Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II

Diep in zijn hart geloofde Job dat alles wat hij bezat hem door God toevertrouwd was en niet het resultaat van zijn eigen zwoegen en zweten. Vandaar dat hij deze zegeningen niet zag als iets om van te profiteren, maar klampte hij zich uit alle macht vast aan de weg die hij behoorde te wandelen als zijn levensprincipe. Hij koesterde Gods zegeningen en was er dankbaar voor, maar was niet gecharmeerd van meer zegeningen en streefde daar ook niet naar. Zo was zijn houding ten opzichte van bezit. Hij deed niet iets om zegeningen voor zich te winnen, noch maakte hij zich zorgen over of voelde hij zich benadeeld door het gebrek aan of verlies van Gods zegeningen; hij stond niet te jubelen vanwege Gods zegeningen, maar evenmin negeerde hij de weg van God of vergat hij de genade van God vanwege de zegeningen die hij vaak mocht ontvangen.

Vorige: Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II

Volgende: Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf II

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger