De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (11) Sectie twee
Verstandig toewijzen
Met betrekking tot de materiële goederen van Gods huis is er naast het bewaren ervan nog een andere belangrijke taak: ze verstandig toewijzen. Al deze goederen zijn bedoeld om door mensen te worden gebruikt; het zijn allemaal nuttige dingen. Het hoofddoel van het bewaren ervan is dan ook dat ze op een verstandige manier gebruikt kunnen worden. Voordat deze goederen op een verstandige manier in gebruik worden genomen, is het aan de leiders en werkers om ze verstandig toe te wijzen. Wat wordt verstaan onder een verstandige toewijzing? Gods huis hanteert principes en regels om te bepalen aan wie deze goederen moeten worden gegeven om te worden gebruikt. Het hoofddoel van deze goederen, of ze nu door de broeders en zusters zijn geofferd of door Gods huis zijn aangekocht, is niet om ze op te slaan voor hulpverlening of als aalmoezen voor welzijnswerk; ze zijn bedoeld voor het gebruik van alle broeders en zusters die hun plicht fulltime vervullen. Hoe ze moeten worden toegewezen – wat de principes voor hun toewijzing zijn – is dus een andere verantwoordelijkheid die leiders en werkers moeten vervullen bij hun beheer van de diverse materiële goederen van Gods huis. Hier wordt gesproken over een verstandige toewijzing; in dit geval is ‘verstandig’ het door Gods huis vereiste principe.
I. Het verstandig toewijzen van de boeken van Gods woorden
We beginnen met de boeken van Gods woorden. Elke keer dat er nieuwe boeken worden verstrekt, hanteert Gods huis principiële vereisten en regels die bepalen wie die boeken moet ontvangen. In de kerk zijn er mensen die Gods woorden lezen en mensen die dat niet doen, er zijn mensen die de waarheid liefhebben en mensen die dat niet doen, en er zijn mensen die hun plicht vervullen en mensen die dat niet doen – men moet een onderscheid maken tussen deze typen mensen. Er zijn ook enkele speciale boeken in de categorie studieboeken, zoals grammatica’s, woordenboeken en andere dergelijke naslagwerken. Deze moeten allemaal strikt in overeenstemming met de principes worden uitgedeeld. Ze moeten aan degenen worden gegeven die ze nodig hebben, en niet aan degenen die ze niet nodig hebben. En dan zijn er nog enkele naslagwerken die in relatief kleine oplages zijn gedrukt – als deze aan een individu worden verstrekt, wat wordt er dan van die persoon verlangd? Je mag ze lezen, maar beschadig ze niet; laat ze niet zomaar rondslingeren en scheur er niet zomaar bladzijden uit. En ze moeten worden teruggelegd op hun oorspronkelijke plek wanneer je klaar bent met lezen. Boeken over het geloof in God moeten leiders en werkers strikt in overeenstemming met de werkregelingen van Gods huis uitdelen. Ze moeten ervoor zorgen dat ook Gods uitverkorenen de principes begrijpen en ernaar handelen.
II. Het verstandig toewijzen van diverse apparatuur
Hierna volgt hoe diverse apparatuur moet worden toegewezen. Dit is een vrij cruciale taak. Er zijn verschillende soorten apparatuur waarvoor de toewijzing wat strenger is. Dergelijke apparatuur omvat elektronica, alsook de gereedschappen die voor diverse vakgebieden nodig zijn. Wanneer leiders en werkers deze uitdelen, gelden er ook principes. Degenen aan wie ze worden verstrekt, moeten mensen zijn die behendig zijn met dergelijke apparatuur, en ze juist en verstandig kunnen gebruiken. Als iemand een beginner is of er simpelweg niet mee om kan gaan, mogen deze niet aan hem worden verstrekt. Dit geldt in het bijzonder voor goede, hoogwaardige elektronica, zoals hoogwaardige camera’s en duurdere computers, alsook opnameapparatuur, fotoapparatuur of apparatuur die nodig is voor de postproductie van video’s. Om schade te voorkomen mag dergelijke apparatuur al helemaal niet aan zo iemand worden verstrekt. Leiders en werkers dienen te waarborgen dat degenen die dergelijke apparaten gebruiken, daar ten eerste zuinig op zijn en ten tweede in staat zijn deze correct te gebruiken en te onderhouden. Een bepaalde machine moet bijvoorbeeld volgens de voorschriften na twee uur gebruik tien minuten rusten om af te koelen. Als de machine niet afkoelt, raakt hij beschadigd en wordt de gebruiksduur ervan verkort. Mensen die zuinig zijn op een machine, zullen deze strikt in overeenstemming met de onderhoudsvoorschriften gebruiken; ze zullen die uit zichzelf volgen, zonder dat je het hen hoeft te zeggen, en ze zullen nog strikter en preciezer zijn als je hen er wel toe aanspoort. Zulke mensen zijn geschikt om machines te gebruiken; zij zijn geschikt voor het gebruik van hoogwaardige spullen, omdat ze weten hoe ze er zuinig op moeten zijn en de voorzorgsmaatregelen voor onderhoud en reparatie serieus nemen. Zulke mensen, die machines kunnen koesteren en normaal kunnen gebruiken, zijn het meest geschikt voor de toewijzing en uitdeling van hoogwaardige machines. Leiders en werkers moeten hier naar behoren op toezien. Als er een hoogwaardige computer is en deze wordt verstrekt aan iedereen die verklaart dat hij deze nodig heeft, is dat principe dan juist? (Nee.) Wat is er niet juist aan? Voor leiders en werkers moet het uitdelen en toewijzen van dergelijke spullen enerzijds gebaseerd zijn op de vakbekwaamheid van de persoon die met het werk is belast; anderzijds moeten ze het baseren op de mate waarin die persoon de machines koestert, op de vraag of ze menselijkheid bezitten, op de vraag of ze de machines waarderen wanneer ze die gebruiken. Als de persoon niet weet hoe hij voor machines moet zorgen en niet bekend is met de vaardigheden van het vak, en alleen uit nieuwsgierigheid met de machine wil spelen, dan moet hem het gebruik ervan worden beperkt en verboden. Hij is niet geschikt om hoogwaardige machines te gebruiken en ervoor te zorgen. Het is voldoende om degenen die gewone plichten vervullen, gewone machines te geven. Degenen die een vak verstaan, goede menselijkheid bezitten en weten hoe ze machines moeten gebruiken, onderhouden en waarderen, mogen hoogwaardigere spullen gebruiken, omdat zij bedreven zijn in een vak en in staat zijn om hoogwaardige machines te benutten. Als je een verward of lomp persoon iets hoogwaardigs geeft om te gebruiken, zal hij de machine binnen een paar dagen vernielen. Anderen zullen die dan niet meer kunnen gebruiken en reparatie zal niet eenvoudig zijn. Dit belemmert niet alleen het werk van de kerk, maar verspilt ook een materieel goed van Gods huis. Wat wordt hier geïmpliceerd? Dat zulke mensen niet geschikt zijn om goede machines te gebruiken. Goede machines moeten worden gegeven aan mensen met menselijkheid, die hun vak verstaan. Voor degenen die geen experts zijn in een vak en wier menselijkheid pover is, is het gebruik van gewone spullen goed genoeg. Is het verstandig om dingen zo toe te wijzen? (Dat is het.)
Verschillende mensen gaan op verschillende manieren met allerlei materiële dingen om. Sommige mensen kopen een hoogwaardige computer en na twee jaar gebruik ziet deze er nog als nieuw uit; er is nooit een vingerafdruk op het scherm te zien en het toetsenbord is altijd brandschoon, zonder een spikkeltje stof. Het bureaublad is ook netjes en opgeruimd, en wat op de computer is opgeslagen, is allemaal heel geordend en overzichtelijk. Als iemand hen vertelt dat langdurig gebruik slecht is voor het scherm, vragen ze meteen hoe ze het scherm het beste kunnen beschermen en handelen daar vervolgens naar. Als iemand hen vertelt dat de computer rust nodig heeft na langdurig gebruik, dat de computer slechter zal functioneren als deze te heet wordt, wat de levensduur van de machine beïnvloedt, dan stoppen ze, wanneer ze beseffen dat ze hun computer al meer dan twee uur gebruiken, onmiddellijk om deze te laten afkoelen. Als de computer langzaam afkoelt omdat het weer te warm is, richten ze er een ventilator op. Ze behandelen de machine met zoveel bijzondere zorg alsof het hun kind is. Ze zijn bijzonder oplettend en voorzichtig wanneer ze de computer in de computertas doen, en wanneer ze hem op een tafel plaatsen, moeten ze eerst het tafelblad schoonmaken en de machine correct neerzetten. Is dit geen sterk punt van hen? (Ja.) Zulke mensen koesteren niet alleen zelf de machines – wanneer ze zien dat anderen machines vernielen en beschadigen, vinden ze dat moeilijk te verdragen. Zulke mensen zijn geschikt om goede machines te gebruiken. Er zijn ook mensen met geld die hoogwaardige computers kopen, die ze totaal niet koesteren zodra ze ze in huis hebben. Ze maken ze niet schoon, hoeveel stof er ook op neerdwarrelt, en maken ze behoorlijk vies. Anderen gebruiken een machine twee jaar en dan ziet hij er nog als nieuw uit; deze mensen gebruiken een machine twee maanden en dan ziet hij eruit alsof hij al tien jaar is gebruikt. Zeg je tegen hen dat machines onderhoud nodig hebben, dan zeggen ze: “Wat voor zin heeft het om dat ding te onderhouden? Machines zijn er om de mens te dienen. Als de machine kapotgaat, koop je toch gewoon een nieuwe!” Het gevolg is dat de machine binnen een half jaar kapotgaat door onjuist gebruik. Wat vind je van zulke mensen? Zijn zij geschikt om hoogwaardige machines te gebruiken? (Nee.) Hoe goed de computers ook zijn die ze kopen, ze koesteren ze niet, maar smijten ermee en zetten ze achteloos neer. Sommige van hun computers zitten onder de krassen, andere hebben waterschade opgelopen en weer andere vallen op de grond en gaan kapot. Ze gaan er behoorlijk ruw mee om. Er ontbreekt iets aan de menselijkheid van zulke mensen. Zijn jullie bereid om goede machines toe te wijzen om door zulke mensen te worden gebruikt? (Nee.) Sommige mensen dragen een bril en de glazen zijn altijd zo schoon gepoetst, terwijl de glazen van andere mensen vieze oppervlakken hebben, met vuil, vingerafdrukken en dergelijke erop. Hoe kunnen ze die zo gebruiken? Wie zorg draagt voor zijn bril, is nauwgezet met hoe hij die neerlegt; hij zal het glas absoluut geen tafelblad of ander voorwerp laten raken, noch zal hij toelaten dat het glas bekrast raakt of enige slijtage oploopt. Een bril is met name voor bijziende mensen heel belangrijk – hoe kun je deze gebruiken als je de glazen bekrast? Sommige mensen gaan ruw om met hun bril, en de glazen worden al wazig nadat ze hem maar kort hebben gedragen. Ze kunnen niets duidelijk zien wanneer ze de bril op hebben – ze zouden beter af zijn zonder bril. Toch vinden ze het prima om de bril zo te blijven dragen, alsof het geen verschil maakt. Dit verbaast me: is hun doel met het dragen van een bril niet om dingen duidelijker te kunnen zien? Wat kunnen ze nog duidelijk zien als hun glazen helemaal bekrast zijn? Zijn dit geen lompe mensen? Echt lomp! Er ontbreekt iets aan de menselijkheid van buitensporig lompe mensen – ze weten niet hoe ze voor dingen moeten zorgen, laat staan dat het in hen opkomt om ze te koesteren.
Wat is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers wat betreft de belangrijke apparatuur en gereedschappen van Gods huis? Bij het toewijzen van dergelijke apparatuur dient ze aan geschikte mensen te worden gegeven. Degenen die dergelijke belangrijke, hoogwaardige apparatuur gebruiken, moeten absoluut mensen zijn die dingen weten te koesteren. Zij zullen die koesteren, ervoor zorgen en die onderhouden. Wanneer de apparatuur in hun bezit is, kun je er zeker van zijn dat ze die nooit opzettelijk of door zelf veroorzaakte factoren zullen vernietigen of beschadigen, tenzij door een moment van onachtzaamheid of een gebrek aan bepaalde basiskennis. Zulke mensen mogen deze apparatuur gebruiken; hoogwaardige, goede apparatuur mag aan hen worden toegewezen. Aan mensen die van nature ruw omgaan met spullen, volstaat het gewone spullen te geven. Ook zijn de beheerders van dergelijke apparatuur en gereedschappen verantwoordelijk voor het bijhouden van een registratie van het gebruik ervan: wie wat heeft meegenomen en hoe lang hij het heeft gebruikt, of welk item voor iemands exclusieve gebruik is, en wie, als het beschadigd raakt, het naar de waarde ervan dient te vergoeden. Beide partijen moeten hiervoor tekenen, zodat het voor iedereen eerlijk en verstandig is. Machines en apparatuur moeten goed worden verzorgd, of het nu om kort- of langdurig gebruik gaat. De gebruiker moet leren ze correct te gebruiken, en als er een storing optreedt, moeten ze tijdig worden gerepareerd. Hoe nauwgezetter dit werk wordt gedaan, hoe beter. Als zich een situatie voordoet waarin het regime van Satan mensen arresteert, is de voornaamste verantwoordelijkheid van leiders en werkers om de belangrijke apparatuur en gereedschappen toe te wijzen aan betrouwbare, te vertrouwen mensen. Nadat ze die hebben verstrekt, dienen ze die persoon duidelijk advies te geven en te zeggen: “Dit zijn spullen van Gods huis, voor jou om te gebruiken bij het vervullen van je plicht. Het zijn geen speeltjes. Je dient ze verstandig te gebruiken en er goed voor te zorgen. Beschadig ze niet. Aangezien deze apparatuur en gereedschappen nodig zijn voor het vervullen van de plicht, dient er bij schade een vergoeding te worden betaald op basis van de waarde ervan. Als het werk wordt vertraagd door beschadigde apparatuur, is dat een kwestie van ernstiger aard. Dit duidt erop dat er aspecten van verstoring en ondermijning meespelen. Daarom moet je bij het vervullen van je plicht weten hoe je allerlei apparatuur en gereedschappen correct moet gebruiken – je mag absoluut de eigendommen van Gods huis niet beschadigen. Zorg ervoor dat je deze principes onthoudt: verstandig gebruik en regelmatige inspectie, reparatie en onderhoud. Als er een storing is, meld dit dan tijdig en vraag reparatie aan.” Om dit werk goed te doen, moeten leiders en werkers enerzijds de principes van toewijzing en gebruik kennen; anderzijds dienen ze de gebruikers te laten weten hoe ze onderhoud moeten plegen en de spullen moeten verzorgen, en hoe ze bij een storing reparaties moeten uitvoeren, enzovoort. Dit is de basiskennis die men dient te begrijpen en te bezitten als het gaat om het verzorgen en gebruiken van allerlei apparatuur en gereedschappen.
Leiders en werkers dienen de diverse apparatuur van Gods huis verstandig toe te wijzen. Als bijvoorbeeld een medewerker een computer met relatief uitgebreide functies nodig heeft, dien je hem er een toe te wijzen. Als hij zegt dat één computer niet genoeg is, moet je hem vragen waarom dat zo is, en je moet navraag doen en nagaan of wat hij zegt op feiten berust. Ga niet zomaar af op zijn aanvraag en geef hem niet zoveel computers als hij vraagt: twee als hij zegt dat één niet genoeg is, en drie als hij zegt dat twee niet genoeg is. Deel je de computers dan niet uit alsof het speelgoed is? Zou dat niet roekeloos zijn? Je dient eerst de situatie te onderzoeken en een beslissing te nemen op basis van de principes van Gods huis. Je mag absoluut niet zomaar allerlei aanvragen goedkeuren. Voor het geval dat sommige mensen onder het mom van het vervullen van een plicht lukraak aanvragen doen. Verder kan het zijn dat sommige mensen die belangrijk werk doen, hoogwaardigere computers nodig hebben, terwijl hun persoonlijke computers een lagere configuratie hebben. Leiders en werkers moeten dit ook tijdig onderzoeken en de apparatuur verstandig toewijzen. De verstrekking van computers dient te worden bepaald op basis van de aard van iemands werk en de vereisten wat betreft het type computer. Als iemand slechts een gewone leider of werker is en zich niet bezighoudt met computertechnologie of videoproductiewerk, en computers alleen gebruikt voor zaken als internetten, informatie opzoeken en bellen, en geen hoge eisen stelt aan de specificaties van zijn computer, dan is het voor hem voldoende om een gewone computer te gebruiken. Sommige oudere mensen kunnen alleen eenvoudige handelingen verrichten zoals typen, internetten en bellen, maar krijgen zodra ze leider of werker worden, toch zeer hoogwaardige computers verstrekt. Is dit verstandig? Streven zij geen speciale privileges na? Genieten zij niet van de voordelen van status? (Jawel.) Waarvoor is deze hoogwaardige, geavanceerde apparatuur bedoeld? Deze is bestemd voor de betreffende medewerkers en vakmensen en hoeft niet te worden afgestemd op iemands status. Sommige leiders en werkers geloven ten onrechte dat zij bevoorrechte gebruiksrechten zouden moeten hebben op de diverse goederen van Gods huis. Is dat een regel in Gods huis? Nee. Zodra sommige mensen leider of werker zijn geworden, krijgen ze snel hoogwaardige computers, mobiele telefoons en koptelefoons verstrekt; ze worden voorzien van allerlei hoogwaardige apparatuur. Wat is het gevolg hiervan? Wordt dit echt gedaan om goede resultaten in het werk te bereiken? Zijn die mensen dan niet uit op de geneugten van het vlees? Waarvoor gebruik je eigenlijk een hoogwaardige computer? Houd je niet alleen maar online bijeenkomsten en predik je niet alleen maar woorden en doctrines? Weet je hoe je video’s moet uploaden, of ben je in staat om video’s te produceren? Weet je hoe je de netwerkbeveiliging moet onderhouden, of kun je websites opzetten? Ken je deze vakgebieden? Zo niet, wat heb je dan aan een hoogwaardige computer? Is dit niet walgelijk om te doen? (Jawel.) Als je je eigen geld hebt, maakt het niemand uit hoeveel computers je ermee koopt, en niemand zal zich ermee bemoeien, hoe hoogwaardig ze ook zijn. We hebben het er nu over hoe de materiële goederen van Gods huis verstandig moeten worden toegewezen. Wat betekent ‘verstandig’? Is het ‘verstandig’ als leiders en werkers deze hoogwaardige apparatuur van Gods huis gebruiken? (Nee.) Ze verstaan het vak niet en kunnen niets. Maakt een hoogwaardige computer hen ook hoogwaardig? Waar scheppen ze over op? Gods huis heeft geen regel die leiders en werkers bevoorrechte gebruiks- en toewijzingsrechten geeft op de materiële goederen ervan; ze hebben dat speciale privilege niet, en dit is geen verstandig principe voor de toewijzing van goederen door Gods huis – het is volstrekt niet verstandig. Als iemands omstandigheden het toelaten, kan hij deze dingen zelf kopen; als dat niet zo is en hij ze van Gods huis toegewezen moet krijgen, dan is het voor hem voldoende om gewone spullen te gebruiken. Dit is eerlijk en verstandig. Degenen die echt weten hoe ze deze hoogwaardige apparatuur moeten gebruiken, zijn de vakmensen die bij dit werk betrokken zijn. Gods huis dient deze apparatuur aan hen toe te wijzen. Dit zijn enkele principes die leiders en werkers dienen te begrijpen en te beheersen met betrekking tot de toewijzing van de materiële goederen van Gods huis. Controleer op basis van deze principes nogmaals of deze goederen ergens onverstandig zijn toegewezen. Als dat het geval is, corrigeer het dan snel. Nadat sommige mensen leider of werker zijn geworden, zien ze dat niemand in Gods huis hen naar de mond praat, dat niemand hun hoogwaardige spullen verstrekt, en dat ze nog steeds hun eigen, oude kleding dragen, nog steeds hun eigen, uiterst gewone computertje gebruiken, en dat Gods huis hun geen goede heeft verschaft. Dus gaan ze naar het financiële team en dienen ze een aanvraag in om een computer te kopen. Is dit verstandig? (Nee.) Ze zeggen: “Als je mij niet zo’n computer geeft, zal ik mijn plicht niet doen – ik zal een gelegenheid vinden om gods huis een hoogwaardigere computer voor me te laten kopen, een nieuwer model, een snellere!” Ze zijn erg vermetel – er is niets wat ze niet zouden durven doen. Nadat deze mensen leider zijn geworden, behandelen ze Gods huis als hun eigen huis en denken: ‘Het geld van gods huis is ook van mij – ik geef het uit naar eigen goeddunken!’ Dit is iets wat antichristen doen.
III. Het verstandig toewijzen van diverse dagelijkse benodigdheden en voedsel
We hebben het nu gehad over het uitrustingsaspect van de verstandige toewijzing van diverse materiële goederen. Vervolgens zullen we het hebben over zaken voor het dagelijks leven, bijvoorbeeld: graan, groenten en gedroogd voedsel, alsook noodzakelijke kookingrediënten, diverse aanvullende voedingsmiddelen, enzovoort. Deze goederen moeten niet alleen verstandig worden bewaard, maar ook verstandig worden toegewezen. Hoe moeten deze diverse goederen dan verstandig worden toegewezen? Gods huis heeft normen voor zijn voedsel, en degenen die dergelijke goederen beheren, dienen ze verstandig toe te wijzen in strikte naleving van die normen. Ze mogen niet meer van het goede voedsel geven aan degenen die hen na staan. Als er bijvoorbeeld lekkere rijst van goede kwaliteit wordt gekocht, of als er slechts af en toe fruit of vlees wordt gekocht, en je geeft er meer van aan degenen met wie je een goede band hebt, of je geeft al het goede aan hen en het slechte aan anderen – wordt dat dan beschouwd als een verstandige toewijzing? (Nee.) Hoe moet ‘verstandigheid’ hier dan worden gemeten? Welke manier van toewijzen kan als verstandig worden beschouwd? De toewijzing moet gelijkmatig gebeuren, volgens de principes en de vereiste normen die Gods huis voor voedsel heeft vastgesteld, waarbij zoveel wordt verstrekt als moet worden verstrekt. Als je vindt dat je een goede band met iemand hebt, mag je hem jouw eigen portie geven. Wees niet vrijgevig met de spullen van anderen, en gebruik de materiële goederen van Gods huis niet om je vrijgevigheid jegens anderen te tonen; als je vrijgevig wilt zijn, doe dat dan met je eigen spullen. Vrijgevigheid is geen principe in Gods huis – het principe van Gods huis is verstandige toewijzing. De uitdeling van dagelijkse levensbehoeften en diverse voedingsmiddelen dient te gebeuren in overeenstemming met de door Gods huis vastgestelde normen, niet willekeurig. Natuurlijk mogen leiders en werkers toezicht houden en nagaan of de mensen die verantwoordelijk zijn voor de uitdeling van zulke dingen hun hart op de juiste plaats hebben, of hun uitdeling verstandig is, of de uitdeling gebeurt in overeenstemming met de principes van Gods huis, wat de meeste mensen erover rapporteren, of ze klachten hebben en of er voor iedereen is gezorgd. Wat moet er worden gedaan als de voorraden schaars zijn? Is het goed als leiders en werkers ze voor zichzelf houden om op te eten? Sommigen zeggen misschien: “Leiders en werkers hebben de hoogste status en het meeste aanzien, en zij zijn doorgaans degenen die het meest tot ons spreken, waardoor hun mond droog wordt. Als er iets goeds is, laten we het dan voor hen bewaren om te eten.” Is het goed om de dingen zo toe te wijzen? (Nee; de dingen moeten worden bewaard voor degenen die ze echt nodig hebben.) Als sommige relatief dure gezondheidsproducten schaars zijn, hoe moeten die dan worden toegewezen? Ze dienen te worden toegewezen aan degenen die zich jarenlang voor God hebben ingezet en een bijdrage hebben geleverd. Deze mensen hebben een zwakke gezondheid vanwege hun leeftijd, maar vervullen nog steeds gewetensvol hun plichten, en de broeders en zusters zijn door hen aanzienlijk gesticht. Deze mensen moeten hun lichaam een beetje onderhouden en verzorgen, en het is niet meer dan juist dat zij die gezondheidsproducten mogen eten en gebruiken. Niemand zou moeten vechten om schaarse voorraden. Zo moeten leiders en werkers deze dingen toewijzen. Is dit verstandig? (Ja.) Zouden de meeste mensen dan bezwaar hebben tegen een dergelijke toewijzing? Is er iemand die zegt: “Ik ben misschien niet zo oud, maar ik heb genoeg werk te doen – ik werk elke dag meer dan acht uur. Mijn werk is misschien niet zo efficiënt en ik doe het misschien nog niet zo vele jaren, maar mijn gezondheid is soms ook niet zo best. Waarom kijkt niemand naar me om? Als er goede dingen zijn, is het nooit mijn beurt om ze te krijgen, maar als er werk te doen is, weten ze me altijd te vinden”? Moet aan zo iemand een portie worden gegeven? Laten we wat voor hen overhouden omdat ze het lef hadden om erom te vragen – is dat verstandig? Zouden jullie daarmee instemmen? (Nee.) Als het aan Mij lag, zou Ik ermee instemmen. Waarom zou je je zo druk maken over zulke dingen? Mensen leven hun leven niet voor genot; ze leven niet om te eten, te drinken en plezier te hebben. Waarom vechten om zulke dingen? Als iemand er echt om wil vechten en zijn omstandigheden enigszins passend zijn, laat hem dan een beetje van die dingen genieten. Hij is dan wel bevoordeeld, maar jij hebt er niets door verloren; het is niet nodig om je er zo druk over te maken. Dus, stel dat iemand zou zeggen: “Waarom geef je mij niets? Mijn gezondheid is ook niet geweldig; als ik echt iets goeds te eten kreeg, zou ik met mijn verbeterde gezondheid meer werk kunnen doen en me meer inspannen voor Gods huis, en mijn werk zou efficiënter zijn.” Aangezien hij dit verzoek heeft gedaan, is het goed hem niet in verlegenheid te brengen door het af te wijzen, deel wat aan hem uit. Andere mensen moeten zich hier niet zo druk over maken – wees wat ruimhartiger. Zou je leven niet gewoon doorgaan zonder die dingen? Wat God de mensen geeft is niet schaars; het is overvloedig en rijkelijk – het is niet nodig om over dingen te vechten. Als er een speciaal item is en niemand vindt dat hij het nodig heeft of ervan hoeft te genieten, dan dient het te worden gegeven aan het type persoon dat de meerderheid uiteindelijk het meest geschikt acht om het te eten. We benadrukken menselijkheid en het verstandig toewijzen van dingen. Degenen die deze dingen verkrijgen, dienen ze van God te aanvaarden en Hem te danken voor Zijn genade. Anderen dienen er niet om te vechten. Als je dat wel doet, ben je onredelijk, veroorzaak je moedwillig problemen en gedraag je je brutaal. Zo moeten dergelijke speciale omstandigheden worden behandeld. Er zijn principes voor zowel speciale als gewone omstandigheden; ze moeten niet willekeurig worden behandeld, en al helemaal niet op basis van menselijke relaties. Wanneer deze dingen verstandig worden toegewezen, hebben leiders en werkers hun verantwoordelijkheid vervuld.
Bij het toewijzen van dagelijkse benodigdheden en voedsel behoren leiders en werkers dit ook te doen op basis van de feitelijke situatie, het feitelijke aantal mensen en de feitelijk benodigde hoeveelheid, om het op een echt verstandige manier toe te wijzen, met het doel verspilling of verlies te voorkomen. Dit is een verantwoordelijkheid die leiders en werkers behoren te vervullen. Soms, wanneer ze de specifieke omstandigheden niet begrijpen, wijzen ze misschien wat spullen toe volgens een basisprincipe, om er vervolgens door ieders feedback en observatie achteraf achter te komen dat de toewijzing niet verstandig was, dat het wat regelgebonden was. In dat geval moeten ze het de volgende keer verbeteren, om herhaling van dat probleem te voorkomen en verspilling en verlies te verminderen. Dat is het vervullen van hun verantwoordelijkheid. Om schade en verspilling te voorkomen, moeten ze bij het toewijzen natuurlijk deels meer overleg plegen; ze moeten zich ook strikt aan de principes houden. Dit is noodzakelijk. Wijs de spullen niet willekeurig toe door ze specifiek aan vleiers te geven die geen geestelijk begrip hebben, in plaats van aan degenen die ze echt nodig hebben of die oprecht hun plicht doen en de waarheidswerkelijkheid bezitten. Is dat handelen in overeenstemming met de principes? (Nee.) Is dat geen roekeloos wangedrag? Wie niet volgens de principes handelt, vervult zijn verantwoordelijkheid niet. Waar verwijst het vervullen van je verantwoordelijkheden naar? Het is niet het afhandelen van formaliteiten en je aan regels houden, en het is niet vervuld door een reeks vaste stappen te doorlopen. In plaats daarvan is het handelen in werkelijk strikte overeenstemming met de principes die Gods huis vereist, en tegelijkertijd verzekeren dat er geen gevallen van verspilling of schade voorkomen aan ook maar iets van Gods huis. Dat is wat het betekent om je verantwoordelijkheid werkelijk te vervullen. Bijvoorbeeld, bij het uitdelen van eieren aan vijf mensen, zou je iedere persoon één ei per dag moeten geven, en ze elke tien dagen uitdelen, dus zou je er precies vijftig verstrekken. Je zou ze deels zo moeten uitdelen omdat het een klein aantal is en makkelijk te bewaren is; bovendien is het precies de juiste hoeveelheid voor hen om te eten. Op deze manier praktiseren, volgens de normen en specificaties die Gods huis vereist, is volkomen juist – het is handelen volgens de principes. Als een leider of werker, uit angst voor het gedoe, hun voor honderd dagen aan eieren tegelijk zou geven – vijfhonderd eieren – zou dat gepast zijn? Zeg Mij, zijn vijftig eieren makkelijker te vervoeren en te bewaren, of vijfhonderd? (Vijftig.) Een kleiner aantal is makkelijker te vervoeren en te bewaren. Sommige mensen sturen wel voor honderd dagen, en als gevolg daarvan breken er onderweg een aantal, en worden er een aantal geplet wanneer ze op de bestemming worden gedragen. Met de ene kleine breuk na de andere, loopt een deel schade op. Voeg daaraan toe dat wanneer mensen zien dat er veel eieren zijn uitgedeeld, ze die terloops zullen verspillen, en zo zullen ze geen eieren meer te eten hebben voordat de dag van de volgende levering aanbreekt. Dus, wanneer deze eieren breken en schade oplopen, wordt dit dan niet veroorzaakt door het plichtsverzuim van de leiders en werkers? (Jawel.) Als ze om meer vragen, kun je het hun dan geven? Volgens de principes kun je hun vóór de afgesproken datum niets meer geven, maar zij voelen zich verongelijkt wanneer ze geen eieren meer te eten hebben. Wat moet hier gedaan worden? Hiervoor is verstandige toewijzing vereist. Bij het toewijzen van deze spullen moeten leiders en werkers zich absoluut houden aan het principe van een verstandige toewijzing en aan de norm die Gods huis vereist, en ze op tijd en regelmatig uitdelen. Bovendien moeten ze tijdig nagaan of er gevallen van verspilling zijn geweest, of er opnieuw aanvragen of verzoeken zijn gedaan voor spullen die schaars zijn geworden door verspilling, en of er sprake was van verspilling van uitgedeelde spullen die mensen niet lekker vonden. Vlees en groenten worden bijvoorbeeld beide uitgedeeld, en de meeste mensen geven de voorkeur aan vlees, dus eten ze dat binnen drie tot vijf dagen op, en blijven de groenten over. Groenten blijven niet lang goed; sommige bederven en rotten na een tijdje, en dus zijn ze op voordat de volgende lading wordt uitgedeeld. Iemand kan dan opnieuw een aanvraag doen en om meer vragen. Moet er in zo’n geval meer worden gegeven? Is het verstandig om hun meer te geven? (Nee.) Anderen eten stiekem het vlees en de eieren op, en eten alle groenten op die ze lekker vinden, terwijl ze allerlei redenen en excuses aanvoeren om de groenten die ze niet lusten, niet te eten. Wanneer de groenten geel worden en bederven, zeggen ze dat die oneetbaar zijn, en uiteindelijk voeren ze die aan de varkens en kippen, of gooien ze die gewoon weg, om vervolgens om meer te vragen. Wanneer leiders en werkers zo’n geval tegenkomen, hoe moeten ze het dan aanpakken? Als zij zeggen: “Ik geef jullie de volgende keer meer, aangezien het niet genoeg is – ik zal jullie meer geven, omdat jullie veel eten”, is dat dan de gepaste manier om het aan te pakken? Is dat niet blind? (Jawel.) Hoezo zijn ze blind? (Ze begrijpen niet wat er echt aan de hand is: de hoofdreden dat het uitgedeelde voedsel niet genoeg was, is dat het verspild werd.) Ze trekken overhaaste conclusies zonder te begrijpen wat er echt aan de hand is. Op de meeste plaatsen is er genoeg voedsel te eten dat wordt uitgedeeld volgens de specificaties van Gods huis. Waarom is het alleen op die ene plek nooit genoeg? Vereist dat geen specifiek onderzoek? Ze moeten naar de locatie gaan en de situatie zorgvuldig en gedetailleerd onderzoeken om te zien wat er gebeurt. Uiteindelijk ontdekken ze door hun onderzoek en inzicht dat de kok op die plek een slecht en immoreel persoon is, die voedsel voor mensen aan de kippen voerde, en zo het voedsel van Gods huis opzettelijk verspilde. Hij is behoorlijk kieskeurig en bovendien wil hij alleen heerlijk voedsel eten. Hij eet geen groenten als er geen vlees is, en als er wel vlees is, eet hij zelfs geen tofu. Als hij eieren krijgt, eet hij die bij elke maaltijd. Hij kiest uitsluitend smakelijk voedsel uit en eet geen gewone groenten, en het kan hem ook niet schelen als die bederven. Door dit inzicht blijkt de kok een slecht persoon te zijn – moet hij dan een verhoogde portie worden gegeven de volgende keer dat er spullen worden uitgedeeld? (Nee.) Is de zaak afgedaan als hij niet meer krijgt? Hoe moet dit probleem worden aangepakt, eenmaal ontdekt? Vervang hem onmiddellijk en zet iemand met een beetje menselijkheid in zijn plaats om de plicht op zich te nemen. Ontdek en los het probleem tijdig op, en elimineer zulke kwaadaardige mensen, zulke rotte appels. Sommigen vragen misschien: “Aangezien hij niet meer kookt, zou het dan oké zijn om hem de kippen te laten voeren?” (Nee.) Als hij de kippen voert, zullen de kippen geen eieren leggen; als hij de varkens voert, zullen de varkens mager worden. Het is niet goed om hem ook maar iets te laten voeren. Zulke mensen moeten worden weggestuurd – ze zijn ongeschikt om een plicht te doen in Gods huis. Als er tijdens het toewijzen van de materiële goederen van Gods huis andere problemen worden gevonden, moeten die ook tijdig worden opgelost. Wat is het doel van het oplossen van deze problemen? Om de verspilling en het bederf van de materiële goederen van Gods huis te verminderen. Sommigen vragen misschien: “Om die problemen op te lossen, moet men de keuken onderzoeken. Heeft U niet gezegd dat leiders en werkers de keuken niet in mogen? Waarom mogen ze dat nu wel?” Dat zijn twee afzonderlijke kwesties. Ik heb niet gezegd dat ze er niet heen mogen – het was een ontleding van leiders en werkers die niet weten hoe ze moeten werken, die nutteloos rondhangen en rondslenteren en zich tegoed doen aan de voordelen van status, en die altijd naar de keuken gaan om iets lekkers te eten te zoeken. In het huidige geval gaan ze naar de keuken om problemen op te lossen, niet om iets lekkers te eten te zoeken. Ga wanneer je moet gaan, en ga niet wanneer dat niet moet. Leiders en werkers hebben veel werk te doen, en dit is een van hun taken; de specifieke problemen van deze taak kun je alleen achterhalen door zelf de keuken in te gaan en de details te begrijpen. Als een kok ongeschikt wordt bevonden, moet die onmiddellijk worden ontheven en vervangen door iemand die geschikt is. Dit doen verzekert dat de door Gods huis uitgedeelde goederen niet te maken krijgen met verspilling en bederf. Hoe dan ook, de vereiste voor leiders en werkers is dat ze hun verantwoordelijkheden vervullen – als het jouw zaak is om je daar zorgen over te maken en het te doen, dan moet je je daar absoluut zorgen over maken en het doen. Je moet met je ogen observeren en je oren gebruiken om aandachtig te luisteren naar wat elke soort persoon te zeggen heeft – en natuurlijk moet je ook in je hart leren om meningen, gedachten en onderscheidingsvermogen te hebben over allerlei zaken; een ander belangrijk punt is dat je de door Gods huis vereiste principes ter harte neemt en daar op geen enkel moment van afwijkt. Welk werk je ook doet, je moet eerst begrijpen wat de principes en regels zijn die Gods huis vereist; voordat je aan het werk gaat, moet je jezelf nog een paar keer vragen stellen zoals: zijn de door Gods huis vereiste principes mij duidelijk? Hoe moet dit worden gedaan, als het volgens de principes van Gods huis moet worden gedaan? Hoe moet het volgens de principes in speciale omstandigheden worden gedaan? Hoe moet het in gewone omstandigheden worden aangepakt? Je moet jezelf absoluut meer van deze en dergelijke vragen stellen voordat je aan het werk gaat, en meer tot God bidden. Deels is het zelfonderzoek; deels is het Gods nauwkeurige onderzoek accepteren. Dit doen helpt leiders en werkers om minder fouten te maken en minder af te wijken in hun werk, het vermindert de verspilling van de materiële goederen van Gods huis, en het vermindert de verliezen die Zijn huis lijdt. Wat belangrijker is, is dat dit doen de verantwoordelijkheden van leiders en werkers handhaaft en die verantwoordelijkheden vervult. Het is wat leiders en werkers werkelijk zouden moeten doen. Dit is de vereiste voor leiders en werkers. Het bewaren en toewijzen van de diverse materiële goederen van Gods huis is geen ingewikkelde taak. Deels is het een kwestie dat leiders en werkers zelf bekend zijn met de principes; het andere deel is dat leiders en werkers meer over deze principes moeten communiceren met de mensen die de leiding hebben over het beheer van de diverse materiële goederen, de zaken meer moeten opvolgen, meer inzicht proberen te krijgen en de staat van het beheer meer moeten onderzoeken, en dit alles terwijl ze meer communiceren met de supervisors van de toewijzing van de diverse materiële goederen van Gods huis, om hun een grondiger begrip van deze principes te geven. Natuurlijk moeten leiders en werkers ook voortdurend navraag doen en vragen hoe die mensen de goederen toewijzen en uitdelen, en of er speciale omstandigheden zijn – bijvoorbeeld of de supervisors de goederen toewijzen volgens de door Gods huis vereiste principes in verschillende seizoenen, in verschillende periodes, en in gevallen waar diverse soorten mensen verschillende behoeften hebben. Het doel hiervan is om de diverse goederen van Gods huis in staat te stellen hun functies effectief te vervullen, en om ze in de grootst mogelijke mate verstandig te gebruiken, en ze met de best mogelijke zorg en het best mogelijke onderhoud te bewaren. Dit is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers.
Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.
Gerelateerde inhoud
Uitspraken van Christus ‘Gods werk, Gods gezindheid en God Zelf III’ (Deel vier)
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html De bijbelteksten zijn ontleend aan de Nieuwe...
Gods woorden ‘Jullie zijn allemaal zo laag van karakter!’ | Nederlands
Aanbevolen video:...
Gods woorden ‘Aan wie ben jij eigenlijk loyaal?’ | Nederlands
Aanbevolen video: https://nl.kingdomsalvation.org/video-category/Almighty-God-word.html...