De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Getuigenissen van ervaringen met het oordeel van Christus

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Door Gods hart te begrijpen, kunnen misvattingen uit de weg worden geruimd

Door Chen Gang, provincie Hebei

Gods woorden luiden: “Gods suprematie, grootheid, heiligheid, verdraagzaamheid, liefde, enzovoorts – al deze verschillende aspecten van Gods gezindheid en wezen worden telkens wanneer Hij Zijn werk verricht, in praktijk gebracht; zij worden belichaamd in Zijn wil voor de mens en tevens vervuld en weerspiegeld ten aanzien van iedere persoon. Ongeacht of je dat ooit eerder hebt gevoeld, zorgt God op alle mogelijke manieren voor iedere persoon. Daarbij maakt Hij gebruik van Zijn oprechte hart, wijsheid en diverse methodes om het hart van iedere persoon te verwarmen en de geest van iedere persoon wakker te maken. Dat staat onomstotelijk vast” (‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Nadat ik Gods woorden had gelezen, zag ik in dat alles wat Hij doet overvloeit van Zijn liefde en genade en van Zijn zorg voor ons. We hebben heel veel baat bij al Gods handelingen, ze zijn datgene wat we het meest nodig hebben. Zolang we deze liefde van Hem serieus zoeken en ervaren, zullen we haar voelen. Vanwege mijn onbekendheid met Gods gezindheid en essentie leefde ik vaak in een gesteldheid van onbegrip, argwaan en afweer tegenover God en was ik niet in staat mijn hart aan Hem over te geven. Elke keer wanneer er een taak was die uitgevoerd moest worden probeerde ik deze te ontlopen of weigerde ik deze te doen, waarmee ik talloze mogelijkheden misliep om de waarheid te verwerven. Enige tijd geleden kon ik, doordat ik werd geconfronteerd met echte omstandigheden en het oordeel en de tuchtiging van Gods woorden, enig begrip van mijn eigen satanische natuur opdoen en enige werkelijke kennis van Gods prachtige en goede essentie verwerven. Pas toen kon ik me ontdoen van een aantal van mijn misvattingen over Hem.

Nadat ik tot geloof in God gekomen was, was het zo dat ik, elke keer wanneer ik hoorde of zag dat iemand werd ontslagen van een leiderschapstaak en werd vervangen – soms zelfs geroyeerd omdat hij of zij te veel kwaad had gedaan – een gevoel kreeg dat moeilijk uit te drukken was, ik kon niet anders dan bij mezelf denken: Het vervullen van je plicht in een leiderschapspositie is een enorme verantwoordelijkheid, je kunt makkelijk worden ontslagen en vervangen omdat je iets niet goed genoeg aanpakt, en loopt zelfs het risico te worden geroyeerd en geëlimineerd. Het lijkt erop dat hoe hoger je positie is, hoe onzekerder deze is. Er schuilt enige waarheid in de gezegden ‘het is eenzaam aan de top’ en ‘wie hoog staat kan diep vallen’. Ik denk dat het vervullen van een plicht die niet gepaard gaat met een hoge positie wat veiliger is. Zolang ik niet wordt gepromoveerd of gedegradeerd zit ik goed. Op die manier kan ik vermijden dat ik te veel slechte daden doe en daarvoor word ontmaskerd en geëlimineerd, en ik tot het einde toe geloof, maar toch met niets eindig. Daarop verzon ik elke keer wanneer de kerk me wilde promoveren of me aan een verkiezing mee wilde laten doen allerlei excuses om er onder uit te komen of het te weigeren. Geleidelijk vormde zich een diepe kloof tussen mij en God. Tijdens een bijeenkomst in april van dit jaar vroeg mijn leider me: “Broeder, de jaarlijkse verkiezing van ons kleine district wordt binnenkort gehouden. Hoe denk je daarover?” Toen ik hoorde dat er binnenkort een verkiezing zou worden gehouden voelde ik me zenuwachtig en wist niet goed hoe ik moest antwoorden. Ik dacht eraan hoe sommige broeders en zusters in het verleden waren ontslagen en vervangen omdat ze niet in staat waren echt werk te verrichten en tot op de dag van vandaag niet in staat waren geweest hun plichten te vervullen. Ik was bang dat als ik zou worden verkozen, ik hetzelfde lot zou ondergaan, dat ik, als de tijd gekomen was, ook niet in staat zou zijn enig echt werk te verrichten. Ik had het momenteel behoorlijk goed. Niet alleen had ik een plicht te vervullen, ik hoefde me ook geen zorgen te maken dat ik mijn positie zou verliezen en zou worden vervangen. Met deze gedachten in mijn hoofd antwoordde ik mijn leider gehaast: “Ik heb in alle opzichten te veel tekortkomingen. Ik ben doorgaans ook extreem gespannen tijdens bijeenkomsten met onze broeders en zusters. Het is waarschijnlijk een beetje beter voor me wanneer ik meer ervaring opdoe met mijn huidige plicht, ik stel me dus niet verkiesbaar voor deze verkiezing.” Toen hij zag dat ik niet erg positief stond tegenover het idee verkozen te worden, communiceerde mijn leider nog een paar keer met me over het onderwerp in de hoop dat ik toch deel zou nemen aan de aanstaande verkiezingen, maar ik weigerde elke keer beleefd.

Op een avond een paar dagen later zocht ik mijn leiders op omdat ik iets met ze had te bespreken. Ze waren bezig een brief te lezen van het hogere leidinggevende kader met betrekking tot de verkiezing. Ik voelde me zo nerveus dat mijn hart me in de keel klopte en ik dacht bij mezelf: ik moet wegrennen en me verstoppen, anders willen ze weer met me communiceren over mijn deelname aan de verkiezing. Ik verborg me daarom in het toilet en doodde de tijd. Ik had echter jeuk en krabde me op de plek waar het jeukte. Per ongeluk krabde ik een wondje open en het bloed stroomde over mijn hele hand. Ik veegde het bloed snel weg met wat toiletpapier en drukte het op de wond. Na een tijdje was het toiletpapier echter door en door doordrenkt. Plotseling bedacht ik me stomverbaasd: wat moet ik doen als het me niet lukt het bloed te stelpen? Met één hand nog steeds op de wond drukkend, liep ik met snelle stappen de kamer binnen om mijn leiders een kijkje te laten nemen en te zien wat kon worden gedaan om het bloeden te stelpen. Een broeder keek me aan en sprak: “Je bloedt behoorlijk heftig, dat houdt niet zomaar op. Hoe meer bloed je afveegt, hoe meer de wond zal bloeden!” Toen ik dit hoorde, voelde ik me nog onzekerder: was het werkelijk zo ernstig? Hoe kon een klein wondje zo hevig bloeden? Als het niet zou ophouden met bloeden, zou het dan tot de volgende dag doorgaan tot ik uiteindelijk leeggebloed was? Ik werd plotseling overmand door een golf van ontzetting, angst en machteloosheid en ik had geen idee wat ik moest doen. Het was alsof ik geen adem meer kon halen. Precies op dat moment werd ik me bewust van de mogelijkheid dat de plotselinge gebeurtenis van die dag helemaal niet zo toevallig was geweest en dat ik me moest haasten en nadenken over mijn gedrag, zodat ik mezelf beter kon leren kennen! Toen kalmeerde ik en dacht na of ik God recentelijk op enige wijze had beledigd, maar hoe diep ik ook nadacht, ik kon niets bedenken. Toen schoot me een passage uit Gods uitspraken te binnen: “Wanneer mensen God beledigen, is dat misschien niet door één gebeurtenis, of door één ding dat ze hebben gezegd, maar het is eerder door een houding die ze aannemen en een gesteldheid waarin ze zich bevinden. Dit is heel angstaanjagend” (‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). De leiding van Gods woorden bracht me voor Hem om de waarheid te zoeken: “God! Ik ben zo blind en dwaas geweest. Ik kan niet bevatten wat ik heb gedaan om u te beledigen. Toon me alstublieft de weg. Openbaar me uw wil zodat ik mijn tegendraadsheid en verzet kan onderkennen. Ik wil ten overstaan van u berouw tonen.” Na afloop van mijn gebed voelde ik me wat rustiger en begon ik na te denken over mijn vroegere handelingen en gedachten, waarbij ik me afvroeg waar ik misschien van Gods wil was afgeweken. Plotseling herinnerde ik me hoe ik me had gedragen en wat mijn houding was geweest met betrekking tot de verkiezing. Mijn leiders hadden me regelmatig opgezocht om hun mening te geven dat ik eraan deel zou moeten nemen en toch had ik altijd aan mijn eigen opvattingen vastgehouden. Ik was bang dat ik zou worden blootgesteld als ik bij het vervullen van mijn plicht slecht werk zou afleveren en ik had keer op keer allerlei redenen en excuses bedacht om deelname te weigeren. Mijn houding was er niet een van aanvaarding en onderwerping geweest, niet in het minst. Ik wist heel goed dat de democratische verkiezingen die de kerk hield vereist waren voor het implementeren van de werkregelingen. Dit was een belangrijk onderdeel van het werk van Gods familie en het bevatte Gods wil. Ik had echter in het geheel niet de waarheid gezocht. Om mezelf te beschermen had ik regelmatig de verkiezing vermeden en had geweigerd me verkiesbaar te stellen. De houding die ik diep van binnen koesterde – het soort dat God tot vijand maakt – had me weerzinwekkend en verfoeilijk gemaakt in Zijn ogen, sterker nog, het had Hem pijn gedaan en teleurgesteld. Dat ik plotseling met een probleem van dit soort werd geconfronteerd was Gods manier om me te disciplineren. Toen ik me dit realiseerde, zag ik dat Gods rechtvaardige gezindheid niet zou tolereren te worden beledigd door mensen. Ik wilde dus een ommekeer teweegbrengen in mijn foutieve toestand en berouw tonen voor God. Ik deed daarom mijn leiders een grondig verslag van alles waar ik over had nagedacht, van het begin tot het eind. Na me te hebben aangehoord, communiceerde de broeder met me over de houding en openbaringen die hij had gehad toen hij had deelgenomen aan de verkiezingen. God zij dank! Dit incident had me een les geleerd, en een uur later hield het bloeden van mijn wond op. Hierdoor realiseerde ik me dat, toen ik in een gesteldheid van verdorvenheid en tegendraadsheid leefde, God me Zijn rechtvaardige, onbeledigbare gesteldheid had getoond, en dat toen ik tot Hem terugkeerde met een verlangen de waarheid te zoeken, Hij me Zijn glimlachende gezicht onthulde en ik een voorproefje had gekregen van Gods gezindheid die levendig en levensecht is.

Daarna kon ik niet anders dan nadenken over het feit dat elke keer dat de kerk een verkiezing had gehouden, ik altijd had geprobeerd om deze te vermijden en excuses te maken om er onder uit te komen. Ik had me niet verkiesbaar willen stellen, bang dat als ik voor een leiderschapspositie zou worden gekozen en ik iets zou doen dat tegen God inging, ik zou kunnen worden ontslagen en geëlimineerd. Waarom spookten deze gedachten toch steeds door mijn hoofd? Tijdens mijn spirituele devoties zocht ik bewust naar Gods woorden over dit onderwerp, opdat ik ze zou kunnen eten en drinken. Op een dag las ik deze uitspraak van God: “Sommigen zeggen: ‘In God geloven in Zijn aanwezigheid – dat is als op eieren lopen! Het is als leven op het scherp van de snede!’ Anderen zeggen: ‘In God geloven is als het gezegde van de ongelovigen: “In het gezelschap van de koning verkeren is als in de nabijheid van een tijger zijn.” Het is vreselijk! Als je één ding verkeerd doet of zegt, word je geëlimineerd. Je wordt de hel in geworpen en vernietigd!’ Kloppen zulke gezegden? Waar wordt het gezegde ‘in het gezelschap van de koning verkeren is als in de nabijheid van een tijger zijn’ meestal gebruikt? En waar verwijst ‘op eieren lopen’ naar? Wat betekent ‘leven op het scherp van de snede’? Jullie zouden allemaal moeten weten wat dit letterlijk betekent, want deze gezegdes staan allemaal voor groot gevaar. Het is net als wanneer een mens een leeuw of een tijger temt: Ieder dag is als op eieren lopen of als leven op het scherp van de snede. Dit is het soort situatie waar de gezegdes naar verwijzen. De wilde natuur van tijgers en leeuwen kan op ieder moment ontvlammen. Het zijn meedogenloze dieren die geen genegenheid hebben voor mensen, hoeveel jaren ze ook al met hen omgaan. Als ze je op willen eten, eten ze je op. Als ze je kwaad willen doen, doen ze je kwaad. Kun je dan met zulke gezegdes omschrijven hoe het is om in God te geloven? Denken jullie niet af en toe het volgende? ‘In God geloven is echt als op eieren lopen. Die woede van Hem kan in een ogenblik ontvlammen. Hij kan ieder moment in woede ontsteken en op ieder moment iemand uit zijn functie ontheffen. Wie God niet mag, wordt ontmaskerd en geëlimineerd.’ Is dat zo? (Nee.) Het lijkt erop dat jullie hier ervaring mee hebben en het begrijpen, dus laat je niet bedriegen. Dit is een denkfout; het is absoluut absurd zoiets te zeggen” (‘Je kunt waarheid ontvangen nadat je je ware hart aan God hebt overgegeven’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). “Sommige mensen zeggen: ‘Wees geen leider, zorg dat je geen status hebt. Mensen raken in gevaar zodra ze status krijgen, en God zal ze ontmaskeren! Als ze eenmaal ontmaskerd zijn, komen ze niet eens als gewone gelovigen in aanmerking en hebben ze geen kans meer op redding. God is niet rechtvaardig!’ Wat is dat nu voor iets om te zeggen? Op zijn best laat het een misvatting over God zien. Op zijn slechtst is het godslastering” (‘Om je verdorven gezindheid op te lossen, moet je een specifiek pad hebben om te praktiseren’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Gods woorden ontroerden me diep, regel voor regel, want ze beschreven heel precies mijn situatie. Ik had inderdaad niet botweg uitgesproken dat geloven in God was ‘als het in de buurt van een tijger zijn’ of ‘leven op het scherpst van de snede’, maar wanneer ik mijn houding tegenover de verkiezingen van de kerk in ogenschouw nam, bleek dat ik volkomen afwerend en vol misvattingen was geweest. Dit toonde aan dat dit precies het soort situatie was waarin ik had geleefd. Bij het zien van het lijdende, getormenteerde bestaan van enkele broeders en zusters die waren ontslagen en hun leiderschapsposities hadden verloren, waarvan sommigen zelfs waren geroyeerd omdat ze meermaals kwaad hadden gedaan, was ik altijd teruggeschrokken voor het vervullen van mijn plicht als leider, en hoopte in plaats daarvan een respectvolle afstand te behouden. Vanuit mijn oogpunt ging leiderschap immers gepaard met positie, en kleefde daar het risico aan te worden blootgesteld en geëlimineerd. Ik ging zelfs zover dat ik extreem voorzichtig, timide en aarzelend was bij het vervullen van mijn eigen plichten en me nooit enthousiast toonde over verkiezingen, doodsbang dat als ik zou worden verkozen om als leider te dienen en ik een fout zou maken, het gevolg zou zijn dat ik zou kunnen worden ontslagen en geëlimineerd. In mijn verbeelding had ik God op dezelfde manier bekeken als de ambtenaren van de Chinese Communistische Partij die de macht hadden. Ik durfde niet al te dicht bij Hem te komen of Hem provoceren. Ik had verondersteld dat iedereen die Hem beledigde noodzakelijkerwijze getroffen zou worden door enorme rampspoed, en ik dacht zelfs dat de broeders en zusters die waren ontslagen en geëlimineerd dit over zichzelf hadden afgeroepen door in leiderschapsposities te dienen. Ik had de positie van ‘leider’, zoals vastgesteld binnen de administratieve structuur van Gods familie, nagenoeg beschouwd als een manier om mensen te ontmaskeren en elimineren. Nu pas, door de openbaringen van Gods woord, werd ik me ervan bewust dat deze gedachten die ik koesterde een volstrekt gebrek aan kennis van Gods heilige essentie openbaarden. Deze vermoedens die ik over God had gehad, waren extreem godslasterlijk geweest! Toen ik me dit realiseerde, voelde ik een aanhoudende angst en kon ik niet anders dan in gebed tot God neerknielen: “God! Hoewel ik u vele jaren heb gevolgd, ken ik u toch niet. Mijn broeders en zusters hebben met mij gecommuniceerd om mij deel te laten nemen aan de verkiezingen. Dat waren mogelijkheden die u me schonk om me te trainen, te zuiveren en te transformeren – ik begreep echter niet alleen uw wil niet, ik weigerde ze ook daadwerkelijk en probeerde ze te ontlopen, waarbij ik geheel en al een defensieve houding aannam en u verkeerd begreep. Ik behandelde u totaal niet als God. Die opvatting van mij was eenvoudigweg die van een ongelovige – van het werkelijk satanische soort! God! Als u me niet op deze manier had ontmaskerd, zou ik nooit over mijn eigen problemen hebben nagedacht en zou ik nog steeds in een gesteldheid van vijandschap en misvatting hebben geleefd. Als dat zou hebben voortgeduurd zou u me alleen maar hebben kunnen haten, verafschuwen en afwijzen. God! Ik ben nu bereid om tot inkeer te komen. Leid me alstublieft naar een begrip van de waarheid en van uw wil. …”

Hierna las ik meer van Gods woorden: “Zodra mensen status verwerven, worden ze dan antichristen, wie ze ook zijn? (Als ze niet naar de waarheid zoeken, worden ze antichristen, maar als ze wel naar de waarheid zoeken, dan niet.) Het is dus niet iets absoluuts. Zijn dan degenen die uiteindelijk het pad van de antichristen gaan dus in de val van status gelopen? Dat gebeurt wanneer mensen niet het juiste pad nemen. Ze hebben een goed pad om te volgen, maar ze volgen het niet. In plaats daarvan volgen ze een slecht pad. Dit lijkt op hoe mensen eten: sommige mensen eten geen voeding die hun lijf gezond kan houden en waardoor ze hun normale leven kunnen volhouden, maar nemen drugs in plaats daarvan. Uiteindelijk raken ze verslaafd en gaan ze dood aan de drugs. Is dat geen keuze die mensen zelf maken?” (‘Om je verdorven gezindheid op te lossen, moet je een specifiek pad hebben om te praktiseren’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Vervolgens las ik een andere communicatie die luidde: “Waarom worden er zoveel mensen ontmaskerd in het uitvoeren van allerlei kwaad met hun status en macht? Dat is niet omdat hun status hen benadeelt. Het fundamentele probleem is de essentie van de natuur van de mens. Status kan mensen zeker en vast ontmaskeren, maar wanneer een goedhartige persoon een hoge positie heeft, dan zal die niet allerlei kwaad doen” (Communicatie van boven). Dankzij Gods woorden en deze communicatie realiseerde ik me een aantal dingen. Het bleek dat de medewerkers en leiders die waren ontslagen en geëlimineerd niet waren weggestuurd vanwege hun leiderschapsposities, maar omdat ze tijdens het vervullen van hun plichten consequent hadden nagelaten de waarheid na te streven of het juiste pad te bewandelen. Dit was de reden waarom ze waren ontmaskerd en weggedaan. Ik moest toen als vanzelf denken aan de leiders en medewerkers om me heen die waren ontmaskerd. Eén broeder was bijzonder zelfingenomen geweest en had zijn plicht niet principieel vervuld. Hij had vrijelijk mensen gepromoveerd om leiderschapstaken te vervullen. Deze mensen hadden wel gaven en kwaliteiten, maar bezaten de werkelijkheid van de waarheid niet. Hij had herhaalde herinneringen en hulp van broeders en zusters niet geaccepteerd en had als gevolg daarvan onrust in de kerk veroorzaakt waarbij broeders en zusters werden belemmerd het leven binnen te gaan. Deze broeder had bijzonder sterk op zijn eigen opvattingen vertrouwd, wat zelfs zover ging dat hij het advies van medewerkers negeerde. Hij had erop gestaan het geld en de kostbaarheden van de kerk in een huis te steken waar veiligheidsrisico’s aan verbonden waren, wat er toe leidde dat het allemaal werd geconfisqueerd door de Communistische Partij van China. Er was ook een zuster die overdreven bezorgd was om haar status. Tijdens het vervullen van haar plicht als medewerkster was ze niet in staat geweest om de constructieve kritiek van eenieder te accepteren. Ze had die zelfs tegengewerkt en wraak genomen op die broeders en zusters die haar advies hadden gegeven en had talloze malen geweigerd de communicatie en hulp van haar superieuren te aanvaarden. Uiteindelijk had ze een waarschuwing gekregen, maar ook dat deed haar niet over haar handelingen nadenken zodat ze zichzelf beter zou leren kennen, laat staan dat ze de waarheid aanvaardde. Ze had nooit berouw getoond en was nooit veranderd, maar bleef in plaats daarvan koppig het pad van de antichrist volgen … Deze voorbeelden van falen lieten me inzien dat de kerk niemand zonder goede redenen had ontslagen of geëlimineerd. Pas nadat ik de manier waarop deze ontslagen en geëlimineerde individuen zich de hele tijd hadden gedragen nauwkeurig had geanalyseerd, zag ik in dat de meesten van hen blijk hadden gegeven van een behoorlijk ernstige vorm van tegendraadsheid in hun gezindheid en het werk van de kerk nooit hadden uitgevoerd overeenkomstig de principes van de waarheid. Ze hadden allen gewoon gedaan waar ze zin in hadden en hadden uiteindelijk onderbrekingen en verstoringen in het kerkelijk werk veroorzaakt, waarbij ze andere broeders en zusters ernstig hinderden het leven binnen te gaan. Uiteindelijk moesten ze worden ontslagen en vervangen. Kennelijk had God hun, voor er ook maar iemand was ontslagen, voldoende gelegenheden gegeven berouw te tonen en hadden broeders en zusters hen vele malen geholpen en ondersteund. Het was gewoon zo, dat deze leiders nooit enige intentie hadden getoond zich te bekeren en ze het kerkelijk werk ernstig hadden onderbroken, verstoord en gehinderd alvorens ze uiteindelijk werden ontslagen en vervangen. Ze konden slechts zichzelf verwijten maken voor hun falen, nietwaar? Was dit niet de bittere vrucht die ze zelf geleidelijk hadden gekweekt? In hun falen en val had ik echter niet het foutieve pad waarover deze mensen liepen herkend of duidelijk de bron van hun verzet tegen God gezien, en ik had ook niet naderhand nagedacht over mijn eigen handelingen en hun voorbeelden gebruikt als een waarschuwing voor mijzelf. Ik wist ook niet dat Gods gezindheid onbeledigbaar was. Ik had dus ook geen godvrezende verering ontwikkeld die me zou hebben verhinderd hun voetstappen te volgen. In plaats daarvan had ik, binnen in me, misvattingen en afweer tegen God tot ontwikkeling laten komen. Ik had alle onrechtvaardigheid genomen en op God geprojecteerd. Ik kon duidelijk zien dat ik onwetend en blind was, verachtelijk en deerniswekkend, en God werkelijk tot in de kern pijn had gedaan. Ik herinnerde me ook dat er een groep mensen in de kerk was geweest die, ondanks dat ze nooit een hoge positie had bekleed, voortdurend verzuimd had om de waarheid na te streven, in de kerk onderbrekingen en verstoringen had veroorzaakt en hun doelen niet goed had vervuld. Ook deze mensen waren op dezelfde manier door God blootgesteld en geëlimineerd. Deze realisatie maakt me nog duidelijker dat wanneer we God volgen, de vraag of we wel of niet blootgesteld en geëlimineerd worden niets te maken heeft met welke plicht we vervullen of welke positie we bekleden. Als we de waarheid niet najagen of het pad van transformatie in onze gezindheid bewandelen maakt het niet uit welke positie we al dan niet innemen, we kunnen allemaal worden beheerst door de gezindheid van Satan en we kunnen op elk moment dingen doen die God beledigen of tegen Hem ingaan, en dus worden blootgesteld en geëlimineerd. Dit was een precieze bevestiging van Gods woorden: “Een onveranderde gezindheid betekent vijandschap jegens God.” Ik ben dankbaar voor Gods verlichting en leiding, die me hielpen enig begrip en onderscheidingsvermogen te verwerven over de foutieve opvattingen die ik had gehad, en waardoor ik het belang inzag van het nastreven van de waarheid bij het geloven in God en van het streven naar een verandering in gezindheid. Tegelijkertijd werd ik me ervan bewust hoe bespottelijk en absurd ik was geweest met deze misvattingen en voorstellingen te leven.

Later las ik een andere passage in een communicatie die als volgt luidde: “Ik vroeg een broeder ‘Heb je enige vooruitgang geboekt in de afgelopen paar jaar?’ Hij zei: ‘De meeste vooruitgang die ik heb geboekt was het resultaat van het feit dat ik werd geroyeerd.’ Waarom boekte hij de meeste vooruitgang door te worden geroyeerd? Hij had zeker dringend tot God gebeden en had vast flink wat tijd besteed aan het nadenken over zijn handelingen en aan het leren kennen van zichzelf. Hij was ook bereid geweest tot inkeer te komen en wilde niet door God weggeworpen worden. Serieus tot God bidden had tot heel veel verlichting en illuminatie, en tot zelfkennis geleid. Hij had onderkend hoe hij gedurende de jaren had gehandeld en welk pad hij was gevolgd. Door middel van deze negatieve leerervaringen had hij zich heel precies gerealiseerd hoe hij in God zou moeten geloven en hoe hij de waarheid zou moeten nastreven. Vervolgens had hij oprecht tot inkeer gekomen voor God en was hij bereid geweest om hard te werken in zijn streven naar de waarheid, zich te onderwerpen aan het oordeel en de tuchtiging van God, en zich te conformeren aan Zijn orkestratie. Op deze manier werd zijn reis van geloof in God vernieuwd en had hij formeel het pad van geloof betreden. Dus vertel me maar, heeft zo’n royement ook nog voordelen? Is het niet eigenlijk een manier om mensen redding te brengen” (Communicatie van boven). Uit deze communicatie kon ik de extreme genade en redding opmaken die God de mens heeft gebracht. Sommigen waren door de kerk geroyeerd vanwege de slechte daden die ze hadden begaan. Zolang ze echter oprecht berouw hadden gehad en bereid waren geweest om Gods disciplinering en tuchtiging te aanvaarden en zich eraan te onderwerpen, na te denken over zichzelf zodat ze zichzelf beter zouden leren kennen, en waren begonnen de waarheid na te streven, hadden ze nog hoop op redding. Op hetzelfde moment begon ik te begrijpen dat Gods strenge oordeel, de manieren waarop Hij mensen aanpakt, hen tuchtigt en disciplineert ook vormen van redding waren voor mensen die oprecht berouw toonden. Hun doel was mensen in staat te stellen beter over zichzelf na te denken en hun satanische natuur te begrijpen die hen ertoe had gebracht zich tegen God te verzetten en Hem als een vijand te zien. Het was om hen in staat te stellen echt van zichzelf te walgen en hun vlees te verloochenen, zodat in hen een angstige eerbied voor God zou worden opgewekt en ze het pad van het nastreven van de waarheid zouden betreden. Voor mensen die oprecht in God geloven en de waarheid nastreven, wat ze ook hebben meegemaakt – of ze nu werden ontslagen en vervangen, of geroyeerd, of wat dan ook – was niets van dit alles blootstelling of eliminatie, maar waren dit keerpunten op hun pad van geloof in God! Onwillekeurig deed dit me denken aan een passage uit Gods woorden: “Het is niet erg als je meermalen faalt en valt, of ontmaskerd wordt. Of je nu aangepakt, gesnoeid of ontmaskerd wordt, onthoud altijd: ontmaskerd worden houdt geen veroordeling in. Het is iets goeds; het is de beste gelegenheid om jezelf te leren kennen. Het kan je levenservaring in een stroomversnelling brengen. Zonder dat zul je geen gelegenheid, staat of context hebben waarmee je een begrip van de waarheid over je verdorvenheid kunt bereiken. Het is iets goeds als je de dingen in je en ieder aspect van die dingen die diep binnen in je verborgen zitten en zo moeilijk herkenbaar en aan het licht te brengen zijn, leert kennen. Jezelf echt leren kennen is je beste kans om je manier van doen te verbeteren en een nieuw mens te worden. Wanneer je jezelf eenmaal echt kent, zul je kunnen zien dat het echt kostbaar is als de waarheid je leven wordt en je zult dorstig worden naar de waarheid en de werkelijkheid binnengaan. Dat is zo fantastisch! Als je deze gelegenheid weet aan te grijpen en steeds als je faalt of valt serieus over jezelf nadenkt en echte kennis over jezelf verwerft, dan zul je midden in je negativiteit en zwakte in staat zijn weer op te staan. Als je deze drempel eenmaal over bent, zul je in staat zijn een grote stap vooruit te zetten en de werkelijkheid van de waarheid binnen te gaan” (‘Om de waarheid te bereiken, moet je leren van mensen, zaken en dingen om je heen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Toen ik hierover nadacht, verwierf ik een nog dieper begrip van Gods wil: elke keer dat Hij ons treft, disciplineert, wegstuurt en royeert, is alles wat Hij besluit te doen gebaseerd op ons eigen gedrag en verdorven gezindheid. Alles wat God doet is bedoeld om mensen te zuiveren en te transformeren. Deze dingen zijn allemaal reddingen en zijn bijzonder heilzaam voor ons. Ik had al die tijd angstig naar de plicht van leiderschap gekeken omdat mensen die deze plicht op zich hadden genomen waren blootgesteld, ontslagen en geëlimineerd. Ik had mezelf gewaarschuwd nooit een plicht te aanvaarden die samenhing met een positie. Op deze manier zou ik nooit vallen of falen, noch in pijnlijke loutering hoeven te leven. Gods rechtvaardige gezindheid omvat het oordeel over ons, onze tuchtiging, onze kastijding en onze disciplinering, maar het omvat ook tolerantie en geduld en de grootste liefde voor ons. Ik had deze dingen nooit eerder gezien, maar leefde in plaats daarvan in een gesteldheid van misverstand en veronderstellingen tegenover God, een gesteldheid die was gebaseerd op mijn eigen opvattingen en voorstellingen. Ik was niet bereid deel te nemen aan verkiezingen en ik had nog veel minder enige aspiratie de plicht van leiderschap te vervullen. Als gevolg daarvan had ik vele kansen gemist de waarheid te verwerven en God te kennen. Pas nu zie ik duidelijk dat mijn eerdere opvattingen ‘het is eenzaam aan de top’ en ‘wie hoog staat kan diep vallen’ absurde standpunten van Satan waren die extreem hinderlijk waren voor mijn streven naar de waarheid en mijn zoektocht naar het kennen van God. Ik dankte God voor Zijn verlichting en leiding, die mij in staat hadden gesteld me te ontdoen van bepaalde misvattingen die ik over Hem had. Tegelijkertijd voelde ik hoe waarlijk lelijk, walgelijk, weerspannig en onwetend ik in feite was geweest!

Later kon ik niet anders dan diep bij mijzelf te rade te gaan en me te verwonderen waarom ik altijd zo’n defensieve houding had aangenomen tegenover God en welke natuur me ertoe had aangezet me zo te gedragen. Ik las een passage van Gods woorden die luidde: “En als je aan God kunt twijfelen en naar eigen believen over Hem kunt speculeren, ben je ongetwijfeld bedrieglijker dan wie ook. Je speculeert of God als de mens kan zijn: onvergeeflijk zondig, bekrompen, oneerlijk, onredelijk, zonder rechtvaardigheidsgevoel, geneigd tot kwaadaardige, onderhandse en geslepen tactieken, en dat Hij genoegen kan scheppen in goddeloosheid en duisternis, enzovoort. Is het niet zo dat de mens zulke gedachten koestert omdat hij geen greintje kennis over God heeft?” (‘Hoe je de God op aarde kunt leren kennen’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Ik las ook een communicatie die luidde: “Allen die een defensieve houding aannemen tegenover God wanneer ze geconfronteerd worden met beproevingen zijn verraderlijk, egoïstisch en gemeen. Ze denken alleen aan zichzelf en houden God niet in hun harten. Zulke mensen zijn degenen die strijden tegen God. Zodra ze een probleem tegenkomen, nemen ze een defensieve houding tegenover God aan en bestuderen Hem, waarbij ze zich afvragen: ‘Wat bedoelde God hiermee? Waarom liet Hij toe dat dit me overkwam? Vervolgens proberen ze met God een redenatie op te zetten. Hebben zulke mensen dan geen slechte bedoelingen? Is het nastreven van de waarheid makkelijk voor zulke mensen? Dat is het niet. Dit zijn geen normale mensen. Ze hebben een demonische natuur en kunnen met niemand opschieten” (‘Vragen & antwoorden’ in ‘Preken en communicatie XIII’). Gods woorden en deze communicatie legden de onderliggende oorzaak bloot van het probleem van mijn defensieve houding tegenover God en mijn speculatie over God. Omdat ik van nature overdreven sluw was, had ik elke keer dat de kerk mij had willen ontwikkelen en bevorderen niet alleen de liefde die God voor mij had niet weten te vatten en Zijn nauwgezette bedoeling niet begrepen, maar had ik, in tegendeel, verondersteld dat het vervullen van een leiderschapstaak te gevaarlijk voor me zou zijn, en dat wanneer ik kwaad zou doen zodra ik eenmaal een positie zou bekleden, ik constant het risico zou lopen om te worden ontslagen en te worden geëlimineerd. Ik dacht er over na hoe ik had genoten van de hemel en de aarde en alle dingen die God had geschapen – tot aan de zon en de regen toe – alsook aan al het bewateren en de voorziening van zo vele van de uitspraken van God, en dat ik toch niet ook maar een klein beetje had geprobeerd enige waardering op te brengen voor de liefde en de redding die Hij voor de mensen had. Ik had altijd een defensieve houding tegenover Hem aangenomen en Hem kwaad gedaan, waarbij ik het boze vermoeden had dat God even kleingeestig was als mensen en verstoken van genade en liefde voor ons. Ik was echt zó bedrieglijk en verachtelijk geweest en ik had niet maar het kleinste beetje van de gelijkenis van een mens getoond in mijn leven. Op dat moment voelde ik me heel erg schuldig en herinnerde me opnieuw Gods woorden: “God doet in stilte alles voor de mens door Zijn oprechtheid, trouw en liefde. Maar Hij heeft nooit schroom of spijt bij ook maar iets wat Hij doet, en evenmin heeft Hij het nodig dat iemand Hem op enige wijze terugbetaalt, noch is het Zijn bedoeling dat Hij ooit iets van de mensheid zal verkrijgen. Het enige doel van alles wat Hij ooit heeft gedaan, is dat Hij ware trouw en liefde van de mensheid ontvangt” (‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “God heeft de mensheid geschapen; ongeacht of zij verdorven zijn geraakt of Hem volgen, God behandelt mensen als Zijn geliefden – of zoals mensen zouden zeggen, degenen die Hem het meest dierbaar zijn – en niet als Zijn speeltjes” (‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf I’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). “Van het vroegste begin tot de dag van vandaag is alleen de mens in staat geweest met God een gesprek te voeren. Dat wil zeggen, van alle levende dingen en schepselen van God, is er behalve de mens geen enkel wezen geweest dat een gesprek met God kon hebben. De mens heeft oren om te horen, ogen om te zien, taal, zijn eigen ideeën, en vrije wil. De mens bezit alles wat nodig is om God te horen spreken, Gods wil te begrijpen en Gods opdracht te accepteren, en dus maakt God de mens al Zijn wensen kenbaar, om de mens tot metgezel te maken die één van geest is met Hem en samen met Hem kan wandelen. Vanaf het moment dat Hij begon met het beheer, heeft God gewacht tot de mens Hem zijn hart gaf, om God het hart te laten zuiveren en het toe te rusten, zodat hij aan God voldoet en door God geliefd wordt, en om te zorgen dat hij God vreest en het kwaad mijdt. God heeft altijd naar deze uitkomst uitgezien en erop gewacht” (‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). In deze regels en woorden van Gods uitspraken werd een liefde en zorg voor de mensheid geopenbaard, alsook hoop en verwachting. God behandelt mensen zoals een goedhartige moeder haar kinderen behandelt, Hij heeft ons waarlijk lief en zorgt goed voor een ieder van ons. Met de bedoeling een groep mensen te verwerven die overeenkomstig Zijn wil zijn, is God twee keer geïncarneerd, heeft Hij enorme vernederingen ondergaan en de ultieme prijs betaald ter wille van het verlossen en redden van de mensheid. Ondanks de tegendraadsheid, de weerstand, het misverstaan en het geklaag die we tegenover God hebben getoond, is Hij uiterst tolerant en geduldig doorgegaan in stilte het reddingswerk voor de mensheid te verrichten. God is onder ons gekomen om de waarheid uit te drukken, ons te bewateren, te voorzien en te leiden, in de hoop dat we op een dag Zijn goede bedoelingen met het redden van mensen zullen begrijpen en we ons hart overgeven aan God, ons onderwerpen aan Zijn oordeel en tuchtiging, onze verdorven gezindheid van ons afwerpen en veranderen in mensen die God heeft gered en die Hem vereren en het kwaad schuwen. Ik kon zien dat Gods essentie zó mooi en goed is, en Zijn liefde voor de mensheid zó echt! Ik, anderzijds, was blind en dwaas geweest, het had me ontbroken aan zelfs maar een greintje kennis van God, en ik had al helemaal Zijn goede bedoelingen niet begrepen. Ik had een defensieve houding tegenover God ingenomen en had Hem verkeerd begrepen, ik had harteloos keer op keer Zijn redding geweigerd, God vermeden en me van Hem verwijderd alsof Hij een vijand was, en Hem daarmee niets dan pijn en lijden toegebracht. God had Zich echter niet gefocust op mijn tegendraadsheid, dwaasheid en onwetendheid, maar had in plaats daarvan een omgeving gecreëerd die me zou kastijden en disciplineren. Hij had me ook door middel van Zijn woorden verlicht en geleid, waarbij Hij mijn defensieve houding en onbegrip tegenover Hem wegnam, en me in staat stelde mijn hart aan Hem over te geven. Gods liefde leidde er toe dat ik me beschaamd voelde en ik kon niet anders dan mezelf voor Hem op de grond neerwerpen en zeggen: “God! Ik heb beweerd geloof in u te hebben en toch heb ik u niet in het minst gekend. In alle opzichten heb ik een defensieve houding tegenover u aangenomen en heb ik u verkeerd begrepen. Ik ben echt veel te verraderlijk. Ik heb u door en door pijn gedaan, en ik ben het niet waard voor u te verschijnen. God! Vandaag heeft uw oordeel en tuchtiging me doen realiseren dat het uw bedoeling is mensen te redden, en ik heb me, beetje bij beetje, ontdaan van mijn onbegrip ten opzichte van u. God! Ik wil niet nog meer mogelijkheden mislopen de waarheid te verwerven en te worden vervolmaakt. Ik wens alleen maar de waarheid na te streven en mijn plicht te vervullen om uw liefde terug te betalen!” Nadat ik klaar was met bidden, voelde ik me in mijn hart heel dicht bij God, en ik had nu de aspiratie om een weg te zoeken om Hem tevreden te stellen.

Een paar dagen later communiceerden mijn leiders opnieuw met me over de aanstaande verkiezing in de hoop dat ik deel zou nemen. Ik wist dat dit een door God gegeven kans was om boete te doen en ik wilde mijn uiterste best doen deze kans aan te grijpen, ik vertelde hen dus blij “ja”. Een paar dagen nadat ik mijn misvattingen had opgehelderd en mijn defensieve houding had laten varen die ik tegen God had, nam ik deel aan de verkiezing en kozen mijn broeders en zusters me om een leiderschapsplicht te vervullen. Ik voelde me op dat moment diep ontroerd en mijn ogen vulden zich met tranen van dankbaarheid. Ik wist diep van binnen dat dit Gods liefde was die me werd geschonken, en het enige wat ik wilde doen was hard te werken bij het nastreven van de waarheid en het vervullen van mijn plicht en concrete handelingen te gebruiken om Gods liefde terug te betalen.

Terugkijkend op deze ervaring weet ik dat het de verlichting en leiding van Gods woorden waren die me, beetje bij beetje, van mijn misvattingen over God hadden doen afkomen en me de grootheid en edelmoedigheid van Zijn gezindheid hadden doen begrijpen. Wanneer God Zijn verlossingswerk doet zal Hij ons niet verlaten, hoeveel tegendraadsheid, verdorvenheid of zelf verzet er ook in ons wordt geopenbaard, zolang we maar een klein beetje verlangen koesteren ons te bekeren. Hij zal elk van ons veeleer maximale redding schenken. Zelfs al bevatten Gods woorden oordelen en veroordeling, Hij schenkt ons altijd de meest ware liefde en redding. Dit is de enige manier waarop we een nog diepere weerzin kunnen krijgen ten opzichte van onze verdorvenheid en slechtheid, en hard zullen werken om de waarheid na te streven en een verandering van gezindheid te bereiken. Gods woorden luidden: “De mens moet niet alleen in het wezen van God geloven, maar het bovendien liefhebben. Maar velen van degenen die in God geloven, zijn niet in staat om dit ‘geheim’ te ontdekken. Mensen durven niet van God te houden en proberen Hem ook niet lief te hebben. Ze hebben nooit ontdekt dat er zo veel is dat beminnelijk is aan God, ze hebben nooit ontdekt dat God de God is die de mens liefheeft en dat Hij de God is die voor de mens is om van te houden” (‘Zij die God liefhebben zullen voor altijd in Zijn licht leven’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Gods essentie is prachtig en goed, en er zijn zoveel redenen om van Hem te houden. We moeten dit werkelijk leren waarderen en ons realiseren door middel van ervaring. Van nu af aan wil ik, in de omgeving die God voor me heeft gecreëerd, meer tijd besteden aan het zoeken van de waarheid, het proberen te doorgronden van Gods wil, nog meer van Gods beminnelijke attributen ontdekken en ernaar streven God te kennen zodat ik mijn verdorven gezindheid zo snel mogelijk van me af kan werpen en verenigbaar met God word.

Vorige:Waarom heb ik het pad van de farizeeërs gelopen?

Volgende:Ik heb geleerd hoe ik andere mensen juist moet behandelen

Gerelateerde media

  • Oordelen op basis van uiterlijkheden is gewoonweg belachelijk

    In het verleden beoordeelde ik mensen vaak op hun uiterlijk en voelde ik vooral veel respect voor aantrekkelijke, ontwikkelde en welbespraakte mensen. Ik dacht dat dat verstandige mensen waren, dat ze anderen begrepen en dat ze in algemene zin goed en aardig waren. Onlangs heeft de werkelijkheid zijn ware gezicht getoond en daardoor denk ik sinds kort niet meer op deze absurde manier.

  • Gods woorden leiden ons op onze weg

    Gods woorden zeggen: “Als God mensen ontmaskert, is het niet Zijn bedoeling hen te elimineren, maar ze te laten groeien” (‘Alleen door Gods woorden in praktijk te brengen kan er een verandering van gezindheid optreden’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’).

  • De woorden van God hebben mij gewekt

    Wanneer God spreekt over: “een marionet en een verrader die de grote witte troon ontvlucht” dacht ik vroeger altijd dat Hij verwees naar degenen die deze fase van het werk in de laatste dagen wel aanvaarden maar zich vervolgens terugtrekken. Daarom was mijn hart vervuld van minachting telkens wanneer ik zag dat broeders en zusters zich afkeerden van dit pad, ongeacht wat hun motieven waren: daar vlucht weer een marionet en verrader weg van de grote witte troon, die de straf van God zal ondergaan. Tegelijkertijd dacht ik dat mijn aanvaarding van Gods oordeel juist was en voelde ik dat Gods redding nabij was.

  • De Heilige Geest werkt volgens bepaalde principes

    Er is een tijd geweest dat ik, ondanks het onophoudelijk eten en drinken van Gods woord, nooit het licht voelde. Ik had hierover tot God gebeden maar ook daarna werd ik nog steeds niet verlicht. Daarom dacht ik: ‘Er is voor God een tijd om elke mens te verlichten dus het heeft geen zin om te proberen dit te bespoedigen’. Daarna hield ik mij aan de regels en at en dronk onbezorgd de woorden van God, ‘geduldig’ wachtend op Gods verlichting.