Gods woorden ‘Uitspraken van Christus aan het begin: Hoofdstuk 15’
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Wij heten alle zoekenden welkom die ernaar verlangen dat God verschijnt.
In de kerk is er ook een ander soort mens – dit soort mens is er bijzonder op gesteld om zichzelf te rechtvaardigen. Als ze bijvoorbeeld iets verkeerds hebben gedaan of gezegd, zijn ze bang dat anderen een slechte mening over hen hebben en dat dit hun imago in de ogen van de meerderheid zal beïnvloeden. Daarom rechtvaardigen ze zichzelf en leggen ze de zaak uit tijdens bijeenkomsten. Hun doel met die uitleg is te voorkomen dat mensen een slechte mening over hen vormen, dus besteden ze hier veel moeite en aandacht aan, en denken ze er de hele dag over na: ‘Hoe kan ik deze zaak ophelderen? Hoe kan ik het die persoon duidelijk uitleggen? Hoe kan ik de slechte meningen die ze over mij hebben gevormd, weerleggen? De bijeenkomst van vandaag is een goede gelegenheid om hierover te praten.’ Tijdens de bijeenkomst zeggen ze dan: “Wat ik de vorige keer deed, was niet bedoeld om iemand te kwetsen of te ontmaskeren; mijn bedoeling was goed, het was om mensen te helpen. Toch begrijpen sommige mensen me altijd verkeerd, hebben ze het altijd op mij gemunt en denken ze altijd dat ik hebzuchtig en ambitieus ben en dat mijn menselijkheid slecht is. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet zo, toch? Ik heb dat soort dingen niet gedaan of gezegd. Toen ik achter iemands rug om over iemand sprak, was het niet zo dat ik opzettelijk problemen voor diegene veroorzaakte. Als mensen slechte dingen hebben gedaan, hoe kunnen ze dan niet toestaan dat andere mensen erover spreken?” Ze zeggen veel, waarmee ze zichzelf zowel rechtvaardigen als verdedigen, terwijl ze ook heel wat problemen van de andere partij blootleggen. Dit alles om zichzelf van de zaak te distantiëren, om iedereen te doen geloven dat wat ze onthulden geen verdorven gezindheid was, dat ze geen slechte menselijkheid hebben of een afkeer van de waarheid, en nog veel minder een kwaadwillige bedoeling. Ze willen dat men denkt dat ze juist goedbedoelend zijn, dat hun goede bedoelingen vaak verkeerd worden begrepen en dat ze vaak worden veroordeeld vanwege de misverstanden van anderen. Hun woorden geven de luisteraars, zowel expliciet als impliciet, het gevoel dat zij onschuldig zijn en dat de mensen die dachten dat zij verkeerd en slecht waren, de kwaadaardigen zijn en degenen die de waarheid niet liefhebben. Nadat de andere partij dit heeft gehoord, begrijpt diegene het: “Wil je met je woorden niet gewoon zeggen dat je geen verdorven gezindheid hebt? Probeer je niet gewoon jezelf in een goed daglicht te stellen? Is dit niet gewoon jezelf niet kennen, de waarheid niet aanvaarden, de feiten niet aanvaarden? Als je deze dingen niet aanvaardt, prima, maar waarom heb je het dan op mij gemunt? Ik had niet de bedoeling het op jou gemunt te hebben, noch wilde ik jou treffen. Je mag denken wat je wilt; wat heeft dat met mij te maken?” En dus kan diegene zich niet inhouden en zegt: “Wanneer sommige mensen een klein probleem tegenkomen en een beetje onrechtvaardig worden behandeld of pijn lijden, worden ze onwillig om het te aanvaarden en willen ze zichzelf rechtvaardigen en uitleggen; ze proberen zich altijd van de kwestie te distantiëren, ze willen zichzelf altijd in een goed daglicht stellen, hun imago oppoetsen. Ze zijn niet zulke personen, dus waarom proberen ze zichzelf dan in een goed daglicht te stellen, zichzelf als perfect voor te doen? Bovendien communiceer ik over de waarheid, ik heb het op niemand gemunt, noch denk ik eraan iemand aan te vallen of wraak op iemand te nemen. Laat de mensen maar denken wat ze willen!” Communiceren deze twee mensen over de waarheid? (Nee.) Wat doen ze dan? De ene partij zegt: “Ik deed die dingen voor het werk van de kerk. Het kan me niet schelen wat jij denkt.” De andere zegt: “Wanneer de mens handelt, kijkt de Hemel toe. God kent de gedachten van de mensen. Denk niet dat God je niet nauwkeurig zal onderzoeken, alleen omdat je wat goede wil, bekwaamheid en welsprekendheid hebt en geen slechte dingen doet; denk niet dat als je je gedachten diep verbergt, God ze niet kan zien. De broeders en zusters kunnen ze allemaal zien – laat staan God! Weet je niet dat God het diepste van het mensenhart nauwkeurig onderzoekt?” Waarover ruziën die twee? De ene kant doet grote moeite om zichzelf te rechtvaardigen en vrij te pleiten, en wil niet dat anderen een slechte indruk van hem krijgen, terwijl de andere kant erop staat het niet los te laten, die persoon niet toestaat zichzelf in een goed daglicht te stellen en tegelijkertijd erop uit is hem door middel van berispingen te ontmaskeren en te veroordelen. Oppervlakkig gezien schelden deze twee elkaar niet rechtstreeks uit of ontmaskeren ze elkaar niet rechtstreeks, maar hun spreken is doelgericht: de ene kant probeert te voorkomen dat de ander hem verkeerd begrijpt en eist dat diegene zijn naam zuivert, terwijl de andere kant weigert dit te doen en er in plaats daarvan op staat hem een etiket op te plakken en te veroordelen, en eist dat de ander dit erkent. Is dit gesprek een normale communicatie over de waarheid? (Nee.) Is het een gesprek gebaseerd op geweten en verstand? (Nee.) Wat is dan de aard van dit soort gesprek? Komt dit soort gesprek neer op elkaar aanvallen? (Ja.) Communiceert degene die zichzelf rechtvaardigt erover hoe hij dingen van God kan aanvaarden, zichzelf kan kennen en de principes kan vinden die beoefend moeten worden? Nee, hij rechtvaardigt zichzelf tegenover andere mensen. Hij wil zijn gedachten, zienswijzen, intenties en doel aan anderen verduidelijken, zichzelf aan de andere partij uitleggen en de andere partij zijn naam laten zuiveren. Bovendien wil hij de ontmaskering en veroordeling door de andere partij ontkennen, en ongeacht of wat de andere partij zegt overeenkomt met de feiten of de waarheid, zolang hij het niet erkent of niet bereid is het te aanvaarden, beschouwt hij wat de andere partij zegt als verkeerd en wil hij het rechtzetten. De andere partij wenst diens naam echter niet te zuiveren, maar ontmaskert hem juist en dwingt hem zijn veroordeling te aanvaarden. De een is onwillig te aanvaarden en de ander staat erop hem te dwingen te aanvaarden, wat leidt tot aanvallen tussen hen. Een dergelijke dialoog is in wezen een wederzijdse aanval. Wat is dan de aard van dit soort aanval? Wordt dit gesprek gekenmerkt door wederzijdse ontkenning, wederzijdse klachten en wederzijdse veroordeling? (Ja.) Komt deze vorm van dialoog ook voor in het kerkleven? (Ja.) Al dit soort gesprekken zijn woordenstrijden.
Waarom worden dit soort dialogen woordenstrijden genoemd? (Omdat de betrokkenen ruziën over goed en fout, niemand zichzelf probeert te kennen en niemand er iets mee opschiet; ze blijven maar hardnekkig bij de zaak stilstaan en de dialogen zijn zinloos.) Ze praten maar door en verspillen een hoop adem aan het ruziën over wie er gelijk of ongelijk heeft, wie superieur of inferieur is. Ze ruziën onophoudelijk zonder dat er ooit een winnaar is, en daarna gaan ze door met ruziën. Wat levert het hun uiteindelijk op? Is het een begrip van de waarheid, een begrip van Gods bedoelingen? Is het een vermogen om berouw te tonen en Gods nauwkeurige onderzoek te aanvaarden? Is het een vermogen om dingen van God te aanvaarden en zichzelf beter te kennen? Niets van dit alles verkrijgen ze. Deze zinloze geschillen en deze dialogen over goed en fout zijn woordenstrijden. Eenvoudig gezegd zijn woordenstrijden volkomen zinloze gesprekken, waarin alles wat gezegd wordt onzin is. Geen enkel woord is opbouwend of heilzaam voor anderen; integendeel, de woorden die gesproken worden zijn allemaal kwetsend en komen voort uit de menselijke wil, heetgebakerdheid, het menselijk denken en natuurlijk nog veel meer uit de verdorven gezindheden van de mens. Elk woord dat gesproken wordt, is omwille van de eigen belangen, het eigen imago en de eigen reputatie, niet voor de opbouw of het ondersteunen van anderen, niet voor het eigen inzicht in een bepaald aspect van de waarheid of voor het begrijpen van Gods bedoelingen, en natuurlijk niet om te bespreken welke van de eigen verdorven gezindheden in Gods woorden worden blootgelegd, of de eigen verdorven gezindheden overeenkomen met Gods woorden, of dat het eigen inzicht juist is. Hoe aangenaam, oprecht of vroom deze zinloze zelfrechtvaardigingen en verklaringen ook klinken, het zijn allemaal woordenstrijden en wederzijdse aanvallen en oordelen, die noch anderen, noch jezelf ten goede komen. Ze schaden niet alleen anderen en beïnvloeden de normale intermenselijke relaties, maar belemmeren ook de eigen levensgroei. Kortom, ongeacht de excuses, intenties, houdingen of intonaties, of de middelen en technieken die worden aangewend, zolang het gaat om het willekeurig oordelen en veroordelen van anderen, vallen deze woorden, methoden, enzovoort, allemaal in de categorie van het aanvallen van anderen; het zijn allemaal woordenstrijden. Is deze reikwijdte breed? (Het is vrij breed.) Dus, wanneer jullie te maken krijgen met de aanvallen, oordelen en veroordelingen van mensen, kunnen jullie je dan onthouden van gedragingen als het aanvallen en veroordelen van anderen? Hoe moeten jullie praktiseren wanneer jullie dit soort situaties tegenkomen? (We moeten door gebed stil worden voor God; dan zal er geen haat meer in ons hart zijn.) Zolang iemand verstandig en redelijk is, zolang hij zichzelf stil kan maken voor God en tot Hem kan bidden, en de waarheid kan aanvaarden, kan hij zijn intenties en verlangens beheersen, en dan kan hij een punt bereiken waarop hij anderen niet oordeelt of aanvalt. Zolang iemands intentie en doel niet is om persoonlijke wrok te uiten of wraak te zoeken, en zeker niet om de andere partij aan te vallen, maar hij in plaats daarvan de andere partij onbedoeld kwetst omdat hij de waarheid niet begrijpt of te oppervlakkig begrijpt, en omdat hij enigszins dwaas en onwetend of eigenzinnig is, dan zal zijn spreken, na hulp, ondersteuning en communicatie van anderen en na het begrijpen van de waarheid, nauwkeuriger worden, evenals zijn evaluaties en meningen over anderen. Hij zal dan in staat zijn de verdorven gezindheden die andere mensen onthullen en hun onjuiste handelingen correct te behandelen, waardoor zijn aanvallen en oordelen over anderen geleidelijk zullen afnemen. Als iemand echter altijd in zijn verdorven gezindheden leeft en op zoek is naar kansen om wraak te nemen op iedereen die hij onaangenaam vindt of die hem eerder heeft beledigd of gekwetst, altijd zulke intenties koestert en de waarheid totaal niet zoekt noch tot God bidt of op Hem vertrouwt, dan is hij in staat om anderen op elk moment en op elke plaats aan te vallen, en dit is moeilijk op te lossen. Onbedoeld anderen aanvallen is gemakkelijk op te lossen, maar opzettelijk en welbewust aanvallen niet. Als iemand af en toe en onbedoeld anderen aanvalt en oordeelt, kan hij, door communicatie van anderen over de waarheid om hem te ondersteunen en te helpen, zijn koers wijzigen zodra hij de waarheid begrijpt. Als iemand echter voortdurend wraak zoekt en persoonlijke wrok uit, altijd anderen wil kwellen of ten val wil brengen, en anderen met zulke intenties aanvalt, wat door alle mensen gevoeld en gezien kan worden, dan wordt zulk gedrag een hinder en verstoring voor het kerkleven; het vormt volledig een opzettelijke verstoring en hinder. Daarom is het moeilijk om deze gezindheid van het aanvallen van anderen te veranderen.
Begrijpen jullie nu hoe de kwestie van het aanvallen en veroordelen van anderen moet worden opgelost? Er is maar één manier: men moet tot God bidden en op Hem vertrouwen, en dan zal de haat geleidelijk verdwijnen. Er zijn hoofdzakelijk twee soorten mensen die anderen kunnen aanvallen. Het ene type zijn degenen die spreken zonder na te denken, die openhartig en direct zijn, en die wat kwetsende dingen kunnen zeggen wanneer ze mensen onaangenaam vinden. Meestal vallen ze mensen echter niet opzettelijk of welbewust aan – ze kunnen zichzelf gewoon niet bedwingen, dit is nu eenmaal hun gezindheid, en onbedoeld vallen ze andere mensen aan. Als ze worden gesnoeid, kunnen ze dat aanvaarden, en dus zijn dit geen kwaadaardige mensen en zijn ze geen doelwit voor wegzuivering. Maar kwaadaardige mensen aanvaarden het niet om gesnoeid te worden. Ze veroorzaken vaak hinder en verstoringen in het kerkleven, vallen regelmatig anderen aan, oordelen over hen, halen naar hen uit en nemen wraak op hen, en aanvaarden de waarheid in het geheel niet. Zij zijn kwaadaardige mensen, en zij zijn degenen die de kerk moet aanpakken en wegzuiveren. Waarom moeten ze worden aangepakt en weggezuiverd? Afgaande op hun aard-essentie, is hun gedrag van het aanvallen van anderen niet onbedoeld, maar opzettelijk. Dit komt omdat deze mensen een kwaadwillige menselijkheid hebben – niemand kan hen beledigen of bekritiseren, en als iemand iets zegt dat hen per ongeluk een beetje kwetst, zullen ze zoeken naar kansen om wraak te nemen – en dus zijn zulke mensen in staat om anderen aan te vallen. Dit is één type mens dat de kerk moet aanpakken en wegzuiveren. Iedereen die zich bezighoudt met wederzijdse aanvallen en woordenstrijden – ongeacht welke partij hij is, of hij nu actief of passief aanvalt – zolang hij aan dit soort aanvallen meedoet, is hij een kwaadaardige persoon met sinistere bedoelingen, die anderen bij de geringste ontevredenheid zal kwellen. Zo’n persoon veroorzaakt ernstige hinder en verstoringen in het kerkleven. Hij is een type kwaadaardig mens binnen de kerk. Minder ernstige gevallen kunnen worden aangepakt door de betrokkene te isoleren voor reflectie; in ernstigere gevallen moet deze persoon worden verwijderd of verdreven. Dit is het principe dat leiders en werkers moeten begrijpen als het gaat om het aanpakken van deze kwestie.
Begrijpen jullie nu, door deze communicatie, wat het betekent om anderen aan te vallen? Kunnen jullie het onderscheiden? Nadat Ik heb gedefinieerd wat een aanval is, denken sommige mensen: ‘Met zo’n brede definitie van anderen aanvallen, wie durft er in de toekomst nog te spreken? Niemand van ons mensen begrijpt de waarheid, dus zodra we onze mond opendoen, vallen we anderen aan, wat verschrikkelijk is! In de toekomst moeten we gewoon voedsel eten en water drinken en zwijgen, onze mond verzegelen en niet onzorgvuldig spreken vanaf het moment dat we ’s ochtends opstaan om te voorkomen dat we anderen aanvallen. Dat zou geweldig zijn, en onze dagen zouden veel vrediger zijn.’ Is deze denkwijze juist? Je mond verzegelen lost het probleem niet op; de essentie van de kwestie van het aanvallen van anderen is een probleem met je hart, het wordt veroorzaakt door je verdorven gezindheden, en het is geen probleem met je mond. Wat mensen met hun mond zeggen, wordt beheerst door hun verdorven gezindheden en hun gedachten. Als iemands verdorven gezindheden zijn opgelost en hij werkelijk enige waarheden begrijpt, en zijn spreken ook enigszins principieel en bedachtzaam wordt, dan zal de kwestie van het aanvallen van anderen gedeeltelijk zijn opgelost. Natuurlijk is het binnen het kerkleven, om normale intermenselijke relaties te hebben en niet deel te nemen aan wederzijdse aanvallen of woordenstrijden, noodzakelijk dat mensen vaak in gebed voor God komen, om Gods begeleiding vragen, en dat ze stil zijn voor God met vrome harten die hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Op die manier kan je hart stil zijn voor God, wanneer iemand onbedoeld iets zegt dat jou kwetst, zul je het hem niet kwalijk nemen en zul je niet met de ander willen ruziën, laat staan jezelf verdedigen en rechtvaardigen. In plaats daarvan zul je het van God aanvaarden, God danken dat Hij je een goede gelegenheid geeft om jezelf te leren kennen, en Hem danken dat Hij je door de woorden van anderen bewust maakt van het feit dat je dit probleem nog hebt. Dit is een goede gelegenheid voor jou om jezelf te leren kennen, het is Gods genade en je zou het van God moeten aanvaarden. Je zou geen wrok moeten koesteren jegens de persoon die jou heeft gekwetst, noch afkeer en haat moeten voelen jegens de persoon die onbedoeld jouw fouten heeft genoemd of jouw tekortkomingen heeft blootgelegd, en hem opzettelijk of onopzettelijk vermijden of allerlei manieren gebruiken om wraak op hem te nemen. Geen van deze benaderingen is God welgevallig. Kom vaak in gebed voor God, en nadat je hart tot rust is gekomen, zul je in staat zijn er correct mee om te gaan wanneer andere mensen je onbedoeld kwetsen, en zul je in staat zijn hen tolerantie en geduld te tonen. Als iemand je opzettelijk kwetst, wat moet je dan doen? Hoe zou je het benaderen – zou je uit heetgebakerdheid met hem ruziën, of zou je jezelf stil maken voor God en de waarheid zoeken? Natuurlijk, zonder dat Ik het hoef te zeggen, weten jullie allemaal duidelijk welke manier van binnengaan de juiste keuze is.
Het is erg moeilijk om in het kerkleven wederzijdse aanvallen en woordenstrijden te vermijden door te vertrouwen op menselijke kracht, menselijke zelfbeheersing en menselijk geduld. Hoe goed je menselijkheid ook is, hoe zachtaardig en vriendelijk je ook bent, of hoe grootmoedig, het is onvermijdelijk dat je mensen of dingen tegenkomt die je waardigheid, integriteit, enzovoort, kwetsen. Je zou in je gedachten een principe moeten hebben voor hoe je dit soort kwesties moet aanpakken en behandelen. Als je deze kwesties met heetgebakerdheid benadert, is het heel eenvoudig: zij schelden jou uit, en jij scheldt hen uit, zij vallen jou aan, en jij valt hen aan, oog om oog, tand om tand. Je geeft alles wat ze naar je gooien terug met dezelfde methoden en je beschermt je waardigheid, integriteit en aanzien. Dit is heel gemakkelijk te bereiken. Je moet echter in je hart afwegen of deze methode aan te raden is, of ze zowel jou als anderen ten goede komt, en of ze God welgevallig is. Vaak, wanneer mensen de essentie van deze kwestie niet hebben doorgrond, zijn hun onmiddellijke gedachten: ‘Hij toont mij geen genade, dus waarom zou ik hem genade tonen? Hij toont geen liefde voor mij, dus waarom zou ik hem met liefde behandelen? Hij heeft geen geduld met mij en helpt me niet, dus waarom zou ik geduldig met hem zijn of hem helpen? Hij is onvriendelijk tegen mij, dus zal ik hem onrecht aandoen. Waarom kan ik niet oog om oog, tand om tand teruggeven?’ Dit zijn de eerste gedachten die bij mensen opkomen. Maar wanneer je werkelijk op zo’n manier handelt, voel je je dan vanbinnen vredig of onrustig en gepijnigd? Wanneer je werkelijk hiervoor kiest, wat win je dan? Wat verkrijg je? Veel mensen hebben ervaren dat wanneer ze werkelijk op deze manier handelen, ze zich vanbinnen onrustig voelen. Natuurlijk is het voor de meeste mensen geen kwestie van een schuldig geweten, en nog veel minder is het onrust veroorzaakt door het gevoel dat ze God iets verschuldigd zijn; mensen bezitten dat soort gestalte niet. Waardoor wordt deze onrust in hen veroorzaakt? Het komt voort uit de haat van mensen, de aantasting van hun waardigheid en integriteit wanneer ze worden beledigd, evenals de pijn die ze voelen en de uitbarstingen van woede, haat, verzet en verontwaardiging die in hun hart opkomen nadat ze verbaal zijn geprovoceerd – dit alles maakt mensen onrustig. Wat zijn de gevolgen van deze onrust? Zodra je die voelt, zul je beginnen na te denken over welke woorden je kunt gebruiken om die persoon aan te pakken, hoe je legale en redelijke middelen kunt gebruiken om hem ten val te brengen, om hem te laten zien dat je waardigheid en integriteit hebt en je je niet gemakkelijk laat ringeloren. Wanneer je je onrustig voelt, wanneer er haat in je opkomt, denk je niet aan het tonen van geduld en tolerantie jegens die persoon, of aan het correct behandelen van hem, of aan andere positieve dingen, maar veeleer aan alle negatieve dingen, zoals jaloezie, afkeer, afschuw, vijandigheid, haat en veroordeling, tot op het punt dat je hem talloze keren in je hart vervloekt, en, ongeacht het tijdstip – zelfs terwijl je eet of slaapt – denk je na over hoe je wraak op hem kunt nemen, en stel je je voor hoe je met hem zult omgaan en zulke situaties zult aanpakken als hij jou aanvalt of veroordeelt, enzovoort. Je besteedt de hele dag aan het overdenken hoe je de ander ten val kunt brengen, hoe je je wrok en haat kunt uiten, en ervoor kunt zorgen dat de ander zich aan jou onderwerpt en bang voor je wordt, zodat hij je niet meer durft te provoceren. Je denkt ook vaak na over hoe je de ander een lesje kunt leren, om hem te laten weten hoe machtig je bent. Wanneer zulke gedachten opkomen, en wanneer ingebeelde scenario’s herhaaldelijk in je gedachten verschijnen, zijn de verstoring en de gevolgen die ze voor jou veroorzaken onmetelijk. Zodra je in de gesteldheid van het voeren van woordenstrijden en wederzijdse aanvallen vervalt, wat zijn dan de gevolgen? Is het dan gemakkelijk om stil te zijn voor God? Vertraagt het niet je ingang in het leven? (Ja.) Dit is de impact die de keuze voor een verkeerde manier van handelen op iemand heeft. Als je de juiste weg kiest, kun je, wanneer iemand op een manier spreekt die je imago of trots schaadt, of je integriteit en waardigheid beledigt, ervoor kiezen tolerant te zijn. Je zult met geen enkel woord met hem in discussie gaan, of jezelf opzettelijk rechtvaardigen en de ander weerleggen en aanvallen, waardoor je haat in jezelf opwekt. Wat is de essentie en betekenis van tolerant zijn? Je zegt: “Sommige dingen die hij zei, komen niet overeen met de feiten, maar zo is iedereen voordat hij de waarheid begrijpt en redding verwerft, en ik was ooit ook zo. Nu ik de waarheid begrijp, bewandel ik niet de weg van de ongelovigen van ruziën over goed en fout of meegaan in de filosofie van vechten – ik kies voor tolerantie en het met liefde behandelen van anderen. Sommige dingen die hij zei, komen niet overeen met de feiten, maar daar schenk ik geen aandacht aan. Ik aanvaard wat ik kan herkennen en bevatten. Ik aanvaard het van God en breng het in gebed voor God, en vraag Hem om omstandigheden te scheppen die mijn verdorven gezindheden onthullen, zodat ik de essentie van deze verdorven gezindheden kan leren kennen en de kans krijg om deze problemen aan te pakken, ze geleidelijk te overwinnen en de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Wat betreft degene die mij met zijn woorden kwetst en of de dingen die hij zegt juist zijn of niet, of wat zijn intenties zijn, enerzijds beoefen ik het onderscheiden ervan, en anderzijds tolereer ik hem.” Als deze persoon iemand is die de waarheid aanvaardt, kun je rustig met hem gaan zitten en communiceren. Als dat niet zo is, als het een kwaadaardige persoon is, negeer hem dan. Wacht tot hij zich voldoende heeft laten zien en alle broeders en zusters hem ten volle onderscheiden, en jij ook, en de leiders en werkers op het punt staan hem te verwijderen en aan te pakken – dan is de tijd gekomen dat God hem aanpakt, en natuurlijk zul je je dan ook verheugd voelen. De weg die je echter moet kiezen, is geenszins het voeren van een woordenstrijd met kwaadaardige mensen of met hen ruziën en jezelf proberen te rechtvaardigen. In plaats daarvan is het praktiseren volgens de waarheidsprincipes, wat er ook gebeurt. Of het nu gaat om de omgang met mensen die jou hebben gekwetst of met degenen die dat niet hebben gedaan en jou tot voordeel zijn, de beoefeningsprincipes moeten dezelfde zijn. Wanneer je deze weg kiest, zal er dan enige haat in je hart zijn? Er kan een beetje ongemak zijn. Wie zou zich niet ongemakkelijk voelen wanneer zijn waardigheid wordt gekwetst? Als iemand beweerde zich niet ongemakkelijk te voelen, zou dat een leugen zijn, het zou bedrieglijk zijn, maar je kunt deze moeilijkheid verdragen en dit leed doorstaan omwille van het beoefenen van de waarheid. Wanneer je deze weg kiest, zul je een zuiver geweten hebben wanneer je weer voor God komt. Waarom zal je geweten zuiver zijn? Omdat je duidelijk zult weten dat je woorden niet voortkomen uit heetgebakerdheid, dat je niet met anderen ruziet tot je rood aanloopt omwille van je eigen egoïstische verlangens, en dat je, op basis van een begrip van de waarheid, in plaats daarvan Gods weg volgt en je eigen pad bewandelt. Je zult in je hart volkomen duidelijk weten dat de weg die je hebt gekozen, door God is gewezen, door God wordt vereist, en dus zul je je vanbinnen bijzonder vredig voelen. Wanneer je zo’n vrede hebt, zullen de haat en persoonlijke wrok tussen jou en anderen je dan nog verstoren? (Nee.) Wanneer je werkelijk loslaat en gewillig de positieve weg kiest, zal je hart stil en vredig zijn. Je zult niet langer worden verstoord door wrok, haat en de wraakzuchtige mentaliteit en listen die uit die haat voortkomen, naast andere dingen die uit heetgebakerdheid voortkomen. De weg die je hebt gekozen, zal je vrede en een stil hart brengen, en die dingen die uit heetgebakerdheid voortkomen, zullen je niet langer kunnen verstoren. Wanneer ze je niet meer kunnen verstoren, zul je dan nog manieren bedenken om degenen die je met hun woorden hebben gekwetst aan te vallen of een woordenstrijd met hen aan te gaan? Dat zul je niet doen. Natuurlijk zullen je heetgebakerdheid, impulsiviteit en wrok af en toe worden opgewekt vanwege je kleine gestalte of vanwege speciale omstandigheden. Echter, je vastberadenheid, besluit en wil om de waarheid te beoefenen, zullen voorkomen dat deze dingen je hart verontrusten. Dat wil zeggen, deze dingen kunnen je niet verstoren. Je kunt nog steeds uitbarstingen van heetgebakerdheid hebben, zoals denken: ‘Hij maakt het me voortdurend moeilijk. Ik moet hem op een dag eens de les lezen en hem vragen waarom hij het altijd op mij gemunt heeft en het me altijd moeilijk maakt. Ik moet hem vragen waarom hij altijd op me neerkijkt en me beledigt.’ Je kunt soms dit soort gedachten hebben. Na wat verder nadenken, zul je je echter realiseren dat ze verkeerd zijn en dat op die manier handelen God zou mishagen. Wanneer zulke gedachten opkomen, zul je snel terugkeren voor God om deze gesteldheid om te keren, zodat deze foutieve gedachten je niet zullen overheersen. Als gevolg daarvan zullen er enkele positieve dingen in je beginnen op te komen – zoals zelfkennis, evenals enige verlichting en illuminatie die God je geeft, die je in staat zullen stellen mensen te onderscheiden en zaken te doorzien – en, zonder dat je het beseft, zullen deze positieve dingen je meer van de waarheidswerkelijkheid doen begrijpen en binnengaan. Op dat punt zal je weerstand, dat wil zeggen, de ‘antilichamen’ die haat, egoïstische verlangens en heetgebakerdheid afweren, steeds sterker worden, en je gestalte zal steeds groter worden. Die dingen die uit heetgebakerdheid voortkomen, zullen je niet langer kunnen beheersen. Hoewel je af en toe wat onjuiste gedachten, ideeën en impulsen kunt hebben, zullen deze dingen snel verdwijnen, ze zullen worden geëlimineerd en uitgeroeid door je weerstand en gestalte. Op dat moment zullen positieve dingen, de waarheidswerkelijkheid en Gods woorden in je domineren. Wanneer deze positieve dingen domineren, zul je niet langer worden beïnvloed door mensen, gebeurtenissen en dingen van buitenaf. Je gestalte zal groeien, je gesteldheid zal steeds normaler worden, en je zult niet langer leven naar verdorven gezindheden en je ontwikkelen in de richting van een vicieuze cirkel, en op deze manier zal je gestalte voortdurend groeien.
Wanneer je je in de kerk of te midden van een groep mensen bevindt, is het heilzaam als je kunt kiezen voor tolerantie en geduld en de juiste weg van de praktijk kiest wanneer je persoonlijke aanvallen tegenkomt die je waardigheid en je integriteit schaden. Je ziet dit voordeel misschien niet, maar wanneer je dit soort gebeurtenissen ervaart, zul je onbewust ontdekken dat Gods vereisten voor mensen en de weg die Hij hun biedt een heldere weg en een ware en levende weg zijn, dat ze mensen in staat stellen de waarheid te verkrijgen en mensen ten goede komen, en dat het de meest betekenisvolle weg is. Wanneer je je te midden van een groep mensen bevindt, vooral wanneer je in het kerkleven bent, kun je verschillende verzoekingen en verlokkingen overwinnen. Wanneer iemand je kwaadwillig aanvalt en kwetst of opzettelijk wraak op je probeert te nemen en zijn haat op je botviert, is het cruciaal dat je in staat bent dit te benaderen en te praktiseren volgens de waarheidsprincipes. Omdat God de verdorven gezindheden van mensen haat, zegt Hij mensen dat ze de dingen die ze tegenkomen niet met heetgebakerdheid moeten benaderen, maar stil moeten zijn voor God en de waarheid en Gods bedoelingen moeten zoeken, en dan moeten gaan begrijpen wat Gods vereisten voor mensen werkelijk zijn. Menselijk geduld is beperkt, maar zodra iemand de waarheid begrijpt, zullen er principes aan zijn geduld ten grondslag liggen, en kan het veranderen in een drijvende kracht en een hulpmiddel voor die persoon om de waarheid te beoefenen. Als iemand echter de waarheid niet liefheeft, graag over goed en fout ruziet en anderen aanvalt, en geneigd is in zijn heetgebakerdheid te leven, dan zal hij, wanneer hij wordt aangevallen, geneigd zijn deel te nemen aan woordenstrijden en wederzijdse aanvallen. Dit brengt schade toe aan alle betrokkenen en biedt niemand opbouw of hulp. Telkens wanneer iemand deelneemt aan wederzijdse aanvallen en woordenstrijden, zijn de betrokkenen na afloop uitgeput en extreem vermoeid, en raken beide partijen gewond; ze zijn niet in staat enige waarheid te verkrijgen, en uiteindelijk winnen ze er niets mee. Wat overblijft is alleen haat en de intentie om wraak te nemen wanneer ze de kans krijgen. Dit is de nadelige uitkomst die wederzijdse aanvallen en woordenstrijden uiteindelijk voor mensen hebben.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...