De essentiële verschillen tussen de vleesgeworden God en degenen die door God worden gebruikt

02 april 2019

Relevante woorden van God:

De vleesgeworden God heet Christus, en Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf; dit wezen staat Zijn eigen werk niet in de weg, en Hij zou met geen mogelijkheid ook maar iets kunnen doen dat Zijn eigen werk teniet zal doen of woorden spreken die tegen Zijn wil ingaan. Daarom zou de vleesgeworden God absoluut nooit iets doen dat Zijn eigen management in de weg staat. Dit is wat alle mensen zouden moeten begrijpen.

uit ‘Het wezen van Christus is gehoorzaamheid aan de wil van de hemelse Vader’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Omdat Hij een mens met de essentie van God is, staat Hij boven alle geschapen mensen, boven iedere mens die het werk van God kan uitvoeren. En dus is Hij, onder allen met een menselijk omhulsel net als Hij en onder allen die menselijkheid bezitten de enige die de geïncarneerde God Zelf is – alle anderen zijn geschapen mensen. Hoewel ze allen menselijkheid bezitten, hebben geschapen mensen alleen maar menselijkheid, terwijl de vleesgeworden God anders is: in Zijn vlees heeft Hij niet alleen menselijkheid, maar ook – nog belangrijker – goddelijkheid.

uit ‘De essentie van het door God bewoonde vlees’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Als God, – komende in het vlees, – het goddelijke werk alleen doet zonder daarnaast harmonieus met een paar mensen naar Gods hart samen te werken, dan is er voor de mens geen manier om Gods wil te begrijpen of met God in contact te komen. God moet normale mensen naar Zijn hart gebruiken om dit werk te voltooien, om op de kerken toe te zien en deze te hoeden, en op het niveau te komen dat er een beroep kan worden gedaan op de cognitieve processen van de mens, zijn brein. Met andere woorden: God gebruikt een klein aantal mensen naar Zijn hart om het werk dat Hij binnen Zijn goddelijkheid verricht te ‘vertalen’, zodat dit kan worden opengesteld. Dat wil zeggen dat de goddelijke taal wordt omgezet in de menselijke taal, waardoor alle mensen deze kunnen bevatten en begrijpen. Als God dit niet zou doen, zou niemand Gods goddelijke taal begrijpen, omdat de mensen naar Gods hart tenslotte een kleine minderheid zijn en de mens weinig bevattingsvermogen heeft. Daarom kiest God deze methode alleen wanneer Hij in het geïncarneerde vlees werkt. Als er alleen goddelijk werk was, zou er voor de mens geen manier zijn om God te leren kennen of met Hem in contact te komen, omdat de mens Gods taal niet verstaat. De mens kan deze taal alleen maar verstaan door de tussenkomst van de mensen naar Gods hart die Zijn woorden verklaren. Als er echter alleen zulke mensen zouden zijn die binnen de menselijkheid werkten, dan zou dat alleen maar het normale leven van de mens in stand houden; het zou de gezindheid van de mens niet kunnen omvormen. Gods werk zou dan geen nieuw startpunt kunnen hebben. Het zou gewoon hetzelfde liedje zijn: dezelfde platgetreden paden. Alleen door de tussenkomst van de vleesgeworden God, die alles zegt wat er gezegd moet worden en alles doet wat er gedaan moet worden tijdens de periode van Zijn incarnatie, waarna mensen zullen werken naar Zijn woorden en deze zullen ervaren, alleen zo kan hun levensgezindheid veranderen en kunnen zij met de tijd meegaan. Hij die werkt binnen het goddelijke vertegenwoordigt God, terwijl zij die werken binnen de menselijkheid mensen zijn die door God worden gebruikt. Dat wil zeggen: de vleesgeworden God is wezenlijk anders dan de mensen die door God worden gebruikt. De vleesgeworden God kan het werk van goddelijkheid verrichten, terwijl de mensen die door God worden gebruikt dat niet kunnen. Aan het begin van ieder tijdperk spreekt Gods Geest persoonlijk om het nieuwe tijdperk van start te laten gaan en de mens naar een nieuw begin te brengen. Wanneer Hij klaar is met spreken, betekent dit dat Gods werk binnen Zijn goddelijkheid klaar is. Daarna volgen alle mensen hen die door God gebruikt worden om hun levenservaring binnen te gaan.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De woorden van God kunnen niet worden gesproken als menselijke woorden. Nog veel minder kunnen menselijke woorden worden gesproken als het woord van God. Een mens die door God wordt gebruikt, is niet de vleesgeworden God en de vleesgeworden God is geen mens die door God wordt gebruikt. Hier is sprake van een wezenlijk verschil. Misschien accepteer je na het lezen van deze woorden niet dat ze woorden van God zijn en aanvaard je ze alleen als de woorden van een mens die is verlicht. In dat geval word je verblind door onwetendheid. Hoe kunnen de woorden van God hetzelfde zijn als de woorden van een mens die is verlicht? De woorden van de vleesgeworden God luiden een nieuw tijdperk in, bieden leiding aan de gehele mensheid, onthullen mysteriën en wijzen de mens richting in een nieuw tijdperk. De verlichting die door de mens is verkregen is slechts eenvoudige praktijk of kennis. Deze kan niet de hele mensheid een nieuw tijdperk inleiden of het mysterie van God Zelf onthullen. God is immers God en de mens is mens. God heeft het wezen van God en de mens heeft het wezen van de mens. Als een mens de woorden die God heeft gesproken als eenvoudige verlichting door de Heilige Geest ziet en de woorden van de apostelen en profeten beschouwt als woorden die door God persoonlijk zijn gesproken, heeft de mens het bij het verkeerde eind.

uit ‘Voorwoord’ tot ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Wanneer God naar de aarde komt, doet Hij Zijn werk alleen op een goddelijke manier. Dit is wat de hemelse Geest heeft toevertrouwd aan de vleesgeworden God. Wanneer Hij komt, komt Hij alleen maar om overal te spreken, om op verschillende manieren en vanuit verschillende perspectieven uiting te geven aan Zijn uitspraken. Zijn doel en het principe volgens welke Hij werkt is om de mens voornamelijk te voorzien en te onderwijzen, en Hij houdt Zich niet bezig met interpersoonlijke relaties of de details van het leven van de mensen. Zijn belangrijkste bediening is om te spreken namens de Geest. Wanneer Gods Geest tastbaar verschijnt in het vlees, voorziet Hij alleen in het leven van de mens en maakt Hij de waarheid bekend. Hij raakt niet betrokken bij het werk van de mens. Dat wil zeggen dat Hij niet deelneemt aan het werk van de menselijkheid. Mensen kunnen geen goddelijk werk verrichten en God neemt geen deel aan het werk van de mens. Sinds God naar deze aarde is gekomen om Zijn werk te doen, heeft Hij dat al die jaren altijd door middel van mensen gedaan. Maar deze mensen kunnen niet worden beschouwd als de vleesgeworden God, alleen als mensen die worden gebruikt door God. Maar de God van vandaag kan rechtstreeks spreken vanuit het goddelijk perspectief en de stem van de Geest uitzenden en werken namens de Geest. Alle mensen die God door de eeuwen heen heeft gebruikt, zijn eveneens voorbeelden van Gods Geest die werkt in een vleselijk lichaam. Waarom kunnen zij dan niet God genoemd worden? Maar de God van vandaag is ook Gods Geest die rechtstreeks in het vlees werkt en Jezus was ook Gods Geest die in het vlees werkt. Zij worden beiden God genoemd. Wat is dan het verschil? Door de eeuwen heen heeft God mensen gebruikt die allemaal een gezond verstand hebben en normaal kunnen denken. Ze kennen allemaal de principes van menselijk gedrag. Ze hielden er normale menselijke ideeën op na en beschikten over alles waar normale mensen over zouden moetenbeschikken. De meesten van hen hebben uitzonderlijk talent en een aangeboren intelligentie. Door te werken in deze mensen, maakt Gods Geest gebruik van hun talenten welke door God gegeven gaven zijn. Gods Geest laat hun talenten gelden en gebruikt hun talenten in Gods dienst. Het wezen van God is echter vrij van ideeën en vrij van denken, niet vervalst door menselijke intenties en mist zelfs datgene waar normale mensen mee zijn uitgerust. Dat wil zeggen dat Hij niet eens vertrouwd is met de principes van het menselijke gedrag. Zo zal het zijn wanneer de God van vandaag naar de aarde komt. Zijn werk en Zijn woorden zijn niet vervalst door menselijke intenties of menselijke gedachtegangen, maar ze zijn een directe manifestatie van de intenties van de Geest en Hij werkt rechtstreeks namens God. Dit betekent dat de Geest direct spreekt, oftewel de goddelijkheid doet het werk rechtstreeks, het is dus niet vermengd met ook maar enige menselijke intentie. Met andere woorden de vleesgeworden God belichaamt de goddelijkheid rechtstreeks, heeft geen menselijke gedachtegangen of ideeën en geen inzicht in de principes van het menselijke gedrag. Indien alleen de goddelijkheid aan het werk was (dus als alleen God Zelf aan het werk was), dan zou Gods werk geenszins op aarde uitgevoerd worden. Dus als God naar de aarde komt, moet Hij een klein aantal mensen hebben dat Hij gebruikt om te werken binnen de menselijkheid in samenhang met het werk dat God in goddelijkheid verricht. Met andere woorden: Hij gebruikt menselijk werk om Zijn goddelijke werk te handhaven. Anders zou er geen manier zijn waarop de mens rechtstreeks in contact kan komen met het goddelijke werk.

uit ‘Het wezenlijke verschil tussen de vleesgeworden God en de mensen die door God gebruikt worden’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Het werk in de stroom van de Heilige Geest, of het nu Gods eigen werk is of het werk van mensen die worden gebruikt, is het werk van de Heilige Geest. De substantie van God Zelf is de Geest, die de Heilige Geest kan worden genoemd of de zevenvoudig versterkte Geest. Al met al, Zij zijn de Geest van God. Het enige is, dat de Geest van God in verschillende tijden verschillend wordt genoemd. Maar Hun substantie is nog altijd één. Daarom is het werk van God Zelf het werk van de Heilige Geest; het werk van de geïncarneerde God is niets minder dan de Heilige Geest aan het werk. Het werk van mensen die worden gebruikt is ook het werk van de Heilige Geest. Het enige is, dat het werk van God de complete uitdrukking is van de Heilige Geest, en dat is absoluut waar, terwijl het werk van mensen die worden gebruikt wordt gemengd met vele menselijke dingen, en het niet de directe uitdrukking van de Heilige Geest is, laat staan complete uitdrukking. […] Wanneer de Heilige Geest werkt aan mensen die worden gebruikt, worden zowel hun gaven als hun werkelijke kaliber ingezet en niet achtergehouden. Hun werkelijke kaliber wordt helemaal ingezet om het werk te dienen. Je kunt stellen dat Hij werkt door de beschikbare delen van een mens te gebruiken, om de werkresultaten te behalen. Het werk dat wordt gedaan in het vleesgeworden vlees daarentegen, is om het werk van de Geest direct uit te drukken en is niet gemengd met menselijk verstand en gedachten en is onbereikbaar voor de gaven van de mens, de beleving van de mens of zijn aangeboren toestand.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Mijn spraak vertegenwoordigt mijn wezen, maar wat ik zeg gaat de mens te boven. Wat ik zeg is niet wat de mens ervaart en is niet iets dat de mens kan zien en is ook niet iets dat de mens aan kan raken, maar het is wat ik ben. Sommige mensen erkennen alleen dat datgene wat ik communiceer is wat ik ervaren heb, maar ze herkennen niet dat het de directe uitdrukking van de Geest is. Natuurlijk is wat ik zeg wat ik heb ervaren. Ik ben het die het managementwerk meer dan zesduizend jaar heeft uitgevoerd. Ik heb alles ervaren van het begin van de schepping van de mensheid tot nu; hoe zou ik niet in staat kunnen zijn om erover te spreken? Wanneer het gaat om de aard van de mens, heb ik die duidelijk gezien en heb ik die sindsdien lang geobserveerd; hoe zou ik niet in staat zijn om er duidelijk over te spreken? Aangezien ik de essentie van de mens duidelijk heb gezien, ben ik gekwalificeerd om de mens te tuchtigen en hem te oordelen, omdat alles van de mens van Mij kwam maar door Satan is aangetast. Uiteraard ben ik ook gekwalificeerd om het werk dat ik heb gedaan te beoordelen. Hoewel dit werk niet wordt gedaan door mijn vlees, is het de directe uitdrukking van de Geest, en dit is wat ik heb en wat ik ben. Daarom ben ik gekwalificeerd om het te uiten en het werk te doen dat ik behoor te doen. Wat de mens zegt is wat zij hebben ervaren. Het is wat zij hebben gezien, wat hun verstand kan begrijpen en wat hun zintuigen kunnen voelen. Dat is waar zij over kunnen communiceren. De woorden die door Gods vleesgeworden vlees worden gesproken zijn de directe uitdrukking van de Geest en drukken het werk uit dat door de Geest is gedaan. Het vlees heeft het niet ervaren of gezien, maar uit toch Zijn wezen, omdat de substantie van het vlees de Geest is, en Hij het werk van de Geest uitdrukt. Hoewel het vlees niet in staat is het te bereiken, is het werk al gedaan door de Geest. Na de vleeswording, door de uitdrukking van het vlees, stelt Hij mensen in staat om Gods wezen te kennen en laat mensen Gods gezindheid zien, met de werken die Hij heeft gedaan. Het werk van de mens stelt mensen in staat om meer duidelijkheid te hebben over waar zij binnen zouden moeten gaan en wat zij zouden moeten begrijpen; het behelst het leiden van mensen naar het begrip en de ervaring van de waarheid. Het werk van de mens is de mens te ondersteunen; Gods werk is nieuwe paden te openen en nieuwe tijdperken voor de mensheid te openen, en om aan mensen dat wat stervelingen niet bekend is te openbaren, waardoor zij Zijn gezindheid zouden kennen. Gods werk is de gehele mensheid te leiden.

uit ‘Gods werk en het werk van de mens’ in ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.

Gerelateerde inhoud

Waarom er wordt gezegd dat de verdorven mensheid meer behoefte heeft aan de redding van de vleesgeworden God

En Christus is het vlees aangekleed door de Geest van God. Dit vlees is als van geen ander mens van vlees. Dit verschil is er, omdat Christus niet van vlees en bloed is, maar de belichaming van de Geest is. Hij bezit zowel normale menselijkheid als volledige goddelijkheid. Geen mens bezit Zijn goddelijkheid. Zijn normale menselijkheid draagt al Zijn normale lijfelijke handelingen, terwijl Zijn goddelijkheid het werk van God Zelf uitvoert. Maar zowel Zijn menselijkheid als Zijn goddelijkheid onderwerpen zich aan de wil van de Vader in de hemel. Het wezen van Christus is de Geest, dat wil zeggen de goddelijkheid. Daarom is Zijn wezen het wezen van God Zelf; dit wezen staat Zijn eigen werk niet in de weg, en Hij zou met geen mogelijkheid ook maar iets kunnen doen dat Zijn eigen werk teniet zal doen of woorden spreken die tegen Zijn wil ingaan. …

Waarom er wordt gezegd dat de twee vleeswordingen van God de betekenis van de vleeswording compleet maken

God is vlees geworden omdat het doel van Zijn werk niet de geest van Satan is, of iets anders onstoffelijks, maar de mens, die van het vlees is en verdorven door Satan. Juist omdat het vlees van de mens verdorven is, heeft God de lichamelijke mens tot doel van Zijn werk gemaakt. Omdat de mens bovendien het mikpunt van het verderf is, heeft Hij de mens tot het enige doel van Zijn werk gemaakt in alle stadia van Zijn reddingswerk. De mens is sterfelijk, hij is van vlees en bloed, en alleen God kan de mens redden. Zo moet God het vlees worden met dezelfde eigenschappen als de mens om Zijn werk te kunnen doen, zodat Zijn werk betere resultaten kan opleveren.