Hoe de waarheid na te streven (12)

De eerste praktijk voor het nastreven van de waarheid: loslaten

Het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God

I. Het loslaten van je noties en verbeeldingen over God: het loslaten van je noties en verbeeldingen over Gods werk

F. Gods werk verandert de aangeboren condities van mensen niet; het is erop gericht hun verdorven gezindheden te veranderen

Waarover hebben we de vorige keer gecommuniceerd? We hebben gecommuniceerd over enkele specifieke uitingen van drie aspecten: aangeboren condities, menselijkheid en verdorven gezindheden. We hebben deze specifieke uitingen besproken en op deze manier onderscheiden tot welk van de drie aspecten ze behoren. Als jullie deze uitingen waarover we hebben gecommuniceerd in het dagelijks leven zien, kunnen jullie ze in wezen kenmerken en categorisere, of ze nu behoren tot aangeboren condities, tot menselijkheid of tot verdorven gezindheden. Wat betreft de uitingen waarover niet is gecommuniceerd, weten jullie nu hoe jullie die moeten categoriseren volgens deze principes of volgens de essentie die ze openbaren? (We vinden dat we hier iets beter in zijn dan voorheen. We zijn in staat om op deze manier na te denken, maar we hebben nog niet helemaal het punt bereikt waarop we in staat zijn te onderscheiden.) Jullie kunnen de uitingen waarover we hebben gecommuniceerd over het algemeen onderscheiden, maar wat betreft de uitingen waarover niet is gecommuniceerd en die helemaal geen verband houden met de eerder gecommuniceerde uitingen, weten jullie niet of jullie in staat zijn ze te onderscheiden. (Dat klopt.) In de afgelopen paar preken hebben we gecommuniceerd over enkele uitingen van interesses, hobby’s en sterke punten binnen aangeboren condities, evenals de kwesties met betrekking tot deze aspecten die zich in mensen uiten. We hebben ook gecommuniceerd over de houding en het beoefeningspad die mensen ten aanzien van deze kwesties zouden moeten hebben, evenals Gods vereisten voor mensen die interesses, hobby’s en sterke punten bezitten. Hierover communiceren is voornamelijk bedoeld om mensen te vertellen welke gedachten en zienswijzen ze zouden moeten hebben, samen met het beoefeningspad dat ze zouden moeten begrijpen, met betrekking tot interesses, hobby’s en sterke punten, evenals de bedoelingen en vereisten van God met betrekking tot deze aspecten die ze zouden moeten begrijpen. Wat betreft de kwesties van interesses, hobby’s en sterke punten, hebben we alleen in algemene zin gecommuniceerd en hebben we niet specifiek gecommuniceerd over de foutieve gedachten en zienswijzen die mensen in dit opzicht hebben, welke foutieve beoefeningspaden ze mogelijk bewandelen, of welke foutieve inzichten ze hebben met betrekking tot Gods vereisten in dit opzicht. Laten we dus nu in detail communiceren over de specifieke kwesties die mensen moeten begrijpen met betrekking tot interesses, hobby’s en sterke punten, gebaseerd op deze kwesties die mensen hebben.

7. Het verschil tussen interesses en hobby’s, en sterke punten

Hebben jullie gemerkt welk foutief en absurd begrip of welke verwrongen inzichten jullie hebben met betrekking tot interesses, hobby’s en sterke punten? Is het voor de meeste kwesties zo dat jullie ze slechts begrijpen voor zover Ik erover communiceer, en dat jullie er naderhand niet over nadenken en wat er is gezegd niet vergelijken met de dingen in jullie leven, maar dat jullie toch vinden dat jullie alles begrijpen en de kwesties als heel eenvoudig beschouwen? Denk eerst eens na over deze vraag: is er een verschil tussen interesses en hobby’s, en sterke punten? (Ja.) Wat is het verschil? Als je kunt zien dat er een verschil is, in welk opzicht verschillen ze dan? (Een interesse en hobby hebben betekent alleen maar dat iemand iets heel leuk vindt, het betekent niet noodzakelijkerwijs dat hij een sterk punt op dat gebied bezit.) De belangrijkste punten van onderscheid zijn in wezen genoemd: zo is het min of meer. Vanuit het perspectief van menselijkheid verwijzen interesses en hobby’s ernaar dat iemand geïnteresseerd is in een bepaald type gespecialiseerde activiteit of soort ding, en bereid is daar aandacht aan te besteden of zich ermee bezig te houden. Dat wil zeggen, hun persoonlijke voorkeur neigt relatief gezien naar de dingen waarin ze geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben. Ze hebben niet slechts een lichte voorliefde voor de professionele vaardigheden in dit opzicht, maar zijn er enorm in geïnteresseerd, en dit overtreft de voorliefde of liefde die ze misschien voor gewone dingen hebben. Dit is wat interesses en hobby’s zijn. Echter, met betrekking tot het type gespecialiseerde activiteit of ding waarin ze geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben, is niets zeker wat betreft hun kaliber, of ze er bedreven in zijn, of ze het goed kunnen en op welk niveau ze het kunnen. Daarom verwijzen interesses en hobby’s naar de dingen waarin mensen geïnteresseerd zijn en die ze leuk vinden, dingen waar ze zich vaak mee willen bezighouden en waar ze in het dagelijks leven tijd en energie aan willen besteden om er aandacht aan te geven en ermee bezig te zijn. Hoe goed ze deze dingen kunnen, hangt af van hun kaliber en of ze er bedreven in zijn. Stel dat het iets is waarin ze bijzonder geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben, en waarin ze tegelijkertijd ook bedreven zijn. Dat wil zeggen, naast dat ze in dit ding geïnteresseerd zijn en er een passie voor hebben, zijn ze er ook heel goed in, kunnen ze aanzienlijke resultaten boeken en grote prestaties leveren. Met andere woorden, hun bedrevenheid in deze interesse en hobby overtreft die van de gemiddelde persoon, en hun opmerkzaamheid, leersnelheid en de snelheid waarmee ze principes op dit gebied vatten, overtreffen die van de gemiddelde persoon. Wanneer dergelijke uitingen aanwezig zijn, wordt dit aangeduid als het hebben van een sterk punt. Andere mensen moeten misschien formele, langdurige professionele training, opleiding, kennisverwerving en praktijk doorlopen, en begeleiding, leiderschap, toetsing, standaardisatie en advies van relevante professionals ontvangen, naast andere soortgelijke dingen, voordat ze zelfstandig iets goed kunnen. Mensen met sterke punten hebben echter over het algemeen een bepaald niveau van opmerkzaamheid in de professionele vaardigheden waarin ze bedreven zijn, zonder professionele training of systematische studie te ondergaan. Ze bezitten een dosis praktisch inzicht, praktijkervaring of persoonlijke prestaties op dit gebied. En met professionele training kan hun sterke punt op dit gebied een nog hoger niveau bereiken. Kortom, een sterk punt hebben betekent dat je zeer bedreven bent in iets waarin je geïnteresseerd bent en waarvoor je een passie hebt, en dat je daarin de gemiddelde persoon overtreft. Wat betekent ‘bedreven’ zijn? (Een sterk punt op een bepaald gebied hebben, relatief veel kennis van deze dingen hebben en ze met moeiteloze vaardigheid afhandelen.) Ergens bedreven in zijn gaat niet alleen over er kennis van hebben; het betekent veeleer dat je een uitstekende aanleg en een relatief sterk aangeboren talent op dit gebied hebt. Zelfs zonder aanwijzingen van anderen kan je dingen vatten die anderen niet kunnen begrijpen. En in combinatie met formele training of instructie van een gerenommeerd docent, kan je het op dit gebied nog beter doen. Wanneer we het hebben over een sterk punt, betekent dit dat iemand bijzonder sterk is in een bepaalde interesse of hobby, met een uitzonderlijke aanleg op dit gebied. Het bevattingsvermogen, de opmerkzaamheid en het leervermogen van die persoon op dit gebied zijn allemaal uitzonderlijk sterk, en zo iemand vat het heel snel. Hij is in vergelijking met de gemiddelde persoon merkbaar bedreven op dit gebied. Dit is wat wordt bedoeld met een sterk punt hebben.

Nu begrijpen jullie wat sterke punten zijn. Laten we het daarom vervolgens hebben over interesses en hobby’s. Wat is het verschil tussen interesses en hobby’s, en sterke punten? Zijn interesses en hobby’s hetzelfde als sterke punten? (Die zijn niet hetzelfde.) Waarom zijn interesses en hobby’s niet hetzelfde als sterke punten? (Omdat geïnteresseerd zijn in iets niet noodzakelijkerwijs betekent dat je het goed kan, noch betekent het noodzakelijkerwijs dat je er bedreven in bent; bovendien betekent het niet noodzakelijkerwijs dat je het zo snel kan vatten.) Interesses en hobby’s hebben betekent dat je een bepaalde categorie dingen leuk vindt, maar of het jouw sterke punt is, hangt af van je bevattingsvermogen, je leervermogen en je opmerkzaamheid met betrekking tot dit gebied, evenals je natuurlijke aanleg op dit gebied, en of je er van nature bedreven in bent. Als je er bedreven in bent, dan is het jouw sterke punt. Als je er niet bedreven in bent en het slechts een persoonlijke voorkeur is, d.w.z. een gebied waarin je geïnteresseerd bent, maar waarbij je kaliber zwak is en het je aan natuurlijke aanleg ontbreekt, dan is dit gebied niet jouw sterke punt. Dat betekent namelijk dat je weinig bevattingsvermogen hebt met betrekking tot deze interesse en hobby van jou, er helemaal niet bedreven in bent, het onhandig doet, niet efficiënt bent en je geen resultaten op dit gebied behaalt. Het blijft voor jou slechts op het niveau van een interesse en hobby. Waarom is het alleen jouw interesse en hobby en niet je sterke punt? Omdat je er niet bedreven in bent. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘Ik hou echt van zingen.’ Hoeveel houden ze ervan? Vanaf het moment dat ze ’s ochtends hun ogen open doen, spelen ze popliedjes; ze luisteren naar allerlei soorten liedjes, waaronder buitenlandse liedjes en westerse en Chinese opera’s. Alles wat als muziek telt, daar luisteren ze graag naar. Ze willen ook zingen, maar er is een groot probleem; ze zijn van nature toondoof of hebben simpelweg geen sterk punt op dit gebied. Er zijn ook mensen die, zelfs na een aantal jaren zang te hebben gestudeerd, zich nog steeds niet de juiste technieken kunnen eigen maken. Ze weten niet hoe ze op de meest aangename manier moeten zingen, hoe ze hun zang ontroerend kunnen maken, of hoe ze door hun zang goede resultaten kunnen bereiken. Hoewel ze al van kinds af aan van zingen houden en het een van hun interesses en hobby’s is, kan hun interesse en hobby door de beperkingen van hun aangeboren condities alleen op het niveau van een interesse en hobby blijven, dus het is geen sterk punt. Wanneer bijvoorbeeld iemand die bedreven is in zingen een gezang leert, kan hij de hoofdmelodie al zingen nadat hij deze ongeveer drie keer heeft gezongen. En na vier of vijf keer kan hij in principe het hele lied zingen. Degenen die echter graag naar liedjes luisteren maar niet bedreven zijn in zingen, kunnen zich de algemene melodie na drie keer luisteren misschien nog steeds niet herinneren. Zelfs na vijf keer kunnen ze het misschien nog steeds niet zingen en moeten ze voortdurend naar de tekst of de bladmuziek kijken. Als het op daadwerkelijk zingen aankomt, kunnen ze geen gevoel voor het lied krijgen of de juiste stemplaatsing vinden. Ze slagen er ook niet in de tekst te onthouden en soms zingen ze zelfs vals. Bovendien kunnen ze bij het zingen van relatief emotionele liedjes de uiting van emoties nooit goed beheersen. Anderen zeggen dat hun zang niet prettig is om naar te luisteren en niet plezierig is, maar ze raken niet ontmoedigd en geven niet op. Ze volharden nog steeds in het leren en zingen. Natuurlijk is zingen een persoonlijke vrijheid en een persoonlijk recht; niemand beperkt hen. Waar we vandaag echter over communiceren, is het verschil tussen interesses en hobby’s, en sterke punten. Afgaande op deze uitingen is hun interesse en hobby niet iets waar ze bedreven in zijn. Dus waarom moeten we duidelijk over deze kwestie communiceren? Om mensen te helpen begrijpen dat hun interesses en hobby’s niet hetzelfde zijn als hun sterke punten. Als je, op basis van alle aspecten van je aangeboren condities, niet bedreven bent op een bepaald gebied, dan bepalen de beperkingen van je aangeboren condities, zelfs als het je interesse en hobby is, dat je interesse en hobby niet je sterke punt is. Hoewel je het heel erg leuk vindt, zelfs tot zover dat je het net zo liefhebt als je eigen leven, is het helaas gewoon niet waar je bedreven in bent. Sommige mensen houden bijvoorbeeld heel erg van dansen. Telkens wanneer ze muziek horen, beginnen hun lichamen mee te bewegen met de maat en de melodie, en ze vinden het fijn om te bewegen. Hun natuurlijke uiterlijk is echter niet zo mooi, ze zijn niet erg lang, hun ledematen zijn niet bijzonder lang en hun lichaamsbouw is niet bijzonder elegant. Over het geheel genomen is hun dansen visueel niet erg aantrekkelijk. Maar ze houden gewoon van dansen, en soms dansen ze op openbare plaatsen of langs de kant van de weg met volledige overgave. Voorbijgangers vinden het dwaas, maar toch dansen ze alsof er niemand in de buurt is, zich er totaal niet om bekommerend hoe anderen hen zien, alsof ze zich nergens van bewust zijn, zo zijn ze erdoor geobsedeerd. Hoewel ze vinden dat ze best goed dansen, zijn ze er in werkelijkheid niet bedreven in. Ze kunnen de essentie van het dansen niet vatten, noch weten ze welke bewegingen gepast zijn, welke bewegingen gracieus zijn en welke bewegingen beter in staat zijn om verschillende soorten menselijke emoties over te brengen. Dat wil zeggen, ze begrijpen veel aspecten met betrekking tot dans niet echt. Zelfs met de begeleiding van een professionele leraar en training van een professionele school, zijn ze er wat betreft hun eigen aangeboren kaliber niet bedreven in en kunnen ze de essentie ervan niet vatten. Gezien alle aspecten van hun aangeboren condities, is dansen, hoewel ze ervan houden, daarom niet iets waar ze bedreven in zijn. Ook al vinden ze het heel leuk en zijn ze erdoor in vervoering, en bewonderen ze vaak hun eigen bewegingen en uitstraling wanneer ze voor een camera of spiegel dansen, als we naar de werkelijke situatie kijken, zijn ze niet bedreven in dansen. Met andere woorden, dansen is slechts hun interesse en hobby, niet hun sterke punt.

Sommige mensen houden heel erg van literatuur. Ze schrijven graag artikelen en dragen graag poëzie voor en dichten graag, ze houden van literaire forums, en ze lezen ook graag romans en diverse literaire werken, zowel buitenlandse als binnenlandse, moderne en klassieke. Ze vinden al deze boeken leuk. Ze vinden de verschillende woorden en taalkundige stijlen leuk die auteurs in hun literaire werken gebruiken, en ze vinden ook de verschillende ideeën die auteurs in hun werken uitdrukken leuk. Is dit hun interesse en hobby? (Ja.) Het is heel duidelijk dat dit hun interesse en hobby is. Wat iemand leuk vindt, waar hij in zijn hart en geest in geïnteresseerd is, is aangeboren; het is niet iets wat hij later in het leven verwerft, laat staan dat het iets is wat door zijn ouders of familie is gecultiveerd. Sommige mensen houden van literatuur en hebben veel literaire werken gelezen. Sommigen hebben systematisch literatuur gestudeerd aan de universiteit. Sommigen hebben zelfs als professionele literatuurprofessoren gewerkt, of zich beziggehouden met werk en carrières met betrekking tot literatuur, en hebben deze carrières zelfs lange tijd uitgeoefend; ze hebben het grootste deel van hun leven besteed aan zaken die verband houden met hun interesse en hobby; praktisch elke dag van hun leven stond in het teken van literatuur, waarin ze geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben. Maar betekent dit dat hun interesse en hobby werkelijk hun sterke punt is? Niet noodzakelijkerwijs. Je moet kijken of ze kennis of gedachten en zienswijzen op het gebied van literatuur bezitten die die van gewone mensen overtreffen of zich daarvan onderscheiden. Als wat ze op het gebied van literatuur hebben gevat en begrepen slechts datgene is wat ze uit boeken hebben geleerd, of alleen bestaat uit conventionele algemene kennis die iedereen kan leren en vatten, dan telt dit niet als een sterk punt. Als je hen bijvoorbeeld vraagt een artikel te schrijven, zitten er geen grammaticale fouten in, wordt interpunctie correct gebruikt, zijn de alinea’s goed gestructureerd en is de algehele structuur van het artikel behoorlijk goed. Er wordt in het hele artikel zelfs veel bloemrijk taalgebruik gehanteerd. Er is echter één probleem: als het gaat om het uitdrukken van een bepaald iets, een bepaalde zienswijze of een bepaald plot, hebben ze geen unieke uitdrukkingsmethode, noch hebben ze bijzonder artistieke of slimme uitdrukkingsmethoden. Deze kwaliteiten ontbreken in al hun literaire werken. Dat wil zeggen, hun artikelen lijken behoorlijk goed gestructureerd en zeer professioneel, met zorgvuldig gekozen woorden, maar ze missen de unieke methode om gedachten en zienswijzen, fenomenen of plots uit te drukken die een bedreven literatuurbeoefenaar zou moeten hebben. De meeste van hun artikelen zijn nogal middelmatig. Hun structuur en manier om ideeën uit te drukken zijn bijzonder star, stijf en dogmatisch; ze zijn noch innovatief noch uniek, missen wijsheid en slimheid, en kunnen zeker niet als elegant worden beschouwd. Wat geeft dit fenomeen aan? (Ze zijn niet bedreven in schrijven en hebben er geen aanleg voor.) Ze zijn niet bedreven in schrijven en kunnen niet flexibel verhalen creëren op basis van de achtergrond van gebeurtenissen of het prototype van dergelijke verhalen. Wanneer mensen uiteindelijk hun artikelen en literaire werken lezen, komen ze allemaal eentonig en repetitief over, en volgen ze dezelfde formule. Waarom zeggen we dat ze eentonig en repetitief overkomen? Over het algemeen lijken hun artikelen behoorlijk goed gestructureerd, gestandaardiseerd en professioneel; als het gaat om technische aspecten, zou de gemiddelde persoon weinig vinden om kritiek op uit te oefenen. Zelfs de structuur is in wezen altijd hetzelfde. Hoewel ze verschillende vormen van literaire werken kunnen leren, waaronder buitenlandse poëzie, proza en verhalend schrijven, zijn ze nooit in staat deze aan te passen of toe te passen op hun eigen literaire creatie. Dit komt doordat hun niveau van literaire vaardigheid en bekwaamheid altijd op het niveau van interesses en hobby’s zal blijven, en nooit het niveau van een sterk punt zal bereiken. Het is mogelijk dat ze veel kennis van literatuur hebben, maar ze hebben niet echt enige literaire bekwaamheid. Met andere woorden, ze hebben niet echt enige innovatie op het gebied van literatuur, ze kunnen onmogelijk eigen representatieve werken produceren, en het ontbreekt hun aan unieke gedachten en zienswijzen en een unieke manier van uitdrukken. Dit bewijst dat literatuur niet hun sterke punt is. Ze bezitten alleen geleerdheid en algemene kennis over literatuur omdat dit gebied hun interesse en hobby is, maar ze hebben geen sterk punt in literatuur. Zie je, veel mensen lezen boeken, waaronder diverse literaire werken; velen beweren literatuurliefhebbers of literaire makers te zijn, maar hoeveel van degenen die zich bezighouden met literaire creatie hebben werkelijk hun eigen werken? Hoeveel van hen hebben literaire werken geschreven die de tand des tijds kunnen doorstaan en klassiekers kunnen worden? Heel weinig, toch? De meeste van deze mensen hebben van nature een beetje interesse in en passie voor literatuur, en later leren, trainen en oefenen ze op professionele scholen, en nemen ze toevallig werk aan dat met literatuur te maken heeft. Hoewel ze zich bezighouden met werk dat met literatuur te maken heeft, wat erop lijkt te wijzen dat deze interesse en hobby hen hun hele leven kan vergezellen, hangt het aantal voltooide werken dat ze produceren, de bijdragen die ze leveren en de originele creaties die ze hebben gedurende de tijd dat ze in dit veld werken, af van de vraag of ze een sterk punt in literatuur bezitten. Veel mensen oefenen een beroep uit dat ze leuk vinden en waarvoor ze een passie hebben, en ze halen er een middel van bestaan of bepaalde voordelen uit, maar ze behalen geen goede resultaten in dit beroep. Dit is genoeg om te bewijzen dat het beroep dat ze leuk vinden en waarvoor ze een passie hebben, niet hun sterke punt is. Aan de andere kant zijn sommige mensen, ondanks dat ze geen beroep uitoefenen dat verband houdt met hun interesses en hobby’s, in staat om werkelijke prestaties te leveren omdat het hun sterke punt is. Er zijn bijvoorbeeld uitvinders, degenen die uitstekende bijdragen hebben geleverd op verschillende gebieden, degenen die pioniers zijn geweest met hun eigen unieke stijlen op verschillende gebieden, en vooraanstaande figuren op verschillende gebieden, onder anderen. Dus, gezien deze situaties, betekent het hebben van interesses en hobby’s niet noodzakelijkerwijs dat je een sterk punt op die gebieden hebt. Sommige mensen kunnen echter de relatie tussen interesses en hobby’s, en sterke punten niet onderscheiden. Ze denken dat hun interesses en hobby’s hun sterke punten zijn, maar nadat ze zich vele jaren hebben beziggehouden met een gebied waarin ze geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben, behalen ze niet echt resultaten. Hoe zouden mensen, nadat ze duidelijkheid over deze dingen hebben gekregen, met hun interesses en hobby’s, en hun sterke punten moeten omgaan? Het is heel eenvoudig; ze zouden er correct mee moeten omgaan. Als Gods huis je nodig heeft om een plicht te vervullen op een bepaald gebied dat professionele kennis, vaardigheden of talenten vereist die verband houden met je interesses en hobby’s, dan zou je daarmee moeten omgaan volgens de principes voor het vervullen van je plicht, d.w.z. je moet het noch afwijzen, noch hoogdravende ideeën spuien of overhaast zijn. Als het iets is waar je niet bedreven in bent, iets wat je vermogen te boven gaat en wat je niet kunt, word dan niet negatief en klaag niet over God; je zou er correct mee moeten kunnen omgaan. Wat betekent het om er correct mee om te gaan? Het betekent dat als je vindt dat je interesse in en passie voor dit gebied uniek zijn, maar je bij het uitvoeren van werk dat ermee verband houdt nooit aan de vereisten van Gods huis kunt voldoen, noch ooit de principes kunt bereiken die door Gods huis worden vereist, je dan zou moeten bereiken wat je kunt bereiken. God dwingt vissen nooit om op het land te leven of varkens om te vliegen. God weet hoeveel je kunt bereiken en hoeveel gewicht je kunt dragen. Met meer ervaring zul je het ook te weten komen. Bereik, op basis van de werkelijke omstandigheden en je aangeboren condities, zoveel als je kunt. Maak het jezelf niet moeilijk. Als je capabel bent, houd je dan niet in; als je niet capabel bent, word dan niet negatief en dwing jezelf niet boven je vermogen te werken. Ga er correct mee om.

Jullie geloven al zoveel jaren in God, en de meesten van jullie vervullen je plicht al meer dan drie jaar. Jullie hebben niet pas één of twee jaar een bepaalde plicht in Gods huis vervuld. Is het jou wat betreft de plicht die je vervult of bepaald professioneel werk dat je uitvoert, in je hart duidelijk hoeveel je kunt bereiken en welk niveau je kunt halen, en wat je allemaal kunt inzetten en in welke mate? (Ja.) Dit is jullie in wezen allemaal duidelijk. Sommige mensen hebben nog geen bedrevenheid in een bepaalde plicht bereikt omdat ze weinig oefening hebben gehad. Anderen doen dit werk echter al vele jaren en hebben veel geoefend, maar kunnen nog steeds niet de principes bereiken die door Gods huis worden vereist. Ze zijn niet erg bedreven op dit gebied. Hoewel ze het heel leuk vinden en een passie hebben voor het vervullen van deze plicht en zich vereerd voelen en blij zijn om het te doen, zijn ze er simpelweg niet bedreven in. Wat de vereisten van Gods huis ook zijn, ze kunnen er gewoon niet aan voldoen. Het is niet zo dat ze opstandig en ongehoorzaam zijn, noch dat ze hun best niet doen; hun aangeboren condities laten dit veeleer niet toe en hebben beperkingen. Wat moet er dan worden gedaan? Laat de dingen gewoon op hun beloop. Wees niet negatief, wees niet zwak, en klaag niet en voel niet in je hart dat het oneerlijk is. Sommige mensen zeggen: ‘Ik hou van dansen, maar ik ben met twee linkervoeten geboren en ik zie er niet mooi uit. Ik wil de dansplicht vervullen, maar kan het niet. Wat moet ik dan doen? Ik wil heel graag dansen.’ Jouw verlangen om te dansen is jouw persoonlijke verlangen en jouw voorkeur, maar moet God aan jouw voorkeuren tegemoetkomen? Dat hoeft Hij niet te doen. Gods huis heeft de principes die het vereist en het heeft zijn bepalingen. De keuze wie welk werk doet, is gebaseerd op principes. Je kunt niet op basis van je persoonlijke verlangen, persoonlijke voorkeur of persoonlijke stemming dwingend eisen dat Gods huis aan jou tegemoetkomt, dat is ongepast. Als je niet geschikt bent om op dit gebied je plicht te vervullen, wens dan in je hart in stilte degenen die op dit gebied een plicht kunnen vervullen zegeningen toe. Doe gewoon wat je kunt, of je kunt een stille kracht achter de schermen zijn: helpen met begeleiding en toetsing, helpen met repetities of nabewerking van dansvideo’s, helpen zoeken naar diverse materialen, of helpen de waarheid te zoeken. Er is veel werk dat op verschillende gebieden kan worden gedaan, en de reikwijdte van het werk dat verband houdt met jouw interesses en hobby’s is breed. Je hoeft niet noodzakelijkerwijs de persoon op het scherm te zijn; je kunt ook in deeltijd werk achter de schermen op je nemen. Dit is ook je plicht vervullen. Op deze manier vervul je je persoonlijke wensen en voldoe je tegelijkertijd aan het principe en de norm om God tevreden te stellen door het vervullen van je plicht. Dat is toch geweldig? Sla je zo niet twee vliegen in één klap? (Ja.) Aangezien God je als onderdeel van je aangeboren condities geen sterke punten op dit gebied heeft gegeven, heb je geen keuze. Je kunt niet klagen, mopperen of wrok koesteren enkel en alleen omdat je op dit gebied van nature tekortschiet en niet kunt voldoen aan de norm van talentenselectie op dit gebied door Gods huis, om vervolgens onwillig te worden om op dit gebied een plicht te vervullen, en te weigeren die te doen, zelfs als Gods huis dat van je vereist; dat is ongepast. Dit is niet de juiste houding bij het vervullen van je plicht. Doe gewoon wat je kunt. Je kunt niet weigeren het te doen, weigeren het te doen zelfs als Gods huis dat van je vereist, enkel en alleen omdat je er niet geschikt voor bent of er niet bedreven in bent. Als je dat doet, vervul je je plicht niet, maar bevredig je jouw persoonlijke verlangens en regel je je eigen zaakjes. Je vervult je plicht niet met een houding van onderwerping aan God, noch met een houding van oprechtheid en trouw aan God. Dit is ongepast. Dit is iets wat mensen moeten begrijpen. Enerzijds interesses, hobby’s en sterke punten correct begrijpen; anderzijds correct omgaan met interesses, hobby’s en sterke punten.

Sommige mensen schrijven graag artikelen en houden zich graag bezig met werk dat met literatuur te maken heeft. Ze willen altijd artikelen herzien en proeflezen, zich elke dag met artikelen bezighouden. Om verschillende redenen, zowel subjectief als objectief, zijn ze echter niet geschikt voor dit werk. Enerzijds ontbreekt het hun aan basiskennis op het gebied van literatuur; anderzijds is hun kaliber relatief zwak en bezitten ze geen bevattingsvermogen. Daarom kunnen ze, zelfs als ze een passie hebben voor literatuur en een aantal jaren oefenen, nog steeds niet de norm bereiken van het bezitten van schrijfvaardigheid. Gods huis vereist echter dat mensen ten minste een basiskaliber bezitten om zich bezig te houden met tekstueel werk. Als hun kaliber niet geschikt is voor tekstueel werk, en zelfs het herzien en proeflezen van artikelen door hen niet aan de norm voldoet, dan kunnen ze alleen maar een andere plicht kiezen. Ze zijn misschien ternauwernood geschikt om in plaats daarvan wat werk voor algemene zaken te doen of wat materialen te verzamelen. Kortom, het tekstuele werk dat ze in hun hart leuk vinden, is iets wat ze niet kunnen. Zelfs als ze niet van het tekstuele werk zouden worden ontheven, zouden ze slechts voor spek en bonen aanwezig zijn en geen werkelijke resultaten behalen. Hoe moeten mensen zo’n kwestie op een zuivere manier begrijpen? (Ze moeten zich leren onderwerpen aan de regelingen van Gods huis en redelijk zijn.) Dit is de algemene richting. Hoe moeten mensen specifiek praktiseren? Als het iemand is die geneigd is dingen te vertekenen, zou hij zeggen: “Iedereen zegt dat interesses en hobby’s door God zijn gegeven, dat het aangeboren condities zijn. Aangezien God mij deze interesse en hobby heeft gegeven, heeft God toch zeker verordend dat ik me bezighoud met werk dat daarmee verband houdt? Aangezien het door God is verordend, zou in Gods huis het werk dat verband houdt met deze interesse en hobby aan mij moeten worden gegeven. Ik zou er een aandeel in moeten hebben. Als mij niet wordt gevraagd dit werk te doen, dan is het een probleem met mensen: het betekent dat mensen op mij neerkijken, het betekent dat de leiders en werkers niet weten hoe ze mensen moeten beoordelen. Hier ben ik, een begaafd persoon, maar er is geen scherpzinnige talentenscout om mij op te merken! Ik houd zoveel van literatuur, en ik ben er echt bedreven in. Artikelen herzien is een fluitje van een cent voor mij. Mij eropuit sturen om het evangelie te prediken of handenarbeid te doen, is dat niet met een kanon op een mug schieten? Wordt daarmee een getalenteerd persoon niet onbenut gelaten? Is dat niet als goud in de modder begraven? Ik kan er niets aan doen; onder een laag dak kan men niet anders dan het hoofd buigen! Maar er is een gezegde: echt goud zal uiteindelijk altijd blinken. Wacht maar af, misschien is dit God die mij loutert, mij uittest. Op een dag zal ik me zeker bezighouden met het werk dat God voor mij heeft verordend, het werk dat verband houdt met mijn interesse. Goede dingen zijn het waard om op te wachten. Wanneer jullie allemaal zijn geëlimineerd, zal het mijn tijd zijn om te schitteren. Dat zal het moment zijn waarop ik de kans heb om mijn vaardigheden te benutten! Zoals de gezegden luiden: ‘Het is nooit te laat voor een heer om zich te wreken’ en ‘Zolang er leven is, is er hoop’.” Wat vinden jullie van deze zienswijzen? Ze zijn onjuist, toch? Zulke mensen doen duidelijk aan wensdenken en maken zelfs langetermijnplannen, maar of ze daadwerkelijk bekwaam zijn, is onbekend. Sommige mensen vinden zelfs dat hen onrecht is aangedaan en zeggen: “Ik ben een van nature begaafd literair talent, en toch ben ik eropuit gestuurd om handenarbeid te doen en de hele dag onder de modder te zitten. En bij wie kan ik hierover klagen? Ik kan er niets aan doen. Dit is hoe God het heeft georkestreerd. Welke keuze heb ik?” In werkelijkheid heeft het proeflezersteam mhen al uitgetest en schieten hun schrijfvaardigheden tekort. Ze hebben geen literaire basis en gebruiken niet eens de juiste interpunctie. Overal waar een zin moet worden afgebroken of een pauze moet worden ingelast, gebruiken ze een komma. Toch beschouwen ze zichzelf nog steeds als een literair genie en geloven ze dat handenarbeid een verspilling van talent is. Hun hart is vol grieven: “Ik ben geboren met een liefde voor literatuur. Als kind las ik graag verhalen. Naarmate ik ouder werd, las ik graag werken van beroemde mensen. Ik heb veel literaire klassiekers van zowel binnenlandse als buitenlandse auteurs gelezen; ik heb veel werken in alle genres gelezen, waaronder toneel, proza en poëzie. Tekstueel werk kost mij geen moeite; een artikel schrijven is een fluitje van een cent voor mij. Maar kijk nu eens naar mij; ik ben gereduceerd tot het doen van vuil, uitputtend werk. Mijn liefde voor literatuur, die me al de helft van mijn leven vergezelt, is in Gods huis afgewezen. Alle kennis die ik mijn hele leven heb vergaard, heeft geen nut gevonden in Gods huis, mijn literaire carrière is ten einde gekomen! Ik dacht altijd dat Gods huis een plek was waar de waarheid de macht had, waar eerlijkheid en rechtvaardigheid de macht hadden. Iemand zoals ik, een groot talent, een literatuurliefhebber, werd in de wereld genegeerd en geminacht, zonder kans om mijn vaardigheden te benutten. Ik had gedacht dat ik in Gods huis mijn resterende krachten kon inzetten. Vol enthousiasme meldde ik me aan voor het proeflezersteam, om er vervolgens achter te komen dat ik niet was geselecteerd. Kijk eens naar mij: wie kan zien, zoals ik hier sta, dat ik een literatuurliefhebber, een literair talent ben? Al mijn literaire flair is weggesleten door dit vuile, uitputtende werk. Nu komen er alleen nog maar grove en boerse woorden uit mijn mond.” Ze voelen zich in hun hart erg verongelijkt. Hoewel ze hardop zeggen dat ze zich onderwerpen aan Gods orkestratie en zullen doen wat Gods huis van hen vraagt, hebben ze in hun hart een onjuiste zelfbeoordeling, hebben ze hun interesses en hobby’s ten onrechte aangezien voor sterke punten, als iets wat geschikt is om door God te worden gebruikt, hebben ze hun plaats niet gevonden, hebben ze hun werkelijke situatie niet onderkend, weten ze niet wat ze waard zijn, en weten ze niet of hun interesses en hobby’s daadwerkelijk datgene zijn waar ze bedreven in zijn. Ze zijn over dit alles in het ongewisse en onwetend, maar beweren toch een literair talent te zijn, en noemen zichzelf nog net geen literair meester. Wat is hiervan het uiteindelijke resultaat? (Ze zitten vol klachten over de regelingen van de kerk, en in hun hart zijn ze onwillig om zich te onderwerpen.) Ze vinden in hun hart voortdurend dat hen onrecht is aangedaan. Hoewel ze er bij het vervullen van hun plicht niet de kantjes vanaf lopen en zich volledig kunnen inzetten, waarbij ze zich slechts ternauwernood onderwerpen, vinden ze door hun onjuiste zelfbeoordeling dat hun onrecht is aangedaan. Er flitst vaak een gedachte door hun hoofd: ‘Er zijn veel snelle paarden in de wereld, maar weinig goede paardenkenners.’ Wat voor snelle paarden? Wat voor goede paardenkenners? Omdat ze een beetje interesse in en passie voor een bepaald gebied hebben, en het later systematisch bestuderen, beschouwen ze zichzelf als ongeëvenaard, zien ze zichzelf als ‘snelle paarden’ en geloven ze dat ze getalenteerd zijn. Is dit geen volstrekt gebrek aan zelfbewustzijn? Ze geloven alleen maar dat interesses en hobby’s door God zijn gegeven, maar ze zijn niet in staat te onderkennen welk kaliber God hun heeft gegeven. Het is hun onduidelijk of ze daadwerkelijk bedreven zijn in de dingen waarin ze geïnteresseerd zijn en waarvoor ze een passie hebben, en of ze het werk en de plicht die verband houden met hun interesses en hobby’s daadwerkelijk goed kunnen, of ze er competent in zijn en of ze dat werk en die plicht kunnen dragen. Ze hebben hier onduidelijkheid over en weten hier niets van. Is dit niet erg lastig? (Ja.) Omdat ze hun plaats niet kunnen onderkennen of vinden, voelen ze zich erg benadeeld. Wat laten ze uiterlijk zien? Ze slaken vaak diepe zuchten en uiten vaak hun vastberadenheid voor God, in de hoop dat God op een dag een kans voor hen zal creëren, het onrecht zal herstellen, gerechtigheid voor hen zal handhaven en hen in staat zal stellen hun wens te vervullen om een plicht te doen die verband houdt met hun interesses en hobby’s. Kijk naar het lied dat ze vaak zingen: ‘Ik denk niet aan het pad dat voor me ligt.’ Wat is de volgende regel? (‘Mijn enige heilige plicht is Gods wil te volgen.’) Voor degenen die werkelijk deze gestalte hebben, die werkelijk deze werkelijkheid hebben en die werkelijk in staat zijn Gods wil te volgen, is het zingen van dit lied volkomen passend; het is volstrekt gepast. Maar wanneer mensen van dit type dit lied zingen, wat is dan hun emotionele gesteldheid? In welke situatie zingen ze het? (Wanneer ze klagen en vinden dat hen onrecht is aangedaan.) Dus wanneer ze zingen, is wat ze zingen dan niet vol wrok? (Ja.) Wat ze zingen zit vol klachten, verzet en ontevredenheid. Het is niets dan verdriet en wrok. Wanneer je hen dit lied hoort zingen, is dat het moment waarop ze op hun zwaarmoedigst zijn. Er is een gezegde in China, wat is het ook alweer? ‘Mannen uiten verdriet door te zingen, vrouwen uiten verdriet door te huilen, en oude grootmoeders uiten verdriet door onzin te mompelen.’ Zie je, verschillende soorten mensen uiten hun verdriet op verschillende manieren. Sommige vrouwen huilen gewoon wanneer ze met dit soort situaties worden geconfronteerd, en vegen voortdurend in het geheim hun tranen weg. Ze kunnen het niet loslaten, en telkens wanneer ze eraan denken, zijn hun ogen rood van de tranen en voelen ze zich in hun hart benadeeld en verongelijkt. Ze kunnen simpelweg niet correct met deze kwestie omgaan. In werkelijkheid is dit een heel eenvoudige kwestie; interesses en hobby’s aan de ene kant, en sterke punten aan de andere, zijn inherent twee afzonderlijke dingen. Als je een bepaald sterk punt hebt, ongeacht of het jouw interesse en hobby is, ben je zeer geschikt voor werk dat verband houdt met dat sterke punt. Dat wil zeggen: jouw aangeboren kaliber, talent of aanleg maakt je bedreven in dat specifieke ding, en je kunt het goed. In dat geval kun je, wanneer je je met dat werk bezighoudt, bepaalde resultaten behalen, en is het relatief geschikt voor jou om te doen. Als je echter alleen een interesse en hobby op dit gebied hebt, maar het geen sterk punt van je is, dan ben je misschien niet noodzakelijkerwijs in staat om het goed uit te voeren. Dit is een heel eenvoudige kwestie. Vanwege de koppigheid en het verwrongen begrip van mensen, gecombineerd met hun dwaasheid en onwetendheid, raken ze, wanneer ze niet in staat zijn zich bezig te houden met het werk waarin ze geïnteresseerd zijn, ontmoedigd, moedeloos en negatief, klagen ze en zitten ze boordevol negatieve emoties. Daarom is het zeer noodzakelijk dat mensen de werkelijke situatie van hun interesses, hobby’s en sterke punten begrijpen. Zodra ze die begrijpen, moeten ze er correct mee omgaan. Dit is één aspect. Het andere aspect is dat ze zich moeten onderwerpen aan de regelingen van Gods huis en hun plicht moeten vervullen volgens de principes die door Gods huis worden vereist. Als Gods huis van je vereist dat je je plicht op een bepaald gebied vervult, maar je niet bedreven bent in dit werkgebied, er alleen in geïnteresseerd bent en er een passie voor hebt, en dit werk graag doet, en je er volgens de laagste norm die door Gods huis wordt vereist toch net competent in kunt zijn, dan moet je je onderwerpen en ernaar streven je steentje bij te dragen. Zoek niet allerlei objectieve smoesjes om te weigeren of het af te wijzen. Natuurlijk, als je aangeboren condities op verschillende gebieden beperkt zijn of je bepaalde werkelijke problemen hebt, en Gods huis je niet kan toestaan op dit gebied een plicht te vervullen, dan mag je niet klagen, negatief worden of zwak worden. Doe gewoon wat je kunt. Wat betreft je interesses en hobby’s, houd die voor jezelf. De mensen van de kerk zullen zich er niet mee bemoeien en zullen je niet het recht ontnemen om in bepaalde dingen geïnteresseerd te zijn of er een passie voor te hebben. Dat is jouw persoonlijke aangelegenheid. Wanneer het echter gaat om het doen van je plicht, moet je alle verschillende kwesties met betrekking tot interesses, hobby’s en sterke punten duidelijk onderscheiden, en moet je in staat zijn er correct mee om te gaan – dit is het meest kritieke punt. Begrijp je dit? (Ja.)

Veel mensen hebben interesses en hobby’s op een bepaald gebied. Er zijn ook mensen die helemaal geen interesses of hobby’s hebben. Dat wil zeggen, ze hebben geen bijzondere interesse of passie als het gaat om een van de beroepen of soorten gespecialiseerde activiteiten, of diverse mensen, gebeurtenissen en dingen waarmee mensen in de wereld vaak in contact komen. Het zijn gewoon doorsnee mensen. Als iemand hun bijvoorbeeld vraagt of ze een passie voor literatuur hebben, of ze gewoonlijk een dagboek bijhouden of artikelen schrijven, zeggen ze: ‘Ik heb er geen passie voor en ben er niet bedreven in. Zodra ik begin te lezen of te schrijven, krijg ik hoofdpijn.’ Als ze enkele literaire meesterwerken aangeboden krijgen om te lezen, vinden ze dat overweldigend en zijn ze in hun hart volkomen onwillig. Sommigen zeggen zelfs: ‘Voortdurend naar tekst staren vermoeit mijn ogen en maakt me oud, dus ik hou niet van literatuur.’ Als je hun vraagt of ze van dansen houden, zeggen ze: ‘Dansen is geen fatsoenlijke bezigheid, het is iets wat mensen doen als ze zich vervelen en niets beters te doen hebben. Ik hou niet van dansen.’ Zie je, ze houden er niet van en vinden daar zelfs een reden voor, door te zeggen dat het geen fatsoenlijke bezigheid is. Anderen dansen om God te prijzen en dat is heel positief! Zingen, dansen, op de harp en lier spelen om God te prijzen; dit wordt al sinds de oudheid gedaan; het is iets wat God goedkeurt, dus hoe kan het geen fatsoenlijke bezigheid zijn? Maar zij kleineren alles wat ze niet leuk vinden en doen het af als iets negatiefs. Op de vraag: ‘Je houdt niet van dansen, hou je dan wel van zingen?’, zeggen ze: ‘Wat nou “zingen”? Zodra ik begin te zingen, zing ik vals. Zelfs ik vind het onverdraaglijk om mezelf aan te horen. Ik hou niet van zingen. Pas nu ik in God geloof, ben ik begonnen met het leren van enkele gezangen van Gods woorden en ervaringsgezangen. Voordat ik in God geloofde, zong ik nooit; als anderen zongen, wilde ik niet eens luisteren.’ ‘Hoe uit je je dan als je in een blije stemming bent?’ ‘Als ik in een blije stemming ben, doe ik gewoon een dutje.’ ‘Wat doe je dan als je pijnlijke zaken tegenkomt en in een ongelukkige stemming bent?’ ‘Dan eet ik een snackje, of doe ik gewoon een dutje.’ ‘Je houdt niet van zingen. Hou je dan wel van naar muziek luisteren?’ ‘Ik heb die interesse niet, en ik begrijp niet wat er in muziek wordt uitgedrukt. Jullie zeggen allemaal dat muziek de verschillende emoties van mensen uitdrukt, dat het de gedachten en gevoelens van mensen uitdrukt, maar ik begrijp deze niet en kan me er niet in inleven. Muziek is hoge kunst. Een onbeduidend persoon als ik kan zich niet inleven in muziek, en ik hou er niet van.’ ‘Hou je van lekker eten?’ ‘Ik hou ook niet van lekker eten. Ik kan alles eten. Ik ben als een ruw individu geboren. Ik kan maïsmeel eten, ik kan cake eten, ik kan Chinees eten of westers eten – alles. En als ik honger heb en niets te eten heb, kan ik zelfs hondenvoer eten.’ Zulke mensen zijn gewoon zo grof. Vraag aan sommige vrouwen: ‘Hou je van cosmetica?’ Ze zeggen: ‘Ik heb er geen interesse in. Hoe ik geboren ben, is hoe ik er uitzie. Wie naar me wil kijken, kan naar me kijken, en wie niet naar me wil kijken, kan gewoon wegkijken!’ Vraag aan sommige mannen: ‘Hou je van elektronica of mechanische dingen zoals auto’s?’ Ze zeggen: ‘Wat heeft het voor zin om van die dingen te houden? Het put de geest uit en vermoeit de hersenen. Als ik tijd heb, is het beter om een dutje te doen of een informeel praatje te maken!’ Ze houden nergens van en hebben helemaal geen interesses of hobby’s. Of het nu biologisch, technologisch, hoogwaardig of eenvoudig is, ze houden er niet van. Op de vraag: ‘Deze dingen die betrekking hebben op menselijkheid, of ze nu verfijnd zijn of een brede aantrekkingskracht hebben, je houdt nergens van. Hou je dan van kleine dieren, zoals katten, honden en vogels?’ ‘Daar hou ik nog minder van. Dieren kunnen niet met mensen praten, wat heeft het voor zin om van ze te houden?’ Sommige mensen zijn geïnteresseerd in honden. Ze praten vaak tegen honden, en honden kunnen zelfs menselijke spraak begrijpen. Sommige mensen hebben helemaal geen hobby’s en zijn nergens in geïnteresseerd, er zijn veel van zulke mensen. Sommige mensen zeggen: ‘We worden geboren met bepaalde interesses en hobby’s, die zijn door God gegeven. Vooral degenen onder ons die een sterk punt op een bepaald gebied hebben, degenen die geboren zijn met een uitzonderlijk en uitstekend talent op dit gebied, dit is allemaal Gods genade, Gods verheffing, God die ons gunstig gezind is. Vooral tegenwoordig maakt het op je nemen van een plicht die verband houdt met onze interesses, hobby’s of sterke punten in Gods huis onze identiteit en waarde nog onvergelijkelijk eervoller en buitengewoner. Degenen die geen hobby’s of sterke punten hebben, kunnen alleen wat basale arbeid en werk doen dat technisch niet veeleisend is, zoals ontvangen, koken, schoonmaken, of groenten verbouwen, varkens fokken en kippen voeren. Dus wordt er dan geen onderscheid gemaakt tussen hoog en laag, edel en verachtelijk wat betreft de interesses, hobby’s en sterke punten van mensen? Is er geen hiërarchisch verschil tussen hen?’ Is deze zienswijze correct? (Nee.) Zie je, God heeft sommige mensen sterke punten gegeven, heeft sommige mensen voorbeschikt met bepaalde interesses en hobby’s, terwijl God voor sommige andere mensen niets heeft voorbeschikt. Ze hebben helemaal geen sterke punten, kunnen niet zingen of dansen, begrijpen geen literatuur en zijn volkomen onwetend op het gebied van allerlei professionele vaardigheden. Het toeval wil dat er misschien een gastgezin is dat twee honden houdt, dus het zou passend moeten zijn om zo iemand zonder sterke punten de honden te laten voeren; dit is de eenvoudigste taak. Maar afgezien van het voeren van de honden, laat hij hen niet uit en weet hij niet hoe ze voor hen moeten zorgen. Na hen een jaar of twee te hebben gevoerd, erkennen zelfs de honden hem niet als hun meester en zijn ze niet aan hem gehecht. Zeg Mij, wat voor soort persoon is dit? Vergeleken met degenen die interesses en hobby’s of sterke punten op een bepaald gebied hebben, is er dan geen verschil? Het is duidelijk dat dit twee soorten mensen zijn die verschillen in hun aangeboren condities: de ene soort leeft met een sterk superioriteitsgevoel en leidt een rijk en vol leven, terwijl de andere soort een leeg leven leidt, zonder enig superioriteitsgevoel. Dus als mensen worden onderscheiden door verschillen in status en waarde op basis van dit principe, is dat dan gepast? (Nee.) Volgens welk principe is het dan gepast om hen te onderscheiden? Zeg Mij, zijn er verschillen tussen mensen? (Ja.) Waar liggen de verschillen? Hoe moeten mensen worden onderscheiden? Op zijn minst zou je moeten kijken of ze de waarheid liefhebben, hun essentie, hun hoogheid en laagheid, hun edelheid en verachtelijkheid, en hun categorie onderscheiden op basis van hun houding ten opzichte van de waarheid. Kunnen mensen theoretisch gezien niet heel gemakkelijk op deze manier worden onderscheiden? (Ja.) Is deze manier van mensen onderscheiden goed? (Ja.) Maar is het niet een beetje te eenvoudig om hen op deze manier te onderscheiden? Sommige mensen hebben geen aangeboren sterke punten, noch hebben ze enige interesses of hobby’s, het zijn zeer middelmatige mensen, zeer eenvoudige mensen. Ze hebben de waarheid echter lief, begrijpen de waarheid, hebben ervaring met en inzicht in de waarheid, en wanneer ze over de waarheid communiceren, kunnen ze hun begrip van Gods woorden delen; in het binnengaan van het leven zijn ze beter dan de gemiddelde persoon. Ze kunnen veel mensen helpen. Kun je dan zeggen dat zulke mensen onbeduidend en waardeloos zijn? (Nee.) Theoretisch gezien zouden de essentie van mensen, hun hoogheid en laagheid, hun edelheid en verachtelijkheid, en hun categorie moeten worden onderscheiden op basis van hun houding ten opzichte van de waarheid, maar hoe zouden ze precies moeten worden onderscheiden? Dat is waar we vandaag over zullen communiceren.

De drie categorieën van mensen op basis van hun oorsprong

Of iemand van nature interesses, hobby’s en sterke punten heeft, is door God voorbeschikt. Als God ze aan jou geeft, dan heb je ze; als God ze niet aan jou geeft, dan heb je ze niet. Je kunt ze niet leren, noch kun je ze door imitatie verwerven. Als je echter een sterk punt op een bepaald gebied bezit en je zegt: ‘Het vervullen van een plicht die verband houdt met dit sterke punt is te vermoeiend; ik wil dit sterke punt niet’, zelfs als je het niet wilt, kun je het niet verwijderen, noch kunnen anderen het wegnemen. Wat je hebt, kunnen anderen niet wegnemen; wat je niet hebt, kun je niet grijpen of verkrijgen door erom te wedijveren. Dit alles houdt verband met Gods voorbeschikking. Desalniettemin betekent het feit dat God je een bepaalde interesse, hobby of sterk punt geeft, niet dat God je een bepaalde plicht of werk moet laten doen dat verband houdt met je interesse, hobby of sterke punt. Sommige mensen zeggen: ‘Ik ben niet gevraagd op dit gebied een plicht te vervullen of me bezig te houden met werk dat hiermee verband houdt, dus waarom heb ik dan zo’n interesse, hobby of sterk punt gekregen?’ God heeft de overgrote meerderheid van de mensen bepaalde interesses en hobby’s gegeven op basis van de verschillende condities van ieder mens. Er zijn natuurlijk meerdere dingen die in overweging worden genomen: enerzijds is het voor het levensonderhoud en de overleving van mensen; anderzijds is het om het leven van mensen te verrijken. Soms vereist het leven van een mens bepaalde interesses en hobby’s, hetzij voor vermaak en amusement, hetzij zodat ze zich kunnen bezighouden met enkele fatsoenlijke taken, waardoor hun menselijk leven bevredigend wordt. Natuurlijk is er, vanuit welk aspect het ook wordt bekeken, een reden achter Gods gaven, en God heeft ook Zijn redenen en grondslagen om niet te geven. Het kan zijn dat jouw menselijk leven of jouw overleving niet vereist dat God je interesses, hobby’s en sterke punten geeft, en je kunt op andere manieren je levensonderhoud in stand houden of je menselijk leven verrijken en het bevredigend maken. Kortom, ongeacht of God mensen interesses, hobby’s en sterke punten heeft gegeven of niet, dit is geen probleem met de mensen zelf. Zelfs als iemand geen sterke punten heeft, is dit geen defect in zijn menselijkheid. Mensen moeten dit correct begrijpen en er correct mee omgaan. Als je bepaalde interesses, hobby’s en sterke punten bezit, dan moet je die koesteren en correct toepassen; als je ze niet hebt, moet je niet klagen. Vanuit het perspectief van interesses, hobby’s en sterke punten is dit de werkelijke situatie. Of men deze dingen heeft, weerspiegelt echter niet de waarde, status of identiteit van een persoon. Wat kunnen mensen hier dan uit opmaken? Zelfs als God je verfijnde interesses, hobby’s en sterke punten heeft gegeven, dan zijn dit jouw privébezittingen, het zijn jouw voordelige condities. Het feit dat je ze hebt betekent niet dat je nobeler bent dan een ander, dat je meer bevoordeeld of bevoorrecht bent om iets te doen dan een ander. Dit komt doordat in Gods ogen, ongeacht welke aangeboren condities iemand heeft, hij onderdeel van de verdorven mensheid is. Hoewel aangeboren condities geen elementen van verdorvenheid bevatten, zijn alle mensen, die aangeboren condities bezitten, door Satan verdorven en leven ze volgens satanische gezindheden. Hun levensessentie is hun satanische verdorven gezindheid. Daarom, ongeacht hoe jouw aangeboren condities zijn en ongeacht of je interesses, hobby’s en sterke punten hebt of niet, in Gods ogen is jouw waarde gelijk aan die van anderen, aangezien de levensessentie van alle mensen hetzelfde is. Mensen moeten duidelijk inzien dat zelfs als ze bepaalde voordelige condities of bepaalde voordelen hebben, wat betreft menselijke essentie en verdorven gezindheden, de essentie van alle mensen hetzelfde is en alle mensen hetzelfde zijn. Ze moeten Gods tuchtiging en oordeel ondergaan, en ze zijn allemaal mensen die God wenst te redden. In termen van de levensessentie van het vlees van mensen, zijn mensen hetzelfde. Vanuit een ander perspectief zijn er echter enkele verschillen tussen mensen, en we moeten in detail over deze verschillen communiceren. Hoe moeten deze verschillen worden geïdentificeerd? Ze moeten worden onderzocht vanuit de oorsprong van mensen. Waar verwijst ‘oorsprong’ naar? Het verwijst naar waaruit een persoon is gereïncarneerd. Er wordt onderscheid gemaakt op basis van hoe ze tot stand zijn gekomen en waar ze vandaan zijn gekomen. In grote lijnen is deze mensheid verdeeld in drie categorieën. De eerste categorie zijn mensen die zijn gereïncarneerd uit dieren, de tweede zijn mensen die zijn gereïncarneerd uit verschillende duivels, en de derde zijn mensen die zijn gereïncarneerd uit mensen. Deze drie categorieën onderscheiden mensen bij de wortel. De reden dat ze mensen kunnen onderscheiden, is dat de oorsprong van verschillende categorieën mensen niet hetzelfde is. Hoe kan men dan weten wie is gereïncarneerd uit dieren, wie is gereïncarneerd uit duivels en wie is gereïncarneerd uit mensen? Dit moet worden bepaald op basis van wat ze gestalte geven in hun leven en de kenmerken die ze vertonen. Hebben jullie dergelijke informatie weleens eerder gehoord, hetzij in folklore, hetzij via andere kanalen? (Ja.) Dus dit onderwerp is jullie niet helemaal onbekend, of wel? (Nee, dat is het niet.) Degenen die zijn gereïncarneerd uit dieren, degenen die zijn gereïncarneerd uit duivels, degenen die zijn gereïncarneerd uit mensen, over welke willen jullie als eerste horen? (De eerste categorie.) De eerste categorie zijn mensen die zijn gereïncarneerd uit dieren. Als jullie werkelijk de waarheid over deze kwestie te weten komen, zal dat dan invloed hebben op jullie leven? Zal het problemen of belemmeringen met zich meebrengen? (Ik zou me kunnen gaan afvragen waaruit ik ben gereïncarneerd.) Zodra sommige mensen werkelijk weten tot welke categorie ze behoren en zichzelf bij een bepaalde categorie indelen, zijn ze, als ze inderdaad uit mensen zijn gereïncarneerd, blij en hebben ze er een behoorlijk goed gevoel over. Maar als ze niet uit mensen zijn gereïncarneerd, zouden ze dat dan niet verontrustend vinden? (Ja.) Het zou bepaalde moeilijkheden en ook enige onrust met zich meebrengen, nietwaar? (Ja.) Aangezien het onrust en enige moeilijkheden met zich mee kan brengen, is het dan beter voor mensen om het te weten of om het niet te weten? (Ik vind dat het beter zou zijn om het te weten.) In welk opzicht zou het beter zijn? (Door het te weten, kan je de waarheid in dit opzicht begrijpen, en bovendien zal je in staat zijn enkele van de mensen, gebeurtenissen en dingen om je heen te onderscheiden.) Laten we hier dan over communiceren.

De kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren

Laten we eerst communiceren over degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren. Reïncarnatie uit dieren betekent, zoals de naam al aangeeft, dat zo’n persoon gereïncarneerd is uit een dier. De reikwijdte van dieren is vrij breed. Hoeveel soorten dieren precies als mensen kunnen reïncarneren, valt niet binnen het kader van onze communicatie. Kortom, er is een categorie mensen die in hun vorige leven een dier waren, wat betekent dat hun oorspronkelijke identiteit of geschapen categorie niet tot de geschapen mensheid behoorde. Hun initiële, eerste biologische categorie was die van een dier. Dus in Gods ogen is hun identiteit binnen het biologische rijk die van een dier. In deze reïncarnatie zijn ze mens geworden, wat betekent dat dit dier niet langer onder de dieren wordt wedergeboren, maar in plaats daarvan is gereïncarneerd als mens, en op een bepaalde tijd, in een bepaalde familie, afstamming en land is geboren. Een dier dat is gereïncarneerd als mens betekent dat het als mens is geboren, maar dat zijn vorige bestaan niet als mens was, maar als dier. Voorheen bestonden ze binnen het dierenrijk en werden ze onder de dieren wedergeboren; nu, in deze wedergeboorte, bevinden ze zich niet langer in het dierenrijk. Hun identiteit is veranderd en ze zijn onderdeel van de mensheid geworden. Dit is wat men noemt: dieren die als mensen zijn gereïncarneerd. Wanneer een dier als mens reïncarneert, zijn zijn uiterlijk en de instincten in wezen hetzelfde als die van ieder ander persoon binnen de mensheid. Dat wil zeggen, ze bezitten volledig de kenmerken van een mens. Ze kunnen rechtop lopen, hebben menselijke gelaatstrekken en een menselijk uiterlijk, en bezitten menselijk denken, menselijke instincten en een normaal menselijk leven, en ze hebben ook het unieke menselijke vermogen tot taal. Dit is wat bekendstaat als een dier dat als mens reïncarneert. Dat wil zeggen, aan hun fysieke vorm, uiterlijke verschijning en fysieke levenskenmerken kun je alleen menselijke eigenschappen zien; er zijn geen dierlijke eigenschappen zichtbaar. Hoe kun je dan weten dat ze gereïncarneerd zijn uit een dier? Dit is waar mensen zich het meest mee bezighouden. Natuurlijk is het mogelijk om te zien dat ze gereïncarneerd zijn uit een dier. Als er geen verschillen zouden zijn tussen degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren en degenen die gereïncarneerd zijn uit mensen, dan zou deze categorie mensen geen duidelijke kenmerken hebben. Juist omdat er duidelijke verschillen zijn tussen degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren en degenen die gereïncarneerd zijn uit ware mensen, kunnen deze twee categorieën mensen dus gemakkelijk van elkaar worden onderscheiden op basis van hun kenmerken. Wat zijn dan de kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren? Het eerste kenmerk is dat ze een verwrongen begrip hebben. Het tweede kenmerk is dat ze bijzonder verdoofd zijn. Het derde kenmerk is dat ze bijzonder verward zijn. Het vierde kenmerk is dat ze dwaas zijn. Deze vier kenmerken alleen al zijn voldoende om het verschil tussen een persoon die gereïncarneerd is uit een dier en een waar mens duidelijk te maken.

I. Het eerste kenmerk: verwrongen begrip

Het eerste kenmerk van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren is dat ze een verwrongen begrip hebben. Ten eerste, wat houdt verwrongenheid in? Het gaat om problemen met hun gedachten en zienswijzen; het heeft ook betrekking op hun cognitieve vermogens om dingen te bekijken, te vatten en te begrijpen. Deze categorie mensen kan niets correct vatten, noch kunnen ze iets correct bekijken. Hun manier van naar mensen en dingen kijken, evenals hun zelf- gedrag en handelingen, zijn bijzonder absurd, koppig en belachelijk, volkomen onverenigbaar met het denken van normale menselijkheid, en de gedachten en zienswijzen van normale menselijkheid over dingen. Natuurlijk komen mensen met een verwrongen begrip niet in de buurt van het begrijpen of leren kennen van de waarheid. De waarheid ligt volkomen buiten hun bereik, laat staan dat ze de waarheidsprincipes begrijpen. Hun zienswijzen zijn volkomen verwrongen als het gaat om hoe ze welk ding of individu dan ook behandelen. Nadat je met hen hebt gecommuniceerd, begrijpen ze het in termen van doctrine, maar hun kennis blijft daarna net zo verwrongen. Wanneer je de dingen dan duidelijker en specifieker uitlegt en voorbeelden geeft, begrijpen ze het op dat moment misschien wel, maar later, wanneer ze hetzelfde type dingen tegenkomen, blijft hun zienswijze net zo verwrongen, en hoe er ook met hen wordt gecommuniceerd, het corrigeert hun zienswijze niet. Bovendien zal deze gesteldheid van hen, deze manier van dingen vatten, oneindig doorgaan zonder te veranderen. Niemands communicatie over de waarheid kan hen veranderen; zelfs als Ik communiceer en preken houd, kan dat hun verwrongen gedachten en zienswijzen en verwrongen manier van dingen vatten nog steeds niet veranderen. Zulke mensen zijn erg lastig. Bijvoorbeeld, wanneer ze iets verkeerds doen en je tegen hen zegt: “Wat je deed was onjuist, het is niet in overeenstemming met de principes; er zat persoonlijke vermenging in”, zullen ze zeggen: “Ik heb het niet expres gedaan. Het was niet mijn bedoeling dat het zo zou uitpakken. Waarom doen jullie het dan niet zelf, gezien jullie allemaal zo goed zijn, jullie de waarheid hebben en jullie weten hoe je dingen moet doen, in plaats van het mij te laten doen? Je zegt dat ik het verkeerd heb gedaan. Is dat niet gewoon omdat je me niet mag? Aangezien jullie allemaal menselijkheid hebben en ik de enige ben die dat niet heeft, zal ik wel naar de hel gaan en kunnen jullie allemaal naar de hemel gaan!” Ze proberen misschien zelfs zichzelf met redeneringen te verdedigen en te rechtvaardigen, en verzinnen excuses om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. Ze weigeren te erkennen dat ze verkeerd hebben gehandeld, hebben niet de juiste houding, en beloven niet om zichzelf in de toekomst te corrigeren en zeggen dat ze begrijpen hoe ze de volgende keer moeten handelen. Ze zullen het nooit op deze manier begrijpen en zullen de zaak nooit op een zuivere manier vanuit het perspectief van menselijkheid vatten. Er zijn zelfs mensen die, wanneer je problemen in hun werk aanwijst en de waarheid met hen communiceert, zeggen: “Kijk je niet gewoon op me neer? Is het niet gewoon omdat ik ongeschoold ben en van het platteland kom? Is het niet gewoon omdat mijn status laag is? Zelfs God minacht me niet, dus welk recht heb jij daartoe?” Ze zullen nooit toegeven dat ze verkeerd hebben gehandeld en vervolgens de waarheid zoeken, over zichzelf nadenken om te zien waar ze de fout in zijn gegaan, en zoeken naar het juiste beoefeningspad om het op te lossen. Waarom zullen ze dit nooit doen? Omdat ze geen mensen zijn. Ze hebben geen normaal menselijk denken en ze kunnen fouten die zich voordoen niet benaderen op de manier waarop een normaal mens dat zou doen. Ze hebben niet de houding die een normaal mens ten opzichte van fouten zou moeten hebben. Zijn jullie ooit zulke mensen tegengekomen? Het zou het beste zijn om ook over jezelf na te denken, om te zien of je verstand normaal is of niet. Nadat iemand de vloer heeft gedweild, bijvoorbeeld, is het oppervlak nog vrij nat. Iemand anders die zich hier niet van bewust is, loopt eroverheen en glijdt uit. Die persoon staat op en zegt tegen de ander: ‘Je hebt de vloer niet goed drooggemaakt nadat je had gedweild. Je had een bordje met een paar woorden moeten neerzetten om mensen eraan te herinneren! Gelukkig ben ik jong, als ik val, kan ik weer opstaan. Maar als het een ouder iemand was geweest, zou die dan niet een botbreuk hebben opgelopen? Je was echt niet attent genoeg!’ Zijn deze woorden gepast en normaal? (Ja, ze zijn normaal.) De persoon die had gedweild was niet attent genoeg bij het uitvoeren van deze taak, dus de volgende keer zou hij attenter moeten zijn. Aangezien iemand daardoor is gevallen, is het duidelijk dat hij in deze kwestie een fout heeft gemaakt. Dit was onachtzaam, en niemand heeft hem veroordeeld, hij hoeft het alleen maar de volgende keer te corrigeren. Maar hij is niet in staat om deze kwestie correct en rationeel te overwegen of te benaderen vanuit het perspectief van een mens of met het denken van een mens. In plaats daarvan draait hij het om en zegt: “Kon je niet zien dat de vloer nat was? Ben je blind? Je bent uitgegleden en gevallen, net goed! Je kijkt niet goed uit je doppen, en dat is mijn schuld? Als je klaar bent met het dweilen van de vloer, is die natuurlijk nat, dus waarom liep je er dan op? Het is niet zo dat ik je heb gezegd daar te lopen. Geef gewoon toe dat het je eigen schuld is dat je bent gevallen. Het heeft niets met mij te maken!” Zijn deze woorden rationeel? (Nee.) Ze zijn niet rationeel. Hoe zeg je dit in spreektaal? Ze zijn onredelijk. Je hebt de vloer gedweild maar niet drooggemaakt, waardoor iemand is uitgegleden. Hoewel het niet absoluut noodzakelijk is dat je schuldgevoel toont en verontschuldigingen aanbiedt, zou je op zijn minst de herinneringen en aanwijzingen van anderen met betrekking tot jouw fout moeten aanvaarden. Je zou moeten vragen: “Heb je je bezeerd? Moet je naar het ziekenhuis om nagekeken of behandeld te worden? Ik neem de volledige verantwoordelijkheid.” Dit is de juiste houding. Dit is hoe een persoon vanuit het perspectief van menselijkheid rationeel zou moeten omgaan met en nadenken over iets wat hij verkeerd heeft gedaan. Mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren hebben echter geen menselijkheid en een verwrongen begrip. Ze spreken nooit op deze manier, noch overwegen ze ooit enige kwestie op deze manier. In plaats daarvan zijn ze moedwillig onredelijk. Ze hebben de vloer na het dweilen niet drooggemaakt, waardoor iemand is uitgegleden; de volgende keer hoeven ze het dan alleen maar anders te doen, beter op te letten en de fout te corrigeren, dat is alles. De kwestie zou zijn opgelost. Het is een heel eenvoudige zaak: niemand heeft er iets over gezegd en niemand heeft hen erom veroordeeld. Er is ook niet van hen geëist dat ze enige wettelijke verantwoordelijkheid dragen. Maar ze weigeren de feiten te aanvaarden en zeggen in plaats daarvan: “O, dus jullie zijn allemaal goede mensen, jullie zijn de enigen met menselijkheid! Ik moet wel een kwaadaardige persoon zijn! Ik doe anderen opzettelijk kwaad! Ik heb slechte bedoelingen! Jullie zullen allemaal naar de hemel gaan, en ik zal naar de hel gaan!” Zeg Mij, zou een normaal mens zulke onzin kunnen uitkramen? (Nee.) Alleen het type mensen dat gereïncarneerd is uit dieren vat alles en bekijkt alles vanuit een bijzonder extreem, koppig en belachelijk perspectief. Over de kleinste kwestie, iets volkomen legitiems, kunnen ze een hele reeks onredelijke, foutieve en absurde argumenten spuien, waardoor anderen niet weten of ze moeten lachen of huilen. Als ze worden gesnoeid, hoe gedragen ze zich dan? Ze doen er alles aan om zichzelf te rechtvaardigen en te verdedigen, leggen uit waarom ze hebben gehandeld zoals ze dat deden en hoeveel ze ervoor hebben geleden, en komen met allerlei tegenargumenten. Wanneer je met hen communiceert over de vraag waarom ze werden gesnoeid, hoe ze, wanneer ze fouten maken, die zouden moeten corrigeren en hoe ze de waarheidsprincipes zouden moeten zoeken, en wat de principes voor het afhandelen van de zaak zijn, weigeren ze ook maar één woord in zich op te nemen. In plaats daarvan houden ze hun woede en boosheid in, en vinden ze dat hen onrecht is aangedaan en dat ze zijn vernederd. Achter de schermen klagen ze zelfs bij anderen en zeggen: “Hm! Ik had die kwesties niet overwogen, en het was niet mijn opzet om het zo te doen. Toch veroordelen ze me en zeggen ze dat ik aan het hinderen en verstoren was. Ben ik echt zo kwaadaardig? Ben ik een kwaadaardige persoon?” Als het gaat om de waarheidsprincipes, zullen ze daar tekortschieten en ze nooit begrijpen; hun begrip is altijd bijzonder verwrongen en bijzonder belachelijk. Welke waarheidsprincipes er ook worden gecommuniceerd, wanneer die hen bereiken, veranderen ze in een enkele zin, een enkele manier van handelen. Het wordt een formaliteit, een ritueel, een regel. Het is niet slechts een kwestie van het op een eenzijdige manier vatten van de waarheidsprincipes; hun begrip is veeleer bijzonder belachelijk en absurd. De manier waarop dit type persoon de waarheid vat, lijkt bijzonder onhandig en idioot. In hoeverre is het idioot? In die mate dat mensen niet eens medelijden met hen voelen, maar juist regelrechte walging, niet weten of ze moeten lachen of huilen, en volkomen sprakeloos zijn. De dingen zijn al in zo’n mate uitgelegd dat het overbodig is om nog meer te zeggen. Verdere woorden zouden alleen maar dwaas zijn. Het heeft geen zin om met deze mensen over de waarheidsprincipes te blijven praten. Wat ze ook aanpakken, zelfs de kleinste kwestie in het dagelijks leven, ze doen het op zo’n abnormale, belachelijke en verwrongen manier. Ze zijn niet in staat om zaken binnen de grenzen van de menselijke rede te bekijken en af te handelen. Hun perspectief op alles is zo koppig en zo belachelijk. De opvattingen die ze over welke kwestie dan ook zouden kunnen uiten, zouden je nadat je ze hebt gehoord een leven lang doen walgen. Als je toevallig aan het eten was terwijl je ze hoorde, zou je misschien wel ter plekke overgeven. Zeg Mij, hoe verwrongen moeten ze wel niet zijn? Dit is een van de voornaamste kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren; ze zijn koppig en belachelijk. Vanuit het perspectief van menselijkheid is deze koppigheid en belachelijkheid voornamelijk een gebrek aan normaal denken van menselijkheid. Ze zijn niet in staat om enige kwestie te overwegen volgens het normale denken van menselijkheid. Ze zijn extreem, hebben de neiging tot verwrongenheid en zijn koppig. Hoe je ook communiceert over de waarheid, objectieve feiten of specifieke situaties, ze klampen zich stevig vast aan hun redenering en weigeren die los te laten. Ze denken: ‘Ik heb de rede aan mijn kant, en ik heb je niets gegeven wat je tegen me kunt gebruiken. Ik blijf me gewoon aan deze redenering vastklampen, en het zal de waarheid worden. Niets van wat je zegt zal enig nut hebben!’ Dit is een van de kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren; hun begrip is verwrongen.

II. Het tweede kenmerk: verdoofdheid

Een andere uiting van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren is dat ze bijzonder verdoofd zijn wanneer ze met veel mensen, gebeurtenissen en dingen worden geconfronteerd. Niet alleen bekijken ze zaken op een koppige en verwrongen manier, ze kunnen ook helemaal niet waarnemen wat de aard, essentie of grondoorzaak is van wat er zich ook maar voordoet, en welke invloed of gevolgen het kan hebben. Ze kunnen deze dingen nog steeds niet waarnemen en blijven er niets van afweten, zelfs wanneer sommige mensen al bepaalde dingen hebben gezegd of gedaan, of bepaalde tekenen en aanwijzingen hebben onthuld. Het is alsof het dwazen zijn. Tegen de tijd dat ze die wel waarnemen, is de zaak al afgesloten en zijn de gevolgen al ingetreden. Zelfs na het horen van zoveel waarheden weten ze niet en kunnen ze niet aanvoelen wat voor soort mensen degenen om hen heen zijn, wat hun essentie is, of waartoe ze in staat zijn. Sommige mensen zeggen dingen die duidelijk problematisch zijn, en toch kunnen ze het niet aanvoelen. Wanneer bijvoorbeeld sommige mensen opscheppen, praatjes hebben, pronken en met zichzelf te koop lopen, is dit duidelijk een onthulling van een arrogante gezindheid, en toch kunnen mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren het probleem niet waarnemen. In plaats daarvan denken ze dat deze mensen bekwaam zijn, bewonderen ze hen en kijken ze naar hen op, en willen ze zulke mensen daarna zelfs volgen. Dit toont aan dat ze verdoofd zijn. Duidelijk kwaadaardige mensen en slechte daden, duidelijke onthullingen van verdorven gezindheden, de richting die de dingen duidelijk opgaan; zulke mensen kunnen niets van dit alles waarnemen. Ze weten niet wat de essentie van de zaak is, of wat de wortel van het probleem is; ze kunnen het helemaal niet aanvoelen, ze hebben er niet eens een besef van. Ze zijn wat we vaak ‘lijken zonder geest’ noemen. Dit type persoon schiet nog meer tekort als het gaat om zaken die de waarheidsprincipes betreffen. Je zegt hun volgens welk principe ze moeten praktiseren, maar ze begrijpen het niet; ze leren alleen de regels uit hun hoofd waaraan ze verondersteld worden zich te houden. Ze kunnen de principes waarover je communiceert niet begrijpen, die gaan hun pet te boven. Je wijst op een bepaalde gesteldheid die ze hebben, die een uiting is van hun onthulling van een verdorven gezindheid, maar ze denken dat je het over iemand anders hebt. Zelfs als ze mondeling toegeven dat ze ook dit soort verdorven gezindheid hebben, herkennen ze niet welke woorden ze hebben gesproken of welke handelingen ze hebben verricht die overeenkomen met deze gesteldheid of deze uiting. Ze begrijpen het niet en weten niet waar je het over hebt. Wanneer ze tijdens bijeenkomsten communiceren over de waarheid, en anderen al zijn overgegaan naar het volgende onderwerp, brengen zij het gesprek alsnog terug op het eerdere onderwerp. Is dit niet traag van begrip en verdoofd zijn? Wanneer anderen spreken, kunnen ze het niet bijhouden, niet omdat hun denken het niet kan bijhouden, maar omdat hun kaliber onvoldoende is en tekortschiet. Wanneer bepaalde kwaadaardige mensen proberen hen te bedriegen, met hen te spelen of hen te kwellen, kunnen ze dat niet aanvoelen, maar behandelen ze de kwaadaardige mensen in plaats daarvan als broeders en zusters en gaan ze nauw met hen om, en pas nadat ze door hen zijn geschaad, beseffen ze dat ze om de tuin zijn geleid. Dan denken ze: ‘Wat ben ik dwaas! Ik weet niet hoe ik mensen moet beoordelen, ik weet niet hoe ik mensen moet onderscheiden! Deze keer heb ik echt mijn lesje geleerd. Voortaan zal ik niemand meer vertrouwen, ik zal alleen mezelf vertrouwen. Dat is de hoogste wijsheid!’ Nadat ze één keer zijn bedrogen, geloven ze dat ze inzicht hebben gekregen en denken ze zelfs dat ze nu slimmer zijn, waarbij ze van het ene uiterste in het andere vervallen. Mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren zijn verdoofd voor elke kwestie. Eén zo iemand had bijvoorbeeld de leiding over veeteelt en beplanting. Op een dag daalde de temperatuur en zei Ik tegen hem: “Vannacht wordt het min vijf graden. Moet er niet worden gezorgd voor die planten en dieren die niet tegen de kou kunnen?” Nadat hij dit had gehoord, antwoordde hij: “Ik heb een gewatteerde jas en ik slaap ’s nachts met een dekbed en een deken, dus ik zal het niet koud hebben.” Begreep hij wat Ik bedoelde? Op basis van dit antwoord duidelijk niet. Is dit niet verdoofd zijn? (Ja.) Als Ik had gezegd: “Vannacht wordt het min vijf graden. Als de bloemen op de binnenplaats staan, zullen ze doodvriezen. De dieren die gevoelig zijn voor de kou en de zwakke dieren moeten in schuren worden gehouden. Je moet een extra gordijn voor de deur hangen en eventuele tochtige plekken in de schuren dichten.” Nadat hij dit had gehoord, zou hij even hebben nagedacht en hebben gedacht: ‘O, U had het over de dieren en planten. Zou het dan niet prima zijn om de bloemen gewoon naar binnen te verplaatsen? Er zijn zoveel dieren, en U heeft niet gezegd welke gevoelig zijn voor de kou en welke niet, welke naar binnen moeten worden gebracht en welke niet.’ Inderdaad, Ik was niet specifiek, maar kun je niet volgens principes handelen? Je beseft niet eens dat bloemen die in de winter buiten blijven staan kunnen doodvriezen, en als Ik je niet opdraag deze dingen te doen, doe je ze niet. Wat voor probleem is dit? Is dit niet verdoofd zijn? (Ja.) Dit toont aan dat hij verdoofd is. Het is bijvoorbeeld zonnig buiten en er hangen kleren op de binnenplaats te drogen, en iemand zegt: “Het ziet ernaar uit dat het vanmiddag zou kunnen regenen. Zullen de kleren die buiten hangen te drogen nat worden?” Deze woorden bevatten een vleugje van een herinnering. Een persoon met normaal menselijk denken zou dit horen en overpeinzen: ‘Ik moet opletten, als de lucht bewolkt raakt, haal ik de kleren snel naar binnen.’ Maar degenen die niet het denken van normale menselijkheid bezitten, zullen zich hier niet van bewust worden. Wanneer je zegt dat het vanmiddag gaat regenen, horen ze dit en denken ze: ‘Wat heeft het voor zin om dat te zeggen? Het heeft niets met mij te maken. Ik zal binnen zijn, dus ik zal niet nat worden als het regent. Trouwens, wat kan ik eraan doen als het regent? Het heeft geen zin om me dit te vertellen!’ Ze beseffen simpelweg niet waarom hun dit wordt gezegd of waarom deze kwestie ter sprake wordt gebracht. Hoe moet je dan tegen hen praten zodat ze het daadwerkelijk begrijpen? Je moet tegen hen zeggen: “Het gaat vanmiddag zo en zo laat regenen. Voordat het regent, wanneer je ziet dat de lucht bewolkt raakt, moet je de kleren snel naar binnen halen. Als je dat niet doet, worden ze nat en moeten ze opnieuw worden gewassen. Ga bij het binnenhalen van de kleren ook na of er nog iets anders op de binnenplaats is dat niet nat mag worden of niet aan regen mag worden blootgesteld, en breng dat ook naar binnen.” Op deze manier moet je hen instrueren. Als je hen niet op deze manier instrueert, zullen ze niet beseffen dat ze de kleren naar binnen moeten halen, of dat ze andere spullen moeten binnenhalen die niet nat mogen worden. Ze zullen deze dingen niet doen. Waarom niet? Omdat ze te verdoofd zijn, het denken van normale menselijkheid niet bezitten en niet aan de norm van normale menselijkheid voldoen. Dat wil zeggen: hun intelligentie en kaliber halen de norm van normale menselijkheid niet. Zo zijn mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren. Wanneer Ik zo iemand vraag iets te doen, moet Ik hem, hoewel Ik hem al meerdere keren heb geïnstrueerd en hij het al vele malen eerder heeft gedaan, toch opnieuw instrueren. Als Ik hem niet instrueer, zal hij niet beseffen wat er gedaan moet worden en niet in staat zijn het te doen. Telkens wanneer hij dit soort taken tegenkomt, moet je hem dus precies zeggen wat er gedaan moet worden en hoe hij het moet doen, en hem bij elke stap in het proces instrueren. Als je ook maar één ding weglaat, zal hij dat ding niet doen, of mogelijk zelfs de hele boel verpesten. En als je dan op zijn problemen wijst, zal hij reageren met een hoop kromme argumenten en weer moedwillig onredelijk beginnen te doen. Dit is een uiting van verdoofd zijn.

Dit kenmerk van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren, hun spirituele apathie, is heel duidelijk. Bijvoorbeeld, door communicatie over de waarheid begrijpen ze wat betreft doctrine hoe ze moeten onderscheiden of een kerkleider werkelijk werk verricht, of hij een leider is die aan de norm voldoet, of dat hij een valse leider of een antichrist is. Echter, als het erom gaat te onderscheiden in welke categorie hun eigen kerkleider valt, weten ze niet hoe ze hem moeten onderscheiden, zelfs niet wanneer ze getuige zijn van bepaalde uitingen van de kerkleider. Als je hen vraagt: ‘Verricht jullie kerkleider werkelijk werk?’, zeggen ze: ‘Ik zie dat hij elke dag druk bezig is met bijeenkomsten en rondrent om dingen te organiseren, hij heeft boeken uitgedeeld aan de broeders en zusters, en hij heeft het evangeliewerk opgevolgd.’ Dan vraag je: ‘Hoe goed doet hij zijn werk dan? Is hij iemand die de waarheid nastreeft?’ Ze antwoorden: ‘Hij heeft zijn carrière en familie opgegeven. Zelfs toen zijn ouders op bezoek kwamen, had hij het te druk met het vervullen van zijn plicht om hen te zien. Hij moet dus wel iemand zijn die de waarheid nastreeft, toch?’ Ze kijken alleen naar deze uiterlijke uitingen van de kerkleider; maar hoeveel slechte dingen de leider in het geheim ook doet, zelfs als ze die zien, identificeren ze die niet als een probleem, ze weten niet dat het een probleem is. Ongeacht hoeveel van dit soort dingen er voor hun neus gebeuren, het is gewoon alsof ze helemaal niets hebben gezien, alsof ze niet onder de mensen leven maar in een heel andere wereld. Zijn zulke mensen niet buitengewoon spritueel apathisch? (Ja.) Dit is spiritueel apathisch zijn. Wanneer ze iemand tegenkomen die het werk van boze geesten heeft, die altijd aandacht besteedt aan bovennatuurlijke zaken en altijd praat over dingen die hij aanvoelt, en altijd dingen zegt als: ‘Ik heb een stem gehoord, God heeft me verlicht, God heeft me geïllumineerd, God heeft me begeleid, God heeft weer iets in mij geopenbaard’, denken spiritueel apathische mensen: ‘Hij heeft God werkelijk lief. Hij heeft openbaringen ontvangen, waarom ik niet?’ Ze beseffen simpelweg niet dat dit het werk van boze geesten is. Pas wanneer die persoon op een dag plotseling gek wordt, een enorme scène schopt waar iedereen bij is, over de grond rolt en naakt door de straten rent, zien ze eindelijk in dat dit een boze geest is. Eigenlijk waren er, voordat die persoon gek werd, al veel aanwijzingen, en deze uitingen waren voldoende geweest om hem te typeren als iemand die het werk van boze geesten heeft en voldoende om hem al in een vroeg stadium aan te pakken door hem te verwijderen. Maar ze zijn spiritueel apathisch, kunnen deze dingen niet waarnemen en beseffen niet welke gevolgen het met zich mee kan brengen om zo iemand in de kerk te laten blijven. Kan dit niet tot rampen leiden? Sommige boze geesten en kwaadaardige demonen gaan zelfs zover dat ze mensen kwaad doen, en toch kunnen spiritueel apathische mensen hen nog steeds niet zien voor wat ze zijn. Ze geloven zelfs dat zulke individuen God werkelijk liefhebben en dat ze vol ijver zijn, vaak tot laat in de nacht opblijven om Gods woorden te lezen en lofzangen te leren, dagenlang niet eten of slapen en zich toch niet moe voelen. Hoewel dit duidelijk abnormaal is, beweren ze dat het liefde voor God is. Zijn ze niet veel te spiritueel apathisch? Spiritueel apathische mensen kunnen ten eerste zaken niet doorzien; ze zijn niet in staat om verder te kijken dan oppervlakkige verschijnselen om tot de essentie van kwesties door te dringen. Daardoor is het voor hen erg moeilijk om welke kwestie dan ook accuraat te typeren. Bovendien hebben spiritueel apathische mensen geen normale manieren van denken of het vermogen om dingen te identificeren, dus blijven ze zich volkomen onbewust van veel dingen die om hen heen gebeuren. Zulke mensen kunnen meerdere jaren op een plek wonen, en toch, wanneer hen wordt gevraagd: ‘Hoe is het klimaat daar? Wat zijn de seizoenspatronen? Is het een comfortabele plek om te wonen?’, niet in staat zijn om te antwoorden. Ze zeggen: ‘Hoe het met het klimaat zit? Dat weet ik niet. Hoe dan ook, bloemen bloeien in april, de bladeren verkleuren en beginnen rond september of oktober van de bomen te vallen, en als de winter komt, is het tijd voor sneeuw.’ Als hen wordt gevraagd: ‘Wat zijn er voor plaatselijke gebruiken? Hoe zit het sociale systeem in elkaar? Is er rassendiscriminatie? Hoe is het beleid van de overheid? Hoe behandelen ze mensen die ergens vandaan komen?’, zijn ze volkomen onwetend, staren ze stomverbaasd voor zich uit en kunnen ze niets zeggen. Zelfs als het gaat om de belangrijkste kwestie, d.w.z. de houding van de overheid ten opzichte van religieus geloof, kunnen ze niets zeggen en antwoorden ze alleen maar: ‘Tja, we wonen daar en de overheid bezorgt ons nooit last.’ Het zijn net houten poppen, zich volkomen onbewust van alles. Dit is extreme spirituele apathie. Er zijn ook mensen die zeggen dat ze het te druk hebben met het vervullen van hun plicht en geen tijd hebben om deze dingen uit te zoeken. Is dit niet gewoon een excuus? (Ja.) Dit is duidelijk een excuus. Vereisen zulke eenvoudige dingen bewuste aandacht en het bijhouden van een administratie? Nee, dat vereisen ze niet. Als je het denken van normale menselijkheid bezit, zou je, nadat je meer dan drie jaar op een plek hebt gewoond, in wezen het plaatselijke klimaat, de gebruiken, de levensstijlgewoonten, de situatie met betrekking tot religieus geloof, en het beleid van de overheid en haar houding ten opzichte van mensen die ergens anders vandaan komen, moeten begrijpen. Je zou deze informatie niet speciaal hoeven te leren, uit te zoeken of te verzamelen, je zou het gewoon weten. Iedereen met het denken van normale menselijkheid zou deze dingen heel natuurlijk kunnen vatten. Als je zelfs niet in staat bent om de kwesties te vatten en helder te zien die normale mensen kunnen vatten en helder kunnen zien, wat geeft dit dan aan? Het geeft aan dat je niet het denken of de rationaliteit van normale menselijkheid bezit en dat je niet aan de norm van normale menselijkheid voldoet. De fundamentele reden dat dit type persoon niet aan de norm van normale menselijkheid voldoet, is dat ze niet gereïncarneerd zijn uit mensen, maar uit dieren. Begrijpen jullie dat? (Ja.) Als iemands kenmerk van spirituele apathie heel duidelijk is, spreekt dit boekdelen over het probleem.

Wat hebben jullie begrepen uit onze zojuist gehouden communicatie met betrekking tot de kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren? Hebben jullie een feit opgemerkt; dat zowel een verwrongen begrip als spirituele apathie, deze twee kenmerken, heel duidelijk aanwezig zijn in deze categorie mensen? (Ja.) Waarom hebben deze mensen deze twee uitingen? Wat ontbreekt er aan hun menselijkheid? (Normaal denken.) Dat is enigszins passend; ze bezitten geen menselijke intelligentie. Oppervlakkig gezien lijkt het alsof deze mensen een slecht kaliber hebben. Hoe slecht is het precies? Ze hebben de neiging tot verwrongenheid en zijn spiritueel apathisch. Als het gaat om sommige kwesties die mensen met normale menselijkheid vaak tegenkomen en zelfstandig kunnen afhandelen en oplossen, schieten ze tekort en kunnen ze die niet oplossen, waardoor ze erg kinderachtig, belachelijk en onvolwassen overkomen. Ernstiger nog, sommigen van deze mensen hebben niet het vermogen om zelfstandig te overleven, ze kunnen niet in hun eigen levensonderhoud voorzien, en of ze nu uit werken gaan of wat voor baan dan ook aannemen, ze zijn er niet toe in staat. Waar ze ook heen gaan, werkgevers willen hen niet of ontslaan hen. Bovendien is het belangrijkste dat ze, wanneer ze worden geconfronteerd met verschillende kwesties in het kader van hun eigen leven, zoals veelvoorkomende kwesties in het leven en zelfs enkele triviale zaken, ze deze niet goed kunnen afhandelen. Ze kunnen zelfs een puinhoop maken van een heel eenvoudige kwestie; ze passen altijd alleen maar blindelings regels toe. De methoden en benaderingen die ze gebruiken om dingen af te handelen zijn buitengewoon idioot en onhandig; ze bezitten niet de methoden en middelen die een volwassene zou gebruiken om met dingen in de wereld om te gaan. Dit maakt het heel duidelijk dat ze geen menselijke intelligentie bezitten. Bijvoorbeeld, zo iemand krijgt een ziekte en voelt zich voortdurend onwel. Hij zoekt wat informatie op, en daarin staat dat het een ernstige aandoening of zware ziekte zou kunnen zijn; hij wordt doodsbang en haast zich naar het ziekenhuis voor een onderzoek. De dokter zegt: ‘Deze ziekte is zeer ernstig. Hij heeft een extreem hoog sterftecijfer. Als deze ziekte onbehandeld blijft, zal die verergeren en tot de dood leiden. Een operatie is de enige manier om dit te behandelen. Als je je niet laat opereren, heb je hooguit nog drie maanden te leven.’ Als ze dit horen, worden ze extreem bang en weten ze niet wat ze moeten doen. Zonder verdere onderzoeken te ondergaan om de diagnose te bevestigen, luisteren ze gewoon naar de dokter en besluiten ze zich te laten opereren. Voor de operatie vragen ze niet eens welke voorzorgsmaatregelen er genomen moeten worden, of er na afloop van de operatie nawerkingen zullen zijn. Ze weten niet eens dat ze deze vragen moeten stellen, ze laten zich gewoon door de dokter intimideren en gaan gehoorzaam op de operatietafel liggen. Uiteindelijk, na de operatie, voelen ze hier ongemak en daar ongemak, en zelfs het innemen van medicijnen helpt niet. Later horen ze van anderen dat deze ziekte geen operatie vereist, dat het niet echt een ernstige ziekte is, en dat het door lichaamsbeweging en het innemen van enkele gewone medicijnen geleidelijk zal verbeteren en niet zal voortschrijden of verergeren. Dokters doen soms, om geld te verdienen, alarmerende uitspraken om mensen bang te maken. De spiritueel apathische persoon heeft geen eigen ideeën en kan geen oordelen vellen; als ze horen wat de dokter zegt, schrikken ze zich wezenloos, en wanneer de dokter hun vertelt dat ze een operatie moeten ondergaan, gaan ze ermee akkoord. Wanneer zulke zaken hun overkomen, als er iemand in de buurt is die zijn eigen ideeën heeft, vastberaden is en de intelligentie heeft om hen te helpen dingen te beoordelen, zullen ze in staat zijn om omwegen te vermijden en zullen ze wat minder lijden. Maar als ze aan hun lot worden overgelaten om zulke zaken zelf af te handelen, vooral ernstige zaken, zullen ze ofwel in de ene of de andere richting afwijken, ze zullen ofwel worden bedrogen of worden geschaad; ze nemen altijd extreme maatregelen. Ze zijn simpelweg niet in staat om dingen in hun totaalheid af te wegen op basis van principes of algemeen gebruikte manieren en methoden voor het afhandelen van zulke zaken, en vervolgens de meest redelijke en rationele manier te vinden om ze te behandelen. Iedereen kan hen bedriegen, met hen spelen, hen beïnvloeden en hen misleiden. Sommige mensen vragen: ‘Hebben deze mensen geen eigen gedachten of meningen?’ Het is eigenlijk niet zo dat ze geen eigen gedachten of meningen hebben. Zie je, wanneer ze slechte daden begaan en foutieve en absurde argumenten spuien, zijn ze zeker eigenzinnig. Ongeacht wie er correcte dingen zegt, ze luisteren niet, en zelfs als iemand dingen zegt die correct zijn, zijn ze opstandig en volharden ze gewoon in hun foutieve en absurde, verdraaide argumenten. Maar als het erom gaat dat ze daadwerkelijk normaal verstand en normaal denken moeten gebruiken om zaken die zich in het dagelijks leven voordoen, onder ogen te zien en correct te benaderen en af te handelen, weten ze niet welke methode of procedure ze moeten gebruiken om die zaken af te handelen, weten ze niet hoe ze deze moeten benaderen, hebben ze geen manieren of methoden, en hebben ze geen eigen gedachten of meningen. Uiteindelijk kunnen ze alleen maar door anderen worden gemanipuleerd. Ze doen wat anderen hun opdragen. Niet de intelligentie van normale menselijkheid hebben is een kenmerk van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren. Dus waarom zijn ze in staat om te volharden in hun foutieve en absurde, verdraaide argumenten, en zijn ze zelfs in staat om die hardop uit te spreken en overal te verspreiden? Dit bewijst dat ze qua intelligentie niet in staat zijn te onderscheiden wat de waarheid is en wat een foutieve en absurde redenering is, wat in overeenstemming is met normale rationaliteit en wat niet. Ze kunnen geen onderscheid maken tussen deze dingen; daarom kunnen ze het niet aanvaarden en begrijpen ze het niet wanneer je een redenering deelt die correct is. Ze volharden gewoon in hun eigen verwrongen, verdraaide redenering en geloven dat die correct is. Welke methode iemand anders ook gebruikt om tegen hen te spreken, hoe goed of vol wijsheid hun manier van spreken ook is, degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren kunnen het niet in zich opnemen en begrijpen het niet. Het is gedaan met hen. Dit toont aan dat ze niet de intelligentie van normale menselijkheid bezitten. Zelfs bij de meest normale zaak in het dagelijks leven dringt het niet tot hen door wanneer je met hen redeneert; ze volharden in hun verdraaide redenering. Wanneer mensen dit zien, denken ze: ‘Waarom is deze persoon zo vreemd? Waarom is hij zo ongevoelig voor rede? Hij lijkt zowel op iemand met een psychische aandoening als op iemand die nog niet volwassen is. Waarom spreekt hij altijd op een kinderachtige manier?’ Maar hij is niet jong. Als hij vijftig of zestig is, is hij zo, en als hij tachtig wordt, is hij nog steeds zo. Hun hele leven zijn het mensen met een gebrekkige intelligentie; hun hele leven bezitten ze geen normaal menselijk denken of normale menselijke intelligentie. Dit is een kenmerk van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren. Is dit kenmerk duidelijk? (Ja.) Neem bijvoorbeeld een dwaze vrouw die er wel aardig uitziet. Nadat ze is verleid door een of andere louche schurk, gaan ze samenwonen. Die louche schurk flirt de hele tijd buiten de deur, maar als ze erachter komt, is ze niet boos. Wat haar betreft vindt ze het prima zolang hij haar maar goed behandelt. Later krijgt de louche schurk iets met iemand anders, maar als ze erachter komt, kan het haar niets schelen en blijft ze nog steeds met onwankelbare toewijding bij de louche schurk. Ze zegt zelfs: ‘Zolang hij me niet in de steek laat, vind ik het best.’ Iemand adviseert haar en zegt: ‘Hij is al zo diep gezonken, je zou niet meer met hem moeten omgaan.’ Ze zegt: ‘Nee, ik kan niet zonder hem. Hij houdt van mij en ik vind hem aardig!’ Zo iemand verdient het om bij deze louche schurk te blijven en een leven lang te lijden. Ze kan simpelweg niet onderscheiden wat een goed mens is of wat een fatsoenlijk mens is. Ze krijgt iets met een louche schurk en denkt zelfs dat hij werkelijk van haar houdt. De louche schurk zegt een paar lieve woordjes tegen haar en koopt wat lekker eten voor haar, en praat haar met zoete woordjes zomaar zijn armen in. Hij speelt met haar alsof hij met klei speelt. Wanneer hij achter haar rug om flirt en ze erachter komt, strijkt hij de boel met slechts een paar woorden glad en bedriegt hij haar, en ze kan het gewoon niet doorzien. Uiteindelijk eigent de louche schurk zich al haar eigendommen en haar huis toe en dumpt haar vervolgens. Ze vervloekt hem omdat hij geen geweten heeft, maar ze zegt gewoon niet dat ze is bedrogen omdat ze mensen niet kan doorzien. Waarom bedroog die louche schurk anderen niet, maar was hij wel in staat om haar te bedriegen? Is het niet omdat ze dwaas is? De voornaamste kenmerken van dit soort mensen zijn dat ze koppig en belachelijk zijn in hoe ze alles vatten en behandelen, en dat ze niet de intelligentie van normale menselijkheid bezitten. Daarom zeggen we dat ze gereïncarneerd zijn uit dieren. Omdat het dieren zijn, bezitten ze geen menselijke intelligentie. Het feit dat ze geen menselijke intelligentie bezitten, is voldoende om te bewijzen dat de essentie in hen niet de essentie van mensen is. Daarom kunnen ze niet omgaan met menselijke zaken of kwesties afhandelen en oplossen die normale mensen moeten kunnen afhandelen en oplossen. Zelfs als het gaat om hun benadering van dingen in hun eigen dagelijks leven; hun dagelijkse maaltijden, de basisbehoeften, evenals interpersoonlijke relaties en de omliggende omgeving, zijn ze ook erg spiritueel apathisch. Bovendien hebben ze, wanneer ze bepaalde zaken tegenkomen die ze onder ogen moeten zien en moeten afhandelen, niet de intelligentie van normale mensen, laat staan wijsheid natuurlijk. Wanneer ze met deze kwesties worden geconfronteerd, handelen ze die met grote moeite, grote uitputting en extreme onhandigheid af. Ze zijn zo oud en ze hebben al zo lang geleefd: hoe kunnen ze dingen op deze manier afhandelen? Waarom klinken de dingen die ze zeggen zo walgelijk en zo ongemakkelijk? Waarom praten ze niet als normale mensen? Ze hebben al zoveel jaren geleefd en hebben heel wat meegemaakt, en toch, hoe konden ze zich bij het afhandelen van zo’n eenvoudige zaak zo gedragen? Ze hebben niet eens de meest elementaire grenzen van menselijkheid of de meest fundamentele principes die mensen zouden moeten hebben.

III. Het derde kenmerk: verwardheid

Naast de twee kenmerken van een verwrongen begrip en spirituele apathie, hebben mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren nog een ander kenmerk, namelijk dat ze bijzonder verward zijn. Wanneer we in het verleden over de waarheid communiceerden, spraken we alleen over de grote lijnen en de richting, de communicatie was betrekkelijk algemeen. Wat de verschillende details van de waarheid betreft, daarover communiceerden we niet specifiek, maar bespraken we slechts enkele conceptuele uitspraken en inhoud. Gedurende deze jaren van communicatie is er over verschillende aspecten van de waarheid specifiek en in detail gecommuniceerd. Voor mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren geldt echter dat, wanneer ze luisteren naar de woorden die nu in de communicatie worden gesproken, ze denken dat deze min of meer hetzelfde zijn als wat er voorheen in de communicatie werd gesproken, en dat alleen de manier om dingen te verwoorden enigszins is veranderd, dat de inhoud wat overvloediger is geworden en de hoeveelheid communicatie aanzienlijk is toegenomen in vergelijking met voorheen. En dus vragen ze zich af hoe het komt dat ze, gedurende deze lange periode van luisteren, alleen maar steeds meer in de war raken. Ze hebben zoveel jaren naar preken geluisterd, maar ze hebben er niets goeds uit gehaald. Als het gaat om hoe men zich moet gedragen, hoe men anderen moet behandelen, hoe men zichzelf moet kennen, hoe men Gods werk moet ervaren om kennis van God te verwerven, en vooral hoe men God en Zijn woorden moet behandelen, zijn ze vanaf het begin niet in staat geweest deze dingen te begrijpen, en zelfs nu kunnen ze ze nog steeds niet begrijpen. Dit is geen lichte mate van verwardheid, maar een ernstige mate van verwardheid. Hoe specifiek de verschillende aspecten van de waarheid ook worden uitgelegd, ze gooien ze allemaal op één hoop. Wat ze vatten zijn slechts een paar leuzen en doctrines, zoals: ‘We moeten ons inzetten voor God, trouw zijn aan God en onze plichten goed vervullen!’ Ze klampen zich vast aan een paar regels, leuzen en theorieën, en denken dat ze de waarheid beoefenen. Hoe specifieker je communiceert, hoe verbijsterder ze raken, en hoe meer ze het gevoel hebben dat het hun pet te boven gaat, dat het voorheen beter was, toen de communicatie eenvoudig was. Bovendien, hoe gedetailleerder de uitleg, hoe meer moeilijkheden ze hebben: ‘Hoe kan ik zoiets gedetailleerds onthouden? Beoefenen was vroeger vrij eenvoudig. Hoe komt het dat er nu steeds meer uitspraken zijn, hoe meer we communiceren? Hoe komt het dat, hoe meer er wordt gezegd, hoe minder ik weet hoe ik moet beoefenen? Een plicht vervullen was vroeger vrij eenvoudig; het was gewoon dingen opgeven, je inzetten, rondrennen, veel het evangelie prediken en veel van God getuigen. Nu zijn de waarheden over het vervullen van een plicht in detail uitgelegd, evenals alle andere aspecten van de waarheid, maar hoe meer deze dingen worden uitgelegd, hoe minder ik deze dingen begrijp en hoe meer ze mijn pet te boven gaan.’ Hoe gedetailleerder de uitleg, hoe meer deze waarheden hun pet te boven gaan, dan zijn ze toch verward? Ze zijn ernstig verward, nietwaar? Hoewel verschillende aspecten van de waarheid in detail zijn uitgelegd, zijn ze nog steeds verbijsterd en altijd verward over enkele conceptuele en definiërende termen. Ze weten bijvoorbeeld niet en kunnen niet doorzien wat kwaadaardige mensen zijn of wat valse leiders zijn; ze weten ook niet wat goede menselijkheid is en wat slechte menselijkheid is, noch kennen ze het verschil tussen het beoefenen van de waarheidsprincipes en het vasthouden aan regels. Deze specifieke kwesties zijn allemaal een warboel voor hen. Ze begrijpen zelfs deze conceptuele dingen niet, hun denken is wanordelijk. Bovendien kunnen ze, wat ze ook doen, de principes niet vinden, ze hebben geen stappen om te volgen, geen concrete plannen, en ze weten niet welke methoden ze moeten gebruiken of welke resultaten ze moeten bereiken; ze kunnen ook niet helder zien welke gevolgen een bepaalde manier van handelen met zich mee zal brengen. In hun gedachten denken ze: ‘Waarom zou ik de moeite nemen me met deze dingen bezig te houden? Als ik niet weet hoe ik iets moet doen, doe ik het gewoon blindelings. Hoe dan ook, zolang mijn hart oprecht is jegens God, is dat genoeg.’ Zie je, zulke mensen zijn ongelooflijk verward, nietwaar? Ze geloven al vele jaren in God, maar toch weten ze niet welke aspecten van de waarheid ze zijn gaan begrijpen, noch weten ze of ze de waarheid hebben beoefend. Wanneer hun wordt gevraagd of ze ingang in het leven hebben, zeggen ze: ‘Tja, ik geloof al vele jaren in God en heb mijn familie verlaten.’ Al deze dingen zijn hen onduidelijk; dit is ernstig verward zijn. Tijdens het zingen en dansen op bijeenkomsten zijn ze vol energie, maar wanneer het tijd is voor preken en communicatie over de waarheid, worden ze soezerig, komt Klaas Vaak langs en vallen ze misschien zelfs in slaap. Als het gaat om het verrichten van werk, zijn ze bereid zich in te spannen, en zeggen ze: ‘Laten we onze plichten goed vervullen en God onze trouw aanbieden!’ Maar als het gaat om het communiceren over de waarheid, als je hun vraagt: ‘Heb je de laatste tijd nog iets verworven? Heb je onderkend welke verdorven gezindheden je hebt onthuld? Heb je, na ze te hebben onderkend, een pad gevonden om ze op te lossen?’, reageren ze: ‘Geen idee. Ik heb ze een beetje onderkend, maar ik weet niet of wat ik heb onderkend juist is of niet. Hoe dan ook, ik ben gewoon doorgegaan en heb zo gepraktiseerd, maar ik weet niet of het juist is of niet.’ Ze kunnen niets doorzien, en hun geest is warrig en onduidelijk. Ze weten niet waar ze bedreven in zijn, noch weten ze waar ze tekort in schieten. Tijdens communicatie over het leren onderkennen van verdorven gezindheden, geven ze toe dat ze verdorven gezindheden hebben, dat ze ook liegen, en zich soms slinks gedragen en laks zijn. Maar wanneer ze met werkelijke situaties worden geconfronteerd, als je hun vraagt: ‘Waarom gedroeg je je slinks en was je laks? Waarom hield je je bezig met bedrog?’, zeggen ze: ‘Dat deed ik niet! Ik heb het niet expres gedaan, ik dacht dat dit de gepaste manier was om het te doen, dus heb ik het zo gedaan.’ Stel dat iemand hen ontmaskert en zegt: ‘Je dacht dat het op die manier doen gepast was, maar zaten er persoonlijke bedoelingen of plannen in je? Weet je hoe je over jezelf moet nadenken? Weet je welke gevolgen die manier van doen met zich mee zal brengen?’ Ze reageren met: ‘Zolang ik maar geen slechte bedoelingen had, is het goed.’ ‘Is geen slechte bedoelingen hebben hetzelfde als handelen in overeenstemming met de waarheidsprincipes?’ ‘Geen idee.’ Ze weten helemaal niets. Ze hebben naar zoveel waarheden en zoveel communicatie geluisterd, en in hun dagelijks leven zijn ze allerlei kwesties tegengekomen die betrekking hebben op de waarheid, maar elke waarheid blijft onduidelijk en vaag voor hen. Ze kunnen niet onderscheiden welke dingen waarheden zijn en welke dingen niet, noch weten ze hoe ze de waarheid moeten beoefenen wanneer ze met situaties worden geconfronteerd. Het is hen onduidelijk of hun handelingen en gedragingen in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, en ze doen de dingen gewoon op de manier die zij goed vinden. Is dit niet verward zijn? (Ja.) Ze hebben geen principes in wat ze ook doen, noch hebben ze principes in hoe ze wie dan ook behandelen. Bijvoorbeeld, als het gaat om de behandeling van kwaadaardige mensen is het zo dat sommige kwaadaardige mensen bepaalde sterke punten of professionele vaardigheden hebben, en voorlopig nog dienst kunnen doen. Zulke mensen kan dan worden toegestaan om dienst te doen. Maar sommige mensen kunnen dit gewoon niet bevatten: ‘Heeft God geen afkeer van kwaadaardige mensen? Waarom worden ze dan nog steeds gebruikt?’ Wanneer je met hen communiceert dat dit wijsheid is en ook een principe, overdenken ze het en denken ze: ‘Wat voor principe? Is dit niet gewoon mensen bedriegen? Is dit niet mensen uitbuiten?’ Dit is hoe zij het opvatten. Zeg Mij, hebben zij het denken van normale menselijkheid? Ze weten niet hoe ze de principes moeten identificeren die nodig zijn om te handelen naar de werkelijke omstandigheden. Kunnen ze het niveau van normale menselijke intelligentie bereiken? (Nee.) Mensen met het denken van normale menselijkheid en met normale intelligentie kunnen deze zaak allemaal begrijpen en vatten, maar mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren kunnen zelfs deze eenvoudige zaak niet vatten. Hoe zouden ze de waarheid dan ooit kunnen begrijpen? Eén ding dat ze vaak zeggen is: ‘De vorige keer zei je dat-en-dat over deze zaak. Waarom zeg je nu iets anders? Jouw woorden zijn onbetrouwbaar. Hoe kun je ze zomaar op elk moment veranderen?’ Ze weten niet dat de status van deze zaak nu anders is, dus de aanpak om ermee om te gaan moet ook veranderen. De principes en doelen blijven echter hetzelfde. Het is alleen zo dat de methode om de zaak aan te pakken is veranderd. Deze wordt aangepast aan de specifieke omstandigheden, waarbij men zich aanpast en reageert wanneer dat nodig is op basis van de status van deze zaak, om zo betere resultaten te bereiken. Wanneer mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren dergelijke zaken tegenkomen, kunnen ze die niet doorzien. Ze geloven dat de waarheidsprincipes regels zijn, en dat je je daar te allen tijde aan moet houden zonder iets te veranderen. Dus wanneer je, op basis van de waarheidsprincipes, de methode om iets te doen aanpast, vatten of begrijpen ze dit niet, en kunnen ze het niet aanvaarden. Sommigen van hen veroordelen je misschien zelfs en zoeken iets om tegen je te gebruiken. Innerlijk kunnen ze nergens helder de essentie of aard van zien. Hun gedachten zijn warrig. Wanneer ze iets bekijken, passen ze er gewoon regels op toe; ze weten nooit hoe ze het moeten afmeten op basis van de waarheidsprincipes, noch weten ze hoe ze verschillende methoden moeten toepassen om het op te lossen en erop te reageren op basis van de wet van de ontwikkeling ervan. Bij mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren is dit kenmerk van verwarring heel duidelijk, nietwaar? (Ja.)

Mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren zijn niet in staat anderen te onderscheiden. Wanneer ze iemand zien die vrij eerlijk spreekt maar de dingen op een ietwat slinkse manier doet, kunnen ze niet doorzien wat voor soort persoon hij eigenlijk is, of hij daadwerkelijk iemand is die de waarheid nastreeft. Wanneer ze worden geconfronteerd met complexe situaties die dialectisch denken vereisen, zijn ze verbijsterd en niet in staat deze te doorgronden, en weten ze niet hoe ze die moeten peilen. Ze zijn verward in hun denken; hun denken is een warboel, en ze kunnen hun eigen gedachten nooit op een rijtje zetten. Hoe vaak je hun de principes ook vertelt, ze weten niet hoe ze de waarheidsprincipes moeten toepassen om verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen te onderscheiden. Bijvoorbeeld, als het gaat om het rapporteren van problemen, kunnen ze de dingen niet accuraat rapporteren op basis van de werkelijke situatie. Sommige leiders zijn in staat om enig werkelijk werk te verrichten, maar in bepaalde gevallen kunnen er wat afwijkingen zijn in de uitvoering van hun werk, en kunnen ze enkele onthullingen van verdorven gezindheden vertonen; wat betreft hun menselijkheid en werkvermogen voldoen ze echter in wezen aan de norm. Toch kijken sommige verwarde mensen niet naar het feit dat deze leiders werkelijk werk kunnen verrichten, noch kijken ze naar de verdiensten van hun menselijkheid. In plaats daarvan pikken ze er uitsluitend hun gebreken, tekortkomingen en enkele onbeduidende, kleine kwesties uit om te rapporteren. Daarentegen zijn die ware antichristen en kwaadaardige mensen, die mensen die grote wandaden begaan, niet in staat om enig werkelijk werk te verrichten en spreken ze alleen woorden en doctrines om anderen te misleiden. Ze doen uiterlijk dingen met veel tamtam, maar in werkelijkheid voldoet hun menselijkheid niet aan de norm en is het pad dat ze hebben gekozen verkeerd; hun menselijkheid is die van kwaadaardige mensen en antichristen, en het pad dat ze bewandelen is dat van antichristen, van het niet nastreven van de waarheid. Toch kunnen deze verwarde individuen deze dingen niet doorzien. Ze zien dat deze mensen een grote vertoning opvoeren wanneer ze hun werk doen en nemen aan dat ze talent voor leiderschap en organisatorische vaardigheden hebben, dat ze het werk goed kunnen doen. Ze weten niets van de resultaten die hun werk daadwerkelijk oplevert, of ze berouw hebben getoond en veranderd zijn, of dat hun menselijkheid aan de norm voldoet. Zelfs als ze door de antichristen worden misleid en beheerst, zullen ze zich daar niet van bewust zijn; ze zullen de antichristen volgen en gehoorzamen, maar nog steeds geloven dat ze God volgen, dat ze het evangelie prediken en van God getuigen. In werkelijkheid zullen de antichristen de controle over hen al lang hebben overgenomen; ze zullen niet in God geloven maar mensen volgen, duivels en Satans volgen, en toch zullen ze dit niet weten. Innerlijk zullen ze al lang van duisternis vervuld zijn, en zullen ze Gods aanwezigheid al lang verloren hebben en het werk van de Heilige Geest al lang verloren hebben. Omdat ze erg spiritueel apathisch zijn, omdat hun begrip verwrongen is, en omdat ze geen waarheidsprincipes begrijpen, kunnen ze de dingen niet doorzien en zijn ze niet in staat mensen te onderscheiden. Niet alleen rapporteren ze geen problemen of zorgen ze er niet voor dat antichristen worden verwijderd, maar ze verdedigen hen zelfs. Daarentegen, als het gaat om leiders en werkers die werkelijk in staat zijn om enig werkelijk werk te verrichten: als ze kleine tekortkomingen of kleine problemen opmerken, staan ze erop deze te rapporteren en aan de orde te stellen, zelfs als het geen principekwesties zijn. Ze zijn ernstig verward! Ze kunnen geen enkele principekwestie doorzien. Zelfs als het erom gaat met wie ze in het dagelijks leven moeten omgaan, van wie ze hulp en voordelen kunnen verkrijgen, of bij wie ze uit de buurt moeten blijven, kunnen ze deze dingen niet onderscheiden of doorzien. Sommigen van hen staan op zeer goede voet met niet-gelovigen en ongelovigen, en denken dat deze mensen kennis hebben, kaliber hebben en hen dus kunnen helpen, en dat ze zeer de moeite waard zijn om mee om te gaan. Ze prijzen degenen die ze verafgoden zelfs regelmatig, en zeggen hoe bekwaam ze zijn en hoeveel aanzien ze hebben. Ze aanbidden duivels als afgoden. Is dit niet verward zijn? (Ja.)

Waar verwijst verward zijn specifiek naar? (Een slecht kaliber hebben.) Dat is in algemene zin. Specifiek betekent verward zijn dat iemand geen accurate gedachten en gezichtspunten heeft om wat dan ook te onderscheiden, en dat hij bij het bekijken van wat dan ook geen principes of basis heeft, en zijn kijk erop verward is. Dit is één aspect. Bovendien kunnen mensen van dit type geen goed van kwaad en zwart van wit onderscheiden; ze zien negatieve dingen vaak aan voor positieve dingen en noemen positieve dingen negatief. Ze kunnen niet onderscheiden wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld: ‘De god waarin jullie geloven is maar een mens.’ Ze overdenken dit en zeggen: ‘Nee, dat klopt niet. Degene in wie ik geloof is god. Als hij maar een mens was, hoe zou hij dan de waarheid kunnen uitdrukken? Degene in wie ik geloof is god, daar ben ik zeker van.’ Op dit punt zijn ze niet verward. Maar wanneer iemand zegt: ‘De god waarin jullie geloven is er met een hoop geld vandoor gegaan en naar de VS gevlucht om er daar op los te leven’, raken ze verbijsterd en worden ze misleid. Als iemand met verstand deze woorden zou horen, zou hij onderscheiden dat dit een verzonnen gerucht is. Hoe kan je dit ‘er met een hoop geld vandoor gaan’ noemen? Bij de douane ondergaat iedereen een strenge controle, en het bedrag aan contant geld dat ieder mens mag meenemen is aan regels gebonden. Zou het meenemen van dat kleine beetje geld tellen als ‘er met een hoop geld vandoor gaan’? Bovendien, wiens geld is het? Als iemand het geld van anderen had verduisterd of in beslag had genomen, dan zou dat ‘er met een hoop geld vandoor gaan’ zijn. Maar als het zijn eigen geld is, kan dat dan ‘er met een hoop geld vandoor gaan’ worden genoemd? Dat is niet ‘er met geld vandoor gaan’, maar op een normale manier geld bij zich hebben. Dit is één aspect. Verder, wat betekent ‘ervandoor gaan’? Als een voortvluchtige ontsnapt na het plegen van een misdaad, noemt men dat ‘ervandoor gaan’. Heeft de vleesgeworden Christus een misdaad begaan? Hij heeft eenvoudigweg vele waarheden uitgedrukt en Zijn oordeelswerk op het vasteland van China uitgevoerd, waarbij Hij een groep mensen heeft gewonnen die Hem volgden, en hiervoor heeft Hij de wrede onderdrukking en waanzinnige arrestaties van de CCP ondergaan. Uiteindelijk had Hij geen andere keuze dan enkele mensen het land uit te leiden om Gods werk in het buitenland voort te zetten. Hoe kan dat ‘er met een hoop geld vandoor gaan’ worden genoemd? Het was een normale reis, waarbij Hij op een volkomen normale manier door de douane ging en op volkomen normale manier het vliegtuig naar de Verenigde Staten nam. Hij verliet het land omdat Hij door de CCP werd opgejaagd, zonder een plek om te rusten en zonder een plek om te verblijven. Onder de dictatoriale heerschappij van de CCP is er niet alleen geen godsdienstvrijheid, maar leidt het geloof in God ook tot arrestatie en vervolging; wat Christus betreft, die de waarheid uitdrukt om de mensheid te redden: als Hij gepakt zou worden, zou Hij de doodstraf en kruisiging tegemoetzien. Het was alleen uit de behoeften van het werk dat Christus ervoor koos naar een democratisch en vrij land te gaan, en Hij verkreeg via de normale kanalen een paspoort en visum voordat Hij in de Verenigde Staten aankwam. In de VS heeft Hij geen vrienden of familieleden, is Hij onbekend met de omgeving en leidt Hij een gewoon leven, waarbij Hij eenvoudige, zelf-bereide maaltijden eet. Er is absoluut geen sprake van ‘erop los leven’. Is ‘erop los leven’ niet gewoon de bewoording van degenen met bijbedoelingen? Is het geen leugen? Christus leidt het leven van een gewoon mens in de VS: Hij eet gewone maaltijden thuis, dineert nooit in een chic restaurant om van een uitgebreide maaltijd te genieten, laat staan dat Hij ooit in een luxe hotel verblijft, en gaat zeer zelden op reis; gewoon wat rondreizen in de nabije omgeving is voldoende. Geen van deze dingen heeft enige speciale aantrekkingskracht voor Hem. Sommige mensen houden van eten en willen alles proeven wat ze nog niet eerder hebben gehad, en gaan zelfs zover dat ze voedsel laten aanvliegen, alleen maar om het te proeven. Heb Ik dat ooit gedaan? Nooit. Maar toch hebben sommige mensen met bijbedoelingen in dit opzicht van een mug een olifant gemaakt! Deze mensen zijn duivels. Ze zijn geboren als vijanden van God, en dat ze zich zo gedragen is hun aangeboren aard; ze vertrouwen voornamelijk op liegen om mensen te bedriegen en God te besmeuren. Dat ze duivels zijn, kan niet worden betwijfeld. Wat voor soort persoon is dan iemand die de leugens van deze duivels kan geloven? Natuurlijk moeten zij ook duivels zijn; alleen duivels geloven de woorden van duivels. Sommige mensen zeggen: ‘De christus waarin jullie geloven is er met een hoop geld vandoor gegaan’, en ze geloven en aanvaarden het onmiddellijk volledig. Sommige mensen zeggen: ‘De christus waarin jullie geloven is naar de VS gevlucht en leeft er daar op los, eet zoveel delicatessen dat hij niet meer kan, verblijft in luxe hotels, rijdt rond in luxe auto’s, met een privékok en bedienden, en gaat naar het buitenland om beroemde bezienswaardigheden te bezoeken. Hij besteedt al zijn tijd aan erop los leven.’ Zodra ze door Satan zijn gehersenspoeld, geloven deze verwarde mensen het onmiddellijk. Ik zeg dat zulke mensen aan Satan moeten worden overgeleverd. Ze zijn het niet waard om in God te geloven. Hoeveel preken ze ook hebben gehoord, ze begrijpen het gewoon niet, en ze kunnen deze geruchten nog steeds geloven. Zulke mensen zijn geen mensen. Als ze geen mensen zijn, wat zijn ze dan? Het zijn dieren. Hoewel het geen kwaadaardige mensen zijn, zijn ze ernstig verward, niet in staat om goed van slecht, positief van negatief, juist van onjuist, de waarheid van boosaardigheid en verwrongen redeneringen te onderscheiden. Zulke mensen moeten worden weggezuiverd. Als ze niet uit zichzelf vertrekken, moeten ze uit de kerk worden weggezuiverd. Ze moeten onmiddellijk de laan uit worden gestuurd, en we zullen hen met plezier uitzwaaien. De CCP heeft haar eigen manier om het verwijderen van mensen door de kerk te beschrijven, door te zeggen dat het verwijderen en verdrijven van mensen machtsvertoon is. Zie je, duivels en Satans zien elke zaak op zo’n belachelijke manier. Dit legt alleen maar bloot dat veel van de acties van de CCP worden uitgevoerd omwille van machtsvertoon; zodoende interpreteert ze de wegzuivering van mensen door de kerk als machtsvertoon. Ze neemt aan dat anderen op dezelfde manier denken als zij. Ze zal nooit begrijpen dat de kerk dit volledig doet op basis van de waarheid en Gods woorden. Het zuiveren van de kerk maakt deel uit van de bestuurlijke decreten van de kerk. Zijn duivels niet boosaardig? (Ja.) Ze zijn werkelijk boosaardig! En er zijn tal van verwarde mensen. Hoe boosaardig duivels ook zijn, verwarde mensen kunnen niet zien dat ze boosaardig zijn. Wanneer duivels geruchten over God verzinnen, God beledigen en God lasteren, geloven ze elk woord. Maar hoe echt en positief Gods woorden ook zijn, ze geloven ze niet. Hoeveel voordeel Gods woorden mensen ook brengen, ze kunnen het niet zien. Maar zodra Satan ook maar één woord spreekt, worden ze misleid en geloven ze het zonder meer. Men zou kunnen zeggen dat ze Satans soort zijn, maar Satan wil hen eigenlijk niet. Waarom? Omdat dwazen zoals zij, zulke complete idioten, zelfs voor Satan te dwaas zijn. Je bent niet in staat om ook maar iets te doen, dus het enige wat Satan doet is je misleiden zodat je niet in God gelooft en God verraadt. Satan wil niet iemand zoals jij. Wat zou je in vredesnaam kunnen? Heb je de vaardigheden om spionage uit te voeren? Je hebt niet eens menselijke intelligentie. Je zou je identiteit al onthullen voordat je drie zinnen had afgemaakt. Zelfs als je een spion voor de CCP zou willen zijn, zou de CCP je niet willen. Omdat je dwaas bent, verward, zo gemakkelijk te bedriegen, en je geen menselijke intelligentie bezit, kijkt zelfs Satan op je neer en wil hij je niet. Dus, wanneer Gods huis je vraagt je plicht te vervullen, is het God die jou verheft; voel je niet verongelijkt. Je gelooft alles wat Satan zegt, maar hoeveel werk God ook heeft gedaan of hoeveel woorden God ook heeft gesproken, je gelooft er niet in. Je hebt geen waar geloof in God en blijft vol twijfel. Satan spreekt één enkel woord, en je wordt erdoor gevangengenomen. Wat voor ellendeling ben je? Welke waardigheid heb je? Welke waarde heb je? Je bent niets anders dan een verward persoon, en toch denk je dat je heel goed bent en geloof je dat je nobel bent. Je kunt zelfs zulke overduidelijke leugens van Satan niet onderscheiden, en je kunt Satans doel erachter niet herkennen. Is dit niet extreme verwardheid? De CCP zegt: ‘De christus waarin jullie geloven is er met een hoop geld vandoor gegaan en leeft er in de VS op los.’ Wanneer deze verwarde mensen dit horen, slaat hun hart een slag over: ‘Is dat zo? Hoe kon ik dit niet weten? Is hij er vandoor gegaan met al het geld dat ik heb geofferd? Het is toch niet voor kerkwerk gebruikt? Het is toch uitgegeven voor zijn persoonlijk genot? Het is toch gebruikt om lekker eten, mooie kleren en kostbare sieraden voor zichzelf te kopen? Ik heb er niet eens van mogen genieten – hij heeft het voor zijn eigen genot gebruikt. Ik weiger absoluut dit te accepteren. Ik geloof niet meer! Ik moet mijn geld terugkrijgen!’ Als je er spijt van hebt dat je geld hebt geofferd, kan Gods huis het aan je teruggeven, maar vanaf dat moment zul je volledig van Gods huis zijn afgesneden. Je hebt zoveel jaren naar preken geluisterd, hoeveel waarheid heb je gratis gekregen? Je hebt zoveel jaren genoten van Gods genade, zegeningen, bescherming en zorg, heb je ook maar één cent uitgegeven? Heeft God je ooit om geld gevraagd? Gods genade, zegeningen, zorg en bescherming, inclusief je eigen leven, zijn je allemaal door God geschonken. Kun je met geld kopen wat God schenkt? Wat zou je ervoor in ruil kunnen geven? Kun je die paar smerige munten van jou ervoor inruilen? Deze dingen zijn van onschatbare waarde; je kunt er niets voor inruilen; niemand kan dat! Ze worden je geschonken omdat God bereid is dat te doen, omdat God je genade toont en God je als een schepsel behandelt. Het zijn geen dingen die je met geld hebt gekocht, noch dingen die je hebt gekregen in ruil voor het betalen van een prijs. Verwarde mensen kunnen deze dingen niet doorzien. In hun hart zijn ze altijd in de war; ze denken altijd: ‘Heeft god een of ander duister geheim? Zijn er, afgezien van het houden van preken, niet veel andere dingen die ons duidelijk moeten worden gemaakt en aan ons moeten worden uitgelegd? Zou er niet een of andere uitleg, een of andere verantwoording moeten zijn? Zouden zijn privéleven en zijn woorden en daden achter de schermen niet aan iedereen openbaar moeten worden gemaakt?’ Veel verwarde mensen hebben deze mentaliteit. Ze zeggen zulke dingen misschien niet hardop, maar dit is wat ze in hun hart denken. Moet God alles wat Hij doet aan de verdorven mensheid openbaar maken? God heeft al zoveel waarheden uitgedrukt, en dat is de grootste vorm van openbaarmaking: het onthult alle mensen. Als je niet gelooft dat alles wat God doet de waarheid is, dan heb je helemaal geen kennis van God. Als je willekeurige opmerkingen over God maakt, val je God aan en weersta je Hem. God heeft alle waarheid al openbaar gemaakt, zodat mensen de waarheid kunnen gebruiken om dingen te bekijken. Hoe men mensen moet bekijken, hoe men dingen moet bekijken, en welke gezichtspunten en principes je moet hebben bij je gedrag en handelen, dit alles staat in Gods woorden. Als je dit nog steeds niet weet en hier niet duidelijk over bent, komt dat doordat je verward bent. Je bent een verward individu. Verwarde mensen zijn het niet waard om kennis te hebben over de zaken van God en Gods huis, en duivels al helemaal niet, omdat verwarde mensen en duivels totaal geen begrip van de waarheid hebben; ze zijn geneigd om blindelings regels op deze zaken toe te passen, er blindelings over te oordelen, en ze blindelings te veroordelen. Ze hebben geen onderscheidingsvermogen en geen principes. Er kan met zekerheid worden gezegd: verwarde mensen en duivels zijn het niet waard om in Gods huis te blijven, ze moeten ophoepelen! Verwarde mensen en absurde mensen bezitten niet de basisvoorwaarden om de waarheid te begrijpen, noch bezitten ze de basisvoorwaarden om redding te verkrijgen; ze kunnen altijd en overal door Satan gevangengenomen worden. Zeg Mij, wanneer heeft God ooit preken gehouden of de waarheid uitgelegd aan dieren? Dat mensen zoveel preken kunnen horen, of ze de waarheid nu kunnen begrijpen of niet, is dus volledig te danken aan Gods genade en Gods verheffing. Als je altijd aan God twijfelt en denkt: ‘Is Degene in wie ik geloof werkelijk de ware God? Bestaat God echt? Is God werkelijk soeverein over alle dingen? Is God daadwerkelijk goed voor mensen, of doet Hij alsof? Is God werkelijk de waarheid, en kan Hij mensen echt redden?’, als je op deze manier denkt en God met zo’n houding behandelt, dan verdien je de dood. Vroeg of laat zal God een bepaalde omgeving arrangeren om je daardoor aan Satan over te leveren, en je relatie met God zal volledig worden verbroken. De relatie tussen jou en God zal niet langer die tussen een schepsel en de Schepper zijn, en vanaf dat moment zul je niets meer met God te maken hebben.

IV. Het vierde kenmerk: dwaasheid

Waarover we zojuist hebben gecommuniceerd, was de derde uiting van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren, nl. dat ze verward zijn. Er is nog een uiting, en dat is dat ze dwaas zijn. Dwaasheid houdt ook verband met intelligentie. Hoe dwaas zijn deze mensen dan precies? Welke uitingen tonen dwaasheid aan? Sommige mensen zeggen bij het prediken van het evangelie: ‘Neem Gods bedoelingen in acht! God heeft niet eens een plek om Zijn hoofd neer te leggen. Gods bedoelingen zijn nauwgezet! Gods werk is niet gemakkelijk, het is zwaar!’ Wanneer ongelovigen dit horen, zeggen ze: ‘Wat is dit voor onzin die je uitkraamt?’ Deze woorden zijn onbegrijpelijk voor ongelovigen. Ze geloven niet in God, dus ze weten niet waarnaar deze woorden verwijzen of wat de achtergrond ervan is. Is het dan niet dwaas van je om deze dingen te zeggen? (Ja.) In welk opzicht is het dwaas? Ze zijn aan het verkeerde publiek gericht, nietwaar? (Ja.) Sommige verwarde mensen worden, nadat ze zijn gearresteerd, door de boosaardige politie ondervraagd: ‘Jullie geloven in god. Wat zegt god dat jullie moeten doen? Weet je niet dat in god geloven illegaal is? Jullie hebben de wet overtreden. De staat staat een dergelijk geloof niet toe!’ In werkelijkheid is deze boosaardige politie alleen maar op zoek naar enig belastend materiaal dat ze kunnen gebruiken om gelovigen in God te veroordelen, maar dit soort dwaze persoon doorziet dit niet. Ze zeggen: ‘Ons geloof in God is niet illegaal. God zegt ons dat we eerlijke mensen moeten zijn, het juiste pad moeten bewandelen en goede mensen moeten zijn.’ Wanneer de duivels dit horen, zeggen ze: ‘Aangezien god jullie zegt eerlijke mensen te zijn, vertel ons dan: wie zijn de leiders van jullie kerk? Waar wordt het geld van jullie kerk bewaard? Wees eerlijk! Als je niet eerlijk bent, zal jouw god je veroordelen!’ Bij het horen hiervan is dit soort dwaze persoon met stomheid geslagen. Is dit niet dwaasheid? Hoe kan men eerlijk zijn tegen duivels? Hoe kan men Gods waarheid aan duivels vertellen? Wat er ook gebeurt, men mag het hun nooit vertellen. Er zijn ook dwaze mensen die de politie vragen: ‘Waarom arresteren jullie ons altijd? Waarom maken jullie het ons, gelovigen in God, altijd zo moeilijk? Waarom verzinnen jullie altijd geruchten over ons?’ Weten ze werkelijk niet waarom? Verwachten ze antwoord van hen te krijgen? Zullen ze antwoord krijgen? Hen vragen waarom; is dit niet absurd, is dit niet dwaasheid? Maar deze dwaze mensen kunnen inderdaad zulke dwaze dingen vragen. Ze begrijpen het gewoon niet en blijven vragen: ‘Waarom vervolgt de CCP ons altijd? Waarom arresteren ze ons, gelovigen in God, altijd en verzinnen ze zelfs geruchten over ons? We worden duidelijk vervolgd en kunnen niet naar huis terug, en toch zeggen ze dat we onze families in de steek hebben gelaten. Deze duivels baseren hun woorden niet op feiten! Is dit niet een compleet verzinsel? We maken gewoon enkele video’s van artistieke optredens om van God te getuigen en Gods woorden te verspreiden, waarom haten duivels en Satans dit zo erg? Ze gaan altijd naar mijn huis om mijn familie en familieleden te bedreigen en te intimideren, en installeren zelfs bewakingscamera’s. Waarom?’ Is het überhaupt nodig om dit te vragen? Is het niet dwaas om dat te zeggen? Als je net in God was gaan geloven, dan zou het normaal zijn om niet te begrijpen wat er aan de hand was. Maar je gelooft al zoveel jaren in God, hoe kan het dat je het nog steeds niet weet? En als je het wel weet, waarom vraag je het dan? Sommige mensen kunnen het nog steeds niet begrijpen: ‘We hebben ons nooit tegen de Partij of de staat verzet, we hebben ons nooit ingelaten met politieke activiteiten, we hebben nooit geprobeerd de regering of haar heerschappij omver te werpen, we hebben nooit een bedreiging gevormd voor haar heerschappij, dus waarom arresteert en vervolgt de CCP ons altijd? We houden ons altijd schuil, niet in staat om naar huis te gaan of onze families te bellen, hoewel we dat wel willen. Ik begrijp het gewoon niet. Waarom maakt de CCP het ons altijd zo moeilijk?’ Als je dit werkelijk niet kunt doorzien, dan ben je veel te onwetend, je bent werkelijk dwaas. Laten we zeggen dat er een vrouw is die met een ongelovige echtgenoot trouwt. Toen ze verkering hadden, zei hij: ‘Ik zal samen met jou geloven. We zullen samen het koninkrijk van de hemel binnengaan.’ Hij sprak zo mooi, maar in werkelijkheid is hij een niet-gelovige, een duivel; hij hield haar gewoon aan het lijntje. Maar wanneer ze alles verlaat om zich voor God in te zetten, ontsteekt hij in woede. Hij laat haar geen bijeenkomsten bijwonen, laat haar haar plicht niet vervullen en laat haar Gods woorden niet lezen. Deze dwaze vrouw vraagt zich nog steeds af: ‘Hij was voorheen niet zo. Hij hield zoveel van me, gaf zoveel om me, begreep me zo goed en steunde mijn geloof in God volledig. Waarom lijkt hij nu een compleet ander persoon? Hij geloofde vroeger ook, waarom is hij zo geworden?’ Gedurende de jaren dat ze van huis is om haar plicht te vervullen, overdenkt ze deze kwestie voortdurend: ‘Mijn man zou onmogelijk een andere vrouw kunnen zoeken. Hij houdt het meest van mij. Ik ben zijn enige, ik ben zijn eerste liefde. Hij zou nooit van een andere vrouw houden. Bovendien is mijn man een argeloze man, en hij heeft geen grote capaciteiten of vaardigheden. Wie zou er met hem samen willen zijn?’ Eigenlijk voelt ze zich, zelfs terwijl ze dit denkt, ongemakkelijk in haar hart. Ze hoopt dat haar man nog steeds op haar wacht. Maar in werkelijkheid had hij, zelfs toen ze nog thuis was, omdat ze elke dag druk was met haar geloof in God en het vervullen van haar plicht, al een andere vrouw gevonden. Toch denkt ze dat dat onmogelijk is: ‘Iemand anders zou misschien een andere vrouw zoeken, maar hij niet. Hij is niet zo iemand! Toen ik nog thuis was, zei hij zelfs dat hij in God wilde geloven!’ Zeg Mij, is ze niet buitengewoon dwaas? (Ja.) Al die jaren is ze niet thuis geweest. Niet alleen heeft haar man iemand anders gevonden, maar zelfs haar kinderen en ouders hebben haar verstoten. Ze wordt al lang niet meer als een lid van die familie beschouwd. Wie weet hoe ze haar achter haar rug om beledigen of hoe diep ze haar haten. Toch kan ze dit niet doorzien. Zeg Mij, is dit niet dwaas? (Ja.) In welke mate is ze dwaas? In die mate dat het haar volledig aan normale menselijke intelligentie ontbreekt; zodoende kan ze geen normaal menselijk denken gebruiken om mensen en dingen te bekijken. Ze vertrouwt altijd op haar kinderachtige, verwrongen, idiote gedachten en zienswijzen om dingen te bekijken en te meten. Uiteindelijk brengt ze zichzelf vaak in moeilijke situaties, wordt ze erg passief en handelt ze op een zeer onwetende manier. Is dit niet dwaas? (Ja.) Dit soort dwaze mensen bestaat. Dwaas zijn betekent dat ze niet de intelligentie van normale menselijkheid hebben, dus wanneer ze mensen en dingen bekijken of zaken afhandelen, hebben ze niet de basisprincipes als ondersteuning om hen in staat te stellen goede resultaten te bereiken, toch? (Ja.)

Kortom, als mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren worden gemeten met de waarheid als maatstaf, is hun voornaamste kenmerk dat ze daar in wezen niet aan voldoen. De lat ligt hoog. Als ze worden gemeten naar de intelligentie van normale menselijkheid, zijn ze zelfs niet in staat om de mensen, gebeurtenissen, dingen of situaties die zich in hun dagelijks leven voordoen, te bekijken met de gedachtegang van normale menselijkheid. Strikt genomen kunnen zulke mensen in het dagelijks leven niet eens zelfstandig voor hun eigen voedsel, kleding, onderdak of vervoer zorgen, noch kunnen ze zelfstandig op deze kwesties reageren en ze afhandelen. Zelfs als ze er net in slagen te overleven zonder de hongerdood te sterven, lijken zulke mensen, afgaande op hun uitingen bij het afhandelen van verschillende zaken, erg idioot en onhandig, en bezitten ze bij lange na geen ware normale menselijkheid. Neem bijvoorbeeld sommige dieren – die weten uit zichzelf niet eens hoeveel voedsel gepast is om te eten. Alleen als mensen hen op vaste tijden en in afgemeten hoeveelheden voeden, kunnen ze op een gezonde manier eten. Neem bijvoorbeeld honden: als ze vrij mogen eten, zonder beperkingen op de hoeveelheid, zullen ze te veel eten. Ze zullen blijven eten totdat ze overvol zitten en fysiek niet meer kunnen eten. Een overduidelijk kenmerk van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren is dus dat ze veel aspecten van hun eigen leven niet zelfstandig kunnen regelen. Waarom kunnen ze dat niet zelfstandig regelen? Dat komt doordat ze nooit weten wat de principes zijn om zulke dingen te doen, wat de basisvoorwaarden zijn, of welke grenzen ze niet mogen overschrijden. Het is net als bij sommige dieren wanneer ze eten – ze weten niet hoeveel voedsel gepast is. Als mensen hen niet in toom houden, zullen ze eten totdat ze zich te vol proppen en sterven. Als er iemand is die hen in de gaten houdt en voedt, behouden ze misschien een goede gezondheid. Dit kenmerk is ook vrij duidelijk bij mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren. Net zoals sommige mensen zeggen: “Ze eten zonder te weten of ze honger hebben of vol zitten, en slapen zonder te weten of het dag of nacht is.” Bezitten zulke mensen dan menselijke intelligentie? Het is heel duidelijk van niet. Zulke overwegingen zoals hoe ze moeten eten om hun gezondheid gedurende de vier seizoenen van het jaar te reguleren naarmate hun lichaam verschillende toestanden ervaart, welk voedsel gezond is en welk voedsel ongezond is in welk seizoen, welke manieren van leven gezond en ongezond zijn – een normaal persoon weet deze dingen op twintigjarige leeftijd misschien niet, maar op dertigjarige leeftijd weet hij er wat van, en op veertigjarige leeftijd weet hij er nog meer van. Op vijftigjarige leeftijd zal hij, op basis van zijn eigen werkelijke fysieke conditie, een reeks leefregels hebben opgesteld die bij hem passen, en dit zal in wezen vastgesteld en bepaald worden, zonder verdere grote veranderingen. Maar mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren kunnen, zelfs als ze tachtig jaar worden, nog steeds geen reeks leefregels opstellen. Ze eten te veel of te weinig, en krijgen ofwel last van hun maag ofwel indigestie. Ze hebben geen idee welke gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door welke gewoonten in hun levensstijl of welk voedsel, ze eten er gewoon op los. Als je hun vraagt om een dieet of voedingsaanpak op te stellen die bij hen past, op basis van het voedsel dat al dan niet geschikt is voor hun gestel, en op basis van verschillende stukjes informatie, kunnen ze dat niet. Bijvoorbeeld, iemand online zegt dat eierschalen rijk zijn aan calcium en dat het eten van eierschalen hun calciuminname kan verhogen, dus overdenken ze het: ‘Ik ben niet erg lang omdat ik calcium tekortkom. Ik ga eierschalen eten om mijn calciuminname te verhogen.’ Maar wat blijkt is dat na ze een tijdje te hebben gegeten, er geen verbetering in hun calciumgehalte lijkt te zijn. Vertel Mij, is dit niet verwrongen? Wanneer je online informatie tegenkomt die zegt dat eierschalen rijk zijn aan calcium en als calciumsupplement kunnen worden gebruikt, hoe zou je dat dan moeten begrijpen? Het is heel duidelijk dat mensen die eierschalen eten vatbaar zijn voor verwrongen opvattingen. Hun begrip is onjuist, dus hun praktijk is verwrongen, extreem en idioot. Wat is dan de juiste manier om dit te begrijpen? Hoewel eierschalen rijk aan calcium kunnen zijn, zijn ze niet iets wat we kunnen eten. Of ze daadwerkelijk het effect van een calciumsupplement kunnen hebben is nog onbekend, en zelfs als ze je calciumgehalte kunnen verhogen, is het ook onzeker of je het kunt opnemen. Bestaat er bovendien enig bewijs dat eierschalen een calciumsupplement kunnen zijn? Is deze bewering geverifieerd? In werkelijkheid zijn er veel dingen die calciuminname kunnen verhogen, en die zijn allemaal medisch bewezen. Als je weigert deze bewezen methoden te aanvaarden, dan ben je een absurd iemand. Kun je niet gewoon calciumtabletten nemen om je calciuminname te verhogen? Dat is de eenvoudigste methode. Ze schaden de maag niet en beschadigen de tanden niet, ze smaken goed en je kunt de effecten voelen. Is dit niet het juiste begrip? (Ja.) Maar degenen met een verwrongen begrip begrijpen het niet op deze manier – ze drijven de dingen tot het uiterste. Ze geloven: ‘Als iemand zegt dat eierschalen je calciuminname kunnen verhogen, dan moet het oké zijn om eierschalen te eten. Als je je calciuminname moet verhogen, moet je ze eten.’ Ze overwegen niet eens of het lichaam ze na het eten kan opnemen. Dit weerspiegelt een verwrongen begrip, dit is extreem zijn. Als iemand zou zeggen: “Bananenschillen zijn rijk aan vitaminen, en het eten ervan kan jouw schoonheid bevorderen”, zouden jullie die dan eten? (Nee.) Waarom niet? (Omdat sommige door God geschapen voedingsmiddelen volgens de wetten van de natuur gegeten moeten worden nadat ze zijn gepeld. Erop staan de schil te eten, is de dingen tot het uiterste drijven. Als iemand zijn vitamine-inname wil aanvullen om zijn schoonheid te bevorderen, zou hij voedingsmiddelen moeten eten die zowel normaal eetbaar zijn als een verfraaiend effect hebben.) Dit is het juiste begrip. Maar kijk naar die extremistische dwaas – hij begrijpt het niet op deze manier. Hij staat erop zichzelf te dwingen de schil te eten en zegt zelfs: “Ik moet in opstand komen tegen mijn vlees. Ik moet bananenschil eten om mijn gehalte aan een specifieke voedingsstof te verhogen.” Maar hij denkt niet: ‘Bananenschil smaakt niet goed. Het is geen voedsel. Ik eet het niet. Waarom eet ik in plaats daarvan niet gewoon iets anders dat deze voedingsstof bevat?’ Is dit niet het juiste begrip? (Ja.) Als je op deze manier onderscheid kunt maken, als je de dingen op deze manier kunt begrijpen, bewijst dat dat je menselijke intelligentie bezit. Maar als je niet op deze manier onderscheid kunt maken, en zodra je hoort dat bananenschil een bepaalde voedingsstof bevat, je erop staat het te eten, zelfs als het vies smaakt, dan ben je een dwaas, ben je iemand die gereïncarneerd is uit een dier, en bezit je niet het denken van normale menselijkheid. Elke ketterij of misvatting kan zulke mensen misleiden, en ze zijn simpelweg niet in staat de juistheid of echtheid van verschillende stukjes informatie te onderscheiden; ze worden altijd bedrogen. Dit alles vormt een uiting van hoe mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren met verschillende specifieke zaken omgaan. Ze zijn buitengewoon dwaas, hun begrip is verwrongen en absurd, en ze drijven alles tot het uiterste. Wanneer mensen zeggen dat onderzoek suggereert dat iets eetbaar is, betekent dat niet dat je het moet eten, noch betekent het dat niets anders het kan vervangen. Als je zegt dat de waarheid door geen enkele theorie kan worden vervangen, is dat objectief en nauwkeurig. Maar deze voedingsstoffen zijn materiële substanties – het is onmogelijk dat er geen vervangers voor zijn. God heeft een rijke verscheidenheid aan voedsel geschapen, en er zijn veel voedingsmiddelen die verschillende voedingsstoffen bevatten. Mensen kunnen nauwkeurige keuzes maken op basis van hun individueel gestel, leeftijdsgroep en huidige gezondheidsstatus – het is niet nodig om aan regels vast te houden. Na het horen van een stukje informatie kunnen mensen die tot het uiterste gaan dit niet correct behandelen, noch kunnen ze het onderscheiden. Ze worden altijd door deze dingen misleid, en uiteindelijk zeggen ze: “Alles online is een leugen, er is geen woord van waar!” Zie je, nu gaan ze naar het andere uiterste. Je kunt online naar informatie zoeken, maar je moet weten hoe je menselijke intelligentie en de juiste manier van menselijk denken moet gebruiken om die te onderscheiden, om een juiste keuze te maken over wat je moet gebruiken en wat je moet verwerpen. Als iets gunstig voor je is, kun je het gebruiken; als het niet gunstig of niet geschikt voor je is, kun je het als referentie of als een soort algemene kennis beschouwen. Mensen met menselijk denken praktiseren op deze manier. Degenen die geen menselijk denken bezitten, praktiseren op een manier die ofwel naar links ofwel naar rechts afwijkt. Ze worden ofwel bedrogen ofwel ze geloven helemaal niets. Ze zijn niet in staat zulke zaken zorgvuldig te onderscheiden. Zulke mensen lijken bijzonder koppig, belachelijk, verward en idioot in hoe ze met verschillende soorten informatie omgaan of zaken in het werkelijke leven afhandelen. Mensen die zo idioot zijn, die geen onderscheid kunnen maken tussen juist en onjuist, of tussen goed en kwaad, hoe komen zij elke dag van hun leven door? Alleen al kijken naar hoe ze zich gedragen baart je zorgen. Kun je nog enige hoop hebben dat ze in staat zullen zijn de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan?

Een vrouw is getrouwd met een smerige schurk en denkt: ‘Mijn man houdt zoveel van mij. Ik heb de ware liefde gevonden, ik ben verliefd geworden.’ Ze voelt zich erg gelukzalig. Maar anderen kijken naar haar man en zien dat hij niet eens menselijk is, dat hij een duivel is, en vragen zich af hoe ze nog steeds zo in een roes kan verkeren en zo kan genieten. Zelfs zij zijn bezorgd om haar en maken zich zorgen in haar plaats. Uiteindelijk, na kinderen met hem te hebben gekregen, wordt ze aan de kant gezet en heeft ze geen steun. Haar leven wordt ondraaglijk moeilijk! Uit de dwaze dingen die worden gedaan door mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren, blijkt dat het feit dat ze erin slagen te leven en te overleven grotendeels te danken is aan Gods genade. God geeft hun adem zodat ze in leven kunnen blijven, en geeft hun voedsel zodat ze kunnen overleven. De vogels in de lucht, de kleine dieren en zelfs de mieren op de grond hebben allemaal voedsel om te eten. Hoeveel te meer geldt dit voor mensen? Aangezien je als mens bent gereïncarneerd, geeft God je de middelen om te overleven. Ofwel zorgt er iemand voor je, ofwel heb je een bepaalde kracht die je in staat stelt in je levensonderhoud te voorzien. Dit is Gods genade. God laat je niet verhongeren, maar geeft je een manier om te overleven, zodat je in staat bent een hoge leeftijd te bereiken, tot het einde te leven. Zonder Gods genade zouden degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren, met het kaliber waarmee ze geboren zijn, hun gebrek aan normaal denken en hun gebrek aan zelfs maar het geringste vermogen om problemen aan te pakken, er niet eens in slagen in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Vanuit een ander perspectief bezien, zijn mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren eigenlijk behoorlijk gezegend. Gezien hun capaciteiten in alle opzichten en hun intelligentie, zou het voor hen vrijwel onmogelijk zijn om de kost te verdienen in deze complexe en kwaadaardige wereld. Maar omdat God genade toont en barmhartig is voor alle schepselen, zal Hij, ongeacht of je gereïncarneerd bent uit een dier of een mens, zolang je in Gods ogen een schepsel bent en Hij je adem heeft gegeven, normaal voorzien in wat je nodig hebt om te leven en te overleven, waardoor je leven in stand wordt gehouden en je in staat wordt gesteld te blijven leven. Dus als je zegt: ‘Ik ben eropuit gegaan en heb geploeterd om geld te verdienen, en heb voor mezelf gezorgd zodat ik goed gevoed en gezond ben, doe ik het dan niet gewoon goed? Beledigt U mij niet door mij dwaas te noemen?’, dan heb je het mis. Het feit dat je geld kunt verdienen en in je eigen levensonderhoud kunt voorzien, is niet noodzakelijkerwijs werkelijk te danken aan jouw eigen vermogen. Negenennegentig procent ervan is Gods genade. God geeft je wat energie, en stelt je zodoende in staat te zwoegen om geld voor voedsel te verdienen; Hij geeft je een bepaalde kracht, samen met een gezond lichaam, en stelt je zodoende in staat een baan te hebben, geld te verdienen, een gezin te onderhouden en te overleven. Wat is de basis waarop je deze dingen kunt doen? Het is allemaal gebaseerd op het feit dat God je de meest fundamentele aangeboren conditie geeft die je in staat stelt normale menselijke arbeid te verrichten, waardoor je uiteindelijk in je eigen levensonderhoud kunt voorzien en in leven kunt blijven. Kortom, wat er ook gebeurt, of je nu dwaas of verward bent, op dit moment behoor je als schepsel met het uiterlijk van een mens jouw identiteit en jouw waarde te kennen. Bovendien behoor je correct te begrijpen wat God jou heeft geschonken, wat God voor jou heeft voorzien, en Gods genade en barmhartigheid. Als je beantwoordt aan de verschillende kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren en voelt dat je zeker tot deze categorie mensen behoort, wat moet je dan doen? Dit is gemakkelijk aan te pakken: wat jouw oorsprong ook is, ongeacht of je van nature menselijke intelligentie en menselijk denken bezit, het feit is dat je nu een menselijke identiteit hebt. Aangezien je een menselijke identiteit hebt, behoor je de plicht van een mens te vervullen. Doe zoveel als je kunt, naar je beste vermogen, en volbreng, voor zover mogelijk, datgene wat een mens behoort te doen en doe het goed. Sommige mensen zeggen: ‘U zei dat mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren worden gekenmerkt door een verwrongen begrip, spirituele apathie, verward zijn en dwaasheid. Dat betekent dat ze geen menselijke intelligentie hebben. De overgrote meerderheid van deze mensen begrijpt de waarheid helemaal niet: hoe kunnen ze hun plicht goed en naar behoren vervullen?’ Als je niet aan strikte normen wordt gehouden, kun je erin slagen het goed en naar behoren te doen, want je hebt nu tenslotte een menselijke identiteit; zolang je gehoorzaam bent en geen verwrongen argumenten spuit, kun je dit bereiken. Als je zelfs aan deze twee punten niet kunt voldoen, dan zeg Ik dat je werkelijk in gevaar verkeert, en zul je uit de kerk weggezuiverd moeten worden. Als je zegt: ‘Ik kan aan deze twee punten voldoen. Ik zal geen verwrongen argumenten spuien en ik aanvaard correcte uitspraken. Wat me ook wordt opgedragen te doen, ik zal het doen; en hoe me ook wordt opgedragen het te doen, zo zal ik het doen’ Als je werkelijk op deze manier kunt praktiseren, dan zul je erin slagen jouw plicht goed en naar behoren te vervullen. Sommige mensen zeggen: ‘Ik heb mijn plicht goed en naar behoren vervuld, en ik wil het ook volgens de waarheidsprincipes doen.’ Als je werkelijk de intentie hebt om naar de waarheidsprincipes te streven op de basis dat je in staat bent jouw plicht goed en naar behoren te vervullen, dan is elk niveau dat je kunt bereiken prima. Er zijn geen vereisten. Zolang je niet koppig bent, geen verwrongen argumenten spuit, niet steeds jouw eigen redenen benadrukt, niet op een verwarde manier handelt en niet weigert toe te geven wanneer je iets dwaas hebt gedaan, is dat genoeg. Wat betreft het handelen volgens de waarheidsprincipes, kun je zoveel doen als je kunt; wat je ook denkt dat je kunt doen, doe dat gewoon. De vereisten voor dit type persoon zijn niet hoog, omdat het voor hen enigszins moeilijk is om aan de waarheidsprincipes te voldoen. Dus, gebaseerd op hun aangeboren condities, wordt er niet strikt van hen vereist dat ze volgens de waarheidsprincipes handelen. Waarom wordt dat niet vereist? Omdat ze daartoe niet in staat zijn. Als je erop staat te vereisen dat ze volgens de waarheidsprincipes handelen, zou dat zijn alsof je een vis dwingt op het land te leven. Neem bijvoorbeeld sommige dieren. Als je van hen vereist dat ze bij elke maaltijd de juiste hoeveelheid eten en zich niet overeten en hun maag oprekken, kunnen ze dat dan? Dat kunnen ze niet. Ze eten in één keer zoveel als ze kunnen totdat ze fysiek niet meer kunnen eten. Mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren zijn net zo. Als je van hen vereist dat ze volgens de waarheidsprincipes handelen, kunnen ze dat niet. Betekent dit dan dat zulke mensen worden opgegeven? Nee, ze worden niet opgegeven. Maar hen niet opgeven betekent niet dat er van hen wordt vereist dat ze de waarheidsprincipes begrijpen en vatten. Het betekent simpelweg hen correct behandelen, hen laten doen waartoe ze in staat zijn. Het is niet het intrekken van hun kwalificaties om hun plicht te vervullen, noch is het het intrekken van hun kwalificaties om de waarheid na te streven, en nog minder is het het intrekken van hun kwalificaties om redding te verkrijgen. Het betekent alleen dat er niet strikt van hen wordt vereist dat ze volgens de waarheidsprincipes praktiseren, noch wordt er strikt van hen vereist dat ze in alle dingen aan de waarheidsprincipes voldoen. Dat wil zeggen, ze moeten zoveel doen als waartoe ze in staat zijn. Zolang ze niet opzettelijk proberen verstoringen te veroorzaken, geen verwrongen argumenten spuien of roekeloos wandaden begaan als het gaat om kritieke principekwesties, is dat genoeg. De vereisten voor zulke mensen zijn niet hoog. Begrijpen jullie dat? (Ja.)

Wat betreft mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren, hebben we gecommuniceerd over enkele uitingen van hun essentie. Natuurlijk zijn er enkele uitingen waarover we niet heel gedetailleerd hebben gesproken. Als we er specifieker over zouden spreken, zouden sommige mensen het misschien niet kunnen verdragen, dus hebben we in meer algemene zin gesproken en sommige dingen onbesproken gelaten. Waar je ook uit gereïncarneerd bent, uiteindelijk heb je nu een menselijke identiteit. Aangezien je een menselijke identiteit hebt, geef je om je imago en je waardigheid, dus zullen we je waardigheid een beetje sparen; we zullen niet in te veel detail over dit aspect spreken. Wat we al hebben besproken is in wezen hoe de dingen zijn: toets jezelf daaraan. Laten we zeggen dat jouw uitingen overeenkomen met die van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren, en je je behoorlijk verontrust voelt in je hart, met het gevoel dat, aangezien je dit soort identiteit hebt, in één opzicht je waarde is gedaald, en in een ander opzicht je integriteit is geschonden en je waardigheid is aangetast. Je weet niet hoe je met je relatie met God moet omgaan, en je voelt plotseling dat je status is gekelderd, dat je minder bent dan anderen, je hebt niet langer het gevoel dat er iets eervols aan je is, je voelt niet langer dat je karakter nobel is of dat je van eervolle waarde bent, en plotseling voel je in je hart dat er geen hoop of steun voor je is, en dat je toekomstige bestemming onzeker is. Zouden dit goede uitingen zijn? (Nee.) Zou je dan niet een ommekeer moeten maken? (Ja.) Wat moet er worden gedaan, aangezien deze uitingen en dit soort begrip niet goed zijn? We moeten een uitweg vinden voor dit soort mensen, zodat ze zich een beetje beter voelen. Het gaat er niet om hen te sussen, noch om hen te bedriegen, het gaat erom hen in staat te stellen deze kwestie correct te behandelen en ernaar te streven om volgens de waarheidsprincipes te praktiseren. Dus wat moeten ze doen? Hoe moeten mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren deze kwestie begrijpen? Allereerst, vanuit Gods perspectief, ongeacht waaruit een persoon is gereïncarneerd, is het door God verordend. Mensen hebben er niets over te zeggen. Stel dat je een van deze mensen bent. Als jou gevraagd werd te kiezen, zou je er dan voor kiezen om als dier of als mens te worden gereïncarneerd? (Om als mens te worden gereïncarneerd.) Waarom zou je daarvoor kiezen? (Omdat we alleen als we als mens gereïncarneerd zijn, de kans hebben om te horen wat God zegt en Zijn woorden te begrijpen.) En als je als dier gereïncarneerd was? (Dan zouden we geen kans hebben om Gods woorden te horen.) Dit betekent dat je nooit de kans zou hebben om Gods stem te horen. Dus, aangezien je weet dat het voor een dier een goede zaak is om als mens te worden gereïncarneerd, zou je God des te meer moeten danken. Je zou niet over Hem moeten klagen. Je zou God moeten danken dat Hij je een kans heeft gegeven om een mens te zijn, wat bovendien een kans is die eens in de duizend jaar voorkomt. God is tenslotte vleesgeworden om mensen te redden, en hoewel de meeste mensen deze genade van redding niet hebben verkregen, heb jij dat wel. Jij hebt het geluk gehad Gods stem te horen en God de waarheid te horen uitdrukken. Dit is jouw zegen. Het is iets wat je als geschapen levensvorm zelfs in meerdere levens of vele tijdperken niet had kunnen verkrijgen, zelfs al had je erom gesmeekt. God heeft jou precies in dit tijdperk gekozen, waardoor je als mens kon worden gereïncarneerd, in Gods huis kon leven en, samen met de mensheid, de plicht van een schepsel kon vervullen, waarbij je identiteit werd getransformeerd van die van een dier naar die van onderdeel van de mensheid en je in staat werd gesteld de plicht van een mens te vervullen. Wat een grote eer en een groot voorrecht is dit! Dit is iets wat veel geschapen levensvormen alleen maar konden wensen maar nooit konden verkrijgen, en toch heb jij het verkregen en geniet je er nu van. Deze kans is ongelooflijk zeldzaam; voor elke geschapen levensvorm is het een kans die eens in de duizend jaar voorkomt. Dus je zou niet alleen niet in moedeloosheid moeten wegzinken en klagen, en je niet overstuur moeten voelen of denken dat je status lager is dan die van anderen, maar integendeel, je zou je eigenlijk gelukkig moeten prijzen. Je zou God moeten danken, God danken voor de kans die Hij je heeft gegeven, Hem danken voor Zijn verheffing van jou, want wat Hij heeft gedaan is zo groot: wat Hij heeft gedaan is werkelijk genade en barmhartigheid jegens schepselen. Na deze genade van God te hebben aanvaard, zou je dankbaar moeten zijn dat Hij jouw identiteit en jouw klasse heeft veranderd. Maar je kunt Hem niet alleen maar danken en het daarbij laten. Naast Hem te danken, moet je ook nadenken over hoe je deze kans kunt grijpen. Wat je oorspronkelijke identiteit ook was, nu je je plicht als mens kunt vervullen, is dit een goede kans om je identiteit te veranderen en je klasse als schepsel te veranderen. Dus hoe kun je deze verandering bewerkstelligen? Het eerste belangrijke punt is je plicht goed te vervullen. Als je, vanwege de verschillende beperkingen van jouw aangeboren condities, alleen in staat bent te zwoegen en fysieke arbeid te verrichten, vuil en vermoeiend werk te doen, en, gebaseerd op jouw identiteit en waarde, de plicht die je vervult alleen maar binnen deze reikwijdte kan blijven, zonder mogelijkheid tot verlichting of verbetering, wat moet je dan doen? Aan welk principe moet je je houden? Als, naar welke uitingen we ook kijken, of het nu jouw intelligentie, jouw karakter of jouw aangeboren condities zijn, jouw waarde onder de mensen altijd zo zal zijn, d.w.z. je zult altijd een waardeloos, dwaas, verward en spiritueel apathisch persoon zijn, traag van begrip en met een verwrongen begrip, en jouw waarde zal nooit toenemen, hoe moet je dan met je plicht omgaan? Dit is van het grootste belang. Laten we aannemen dat jouw waarde nooit zal toenemen, en je nooit enige waardigheid onder de mensen zult hebben. In Gods ogen sta je voor eeuwig op je plaats vast; dit is gewoon wat je bent. Jouw klasse heeft misschien duidelijke kenmerken die aan de oppervlakte zichtbaar zijn, en je zult nooit van een dier in een waar mens veranderen. Je hebt geen hoop om redding te verkrijgen, omdat je de waarheid niet kunt begrijpen, en je niet eens menselijke intelligentie bezit. Je begrijpt de waarheden van visies niet, en in Gods huis weet je niet hoe je het evangelie moet prediken, je schiet tekort en bent niet opgewassen tegen enige soort plicht die professionele vaardigheden vereist, je zult altijd blijven hangen in vuil en vermoeiend werk, en je hebt geen manier om je situatie te wijzigen. Veronderstel dat je zo bent, wat zou je dan doen? Zou je stoppen met in God te geloven? Zou je alle hoop opgeven voor jezelf? Zouden sommige mensen zichzelf zelfs van het leven beroven? Zouden ze zeggen: ‘Ik wil niet meer leven. Ik heb toch geen uitweg, wat heeft het voor zin om zo te leven?’ Als jouw waarde nooit zal veranderen, hoeveel moeite je ook doet, hoe ijverig je ook bent, hoezeer je ook streeft, of welke prijs je ook betaalt, en je in Gods huis altijd alleen maar iemand zult zijn die zwoegt en zich in het zweet werkt, een onbeduidend persoon zonder waardigheid op wie iedereen neerkijkt, welke manier van praktiseren moet je dan kiezen wanneer het aankomt op hoe je jouw plicht, Gods opdracht en de verschillende vereisten van de Schepper behandelt? Dit is het meest cruciale. In principe en in theorie staan jouw waarde en identiteit vast, maar in feite is jouw ware identiteit op dit moment, onder de mensen en in Gods ogen, die van een mens. Waarom zeg Ik dat het die van een mens is? Omdat de plicht die je kunt doen, jouw dagelijkse onthullingen en de verschillende instinctieve vermogens van jouw aangeboren condities binnen de basisreikwijdte vallen van wat normaal is voor een mens. Je bezit deze basiscondities van het mens-zijn. Alleen wat dit punt betreft; hoe moet je dan jouw plicht behandelen? Dieren begrijpen de waarheidsprincipes niet, ze weten niet hoe ze hun plicht goed moeten vervullen, hoe ze aan hun plicht moeten vasthouden, of hoe ze hun plicht met toewijding moeten vervullen en moeten volharden in het dienstdoen tot het einde. Dieren begrijpen deze dingen niet. Maar nu, als mens, begrijp je het wel, weet je het, dus zou je deze dingen moeten bereiken. Aangezien je in staat bent deze dingen te bereiken, zal God op basis van dit principe vereisten aan je stellen. Als je echter, omdat je ontevreden bent met je identiteit en vindt dat God oneerlijk is, ontmoedigd raakt en over Hem klaagt, het gevoel hebt dat je leven vernederend en onwaardig is, en vervolgens het vervullen van jouw plicht opgeeft, en zelfs weigert te doen waartoe je wel in staat bent, dan ben je volkomen opstandig. In Gods ogen voldoe je als schepsel niet aan de norm; je bent een afwijking. Dus wat moet je doen? Ongeacht of jouw waarde eervol of onbeduidend is, en ongeacht wat jouw oorsprong is of welke problemen er zijn met jouw aangeboren condities, kortom, wat je ook in staat bent te doen, doe je best om dat te doen, en doe je best om het goed te doen. Als je, zelfs nadat je je best hebt gedaan, nog steeds tekortschiet ten aanzien van de waarheidsprincipes, heeft God een minimumnorm die van alle soorten mensen wordt vereist: zolang je alles geeft, jouw oprechtheid toont en jouw trouw aanbiedt, zul je aan de norm voldoen. God vereist niet van ieder mens dat hij honderd procent bereikt, zestig procent is genoeg. Wat wil God? Wat God wil is een houding. Als het jouw houding is dat je ernaar verlangt de plicht van een schepsel te vervullen, om de dingen die je moet doen en moet bereiken goed te doen, zonder spijt te voelen, dan wordt deze houding door God aanvaard. God zal deze houding goedkeuren, en dit zal je beschermen zodat je het einde van het pad bereikt. Sommige mensen zeggen: ‘Wat zal er gebeuren wanneer ik het einde van het pad bereik?’ Ik zal het je nu niet vertellen, Ik zal het je later vertellen. Wanneer je het einde van het pad bereikt, weet je het. Kortom, wat op dit moment het belangrijkst is, is hoe je deze kwestie behandelt, hoe je de plicht behandelt die God je heeft gegeven, en hoe je de plicht vervult die God je heeft gegeven. Wat deze plicht ook is, zolang het iets is dat door Gods huis aan je is toegewezen, moet je alles geven om het te doen. Wanneer je je eigen problemen onderkent, moet je je best doen om geen verwrongen argumenten te spuien, geen dingen te doen die beledigend zijn voor God, en geen dingen te zeggen die beledigend zijn voor God; in plaats daarvan moet je dingen doen die mensen en Gods huis ten goede komen, en dingen zeggen die mensen en Gods huis ten goede komen. Sommigen van jullie zeggen: ‘Ik ben hiertoe op dit moment nog steeds niet in staat.’ Neem dan de tijd, wees niet ongeduldig. Als je het vandaag niet kunt doen, doe het dan morgen. Als je het dit jaar niet kunt doen, probeer het dan volgend jaar te doen. Neem gewoon de tijd. Maar als je het tegen de tijd dat de uitkomsten van mensen worden bekendgemaakt nog steeds niet hebt bereikt, dan zul je zelf de gevolgen moeten dragen. Niemand zal opdraaien voor jouw gedrag. Begrijp je dat? (Ja.) Deze kwestie zou gemakkelijk op te lossen moeten zijn; het hangt allemaal af van de rationaliteit van een persoon en of hij deze woorden kan begrijpen. Als je ze kunt begrijpen, dan zullen deze dingen vrij gemakkelijk op te lossen zijn. Zelfs als een paar individuen zeggen dat het een beetje moeilijk is, zolang ze in deze richting streven, zullen ze uiteindelijk enkele resultaten behalen. Als je dit pad niet bewandelt, zul je misschien nog steeds in staat zijn te overleven, maar wat betreft welke uitkomst er uiteindelijk op je zal wachten; dat is moeilijk te zeggen; niemand kan het garanderen, en niemand zal je er enige verzekering over geven.

Hoe voelen jullie je na het horen van het onderwerp van vandaag? Jullie voelen je emotioneel waarschijnlijk behoorlijk overstuur, nietwaar? Dit is een van de onderwerpen die mensen het minst bereid zijn onder ogen te zien sinds ze in God zijn gaan geloven, nietwaar? Is het niet nog verontrustender en moeilijker te aanvaarden dan het onderwerp van dienstdoener? Is het moeilijk te aanvaarden? Jullie zijn eigenlijk wel in staat om het te aanvaarden, toch? (Klopt.) Als mensen zeker zijn van Gods identiteit en hun eigen plaats hebben gevonden, dan zouden deze woorden en dit soort kwestie niet te moeilijk voor mensen moeten zijn, slechts een paar mensen hebben er misschien wat moeite mee. Maar de meeste mensen zullen, na dit te hebben gehoord, waarschijnlijk niet verder graven naar wat hun waarde en identiteit werkelijk is. Zelfs als bij hen werkelijk enkele van de uitingen van mensen die gereïncarneerd zijn uit dieren voorkomen, zullen ze in staat zijn dit correct te behandelen, en na een tijdje zullen ze zich prima voelen, toch? (Ja.) Dus, we zullen voor vandaag tot hier communiceren. Tot ziens!

20 januari 2024

Vorige: Hoe de waarheid na te streven (1)

Volgende: Hoe de waarheid na te streven (13)

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Het zuchten van de Almachtige

Er is een enorm geheim in je hart, waar je je nooit bewust van bent geweest, want je hebt steeds in een wereld zonder licht geleefd. Je...

Wat is jouw begrip van God?

Mensen geloven al heel lang in God, toch weten de meesten niet wat het woord ‘God’ betekent, en volgen ze slechts in verbijstering. Ze...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger