De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Hoofdstuk 9

Zoals mensen het zich voorstellen, blijft God uiteindelijk God en blijven mensen mensen. God spreekt de taal van mensen niet en mensen kunnen de taal van God niet spreken; wat mensen van God vragen is een fluitje van een cent, maar wat God van de mensen vraagt is voor hen onbereikbaar en is meer dan ze zich durven voorstellen. Maar eigenlijk is het precies omgekeerd: God vraagt van de mensen maar één-tiende procent. Dat is niet alleen een schok voor iedereen, het brengt de mensen ook in verwarring – ze zijn helemaal de draad kwijt. Alleen door Gods verlichting en door Gods genade beginnen ze een klein beetje van Zijn wil te begrijpen. Maar op 1 maart waren alle mensen alweer geheel confuus en wisten ze niet meer waar ze het zoeken moesten. God zei dat Zijn volk helderwitte sneeuw moet zijn, niet als drijvende wolken. Maar wat wordt er dan bedoeld met “sneeuw”? En met “drijvende wolken”? God heeft hier met opzet de diepere betekenis niet uitgelegd. Daardoor tasten de mensen in het duister, zodat ze met nog meer vertrouwen op zoek gaan – want dit is niets anders dan een concrete eis aan Zijn volk. En dus denkt iedereen onbewust wat langer na over die moeilijk te begrijpen woorden. Daardoor ontkiemen allerlei gedachten in hun brein. Rondzwevende sneeuwvlokken flitsen voorbij in hun ogen en drijvende wolken duiken opeens op in hun hoofd. Maar waarom wil God dan dat Zijn volk als glanzende sneeuw is en niet als drijvende wolken? Wat is de ware betekenis hiervan? Waar verwijzen deze woorden concreet naar? Glanzende sneeuw maakt niet alleen het landschap mooi, het is ook goed voor akkers - het doodt bacteriën. Als er een dik pak is gevallen, zijn alle ziektekiemen bedekt onder de helderwitte sneeuw en bruist de hele ruimte opeens van leven. Op dezelfde manier moet Gods volk niet alleen de vleesgeworden God kennen, het moet ook door het feit van de vleesgeworden God zichzelf overwinnen en zo leven in normale menselijkheid. Zo verfraait de sneeuw het landschap. Uiteindelijk komt er door de volwassenwording van Gods volk een einde aan de grote rode draak. En door het stichten van Gods koninkrijk op aarde, zodat Zijn naam geprezen en verbreid wordt, wordt dat gehele koninkrijk op aarde vervuld van Zijn rechtvaardigheid, straalt het Zijn licht uit en schittert het van Zijn glorie, en heerst overal vreugde en vrede, geluk en tevredenheid, en steeds hernieuwde schoonheid. Alle plagen die in de huidige tijd bestaan –de verdorven gezindheden van Satan, zoals onrecht, leugens en bedrog, kwaadaardige verlangens enzovoorts – worden allemaal uitgeroeid en daarmee worden hemel en aarde beide hernieuwd. Dat is de ware betekenis van “na een dik pak sneeuw”. Degenen die drijvende wolken zijn, zijn als de mensen die de kudde volgen waarvan God gesproken heeft: als zo iemand wordt verleid door Satan of beproefd door God, zweeft hij weg en bestaat hij niet meer. Zelfs zijn aard blijft niet bestaan, die is allang verdwenen. Als mensen drijvende wolken zijn, kunnen ze niet alleen niet Gods beeld uitdragen in hun leven, maar beschamen ze bovendien Zijn naam, want zulke mensen lopen overal en op elk moment het gevaar om weggevoerd te worden, ze zijn het voedsel dat Satan opslokt. En als Satan hen gevangen neemt, zullen zij God verraden en Satan dienen. Dit brengt duidelijk schande over Gods naam. Dat is wat God het ergste haat en zulke mensen zijn Gods vijanden. Ze zijn dus niet geboren met de substantie van een normaal mens en hebben ook geen werkelijk nut. Daarom stelt God zulke eisen aan Zijn volk. Maar als de mensen dan iets meer van die woorden beginnen te begrijpen, weten ze vervolgens niet wat ze nu moeten doen, want God verandert van onderwerp en spreekt over Zichzelf. Dat brengt hen in een lastige positie. “Omdat ik uit het heilige land kom, lijk ik niet op de lotus, die zijn naam niet waarmaakt, omdat hij uit het slijk komt en niet uit het heilige land.” Waarom vertelt God opeens over Zijn eigen geboorte, terwijl Hij het net nog had over de eisen die Hij aan Zijn volk stelt? Is er soms een verband? Inderdaad is er een intrinsiek verband tussen die twee kwesties – anders zou God er niet zo tegen mensen spreken. Tussen hun groene bladeren wiegt de lotus zachtjes heen en weer op een briesje, een oogstrelend gezicht dat velen dierbaar is. De mensen kunnen er gewoon geen genoeg van krijgen, ze zouden er het liefst naartoe dobberen om er één te plukken en eens van dichtbij te bekijken. Maar God zegt dat de lotus uit het slijk komt en zijn naam niet waarmaakt. Het lijkt erop dat God de lotus helemaal niet belangrijk vindt en uit Zijn woorden is duidelijk op te maken dat Hij er enige afkeer van heeft. Door de eeuwen heen hebben vele mensen de lotus onophoudelijk geprezen omdat hij uit het slijk groeit zonder erdoor te worden bezoedeld, totdat hij bijna onvergelijkbaar en onvoorstelbaar prachtig is geworden. Maar in Gods ogen is de lotus geen cent waard – en dat is nu net het verschil tussen God en de mensen. Daaraan is te zien dat de afstand tussen God en de mensen zo groot is als die tussen de toppen van de hemel en de diepten van de aarde. Omdat de lotus uit het slijk komt, komt de voeding die hij nodig heeft daar ook vandaan. De lotus kan zich alleen vermommen, dat is alles, om zo een lust voor het oog te worden. Vele mensen zien alleen het mooie uiterlijk van de lotus, terwijl niemand ziet dat zijn leven binnenin doortrokken is van viezigheid en vuil. Daarom zegt God dat de lotus zijn naam niet waarmaakt en dat is de volle waarheid. En is vandaag de dag Gods volk niet net zo? Alleen uiterlijk gehoorzamen ze God en geloven ze in Hem. Voor Gods aangezicht flemen en pochen ze om Hem tevreden te stellen, maar van binnen hebben ze de slechte gezindheden van Satan en hun buik is vol onzuiverheden. Daarom stelt God vragen aan de mensen: Hij vraagt hen of hun geloof in Hem vervuild is met onzuiverheden, of het wel puur en van harte is. Er zijn er velen die, terwijl ze dienstdoeners waren, God met de mond loofden maar in hun hart vervloekten. Met hun mond gehoorzaamden zij God, maar in hun hart waren zij Hem ontrouw. Hun mond sprak negatieve woorden en in hun hart verborgen ze tegenstand tegen God. Er zijn zelfs mensen wiens handelingen gecoördineerd werden: ze namen obscene taal in de mond, maakten handgebaren en waren volkomen losgeslagen. Zo droegen ze het ware gezicht van de grote rode draak energiek en levensecht uit. Zij verdienen het echt om het waar gebroed van de grote rode draak te worden genoemd! Maar vandaag staan ze op de plek van Gods trouwe dienstdoeners en doen ze of ze Zijn trouwe volk zijn. Schaamteloos! Geen wonder: ze komen uit het slijk, dus onvermijdelijk tonen ze hun ware gedaante. Omdat God heilig en onbezoedeld is, waar en echt is, komt Zijn vlees voort uit de Geest. Dat is zeker, zonder enige twijfel. Hij kan niet alleen getuigen van God Zelf, maar bovendien Zijn wil volledig uitvoeren. Dat is één kant van Gods substantie. Dat het vlees voortkomt uit de Geest die een voorkomen heeft, wil zeggen dat er een verschil in aard is tussen het vlees waarin Gods Geest Zich kleedt en het vlees van mensen. Het verschil zit vooral in hun geest. ‘De Geest met een voorkomen’ wil zeggen dat de goddelijkheid, bedekt door normale menselijkheid, binnenin normaal kan werken. Hij is in het geheel niet bovennatuurlijk en wordt niet beperkt door die menselijkheid. Met het voorkomen van de Geest wordt volledige goddelijkheid bedoeld, die ook niet wordt beperkt door menselijkheid. Daarom komen Gods oorspronkelijke gezindheid en ware voorkomen volledig tot uiting in het geïncarneerde vlees, dat niet alleen normaal en stabiel is, maar bovendien vol majesteit en toorn. Het eerste geïncarneerde vlees kon alleen de God laten zien die bestond in de voorstelling van de mensen, waardoor Hij alleen tekenen en wonderen kon verrichten en profetieën kon uitspreken. Zo kon Hij de werkelijkheid van God niet volledig tot uiting laten komen. Daarom was Hij niet de belichaming van de Geest met een voorkomen: Hij was enkel de rechtstreekse verschijning van goddelijkheid. En omdat Hij de normale menselijkheid ontsteeg, kon Hij niet de volledige praktische God Zelf worden genoemd: Hij had nog een beetje van de vage God in de hemel in Zich; Hij was de God zoals mensen die zich voorstellen. Dit is het essentiële verschil tussen de twee gevallen dat er sprake was van geïncarneerd vlees.

Vanaf het hoogste punt van het universum waakt God over elke beweging van de mens, over alles wat mensen zeggen en doen. Zelfs elke diepste gedachte van hen observeert Hij met absolute helderheid– niets ontgaat Hem. Daarom dringen Zijn woorden rechtstreeks door in het hart en treffen ze elke gedachte, en zijn ze bovendien bestendig en feilloos. “Hoewel de mensen mijn Geest kennen, beledigen ze desondanks mijn Geest. Mijn woorden leggen ieders lelijke kanten en ieders diepste gedachten bloot, zodat allen op aarde goed zichtbaar worden door mijn licht en neervallen onder mijn blik.” Hieraan is duidelijk te zien dat hoewel Gods eisen aan de mensen helemaal niet zo hoog zijn, die mensen desondanks de Goddelijke toets der kritiek niet kunnen doorstaan. “Maar hoewel de mensen neervallen, durft hun hart zich niet te ver van mij te verwijderen. Welke van de schepselen vat geen liefde voor mij op door mijn daden?” Hiermee wordt Gods alwijsheid en almacht nog beter zichtbaar, en zo wordt duidelijk gemaakt wat Gods gehele volk dacht toen het de positie van dienstdoeners had: na een ‘transactie’ die op een mislukking is uitgelopen, zijn de ‘honderdduizenden’ of ‘miljoenen’ die ze in hun hoofd hadden in rook opgegaan. Maar door Gods bestuurlijke decreten en door Zijn majesteit en woede lieten ze weliswaar terneergeslagen het hoofd hangen, maar bleven ze Hem in hun negatieve toestand dienen, waarbij hun vroegere praktijk veranderde in holle woorden en volledig vergeten raakte. In plaats daarvan deden ze precies waar ze zin in hadden om zichzelf en anderen blij te maken in een poging zich te vermaken, om zo de tijd te doden en de dagen door te komen … Dat is wat er echt gaande was onder de mensen. Daarom opent God Zijn hart voor de mensen en zegt Hij: “Wie gaat er niet naar mij dorsten door mijn woorden? In wie ontstaan er geen gevoelens van toewijding door mijn liefde?” Om eerlijk te zijn wil iedereen Gods woorden aanvaarden en er is geen mens die niet graag Zijn woorden leest. Ze worden er alleen door hun natuur in belemmerd Zijn woorden in de praktijk te brengen. Veel mensen kunnen Gods woorden niet meer missen als ze ze gelezen hebben en vatten vanzelf liefde voor Hem op. Daarom vervloekt God Satan nogmaals en onthult Hij nogmaals Satans lelijke kanten. “De tijd dat Satans furie ten top rijst en zijn razernij heerst” is precies de tijd dat God officieel aan Zijn grote werk op aarde begint, om daarna te beginnen aan het werk van het vernietigen van de aarde. Dat wil zeggen, hoe groter Satans furie, hoe dichterbij Gods dagen zijn; dus hoe meer God spreekt over Satans furie, hoe dichterbij daarmee de dag is dat Hij de aarde zal vernietigen. Dat is de verkondiging van God aan Satan..

Waarom zegt God steeds: “… en iedereen houdt zich achter mijn rug om bezig met dat ‘gewaardeerde’ gesjoemel. Denk je soms dat het vlees waarin ik mij kleed niets weet van wat je doet, hoe je handelt en wat je zegt?” Dat heeft God al meer dan eens gezegd, maar waarom eigenlijk? Als mensen door God zijn getroost, als ze weten dat Hij verdriet om hen heeft, vergeten ze gemakkelijk wat er achter hen ligt, terwijl ze hun best doen om vooruit te komen. Maar God laat de mensen niet zomaar hun gang gaan: Hij zit hun gedachten steeds op de hielen. Daarom wil Hij steeds weer dat de mensen zichzelf leren kennen, niet langer losgeslagen leven, zich niet langer inlaten met hun “gewaardeerde” gesjoemel en niet langer de vleesgeworden God bedriegen. De aard van de mensen verandert weliswaar niet, maar het helpt toch om ze weer een paar keer te vermanen. Daarna spreekt God vanuit het perspectief van de mens om de mysteries in zijn hart te verklaren: “Jarenlang heb ik regen en wind weerstaan en ook ik heb geproefd hoe bitter het leven in de wereld kan zijn, maar als ik er goed over nadenk, is er geen enkel lijden dat vleselijke mensen hun hoop in mij kan doen verliezen en al helemaal geen zoetheid die hen onverschillig, ontmoedigd of afwijzend tegenover mij kan doen worden. Is de liefde van de mens dan echt beperkt tot geen pijn en geen zoetheid?” “Alles onder de zon is leegte.” Deze woorden bevatten een diepe betekenis. Daarom zegt God dat er niets is dat mensen hun hoop in Hem kan doen verliezen of onverschillig tegenover Hem kan maken. Als de mensen God niet liefhebben, kunnen ze net zo goed dood zijn. Als ze God niet liefhebben, is de ellende die ze doormaken voor niets en is het geluk dat ze genieten niets dan leegte, en wordt het bij hun zonden opgeteld. Omdat geen mens Hem werkelijk liefheeft, zegt God: “Is de liefde van de mens dan echt beperkt tot geen pijn en geen zoetheid?” Wie op aarde zou zonder bitterheid of zoetheid kunnen bestaan? Steeds weer benadrukt God: “Niemand heeft werkelijk mijn gezicht gezien of mijn stem gehoord, omdat de mensen mij niet werkelijk kennen.” God zegt dus dat de mensen Hem niet werkelijk kennen, maar waarom vraagt Hij de mens dan ook Hem te kennen? Is dat niet met elkaar in tegenspraak? Elke zin van God heeft een duidelijk doel. Omdat de mensen zo onverschillig zijn, gaat Hij uit van het principe dat Hij honderd procent van het werk aan hen moet verzetten om uiteindelijk één-tiende procent te bereiken in hun hart. Dat is Zijn werkwijze, en God moet het zo aanpakken om Zijn doel te kunnen bereiken. Dat is ook precies de wijsheid in Zijn woorden. Hebben jullie dit begrepen?

God zegt: “Wanneer ik rechtstreeks mijn mysteries onthul en mijn wil duidelijk maak in het vlees, trekken jullie je er niets van aan en luisteren alleen naar mijn woorden zonder op de inhoud te letten. Ik word er ontroostbaar van, want hoewel ik besta in een vleselijk lichaam, kan ik niet het werk verrichten van de bediening van het vleselijk lichaam.” Door deze woorden nemen aan de ene kant mensen door hun onverschilligheid zelf het initiatief om met God mee te werken; aan de andere kant onthult God hiermee het ware gezicht van Zijn goddelijkheid in een vleselijk lichaam. Omdat mensen te klein van gestalte zijn, toont God in de fase dat Hij in een vleselijk lichaam huist Zijn goddelijkheid alleen in een mate die zij kunnen bevatten. Tijdens deze stap in het werk kunnen de meeste mensen die nog niet geheel aanvaarden, waaruit duidelijk blijkt hoe gebrekkig het menselijk aanvaardingsvermogen is. Dus tijdens het werk kunnen de eigenlijke vermogens van de goddelijkheid niet volledig worden ingezet, alleen een klein deel ervan. Dit betekent dat de goddelijkheid in het toekomstige werk geleidelijk steeds meer geopenbaard zal worden, afhankelijk van de mate van herstel van de mensen. Maar de goddelijkheid wordt dus niet langzaamaan groter: de vleesgeworden God had deze altijd al, en ze is anders dan de gestalte van mensen.

Gods schepping van de mensen had een doel en een betekenis, daarom zegt Hij: “Als de mensen vernietigd worden door mijn woede, wat voor betekenis heeft het dan gehad dat ik hemel en aarde heb geschapen?” Toen de mensen waren bedorven, besloot God een deel van hen voor Zich te winnen voor Zijn eigen plezier, het is dus niet zo dat alle mensen worden vernietigd, of dat God hen onmiddellijk wegvaagt als ze zich tegen Zijn bestuurlijke decreten keren. Dat is niet Gods wil. Zoals God al zegt, dat zinloos zijn. En juist uit dat woord “zinloos” blijkt Gods wijsheid. Betekent het niet juist veel meer dat Hij, nadat Hij alle mensen met allerlei manieren van spreken en allerlei werkwijzen heeft getuchtigd, geoordeeld en gekastijd, uiteindelijk de mensen die Hem werkelijk liefhebben uitverkiest? Daarmee worden Gods daden pas echt en krijgt Zijn schepping van de mens meer betekenis. Daarom drijven de meeste van Zijn woorden in de leegte voorbij: het is om een doel te bereiken. En alleen dat is de werkelijkheid van een deel van Zijn woorden.

Vorige:Over het leven van Petrus

Volgende:Addendum 1: Hoofdstuk 1

Mogelijk vindt u dit ook interessant