De verantwoordelijkheden van leiders en werkers (10) Sectie één

Punt negen: De verschillende werkregelingen van Gods huis nauwkeurig doorgeven, uitvaardigen en implementeren in overeenstemming met de vereisten van dat huis. Geef daarbij begeleiding, houd toezicht en spoor aan, inspecteer de status van de implementatie en volg deze op (deel 2)

Begeleiding, toezicht en aansporing bieden bij de implementatie van werkregelingen, en de status van de implementatie inspecteren en opvolgen

Vandaag zullen we verder communiceren over de negende verantwoordelijkheid van leiders en werkers: ‘De verschillende werkregelingen van Gods huis nauwkeurig doorgeven, uitvaardigen en implementeren in overeenstemming met de vereisten van dat huis. Geef daarbij begeleiding, houd toezicht en spoor aan, inspecteer de status van de implementatie en volg deze op’. De vorige keer hebben we voornamelijk gecommuniceerd over de diverse inhoud en specifieke items in de werkregelingen die mensen moeten begrijpen, evenals de meest elementaire verantwoordelijkheden van leiders en werkers, namelijk het doorgeven, uitvaardigen en implementeren van de werkregelingen. Vandaag zullen we specifiek communiceren over hoe leiders en werkers begeleiding moeten geven, toezicht moeten houden en moeten aansporen, en hoe ze de status van de implementatie van werkregelingen moeten inspecteren en opvolgen nadat die zijn uitgevaardigd. Hoe leiders en werkers de werkregelingen moeten behandelen, en hoe ze die nauwkeurig moeten implementeren en uitvoeren volgens de vereisten van de Boven en de voorgeschreven stappen, zodra ze de betekenis van de werkregelingen begrijpen: dit zijn de waarheidsprincipes die leiders en werkers door middel van communiceren dienen te begrijpen. Ze moeten deze principes beheersen om de diverse items van het kerkwerk goed te kunnen verrichten. Leiders en werkers moeten weten dat de basisvereiste van Gods huis voor hen die deze rol vervullen, voornamelijk is dat ze hun werk verrichten met de verschillende werkregelingen als centraal punt. Het is niet de bedoeling dat ze hun eigen zaakjes uitvoeren of dingen doen volgens hun eigen verlangens, en het is zeker niet de bedoeling dat ze zelf maar wat aanmodderen bij al het werk dat ze doen. Natuurlijk is het ook niet de bedoeling dat ze iets uitvinden of creëren. In plaats daarvan is het de bedoeling dat ze specifiek en gedetailleerd werken op basis van de werkregelingen van Gods huis. Hoe moet het werk specifiek worden gedaan? Welke details zijn erbij betrokken? Het antwoord op deze vragen ligt in de vereisten van de negende verantwoordelijkheid: naast het doorgeven, uitvaardigen en implementeren van de verschillende werkregelingen van Gods huis, moeten leiders en werkers ook begeleiding, toezicht en aansporing bieden, en de status van de implementatie inspecteren en opvolgen. Dit zijn de specifieke paden van de praktijk voor leiders en werkers om de werkregelingen te implementeren. Vervolgens zullen we ze een voor een bespreken.

Nadat de werkregelingen zijn uitgevaardigd, moeten leiders en werkers eerst nadenken over en communiceren over de verschillende vereisten en principes die daarin worden voorgesteld. Vervolgens moeten ze paden en praktijkplannen vinden om het werk specifiek te implementeren. Ten eerste moeten ze weten wat de werkregelingen vereisen, welk specifiek werk er moet worden gedaan en wat de bijbehorende principes zijn, evenals op welke mensen en welk aspect van het werk de werkregelingen gericht zijn. Dit is wat leiders en werkers als eerste moeten doen nadat ze de werkregelingen hebben ontvangen. Ze moeten de werkregelingen niet zomaar vluchtig doornemen en ze dan aan iedereen voorlezen, of ze doorgeven en iedereen over het werk informeren en het dan als afgedaan beschouwen. Dit is slechts het doorgeven en uitvaardigen van de werkregelingen; het is niet de implementatie ervan. De eerste specifieke taak bij de implementatie is dat leiders en werkers de specifieke inhoud van de werkregelingen, Gods vereisten en doelen voor deze onderdelen van het kerkwerk en de betekenis van het uitvoeren van dit werk leren kennen, en vervolgens specifieke uitvoerings- en implementatieplannen ontwikkelen. Dit is de eerste stap. Is de eerste stap gemakkelijk te volbrengen? (Ja.) Zolang je geschreven woorden en mensentaal kunt begrijpen, zou de eerste stap gemakkelijk te volbrengen moeten zijn. Natuurlijk vereist het volbrengen van de eerste stap ook dat leiders en werkers een serieuze, oprechte, verantwoordelijke en nauwgezette houding ten opzichte van het werk hebben, in plaats van verward en plichtmatig te zijn of het slechts voor de vorm te doen. Ongeacht of de werkregeling al eerder is genoemd of niet, of het voor mensen gemakkelijk of enigszins moeilijk is om te bereiken, of mensen bereid zijn het te doen of niet – hoe dan ook, leiders en werkers mogen geen oppervlakkige houding hebben ten opzichte van het kerkelijke werk, door alleen maar wat doctrines uit te spreken, slogans te roepen of wat oppervlakkige inspanningen te leveren om er op een plichtmatige manier mee om te gaan. Wat is de houding die mensen zouden moeten hebben? Ten eerste moeten ze een serieuze, oprechte, verantwoordelijke en nauwgezette houding hebben. Betekent het hebben van deze houding dat iemand de specifieke items in de werkregelingen goed kan implementeren? Nee, dit is slechts de houding die mensen zouden moeten hebben bij het doen van welk werk dan ook; het kan de daadwerkelijke implementatie van specifieke taken niet vervangen. Zodra ze deze houding hebben en ook de specifieke inhoud, vereisten en principes van de werkregelingen begrijpen, is de volgende stap voor leiders en werkers hoe ze de specifieke taken in de werkregelingen implementeren. Wat moet er als eerste worden gedaan? Ze moeten het voorbereidende werk goed doen; dit is erg belangrijk. Ten eerste moeten ze de leiders, werkers en supervisors bijeenbrengen om te communiceren over de specifieke beoefeningsprincipes voor deze taken. Vervolgens moeten ze specifieke regelingen en plannen ontwikkelen. Tegelijkertijd moeten ze de suggesties of ideeën van Gods uitverkorenen over deze plannen inwinnen. Iedereen moet dan samen zoeken en communiceren totdat alle vereisten en principes die in de werkregelingen worden voorgesteld, begrepen en duidelijk zijn, en iedereen weet hoe deze werkregelingen moeten worden geïmplementeerd en in praktijk worden gebracht – dan wordt de eerste stap van de implementatie van de werkregelingen als voltooid beschouwd. Dus, zodra iedereen weet hoe de werkregelingen moeten worden geïmplementeerd, betekent dat dan dat de taak van de implementatie van de werkregelingen voltooid is? Nee, dat betekent het niet. Sommige gedetailleerde kwesties en speciale situaties worden niet genoemd in de werkregelingen, maar het zijn problemen die wel degelijk moeten worden opgelost. Tijdens het communiceren over de werkregelingen moeten leiders en werkers deze speciale situaties, deze kwesties die opgelost moeten worden, aan het licht brengen, de waarheid zoeken om die grondig op te lossen, en tegelijkertijd moeten ze er ook specifieke implementatieplannen voor ontwikkelen. Op deze manier zullen leiders en werkers op alle niveaus, wanneer ze de werkregelingen implementeren, weten welke principes ze moeten volgen en welke problemen ze moeten oplossen. Dit is het minimale begrip en de minimale houding die leiders en werkers ten opzichte van de werkregelingen zouden moeten hebben. Deze taak kan worden beschouwd als het startpunt voor leiders en werkers om te leren hoe ze kerkelijk werk moeten doen. Door te zoeken, te communiceren, begeleiding te bieden en regelingen te treffen, leren ze om enkele daadwerkelijke moeilijkheden en speciale situaties te behandelen en aan te pakken volgens de waarheidsprincipes. Alleen dan kunnen ze de werkregelingen werkelijk implementeren.

I. Begeleiding bieden

Wanneer je voor het eerst begeleiding biedt bij een taak, moet je, naast het aanbieden van specifieke implementatieplannen voor speciale situaties, meer specifieke en gedetailleerde begeleiding bieden aan leiders en werkers met een gemiddeld kaliber en een relatief pover werkvermogen. Hoewel deze mensen de principes en specifieke implementatieplannen voor een taak op het vlak van doctrine misschien wel begrijpen, weten ze bij de daadwerkelijke implementatie nog steeds niet hoe ze die in praktijk moeten brengen. Hoe moet je omgaan met die enkele leiders en werkers die een pover kaliber hebben en geen werkvermogen bezitten? Sommige mensen zeggen: “Als iemand met een pover kaliber het werk niet kan doen, waarom zoek je dan niet gewoon iemand met een beter kaliber om die persoon te vervangen?” De moeilijkheid ligt hierin: sommige kerken kunnen niemand vinden die beter is. In die kerken gelooft iedereen ongeveer even lang in God en is hun gestalte min of meer gelijk; met name het kaliber en het werkvermogen van iedereen is gemiddeld. Om iemand te vinden die beter is, zou je mensen uit andere kerken moeten overplaatsen, maar dat komt daar niet zo goed uit en er zijn geen echt geschikte kandidaten. Je kunt alleen relatief geschikte kandidaten uit de plaatselijke kerk selecteren. Als hun werk niet aan de vereiste normen voldoet, wat moet er in zulke situaties dan worden gedaan? Je moet hen specifiek vertellen hoe ze het werk moeten doen en hoe ze het moeten implementeren. Je moet hen vertellen wie voor deze taak moet worden aangesteld en verantwoordelijk moet worden gemaakt, en welke mensen moeten worden geselecteerd om eraan samen te werken. Leg hun al deze details uit en laat hen dit uitvoeren. Waarom moet het op deze manier worden gedaan? Omdat de leden van de plaatselijke kerk over het algemeen slechts zeer oppervlakkige ervaring hebben en geen werkvermogen bezitten, waardoor het onmogelijk is om geschikte leiders en werkers te selecteren. Alleen door op deze manier te werken, kunnen de werkregelingen worden geïmplementeerd. Als je niet op deze manier werkt en deze mensen op dezelfde manier behandelt als andere leiders en werkers, door hun alleen de specifieke principes en plannen te vertellen en geen onderscheid te maken, dan zullen de werkregelingen niet worden geïmplementeerd. Als je hier geen aandacht aan besteedt, is dat dan geen plichtsverzuim? (Ja.) Dit is een verantwoordelijkheid van leiders en werkers. Sommige leiders en werkers zeggen: “Anderen weten hoe ze de werkregelingen moeten implementeren en in praktijk moeten brengen; waarom weet deze persoon dat niet? Als hij het niet weet, doe ik geen moeite voor hem. Het is niet mijn verantwoordelijkheid. Ik heb in ieder geval mijn deel gedaan.” Houdt deze redenering stand? (Nee.) Stel bijvoorbeeld dat een moeder drie kinderen heeft, en een van hen is zwak, wordt altijd ziek en wil niet eten. Als de moeder toestaat dat dit kind niet eet, zal dat kind misschien niet lang overleven. Wat moet ze doen? Als moeder moet ze speciale zorg besteden aan dat zwakke kind. Stel dat de moeder zegt: “Het is al goed genoeg dat ik mijn kinderen gelijk behandel. Ik heb dit kind gebaard en eten voor hem klaargemaakt. Ik heb mijn verantwoordelijkheid vervuld. Het kan me niet schelen of hij eet of niet. Als hij niet eet, laat hem dan maar honger hebben, en als hij echt hongerig genoeg is, zal hij wel eten.” Wat vind je van zo’n moeder? (Ze is onverantwoordelijk.) Bestaan er zulke moeders? Alleen een domme vrouw of een stiefmoeder zou zo zijn. Als ze de biologische moeder is en niet dom is, zou ze haar eigen kind nooit zo behandelen, toch? (Juist.) Als een kind zwak is, altijd ziek wordt en niet graag eet, moet de moeder meer zorg en moeite investeren. Ze moet manieren vinden om het kind aan het eten te krijgen, ze moet koken wat het kind maar wil eten, speciale maaltijden voor hem bereiden, en als het kind niet wil eten, moet ze hem overhalen. Wanneer hij achttien of negentien jaar oud is en zijn lichaam gezond is als dat van een normale volwassene, kan de moeder ontspannen en een stap terug doen, en hoeft ze dit kind geen speciale zorg meer te geven. Als een moeder een kind met speciale behoeften zo kan behandelen en haar verantwoordelijkheid kan vervullen, hoe zit het dan met een leider of werker? Als je niet eens de liefde van een moeder voor de broeders en zusters hebt, dan ben je gewoon onverantwoordelijk. Je moet de verantwoordelijkheden vervullen die je hoort te vervullen; je moet rekening houden met de kerken waar degenen die relatief zwak zijn en een relatief pover werkvermogen bezitten de leiding hebben. Leiders en werkers moeten speciale aandacht besteden aan en speciale begeleiding geven in deze zaken. Waar verwijst speciale begeleiding naar? Naast het communiceren over de waarheid, moet je ook meer specifieke en gedetailleerde instructies en hulp bieden, wat meer inspanning vereist op het gebied van communicatie. Als je hun het werk uitlegt en ze het nog steeds niet begrijpen en niet weten hoe ze het moeten implementeren, of zelfs als ze het op het vlak van doctrine begrijpen en lijken te weten hoe ze het moeten implementeren, maar je nog steeds onzeker en een beetje bezorgd bent over hoe de daadwerkelijke implementatie zal verlopen, wat moet je dan doen? Je moet persoonlijk naar de plaatselijke kerk gaan om hen te begeleiden en de taak samen met hen te implementeren. Vertel hen de principes terwijl je specifieke regelingen treft voor de taken die moeten worden gedaan volgens de vereisten van de werkregelingen, zoals wat er eerst en wat er daarna moet gebeuren, en hoe je mensen op de juiste manier inzet: organiseer al deze dingen goed. Dit is hen praktisch begeleiden in hun werk, in tegenstelling tot alleen maar slogans roepen of willekeurige bevelen geven, en hun de les lezen met wat doctrines en dan je werk als gedaan beschouwen: dat is geen uiting van specifiek werk verrichten, en slogans roepen en mensen commanderen behoren niet tot de verantwoordelijkheden van leiders en werkers. Pas wanneer de leiders of supervisors van de plaatselijke kerk het werk op zich kunnen nemen, het werk op de rails staat en er in principe geen grote problemen meer zijn, kan de leider of werker vertrekken. Dit is de eerste specifieke taak die wordt genoemd in de negende verantwoordelijkheid van leiders en werkers voor de implementatie van de werkregelingen: begeleiding bieden. Dus hoe moet er precies begeleiding worden geboden? Leiders en werkers moeten eerst oefenen in het nadenken over en communiceren over de werkregelingen, de diverse specifieke vereisten van de werkregelingen leren kennen en bevatten, en de principes binnen de werkregelingen begrijpen en beheersen. Vervolgens moeten ze samen met leiders en werkers op alle niveaus communiceren over specifieke plannen voor de implementatie van de werkregelingen. Daarnaast moeten ze specifieke implementatieplannen bieden voor speciale situaties en tot slot moeten ze meer gedetailleerde en specifieke hulp en instructies geven aan leiders en werkers die relatief zwak zijn en een relatief pover kaliber hebben. Als sommige leiders en werkers de taak totaal niet kunnen implementeren, wat moet er in zulke situaties dan worden gedaan? De leiders en werkers van een hoger niveau moeten naar de kerk gaan en persoonlijk aan de taak deelnemen, de daadwerkelijke problemen oplossen door over de waarheid te communiceren, en hen laten leren hoe ze het werk moeten doen en hoe ze het werk volgens de principes moeten implementeren. Deze stappen zijn in woorden duidelijk uiteengezet, maar is het gemakkelijk om ze te implementeren? Zijn er moeilijkheden aan verbonden? Sommigen zeggen misschien: “Je laat het eenvoudig klinken, maar de implementatie is niet zo gemakkelijk. Soms zijn de werkregelingen erg ingewikkeld en weet niemand hoe ze moeten worden geïmplementeerd!” Alleen al de eerste taak – communiceren over de specifieke vereisten van de werkregelingen en op een praktische manier begeleiding bieden – vinden sommige leiders en werkers behoorlijk zwaar. Ze zeggen: “Ik heb deze specifieke taken nog nooit gedaan, dus ik weet niet hoe ik erover moet communiceren en begeleiding moet bieden. Ze moeten gewoon de exacte woorden van de werkregelingen volgen: waar valt erover te communiceren? Is dat niet slechts een formaliteit?” Ze weten niet hoe ze moeten communiceren, ze weten alleen hoe ze slogans moeten roepen: “We moeten dit werk goed implementeren! Dit is Gods vereiste voor ons. We moeten absoluut standhouden, aan Gods vereisten voldoen en Gods verwachtingen van ons niet teleurstellen. Hoe jullie het moeten doen, dat moeten jullie zelf maar uitzoeken.” Wat is het probleem met mensen die zulke dingen zeggen? Kunnen zij het werk doen? Hebben zij werkvermogen? Is hun kaliber pover? (Ja, dat is het.)

Ongeacht wat er gebeurt, of het nu een grote of kleine zaak is, je moet tot God bidden en bij Hem zoeken, en er zorgvuldig en grondig over nadenken en het overwegen, voordat je een oordeel velt. Als iemand geen normaal denkvermogen heeft, is het des te belangrijker dat hij tot God bidt, om Gods hulp vraagt en vaker zoekt bij degenen die de waarheid begrijpen. Bovendien moet je voor belangrijke zaken in het kerkelijke werk en belangrijke zaken die je tegenkomt bij het vervullen van je plicht, communiceren en overleggen met de relevante personen om tot een consensus te komen en uiteindelijk een specifiek en haalbaar praktijkplan te ontwikkelen. Dit plan moet een consensus zijn die is bereikt door zorgvuldige overweging en overleg, en het moet standhouden ten overstaan van leiders en werkers van elk niveau. Degenen die specifieke praktijkplannen kunnen ontwikkelen die standhouden, worden beschouwd als mensen met een normaal denkvermogen. Als er, wanneer je met problemen wordt geconfronteerd, groot of klein, niets concreets in je gedachten is, en je geen specifieke praktijkprincipes kunt bedenken, maar slechts eenvoudige theoretische slogans gebruikt ter vervanging van principes voor het aanpakken van problemen, kun je dan je werk goed doen? Heeft zo iemand het vermogen om te denken en het vermogen om dingen te doordenken? (Nee.) Wat voor soort persoon heeft geen denkvermogen? (Iemand met een pover kaliber.) Dit is wat het betekent om iemand met een pover kaliber te zijn. Laten we een voorbeeld nemen. Stel dat je in het buitenland woont en op een dag plotseling een dagvaarding van de rechtbank ontvangt. Dat is nogal onverwacht en plotseling, nietwaar? Ten eerste heb je niets illegaals gedaan. Ten tweede heb je geen rechtszaken aangespannen, noch heb je gehoord dat iemand je ergens van beschuldigt. Je ontvangt de dagvaarding zonder enige kennis van de omstandigheden eromheen. Wat is het eerste gevoel dat een gemiddeld persoon zou hebben wanneer hij met zo’n situatie wordt geconfronteerd? Verstrikt raken in juridische zaken zou hem enige paniek, zorg en vrees bezorgen; het zou hem het gevoel geven overrompeld te zijn en hij zou niet echt in de stemming zijn om te eten. Of iemand nu belangrijk is of niet, moedig of timide, een volwassene of een minderjarige, niemand wil zo’n situatie meemaken, want het is niets goeds. Geconfronteerd met deze situatie reageren mensen op twee verschillende manieren. Het eerste soort persoon denkt: ik heb niets illegaals gedaan, noch heb ik enige overheidsvoorschriften overtreden. Waar zou ik bang voor moeten zijn? Dit is een rechtsstaat, waar alles op bewijs is gebaseerd. Aangezien ik niets verkeerds heb gedaan, zullen ze geen bewijs tegen me hebben, zelfs als ze me vervolgen. Ik heb niets te vrezen. Wat kan een dagvaarding doen? Een oprechte persoon hoeft geen beschuldigingen te vrezen. Ik huur een advocaat in om me te verdedigen; er zullen geen problemen zijn. Nadat hij dit heeft doordacht, voelt hij geen druk in zijn hart en blijft zijn dagelijks leven ongestoord. Dit is de reactie van één soort persoon. Laten we nu kijken naar de reactie van het tweede soort persoon. Na ontvangst van de dagvaarding denkt hij: ik heb geen wetten overtreden, noch heb ik misdaden begaan, dus waar zou dit over kunnen gaan? Zou het kunnen zijn omdat ik in God geloof? In God geloven is niet illegaal. Is het mogelijk dat iemand me opzettelijk in de val heeft gelokt en me heeft aangegeven? Dat lijkt waarschijnlijker. Maar zou het iets anders kunnen zijn? Ik moet een advocaat raadplegen en hem vragen naar de rechtbank te gaan om uit te zoeken waarom ik de dagvaarding heb ontvangen en wie de eiser is. Ik moet dit tot op de bodem uitzoeken voordat ik een tegenmaatregel bepaal. Als de advocaat zegt dat het verband houdt met mijn geloof in God, dan moet ik snel mensen zoeken om een tegenmaatregel te bedenken en ook haast maken om alle boeken of andere dergelijke dingen die met mijn geloof te maken hebben te verbergen, om te voorkomen dat mijn vijand iets vindt om tegen me te gebruiken. Na deze eerste gedachten heeft hij, hoewel hij nog geen definitieve conclusies of nauwkeurige oordelen heeft getrokken over het ontvangen van de dagvaarding, al een duidelijk idee van het specifieke praktijkplan: wat te doen voor plan A, wat te doen voor plan B, en als beide niet haalbaar zijn, wat hij dan moet doen. Hij overweegt elke stap grondig en zorgvuldig; hij kalmeert eerst zijn geest en bidt stil in zijn hart, en dan, nadat hij tot rust is gekomen, gaat hij onmiddellijk aan de slag om deze zaak af te handelen. Binnen een dag hebben ze al deze zaken uitgezocht en weten ze hoe ze verder moeten. Ongeacht wat de uiteindelijke uitkomst van deze zaak is, laten we eerst naar deze twee soorten mensen kijken. Wie van hen heeft het vermogen om problemen te doordenken? Wie heeft kaliber? (De tweede persoon.) Het is duidelijk dat de tweede persoon kaliber heeft. Alleen moed en vastberadenheid hebben wanneer je een situatie tegenkomt, staat niet gelijk aan het hebben van kaliber. Men moet kunnen denken, onderscheidingsvermogen bezitten en het vermogen hebben om problemen aan te pakken. In het denkproces moeten ze in staat zijn om specifieke oordelen te vellen en specifieke operationele plannen te ontwikkelen. Alleen zo iemand heeft kaliber. Oppervlakkig gezien lijken ze misschien erg timide, handelen ze voorzichtig en zorgvuldig, zelfs bij kleine zaken, en beschouwen ze die als belangrijk. Maar de methode en de manier waarop ze problemen aanpakken, bewijst dat deze persoon het vermogen heeft om te denken en het vermogen heeft om problemen te doordenken en aan te pakken. Daarentegen is het eerste soort persoon erg moedig en nergens bang voor. Wanneer ze een situatie tegenkomen, denken ze eenvoudig: ik heb niets verkeerds gedaan. Wat er ook misgaat, er zal altijd wel iemand zijn die bekwamer is om het op te lossen. Waar zou ik bang voor moeten zijn? Ze zijn zorgeloos en leiden een gemakkelijk leven, maar zijn ze niet een beetje dwaas moedig en wat dom? Dit soort persoon roept luidkeels slogans, en wat ze zeggen is niet verkeerd, maar wat ontbreekt er bij hen? (Ze hebben geen normaal denkvermogen en het ontbreekt hun aan het vermogen om problemen te doordenken.) Waarin uit zich hun gebrek aan normaal denkvermogen? Wanneer ze een situatie tegenkomen, of het nu iets is dat plotseling is gebeurd of iets waar ze al van wisten, kunnen ze het niet doordenken of een oordeel vellen, dus zullen ze vanzelfsprekend geen plan hebben om het probleem aan te pakken of het vermogen hebben om het op te lossen. Dit is overduidelijk. Van buitenaf gezien lijkt dit soort persoon welbespraakt, kan hij doctrines verkondigen en kan hij ook het moreel opkrikken; hij lijkt het kaliber te hebben om een leider te zijn. Maar wanneer hij met problemen wordt geconfronteerd, kan hij de essentie van de problemen niet doorgronden en kan hij niet over de waarheid communiceren om ze op te lossen. Hij kan alleen wat woorden en doctrines uitspreken en slogans roepen. Oppervlakkig gezien lijkt hij scherpzinnig, maar wanneer hij problemen tegenkomt, kan hij de oorzaken van de problemen niet analyseren of beoordelen, noch kan hij de ernstige gevolgen inschatten die zullen optreden als de problemen zich blijven ontwikkelen. Hij kan deze zaken niet in zijn hoofd ordenen, laat staan de problemen oplossen. Zo iemand lijkt welbespraakt, maar heeft in werkelijkheid een pover kaliber en kan geen praktisch werk verrichten. Evenzo zijn er leiders en werkers die, na ontvangst van een werkregeling, die alleen maar kunnen lezen en letterlijk uitleggen. Ze vaardigen de werkregeling misschien uit en communiceren in bijeenkomsten over de kernpunten ervan, maar ze weten niet hoe ze specifieke regelingen moeten treffen en specifieke begeleiding moeten bieden voor de vereisten, principes, aandachtspunten en speciale situaties van de werkregeling. Ze hebben geen plannen, geen ideeën en geen vermogen om problemen op te lossen. Zulke mensen hebben een pover kaliber. Bij de implementatie van werkregelingen is de eerste taak die leiders en werkers moeten uitvoeren – begeleiding bieden – niet gemakkelijk of eenvoudig. Deze eerste taak test of een leider of werker het kaliber en het werkvermogen heeft dat hij zou moeten hebben. Als leiders en werkers dit kaliber en dit werkvermogen niet hebben, zullen ze niet in staat zijn om specifieke begeleiding te bieden voor de werkregelingen of die te implementeren.

II. Toezicht houden en aansporen

Vervolgens communiceren we over de taak van ‘toezicht’. Afgaande op de letterlijke betekenis, betekent toezicht inspectie: controleren welke kerken de werkregelingen hebben geïmplementeerd en welke niet, wat de voortgang van de implementatie is, welke leiders en werkers praktisch werk verrichten en welke niet, en of er leiders of werkers zijn die de werkregelingen louter doorgeven zonder aan de concrete taken deel te nemen. Toezicht is een concrete taak. Naast het toezicht op de implementatie van werkregelingen – of ze zijn geïmplementeerd, de snelheid van de implementatie, de kwaliteit van de implementatie en de behaalde resultaten – moeten hogergeplaatste leiders en werkers controleren of de leiders en werkers de werkregelingen strikt volgen. Sommige leiders en werkers zeggen ogenschijnlijk dat ze bereid zijn de werkregelingen te volgen, maar nadat ze met een bepaalde omgeving worden geconfronteerd, zijn ze bang om gearresteerd te worden en zijn alleen nog bezig met onderduiken, waarbij ze de werkregelingen allang naar de achtergrond hebben verdrongen; de problemen van de broeders en zusters blijven onopgelost en ze weten niet wat de werkregelingen voorschrijven of wat de praktijkprincipes zijn. Dit toont aan dat de werkregelingen totaal niet zijn geïmplementeerd. Andere leiders en werkers hebben meningen, noties en weerstand tegen sommige van de vereisten in de werkregelingen. Wanneer het tijd is om ze te implementeren, wijken ze af van de ware betekenis van de werkregelingen en doen ze de dingen volgens hun eigen ideeën, waarbij ze de zaken slechts voor de vorm afhandelen en afraffelen om er maar vanaf te zijn, of ze gaan hun eigen weg en doen de dingen zoals het hun uitkomt. Al dergelijke situaties vereisen toezicht door hogergeplaatste leiders en werkers. Het doel van toezicht is om de concrete taken die de werkregelingen vereisen, beter en zonder afwijking volgens de principes te implementeren. Tijdens het uitoefenen van toezicht moeten hogergeplaatste leiders en werkers vooral nagaan of er iemand is die geen praktisch werk verricht of onverantwoordelijk en traag is in de implementatie van de werkregelingen; of iemand een weerstandige houding toont ten aanzien van de werkregelingen en onwillig is ze te implementeren of ze selectief implementeert, of simpelweg de werkregelingen helemaal niet volgt en in plaats daarvan zijn eigen zaakjes uitvoert; of iemand de werkregelingen achterhoudt en ze alleen volgens zijn eigen ideeën doorgeeft, en Gods uitverkorenen niet de ware betekenis en de concrete vereisten van de werkregelingen laat weten – alleen door op deze kwesties toe te zien en ze te inspecteren, kunnen hogergeplaatste leiders weten wat er werkelijk aan de hand is. Als hogergeplaatste leiders geen toezicht en inspectie uitvoeren, kunnen deze problemen dan worden vastgesteld? (Nee.) Dat kan niet. Daarom moeten leiders en werkers niet alleen de werkregelingen van niveau tot niveau doorgeven en begeleiding bieden, maar ook van niveau tot niveau toezicht houden op het werk bij de implementatie van de werkregelingen. Regionale leiders moeten toezicht houden op het werk van districtsleiders, districtsleiders moeten toezicht houden op het werk van kerkleiders, en kerkleiders moeten toezicht houden op het werk van elke groep. Toezicht moet van niveau tot niveau worden uitgevoerd. Wat is het doel van toezicht? Het doel is de accurate implementatie van de inhoud van de werkregelingen volgens hun concrete vereisten te vergemakkelijken. Daarom is de taak van toezicht erg belangrijk. Wanneer leiders en werkers toezicht houden, moeten ze, als de omgeving het toelaat, naar de kerken gaan om van dichtbij in contact te komen met degenen die het daadwerkelijke werk doen. Ze moeten vragen stellen, observeren, navraag doen, zich informeren en de situatie van de implementatie van het werk doorgronden. Tegelijkertijd moeten ze te weten komen welke moeilijkheden en gedachten de broeders en zusters hebben met betrekking tot dit werk en of ze de principes van dit werk hebben begrepen. Dit zijn allemaal concrete taken die leiders en werkers moeten uitvoeren. Vooral bij degenen met een relatief pover kaliber en povere menselijkheid, die enigszins onverantwoordelijk, ontrouw en relatief laks zijn in hun werk, moeten leiders en werkers nog meer toezicht houden op hun werk en het begeleiden. Hoe moeten toezicht en begeleiding worden uitgevoerd? Stel dat je zegt: “Schiet op! De Boven wacht op ons werkverslag. Dit werk heeft een deadline; treuzel niet!” Zou deze manier van aansporen werken? Betekent aansporen alleen maar een beetje aandringen, en dat is alles? Wat is de betere manier om aan te sporen? Nemen jullie, wanneer jullie werken, aansporing op als onderdeel van jullie taken? (Ja. Als ik zie dat sommige taken niet tijdig worden uitgevoerd, zal ik proberen te begrijpen waarom ze die niet uitvoeren en hun werk opvolgen.) Als je iemand ziet die niet weet hoe hij het werk moet doen, moet je concrete begeleiding en hulp bieden, en instructie bieden. Als je iemand ziet die laks is, moet je hem snoeien. Als hij weet hoe hij het werk moet doen, maar te lui is om het te doen, traag is en uitstelt, en zich overgeeft aan vleselijk gemak, dan moet hij naar behoefte worden gesnoeid. Als het snoeien het probleem niet oplost en zijn houding niet verandert, wat moet er dan gebeuren? (Hem dit werk niet laten doen.) Geef hem eerst een waarschuwing: “Dit werk is erg belangrijk. Als je het met zo’n houding blijft benaderen, wordt je plicht je ontnomen en aan iemand anders gegeven. Als jij het niet wilt doen, is er wel iemand anders die het wil. Je bent niet trouw aan je plicht; je bent niet geschikt voor dit werk. Als je deze taak niet aankunt en lichamelijke ontberingen niet kunt verdragen, kan Gods huis je door iemand anders vervangen, en kun je ook zelf ontheffing van je plicht aanvragen. Als je geen ontheffing van je plicht aanvraagt en nog steeds bereid bent die te vervullen, doe het dan goed, en doe het volgens de vereisten en principes van Gods huis. Als je dit niet kunt bereiken en herhaaldelijk de voortgang vertraagt, waardoor het werk schade oploopt, dan zal Gods huis je aanpakken. Als je deze plicht niet kunt vervullen, dan zul je helaas moeten vertrekken!” Als ze na de waarschuwing bereid zijn berouw te tonen, kunnen ze worden behouden. Maar als na herhaalde waarschuwingen hun houding niet verandert en ze geen enkel spoor van berouw tonen, wat moet er dan gebeuren? Ze moeten onmiddellijk van hun plicht worden ontheven – lost dat het probleem niet op? Het is niet zo dat we mensen afrekenen op kleine fouten of geringe problemen wanneer we die bij iemand zien; we geven mensen juist kansen. Als ze bereid zijn berouw te tonen en veranderen, en veel beter worden dan voorheen, behoud hen dan als dat enigszins mogelijk is. Als het herhaaldelijk geven van kansen, communiceren over de waarheid, snoeien en waarschuwen niet werkt, en niemands hulp effectief is, dan is dit geen gewoon probleem: de menselijkheid van deze persoon is te pover en hij aanvaardt de waarheid totaal niet. In dat geval is hij niet geschikt voor deze plicht en moet hij worden weggestuurd. Hij is niet geschikt om een plicht te vervullen. Zo moet de zaak worden aangepakt.

Wanneer leiders en werkers toezicht houden op het werk van de kerk, moeten ze niet alleen bedreven zijn in het identificeren van diverse problemen, maar ook speciale aandacht besteden aan sommige kerkleiders bij wie ze zich ongemakkelijk voelen of die ze onbetrouwbaar vinden. Op deze mensen moet gedurende een langere periode toezicht worden gehouden en ze moeten worden opgevolgd; je kunt niet zomaar af en toe naar de situatie informeren of de kwestie met een paar woorden afdoen en het als afgedaan beschouwen. Soms is het noodzakelijk om ter plaatse te blijven om toezicht op hun werk te houden. Wat is het doel van ter plaatse blijven? Het doel is problemen sneller te ontdekken en op te lossen, en ervoor te zorgen dat het werk goed wordt gedaan. Soms kun je problemen niet meteen ontdekken zodra je op de werkplek aankomt. In plaats daarvan komen sommige problemen geleidelijk aan de oppervlakte en kunnen ze worden ontdekt door gedetailleerd inzicht, inspectie van het werk en zorgvuldige observatie. Ter plaatse blijven om toezicht te houden gaat niet over het controleren of bewaken van mensen. Wat betekent toezicht? Toezicht omvat inspectie en het geven van instructies. Het betekent specifiek en gedetailleerd naar het werk vragen, de voortgang van het werk en de zwakke schakels in het werk leren kennen en doorgronden, begrijpen wie er verantwoordelijk is in zijn werk en wie niet, en wie wel en niet in staat is het werk uit te voeren, en andere dergelijke zaken. Toezicht vereist soms raadpleging, begrip en navraag doen naar de situatie. Soms vereist het een persoonlijk gesprek of directe inspectie. Natuurlijk vereist het vaker directe communicatie met de verantwoordelijken, om te informeren naar de implementatie van het werk, de ondervonden moeilijkheden en problemen, enzovoort. Terwijl je toezicht houdt, kun je ontdekken welke mensen zich alleen naar buiten toe inzetten voor hun werk en de dingen slechts oppervlakkig doen, welke mensen niet weten hoe ze concrete taken moeten implementeren, welke mensen weten hoe ze die moeten implementeren, maar geen praktisch werk verrichten, en andere dergelijke kwesties. Als deze ontdekte problemen tijdig kunnen worden opgelost, is dat het beste. Wat is het doel van toezicht? Het doel is de werkregelingen beter te implementeren, om te zien of het werk dat je hebt geregeld passend is, of er tekortkomingen zijn of dingen waar je niet aan hebt gedacht, of er gebieden zijn die niet in lijn zijn met de principes, of er verwrongen aspecten zijn of gebieden waarin fouten zijn gemaakt, enzovoort – al deze kwesties kunnen worden ontdekt tijdens het proces van toezicht houden. Maar als je thuisblijft en dit specifieke werk niet verricht, kun je deze problemen dan ontdekken? (Nee.) Veel problemen moeten ter plaatse worden bevraagd, geobserveerd en begrepen om ze te kennen en te doorgronden. Wanneer je toezicht houdt, moet je degenen aansporen die in hun werk onverantwoordelijk en onzorgvuldig zijn, degenen boven hen bedriegen en dingen voor degenen onder hen verbergen, en plichtmatig en traag zijn. We hebben zojuist verschillende stappen besproken om hen aan te sporen: je kunt begeleiding bieden, communiceren, snoeien, waarschuwen en hen van hun plicht ontheffen. Zijn deze stappen gemakkelijk uit te voeren? (Ja.)

III. Inspecteren en opvolgen

Nadat leiders en werkers het werk hebben aangespoord, is de volgende stap het inspecteren van het werk. Wat is doorgaans het doel van het inspecteren van het werk? Het werk inspecteren is bedoeld om de voortgang van de geregelde taken vast te stellen, eventuele problemen te identificeren die dringend moeten worden opgelost, en er uiteindelijk voor te zorgen dat het werk volledig en goed wordt gedaan. Nadat het werk is geregeld, is het noodzakelijk om verschillende aspecten te inspecteren: welk stadium het vervolgwerk heeft bereikt, of het is voltooid, hoe efficiënt het is, wat de resultaten zijn, of er specifieke problemen zijn vastgesteld, of er moeilijkheden zijn, of er gebieden zijn die niet in overeenstemming zijn met de principes, enzovoort. Het inspecteren van het werk dat je hebt geregeld, is ook een concrete en noodzakelijke taak. Sommige leiders en werkers maken vaak een fout: ze denken dat, zodra ze het werk hebben geregeld, hun taak erop zit. Ze geloven: mijn taak is volbracht, mijn verantwoordelijkheid vervuld. Ik heb jullie in ieder geval verteld hoe je het moet doen. Jullie weten wat je moet doen en jullie hebben ermee ingestemd het te doen. Ik hoef me geen zorgen te maken over hoe de zaken verdergaan; rapporteer maar aan mij als jullie klaar zijn. Na het plannen en regelen van het werk, geloven ze dat hun taak is volbracht en alles in orde is. Ze volgen het werk niet op en inspecteren het niet. Wat betreft de vraag of de persoon die ze hebben aangesteld als verantwoordelijke voor de taak geschikt is, wat de gesteldheid van de meeste mensen is, of er problemen of moeilijkheden zijn, of ze vertrouwen hebben in het goed doen van het kerkelijke werk, of er verwrongen of foute aspecten zijn, of dat er schendingen zijn van de werkregelingen van de Boven, daarover informeren ze zich niet, dat inspecteren ze niet en dat volgen ze niet op. Ze beschouwen hun taak als volbracht na het regelen van het werk; dit is geen concreet werk verrichten. Wat moet er bij het werk worden geïnspecteerd? De belangrijkste zaken om te controleren zijn of het implementatieplan in lijn is met de werkregelingen, of het de principes en vereisten van de werkregelingen schendt, en of er mensen zijn die verstoringen en hinder veroorzaken, mensen die blindelings onrust stoken, of mensen die tijdens het werk hoogdravende woorden uiten. Natuurlijk controleer je tijdens het inspecteren van het werk ook of er fouten zijn in je eigen implementatie van de werkregelingen. Het werk van anderen inspecteren is in feite ook je eigen werk inspecteren.

Rampen zoals oorlogen en pandemieën komen vaak voor over de hele wereld. Hoe kunnen we de terugkeer van de Heer verwelkomen en Gods bescherming krijgen tijdens rampen? Neem deel aan onze gebedsbijeenkomst om de weg te vinden.

Neem contact op via Messenger