De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (23) Sectie twee

Laten we de kenmerken van opportunisten samenvatten. Hun eerste kenmerk is dat ze de kwestie of God bestaat niet erg serieus nemen. Als je hun vraagt of God bestaat, zullen ze zeggen: “Waarschijnlijk wel. Maar het is ook goed als hij niet bestaat. Ik ben hier alleen maar om precies te zien of de profetieën van god uitkomen, en of de grote catastrofes zullen komen.” In hun gedachten en zienswijzen is hun houding dat het niet uitmaakt of God bestaat. Is het dan geen grap dat ze in God geloven en zich bij de kerk aansluiten? (Ja.) Hun geloof in God is een simpel geloof, het is als een spel en het staat los van de waarheid of hun levenspad. Het kan hen niet werkelijk schelen of God bestaat; het is prima als Hij bestaat, en het is ook prima als Hij niet bestaat. Sommige mensen weerleggen hen en zeggen dat God niet bestaat, en ze raken niet van streek en voelen geen haat voor zulke mensen. Als mensen zeggen dat God bestaat, zeggen ze: “Als hij bestaat, dan bestaat hij. Hoe dan ook, als je gelooft, dan bestaat hij; als je niet gelooft, dan bestaat hij niet.” Dit is hun standpunt. Zijn zulke mensen ware gelovigen? Het zijn toch niet-gelovigen? (Ja.) Of God bestaat is voor hen van geen belang, dus is er oprechtheid in hun geloof in God? Ze kunnen onmogelijk oprecht zijn. Wat is het eerste kenmerk van opportunistische mensen? (Ze nemen de kwestie of God bestaat niet erg serieus.) Dit is het eerste kenmerk.

Wat is het tweede kenmerk van opportunistische mensen? Dat is dat ze het onderscheiden van positieve en negatieve dingen niet erg serieus nemen. Ze onderscheiden niet welke uitspraken, mensen, gebeurtenissen en dingen positief zijn en welke negatief, en ze nemen dit niet serieus. Voor hen kunnen goede dingen als slecht worden afgeschilderd, en slechte dingen als goed, net als de uitspraak van ongelovigen: ‘Een leugen die duizend keer wordt verteld, wordt de waarheid’; deze uitspraak is voor hen geldig. Als je hun vraagt wat de waarheid is, zullen ze absoluut niet zeggen dat Gods woorden de waarheid zijn, omdat ze dit niet erkennen. Wat zullen ze zeggen? Hun ware standpunt is dat een leugen die duizend of tienduizend keer wordt verteld, de waarheid zal worden, wat betekent dat als veel mensen iets zeggen, zij zullen geloven dat het waar is. Het is zoals de ongelovigen zeggen: “Oorspronkelijk was er geen pad in de wereld, maar naarmate er meer mensen liepen, ontstond er een pad.” Ze geven niet om wat goed of fout is, gerechtvaardigd of boosaardig; ze geloven dat wie grote bekwaamheid heeft, gelijk heeft, en wie nutteloos en incompetent is, negatief is. Ze zullen absoluut niet erkennen dat alles wat God zegt en doet positieve dingen zijn, noch zullen ze erkennen dat wat God van mensen vereist om uit te leven, de werkelijkheden van positieve dingen zijn. Deze mensen zullen zelfs drogredenen uiten als: “Jij zegt dat god de waarheid is, en gods woorden de werkelijkheid van alle positieve dingen zijn. Betekent dit dat er geen positieve dingen in de wereld zijn? Zijn er niet ook positieve dingen en waarheden in de wereld?” Is dit geen onzin? Is dit geen drogreden? (Ja.) Deze mensen nemen Gods woorden niet als criterium voor hun woorden of daden. Bijvoorbeeld, wanneer ze een drogreden uiten en jij hen weerlegt, zullen ze zeggen: “Jij denkt dat jij gelijk hebt, en ik denk dat ik gelijk heb, dus laten we het erbij laten. Wat het ook is dat iemand goed vindt, dat is juist.” Wat voor standpunt is dit? Is dit niet gewoon een poging om de zaken glad te strijken? (Ja.) Dit is een dwaze en vertroebelde zienswijze; deze mensen nemen het onderscheiden van positieve en negatieve dingen niet serieus. Wat betekent het om hier niet serieus over te zijn? Het betekent dat ze niet vanuit hun hart kunnen erkennen dat alle positieve dingen waar God over spreekt, gerelateerd zijn aan de waarheid, in overeenstemming zijn met de waarheid en van God komen, en dat de negatieve dingen waar God over spreekt, in strijd zijn met de waarheid en van Satan komen. Ze aanvaarden dit feit niet en willen de begrippen altijd verwarren. Om te voorkomen dat ze door anderen worden onderscheiden en veroordeeld, nemen ze het onderscheiden van positieve en negatieve dingen nooit serieus, onthullen ze nooit hun ware zienswijzen en spreken ze altijd dubbelzinnig, waarbij ze mensen nooit vertellen wat ze werkelijk denken. Ze zeggen verschillende dingen afhankelijk van met wie ze praten, en waaien volledig met alle winden mee. Deze mensen zijn, in alle opzichten, niet geïnteresseerd in de waarheid of in het bestaan van God. Dit is de tweede uiting van opportunistische mensen: ze nemen het onderscheiden van positieve en negatieve dingen niet erg serieus.

Welke andere kenmerken hebben deze opportunistische mensen? Deze mensen zullen er altijd voor kiezen om te blijven of te vertrekken op basis van de ontwikkelingen, en zijn bijzonder bedreven in het zich aanpassen aan de omstandigheden. Wanneer ze zich bij de kerk aansluiten, hebben ze al uitgebreide voorbereidingen getroffen voor hun exitstrategie en hun toekomstperspectieven, en hebben ze elke stap gepland. In hun hart berekenen en plannen ze wat ze moeten doen als Gods woorden in vervulling gaan, en wat ze moeten doen als die na een aantal jaar nog niet in vervulling zijn gegaan. Dit type persoon zet zich na zijn intrede in de kerk nooit volledig in voor het kerkwerk. In plaats daarvan observeren ze voortdurend de ontwikkeling van de kerk, de houding van de kerk jegens hen en de manier waarop die hen behandelt, en andere factoren, om zo hun volgende stappen te bepalen. Zijn de gedachten van deze mensen niet behoorlijk ingewikkeld? (Ja.) Hoewel ze zich bij de kerk hebben aangesloten, hebben ze altijd een tijdelijke instelling, als een contractarbeider, en verkeren ze voortdurend in een staat van ‘lichamelijk aanwezig, maar geestelijk afwezig’, met hun gedachten gericht op eigen plannetjes en berekeningen. Hun keuze om in God te geloven en zich bij de kerk aan te sluiten is slechts een onwillig compromis. Het is geen geestelijke noodzaak, noch een verlangen om God te volgen en de juiste weg in het menselijk leven te bewandelen op basis van de erkenning van Gods bestaan. Het ontbreekt hen daarvoor aan geloof. Deze mensen geloven in God met een afwachtende houding en berekenen in hun hart: ‘Als het geloof in god mij in dit leven het honderdvoudige en het eeuwige leven in de komende wereld brengt, en de kans om gered te worden en het koninkrijk van de hemel binnen te gaan, dan zal ik meegaan en geloven. Als ik dit alles niet kan ontvangen, zal ik de kerk op enig moment en onder enige omstandigheid verlaten en ophouden te geloven.’ Ze komen tot het geloof in God, puur vanuit de opportunistische hoop om zegeningen te verkrijgen. Als ze geen zegeningen kunnen ontvangen, kunnen ze op enig moment en onder enige omstandigheid hun plichten verzaken en een andere weg voor zichzelf uitstippelen, omdat hun hart nooit in de kerk geworteld is geweest en ze ook nooit werkelijk de weg van het geloof in God en het volgen van God hebben gekozen.

De belangrijkste kenmerken van deze opportunistische mensen zijn de volgende drie: ze nemen de vraag of God bestaat niet serieus, ze maken geen serieus onderscheid tussen positieve en negatieve dingen, en ze kunnen de kerk op enig moment en onder enige omstandigheid verlaten. Hoe goed de broeders en zusters hen ook behandelen, zolang de dingen niet stroken met hun belangen of niet aan hun huidige behoeften voldoen, kunnen ze de kerk verlaten. Maar wanneer ze geen kant op kunnen, kiezen ze ervoor om terug te komen. Na hun terugkeer streven ze nog steeds de waarheid niet na en kunnen ze de kerk op enig moment weer verlaten. Wat voor ellendig type is dat? Hun komen en gaan lijkt zo nonchalant; ze geloven niet met oprechtheid in God. Dit zijn de kenmerken van opportunistische mensen; in essentie zijn het niet-gelovigen. Sommige mensen kunnen het drie tot vijf jaar volhouden om te geloven, sommigen acht of tien jaar, maar hun doel is slechts om opportunistisch zegeningen na te jagen. Zulke mensen zijn niet eenvoudig. Ze hebben het zelfs tot nu toe volgehouden in de harde omgeving van het Chinese vasteland, waar vervolging plaatsvindt – heeft dat niet iets weg van ‘op kreupelhout slapen en gal likken’? Sommige mensen kunnen het na tien jaar geloof niet langer volhouden en klagen dan: “Er zijn nu tien jaar voorbij. Mijn jeugd is verspild in de kerk. Als ik deze tien jaar hard in de wereld had gewerkt, hoeveel geld had ik dan wel niet verdiend? Misschien was ik wel manager geworden en ik had waarschijnlijk heel veel bezittingen gehad.” Dan worden ze rusteloos. Ze hebben tien jaar in God geloofd, uitsluitend om hun schamele nieuwsgierigheid en hun verlangen naar zegeningen te bevredigen, maar ze hebben nooit de waarheid nagestreefd. Als gevolg daarvan hebben ze niets verkregen. Ze hebben spijt dat ze in God hebben geloofd en berispen zichzelf zelfs: “Jij dwaas, jij idioot! Je hebt de brede, makkelijke weg niet genomen, maar stond erop dit moeizame pad te bewandelen. Niemand heeft je gedwongen; het was je eigen keuze!” Sommige mensen kunnen zelfs na tien jaar geloof vertrekken, en gaan van het ene op het andere moment weg. Nadat ze twee of drie jaar hebben aangemodderd in de maatschappij, ontdekken ze dat ze zich daarin niet zo soepel of gemakkelijk kunnen oriënteren als ze zich hadden voorgesteld, en dat de ongelovige wereld niet zo kleurrijk en ideaal is als het leek; nergens in de buitenwereld kunnen ze zich makkelijk redden. Na erover nagedacht te hebben, ontdekken ze dat de kerk toch beter is, dus komen ze schaamteloos terug. Wanneer ze terugkeren, zeggen ze: “In god geloven is goed; ongelovigen zijn slecht, ze treiteren altijd mensen. Er is te veel lijden in de wereld. In de jaren dat ik gods woorden niet las en het kerkleven niet leefde, viel ik in duisternis en was ik elke dag aan het wenen en tandenknarsen; ik ben zo afgetakeld dat ik niet langer op een mens lijk. Het is beter om in god te geloven!” Ze verkondigen dat het beter is om in God te geloven, maar in werkelijkheid is het omdat ze hebben gehoord dat er te veel rampen in deze wereld zijn en de mensheid spoedig een grote catastrofe zal meemaken. Geld, land, auto’s en huizen hebben is nutteloos; alleen degenen met geloof kunnen worden gered. Dus komen ze terug om weer in God te geloven. Is dit geen opportunist? (Ja.) Opportunistische mensen kunnen de kerk op enig moment verlaten. Als ze zien dat er hoop is om zegeningen te verkrijgen door terug te keren naar de kerk, kunnen ze ook op enig moment terugkomen. Na hun terugkeer kunnen ze een paar woorden van spijt uiten en verklaren dat ze God nooit meer zullen verlaten, maar nadat ze zien dat de wereld kalm en vredig is en dat ze nog een paar goede dagen kunnen genieten, kunnen ze de kerk op enig moment weer verlaten. Waar zien ze Gods huis en de kerk voor aan? Ze zien die als een vrije markt, waar ze naar believen komen en gaan. Zeg Mij, als zulke mensen worden verwijderd of uit eigen beweging vertrekken, zou de kerk hen dan moeten terugnemen als ze willen terugkeren? (Nee.) Ze zouden niet moeten worden teruggenomen. Hen terugnemen is een fout en schendt de principes. Deze mensen voldoen niet aan de normen voor kerkleden. Ze kunnen de kerk op enig moment verlaten, en om zegeningen te verkrijgen kunnen ze zich op enig moment weer de kerk binnen wurmen, maar gedurende dit alles aanvaarden ze nooit de waarheid. Dit bewijst dat het geen ware gelovigen zijn. Zulke mensen zullen voor altijd het doelwit zijn van verwijdering en verdrijving. De kerk zou hen moeten verwijderen en hun zeggen: “Heb geen spijt. Als je eenmaal weg bent, kun je niet meer terugkomen. De kerk zal de deur geen tweede keer voor je openen. Dit is het principe.” Sommige mensen zeggen: “Ze waren destijds dwaas, maar nu gedragen ze zich heel goed. Ze zijn zo gehoorzaam als een lammetje, zo meelijwekkend als een dakloze zwerver. Telkens wanneer ze de broeders en zusters zien, zeggen ze dat ze spijt hebben en in het krijt staan, met ogen die rood zijn van het huilen van berouw. Ze zien er heel zielig uit en hun houding van belijdenis is heel goed. Laten we hen terug laten komen.” Is er hier ook maar één zin die met de principes strookt? (Nee.) Zelfs na drie of zelfs tien jaar geloof kunnen ze de kerk nog steeds resoluut en zonder aarzelen verlaten. Wat voor ellendelingen zijn dat? Zijn het ware gelovigen? (Nee.) Hadden ze enige oprechtheid toen ze er aanvankelijk voor kozen God te volgen? Nee. Als ze ook maar enige oprechtheid hadden, zouden ze niet zo vastbesloten zijn om de kerk te verlaten. Over het algemeen zou men hooguit zulke gedachten kunnen hebben wanneer men zwak of moedeloos is, of wanneer de dingen niet goed gaan, maar men zou nooit resoluut besluiten de kerk te verlaten om een andere weg te zoeken na drie, vijf of zelfs tien jaar in God te hebben geloofd. Als ze de kerk naar believen kunnen verlaten, toont dat aan dat ze niet oprecht waren toen ze in het begin de ware weg aanvaardden en zich bij de kerk aansloten; ze hadden bijbedoelingen en andere doelen – anders kun je het niet zeggen. Zulke mensen moeten duidelijk worden onderscheiden. Het zijn geen ware gelovigen. Hun geloof in God en het volgen van God is puur vanuit de opportunistische hoop om zegeningen te verkrijgen. Zulke mensen worden gekenmerkt als opportunisten en moeten, eenmaal onderscheiden, uit de kerk worden verwijderd. Als ze de kerk niet verlaten en doorgaan met binnen de kerk profiteren van de situatie voor hun persoonlijke gewin, dan is dat omdat niemand in staat is te onderscheiden wat ze zijn. Echter, door de communicatie van vandaag over de diverse uitingen van deze opportunisten, zouden leiders, werkers en Gods uitverkorenen een duidelijk begrip en onderscheidingsvermogen van zulke mensen moeten hebben. Zodra wordt ontdekt dat ze nooit Gods woorden lezen of tot God bidden, niet geïnteresseerd zijn in Gods werk of de waarheden die God uitdrukt, niet geïnteresseerd zijn in positieve dingen en die niet serieus nemen, dan moet men zeer op zijn hoede voor hen zijn. Het is noodzakelijk om hun motieven en doel om in God te geloven te observeren, en hun houding ten opzichte van de kerk, de waarheid en God vast te stellen. Als het duidelijk is dat ze geen correcte houding hebben, bijzonder onverschillig staan tegenover het nastreven van de waarheid en het doen van hun plicht, geen enkele interesse tonen, en altijd een sceptische houding hebben ten opzichte van Gods woorden, dan kan worden bevestigd dat deze mensen opportunisten en niet-gelovigen zijn. In dat geval moeten ze niet als broeders of zusters worden beschouwd; ze maken geen deel uit van de kerk. Veeleer moeten ze uit de kerk worden verwijderd. Ze hebben jarenlang geloofd en aanvaarden nog steeds de waarheid niet; zou het nuttig kunnen zijn om de waarheid met hen te blijven communiceren? Zou het realistisch zijn om te blijven wachten tot ze berouw tonen? Besteed geen werk meer aan zulke mensen en wacht niet tot ze berouw tonen. Als ze niet bereid zijn hun plicht te doen en hun verblijf in de kerk nog willen rekken zonder te vertrekken, dan moeten de kerkleiders een manier vinden om hen wijselijk te isoleren. Is dit gepast? (Ja.) Zodra deze mensen als opportunisten worden onderscheiden, worden ze al ingedeeld in de gelederen van diverse kwaadaardige mensen en niet-gelovigen. Aangezien het kwaadaardige mensen en niet-gelovigen zijn, voldoen ze aan de principes en voorwaarden om uit de kerk te worden verwijderd of verdreven. Hen vroeg verwijderen is beslist beter dan hen laat verwijderen. Vroegtijdige verwijdering voorkomt veel problemen, en ze hoeven zich niet langer benadeeld te voelen. Zulke mensen moet je duidelijk vertellen: “Je hoeft niet in je hart te blijven berekenen wanneer of hoe je moet vertrekken, en je hoeft niet te blijven berekenen of je blijft of gaat. Gods huis en God dwingen mensen niet; als je wilt vertrekken, zal de kerk je niet proberen over te halen om te blijven. Maar één ding moet je duidelijk worden gemaakt: als je er zeker van bent dat je niet iemand van Gods huis bent en niet bereid bent lid van de kerk te zijn, vertrek dan zo snel mogelijk; stel het niet uit. Dit is voor ieders bestwil. Als je in het bestaan van God gelooft, Gods woorden als de waarheid kunt aanvaarden en oprecht bereid bent je bij de kerk aan te sluiten, dan ben je rechtmatig lid van de kerk. Maar nu ben je dat niet. Je bent uit opportunisme gekomen, en misschien weet je dit zelf niet, maar wij hebben – op basis van Gods woorden, de waarheid en de principes van de kerk in de omgang met allerlei soorten mensen – onderscheiden dat jij een opportunist bent. Je blijft maar berekenen wat het juiste moment is om de kerk te verlaten; dat is zo’n gedoe. Je hoeft het juiste moment niet te zoeken; je kunt nu vertrekken. Als je altijd onzeker bent over de verschijning en het werk van God, dan zeg ik je nu duidelijk: Je hoeft niet meer te peinzen of de zaak nauwkeurig te onderzoeken, je hoeft het jezelf niet moeilijk te blijven maken – je kunt de kerk nu verlaten, de deur van Gods huis staat open, en Gods huis zal je niet vasthouden, het dwingt niemand.” Is het gepast om dit te doen? (Ja.) Geef hun een ‘uitweg’; laat hen hier niet elke dag lijden als mieren op een hete plaat, voortdurend gekweld door hun gevoelens, hun vlees, hun toekomstperspectieven en de kwestie van blijven of vertrekken. Hoezeer ze ook door deze dingen worden gekweld, het leidt nooit tot iets. Ze overdenken in hun hart nog steeds wanneer ze moeten vertrekken, hoe ze moeten vertrekken, of ze verlies en rampspoed zullen lijden als ze vroeg vertrekken, en of ze zegeningen kunnen ontvangen als ze langer blijven. Wat als ze vertrekken en Gods woorden dan in vervulling gaan? Wat als ze niet vertrekken en Gods woorden onvervuld blijven? Het is niet nodig dat ze zich voortdurend zorgen maken en ongerust zijn over deze dingen. Aangezien ze niet met oprechte bereidheid in God geloven, zouden ze zo snel mogelijk moeten vertrekken. Ze moeten hier niet blijven om te proberen van de situatie te profiteren voor hun persoonlijke gewin en zich voordoen als iets wat ze niet zijn. Zeg Mij, is het goed om hen zo te adviseren en het op deze manier aan te pakken? (Ja.) Is het overdreven om opportunisten in te delen bij de diverse kwaadaardige mensen die verwijderd of verdreven moeten worden? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “Hoe kunnen zulke mensen als kwaadaardige mensen worden beschouwd?” Hoeveel goeden zijn er onder de niet-gelovigen? In Gods ogen wordt de gezindheidsessentie van degenen die in God geloven en Zijn bestaan erkennen al als kwaadaardig beschouwd, laat staan degenen die totaal niet in God geloven en Zijn bestaan niet erkennen. Is het dan overdreven om hen als kwaadaardige mensen te classificeren? (Nee.) Hoe dan ook worden ze tenminste nog mensen genoemd – kwaadaardige mensen. Het is al heel wat dat ze niet als kwaadaardige demonen worden geclassificeerd. Hen indelen bij de kwaadaardige mensen is volkomen gepast en passend; het is helemaal niet overdreven. Zulke kwaadaardige mensen zijn ook een van de diverse typen mensen die door Gods huis verwijderd of verdreven moeten worden. Dit is het vierde type niet-gelovige, wiens doel om in God te geloven opportunistisch is.

Wat zijn de belangrijkste kenmerken van opportunisten? Welke hoofdkenmerken hebben jullie ontdekt door jullie interacties met deze mensen en door het observeren van de gezindheden, zienswijzen, houdingen of menselijkheid die ze onthullen? Vat ze samen. (Opportunisten komen aanvankelijk niet tot het geloof in God om de waarheid na te streven. Ze horen dat De Kerk van Almachtige God bloeit, dus komen ze alleen tot het geloof in God in de hoop wat voordelen en zegeningen van Gods huis te krijgen, in de hoop op profijt. En als ze die dingen na een tijdje niet ontvangen, willen ze vertrekken. Deze mensen geloven niet oprecht in God en zijn totaal niet geïnteresseerd in het geloof in God.) Wat is het grootste probleem met opportunisten? Het voornaamste probleem is dat ze niet geïnteresseerd zijn in de waarheid, maar het meest geïnteresseerd zijn in het verkrijgen van zegeningen, dus is het voor hen het moeilijkst om de waarheid te aanvaarden. Sommige mensen zeggen: “Je kunt hen toch niet verwijderen of verdrijven alleen omdat ze niet geïnteresseerd zijn in de waarheid?” Het gebrek aan interesse van deze mensen in de waarheid blijkt voornamelijk uit het feit dat ze nooit Gods woorden lezen of over de waarheid communiceren. Als ze iemand over de waarheid horen communiceren en horen praten over zelfkennis, of over het zoeken van de waarheid om problemen op te lossen, voelen ze een bijzondere afkeer in hun hart, zijn ze volkomen ongeïnteresseerd en beginnen ze in te dommelen. Ze hebben een extreme afkeer van deze dingen, en om anderen te verstoren in hun communicatie over de waarheid gebruiken ze zelfs het praten over ditjes en datjes, rampen, en God die tekenen en wonderen vertoont. Als gevolg daarvan raken sommigen die de waarheid niet nastreven opgewonden wanneer ze deze onderwerpen horen en mengen ze zich in de discussie. Is dat niet het onverholen verstoren van het kerkleven? Ze lezen zelden Gods woorden in hun dagelijks leven, en als ze het af en toe doen, is dat waarschijnlijk omdat er iets is wat hen vanbinnen dwarszit. Ze zijn niet geïnteresseerd in bijeenkomsten, in het eten en drinken van Gods woorden, of in het communiceren over Gods woorden. Ze houden zich alleen bezig met: ‘Wanneer zal gods dag komen? Wanneer zullen de grote catastrofes eindigen? Wanneer kunnen we genieten van de zegeningen van het hemelse koninkrijk?’ Ze vragen zich deze dingen voortdurend af. Als niemand deze onderwerpen bespreekt, gaan ze online op zoek, en na hun zoektocht beginnen ze deze dingen tijdens bijeenkomsten te verspreiden. Hun hart is overspoeld met deze zaken. Zolang ze anderen horen communiceren over onderwerpen waarin ze geïnteresseerd zijn, kunnen ze meepraten en deelnemen aan de communicatie. Maar zodra ze inhoud horen die verband houdt met de waarheid of Gods woorden, willen ze niet luisteren. Ze beginnen in te dommelen, en sommigen vertrekken zelfs, terwijl anderen onrustig worden – ze uiten zich op allerlei lelijke manieren. Jij zegt: “Laten we over Gods woorden communiceren.” Zij zeggen: “Ik heb dorst, ik moet wat water drinken.” Jij zegt: “Laten we communiceren over zelfkennis” of “Laten we communiceren over de details van het vervullen van plichten; laten we zien wat Gods woorden hierover zeggen en wat de waarheidsprincipes zijn.” Zij zeggen: “Ik heb iets te doen. Ik ga ervandoor. Veel plezier met jullie gesprek.” Ze vinden allerlei excuses om communicatie over Gods woorden en de waarheid af te wijzen en te weigeren. Dit legt duidelijk het feit bloot dat ze niet alleen niet van de waarheid houden, maar ook vanuit het diepst van hun hart hier een afkeer van hebben en het weerstaan. Telkens wanneer Gods woorden of de waarheid worden genoemd, verzetten ze zich niet openlijk en gaan ze niet openlijk in discussie, maar komen ze met diverse excuses om ze te weigeren en te ontwijken. Kunnen deze gedragingen niet duidelijk aantonen dat het opportunisten zijn? Geeft het niet duidelijk aan dat het niet-gelovigen zijn, die met een bepaald doel, uit opportunisme, in God geloven? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “U zegt dat ze niet-gelovigen zijn en God niet oprecht volgen, dus waarom kunnen ze tot nu toe geloven en zich nog steeds inspannen en ontbering verdragen voor het werk van de kerk?” Zijn de gedragingen die we zojuist hebben genoemd niet voldoende om deze vraag te beantwoorden? Deze gedragingen zijn genoeg om te bewijzen dat we hen nauwkeurig onderscheiden en typeren. Daarom, om te bepalen of iemands doel om in God te geloven opportunistisch is, moet je dit meten en onderscheiden op basis van zijn houding ten opzichte van God, Gods werk, de waarheid en ten opzichte van positieve en negatieve dingen. Dat is het nauwkeurigst. Het is niet nauwkeurig en niet objectief om het te meten aan de hand van hun uiterlijke gedrag en handelingen. Alleen hun ware innerlijke gedachten en hun houding ten opzichte van God en de waarheid onthullen de problemen; alleen dat zijn de nauwkeurigste normen om te kenmerken wat voor soort persoon ze zijn. Is de essentie van degenen wier doel om in God te geloven opportunistisch is jullie nu in grote lijnen duidelijk? Hebben jullie allemaal wel eens zulke mensen ontmoet? (Ja.) Het is beter voor zulke mensen om zo snel mogelijk te vertrekken. Als ze oprecht bereid zijn dienst te doen, kunnen ze met terughoudendheid worden behouden. Echter, als ze hun plichten niet vervullen en geen enkele dienst kunnen verlenen, maar verstoringen veroorzaken en een negatieve invloed hebben op het werk en het leven van de kerk, dan moet men ervoor zorgen dat ze zo snel mogelijk vertrekken. Dit is het principe voor het verwijderen van niet-gelovigen. Gods huis heeft mensen nodig die oprecht in God geloven en van de waarheid houden; het heeft trouwe dienstdoeners nodig. Het heeft absoluut geen niet-gelovigen nodig, of mensen die twijfelend toekijken om de gelederen op te vullen. De kerk heeft ook niemand nodig om de gelederen op te vullen. We beëindigen hier onze communicatie over dit onderwerp.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger