De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (15) Sectie vijf
B. De kenmerken van de menselijkheid van mensen die vaak anderen aanvallen
Vandaag hebben we over verschillende aspecten gecommuniceerd die verband houden met het probleem van wederzijdse aanvallen en woordenstrijd. Hebben jullie de aard van de uitingen van de verschillende typen individuen binnen elk van deze aspecten begrepen? Laten we beginnen met degenen die de neiging hebben anderen aan te vallen – bezitten zij het verstand van een normale menselijkheid? (Nee.) Hoe uit hun gebrek aan verstand zich? Wat zijn hun houdingen en principes ten opzichte van mensen, gebeurtenissen en dingen? Welke methoden en houdingen kiezen zij om met een verscheidenheid aan mensen, gebeurtenissen en dingen om te gaan? Neem bijvoorbeeld het graag ruziën over goed en fout; is dat niet een van de houdingen die zij koesteren ten opzichte van mensen, gebeurtenissen en dingen? (Jawel.) Graag ruziën over goed en fout betekent dat men in elke kwestie probeert te verhelderen wat goed of fout is, en niet stopt totdat de zaak is opgehelderd en het duidelijk is wie gelijk had en wie ongelijk, en men zich hardnekkig vastbijt in zinloze zaken. Wat is nu precies het nut van zo handelen? Is het uiteindelijk juist om over goed en fout te ruziën? (Nee.) Waar zit de fout? Is er enig verband tussen dit en het beoefenen van de waarheid? (Er is geen verband.) Waarom zeggen jullie dat er geen verband is? Ruziën over goed en fout is niet het vasthouden aan de waarheidsprincipes, het is niet het bespreken van of communiceren over de waarheidsprincipes. In plaats daarvan praten mensen altijd over wie gelijk heeft en wie ongelijk, wie correct is en wie zich vergist, wie in zijn recht staat en wie niet, wie een goede reden heeft en wie niet, wie een hogere doctrine uitdrukt; dat is wat ze onderzoeken. Wanneer God mensen beproeft, proberen ze altijd met God te redetwisten; ze komen altijd met de een of andere reden aanzetten. Bespreekt God zulke dingen met je? Vraagt God wat de context was? Vraagt God naar je redenen en oorzaken? Dat doet Hij niet. Het gaat God erom of je een houding van onderwerping of van weerstand hebt wanneer Hij je beproeft. God vraagt of je de waarheid al dan niet begrijpt, of je al dan niet onderworpen bent. Dat is alles wat God vraagt, niets anders. God vraagt je niet wat de reden is voor je gebrek aan onderwerping, en Hij kijkt niet of je een goede reden hebt – met zulke dingen houdt Hij absoluut geen rekening. God kijkt alleen of je gehoorzaam bent of niet. Ongeacht je leefomgeving en de context, onderzoekt God alleen nauwkeurig of er gehoorzaamheid in je hart is, of je een houding van onderwerping hebt. God debatteert niet met je over goed en fout; het maakt God niet uit wat je redenen zijn. God geeft er alleen om of je werkelijk onderworpen bent – dat is alles wat God van je vraagt. Is dit niet een waarheidsprincipe? Het soort mensen dat graag ruziet over goed en fout, dat graag een woordenstrijd aangaat – bestaan de waarheidsprincipes in hun hart? (Nee.) Waarom niet? Hebben ze ooit enige aandacht besteed aan de waarheidsprincipes? Hebben ze die ooit nagestreefd? Hebben ze die ooit gezocht? Ze hebben er nooit aandacht aan besteed, ze nagestreefd of gezocht; de waarheidsprincipes zijn totaal afwezig in hun hart. Als gevolg daarvan kunnen ze alleen leven binnen menselijke noties. Alles wat in hun hart is, is goed en fout, correct en incorrect, voorwendsels, redenen, drogredenen en argumenten, waarna ze al snel elkaar aanvallen, oordelen en veroordelen. De gezindheid van dit soort mensen is dat ze graag debatteren over goed en fout en mensen oordelen en veroordelen. Dergelijke mensen hebben geen liefde voor of aanvaarding van de waarheid, ze zijn geneigd om met God te redetwisten, en zelfs om over God te oordelen en God te tarten. Uiteindelijk zullen ze gestraft worden.
Zoeken degenen die graag ruziën over goed en fout de waarheid? Zoeken zij Gods bedoelingen, Gods vereisten, of de waarheidsprincipes die in deze situaties beoefend zouden moeten worden door middel van de mensen, gebeurtenissen en dingen die ze daarin tegenkomen? Dat doen ze niet. Wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, hebben ze de neiging te bestuderen ‘hoe die gebeurtenis was’ of ‘hoe die persoon is’. Wat is dit voor gedrag? Is dit niet waar mensen vaak naar verwijzen als het zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken? Ze redetwisten over de rechtvaardigingen van mensen en het verloop van gebeurtenissen, ze staan erop deze dingen op te helderen, maar ze vermelden niet in welk deel van het proces van deze complexe situaties ze de waarheid zochten, de waarheid begrepen of verlicht werden. Het ontbreekt hun aan deze ervaringen en methoden van beoefening. Ze blijven maar zeggen: “Je had het met die kwestie duidelijk op mij gemunt, je beledigde me. Denk je dat ik zo dom ben dat ik het niet doorheb? Waarom zou je me beledigen? Ik heb je niet beledigd; waarom zou je het op mij gemunt hebben? Aangezien je het op mij gemunt hebt, zal ik me niet inhouden! Ik heb lang geduld met je gehad, maar mijn geduld heeft zijn grenzen. Denk niet dat ik me makkelijk laat commanderen; ik ben niet bang voor je!” Zich vastklampend aan deze kwesties, presenteren ze onophoudelijk hun rechtvaardigingen, en blijven ze hangen in het goed en fout en het correct en incorrect van de zaak, maar hun zogenaamde rechtvaardigingen stroken totaal niet met de waarheid, en geen enkel woord ervan is in overeenstemming met Gods vereisten. Ze blijven zozeer hangen in mensen, gebeurtenissen en dingen dat anderen er volkomen genoeg van krijgen en niemand meer bereid is naar hen te luisteren, maar zelf worden ze er nooit moe van erover te spreken; ze praten erover waar ze ook gaan, alsof ze bezeten zijn. Dit wordt zich vastbijten in mensen en zaken genoemd, en simpelweg weigeren de waarheid te zoeken. Het tweede kenmerk van mensen die zich bezighouden met wederzijdse aanvallen en woordenstrijd is hun bijzondere voorliefde voor het zich vastbijten in mensen en zaken. Hebben degenen die zich vastbijten in mensen en zaken de waarheid lief? (Nee.) Ze hebben de waarheid niet lief, dat is duidelijk. Maar begrijpen deze individuen de waarheid dan? Weten ze wat de waarheid waarover God spreekt werkelijk is? Afgaande op hun uiterlijke gedrag van het zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken, weten ze eigenlijk wel wat de waarheid werkelijk is? Het is duidelijk dat ze dat niet weten. Welk idee vereren zij? Het idee dat wie de meest gerechtvaardigde woorden spreekt, gelijk heeft, dat wie open en eerlijk handelt en wiens daden voor iedereen zichtbaar zijn, in zijn recht staat, en dat wie handelt in overeenstemming met moraliteit, ethiek en traditionele cultuur en de goedkeuring van de meerderheid krijgt, in zijn recht staat. In hun optiek vertegenwoordigt dit ‘gelijk’ de waarheid, dus kunnen ze zich met grote onbeschaamdheid vastbijten in mensen en zaken en blijven ze eindeloos in deze kwesties hangen. Ze geloven dat gelijk hebben gelijkstaat aan het bezitten van de waarheid – is dat niet zeer problematisch? Sommige mensen zeggen: “Ik heb het werk van de kerk niet gehinderd of verstoord, ik profiteer niet van anderen, ik steel niet graag van anderen en ik ben geen pestkop; ik ben geen kwaadaardig persoon.” Is de implicatie hier dat je iemand bent die de waarheid beoefent, iemand die de waarheid bezit? Een groot deel van degenen die zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken, gelooft van zichzelf dat ze oprecht zijn en zich dus geen zorgen hoeven te maken over geruchten, en beschouwen zichzelf als integere, eerbare mensen die nooit anderen zouden vleien. Daarom hebben ze, wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, de neiging te redetwisten en te debatteren, en staan ze erop via deze middelen te bewijzen dat hun rechtvaardiging correct is. Ze geloven dat als hun rechtvaardiging solide is, openlijk kan worden gepresenteerd en de meerderheid het ermee eens is, zij dan iemand zijn die de waarheid bezit. Wat is hun ‘waarheid’? Volgens welke norm wordt die gemeten? Denken jullie dat zulke mensen de waarheid kunnen begrijpen? (Nee.) Daarom bijten ze zich altijd onophoudelijk vast in mensen en zaken en blijven ze er hardnekkig in hangen. Deze mensen begrijpen de waarheid niet, dus zeggen ze altijd: “Ik heb je niet beledigd. Waarom heb je het altijd op mij gemunt? Het is verkeerd van je om het op mij gemunt te hebben!” Ze geloven: ‘Als ik je niet heb beledigd, zou je me niet zo moeten behandelen. Aangezien je me zo behandelt, zal ik je terugpakken, ik zal vergelding zoeken, en mijn vergelding is legitieme zelfverdediging, het is wettig. Dit is het waarheidsprincipe. Daarom strookt wat jij doet niet met de waarheidsprincipes, maar wat ik doe wel. Dus zal ik me in deze zaak vastbijten; ik zal deze kwestie altijd ter sprake brengen en jou altijd noemen!’ Ze geloven dat het zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, maar is dat geen enorme vergissing? Het is inderdaad een enorme vergissing, en ze zijn verkeerd georiënteerd. Zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken is een totaal andere kwestie dan het beoefenen van de waarheid. Dit is het tweede probleem met de menselijkheid van deze mensen: ze bijten zich onophoudelijk vast in mensen en zaken. Waarmee houden problemen van menselijkheid verband? Houden die geen verband met iemands aard? Deze mensen geloven al vele jaren in God, maar ze begrijpen de waarheid niet. Ze denken dat de termen die ze kennen, zoals open en eerlijk zijn, oprecht en integer, openhartig en direct, recht door zee en rechtschapen, enzovoort, de fundamenten zijn van hoe men zich moet gedragen, en ze beschouwen deze dingen als de waarheidsprincipes. Dit is een volstrekt onjuiste zienswijze.
Mensen die zich bezighouden met wederzijdse aanvallen en die de neiging hebben deel te nemen aan een woordenstrijd, hebben een abnormale menselijkheid. Het eerste aspect hiervan is het graag ruziën over goed en fout; het tweede is het zich onophoudelijk vastbijten in mensen en zaken. Wat is het derde aspect? Is het niet hun volledige weigering om de waarheid te aanvaarden? Ze kunnen niet eens één enkele correcte uitspraak aanvaarden. Ze denken: ‘Zelfs als wat je zegt juist is, moet je me nog steeds helpen gezichtsverlies te voorkomen, je moet tactvol spreken en me niet kwetsen. Als je woorden scherp zijn en me gezichtsverlies kunnen bezorgen, moet je ze privé tegen me zeggen. Je mag me niet kwetsen in het bijzijn van veel mensen, zonder rekening te houden met mijn trots en zonder me een uitweg te bieden uit deze gênante situatie. Bovendien is wat je zegt verkeerd, dus moet ik terugslaan!’ In ernstigere gevallen verzet dit soort mensen zich: “Hoe correct je woorden ook zijn, ik zal ze niet aanvaarden! Het is prima als je over wie dan ook praat, maar het op mij gemunt hebben is niet oké, zelfs als je gelijk hebt!” Zelfs bij het lezen van Gods woorden zijn ze, als ze het gevoel hebben dat Gods woorden tegen hen gericht zijn of hen ontmaskeren, afkerig van die woorden en onwillig om ernaar te luisteren – het is alleen zo dat ze, aangezien ze slechts met Gods woorden worden geconfronteerd, niet met Hem kunnen redetwisten. Als iemand hen persoonlijk op hun problemen of gesteldheden wijst, of hen onbedoeld noemt zonder de intentie hen aan te vallen, zijn ze in staat om terug te slaan en een woordenstrijd te beginnen. Betekent dit niet dat zulke individuen de waarheid volstrekt weigeren te aanvaarden? (Ja.) Dit is hun menselijkheidsessentie – een absolute weigering om de waarheid te aanvaarden. Dus, ongeacht de inhoud van hun woordenstrijd of waar die plaatsvindt, is de menselijkheid van zulke mensen duidelijk. Ze begrijpen de waarheid niet, en zelfs als ze begrijpen wat er tijdens preken wordt gezegd, aanvaarden ze de waarheid niet; ze gaan nog steeds door met wederzijdse aanvallen en nemen voortdurend deel aan een woordenstrijd, of hebben vaak de neiging anderen aan te vallen. Afgaande op deze uitingen van hen, wat voor soort mensen zijn het? Ten eerste, zijn het liefhebbers van de waarheid? Zijn het mensen die de waarheid kunnen beoefenen zodra ze die begrijpen? (Nee.) Kunnen ze, wanneer ze problemen ontdekken, de waarheid zoeken om die op te lossen? (Nee.) En wanneer ze noties koesteren en vooroordelen of persoonlijke meningen over andere mensen hebben, kunnen ze dan het initiatief nemen om die opzij te zetten en de waarheid te zoeken? (Nee.) Tot geen van deze dingen zijn ze in staat. Als we kijken naar alles waartoe ze niet in staat zijn, is het duidelijk dat alle individuen die geneigd zijn anderen aan te vallen en een woordenstrijd aan te gaan, niet deugen. Afgaande op hun diverse uitingen, hebben ze de waarheid niet lief en zijn ze niet bereid die te zoeken. In zaken die de waarheid betreffen, blijven ze, ongeacht welke vooroordelen of foutieve meningen ze ontwikkelen, zelfgenoegzaam en zoeken ze de waarheid totaal niet. Zelfs wanneer de waarheid duidelijk met hen wordt gecommuniceerd, weigeren ze die te aanvaarden, en nog veel minder zijn ze bereid die te beoefenen. Tegelijkertijd vertonen deze individuen een nog verfoeilijkere uiting: nadat ze enig begrip van woorden en doctrines hebben verkregen, gebruiken ze deze grootse doctrines die ze begrijpen om willekeurig anderen aan te vallen, te oordelen en te veroordelen, en zelfs om anderen te beperken en te beheersen. Als het hun niet lukt je met hun oordelen en veroordelingen te onderdrukken, zullen ze op alle mogelijke manieren proberen je met holle theorieën te beperken. Als je dan nog steeds niet toegeeft, zullen ze hun toevlucht nemen tot nog verachtelijkere en verschrikkelijkere methoden om je aan te vallen, totdat je aan hen toegeeft, zwak en negatief wordt, of hen begint te bewonderen en je door hen laat manipuleren – dan zullen ze zich voldaan voelen. Dus, gebaseerd op het gedrag, de uitingen en de houding ten opzichte van de waarheid van deze individuen, wat voor mensen zijn dat? Ze weigeren de waarheid volstrekt te aanvaarden – dit is hun houding ten opzichte van de waarheid. En hoe zit het met hun menselijkheid? De meerderheid van deze individuen zijn kwaadaardige mensen; conservatief gesproken is meer dan 90% van hen dat. Kwaadaardige mensen willen in elke kwestie graag goed en fout ophelderen, anders laten ze het niet los; ze hebben altijd dit soort neigingen. Bovendien blijven kwaadaardige individuen, wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, hangen in mensen en dingen en bijten ze zich er onophoudelijk in vast, waarbij ze altijd hun eigen rechtvaardigingen presenteren, altijd proberen iedereen zover te krijgen dat ze het met hen eens zijn en hen steunen en zeggen dat ze gelijk hebben, en ze staan niet toe dat iemand iets slechts over hen zegt. Bovendien zoeken kwaadaardige mensen, wanneer ze met situaties worden geconfronteerd, altijd naar mogelijkheden om mensen te kooien en te beheersen. Welke methode gebruiken ze om mensen te beheersen? Ze veroordelen iedereen, waardoor iedereen gelooft dat hij ontoereikend is, dat hij problemen en fouten heeft en dat hij inferieur is aan deze kwaadaardige mensen, waarna de kwaadaardige mensen zich verheugd en gelukkig voelen. Zodra ze alle anderen hebben neergeslagen en alleen zijzelf nog overeind staan, hebben ze dan niet iedereen onder hun controle gebracht? Het doel dat ze bereiken door mensen te beheersen, is iedereen te veroordelen en neer te slaan, waardoor iedereen gelooft dat hij onbekwaam is, negatief en zwak wordt, het geloof in Gods woorden en in de waarheid verliest, en het geloof in God verliest en geen pad meer heeft om te volgen – hierna voelen deze kwaadaardige mensen zich gelukkig en voldaan. Als we naar deze aspecten kijken, is het dan niet duidelijk dat kwaadaardige mensen de meerderheid van dit soort individuen uitmaken? Kijk maar eens naar welke typen mensen in een groep altijd de neiging hebben anderen aan te vallen, hetzij rechtstreeks, hetzij achter iemands rug om, en daarbij verschillende methoden gebruiken – zulke mensen zijn kwaadaardig. Deze individuen aanvaarden de waarheid totaal niet, noch communiceren ze over de waarheid. Ze maken vaak misbruik van een situatie om op te scheppen dat ze goede mensen zijn, dat wat ze ook doen gerechtvaardigd en goed onderbouwd is, en dat ze zich op een rechtschapen en eerlijke manier gedragen – ze scheppen er altijd over op dat ze fatsoenlijke en eerbare mensen zijn, en recht door zee en rechtvaardige individuen. Deze mensen getuigen nooit van de waarheid, noch getuigen ze van Gods woorden; ze bijten zich alleen graag onophoudelijk vast in mensen en zaken, en presenteren hun eigen rechtvaardigingen. Hun intentie en doel is om mensen te laten geloven dat zij goede mensen zijn en dat zij alles begrijpen. Wat betreft degenen in de kerk die vaak deelnemen aan wederzijdse aanvallen en een woordenstrijd, of het nu degenen zijn die de aanvallen initiëren of degenen die worden aangevallen, als het kerkleven wordt gehinderd en verstoord, dan zouden de meesten moeten opstaan om hen te waarschuwen en in te perken. Deze mensen zouden geen tijd moeten krijgen om amok te maken en slechte dingen te doen, noch zou het hun moeten worden toegestaan anderen te beïnvloeden door hun persoonlijke wrok te uiten en wraak te zoeken vanwege hun persoonlijke grieven en tijdelijke woede. Natuurlijk zouden kerkleiders ook plichtsgetrouw hun verantwoordelijkheden moeten vervullen, door deze mensen effectief in te perken in het verstoren en hinderen van het kerkleven, en de meerderheid van de mensen te beschermen tegen verstoring. Wanneer mensen deelnemen aan wederzijdse aanvallen en een woordenstrijd, zouden kerkleiders in staat moeten zijn hen tijdig te stoppen en in te perken. Als een poging om hen te stoppen en in te perken het probleem niet oplost, en ze doorgaan met elkaar aan te vallen en een woordenstrijd te voeren, anderen te verstoren, en ze doorgaan met het beschadigen van het kerkleven, dan moeten zulke individuen worden verwijderd of verdreven. Dit is de verantwoordelijkheid van de kerkleiders.
We hebben behoorlijk wat gecommuniceerd over het gedrag en de uitingen van degenen die deelnemen aan wederzijdse aanvallen en een woordenstrijd. We hebben zojuist ook kort hun menselijkheid ontleed en erover gecommuniceerd, wat jullie in staat zal stellen meer onderscheidingsvermogen ten aanzien van hen te verkrijgen, en de meesten van jullie in staat zal stellen te doorgronden wat er aan de hand is en hen tijdig te onderscheiden wanneer ze spreken en handelen. Hoe grondiger jullie de essentie van deze mensen begrijpen en kennen, hoe sneller jullie hen kunnen onderscheiden, en dientengevolge zullen jullie steeds minder door hen worden verstoord. De meesten van jullie zouden zich bewust moeten zijn van de schade die degenen die deelnemen aan wederzijdse aanvallen en een woordenstrijd toebrengen aan het kerkleven en aan Gods uitverkoren volk. Dergelijke mensen zullen beslist niet over zichzelf nadenken en stoppen met vechten. Als ze niet tijdig worden aangepakt en ze niet worden verwijderd, zullen ze voortdurend hinder en verstoringen veroorzaken voor het kerkleven. Daarom is het aanpakken en verwijderen van zulke mensen een zeer belangrijk werkonderdeel voor kerkleiders en mag het niet over het hoofd worden gezien.
5 juni 2021
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Gerelateerde inhoud
Gods woorden ‘Gods huidige werk kennen’
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Gods woorden ‘Over titels en identiteit’ (Deel twee)
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html 【De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...