De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Getuigenissen van ervaringen met het oordeel van Christus

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresultaten

Geen resultaten gevonden

Zeven jaren van beproeving hebben mijn ware aard geopenbaard

Door Chen Hui, provincie Heilongjiang

In 1994 aanvaardde ik samen met mijn moeder Gods werk van de laatste dagen. Toen ik te weten kwam hoe God opnieuw in het vlees was verschenen om het reddingswerk te verrichten, was ik dolgelukkig en heel erg vereerd dat ik een begunstigde van Gods redding was. In de tijd die volgde nam ik vaak deel aan bijeenkomsten en zong ik met mijn broeders en zusters liederen ter ere van God. Wanneer ik tijd had las ik Gods woord en nadat ik enig begrip van Zijn bedoelingen had verworven, verdeelde ik mijn tijd tussen mijn werk en het vervullen van zoveel mogelijk van mijn plichten in de kerk als ik maar kon. Niet lang daarna hoorde ik dat Gods werk snel zou worden afgerond. Heel opgewonden dacht ik bij mezelf: Ik kan maar beter hard werken in mijn streven naar de waarheid en meer goede daden doen voor Gods werk af is. Ik mag deze eenmalige kans niet missen. Daarop nam ik het resolute besluit mijn baan op te zeggen en me volkomen op het werk van het verspreiden van het koninkrijk evangelie te storten. Ik besloot de rest van mijn leven volledig aan God te wijden in de overtuiging dat ik alleen door dit te doen Zijn lof en zegen zou ontvangen. Tijdens deze periode was ik elke dag van de vroege ochtend tot de late avond ondanks weer en wind constant druk bezig. Ik voelde me nooit moe of overwerkt, zelfs niet als ik tientallen kilometers moest fietsen. Er waren wel tijden, wanneer ik werd geconfronteerd met de lastering van wereldse mensen of in de steek werd gelaten door dierbaren, dat ik pijn en zwakte voelde, maar zodra ik er weer aan dacht dat ik niet alleen zou worden gespaard wanneer de grote rampen op de aarde zouden neerdalen en het eeuwige leven zou verwerven, maar ik ook Gods rijkelijke materiële zegeningen zou genieten, werd ik doordrongen van een gevoel van vervoering en het besef dat al mijn inspanningen de moeite waard waren. Op deze manier had ik er vertrouwen in dat, als ik alles wat ik had kon inzetten voor God, dit betekende dat ik iemand was die God liefhad en Zijn zegeningen verdiende, en dat er zeker plaats voor me zou zijn in het koninkrijk. Vanaf dat moment wachtte ik, terwijl ik tegelijkertijd doorging mij uit te putten en mijn bijdrage te leveren, ongeduldig op de dag waarop Gods werk zou worden afgerond zodat ik mijn gelukkige lot in het koninkrijk zo snel mogelijk zou kunnen claimen.

Op een dag tegen het einde van het jaar 1999, net toen ik me vol vertrouwen aan het voorbereiden was het koninkrijk binnen te gaan en van Zijn grote zegeningen te genieten, vertelde een zuster me: “De broeder van boven heeft gecommuniceerd dat als we de redding willen ontvangen en willen worden vervolmaakt, we eerst zeven jaar van beproevingen moeten doorstaan.” Ik kon mijn oren nauwelijks geloven toen ik dit hoorde. Om er zeker van te zijn dat ik het niet verkeerd had gehoord, vroeg ik de zuster het te herhalen. Zodra ik bevestigd had gekregen dat dit inderdaad was wat ze had gezegd, duizelde het me en wist ik niet meer hoe ik het had. Ik kon me er onmogelijk toe brengen te aanvaarden wat ze als feit had geponeerd. Er begonnen allerlei gedachten tegelijk door mijn hoofd te spoken: Waarom moet ik nog steeds zeven jaren van beproevingen doorstaan? Toen ze zeiden dat Gods werk gedurende de volgende twee jaar zou worden beëindigd, heb ik alles opgegeven. Hoe moet ik nu verder, nu ik nog altijd zeven jaar heb te gaan? Moet ik een baan zoeken om wat geld te verdienen? Over zeven jaar ben ik dertig. Hoe zit het met de kwestie van trouwen …? Ik had oorspronkelijk gedacht dat ik op het punt stond Gods koninkrijk binnen te gaan, en dat aan al mijn vleselijke aandoeningen spoedig een einde zou komen. Nu bleek echter dat ik niet alleen het koninkrijk van God niet zou binnengaan, maar ook dat ik nog altijd zeven jaar van beproevingen en louteringen zou moeten ondergaan. Toen ik hier over nadacht, zonk mijn hart me in de schoenen en welde er binnen in me een onuitsprekelijk verdriet op. Ik begon onbewust God de schuld te geven en dacht: God! Waarom vertelde u me niet eerder dat ik nog steeds zeven jaar van loutering moest ondergaan? Ik had oorspronkelijk gedacht dat hoe moeilijk de dingen ook werden, het allemaal binnen twee of drie jaar over zou zijn, en dat ik dan het koninkrijk binnen zou kunnen gaan en voor eeuwig zou kunnen genieten van wonderbaarlijke zegeningen. Nu had ik echter nog steeds zeven jaar van beproevingen en loutering voor me. Hoe kwam ik die ooit door? Hoe meer ik er over nadacht, hoe negatiever ik werd. Ik begon spijt te krijgen van de beslissingen die ik had genomen en begon er zelfs over na te denken terug te keren naar de seculiere wereld om een baan te zoeken en geld te verdienen, en alleen deel te nemen aan het kerkelijk leven wanneer de tijd het toeliet. Zo leefde ik in pure misère en was constant moedeloos: ik viel in slaap tijdens bijeenkomsten en vervulde mijn plicht slechts halfslachtig. Ik had het gevoel dat ik niet meer dezelfde energie had om voorwaarts te gaan als voorheen, maar durfde ook geen stap terug te zetten. Ik zat echt tussen twee vuren. Rond die tijd waren er een aantal mensen die, niet in staat om de ontberingen van zeven jaar van beproevingen te doorstaan, God de rug toekeerden en hun geloof verloren. Toen ik dit nieuws hoorde, was ik geschokt en het was alsof er in mijn hoofd een alarm afging. Kijkend naar mijn huidige situatie realiseerde ik me dat, als ik niets deed om mezelf te bekeren, ik ook een groot risico zou lopen – en toch, hoe kon ik mijn huidige omstandigheden veranderen zodat ik uit de negativiteit waarin ik was gezonken kon verrijzen?

Niet lang daarna zag ik de volgende passage van Gods woorden: “Iedere keer dat de zeven jaar durende beproevingen ter sprake komen, zijn er heel wat mensen die zich bovenal ongemakkelijk en terneergeslagen voelen, en zijn er sommige mensen die klagen en komen er allerlei reacties. Uit deze reacties blijkt duidelijk dat de mensen nu zulke beproevingen nodig hebben. Dit soort tegenslag en loutering hebben ze nodig. In hun geloof in God is wat mensen proberen te verkrijgen, zegeningen voor de toekomst: dat is het doel in hun geloof. Alle mensen hebben deze intentie en deze hoop. Maar de verdorvenheid in hun natuur moet door beproevingen worden opgelost. In wat voor aspecten je niet bent gereinigd, dat zijn juist de aspecten waarin je gelouterd moet worden – zo heeft God het geregeld. God schept een omgeving voor jou en dwingt jou om daarin gelouterd te worden zodat je je eigen verdorvenheid kunt kennen. Uiteindelijk bereik je een punt waarop je liever sterft, je plannen en verlangens opgeeft en je onderwerpt aan de soevereiniteit en regeling van God” (‘Hoe je in beproeving God kunt behagen’ in ‘Verslagen van de gesprekken van Christus’). Gods woorden waren een perfecte uiteenzetting van mijn huidige toestand. Zodra ik hoorde dat ik nog altijd zeven jaar van beproevingen zou hebben te ondergaan, was ik weggezonken in een afgrond van negativiteit en was ik, vervuld van mijn grieven, in opstand gekomen tegen God. Voorheen had ik gedacht dat ik, omdat ik mijn baan en mijn familieleven had opgegeven, ik meer had geïnvesteerd dan gemiddelde volgelingen. Ik was dus degene die God meer lief had gehad dan alle anderen en Zijn zegeningen het meest had verdiend. Pas op dat moment realiseerde ik me dat mijn streven onzuiver was geweest. God onderzocht het hart en de geest van de mensen, en Hij gebruikte beproevingen en louteringen om te openbaren dat mijn geloof in Hem in werkelijkheid was gebaseerd op een verlangen naar zegeningen. Hij stelde me in staat een werkelijk begrip te verwerven van de foutieve opvatting van mijn streven en me te ontdoen van mijn verlangen naar zegeningen. Later zag ik een andere passage van Gods woorden: “Creëren jullie niet nog steeds een vals beeld om mij voor de gek te houden, omwille van een prachtige en gelukkige bestemming? Ik weet dat jullie toewijding en jullie oprechtheid maar tijdelijk zijn. Zijn jullie aspiraties en de prijs die jullie betalen niet alleen voor nu en niet voor dan? Jullie willen alleen een laatste inspanning doen om een prachtige bestemming veilig te stellen. Jullie zijn alleen uit op een deal. Het is niet zo dat jullie de waarheid niets verschuldigd zijn. Het is zeker niet zo om de prijs die ik heb betaald terug te betalen. Kortom, jullie willen wel jullie slimheid aanwenden, maar er niet voor strijden. Is dit niet jullie diepe wens? Jullie moeten jezelf niet anders voordoen en jullie hersenen niet zodanig breken over jullie bestemming dat jullie er niet meer van kunnen eten of slapen. Is het niet zo dat jullie bestemming uiteindelijk zal zijn bepaald?” (‘Over bestemming’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Het oordeel en de tuchtiging in Gods woorden deden me beschaamd staan en lieten me nadenken over mijn gedachten en handelingen, waarbij ik me realiseerde dat ze identiek waren aan degenen die God had blootgesteld. Ik dacht terug aan de tijd toen ik me net bij de kerk had aangesloten en ik mijn plichten vervulde terwijl ik tegelijkertijd mijn baan aanhield. Toen ik had gehoord dat Gods werk spoedig tot een einde zou worden gebracht, had ik bij mezelf gedacht dat ik, om Zijn zegeningen en beloningen te verdienen, alleen maar mezelf volkomen in hoefde te zetten om me voor een tijdelijke periode voor Hem uit te putten. Om er zeker van te zijn dat ik het koninkrijk zou binnengaan zodra Gods werk zou zijn afgerond, had ik afgezien van alle fysiek genot en me volledig op het vervullen van mijn plichten gestort. Toen ik echter hoorde dat ik nog steeds zeven jaar van beproevingen zou moeten ondergaan, was dit een tegenslag waarvan ik het gevoel had dat ik deze niet te boven zou kunnen komen, en ik werd zo negatief dat ik zelfs niet meer de motivatie kon opbrengen mijn plichten te vervullen. Mijn hart was vol verwijt en verzet tegen God. Ik voelde spijt over alles wat ik had opgegeven en al het harde werk dat ik had verricht. Ik overwoog zelfs God te verraden en Hem mijn rug toe te keren. Ik veranderde in een volledig ander mens dan ik eerder was geweest! Het was pas door de openbaring van de beproeving dat ik me realiseerde dat ik God nooit werkelijk als Schepper van alle geschapen dingen had aanbeden. Ik realiseerde me ook dat ik mezelf niet had uitgeput en wereldlijke dingen had opgegeven om mijn plicht als schepsel te doen met als doel mijn liefde voor God na te streven en God tevreden te stellen. Veeleer had ik al deze inspanning puur verricht omwille van mijn eigen toekomstige bestemming. Alles wat ik had gedaan had ik gedaan om het met God op een akkoordje te gooien. Als zodanig had ik Hem bedrogen en Hem gebruikt om mijn uiteindelijke doel te bereiken van het binnengaan in het koninkrijk en het ontvangen van overvloedige zegeningen. Hoe egoïstisch, verachtelijk en lelijk was ik geweest! Het was net zoals Gods woorden hadden geopenbaard: “Hoezeer ze ook beproefd worden, de trouw van de mensen die God in hun hart hebben, blijft onveranderd; maar mensen die God niet in hun hart hebben, veranderen hun kijk op God en zeggen God zelfs vaarwel zodra het werk van God hun geen voordelen voor het vlees oplevert. Zulke mensen zullen aan het einde niet standhouden, ze zoeken alleen Gods zegeningen en hebben geen verlangen om zich voor God uit te putten en zich aan Hem toe te wijden. Dergelijke barbaarse mensen zullen allemaal verbannen worden wanneer Gods werk ten einde loopt en verdienen geen enkel medeleven. Mensen zonder menselijkheid zijn niet in staat om God werkelijk lief te hebben. Wanneer de omgeving veilig en zeker is, of wanneer ze winst kunnen behalen, zijn ze volkomen gehoorzaam jegens God, maar als hun wensen in het gedrang komen of uiteindelijk afgewezen worden, komen ze meteen in opstand. Ze kunnen zelfs in slechts één nacht van een glimlachende, ‘zachtaardige’ persoon veranderen in een lelijke en woeste moordenaar die hun weldoener van gisteren plotseling als hun doodsvijand behandelt, zonder enige reden. Als deze demonen niet worden uitgeworpen, demonen die in een oogwenk zouden moorden, zullen ze dan niet de oorzaak van verder leed worden?” (‘Gods werk en de praktijk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’). Uit Gods woorden bleek duidelijk dat het egoïstische en verraderlijke mensen ontbreekt aan menselijkheid, ze puur voor profijt leven, en trouw en vertrouwen verraden voor hun persoonlijk gewin. Degenen die overeenkomstig Satans natuur leven kunnen onmogelijk verenigbaar zijn met God. Zulke mensen verzetten zich constant en verraden God, ze beschouwen God zelfs als hun vijand. God haat en veracht deze mensen en als ze blijven weigeren de waarheid na te streven, zullen ze uiteindelijk worden geëlimineerd. Ik dacht eraan hoe Hij, tijdens de twee keer dat de geïncarneerde God naar de aarde is gekomen om het werk van het redden van de mensheid uit te voeren, ongelofelijke vernedering heeft ondergaan en de ultieme prijs heeft betaald om ons te ontworstelen aan Satans duistere invloed – en toch heeft Hij niet één keer iets van ons gevraagd. Ik daarentegen had niet alleen Gods liefde niet herkend en was Hem niet in het minst dankbaar en oprecht toegewijd geweest, maar had me zelfs alleen maar beziggehouden met hoe ik zegeningen kon verwerven. Toen Gods werk niet paste bij mijn opvattingen en voorstellingen, of niet gepaard ging met materiële voordelen voor mezelf, keerde ik me onmiddellijk van Hem af, had ik zelfs spijt van al mijn inspanningen en wat ik allemaal had opgegeven, en wilde ik God helemaal verlaten. Ik kon zien dat het me ontbrak aan zelfs maar het kleinste beetje menselijkheid. Mijn natuur was zodanig, dat ik me tegen God verzette en Hem verried, en zulke opstandigheid was slechts Gods vervloekingen waard. Toen ik me dit alles realiseerde, werd ik vervuld van schuldgevoel en zelfverwijt, en legde een gelofte af nooit meer zo gewetenloos te zijn. Ik wist dat ik zo snel mogelijk berouw moest tonen en moest proberen de waarheid na te streven om God tevreden te stellen.

Wat later las ik de volgende woorden in een preek: “Vandaag de dag zijn er velen bij wie in hun harten grieven opkomen en die handelen vanuit een kwaadaardig gebrek aan geloof wanneer ze worden geconfronteerd met de zeven jaar van beproevingen. Dit is bijzonder verrassend en liet me inzien dat degenen die tegenwoordig deel uitmaken van de familie van God niet beter zijn dan de Israëlieten van voorheen. Er kan worden gesteld dat Gods werk van vandaag de dag veruit het meest geschikt en uiterst noodzakelijk voor de verdorven mensheid is. Als God niet op deze manier had gehandeld, zou de mensheid Hem nooit leren kennen, werkelijk geloof verwerven of Hem waarlijk prijzen. Mensen zijn tegenwoordig verarmd, ongelukkig en blind. Ze hebben geen ware kennis van God. Voor de beproevingen begonnen, werd de natuur van vele mensen, de opstandigheid, het verzet tegen en het verraden van God, voor iedereen zichtbaar aan het licht gebracht. Hoe konden zulke mensen verwachten het koninkrijk binnen te gaan? Hoe konden zij waardig worden geacht Gods beloften te ontvangen? Als een mens werkelijk zijn eigen tekortkomingen, verarming en ellendigheid zou begrijpen – als hij kon zien dat zijn natuur een natuur van opstandigheid en verzet tegen God was – dan zou hij zich onderwerpen aan de verschillende vormen van lijden en loutering die God had gearrangeerd, en zou hij gereed en bereid zijn zich te onderwerpen aan Gods orkestraties en al Zijn werk. Alleen degenen die extreem arrogant zijn zouden na slechts een paar passages van Gods woord te hebben gelezen, kunnen veronderstellen dat ze de waarheid hadden begrepen, menselijkheid bezaten, geen beproevingen en louteringen zouden hoeven te ondergaan, en direct zouden moeten worden verheven naar de derde hemel. Eenieder met levenservaring zal zich hebben gerealiseerd dat als iemand alleen maar Gods woord leest, maar niet allerlei soorten beproevingen en lijden ondergaat, geen verandering in zijn gezindheid kan bereiken. Het enkele feit dat iemand veel doctrines heeft begrepen betekent nog niet noodzakelijkerwijze dat iemand ware gestalte bezit. Daarom zal de mens in de toekomst vele beproevingen moeten ondergaan: dit is Gods genade en verheerlijking, sterker nog, het is Gods redding, en allen zouden God hiervoor moeten danken en prijzen” (Communicatie van boven). Nadat ik deze preek had gelezen, had ik een nog beter begrip van Gods bedoelingen verworven. De confrontatie met zulke beproevingen en louteringen was precies wat mijn leven nodig had. Wanneer ik niet op deze manier zou zijn blootgesteld, zou ik nooit de kwade bedoelingen die de beweegredenen van mijn geloof waren geweest hebben onderzocht of mijn egoïstische en verachtelijke satanische natuur hebben herkend. Ik had zelfs gedacht dat ik waar geloof in God had en had mezelf gekroond als iemand die God oprecht liefhad. Ik had mezelf misleid en bedrogen. Gods wonderbaarlijke werk had me grondig blootgelegd, waardoor ik duidelijk de ware aard kon zien van mijn verzet tegen Hem en mijn slechtheid en lelijkheid waarnam. Het had aangetoond dat ik een opportunist was en een levende, ademende nakomeling van Satan. Mijn geloof in God was volkomen onzuiver geweest en getekend door transacties. Wanneer ik door zou gaan met op deze manier mijn geloof te belijden, zou ik nooit Gods lof ontvangen en zou ik als een mislukking eindigen. Het ervaren van oordeel en tuchtiging hielp me te realiseren dat geloof in God niet zo eenvoudig is als ik me had voorgesteld. Je ontvangt Gods zegeningen niet onmiddellijk nadat je tot geloof in God bent gekomen, en je komt ook niet automatisch aan op een prettige bestemming omdat je er werk aan hebt besteed en er tijd en energie in hebt geïnvesteerd. Wanneer mijn satanische natuur niet wordt gereinigd en veranderd, kan ik honderden jaren in God geloven en toch geen redding verwerven. Dit wordt bepaald door Gods rechtvaardige gezindheid, en niemand kan dat veranderen. Ik realiseerde me ook dat het ondergaan van beproevingen en louteringen een essentiële stap vormde op het pad naar het verwerven van Gods redding. Ik geef God nu niet langer de schuld en begrijp Hem ook niet langer verkeerd, maar in plaats daarvan onderwerp ik me verheugd aan Zijn werk. Ik heb me voorgenomen om opnieuw te beginnen en hard te werken aan mijn streven naar de waarheid, zodat ik spoedig een verandering van gezindheid en verenigbaarheid met God mag bereiken.

Vorige:Werp het masker af en begin het leven opnieuw

Volgende:Enkel de liefde van God is echt

Gerelateerde media

  • De verlossing van het hart

    Door Zhengxin, VS In oktober 2016 aanvaardden mijn man en ik de redding in de laatste dagen van Almachtige God terwijl we in het buitenland waren. Daa…

  • Gods speciale liefde ervaren

    Door Jiayi, provincie Anhui Van nature ben ik bijzonder arrogant; wat ik ook doe, ik ben altijd vindingrijk en origineel om mijn vernuft te tonen en z…

  • Mijn leven toewijden aan devotie

    Na de onmenselijke marteling en de wrede behandeling door de grote rode draak en ook het onrechtvaardige verblijf van twee jaar in de gevangenis, zag ik duidelijk dat het wezen van de grote rode draak bestaat uit leugens, kwaad, arrogantie en valsheid. Het is minder dan vee. Ze gaan zo ver dat ze vlaggen hijsen met ‘vrijheid van geloof’, en vervolgens vervolgen en onderdrukken ze Gods uitverkoren volk op alle mogelijke manieren.

  • Nooit meer ‘aardig’ zijn

    Ik heb mijn kinderjaren doorgebracht met het geluid van mijn vloekende en tierende stiefmoeder. Om met mijn stiefmoeder en de mensen om mij heen op te kunnen schieten leefde ik later, toen ik wel beter wist, onder de satanische overlevingswetten: ‘Je kunt beter je mond houden dan op problemen wijzen’, ‘zwijg om jezelf te beschermen en probeer enkel te ontkomen aan schuld’, en ‘De fouten van goede vrienden verzwijgen draagt bij tot een lange, goede vriendschap’. Hierdoor kreeg ik lof van anderen en iedereen zei dat ik zo gemakkelijk was in de omgang.