Toen ik achttien was

17 augustus 2020

Door Yilian, China

Almachtige God zegt: “Misschien herinneren jullie je allemaal deze woorden: ‘De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben, brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft.’ Vroeger hebben jullie dit allemaal horen zeggen, maar niemand begreep de ware betekenis van de woorden. Tegenwoordig kennen jullie de echte betekenis hiervan wel. Deze woorden beschrijven wat God in de laatste dagen tot stand zal brengen. En ze zullen worden volbracht in hen die geteisterd zijn door de grote rode draak in het land waar deze zich bevindt. De grote rode draak vervolgt God en is de vijand van God. In dit land zijn zij die in God geloven dus onderworpen aan vernedering en vervolging. Daarom worden deze woorden in jullie groep mensen de realiteit. […] Het is bijzonder zwaar voor God om Zijn werk te volbrengen in het land van de grote rode draak, maar het is door deze moeite dat God een fase van Zijn werk doet om Zijn wijsheid en wonderbaarlijke daden openbaar te maken. God grijpt deze gelegenheid aan om deze groep mensen compleet te maken” (‘Is het werk van God zo eenvoudig als men denkt?’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Deze passage uit Gods woorden doet me denken aan hoe ik enkele jaren geleden door de CCP werd vervolgd.

Op een avond in april 2017, hield ik met twee andere zusters een bijeenkomst toen opeens ruim tien agenten in burger binnenstormden. Voor ik kon reageren, duwden enkelen van hen ons tegen de grond. Ze zeiden dat we ons niet mochten bewegen, terwijl de anderen het huis binnenstebuiten keerden. Daarbij verspilden ze geen tijd. Wat ik zag, was angstaanjagend. Mijn hart ging tekeer en ik riep de hulp in van God: “O, God. Ik ben doodsbang en weet niet wat ze met ons zullen doen. Geef me geloof en kracht, zodat ik standvastig zal staan in mijn getuigenis.” Na mijn gebed dacht ik aan deze woorden van God: “Je weet dat alle dingen in de omgeving om je heen er zijn met mijn toestemming, allemaal door mij gepland. Kijk duidelijk en stel mijn hart tevreden in de omgeving die ik je heb gegeven. Wees niet bang, de Almachtige God der heerscharen zal beslist met je zijn; Hij staat achter jullie en Hij is jullie schild” (‘Hoofdstuk 26’ van ‘Uitspraken van Christus aan het begin’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods woorden gaven me geloof en moed. Ik wist dat God achter me stond. Wat er ook zou gebeuren, zolang ik oprecht op God zou vertrouwen, zou Hij bij me zijn. Daardoor voelde ik me minder nerveus en bang.

Op dat moment gaf een vrouwelijke agent me enkele gemene klappen. Vervolgens kneep ze in mijn kin en maakte ze een foto van me. Ze fouilleerden ons en namen al ons geld en onze kostbaarheden in beslag. Daarna brachten ze ons alle drie naar het gemeentebureau voor openbare veiligheid om apart te worden ondervraagd. De agente die me had gefotografeerd, blafte naar me: “Wat doe je in de kerk? Wie is de kerkleider? Zeg op.” Toen ik geen antwoord gaf, kneep ze geërgerd met haar linkerhand in mijn kin en trok me omhoog. Ze kneep erg hard en dwong me zo om op mijn tenen te staan. Toen hief ze haar rechterhand op alsof ze me wilde slaan en zei dreigend: “Je kunt maar beter praten, want we hebben nog andere manieren om je aan te pakken.” Haar wilde blik maakte me bang. Ik wist niet wat ze nog meer zou doen om me te kwellen, dus ik riep dringend Gods hulp in. Op dat moment kwamen deze woorden van Almachtige God in me op: “Geloof is een wankel bruggetje. Zij die stumperig aan het leven hangen, kunnen het niet oversteken, maar zij die bereid zijn hun leven op het spel te zetten, kunnen er gerust overheen gaan. Als mensen laffe of bange gedachten hebben, worden ze door Satan in de luren gelegd. Want hij is bang dat we de brug van geloof oversteken om binnen te treden in God” (‘Hoofdstuk 6’ van ‘Uitspraken van Christus aan het begin’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ik besefte dat mijn bange en bevreesde gedachten een truc van Satan waren… en dat de politie mijn vlees wilde martelen… zodat ik God en mijn broeders en zusters zou verraden als de pijn me te veel werd. Daar mocht ik niet intrappen. Ik besloot dat ik geen Judas zou worden, hoezeer de politie me ook zou martelen. Ik wist dat mijn leven en dood in Gods handen lagen, en dat ze niets konden doen wat God niet toestond. Toen ik dat eenmaal inzag, voelde ik me veel kalmer. Daarna, hoe hard ze ook in mijn kin kneep terwijl ze me vragen bleef stellen, zei ik geen woord. Toen werd ze door een andere agent weggeroepen en had ik eindelijk even rust.

Rond 3.00 uur ’s nachts werd ik naar de gemeentelijke gevangenis gebracht. Ze stopten me in een cel en een agente beval de andere gevangenen om al mijn kleren af te rukken. Toen moest ik met mijn handen op mijn hoofd diepe kniebuigingen maken, tot ze tevreden waren, terwijl de gevangenen me uitjouwden. Ik was heel overstuur en gekrenkt en vanbinnen schreeuwde ik: waarom vernederen jullie me zo? Als ik het zelf niet had ervaren, had ik niet geloofd dat die zogenaamde ‘volkspolitie’ zo verachtelijk kon zijn. Toen zei de agente tegen de gevangenen: “Ze gelooft in Almachtige God, dus ze is het doelwit van een serieuze strafcampagne van de overheid. Leer haar goed de regels.” Vanaf dat moment werd ik continu door de gevangenen gepest en om niets berispt. Ik moest de smerigste en zwaarste klusjes doen, zoals afwassen, vegen en de vloer schrobben. Na enige tijd deden mijn voeten pijn en was ik uitgeput, maar als ik even rustte of langzamer werkte, schreeuwden ze naar me. Bovendien, telkens als een gevangenisregel werd gebroken, gaven ze mij de schuld. Ze waren voor geen rede vatbaar.

Doordat ik continu door de andere gevangenen werd gepest en uitgescholden voelde ik me ellendig en zwak. Ik wist niet wanneer het zou stoppen. ’s Nachts verschuilde ik me vaak onder mijn dekens om stil te huilen. Ik bad in die tijd veel tot God. Toen ik het bijna wilde opgeven, dacht ik aan deze woorden van God: “Iedereen zal tegenwoordig bittere beproevingen moeten doorstaan. Zonder dergelijke beproevingen zal het liefhebbende hart dat jullie voor mij hebben niet sterker worden en zullen jullie geen werkelijke liefde voor mij hebben. Zelfs als deze beproevingen slechts bestaan uit geringe omstandigheden, zal iedereen ze toch moeten doorstaan. Het is alleen zo dat de zwaarte van de beproevingen van persoon tot persoon zal verschillen. Beproevingen zijn een zegening van mij” (‘Hoofdstuk 41’ van ‘Uitspraken van Christus aan het begin’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ik begreep dat God me in die situatie had gezet om mijn geloof en liefde voor God te vervolmaken zodat ik Hem niet zou verraden in deze zware omgeving, standvastig zou staan in mijn getuigenis en Satan kon vernederen. Ik dacht terug aan de tijd dat alles vredig was en ik overliep van geloof. Maar nu ik pijn leed en vernederd werd, was ik zwak en negatief. Ik zag hoe ontoereikend mijn geloof in God echt was. Ik was te broos, net als een kasbloem die niet tegen een beetje wind of regen kan. God liet me ontberingen ondergaan om mijn geloof te vervolmaken. Het was goed voor mijn leven. Ik moest standvastig staan in mijn getuigenis en God behagen.

Een week later verhoorde de politie me opnieuw. Eén agent zei vleierig: “Als je ons braaf alles over je kerk vertelt, krijg je van ons een lichte straf. Je bent jong. Je hoort van je jeugd te genieten. Het is het echt niet waard om hier te lijden.” Een andere agent zei: “Je klasgenoten en vrienden werken allemaal aan hun dromen, terwijl jij hier vastzit omwille van je geloof in God. Wat zouden ze van je denken als ze het wisten?” Dat deed me eraan denken dat ik al op jonge leeftijd in de gevangenis zat. Ik vroeg me af of mijn vrienden en familie me zouden uitlachen als ze het wisten. Maar die gedachten brachten me nog meer in verwarring. Toen besefte ik dat ik niet de juiste gesteldheid had, dus ik riep haastig Gods hulp in: “O, God. De politie blijft me storen. Ik wil u niet verraden en geen Judas zijn. Bescherm mijn hart, leid me…” Toen dacht ik aan deze passage uit Gods woorden: “Mijn volk moet te allen tijde waken voor de sluwe plannen van Satan […] Om te voorkomen dat ze in de val van Satan lopen, want dan zal het te laat zijn voor spijt” (‘Hoofdstuk 3’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods woorden herinnerden me er net op tijd aan dat de agenten het niet meenden als ze over mijn toekomst praatten. Ze wilden me gewoon misleiden, zodat ik God en mijn broeders en zusters zou verraden. Ze waren echt heel boosaardig. Ik zei dus vastberaden: “Ik ben een gelovige die het juiste levenspad volgt. Wat jullie ook zeggen, ik zal God niet verraden.” De agenten waren verbijsterd. Hun plan was mislukt, dus hun gemene kant kwam meteen tevoorschijn. Een van hen bedreigde me: “Je hebt een grote mond voor iemand die zo jong is. Luister goed. We kunnen altijd wel een reden vinden om je acht of tien of zelfs vijftien jaar op te sluiten. Je bent nu achttien, dus je zou je hele jonge leven in de gevangenis doorbrengen.” Ik dacht: hoeveel jaar ik ook krijg, ik zal op God vertrouwen en standvastig staan in mijn getuigenis. Ik onderwerp me niet aan Satan.

Ik dacht dat ze al hun dreigementen en lokmiddelen hadden uitgeput en me niet meer zouden ondervragen. Ik kon me niet voorstellen dat ze nog iets kwaadaardigers zouden proberen. Op een dag aan het eind van mei, brachten agenten me naar een verhoorkamer en zeiden: “We hebben navraag gedaan bij de school van je broertje en gezien dat hij het heel goed doet. Vertel ons wat je weet. Dan kun je sneller naar huis, naar je familie. Mis je je broertje niet?” Die woorden deden me pijn. Mijn broertje en ik waren altijd hecht geweest, maar ik was al jaren op de vlucht om niet door de CCP te worden gearresteerd en ik had hem lang niet meer gezien. Ik wist niet hoe het met hem ging. Ze zeiden ook dat mijn vader enkele dagen eerder een video had opgenomen, en lieten die zien op een mobiele telefoon. Ik zag mijn vader lusteloos zitten. Zijn kleren waren gekreukt en hij zag er veel ouder uit. Hij zei tegen de camera: “Xiaoyi, kom naar huis. Iedereen mist je.” De politie speelde de video meerdere keren af. Ik bleef maar huilen toen ik mijn vader in de video zag. Een van de agenten zei vleiend: “Zelfs als je niet aan jezelf denkt, denk dan aan je familie. Als je zo graag in God wilt geloven, word jij niet alleen opgesloten, maar raakt je familie er ook bij betrokken. Zelfs als je broer slaagt voor het toelatingsexamen, zal geen enkele school hem aannemen, en zal hij geen goede baan kunnen vinden. Zelfs zijn kinderen zullen erin verwikkeld raken. Denk daar maar eens goed over na.” Hierdoor raakte ik echt van slag. Ik bad continu tot God: “O, God. Ik ben compleet in de war en voel me zwak. Bescherm mijn hart, zodat ik de drang van het vlees niet volg en standvastig kan staan in mijn getuigenis.” Na mijn gebed dacht ik aan deze woorden van God: “Je moet mijn moed in je hebben en je moet principes hebben wanneer je te maken hebt met familieleden die niet geloven. Omwille van mij moet je niet zwichten voor enige duistere macht. Vertrouw op mijn wijsheid om op de volmaakte weg te blijven lopen; sta niet toe dat de samenzweringen van Satan je in hun greep krijgen” (‘Hoofdstuk 10’ van ‘Uitspraken van Christus aan het begin’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Beetje bij beetje kalmeerden Gods woorden me. Satan wist dat ik sterke gevoelens had en mijn vader en broertje niet kon loslaten, dus hij gebruikte mijn emoties en de toekomst van mijn familie om me te bedreigen, zodat ik God zou verraden en een Judas zou zijn. De politie was heel geniepig. Als ik Satan zou volgen en God zou verraden, zou ik daar de rest van mijn leven spijt van hebben, zelfs als ik werd vrijgelaten en bij mijn familie kon zijn. Toen bedacht ik me dat alle dingen in Gods handen liggen, en dat de toekomst van mijn broertje dus zou worden geregeld door God. Satan had het laatste woord niet Toen bad ik stil tot God. Ik vertrouwde mijn familie toe aan Gods zorg en was bereid om me te onderwerpen aan Zijn regelingen. Ik antwoordde: “Ik heb niets te zeggen.” Daarop sloeg de agent boos op tafel en riep: “Als je zo koppig bent, is het niet onze schuld als we onze manieren vergeten. Denk niet dat we niets meer voor je in petto hebben. Alleen al op basis van wat we hebben gevonden tijdens je arrestatie, kunnen we je ouders arresteren en drie tot vijf jaar opsluiten. Hoe zou je broertje helemaal alleen overleven?” Die woorden maakten me razend. De CCP gebruikte niet alleen tactieken om me te kwellen, zodat ik God en mijn broeders en zusters zou verraden, maar ze probeerden me zelfs te dwingen door de toekomst en het welzijn van mijn familie te bedreigen. Als mensen in China in God geloven, wordt hun hele familie door de CCP vervolgd. Ik verachtte die horde demonen en was vastberaden om ze niet te laten slagen. Daarom antwoordde ik onvermurwbaar: “Ik geloof dat alles in Gods handen ligt. Jullie krijgen me nooit zover dat ik God zal verraden.” De agent sloeg weer boos op tafel, draaide zich om en verliet de kamer.

Eind mei haalde een agente me op een ochtend uit de gevangenis. Ik vond het heel vreemd. De politie bracht me toen naar het lokale politiebureau. Net toen ik daarover nadacht, zag ik mijn vader en opa vol verwachting naar me kijken terwijl de agenten me van op een afstandje in de gaten hielden. Ik besefte dat ze me niet zo makkelijk zouden laten gaan, maar ik wist niet wat ze van plan waren. De commissaris zei toen tegen me: “Teken deze verklaring en je mag naar huis, naar je familie.” In het document stond het volgende: “Ik beloof dat ik niet langer in God zal geloven en geen contact meer zal hebben met leden van De Kerk van Almachtige God. Ik zal niets doen namens de kerk, en de komende drie jaar geen documenten aanvragen om naar het buitenland te gaan. Indien gevraagd moet ik me meteen melden bij de politie gedurende een proeftijd van één jaar.” De CCP wilde me dwingen om God te verraden en alle banden met de kerk te verbreken. Ik was heel boos en weigerde pertinent om te tekenen. Toen ze zagen hoe vastberaden ik was, bedreigde een agent me: “Als je dit niet tekent, word je veroordeeld tot gevangenisstraf.” Dat maakte mijn vader en opa nerveus en ze smeekten me om snel te tekenen. Ze zeiden dat ze geld hadden betaald en moeite hadden gedaan om me op borgtocht vrij te krijgen tot mijn proces. Ik kon naar huis zodra ik die verklaring tekende. Ze wisten niet dat dat zou betekenen dat ik God zou ontkennen en verraden tegenover Satan en mijn getuigenis zou verliezen. Door de druk van de politie en mijn familie moest ik huilen. Ik was heel verward. Ik dacht: als ik niet teken, weet ik niet hoelang ik in de gevangenis zit. Maar als ik wel teken, verraad ik God. Ik bad snel in mijn hart en deze woorden van God kwamen in me op: “Ik hoop echter dat alle mensen een sterke, klinkend getuigenis zullen geven over mij voor de grote rode draak, dat zij zich om mijnentwille kunnen opofferen voor een laatste keer en mijn eisen nog een keer zullen inwilligen. Kunnen jullie dit echt wel aan?” (‘Hoofdstuk 34’ van ‘Gods woorden aan het hele universum’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ik schaamde me toen ik werd geconfronteerd met Gods eis. Ik dacht nog steeds aan mijn eigen vlees en toekomst in plaats van God te behagen. Dat mijn familie me vroeg om de verklaring te tekenen waarin ik mijn geloof zou ontkennen was een van de trucs van de CCP. Mijn geloof was goed en zuiver en ik bewandelde het juiste levenspad. Ik kon de ware weg niet opgeven en God verraden omdat de CCP me bedreigde en mijn familie me onder druk zette. Ik zou die verklaring nooit tekenen. Daarom zei ik vastberaden: “Ik zal mijn geloof nooit opgeven, dus zet dat idee maar uit je hoofd.” De agenten waren woedend, maar ze konden niets doen. Ten slotte zeiden ze dat ik een proeftijd van een jaar kreeg. Als ze erachter zouden komen dat ik mijn geloof bleef beoefenen, zouden ze me arresteren en zwaar straffen.

Ik ging naar huis, maar de CCP had me helemaal niet echt laten gaan. Eind juni 2017, bracht de politie op een dag een advocaat naar mijn huis om me te hersenspoelen. Hij zei dat vrijheid van godsdienst in China slechts een show voor buitenlanders was, en dat we in China moesten luisteren naar de Communistische Partij. Hij zei ook: “Als de Partij zegt dat we moeten springen, vragen we: ‘Hoe hoog?’ En als de Partij zegt dat je niet kunt geloven, kun je niet geloven. Anders krijg je wat je verdient.” Dat maakte me woedend. De CCP probeert ons op alle mogelijke manieren van ons geloof te brengen. Christenen in China hebben helemaal geen leven. Ik dacht aan een passage uit Gods woorden die ik graag met iedereen wil lezen. “Godsdienstvrijheid? De wettelijke rechten en belangen van burgers? Die zijn allemaal trucjes om zonde te bedekken! […] Waarom zo’n ondoordringbaar obstakel voor het werk van God optrekken? Waarom diverse trucjes gebruiken om Gods volk te misleiden? Waar is de ware vrijheid en zijn de wettelijke rechten en belangen? Waar is de billijkheid? Waar is de troost? Waar is de warmte? Waarom misleidende plannen gebruiken om Gods volk voor de gek te houden? Waarom de komst van God met dwang onderdrukken? Waarom God niet vrij laten rondgaan op de aarde die Hij heeft geschapen? Waarom God opjagen tot Hij nergens een rustplek voor Zijn hoofd heeft? Waar is de warmte onder de mensen?” (‘Werk en intrede (8)’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Door deze woorden van God zag ik duidelijk de kwaadaardige essentie van de CCP. De CCP is een demon van Satan die de waarheid haat en zich tegen God verzet. Hoe wreder ik werd vervolgd, hoe meer ik haar volledig wilde verzaken en God tot het einde wilde volgen. Daarna kwam de politie meerdere keren naar mijn huis om me te hersenspoelen. Het dorpsbestuur kwam me keer op keer overhalen om mijn geloof op te geven, en mijn familie werd opgedragen om me een verklaring van berouw te laten schrijven en God te verraden. Met behulp van Gods woorden kon ik alle aanvallen en verzoekingen van de CCP doorstaan en standvastig staan in mijn getuigenis.

Hoewel ik lichamelijk een beetje had geleden tijdens mijn arrestatie en vervolging door de CCP, had ik ook geleerd om de kwaadaardige essentie van de CCP en haar demonische verzet tegen God te onderscheiden. Ik verzaakte haar en wees haar af uit de grond van mijn hart. Door vervolging en ontbering hielpen Gods woorden me om Satans trucs te overwinnen. Zijn woorden gaven me geloof en kracht om over mijn vleselijke zwakte te zegevieren en te getuigen. Ik heb persoonlijk echt het gezag en de macht van Gods woorden ervaren en geloof meer dan ooit dat ik Almachtige God moet volgen.

De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap.

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Contact
Neem contact op via Messenger

Gerelateerde inhoud

Door beproeving werd mijn liefde voor God aangewakkerd

Omdat ik van nature een eerlijk persoon ben, werd ik altijd door anderen gekoeioneerd. Dientengevolge heb ik de kilheid van de wereld van de mens geproefd en voelde mijn leven leeg en betekenisloos. Nadat ik begon te geloven in Almachtige God, genoot ik, als gevolg van het leven van kerkelijk leven en het lezen van Gods woorden, een vastberadenheid en vreugde in mijn hart die ik voordien nooit had gevoeld.

De jeugd zonder spijt

“Liefde is pure emotie, zo zuiver zonder smet. Gebruik je hart, gebruik je hart, zorg, voel en heb lief. Liefde is zonder eisen, geen obstakels of afstand. […] Liefde kent geen argwaan, geen sluwheid of bedrog. Gebruik je hart, gebruik je hart, zorg, voel en heb lief. Liefde kent geen afstand en niets dat niet puur is” (‘Pure liefde is zonder smet’ in ‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’). Dit lied van Gods woord heeft me een keer geholpen om de pijn ​​van een lang en moeitevol gevangenisleven te kunnen doorstaan, een gevangenisleven wat 7 jaar en 4 maanden heeft geduurd. Hoewel de CCP-regering me de mooiste jaren van mijn jeugd heeft afgenomen, heb ik de meest waardevolle en echte waarheid van Almachtige God verkregen en daarom klaag ik niet en heb ik geen spijt.

Mijn leven toewijden aan devotie

Na de onmenselijke marteling en de wrede behandeling door de grote rode draak en ook het onrechtvaardige verblijf van twee jaar in de gevangenis, zag ik duidelijk dat het wezen van de grote rode draak bestaat uit leugens, kwaad, arrogantie en valsheid. Het is minder dan vee. Ze gaan zo ver dat ze vlaggen hijsen met ‘vrijheid van geloof’, en vervolgens vervolgen en onderdrukken ze Gods uitverkoren volk op alle mogelijke manieren.

Opstijgen door duistere onderdrukking heen

Ik ben geboren in een arme, afgelegen bergstreek waar we vele generaties lang wierook brandden en Boeddha vereerden. Overal verspreid in het land staan Boeddha tempels waar alle families naartoe gingen om wierook aan te steken; er was niemand die in God geloofde. In 1995 woonden mijn vrouw en ik in een ander gedeelte van het land waar wij in de Heer Jezus geloofden. Na onze terugkeer begonnen we het evangelie te verspreiden en het aantal mensen dat ook ging geloven, groeide al snel tot boven de honderd. Omdat steeds meer mensen in God gingen geloven, werd de lokale overheid ongerust. Op een dag in 1997 werd ik door de plaatselijke politie op het bureau ontboden.

Geef een reactie