De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

De zevenenveertigste uitspraak

Om de mensheid te laten rijpen in het leven en de mensheid en mij in staat te stellen resultaten te behalen in ons gemeenschappelijke ideaal, ben ik altijd toegeeflijk geweest jegens de mensheid en heb ik haar toegestaan voeding en levensonderhoud uit mijn woord te halen en al mijn overvloed daaruit te ontvangen. Ik heb de mens nooit in verlegenheid gebracht, maar de mens houdt nooit rekening met mijn gevoelens. Dit komt doordat de mensheid ongevoelig is en alle dingen los van mij ‘minacht’. Vanwege de tekortkomingen van de mens voel ik echt met hem mee en heb daarom kosten noch moeite bespaard, zodat hij van alle overvloed op de aarde met volle teugen kan genieten zolang hij op aarde is. Ik behandel de mens niet onrechtvaardig en heb rekening gehouden met het feit dat de mensen mij vele jarenlang gevolgd hebben, en heb een teder hart voor hen ontwikkeld. Het is alsof ik het niet over mijn hart kan verkrijgen mijn handen op hen te leggen om mijn werk te doen. Dus kijk ik naar broodmagere mensen die mij liefhebben zoals zij zichzelf liefhebben en in mijn hart is altijd een onverklaarbaar gevoel van pijn, maar wie zou om deze reden breken met de conventies? Wie zou zich hier aan storen? Niettemin heb ik al mijn overvloed aan de mensheid gegeven zodat zij er ten volle van mag genieten, en ik heb de mensheid in dit opzicht niet onjuist behandeld. Daarom ziet de mensheid nog steeds mijn medelevende en welwillende gezicht. Ik heb altijd volgehouden en gewacht. Wanneer de mensheid met volle teugen genoten heeft en verveeld begint te raken zal ik aan hun verzoeken beginnen te ‘voldoen’ en de mensheid toestaan aan hun lege levens te ontsnappen en dan zal ik voortaan van de mensen af zijn. Op aarde heb ik de mensheid voorheen verzwolgen met zeewater, ik heb hen onder de duim gehouden met hongersnood, ik heb hen bedreigd met insectenplagen, en ik heb zware regenval gebruikt om hen te ‘bewateren,’ maar de mens voelde nooit de leegheid van het leven. Nu begrijpt de mens nog steeds niet wat leven op aarde betekent. Zou het kunnen dat leven in mijn nabijheid het aspect is met de diepste betekenis van het menselijk leven? Geeft leven in mij iemand de kans om te ontsnappen aan de dreiging van catastrofe? Hoeveel vleselijke lichamen op aarde hebben geleefd in de vrijheid van zelfgenot? Wie is er aan de leegheid van het leven in het vlees ontsnapt? En wie zou het weten? Vanaf mijn schepping van de mensheid tot op heden, heeft niemand een enorm betekenisvol leven geleid, en zo heeft de mens altijd een leven van enorme onbeduidendheid verlummeld, maar niemand is bereid aan dit dilemma te ontsnappen en niemand is bereid zijn lege en lusteloze leven te mijden. Het is de ervaring van de mensheid dat niet één van hen die in het vlees leeft aan de gebruiken van de wereld van de mensheid ontsnapt, zelfs wanneer zij profiteren van het genieten van mij. In plaats daarvan hebben ze de natuur haar gang laten gaan en zichzelf voor de gek gehouden.

Wanneer ik het bestaan van de mensheid volledig beëindigd heb, zal er niemand meer over zijn om de vervolging vanaf de aarde te ondergaan, en dan kan er gezegd worden dat mijn werk volledig volbracht is. In de laatste dagen, wanneer geïncarneerd ben, is het mijn wens met mijn werk te bewerkstelligen dat de mensheid de leegheid van het leven in het vleselijke lichaam zal begrijpen, en daardoor zal ik het vlees vernietigen. Daarna zullen er geen mensen meer op aarde zijn, niemand zal meer huilen over de leegheid van de aarde, niemand zal meer reppen van de moeilijkheden van het vlees, niemand zal zich er meer over beklagen dat ik onrechtvaardig ben, en alle mensen en dingen zullen tot rust komen. Nadien zal niemand meer rondrennen, noch zullen zij her en der over de aarde lopen te zoeken omdat de mensen een geschikte bestemming voor zichzelf zullen hebben gevonden. In die tijd zullen zij een glimlach op hun gezicht hebben. Ik zal dan niets meer van de mensheid vragen en niet verder meer met hen redetwisten; er zal geen verdrag meer tussen ons zijn. Ik besta op de aarde en de mens leeft op de aarde; ik leef en woon bij hen. De mensheid voelt de vreugde van mijn aanwezigheid; daarom is de mensheid niet bereid om zonder reden weg te gaan, en zou in plaats daarvan liever hebben dat ik wat langer zou blijven. Hoe zou ik de aanblik van de alom tegenwoordige ellende op de aarde kunnen aanzien zonder iets te doen om te helpen? Ik ben niet van de aarde. Het is door geduld dat ik tot op heden op de aarde blijf, hoewel ik dit met tegenzin doe. Ware het niet omwille van de eindeloze smeekbeden van de mensheid, dan zou ik lang geleden vertrokken zijn. Tegenwoordig is de mensheid in staat om voor zichzelf te zorgen en hebben ze mijn hulp niet nodig omdat ze volwassen zijn geworden en mij niet nodig hebben om hen te voeren. Daarom ben ik van plan om een overwinningsfeest te vieren met de mensheid, waarna ik afscheid van hen zal nemen, zodat zij zich hiervan bewust zullen zijn. Op slechte voet uiteen gaan zou natuurlijk niet goed zijn, omdat er geen bittere gevoelens tussen ons bestaan. Daarom zal de vriendschap tussen ons eeuwigdurend zijn. Ik hoop dat na mijn vertrek mijn ‘erfenis’ aan de mensheid voortgezet mag worden. Vergeet de leringen niet waar ik tijdens mijn leven in heb voorzien, doe geen dingen die mijn naam te schande zouden maken, en houd mijn woord in gedachten. Ik hoop dat de mensheid haar best zal doen om mij tevreden te stellen nadat ik vertrokken ben. Ik hoop dat de mensheid mijn woord zal gebruiken als een fundament voor haar leven. Stel me niet teleur want mijn hart is altijd bezorgd geweest voor de mensheid en ik ben altijd aan haar gehecht geweest. De mensheid en ik kwamen ooit samen en wij genoten op aarde dezelfde zegeningen die in de hemel zijn. Ik leefde samen met de mensheid en woonde bij hen, de mensheid hield altijd van mij, en ik hield altijd van hen; we hadden verwantschap met elkaar. Als ik aan mijn tijd samen met de mensheid denk, herinner ik me dat onze dagen gevuld waren met plezier en vreugde, en daarnaast waren er meningsverschillen. Niettemin was de liefde tussen ons gevestigd op deze basis en onze betrekkingen met elkaar werden nooit verbroken. Te midden van onze vele jaren van contact heeft de mensheid een diepe indruk op mij achtergelaten en ik heb de mensheid vele dingen gegeven om van te genieten, waar de mensheid altijd grote dankbaarheid voor heeft getoond. Nu is onze samenkomst heel anders dan de eerdere; wie zou het moment van ons afscheid mis kunnen lopen? De mensheid heeft een diepe genegenheid voor mij, en ik heb eindeloze liefde voor haar, maar wat is er aan te doen? Wie zou tegen de eisen van de hemelse Vader in durven gaan? Ik zal naar mijn woonplaats terugkeren, waar ik een ander gedeelte van mijn werk zal afmaken. Misschien krijgen we de kans om elkaar weer te ontmoeten. Het is mijn hoop dat de mensheid niet al te bedroefd zal zijn en dat zij mij tevreden zullen stellen op de aarde; mijn Geest in de hemel zal hen dikwijls genade schenken.

Sinds de tijd van de schepping heb ik voorspeld dat ik in de laatste dagen een groep mensen zal samenstellen die één zal zijn in gedachten met mij. Ik heb voorspeld dat ik, na het stellen van een voorbeeld zal terugkeren naar mijn woonplaats. Als de hele mensheid mij tevreden gesteld heeft, hebben ze aan mijn eisen voldaan en verlang ik verder niets van hen. In plaats daarvan zullen de mensheid en ik elkaar verhalen vertellen over de goede oude tijd en daarna zullen we afscheid van elkaar nemen. Ik begin met dit werk en geef de mensheid de tijd om zich mentaal voor te bereiden. Ik zal de hele mensheid mijn voornemens laten begrijpen zodat ze mij niet zullen misverstaan of denken dat ik wreed ben of harteloos, wat niet mijn bedoeling is. Heeft de mensheid mij lief, maar weigert zij mij een geschikte rustplaats te laten hebben? Is de mensheid niet bereid de hemelse Vader te smeken ter wille van mij? Heeft de mens geen tranen vergoten uit medeleven voor mij? Heeft de mensheid niet geholpen een samenkomst op tijd tot stand te brengen van ons, de Vader en de Zoon? Waarom zijn ze daar nu niet toe bereid? Mijn bediening op aarde is volbracht en nadat ik afscheid van de mensheid heb genomen zal ik nog steeds verder gaan met het assisteren van de mensheid, dat is toch fijn? Om mijn werk effectiever te laten verlopen en om het voor beide partijen een zegen te maken, moeten we uiteen gaan ofschoon dit pijnlijk is. Onze tranen zullen stilletjes vallen en ik zal de mensheid niet langer iets verwijten. In het verleden heb ik veel dingen gezegd die het hart van de mensheid gestoken hebben, waardoor zij tranen van verdriet hebben vergoten. Daarvoor bied ik mijn excuses aan de mensheid aan, en vraag ik de mensheid om vergeving; wees niet afgunstig op mij en haat mij niet want alles wat ik gezegd heb was om bestwil van de mens. Dus hoop ik dat de mensheid mijn hart zal begrijpen. In het verleden hebben we onze geschillen gehad, maar als we er nu aan terugdenken, hebben we er wederzijds voordeel aan gehad. Door deze disputen is er een brug van vriendschap tussen God en de mensheid ontstaan, is dat niet de vrucht van onze pogingen tot samenwerking? We moeten hier allemaal van genieten. Ik vraag de mens om mij mijn eerdere ‘fouten’ te vergeven, en de overtredingen van de mens zullen ook vergeten worden. Zolang de mens in staat is mijn liefde te beantwoorden in de toekomst, dan zal dat troost geven aan mijn Geest in de hemel. Ik weet niet wat het voornemen van de mens is in dit opzicht, of dat de mens bereid is mijn laatste verzoek in te willigen. Ik vraag niets anders van de mensheid, enkel dat zij van mij houdt en dat is genoeg. Kan dat gebeuren? Laat alle onaangename dingen die tussen ons gebeurd zijn in het verleden blijven, laat er altijd liefde heersen tussen ons. Ik heb de mensheid zoveel liefde gegeven en de mensheid heeft zo’n hoge prijs betaald om mij lief te hebben. Dus ik hoop dat de mensheid de uitzonderlijke en pure liefde tussen ons zal koesteren zodat onze liefde zal uitgaan over de hele mensenwereld en voor altijd zal worden doorgegeven. Als wij elkaar weerzien laten wij dan nog steeds verbonden zijn in liefde zodat onze liefde mag voortduren in de eeuwigheid en geprezen en doorverteld mag worden door alle mensen. Dit zou mij tevreden stellen en ik zou mijn glimlachende gezicht aan de mensheid tonen. Ik hoop dat de mensheid alles zal onthouden wat ik haar heb toevertrouwd.

1 juni 1992

Vorige:De zesenveertigste uitspraak

Volgende:Interpretatie van de derde uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant