De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (14)

Hoe lang communiceren we al over de verantwoordelijkheden van leiders en werkers? (Vierenhalve maand.) Nu we hier zo lang over hebben gecommuniceerd, hebben jullie nu een wat duidelijker begrip van het specifieke werk dat leiders en werkers behoren te doen? (Ja, ons begrip hiervan is wat duidelijker.) Het zou duidelijker moeten zijn dan voorheen. Mijn communicatie is zo specifiek en duidelijk dat als iemand het nog steeds niet begrijpt, het zou betekenen dat er iets aan zijn verstand scheelt, toch? (Ja.) Als we dit nu bekijken, denken jullie dan dat het makkelijk is om een goede leider of werker te zijn? (Het is niet makkelijk.) Welke kwaliteiten zijn er nodig? (Men moet het kaliber en de menselijkheid bezitten die nodig zijn voor leiders en werkers, evenals de werkelijkheid van de waarheid en een verantwoordelijkheidsgevoel.) Op zijn minst moet men geweten, rede en trouw bezitten, en daarnaast kaliber en arbeidsvermogen. Wanneer iemand al deze kwaliteiten bezit, kan hij een goede leider of werker zijn en zijn verantwoordelijkheden vervullen.

12. Identificeer direct en nauwkeurig de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen; stop hen en perk ze in, en keer de situatie om; communiceer bovendien over de waarheid, zodat Gods uitverkorenen door zulke dingen onderscheidingsvermogen ontwikkelen en ervan leren

Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over het twaalfde punt van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers: ‘Onderscheid onmiddellijk en nauwkeurig de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen; stop hen en perk ze in, en keer de situatie om; communiceer bovendien over de waarheid, zodat Gods uitverkorenen door zulke dingen onderscheidingsvermogen ontwikkelen en ervan leren.’ Binnen dit punt hebben we eerst vooral gecommuniceerd over welke mensen, gebeurtenissen en dingen het werk van God en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen. Als leiders en werkers de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die binnen de kerk verstoringen en hinder veroorzaken, willen stoppen en inperken en dit werk goed willen uitvoeren, moeten ze eerst weten en uitzoeken welke mensen, gebeurtenissen en dingen het werk van God en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen. Daarna moeten ze deze herkennen in de mensen, gebeurtenissen en dingen in het daadwerkelijke kerkwerk en kerkleven, en vervolgens verschillende taken uitvoeren, zoals het stoppen en inperken ervan. Dit is een vereiste voor leiders en werkers. Tijdens onze vorige bijeenkomst hebben we, beginnend bij die welke betrekking hebben op het kerkleven, gecommuniceerd over enkele van de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die het werk van de kerk en het kerkleven verstoren en hinderen. We hebben ook de mensen, gebeurtenissen en dingen in het kerkleven die verstorend en hinderend van aard zijn, gecategoriseerd. Hoeveel kwesties waren er in totaal? (Elf. Ten eerste, tijdens het communiceren over de waarheid vaak van het onderwerp afdwalen; ten tweede, woorden en doctrines bezigen om mensen te misleiden en hun waardering te winnen; ten derde, kletsen over huishoudelijke aangelegenheden, persoonlijke relaties opbouwen en privézaken afhandelen; ten vierde, kliekjes vormen; ten vijfde, wedijveren om status; ten zesde, onenigheid zaaien; ten zevende, mensen aanvallen en kwellen; ten achtste, noties verspreiden; ten negende, negativiteit uiten; ten tiende, ongegronde geruchten verspreiden; en ten elfde, verkiezingsprincipes schenden.) De zesde kwestie is onenigheid zaaien, wat van nature verstorend en hinderend is, maar vergeleken met de andere kwaadaardige daden is het een klein probleem. Verander het in ‘ongepaste relaties aangaan’, en de aard daarvan is ernstiger dan die van onenigheid zaaien. De zevende kwestie is mensen aanvallen en kwellen. Verander dat in ‘elkaar aanvallen en verbale ruzies aangaan’ – is dit niet ernstiger van aard, en specifieker en passender? (Ja.) Elkaar aanvallen en verbale ruzies zijn een veelvoorkomend soort probleem in het kerkleven dat verband houdt met verstoringen en hinder. Door deze twee kwesties op deze manier aan te passen, worden ze passender en sluiten ze beter aan bij de problemen die zich in het kerkleven voordoen. De elfde kwestie is het schenden van verkiezingsprincipes. Verander dat in ‘het manipuleren en verstoren van verkiezingen’. Dit is slechts een verandering in de bewoording; de aard ervan blijft hetzelfde, alleen is de ernst ervan toegenomen – het houdt nu meer verband met de aard van het veroorzaken van verstoringen en hinder.

De verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die het kerkleven verstoren en hinderen

5. Wedijveren om status

De vorige keer hebben we tot en met de vierde kwestie gecommuniceerd: kliekjes vormen. Deze keer gaan we verder met de communicatie over de vijfde kwestie: wedijveren om status. Het wedijveren om status is een probleem dat vaak voorkomt in het kerkleven; het is iets dat men regelmatig ziet. Welke gesteldheden, gedragingen en uitingen behoren tot de praktijk van het wedijveren om status? Welke uitingen van het wedijveren om status behoren tot het probleem van de verstoring en hinder van Gods werk en de normale orde van de kerk? Ongeacht over welke kwestie of categorie we communiceren, het moet verband houden met wat er in het twaalfde punt wordt gezegd over ‘de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen’. Het moet het niveau van verstoring en hinder bereiken, en het moet deze aard hebben – alleen dan is het de communicatie en analyse waard. Welke uitingen van wedijveren om status worden geassocieerd met een belemmerende en ontwrichtende aard voor het werk van het huis van God? Het meest voorkomend is dat mensen wedijveren met kerkleiders om status, wat zich voornamelijk uit in het aangrijpen van bepaalde aspecten van kerkleiders en hun vergissingen om hen te kleineren en te veroordelen en ook in het doelbewust blootleggen van hun onthullingen van verdorvenheid en de fouten en tekortkomingen in hun menselijkheid en kaliber, vooral wanneer het gaat om afwijkingen en fouten die ze hebben gemaakt in hun werk of tijdens het aanpakken van mensen. Dit is de meest voorkomende en meest flagrante uiting van wedijveren met kerkleiders om status. Bovendien maakt het deze mensen niets uit hoe goed kerkleiders hun werk doen, of ze al dan niet volgens de principes handelen, en of er al dan niet problemen zijn met hun menselijkheid; ze zijn gewoon opstandig tegenover deze leiders. Waarom zijn ze opstandig? Omdat zij ook kerkleider willen zijn; dat is hun ambitie en begeerte, en daarom zijn ze opstandig. Hoe kerkleiders ook werken of problemen aanpakken, deze mensen grijpen altijd dingen aan om hen te bekritiseren, te oordelen en te veroordelen, en gaan zelfs zover dat ze van een mug een olifant maken, de feiten verdraaien en de zaken tot in het extreme opblazen. Ze gebruiken niet de normen die het huis van God vereist van leiders en werkers om te meten of deze leiders volgens de principes handelen, of het de juiste mensen zijn, of het mensen zijn die de waarheid nastreven, en of ze geweten en rede bezitten. Ze beoordelen leiders niet volgens deze principes. In plaats daarvan gaan ze, vanuit hun eigen intenties en doeleinden, voortdurend op zoek naar spijkers op laag water en vitten ze op alles, zoeken ze aangrijpingspunten tegen leiders of werkers, verspreiden ze achter hun rug om geruchten dat ze dingen doen die niet met de waarheid stroken, of leggen ze hun tekortkomingen bloot. Ze zeggen bijvoorbeeld zoiets als “leider zo-en-zo heeft ooit deze fout gemaakt en is gesnoeid door de Boven, maar niemand van jullie wist daar iets van – kijk, zo goed kunnen ze toneelspelen!” Ze nemen niet in overweging noch geven ze erom of deze leider of werker op de nominatie staat om gecultiveerd te worden door het huis van God en of aan de norm voldoet als een leider of werker. Ze blijven hen gewoon maar oordelen, verdraaien de feiten en voeren achter hun rug om slinkse streken uit. Met welk doel doen ze deze dingen? Om te wedijveren om status, nietwaar? Alles wat ze zeggen en doen heeft een doel. Ze denken niet aan het werk van de kerk en hun beoordeling van leiders en werkers is niet gebaseerd op de woorden van God of de waarheid, laat staan op de werkregelingen van Gods huis of de principes die God van de mens vereist, maar op hun eigen motivaties en doelen. Ze gaan tegen alles in wat leiders of werkers zeggen en komen vervolgens met hun eigen ‘inzichten’. Hoezeer wat leiders en werkers zeggen ook met de waarheid strookt, ze aanvaarden er niets van. Ze wijzen alles af wat de leiders en werkers zeggen en brengen hun eigen, afwijkende meningen naar voren. Vooral wanneer een leider of werker zich openstelt en blootgeeft en over zijn zelfbewustzijn praat, zijn ze nog meer in hun nopjes en denken ze dat ze hun kans hebben gevonden. Welke kans? De kans om deze leider of werker te kleineren, om iedereen te laten weten dat deze leider of werker een pover kaliber heeft, dat hij zwak kan zijn, dat hij ook een verdorven mens is, dat hij ook vaak fouten maakt in de dingen die hij doet en dat hij niet beter is dan wie dan ook. Dit is hun kans om een aangrijpingspunt tegen die leider of werker te vinden, hun gelegenheid om iedereen op te hitsen om die leider of werker te veroordelen, omver te werpen en ten val te brengen. En de drijfveer achter al deze gedragingen en handelingen is niets anders dan het wedijveren om status. Als de verkiezingsprincipes en de principes voor het cultiveren en gebruiken van mensen in Gods huis worden gevolgd, zullen zulke individuen onder normale omstandigheden nooit tot leiders of werkers worden verkozen. Dit is iets wat ze hebben doorzien en duidelijk hebben begrepen, dus grijpen ze naar alle middelen om de leiders en werkers aan te vallen en te veroordelen. Wie er ook leider of werker wordt, ze zijn gewoon opstandig jegens hen en vitten altijd en maken onverantwoordelijke, kritische opmerkingen over hen. Zelfs als er niets mis is met de handelingen of woorden van deze leiders en werkers, weten ze altijd wel een fout te vinden – in feite zijn de problemen die ze aanwijzen geen principiële kwesties, maar louter triviale zaken. Waarom blijven ze dan hameren op deze triviale zaken? Waarom kunnen ze leiders en werkers zo openlijk oordelen en veroordelen over zulke dingen? Ze hebben maar één doel, en dat is wedijveren om macht en status. Hoe het huis van God ook communiceert over de verschillende uitingen van valse leiders en antichristen, ze brengen deze uitingen nooit met zichzelf in verband, maar verbinden ze uitsluitend met leiders en werkers op alle niveaus. Zodra ze een overeenkomst vinden, denken ze: ‘Nu heb ik bewijs; ik heb eindelijk een aangrijpingspunt gevonden en een goede kans gekregen.’ Dan worden ze nog driester in het blootleggen, oordelen, kritisch beoordelen en veroordelen van alles wat deze leiders en werkers doen. Sommige van de kwesties die ze aankaarten lijken op het eerste gezicht misschien wat problematisch, maar wanneer ze aan de principes worden getoetst, zijn het geen grote problemen. Waarom brengen ze die dan ter sprake? Het is om geen andere reden dan om de leiders en werkers bloot te leggen, met het doel hen te veroordelen en te verslaan. Als de leiders en werkers negatief worden gemaakt, om genade smeken en voor hen buigen, als de broeders en zusters zien dat deze leiders altijd negatief en zwak zijn, dat ze vaak fouten maken wanneer ze handelen en hen niet langer als leiders verkiezen, als de broeders en zusters niet langer zo aandachtig luisteren wanneer deze leiders over de waarheid communiceren, en als mensen niet langer zo actief en oprecht samenwerken wanneer deze leiders werk implementeren, dan zullen degenen die om status wedijveren tevreden zijn en krijgen ze de kans om hun slag te slaan. Dit is het scenario dat ze het allerliefst zien gebeuren. Wat is hun doel met dit alles? Het is niet om mensen te helpen de waarheid te begrijpen en valse leiders en antichristen te onderscheiden, noch om mensen voor God te leiden. In plaats daarvan is hun doel de leiders en werkers te verslaan en ten val te brengen, zodat iedereen henzelf als de meest geschikte kandidaat voor het leiderschap ziet. Op dat punt is hun doel bereikt en hoeven ze alleen nog maar te wachten tot de broeders en zusters hen als leider nomineren. Zijn er zulke mensen in de kerk? Hoe is hun gezindheid? Deze individuen hebben een venijnige gezindheid, ze houden totaal niet van de waarheid en beoefenen die ook niet; ze verlangen er alleen naar om macht te hebben. En degenen die iets van de waarheid begrijpen en enig onderscheidingsvermogen bezitten – zouden zij bereid zijn zulke mensen macht te laten hebben? Zouden zij bereid zijn onder hun macht te vallen? (Nee.) Waarom niet? Als de meeste mensen de aard en essentie van zulke individuen duidelijk konden zien, zouden ze hen dan nog steeds als leiders verkiezen? (Nee.) Dat zouden ze niet doen, tenzij iedereen elkaar net heeft ontmoet en nog niet erg vertrouwd met elkaar is. Maar zodra ze vertrouwd met elkaar raken en duidelijk zien welke individuen een pover kaliber hebben en verward zijn, welke kwaadaardige mensen met een venijnige en bedrieglijke gezindheid zijn, welke graag om status wedijveren en de weg van antichristen bewandelen, welke de waarheid kunnen nastreven en hun plichten trouw kunnen vervullen, enzovoort, zodra ze de aard en essentie en de categorieën van verschillende mensen begrijpen, dan zal de verkiezing van leiders relatief nauwkeurig zijn en in overeenstemming met de principes.

Zouden de meeste mensen liever iemand als leider kiezen die altijd om status wedijvert, of zouden ze iemand kiezen wiens kaliber en arbeidsvermogen relatief gemiddeld zijn, maar die ijverig en standvastig is? Wanneer het niet duidelijk is hoe het karakter van deze twee individuen is, wat hun aard en essentie is, of welke weg ze bewandelen, wie zouden de meeste mensen dan liever als leider kiezen? (De tweede, degene die standvastig is.) De meeste mensen zouden de tweede kiezen. De uitingen van degenen die altijd om status wedijveren zijn het bewijs van hun menselijkheid en essentie. Kunnen de meeste mensen hun uitingen niet doorzien en onderscheiden? Mensen zullen zeggen: “Deze persoon maakt het de kerkleider altijd moelijk; zijn ambities zijn erop gericht de status van kerkleider te verkrijgen, hij wil haar vervangen als leider. Sinds die persoon tot kerkleider werd verkozen, heeft hij het altijd op haar gemunt en kon haar niet uitstaan. Hij spreekt haar altijd tegen en vindt fouten in alles wat ze doet, en grijpt alles aan wat hij kan. Ook velt hij achter haar rug om een oordeel over haar en legt haar tekortkomingen bloot. Vooral tijdens bijeenkomsten of wanneer er over het werk wordt gecommuniceerd, als ze zich even niet duidelijk uitdrukt, onderbreekt hij haar en toont hij veel ongeduld. Hij minacht haar zelfs, bespot en hoont haar en lacht haar uit; hij maakt het haar bij elke gelegenheid moeilijk en brengt haar in verlegenheid.” Nu deze gedragingen voor iedereen blootgelegd zijn, zullen de meeste mensen dit individu dan niet kunnen onderscheiden? (Ja.) Is dit dan bevorderlijk voor zijn greep naar de leiderspositie? Absoluut niet. Zijn deze mensen die om status wedijveren slim of dwaas? Het zijn duidelijk idioten, dwazen. Er is nog een ernstig probleem: deze individuen zijn duivels en hun aard is onveranderlijk! Hun verlangen naar macht en status is onbeheersbaar, zelfs tot op het punt dat ze hun verstand verliezen, wat niet iets is wat de normale menselijkheid bezit. Dit verlangen overschrijdt de grenzen van de rationaliteit en het geweten van de normale menselijkheid en bereikt een niveau van gewetenloosheid. Deze mensen zullen op deze manier handelen, ongeacht tijd, plaats of context, zonder de gevolgen te overwegen, laat staan de impact van hun handelen. Dit zijn de meest typische uitingen en benaderingen van degenen die om status wedijveren. Telkens wanneer er een bijeenkomst of communicatie over werk is, zodra iedereen samenkomt, veroorzaken deze individuen verstoringen als vervelende vliegen, waarmee ze het kerkleven en de normale orde van het communiceren over de waarheid bederven. Dergelijke gedragingen en benaderingen zijn van nature verstorend en hinderend. Zouden zulke individuen niet ingeperkt moeten worden? Zouden ze in ernstige gevallen niet verwijderd of verdreven moeten worden? (Ja.) Soms kan het louter vertrouwen op de kracht van de kerkleiders om kwaadaardige mensen in te perken een wat zwakke, geïsoleerde inspanning zijn – als de broeders en zusters, na de ernst van de door kwaadaardige mensen veroorzaakte verstoringen en hinder duidelijk te hebben gezien en hun essentie grondig te hebben onderscheiden, zich kunnen verenigen met de kerkleiders in het stoppen en inperken van zulke kwaadaardige individuen, zal dit dan niet effectiever zijn? (Ja.) Als iemand zegt: “Het inperken van kwaadaardige mensen is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers, het heeft niets te maken met ons, gewone gelovigen. We bemoeien ons er niet mee! Kwaadaardige mensen wedijveren om status met de kerkleiders; ze wedijveren met degenen die status hebben. Wij hebben geen status; ze proberen ons niets af te nemen. Hoe dan ook, het raakt ons niet. Laat ze wedijveren zoveel ze willen. Als de kerkleiders het vermogen hebben, moeten ze hen inperken; zo niet, laat ze dan hun gang maar gaan. Wat heeft dit met ons te maken?” Is dit een goed standpunt? (Nee.) Waarom is het niet goed? (Ze handhaven de normale orde van de kerk niet.) Om het passender te formuleren, waar verwijst de normale orde van de kerk naar? Verwijst het niet naar het normale kerkleven? (Ja.) Dit betreft het normale en ordelijke kerkleven – het betreft het ordelijke eten en drinken van Gods woorden, wat betekent dat mensen Gods woord biddend kunnen lezen en erover kunnen communiceren, en persoonlijke ervaringen kunnen delen, in een kerkleven waar de Heilige Geest werkt, God aanwezig is en God leidt, en tegelijkertijd ook verlichting en leiding van de Heilige Geest kunnen ontvangen en licht kunnen verkrijgen. Dit is wat Gods uitverkorenen in het kerkleven zouden moeten genieten. Als sommige mensen deze normale orde vernietigen, dan moeten ze volgens de principes worden gestopt en ingeperkt, en niet worden getolereerd. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid en plicht van leiders en werkers, maar ook de verantwoordelijkheid en plicht van allen die de waarheid begrijpen en onderscheidingsvermogen bezitten. Natuurlijk zou het het beste zijn als de kerkleiders het voortouw zouden kunnen nemen in dit werk, door op basis van hun uitingen met de broeders en zusters te communiceren over de aard van de handelingen van deze individuen, wat voor type mensen deze individuen zijn, en hoe de broeders en zusters zulke individuen zouden moeten onderscheiden en doorzien. Als deze kwaadaardige mensen niet worden ingeperkt en de broeders en zusters allemaal door hen worden gehinderd, misleid en verleid, en de kerkleiders uiteindelijk geïsoleerd raken in plaats van die kwaadaardige mensen, dan zal deze kerk verlamd raken en onvermijdelijk in chaos vervallen. Kan het normale kerkleven onder zulke omstandigheden doorgaan? Als het niet kan doorgaan, zullen de bijeenkomsten van de kerk dan nog vruchtbaar zijn? Zullen Gods uitverkorenen dan nog iets winnen uit zulke bijeenkomsten? Als Gods uitverkorenen er niets bij winnen, worden zulke bijeenkomsten dan door God gezegend of door Hem verafschuwd? Natuurlijk worden ze door God verafschuwd. Bijeenkomsten zonder het werk van de Heilige Geest en zonder Gods zegen kunnen niet langer als kerkleven worden beschouwd, maar worden veeleer de bijeenkomsten van een sociale groep. Houdt iemand van een wanordelijk kerkleven? Is het voor iemand stichtelijk of heilzaam? (Nee.) Als je gedurende deze periode bij geen enkele bijeenkomst iets hebt gewonnen wat betreft je ingang in het leven, dan is deze tijd voor jou van geen waarde of betekenis geweest; je hebt deze tijd verspild. Betekent dit niet dat je ingang in het leven een verlies heeft geleden? (Ja.) Als er tijdens een bijeenkomst kwaadaardige mensen zijn die om status wedijveren en met een kerkleider redetwisten en ruziën, en mensen zich daardoor angstig gaan voelen, waardoor de hele bijeenkomst doordrenkt raakt van een kwalijke sfeer en vervuld wordt van Satans boosaardige energie, en als, naast het debatteren over onderwerpen als wie er gelijk heeft en wie ongelijk, niemand voor God komt om te bidden en de waarheid te zoeken, en niemand volgens de principes handelt, zal je geloof in God na zo’n bijeenkomst dan zijn toegenomen of afgenomen? Zul je meer hebben begrepen en gewonnen als het op de waarheid aankomt, of zal je geest van streek zijn geraakt door de geschillen, zonder dat je ook maar iets hebt gewonnen? Soms denk je misschien: ik begrijp niet waarom mensen in God geloven. Wat is het nut van het geloof in God? Hoe kunnen deze mensen zich zo gedragen? Zijn zij nog wel gelovigen in God? Door één enkele verstoring door Satans, boze duivels, raken de harten van mensen van streek en vertroebeld; ze hebben het gevoel dat geloven in God zinloos is, kennen de waarde van geloven in God niet en hun gedachten raken verstrooid. Als iedereen waakzaam kan zijn, en bijzonder gevoelig en scherp met betrekking tot zulke zaken, in plaats van verdoofd en traag, dan zullen de meeste mensen, wanneer kwaadaardige mensen in het kerkleven regelmatig dingen zeggen of doen omwille van het wedijveren om status, snel beseffen dat er een probleem is dat moet worden opgelost. Ze zullen snel kunnen onderscheiden wie deze situaties manipuleert en wat hun gezindheidskern is, ze zullen snel de ernst van de kwestie beseffen en in staat zijn de kwaadaardigen in korte tijd te stoppen en in te perken, hen weg te zuiveren uit de kerk en te voorkomen dat ze doorgaan met het hinderen en in hun greep houden van mensen binnen de kerk. Zou dit voor de meeste mensen niet heilzaam en stichtelijk zijn? (Ja.)

Als jullie situaties tegenkomen waarin kwaadaardige mensen om status wedijveren, hoe zullen jullie die dan aanpakken? Wat is de mening van de meerderheid? (We zullen dit gedrag stoppen.) Alleen maar stoppen? Hoe zul je het stoppen? Zul je hun verbieden te spreken, of zeggen: “We houden niet van wat je zegt, dus spreek minder tijdens toekomstige bijeenkomsten!” Zal dat werken? Zullen ze naar je luisteren? (Nee.) Dus, wat moet je doen? Je moet hun intenties, motivaties en aard en essentie grondig blootleggen en analyseren volgens Gods woord, zodat de broeders en zusters zulke mensen en de aard van hun handelingen kunnen onderscheiden en er alert op kunnen zijn, in plaats van een goedzak te zijn en alleen maar te wachten tot de leiders en werkers van de kerk de kwaadaardige mensen ontmaskeren voordat je een standpunt inneemt en zegt: “Ze zouden niet langer bij bijeenkomsten toegelaten moeten worden.” Is het goed om een goedzak te zijn? (Nee, dat is het niet.) Geven de meeste mensen er in zulke situaties niet de voorkeur aan om deze zaken te ontwijken en uit de weg te gaan, in plaats van met die kwaadaardige mensen te botsen, zodat ze kunnen vermijden hen te beledigen en de omgang met hen later ongemakkelijk te maken? Hangen de meeste mensen niet het wereldse omgangsprincipe aan van de goedzak? (Ja.) Dan is dat een probleem. Stel dat tachtig procent van de mensen in een kerk goedzakken zijn, en wanneer ze zulke kwaadaardige individuen in het kerkleven zien wedijveren om status, superioriteit en leidersposities, niemand opstaat om hen te stoppen of in te perken, waarbij de meerderheid het volgende standpunt inneemt: “Hoe minder problemen, hoe beter. Ik kan het me niet veroorloven hen te provoceren, dus kan ik hen dan niet gewoon vermijden? Ik ga ze uit de weg en daarmee is de kous af. Laat ze maar wedijveren; als de tijd daar is, zal God hen straffen. Wat heeft dat met mij te maken!” Kan het kerkleven onder deze omstandigheden nog vruchtbaar zijn? De meeste mensen zijn lui en afhankelijk; zodra de leiders van de kerk zijn verkozen, beschouwen ze hun werk als gedaan en wachten ze gewoon tot de leiders van de kerk alles doen. Als je hun vraagt of er in hun kerk boeken met Gods woorden zijn uitgedeeld, of er verstoringen of hinder in het kerkleven zijn geweest, of dat er iemand is die altijd woorden en doctrines rondstrooit of met leiders wedijvert om status, zeggen ze: “De leiders van de kerk weten alles van deze dingen. Ik weet er niets van en hoef me er niet mee te bemoeien. De leiders zullen er te zijner tijd wel voor zorgen.” Ze bekommeren zich nergens om en informeren nergens naar, ze zijn nergens van op de hoogte, en ze kennen of geven om geen van de mensen, gebeurtenissen of dingen die bij het kerkleven betrokken zijn, waar ze wel van op de hoogte zouden moeten zijn. Als het gaat om wat deze kwaadaardige mensen die in de kerk verschijnen zeggen en doen wanneer ze om status wedijveren, evenals de hinder en de impact die ze veroorzaken voor het kerkleven, staan ze hier volkomen onverschillig tegenover en doen ze hier geen navraag naar. Als je hun vraagt, nadat het allemaal voorbij is, of ze enig onderscheidingsvermogen hebben verkregen, of ze kwaadaardige mensen kunnen onderscheiden en wat de uitingen van kwaadaardige mensen zijn, kunnen ze niets anders zeggen dan: “Vraag het de leiders van de kerk; zij weten alles.” Is zo iemand geen slaaf? Het is een slaaf, laf en nutteloos, en hij leidt een verachtelijk bestaan. Situaties waarin kwaadaardige mensen om status wedijveren, vereisen onderscheidingsvermogen, aanpak en een oplossing. Dit is niet uitsluitend de verantwoordelijkheid van de kerkleiders; Gods uitverkorenen delen allemaal deze verantwoordelijkheid. De meeste leiders begrijpen wat meer waarheden dan de gemiddelde persoon, zijn alert op deze kwesties en kunnen de doelen en de essentie van de handelingen van deze mensen zien. Tegelijkertijd zouden de meeste mensen ook praktisch lessen moeten leren en moeten groeien in onderscheidingsvermogen, en zich moeten verenigen met degenen in de kerk die een gevoel voor gerechtigheid hebben en de waarheid begrijpen en nastreven, om gepaste maatregelen te nemen tegen deze kwaadaardige individuen die het kerkleven verstoren en hinderen. Ze zouden hen moeten isoleren of verwijderen, in plaats van werkloos toe te kijken en, wanneer ze met deze kwesties worden geconfronteerd, alleen maar naar wat communicatie te luisteren, hun horizon wat te verbreden, zich er in hun hart enigszins van bewust te zijn en dan hun werk als gedaan te beschouwen. Dit is omdat het kerkleven niet iets is dat alleen de kerkleiders aangaat, en een goed kerkleven leiden en de normale orde van het kerkleven handhaven is niet alleen de verantwoordelijkheid van de kerkleiders – het vereist de collectieve inspanning dat iedereen opstaat om het te handhaven.

Mensen die om status wedijveren – het type dat in de vijfde kwestie wordt genoemd – komen vaak voor in het kerkleven. Hun meest duidelijke uiting is hun wedijveren om status met kerkleiders, gevolgd door het wedijveren om status met degenen onder de broeders en zusters die een goed kaliber bezitten en de waarheid relatief zuiver begrijpen, degenen die geestelijk begrip hebben en degenen die de principes van de waarheid begrijpen, waarbij ze deze individuen vaak uitdagen. Deze mensen communiceren in het kerkleven regelmatig over enkele zuivere inzichten en licht in het kerkleven, en delen enkele persoonlijke ervaringen die waardevol zijn en praktisch begrip overbrengen; dit helpt en sticht de broeders en zusters enorm. Na het horen van hun communicatie hebben de broeders en zusters een pad, weten ze hoe ze Gods woord moeten beoefenen en ervaren en hoe ze hun eigen problemen moeten oplossen. Ze voelen zich zeer dankbaar voor Gods leiding en tegelijkertijd bewonderen en achten ze degenen die een zuiver begrip van de waarheid en praktische ervaringen hebben. Daardoor hebben ze de neiging deze individuen hoog te achten en dichter tot hen te naderen. De opkomst van deze positieve dingen die God behagen in het kerkleven is wat degenen die om status wedijveren het minst graag zien. Telkens wanneer ze iemand over praktische ervaringen zien communiceren, voelen ze zich ongemakkelijk en jaloers en raken ze bijzonder in verlegenheid. In hun verlegenheid tonen ze een houding van verzet, minachting en ontevredenheid, en beramen ze vaak in hun hart hoe ze degenen die praktische ervaringen hebben en de waarheid begrijpen voor gek kunnen zetten, en ook hoe ze de broeders en zusters hun fouten en tekortkomingen kunnen laten zien, zodat die hen niet langer hoogachten of tot hen naderen. Daarom zullen degenen die om status wedijveren ongetwijfeld bepaalde dingen zeggen en bepaalde handelingen verrichten. Ze vallen degenen aan en sluiten degenen buiten die ervaringsgetuigenissen delen en degenen wier frequente communicatie over de waarheid de ingang in het leven van de broeders en zusters bevordert. Ze zoeken vaak aangrijpingspunten bij de positieve figuren en leggen hun tekortkomingen bloot, met het doel Gods uitverkorenen op afstand te houden van allen die vaak over de waarheid communiceren en ervaringsgetuigenissen delen. Samenvattend zijn degenen die om status wedijveren negatieve figuren die de kerk infiltreren en de rol van Satans dienaren spelen.

Een zuster, die fouten had begaan op het gebied van intieme relaties voordat ze in God geloofde, had berouw nadat ze gelovig was geworden en heeft zulke fouten nooit meer gemaakt. Ze voelde zich bijzonder berouwvol over haar vroegere overtredingen en stelde zich daarom open en communiceerde met de broeders en zusters. Wat is het doel en het principe van het zich openstellen en communiceren? Het is om wederzijds begrip te bevorderen en interne barrières tussen de broeders en zusters weg te nemen. De meeste broeders en zusters kunnen zich, na het begrijpen van de waarheid, openstellen en communiceren over hun eigen onthullingen van verdorvenheid en vroegere overtredingen, terwijl ze ook dankbaarheid en lof uiten voor Gods redding. Is zulk zich openstellen en communiceren gepast? (Ja.) De meeste broeders en zusters zijn, na het begrijpen van de waarheid, in staat om zich op deze manier open te stellen en te communiceren; vormt dit een probleem? (Nee.) Het is heel normaal dat mensen fouten hebben begaan op het gebied van intieme relaties of in andere opzichten voordat ze tot geloof in God kwamen. Sommige mensen kunnen over deze fouten spreken, terwijl sommigen zich verbergen en vermommen, en hoezeer anderen ook het zich openstellen en blootgeven beoefenen, zij zeggen zelf niets. Zij geloven dat deze fouten de lijken in hun kast zijn, waar niemand van mag weten, opdat hun reputatie, gezicht en aanzien niet verloren gaan. Sommige mensen begrijpen de dingen echter anders; zij geloven dat, aangezien ze tot geloof in God zijn gekomen en Gods redding hebben aanvaard, ze zich nu zouden moeten openstellen en communiceren over hun vroegere wandaden en de verkeerde paden die ze hebben bewandeld, en deze tevoorschijn moeten halen voor analyse, en dat dit slechts dingen zijn die ze als door Satan verdorven mensen hebben meegemaakt. Nu zijn ze in staat zich open te stellen, zich bloot te geven en te communiceren. Of het nu is om het verleden samen te vatten of om er een punt achter te zetten, het feit dat deze mensen dit kunnen doen, bewijst wat hun houding is ten opzichte van het beoefenen van de waarheid: ze zijn bereid de waarheid te beoefenen en hebben de vastberadenheid om die te beoefenen. Hoe men precies praktiseert, hangt af van iemands begrip en vastberadenheid. Echter, je openstellen en blootgeven is absoluut geen fout, en nog veel minder een zonde. Het zou niet als stok moeten worden gebruikt om iemand mee te slaan, en nog veel minder bewijs moeten worden dat een ander gebruikt om hen aan te vallen. De meerderheid van de mensen kan correct met deze zaak omgaan, dat wil zeggen, hun begrip ervan is zuiver en in overeenstemming met de principes van de waarheid. Echter, kwaadaardige individuen koesteren de verkeerde intenties; ze staan erop dingen van mensen aan te grijpen om hen te bespotten, met hen te spelen en hen te oordelen. Zulke slechte daden zijn overduidelijk. Degenen die in staat zijn zich bloot te geven, zich open te stellen en te communiceren over hun verdorvenheid en de verkeerde paden die ze hebben bewandeld, bezitten in hun benadering van de waarheid en de woorden van God een hart dat hongert en dorst naar gerechtigheid. Dientengevolge verkrijgen ze, terwijl ze Gods woorden lezen, onbewust enkele praktische inzichten en begrip. Deze praktische inzichten en dit begrip helpen hen het pad om te beoefenen te vinden wanneer ze met moeilijkheden worden geconfronteerd en in de talloze situaties die zich in hun leven voordoen, wat leidt tot enig oprecht ervaringsbegrip van de waarheid. Het communiceren over deze oprechte ervaringsinzichten is stichtelijk en behulpzaam voor anderen; de broeders en zusters zullen met bewondering en respect naar deze individuen opkijken en zeggen: “Je praktische ervaringen zijn werkelijk prachtig. Nadat ik erover heb gehoord, kan ik diep meevoelen. Ik zie dat jouw manier van praktiseren correct is en door God wordt gezegend. Ook ik ben bereid mijn eigen noties en vooroordelen los te laten en mijn lasten te laten vallen; ik wil de waarheid op een eenvoudige manier beoefenen en Gods verlichting en leiding ontvangen zoals jij. Dit pad is het juiste.” Zijn deze uitingen niet heel normaal? Is het niet zeer gepast dat er zo’n relatie ontstaat tussen de broeders en zusters? Dit is een type interpersoonlijke relatie die verschilt van het type dat wordt aangetroffen onder degenen die niet in God geloven; het is er een die door God wordt goedgekeurd en dat Hij graag ziet. Alleen wanneer er zo’n normale relatie tussen de broeders en zusters bestaat, kan het kerkleven normaal zijn. Er zullen echter altijd enkele kwaadaardige mensen zijn, of sommigen met kwade bedoelingen, die opstaan om degenen aan te vallen, te kleineren en buiten te sluiten die praktische ervaringen hebben, die dorsten en hongeren naar de waarheid, en die mensen met ervaring bewonderen en achten. Waarom vallen ze deze individuen aan? Hun doel is niets anders dan te wedijveren om een bepaalde status binnen de kerk. Omdat ze de waarheid niet liefhebben noch nastreven, doen ze zich voor als najagers van de waarheid door valse ervaringen te fabriceren om iedereen te misleiden en hun hoogachting te verkrijgen. Dit is het gebruiken van Satans methoden van het misleiden en beheersen van mensen om de door hen gewenste status en macht te verkrijgen. Zulke incidenten komen overal in kerken frequent voor en zijn voor iedereen zichtbaar. Als jullie merken dat sommige broeders en zusters iets van de werkelijkheid van de waarheid bezitten, tijdens bijeenkomsten kunnen communiceren over oprecht ervaringsbegrip van Gods woorden en de lof van velen hebben verkregen, maar om de een of andere reden door sommigen worden aangevallen, getreiterd en in lijden worden gestort, dan moeten jullie waakzaam zijn en onderscheiden wat voor soort mensen zich met dit gedrag bezighouden. Waarom worden degenen die de waarheid nastreven vaak aangevallen en buitengesloten? Wat is hier werkelijk aan de hand? Dit duidt absoluut op een probleem.

In het kerkleven moeten jullie degenen die vaak aanmerkingen maken op leiders en werkers, zeer nauwlettend volgen. Daarnaast zijn er sommigen die vaak degenen bespotten, honen of aanvallen die relatief de waarheid nastreven en naar Gods woorden verlangen. Zulke negatieve personages moeten ook nauwlettend in de gaten worden gehouden, om te zien wat hun volgende stappen zullen zijn. Als iemand tijdens deelname aan het kerkleven zomaar de tekortkomingen van kerkleiders kan blootleggen of personen kan aanvallen die de werkelijkheid van de waarheid bezitten, schuilt daar zonder twijfel een probleem en een reden achter; zoiets komt nooit uit de lucht vallen. De broeders en zusters moeten zulke personen strikt in het oog houden, want dit is geen geringe zaak. Soms kan iemand, na net een getuigenis van praktische ervaring te hebben gehoord en grote vreugde in het hart te voelen, of net een beetje licht en begrip te hebben verkregen, toch in verwarring worden gebracht door een paar misleidende woorden van kwaadaardige mensen, waardoor hij alles verliezen wat hij zojuist had verkregen. Net wanneer iemand een beetje geloof heeft opgebouwd, word hij door kwaadaardige mensen verstoord en keert hij terug naar zijn oorspronkelijke staat; net wanneer iemand een beetje dorst naar de waarheid en Gods woord begint te ontwikkelen, samen met een beetje vastberadenheid om de waarheid te beoefenen, word hij door de kwaadaardige mensen verstoord, verliest hij de moed en motivatie, en wil deze plaats van onenigheid snel verlaten. Zijn deze gevolgen ernstig? Ze zijn zeer ernstig. Dus, als er in de kerk iemand is die altijd geschillen begint over iets wat niet strookt met zijn wensen, redetwist over wie er gelijk heeft, debatteert over goed en kwaad, en zelfs strijdt over wie hoger of lager staat, dan moeten ze alarmbellen doen rinkelen. Ga na welke rol ze in de kerk spelen, welke gevolgen ze teweegbrengen, en daardoor kunnen jullie hun aard en essentie doorzien.

In het kerkleven is er nog een andere uiting van het wedijveren om status, die het kerkleven en het werk van de kerk verstoort en hindert. Wanneer als de broeders en zusters bijvoorbeeld samen over een probleem communiceren, bevat ieders communicatie enig licht; hoe meer ze communiceren, hoe duidelijker en helderder de principes van de waarheid worden en hoe sneller de weg om te beoefenen wordt begrepen. Iemand kan echter plotseling een ‘briljant idee’ aandragen, een eigen voorstel, waardoor de stroom van de communicatie wordt doorbroken, het onderwerp naar iets anders wordt verlegd en de communicatie over het hoofdonderwerp onvoltooid blijft. Op het eerste gezicht lijkt het niet alsof ze hinder veroorzaken, en al helemaal niet alsof ze anderen inperken in het communiceren over de waarheid, maar ze kozen niet het juiste moment om dit onderwerp aan te dragen. Door op een cruciaal moment, waarop over de waarheid wordt gecommuniceerd om een probleem op te lossen, een nieuwe kwestie in te brengen voor communicatie en discussie, wordt de vorige kwestie afgekapt voordat deze volledig is opgelost. Is dit niet het werk halverwege staken? Vertraagt dit niet het oplossen van het probleem? Niet alleen is het probleem niet verholpen, maar ook het begrijpen van de waarheid door de mensen is vertraagd. Zouden mensen met verstand geneigd dit te doen? Is het overdreven om te zeggen dat zulke dingen het kerkleven verstoren en hinderen? Ik vind van niet, absoluut niet. Een bijeenkomst zoals deze, waar men over de waarheid communiceert om een probleem op te lossen, hinderen – is dat niet het opzettelijk verstoren en hinderen van het kerkleven? Als iemand altijd op cruciale momenten, waarop over de waarheid wordt gecommuniceerd om een probleem op te lossen, de boel probeert te dwarsbomen en af te kappen, dan is dit geen kwestie van gebrek aan verstand; het is het opzettelijk hinderen van de bijeenkomst terwijl men over de waarheid communiceert om een probleem op te lossen. Het is puur en simpel de slechte daad van het verstoren en hinderen van het kerkleven – alleen antichristen en kwaadaardige mensen doen dit, alleen mensen die de waarheid haten doen dit. Ongeacht de context of omstandigheden, moeten zulke mensen altijd met hun ‘briljante ideeën’ komen; ze willen altijd in de schijnwerpers staan, het middelpunt van de belangstelling zijn. Hoe cruciaal en belangrijk het onderwerp ook is waarover men communiceert, ze moeten altijd de boel dwarsbomen om de aandacht af te leiden en hoogdravende ideeën spuien, in een poging uniek te lijken. Wat voor fratsen proberen ze nu eigenlijk uit te halen? Is dat niet wedijveren om status? Ze willen de situatie beheersen. Ze willen niet dat mensen een groter begrip en een grotere helderheid in de waarheid krijgen; waar ze het meest om geven is dat iedereen op hen let, naar hen luistert en hen gehoorzaamt, en dat iedereen doet wat zij zeggen. Dit is overduidelijk wedijveren om status. Sommige mensen kunnen, welk werk ze ook doen, niets bedenken wanneer je hun vraagt te communiceren over specifieke ideeën en plannen voor de uitvoering en de gedetailleerde stappen. Toch zijn ze dol op het spuien van hoogdravende ideeën, willen ze onconventioneel lijken en iets nieuws en oogverblindends doen. Ongeacht de situatie, zodra er een nieuw idee in hen opkomt, presenteren ze het alsof ze geïnspireerd zijn en stellen het onbezonnen voor, zodat anderen het aanvaarden en ermee instemmen, zonder er goed over na te denken. Maar wanneer hun uiteindelijk wordt gevraagd om specifieke beoefeningspaden te bespreken, weten ze niets meer te zeggen. Ze missen de bekwaamheid, maar willen toch pronken en streven er altijd naar gezien te worden. Ze zijn niet bereid de tweede viool te spelen; ze willen niet zomaar een gewone volgeling zijn. Ze zijn altijd bang dat anderen op hen neerkijken en willen constant hun aanwezigheid laten gelden. Dus spuien ze altijd hoogdravende ideeën om gezien te worden. Wat schuilt er achter dit constante gedrag? Wanneer een idee in hun gedachten opkomt, beschouwen ze het blindelings als goed en de moeite waard om te beoefenen, zonder na te denken of voordat het idee is gerijpt. Wanneer ze dit idee onbezonnen presenteren, begrijpen andere mensen het niet en stellen ze vanzelfsprekend vragen. Hoewel ze die niet kunnen beantwoorden, blijven ze volhouden dat hun mening juist is en dat iedereen die moet aanvaarden. Wat voor gezindheid is dat? Welke gevolgen zal hun ongegronde vasthoudendheid aan hun eigen opvattingen hebben? Is het heilzaam of hinderlijk voor het werk van de kerk? Is het heilzaam of schadelijk voor Gods uitverkorenen? Ze kunnen dit zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel zeggen – wat is hun doel? Alleen maar om hun aanwezigheid te laten gelden. Ze zijn bang dat anderen niet weten dat ze zulke ‘briljante ideeën’ hebben, niet weten dat ze kaliber, intelligentie en vaardigheden bezitten; ze streven naar deze erkenning, om de hoogachting van de meerderheid te winnen. En wat is het eindresultaat? Ze doen onbezonnen suggesties, en anderen denken aanvankelijk dat ze echt wat kunnen, dat ze iets wezenlijks hebben. Maar na verloop van tijd wordt het duidelijk dat het gewoon domkoppen zijn, die geen echte kennis of vaardigheden bezitten, maar toch altijd het laatste woord willen hebben. Dit is wedijveren om status. Zonder echte bekwaamheid willen ze toch de lakens uitdelen; ze spuien altijd hoogdravende ideeën zonder concrete plannen te presenteren, zonder een specifiek beoefeningspad. Wat zouden de gevolgen zijn als zulke mensen echt taken toevertrouwd kregen? Dat zou zeker tot vertraging leiden. Waarom proberen ze altijd te wedijveren om status, om de macht te grijpen, terwijl ze niets kunnen volbrengen? Het zijn gewoon domkoppen bij wie een steekje loszit; om het eleganter uit te drukken, ze zijn volledig van rede gespeend. Onder ongelovigen zijn er te veel van zulke mensen, met grote woorden maar geen daden. De meeste mensen kunnen zo iemand wel enigszins doorzien. Als iemand altijd hoogdravende ideeën spuit en vernieuwend wil lijken, moeten jullie op jullie hoede zijn om niet door hen te worden misleid. Als er echt iemand is met inzichtelijke ideeën die ook een concreet plan kan presenteren, kan dat alleen worden aanvaard als het haalbaar is; als ze alleen hoogdravende ideeën spuien zonder concrete plannen, dan moeten jullie hen met voorzichtigheid behandelen. Er moet worden gecommuniceerd om vast te stellen of er voor hun ideeën een levensvatbaar pad is. Als de meerderheid vindt dat het idee haalbaar is en een beoefeningspad heeft, dan moet het een periode worden uitgeprobeerd om te zien wat de resultaten zijn, alvorens een beslissing te nemen.

Ongeacht over welk aspect van de waarheid de kerk communiceert of welk probleem ze oplost, zullen allerlei soorten mensen naar voren komen. Na langdurige interactie kunnen jullie zien wie de waarheid werkelijk liefheeft en kan aanvaarden, en wie degenen zijn die verstoren en hinderen en zich niet met serieuze taken bezighouden. Denken jullie dat degenen die graag hoogdravende ideeën spuien en met nieuwe ideeën komen de waarheid kunnen aanvaarden en het juiste pad van geloven in God kunnen inslaan? Ik denk dat het voor hen niet gemakkelijk is om dit te doen. Welke rol spelen deze mensen in het kerkleven? Wat zijn de gevolgen als ze vaak hoogdravende ideeën spuien en zich niet met serieuze taken bezighouden? Zoals de meeste mensen kunnen zien, verstoort en hindert dit het kerkleven, en als dit zo doorgaat, zal het Gods uitverkorenen vertragen in het nastreven van de waarheid en het binnengaan van de werkelijkheid. Hoewel degenen die graag hoogdravende ideeën spuien niet noodzakelijkerwijs kwaadaardige mensen zijn, zijn de gevolgen van hun daden zeer nadelig voor de ingang in het leven van Gods uitverkorenen, en tegelijkertijd vertragen en beïnvloeden hun daden ook het werk van de kerk. Dus hoe moet dit probleem worden opgelost? Hoe moeten mensen die graag hoogdravende ideeën spuien en met nieuwe ideeën komen op een gepaste manier worden behandeld? De eerste methode is deze: als ze graag hoogdravende ideeën spuien en altijd meningen hebben, laat hen dan eerst spreken en pas vervolgens onderscheiding toe. Iedereen, ongeacht wie, is vrij om te spreken en zijn mening te uiten; niemand mag dit inperken. Iedereen die werkelijk ideeën en wijze inzichten heeft, moet de kans krijgen om zich uit te spreken en deze duidelijk te maken, zodat iedereen het kan zien, en er vervolgens over te communiceren en te discussiëren om te zien of het juist is, of het overeenkomt met de principes van de waarheid en of er een deel is dat kan worden overgenomen. Als het de moeite waard is om ervan te leren en er enig voordeel uit kan worden gehaald, is dat goed; als na communicatie en discussie wordt vastgesteld dat wat ze zeggen geen waarde heeft en niet raadzaam is, dan moet het worden opgegeven. Door zo te praktiseren, groeit ieders onderscheidingsvermogen; telkens als er iets gebeurt, weten ze allemaal hoe ze over de kwestie moeten nadenken en begrijpen ze verschillende mensen beter. Een dergelijke praktijk is heilzaam voor Gods uitverkorenen en zal geen hinder veroorzaken voor het werk van de kerk; deze manier van praktiseren is juist. De tweede methode is deze: wanneer wat er wordt gezegd geen waarde heeft en er geen voordeel uit wordt gehaald, zelfs als erover wordt gecommuniceerd en gediscussieerd, moeten dergelijke suggesties direct worden afgewezen en is er geen communicatie of discussie nodig. Als een persoon voortdurend zulke waardeloze kwesties en ‘briljante ideeën’ aandraagt, waardoor Gods uitverkorenen er genoeg van krijgen en niet meer naar hen willen luisteren, moet zo'n persoon dan niet worden ingeperkt? Het is het beste om hen te adviseren redelijker te zijn en af te zien van het zeggen van dingen die niet gezegd moeten worden, om te voorkomen dat anderen worden beïnvloed. Als deze persoon geen rede kent en volhardt in deze handelwijze, waardoor het kerkleven wordt gehinderd en iedereen bijzonder geïrriteerd raakt, zelfs tot op het punt van woede, dan is hij een kwaadaardig persoon die het kerkleven hindert. Hij moet worden behandeld volgens de principes van Gods huis voor het reinigen van de kerk – zuiver hem weg uit de kerk; dit is gepast. Zeg Mij, wat voor soort mensen zijn de meesten van degenen die graag hoogdravende ideeën spuien? Zijn zij het type dat de waarheid nastreeft? Zijn zij degenen die zich oprecht inzetten voor God? Zeker niet. Welk doel en welke intentie hebben ze dan bij het veroorzaken van dergelijke hinder van het kerkleven? Dit vereist onderscheidingsvermogen. Als iedereen al voldoende begrip heeft van zulke mensen en weet dat ze intellect, kaliber en rede missen – dat het simpelweg domkoppen zijn – dan is de meest gepaste manier om hen aan te pakken gaan wanneer ze hun ‘briljante ideeën’ uiten, hen te stoppen, in te perken en hun het zwijgen op te leggen. Als ze erop staan te spreken en het kerkleven te hinderen, dan moeten ze uit de kerk worden verwijderd om verdere problemen te voorkomen. Sommigen zeggen: “Verpest dit niet hun kansen om gered te worden?” Dit is een verkeerde uitspraak. Zou God zulke mensen kunnen redden? Kunnen mensen met zulke gezindheden de waarheid aanvaarden? Kunnen ze redding verkrijgen zonder de waarheid überhaupt te aanvaarden? Is het niet extreem dwaas en onwetend om zulke zaken niet eens te kunnen doorzien? Hoe dan ook, degenen die vaak hinder veroorzaken voor het kerkleven zijn kwaadaardige mensen en God redt hen niet. Iemand in de kerk houden die God niet redt, is dat niet het opzettelijk schaden van Gods uitverkorenen? Is iemand die medelijden heeft met zulke kwaadaardige mensen werkelijk liefdevol? Ik denk van niet; dat is valse liefde. De waarheid is dat ze van plan zijn Gods uitverkorenen te schaden. Daarom moeten Gods uitverkorenen waakzaam zijn voor iedereen die kwaadaardige mensen verdedigt zodat ze niet misleid worden door hun duivelse praat. Sommigen die graag hoogdravende ideeën spuien, kunnen – hoewel ze geen kwaadaardige mensen lijken en geen overduidelijk slechte daden begaan – het kerkleven hinderen door altijd hun hoogdravende ideeën te spuien; op zijn minst zijn deze mensen warhoofden. Wat denken jullie, kunnen warhoofden worden gered? Zeker niet. Als warhoofden voortdurend het kerkleven hinderen, moeten ook zij uit de kerk worden verwijderd. Warhoofden aanvaarden de waarheid niet, zijn onverbeterlijk zonder berouw, en hun einde is hetzelfde als dat van kwaadaardige mensen. Of ze nu kwaadaardig of een warhoofd zijn, als ze vaak het kerkleven verstoren en hinderen, geen raad aannemen en oncontroleerbaar spreken als een kapotte auto die niet kan remmen, is dat dan geen teken van een abnormale rede? Wat zouden de gevolgen zijn als zulke warhoofden de kerk op deze manier langdurig blijven hinderen? Kunnen ze bovendien werkelijk berouw tonen? Redt God zulke warhoofden met een abnormale rede? Zodra deze vragen grondig zijn begrepen, zal het duidelijk zijn hoe men zulke individuen op de juiste manier moet behandelen. Warhoofden hebben zeker de waarheid niet lief en de waarheid is buiten hun bereik. Warhoofden kunnen de menselijke taal niet begrijpen; men kan zeggen dat warhoofden normale menselijkheid missen en half gestoord zijn – in werkelijkheid zijn ze gewoon nutteloos. Kunnen warhoofden goed dienstdoen? Men kan met zekerheid zeggen dat ze zelfs niet in staat zijn om naar behoren dienst te doen, omdat hun rede ondeugdelijk is; het zijn mensen die van toeten noch blazen weten. Als iemand liefde wil tonen aan warhoofden, laat hem de warhoofden dan ondersteunen. De houding van Gods huis ten opzichte van warhoofden is dat ze moeten worden verwijderd. Iedereen die de waarheid totaal niet aanvaardt, iedereen die zijn plicht niet oprecht vervult en het altijd plichtmatig doet, moet worden ingeperkt als hij vaak hinder veroorzaakt voor het kerkleven. Als sommigen van hen schuldbewust zijn en bereid zijn berouw te tonen, moeten ze de kans krijgen. Degenen van wie de essentie niet kan worden doorzien, moeten tijdelijk in de kerk worden gehouden, zodat Gods uitverkorenen toezicht op hen kunnen houden, hen kunnen observeren en in onderscheidingsvermogen kunnen groeien. Als er mensen zijn die consequent verstoren en hinderen en, ondanks te zijn gesnoeid, onverbeterlijk en zonder berouw blijven, en doorgaan met wedijveren om roem en gewin, met positieve personen aanvallen en buitensluiten – vooral degenen aanvallen die de waarheid nastreven en ervaringsgetuigenissen kunnen delen, en degenen die zich oprecht inzetten voor God en hun plichten vervullen – dan zijn deze individuen kwaadaardige mensen en antichristen; het zijn niet-gelovigen. Voor zulke mensen gaat het er niet alleen om hen te stoppen en in te perken; ze moeten onmiddellijk uit de kerk worden verwijderd om toekomstige problemen te voorkomen. Deze manier van praktiseren is volledig in overeenstemming met Gods bedoelingen.

Dit zijn min of meer de verschillende uitingen van het wedijveren om status, van lichte tot ernstige gevallen. De lichte uitingen verwijzen voornamelijk naar het bespotten van leiders en werkers met sarcastische opmerkingen, het vitten op hen en het aanvallen van hun proactiviteit, met als doel hen kapot te maken en in diskrediet te brengen. De ernstigste uitingen zijn het openlijk tegenwerken van leiders en werkers, het zoeken naar aangrijpingspunten om tegen hen te gebruiken en hen te oordelen, veroordelen, aanvallen en buiten te sluiten, hen vervolgens te isoleren en hen te dwingen schuld te bekennen en af te treden om zo hun status te kunnen overnemen. Dit zijn de ernstigste problemen van verstoring en hinder die in het kerkleven voorkomen. Degenen die openlijk tekeergaan tegen leiders of werkers en met hen wedijveren om status, zijn degenen die het werk van de kerk hinderen en God weerstaan; het zijn kwaadaardige mensen en antichristen, en zij moeten niet alleen worden gestopt en ingeperkt – als de situatie ernstig is en het noodzakelijk is hen te verwijderen of te verdrijven, dan moeten ze volgens de principes worden behandeld. Er is ook een andere uiting van het wedijveren om status: het buitensluiten en aanvallen van mensen in de kerk die de waarheid meer nastreven. Omdat mensen die de waarheid nastreven een zuiver begrip hebben, en ervaring en ware kennis van Gods woorden bezitten, en ze vaak over de waarheid communiceren om problemen onder de broeders en zusters op te lossen en zo Gods uitverkorenen opbouwen en geleidelijk aan prestige in de kerk winnen, zijn deze kwaadaardige mensen en antichristen jaloers en opstandig jegens hen, en sluiten ze hen buiten en vallen ze hen aan. Elk gedrag dat bestaat uit het aanvallen of buitensluiten van mensen die de waarheid nastreven, vormt direct een verstoring en hinder voor het kerkleven. Sommige mensen richten zich misschien niet rechtstreeks op kerkleiders, maar ze hebben een bijzondere afkeer en minachting voor mensen in de kerk die de waarheid begrijpen en praktische ervaringen hebben. Ze sluiten zulke mensen ook buiten en onderdrukken hen, bespotten en honen hen vaak, en zetten zelfs vallen voor hen en smeden plannen tegen hen, enzovoort. Hoewel zulke problemen, wat betreft hun aard en omstandigheden, minder ernstig zijn dan het wedijveren om status met kerkleiders, vormen ze eveneens een verstoring en hinder voor het kerkleven en moeten ze worden gestopt en ingeperkt. Als de meerderheid van de broeders en zusters in de kerk wordt beïnvloed en regelmatig in negativiteit en zwakheid wordt gestort – als de problemen tot dit soort gevolgen leiden – dan komt het neer op verstoring en hinder. Het soort kwaadaardige persoon dat verstoringen en hinder veroorzaakt, moet niet louter worden ingeperkt; ze moeten naar een B-groep worden gestuurd voor isolatie en reflectie, of anders worden verwijderd. Degenen die handelingen verrichten die van nature verstoringen en hinder veroorzaken, zijn mensen die gewoontegetrouw kwaad bedrijven. Er moet een onderscheid worden gemaakt in de behandeling van kwaadaardige mensen die vaak kwaad doen en degenen die af en toe kwaad doen. Degenen die veelsoortig kwaad bedrijven zijn antichristen; degenen die af en toe kwaad doen, hebben een povere menselijkheid. Als twee mensen af en toe ruzie maken of geschillen hebben vanwege hun onverenigbare persoonlijkheden, of omdat ze verschillende opvattingen hebben bij het doen van dingen, of omdat ze een andere manier van spreken hebben, maar het kerkleven wordt niet beïnvloed, dan heeft dit niet de aard van het veroorzaken van verstoring en hinder; het is anders dan kwaadaardige mensen die het kerkleven verstoren en hinderen. Alle dingen waar we het over hebben gehad die van nature het kerkleven verstoren en hinderen, zijn uitingen van het kwaad bedrijven door kwaadaardige mensen. Wanneer kwaadaardige mensen kwaad doen, is dat gewoontegetrouw. Waar kwaadaardige mensen het meest een hekel aan hebben, zijn mensen die de waarheid nastreven. Wanneer ze zien dat iemand die de waarheid nastreeft in staat is zijn eigen ervaringsgetuigenis te delen en daardoor de bijzondere bewondering van anderen wint, worden ze jaloers, hatelijk en branden hun ogen van woede. Iedereen die over zichzelf nadenkt en zichzelf kent, iedereen die zijn praktische ervaringen deelt en iedereen die van God getuigt, krijgt te maken met de spot, de kleinering, de onderdrukking, de uitsluiting, het oordeel en zelfs de vervolging door deze kwaadaardige mensen. Ze handelen gewoontegetrouw op deze manier. Ze staan niet toe dat iemand beter is dan zij; ze kunnen het niet verdragen mensen te zien die beter zijn dan zij. Wanneer ze iemand zien die beter is, worden ze jaloers, boos en woedend, en denken ze erover na om hen te schaden en te kwellen. Zulke mensen hebben al een ernstige verstoring en hinder veroorzaakt voor het kerkleven en de orde van de kerk, en leiders en werkers horen de handen ineen te slaan met de broeders en zusters om zulke individuen te ontmaskeren, te stoppen en in te perken. Als het niet mogelijk is hen in te perken en ze geen berouw tonen noch van koers veranderen nadat er met hen over de waarheid is gecommuniceerd, dan zijn het kwaadaardige mensen, en kwaadaardige mensen moeten worden beoordeeld en behandeld volgens de principes van Gods huis voor het reinigen van de kerk. Als de leiders en werkers door communicatie tot een consensus komen en vaststellen dat dit neerkomt op een kwaadaardig persoon die de kerk hindert, dan moet de kwestie worden behandeld volgens de principes van de waarheid: de persoon moet uit de kerk worden verwijderd. Er mag geen verdere tolerantie zijn voor zulke kwaadaardige mensen die het kerkleven hinderen. Als voor de leiders en werkers duidelijk is dat dit neerkomt op een kwaadaardig persoon die hinder veroorzaakt, en ze toch doen alsof ze onwetend zijn en tolereren dat de kwaadaardige persoon kwaad doet en de hinder veroorzaakt, dan falen ze in hun verantwoordelijkheden jegens de broeders en zusters en zijn ze ontrouw aan God en aan Gods opdracht.

Sommige mensen lijken op het eerste gezicht in orde, maar in feite is hun IQ dat van een domkop. Ze spreken en handelen zonder te begrijpen wat gepast is en missen de rationaliteit van normale menselijkheid. Zulke mensen houden er ook van om te wedijveren om status en reputatie, te vechten om het laatste woord te hebben en te strijden om de hoogachting van anderen. In het kerkleven komen ze vaak met ogenschijnlijk geldige maar in feite ongegronde opvattingen en argumenten om de aandacht en hoogachting van de meerderheid te trekken, waardoor ze de gedachten van mensen hinderen, hun juiste begrip en kennis van Gods woorden hinderen, en hun positieve begrip van alles hinderen. Wanneer anderen communiceren over Gods woorden en over hun zuivere begrip, duiken deze mensen vaak op als paljassen om hun eigen aanwezigheid te laten gelden en ieders aandacht op te eisen. Ze willen de broeders en zusters altijd laten zien dat ze het een en ander kunnen en dat ze belezen, hoogopgeleid en geleerd zijn, enzovoort. Hoewel ze nog geen duidelijke doelen hebben wat betreft op welke leider ze zich richten, of wiens positie ze willen overnemen, zijn hun verlangens en ambities zo groot dat hun woorden en daden hinder voor het kerkleven hebben veroorzaakt, dus moeten ook zij worden ingeperkt, afhankelijk van de ernst van de situatie en de aard ervan. Het is het beste om eerst met hen over de waarheid te communiceren om hen correct te begeleiden en een richting te geven voor hun gedrag, zodat ze tot inkeer kunnen komen en begrijpen hoe ze een normaal kerkleven moeten leiden, hoe ze met anderen moeten omgaan, hoe ze op hun juiste plaats moeten blijven en hoe ze rationeel kunnen zijn. Als het te wijten is aan hun jonge leeftijd, gebrek aan inzicht en jeugdige overmoed, en als ze na herhaalde communicatie berouw hebben getoond omdat ze beseffen dat hun eerdere acties verkeerd en schandelijk waren, iedereen afkeer inboezemden en iedereen problemen bezorgden, en ze hiervoor hun excuses en spijt hebben betuigd, dan hoeft men het hun niet kwalijk te nemen – ze kunnen gewoon met liefde worden geholpen. Als hun verkeerde acties die iedereen hinderden echter niet te wijten waren aan jeugdige overmoed of een gebrek aan begrip van de waarheid, maar eerder werden gedreven door bijbedoelingen, en ze hun gedrag voortzetten ondanks herhaalde ontmoediging; en als ze bovendien zijn gesnoeid en de broeders en zusters met hen hebben gecommuniceerd over de ernst van deze kwestie – ze hebben communicatie en hulp aangeboden gekregen wat betreft zowel negatieve als positieve aspecten – en ze toch hun eigen aard en essentie niet kunnen herkennen, de hinder die deze acties voor anderen veroorzaken en de ernstige gevolgen ervan niet kunnen inzien, en doorgaan met het veroorzaken van verstoringen en hinder door dezelfde acties uit te voeren wanneer ze de kans krijgen, dan zijn in dat geval strengere maatregelen gerechtvaardigd. Als ze, ondanks ruime kansen op berouw, totaal niet over zichzelf nadenken of zichzelf proberen te kennen, en het niet uitmaakt hoe er met hen over de waarheid wordt gecommuniceerd, ze het niet begrijpen, noch weten hoe ze rationeel en in overeenstemming met principes moeten handelen, maar in plaats daarvan koppig vasthouden aan hun eigen manier van doen, dan is er een probleem met deze mensen. Vanuit een rationeel standpunt bezien, missen ze op zijn minst de rede van een normaal mens. Dit is het oppervlakkig bekeken. Wanneer we het naar de essentie bekijken: als ze, ongeacht hoe er met hen wordt gecommuniceerd, de ernst van de kwestie niet kunnen herkennen, noch hun juiste plaats kunnen vinden, noch de communicatie en hulp kunnen aanvaarden, of proberen te handelen volgens het pad waarover de broeders en zusters hebben gecommuniceerd – als ze zelfs deze dingen niet kunnen bereiken, dan is hun probleem niet slechts een gebrek aan rede, maar een probleem met hun menselijkheid. Hoewel het lijkt alsof ze onbedoeld verstoringen en hinder veroorzaken, zijn deze daden absoluut niet zonder opzet, maar worden ze veeleer met een doel en motieven gedaan. Laten we even buiten beschouwing wat de motieven of het doel van deze individuen zouden kunnen zijn: als wat ze zeggen en doen de ingang in het leven van de broeders en zusters en het kerkleven ernstig verstoort en hindert, wat ertoe leidt dat veel mensen niets winnen van het kerkleven, tot op het punt dat anderen niet meer willen samenkomen alleen al omdat zij aanwezig zijn, of dat mensen, telkens als zij spreken, afknappen en willen vertrekken, dan wordt de aard van dit probleem ernstig. Hoe moeten zulke mensen worden behandeld? Als ze, ondanks dat hun talloze keren communicatie en hulp is aangeboden en ze kansen hebben gekregen om berouw te tonen, toch volharden in deze dingen, dan is het hun aard en essentie die problematisch is. Het zijn geen mensen die oprecht in God geloven en de waarheid kunnen aanvaarden, maar ze hebben een andere agenda. Kijkend naar hun aard en essentie, zijn de verstoringen en hinder die ze het kerkleven berokkenen absoluut niet onbedoeld; deze mensen hebben veeleer een doel en motieven. Als zulke mensen nog meer kansen krijgen, is dat dan eerlijk tegenover Gods uitverkorenen die een normaal kerkleven leiden? (Nee.) Het probleem met zulke individuen is al in deze mate onthuld; als ze nog steeds kansen krijgen in afwachting van hun berouw, met als gevolg dat ze uiteindelijk nog meer kwaad doen, waardoor meer mensen in negativiteit en zwakheid belanden en geen uitweg meer hebben, wie zal dit verlies dan compenseren? Daarom, als deze individuen communicatie en liefdevolle hulp is aangeboden, of als er actie is ondernomen om hen te stoppen en in te perken, en ze toch hun oude gewoonten niet veranderen en volharden in hun oorspronkelijke gedrag, dan moeten ze volgens de principes worden behandeld: in lichte gevallen moeten ze worden geïsoleerd, in ernstige gevallen moeten ze uit de kerk worden verwijderd. Hoe klinkt dit principe? Gaat het erom iemand genadeloos neer te slaan, zonder hem een kans op berouw te geven? Of om willekeurig een beslissing te nemen zonder enig onderscheidingsvermogen te gebruiken en zonder duidelijk te begrijpen wat hun aard en essentie werkelijk is? (Nee.) Als, ondanks de aangeboden communicatie en hulp en de gegeven kansen op berouw, de manieren en gezindheid van deze mensen totaal niet zijn veranderd, en ze ook geen berouw tonen en blijven zoals ze waren – met als enige verschil dat wat ze voorheen open en bloot deden, ze nu heimelijk doen, maar de verstoring en hinder hetzelfde blijven – dan kan de kerk hen niet langer houden. Zulke mensen zijn geen leden van Gods huis; het zijn niet Gods schapen. Hun aanwezigheid in Gods huis dient uitsluitend om verstoringen en hinder te veroorzaken, en het zijn dienaren van Satan, geen broeders en zusters. Als je hen altijd als broeders en zusters behandelt, hen voortdurend ondersteunt en helpt en met hen over de waarheid communiceert, en het uiteindelijk neerkomt op het verspillen van veel moeite zonder enig resultaat, is dat dan niet dwaas? Het is meer dan dwaas; het is dom, volkomen dom!

Als we kijken naar de aard van de problemen, kunnen de verschillende uitingen en de typen mensen, gebeurtenissen en dingen die betrokken zijn bij het wedijveren om status in principe worden onderverdeeld in deze drie typen. Wedijveren om status is een veelvoorkomend probleem in het kerkleven, dat voorkomt bij verschillende groepen mensen en in diverse aspecten van het kerkleven. Wat degenen betreft die wedijveren om status: in lichte gevallen moet hun ruimschoots communicatie over de waarheid worden aangeboden om hen te ondersteunen en te helpen zodat ze de waarheid kunnen begrijpen, en moet hun de kans worden gegeven om berouw te tonen. Als het geval ernstig is, moeten ze nauwlettend in de gaten worden gehouden, en zodra wordt ontdekt dat ze spreken of handelen met het doel een bepaald motief of doel te bereiken, moeten ze onmiddellijk worden gestopt en ingeperkt. Als het geval nog ernstiger is, moeten ze worden aangepakt en behandeld volgens de principes van de kerk voor het verwijderen en verdrijven van mensen. Dit is de verantwoordelijkheid die leiders en werkers moeten vervullen wanneer deze mensen, gebeurtenissen en dingen die te maken hebben met het wedijveren om status in het kerkleven verschijnen. Vanzelfsprekend vereist het ook dat alle broeders en zusters in actie komen en met de leiders en werkers samenwerken aan dit werk, door gezamenlijk de verschillende gedragingen en handelingen van kwaadaardige mensen die verstoring en hinder veroorzaken in te perken, om ervoor te zorgen dat er in het kerkleven geen verstoring of hinder meer is door kwaadaardige mensen, te streven naar een kerkleven dat bij elke gelegenheid wordt verlicht door de Heilige Geest, vervuld is van vrede en vreugde en de aanwezigheid van God, en Gods zegen en leiding heeft, zodat elke bijeenkomst een tijd van vreugde en verrijking is. Dit is het beste soort kerkleven, het kerkleven dat God wenst te zien. Dit werk ondernemen is relatief complex voor leiders en werkers, omdat het interpersoonlijke relaties betreft, en het gaat om het aanzien en de belangen van mensen, en het gaat ook om de mate van begrip van de waarheid bij mensen, wat het allemaal wat uitdagender maakt. Wanneer zich echter problemen voordoen, ga ze dan niet uit de weg en bagatelliseer grote problemen niet tot kleinere om ze uiteindelijk onopgelost te laten; evenmin moeten ze worden behandeld met wereldse omgangsprincipes door er een oogje voor dicht te knijpen. Wees al helemaal geen goedzak, maar behandel de verschillende typen mensen die wedijveren om status veeleer volgens de principes van de waarheid. Is deze communicatie duidelijk? (Ja.) Dan sluiten we hier onze communicatie over kwestie vijf af.

VI. Ongepaste relaties aangaan

De zesde kwestie die Gods werk en de normale orde van de kerk verstoort en hindert, is het aangaan van ongepaste relaties. Zolang mensen met elkaar in contact komen en kunnen samenkomen, zal er gemeenschapsleven zijn en hieruit ontstaan diverse relaties. Welke van deze relaties zijn dus gepast en welke ongepast? Laten we het eerst hebben over wat gepaste relaties zijn en daarna communiceren over de ongepaste. Wanneer broeders en zusters elkaar ontmoeten en begroeten, zeggen ze misschien dingen als: “Hoe gaat het de laatste tijd met je? Ben je gezond? Gaat je kind volgend jaar naar de middelbare school? Hoe gaan de zaken van je partner?” Telt zo’n wederzijdse begroeting als een gepaste relatie? (Ja.) Waarom zeg je dat? Omdat wanneer twee mensen die elkaar lang niet hebben gezien toevallig samenkomen, het uitwisselen van een paar begroetende woorden de meest elementaire etiquette is, evenals het meest fundamentele blijk van zorg en begroeting. Dit zijn allemaal woorden, handelingen en relevante onderwerpen die mensen ter sprake brengen binnen de grenzen van de normale menselijkheid. Afgaande op hun gesprek tot nu toe, is het duidelijk dat hun relatie heel gepast is. Hun dialoog is gebaseerd op zowel etiquette als normale menselijkheid, en op basis van deze twee punten kan worden vastgesteld dat de relatie tussen de twee gesprekspartners gepast is en een normale intermenselijke relatie vertegenwoordigt. Als twee mensen elkaar heel goed kennen, maar bij een ontmoeting allebei fronsen en niet met elkaar spreken, en wanneer ze elkaar aankijken hun ogen branden van vijandigheid, is deze relatie dan normaal? (Nee, dat is ze niet.) Waarom is ze niet normaal? Hoe moet ze precies worden gedefinieerd? Wanneer twee mensen elkaar ontmoeten, maar geen van beiden de ander begroet of zelfs maar ‘hallo’ zegt, en al helemaal geen normaal gesprek of dialoog aangaan, is het overduidelijk dat hun uitingen niet weerspiegelen wat van de normale menselijkheid wordt verwacht. Hun relatie is geen normale intermenselijke relatie; ze is wat verwrongen, maar het is nog geen ongepaste relatie, daar is het nog een eindje van verwijderd. Over het algemeen, als de relatie tussen mensen is gebaseerd op normale menselijkheid, waarin men normaal en volgens principes met elkaar kan omgaan en elkaar kan helpen, ondersteunen en bijstaan, dan is dit alles een indicatie van gepaste relaties tussen mensen. Het betekent zaken op een zakelijke manier afhandelen, geen transacties aangaan, vrij van verstrengelde belangen, en al helemaal vrij van haat, en de handelingen worden niet gedreven door vleselijke begeerten. Dit alles valt binnen de reikwijdte van gepaste relaties. Is deze reikwijdte niet vrij breed? Normale intermenselijke relaties omvatten dialoog en communicatie binnen het domein van de normale menselijkheid, waarbij men met anderen omgaat en samenwerkt op basis van het geweten en de rede van de normale menselijkheid. Op een hoger niveau houdt het in dat men met elkaar omgaat volgens de principes van de waarheid. Dit is een algemene definitie van gepaste intermenselijke relaties tussen mensen. Elkaar begroeten bij een ontmoeting is de meest normale vorm van interactie. In staat zijn om normaal te begroeten en te converseren zonder kapsones, zonder genegenheid te veronderstellen waar die er niet is, zonder zich superieur op te stellen, te spreken zonder anderen te onderdrukken of zichzelf te verheffen, en normaal te spreken en te communiceren – zo horen degenen die een normale menselijkheid bezitten te spreken en te communiceren, en het is de fundamentele manier van omgaan binnen normale intermenselijke relaties. Gods uitverkorenen moeten op zijn minst geweten en rede bezitten, en met anderen omgaan en samenwerken volgens de principes en normen die God van mensen eist. Dit is de beste aanpak. Dit kan God tevredenstellen. Wat zijn dan de principes van de waarheid die God eist? Dat men begrip heeft voor anderen wanneer ze zwak en negatief zijn, rekening houdt met hun pijn en moeilijkheden, en vervolgens hiernaar informeert, hulp en ondersteuning biedt, en hun Gods woorden voorleest om hen te helpen hun problemen op te lossen, zodat ze Gods bedoelingen kunnen begrijpen en ophouden zwak te zijn, en hen voor God brengt. Is deze manier van beoefenen niet in overeenstemming met de principes? Zo praktiseren is in overeenstemming met de principes van de waarheid. Natuurlijk zijn relaties van deze aard nog meer in overeenstemming met de principes van de waarheid. Als je ziet dat mensen bewust hinder of verstoringen veroorzaken, of bewust hun plicht plichtmatig vervullen, en in staat bent hen op deze dingen te wijzen, hen terecht kunt wijzen en hen volgens de principes kunt helpen, dan is dit in overeenstemming met de principes van de waarheid. Als je een oogje dichtknijpt, hun gedrag goedkeurt en hen dekt en zelfs zo ver gaat dat je aardige dingen zegt om ze te prijzen en toe te juichen, dan zijn deze manieren van interactie met mensen, van het aanpakken van kwesties en problemen, duidelijk in strijd met de principes van de waarheid en zonder basis in de woorden van God. Deze manieren van omgaan met mensen en het aanpakken problemen duidelijk ongepast, en dit is werkelijk niet gemakkelijk te ontdekken als ze niet worden geanalyseerd en onderscheiden volgens Gods woorden. Mensen die de waarheid niet begrijpen, zullen deze kwesties waarschijnlijk niet herkennen, en zelfs als ze erkennen dat dit problemen zijn, is het niet gemakkelijk voor hen om ze op te lossen. We hebben vaak gezegd dat de verdorven mensheid volledig leeft naar Satans gezindheid, en deze uitingen zijn daar het bewijs van. Zien jullie het nu duidelijk?

De belangrijkste focus van onze communicatie vandaag is het ontmaskeren van de uitingen van vier soorten ongepaste relaties die het kerkleven verstoren en hinderen. Wie zijn degenen die in de kerk ongepaste relaties aangaan? Wat is precies een ongepaste relatie? Welke kwesties zijn betrokken bij het aangaan van ongepaste relaties? Omdat ons hoofdonderwerp van communicatie diverse mensen, gebeurtenissen en dingen betreft die Gods werk en de normale orde van de kerk verstoren en hinderen, is deze bespreking van ongepaste relaties beperkt tot die welke het kerkleven verstoren en hinderen. We gooien niet zonder onderscheid alle soorten ongepaste relaties op één hoop, en zaken buiten het kerkleven gaan ons niet aan. Jullie moeten deze kwestie zuiver begrijpen, zonder afwijking. Dus, als het gaat om het aangaan van ongepaste relaties, welke kwesties en welke relaties tussen mensen zijn dan ongepast? Welke ongepaste relaties verstoren en hinderen het kerkleven en de meerderheid van de mensen? Zijn deze kwesties het waard om over te communiceren? (Ja.) Dit zijn zaken die in onze communicatie duidelijk moeten worden aangepakt.

A. Ongepaste relaties tussen de seksen

Wat is in het kerkleven de meest voorkomende, gemakkelijkst te begrijpen en gemakkelijkst te typeren soort ongepaste relatie? (Relaties tussen de seksen.) Dit is het eerste aspect waar mensen aan denken bij ongepaste relaties. Sommige mensen flirten, telkens wanneer ze in een groep zijn, altijd met het andere geslacht; ze maken suggestieve gebaren en uitdrukkingen, spreken op een bijzonder expressieve manier en pronken graag. Om een ongepaste term te gebruiken: ze pronken met hun seksualiteit. In het bijzijn van het andere geslacht doen ze zich graag geestig, humoristisch, romantisch, hoffelijk, heldhaftig, charismatisch en geleerd voor, naast andere kwaliteiten; ze pronken bijzonder graag. Waarom pronken ze? Het is niet om te wedijveren om status, maar om het andere geslacht aan te trekken. Hoe meer leden van het andere geslacht aandacht aan hen besteden en hun bewonderende, eerbiedige en aanbiddende blikken toewerpen, hoe opgewondener en energieker ze worden. Naarmate ze meer tijd in het kerkleven doorbrengen en met meer mensen in contact komen, richten ze zich op een paar individuen, flirten ze en wisselen ze blikken uit met sommigen van het andere geslacht, en spreken ze vaak op een provocerende manier, zelfs met een vleugje seksuele intimidatie. Is dit soort relatie tussen mensen gepast? (Nee.) Dit komt neer op het aangaan van ongepaste relaties. Zulke individuen gebruiken zelfs bijeenkomsten om te pronken, en spreken zo dat ze bijzonder geestig en charmant overkomen op de persoon die ze leuk vinden of waarin ze geïnteresseerd zijn, maken suggestieve gebaren en werpen suggestieve blikken, vertonen een triomfantelijke en opgewonden uitdrukking, en paraderen zelfs rond, allemaal met welk doel? Het is om het andere geslacht te verleiden tot een ongepaste relatie. Ondanks de afkeer die veel broeders en zusters hiervan hebben, en ondanks talrijke waarschuwingen van de mensen om hen heen, stoppen ze nog steeds niet en volharden ze in hun roekeloze verleiding. Als zulke ongepaste relaties alleen inhouden dat twee mensen buiten het kerkleven met elkaar flirten en geen invloed hebben op het kerkleven of het werk van de kerk, dan kan de kwestie voorlopig terzijde worden geschoven. Als degenen die ongepaste relaties aangaan zich echter gewoonlijk zo gedragen binnen het kerkleven en anderen hinderen, behoren ze te worden gewaarschuwd en ingeperkt. Als ze ondanks herhaalde vermaningen onverbeterlijk blijven en het kerkleven al ernstig hebben verstoord, behoren ze door een stemming van Gods uitverkorenen uit de kerk te worden verwijderd. Is deze aanpak gepast? (Ja.) Als het slechts jonge mensen zijn die normaal daten, behoren ze zich tijdens bijeenkomsten ook discreet te gedragen om anderen niet te beïnvloeden. De kerk is een plaats om God te aanbidden, Gods woorden biddend te lezen en het kerkleven te leiden; persoonlijke genegenheid behoort niet in het kerkleven te worden gebracht zodat het anderen hindert. Als het anderen hindert, de stemming van anderen tijdens bijeenkomsten beïnvloedt, alsook hun vermogen om Gods woorden te lezen, te begrijpen en te kennen, waardoor meer mensen worden afgeleid en gehinderd, dan wordt zo'n relatie getypeerd als een ongepaste relatie. Zelfs legitiem daten zal, als dat anderen hindert, worden getypeerd als een ongepaste relatie, laat staan het verleiden van het andere geslacht buiten het daten om. Daarom, als iemand in het kerkleven ongepaste relaties aangaat, behoort dit niet stilzwijgend te worden toegestaan of gedoogd, maar moet dit worden beantwoord met waarschuwingen, inperkingen en zelfs verwijdering volgens de principes. Dit is werk dat leiders en werkers moeten uitvoeren. Als wordt ontdekt dat iemand ongepaste relaties aangaat en de meeste mensen in de kerk heeft gehinderd, waarbij zijn aanwezigheid ertoe leidt dat anderen worden afgeleid en verstrikt raken in wellustige gedachten, wat zelfs leidt tot het uiteenvallen van gezinnen en ervoor zorgt dat sommige nieuwe gelovigen hun interesse in bijeenkomsten, het lezen van Gods woorden of zelfs in het geloof zelf verliezen, en in plaats daarvan meer verliefd worden op de persoon die ze aanbidden, met hen willen weglopen om hun dagen samen door te brengen en hun geloof willen opgeven – als de ernst van de situatie tot dit punt is geëscaleerd, en de leiders en werkers het nog steeds niet serieus nemen, denkend dat het slechts menselijke lust is, dat het niets belangrijks is en iets wat gewone mensen allemaal doen, de ernst van het probleem niet erkennen en al helemaal niet beseffen hoe ver het probleem zich kan ontwikkelen, maar het negeren en bijzonder ongevoelig en afgestompt reageren op zulke zaken, wat uiteindelijk nadelige gevolgen heeft voor de meerderheid in de kerk – dan vormt de aard van deze incidenten een ernstige verstoring en hinder. Waarom zeg Ik dat het een ernstige verstoring en hinder vormt? Omdat deze incidenten de normale orde van het kerkleven verstoren en schaden. Daarom, zodra zulke individuen in de kerk opduiken, moeten ze worden ingeperkt, met hoe weinig of hoe talrijk ze ook zijn, waarbij ervoor wordt gezorgd dat elk geval wordt aangepakt, en als de situatie ernstig is, moeten ze worden geïsoleerd. Als isolatie geen resultaat oplevert en ze doorgaan met het verleiden van het andere geslacht, het hinderen van het kerkleven en het schaden van de normale orde van de kerk, dan moeten ze volgens de principes uit de kerk worden verwijderd. Is deze aanpak gepast? (Ja.) De impact van zulke zaken op het kerkleven en op het werk van de kerk is uiterst schadelijk; ze zijn als een plaag en moeten worden uitgeroeid.

Iedereen die geneigd is het andere geslacht te verleiden, doet dat waar hij ook gaat en houdt zich onvermoeibaar met dergelijk gedrag bezig. Hun doelwitten voor verleiding en intimidatie zijn vaak jonge en aantrekkelijke individuen, maar soms gaat het ook om mensen van middelbare leeftijd – bij iedereen die ze aantrekkelijk vinden, zoeken ze proactief naar mogelijkheden om te verleiden. Als ze van plan zijn anderen te verleiden, kunnen sommigen de verlokking niet weerstaan en zullen erin trappen, wat gemakkelijk leidt tot ongepaste relaties. Omdat de gestalte van mensen te klein is en het hun aan oprecht geloof in God en aan begrip van de waarheid ontbreekt, hoe zouden ze deze verzoekingen kunnen overwinnen en zulke verlokkingen kunnen weerstaan? De gestalte van mensen is te klein; ze zijn bijzonder zwak en machteloos wanneer ze met deze verzoekingen en verlokkingen worden geconfronteerd. Het is moeilijk voor hen om onberoerd te blijven. Er was een mannelijke leider die elke mooie vrouw die hij zag probeerde te verleiden; soms was het verleiden van slechts één niet genoeg – hij kon er wel drie of vier verleiden, waardoor al deze vrouwen zo door hem werden geboeid dat ze hun eetlust verloren en niet konden slapen, en zelfs de wens om hun plichten te vervullen verloren. Zo groot was de ‘charme’ van deze man. Als hij gewoon normaal met mensen was omgegaan, zonder hen opzettelijk te proberen te verleiden, zou zijn invloed niet zo groot zijn geweest. Alleen toen hij opzettelijk toneelstukjes opvoerde en anderen verleidde, trapten steeds meer mensen erin, waardoor het aantal mensen dat werd verleid tot ongepaste relaties met hem toenam. Mensen werden machteloos om weerstand te bieden en bezweken voor deze verzoekingen. Dit was de ‘charme’ van lust; wat hij deed, creëerde verzoekingen, verlokkingen en hinder voor beide partijen. Eén man die meerdere vrouwen tegelijk verleidt – was zijn hart soms geprikkeld, ofzo? Welke vrouw eerst aandacht geven, welke eerst tevredenstellen – zou hij niet mentaal uitgeput raken? (Ja.) Als het zo uitputtend was, waarom bleef hij zich dan zo gedragen? Dit is boosaardigheid; dit was het soort schepsel dat hij was, dit was zijn aard. Zodra de slachtoffers zijn verleid en voor de verzoeking bezwijken, is het dan gemakkelijk voor hen om aan de verzoeking te ontsnappen? Eenmaal gevangen in verzoeking, zal het moeilijk zijn om te ontsnappen. Eten, slapen, lopen, plichten vervullen – wat ze ook doen, hun gedachten zijn vervuld van deze persoon, hun hart wordt verteerd door deze persoon. Zulke hinder is buitengewoon ernstig! Wat volgt is constant nadenken over hoe ze deze persoon kunnen behagen, hoe ze zich aan hem kunnen overgeven, hoe ze hem kunnen winnen, hoe ze hem kunnen monopoliseren, hoe ze kunnen concurreren en vechten met andere rivalen. Zijn dit niet de gevolgen van gehinderd worden? Is het gemakkelijk om aan zo'n gesteldheid te ontsnappen? (Het is niet gemakkelijk.) De gevolgen worden ernstig. Kan iemands hart op dat moment nog stil zijn voor God? Kunnen ze, wanneer ze Gods woorden lezen, die nog steeds in zich opnemen? Kunnen ze nog steeds licht hebben? Zullen ze tijdens bijeenkomsten nog steeds in de stemming zijn om over de woorden van God na te denken en te communiceren, en om naar anderen te luisteren die Gods woorden delen? Dat zullen ze niet; hun hart zal vervuld zijn van lust, van het object van hun aanbidding, verstoken van welke serieuze zaken dan ook – zelfs God zal uit hun hart verdwenen zijn. Wat volgt is het peinzen over hoe je liefde kunt ervaren, hoe je romantisch kunt zijn, enzovoort, en het verlangen om in God te geloven is volledig verdwenen. Zijn deze gevolgen goed? Is dit wat mensen wensen te zien? (Nee.) Zijn de gevolgen van verleid worden en voor de verzoeking bezwijken iets wat mensen kunnen voorkomen? Kunnen mensen deze gevolgen beheersen? Kan het aan hen zijn om te beslissen? Kunnen ze het niveau bereiken waarop ze kunnen stoppen wanneer ze dat in hun hart wensen? Niemand kan dit bereiken. Dit is het gevolg van de hinder die zulke ongepaste relaties op mensen hebben. Wanneer God afwezig is in iemands hart en men niet langer Gods woorden wenst te lezen, wat zijn dan de gevolgen? Is er nog hoop op redding? De hoop op redding wordt nihil. Alles is verloren; die schamele doctrines die men voorheen begreep, de vastberadenheid en het besluit om zich voor God in te zetten, en het verlangen om Gods redding te verkrijgen, worden allemaal overboord gegooid – dit zijn de gevolgen. Mensen distantiëren zich van God en verwerpen Hem in hun hart, en ze worden ook door God verworpen. Dit gevolg is niet iets wat iemand die in God gelooft en Hem volgt wenst te zien, en het is een feit dat geen enkele volgeling van God kan aanvaarden. Echter, als mensen eenmaal voor zulke verzoekingen bezwijken en gevangen raken in de draaikolk van ongepaste relaties, vinden ze het moeilijk om zichzelf te bevrijden en zijn ze al helemaal niet in staat zichzelf te beheersen. Daarom moeten zulke ongepaste relaties worden ingeperkt. In ernstige gevallen, voor degenen die consequent het andere geslacht hinderen en lastigvallen, moeten ze onmiddellijk en snel uit de kerk worden weggezuiverd, zodat ze het kerkleven niet hinderen en, nog belangrijker, om te voorkomen dat meer mensen in verzoeking worden verstrikt. Is deze aanpak redelijk? (Ja.)

In het twaalfde punt van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers, moeten leiders en werkers bij elke taak hun uiterste best doen om ervoor te zorgen dat Gods uitverkorenen een normaal kerkleven kunnen leiden, en de broeders en zusters te beschermen tegen enige inmenging of hinder in het kerkleven. Dit betekent het beschermen van alle broeders en zusters die een normaal kerkleven kunnen leiden. Wat moet er precies worden beschermd? De broeders en zusters moeten worden beschermd zodat ze tijdens bijeenkomsten in stilte voor God kunnen komen en vreedzaam Gods woorden biddend kunnen lezen en delen; tegelijkertijd moeten de broeders en zusters in staat zijn om eensgezind tot God te bidden, Gods bedoelingen te zoeken, verlichting en illuminatie van God te zoeken, Gods aanwezigheid te verkrijgen en Gods zegeningen en leiding te ontvangen. Dit is het grootste en belangrijkste belang van alle broeders en zusters, en het is essentieel voor iedereen; het gaat erom of ze gered kunnen worden en of ze een goede bestemming kunnen hebben. Daarom is het noodzakelijk om degenen die in de kerk ongepaste relaties aangaan streng in te perken, te isoleren of te verwijderen; in het bijzonder moet er streng worden toegezien op degenen die relaties tussen de seksen aangaan. Wat betekent toezicht? Als het slechts een licht geval is, moeten ze worden ontmaskerd en gesnoeid, en onmiddellijk worden gestopt en ingeperkt, en worden verhinderd anderen te beïnvloeden. Als het een ernstig geval is, is het noodzakelijk om besluitvaardig en zonder aarzeling te handelen; ze moeten zo snel mogelijk uit de kerk worden verwijderd om te voorkomen dat ze meer mensen hinderen. Als ze hinder willen veroorzaken, laat hen dat dan buiten in de wereld doen, en hinderen wie ze maar willen; het volstaat te zeggen dat alle broeders en zusters in het kerkleven die de waarheid nastreven niet door hen gehinderd mogen worden. Dit is het voornaamste principe en doel voor het werk van leiders en werkers met betrekking tot deze twaalfde verantwoordelijkheid.

B. Homoseksuele relaties

Wat de kwestie van ongepaste relaties betreft, hebben we zojuist voornamelijk gecommuniceerd over het aangaan van ongepaste relaties tussen de seksen. Wanneer het gaat om het verleiden, lokken, pronken en plagen van het andere geslacht, hen actief benaderen en proberen dichtbij hen te komen, en vaak opzettelijk of onopzettelijk proberen dichtbij hen te zitten bij bijeenkomsten; en bovendien, wanneer iemand niet slechts één persoon verleidt, maar doorgaat naar een ander als de eerste poging mislukt, zodat veel leden van het andere geslacht in de kerk worden lastiggevallen, dan is deze kwestie ernstig geworden. Dit omvat ongepaste relaties tussen de seksen. Naast relaties met het andere geslacht zijn er ook enkele ongepaste relaties onder mensen van hetzelfde geslacht. Als twee mensen van hetzelfde geslacht een bijzonder vriendschappelijke band hebben, elkaar al lange tijd kennen en vrij hecht zijn, dan is het gepast dat ze vaak met elkaar omgaan. Zodra het echter escaleert tot het aangaan van wellustige relaties van het vlees, moeten zulke relaties ook als ongepast worden geclassificeerd. Als er tussen twee mensen van hetzelfde geslacht frequent lichamelijk contact is, zelfs in die mate dat ze gewoonlijk taal van provocerende aard tegen elkaar gebruiken, en ze vaak met hun armen om elkaar heen worden gezien of duidelijker gedrag en uitingen vertonen, dan wordt het na verloop van tijd voor iedereen duidelijk: “Het is niet dat deze twee elkaar helpen of qua persoonlijkheid bij elkaar passen; ze gaan niet met elkaar om binnen het domein van normale menselijkheid. Dit is homoseksualiteit!” Nu begrijpen de meeste mensen dat homoseksualiteit een ongepaste relatie is, die van aard zelfs ernstiger en ongepaster is dan die tussen de verschillende seksen. Als zulke relaties binnen de kerk bestaan, kunnen ze zich als een plaag verspreiden en sommigen tot dit soort verzoeking en verlokking leiden. Sommige mensen zeggen dat ze in het verleden homoseksualiteit hebben bedreven, maar dit niet gewillig deden. Laten we buiten beschouwing laten of ze werkelijk homoseksueel zijn of wat hun seksuele geaardheid is; als ze door verlokking voor een dergelijke verzoeking kunnen bezwijken – en we laten voor nu buiten beschouwing of ze dat gewillig of passief deden – dan werden ze er in de eerste plaats door gehinderd. Afgaande op hun bewering dat ze het niet gewillig deden, waren ze slachtoffers. Als homoseksuelen anderen van hetzelfde geslacht verleiden en lokken, kunnen degenen die worden verlokt – hoewel ze niet noodzakelijkerwijs zelf homoseksueel zijn – dus homoseksueel worden nadat ze door zo iemand zijn verlokt. Is dit niet een gevaarlijke situatie? Waarom wordt er gezegd dat zulke mensen homoseksuelen zijn? Het verleiden van veel mensen door heteroseksuele individuen valt onder de categorie van losbandigheid, wat een ongepaste relatie vormt. Dus wanneer twee mensen van hetzelfde geslacht die een hechte relatie hebben en goed met elkaar kunnen opschieten elkaars hand vasthouden en elkaar omhelzen, wat allemaal normaal is, hoe kan dat dan escaleren tot het punt dat ze als homoseksueel worden bestempeld? Het is de seksuele relatie tussen hen – zodra dit niveau van relatie ontstaat, wordt het homoseksualiteit. Wanneer ze hun armen om elkaars schouders slaan, om elkaars nek hangen of elkaar bij de taille vasthouden, is dit geen normaal lichamelijk contact tussen individuen van hetzelfde geslacht; het is veeleer door lust gedreven lichamelijk contact, dat van aard verschilt en dus in de categorie van ongepaste relaties valt. Is het voor de meeste mensen in de kerk stichtelijk om zulke homoseksuelen te zien, of niet? (Nee, het is niet stichtelijk.) Voelen de meeste mensen zich gehinderd nadat ze dit hebben gezien? Als je onwetend was over de situatie en zij hun arm om je nek of taille legden, of je zelfs op het gezicht kusten, zou je je dan gehinderd voelen? (Ja.) Zou je hart zich, nadat je je gehinderd voelde, op zijn gemak voelen, of juist ongemakkelijk? (Ik zou ervan walgen.) Zou je dan het gevoel hebben dat je gezondigd hebt? Als je niet precies begrijpt wat de essentie van dit soort kwestie is en je slechts wordt aangeraakt of lichamelijk benaderd door iemand van hetzelfde geslacht zonder er daarna veel over na te denken, dan is er niet veel aan de hand. Als je er echter over nadenkt en blijft nadenken, en je deze persoon vervolgens niet kunt loslaten, vergelijkbaar met hoe men naar het andere geslacht zou kunnen smachten – ongeacht of je je er in je subjectieve bewustzijn tegen verzet of niet – dan toont het opkomen van zulke gedachten in jou toch aan dat je al gehinderd bent, nietwaar? Daarom is de aard van homoseksuele relaties, dit type ongepaste relatie, veel ernstiger. Sommige mensen slagen er niet in het verschil te zien tussen losbandigheid onder heteroseksuelen en homoseksualiteit, en behandelen deze twee kwesties als gelijk. In feite is het probleem van homoseksualiteit veel ernstiger dan de kwestie van losbandigheid onder heteroseksuelen.

Als individuen die homoseksuele relaties aangaan in de kerk verschijnen en niet worden ingeperkt, vormen ze een bedreiging en veroorzaken ze hinder voor iedereen. Wat voor hinder? Van buitenaf kunnen de meeste mensen geen problemen met hun menselijkheid ontdekken wanneer ze met hen omgaan, maar langdurige interactie vertroebelt hun gedachten en verduistert hun hart. Ze verliezen hun enthousiasme voor het geloof in God en worden, zonder specifieke problemen tegen te komen, onwillig om in God te geloven, verliezen hun interesse in het lezen van Gods woorden, voelen zich in hun hart steeds verder van God verwijderd en koesteren kwaadaardige gedachten om hun geloof op te geven. Daarom moeten zulke ongepaste homoseksuele relaties binnen de kerk niet alleen worden gestopt en ingeperkt; degenen die ze aangaan, moeten ook onmiddellijk uit de kerk worden weggezuiverd. Dit is absoluut. Zodra zulke individuen worden ontdekt, moeten ze, ongeacht de plichten die ze vervullen of hun status, onmiddellijk uit de kerk worden weggezuiverd, zonder enige tolerantie! Dit is het voorschrift van de kerk. Waarom bestaat dit voorschrift? Het is goed onderbouwd. God schiep de mens als man en vrouw; nadat Hij Adam had geschapen, was zijn partner Eva, niet een andere Adam. Een dergelijke maatregel nemen tegen degenen die homoseksuele relaties aangaan, is gebaseerd op Gods woorden, en het is absoluut nauwkeurig. Sommigen zeggen misschien: “Waarom deze mensen geen kans geven om berouw te tonen? Ze zijn jong; mag men dan geen belachelijke dingen doen?” Nee! Andere belachelijke daden kunnen, afhankelijk van de omstandigheden en de aard ervan, anders worden behandeld, maar deze specifieke belachelijke daad is absoluut geen gewone belachelijke daad; deze kan absoluut niet worden getolereerd, en iedereen die een dergelijke daad binnen de kerk begaat, moet onmiddellijk worden weggezuiverd! Als een hele kerk uit homoseksuelen zou bestaan, dan zouden ze allemaal worden weggezuiverd. Zo’n kerk is niet gewenst, zelfs niet één! Dit is het principe. Sommigen zeggen: “Sommige mensen hebben een homoseksuele relatie met slechts één persoon, maar ze hebben geen anderen verleid of zijn niet begonnen anderen te hinderen. Moeten zulke individuen worden aangepakt en verwijderd?” Als ze werkelijk homoseksueel zijn, is hen in de kerk laten blijven hetzelfde als een tikkende tijdbom plaatsen te midden van Gods uitverkorenen – die zal vroeg of laat ontploffen. Zelfs als ze geen individuen van hetzelfde geslacht hebben gehinderd, verleid of lastiggevallen, betekent dat niet dat ze dat in de toekomst niet zullen doen. Het kan zijn dat ze nog niemand hebben gevonden die ze aantrekkelijk vinden, iemand die ze leuk vinden, of dat de tijd nog niet rijp is en iedereen elkaar nog niet goed kent en begrijpt. Maar zodra de tijd rijp en geschikt is voor zulke mensen, zullen ze hun slag slaan. Daarom mogen zulke individuen absoluut nooit worden getolereerd of toegestaan binnen de kerk te blijven, aangezien ze onnatuurlijk en onmenselijk zijn. De kerk wil zulke mensen niet. Degenen die dergelijke ongepaste relaties aangaan op deze manier aanpakken, is niet verkeerd of overdreven. Sommigen zeggen echter: “Sommige homoseksuelen lijken heel goed; ze hebben niets slechts gedaan, houden zich aan wetten en voorschriften, tonen respect voor ouderen en liefde voor jongeren, doen altijd goede daden, sommigen hebben zelfs gaven en vaardigheden, en sommigen zijn bijzonder liefdadig en behulpzaam in de kerk. We zouden hen in de kerk moeten laten blijven.” Is deze gedachte juist? (Nee.) Ongeacht of je gedachten juist of onjuist zijn, moet je de aard van homoseksuelen kunnen doorzien. Het beoefeningsprincipe van de kerk voor individuen die homoseksuele relaties aangaan, is hen te verwijderen. Dit is een bestuurlijk decreet dat niemand mag schenden; iedereen moet volgens dit principe praktiseren.

De uitingen van deze twee soorten ongepaste relaties waarover we zojuist hebben gecommuniceerd, zijn voor mensen het gemakkelijkst te onderscheiden, te doorzien en te typeren. Wat betreft degenen die zulke ongepaste relaties aangaan, moeten leiders en werkers ten eerste hun verantwoordelijkheden vervullen door maatregelen te nemen als het stoppen, inperken, isoleren en verwijderen om hen aan te pakken. Ten tweede moeten broeders en zusters degenen die deze twee soorten ongepaste relaties aangaan ook onderscheiden en uit de weg gaan, om te voorkomen dat ze worden verlokt en voor de verzoeking bezwijken, wat hun geloof in God en hun streven naar de waarheid om redding te verkrijgen zou kunnen beïnvloeden. Eenmaal verstrikt in verzoeking is het moeilijk om je te bevrijden. De meeste mensen zouden in staat moeten zijn deze twee soorten mensen te onderscheiden. Gedraag je niet zoals mensen in de maatschappij, die doen alsof ze niet zien wie met wie flirt, die geen correcte zienswijze of standpunt hebben ten opzichte van degenen die zich met losbandigheid bezighouden, en die normaal met zulke individuen kunnen omgaan zolang hun eigen belangen niet in het geding zijn, en spreken zoals ze normaal zouden doen, alsof er niets aan de hand is. Hebben zulke mensen principes in hoe ze anderen behandelen? Helemaal niet. Alle ongelovigen leven volgens filosofieën voor wereldse zaken en streven ernaar niemand te beledigen om zichzelf te beschermen, maar Gods huis is absoluut anders dan de ongelovige maatschappij. In Gods huis heeft de waarheid de macht. God vereist van mensen dat ze anderen behandelen op basis van de principes van de waarheid. Gods uitverkorenen aanvaarden allemaal de waarheid en wapenen zich ermee, en gebruiken die om anderen te onderscheiden en te behandelen, niet alleen om het kerkleven te handhaven en de broeders en zusters te beschermen, maar, nog belangrijker, om zichzelf te beschermen tegen het lijden van verzoeking en te voorkomen dat ze tot verzoeking worden verlokt. Hoe eerder je zulke individuen kunt onderscheiden en afstand van hen kunt nemen, des te meer zul je in staat zijn afstand te nemen van verzoeking en beschermd te worden. Zo moet je individuen behandelen die ongepaste relaties aangaan; dit is in overeenstemming met de principes van de waarheid en strookt met Gods bedoelingen.

C. Ongepaste relaties van gevestigde belangen

Een ander type ongepaste relatie is die van gevestigde belangen. Mensen doen dingen als elkaar vleien, verheffen, prijzen en bij elkaar in de gunst proberen te komen omwille van belangen. Het binnenbrengen van zulk vals gedrag en een boosaardige sfeer in het kerkleven heeft een ernstige impact op anderen die rustig Gods woorden lezen of luisteren naar gedeelde ervaringen. Zodra een relatie van gevestigde belangen is ontstaan, zullen de betrokken individuen vaak dingen zeggen of doen die tegen hun verlangens ingaan, voor hun eigen voordeel. Als iemand bijvoorbeeld ziet dat een ander zijn bedrijf of belangen op de een of andere manier ten goede kan komen, kan hij die persoon als leider kiezen, hem voor een specifieke plicht nomineren, of instemmen met alles wat die persoon zegt en beweren dat het juist is, ongeacht of het met de waarheid strookt, om in de gunst te komen. Om bij hen in de gunst te komen, doen ze veel dingen die niet met principes stroken en tegen de waarheid ingaan, wat Gods uitverkorenen hindert bij het onderscheiden van mensen, gebeurtenissen en dingen en het binnengaan in de waarheid. Ze omschrijven wat verkeerd en verwrongen is als juist, omschrijven menselijke noties en verbeeldingen als in overeenstemming met Gods bedoelingen, enzovoort, en hinderen zo de gedachten van mensen en de juiste richting en het juiste doel van hun streven. Al dit gedrag komt voort uit het in stand houden van een relatie van gevestigde belangen. Om hun eigen belangen te beschermen en te behouden, kunnen ze tegen hun geweten in spreken en tegen principes in handelen. Wat ze zeggen en doen, veroorzaakt hinder en vernietiging in het kerkleven, wat er uiteindelijk toe leidt dat meer mensen niet in staat zijn om op een normale en ordelijke manier over Gods woorden te communiceren, Gods woorden biddend te lezen of persoonlijke ervaringen te delen, wat verliezen toebrengt aan de ingang in het leven van mensen. Wanneer mensen over hun persoonlijke ervaringskennis communiceren, ondervinden ze vaak inmenging vanuit de gevestigde belangen van mensen; sommige zijn verbale inmengingen, sommige zijn gedragsmatige, en andere hebben betrekking op doelen en richtingen. Mensen worden vaak onderbroken wanneer ze over de waarheid communiceren en Gods woorden biddend lezen, worden vaak van het onderwerp afgeleid en worden vaak in verschillende mate beïnvloed. Daarom moeten degenen die ongepaste relaties van gevestigde belangen aangaan en aanverwant gedrag vertonen, worden ingeperkt. Kerkleiders die met deze problemen worden geconfronteerd, mogen geen oogje dichtknijpen, en ze mogen zeker niet toegeven aan dergelijke kwaaddoenerij, noch het plaatsvinden van zulke zaken binnen het kerkleven gedogen. In plaats daarvan moeten ze waakzaam en opmerkzaam zijn, en die onmiddellijk stoppen en inperken.

Het aangaan van ongepaste relaties van gevestigde belangen komt vaak voor in de kerk. Als iemand bijvoorbeeld van plan is zich kandidaat te stellen voor de verkiezing van de volgende kerkleider, kan hij een groep mensen voor zich winnen en zijn ideeën aan hen onthullen. Deze mensen zijn niet dom; ze geven een hint: “Als we jou kiezen, welke voordelen geef je ons dan?” Zo ontstaat er onder hen een relatie gebaseerd op gevestigde belangen. Om hun gevestigde belangen te behartigen, nemen ze tijdens bijeenkomsten vaak hetzelfde standpunt in over kwesties. Zonder dat anderen het weten of de achtergrond kennen, praten ze altijd over hoe goed de een is, hoe wat een ander doet door God is toegestaan en gezegend, wie offergaven heeft gedaan en hoeveel ze hebben geofferd, en wie welke bijdragen heeft geleverd aan Gods huis, waarbij ze vaak elkaars lof zingen en elkaar aanprijzen. In het kerkleven brengen ze deze dingen vaak naar buiten ten dienste van de consensus die ze eerder hebben bereikt en om hun wederzijdse belangen te behartigen. Iemand zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Als jullie mij als leider kiezen, zal ik jou, zodra ik mijn positie heb ingenomen, tot teamleider maken.” Zijn ze niet allemaal op zoek naar persoonlijk gewin? Moeten ze, om hun belangen te realiseren, niet bepaalde dingen zeggen of bepaalde handelingen verrichten? Zo vertonen ze tijdens bijeenkomsten diverse uitingen, allemaal gericht op het handhaven van de consensus die ze eerder hebben bereikt en de belangen die ermee gemoeid zijn. Voordat ze hun doel bereiken, wordt het meeste van wat ze doen gedreven door belangen. Zijn de bedoelingen en doelen achter wat ze zeggen en doen dan niet behoorlijk ongepast? Is de relatie die onder hen is ontstaan geen ongepaste relatie? Moeten zulke ongepaste relaties binnen de kerk niet worden ingeperkt? Sommigen zeggen: “Hoe kunnen we die inperken als ze niet worden ontdekt?” Eenmaal ondernomen, kunnen zulke zaken, tenzij ze helemaal niet worden gedaan, worden ontdekt en zullen ze worden ontmaskerd. Als mensen op de juiste manier over de waarheid en hun persoonlijke inzichten en ervaringen communiceren, zonder er iets aan toe te voegen wat niets met de waarheid te maken heeft, kan iedereen dit waarnemen. Als er vermengingen zijn, kunnen mensen dit ook onderscheiden. Daarom moeten in de kerk ook diverse transactionele relaties die ontstaan voor het onderhouden van gevestigde belangen worden ingeperkt; op zijn minst moeten de betrokkenen worden gewaarschuwd en moet er met hen worden gecommuniceerd, zodat ze hun eigen problemen erkennen en de ernstige gevolgen begrijpen van het zich bezighouden met zulke activiteiten, terwijl tegelijkertijd de broeders en zusters in staat worden gesteld de aard van deze zaken te onderscheiden. Welke impact heeft dit soort activiteit op de meeste mensen? Het brengt mensen ertoe te denken dat er niet veel verschil is tussen de kerk en de maatschappij, dat beide plaatsen zijn waar iedereen elkaar uitbuit en mensen transacties aangaan voor hun eigen voordeel. Dit gedrag is geen gematigde hinder, maar vormt een ernstige hindering van het kerkleven. Zeg Mij, is iemand die voortdurend mensen voor zich probeert te winnen om hun stemmen voor een verkiezing te krijgen, en die ongebruikelijke middelen gebruikt om de verkiezing te manipuleren en de positie van leider te verkrijgen, een goed mens? Het is duidelijk dat leiders die op deze manier worden gekozen geen goede mensen zijn. Kunnen de broeders en zusters die in hun handen zijn gevallen iets goeds verwachten? Als iemand door ongebruikelijke middelen leider wordt, in plaats van op basis van principes te worden gekozen, is zo’n leider beslist geen goed mens. Als hij mag leiden, staat dat gelijk aan het schaamteloos overleveren van de broeders en zusters aan een kwaadaardig persoon, aan een antichrist, waarbij de meeste mensen in feite in de handen van Satan worden overgeleverd; in een dergelijk scenario zullen de vruchten van hun kerkleven voor zichzelf spreken. Dit is een type ongepaste relatie gebonden aan belangen. Of het nu tussen groepen of individuen is, zodra relaties tussen mensen belangen met zich meebrengen, zullen ze in hun handelen meer neigen naar persoonlijke voordelen dan handelen volgens principes om de belangen van Gods huis te behartigen. Zulke relaties zijn niet gebaseerd op het geweten en het verstand van de normale menselijkheid, maar zijn in strijd met zowel het geweten als het verstand, en nog meer met de principes van de waarheid. Wat ze zeggen, doen en laten zien, samen met hun bedoelingen, doelen, motivaties, oorsprong, enzovoort, wordt allemaal gedreven door belangen; daarom kunnen deze relaties als ongepast worden gedefinieerd. Omdat het ontstaan van zulke relaties Gods uitverkorenen hindert in het leiden van een kerkleven, waardoor het voor de meeste mensen moeilijk wordt om in stilte voor God Gods woorden te lezen en over de waarheid te communiceren, moeten zulke ongepaste relaties binnen de kerk worden ingeperkt. In gevallen die ernstig zijn en het gedrag van kwaadaardige personen vormen, moeten waarschuwingen worden gegeven, en als de betrokkenen hoe dan ook geen berouw tonen, moeten ze uit de kerk worden verwijderd.

D. Haat tussen individuen.

Ongepaste intermenselijke relaties kennen verschillende uitingen. Een andere daarvan is persoonlijke haat. Zo kunnen er binnen families wrijvingen of geschillen ontstaan tussen schoonmoeders en schoondochters, tussen schoonzussen of tussen broers, of ze kunnen ontstaan tussen buren. Soms ontwikkelt dit zich zelfs tot haat, waardoor deze mensen, net als vijanden, niet meer met elkaar kunnen samenwerken, in die mate dat ze elkaar niet eens meer onder ogen kunnen komen en ruziën en vechten zodra ze elkaar zien. Wanneer ze elkaar op bijeenkomsten zien, zijn hun harten ook vervuld van haat en zijn ze niet in staat stil te worden voor God om van Zijn woord te genieten, over zichzelf na te denken en zichzelf te leren kennen. Ze kunnen al helemaal hun vooroordelen en haat niet loslaten om een normale bijeenkomst te hebben. In plaats daarvan belanden ze, telkens wanneer ze elkaar ontmoeten, in ruzies en conflicten, leggen ze elkaars tekortkomingen bloot, vallen ze elkaar aan en schelden ze elkaar zelfs uit, wat een uiterst negatieve invloed heeft op Gods uitverkorenen. Zulke mensen zijn niet-gelovigen, het zijn ongelovigen. Degenen die oprecht in God geloven en de waarheid liefhebben, zijn in staat, ongeacht wat er gebeurt, met wie ze geschillen hebben of jegens wie ze vooroordelen koesteren, de waarheid te zoeken, over zichzelf na te denken, zichzelf te leren kennen en problemen op te lossen volgens de principes van de waarheid. Als ze iets verkeerd hebben gedaan en iemand iets verschuldigd zijn, kunnen ze proactief hun excuses aanbieden en hun fouten toegeven; ze zullen absoluut niet hun toevlucht nemen tot het veroorzaken van ruzies of problemen op bijeenkomsten. Het is volstrekt onbetamelijk voor heiligen om in de kerk ruzie te maken en opschudding te veroorzaken; zulk gedrag maakt God ernstig te schande. Mensen die zo handelen, missen in hoge mate menselijkheid, geweten en rede; het zijn absoluut geen oprechte gelovigen in God. Dit probleem komt relatief vaker voor bij nieuwe gelovigen. Omdat nieuwe gelovigen de waarheid niet begrijpen en hun verdorven gezindheden niet zijn gezuiverd, raken ze gemakkelijk over veel dingen in conflict en laten ze zelfs hun opvliegendheid de vrije loop en raken ze slaags. Als deze verdorven gezindheden niet worden opgelost, zullen mensen haat in hun hart koesteren en zelfs wanneer ze het kerkleven leiden, zullen ze nog steeds eindeloze conflicten aangaan met deze opvliegendheid en haat. Dit beïnvloedt het kerkleven, het eten en drinken van Gods woord door Gods uitverkorenen, het prijzen van God en het delen van hun ervaringskennis van Zijn woorden. Het heeft ook een directe invloed op de ingang in het leven van Gods uitverkorenen. Sommige nieuwe gelovigen raken gemakkelijk in conflict over meningsverschillen over kleine kwesties. Voordat een bijeenkomst begint, willen sommigen bijvoorbeeld de ene lofzang zingen, terwijl anderen de voorkeur geven aan een andere – zelfs zo’n onbeduidende kwestie kan gemakkelijk tot conflicten leiden. Evenzo kunnen verschillende meningen over een zaak soms snel in debatten ontaarden, en zelfs een ondoordachte opmerking die iemand kwetst, kan een ruzie ontketenen. Dit soort incidenten komt vaak voor onder nieuwe gelovigen. Wanneer er tijdens bijeenkomsten conflicten ontstaan, hinderen die vanzelfsprekend het kerkleven. Hindert dit niet ook Gods uitverkorenen? Mensen die geneigd zijn te ruziën en te debatteren over goed en kwaad, hinderen het gemakkelijkst het kerkleven. Ze geven alleen om het bevredigen van hun eigen ijdelheid en aanzien, zonder rekening te houden met de belangen van Gods uitverkorenen. Veroorzaken ze door zo te handelen geen hinder in het kerkleven? (Ja.) De kerk is een plaats waar de broeders en zusters samenkomen om de woorden van God te eten, te drinken en ervan te genieten; het is een plaats voor onderwerping aan en aanbidding van God. Het is absoluut geen plaats om persoonlijke grieven te uiten, en zeker niet om te ruziën of te redetwisten over goed en kwaad. Wanneer zulke mensen op deze manier hinder veroorzaken, tot welke gevolgen leidt dat dan? Het leidt er direct toe dat er geen vreugde is tijdens bijeenkomsten; het leidt ertoe dat Gods uitverkorenen geen geestelijke opbouw kunnen ontvangen, en dat de meeste mensen zelfs geen vrede kunnen vinden en onbeschrijflijk lijden. Na verloop van tijd worden sommigen negatief en zwak, en zelfs onwillig om bijeenkomsten bij te wonen. Deze situatie komt in de meeste kerken vaak voor en is iets wat alle uitverkorenen van God hebben ervaren. Hoe moet het probleem van frequente ruzies en gevechten op bijeenkomsten dan worden opgelost? Er moeten verschillende, voor de kwestie relevante passages uit Gods woord worden geselecteerd en tijdens de bijeenkomsten meerdere keren samen worden gelezen; daarna moet iedereen over de waarheid communiceren en hun inzicht delen. Deze aanpak kan enige resultaten opleveren. Niet alleen kunnen degenen die geneigd zijn te ruziën hun overtredingen erkennen en berouw voelen, maar zelfs toeschouwers kunnen nadenken over de vraag of zij in soortgelijke situaties hun verdorven gezindheden hebben onthuld en of zij in staat zijn met anderen ruzie te maken – op deze manier kunnen ook de toeschouwers zichzelf leren kennen. Ongeacht of men betrokken raakt bij conflicten of niet, na verschillende passages van Gods woorden meerdere keren te hebben gelezen, kan men zijn eigen verdorven gezindheden herkennen en inzien dat leven naar verdorven gezindheden inderdaad betekent dat men geweten en rede mist en geen greintje menselijkheid bezit. De effecten van het op deze manier leiden van het kerkleven zijn toch niet slecht? Hoewel er aan het begin van een bijeenkomst geschillen kunnen zijn, is het, als iedereen daarna Gods woorden kan lezen, stil kan worden voor God om over zichzelf na te denken, problemen met de waarheid kan oplossen en oprecht berouw kan tonen – als deze resultaten kunnen worden bereikt – een normaal kerkleven. Daarom is wat er tijdens bijeenkomsten gebeurt niet noodzakelijkerwijs slecht; zolang iedereen eensgezind de waarheid zoekt en samen verscheidene relevante passages uit Gods woorden een paar keer leest, zullen mensen, zelfs als de problemen niet volledig kunnen worden opgelost, er enigszins doorheen kunnen kijken en enig onderscheidingsvermogen hebben – iedereen zal hiervan profiteren. Zouden jullie zeggen dat zo’n kerkleven zeldzaam is? Dit is een slechte zaak in een goede veranderen, het is enigszins een geluk bij een ongeluk. Dit mag er echter niet toe leiden dat men het idee propageert dat geschillen en debatten wenselijk zijn in het kerkleven; dit mag absoluut niet worden gepropageerd. Geschillen en debatten kunnen gemakkelijk leiden tot uitbarstingen van opvliegendheid en conflicten, wat voor iedereen slecht is en persoonlijk leed veroorzaakt voor de betrokkenen. Daarom is het zoeken van de waarheid om problemen op te lossen de beste aanpak, en het begrijpen van de waarheid kan soortgelijke incidenten in de toekomst effectief voorkomen. Verstandige individuen moeten een geduldige en tolerante houding aannemen wanneer er wrijvingen en botsingen ontstaan. Omdat zij ook verdorven gezindheden hebben en gemakkelijk anderen kunnen kwetsen, moeten ze, wanneer ze hun verdorven gezindheden onthullen, onmiddellijk tot God bidden en de waarheid zoeken om problemen op te lossen. Op deze manier zijn, tegen de tijd van de bijeenkomst, persoonlijke wrok en haat allemaal verdwenen, wat leidt tot een gevoel van bevrijding in hun hart en het gemakkelijker maakt om vriendschappelijk met de broeders en zusters om te gaan, en zo een harmonieuze samenwerking te bevorderen. Telkens wanneer iemand een broeder of zuster zijn verdorven gezindheid ziet onthullen, moet hij met liefde hulp bieden, en diegene niet oordelen, veroordelen of afwijzen. Het kan gebeuren dat problemen niet na één of twee pogingen tot hulp zijn opgelost, maar geduld en tolerantie zijn nog steeds vereist. Zolang ze het kerkleven niet hinderen of opzettelijk kwaad doen, moeten ze tot het einde toe met geduld en tolerantie worden behandeld – er zal een dag komen dat ze tot bezinning komen. Als iemand een kwaadaardige menselijkheid heeft en elke hulp weigert, en de waarheid niet aanvaardt, hoe die ook wordt gecommuniceerd, dan gelooft diegene niet oprecht in God en is het noodzakelijk afstand te houden van zulke individuen. Als ze herhaaldelijk het kerkleven hinderen, moeten ze volgens de principes worden behandeld en aangepakt. Als het geen kwaadaardige mensen zijn, maar ze slechts vaak hun verdorven gezindheid onthullen, zichzelf haten maar zich op het moment zelf machteloos voelen om anders te handelen, dan moeten zulke individuen met liefde worden bijgestaan; help hen de waarheid te begrijpen en hun onthullingen van verdorvenheid te onderscheiden en te herkennen – op deze manier zullen hun onthullingen van verdorvenheid geleidelijk afnemen. Als de broeders en zusters slechts af en toe door deze mensen worden beïnvloed, kan dat door de vingers worden gezien; zolang er geen grote problemen zijn met hun menselijkheid en het geen bedrieglijke of kwaadaardige mensen zijn, moeten ze worden ondersteund en geholpen door communicatie over de waarheid. Als ze de waarheid kunnen aanvaarden, moeten ze met liefde worden behandeld. Als ze echter weigeren berouw te tonen en het kerkleven voor een lange periode negatief beïnvloeden, moeten kerkleiders waarschuwingen geven en beperkingen opleggen. Als ze hardnekkig weigeren de waarheid te aanvaarden, zijn zulke individuen kwaadaardige mensen. Kwaadaardige mensen kunnen met niemand opschieten, het zijn rotte appels en demonen. Hen in de kerk houden zal alleen maar verstoringen en hinder veroorzaken. Daarom moeten degenen die weigeren te veranderen ondanks herhaalde vermaningen, als kwaadaardige mensen worden behandeld en uit de kerk worden verwijderd. Iedereen die vaak het kerkleven en de ingang in het leven van Gods uitverkorenen hindert, is een niet-gelovige en een kwaadaardig persoon, en moet uit de kerk worden verwijderd. Ongeacht wie de persoon is of hoe hij zich in het verleden heeft gedragen, als hij vaak het werk van de kerk en het kerkleven hindert, weigert gesnoeid te worden en zichzelf altijd verdedigt met kromme redeneringen, moet hij uit de kerk worden verwijderd. Deze aanpak is volledig gericht op het handhaven van de normale voortgang van het kerkwerk en het beschermen van de belangen van Gods uitverkorenen, en is volledig in overeenstemming met de principes van de waarheid en Gods bedoelingen. De ingang in het leven van Gods uitverkorenen en het werk van de kerk mogen niet worden beïnvloed door de geschillen en de onredelijke onruststokerij van een paar kwaadaardige individuen – dat is het niet waard en is ook onrechtvaardig jegens Gods uitverkorenen.

Als kwaadaardige mensen vaak hinder in de kerk veroorzaken, wat leidt tot een ineffectief kerkleven, is de beste oplossing om mensen in te delen en de bijeenkomsten op te splitsen in verschillende groepen: degenen die de waarheid liefhebben en oprecht hun plichten vervullen, komen samen; degenen die de waarheid willen nastreven maar hun plichten niet vervullen, komen samen; en degenen die graag verstoring en hinder veroorzaken, over anderen roddelen en anderen oordelen en veroordelen, komen samen. Op deze manier kan de kerk hoofdzakelijk worden opgesplitst in drie groepen mensen – ieder ingedeeld naar zijn soort, zou je kunnen zeggen – waardoor wordt verzekerd dat deze groepen elkaar tijdens bijeenkomsten niet storen. Mensen met een slechte menselijkheid, hoe roekeloos ze ook wandaden begaan, zullen anderen niet beïnvloeden, maar alleen zichzelf schaden. Sommige mensen hebben een venijnige gezindheid. Als iemand iets zegt wat hen kwetst of beledigt, zullen ze die persoon haten en manieren bedenken om hen aan te vallen en wraak te nemen. Hoe de waarheid ook met hen wordt gecommuniceerd, of hoe ze ook worden gesnoeid, ze aanvaarden het niet. Ze sterven nog liever dan dat ze berouw tonen en gaan door met het hinderen van het kerkleven. Dit bewijst dat het kwaadaardige mensen zijn. We kunnen dit soort kwaadaardige mensen niet blijven tolereren. Ze moeten volgens de principes van de waarheid uit de kerk worden verwijderd. Dit is de enige manier om dit probleem grondig op te lossen. Ongeacht welke fouten ze hebben gemaakt of welke slechte dingen ze hebben gedaan, die mensen met een venijnige gezindheid staan niet toe dat iemand hen ontmaskert of snoeit. Mocht iemand hen ontmaskeren en beledigen, dan worden ze woedend, nemen ze wraak en laten ze de kwestie nooit rusten. Ze hebben geen geduld en tolerantie voor andere mensen en oefenen geen verdraagzaamheid jegens hen. Op welk principe is hun gedrag gebaseerd? ‘Liever verraad ik dan dat ik verraden word.’ Met andere woorden, ze tolereren het niet om door wie dan ook beledigd te worden. Is dit niet de logica van kwaadaardige mensen? Dit is precies de logica van kwaadaardige mensen. Niemand mag hen beledigen. Voor hen is het onaanvaardbaar dat iemand hen ook maar in het geringste prikkelt, en ze haten iedereen die dat doet. Ze zullen die persoon blijven achtervolgen en de zaak nooit laten rusten – zo zijn kwaadaardige mensen. Je moet kwaadaardige mensen isoleren of verwijderen zodra je ontdekt dat ze de essentie van kwaadaardige mensen hebben, voordat ze groot kwaad kunnen aanrichten. Dit zal de schade die ze aanrichten minimaliseren; het is de verstandige keuze. Als leiders en werkers wachten tot een kwaadaardig persoon een of andere ramp veroorzaakt om hem aan te pakken, zijn ze passief. Dat zou bewijzen dat de leiders en werkers erg dwaas zijn en geen principes hebben in hun handelen. Er zijn enkele leiders en werkers die precies zo dwaas en onwetend zijn. Ze staan erop te wachten tot ze sluitend bewijs hebben voordat ze kwaadaardige mensen aanpakken, omdat ze denken dat alleen dan hun gemoed gerust zal zijn. Maar in feite heb je geen sluitend bewijs nodig om er zeker van te zijn dat iemand kwaadaardig is. Je kunt het zien aan hun dagelijkse woorden en daden. Zodra je er zeker van bent dat ze kwaadaardig zijn, kun je beginnen met hen in te perken of te isoleren. Dit zal ervoor zorgen dat noch het werk van de kerk, noch de ingang in het leven van Gods uitverkorenen wordt geschaad. Sommige leiders en werkers kunnen niet onderscheiden wie kwaadaardig is, noch kunnen ze kwaadaardige mensen tijdig aanpakken. Als gevolg daarvan worden het werk van de kerk en het kerkleven beïnvloed, en wordt de ingang in het leven van Gods uitverkorenen belemmerd. Dit is erg dwaas. Zo voeren valse leiders werk uit. Enerzijds ontbreekt het hun aan onderscheidingsvermogen, en anderzijds zijn het jaknikkers die bang zijn anderen te beledigen. Wanneer zulke mensen als leiders dienen, kunnen ze ten eerste geen werkelijk werk doen en ten tweede schaden ze Gods uitverkorenen. Ze kunnen niet eens het probleem van hinder door kwaadaardige mensen snel oplossen, noch kunnen ze de broeders en zusters beschermen; zulke mensen zijn niet geschikt om leiders en werkers te zijn. Zeg Mij, als iemand wordt gekenmerkt als een kwaadaardig persoon, is het dan nog nodig om de waarheid te communiceren om hem te helpen? (Nee.) Het is niet nodig om hem een kans te geven. Sommige mensen hebben te veel ‘liefde’ en geven kwaadaardigen altijd een kans om berouw te tonen, maar kan dit enig effect hebben? Komt dit overeen met de principes van Gods woorden? Heb je ooit een kwaadaardig persoon gezien die werkelijk berouw kan tonen? Niemand heeft dat ooit gezien. Hopen dat kwaadaardige mensen berouw tonen is als medelijden hebben met giftige slangen; het is medelijden hebben met wilde beesten. Dit komt omdat op basis van de essentie van kwaadaardige mensen kan worden vastgesteld dat kwaadaardige mensen nooit van positieve dingen zullen houden, nooit de waarheid zullen aanvaarden en nooit berouw zullen tonen. Je zult het woord ‘berouw’ niet in hun woordenboek vinden. Hoe je de waarheid ook met hen communiceert, ze zullen hun eigen motieven en belangen niet opzijzetten en zullen verschillende redenen en excuses vinden om zichzelf te rechtvaardigen, en niemand kan hen overtuigen. Als ze verlies lijden, is dat voor hen ondraaglijk en zullen ze anderen er eindeloos over lastigvallen. Hoe kunnen zulke mensen, die niet bereid zijn enig verlies te lijden, werkelijk berouw tonen? Extreem egoïstische mensen zijn degenen die hun eigen belangen boven alles stellen; het zijn kwaadaardige mensen en ze zullen nooit berouw tonen. Als je al grondig hebt doorzien dat zo iemand kwaadaardig is en je hem toch een kans geeft om berouw te tonen, is dat dan niet dwaas? Dit staat gelijk aan het opwarmen van een bevroren slang in je boezem, om later door die slang gebeten te worden. Alleen een dwaas zou zoiets stoms doen. In de kerk is het een normale zaak dat Gods uitverkorenen kwaadaardige mensen haten, omdat kwaadaardige mensen geen menselijkheid hebben en altijd immorele dingen doen. Kwaadaardige mensen haten is de juiste instelling. Het is onderdeel van wat mensen in hun normale menselijkheid zouden moeten bezitten.

Zeg Mij, wat voor persoon is iemand die helemaal geen liefde heeft voor de broeders en zusters? Waarom hebben ze niet eens een beetje een normale intermenselijke relatie met de broeders en zusters? Dit soort persoon koppelt, ongeacht met wie hij omgaat, deze interacties alleen aan belangen en transacties; als er geen belangen of transacties bij betrokken zijn, zal hij zich niet met mensen bemoeien. Is zo iemand niet kwaadaardig? Sommige mensen streven de waarheid niet na en leven alleen op basis van gevoelens; wie goed voor hen is, zoeken ze op, en wie hen helpt, beschouwen ze als goed. Zulke mensen hebben ook geen normale intermenselijke relaties. Ze leven uitsluitend op basis van gevoelens, kunnen ze dus de broeders en zusters eerlijk en rechtvaardig behandelen? Dit is absoluut onbereikbaar. Daarom is iedereen die geen normale intermenselijke relatie heeft met de broeders en zusters, of met degenen die oprecht in God geloven, iemand zonder geweten en rede, iemand zonder normale menselijkheid, en beslist niet iemand die de waarheid liefheeft. Deze individuen verschillen niet van het kleingeestige gespuis onder de ongelovigen; ze gaan om met wie hen voordeel brengt en negeren degenen die dat niet doen. Bovendien, wanneer ze iemand zien die de waarheid nastreeft of iemand die ervaringsgetuigenissen kan delen – iemand die iedereen bewondert en graag mag – worden ze jaloers en hatelijk en proberen ze van alles om munitie te verzamelen waarmee ze deze mensen die de waarheid nastreven kunnen oordelen en veroordelen. Is dat niet wat kwaadaardige mensen doen? Zulke mensen missen geweten en rede – ze zijn erger dan beesten. Ze kunnen mensen niet correct behandelen, kunnen niet normaal met anderen omgaan, kunnen geen normale intermenselijke relaties opbouwen met Gods uitverkorenen en kunnen zelfs degenen haten die de waarheid nastreven. Zulke mensen moeten zich in hun hart erg eenzaam en alleen voelen en klagen altijd over de Hemel en andere mensen. Welke vreugde of betekenis hebben zij in het leven? Deze mensen zijn venijnig van gezindheid en ongeacht met wie ze omgaan, kunnen ze haat ontwikkelen over onbeduidende zaken, anderen veroordelen en wraak op hen nemen, en rampen over hen brengen. Zulke kwaadaardige individuen zijn rasechte duivels, die de kerk met elke dag dat ze blijven een ramp bezorgen. Als ze lange tijd blijven, zullen de rampen eindeloos zijn. Alleen door hen uit de kerk te verwijderen kunnen rampen worden afgewend. Daarnaast zijn er degenen die er van buiten beschaafd uitzien, maar een speciale voorliefde hebben voor voordelen. Bijgevolg is hun geloof in God ook gericht op het nastreven van voordelen. Als ze een tijdje geen onterecht voordeel hebben behaald, wordt hun gezicht somber, alsof iemand hun een grote som geld schuldig is. Iedereen die hun wrokkige en moedeloze gezicht ziet, wordt onmiddellijk emotioneel beïnvloed. Welk effect denken jullie dat zo’n gezicht zou hebben als het in het kerkleven zou verschijnen? De meeste van Gods uitverkorenen zouden zich er zeker ongemakkelijk bij voelen, en hun lezen van Gods woorden en communicatie over de waarheid zouden in verschillende mate worden gehinderd en beïnvloed. Vooral degenen die zich niet in de ware weg hebben geworteld, worden te gemakkelijk beïnvloed door het vaak zien van dit eeuwig sombere gezicht in het kerkleven! De kerk zou meer mensen moeten hebben met een opgewekte persoonlijkheid, die eenvoudig en openhartig spreken, en meer mensen wier hart vervuld is van vrede en vreugde, en wier geest vrij en bevrijd is. Dit zou het kerkleven plezierig maken. Die zuurpruimen die eeuwig somber zijn, zouden thuis tot God moeten bidden en hun instelling moeten aanpassen voordat ze naar bijeenkomsten komen. Op die manier zullen ze in een goed humeur zijn en zullen ze iets aan de bijeenkomst hebben. Bovendien zal dit ook anderen ten goede komen; ze zullen op zijn minst niet worden gehinderd. Om ervoor te zorgen dat Gods uitverkorenen een normaal kerkleven kunnen leiden, moeten leiders en werkers leren de waarheid te communiceren om problemen op te lossen. Als iemand met een somber gezicht naar een bijeenkomst komt, moeten de leiders en werkers naar voren stappen en vragen: “Heb je hulp nodig?” Dit wordt proactief anderen helpen uit liefde genoemd. Als leiders en werkers zien dat iemand een probleem heeft en het negeren, en die ‘zuurpruimen’ vermijden en uit de weg gaan zonder de waarheid te communiceren om hun dag op te fleuren, dan doen ze geen werkelijk werk. Om het kerkwerk effectief te doen, moeten leiders en werkers allereerst leren de vertrouwelingen van Gods uitverkorenen te zijn, vergelijkbaar met wat ongelovigen een zorgzame overheidsfunctionaris zouden noemen. Sommige mensen zijn niet bereid zo’n rol te spelen en geven er altijd de voorkeur aan een toeschouwer te zijn – hoe kunnen ze op die manier Gods uitverkorenen leiden om een goed kerkleven te leiden? In feite kan aan iemands gezichtsuitdrukking tot op zekere hoogte worden afgelezen of diegene problemen in zijn hart heeft. Als iemands gezicht altijd somber is, betekent dat zeker dat zijn hart duister is zonder een sprankje licht. Als ze de hele dag verwikkeld zijn in geschillen over goed en kwaad, zou hun gezicht dan nog een glimlach kunnen vertonen? De gezichten van deze mensen zijn altijd bedekt met donkere wolken, zonder een moment van zonneschijn, en dit beïnvloedt ook hun plichtsvervulling. Als leiders en werkers traag zijn met het aanpakken en oplossen van dit probleem, waardoor de broeders en zusters voortdurend worden gehinderd en onuitsprekelijk lijden, bewijst dit dat de leiders en werkers niet in staat zijn werkelijk werk te verrichten, geen problemen kunnen oplossen met de waarheid en volkomen waardeloos zijn. Als leiders en werkers de waarheid begrijpen en de problemen van de broeders en zusters kunnen identificeren, en tijdige ondersteuning en hulp kunnen bieden, niet alleen in staat zijn om de problemen van mensen op te lossen, maar ook in staat zijn om mensen de principes van de waarheid te helpen begrijpen en hun plichten te vervullen, dan zullen hun plichtsvervulling en het afhandelen van zaken efficiënt zijn, en zal het kerkwerk niet worden beïnvloed. Als leiders en werkers problemen niet tijdig kunnen identificeren en oplossen, beïnvloedt dit het werk van de kerk. Als leiders en werkers problemen niet kunnen identificeren en aanpakken, waardoor het werk van de kerk wordt geschaad en de ingang in het leven van Gods uitverkorenen wordt belemmerd, zijn ze dan niet tekortgeschoten jegens God en Zijn uitverkorenen? Ontbreekt het hun dan niet aan principes bij het afhandelen van zaken? Problemen snel en zonder aarzeling aanpakken nadat men hun essentie heeft doorgrond – dit wordt het vervullen van verantwoordelijkheden en trouw zijn genoemd, en dit is je plicht naar behoren vervullen.

Het onderwerp van de communicatie van vandaag is de zesde kwestie: het aangaan van ongepaste intermenselijke relaties. De problemen van dit type die in het kerkleven opkomen zijn in wezen de volgende: ongepaste relaties tussen de seksen, relaties tussen mensen van hetzelfde geslacht, relaties gebaseerd op gevestigde belangen en haat tussen individuen. Of het nu gaat om relaties gebaseerd op vleselijke lust, vleselijke belangen of sentimentele verwikkelingen van het vlees, ze vallen allemaal in de categorie van ongepaste relaties omdat ze de reikwijdte van het geweten en de rede van de normale menselijkheid overschrijden. Het bestaan van deze ongepaste relaties kan mensen tot op zekere hoogte verontrusten. Erger nog, ze kunnen de ingang in het leven van mensen, hun streven naar de waarheid en hun streven om God te kennen, hinderen. Deze verschillende soorten ongepaste relaties komen niet voort uit geweten of rede, en ze druisen in tegen de normale menselijkheid. Het is moeilijk voor mensen om de waarheid te aanvaarden en te beoefenen wanneer ze in deze abnormale relaties leven, en dit hindert hen ook in hun kerkleven en het nastreven van levensgroei, evenals de orde van het kerkleven. Dit is schadelijk voor de ingang in het leven van Gods uitverkorenen en kan ook het werk van de kerk schaden. Vanwege dit alles is het absoluut noodzakelijk dat leiders en werkers deze problemen tijdig identificeren en aanpakken.

Wat ongepaste relaties betreft, hebben we al verschillende situaties opgesomd en gecategoriseerd. Kunnen jullie enkele voorbeelden geven om onderscheidingsvermogen te oefenen? Wat is het doel van het leren van onderscheidingsvermogen? Het is om jullie in staat te stellen de essentie van mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden en te definiëren, zodat jullie nauwkeurige oordelen kunnen vellen en hen vervolgens volgens principes kunnen behandelen. Dit is het uiteindelijke resultaat. Heeft iemand gezegd: “Je praat de hele dag over deze zaken van goed en kwaad, deze alledaagse zaken – we willen er niet meer naar luisteren; we willen niet eens meer naar bijeenkomsten komen. Moet je niet over de waarheid communiceren? Waarom altijd over deze situaties praten?”? Hebben jullie zulke mensen opgemerkt? Wat voor soort mensen zijn dat? (Mensen die geen geestelijk begrip hebben.) We communiceren op deze manier, en toch kunnen ze de waarheid nog steeds niet begrijpen – ze bezitten niet de intelligentie van een normaal mens; zulke mensen zijn volkomen nutteloos. Moet iemand wiens intelligentie niet die van een mens haalt, nog steeds gedwongen worden naar preken te luisteren? Misschien zouden ze voorstellen: “Bijeenkomsten gaan altijd over het communiceren van de waarheid, altijd over zaken als het beoefenen van de waarheid – ik ben het beu om hiernaar te luisteren. Ik ben niet meer bereid om naar bijeenkomsten te komen.” Als ze er werkelijk zo’n opvatting op nahouden, dan zijn het mensen die afkerig zijn van de waarheid. Wat zulke mensen betreft, staat Gods huis er niet op dat ze aanwezig zijn; stuur hen snel weg. Als ze zelf niet bereid zijn om naar bijeenkomsten te komen en niet ontvankelijk zijn voor wat er wordt besproken, dringen we niet aan – we zijn er niet op uit hen lastig te vallen. Dergelijke mensen zullen, zelfs als ze een leven lang in God geloven, de waarheid niet begrijpen en de werkelijkheid niet binnengaan; het is verspilde moeite. Als ze graag naar theologische kennis luisteren, laat hen dan theologische kennis gaan studeren; wanneer ze de waarheid niet als leven verkrijgen, zullen ze er op een dag spijt van hebben.

29 mei 2021

Vorige: De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (13)

Volgende: De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (15)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat weet jij over het geloof?

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger