Bijlage 3: De mens kan alleen gered worden onder Gods management
In de ogen van ieder mens is Gods management iets heel onbekends, want mensen denken namelijk dat Zijn management iets is wat totaal niets met hen van doen heeft. Mensen denken dat Gods management alleen Zijn werk is en dat het alleen Hem aangaat. Daarom staat de mensheid zo onverschillig tegenover Zijn management. Zo is het heil van de mensheid vaag en onduidelijk geworden, niet meer dan holle retoriek. Hoewel de mens God volgt om te worden gered en de wonderbaarlijke bestemming binnen te gaan, maakt hij zich geen zorgen over hoe God Zijn werk doet. De mens bekommert zich niet om wat God heeft gepland en evenmin om wat hij zelf moet doen om gered te worden. Dat is echt tragisch! De redding van de mens kan niet gescheiden worden van Gods management of losgekoppeld worden van Zijn plan. Toch geeft de mens niets om het management van God en raakt hij steeds verder van Hem verwijderd. Daardoor zijn er steeds meer mensen ontstaan die totaal niet op de hoogte zijn van zaken die nauw verband houden met de kwestie van de redding – zoals de vraag wat de schepping is, wat geloof in God is, hoe je God moet aanbidden enzovoort – om zich aan te sluiten bij Zijn volgelingen. Daarom moeten we nu over Gods management spreken, zodat elk van Zijn volgelingen duidelijk begrijpt wat het betekent om Hem te volgen en in Hem te geloven. Door dit te doen zal iedereen zorgvuldiger het pad kunnen kiezen dat ze behoren te bewandelen, in plaats van God alleen maar te volgen om zegeningen te verkrijgen, rampspoed te vermijden of zich te onderscheiden van anderen.
Hoewel Gods management diepzinnig is, gaat het het verstand van de mens niet te boven. Dit komt omdat al Gods werk verband houdt met Zijn management en Zijn werk om de mensheid te redden en betrekking heeft op het leven en de bestemming van de mensheid. Het werk dat God onder en aan de mens verricht, is zeer praktisch en zinvol te noemen. De mens kan het zien en ervaren en het is verre van iets abstracts. Als de mens niet al het werk dat God doet kan aanvaarden, wat is dan de betekenis van Zijn werk? En hoe kan dat management tot redding van de mens leiden? Velen die God volgen, maken zich alleen druk over de vraag hoe ze zegeningen kunnen verkrijgen of rampspoed kunnen afwenden. Zodra Gods werk en management worden genoemd, worden ze stil en haken ze af. Ze denken dat het begrijpen van zulke vervelende kwesties niet zal helpen hun leven te laten groeien of enig profijt zal opleveren. Daarom besteden ze er weinig aandacht aan, ook al hebben ze Gods management gehoord. Ze beschouwen het niet als iets kostbaars om aan te nemen en nog minder ontvangen ze het als een deel van hun leven. Zulke mensen volgen God met slechts één eenvoudig doel, en dat doel is om zegeningen te ontvangen. Dergelijke mensen kunnen niet de moeite nemen om aan iets anders aandacht schenken als het niet rechtstreeks met dat doel te maken heeft. Voor hen is geen doel om te geloven in God meer legitiem dan zegeningen ontvangen – het is wat hun geloof de moeite waard maakt. Als iets niet bijdraagt aan het behalen van dit doel, dan blijven ze zich er helemaal niets van aantrekken. Dat is het geval met de meeste mensen die tegenwoordig in God geloven. Hun doel en intentie lijken legitiem, want terwijl ze in God geloven, putten zij zich ook uit voor God, wijden zich toe aan God en vervullen hun plicht. Ze geven hun jeugd op, laten familie en carrière achter zich en spannen zich zelfs druk doende jarenlang ver van huis in. Omwille van hun uiteindelijke doel stellen ze hun eigen interesses bij, veranderen ze hun kijk op het leven en zelfs de richting waarin ze zoeken. Toch kunnen ze het doel van hun geloof in God niet veranderen. Ze maken zich druk om hun eigen idealen na te jagen. Hoe lang de weg ook is, hoeveel moeilijkheden en obstakels er onderweg ook zijn, ze blijven doorzetten en onbevreesd voor de dood. Welke kracht zet hen ertoe aan zich zo te blijven toewijden? Is het hun geweten? Is het hun grote en edele karakter? Is het hun vastberadenheid om tot het einde toe tegen de machten van het kwaad te strijden? Is het hun geloof om te getuigen van God zonder een beloning te zoeken? Is het hun trouw waardoor ze bereid zijn alles op te geven om aan Gods wil te voldoen? Of is het hun geest van toewijding dat ze altijd afzien van extravagante eisen voor zichzelf? Dat iemand die het werk van Gods management nooit heeft begrepen toch zoveel geeft, is gewoonweg een verbazingwekkend wonder! Laten we nu even niet bespreken hoeveel deze mensen hebben gegeven. Hun gedrag is onze analyse echter wel meer dan waard. Kunnen er andere redenen zijn dan de voordelen die eraan kleven, waarom mensen die God nooit begrijpen toch zoveel voor Hem geven? Daarin ontwaren we een niet eerder vastgesteld probleem: de relatie van de mens met God berust alleen op naakt eigenbelang. Het gaat om een relatie tussen een ontvanger en een gever van zegeningen. Om het duidelijk te stellen, het is verwant aan de relatie tussen werknemer en werkgever. De werknemer werkt alleen om de beloningen van de werkgever te ontvangen. In een dergelijke relatie is er geen affectie, alleen een transactie. Er is geen liefde geven of liefde ontvangen, alleen liefdadigheid en genade. Er is geen begrip, alleen onderdrukte verontwaardiging en bedrog. Er is geen intimiteit, alleen een onoverbrugbare kloof. Wie kan het tij nog keren, nu dat het zover gekomen is? En hoeveel mensen kunnen werkelijk inzien hoe uiterst serieus deze relatie is geworden? Wanneer mensen zich storten in de vreugde van gezegend zijn, ben ik ervan overtuigd dat niemand zich kan indenken hoe pijnlijk en afzichtelijk een dergelijke relatie met God is.
Het meest bedroevende van het geloof van de mensheid in God is dat de mens zijn eigen zaken te midden van Gods werk regelt en toch niets aantrekt van Gods management. De mens faalt bovenal in het volgende: hij wil zich wel aan God onderwerpen en Hem aanbidden, maar tegelijkertijd creëert hij zijn eigen ideale bestemming en bekokstooft hoe hij de grootste zegeningen en de beste bestemming kan verkrijgen. Zelfs als iemand beseft hoe meelijwekkend, afschuwelijk en zielig ze zijn, hoeveel mensen kunnen dan hun idealen en hoop gemakkelijk aan de kant zetten? En wie kunnen zich inhouden en stoppen om nog langer alleen aan zichzelf te denken? God heeft mensen nodig die nauw met Hem willen samenwerken om Zijn management te kunnen aanvullen. Hij heeft mensen nodig die zich aan Hem onderwerpen door hun volledige lichaam en geest aan het werk van Zijn management te wijden. Hij heeft geen mensen nodig die Hem elke dag met uitgestrekte hand ergens om bedelen. Hij heeft al helemaal geen mensen nodig die een beetje geven en dan wachten om te worden beloond. God verafschuwt mensen die een onbeduidende inspanning leveren en verder op hun lauweren rusten. Hij haat die kille mensen die een hekel hebben aan het werk van Zijn management en die alleen maar over de hemel en hun zegeningen willen praten. Hij heeft nog meer verachting voor mensen die hun voordeel doen met het werk dat Hij voor het heil van de mensheid doet. Deze mensen hebben zich namelijk nooit iets aangetrokken van wat God wil bereiken en tot stand brengen met het werk van Zijn management. Zij zijn alleen op de zegeningen uit die het werk van God te bieden heeft. Ze bekommeren zich niet om Gods hart, ze worden volledig in beslag genomen door hun eigen vooruitzichten en lot. Zij die een hekel hebben aan het werk van Gods management en zelfs niet de geringste interesse hebben in Gods wil en in hoe God de mensheid redt, doen alleen maar wat ze zelf willen op een manier die losstaat van het werk van Gods management. God herinnert Zich hun gedrag niet en keurt het evenmin goed – laat staan dat God er goedkeurend naar kijkt.
In de uitgestrekte ruimte van het heelal en het firmament zijn er talloze schepsels die leven en zich reproduceren, die de cyclische wet van het leven volgen en zich aan één constante regel houden. Wie sterft, neemt de verhalen van de levenden mee. En wie leeft, herhaalt dezelfde tragische geschiedenis van wie om het leven is gekomen. De mensheid kan niet anders dan zich afvragen: Waarom leven we? En waarom moeten we sterven? Wie bestuurt deze wereld? En wie heeft deze mensheid geschapen? Is de mensheid echt door moeder natuur geschapen? Heeft de mensheid haar eigen lot echt in eigen hand? … Dit zijn de vragen die de mensheid al duizenden jaren steeds opnieuw stelt. Helaas is de mens steeds dorstiger geworden naar wetenschap naarmate zij meer geobsedeerd raakte door deze vragen. De wetenschap biedt kortstondige bevrediging en tijdelijke geneugten van het vlees, maar is verre van toereikend om de mens te verlossen van de eenzaamheid en nauwelijks verhulde angst en hulpeloosheid diep in zijn hart. De mens gebruikt uitsluitend wetenschappelijke kennis die hij met het blote oog kan waarnemen en die hij met zijn brein kan begrijpen om zijn hart te verdoven. Toch is dergelijke wetenschappelijke kennis niet voldoende om de mensheid tegen te houden om mysteriën te onderzoeken. De mens weet eenvoudigweg niet wie de Vorst van het universum en alle dingen is, laat staan wat de oorsprong en toekomst van de mensheid is. De mensheid leeft gewoon, noodgedwongen, te midden van deze wet. Niemand kan eraan ontkomen en niemand kan er verandering in aanbrengen. Er is er onder alle dingen en in de hemel namelijk maar Een die van eeuwigheid tot eeuwigheid soevereiniteit over alles heeft. Hij is die Ene die nooit door de mens is aanschouwd, die Ene die nooit door de mensheid is gekend, in Wiens bestaan de mensheid nooit heeft geloofd. Toch is Hij die Ene die de adem in de voorouders van de mens blies en de mensheid leven gaf. Hij is die Ene die de mensheid voorziet en voedt, waardoor zij kan bestaan en Hij is die Ene die de mensheid tot op de dag van vandaag heeft geleid. Bovendien is Hij en Hij alleen die Ene waarvan de mensheid afhankelijk is om te kunnen overleven. Hij heeft soevereiniteit over alle dingen en bestuurt alle levende wezens in het universum. Hij beheerst de vier seizoenen en Hij roept wind, vorst, sneeuw en regen op. Hij brengt de mensheid zonneschijn en luidt de nacht in. Hij bereidde de hemelen en de aarde, voorzag de mens van de bergen, meren en rivieren met alle levende dingen daarin. Zijn daden zijn alomtegenwoordig, Zijn macht is alomtegenwoordig, Zijn wijsheid is alomtegenwoordig en Zijn gezag is alomtegenwoordig. Al deze wetten en regels zijn de belichaming van Zijn daden en deze geven allemaal blijk van Zijn wijsheid en gezag. Wie kan zich aan Zijn soevereiniteit onttrekken? En wie kan zich buiten Zijn plannen plaatsen? Alle dingen bestaan onder Zijn blik, alle dingen leven bovendien onder Zijn soevereiniteit. Zijn daden en Zijn macht laten de mensheid geen andere keus dan te erkennen dat Hij werkelijk bestaat en soevereiniteit over alle dingen heeft. Niets buiten Hem kan het universum gebieden, laat staan onophoudelijk deze mensheid voorzien. Of je Gods daden nu wel of niet begrijpt en of je nu wel of niet in het bestaan van God gelooft, het lijdt geen twijfel dat je lot door God wordt bepaald. Het lijdt ook geen twijfel dat God altijd soevereiniteit over alle dingen zal hebben. Zijn bestaan en gezag zijn niet afhankelijk van het feit of de mens die nu wel of niet doorziet en begrijpt. Alleen Hij kent het verleden, het heden en de toekomst van de mens. Alleen Hij kan het lot van de mensheid bepalen. Of je dit feit nu wel of niet kunt aanvaarden, de mensheid zal dit alles binnen afzienbare tijd met eigen ogen aanschouwen. Dit feit zal God spoedig aan het licht brengen. De mens leeft en sterft onder het toeziend oog van God. De mens leeft voor Gods management en wanneer zijn ogen voor het laatst sluiten, is het ook voor datzelfde management dat ze sluiten. De mens komt en gaat steeds weer, heen en weer. Dat maakt allemaal zonder uitzondering deel uit van Gods soevereiniteit en Zijn ontwerp. Gods management gaat voortdurend voorwaarts en is nooit opgehouden. Hij zal de mensheid bewust maken van Zijn bestaan, in Zijn soevereiniteit doen geloven, Zijn daden laten aanschouwen en tot Zijn koninkrijk laten terugkeren. Dit is Zijn plan en het werk dat Hij al duizenden jaren managet.
Het werk van Gods management begon bij de schepping van de wereld en de mens staat centraal in dit werk. Je kunt zeggen dat Gods schepping van alle dingen er omwille van de mens is. Omdat het werk van Zijn management duizenden jaren omspant en niet in luttele minuten of seconden plaatsvindt, of in een oogwenk of binnen een of twee jaar, moest Hij meer dingen scheppen die nodig zijn voor het overleven van de mensheid, zoals de zon, de maan, allerlei levende wezens, voedsel en een geschikte leefomgeving. Dit was het begin van Gods management.
Daarna droeg God de mensheid over aan Satan en de mens leefde onder het domein van Satan, wat gaandeweg leidde tot Gods werk in het eerste tijdperk: het verhaal van het Tijdperk van de Wet … Gedurende enkele duizenden jaren van het Tijdperk van de Wet raakte de mensheid gewend aan de leiding van het Tijdperk van de Wet en beschouwde deze als vanzelfsprekend. Langzaam maar zeker onttrok de mens zich aan de zorg van God. En terwijl ze de wet volgden, aanbaden ze ook afgoden en verrichtten ze slechte daden. Ze genoten de bescherming van Jehova niet meer. Ze leefden eigenlijk alleen maar voor het altaar in de tempel. Het werk van God was in feite lang daarvoor al niet meer onder hen. Ook al hielden de Israëlieten vast aan de wet en gebruikten ze de naam van Jehova, en geloofden ze zelfs met trots dat alleen zij het volk en de uitverkorenen van Jehova waren, onttrok de heerlijkheid van God zich onopgemerkt aan hen …
Als God Zijn werk doet, verlaat Hij altijd onopgemerkt de ene plaats en begint Hij ergens anders stilletjes het nieuwe werk. Dit lijkt voor mensen die gevoelloos zijn niet te geloven. Mensen hebben het oude altijd gekoesterd en nieuwe, onbekende dingen altijd met vijandigheid of als iets vervelends beschouwd. Welk nieuw werk God dus ook verricht, de mens is er van begin tot eind, van alle dingen, als laatste van op de hoogte.
Zoals altijd het geval is geweest, begon God Zijn nieuwe werk van de tweede fase na het werk van Jehova in het Tijdperk van de Wet: het vlees aannemen – als vleesgeworden mens tien, twintig jaar – en Zijn werk verkondigen en doen onder gelovigen. Toch wist zonder uitzondering niemand het en maar een klein groepje mensen erkende dat Hij de vleesgeworden God was nadat de Heer Jezus aan het kruis genageld en herrezen was. Het vormde een probleem dat er één opstond die Paulus heette en die God als aartsvijand tegemoet trad. Zelfs nadat hij neergeslagen was en een apostel werd, veranderde Paulus zijn oude aard niet en bleef het pad van verzet tegen God bewandelen. In de tijd dat hij werkte, schreef Paulus veel epistels; helaas genoten latere generaties van zijn epistels als de woorden van God en die werden zelfs opgenomen in het Nieuwe Testament en werden verward met de woorden die God Zelf sprak. Dit is een grote schande sinds de komst van de Schrift! En is deze fout niet te wijten aan de extreme dwaasheid van de mens? Ze wisten niet dat epistels of spirituele geschriften van de mens gewoon niet in de verslagen van Gods werk in het Tijdperk van Genade thuishoorden om het werk en de woorden van God te vertolken. Maar dit staat los van waar we het over hebben. Laten we dus naar het oorspronkelijke onderwerp terugkeren. Zodra de tweede fase van Gods werk was voltooid – na de kruisiging – was Gods werk volbracht om de mens van zonde terug te winnen (dat wil zeggen: de mens uit de handen van Satan terug te winnen). Vanaf dat moment hoefde de mens alleen maar de Heer Jezus als de Heiland te aanvaarden en zouden zijn zonden worden vergeven. De zonden van de mens waren zogezegd geen belemmering meer om het heil te verkrijgen en tot God te komen. Satan kon ze ook niet meer ter beschuldiging tegen de mens inbrengen. God had namelijk Zelf het echte werk gedaan. Hij was de gelijkenis en voorproef van het zondige vlees geworden en God was Zelf het zondoffer. Op die manier daalde de mens af van het kruis en was verlost en gered dankzij het vlees van God, de gelijkenis van dit zondige vlees. En zo kwam de mens na zijn gevangenschap door Satan een stap dichter bij het aanvaarden van Zijn redding voor Gods aangezicht. Natuurlijk was deze fase van het werk dieper en meer ontwikkeld dan Gods management tijdens het Tijdperk van de Wet.
Zo is het management van God: de mensheid overleveren aan Satan – een mensheid die niet weet wat God is, wat de Schepper is, hoe God te aanbidden of waarom het nodig is om zich aan God te onderwerpen – en Satan toe te staan hem te verderven. God wint de mens vervolgens stap voor stap terug uit de handen van Satan, totdat de mens God met zijn hele wezen aanbidt en Satan verwerpt. Dit is Gods management. Dit klinkt misschien als een mythisch verhaal en lijkt verwarrend. Mensen denken dat dit een mythisch verhaal is omdat ze geen flauw benul hebben van wat er de afgelopen paar duizend jaar allemaal met de mens is gebeurd. Ze weten ook helemaal niet hoeveel verhalen zich in de kosmos en het firmament hebben afgespeeld. Bovendien hebben zij geen weet van de nog verbazingwekkendere, angstaanjagende wereld die buiten de materiële wereld om bestaat, maar die zij met hun menselijke ogen niet kunnen zien. Het komt de mens onbegrijpelijk voor, omdat de mens de betekenis van Gods redding van de mensheid of de betekenis van het werk van Zijn management niet inziet en niet begrijpt hoe God uiteindelijk wil dat de mensheid is. Gaat het om volkomen onverdorven te zijn door Satan, zoals Adam en Eva? Nee! Het doel van Gods management is om een groep mensen te winnen die God aanbidt en zich aan Hem onderwerpt. Hoewel deze mensen door Satan verdorven zijn, zien ze Satan niet langer als hun vader; ze herkennen Satans weerzinwekkende gezicht en verwerpen Satan en ze komen voor God om Gods oordeel en tuchtiging te aanvaarden. Ze leren onderscheiden wat lelijk is en hoe het in contrast staat met wat heilig is en ze leren de grootsheid van God en het kwaad van Satan te begrijpen. Een dergelijke mensheid werkt niet langer voor Satan, aanbidt Satan niet en plaatst Satan niet op een voetstuk. Dat komt omdat ze een groep mensen zijn die waarlijk door God is gewonnen. Dat is de betekenis van Gods management van de mensheid. Gedurende het werk van Gods management in deze tijd is de mensheid het doelwit van zowel Satans verdorvenheid als Gods redding en is de mens het product waar God en Satan om strijden. Terwijl God Zijn werk uitvoert, herwint Hij de mens geleidelijk uit Satans handen. Zo komt de mens steeds dichter tot God …
En toen kwam het Tijdperk van het Koninkrijk, een meer praktische fase van het werk, maar dat voor de mens ook het moeilijkst te aanvaarden is. Hoe dichter die mens namelijk tot God komt, hoe dichter Gods roede de mens nadert en hoe duidelijker Gods aangezicht aan de mens wordt geopenbaard. Na de verlossing van de mensheid keert de mens officieel terug naar de familie van God. De mens dacht dat het nu tijd was om te genieten, maar hij krijgt een frontale aanval van God te verduren die niemand ooit had kunnen voorzien. Dit blijkt een doop te zijn die het volk van God moet ‘genieten’. Met een dergelijke behandeling kunnen mensen niet anders dan bij zichzelf denken: ik ben het lam dat vele jaren verloren was en dat God tegen een hoge prijs heeft teruggekocht. Waarom behandelt God mij dan zo? Is dit Gods manier om mij uit te lachen en aan de kaak te stellen? … Na jaren is de mens verweerd geraakt, na raffinering en tuchtiging aan den lijve te hebben ondervonden. De mens heeft weliswaar de ‘glorie’ en ‘romantiek’ van voorbije tijden verloren, maar is, zonder het te weten, de principes van menselijk gedrag gaan begrijpen. Hij is Gods jarenlange toewijding aan het redden van de mensheid gaan waarderen. De mens begint zijn eigen barbaarsheid langzaamaan te verafschuwen. Hij begint te haten hoe verwilderd hij is, al zijn misverstanden tegenover God en de onredelijke eisen die hij aan Hem heeft gesteld. De klok kan niet worden teruggedraaid. Gebeurtenissen uit het verleden worden de spijtige herinneringen van de mens. De woorden en liefde van God worden echter de drijvende kracht in het nieuwe leven van de mens. De wonden van de mens genezen dag na dag. Zijn kracht keert terug, hij staat op en ziet op naar het aangezicht van de Almachtige … Dan ontdekt hij dat Hij altijd aan zijn zijde is geweest, en dat Zijn glimlach en Zijn mooie gestalte nog steeds zo intrigerend zijn. Zijn hart is nog steeds vervuld met zorg voor de mensheid die Hij heeft geschapen. Zijn handen zijn nog steeds zo warm en krachtig als in het begin. Het lijkt alsof de mens is teruggekeerd naar de hof van Eden, maar deze keer luistert de mens niet langer naar de verleidingen van de slang en wendt zich niet langer af van Jehova’s aangezicht. De mens knielt neer voor God, kijkt op naar Gods glimlachende gelaat en offert zijn kostbaarste offerande – O! Mijn Heer, mijn God!
De liefde en het mededogen van God doordringen elk detail van het werk van Zijn management. Of mensen Gods goede bedoelingen nu wel of niet kunnen begrijpen, Hij blijft onvermoeibaar het werk dat Hij wil volbrengen doen. Hoe veel of hoe weinig mensen ook van Gods management begrijpen, iedereen kan de hulp en voordelen van Gods werk waarderen. Misschien heb je vandaag niets gevoeld van Gods liefde of het leven dat Hij biedt, maar zolang je God niet verlaat en je de waarheid vastberaden blijft nastreven, zal er een dag komen waarop Gods glimlach aan je zal worden geopenbaard. Want het werk van Gods management heeft als doel mensen terug te winnen die onder Satans domein zijn, niet om de mensen in de steek te laten die door Satan zijn verdorven en zich tegen God verzetten.
23 september 2005