De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (11) Sectie één

Tijdens de vorige bijeenkomst hebben we gecommuniceerd over punt negen van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers: ‘De verschillende werkregelingen van Gods huis nauwkeurig doorgeven, uitvaardigen en implementeren in overeenstemming met de vereisten van dat huis. Begeleiding bieden, toezicht houden en aansporen, en de status van de implementatie inspecteren en opvolgen.’ We hebben gecommuniceerd over de verantwoordelijkheden die leiders en werkers moeten vervullen en het werk dat ze moeten doen, en we hebben ook enkele gedragingen van valse leiders ontleed. Hoewel we niet specifiek hebben gecommuniceerd over hoe leiders en werkers elke werkregeling moeten implementeren, hebben we wel specifiek gecommuniceerd over de principes voor het implementeren van die regelingen, en ook over wat leiders en werkers moeten doen. Heeft onze communicatie over punt negen jullie een specifiekere en nauwkeurigere definitie gegeven van het werk dat leiders en werkers moeten doen? Is het jullie nu duidelijk welk werk leiders en werkers moeten doen? Het belangrijkste voor hen is het werk uit te voeren volgens Gods vereisten en de werkregelingen van Zijn huis. Daar komt het in wezen op neer. Nu is het voor ons allemaal duidelijk. Welk werk leiders of werkers in Gods huis moeten doen en wat hun verantwoordelijkheden zijn, zou in punt negen zeer specifiek gecommuniceerd moeten zijn. Het is in wezen alomvattend. De reikwijdte van hun verantwoordelijkheden is afgebakend, en het werk dat ze moeten doen, en ook hoe ze het moeten doen, is ook duidelijk uiteengezet. Als iemand, nu het duidelijk is uiteengezet, nog steeds niet weet hoe hij concreet werk moet doen, dan komt dat door een zwak kaliber. Dat is het soort valse leider dat geen werk kan doen. Er is nog een ander soort valse leider dat werk alleen regelt op basis van zijn eigen noties en verbeeldingen, en mensen lukraak inzet, wat tot te veel kapiteins op het schip leidt. Het werk wordt niet alleen niet goed gedaan, ze maken er een complete puinhoop van, waardoor het werk volledig vastloopt. Valse leiders zullen de werkregelingen nooit implementeren, laat staan echt werk doen. Ze doen alleen het werk dat ze leuk vinden en richten zich alleen op het werk van de algemene zaken; als ze werken, kunnen ze alleen maar bevelen geven en holle leuzen en doctrines roepen. Ze lopen het werk nooit na, en het kan hun ook niet schelen of het effectief is geweest. Dit is één soort valse leider. Kortom, of iemand als leider nu geen echt werk kan doen of geen echt werk doet – wat de omstandigheden ook zijn – als hij de verantwoordelijkheden van leiders en werkers niet kan vervullen of het werk van Gods opdracht niet kan doen, en als hij er niet in slaagt de verschillende werkzaamheden die door Gods huis zijn geregeld te implementeren, dan is hij een valse leider.

Hebben jullie nu, door onze communicatie over de negen verantwoordelijkheden van leiders en werkers en onze ontmaskering van de verschillende manieren waarop valse leiders zich manifesteren, enige basiskennis en begrip gekregen van hoe je de verantwoordelijkheden van leiders en werkers moet vervullen? (Ja.) Vinden jullie het werk van Gods huis dan makkelijk? Zijn de vereisten voor de mens hoog? Zijn ze buitensporig? (Ze zijn niet hoog; het zijn allemaal vereisten waaraan we kunnen voldoen.) Zijn er leiders en werkers die zeggen: “Er zijn te veel soorten werkzaamheden die Gods huis van ons vereist. Hoe hoger een leider staat, hoe groter de reikwijdte van zijn werk en voor hoe meer werkzaamheden hij verantwoordelijk is. Als we dat werk goed willen doen en het implementeren volgens de vereisten van de Boven – dan zouden we sterven van uitputting, nietwaar?” Is er ooit iemand bezweken onder de uitputting door alle concrete werkzaamheden goed te hebben gedaan, door elke werkzaamheid naar behoren te hebben geïmplementeerd? (Nee.) Is er iemand ziek geworden van uitputting? Is er iemand zo druk dat hij geen tijd heeft om te eten of te slapen? (Nee.) Sommigen zeggen misschien: “Wat bedoel je met nee? Sommige mensen raken wel degelijk uitgeput door het kerkelijk werk, omdat ze lange tijd niet regelmatig kunnen eten, of niet op een gereguleerde manier kunnen werken en pauzeren, met een goede balans tussen inspanning en ontspanning. Uiteindelijk worden ze ziek van uitputting.” Hebben jullie wel eens van een dergelijke situatie gehoord? (Nee.) Is er iemand die na het horen van punt negen en het zien van de specifieke inhoud van de verschillende werkzaamheden in Gods huis, evenals zijn vereiste normen voor leiders en werkers bij het doen van dit specifieke werk, vervuld is geworden van angst en bang is geworden? Denken ze: ‘Het is niet makkelijk om een leider of werker te zijn. Wie zou dit werk goed kunnen doen zonder een gezond lichaam, een goed kaliber, een ruim hart en bovenmenselijke energie en kracht?’ Heeft iemand dit wel eens gedacht? Is dit een geldige gedachte? (Nee.) Waarom is die ongeldig? Ten eerste, bij het uitvoeren van het werk van Gods huis moeten leiders en werkers, ongeacht hun rang en of hun verantwoordelijkheid veelomvattend is of voor een enkele werkzaamheid, op zijn minst hun primaire werk goed doen, met hooguit één of twee extra werkzaamheden. Zelfs als ze belast zijn met veelomvattend werk, betekent dat niet dat ze alles moeten nalopen of voor alles begeleiding moeten bieden. Ze moeten zich richten op het leiden van het meest cruciale werk, of tegelijkertijd aandacht besteden aan de zwakke schakels in bepaalde werkzaamheden. Sommige mensen zijn misschien energiek, hebben een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en een goed kaliber, en zijn in staat om een breed scala aan veelzijdig werk te doen, maar hun hoofdwerk bestaat voornamelijk uit slechts één of twee werkzaamheden. Bij ander werk hoeven ze er alleen maar naar te informeren, navraag te doen, het te proberen te begrijpen en alleen de problemen op te lossen die ze ontdekken. Dat is één aspect. Een ander aspect is dat zelfs als ze tegelijkertijd meerdere werkzaamheden aanpakken, ze voor de uitvoering daarvan alleen maar hoeven te vertrouwen op de primaire supervisor. Het enige wat zij doen is toezien op de verschillende werkzaamheden, ze controleren en instrueren; het hoofdwerk dat ze zelf moeten doen, is nog steeds een enkele werkzaamheid. En raak je uitgeput van het uitvoeren van een enkele werkzaamheid? (Nee.) Als het kaliber van de persoon voldoende is en zijn geest flexibel, zal hij het werk redelijk organiseren wat betreft tijdsverdeling en efficiëntie. Hij zal niet in een ongeorganiseerde warboel belanden waarin hij geen uitweg ziet. Hij zal niet de indruk geven het enorm druk te hebben – hij zal volgens een vastgestelde routine werken – maar het werk zal niet inefficiënt zijn en het zal goede resultaten opleveren. Dat is iemand met kaliber, die weet hoe hij mankracht en tijd verstandig moet toewijzen. Mensen zonder kaliber of met een zwak kaliber maken er een puinhoop van, welk werk ze ook doen. Dit soort mensen lijken elke dag rusteloos rond te rennen, maar waar ze het druk mee hebben, kunnen ze zelf niet met zekerheid zeggen. Ze hebben geen planning, geen tijdsbesef. Ze staan vrij vroeg op en gaan vrij laat naar bed, ze kunnen niet op vaste tijden eten – maar gezien de efficiëntie van het werk, doen ze helemaal geen echt werk. Is dit geen geval van een buitengewoon zwak kaliber? (Dat is het.) Een dergelijk persoon lijkt elke dag rusteloos rond te rennen, maar hij kan de kern van het werk niet vatten, noch kan hij wat dringend is onderscheiden van wat kan wachten, en hij is inefficiënt in het oplossen van problemen. Dit vertraagt het werk. Hij maakt zich innerlijk enorm druk en krijgt aften in zijn mond. Maar zelfs in deze gevallen stort hij niet in van uitputting. Mensen met een zwak kaliber werken misschien meer dan acht uur per dag, maar de efficiëntie van hun werk is veel lager dan die van mensen met een goed kaliber. Dus ze moeten wel druk bezig zijn, nietwaar? Dat zouden ze moeten zijn – zelfs als ze druk bezig zijn, kunnen ze geen resultaten behalen; als ze niet bezig zouden blijven, zou het werk verlamd raken. Dit is iemand met zo’n zwak kaliber dat hij het werk niet aankan of op zich kan nemen. Verder zijn er veel werkzaamheden in het werk van Gods huis, en de vereisten zijn enigszins streng wat betreft personeel en tijd. Bij de meeste mensen is het zo dat, wanneer ze het wat drukker hebben, dit is omdat ze naar uitmuntendheid streven en goede resultaten willen behalen, omdat het werk van Gods huis anders is dan dat van de bedrijven en fabrieken van de ongelovige wereld. Die eisen economisch voordeel, terwijl wij de nadruk leggen op de resultaten van het werk. Maar omdat de meeste mensen een zwak kaliber hebben, zonder principes en buitengewoon inefficiënt zijn in hun werk, kost het hen meer tijd om resultaten te produceren. Hebben de meesten van jullie nu geen negatieve gedachten meer over de verantwoordelijkheden van leiders en werkers? Eén ding is zeker: leiders en werkers zullen niet instorten van uitputting door te werken volgens de vereisten van Gods huis. Naast deze externe, objectieve factoren is er nog iets waar je zeker van kunt zijn: als iemand een last draagt en een bepaald kaliber bezit – en vergeet niet dat er ook het werk van de Heilige Geest is – dan zal de Heilige Geest hem, wanneer hij wordt geconfronteerd met problemen die hij zich niet kan indenken en die hij niet kan voorspellen, en met kwesties die hij niet eerder heeft meegemaakt en geen ervaring mee heeft, voortdurend herinneren, verlichten en helpen. Het werk van de kerk berust niet volledig op menselijke kracht, energie en lasten; een deel ervan moet afhankelijk zijn van het werk en de leiding van de Heilige Geest, zoals de meeste mensen hebben ervaren. Dus, hoe je het ook bekijkt, het vervullen van hun verantwoordelijkheden is een taak die een leider of werker moet volbrengen. Het is geen extra vereiste voor hen. Wanneer ongelovigen in de wereld werken, handelen ze op basis van hun persoonlijke kaliber. Een plicht doen in Gods huis is anders: wil men resultaten bereiken, dan moet men niet alleen handelen op basis van zijn kaliber, maar ook vertrouwen op zijn begrip van de waarheidsprincipes. Soms moet men elkaar ook helpen en in harmonie samenwerken om hun plicht goed te doen. Sommigen vragen misschien: “Vereist het werken in Gods huis dat we ‘onszelf volledig opofferen en dienen tot de dood erop volgt’? Of dat we ‘onze laatste levensadem uitblazen in dienstbaarheid’ – moeten we dat bereiken? Is Gods huis pas klaar met ons als we sterven van uitputting?” Is dit wat God van de mens vereist? (Nee.) Onze communicatie over de vereisten voor de verantwoordelijkheden van leiders en werkers is slechts bedoeld om mensen duidelijkheid en begrip te geven over hoe ze moeten meewerken aan Gods werk volgens de door Hem vereiste waarheidsprincipes en werkmethoden, zodat Zijn werk op een ordelijke, effectieve manier kan voortgaan, zodat Zijn woorden en werk betere resultaten zullen bereiken in Zijn uitverkorenen. Enerzijds gaat het om het ontwikkelen en verspreiden van het werk, en anderzijds om ervoor te zorgen dat Gods woorden en werk het beoogde effect hebben op Zijn volgelingen. Dit zijn de verantwoordelijkheden van leiders en werkers, en wat ze in hun werk moeten bereiken.

Punt tien: Bewaar de verschillende materiële goederen van Gods huis (boeken, diverse apparatuur, graan, enzovoort) naar behoren, wijs ze verstandig toe, en voer regelmatig inspecties, onderhoud en reparaties uit om schade en verspilling tot een minimum te beperken; voorkom tevens dat kwaadaardige mensen er bezit van nemen

Vandaag gaan we verder met de communicatie over punt tien van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers: ‘Bewaar de verschillende materiële goederen van Gods huis (boeken, diverse apparatuur, graan, enzovoort) naar behoren, wijs ze verstandig toe, en voer regelmatig inspecties, onderhoud en reparaties uit om schade en verspilling tot een minimum te beperken; voorkom tevens dat kwaadaardige mensen er bezit van nemen.’ Punt negen is een relatief uitgebreide vereiste voor leiders en werkers. Punt tien is een ander groot onderdeel van het werk, dat nog een specifieke vereiste voor de verantwoordelijkheden van leiders en werkers vormt. Dit deel van het werk heeft betrekking op voorwerpen die toebehoren aan Gods huis. Een deel daarvan wordt aangeschaft om te voorzien in de levensbehoeften van mensen die hun plichten fulltime vervullen, en een ander deel bestaat uit apparatuur, materialen, enzovoort, die worden gekocht voor het werk van de evangelieverspreiding. Er zijn ook boeken met Gods woorden en dergelijke zaken die verband houden met het binnengaan van het leven van de broeders en zusters, en die door Gods huis bewaard moeten worden. Dit zijn goederen die verband houden met het geloof van mensen in God. In totaal zijn er drie categorieën: benodigdheden voor het leven, voor het werk en voor het geloof in God. Of deze voorwerpen nu door Gods huis zijn gekocht of door broeders en zusters zijn geofferd, zodra ze in het bezit van Gods huis komen, wordt dit een kwestie van het beheer en de toewijzing van materiële voorwerpen door leiders en werkers. Hoewel dit werk van buitenaf misschien niet zo belangrijk lijkt in vergelijking met het kerkelijk leven, administratief werk of professioneel werk, en niet iets is wat op de agenda hoeft te staan, is het toch een belangrijke taak die leiders en werkers moeten uitvoeren. De verschillende voorwerpen van Gods huis hebben te maken met het werk, het leven, de studies en al dergelijke zaken van alle personen die hun plicht doen, de bewaring en verstandige toewijzing ervan zijn dus erg belangrijk en mogen niet over het hoofd worden gezien.

Bewaring naar behoren

Als leiders en werkers is het, naast het goed doen van het administratieve werk van de kerk en het zorgen voor een goed kerkelijk leven, nog wezenlijker om het werk van de evangelieverspreiding en de verschillende bijbehorende werkzaamheden goed te doen. Daarnaast moeten de verschillende materiële goederen van Gods huis ook op de juiste wijze worden beheerd. Deze dingen moeten goed worden bewaard; laat ze niet beschimmelen of door ongedierte worden aangetast, en laat niet toe dat mensen ze zich toe-eigenen alsof het hun privé-eigendom is. Gods huis heeft ook specifieke vereisten en stappen voor hoe leiders en werkers dit werk goed moeten doen. Ze moeten beginnen met te controleren of de personeelsleden die deze zaken beheren geschikt en verantwoordelijk zijn, of ze weten hoe ze die moeten beheren en of ze hun verantwoordelijkheid nauwgezet kunnen vervullen – of deze dingen in hun handen veilig bewaard zullen worden. Bij het bewaren van graan bijvoorbeeld: is de bewaarplaats tijdens het regenseizoen – wanneer het weer vochtig is en er veel regen valt – klam? Controleren de personen die dit beheren het tijdig? Als het graan toch vochtig wordt, halen ze het dan naar buiten om te drogen? Beheren ze deze dingen net zo zorgvuldig als wanneer het hun eigen eigendommen zouden zijn? Hebben ze zulke menselijkheid? Hebben ze zulke trouw? Ze moeten beginnen met het doorlichten van de personen die deze zaken beheren, om te zien hoe hun menselijkheid is en of ze een geweten hebben en deugdzaam zijn. Wat doe je als iemands menselijkheid op het eerste gezicht een goede menselijkheid lijkt te zijn, hij goedhartig lijkt te zijn en de meesten positief over hem spreken, maar je nog niet weet of diegene geschikt is om de zaken van Gods huis te beheren? Je moet het opvolgen, de zaken controleren en toezicht houden. Na verloop van tijd moet je navraag doen om te zien of de beheerder zijn verantwoordelijkheid heeft vervuld. Bij graan bijvoorbeeld is vocht de grootste zorg. De beheerder dient te controleren of de graanschuur vochtig is en of er kans is op insecten in het graan, en hij dient iemand te zoeken die er verstand van heeft, om deze te raadplegen en te begrijpen welke werkwijzen kunnen garanderen dat het graan niet vochtig wordt, beschimmelt of door insecten wordt aangetast. Nadat het graan is opgeborgen, dient men de graanschuur regelmatig te controleren of de ramen open te zetten voor ventilatie. Dat zou pas echt het vervullen van de eigen verantwoordelijkheid zijn. Als de beheerder het initiatief neemt om deze dingen te doen zonder daartoe aangespoord of daaraan herinnerd te hoeven worden, dan is die persoon betrouwbaar, wat geruststellend is. En hoe zit het dan met de personen die de verschillende soorten apparatuur bewaren – zijn zij geschikt voor de taak? Dat weet je nog niet; je moet hen ook controleren. Hoe wordt de meeste apparatuur – elektronica, meubels, apparaten, enzovoort – bewaard als deze normaal gesproken niet in gebruik is? Zorgt de beheerder ervoor en onderhoudt hij die? Voert hij regelmatig controles uit op de elektronica door ze aan te zetten en te laten opstarten? Door navraag te doen, kom je er misschien achter dat de beheerder van deze zaken dit regelmatig doet. Die spullen staan daar misschien ongebruikt, maar er ligt geen stof op, wat betekent dat iemand vaak langskomt om ervoor te zorgen – je zult zien dat hun beheerder betrouwbaar is, dat hij zijn verantwoordelijkheid vervult. Dan kun je gerust zijn. Er zijn ook boeken met Gods woorden. Geen van deze boeken is gemakkelijk verkrijgbaar, en bovendien zijn de boeken met Gods woorden voor iedereen die in God gelooft belangrijker dan wat dan ook – belangrijker dan graan, elektronica of enig ander voorwerp. Met deze zaken is het dus des te meer zaak dat je een geschikte persoon vindt om ze te beheren en een geschikte plek om ze op te bergen. Goede ventilatie, toezicht en inspectie zijn eveneens noodzakelijk – men kan niet toelaten dat de boeken vochtig of nat worden, of door muizen worden aangevreten. Op al deze zaken moet worden toegezien. Dus, zijn de mensen die dergelijke zaken beheren geschikt voor de taak? Ook dit moet je vaak controleren. Als de beheerders lui, nalatig en slordig zijn, zullen sommige voorwerpen beschadigd raken, zo niet door vocht en schimmel, dan wel door insecten. Dit zijn allemaal verliezen, veroorzaakt door nalatig toezicht en gebrekkige inspectie van de kant van de leiders en werkers. Als de beheerders naar behoren voor de voorwerpen zorgen, is deze verantwoordelijkheid van de leiders en werkers vervuld. Of de voorwerpen nu groot of klein zijn, en of ze nu vaak worden gebruikt of niet, zolang ze tot een categorie van voorwerpen behoren die eigendom zijn van Gods huis, moet er geregeld worden dat iemand ze beheert. Een voorwerp dient veilig te zijn, wat voor soort het ook is en waar het ook wordt opgeslagen, en er moet voor worden gezorgd dat er niets mis mee gaat. Dat is wat het betekent om trouw en verantwoordelijk te zijn. Als iemand die de zaken beheert ongeschikt blijkt te zijn, wat moet er dan gebeuren? Zijn toegewezen plicht moet onmiddellijk worden aangepast en er moet een vervanger voor hem worden gevonden. Er zijn bijvoorbeeld mensen die leeglopers zijn, die wel van eten maar niet van werken houden en geen enkele verantwoordelijkheid nemen. Ze gaan nonchalant om met de zaken van de kerk, alsof het openbaar bezit is, en denken dat het wel goed is zolang er niets verloren gaat. Of die zaken beschimmeld of door ongedierte aangetast zijn, of dat er iets beschadigd is, interesseert hen niet en ze vragen er ook niet naar. Telkens als je het hun vraagt, zeggen ze dat ze zijn gaan kijken en dat alles in orde is. In werkelijkheid zijn ze al een hele tijd niet meer wezen controleren. En dan komt er een dag dat iemand plotseling ontdekt dat het graan beschimmeld is, dat de bedrading van sommige apparatuur door muizen is doorgeknaagd, en dat zelfs de boeken met Gods woorden zo vochtig zijn geworden dat het schrift erin wazig en onduidelijk is. Om daar dan pas achter te komen – is dat niet te laat? (Ja, de schade is al aangericht.) Dat is het gevolg van onjuist beheer. Is de persoon die het beheert dan niet ongeschikt? Is zijn menselijkheid niet slecht en is hij niet immoreel? (Zeker.) Ongelovigen zouden zo iemand immoreel noemen; wat zeggen wij? Dat de menselijkheid van deze persoon slecht is, dat hij niet trouw is. Zelfs die kleine verantwoordelijkheid kan hij niet vervullen; zelfs iets wat iemand met een beetje moeite, met een beetje geweten en menselijkheid, zou kunnen doen, krijgt hij niet voor elkaar. Is zo iemand nog een gelovige in God? Zelfs onder ongelovigen geldt het principe ‘Wees getrouw bij het uitvoeren van wat je is toevertrouwd’ – deze persoon voldoet zelfs niet aan de minimale morele standaard van ongelovigen, dus is hij overduidelijk ongeschikt om als beheerder van de zaken te dienen. Tegen ongeschikte mensen moeten onmiddellijk maatregelen worden genomen en er moeten geschikte vervangers worden gevonden. Als je de beheerders niet vertrouwt en je zelf geen tijd hebt om te controleren, of als je de zaken vanwege bepaalde omstandigheden niet kunt opvolgen en inspecteren, wat moet er dan in dat geval gebeuren? Je kunt de beheerder een garantieverklaring laten opstellen, waarin staat dat als er schade is aan de zaken die hij beheert, hij die zal vergoeden, of bereid is elke vorm van straf van Gods huis te aanvaarden. Het moet worden opgelost volgens het administratieve systeem. Als een leider of werker zijn werk tot op dit niveau kan doen, dan vervult hij zijn verantwoordelijkheid.

Elk materieel voorwerp van Gods huis, ongeacht of het groot of klein is, duur of goedkoop, of het voor je van nut is of niet: als je de taak krijgt het te beheren, dan is het jouw verantwoordelijkheid. Dit werk valt binnen de verantwoordelijkheden van leiders en werkers. Je dient dus een geschikte persoon en een geschikte plek te vinden om de voorwerpen naar behoren te bewaren. Sta niet toe dat de voorwerpen van Gods huis beschadigd raken. Een voorbeeld is het bewaren van boeken met Gods woorden. Nadat een leider of werker geschikte personen heeft aangesteld, moet hij er nog steeds van tijd tot tijd naar informeren: “Er zijn de laatste tijd veel boeken uitgedeeld, maar wees niet nalatig, ook al zijn er minder over. Het belangrijkste bij het bewaren van boeken is dat men ze niet vochtig laat worden of door de zon laat beschadigen, en ervoor zorgt dat ze niet worden geplet of vervormd.” Ze behoren er van tijd tot tijd naar te informeren en navraag te doen. Als er nieuwe boeken zijn aangekomen, moet hij vragen hoe goed ze worden bewaard; of er voor alle boeken voldoende ruimte is op de oorspronkelijke plek, en zo niet, of er een andere plek is gevonden. Hij moet ook vragen hoe die plek is, of die veilig en droog is; of de boeken goed zijn opgeborgen; en als men zich zorgen maakt over muizen, of het nodig is een kat te houden. Al dergelijke zaken behoren tot de taken van leiders en werkers, en het is hun verantwoordelijkheid deze te vervullen. Dit werk lijkt misschien wat onbeduidend, maar het is ook één van de taken die leiders en werkers regelmatig behoren uit te voeren. Onderschat het niet; neem het serieus. Die dingen zijn misschien openbaar bezit en behoren niemand persoonlijk toe, maar ze moeten wel goed worden bewaard. Ongeacht of ze in de toekomst voor je van nut zullen zijn en ongeacht of ze voor je gebruik zijn, is het je verantwoordelijkheid om ze goed te bewaren. Dit is een kwestie die jij dient aan te pakken, en je dient geen enkele reden of excuus te zoeken om de taak af te schuiven en er geen aandacht aan te besteden. Zolang iets tot je verantwoordelijkheid behoort, is het iets wat je dient te beheren, werk dat je moet doen. Je dient overal navraag naar te doen en proberen de dingen te begrijpen, of er persoonlijk bij betrokken te zijn. Als je tijd hebt om ter plaatse te gaan kijken, is dat natuurlijk beter. Maar als de situatie of omstandigheden dat niet toelaten, of als je het te druk hebt met werk, dien je nog steeds tijdig navraag te doen en ernaar te informeren, om je best te doen om te voorkomen dat de voorwerpen van Gods huis op enigerlei wijze worden beschadigd of verspild. Als je dit doet, betekent dit dat je de verantwoordelijkheid van leiders en werkers hebt vervuld.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger