De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

De verlossing van het hart

2

Door Zhengxin, VS

In oktober 2016 aanvaardden mijn man en ik de redding in de laatste dagen van Almachtige God terwijl we in het buitenland waren. Daarna begon ik regelmatig bijeenkomsten met broeders en zusters bij te wonen om Gods woorden te lezen, onze ervaringen en ons begrip van Zijn woorden te delen, en lofzangen te zingen ter ere van God. Ik voelde dat dit kerkelijk leven vol vreugde was en ik genoot er echt van.

Een paar maanden verstreken als in een oogwenk en de broeders en zusters waren allemaal in het leven gegroeid, in verschillende gradaties. Zuster Wang, die nog maar de kortste tijd in God geloofde, groeide het snelst. Of het nu in gebed of bij het delen van haar ervaringen en begrip van Gods woorden was, ze was steeds praktischer en bezat meer van het licht dan de rest van ons. Haar communicatie was ook duidelijk en methodisch. Alle broeders en zusters zeiden dat ze van goed kaliber was en dat ze zich snel ontwikkelde. In het begin bewonderde ik haar echt, en ik zei vaak na een bijeenkomst tegen mijn broeders en zusters: “Zuster Wangs communicatie is niet alleen duidelijk en methodisch, maar ze heeft ook een echt goed begrip. Ze is over het algemeen ook in staat Gods wil te zoeken wanneer ze een probleem tegenkomt.” Na verloop van tijd begon ik me echter ontevreden te voelen. Ik dacht: Waarom prijst iedereen haar, en niet mij? Is het mogelijk dat ik helemaal niet ben gegroeid? Is er iets fout met mijn communicatie? Ik ontwikkelde geleidelijk een gevoel van ontevredenheid tegenover zuster Wang, en begon me heimelijk tegen haar te keren. Ik dacht: Jij kunt misschien communiceren over Gods woorden, maar dat kan ik ook. Er komt een dag dat ik je zal overtreffen. Ik bedacht zelfs listen: Ik zou het begrip en het licht dat ik over het algemeen verwerf uit Gods woorden bewaren en het alleen delen in een samenkomst met iedereen. Op die manier zien ze allemaal dat ik ook Zijn werk kan ervaren en dat het begrip dat ik deel ook heel praktisch is. Vanaf dat moment nam ik elke gelegenheid te baat Gods woorden te lezen en schreef ik alles wat ik uit Zijn woorden had verworven en begrepen op in een notitieboek. Wanneer het tijd was voor de bijeenkomst, nam ik zorgvuldig deze verlichtingen door om te zien hoe ik ze in communicatie kon delen op een manier die even duidelijk, georganiseerd en methodisch was als zuster Wang. Ik had geen idee waarom, maar hoe meer ik wilde opscheppen ten overstaan van de broeders en zusters, hoe meer ik mezelf belachelijk maakte. Zodra het tijd was voor mijn communicatie, kon ik me niet meer concentreren. In plaats daarvan kwamen de woorden er als een warboel uit. Ik kon de perspectieven die ik wilde verwoorden niet duidelijk overbrengen en elke bijeenkomst was heel pijnlijk voor me. Die paar dagen was ik geagiteerd en verward. Ik voelde me niet meer zo verbonden met de zuster als voorheen. Ik begon geleidelijke te voelen dat de bijeenkomsten een bron van stress voor me vormden en ik mijn hart niet kon bevrijden.

Op een dag, toen we aan het kletsen waren, vertelde ik mijn man wat er met me aan de hand was: “Ik zie de laatste tijd dat zuster Wangs communicatie tijdens de bijeenkomsten beter is dan die van mij. Ik voel me daar werkelijk ongemakkelijk onder. …” Maar voordat ik uit kon praten, sperde mijn man zijn ogen wijd open en zei heel ernstig tegen me: “De communicatie van zuster Wang is goed en dit is stichtelijk voor ons. We zouden God daarvoor moeten danken. Is je ongemak niet gewoon jaloezie?” Zijn woorden waren als een slag in mijn gezicht. Ik schudde snel mijn hoofd en ontkende het: “Nee, dat is het niet. Zo ben ik niet.” Toen zei hij: “Onze broeders en zusters hebben allen de vruchten geplukt van zuster Wangs communicatie. Als jij je ongemakkelijk voelt wanneer je deze hoort, ben je dan niet jaloers dat ze capabeler is dan jij?” De woorden van mijn man sneden opnieuw als een mes door mijn ziel. Ik voelde me erg overstuur. Kon ik echt zo vreselijk zijn? Ik voelde me ongelofelijk onrechtvaardig behandeld en stond op het punt in tranen uit te barsten. Ik zei tot hem: “Zeg niets meer. Geef me de kans te kalmeren, dan zal ik er zelf over nadenken!” Later vertelde mijn man tot mijn verrassing aan zuster Liu, een leider in de kerk, wat er met me aan de hand was. Hij wilde dat zuster Liu me zou helpen. Ik verweet hem met haar te hebben gesproken zonder dat eerst met mij te overleggen. Ik vroeg me af: Hoe kan ik hierna nog mijn gezicht bij onze broeders en zusters vertonen? Als ze weten dat ik jaloers ben op zuster Wang, zouden ze dan niet op me neerkijken? Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik overstuur raakte, maar de werkelijkheid vermijden zou niets oplossen. Ik bad: “Oh God! Wat moet ik doen?”

De volgende dag bekeek ik wat ik tijdens deze periode had geopenbaard. Broeders en zusters deelden gewoonlijk op elk willekeurig moment aan iedereen de verlichting en het begrip die ze verworven uit het lezen van Gods woorden, maar ik bewaarde het licht dat ik verwierf om er tijdens onze bijeenkomsten mee aan te komen zetten. Ik wilde spreken over dingen die andere mensen niet wisten zodat mijn broeders en zusters naar me op zouden kijken. Wanneer ik zag dat andere broeders en zusters beter communiceerden dan ik, gaf me dat een ongemakkelijk gevoel en wilde ik hen overtreffen. Ik dacht altijd dat ik heel gemakkelijk was in de omgang met anderen en me nooit druk maakte over elk klein dingetje, dat ik in mijn hart een goed, eenvoudig mens was. Ik durfde niet te geloven dat ik jaloers op iemand zou kunnen zijn en me zelfs heimelijk tegen deze persoon zou kunnen keren en met hem of haar zou kunnen concurreren. Hoe kon ik zo’n mens zijn? Rond de middag belde ik een zuster om haar te vragen of ze zich ooit jaloers voelde tijdens bijeenkomsten wanneer ze hoorde dat de communicatie van andere broeders en zusters beter was dan die van haar. Ze zei van niet en voegde eraan toe: “Als onze broeders en zusters goed communiceren is dit stichtelijk en nuttig voor ons. Ik geniet er echt van en het maakt me blij!” Toen ik haar dit hoorde zeggen voelde ik me nog beroerder. Pas op dat moment zag ik hoe sterk de jaloezie in me was. Ik huilde en bad tot God: “Oh God! Ik wil geen jaloers mens zijn, maar elke keer dat ik de prachtige communicatie van deze zuster hoor, kan ik niet anders dan jaloers op haar zijn. Ik heb me hierdoor de hele dag overstuur gevoeld en het hield me constant bezig. Ik weet werkelijk niet wat ik zou moeten doen. God! Moge u mij helpen de boeien van mijn jaloerse hart af te werpen. …” Wat later kwam de leider van de kerk, zuster Liu, op bezoek. Ze las een paar passages uit Gods woorden voor die relevant waren voor mijn toestand. “Wrede, meedogenloze mensheid! Het samenzweren, gekonkel en knokken, het bijeen schrapen van reputatie en fortuin, de wederzijdse afslachting; wanneer zal er ooit een einde aan komen? God heeft honderdduizenden woorden gesproken, maar niemand is tot bezinning gekomen. […] Hoeveel onderdrukken en discrimineren anderen niet om hun eigen status te handhaven?” (‘De goddelozen moeten gestraft worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Sommige mensen zijn altijd bang dat anderen meer in de schijnwerper zullen staan en hen voorbij zullen streven, erkenning krijgen, terwijl op henzelf geen acht wordt geslagen. Hierdoor vallen ze anderen aan en sluiten hen buiten. Is dit niet een geval van jaloezie jegens anderen die bekwamer zijn dan zijzelf? Is dergelijk gedrag niet zelfzuchtig en verachtelijk? Wat voor een gezindheid is dit? Het is kwaadaardig! Mensen die alleen maar aan zichzelf denken, aan hun eigen verlangens voldoen, geen rekening houden met de plichten van anderen, alleen aan hun eigen belangen denken en niet aan de belangen van Gods huis, zulke mensen hebben een slechte gezindheid en God voelt voor hen geen liefde” (‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Ze las ook een passage voor uit Preken en communicatie over het binnengaan in het leven: “Zijn dus degenen die jaloers zijn op anderen bekrompen mensen? […] Levert bekrompen en jaloers zijn ook maar enige voordeel op? Het levert geen enkel voordeel op. Ze zijn kleingeestig, bekrompen en gemeen, en mensen beschouwen ze als een grap. Ze zijn het niet waard om te leven. Kleingeestigheid is niet goed, dat lijdt geen twijfel. Sommige mensen zeggen: ‘Soms is het sterker dan wij. Zodra we iemand tegenkomen die beter is dan wij, voelen we ons jaloers en boos. Zodra ik deze persoon zie, voel ik zelfs dat ik niet door kan blijven leven. Wat kan ik doen wanneer ik dit tegenkom? Kun je niet tot God bidden en jezelf vervloeken? En hoe zou je moeten bidden? Je zegt: ‘Ik kan het niet verdragen te zien dat iemand anders beter is dan ik. Wat voor soort mens ben ik. Iemand zoals ik verdient het niet om te leven. Ik ben elke keer jaloers wanneer ik iemand zie die beter is dan ik. Wat voor soort hart is dit? Dit is geen normale menselijkheid. Moge God me disciplineren en snoeien.’ Bid daarna het volgende: ‘God, ik smeek u me te redden en me te laten ontsnappen uit mijn bekrompenheid, me genereuzer van geest en grootmoediger te maken en me als een mens te laten leven zodat u Zich niet over me schaamt.’ Dit is de manier waarop je zou moeten bidden. Wanneer je een tijdje op deze wijze hebt gebeden, zul je, voor je het je misschien ook maar realiseert, een beetje genereuzer van geest worden. De volgende keer dat je iemand ontmoet die capabeler is dan jij zul je niet meer zoveel jaloezie voelen. Je zult het kunnen aanvaarden en op een normale manier met hem of haar omgaan. Na verloop van tijd zal dit normaal worden. Zodra je normale menselijkheid hebt, zul je gelukkig, zorgeloos en gemakkelijk kunnen leven. Een bekrompen mens leeft ongemakkelijk, lijdt pijn en voelt zich uitgeput” (‘Preken en communicatie’). Het sneed me door de ziel toen ik deze communicatie hoorde. Dat was mijn eigen gesteldheid! De communicatie van zuster Wang verlichtte me, maar ik vond er geen pad van praktijk in. In tegendeel, om mijn eigen ijdelheid te beschermen, bleef ik in die gesteldheid van concurrentie met zuster Wang leven. Ik keerde me heimelijk tegen haar en ik pijnigde mijn hersenen om manieren te bedenken waarop ik een communicatie kon delen die beter was dan die van haar. I hoopte zelfs oprecht dat niemand ook maar iets positiefs over haar zou zeggen of haar communicatie toe zou juichen. Wanneer mijn eigen communicatie niet goed was, wanneer ik niet kon pronken en mezelf te schande zette, was mijn geest verward, leed ik pijn en was ik overstuur. Ik bracht de hele dag door met mijn angsten en zorgen en was doodsbang dat anderen op me neer zouden kijken. Ik was zó bekrompen. Het enige waar ik aan dacht was op te kunnen vallen en ik kon het absoluut niet verkroppen dat iemand anders beter was dan mij. Is dat geen jaloezie, afgunst ten opzichte van degenen die het goed doen? Daarin ligt geen normale menselijkheid! Terugdenkend besef ik dat ik ook zo was voordat ik in God geloofde. In mijn omgang met vrienden, familieleden, buren en collega’s was ik er altijd mee bezig of anderen wel positief over me spraken. Soms, wanneer een collega tegenover me het werk van iemand anders prees, voelde ik me ongemakkelijk en zette ik me met hart en ziel in om mijn werk goed te doen zodat anderen me zouden loven. Ik deed het graag, hoe moeilijk en uitputtend het ook was. Pas nu realiseer ik me dat deze uitingen altijd voorkwamen uit mijn satanische, verdorven gezindheid. Zodra ik me dit realiseerde, koppelde zuster Liu dit nogmaals aan die passage uit de communicatie en wees op een pad van praktijk voor me. Dat bestond uit voor God te komen en tot Hem te bidden, en God openlijk te vertellen over mijn eigen moeilijkheden en de verdorvenheid die ik openbaarde, zodat Hij me kon helpen iemand te zijn die genereus is in de geest. Ik kwam nadien regelmatig voor God en bad tot Hem over mijn moeilijkheden. Ik begon ook bewust meer van Gods woorden te lezen over dat Hij de verdorven gezindheid van de mensen oordeelt en openbaart. Toen ik verlichting verwierf en licht ontving uit Gods woorden, was ik bereid dat op elk moment met mijn broeders en zusters te delen. Zij spraken ook over wat ze hadden verworven en begrepen. Ik had het nooit kunnen denken, maar dit soort oefening leverde me nog meer op dan wanneer ik Gods woorden gewoon voor mezelf las. Tijdens bijeenkomsten deelde ik in de communicatie op basis van hoeveel ik begreep en richtte ik me erop mijn hart tot rust te brengen en te luisteren naar de communicatie van anderen. Het was alleen door deze manier van oefenen dat ik erachter kwam dat als mijn broeders en zusters in staat waren om te getuigen en praten over hun ervaringen van het in praktijk brengen van Gods woorden, ook ik enorm werd gesticht. Na een periode op deze manier te hebben geoefend, werd mijn jaloezie minder dan voorheen. Het was echter nog steeds zo dat wanneer ik zag dat de andere broeders en zuster Wangs communicatie werkelijk prezen tijdens een bijeenkomst, ik er niets aan kon doen dat ik toch nog enige jaloezie voelde. Ik voelde altijd enige afstand tussen haar en mij, en ik kon niet normaal met haar omgaan. In deze gesteldheid durfde ik mezelf niet open te stellen voor mijn broeders en zusters. Ik was bang dat als ik dat zou doen, ze op me neer zouden kijken. Tijdens de verschillende bijeenkomsten kon ik mijn hart dus niet vrijmaken. Ik kon alleen maar tot God bidden over mijn problemen: “Oh God! Ik leef vandaag opnieuw in een ongepaste gesteldheid. Moge u me leiden. …”

Op een avond werd ik opgebeld door zuster Liu. Ze vroeg bezorgd of ik de laatste tijd moeilijkheden had ervaren. Ik antwoorde vaag: “Mijn verdorvenheid is zo diep. Zou het mogelijk kunnen zijn dat God iemand zoals ik niet redt?” Ik was bang dat ze op me neer zou kijken dus ik zei verder niets. Zuster Liu las een passage uit Gods woorden voor: “Er zijn mensen die zeggen: “Het is moeilijk om eerlijk te zijn. Moet ik alles wat ik in mijn hart denk aan anderen vertellen? Is het niet voldoende om over de positieve dingen te communiceren? Ik hoef mensen toch niet te vertellen over mijn duistere en verdorven kant?” Als je niet over deze dingen spreekt en jezelf niet ontleedt, zul je jezelf nooit leren kennen, zul je nooit weten wat voor persoon je bent en bestaat er geen kans dat anderen je vertrouwen. Dit is een feit. Als je wilt dat anderen je vertrouwen, moet je eerst eerlijk zijn. Om eerlijk te zijn, moet je je hart eerst blootleggen zodat iedereen je hart kan zien, alles kan zien wat jij denkt, en je ware gezicht kan zien; je moet niet doen alsof of proberen jezelf in te dekken. Dan pas zullen mensen je vertrouwen en je als eerlijk beschouwen. Dit is de meest fundamentele praktijk en de eerste vereiste voor eerlijkheid” (De meest fundamentele beoefening om een eerlijk iemand te zijn’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Na deze woorden van God te hebben gelezen, deelde ze in communicatie: “Je openstellen en in communicatie te delen is één manier om je hart te bevrijden. Wanneer we moeilijkheden in ons hart verborgen houden, speelt Satan makkelijker met ons en lijdt ons leven verlies. Ons openstellen en onze moeilijkheden voor het voetlicht brengen is de waarheid in de praktijk brengen en het zijn van een eerlijk mens. Dan kunnen we hulp krijgen van onze broeders en zusters. Zo kunnen we onze moeilijkheden sneller oplossen. We zullen groei ervaren in ons leven en in ons hart zullen we ons opgelucht voelen. Is dat geen goede zaak?” Na naar de communicatie van zuster Liu te hebben geluisterd, schraapte ik mijn moed bij elkaar en vertelde ik haar wat ik doormaakte. Ik had nooit kunnen denken dat er, nadat ze me had laten uitspreken, geen sprake was van ook maar het geringste teken van minachting of kleinering, maar ze in plaats daarvan geduldig haar eigen ervaring met me deelde. Ze vertelde me dat ze vroeger ook een jaloers mens was geweest en hoe ze daar uit was gekomen. Na haar communicatie te hebben aangehoord was ik zó verbaasd. Ik dacht: Jij hebt dus ook dit soort uitdrukking van verdorvenheid gehad! Zuster Liu las een andere passage uit Gods woorden voor die te maken had met mijn gesteldheid: “De mensen die God redt, zijn degenen die een verdorven gezindheid hebben vanwege Satans verdorvenheid. Het zijn geen perfecte mensen waar nog niet het geringste vlekje op zit, en het zijn ook geen mensen die geïsoleerd leven. Sommigen denken, zodra hun verdorvenheid aan het licht komt: alweer heb ik me tegen God verzet. Ik geloof al zoveel jaren in Hem, maar nog ben ik niet veranderd. God zal mij zeker niet meer willen! Hoe is deze houding? Ze hebben zichzelf opgegeven en denken dat God hen niet meer wil. Is dit niet een geval van God verkeerd begrijpen? Als je zo negatief bent, maak je het Satan gemakkelijk je achilleshiel te vinden en als hij daar eenmaal in geslaagd is, zijn de consequenties onvoorstelbaar. Hoe groot je problemen ook zijn of hoe negatief je je ook voelt, je mag daarom nooit opgeven! Tijdens het proces van levensgroei en terwijl ze worden gered, nemen mensen soms de verkeerde afslag of dwalen af. Ze laten een tijdje enige onvolwassenheid in hun leven zien of worden soms zwak en negatief, zeggen de verkeerde dingen, glijden uit en vallen of maken een mislukking mee. Vanuit Gods gezichtspunt is dat allemaal normaal, en Hij zou zich er niet druk over maken” (‘Het leven binnengaan is zeer belangrijk voor het geloof in God’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Vervolgens deelde ze in communicatie: “We zijn allemaal mensen die diep verdorven zijn door Satan. Arrogantie, bedrieglijkheid, egoïsme, jaloers zijn op anderen – al deze verdorven gezindheden zijn diep geworteld in mensen. Christus verricht het oordeelswerk met de waarheid. God is nu gekomen om het werk van oordeel en tuchtiging te verrichten om ons te zuiveren en te transformeren. We moeten correct met onszelf omgaan en niet in negativiteit en misverstanden leven. Zolang we doelbewust de waarheid nastreven, het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden aanvaarden, nadenken over onze eigen verdorven gezindheid en deze overeenkomstig Gods woorden begrijpen, en in staat zijn het vlees te verzaken en de waarheid in de praktijk te brengen, zal de dag komen waarop onze levensgezindheid een transformatie zal ondergaan en we de gelijkenis van een werkelijk menselijk wezen zullen kunnen uitleven.” Mijn hart voelde zich zó bevrijd nadat ik naar de communicatie van zuster Liu had geluisterd, en ik begreep ook Gods wil. Ik moest niet alleen mijn eigen verdorvenheid op de juiste wijze onder ogen zien en me focussen op het kennen van mezelf en het zoeken naar de waarheid om mijn eigen verdorven gezindheid op te lossen, ik moest ook oefenen in het zijn van een eerlijk mens en mijn broeders en zusters openlijk vertellen over mijn de verdorvenheid die ik tijdens die periode had geopenbaard. Dit zou Satan de mogelijkheid ontnemen zijn werk te doen, en het zou ook Satan aan de schandpaal nagelen zijn door de waarheid te beoefenen. Zuster Liu kwam me de volgende dag nogmaals thuis opzoeken en we lazen samen een passage uit Gods woorden: “Zodra jullie horen dat jullie status, aanzien of reputatie daardoor wordt geraakt, springt ieders hart verwachtingsvol op en wil ieder van jullie opvallen, beroemd zijn en erkend worden. Niemand is bereid zich te onderwerpen, maar iedereen wil in plaats daarvan wedijveren – zelfs al is wedijveren gênant en verboden in Gods huis. Maar zonder rivaliteit ben je nog steeds niet tevreden. Wanneer je ziet dat er iemand opvalt, voel je jaloezie en haat, en dat is niet eerlijk. ‘Waarom kan ik niet opvallen? Waarom mag die persoon altijd opvallen, en kom ik nooit aan de beurt?’ Je voelt je dan wat verontwaardigd. Je probeert het te onderdrukken, maar dat mislukt. Dus bid je. Als je klaar bent met bidden, voel je je even beter. Maat later, als je weer op deze zaak stuit, kom je er niet overheen. Is dat niet een onvolwassen staat? Is het geen val dat mensen in een dergelijke toestand vervallen? Dit zijn de ketenen van Satans verdorven natuur die de mensen binden. […] Je moet leren loslaten en deze dingen afwijzen, je onderwerpen, anderen aanbevelen en laten opvallen. Worstel niet verwoed en haast je niet om het moment te benutten dat je de kans krijgt op te vallen of roem te behalen. Je moet leren een stap terug te nemen, maar je moet de uitvoering van je plicht niet uitstellen. Wees een persoon die onopvallend rustig werkt en die niet pronkt tegenover anderen terwijl hij zijn plicht uitvoert. Hoe meer je loslaat en verwerpt, hoe vrediger je wordt, hoe meer ruimte er in je hart komt en hoe beter je toestand zal worden. Hoe meer je worstelt en wedijvert, des te duisterder je toestand wordt. Als je het niet gelooft, probeer het dan eens en kijk zelf! Als je zo’n toestand wilt veranderen en niet meer door deze dingen beheerst wil worden, moet je ze eerst verwerpen en opgeven. Anders zul je, hoe meer je worstelt, des te meer omringd worden door duisternis, en des te meer jaloezie en haat voelen, en zal je verlangen om te krijgen alleen maar sterker worden. Hoe sterker je verlangen om te krijgen wordt, des te minder ben je ertoe in staat. En naarmate je minder krijgt, neemt je haat toe. Naarmate je haat groeit, wordt het donkerder bij je binnen. Hoe donkerder je van binnen bent, des te slechter voer je je plicht uit en hoe slechter je je taak uitvoert, des te minder bruikbaar ben je. Dit is een onderling verbonden, vicieuze cirkel. In een dergelijke toestand kun je je plicht niet goed uitvoeren en word je dus geleidelijk geëlimineerd” (‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Na Gods woorden te hebben gelezen, koppelde ze deze aan haar eigen ervaring en communiceerde over de oorsprong van de jaloezie van mensen. Pas toen realiseerde ik me dat dit alles werd veroorzaakt doordat mijn eigen verlangen naar roem en status te sterk was, en mijn gezindheid te arrogant. Gedomineerd door deze verdorven gezindheden waren mijn ambitie en agressiviteit te sterk, en wat ik ook deed, ik wilde alleen maar boven anderen staan. Ik was zo wanneer ik deel uitmaakte van de samenleving en ik was ook zo in de kerk. Zelfs tijdens bijeenkomsten, communicatie en gebed vroeg ik me nog steeds af hoe ik beter dan andere mensen kon zijn en was ik alleen blij wanneer anderen me prezen. Er hoefde maar iemand beter te zijn dan ik en ik kon het al niet aanvaarden en werd jaloers. Ik stribbelde tegen en ging er tegen in. Wanneer ik het echt niet kon overtreffen, leefde ik maar in negativiteit en kon ik mezelf niet goed onder ogen zien. Ik begreep zelfs God verkeerd en geloofde dat ik geen doelwit voor Gods redding kon zijn. Ik zag dat Satans verdorvenheid me arrogant, fragiel, egoïstisch en verachtelijk had gemaakt, en mijn leven werd onuitsprekelijk ellendig. Ik vond een pad van praktijk in Gods woorden. Ik moet leren dingen op te geven, dingen van me af te zetten, mijn eigen vlees te verloochenen volgens Gods vereisten, en te leren van de sterke punten van mijn zuster en mijn eigen zwakke punten compenseren. Alleen dit is Gods wil. Dit is de enige manier om meer waarheden te begrijpen en te verwerven. Daarna las zuster Liu een andere passage uit Gods woorden voor: “De functies verschillen. Er is één lichaam. Ieder doet zijn plicht, ieder op zijn eigen plek. Ieder handelt naar beste kunnen (voor elke vonk bestaat er één lichtflits) en streeft naar ontwikkeling in het leven. Op deze manier zal ik tevreden zijn” (‘Hoofdstuk 21’ van Uitspraken van Christus aan het begin in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Zodra ik deze woorden van God had gehoord, begreep ik dat het kaliber en de gaven die God schenkt voor elk mens verschillend zijn. Wat ze ook zijn, elk mens moet de plicht van een schepsel van God uitvoeren en van God getuigen en Hem verheerlijken. Er was door God verordend dat zuster Wang van goed kaliber zou zijn en dat ze de waarheid snel zou begrijpen. Ik moest hier op de juiste wijze mee omgaan en ik moest mijn eigen sterke punten en tekortkomingen op de juiste manier benaderen, omdat wat God ieder van ons heeft gegeven het beste is. Wat Hij ook verordend heeft dat mijn kaliber is, ik moet Zijn richtlijn en Zijn regelingen gehoorzamen, mijn beweegredenen corrigeren en de waarheid met heel mijn hart nastreven. Ik zal communiceren over de dingen die ik begrijp – niets meer en niets minder. Ik zal beoefenen wat ik begrijp – niets meer en niets minder. Ik moet mijn uiterste best doen ten overstaan van God zodat Hij troost kan vinden en tevreden wordt gesteld – alleen dit kan betekenisvol zijn. Dit is ook wat ik na zou moeten streven. Hiertoe nam ik ten overstaan van God het volgende besluit: Van nu af aan ben ik bereid me in te zetten voor het nastreven van de waarheid, zal ik snel mijn satanische gezindheid van arrogantie en egoïsme van me afwerpen, en zal ik de gelijkenis van een werkelijk menselijk wezen uitleven om God tevreden te stellen.

De volgende kerkelijke bijeenkomst volgde snel. Ik wilde zuster Wang eerlijk vertellen wat voor soort verdorvenheid ik had geopenbaard met betrekking tot mijn jaloezie ten opzichte van haar tijdens die periode en haar hierover duidelijkheid verschaffen, maar zodra ik erover nadacht hoe ze me zou beschouwen nadat ze er achter was gekomen dat ik zo veel verdorvenheid had geopenbaard, durfde ik het niet echt aan. Ik bad van binnen stilletjes tot God: “Oh God! Moge u me geloof en moed geven. Ik ben bereid mijn ijdelheid van me af te werpen en open in communicatie met mijn zuster te delen wat ik heb te vertellen, om zo de barrière tussen ons te slechten.” Nadat ik had gebeden, voelde ik veel meer vrede in mijn hart en toen vertelde ik alles over mijn gesteldheid en ervaringen gedurende die periode. Het resultaat was dat de broeders en zusters niet alleen niet op me neerkeken, maar dat ze allemaal mijn moed in het beoefenen van het zijn van een eerlijk mens bewonderden. Ze zeiden ook dat ze zich, lering trekkend uit mijn ervaring, realiseerden dat ze alleen door volgens Gods woorden te beoefenen hun satanische verdorven gezindheid konden afwerpen en bevrijding en vrijheid konden verwerven, en dat ze nu begrepen hoe ze dit soort kwestie moesten ervaren als ze ermee zouden worden geconfronteerd. Tijdens latere bijeenkomsten luisterde ik serieus naar de communicatie van mijn zuster en ontdekte veel van haar sterke punten. Ik zag dat wanneer ze problemen tegenkwam ze in staat was zich te focussen op het komen voor God en het zoeken van de waarheid, en op het vinden van een pad van praktijk in Gods woorden. Dit waren allemaal aspecten waar ik van moest leren. Pas toen begreep ik echt dat het elke bijeenkomst kunnen luisteren naar de ervaringen en getuigenissen die de broeders en zusters deelden over het in de praktijk brengen van Gods woorden een geweldige gelegenheid boden voor levensgroei. God regelde het zo dat deze zuster in mijn nabijheid was. Ze deelde communicatie over de dingen die me niet duidelijk waren en ze compenseerde op volmaakte wijze waar ik zelf tekort kwam. Dit is een zegen van God! Toen ik er op deze manier over nadacht, voelde m’n hart zich volkomen bevrijd. Door te zijn blootgesteld aan de feiten en door het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden, trad er enige verandering op in mijn verdorven gezindheid van jaloezie ten opzichte van anderen, en ik begon een oppervlakkig begrip van Gods rechtvaardige gezindheid te krijgen. Toen ik de verschijning van God in Zijn oordeel en tuchtiging aanschouwde, ervoer ik ook persoonlijk dat Gods woorden werkelijk de mensheid kunnen zuiveren, transformeren en redden. Gods woorden kunnen het leven van de mens zijn, en ze kunnen al de problemen en de pijn die we als mensen lijden wegnemen. Ik ben bereid Gods woorden meer in de praktijk te brengen en Zijn oordeel en tuchtiging te gehoorzamen. Moge ik spoedig door God worden gezuiverd, de gelijkenis van een echt menselijk wezen uitleven en Zijn lof verwerven.

Gerelateerde media

  • Het transformatieproces van een arrogante gelovige

    “O, God! Uw oordeel is zo werkelijk, vol rechtvaardigheid en heiligheid. Door uw openbaringen over de waarheid van de verdorvenheid van de mensheid ben ik door en door ontmaskerd achtergebleven. Ik denk na over hoe ik mezelf jarenlang heb uitgeput en me heb ingezet enkel en alleen om uw zegen te verwerven. Ik leefde Paulus na, zwoegde en werkte, opdat ik zou opvallen in de menigte. Uw woorden van oordeel deden me inzien hoe zelfzuchtig en verachtelijk ik was. Vol schaamte en van streek val ik op de grond, te onwaardig om u in het gezicht te kijken. Ik heb zo vaak teruggekeken op het pad dat ik heb bewandeld. U was het die over me waakte en me beschermde, die me tot nu toe bij elke stap heeft geleid. Ik zie hoeveel het u kost om me te redden. Het komt allemaal voort uit uw liefde. O, God! Door uw oordeel te ervaren heb ik uw ware liefde geproefd. Uw oordeel stelt me in staat mezelf te kennen en werkelijk berouw te hebben. Ik ben zo verdorven dat ik u werkelijk nodig heb om over me te oordelen en me te zuiveren. Zonder uw oordeel zou ik alleen maar rondtasten in het duister. Het zijn uw woorden die me naar het levenspad van het licht hebben geleid. Ik voel dat u liefhebben en voor u leven het meest nastrevenswaardig is. Ik heb zo vaak teruggekeken op het pad dat ik heb bewandeld. Uw oordeel en tuchtiging zijn uw zegeningen en ware liefde. Ik zal de waarheid begrijpen en een zuiverder liefde voor u bereiken. Ik ben bereid, hoezeer ik ook lijd” (‘God heeft me zoveel liefde gegeven’ in ‘Volg het Lam en zing een nieuw lied’).

  • Een wedergeboorte

    Ik ben geboren in een arme familie op het platteland die achterbleven was in haar manier van denken. Vanaf een jonge leeftijd was ik ijdel en mijn verlangen naar status was bijzonder groot. Na verloop van tijd, door de sociale invloed en een traditionele opvoeding, nam ik allerlei overlevingsregels van Satan op in mijn hart. Allerlei misvattingen voedden mijn verlangen naar een faam en status, zoals het bouwen van een mooi vaderland met je twee eigen handen, roem zal je onsterfelijk maken, mensen hebben hun gezicht nodig zoals een boom zijn bast, vooruitkomen en aan de top staan, men moet zijn voorouders eer aandoen, enz.

  • Door de grote rampspoed heb ik veel gewonnen

    Door Rongguang, provincie Henan Ik volgde Almachtige God en omdat ik in Hem geloofde werd ik in de gevangenis gegooid. In die tijd geloofde ik nog ni…

  • Nooit meer ‘aardig’ zijn

    Ik heb mijn kinderjaren doorgebracht met het geluid van mijn vloekende en tierende stiefmoeder. Om met mijn stiefmoeder en de mensen om mij heen op te kunnen schieten leefde ik later, toen ik wel beter wist, onder de satanische overlevingswetten: ‘Je kunt beter je mond houden dan op problemen wijzen’, ‘zwijg om jezelf te beschermen en probeer enkel te ontkomen aan schuld’, en ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’. Hierdoor kreeg ik lof van anderen en iedereen zei dat ik zo gemakkelijk was in de omgang.