Dagelijkse woorden van God | God Zelf, de unieke X | Fragment 196

Dagelijkse woorden van God | God Zelf, de unieke X | Fragment 196

97 |06 november 2020

Vervolgens komt de cyclus van leven en dood van de dienstdoeners aan de beurt. Wat zeiden we dat de afkomst van de dienstdoeners was? (Sommige waren ongelovigen, anderen dieren.) Deze dienstdoeners zijn gereïncarneerd uit ongelovigen en dieren. Met de komst van de laatste fase van het werk heeft God uit de ongelovigen een groep van zulke mensen gekozen, en dit is een bijzondere groep. Gods doel met het kiezen van zulke mensen is dat ze Zijn werk dienen. ‘Dienst’ is geen woord dat erg elegant klinkt, noch is het iets dat ook maar iemand uit zichzelf bereid zou zijn om te doen, maar we moeten kijken tot wie het is gericht. Het bestaan van Gods dienstdoeners heeft een speciale betekenis. Niemand anders zou hun rol kunnen spelen, want ze zijn door God gekozen. En wat is de rol van deze dienstdoeners? Om de door God uitverkoren mensen te dienen. Over het algemeen gesproken is hun rol Gods werk te dienen, samen te werken met Gods werk, en samen te werken met Gods voltooiing van Zijn uitverkoren mensen. Los van het feit of ze arbeiden, wat werk doen of bepaalde taken uitvoeren – wat is de eis die God aan deze mensen stelt? Stelt Hij hen bijzonder hoge eisen? (Nee, God vraagt ze loyaal te zijn.) Dienstdoeners dienen ook loyaal te zijn. Jullie moeten loyaal zijn, ongeacht jullie afkomst, of waarom God jullie heeft uitgekozen. Jullie moeten loyaal zijn aan God, aan wat God jullie heeft opgedragen en aan het werk waar jullie verantwoordelijk voor zijn en de taak die jullie uitvoeren. Wat zal dan het einde zijn van dienstdoeners als ze in staat zijn loyaal te zijn en God tevreden te stellen? Ze zullen kunnen blijven. Is het een zegen om een dienstdoener te zijn die blijft? Wat betekent het om te blijven? Wat betekent deze zegening? Wat betreft hun status lijken ze niet op de door God uitverkoren mensen, ze lijken van hen te verschillen. Echter, is waar ze in dit leven van genieten niet in feite hetzelfde als waar de door God uitverkoren mensen van genieten? Het is op z’n minst in dit leven hetzelfde. Jullie ontkennen dit niet, nietwaar? Gods uitspraken, Gods genade, Gods voorziening en Gods zegeningen – wie geniet er niet van deze dingen? Iedereen geniet van deze overvloed. De identiteit van een dienstdoener is dienstdoener, maar voor God zijn ze een van al de dingen die Hij geschapen heeft – het is simpelweg zo dat hun rol die van dienstdoener is. Zijnde één van Gods schepsels, is er verschil tussen een dienstdoener en de door God uitverkoren mensen? In feite is er geen verschil. In naam is er een verschil, in wezen is er een verschil, wat betreft de rol die ze spelen is er een verschil, maar God discrimineert deze mensen niet. Waarom worden deze mensen dan gedefinieerd als dienstdoeners? Jullie zouden dit moeten begrijpen. De dienstdoeners zijn afkomstig uit de ongelovigen. Het noemen van de ongelovigen maakt ons duidelijk dat hun verleden slecht is: Ze zijn allemaal atheïsten, in hun verleden waren ze atheïsten, ze geloofden niet in God en ze stonden vijandig tegenover God, de waarheid en positieve dingen. Ze geloofden niet in God en geloofden niet dat er een God is. Kunnen ze dus Gods woorden begrijpen? Je kunt wel zeggen dat ze dat ze daartoe voor het grootste deel niet in staat zijn. Net als dieren niet in staat zijn menselijke woorden te begrijpen, zo begrijpen de dienstdoeners niet wat God zegt, wat Hij eist en waarom Hij zulke eisen stelt – ze begrijpen het niet, deze dingen zijn voor hen onbevattelijk, ze blijven onverlicht. Om deze reden bezitten deze mensen het leven waarover we hebben gesproken niet. Kunnen mensen de waarheid begrijpen zonder leven? Zijn ze uitgerust met de waarheid? Zijn ze uitgerust met de ervaring en kennis van Gods woorden? (Nee.) Zodanig zijn de afkomsten van de dienstdoeners. Maar omdat God deze mensen tot dienstdoeners maakt, gelden er nog steeds standaarden voor de eisen die Hij hen stelt. Hij kijkt niet op ze neer en behandelt ze niet plichtmatig. Hoewel ze Zijn woorden niet verstaan en ze zonder leven zijn, is God toch vriendelijk tegenover hen en gelden er nog steeds standaarden voor de eisen die Hij hen stelt. Jullie spraken zojuist over deze standaarden: loyaal zijn aan God en doen wat Hij zegt. In je dienst moet je dienen waar dit nodig is en dienen helemaal tot het einde. Als je helemaal tot het einde kunt dienen, als je een loyale dienstdoener kunt zijn, in staat bent tot het allerlaatst te dienen en de opdracht die God je heeft gegeven volkomen uit kunt voeren, dan zul je een waardevol leven leven, en zul je aldus in staat zijn te blijven. Als je je nog een beetje harder inspant, als je nog beter je best doet, je inspanningen God te kennen verdubbelt, een beetje kunt spreken over de kennis van God, kunt getuigen van God en bovendien iets van Gods wil kunt begrijpen, kunt meewerken aan Gods werk en je enigszins bewust bent van Gods wil, dan kan je lot, het lot van deze dienstdoener, veranderen. En wat zal deze verandering van je lot inhouden? Je zult niet langer alleen maar in staat zijn te blijven. Op basis van je gedrag en je persoonlijke aspiraties en streven zal God je tot een van zijn uitverkorenen maken. Zo zal je lot veranderen. Wat is het beste aspect van dit alles voor dienstdoeners? Dat ze een van de door God uitverkoren mensen kunnen worden. En wat betekent het als ze een van de door God uitverkoren mensen worden? Het betekent dat ze niet langer worden gereïncarneerd als een dier zoals een ongelovige. Is dat goed? Dat is het, en het is goed nieuws. Dat wil zeggen dat dienstdoeners kunnen worden omgevormd. Het is niet zo dat een dienstdoener, wanneer God hem voorbestemd om te dienen, dit voor altijd zal doen. Dat is niet noodzakelijkerwijs het geval. God zal hen op basis van hun individuele gedrag verschillend behandelen en antwoorden.

Er zijn echter dienstdoeners die niet in staat zijn tot het einde toe te dienen. Er zijn er die tijdens hun dienst, halverwege, opgeven en God verloochenen, er zijn er die veel slechte dingen doen, en er zijn er zelfs die enorm veel kwaad veroorzaken en enorme schade toebrengen aan Gods werk, er zijn zelfs dienstdoeners die God vervloeken, enzovoort – en wat hebben deze niet te herstellen gevolgen te betekenen? Elk van deze kwaadaardige handelingen betekent het einde van hun dienst. Omdat je gedrag tijdens je dienst te slecht was, omdat je de regels hebt overtreden, zal God wanneer Hij ziet dat je dienst niet aan de eisen voldoet, je het recht om te dienen ontnemen, Hij zal je niet langer laten dienen, Hij zal je van voor Zijn aangezicht en uit het huis van God laten verdwijnen. Is het niet zo dat je niet wilt dienen? Wil je niet altijd kwaad doen? Ben je niet altijd ontrouw? Welnu, er is een eenvoudige oplossing: je recht om te dienen, zal je worden ontnomen. Voor God betekent het een dienstdoener ontnemen van zijn recht om te dienen dat het einde van deze dienstdoener is geproclameerd, en dat hij niet langer geschikt is om God te dienen. God heeft zijn dienst niet langer nodig. Wat voor aardige dingen ze ook zeggen, deze woorden zullen vergeefs zijn. Wanneer de dingen dit punt hebben bereikt, zal deze situatie niet meer hersteld kunnen worden. Voor zulke dienstdoeners zal er geen weg terug zijn. En hoe gaat God om met zulke dienstdoeners? Belet Hij hen slechts te dienen? Nee. Belet Hij hen slechts te blijven? Of plaatst Hij ze apart en wacht Hij tot ze zich bekeren? Dat doet Hij niet. God is eerlijk gezegd niet zo liefdevol ten opzichte van de dienstdoeners. Als een mens zo’n houding aanneemt tijdens zijn dienst aan God zal God, als gevolg van deze houding, hem zijn recht te dienen ontnemen en zal hem nogmaals onder de ongelovigen terugwerpen. En wat is het lot van een dienstdoener die is teruggeworpen onder de ongelovigen? Het is hetzelfde lot als dat van de ongelovigen: te worden gereïncarneerd als een dier en in de spirituele wereld de bestraffing van de ongelovigen te ontvangen. God zal niet persoonlijk toezien op hun bestraffing, want ze hebben geen enkele relevantie meer voor Gods werk. Dit is niet alleen het einde van hun leven van geloof in God, maar ook het einde van hun eigen lot, de proclamatie van hun lot. Als dienstdoeners dus slecht dienstdoen, zullen ze zelf de gevolgen moeten dragen. Als een dienstdoener niet in staat is tot het eind toe te dienen, of zijn recht om te dienen hem halverwege wordt ontnomen, dan wordt hij onder de ongelovigen geworpen – en als ze onder de ongelovigen worden geworpen, zullen ze op dezelfde manier worden behandeld als vee, op dezelfde manier als mensen zonder verstand of rationaliteit. Wanneer ik het zo stel begrijpen jullie het, nietwaar?

Zo ziet Gods behandeling van de cyclus van leven en dood van de door God uitverkoren mensen en de dienstdoeners eruit. Hoe voelen jullie je na dit te hebben gehoord? Heb ik ooit gesproken over het onderwerp waar ik het zojuist over heb gehad, het onderwerp van de door God uitverkoren mensen en de dienstdoeners? Eigenlijk wel, maar jullie kunnen het je niet herinneren. God is rechtvaardig tegenover de door Hem uitverkoren mensen en de dienstdoeners. Hij is in alle opzichten rechtvaardig, nietwaar? Kun je ook maar ergens een tekortkoming vinden? Zijn er mensen die zullen zeggen: “Waarom is God zo tolerant ten opzichte van de uitverkorenen? En waarom is Hij slechts een beetje zachtmoedig ten opzichte van de dienstdoeners?” Is er iemand die op wil komen voor de dienstdoeners? “Kan God de dienstdoeners niet meer tijd geven en zachtmoediger en toleranter ten opzichte van hen zijn?” Zijn deze woorden juist? (Nee, dat zijn ze niet.) En waarom zijn ze niet juist? (Omdat het feit dat we tot dienstdoeners zijn gemaakt eigenlijk al een gunst is.) Het feit dat ze dienstdoeners mogen zijn is eigenlijk al een gunst! Waar zouden de dienstdoeners zijn zonder de term ‘dienstdoeners’ en zonder het werk van dienstdoeners? Onder de ongelovigen, levend en stervend met het vee. Wat een grote genade genieten ze momenteel, nu ze voor God mogen verschijnen en naar het huis van God mogen komen! Dit is een geweldige genade! Als God jullie niet deze gelegenheid had geboden te dienen, zouden jullie nooit de kans hebben gehad voor God te verschijnen. Op z’n zachtst gezegd, zelfs als je iemand bent die boeddhist is en verwezenlijking hebt bereikt kun je hoogstens een loopjongen in de spirituele wereld worden. Je zult God nooit ontmoeten, nooit Zijn stem of Zijn woorden horen, Zijn liefde en zegeningen voor je voelen, en je zult nooit van aangezicht tot aangezicht met Hem komen te staan. Het enige wat boeddhisten te doen staat, is het uitvoeren van eenvoudige taken. Ze kunnen God onmogelijk kennen en slechts blind meewerken en gehoorzamen, terwijl de dienstdoeners zoveel meer ontvangen tijdens deze fase van het werk! Allereerst kunnen zij van aangezicht tot aangezicht met God komen te staan, Zijn stem horen, Zijn woorden horen en de zegeningen en genade die Hij mensen schenkt, ervaren. Bovendien kunnen ze genieten van de woorden en waarheden die God schenkt. Ze hebben er zo veel baat bij! Zo veel! Als je dus als dienstdoener zelfs niet de juiste inspanning kunt leveren, zou God je dan toch behouden? Hij kan je niet behouden. Hij vraagt niet veel van je, maar je doet toch niets van wat Hij je netjes vraagt, je hebt je niet aan je plicht gehouden – en dus kan God je, zonder enige twijfel, niet behouden. Zo is Gods rechtvaardige gezindheid. God vertroetelt je niet, maar discrimineert je ook niet. Zo zijn de principes waarnaar Hij handelt. God behandelt alle mensen en schepsels op deze manier.

uit ‘Het Woord verschijnt in het vlees’

Meer weergeven
De wereld wordt in de laatste dagen bestookt met rampen. Welke waarschuwing geeft dat ons? En hoe kunnen wij beschermd worden door God te midden van rampen? Kijk samen met ons naar onze actuele preek die je de antwoorden zal geven.
Contact
Neem contact op via Messenger

Geef een reactie

Delen

Annuleren