Gods woorden ‘Alleen door pijnlijke beproevingen te ervaren, kun je de liefelijkheid van God kennen’
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
We hebben zojuist gecommuniceerd over twee soorten valse leiders. Er is nog een ander soort valse leider, waarover we vaak hebben gesproken bij het communiceren over het onderwerp ‘de verantwoordelijkheden van leiders en werkers’. Dit soort mensen heeft enig kaliber, ze zijn niet dom. In hun werk hebben ze bepaalde manieren, methoden en plannen om problemen op te lossen. Wanneer hun een taak wordt toevertrouwd, kunnen ze die bijna volgens de verwachte normen uitvoeren. Ze kunnen ieder probleem ontdekken dat in het werk opduikt en sommige ervan ook oplossen. Wanneer ze horen over problemen die anderen rapporteren, of het gedrag, de manifestaties, woorden en daden van anderen observeren, reageren ze daar innerlijk op en vormen ze hun eigen mening en houding. Als deze mensen de waarheid nastreven en enige last voelen, kunnen al deze problemen natuurlijk worden opgelost. Desondanks blijven de problemen in het werk waarvoor het soort mensen verantwoordelijk is waarover we vandaag communiceren, onverwachts onopgelost. Waarom is dat? Omdat deze mensen geen daadwerkelijk werk uitvoeren. Ze houden van gemak en haten hard werk, voeren hun werk slechts plichtmatig en oppervlakkig uit, zijn liever lui en genieten graag van de voordelen van hun status, geven graag bevelen, en vinden dat hun werk gedaan is zodra ze hun mond hebben opengedaan en een paar aanwijzingen hebben gegeven. Ze nemen niets van het daadwerkelijke werk van de kerk ter harte of van het cruciale werk dat God hun toevertrouwt – deze last voelen ze niet, en zelfs wanneer Gods huis deze dingen herhaaldelijk benadrukt, slaan zij er nog steeds geen acht op. Ze willen zich bijvoorbeeld niet mengen in of informeren naar het filmproductiewerk of het tekstuele werk van Gods huis, noch wensen ze te onderzoeken hoe dit soort werk vordert en welke resultaten het oplevert. Ze doen slechts wat indirect navraag, en zodra ze weten dat men met dit werk bezig is en dit werk uitvoert, laten ze het erbij. Zelfs wanneer ze heel goed weten dat er problemen zijn in het werk, willen ze er nog steeds niet over communiceren en ze oplossen, en ze informeren ook niet naar hoe mensen hun plichten vervullen, noch onderzoeken ze dit. Waarom stellen ze geen vragen of onderzoeken ze deze dingen niet? Ze denken dat als ze die dingen onderzoeken, er dan tal van problemen op hen wachten om opgelost te worden, en dat dat te veel kopzorgen zal geven. Het leven wordt veel te vermoeiend als ze constant problemen moeten oplossen! Als ze zich te veel zorgen maken, zal het eten hun niet langer smaken, en zullen ze niet goed kunnen slapen, ze zullen zich lichamelijk moe voelen en het leven zal ellendig worden. Daarom, wanneer ze een probleem zien, ontwijken en negeren ze het als ze kunnen. Wat is het probleem met dit soort mensen? (Ze zijn te lui.) Zeg Mij, wie hebben een groter probleem: luie mensen, of mensen van slecht kaliber? (Luie mensen.) Waarom hebben luie mensen een groot probleem? (Mensen met een pover kaliber kunnen geen leiders of werkers zijn, maar ze kunnen nog enigszins effectief zijn wanneer ze een plicht vervullen die binnen hun mogelijkheden ligt. Mensen die lui zijn, kunnen echter niets doen. Zelfs als ze kaliber hebben, heeft dat geen enkel effect.) Luie mensen kunnen niets doen. Samengevat in twee woorden zijn ze nutteloze mensen; ze hebben een tweederangs handicap. Hoe goed het kaliber van luie mensen ook is, het is niet meer dan uiterlijke schijn. Zelfs al hebben ze goed kaliber, het is volkomen nutteloos. Ze zijn te lui – ze weten wat ze zouden moeten doen, maar doen het niet; en zelfs wanneer ze weten dat er een probleem is, zoeken ze de waarheid niet om het op te lossen. Ze weten welk lijden ze moeten doorstaan om effectief werk uit te voeren, maar ze zijn niet bereid dat waardevolle lijden te verdragen. Daarom kunnen ze geen enkele waarheid verwerven en geen enkel daadwerkelijk werk uitvoeren. Ze willen het lijden dat mensen horen te dragen niet ondergaan; ze willen zich alleen maar tegoed doen aan gemak, genieten van plezier en vrije tijd en een vrij en ontspannen leven. Zijn ze dan niet waardeloos? Mensen die geen lijden kunnen doorstaan, zijn het leven niet waard. Wie altijd als een parasiet wil leven, is iemand zonder geweten of verstand. Zulke mensen zijn beesten en ongeschikt om zelfs maar arbeid te verrichten. Omdat ze geen lijden kunnen doorstaan, kunnen ze, zelfs wanneer ze arbeid verrichten, die niet goed uitvoeren, en als ze de waarheid willen verwerven, is daar zelfs nog minder kans op. Wie niet kan lijden en de waarheid niet liefheeft, is waardeloos en zelfs ongekwalificeerd om arbeid te verrichten. Hij is een beest, zonder een greintje menselijkheid. Zulke mensen moeten worden geëlimineerd; alleen dat stemt overeen met Gods bedoelingen.
Sommige mensen zijn verantwoordelijk voor landbouwwerk en zijn bijzonder ijverig; ze hebben een plan voor ogen en weten precies welk werk in elk seizoen gedaan moet worden. Wanneer het tijd is om de akkers te bewerken, gaan ze naar elk perceel land om poolshoogte te nemen. Ze vergelijken wat ze van plan waren te planten op elk perceel met de werkelijke staat van het perceel en bekijken of hun plan geschikt is en in overeenstemming met de werkelijke situatie. Daarnaast letten ze erop hoe nat of droog de grond dit jaar is, welke meststof nodig is en wat geschikt is om te planten. Zodra ze dit hebben bekeken en zich hiervan een goed beeld hebben gevormd, informeren ze meteen of er al zaailingen zijn opgekweekt en hoeveel, en gaan dan naar de kas om te zien of de persoon die de zaailingen opkweekt betrouwbaar is of dat hij ze mogelijk laat mislukken. Als één persoon niet genoeg is voor dit werk, wijzen ze iemand anders aan om met hem samen te werken, en de twee houden toezicht op elkaar. Zullen luie mensen dit doen? Nee, zeker niet. Als niemand toezicht op hen houdt en hen aanspoort, zullen ze zeker niet zelf ter plaatse gaan kijken; en als Gods huis niet vraagt naar de voortgang van een werk, zullen zij zeker niet uit zichzelf het initiatief nemen om de daadwerkelijke situatie van dat werk te inspecteren. Wat ze ook doen, mensen met een pover kaliber doen het altijd zelf, maar ze kunnen niet onderscheiden wat dringend en belangrijk is en wat niet, en handelen gewoon blindelings. Deze luie mensen daarentegen zijn slim genoeg: wat ze ook doen, ze bewegen alleen graag hun mond en commanderen anderen om het werk uit te voeren; zelf doen ze nooit iets, en ze zijn ook niet in staat om daadwerkelijk werk uit te voeren. Ze denken: ‘Ik hoef alleen maar te bellen of een bericht te sturen om wat vragen te stellen, dan is mijn werk gedaan en de kwestie opgelost. Dit bespaart me zoveel moeite! Kijk eens wat voor kaliber ik als leider heb. Met een paar woorden kan ik de klus klaren – is dat niet ook het vervullen van mijn verantwoordelijkheden? Ik verzaak mijn verantwoordelijkheden niet. Als de Boven mij hierover vragen stelt, kan ik die heel vlot beantwoorden en helder uitleggen. Wat heeft het voor zin om zelf naar de werkplek te gaan en een kijkje te nemen? Dan zou ik ontberingen moeten doorstaan en zou mijn huid donker worden van de zon. Zo’n formaliteit is echt overbodig. Als ik mezelf moeite kan besparen, zal ik dat zeker doen. Waarom het mezelf onnodig moeilijk maken?’ Zijn ze niet ‘slim’ genoeg? Dit soort mensen zijn er bijzonder goed in om de kantjes ervan af te lopen en sluiproutes te zoeken om hun doelen te bereiken, en ze hebben daar hun eigen manieren en methoden voor. Ze doen zelf niets en nemen nergens actief aan deel. Ze bellen alleen maar om wat vragen te stellen, puur voor de vorm, en zodra ze de telefoon hebben opgehangen, gaan ze naar bed of laten ze zich masseren en geven zich over aan hun vlees. Dit soort mensen weten echt hoe ze moeten ‘werken’, ze weten echt hoe ze kansen moeten vinden om lui te zijn en hoe ze alles voor de vorm kunnen doen om anderen te misleiden! Wat heb je aan hun beetje kaliber? Ze zijn net als die ambtenaren in het land van de Communistische Partij, die, zodra ze op hun werk aankomen, alleen maar thee drinken en de krant lezen en nog vóór het einde van de werkdag al nadenken over wat ze zullen eten en waar ze zich zullen vermaken – hun leven is echt goed. Dat is ook het principe dat dit soort valse leiders in hun werk volgen; ze lijden geen ontberingen, ze ervaren geen uitputting, maar toch gedragen ze zich als functionarissen die genieten van de voordelen van hun status. De meeste broeders en zusters merken niet eens dat dit een probleem is. Zo gaan dergelijke valse leiders te werk, ze voeren geen daadwerkelijk werk uit, en ze gaan niet ter plaatse om het werk op te volgen en te inspecteren. Kunnen ze dan problemen in het werk ontdekken? (Nee.) Pseudospirituele valse leiders en valse leiders van pover kaliber zijn blind, ook al zijn hun ogen wijd open, en ze kunnen geen problemen zien. Hoe zit het dan met dit soort nutteloze mensen? Ze zeggen: “Ik neem niet deel aan daadwerkelijk werk en ga niet ter plaatse om me onder de mensen te mengen die daar werken, dus als er problemen ontstaan, kun je niet zeggen dat ik ziende blind ben. Ik ben niet ter plaatse geweest en heb de problemen niet gezien, dus wat heeft het met mij te maken als er problemen ontstaan? Je moet bij de betrokkenen zijn.” Zijn deze kerels niet buitengewoon sluw? Ze denken dat ze alleen maar bevelen hoeven te geven en mensen goed hoeven in te delen – en daarmee zijn hun verantwoordelijkheden vervuld. Daarna kunnen ze schaamteloos genieten van hun vrije tijd en vermaak. Wat er zich onder hen ook aan problemen voordoet, ze stellen geen vragen; pas wanneer iemand een probleem bij de Boven meldt, haasten ze zich om het aan te pakken. Het enige waar ze zich elke dag op richten, is het genieten van de voordelen van hun status: ze slenteren overal op hun gemak rond en voeren een show op van het inspecteren van het werk. In werkelijkheid gaan ze nooit naar een plek waar echt een probleem is, en ze controleren nooit het cruciale werk. Is dit niet precies zoals functionarissen van de Communistische Partij, die alleen oppervlakkige inspanningen leveren en zich beperken tot werk dat hen in een goed daglicht stelt? Ze doen mooie beloften om het werk dat hun is toevertrouwd uit te voeren, maar ze volgen het niet op of houden er geen toezicht op. Zelfs wanneer ze ter plaatse gaan, doen ze dat alleen voor de vorm. Ze zullen het werk absoluut niet zelf uitvoeren of de problemen zelf oplossen. Ze denken: ‘Het is niet nodig dat ik lijd en een prijs betaal om deze dingen te doen. Het is genoeg dat er iemand is die ze uitvoert. Ik verdien er toch geen geld mee, dus het is prima als ik er maar net mee doorkom.’ Kunnen ze hun werk goed uitvoeren met zo’n mentaliteit? Ze hebben een plannetje in hun hoofd en denken: ‘Ik werk alleen zoveel als wat ik te eten krijg, en ik leef maar wat aan van dag tot dag.’ Toch voeren ze nooit concreet werk uit, en niemand ziet ze ooit ter plaatse. Waar zijn ze? Ze genieten op een mooie en veilige plek waar ze goed kunnen eten, drinken en slapen. Ze leven als een prins: ze nemen regelmatig een douche, krijgen regelmatig massages en trekken regelmatig schone kleren aan – ze ervaren helemaal geen lijden. Ze denken nooit na over welk daadwerkelijk werk ze kunnen uitvoeren, welke daadwerkelijke problemen ze kunnen oplossen, welke bijdragen ze hebben geleverd aan het werk van Gods huis, en op grond waarvan ze gekwalificeerd zijn om van al deze mooie dingen te genieten – daar staan ze nooit bij stil. Wat voor wezens zijn die mensen eigenlijk? Deze ellendelingen hebben geen zelfbewustzijn, het zijn schaamteloze wezens en verdienen het niet om leiders en werkers van de kerk te zijn.
Alle valse leiders voeren nooit daadwerkelijk werk uit. Ze doen alsof hun leiderschapsrol een officiële positie is, genieten van de voordelen van status, en ze behandelen de plicht die ze als leider behoren te vervullen en het werk dat ze als leider behoren uit te voeren als een last, als een ergernis. In hun hart zijn ze vervuld van weerstand tegen het werk van de kerk: wanneer hun wordt gevraagd toezicht te houden op het werk en te achterhalen welke problemen erin bestaan die moeten worden opgevolgd en opgelost, zijn ze vol onwil. Dit is het werk dat leiders en werkers behoren uit te voeren, dit is hun taak. Als je het niet uitvoert en daartoe ook niet bereid bent, waarom wil je dan nog een leider of werker zijn? Vervul je je plicht om Gods bedoelingen in acht te nemen, of om een functionaris te zijn en te genieten van de voordelen van status? Als je alleen maar leider bent geworden zodat je een officiële positie kon bekleden, is dat dan niet een beetje schaamteloos? Dit soort mensen heeft het laagste karakter, geen waardigheid en geen schaamte. Als je van vleselijk gemak wilt genieten, moet je je haasten om terug te keren naar de wereld, en strijden, met geweld nemen en grijpen zoals je kunt, en niemand zal zich daarmee bemoeien. Gods huis is een plaats voor Gods uitverkoren volk om hun plichten te vervullen en Hem te aanbidden; het is een plaats voor mensen om de waarheid na te streven en redding te verkrijgen. Het is geen plaats voor iemand om zich tegoed te doen aan vleselijk gemak, en nog veel minder een plaats die mensen toestaat als prinsen te leven. Valse leiders kennen geen schaamte, ze zijn de schaamte voorbij en hebben geen verstand. Ongeacht welk specifiek werk hun wordt toegewezen, nemen ze het niet serieus en schuiven het naar de achtergrond; hoewel ze met hun mond mooie beloften doen, voeren ze niets concreets uit. Is dit niet immoreel? Niet alleen voeren ze geen daadwerkelijk werk uit, maar ze willen ook de alleenheerschappij hebben – de macht over financiën, personeel en alle andere zaken in eigen handen houden, en mensen elke dag aan hen laten rapporteren. Ze zijn eigenlijk heel ijverig als het om deze dingen gaat. Wanneer de tijd komt om verslag uit te brengen over het werk aan de Boven, schrijven ze de resultaten van al het werk dat door broeders en zusters is uitgevoerd aan zichzelf toe, zodat de Boven ten onrechte gelooft dat ze geweldig werk hebben uitgevoerd, terwijl het in feite allemaal door anderen is uitgevoerd. Hoeveel mensen zijn er gewonnen door het prediken van het evangelie, welke mensen zijn gepromoveerd en worden gecultiveerd, welke mensen zijn uit hun functie ontheven, welke mensen zijn verwijderd, enzovoort – geen van deze specifieke taken wordt door hen uitgevoerd, en toch hebben ze het lef om erover te rapporteren. Zijn deze mensen niet ongevoelig voor schaamte? Plegen ze geen bedrog? Zulke mensen zijn zo bedrieglijk en sluw! Ze denken dat ze slim zijn – dit is echt een geval van bedrogen uitkomen, en uiteindelijk worden ze onthuld en geëlimineerd. Welk werk sommige mensen ook uitvoeren en welke plicht ze ook vervullen, ze zijn er onbekwaam in. Ze kunnen het niet dragen en zijn niet in staat om enige van de verplichtingen of verantwoordelijkheden te vervullen die een mens hoort te vervullen. Zijn ze dan geen uitschot? Zijn ze het nog waard om mens genoemd te worden? Afgezien van de onnozelaars, de geestelijk onbekwamen en de mensen met een lichamelijke beperking, is er iemand op aarde die zijn plichten en verantwoordelijkheden niet zou moeten vervullen? Maar dit soort mensen is altijd glad en gemakzuchtig. Ze willen hun verantwoordelijkheid niet nemen. Dit houdt in dat ze geen fatsoenlijk mens wensen te zijn. God gaf hen de gelegenheid om een mens te zijn, en Hij gaf hen kaliber en gaven, maar ze kunnen die niet gebruiken bij het vervullen van hun plicht. Ze doen niets, maar willen bij elke gelegenheid genieten. Kan zo iemand wel mens genoemd worden? Welk werk ze ook krijgen – belangrijk of gewoon, moeilijk of makkelijk – ze zijn altijd plichtmatig, glad en lopen de kantjes eraf. Als er problemen zijn, proberen ze de verantwoordelijkheid daarvoor op andere mensen af te schuiven. Ze nemen geen verantwoordelijkheid en willen hun parasitaire bestaan voortzetten. Zijn ze geen waardeloos tuig? Wie is er in de maatschappij niet op zichzelf aangewezen om in zijn eigen levensonderhoud te voorzien? Zodra mensen volwassen zijn, moeten ze voor zichzelf zorgen. Hun ouders hebben hun verantwoordelijkheid vervuld. Zelfs als hun ouders hen zouden willen ondersteunen, zouden ze zich daar ongemakkelijk bij voelen. Ze zouden in staat moeten zijn om te beseffen dat hun ouders hun missie hebben volbracht door hen op te voeden, en dat ze nu volwassen en gezond van lijf en leden zijn, en in staat zouden moeten zijn om zelfstandig te leven. Is dat niet het minimum aan verstand dat een volwassene zou moeten hebben? Als mensen echt verstand hebben, kunnen ze onmogelijk blijven teren op hun ouders; ze zouden bang zijn om door anderen uitgelachen te worden en hun gezicht te verliezen. Hebben mensen die van gemak houden en hard werken haten, verstand? (Nee.) Ze willen altijd iets voor niets; ze willen nooit verantwoordelijkheid dragen en hopen dat de lekkernijen vanzelf uit de hemel in hun mond vallen. Ze willen altijd drie maaltijden per dag krijgen, bediend worden, en genieten van lekker eten en drinken zonder er iets voor te doen. Is dit niet de mentaliteit van een parasiet? En beschikken mensen die parasieten zijn over een geweten en verstand? Hebben ze integriteit en waardigheid? Absoluut niet. Het zijn allemaal klaplopers, nietsnutten, beesten zonder geweten of verstand. Geen van hen is geschikt om in Gods huis te verblijven.
Stel dat de kerk je een taak toewijst en je zegt: “Of de taak me nu wel of niet de mogelijkheid biedt om aandacht te krijgen – aangezien die aan mij is gegeven, zal ik die goed uitvoeren en deze verantwoordelijkheid op me nemen. Als ik word aangewezen om mensen te ontvangen, zal ik mijn uiterste best doen om dat goed uit te voeren; ik zal goed voor de broeders en zusters zorgen en mijn best doen om ieders veiligheid te garanderen. Als ik word aangewezen om het evangelie te prediken, zal ik me toerusten met de waarheid en het evangelie goed prediken met liefde en mijn plicht vervullen. Als ik word aangewezen om een vreemde taal te leren, zal ik die met heel mijn hart bestuderen en er hard aan werken, en proberen de taal zo snel mogelijk te beheersen, binnen een jaar of twee, zodat ik aan buitenlanders van God kan getuigen. Als mij wordt gevraagd om getuigenisartikelen te schrijven, zal ik mezelf er gewetensvol in trainen, de dingen bekijken volgens de waarheidsprincipes en taalkennis opdoen. Hoewel ik misschien geen artikelen met prachtig proza kan schrijven, zal ik op zijn minst in staat zijn om mijn ervaringsgetuigenis duidelijk over te brengen, begrijpelijk over de waarheid te communiceren en een waar getuigenis af te leggen van God, zodat mensen door het lezen van mijn artikelen worden opgebouwd en er baat bij hebben. Welke taak de kerk me ook toewijst, ik zal haar met heel mijn hart en kracht op me nemen. Als er iets is dat ik niet begrijp of als er zich een probleem voordoet, zal ik tot God bidden, de waarheid zoeken, problemen oplossen volgens de waarheidsprincipes en de taak goed uitvoeren. Wat mijn plicht ook is, ik zal alles gebruiken wat ik heb om die goed te vervullen en God tevreden te stellen. Voor alles wat ik kan bereiken, zal ik mijn best doen om de verantwoordelijkheid te dragen die ik behoor te dragen, en er op zijn minst voor zorgen dat ik niet tegen mijn geweten en verstand inga, of plichtmatig ben, of glad ben en de kantjes eraf loop, of mij te goed doe aan de vruchten van andermans arbeid. Niets van wat ik doe zal onder de norm van het geweten liggen.” Dit is de minimumnorm voor je zelf-gedrag, en iemand die zijn plicht op zo’n manier vervult, kan worden aangemerkt als een persoon met geweten en verstand. Je moet bij het vervullen van je plicht op zijn minst een zuiver geweten hebben, en je moet op zijn minst je drie maaltijden per dag waard zijn en niet klaplopen. Dit wordt een gevoel van verantwoordelijkheid hebben genoemd. Of je kaliber nu hoog of laag is, en of je de waarheid nu begrijpt of niet, je moet in ieder geval deze houding hebben: ‘Aangezien dit werk mij is gegeven om uit te voeren, moet ik het serieus nemen, ik moet het ter harte nemen, en ik moet heel mijn hart en kracht gebruiken om het goed uit te voeren. Wat betreft de vraag of ik het prima kan uitvoeren, kan ik daar geen garantie voor geven, maar mijn houding is dat ik mijn best zal doen om het goed te volbrengen, en ik zal er zeker niet plichtmatig mee omgaan. Als er bij het werk een probleem ontstaat, hoor ik de verantwoordelijkheid te nemen, en ervoor te zorgen dat ik er een les uit trek en mijn plicht goed vervul.’ Dit is de juiste houding. Hebben jullie zo’n houding? Sommige mensen zeggen: “Ik hoef het werk dat me is toegewezen niet per se goed uit te voeren. Ik doe gewoon wat ik kan en het eindproduct zal zijn wat het is. Ik hoef mezelf niet zo te vermoeien, of me te laten verteren door bezorgdheid als ik iets verkeerd doe, en ik hoef niet zoveel stress op me te nemen. Wat heeft het voor zin om mezelf zo moe te maken? Ik ben tenslotte altijd aan het werk en ik ben geen klaploper.” Dit soort houding ten opzichte van iemands plicht is onverantwoordelijk. “Als ik zin heb om te werken, voer ik wat werk uit. Ik doe gewoon wat ik kan en het eindproduct zal zijn wat het is. Het is niet nodig om het zo serieus te nemen.” Zulke mensen hebben geen verantwoordelijke houding ten opzichte van hun plicht en het ontbreekt hun aan verantwoordelijkheidsgevoel. Wat voor soort mensen zijn jullie? Als jullie tot de eerste soort behoren, dan zijn jullie mensen met verstand en menselijkheid. Als jullie tot de tweede soort behoren, dan verschillen jullie niet van het soort valse leiders dat Ik zojuist heb ontleed. Jullie verdoen gewoon jullie dagen. “Ik zal vermoeidheid en ontberingen vermijden en gewoon meer genieten. Zelfs als ik op een dag uit mijn functie word ontheven, heb ik niets verloren. Ik heb tenminste een paar dagen genoten van de voordelen van status; dat zal voor mij geen verlies zijn. Als ik als leider word gekozen, zal ik zo handelen.” Wat vinden jullie van de mentaliteit van dit soort mensen? Zulke mensen zijn niet-gelovigen die de waarheid niet in het minst nastreven. Als je werkelijk verantwoordelijkheidsgevoel hebt, is het duidelijk dat je geweten en verstand hebt. Ongeacht hoe groot of klein de taak is, ongeacht wie je die taak toewijst – of Gods huis je die toevertrouwt, of een kerkleider of werker die aan je toewijst – behoort je houding te zijn: ‘Aangezien deze plicht aan mij is toegewezen, is het Gods verheffing en genade. Ik behoor die goed te vervullen volgens de waarheidsprincipes. Ondanks dat ik een gemiddeld kaliber heb, ben ik bereid om deze verantwoordelijkheid op mij te nemen en mijn uiterste best te doen om die goed te vervullen. Als ik het slecht doe, behoor ik daarvoor de verantwoordelijkheid te nemen, en als ik het goed doe, is dat niet mijn verdienste. Dit is wat ik behoor te doen.’ Waarom zeg Ik dat de manier waarop iemand omgaat met zijn plicht een principekwestie is? Als je echt verantwoordelijkheidsgevoel hebt en een verantwoordelijke persoon bent, zul je in staat zijn om het werk van de kerk op je te nemen en de plicht te vervullen die je behoort te vervullen. Als je je plicht licht opvat, is je zienswijze op het geloof in God onjuist, en is je houding ten opzichte van God en je plicht problematisch. Je zienswijze op het vervullen van je plicht is om die plichtmatig te vervullen en er maar wat van te maken. Of het nu iets is wat je bereid bent om uit te voeren of niet, of iets waar je goed in bent of niet, je benadert het altijd met een houding van er maar wat van maken. Daarom ben je niet geschikt om een leider of werker te zijn en verdien je het niet om kerkelijk werk uit te voeren. Bovendien, om het heel bot te zeggen: mensen zoals jij zijn nietsnutten, voorbestemd om niets te bereiken, gewoon nutteloze mensen. Wat voor soort mensen zijn nutteloos? Verwarde mensen, mensen die hun dagen verdoen. Mensen van dit type zijn bij niets wat ze doen verantwoordelijk en nemen niets wat ze doen serieus; ze maken er overal een potje van. Ze slaan geen acht op je woorden, ongeacht hoe je over de waarheid communiceert. Ze denken: ‘Ik maak er maar wat van als ik dat wil. Zeg wat je wilt! Hoe dan ook, op dit moment vervul ik mijn plicht en heb ik te eten – dat is goed genoeg. Ik hoef tenminste geen bedelaar te zijn. Als ik op een dag niets te eten heb, denk ik er dan wel over na. De hemel zal altijd wel een uitweg voor de mens bieden. Je zegt dat ik geen geweten of verstand heb, en dat ik verward ben – nou en? Ik heb de wet niet overtreden. Hooguit schiet ik qua karakter wat tekort, maar dat is geen verlies voor mij. Zolang ik te eten heb, is het prima.’ Wat vind je van deze zienswijze? Ik zeg je, verwarde mensen van dit slag die hun dagen verdoen, zijn allemaal voorbestemd om geëlimineerd te worden, en er is geen enkele manier waarop ze gered kunnen worden. Allen die meerdere jaren in God hebben geloofd, maar nooit enige waarheid hebben aanvaard en geen ervaringsgetuigenissen hebben, zullen worden geëlimineerd. Niemand zal overleven. Uitschot en nietsnutten zijn allemaal klaplopers en ze zijn voorbestemd om geëlimineerd te worden. Als leiders en werkers louter klaplopers zijn, moeten ze des te meer uit hun functie worden ontheven en geëlimineerd worden. Verwarde mensen zoals deze willen nog steeds leider en werker zijn; ze zijn het niet waard! Ze voeren geen enkel daadwerkelijk werk uit, maar willen wel leider zijn. Ze kennen werkelijk geen schaamte!
Nadat sommige leiders en werkers uit hun functie zijn ontheven, zeggen ze: “Het is geweldig om geen leider of werker te zijn. Ik hoef niet zo te piekeren of me zoveel zorgen te maken. Het is heerlijk om een gewone broeder of zuster te zijn. Waarom zou ik me daar druk om maken? Ik heb geen kaliber louter om mezelf uit te putten.” Iemand anders zegt tegen hem: “Wat ga je doen nu je geen leider of werker meer bent?” Hij antwoordt: “Ik vind alles prima, zolang het maar niet te vermoeiend is en niet veel inspanning kost – iets waarbij je wat rondloopt en kijkt, of zit en praat of naar de computer kijkt, en dat geen erg lange uren of lichamelijk lijden vereist, zou prima zijn.” Wat voor gepraat is dat? Als jullie ontdekken dat de leider of werker die jullie hebben gekozen zoiets is, hoe zullen jullie je dan in je hart voelen? Zullen jullie dan niet veel spijt hebben? (Ja.) Dus, wat gaat er dan door jullie heen? Je zult zeggen: “Oorspronkelijk zag ik dat je wat kaliber had en ik wilde je promoveren en cultiveren, en je een kans geven, zodat je wat meer waarheden kon begrijpen. Ik had nooit gedacht dat je minder dan niets was. Ik betreur het dat ik je destijds als een mens beschouwde. Ik had nooit gedacht dat je er uiteindelijk geen zou zijn. Je bent zelfs nog minder dan een varken of een hond, je bent uitschot. Je verdient het niet om deze menselijke huid te dragen, en je verdient het niet om een mens te zijn!” Klinken deze woorden onaangenaam? (Nee.) Ze klinken voor jullie niet onaangenaam, maar klinken ze niet heel onaangenaam voor dit soort uitschot? (Ja.) Heeft dit soort uitschot een hart? (Nee.) Kunnen ze dan onderscheiden of iemand goede of slechte dingen over hen zegt? Wanneer mensen zonder hart met wat voor kwestie ook worden geconfronteerd, veranderen ze hun houding niet en blijven ze hun dagen verdoen. Ze denken dat het prima is zolang ze er zelf maar voordeel en profijt van hebben en zich comfortabel voelen. Dus wat anderen ook zeggen, het kan hun niet schelen. Hun beroemde uitspraak is: “Het kan me niet schelen wat je zegt, hoe je me ziet of beoordeelt, of hoe je me classificeert of behandelt!” Zijn deze mensen niet gewoon uitschot? Wat je ook zegt, ze hebben geen enkel gevoel en trekken het zich niet aan. Waarom trekken ze het zich niet aan? Het zijn gewoon leeglopers, en ze hebben geen hart. Mensen die geen hart hebben, hebben geen waardigheid of integriteit, het kan hun niets schelen wat je zegt, en hoe streng je ook tegen hen spreekt, ze zullen geen steek in hun hart voelen. Alleen degenen met waardigheid, integriteit en verstand voelen pijn en hebben het gevoel dat hun hart wordt doorboord wanneer ze zulke woorden horen. Ze zullen zeggen: “Dat was een laaghartige manier om me te gedragen, waardoor mensen op me neerkeken en ik mijn waardigheid verloor. Zo zal ik me dus niet meer gedragen. Ik wil mijn waardigheid terugwinnen en ervoor zorgen dat mensen niet op me neerkijken. Ik zal ernaar streven mijn eer te herstellen en zal alles doen wat nodig is om met waardigheid te leven en God tevreden te stellen.” Ze hebben gevoel voor woorden die hun waardigheid kwetsen en hen op een zere plek, op een zwakke plek raken – dit zijn mensen met een hart. Wanneer degenen die gevoel en waardigheid bezitten, juiste uitspraken horen, positieve dingen zien en onderscheid maken tussen wat juist en verkeerd is, hebben ze de vastberadenheid om te veranderen, omdat ze waardigheid hebben en niet willen dat anderen op hen neerkijken. Die leeglopers en nutteloze mensen hebben geen waardigheid. Wat je dus ook tegen hen zegt – hoe correct of accuraat of in overeenstemming met de waarheid je uitspraken ook zijn, of hoezeer je uitspraken ook positieve dingen bevatten – ze hebben geen effect op deze mensen en beroeren hen niet in het minst. Een persoon zonder waardigheid heeft totaal geen gevoel voor welk positief ding, oordeel of blootlegging ook, noch heeft hij de juiste houding ten opzichte van welk levenspad hij moet kiezen. Wat je daarom ook tegen hen zegt, hoe je hen ook blootlegt of kenmerkt, ze weigeren het absoluut te aanvaarden en het kan hun niets schelen. Heeft het dus enig nut om de waarheid te prediken en preken te houden voor zulke mensen? Heeft het enig nut om hen te snoeien? Heeft het enig nut om hen te oordelen en te tuchtigen? Nee! Zulke mensen zijn gewoon nutteloos. Ze maken er maar wat van en behoren tot de categorie van beesten – om precies te zijn, ze zijn geen mensen. Ze verdienen het niet om Gods woorden te horen. Als deze nietsnutten, deze parasieten, kerkleiders worden, kunnen ze dan de problemen ontdekken die in de kerk aanwezig zijn? Kunnen ze kwesties oplossen? Zeker niet. Als Gods uitverkoren volk een kwestie aankaart, kunnen ze die dan oplossen? Dat kunnen ze zeker ook niet. Ze zijn niet in staat om enige kwestie op te lossen, dus hoe zouden ze leiderschapswerk kunnen uitvoeren? Dat zou ondenkbaar zijn! Als leiders en werkers moeten mensen op zijn minst in staat zijn om problemen op te lossen die aanwezig zijn in het kerkelijke werk en problemen die bestaan met de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk. Als ze een tijdlang trainen en wat ervaring opdoen, en ze ook over enkele waarheden kunnen communiceren en over enige ervaringsgetuigenis kunnen spreken, kunnen ze geleidelijk bekwaam worden in leiderschapswerk. Als ze niet in staat zijn om enige problemen te ontdekken of op te lossen, dan is er geen enkele manier waarop ze leiderschapswerk kunnen uitvoeren; ze zijn dan valse leiders en behoren te worden ontheven, en er behoren nieuwe leiders te worden gekozen.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...