De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (15) Sectie vier

Begrijpen jullie nu de principes van onderscheiding wat betreft het onderwerp van wederzijdse aanvallen en woordenstrijden waar we zojuist over hebben gecommuniceerd? Kunnen jullie onderscheiden welke situaties wederzijdse aanvallen en woordenstrijden vormen? Wederzijdse aanvallen en woordenstrijden komen vaak voor in groepen mensen en kunnen vaak worden waargenomen. Wederzijdse aanvallen houden voornamelijk in dat men zich doelbewust richt op de problemen van iemand om hem persoonlijk aan te vallen, te oordelen, te veroordelen en zelfs te vervloeken, met het doel wraak te nemen, een tegenaanval te doen, persoonlijke wrok te uiten, enzovoort. In ieder geval gaan wederzijdse aanvallen en woordenstrijden niet over het communiceren over de waarheid, noch over het beoefenen van de waarheid, en ze zijn zeker geen uiting van harmonieuze samenwerking. In plaats daarvan zijn ze een uiting van wraak nemen op en uithalen naar mensen vanwege heetgebakerdheid en Satans verdorven gezindheid. Het doel van wederzijdse aanvallen en woordenstrijden is absoluut niet om de waarheid duidelijk te communiceren, en nog veel minder is het om te ruziën om de waarheid te begrijpen. Veeleer is het doel om de eigen verdorven gezindheden, ambities, egoïstische verlangens en vleselijke voorkeuren te bevredigen. Het is duidelijk dat wederzijdse aanvallen niet gaan over het communiceren over de waarheid, en ze gaan zeker niet over het helpen en met liefde behandelen van mensen; in plaats daarvan zijn ze een van Satans strategieën en methoden om mensen te kwellen, met hen te spelen en hen voor de gek te houden. Mensen leven in verdorven gezindheden en begrijpen de waarheid niet. Als ze er niet voor kiezen de waarheid te beoefenen, is het heel gemakkelijk voor hen om verstrikt te raken in zulke valstrikken en verzoekingen, en in gevechten van wederzijdse aanvallen en woordenstrijden. Ze ruziën tot hun gezichten rood worden en gaan zelfs eindeloos door, allemaal om een enkel woord, een enkele zin of een enkele blik, en vechten jarenlang om elkaar te overtreffen, met voor beide partijen alleen maar verlies, om slechts één ding. Zodra ze elkaar ontmoeten, ruziën ze eindeloos, en sommigen vallen elkaar aan, vervloeken en veroordelen elkaar zelfs in chatgroepen op de computer. Hoe ernstig is deze haat geworden! Ze hebben elkaar niet genoeg uitgescholden tijdens bijeenkomsten, ze zijn hun haat nog niet kwijt, ze hebben hun doelen niet bereikt. Hoe meer ze erover nadenken, hoe bozer ze worden, en als ze naar huis gaan, gaan ze daar door met elkaar uitschelden. Wat voor geest is dit? Is het de moeite waard om die te stimuleren, is het de moeite waard om die te bepleiten? (Nee.) Wat voor ‘onverschrokken geest’ is dit? Dit is een geest van niets vrezen, het is een geest van wetteloosheid, het is een gevolg van Satans verderven van de mens. Natuurlijk brengen zulke gedragingen en handelingen aanzienlijke verstoringen en verliezen toe aan de ingang in het leven van deze individuen, en ze veroorzaken ook verstoringen en hinder in het kerkleven. Daarom moeten leiders en werkers, wanneer ze met deze situaties worden geconfronteerd en merken dat twee mensen elkaar aanvallen, een woordenstrijd voeren en zweren tot het einde te vechten, hen snel wegzuiveren; ze mogen hen niet tolereren en al helemaal niet gedogen. Ze moeten de andere broeders en zusters beschermen en het normale kerkleven handhaven, ervoor zorgen dat elke bijeenkomst resultaten oplevert, en niet toestaan dat zulke individuen de tijd van de broeders en zusters voor het lezen van Gods woorden en het communiceren over de waarheid in beslag nemen en het normale kerkleven verstoren. Als tijdens bijeenkomsten wordt ontdekt dat ze elkaar aanvallen en een woordenstrijd voeren, moet dit onmiddellijk worden gestopt en opgelost. Als het niet kan worden ingeperkt, moeten deze mensen onmiddellijk tijdens een bijeenkomst worden ontmaskerd en ontleed, en moeten ze worden weggezuiverd. De kerk is een plaats voor het eten en drinken van Gods woorden, voor het aanbidden van God; het is geen plaats om elkaar aan te vallen of een woordenstrijd te voeren om persoonlijke wrok te uiten. Iedereen die het kerkleven regelmatig verstoort en de ingang in het leven van Gods uitverkoren volk beïnvloedt, moet worden weggezuiverd. De kerk verwelkomt zulke mensen niet, ze staat geen verstoringen van duivels of de aanwezigheid van kwaadaardige mensen toe – zuiver deze mensen weg, en het probleem zal zijn opgelost.

Als in de kerk wordt ontdekt dat sommige mensen elkaar aanvallen en een woordenstrijd voeren, dan moet deze kwestie, indien ze hinder en verstoringen veroorzaakt voor het kerkleven, onmiddellijk en resoluut worden opgelost, ongeacht wat hun excuses en redenen zijn, en ongeacht waar hun discussie over gaat – of het nu iets is waar iedereen om geeft of niet. Als het niet mogelijk is de betrokkenen te stoppen of in te perken, moeten ze worden weggezuiverd. Dit is het werk dat leiders en werkers moeten doen wanneer ze met dergelijke situaties worden geconfronteerd. Het belangrijkste principe is niet dat je het wangedrag van deze mensen in de hand werkt door hen te gedogen of toegeeflijk te zijn, noch is het de bedoeling dat je als een ‘rechtschapen ambtenaar’ optreedt en voor deze mensen oordeelt over gelijk en ongelijk, om te zien wie er correct en wie er incorrect is, wie er in zijn recht staat en wie niet, om duidelijk te onderscheiden wie er goed en wie er fout zit, en vervolgens beide partijen een gelijke straf op te leggen, of degene die je schuldig acht te straffen en de ander te belonen – dit is niet de manier om het probleem op te lossen. Bij het aanpakken van deze kwestie wordt van je verwacht dat je die niet afmeet aan de wet, en nog veel minder dat je die afmeet en beoordeelt aan de hand van morele normen, maar veeleer dat je die afmeet en aanpakt volgens de principes van het werk van de kerk. Wat betreft beide partijen die betrokken zijn bij wederzijdse aanvallen, indien zij het kerkleven hinderen en verstoren, zouden de leiders en werkers van de kerk het als hun onontkoombare plicht moeten beschouwen om hen te stoppen en in te perken, of hen te isoleren of te verwijderen, in plaats van aandachtig te luisteren naar beide kanten die vertellen wat er is gebeurd en praten over hun respectieve redenen en excuses, en de intentie, het doel en de diepere oorzaak achter hun aanval op de ander en het aangaan van de woordenstrijd. Het is niet de bedoeling dat ze het hele verhaal begrijpen, maar dat ze het probleem oplossen, deze hinder en verstoring voor het kerkleven elimineren en degenen die ze hebben veroorzaakt, aanpakken. Stel dat leiders en werkers de boel sussen en de kool en de geit sparen, en een verzoeningsbeleid voeren ten aanzien van beide personen die de wederzijdse aanval zijn aangegaan, en hen toestaan het kerkleven naar believen te hinderen en te verstoren zonder in te grijpen of het aan te pakken – dan blijven ze deze mensen gedogen. Ze sporen hen telkens alleen maar aan en adviseren hen, en zijn niet in staat het probleem grondig op te lossen. Zulke leiders en werkers verzaken hun verantwoordelijkheden. Als het probleem van mensen die elkaar aanvallen en een woordenstrijd voeren in de kerk opkomt en ernstige verstoringen en schade aan het kerkleven veroorzaakt, waardoor bij de meerderheid van de mensen wrok en afkeer ontstaat, moeten leiders en werkers snel handelen en beide partijen isoleren of verwijderen volgens de werkregelingen van het huis van God en de principes voor het wegzuiveren uit de kerk. Ze moeten niet optreden als ‘rechtschapen ambtenaren’ die de zaak voor de betrokkenen berechten en oordelen vellen over deze persoonlijke ruzies. Ze moeten niet aandachtig luisteren naar deze mensen die hun stinkende, langdradige onzin uitkramen om te zien wie er goed en wie er fout zit, wie er gelijk en wie er ongelijk heeft, en na deze zaken te hebben beoordeeld, meer mensen discussies en communicatie over deze dingen laten voeren, waardoor meer mensen afkeer en afschuw in hun hart koesteren. Dit verspilt tijd die mensen zouden moeten gebruiken om Gods woorden te eten, te drinken en erover te communiceren. Dit is nog meer een verzaking van de verantwoordelijkheid door leiders en werkers, en dit beoefeningsprincipe is onjuist. Als de partijen die zijn ingeperkt op een gegeven moment berouw tonen en de tijd van de bijeenkomst niet langer in beslag nemen met hun wederzijdse aanvallen en woordenstrijden, dan kan de isolatie die hun is opgelegd, worden opgeheven. Als ze als kwaadaardige mensen zijn verwijderd en iemand beweert dat ze ten goede zijn veranderd, moet men nagaan of ze daadwerkelijke uitingen van berouw tonen, en ook de mening van de meerderheid over de kwestie vragen. Zelfs als ze weer worden toegelaten, moeten ze nauwlettend in de gaten worden gehouden, moet hun spreektijd strikt worden beperkt, en moeten ze later dienovereenkomstig worden behandeld op basis van hun uitingen. Dit zijn principes die kerkleiders en -werkers moeten begrijpen en waar ze op moeten letten. Natuurlijk kan de aanpak van deze kwestie niet gebaseerd zijn op subjectieve aannames; de wederzijdse aanvallen van beide partijen moeten van dien aard zijn dat ze hinder en verstoring veroorzaken. Mensen moeten niet verboden worden te spreken en geïsoleerd worden alleen omdat een van hen even iets zei dat de ander kwetste, en die persoon vervolgens met een eigen opmerking terugsloeg. Mensen op die manier aanpakken is echt niet in overeenstemming met de principes! Leiders en werkers moeten de principes goed begrijpen en ervoor zorgen dat de meerderheid het ermee eens is dat hun handelingen in overeenstemming zijn met de principes, in plaats van amok te maken, kwaad te doen of de ernst van de kwestie tot het uiterste op te blazen. Wat dit aspect van het werk betreft, moet enerzijds de meerderheid leren onderscheiden wat een aanval inhoudt, en anderzijds moeten kerkleiders en -werkers ook weten welke principes moeten worden begrepen en welke verantwoordelijkheden moeten worden vervuld bij het uitvoeren van dit werk.

4. Mensen willekeurig veroordelen

Er is nog een andere uiting van wederzijdse aanvallen. Sommige mensen kennen wat geestelijke termen en gebruiken die steevast in hun spraak, zoals ‘duivel’, ‘Satan’, ‘de waarheid niet beoefenen’, ‘de waarheid niet liefhebben’, ‘farizeeër’, enzovoort. Ze gebruiken deze termen om willekeurig over bepaalde mensen te oordelen. Heeft dit niet enigszins de aard van een aanval? Er was eens iemand die, in zijn omgang met de broeders en zusters, iedereen wilde uitschelden die niet handelde volgens zijn wensen. Maar hij dacht bij zichzelf: ‘Nu ik in god geloof, lijkt mensen uitschelden onfatsoenlijk. Het geeft de indruk dat ik me niet houd aan wat een heilige betaamt. Ik mag niet schelden of vuile taal gebruiken, maar als ik het niet doe, voel ik me onrustig en kan ik mijn haat niet kwijt – ik wil mensen constant uitschelden. Hoe moet ik hen dan uitschelden?’ Dus bedacht hij een nieuwe term. Wie hem ook maar beledigde, hem door zijn handelingen kwetste of niet naar hem luisterde, werd door hem als volgt uitgescholden: “Kwaadaardige duivel!” “Jij bent een kwaadaardige duivel!” “Die-en-die is een kwaadaardige duivel!” Hij plaatste ‘kwaadaardig’ voor het woord ‘duivel’ – Ik had werkelijk nog nooit iemand die uitdrukking horen gebruiken. Behoorlijk origineel, nietwaar? De broeders en zusters werden door hem zomaar voor ‘kwaadaardige duivels’ uitgescholden. Wie zou zich daar nu prettig bij voelen? Als hij bijvoorbeeld een broeder of zuster vroeg hem een kopje water in te schenken en die persoon had het te druk en zei hem het zelf te doen, dan schold hij diegene uit: “Jij kwaadaardige duivel!” Als hij terugkwam van een bijeenkomst en zag dat zijn maaltijd nog niet klaar was, ontstak hij in woede: “Jullie kwaadaardige duivels, jullie zijn allemaal zo lui. Ik ga eropuit om mijn plicht te doen, en als ik terugkom, staat er niet eens een maaltijd voor me klaar!” Iedereen die met hem omging, liep het risico voor ‘kwaadaardige duivel’ te worden uitgemaakt. Wat voor persoon is dit? (Een kwaadaardig persoon.) Waarin is hij kwaadaardig? In zijn ogen is iedereen die hem beledigt of zich niet naar zijn wensen voegt een kwaadaardige duivel – hijzelf niet, maar alle anderen wel. Heeft hij enige basis om dit te zeggen? Absoluut geen. Hij koos gewoon willekeurig een woord om mensen mee uit te schelden, een woord waarmee hij zijn haat kon luchten en zijn emoties kon uiten. Hij gelooft dat als hij iemand echt uitscheldt, anderen zullen zeggen dat hij niet overkomt als een gelovige in God, maar hij denkt dat als hij iemand een duivel noemt, dat geen schelden is en het voor anderen redelijk zou moeten lijken, waarmee hij zijn eigen verlangens bevredigt zonder dat anderen hem ergens op kunnen aanspreken. Deze kerel is tamelijk sluw en nogal boosaardig. Hij gebruikt de meest kwaadwillige taal, een taal waartegen mensen zich niet kunnen verweren, om wraak op hen te nemen en hen te veroordelen, en toch kunnen ze hem niet beschuldigen van schelden of onredelijk spreken. Zouden de meeste mensen, geconfronteerd met zo’n persoon, hem vermijden of juist opzoeken? (Ze zouden hem vermijden.) Waarom? Ze kunnen het zich niet veroorloven hem te provoceren, dus kunnen ze hem alleen maar uit de weg gaan. Dat is wat slimme mensen doen.

In elke kerk komt het vaak voor dat mensen willekeurig worden veroordeeld, een etiket opgeplakt krijgen en gekweld worden. Sommige mensen koesteren bijvoorbeeld een vooroordeel tegen een bepaalde leider of werker en maken, om wraak te nemen, achter zijn rug om opmerkingen over hem, waarbij ze hem ontmaskeren en ontleden onder het mom van communiceren over de waarheid. De intenties en doelen achter zulke handelingen zijn verkeerd. Als men werkelijk over de waarheid communiceert om getuigenis af te leggen van God en anderen tot voordeel te zijn, zou men moeten communiceren over zijn eigen ware ervaringen en anderen ten goede moeten komen door zichzelf te ontleden en te kennen. Een dergelijke praktijk levert betere resultaten op en Gods uitverkoren volk zal het goedkeuren. Als iemands communicatie een ander ontmaskert, aanvalt en kleineert in een poging om diegene te treffen of wraak op hem te nemen, dan is de intentie van de communicatie verkeerd; die is ongerechtvaardigd, wordt door God verafschuwd en is niet stichtelijk voor de broeders en zusters. Als iemands intentie is om anderen te veroordelen of te kwellen, dan is hij een kwaadaardig persoon die kwaad doet. Heel Gods uitverkoren volk zou kwaadaardige mensen moeten kunnen onderscheiden. Als iemand moedwillig naar mensen uithaalt, hen ontmaskert of kleineert, dan moet diegene liefdevol geholpen worden, moet er met hem worden gecommuniceerd en moet hij worden ontleed of gesnoeid. Als hij niet in staat is de waarheid te aanvaarden en hardnekkig weigert zijn leven te beteren, dan is dit een totaal andere zaak. Wat betreft kwaadaardige mensen die vaak anderen willekeurig veroordelen, een etiket opplakken en kwellen: zij moeten grondig worden ontmaskerd, zodat iedereen hen kan leren onderscheiden, en vervolgens moeten ze worden ingeperkt of uit de kerk worden verdreven. Dit is essentieel, aangezien zulke mensen het kerkleven en het kerkwerk verstoren, en het is waarschijnlijk dat ze mensen misleiden en chaos in de kerk veroorzaken. In het bijzonder vallen sommige kwaadaardige mensen vaak anderen aan en veroordelen hen, uitsluitend om hun doel te bereiken om met zichzelf te pronken en ervoor te zorgen dat anderen hen hoogachten. Deze kwaadaardige mensen gebruiken vaak de gelegenheid van het communiceren over de waarheid tijdens bijeenkomsten om anderen indirect te ontmaskeren, te ontleden en te onderdrukken. Ze rechtvaardigen dit zelfs door te beweren dat ze het doen om mensen te helpen en problemen in de kerk op te lossen, en gebruiken deze voorwendsels als dekmantel om hun doelen te bereiken. Dit is het soort mensen dat anderen aanvalt en kwelt, en het zijn duidelijk allemaal kwaadaardige mensen. Allen die mensen die de waarheid nastreven aanvallen en veroordelen, zijn uiterst venijnig. Alleen degenen die kwaadaardige mensen ontmaskeren en ontleden om het werk van Gods huis te beschermen, hebben een gevoel van gerechtigheid en worden door God goedgekeurd. Kwaadaardige mensen zijn vaak zeer sluw in hun kwaaddoen; ze zijn allemaal bedreven in het gebruiken van doctrines om rechtvaardigingen voor zichzelf te bedenken en zo hun doel te bereiken om anderen te misleiden. Als Gods uitverkoren volk hen niet kan onderscheiden en niet in staat is deze kwaadaardige mensen in te perken, zullen het kerkleven en het werk van de kerk in een complete puinhoop veranderen – of zelfs in een pandemonium. Wanneer kwaadaardige mensen over problemen communiceren en die ontleden, hebben ze altijd een intentie en een doel, en is het altijd op iemand gericht. Ze ontleden of kennen zichzelf niet, noch stellen ze zich open en geven zich bloot om hun eigen problemen op te lossen. Veeleer grijpen ze de gelegenheid aan om anderen te ontmaskeren, te ontleden en aan te vallen. Ze maken vaak misbruik van het communiceren over hun zelfkennis om anderen te ontleden en te veroordelen, en door middel van het communiceren over Gods woorden en de waarheid ontmaskeren, kleineren en belasteren ze mensen. Ze voelen een bijzondere afkeer en haat jegens degenen die de waarheid nastreven, degenen die een last dragen voor het werk van de kerk en degenen die vaak hun plichten vervullen. Kwaadaardige mensen zullen allerlei rechtvaardigingen en excuses gebruiken om de motivatie van deze mensen te ondermijnen en hen te verhinderen kerkwerk uit te voeren. Wat ze voor hen voelen is enerzijds jaloezie en haat, en anderzijds de angst dat deze mensen, door op te staan om werk te doen, een bedreiging vormen voor hun roem, gewin en status. Daarom proberen ze hen gretig op alle mogelijke manieren te waarschuwen, te onderdrukken en in te perken. Ze gaan zelfs zover dat ze munitie verzamelen om hen vals te beschuldigen en de feiten te verdraaien om hen te veroordelen. Dit onthult volledig dat de gezindheid van deze kwaadaardige mensen er een is die de waarheid en positieve dingen haat. Ze koesteren een speciale haat voor degenen die de waarheid nastreven en van positieve dingen houden, en voor degenen die tamelijk argeloos, deugdzaam en rechtschapen zijn. Ze zeggen het misschien niet met zoveel woorden, maar dit is de mentaliteit die ze hebben. Waarom richten ze zich dan specifiek op degenen die de waarheid nastreven en op deugdzame en rechtschapen mensen om hen te ontmaskeren, te kleineren, te onderdrukken en uit te sluiten? Dit is duidelijk een poging van hun kant om goede mensen en degenen die de waarheid nastreven omver te werpen en neer te slaan, om hen onder de voet te lopen, zodat zij de kerk kunnen beheersen. Sommige mensen geloven niet dat dit zo is. Aan hen stel Ik één vraag: waarom ontmaskeren of ontleden deze kwaadaardige mensen zichzelf niet, wanneer ze over de waarheid communiceren, maar richten ze zich altijd op anderen en ontmaskeren ze hen? Zou het werkelijk kunnen dat zij geen verdorvenheid onthullen, of dat zij geen verdorven gezindheden hebben? Zeker niet. Waarom staan ze er dan op zich op anderen te richten voor ontmaskering en ontleding? Wat proberen ze precies te bereiken? Deze vraag stemt tot nadenken. Men handelt zoals het hoort als men de slechte daden van kwaadaardige mensen die de kerk verstoren, ontmaskert. Maar in plaats daarvan ontmaskeren en kwellen deze mensen goede mensen, onder het voorwendsel van communiceren over de waarheid. Wat is hun intentie en doel? Zijn ze woedend omdat ze zien dat God goede mensen redt? Dat is precies wat het is. God redt geen kwaadaardige mensen, dus haten kwaadaardige mensen God en goede mensen – dit is allemaal heel natuurlijk. Kwaadaardige mensen aanvaarden de waarheid niet noch streven ze die na; ze kunnen zelf niet gered worden, maar toch kwellen ze die goede mensen die de waarheid nastreven en gered kunnen worden. Wat is hier het probleem? Als deze mensen kennis van zichzelf en de waarheid hadden, zouden ze zich kunnen openstellen en communiceren, maar toch richten ze zich altijd op anderen en provoceren hen – ze hebben altijd de neiging anderen aan te vallen – en ze bestempelen degenen die de waarheid nastreven altijd als hun denkbeeldige vijanden. Dit zijn de kenmerken van kwaadaardige mensen. Degenen die tot zulk kwaad in staat zijn, zijn de authentieke duivels en Satans, antichristen bij uitstek die ingeperkt moeten worden, en als ze veel kwaad doen, moeten ze onmiddellijk worden aangepakt: verdrijf hen uit de kerk. Allen die naar goede mensen uithalen en ze uitsluiten, zijn rotte appels. Waarom noem Ik hen rotte appels? Omdat ze waarschijnlijk onnodige geschillen en conflicten in de kerk zullen uitlokken, waardoor de situatie daar steeds ernstiger wordt. De ene dag richten ze zich op de een en de volgende dag op de ander, en ze nemen altijd anderen op de korrel, degenen die de waarheid liefhebben en nastreven. Dit zal het kerkleven waarschijnlijk verstoren en zijn weerslag hebben op het normale eten en drinken van Gods woorden door Gods uitverkorenen, evenals op hun normale communicatie over de waarheid. Deze kwaadaardige mensen maken vaak misbruik van het kerkleven om anderen aan te vallen onder het mom van communiceren over de waarheid. Alles wat ze zeggen is doordrenkt van vijandigheid; ze maken provocerende opmerkingen om degenen die de waarheid nastreven en degenen die zich voor God inzetten, aan te vallen en te veroordelen. Wat zijn de gevolgen hiervan? Het zal het leven van de kerk hinderen en verstoren, en ervoor zorgen dat mensen zich ongemakkelijk voelen in hun hart en niet stil kunnen zijn voor God. In het bijzonder kunnen de gewetenloze uitspraken die deze kwaadaardige mensen doen om anderen te veroordelen, te treffen en te kwetsen, weerstand oproepen. Dit is niet bevorderlijk voor het oplossen van problemen; integendeel, het wakkert angst en bezorgdheid aan in de kerk, zet de relaties tussen mensen onder druk, leidt tot spanningen en zorgt ervoor dat ze in strijd vervallen. Het gedrag van deze mensen heeft niet alleen invloed op het kerkleven, maar veroorzaakt ook conflicten in de kerk. Het kan zelfs het werk van de kerk als geheel en de verspreiding van het evangelie beïnvloeden. Daarom moeten leiders en werkers dit soort mensen waarschuwen, en moeten ze hen ook inperken en aanpakken. Enerzijds moeten broeders en zusters strenge beperkingen opleggen aan deze kwaadaardige mensen die vaak anderen aanvallen en veroordelen. Anderzijds moeten kerkleiders degenen die willekeurig naar anderen uithalen en hen veroordelen, onmiddellijk ontmaskeren en stoppen, en als ze onverbeterlijk blijven, hen uit de kerk verwijderen. Kwaadaardige mensen moeten worden verhinderd het kerkleven tijdens bijeenkomsten te verstoren, en tegelijkertijd moeten verwarde mensen worden beperkt in het spreken op een manier die het kerkleven beïnvloedt. Als een kwaadaardig persoon wordt ontdekt die kwaad doet, moet hij worden ontmaskerd. Het mag absoluut niet worden toegestaan dat hij eigenmachtig optreedt en kwaad doet naar eigen goeddunken. Dit is noodzakelijk om een normaal kerkleven te handhaven en ervoor te zorgen dat Gods uitverkoren volk normaal kan samenkomen, van Gods woorden kan eten en drinken en over de waarheid kan communiceren, zodat het zijn plichten normaal kan vervullen. Alleen dan kan Gods wil in de kerk worden uitgevoerd, en alleen op deze manier kan Zijn uitverkoren volk de waarheid begrijpen, de werkelijkheid binnengaan en Gods zegeningen verkrijgen. Hebben jullie dit soort kwaadaardige mensen in de kerk ontdekt? Ze koesteren altijd een jaloerse haat jegens goede mensen en hebben het altijd op hen gemunt. Vandaag hebben ze een hekel aan de ene goede persoon, morgen aan de andere. Ze zijn in staat iedereen te bekritiseren en een veelheid aan fouten bij hen te vinden, en bovendien klinkt wat ze zeggen zeer gegrond en redelijk, en uiteindelijk veroorzaken ze wijdverbreide verontwaardiging en worden ze een plaag voor de groep. Ze verstoren de kerk in die mate dat de harten van de mensen in verwarring worden gebracht, velen negatief en zwak worden, er geen voordeel of stichting wordt verkregen uit bijeenkomsten, en sommigen zelfs de wens verliezen om bijeenkomsten bij te wonen. Zijn zulke kwaadaardige mensen geen rotte appels? Als ze het niveau nog niet hebben bereikt waarop ze verwijderd zouden moeten worden, moeten ze worden geïsoleerd of ingeperkt. Wijs hun bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten een afgezonderde zitplaats toe om te voorkomen dat ze anderen beïnvloeden. Als ze erop staan kansen te zoeken om het woord te voeren en mensen aan te vallen, moeten ze worden ingeperkt – het moet hun verboden worden nutteloze dingen te zeggen. Als het onmogelijk wordt hen in te perken en ze op het punt staan uit te barsten of zich te verzetten, moeten ze onmiddellijk worden verwijderd. Dat wil zeggen, wanneer ze niet langer bereid zijn ingeperkt te worden en zeggen: “Op basis waarvan perken jullie mijn spreekrecht in? Waarom mag iedereen vijf minuten spreken en ik maar één minuut?” – wanneer ze voortdurend deze vragen stellen, betekent dat dat ze zich gaan verzetten. Wanneer ze op het punt staan zich te verzetten, zijn ze dan niet opstandig? Proberen ze geen problemen te veroorzaken, onrust te stoken? Staan ze niet op het punt het kerkleven te verstoren? Ze staan op het punt hun ware aard te onthullen; de tijd om hen aan te pakken is aangebroken – ze moeten snel worden weggezuiverd. Is dit redelijk? Ja, dat is het. Ervoor zorgen dat de meerderheid een normaal kerkleven kan leiden is werkelijk niet gemakkelijk, met allerlei kwaadaardige mensen, boze geesten, onreine geesten en ‘speciale talenten’ die de boel willen bederven. Kunnen we het ons veroorloven hen niet in te perken? Sommige ‘speciale talenten’ beginnen anderen te kleineren en aan te vallen zodra ze hun mond opendoen – als je een bril draagt of als je niet veel haar hebt, vallen ze je aan; als je je ervaringsgetuigenis deelt tijdens bijeenkomsten of als je proactief en verantwoordelijk bent in het vervullen van je plichten, vallen ze je aan en oordelen ze over je; als je geloof in God hebt tijdens beproevingen, als je zwak bent, of als je familieproblemen overwint door je geloof zonder over God te klagen, vallen ze je aan. Wat betekent ‘aanvallen’ hier? Het betekent dat wat anderen ook doen, het deze mensen nooit behaagt; ze hebben er altijd een hekel aan, ze zoeken altijd spijkers op laag water, ze proberen anderen altijd ergens van te beschuldigen, en niets wat anderen doen is ooit goed in hun ogen. Zelfs als je over de waarheid communiceert en problemen aanpakt volgens de werkregelingen van Gods huis, zullen ze haarkloven en kritiek leveren, en op alles wat je doet iets aan te merken hebben. Ze veroorzaken opzettelijk problemen en iedereen is onderhevig aan hun aanvallen. Telkens wanneer zo iemand in de kerk verschijnt, moet je hem aanpakken; als er twee verschijnen, moet je hen beiden aanpakken. Dit is omdat de schade die ze aan het kerkleven toebrengen aanzienlijk is, ze hinder en verstoringen veroorzaken voor het werk van de kerk, en de gevolgen hiervan rampzalig zijn.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger