De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

We nodigen alle zoekers van de waarheid uit om contact met ons op te nemen.

De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen

23

We hebben zojuist de cyclus van leven en dood besproken van de eerste categorie, de ongelovigen. Laten we nu de cyclus van de tweede categorie bespreken, de verschillende gelovige mensen. “De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen” is ook een bijzonder belangrijk onderwerp en het is noodzakelijk dat jullie hier enig begrip van hebben. Laten we het eerst hebben over naar welke soorten geloof het “geloof” in “gelovige mensen” verwijst: Het verwijst naar jodendom, christendom, katholicisme, islam en boeddhisme, de vijf grote religies. Naast de ongelovigen vormen de mensen die in deze vijf religies geloven een groot deel van de wereldbevolking. Onder deze vijf religies zijn er maar weinig mensen die van hun geloof een carrière hebben gemaakt, maar toch hebben deze religies vele gelovigen. Deze gelovigen gaan naar een andere plek wanneer ze sterven. “Anders” dan wie? Dan de ongelovigen, de mensen die geen geloof hebben, waar we het net over hebben gehad. Nadat ze sterven, gaan de gelovigen van deze vijf religies ergens anders heen, een plek die anders is dan die van de ongelovigen. Maar het is hetzelfde proces. De spirituele wereld zal ook een oordeel over hen vellen gebaseerd op alles wat ze hebben gedaan voor ze stierven, waarop ze dienovereenkomstig zullen worden verwerkt. Maar waarom worden deze mensen ergens anders geplaatst om te worden verwerkt? Hiervoor is een belangrijke reden. En wat is die reden? Ik vertel het jullie aan de hand van een voorbeeld. Maar voor ik dat doe – jullie denken misschien bij jezelf: “Misschien is het omdat ze een beetje in God geloven! Ze zijn geen volledig ongelovigen.” Dit is niet de reden. Er is een heel belangrijke reden waarom ze ergens anders worden geplaatst.

Gods wijsheid en almacht kennen uit het feit van Zijn heerschappij over en beheer van de spirituele wereld

Neem boeddhisme: laat me jullie een feit vertellen. Een boeddhist is allereerst iemand die is bekeerd tot het boeddhisme, en is iemand die weet wat zijn geloof is. Wanneer een boeddhist het haar afknipt en een monnik of non wordt, betekent dit dat hij of zij afscheid heeft genomen van de seculiere wereld en het rumoer van de wereld ver achter zich heeft gelaten. Elke dag zingen ze de soetra’s en eten alleen vegetarisch voedsel, ze leiden ascetische levens en brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp. Ze brengen hun hele leven op deze wijze door. Wanneer hun fysieke leven eindigt, maken ze de som op van hun leven. In hun harten weten ze echter niet waar ze naar toe gaan nadat ze sterven, wie ze zullen ontmoeten en wat voor einde ze zullen hebben – in hun harten hebben ze geen duidelijkheid over deze dingen. Ze hebben niets meer gedaan dan hun hele leven vergezeld door een geloof blind door te brengen, waarna ze deze wereld verlaten vergezeld door blinde wensen en idealen. Zo is het einde van hun fysieke leven wanneer ze de wereld van de levenden verlaten en daarna keren ze terug naar hun oorspronkelijke plaats in de spirituele wereld. Of deze mensen worden gereïncarneerd om terug te keren naar de aarde en door te gaan met hun zelfontwikkeling is afhankelijk van hun gedrag en zelfontwikkeling voorafgaande aan hun overlijden. Als ze tijdens hun leven niets verkeerd hebben gedaan, worden ze snel gereïncarneerd en weer teruggezonden naar de aarde, waar ze opnieuw monnik of non zullen worden. Overeenkomstig de procedure tijdens de eerste keer, zullen hun fysieke lichamen zichzelf ontwikkelen, waarna ze overlijden en terugkeren naar de spirituele wereld, waar ze worden getoetst, waarna ze – als er geen problemen zijn – nogmaals terug kunnen keren tot de mensenwereld, zich nogmaals tot het boeddhisme bekeren en doorgaan met hun zelfontwikkeling. Nadat ze drie tot zeven keer zijn gereïncarneerd, zullen ze nogmaals terugkeren naar de spirituele wereld, naar de plek waar ze elke keer heengaan nadat hun fysieke leven is beëindigd. Als hun verschillende kwalificaties en gedrag in de mensenwereld in overeenstemming zijn met de hemelse bevelen van de spirituele wereld, zullen ze vanaf dit punt daar blijven. Ze zullen niet meer als mens reïncarneren, noch zullen ze enig risico lopen te worden gestraft voor kwaad dat ze op aarde zouden doen. Ze zullen dit proces nooit meer ervaren. In plaats daarvan zullen ze, overeenkomstig hun omstandigheden, een positie innemen in het spirituele rijk. Dit is wat boeddhisten het bereiken van onsterfelijkheid noemen. Het bereiken van onsterfelijkheid betekent voornamelijk een functionaris in de spirituele wereld worden en dat er geen kans is op reïncarnatie of bestraffing. Sterker nog, het betekent niet langer meer de ergernis te hoeven ondergaan om weer mens te zijn na te zijn gereïncarneerd. Lopen ze nog steeds een kans om als dier te worden gereïncarneerd? (Nee.) Dit betekent dat ze blijven om een rol in de spirituele wereld op zich te nemen. Ze zullen niet meer worden gereïncarneerd. Dit is één voorbeeld van het bereiken van onsterfelijkheid in boeddhisme. Wat betreft degenen die geen onsterfelijkheid bereiken – wanneer zij terugkeren naar de spirituele wereld worden ze onderzocht en geverifieerd door de relevante wetsdienaar, die vaststelt dat ze niet zichzelf zorgvuldig hebben ontwikkeld of consciëntieus zijn geweest bij het zingen van de soetra’s zoals voorgeschreven door het boeddhisme, maar integendeel veel kwaad hebben bedreven en veel hebben gedaan wat slecht was. In de spirituele wereld zal dan een oordeel over hun kwaad worden geveld waarna ze zeker zullen worden gestraft. Wat dit betreft zijn er geen uitzonderingen. Wanneer bereikt dit soort mens dus onsterfelijkheid? Wanneer na een leven waarin ze geen kwaad hebben gedaan, na hun terugkeer in de spirituele wereld, wordt vastgesteld dat ze voor ze stierven niets fout hebben gedaan. Ze worden steeds gereïncarneerd, blijven de soetra’s zingen, brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp, doden geen enkel levend wezen, eten geen vlees, nemen geen deel aan de mensenwereld, maar laten de problemen van die wereld ver achter zich en hebben geen geschillen met anderen. Tijdens dit proces doen ze geen kwaad, waarna ze terugkeren naar de spirituele wereld en nadat al hun handelingen en gedrag zijn onderzocht, worden ze nogmaals in de mensenwereld gezonden, in een cyclus van drie tot zeven keer. Als dit proces niet wordt verstoord dan zal hun bereiken van onsterfelijkheid onaangetast blijven en zal niet worden uitgesteld. Dit is een element van de cyclus van leven en dood van alle gelovige mensen: ze zijn in staat onsterfelijkheid te bereiken en een positie in te nemen in de spirituele wereld. Dit is wat hen onderscheidt van de ongelovigen. Allereerst, wat dient het gedrag te zijn van degenen die in staat zijn een positie in de spirituele wereld in te nemen wanneer ze op aarde leven? Ze mogen absoluut geen kwaad doen: ze mogen niet moorden, brandstichten, verkrachten of plunderen en wanneer ze fraude of bedrog plegen of stelen of roven, kunnen ze geen onsterfelijkheid bereiken. Dat wil zeggen, als ze enige band of betrokkenheid hebben met het kwaad, zullen ze niet in staat zijn aan de bestraffing van de spirituele wereld te ontsnappen. De spirituele wereld maakt passende regelingen voor boeddhisten die onsterfelijkheid bereiken: ze worden misschien aangewezen om degenen waarvan blijkt dat ze in boeddhisme en de Man met de Baard in de Hemel geloven te besturen, en de boeddhisten krijgen een eigen jurisdictie, misschien besturen ze alleen de ongelovigen, of misschien worden ze een hele bescheiden wetsdienaar. Zo’n toewijzing geschiedt volgens de aard van deze zielen. Dit is een voorbeeld van het boeddhisme.

Onder de vijf religies waarover we hebben gesproken, is het christendom enigszins speciaal. Wat is er speciaal aan het christendom? Dit zijn mensen die in de ware God geloven. Hoe kunnen degenen die in de ware God geloven hier worden vermeld? Omdat het christendom een soort geloof is, heeft het zonder twijfel alleen te maken met geloof – het is een soort ceremonie, een soort religie, en iets dat apart staat van het geloof van degenen die God echt volgen. De reden waarom ik het christendom heb vermeld als een van de vijf grote religies is omdat het christendom is afgedaald tot hetzelfde niveau als het jodendom, het boeddhisme en de islam. De meeste christenen geloven niet dat er een God is of dat Hij over alle dingen regeert, laat staan dat ze geloven in Zijn bestaan. In plaats daarvan gebruiken ze de Schrift slechts om over theologie te spreken en gebruiken ze theologie om de mensen te onderwijzen vriendelijk te zijn, lijden te verdragen en goede dingen te doen. Dit is het soort religie dat het christendom is: een religie die zich slechts concentreert op theologische theorieën en absoluut niets te maken heeft met Gods werk van het managen en redden van de mens, een religie van degenen die God volgen die niet door God wordt erkend. Maar ook voor Zijn benadering van hen hanteert God een principe. Hij gaat niet terloops met ze om en behandelt ze niet willekeurig, op dezelfde manier als Hij de ongelovigen behandelt. Hij benadert ze op dezelfde manier als Hij de boeddhisten benadert. Wanneer een christen tijdens zijn leven zelfdiscipline toont, strikt gehoorzaamt aan de Tien Geboden en zich aan de wetten en bevelen houdt bij de eisen die hij stelt aan zijn eigen gedrag – en als hij dit zijn hele leven volhoudt – dan zal hij dezelfde tijd moeten besteden aan het doorlopen van de cycli van leven en dood voordat hij werkelijk de zogenaamde opname kan bereiken. Na deze opname te hebben bereikt blijven christenen in de spirituele wereld, waar ze een positie innemen en een van de wetsdienaars van de spirituele wereld worden. Evenzo, wanneer ze op aarde kwaad doen, als ze zondig zijn en te veel zonden begaan, is het onvermijdelijk dat ze in verschillende mate zullen worden gestraft en gedisciplineerd. In boeddhisme betekent het bereiken van onsterfelijkheid het binnengaan in Sukhavati, maar hoe wordt het in het christendom genoemd? Het wordt “de hemel binnengaan” of “opgenomen worden” genoemd. Degenen die werkelijk worden opgenomen, doorlopen ook de cyclus van leven en dood drie tot zeven keer, waarna ze, na te zijn overleden, naar de spirituele wereld komen, alsof ze in slaap zijn gevallen. Als ze voldoen aan de standaard kunnen ze blijven om een rol op zich te nemen en zullen, in tegenstelling tot de mensen op aarde, niet meer worden gereïncarneerd op een eenvoudige wijze of volgens de gebruikelijke manier.

Bij al deze religies is het einde waarover ze spreken en waar ze naar streven gelijk aan het bereiken van onsterfelijkheid in het boeddhisme – het wordt alleen bereikt op verschillende manieren. Ze zijn allemaal hetzelfde. Aan dit deel van de mensen die deze religies aanhangen, het deel dat in staat is zich bij hun gedrag strikt te houden aan religieuze voorschriften, geeft God een passende bestemming, een geschikte plek om heen te gaan, en behandelt ze op gepaste wijze. Dit is allemaal redelijk, maar het is niet zoals mensen zich het zich voorstellen, nietwaar? Hoe voel je je nu je hebt gehoord wat er met christenen gebeurd? Voel je je verdrietig omwille van hen? Leef je met ze mee? (Een beetje.) Er is niets aan te doen – ze kunnen alleen zichzelf verwijten maken. Waarom zeg ik dit? Gods werk is waarheid, God leeft en is echt, en Zijn werk is gericht op de hele mensheid en elk mens – dus waarom accepteren christenen dit niet? Waarom verzetten ze zich maniakaal tegen God en vervolgen ze Hem? Ze mogen van geluk spreken dat ze zo’n einde hebben, dus waarom zouden jullie medelijden met hen hebben? Dat ze op deze manier worden behandeld, toont een grote mate van tolerantie. Uitgaande van de mate waarin ze zich tegen God verzetten, zouden ze moeten worden vernietigd – toch doet God dit niet en behandelt Hij het christendom slechts op dezelfde manier als een gewone religie. Is het dus noodzakelijk om het tot in detail over de andere religies te hebben? Het ethos van al deze religies is dat mensen meer ellende moeten verdragen, geen kwaad doen, aardige dingen zeggen, goede daden verrichten, anderen niet vervloeken, niet met hun oordeel over anderen klaarstaan, zichzelf afzijdig houden van twisten, goede dingen doen, een goed persoon zijn – zo zijn de meeste religieuze onderwijzingen. En dus, als deze gelovige mensen – deze mensen van verschillende religies en denominaties – in staat zijn zich strikt te houden aan religieuze voorschriften, dan zullen ze geen grote fouten of zonden begaan in de tijd dat ze op aarde zijn en zullen deze mensen, de mensen die in staat zijn om zich strikt te houden aan de religieuze voorschriften, na drie tot zeven keer te zijn gereïncarneerd over het algemeen genomen blijven om een rol op te nemen in de spirituele wereld. Zijn er veel van zulke mensen? (Nee, er zijn er niet veel.) Waar is je antwoord op gebaseerd? Het is niet eenvoudig om goed te doen of je te houden aan religieuze regels en wetten. Boeddhisme staat mensen niet toe vlees te eten – zou je dat kunnen? Als je grijze gewaden zou moeten dragen en de hele dag soetra’s zou moeten zingen in een boeddhistische tempel, zou je dat kunnen doen? Het zou niet makkelijk zijn. Het christendom heeft de Tien Geboden, de geboden en de wetten, is het eenvoudig je daaraan te houden? Nee, dat is het niet! Neem bijvoorbeeld dat je anderen niet mag vervloeken: Mensen zijn niet in staat zich aan deze regel te houden. Ze kunnen zich niet beheersen en vloeken – en nadat ze hebben gevloekt kunnen ze het niet meer terugnemen, dus wat doen ze dan? Ze biechten ‘s avonds hun zonden op. Soms is er nadat ze anderen hebben vervloekt nog steeds haat in hun harten en gaan ze zelfs zover dat ze plannen maken om hen kwaad te doen. Samengevat, voor degenen die onder dit dode dogma leven is het niet eenvoudig niet te zondigen of kwaad te doen. En dus zijn er in elke religie maar enkele mensen die in staat zijn onsterfelijkheid te bereiken. Je denkt dat, omdat er zo veel mensen zijn die deze religies aanhangen, er ook wel velen zullen zijn die blijven om een rol op zich te nemen in het spirituele rijk. Maar er zijn er niet zo veel, slechts enkelen zijn in staat dit te bereiken. Dit is het in grote lijnen wat betreft de cyclus van leven en dood van gelovige mensen. Wat hen onderscheidt, is dat ze onsterfelijkheid kunnen bereiken, wat hun verschil is met ongelovigen.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Gerelateerde media