De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (10) Sectie drie

Het implementeren van het werk van het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen omvat een belangrijke stap van inspectie, die afhangt van de vraag of leiders en werkers de waarheidswerkelijkheid bezitten. Naast het inspecteren van leiders en werkers met een relatief pover kaliber en die relatief zwak zijn, moet je ook navraag doen naar en inzicht krijgen in degenen met een gemiddeld kaliber. Als de omgeving niet geschikt is, kun je iemand sturen om navraag te doen en de situatie te begrijpen, en gedetailleerde aantekeningen te maken. Als de omgeving het toelaat, is het het beste om persoonlijk contact te hebben met de supervisor van dit werk; stel vragen, doe navraag en krijg inzicht in de specifieke situatie van dit werk, en kijk hoe goed het werk wordt geïmplementeerd. Kortom, zodra de werkregeling voor het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen is uitgevaardigd, is het niet iets dat in een of twee maanden kan worden afgerond. Dit is geen tijdelijke taak, maar werk voor de lange termijn. Leiders en werkers moeten niet alleen in de eerste een of twee maanden na het uitvaardigen van de werkregeling begeleiding, toezicht, aansporing en inspectie bieden en het dan als afgedaan beschouwen. In plaats daarvan moeten ze dit werk op de lange termijn voortdurend opvolgen. Voor zwakkere kerkleiders moeten ze persoonlijke begeleiding gaan bieden. Voor kerkleiders die zelfstandig werkregelingen kunnen implementeren, moeten ze ook regelmatige inspecties uitvoeren om de voortgang van het werk te begrijpen en eventuele problemen die zich voordoen op te lossen. Dit is een verantwoordelijkheid van leiders en werkers. Daarom is één ding zeker over leiders en werkers die werk doen: ze hebben nooit vrije tijd. Sommige leiders en werkers denken altijd: de werkregelingen zijn uitgevaardigd en ik heb gecommuniceerd over hoe ze moeten worden geïmplementeerd. Ik heb mijn werk gedaan, er is niets anders te doen. Dus ik doe wat geschikte klusjes, zoals helpen met koken en de ontvangst, of wat dagelijkse benodigdheden kopen die de broeders en zusters missen. Ze worden werkeloos nadat ze de werkregelingen hebben uitgevaardigd en hebben het gevoel dat ze hun werk hebben voltooid en niets meer te doen hebben. Dit toont aan dat ze niet weten hoe ze het werk moeten doen of de leiding moeten nemen over specifieke taken. In feite, zodra de verschillende werkregelingen van Gods huis zijn uitgevaardigd, moet het werk, zolang de Boven niet heeft opgeroepen tot een stop, doorgaan en kan het niet halverwege worden gestaakt. Bijvoorbeeld, het werk van het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen: heeft de Boven opgeroepen dit te stoppen? Is er een mededeling geweest die zegt dit werk te staken? (Nee.) Hoe moeten leiders en werkers dit werk dan uitvoeren? Laat je niet alleen motiveren door een kortstondige bevlieging. Wanneer de werkregeling net is uitgevaardigd, ben je zeer enthousiast, proactief en gretig om dit werk uit te voeren. Maar als de Boven na een tijdje niet aanspoort, geen nieuwe instructies geeft of geen verdere richtlijnen voor deze werkregeling geeft, denk je misschien dat, aangezien de Boven niets nieuws heeft geregeld, je dit werk kunt negeren. Dit is niet acceptabel; dit is plichtsverzuim. Ongeacht hoelang dit werk al wordt geïmplementeerd, en ongeacht of de Boven gedurende die tijd navraag heeft gedaan naar, heeft aangespoord tot of de nadruk heeft gelegd op dit werk, zolang dit werk aan jou is toevertrouwd, moet je het op je schouders nemen en het voortdurend goed blijven uitvoeren. Wat betekent ‘voortdurend’? Het betekent dat zolang de Boven niet oproept tot een stop, leiders en werkers ononderbroken en voortdurend begeleiding, toezicht, aansporing, inspectie en opvolging van dit werk moeten bieden. Tenzij je aftreedt of wordt ontheven, is dit werk, zolang je je functie bekleedt, iets wat je als leider of werker goed moet doen. Het is ook een taak die je voortdurend moet implementeren en opvolgen. Hoe moet dit in praktijk worden gebracht? Telkens wanneer je een kerk bezoekt, moet je de plaatselijke leiders en de supervisor van dit werk vragen: “Hoe gaat het de laatste tijd met de getuigenisartikelen? Zijn er goede, relatief ontroerende getuigenisartikelen? Zijn er artikelen met bijzondere ervaringen?” Als ze zeggen dat die er zijn, moet je deze artikelen inkijken. Als ze inderdaad praktische ervaringen bevatten en mensen werkelijk opbouwen, moeten ze snel worden ingediend. Telkens wanneer je een kerk bezoekt, moet je eerst naar deze kwestie vragen. Dit is een specifieke taak die je moet implementeren, een verplichting die je niet kunt ontlopen – dit is je verantwoordelijkheid. Ongeacht of de Boven aanspoort of navraag doet naar deze kwestie, deze taak is inbegrepen in wat je moet doen. Als de broeders en zusters druk bezig zijn met het vervullen van hun plichten en geen tijd hebben om getuigenisartikelen te schrijven, moet je hen aansporen en zeggen: “Goede getuigenisartikelen schrijven is zeer bevorderlijk voor het binnengaan in het leven van Gods uitverkorenen, en het is ook een belangrijke plicht.” Sommige leiders zeggen echter: “De broeders en zusters hebben het gevoel dat ze al hun ervaringen hebben opgeschreven en niets meer te schrijven hebben.” Is deze uitspraak juist? In feite worden veel gedetailleerde ervaringen door mensen niet opgemerkt en over het hoofd gezien. Pas wanneer ze de ervaringsgetuigenissen van anderen lezen, herinneren ze zich dat zij ook soortgelijke ervaringen hebben gehad. Daarom vereist het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen zorgvuldig nadenken en overpeinzen. Er zijn vele ervaringsinzichten die het waard zijn om op te schrijven. Is ‘geen tijd hebben om te schrijven’ een geldige reden? Dit is een plicht die men behoort te vervullen. Hoe druk men het ook heeft, men moet er tijd voor vrijmaken. Als ze niet weten hoe ze getuigenisartikelen moeten schrijven, moeten ze het dicteren zodat iemand anders het kan redigeren; zo komt er een goed artikel tot stand. Op deze manier wordt, door jouw aansporing en begeleiding, weer een goed ervaringsgetuigenisartikel geschreven. Weet je hoeveel mensen dit artikel kan opbouwen? Hoeveel mensen er hulp en baat uit kunnen halen? Als je geen toezicht houdt en geen begeleiding biedt en de plaatselijke kerkleiders ook geen last op het hart dragen en denken dat de broeders en zusters al hun ervaringsgetuigenissen hebben opgeschreven en er geen artikelen meer te schrijven zijn, dan zal dit goede ervaringsgetuigenisartikel niet tot stand komen. Soms, wanneer je een kerk bezoekt, praten sommige broeders en zusters met je en zeggen: “Ik heb in mijn leven allerlei ontberingen doorstaan. Nadat ik in God ben gaan geloven, ben ik ook veel vervolgd. Elke stap van de weg is God mijn leidsman geweest. Ik heb Gods wonderbaarlijke daden gezien en ingezien dat alles door God is georkestreerd en dat God werkelijk de soevereiniteit over alles heeft – dit is absoluut waar!” Nadat ze je hun ervaring hebben verteld, vraag je of ze die als een artikel hebben opgeschreven, en dan zeggen ze: “Nee, ik heb een laag opleidingsniveau en kan niet schrijven. Bovendien zeggen anderen dat deze ervaring niet waardevol is.” “Hoe kan zo’n prachtige ervaring nu zonder waarde zijn?” zeg je dan. “Na elke stap van je ervaring heb je Gods soevereiniteit, Gods leiding en Gods beschikking diep gevoeld. Welke ervaring kan waardevoller zijn dan dit? Zulke ervaringen moeten worden opgeschreven en mogen niet verloren gaan.” Je regelt dan snel dat meer onderlegde broeders en zusters hen helpen het te redigeren. Binnen drie dagen is er een goed en uitstekend getuigenisartikel geschreven, dat vervolgens wordt verwerkt tot een ervaringsgetuigenisvideo. Iedereen die het ziet, zegt: “De ervaring van de hoofdpersoon is fantastisch! Het is zo opbouwend om te zien! Het toont werkelijk aan dat God soeverein is over alles – precies zo is het! Dit is nu nog meer bevestigd en ons geloof in God is toegenomen.” Anderen zeggen: “Dit ervaringsgetuigenisartikel is zeer praktisch geschreven en is erg ontroerend. Het zou nog beter zijn als er een film van werd gemaakt!” Vele broeders en zusters kijken er reikhalzend naar uit dat er snel een film van wordt gemaakt. Dus, omdat leiders en werkers het werk van de kerk met verantwoordelijkheid en trouw behandelden, kon een terloops gesprek leiden tot een goed artikel en goed materiaal voor een film. Dit is het beste getuigenis en het beste onderwerp om te getuigen van Gods soevereiniteit en beschikking. Zulke verhalen kunnen het geloof van zoveel mensen vergroten en velen opbouwen! Wat vind je ervan als leiders en werkers op deze manier werken? Ze houden zich in hun werk niet aan enige formaliteit. Waar ze ook gaan, ze stellen vragen, doen navraag en gaan om met de broeders en zusters, en mengen zich onder hen zonder zich verheven voor te doen. Ze hebben niet alleen een last op het hart, maar ook een sterk verantwoordelijkheidsgevoel. Door dit consequent te doen, boeken ze vanzelf resultaten. Zal God dit niet gedenken? Dit zijn toch goede daden? Zeg mij, is het zwaar om dit beetje werk te doen? Vereist het lijden? Vereist het dat je over bergen van zwaarden klimt of door zeeën van vuur waadt? Nee. Het is niet moeilijk. Het vereist alleen dat je je hart erin legt. Met dit werk in je hart, waar je ook gaat, stel je vragen en doe je navraag: “Hoe vordert het werk? Zijn er de laatste tijd goede getuigenisartikelen geweest? Weten jullie, voor broeders en zusters die ervaringen hebben, maar nog geen artikelen hebben geschreven, hoe je hen moet begeleiden om hun ervaringen te vertellen? Weten jullie hoe je hen moet helpen zich uit te drukken en hen moet begeleiden om ze op te schrijven?” Waar je ook gaat, je moet altijd over deze kwestie communiceren, dingen doen die met dit werk te maken hebben en woorden spreken die met dit werk te maken hebben. Maakt het op deze manier praktiseren het werk van leiders en werkers niet overvloediger? Zou er een situatie kunnen zijn waarin je niets om handen hebt? (Nee.) Kunnen leiders en werkers die op deze manier werken moe worden of sterven van uitputting? (Nee.) Ze zullen niet moe worden of sterven van uitputting, het werk zal resultaten hebben en God zal het gedenken. Als je op deze manier werkt, zullen velen worden opgebouwd en zullen de broeders en zusters het gevoel hebben dat het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen waardevol en zinvol is. Voorheen dachten ze dat hun ervaringen geen waarde hadden, maar door jouw begeleiding begrepen ze hoe ze ervaringsgetuigenisartikelen moeten schrijven. Dit is ook bevorderlijk voor hun binnengaan in het leven. Alleen wanneer je op deze manier werkt, vervul je de verantwoordelijkheden van leiders en werkers.

Hebben jullie door het communiceren over hoe leiders en werkers het werk moeten inspecteren, geleerd hoe jullie dat moeten doen? Het inspecteren van het werk gaat niet om het zoeken naar fouten of om muggenzifterij, maar om te zien hoe het werk is gedaan, of het werk is geregeld, of er iemand de leiding heeft over het werk, hoe het werk vordert, wat de voortgang is, of het soepel verloopt, of het werk in overeenstemming met de principes wordt gedaan, of het resultaten oplevert, enzovoort. Tegelijkertijd moet je de effectiviteit van het werk observeren, beoordelen en evalueren, om vervolgens betere en geschiktere manieren te vinden om het werk te implementeren. Voor een werkregeling, zoals de regeling voor het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen, geldt dat zolang de Boven niet heeft opgeroepen ermee te stoppen, dit werk voortdurend moet worden opgevolgd en geïmplementeerd, wat bevorderlijk is voor Gods uitverkorenen om het leven binnen te gaan. Als sommige mensen het gevoel hebben dat er al genoeg ervaringsgetuigenissen zijn en dat Gods uitverkorenen ze niet allemaal kunnen lezen, kan dit werk dan worden stopgezet? Het mag niet worden stopgezet. Hoe meer ervaringsgetuigenissen er zijn, hoe beter; hoe meer er zijn, hoe overvloediger ze zullen zijn – dit is wat Gods uitverkorenen het meest helpt de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Sommige nieuwe gelovigen zullen, na het lezen van deze ervaringsgetuigenissen, weten hoe ze Gods werk moeten ervaren. Nadat ze een periode van ervaring hebben doorgemaakt en resultaten hebben geboekt, zullen ze vanzelf in staat zijn om ervaringsgetuigenisartikelen te schrijven. Sommige mensen met oppervlakkige ervaringen kunnen ook worden opgebouwd door die relatief diepere ervaringsgetuigenissen te lezen, en ze kunnen diepere ervaringen bereiken en betere getuigenisartikelen schrijven. Deze getuigenissen komen zowel mensen binnen de religie als Gods uitverkorenen in Gods huis ten goede. Daarom mag het werk van het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen nooit stoppen. Leiders en werkers moeten dit werk voortdurend opvolgen en mogen het om geen enkele reden of excuus stopzetten. Dit is een belangrijk werkitem in de kerk. Leiders en werkers moeten het voortouw nemen in het schrijven van ervaringsgetuigenisartikelen. Deze praktijk onthult het best of ze de waarheidswerkelijkheid bezitten. Als ze geen ervaringsgetuigenisartikelen kunnen schrijven, voldoen ze niet aan de norm als leiders of werkers en kunnen ze geen praktisch werk verrichten; ze moeten van hun plicht worden ontheven en geëlimineerd. Nadat ze dit werk goed hebben gedaan, moeten leiders en werkers voortdurend verschillende kerken bezoeken om te informeren naar de voortgang van het werk. Ze kunnen vragen stellen en meer te weten komen over het werk: “De verschillende broeders en zusters in jullie kerk die relatief serieus zijn in hun streven, hebben allemaal enige ervaring – kunnen zij enkele getuigenisartikelen schrijven?” Ze moeten ook degenen die zojuist de ware weg hebben aanvaard, vragen hoe zij die hebben onderzocht en aanvaard, en of ze hun indrukken hierover kunnen opschrijven. Leiders en werkers moeten niet alleen voortdurend navraag doen, leren, opvolgen en dit werk implementeren, maar ze moeten ook inspecteren hoe goed de implementatie verloopt: “Hebben jullie er in deze periode voor gezorgd dat er mensen zijn om dit werk te doen? Hoeveel ervaringsgetuigenisartikelen zijn er geschreven? Hoeveel voldoen er aan de norm? Wat is het percentage artikelen dat aan de norm voldoet?” De supervisor antwoordt: “Na de laatste communicatie zijn er in onze kerk al enkele ervaringsgetuigenisartikelen geschreven, en een paar artikelen die aan de norm voldoen zijn ingediend. We zijn voortdurend met dit werk bezig geweest.” Dat is goed; dat betekent dat je deze taak naar behoren hebt uitgevoerd. Met dit in gedachten, bestaat er dan een direct verband tussen het vermogen van een kerk om oprechte ervaringsgetuigenisartikelen voort te brengen en de rol van leiders en werkers? Enerzijds moet je voortdurend communiceren over dit aspect van het werk; anderzijds moet je het goede voorbeeld geven, voortdurend navraag doen naar het werk, en ook deelnemen aan en het werk opvolgen. Nadat je het een periode hebt opgevolgd en deze kerk vervolgens hebt verlaten, moet je later terugkeren om de implementatie te inspecteren. Is dit niet wat leiders en werkers behoren te doen? Dit is de verantwoordelijkheid van leiders en werkers.

Elke werkregeling die door Gods huis wordt uitgevaardigd, moeten leiders en werkers serieus nemen en serieus implementeren. Je moet de werkregelingen regelmatig gebruiken om al het werk dat je hebt gedaan te vergelijken en te inspecteren. Je moet ook onderzoeken en nadenken over welke taken je in deze periode niet goed hebt gedaan of niet naar behoren hebt geïmplementeerd. Voor elke taak die door de werkregelingen is toegewezen en vereist en die is verwaarloosd, moet je dit snel goedmaken en er navraag naar doen. Als je bezig bent met een specifieke taak en niet weg kunt, kun je anderen toevertrouwen om het werk dat niet goed is gedaan te inspecteren en op te volgen. Geef niet alleen opdrachten en denk niet dat de taak is volbracht nadat je het werk hebt toegewezen en geregeld, om vervolgens met de armen over elkaar toe te kijken. Als leider ben je verantwoordelijk voor al het werk, niet slechts voor één taak. Als je ziet dat een bepaalde taak bijzonder belangrijk is, kun je toezicht houden op die taak, maar je moet ook tijd vinden om andere taken te inspecteren, te begeleiden en op te volgen. Als je er alleen genoegen mee neemt één taak goed te doen en de zaken dan als afgedaan beschouwt, en andere taken aan andere mensen toewijst zonder je erom te bekommeren of er navraag naar te doen, is dit onverantwoordelijk gedrag en plichtsverzuim. Als je een leider bent, dan is het, ongeacht voor hoeveel taken je verantwoordelijk bent, je verantwoordelijkheid om er voortdurend vragen over te stellen en er navraag naar te doen, en tegelijkertijd ook te inspecteren en problemen die zich voordoen onmiddellijk op te lossen. Dit is je taak. En dus, of je nu een regionale leider, districtsleider, kerkleider of een teamleider of supervisor bent, zodra je de reikwijdte van je verantwoordelijkheden kent, moet je regelmatig onderzoeken of je echt werk verricht, of je de verantwoordelijkheden hebt vervuld die door een leider of werker vervuld behoren te worden, en ook welke taken – van de verschillende die je zijn toevertrouwd – je niet hebt gedaan, welke je niet wilt doen, welke slechte resultaten hebben opgeleverd en van welke je de principes niet hebt begrepen. Dit zijn allemaal dingen die je vaak moet onderzoeken. Tegelijkertijd moet je leren met anderen te communiceren en vragen te stellen, en moet je leren hoe je in Gods woorden en de werkregelingen een plan, principes en een pad voor de praktijk kunt vinden. Voor elke werkregeling geldt, of die nu betrekking heeft op administratie, personeel of het kerkelijke leven, of op enig ander professioneel werk: als die de verantwoordelijkheden van leiders en werkers raakt, dan is het een verantwoordelijkheid die leiders en werkers behoren te vervullen en valt die binnen de reikwijdte van de verantwoordelijkheden van leiders en werkers: dit zijn de taken waar je je mee bezig moet houden. Vanzelfsprekend moeten er op basis van de situatie prioriteiten worden gesteld; geen enkel werk mag achterblijven. Sommige leiders en werkers zeggen: “Ik heb geen drie hoofden en zes armen. Er staan zoveel taken in de werkregeling; ik kan het absoluut niet aan als ik de leiding over allemaal krijg.” Als er enkele taken zijn waar je niet persoonlijk bij betrokken kunt zijn, heb je dan iemand anders geregeld om ze te doen? Heb je, nadat je deze regeling had getroffen, de zaak opgevolgd en navraag gedaan? Heb je hun werk gecontroleerd? Je had toch zeker de tijd om navraag te doen en te controleren? Absoluut! Sommige leiders en werkers zeggen: “Ik kan maar één taak tegelijk doen. Als je me vraagt te controleren, kan ik maar één taak tegelijk controleren; meer dan dat is onhaalbaar.” Als dat het geval is, ben je een nietsnut, je kaliber is extreem pover, je hebt geen werkvermogen, je bent niet geschikt om een leider of werker te zijn en je zou moeten aftreden. Doe gewoon wat werk dat bij je past – vertraag het werk van de kerk en de levensgroei van Gods uitverkorenen niet omdat je kaliber te pover is om werk te doen; als het je aan dit verstand ontbreekt, ben je egoïstisch en verachtelijk. Als je van een gemiddeld kaliber bent, maar in staat bent om rekening te houden met Gods bedoelingen, je bereid bent te oefenen en je onzeker voelt of je het werk goed kunt doen, dan moet je een paar mensen van goed kaliber zoeken om met je samen te werken. Dat is een goede aanpak en getuigt van verstand. Als je kaliber te pover is en je werkelijk niet in staat bent om dit werk op je te nemen, en toch deze positie wilt blijven bekleden en van de voordelen ervan wilt genieten, dan ben je iemand die egoïstisch en verachtelijk is. Leiders en werkers moeten een geweten en verstand bezitten – dit is van het allergrootste belang. Zonder zelfs maar deze menselijkheid kunnen ze absoluut geen leider of werker zijn, en zelfs als zo iemand een beetje werk doet, dan is hij een valse leider die alleen maar schade toebrengt aan Gods uitverkorenen en het werk van de kerk in gevaar brengt. Leiders en werkers moeten rekening houden met Gods bedoelingen; ze mogen absoluut niet dictatoriaal zijn en alles zelf op zich nemen, om uiteindelijk geen enkel werk goed te doen en al het werk van de kerk te vertragen, evenals het binnengaan in het leven door Gods uitverkorenen. Zou dat geen grote overtreding zijn? Daarom kunnen mensen met een te pover kaliber absoluut geen leiders en werkers zijn. Degenen die een Godvrezend hart ontberen en die geen rekening kunnen houden met Gods bedoelingen, kunnen al helemaal geen leiders en werkers zijn; zij kunnen niet de leiding krijgen over enige taak. Als leiders en werkers is het belangrijk om zelfbewustzijn te hebben. Als je geen echt werk kunt verrichten, maar toch alles zelf op je wilt nemen en graag geniet van de voordelen van status, dan is dat de ware definitie van een valse leider en moet je van je plicht worden ontheven en geëlimineerd.

Hebben jullie, na de communicatie over de verantwoordelijkheden die leiders en werkers moeten vervullen met betrekking tot de werkregelingen van Gods huis, nu een pad voor hoe leiders en werkers de werkregelingen moeten behandelen en implementeren? (Ja.) Zijn er moeilijkheden? Van de verschillende taken die zijn uiteengezet binnen de verantwoordelijkheden van leiders en werkers waarover we hebben gecommuniceerd, richten sommigen zich misschien slechts op een of twee aspecten, terwijl anderen misschien niet eens in staat zijn een of twee aspecten te volbrengen. Leiders en werkers die zich op een of twee aspecten van het werk kunnen richten, voldoen in principe aan de norm, als ze voldoende kaliber hebben en ook kunnen leren andere aspecten van het werk op te volgen. Als ze echter alleen op het niveau blijven van het verkondigen van doctrines en het houden van bijeenkomsten, maar geen specifiek werk kunnen doen, en zich, wanneer hun wordt gevraagd deel te nemen aan het inspecteren en opvolgen van specifieke taken, zorgen maken, zonder plannen, stappen of paden om te volgen, en niet weten wat te doen, dan duidt dit op een pover kaliber. Kunnen mensen met een pover kaliber werkregelingen implementeren? (Nee.) Zulke leiders en werkers voldoen niet aan de norm. Hoe moeten jullie met zulke leiders en werkers omgaan? Zeg tegen hen: “De werkregelingen zijn uitgevaardigd en we hebben een duidelijk begrip van welke taken we moeten uitvoeren en welke principes we moeten handhaven, maar jij weet niet wat je moet doen en hebt geen pad om te volgen. En dan heb je nog het lef om met ons te communiceren en preken te houden. Treed onmiddellijk af! Je bent niet geschikt om een leider of werker te zijn, je kunt deze verantwoordelijkheid niet vervullen. Draag die snel over aan iemand die bekwaam is! Stop met hier slogans te roepen, niemand wil luisteren!” Is dit een gepaste manier om het aan te pakken? (Ja.) Als je het werk niet kunt doen, wat heeft het dan voor zin om blindelings slogans te roepen! Iedereen kan de woorden in de werkregelingen lezen; iedereen kan doctrines napraten – het gaat erom hoe je het daadwerkelijk doet. Als je het niet kunt, dan ben je niet geschikt om een leider of werker te zijn. Geen enkele taak is zo eenvoudig als een plus een is twee. Elke taak vereist dat leiders en werkers specifieke implementatieplannen ontwikkelen binnen de reikwijdte van de principes, op basis van de specifieke situatie. Tegelijkertijd moeten ze weten hoe ze toezicht moeten houden, moeten inspecteren en opvolgen totdat het werk naar behoren is geïmplementeerd, volledig voldoet aan de vereisten van de werkregelingen, vrucht draagt en resultaten oplevert. Alleen dan hebben ze de verantwoordelijkheden van leiders en werkers vervuld; alleen dan voldoen ze aan de norm als leiders en werkers.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Gerelateerde inhoud

Neem contact op via Messenger