Hoe de waarheid na te streven (18)
De drie categorieën mensen gebaseerd op hun oorsprong
De kenmerken van mensen die vanuit de mens zijn gereïncarneerd
2. Onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten wat juist en onjuist is
De inhoud van onze recente communicatie was heel speciaal. Het betrof de oorsprong van mensen, hun essenties en hun classificaties. We hebben de uitingen besproken van drie typen mensen, elk met een andere classificatie: mensen die zijn gereïncarneerd vanuit dieren, mensen die gereïncarneerd zijn vanuit duivels en mensen die gereïncarneerd zijn vanuit mensen. Voor de meeste mensen heeft dit enige invloed gehad op hun gemoedstoestand. Hoe voelen de meesten van jullie je na het horen van de communicatie over dit aspect? Zijn er onder jullie die deze inhoud niet willen horen en zeggen: “Deze zaken lijken geen verband te houden met de waarheid. Heeft het wel zin deze dingen te weten?” Als nieuwe gelovigen deze woorden horen, is het dan waarschijnlijk dat ze noties zullen ontwikkelen? Is het waarschijnlijk dat ze negatief en zwak worden? Ongeacht hoe mensen zich voelen na het horen van deze woorden – of ze nu noties ontwikkelen of negatief en zwak worden – het is in ieder geval nuttig voor mensen als er over deze woorden wordt gecommuniceerd. Het stelt mensen in ieder geval in staat om enig inzicht en onderscheidingsvermogen te verkrijgen, om de juiste gedachten en zienswijzen te begrijpen met betrekking tot hoe ze zich moeten gedragen, en om de basisprincipes te begrijpen van hoe ze zich moeten gedragen. Het baat mensen enorm als het gaat om hoe ze zich moeten gedragen en hoe ze moeten leven. In het bijzonder helpt het mensen te weten hoe ze anderen volgens de principes moeten behandelen. Op deze manier zullen ze in staat zijn minder dwaze dingen te doen en minder omwegen te maken. De inhoud van onze recente communicatie betrof de oorsprong van mensen en hun innerlijke essentie, en we sloten af met het bespreken van de uitingen van degenen die vanuit ware mensen zijn gereïncarneerd. Degenen die vanuit ware mensen zijn gereïncarneerd, bezitten voornamelijk twee kenmerken. Welke zijn dat? (Onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten wat juist en onjuist is.) Dit zijn de twee voornaamste uitingen en kenmerken die iemands menselijkheid zou moeten bezitten. In grote lijnen zijn het de dingen waarnaar we vaak verwijzen als geweten en verstand. Mensen weten echter vaak niet hoe ze moeten onderscheiden of iemand geweten en verstand heeft, of iemand werkelijk over het een of het ander beschikt, of hun geweten en verstand normaal zijn, en of het het geweten en verstand is dat bij een normale menselijkheid hoort. Wanneer mensen deze feiten over de normale menselijkheid niet begrijpen, zijn hun zienswijzen op geweten en verstand, of hun begrip ervan, uiterst algemeen. Daarom hebben we twee aspecten van specifieke uitingen gebruikt om uit te leggen wat het menselijk geweten en verstand inhouden en om te bevestigen of een persoon menselijkheid bezit. Het eerste is onderscheid maken tussen goed en kwaad, en het tweede is weten wat juist en onjuist is. We hebben al twee keer over deze twee aspecten gecommuniceerd. Onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten wat juist en onjuist is, zijn eigenschappen van menselijkheid, uitgeleefde aspecten van menselijkheid, en specifieke openbaringen en uitingen van menselijkheid die mensen bezitten. Voor deze twee aspecten – onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten wat juist en onjuist is – heb ik dienovereenkomstig enkele waargebeurde voorbeelden opgesomd en enkele specifieke uitingen van mensen binnen deze twee aspecten besproken, en ik heb jullie laten onderscheiden of dit al dan niet uitingen zijn van het hebben van menselijkheid, en of degenen die ze bezitten mensen zijn die onderscheid kunnen maken tussen goed en kwaad, en die weten wat juist en onjuist is. Wat betreft het onderscheid maken tussen goed en kwaad, hebben we over enkele gevallen gecommuniceerd om te ontleden hoe mensen met positieve en negatieve dingen omgaan, en we hebben ook gecommuniceerd over hoe negatieve dingen en niet-menselijke uitingen kunnen worden onderscheiden. Hoewel ik niet meer specifieke voorbeelden heb gegeven om jullie te vertellen wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, heb ik door het ontleden en blootleggen van enkele uitingen van mensen ten aanzien van positieve dingen in hun dagelijks leven, laten zien hoe men met positieve dingen behoort om te gaan en welke houdingen men daartegenover behoort te hebben. Ik heb ook enkele voorbeelden gegeven om de houdingen en uitingen van mensen ten aanzien van negatieve dingen bloot te leggen, zodat jullie kunnen leren onderscheiden wat de aard van de houdingen en uitingen van deze negatieve figuren is, of hun menselijkheid al dan niet ware menselijkheid is, en wat de essentie van hun menselijkheid is. In onze laatste twee communicaties hebben we niet specifiek uitgelegd wat positieve en negatieve dingen zijn, maar zouden jullie afgaande op de feiten die werden blootgelegd, nu toch positieve en negatieve dingen kunnen definiëren? Hebben jullie, na naar de communicatie te hebben geluisterd, proberen uit te zoeken wat positieve en negatieve dingen nu precies zijn? Als je, na naar deze specifieke inhoud van de communicatie te hebben geluisterd, een definitie in je hart hebt, en weet wat positieve dingen en wat negatieve dingen zijn, en de waarheid in dit opzicht begrijpt, dan zul je weten hoe je positieve en negatieve dingen moet onderscheiden en behandelen, nietwaar? (Ja.)
C. Hoe je positieve dingen van negatieve dingen kunt onderscheiden
De definitie van positieve dingen
Wat zijn positieve dingen? Is dit niet een kwestie die begrepen zou moeten worden? Misschien kunnen jullie enkele voorbeelden geven van positieve dingen, zoals Gods rechtvaardige gezindheid, Gods beminnelijkheid, Gods werk, Gods bedoelingen voor de mens, Gods eisen aan de mens, evenals alle waarheden die God aan de mensheid heeft uitgedrukt, elk gedetailleerd en specifiek waarheidsprincipe dat in de waarheid besloten ligt – dit zijn allemaal positieve dingen. Jullie kunnen enkele specifieke voorbeelden geven van positieve dingen, kunnen jullie dan ook enkele specifieke voorbeelden geven van negatieve dingen? Is traditionele cultuur een negatief ding? (Ja.) Zijn boosaardige trends negatieve dingen? (Ja.) Is het nastreven van een ambtelijke carrière een negatief ding? (Ja.) Is het najagen van grote rijkdom een negatief ding? (Ja.) Dit zijn allemaal negatieve dingen. Wat nog meer? (Dat is alles wat ik kan bedenken.) Jullie denken nooit diep na over deze dingen in jullie hart; jullie dwalen in gedachten altijd af. En toch heb je gewoonlijk het gevoel dat je, na vele jaren in God te hebben geloofd en je plicht te hebben vervuld, na vele van Gods woorden te hebben gegeten en gedronken, een groot deel van de waarheid bent gaan begrijpen. Waarom heb je dan, als het om specifieke zaken gaat, geen zienswijze? Waar is alles wat je had begrepen gebleven? Als je wordt gevraagd om de waarheden die je begrijpt te gebruiken om de essentie van een kwestie te ontleden en die essentie duidelijk uit te leggen, en zo mensen te helpen de desbetreffende waarheden en Gods bedoelingen te begrijpen, zodat ze niet alleen de negatieve dingen onderscheiden maar ook weten wat de positieve dingen en de betrokken waarheidsprincipes zijn, weet je niets te bedenken en weet je niet wat je moet zeggen. Is dit er geen uiting van dat je de waarheid niet begrijpt? (Ja.) Wat zijn dan al die inzichten waar je gewoonlijk over praat? (Woorden en doctrines.) Het zijn allemaal woorden en doctrines. Bij sommige mensen is het zo dat als ze notities van geestelijke devoties schrijven, hun gedachten als een bron stromen en ze schrijven alsof ze door een hogere macht geleid worden; ze schrijven op een zeer gestructureerde manier, en ontroeren zichzelf in zulke mate dat hun ogen zich vullen en de tranen over hun gezicht stromen. Wanneer hun echter wordt gevraagd om wat ze hebben geschreven in het werkelijke leven toe te passen en verschillende mensen te onderscheiden, verschillende dingen te doorzien en verschillende problemen op te lossen, zijn ze daar niet toe in staat. Ze begrijpen vele doctrines, maar ze begrijpen de waarheid gewoon niet. Als gevolg daarvan kunnen ze geen enkele zaak die ze tegenkomen doorzien, en kunnen ze geen enkel probleem dat ze ontdekken oplossen. Wat heeft het voor zin dat ze zoveel doctrines begrijpen? Mensen die de waarheid niet begrijpen zijn zo beklagenswaardig! Die arrogante en zelfgenoegzame mensen begrijpen weliswaar veel doctrines, maar kunnen geen enkel werkelijk probleem oplossen. Dit is zo zielig. Laten we om terug te keren naar het onderwerp onze communicatie over wat positieve dingen zijn voortzetten. Dit aspect van de waarheid moet duidelijk worden gemaakt. Als we een algemene uitspraak doen en zeggen: “Alles wat van God komt, is een positief ding”, zijn deze woorden dan juist? (Ja.) ‘Alles wat van God komt, is een positief ding’ is een waarheid, maar als je niet begrijpt waar deze uitspraak specifiek naar verwijst of waar de waarheid die het bevat naar verwijst, dan is wat je begrijpt doctrine. Als je bij veel zaken deze uitspraak werkelijk op waarde kunt schatten en begrijpen, en ook enkele details kunt communiceren om jouw zienswijze te onderbouwen, dan heeft jouw zienswijze Gods woorden als basis, en dit bewijst dat je iets van de waarheid begrijpt. Veel mensen zeggen: “Alles wat van God komt, is een positief ding.” In theorie is deze uitspraak juist, en het is waar dat dit ook één aspect van de waarheid is. Wat zijn positieve dingen dus specifiek? Er zou een specifieke uitleg moeten zijn voor “Alles wat van God komt, is een positief ding”. Welke dingen zijn dan positieve dingen? Alles wat van God komt, is een positief ding: alle dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen. Is deze uitleg juist? Maakt dit het specifiek? (Ja.) Op deze manier blijft de uitspraak “Alles wat van God komt, is een positief ding” niet alleen maar op een theoretisch niveau hangen, maar wordt het een waarheidsprincipe. Is het duidelijk als het zo wordt gesteld? (Ja.) Lees dan deze zin die positieve dingen definieert. (Alle dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen.) Hoe voelen jullie je na het lezen van deze zin? Begint de definitie of de reikwijdte van positieve dingen in jullie hart duidelijk te worden? (Ja.) Lees de zin dan nog eens voor. (Alle dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen.) Wanneer jullie woorden van de waarheid lezen, moeten jullie leren ze langzaam te lezen en er aandachtig van te proeven. Jullie moeten leren ze in een gepaste cadans te lezen, ze serieus en plechtig voor te lezen in een begrijpelijk tempo, zodat, nadat iedereen ze heeft gehoord, elk woord en elke zin in hun hart is gegrift en een diepe indruk achterlaat. Vanaf dat moment wordt deze uitspraak een basis en een criterium van Gods woorden waarmee ze innerlijk een bepaald soort zaken afmeten. Hoe geweldig zou dat zijn. Lees hem nog eens voor. (Alle dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen.) Dat was nog steeds een beetje snel. Zeg Mij, moeten jullie bij het lezen van Gods woorden niet serieus en ook vroom zijn? (Ja.) Hoe zouden de luisteraars zich voelen als je Gods woorden net zo oppervlakkig en snel zou lezen als een artikel van een ongelovige? (Ze zouden totaal geen vroomheid voelen.) Hoe moeten jullie Gods woorden dan lezen, hoe kun je ze vroom lezen? Hoe zou het tempo moeten zijn? (We moeten ze serieus en oprecht lezen, woord voor woord, op een sonore en krachtige manier.) Juist. Lees de zin dan nog eens voor, en streef ernaar om hem sonoor en krachtig te laten klinken. (Alle dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen.) Nu deze zin verschillende keren is voorgelezen, hebben jullie hem vast wel uit jullie hoofd geleerd, nietwaar? (Ja.) Deze zin benadrukt drie dingen. Wat is het eerste? (Wat door God is geschapen.) Wat is het tweede? (Wat door God is voorbeschikt.) En wat is het derde? (Waarover God soeverein is.) En wat zijn al deze dingen? (Het zijn allemaal positieve dingen.) Jullie hebben de zin uit je hoofd geleerd, nietwaar? (Ja.) De waarheid uit het hoofd leren en in je hart prenten is ongelooflijk bevorderlijk voor het begrijpen van alle waarheidsprincipes, voor het onderscheiden van allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen, om er het juiste standpunt over in te nemen en er de juiste zienswijze op te hebben, en om in staat te zijn het juiste pad te kiezen en om in overeenstemming met de waarheidsprincipes te praktiseren om God tevreden te stellen.
Alle dingen die door God zijn geschapen, zijn positieve dingen
We hebben zojuist besproken wat positieve dingen zijn. Alle dingen en gebeurtenissen binnen de reikwijdte van wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt, of waarover God soeverein is, zijn positieve dingen. In dat geval zijn er onnoemelijk veel positieve dingen. Ten eerste zijn allerlei levende en levenloze dingen die God heeft geschapen positieve dingen. Levende wezens zijn levensvormen die in staat zijn te bewegen, die kunnen ademen en die levenskracht bezitten. Ongeacht wat hun levensstructuur is, of wat de wetten en regels van hun leven zijn, zolang ze door God zijn geschapen, zolang ze van God komen, zijn het positieve dingen. Zelfs als je ze niet leuk vindt, zelfs als ze niet in overeenstemming zijn met jouw noties, en zelfs als ze mensen niet tot nut zijn of hun zelfs schade kunnen berokkenen, zolang ze door God zijn gemaakt en door Hem zijn voorbeschikt, zijn het positieve dingen. Maar sommige mensen hebben hier noties over. Ze geloven dat slechte dieren en dieren die mensen kunnen schaden – zoals vossen, wolven of beesten die mensen eten – geen positieve dingen zijn, maar negatieve dingen. Dit gezichtspunt is in strijd met Gods bedoeling en is volkomen verkeerd. In feite is alles wat door God is geschapen, zolang Hij het niet veroordeelt, een positief ding. Mensen mogen ze niet discrimineren, noch mogen ze ze veroordelen en ertoe overgaan ze te doden of enige andere wrede methode om met ze om te gaan moeten toepassen omdat ze ze weerzinwekkend vinden. Mensen moeten ze hun natuurlijke gang laten gaan. Zelfs als je ze niet beschermt, moet je ze nog de ruimte laten om te overleven, en mag je ze geen kwaad doen, omdat ze van God komen. Dit is de houding die mensen zouden moeten hebben ten opzichte van alle verschillende schepselen die door God zijn gemaakt. Zolang iets door God is geschapen, of je er nu van houdt of niet, of het nu mooi of lelijk is, of het nu vriendelijk tegenover je is of een bedreiging vormt, of het nu met het blote oog onzichtbaar is of je het kunt zien, of het nu invloed heeft op jouw leven, of welke relatie het ook heeft met het voortbestaan van de mens, moet je het en al dat soort dingen gelijk behandelen, ze volgens principes behandelen en ze respecteren; je moet ze ruimte geven om te overleven, hun manier van overleven en hun wetten van overleven respecteren, en al hun activiteiten respecteren. Je moet ze geen kwaad doen. Op zijn minst zou je zonder elkaar te hinderen met deze schepselen moeten kunnen samenleven. Dit is iets wat mensen moeten begrijpen en tot zich moeten nemen, en het is natuurlijk des te meer een principe dat in acht moet worden genomen in de manier waarop men met verschillende schepsels omgaat; men zou ze absoluut niet moeten benaderen met noties die voortkomen uit de menselijke wil of zelfs maar met onstuimigheid. Hiermee beëindigen we onze communicatie over zaken die betrekking hebben op alle dingen die door God zijn geschapen.
Alle dingen die door God zijn voorbeschikt, zijn positieve dingen
Een ander aspect met betrekking tot de definitie van positieve dingen is gerelateerd aan wat door God is voorbeschikt, en de reikwijdte van wat door God is voorbeschikt is heel groot. In grote lijnen gaat het bijvoorbeeld om de levensduur, het uiterlijk, de aangeboren aard en de genen van diverse levende wezens, daarnaast gaat het over de manieren waarop ze overleven, de patronen van hun activiteiten, de methoden die ze gebruiken om voedsel te bemachtigen en zich voort te planten, en hun leefgewoonten waarmee ze zich aanpassen aan de vier seizoenen, wat hun trekrichtingen en actieradius omvat. Daarnaast betreft het de vier seizoenen, de locaties van bergen, rivieren en meren, en de door God voorbeschikte bestaansvormen van diverse levende of levenloze dingen op aarde, enzovoort – mensen zouden ook deze dingen die binnen deze reikwijdte vallen moeten respecteren, ze de ruimte moeten geven om te overleven en ze niet met menselijke wilskracht of kunstmatige middelen mogen uitroeien, hinderen of schaden. Tijgers zijn bijvoorbeeld geboren om planteneters te eten; zebra’s, antilopen, elanden en enkele kleine dieren vormen allemaal een prooi voor tijgers. Dit is de manier waarop een schepsel voedsel bemachtigt, en de reikwijdte waarbinnen het dit doet; dit is een regel voor zijn overleving. Wat houdt deze overlevingsregel dus in? Gods voorbeschikking. Aangezien het door God is voorbeschikt is het beslist een positief ding, ongeacht hoe mensen het vanuit het perspectief van hun noties bekijken – of ze het nu als prachtig beschouwen, of als bloederig en wreed. Dit staat absoluut vast, en je kunt het niet ontkennen. Zelfs als je in je hart voelt dat een tijger die op dieren jaagt erg bloederig en wreed te werk gaat, en je niet eens kunt aanzien hoe zo’n tragisch tafereel zich ontvouwt, zou je toch de manier waarop dieren overleven moeten respecteren. Je zou het niet moeten belemmeren of beperken, laat staan deze ecologische omgeving kunstmatig verstoren of beschadigen. In plaats daarvan zou je de dingen hun natuurlijke gang moeten laten gaan en de omgeving waarin de dieren overleven moeten beschermen. Je zou de verschillende dieren niet van hun recht op overleven moeten beroven. Dat vleeseters op planteneters of andere dieren jagen en ze verslinden, is een regel die ze moeten volgen om te overleven, en deze overlevingsregel is door God geschapen en door God voorbeschikt. De mensheid zou deze niet moeten hinderen of beschadigen, maar zou de dingen hun natuurlijke gang moeten laten gaan. Wat betekent het dan om de dingen hun natuurlijke gang te laten gaan? Het betekent dat wanneer je een tijger of een andere vleeseter op een antilope of andere prooi ziet jagen, je, als je voldoende moed hebt, van een afstandje kunt toekijken zonder in te grijpen. Als je angstig bent aangelegd en deze scène van bloederige strijd op leven en dood niet kunt aanzien, kijk dan niet. Wat je echter niet moet doen is het jachtgedrag van deze vleeseters veroordelen omdat jij het niet kunt verdragen om de bloederige scène te zien, laat staan dat je zou moeten klagen dat het een fout van God was om deze vleeseters te scheppen; dit is een handeling die getuigt van een gebrek aan verstand. Het is normaal dat je dit niet begrijpt, maar je mag vleeseters hun recht op overleven niet ontnemen. Sommige mensen vragen: “Moeten we ze dan kunstmatig beschermen?” Door niets te doen dat hinder of schade veroorzaakt, heb je de verantwoordelijkheid van een mens al vervuld. Het is niet nodig om ze kunstmatig te beschermen, dieren zijn immers ook schepselen die door God zijn gemaakt; en aangezien ze door God zijn geschapen, heeft God hen al begiftigd met het vermogen om te overleven – ze hebben het niet nodig dat jij ingrijpt of helpt. Bovendien, kun je ze wel helpen? Kun je de woestheid evenaren waarmee ze op hun prooi jagen? Mensen zijn daartoe niet in staat. Hooguit kunnen mensen wapens gebruiken om een paar prooien te doden, wat lang niet aan de behoeften van dieren voldoet. Bovendien eten sommige dieren geen dode prooi; ze eten alleen levend, vers vlees. Je zou de overlevingsrechten van vleeseters niet in de weg moeten staan of ze aantasten, noch zou je planteneters tegen schade moeten beschermen; het is voldoende dat je ze geen schade toebrengt doet of op ze jaagt. Het voortbestaan van alle soorten dieren heeft zijn wetmatigheden, en ze zullen zich voortplanten en voortleven volgens de regels die door God zijn voorbeschikt en de wetten die door God zijn vastgesteld. Ze hebben hun eigen overlevingswetten, en hun eigen vermogen om te overleven, en in veel opzichten is hun vermogen tot overleven zelfs superieur aan dat van mensen. Hoewel ze geen wapens en gereedschappen kunnen maken of gebruiken, is hun vermogen om onafhankelijk te overleven in sommige opzichten toch superieur aan dat van mensen. Als mensen in het wild zouden moeten leven, zou het voor hen moeilijk zijn om te overleven; sommigen zouden zelfs sterven van de dorst, verhongeren of doodvriezen, of door wilde beesten worden opgegeten. Het is duidelijk dat het vermogen van mensen om onafhankelijk in het wild te overleven inferieur is aan dat van dieren. En waarom is dit zo? Ook dit heeft te maken met Gods voorbeschikking.
Wat betreft datgene wat door God is voorbeschikt, is het principe waaraan mensen zich zouden moeten houden dat ze het niet kunstmatig verstoren of te beschadigen. Neem bijvoorbeeld de omgang met dieren: mensen hoeven hen niet uit goedheid te beschermen. Zolang je ze niet stoort, hun leefomgeving niet beschadigt of hun regels en wetten voor overleving niet ondermijnt, heb je de verantwoordelijkheid van een mens vervuld. Als een dier gewond is of met een of andere moeilijkheid wordt geconfronteerd en hulp zoekt bij mensen, zouden mensen het dan moeten helpen? (Ja.) Deze hulp wordt niet beschouwd als kunstmatig ingrijpen, maar is veeleer een verantwoordelijkheid die mensen zouden moeten vervullen. Waarom is dit een verantwoordelijkheid die mensen zouden moeten vervullen? Omdat dit iets is waartoe mensen in staat zijn. In deze situatie zouden mensen liefde moeten tonen en hun best moeten doen om te helpen, omdat zowel mensen als dieren schepselen zijn. Het is alleen zo dat in Gods ogen de mensheid het voorwerp van Zijn redding is, een schepsel van een hoger niveau, dat zich onderscheidt van de rest. Aangezien allen samenleven in deze materiële wereld, in deze ruimte, wordt er geen enkel principe geschonden als je elkaar helpt in tijden van nood. Dit is een karakter dat mensen op zijn minst zouden moeten bezitten, en het is iets wat ze zouden moeten kunnen bereiken. Als er echt een gewond dier is dat naar jou toe komt voor hulp, doet het dat alleen omdat het jou hoogacht en jou vertrouwt. Het feit dat het jouw hulp kan zoeken, bewijst dat het niet dwaas is; het is in staat om na te denken, en het weet dat hoewel mensen anders zijn dan zijzelf, mensen manieren hebben om het te helpen overleven. Aangezien andere levende wezens mensen zo hoogachten, zouden mensen dan niet de rol van meester van alle dingen goed moeten vervullen en de verplichtingen moeten nakomen die ze behoren na te komen? (Ja.) Dit is het beoefeningsprincipe. Om de rol van meester van alle dingen goed te vervullen, is het niet genoeg om alleen maar deze wens te hebben – het vereist praktische actie. Wanneer andere levende wezens met moeilijkheden worden geconfronteerd of behoeften hebben, moet je een helpende hand bieden om hen bij te staan. Als ze zijn voorbestemd om te sterven of door een grote ramp te worden getroffen, en je niet kunt helpen, dan is er niets aan te doen, en moet je de dingen gewoon hun natuurlijke gang laten gaan – je hoeft alleen maar je best te doen. Als je ziet dat ze met moeilijkheden of gevaar worden geconfronteerd, is dat het moment waarop je jouw verantwoordelijkheid en verplichting zou moeten vervullen. Als je het niet ziet, hoef je geen moeite te doen ernaar op zoek te gaan – dat is niet jouw verantwoordelijkheid. Ze hebben hun eigen lot, en je hoeft in dit opzicht niet proactief inspanningen te verrichten. Omgekeerd is het jouw onontkoombare plicht om een helpende hand te bieden als ze met moeilijkheden worden geconfronteerd en jouw hulp zoeken; je kunt maar beter niet weigeren. Mocht je bijvoorbeeld op de weg een wilde gans tegenkomen die jouw pad blokkeert en probeert te voorkomen dat je weggaat, dan zou je, als je een liefdevol hart hebt, moeten beseffen dat de gans in de problemen zit en naar jou is toegekomen voor hulp. Wat zou je op dat moment moeten doen? (De gans volgen om te zien wat er aan de hand is, en helpen als we dat kunnen.) Dat is juist. Volg de gans, kijk waar hij je naartoe leidt, en met welke moeilijkheid of welk gevaar hij is geconfronteerd dat menselijke hulp vereist. Je zou alles moeten doen wat je kunt om hem te helpen – je kunt hem niet zomaar aan zijn lot overlaten. Dit is het verantwoordelijkheidsgevoel dat mensen zouden moeten hebben. De verschillende door God geschapen levende wezens koesteren, alle dingen koesteren die God heeft geschapen – dit is het karakter van het liefhebben van positieve dingen dat mensen zouden moeten bezitten. Sommige mensen vragen: “Is dit verdiensten opbouwen en goed doen?” Nee. De uitspraak ‘verdiensten opbouwen en goed doen’ is hier niet op zijn plaats. Het is niet nodig om zulke hoogdravende woorden te spuien. Bot gezegd: het hele idee van verdiensten opbouwen en goed doen is onzin! Dit is het nakomen van de verplichtingen van een mens; het is het meest fundamentele verantwoordelijkheidsgevoel dat mensen zouden moeten bezitten. Zodra je de gans hebt geholpen, is jouw verantwoordelijkheid vervuld. Je hebt zijn dankbaarheid niet nodig, noch hoeft hij jouw vriendelijkheid terug te betalen – wat je deed was iets wat mensen verplicht zijn te doen. Je volgt Gods woorden als je deze verplichting nakomt en dit verantwoordelijkheidsgevoel hebt: alle dingen die door God zijn geschapen en voorbeschikt, zijn positieve dingen, en we zouden ze moeten koesteren. Gods opdracht is om alle dingen die Hij heeft geschapen te koesteren. Dit maakt deel uit van het gezonde verstand van de menselijkheid dat mensen, als de meesters van alle dingen, op zijn minst zouden moeten bezitten. Specifiek is het het verantwoordelijkheidsgevoel dat ze op zijn minst zouden moeten bezitten. Verstoor andere levende wezens niet, ondermijn hun overlevingsregels niet, en beroof ze niet van hun recht op overleven; daarnaast is het niet nodig om ze kunstmatig te helpen op een bepaalde manier te leven, of ze te begeleiden en te reguleren om op een bepaalde manier te overleven. Respecteer in plaats daarvan hun overlevingswetten en hun overlevingsregels. Wanneer ze hulp nodig hebben en je dit opmerkt, zou je ze niet uit de weg moeten gaan of ze negeren en alleen maar toekijken als ze gewond raken en sterven. In plaats daarvan zou je een helpende hand moeten bieden en zo de verantwoordelijkheid en verplichting vervullen die mensen behoren te vervullen. Door ze te helpen, red je ze. Dit zal je niet uitputten, noch zal het van je vereisen dat je een grote prijs betaalt of veel energie besteedt, laat staan dat je jouw leven opoffert om hen te beschermen. Het is een kleine moeite; het is iets wat je als mens verondersteld wordt te doen. Als je gevraagd zou worden om ze met al je macht te beschermen, zou dat niet gemakkelijk te bereiken zijn. Je zou echter wel in staat moeten zijn om de dingen hun natuurlijke gang te laten gaan – door ze niet te verstoren, hun leefomgeving niet te beschadigen of hun overlevingsregels niet te ondermijnen, en ze niet te beroven van hun recht op overleven. Als je zelfs dit niet kunt, dan ben je niet menselijk, ben je niet de reïncarnatie van een mens, en heb je geen menselijkheid. Wat betekent het om geen menselijkheid te hebben? Het betekent dat je zelfs het geweten en het verstand mist om dieren te beschermen, voor ze te zorgen, en de levende wezens te respecteren die God heeft gemaakt. Als je er altijd aan denkt om ze kwaad te doen, op te eten en ze van hun recht op overleven te beroven, dan ben je geen mens, maar een wild beest. Is dit nu duidelijk? (Ja.)
Wat betreft hetgeen God verordent, zijn er nog enkele andere situaties. De overlevingsregels van sommige dieren zijn bijvoorbeeld enigszins anders dan, of zelfs tegengesteld aan die van andere levende wezens. Dit geldt voor uilen, vleermuizen en enkele andere dieren waarvan de overlevingsregel voorschrijft dat ze overdag slapen en ’s nachts actief worden. Dit is door God verordend. En zelfs als deze dieren door speciale omstandigheden af en toe tijdelijk van deze routine afwijken, veranderen onder normale omstandigheden hun wetten en overlevingsregels in wezen niet. De mens wil de wetmatigheden van deze dieren alsmaar veranderen, om ervoor te zorgen dat ze net als henzelf overdag actief zijn. Ze doen onderzoek naar de genen en het bloedserum van deze dieren, hun activiteitenpatronen enzovoort, en bedenken allerlei manieren om hun overlevingsregels en activiteitenpatronen te veranderen en te ondermijnen. Is dit goed? (Nee.) Is dit soort gedrag, dit soort denken, iets positiefs? (Nee.) Dit is iets negatiefs en iets wat niet-mensen doen. Door wetenschappelijk onderzoek worden deze levende wezens weliswaar enigszins veranderd, maar het resultaat is dat ze een buitengewoon pijnlijk en abnormaal bestaan hebben. Normale mensen kunnen het niet aanzien. Er zijn ook mensen die zeggen: ‘Er zijn momenteel zoveel ratten; het zou geweldig zijn als honden ratten konden vangen. Honden zouden het huis kunnen bewaken en we zouden op hondenvoer kunnen besparen omdat ze ratten zouden eten, en we zouden geen katten hoeven te houden. Dat zou drie vliegen in één klap zijn. Zou dat niet geweldig zijn?’ Vervolgens onderzoeken ze hoe ze de genen van katten en honden kunnen samenvoegen, zodat honden zowel honden- als kattengenen zouden hebben en er een hond-kathybride ontstaat die zowel het huis kan bewaken als ratten kan vangen. Is dit een goed idee? (Nee.) Waarom niet? (Omdat ze altijd willen ondermijnen wat God heeft verordend en de door God verordende wetten willen schenden. Dit is precies wat Satan doet en wat de verdorven mensheid doet.) Zulke ideeën zijn boosaardig. Waar komen boosaardige ideeën vandaan? Ze komen volledig voort uit Satan en boze geesten. Zulke verdorven mensen zijn dus niet-mensen. Ze willen altijd de positieve dingen veranderen die God heeft verordend, en de oorspronkelijke functies, activiteitenpatronen en overlevingswetten van diverse door God verordende levende wezens veranderen. Ze willen altijd de overlevingsvormen van levende wezens die door God zijn verordend ondermijnen, ze ontwikkelen altijd enkele boosaardige en buitengewoon opstandige ideeën, gedachten en zienswijzen, en ze willen altijd de diverse door God verordende dingen ondermijnen. Zulke mensen zijn niet-mensen; ze hebben geen menselijkheid. Hun manier van denken of handelen valt nooit binnen de reikwijdte van geweten en verstand, maar ze willen juist altijd de reikwijdte van de normale menselijkheid te buiten gaan – dit is een uiting van een niet-mens. Vanuit het geweten en verstand van de normale menselijkheid respecteren zij de overlevingsregels en bestaansvormen van alle door God verordende dingen niet en handhaven ze ook niet. In plaats daarvan willen ze altijd de door God verordende overlevingsregels ondermijnen, verstoren en veranderen, om de levenswijzen van andere levende wezens te veranderen. Ze willen dat katten geen katten meer zijn en honden geen honden. Ze willen ze allemaal in gedrochten en boosaardige dingen veranderen, bewerkstellingen dat ze zich in een boosaardige richting ontwikkelen. Ze willen altijd het bestaan van positieve dingen ondermijnen, en willen altijd de overlevingsvormen van positieve dingen ondermijnen. Zijn het geen niet-mensen? (Dat zijn ze.) De gedachten en opvattingen die voortkomen uit niet-mensen zijn negatief; ze staan haaks op alles wat positief is. Aangezien hun zienswijzen negatief zijn en haaks staan op wat positief is, is datgene wat ze produceren en de resultaten die zij in hun beroepen behalen dan niet negatief? (Dat zijn het wel.) Deze dingen zijn negatief. Hoewel sommige dingen niet direct een nadelige impact hebben op de mensheid of deze schade toebrengt, zijn ze toch negatief als ze ingaan tegen wat God heeft verordend. Dit geldt wanneer ze de door God ingestelde wetten en regels schenden, of wanneer ze een andere overlevingswijze of wet en regel hebben ontwikkeld omdat de mens, door kunstmatige inmenging, bewerking en ondermijning, heeft ingegrepen in de wetten en regels die door God zijn vastgesteld. Ongeacht hoeveel mensen het bestaan ervan aanvaarden en erkennen, en ongeacht voor hoeveel mensen er fysiek genot uit halen in hun leven en overleving: als iets niet meer in de oorspronkelijke, door God verordende vorm en staat verkeert, maar de structuur, de vorm of de wetten en regels voor de overleving ervan zijn veranderd en ondermijnd, dan is het iets negatiefs. Dit komt omdat het door Satan is bewerkt, beschadigd en veranderd, en doordrenkt is met concepten, gedachten en zienswijzen van Satan, en zelfs met zijn gif en listige plannen. Zelfs als mensen dit niet kunnen doorzien, is het nog steeds iets negatiefs. Kortom, wanneer het iets is dat ingaat tegen Gods oorspronkelijke verordening – of het nu iets levends of iets levenloos is – en de door God verordende oorspronkelijke vorm, structuur of overlevingswetten en -regels zijn ondermijnd en veranderd, en er bovendien diverse extra dingen van Satan zijn toegevoegd of ingebracht, dan is het iets negatiefs en is de aard ervan reedsbedorven. Wat voor kwantitatieve impact het ook heeft op het fysieke leven of de overleving van de mensheid, zolang het een kwalitatieve verandering heeft ondergaan en de hoedanigheid ervan is gewijzigd, is het iets negatiefs. Dit geldt absoluut, en is volstrekt niet onwaar. Zolang een ding negatief is, maakt het niet uit hoelang het al in deze wereld bestaat of hoelang het door de mensheid en de samenleving is geaccepteerd: als het niet het oorspronkelijke ding is dat door God is verordend, wordt het niet door Hem erkend, en als het niet door God wordt erkend, dan is het een negatief ding.
Sommige mensen vragen: ‘Appels en peren zijn beide oorspronkelijke vruchten die door God zijn verordend. Als de twee worden geënt om een appelpeer te maken, is dat dan iets negatiefs? Zouden we het moeten eten of niet?’ Dit is iets wat jullie in het dagelijks leven zouden kunnen tegenkomen, nietwaar? Zeg Mij, moeten jullie het eten of niet? Als jullie het eten, worden jullie dan vergiftigd? Zal het jullie lichamelijk schaden? Zal het jullie levensduur beïnvloeden? Zal het van invloed zijn op hoe God jullie ziet? Zal het jullie uitkomst beïnvloeden? Hoe moet deze kwestie worden bekeken? Hiermee wordt getoetst of je de waarheidsprincipes begrijpt, en of je begrijpt waarover we eerder hebben gecommuniceerd. Als je dit aspect van de waarheid begrijpt, en je de waarheidsprincipes in dit opzicht hebt gevat, dan zul je, wanneer je in het werkelijke leven dingen tegenkomt, weten hoe je moet beoefenen. Je zult weten welke handelingen de waarheid schenden en welke handelingen de waarheid hooghouden en binnen de reikwijdte van de waarheidsprincipes vallen. Zouden jullie appelperen moeten eten? (Nee.) Durven jullie ze niet te eten, of mógen ze niet gegeten worden? (We zouden ze niet durven eten.) Jullie zeggen dat jullie ze niet zouden durven eten, maar hebben jullie er in jullie dagelijks leven niet al heel veel van gegeten? En wat gebeurde er nadat jullie ze hadden gegeten? Hebben jullie er lichamelijke schade door opgelopen? Laten we eerst vaststellen of een appelpeer een positief of een negatief ding is. Jullie zeiden dat je een appelpeer niet zou moeten eten. De onderliggende gedachte van deze uitspraak is dat een appelpeer een negatief ding is, en dat deze dus niet gegeten mag worden. Is dat wat jullie bedoelden? (Ja.) Is dit inzicht dan juist? Moet de kwestie van appelperen op deze manier moeten worden opgevat? Als Ik jullie dit voorbeeld niet had gegeven om over te communiceren, zouden jullie hebben gedacht dat appelperen niet gegeten mogen worden, dat het eten ervan jullie zou vergiftigen, net zoals Eva, die Gods gebod schond en de vrucht van de boom van de kennis van goed en kwaad at, werd verleid tot zonde door Satan en onvermijdelijk in zijn handen viel. Jullie hadden dan waarschijnlijk gedacht dat jullie, vooral omdat het nu het kritieke moment is van Gods redding van de mensheid en de tijd dringt, voorzichtig moeten zijn en niet klakkeloos dingen mogen eten. Als jullie dat wel zouden doen, zouden jullie tegen de principes in kunnen gaan en de bestuurlijke decreten kunnen schenden, waardoor jullie geen kans meer zouden hebben om gered te worden; wanneer die tijd is aangebroken zou het geen zin meer hebben om spijt te hebben. Jullie kunnen deze zaak niet doorzien; jullie staan voor een raadsel door zo’n kleinigheid. Jullie denken dat appelperen niet gegeten mogen worden en zouden ze niet durven eten. Jullie denken dat je de principes en de bestuurlijke decreten schendt als je ze eet, wat verschrikkelijk zou zijn! Is dit niet wat jullie allemaal denken? Moetenjullie dus appelperen eten of niet? (God, we hebben dit zojuist besproken en denken dat we appelperen kunnen eten, omdat de mens appels en peren slechts verbetert en de door God voor hen verordende wetten niet heeft veranderd. Het eten van appelperen houdt dus geen schending van de bestuurlijke decreten in.) Na jullie communicatie hebben jullie wat duidelijkheid gekregen, en nu begrijpen jullie dat de door God verordende wetten met betrekking tot de appelpeer in wezen onveranderd zijn gebleven. Jullie kunnen deze dus eten. Wat jullie zojuist zeiden is nauwkeurig; jullie hebben het alleen niet duidelijk uitgelegd. Laten we de vraag of appelperen al dan niet gegeten kunnen worden voorlopig buiten beschouwing laten; laten we het er eerst over hebben waarom ze de door God verordende wetten niet schenden. Appel- en perenbomen zijn beide door God geschapen planten, en mensen kunnen de vruchten eten die ze dragen. Wanneer deze twee planten worden geënt of via kruisbestuiving worden bevrucht, ontstaat er een ander soort vrucht. Of dit nu kunstmatig of op natuurlijke wijze gebeurt, in de basis blijven de oorsprong van deze vrucht, zijn overlevingsvorm en zijn overlevingswetten en -regels onveranderd ten opzichte van wat oorspronkelijk door God is verordend. Zelfs als de mens kunstmatig de takken van een appelboom en een perenboom ent, wordt er op basis van hun oorspronkelijke overlevingswetten en -regels, op basis van hun oorspronkelijke levensvormen, een vrucht voortgebracht met de gedeelde levenskenmerken van beide. Deze vrucht wordt een appelpeer genoemd. De mens gebruikt slechts zijn vermogen om te overleven, zijn manier van denken, zijn intelligentie en slimheid, om twee planten te enten en zo een ander soort vrucht voort te brengen. Maar deze vrucht, de appelpeer, gaat de reikwijdte van wat door God is verordend niet te buiten. Dit is één aspect. Aan de andere kant: als appel- en perenbomen samen in hetzelfde bos groeien, kunnen ze kruisbestuiving dan voorkomen, zelfs zonder menselijke inmenging? Onder zeer natuurlijke omstandigheden zal er, wanneer het bloeiseizoen aanbreekt, kruisbestuiving plaatsvinden, en zullen ook hun wortelstelsels onder de grond met elkaar verstrengeld raken. Of het stuifmeel nu door bijen of door de wind en luchtstromen wordt verspreid, appels en peren zullen elkaars voedingsstoffen in zich opnemen, en de appelpeer zal als vrucht heel natuurlijk worden voortgebracht. Kun je dan nog steeds zeggen dat deze appelpeer door de mens is gemaakt? (Nee.) Het is een levend wezen dat van nature groeit in de natuurlijke omgeving die door God is verordend; het is iets dat binnen de door God toegestane reikwijdte valt. Deze appelpeer schendt dus geen enkele wet. Kortom, of de vrucht nu de eigenschappen van een appel of een peer bezit, het is geen negatief ding; het is nog steeds een vruchtensoort die God voor de mensheid heeft bestemd. Je kunt je zorgen opzijzetten en er met een gerust hart van eten – het zal je absoluut geen lichamelijke schade toebrengen. Echter, toen ik zojuist ter sprake bracht dat de mens kunstmatig appel- en perentakken met elkaar ent, waren jullie niet in staat om vast te stellen of een appelpeer iets positiefs of negatiefs was. Jullie zouden ze niet durven eten, vanuit de gedachte: ‘Een appel is een appel, zonder de genen van een peer, en een peer is een peer, zonder de bestanddelen van een appel; alleen deze kunnen met zekerheid worden gegeten!’ Is deze manier van begrijpen niet verwrongen? (Ja.) Die is verwrongen. Diverse levende wezens bestaan samen in een gemeenschappelijke ruimte; het is onvermijdelijk dat ze elkaar beïnvloeden en in elkaars behoeften voorzien, waarbij ze van elkaars sterke punten profiteren om hun eigen zwaktes aan te vullen. Hierin schuilen veel details, en er zijn mysteriën. Kortom, het ontstaan, het bestaan en het effect van dit alles zijn gericht op de overleving van het menselijk ras dat God heeft geschapen. Dit is de waarde en betekenis van het bestaan van positieve dingen; uiteindelijk is het doel om de normale overleving van de mensheid, de voortplanting en het voortbestaan van de mensheid in stand te houden. Is deze zaak nu duidelijk? (Ja.)
Laten we vervolgens een andere kwestie bespreken, iets wat mensen vaak tegenkomen in hun dagelijks leven. Kijk hier eens naar en bedenk hoe dit moet worden onderscheiden en benaderd. Om aan de voedselbehoefte van de mensheid te voldoen, hebben mensen niet-biologische granen ontwikkeld en de opbrengst verhoogd door de genen van diverse zaden en vruchten te modificeren. Het oorspronkelijk doel was eigenlijk het aantal plagen en ziekten en de inzet van bestrijdingsmiddelen terug te dringen. Zodoende konden diverse planten die de mensheid nodig had met minder arbeid worden verbouwd en zonder dat men last had van plagen en ziekten. Tegelijkertijd kon de opbrengst worden verhoogd zodat kon worden voorzien in de voedselbehoefte van de mensheid. Dit alles leidde tot de ontwikkeling van een dergelijk product. Hoe wordt dit product genoemd? Niet-biologisch voedsel. Sinds de opkomst van niet-biologisch voedsel wordt er ruimschoots voorzien in de voedselbehoefte van de mensheid. Mensen zijn ervan overtuigd dat de opbrengst van biologisch voedsel relatief laag is en niet aan de behoeften van de mensheid kan voldoen. Sinds de opkomst van niet-biologische granen is de graanopbrengst enorm gestegen, is tegelijkertijd het inkomen van mensen toegenomen en is het hongerprobleem voor veel mensen opgelost. Het is dus een ‘geluk’ dat de mensheid niet-biologisch voedsel kan eten. Is niet-biologische voedsel dus iets positiefs of negatiefs? Schendt het het principe van ‘wat door God is verordend’ of niet? Zou niet-biologisch voedsel gegeten moeten worden? Wat zijn jullie zienswijzen en meningen over niet-biologisch voedsel? Hoe definiëren jullie het positieve en negatieve van biologisch en niet-biologisch voedsel? (Biologisch voedsel is natuurlijk en is door God verordend. Het is iets positiefs. Niet-biologisch voedsel wordt geproduceerd door geproduceerd door middel van wetenschappelijke procedés en genetische modificatie. Het druist in tegen de oorspronkelijke, door God geschapen wetten. Niet-biologisch voedsel is dus iets negatiefs.) (De oorspronkelijke genen in niet-biologisch voedsel zijn beschadigd en het druist in tegen de door God geschapen wetten. Bovendien is de oorspronkelijke voedingswaarde van niet-biologisch voedsel ondermijnd; het eten van dit voedsel komt de gezondheid van de mensheid op geen enkele manier ten goede. Tegenwoordig zijn gezondheidsproblemen wijdverbreid bij mensen die al jaren niet-biologisch voedsel eten. Ik denk dus dat, als de omstandigheden het toelaten, we ons best zouden moeten doen om het niet te eten. Maar in de huidige samenleving is het meeste voedsel niet-biologisch, om te overleven, moeten we dus wel niet-biologisch voedsel eten.) Wat jullie hebben gezegd is allemaal in overeenstemming met de principes en de kernpunten zijn juist. Het is echter te simplistisch en er zijn enkele details die niet duidelijk zijn uitgelegd. Sommige mensen zeggen: “Niet-biologisch en biologisch voedsel zien er aan de buitenkant vergelijkbaar uit en de smaak is min of meer hetzelfde. Niet-biologisch voedsel is in wezen niet wezenlijk anders dan de oorspronkelijke voedselvormen die God heeft verordend. Er is zelf niet-biologisch voedsel dat er beter uitziet en een hogere opbrengst biedt dan biologisch voedsel, en de smaak is niet per se veel slechter dan die van biologisch voedsel. Waarom is biologisch voedsel dan iets positiefs en niet-biologisch voedsel iets negatiefs?” Jullie zeiden zojuist dat jullie er zeker van zijn dat biologisch voedsel iets positiefs is en niet-biologisch voedsel iets negatiefs, maar jullie begrijpen niet waarom ze op deze manier van elkaar worden onderscheiden; jullie begrijpen de finesses hiervan nog steeds niet. Er is een kernpunt dat je moet weten: hoe komt het dat van twee dingen die er aan de buitenkant hetzelfde uitzien, het ene iets positiefs is en het andere iets negatiefs is? Sommige mensen zeggen: “Dat komt omdat niet-biologisch voedsel wetenschappelijk is bewerkt en door diezelfde wetenschap is beschadigd.” Is deze uitspraak juist? Qua doctrine klopt het. Het heeft er alle schijn van dat dit inderdaad het geval is. Toch begrijpen mensen het nog altijd niet als ze het hebben gehoord. Wat is in essentie dan precies het verschil tussen biologisch en niet-biologisch voedsel, waardoor ze respectievelijk als iets positiefs dan wel iets negatiefs kunnen worden gedefinieerd? Waarop is deze definitie gebaseerd? Hoe beziet God dit? Wat is de waarheid hierin? Dit raakt aan de essentie van de kwestie.
Biologische dingen komen van God. Ze zijn wat God heeft geschapen, en de mens heeft ze ‘biologisch’ genoemd. Laten we ons voorlopig niet bezighouden met de oorsprong of de bron van het woord ‘biologisch’ of met de vraag waarom mensen het zo hebben genoemd. We moeten dit immers nog altijd bekijken vanuit het perspectief van Gods schepping en verordening. Binnen Gods schepping en verordening is er een subtiel maar cruciaal punt, namelijk dat toen God een zaad schiep, Hij heeft dit voorzien van alle voedingsstoffen en bestanddelen die het behoort te bezitten, evenals van de juiste functies. Wat is nu de grondslag voor de principes die bepalen welke elementen in het zaad zijn gelegd? Wat is de basis voor de principes om te bepalen welke dingen er in het zaad worden gelegd? Deze zijn gebaseerd op de behoeften van het menselijk lichaam, op de werking van de inwendige organen en op de specifieke voedingsbestanddelen die deze organen vereisen. Aangezien het voedsel dat uit een dergelijk zaad groeit bestemd is voor menselijke consumptie, zijn de effecten die dit voedsel na te zijn gegeten op het menselijk lichaam zal hebben, en de voedingsstoffen die mensen eruit kunnen opnemen om hun normale fysieke groei en overleving in stand te houden en de levensduur van hun lichaam te verlengen, allemaal dingen die God in overweging moet nemen bij het scheppen van een zaad of een soort voedsel. Het is niet zo dat er achteloos een zaad wordt geschapen dat in de grond kan groeien en dat God het daarbij laat. Nee, God heeft er goed over nagedacht. God moet al deze dingen in overweging nemen: welk effect de schil, het vruchtvlees en de kiem van dit soort zaad op het menselijk lichaam zal hebben, welke resultaten deze dingen kunnen bereiken, wat het menselijk lichaam nodig heeft, en welke voedingsstoffen mensen uit dit soort voedsel zouden moeten opnemen wanneer ze het eten. Vanuit deze overwegingen moet God, wanneer Hij dit soort zaad schept, het scheppen volgens de voedingsverhoudingen die de mens nodig heeft. Zo ontstaat dit zaad in Gods gedachten. Dit is hoe we de impact van een zaad op de mens bezien vanuit de structuur en de voedingsbestanddelen ervan; dit is één aspect dat God in overweging neemt bij het scheppen van dit zaad. Daarnaast neemt God de grootte en vorm van zo’n zaad of vrucht in overweging, de lengte van de kiemtijd, de overlevingsvorm ervan, het soort bodem dat geschikt is om het in te laten groeien, hoeveel voedingsstoffen het in welk soort bodem opneemt, hoeveel voedingsstoffen mensen eruit kunnen opnemen wanneer ze het eten, enzovoort. Al deze details zijn dingen die God in overweging moet nemen. De diverse factoren die God in overweging neemt bij het scheppen van een zaad, komen uiteindelijk samen in één punt, namelijk het voorzien in de voedselbehoefte van de mensheid, teneinde de normale fysieke groei en overleving van de mensheid te bewerkstelligen. Dit is het belangrijkste punt. Er is nog een ander punt dat eveneens cruciaal is. Als een zaad geen levenskracht heeft en een dood ding is, zoals een zandkorrel of een steen, dat niet in staat is om te ontkiemen wanneer het in de grond wordt geplant, dan betekent dit dat nadat mensen dit voedsel deze ene keer hebben gegeten, het niet opnieuw beschikbaar zal zijn. Een dergelijk zaad is in de verste verten in staat om aan de voedselbehoefte van de mensheid te voldoen. Daarom moet dit zaad, naast de andere bestanddelen die het behoort te hebben, zoals zijn schil en kern, een kiem hebben. Natuurlijk is het mogelijk dat deze kiem niet een levenskenmerk is dat in alle zaden aanwezig is. Kortom, naast de schil en kern moet dit zaad levenskracht hebben. In menselijke taal wordt het levenskracht genoemd, maar in Gods termen betekent het dat dit zaad leven moet hebben. Wat betekent ‘leven hebben’? Het betekent dat het zich kan blijven voortplanten; door te ontkiemen en te groeien, moet het in staat zijn om vrucht te dragen. Een zaadje moet, door te ontkiemen, te groeien en te bloeien, in staat zijn om meer vruchten voort te brengen. Net als het zaadje zelf moeten de vruchten ervan ook levenskracht hebben en in staat zijn zich voort te planten en meer vruchten te dragen, want alleen op deze manier kan het oneindig in de voedselbehoefte van de mensheid voorzien. Dit zijn de twee meest fundamentele en wezenlijke aspecten van de wijze waarop God een zaad schept en verordent: het ene betreft de diverse voedingsstoffen die het bevat en de functies ervan, en het andere is dat dit zaad levenskracht moet hebben, dat wil zeggen, dit zaad moet levend zijn. In menselijke termen wordt iets, als het ‘levend’ is, ‘biologisch’ genoemd. Dit biologische voedsel bezit eigenlijk al leven vanaf het moment dat God het schiep. Als je het in de bodem plant en het water geeft en bemest, zal het ontkiemen, groeien, bloeien en vervolgens vrucht dragen, en elk van zijn vruchten heeft dezelfde functie als het zelf heeft. Deze zelfde functionaliteit voorziet onophoudelijk in de voedselbehoefte van de mensheid, in de fysieke overleving van de mensheid, en in de voortplanting en het voortbestaan van de mensheid. Bovendien wordt dit zaad in de bodem opgenomen en brengt het vruchten voort, en deze vruchten brengen – net als het zaad zelf – meer vruchten voort om de mensheid te voeden, en doorlopen generatie na generatie hetzelfde proces van voortplanting en voortbestaan. Op deze wijze is de mensheid verzekerd van een onuitputtelijke voedselvoorziening. Dankzij deze voedselvoorziening, deze eeuwige voedselbron, duurt het fysieke leven en het voortbestaan van de mensheid eindeloos voort, en zal het haar nimmer aan voedsel ontbreken. Hieruit blijkt dat voor het overleven van de mensheid tot op de dag van vandaag, de bijdrage van de diverse door God geschapen zaden niet over het hoofd gezien kan worden. De oorsprong van het feit dat ze zo’n bijdrage aan de mensheid kunnen leveren, is Gods schepping en Gods verordening. Maar als de twee belangrijkste dingen die door God voor een zaad zijn verordend worden vernietigd – namelijk ten eerste de voedingsstoffen en functies van het zaad, en ten tweede zijn oorspronkelijke levenskracht – als deze twee dingen er niet meer zijn, zal het zaad, wanneer het in de grond valt, niet meer ontkiemen, niet meer groeien, niet meer bloeien en geen vrucht meer dragen. Het kan alleen maar in de grond verdwijnen, en de voedselbron van de mensheid zal vanaf dat moment verloren gaan. Waarmee zal de mensheid dan worden geconfronteerd? (Met de dood.) Ze zullen worden geconfronteerd met honger, hongersnood en vervolgens met de dood, en ze zullen zich niet meer kunnen voortplanten en voortbestaan. Dit is één aspect, en het is zeer ernstig. Een ander aspect is dat, wanneer een zaadje kunstmatig wordt bewerkt, de voedingsstoffen ervan sterk worden gereduceerd. Daar waar het oorspronkelijk vele soorten voedingsstoffen bevat, bevat het nu nog maar een kleine hoeveelheid. Bovendien veranderen ook de functies ervan. Een bepaalde soort voedsel kon vroeger bijvoorbeeld de hersenen voeden, de fysieke kracht herstellen en mensen vitaliteit geven, maar nu, na kunstmatig te zijn bewerkt, zijn deze functies sterk gereduceerd of zelfs verloren gegaan. Zelfs als iemand veel van dit soort voedsel eet, blijft hij zich fysiek uitgeput voelen, wordt zijn denken traag en gaat zijn geheugen achteruit. Hoewel hij nog niet oud is, wordt hij als een bejaarde. Zijn benen voelen zwaar aan, zijn lichaam wordt stijf en zijn huid veroudert. Uiterlijk lijkt hij fysiek groter te zijn geworden, maar innerlijk voelt hij zich anders dan degenen die biologisch voedsel eten. Als de oorspronkelijke functies van een voedingsmiddel zijn verzwakt of zelfs verloren zijn gegaan, biedt het niet alleen geen positieve bijdrage meer aan het lichaam wanneer een mens ervan eet en levert het geen meer voordeel op, maar heeft het zelfs veel negatieve effecten voor een mens. De diverse voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft, kunnen niet tijdig worden aangevuld, en tegelijkertijd degenereren en verdwijnen veel functies van het lichaam geleidelijk. Als natuurlijk gevolg van deze vicieuze cirkel stompt het menselijk verstand af en kan men zelfs vervallen in buitensporig gedrag of extreme denkbeelden. Dergelijke uitingen behoren tot de negatieve effecten en gevolgen die niet-biologische voedingsmiddelen voor mensen met zich meebrengen. Niet-biologische voedingsmiddelen hebben de bestanddelen verloren die God er bij de schepping in heeft gelegd; zodoende hebben zij ook hun oorspronkelijke functies verloren. Ze verschillen van de oorspronkelijke dingen die door God zijn geschapen en verordend. Ze zijn allemaal kunstmatig bewerkt en veranderd.
Mensen verbouwen niet-biologisch voedsel om aan de voedselbehoefte van de mensheid te voldoen. Zulk voedsel brengt echter allerlei nadelige factoren met zich mee voor de menselijke gezondheid en voortplanting. Dit heeft gevolgen voor voortplanting en het voortbestaan van de mensheid. Daarom moet men onderscheid kunnen maken met betrekking tot niet-biologisch voedsel. De mensheid geniet al duizenden jaren van biologisch voedsel. Waarom zeggen we dat biologisch voedsel een positief ding is, terwijl niet-biologisch voedsel een negatief ding is? Wat is het grootste punt van onderscheid? Wat is de kern van de zaak? De kern is dat biologisch voedsel door God voor de mensheid is bereid; het is door God verordend. Het bezit de oorspronkelijke bestanddelen en functies die God heeft gecreëerd, en het allerbelangrijkste is dat het de levenskracht bezit waarmee God het heeft begiftigd. Niet-biologisch voedsel daarentegen heeft die oorspronkelijke bestanddelen en functies verloren, en mist ook het leven dat door God is geschonken. Omdat het deze twee belangrijkste, door God verordende dingen mist, schendt het de principes van de positieve dingen die God heeft gecreëerd en verordend. Niet-biologisch voedsel is een soort ding dat is bewerkt, beschadigd en veranderd door de menselijke wetenschap, en niet langer de kenmerken van een positief ding bezit. Dit komt doordat het de bestanddelen en essentie mist van de positieve dingen die door God zijn gecreëerd en verordend, en in plaats daarvan indruist tegen de functies en essentie van de positieve dingen God heeft gecreëerd en verordend. Wat betekent het om in te gaan tegen de functies en essentie van positieve dingen? Het betekent dat toen God een bepaald zaad creëerde, de functie ervan was om de mensheid te dienen, tot nut te zijn en haar normale fysieke behoeften en voortbestaan in stand te houden. Niet-biologisch voedsel beschadigt en verstoort daarentegen het normale voortbestaan van de mensheid, en brengt tegelijkertijd een reeks onomkeerbare negatieve effecten en gevolgen met zich mee voor het normale leven en het voortbestaan van mensen. Het is dus helemaal niet onterecht om niet-biologisch voedsel een negatief ding te noemen. Is dat niet zo? (Ja.) Is deze kwestie nu duidelijk? (Ja.) Waarom is biologisch voedsel een positief ding, terwijl niet-biologisch voedsel een negatief ding is? In grote lijnen komt biologisch voedsel van God, is het de mensheid tot nut en van dienst, en draagt het bij aan het menselijk leven en voortbestaan; het vervult een onvervangbare functie in het leven en voortbestaan van de mens – niets kan de rol die het speelt vervangen. Maar is niet-biologisch voedsel gunstig voor de menselijke gezondheid? (Nee.) Integendeel: het is niet gunstig voor de menselijke gezondheid, het schaadt veeleer de menselijke gezondheid en brengt veel pijn en moeite met zich mee voor het fysieke leven en voortbestaan van de mens. Het veroorzaakt bijvoorbeeld diverse ongemakken in het lichaam, zoals een tragere bloedsomloop, stijfheid van ledematen, zware benen en duizeligheid, en leidt tot het voortijdig ontstaan en verergeren van vele ziekten; ook de allergische reacties van mensen worden steeds ernstiger. In verschillende mate treden er nadelige reacties op, van de huid tot de inwendige organen. Dit zijn de verschillende moeilijkheden en pijnen die door niet-biologisch voedsel toebrengt aan het fysieke leven en het voortbestaan van de mensheid. Aangezien het menselijk lichaam door God is gecreëerd, begrijpt alleen God de structuur en behoeften ervan het best. Daarom heeft God allerlei soorten voedsel voor de mensheid gecreëerd, gebaseerd op de structuur en de behoeften van het menselijk lichaam. Van noord tot zuid en van oost tot west creëerde God diverse soorten voedsel die bevorderlijk zijn voor het leven en het voortbestaan van de lokale bevolking. De oorspronkelijke vormen van al het voedsel dat God heeft gecreëerd, zijn bedoeld om te voorzien in het noodzakelijke voedsel dat de mens nodig heeft om te leven en voort te bestaan; ze zijn allemaal essentieel voor het fysieke leven en voortbestaan van de mens. Dat wil zeggen dat, wil het lichaam van een mens in leven blijven en in stand worden gehouden, het niet zonder deze door God gecreëerde planten kan. Zolang deze planten en zaden van God komen, zijn ze in hun oorspronkelijke vorm en bezitten ze de noodzakelijke functies en bestanddelen die door God zijn gecreëerd, evenals de door God geschonken levenskracht. Waar een zaad zich ook bevindt kan het zolang het levenskracht heeft – zelfs als het in de spleten van rotsen valt waar geen aarde is – ontkiemen, normaal groeien en rijpen, en meer zaden voortbrengen. Alleen in dit soort bredere omgeving, waarin alle dingen zich voortplanten en overleven, kunnen mensen een voedselbron voor hun lichaam verkrijgen. Hier kunnen zij voortdurend aan allerlei activiteiten deelnemen, zich blijven voortplanten en voortleven. Als diverse planten en zaden de oorspronkelijke, door God gecreëerde functies verliezen, staat dat gelijk aan het beroven van de mensheid van voedsel en het wegnemen van haar voedselbron. Zelfs als mensen bepaalde voedingsmiddelen creëren en produceren die niet in hun oorspronkelijke vorm zijn en die tijdelijk hun honger kunnen stillen, zullen, omdat de oorspronkelijke vormen van het voedsel na bewerking zijn veranderd en hun oorspronkelijke functies hebben verloren, de fysieke functies en gewaarwordingen van mensen na het eten ervan dienovereenkomstig veranderen. Na verloop van tijd zullen de lichamen van mensen ook een aantal nadelige reacties ondergaan; ze zullen bepaalde ziektes en pijnen ontwikkelen, en er kunnen zelfs ernstige gevolgen zijn. Dit druist in tegen de bedoeling die God oorspronkelijk had bij het creëren van voedsel voor de mensheid, en het druist ook in tegen de overlevingswetten en -regels die God voor de mensheid heeft verordend. Dus hoe je het ook bekijkt, zolang iets indruist tegen de oorspronkelijke bedoeling die God heeft bij het scheppen van een levend wezen en tegen de wetten en regels die door God zijn verordend, heeft het de functie waarmee God het heeft gecreëerd en de rol die het zou moeten spelen verloren. Daarnaast heeft het de levenskracht die God eraan heeft geschonken verloren en is de essentie ervan dus veranderd. De opkomst van niet-biologisch voedsel druist in tegen de oorspronkelijke bedoeling die God had bij het creëren van voedsel; wanneer wetenschappers de zaden van voedsel wetenschappelijk bewerken en veranderen, leidt dat ertoe dat de essentie van het voedsel verandert. Niet-biologisch voedsel is dus een negatief ding. Of het uiterlijk ervan nu levendiger en mooier wordt, of het groter wordt, of de hoeveelheid ervan toeneemt – hoe het ook verandert, wanneer het indruist tegen de oorspronkelijke bedoeling die God had bij de schepping ervan en zijn door God gegeven functies en levenskracht verliest, is het een negatief ding. Dat staat buiten kijf. Wat het ook is, en in welke periode of door wiens toedoen het ook is ontstaan, zolang het niet door God is gecreëerd of verordend, maar juist indruist tegen Gods schepping en verordening, is het een negatief ding. Is deze kwestie nu duidelijk? (Ja.)
Nu er duidelijk is gecommuniceerd over de kwestie dat niet-biologisch voedsel een negatief ding is, is er nog een probleem waarover gecommuniceerd moet worden. Sommige mensen vragen: “Aangezien niet-biologisch voedsel een negatief ding is dat indruist tegen Gods schepping en verordening, hoe moeten we er dan mee omgaan? Zouden we het moeten eten? Zouden we het niet moeten eten, of zouden we er slechts kleine hoeveelheden van moeten eten? Hoe brengen we het op een gepaste manier in de praktijk?” Sommigen van jullie hebben net al opgemerkt: “Het meeste voedsel in de huidige maatschappij is niet-biologisch, en het is niet eenvoudig om biologisch voedsel te vinden als je het wilt kopen – in sommige landen en regio’s kun je het zelfs tegen een hoge prijs niet kopen. Wat kunnen we doen, zelfs als we ons bewust zijn van de voordelen van biologisch voedsel en de schadelijkheid van niet-biologisch voedsel?” Zo is de bredere omgeving nu eenmaal. Dit is Satans wereld, en die weerhoudt mensen ervan om het door God gecreëerde voedsel te eten, dat Hij met levenskracht heeft begiftigd. Sommige mensen zeggen: “We weten dat het eten van niet-biologisch voedsel schadelijk is voor ons lichaam, maar we hebben niet de middelen om biologisch voedsel te eten. Wat moeten we doen? Moeten we dan maar van de honger sterven?” Je mag niet van de honger sterven. Om in leven te blijven, zul je niet-biologisch voedsel moeten blijven eten. Zelfs als het eten ervan schadelijk is voor het lichaam, is het nog altijd beter dan van de honger sterven. Zolang je niet sterft en je plicht kunt vervullen, en het tot het laatste moment volhoudt om redding te verkrijgen – zelfs als je met zoveel moeite blijft leven en ziekelijk bent – dan heb je deze wereld overwonnen en Satan verslagen. Anderen zeggen: “Aangezien niet-biologisch voedsel zo schadelijk is voor mensen en de effecten onomkeerbaar zijn, eet ik het gewoon niet. Ik verzin wel een manier om in mijn eigen tuin wat biologisch voedsel te verbouwen.” Als jij daartoe de middelen hebt, is dat natuurlijk prima. Maar wat als jouw huis geen tuin heeft en je geen groenten en granen kunt verbouwen, en jij een gewoon iemand bent die zich geen biologisch voedsel kan veroorloven? Dan kun je niet anders dan niet-biologisch voedsel eten. Sommige mensen zeggen: “Als ik niet-biologisch voedsel eet, houdt me dat in elk geval nog een aantal jaren op de been, en ga ik niet op korte termijn dood. Als ik er een of andere vreemde ziekte van oploop, is daar nu eenmaal niets aan te doen.” Zijn jullie bang om allerlei vreemde ziektes op te lopen en dat jullie levensduur wordt verkort? (Ja.) Wat moeten we hieraan doen? Sommige mensen zeggen: “Dan kunnen we alleen maar onze toevlucht nemen tot de laatste optie: voor de op een na beste optie kiezen. Om te overleven, hebben we geen ander alternatief dan niet-biologisch voedsel te eten.” Is dit principe correct? (Ja.) Is dat zo? Jullie kunnen geen onderscheid maken tussen wat correct of incorrect is. Is dit een kwestie van voor de op een na beste optie kiezen, en geen alternatief hebben? Het is geen kwestie van voor de op een na beste optie kiezen, noch van geen alternatief hebben. Het is veeleer vanuit geloof leven. Bevatten Gods woorden niet deze uitspraak? “Zolang je nog een enkele ademteug hebt, zal God je niet laten sterven.” Het leven van mensen ligt in Gods handen. Hoelang een persoon leeft en wat zijn fysieke gesteldheid is, hangt af van Gods verordening, niet van wat hij eet. Het is voldoende als mensen de juiste gedachten en gezichtspunten hebben over niet-biologisch voedsel, en er onderscheid in kunnen maken. Mensen moeten echter op de juiste manier omgaan met de objectieve, bestaande omgeving. Als je niet over de financiële middelen of de omstandigheden beschikt om je eigen voedsel te verbouwen, eet dan wat er beschikbaar is. Maak je je zorgen dat je ziek wordt of zult sterven? Het is niet nodig je zorgen te maken. Waarom? We hebben de waarheid van Gods woorden in ons hart als onze steun en basis: “De mens leeft niet van brood alleen, maar van ieder woord dat klinkt uit de mond van God”, en: “Zolang je nog een enkele ademteug hebt, zal God je niet laten sterven.” Het leven, de fysieke gesteldheid en de levensduur van een mens liggen allemaal in Gods handen. Of een mens ziek wordt, wanneer hij ziek wordt en wanneer hij sterft – dit alles ligt in Gods handen. Het is niet nodig je zorgen te maken of bang te zijn. Als je geen biologisch voedsel kunt krijgen en alleen niet-biologisch voedsel kunt eten, eet het dan met een gerust hart. Eet wat er beschikbaar is. Sommige mensen zeggen: “U zei dat niet-biologisch voedsel een negatief ding is, waarom vertelt U ons dan dat we het met een gerust hart kunnen eten?” Hoe kun je overleven als je niet eet? Als je te weinig eet, kan je lichaam dan werkelijk krijgen wat het nodig heeft? Ongelovigen zeggen nu ook dat niet-biologisch voedsel veel minder voedzaam is dan biologisch voedsel; hoewel je er veel van eet, biedt het weinig voedingswaarde. Dit is ook een feit. Er is nog een punt dat ze niet weten: de verhouding van voedingsstoffen in biologisch voedsel is juist. Nadat je het hebt gegeten, helpt het je lichaam om veel voedingsstoffen aan te maken, bevordert het de bloedsomloop en vervult het zijn oorspronkelijke functies in je lichaam om een goede gezondheid te waarborgen. Niet-biologisch voedsel bevat echter onvoldoende voedingsstoffen, waardoor je lichaam er geen voedingsstoffen uit kan halen om in zijn behoeften te voorzien. Het allerbelangrijkste is dat niet-biologisch voedsel geen levenskracht bezit en veel voedingsstoffen mist; het kan je niet gezond maken. Na het tien of twintig jaar te hebben gegeten, zullen mensen allerlei kwalen en vreemde ziektes ontwikkelen, en sommigen zullen zelfs het vermogen om zich voort te planten verliezen. Dergelijke gevolgen zijn te ernstig. Daarom hebben sommige mensen het gevoel: ‘Ik heb volop voedsel en groenten gegeten, het zou me dus niet aan voedingsstoffen moeten ontbreken. Waarom voel ik me dan toch overal zo zwak?’ Dit is het verschil tussen organisch en niet-biologisch voedsel; in feite heb je dat al gevoeld. Waarom heb je dit gevoel? Dat komt doordat niet-biologisch voedsel geen levenskracht heeft. Je eet er veel van, maar het biedt niet veel voedingswaarde, dus voel je je fysiek zwak en futloos. Maar goed, je moet het toch eten; als je dat niet doet, zul je honger lijden en niet in staat zijn te werken of te overleven. Mensen moeten geen dwaze dingen doen, noch in uitersten vervallen. Ze moeten alles benaderen in overeenstemming met Gods woorden en in alle dingen praktiseren volgens de waarheidsprincipes. Dit is wat mensen zich goed moeten realiseren en begrijpen. Kortom, het komt er uiteindelijk op neer hoe mensen met niet-biologisch voedsel om zouden moeten gaan. Nadat mensen hebben bergrepen welke negatieve effecten en de daaropvolgende gevolgen niet-biologisch voedsel met zich meebrengt, moeten ze zich hierdoor niet laten beperken, noch zich zorgen maken of angstig zijn, want alles ligt in Gods handen. Het leven van mensen en alles wat hen aangaat, liggen allemaal in Gods handen, onderworpen aan Gods soevereiniteit en arrangementen. Nietwaar? (Ja.) Als je het op deze manier begrijpt, zijn jouw gedachten en gezichtspunten correct. Voelen jullie je, nu jullie dit alles hebben gehoord, verlicht en bevrijd in jullie hart? (Ja.) Dit is een kwestie uit het werkelijke leven die mensen zouden moeten inzien. Als je deze kwestie niet kunt doorzien, ben je te dwaas. Wat betreft de vraag of je wel of geen niet-biologisch voedsel moet eten, hebben we zojuist verschillende beoefeningsprincipes besproken. Je moet hier dienovereenkomstig mee omgaan, op basis van je objectieve omgeving en feitelijke omstandigheden. Kortom, je moet alle dingen bekijken én handelen in overeenstemming met Gods woorden. Zolang het je beweegreden is om je normale fysieke voortbestaan en functioneren te waarborgen, zodat je je plicht normaal kunt vervullen, je niet afwijkt van het pad van het volgen van God, je plicht naar behoren vervult en het pad inslaat van het nastreven van de waarheid, dan is wat je doet correct. Dit is de inhoud van onze communicatie over het aspect van wat God verordent.
We hebben twee voorbeelden gebruikt om te communiceren over het aspect van wat God beschikt. Is het in grote lijnen duidelijk uitgelegd? (Ja.) Kunnen jullie dan onderscheid maken tussen positieve en negatieve dingen? Kun je dit aspect van de waarheid toepassen om de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die je tegenkomt te beoordelen? Als we niet over deze twee voorbeelden hadden gecommuniceerd, zouden jullie dan in staat zijn geweest om dit aspect van de waarheid met betrekking tot de positieve dingen die we vandaag hebben gedefinieerd, toe te passen om ze te beoordelen? (Eenvoudigere dingen zou ik misschien hebben kunnen onderscheiden, maar ik zou de twee relatief complexe voorbeelden waarover God sprak niet hebben kunnen onderscheiden.) Het is maar goed dat we hierover hebben gecommuniceerd, anders hadden jullie misschien de kans gemist om zulk heerlijk voedsel als de appelpeer te eten, nietwaar? (Ja.) Sommige mensen, die meer geneigd zijn zich aan regels te houden, kijken misschien naar een appelpeer, willen deze opeten, maar durven het niet. Ze denken dat ze de door God beschikte principes zouden schenden en tegen Gods woorden in zouden gaan als ze een appelpeer zouden eten. Daarom bedwingen ze zichzelf en eten ze deze niet, waardoor ze zoveel kansen mislopen om dit heerlijke voedsel te genieten. Omdat het hun aan onderscheidingsvermogen ontbreekt, prijzen mensen sommige overduidelijk negatieve dingen echter ten zeerste aan; ze stemmer er in hun hart diep mee in en aanvaarden ze. Wat betreft niet-biologisch voedsel denken ze zelfs: ‘Niet-biologisch voedsel voldoet in hoge mate aan de voedselbehoefte van de mensheid en kan tegelijkertijd helpen het aantal sterfgevallen door honger te verminderen. Dit is werkelijk een grote bijdrage van de wetenschap aan de geschiedenis van de menselijke ontwikkeling! Dit is werkelijk door God verricht; het is God die deze zaak heeft bevorderd.’ Zo’n eenvoudige uitspraak legt een feit bloot. Welk feit? Dat je de waarheid niet begrijpt. Dit is nog van ondergeschikt belang; er is hier een nog veel ernstiger probleem, namelijk dat je woorden hebt gesproken die buitengewoon opstandig en lasterlijk jegens God zijn, en dit wekt afkeer en walging op bij God. Als zo’n probleem zo ernstig wordt dat je ingaat tegen Gods bedoelingen en God opzettelijk weerstaat en lastert, dan verlies je misschien je hoop op redding, en zal het jouw bestemming beïnvloeden. Daarom is het begrijpen van de waarheid heel belangrijk. Als we in onze communicatie geen voorbeelden hadden gebruikt, hadden sommigen van jullie misschien gedacht: niet-biologisch voedsel is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek, en de ontwikkeling van de wetenschap draagt bij aan de mensheid, dus zo’n bijdrage is hoogstwaarschijnlijk door God verordend, het is hoogstwaarschijnlijk door God georkestreerd. Is het door op deze manier te communiceren nu duidelijk? Is deze uitspraak correct? (Nee.) Zou men de dingen op deze manier moeten begrijpen? (Nee.) Als een persoon dit zegt, zit hij diep in de problemen; dit is buitengewoon opstandig! Voordat je een helder begrip hebt van wat de dingen werkelijk zijn en van hun essentie, moet je ze niet overhaast definiëren, en evenmin dingen die wetenschappelijk bewerkt zijn zomaar aanvaarden of waarderen. Vooral als het gaat om dingen die in kwaadaardige trends worden vereerd, populair zijn en door de meeste mensen worden gewaardeerd, moet je streng op je hoede zijn – onderscheid ze in overeenstemming met Gods woorden en de waarheid, en aanvaard ze absoluut niet. Sommige mensen zeggen: “Ons kaliber is gebrekkig. Wanneer wij allerlei informatie online verspreid zien worden, denken we dat het een maatschappelijke trend is en dat het niet verkeerd kan zijn. Nadat we er kennis van hebben genomen, beïnvloedt het ons hart. Als we in een vacuüm zouden leven, zouden we niet worden misleid.” Is deze uitspraak correct? (Nee.) Je leeft in de echte wereld, in de huidige maatschappij, en je zult onvermijdelijk veel vreemde stemmen en vreemde uitspraken en theorieën horen. Deze argumenten zullen onvermijdelijk je hart binnendringen, waar ze een effect zullen hebben en je gedachten zullen veranderen. Mensen denken dat, zolang ze in deze maatschappij leven, zolang ze onder de mensen leven, ze onwillekeurig zullen worden beïnvloed, tenzij ze diep in de bergen en bossen wonen of zichzelf opsluiten in een klein kamertje, waarbij ze niet naar deze dingen luisteren, er niet naar kijken en er niet over nadenken, in welk geval hun hart rein zal zijn. Is deze opvatting correct? (Nee.) Uiteraard niet. Hoe kan dit probleem dan worden opgelost? Je moet de waarheid nastreven en de waarheid begrijpen. Als je een helder begrip hebt van alle aspecten van de waarheid, zul je, wanneer je deze dingen tegenkomt, weten wat hun onderliggende essentie is. Je zult ze snel kunnen onderscheiden en als positieve of negatieve dingen kunnen definiëren, en – omdat je geweten en verstand hebt – zul je snel de positieve dingen aanvaarden en de negatieve dingen weerstaan of verwerpen, bekritiseren en veroordelen. Op deze manier zul je worden beschermd, en zul je je niet hulpeloos voelen, noch zul je zo bezorgd of angstig hoeven te zijn. Waarom? Omdat je, met Gods woorden als jouw basis, het fundamentele vermogen zult hebben om onderscheid te maken tussen positieve en negatieve dingen. Jouw gezichtspunten en meningen over diverse positieve en negatieve dingen zullen gebaseerd zijn op Gods woorden, en je zult kunnen bepalen of het positieve of negatieve dingen zijn; daarom zal heel gemakkelijk zijn om te weten wat je zou moeten doen. Is dat niet het geval? (Ja.)
Begrijpen jullie wat we zojuist hebben gecommuniceerd? Als we er niet op deze manier over hadden gecommuniceerd, zouden jullie het dan hebben kunnen begrijpen? (Nee.) Als jullie nog een paar jaar meer ervaring zouden opdoen, zouden jullie dan positieve en negatieve dingen kunnen onderscheiden? (Zonder de waarheid kunnen we deze dingen niet onderscheiden; soms bewonderen en bepleiten we zelfs negatieve dingen. Het is dus niet zo dat we onderscheid kunnen maken doordat we simpelweg meer jaren ervaring hebben.) Hebben deze kwesties te maken met mysteries? (Nee.) Als ze niet met mysteries te maken hebben, waarom begrijpen mensen ze dan niet? Zijn dit uiterlijke zaken? (Ja.) Als het alleen maar uiterlijke zaken zouden zijn, zouden ze gemakkelijk te begrijpen moeten zijn. In werkelijkheid betreffen deze zaken echter ook bepaalde waarheden en de kijk die mensen op verschillende dingen hebben. Zodra iets betrekking heeft op de kijk op dingen, en op de essentie en aard van kwesties, betreft het de waarheid. En wanneer het de waarheid betreft, kunnen jullie het niet doorzien en raken jullie in de war. Vinden jullie dat het noodzakelijk is dat we op deze manier communiceren? (Ja, dat is het.) Hopelijk richten jullie, na naar deze communicatie te hebben geluisterd, jullie aandacht niet op de zaken zelf en leren jullie niet om je simpelweg aan regels te houden. Hopelijk leren jullie door de communicatie veeleer de waarheid en Gods bedoelingen te begrijpen, leren jullie hoe jullie kunnen onderscheiden wat positieve en negatieve dingen zijn, boeken jullie vooruitgang wat betreft de waarheid, en zal jullie vermogen om dingen te onderscheiden verbeteren. Dit betekent dat jullie iets hebben verworven. Wat betreft positieve dingen – alles wat valt binnen de reikwijdte van wat door God is gecreëerd, door God is verordend, of onder Gods soevereiniteit valt – zijn jullie nu, nadat we eerder de twee speciale voorbeelden hebben opgenoemd, in staat ze allemaal te onderscheiden? Of is het zo dat jullie alleen dingen van hetzelfde type kunnen onderscheiden, en nog steeds niet in staat zijn dingen te onderscheiden die afwijken van deze twee voorbeelden? (Ik kan waarschijnlijk dingen van hetzelfde type tot op zekere hoogte onderscheiden, en ook verschillende dingen die relatief eenvoudig zijn, maar ik kan dingen die te complex zijn nog steeds niet helder onderscheiden.) Dit is een feit, nietwaar? Als jullie nog steeds geen onderscheid kunnen maken, dan moeten jullie een principe begrijpen. Kijk ten eerste of iets indruist tegen de functie die God eraan heeft gegeven bij de schepping, of tegen de betekenis die God aan het bestaan ervan heeft verordend; kijk of het tegen dit aspect indruist. Als dat zo is, dan is het een negatief ding. Als het niet indruist tegen Gods schepping en verordening, en er van de bestaansvorm en de waarde van het bestaan niet kan worden gezegd dat ze een positieve of negatieve impact op mensen hebben, dat het alleen maar een bepaald doel dient en enig gemak in het leven van mensen biedt, met weinig voordelen maar geen nadeel, wat betekent dat het de overlevingsvorm en het normale leven van de door God gecreëerde mensheid niet ondermijnt of verstoort, en ook geen nadelige gevolgen met zich meebrengt, en het bestaan ervan niet als betekenisvol voor de mensheid kan worden beschouwd, en mensen nog steeds prima zonder zouden kunnen leven – dan kan het niet als een positief of een negatief ding worden beschouwd. Het valt niet in die categorie; het is gewoon een soort ding of een voorwerp. We zullen het dus niet als positief of negatief definiëren. Een paardenkoets is bijvoorbeeld een vervoermiddel. Deze wordt getrokken door een paard, wat een levend wezen is dat door God is geschapen en verordend. De koets die door het paard wordt getrokken, is door de mens gemaakt en niet door God geschapen; het is een werktuig dat door de mens is gemaakt met het overlevingsvermogen dat God heeft geschonken. De koets kan goederen vervoeren en mensen naar verschillende plaatsen brengen, wat het leven en het reizen van mensen gemakkelijker maakt. Denken jullie dus dat een door de mens gemaakte paardenkoets een positief of negatief ding is? Verbruikt een paardenkoets energie? Stoot deze uitlaatgassen uit en vervuilt een paardenkoets de lucht? (Nee.) Een paardenkoets veroorzaakt geen nadelige effecten voor het leven en het voortbestaan van mensen, en maakt het leven van mensen ook een beetje gemakkelijker. Als de koets echter niet zou bestaan, zouden mensen ook te voet kunnen reizen, wat alleen iets langzamer zou gaan; het is niet zo dat mensen niet zouden kunnen overleven zonder een paardenkoets. Het is iets dat niet essentieel is. Is dit ding dus positief of negatief? (Ik begrijp het zo dat het geen negatief maar ook geen positief ding is; er kan gewoon niet van worden gezegd dat het positief of negatief is.) Het is door mensenhanden gemaakt en er kan niet van worden gezegd dat het positief of negatief is. Als je zou discussiëren over de vraag of een paardenkoets een positief of een negatief ding is, zou je min of meer van een mug een olifant maken en spijkers op laag water zoeken.
Sommige mensen zeggen: “Bomen zijn door God geschapen en voorbeschikt, en hun overlevingswetten en bestaansvormen komen van God, het zijn dus positieve dingen. Als een boom wordt omgehakt en tot hout wordt verwerkt, is dit dan een positief of een negatief ding?” Hout biedt enig gemak voor de dagelijkse behoeften van de mensheid; zo kan het worden gebruikt om verschillende soorten meubels te maken, zoals tafels en stoelen, en het kan ook worden verbrand om op te koken. Het is van een plant in een voorwerp veranderd. Is het een positief of een negatief ding? (Er kan niet worden gezegd dat het positief of negatief is.) Juist, nu begrijpen jullie het, nu snappen jullie het. Alleen dingen binnen de reikwijdte van dit principe – wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt – zijn positieve dingen. Alles wat dit principe schendt, is een negatief ding. Wat betreft de dingen buiten deze twee categorieën: discussiëren over de vraag of ze positief of negatief zijn, komt in feite neer op spijkers op laag water zoeken, van een mug een olifant maken en je niet bezighouden met je eigenlijke werk. Sommige mensen vragen bijvoorbeeld: “Zijn door de mens gemaakte gordijnen een positief of een negatief ding?” Sommige mensen zeggen: “Dat hangt af van de herkomst van de stof. Als de gordijnen zijn gemaakt van verwerkte ruwe katoen, ongeverfd en ongebleekt, en er geen chemicaliën aan zijn toegevoegd, dan zijn het positieve dingen. Als ze zijn geverfd, gebleekt en bedrukt, of als er chemicaliën aan zijn toegevoegd, dan zijn het negatieve dingen. Negatieve dingen behoren we te elimineren en te verwerpen, we kunnen ze dus niet gebruiken. Alleen op deze manier houden we ons aan de principes van Gods woorden en zijn we mensen die positieve dingen en de waarheid liefhebben. Daarom veroordelen we alles wat geen katoenproduct en niet van een natuurlijke bron afkomstig is.” Wat zijn de dingen die van een natuurlijke bron afkomstig zijn? Katoen, zijde en ook linnen. Volgens de opvatting van deze individuen is er, afgezien van deze paar dingen, niets anders wat de mens kan dragen – als je de principes niet wilt schenden en wilt bereiken dat je positieve dingen kunt liefhebben en negatieve dingen kunt verwerpen, dan moet je deze dingen dragen, omdat alleen deze dingen in hun oorspronkelijke vorm door God zijn geschapen. Is deze zienswijze juist? (Nee.) Sommige mensen zullen zeggen: “Volgens deze zienswijze is iedereen die wetenschappelijk bewerkt textiel draagt noch iemand die positieve dingen liefheeft, noch iemand die de waarheid beoefent, maar iemand zonder onderscheidingsvermogen en zonder principes, iemand die uiterst opstandig is en door God wordt verafschuwd – met zo iemand is het gedaan!” Is deze uitspraak gepast? (Nee, hiermee wordt van een mug een olifant gemaakt.) Zulke mensen hebben bijbedoelingen met hun woorden, ze kunnen anderen zelfs veroordelen en de dingen buiten alle proporties opblazen. Wat voor soort mensen zijn dit? (Mensen die zich aan regels houden en geen geestelijk begrip hebben.) Het zijn absurde mensen, absurde types. Met het uiten van deze ketterijen en misvattingen maken ze van een mug een olifant en gebruiken ze de onderwerpen in kwestie om hun eigen mening te ventileren. Hun hoofd zit vol met deze ketterijen en misvattingen, en ze kunnen ze eindeloos spuien, maar als je hun vraagt om te communiceren over iets wat met de waarheid te maken heeft, hebben ze niets te zeggen. Als je hun vraagt om erover te communiceren wat positieve dingen zijn, uiten ze deze ketterijen en misvattingen. Vind je dat niet walgelijk? Veel dingen houden geen verband met de positieve dingen die door God zijn geschapen, door God zijn voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit vallen. Strikt genomen schenden ze het principe niet van wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt, en veroorzaken hun bestaansvormen geen nadelige effecten of schade aan het levensonderhoud en de overleving van de mensheid. Het is dus het beste om wanneer je spreekt, geweten en verstand te hebben, en niet van een mug een olifant te maken of willekeurig veroordelingen te uiten. De dingen binnen de reikwijdte van wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt, zijn onze communicatie waard, en zijn het waard om door ons te worden aanvaard, begrepen, nageleefd, gekoesterd en beschermd. Wat betreft de zaken die buiten deze reikwijdte vallen, kun je het beste niet van een mug een olifant maken; behandel ze niet als grote kwesties om met groot enthousiasme over te communiceren, of om er zelfs bijeenkomst na bijeenkomst heel serieus over te communiceren. Dat zou niet gedaan moeten worden. Vaak zijn het absurde mensen, mensen die geen geestelijk begrip hebben, kwaadaardige mensen, antichristen en duivels die deze dingen graag doen om zichzelf te etaleren en mensen te laten zien hoe slim ze zijn. Mensen zonder onderscheidingsvermogen denken dat dit communiceren over de waarheid is, en hoewel ze er niet door worden opgebouwd, voelen ze zich verplicht om het te verdragen en te luisteren. In feite zijn de woorden van die mensen allemaal ketterijen en drogredenen, en hebben ze niets te maken met het onderwerp van positieve dingen waarover Ik het heb. Daarom kun je, als je dit soort mensen deze onderwerpen en argumenten die geen verband houden met positieve dingen hoort aansnijden, weigeren te luisteren. Als je de waarheid begrijpt en onderscheidingsvermogen hebt, kun je hen weerleggen en stoppen. Hoe stop je hen? Je zegt: “Genoeg, houd je mond! De dingen waar je het over hebt, hebben niets te maken met de waarheid, noch met positieve dingen. Wat je daar zegt, zijn duivelse woorden en niemand wil ze horen. Verstoor de boel hier niet voor iedereen en hinder anderen niet bij het vervullen van hun plicht!” Als ze bijbedoelingen hebben met hun woorden, willekeurig veroordelingen uiten en geen positief effect sorteren, moeten jullie opstaan en hen ervan weerhouden verstoring te veroorzaken. Jullie moeten hen tegelijkertijd ontmaskeren, zodat iedereen onderscheidingsvermogen kan verkrijgen. Na te hebben geluisterd, zal iedereen begrijpen dat hun woorden ketterijen en drogredenen zijn die niets te maken hebben met de waarheid, dat ze muggenziften, spijkers op laag water zoeken, mensen misleiden, woorden en doctrines spreken en hoogdravende ideeën spuien, en dat ze bijbedoelingen hebben en problemen willen veroorzaken, en dat ze daarom moeten worden ingeperkt en de mond gesnoerd. Stel dat de meeste mensen die op dat moment aanwezig zijn, verwarde mensen zijn die geen onderscheidingsvermogen hebben ten aanzien van kwaadaardige mensen en duivels, en niet kunnen zien dat zij drogredenen verspreiden en mensen misleiden. Wanneer deze verwarde individuen en die kwaadaardige mensen en duivels samenkomen, kunnen ze het prima met elkaar vinden omdat ze uit hetzelfde slechte hout gesneden zijn. Zelfs na het horen van Gods woorden aanvaarden ze niet alleen de waarheid niet, maar verspreiden ze ook allerlei drogredenen met grandioze woorden en hoogdravend maar leeg gepraat. In dat geval kun je opstaan en in stilte vertrekken, zonder dat je enige mening hoeft te uiten. Laat de duivels maar pronken en een show opvoeren. Ga niet met hen in discussie. Dit voorkomt dat je gedachten worden verstoord en het vervullen van je plicht erdoor wordt beïnvloed. Waarom? Omdat een duivel altijd een duivel is en een dier altijd een dier. Ze hebben geen rationaliteit, kunnen geen onderscheid maken tussen goed en kwaad, en weten niet wat juist of onjuist is. Hoe je ook communiceert, het is onmogelijk voor hen om de waarheid te begrijpen. Duivels zullen altijd woorden en doctrines spreken, slogans roepen en hoogdravende maar lege praatjes spuien, terwijl degenen die de reïncarnatie van dieren zijn – mensen zonder geest – helemaal geen onderscheidingsvermogen hebben. Overal waar Satan en zijn volgelingen de boel verstoren, zullen zij volgen en zich in de chaos mengen. Als je hun onderwijst hoe ze onderscheid kunnen maken, kunnen ze het niet leren. Alleen degenen die de waarheid begrijpen bezitten slimheid en wijsheid, en zullen zich verbergen wanneer ze onheil zien. Ze zullen in staat zijn te onderscheiden wanneer ze een duivel een verstoring zien veroorzaken, en zullen zich niet in de chaos mengen, in de wetenschap dat ze het kwaad moeten mijden. Overal waar duivels een show opvoeren, overal waar dieren samenkomen, zal de plek naar walgelijkheid en chaos stinken. Ze zijn uit hetzelfde slechte hout gesneden en komen graag samen. Wie er ook absurde en verachtelijke woorden spreekt, ze luisteren er graag naar en ze praten ze zelfs met veel plezier na. Is dit niet een samenkomst van duivels? Als je een slim persoon bent, moet je je wanneer je een dergelijke situatie ziet snel uit de voeten maken en je niet met hen inlaten. Waarom zou je je niet met hen moeten inlaten? Waarom zou je niet met hen in discussie moeten gaan? Omdat, hoe je ook over de waarheid communiceert, ze die niet zullen aanvaarden; hoeveel woorden je ook spreekt, het zal allemaal tevergeefs zijn. Degenen die tot Satan en duivels behoren, aanvaarden de waarheid in het geheel niet, en degenen die de reïncarnatie van dieren zijn, kunnen de waarheid niet vatten. Hoeveel je dus ook zegt, het is nutteloos. Lezen ze Gods woorden? Kunnen ze Gods woorden begrijpen? Hebben ze ooit de waarheid gezocht? Ze aanvaarden niet eens de woorden die Ik spreek, kunnen de paar woorden waar jij mee komt hen dan weerleggen? Kunnen ze hen van gedachten doen veranderen? Kunnen ze jouw woorden aanvaarden? Doe dus geen dwaze dingen. Het is een verstandige keuze om in stilte te vertrekken. Als je een duivel vraagt: “Waarom beoefen je de waarheid niet? Waarom lieg je altijd en handel je bedrieglijk?”, dan zal de duivel je schaamteloos tegenspreken; hij zal in discussie gaan en kromme redeneringen gebruiken om zichzelf te verdedigen, en in het geheel niet toegeven dat hij liegt en bedrieglijk handelt. Als je aan degenen die de reïncarnatie van dieren zijn vraagt waarom ze zich altijd aan regels houden, zullen ook zij kromme redeneringen gebruiken om zichzelf te verdedigen, en zeggen dat ze de waarheid beoefenen. Wanneer je met dit soort situaties wordt geconfronteerd, behoor je helder te kunnen zien dat duivels en degenen die de reïncarnatie van dieren zijn de waarheid in het geheel niet aanvaarden. Je moet dus niet langer met hen communiceren en stoppen met het doen van dwaze dingen. Hoeveel woorden je ook spreekt of hoeveel dingen je ook doet, je kunt hun aard-essentie niet veranderen. Dus hoeveel je ook praat, het zal niet helpen. Je zou over de waarheid moeten communiceren met degenen die de waarheid kunnen aanvaarden. Alleen zulke mensen aanvaarden de waarheid gemakkelijk – alleen met hen kun je een normaal gesprek voeren. Hoeveel je ook met duivels en mensen die de reïncarnatie van dieren zijn over de waarheid communiceert, of hoeveel werk je ook doet, het is allemaal tevergeefs. Op dat moment ben je misschien in staat om hen zodanig te weerleggen dat ze met de mond vol tanden staan. Misschien hebben ze het gevoel dat wat je zei juist is, maar naderhand zullen ze van gedachten veranderen en zelfs enkele woorden bedenken om jou te weerleggen en je beschaamd te doen staan. Kijk, kunnen degenen die duivels zijn de waarheid aanvaarden? (Nee.) Absoluut niet. Degenen die duivels zijn en degenen die de reïncarnatie van dieren zijn, aanvaarden de waarheid in het geheel niet. Zelfs als ze die op een bepaald moment aanvaarden, is dat slechts lippendienst. Naderhand zullen ze terugkomen op wat ze hebben gezegd. Kun je dus enig resultaat bereiken door met hen over de waarheid te communiceren? Je wilt hen veranderen zodat ze geweten en verstand krijgen, en zodat ze beseffen dat ze de waarheid niet begrijpen en de waarheid behoren te aanvaarden en te beoefenen. Dit idee en dit motief zijn op zich al verkeerd; je zou ze nooit mogen hebben. Begrijpen je dat nu? (Ja.)
Laten we terugkeren naar het onderwerp van positieve dingen. De reikwijdte van positieve dingen is vastgesteld binnen de categorie van wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt. Waar we ook mee te maken hebben, we behoren ons altijd af te vragen: is dit door God geschapen? Hoe verhoudt het zich tot Gods voorbeschikking? Als het niet door God is geschapen en niets te maken heeft met Gods voorbeschikking, dan behoren we er voorzichtig mee om te gaan. Als we nog steeds de wereldse trends volgen en die de hemel in prijzen, is dat dan niet dwaas? Als iets niet binnen de reikwijdte valt van wat door God is geschapen, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt, dan kan het noch een positief noch een negatief ding worden genoemd, en dus heeft het geen zin om erover te discussiëren. Als je er wel over discussieert, is dat dan omdat je het als een positief ding wilt aanvaarden? Of omdat je het als een negatief ding wilt kenmerken en het wilt verwerpen? Welk nut heeft het aanvaarden of verwerpen ervan voor je leven en voor je zelf-gedrag? Is het bevorderlijk voor je aanvaarding van de waarheid? Als het geen nut heeft, dan heeft het ook geen zin om het te behandelen als een onderwerp voor communicatie en discussie; dan ben je dwaas bezig en doe je dwaze dingen, nietwaar? (Ja.) Neem bijvoorbeeld de paardenkoetsen, het textiel, de bedden en de stoelen waar we het zojuist over hadden. Het is een uiting van verwrongenheid als je altijd van een mug een olifant maakt en wilt discussiëren over vragen als: is dit een positief of een negatief ding? Moeten we het aanvaarden of verwerpen? Moeten we het koesteren of verachten? Wat is de gepaste manier om ermee om te gaan? Mensen die vatbaar zijn voor verwrongen dingen kunnen de belangrijkste punten niet begrijpen; ze doen altijd moeite voor vormen, doctrines en regels, en begrijpen nooit hoe ze moeite moeten doen voor de waarheid. Aangezien veel zaken niets te maken hebben met positieve en negatieve dingen, is het niet nodig daarover te communiceren. Dit is omdat ze, aangezien het noch positieve noch negatieve dingen zijn, weinig invloed hebben op je binnengaan in het leven en op het levenspad dat je bewandelt, en je je er dus niet in hoeft te verdiepen. Maak er gebruik van als je kunt, en het is ook prima als je dat niet doet. Als er bepaalde chemische producten zijn die de gezondheid van mensen aantasten, en hun geur of chemische componenten enige schade toebrengen aan het menselijk lichaam, dan moet je een manier vinden om erbij uit de buurt te blijven en dergelijke alledaagse voorwerpen zo min mogelijk of helemaal niet te gebruiken. Op deze manier kun je de schade die ze veroorzaken elimineren of verminderen. Het is onmogelijk om deze schadelijke effecten volledig te vermijden, maar zolang ze voorlopig geen schade toebrengen aan jullie leven, er niet toe leiden dat jullie op korte termijn ziek worden, en geen invloed hebben op jullie geloof in God en jullie volgen van God, of op het vervullen van jullie plichten en het nastreven van de waarheid, is dat voldoende, want zo is de werkelijke omgeving nu eenmaal. Is dit principe nu duidelijk? (Ja.)
Alle dingen onder Gods soevereiniteit zijn positieve dingen
We hebben een beetje gecommuniceerd over het aspect van ‘wat door God is voorbeschikt’. Zouden we dan niet ook moeten communiceren over de waarheid met betrekking tot ‘wat onder Gods soevereiniteit valt’? (Ja.) Is er een subtiel verschil tussen ‘wat onder Gods soevereiniteit valt’ en ‘wat door God is geschapen en door God is voorbeschikt’? (Ja.) Wat houdt Gods soevereiniteit in? Er wordt vaak gezegd dat God soeverein is over het lot van mensen. Is de kwestie van het lot zelf een positief ding, ongeacht wat voor soort lot mensen ten deel valt? (Ja.) Hoe iemands lot er ook uitziet, of het er nu uiterlijk goed of slecht uitziet, zolang het van God komt, door God is voorbeschikt of onder Gods soevereiniteit valt, is het een positief ding. Hoe kan dan worden vastgesteld dat het lot van mensen een positief ding is? Mensen hebben allerlei soorten lotsbestemmingen. Sommige mensen lijken uiterlijk lijken een gezegend leven te leiden, terwijl anderen lijden; sommigen gaat het hun hele leven voor de wind, terwijl het anderen nooit meezit; sommige mensen leven in overvloed, anderen in extreme armoede; sommige mensen hebben gelukkige, vreugdevolle gezinnen, terwijl anderen een ongelukkig huwelijk en ongehoorzame kinderen hebben; sommige mensen zijn hun hele leven alleen, terwijl anderen omringd worden door hun kinderen en kleinkinderen; sommige mensen worden hun hele leven geplaagd door ziekte en pijn en leven in grote kwelling, terwijl anderen sterk en gezond zijn, een comfortabel, vrij leven leiden en uiteindelijk op hoge leeftijd vredig sterven. Is dit niet het lot dat verschillende mensen beschoren is? (Ja.) Valt het lot dan onder Gods soevereiniteit? (Het valt onder Gods soevereiniteit.) Vanuit hun eigen noties redeneren mensen: ‘Aangezien het lot onder Gods soevereiniteit valt, zou ieders lot goed moeten zijn. Waarom is het lot van mensen dan vaak zo slecht?’ Er is een feit dat nog verbijsterender is, namelijk dat het lot van de meeste mensen niet is zoals ze zouden wensen. Kijk maar – hoeveel mensen worden er nu nooit in hun leven door tegenspoed getroffen, hoeveel mensen worden er geboren met rijkdom en status, en worden van alle kanten met genegenheid overladen? Hoeveel van zulke mensen zijn er? Alleen degenen die in de families van de elite worden geboren, krijgen zo’n lot toebedeeld. De meeste andere mensen lijden hun hele leven en doorstaan talloze vormen van tegenspoed, waarbij ze bij elke stap op obstakels stuiten. De dingen zijn buitengewoon moeilijk voor hen en lopen helemaal niet op rolletjes. Hoewel je in theorie erkent dat ieders lot onder Gods soevereiniteit valt en dat alle dingen onder Gods soevereiniteit positieve dingen zijn, begrijp je in je hart het volgende nog steeds niet: ‘Als er wordt gezegd dat het een positief ding is dat degenen die met ongelooflijke voorrechten zijn geboren een goed lot toebedeeld hebben gekregen, is dit qua doctrine aanvaardbaar. Maar voor tachtig tot negentig procent van de mensen zitten de dingen niet mee en zij lijden hun hele leven – waarom is dan een dergelijk lot ook een positief ding en valt het ook onder Gods soevereiniteit? Dit voelt enigszins onaanvaardbaar. Of het nu uit een gevoel van morele rechtvaardigheid is of uit sympathie, een dergelijk lot kan niet als een positief ding worden geclassificeerd. Het klopt niet. Zou het kunnen dat deze definitie verkeerd is? Als het werkelijk verkeerd is, dan zou het gedeelte dat gaat over het lot van mensen moeten worden verwijderd uit de beschrijving van de dingen waarover God soeverein is. Maar als dat wordt verwijderd, zou dat een ontkenning zijn van het feit dat God soeverein is over het lot van mensen. Zou dat niet verschrikkelijk opstandig zijn? Maar hoe moeten we dan het feit begrijpen dat alle dingen onder Gods soevereiniteit positieve dingen zijn, en dat een slecht lot ook een positief ding is?’ Mensen raken er een beetje door in de war. Dit stelt jullie voor een moeilijke vraag, of niet soms? (Ja, dat doet het.) Vertel het Mij dan. Laten we eens kijken wie deze zaak helder kan uitleggen. (Ik denk dat het verkeerd is als mensen het als iets slechts beschouwen als ze met tegenspoed worden geconfronteerd. In feite is het lot dat God voor iemand voorbeschikt, ongeacht of dat er een van tegenspoed of van gemak is, het beste voor hem. Vooral het lijden is nog beter in staat om mensen te vormen. Daarnaast houden deze dingen verband met de reïncarnatie van de zielen van mensen. Misschien moet men in dit leven lijden om terug te betalen voor slechte daden of een schuld uit het vorige leven. Dit is allemaal onderworpen aan Gods voorbeschikking en regeling.) Wat is hier dan het positieve ding in? Kun je het helder uitleggen? (Nee.) Kijk, als iemand je hier werkelijk naar zou vragen, zou je het niet helder kunnen uitleggen; je zou precies hier vastlopen. Als je het niet serieus zou nemen, zou je het er gewoon bij laten zitten. Maar dat zou van invloed zijn op je aanvaarding van de waarheid dat “alle dingen onder Gods soevereiniteit positieve dingen zijn”. Het zou van invloed zijn op hoe je deze waarheid gebruikt om te kenmerken welke dingen positief zijn, op je aanvaarding en erkenning van enig positief ding, en ook op je houding ten aanzien van alle dingen binnen de reikwijdte van ‘wat onder Gods soevereiniteit valt’. Deze houding bepaalt natuurlijk of je ze aanvaardt of veroordeelt – deze kwestie is dus zeer ernstig. Als je de kwestie van het lot niet kunt doorzien, ben je geneigd het als een negatief ding te beschouwen en het als zodanig te kenmerken. Maar het lot van mensen valt onder Gods soevereiniteit en is door God voorbeschikt. Als je het lot van mensen, waarover God soeverein is en dat door Hem is voorbeschikt, als een negatief ding kenmerkt, wat is dan de aard van deze kwestie? (Godslastering.) Dit is God veroordelen en God lasteren. In menselijke termen betekent het: ‘Je hebt een grote zonde begaan, ga dus onmiddellijk je zonden belijden!’ Hier zullen we het verder niet al te veel over hebben.
We hebben zojuist gecommuniceerd over ‘alle dingen onder Gods soevereiniteit zijn positieve dingen’ en we hebben het lot van mensen genoemd. Hoewel deze inhoud een enorme reikwijdte heeft, is ze ook zeer specifiek; ze heeft betrekking op het leven van ieder mens en van de hele mensheid. Het lot van mensen kent allerlei variaties, maar het lot van de meeste mensen, zoals mensen het zien of zoals ze het zelf ervaren, kan met één woord worden beschreven: ongelukkig. ‘Ongelukkig’ betekent dat iemands lot vol obstakels en frustraties zit; zo iemand leidt een bijzonder moeilijk leven, en meestal gaan de dingen niet zoals hij zou wensen. Of men nu prettige of moeilijke ervaringen doormaakt en ongeacht wat men ziet of zich realiseert, één ding staat buiten kijf: hoewel de overgrote meerderheid van de mensen vindt dat hun lot niet zo is zoals zij zouden willen, valt ieders lot onder Gods soevereiniteit. Dit mag nooit worden ontkend. Aangezien Gods soevereiniteit over het lot van mensen een dergelijke werkelijkheid heeft voortgebracht die voor mensen moeilijk te aanvaarden is, is het noodzakelijk om te communiceren over wat de principes en de wortel van Gods soevereiniteit over het lot van mensen zijn, en wat Gods uitgangspunt is bij het uitoefenen van soevereiniteit over het lot van mensen – dat wil zeggen, waarom God op deze manier soeverein is over het lot van mensen, en waarom Hij een dergelijk lot voor mensen arrangeert. Laten we eerst kijken naar wat Gods uitgangspunt is bij het uitoefenen van soevereiniteit over het lot van mensen. Komen mensen in deze wereld om er maar wat op los te leven of om hun tijd te verdoen? (Geen van beide.) Gods motief toen Hij het lot van de mensen arrangeerde was niet dat mensen in de wereld komen om maar een beetje rond te slenteren als wandelende lijken en dat het dat wel zo’n beetje is. Het is veeleer de bedoeling dat mensen in het vlees leven en het leven ervaren, en allerlei leefomgevingen doormaken, evenals verschillende omstandigheden in diverse perioden. Wat betreft het ervaren van het leven, heeft het vlees van de mens een eigenschap: als een persoon in een comfortabele omgeving leeft, zonder obstakels tegen te komen en moeilijkheden, tegenslagen of mislukkingen te ondervinden, is het niet gemakkelijk voor hem om te groeien en volwassen te worden. Het is als een plant die in een kas groeit zonder te worden blootgesteld aan wind en zon. Het leven van zo’n plant is erg kwetsbaar, omdat het niet gemakkelijk voor deze plant is om verschillende voedingsstoffen uit de natuur op te nemen. Zodra de plant wordt blootgesteld aan de brandende zon en harde wind, is de kans groot dat deze knakt en voortijdig sterft, en dan kan het leven van de plant niet worden voortgezet. Wat de aard en het vleselijke instinct van de mens betreft, zou de mensheid daarom niet moeten zijn als bloemen in een kas die geen wind en regen ervaren, maar zou ze verschillende tegenslagen, obstakels en teleurstellingen van de mensenwereld moeten verdragen. In een dergelijke leefomgeving zal de mensheid gebruikmaken van haar door God gegeven vrije wil en gedachten, en zal ze – op elke mogelijke manier, onafhankelijk, vasthoudend en zonder angst voor welke moeilijkheden dan ook – doorgaan en blijven leven. Dit zal de verschillende levens- en overlevingsinstincten van mensen stimuleren, en mensen zullen in staat zijn hun door God gegeven overlevingsinstinct te gebruiken om onafhankelijk te leven en elke omgeving het hoofd te bieden, evenals alle mensen, gebeurtenissen en dingen om hen heen. Enerzijds, gezien vanuit het perspectief van het objectieve vleselijke instinct van de mens, hebben mensen de stimulans en de prikkel van deze omgeving nodig om het verlangen om te overleven op te wekken, zodat ze standvastig kunnen leven. Oppervlakkig gezien lijkt het moeilijk om zo te leven, maar te midden van de prikkels en klappen van deze omgeving ontwikkelen mensen een sterker verlangen om te overleven. En zo zullen ze doorgaan, en zullen ze geleidelijk volwassen worden, zich geleidelijk aanpassen aan het leven met anderen, en minder kwetsbaar worden. In plaats daarvan zullen ze doorzettingsvermogen, uithoudingsvermogen en vasthoudendheid bezitten, waardoor ze voor geen enkele moeilijkheid meer hoeven te vrezen. Dit is Gods oorspronkelijke motief bij het arrangeren van het lot van mensen; dit is het basisconcept van het lot van mensen, dat is ontworpen op basis van de oorspronkelijke vorm van hun vleselijke instinct. Dit is één aspect. Het andere aspect is dat – voortbouwend op dit basisconcept – wanneer mensen hun reis door deze wereld maken, van de kindertijd tot de ouderdom, ze tijdens het proces van het geleidelijk ouder worden gebeurtenissen in het leven ervaren, levenservaring opdoen en enkele principes en paden verwerven om met verschillende moeilijkheden in het leven om te gaan. Op deze manier worden mensen geleidelijk volwassen en worden ze steeds beter in staat om onafhankelijk te leven tussen hemel en aarde, en te midden van anderen. Ze zullen niet meer zo kwetsbaar zijn, en ze zullen zich niet meer ontmoedigd of teleurgesteld voelen – of zelfs het gevoel hebben dat er geen hoop meer is in het leven – wanneer ze met een kleine tegenslag of mislukking worden geconfronteerd. Integendeel, ze zullen nadat ze verschillende moeilijke omstandigheden hebben ervaren, steeds beter in staat zijn om leven en dood op de juiste manier te bekijken, en steeds beter in staat zijn om te beseffen welke plichten ze in het leven behoren te vervullen en wat ze het meest nodig hebben, en op deze manier zullen ze zich steeds meer op hun gemak voelen in het leven. In dit proces worden mensen geleidelijk volwassen; dat wil zeggen, ze bereiken geleidelijk het punt waarop ze geen ontberingen en gevaren vrezen, de dood niet vrezen en voor geen enkele moeilijkheid vrezen. In het begin, wanneer mensen jong zijn, huilen ze en kunnen ze niet slapen wanneer ze enkele onaangename en diep kwetsende woorden horen of met een kleine moeilijkheid of tegenslag worden geconfronteerd, en hebben ze het gevoel dat het leven uitzichtloos is. Geleidelijk aan bereiken ze het punt waarop ze in hun hart een zekere mate van immuniteit en weerstand hebben wanneer ze diep kwetsende woorden horen en moeilijkheden ondervinden, hebben ze niet langer het gevoel dat het leven zinloos is en denken ze ook niet meer aan de dood. Later kunnen ze het in hun hart beter verdragen wanneer ze nog dieper kwetsende woorden horen en met tegenslagen en mislukkingen worden geconfronteerd, en worden ze er niet erg door geraakt. Ze hebben het gevoel dat het heel normaal is dat mensen deze dingen in het leven ervaren, en ze hebben niet langer de troost, aanmoediging of hulp van anderen nodig om door te gaan met hun leven. Worden mensen op deze manier niet steeds standvastiger? Mensen hebben het vermogen en de motivatie om onafhankelijk te overleven. Iedereen moet de fase doormaken dat ze jong en naïef zijn. Pas na hun veertigste of vijftigste bereiken ze geleidelijk een staat van volwassenheid en worden ze echte volwassenen. Zelfs als iemand geen gezin heeft gesticht, geen carrière heeft opgebouwd of geen ouder is geworden, zul je – afgaande op wat hij in het leven heeft doorgemaakt, op de woorden die hij spreekt en op de inzichten, het begrip en de houding die hij heeft ten opzichte van zijn leven, ten opzichte van het bestaan, ten opzichte van de moeilijkheden waarmee hij wordt geconfronteerd en ten opzichte van dingen die wel of niet gaan zoals hij wenst – ontdekken dat deze persoon is opgegroeid en volwassen is geworden. Waaraan is dit alles te danken? Het is te danken aan de verschillende moeilijkheden, teleurstellingen en zelfs tegenslagen en mislukkingen die deel uitmaken van het lot van mensen zoals dat door God is voorbeschikt. Vanuit dit perspectief lijdt het dan ook geen twijfel dat Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding is, en mensen behoren deze waarheid volledig te aanvaarden. Kan men hier stellen dat God in Zijn soevereiniteit over het lot van de mensen werkelijk nauwgezette bedoelingen heeft? (Ja.) Ongeacht of mensen nu in God geloven of niet: naarmate ze volwassener worden, kunnen degenen met een goed kaliber zelfs het punt bereiken waarop ze beseffen dat ze aan het lot onderworpen zijn, en God gaan zoeken. Geeft dit feit dan niet aan dat de oorspronkelijke bedoeling achter Gods soevereiniteit over het menselijk lot een positief ding is? (Ja.) Kijk, als ik dit zeg, knikken jullie allemaal en erkennen jullie dat het een positief ding is. Hoe komt dat? Omdat wat ik zeg een feit is, ik de essentie van deze zaak helder heb uitgelegd en jullie het ook hebben ervaren, nietwaar? (Ja.) De mensheid heeft inderdaad geprofiteerd van het lot dat onder Gods soevereiniteit valt. Kortom: wat je achtergrond ook is, waar je ook vandaan komt en ongeacht welke rol je in deze samenleving speelt, zolang je onder Gods soevereiniteit leeft, heb je voordelen van God ontvangen. Sommige mensen zeggen: “Dat klopt niet. God moet soeverein zijn over het lot van Gods uitverkoren volk, over het lot van mensen. God is niet soeverein over het lot van degenen die de reïncarnatie van duivels of dieren zijn.” Is deze uitspraak juist? (Nee.) Alles wat een schepsel is, valt onder Gods soevereiniteit. Zolang het een schepsel is, heeft het een lot. Jij bent een schepsel, dus jij hebt jouw lot. God heeft een lot voor je gearrangeerd, je lot is dus niet iets wat je hebt gekozen, noch is het iets wat je hebt gecreëerd; het komt voort uit Gods soevereiniteit. Daarom, ongeacht welke rol je speelt en of je nu de reïncarnatie bent van een mens, dier of duivel: omdat je nu deel uitmaakt van het menselijk ras, heb je zeker een lot en valt het beslist onder Gods soevereiniteit. Is Gods soevereiniteit over het lot van mensen gezien dit punt dan niet een positief ding? (Ja.) Waarom zeggen we dat Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding is? Omdat God nauwgezette bedoelingen heeft met het lot dat Hij voor elk schepsel arrangeert; het is allemaal bedoeld om de mensheid in staat te stellen normaal en op een ordelijke manier in deze wereld te leven, met de verschillende aangeboren voorwaarden die door God zijn geschonken. God behandelt niemand onrechtvaardig. Zoals er wordt gezegd: de zon schijnt zowel op de goeden als de slechten. Dit is Gods soevereiniteit. Waarom zouden we anders zeggen dat alleen God de Schepper van de mensheid is, en dat alleen God soeverein is over de mensheid? Omdat dit is wat God doet, God heeft dit vermogen, en Hij heeft deze essentie en dit gezag. Dit punt maakt het helder: Gods soevereiniteit over het lot van mensen is een positief ding en dit kan niet worden ontkend noch betwijfeld. Dat wil zeggen, gezien de wetten van het vleselijke leven van de mensheid, kan het lot van tegenspoed en obstakels dat God voor mensen arrangeert, hen helpen om geleidelijk volwassen te worden en hen in staat stellen hun reis door dit leven soepel te voltooien. Vanuit dit perspectief is Gods soevereiniteit een positief ding.
Als we naar een ander aspect van het lot van mensen kijken, zien we dat veel mensen een moeilijk en teleurstellend leven leiden. Uiterlijk lijken ze niets verkeerds te hebben gedaan, maar het lijkt erop dat ze worden gestraft. Er zijn bijvoorbeeld mensen die in hun jeugd hun vader verliezen, op middelbare leeftijd hun man en op hun oude dag hun zoon, hun families worden door de dood uiteengerukt. Sommigen worden getroffen door een ongeluk, bijvoorbeeld een auto- of een vliegtuigongeluk. Sommigen hebben een handicap: sommigen zijn blind, sommigen zijn doof en sommigen hebben een arm of been verloren. Sommigen raken doordat ze worden opgelicht in bittere armoede, en anderen zijn hun hele leven bezig met het afbetalen van schulden. Wanneer deze verschillende ongelukkige dingen mensen overkomen, zeggen velen: “De hemel is oneerlijk. Dit lijkt niet op iets wat de hemel zou moeten doen. Als God soeverein is over het lot van mensen, hoe kan Hij hen dan zo ellendig maken? Hoe kan Hij onschuldige mensen zulke klappen laten verduren en zulke tegenspoed laten meemaken?” Als mensen het bekijken vanuit het perspectief van de oorspronkelijke bedoeling die de Schepper had bij het voorbeschikken van het lot van mensen, dan getuigen de bedoelingen van de Schepper voor de mensheid van grote toewijding, en is Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding. Maar wanneer er zich in het lot van mensen bepaalde speciale dingen voordoen die vanuit het perspectief van het geweten van de mensheid tragisch lijken, kunnen mensen er met hun verstand niet bij waarom Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding is, en kunnen ze niet begrijpen wat er aan de hand is. Veel mensen geloven dat er oneerlijke aspecten kleven aan de manier waarop de Schepper het lot van mensen regelt, en vinden het niet echt logisch om te zeggen dat alle dingen onder Gods soevereiniteit positieve dingen zijn. Daarom hebben sommige mensen een gangbaar gezegde bedacht: “Degenen die bruggen bouwen en wegen repareren, worden uiteindelijk blind, terwijl de nakomelingen van moordenaars en brandstichters zich vermenigvuldigen.” Sommige mensen zeggen: “Dit is oneerlijk. Met bruggen bouwen en wegen repareren verzamel je verdiensten en doe je iets goeds. Mensen die dat doen, zouden grote families moeten hebben en erg rijk moeten zijn. Hoe kunnen ze dan blind eindigen? Zou het kunnen dat zo’n lot ook onder Gods soevereiniteit valt en ook een positief ding is? Dit klinkt helemaal niet logisch!” Als mensen de waarheid niet begrijpen en geen kennis van God hebben, kunnen ze deze dingen echt niet doorgronden of begrijpen. Ongelovigen zeggen altijd: “De hemel koestert levende wezens.” Wat betekent dit? Het betekent dat als er een God is, als er een hemel is, God om Zijn mensen zou moeten geven. Als Hij de Schepper is, zou Hij om Zijn schepselen moeten geven en hen welwillend moeten behandelen; Hij zou hen deze pijnen niet moeten laten lijden. Zoals de mensen het zien, zou het begrijpelijk zijn dat ze deze pijnen zouden kunnen lijden als de mensheid onder de macht van Satan en duivels leefde, maar aangezien de mensheid onder Gods heerschappij en onder Gods soevereiniteit leeft, zouden ze deze niet moeten lijden. Vooral als het erom gaat dat dit soort lot onder Gods soevereiniteit valt, kunnen mensen al helemaal niet begrijpen wat er aan de hand is. Als mensen de waarheid niet begrijpen, is het erg moeilijk voor hen om in te zien dat er een betekenis schuilt achter elk ding waarover God soeverein is en dat Hij regelt; ze kunnen sommige dingen niet bevatten en lopen vast op dit soort bijzondere situaties. Als iemand ook maar een beetje een Godvrezend hart heeft, zal hij zeggen: “Als we deze zaak niet kunnen verklaren, laten we er dan niet over praten, we zouden er niet zomaar over moeten oordelen.” Van hem kan worden gezegd dat hij een beetje verstand heeft. Sommige mensen hebben geen geweten of verstand, laat staan een Godvrezend hart. Ze zijn brutaal en hebben het lef om schaamteloos te oordelen wanneer ze dingen tegenkomen die niet gaan zoals ze wensen: “Hmpf! Mensen zeggen dat de hemel levende wezens koestert, waarom sterven sommige mensen waarvan het lijkt dat ze best goed zijn dan op jonge leeftijd? En ze sterven een gewelddadige dood, waarbij ze een stel kinderen achterlaten. Het is zo zielig, zo tragisch! En dan beweren mensen nog steeds dat gods soevereiniteit een positief ding is. Als het onder gods soevereiniteit valt dat mensen zo’n tragisch lot treft, dan is god niet rechtvaardig!” Zo schaamteloos oordelen deze mensen over God. Er bestaat geen twijfel aan dat het lot van mensen onder Gods soevereiniteit valt. Hier kunnen nooit vraagtekens bij worden geplaatst en dit kan op geen enkel moment worden ontkend. De uitspraak “Het lot van mensen ligt in Gods handen” is te allen tijde gegrond en is te allen tijde een feit, want Gods soevereiniteit over het lot van mensen is een positief ding, en dit zal op geen enkel moment veranderen. Waarom komen mensen dan in zulke tragische situaties terecht? Er is één ding dat mensen niet weten, of misschien begrijpen in termen van doctrine maar niet duidelijk uit kunnen leggen, namelijk dat het lot van ieder mens een oorzaak en gevolg heeft. Wat voor lot je treft en welke dingen je in dit leven te verduren krijgt, kunnen het gevolg zijn van je vorige leven, en kunnen ook de oorzaak worden voor dingen in je volgende leven. Het is net zoals ongelovigen zeggen: “Boontje komt om zijn loontje.” In je vorige leven heb je wellicht bepaalde oorzaken en gevolgen gezaaid – als God regelt dat je in dit leven als mens reïncarneert en lid wordt van de mensheid, dan moet je de prijs betalen voor de oorzaken en gevolgen die je hebt gezaaid; je moet het goedmaken. Of je het gaat goedmaken en of je dat behoort te doen, is niet aan jou om te bepalen. Niemand die kwaad heeft gedaan, is bereid straf te aanvaarden. Alleen de Schepper kan deze zaak regelen, heeft het gezag om dit te doen, en heeft natuurlijk ook de macht om dit te doen. Wat is dus het principe dat de Schepper hierbij hanteert? Het is het goede belonen en het kwade bestraffen. Hoewel de mensheid Gods soevereiniteit niet begrijpt, God niet kent en de uitgangspunten en principes van Gods soevereiniteit niet bevat, heeft God, omdat Hij een rechtvaardige gezindheid heeft en vanwege Zijn identiteit als de Schepper, voor de mensheid en voor alle dingen hemelse regels en wetten vastgesteld. Waarop zijn deze hemelse regels en wetten gebaseerd? Ze zijn gebaseerd op Gods rechtvaardige gezindheid en op Gods gezag en macht. De vaststelling van deze hemelse regels en wetten komt tot uiting in een fenomeen in de mensenwereld, namelijk de reïncarnatie van mensen. Het proces van menselijke reïncarnatie is vaak direct gerelateerd aan oorzaak en gevolg, en deze causaliteit komt tot uiting en manifesteert zich in bepaalde speciale dingen in het lot van mensen. Bovendien ontvangen mensen in het proces van menselijke reïncarnatie zowel Gods beloningen als Gods straffen. God straft degenen die kwaad doen; dat wil zeggen, Hij laat hen allerlei tegenslagen en onheil meemaken, en allerlei straffen die mensen als onverdiend en onredelijk beschouwen. Sommige van deze straffen zijn in de ogen van de mens zelfs bijzonder tragisch. Er is echter een reden waarom ze in deze tragische situatie terechtkomen. Het is niet iets dat God hen zonder reden heeft aangedaan, maar een straf die ze moeten lijden omdat ze talloze slechte daden hebben begaan. Wanneer mensen niet kunnen doorzien hoe de vork precies in de steel zit, praten ze onzin en klagen ze over de hemel en God, wat erg dom is. Hoe zit het dan met degenen die van Gods genade genieten? Omdat ze in hun vorige leven verdiensten hebben verzameld en veel goeds hebben gedaan – veel dingen die de mensheid ten goede kwamen, en veel dingen die hun volgens Gods hemelse regels en wetten geen veroordeling maar beloningen opleverden – genieten ze in dit leven van vele zegeningen. Laat Mij je een voorbeeld geven. Stel dat er een vrouw in een gelukkig gezin wordt geboren – het gezin is weliswaar niet erg rijk, maar er zijn veel zonen en geen dochters, en God regelt het zo dat zij in dit gezin terechtkomt. Zodra dit meisje wordt geboren, wordt ze de oogappel van de familie – zo kostbaar dat ze haar op handen dragen en haast niet in haar buurt durven te ademen uit angst haar te schaden. Dit meisje is mooi, slim en lief, en haar ouders en oudere familieleden zijn allemaal dol op haar. Haar hele leven gaat het haar voor de wind. Wat ze ook doet of welke moeilijkheden ze ook tegenkomt, er zijn altijd behulpzame mensen om haar te helpen, en al haar problemen worden als een fluitje van een cent opgelost. Ze heeft geen zorgen en leidt een ontspannen, gelukkig leven. Ze is werkelijk gezegend! Wat is hier aan de hand? Trekt de Schepper bepaalde mensen voor? (Nee.) Waarom kunnen sommige mensen dan van zulke grote zegeningen genieten? In de hemelse regels en wetten is vastgelegd dat een bepaald type mens dat dingen heeft gedaan die de mensheid ten goede komen, beloond moet worden, en zij is wellicht zo iemand. Omdat ze de beloning van de Schepper heeft ontvangen, geniet ze van zulke grote zegeningen in de mensenwereld. Ze hoeft zich nooit zorgen te maken over eten en kleding; waar ze ook heen gaat, er zijn altijd behulpzame mensen om haar te helpen, en overal waar ze komt, vinden mensen haar aardig. Zelfs als ze in de veertig of vijftig is en haar eigen kinderen volwassen zijn, beschouwen haar ouders haar nog steeds als hun oogappel; telkens wanneer ze iets goeds hebben, bewaren ze het voor haar. Anderen zijn jaloers wanneer ze zien dat zij van dergelijke zegeningen geniet, en sommigen vinden het oneerlijk omdat zij niet van zulke zegeningen kunnen genieten. Als je ook wilt genieten van zo’n door de Schepper geregeld lot, en van hetzelfde geluk en dezelfde zegeningen wilt genieten als zij, dan moet je ook meer verdiensten verzamelen en meer goeds moeten doen. Je moet ook meer van de dingen doen waarvan de hemel heeft bepaald dat ze het verzamelen van verdiensten en het doen van goed zijn – dan zul je ook van zulke zegeningen kunnen genieten. Wat vertellen dit fenomeen, dit feit de mensen? Wat voor lot iemand in de mensenwereld ook ten deel valt – of hij nu zegeningen geniet of tegenslagen meemaakt, of zijn hele leven op rolletjes loopt of dat hij met veel tegenspoed en talloze rampen wordt geconfronteerd – het heeft een zekere relatie met zijn vorige en huidige leven. Uiteindelijk hangt wat zijn lot is dus samen met de hemelse regels en wetten die door God zijn vastgesteld. Als alles wat hij in zijn vorige leven deed in overeenstemming was met de bepalingen van de hemelse regels en wetten die resulteren in een beloning, dan kan zijn lot in dit leven in de ogen van mensen glansrijk, voorspoedig en heel goed zijn. Als wat hij in zijn vorige leven deed vele hemelse wetten schond, en precies voldeed aan de bepalingen in de door God vastgestelde hemelse regels en wetten die leiden tot bestraffing, dan zal het lot dat God voor hem regelt er in de ogen van mensen een zijn van een bijzonder ellendig en beklagenswaardig leven, alsof hij dit leven alleen maar leidt om zijn schulden uit het verleden af te lossen. Hij geniet nooit van lekker eten of mooie kleding, en niemand mag hem of geeft om hem. Hij denkt dat het aan zijn ellendige lot ligt dat hij in dit leven zoveel lijdt. Pas wanneer hij in God gaat geloven, begrijpt hij dat het hele leven van een mens door God is voorbeschikt. Zodra hij de voorbeschikking van God erkent, wordt het gemakkelijker voor hem om zich aan God te onderwerpen; hij gaat zich veel beter gedragen en verzet zich niet langer tegen zijn lot. Voorheen voelde hij zich vanbinnen opstandig en dacht hij: ‘Welke slechte dingen heb ik gedaan? Ik heb in dit leven een zuiver geweten. Ik heb nog nooit iemand kwaad gedaan. Waarom treft mij zo’n lot? De hemel is onrechtvaardig!’ Na Gods werk te hebben aanvaard, begrijpt hij: ‘Dit is Gods rechtvaardigheid. God heeft me er door deze dingen toe aangezet voor Hem te verschijnen!’ Het is ook juist om zo te denken, dit is een feit. Maar het is eveneens een feit dat de straf die mensen ontvangen voortkomt uit Gods soevereiniteit. Waar komt dit alles – de cyclus van oorzaak en gevolg, het kwade bestraffen en het goede belonen, en de hemelse regels en wetten – op neer? Achter dit alles schuilt Gods rechtvaardige gezindheid; Gods rechtvaardige gezindheid is hierover soeverein. Zelfs wanneer er in het lot van mensen allerlei dingen verschijnen die niet in overeenstemming zijn met hun noties, smaak of wensen, blijft Gods soevereiniteit over het lot van mensen dus een positief ding. Klinkt dit niet logisch? (Ja.) Vanuit je menselijke goedheid denk je, wanneer je mensen ziet lijden: ‘Die persoon is zo zielig! Ik kan het niet aanzien dat iemand lijdt, en ik kan het niet aanzien dat kwaadaardige mensen anderen onderdrukken.’ Sommige mensen worden in dit leven altijd onderdrukt. Wat is daar de reden voor? Dat komt doordat ze in hun vorige leven altijd mensen hebben onderdrukt en heel wat mensen kwaad hebben gedaan. Daarom moeten ze in dit leven zelf worden onderdrukt. Als je altijd mensen onderdrukt, is de vrucht die je uiteindelijk plukt dat je zelf wordt onderdrukt. Dit is de rechtvaardigheid van de Schepper. Door je op die manier te gedragen, heb je de hemelse wetten geschonden. Je moet dus de prijs betalen en pijn en kwelling verdragen voor het kwaad dat je in je vorige leven hebt gedaan. Dit is Gods rechtvaardigheid, en je kunt er niet aan ontkomen. Het feit dat mensen allerlei soorten lotgevallen ten deel vallen, maakt het dus des te duidelijker dat de door God vastgestelde hemelse regels en wetten door geen enkel mens veranderd kunnen worden, en dat niemand een uitzondering vormt. De Schepper heeft nooit vleselijke gevoelens voor de mensheid gehad, en het is natuurlijk de essentie van de Schepper om geen vleselijke gevoelens te hebben. Hij heeft alleen een rechtvaardige gezindheid. Alles wat God doet is, om het in menselijke taal te zeggen, redelijk en rechtvaardig. Hoe moet dit dan worden bekeken vanuit het perspectief van de waarheid? Het is Gods rechtvaardige gezindheid – het zijn allemaal positieve dingen. Mensen behoren het van God te aanvaarden en zouden geen oordelen of evaluaties over God moeten hebben die niet in overeenstemming zijn met de realiteit of niet stroken met de waarheid. Zelfs als je vanuit een menselijk perspectief met sommige mensen sympathiseert en medelijden hebt, behoor je, als volgeling van God die enkele waarheden begrijpt, Gods rechtvaardige gezindheid en Gods soevereiniteit te prijzen. Het is zo goed dat God op deze manier soeverein is! Juist doordat God op deze manier soeverein is over het lot van mensen, heeft de mensheid tot op de dag van vandaag op een ordelijke manier kunnen overleven. Als Satan soeverein was over het lot van mensen, zou de mensheid allang in chaos zijn vervallen, en zou het voor hen onmogelijk zijn geweest om tot op de dag van vandaag in leven te blijven. Kijk eens hoe het rijk van de duivel is; zonder Gods soevereiniteit zou de mensenwereld precies zo zijn als het rijk van de duivel. Wat is het rijk van de duivel? Het meest realistische voorbeeld is de interne strijd – die zowel openlijk als in het geheim wordt gevoerd – binnen de autocratische heerschappij van de CCP, die bol staat van bloedvergieten en moordlust. Dat is het rijk van de duivel. Is de interne situatie van de autocratische heerschappij van de CCP niet chaotisch? Er verdwijnen regelmatig mensen, en zelfs wanneer ze overduidelijk zijn vermoord, durft niemand dit openbaar te maken. Dit is de chaos van het rijk van de duivel en ook de chaos van de huidige boosaardige wereld.
Het staat buiten alle twijfel vast dat Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding is. Of men het nu bekijkt vanuit het perspectief van Gods oorspronkelijke bedoeling bij het vormgeven van het lot van mensen, of vanuit het perspectief van de resultaten van het lot van mensen die voortkomen uit de door God vastgestelde hemelse regels en wetten, er moet met absolute zekerheid worden gezegd dat Gods soevereiniteit over het lot van mensen een positief ding is, en geen negatief ding. Als je noties hebt over deze waarheid, kun je de waarheid in Gods woorden zoeken om je noties op te lossen, maar je kunt niet op basis van je noties en verbeeldingen zeggen: “Het lot van mensen onder Gods soevereiniteit zou altijd goed moeten zijn en gunstig voor hen. Waarom lopen de dingen voor sommige mensen dan zo slecht af als gevolg van Gods soevereiniteit? Dit zou toch niet Gods soevereiniteit moeten zijn?” Zoiets mag je absoluut nooit zeggen. Zo’n schandalig opstandige en godslasterlijke uitspraak mag nooit uit je mond komen. Vanaf vandaag moet je de waarheid aanvaarden en erkennen dat ‘het lot van mensen onder Gods soevereiniteit valt, en dat Gods soevereiniteit een positief ding is.’ Twijfel hier niet aan. Hoe het lot van mensen, dat je met je eigen ogen ziet of dat je ervaart, ook in strijd is met je noties, of zelfs als je denkt dat het onmenselijk is, dien je te geloven en te erkennen dat Gods soevereiniteit over het lot van mensen werkelijk is en een positief ding. Hieraan mag niet worden getwijfeld. Is er duidelijk over deze waarheid gecommuniceerd? (Ja.) Dit is een zeer cruciale kwestie als het gaat om het kennen van God, en het is opgelost, nietwaar? (Ja.) Laten we dan onze communicatie voor vandaag hier afsluiten. Tot ziens!
6 april 2024