De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Je karakter is zo laag-bij-de-gronds!

Jullie zitten allemaal op elegante zetels en jullie doen de jongere generatie bij jullie zitten, om hen te onderwijzen. Hoe kan het jullie ontgaan zijn dat die ‘kinderen’ van jullie al eerder zonder adem waren en dat ze al sinds lang geleden mijn werk niet hadden? Mijn glorie schittert vanuit het land van het Oosten naar het land van het Westen, maar wanneer mijn glorie zich uitspreidt naar het einde van de aarde en wanneer zij begint op te komen en te schijnen, zal ik de glorie van het Oosten wegnemen en haar naar het Westen brengen, zodat deze mensen van duisternis in het Oosten, die mij in de steek gelaten hebben, vanaf dan zonder de schittering van het licht zullen leven. Vanaf dan zullen jullie in het dal van duisternis leven. Hoewel mensen tegenwoordig honderd keer beter zijn dan voorheen, kunnen ze nog steeds niet aan mijn vereisten voldoen en zijn ze nog steeds geen glorierijke getuigenis voor mij. Dat jullie honderd keer beter kunnen zijn dan voorheen is volledig het resultaat van mijn werk - het is de vrucht die voortkomt uit mijn werk op aarde. Ik voel echter nog steeds weerzin tegen jullie woorden en daden en jullie karakter en ik voel ongelooflijke wrok jegens jullie acties tegenover mij, omdat jullie geen inzicht in mij hebben. Dus hoe kunnen jullie leven uit mijn glorie en hoe kunnen jullie volkomen trouw zijn aan mijn toekomstige werk? Jullie geloof is erg mooi; jullie zeggen dat jullie bereid zijn jullie leven aan mijn werk te wijden, om er alles voor te doen, maar jullie gezindheid is niet veel veranderd. Er zijn enkel arrogante woorden gesproken en jullie werkelijke acties zijn erg ellendig. Het lijkt erop dat jullie tong en lippen in de hemel zijn, maar jullie benen zijn ver daarvandaan op aarde, dus zijn jullie woorden en daden en reputatie nog steeds in verschrikkelijke staat. Jullie reputatie is vernietigd, jullie gedrag is vernederend, jullie manier van spreken is ordinair, jullie leven is verachtelijk en zelfs jullie hele mensheid is laag bij de grond. Jullie zijn bekrompen naar mensen toe en jullie maken je druk over elk kleinigheidje. Jullie twisten over jullie eigen reputatie en status, zelfs tot op het punt dat jullie bereid zijn om af te dalen naar de hel, in de poel van vuur. Jullie huidige woorden en daden zijn genoeg voor mij om te bepalen dat jullie zondig zijn. Jullie houding ten opzichte van mijn werk is genoeg voor mij om te bepalen dat jullie onrechtvaardig zijn, jullie gezindheid genoeg om te zeggen dat jullie smerige zielen zijn, vol gruwelen. Jullie uitingen en wat jullie laten zien zijn voldoende om te zeggen dat jullie mensen zijn die genoeg van het bloed van onreine geesten hebben gedronken. Wanneer wordt gesproken over het binnenkomen in het koninkrijk, kunnen jullie je gevoelens niet verloochenen. Geloven jullie dat hoe jullie nu zijn goed genoeg is om de poort van mijn koninkrijk der hemelen binnen te gaan? Geloven jullie dat jullie toegang kunnen krijgen tot het heilige land van mijn werk en woorden, zonder dat jullie woorden en daden mijn beproeving doorstaan? Wie kan mijn twee ogen met succes voor de gek houden? Hoe zouden jullie verachtelijke, laag-bij-de-grondse gedragingen en gesprekken aan mijn zicht kunnen ontsnappen? Ik stel vast dat jullie levens bestaan uit het drinken van het bloed van die onreine geesten en het eten van het vlees van die onreine geesten, omdat jullie elke dag voor mijn ogen hun vorm aannemen. Ten aanzien van mij was jullie gedrag bijzonder slecht, dus hoe zou ik iets anders kunnen voelen dan walging? In wat jullie zeggen, zitten de onzuiverheden van onreine geesten: jullie bedriegen, verbergen en vleien precies zoals zij die tovenarij verrichten, zoals zij die bedriegen en het bloed van de onrechtvaardigen drinken. Alle uitingen van de mensheid zijn zeer onrechtvaardig, dus hoe kunnen alle mensen in het heilige land worden geplaatst waar de rechtvaardigen zijn? Denk je dat dat verachtelijke gedrag van jou, jou als heilig kan onderscheiden van diegenen die onrechtvaardig zijn? Die slangachtige taal van jou zal uiteindelijk jouw vlees, dat verwoesting aanricht en gruwelen verricht, kapot maken; die handen van jou, die bedekt zijn met het bloed van onreine geesten, zullen uiteindelijk ook je ziel naar de hel trekken. Dus waarom benut je deze kans niet om je handen, die bedekt zijn met vuil, te reinigen? En waarom maak je geen gebruik van deze gelegenheid om je tong, die onrechtvaardige woorden spreekt, uit te snijden ? Zou het kunnen zijn dat je voor je twee handen en je tong en je lippen bereid bent om onder de vlammen van de hel te lijden? Ik bewaak het hart van alle mensen met mijn twee ogen, want lang voordat ik de mensheid schiep, hield ik hun harten in mijn handen. Ik heb lang geleden het menselijke hart doorzien, dus hoe zouden de gedachten in het hart van de mensen aan mijn ogen kunnen ontglippen? En hoe zouden ze op tijd het branden van mijn Geest kunnen ontlopen?

Je lippen zijn vriendelijker dan duiven, maar je hart is duisterder dan de eeuwenoude slang, je lippen zijn zelfs net zo mooi als een Libanese vrouw, maar je hart is niet zo vriendelijk als dat van de Libanese vrouwen en het is al helemaal niet te vergelijken met de schoonheid van die van de Kanaänieten. Je hart is te bedrieglijk. Het enige wat ik verafschuw zijn de lippen van de onrechtvaardigen en de harten van de onrechtvaardigen. Ik vraag van mensen niet om hoger dan de heiligen te zijn. Het is wel zo dat ik walging voel over de slechte daden van de onrechtvaardigen en ik hoop dat de onrechtvaardigen in staat zullen zijn hun vuil af te werpen en te ontsnappen uit hun huidige hachelijke situatie, zodat ze van die onrechtvaardigen gescheiden kunnen worden en kunnen leven en heilig zijn met degenen die rechtvaardig zijn. Jullie bevinden je in dezelfde omstandigheden als ik, maar jullie zijn bedekt met vuil. Jullie lijken niet eens een beetje op de mensen zoals die in het begin geschapen zijn en omdat jullie elke dag meer lijken op die onreine geesten en jullie doen wat zij doen en zeggen wat zij zeggen, is elk deel van jullie en zelfs jullie tong en lippen gedrenkt in hun smerige water. Het is zelfs zo ver, dat jullie volledig bedekt zijn met die vlekken en geen enkel onderdeel kan worden gebruikt voor mijn werk. Het is zo hartverscheurend! Jullie leven in zo’n wereld van paarden en koeien, tegelijkertijd voelen jullie je in wezen niet ongerust; en jullie zijn vol vreugde en jullie leven vrij en gemakkelijk. Jullie zwemmen rond in dit vuile water, maar jullie weten eigenlijk helemaal niet in wat voor een toestand jullie vervallen zijn. Elke dag ga je met onreine geesten om en heb je te maken met ‘uitwerpselen’. Je leven is erg laag-bij-de-gronds, maar je hebt niet door dat je helemaal niet overleeft in de menselijke wereld en dat je zelf geen grip hebt. Besef je niet dat je leven lang geleden werd vertrapt door onreine geesten, dat je karakter lang geleden bezoedeld werd door vuil water? Denk je dat je in het aardse paradijs leeft, dat je te midden van het geluk bent? Besef je niet dat je een leven hebt geleefd met onreine geesten en dat je een leven hebt geleefd met alles wat zij voor jou hebben voorbereid? Hoe zou je leven enige betekenis kunnen hebben? Hoe zou je leven enige waarde kunnen hebben? Je bent tot nu toe druk in de weer geweest voor je onreine geestelijke ouders, maar toch besef je niet dat degenen die je in de val lokken die onreine geesten zijn, je ouders die je hebben gebaard en je hebben opgevoed. Bovendien besef je niet dat je vuiligheid in feite al door hen aan jou is doorgegeven; alles wat je weet is dat ze je ‘plezier’ kunnen geven, ze tuchtigen je niet, noch oordelen ze je en ze vervloeken je al helemaal niet. Ze zijn nooit tegen jou in woede losgebarsten, maar ze behandelen je welwillend en vriendelijk. Hun woorden voeden je hart en betoveren je, zodat je gedesoriënteerd raakt en zonder het te beseffen opgezogen wordt en bereid bent om hen van dienst te zijn, om hun uitlaatklep zowel als hun dienaar te zijn. Je maakt geen bezwaar maar bent bereid om tot hun beschikking te staan - je wordt door hen misleid. Hierdoor vertoon je absoluut geen reactie op het werk dat ik doe - geen wonder dat je altijd heimelijk uit mijn handen wilt glippen en geen wonder dat je altijd honingzoete woorden wilt gebruiken om mijn gunst te winnen. Het blijkt dat je al een ander plan had, een andere regeling. Je kunt een beetje van mijn daden zien, de daden van de Almachtige, maar je kent geen greintje van mijn oordeel en tuchtiging. Je weet niet wanneer mijn tuchtiging begon; je weet alleen hoe je me moet bedriegen, maar je weet niet dat ik de schending door de mens niet tolereer. Omdat je je vastbeslotenheid hebt uitgesproken om mij te dienen, zal ik je niet loslaten. Ik ben een God die het kwade haat en ik ben een God die jaloers is op de mens. Omdat je je woorden al op het altaar hebt gelegd, zal ik niet tolereren dat je voor mijn ogen wegrent en ik zal niet toestaan dat je twee meesters dient. Dacht je dat je nog een andere liefde kon hebben nadat je je woorden op mijn altaar had gelegd, nadat je ze voor mijn ogen had geplaatst? Hoe zou ik kunnen toestaan dat mensen me op die manier voor gek zetten? Dacht je dat je terloops aan mij geloftes kon doen, met je tong eden kon afleggen? Hoe kon je een eed afleggen aan de troon van mij, de Allerhoogste? Dacht je dat je eden reeds voorbij gegaan waren? Ik zeg jullie, zelfs als jullie lichaam sterft, sterven jullie eden niet. Aan het einde zal ik jullie veroordelen op basis van jullie eden. Toch denken jullie dat jullie je woorden voor mij kunnen plaatsen om mij het hoofd te kunnen bieden en dat jullie hart onreine geesten en boze geesten kan dienen. Hoe zou mijn woede die hondachtige, varkensachtige mensen kunnen tolereren die me bedriegen? Ik moet mijn bestuurlijk vonnis uitvoeren en ik moet me onttrekken aan de handen van onreine geesten, al die vervelende, ‘vromen’ die in mij geloven, ‘wachtend’ op mij op ordelijke wijze, om mijn os te zijn, om mijn paard te zijn en overgeleverd te zijn aan mijn slachting. Ik zal ervoor zorgen dat je je eerdere vastberadenheid opneemt en dat je mij opnieuw zal dienen. Ik zal niet tolereren dat iemand van de schepping mij bedriegt. Dacht je dat je zomaar ongebreideld verzoeken kon indienen en ongebreideld in mijn gezicht kon liegen? Dacht je dat ik je woorden en daden niet had gehoord of gezien? Hoe zouden je woorden en daden niet in mijn gezichtsveld kunnen zijn? Hoe zou ik kunnen toestaan dat mensen mij op die manier bedriegen?

Ik ben een van jullie geweest, bij jullie geweest gedurende meerdere seizoenen, ik heb lang bij jullie gewoond, heb met jullie geleefd - hoeveel van jullie verachtelijke gedrag is voor mijn ogen weggeslopen? Die oprechte woorden van jullie galmen voortdurend in mijn oren; vele miljoenen van jullie wensen zijn op mijn altaar gelegd - ze kunnen zelfs niet worden geteld. Maar wat betreft toewijding en wat het jullie mag kosten: niet eens een klein beetje. Er is zelfs niet eens een kleine druppel van oprechtheid van jullie op mijn altaar. Waar zijn de vruchten van jullie geloof in mij? Jullie hebben eindeloze genade van mij ontvangen en ontelbare mysteries vanuit de hemel gezien, ik heb jullie zelfs de vlammen van de hemel getoond, maar ik kon het niet over mijn hart krijgen om jullie te verbranden. En hoeveel hebben jullie mij daarvoor teruggegeven? Hoeveel zijn jullie bereid om aan mij te geven? Met het eten dat ik je gaf in je handen draai je je om en offert het aan mij, je durft zelfs te zeggen dat het iets was wat je kreeg in ruil voor het zwoegen van je eigen harde werk, dat je jezelf helemaal aan mij geeft. Hoe kun je niet inzien dat jouw ‘bijdragen’ aan mij allemaal dingen zijn die van mijn altaar zijn gestolen? En nu offer je die aan mij aan - bedrieg je mij niet? Hoe kan het je ontgaan zijn dat waar ik vandaag van geniet al de giften op mijn altaar zijn en niet wat jij hebt verdiend in ruil voor je harde werk, waarna je het aan mij hebt geofferd? Jullie durven mij echt op deze manier te bedriegen, dus hoe kan ik jullie vergeven? Hoe kan ik dit nog langer verdragen? Ik heb jullie alles gegeven. Ik heb alles voor jullie beschikbaar gesteld, voorzien in jullie behoeften en jullie ogen geopend, maar jullie negeren jullie geweten en bedriegen mij op deze manier. Ik heb onzelfzuchtig alles aan jullie geschonken, zodat jullie ondanks jullie lijden, alles wat ik uit de hemel heb meegenomen van mij hebben ontvangen. Maar jullie hebben geen enkele toewijding en zelfs als jullie een kleine bijdrage leveren, vereffenen jullie die daarna met mij. Draagt je bijdrage helemaal niks bij? Wat je mij hebt gegeven is niets anders dan een enkele zandkorrel, maar wat je van mij hebt gevraagd is een ton goud. Ben je niet gewoon onredelijk? Ik werk onder jullie. Er is geen enkel spoor van de tien procent die ik zou moeten ontvangen, en al zeker niet van eventuele extra offers. Bovendien, de tien procent bijgedragen door degenen die godsvruchtig zijn, wordt in beslag genomen door de goddelozen. Zijn jullie niet allemaal van mij verwijderd? Zijn jullie niet allemaal vijandig tegenover mij? Vernietigen jullie niet allemaal mijn altaar? Hoe zou dit soort persoon kunnen worden beschouwd als een schat in mijn ogen? Zijn dit geen varkens, honden waarvan ik een afkeer heb? Hoe zou ik jullie slechte daden als een schat kunnen beschouwen? Voor wie is mijn werk eigenlijk? Zou het kunnen dat het alleen maar bedoeld is om jullie allemaal neer te slaan om mijn gezag te onthullen? Zijn jullie levens niet allemaal gebonden aan één enkel woord van mij? Waarom gebruik ik alleen woorden om jullie te instrueren en heb ik geen woorden in feiten omgezet om jullie zo snel mogelijk neer te halen? Zijn mijn woorden en mijn werk er slechts om de mensheid te verslaan? Ben ik een God die zonder onderscheid de onschuldigen doodt? Hoeveel van jullie staan er op dit moment voor mij, die met hun hele wezen op zoek zijn naar het juiste pad van het menselijk leven? Het zijn enkel jullie lichamen die voor mij staan, maar jullie harten zijn op vrije voeten en zijn ver, ver weg van mij. Omdat jullie niet weten wat mijn werk eigenlijk inhoudt, is er een aantal van jullie dat zich van mij wil afscheiden, dat zich van mij distantieert en in het paradijs wil leven waar geen tuchtiging, geen oordeel is. Is dit niet het verlangen dat mensen in hun hart dragen? Ik dwing je zeker niet. Welk pad je neemt, is je eigen keus en het pad van vandaag gaat samen met oordeel en vloek, maar jullie zouden allemaal moeten weten dat wat ik jullie heb geschonken, of het nu oordeel of tuchtiging is, het zijn allemaal de beste geschenken die ik jullie kan geven en het zijn allemaal dingen die jullie dringend nodig hebben.

Vorige:Het werk van het verspreiden van het evangelie is ook het werk van de redding van de mens

Volgende:Het werk in het Tijdperk van de Wet

Mogelijk vindt u dit ook interessant