God kennen 5

Dagelijkse woorden van God Fragment 166

Weten jullie welke kennis het belangrijkste is om Gods rechtvaardige gezindheid te kunnen begrijpen? Er valt wellicht veel te zeggen vanuit ervaring ten aanzien van dit onderwerp, maar er zijn een paar hoofdpunten waarover ik jullie moet vertellen. Om Gods rechtvaardige gezindheid te begrijpen, moet men eerst Gods gevoelens begrijpen: wat Hij haat, wat Hij verafschuwt, wat Hij liefheeft, jegens wie Hij tolerant en genadig is en aan welk type persoon Hij die genade verleent. Dit is een belangrijk punt om te weten. Verder moet men begrijpen dat ongeacht hoe liefdevol God is, ongeacht hoeveel genade en liefde Hij heeft voor mensen, God niet tolereert dat iemand Zijn status en positie beledigt, noch tolereert Hij dat iemand Zijn waardigheid beledigt. Hoewel God van mensen houdt, zal Hij hen niet verwennen. Hij geeft de mensen Zijn liefde, Zijn genade en Zijn verdraagzaamheid, maar Hij heeft Zich nooit aan hen aangepast; Hij heeft Zijn principes en Zijn grenzen. Ongeacht in welke mate je Gods liefde in je hebt gevoeld, ongeacht hoe diep die liefde is, je moet God nooit behandelen zoals je een andere persoon zou behandelen. Hoewel het waar is dat God mensen behandelt als dicht bij Hem staand, als iemand God als een andere persoon beschouwt, alsof Hij gewoon een schepsel is, zoals een vriend of een voorwerp van aanbidding, dan zal God Zijn aangezicht voor hen verbergen en hen in de steek laten. Dit is Zijn gezindheid, en de mensen mogen dit punt niet lichtzinnig opvatten. Daarom wordt er vaak in Gods woord over Gods gezindheid gezegd: het maakt niet uit hoeveel wegen je hebt gereisd, hoeveel werk je hebt gedaan of hoeveel je hebt verdragen, zodra je Gods gezindheid beledigt, zal Hij eenieder van jullie behandelen zoals jullie Hem hebben behandeld. Dit betekent dat God mensen ziet als dicht bij Hem, maar de mensen moeten God niet als een vriend of een familielid behandelen. Beschouw God niet als je maatje. Het maakt niet uit hoeveel liefde je van Hem hebt ontvangen, ongeacht hoeveel Hij van je heeft getolereerd, je moet God nooit als een vriend behandelen. Dit is Gods rechtvaardige gezindheid. Dat begrijp je toch? Moet ik hier nog meer over zeggen? Hebben jullie al enig inzicht in deze kwestie? Over het algemeen is dit de eenvoudigste fout die mensen maken, ongeacht of ze de dogma’s begrijpen of dat ze er nooit eerder aan gedacht hebben. Wanneer mensen God beledigen, is dat misschien niet door één gebeurtenis, of door één ding dat ze hebben gezegd, maar het is eerder door een houding die ze aannemen en een gesteldheid waarin ze zich bevinden. Dit is heel angstaanjagend. Sommige mensen geloven dat ze God goed begrijpen, dat ze Hem kennen, dat ze misschien zelfs een aantal dingen doen die God goed zou vinden. Ze beginnen zich gelijk te voelen aan God en ze denken dat ze een slim soort vriendschap met God hebben gesloten. Dit soort gevoelens is heel verkeerd. Als je hier geen dieper begrip van hebt, als je dit niet echt begrijpt, dan is het heel gemakkelijk om God te beledigen en zijn rechtvaardige gezindheid te beledigen. Dat begrijp je nu toch? Is Gods rechtvaardige gezindheid niet uniek? Zou die ooit gelijkwaardig kunnen zijn aan het karakter of de morele staat van een mens? Dat zou nooit kunnen. Dus, je moet niet vergeten dat ongeacht hoe God met mensen omgaat, hoe Hij ook over mensen denkt Gods positie, gezag en status nooit zullen veranderen. Voor de mensheid is God altijd de Heer van alle dingen en de Schepper.

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 167

Verhaal 1. Een zaadje, de aarde, een boom, het zonlicht, de zangvogels en de mens

Een klein zaadje viel op de aarde. Nadat er een geweldige regenbui voorbij was gekomen, groeide het zaadje uit tot een tere spruit en zijn wortels groeven zich langzaam een weg in de bodem. De spruit werd langzamerhand groter, en weerstond moedig rukwinden en regenbuien, en zag de verandering van de seizoenen bij wassende en afnemende maan. In de zomer schonk de aarde water, zodat de spruit de verzengende hitte kon verdragen. En omdat hij in de aarde stond, voelde de spruit de hitte niet en overleefde hij de hitte van de zomer. Toen de winter viel, hield de aarde de spruit in haar warme omhelzing en ze grepen elkaar stevig vast. En door de warmte van de aarde overleefde de spruit de bittere kou, en kwam ongedeerd de winterse stormen en sneeuwval van het seizoen door. Beschut door de aarde groeide de spruit dapper en was gelukkig. Hij werd lang en trots door de onzelfzuchtige verzorging die de aarde bood. De spruit groeide gelukkig door. Hij zong terwijl de regen omlaag spatte en danste en zwaaide als de wind blies. En zo zijn de spruit en de aarde van elkaar afhankelijk …

Er gingen jaren voorbij en de spruit was nu een torenhoge boom. Hij had stevige takken gekregen, was getooid met ontelbare bladeren en stond stevig in de aarde. De wortels van de boom groeven zoals voorheen in de aarde, maar ze doken nu diep de bodem in. Wat ooit de spruit had beschermd, was nu de basis voor de machtige boom.

Een straal zonlicht scheen op de boom en de stam schudde. De boom strekte zijn takken breed uit en nam het licht zo diep mogelijk in zich op. De aarde onder de boom ademde in hetzelfde ritme, en voelde als nieuw aan. Juist toen blies er een frisse wind die van de takken vandaan kwam, en de boom trilde van vreugde, en barstte van energie. En op die manier zijn de boom en het zonlicht afhankelijk van elkaar …

Er zaten mensen in de koele schaduw van de boom en ze koesterden zich in de frisse, geurige lucht. De lucht reinigde hun harten en longen, en het reinigde hun bloed. De mensen voelden zich niet langer moe of belast. En op die manier zijn de mensen en de boom van elkaar afhankelijk …

Een zwerm zangvogels tjilpte terwijl ze op de takken van de boom neerstreken. Misschien ontweken ze een vijand, of zaten ze te broeden en brachten ze hun jongen groot, of misschien namen ze gewoon een korte rustpauze. En op die manier zijn de vogels en de boom van elkaar afhankelijk …

De wortels van de boom groeven door elkaar heen kronkelend diep in de aarde. De stam van de boom beschutte de aarde tegen wind en regen en de boom strekte zijn grote takken uit en beschermde de aarde eronder, en de boom deed dit omdat de aarde zijn moeder is. Ze versterken elkaar en vertrouwen op elkaar, en ze zullen nooit van elkaar scheiden …

Alle dingen waar ik net over sprak, hebben jullie eerder gezien, zoals zaden, je weet hiervan, toch? Een zaadje dat tot een boom uitgroeit, is misschien geen proces dat je specifiek ziet, maar je weet dat het een feit is, toch? Jij weet van de aarde en het zonlicht. Het beeld van zangvogels die in een boom zijn neergestreken, is iets dat alle mensen wel eens hebben gezien, toch? En mensen die verkoeling zoeken in de schaduw van een boom, dat hebben jullie allemaal gezien, toch? (We hebben dat gezien.) Dus welk gevoel krijgen jullie als jullie al deze voorbeelden in één beeld zien? (Harmonie.) Zijn alle voorbeelden die in dit beeld voorkomen van God afkomstig? (Ja.) Omdat ze van God komen, kent God de waarde en betekenis van het aardse bestaan van al deze verschillende dingen. Toen God alle dingen schiep, toen Hij elk ding plande en schiep, deed Hij dat met een bedoeling; en toen Hij die dingen schiep, werd elk daarvan met leven doordrenkt. De omgeving die Hij voor het bestaan van de mensheid creëerde, zoals zojuist in ons verhaal werd besproken, is een omgeving waarin de zaden en de aarde van elkaar afhankelijk zijn, waarin de aarde de zaden kan voeden en de zaden met de aarde verbonden zijn. De relatie tussen deze twee is van het begin af aan door God voorbestemd. De boom, het zonlicht, de zangvogels en de mens in dit beeld zijn een voorbeeld van de leefomgeving die God heeft geschapen voor de mensheid. Ten eerste, de boom kan de aarde niet verlaten en hij kan ook niet bestaan zonder zonlicht. Wat was dan Gods bedoeling om de boom te maken? Kunnen we zeggen dat het alleen voor de aarde was? Kunnen we zeggen dat het alleen voor de zangvogels was? Kunnen we zeggen dat het alleen voor de mensen was? (Nee.) Wat is de relatie tussen al deze dingen? Die relatie is er een van onderlinge versterking, onderlinge afhankelijkheid en onscheidbaarheid. Dat wil zeggen, de aarde, de boom, het zonlicht, de zangvogels en de mensen zijn van elkaar afhankelijk voor hun bestaan en ze voeden elkaar. De boom beschermt de aarde terwijl de aarde de boom voedt; het zonlicht zorgt voor de boom, terwijl de boom frisse lucht van het zonlicht betrekt en de verzengende hitte van de zon op de aarde tempert. Wie profiteert hier uiteindelijk van? De mensheid profiteert hiervan, toch? En dit is een van de principes en een van de primaire doelen waarom God de leefomgeving maakte voor de mensheid. Ook al is dit een eenvoudig beeld, we kunnen daarin Gods wijsheid en Zijn intenties zien. De mensheid kan niet leven zonder de aarde, of zonder bomen, of zonder de zangvogels en zonlicht, toch? Hoewel het een verhaal was, is datgene wat erdoor wordt geportretteerd een microkosmos van Gods schepping van hemelen en aarde en alle dingen en Zijn schenking van een omgeving waarin de mensheid kan leven.

God schiep de hemelen en de aarde en alle dingen voor de mensheid en Hij schiep ook de leefomgeving. Ten eerste is het belangrijkste punt dat in het verhaal wordt behandeld de onderlinge versterking, de onderlinge afhankelijkheid en de co-existentie van alle dingen. Volgens dit principe wordt de leefomgeving voor de mensheid beschermd, hij overleeft en gaat door; vanwege het bestaan van deze leefomgeving kan de mensheid gedijen en zich voortplanten. We zagen de boom, de aarde, het zonlicht, zangvogels en mensen in dit tafereel. Bevond God Zich ook in dat tafereel? Men heeft Hem daar niet gezien, wel? Maar wat men wel heeft gezien was de regel van de onderlinge versterking en de onderlinge afhankelijkheid tussen de dingen in dit tafereel; het is door deze regels dat mensen kunnen zien dat God bestaat en dat Hij de Heerser is. God gebruikt deze principes en regels om het leven en het bestaan van alle dingen te behouden. Op deze manier zorgt Hij voor alle dingen en voor de mensheid. Heeft dit verhaal enig verband met het thema dat we zojuist hebben besproken? Op het eerste gezicht lijkt het van niet, maar in werkelijkheid zijn de regels die God heeft gemaakt als de Schepper en Zijn heerschappij over alle dingen sterk verbonden met het feit dat Hij de bron van leven voor alle dingen is en zijn ze onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jullie hebben iets geleerd, toch?

God gebiedt de regels waardoor de werking van alle dingen wordt geregeld; Hij gebiedt de regels die gaan over het voortbestaan van alle dingen; Hij bestuurt alle dingen en regelt het zo, dat ze elkaar versterken en van elkaar afhankelijk zijn, zodat ze niet omkomen of verdwijnen. Alleen zo kan de mensheid voortleven; alleen zo kunnen ze onder Gods leiding in zo’n omgeving leven. Deze regels die alle dingen besturen staan onder de heerschappij van God, en de mens kan niet ingrijpen en kan ze niet veranderen; alleen God Zelf kent deze regels en alleen Hijzelf beheert ze. Wanneer de bomen zullen ontkiemen, wanneer het zal regenen, hoeveel water en hoeveel voedingsstoffen de aarde de planten zal geven, in welk seizoen de bladeren zullen vallen, in welk seizoen de bomen vrucht zullen dragen, hoeveel voedingstoffen de bomen van het zonlicht zullen krijgen; wat de bomen zullen uitademen nadat ze door het zonlicht zijn gevoed – al die dingen waren van tevoren al door God geregeld toen Hij alle dingen schiep als regels waar de mens niet tegenin kan gaan. De dingen die door God zijn geschapen, of ze nu leven of – in de ogen van de mens – niet leven, zijn in Gods handen waar Hij er controle over uitoefent en erover regeert. Geen enkel mens kan deze regel veranderen of doorbreken. Dat wil zeggen, toen God alle dingen schiep, formuleerde Hij hoe ze zouden moeten zijn. De boom kon niet wortelen, ontspruiten en groeien zonder de aarde. Als de aarde geen bomen had, zou ze uitdrogen. De boom is ook de behuizing van de zangvogels, het is een plaats waar ze beschutting zoeken tegen de wind. Zou het goed zijn als de boom het zonder zonlicht moest stellen? (Dat zou niet goed zijn.) Als de boom alleen de aarde had, zou dat niet werken. Dit alles is voor de mensheid en voor het voortbestaan van de mensheid. De mens krijgt frisse lucht van de boom en leeft op de aarde die door de boom wordt beschermd. De mens kan niet leven zonder zonlicht, de mens kan niet leven zonder alle verschillende levende wezens. Hoewel de relaties tussen deze dingen complex zijn, moet je goed onthouden dat God de regels heeft geschapen die alle dingen bepalen, zodat ze elkaar kunnen versterken, van elkaar afhankelijk kunnen zijn en samen kunnen bestaan. Met andere woorden, elk ding dat Hij heeft geschapen heeft waarde en betekenis. Als God iets zonder betekenis zou scheppen, zou God het laten verdwijnen. Dit is een van de methoden die Hij gebruikte bij het voorzien in alle dingen. Waar verwijst ‘voorzien’ naar in dit verhaal? Gaat God de boom elke dag besproeien met water? Heeft de boom Gods hulp nodig om te ademen? (Nee.) ‘Voorzien’ verwijst in dit geval naar Gods beheer van alle dingen na de schepping; Hij had alleen regels nodig om alles soepel te laten verlopen. De boom groeide helemaal vanzelf, doordat hij in de aarde was geplant. De voorwaarden om te groeien werden allemaal door God geschapen. Hij maakte het zonlicht, het water, de grond, de lucht en de omgeving, de wind, de vorst, de sneeuw en de regen en de vier seizoenen; dit zijn de voorwaarden die de boom nodig heeft om te groeien, dit zijn dingen die God heeft bereid. Is God dus de bron van deze leefomgeving? (Ja.) Moet God er elke dag op uitgaan om elk blad in de bomen tellen? Dat is niet nodig, toch? God hoeft de boom ook niet te laten ademen. God hoeft ook niet elke dag het zonlicht te wekken door te zeggen: “Het is tijd om nu op de bomen te schijnen.” Hij hoeft dat niet te doen. Het zonlicht schijnt uit zichzelf, wanneer het, overeenkomstig de regels, tijd is dat het gaat schijnen; dan verschijnt het en schijnt het op de boom en absorbeert de boom het zonlicht wanneer dat nodig is, en wanneer het zonlicht niet nodig is dan leeft de boom nog steeds volgens de regels. Je bent misschien niet in staat dit verschijnsel duidelijk uit te leggen, maar het is een feit dat iedereen kan zien en erkennen. Het enige dat je hoeft te doen, is erkennen dat de regels voor het bestaan van alle dingen van God komen en weten dat God soeverein is over de groei en het voortbestaan van alle dingen.

Is er een metafoor gebruikt in dit verhaal, zoals mensen het zouden noemen? Is het antropomorf? (Nee.) Waar ik het over had, is de waarheid. Alles wat levend is, alles wat leven heeft, staat onder de heerschappij van God. Het kreeg leven nadat God het had geschapen; het is het leven gegeven door God en het volgt de wetten en het pad dat Hij ervoor heeft geschapen. Dit hoeft niet door de mens veranderd te worden en heeft geen hulp van de mens nodig; dit is hoe God in alle dingen voorziet. Jullie begrijpen het, toch? Denken jullie dat het nodig is dat mensen dit herkennen? (Ja.) Dus, heeft dit verhaal iets te maken met biologie? Staat het op een of andere manier in verband met een terrein van kennis of een tak van studie? We hebben het hier niet over biologie en we doen zeker geen biologisch onderzoek. Wat is het belangrijkste waar we hier over spreken? (Dat God de bron van leven is voor alle dingen.) Wat zie je bij alle dingen in de schepping? Heb je bomen gezien? Heb je de aarde gezien? (Ja.) Je hebt het zonlicht gezien, toch? Heb je vogels in de bomen zien neerstrijken? (Ja.) Is de mens gelukkig dat hij in zo’n omgeving mag leven? (Jazeker.) Dat wil zeggen, God gebruikt alle dingen – de dingen die Hij schiep om de leefomgeving van de mensheid te behouden om te overleven en om de leefomgeving van de mensheid te beschermen, en dit is hoe Hij voor de mens zorgt en in alle dingen voorziet.

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 168

Verhaal 2. Een grote berg, een beekje, een felle wind en een gigantische golf

Er was een stroompje dat heen en weer slingerde en uiteindelijk uitkwam bij de voet van een grote berg. De berg blokkeerde het pad van het stroompje, dus vroeg de stroom aan de berg met zijn zwakke, kleine stemmetje: “Wil je me er alsjeblieft langs laten, jij staat in de weg en je blokkeert het pad voor me.” De berg vroeg toen: “Waar ga je naartoe?” Waarop het beekje antwoordde: “Ik ben op zoek naar mijn thuis.” De berg zei: “Goed, ga je gang, stroom maar over me heen!” Maar omdat de kleine stroom te zwak was en te jong, was er geen manier om over zo’n grote berg heen te komen, dus het kon alleen maar naar de voet van de berg blijven stromen …

Een felle wind schoot voorbij en voerde zand en rommel mee naar de plek waar de berg stond. De wind brulde tegen de berg: “Laat me er langs!” De berg vroeg: “Waar ga je heen?” De wind brulde terug: “Ik wil naar die kant van de berg.” De berg zei: “Oké, als je mij doormidden kunt breken, dan kan je gaan!” De felle wind huilde op allerlei manieren, maar hoe furieus hij ook waaide, hij kon de berg niet doormidden breken. De wind werd moe en stopte om uit te rusten. Dus aan die kant van de berg blies alleen een zwakke wind luchtigjes, wat de mensen daar prettig vonden. Dat was de groet die de berg de mensen gaf …

Aan de kust spatte de nevel van de oceaan zachtjes tegen het rif. Plotseling kwam er een gigantische golf op en brulde zich een weg naar de berg. “Ga opzij!” Schreeuwde de gigantische golf. De berg vroeg: “Waar ga je naartoe?” De grote golf hield niet op, hij bleef maar stijgen en antwoordde: “Ik ben mijn territorium aan het uitbreiden en ik wil mijn armen een beetje strekken.” De berg zei: “Oké, als je over mijn top kunt komen, zal ik de weg voor je vrijmaken.” De grote golf trok zich een beetje terug en sloeg toen opnieuw tegen de berg. Maar hoe hard het water het ook probeerde, het kon niet over de berg komen. Het kon zich alleen maar langzaam terugtrekken naar waar het vandaan kwam …

Door de eeuwen heen druppelde het stroompje zachtjes rondom de voet van de berg. Het volgde de koers die de berg had gemaakt, en kwam zo weer thuis; het sloot zich aan bij de rivier en stroomde de zee in. De berg zorgde voor het stroompje, en het verdwaalde niet. De stroom en de berg bekrachtigden elkaar en waren van elkaar afhankelijk; ze versterkten elkaar, beteugelden elkaar en bestonden gezamenlijk.

Door de eeuwen heen bleef de felle wind steeds huilen naar de berg. De felle wind blies grote draaikolken van zand op, toen hij de berg ‘bezocht’, net als altijd. Hij bedreigde de berg, maar brak nooit de berg doormidden. De wind en de berg bekrachtigden elkaar en waren van elkaar afhankelijk; ze versterkten elkaar, hielden elkaar in toom en bestonden gezamenlijk.

Door de eeuwen heen rustte de gigantische golf ook niet en hij werd steeds groter. Hij brulde en sloeg steeds weer tegen de berg op, maar de berg bewoog nooit een centimeter. De berg waakte over de zee en zo groeiden en bloeiden de schepselen in de zee. De golf en de berg bekrachtigden elkaar en waren van elkaar afhankelijk; ze versterkten elkaar, ze beteugelden elkaar en bestonden gezamenlijk.

Dit verhaal is afgelopen. Allereerst, wat kunnen jullie me vertellen over dit verhaal, wat was het belangrijkste? Eerst was er een berg, een stroompje, een felle wind en een gigantische golf. Wat gebeurde er in het eerste deel met het beekje en de grote berg? Waarom zouden we praten over de grote berg en het beekje? (Omdat de berg de stroom beschermde, is de stroom nooit verdwaald. Ze vertrouwden op elkaar.) Zou je zeggen dat de berg het stroompje beschermde of belemmerde? (Hij beschermde hem.) Zou het kunnen dat hij hem belemmerd heeft? De berg en de kleine stroom waren samen; hij beschermde het stroompje maar was ook een belemmering. De berg beschermde het stroompje, zodat deze de rivier in kon stromen, maar weerhield hem er ook van om overal te stromen waar hij maar zou kunnen overstromen wat rampzalig zou zijn voor de mensen. Is dit het belangrijkste van dit gedeelte? De bescherming van het stroompje door de berg en zijn taak als een barrière beschermde de huizen van de mensen. Je hebt het stroompje dat zich bij de rivier voegt aan de voet van de berg en later de zee in stroomt; is dat niet de taak van het stroompje? Toen het stroompje de rivier instroomde en vervolgens naar zee, waarop vertrouwde het? Was het niet afhankelijk van de berg? Het vertrouwde op de bescherming van de berg en de berg diende als een barrière; is dit het belangrijkste? Zie jij hoe belangrijk bergen voor water zijn, in dit geval? Heeft God een bedoeling, waarom Hij bergen zowel hoog als laag maakt? (Ja.) Dit is een klein deel van het verhaal, en alleen al van een stroompje en een grote berg zijn we in staat om de waarde en het belang van deze twee dingen te zien in Gods schepping. We kunnen ook Zijn wijsheid en bedoeling zien in hoe Hij deze twee dingen regeert. Nietwaar?

Waar gaat het tweede deel van het verhaal over? (Een felle wind en de grote berg.) Is wind een goede zaak? (Ja.) Niet noodzakelijk, Want soms kan de wind, als hij te sterk is, rampzalig zijn. Hoe zou je voelen als je buiten in de felle wind zou moeten blijven? Dat hangt van de sterkte ervan af, toch? Als het maar een windje was met windkracht drie tot vier, dan zou het te verdragen zijn. Hooguit zou iemand moeite kunnen hebben om zijn ogen open te houden. Maar zou je het aan kunnen als de wind krachtig genoeg was om een tornado te worden? Jij zou het niet kunnen volhouden. Dus het is fout als mensen zeggen dat de wind altijd goed is, of dat hij altijd slecht is, omdat het afhangt van de sterkte van de wind. Dus wat voor nut heeft de berg hier? Dient hij niet enigszins als een filter voor de wind? De berg neemt de felle wind op en reduceert hem tot wat? (Een licht briesje.) De meeste mensen konden het voelen in de omgeving waarin ze leefden − was het een felle wind of een lichte bries die ze voelden? (Een licht briesje.) Is dit niet een van de doelen achter Gods schepping van bergen? Hoe zou het zijn als mensen in een omgeving wonen waarin het zand onstuimig door de wind wordt opgewaaid zonder dat er iets is wat het blokkeert of filtert? Zou het kunnen zijn dat land waar voortdurend zand en stenen in de rondte vlogen onbewoonbaar zou zijn? De mensen zouden door de rondvliegende stenen kunnen worden geraakt en door het zand verblind kunnen worden. De wind zou zo hard kunnen waaien, dat de mensen niet meer konden staan en in de lucht werden opgezogen. Huizen zouden kunnen worden vernietigd en er zouden allerlei rampen gebeuren. Heeft de felle wind waarde? Toen ik zei dat het slecht was, dan vinden mensen misschien dat het geen waarde heeft, maar klopt dat? Heeft de wind geen waarde als hij in een briesje verandert? Wat hebben mensen het hardste nodig als het vochtig of verstikkend is buiten? Ze hebben een lichte bries nodig om zachtjes over ze heen te blazen, om hun hoofd te verfrissen en leeg te maken, hun denken te scherpen, om hun humeur en hun gemoedstoestand te herstellen en te verbeteren. Stel je voor dat jullie allemaal in een kamer met veel mensen zitten en de lucht is benauwd, wat heb je het hardste nodig? (Een lichte bries.) Op plaatsen waar de lucht troebel en vol vuil is, kan de lucht iemands denken vertragen, de bloedsomloop verminderen en ze minder helder van geest maken. Maar de lucht zal weer fris worden als hij de kans krijgt om te bewegen en te circuleren, en de mensen zullen zich veel beter voelen. Ook al zouden het beekje en de felle wind een ramp kunnen worden, zolang de berg daar is, zal hij ze veranderen in dingen die de mensen ten goede komen; nietwaar?

Waar gaat het derde deel van het verhaal over? (De grote berg en de enorme golf.) De grote berg en de enorme golf. Het landschap hier is een berg aan zee waar we de berg, de oceaannevel en ook een enorme golf kunnen zien. Wat betekent de berg voor de golf in dit geval? (Hij beschermt hem en schermt hem af.) Hij is zowel een beschermer als een scherm. Het doel van bescherming ervan voorkomt dat dit deel van de zee verdwijnt, zodat de wezens die erin leven zich kunnen vermenigvuldigen en gedijen. Als een scherm houdt de berg het zeewater tegen − deze watermassa – zodat er geen overstroming volgt, en een ramp veroorzaakt wordt, die de huizen van mensen zou beschadigen en vernietigen. Dus we kunnen zeggen dat de berg zowel een scherm als een beschermer is.

Dit is de betekenis van de gezamenlijke band die de enorme berg en het stroompje hebben, de enorme berg en de felle wind hebben, en de enorme berg en de gigantische golf hebben; dit is de betekenis van het feit dat ze elkaar versterken en elkaar beteugelen en van hun co-existentie. Die dingen die God heeft geschapen worden in hun bestaan bestuurd door een regel en een wet. Dus, welke daden van God zijn jullie in dit verhaal tegengekomen? Heeft God, nadat Hij alle dingen geschapen had, die vervolgens genegeerd? Heeft Hij hun regels gegeven en de manieren ontworpen waarop ze werken om ze daarna te negeren? Is dat wat er is gebeurd? (Nee.) Wat is dat dan? God heeft nog steeds de controle over het water, de wind en de golven. Hij laat ze niet op hol slaan en Hij laat ze de huizen van mensen niet beschadigen of vernietigen, en daarom kunnen de mensen op het land blijven leven en zich vermenigvuldigen en gedijen. Dat betekent dat God de regels voor het bestaan al had uitgedacht toen Hij het universum maakte. Toen God deze dingen maakte, zorgde Hij ervoor dat zij de mensheid zouden helpen, en Hij beheerste hen ook, zodat zij niet lastig of rampzalig voor de mensheid zouden zijn. Als zij niet door God zouden worden beheerd, zouden de wateren dan niet overal stromen? Zou de wind niet overal heen waaien? Houden ze zich aan de regels? Als God ze niet zou beheren, zouden ze niet door regels geleid worden en de wind zou huilen en de wateren zouden overal opkomen en stromen. Als de enorme golf hoger was geweest dan de berg zou dat deel van de zee dan nog steeds kunnen bestaan? De zee zou niet kunnen bestaan. Als de berg niet zo hoog zou zijn als de golf, zou dat deel van de zee niet bestaan en zou de berg zijn waarde en betekenis verliezen.

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 169

God schiep alles wat bestaat en Hij heerst over alles wat bestaat en Hij beheert alles ervan en zorgt voor alles ervan, en binnen alle dingen overziet en onderzoekt Hij elk woord en elke actie van alles wat bestaat. Evenzo ziet en onderzoekt God elk facet van het menselijk leven. God is dus tot in het diepst van elk detail op de hoogte van alles wat binnen Zijn schepping bestaat. Dit varieert van de functie, de natuur en de overlevingsregels van elk ding tot de betekenis van het leven ervan en de waarde van het bestaan ervan; al die dingen zijn bij God volledig bekend. God heeft alle dingen geschapen; denken jullie soms dat Hij de regels dient te bestuderen waardoor deze zaken bestierd worden? Is het nodig dat God kennis of de wetenschap van de mens bestudeert om daarover te leren en die te begrijpen? (Nee.) Is er ook maar één iemand onder de mensheid met geleerdheid en eruditie om alle dingen te begrijpen zoals God dat begrijpt? Die is er niet. Wel? Zijn er ook maar ergens astronomen of biologen die echt de regels begrijpen volgens welke alle dingen leven en groeien? Kunnen ze echt de waarde van het bestaan van elk ding begrijpen? (Nee.) Dit is omdat alle dingen door God zijn geschapen en ongeacht hoeveel en diep de mensheid deze kennis bestudeert, of hoe lang ze ook proberen om het te leren, ze zullen nooit in staat zijn om het mysterie en het doel van Gods schepping van alle dingen te doorgronden, nietwaar? Hebben jullie, na wat we tot nu toe hebben besproken, het gevoel dat jullie een gedeeltelijk begrip hebben verkregen van de werkelijke betekenis van de uitdrukking: “God is de bron van leven voor alle dingen”? (Ja.) Ik wist dat veel mensen bij het bespreken van dit onderwerp meteen zouden denken: God is de waarheid en God gebruikt Zijn woord om voor ons te zorgen, maar zij denken er alleen maar over op dit niveau. Sommigen zouden zelfs vinden: “De manier waarin God voorziet in het menselijk leven, het dagelijks verschaffen van voedsel en drank en alle dagelijkse benodigdheden, geldt niet als voorzien voor de mensheid.” Voelen sommige mensen zich niet zo? Is Gods bedoeling niet heel duidelijk zichtbaar in hoe Hij alles heeft geschapen, zodat de mensheid kan bestaan en normaal kan leven? God onderhoudt de omgeving waarin mensen leven en Hij biedt alle dingen die deze mensheid nodig heeft. Bovendien heeft Hij de heerschappij over alle dingen en beheert Hij ze. Dit alles stelt de mensheid in staat normaal te leven en te gedijen en zich te vermenigvuldigen; op deze manier zorgt God voor de hele schepping en de mensheid. Moeten mensen deze dingen niet herkennen en begrijpen? Misschien zullen sommigen zeggen: “Dit onderwerp staat te ver af van onze kennis van de ware God Zelf, en we willen dit niet weten omdat de mens niet bij brood alleen kan leven, maar in plaats daarvan leeft door het woord van God.” Is dit juist? (Nee.) Wat is hier fout aan? Kun je God volledig begrijpen als je alleen de dingen kent die God heeft gezegd? Als je alleen Zijn werk en Zijn oordeel en tuchtiging accepteert, zul je dan God volledig begrijpen? Als je slechts een klein deel kent van Gods gezindheid, een klein deel van Gods gezag, is dat genoeg om God te begrijpen, toch? (Nee.) Gods daden beginnen met Zijn schepping van het universum en ze gaan vandaag door waar Zijn daden te allen tijde en op elke moment duidelijk zichtbaar zijn. Als mensen geloven dat God bestaat, alleen maar omdat Hij een aantal mensen heeft gekozen aan wie Hij Zijn werk doet om die mensen te redden, en als zij geloven dat andere dingen niet met God te maken hebben, Zijn gezag, Zijn status en Zijn acties, kan dat dan worden beschouwd als God echt kennen? Mensen met zo’n zogenaamde kennis van God − die gebaseerd is op een eenzijdige opvatting – beperken Gods daad tot slechts een groep mensen. Is dit een ware kennis van God? Is het niet zo dat mensen met deze kennis van God Zijn schepping van alle dingen ontkennen en Zijn heerschappij over hen? Sommige mensen willen hier geen aandacht aan besteden en ze denken bij zichzelf: “Ik zie Gods heerschappij niet over alle dingen, het is iets te ver van mij verwijderd en ik wil het niet begrijpen. God doet wat Hij wil en het heeft niets met mij te maken. Ik accepteer alleen Gods leiderschap en Zijn woord zodat ik gered kan worden en volmaakt kan worden gemaakt door God. Voor mij is niets anders van belang. De regels die God heeft opgesteld toen Hij alle dingen schiep of de dingen die Hij doet om voor alle dingen en ook voor de mensheid te zorgen hebben allemaal niets met mij te maken.” Wat voor soort gepraat is dit? Is dit soms geen daad van rebellie? Zijn er onder jullie die zo denken? Ik weet dat er een grote meerderheid is die wel op deze manier denkt, ook al zouden jullie dat niet zeggen. Dit type wat de Bijbel alleen letterlijk neemt, kan zijn eigen zogenaamde spirituele standpunt gebruiken in hoe zij alles bekijken. Ze willen God tot de Bijbel beperken, God beperken door de woorden die Hij heeft uitgesproken en God beperken tot alleen het letterlijk geschreven woord. Ze willen niet meer over God weten en ze willen niet dat God meer aandacht besteedt aan het doen van andere dingen. Dit soort denken is kinderachtig en erg religieus. Kunnen mensen die deze opvattingen koesteren, God kennen? Ze zouden het moeilijk hebben als ze God wilden kennen. Vandaag heb ik twee verhalen verteld die elk een ander aspect hebben belicht. Nu jullie daar net mee zijn geconfronteerd, zouden jullie het gevoel kunnen krijgen dat ze diepgaand of zelfs een beetje abstract zijn en moeilijk te bevatten en te begrijpen. Het zou moeilijk kunnen zijn om ze te verbinden met Gods daden en God Zelf. Echter, alle daden van God en alles wat Hij onder alle dingen en onder de hele mensheid heeft gedaan, moeten duidelijk en nauwkeurig bekend zijn bij ieder afzonderlijk en bij iedereen die God wil leren kennen. Deze kennis zal je de bevestiging van en het vertrouwen in het ware bestaan van God geven. Het zal je ook nauwkeurige kennis geven van Gods wijsheid, Zijn macht en hoe Hij voor alle dingen zorgt. Het zal je de mogelijkheid geven om Gods ware bestaan duidelijk te begrijpen en te zien dat het niet fictief is, en geen mythe. Hierdoor kun je zien dat het niet vaag is, en niet alleen een theorie en dat God zeker niet alleen een spirituele voedingsbron is, maar Hij echt bestaat. Bovendien zullen de mensen daardoor kunnen weten dat God altijd voor de hele schepping en voor de mensheid heeft gezorgd; Hij doet dit op Zijn eigen manier en in overeenstemming met Zijn eigen ritme. Men kan dus zeggen dat het is omdat God alle dingen schiep en Hij hen de regels gaf dat zij door Zijn bevel elk hun toegewezen taken uitvoeren, hun verantwoordelijkheden vervullen en de rol spelen die aan elk van hen was toebedeeld. Alle dingen vervullen hun eigen rol voor de mensheid en doen dit in de ruimte, de omgeving waarin mensen leven. Als God de dingen niet op deze manier deed en de omgeving van de mensheid niet was zoals het is, en het geloof van mensen in God of hun navolging van Hem – dan zou niets van dit alles mogelijk zijn; het zouden alleen maar lege woorden zijn, nietwaar?

uit ‘God Zelf, de unieke VII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 170

We hebben veel onderwerpen en tekst besproken met betrekking tot het gezegde ‘God is de bron van het leven voor alle dingen’ maar weten jullie in jullie harten wat God de mensheid schenkt, nog afgezien van het feit dat Hij jullie Zijn woord geeft en Zijn tuchtiging en oordeel over jullie? Sommige mensen zouden misschien zeggen: “God schenkt mij genade en zegeningen; Hij geeft mij discipline en troost en Hij geeft mij zorg en bescherming op elke mogelijke manier.” Anderen zullen zeggen: “God voorziet mij dagelijks van eten en drinken”, terwijl sommigen zelfs zullen zeggen: “God heeft mij alles geschonken.” Met betrekking tot deze dingen waarmee mensen in hun dagelijks leven te maken hebben, zouden jullie kunnen reageren op een manier die betrekking heeft op het gebied van jullie eigen fysieke levenservaring. God schenkt veel dingen aan iedereen, hoewel wat we hier bespreken niet alleen beperkt is tot het gebied van de dagelijkse behoeften van mensen, maar is bedoeld om het gezichtsveld van een ieder uit te breiden en jullie de dingen vanuit een macroperspectief te laten zien. Aangezien God de bron van leven is voor alle dingen, hoe onderhoudt Hij het leven van alle dingen? Wat schenkt God aan alle dingen om hun bestaan te handhaven en de wetten van hun bestaan te handhaven, opdat alle dingen kunnen blijven bestaan? Dat is het belangrijkste punt van wat we vandaag bespreken. […] Ik hoop dat jullie het onderwerp en de dingen waar ik over ga praten met Gods daden kunnen verbinden, en dat jullie ze niet met enige kennis in verband brengen of ze verbinden met enige menselijke cultuur of onderzoek. Ik heb het alleen over God en over God Zelf. Dat is mijn suggestie voor jullie. Begrijpen jullie dat? Juist?

God heeft veel dingen aan de mensheid geschonken. Ik zal eerst vertellen over wat mensen kunnen zien, dat wil zeggen, wat ze kunnen voelen. Dit zijn dingen die mensen van binnen kunnen begrijpen en kunnen aannemen. Dus laten we eerst beginnen met de materiële wereld om te bespreken wat God de mensheid heeft geschonken.

1. Lucht

Ten eerste heeft God lucht geschapen zodat de mens kan ademen. Lucht is een substantie waar mensen dagelijks mee in contact staan en is iets waarop mensen van moment tot moment vertrouwen, zelfs als ze slapen. De lucht die God schiep is van onschatbare waarde voor de mensheid: het is het essentiële onderdeel van elke ademhaling en van het leven zelf. Deze substantie, die alleen kan worden gevoeld maar niet gezien, was Gods eerste geschenk aan alle dingen. Heeft God na het scheppen van lucht gewoon de winkel dichtgegooid? Nadat de lucht was geschapen, keek God toen naar de luchtdichtheid? Keek Hij naar de inhoud? (Ja.) Wat dacht God toen Hij lucht maakte? Waarom maakte God lucht en wat was Zijn beweegreden? Mensen hebben lucht nodig en ze moeten ademen. Allereerst moet de dichtheid van lucht geschikt zijn voor menselijke longen. Weet iemand iets van de dichtheid van lucht? Dit is niet iets dat mensen moeten weten; het is niet nodig om dit te weten. We hebben geen exact getal nodig met betrekking tot de dichtheid van lucht. Een algemeen idee hebben is genoeg. God maakte lucht met een dichtheid die het meest geschikt zou zijn voor menselijke longen om te ademen. Dat wil zeggen, dat mensen zich er goed bij voelen en dat het hun lichaam niet beschadigt wanneer ze ademhalen. Dit is het idee achter de dichtheid van lucht. Dan zullen we het hebben over de inhoud van lucht. In de eerste plaats is de inhoud van de lucht niet giftig voor de mens en zal daardoor de longen en het lichaam niet beschadigen. God moest dit allemaal overwegen. God moest bedenken dat de lucht die mensen inademen soepel naar binnen en naar buiten moet gaan en dat, na het inademen de inhoud en hoeveelheid lucht zodanig moet zijn dat zowel het bloed als de afgewerkte lucht in de longen en het lichaam op de juiste manier zouden worden verwerkt en ook dat de lucht geen giftige componenten zou mogen bevatten. Met betrekking tot deze twee standaarden, wil ik jullie niet een hoop kennis voeren, maar laat ik jullie weten dat God een specifiek denkproces in gedachten had toen Hij elk ding schiep – het allerbeste. Bovendien, wat betreft de hoeveelheid stof in de lucht, de hoeveelheid stof, zand en vuil op aarde, evenals het stof dat uit de lucht naar beneden komt, heeft God ook Zijn manieren om voor deze dingen te zorgen – manieren om ze op te ruimen of om te zorgen dat ze uiteenvallen. Hoewel er wat stof is, heeft God het zo gemaakt dat stof het lichaam en de ademhaling van de mens niet zou schaden en dat de stofdeeltjes een grootte zouden hebben die niet schadelijk zou zijn voor het lichaam. Was Gods schepping van de lucht niet mysterieus? Was het zo simpel als een ademstoot van Zijn mond? (Nee.) Zelfs in Zijn schepping van de eenvoudigste dingen, zijn Gods mysterie, Zijn gedachten en Zijn wijsheid volkomen duidelijk. Is God niet praktisch? (Ja, dat is Hij.) Wat dit betekent is dat God, zelfs bij het scheppen van iets eenvoudigs, aan de mensheid dacht. Ten eerste is de lucht die mensen inademen schoon, de inhoud is geschikt voor menselijke ademhaling, de lucht is niet giftig en veroorzaakt geen schade bij mensen, en de dichtheid is berekend op de menselijke ademhaling. Deze lucht die mensen in- en uitademen is essentieel voor hun lichaam, voor hun vlees. Dus mensen kunnen vrij ademen, zonder beperkingen of zorgen. Ze kunnen normaal ademen. Lucht is datgene wat God in het begin schiep en wat onmisbaar is voor de menselijke ademhaling.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 171

2. Temperatuur

Het tweede is de temperatuur. Iedereen weet wat de temperatuur is. De temperatuur is iets waar een omgeving die geschikt is voor menselijk overleven mee uitgerust moet zijn. Als de temperatuur te hoog is, bijvoorbeeld als de temperatuur hoger is dan 40 graden Celsius, zou het dan niet heel uitputtend zijn voor mensen? Zou het niet vermoeiend zijn voor hen om erin te leven? En wat gebeurt er als de temperatuur te laag is en min 40 graden Celsius bereikt? Dat zullen mensen ook niet kunnen verdragen. Daarom was God eigenlijk heel precies bij het instellen van dit temperatuurbereik. Het temperatuurbereik waaraan het menselijk lichaam zich kan aanpassen is in principe minus 30 graden Celsius tot 40 graden Celsius. Dit is het basis temperatuurbereik van het noorden tot het zuiden. In koude gebieden kan de temperatuur tot min 50 tot 60 graden Celsius dalen. Zo’n gebied is geen plaats waar God de mens toestaat te leven. Waarom zijn er zulke koude gebieden? Hierin liggen Gods wijsheid en bedoeling. Hij staat je niet toe in de buurt van die plaatsen te komen. God beschermt plaatsen die te heet en te koud zijn, wat betekent dat Hij niet bereid is om de mens daar te laten leven. Het is niet voor de mensheid. Waarom zou Hij dergelijke plaatsen laten bestaan op aarde? Als God de mens niet wilde toestaan daar te wonen of te leven, waarom zou God ze dan scheppen? Dat wordt door Gods wijsheid bepaald. Dat betekent dat de basistemperatuur van de omgeving voor het overleven van de mens ook naar redelijkheid is aangepast door God. Hier geldt ook een wet. God heeft een aantal dingen gemaakt om een dergelijke temperatuur te handhaven, om deze temperatuur te beheersen. Welke dingen worden gebruikt om deze temperatuur te handhaven? Allereerst kan de zon mensen warmte brengen, maar zullen mensen het wel aan kunnen als het te warm is? Is er iemand die dicht bij de zon durft te komen? Is er een instrument op aarde dat in de buurt van de zon kan komen? (Nee.) Waarom niet? Het is te heet. Het zal smelten als het te dicht bij de zon komt. Daarom heeft God een specifieke maat geschapen voor de afstand van de zon tot de mensheid. God heeft iets speciaals gedaan. God heeft een norm voor deze afstand. En dan zijn er ook nog de Zuidpool en de Noordpool op aarde. Daar zijn allemaal gletsjers. Kan de mensheid op gletsjers leven? Is het daar geschikt voor menselijke bewoning? (Nee.) Nee, dus mensen gaan daar niet heen. Omdat mensen niet naar de Zuid- en Noordpool gaan, blijven de gletsjers behouden en kunnen ze hun rol spelen, namelijk het beheersen van de temperatuur. Snap je? Als er geen Zuid- en Noordpool zijn en de zon altijd op aarde schijnt, dan zullen alle mensen op aarde sterven door de hitte. Gebruikt God alleen deze twee dingen om een temperatuur te beheersen die geschikt is voor het overleven van de mens? Nee, er zijn ook allerlei levende dingen, zoals het gras op de velden, de verschillende soorten bomen en allerlei soorten planten in de bossen die de warmte van de zon absorberen en daardoor de thermische energie van de zon op zo’n manier neutraliseren, dat daardoor de temperatuur wordt geregeld van de omgeving waar de mensheid in leeft. Er zijn ook bronnen van water, zoals rivieren en meren. De oppervlakte van rivieren en meren is niet iets dat door iedereen kan worden bepaald. Niemand kan bepalen hoeveel water er op aarde is, waar het water stroomt, de richting waarin het stroomt, het watervolume of de snelheid van stroming. Alleen God weet dit. Deze verschillende waterbronnen, inclusief ondergronds water en de rivieren en meren bovengronds die mensen kunnen zien, kunnen ook de temperatuur regelen waarin mensen leven. Verder zijn er nog allerlei geografische formaties, zoals bergen, vlaktes, ravijnen en ‘wetlands’. Deze verschillende geografische formaties en hun afmetingen en oppervlaktes spelen allemaal een rol bij het regelen van de temperatuur. Als een berg bijvoorbeeld een omtrek van honderd kilometer heeft, hebben deze honderd kilometer een effect van honderd kilometer. Wat betreft de hoeveelheid bergketens en kloven die God op aarde heeft geschapen, ook daar heeft God goed over nagedacht. Met andere woorden, achter het bestaan van elk afzonderlijk ding wat door God is geschapen is er een verhaal, en het bevat ook Gods wijsheid en plannen. Bijvoorbeeld, bossen en de diverse soorten planten – het bereik en de omvang van het gebied waarin ze voorkomen en groeien kan door geen enkel mens onder controle worden gehouden en niemand heeft over deze dingen iets te zeggen. Hoeveel water ze absorberen, hoeveel thermische energie ze absorberen van de zon kan ook niet worden geregeld door een mens. Dit zijn allemaal dingen binnen de reikwijdte van wat God heeft gepland toen Hij alle dingen schiep.

Het is alleen te danken aan Gods zorgvuldige planning, overweging en regelingen in alle opzichten, dat de mens kan leven in een omgeving met zo’n geschikte temperatuur. Daarom gebruikt God alles wat de mens met zijn ogen ziet, zoals de zon, de Zuid- en Noordpool waar de mensen veel over horen, evenals de verschillende levende wezens op en onder de grond en in het water, en oppervlakten van bossen en andere soorten vegetatie en waterbronnen, verschillende waterlichamen, hoeveel zeewater en zoet water er is, plus verschillende geografische omgevingen, al deze dingen gebruikt God om normale temperaturen te handhaven voor het voortbestaan van de mens. Dit is absoluut. Alleen omdat God aan deze dingen denkt, kan de mens in een omgeving leven met zulke geschikte temperaturen. Het kan niet te koud of te heet zijn: plaatsen die te heet zijn en waar de temperaturen hoger zijn dan waar het menselijk lichaam zich aan kan aanpassen, zijn zeker niet door God voor jou bedoeld. Plaatsen die te koud zijn en waar de temperaturen te laag zijn, plaatsen waar, zodra er mensen komen, ze binnen enkele minuten zo bevroren zullen zijn dat ze niet meer kunnen spreken, hun hersenen zullen bevriezen, ze niet zullen kunnen nadenken, en ze snel zullen stikken – dergelijke plaatsen zijn ook niet door God bedoeld voor de mensheid. Het maakt niet uit wat voor soort onderzoek mensen willen uitvoeren, of ze willen innoveren of dergelijke beperkingen willen doorbreken – ongeacht wat mensen denken, ze zullen nooit de grenzen kunnen overschrijden van wat het menselijk lichaam aankan. Ze zullen nooit in staat zijn om van deze beperkingen af te komen die God voor de mens heeft geschapen. Dit komt omdat God mensen heeft geschapen, en God weet het beste aan welke temperaturen het menselijk lichaam zich kan aanpassen. Maar mensen weten dit zelf niet. Waarom zeg ik dat de mensen dit niet weten? Wat voor dwaze dingen hebben mensen gedaan? Zijn er niet heel wat mensen geweest die altijd de Noord- en Zuidpool willen bedwingen? Ze willen er altijd heen om het land te bezetten, zodat ze zich er kunnen vestigen. Dat zou een krankzinnige daad zijn. Zelfs als je de polen grondig hebt onderzocht, wat dan nog? Zelfs als je je aan dergelijke temperaturen kunt aanpassen en daar kunt leven, zou het de mensheid dan op enige manier van nut zijn als je de huidige leefomgeving van de Zuid- en Noordpool zou ‘verbeteren’? De mensheid heeft een omgeving waarin ze kan overleven, maar toch blijven de mensen daar niet gewoon rustig en inschikkelijk in wonen, maar in plaats daarvan dringen ze er op aan om zich naar plaatsen te wagen waar ze niet kunnen overleven. Waarom is dat zo? Ze zijn verveeld door het leven in deze geschikte temperatuur. Ze hebben te veel zegeningen genoten. Bovendien is deze normale leefomgeving vrijwel volledig verwoest door de mensheid, dus kunnen ze net zo goed naar de Zuidpool en de Noordpool gaan om nog meer schade aan te richten of zich in te zetten voor de een of andere ‘zaak’, zodat ze een soort van ‘pionier’ kunnen zijn. Is dit niet dwaas? Dat wil zeggen, onder de leiding van hun voorvader Satan, blijft deze mensheid het ene absurde na het andere doen, ze vernietigen roekeloos en moedwillig het prachtige huis dat God voor de mensheid heeft geschapen. Dit heeft Satan gedaan. Verder, nu ze zien dat het voortbestaan van de mensheid op aarde een beetje in gevaar is, willen heel wat mensen manieren vinden om op de maan te kunnen verblijven en een uitweg zoeken door te kijken of ze daar kunnen leven. Maar ontbreekt er uiteindelijk zuurstof op de maan. Kunnen mensen overleven zonder zuurstof? Omdat op de maan zuurstof ontbreekt, is het geen plaats waar de mens kan blijven en toch blijft de mens ernaar verlangen daarheen te gaan. Wat is dit? Het is zelfvernietiging, toch? Het is een plaats zonder lucht en de temperatuur is niet geschikt voor menselijke overleving, dus het is niet door God bedoeld voor de mens.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 172

3. Geluid

Wat is het derde ding? Het is ook iets waarmee een normale leefomgeving voor mensen moet worden uitgerust. Het is ook iets waar God rekening mee moest houden toen Hij alles schiep. Dit is iets heel belangrijks voor God en ook voor iedereen. Als God dit niet goed had aangepakt, zou dit een enorm obstakel zijn geweest voor het voortbestaan van de mensheid. Dat wil zeggen dat het een zeer significante impact zou hebben gehad op het lichaam en het leven van de mens, zodanig dat de mensheid niet in een dergelijke omgeving zou hebben kunnen overleven. Het kan ook gezegd worden dat alle levende wezens in zo’n omgeving niet kunnen overleven. Dus waar gaat dit over? Het is geluid. God heeft alles geschapen en alles leeft in Gods handen. In Gods ogen zijn alle dingen in beweging en levend. Met andere woorden, het bestaan van elk van de dingen die God heeft geschapen, heeft waarde en betekenis. Dat wil zeggen, het is noodzakelijk dat ze allemaal bestaan. Elk ding heeft een leven in Gods ogen; omdat ze allemaal in leven en in beweging zijn, zullen ze geluiden produceren. Bijvoorbeeld, de aarde draait voortdurend, de zon draait voortdurend, en de maan draait ook voortdurend. Er worden voortdurend geluiden gemaakt in de voortplanting en ontwikkeling en beweging van alle dingen. Dingen op aarde zijn zich constant aan het voortplanten, ontwikkelen en bewegen. Bijvoorbeeld, de funderingen van bergen bewegen en verschuiven, en alle levende dingen in de diepten van de zeeën zwemmen en bewegen zich in het rond. Dit betekent dat deze levende dingen, alle dingen in Gods ogen, in constante, regelmatige beweging zijn, volgens vaste patronen. Dus wat is het dat door al die dingen tot stand wordt gebracht die zich in het donker voortplanten en ontwikkelen en zich in alle heimelijkheid bewegen? Geluiden – geweldige, krachtige geluiden. Behalve planeet aarde zijn allerlei planeten ook voortdurend in beweging, en levende wezens en organismen op deze planeten zijn zich ook constant aan het voortplanten, ontwikkelen en in beweging. Dat wil zeggen, alle dingen met leven en zonder leven gaan voortdurend vooruit in Gods ogen, en ze maken ook tegelijkertijd geluiden. God heeft ook deze geluiden geregeld. Jullie zouden moeten weten met welke reden deze geluiden zo geregeld zijn, toch? Als je in de buurt van een vliegtuig komt, wat zal het brullende geluid van het vliegtuig dan met je doen? Je oren zullen geleidelijk aan doof worden. Zullen jullie harten het kunnen verdragen? Sommigen met een zwakker hart zullen het niet kunnen verdragen. Natuurlijk zullen zelfs mensen met een sterk hart niet in staat zijn om het te verdragen als het te lang doorgaat. Dat wil zeggen, de invloed van geluid op het menselijk lichaam, of het nu op de oren of op het hart is, is zeer groot voor elk persoon en geluiden die te luid zijn, brengen mensen schade toe. Daarom, toen God alle dingen schiep en nadat ze normaal begonnen te functioneren, zorgde God ook dat deze geluiden – de geluiden van alle dingen in beweging – op de juiste manier werden toegepast. Dit is ook een van de noodzakelijke overwegingen die God heeft gehad bij het scheppen van een omgeving voor de mensheid.

Allereerst zal de hoogte van de atmosfeer vanaf het aardoppervlak geluiden beïnvloeden. Ook de grootte van de holtes in de grond zal het geluid regelen en beïnvloeden. Dan is er het samenvallen van verschillende geografische omgevingen, die ook het geluid beïnvloeden. Dat wil zeggen dat God bepaalde methoden gebruikt om van sommige geluiden af te komen, zodat mensen kunnen overleven in een omgeving die hun oren en harten kunnen verdragen. Anders zullen geluiden een enorm obstakel vormen voor het overleven van de mensheid en ze zullen grote problemen in hun leven veroorzaken. Dit zal een groot probleem voor ze zijn. Dat wil zeggen dat God heel precies was bij het scheppen van Zijn land, de atmosfeer en de verschillende soorten geografische omgevingen. Gods wijsheid is hierin vervat. Het begrip van de mens hiervoor hoeft niet te gedetailleerd te zijn. Alles wat ze moeten weten is dat Gods daden daarin vervat zijn. Vertellen jullie me eens, was het werk dat God deed noodzakelijk? Dat wil zeggen, het geluid heel nauwkeurig afstellen om de leefomgeving van de mensheid en hun normale leven te beschermen? (Ja.) Als dit nodig was, kan vanuit dit perspectief gezegd worden dat God deze manier gebruikte om in alle dingen te voorzien? God heeft zo’n stille omgeving geschapen en dat aan de mensheid gegeven zodat het menselijk lichaam heel normaal kan leven in zo’n omgeving, zonder storingen, zodat de mensheid in staat is om normaal te bestaan en leven. Is dit een van de manieren waarop God voor de mensheid zorgt? Was dit wat God deed heel belangrijk? (Ja.) Het was heel noodzakelijk. Dus hoe waardeer je dit? Ook al kun jullie niet voelen dat dit Gods daad was, en weten jullie niet hoe God het destijds deed, kunnen jullie dan nog steeds voelen dat het noodzakelijk was dat God dit deed? Kun je Gods wijsheid voelen, of de zorg en de overweging die Hij erin stopt? (Ja.) Gewoon in staat zijn om dit te voelen is oké. Het is voldoende. Er zijn veel dingen die God heeft gedaan onder alle dingen die mensen niet kunnen voelen en zien. De reden dat ik ze hier vermeld is alleen maar om jullie wat informatie te geven over Gods daden, en zo kun je God leren kennen. Deze aanwijzingen kunnen jullie God beter laten kennen en begrijpen.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 173

4. Licht

Het vierde punt houdt verband met de ogen van mensen – dat wil zeggen, licht. Dit is ook erg belangrijk. Wanneer je een helder licht ziet en de helderheid daarvan een bepaalde sterkte bereikt, kan dit menselijke ogen verblinden. Tenslotte zijn menselijke ogen ogen van het vlees. Ze kunnen niet tegen irritatie. Durft iemand rechtstreeks naar de zon te kijken? Sommige mensen hebben het geprobeerd en als ze een zonnebril dragen, gaat dat prima – maar daar heb je een hulpmiddel bij nodig. Zonder hulpmiddelen kun je met onbeschermde ogen niet rechtstreeks in de zon kijken. Toch schiep God de zon om licht te brengen aan de mensheid, en Hij regelde ook dit licht. Het is niet zo, dat God met de zon verder maar niets deed, dat Hij hem ergens neerzette en er vervolgens geen aandacht meer aan besteedde; zo werkt God niet. Hij is erg zorgvuldig in Zijn acties en overdenkt die heel goed. God schiep ogen voor de mensen zodat ze kunnen zien, en Hij stelde ook van te voren de parameters voor het licht in, waarmee de mens dingen ziet. Het zou geen goede zaak zijn als het licht te zwak was. Als het zo donker is dat mensen geen hand voor ogen kunnen zien, dan verliezen hun ogen hun functie en hebben ze geen nut. Een plaats die te licht is, is ondraaglijk voor menselijke ogen, en dan zullen ze niets zien. Dus in de omgeving waarin de mens leeft, heeft God hen de hoeveelheid licht gegeven die geschikt is voor menselijke ogen. Dit licht zal de ogen van mensen niet schaden of beschadigen. Bovendien zullen de ogen van mensen hun functie niet verliezen. Daarom heeft God de wolken rond de zon en de aarde toegevoegd, en de dichtheid van de lucht kan ook normaal het licht filteren dat de ogen of huid van mensen kan beschadigen. Dit is gecorreleerd. Bovendien weerspiegelt de kleur van de door God geschapen aarde ook zonlicht en allerlei soorten licht en haalt dat deel van de felheid weg in licht wat ongemakkelijk is voor menselijke ogen. Op die manier hoeven mensen niet altijd een hele donkere zonnebril te dragen om buiten rond te kunnen lopen en hun leven te leven. Onder normale omstandigheden kunnen menselijke ogen de dingen binnen hun blikveld zien zonder door licht te worden gehinderd. Dat wil zeggen, het zou geen goede zaak zijn als het licht te doordringend was of als het te zwak was. Als het te zwak was, zouden de ogen van de mensen beschadigd raken en al na kort gebruik vernield zijn; als het te helder was, zouden de ogen van de mensen er niet tegen bestand zijn. Juist dit licht dat de mensen hebben moet voor het menselijk oog geschikt zijn om te zien, en de schade die door licht aan de menselijke ogen wordt toegebracht, is door God tot een minimum beperkt op verschillende manieren. Ongeacht of licht voordelen of nadelen voor het menselijke oog met zich meebrengt, mensen kunnen hun ogen gebruiken tot het einde van hun leven. Heeft God dat niet grondig doordacht? Maar wanneer Satan, de duivel, dingen doet, denkt hij hier nooit over na. Het licht is te helder of te zwak. Zo doet Satan de dingen.

God deed deze dingen voor alle aspecten van het menselijk lichaam – gezicht, gehoor, smaak, ademhaling, gevoelens ... om het aanpassingsvermogen van de mensheid te maximaliseren zodat ze normaal kunnen leven en blijven leven. Dat wil zeggen zo’n door God geschapen bestaande leefomgeving, is de meest geschikte en meest gunstige leefomgeving voor het voortbestaan van de mensheid. Sommigen zullen denken dat dit niet veel is en dat het allemaal heel gewoon is. Geluiden, licht en lucht zijn dingen waarvan mensen het gevoel hebben dat ze ermee geboren zijn, dingen waar ze vanaf het moment van geboorte van kunnen genieten. Maar wat God deed achter hun plezier in deze dingen is iets dat ze moeten weten en begrijpen. Ongeacht of je voelt dat het nodig is om deze dingen te begrijpen of te weten, kort samengevat, toen God deze dingen schiep, had Hij er uitgebreid over nagedacht, had Hij een plan, had Hij bepaalde ideeën. Hij plaatste de mensheid niet zomaar in een dergelijke woonomgeving, gewoon, nonchalant of zonder enig nadenken. Jullie denken misschien dat ik over elk van deze kleine dingen te uitgebreid heb gesproken, maar naar mijn mening is alles wat God de mensheid heeft verschaft noodzakelijk voor het voortbestaan van de mensheid. Daarin liggen Gods daden.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 174

5. Luchtstroom

Wat is het vijfde? Dit heeft veel te maken met elke dag van ieder mens, en deze relatie is sterk. Het is iets waar het menselijk lichaam niet buiten kan in deze materiële wereld. Het is namelijk luchtstroom. ‘Luchtstroom’ is een woord dat alle mensen waarschijnlijk begrijpen. Dus wat is luchtstroom? Jullie zouden kunnen zeggen dat de stroom van lucht ‘luchtstroom’ wordt genoemd. Luchtstroom is wind die het menselijk oog niet kan zien. Het is ook een manier waarop gas beweegt. Maar wat is luchtstroom waar we het hier vooral over hebben? Jullie zullen het begrijpen zodra ik het vertel. De aarde draagt de bergen, de zeeën en alle dingen als ze draait, en wanneer ze draait, is er snelheid. Zelfs als je geen rotatie voelt, bestaat de rotatie toch. Wat brengt die draaiing mee? Voel je de wind langs je oren als je rent? Als wind kan worden gegenereerd als je rent, hoe kan er geen luchtstroom zijn als de aarde draait? Wanneer de aarde draait, zijn alle dingen in beweging. Ze is in beweging en draait met een bepaalde snelheid, terwijl alle dingen op aarde zich ook voortdurend voortplanten en ontwikkelen. Daarom zal het bewegen met een bepaalde snelheid natuurlijk een luchtstroom veroorzaken. Dat is luchtstroom. Zal deze luchtstroom het menselijke lichaam tot op zekere hoogte beïnvloeden? Je ziet dat gewone tyfoons niet zo krachtig zijn, maar als ze toeslaan, kunnen mensen niet stil blijven staan en vinden ze het moeilijk tegen de wind in te lopen. Het is moeilijk om zelfs maar een stap te zetten. Het is zo krachtig, sommige mensen worden ergens tegenaan geduwd door de wind en kunnen niet bewegen. Dit is een van de manieren waarop luchtstroom de mensheid kan beïnvloeden. Als de hele aarde vol vlaktes zou zijn, zou het bijzonder moeilijk zijn voor menselijke lichamen om de luchtdruk te weerstaan, die zou worden veroorzaakt door de omwenteling van de aarde en de beweging van alle dingen met een bepaalde snelheid. Het zou heel moeilijk zijn om er mee om te gaan. Als dit het geval zou zijn, zou deze luchtstroom de mensheid niet alleen schade toebrengen, maar vernietiging. Niemand zou in een dergelijke omgeving kunnen overleven. Daarom gebruikt God verschillende geografische omgevingen om dergelijke luchtstromen op te lossen – in verschillende omgevingen worden luchtstromen zwakker, verandert hun richting, hun snelheid en hun kracht. Daarom heb je verschillende geografische landschappen, zoals bergen, bergketens, vlaktes, heuvels, bekkens, valleien, plateaus en rivieren. God past deze verschillende geografische omgevingen toe om de snelheid, richting en kracht van een luchtstroom te veranderen, door het reduceren of regelen in een geschikte windsnelheid, windrichting en windkracht, zodat mensen een normale leefomgeving kunnen hebben. Is het nodig dit te doen? (Ja.) Zoiets lijkt moeilijk voor mensen, maar het is gemakkelijk voor God, omdat Hij alle dingen waarneemt. Voor Hem is het scheppen van een omgeving met een geschikte luchtstroom voor de mensheid te eenvoudig, te makkelijk. Daarom is in zo’n omgeving die door God is geschapen, ieder en elk ding onder alle dingen onmisbaar. Er is waarde en noodzaak in het bestaan van elk en ieder ding. Echter, dit principe wordt niet begrepen door Satan of door de mensheid die verdorven is. Ze blijven vernietigen en ontwikkelen, ze dromen er tevergeefs van om bergen in vlak land te veranderen, ravijnen op te vullen en wolkenkrabbers op vlak land te bouwen om betonnen oerwouden te creëren. Het is Gods hoop dat de mensheid gelukkig kan leven, gelukkig kan opgroeien en elke dag gelukkig kan doorbrengen in de meest geschikte omgeving die Hij op hen heeft afgestemd. Daarom is God nooit zorgeloos geweest als het gaat om het omgaan met de leefomgeving van de mensheid. Van temperatuur tot lucht, van geluid tot licht, heeft God ingewikkelde plannen en regelingen gemaakt, zodat het lichaam en de leefomgeving van de mens niet zouden worden blootgesteld aan enige inmenging van natuurlijke omstandigheden, en in plaats daarvan zou de mensheid normaal kunnen leven en zich kunnen voortplanten en normaal gesproken harmonieus kunnen samenleven met alle dingen. God heeft hierin voorzien voor alle dingen en de mensheid.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 175

Voelen jullie nu het grootste verschil tussen God en de mensheid? Wie is de meester van alle dingen? Is het de mens? (Nee.) Wat is dan het verschil tussen hoe God en mensen omgaan met alle dingen? (God regeert over en regelt alle dingen, terwijl de mens van alles geniet.) Zijn jullie het eens met die woorden? Het grootste verschil tussen God en de mensheid is dat God over alle dingen heerst en in alle dingen voorziet. God is de bron van alles, en de mensheid geniet van alle dingen terwijl God voor hen zorgt. Dat wil zeggen, de mens geniet van alle dingen wanneer hij het leven aanvaardt dat God aan alle dingen schenkt. De mensheid geniet van de resultaten van Gods schepping van alle dingen, terwijl God de Meester is. Wat is dan vanuit het perspectief van alle dingen het verschil tussen God en de mensheid? God kan duidelijk de groeipatronen van alle dingen zien, en beheerst en beheert de groeipatronen van alle dingen. Dat wil zeggen, alle dingen worden door God gezien en vallen binnen de reikwijdte van Zijn inspectie. Kan de mensheid alles zien? Wat de mensheid ziet, is beperkt – het is alleen wat ze voor hun ogen zien. Als je deze berg beklimt, zie je deze berg. Je kunt niet zien wat aan de andere kant van de berg is. Als je naar het strand gaat, kun je deze kant van de oceaan zien, maar je weet niet hoe de andere kant van de oceaan eruit ziet. Als je in dit bos aankomt, kun je de planten voor je ogen en om je heen zien, maar je kunt niet zien wat er verderop is. Mensen kunnen geen plaatsen zien die hoger, verder en dieper zijn. Het enige wat ze kunnen zien is wat zich rechtstreeks voor hen bevindt is en binnen hun gezichtsveld valt. Zelfs als mensen de wetmatigheid kennen van de vier seizoenen van het jaar of de wetmatigheid van hoe alle dingen groeien, dan zijn ze nog niet in staat om alle dingen te beheersen of te beheren. Daarentegen is de manier waarop God alle dingen ziet als de manier waarop God een machine zou zien die Hij persoonlijk heeft gebouwd. Hij zou elk onderdeel buitengewoon goed kennen. Wat de principes zijn, wat de patronen zijn en wat het doel ervan is. God kent al deze dingen zonder meer en duidelijk. Daarom is God God, en de mens is de mens! Zelfs als de mens onderzoek blijft doen naar de wetenschap en de wetten van alle dingen, is het slechts binnen een beperkt bereik, terwijl God alles beheerst. Voor de mens is dat oneindig. Als de mens iets heel kleins onderzoekt wat God deed, dan zouden ze hun hele leven kunnen zoeken zonder echte resultaten te bereiken. Dat is de reden waarom als je kennis gebruikt en wat je hebt geleerd om God te bestuderen, nooit in staat zult zijn God te kennen of te begrijpen. Maar als je de manier van het zoeken van de waarheid gebruikt en God zoekt, en naar God kijkt vanuit het oogpunt om God echt te leren kennen, dan zul je op een dag erkennen dat Gods daden en wijsheid overal zijn, en je zult ook precies weten waarom God de Meester van alle dingen en de bron van leven voor alle dingen wordt genoemd. Hoe meer van zulke kennis je hebt, des te meer zul je begrijpen waarom God de Meester van alle dingen wordt genoemd. Alle dingen en alles, inclusief jij, ontvangen voortdurend Gods gestadige voorziening. Je zult ook duidelijk kunnen voelen dat er in deze wereld, en onder ons mensen, niemand buiten God is die zo’n kracht en zo’n essentie kan hebben om het bestaan van alle dingen te beheersen, te beheren en te handhaven. Wanneer je dit duidelijk wordt, zul je echt erkennen dat God jouw God is. Wanneer je dit punt bereikt, heb je God echt geaccepteerd en laat je Hem jouw God en je Meester zijn. Wanneer je dit begrijpt en je leven zo’n punt bereikt, zal God je niet langer meer testen en oordelen, noch zal Hij eisen stellen aan jou, omdat je God begrijpt, Zijn hart kent en God echt in je hart hebt aangenomen. Dit is een belangrijke reden om over deze onderwerpen te communiceren, namelijk over Gods heerschappij en het beheer van alle dingen. Het is om mensen meer kennis en begrip te geven; niet alleen om je dit te laten toegeven, maar om je meer praktische kennis en begrip van Gods daden te geven.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 176

Granen, fruit en groenten en alle soorten noten zijn allemaal vegetarisch voedsel. Hoewel het vegetarisch voedsel is, hebben ze voldoende voedingsstoffen om aan de behoeften van het menselijk lichaam te voldoen. God zei echter niet: “Het is voldoende om deze aan de mensheid te geven. De mensheid kan deze dingen gewoon eten.” God stopte daar niet en bereidde in plaats daarvan nog meer heerlijk smakende dingen voor de mensheid. Wat zijn dat voor dingen? Het zijn de verschillende soorten vis en vlees die jullie kunnen zien en eten. Er zijn zoveel soorten vlees en vis die God voor de mensen heeft bereid. Vissen leven allemaal in het water; de textuur van hun vlees is anders dan dat van vlees dat op het land wordt geproduceerd en ze kunnen verschillende voedingsstoffen aan de mensheid leveren. De eigenschappen van vissen kunnen ook de kou en warmte in menselijke lichamen in balans brengen, dus zijn ze buitengewoon heilzaam voor de mensheid. Maar wat goed smaakt, hoeft niet te worden overdreven. Hier geldt nog steeds hetzelfde gezegde: God schenkt de mensheid de juiste hoeveelheid op het juiste moment, zodat mensen normaal en goed kunnen genieten van deze dingen in overeenstemming met het seizoen en de tijd. Wat is pluimvee? Kip, kwartel, duif, etc. Veel mensen eten ook eend en gans. Hoewel God deze vleessoorten bereidde, stelde Hij bepaalde eisen aan Zijn uitverkorenen en stelde Hij tijdens het Tijdperk van de Wet bepaalde beperkingen aan hun dieet. Nu is dit bereik gebaseerd op individuele smaak en persoonlijke opvatting. Deze verschillende soorten vlees voorzien het menselijk lichaam van verschillende voedingsstoffen, die eiwitten en ijzer kunnen aanvullen, het bloed kunnen verrijken, spieren en botten kunnen versterken en meer energie kunnen leveren. Ongeacht welke methoden mensen gebruiken om ze te koken en op te eten, kortom, deze dingen kunnen mensen helpen aan de ene kant smaak en eetlust te verbeteren en aan de andere kant hun maag tevreden te stellen. Het belangrijkste is dat ze het menselijk lichaam kunnen voorzien van hun dagelijkse behoeften aan voedsel. Dit zijn de overwegingen die God had toen Hij voedsel voor de mensheid bereidde. Er zijn vegetarische voedingsmiddelen en vleeswaren − is dat niet rijk en overvloedig? Maar mensen zouden moeten begrijpen wat Gods oorspronkelijke bedoelingen waren toen God al het voedsel voor de mensheid bereidde. Was het om de mensheid zich al te zeer tegoed te laten doen aan dit voedsel? Wat gebeurt er wanneer de mens verstrikt raakt bij zijn pogingen om deze materiële verlangens te bevredigen? Wordt hij dan niet overvoerd? Tast te veel voeding het menselijk lichaam niet op vele manieren aan? (Ja.) Daarom verdeelt God de juiste hoeveelheid op het juiste moment en laat mensen genieten van verschillende soorten voedsel in overeenstemming met verschillende tijdsperiodes en seizoenen. Bijvoorbeeld, na een zeer hete zomer te hebben doorstaan, zullen mensen nogal wat warmte, pathogene droogte en vochtigheid in hun lichamen opslaan. Wanneer de herfst komt, rijpen veel soorten vruchten, en wanneer mensen wat fruit eten, wordt er vocht afgedreven. Tegelijkertijd zullen runderen en schapen sterk zijn geworden, dus mensen zouden wat vlees als voedsel moeten eten. Na het eten van verschillende soorten vlees, zullen de lichamen van mensen energie en warmte hebben om hen te helpen de kou van de winter te weerstaan, en als gevolg daarvan zullen ze in staat zijn om de winter vreedzaam door te komen. Welke tijd het is om welke dingen voor de mensheid voor te bereiden, en welke tijd het is om dingen te laten groeien, vrucht te dragen en te rijpen − dit alles wordt door God beheerst en geregeld, en alles in de juiste hoeveelheden. Dit gaat over “hoe God het voedsel bereidde dat noodzakelijk is voor het dagelijks leven van de mens”. Afgezien van alle soorten voedsel, voorziet God de mensheid ook van waterbronnen. Mensen moeten na het eten wat water drinken. Is alleen fruit eten genoeg? De mensen kunnen niet alleen maar fruit eten, en bovendien is er in sommige seizoenen geen fruit. Dus hoe kan het waterprobleem van de mensheid worden opgelost? Door God die vele waterbronnen boven de grond en onder de grond bereidt, inclusief meren, rivieren en bronnen. Deze bronnen van water kunnen worden gedronken in situaties waar er geen besmetting of menselijke verwerking of schade is. Dat wil zeggen als het gaat om de bronnen van voedsel voor het leven van het fysieke lichaam van de mensheid, heeft God zeer precieze, zeer nauwkeurige en zeer geschikte voorbereidingen getroffen, zodat de levens van mensen rijk en overvloedig zijn en het ze aan niets ontbreekt. Dit is iets dat mensen kunnen voelen en zien.

Bovendien schiep God, onder andere, enkele planten, dieren en verschillende kruiden die speciaal waren bedoeld om verwondingen te laten genezen of ziekten in het menselijk lichaam te behandelen. Wat doe je bijvoorbeeld als je je verbrandt of je per ongeluk brandt aan heet water? Kun je het spoelen met water? Kun je gewoon een stuk stof pakken en het er omheen wikkelen? Dan kan de plek vol raken met pus of geïnfecteerd raken. Bijvoorbeeld als je koorts krijgt, verkouden wordt, lichamelijk letsel oploopt van fysiek werk, een maagkwaal door verkeerd eten, of bepaalde ziektes ontwikkelt als gevolg van leefgewoonten of emotionele problemen, zoals vaatziekten, psychische aandoeningen of ziekten van de inwendige organen – dan zijn er overeenkomstige planten om al deze kwalen te genezen. Er zijn planten die de bloedsomloop verbeteren om stagnatie te verhelpen, pijn verlichten, het bloeden stelpen, verdoving bieden, mensen helpen hun huid te herstellen, bloedstuwing in het lichaam verhelpen en giftige stoffen uit het lichaam verwijderen. Kortom, ze kunnen allemaal worden gebruikt in het dagelijks leven. Ze zijn nuttig voor de mensen en zijn door God bereid voor het menselijk lichaam in geval van nood. God heeft de mens in staat gesteld om sommige van deze dingen onopzettelijk te ontdekken, terwijl andere zaken werden ontdekt door mensen die God daartoe had uitgekozen, of als gevolg van speciale verschijnselen die Hij orkestreerde. Na hun ontdekking zouden mensen dit doorgeven en dan zouden veel mensen ervan op de hoogte zijn. Op deze manier heeft Gods schepping deze planten waarde en betekenis gegeven. Kortom, deze dingen zijn allemaal van God en werden bereid en geplant toen Hij een leefomgeving schiep voor de mensheid. Al deze dingen zijn zeer noodzakelijk. Waren Gods overwegingen beter doordacht dan die van de mensheid? Als je alles ziet wat God heeft gedaan, ben je dan in staat om Gods praktische kant te voelen? God werkte in het geheim. Toen de mens nog niet op deze wereld was gekomen, voordat Hij in contact kwam met deze mensheid, had God dit alles al geschapen. Alles wat Hij deed was ter wille van de mensheid, ter wille van hun voortbestaan, en met het oog op het bestaan van de mensheid, zodat de mensheid in deze rijke en overvloedige materiële wereld die God voor hen heeft bereid gelukkig kan leven, en zich geen zorgen hoeft te maken over eten of kleding, en zonder dat het aan iets ontbreekt. De mensheid blijft zich in zo’n omgeving voortplanten en overleeft.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 177

In het begin hadden we het over de leefomgeving van de mensheid en wat God deed, bereidde en regelde voor deze omgeving, evenals de relaties tussen alles wat God voor de mensheid bereidde en hoe God met deze relaties omging om te voorkomen dat alle dingen schade toebrachten aan de mensheid. God loste ook de negatieve invloeden op de omgeving van de mens op, die werden veroorzaakt door de verschillende elementen teweeggebracht door alle dingen; Hij gaf ze de mogelijkheid om hun functies te maximaliseren, en schiep voor de mensheid een gunstige omgeving, en alle heilzame elementen, waardoor de mensheid zich kon aanpassen aan zo’n omgeving en de cyclus van geboorte en dood normaal door kon gaan. Vervolgens was het voedsel nodig voor het menselijk lichaam − dagelijks eten en drinken. Dit is ook een noodzakelijke voorwaarde voor het voortbestaan van de mensheid. Dat wil zeggen, het menselijk lichaam kan niet leven door alleen maar te ademen, met alleen het zonlicht of de wind, of alleen een geschikte temperatuur. Ze moeten ook hun maag vullen. Deze dingen om hun magen te vullen zijn ook volledig door God bereid voor de mensheid − dit is de bron van het voedsel van de mensheid. Als je deze rijke en overvloedige producten ziet − de bronnen van voedsel en drank van de mensheid − kun je dan zeggen dat God de bron is voor de voorziening voor de mensheid en alle dingen? Als God alleen maar bomen en gras of gewoon verschillende levende wezens had geschapen toen Hij alle dingen schiep, als die verschillende levende wezens en planten allemaal voor vee en schapen waren om te eten, of voor zebra’s, herten en verschillende andere soorten dieren, als bijvoorbeeld, leeuwen dingen zouden eten als zebra’s en herten, en tijgers dingen zouden eten als schapen en varkens maar er geen enkel ding geschikt was om door mensen te worden gegeten, zou dat dan gewerkt hebben? Nee. De mensheid zou niet hebben kunnen blijven overleven. Wat zou er gebeurd zijn als mensen alleen boombladeren aten? Zou dat werken? Kunnen mensen het gras eten dat voor schapen is bedoeld? Misschien is het oké als ze het een keertje proberen, maar als ze het op de lange termijn blijven eten, zullen de menselijke magen het niet aankunnen en zullen ze niet lang meegaan. Er zijn zelfs dingen die door dieren kunnen worden gegeten, maar als mensen ze eten, worden ze vergiftigd. Er zijn enkele giftige dingen die dieren kunnen eten zonder dat het ze kwaad doet, maar mensen kunnen niet hetzelfde. Met andere woorden, God schiep menselijke wezens, dus God kent het best de principes en structuur van het menselijk lichaam en Hij weet wat mensen nodig hebben. God weet alles over de samenstelling en inhoud, wat we nodig hebben, hoe de interne organen van het menselijk lichaam functioneren, absorberen, elimineren en verteren. Mensen hebben geen idee en soms eten ze en voegen er blindelings dingen aan toe. Ze voegen te veel toe en dat leidt uiteindelijk tot onbalans. Als je de dingen eet en geniet die God normaal voor je heeft bereid, dan gaat alles goed met je. Ook al heb je soms een slecht humeur en heb je een bloedstuwing, het maakt niet uit. Je hoeft alleen maar een speciale plant te eten en de stuwing zal verdwijnen. God heeft al deze dingen bereid. Dus, in Gods ogen staat de mens ver boven elk ander levend wezen. God bereidde een leefomgeving voor allerlei soorten planten en bereidde voedsel en een leefomgeving voor allerlei soorten dieren, maar alleen de eisen van de mens ten opzichte van zijn eigen leefomgeving zijn het strengst en mogen niet worden verwaarloosd. Anders zou de mensheid zich niet normaal kunnen blijven ontwikkelen en voortplanten en een leven leiden. God weet dit het beste in Zijn hart. Toen God dit deed, vond Hij het belangrijker dan alle andere dingen. Misschien kun je het belang niet inzien van een onbeduidend iets dat je ziet en waar je van geniet, of van iets dat je ziet en waar je van geniet dat je al sinds je geboorte hebt, maar God heeft al lang geleden of in het geheim voorbereidingen voor je getroffen. God heeft alle negatieve elementen die ongunstig zijn voor de mensheid en die het menselijk lichaam zouden kunnen schaden, zo goed mogelijk geëlimineerd en verzacht. Wat maakt dit duidelijk? Maakt het duidelijk hoe God tegenover de mensheid stond toen Hij hen schiep? Wat was dat voor houding? Gods houding was rigoureus en serieus en Hij tolereerde geen inmenging van wat voor factoren of omstandigheden of vijandelijke machten ook buiten God. Hieruit kun je nu de houding van God zien toen Hij de mensheid schiep en in Zijn management van de mensheid op dat moment. Wat is Gods houding? Door de leef- en overlevingsomgeving geniet de mensheid zowel van zijn dagelijks voedsel als drank als andere dagelijkse behoeften, kunnen we Gods houding zien in de verantwoordelijkheid die Hij jegens hen heeft sinds Hij ze schiep, evenals Gods vastberadenheid om de mensheid deze keer te redden. Kunnen we de echtheid van God zien door deze dingen? Kunnen we Gods wonderbaarlijkheid zien? Kunnen we Gods onpeilbaarheid zien? Kunnen we Gods almacht zien? God gebruikt eenvoudigweg Zijn almachtige en wijze manieren om de hele mensheid van alles te voorzien, en alle dingen te schenken. Nu we het erover hebben, nu ik zoveel heb verteld, kunnen jullie zeggen dat God de bron van leven is voor alle dingen? (Ja) Dit is zeker. Twijfel je daaraan? (Nee.) Gods voorzienigheid voor alle dingen is voldoende om te laten zien dat God de bron van leven is voor alle dingen, omdat Hij de bron van alles is die alle dingen in staat heeft gesteld tot bestaan, leven, voortplanting en doorgaan, en er geen andere bron is dan God Zelf. God voorziet in alle behoeften van alle dingen en al de behoeften van de mensheid, of het de meest elementaire leefomgeving van de mensen is, datgene wat mensen dagelijks nodig hebben, of de behoefte aan de waarheid waar Hij aan de menselijke geest van voorziet. Als het gaat om Gods identiteit en Zijn status voor de mensheid, in alle opzichten, is alleen God Zelf de bron van leven voor alle dingen. Is dit juist? (Ja.) Dat wil zeggen dat God de Heerser, Meester en Leverancier is van deze materiële wereld die mensen met hun ogen kunnen zien, en voelen. Is dit voor de mensheid niet Gods identiteit? Dit is helemaal waar. Dus als je vogels in de lucht ziet vliegen, moet je weten dat God dingen heeft gemaakt die kunnen vliegen. Maar er zijn levende dingen die in het water zwemmen en ze overleven ook op verschillende manieren. De bomen en planten die in de bodem leven, ontkiemen in de lente en dragen vrucht en verliezen bladeren in de herfst, en in de winter zijn alle bladeren gevallen en ze doorstaan de winter. Dat is hun manier van overleven. God schiep alle dingen, elk leven heeft een verschillende vorm, verschillende manier van leven, en gebruikt verschillende manieren om zijn kracht en vorm van leven te laten zien. Ongeacht op welke manier, het staat allemaal onder Gods heerschappij. Wat is het doel van God dat Hij regeert over alle verschillende vormen van leven en levende wezens? Is het in het belang van de mensheid zodat ze kunnen overleven? (Ja.) Hij beheert alle levenswetten omwille van de overleving van de mensheid. Dit laat zien hoe belangrijk het voortbestaan van de mensheid voor God is.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 178

God is niet alleen de God van uitverkoren volk is. Je volgt op dit moment God en Hij is je God, maar voor degenen buiten de mensen die God volgen, is God hun God? Is God de God van alle dingen? (Ja.) Doet God dan Zijn werk en voert Hij Zijn daden uit alleen voor degenen die Hem volgen? (Nee.) Vanuit het kleine perspectief omvat de reikwijdte de hele mensheid en alle dingen van de schepping. Op het hoogste niveau omvat dit het hele universum, iets wat mensen niet kunnen zien. Dus, kunnen we zeggen dat God Zijn werk doet en Zijn daden verricht onder de hele mensheid. Dit is voldoende om mensen alles over God Zelf te laten weten. Als je God wilt leren kennen en Hem echt wilt leren kennen en begrijpen, beperk je dan niet alleen tot de drie fasen van Gods werk en beperk je niet alleen tot de verhalen over het werk dat God ooit heeft gedaan. Als je Hem op die manier probeert te kennen, dan beperk je God tot een bepaalde grens. Je ziet God als iets ontzettend kleins. Welke invloed zou het op mensen hebben als je zo deed? Je zou nooit Gods wonderbaarlijkheid en oppermacht leren kennen, en je zou nooit Gods macht en almacht en de reikwijdte van Zijn gezag leren kennen. Een dergelijk begrip zou van invloed zijn op je vermogen om de waarheid te accepteren dat God de Heerser over alle dingen is, evenals je kennis van Gods ware identiteit en status. Met andere woorden, als je begrip van God een beperkte reikwijdte heeft, is wat je kunt ontvangen ook beperkt. Daarom moet je de reikwijdte uitbreiden en je horizon verbreden. Of het nu gaat om de reikwijdte van Gods werk, Gods beheer, en Gods heerschappij, of alle dingen die beheerst en beheerd worden door God, je moet alles leren kennen en Gods daden daarin leren kennen. Door zo’n manier van begrijpen, zul je onbewust voelen dat God heerst, en alle dingen onder Hem beheert en ervoor zorgt. Tegelijkertijd zul je ook echt het gevoel hebben dat je een deel van alle dingen bent en een lid van alle dingen bent. Zoals God alle dingen levert, accepteer je ook Gods heerschappij en wat Hij schenkt. Dit is een feit dat niemand kan ontkennen. Alle dingen zijn onderworpen aan hun eigen wetten, die onder Gods heerschappij staan, en alle dingen hebben hun eigen overlevingsregel, die ook onder Gods heerschappij staat, terwijl het lot van de mensheid en wat ze nodig hebben ook nauw verbonden is met Gods heerschappij en Zijn voorzienigheid. Dat is de reden waarom, onder Gods heerschappij en bestuur, de mensheid en alle dingen onderling verbonden, afhankelijk en verweven zijn. Dit is het doel en de waarde van Gods schepping van alle dingen.

uit ‘God Zelf, de unieke VIII’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 179

Sinds God alle dingen geschapen heeft, is alles op basis van de door Hem vastgestelde wetten werkzaam geweest en in gedurige ontwikkeling gebleven. Onder Zijn alziend oog, onder Zijn heerschappij, hebben alle dingen zich gedurig ontwikkeld naast de overleving van mensen. Niets kan deze wetten veranderen en niets kan deze wetten tenietdoen. Dankzij Gods heerschappij kunnen alle wezens zich vermenigvuldigen. Dankzij Zijn heerschappij en management kunnen alle wezens overleven. Dat wil zeggen dat onder Gods heerschappij alle wezens op ordelijke wijze ontstaan, gedijen, verdwijnen en reïncarneren. In het voorjaar brengt motregen dat lentegevoel met zich mee en wordt de aarde bevochtigd. De grond ontdooit, het gras vindt zijn weg omhoog door de aarde en ontkiemt, terwijl de bomen stilaan groen worden. Al dit leven verleent de aarde een frisse vitaliteit. Zo zien het ontstaan en gedijen van alle wezens eruit. Allerlei dieren komen uit hun schuilplaats om de warmte van het voorjaar te voelen en een nieuw jaar te beginnen. Alle wezens baden in de hitte tijdens de zomer en genieten van de warmte die het seizoen met zich meebrengt. Ze groeien snel. Bomen, gras en allerlei soorten planten groeien heel erg snel. Daarna staan ze in bloei en dragen ze vrucht. Alle wezens hebben het in de zomer erg druk. Dat geldt ook voor mensen. In de herfst zorgt de regen voor najaarskoelte. Alle vormen van leven beginnen de komst het oogstseizoen te merken. Alle wezens brengen vrucht voort en mensen beginnen al die verschillende soorten vruchten te oogsten, zodat ze voedsel hebben om zich op de winter voor te bereiden. In de winter beginnen alle wezens langzaamaan te rusten in de koelte. Ze worden stil en mensen lassen in dat seizoen ook een pauze in. Deze overgangen tussen lente, zomer, herfst en winter – deze veranderingen treden allemaal op volgens de wetten die God heeft ingesteld. Hij leidt alle dingen en de mens op basis van deze wetten. Voor de mensheid heeft Hij een rijke en kleurige wijze van leven bedacht, om een omgeving voor overleving voor te bereiden, die verschillende temperaturen en seizoenen heeft. In deze ordelijke omgevingen voor overleving kunnen mensen ook overleven en zich op ordelijke wijze vermenigvuldigen. Mensen kunnen deze wetten niet veranderen en geen mens of wezen kan ze breken. Hoewel er in de wereld talloze veranderingen zijn geschied – zeeën zijn velden geworden, terwijl velden zeeën werden – blijven deze wetten bestaan. Ze bestaan omdat God bestaat en vanwege Zijn heerschappij en Zijn management. Met dit soort ordelijke, grotere omgeving gaat het leven van mensen voorwaarts binnen deze wetten en regels. Deze wetten hebben generatie na generatie mensen gecultiveerd en generatie na generatie hebben mensen binnen deze wetten weten te overleven. Mensen hebben generatie na generatie genoten van deze ordelijke omgeving om te overleven en van de vele dingen die door God werden geschapen. Ook al hebben mensen het gevoel dat dit soort wetten ingebakken zijn, ook al wuiven ze die helemaal weg en ook al kunnen ze niet voelen dat God deze wetten orkestreert, dat God over deze wetten heerst, God is, hoe dan ook, altijd betrokken bij dit onveranderlijke werk. Zijn doel in dit onveranderlijke werk is de overleving van de mensheid, zodat mensen voort kunnen gaan.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 180

Ten eerste: toen God alle dingen schiep, stelde Hij grenzen vast voor bergen, vlakten, woestijnen, heuvels, rivieren en meren. Er zijn bergen, vlakten, woestijnen, heuvels en ook uiteenlopende watervlakten op aarde. Is er niet sprake van verschillende terreinen? God stelde grenzen vast tussen al deze verschillende soorten terreinen. Wanneer we spreken over het vaststellen van grenzen, betekent het dat bergen zijn afgebakend, vlakten zijn afgebakend, woestijnen een bepaalde omvang hebben en heuvels een vast gebied beslaan. Er is ook een vaste hoeveelheid watervlakten zoals rivieren en meren. Dat wil zeggen: God deelde bij de schepping alles heel duidelijk in. God heeft de straal en de omvang van een berg al vastgesteld, hoeveel kilometer die is. Hij heeft ook de straal en de omvang van een vlakte al vastgesteld, hoeveel kilometer die is. Toen Hij alle dingen schiep, stelde Hij ook de grenzen van de woestijnen en de reikwijdte van de heuvels en hun proporties vast, alsmede waardoor ze begrensd zijn – dat stelde Hij tevens allemaal vast. Hij stelde de omvang van rivieren en meren vast toen Hij ze schiep – ze hebben allemaal hun grenzen. Wat bedoelen we met ‘grenzen’? We spraken net al over hoe God heerst over alle dingen door voor alle dingen wetten vast te stellen. Zo zullen dus, de omvang en grenzen van bergen door de draaiing van de aarde of het verstrijken van de tijd niet groter of kleiner worden. Dit staat vast: dit ‘vast’ is Gods heerschappij. Wat de vlakten, hun omvang en hun begrenzingen aangaan: die zijn door God vastgesteld. Ze hebben een grens en er ontstaat niet zomaar een bult midden in een vlakte. De vlakte verandert niet zomaar in een berg – dat zal niet gebeuren. De wetten en grenzen waar we net over spraken, hebben daarmee te maken. Wat de woestijn aangaat: we noemen de rollen van de woestijn of andere terreinen of geografische locaties hier niet, maar alleen de grenzen ervan. De woestijn zal zich onder Gods heerschappij evenmin uitbreiden. Dat komt omdat God er een wet, een omvang voor heeft vastgesteld. De oppervlakte en rol ervan, wat de begrenzingen en locaties ervan zijn: die zijn allemaal al door God vastgesteld. De woestijn zal zijn grenzen niet te buiten gaan, niet van locatie veranderen en zich niet zomaar uitbreiden. Hoewel de waterstromen, zoals rivieren en meren, allemaal volgens een vaste orde en continu zijn, zijn ze nooit buiten hun gebied of hun grenzen getreden. Ze stromen allemaal op ordelijke wijze in één richting, in de beoogde richting. Onder de wetten van Gods heerschappij valt er dus geen rivier of meer zomaar droog, of verandert de richting of hoeveelheid van de stroom niet zomaar door de draaiing van de aarde of het verstrijken van de tijd. Dit alles is onder Gods zeggenschap. Dat wil zeggen: alle dingen die God te midden van de mensheid heeft geschapen, hebben een eigen vaste plaats, gebieden en grenzen. Toen God alles schiep, werden hun grenzen vastgesteld. Die kunnen niet zomaar aangepast, vernieuwd of veranderd worden. Wat bedoelen we met ‘zomaar’? Dat betekent dat ze niet willekeurig van plaats veranderen, zich uitbreiden of een andere vorm aannemen ten gevolge van het weer, de temperatuur of de draaisnelheid van de aarde. Een berg heeft bijvoorbeeld een specifieke hoogte, de voet beslaat een bepaalde oppervlakte, ligt op een zekere hoogte en heeft een bepaalde hoeveelheid begroeiing. Dit is allemaal door God gepland en berekend en het zal dan ook niet zomaar veranderd worden. Wat vlakten betreft: de meeste mensen leven op de vlakten en klimaatveranderingen zullen geen gevolgen hebben voor hun gebieden of de waarde van hun bestaan. Niets in deze verschillende door God geschapen terreinen en geografische omgevingen zal zomaar veranderd worden. Wat bijvoorbeeld de componenten van de woestijn zijn, welke mineraalafzettingen zich onder de grond bevinden, hoeveel zand er is en welke kleur het zand heeft, de dikte – dit alles verandert niet zomaar. Waarom verandert dat alles niet zomaar? Dat komt door Gods heerschappij en Zijn management. God bestuurt al deze verschillende door Hem geschapen terreinen en geografische omgevingen op een geplande en ordelijke wijze. Al deze geografische omgevingen bestaan dus nog steeds duizenden, tienduizenden jaren nadat ze door God zijn geschapen. Ze vervullen nog steeds hun beoogde rol. Hoewel er in bepaalde perioden vulkanen uitbarsten, zich aardbevingen voordoen en er grote landverschuivingen plaatsvinden, staat God absoluut niet toe dat een bepaald soort terrein zijn oorspronkelijke functie verliest. Alleen door dit management van God, Zijn heerschappij over en grip op deze wetten, kan dit alles – dit alles wat de mensheid geniet en ziet – op ordelijke wijze op aarde overleven. Waarom beheert God al deze verschillende terreinen op de aarde op deze manier? Zodat het leven in de verschillende geografische omgevingen een stabiele omgeving heeft, kan voortleven en zich kan vermenigvuldigen in die stabiele omgeving. Al deze dingen – die mobiel en die immobiel zijn, die wel en die niet kunnen ademen – vormen samen een unieke omgeving voor de overleving van de mensheid. Alleen een dergelijke omgeving kan generatie na generatie mensen voeden. Alleen een dergelijke omgeving kan mensen vreedzaam laten overleven, generatie na generatie.

Waar ik zojuist over gesproken heb, is een aardig uitgebreid onderwerp, dus misschien klinkt het wel een beetje als ‘ver van jullie bed’, maar jullie kunnen het begrijpen, toch? Het is dat Gods wetten in Zijn heerschappij over alle dingen heel belangrijk zijn – heel belangrijk! Wat is de voorwaarde zodat alle wezens binnen deze wetten kunnen groeien? Dat komt door Gods heerschappij. Dankzij Zijn heerschappij vervullen alle dingen hun eigen functies binnen Zijn heerschappij. Zo voeden de bergen de bossen, en voeden en beschermen de bossen op hun beurt de verschillende vogels en dieren die erin leven. De vlakten zijn een geschikte omgeving waarin mensen gewassen kunnen planten en verschillende vogels en dieren kunnen leven. De meeste mensen kunnen daardoor gerieflijk op vlak land wonen en leven. Op de vlakten bevinden zich ook de graslanden – grote lappen grasland. De graslanden zijn de vegetatie van de aarde. Ze beschermen de bodem en voeden het vee, de schapen en de paarden die op de graslanden leven. De woestijn vervult ook z’n eigen functie. De woestijn is geen geschikte woonplaats voor mensen, maar maakt een vochtig klimaat droger. De stromende rivieren en meren leveren drinkwater voor de mens. Overal waar de stromen heengaan, hebben mensen water te drinken en aan de behoefte aan water van alle dingen wordt op praktische wijze voorzien. God heeft grenzen vastgesteld voor de verschillende terreinen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 181

Vanwege die door God vastgestelde grenzen hebben verschillende terreinen verschillende omgevingen voor overleving opgeleverd. Die omgevingen voor overleving zijn gunstig geweest voor verschillende soorten vogels en dieren en boden alsmede ruimte voor overleving. Hieruit zijn de grenzen voor de omgevingen voor overleving van de verschillende levende wezens ontwikkeld. Dit is het tweede punt waar we het nu over gaan hebben. Ten eerste, waar leven de vogels, de dieren en de insecten? Leven ze in bossen en struikgewassen? Dat is waar zij thuishoren. Dus los gezien van het vaststellen van grenzen voor de verschillende geografische omgevingen, heeft God ook grenzen getrokken voor de verschillende vogels en dieren, vissen, insecten en alle planten. Hij heeft ook wetten vastgesteld. Dankzij de verschillen tussen diverse geografische omgevingen en dankzij het bestaan van verschillende geografische omgevingen hebben verschillende soorten vogels en dieren, vissen, insecten en planten een verschillende omgeving voor overleving. De vogels, de dieren en de insecten leven tussen de verschillende planten, de vissen leven in het water en de planten groeien op het land. Het land bestaat uit verschillende gebieden, zoals de bergen, vlakten en heuvels. Wanneer de vogels en de dieren eenmaal hun eigen vaste leefgebieden hebben, zullen ze niet ronddwalen en alle kanten uitgaan. Hun leefgebieden zijn in de bossen en de bergen. Als hun leefgebieden op een dag werden verwoest, de orde zou tot chaos vervallen. Wat zijn de gevolgen als deze orde tot chaos vervalt? Wie lijden er het eerst onder? (De mensheid.) Het is de mensheid. Hebben jullie binnen deze door God vastgestelde wetten en grenzen bepaalde verschijnselen opgemerkt? Bijvoorbeeld olifanten die in de woestijn rondlopen. Hebben jullie zoiets wel eens gezien? Als dit echt zou gebeuren, zou het een ontzettend vreemd verschijnsel zijn, omdat olifanten in het bos leven en dat is de omgeving is om in voort te bestaan die God voor hen heeft bereid. Zij hebben hun eigen omgeving voor overleving en hun eigen vaste woonplaats, dus waarom zouden ze dan gaan ronddolen? Heeft iemand wel eens leeuwen of tijgers bij de kust van de oceaan zien ronddwalen? Nee, nooit. Het verblijf van leeuwen en tijgers is in de bossen en de bergen. Heeft iemand weleens de walvissen of haaien uit de oceaan door de woestijn zien zwemmen? Nee, nooit. Walvissen en haaien verblijven in de oceaan. Leven er mensen naast bruine beren in de woonomgeving van de mens? Zijn er mensen die altijd zijn omringd door pauwen of andere vogels, binnen of buiten hun huizen? Heeft iemand adelaars of wilde ganzen met apen zien spelen? (Nee.) Deze taferelen zouden allemaal vreemde verschijnselen zijn. De reden waarom ik spreek over deze dingen die jullie zo vreemd in de oren schijnt te klinken, is om jullie te laten begrijpen dat alle door God geschapen dingen – of ze nu aan één plek zijn gebonden of door hun neusgaten kunnen ademen – allemaal hun eigen wetten voor overleving hebben. Lang voordat God deze levende wezens schiep, had Hij voor hen hun eigen woonplaats, hun eigen omgeving voor overleving bereid. Deze levende wezens hadden hun eigen vaste omgeving voor overleving, hun eigen voedsel, hun eigen vaste woonplaats, hun eigen geschikte vaste plekken voor hun overleving, plekken met geschikte temperaturen voor hun overleving. Op die manier zouden ze niet ronddolen of de overleving van de mensheid ondermijnen of inbreuk maken op hun leven. Zo bestuurt God alle dingen. Hij zorgt zo voor de beste omgeving waarin de mensheid kan overleven. De levende wezens in alle dingen hebben hun eigen voedsel voor levensonderhoud in hun eigen omgeving voor overleving. Door dat voedsel zijn ze gebonden aan hun eigen natuurlijke omgeving voor overleving. In een dergelijke omgeving zijn ze nog steeds aan het overleven, vermenigvuldigen en voortbestaan overeenkomstig de wetten die God voor hen heeft vastgesteld. Dankzij dergelijke wetten, dankzij Gods voorbestemming, leven alle dingen in harmonie met de mens en bestaat de mens samen met alle dingen in wederzijdse afhankelijkheid.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 182

God schiep alle dingen en stelde grenzen voor hen vast; onder hen voedde Hij allerlei leven. Ondertussen bereidde Hij ook verschillende overlevingsmethoden voor mensen. Je ziet dan ook dat mensen niet slechts één manier hebben om te overleven. Ze hebben ook niet maar één soort omgeving voor overleving. We bespraken eerder dat God in verschillende bronnen van voedsel en water voor mensen voorziet. Dat is essentieel voor het voortbestaan van het leven van de mensheid in het vlees. Onder deze mensheid kunnen echter niet alle mensen van alleen granen leven. Mensen hebben verschillende overlevingsmethoden wegens verschillen in geografische omgevingen en terreinen. Deze overlevingsmethoden zijn allemaal door God bereid. Niet alle mensen houden zich voornamelijk met landbouw bezig. Dat wil zeggen: niet alle mensen verkrijgen hun voedsel door gewassen te verbouwen. Dit is het derde punt waar we het over gaan hebben: er zijn grenzen ontwikkeld op basis van de verschillende levenswijzen van de mens. Welke andere levenswijzen houden mensen er zoal op na? En uitgaand van verschillende voedselbronnen, welke andere soorten mensen zijn er dan? Er zijn diverse hoofdsoorten:

De eerste is een levenswijze van jagers. Iedereen weet wat dat is. Wat eten mensen die van de jacht leven? (Wild.) Zij eten de vogels en de dieren van het bos. ‘Wild’ is een modern woord. Jagers zien het niet als wild, ze zien het als voedsel, als bron voor hun dagelijkse levensonderhoud. Ze bemachtigen bijvoorbeeld een hert. Voor hen betekent dit hert hetzelfde als voor een boer de gewassen van zijn grond. Een boer verkrijgt zijn gewassen van de grond en is blij en voelt zich op z’n gemak wanneer hij die gewassen ziet. Het gezin lijdt geen honger zolang er gewassen zijn om te eten. Zijn hart is gerust en hij voelt zich tevreden. En een jager voelt zich ook gerust en content wanneer hij ziet wat hij gevangen heeft, omdat hij zich geen zorgen meer hoeft te maken over voedsel. Er is voor de volgende maaltijd iets te eten, er ligt geen honger op de loer. Dit is iemand die leeft van de jacht. De meerderheid van hen die bestaan van de jacht wonen in de bergbossen. Zij verbouwen geen gewassen. Bebouwbaar land is daar niet makkelijk te vinden, dus overleven ze op verschillende levende dingen, verschillende soorten prooi. Dit is de eerste soort levenswijze die anders is dan die van gewone mensen.

Het tweede type is de levenswijze van een herder. Doen mensen die dieren hoeden voor hun levensonderhoud, ook aan landbouw? (Nee.) Wat doen ze dan wel? Hoe leven die? (Voor het merendeel hoeden ze vee en schapen voor hun levensonderhoud en in de winter slachten ze hun veestapel en eten ze die op. Hun belangrijkste voedsel bestaat uit rundvlees en schapenvlees en ze drinken thee met melk. Hoewel herders gedurende de vier seizoenen druk bezig zijn, eten ze goed. Ze hebben ruim voldoende melk, zuivelproducten en vlees.) Mensen die voor hun levensonderhoud dieren hoeden eten voornamelijk rundvlees en schapenvlees, drinken schapenmelk en koeienmelk en berijden stieren en paarden om hun dieren te hoeden in het veld met de wind in hun haar en de zon op hun gezicht. Ze ervaren niet de stress van het moderne leven. De hele dag door zien ze niets dan wijde uitspansels van blauwe luchten en uitgestrekte grasvlakten. De meerderheid van de mensen die kuddes hoeden voor hun levensonderhoud, woont op graslanden en weet haar nomadische levenswijze generatie na generatie voort te zetten. Het leven op de graslanden is wat eenzaam, maar is ook een heel gelukkig leven. Het is geen verkeerde manier van leven!

Het derde type is een levenswijze van vissers. Een klein percentage van de mensheid woont bij de oceaan of op kleine eilandjes. Zij worden door water omringd, met zicht op de oceaan. Deze mensen vissen voor hun levensonderhoud. Wat is de voedselbron van degenen die vissen voor de kost? Hun voedselbronnen omvatten allerlei soorten vis, zeevruchten en andere producten uit de zee. Mensen die vissen voor hun levensonderhoud doen niet aan landbouw, maar gaan in plaats daarvan elke dag uit vissen. Hun hoofdvoedsel bestaat uit allerlei soorten vis en producten van de zee. Af en toe ruilen zij deze dingen voor rijst, meel en dagelijkse benodigdheden. Dit is een verschillende levenswijze van mensen die nabij het water wonen. Zij die nabij het water wonen, zijn ervan afhankelijk voor hun voedsel en het vissen is hun kostwinning. Het is de bron van hun levensonderhoud en van hun voedsel.

Naast de mensen die aan landbouw doen, zijn er voornamelijk de drie hierboven genoemde levenswijzen. Er zijn dus mensen die met hoeden, vissen en jagen aan de kost komen, maar de meeste mensen doen aan landbouw om in hun levensonderhoud te voorzien. En wat hebben mensen die aan landbouw doen zoal nodig voor hun levensonderhoud? Zij hebben grond nodig. Zij leven al generaties lang van het verbouwen van gewassen. Of ze nu groente, fruit of graan telen, ze krijgen hun voedsel en hun dagelijkse benodigdheden uit de aarde.

Wat zijn de basisvoorwaarden voor deze verschillende levenswijzen van de mens? Moet hun omgeving niet basaal in stand worden gehouden voor hun overleving? Dat wil zeggen: als degenen die van de jacht leven de bergbossen of de vogels en de dieren kwijt zouden raken, zou de bron van hun levensonderhoud verdwenen zijn. De richting waarin deze etniciteit en dit soort mensen heen zou gaan zou onzeker worden en ze zouden zelfs kunnen verdwijnen. En waarvan zijn zij die hoeden voor de kost afhankelijk? Waar ze echt van afhankelijk zijn, is niet hun veestapel, maar de omgeving waarin hun veestapel overleeft – de graslanden. Waar zou hun veestapel moeten grazen als er geen graslanden waren? Wat zouden het vee en de schapen dan eten? Zonder hun veestapel zouden de nomadische volken niets hebben om van te leven. Waar zouden zulke mensen zonder bron voor hun levensonderhoud heen moeten gaan? Overleven zou dan erg moeilijk worden, ze zouden geen toekomst hebben. Zonder waterbronnen zouden rivieren en meren opdrogen. Zouden al die vissen die voor hun leven van het water afhankelijk zijn dan nog bestaan? Die vissen zouden dan niet meer bestaan. Zouden de mensen die van het water en de vissen afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud, blijven overleven? Als ze geen voedsel hadden, als ze geen bron voor hun levensonderhoud hadden, zouden die mensen niet langer kunnen blijven overleven. Dat wil zeggen, als er een probleem is met hun levensonderhoud of hun overleving, zouden die rassen niet langer voortbestaan en ze zouden kunnen verdwijnen, van de aarde worden weggevaagd. En als zij die aan landbouw doen voor de kost hun grond kwijtraakten, als zij geen dingen konden planten, en geen voedsel van verschillende planten konden verkrijgen, wat zou het resultaat zijn? Zouden mensen zonder voedsel niet omkomen van de honger? Als mensen stierven van de honger, zou deze mensensoort dan niet uitsterven? Dat is dus Gods bedoeling met het behouden van verschillende omgevingen. God heeft maar één doel met het behouden van verschillende omgevingen en ecosystemen, met het behouden van de verschillende levende wezens binnen elke omgeving, namelijk: alle soorten mensen voeden, mensen voeden die in verschillende geografische omgevingen leven.

Als alle dingen van de schepping hun eigen wetten verloren, zouden ze niet langer bestaan. Als de wetten van alle dingen verloren gingen, zouden de levende wezens onder alle dingen niet kunnen voortbestaan. De mensheid zou ook de omgevingen waar ze van afhankelijk is om te overleven kwijtraken. Als de mensheid dat allemaal kwijtraakte, zou ze niet kunnen blijven floreren, zoals ze dat tot nu toe heeft gedaan, en zich generatie na generatie vermenigvuldigen. Mensen hebben tot nu toe kunnen overleven, omdat God hen heeft voorzien van alle dingen in de schepping om ze te voeden, om de mensheid op verschillende manieren te voeden. De mensheid heeft alleen tot nu toe kunnen overleven omdat God mensen op verschillende manieren voedt. Daarom hebben ze tot op de dag van vandaag overleefd. Met een dergelijke vaste omgeving voor overleving die gunstig en ordelijk is, kunnen alle soorten mensen op aarde, allerlei rassen overleven in hun eigen voorgeschreven gebied. Niemand kan buiten deze gebieden of deze grenzen treden, want God heeft die afgebakend. Waarom zou God die op deze wijze afbakenen? Dat is echt belangrijk voor de hele mensheid – echt belangrijk!

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 183

Ten vierde: God stelde grenzen vast tussen verschillende rassen. Er zijn blanke mensen, zwarte mensen, bruine mensen en gele mensen op aarde. Dit zijn de verschillende soorten mensen. God heeft ook de gebieden voor het leven van deze verschillende soorten mensen vastgesteld. Zonder het te beseffen leven mensen binnen hun toepasselijke omgeving om te overleven onder Gods management. Niemand kan daarbuiten treden. In welke gebieden voornamelijk, woont het blanke ras bijvoorbeeld? Zij wonen voornamelijk in Europa en Amerika. Het geografische gebied waar zwarte mensen wonen is voornamelijk Afrika. Bruine mensen leven voornamelijk in Zuidoost-Azië en Zuid-Azië, zoals in Thailand, India, Myanmar, Vietnam en Laos. Gele mensen wonen voornamelijk in Azië, dat wil zeggen China, Japan, Zuid-Korea en meer van dergelijke landen. God heeft al deze verschillende soorten rassen op gepaste wijze verspreid, zodat deze verschillende rassen over verschillende delen van de wereld zijn verspreid. In deze verschillende gebieden van de wereld had God lang geleden al een geschikte omgeving voor overleving bereid voor elk menselijk ras. Binnen deze soorten omgevingen voor overleving heeft God de kleur van de grond en andere componenten voor hen bereid. Met andere woorden, de componenten in het lichaam van blanke mensen zijn niet hetzelfde als die in het lichaam van zwarte mensen en ze verschillen ook van de componenten in het lichaam van mensen van andere rassen. Toen God alle dingen schiep, had Hij al een dergelijke omgeving voor de overleving van dat ras bereid. Hij beoogde daarmee dat wanneer die soort mensen zich begon te vermenigvuldigen, wanneer zij in aantal begonnen toe te nemen, zij binnen de vastgestelde gebieden konden passen. Voordat God menselijke wezens schiep, had Hij alles al uitgedacht – Hij zou Europa en Amerika aan blanke mensen geven om zich te kunnen ontwikkelen en te kunnen overleven. Dus toen God de aarde schiep, had Hij al een plan. Hij had het voornemen en het doel betreffende wat Hij op het ene stuk land zou plaatsen en wat op het andere stuk land gevoed zou worden. God bepaalde bijvoorbeeld al lang geleden wat voor bergen, hoeveel vlakten, hoeveel waterbronnen, wat voor soorten vogels en dieren, wat voor vissen en wat voor planten er op dat land zouden zijn. Toen God een omgeving voor overleving bereidde voor een menselijk soort, voor een ras, overwoog Hij allerlei aspecten: de geografische omgeving, de componenten van de aarde, de soorten vogels en dieren, de grootte van de verschillende soorten vissen, de componenten in de vis, verschillende kwaliteiten water plus al de verschillende soorten planten … God had dat al lang geleden voorbereid. Dat soort omgeving is een omgeving voor overleving die God heeft geschapen en voorbereid voor blanke mensen en die hun van nature toebehoort. Hebben jullie gezien dat God goed heeft nagedacht bij de schepping van alle dingen en volgens een plan handelde? (Ja. Gods overwegingen voor verschillende soorten mensen waren zeer bedachtzaam. Voor de omgeving voor overleving van verschillende soorten mensen bereidde Hij de soorten vogels, dieren en vissen, hoeveel bergen en hoeveel vlakten er zouden zijn. Alles werd zeer bedachtzaam en nauwkeurig overwogen.) Bijvoorbeeld: wat voor voedsel eten blanke mensen voornamelijk? Het voedsel dat blanke mensen eten, verschilt enorm van het voedsel dat Aziatische mensen eten. Het basisvoedsel dat blanke mensen eten, bestaat voornamelijk uit vlees, eieren, melk en pluimvee. Granen zoals brood en rijst zijn doorgaans bijkomstig voedsel aan de rand van het bord. Zelfs bij het eten van groene salades, doen ze er wat geroosterd rundvlees of kip bij. Zelfs als ze tarweproducten eten, voegen ze er kaas, eieren of vlees aan toe. Wat wil zeggen, dat hun basisvoedsel niet voornamelijk bestaat uit tarweproducten of rijst, maar ze eten tamelijk veel vlees en kaas. Ze drinken vaak ijswater omdat ze echt calorierijk voedsel eten. Blanke mensen zijn dus echt robuust. Dit zijn de bronnen voor hun leven, hun leefomgeving die God voor hen heeft bereid, zodat ze die levenswijze kunnen hebben. Die levenswijze verschilt van de levenswijze van mensen van andere rassen. Er is geen goed of fout in deze levenswijze – die is aangeboren, voorbestemd door God en vanwege Gods heerschappij en Zijn regelingen. Dit type ras heeft een bepaalde levenswijze en bepaalde bronnen voor zijn levensonderhoud. Dat is vanwege hun ras en vanwege de omgeving voor overleving die God voor dat type ras heeft bereid. Je zou kunnen zeggen dat de omgeving voor overleving die God voor blanke mensen heeft bereid en het dagelijkse voedsel dat ze uit die omgeving verkrijgen rijk en overvloedig is.

God heeft ook de nodige omgevingen voor overleving voor andere rassen bereid. Er zijn ook zwarte mensen. Waar bevinden zwarte mensen zich? Zij bevinden zich voornamelijk in het midden en zuiden van Afrika. Wat heeft God voor hen bereid in dat type leefomgeving? Tropische regenwouden, allerlei soorten vogels en dieren, ook woestijnen en allerlei soorten planten die ermee samengaan. Zij hebben bronnen voor water, hun levensonderhoud en voedsel. God stelde hen niet achter. Wat ze ooit ook gedaan hebben, hun overleving is nooit in het geding geweest. Zij nemen ook een bepaalde locatie in een bepaald gebied in een deel van de wereld in.

Laten we het nu een beetje over gele mensen hebben. Gele mensen bevinden zich voornamelijk in het Oosten. Wat zijn de verschillen tussen de omgevingen en geografische posities van het Oosten en het Westen? In het Oosten is het meeste land vruchtbaar. Het is ook rijk aan materialen en minerale afzettingen. Alle soorten bovengrondse en ondergrondse stoffen zijn dus overvloedig aanwezig. En voor deze groep mensen, voor dit ras, heeft God ook de overeenkomstige grond, het klimaat en de verschillende geografische omgevingen bereid die voor hen geschikt zijn. Hoewel er grote verschillen zijn tussen die geografische omgeving en de omgeving in het Westen, zijn het nodige voedsel voor de mensen, het levensonderhoud en de bronnen voor overleving door God bereid. Het is alleen een andere leefomgeving dan blanke mensen in het Westen hebben. Maar wat is dat ene ding dat ik jullie moet vertellen? Er zijn relatief veel mensen van het Oosterse ras. Daarom heeft God veel elementen toegevoegd, in dat stuk van de aarde, die verschillen van het Westen. In dat deel van de wereld heeft Hij veel verschillende landschappen en allerlei soorten materialen in overvloed toegevoegd. Natuurlijke bronnen zijn daar zeer overvloedig aanwezig. Het terrein is eveneens gevarieerd en divers, voldoende om een enorm aantal mensen in het Oosten te voeden. Iets wat verschilt van het Westen is dat het klimaat in het Oosten – van het zuiden naar het noorden, van het oosten naar het westen – beter is dan in het Westen. De vier seizoenen zijn duidelijk afgebakend, temperaturen zijn aangenaam, natuurlijke bronnen zijn overvloedig en het natuurlijke landschap en de terreinsoorten zijn veel beter dan in het Westen. Waarom heeft God dit gedaan? God heeft voor een uitgekiende balans tussen blanke mensen en gele mensen gezorgd. Wat houdt dat in? Het houdt in dat elk aspect van hun voedsel, de dingen die ze gebruiken, wat blanke mensen hebben om te genieten veel beter is dan wat gele mensen kunnen genieten. Maar God stelt geen enkel ras achter. God gaf aan gele mensen een fraaiere en betere omgeving voor overleving. Dit is de balans.

God heeft voorbestemd welke soorten mensen in welke delen van de wereld moeten leven. Kunnen mensen deze grenzen overschrijden. (Nee, dat kunnen ze niet.) Wat prachtig! Zelfs als er oorlogen of inbreuken plaatsvinden gedurende verschillende tijdperken of op gezette tijden, kunnen deze oorlogen, deze inbreuken, de omgevingen voor overleving die God heeft voorbestemd voor elk ras absoluut niet verwoesten. Dat wil zeggen, God heeft bepaald dat bepaalde soorten mensen in een bepaald deel van de wereld leven. Zij kunnen niet buiten die gebieden treden. Zelfs als mensen een zekere ambitie hebben om hun territorium aan te passen of uit te breiden, is dat zonder Gods goedkeuring heel moeilijk te verwezenlijken. Het zal erg moeilijk zijn om daarin te slagen. Blanke mensen wilden bijvoorbeeld hun territorium uitbreiden en koloniseerden sommige andere landen. De Duitsers vielen sommige landen binnen, Engeland bezette India. Wat was het resultaat? Uiteindelijk is het ze niet gelukt. Wat leren we van dit falen? Wat God heeft voorbestemd, mag niet vernietigd worden. Dus, het maakt niet uit hoe groot het momentum is dat je misschien hebt gezien in de uitbreiding van Brittannië, uiteindelijk moesten ze zich toch terugtrekken en het land achterlaten dat nog steeds aan India toebehoorde. De mensen die in dat land wonen, zijn nog steeds Indiërs, niet de Engelsen. Dit is omdat God dat niet toestaat. Sommige wetenschappers op het gebied van geschiedenis of politiek hebben er scripties over geschreven. Zij dragen redenen aan waarom Engeland niet slaagde. Zij stellen dat het kon zijn vanwege een bepaalde etnische groep die niet overwonnen kon worden of dat er een andere menselijke reden achter zat … Dat zijn geen ware redenen. De ware reden is vanwege God – Hij staat het niet toe! God zorgt ervoor dat een etnische groep in een bepaald land blijft voortbestaan en vestigt deze daar. Als God niet toestaat dat die er weggaat, zal die er nooit weg kunnen gaan. Als God een gebied voor de etnische groep vaststelt, zal deze binnen dat gebied leven. De mensheid kan zich niet losmaken van die gebieden of eraan ontsnappen. Dat staat vast. Hoe sterk de indringers ook zijn of hoe zwak de mensen die belaagd worden ook zijn, hun succes hangt uiteindelijk van God af. Hij heeft dit al zo voorbestemd en niemand kan dat veranderen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 184

Als we kijken vanuit het perspectief van de wetten die God voor de groei van alle dingen heeft vastgesteld, leeft de hele mensheid, wat voor soort dan ook, dan niet onder Gods voorzienigheid – wordt niet iedereen door Hem gevoed? Als deze wetten werden vernietigd of als God dergelijke wetten niet voor de mensheid had vastgesteld, wat zouden dan hun vooruitzichten zijn? Zouden mensen na het verlies van hun basisomgeving voor overleving nog een voedselbron hebben? Voedselbronnen zouden een probleem kunnen gaan vormen. Als mensen hun voedselbronnen zouden kwijtraken, als ze dus niets te eten konden krijgen, hoeveel dagen zouden ze in staat zijn om vol te houden? Waarschijnlijk zouden ze het zelfs nog geen maand volhouden, en hun overleving zou een probleem worden. Elk afzonderlijk ding dat God dus voor de overleving van mensen doet, voor hun voortbestaan, vermenigvuldiging en levensonderhoud is heel belangrijk. Elk afzonderlijk ding dat God onder alle dingen doet, is nauw verbonden met en onafscheidelijk van de overleving van mensen. Als de overleving van de mensheid een probleem werd, kon Gods management dan nog aanhouden? Zou Gods management dan nog bestaan? Gods management valt samen met de overleving van de hele mensheid die Hij voedt. Dus wat God ook voorbereidt voor alle dingen en wat Hij ook doet voor mensen, is allemaal noodzakelijk voor Hem en van cruciaal belang voor het overleven van de mensheid. Als van deze door God vastgestelde wetten voor alle dingen werd afgeweken, als deze wetten werden gebroken of verstoord, zouden alle dingen niet meer kunnen bestaan. De omgeving voor overleving van de mensheid zou niet meer blijven bestaan en hun dagelijkse levensonderhoud evenmin, noch zou de mensheid zelf langer voortbestaan. Om die reden zou Gods management voor de redding van de mensheid ook niet meer bestaan.

Alles wat we besproken hebben, elk ding, elk item is nauw verbonden met de overleving van ieder individu. Jullie zeggen misschien: “Waar je het over hebt, gaat ons boven de pet, we kunnen het niet zien.” En misschien zijn er wel mensen die zouden zeggen: “Waar je het over hebt, heeft niets met mij te maken.” Maar vergeet niet dat je als onderdeel van alle dingen leeft. Je behoort tot alle dingen onder Gods heerschappij. Geen ding kan buiten Gods heerschappij komen te staan. Geen enkele persoon kan zich buiten Zijn heerschappij plaatsen. Zijn heerschappij kwijtraken en Zijn voorzieningen kwijtraken, zou betekenen dat het leven van mensen, het leven van mensen in het vlees, zou verdwijnen. Daarom is het belangrijk dat God omgevingen voor overleving van de mensheid instelt. Het doet er niet toe van welk ras je bent of op welk stuk land je woont, in het Westen of in het Oosten – je kunt jezelf niet buiten de omgeving voor overleving plaatsen die God heeft ingesteld voor de mensheid. Je kunt je ook niet plaatsen buiten de voeding en voorzieningen van de omgeving voor overleving die Hij heeft ingesteld voor de mensen. Waar je ook voor je levensonderhoud en je leven van afhankelijk bent, waar je ook je leven in het vlees mee in stand houdt, je kunt jezelf niet buiten Gods heerschappij en Zijn management plaatsen. Sommige mensen zeggen: “Ik ben geen boer, ik plant geen gewassen voor de kost. Ik ben niet van de hemelen afhankelijk voor mijn voedsel. Ik ben dus niet aan het overleven in de door God ingestelde omgeving voor overleving. Een dergelijke omgeving heeft me niets opgeleverd.” Klopt dit wel? Je zegt dat je geen gewassen plant voor de kost, maar eet je dan geen granen? Eet je geen vlees en eieren? Eet je geen groente en fruit? Alles wat je eet, al die dingen die je nodig hebt, zijn onafscheidelijk verbonden met de omgeving voor overleving die God tot stand heeft gebracht. En de bronnen van alles wat de mensheid nodig heeft, kunnen niet gescheiden worden van alle dingen die God heeft geschapen, deze soorten omgevingen voor overleving. Het water dat je drinkt, de kleding die je draagt en alle dingen die je gebruikt – welke daarvan wordt niet verkregen uit alle dingen? Sommige mensen zeggen: “Sommige zaken verkrijg je niet uit alle dingen. Zie je, plastic krijg je niet uit al die dingen. Dat is iets chemisch, door mensen gemaakt.” Is dit wel juist? Plastic wordt door mensen gemaakt, het is iets chemisch, maar waar kwamen de originele componenten van plastic vandaan? De originele componenten werden verkregen uit door God geschapen materialen. De dingen waarvan je geniet, die je ziet, elk afzonderlijk ding dat je gebruikt, alles is afkomstig van alles wat God heeft geschapen. Dat wil zeggen, het maakt dus niet uit welk ras, wat voor levensonderhoud of in welke soort omgeving voor overleving mensen leven: zij kunnen zich niet buiten Gods voorzieningen plaatsen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 185

De mate van begrip van God in iemands hart bepaalt welke positie Hij in zijn hart inneemt. De mate waarin iemand God in zijn hart kent, bepaalt hoe groot God is in zijn hart. Als de God die je kent leeg en vaag is, dan is de God waarin je gelooft ook leeg en vaag. De God die je kent, is beperkt tot het gezichtsveld van je eigen persoonlijke leven, en heeft niets te maken met de ware God Zelf. Dus, Gods praktische daden kennen, Gods werkelijkheid en Zijn almacht kennen, de ware identiteit van God Zelf kennen, weten wat Hij heeft en is, weten wat Hij onder alle dingen heeft laten zien – die dingen zijn erg belangrijk voor elke afzonderlijke persoon die naar kennis van God streeft. Deze hebben een directe invloed op de vraag of mensen de werkelijkheid van de waarheid kunnen binnengaan. Als je je begrip van God beperkt tot louter woorden, als je het beperkt tot je eigen beperkte ervaringen, tot Gods genade die alleen jou aangaat of je beperkte getuigenissen van God, dan zeg ik dat de God waarin je gelooft absoluut niet de ware God Zelf is. Men kan ook zeggen dat de God in wie je gelooft een denkbeeldige God is, niet de ware God. Dat komt omdat de ware God die Ene is die over alles heerschappij heeft, die te midden van alles wandelt, die alles bestuurt. Hij is die Ene die het lot van de hele mensheid in handen heeft – die Ene die het lot van alles in handen heeft. Het werk en de daden van de God over wie ik spreek, zijn niet beperkt tot maar een klein deel van de mensen. Die zijn niet beperkt tot alleen de mensen die Hem op dit moment volgen. Zijn daden zijn onder alle dingen zichtbaar, in de overleving van alle dingen en in de wetten van verandering van alle dingen.

Als je in al de dingen van Zijn schepping geen daden van God kunt zien of herkennen, dan kun je niet van Zijn daden getuigen. Kun je niet voor God getuigen, blijf je spreken over de beperkte zogenaamde God die je kent, die God die beperkt is tot je eigen ideeën in je eigen beperkte gedachten, blijf je spreken van een dergelijke God, dan zal God je geloof nooit prijzen. Als je alleen aangeeft hoe je Gods genade ervaart, Gods discipline en Zijn kastijding aanvaardt en Zijn zegeningen ervaart in je getuigenis voor Hem, wanneer je voor God getuigt, dan is dat uitermate ontoereikend en verre van bevredigend voor Hem. Wil je getuigen voor God op een manier die strookt met Zijn wil, getuigen voor de ware God Zelf, dan moet je zien wat God heeft en is op basis van Zijn daden. Je moet Gods gezag zien op basis van Zijn controle over alles. Je moet de waarheid zien van hoe Hij de hele mensheid voorziet. Als je alleen erkent dat je dagelijkse eten en drinken en wat je nodig hebt in het leven van God komen, maar niet de waarheid inziet dat God door middel van alle dingen de hele mensheid voorziet, dat Hij de hele mensheid leidt door Zijn heerschappij over alle dingen, dan zul je nooit voor God kunnen getuigen. Met welk doel zeg ik dit allemaal? Dat doe ik zodat jullie dit niet lichtvaardig opnemen, zodat jullie niet denken dat deze onderwerpen waarover ik heb gesproken niet relevant zijn voor jullie eigen persoonlijke intrede in het leven en zodat jullie deze onderwerpen niet louter alleen als een soort kennis of leer opvatten. Als jullie hier met die houding naar luisteren, zullen jullie er geen enkel ding mee winnen. Jullie verliezen dan deze geweldige kans om God te leren kennen.

Wat is mijn doel om over al deze dingen te spreken? Mijn doel is dat mensen God kennen, dat mensen Gods praktische daden begrijpen. Zodra je God begrijpt en je Zijn daden kent, alleen dan heb je de gelegenheid of mogelijkheid om Hem te leren kennen. Als je bijvoorbeeld iemand wilt begrijpen, hoe ga je dan te werk? Zou je dan kijken naar zijn uiterlijke verschijning? Zou je dan kijken naar zijn kleding, hoe hij zich kleedt? Zou je kijken naar zijn manier van lopen? Zou je kijken naar de reikwijdte van zijn kennis? (Nee.) Dus hoe begrijp je iemand dan? Je oordeelt op basis van iemands spreken en gedrag, op basis van zijn gedachten, op basis van wat hij uitdrukt en wat hij onthult. Hierdoor ken je iemand en begrijp je iemand. Willen jullie God dus leren kennen, willen jullie Zijn praktische kant, Zijn ware kant, begrijpen, dan moet je Hem eveneens leren kennen op basis van Zijn daden en elk afzonderlijk praktisch ding dat Hij doet. Dat is de beste manier en de enige manier.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 186

Toen God alle dingen schiep, gebruikte Hij allerlei methoden en manieren om ze in balans te brengen. Hij zorgde voor een balans in de leefomstandigheden voor de bergen en meren, voor een balans in de leefomstandigheden voor de planten en alle soorten dieren, vogels en insecten. Zijn doel was dat alle soorten levende wezens konden leven en zich voortplanten binnen de wetten die Hij had vastgesteld. Geen van de dingen van de schepping kan buiten deze wetten treden en de wetten kunnen niet worden gebroken. Alleen binnen een dergelijke basisomgeving kunnen mensen veilig overleven en zich voortplanten, generatie na generatie. Als een levende soort over het aantal of de grens gaat die God heeft vastgesteld, of als deze de groei ratio, frequentie of het aantal overstijgt onder Zijn heerschappij, zou de omgeving voor overleving van de mensheid in uiteenlopende mate worden aangetast. Tegelijkertijd zou de overleving van de mensheid daarmee op het spel staan. Als er van één levende soort te veel zijn, worden mensen van hun voedsel beroofd. Ook worden hun waterbronnen en woonplekken aangetast. Op die manier komt de voortplanting of staat van overleving van de mensheid direct in het geding. Water is bijvoorbeeld erg belangrijk voor alles. Als er te veel muizen, mieren, sprinkhanen en kikkers zijn, of allerlei andere soorten dieren, zullen ze meer water drinken. Naarmate ze meer water gebruiken, binnen deze vaste gebieden met bronnen voor drinkwater en waterrijke gebieden, slinken het drinkwater en de waterbronnen voor de mensen en is gebrek aan water het gevolg. Als het drinkwater voor mensen wordt aangetast, verontreinigd of afgesloten omdat allerlei soorten dieren in aantal zijn toegenomen, zal het voortbestaan van de mensheid onder een dergelijke moeilijke omgeving voor overleving ernstig bedreigd worden. Als een of meer soorten levende wezens hun toegemeten aantal overschrijden, zal de lucht, temperatuur, vochtigheid en zelfs de inhoud van de lucht in de ruimte voor overleving van de mensheid worden vergiftigd en vernietigd in uiteenlopende mate. Evenzo, gaat er onder die omstandigheden voor de overleving en het lot van de mensen nog steeds de dreiging van dat type omgeving uit. Als mensen deze balans dus kwijtraken, wordt de lucht die ze inademen aangetast en het water dat ze drinken verontreinigd. Ook de temperaturen die ze nodig hebben, krijgen in verschillende mate met veranderingen en de gevolgen daarvan te maken. Als dat gebeurt, krijgen de omgevingen om te overleven, die van nature aan de mensheid toebehoren, te maken met enorme gevolgen en uitdagingen. Welk lot en welke vooruitzichten zou de mensheid hebben in een dergelijk scenario waarbij hun basisomgeving voor overleving is vernietigd? Dat is een heel ernstig probleem! God weet om welke reden alle dingen van de schepping bestaan omwille van de mensheid, Hij kent de rol van alles wat Hij heeft geschapen, Hij weet wat voor invloed ze op mensen hebben en wat voor voordelen ze de mensheid brengen – daarom is er in Gods hart een plan voor dit alles en beheert Hij elk aspect van alle dingen die Hij heeft geschapen. Dus voor mensen is elk afzonderlijk ding wat Hij doet van groot belang – het is allemaal noodzakelijk. Wanneer je dus een of ander ecologisch verschijnsel ziet of bepaalde natuurwetten onder alle dingen, dan zul je niet meer twijfelen aan de noodzaak van elk afzonderlijk ding dat God heeft geschapen. Je zult in je onwetendheid geen woorden meer gebruiken om Gods regelingen van alle dingen en Zijn verschillende manieren om de mensheid te voorzien naar believen te veroordelen. Je zult ook geen willekeurige conclusies meer trekken over Gods wetten voor alle dingen die Hij heeft geschapen.

uit ‘God Zelf, de unieke IX’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 187

Wat betreft de materiële wereld kunnen mensen, wanneer ze bepaalde dingen of fenomenen niet begrijpen, op zoek gaan naar relevante informatie, of anders kunnen ze verschillende kanalen gebruiken om achter hun oorsprong en het verhaal dat erachter ligt, te komen. Maar wanneer het gaat over de andere wereld waar we vandaag over spreken – de spirituele wereld die buiten de materiële wereld bestaat – dan hebben mensen absoluut geen methoden of kanalen om er ook maar iets over te weten te komen. Waarom zeg ik dit? Omdat, in de wereld van de mensheid, alles van de materiële wereld onscheidbaar is van het fysieke bestaan van de mens, en omdat mensen voelen dat alles in de materiële wereld onscheidbaar is van hun fysieke leven en fysieke bestaan, zijn de meeste mensen zich alleen bewust van, of zien ze alleen, de materiële dingen voor hun neus, de dingen die zichtbaar voor hen zijn. Wanneer het echter de spirituele wereld betreft – dat wil zeggen, alles dat van die andere wereld is – kun je rustig zeggen dat de meeste mensen niet geloven. Omdat de mensen deze niet kunnen zien en ze geloven dat het niet nodig is deze te begrijpen, of er ook maar iets over te weten. En dan hebben we het er nog niet eens over hoe de spirituele wereld een compleet andere wereld is dan de materiële wereld en vanuit Gods gezichtspunt open is – hoewel ze voor de mensheid verborgen en gesloten is. Daarom hebben mensen er veel moeite mee om een weg te vinden naar het begrijpen van de verschillende aspecten van deze wereld. De verschillende aspecten van de spirituele wereld waarover ik het ga hebben betreffen alleen Gods bestuur en soevereiniteit. Ik openbaar geen mysteries, noch vertel ik jullie ook maar een van de geheimen die jullie te weten willen komen, want dit heeft te maken met Gods soevereiniteit, Gods bestuur en Gods voorziening en als zodanig zal ik alleen spreken over het deel waarvan het noodzakelijk is dat jullie het kennen.

Om te beginnen wil ik jullie een vraag stellen: hoe stellen jullie je de spirituele wereld voor? In grote lijnen is het een wereld buiten de materiële wereld, een wereld die onzichtbaar en ongrijpbaar is voor mensen. Maar hoe zou de spirituele wereld er in jullie verbeelding uit moeten zien? Omdat jullie het niet kunnen zien, kunnen jullie het je misschien niet voorstellen. Maar als jullie er verhalen over horen, zullen jullie nog steeds denken, dat zullen jullie niet kunnen tegenhouden. En waarom zeg ik dit? Er is iets dat veel mensen overkomt als ze jong zijn: wanneer iemand hen een eng verhaal vertelt – over geesten, zielen – worden ze doodsbang. En waarom zijn ze bang? Omdat ze zich die dingen inbeelden; al kunnen ze ze niet zien, ze hebben het gevoel dat de hele kamer ermee vol zit, ergens verstopt, of op een donkere plek, en ze zijn te bang om te kunnen slapen. Vooral 's nachts durven ze niet alleen in de kamer te zijn, of alleen op de binnenplaats. Dat is de spirituele wereld van jullie verbeelding, en het is een wereld die mensen angstaanjagend vinden. Sterker nog, iedereen beschikt wel over enige verbeeldingskracht en iedereen kan iets voelen.

Wat is de spirituele wereld? Laat me je een korte en eenvoudige uitleg geven. De spirituele wereld is een belangrijke plaats, een die verschilt van de materiële wereld. En waarom zeg ik dat het belangrijk is? Dat gaan we tot in detail bespreken. Het bestaan van de spirituele wereld is onlosmakelijk verbonden met de materiële wereld van de mensheid. Het speelt een belangrijke rol in de cyclus van leven en dood van de mens in Gods heerschappij over alle dingen; dat is de rol van de spirituele wereld, en een van de redenen waarom haar bestaan van belang is. Omdat het een plek is die niet waarneembaar is voor de vijf zintuigen, kan niemand goed beoordelen of zij bestaat of niet. Het reilen en zeilen van de spirituele wereld is nauw verbonden met het bestaan van de mensheid, waardoor de levensorde van de mens ook enorm wordt beïnvloed door de spirituele wereld. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit? Jazeker. Als ik dit zeg, begrijpen jullie meteen waarom ik dit onderwerp bespreek: Omdat het gaat om Gods soevereiniteit en Zijn bestuur. In een wereld als deze – één die onzichtbaar is voor mensen – overstijgt elk hemels bevel, decreet en bestuurlijk systeem de wetten en systemen van elk land in de materiële wereld, en geen wezen dat in deze wereld leeft, zou het lef hebben ze te overtreden of naar zich toe te trekken. Heeft dit te maken met Gods soevereiniteit en bestuur? In deze wereld bestaan duidelijke bestuurlijke decreten, duidelijke hemelse bevelen en duidelijke statuten. Op verschillende niveaus en op verschillende gebieden volgen opzichters strikt hun plicht en houden zich aan regels en voorschriften omdat ze de consequentie kennen van het overtreden van een hemels bevel, zijn ze zich heel erg bewust van hoe God het kwade bestraft en het goede beloont, en van hoe Hij alle dingen bestuurt, hoe Hij over alle dingen heerst, en bovendien zien ze heel goed hoe God Zijn hemelse bevelen en statuten uitvoert. Verschillen die van de materiële wereld, bewoond door de mens? Ze zijn totaal verschillend. Het is een totaal andere wereld dan de materiële wereld. Omdat er hemelse bevelen en statuten bestaan, gaat het over Gods soevereiniteit, bestuur en, bovendien, Gods gezindheid en wat Hij heeft en is. Vinden jullie na het horen hiervan niet dat het hoogst noodzakelijk is dat ik over dit onderwerp spreek? Willen jullie de geheimen ervan niet kennen? (Ja, dat willen wij.) De spirituele wereld zit als volgt in elkaar. Hoewel het bestaat naast de materiële wereld en simultaan onderworpen is aan Gods bestuur en soevereiniteit, zijn Gods bestuur en soevereiniteit van deze wereld veel strikter dan die van de materiële wereld.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 188

Onder de mensheid categoriseer ik de mens in drie typen. Het eerste type is de ongelovigen, degenen zonder religieuze overtuigingen. Zij worden ongelovigen genoemd. De overgrote meerderheid van ongelovigen gelooft alleen in geld, zij streven alleen hun eigen belangen na, zijn materialistisch en geloven alleen in de materiële wereld, niet in de cyclus van leven en dood of in verhalen over goden en geesten. Ik categoriseer ze als de ongelovigen, en zij vormen het eerste type. Het tweede type is een verscheidenheid van gelovige mensen die losstaat van de ongelovigen. Onder de mensheid categoriseer ik deze gelovigen in verschillende hoofdtypen: de eerste is joods, de tweede is katholiek, de derde is christelijk, de vierde is islamitisch en de vijfde boeddhistisch – er zijn vijf typen. Dit zijn de verschillende typen gelovige mensen. Het derde type wordt gevormd door degenen die in God geloven, wat op jullie slaat. Zulke gelovigen zijn degenen die God vandaag volgen. Deze mensen zijn verdeeld in twee typen: door God uitverkoren mensen en dienstdoeners. Er bestaat een duidelijk onderscheid tussen deze hoofdtypen. Dus nu kunnen jullie duidelijk onderscheid maken tussen de typen en indelingen van mensen, nietwaar? De eerste zijn de ongelovigen – ik heb verteld wie de ongelovigen zijn. Tellen degenen die geloven in de Man met de Baard Daarboven als ongelovigen? Veel ongelovigen geloven alleen maar in de Man met de Baard Daarboven; ze geloven dat de wind, regen en donder, enzovoort, allemaal worden beheerst door deze entiteit, op wie ze vertrouwen voor het planten van gewassen en de oogst – maar bij het noemen van het geloof in God zijn ze toch onwillig om in Hem te geloven. Kan dit geloof in God worden genoemd? Zulke mensen vallen onder de ongelovigen. Dat begrijp je toch wel? Vergis je niet in deze categorieën. Het tweede type zijn gelovige mensen. Het derde type zijn degenen die God vandaag volgen. En waarom heb ik alle mensen in deze typen ingedeeld? (Omdat verschillende typen mensen een verschillende uitkomst en een verschillende bestemming hebben.) Dat is één aspect. Omdat deze verschillende rassen en soorten mensen bij hun terugkeer naar de spirituele wereld allemaal ergens anders heen zullen gaan, zij aan verschillende wetten van de cyclus van leven en dood onderworpen zullen worden, en dit is de reden waarom ik mensen in deze hoofdtypen heb ingedeeld.

De cyclus van leven en dood van de ongelovigen

Laten we beginnen bij de cyclus van leven en dood van de ongelovigen. Nadat een persoon sterft, wordt hij meegenomen door een opzichter uit de spirituele wereld. En wat van hen wordt meegenomen? Niet hun vlees, maar hun ziel. Wanneer hun ziel wordt meegenomen, komen ze op een plaats die een agentschap is van de spirituele wereld, die specifiek de zielen van net gestorven mensen opneemt. (Opmerking: nadat iemand sterft, is de bestemming onbekend voor de ziel.) Wanneer ze naar deze plek worden gebracht, voert een ambtenaar de eerste controles uit, waarbij hun naam, adres, leeftijd en al hun ervaringen worden bevestigd. Alles wat ze tijdens hun leven hebben gedaan, is vastgelegd in een boek en gecontroleerd op juistheid. Nadat alles is gecontroleerd, wordt aan de hand van het gedrag en de acties van de persoon gedurende hun hele leven bepaald of ze zullen worden gestraft of opnieuw gereïncarneerd worden als persoon, wat de eerste fase is. Is deze eerste fase beangstigend? Het is niet zo beangstigend, want het enige dat is gebeurd, is dat de persoon op een donkere en onbekende plek is aangekomen.

In de tweede fase, als personen hun leven lang veel slechte dingen hebben gedaan, als ze veel misdaden hebben begaan, dan zullen ze naar een plaats van straf worden gebracht om gestraft te worden. Dat is de specifieke plaats waar mensen worden gestraft. De specifieke invulling van hun straf hangt af van de zonden die ze begaan hebben, en van hoeveel verdorven dingen ze deden voordat ze stierven – wat de eerste situatie is die plaatsvindt in de tweede fase. Vanwege de slechte dingen die zij deden en het kwaad dat zij begingen voordat zij stierven, zullen sommige mensen wanneer zij na hun straf gereïncarneerd zijn – wanneer zij eenmaal opnieuw in de materiële wereld zijn geboren – menselijk blijven, en zullen sommigen dieren worden. Dat wil zeggen, nadat een persoon terugkeert naar de spirituele wereld, worden ze gestraft voor hun slechte daden; bovendien worden ze door hun slechte daden in hun volgende reïncarnatie waarschijnlijk geen mens, maar een dier. Dieren die ze kunnen worden zijn onder andere koeien, paarden, varkens en honden. Sommige mensen kunnen een vogel in de lucht worden, of een eend of gans … Nadat ze als dier zijn gereïncarneerd, keren ze wanneer ze sterven terug naar de spirituele wereld en, net als daarvoor, zal de spirituele wereld op basis van hun gedrag voordat ze sterven, beslissen of ze al dan niet als persoon gereïncarneerd worden. De meeste mensen begaan te veel slechte daden, hun zonden zijn te ernstig, en daarom worden ze zeven tot twaalf keer gereïncarneerd als dier. Zeven tot twaalf keer – is dat beangstigend? (Dat is angstaanjagend.) Wat vinden jullie beangstigend? Iemand die een dier wordt, dat is beangstigend. En wat is voor een persoon het pijnlijkst aan het worden van een dier? Geen taal hebben, alleen simpele gedachten hebben, slechts kunnen doen wat dieren doen en eten wat dieren eten, over de simpele geest en lichaamstaal van een dier beschikken, niet rechtop kunnen lopen, niet kunnen communiceren met mensen, en over geen enkel aspect van menselijk gedrag en menselijke activiteiten beschikken die overeenkomt met dieren. Dat wil zeggen, onder alle omstandigheden maakt het zijn van een dier je tot de minste van alle levende wezens, en het is veel pijnlijker dan menszijn. Dit is één aspect van de straf van de spirituele wereld van degenen die veel kwaad hebben gedaan en grote zonden hebben begaan. Wat de ernst van de straf betreft: deze wordt bepaald door het soort dier dat ze worden. Kun je bijvoorbeeld beter een varken zijn dan een hond? Leeft een varken beter of slechter dan een hond? Slechter, toch? Als mensen een koe of een paard worden, zullen ze dan beter of slechter leven dan een varken? (Beter.) Zal iemand zich meer op zijn gemak voelen als hij opnieuw wordt geboren als een kat? Hij zou sowieso een dier worden en het is makkelijker om een kat te zijn dan een koe of een paard te zijn, omdat katten de meeste tijd sluimerend liggen te luieren. Het is arbeidsintensiever om een koe of paard te worden. Daarom moet iemand die als koe of paard wordt gereïncarneerd hard werken – wat veel weg heeft van een zware straf. Een hond worden zou weer iets beter zijn dan een koe of een paard te worden, omdat een hond een nauwere band heeft met zijn baas. Na verschillende jaren huisdier te zijn geweest, kunnen sommige honden veel begrijpen van wat hun baas zegt. Soms kan een hond zich aanpassen aan de gemoedstoestand en behoeften van zijn baas, daarom behandelt de baas de hond beter, en de hond krijgt beter te eten en drinken en als hij pijn heeft, wordt er beter voor gezorgd – heeft de hond dus geen gelukkig leven? Daarom ben je beter af als hond dan als een koe of paard. Hierin bepaalt de ernst van de straf van een persoon hoe vaak zij als dier worden gereïncarneerd en als welke diersoort.

Omdat ze in hun leven zoveel zonden begingen, zullen sommige mensen gestraft worden door zeven tot twaalf keer als dier gereïncarneerd te worden. Nadat ze een voldoende aantal keer zijn gestraft, worden ze bij hun terugkeer naar de spirituele wereld ergens anders naartoe gebracht. De verschillende zielen in deze plaats zijn al gestraft en zijn van het soort dat zich voorbereidt om als mens gereïncarneerd te worden. Deze plaats categoriseert elke ziel in een type volgens de soort familie waarin ze geboren worden, welke rol ze zullen spelen als ze eenmaal gereïncarneerd zijn, enzovoort. Sommige mensen zullen bijvoorbeeld zangers worden als ze naar deze wereld komen en daarom worden ze bij de zangers geplaatst; sommigen zullen zakenmensen worden wanneer ze naar deze wereld komen, en dus worden ze bij zakenmensen geplaatst; en als iemand een wetenschapper wordt wanneer zij mensen worden, dan worden zij bij wetenschappelijke onderzoekers geplaatst. Nadat ze zijn geclassificeerd, wordt ieder op verschillende tijdstippen en toegewezen data weggezonden, net zoals mensen tegenwoordig e-mails versturen. Hiermee wordt één cyclus van leven en dood voltooid. Vanaf de dag dat personen aankomen in de spirituele wereld, tot het einde van hun straf, of totdat ze heel vaak als dier zijn gereïncarneerd, en ze zich voorbereiden om gereïncarneerd te worden als mens, is dit proces voltooid.

En worden degenen die klaar zijn met hun straf en die niet gereïncarneerd zijn als dier, snel naar de materiële wereld gestuurd om mens te worden? Wat is de frequentie waarin dit kan gebeuren? Hiervoor gelden tijdgebonden beperkingen. Alles wat in de spirituele wereld gebeurt, is onderworpen aan passende tijdgebonden beperkingen en regels – die jullie zullen begrijpen als ik het aan de hand van getallen uitleg. Voor degenen die in een kort tijdsbestek gereïncarneerd worden, wordt hun wedergeboorte als mens al bij hun sterven gepland. De kortste periode is drie dagen. Voor sommige mensen is het drie maanden, voor sommigen drie jaar, voor sommigen dertig jaar, voor sommigen driehonderd jaar, enzovoort. Dus wat kunnen we zeggen over deze tijdgebonden regels, en wat houden ze precies in? Ze zijn gebaseerd op wat de materiële wereld, de menselijke wereld, nodig heeft van de ziel, en de rol die deze ziel in deze wereld moet spelen. Wanneer mensen gereïncarneerd worden als een gewoon persoon, worden de meesten van hen al heel snel gereïncarneerd, omdat de menselijke wereld dringend behoefte heeft aan zulke gewone mensen, en dus worden ze drie dagen later opnieuw uitgezonden naar een heel andere familie dan waar ze voor hun dood deel van uitmaakten. Maar sommigen spelen een bijzondere rol in deze wereld. “Bijzonder” wil zeggen dat er in de menselijke wereld geen grote vraag is naar deze mensen; er zijn niet veel mensen nodig om zo’n rol te spelen, en dus kan het wel driehonderd jaar duren voordat ze gereïncarneerd worden. Dat wil zeggen, deze ziel arriveert maar eens in de driehonderd of zelfs drieduizend jaar. En waarom? Omdat er gedurende driehonderd of drieduizend jaar geen vraag is naar een dergelijke rol in de menselijke wereld, en dus worden ze ergens in de spirituele wereld bewaard. Neem bijvoorbeeld Confucius. Hij had een diepgaande invloed op de traditionele Chinese cultuur. Zijn komst had grote invloed op de cultuur, kennis, traditie en het denken van de mensen van die tijd. Maar zo iemand is niet nodig in elk tijdperk, daarom moest hij driehonderd of drieduizend jaar in de spirituele wereld blijven wachten voordat hij werd gereïncarneerd. Omdat in de menselijke wereld geen vraag was naar een dergelijk persoon moest hij werkeloos afwachten, want er waren maar heel weinig functies zoals de zijne, hij had weinig te doen, en daarom moest hij de meeste tijd ergens in de spirituele wereld apart worden gehouden, nutteloos, om pas weggezonden te worden als de menselijke wereld hem nodig had. Dat zijn de tijdgebonden regels van het spirituele rijk voor de frequentie waarmee de meeste mensen worden gereïncarneerd. Of ze nu heel gewoon of bijzonder zijn, de spirituele wereld heeft passende regels en de juiste uitvoering voor de verwerking van menselijke reïncarnatie, en deze regels en uitvoering worden door God naar beneden gestuurd, en niet bepaald of gestuurd door een deurwaarder of wezen in de spirituele wereld.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 189

Voor elke ziel, hun reïncarnatie, wat hun rol in dit leven is, in wat voor familie ze worden geboren en hoe hun leven verloopt, hangt nauw samen met hun vorige leven. Allerlei mensen komen de menselijke wereld in en ze spelen verschillende rollen, evenals de taken die ze uitvoeren. En wat voor taken zijn dat? Sommige mensen komen om een schuld af te lossen: als ze anderen te veel geld schuldig waren in hun vorige leven, komen ze in dit leven een schuld terugbetalen. Tegelijkertijd komen sommige anderen juist een schuld innen: zij raakten in hun vorige leven juist te veel zaken en geld kwijt door oplichting, en dus zal de spirituele wereld hen bij aankomst in de spirituele wereld gerechtigheid bieden en hen in staat stellen om hun schuld in dit leven te innen. Sommige mensen zijn gekomen om een schuld van dankbaarheid in te lossen: tijdens hun vorige leven – voor hun dood – was iemand aardig tegen hen, en in dit leven krijgen zij een geweldige kans om te worden gereïncarneerd en dus worden ze herboren om deze schuld van dankbaarheid in te lossen. Weer anderen worden ondertussen in dit leven herboren om een leven te eisen. En wiens leven eisen zij? Van degene die hen in hun vorige leven doodde. Kortom, het huidige leven van elk persoon is nauw verbonden aan hun vorige leven, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat wil zeggen dat het huidige leven van elke persoon enorm wordt beïnvloed door hun vorige leven. Voordat hij stierf, lichtte Zhang bijvoorbeeld Li op voor een grote som geld. Is Zhang dan iets schuldig aan Li? Aangezien hij dat is, is het dan logisch dat Li de schuld bij Zhang ophaalt? Daarom moet er na hun dood een rekening tussen hen worden vereffend. Als zij gereïncarneerd worden en Zhang mens wordt, hoe kan Li zijn schuld dan bij hem innen? Eén manier is dat Li zijn schuld int door te worden herboren als de zoon van Zhang, Zhang verdient veel geld en het wordt verkwanseld door Li. Het maakt niet uit hoeveel geld Zhang verdient, zijn zoon Li verspilt het. Hoeveel Zhang ook verdient, het is nooit genoeg, en zijn zoon slaagt er op de een of andere manier altijd in om het geld van zijn vader op allerlei manieren uit te geven. Zhang is verbijsterd: “Waarom is mijn zoon altijd al een ongeluksbrenger geweest? Waarom hebben andere mensen zulke goede zonen? Waarom heeft mijn zoon geen ambities, waarom is hij zo nutteloos en incapabel om ook maar een cent te verdienen, waarom moet ik hem altijd onderhouden? Omdat ik hem wel moet onderhouden, zal ik het doen, maar waarom heeft hij altijd meer nodig, hoeveel geld ik hem ook geef? Waarom kan hij nog geen dag eerlijk zijn geld verdienen, maar zal hij niets doen, behalve lanterfanten, schranzen, zuipen, hoerenlopen en gokken? Wat is er in hemelsnaam aan de hand?” Dan denkt Zhang een poosje na: “Het kan zijn dat ik hem in het vorige leven iets schuldig was. Dan zal ik het afbetalen! Dit zal niet ophouden voor ik alles heb betaald!” Misschien heeft Li zijn schuld op een dag volledig geïnd, en wanneer hij veertig of vijftig is, zal er een dag zijn waarop hij plotseling tot bezinning komt: “Ik heb de eerste helft van mijn leven helemaal niets goed gedaan! Ik heb al het geld dat mijn vader verdiende verspild – ik zou een goed mens moeten zijn! Ik ga mezelf vermannen: ik word iemand die eerlijk is en fatsoenlijk leeft, en ik zal mijn vader nooit meer verdriet doen!” Waarom denkt hij dit? Waarom verandert hij plotseling ten goede? Heeft dit een reden, en welke dan? (Omdat Li zijn schuld heeft geïnd, heeft Zhang zijn schuld afgelost.) Dit is een kwestie van oorzaak en gevolg. Het verhaal begon heel lang geleden, nog voor hun beider geboorte, en dit verhaal over hun vorig leven is op hun huidige leven overgebracht, en geen van beide kan de ander de schuld geven. Wat Zhang zijn zoon ook leerde, zijn zoon luisterde nooit en verdiende nooit eerlijk zijn geld, maar de dag dat de schuld was afgelost, hoefde hem niets te worden geleerd; zijn zoon begreep het uit zichzelf. Dit is een eenvoudig voorbeeld, en er zijn ongetwijfeld nog veel meer dergelijke voorbeelden. En wat kunnen mensen ervan leren? (Dat zij zich goed moeten gedragen en geen kwaad moeten doen.) Dat zij geen kwaad moeten doen, en dat er vergelding zal zijn voor hun slechte daden! De meeste ongelovigen begaan veel kwaad, en vergelding was toch de weerslag van hun slechte daden? Maar is deze vergelding arbitrair? Alles wat vergelding als weerslag heeft, heeft een achtergrond en een reden. Denk je dat jou niets zal gebeuren nadat je iemand geld hebt afgetroggeld? Denk je dat het geen gevolgen voor jou heeft als je door middel van bedrog hun geld hebt ingepikt? Dat is onmogelijk en er zullen zeker gevolgen zijn! Ongeacht wie ze zijn en of ze geloven dat er een God is, alle mensen moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag en de gevolgen dragen van hun daden. Wat dit eenvoudige voorbeeld betreft – Zhang wordt gestraft en Li wordt terugbetaald – is dit niet eerlijk? Wanneer mensen zulke dingen doen, is zoiets het gevolg. Het is er onlosmakelijk mee verbonden. Ondanks dat ze ongelovigen zijn, voor degenen die niet in God geloven is hun bestaan onderworpen aan dergelijke hemelse voorschriften en decreten, niemand kan eraan ontkomen en niemand kan deze realiteit vermijden.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 190

Degenen die niet gelovig zijn, geloven vaak dat al het zichtbare bestaat, terwijl al het onzichtbare of wat heel ver van mensen af staat, niet bestaat. Ze geloven liever dat er geen “cyclus van leven en dood” is, en geen “straf”, en dus zondigen ze en begaan ze slechte daden zonder wroeging – waarna ze gestraft worden, of gereïncarneerd als dier. Van alle verschillende mensen onder de ongelovigen komen de meesten in deze vicieuze cirkel terecht. Dat komt omdat ze niet weten dat de spirituele wereld strikt is in het besturen van alle levende wezens. Of je het gelooft of niet, dit feit bestaat, want geen enkel persoon of object ontkomt aan de reikwijdte van wat waargenomen wordt door Gods ogen, en geen enkel persoon of object ontkomt aan de regels en beperkingen van Gods hemelse edicten en decreten. En dus laat dit eenvoudige voorbeeld iedereen zien dat, ongeacht of je wel of niet in God gelooft, het onaanvaardbaar is om te zondigen en kwaad te doen, en dit gevolgen heeft. Wanneer iemand die een ander geld heeft afgetroggeld zo gestraft wordt, is dat een redelijke straf. Dergelijk veelvoorkomend gedrag wordt bestraft door de spirituele wereld, door de decreten en hemelse edicten van God, en dus zal verschrikkelijk misdadig en kwaadaardig gedrag – verkrachting en plundering, list en bedrog, diefstal en roof, moord en brandstichting enzovoort – worden onderworpen aan een reeks straffen van uiteenlopende zwaarte. En wat houden deze straffen van uiteenlopende zwaarte in? Bij sommige kost het tijd om de ernst ervan vast te stellen, andere worden door verschillende methodieken bepaald en weer andere gebruiken de bestemming van reïncarnatie van mensen. Bijvoorbeeld, sommige mensen zijn grofgebekt. Wat betekent “grofgebekt”? Het betekent veelvuldig schelden tegen anderen en het gebruik van kwaadaardige taal, taal die mensen vervloekt. Wat houdt kwaadaardige taal in? Het laat zien dat iemand een kwaadaardig hart heeft. Zulke mensen spreken vaak kwaadwillende taal die mensen vervloekt, en zulke kwaadwillende taal gaat gepaard met ernstige gevolgen. Nadat deze mensen zijn gestorven en een gepaste straf hebben ontvangen, kunnen ze herboren worden als stomme. Sommige mensen zijn heel berekenend tijdens hun leven, ze maken vaak misbruik van anderen, hun plannetjes zijn zeer uitgekiend en ze brengen anderen veel schade toe. Zij kunnen worden herboren als zwakzinnige of iemand met een verstandelijke beperking. Sommige mensen maken vaak inbreuk op de privacy van anderen; zij zien veel wat niet voor hun ogen bestemd is, en ze weten veel wat ze niet zouden moeten weten, en daarom kunnen ze als blinde herboren worden. Sommige mensen zijn zeer gewiekst tijdens hun leven, ze maken veel ruzie en begaan veel slechte daden, en dus kunnen ze herboren worden met een handicap; mank of met één arm, of gebocheld of met een draaihals, ze kunnen niet goed lopen of hun ene been is korter dan het andere, enzovoort. Hierin worden ze onderworpen aan verschillende straffen al naar gelang van het niveau kwaad dat ze begingen tijdens hun leven. En wat denken jullie, waarom zijn mensen scheel? Zijn er veel van zulke mensen? Er zijn er vandaag veel bij. Sommige mensen zijn scheel omdat ze hun ogen in hun vorige leven te veel de kost gaven, ze deden te veel slechte dingen, en daarom worden ze in dit leven geboren met scheve ogen en in ernstige gevallen zelfs blind. Dat is vergelding! Sommige mensen kunnen goed met anderen overweg voordat ze sterven, ze doen veel goeds voor hun dierbaren, vrienden, collega’s of de mensen die met hen verbonden zijn. Ze bieden liefdadigheid en zorg aan anderen, of helpen hen in financieel opzicht, anderen hebben hen heel hoog zitten, en wanneer zulke mensen terugkeren naar de spirituele wereld worden ze niet gestraft. Wanneer een ongelovige niet gestraft wordt, betekent dit dat hij of zij een heel goed mens was. In plaats van te geloven in het bestaan van God, geloven ze alleen in de Man met de Baard in de hemel. Ze geloven alleen dat er een geest boven hen zweeft die alles wat ze doen in de gaten houdt – dat is het enige wat ze geloven. En het resultaat is dat ze zich veel beter gedragen. Deze mensen zijn goedhartig en liefdadig en wanneer ze uiteindelijk terugkeren naar de spirituele wereld, zal de spirituele wereld hen heel goed behandelen en zullen ze spoedig worden gereïncarneerd. Wanneer ze herboren worden, bij wat voor soort familie komen zij terecht? Hoewel deze familie niet rijk zal zijn, zal het er vredig zijn, met onderlinge harmonie; zij zullen serene, gelukkige dagen beleven, iedereen zal vreugdevol zijn en zij zullen een goed leven hebben. Wanneer zulke mensen de volwassen leeftijd bereiken, zullen zij een groot gezin hebben met veel aanhang, hun kinderen zullen getalenteerd en succesvol zijn en hun familie zal veel voorspoed ervaren – en zo’n resultaat is nauw verbonden met het vorige leven van deze persoon. Dat wil zeggen, waar iemand na zijn dood heengaat en reïncarneert, ongeacht of het een man of vrouw is, ongeacht wat zijn of haar missie is, ongeacht wat het leven hem of haar brengt, welke tegenslagen en zegeningen ze ook genieten, wie ze zullen ontmoeten, wat hen zal overkomen – niemand kan dit voorspellen, eraan ontkomen of zich ervoor verstoppen. Dat wil zeggen, nadat voor jouw leven is vastgesteld wat er met je gebeurt, hoe je het ook probeert te vermijden, op welke manier je het ook probeert te vermijden, jij kunt de levensloop die God in de spirituele wereld voor jou heeft vastgesteld, op geen enkele manier schenden. Want wanneer je bent gereïncarneerd, ligt je levenslot al vast. Of het nu goed of slecht is, iedereen moet dit onder ogen zien en blijven doorgaan; dit is een kwestie waar niemand die in deze wereld leeft aan kan ontkomen, en er bestaat geen reëlere kwestie.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 191

Zien jullie dan ook in dat God zeer nauwkeurige en grondige controles en een bestuur heeft voor de cyclus van leven en dood van de ongelovigen? Ten eerste heeft God verschillende hemelse edicten, decreten en systemen ingesteld in het spirituele rijk, en na het instellen van deze hemelse voorschriften, decreten en systemen worden ze strikt uitgevoerd, zoals God heeft vastgesteld, door wezens met verschillende officiële posities binnen de spirituele wereld, en niemand durft hen te schenden. En dus bestaan er in de cyclus van het leven en de dood van de mensheid in de mensenwereld of iemand gereïncarneerd is als een dier of als persoon, er bestaan wetten voor beide. Omdat deze wetten van God komen, durft niemand ze te overtreden, noch kunnen ze door wie dan ook overtreden worden. Het is alleen door de soevereiniteit van God en door het bestaan van zulke wetten dat de materiële wereld die mensen zien gestructureerd en ordelijk is; het is alleen door Gods soevereiniteit dat de mens vreedzaam kan bestaan naast de andere wereld, die volledig onzichtbaar is voor de mensheid, en dat de mens er in harmonie mee kan samenleven – dit alles is onlosmakelijk verbonden met Gods soevereiniteit. Nadat iemands vleselijke leven sterft, heeft de ziel nog steeds leven in zich, en wat zou er dus gebeuren zonder Gods bestuur? De ziel zou overal ronddwalen, overal binnendringen en de levende dingen in de wereld van de mensheid zelfs schade toebrengen. Die schade zou niet alleen de mensheid treffen, maar ook planten en dieren, maar de mens zou de eerste zijn die schade ondervindt. Als dit zou gebeuren – als zo'n ziel stuurloos was en mensen echt beschadigde, en echt slechte dingen deed – dan zou er ook op juiste wijze met deze ziel worden omgegaan in de spirituele wereld: als het echt ernstig was, zou het bestaan van de ziel snel ophouden, zij zou vernietigd worden; indien mogelijk zou zij ergens worden geplaatst en vervolgens gereïncarneerd. Dat wil zeggen, het bestuur van de spirituele wereld van verschillende soorten zielen wordt opgedragen en uitgevoerd volgens stappen en regels. Alleen door middel van een dergelijk bestuur is de materiële menselijke wereld niet in chaos vervallen, alleen daardoor kent de materiële menselijke wereld een normaal verstand, normale rationaliteit en een geordend vleselijk leven. Pas wanneer de mensheid zo'n normaal leven kent, zullen degenen die in het vlees leven door de generaties heen blijven bloeien en zich voortplanten.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 192

Wanneer het gaat over de ongelovigen, is het principe dat achter Gods handelingen zit dan het belonen van de goeden en het straffen van de slechten? Bestaan er uitzonderingen? (Nee.) Zien jullie dat er een principe achter Gods handelingen zit? De ongelovigen geloven feitelijk niet in God, ze kunnen Gods orkestratie niet gehoorzamen en ze zijn zich niet bewust van Gods soevereiniteit, laat staan dat ze God erkennen. Nog erger, ze lasteren God en vervloeken Hem, en ze staan vijandig tegenover degenen die in God geloven. Hoewel deze mensen zo’n houding tegenover God hebben, wijkt Gods bestuur over hen nog steeds niet af van Zijn principes. Hij bestuurt hen op een ordelijke manier in overeenstemming met Zijn principes en Zijn gezindheid. Hoe beschouwt God hun vijandigheid? Als onwetendheid! En dus heeft Hij ervoor gezorgd dat deze mensen – de meerderheid van de ongelovigen – ooit gereïncarneerd werden als dieren. Wat zijn ongelovigen dus in de ogen van God? Ze zijn vee. God bestuurt vee en Hij bestuurt de mensheid. Hij hanteert dezelfde principes voor dit soort mensen. Zelfs aan Zijn bestuur over deze mensen kan men nog steeds Zijn gezindheid en Zijn wetten achter Zijn heerschappij over alle dingen zien. Zien jullie dus Gods soevereiniteit in de principes waarmee Hij de ongelovigen waarover we net hebben gesproken, bestuurt? Zien jullie Gods rechtvaardige gezindheid? (Die zien we.) Dat wil zeggen, met welke dingen Hij ook te maken heeft, God handelt volgens Zijn eigen principes en gezindheid. Dit is Gods wezen. Hij breekt niet zomaar de decreten of hemelse bevelschriften die Hij heeft vastgesteld omdat Hij dit soort mensen als vee beschouwt. God handelt volgens principes, zonder ook maar de geringste wanorde. Zijn handelingen worden in het geheel niet beïnvloed door welke factor dan ook, en wat Hij ook doet, het is altijd overeenkomstig Zijn eigen principes. Dit komt omdat God het wezen van God Zelf heeft, dat een aspect is van Zijn wezen dat geen enkel schepsel bezit. God is consciëntieus en verantwoordelijk in Zijn behandeling, benadering, management, bestuur van en heerschappij over elk object, persoon en levend wezen onder alle dingen die Hij heeft geschapen. Hij is hierin nooit onzorgvuldig geweest. Voor hen die goed zijn, is Hij genadig en vriendelijk; hen die slecht zijn, straft Hij meedogenloos, en voor de verschillende levende wezens creëert Hij passende regelingen op een tijdige en regelmatige manier overeenkomstig de verschillende eisen die op verschillende tijdstippen gelden voor de wereld van de mensheid, zodanig dat deze verschillende levende wezens worden gereïncarneerd volgens de rollen die zij op een ordelijke manier spelen, en zich op een ordelijke manier tussen de materiële wereld en de spirituele wereld verplaatsen.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 193

De dood van een levend wezen – de beëindiging van een fysiek leven – geeft aan dat het levende wezen is overgegaan van de materiële wereld naar de spirituele wereld, terwijl de geboorte van een nieuw fysiek leven aangeeft dat een levend wezen van de spirituele wereld is overgegaan naar de materiële wereld en is begonnen zijn rol op zich te nemen, zijn rol te spelen. Of het nu het vertrek of de aankomst van een wezen is, beide zijn onscheidbaar van het werk van de spirituele wereld. Wanneer iemand in de materiële wereld aankomt, heeft God in de spirituele wereld al passende regelingen getroffen en definities opgesteld wat betreft het gezin waar het wezen terecht komt, het gebied waar het zal aankomen, het uur waarop de aankomst zal plaatsvinden en de rol die iemand gaat spelen. Het hele leven van deze mens – de dingen die hij gaat doen, de wegen die hij zal gaan – voltrekt zich volgens de regelingen uit de spirituele wereld, zonder ook maar de geringste fout. Het moment waarop een fysiek leven eindigt en de manier en plaats waarop het eindigt zijn intussen ook duidelijk en herkenbaar voor de spirituele wereld. God regeert over de materiële wereld en Hij regeert over de spirituele wereld. Hij zal de normale cyclus van leven en dood van een ziel niet vertragen, noch kan Hij fouten begaan bij de regelingen met betrekking tot de cyclus van leven en dood van een ziel. Alle officiële wetsdienaars van de spirituele wereld voeren hun taken uit en doen dat wat ze moeten doen, volgens de instructies en regels van God. En zo, in de wereld van de mensheid, is elk materieel fenomeen dat door de mens wordt aanschouwd ordelijk en bevat geen chaos. Dit alles is vanwege Gods ordelijke heerschappij over alle dingen en omdat Gods gezag over alles heerst en alles waarover Hij heerst, omvat de materiële wereld waarin de mens leeft en bovendien de onzichtbare spirituele wereld achter de mensheid. En dus, als de mensheid een goed leven wil leiden en in een prettige omgeving wil leven, en daarnaast wil worden voorzien van de gehele zichtbare materiële wereld, dan dient de mens ook te worden voorzien van de spirituele wereld, die niemand kan zien en die namens de mensheid over elk levend wezen heerst en ordelijk is.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 194

De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen

We hebben zojuist de cyclus van leven en dood besproken van de eerste categorie, de ongelovigen. Laten we nu de cyclus van de tweede categorie bespreken, de verschillende gelovige mensen. “De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen” is ook een bijzonder belangrijk onderwerp en het is noodzakelijk dat jullie hier enig begrip van hebben. Laten we het eerst hebben over naar welke soorten geloof het “geloof” in “gelovige mensen” verwijst: Het verwijst naar jodendom, christendom, katholicisme, islam en boeddhisme, de vijf grote religies. Naast de ongelovigen vormen de mensen die in deze vijf religies geloven een groot deel van de wereldbevolking. Onder deze vijf religies zijn er maar weinig mensen die van hun geloof een carrière hebben gemaakt, maar toch hebben deze religies vele gelovigen. Deze gelovigen gaan naar een andere plek wanneer ze sterven. “Anders” dan wie? Dan de ongelovigen, de mensen die geen geloof hebben, waar we het net over hebben gehad. Nadat ze sterven, gaan de gelovigen van deze vijf religies ergens anders heen, een plek die anders is dan die van de ongelovigen. Maar het is hetzelfde proces. De spirituele wereld zal ook een oordeel over hen vellen gebaseerd op alles wat ze hebben gedaan voor ze stierven, waarop ze dienovereenkomstig zullen worden verwerkt. Maar waarom worden deze mensen ergens anders geplaatst om te worden verwerkt? Hiervoor is een belangrijke reden. En wat is die reden? Ik vertel het jullie aan de hand van een voorbeeld. Maar voor ik dat doe – jullie denken misschien bij jezelf: “Misschien is het omdat ze een beetje in God geloven! Ze zijn geen volledig ongelovigen.” Dit is niet de reden. Er is een heel belangrijke reden waarom ze ergens anders worden geplaatst.

Neem boeddhisme: laat me jullie een feit vertellen. Een boeddhist is allereerst iemand die is bekeerd tot het boeddhisme, en is iemand die weet wat zijn geloof is. Wanneer een boeddhist het haar afknipt en een monnik of non wordt, betekent dit dat hij of zij afscheid heeft genomen van de seculiere wereld en het rumoer van de wereld ver achter zich heeft gelaten. Elke dag reciteren ze de soetra’s en chanten de namen van de Boeddha’s, ze eten alleen vegetarisch voedsel, ze leiden ascetische levens en brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp. Ze brengen hun hele leven op deze wijze door. Wanneer hun fysieke leven eindigt, maken ze de som op van hun leven. In hun harten weten ze echter niet waar ze naar toe gaan nadat ze sterven, wie ze zullen ontmoeten en wat voor einde ze zullen hebben – in hun harten hebben ze geen duidelijkheid over deze dingen. Ze hebben niets meer gedaan dan hun hele leven vergezeld door een geloof blind door te brengen, waarna ze deze wereld verlaten vergezeld door blinde wensen en idealen. Zo is het einde van hun fysieke leven wanneer ze de wereld van de levenden verlaten en daarna keren ze terug naar hun oorspronkelijke plaats in de spirituele wereld. Of deze mensen worden gereïncarneerd om terug te keren naar de aarde en door te gaan met hun zelfontwikkeling is afhankelijk van hun gedrag en zelfontwikkeling voorafgaande aan hun overlijden. Als ze tijdens hun leven niets verkeerd hebben gedaan, worden ze snel gereïncarneerd en weer teruggezonden naar de aarde, waar ze opnieuw monnik of non zullen worden. Overeenkomstig de procedure tijdens de eerste keer, zullen hun fysieke lichamen zichzelf ontwikkelen, waarna ze overlijden en terugkeren naar de spirituele wereld, waar ze worden getoetst, waarna ze – als er geen problemen zijn – nogmaals terug kunnen keren tot de mensenwereld, zich nogmaals tot het boeddhisme bekeren en doorgaan met hun zelfontwikkeling. Nadat ze drie tot zeven keer zijn gereïncarneerd, zullen ze nogmaals terugkeren naar de spirituele wereld, naar de plek waar ze elke keer heengaan nadat hun fysieke leven is beëindigd. Als hun verschillende kwalificaties en gedrag in de mensenwereld in overeenstemming zijn met de hemelse bevelen van de spirituele wereld, zullen ze vanaf dit punt daar blijven. Ze zullen niet meer als mens reïncarneren, noch zullen ze enig risico lopen te worden gestraft voor kwaad dat ze op aarde zouden doen. Ze zullen dit proces nooit meer ervaren. In plaats daarvan zullen ze, overeenkomstig hun omstandigheden, een positie innemen in het spirituele rijk. Dit is wat boeddhisten het ‘bereiken van boeddhaschap’ noemen. Het bereiken van boeddhaschap betekent voornamelijk realisatie behalen als een functionaris in de spirituele wereld worden en daarna niet opnieuw reïncarneren of het gevaar lopen gestraft te worden. Bovendien betekent het niet langer meer de ergernis te hoeven ondergaan om weer mens te zijn na te zijn gereïncarneerd. Lopen ze nog steeds een kans om als dier te worden gereïncarneerd? (Nee.) Dit betekent dat ze blijven om een rol in de spirituele wereld op zich te nemen. Ze zullen niet meer worden gereïncarneerd. Dit is één voorbeeld van het bereiken van de realisatie van boeddhaschap in boeddhisme. Wat betreft degenen die geen realisatie bereiken – wanneer zij terugkeren naar de spirituele wereld worden ze onderzocht en geverifieerd door de relevante functionaris, die erachter komt dat ze tijdens hun leven niet toegewijd hebben gepraktiseerd of niet consciëntieus zijn geweest bij het reciteren van de soetra’s en het chanten van de namen van de Boeddha’s zoals voorgeschreven door het boeddhisme, maar integendeel veel slechte daden hebben gepleegd en zich hebben ingelaten met allerlei boosaardig gedrag. Dan zal er in de spirituele wereld een oordeel over hun kwaad worden geveld waarna ze zeker zullen worden gestraft. Wat dit betreft zijn er geen uitzonderingen. Wanneer kan een dergelijk persoon dus realisatie bereiken? In een leven waarin ze geen kwaad doen, waarbij na hun terugkeer in de spirituele wereld, wordt vastgesteld dat ze voor ze stierven niets fout hebben gedaan. Dan blijven ze reïncarneren, gaan door met het reciteren van de soetra’s en het chanten van de namen van de Boeddha’s, brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp, doden geen enkel levend wezen, eten geen vlees, nemen geen deel aan de mensenwereld, maar laten de problemen van die wereld ver achter zich en hebben geen geschillen met anderen. Tijdens dit proces doen ze geen kwaad, waarna ze terugkeren naar de spirituele wereld en nadat al hun handelingen en gedrag zijn onderzocht, worden ze nogmaals in de mensenwereld gezonden, in een cyclus van drie tot zeven keer. Als dit proces niet wordt verstoord dan zal hun bereiken van boeddhaschap onaangetast blijven en zal niet worden uitgesteld. Dit is een element van de cyclus van leven en dood van alle gelovige mensen: ze zijn in staat ‘realisatie te bereiken’ en een positie in te nemen in de spirituele wereld. Dit is wat hen onderscheidt van de ongelovigen. Allereerst, wat dient het gedrag te zijn van degenen die in staat zijn een positie in de spirituele wereld in te nemen wanneer ze op aarde leven? Ze mogen absoluut geen kwaad doen: ze mogen niet moorden, brandstichten, verkrachten of plunderen en wanneer ze fraude of bedrog plegen of stelen of roven, kunnen ze geen realisatie bereiken. Met andere woorden, als ze enige band of betrokkenheid hebben met het kwaad, zullen ze niet in staat zijn aan de bestraffing van de spirituele wereld te ontsnappen. De spirituele wereld maakt passende regelingen voor boeddhisten die boeddhaschap bereiken: ze worden misschien aangewezen om degenen waarvan blijkt dat ze in boeddhisme en de Man met de Baard in de Hemel geloven te besturen, en de boeddhisten krijgen een eigen jurisdictie, misschien besturen ze alleen de ongelovigen, of misschien worden ze een hele bescheiden wetsdienaar. Zo’n toewijzing geschiedt volgens de aard van deze zielen. Dit is een voorbeeld van het boeddhisme.

Onder de vijf religies waarover we hebben gesproken, is het christendom enigszins speciaal. Wat is er speciaal aan het christendom? Dit zijn mensen die in de ware God geloven. Hoe kunnen degenen die in de ware God geloven hier worden vermeld? Omdat het christendom een soort geloof is, heeft het zonder twijfel alleen te maken met geloof – het is een soort ceremonie, een soort religie, en iets dat apart staat van het geloof van degenen die God echt volgen. De reden waarom ik het christendom heb vermeld als een van de vijf grote religies is omdat het christendom is afgedaald tot hetzelfde niveau als het jodendom, het boeddhisme en de islam. De meeste christenen geloven niet dat er een God is of dat Hij over alle dingen regeert, laat staan dat ze geloven in Zijn bestaan. In plaats daarvan gebruiken ze de Schrift slechts om over theologie te spreken en gebruiken ze theologie om de mensen te onderwijzen vriendelijk te zijn, lijden te verdragen en goede dingen te doen. Dit is het soort religie dat het christendom is: een religie die zich slechts concentreert op theologische theorieën en absoluut niets te maken heeft met Gods werk van het managen en redden van de mens, een religie van degenen die God volgen die niet door God wordt erkend. Maar ook voor Zijn benadering van hen hanteert God een principe. Hij gaat niet terloops met ze om en behandelt ze niet willekeurig, op dezelfde manier als Hij de ongelovigen behandelt. Hij benadert ze op dezelfde manier als Hij de boeddhisten benadert. Wanneer een christen tijdens zijn leven zelfdiscipline toont, strikt gehoorzaamt aan de Tien Geboden en zich aan de wetten en bevelen houdt bij de eisen die hij stelt aan zijn eigen gedrag – en als hij dit zijn hele leven volhoudt – dan zal hij dezelfde tijd moeten besteden aan het doorlopen van de cycli van leven en dood voordat hij werkelijk de zogenaamde opname kan bereiken. Na deze opname te hebben bereikt blijven christenen in de spirituele wereld, waar ze een positie innemen en een van de wetsdienaars van de spirituele wereld worden. Evenzo, wanneer ze op aarde kwaad doen, als ze zondig zijn en te veel zonden begaan, is het onvermijdelijk dat ze in verschillende mate zullen worden gestraft en gedisciplineerd. In boeddhisme betekent het bereiken van realisatie het overgaan naar het Zuivere Land van Uiterste Gelukzaligheid, maar hoe wordt het in het christendom genoemd? Het wordt “de hemel binnengaan” of “opgenomen worden” genoemd. Degenen die werkelijk worden opgenomen, doorlopen ook de cyclus van leven en dood drie tot zeven keer, waarna ze, na te zijn overleden, naar de spirituele wereld komen, alsof ze in slaap zijn gevallen. Als ze voldoen aan de standaard kunnen ze blijven om een rol op zich te nemen en zullen, in tegenstelling tot de mensen op aarde, niet meer worden gereïncarneerd op een eenvoudige wijze of volgens de gebruikelijke manier.

Bij al deze religies is het einde waarover ze spreken en waar ze naar streven gelijk aan het bereiken van realisatie in het boeddhisme; deze ‘realisatie’ wordt echter op verschillende manieren bereikt. Ze zijn allemaal hetzelfde. Aan dit deel van de mensen die deze religies aanhangen, het deel dat in staat is zich bij hun gedrag strikt te houden aan religieuze voorschriften, geeft God een passende bestemming, een geschikte plek om heen te gaan, en behandelt ze op gepaste wijze. Dit is allemaal redelijk, maar het is niet zoals mensen zich het zich voorstellen, nietwaar? Hoe voelen jullie je nu jullie hebben gehoord over wat er met de mensen van het christendom gebeurt? Hebben jullie het gevoel dat hun vervelende situatie niet eerlijk is? Leven jullie met ze mee? (Een beetje.) Er is niets aan te doen – ze kunnen alleen zichzelf verwijten maken. Waarom zeg ik dit? Gods werk is waarheid, God leeft en is echt, en Zijn werk is gericht op de hele mensheid en elk individu. Waarom accepteren ze dit dan niet? Waarom verzetten ze zich zo heftig tegen God en vervolgen ze Hem? Ze mogen van geluk spreken dat ze zo’n einde hebben, dus waarom zouden jullie medelijden met hen hebben? Dat ze op deze manier worden behandeld, toont een grote mate van tolerantie. Uitgaande van de mate waarin ze zich tegen God verzetten, zouden ze moeten worden vernietigd – toch doet God dit niet en behandelt Hij het christendom slechts op dezelfde manier als een gewone religie. Is het dus noodzakelijk om het tot in detail over de andere religies te hebben? Het ethos van al deze religies is dat mensen meer ellende moeten verdragen, geen kwaad doen, goede daden verrichten, anderen niet vervloeken, niet over anderen oordelen, zichzelf afzijdig houden van twisten, en goede mensen zijn – zo zijn de meeste religieuze onderwijzingen. Daarom, als deze gelovige mensen – deze mensen van verschillende religies en denominaties – in staat zijn zich strikt te houden aan religieuze voorschriften, dan zullen ze geen grote fouten of zonden begaan in de tijd dat ze op aarde zijn en zullen deze mensen, de mensen die in staat zijn om zich strikt te houden aan de religieuze voorschriften, na drie tot zeven keer te zijn gereïncarneerd over het algemeen genomen blijven om een rol op te nemen in de spirituele wereld. Zijn er veel van zulke mensen? (Nee, er zijn er niet veel.) Waar is je antwoord op gebaseerd? Het is niet eenvoudig om goed te doen of je te houden aan religieuze regels en wetten. Boeddhisme staat mensen niet toe vlees te eten – zou je dat kunnen? Als je grijze gewaden zou moeten dragen en de hele dag soetra’s moest reciteren en de namen van de Boeddha’s moest chanten in een boeddhistische tempel, zou je dat kunnen doen? Het zou niet makkelijk zijn. Het christendom heeft de Tien Geboden, de geboden en de wetten, is het eenvoudig je daaraan te houden? Nee, dat is het niet! Neem bijvoorbeeld dat je anderen niet mag vervloeken: Mensen zijn niet in staat zich aan deze regel te houden. Ze kunnen zich niet beheersen en vloeken – en nadat ze hebben gevloekt kunnen ze het niet meer terugnemen, dus wat doen ze dan? Ze biechten ‘s avonds hun zonden op. Soms is er nadat ze anderen hebben vervloekt nog steeds haat in hun harten en gaan ze zelfs zover dat ze plannen maken om hen kwaad te doen. Samengevat, voor degenen die onder dit dode dogma leven is het niet eenvoudig niet te zondigen of kwaad te doen. En dus zijn er in elke religie maar een handjevol mensen die in staat zijn om werkelijk realisatie te bereiken. Je denkt dat, omdat er zo veel mensen zijn die deze religies aanhangen, er ook wel velen zullen zijn die blijven om een rol op zich te nemen in het spirituele rijk. Maar er zijn er niet zo veel, slechts enkelen zijn in staat dit te bereiken. Dit is het in grote lijnen wat betreft de cyclus van leven en dood van gelovige mensen. Wat hen onderscheidt, is dat ze realisatie kunnen bereiken, en dit onderscheidt hen van ongelovigen.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 195

De cyclus van leven en dood van Gods volgelingen

Laten we het vervolgens hebben over de cyclus van leven en dood van degenen die God volgen. Dit gaat over jullie, let dus op. Denk er allereerst over na in welke categorieën mensen die God volgen kunnen worden onderverdeeld. (Gods uitverkoren mensen en dienstdoeners.) Er zijn er twee: Gods uitverkoren mensen en dienstdoeners. Laten we het eerst hebben over de door God uitverkoren mensen, waarvan er slechts enkelen zijn. Waar verwijst “de door God uitverkoren mensen” naar? Nadat God alle dingen had geschapen en de mensheid er was, selecteerde God een groep mensen die Hem volgde. Dezen worden eenvoudigweg “de door God uitverkoren mensen” genoemd. Gods uitverkiezing van deze mensen heeft een speciale reikwijdte en betekenis. De reikwijdte is speciaal omdat die beperkt was tot een paar uitverkorenen die moeten komen wanneer God belangrijk werk doet. En wat is de betekenis? Aangezien zij een groep vormden die door God was uitverkozen, is de betekenis groot. Dat wil zeggen, God wil deze mensen compleet maken en hen vervolmaken en zal, nadat Zijn managementwerk is volbracht, deze mensen winnen. Is deze betekenis niet enorm? Derhalve zijn deze uitverkoren mensen van groot belang voor God, want zij zijn degenen die God van plan is te winnen. Terwijl de dienstdoeners – laten we even afstappen van Gods voorbestemming en het eerst hebben over hun afkomst. De letterlijke betekenis van ‘dienstdoener’ is iemand die dienst doet. Degenen die dienst doen, doen dit tijdelijk. Ze doen het niet voor lange tijd, niet voor altijd, maar worden tijdelijk ingehuurd of aangenomen. De meesten van hen worden gekozen uit de ongelovigen. Ze komen naar de aarde wanneer het bevel wordt uitgevaardigd dat ze de rol van dienstdoener in Gods werk op zich zullen nemen. Het kan zijn dat ze in hun vorige leven een dier waren, maar het kan ook zijn dat ze een van de ongelovigen waren. Zodanig zijn de afkomsten van de dienstdoeners.

Laten we terugkeren naar de door God uitverkoren mensen. Wanneer de door God uitverkoren mensen sterven, gaan ze naar een compleet andere plek dan de ongelovigen en de verschillende gelovige mensen. Het is een plek waar ze worden vergezeld door engelen en Gods boodschappers, een plek die persoonlijk wordt bestuurd door God. Hoewel de door God uitverkoren mensen op deze plek God niet met hun eigen ogen kunnen aanschouwen, is het toch anders dan welke andere plek in het spirituele rijk dan ook. Het is een plek waar dit deel van de mensen heengaat na hun overlijden. Wanneer zij sterven, worden ook zij onderworpen aan een streng onderzoek door Gods boodschappers. En wat wordt er onderzocht? Gods boodschappers onderzoeken de paden die deze mensen gedurende hun levens hebben genomen bij hun geloof in God, of ze zich tijdens deze periode wel of niet ooit tegen God hebben verzet, Hem hebben vervloekt, en of ze wel of niet ernstige zonden of kwaad hebben begaan. Dit onderzoek beantwoordt de vraag of deze mens vertrekt of blijft. Waar verwijst ‘vertrekken’ naar? En waar verwijst ‘blijven’ naar? ‘Vertrekken’ verwijst naar de vraag of ze, gebaseerd op hun gedrag, tot de gelederen van Gods uitverkorenen blijven behoren. ‘Blijven’ verwijst naar het feit dat ze tot de mensen blijven behoren die door God tijdens de laatste dagen compleet gemaakt worden. Voor degenen die blijven heeft God speciale regelingen getroffen. Tijdens elke periode van Zijn werk zal God zulke mensen zenden om op te treden als apostelen of om te werken aan het opwekken of bedienen van de kerken. De mensen die in staat zijn zulk werk te doen, worden echter niet zo vaak gereïncarneerd als de ongelovigen die elke keer opnieuw worden geboren. In plaats daarvan keren zij terug naar de aarde overeenkomstig de behoeften en stappen van Gods werk. Zij behoren niet tot degenen die vaak worden gereïncarneerd. Zijn er dus regels die bepalen wanneer ze worden gereïncarneerd? Komen ze eens in de paar jaar? Komen ze zo vaak? Nee, zo vaak komen ze niet. Dit is gebaseerd op Gods werk, op de stappen van Zijn werk en Zijn behoeften. Er zijn geen regels. De enige regel is dat wanneer God de laatste fase van Zijn werk uitvoert tijdens de laatste dagen, deze mensen allen zullen komen. Wanneer zij allen komen, zal dit de laatste keer zijn dat ze worden gereïncarneerd. En waarom is dat zo? Dit is gebaseerd op het resultaat dat wordt bereikt tijdens de laatste fase van Gods werk – want tijdens de laatste fase van het werk zal God deze uitverkoren mensen geheel compleet maken. Wat betekent dit? Wanneer, tijdens de laatste fase, deze mensen compleet worden gemaakt en vervolmaakt, zullen ze niet meer zoals eerder worden gereïncarneerd. Het proces van het menselijk zijn zal volledig tot een einde komen net als het proces van reïncarnatie. Dit heeft betrekking op degenen die zullen blijven. Waar gaan degenen die niet kunnen blijven naartoe? Degenen die niet kunnen blijven, hebben een gepaste plek om naar toe te gaan. Allereerst, als gevolg van hun kwaad, de fouten die ze hebben gemaakt en de zonden die ze hebben begaan, worden ook zij gestraft. Nadat ze zijn gestraft zendt God ze uit onder de ongelovigen, zoals dat past bij de omstandigheden. Hij regelt het zo dat ze onder de ongelovigen zullen zijn, of anders onder de verschillende gelovige mensen. Dat wil zeggen: er zijn twee mogelijke omstandigheden voor hen: De ene is wellicht na de bestraffing onder de mensen van een bepaalde religie te leven wanneer ze gereïncarneerd worden, de andere is een ongelovige te worden. Als ze een ongelovige worden, verliezen ze al hun kansen. Terwijl ze, wanneer ze een gelovige worden – als ze bijvoorbeeld een christen worden – nog steeds de kans hebben terug te keren tot de gelederen van de door God uitverkoren mensen. Dit heeft vele complexe kanten. In het kort: wanneer een van de door God uitverkoren mensen iets doet dat God beledigt, zullen ze net als alle andere mensen worden bestraft. Neem bijvoorbeeld Paulus, waarover we eerder hebben gesproken. Paulus is een voorbeeld van degenen die worden bestraft. Krijgen jullie een idee waar ik het over heb? Is de omvang van de door God uitverkoren mensen vastgesteld? (Voor het grootste deel wel.) Het grootste deel is vastgesteld, maar een klein gedeelte niet. Waarom is dat zo? Ik heb hier verwezen naar de meest voor de hand liggende reden: kwaad doen. Wanneer ze kwaad doen, wil God ze niet, en wanneer God ze niet wil, werpt Hij ze tussen de verschillende rassen en mensensoorten, iets dat ze zonder hoop laat en het hen moeilijk maakt terug te keren. Dit heeft allemaal te maken met de cyclus van leven en dood van de door God uitverkoren mensen.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 196

Vervolgens komt de cyclus van leven en dood van de dienstdoeners aan de beurt. We hebben het net gehad over de afkomst van de dienstdoeners, dat wil zeggen, zij zijn gereïncarneerd uit ongelovigen en dieren in hun vorige levens. Met de komst van de laatste fase van het werk heeft God uit de ongelovigen een groep van zulke mensen gekozen, en dit is een bijzondere groep. Gods doel met het kiezen van zulke mensen is dat ze Zijn werk dienen. ‘Dienst’ is geen woord dat erg elegant klinkt, noch is het iets dat ook maar iemand uit zichzelf bereid zou zijn om te doen, maar we moeten kijken tot wie het is gericht. Het bestaan van Gods dienstdoeners heeft een speciale betekenis. Niemand anders zou hun rol kunnen spelen, want ze zijn door God gekozen. En wat is de rol van deze dienstdoeners? Om de door God uitverkoren mensen te dienen. Over het algemeen gesproken is hun rol Gods werk te dienen, samen te werken met Gods werk, en samen te werken met Gods voltooiing van Zijn uitverkoren mensen. Los van het feit of ze arbeiden, wat werk doen of bepaalde taken uitvoeren – wat is de eis die God aan deze mensen stelt? Stelt Hij hen bijzonder hoge eisen? (Nee, God vraagt ze loyaal te zijn.) Dienstdoeners dienen ook loyaal te zijn. Ongeacht je afkomst, of waarom God je heeft uitgekozen, moet je loyaal zijn aan God, aan wat God je heeft opgedragen en aan het werk waar je verantwoordelijk voor bent en de taak die je uitvoert. Wat zal dan het einde zijn van dienstdoeners als ze in staat zijn loyaal te zijn en God tevreden te stellen? Ze zullen kunnen blijven. Is het een zegen om een dienstdoener te zijn die blijft? Wat betekent het om te blijven? Wat betekent deze zegening? Wat betreft hun status lijken ze niet op de door God uitverkoren mensen, ze lijken van hen te verschillen. Echter, is waar ze in dit leven van genieten niet in feite hetzelfde als waar de door God uitverkoren mensen van genieten? Het is op z’n minst in dit leven hetzelfde. Jullie ontkennen dit niet, nietwaar? Gods uitspraken, Gods genade, Gods voorziening en Gods zegeningen – wie geniet er niet van deze dingen? Iedereen geniet van deze overvloed. De identiteit van een dienstdoener is dienstdoener, maar voor God zijn ze een van al de dingen die Hij geschapen heeft – het is simpelweg zo dat hun rol die van dienstdoener is. Zijnde één van Gods schepsels, is er verschil tussen een dienstdoener en de door God uitverkoren mensen? In feite is er geen verschil. In naam is er een verschil, in wezen is er een verschil, wat betreft de rol die ze spelen is er een verschil, maar God discrimineert deze mensen niet. Waarom worden deze mensen dan gedefinieerd als dienstdoeners? Jullie zouden dit moeten begrijpen. De dienstdoeners zijn afkomstig uit de ongelovigen. Het noemen van de ongelovigen maakt ons duidelijk dat hun verleden slecht is: Ze zijn allemaal atheïsten, in hun verleden waren ze atheïsten, ze geloofden niet in God en ze stonden vijandig tegenover God, de waarheid en positieve dingen. Ze geloofden niet in God en geloofden niet dat er een God is. Kunnen ze dus Gods woorden begrijpen? Je kunt wel zeggen dat ze dat ze daartoe voor het grootste deel niet in staat zijn. Net als dieren niet in staat zijn menselijke woorden te begrijpen, zo begrijpen de dienstdoeners niet wat God zegt, wat Hij eist en waarom Hij zulke eisen stelt – ze begrijpen het niet, deze dingen zijn voor hen onbevattelijk, ze blijven onverlicht. Om deze reden bezitten deze mensen het leven waarover we hebben gesproken niet. Kunnen mensen de waarheid begrijpen zonder leven? Zijn ze uitgerust met de waarheid? Zijn ze uitgerust met de ervaring en kennis van Gods woorden? (Nee.) Zodanig zijn de afkomsten van de dienstdoeners. Maar omdat God deze mensen tot dienstdoeners maakt, gelden er nog steeds standaarden voor de eisen die Hij hen stelt. Hij kijkt niet op ze neer en behandelt ze niet plichtmatig. Hoewel ze Zijn woorden niet verstaan en ze zonder leven zijn, is God toch vriendelijk tegenover hen en gelden er nog steeds standaarden voor de eisen die Hij hen stelt. Jullie spraken zojuist over deze standaarden: loyaal zijn aan God en doen wat Hij zegt. In je dienst moet je dienen waar dit nodig is en dienen helemaal tot het einde. Als je een loyale dienstdoener kunt zijn, in staat bent tot het allerlaatst te dienen en de opdracht die je door God is toevertrouwd kunt vervullen, dan zul je een waardevol leven leven, en zul je aldus in staat zijn te blijven. Als je je nog een beetje harder inspant, als je nog beter je best doet, je inspanningen God te kennen verdubbelt, een beetje kunt spreken over de kennis van God, kunt getuigen van God en bovendien iets van Gods wil kunt begrijpen, kunt meewerken aan Gods werk en je enigszins bewust bent van Gods wil, dan kan je lot, het lot van deze dienstdoener, veranderen. En wat zal deze verandering van je lot inhouden? Je zult niet langer alleen maar in staat zijn te blijven. Op basis van je gedrag en je persoonlijke aspiraties en streven zal God je tot een van zijn uitverkorenen maken. Zo zal je lot veranderen. Wat is het beste aspect van dit alles voor dienstdoeners? Dat ze een van de door God uitverkoren mensen kunnen worden. Als ze een van de door God uitverkoren mensen worden, het betekent dat ze niet langer worden gereïncarneerd als een dier zoals een ongelovige. Is dat goed? Dat is het, en het is goed nieuws. Dat wil zeggen dat dienstdoeners kunnen worden omgevormd. Het is niet zo dat een dienstdoener, wanneer God hem voorbestemd om te dienen, dit voor altijd zal doen. Dat is niet noodzakelijkerwijs het geval. God zal hen op basis van hun individuele gedrag verschillend behandelen en antwoorden.

Er zijn echter dienstdoeners die niet in staat zijn tot het einde toe te dienen. Er zijn er die tijdens hun dienst, halverwege, opgeven en God verloochenen, er zijn er die veel slechte dingen doen, en er zijn er zelfs die enorm veel kwaad veroorzaken en enorme schade toebrengen aan Gods werk, er zijn zelfs dienstdoeners die God vervloeken, enzovoort – en wat hebben deze niet te herstellen gevolgen te betekenen? Elk van deze kwaadaardige handelingen betekent het einde van hun dienst. Omdat je gedrag tijdens je dienst te slecht was, omdat je de regels hebt overtreden, zal God wanneer Hij ziet dat je dienst niet aan de eisen voldoet, je het recht om te dienen ontnemen, Hij zal je niet langer laten dienen, Hij zal je van voor Zijn aangezicht en uit het huis van God laten verdwijnen. Is het niet zo dat je niet wilt dienen? Wil je niet altijd kwaad doen? Ben je niet altijd ontrouw? Welnu, er is een eenvoudige oplossing: je recht om te dienen, zal je worden ontnomen. Voor God betekent het een dienstdoener ontnemen van zijn recht om te dienen dat het einde van deze dienstdoener is geproclameerd, en dat hij niet langer geschikt is om God te dienen. God heeft zijn dienst niet langer nodig. Wat voor aardige dingen ze ook zeggen, deze woorden zullen vergeefs zijn. Wanneer de dingen dit punt hebben bereikt, zal deze situatie niet meer hersteld kunnen worden. Voor zulke dienstdoeners zal er geen weg terug zijn. En hoe gaat God om met zulke dienstdoeners? Belet Hij hen slechts te dienen? Nee. Belet Hij hen slechts te blijven? Of plaatst Hij ze apart en wacht Hij tot ze zich bekeren? Dat doet Hij niet. God is eerlijk gezegd niet zo liefdevol ten opzichte van de dienstdoeners. Als een mens zo’n houding aanneemt tijdens zijn dienst aan God zal God, als gevolg van deze houding, hem zijn recht te dienen ontnemen en zal hem nogmaals onder de ongelovigen terugwerpen. En wat is het lot van een dienstdoener die is teruggeworpen onder de ongelovigen? Het is hetzelfde lot als dat van de ongelovigen: te worden gereïncarneerd als een dier en in de spirituele wereld de bestraffing van de ongelovigen te ontvangen. God zal niet persoonlijk toezien op hun bestraffing, want ze hebben geen enkele relevantie meer voor Gods werk. Dit is niet alleen het einde van hun leven van geloof in God, maar ook het einde van hun eigen lot, de proclamatie van hun lot. Als dienstdoeners dus slecht dienstdoen, zullen ze zelf de gevolgen moeten dragen. Als een dienstdoener niet in staat is tot het eind toe te dienen, of zijn recht om te dienen hem halverwege wordt ontnomen, dan wordt hij onder de ongelovigen geworpen – en als ze onder de ongelovigen worden geworpen, zullen ze op dezelfde manier worden behandeld als vee, op dezelfde manier als mensen zonder verstand of rationaliteit. Wanneer ik het zo stel begrijpen jullie het, nietwaar?

Zoals hierboven beschreven ziet Gods behandeling van de cyclus van leven en dood van de door God uitverkoren mensen en de dienstdoeners eruit. Hoe voelen jullie je na dit te hebben gehoord? Heb ik ooit gesproken over het onderwerp waar ik het zojuist over heb gehad, het onderwerp van de door God uitverkoren mensen en de dienstdoeners? Eigenlijk wel, maar jullie kunnen het je niet herinneren. God is rechtvaardig tegenover de door Hem uitverkoren mensen en de dienstdoeners. Hij is in alle opzichten rechtvaardig, nietwaar? Kun je ook maar ergens een tekortkoming vinden? Zijn er mensen die zullen zeggen: “Waarom is God zo tolerant ten opzichte van de uitverkorenen? En waarom is Hij slechts een beetje zachtmoedig ten opzichte van de dienstdoeners?” Is er iemand die op wil komen voor de dienstdoeners? “Kan God de dienstdoeners niet meer tijd geven en zachtmoediger en toleranter ten opzichte van hen zijn?” Zijn deze woorden juist? (Nee, dat zijn ze niet.) En waarom zijn ze niet juist? (Omdat het feit dat we tot dienstdoeners zijn gemaakt eigenlijk al een gunst is.) Het feit dat ze dienstdoeners mogen zijn is eigenlijk al een gunst! Waar zouden de dienstdoeners zijn zonder de term ‘dienstdoeners’ en zonder het werk van dienstdoeners? Onder de ongelovigen, levend en stervend met het vee. Wat een grote genade genieten ze momenteel, nu ze voor God mogen verschijnen en naar het huis van God mogen komen! Dit is een geweldige genade! Als God je niet deze gelegenheid had geboden te dienen, zou je nooit de kans hebben gehad voor God te verschijnen. Op z’n zachtst gezegd, zelfs als je iemand bent die boeddhist is en verwezenlijking hebt bereikt kun je hoogstens een loopjongen in de spirituele wereld worden. Je zult God nooit ontmoeten, nooit Zijn stem of Zijn woorden horen, Zijn liefde en zegeningen voor je voelen, en je zult nooit van aangezicht tot aangezicht met Hem komen te staan. Het enige wat boeddhisten te doen staat, is het uitvoeren van eenvoudige taken. Ze kunnen God onmogelijk kennen en slechts blind meewerken en gehoorzamen, terwijl de dienstdoeners zoveel meer ontvangen tijdens deze fase van het werk! Allereerst kunnen zij van aangezicht tot aangezicht met God komen te staan, Zijn stem horen, Zijn woorden horen en de zegeningen en genade die Hij mensen schenkt, ervaren. Voorts kunnen ze genieten van de woorden en waarheden die door God zijn geschonken. Dienstdoeners hebben er werkelijk zo veel baat bij! Dus, als je als dienstdoener zelfs niet de juiste inspanning kunt leveren, zou God je dan toch behouden? Hij kan je niet behouden. Hij vraagt niet veel van je, maar je doet toch niets van wat Hij je netjes vraagt, je hebt je niet aan je plicht gehouden – en dus kan God je, zonder enige twijfel, niet behouden. Zo is Gods rechtvaardige gezindheid. God vertroetelt je niet, maar discrimineert je ook niet. Zo zijn de principes waarnaar Hij handelt. God behandelt alle mensen en schepsels op deze manier.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 197

Wanneer de verschillende wezens daar iets fout doen, als ze hun werk niet goed doen, dan beschikt God ook over de overeenkomstige hemelse bevelschriften en decreten om hen onder handen te nemen – dit is absoluut. Zo zijn er tijdens het verschillende duizenden jaren durende managementwerk van God sommige wetsdienaars die kwaad hebben begaan, vernietigd, en sommige worden tot op de dag van vandaag vastgehouden en bestraft. Dit is iets wat elk wezen in de spirituele wereld voor ogen dient te houden. Als ze iets fout doen of kwaad begaan, worden ze bestraft – dit is gelijk aan Gods benadering van de door God uitverkoren mensen en de dienstdoeners. En de principes waarna God handelt veranderen dus niet, of het nu in de spirituele wereld of de materiële wereld is. Ongeacht of je Gods handelingen nu kunt zien of niet, hun principes veranderen niet. God heeft altijd dezelfde principes gehanteerd in Zijn benadering van alle dingen en in Zijn omgang met alle dingen. Dit is onveranderlijk. God zal vriendelijk zijn jegens degenen onder de ongelovigen die relatief fatsoenlijk leven en zal kansen bewaren voor degenen in elke religie die zich goed gedragen en geen kwaad begaan en hen toestaan hun rol te vervullen bij alle dingen die door God worden bestuurd en te doen wat ze behoren te doen. Op dezelfde wijze zal God, overeenkomstig Zijn principes, niemand discrimineren onder degenen die God volgen, onder Zijn uitverkoren mensen. Hij is vriendelijk jegens eenieder die in staat is Hem oprecht te volgen en heeft eenieder die Hem oprecht volgt, lief. Het is alleen zo dat wat Hij deze verschillende soorten mensen – de ongelovigen, de verschillende gelovige mensen en de door God uitverkoren mensen – doet toekomen verschillend is. Neem de ongelovigen: Hoewel ze niet in God geloven en God hen als vee beschouwt, hebben ze toch allemaal voedsel om te eten, een plek voor zichzelf en een normale cyclus van leven en dood. Degenen die kwaad doen worden gestraft en degenen die goed doen worden gezegend en ontvangen Gods goedheid. Is dat niet zoals het is? Wat de gelovige mensen betreft, als ze in staat zijn zich reïncarnatie na reïncarnatie strikt te houden aan de religieuze voorschriften, dan zal God zich na al deze reïncarnaties uiteindelijk over hen uitspreken. Hetzelfde geldt vandaag de dag voor jullie, of jullie nu tot de door God uitverkoren mensen behoren of dienstdoeners zijn, God zal jullie ook in lijn brengen en jullie einde vaststellen overeenkomstig de regels en bestuurlijke decreten die Hij heeft vastgesteld. Wat betreft deze verschillende soorten mensen – de verschillende soorten gelovige mensen die tot verschillende religies behoren – heeft God ze leefruimte gegeven? Waar is het jodendom? Heeft God zich met hun geloof bemoeid? Dat heeft Hij niet, nietwaar? En hoe zit het met het christendom? Ook daar heeft Hij zich niet mee bemoeid. Hij laat hen bij hun eigen procedures leven, Hij spreekt niet met hen, schenkt ze geen enkele verlichting en openbaart hen bovendien niets: “Als je denkt dat het juist is, geloof dan op deze manier.” De katholieken geloven in Maria en dat het via Maria was dat het nieuws werd doorgegeven aan Jezus, dat is hun vorm van geloof. Heeft God ooit hun geloof gecorrigeerd? God geeft hen de vrije teugels, Hij schenkt geen aandacht aan hen en biedt hen een bepaalde ruimte om in te leven. Is Hij ook zo ten opzichte van de moslims en de boeddhisten? Hij heeft ook voor hen grenzen vastgesteld en laat hen een eigen plek om te leven hebben, zonder dat Hij zich met hun respectievelijke geloven bemoeit. Alles is keurig geordend. En wat maken jullie uit dit alles op? Dat God gezag heeft, maar Hij Zijn gezag niet misbruikt. God organiseert alles perfect, Hij is methodisch en hierin ligt Zijn wijsheid en almacht.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 198

De identiteit en status van God Zelf

God is die Ene die heerst over alle dingen en alle dingen bestuurt. Hij heeft alles wat er is geschapen, Hij bestuurt alles wat er is, heerst over alles wat er is en zorgt voor alles wat er is. Dit is de status van God en de identiteit van God. Voor alle dingen en alles wat er is, is Gods ware identiteit die van de Schepper en de Heerser over alle dingen. Dit is de identiteit die God bezit, en Hij is uniek onder alle dingen. Geen van Gods schepsels – of ze nu onder de mensheid leven of in de spirituele wereld – kan op enige manier Gods identiteit en status imiteren of er de plaats van innemen, noch er enig excuus voor aanvoeren dit te proberen te doen, want er is er slechts één onder alle dingen die deze identiteit, deze kracht, dit gezag en dit vermogen om over alle dingen te heersen bezit: onze unieke God Zelf. Hij leeft en beweegt zich onder alle dingen. Hij kan opstijgen tot de hoogste plaats, boven alle dingen, en Hij kan Zichzelf vernederen door een mens te worden, een van degenen van vlees en bloed te worden, van aangezicht tot aangezicht te komen met mensen en met hen wel en wee te delen. Tegelijkertijd beveelt Hij over alles wat er is, en bepaalt het lot van alles wat er is en in welke richting het beweegt. Bovendien stuurt Hij het lot van de mensheid en de richting van de mensheid. Een God als deze moet worden aanbeden, gehoorzaamd en gekend door alle levende wezens. En dus, ongeacht tot welke groep en welk type onder de mensheid je behoort, is geloven in God, God volgen, God vereren, Gods regering accepteren en Gods regelingen voor je lot aanvaarden, de enige keuze, en de noodzakelijke keuze, voor elk mens, voor elk levend wezen. In Gods uniciteit zien mensen dat Zijn gezag, Zijn rechtvaardige gezindheid, Zijn wezen en de middelen waarmee Hij voor alle dingen zorgt alle uniek zijn. Zijn uniciteit bepaalt de ware identiteit van God Zelf, en het stelt ook Zijn status vast. En als er dus onder alle schepsels enig levend wezen, in de spirituele wereld of onder de mensheid, Gods plaats zou willen innemen of Hem zou proberen te imiteren, dan zou dat onmogelijk zijn. Dit is een feit. Wat zijn de eisen die zo’n Schepper en Heerser, die de identiteit, de macht en de status van God Zelf heeft, aan de mensheid stelt? Dit zou voor iedereen duidelijk moeten zijn en zou iedereen moeten onthouden. Het is heel belangrijk voor zowel God als mens!

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 199

De verschillende houdingen van de mensheid tegenover God

Hoe mensen zich tegenover God gedragen, beslist hun lot en beslist hoe God zich tegenover hen gedraagt en met hen omgaat. Op dit punt ga ik jullie een paar voorbeelden geven van hoe mensen zich tegenover God gedragen. Laten we eens ingaan op de vraag of het gedrag en de houdingen die ze aannemen tegen God juist zijn of niet. Laten we eens kijken naar het gedrag van de volgende zeven typen mensen:

1) Er is één type mens van wie het gedrag tegenover God in het bijzonder absurd is. Dit type mens denkt dat God als een Bodhisattva of heilige uit de menselijke overlevering is, iemand die het nodig heeft dat mensen drie keer buigen wanneer ze elkaar ontmoeten en wierook moeten branden nadat ze hebben gegeten. En dus wanneer ze in hun harten God dankbaar zijn voor Zijn genade en God erkentelijk zijn, ervaren ze vaak zo’n impuls. Ze willen zo graag dat de God waarin ze geloven vandaag de dag, net als de heilige waar ze in hun harten naar verlangen, het gedrag tegenover Hem kan accepteren, het gedrag waarbij ze drie keer buigen wanneer ze elkaar ontmoeten en wierook branden na het eten.

2) Sommige mensen zien God als een levende Boeddha die in staat is al de levenden weg te houden van het lijden en hen te redden. Ze zien God als een levende Boeddha die hen weg kan voeren van de zee van lijden. Het geloof in God van deze mensen is het aanbidden van God als een Boeddha. Hoewel ze geen wierook branden, zich buigen of offergaven schenken, is hun God in hun harten gewoon net als een Boeddha, een God die alleen vraagt dat ze vriendelijk en vrijgevig zijn, dat ze geen levend wezen doden, anderen niet vervloeken, een leven leiden dat eerlijk lijkt, en niets kwaads doen – uitsluitend deze dingen. Dit is de God in hun harten.

3) Sommige mensen aanbidden God als een iemand die geweldig of beroemd is. Ze kopiëren bijvoorbeeld alle manieren waarop deze geweldige persoon graag spreekt, met welke intonatie hij spreekt, welke woorden en vocabulaire hij gebruikt, zijn toon, zijn handgebaren, zijn overtuigingen en acties, zijn houding – ze kopiëren ze allemaal, en het zijn deze dingen die ze volledig moeten leren beheersen bij hun geloof in God.

4) Sommige mensen zien God als een monarch. Ze voelen dat Hij boven alles verheven is en niemand durft Hem te beledigen – en als ze dat toch doen, zullen ze worden bestraft. Ze aanbidden zo’n monarch, omdat monarchen een bepaalde plaats in hun harten innemen. De gedachten, het gedrag, gezag en de natuur van de monarchen – zelfs hun interesses en persoonlijk leven – alles wordt iets dat deze mensen moeten begrijpen, kwesties en zaken waar ze zich zorgen over maken, en dus aanbidden ze God als een monarch. Zo’n vorm van geloof is belachelijk.

5) Sommige mensen hebben een bijzonder geloof in het bestaan van God, een geloof dat diep en standvastig is. Omdat hun kennis van God zo oppervlakkig is en ze niet veel ervaring hebben met de woorden van God, aanbidden ze Hem als een afgod. Hun afgod is de God in hun harten. Het is iets dat ze moeten vrezen en waar ze zich voor moeten neerbuigen, iets dat ze moeten navolgen en nadoen. Ze zien God als een afgod, een afgod die ze hun hele leven moeten navolgen. Ze kopiëren de toon waarop God spreekt en van buiten kopiëren ze degenen die God liefheeft. Ze doen vaak dingen die naïef, puur en eerlijk lijken en ze volgen hun afgod zelfs als een partner of compagnon die ze nooit kunnen verlaten. Dit is hun vorm van geloof.

6) Er zijn ook sommige mensen die, hoewel ze veel van Gods woorden hebben gelezen en veel preken hebben gehoord, in hun hart toch voelen dat het enige principe dat hun gedrag tegenover God zou moeten bepalen is dat ze altijd onderdanig en kruiperig moeten zijn, of anders God moeten loven en prijzen op een manier die onrealistisch is. Ze geloven dat God een God is die van hen eist dat ze zich op zo’n manier gedragen en ze geloven dat als ze dit niet zo doen, ze op elk moment Zijn woede kunnen uitlokken of tegen Hem zondigen, en dat God hen als gevolg van het zondigen zal bestraffen. Zo is de God in hun harten.

7) En dan is er ook nog de meerderheid van de mensen, deze mensen vinden spirituele voeding in God. Omdat ze in deze wereld leven, kennen ze geen vrede of geluk en vinden ze nergens troost. Nadat ze God hebben gevonden, wanneer ze Zijn woorden hebben gezien en gehoord, zijn ze in hun harten heimelijk blij en opgetogen. Dit is omdat ze geloven dat ze eindelijk een plek hebben gevonden die ze gelukkig maakt, dat ze eindelijk een God hebben gevonden die hen spirituele voeding zal geven. Nadat ze God hebben aanvaard en begonnen zijn Hem te volgen, worden ze gelukkig, worden hun levens vervuld, zijn ze niet langer als de ongelovigen die door het leven slaapwandelen als dieren, en ze voelen dat ze in het leven iets hebben om naar uit te kijken. Aldus denken ze dat deze God hun spirituele behoeften kan bevredigen en zowel het verstand als de geest grote vreugde kan schenken. Zonder het zich te realiseren, kunnen ze deze God die hen spiritueel voedsel geeft en hun geest en hele familie geluk schenkt, niet meer verlaten. Ze geloven dat het geloof in God niets meer hoeft te doen dan hen te voorzien van spiritueel voedsel.

Bestaan de houdingen tegenover God van de verschillende typen mensen die hierboven zijn genoemd onder jullie? (Dat doen ze.) Als in iemands hart, in zijn geloof in God, een van deze houdingen schuilgaat, is zo iemand dan werkelijk in staat voor God te komen? Als in iemands hart een van deze houdingen schuilgaat, gelooft hij dan in God? Geloven ze in de unieke God Zelf? (Nee.) Aangezien je niet in de unieke God Zelf gelooft, in wie geloof je dan? Als waar je in gelooft niet de unieke God Zelf is, dan is het mogelijk dat je in een afgod, een geweldig mens of een Bodhisattva gelooft, of dat je de Boeddha in je hart aanbidt. Bovendien is het mogelijk dat je in een gewoon mens gelooft. Samengevat, vanwege de verschillen vormen van geloof en houdingen van mensen tegenover God, plaatsen mensen de God van hun eigen waarneming in hun hart, ze leggen God hun voorstelling op, ze plaatsen hun houdingen en voorstellingen over God naast de unieke God Zelf en houden ze daarna omhoog om te worden gewijd. Wat betekent het wanneer mensen zulke ongepaste houdingen hebben tegenover God? Het betekent dat ze de ware God Zelf hebben verworpen en een valse God aanbidden. Het betekent ook dat ze op het moment dat ze in God geloven, God tegelijkertijd verwerpen, zich tegen Hem verzetten en het bestaan van de ware God ontkennen. Als mensen vasthouden aan zulke vormen van geloof, welke consequentie zal dat dan voor hen hebben? Zijn ze met zulke vormen van geloof in staat steeds dichter bij het vervullen van Gods eisen te komen? (Nee, dat zijn ze niet.) Integendeel, vanwege hun opvattingen en voorstellingen zullen mensen verder en verder verwijderd raken van Gods weg, want de richting die ze zoeken is tegengesteld aan de richting die God van hen eist. Hebben jullie ooit het verhaal gehoord “naar het zuiden gaan door met de strijdwagen in noordelijke richting te rijden”? Dit zou best wel eens een geval van “naar het zuiden gaan door met de strijdwagen in noordelijke richting te rijden” kunnen zijn. Als mensen op zo’n belachelijke manier in God geloven, dan geldt dat hoe beter je je best doet, hoe verder je van God verwijderd zult zijn. Ik vermaan jullie dus als volgt: voor jullie je op weg begeven, zul je eerst moeten uitvinden of je in de juiste richting gaat. Wees doelgericht in je pogingen en vergeet niet jezelf af te vragen, “Is de God waarin ik geloof de Heerser over alle dingen? Is deze God waarin ik geloof slechts iemand die me spiritueel voedsel geeft? Is Hij mijn afgod? Wat vraagt deze God waarin ik geloof van mij? Keurt God alles wat ik doe goed? Dient alles wat ik doe en najaag het streven naar het kennen van God? Komt het overeen met de eisen die God aan mij stelt? Is het pad dat ik volg erkend en goedgekeurd door God? Is God tevreden met mijn geloof?” Je zou jezelf deze vragen vaak en herhaaldelijk moeten stellen. Als je naar kennis van God wilt streven, dan moet je alvorens je God tevreden kunt stellen een helder bewustzijn en duidelijke doelstellingen hebben.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Dagelijkse woorden van God Fragment 200

De houding die God van de mensheid vereist om ten opzichte van Hem te hebben

In feite is God niet erg veeleisend tegenover de mensheid – of tenminste, Hij is niet zo veeleisend als mensen zich dit voorstellen. Als God geen woord had gesproken, als Hij Zijn gezindheid niet had uitgedrukt of Zijn daden, zou God kennen bijzonder moeilijk voor jullie zijn, want mensen zouden dan moeten afleiden wat Gods bedoeling en Zijn wil is, iets dat bijzonder moeilijk voor hen is. Maar in de definitieve fase van Zijn werk heeft God vele woorden gesproken, heeft Hij een enorme hoeveelheid werk gedaan en heeft Hij vele eisen aan de mens gesteld. Met Zijn woorden en Zijn enorme hoeveelheid werk heeft Hij de mensen laten weten waar Hij van houdt, waar Hij een afkeer van heeft en wat voor soort mensen zij zouden moeten zijn. Nadat ze deze dingen hebben begrepen, zouden mensen in hun hart een nauwkeurige definitie van Gods eisen moeten hebben. Ze geloven immers niet meer in de vage God, of volgen God te midden van vaagheid en abstractheid en het niets. In plaats daarvan zijn mensen nu in staat Gods uitspraken te horen en kunnen ze de standaarden van Zijn eisen begrijpen en bereiken, en God gebruikt de taal van de mensheid om mensen alles wat ze moeten weten en begrijpen te vertellen. Wanneer mensen vandaag de dag nog steeds niet weten wat God is en wat Hij van hen verlangt; als ze nog steeds niet weten waarom men in God zou moeten geloven of hoe men in Hem moet geloven of hoe ze Hem moeten behandelen, dan is er ten aanzien hiervan een probleem. […] Gods correcte eisen aan de mensheid en degenen die Hem volgen zijn als volgt. God eist vijf dingen van hen die Hem volgen: waar geloof, loyale navolging, absolute gehoorzaamheid, ware kennis en welgemeende verering.

Met deze vijf dingen eist God dat mensen Hem niet langer bevragen, noch Hem volgen met behulp van hun voorstellingen of vage en abstracte gezichtspunten. Ze dienen God niet te volgen met verbeeldingen of opvattingen. God eist dat eenieder van degenen die Hem volgen dit loyaal doen, niet halfhartig of vrijblijvend. Wanneer God eisen aan je stelt, je beproeft, je oordeelt, je onder handen neemt of snoeit, of je disciplineert en slaat, dien je absoluut gehoorzaam aan Hem te zijn. Je moet niet vragen naar de oorzaak, noch voorwaarden stellen, en nog minder praten over de reden. Je gehoorzaamheid moet absoluut zijn. Kennis van God is het gebied waarop de mensen het meest gebrekkig zijn. Ze leggen God spreuken, uitspraken en woorden in de mond die niets met Hem te maken hebben en geloven dat deze woorden de meest nauwkeurige definitie van de kennis van God vormen. Hoe weinig zijn ze zich ervan bewust dat deze spreuken, die uit de menselijke fantasie, hun eigen redenering en hun eigen intellect ontspruiten, niet het geringste verband houden met Gods wezen. En dus wil ik jullie vertellen dat, wat betreft de kennis van de mensen die door God worden gewenst, God niet slechts van je vraagt dat je God en Zijn woorden erkent, maar ook dat je kennis van God correct is. Zelfs als je slechts één zin kan zeggen, of je je slechts bewust bent van een klein beetje, dan is dit kleine beetje bewustzijn correct en waar en verenigbaar met het wezen van God Zelf. Want God verafschuwt het door mensen te worden geloofd en geprezen wanneer deze lof en aanprijzing onrealistisch en ondoordacht zijn. Sterker nog, Hij haat het wanneer mensen Hem als lucht behandelen. Hij haat het wanneer mensen tijdens een discussie over onderwerpen die God betreffen luchthartig spreken en zomaar, zonder te aarzelen maar wat zeggen, te zeggen wat ze uitkomt. Bovendien haat Hij degenen die geloven dat ze God kennen en opscheppen over hun kennis van God en zonder beperking of voorbehoud onderwerpen bespreken die met Hem te maken hebben. De laatste van de vijf eisen was welgemeende verering. Dit is Gods ultieme eis aan al degenen die Hem volgen. Wanneer mensen de correcte en ware kennis van God hebben, zijn ze in staat God werkelijk te vereren en het kwaad te schuwen. Deze verering komt uit de diepten van hun hart en is bereid, en dat niet omdat God hen onder druk heeft gezet. God vraagt je niet Hem een mooie houding, handelwijze of uiterlijk gedrag cadeau te doen. Hij vraagt in plaats daarvan dat je Hem vereert en vreest vanuit de diepten van je hart. Deze verering wordt bereikt als resultaat van de verandering in je levensgezindheid, omdat je kennis hebt van God, omdat je een begrip hebt van Gods daden, omdat je een begrip hebt van Gods wezen en omdat je het feit hebt erkent dat je een van Gods schepsels bent. En mijn bedoeling met het gebruik van het woord ‘welgemeend’ om verering te definiëren is dus om de mensheid te laten begrijpen dat de verering van God door de mensen uit de grond van hun hart moet komen.

Denk nu eens na over deze vijf eisen: Zijn er onder jullie die in staat zijn aan de eerste drie te voldoen? Hiermee bedoel ik waar geloof, loyale navolging en absolute gehoorzaamheid. Zijn er onder jullie die in staat zijn tot deze dingen? Ik weet dat als ik alle vijf zou hebben gezegd er zonder twijfel niemand onder jullie zou zijn geweest die bevestigend had kunnen antwoorden – daarom heb ik het tot drie gereduceerd. Denk eens even na over de vraag of jullie ze hebben bereikt of niet. Is “waar geloof” makkelijk te bereiken? (Nee dat is het niet.) Het is niet makkelijk, want mensen bevragen God vaak. En hoe zit het met “loyale navolging”? Waar verwijst dit “loyaal” naar? (Niet halfhartig te zijn, maar oprecht.) Niet halfhartig te zijn, maar oprecht. Je hebt de spijker op z’n kop geslagen! Dus, zijn jullie in staat aan deze eis te voldoen? Jullie moeten beter je best doen, nietwaar? Op dit moment voldoen jullie nog niet aan deze eis. Hoe zit het met “absolute gehoorzaamheid” – voldoen jullie daaraan? (Nee.) Die hebben jullie ook niet bereikt. Jullie zijn vaak ongehoorzaam en opstandig en luisteren vaak niet, of willen niet gehoorzamen of horen. Dit zijn de drie meest fundamentele eisen waaraan mensen voldoen, nadat ze het leven zijn binnengegaan, en jullie voldoen er nog niet aan. Hebben jullie dus op dit moment groot potentieel? Voelen jullie je vandaag, nadat jullie mij deze dingen hebben horen zeggen, ongerust? (Ja.) Het klopt dat jullie je ongerust voelen. Wees niet ongerust. Ik voel me namens jullie ongerust. Ik ga niet verder in op de andere twee eisen. Het leidt geen twijfel dat niemand in staat is zich aan hen te houden. Jullie zijn ongerust. Hebben jullie dus je doelstellingen vastgesteld? Welke doelstellingen, in welke richting, zou je moeten nastreven en je voor inspannen? Hebben jullie een doelstelling? Laat het me duidelijk zeggen: Wanneer jullie voldoen aan deze vijf eisen, zullen jullie God tevreden hebben gesteld. Elk van hen is een indicator, een indicator van het feit dat het intreden van een mens in het leven de volwassenheid heeft bereikt, en de definitieve doelstelling hiervan. Zelfs als ik slechts een enkele van deze eisen zou nemen om er tot in detail over te spreken en van jullie zouden eisen eraan te voldoen, zou het niet makkelijk zijn dit te bereiken. Jullie moeten een bepaalde mate van ellende verdragen en een zekere hoeveelheid inspanning leveren. En wat voor soort mentaliteit zouden jullie hebben? Het zou dezelfde moeten zijn als die van een kankerpatiënt die erop wacht naar de operatietafel te gaan. Waarom zeg ik dit? Als je in God wilt geloven, en God en Zijn tevredenheid wilt winnen, dan is het zo dat als je niet een bepaalde mate van pijn verdraagt of een zekere hoeveelheid inspanning levert, je niet in staat zult zijn deze dingen te bereiken. Jullie hebben veel prediking gehoord, maar deze prediking gehoord te hebben, betekent niet dat deze prediking ook in je is. Je moet de prediking absorberen en transformeren in iets dat aan jou toebehoort, je moet het assimileren in je leven en het deel uit laten maken van je bestaan, je moet deze woorden en prediking de manier waarop je leeft, laten leiden en existentiële waarde en betekenis aan je leven laten geven – dan zal het de moeite waard zijn geweest dat je deze woorden hebt gehoord. Als deze woorden die ik spreek geen enkele opleving in je leven teweegbrengt, of enige waarde toevoegt aan je bestaan, dan heeft het geen zin dat je naar ze luistert. Dit begrijpen jullie, nietwaar? Als jullie dit hebben begrepen, is het verder aan jullie zelf. Jullie moeten aan het werk! Jullie moeten oprecht zijn in alle dingen! Wees niet verward – de tijd vliegt! Het merendeel van jullie gelooft al meer dan tien jaar in God. Kijk eens terug op deze tien jaar: Hoeveel hebben jullie gewonnen? En hoeveel decennia leven hebben jullie nog over? Dat is niet veel. Vergeet de vraag of Gods werk op jou wacht, of Hij je een kans laat, of Hij hetzelfde werk opnieuw zal doen – spreek hier niet over. Kun je de laatste tien jaar terugdraaien? Met elke dag die passeert en elke stap die je zet, worden de dagen die je nog hebt met een dag verminderd. De tijd wacht op niemand! Je zult alleen maar voordeel hebben bij het geloof in God als je het benadert als het grootste ding in je leven, belangrijker dan eten, kleding, of wat dan ook! Als je alleen gelooft wanneer je tijd hebt en niet in staat bent je volledige aandacht te weiden aan je geloof, als je altijd verstrikt bent in verwarring, dan levert het geen enkel voordeel op.

uit ‘God Zelf, de unieke X’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Vorige: God kennen 4

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Wat weet jij over het geloof?

In de mens bestaat alleen het onzekere woord van geloof, maar de mens weet niet waar geloof uit bestaat, laat staan waarom hij geloof...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Neem contact op via Messenger