De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Interpretatie van de zesentwintigste uitspraak

Uit alle woorden die God heeft gesproken kunnen we afleiden dat Gods dag naderbij komt met iedere dag die voorbijgaat. Het lijkt wel alsof deze dag staat te gebeuren voor de ogen van de mensen, alsof hij morgen aanbreekt. Na het lezen van Gods woorden slaat de schrik de mensen om het hart en begint de ledigheid van de wereld tot hen door te dringen. Terwijl de bladeren vallen en het zacht regent lijken de mensen spoorloos verdwenen te zijn, alsof ze van de wereld zijn weggevaagd. Ze worden door een onheilspellend gevoel bevangen. Ze doen wel hun uiterste best en willen graag Gods bedoelingen vervullen en allemaal wenden ze al hun kracht aan om Gods bedoelingen te vervullen zodat Zijn wil soepel en ongehinderd voortgang vindt, maar een dergelijk gevoel is altijd met een gevoel van onheil vermengd. Neem de uitspraak van vandaag: Als het voor de massa uitgezonden zou worden en aan het universum bekendgemaakt zouden alle mensen buigen en huilen, want uit de woorden “Ik houd de hele wereld in de gaten en als ik in het oosten verschijn met rechtschapenheid, majesteit, toorn en kastijding, dan openbaar ik mijzelf aan de talloze massa's mensen!” kunnen allen die de spirituele zaken begrijpen, opmaken dat niemand aan de kastijding van God kan ontkomen, dat iedereen zijn eigen soort zal volgen na het ondergaan van de kastijding. Dit is echt een fase van het werk van God, niemand kan hier iets aan veranderen. Toen God de aarde schiep, toen Hij het mensdom leidde, heeft Hij zijn wijsheid en wonderbaarlijkheid laten zien. Pas wanneer Hij dit tijdperk ten einde brengt ziet de mens Zijn waarlijke rechtschapenheid, majesteit, toorn en kastijding. Daarbij is het slechts door kastijding dat zij Zijn rechtschapenheid, majesteit en toorn kunnen zien. Deze weg moet afgelegd worden, net zoals in de eindtijd Gods vleeswording noodzakelijk en onontbeerlijk is. Nadat God het einde van het mensdom heeft aangekondigd, laat Hij de mens het werk zien dat Hij nu verricht. God zegt bijvoorbeeld: “Het oude Israël bestaat niet meer, het huidige Israël is verrezen, fier overeind in de wereld, en is in de harten van de hele mensheid opgestaan.” Door mijn volk zal het huidige Israël zeker de bron van bestaan verwerven!”“O, gehaat Egypte!...Waarom besta je niet binnen mijn kastijding?” God laat de mensen opzettelijk de vruchten zien van twee antithetische landen van Zijn hand. Aan de ene kant verwijst Hij naar Israël, dat materieel is, aan de andere kant wijst Hij naar alle uitverkorenen - dat wil zeggen naar hoe de uitverkorenen met Israël mee veranderen. Als Israël helemaal naar haar oude vorm terug is gekeerd, worden alle uitverkorenen vervolgens compleet gemaakt. Dit betekent dat Israël een betekenisvol symbool is voor hen die God liefheeft. Ondertussen is Egypte de samenbundeling van de vertegenwoordigers van hen die God haat. Hoe meer het in verval raakt, hoe meer verdorven zij die God haat raken - en dan valt Babylon. Dit vormt een duidelijk contrast. Door het einde van Israël en Egypte aan te kondigen openbaart God de bestemming van alle mensen. Als God Israël dus noemt, spreekt Hij ook over Egypte. Hieruit kun je afleiden dat de dag van de ondergang van Egypte de dag van de vernietiging van de wereld zal zijn, de dag waarop God alle mensen zal kastijden. Dit staat te gebeuren. God staat op het punt dit te volbrengen, wat de mens met het blote oog helemaal niet kan zien. Maar het is ook onontbeerlijk en kan door niemand worden veranderd. God zegt: “Allen die tegen mij zijn zullen zeker voor eeuwig door mij worden gekastijd. Ik ben een na-ijverige God, ik spaar de mensen niet gemakkelijk na alles wat zij gedaan hebben.” Waarom spreekt God zo absoluut? En waarom is Hij persoonlijk vleesgeworden in de natie van de grote rode draak? Zijn doel kan worden afgeleid uit Gods woorden: Hij is niet gekomen om de mensen te redden of mededogen met hen te hebben of voor hen te zorgen of hen te beschermen - maar om allen die tegen Hem zijn te kastijden. Want God zegt: “Niemand kan aan mijn kastijding ontkomen.” God leeft in het vlees en bovendien is Hij een gewoon persoon - toch vergeeft Hij de mensen hun zwakte niet waarmee zij niet in staat zijn Hem subjectief te kennen. Integendeel, juist omdat Hij gewoon is, veroordeelt Hij de mensen om hun zonden. Hij zorgt ervoor dat allen die Zijn vlees aanschouwen gekastijd worden en zo het slachtoffer worden van degenen die niet tot het volk van het land van de grote rode draak horen. Maar dit is niet een van het belangrijkste doelen van de vleeswording van God. God is vooral vleesgeworden om in het vlees te strijden met de grote rode draak en hem te schande te maken in de strijd. Omdat Gods enorme kracht beter blijkt wanneer Hij de grote rode draak in het vlees bestrijdt dan in de Geest, vecht God in het vlees zodat Zijn daden en almacht duidelijk te zien zijn. Door Gods vleeswording zijn talloze mensen 'onschuldig' veroordeeld, ontelbare mensen in de hel geworpen en gekastijd en lijden zij in het vlees. Zo toont God Zijn rechtvaardige aard. Hoe degenen die tegen Hem zijn nu ook veranderen, Gods oprechte aard zal nooit veranderen. Eenmaal veroordeeld blijven de mensen voor altijd veroordeeld, daaruit kunnen ze nooit meer verrijzen. De aard van de mens kan nooit als die van God worden. De mensen gedragen zich beurtelings warm en koud tegenover degenen die tegen God zijn, ze zwalken van links naar recht, van boven naar beneden, ze kunnen onmogelijk constant blijven: soms haten ze hen en dan weer omarmen ze hen. De huidige omstandigheden zijn ontstaan omdat de mensen Gods werk niet kennen. Waarom zegt God woorden als: “De engelen zijn uiteindelijk engelen, God is uiteindelijk God, de demonen zijn uiteindelijk demonen, de onrechtvaardigen blijven onrechtvaardig, de heiligen blijven heilig”? Kunnen jullie dit niet begrijpen? Kan het zijn dat God het zich verkeerd herinnert? Zo zei God: “ieder naar zijn eigen soort, vindt de mens onbewust zijn weg terug naar de boezem van zijn familie.” Hieruit kun je afleiden dat God heden alle dingen al in families heeft ingedeeld, zodat er geen 'oneindige wereld' meer bestaat en mensen niet meer uit dezelfde grote pan eten maar hun eigen taak in hun eigen huis uitvoeren en hun eigen rol spelen. Dit was het oorspronkelijke plan van God toen Hij de wereld schiep: nadat de mens naar zijn soort was ingedeeld zou eenieder 'zijn eigen maaltijd eten' - en kan God met Zijn oordeel beginnen. Daarom kwamen de volgende woorden uit Gods mond: “Ik zal de schepping in de oude staat herstellen, ik zal alles terugbrengen naar hoe het oorspronkelijk was, en ik verander alles wezenlijk, zodat alles in de boezem van mijn plan weerkeert.” Dit is nu precies het doel van het werk van God, dat is niet moeilijk te begrijpen. God voltooit Zijn werk - kan de mens dat tegenhouden? En zou God het verbond dat tussen Hem en de mens is gesloten kunnen verscheuren? Wie kan veranderen wat de Geest van God heeft gedaan? Kan dat een van de mensen zijn?

Vroeger begrepen de mensen dat er een wet gold voor Gods woorden: Zodra Gods sprak, waren de feiten voldongen. Daar zit geen onwaarheid in. Sinds God gezegd heeft dat Hij alle mensen zal kastijden en verder, sinds Hij de bestuurlijke ordinanties heeft uitgevaardigd, kun je zien dat Gods werk tot op zekere hoogte uitgevoerd is. Het statuut dat in het verleden voor alle mensen is uitgevaardigd richtte zich op hun leven en hun houding tegenover God. Het bereikte de wortel niet: er stond niet in dat het op Gods voorbeschikking was gebaseerd, maar op het gedrag van de mens op dat moment. De bestuurlijke ordinanties van tegenwoordig zijn bijzonder. Ze spreken van hoe “de hele mensheid zijn eigen soort volgt en kastijding ontvangt naar gelang zijn daden.” Bij zorgvuldige lezing kan hier geen probleem in worden gezien. Het is namelijk pas in het eindtijdperk dat God alle dingen hun eigen soort laat volgen. Na lezing hiervan blijven de meeste mensen in verwarring achter. Ze zijn nog halfslachtig, ze zien de urgentie van deze tijd niet en verstaan de waarschuwing dan ook niet. Waarom worden Gods bestuurlijke ordinanties - die aan het hele universum zijn bekendgemaakt- dan op dit moment aan de mens geopenbaard? Vertegenwoordigen deze mensen dan allen uit het hele universum? Is het mogelijk dat God achteraf mededogen verleent aan deze mensen? Hebben deze mensen twee hoofden gekregen? Als God de volkeren van het hele universum kastijdt, als allerlei catastrofes toeslaan, zullen er als gevolg van deze catastrofes veranderingen optreden in de zon en de maan. En als deze catastrofes voorbij zijn, zijn de zon en de maan veranderd. Dit alles heet de transitie. Het volstaat om hier te zeggen dat de rampspoed in de toekomst pijnlijk zal zijn. De nacht kan in de plaats van de dag komen, de zon kan wel een jaar niet verschijnen, er kan maandenlang een verzengende hitte voorkomen, een afnemende maan kan uitzien op de mensheid, de bizarre situatie kan voorkomen dat de zon en de maan samen opkomen. Na diverse cyclische veranderingen zullen zij uiteindelijk, na verloop van tijd, vernieuwd worden. God let speciaal op de regeling voor degenen die van de duivel zijn. Daarom zegt Hij opzettelijk: “Van alle mensen in het universum zullen zij die aan de duivel toebehoren uitgeroeid worden.” Terwijl deze 'mensen' hun ware gezicht nog moeten tonen, maakt God altijd gebruik van hun diensten. Dientengevolge schenkt Hij geen aandacht aan wat zij doen, 'beloont' Hij hen niet hoe goed zij het ook doen en kort Hij hun 'loon' niet hoe slecht zij ook presteren. Hij negeert ze, Hij keert ze de rug toe. Hij verandert niet ineens vanwege Zijn 'goedheid', want ongeacht tijd en plaats verandert het wezen van de mens niet, evenmin als het verbond tussen God en de mens en, zoals de mens zegt, “er zal nooit iets veranderen, al droogt de zee op en verbrokkelen de rotsen.” Zo deelt God de mensen in en bekommert Zich niet makkelijk om hen. Vanaf de dag van de schepping tot op heden heeft de duivel zich nog nooit goed gedragen. Hij heeft belemmerd, gestoord en in mening afgeweken. Als God handelt of spreekt, probeert hij altijd mee te praten - maar God slaat hier geen acht op. Als het woord 'duivel' valt ontsteekt God in een ontembare woede. Dit komt omdat hij niet behoort tot degenen met de Geest, er is geen verband, slechts afstand en afscheiding. Na de openbaring van de zeven zegels komt de toestand van de aarde steeds meer in opspraak; alle dingen 'gaan schouder aan schouder met de zeven zegels vooruit' en blijven zelfs niet in het minst achter. Gedurende Gods woorden ziet God de mensen als bedwelmd, maar ze zijn niet eens wakker. Om een hoger punt te bereiken, om de kracht van alle mensen aan het licht te brengen en, bovendien, om Gods werk op het hoogtepunt af te maken stelt God de mensen een reeks vragen, alsof Hij hun buik opblaast, en zo vult Hij alle mensen bij. Omdat deze mensen geen gestalte hebben op basis van werkelijk omstandigheden, zijn de opgeblazenen goederen die aan de norm voldoen en de niet-opgeblazenen onbruikbaar afval. Deze eis stelt God aan de mens, dit is het doel van de manier waarop Hij spreekt. Vooral wanneer God zegt “Kan het zijn dat als ik op aarde ben, ik niet dezelfde ik ben als de ik in de hemel? Kan het zijn dat ik, als ik in de hemel ben, niet op aarde kan komen? Kan het zijn dat als ik op aarde ben, ik niet waardig ben om ten hemel te worden gedragen?”. Deze vragen maken God zelfs nog verder bekend aan de mensen. In Gods woorden kunnen ze urgentie zien; de mensen kunnen het niet bereiken, en God blijft maar nieuwe voorwaarden stellen, waarmee Hij de mensen eraan herinnert dat ze de hemelse God op aarde moeten kennen en de God die in de hemel is maar op aarde leeft.

Uit Gods woorden kan de toestand van de mens worden afgeleid: “Alle mensen doen moeite voor mijn woorden, onderzoeken zelf mijn uiterlijke gelijkenis, maar ze falen allemaal en behalen geen toonbare resultaten. In plaats daarvan worden ze door mijn woorden geveld en durven ze niet meer op te staan.” Wie kan het verdriet van God begrijpen? Wie kan het hart van God troosten? Wie is op Gods hart uit in wat hij aan God vraagt? Als de mensen geen resultaten behalen, verloochenen ze zichzelf en staan ze waarlijk open voor de willekeur van Gods orkestraties. Wanneer ze hun ware hart tonen, volgt eenieder geleidelijk zijn eigen soort en wordt het duidelijk dat het wezen van de engelen de zuivere gehoorzaamheid aan God is. Daarom zegt God: “De originele vorm van de mens komt aan het licht.” Als het werk van God dit stadium bereikt zal al het werk van God voltooid zijn. God lijkt niets te zeggen over het feit dat Hij een voorbeeld is voor Zijn zoons en volkeren. In plaats daarvan concentreert Hij zich erop dat alle mensen hun oorspronkelijk vorm kunnen laten zien. Begrijpen jullie de ware betekentis van deze woorden?

Vorige:Interpretatie van de eenentwintigste uitspraak

Volgende:Interpretatie van de zevenentwintigste uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant