De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (18) Sectie één

Punt twaalf: Identificeer tijdig en nauwkeurig de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk hinderen en verstoren; stop en perk ze in, en keer de situatie om; communiceer bovendien over de waarheid, zodat Gods uitverkoren volk door zulke dingen onderscheidingsvermogen ontwikkelt en ervan leert (deel 6)

De verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die het kerkleven hinderen en verstoren

X. Ongegronde geruchten verspreiden

Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over de twaalfde verantwoordelijkheid van leiders en werkers: ‘Identificeer tijdig en nauwkeurig de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die Gods werk en de normale orde van de kerk hinderen en verstoren; stop en perk ze in, en keer de situatie om; communiceer bovendien over de waarheid, zodat Gods uitverkoren volk door zulke dingen onderscheidingsvermogen ontwikkelt en ervan leert.’ De verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die in het kerkleven voorkomen en die Gods werk en de normale orde van de kerk hinderen en verstoren, hebben we onderverdeeld in elf kwesties. Lees ze nogmaals voor. (Ten eerste, vaak van het onderwerp afdwalen tijdens het communiceren over de waarheid; ten tweede, woorden en doctrines spreken om mensen te misleiden en hun waardering te winnen; ten derde, kletsen over huishoudelijke aangelegenheden, persoonlijke relaties opbouwen en privézaken afhandelen; ten vierde, kliekjes vormen; ten vijfde, wedijveren om status; ten zesde, ongepaste relaties aangaan; ten zevende, elkaar aanvallen en een woordenstrijd voeren; ten achtste, noties verspreiden; ten negende, negativiteit uiten; ten tiende, ongegronde geruchten verspreiden; en ten elfde, verkiezingen manipuleren en verstoren.) De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de negende kwestie. Vandaag communiceren we over de tiende: ongegronde geruchten verspreiden.

A. De uitingen van het verspreiden van ongegronde geruchten

Het verspreiden van ongegronde geruchten is ook in de kerk voorgekomen. Sommige mensen hebben de waarheid niet lief en richten zich er bij het vervullen van hun plicht niet op de waarheid te beoefenen. Of het nu gaat om zaken die verband houden met de waarheidsprincipes of om hun persoonlijke streven, ze richten zich niet op het zoeken van de waarheid – deze zaken houden hen innerlijk niet bezig. In hun geloof in God zijn ze er alleen maar op uit om roddels en persoonlijke informatie te achterhalen en vreemde en ongebruikelijke verhalen te verzamelen. Waar ze natuurlijk enthousiaster over zijn, is het snuffelen in zaken die verband houden met God en Gods werk, evenals zaken betreffende Gods huis en de leiders en werkers van de kerk. Tegelijkertijd verspreiden ze graag ongegronde roddels: dingen die ze hebben gehoord of verzonnen en die totaal niet waar zijn. Zulke mensen lezen niet graag Gods woorden, ze bidden zelden, en tijdens bijeenkomsten communiceren ze zelden over de waarheid en praten ze zelden over hun eigen gesteldheid, persoonlijk streven en intrede, of hun begrip van Gods werk, enzovoort. Natuurlijk zijn ze niet geïnteresseerd in degenen die over de waarheid of over hun ervaringsgetuigenis communiceren, en evenmin in deze zaken zelf. Zodra ze echter iemand horen praten over welk punt Gods werk heeft bereikt, of in Gods woorden lezen over rampen, de bestemming van mensen, God die Zichzelf transfigureert, enzovoort, lichten hun ogen plotseling op en zijn ze een en al aandacht. Zodra ze deze woorden lezen of horen, is hun interesse onmiddellijk gewekt. Afgaande op de uitingen van deze mensen, is het duidelijk dat ze niet in God geloven om de waarheid na te streven, of om hun plicht te doen en God te volgen, en zeker niet om zich aan God te onderwerpen en Hem te aanbidden. Ze komen naar Gods huis en denken er totaal niet aan om ook maar enige plicht te vervullen. Ze willen alleen maar naar roddels rondneuzen en roddels verzamelen of geruchten verspreiden. Ze scheppen genoegen in deze activiteiten en hebben hoegenaamd geen interesse in de ervaringsgetuigenissen, gezangen of films van Gods huis. Ze gaan alleen maar graag online om de uitspraken en beoordelingen te verzamelen die antichristelijke machten in de religieuze wereld maken over Gods huis, het werk van de kerk en de geïncarneerde God. Zelfs als ze af en toe naar video’s van Gods huis kijken, is dat niet uit een innerlijk verlangen om de waarheid te zoeken om hun eigen problemen op te lossen. Waar kijken ze dan naar? Ze kijken naar de commentaren onder de video’s, en ze lezen selectief. Ze slaan de commentaren van de broeders en zusters van de kerk over, maar zijn bijzonder geïnteresseerd in de commentaren van de religieuze wereld en ongelovigen. Ze kijken zelfs specifiek naar commentaren en uitspraken van de grote rode draak, in een poging daaruit dingen op te maken. Wanneer ze deze negatieve propaganda, uitspraken en verzonnen geruchten zien, zoeken ze de waarheid niet om die te onderscheiden. Integendeel, ze kunnen zelfs sommige van deze negatieve opmerkingen en uitspraken aanvaarden en als feiten beschouwen. Hoeveel positieve commentaren er ook zijn, ze zijn niet bereid die te lezen en geloven niet dat ze waar zijn; alleen die negatieve commentaren of geruchten trekken hun aandacht en wekken hun interesse. Telkens wanneer ze deze negatieve commentaren zien, voelen ze zich innerlijk zeer verheugd en getroost. Ze zijn bijzonder geïnteresseerd in de totaal onware geruchten en oordelen, en zelfs in de aanvallen en laster tegen God, die in de wereld, in de religieuze wereld of online circuleren, en ze bestuderen en verzamelen deze altijd ijverig. Daarentegen hebben ze totaal geen interesse in Gods woorden, preken en communicatie, de ervaringsgetuigenissen van de broeders en zusters, en andere dergelijke zaken. Dus, wanneer anderen tijdens bijeenkomsten Gods woorden lezen, over de waarheid communiceren en ervaringsgetuigenissen delen, voelen ze afkeer en vinden ze deze dingen hinderlijk en overbodig. In hun hart hebben ze een bijzondere afkeer van communicatie over de waarheid en gesprekken over zelfkennis. Wat willen ze dan horen? Ze willen alleen maar vreemde en bizarre dingen horen, of het nu mysteries uit het spirituele rijk zijn of geruchten en roddels die door de religieuze wereld worden verspreid – ze zijn alleen bereid naar deze dingen te luisteren. Hun hart is vervuld en bezet door deze negatieve dingen, en niemand kan deze negatieve dingen van hen afnemen of ze hun afhandig maken. Waarom is dit? Het is omdat ze er buitengewoon in geïnteresseerd zijn en er dol op zijn! Daarom praten ze, wanneer ze onder de broeders en zusters zijn, vooral tijdens bijeenkomsten, graag over ongegronde roddels en verspreiden ze zelfs negatieve commentaren over Gods huis en de kerk die ze online tegenkomen. Deze mensen zijn buitengewoon geïnteresseerd in deze geruchten. Hoewel ze duidelijk weten dat het verspreiden van deze dingen niet heilzaam is voor anderen, kunnen ze zichzelf niet beheersen en staan ze erop ze te verspreiden. Zelfs als ze op zoek moeten naar gelegenheden om deze geruchten en negatieve propaganda te verspreiden, of als het hen tijd kost zulke dingen te verzamelen, of als ze hun verstand moeten gebruiken om zulke dingen te verzinnen, blijven ze er onvermoeibaar enthousiast over. Als in een kerk de kerkleiders een pover kaliber hebben en geen werkelijk werk kunnen doen of mensen niet kunnen onderscheiden, dan zal, zodra er mensen zijn die geruchten en drogredenen verspreiden, het kerkleven worden verstoord en beïnvloed, en zullen sommige mensen zelfs door deze individuen worden misleid en beheerst. Waarom kunnen veel mensen vaak door anderen worden verstoord en misleid? Eén reden is dat ze de waarheid niet begrijpen en geen onderscheidingsvermogen hebben met betrekking tot de geruchten die Gods huis belasteren. Een andere is dat sommige broeders en zusters die nog maar kort geloven een onvolwassen gestalte hebben, de waarheid van de visie niet begrijpen, en een vaag beeld hebben van Gods incarnatie, Gods oordeelswerk in de laatste dagen en Gods bedoeling om mensen te redden, waardoor ze deze dingen niet duidelijk kunnen zien en onzeker zijn of deze fase van het werk Gods verschijning en werk is. Dientengevolge hebben ze geen waar geloof en weten ze zelfs niet hoe lang ze in staat zullen zijn God te volgen. Vanzelfsprekend worden ze ook heel gemakkelijk misleid, aan het wankelen gebracht en beheerst door degenen die geruchten verspreiden.

B. De essentie van het verspreiden van ongegronde geruchten is het optreden als een dienaar van Satan

Deze mensen die ongegronde geruchten verspreiden, geloven niet alleen de waarheid en Gods woorden niet, maar kunnen ook geen onderscheid maken tussen goed en kwaad. Ze staan altijd sceptisch tegenover positieve dingen en laten zich gemakkelijk overtuigen door geruchten en duivelse woorden. Deze mensen beweren in God te geloven en Hem te volgen, maar ze verspreiden nog steeds geruchten die God en de kerk belasteren. Ze verspreiden de verschillende geruchten die ze hebben verzameld onder de broeders en zusters, en doen dit zelfs ongebreideld en herhaaldelijk, en maken die overal openbaar. Hieruit blijkt duidelijk dat deze mensen de waarheid niet liefhebben en alleen de duivelse woorden van ongelovigen geloven. Strikt genomen zijn ze helemaal niet Gods uitverkoren volk en zijn ze geen leden van Gods huis. Wat zijn ze dan? Om precies te zijn, zijn deze mensen niet-gelovigen; het zijn dienaren van Satan. Sommige mensen zeggen: “Zijn Satans dienaren spionnen die door de CCP zijn gestuurd? Zijn het agenten die in Gods huis infiltreren?” Niet noodzakelijk. Die agenten en spionnen zijn gemakkelijk te onderscheiden, maar deze mensen die geruchten verspreiden, lijken op het eerste gezicht ware gelovigen. Ze streven echter de waarheid niet na en fungeren vaak als spreekbuis voor Satan; namens Satan verspreiden ze woorden die God belasteren en aanvallen, en verspreiden ze de geruchten die hij verzint over de kerk en Gods huis. Zijn deze mensen hierop afgaand geen dienaren van Satan, ongeacht door wie ze zijn gestuurd? (Ja.) Of deze geruchten nu actief door hen zijn verzameld of passief door hen zijn gehoord, deze mensen denken er niet aan de waarheid te zoeken en de geruchten te onderscheiden, maar geloven ze als feiten. Ze kunnen ze zelfs gewetenloos en ongeremd onder de mensen verspreiden en verbreiden, en niet alleen op één plek of bij één soort gelegenheid. Hun doel met het verspreiden van deze geruchten is om meer mensen ervan op de hoogte te brengen, de zwakken nog zwakker te maken en degenen die sterk zijn en geloof in God hebben, aan Hem en Zijn werk te laten twijfelen vanwege de geruchten. Het is de bedoeling om iedereen, net als zijzelf, zijn interesse in de waarheid, in Gods woorden, in Gods werk en in het verkrijgen van redding te laten verliezen, en in plaats daarvan geïnteresseerd te laten raken in diverse geruchten en negatieve propaganda, zodat mensen, telkens wanneer ze samenkomen, over deze negatieve dingen zullen praten. Zouden normale mensen, mensen met menselijkheid en verstand, zulke dingen doen? Wanneer de meeste mensen geruchten of diverse negatieve propaganda horen, zelfs als ze niet weten of de geruchten waar of onwaar zijn, zullen ze, vanwege hun geloof in God en het beetje Godvrezend hart dat ze hebben, voor God komen om te bidden en de waarheid te zoeken. Zelfs als ze door de geruchten worden beïnvloed en zich een beetje zwak voelen en een beetje twijfelen, zal dit hun plichtsvervulling of hun volgen van God niet beïnvloeden. Ze zullen zichzelf zelfs waarschuwen om hun tong in bedwang te houden en te vermijden dingen te doen die God weerstaan of beledigen. Deze manier van aanpakken kunnen de meeste broeders en zusters bereiken. Zolang mensen enige menselijkheid, een beetje oprecht geloof en een beetje een Godvrezend hart hebben, kunnen ze dit bereiken. Aangezien mensen geloven dat God bestaat, zouden ze moeten geloven dat alles wat God doet juist is. Aangezien het door God wordt gedaan, zouden mensen er geen oordeel over moeten vellen. Ze zouden er zeker van moeten zijn: ‘Welke geruchten er ook buiten de kerk rondgaan, ik mag ze niet geloven, en mag ze zeker niet verspreiden. Zelfs als ik me innerlijk een beetje zwak en wankel voel, mag ik het bestaan van God niet ontkennen!’ Als men in Gods bestaan gelooft, zou men moeten geloven dat alles wat God doet juist is; als men in Gods bestaan gelooft, zou men een hart moeten hebben dat bang is voor God en Hem vreest – dit is absoluut juist. Omdat ze een Godvrezend hart hebben, zullen ze, welke geruchten ze ook horen, hun tong in bedwang houden, geen verspreiders van geruchten worden, niet in Satans listen trappen en niet ten prooi vallen aan Satans plannen. Is dit niet iets wat de meeste mensen gemakkelijk kunnen bereiken? (Ja.) Je bezit een normaal denkvermogen en een normaal verstand, dus wanneer je geruchten hoort, bepaal je volledig zelf of je ze vervolgens verspreidt. Is er iemand anders die je beheerst? (Nee.) Wanneer mensen deze geruchten horen, zouden ze dan niet duidelijk moeten weten hoe ze ermee moeten omgaan, en hoe ze deze moeten behandelen en hoe ze moeten praktiseren om in overeenstemming te zijn met de principes, en met menselijkheid en verstand? Iedereen zou dit beetje oordeelsvermogen moeten hebben en zou deze beoefeningsmethode en dit beoefeningspad moeten begrijpen zonder dat anderen het hun hoeven te leren. Zelfs kinderen weten dat je geen roddels moet verspreiden, dat dit respectloos en immoreel is, onenigheid zaait en dat je niet zo iemand moet zijn; dit zijn de gedachten en het gedrag die bij mensen met een normaal verstand horen. Er is echter een type persoon dat een dergelijk verstand mist en, in nog grotere mate, een dergelijke menselijkheid mist. Dit leidt ertoe dat ze, zodra ze geruchten en negatieve propaganda horen, deze dingen zo snel mogelijk willen verspreiden onder degenen die dicht bij hen staan, zodat iedereen ze samen kan analyseren, beoordelen en aandikken, om deze geruchten vervolgens onder een breder publiek te verspreiden. Ze denken: ‘Is dit niet geweldig? Is dit niet levendig? Als het kerkleven vervuld zou zijn van dit soort inhoud, wat zou het dan rijk zijn! Wat zouden de mensen dan veel kennis opdoen!’ Wat voor gedachten en zienswijzen zijn dit? Zijn dit niet de gedachten en zienswijzen van een slecht mens? Wat voor logica is dit? Zijn het geen mensen die smachten naar chaos? Kunnen ze het niet verdragen anderen het goed te zien hebben? In hun hart bespotten ze zelfs de broeders en zusters: ‘Jullie dwazen, buiten de kerk vliegen de geruchten in het rond; negatieve beoordelingen, aanvallen en laster tegen gods huis, vooral tegen christus en gods werk, zijn overal. In de kerken van de religieuze wereld hangt allerlei negatief propagandamateriaal. Zodra de mensen daar “Bliksem uit het oosten” horen, slaan ze direct aan het veroordelen en nemen ze afstand. Iedereen bekritiseert en veroordeelt jullie, en toch zijn jullie nog steeds hier en geloven jullie dwazen nog steeds in god en streven jullie de waarheid na!’ Het zien van deze mensen die God met zo’n vast geloof volgen, maakt hen ongemakkelijk en ook zeer afkerig. Vooral wanneer ze zien dat iemands communicatie over de waarheid blijk geeft van oprecht begrip en een verandering van gezindheid, en dat iedereen diegene bewondert, haten ze die persoon. Als ze iemand in Gods huis bij de vervulling van zijn plicht de principes zien handhaven, resultaten zien boeken en trouw zien tonen, worden ze boos en zeggen: “Waarom luister je niet naar de geruchten of naar de propaganda van buiten de kerk? Waarom ben je zo dwaas en oprecht? Kijk hoe slim ik ben – ik spreid mijn kansen. Ik neem deel aan het kerkleven van gods huis en ik zeg niet dat ik niet in god geloof, en als het me niet zou worden toegestaan een plicht te vervullen, zou ik daar niet mee instemmen, maar daarnaast snuffel ik ook graag door het nieuws van buiten de kerk. Ik blijf aandacht besteden aan de negatieve propaganda en commentaren van de religieuze wereld, de ongelovige wereld en het internet.” Ze hebben altijd een ongepaste zienswijze. Wanneer ze broeders en zusters zien die de waarheid nastreven en hun plichten vervullen, maakt dat hen innerlijk ontevreden. Ze willen altijd een of twee van die mensen misleiden en weglokken. Ze willen zelfs voortdurend sommigen van hen verstoren en beïnvloeden. Ze willen ook voortdurend sommigen ‘wakker schudden’ door geruchten te verspreiden, zodat die in de geruchten geloven en misleid worden. Zeg Mij, wat voor soort persoon is dit? Is het gepast om zulke mensen als onderdeel van Gods huis en als broeders en zusters te beschouwen? (Nee.) Wat is dan de meest gepaste manier om hen te beschouwen? Het is het meest gepast om hen als niet-gelovigen te beschouwen, als dienaren van Satan. Dit is geen ongegronde veroordeling en ze worden hiermee ook geen onrecht aangedaan; het is een feit.

Wat is er verachtelijk aan deze mensen die ongegronde geruchten verspreiden? Ongeacht via welk kanaal ze negatieve propaganda horen, zelfs wanneer ze duidelijk weten dat het geruchten en duivelse woorden zijn zonder enige feitelijke basis, verspreiden ze die nog steeds met onvermoeibaar enthousiasme onder anderen. Wat is de aard hiervan? Iemand met een Godvrezend hart zal afkeer voelen wanneer hij geruchten hoort. Vooral als het gaat om woorden die God aanvallen en beledigen, zal hij die helemaal niet noemen om te voorkomen dat hij zijn mond bevuilt, wat bewijst dat hij een Godvrezend hart heeft. Hij zegt: “Dat anderen God oordelen en belasteren, en de kerk aanvallen en denigreren, is hun zaak. Ik mag geen deel hebben aan hun zonden. Hun laster tegen God is al een schandalige opstand en een gruwelijke zonde – ik kan deze woorden niet met mijn eigen mond uitspreken. Ik mag niet hetzelfde zeggen als zij. Dat zal ik absoluut niet doen!” Degenen die Satans dienaren zijn, kunnen echter negatieve propaganda en geruchten die ze horen woord voor woord navertellen, en ze doen dat herhaaldelijk en zonder enige scrupules. Ze verspreiden ze zelfs overal. Hebben deze mensen ook maar een klein beetje een Godvrezend hart? Zijn ze bang voor God? Nee, dat zijn ze niet. Op het eerste gezicht geloven ze ook in het bestaan van God, maar geloven is niet hetzelfde als erkennen dat God de Schepper is die soevereiniteit over alle dingen heeft. Satan gelooft ook dat er een God is in de wereld en in het heelal en onder alle dingen, maar hoe behandelt hij God wanneer Hij tot hem spreekt? Hoe spreekt hij met God? Heeft hij een Godvrezend hart? Behandelt hij God als God? Nee. Welke methode gebruikt hij om met God te spreken? Hij test Hem uit, bedriegt en bespot Hem, alsof hij een spelletje speelt. Toen God vroeg: “Waar kom je vandaan?” hoe antwoordde Satan? (“Ik heb de aarde doorkruist en heb overal rondgetrokken” (Job 1:7).) Zijn dit menselijke woorden? (Nee.) Wat betekenen deze woorden dan? Waarom sprak Satan op deze manier? Wat voor houding brengt zulke woorden voort? Is het geen houding van bespotting? (Ja.) Wat betekent bespotting? Het is iemand treiteren, nietwaar? “Ik ga je niet vertellen waar ik vandaan kom. Wat kun je eraan doen?” De woorden worden tot je gesproken, maar ze zijn niet bedoeld om je te laten weten wat er werkelijk aan de hand is – de spreker weigert je dat te vertellen en in plaats daarvan treitert hij je. Dit is bespotting. Toont deze houding enig besef van hoe je God als God behandelt? Bevat het enig besef van respect of vrees voor God? Helemaal niet – dit is het gezicht van Satan. Degenen die geruchten verspreiden, kunnen die achteloos onder de broeders en zusters verspreiden. Ze weten heel goed dat deze geruchten niet op feiten berusten, toch doen ze hun uiterste best om ze te verspreiden en zoeken ze naar elke mogelijke gelegenheid en situatie om dat te doen. Is dit niet het gedrag en de aanpak van Satan? Zo handelt Satan. Hij erkent het bestaan van God en weet dat God soevereiniteit over alle dingen heeft, maar hij heeft niet de geringste vrees voor Hem. Dit is het gezicht van Satan, het is Satans aard-essentie. Sommige broeders of zusters zeggen misschien: “Hoewel deze persoon de waarheid niet nastreeft, is zijn geloof in God oprecht. Toen hij hoorde dat de kerk hem ging isoleren of verwijderen, werd hij zo angstig dat hij in huilen uitbrak en zich grote zorgen maakte; hij kreeg er zelfs aften van in zijn mond! Hij is niet bereid Gods huis te verlaten; hij gelooft in het bestaan van God. Wat hij ook doet, we moeten hem dus als een broeder behandelen en hem liefde en verdraagzaamheid schenken. Zelfs wanneer hij geruchten verspreidt, moeten we hem nog altijd met liefde behandelen om hem te helpen en te ondersteunen.” Zijn deze woorden juist? Zijn ze de waarheid? (Nee.) God heeft zoveel woorden gesproken, maar deze mensen geloven ze nog steeds niet. Aan de andere kant geloven deze mensen alle geruchten van duivels en Satans, hoeveel ze er ook uiten, en verspreiden deze geruchten zelfs gewetenloos om God aan te vallen en te belasteren. Alleen al op basis hiervan verdienen ze het niet om broeders of zusters te worden genoemd. Is dit juist? (Ja.) Omdat ze gewetenloos geruchten kunnen verspreiden, God kunnen belasteren, God kunnen aanvallen en Gods huis en de kerk kunnen belasteren, hebben we goede reden om hen als dienaren van Satan te beschouwen, als Satans. Het zijn vijanden van God en vijanden van al Gods uitverkoren volk. Hoe moeten we onze vijanden dan behandelen? (Hen verwerpen.) Juist, we moeten hen verwerpen.

Sommige mensen hebben de waarheid niet lief. Wanneer ze geruchten horen, verspreiden ze die weliswaar niet openlijk in de kerk, maar wel achter de schermen onder degenen die dicht bij hen staan. Sommige mensen zonder onderscheidingsvermogen worden negatief en zwak wanneer ze deze geruchten horen; sommigen stoppen met het bijwonen van bijeenkomsten en sommigen trekken zich terug uit de kerk. Toch geeft de geruchtenverspreider nog steeds niet toe dat dit veroorzaakt werd doordat hij geruchten verspreidde. Ondanks herhaalde vermaningen en communicatie blijven ze dit doen wanneer ze met dergelijke zaken te maken krijgen. Ze onthouden zich alleen van het openlijk en schaamteloos verspreiden van geruchten tijdens bijeenkomsten of in het openbaar uit angst zichzelf te ontmaskeren, door de broeders en zusters te worden verworpen of door de kerk te worden verwijderd. In plaats daarvan kiezen ze ervoor om in het geheim geruchten te verspreiden door berichten naar anderen te sturen of via contact met mensen. Zijn zulke mensen dan niet kwaadaardig? In feite zijn ze nog verraderlijker. Hoezeer ze ook in het geheim handelen, hun motieven en de aard van hun handelingen zijn dezelfde als die van Satans dienaren. Hun doel met het verspreiden van geruchten is het verstoren van de plichtsvervulling van anderen, mensen negatief en zwak te maken, hen God te laten ontkennen, afstand van God te laten nemen en hun plichten te laten verzaken. Heeft iemand ooit gezegd: “Mijn doel met het verspreiden van geruchten is niet om de plichtsvervulling van mensen te verstoren of hun initiatief te ondermijnen, maar om hen te helpen onderscheidingsvermogen te ontwikkelen en hun immuniteit te vergroten, zodat ze, wanneer ze geruchten horen, er immuun voor zijn, ze niet geloven, de waarheid naar behoren kunnen nastreven en hun plichten in vrede kunnen vervullen”? Heeft iemand ooit geruchten verspreid met deze bedoeling? (Nee.) Is deze bewering houdbaar? In feite is deze niet houdbaar. Zolang ze geruchten kunnen verspreiden, vooral die welke God aanvallen, belasteren en godslasteren – en deze achteloos uitspreken telkens wanneer ze hun mond opendoen en ze overal zonder scrupules verspreiden – ongeacht hoeveel geruchten ze verspreiden, of de geruchten nu openlijk of achter de schermen worden verspreid, en ongeacht de impact op mensen, dan is het doel met het verspreiden van geruchten niet om mensen te helpen de waarheid te begrijpen en onderscheidingsvermogen te ontwikkelen, maar om mensen te verstoren en te misleiden, en hen aan God te laten twijfelen en afstand van Hem te laten nemen. Dan is wat ze doen het verstoren en ontmantelen van het werk van de kerk. Vanuit dit perspectief is de essentie van mensen die geruchten verspreiden, ongeacht de reden of de context waarin geruchten worden verspreid, ongetwijfeld die van Satans dienaren. Iedereen die geruchten uitspreekt die God belasteren, aanvallen en lasteren, weerstaat God en is een vijand van God. Is dit juist? (Ja.) Hoewel je niet de bedenker van de geruchten bent, bewijst het feit dat je ze kunt verspreiden dat je gelooft dat de geruchten waar zijn of dat je innerlijk maar wat graag bereid bent ze te geloven. ‘Waren de geruchten maar waar, dan hoefde ik niet in god te geloven, dan zou god geen god zijn, en zou het feit van gods incarnatie niet bestaan. Hij zou slechts een mens zijn, en ik zou vrijelijk geruchten over hem kunnen verzinnen, hem kunnen denigreren, en hem kunnen aanvallen en belasteren.’ Is dat niet het doel? Als je in God gelooft maar altijd eigenmachtig wilt spreken en handelen, is dat dan niet God willen tegenwerken? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “Is dit in opstand komen tegen God? Is dit geen geloof in God hebben?” De aard hiervan is veel ernstiger. Dit is God weerstaan en God tegenwerken. Alleen Gods vijanden weerstaan God en werken God op deze manier tegen. De verdorven mensheid kan, omdat ze Satans verdorven gezindheid bezit en het hen ontbreekt aan begrip van de waarheid en kennis van God, in opstand komen tegen God. Satan doet echter meer dan in opstand komen tegen God; hij verraadt God, weerstaat God en werkt God tegen. Dit maakt hem tot een vijand van God. De relatie tussen Gods vijanden en God is er een van oppositie. Wat betekent oppositie? Het betekent onverzoenlijk zijn. Ongeacht de situatie of de omgeving, de oppositie van Satan tegen God verandert niet met de tijd of de geografische locatie. Satans essentie is God tegen te werken, en dit is onveranderlijk; Satan is eenvoudigweg Gods vijand. Satans weerstand tegen God en zijn onverzoenlijkheid met Hem duurden niet één dag of slechts een paar jaar of decennia; hij begon God tegen te werken vanaf het moment dat hij Hem verraadde. Wanneer zal deze oppositie dan eindigen? Zal Satan ooit door God worden bewogen en hervormd? Zal zijn oppositie tegen God geleidelijk afnemen na verloop van tijd? Nee. Hij zal God blijven tegenwerken. Wanneer zal deze oppositie ophouden te bestaan? Wanneer Gods werk is voltooid, Satan zijn dienst heeft gedaan en niet langer van nut is, en God hem heeft vernietigd – dan zal de oppositie ophouden. En hoe zit het met degenen die Satans dienaren zijn? Zolang ze in de kerk zijn, zullen ze de kerk, Gods huis en God blijven tegenwerken. Sommige mensen zeggen: “Ze geloven in God, geven soms offergaven, geven aalmoezen en ontvangen zelfs broeders en zusters. Hoe werken ze God dan tegen? Ze werken Hem niet tegen; ze doen zelfs enkele goede daden.” Zijn deze woorden juist? Kan het ontvangen van broeders en zusters en het geven van een beetje geld aan arme broeders en zusters hun oppositie tegen God tenietdoen? Kan het bewijzen dat ze verenigbaar zijn met God? (Nee.) Hoe komt deze oppositie dan tot stand? (Die wordt bepaald door hun aard-essentie.) Juist, hun aard-essentie is God te weerstaan en tegen te werken. Zulke mensen moeten jullie onderscheiden op basis van Gods woorden. Ga na wie graag via verschillende kanalen negatieve propaganda of geruchten verzamelt die Gods huis en de kerk aanvallen en belasteren, en wie er geïnteresseerd is in deze negatieve dingen en bereid is deze geruchten en duivelse woorden te geloven. Dit zal jullie in staat stellen de ware gezichten van deze niet-gelovigen te zien. Deze mensen lezen gewoonlijk Gods woorden niet, het laat hen koud wanneer ze de broeders en zusters over de waarheid horen communiceren, en zijn lauw in het vervullen van hun plichten. Ze vinden het geloof in God altijd oninteressant. Waar richten ze zich op wanneer ze video’s en programma’s van Gods huis bekijken? Wanneer ze positieve commentaren zien die door religieuze mensen zijn achtergelaten, voelen ze zich ongemakkelijk en slaan ze die over. Maar wanneer ze religieuze mensen en ongelovigen aan de kant van de grote rode draak zien staan, en de kerk, Gods huis en de broeders en zusters zien beledigen met hun duivelse woorden, voelen ze zich bijzonder gelukkig en opgewonden. Telkens wanneer ze deze negatieve propaganda en geruchten horen, raken ze zo opgewonden dat het lijkt alsof ze een adrenaline-injectie hebben gekregen, lopen ze met een veerkrachtige pas en worden ze zelfs wakker van vreugde. Is dat niet boosaardig? Observeer degenen om je heen om te zien wie tot dit type persoon behoort; kijk of ze een gezindheid hebben die de waarheid haat en God haat. Als je inderdaad zo iemand vindt, moet je bijzonder op je hoede zijn en diegene onderscheiden; observeer zijn woorden, daden en houding. Zodra je bevestigt dat het een kwaadaardig persoon is, een dienaar van Satan, moet je diegene verwerpen en niet als een broeder of zuster behandelen. Zulke mensen moeten zo snel mogelijk uit de kerk worden verwijderd. Sommige mensen zeggen: “Waarom moeten we deze mensen verwijderen? In Gods huis betekent één persoon meer één krachtbron meer voor het werk; één persoon meer maakt het ook wat levendiger. Ze geloven al vele jaren in God, en hoewel ze de waarheid niet liefhebben of beoefenen, geloven ze al sinds hun kindertijd in het bestaan van God, in de Oude Man in de Hemel. Ze geloven ook dat er vlak boven hen een god is die toekijkt, en ze geloven nog sterker dat goed en kwaad worden vergolden. Ze durven over het algemeen geen overduidelijk slechte daden te begaan en zijn bereid anderen te helpen. Ze hebben alleen maar deze kleine hobby; ze genieten ervan geruchten en roddels te verspreiden. In het bijzonder verspreiden ze geruchten van de grote rode draak die God zwartmaken, en herhalen deze dingen zonder er veel bij na te denken, misschien omdat ze onwetend en onkundig zijn.” Op het eerste gezicht lijken het geen kwaadaardige mensen en hebben ze het werk van de kerk niet gehinderd of verstoord, maar ze zijn bijzonder actief in het verspreiden van geruchten en willen altijd de eersten zijn om ze te verspreiden. Moet men niet waakzaam zijn voor zulke individuen? Zijn het geen dienaren van Satan? De essentie van zulke mensen is maar al te duidelijk! Ze hebben hoegenaamd geen interesse in Gods woorden of de waarheid, en ze zoeken nooit de waarheidsprincipes bij het vervullen van hun plicht. In niets wat ze doen, tonen ze enige ernst, ze zetten hun hart er niet voor in en zijn niet bereid ontberingen te doorstaan. Ze handelen slechts plichtmatig, raffelen de boel af en maken voortdurend grapjes. In hun spreken en handelen beledigen ze niemand en kunnen ze met iedereen opschieten, en lijken ze vriendelijk voor anderen – ze verzamelen en verspreiden alleen graag geruchten. Kunnen we deze mensen op basis van deze handelingen kenmerken als Satans dienaren? (Ja.) Waarom kunnen we dat? Maken we daarmee niet van een mug een olifant? (Nee.) Ze hebben hoegenaamd geen interesse in het nastreven van de waarheid. Zodra ze naar een preek luisteren, worden ze slaperig; zodra er over Gods woorden wordt gecommuniceerd, voelen ze afkeer en worden ze rusteloos, staan ze voortdurend op om water te drinken of naar het toilet te gaan, en voelen ze zich innerlijk altijd ongemakkelijk – zij hebben het gevoel dat luisteren naar communicatie even ongelooflijk moeilijk is als het ondergaan van marteling. Zodra ze echter Satans geruchten of de duivelse woorden van ongelovigen horen, wordt hun interesse gewekt, raken ze verkwikt en beginnen ze deze geruchten en duivelse woorden met veel initiatief te verspreiden. Zijn zulke mensen broeders en zusters? Nee. Ze hebben tot in het diepst van hun wezen een afkeer van de waarheid en verachten de waarheid. Wat betreft zaken die verband houden met God en Zijn werk, of het nu Gods identiteit en essentie, Gods status, Gods waardigheid of het vlees is waarin God is geïncarneerd, ze minachten deze in hun hart. Ze zijn volledig verstoken van een Godvrezend hart. Daarom koesteren ze altijd noties over God en Zijn werk. Ze kunnen gemakkelijk allerlei geruchten en duivelse woorden van Satan herhalen en zo hun doel, deze te verspreiden, bereiken. Daarbij voelen ze geen enkele gewetenswroeging. Wat voor ellendeling is dit? Zijn het mensen die in God geloven? (Nee.) Dit zijn de handelingen van degenen die God met de mond belijden en beweren God te volgen, die geloven dat er een Oude Man in de Hemel is, geloven dat er een god vlak boven hen is die toekijkt, en geloven dat goed en kwaad worden vergolden. Dit is hun houding ten opzichte van God. Als iemand hun ouders zou beledigen of achter hun rug om geruchten over hen zou verzinnen, zouden ze ongetwijfeld tot de dood vechten. Wanneer iemand echter God beledigt, God aanvalt of God belastert, raken ze niet alleen niet van streek, maar kunnen ze het als een grap herhalen en zelfs overal verspreiden. Is dit iets wat een volgeling van God zou moeten doen? (Nee.) Is het dan gepast dat veel mensen deze niet-gelovigen als broeders en zusters behandelen? (Nee.) Daarom moeten anderen op hun hoede zijn wanneer zulke mensen ervan worden verdacht Satans dienaren te zijn. Leiders en werkers moeten de broeders en zusters tijdig informeren om op hun hoede te zijn voor deze mensen, zodat iedereen hen kan onderscheiden. Zodra wordt bevestigd dat het Satans dienaren zijn, duivels, moet iedereen hen gezamenlijk verwerpen en wegzuiveren uit de kerk. Strookt dit met de principes? (Ja.) Dan is dit wat er moet gebeuren.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Neem contact op via Messenger