De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Interpretatie van de eenentwintigste uitspraak

In Gods ogen zijn mensen zoals de dieren in de dierenwereld. Ze vechten met elkaar, slachten elkaar af en hebben buitengewone interacties met elkaar. In Gods ogen zijn ze ook net als apen die listige plannen tegen elkaar smeden, onafhankelijk van leeftijd of geslacht. Als zodanig is alles wat de mensheid doet en manifesteert nooit naar Gods hart geweest. De periode dat God Zijn gezicht bedekt is precies de periode waarin de mensen van over de hele wereld worden getest. Alle mensen kreunen in pijn, ze leven allen onder de dreiging van een catastrofe, en er is er niet een die ooit aan Gods oordeel is ontsnapt. Feitelijk is het primaire doel van Gods incarnatie de mens in Zijn vlees te oordelen en te veroordelen. In Gods geest is al lang besloten wie, in overeenstemming met zijn essentie, zal worden gered of vernietigd, en dit zal geleidelijk duidelijk worden gemaakt tijdens de laatste fase. Naarmate de dagen en maanden voorbijgaan, veranderen mensen en wordt hun originele vorm geopenbaard. Of er een kip of een eend in het ei zit wordt duidelijk wanneer het openbarst. De tijd dat het ei barst, is precies de tijd dat er een eind komt aan de rampen op de aarde. Hieruit kan worden afgeleid dat, om te kunnen weten of er een 'kip' of een 'eend' in het ei zit, het 'ei' moet worden opengebroken. Dit is het plan in Gods hart, en het dient te worden volbracht.

“Arme, zielige mensheid! Hoe komt het toch dat de mensheid mij liefheeft, maar niet in staat is de intenties van mijn Geest te volgen?” Vanwege deze gesteldheid van de mens dient hij zich te onderwerpen aan een behandeling om Gods wil te bevredigen. En vanwege Gods afkeer van de mensheid heeft Hij vele keren uitgeroepen: “Oh de rebellerende mensheid! Ze zouden onder mijn voeten moeten worden vertrapt, ze moeten door mijn tuchtiging van de aardbodem verdwijnen, en ze moeten, op de dag dat mijn grote onderneming is voltooid, worden verdreven uit het midden van de mensheid, zodat de hele mensheid hun lelijke gezicht zal kennen.” God spreekt tot de gehele mensheid in het vlees en spreekt ook tot Satan in het geestelijke domein, dat wil zeggen, boven het gehele universum. Dit is de wil van God en dit is wat is bereikt met Gods zesduizendjarenplan.

In feite is God uitzonderlijk normaal en zijn er een aantal dingen die alleen maar kunnen worden volbracht als Hij ze zelf uitvoert en ze met Zijn eigen ogen ziet. Het is niet zoals mensen zich dat voorstellen, God rust niet op zijn lauweren terwijl alles gaat zoals Hij wil; dit is het gevolg van Satans verstoring in de mensen, dit leidt ertoe dat mensen in het ongewisse zijn over Gods werkelijke gezicht. Als zodanig is God tijdens het laatste tijdperk vlees geworden om openlijk Zijn werkelijkheid aan de mens te openbaren zonder iets te verbergen. Sommige beschrijvingen van Gods gezindheid zijn pure overdrijving, zoals wanneer gezegd wordt dat God de wereld kan vernietigen met een enkel woord of de geringste gedachte. Als gevolg hiervan zeggen de meeste mensen dingen zoals: hoe kan het dat God almachtig is maar niet in één hap Satan kan verzwelgen? Deze woorden zijn absurd en tonen aan dat de mensen God nog steeds niet kennen. God heeft een proces nodig om Zijn vijanden te vernietigen, maar toch is het juist om te zeggen dat God onoverwinnelijk is: God zal uiteindelijk Zijn vijanden verslaan. Op dezelfde manier als een sterk land een zwak land verslaat; het moet zelf de overwinning behalen, stap-voor-stap, soms met gebruik van geweld, soms met gebruik van strategie. Het is een proces, het is niet zo dat, omdat het sterke land moderne nucleaire wapens heeft en het zwakke land duidelijk inferieur is, het zwakke land zich zonder slag of stoot gewonnen zal geven. Dat is een absurd argument. Er kan worden gezegd dat het sterke land zeker zal winnen en het zwakke land zeker zal verliezen, maar alleen wanneer het sterke land persoonlijk het zwakke land binnenvalt kan worden gezegd dat het echt machtiger is. Derhalve heeft God altijd gezegd dat de mens Hem niet kent. Is dus wat hierboven is gezegd één kant van de oorzaak waarom de mens God niet kent? Zijn dit opvattingen van de mens? Waarom vraagt God de mens alleen dat hij Zijn werkelijkheid kent, en wordt Hij hiervoor persoonlijk vlees? Bijgevolg aanbidden de meeste mensen vroom de hemel en toch is “de hemel nog nooit ook maar een klein beetje beïnvloed door de handelingen van de mens. Als mijn behandeling van de mens uitsluitend zou zijn gebaseerd op alles wat hij deed, dan zou de hele mensheid nu onder mijn tuchtiging leven.”

God doorziet de essentie van de mens. In Gods uitspraken lijkt God zo ‘getormenteerd’ door de mens, dat Hij geen aandacht meer aan de mens wil schenken, noch ook maar een glimpje hoop voor hem heeft, de mens, lijkt het wel, is niet te redden. “Ik heb veel mensen gezien bij wie de tranen over hun wangen liepen en ik heb veel mensen gezien die hun hart aanboden in ruil voor mijn rijkdommen. Ondanks zulle 'vroomheid' heb ik nooit vrijelijk mijn alles aan de mens gegeven als resultaat van zijn plotselinge impulsen, de mens heeft zich immers nooit graag bereid getoond zichzelf aan mij te wijden.” Wanneer God de natuur van de mens openbaart, schaamt de mens zich over zichzelf, maar dit is niet meer dan oppervlakkige kennis. Hij is niet in staat zijn natuur werkelijk te herkennen in Gods woorden. Daarom begrijpen de meeste mensen Gods wil niet, ze kunnen in Gods woorden geen pad voor hun leven vinden, dus hoe stompzinniger ze zijn, des te strenger God ze bespot. Daarom nemen ze onbewust de rol van nar op zich, en als gevolg daarvan leren ze zichzelf kennen wanneer ze worden gestoken door het ‘zachte zwaard’. Het lijkt alsof Gods woorden de daden van de mens toejuichen en aanmoedigen, en toch hebben mensen altijd het gevoel dat God hen belachelijk maakt. En dus vertrekken hun gezichten van tijd tot tijd wanneer ze Gods woorden lezen, alsof ze stuiptrekken. Dit is de onreinheid van hun geweten, en het is hierom dat zij ongewild hun gezicht vertrekken. Hun pijn is van het soort waarbij ze willen lachen, maar het niet kunnen, waarbij ze willen huilen, maar het ook niet kunnen. Want de belachelijkheid van de mensen wordt van afstand bestuurd, alsof een video wordt afgespeeld. Ze kunnen het niet uitschakelen, ze kunnen het alleen verdragen. Hoewel “focussen op Gods woorden” wordt gepredikt op elke vergadering met collega's, wie kent er niet de natuur van het gebroed van de grote rode draak? Van aangezicht tot aangezicht zijn ze zo gehoorzaam als lammeren, maar wanneer ze zich omkeren zijn ze even wild als wolven, iets wat kan worden opgemaakt uit Gods woorden: “Veel mensen houden echt van mij wanneer ik hen mijn woorden schenk, maar koesteren mijn woorden niet in hun geest. In plaats daarvan gebruiken ze mijn woorden achteloos als openbaar bezit en werpen ze ze terug naar waar ze vandaan kwamen wanneer het hen uitkomt.” Waarom heeft God de mens altijd ontmaskerd? Dit toont dat de oude natuur van de mens nooit ook maar een centimeter heeft toegegeven. Net als de berg Taishan, houdt de oude natuur in de honderden miljoenen harten van de mensen stand. Maar de dag zal komen dat Yu Gong de berg zal verplaatsen, en dit is het plan van God. In Zijn uitspraken is er geen moment waarop God geen eisen aan de mens stelt, hem niet waarschuwt, of niet op de natuur van de mens wijst zoals deze in zijn leven wordt geopenbaard. “Wanneer de mens ver van mij is en mij test, verberg ik mij voor hem tussen de wolken. Daarom kan hij geen spoor van mij vinden en laat hij zich leiden door de goddelozen en doet alles wat zij hem vragen.” In werkelijkheid hebben mensen zelden de gelegenheid in Gods aanwezigheid te leven omdat ze te weinig verlangen hebben om ernaar te zoeken. Hoewel de meeste mensen God liefhebben, leven ze onder de hand van de boze, en wordt alles wat ze doen gestuurd door de boze. Als mensen werkelijk in het licht van God zouden leven en op elk moment van de dag God zouden zoeken, zou God niet zo hoeven te spreken, nietwaar? Wanneer mensen de schriften aan de kant schuiven, schuiven ze tegelijkertijd met het boek onmiddellijk God terzijde. En dus houden ze zich bezig met hun eigen zaken, waarna God uit hun harten verdwijnt. Wanneer ze echter het boek weer oprapen, realiseren ze zich plotseling dat ze God hebben veronachtzaamd. Zo is het leven van de mens ‘zonder geheugen’. Hoe meer God spreekt, des te hoger Zijn woorden. Wanneer ze hun toppunt bereiken, is al het werk voltooid en stopt God bijgevolg met Zijn uitspraken. Het principe van waaruit God werkt is Zijn werk te voltooien op het moment dat het zijn toppunt bereikt. Hij gaat niet door met zijn werk wanneer het zijn toppunt heeft bereikt, maar stopt abrupt. Hij doet nooit werk dat niet noodzakelijk is.

Vorige:Interpretatie van de twintigste uitspraak

Volgende:Interpretatie van de zesentwintigste uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant