De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (17) Sectie twee

2. Negativiteit uiten terwijl snoei wordt geweigerd

Er is nog een situatie waarin mensen geneigd zijn negativiteit te uiten: wanneer ze te maken krijgen met snoeien en bepaalde woorden waarmee ze gesnoeid worden niet kunnen aanvaarden, zullen ze in hun hart weerspannigheid, ontevredenheid en grieven koesteren, en zich soms zelfs verongelijkt voelen. Ze geloven dat er sprake is van onrecht: ‘Waarom mag ik mezelf niet uitleggen of verduidelijken? Waarom word ik voortdurend gesnoeid?’ Welke soorten negativiteit uiten deze mensen doorgaans? Zij zoeken ook naar redenen om zichzelf te rechtvaardigen en te verdedigen. In plaats van hun fouten te ontleden, goed te maken of te herstellen, bepleiten ze hun zaak en zeggen ze dingen als waarom ze iets niet goed deden, wat de oorzaken daarvan waren, wat de objectieve factoren en omstandigheden waren en dat ze het niet opzettelijk deden. Ze gebruiken deze excuses om zichzelf te rechtvaardigen en te verdedigen en zo hun doel te bereiken om het snoeien te weigeren. Deze mensen erkennen niet dat het snoeien terecht is en ze analyseren het voorval van snoeien met vele anderen, in een poging de zaak voor iedereen duidelijk uit te leggen. Ze verspreiden zelfs ideeën als: “Dit soort snoeien zal mensen ontmoedigen hun plicht te doen. Niemand zal nog bereid zijn zijn plicht te doen. Mensen zullen niet weten hoe ze verder moeten en zullen geen beoefeningspad meer hebben.” Er zijn zelfs mensen die schijnbaar communiceren over hoe ze het snoeien aanvaarden, maar in werkelijkheid gebruiken ze de communicatie om zichzelf te rechtvaardigen en te verdedigen, waardoor meer mensen gaan geloven dat Gods huis in de omgang met mensen totaal geen rekening houdt met hun gevoelens en dat zelfs een kleine fout al kan leiden tot snoeien. Degenen die geneigd zijn negativiteit te uiten, denken nooit over zichzelf na. Zelfs wanneer ze gesnoeid worden, denken ze niet na over de aard van hun fouten of wat ze heeft veroorzaakt. Ze ontleden deze kwesties niet, maar redetwisten, rechtvaardigen en verdedigen zichzelf voortdurend. Sommige mensen zeggen zelfs: “Voordat ik werd gesnoeid, had ik het gevoel dat er een pad te volgen was. Maar toen ik werd gesnoeid, raakte ik in de war. Ik weet niet meer hoe ik moet praktiseren of hoe ik in God moet geloven, en ik kan de weg voorwaarts niet meer zien.” Ze zeggen ook tegen anderen: “Jullie moeten heel voorzichtig zijn om niet gesnoeid te worden; het is zo pijnlijk, alsof er een laag huid wordt afgestroopt. Volg mijn oude pad niet. Kijk wat er van me is geworden nadat ik gesnoeid ben. Ik zit vast, kan geen kant op; niets wat ik doe is goed!” Zijn deze woorden juist? Is er een probleem mee? (Ja. Ze rechtvaardigen zichzelf en redetwisten, en zeggen dat ze niets verkeerd hebben gedaan.) Welke boodschap wordt er door deze rechtvaardiging en redetwist overgebracht? (Ze zeggen dat het verkeerd is van Gods huis om mensen te snoeien.) Sommige mensen zeggen: “Voordat ik gesnoeid werd, had ik het gevoel dat ik een pad te volgen had, maar nadat ik gesnoeid ben, weet ik niet wat ik moet doen.” Waarom weten ze niet wat ze moeten doen nadat ze gesnoeid zijn? Wat is de reden daarvoor? (Wanneer ze met snoeien te maken krijgen, aanvaarden ze de waarheid niet en proberen ze zichzelf niet te kennen. Ze koesteren bepaalde noties en zoeken de waarheid niet om die op te lossen. Daardoor hebben ze geen pad meer. In plaats van de oorzaak bij zichzelf te zoeken, beweren ze het tegendeel, namelijk dat het snoeien ervoor zorgde dat ze de weg kwijtraakten.) Is dat geen tegenbeschuldiging? Het is alsof ze zeggen: “Wat ik deed was in overeenstemming met de principes, maar doordat jij me snoeit, maak je duidelijk dat je me niet volgens de principes laat handelen. Hoe moet ik dan in de toekomst praktiseren?” Dit is wat mensen die zulke dingen zeggen, bedoelen. Aanvaarden ze het dat ze gesnoeid worden? Aanvaarden ze het feit dat ze fouten hebben gemaakt? (Nee.) Betekent deze uitspraak eigenlijk niet dat ze weten hoe ze roekeloos wandaden moeten begaan, maar dat ze, wanneer ze worden gesnoeid en gevraagd om volgens de principes te handelen, niet weten wat ze moeten doen en in de war raken? (Ja.) Hoe deden ze de dingen dan voorheen? Wanneer iemand te maken krijgt met snoeien, is dat dan niet omdat hij niet volgens de principes handelde? (Ja.) Ze begaan roekeloos wandaden, zoeken de waarheid niet en handelen niet volgens de principes of de regels van Gods huis, dus worden ze gesnoeid. Het doel van snoeien is om mensen in staat te stellen de waarheid te zoeken en volgens de principes te handelen, om te voorkomen dat ze opnieuw roekeloos wandaden begaan. Wanneer die mensen echter te maken krijgen met snoeien, zeggen ze dat ze niet meer weten hoe ze moeten handelen of praktiseren – bevatten deze woorden ook maar enig element van zelfkennis? (Nee.) Ze hebben geen enkele intentie om zichzelf te kennen of de waarheid te zoeken. In plaats daarvan impliceren ze: ‘Ik deed mijn plicht voorheen heel goed, maar sinds jij me snoeide, heb je mijn gedachten in de war gebracht en mijn aanpak van mijn plicht overhoopgehaald. Nu is mijn denken niet normaal en ben ik niet zo besluitvaardig of moedig als voorheen, ik ben niet zo dapper, en dit komt allemaal doordat ik gesnoeid ben. Sinds ik gesnoeid ben, is mijn hart diep gekwetst. Dus moet ik anderen aansporen heel voorzichtig te zijn wanneer ze hun plicht doen. Ze moeten hun gebreken niet onthullen of een misstap begaan; als ze een misstap begaan, worden ze gesnoeid, en dan worden ze timide en verliezen ze de gedrevenheid die ze ooit hadden. Hun moedige geest zal aanzienlijk worden gedempt en hun jeugdige moed en verlangen om alles te geven zullen verdwijnen, waardoor ze schuchter en lafhartig worden, bang voor hun eigen schaduw, en het gevoel hebben dat niets wat ze doen goed is. Ze zullen Gods aanwezigheid niet langer in hun hart voelen en zich steeds verder van Hem verwijderd voelen. Zelfs bidden en tot God roepen zal onbeantwoord lijken te blijven. Ze zullen het gevoel hebben dat ze niet meer dezelfde vitaliteit, uitbundigheid en beminnelijkheid hebben, en zullen zelfs op zichzelf gaan neerkijken.’ Zijn dit de oprechte, uit het hart komende woorden die iemand met ervaring communiceert? Zijn ze waarachtig? Zijn ze opbouwend of nuttig voor mensen? Is dit niet gewoon het verdraaien van de feiten? (Ja, deze woorden zijn behoorlijk absurd.) Ze zeggen: “Treed niet in mijn voetsporen en bewandel niet opnieuw mijn oude pad! Jullie zien me nu als behoorlijk braaf, maar in feite was ik na dat snoeien gewoon bang en ben ik niet meer zo vrij en ongedwongen als voorheen.” Welke invloed hebben deze woorden op de luisteraars? (Ze maken mensen meer op hun hoede voor God, waardoor ze uit angst om gesnoeid te worden voorzichtig handelen.) Dit is de negatieve impact die ze hebben. Nadat mensen dit hebben gehoord, zullen ze denken: ‘Inderdaad! Eén kleine onoplettendheid en je wordt gesnoeid – je kunt er niets tegen doen! Waarom moet het zo moeilijk zijn om je plicht te doen in Gods huis? Altijd maar doorgaan over de waarheidsprincipes – het is echt veeleisend! Is het niet goed om gewoon een eenvoudig, stabiel leven te leiden? Dat is geen hoge eis of een buitensporige hoop, maar waarom is het zo moeilijk te bereiken? Ik hoop echt dat ik niet gesnoeid word. Ik ben een heel timide persoon; normaal gesproken, wanneer mensen me nijdig aanstaren en luid spreken, begint mijn hart al te bonzen. Als ik echt gesnoeid word en de woorden zo streng zijn en de feiten zo ontleden, hoe zou ik dat dan aankunnen? Zou ik er geen nachtmerries van krijgen? Iedereen zegt dat snoeien goed is, maar ik zie niet in hoe. Werd die persoon er niet bang van? Als ik gesnoeid werd, zou ik ook bang zijn.’ Is dit niet de invloed van de woorden van degenen die negativiteit uiten? Is deze invloed positief of negatief? (Negatief.) Deze negatieve uitspraken kunnen enorme schade toebrengen aan degenen die bereid zijn de waarheid na te streven! Zeg Mij dus, zijn degenen die regelmatig negativiteit uiten en dood verspreiden dienaren van Satan? Zijn het mensen die het werk van de kerk verstoren? (Ja.)

Sommige mensen handelen naar eigen inzicht en gaan tegen de principes in. Nadat ze gesnoeid zijn, hebben ze het gevoel dat ze, ondanks dat ze zo hard werkten en een prijs betaalden, toch gesnoeid werden. Hun hart raakt dan vervuld van weerspannigheid en ze aanvaarden de ontmaskering of ontleding niet. Ze geloven dat God onrechtvaardig is en dat Gods huis hen onrechtvaardig behandelt, omdat zo’n nuttig en getalenteerd persoon als zij, die zoveel lijden doorstaat en zo’n hoge prijs betaalt, niet wordt geprezen door Gods huis en zelfs gesnoeid wordt. Uit hun weerspannigheid komt grieven voort, en dan uiten ze hun negativiteit: “Zoals ik het zie, is er niets moeilijker dan in god geloven; het is echt moeilijk om wat zegeningen te ontvangen en een beetje genade te genieten. Ik heb zo’n hoge prijs betaald, maar ik werd gesnoeid omdat ik één ding slecht deed. Als iemand als ik de taak niet aankan, wie zou dat dan wel kunnen? Is god niet rechtvaardig? Waarom ben ik niet in staat zijn rechtvaardigheid te herkennen? Hoe kan gods rechtvaardigheid zo onverenigbaar zijn met de noties van mensen?” Ze ontleden niet wat ze hebben gedaan dat tegen de principes ingaat of welke verdorven gezindheden ze hebben onthuld. Ze hebben niet alleen geen greintje berouw of onderwerping, maar ze oordelen en verzetten zich zelfs openlijk. Nadat de meeste mensen hen zo’n verklaring hebben horen afleggen, beginnen ze enigszins met hen te sympathiseren en worden ze door hen beïnvloed: ‘Het is waar, nietwaar? Ze geloven al twintig jaar in God en worden alsnog gesnoeid. Als iemand die twintig jaar gelooft niet per se gered wordt, dan hebben mensen zoals wij nog minder hoop.’ Zijn ze niet vergiftigd? Zodra negativiteit wordt geuit, wordt er gif gezaaid, als een zaadje dat in de harten van mensen wordt geplant, wortel schiet, ontkiemt, bloeit en vrucht draagt in hun gedachten. Voordat mensen het weten, zijn ze vergiftigd en ontstaan er in hen weerstand en klachten tegen God. Wanneer die mensen gesnoeid zijn, worden ze weerspannig tegenover God en ontevreden over hoe Gods huis hen heeft behandeld. In plaats van een houding van berouw en schuldbelijdenis aan te nemen, redetwisten, rechtvaardigen en verdedigen ze zichzelf. Ze maken overal bekend hoeveel ontberingen ze hebben doorstaan, welk werk ze hebben gedaan en welke plichten ze hebben vervuld gedurende hun vele jaren van geloof, en dat ze nu, in plaats van beloningen te ontvangen, gesnoeid worden. Niet alleen slagen ze er niet in om door het snoeien hun eigen verdorvenheid en de fouten die ze hebben gemaakt in te zien, maar ze verspreiden ook het idee dat de manier waarop Gods huis hen heeft behandeld onrechtvaardig en onredelijk is, dat ze niet zo behandeld zouden moeten worden, en dat als dat wel gebeurt, God dan niet rechtvaardig is. De reden dat ze deze negativiteit uiten, is dat ze het snoeien niet kunnen aanvaarden, noch het feit dat ze fouten hebben gemaakt, en nog veel minder aanvaarden of erkennen ze het feit dat ze schade hebben toegebracht aan de ingang in het leven van de broeders en zusters en aan het werk van de kerk. Ze geloven dat ze correct hebben gehandeld en dat Gods huis hen ten onrechte heeft gesnoeid. Door negativiteit te uiten, willen ze mensen vertellen dat Gods huis onrechtvaardig is in hoe het mensen behandelt: zodra iemand een fout maakt, zal Gods huis dat als munitie tegen hem gebruiken, die kwestie aangrijpen en hem meedogenloos snoeien, totdat hij meegaand wordt en denkt geen bijdragen te hebben geleverd, niemand hem meer verafgoodt, hij zichzelf niet meer waardeert en God niet meer om beloningen durft te vragen – pas dan zal Gods huis zijn doel hebben bereikt. Hun doel met het uiten van deze negativiteit is om meer mensen voor hen in de bres te laten springen, om meer mensen ‘de ware toedracht’ te laten begrijpen en in te laten zien hoeveel lijden ze hebben doorstaan gedurende hun vele jaren van geloof in God, hoe belangrijk hun bijdragen zijn geweest, hoe gekwalificeerd ze zijn en wat voor een doorgewinterde gelovige ze zijn. Hiermee willen ze anderen aan hun kant krijgen in een gezamenlijk verzet tegen de regels van Gods huis en het snoeien dat Gods huis hun heeft opgelegd. Is dit in wezen niet het naar hun kant trekken van mensen? (Ja.) Hun doel met het op deze manier uiten van negativiteit is om mensen naar hun kant te trekken en hen te misleiden, en ze verstoren het werk van de kerk om hun wrok te uiten. Ongeacht de uiteindelijke uitwerking op mensen wanneer ze hun negativiteit hebben geuit, is het effect en gevolg dat mensen misleid en verstoord worden en schade oplopen. Het is niet stichtelijk. Het is een negatief effect.

Wanneer mensen met snoeien te maken krijgen, zijn dit in wezen de soorten negativiteit die ze uiten. Ze kunnen het snoeien niet aanvaarden en zijn in hun hart ontevreden en weerspannig, en kunnen het niet van God aanvaarden. Hun eerste reactie is niet om de waarheid te zoeken met betrekking tot het snoeien en om over zichzelf na te denken, zichzelf te kennen en te ontleden, om te zien wat ze precies verkeerd deden, of hun handelen in overeenstemming was met de principes, waarom Gods huis hen snoeide en of deze behandeling te wijten was aan persoonlijke wrok of eerlijk en redelijk was. Hun eerste reactie is niet om deze dingen te zoeken – in plaats daarvan is hun eerste reactie om te vertrouwen op hun kwalificaties, doorstane ontberingen en hun inspanningen om zich tegen het snoeien te verzetten. Als ze dat doen, is alles wat in hun hart opkomt onvermijdelijk negatief, zonder iets positiefs. Dus, wanneer ze communiceren over hun gevoelens en begrip nadat ze gesnoeid zijn, uiten ze zeker negativiteit en verspreiden ze noties. Het uiten van negativiteit en het verspreiden van noties moet tijdig worden gestopt en ingeperkt, en niet worden getolereerd en genegeerd. Deze negatieve dingen zullen de ingang in het leven van elke persoon belemmeren, verstoren en beschadigen, en ze kunnen geen positieve rol spelen, laat staan dat ze de loyaliteit van mensen aan God of hun loyale vervulling van hun plicht kunnen inspireren. Daarom, wanneer zulke mensen negativiteit uiten, verstoren ze het kerkleven en moeten ze worden ingeperkt.

3. Negativiteit uiten wanneer iemands reputatie, status en belangen worden geschaad

In welke andere situaties uiten mensen nog meer negativiteit, naast wanneer ze van hun taak ontheven of gesnoeid zijn? (Wanneer de belangen van mensen worden geschaad en ze het gevoel hebben verlies te hebben geleden.) (Sommige mensen hebben jarenlang hun plicht gedaan, maar wanneer ze ziek worden of hun gezin door rampen wordt getroffen, zeggen ze: “Wat heb ik gewonnen door al die jaren in God te geloven?”) De bekende ‘leus’ van zwartkijkers is: “Wat heb ik gewonnen?” Welke andere situaties zijn er? (Sommige mensen boeken niet alleen geen resultaten in hun plicht, maar maken ook regelmatig fouten, dus zeggen ze: “Waarom verlicht God anderen maar mij niet? Waarom heeft God hun zo’n goed kaliber gegeven, terwijl mijn kaliber zo slecht is?” In plaats van over hun eigen problemen na te denken, schuiven ze de verantwoordelijkheid af op God en zeggen ze dat God hen niet heeft verlicht of begeleid, en dan blijven ze klagen over God.) Ze beweren dat God onrechtvaardig is en vragen waarom Hij anderen verlicht en genade schenkt, maar hen niet, en mopperen over waarom zij geen resultaten boeken in hun plicht – ze klagen. De voorbeelden die jullie gaven zijn goed. Nog meer? (Sommige mensen raken vol wrok wanneer hun toegewezen plicht wordt aangepast, en vragen zich af waarom dit gebeurde, en vermoeden dat de leiders en werkers het op hen gemunt hebben en het hun moeilijk maken.) Hebben ze het gevoel dat Gods huis op hen neerkijkt? (Ja.) Sommige mensen die geen daadwerkelijk werk doen, worden ontheven en geëlimineerd, en ze hebben het gevoel dat hun reputatie en status zijn geschaad. Om hun ontevredenheid te uiten, mopperen ze altijd in het geheim: “Ik geloof nog maar kort in god, mijn bevattingsvermogen is niet goed en ik heb een slecht kaliber. Ik kan me niet meten met de anderen. Als ze zeggen dat ik niet capabel ben, dan zal dat wel zo zijn!” Ogenschijnlijk erkennen ze hun tekortkomingen, maar in feite proberen ze de voordelen die ze hebben verloren terug te winnen, door onophoudelijk te mopperen en dingen te zeggen om de sympathie van mensen te winnen en hun het gevoel te geven dat Gods huis onrechtvaardig is. Zodra hun belangen worden geschaad, worden ze onwillig en hopen ze altijd hun verliezen te herstellen en compensatie te ontvangen. Als ze dat niet krijgen, verliezen ze hun geloof in God en weten ze niet langer hoe ze in Hem moeten geloven. Ze zeggen dan dingen als: “Ik dacht vroeger dat in god geloven geweldig was en dat je als leider of werker in de kerk zeker grote zegeningen zou ontvangen. Ik had nooit verwacht ontheven en geëlimineerd te worden en door anderen te worden verworpen. Te bedenken dat zoiets in gods huis kon gebeuren! Niet iedereen die in god gelooft is per se een goed persoon, en niet alles wat gods huis doet, vertegenwoordigt god of gerechtigheid.” Wat is de aard van uitspraken als deze? Hun woorden, zowel expliciet als impliciet, zijn een aanval. Ze dragen een oordeel en weerstand uit. Ogenschijnlijk zijn ze gericht tegen een bepaalde leider of de kerk, maar in hun hart zijn deze woorden werkelijk gericht tegen God, Zijn woorden en de bestuurlijke decreten en regels van Zijn huis. Ze uiten puur hun wrok. Waarom uiten ze hun wrok? Ze hebben het gevoel dat ze verlies hebben geleden; in hun hart voelen ze zich verongelijkt en ontevreden, en ze willen dingen eisen en compensatie ontvangen. Hoewel de negativiteit die door zulke mensen wordt geuit voor de meesten geen grote bedreiging vormt, zijn deze vuile woorden als vervelende vliegen of bedwantsen die een matige verstoring voor de gedachten van mensen vormen. De meeste mensen voelen afkeer en weerzin wanneer ze deze woorden horen, maar er zullen onvermijdelijk mensen van hetzelfde slag zijn, mensen met dezelfde gezindheden, essenties en neigingen, die van dezelfde rotte pluimage zijn als zij en die door hen worden beïnvloed en verstoord. Dat is onvermijdelijk. Bovendien kunnen sommige mensen met een kleine gestalte die geen onderscheidingsvermogen hebben, door deze negatieve opmerkingen worden verstoord, en hun geloof in God kan worden beïnvloed. Deze mensen weten al niet precies waar het geloof in God voor is, ze zijn onduidelijk over de waarheden van de visies en hun bevattingsvermogen met betrekking tot de waarheid is ook slecht. Wanneer ze deze negatieve uitspraken hebben gehoord, is het zeer waarschijnlijk dat ze die onwillekeurig in zich opnemen en zo de invloed ervan ondergaan. Deze woorden zijn vergif. Ze kunnen gemakkelijk in de harten van mensen worden geplant. Zodra iemand deze negatieve opmerkingen heeft aanvaard, reageert hij onverschillig wanneer Gods huis hem vraagt een plicht te doen. Wanneer Gods huis om zijn medewerking vraagt voor een taak, is hij lauw. Hij pakt het alleen op als hij er zin in heeft; anders doet hij het niet, en heeft hij altijd allerlei redenen en excuses. Voordat hij die negatieve opmerkingen hoorde, was er een beetje oprechtheid in zijn geloof in God en had hij een enigszins positieve, proactieve houding bij het doen van zijn plicht. Maar na het horen van die negatieve opmerkingen wordt hij onverschillig, en is hij ook koel tegenover zijn broeders en zusters. Hij is op zijn hoede voor hen. Wanneer de kerk regelt dat hij een plicht doet, blijft hij die ontwijken en herhaaldelijk van zich afschuiven, en toont hij grote passiviteit. Voorheen woonde hij de bijeenkomsten stipt bij, maar na het horen van die opmerkingen wordt zijn aanwezigheid sporadisch – hij komt als hij in een goed humeur is, maar niet als dat niet zo is. Als er thuis iets onaangenaams gebeurt, maakt hij zich zorgen dat er een ramp zou kunnen gebeuren, dus dan woont hij meer bijeenkomsten bij en leest meer van Gods woorden. Als hij opgewonden, blij en ontroerd is na het lezen van Gods woorden, geeft hij zelfs wat geld. Maar zodra het thuis weer rustig is, stopt hij opnieuw met het bijwonen van bijeenkomsten. Wanneer de broeders en zusters proberen met hem te communiceren in de hoop hem te ondersteunen, vindt hij excuses om te weigeren; en wanneer broeders en zusters naar zijn huis gaan, doet hij de deur niet open, zelfs als hij duidelijk thuis is. Wat is hier aan de hand? Hij is beïnvloed door die negatieve opmerkingen – hij is vergiftigd en gelooft dat gelovigen in God onbetrouwbaar zijn. In het begin vertrouwde hij deze mensen behoorlijk, en wanneer hij Gods woorden las, dacht hij: ‘Dit zijn Gods woorden, deze mensen zijn mijn broeders en zusters, dit is Gods huis – hoe prachtig!’ Maar nadat hij de negatieve opmerkingen hoorde die door bepaalde mensen werden verspreid, veranderde hij. Is hij niet beïnvloed? Is zijn ingang in het leven niet geschaad? (Ja.) Wie heeft hem beïnvloed? Het zijn de mensen die negativiteit uiten, degenen die die opmerkingen maakten. Als iemand nog geen solide fundament heeft gelegd in de ware weg of Gods woorden nog niet heeft gegeten en gedronken tot het punt waarop hij de waarheid begrijpt, kan hij gemakkelijk worden beïnvloed door negatieve dingen. En in het bijzonder degenen die geen bevattingsvermogen hebben met betrekking tot de waarheid, maar simpelweg trends volgen, de situatie observeren en naar uiterlijke verschijnselen kijken – zij worden nog gemakkelijker beïnvloed door negatieve woorden. Vooral wanneer ze mensen drogredenen hebben horen uiten als: “Gods huis is niet per se eerlijk, en niet alles wat gods huis doet is positief”, wordt hun behoedzaamheid nog groter. Een uitspraak die in overeenstemming is met de waarheid wordt niet altijd gemakkelijk aanvaard, maar een negatieve uitspraak, een absurde uitspraak, een uitspraak die de waarheid tegenspreekt – die kunnen te gemakkelijk wortelschieten in de harten van mensen, en ze verwijderen is niet gemakkelijk. Het is zo moeilijk voor mensen om de waarheid te aanvaarden en zo gemakkelijk voor hen om drogredenen te aanvaarden!

Sommige mensen met een slechte menselijkheid hechten groot belang aan hun eigen prestige, roem, vleselijk genot en persoonlijke eigendommen en belangen. Wanneer hun reputatie, status en directe belangen schade lijden, aanvaarden ze dit niet van God, noch aanvaarden ze de omgeving die God voor hen heeft gearrangeerd, en ze zijn niet in staat om deze dingen los te laten en hun persoonlijk gewin en verlies te negeren. In plaats daarvan gebruiken ze verschillende gelegenheden om hun ontevredenheid en weerspannigheid te uiten, en hun negatieve emoties te uiten, met als gevolg dat sommige mensen zeer lijden. Daarom moeten kerkleiders, wanneer zulke mensen negativiteit uiten, eerst tijdig de situatie begrijpen en die mensen tijdig stoppen en inperken. Natuurlijk moeten kerkleiders die mensen ook proactief blootleggen en met de broeders en zusters communiceren over hoe ze hen kunnen onderscheiden en waarom die mensen deze negatieve en absurde dingen zeggen, en tevens hoe ze deze woorden moeten behandelen en onderscheiden om te voorkomen dat ze door hen worden misleid en ernstig worden geschaad. Het is noodzakelijk om zulke mensen te kunnen onderscheiden en ontleden, om hen daardoor te kunnen vermijden en verwerpen, en niet langer door hen misleid te worden. Dit is het werk dat kerkleiders moeten doen. Als gewone broeders en zusters zulke mensen ontdekken en hun menselijkheidsessentie onderscheiden, moeten ze natuurlijk ook bij hen uit de buurt blijven. Als je niet voldoende weerstandsvermogen hebt, of de gestalte om hen te ondersteunen, te helpen en te veranderen, en je het gevoel hebt dat je hun negatieve opmerkingen en hun woorden van ontevredenheid en weerspannigheid niet kunt weerstaan, is de beste aanpak om uit de buurt te blijven. Als je het gevoel hebt dat je heel sterk bent, enige gestalte hebt, en onderscheidingsvermogen kunt uitoefenen en onaangetast kunt blijven wat iemand ook zegt, dat ongeacht hoe ernstig de negativiteit is die hij uit, het je geloof in God niet zal veranderen, dat je zo iemand kunt onderscheiden, en dat je hem ook kunt blootleggen en stoppen wanneer hij negativiteit uit – dan hoef je zo iemand niet te vermijden of voor hem op je hoede te zijn. Maar als je het gevoel hebt dat je niet zo’n gestalte hebt, is de manier en het principe om met zo iemand om te gaan, bij hem uit de buurt te blijven. Is dit gemakkelijk te bereiken? (Ja.) Sommige mensen zeggen: “Kan ik hem tolereren, verdragen en vergeven?” Dat is ook prima, en het is niet verkeerd, maar het is niet de meest cruciale of de beste praktijk. Stel dat je hem verdraagt, hem tolereert en aan hem toegeeft, en uiteindelijk door hem wordt misleid en naar zijn kant wordt overgehaald. En stel dat ongeacht hoe Gods huis je voorziet en ondersteunt, je het niet voelt; of dat wanneer je Gods woorden leest, je vaak wordt beïnvloed door zijn gedachten en opmerkingen, en zodra je denkt aan iets wat hij zei, je denken wordt beïnvloed en je niet in staat bent verder te lezen. En wanneer de broeders en zusters hun begrip van de waarheid communiceren – vooral wanneer ze communiceren over het onderscheiden van de opmerkingen van zulke mensen – word je opnieuw beïnvloed en geraakt door hun woorden, waardoor je geest in de war raakt. Als dit het geval is, moet je bij zulke mensen uit de buurt blijven. Je tolerantie en geduld zullen ondoeltreffend zijn en zijn niet de beste manier om je tegen zulke mensen te verdedigen. Stel dat je tolerantie en geduld geen vermomd, uiterlijk gedrag zijn, maar dat je daadwerkelijk genoeg gestalte hebt om zulke mensen het hoofd te bieden. Ongeacht wat ze zeggen, kun je hen – zelfs als je er niets over zegt – nog steeds in je hart onderscheiden; je bent in staat om verdraagzaamheid jegens hen te oefenen en hen te negeren, maar alle negatieve woorden of woorden van onbegrip en klachten over God die zij uiten, zullen je geloof in God niet in het minst beïnvloeden, noch zullen ze je loyaliteit in het doen van je plicht of je onderwerping aan God beïnvloeden. In dat geval mag je hen tolereren en verdragen. Wat is het principe van het beoefenen van tolerantie en geduld? Er geen schade van ondervinden. Negeer hen, laat hen zeggen wat ze willen – tenslotte zijn zulke mensen gewoon onredelijke lastposten en zijn ze schaamteloos halsstarrig. Ongeacht hoe je de waarheid met hen communiceert, ze zullen die niet aanvaarden; ze zijn van duivels en Satan, en het is nutteloos om met hen te communiceren. Daarom is het het beste om hen, voordat Gods huis hen verwijdert en aanpakt, te tolereren en te verdragen, mits je de gestalte hebt om dat te doen zonder schade op te lopen. Passen jullie gewoonlijk dit principe van tolerantie en geduld toe? Jullie verdragen allerlei soorten mensen, maar soms zijn jullie niet voorzichtig en worden een beetje misleid; daarna worden jullie je ervan bewust, voelen je in het krijt staan bij God, bidden een paar dagen, en keren jullie gesteldheid om, en komen jullie dichter bij God. Meestal kunnen jullie duidelijk zien dat zulke mensen niet deugen en dat ze van duivels zijn. Hoewel je normaal met hen kunt omgaan, ben je innerlijk afstandelijk en heb je een afkeer van hen. Ongeacht wat ze zeggen of welke negatieve opmerkingen en meningen ze uiten, je houdt je Oost-Indisch doof, negeert het, en denkt: ‘Zeg wat je wilt. Ik kan je onderscheiden. Ik ga gewoon niet om met mensen zoals jij.’ Is dit het principe dat jullie meestal volgen bij het omgaan met zulke zaken? Dit bereiken is ook niet slecht; het is niet gemakkelijk en vereist het begrijpen van enige waarheden en het hebben van een zekere gestalte. Als je zelfs dit niveau van gestalte niet hebt, dan zul je niet in staat zijn stand te houden en zul je je plicht niet goed doen.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger