De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

Het Woord verschijnt in het vlees

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Paginabreedte

0 zoekresulta(a)t(en)

Geen resultaten gevonden

Hoofdstuk 10

In de tijd van de stichting van de kerk bracht God het oprichten van een koninkrijk nauwelijks ter sprake. En zelfs als Hij dat wel deed, deed Hij dat in de taal van de tijd van de stichting van de kerk. Toen het Tijdperk van het Koninkrijk aanbrak, zette God een dikke streep door sommige methodes en de zorgen uit de tijd van de stichting van de kerk en sprak er verder nooit meer één woord over. Dit nu is precies de fundamentele betekenis van “God Zelf” die altijd nieuw is en nooit oud. Hoe goed dingen in het verleden ook gedaan zijn, voor zover ze deel uitmaken van een vroeger tijdperk groepeert God ze als van voor de tijd van Christus. Het heden staat bekend als de tijd “na Christus.”[a] In dit opzicht kan het stichten van de kerk gezien worden als een noodzakelijke voorloper voor het bouwen van het koninkrijk. Dit heeft voor God een basis gelegd om Zijn soevereine macht in het koninkrijk uit te oefenen. Nu is het werk van de stichting van de kerk nog maar een zwakke afspiegeling van het bouwen van het koninkrijk, waar Gods werk op aarde zich nu in de eerste plaats op richt. God bereidde alle details van Zijn werk voor, voordat het werk van het bouwen van de kerk af was, en toen de tijd daar was ging Hij meteen aan de slag. Als zodanig sprak God: “Welbeschouwd is het Tijdperk van het Koninkrijk anders dan in het verleden. Het draait niet om wat de mens doet. In plaats daarvan voer ik, nadat ik naar de aarde ben afgedaald, mijn werk persoonlijk uit - werk dat mensen niet kunnen begrijpen of volbrengen.” Dit werk moet inderdaad door God persoonlijk uitgevoerd worden – geen mens is in staat dergelijk werk te verrichten, dat kan de mens gewoon niet aan. Wie behalve God zou dergelijk groots werk onder de mensen kunnen uitvoeren? Wie is er anders in staat de hele mensheid te kwellen totdat ze halfdood zijn? Zouden mensen dergelijk werk kunnen organiseren? Waarom zegt Hij: “Nadat ik naar de aarde ben afgedaald voer ik mijn werk persoonlijk uit”? Zou Gods Geest werkelijk uit alle ruimte verdwenen kunnen zijn? “Nadat ik naar de aarde ben afgedaald voer ik mijn werk persoonlijk uit”, verwijst zowel naar het feit dat Gods Geest geïncarneerd is in het vlees om te werken, en naar het feit dat Gods Geest duidelijk via de mensheid aan het werk is. Door Zijn werk persoonlijk uit te voeren laat God veel mensen God Zelf met het blote oog zien, zodat ze niet zorgvuldig in hun geest op zoek hoeven. Bovendien kunnen alle mensen de werking van de Geest zo met hun eigen ogen zien en wordt het duidelijk dat er een essentieel verschil is tussen het vlees van de mens en dat van God. Tegelijkertijd is de Geest van God nog steeds aan het werk in de hele ruimte en de universum wereld. Al die mensen die verlicht zijn, die Gods naam aanvaard hebben, zien hoe de Geest van God werkt en leren zo de incarnatie van God nog beter kennen. Zo kan de mens de praktische God Zelf alleen leren kennen als Gods goddelijkheid rechtstreeks werkt, dat wil zeggen als Gods Geest zonder de geringste belemmering kan werken. Dit is de essentie van de bouw van het koninkrijk.

Hoe vaak is God in het vlees geïncarneerd? Kan dat meerdere malen zijn? Waarom heeft God vaak opgemerkt: “Ooit daalde ik af naar de wereld van de mens, en ik beleefde en zag zijn lijden. Maar het doel van mijn vleeswording heb ik niet vervuld”? Betekent dit dat God diverse malen geïncarneerd is, maar niet één keer door de mens is gekend? Dat is niet wat met deze bewering wordt bedoeld. De eerste keer dat God incarneerde was het eigenlijk niet Zijn doel dat de mens Hem zou kennen. Integendeel, Hij deed Zijn werk en verdween zonder dat iemand het doorhad of zelfs de kans kreeg Hem te kennen. Hij stond niet toe dat de mens Hem volledig kende en Hij bezat het belang van de incarnatie ook niet volledig. Je kon dus niet zeggen dat Hij volledig geïncarneerd was. In de eerste incarnatie gebruikte Hij alleen maar een lichaam van vlees, zonder zondige aard, om dat werk uit te voeren – toen het werk klaar was hoefde daar verder niets meer over gezegd te worden. En wat betreft de mensen die door de eeuwen heen door God zijn gebruikt, dergelijke gevallen kunnen nog minder incarnatie worden genoemd. Vandaag de dag kan alleen Hij die de praktische God Zelf is, die de uiterlijke verschijning van een normale menselijkheid heeft waarin zich een volledige goddelijkheid schuilhoudt en wiens doel het is de mens Hem te laten kennen, volledig incarnatie worden genoemd. De betekenis van het eerste bezoek van God aan deze wereld omvat slechts een aspect van het belang van wat tegenwoordig incarnatie wordt genoemd – dit bezoek had op geen enkele manier al de volle betekenis van wat nu incarnatie wordt genoemd. Daarom zei God: “Zonder het belang van de incarnatie te vervullen.” “Ervaring en observatie van het lijden van de mens” verwijst naar Gods Geest en de twee incarnaties, en zo zei God: “Als de bouw van het koninkrijk op gang komt, begint mijn geïncarneerde vlees formeel Zijn bediening, dat wil zeggen dat de Koning van het koninkrijk Zijn soevereine macht formeel aanvaardt.” Hoewel de bouw van de kerk een getuigenis voor Gods naam was, was het werk nog niet formeel begonnen – nu pas kan gezegd worden dat het uit het bouwen van het koninkrijk bestaat. Alles wat voorheen gedaan was, was slechts een voorproefje, het was nog niet het echte werk. Al werd er gezegd dat het koninkrijk binnen was gegaan, er werd nog geen werk in gedaan. Nu pas, nu er wordt gewerkt in Gods goddelijkheid en God formeel met Zijn werk is begonnen, is de mens eindelijk het koninkrijk binnengetreden. Zo “is de afdaling van het koninkrijk naar de wereld van de mens allesbehalve een kwestie van woorden en schijn, maar juist van reële werkelijkheid. Dit is één aspect van de betekenis van ‘de realiteit van de praktijk’.” Dit fragment is een treffende samenvatting van bovengenoemde uiteenzetting. Na deze omschrijving gaat God verder en kenschetst Hij de algemene toestand van de mensheid, waarbij de mens in een toestand van constante drukte achterblijft. “In de hele wereld bevindt de mensheid zich binnen mijn liefde, mijn mededogen. Maar de hele mensheid bevindt zich ook onder mijn oordeel en onder mijn beproeving.” Bepaalde door God ingestelde principes en regels zijn van toepassing op het leven van de mens. Deze principes en regels luiden als volgt: Er zullen gelukkige tijden zijn, momenten van frustratie en bovendien tijden van de louteringen van de ontberingen die geleden worden. Zo zal geen mens een uitsluitend gelukkig leven leiden of een leven dat alleen uit lijden bestaat. Elk leven zal zijn goede en slechte momenten kennen. Bij de hele mensheid is niet alleen Gods liefde en mededogen duidelijk, maar ook Zijn oordeel en Zijn hele gezindheid. Het kan zo gezegd worden: alle mensen ervaren Gods beproeving, nietwaar? In deze hele grote wereld is de hele mensheid druk aan het werk om zijn eigen weg te vinden. De mens weet niet precies welke rol hij speelt en sommige mensen beschadigen of verspelen zelfs hun leven ten behoeve van hun lot. Zelfs Job vormde geen uitzondering op deze regel: hij doorstond Gods beproeving, maar toch bleef hij zijn eigen weg zoeken. Geen mens kan standvastig blijven onder Gods beproevingen. Door zijn hebzucht of zijn menselijke natuur is geen mens helemaal tevreden met zijn huidige omstandigheden en kan geen mens onder de beproevingen standvastig blijven: ieder mens valt in stukken uiteen onder Gods oordeel. Als God nog zo serieus was met de mens, als Hij nog zulke hoge eisen aan de mens stelde, zou het precies zo zijn als God zegt: “Het hele menselijke ras zou door mijn brandende blik ten val komen.”

Ondanks het feit dat de bouw van het koninkrijk formeel van start is gegaan, moet het saluut voor het koninkrijk formeel nog worden uitgebracht – nu is het nog maar een profetie van wat te komen staat. Als alle mensen compleet gemaakt zijn en alle naties op aarde het koninkrijk van Christus zijn geworden, dan is de tijd aangebroken waarin de zeven donderslagen klinken. De dag van vandaag is een flinke stap in de richting van dat stadium, de aanval op de komende tijd is ingezet. Dit is Gods plan – het zal gerealiseerd worden in de nabije toekomst. Maar God heeft alles al bereikt wat Hij zei. Zo blijkt dat de naties op aarde slechts zandkastelen zijn die schudden onder de naderende vloed: de laatste dag is ophanden en de grote rode draak zal geveld worden door Gods woord. Om ervoor te zorgen dat Gods plan succesvol wordt uitgevoerd zijn de engelen uit de hemel naar de aarde afgedaald en doen zij hun uiterste best om God tevreden te stellen. De vleesgeworden God heeft Zichzelf op het slagveld ingezet om oorlog te voeren met de vijand. Overal waar de incarnatie verschijnt wordt de vijand op die plaats vernietigd. China zal als eerste vernietigd worden, verwoest door de hand van God. God zal genadeloos optreden tegen China. Je kunt het bewijs zien van de toenemende instorting van de grote rode draak in de voortdurende ontwikkeling van het volk. Dit kan goed gezien worden door iedereen. De ontwikkeling van het volk is een teken van de ondergang van de vijand. Dit is een stukje uitleg over wat er bedoeld wordt met “de strijd aangaan”. Bij ontelbare gelegenheden herinnerde God de mensen eraan zo een prachtige getuigenis af te leggen voor God om de status van opvattingen en de verfoeilijkheid van de grote rode draak in de harten van de mens teniet te doen. God gebruikt dit om het geloof van de mens nieuw leven in te blazen, verworvenheden te bereiken in Zijn werk. Dit is omdat God gezegd heeft: “Waartoe is de mens in staat? Is het niet beter als ik het zelf doe?” Zo is de hele mensheid. Ze is niet alleen onbekwaam, ze verliest ook snel de moed en is vlug teleurgesteld. Daarom is ze niet in staat om God te kennen. God laat niet alleen het geloof van de mens herleven, heimelijk doordrenkt Hij de mens ook nog onafgebroken met kracht.

Toen begon God het hele universum toe te spreken. God startte niet alleen Zijn nieuwe werk in China, Hij begon het huidige nieuwe werk in het universum. In dit stadium van het werk, omdat God al Zijn daden over de hele wereld wil openbaren zodat de hele mensheid die Hem verraden heeft zich weer in overgave voor Zijn troon zal neerbuigen, is er dus binnen het oordeel van God plaats voor Gods mededogen en liefde. God gebruikt de huidige gebeurtenissen in de wereld om de harten van de mens te shockeren, Hij brengt ze in beroering zodat ze God zoeken en naar Hem toe kunnen stromen. Zo zegt God: “Dit is een van de manieren waarop ik werk, en zonder twijfel is dit een reddingsactie voor de mens, en wat ik hem aanreik is nog steeds een soort liefde.” God legt de ware aard van de mens bloot met een doordringende, ongeëvenaarde en moeiteloze nauwkeurigheid. De mens kan alleen nog maar vol schaamte zijn gezicht verbergen, hij is volslagen vernederd. Ieder keer dat God spreekt wijst Hij op een of andere manier op een aspect van hoe beklagenswaardig de mens is zodat de mens, eenmaal op zijn gemak, niet vergeet zichzelf te kennen en het niet als een oude opgave ziet om zichzelf te kennen. Aangezien Hij de aard van de mens kende, zou de mens losbandig en arrogant worden, als God hem ook maar één moment niet op zijn gebreken zou wijzen. Daarom zegt God: “Mensen, in plaats van de namen te koesteren die ik jullie geschonken heb, wekken velen van jullie boosheid op in jullie hart bij de titel ‘dienstdoeners’ en kweken jullie liefde in jullie hart bij de titel ‘mijn volk’. Probeer mij niet voor de gek te houden. Mijn ogen zien en doordringen alles!” Zodra de mens deze bewering ziet, voelt hij zich meteen ongemakkelijk. Hij denkt dat zijn vroegere daden onvolwassen waren – juist het soort slecht handelen dat God beledigt. De laatste tijd heeft hij God tevreden willen stemmen, maar ondanks dat hij zeer bereidwillig is heeft hij geen kracht en weet hij niet wat hij zou moeten doen. Onbewust is hij bezield met een hernieuwde vastberadenheid. Dat is het effect als je op je gemak bent en deze woorden leest.

Aan de ene kant zegt God dat Satan tot in het extreme krankzinnig is, terwijl Hij aan de andere kant ook zegt dat de meeste mensen hun oude natuur niet veranderen. Hieruit blijkt duidelijk dat Satans daden zich via de mens manifesteren. Zo herinnert God de mens er vaak aan dat hij niet losbandig moet zijn zodat hij niet door Satan verslonden wordt. Dit is niet alleen een voorspelling dat sommige mensen in opstand zullen komen, het is bovendien een alarm dat afgaat om alle mensen te waarschuwen het verleden snel achter zich te laten en het heden te gaan zoeken. Niemand wil bezeten worden door demonen of overwonnen door kwade geesten. Gods woord is dus nog een sterkere waarschuwing en aansporing voor hen. Maar terwijl de meeste mensen de tegengestelde uitersten opzoeken, en veel belang hechten aan ieder woord van God, zegt God op Zijn beurt: “De meerderheid van de mensen wacht tot ik nog meer mysteriën openbaar om zich in de aanblik te verlustigen. En toch, al zou je alle mysteriën van de hemel leren begrijpen, wat zou je dan met die kennis aan kunnen vangen? Zou je liefde voor mij erdoor groeien? Zou je liefde voor mij erdoor ontvlammen?” Hieruit blijkt dat de mens Gods woord niet gebruikt om God te kennen en lief te hebben, maar juist om de voorraad in Zijn ‘kleine voorraadschuur’ op te bouwen. Gods gebruik van de uitdrukking “zich in de aanblik te verlustigen” om het extremisme van de mens te beschrijven laat dus zien hoe de liefde van de mens voor God nog steeds niet zuiver is. Als God de mysteriën niet had onthuld zou de mens niet veel belang hebben gehecht aan Zijn woorden, maar ze slechts oppervlakkig hebben bekeken, alsof hij naar bloemen kijkt terwijl hij in galop voorbijsnelt. Hij zou de tijd niet genomen hebben om werkelijk na te denken over Zijn woorden en ze grondig te overdenken. De meeste mensen koesteren Gods woord niet echt. Ze getroosten zich niet echt veel moeite om Zijn woorden te eten en te drinken, maar nemen ze liever vlug even oppervlakkig door. Waarom spreekt God nu op een andere manier dan vroeger? Waarom altijd in ondoorgrondelijke taal? Bijvoorbeeld “kronen” in “Ik zou nooit iemand lichtvaardig met zo’n stempel kronen,” “zuiverste goud” in “Is er iemand die het zuiverste goud waar mijn woorden van gemaakt zijn in zichzelf kan ontvangen,” Zijn eerdere vermelding van “bewerken” in ” zonder een bewerking door Satan door te maken”, en meer van die uitdrukkingen. De mens begrijpt niet waarom God zo spreekt. Hij begrijpt niet waarom Hij op zo’n geestige, humoristische en provocerende manier praat. Maar dit is nu precies een manifestatie van het doel van Gods spraak. Vanaf het eerste begin tot op de dag van vandaag is de mens nooit in staat geweest Gods woord te begrijpen en leek het alsof Gods woord inderdaad gewichtig en streng was. Door er een klein vleugje humor aan toe te voegen – hier en daar een geestigheidje – kan Hij de stemming met Zijn woord lichter maken en de mens zijn spieren wat laten ontspannen. Zo kan Hij zelfs een nog groter effect bereiken: Hij dwingt de mens zo om Gods woord goed te overdenken.

Voetnoot:

a. “Na Christus” betekent “AD (Addo Domini).”

Vorige:Addendum 1: De eerste uitspraak

Volgende:Addendum 2: De tweede uitspraak

Mogelijk vindt u dit ook interessant