van Satan leven, maar je onttrekken je aan Satans invloed, niet beheerst of lastiggevallen worden door Satan en leven in handen van de Almachtige. Dit is het getuigenis en het bewijs van de overwinning in de strijd met Satan. Je kunt Satan vaarwel zeggen, in wat je uitdraagt laat je niet langer satanische gezindheden zien maar in plaats daarvan datgene wat God verlangde van de mens toen Hij de mens schiep: normale menselijkheid, gezond verstand, normaal inzicht, normale vastberadenheid om God lief te hebben en trouw aan God. Dat is het getuigenis van een schepsel over God. Jij zegt: “We zijn geboren in een land vol vuiligheid, maar door Gods bescherming, Zijn leiderschap en omdat Hij ons overwonnen heeft, hebben we onszelf bevrijd van de invloed van Satan. Dat we vandaag de dag kunnen gehoorzamen komt ook omdat we overwonnen zijn door God, en niet doordat we goed zijn of omdat we God van nature liefhebben. Wij zijn nu overwonnen en kunnen getuigenis geven van God en Hem dienen; het is dus ook omdat Hij ons heeft uitverkoren en beschermd; zo zijn wij ook gered en bevrijd uit het domein van Satan en kunnen wij de vuiligheid achter ons laten en gereinigd worden in de natie van de grote rode draak, omdat Hij ons heeft uitverkoren en beschermd.”

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (2)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 201

Het werk van de laatste dagen breekt alle wetten, en ongeacht of je vervloekt of gestraft wordt, zolang je meehelpt met mijn werk en het huidige overwinningswerk tot nut bent, en ongeacht of je een afstammeling van Moab bent of het nageslacht van de grote rode draak, zolang je de taak van een schepsel Gods in dit stadium van het werk zou kunnen uitvoeren en je uiterste best doet, zal het gepaste effect worden bereikt. Jij bent het nageslacht van de grote rode draak en een afstammeling van Moab; kort samengevat is iedereen van vlees en bloed een schepsel van God en door de Schepper gemaakt. Jij bent een schepsel Gods. Je zou helemaal geen keus moeten hebben, en dit is jouw plicht. Natuurlijk is het werk van de Schepper vandaag op het gehele universum gericht. Van wie je ook afstamt, je bent bovenal één van Gods schepselen, jullie – de afstammelingen van Moab – horen bij Gods schepselen, het enige verschil is dat jullie minderwaardig zijn. Omdat Gods werk vandaag onder alle schepselen wordt uitgevoerd en op het hele universum gericht is, staat het de Schepper vrij om te kiezen uit alle mogelijke mensen, kwesties of dingen om Zijn werk uit te voeren. Het maakt Hem niet uit van wie je oorspronkelijk afstamt; zolang je een van Zijn schepselen bent en zolang je Zijn werk tot nut bent – het overwinningswerk en getuigenis – zal Hij zonder aarzelen Zijn werk in jou uitvoeren. Hierdoor wordende traditionele opvattingen van de mensen volledig vernietigd, die inhouden dat God nooit onder de heidenen zal werken, vooral niet hen die minderwaardig en vervloekt zijn; voor diegenen die vervloekt zijn zullen alle generaties die na hen komen ook tot in de eeuwigheid vervloekt worden, zonder dat ze ooit een kans maken op redding; God zal nooit afdalen en in een heidens land werken, en Hij zal nooit afdalen in een vuil land want Hij is heilig. Al deze opvattingen zijn verbrijzeld door Gods werk in de laatste dagen. Onthoud dat God de God van alle schepselen is, Hij heerst over hemel en aarde en alle dingen, en Hij is niet alleen de God van het volk Israëls. Daarom is dit werk in China van het grootste belang en het zal zich toch verspreiden onder alle naties? De geweldige getuigenis in de toekomst zal zich niet beperken tot China. Als God alleen jullie had overwonnen, zouden de demonen dan overtuigd kunnen worden? Zij begrijpen niet wat overwonnen worden is, en kennen de grote kracht van God niet, en pas wanneer Gods gekozen volk in het gehele universum de ultieme effecten van Zijn werk aanschouwt, zullen alle schepselen overwonnen worden. Niemand is echter meer onderontwikkeld of verdorven dan de afstammelingen van Moab. Alleen als dit volk overwonnen wordt – zij die het meest verdorven zijn, die God niet erkenden of geloofden dat er een God is, zijn overwonnen en erkennen God met hun mond, prijzen Hem en kunnen Hem liefhebben – dan zal dat het getuigenis van de overwinning zijn. Al zijn jullie Petrus niet, jullie dragen het beeld van Petrus uit, jullie kunnen beschikken over het getuigenis van Petrus en Job, en dat is het grootste getuigenis. Uiteindelijk zullen jullie zeggen: “Wij zijn dan wel geen Israëlieten maar de vervloekte afstammelingen van Moab, we zijn geen Petrus wiens inborst wij nooit kunnen hebben, en ook geen Job, en we komen niet eens in de buurt bij Paulus’ beslissing om te lijden voor God en zijn volledige toewijding aan God, en we zijn onderontwikkeld en daarom Gods zegeningen onwaardig. Toch heeft God ons vandaag verheven; dus moeten wij God tevredenstellen en al schieten we tekort in inborst of geschiktheid, we zijn bereid om God tevreden te stellen – dat is ons voornemen. Wij zijn de afstammelingen van Moab en wij waren vervloekt. Dit is besloten door God en wij kunnen het niet veranderen, maar ons gedrag en onze kennis kunnen we wel veranderen en wij zijn vastbesloten om God tevreden te stellen.” Als je dit voornemen hebt, zal eruit blijken dat je getuigenis hebt gegeven van het feit dat je overwonnen bent.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (2)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 202

Het te bereiken resultaat met het overwinningswerk is voornamelijk dat het vlees van de mens ophoudt met rebelleren, dat wil zeggen dat de geest van de mens nieuw inzicht krijgt in God, dat hij God hartgrondig gehoorzaamt en dat hij besluit om voor God te zijn. Wanneer bij mensen het temperament of het vlees verandert, betekent zoiets niet dat hij overwonnen is; wanneer de denkwijze, het bewustzijn en het verstand van de mens veranderen, dat wil zeggen, wanneer je hele mentale houding verandert – dat zal het geval zijn wanneer je door God bent overwonnen. Wanneer je vastbesloten bent om te gehoorzamen en een nieuwe mentaliteit hebt aangenomen, wanneer je niet langer je eigen opvattingen of intenties in Gods woorden of werk legt, en wanneer je brein normaal kan denken, dat wil zeggen wanneer je je met heel je hart voor God kunt inzetten – zo iemand is volkomen overwonnen. In het domein van religie lijden veel mensen hun hele leven behoorlijk. Ze bedwingen hun lichaam of dragen hun kruis, ze lijden en volharden zelfs tot hun laatste ademtocht! Sommigen zijn nog op de ochtend van hun dood aan het vasten. Ze onthouden zich hun leven lang van heerlijk voedsel en fijne kleding, ze stellen het lijden voorop. Ze zijn in staat om hun lichaam te bedwingen en hun vlees te verzaken. Hun geest om lijden te verdragen is prijzenswaardig. Maar hun denkwijze, hun opvattingen, hun mentale houding en inderdaad hun oude natuur zijn helemaal niet aangepakt. Ze hebben geen werkelijk begrip van zichzelf. Hun mentale beeld van God is het traditionele beeld van een abstracte, vage God. Hun besluit om te lijden voor God komt door hun godsdienstijver en hun positieve natuur. Ook al geloven ze in God, ze begrijpen God niet en kennen evenmin Zijn wil. Ze werken en lijden alleen blind voor God. Ze hechten geen waarde aan enig onderscheidingsvermogen en malen er weinig om hoe ze ervoor kunnen zorgen dat hun dienst ook werkelijk aan Gods wil voldoet. Ze weten nog minder hoe ze begrip van God kunnen verkrijgen. De God die ze dienen, is niet God volgens Zijn oorspronkelijke beeld, maar een God die ze zelf hebben verzonnen, een God van wie ze gehoord hebben of een legendarische God die je in geschriften kunt vinden. Ze gebruiken vervolgens hun levendige verbeelding en hun godvrezende hart om te lijden voor God en voor God het werk op te pakken dat God wil doen. Hun dienst is te onnauwkeurig, zodat vrijwel niemand van hen werkelijk in staat is om volgens Gods wil te dienen. Hoe gewillig ze ook zijn om te lijden, hun oorspronkelijke kijk op dienen en hun mentale beeld van God blijven onveranderd omdat ze Gods oordeel en tuchtiging en Zijn loutering en volmaking niet hebben ondergaan, en omdat niemand ze met de waarheid heeft geleid. Ook al geloven ze in Jezus de Heiland, niemand van hen heeft de Heiland ooit gezien. Ze kennen Hem alleen uit legendes en van horen zeggen. Hun dienst heeft dus niets meer om het lijf dan willekeurig dienen met gesloten ogen, zoals een blinde zijn eigen vader dient. Wat valt er uiteindelijk met een dergelijke dienst te bereiken? En wie zou ermee instemmen? Hun dienst verandert van begin tot eind helemaal niet. Ze krijgen alleen door de mens bedachte lessen en baseren hun dienst alleen op hun natuurlijkheid en waar ze zelf dol op zijn. Wat voor beloning kan dit oogsten? Zelfs Petrus, die Jezus zag, wist niet hoe hij zo moest dienen dat hij aan Gods wil voldeed. Pas op het eind, op zijn oude leeftijd, ging hij het begrijpen. Wat zegt dit over die blinde mensen die geen enkele aanpak of snoeiing hebben ondervonden en die door niemand zijn geleid? Lijkt de dienst van velen onder jullie vandaag niet veel op die van deze blinde mensen? Allen die geen oordeel hebben ontvangen, geen snoeiing en aanpak hebben ondervonden, en niet veranderd zijn – zijn zij niet de ten dele overwonnenen? Wat heb je aan zulke mensen? Als je denkwijze, je begrip van het leven en je begrip van God geen nieuwe verandering laten zien en niet echt iets opleveren, zul je nooit iets opmerkelijks in je dienst tot stand brengen! Zonder visie en zonder nieuw begrip van Gods werk kun je geen overwonnen persoon zijn. Je manier om God te volgen zal dan lijken op die van de mensen die lijden en vasten – die zal van weinig waarde zijn! Juist omdat er weinig getuigenis is in wat ze doen, zeg ik dat hun dienst zinloos is! Zij brengen hun leven door met lijden en in de gevangenis zitten; ze zijn steeds geduldig en minzaam en ze dragen het kruis, ze worden door de wereld belachelijk gemaakt en verworpen, ze ondervinden allerlei moeilijkheden en hoewel ze helemaal tot aan het einde toe gehoorzaam zijn, zijn ze nog steeds niet overwonnen en kunnen ze geen getuigenis aandragen dat ze overwonnen zijn. Ze hebben heel erg geleden, maar van binnen kennen ze God helemaal niet. Al hun oude denkwijzen, oude opvattingen, religieuze praktijken, door de mens bedachte inzichten en menselijke ideeën zijn niet aangepakt. Ze zijn totaal niet tot nieuw inzicht gekomen. Geen greintje van hun begrip van God is waar of accuraat. Ze hebben Gods wil verkeerd begrepen. Kan dit zo zijn om God te dienen? Hoe je God in het verleden ook hebt begrepen, stel dat je je daar vandaag aan vasthoudt en je begrip van God blijft baseren op je eigen opvattingen en ideeën, wat God ook doet. Dat wil zeggen: stel dat je geen nieuw, waar begrip van God hebt en je Gods ware beeld en ware gezindheid niet leert kennen. Stel dat je begrip van God nog steeds is gebaseerd op een feodale, bijgelovige denkwijze, en nog steeds voorkomt uit menselijke denkbeelden en opvattingen. Als dit het geval is, ben je niet overwonnen. Mijn doel met al deze woorden aan jullie is om je deze kennis te laten begrijpen en te laten gebruiken zodat je tot accuraat en nieuw inzicht komt. Ze beogen ook je oude opvattingen en oude kennis weg te nemen die je meedraagt, zodat je nieuw inzicht kunt verwerven. Als je mijn woorden werkelijk eet en drinkt, zal je begrip aanzienlijk veranderen. Zolang je een gehoorzaam hart houdt terwijl je Gods woorden eet en drinkt, zal je kijk veranderen. Zolang je de herhaalde tuchtigingen kunt aanvaarden, zal je oude mentaliteit stapje voor stapje veranderen. Zolang je oude mentaliteit grondig wordt vervangen door de nieuwe, zullen je praktijken navenant veranderen. Zo snijdt je dienst steeds meer hout en voldoet die steeds meer aan Gods wil. Als je je leven, je kennis van menselijk leven en je vele opvattingen over God kunt veranderen, zal je natuurlijkheid gestaag afnemen. Dit is echt het resultaat nadat God de mens overwint; dit is de verandering die in de mens te zien zal zijn. Als je in je geloof in God alleen maar je lichaam weet te bedwingen, weet te volharden en weet te lijden, en je niet zeker weet of wat je doet goed of verkeerd is, en al helemaal niet voor wie je het doet, hoe kan een dergelijke praktijk dan tot verandering leiden?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (3)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 203

Wat betekent het om vervolmaakt te worden? Wat betekent het om overwonnen te worden? Aan welke criteria moet worden voldaan zodat mensen overwonnen kunnen worden? En aan welke criteria moet worden voldaan zodat ze vervolmaakt kunnen worden? Het overwinnen en het vervolmaken zijn beide bedoeld om de mens compleet te maken, zodat hij kan worden hersteld tot zijn oorspronkelijke gelijkenis en bevrijd kan worden van zijn verdorven satanische gezindheid en de invloed van Satan. Dit overwinnen gebeurt vroeg in het proces van het werken aan de mens; ja, het is de eerste stap van het werk. Vervolmaking is de tweede stap en is het voltooiende werk. Elke mens moet het proces van overwonnen worden ondergaan. Zo niet, dan zou men God onmogelijk kunnen kennen en zou men zich er niet van bewust zijn dat er een God is; dat wil zeggen: men zou God onmogelijk kunnen erkennen. En als mensen God niet erkennen, is het ook onmogelijk voor hen om compleet te worden gemaakt door God, omdat je niet voldoet aan de criteria voor deze completering. Als je God niet eens erkent, hoe kun je Hem dan kennen? Hoe kun je Hem nastreven? Ook zul je geen getuigenis van Hem kunnen afleggen, laat staan dat je het geloof zult hebben om Hem tevreden te stellen. Voor iedereen die compleet gemaakt wil worden, moet de eerste stap het ondergaan van het werk van de overwinning zijn. Dit is de eerste voorwaarde. Maar zowel het overwinnen als het vervolmaken zijn bedoeld om mensen te bewerken en hen te veranderen, en elk is onderdeel van het werk van het beheren van de mens. Beide stappen zijn nodig om iemand heel te maken, en geen van beide kan worden nagelaten. Het is waar dat ‘overwonnen worden’ niet erg fijn klinkt, maar in feite is het proces van het overwinnen van iemand het proces van het veranderen van die persoon. Wanneer je eenmaal bent overwonnen, is je verdorven gezindheid misschien niet volledig uitgeroeid, maar zul je deze hebben gekend. Door het werk van de overwinning zul je je nederige menselijkheid hebben leren kennen, zowel als veel van je eigen ongehoorzaamheid. Hoewel je deze dingen niet zult kunnen afwerpen of veranderen binnen de korte periode van het werk van de overwinning, zul je ze leren kennen, en dit zal de basis voor jouw vervolmaking zijn. Overwinning en vervolmaking worden zodoende allebei uitgevoerd om mensen te veranderen, om hen te ontdoen van hun verdorven satanische gezindheden zodat ze zich volledig aan God kunnen geven. Overwonnen worden is louter de eerste stap van het veranderen van de gezindheden van mensen, en ook de eerste stap van het zich volledig aan God geven; dit is lager dan de stap van vervolmaakt worden. De levensgezindheid van iemand die is overwonnen verandert veel minder dan die van iemand die is vervolmaakt. Overwonnen worden en vervolmaakt worden verschillen conceptueel van elkaar omdat het verschillende fasen van werk zijn en omdat ze mensen aan verschillende maatstaven houden. Overwinning houdt mensen aan lagere maatstaven; vervolmaking aan hogere. De vervolmaakten zijn rechtvaardige mensen, heilig gemaakte mensen; ze zijn kristalliseringen van het werk van het beheren van de mensheid, of eindproducten. Hoewel ze geen volmaakte mensen zijn, zijn ze mensen die betekenisvolle levens nastreven. De overwonnenen intussen erkennen Gods bestaan slechts sprekend; ze erkennen dat God geïncarneerd is, dat het Woord in het vlees is verschenen en dat God naar de aarde is gekomen om het werk van oordeel en tuchtiging te doen. Ook erkennen ze dat Gods oordeel en tuchtiging, en Zijn slagen en loutering, de mens allemaal ten goede komen. Ze zijn pas onlangs begonnen om een enigszins menselijke gelijkenis te hebben. Ze hebben enkele inzichten in het leven, maar het blijft toch wazig voor hen. Met andere woorden: ze beginnen net menselijkheid te bezitten. Dat zijn de effecten van overwonnen zijn. Wanneer mensen het pad naar de vervolmaking betreden, kunnen hun oude gezindheden veranderen. Ook blijft hun leven groeien, en geleidelijk aan gaan ze de waarheid dieper binnen. Ze kunnen walgen van de wereld en van allen die de waarheid niet nastreven. Ze walgen in het bijzonder van zichzelf, maar meer nog: ze kennen zichzelf duidelijk. Ze zijn bereid naar de waarheid te leven en maken het hun doel om de waarheid na te streven. Ze zijn niet bereid om binnen de in hun eigen hersenen ontstane gedachten te leven, en ze voelen walging voor de zelfgenoegzaamheid, hooghartigheid en verwaandheid van de mens. Ze spreken met een sterk gevoel van fatsoen, gaan met onderscheidingsvermogen en wijsheid met dingen om en zijn God trouw en gehoorzaam. Als ze een geval van tuchtiging en oordeel ervaren, worden ze niet alleen niet passief of zwak, maar zijn ze dankbaar voor deze tuchtiging en dit oordeel van God. Ze geloven dat ze niet zonder Gods tuchtiging en oordeel kunnen, dat het hen beschermt. Ze streven geen geloof van vrede en vreugde na, en van het zoeken van brood om honger te stillen. Evenmin jagen ze vluchtige vleselijke geneugten na. Dit is wat er gebeurt in hen die vervolmaakt worden. Nadat mensen zijn overwonnen, erkennen ze dat er een God is, maar die erkenning maakt zich op een beperkt aantal manieren in hen kenbaar. Wat betekent het eigenlijk dat het Woord in het vlees verschijnt? Wat betekent incarnatie? Wat heeft de vleesgeworden God gedaan? Wat zijn het doel en de betekenis van Zijn werk? Wat heb je gewonnen, na zoveel van Zijn werk te hebben ervaren, na Zijn handelingen in het vlees te hebben ervaren? Pas na al deze dingen te begrijpen zul je iemand zijn die overwonnen is. Als je alleen maar zegt te erkennen dat er een God is, maar niet verzaakt wat je zou moeten verzaken, en niet de vleselijke geneugten opgeeft die je zou moeten opgeven, maar in plaats daarvan vleselijk gerief blijft begeren zoals je altijd hebt gedaan, en als je geen van je vooroordelen jegens de broeders en zusters kunt laten varen, en geen prijs betaalt bij het uitvoeren van veel eenvoudige praktijken, dan bewijst dit dat je nog altijd overwonnen moet worden. In dat geval zal het allemaal voor niets zijn, zelfs als er veel is wat je begrijpt. De overwonnenen zijn mensen die wat aanvankelijke veranderingen en aanvankelijke intrede hebben bereikt. Het ervaren van Gods oordeel en tuchtiging geeft mensen initiële kennis van God en initieel begrip van de waarheid. Je bent misschien niet in staat om de werkelijkheid van diepere, meer gedetailleerde waarheden volledig binnen te gaan, maar in je werkelijke leven kun je veel eenvoudige waarheden in praktijk brengen, zoals waarheden die te maken hebben met je vleselijke geneugten of je persoonlijke status. Dit alles is het effect dat in mensen wordt bereikt tijdens het proces van overwonnen worden. Veranderingen in gezindheid vallen ook waar te nemen in de overwonnenen, bijvoorbeeld in hoe ze zich kleden en presenteren en hoe ze leven – dit kan allemaal veranderen. Hun kijk op geloof in God verandert, ze hebben helderheid over de doelen van hun streven en ze hebben hogere aspiraties. Tijdens het werk van de overwinning vinden er ook dienovereenkomstige veranderingen plaats in hun levensgezindheid. Er zijn veranderingen, maar die zijn oppervlakkig, voorlopig en erg ondergeschikt aan de veranderingen in gezindheid en de doelen van het streven van hen die vervolmaakt zijn. Als iemands gezindheid helemaal niet verandert in de loop van het overwonnen worden, en men geen enkele waarheid wint, dan is zo iemand afval en totaal waardeloos! Mensen die niet zijn overwonnen kunnen niet vervolmaakt worden! Als iemand alleen maar overwonnen wil worden, kan deze persoon niet volledig compleet gemaakt worden, ook al blijken er uit zijn of haar gezindheid enige dienovereenkomstige veranderingen tijdens het werk van de overwinning. Ook zal men de aanvankelijke waarheden die men won verliezen. Er is een enorm verschil tussen de verandering in gezindheid in hen die overwonnen zijn en hen die vervolmaakt zijn. Maar overwonnen worden is de eerste stap van verandering; het is de basis. Het ontbreken van deze aanvankelijke verandering is bewijs dat men God in werkelijkheid helemaal niet kent, want deze kennis komt voort uit oordeel, en dergelijk oordeel is een groot deel van het werk van de overwinning. Daarom moeten allen die vervolmaakt worden eerst overwonnen zijn; zo niet, dan hebben ze geen kans om vervolmaakt te worden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het echte verhaal van het werk van de overwinning (4)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 204

Vandaag vermaan ik jullie aldus met het oog op jullie eigen overleving, om mijn werk soepel voort te laten gaan, en opdat mijn inaugurele werk dat zich in het gehele universum voltrekt op een gepastere en volmaakte manier wordt uitgevoerd en mijn woorden, autoriteit, majesteit en oordeel worden geopenbaard aan de mensen van alle landen en naties. Het werk dat ik onder jullie doe is het begin van mijn werk dat zich uitstrekt over het gehele universum. Hoewel het nu al de laatste dagen zijn, dienen jullie te beseffen dat ‘de laatste dagen’ niet meer is dan een naam voor een tijdperk; net als het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade, verwijst het naar een tijdperk en duidt het een compleet tijdperk aan, niet slechts de laatste paar jaren of maanden. Toch zijn de laatste dagen geheel verschillend van het Tijdperk van Genade en het Tijdperk van de Wet. Het werk van de laatste dagen worden niet uitgevoerd in Israël, maar onder de heidenen; het is de overwinning voor mijn troon van de mensen van alle naties en stammen buiten Israël, zodat mijn glorie vanuit het hele universum de kosmos en het firmament kan vullen. Op deze manier kan ik grotere glorie verwerven, zodat alle schepsels op aarde mijn glorie kunnen doorgeven aan elke natie, eeuwig, van generatie op generatie, en alle schepsels in de hemel en op de aarde de glorie die ik op aarde heb verworven kunnen zien. Het werk dat tijdens de laatste dagen wordt uitgevoerd is het werk van overwinning. Het is niet het leiden van de levens van alle mensen op aarde, maar het einde aan het onverwoestbare, millennia lange leven van lijden op aarde. Als gevolg daarvan kan het werk van de laatste dagen niet op het duizenden jaren durende werk in Israël lijken, noch lijken op de slechts enkele jaren werk in Judea, dat vervolgens tweeduizend jaar duurde tot de tweede incarnatie van God. De mensen van de laatste dagen maken alleen de terugkeer van de Verlosser in het vlees mee en ontvangen het persoonlijke werk en de woorden van God. Het zal geen tweeduizend jaar duren voor de laatste dagen aan hun einde komen; ze zijn kort, vergelijkbaar met de tijd dat Jezus Zijn werk uitvoerde in het Tijdperk van Genade in Judea. Dit is omdat de laatste dagen het einde van een geheel tijdperk vormen. Zij vormen de voltooiing en het einde van Gods zesduizendjarige managementplan en ze vormen de afsluiting van de lijdensweg van de mensheid. Ze nemen niet de hele mensheid mee naar een nieuw tijdperk of maken het de mensheid mogelijk te blijven leven; dat zou geen betekenis hebben voor mijn managementplan of voor het bestaan van de mens. Als de mensheid op deze wijze door zou gaan, zou ze vroeg of laat geheel door de duivel worden verslonden en zullen de zielen die mij toebehoren uiteindelijk worden verwoest door zijn handen. Mijn werk duurt niet meer dan zesduizend jaar en ik heb beloofd dat de controle van de boze over de mens niet langer zou duren dan zesduizend jaar. Dus nu zit de tijd er op. Ik ga niet langer door en stel het niet langer uit: Tijdens de laatste dagen zal ik Satan verslaan, al mijn glorie terugvorderen en al de zielen die op aarde aan mij toebehoren terugeisen, zodat deze bedroefde zielen zullen ontsnappen aan de zee van lijden en aldus zal mijn gehele werk op aarde worden voltooid. Vanaf deze dag zal ik nooit meer vlees worden op aarde en zal mijn allesbeheersende Geest nooit meer op aarde werken. Ik zal nog maar een ding op aarde doen: ik zal de mensheid herstellen, een mensheid die heilig is en die mijn trouwe stad op aarde vormt. Maar weet dat ik niet de gehele aarde zal vernietigen, noch zal ik de gehele mensheid vernietigen. Ik behoud dat overgebleven derde deel – het derde deel dat mij liefheeft en grondig door mij is overwonnen, en ik zal er voor zorgen dat dit derde deel vruchtbaar is en zich zal vermenigvuldigen op aarde, net zoals de Israëlieten dit deden onder de wet; ik zal hen voeden met overvloedige aantallen schapen en vee en alle rijkdommen van de aarde. Deze mensheid zal voor altijd bij mij blijven. Dit zal echter niet de betreurenswaardige, vuile mensheid van vandaag zijn, maar een mensheid die de verzameling vormt van allen die door mij zijn gewonnen. Zo’n mensheid zal niet door Satan worden beschadigd, verstoord of belegerd, en zal de enige mensheid zijn die op aarde bestaat nadat ik over Satan heb getriomfeerd. Het is de mensheid die vandaag door mij is overwonnen en mijn belofte heeft ontvangen. En dus is de mensheid die tijdens de laatste dagen is overwonnen ook de mensheid die zal worden gespaard en mijn eeuwige zegeningen zal ontvangen. Dit zal het enige bewijs zijn van mijn triomf over Satan, en de enige buit die ik overhoud aan mijn strijd met Satan. Deze oorlogsbuit wordt door mij van Satans domein gered en vormt de enige kristallisatie en vrucht van mijn zesduizendjarige managementplan. Ze komen uit elk land en denominatie, uit elke plek en elk land uit het universum. Ze zijn afkomstig uit verschillende rassen, spreken verschillende talen en hebben verschillende gewoonten en huidskleuren. Ze zijn verspreid over elk land en elke denominatie van de aardbol en zijn zelfs te vinden in elke uithoek van de wereld. Uiteindelijk zullen ze samenkomen om een complete mensheid te vormen, een verzameling van mensen die onbereikbaar is voor de machten van Satan. Degenen onder de mensheid die niet door mij zijn gered en overwonnen, zullen geluidloos naar de diepten van de zee zinken en zullen tot in eeuwigheid verbranden door mijn verterend vuur. Ik zal de oude, uitermate vuile mensheid vernietigen, net zoals ik de eerstgeboren zonen en de eerstgeborenen van het vee van Egypte heb vernietigd, waarbij alleen de Israëlieten die het vlees van een lam aten, het bloed van een lam dronken en hun deurposten met het bloed van een lam markeerden, gespaard bleven. Zijn de mensen die door mij zijn overwonnen en die tot mijn familie behoren niet ook de mensen die het vlees van het Lam eten dat ik ben, en het bloed van het Lam drinken dat ik ben, en degenen die door mij zijn verlost en mij vereren? Worden zulke mensen niet altijd vergezeld door mijn glorie? Zijn degenen die zonder het vlees van het Lam zijn dat ik ben, niet reeds geluidloos naar de diepten van de zee gezonken? Vandaag verzetten jullie je tegen mij en vandaag zijn mijn woorden net als de woorden die door Jehova tegen de zonen en kleinzonen van Israël zijn gesproken. Maar met de hardheid in de diepten van jullie harten stapelt mijn toorn zich op, wat ertoe leidt dat jullie vlees meer lijdt, jullie zonden strenger worden veroordeeld en jullie onrechtvaardigheid meer toorn oproept. Wie zou kunnen worden gespaard op mijn dag van toorn wanneer jullie mij vandaag zo behandelen? Wiens onrechtvaardigheid zou kunnen ontsnappen aan de ogen van mijn tuchtiging? Wiens zonden zouden aan de handen van mij, de Almachtige, kunnen ontglippen? Wiens opstandigheid zou kunnen ontsnappen aan het oordeel van mij, de Almachtige? Ik, Jehova, spreek aldus tot jullie, de afstammelingen van de heidense familie, en de woorden die ik tot jullie spreek overtreffen alle uitspraken van het Tijdperk van de Wet en het Tijdperk van Genade, maar toch zijn jullie harder dan die van al het volk van Egypte. Halen jullie je niet mijn toorn op de hals wanneer ik mijn werk in alle rust verricht? Hoe kunnen jullie ongedeerd ontsnappen aan de dag van mij, de Almachtige?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Niemand die van het vlees is kan ontsnappen aan de dag van toorn

Dagelijkse woorden van God  Fragment 205

Jullie behoren je helemaal te geven aan mijn werk. Jullie behoren werk te doen ten behoeve van mij. Ik ben bereid jullie uitleg te geven over alles wat jullie niet begrijpen, zodat jullie van mij alles kunnen krijgen wat jullie missen. Ook al zijn jullie gebreken niet te tellen, ik ben bereid het werk met jullie te blijven doen dat ik behoor te doen. Ik wil jullie mijn laatste barmhartigheid schenken, zodat jullie van mij kunnen profiteren en de glorie kunnen verkrijgen die in jullie ontbreekt en die de wereld nooit gezien heeft. Ik heb al zo veel jaren gewerkt, toch heeft geen mens mij ooit gekend. Ik wil jullie geheimen vertellen die ik nooit aan een ander heb verteld.

Onder de mensen was ik de Geest die ze niet konden zien, de Geest met wie ze zich nooit konden inlaten. Vanwege mijn drie fasen van het werk op aarde (schepping van de wereld, verlossing en vernietiging), verschijn ik op verschillende tijden in hun midden (nooit in het openbaar) om mijn werk onder hen te doen. De eerste keer dat ik onder de mensen kwam, was tijdens het Tijdperk van Verlossing. Uiteraard kwam ik in een Joodse familie; daarom zagen de Joden God als eerste op aarde komen. Ik deed dit werk persoonlijk omdat ik mijn geïncarneerde vlees wilde gebruiken als zondeoffer in mijn verlossingswerk. De Joden in het Tijdperk van Genade zagen mij dus het eerst. Dat was de eerste keer dat ik in het vlees werkte. In het Tijdperk van het Koninkrijk is het overwinnen en het vervolmaken mijn werk, dus doe ik wederom mijn herderlijk werk in het vlees. Dit is de tweede keer dat ik in het vlees werk. In de laatste twee fasen van het werk laten de mensen zich niet meer in met de onzichtbare, ongrijpbare Geest, maar met een persoon, waarvan de Geest bekleed is in het vlees. In de ogen van de mens word ik dus weer een mens, die er niet als God uitziet en aanvoelt. Bovendien is de God die mensen zien niet alleen mannelijk maar ook vrouwelijk, wat zeer verbazingwekkend en raadselachtig voor hen is. Steeds weer heeft mijn buitengewone werk oude opvattingen van vele, vele jaren uiteen doen spatten. Mensen staan versteld! God is niet enkel de Heilige Geest, de Geest, de zevenvoudig versterkte Geest of de allesomvattende Geest, maar ook een mens, een gewoon mens, een uitzonderlijk gewoon mens. Hij is niet alleen mannelijk, maar ook vrouwelijk. Ze lijken op elkaar in de zin dat beiden geboren zijn uit mensen, en ze lijken niet op elkaar in de zin dat de een was ontvangen uit de Heilige Geest en de ander was geboren uit een mens en niettemin rechtstreeks uit de Geest afkomstig is. Ze lijken op elkaar in de zin dat beiden als geïncarneerd vlees van God het werk van de Vader uitvoeren, en ze lijken niet op elkaar in de zin dat de een het werk van verlossing verricht, terwijl de ander het werk van overwinning doet. Beiden vertegenwoordigen God de Vader, maar de een is de Verlosser vol van goedertierenheid en barmhartigheid, en de ander is de God van gerechtigheid, vol van toorn en oordeel. De een is de Opperbevelhebber die het werk van verlossing in gang heeft gezet, terwijl de ander de rechtvaardige God is die het werk van overwinning tot stand brengt. De een is het begin, de ander het einde. De een is zondeloos vlees, terwijl de ander vlees is dat de verlossing voltooit, het werk voortzet en nooit zondig is. Beiden zijn dezelfde Geest, maar Zij vertoeven niet in hetzelfde vlees en zijn in verschillende plaatsen geboren. Zij zijn door enkele duizenden jaren van elkaar gescheiden. Al Hun werk vult elkaar echter aan, zonder met elkaar te botsen en het kan in één adem worden genoemd. Beiden zijn mensen, maar de een was een baby jongetje en de ander een peutermeisje. Mensen hebben al deze vele jaren niet alleen de Geest en niet alleen een mens gezien, een mannelijke, maar ook veel dingen die niet stroken met de opvattingen van de mens; als zodanig hebben de mensen mij nooit helemaal kunnen doorgronden. Ze blijven half en half geloven en half en half aan mij twijfelen, alsof ik besta maar toch ook een fantasievolle droom ben. Dat is de reden dat mensen tot op de dag van vandaag nog steeds niet weten wat God is. Kun je mij echt in één simpele zin beschrijven? Durf je werkelijk te zeggen “Jezus is niemand anders dan God en God is niemand anders dan Jezus”? Waag je werkelijk te stellen “God is niemand anders dan de Geest en de Geest is niemand anders dan God”? Zeg je gerust “God is gewoon een mens die met vlees is bekleed”? Heb je echt de moed om te beweren: “De beeltenis van Jezus is de grote beeltenis van God”? Ben je in staat om je welbespraaktheid te gebruiken om Gods gezindheid en beeltenis volledig te verklaren? Durf je waarlijk te zeggen “God heeft alleen de mannen geschapen, niet de vrouwen, naar Zijn beeld”? Als je dit zegt, dan zouden er geen vrouwen onder mijn uitverkorenen zijn, laat staan dat vrouwen tot een klasse van de mensheid behoren. Welnu, weet je echt wat God is? Is God een mens? Is God een Geest? Is God werkelijk een man? Kan alleen Jezus het werk volbrengen wat ik moet doen? Als je slechts een van de bovenstaande opties kiest om mijn wezen te beschrijven, dan ben je een zeer onwetende trouwe gelovige. Als ik slechts één keer werk als geïncarneerd vlees, zouden jullie mij dan afbakenen? Kun je mij werkelijk in één oogopslag volkomen begrijpen? Kun je mij werkelijk volledig beschrijven op basis van wat je tijdens je leven hebt gezien? En als ik in mijn twee incarnaties vergelijkbaar werk had gedaan, hoe zouden jullie mij dan zien? Zouden jullie mij voor altijd aan het kruis genageld laten? Kan God zo simpel zijn als je beweert?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Wat is jouw begrip van God?

Dagelijkse woorden van God  Fragment 206

Eén fase van het werk van de voorafgaande twee tijdperken werd volbracht in Israël; een andere werd in Judea volbracht. Over het algemeen werd geen van de twee fasen van dit werk buiten Israël verricht; elk werd onder het eerste uitverkoren volk volbracht. Als gevolg hiervan geloven de Israëlieten dat Jehova God alleen de God van de Israëlieten is. Omdat Jezus in Judea werkzaam was, waar Hij het werk van de kruisiging volbracht, zien de Joden Hem als de Verlosser van het Joodse Volk. Ze denken dat Hij alleen de Koning van de Joden is en niet van enig ander volk. Hij is niet de Heer die de Engelsen verlost, noch de Heer die de Amerikanen verlost – Hij is de Heer die de Israëlieten verlost en het waren de Joden die Hij in Israël verloste. In werkelijkheid is God de Meester van alle dingen. Hij is de God van heel de schepping. Hij is niet alleen de God van de Israëlieten, en ook niet alleen van de Joden; Hij is de God van heel de schepping. De twee eerdere fasen van Zijn werk vonden plaats in Israël, waardoor er bepaalde opvattingen in mensen zijn ontstaan. Ze denken dat Jehova Zijn werk in Israël volbracht, dat Jezus Zelf Zijn werk in Judea uitvoerde, en bovendien dat Hij vlees werd om Zijn werk te verrichten – hoe dan ook, dit werk strekte zich niet uit buiten Israël. God was niet werkzaam onder Egyptenaren of Indiërs; Hij was alleen werkzaam onder de Israëlieten. Zo vormen mensen verschillende opvattingen en perken ze Gods werk in. Ze zeggen dat wanneer God aan het werk is, Hij dit onder het verkoren volk en in Israël moet doen; afgezien van de Israëlieten, is Gods werk niet voor anderen bedoeld en evenmin heeft Zijn werk een grotere reikwijdte. Ze zijn vooral streng als het aankomt op de geïncarneerde God in het gareel te houden en staan Hem niet toe Zich buiten de grenzen van Israël te begeven. Zijn dit niet slechts menselijke noties? God heeft de hemel en aarde en alle dingen geschapen; Hij heeft de hele schepping gecreëerd, dus hoe zou Hij Zijn werk alleen tot Israël kunnen beperken? Als dat het geval zou zijn, met wat voor nut zou Hij dan de hele schepping hebben gemaakt? Hij heeft de hele wereld geschapen en Hij heeft Zijn zesduizendjarige managementplan niet alleen in Israël uitgevoerd maar voor elk persoon in het heelal. Of ze nu in China, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk of Rusland wonen, iedereen stamt af van Adam; ze zijn allemaal door God geschapen. Niet één van hen ontsnapt aan de grenzen van de schepping en niet één van hen kan zich losmaken van het etiket ‘afstammeling van Adam’. Ze zijn allemaal Gods schepsels, allemaal Adams nageslacht en ook allemaal de verdorven afstammelingen van Adam en Eva. Niet alleen de Israëlieten zijn Gods schepping maar alle mensen; alleen is het zo dat sommigen vervloekt zijn en anderen gezegend. De Israëlieten hebben vele goede kwaliteiten. In het begin werkte God met hen omdat ze het minst verdorven volk waren. Je kunt de Chinezen niet met hen vergelijken; die zijn veel inferieurder. God werkte aanvankelijk dus onder het volk van Israël en de tweede fase van Zijn werk werd alleen in Judea uitgevoerd, wat onder mensen tot vele opvattingen en regels heeft geleid. Zou God inderdaad volgens menselijke opvattingen handelen, dan zou Hij alleen de God van de Israëlieten zijn en zou Hij Zijn werk dus niet kunnen uitbreiden naar de heidense volken, want dan zou Hij alleen de God van de Israëlieten zijn en niet de God van de hele schepping. De profetieën zeiden dat Jehova’s naam onder de heidense volken groot zou worden en deze zich onder de heidense volken zou verspreiden. Waarom was dit voorspeld? Als God alleen de God van de Israëlieten zou zijn, zou Hij alleen in Israël werken. Bovendien zou Hij niet Zijn werk uitbreiden en niet zo’n profetie doen. Omdat Hij deze profetie heeft gedaan, zal Hij Zijn werk zeker uitbreiden onder heidense volken, onder elk volk en alle landen. Omdat Hij dit heeft gezegd, moet Hij het dus doen. Dit is Zijn plan, want Hij is de Heer die de hemel en de aarde en alle dingen heeft geschapen en die de God van heel de schepping is. Ongeacht of Hij onder de Israëlieten of in heel Judea werkt, het werk dat Hij doet is het werk van het hele heelal en het werk van de hele mensheid. Het werk dat Hij tegenwoordig verricht in het land van de grote rode draak – in een heidens land – is nog steeds het werk van de hele mensheid. Israël kan de basis zijn voor Zijn werk op aarde; op dezelfde manier kan China ook de basis worden voor Zijn werk onder de heidense volken. Heeft Hij nu niet de profetie vervuld die zegt: “de naam van Jehova zal groot worden onder de heidense volken”? De eerste stap in Zijn werk onder de heidense volken is dit werk, het werk dat Hij verricht in het land van de grote rode draak. Dat de geïncarneerde God in dit land en te midden van deze verdoemde mensen werkt, is in het bijzonder in strijd met menselijke opvattingen. Dit zijn de allerlaagste, meest waardeloze mensen die in eerste instantie door Jehova waren verlaten. Mensen kunnen door andere mensen worden verlaten, maar als ze door God worden verlaten, kan hun status en waarde niet verder dalen. Voor een schepsel van God is door Satan bezeten worden of door mensen verlaten worden erg pijnlijk, maar door de Schepper verlaten te worden betekent voor schepsels dat hun status een absoluut dieptepunt heeft bereikt. De afstammelingen van Moab werden vervloekt en werden geboren in dit achterlijke land. Van alle mensen die onder invloed van de duisternis staan, hebben Moabs nakomelingen ongetwijfeld de laagste status. Omdat deze mensen tot nu toe de laagste status hadden, is het werk dat op hen gedaan wordt het best in staat om menselijke begrippen te doorbreken en dat is ook het voordeligst voor het hele zesduizendjarige managementplan van God. Zulk werk onder deze mensen verrichten is de beste manier om menselijke opvattingen te doorbreken; hiermee luidt God een tijdperk in; hiermee doorbreekt Hij alle menselijke opvattingen; hiermee beëindigt Hij het werk van het hele Tijdperk van Genade. Zijn eerste werk werd uitgevoerd in Judea, binnen de grenzen van Israël. Onder de heidense volken verrichtte Hij geen werk om het nieuwe tijdperk in te luiden. De slotfase van het werk wordt niet alleen onder de heidenen uitgevoerd maar vooral onder hen die vervloekt zijn. Dit ene punt is het sterkste bewijs dat Satan het meest kan vernederen. En zo ‘wordt’ God de God van de hele schepping in het universum, de Heer van alle dingen, het voorwerp van aanbidding voor al wat leeft.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de Heer van alle geschapen wezens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 207

Tegenwoordig zijn er mensen die nog steeds niet begrijpen met welk nieuw werk God begonnen is. Onder de heidense volken heeft God een nieuw begin ingeluid. Hij is een nieuw tijdperk begonnen en heeft nieuw werk in gang gezet – en Hij verricht dit werk onder de afstammelingen van Moab. Is dit niet Zijn nieuwste werk? In de geschiedenis is er niemand die dit werk ooit eerder heeft meegemaakt. Niemand heeft er zelfs maar van gehoord, laat staan het gewaardeerd. Gods wijsheid, Gods wonderbaarlijkheid, Gods ondoorgrondelijkheid, Gods grootheid en Gods heiligheid worden allemaal openbaar gemaakt in deze fase van het werk, het werk in de laatste dagen. Is dit geen nieuw werk, werk dat de menselijke opvattingen doorbreekt? Sommige mensen denken: Omdat God Moab vervloekte en zei dat Hij Moabs afstammelingen zou verlaten, hoe zou Hij hen dan nu kunnen redden? Dit zijn de heidenen die door God werden vervloekt en uit Israël werden verdreven; de Israëlieten noemden hen ‘heidense honden’. Het is voor iedereen duidelijk dat ze niet alleen heidense honden zijn maar nog erger: zonen van de vernietiging. Met andere woorden: ze zijn niet Gods uitverkoren volk. Ze mogen dan binnen de grenzen van Israël geboren zijn, maar ze behoren niet tot het volk Israël en werden verdreven naar heidense volken. Ze zijn de laagsten onder alle mensen. Juist omdat ze de laagsten onder de mensen zijn, voert God Zijn werk van het beginnen van een nieuw tijdperk onder hen uit, want ze zijn representatief voor de verdorven mensheid. Gods werk is selectief en doelgericht; het werk dat Hij tegenwoordig onder deze mensen verricht, is ook het werk dat tijdens de schepping wordt uitgevoerd. Noach was Gods schepsel, net als zijn nakomelingen. Iedereen in de wereld van vlees en bloed is een schepsel van God. Gods werk is gericht op de hele schepping en is onafhankelijk van het feit of iemand vervloekt is na te zijn geschapen. Zijn managementwerk is gericht op de hele schepping, niet op de uitverkoren mensen die niet vervloekt zijn. Omdat God verlangt om Zijn werk onder de schepping uit te voeren, zal Hij het zeker tot een succesvol einde brengen en Hij zal onder de mensen werken die Zijn werk bevorderen. Daarom doorbreekt Hij alle conventies wanneer Hij onder de mensen werkt; voor Hem betekenen de woorden ‘vervloekt’, ‘getuchtigd’ en ‘gezegend’ niets! Het Joodse volk is goed, net als het uitverkoren volk van Israël; ze zijn mensen met een goed kaliber en menselijkheid. In het begin was het onder hen dat Jehova Zijn werk aanving en Zijn eerste werk verrichtte, maar om tegenwoordig het werk van de overwinning onder hen uit te voeren zou zinloos zijn. Ze mogen dan ook onderdeel uitmaken van de schepping en er mag dan veel positiefs aan hen zijn, toch zou het zinloos zijn om deze fase van het werk onder hen uit te voeren. God zou niemand kunnen overwinnen en evenmin zou Hij de hele schepping kunnen overtuigen, wat nou precies de bedoeling is van de overdracht van Zijn werk naar de mensen van het land van de grote rode draak. Dat Hij een nieuw tijdperk inluidt, alle regels en menselijke opvattingen doorbreekt en het werk van het hele Tijdperk van Genade voleindigt, is hier van de grootste betekenis. Als Zijn huidige werk onder de Israëlieten zou worden uitgevoerd, zou tegen de tijd dat Zijn zesduizendjarig managementplan ten einde loopt, iedereen geloven dat God alleen de God van de Israëlieten is, dat alleen de Israëlieten Gods uitverkoren volk zijn en dat alleen de Israëlieten het verdienen Gods zegening en belofte te erven. Gods incarnatie tijdens de laatste dagen in het heidense land van de grote rode draak volbrengt het werk dat God de God van de hele schepping is. Hij volbrengt Zijn volledige managementwerk en voltooit het centrale deel van Zijn werk in het land van de grote rode draak. De kern van de drie fasen van het werk is de redding van de mensheid, namelijk ervoor zorgen dat de hele schepping de Schepper aanbidt. Elke fase van het werk is dus van grote betekenis; God doet niets wat betekenis- of waardeloos is. Aan de ene kant luidt dit stadium van werk een nieuw tijdperk in en beëindigt het de vorige twee tijdperken; aan de andere kant doorbreekt het alle menselijke noties en alle oude manieren van menselijk geloof en kennis. Het werk van de vorige twee tijdperken werd uitgevoerd volgens verschillende menselijke opvattingen; maar deze fase elimineert menselijke opvattingen volkomen en overwint de mensheid daarmee volledig. Door de afstammelingen van Moab te overwinnen, door het werk dat onder de afstammelingen van Moab is uitgevoerd, zal God alle mensen in het hele heelal overwinnen. Dit is de diepste betekenis van deze fase van Zijn werk en is het waardevolste aspect van deze fase van Zijn werk. Zelfs als je nu beseft dat je status laag is en dat je weinig waarde hebt, voel je nog steeds dat je de meest vreugdevolle belevenis hebt gehad: je hebt een grote zegening geërfd, een grote belofte ontvangen en kunt helpen om dit grote werk van God te volbrengen. Je kan Gods ware gezicht zien en je kent Gods ware gezindheid en doet Gods wil. De voorgaande twee fasen van Gods werk werden uitgevoerd in Israël. Zou deze fase van Zijn werk tijdens de laatste dagen ook onder de Israëlieten worden uitgevoerd, dan zou niet alleen de hele schepping geloven dat alleen de Israëlieten het uitverkoren volk van God waren, maar dan zou Gods hele managementplan niet het beoogde effect hebben. Gedurende de periode waarin de twee fasen van Zijn werk in Israël werden uitgevoerd werd geen nieuw werk uitgevoerd in de heidense landen en evenmin enig werk om een nieuw tijdperk in te luiden. De huidige fase van het werk – het werk van het inluiden van een nieuw tijdperk – wordt eerst uitgevoerd in de heidense landen en wordt daarnaast eerst uitgevoerd onder de afstammelingen van Moab, waardoor het hele tijdperk wordt ingeluid. God heeft alle kennis die in menselijke noties besloten ligt vernietigd en niets daarvan laten voortbestaan. In Zijn werk van overwinning heeft Hij menselijke noties, die oude, vroegere manieren van menselijke kennis, vernietigd. Hij laat mensen zien dat er voor God geen regels zijn, dat er niets ouds is aan God, dat het werk dat Hij verricht compleet bevrijd is, volledig vrij, dat Hij rechtvaardig is in alles wat Hij doet. Je moet je volledig onderwerpen aan welk werk dan ook dat Hij in de schepping verricht. Al het werk dat Hij verricht is betekenisvol en wordt uitgevoerd volgens Zijn eigen wil en wijsheid en niet volgens menselijke keuzes en opvattingen. Als iets gunstig is voor Zijn werk, verricht Hij het; is iets niet gunstig voor Zijn werk, dan doet Hij het niet, hoe goed het ook is! Hij werkt en kiest de ontvangers en locatie van Zijn werk in overeenstemming met de betekenis en het doel van Zijn werk. Tijdens Zijn werk houdt Hij niet vast aan oude regels en evenmin volgt Hij oude formules. In plaats daarvan plant Hij Zijn werk overeenkomstig de betekenis van het werk. Uiteindelijk zal Hij het werkelijke effect en het verwachte doel bereiken. Als je deze dingen nu niet begrijpt, zal dit werk op jou geen effect hebben.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, God is de Heer van alle geschapen wezens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 208

Hoe groot zijn de obstakels voor Gods werk? Heeft iemand dat ooit geweten? Met mensen die vastzitten aan diepgewortelde bijgelovige inkleuringen, wie is er in staat om Gods ware gezicht te kennen? Met deze achterlijke culturele kennis die zo oppervlakkig en absurd is, hoe zouden zij de door God gesproken woorden volledig kunnen begrijpen? Zelfs wanneer ze van aangezicht tot aangezicht worden toegesproken en van mond tot mond worden gevoed, hoe zouden ze het kunnen begrijpen? Soms is het alsof Gods woorden aan dovemansoren zijn gericht: mensen geven geen enkele reactie, zij schudden hun hoofd en begrijpen niets. Hoe zou dit niet zorgelijk kunnen zijn? Deze ‘verre,[1] oude culturele geschiedenis en culturele kennis’ hebben zo’n waardeloze groep mensen opgevoed. Deze oude cultuur – dit kostbare erfgoed – is een berg rommel! Het is lang geleden een blijvende schandvlek geworden en is het niet waard om vermeld te worden! Het heeft mensen de trucjes en technieken geleerd om tegen God op te staan en door de ‘verplichte, subtiele begeleiding’[2] van het nationale onderwijs zijn mensen nog ongehoorzamer aan God geworden. Elk onderdeel van Gods werk is extreem moeilijk en elke stap van Zijn werk op aarde heeft God zorgen gebaard. Wat is Zijn werk op aarde moeilijk! De stappen van Gods werk op aarde omvatten grote moeilijkheden: voor de zwakheid van de mens, zijn tekortkomingen, kinderlijkheid, onwetendheid en alles van de mens – maakt God zeer nauwgezette plannen en heeft Hij weloverwogen meningen. De mens is als een papieren tijger die men niet durft uit te dagen of te stangen; bij de geringste aanraking bijt hij terug of anders valt hij neer en raakt hij de weg kwijt, en het is alsof hij bij het geringste verlies aan concentratie terugvalt, of anders God negeert, of naar zijn ouders rent, die veel weghebben van varkens en honden, om zich over te geven aan de onreine dingen van hun lichaam. Wat een grote belemmering! Bij vrijwel elke stap van Zijn werk wordt God aan verleiding onderworpen en bij vrijwel elke stap riskeert God groot gevaar. Zijn woorden zijn oprecht en eerlijk en zonder kwaadwilligheid, maar wie is bereid ze aan te nemen? Wie is bereid zich volledig te onderwerpen? Het breekt Gods hart. Hij zwoegt dag en nacht voor de mens, Hij gaat gebukt onder zorgen voor het leven van de mens en Hij voelt mee met de zwakheid van de mens. Hij heeft veel kronkels doorstaan in elke stap van Zijn werk, voor elk woord dat Hij spreekt; Hij zit altijd tussen twee vuren en denkt aan de zwakheid, ongehoorzaamheid, kinderlijkheid en kwetsbaarheid van de mens … dag en nacht, steeds weer. Wie heeft dit ooit geweten? Wie kan Hij in vertrouwen nemen? Wie zou in staat zijn om Hem te begrijpen? Hij verafschuwt immer de zonden van de mens en het gebrek aan ruggengraat, de karakterloosheid van de mens, en Hij is altijd bezorgd om de kwetsbaarheid van de mens en overpeinst het pad dat vóór de mens ligt. Altijd wanneer Hij de woorden en daden van de mens waarneemt, wordt Hij met barmhartigheid en boosheid vervuld, en het zien van deze dingen doet Zijn hart altijd pijn. De onschuldigen zijn namelijk gevoelloos geraakt; waarom moet God dingen altijd moeilijk voor hen maken? De zwakke mens ontbreekt het volledig aan doorzettingsvermogen; waarom moet God altijd zo’n niet-aflatende boosheid jegens hem hebben? De zwakke en krachteloze mens heeft geen greintje vitaliteit meer; waarom moet God hem altijd berispen om zijn ongehoorzaamheid? Wie kan de dreigementen van God in de hemel weerstaan? De mens is uiteindelijk broos en God heeft ten einde raad Zijn boosheid diep in Zijn hart gestopt, zodat de mens zichzelf stilaan onder de loep kan nemen. Toch heeft de mens, die in ernstige moeilijkheden verkeert, geen greintje waardering voor Gods wil; de mens is vertreden onder de voet van de oude koning van de duivels, toch is hij zich daar volkomen onbewust van, hij stelt zichzelf altijd tegenover God op of anders is hij warm noch koud jegens God. God heeft zo veel woorden gesproken, maar wie heeft ze ooit serieus genomen? De mens begrijpt Gods woorden niet, toch blijft hij onverstoord en zonder hunkering, en hij heeft het wezen van de oude duivel nooit echt gekend. Mensen wonen in het dodenrijk, in de hel, maar geloven dat ze wonen in het paleis van de zeebodem; ze worden vervolgd door de grote rode draak, toch menen ze dat ze ‘in de gunst staan’[3] bij het land; ze worden belachelijk gemaakt door de duivel, toch denken ze de overtreffende artisticiteit van het vlees te genieten. Wat een stelletje vuile, lage misbaksels zijn ze! De mens heeft tegenspoed gehad, maar hij weet het niet, en in deze duistere maatschappij overkomt hem het ene ongeluk na het andere,[4] toch heeft hij dit nooit tot zich laten doordringen. Wanneer zal hij zich ontdoen van zijn zelfvriendelijkheid en slaafse gezindheid? Waarom geeft hij niets om Gods hart? Staat hij deze verdrukking en moeilijkheden zwijgend toe? Verlangt hij niet naar de dag waarop hij duisternis in licht kan veranderen? Verlangt hij er niet naar om het onrecht jegens gerechtigheid en waarheid nog eens te verhelpen? Is hij bereid om toe te kijken en niets te doen, terwijl mensen de waarheid verzaken en de feiten verdraaien? Is hij er gelukkig mee om deze slechte behandeling te blijven ondergaan? Is hij bereid om een slaaf te zijn? Is hij bereid om te komen door de handen van God samen met de slaven van deze mislukte staat? Waar is je vastberadenheid? Waar is je ambitie? Waar is je waardigheid? Waar is je integriteit? Waar is je vrijheid? Ben je bereid om je hele leven neer te leggen[5] voor de grote rode draak, de koning van de duivels? Of laat je je blijmoedig door hem tot de dood toe martelen? Het oppervlak van het diep is chaotisch en donker, terwijl het gewone volk, dat zo veel ellende meemaakt, de hemel aanroept en tot de aarde klaagt. Wanneer zal de mens in staat zijn om zijn hoofd hoog te houden? De mens is mager en uitgemergeld, hoe zou hij het tegen deze wrede en tirannieke duivel kunnen opnemen? Waarom geeft hij zijn leven niet aan God zodra hij dat kan? Waarom weifelt hij nog steeds? Wanneer kan hij Gods werk voltooien? Zo op de kop gezeten en verdrukt, zal zijn hele leven uiteindelijk zinloos zijn geweest; waarom heeft hij zo’n haast om te komen en wil hij zo snel weer vertrekken? Waarom houdt hij niet iets kostbaars om aan God te geven? Is hij de duizenden jaren van haat vergeten?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Werk en intrede (8)

Voetnoten:

1. “Verre” wordt spottend gebruikt.

2. “Verplichte, subtiele begeleiding” wordt spottend gebruikt.

3. “In de gunst staan” wordt spottend gebruikt voor mensen die er stijfjes uitzien en geen zelfbewustzijn hebben.

4. “Overkomt hem het ene ongeluk na het andere” geeft aan dat de mensen geboren zijn in het land van de grote rode draak en dat ze hun hoofd niet omhoog kunnen houden.

5. “Je hele leven neer te leggen” wordt neerbuigend bedoeld.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 209

Het pad van vandaag is niet makkelijk te bewandelen. Je zou kunnen zeggen dat het heel moeilijk te vinden en al eeuwen lang buitengewoon zeldzaam is. Wie had echter kunnen denken dat alleen al het vlees van een mens genoeg zou zijn om hem te gronde te richten? Het werk van nu is zeker zo kostbaar als een lenteregen, en even waardevol als Gods goedheid jegens de mensheid. Als de mens echter geen kennis heeft van het doel van Zijn hedendaagse werk, of het wezen van de mensheid niet begrijpt, hoe kunnen we dan bespreken hoe kostbaar en waardevol dat is? Het vlees behoort de mensen zelf niet toe, dus kan niemand duidelijk zien waar de bestemming ervan eigenlijk zal liggen. Niettemin moet je goed weten dat de Heer van de schepping de mensheid, die geschapen is, naar haar oorspronkelijke positie zal terugbrengen, en haar beeltenis uit de tijd van de schepping zal herstellen. Hij zal de adem die Hij in de mens geblazen heeft volledig terugnemen, zijn beenderen en zijn vlees terugnemen en alles aan de Heer van de schepping teruggeven. Hij zal de mensheid volledig veranderen en vernieuwen, en de hele erfenis die eigenlijk nooit aan de mensheid heeft toebehoord, maar altijd aan God, van de mens terugnemen en zal deze nooit meer aan de mens overhandigen. Want om te beginnen behoorden geen van die dingen de mensheid oorspronkelijk toe. Hij zal ze allemaal terugnemen. Dit is geen oneerlijke plundering; het is veeleer bedoeld om de hemel en de aarde in hun oorspronkelijke staat terug te brengen, en ook om de mens te veranderen en te vernieuwen. Dit is de redelijke bestemming voor de mensheid, hoewel het misschien geen terugname van het vlees zal zijn nadat het getuchtigd is, zoals mensen zich mogelijk kunnen voorstellen. God wil de skeletten van het vlees nadat het verwoest is niet hebben; Hij wil de oorspronkelijke elementen in de mens die in het begin aan God toebehoorden. Daarom zal Hij de mensheid niet verdelgen of het vlees van de mens volledig uitvagen. Het vlees van de mens is niet diens privé-eigendom. Het is eerder een toevoegsel van God, die de mensheid beheert. Hoe zou Hij het vlees van de mens tot Zijn ‘plezier’ kunnen uitvagen? Heb je nu echt al alles laten varen van dat vlees van je dat nog geen cent waard is? Als je dertig procent van het werk van de laatste dagen kon begrijpen (deze ‘slechts’ dertig procent betekent het begrijpen van het hedendaagse werk van de Heilige Geest, evenals Gods werk van het woord in de laatste dagen), dan zou je jouw vlees niet zo blijven koesteren en niet zoveel aandacht aan besteden aan een vlees dat al lange tijd verdorven is – wat tegenwoordig het geval is. Je zou duidelijk moeten inzien dat de mens zich ontwikkeld heeft tot een staat die nooit eerder bestaan heeft en dat hij niet meer, evenals de tandwielen van de geschiedenis, gestadig voort zal blijven gaan. Je vergane vlees is sinds lange tijd overdekt met vliegen, dus hoe kan het de kracht opbrengen om de tandwielen van de geschiedenis, die God tot op heden heeft laten draaien, om te laten keren? Hoe kan zo’n vlees het zwijgende tikken van de klok van de laatste dagen, opnieuw laten tikken en de wijzers in de juiste richting laten rondgaan? Hoe kan het de wereld die in een dichte mist gehuld lijkt te zijn, opnieuw veranderen? Kan jouw vlees de bergen en de rivieren weer gezond maken? Kan jouw vlees, dat slechts een kleine functie heeft, echt het soort menselijke wereld herstellen waar jij naar verlangd hebt? Kun je je nageslacht werkelijk zo opvoeden, dat ze ‘menselijke wezens’ worden? Begrijp je het nu? Waar hoort je vlees precies bij? De oorspronkelijke bedoeling van God met het redden van de mens, met het vervolmaken van de mens en met het veranderen van de mens, was niet om je een mooi vaderland te geven of vredige rust aan het vlees van de mens te geven; Het was ter wille van Zijn glorie en ter getuigenis van Hem, opdat de mensheid in de toekomst gelukkiger zou worden en opdat zij spoedig zouden mogen rusten. Maar het was niet voor je vlees, want de mens is het hoofddoel van Gods management en het vlees van de mens is slechts bijzaak. (Een mens is een voorwerp met zowel een geest als een lichaam, terwijl vlees enkel maar een ding is dat aftakelt. Dit betekent dat vlees een werktuig is voor het managementplan.) Je zou moeten weten dat het vervolmaken, compleet maken en winnen van de mensen door God niets anders voortbrengt dan zwaarden, het neerslaan van hun vlees, eindeloos lijden, een vuurzee, genadeloos oordeel, tuchtiging, vervloekingen en grenzeloze beproevingen. Dat is het achterliggende verhaal en waarheid over het beheer van de mens. Al deze dingen zijn echter op het vlees van de mens gericht en alle pijlen van vijandelijkheden worden genadeloos op het vlees van de mens gericht (want de mens is onschuldig). Al deze dingen zijn ter wille van Zijn glorie en Zijn getuigenis en voor Zijn management. Dit komt doordat Zijn werk niet alleen gedaan wordt ter wille van de mensheid, maar ook ten behoeve is van het plan in zijn geheel en ook om Zijn oorspronkelijke bedoeling die Hij met het scheppen van de mens voor ogen had, ten uitvoer te brengen. Daarom houdt misschien negentig procent van wat de mens doormaakt lijden en vurige beproevingen in, en zijn er maar heel weinig of geen fijne en gelukkige dagen waar het vlees van de mens naar verlangd heeft. Nog veel minder is de mens in staat om van gelukkige momenten in het vlees te genieten en prachtige tijden met God door te brengen. Het vlees is vervuild, dus wat het vlees van de mens ziet, of waar het van geniet, is niets anders dan de tuchtiging van God dat de mens als iets ongunstigs beschouwt alsof het niet voorkomt bij normale redelijkheid. Dat komt doordat God Zijn rechtvaardige gezindheid zal laten zien, die niet geliefd is bij de mens, die de beledigingen van de mens niet tolereert en een afkeer heeft van vijanden. God onthult op alle benodigde manieren openlijk alles van Zijn gezindheid. Daarmee voltooit Hij het werk van Zijn strijd met Satan die al zesduizend jaar gaande is; het werk van de redding van de gehele mensheid en de vernietiging van Satan!

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het doel van het managen van de mensheid

Dagelijkse woorden van God  Fragment 210

De laatste dagen zijn aangebroken, en over de hele wereld zijn landen in beroering. Er is politieke chaos; overal doen zich hongersnoden, pestilenties, overstromingen en droogtes voor. Er zijn catastrofes in de wereld van de mens; ook de Hemel heeft rampspoed omlaag gezonden. Dit zijn tekenen van de laatste dagen. Maar voor mensen lijkt het een wereld van vrolijkheid en pracht; dat wordt het hoe langer hoe meer, de harten van de mensen worden er allemaal door aangetrokken; veel mensen komen erin vast te zitten en kunnen zich er niet uit losmaken. Grote aantallen zullen worden misleid door hen die zich met bedrog en tovenarij inlaten. Als je niet naar vooruitgang streeft, geen idealen hebt en jezelf niet op de ware weg hebt geworteld, zullen de toenemende golven van zonde je wegvagen. China is het meest achterlijke land van allemaal; het is het land waarin de grote rode draak ligt opgerold; het heeft de meeste mensen die afgoden vereren en aan tovenarij doen, het heeft de meeste tempels en het is een plaats waar vuile demonen verblijven. Je bent eruit voortgekomen, je bent erdoor opgevoed en bent er grondig door beïnvloed; je bent erdoor verdorven en gekweld, maar na wakker te worden gemaakt keer je je ervan af en word je volledig door God gewonnen. Dit is de heerlijkheid van God, en dit is waarom deze fase van het werk van grote betekenis is. God heeft werk op zo’n grote schaal gedaan, heeft zo veel woorden gesproken, en Hij zal jullie uiteindelijk volledig winnen. Dit is één deel van het werk van Gods management, en jullie zijn de ‘overwinningsbuit’ van Gods strijd met Satan. Hoe meer jullie de waarheid begrijpen en hoe beter jullie leven van de kerk is, hoe meer de grote rode draak op zijn knieën wordt gebracht. Dit zijn allemaal kwesties van de geestelijke wereld; het zijn de gevechten van de geestelijke wereld, en wanneer God zegeviert, zal Satan te schande worden gemaakt en neervallen. Deze fase van Gods werk is van immense betekenis. God werkt inderdaad op zo’n grote schaal, en redt deze groep mensen volledig zodat jij kunt ontsnappen aan de invloed van Satan, in het heilige land kunt leven, in Gods licht kunt leven, en geleid en begeleid wordt door het licht. Dan heeft je leven betekenis. Wat jullie eten en dragen, is anders dan wat ongelovigen eten en dragen; jullie genieten de woorden van God en hebben een zinvol leven – en wat genieten zij? Zij genieten alleen de ‘nalatenschap van hun voorouders’ en hun ‘nationale geest’. Ze hebben niet het geringste overblijfsel van menselijkheid! Jullie kleren, woorden en daden verschillen allemaal van die van hen. Uiteindelijk zullen jullie volledig ontsnappen aan het vuil, niet langer verstrikt zijn in de verzoeking van Satan, en Gods dagelijkse voorziening verkrijgen. Jullie moeten altijd voorzichtig zijn. Hoewel jullie op een vuile plek leven, zijn jullie niet bezoedeld door vuil en kunnen jullie naast God wonen en Zijn grote bescherming ontvangen. God heeft jullie gekozen uit iedereen in dit gele land. Zijn jullie niet de meest gezegende mensen? Je bent een geschapen wezen – uiteraard moet je God aanbidden en een zinvol leven nastreven. Als je God niet aanbidt maar binnen je vuile vlees leeft, ben je dan niet slechts een beest in menselijke kledij? Aangezien je een menselijk wezen bent, moet je jezelf uitputten voor God en alle lijden verduren! Je moet het weinige lijden dat je tegenwoordig ondergaat blijmoedig en met vertrouwen aanvaarden en je moet een zinvol leven leiden, zoals Job en Petrus. In deze wereld draagt de mens de kleren van de duivel, eet hij voedsel van de duivel en werkt en dient hij onder de duim van de duivel, waarbij hij volledig in het vuil ervan wordt getrapt. Als je de betekenis van het leven niet begrijpt of de ware weg niet verwerft, wat voor betekenis heeft het dan om zo te leven? Jullie zijn mensen die het juiste pad nastreven, degenen die verbetering zoeken. Jullie zijn mensen die opstaan in de natie van de grote rode draak, degenen die God rechtvaardig noemt. Is dat niet het meest zinvolle leven?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (2)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 211

Vandaag is het werk dat ik in jullie bewerkstellig bedoeld om jullie een leven van normale menselijkheid binnen te brengen; het is het werk van het inluiden van een nieuw tijdperk en van het voeren van de mensheid naar het leven van het nieuwe tijdperk. Stapje voor stapje wordt dit werk uitgevoerd en ontwikkelt het zich onder jullie, direct: ik onderwijs jullie persoonlijk; ik neem jullie bij de hand; ik vertel jullie alles wat jullie niet begrijpen en geef jullie alles wat jullie tekortkomen. Men kan zeggen dat voor jullie al dit werk jullie voorziening voor het leven is, wat jullie ook een leven van normale menselijkheid binnenleidt; het is specifiek bedoeld om levensvoorziening te bieden aan deze groep mensen tijdens de laatste dagen. Voor mij is al dit werk bedoeld om het oude tijdperk te beëindigen en een nieuw tijdperk in te luiden. Wat Satan betreft: ik ben specifiek vleesgeworden om hem te verslaan. Het werk dat ik nu onder jullie verricht is jullie voorziening voor tegenwoordig en jullie tijdige redding, maar gedurende deze paar korte jaren zal ik jullie alle waarheden, de hele weg van het leven en zelfs het werk van de toekomst vertellen; dit zal genoeg zijn om jullie in staat te stellen dingen in de toekomst normaal te ervaren. Al mijn woorden zijn het enige wat ik jullie toevertrouwd heb. Ik druk geen andere vermaning uit; tegenwoordig zijn alle woorden die ik tot jullie spreek mijn vermaning aan jullie, want vandaag hebben jullie veel van de woorden die ik spreek niet ervaren en begrijpen jullie er de innerlijke betekenis niet van. Er zal een dag komen waarop jullie ervaringen vrucht zullen dragen, precies zoals ik daar vandaag over gesproken heb. Deze woorden zijn jullie visies van vandaag, en ze zijn datgene waar jullie in de toekomst op zullen vertrouwen; ze zijn voeding voor het leven van vandaag en een vermaning voor de toekomst, en geen vermaning zou beter kunnen zijn. Dit is omdat de tijd die ik heb om op aarde te werken niet zo lang is als de tijd die jullie hebben om mijn woorden te ervaren; ik ben eenvoudigweg mijn werk aan het voltooien, terwijl jullie het leven nastreven, een proces waar een lange reis door het leven voor nodig is. Pas nadat jullie veel dingen hebben ervaren, zullen jullie de weg van het leven volledig kunnen winnen; pas dan zullen jullie de innerlijke betekenis van de woorden die ik vandaag spreek kunnen doorzien. Wanneer jullie mijn woorden in jullie handen hebben, wanneer elk van jullie al mijn opdrachten heeft ontvangen, wanneer ik jullie alles heb opgedragen wat ik jullie hoor op te dragen, en wanneer het werk van woorden is beëindigd, dan zal, ongeacht hoe groot het resultaat is, de uitvoering van de wil van God ook volbracht zijn. Het is niet zoals je je voorstelt, dat je tot op zekere hoogte veranderd moet worden; God werkt niet volgens jouw noties.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Praktijk (7)

Dagelijkse woorden van God  Fragment 212

In de laatste dagen werd God vlees om het werk te verrichten dat Hij moest doen en om Zijn bediening van woorden uit te voeren. Hij kwam persoonlijk om te werken te midden van de mensen met het doel om die mensen te vervolmaken die naar Zijn hart zijn. Vanaf de schepping tot vandaag heeft Hij dit soort werk alleen gedaan gedurende de laatste dagen. Pas in de laatste dagen is God vleesgeworden om zulk grootschalig werk te doen. Hoewel Hij ontberingen doorstaat die mensen maar moeilijk zouden doorstaan, en hoewel Hij een grote God is die niettemin de nederigheid heeft om een gewoon mens te worden, heeft geen enkel aspect van Zijn werk vertraging opgelopen en is Zijn plan niet in het minst in chaos vervallen. Hij voert het werk uit volgens Zijn oorspronkelijke plan. Een van de doelen van deze incarnatie is om mensen te overwinnen, een ander doel is om de mensen van wie Hij houdt te vervolmaken. Hij wil graag met eigen ogen de mensen die Hij vervolmaakt zien, en Hij wil met eigen ogen zien hoe de mensen die Hij vervolmaakt van Hem getuigen. Het zijn niet één of twee mensen die vervolmaakt worden. In plaats daarvan is het een groep die uit maar een paar mensen bestaat. De mensen in deze groep komen uit verschillende landen in de wereld en hebben verschillende nationaliteiten. Het doel van zo veel werk is om deze groep mensen te winnen, om de getuigenis te winnen die deze groep mensen van Hem aflegt, en om de glorie te verkrijgen die Hij bij hen kan vinden. Hij doet geen werk dat geen betekenis heeft, noch doet Hij werk dat geen waarde heeft. Je zou kunnen zeggen dat God met het doen van zo veel werk als doel heeft om al diegenen te vervolmaken die Hij wenst te vervolmaken. In de vrije tijd die Hij dan nog overhoudt, zal Hij hen die slecht zijn verstoten. Weet dat Hij dit geweldige werk niet doet vanwege hen die slecht zijn; integendeel, Hij zet alles op alles vanwege dat kleine aantal mensen dat door Hem vervolmaakt moet worden. Het werk dat Hij doet, de woorden die Hij spreekt, de mysteries die Hij openbaart en Zijn oordeel en tuchtiging zijn allemaal omwille van dat piepkleine aantal mensen. Hij is niet vleesgeworden omwille van hen die slecht zijn, laat staan dat die slechte mensen grote toorn in Hem opwekken. Hij spreekt de waarheid en spreekt over intrede vanwege degenen die vervolmaakt moeten worden; Hij is vleesgeworden vanwege hen, en het is vanwege hen dat Hij Zijn beloften en zegeningen schenkt. De waarheid, intrede en het leven in menselijkheid waarover Hij spreekt worden niet bewerkt omwille van hen die slecht zijn. Hij wil het praten met hen die slecht zijn vermijden, en wil in plaats daarvan alle waarheden schenken aan hen die vervolmaakt moeten worden. Toch vereist Zijn werk dat voorlopig wordt toegestaan dat zij die slecht zijn genieten van sommige van Zijn rijkdommen. Zij die de waarheid niet uitvoeren, die God niet tevredenstellen en die Zijn werk verstoren zijn allemaal slecht. Zij kunnen niet vervolmaakt worden en worden door God verafschuwd en verworpen. Omgekeerd zijn de mensen die de waarheid in praktijk brengen, die God tevreden kunnen stellen en die zich volledig uitputten in Gods werk de mensen die door God moeten worden vervolmaakt. Degenen die God compleet wenst te maken zijn geen anderen dan deze groep mensen, en het werk dat God doet is omwille van deze mensen. De waarheid waarover Hij spreekt is gericht tot de mensen die bereid zijn deze in praktijk te brengen. Hij richt Zich niet tot de mensen die de waarheid niet in praktijk brengen. De toename in inzicht en groei van onderscheidingsvermogen waarover Hij spreekt, zijn gericht tot de mensen die de waarheid kunnen uitvoeren. Wanneer Hij spreekt over degenen die vervolmaakt moeten worden, spreekt Hij over deze mensen. Het werk van de Heilige Geest is gericht op de mensen die bereid zijn om de waarheid in praktijk te brengen. Dingen zoals het bezit van wijsheid en menselijkheid zijn gericht op de mensen die bereid zijn de waarheid in praktijk te brengen. Zij die de waarheid niet uitvoeren, horen misschien veel woorden van waarheid, maar omdat ze van nature zo slecht zijn en niet geïnteresseerd zijn in de waarheid, bestaat wat ze begrijpen slechts uit doctrines en woorden en loze theorieën, zonder ook maar enig nut voor hun intrede in het leven. Geen van hen is trouw aan God; het zijn allemaal mensen die God zien, maar Hem niet kunnen verkrijgen; ze zijn allemaal veroordeeld door God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen diegenen die zich richten op de praktijk kunnen vervolmaakt worden

Dagelijkse woorden van God  Fragment 213

Het werk van de overwinning is bovenal bedoeld om de mensheid te reinigen, zodat de mens de waarheid kan bezitten, want de mens begrijpt nu te weinig van de waarheid! Het werk van de overwinning op zulke mensen toepassen, is van het grootste belang. Jullie zijn allemaal onder de invloed van duisternis gevallen en zijn zwaar beschadigd. Het doel van dit werk is dan ook om jullie in staat te stellen de menselijke aard te leren kennen en daardoor de waarheid te laten naleven. Alle geschapen wezens zouden hun vervolmaking moeten accepteren. Als het werk in dit stadium alleen de vervolmaking van mensen betrof, zou het in Groot-Brittannië, Amerika of Israël kunnen plaatsvinden. Het zou dan op mensen uit om het even welk land kunnen worden toegepast. Maar het werk van de overwinning is selectief. De eerste stap van het werk van de overwinning is op de korte termijn gericht. Daarbij wordt Satan vernederd en het hele universum overwonnen. Dit is het aanvankelijke werk van de overwinning. Je kunt zeggen dat elk schepsel dat in God gelooft, vervolmaakt kan worden. Vervolmaakt worden is immers iets dat alleen na een verandering op de lange termijn kan worden bereikt. Maar overwonnen worden is anders. Het voorbeeld en model dat overwonnen moet worden, moet het verst zijn achtergebleven en in de diepste duisternis leven; ze moeten ook het meest ontaard zijn, totaal niet bereid zijn God te erkennen en God het meest ongehoorzaam zijn. Dit is precies het type persoon die ervan kan getuigen overwonnen te zijn. Het hoofddoel van het werk van de overwinning is Satan verslaan, terwijl het hoofddoel van het vervolmaken van mensen het winnen van mensen is. Het is mensen in staat stellen om te getuigen nadat ze zijn overwonnen dat dit werk van de overwinning hier is uitgevoerd op mensen zoals jullie. Het doel is mensen te laten getuigen nadat ze zijn overwonnen. Deze overwonnen mensen zullen worden gebruikt om het doel te bereiken, namelijk Satan vernederen. Wat is dan de voornaamste methode om te overwinnen? Tuchtigingen, oordelen, vervloekingen en openbaringen – een rechtvaardige gezindheid gebruiken om mensen te overwinnen, zodat ze helemaal overtuigd raken vanwege Gods rechtvaardige gezindheid. De realiteit en het gezag van het woord gebruiken om mensen te overwinnen en hen volledig te overtuigen – dat is wat het betekent om overwonnen te worden. Zij die zijn vervolmaakt, weten niet alleen gehoorzaamheid te bereiken nadat ze zijn overwonnen, maar zijn ook in staat om kennis van het werk des oordeels te verkrijgen, hun gezindheid te veranderen en God te leren kennen. Ze ervaren het pad van het liefhebben van God en raken vervuld van de waarheid. Ze leren Gods werk te ervaren, worden bekwaam om voor God te lijden en hun eigen wil te hebben. De vervolmaakten zijn degenen die werkelijk begrip van de waarheid hebben omdat zij Gods woord hebben ervaren. De overwonnenen zijn degenen die de waarheid kennen maar de echte betekenis van de waarheid niet hebben aanvaard. Nadat ze overwonnen zijn, gehoorzamen ze, maar hun gehoorzaamheid komt volledig voort uit het oordeel dat ze hebben ontvangen. Zij hebben geen enkel begrip van de echte betekenis van vele waarheden. Zij erkennen de waarheid met hun mond, maar zijn de waarheid niet binnengegaan. Zij begrijpen de waarheid, maar hebben de waarheid niet ervaren. Het werk dat wordt verricht op degenen die vervolmaakt worden, omvat tuchtigingen en oordelen, naast het verschaffen van leven. Iemand die eraan hecht om de waarheid binnen te gaan, is iemand die vervolmaakt kan worden. Het verschil tussen degenen die vervolmaakt worden en degenen die overwonnenen worden, ligt in de vraag of ze de waarheid kunnen binnengaan. De vervolmaakten zijn zij die de waarheid begrijpen, de waarheid zijn binnengegaan en de waarheid naleven. Mensen die niet vervolmaakt kunnen worden, zijn zij die de waarheid niet begrijpen en die niet binnengaan; met andere woorden, zij die de waarheid niet naleven. Als zulke mensen nu in staat zijn om volledig te gehoorzamen, dan zijn ze overwonnen. Als de overwonnenen de waarheid niet zoeken – als ze de waarheid volgen maar die niet naleven, als ze de waarheid zien en horen maar er geen waarde aan hechten die na te leven – dan kunnen zij niet vervolmaakt worden. Mensen die vervolmaakt worden, beoefenen de waarheid volgens Gods eisen op het pad naar volmaaktheid. Daardoor vervullen ze Gods wil en worden vervolmaakt. Wie tot het einde toe volgt voordat het werk van de overwinning eindigt, zijn overwonnenen, maar nog niet vervolmaakten. ‘De vervolmaakten’ verwijst naar hen die, nadat het werk van de overwinning is geëindigd, in staat zijn de waarheid na te streven en door God gewonnen te worden. Het verwijst naar degenen die, nadat het werk van de overwinning is geëindigd, standvastig blijven in tegenspoed en de waarheid naleven. Het onderscheid tussen overwonnen en vervolmaakt zijn ligt in de verschillende stappen van het werk en in de mate waarin mensen de waarheid begrijpen en binnengaan. Allen die zich niet op het pad naar volmaaktheid hebben begeven, dat wil zeggen zij die de waarheid niet bezitten, zullen uiteindelijk alsnog worden verstoten. Alleen zij die de waarheid bezitten en de waarheid naleven, kunnen volledig door God worden gewonnen. Dat wil zeggen, zij die naar Petrus’ beeld leven, zijn de vervolmaakten, terwijl alle anderen de overwonnenen zijn. Het werk dat op allen die worden overwonnen wordt verricht, bestaat uit het opleggen van vervloekingen, tuchtigingen en het tonen van toorn. Wat zij ontvangen is rechtvaardigheid en vervloekingen. Werken aan zo iemand is het zonder omhaal of beleefdheid openbaren van hun innerlijke verdorven gezindheid, zodat ze deze zelf begrijpen en volledig overtuigd raken. Zodra de mens volkomen gehoorzaam wordt, eindigt het werk van de overwinning. Zelfs als de meeste mensen het begrijpen van de waarheid niet nastreven, zal het werk van de overwinning zijn beëindigd.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen de vervolmaakten kunnen een zinvol leven leiden

Dagelijkse woorden van God  Fragment 214

Hoe maakt God de mens volmaakt? Wat is de gezindheid van God? Wat ligt vervat in Zijn gezindheid? Om al deze dingen te verduidelijken: de een noemt dit het verspreiden van Gods naam, de ander het getuigen van God en weer een ander het verhogen van God. De mens zal op basis van het fundament van het kennen van God uiteindelijk veranderd worden in zijn levensgezindheid. Hoe meer aanpak en loutering de mens ondergaat, hoe meer hij gesterkt is, en hoe talrijker de stappen van Gods werk, hoe meer de mens vervolmaakt wordt. In de ervaring van de mens slaat elke stap van Gods werk vandaag de dag terug op zijn opvattingen, en ze stijgen allemaal boven het intellect van de mens uit, en liggen buiten zijn verwachtingen. God verschaft alles wat de mens nodig heeft en in alle opzichten staat het haaks op zijn opvattingen. God spreekt zijn woorden uit op het moment dat je zwak bent; alleen op deze manier kan Hij je leven voorzien. Doordat Hij terugslaat op je opvattingen, zorgt Hij ervoor dat je de aanpak van God accepteert; alleen op deze manier kun je jezelf ontdoen van je verdorvenheid. Vandaag de dag werkt de vleesgeworden God aan de ene kant in een gesteldheid van goddelijkheid, en aan de andere kant in een gesteldheid van normale menselijkheid. Als je geen enkel werk van God meer kunt ontkennen, als je in staat bent je te onderwerpen ongeacht wat God zegt of doet binnen de gesteldheid van normale menselijkheid, als je in staat bent je te onderwerpen en te begrijpen ongeacht de soort normaliteit die Hij manifesteert, en als je werkelijke ervaring hebt verkregen, alleen dan kun je er zeker van zijn dat Hij God is, alleen dan zul je ophouden opvattingen voort te brengen en alleen dan zul je Hem tot het einde kunnen volgen. Er is wijsheid in Gods werk en Hij weet hoe de mens standvastig kan zijn in getuigen van Hem. Hij weet waar de vitale zwakheid van de mens ligt, en de woorden die Hij spreekt, kunnen je treffen in je vitale zwakheid, maar Hij gebruikt Zijn majestueuze en wijze woorden ook om je standvastig te maken in getuigen van Hem. Dat zijn de wonderbaarlijke daden van God. Het werk dat God doet is onvoorstelbaar voor het menselijk intellect. De soorten verderf die de mens, een wezen van vlees en bloed, in bezit heeft, en de dingen waaruit de substantie van de mens is samengesteld – die worden allemaal geopenbaard door Gods oordeel en dat het laat voor de mens geen enkele plek over om zich te verbergen voor zijn schaamte.

God verricht het werk van oordeel en tuchtiging zodat de mens kennis van Hem kan verkrijgen, en omwille van Zijn getuigenis. Zonder Zijn oordeel over de verdorven gezindheid van de mens, zou de mens Zijn rechtvaardige gezindheid die geen belediging duldt, onmogelijk kunnen kennen en evenmin zou de mens zijn oude kennis van God in een nieuwe kennis kunnen veranderen. Omwille van Zijn getuigenis, en omwille van Zijn management, maakt Hij Zijn totaliteit openbaar, en door Zijn publieke verschijning stelt Hij de mens in staat kennis van God te bereiken, veranderd te worden in zijn gezindheid, en een klinkend getuigenis van God af te leggen. De verandering van de gezindheid van de mens wordt bereikt door veel verschillende soorten van Gods werk; zonder zulke veranderingen in zijn gezindheid zou de mens niet in staat zijn om een getuigenis van God af te leggen en in overeenstemming te zijn met Gods bedoelingen. De verandering van de gezindheid van de mens betekent dat de mens is bevrijd van de slavernij van Satan en van de invloed van duisternis en werkelijk een model en voorbeeld van Gods werk is geworden, een getuige van God en iemand die in overeenstemming is met Gods bedoelingen. Tegenwoordig is de vleesgeworden God naar de aarde gekomen om Zijn werk te verrichten, en Hij vereist dat de mensen kennis over Hem verwerven, zich aan Hem onderwerpen en een getuigenis van Hem afleggen – de mens moet Gods praktische en normale werk kennen, hij moet zich onderwerpen aan al Zijn woorden die niet overeenstemmen en al Zijn werk dat niet overeenstemt met de opvattingen van de mens, en hij moet getuigen van al het werk dat Hij doet om de mens te redden, en van al Zijn daden van het overwinnen van de mens. Degenen die getuigen van God, moeten kennis van God hebben; alleen dit soort getuigenis is accuraat en praktisch, en alleen dit soort getuigenis kan Satan beschaamd doen staan. God gebruikt degenen die Hem hebben leren kennen door het ondergaan van Zijn oordeel, tuchtiging en snoei, om een getuigenis van Hem af te leggen. Hij gebruikt degenen die verdorven zijn door Satan om een getuigenis van Hem af te leggen. Hij gebruikt degenen wier gezindheid is veranderd en die aldus Zijn zegeningen hebben verkregen, om een getuigenis van Hem af te leggen. Hij heeft de mens niet nodig om Hem met de mond te prijzen, noch heeft Hij de lof en het getuigenis nodig van het soort van Satan, mensen die niet door Hem gered zijn. Alleen degenen die God kennen, zijn gekwalificeerd om een getuigenis van Hem af te leggen, en alleen degenen die veranderd zijn in hun gezindheid, zijn gekwalificeerd om een getuigenis van Hem af te leggen. God zal niet toestaan dat de mens opzettelijk schande brengt over Zijn naam.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Alleen zij die God kennen, kunnen een getuigenis afleggen voor God

Dagelijkse woorden van God  Fragment 215

Denk aan de scene in de Bijbel waarin God Sodom vernietigde en denk ook aan hoe Lots vrouw een zoutpilaar werd. Herinner je je hoe de mensen van Ninevé zich in zak en as bekeerden van hun zonden en denk aan wat er gebeurde nadat de Joden Jezus aan het kruis nagelden, 2.000 jaar geleden. De Joden werden verdreven uit Israël en vluchtten naar alle landen van de wereld. Velen werden gedood, en de hele Joodse natie werd onderworpen aan de nooit eerder voorgekomen pijn van de vernietiging van hun land. Ze hadden God aan het kruis genageld – een gruwelijke zonde begaan – en Gods gezindheid geprovoceerd. Ze moesten voor hun daden betalen en al de consequenties van hun daden dragen. Ze veroordeelden God, verwierpen God, en daarom hadden ze maar één lot: ze werden gestraft door God. Dit was de bittere consequentie en rampspoed die hun leiders voor hun land en natie veroorzaakt hadden.

Heden ten dage is God naar de aarde teruggekeerd om Zijn werk te doen. Zijn eerste halte is het toonbeeld van dictatoriaal leiderschap: China, het onwankelbare bolwerk van atheïsme. Door Zijn wijsheid en macht heeft God een groep mensen verkregen. In deze periode is Hij op allerlei manieren door China’s regeringspartij opgejaagd, en onderworpen aan groot lijden, zonder dat Hij een plaats had om Zijn hoofd te ruste te leggen, zonder een schuilplaats te kunnen vinden. Ondanks dit gaat God verder met het werk dat Hij van plan is te doen: Hij laat Zijn stem horen en verspreidt het evangelie. Niemand kan de almacht van God peilen. In China, een land dat God als vijand beschouwt, is God nooit opgehouden met Zijn werk. In plaats daarvan hebben meer mensen Zijn werk en woord geaccepteerd, want God redt elk menselijk individu in de hoogst mogelijke mate. Wij allen geloven dat geen land of macht kan belemmeren wat God wenst te bereiken, en dat zij die Gods werk proberen te dwarsbomen, die zich verzetten tegen het woord van God en die het plan van God hinderen en proberen te schaden uiteindelijk door God gestraft zullen worden. Iedereen die zich tegen het werk van God verzet zal door God naar de hel worden verbannen; elk land dat zich verzet tegen het werk van God zal door God vernietigd worden; elke natie die opstaat om zich tegen het werk van God te keren zal door God van de aardbodem worden weggevaagd en zal niet meer bestaan. Ik heb het dringende verzoek aan de mensen van alle naties en van alle landen, en zelfs van alle sectoren, om te luisteren naar de stem van God, om het werk van God te aanschouwen en om aandacht te schenken aan het lot van de mensheid, om zodoende van God de allerheiligste te maken, de meest vereerde, de allerhoogste en de enige tot wie de mensheid haar aanbidding moet richten, en te zorgen dat de gehele mensheid te midden van de zegeningen van God kan leven, net zoals de afstammelingen van Abraham onder de belofte van Jehova leefden, en net zoals Adam en Eva, die God in het begin schiep, leefden in de hof van Eden.

Het werk van God rolt aan als een machtige golf. Niemand kan Hem tegenhouden en niemand kan Zijn opmars stoppen. Alleen zij die zorgvuldig naar Zijn woorden luisteren, en die naar Hem zoeken en dorsten, kunnen Zijn voetstappen volgen en Zijn belofte ontvangen. Zij die dat niet doen zullen worden onderworpen aan overweldigende rampspoed en welverdiende straf.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 2: God heeft soevereiniteit over het lot van de gehele mensheid

Dagelijkse woorden van God  Fragment 216

Het werk van Gods management begon bij de schepping van de wereld en de mens staat centraal in dit werk. Je kunt zeggen dat Gods schepping van alle dingen er omwille van de mens is. Omdat het werk van Zijn management duizenden jaren omspant en niet in luttele minuten of seconden plaatsvindt, of in een oogwenk of binnen een of twee jaar, moest Hij meer dingen scheppen die nodig zijn voor het overleven van de mensheid, zoals de zon, de maan, allerlei levende wezens, voedsel en een geschikte leefomgeving. Dit was het begin van Gods management.

Daarna droeg God de mensheid over aan Satan en de mens leefde onder het domein van Satan, wat gaandeweg leidde tot Gods werk in het eerste tijdperk: het verhaal van het Tijdperk van de Wet … Gedurende enkele duizenden jaren van het Tijdperk van de Wet raakte de mensheid gewend aan de leiding van het Tijdperk van de Wet en beschouwde deze als vanzelfsprekend. Langzaam maar zeker onttrok de mens zich aan de zorg van God. En terwijl ze de wet volgden, aanbaden ze ook afgoden en verrichtten ze slechte daden. Ze genoten de bescherming van Jehova niet meer. Ze leefden eigenlijk alleen maar voor het altaar in de tempel. Het werk van God was in feite lang daarvoor al niet meer onder hen. Ook al hielden de Israëlieten vast aan de wet en gebruikten ze de naam van Jehova, en geloofden ze zelfs met trots dat alleen zij het volk en de uitverkorenen van Jehova waren, onttrok de heerlijkheid van God zich onopgemerkt aan hen …

Als God Zijn werk doet, verlaat Hij altijd onopgemerkt de ene plaats en begint Hij ergens anders stilletjes het nieuwe werk. Dit lijkt voor mensen die gevoelloos zijn niet te geloven. Mensen hebben het oude altijd gekoesterd en nieuwe, onbekende dingen altijd met vijandigheid of als iets vervelends beschouwd. Welk nieuw werk God dus ook verricht, de mens is er van begin tot eind, van alle dingen, als laatste van op de hoogte.

Zoals altijd het geval is geweest, begon God Zijn nieuwe werk van de tweede fase na het werk van Jehova in het Tijdperk van de Wet: het vlees aannemen – als vleesgeworden mens tien, twintig jaar – en Zijn werk verkondigen en doen onder gelovigen. Toch wist zonder uitzondering niemand het en maar een klein groepje mensen erkende dat Hij de vleesgeworden God was nadat de Heer Jezus aan het kruis genageld en herrezen was. […] Zodra de tweede fase van Gods werk was voltooid – na de kruisiging – was Gods werk volbracht om de mens van zonde terug te winnen (dat wil zeggen: de mens uit de handen van Satan terug te winnen). Vanaf dat moment hoefde de mens alleen maar de Heer Jezus als de Heiland te aanvaarden en zouden zijn zonden worden vergeven. De zonden van de mens waren zogezegd geen belemmering meer om het heil te verkrijgen en tot God te komen. Satan kon ze ook niet meer ter beschuldiging tegen de mens inbrengen. God had namelijk Zelf het echte werk gedaan. Hij was de gelijkenis en voorproef van het zondige vlees geworden en God was Zelf het zondoffer. Op die manier daalde de mens af van het kruis en was verlost en gered dankzij het vlees van God, de gelijkenis van dit zondige vlees. En zo kwam de mens na zijn gevangenschap door Satan een stap dichter bij het aanvaarden van Zijn redding voor Gods aangezicht. Natuurlijk was deze fase van het werk dieper en meer ontwikkeld dan Gods management tijdens het Tijdperk van de Wet.

Zo is het management van God: de mensheid overleveren aan Satan – een mensheid die niet weet wat God is, wat de Schepper is, hoe God te aanbidden of waarom het nodig is om zich aan God te onderwerpen – en Satan toe te staan hem te verderven. God wint de mens vervolgens stap voor stap terug uit de handen van Satan, totdat de mens God met zijn hele wezen aanbidt en Satan verwerpt. Dit is Gods management. Dit klinkt misschien als een mythisch verhaal en lijkt verwarrend. Mensen denken dat dit een mythisch verhaal is omdat ze geen flauw benul hebben van wat er de afgelopen paar duizend jaar allemaal met de mens is gebeurd. Ze weten ook helemaal niet hoeveel verhalen zich in de kosmos en het firmament hebben afgespeeld. Bovendien hebben zij geen weet van de nog verbazingwekkendere, angstaanjagende wereld die buiten de materiële wereld om bestaat, maar die zij met hun menselijke ogen niet kunnen zien. Het komt de mens onbegrijpelijk voor, omdat de mens de betekenis van Gods redding van de mensheid of de betekenis van het werk van Zijn management niet inziet en niet begrijpt hoe God uiteindelijk wil dat de mensheid is. Gaat het om volkomen onverdorven te zijn door Satan, zoals Adam en Eva? Nee! Het doel van Gods management is om een groep mensen te winnen die God aanbidt en zich aan Hem onderwerpt. Hoewel deze mensen door Satan verdorven zijn, zien ze Satan niet langer als hun vader; ze herkennen Satans weerzinwekkende gezicht en verwerpen Satan en ze komen voor God om Gods oordeel en tuchtiging te aanvaarden. Ze leren onderscheiden wat lelijk is en hoe het in contrast staat met wat heilig is en ze leren de grootsheid van God en het kwaad van Satan te begrijpen. Een dergelijke mensheid werkt niet langer voor Satan, aanbidt Satan niet en plaatst Satan niet op een voetstuk. Dat komt omdat ze een groep mensen zijn die waarlijk door God is gewonnen. Dat is de betekenis van Gods management van de mensheid. Gedurende het werk van Gods management in deze tijd is de mensheid het doelwit van zowel Satans verdorvenheid als Gods redding en is de mens het product waar God en Satan om strijden. Terwijl God Zijn werk uitvoert, herwint Hij de mens geleidelijk uit Satans handen. Zo komt de mens steeds dichter tot God …

En toen kwam het Tijdperk van het Koninkrijk, een meer praktische fase van het werk, maar dat voor de mens ook het moeilijkst te aanvaarden is. Hoe dichter die mens namelijk tot God komt, hoe dichter Gods roede de mens nadert en hoe duidelijker Gods aangezicht aan de mens wordt geopenbaard. Na de verlossing van de mensheid keert de mens officieel terug naar de familie van God. De mens dacht dat het nu tijd was om te genieten, maar hij krijgt een frontale aanval van God te verduren die niemand ooit had kunnen voorzien. Dit blijkt een doop te zijn die het volk van God moet ‘genieten’. Met een dergelijke behandeling kunnen mensen niet anders dan bij zichzelf denken: ik ben het lam dat vele jaren verloren was en dat God tegen een hoge prijs heeft teruggekocht. Waarom behandelt God mij dan zo? Is dit Gods manier om mij uit te lachen en aan de kaak te stellen? … Na jaren is de mens verweerd geraakt, na raffinering en tuchtiging aan den lijve te hebben ondervonden. De mens heeft weliswaar de ‘glorie’ en ‘romantiek’ van voorbije tijden verloren, maar is, zonder het te weten, de principes van menselijk gedrag gaan begrijpen. Hij is Gods jarenlange toewijding aan het redden van de mensheid gaan waarderen. De mens begint zijn eigen barbaarsheid langzaamaan te verafschuwen. Hij begint te haten hoe verwilderd hij is, al zijn misverstanden tegenover God en de onredelijke eisen die hij aan Hem heeft gesteld. De klok kan niet worden teruggedraaid. Gebeurtenissen uit het verleden worden de spijtige herinneringen van de mens. De woorden en liefde van God worden echter de drijvende kracht in het nieuwe leven van de mens. De wonden van de mens genezen dag na dag. Zijn kracht keert terug, hij staat op en ziet op naar het aangezicht van de Almachtige … Dan ontdekt hij dat Hij altijd aan zijn zijde is geweest, en dat Zijn glimlach en Zijn mooie gestalte nog steeds zo intrigerend zijn. Zijn hart is nog steeds vervuld met zorg voor de mensheid die Hij heeft geschapen. Zijn handen zijn nog steeds zo warm en krachtig als in het begin. Het lijkt alsof de mens is teruggekeerd naar de hof van Eden, maar deze keer luistert de mens niet langer naar de verleidingen van de slang en wendt zich niet langer af van Jehova’s aangezicht. De mens knielt neer voor God, kijkt op naar Gods glimlachende gelaat en offert zijn kostbaarste offerande – O! Mijn Heer, mijn God!

De liefde en het mededogen van God doordringen elk detail van het werk van Zijn management. Of mensen Gods goede bedoelingen nu wel of niet kunnen begrijpen, Hij blijft onvermoeibaar het werk dat Hij wil volbrengen doen. Hoe veel of hoe weinig mensen ook van Gods management begrijpen, iedereen kan de hulp en voordelen van Gods werk waarderen. Misschien heb je vandaag niets gevoeld van Gods liefde of het leven dat Hij biedt, maar zolang je God niet verlaat en je de waarheid vastberaden blijft nastreven, zal er een dag komen waarop Gods glimlach aan je zal worden geopenbaard. Want het werk van Gods management heeft als doel mensen terug te winnen die onder Satans domein zijn, niet om de mensen in de steek te laten die door Satan zijn verdorven en zich tegen God verzetten.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Bijlage 3: De mens kan alleen gered worden onder Gods management

Dagelijkse woorden van God  Fragment 217

Alle mensen moeten de doelstellingen van Mijn werk op aarde begrijpen, dat wil zeggen, wat Ik uiteindelijk wil verkrijgen en welk niveau Ik moet bereiken in dit werk voordat het voltooid kan zijn. Als mensen niet begrijpen waar Mijn werk over gaat, nadat ze tot op heden met Mij hebben gewandeld, hebben ze dan niet tevergeefs met Mij gewandeld? Als mensen Mij volgen, moeten ze Mijn bedoelingen kennen. Ik werk al duizenden jaren op aarde en tot op de dag van vandaag blijf Ik Mijn werk op deze manier uitvoeren. Hoewel Mijn werk vele projecten bevat, blijft het doel ervan ongewijzigd; hoewel Ik bijvoorbeeld nog steeds vol oordeel en tuchtiging van de mens ben, is datgene wat Ik doe nog steeds bestemd om hem te redden, Mijn evangelie beter te laten verspreiden en Mijn werk in alle heidense landen verder uit te breiden, wanneer de mens eenmaal compleet is gemaakt. Dus ga Ik vandaag, in een tijd waarin veel mensen al lang diep in verslagenheid zijn verzonken, nog steeds door met Mijn werk, ga Ik door met het werk dat Ik moet doen om de mens te oordelen en te tuchtigen. Ondanks het feit dat de mens Mijn woorden beu is en er niet naar verlangt om zich bezig te houden met Mijn werk, doe Ik nog steeds Mijn plicht, want het doel van Mijn werk blijft onveranderd en Mijn oorspronkelijke plan zal niet worden gebroken. Het doel van Mijn oordeel is om de mens beter in staat te stellen zich aan Mij te onderwerpen, en het doel van Mijn tuchtiging is om de mens in staat te stellen beter verandering te bewerkstelligen. Hoewel alles wat Ik doe in het belang van Mijn management is, heb Ik nooit enig werk gedaan dat zonder voordeel voor de mens was. Want Ik wil alle naties buiten Israël net zo onderworpen maken als de Israëlieten, ze tot echte mensen maken, zodat Ik voet aan de grond kan krijgen in de landen buiten Israël. Dit is Mijn management; het is Mijn werk in de heidense landen. Zelfs nu begrijpen veel mensen Mijn management nog steeds niet, omdat zulke dingen hen niet kunnen schelen; in plaats daarvan geven ze alleen om hun eigen toekomst en bestemmingen. Wat Ik ook zeg, het werk dat Ik doe laat mensen onverschillig. In plaats daarvan richten ze zich van ganser harte op hun toekomstige bestemmingen. Hoe kan Mijn werk zich verspreiden, als de dingen zo doorgaan? Hoe kan Mijn evangelie door de hele wereld gepredikt worden? Jullie moeten weten dat wanneer Mijn werk zich verspreidt, Ik jullie zal verstrooien, en jullie zal neerslaan net zoals Jehova elk van de stammen van Israël neersloeg. Dit alles zal gedaan worden zodat Mijn evangelie zich over de hele aarde kan verspreiden, zodat Mijn werk zich naar de heidense landen kan verspreiden. Zo kan Mijn naam onder zowel volwassenen als kinderen geëerd worden als groot, en kan Mijn heilige naam verheerlijkt worden in de monden van de mensen van alle volken en landen. Laat in dit slottijdperk Mijn naam worden verheven als groot in de heidense landen, laat Mijn daden gezien worden door de mensen van de heidense landen, laat Mij door hen de Almachtige genoemd worden op basis van Mijn daden, en laat Mijn woorden spoedig uitkomen. Ik zal alle mensen laten weten dat Ik niet alleen de God van de Israëlieten ben, maar ook de God van de mensen van alle heidense landen, zelfs die landen die Ik vervloekt heb. Ik zal alle mensen laten zien dat Ik de God van alle schepselen ben. Dit is Mijn grootste werk, het doel van Mijn werkplan voor de laatste dagen, en het enige werk dat Ik in de laatste dagen wens te volbrengen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 218

Het is pas in de laatste dagen dat ik het werk dat ik al duizenden jaren beheer, volledig aan de mens heb geopenbaard. Het is pas nu dat ik het volledige mysterie van mijn management heb onthuld voor de mens en de mens het doel van mijn werk heeft leren kennen en bovendien begrip heeft gekregen van al mijn mysteries. Ik heb de mens alles al verteld van de bestemming waar hij zich zorgen over maakt. Ik heb voor de mens reeds al mijn mysteries onthuld die meer dan 5.900 jaar verborgen waren gebleven. Wie is Jehova? Wie is de Messias? Wie is Jezus? Jullie zouden dit allemaal moeten weten. Mijn werk draait om deze namen. Hebben jullie dat begrepen? Hoe moet mijn heilige naam worden verkondigd? Hoe moet mijn naam worden verspreid naar al die naties die mij met een van mijn namen heeft aangeroepen? Mijn werk breidt zich uit en ik zal de volheid ervan verspreiden naar alle naties. Aangezien mijn werk in jullie is uitgevoerd, zal ik jullie treffen zoals Jehova de herders van het huis van David in Israël trof, waardoor jullie over alle naties zullen worden verspreid. Want in de laatste dagen zal ik alle naties aan gruzelementen slaan en ervoor zorgen dat hun mensen opnieuw worden verdeeld. Als ik weer terugkom, zullen de naties al verdeeld zijn volgens de grenzen die zijn vastgesteld door mijn brandende vlammen. In die tijd zal ik mijzelf opnieuw manifesteren aan de mensheid als de verzengende zon, mijzelf openlijk aan hen tonen in de beeltenis van de Heilige die ze nooit hebben gezien, terwijl ze door de talrijke landen wandelen, precies zoals ik, Jehova, eens tussen de Joodse stammen wandelde. Vanaf dat moment zal ik de mensheid in hun leven op aarde leiden. Daar zullen zij zeker mijn glorie aanschouwen en zij zullen zeker ook een wolkkolom in de lucht aanschouwen om hen in hun leven te leiden, want ik zal op heilige plaatsen verschijnen. De mens zal mijn dag van gerechtigheid zien en ook mijn glorieuze manifestatie. Dat zal gebeuren wanneer ik de hele aarde zal regeren en mijn vele zonen in heerlijkheid zal brengen. Overal op aarde zullen mensen buigen en mijn tabernakel zal stevig worden opgericht te midden van de mensheid, op de rots van het werk dat ik vandaag uitvoer. De mensen zullen mij dienen, ook in de tempel. Het altaar, bedekt met smerige en walgelijke dingen, zal ik aan stukken slaan en opnieuw opbouwen. Pasgeboren lammeren en kalveren zullen op het heilige altaar worden gestapeld. Ik zal de tempel van heden afbreken en een nieuwe bouwen. De tempel die er nu staat, vol met afschuwelijke mensen, zal instorten en de tempel die ik bouw zal gevuld worden met dienaren die loyaal zijn aan mij. Ze zullen opnieuw opstaan en mij dienen voor de glorie van mijn tempel. Jullie zullen zeker de dag zien waarop ik geweldige glorie zal ontvangen en jullie zullen zeker ook de dag zien waarop ik de tempel neerhaal en een nieuwe bouw. Ook zullen jullie met zekerheid de dag van de komst van mijn tabernakel in de mensenwereld zien. Zo zal ik mijn tabernakel in de mensenwereld brengen, wanneer ik de tempel verpletter, op het moment dat zij mijn neerdaling aanschouwen. Nadat ik alle naties heb verbrijzeld, zal ik hen opnieuw bijeen brengen. Ik zal vanaf die tijd mijn tempel bouwen en mijn altaar oprichten, zodat allen mij offers kunnen brengen, mij kunnen dienen in mijn tempel en trouw toegewijd kunnen zijn aan mijn werk onder de heidense naties. Zij zullen net als de Israëlieten van tegenwoordig zijn getooid met een priesterlijk kleed en kroon, met de glorie van mij, Jehova, in hun midden en mijn majesteit die over hen zweeft en bij hen blijft. Mijn werk onder de heidense naties zal ook op dezelfde manier worden uitgevoerd. Zoals mijn werk in Israël was, zo zal mijn werk onder de heidense naties zijn, omdat ik mijn werk in Israël zal uitbreiden en het zal verspreiden naar de naties van de heidenen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens

Dagelijkse woorden van God  Fragment 219

Dit is de tijd waarin mijn Geest geweldig werk uitvoert en de tijd waarin Ik Mijn werk onder de heidense naties begin. Sterker nog, het is de tijd waarin Ik alle schepselen classificeer en elk van hen in zijn categorie plaats, zodat Mijn werk sneller kan verlopen en beter in staat is om resultaten te verkrijgen. En wat Ik dus van jullie vraag is nog steeds dat je je gehele wezen opoffert aan al mijn werk en, meer nog, dat je al het werk dat Ik in jou heb verricht duidelijk onderscheidt en nauwkeurig ziet, en dat je al je energie inzet zodat Mijn werk grotere resultaten kan behalen. Dit is wat je moet begrijpen. Zie af van wedijveren met elkaar, van het zoeken van een noodplan en van het zoeken van comfort voor je vlees, zodat je Mijn werk niet vertraagt en jouw geweldige toekomst niet belemmert. Als je zoiets doet, kun je alleen maar vernietiging over jezelf afroepen, in plaats van jezelf bescherming te bieden. Zou dit niet dwaas van je zijn? Dat waar je je vandaag aan tegoed doet, is juist wat je toekomst verwoest, terwijl de pijn die je vandaag de dag verdraagt, precies datgene is wat je beschermt. Je moet je duidelijk bewust zijn van deze dingen, om te zorgen dat je niet ten prooi valt aan verzoekingen, waarvan je zult merken dat je je er maar moeilijk van kunt losmaken, en je niet verloren raakt in de dichte mist waarin je de zon nooit meer kunt vinden. Wanneer de dichte mist optrekt, zul je merken dat je je te midden van het oordeel van de grote dag bevindt. Tegen die tijd zal mijn dag de mensheid nabij zijn gekomen. Hoe zul je aan mijn oordeel ontsnappen? Hoe zul je de verzengende hitte van de zon kunnen verdragen? Wanneer ik mijn overvloed aan de mens schenk, koestert hij deze niet aan zijn boezem, maar werpt hij deze terzijde op een plaats waar niemand deze zal opmerken. Wanneer mijn dag op de mens neerdaalt, zal hij niet langer in staat zijn mijn overvloed te ontdekken of de bittere woorden van waarheid te vinden die ik lang geleden tot hem heb gesproken. Hij zal jammeren en wenen, omdat hij de helderheid van het licht heeft verloren en in duisternis is beland. Wat jullie vandaag zien, is slechts het scherpe zwaard van mijn mond. Jullie hebben de roede niet gezien in mijn hand of de vlam waarmee ik de mens verbrand en daarom zijn jullie nog steeds hoogmoedig en onmatig in mijn aanwezigheid. Dat is waarom jullie nog steeds in mijn huis met mij vechten, en met je menselijke tong betwisten wat ik met mijn mond heb gesproken. De mens vreest mij niet en hoewel hij zich jegens mij tot op de dag van vandaag nog steeds opstelt in de rol van vijand, is hij nog steeds helemaal niet bang. Jullie hebben de tong en de tanden van de onrechtvaardigen in jullie mond. Jullie woorden en daden zijn zoals die van de slang die Eva verleidde om te zondigen. Jullie eisen van elkaar oog om oog en tand om tand en jullie wedijveren in mijn aanwezigheid om positie, roem en gewin voor jezelf te bewerkstelligen, maar jullie weten niet dat ik in het verborgene naar jullie woorden en daden kijk. Voordat jullie zelfs in mijn tegenwoordigheid komen, heb ik de bodem van jullie harten gepeild. De mens wil altijd aan de greep van mijn hand ontsnappen en de waarneming van mijn ogen ontwijken, maar ik ben nooit weggedoken voor zijn woorden of daden. In plaats daarvan sta ik doelbewust toe dat die woorden en daden mijn ogen binnendringen, dat ik de ongerechtigheid van de mens kan tuchtigen en een oordeel kan vellen over zijn rebellie. Zodoende blijven de verborgen woorden en daden van de mens altijd voor mijn rechterstoel, en mijn oordeel heeft de mens nooit verlaten, want zijn rebellie is te buitensporig. Mijn werk is om alle woorden en daden van de mens, die werden geuit en verricht in de tegenwoordigheid van mijn Geest, te verbranden en te zuiveren. Op deze manier[a] zullen mensen, wanneer ik de aarde verlaat, nog steeds hun loyaliteit aan mij behouden en zullen ze mij nog dienen zoals mijn heilige dienaren doen in mijn werk en het mogelijk maken om mijn werk op aarde te laten doorgaan tot de dag dat het voltooid is.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens

Voetnoot:

a. De oorspronkelijke tekst bevat niet de zinsnede ‘Op deze manier’.


Dagelijkse woorden van God  Fragment 220

Hebben jullie gezien wat voor werk God tot stand zal brengen in deze groep mensen? God heeft eens gezegd dat mensen Zijn woorden zelfs tot in het Duizendjarig Koninkrijk moeten blijven volgen. Gods woorden zullen het leven van de mens ook in de toekomst rechtstreeks in het goede land Kanaän leiden. Toen Mozes in de wildernis was, instrueerde God hem en sprak Hij rechtstreeks tot hem. God zond vanuit de hemel voedsel, water en manna waar de mens van kon smullen en dat is vandaag de dag nog steeds zo: God heeft persoonlijk dingen omlaag gezonden die de mens tot zijn genot kan eten en drinken. Hij heeft ook persoonlijk vloeken doen neerkomen om mensen te kastijden. God voert elke stap van Zijn werk aldus persoonlijk uit. Mensen zien tegenwoordig reikhalzend uit naar gebeurtenissen. Ze proberen tekenen en wonderen te zien en al die mensen blijven mogelijk verlaten achter, want het werk van God wordt steeds werkelijker. Niemand weet dat God uit de hemel is neergedaald. Ze beseffen nog steeds niet dat God voedsel en dranken uit de hemel heeft gezonden. Toch bestaat God werkelijk en de hartverwarmende taferelen van het Duizendjarig Koninkrijk die mensen zich voorstellen, zijn ook de persoonlijke uitingen van God. Dit is een feit en alleen dit is met God op aarde regeren. Met God op aarde regeren heeft betrekking op het vlees. Wat niet van het vlees is, is niet op aarde en daarom is het zo, dat allen die sterk hun best doen om naar de derde hemel te gaan, hier tevergeefs mee bezig zijn. Op een dag, wanneer het hele universum tot God terugkeert, zal de kern van Zijn werk door de kosmos heen Zijn uitspraken volgen. Op andere plaatsen zullen sommige mensen telefoneren, sommigen zullen een vliegtuig nemen of een boot over de zee, en sommigen zullen lasers gebruiken om de woorden van God te ontvangen. Iedereen zal aanbidden en vol verlangen zijn. Ze zullen allemaal dicht bij God komen en tot God samenkomen. Allen zullen God aanbidden en dit alles zal aan Gods daden zijn toe te schrijven. Vergeet dat niet! God zal nooit ergens anders opnieuw beginnen. God zal dit feit tot stand brengen: Hij zal ervoor zorgen dat alle mensen in het hele universum voor Hem komen te staan en de God op aarde zullen vereren. Zijn werk in andere plaatsen zal ophouden en mensen zullen gedwongen worden om de ware weg te zoeken. Het zal zijn zoals bij Jozef: iedereen kwam bij hem om voedsel en boog zich voor hem neer, want hij had eten. Mensen zullen gedwongen worden de ware weg te zoeken om hongersnood te vermijden. De hele religieuze gemeenschap zal ernstige honger lijden en alleen de God van het heden is de bron van levend water, in het bezit van de eeuwig stromende bron waar de mens van kan genieten, en mensen zullen komen en zich op Hem verlaten. Dat zal zijn wanneer de daden van God geopenbaard zullen worden en wanneer God glorie verwerft; alle mensen in het hele universum zullen deze onopvallende ‘menselijke wezen’ vereren. Zal dit niet de dag van Gods heerlijkheid zijn? Op een dag zullen oude voorgangers telegrammen versturen en op zoek zijn naar het water uit de bron van levend water. Ze zullen op leeftijd zijn, maar toch zullen ze deze persoon, die ze veracht hebben, komen vereren. Ze zullen Hem met hun mond erkennen en Hem met hun hart vertrouwen – is dit geen teken en een wonder? De dag waarop het hele koninkrijk zich verheugt, zal de dag van Gods heerlijkheid zijn, en wie ook tot jullie komt en Gods goede nieuws ontvangt, zal door God worden gezegend. God zal deze landen en de mensen die dit doen, zegenen en voor ze zorgen. De toekomstige koers is als volgt: degenen die de woorden uit Gods mond krijgen, zullen een pad ter bewandeling op aarde hebben en degenen die zonder Gods woord zijn, of ze nu zakenlieden, wetenschappers, leerkrachten of industriëlen zijn, zullen heel veel moeite hebben om zelfs maar één stap te zetten, en zullen gedwongen worden om de ware weg te zoeken. Dat wordt er bedoeld met: ‘Met de waarheid wandel je over de hele wereld, zonder de waarheid kom je nergens’. De feiten zijn als volgt: God zal de Weg (oftewel al Zijn woorden) gebruiken om het hele universum te gebieden en de mensheid te besturen en te overwinnen. Mensen hopen altijd op een grote wisseling in de werkwijze van God. Om het duidelijk te zeggen: God bestuurt mensen door middel van woorden en jullie moeten doen wat Hij zegt, of je dat nu wilt of niet. Dit is een objectief feit, dat iedereen moet gehoorzamen. Het is dan ook onverbiddelijk en bij allen bekend.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het Duizendjarig Koninkrijk is gekomen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 221

Gods woorden zullen zich verspreiden naar talloze huizen. Ze zullen iedereen bekend worden en alleen dan zal Zijn werk zich in het hele universum verspreiden. Dat wil zeggen, wil Gods werk zich in het hele universum verspreiden, dan moeten Zijn woorden verspreid worden. Op de dag van Gods heerlijkheid zullen Gods woorden hun kracht en gezag tonen. Al Zijn woorden sinds mensenheugenis tot op heden zullen bewaarheid worden en geschieden. Zo zal God op aarde heerlijkheid toekomen. Dat wil zeggen: Zijn woorden zullen op aarde regeren. Alle kwaadaardige mensen zullen door de woorden uit Gods mond getuchtigd worden. Allen die rechtvaardig zijn, zullen door de woorden uit Zijn mond gezegend worden. En alles zal door de woorden uit Zijn mond tot stand worden gebracht en vervolmaakt worden. Hij zal geen tekenen of wonderen tonen. Alles zal door Zijn woorden tot stand worden gebracht en Zijn woorden zullen feiten voortbrengen. Iedereen op aarde zal Gods woorden vieren. Alle mensen, volwassenen of kinderen, man of vrouw, oud of jong, zullen zich overgeven onder de woorden van God. Gods woorden verschijnen in het vlees, zodat mensen ze op aarde kunnen zien, levendig en levensecht. Dat wordt er bedoeld met het Woord dat vlees wordt. God is voornamelijk op aarde gekomen om ‘het vleesgeworden Woord’ te bewerkstelligen. Dat wil zeggen: Hij is gekomen zodat Zijn woorden vanuit het vlees zullen uitgaan (niet zoals in de tijd van Mozes in het Oude Testament, toen de stem van God rechtstreeks vanuit de lucht kwam). Daarna zullen al Zijn woorden vervuld worden tijdens het Tijdperk van het Duizendjarig Koninkrijk. Ze zullen voor de ogen van mens zichtbare feiten worden, en mensen zullen ze zonder enig verschil met eigen ogen aanschouwen. Dit is de opperste betekenis van Gods vleeswording. Dat wil zeggen: het werk van de Geest wordt volbracht door het vlees en door woorden. Dit is de ware betekenis van ‘het vleesgeworden Woord’ en ‘de verschijning van het Woord in het vlees’. Alleen God kan de bedoelingen van de Geest spreken en alleen God in het vlees kan namens de Geest spreken. De woorden van God worden duidelijk in de vleesgeworden God en iedereen wordt er verder door geleid. Niemand is uitgezonderd, iedereen bestaat binnen dit opzicht. Alleen uit deze woorden kunnen mensen bewust worden. Mensen die niet op deze manier kennis verkrijgen, zijn aan het dagdromen als ze menen dat ze woorden uit de hemel kunnen ontvangen. Zo is het gezag dat van het vlees van de vleesgeworden God uitgaat, waardoor allen er met volledige overtuiging in geloven. Zelfs de meest eerbiedwaardige experts en religieuze voorgangers kunnen deze woorden niet spreken. Ze moeten zich er allemaal aan overgeven en niemand zal opnieuw kunnen beginnen. God zal woorden gebruiken om het universum te overwinnen. Dat zal Hij niet doen door Zijn vleesgeworden vlees, maar door de uitspraken uit de mond van de vleesgeworden God te gebruiken om alle mensen in het hele universum te overwinnen. Alleen dit is het vleesgeworden Woord en alleen dit is de verschijning van het Woord in het vlees. Misschien schijnt het mensen toe dat God niet veel werk heeft gedaan – maar God hoeft slechts Zijn woorden te uiten om ze volkomen te overtuigen en hen ontzag in te boezemen. Mensen schreeuwen en gillen als er geen feiten zijn. Met de woorden van God vallen ze stil. God zal dit feit zeker bewerkstelligen, want dit is Gods reeds lang gemaakte plan: de komst van het Woord op aarde bewerkstelligen. Ik hoef het eigenlijk niet uit te leggen: de komst van het Duizendjarig Koninkrijk op aarde is de komst van Gods woorden op aarde. Het neerdalen van het nieuwe Jeruzalem uit de hemel is de komst van Gods woorden om onder de mens te leven, om alle daden van de mens en al zijn diepste gedachten te vergezellen. Dit is ook een feit dat God wil bewerkstelligen; dit is de schoonheid van het Duizendjarig Koninkrijk. Dit is het door God gemaakte plan: Zijn woorden zullen duizend jaar lang op aarde verschijnen, al Zijn daden manifesteren en al Zijn werk op aarde voltooien. Daarna zal deze fase van de mensheid tot een einde komen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Het Duizendjarig Koninkrijk is gekomen

Dagelijkse woorden van God  Fragment 222

Wanneer Sinim op aarde wordt verwezenlijkt – wanneer het koninkrijk wordt verwezenlijkt – zal er geen oorlog meer zijn op aarde, zullen er nooit meer hongersnoden, pestilentiën en aardbevingen zijn, zullen mensen geen wapens meer produceren, zal iedereen in vrede en stabiliteit leven; en zullen er normale bejegeningen zijn tussen mensen en normale bejegeningen tussen landen. Toch lijkt het heden hier in de verte niet op. Alles onder de hemel is in chaos, in elk land beginnen zich geleidelijk aan staatsgrepen voor te doen. Als God Zijn stem laat horen, veranderen mensen geleidelijk en wordt elk land intern langzaam uiteengescheurd. De stabiele fundamenten van Babylon beginnen te schudden, zoals een kasteel dat op het zand staat, en met de veranderende wil van God treden er enorme veranderingen op die de wereld niet opmerkt en verschijnen er op ieder moment allerlei tekenen, waaraan mensen kunnen zien dat de laatste dag van de wereld is aangebroken! Dit is Gods plan, dit zijn de stappen waarmee Hij werkt en elk land zal zeker uiteen worden gereten, het oude Sodom zal voor de tweede keer worden weggevaagd en aldus zegt God: “De wereld valt! Babylon is verlamd!” Niemand dan God Zelf kan dit volledig begrijpen; het besef van de mens is immers beperkt. De ministers van binnenlandse zaken weten bijvoorbeeld wel dat de huidige omstandigheden instabiel en chaotisch zijn, maar zij zijn niet in staat om er iets aan te doen. Zij kunnen de rit alleen uitzitten met hoop in hun hart dat ze eens het hoofd kunnen opheffen, smachtend dat de dag zal aanbreken wanneer de zon weer in het oosten opkomt, over het land schijnt en deze miserabele stand van zaken ten goede keert. Ze hebben echter geen idee dat wanneer de zon voor de tweede keer opkomt, de opkomst daarvan niet bedoeld is om de oude orde te herstellen – het is een wederopstanding, een aanmerkelijke verandering. Aldus is Gods plan voor het hele universum. Hij zal een nieuwe wereld bewerkstelligen, maar Hij zal bovenal eerst de mens vernieuwen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Interpretaties van de mysteriën van “Gods woorden aan het hele universum”, hfst. 22 en 23

Dagelijkse woorden van God  Fragment 223

In de wereld zijn aardbevingen het begin van rampspoed. Eerst laat ik de wereld – dat is de aarde – veranderen, en daarna komen epidemieën en hongersnoden. Dat is mijn plan, dat zijn mijn stappen, en ik zal alles mobiliseren om mij te dienen, teneinde mijn managementplan te verwezenlijken. Zo zal de gehele universum-wereld worden vernietigd, zelfs zonder mijn directe tussenkomst. Toen ik voor het eerst vlees werd en aan het kruis genageld werd, schudde de aarde hevig; en zo zal het ook aan zijn wanneer het einde nadert. Aardbevingen zullen zich voordoen vanaf het moment dat ik de spirituele wereld vanuit het vlees binnenga. De eerstgeborenen zullen dus absoluut niet lijden onder rampspoed, terwijl diegenen die niet tot deze eerstgeborenen behoren worden achtergelaten om te lijden onder de rampspoed. Vanuit een menselijk gezichtspunt wil iedereen een eerstgeborene zijn. In het voorgevoel van de mensen is dit niet om zegeningen te ervaren, maar om te kunnen ontsnappen aan het lijden onder de rampspoed. Dat is het plan van de grote rode draak. Maar ik zal hem nooit laten wegkomen; ik zal hem mijn zware straf laten ondergaan en hem dan nog laten opstaan en mij laten dienen (dit verwijst naar het compleet maken van mijn zonen en mijn volk), waardoor ik ervoor zorg dat hij voor altijd door zijn eigen intriges bedrogen wordt, voor altijd mijn oordeel accepteert en voor altijd door mij verbrand wordt. Dit is de ware betekenis van het mij laten prijzen door dienstdoeners (dat wil zeggen, hen gebruiken om mijn grote macht te openbaren). Ik zal de grote rode draak niet toestaan mijn koninkrijk binnen te sluipen, evenmin zal ik hem het recht gunnen om mij te prijzen! (Want hij is dat niet waard; hij zal het nooit waard zijn!) Ik zal er alleen voor zorgen dat de grote rode draak mij tot in eeuwigheid dient! Ik zal hem zich slechts voor mij in het stof laten werpen. (Degenen die vernietigd worden zijn beter af dan degenen die verdoemd zijn. Vernietiging is slechts een tijdelijke vorm van strenge straf, terwijl degenen die verdoemd zijn eeuwig zullen lijden onder zware bestraffingen. Daarom maak ik gebruik van het woord ‘prosterneren’. Omdat deze mensen mijn huis binnensluipen en veel van mijn genade genieten, en over enige kennis over mij beschikken, pas ik zware bestraffingen toe. Van degenen die buiten mijn huis zijn zou je kunnen zeggen dat deze onwetenden niet zullen lijden.) Naar de opvatting van mensen zijn mensen die vernietigd worden slechter af dan degenen die verdoemd zijn, maar integendeel, de laatste groep moet voor altijd zwaar worden gestraft, en degenen die vernietigd worden zullen tot in alle eeuwigheid tot niets terugkeren.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Uitspraken van Christus aan het begin, hfst. 108

Dagelijkse woorden van God  Fragment 224

Als het saluut voor het koninkrijk luidt – wat ook het moment is dat de zeven donderslagen klinken – brengt dit geluid hemel en aarde in beroering, laat het hele firmament schudden en brengt het bij alle mensen het hart in beroering. Het volkslied van het koninkrijk wordt ceremonieel aangeheven in het land van de grote rode draak, wat bewijst dat ik die natie heb vernietigd en mijn koninkrijk heb gevestigd. En, belangrijker nog, dat mijn koninkrijk op aarde is gevestigd. Op dit moment begin ik mijn engelen naar iedere natie in de wereld uit te zenden om mijn zonen, mijn volk te hoeden. Dit doe ik ook om te voldoen aan de eisen van de volgende stap van mijn werk. Ik kom echter zelf naar de plek waar de grote rode draak ligt opgekruld om de strijd met hem aan te gaan. Als de hele mensheid mij eenmaal in het vlees leert kennen en mijn daden in het vlees kan zien, zal het hol van de grote rode draak tot as vergaan en spoorloos verdwijnen. Aangezien jullie, het volk van mijn koninkrijk, de grote rode draak tot op het bot haten, moeten jullie mijn hart geruststellen met jullie daden en de draak zo te schande maken. Voelen jullie oprecht aan dat de grote rode draak haatdragend is? Voelen jullie echt dat het de vijand van de Koning van het koninkrijk is? Vertrouwen jullie er echt op dat jullie een prachtig getuigenis voor mij kunnen afleggen? Zijn jullie er werkelijk zeker van dat jullie de grote rode draak kunnen verslaan? Dat is wat ik van jullie vraag; het enige wat ik nodig heb is dat jullie deze stap kunnen bereiken. Zijn jullie in staat dat te doen? Vertrouwen jullie erop dat jullie dat kunnen bereiken? Waartoe zijn mensen precies in staat? Is het niet eerder zo, dat ik het zelf doe? Waarom zeg ik dat ik zelf naar de plek afdaal waar de strijd wordt aangegaan? Wat ik wil, is jullie geloof, niet je daden. Mensen kunnen geen van allen mijn woorden op een eerlijke manier aanvaarden, maar werpen er in plaats daarvan een zijdelingse blik op. Heeft dit jullie geholpen jullie doelen te bereiken? Hebben jullie mij zo leren kennen? Om eerlijk te zijn, van alle mensen op aarde is er niet één in staat mij recht in het gezicht aan te kijken, en niet één kan de pure en onvervalste betekenis van mijn woorden ontvangen. Daarom heb ik een ongekend project in gang gezet op aarde, zodat ik mijn doelen kan bereiken en een ware gelijkenis van mijzelf in het hart van de mensen kan vestigen. Op deze manier zal ik een einde brengen aan het tijdsgewricht waarin opvattingen de macht hebben over de mens.

Ik daal nu niet alleen neer op de natie van de grote rode draak, ik wend me ook tot het hele universum, waardoor het gehele firmament beeft. Is er ergens één plek die niet onderworpen is aan mijn oordeel? Bestaat er één plek die niet valt onder de rampspoed die ik erop doe neerdalen? Waar ik ook ga, overal heb ik allerlei soorten ‘zaad van rampen’ gezaaid. Dit is een van de manieren waarop ik werk, en zonder twijfel is dit een reddingsactie voor de mens, en wat ik hem aanreik is nog steeds een soort liefde. Ik wil nog meer mensen de kans geven mij te leren kennen en mij te kunnen zien, en zo een God leren eren, die ze al zovele jaren niet hebben kunnen zien maar die nu op dit moment echt is. Waarom heb ik de wereld geschapen? Waarom heb ik, toen de mensen verdorven waren geworden, hen niet volledig vernietigd? Waarom leeft het hele menselijke ras te midden van rampen? Wat was mijn doel bij het aantrekken van het vlees? Als ik mijn werk doe, leert de mensheid zowel de smaak van bitter als van zoet. Wie, van alle mensen op de wereld, leeft er niet in mijn genade? Als ik de mensen niet had begiftigd met tastbare zegeningen, wie ter wereld zou er dan van een overvloed kunnen genieten? Kan het zijn dat het een zegen is dat jullie je plaats als mijn volk in mogen nemen? Als jullie mijn volk niet waren, maar gewoon dienstdoeners, zouden jullie dan niet in mijn zegeningen bestaan? Niemand van jullie kan zich voorstellen waar mijn woorden vandaan komen. Mensen – in plaats van de titels te koesteren die ik hen geschonken heb, wekken velen van hen boosheid op in hun hart vanwege de titel ‘dienstdoener’, en vanwege de titel ‘mijn volk’ kweken ze liefde voor mij in hun hart. Niemand mag mij voor de gek proberen te houden; mijn ogen zien alles! Wie van jullie ontvangt bereidwillig, wie van jullie geeft zijn volledige gehoorzaamheid? Als het saluut aan het koninkrijk niet zou klinken, zouden jullie je dan echt tot het einde toe kunnen onderwerpen? Wat mensen in staat zijn te doen en te denken, en hoe ver ze kunnen gaan – die dingen heb ik allemaal al lang geleden voorbestemd.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 10

Dagelijkse woorden van God  Fragment 225

Ondanks het feit dat de bouw van het koninkrijk formeel van start is gegaan, moet het saluut voor het koninkrijk nog formeel worden uitgebracht; nu is het nog maar een profetie van wat te komen staat. Als alle mensen compleet gemaakt zijn en alle naties op aarde het koninkrijk van Christus zijn geworden, dan is de tijd aangebroken waarin de zeven donderslagen klinken. De dag van vandaag is een flinke stap in de richting van die fase, de aanval in de richting van die dag is ingezet. Dit is Gods plan en het zal worden gerealiseerd in de nabije toekomst. Maar God heeft alle dingen die Hij heeft gezegd al volbracht. Zo blijkt dat de naties op aarde slechts zandkastelen zijn die schudden onder het opkomende tij: de laatste dag is ophanden en de grote rode draak zal omvallen onder Gods woord. Om ervoor te zorgen dat Zijn plan succesvol wordt uitgevoerd zijn de engelen uit de hemel naar de aarde afgedaald en doen zij hun uiterste best om God tevreden te stellen. De vleesgeworden God heeft Zichzelf op het slagveld ingezet om oorlog te voeren tegen de vijand. Overal waar de incarnatie verschijnt, is een plek waar de vijand wordt uitgeroeid. China zal de eerste zijn die wordt vernietigd; het zal worden verwoest door de hand van God. God zal daar genadeloos optreden. Je kunt het bewijs zien van de toenemende instorting van de grote rode draak in de voortdurende ontwikkeling van het volk; dit is voor iedereen duidelijk en zichtbaar. De ontwikkeling van het volk is een teken van de ondergang van de vijand. Dit is een stukje uitleg over wat er bedoeld wordt met ‘wedijveren’. Bij talloze gelegenheden heeft God de mensen eraan herinnerd prachtige getuigenissen af te leggen voor Hem om in de harten van de mensen de status van opvattingen, die de verfoeilijkheid van de grote rode draak zijn, teniet te doen. God gebruikt dit om het geloof van mensen nieuw leven in te blazen, verworvenheden te bereiken in Zijn werk. Dit is omdat God gezegd heeft: “Waartoe zijn mensen precies in staat? Is het niet eerder zo, dat ik het zelf doe?” Alle mensen zijn zo; ze zijn niet alleen onbekwaam, maar ze verliezen ook snel de moed en zijn vlug teleurgesteld. Daarom kunnen ze God niet kennen. God laat niet alleen het geloof van de mens herleven, Hij doordrenkt mensen ook heimelijk en onafgebroken met kracht.

Vervolgens begon God het hele universum toe te spreken. God is niet alleen in China Zijn nieuwe werk begonnen, maar in het hele universum. Hij is het nieuwe werk van vandaag begonnen. In dit stadium van het werk, omdat God al Zijn daden over de hele wereld wenst te openbaren zodat alle mensen die Hem verraden hebben weer voor Zijn troon komen om zich te onderwerpen, zal Gods oordeel nog steeds Zijn genade en goedertierenheid bevatten. God gebruikt de huidige gebeurtenissen in de wereld als gelegenheid om de mensen in paniek te laten raken en hen aan te sporen God te zoeken, zodat ze terug kunnen stromen en voor Hem kunnen staan. Dus zegt God: “Dit is een van de manieren waarop ik werk, en zonder twijfel is dit een reddingsactie voor de mens, en wat ik hem aanreik is nog steeds een soort liefde.”

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Interpretaties van de mysteriën van “Gods woorden aan het hele universum”, hfst. 10

Dagelijkse woorden van God  Fragment 226

Ik wend mijn gezag op de aarde aan en ontvouw mijn werk in zijn geheel. Alles in mijn werk wordt weerspiegeld op het aardoppervlak. De mensheid heeft op aarde nooit mijn bewegingen in de hemel kunnen vatten, noch de banen en paden van mijn Geest uitputtend kunnen overpeinzen. De meeste mensen vatten alleen de details die buiten de geest liggen, en zijn niet in staat om de feitelijke toestand van de geest te begrijpen. De eisen die ik aan de mensheid stel, komen niet van de vage ik die in de hemel is, of van de onvoorstelbare ik die op de aarde is; ik stel gepaste eisen volgens de gestalte van de mens op aarde. Ik heb nooit iemand in moeilijkheden gebracht en evenmin ooit iemand gevraagd om ‘zijn bloed uit te gieten’ voor mijn welbehagen – zouden mijn eisen beperkt kunnen zijn tot alleen dergelijke omstandigheden? Wie van de talrijke schepselen op aarde onderwerpt zich niet aan de beschikking van de woorden in mijn mond? Wie van deze schepselen kan voor mijn aangezicht verschijnen en niet volledig worden verbrand door mijn woorden en mijn brandende vuur? Wie van deze schepselen durft in trotse verrukking voor mijn aangezicht te ‘paraderen’? Wie van deze schepselen buigt zich niet voor mij neer? Ben ik de God die de schepping alleen maar het zwijgen oplegt? Van de legio dingen in de schepping kies ik die dingen die aan mijn intentie voldoen. Van de talrijke mensen die deel uitmaken van de mensheid kies ik wie om mijn hart geeft. Ik kies de beste van alle sterren en voeg daarmee een zwak straaltje licht toe aan mijn koninkrijk. Ik wandel over de aarde en verspreid mijn aangename geur overal en op elke plek laat ik mijn vorm na. Iedere plek weergalmt met het geluid van mijn stem. Overal blijven mensen stilstaan bij de prachtige taferelen van gisteren, want de hele mensheid denkt aan het verleden …

De hele mensheid verlangt ernaar om mijn gezicht te zien, maar wanneer ik in eigen persoon naar de aarde afdaal, zijn ze allemaal tegen mijn komst en verbannen ze de komst van het licht, alsof ik de vijand van de mens in de hemel ben. De mens begroet mij met een defensieve flikkering in zijn ogen en blijft voortdurend op zijn hoede, ontzettend bang dat ik wellicht andere plannen voor hem heb. Mensen beschouwen mij als een onbekende vriend, daarom hebben zij het gevoel alsof ik de intentie koester om ze lukraak te vermoorden. In de ogen van de mens ben ik een dodelijke tegenstander. De mens heeft mijn warmte weliswaar geproefd ten tijde van rampspoed, maar blijft nog steeds mijn liefde niet kennen. Hij wil mij nog steeds afweren en mij trotseren. Ik ben geenszins van plan om actie tegen hem te ondernemen vanwege zijn toestand. Integendeel, ik omring de mens met omhelzende warmte, vul zijn mond met zoetheid en stop het nodige voedsel in zijn maag. Maar wanneer mijn brandende toorn de bergen en rivieren schudt, zal ik de mens wegens zijn lafheid niet langer van deze verschillende vormen van hulp voorzien. Op dat moment zal mijn grimmigheid toenemen en ontzeg ik alle levende wezens een kans om zich te bekeren. Ik zal al mijn hoop voor de mens laten varen en de vergelding uitdelen die hij zo ruimschoots verdient. Op dat moment zal de donder razen en de bliksem flitsen, alsof de golven van de oceaan woest tekeer gaan, alsof tienduizenden bergen in elkaar storten. De mens wordt als gevolg van haar opstandigheid door de donder en bliksem geveld, en andere schepselen worden door de donderslagen en bliksem weggevaagd En het hele universum vervalt abrupt tot chaos en de schepping kan de oer-adem van het leven niet herstellen. De talloze horden mensen kunnen niet aan het gebulder van de donder ontkomen. Horde na horde mensen tuimelen om, te midden van bliksemschichten in de kolkende stroom om te worden weggevoerd door krachtige stromingen die van de bergen af gutsen. Plotseling verzamelt zich de wereld van de ‘mensen’ op de plaats van ‘bestemming’ van de mens. Lijken dobberen op het oppervlak van de oceaan. De hele mensheid verwijdert zich ver van mij wegens mijn toorn, want de mens heeft tegen de essentie van mijn Geest gezondigd, en zijn opstandigheid heeft mij beledigd. Maar op de plaatsen zonder water genieten andere mensen nog steeds, met gelach en gezang, van de zekere beloften die ik aan hen gedaan heb.

Wanneer de mensen stil zijn, zend ik een straaltje licht voor hun ogen. Daarop worden mensen helder van geest en kijken ze helder uit de ogen. Ze willen niet langer zwijgen en roepen aldus meteen geestelijke gevoelens op in hun hart. Zodra dit gebeurt, wordt de hele mensheid weer tot leven gebracht. Alle mensen zetten hun onuitgesproken grieven opzij en komen voor mijn aangezicht. Ze hebben nog een kans op overleving verdiend door de woorden die ik verkondig. Alle mensen wensen namelijk op de aarde te leven. Maar wie onder hen heeft ooit de intentie gehad omwille van mij te leven? Wie onder hen heeft ooit prachtige dingen in zichzelf ontdekt die hij mij aanbiedt om mij een plezier te doen? Wie onder hen heeft ooit mijn verleidelijke geur ontdekt? Alle mensen bestaan uit grove en ongeraffineerde dingen: aan de buitenkant lijken ze oogverblindend, maar hun essentie is niet om mij oprecht lief te hebben, omdat er in de diepe krochten van het mensenhart namelijk nooit ook maar één element van mij is geweest. De mens schiet al te zeer tekort. Vergelijk ik hem met mijzelf, dan lijkt dat een kloof te onthullen die even groot is als tussen de aarde van de hemel. Toch tref ik niet de zwakke en kwetsbare plekken, evenmin lach ik hem uit vanwege zijn tekortkomingen. Mijn handen zijn al duizenden jaren op aarde aan het werk en al die tijd hebben mijn ogen over de gehele mensheid gewaakt. Toch heb ik nooit ook maar één mensenleven in beslag genomen om er als speelgoed mee te spelen. Ik observeer de pijnen die de mens te verduren heeft gekregen en begrijp de prijs die hij heeft betaald. Terwijl hij voor mij staat, wil ik de mens niet onverhoeds grijpen om hem te tuchtigen, noch wil ik hem onwenselijke dingen aandoen. Integendeel, heel die tijd heb ik alleen maar voor de mens gezorgd en hem van alles gegeven. Dus is mijn genade het enige waar de mens van geniet, het is heel de overvloed die uit mijn hand voortkomt. Ik ben immers op aarde, daarom heeft de mens nooit de kwellingen van honger hoeven ondergaan. Ik sta de mens juist toe om die dingen in mijn handen te ontvangen waar hij vreugde aan kan beleven en ik laat de mensheid te midden van mijn zegeningen leven. Leeft de gehele mensheid niet onder mijn tuchtiging? Hebben de mensen die tegenwoordig in mijn woorden leven, enkel omdat er diep in de bergen een overvloed heerst en er een overvloed aan dingen in de wateren te genieten zijn, dan niet des te meer voedsel om te waarderen en te proeven? Ik ben op aarde en de mensheid geniet van mijn zegeningen op aarde. Wanneer ik de aarde verlaat, is mijn werk ook voltooid; dan zal de mensheid niet langer mijn toegeeflijkheid ten aanzien van hun zwakheid ontvangen.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 17

Dagelijkse woorden van God  Fragment 227

Haten jullie de grote rode draak echt? Haten jullie hem echt uit het diepst van jullie hart? Waarom heb ik jullie dat zo vaak gevraagd? Waarom blijf ik jullie deze vraag steeds opnieuw stellen? Welk beeld van de grote rode draak dragen jullie in jullie hart? Is het echt verwijderd? Beschouwen jullie de draak echt niet als jullie vader? Alle mensen zouden mijn bedoeling uit mijn vragen moeten kunnen opmaken. Het is niet mijn bedoeling de mensen boos te maken of in opstand te brengen, en ook niet om de mens op eigen initiatief een uitweg te laten vinden, maar om alle mensen de kans te geven zich te bevrijden uit de slavernij van de grote rode draak. Toch hoeft niemand bezorgd te zijn. Alles zal door mijn woorden volbracht worden; geen mens mag deelnemen en geen mens kan het werk doen dat ik zal uitvoeren. Ik zal de luchten van alle landen schoonvegen en ieder spoor van de demonen op aarde uitroeien. Ik ben al begonnen en de eerste stap van mijn tuchtigingswerk zal ik zetten in het nest van de grote rode draak. Zo wordt het duidelijk dat het hele universum aan mijn tuchtiging is onderworpen, en dat de grote rode draak en allerlei soorten onzuivere geesten niet bij machte zullen zijn om aan mijn tuchtiging te ontkomen, want ik observeer alle landen. Als mijn werk op aarde klaar is, dat wil zeggen: als het tijdperk van het oordeel teneinde is gekomen, zal ik de grote rode draak formeel tuchtigen. Mijn volk zal beslist mijn rechtvaardige tuchtiging van de grote rode draak zien, zal beslist de lof over mijn rechtvaardigheid laten stromen en zal beslist mijn heilige naam voor eeuwig hoog prijzen vanwege mijn rechtvaardigheid. Vanaf dat moment zullen jullie je plicht formeel vervullen, mij formeel prijzen in alle landen, voor eeuwig en altijd!

Als het tijdperk van het oordeel zijn hoogtepunt bereikt, zal ik niet haastig mijn werk afmaken, maar verwerk ik het in het bewijs van het tijdperk van de tuchtiging en zal ik mijn hele volk in de gelegenheid stellen om dit bewijs te zien; dit zal betere vruchten dragen. Dit bewijs is het middel waarmee ik de grote rode draak tuchtig, en ik zal ervoor zorgen dat mijn volk het met eigen ogen ziet, zodat men mijn gezindheid beter leert kennen. De tijd dat mijn volk van mij geniet, is wanneer de grote rode draak wordt getuchtigd. Het is mijn plan het volk van de grote rode draak ertegen in opstand te laten komen. Dit is mijn manier om mijn volk te vervolmaken en het is een geweldige kans voor mijn gehele volk om te groeien in het leven.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 28

Dagelijkse woorden van God  Fragment 228

Als de heldere maan opkomt, barst plotseling de stille nacht uiteen. Al is de maan aan flarden, de mens voelt zich prima, zit vredig in het maanlicht en kijkt bewonderend naar het prachtige tafereel bij het maanlicht. De mens kan zijn emoties niet omschrijven. Het lijkt wel alsof hij zijn verleden wil overdenken, alsof hij vooruit wil kijken naar de toekomst, alsof hij van het heden geniet. Er verschijnt een glimlach op zijn gezicht, en een frisse geur dringt door in de aangename lucht. Er steekt een zacht windje op en de mens ontdekt een rijke geur; hij lijkt wel bedwelmd, hij kan niet opstaan. Dit is precies het moment waarop ik persoonlijk onder de mensen ben gekomen, en de mens ervaart het rijke aroma intensiever, en zo leven alle mensen in deze geur. Ik heb vrede met de mens, de mens leeft met mij in harmonie, hij is niet meer afwijkend in zijn respect voor mij, ik snoei zijn tekortkomingen niet meer, het lijden staat niet langer op het aangezicht van de mens te lezen, en de dood bedreigt de hele mensheid niet meer. Vandaag treed ik samen met de mens het tijdperk van de tuchtiging binnen, ik loop verder met de mens aan mijn zijde. Ik doe mijn werk, wat betekent dat ik tussen de mensen in het rond sla met mijn staf en dat deze datgene raakt wat opstandig is in de mens. In de ogen van de mens lijkt mijn staf bijzondere gaven te bezitten: hij raakt allen die mijn vijand zijn en spaart ze niet gemakkelijk; de staf oefent zijn eigen functie uit jegens allen die tegen mij zijn; allen die in mijn handen zijn vervullen hun taak volgens mijn bedoeling en hebben nooit mijn wens getrotseerd of hun wezen veranderd. Als gevolg zullen de wateren razen, de bergen omvallen, de grote rivieren uiteenvallen, de mens zal altijd aan verandering onderhevig blijven, de zon zal vervagen en de maan verduisteren, de mens zal geen dagen van vredig leven meer kennen, er zullen geen rustige tijden meer zijn op het land, het firmament zal nooit meer kalm en rustig blijven en zal het niet langer uithouden. Alles zal vernieuwd worden en zijn oorspronkelijke uiterlijk terugkrijgen. Alle huishoudens op aarde zullen worden verscheurd en alle naties op aarde zullen uiteen worden gereten. De dagen van de hereniging van man en vrouw zullen voorbij zijn, moeder en zoon zullen elkaar nooit meer ontmoeten, vader en dochter zullen niet langer bijeenkomen. Alles wat op aarde bestond zal door mij worden vernietigd. Ik geef de mensen geen kans hun gevoelens te uiten, want ik heb geen gevoelens, en ik heb in enorme mate een afkeer gekregen van de gevoelens van de mens. Door de gevoelens tussen mensen ben ik terzijde geworpen en zo ben ik in hun ogen een ‘ander’ geworden. Door de gevoelens tussen mensen ben ik vergeten. Door zijn gevoelens grijpt de mens de kans zijn ‘geweten’ op te poetsen. Door zijn gevoelens is de mens mijn tuchtiging altijd moe. Vanwege zijn gevoelens noemt de mens mij oneerlijk en onrechtvaardig en zegt hij dat ik achteloos omspring met zijn gevoelens in wat ik doe. Heb ik ook familie op aarde? Wie heeft er ooit, net als ik, dag en nacht gewerkt zonder aan eten of slaap te denken in het belang van mijn hele managementplan? Hoe zou de mens met God kunnen worden vergeleken? Hoe zou de mens verenigbaar kunnen zijn met God? Hoe zou God, die schept, van dezelfde soort kunnen zijn als de mens, die geschapen is? Hoe zou ik altijd samen met de mens op aarde kunnen leven en handelen? Wie kan bezorgdheid voelen om mijn hart? Zijn het de gebeden van de mens? Ooit ging ik ermee akkoord om me bij de mens aan te sluiten – en ja, tot op vandaag de dag heeft de mens onder mijn hoede en bescherming geleefd, maar zal er ooit een dag komen waarop de mens onder mijn hoede uit kan? Al heeft de mens zich nooit met zorgen overladen om mijn hart, wie kan er in een land zonder licht blijven leven? Alleen door mijn zegeningen is de mens tot op heden blijven leven.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Gods woorden aan het hele universum, hfst. 28

Dagelijkse woorden van God  Fragment 229

Landen bevinden zich in grote chaos omdat de staf van God met zijn rol op aarde is begonnen. Het werk van God kan in de toestand van de aarde herkend worden. Als God zegt: “De wateren zullen razen, de bergen omvallen, de grote rivieren uiteenvallen,” is dit het eerste werk van de staf op aarde, met als gevolg dat “Alle huishoudens op aarde zullen worden verscheurd, en alle naties op aarde uiteen zullen worden gereten. De dagen van de hereniging tussen man en vrouw zullen voorbij zijn, moeder en zoon zullen elkaar nooit meer ontmoeten, vader en dochter zullen niet langer bijeenkomen. Alles wat op aarde bestond zal door mij worden vernietigd.” Dat zal de algemene toestand van gezinnen op aarde zijn. Het zou natuurlijk niet de toestand van alle gezinnen kunnen zijn, maar het is de toestand van de meeste. Aan de andere kant verwijst het naar de omstandigheden die de mensen uit deze stroming in de toekomst ervaren. Het voorspelt dat als zij de tuchtiging van woorden hebben ondergaan en de ongelovigen aan ramspoed zijn blootgesteld, er geen familierelaties meer zullen zijn tussen de mensen op aarde. Allen zullen dan het volk van Sinim zijn, en allen zullen getrouw zijn in Gods koninkrijk. Aldus zullen de dagen van hereniging tussen man en vrouw voorbij zijn, moeder en zoon zullen elkaar nooit meer ontmoeten, vader en dochter zullen niet langer bijeenkomen. En zo worden de gezinnen op aarde verscheurd, in stukken gescheurd, en dit is het eindwerk dat God in de mens verricht. En omdat God dit werk over het universum zal verspreiden, maakt Hij van de gelegenheid gebruik het woord ‘emotie’ uit te leggen aan de mensen. Zo laat Hij ze zien dat het Gods wil is om de gezinnen van alle mensen te verscheuren en dat Hij tuchtiging gebruikt om alle ‘familiegeschillen’ tussen mensen op te lossen. Als Hij dat niet deed, zou er geen manier zijn om het laatste deel van het werk van God op aarde tot een eind te brengen. Het laatste deel van de woorden van God legt de grootste zwakte van de mensheid bloot – de hele mensheid leeft in de emotie – en God gaat er dus geen enkele uit de weg, Hij toont de verborgen geheimen in de harten van alle mensen. Waarom vinden mensen het zo moeilijk om zich van hun emotie los te maken? Gaat zoiets de normen van het geweten te boven? Kan het geweten de wil van God vervullen? Kan emotie de mens helpen bij tegenslag? In Gods ogen is de emotie Zijn vijand – is dit niet duidelijk gezegd in Gods woorden?

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Interpretaties van de mysteriën van “Gods woorden aan het hele universum”, hfst. 28

Dagelijkse woorden van God  Fragment 230

Alle woorden van God bevatten een deel van Zijn gezindheid. Gods gezindheid kan niet volledig in woorden worden uitgedrukt, wat afdoende aantoont hoeveel rijkdom er wel niet in Hem is. Wat mensen kunnen zien en aanraken is immers beperkt, net als het menselijke vermogen. Hoewel Gods woorden duidelijk zijn, zijn mensen niet in staat ze volledig te begrijpen. Neem bijvoorbeeld deze woorden: “In een bliksemschicht wordt de werkelijke vorm van elk dier blootgelegd. Ook de mensheid, geïllumineerd door mijn licht, heeft de heiligheid die ze ooit bezat herwonnen. Oh, dat de verdorven wereld van het verleden eindelijk in het vuile water is geworpen en, zinkend naar de bodem, is opgelost in modder!” Alle woorden van God bevatten Zijn wezen, en hoewel alle mensen zich bewust zijn van deze woorden, heeft niemand ooit de betekenis ervan gekend. In Gods ogen zijn allen die zich tegen Hem verzetten Zijn vijanden, dat wil zeggen: zij die de kwaadaardige geesten toebehoren zijn beesten. Op basis hiervan kan men de ware gesteldheid van de kerk observeren. Alle mensen worden geïllumineerd door Gods woorden, en in dit licht onderzoeken ze zichzelf zonder dat anderen hun de les lezen, hen kastijden of hen rechtstreeks verdrijven, zonder dat ze gehouden zijn aan andere menselijke handelswijzen en zonder dat anderen dingen aanwijzen. Vanuit het ‘microscopische perspectief’ zien ze heel duidelijk hoeveel ziekte er werkelijk in hen zit. In Gods woorden wordt elke soort geest gerubriceerd en onthuld in zijn oorspronkelijke vorm; die met de geesten van engelen worden meer geïllumineerd en verlicht, vandaar Gods woorden: “Zij hebben de heiligheid die ze ooit bezaten herwonnen.” Deze woorden zijn gebaseerd op het uiteindelijke resultaat dat God bereikt. Voorlopig kan dit resultaat natuurlijk nog niet volledig worden bereikt – het is maar een voorproefje, waaruit Gods wil blijkt. Deze woorden tonen afdoende aan dat een groot aantal mensen uit elkaar zal vallen binnen Gods woorden en verslagen zal worden in het geleidelijke proces van de heiliging van alle mensen. Hier spreekt “is opgelost in modder” niet tegen dat God de wereld met vuur vernietigt, en “bliksemschicht” slaat op de toorn van God. Wanneer God Zijn grote toorn uitstort, zal de hele wereld als gevolg daarvan allerlei rampen ondervinden, zoals het uitbarsten van een vulkaan. Hoog in de hemel staand valt te zien dat op aarde allerlei soorten rampspoed op de hele mensheid afkomen en elke dag dichterbij komen. Van hoog boven naar beneden kijkend is op aarde een verscheidenheid aan taferelen te zien, zoals de taferelen die aan een aardbeving voorafgaan. Vloeibaar vuur verplaatst zich snel en ongecontroleerd, lava vloeit vrijuit, bergen verschuiven en over alles fonkelt een koud licht. De hele wereld is in het vuur gezonken. Dit is het tafereel van God die Zijn toorn de vrije loop laat, en het is de tijd van Zijn oordeel. Niemand die van vlees en bloed is zal kunnen ontsnappen. Zo zullen er geen oorlogen tussen landen en conflicten tussen mensen nodig zijn om de hele wereld te vernietigen; in plaats daarvan zal de wereld ‘bewust genieten’ binnen de wieg van Gods tuchtiging. Niemand zal kunnen ontsnappen; alle mensen moeten deze beproeving doorstaan, een voor een. Daarna zal het volledige heelal opnieuw sprankelen van heilige glans, en de hele mensheid zal opnieuw een nieuw leven beginnen. En God zal rusten boven het heelal en zal de hele mensheid elke dag zegenen. De hemel zal niet ondraaglijk verlaten zijn, maar zal de levenskracht herwinnen die de hemel niet heeft gekend sinds de schepping van de wereld, en de komst van de ‘zesde dag’ zal zijn wanneer God een nieuw leven begint. God en de mensheid zullen allebei in rust treden en het heelal zal niet langer troebel of vuil zijn, maar zal vernieuwd worden. Dit is waarom God heeft gezegd: “De aarde is niet langer dodelijk rustig en stil, de hemel niet langer troosteloos en verdrietig.” In het hemelse koninkrijk is er nooit sprake geweest van onrechtvaardigheid of menselijke gevoelens, of ook maar iets van de verdorven gezindheid van de mensheid, omdat Satans verstoring hier niet aanwezig is. ‘Mensen’ kunnen allemaal Gods woorden begrijpen, en het leven in de hemel is een leven vol vreugde. Iedereen in de hemel heeft wijsheid en de waardigheid van God.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Interpretaties van de mysteriën van “Gods woorden aan het hele universum”, hfst. 18

Dagelijkse woorden van God  Fragment 231

Men kan stellen dat alle uitspraken van vandaag over toekomstige zaken profeteren; deze uitspraken zijn de manier waarop God regelingen treft voor de volgende stap van Zijn werk. God heeft Zijn werk in de mensen van de kerk bijna voltooid. Daarna zal Hij in alle woede verschijnen voor alle mensen. Zoals God zegt: “Ik zal de mensen op aarde mijn daden laten erkennen. Mijn daden zullen worden bewezen voor ‘de rechterstoel’, zodat zij mogen worden erkend onder de mensen op aarde, die zich er allemaal aan zullen onderwerpen.” Heb je iets opgemerkt in deze woorden? Hierin ligt de samenvatting van het volgende deel van Gods werk. Ten eerste zal God alle waakhonden die politieke macht uitoefenen oprecht overtuigen. Hij zal ervoor zorgen dat ze zich uit eigen beweging terugtrekken van het toneel van de geschiedenis, nooit meer om status vechten en zich nooit meer inlaten met plannetjes en intriges. Dit werk moet via God worden verricht door verschillende rampen op aarde op te wekken. Maar het is geenszins het geval dat God zal verschijnen. In deze tijd zal de natie van de grote rode draak nog steeds een land van vuilheid zijn. Daarom zal God niet verschijnen, maar alleen maar door tuchtiging tevoorschijn komen. Zo is de rechtvaardige gezindheid van God, waaraan niemand kan ontkomen. Gedurende deze tijd zal iedereen die in de natie van de grote rode draak woont met rampspoed te maken krijgen, en hieronder valt natuurlijk ook het koninkrijk op aarde (de kerk). Dit is precies het moment waarop de feiten boven tafel komen. Zo wordt het door alle mensen ervaren en kan niemand ontsnappen. Dit is door God voorbestemd. Het is precies vanwege deze stap van het werk dat God zegt: “Dit is het moment om grootse plannen uit te voeren.” Omdat er in de toekomst geen kerk op aarde zal zijn, en vanwege de komst van rampspoed, zullen mensen alleen kunnen denken aan wat ze vóór zich zien en alle andere dingen negeren, en zal het hun moeilijk vallen om van God te genieten te midden van rampspoed. Daarom wordt mensen gevraagd om God met heel hun hart lief te hebben in deze prachtige tijd, zodat ze de kans niet mislopen. Wanneer dit feit voorbijgaat, zal God de grote rode draak grondig hebben verslagen. Zo zal het werk van getuigenis van het volk van God ten einde komen. Daarna zal God de volgende stap van het werk beginnen: Hij zal het land van de grote rode draak verwoesten en uiteindelijk mensen in het hele heelal ondersteboven aan het kruis spijkeren. Daarna zal Hij de hele mensheid vernietigen – dit zijn de toekomstige stappen van Gods werk. Jullie moeten er daarom naar streven je best te doen om God lief te hebben in deze vredige omgeving. In de toekomst zullen jullie geen kansen meer hebben om God lief te hebben, want alleen mensen in het vlees hebben de kans om God lief te hebben. Wanneer ze in een andere wereld leven, zal niemand het hebben over het liefhebben van God. Is dit niet de verantwoordelijkheid van een schepsel? En hoe moeten jullie God liefhebben in jullie levensdagen? Heb je daar ooit over nagedacht? Wacht je met het liefhebben van God tot na je dood? Is dit geen lege praat? Waarom streef je het liefhebben van God vandaag niet na? Kan het liefhebben van God terwijl je steeds druk bent echte liefde voor God zijn? De reden waarom wordt gezegd dat deze stap van Gods werk spoedig ten einde zal komen, is dat God al een getuigenis tegenover Satan heeft. De mens hoeft daarom niets te doen; de mens wordt alleen gevraagd om het liefhebben van God na te streven gedurende zijn levensjaren – dat is de sleutel. Omdat Gods eisen niet hoog zijn en ook omdat er een brandende bezorgdheid in Zijn hart is, heeft Hij een samenvatting van de volgende stap van het werk geopenbaard vóór het einde van deze stap van het werk. Hieruit blijkt duidelijk hoeveel tijd er is; als God in Zijn hart niet bezorgd was, zou Hij deze woorden dan zo vroeg uiten? Het is omdat er weinig tijd is dat God op deze manier werkt. Het is te hopen dat jullie God met heel je hart, met heel je verstand en met al je kracht kunnen liefhebben, net zoals jullie je eigen leven koesteren. Is dit geen leven met de hoogste betekenis? Waar anders zouden jullie de zin van het leven kunnen vinden? Zijn jullie niet stekeblind? Ben je bereid God lief te hebben? Is God de liefde van de mens waard? Zijn mensen de aanbidding van mensen waard? Nu dan: wat moet je doen? Heb God moedig lief, zonder voorbehoud, en kijk wat God met je zal doen. Kijk of Hij je zal doden. Kortom: de opdracht om God lief te hebben is belangrijker dan het overnemen en opschrijven van dingen voor God. Je moet voorrang geven aan wat het belangrijkst is, zodat je leven waardevoller wordt en vol geluk zal zijn. Vervolgens moet je wachten op Gods ‘vonnis’ voor jou. Ik vraag me af of het liefhebben van God deel zal uitmaken van je plan. Ik hoop dat ieders plannen datgene zullen worden wat door God compleet wordt gemaakt, en dat ze allemaal werkelijkheid zullen worden.

Het Woord, Deel I, De verschijning en het werk van God, Interpretaties van de mysteriën van “Gods woorden aan het hele universum”, hfst. 42

Vorige: Gods werk kennen I

Volgende: Gods gezindheid en wat Hij heeft en is

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat weet jij over het geloof?

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger