De app van De Kerk van Almachtige God

Luister naar Gods stem en verwelkom de wederkomst van Heer Jezus!

Uitspraken van Almachtige God (De weg naar het kennen van God)

Recital-latest-expression
Uitspraken van Almachtige God (De weg naar het kennen van God)

Categorieën

recital-Christ-expression
Uitspraken van Christus van de laatste dagen (Selecties)

God is de levensbron voor alle dingen (IV)     Deel twee

Hoe God de spirituele wereld regeert en bestuurt

1. De cyclus van leven en dood van de ongelovigen

Voor elke ziel, hun reïncarnatie en de rol die ze spelen – wat hun rol in dit leven is – in wat voor familie ze worden geboren en hoe hun leven verloopt, hangt nauw samen met hun vorige leven. Allerlei mensen komen de menselijke wereld in en ze spelen verschillende rollen, evenals de taken die ze uitvoeren. En wat voor taken zijn dat? Sommige mensen komen om een schuld af te lossen: als ze anderen te veel geld schuldig waren in hun vorige leven, komen ze in dit leven een schuld terugbetalen. Tegelijkertijd komen sommige anderen juist een schuld innen: zij raakten in hun vorige leven juist te veel zaken en geld kwijt door oplichting, en dus zal de spirituele wereld hen bij aankomst in de spirituele wereld gerechtigheid bieden en hen in staat stellen om hun schuld in dit leven te innen. Sommige mensen zijn gekomen om een schuld van dankbaarheid in te lossen: tijdens hun vorige leven – voor hun dood – was iemand aardig tegen hen, en in dit leven krijgen zij een geweldige kans om te worden gereïncarneerd en dus worden ze herboren om deze schuld van dankbaarheid in te lossen. Weer anderen worden ondertussen in dit leven herboren om een leven te eisen. En wiens leven eisen zij? Van degene die hen in hun vorige leven doodde. Kortom, het huidige leven van elk persoon is nauw verbonden aan hun vorige leven, ze zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat wil zeggen dat het huidige leven van elke persoon enorm wordt beïnvloed door hun vorige leven. Voordat hij stierf, lichtte Zhang bijvoorbeeld Li op voor een grote som geld. Is Zhang dan iets schuldig aan Li? Aangezien hij dat is, is het dan logisch dat Li de schuld bij Zhang ophaalt? Daarom moet er na hun dood een rekening tussen hen worden vereffend. Als zij gereïncarneerd worden en Zhang mens wordt, hoe kan Li zijn schuld dan bij hem innen? Eén manier is dat Li zijn schuld int door te worden herboren als de zoon van Zhang; met Zhang als zijn vader. In het huidige leven zou het als volgt gaan. Li's vader Zhang verdient veel geld en het wordt verkwanseld door zijn zoon, Li. Het maakt niet uit hoeveel geld Zhang verdient, zijn zoon Li 'helpt' hem door het uit te geven. Hoeveel Zhang ook verdient, het is nooit genoeg, en zijn zoon slaagt er op de een of andere manier altijd in om het geld van zijn vader op allerlei manieren uit te geven. Zhang is verbijsterd: “Wat is er aan de hand? Waarom is mijn zoon altijd al een ongeluksbrenger geweest? Waarom hebben andere mensen zulke goede zonen? Waarom heeft mijn zoon geen ambities, waarom is hij zo nutteloos en incapabel om ook maar een cent te verdienen, waarom moet ik hem altijd onderhouden? Omdat ik hem wel moet onderhouden, zal ik het doen, maar waarom heeft hij altijd meer nodig, hoeveel geld ik hem ook geef? Waarom kan hij nog geen dag eerlijk zijn geld verdienen? Waarom is hij een nietsnut, schranzend, zuipend, hoerenlopend, gokkend – waarom doet hij dat allemaal? Wat is er in hemelsnaam aan de hand?” Dan denkt Zhang een poosje na: “Het kan zijn dat ik hem in het vorige leven iets schuldig was. Dan zal ik het afbetalen! Dit zal niet ophouden voor ik alles heb betaald!” Misschien heeft Li zijn schuld op een dag volledig geïnd, en wanneer hij veertig of vijftig is, zal er een dag zijn waarop hij plotseling tot bezinning komt: “Ik heb de eerste helft van mijn leven helemaal niets goed gedaan! Ik heb al het geld dat mijn vader verdiende verspild – ik zou een goed mens moeten zijn! Ik ga mezelf vermannen: ik word iemand die eerlijk is en fatsoenlijk leeft, en ik zal mijn vader nooit meer verdriet doen!” Waarom denkt hij dit? Waarom verandert hij plotseling ten goede? Heeft dit een reden, en welke dan? (Omdat Li zijn schuld heeft geïnd, heeft Zhang zijn schuld afgelost.) Dit is een kwestie van oorzaak en gevolg. Het verhaal begon heel lang geleden, nog voor hun beider geboorte, en dit verhaal over hun vorig leven is op hun huidige leven overgebracht, en geen van beide kan de ander de schuld geven. Wat Zhang zijn zoon ook leerde, zijn zoon luisterde nooit en verdiende nooit eerlijk zijn geld, maar de dag dat de schuld was afgelost, hoefde hem niets te worden geleerd; zijn zoon begreep het uit zichzelf. Dit is een eenvoudig voorbeeld, en er zijn ongetwijfeld nog veel meer dergelijke voorbeelden. En wat kunnen mensen ervan leren? (Dat zij zich goed moeten gedragen en geen kwaad moeten doen.) Dat zij geen kwaad moeten doen, en dat er vergelding zal zijn voor hun slechte daden! De meeste ongelovigen begaan veel kwaad, en vergelding was toch de weerslag van hun slechte daden? Maar is deze vergelding arbitrair? Alles wat vergelding als weerslag heeft, heeft een achtergrond en een reden. Denk je dat jou niets zal gebeuren nadat je iemand geld hebt afgetroggeld? Denk je dat het geen gevolgen voor jou heeft als je door middel van bedrog hun geld hebt ingepikt? Dat is onmogelijk en er zullen zeker gevolgen zijn! Ongeacht wie ze zijn en of ze geloven dat er een God is, alle mensen moeten verantwoordelijkheid nemen voor hun gedrag en de gevolgen dragen van hun daden. Wat dit eenvoudige voorbeeld betreft – Zhang wordt gestraft en Li wordt terugbetaald – is dit niet eerlijk? Wanneer mensen zulke dingen doen, is zoiets het gevolg. En staat dit los van het bestuur van de spirituele wereld? Het is er onlosmakelijk mee verbonden. Ondanks dat ze ongelovigen zijn, voor degenen die niet in God geloven is hun bestaan onderworpen aan dergelijke hemelse voorschriften en decreten, niemand kan eraan ontkomen en niemand kan deze realiteit vermijden.

Degenen die niet gelovig zijn, geloven vaak dat al het zichtbare bestaat, terwijl al het onzichtbare of wat heel ver van mensen af staat, niet bestaat. Ze geloven liever dat er geen “cyclus van leven en dood” is, en geen “straf”, en dus zondigen ze en begaan ze slechte daden zonder wroeging – waarna ze gestraft worden, of gereïncarneerd als dier. Van alle verschillende mensen onder de ongelovigen komen de meesten in deze vicieuze cirkel terecht. Dat komt omdat ze niet weten dat de spirituele wereld strikt is in het besturen van alle levende wezens. Of je het gelooft of niet, dit feit bestaat, want geen enkel persoon of object ontkomt aan de reikwijdte van wat waargenomen wordt door Gods ogen, en geen enkel persoon of object ontkomt aan de regels en beperkingen van Gods hemelse edicten en decreten. En dus laat dit eenvoudige voorbeeld iedereen zien dat, ongeacht of je wel of niet in God gelooft, het onaanvaardbaar is om te zondigen en kwaad te doen, en dit gevolgen heeft. Wanneer iemand die een ander geld heeft afgetroggeld zo gestraft wordt, is dat een redelijke straf. Dergelijk veelvoorkomend gedrag wordt bestraft door de spirituele wereld, door de decreten en hemelse edicten van God, en dus zal verschrikkelijk misdadig en kwaadaardig gedrag – verkrachting en plundering, list en bedrog, diefstal en roof, moord en brandstichting enzovoort – worden onderworpen aan een reeks straffen van uiteenlopende zwaarte. En wat houden deze straffen van uiteenlopende zwaarte in? Bij sommige kost het tijd om de ernst ervan vast te stellen, andere worden door verschillende methodieken bepaald en weer andere gebruiken de bestemming van reïncarnatie van mensen. Bijvoorbeeld, sommige mensen zijn grofgebekt. Wat betekent “grofgebekt”? Het betekent veelvuldig schelden tegen anderen en het gebruik van kwaadaardige taal, taal die mensen vervloekt. Wat houdt kwaadaardige taal in? Het laat zien dat iemand een kwaadaardig hart heeft. Zulke mensen spreken vaak kwaadwillende taal die mensen vervloekt, en zulke kwaadwillende taal gaat gepaard met ernstige gevolgen. Nadat deze mensen zijn gestorven en een gepaste straf hebben ontvangen, kunnen ze herboren worden als stomme. Sommige mensen zijn heel berekenend tijdens hun leven, ze maken vaak misbruik van anderen, hun plannetjes zijn zeer uitgekiend en ze brengen anderen veel schade toe. Zij kunnen worden herboren als zwakzinnige of iemand met een verstandelijke beperking. Sommige mensen maken vaak inbreuk op de privacy van anderen; zij zien veel wat niet voor hun ogen bestemd is, en ze weten veel wat ze niet zouden moeten weten, en daarom kunnen ze als blinde herboren worden. Sommige mensen zijn zeer gewiekst tijdens hun leven, ze maken veel ruzie en begaan veel slechte daden, en dus kunnen ze herboren worden met een handicap; mank of met één arm, of gebocheld of met een draaihals, ze kunnen niet goed lopen of hun ene been is korter dan het andere, enzovoort. Hierin worden ze onderworpen aan verschillende straffen al naar gelang van het niveau kwaad dat ze begingen tijdens hun leven. En wat denken jullie, waarom zijn mensen scheel? Zijn er veel van zulke mensen? Er zijn er vandaag veel bij. Sommige mensen zijn scheel omdat ze hun ogen in hun vorige leven te veel de kost gaven, ze deden te veel slechte dingen, en daarom worden ze in dit leven geboren met scheve ogen en in ernstige gevallen zelfs blind. Kijk jij graag naar mensen die scheel zijn? Maken ze een goede indruk? Let op hun goede gezichtsstructuur, hun zuivere en bleke huid, hun grote ogen en dubbele oogleden, maar helaas staat één van hun ogen scheef. Hoe zien ze eruit? Heeft dit geen grote impact op hun gedrag? En wat voor soort leven hebben ze daardoor? Als zij andere mensen tegenkomen, denken ze bij zichzelf: “Ik ben scheel! Ik moet met gebogen hoofd spreken en ik kan mensen niet recht aankijken, omdat ze mijn ogen niet mogen zien.” Hun scheve ogen beïnvloeden hoe ze naar dingen kijken en hun vermogen om mensen recht aan te kijken. Zijn ze hierdoor niet het gebruik van hun ogen kwijtgeraakt? En zijn de excessen van hun vorige leven zo niet rechtgezet? Dus zullen ze in het volgende leven wel uitkijken om nog eens zoiets slechts te doen. Dat is vergelding! Sommige mensen kunnen goed met anderen overweg voordat ze sterven, ze doen veel goeds voor hun dierbaren, vrienden, collega's of de mensen die met hen verbonden zijn. Ze bieden liefdadigheid en zorg aan anderen, of helpen hen in financieel opzicht, anderen hebben hen heel hoog zitten, en wanneer zulke mensen terugkeren naar de spirituele wereld worden ze niet gestraft. Wanneer een ongelovige niet gestraft wordt, betekent dit dat hij of zij een heel goed mens was. In plaats van te geloven in het bestaan van God, geloven ze alleen in de Man met de Baard in de hemel. Ze geloven alleen dat er een geest boven hen zweeft die alles wat ze doen in de gaten houdt – dat is het enige wat ze geloven. En wat is het resultaat? Ze gedragen zich veel beter. Deze mensen zijn goedhartig en liefdadig en wanneer ze uiteindelijk terugkeren naar de spirituele wereld, zal de spirituele wereld hen heel goed behandelen en zullen ze spoedig worden gereïncarneerd en herboren. En bij wat voor soort familie komen zij terecht? Hoewel deze familie niet rijk zal zijn, zal het er vredig zijn, met onderlinge harmonie; zij zullen serene, gelukkige dagen beleven, iedereen zal vreugdevol zijn en zij zullen een goed leven hebben. Wanneer zulke mensen de volwassen leeftijd bereiken, zullen zij vele zonen en dochters krijgen en een groot gezin hebben met veel aanhang, hun kinderen zullen getalenteerd en succesvol zijn en zij en hun familie zullen veel voorspoed ervaren – en zo’n resultaat is nauw verbonden met het vorige leven van deze persoon. Dat wil zeggen, waar iemand na zijn dood heengaat en reïncarneert, ongeacht of het een man of vrouw is, ongeacht wat zijn of haar missie is, ongeacht wat het leven hem of haar brengt, welke tegenslagen en zegeningen ze ook genieten, wie ze zullen ontmoeten, wat hen zal overkomen – niemand kan dit voorspellen, eraan ontkomen of zich ervoor verstoppen. Dat wil zeggen, nadat voor jouw leven is vastgesteld wat er met je gebeurt, hoe je het ook probeert te vermijden, op welke manier je het ook probeert te vermijden, jij kunt de levensloop die God in de spirituele wereld voor jou heeft vastgesteld, op geen enkele manier schenden. Want wanneer je bent gereïncarneerd, ligt je levenslot al vast. Of het nu goed of slecht is, iedereen moet dit onder ogen zien en blijven doorgaan; dit is een kwestie waar niemand die in deze wereld leeft aan kan ontkomen, en er bestaat geen reëlere kwestie. Goed, jullie hebben dit allemaal begrepen, toch?

Nu jullie dit begrijpen, zien jullie dan ook in dat God zeer nauwkeurige en grondige controles en een bestuur heeft voor de cyclus van leven en dood van de ongelovigen? Ten eerste heeft God verschillende hemelse edicten, decreten en systemen ingesteld in het spirituele rijk, en na het instellen van deze hemelse voorschriften, decreten en systemen worden ze strikt uitgevoerd, zoals God heeft vastgesteld, door wezens met verschillende officiële posities binnen de spirituele wereld, en niemand durft hen te schenden. En dus bestaan er in de cyclus van het leven en de dood van de mensheid in de mensenwereld of iemand gereïncarneerd is als een dier of als persoon, er bestaan wetten voor beide. Omdat deze wetten van God komen, durft niemand ze te overtreden, noch kunnen ze door wie dan ook overtreden worden. Het is alleen door de soevereiniteit van God en door het bestaan van zulke wetten dat de materiële wereld die mensen zien gestructureerd en ordelijk is; het is alleen door Gods soevereiniteit dat de mens vreedzaam kan bestaan naast de andere wereld, die volledig onzichtbaar is voor de mensheid, en dat de mens er in harmonie mee kan samenleven – dit alles is onlosmakelijk verbonden met Gods soevereiniteit. Nadat iemands vleselijke leven sterft, heeft de ziel nog steeds leven in zich, en wat zou er dus gebeuren zonder Gods bestuur? De ziel zou overal ronddwalen, overal binnendringen en de levende dingen in de wereld van de mensheid zelfs schade toebrengen. Die schade zou niet alleen de mensheid treffen, maar ook planten en dieren, maar de mens zou de eerste zijn die schade ondervindt. Als dit zou gebeuren – als zo'n ziel stuurloos was en mensen echt beschadigde, en echt slechte dingen deed – dan zou er ook op juiste wijze met deze ziel worden omgegaan in de spirituele wereld: als het echt ernstig was, zou het bestaan van de ziel snel ophouden, zij zou vernietigd worden; indien mogelijk zou zij ergens worden geplaatst en vervolgens gereïncarneerd. Dat wil zeggen, het bestuur van de spirituele wereld van verschillende soorten zielen wordt opgedragen en uitgevoerd volgens stappen en regels. Alleen door middel van een dergelijk bestuur is de materiële menselijke wereld niet in chaos vervallen, alleen daardoor kent de materiële menselijke wereld een normaal verstand, normale rationaliteit en een geordend vleselijk leven. Pas wanneer de mensheid zo'n normaal leven kent, zullen degenen die in het vlees leven door de generaties heen blijven bloeien en zich voortplanten.

Wat denken jullie van de woorden die jullie net gehoord hebben? Zijn ze nieuw voor jullie? En wat voelden jullie nadat ik deze woorden vandaag communiceerde? Voelden jullie, naast het gevoel dat ze nieuw zijn, nog iets anders? (Mensen moeten zich goed gedragen, en ik zie dat God groot en beangstigend is.) (Ik voel me eerbiediger tegenover God, in de toekomst zal ik voorzichtiger zijn wanneer er iets met me gebeurd, ik zal me beter gedragen bij wat ik zeg en doe.) Waarom zul je dat doen? (Nadat ik zojuist Gods communicatie over hoe God handelt met betrekking tot het einde van verschillende soorten mensen heb gehoord, voel ik aan de ene kant dat Gods gezindheid geen enkele belediging toestaat en dat ik Hem moet vereren en aan de andere kant weet ik van welk soort mensen God houdt en van welk soort niet. Ik wil dus een van degenen zijn waar God van houdt.) Zien jullie dat Gods handelingen op dit gebied principieel zijn? Wat zijn de principes waarnaar Hij handelt? (Hij stelt het einde van de mensen vast op basis van alles wat ze doen.) Dit gaat over de verschillende einden van de ongelovigen waar we net over gesproken hebben. Wanneer het gaat over de ongelovigen, is het principe dat achter Gods handelingen zit dan het belonen van de goeden en het straffen van de slechten? Bestaan er uitzonderingen? (Nee.) Zien jullie dat er een principe achter Gods handelingen zit? (Ja.) De ongelovigen geloven feitelijk niet in God, ze kunnen Gods orkestratie niet gehoorzamen en ze zijn zich niet bewust van Gods soevereiniteit, laat staan dat ze God erkennen. Nog erger, ze lasteren God en vervloeken Hem, en ze staan vijandig tegenover degenen die in God geloven. Hoewel deze mensen zo’n houding tegenover God hebben, wijkt Gods bestuur over hen nog steeds niet af van Zijn principes. Hij bestuurt hen op een ordelijke manier in overeenstemming met Zijn principes en Zijn gezindheid. Hoe beschouwt God hun vijandigheid? Als onwetendheid! En dus heeft Hij ervoor gezorgd dat deze mensen – de meerderheid van de ongelovigen – ooit gereïncarneerd werden als dieren. Wat zijn ongelovigen dus in de ogen van God? (Vee.) In Gods ogen zijn ze van dit type, ze zijn vee. God bestuurt vee en Hij bestuurt de mensheid. Hij hanteert dezelfde principes voor dit soort mensen. Zelfs in Gods bestuur over deze mensen en Zijn handelingen tegenover hen kunnen we nog Gods gezindheid en de wetten voor Zijn heerschappij over alle dingen aflezen. Zien jullie dus Gods soevereiniteit in de principes waarmee Hij de ongelovigen waarover we net hebben gesproken, bestuurt? Zien jullie Gods rechtvaardige gezindheid? (Die zien we.) Jullie zien Gods soevereiniteit en jullie zien Zijn gezindheid. Dat wil zeggen, met welke dingen Hij ook te maken heeft, God handelt volgens Zijn eigen principes en gezindheid. Dit is Gods wezen. Hij breekt niet zomaar de decreten of hemelse bevelschriften die Hij heeft vastgesteld omdat Hij dit soort mensen als vee beschouwt. God handelt volgens principes, zonder ook maar de geringste wanorde. Zijn handelingen worden in het geheel niet beïnvloed door welke factor dan ook, en wat Hij ook doet, het is altijd overeenkomstig Zijn eigen principes. Dit komt omdat God het wezen van God Zelf heeft, dat een aspect is van Zijn wezen dat geen enkel schepsel bezit. God is consciëntieus en verantwoordelijk in Zijn behandeling, benadering, management, bestuur van en heerschappij over elk object, persoon en levend wezen onder alle dingen die Hij heeft geschapen. Hij is hierin nooit onzorgvuldig geweest. Voor hen die goed zijn, is Hij genadig en vriendelijk; hen die slecht zijn, straft Hij meedogenloos, en voor de verschillende levende wezens creëert Hij passende regelingen op een tijdige en regelmatige manier overeenkomstig de verschillende eisen die op verschillende tijdstippen gelden voor de wereld van de mensheid, zodanig dat deze verschillende levende wezens worden gereïncarneerd volgens de rollen die zij op een ordelijke manier spelen, en zich op een ordelijke manier tussen de materiële wereld en de spirituele wereld verplaatsen.

De dood van een levend wezen – de beëindiging van een fysiek leven – geeft aan dat het levende wezen is overgegaan van de materiële wereld naar de spirituele wereld, terwijl de geboorte van een nieuw fysiek leven aangeeft dat een levend wezen van de spirituele wereld is overgegaan naar de materiële wereld en is begonnen zijn rol op zich te nemen, zijn rol te spelen. Of het nu het vertrek of de aankomst van een wezen is, beide zijn onscheidbaar van het werk van de spirituele wereld. Wanneer iemand in de materiële wereld aankomt, heeft God in de spirituele wereld al passende regelingen getroffen en definities opgesteld wat betreft het gezin waar het wezen terecht komt, het gebied waar het zal aankomen, het uur waarop de aankomst zal plaatsvinden en de rol die iemand gaat spelen. Het hele leven van deze mens – de dingen die hij gaat doen, de wegen die hij zal gaan – voltrekt zich volgens de regelingen uit de spirituele wereld, zonder ook maar de geringste fout. Het moment waarop een fysiek leven eindigt en de manier en plaats waarop het eindigt zijn intussen ook duidelijk en herkenbaar voor de spirituele wereld. God regeert over de materiële wereld en Hij regeert over de spirituele wereld. Hij zal de normale cyclus van leven en dood van een ziel niet vertragen, noch kan Hij fouten begaan bij de regelingen met betrekking tot de cyclus van leven en dood van een ziel. Alle officiële wetsdienaars van de spirituele wereld voeren hun taken uit en doen dat wat ze moeten doen, volgens de instructies en regels van God. En zo, in de wereld van de mensheid, is elk materieel fenomeen dat door de mens wordt aanschouwd ordelijk en bevat geen chaos. Dit alles is vanwege Gods ordelijke heerschappij over alle dingen en omdat Gods gezag over alles heerst en alles waarover Hij heerst, omvat de materiële wereld waarin de mens leeft en bovendien de onzichtbare spirituele wereld achter de mensheid. En dus, als de mensheid een goed leven wil leiden en in een prettige omgeving wil leven, en daarnaast wil worden voorzien van de gehele zichtbare materiële wereld, dan dient de mens ook te worden voorzien van de spirituele wereld, die niemand kan zien en die namens de mensheid over elk levend wezen heerst en ordelijk is. Wanneer dus wordt gezegd dat God de levensbron voor alle dingen is, hebben we dan niet iets toegevoegd aan ons bewustzijn en begrip van “alle dingen”? (Ja.)

2. De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen

We hebben zojuist de cyclus van leven en dood besproken van de eerste categorie, de ongelovigen. Laten we nu de cyclus van de tweede categorie bespreken, de verschillende gelovige mensen. “De cyclus van leven en dood van de verschillende gelovige mensen” is ook een bijzonder belangrijk onderwerp en het is noodzakelijk dat jullie hier enig begrip van hebben. Laten we het eerst hebben over naar welke soorten geloof het “geloof” in “gelovige mensen” verwijst: Het verwijst naar jodendom, christendom, katholicisme, islam en boeddhisme, de vijf grote religies. Naast de ongelovigen vormen de mensen die in deze vijf religies geloven een groot deel van de wereldbevolking. Onder deze vijf religies zijn er maar weinig mensen die van hun geloof een carrière hebben gemaakt, maar toch hebben deze religies vele gelovigen. Deze gelovigen gaan naar een andere plek wanneer ze sterven. “Anders” dan wie? Dan de ongelovigen, de mensen die geen geloof hebben, waar we het net over hebben gehad. Nadat ze sterven, gaan de gelovigen van deze vijf religies ergens anders heen, een plek die anders is dan die van de ongelovigen. Maar het is hetzelfde proces. De spirituele wereld zal ook een oordeel over hen vellen gebaseerd op alles wat ze hebben gedaan voor ze stierven, waarop ze dienovereenkomstig zullen worden verwerkt. Maar waarom worden deze mensen ergens anders geplaatst om te worden verwerkt? Hiervoor is een belangrijke reden. En wat is die reden? Ik vertel het jullie aan de hand van een voorbeeld. Maar voor ik dat doe – jullie denken misschien bij jezelf: “Misschien is het omdat ze een beetje in God geloven! Ze zijn geen volledig ongelovigen.” Dit is niet de reden. Er is een heel belangrijke reden waarom ze ergens anders worden geplaatst.

Neem boeddhisme: laat me jullie een feit vertellen. Een boeddhist is allereerst iemand die is bekeerd tot het boeddhisme, en is iemand die weet wat zijn geloof is. Wanneer een boeddhist het haar afknipt en een monnik of non wordt, betekent dit dat hij of zij afscheid heeft genomen van de seculiere wereld en het rumoer van de wereld ver achter zich heeft gelaten. Elke dag zingen ze de soetra’s en eten alleen vegetarisch voedsel, ze leiden ascetische levens en brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp. Ze brengen hun hele leven op deze wijze door. Wanneer hun fysieke leven eindigt, maken ze de som op van hun leven. In hun harten weten ze echter niet waar ze naar toe gaan nadat ze sterven, wie ze zullen ontmoeten en wat voor einde ze zullen hebben – in hun harten hebben ze geen duidelijkheid over deze dingen. Ze hebben niets meer gedaan dan hun hele leven vergezeld door een geloof blind door te brengen, waarna ze deze wereld verlaten vergezeld door blinde wensen en idealen. Zo is het einde van hun fysieke leven wanneer ze de wereld van de levenden verlaten en wanneer hun fysieke leven is beëindigd, keren ze terug naar hun oorspronkelijke plaats in de spirituele wereld. Of deze mensen worden gereïncarneerd om terug te keren naar de aarde en door te gaan met hun zelfontwikkeling is afhankelijk van hun gedrag en zelfontwikkeling voorafgaande aan hun overlijden. Als ze tijdens hun leven niets verkeerd hebben gedaan, worden ze snel gereïncarneerd en weer teruggezonden naar de aarde, waar ze opnieuw monnik of non zullen worden. Overeenkomstig de procedure tijdens de eerste keer, zullen hun fysieke lichamen zichzelf ontwikkelen, waarna ze overlijden en terugkeren naar de spirituele wereld, waar ze worden getoetst, waarna ze – als er geen problemen zijn – nogmaals terug kunnen keren tot de mensenwereld, zich nogmaals tot het boeddhisme bekeren en doorgaan met hun zelfontwikkeling. Nadat ze drie tot zeven keer zijn gereïncarneerd, zullen ze nogmaals terugkeren naar de spirituele wereld, naar de plek waar ze elke keer heengaan nadat hun fysieke leven is beëindigd. Als hun verschillende kwalificaties en gedrag in de mensenwereld in overeenstemming zijn met de hemelse bevelen van de spirituele wereld, zullen ze vanaf dit punt daar blijven. Ze zullen niet meer als mens reïncarneren, noch zullen ze enig risico lopen te worden gestraft voor kwaad dat ze op aarde zouden doen. Ze zullen dit proces nooit meer ervaren. In plaats daarvan zullen ze, overeenkomstig hun omstandigheden, een positie innemen in het spirituele rijk. Dit is wat boeddhisten het bereiken van onsterfelijkheid noemen. Het bereiken van onsterfelijkheid betekent voornamelijk een functionaris in de spirituele wereld worden en dat er geen kans is op reïncarnatie of bestraffing. Sterker nog, het betekent niet langer meer de ergernis te hoeven ondergaan om weer mens te zijn na te zijn gereïncarneerd. Lopen ze nog steeds een kans om als dier te worden gereïncarneerd? (Nee.) Dit betekent dat ze blijven om een rol in de spirituele wereld op zich te nemen. Ze zullen niet meer worden gereïncarneerd. Dit is één voorbeeld van het bereiken van onsterfelijkheid in boeddhisme. Wat betreft degenen die geen onsterfelijkheid bereiken – wanneer zij terugkeren naar de spirituele wereld worden ze onderzocht en geverifieerd door de relevante wetsdienaar, die vaststelt dat ze niet zichzelf zorgvuldig hebben ontwikkeld of consciëntieus zijn geweest bij het zingen van de soetra’s zoals voorgeschreven door het boeddhisme, maar integendeel veel kwaad hebben bedreven en veel hebben gedaan wat slecht was. In de spirituele wereld zal dan een oordeel over hun kwaad worden geveld waarna ze zeker zullen worden gestraft. Wat dit betreft zijn er geen uitzonderingen. Wanneer bereikt dit soort mens dus onsterfelijkheid? Wanneer na een leven waarin ze geen kwaad hebben gedaan, na hun terugkeer in de spirituele wereld, wordt vastgesteld dat ze voor ze stierven niets fout hebben gedaan. Ze worden steeds gereïncarneerd, blijven de soetra’s zingen, brengen hun dagen door bij het koude, zwakke licht van de boterlamp, doden geen enkel levend wezen, eten geen vlees, nemen geen deel aan de mensenwereld, maar laten de problemen van die wereld ver achter zich en hebben geen geschillen met anderen. Tijdens dit proces doen ze geen kwaad, waarna ze terugkeren naar de spirituele wereld en nadat al hun handelingen en gedrag zijn onderzocht, worden ze nogmaals in de mensenwereld gezonden, in een cyclus van drie tot zeven keer. Als dit proces niet wordt verstoord dan zal hun bereiken van onsterfelijkheid onaangetast blijven en zal niet worden uitgesteld. Dit is een element van de cyclus van leven en dood van alle gelovige mensen: ze zijn in staat onsterfelijkheid te bereiken en een positie in te nemen in de spirituele wereld. Dit is wat hen onderscheidt van de ongelovigen. Allereerst, wat dient het gedrag te zijn van degenen die in staat zijn een positie in de spirituele wereld in te nemen wanneer ze op aarde leven? Ze mogen absoluut geen kwaad doen: ze mogen niet moorden, brandstichten, verkrachten of plunderen en wanneer ze fraude of bedrog plegen of stelen of roven, kunnen ze geen onsterfelijkheid bereiken. Dat wil zeggen, als ze enige band of betrokkenheid hebben met het kwaad, zullen ze niet in staat zijn aan de bestraffing van de spirituele wereld te ontsnappen. De spirituele wereld maakt passende regelingen voor boeddhisten die onsterfelijkheid bereiken: ze worden misschien aangewezen om degenen waarvan blijkt dat ze in boeddhisme en de Man met de Baard in de Hemel geloven te besturen, en de boeddhisten krijgen een eigen jurisdictie, misschien besturen ze alleen de ongelovigen, of misschien worden ze een hele bescheiden wetsdienaar. Zo’n toewijzing geschiedt volgens de aard van deze zielen. Dit is een voorbeeld van het boeddhisme.

Onder de vijf religies waarover we hebben gesproken, is het christendom enigszins speciaal. Wat is er speciaal aan het christendom? Dit zijn mensen die in de ware God geloven. Hoe kunnen degenen die in de ware God geloven hier worden vermeld? Omdat het christendom een soort geloof is, heeft het zonder twijfel alleen te maken met geloof – het is een soort ceremonie, een soort denominatie, een soort religie, en iets dat apart staat van het geloof van degenen die God echt volgen. De reden waarom ik het christendom heb vermeld als een van de vijf grote religies is omdat het christendom is afgedaald tot hetzelfde niveau als het jodendom, het boeddhisme en de islam. De meeste christenen geloven niet dat er een God is of dat Hij over alle dingen regeert, laat staan dat ze geloven in Zijn bestaan. In plaats daarvan gebruiken ze de Schrift slechts om over theologie te spreken en gebruiken ze theologie om de mensen te onderwijzen vriendelijk te zijn, lijden te verdragen en goede dingen te doen. Dit is het soort religie dat het christendom is: een religie die zich slechts concentreert op theologische theorieën en absoluut niets te maken heeft met Gods werk van het managen en redden van de mens, een religie van degenen die God volgen die niet door God wordt erkend. Maar ook voor Zijn benadering van hen hanteert God een principe. Hij gaat niet terloops met ze om en behandelt ze niet willekeurig, op dezelfde manier als Hij de ongelovigen behandelt. Hij benadert ze op dezelfde manier als Hij de boeddhisten benadert. Wanneer een christen tijdens zijn leven zelfdiscipline toont, strikt gehoorzaamt aan de Tien Geboden en zich aan de wetten en bevelen houdt bij de eisen die hij stelt aan zijn eigen gedrag – en als hij dit zijn hele leven volhoudt – dan zal hij dezelfde tijd moeten besteden aan het doorlopen van de cycli van leven en dood voordat hij werkelijk de zogenaamde opname kan bereiken. Na deze opname te hebben bereikt blijven christenen in de spirituele wereld, waar ze een positie innemen en een van de wetsdienaars van de spirituele wereld worden. Evenzo, wanneer ze op aarde kwaad doen, als ze zondig zijn en te veel zonden begaan, is het onvermijdelijk dat ze in verschillende mate zullen worden gestraft en gedisciplineerd. In boeddhisme betekent het bereiken van onsterfelijkheid het binnengaan in Sukhavati, maar hoe wordt het in het christendom genoemd? Het wordt “de hemel binnengaan” of “opgenomen worden” genoemd. Degenen die werkelijk worden opgenomen, doorlopen ook de cyclus van leven en dood drie tot zeven keer, waarna ze, na te zijn overleden, naar de spirituele wereld komen, alsof ze in slaap zijn gevallen. Als ze voldoen aan de standaard kunnen ze blijven om een rol op zich te nemen en zullen, in tegenstelling tot de mensen op aarde, niet meer worden gereïncarneerd op een eenvoudige wijze of volgens de gebruikelijke manier.

Bij al deze religies is het einde waarover ze spreken en waar ze naar streven gelijk aan het bereiken van onsterfelijkheid in het boeddhisme – het wordt alleen bereikt op verschillende manieren. Ze zijn allemaal hetzelfde. Aan dit deel van de mensen die deze religies aanhangen, het deel dat in staat is zich bij hun gedrag strikt te houden aan religieuze voorschriften, geeft God een passende bestemming, een geschikte plek om heen te gaan, en behandelt ze op gepaste wijze. Dit is allemaal redelijk, maar het is niet zoals mensen zich het zich voorstellen, nietwaar? Hoe voel je je nu je hebt gehoord wat er met christenen gebeurd? Voel je je verdrietig omwille van hen? Leef je met ze mee? (Een beetje.) Er is niets aan te doen – ze kunnen alleen zichzelf verwijten maken. Waarom zeg ik dit? Gods werk is waarheid, God leeft en is echt, en Zijn werk is gericht op de hele mensheid en elk mens – dus waarom accepteren christenen dit niet? Waarom verzetten ze zich maniakaal tegen God en vervolgen ze Hem? Ze mogen van geluk spreken dat ze zo’n einde hebben, dus waarom zouden jullie medelijden met hen hebben? Dat ze op deze manier worden behandeld, toont een grote mate van tolerantie. Uitgaande van de mate waarin ze zich tegen God verzetten, zouden ze moeten worden vernietigd – toch doet God dit niet en behandelt Hij het christendom slechts op dezelfde manier als een gewone religie. Is het dus noodzakelijk om het tot in detail over de andere religies te hebben? Het ethos van al deze religies is dat mensen meer ellende moeten verdragen, geen kwaad doen, aardige dingen zeggen, goede daden verrichten, anderen niet vervloeken, niet met hun oordeel over anderen klaarstaan, zichzelf afzijdig houden van twisten, goede dingen doen, een goed persoon zijn – zo zijn de meeste religieuze onderwijzingen. En dus, als deze gelovige mensen – deze mensen van verschillende religies en denominaties – in staat zijn zich strikt te houden aan religieuze voorschriften, dan zullen ze geen grote fouten of zonden begaan in de tijd dat ze op aarde zijn en zullen deze mensen, de mensen die in staat zijn om zich strikt te houden aan de religieuze voorschriften, na drie tot zeven keer te zijn gereïncarneerd over het algemeen genomen blijven om een rol op te nemen in de spirituele wereld. Zijn er veel van zulke mensen? (Nee, er zijn er niet veel.) Waar is je antwoord op gebaseerd? Het is niet eenvoudig om goed te doen of je te houden aan religieuze regels en wetten. Boeddhisme staat mensen niet toe vlees te eten – zouden jullie dat kunnen? Als jullie grijze gewaden zouden moeten dragen en de hele dag soetra’s zouden moeten zingen in een boeddhistische tempel, zouden jullie dat kunnen doen? Het zou niet makkelijk zijn. Het christendom heeft de Tien Geboden, de geboden en de wetten, is het eenvoudig je daaraan te houden? Nee, dat is het niet! Neem bijvoorbeeld dat je anderen niet mag vervloeken: Mensen zijn niet in staat zich aan deze regel te houden. Ze kunnen zich niet beheersen en vloeken – en nadat ze hebben gevloekt kunnen ze het niet meer terugnemen, dus wat doen ze dan? Ze biechten ‘s avonds hun zonden op. Soms is er nadat ze anderen hebben vervloekt nog steeds haat in hun harten en gaan ze zelfs zover dat ze plannen maken om hen kwaad te doen. Samengevat, voor degenen die onder dit dode dogma leven is het niet eenvoudig niet te zondigen of kwaad te doen. En dus zijn er in elke religie maar enkele mensen die in staat zijn onsterfelijkheid te bereiken. Jullie denken dat, omdat er zo veel mensen zijn die deze religies aanhangen, er ook wel velen zullen zijn die blijven om een rol op zich te nemen in het spirituele rijk. Maar er zijn er niet zo veel, slechts enkelen zijn in staat dit te bereiken. Dit is het in grote lijnen wat betreft de cyclus van leven en dood van gelovige mensen. Wat hen onderscheidt, is dat ze onsterfelijkheid kunnen bereiken, wat hun verschil is met ongelovigen.

0zoekresulta(a)t(en)